Download PDF: 710,9 kb - Rhino Resource Center

rhinoresourcecenter.com

Download PDF: 710,9 kb - Rhino Resource Center

BATAVIA,

DE HOOFDSTAD VAN NEERLANDS O. INDIEN.

IN D E R Z E L V E R

G.ELEGENHEID, OPKOMST,

VOORTREFFELYKE GEBOUWEN,

HOOGE EN LAAGE REGEERING,

GESCHIEDENISSEN,

K E R K Z A A K E N,

K O O P H A N D E L ,

Z E D E N ,

LUCHTSGESTELDHEID, ZIEKTEN ,

DIEREN EN GEWASSEN,'

B E S C H R E E V E N.

M E T P L A A T E K,

Te AMSTERDAM,

By PETRUS CONRADï.

Te HARLINGEN,

By VOLKERT V A N D E R PLAATS.

M D C C L X X X I li


5 4 B A T A V I A ' *

T W E E D E BOEK.

OPKOMST EN EERSTE WEDERWAARDIGHEDEN

DER AANZIENLYKE STAD BATAVIA.

Gelyk de groote Steden van Europa byna alle uit zeer kleine beginzels

^ hunne tegenwoordige grootheid allengs zyn opgeklommen, zo .s ook

deStad Batavia m haar oorfprong zeer gering geweest naardien zy u t eene

kleine verfchansfing, door de Hollanders tot hunne beveiliging by Jacatra

opgeworpen , is te voorfchyn gekomen.

P

|o ras onze eerfte Vlootvoogden in de Indien waren aangekomen zochten

zy hunnen handel te Bantam, als de beste handelplaats van Java, te

Zn, en hadden het geluk daarin redelyk tot genoegen te ttaagen tot

ongevee het jaar ,610, wanneer zy aldaar door den nayver hunner bun-

«n« vrienden, de Engelfchen, begonden gekweld te worden, welke n

Paneorang van Bantam met allerley valfche lasteringen tegen de onze ophitsfenf

terwyl deeze Moorfehe Vorst, noeh de Engelfchen noch de Hollander,

vertrouwende, dezelve beide zocht van daar te doen vertrekken, en ten

dien einde de eerften gebruikte om de laatften te kwellen, in ^

zo de Hollanders eens vertrokken waren, hunne vyanden ook zou kunnen

^egetu% kwellingen, die de Hollandfche Kooplieden moesten verdraa

gen, deeden hen eindeiyk befluiten , om zich op eene ^derepjjats op ava

1 vestigen. Zv maakten ten dien einde een verbond met IVtitak Rama.

Kon nfvan Jacatxa in 16. 1 , en timmerden aan den Oostkant der Rivier

van di! ftad, aan den zeekant, eene gefchikte wooning; zo dat hier de

Tndd zo wel als te Bantam wierdt voortgezet. De Pangorang van Bantam

» ftraks het oogmerk dier (lichting en « « ^ « ^

gevolgen derzelve , dat naamelyk de hande tot W ^ * ]

Luwen, en zich daarentegen te Jacatra vestigde, t geen hemJen ond -

gangvan 't Ryk zyns noch minderjaarigen Konings deed vreezen, en a b


E E R S T E O P K O M S T . ? l

Natie in een goed vertrouwen te leeven. Op den volgenden dag zond hy

een gelykzoortig briefje, met aanbod, dat, indien de bezetting insgelyks

gezind was, hy eenige van zynen eerden Adel tot pandslieden zou zenden,

op dat door de Hollanders eenige Gezanten mogcen gezonden worden om met

hem over de herftelling der oude verbonden te handelen. Dit aanbod werdt

toegedaan, en in plaats der hen toegezondene Javaanfche Grooten als Gyzelaars,

vertrokken tot den Koning de Heeren Even HarmanszoonDoctor

de Haan en jfofepb Natelaar, die, aan hec Hof komende, aldaar de

zinnen wederom veranderd vonden, en na een kort verblyf wederkeerdenmet

befcheid, dat de Koning thans noch den Vreede, noch een ftildand

van Wapenen wilde maaken, ten zy de onzen de fchietkat en 't bolwerk

aan den Stadkanc wederom afbraken; naar welk voordel de onzen geen

ooren hadden, dewyl deeze werken den vyand voomaamelyk in hunne onderneemingen

en veiligheid konden hinderen.

Op den volgenden morgen fcheen hy echter weder van gevoelen veranderd;

wanc 'er kwamen wederom nieuwe Gyzelaars, en van onzen kant

werden hierop de Predikant Hulzebos met de Heeren Harinanszoon en

de Haan afgezonden, die, ten Hove komende , den Vorst aandienden, dat

de onzen van harten genegen waren alle de. voorgaande beleedigingen te' vergeeten,

en ook hunne Vestingwerken in denzelfden ftaat te laaten tot op

de terug komst van den Heer Generaal Koen., indien de Koning hen van

zynen kant ook in vreede wilde laaten : maar dat zy geenszins geneden waren

hunne Vestingwerken af te breeken, naardien in dezelva al hunne veiligheid

beftond,. en zy zich thans niet alleen tegen de geweldige aanflngen

der vyanden , maar ook tegen de oogmerken der op hen verbitterde Engelfchen,

moesten'beveiligen. Dit voordel fcheen den Vorst in \ geheel

niet te behaagen; maar intusfehen befpeurden de Gezanten klaarblykelyk,

dat men hem wel door geld zou kunnen te vreede Hellen»

Ondertusfchen verliep deeze dag zonder dat men toe eenige beflisfingkwam;

doch op den volgenden kwamen wederom twee der eerfte Javaan»

fche Grooten om tot borgen voor de onzen te dienen, die toen hunne Gezanten

wederom afzonden: doch deeze werden onderweg ontmoet en aangetast

door drie Engelfchen, welke zich Kooplieden noemden, en begeerden,

dat de onzen hun geweer overgeeven, en zich geblinddoekt door

hen zouden laaten voeren, zo zy zeiden, tot den Koning, die met zynen

Adel, eenige Bantamfche Grooten en den Engelfchen Opperbevelhebber,

vergaderd was. De onzen weigerden die volftrekt, en verdeedigden zich

tegen de drie Engelfchen, welke ondertusfchen een merkelyken ondeifbnd van

de hunnen ontvingen; en hoewel de Afgezondeuen getrouw, door de Javaan-


y% B A T A V I A 's

vaanfche wagt, tot hunne befcherming van den Koning verleend, geholpen

wierden , moesten zy echter wederom onverrichter zaake tot het Fort

te rugge keeren. Voor deezen tyd werdt derhalven de handetelg afgebroken

door de onbefchoftheid der Engelfchen, die, thans moedig op hunne

overmagt te Lande en ter Zee, noch Vriend noch Vyand ontzagen,

terwyl zy het voomaamelyk met fcheldwoorden gelaaden hadden op

den Lieer Generaal Koen , dien zy den aanlegger van alle deeze onlusten

noemden, fchoon hy voorzeker aan dezelve volkomen onfchuldig

was.

Na den middag kwam 'er al weder eene nieuwe bezending met verzoek,

dat onze Gezanten zich wilden vervoegen by den Temangong

of den Broeder des Konings , die volkomen last tot (luiten had. Aldaar

gekomen zynde, hoorden zy eene lange reeks van klagten over

de fchade, door de onzen den Koning aangedaan, gelyk ook over het

aantasten der Engelfche Logie en batteryen, waar door wy den oorlog

begonnen hadden: op welke zaaken de onzen kortelyk antwoordden,

dat de klaagers zich zeiven die te wyten hadden , en dat men nooit

tot geweld zou zyn gekomen , indien men niet zonneklaar had befpeurd

, dat men het 'er op gemunt had hen door list of geweld te vernielen.

Dit vertoog, hoe billyk ook, mogt niets baaten, en de Temangong

befloot, dat wy tot boete, wegens het aanvallen der Engelfchen

, zouden betaalen 4000 Reaalen , en eene gelyke fomme voor

de vryheid van ons Fort in den tegenwoordigen toeftand te behouden,

zo dat zyn eisch in 'c geheel in 8000 Reaalen beftond, die

echter tot 6000 Reaalen werdt verminderd.

Zo ras de Commandeur Van den Broeke den eisch des vyands had

verftaan, liet hy aanftonds den Raad vergaderen , en gaf denzelven te

kennen, dat men noch in geen vier maanden eenige hulp uit de Oosterfche

Eilanden zou kunnen bekomen, én bezwaarlyk in ftaat zyn, zo

lang het geweld der vereenigde vyanden te wederftaan; dewyl de voorraad

van versch water maar twee maanden zou kunnen duuren, indien

de vyand ons het haaien van hetzelve wilde beletten , kunnende de

voorraad van buskruid ook niet lang (trekken, zo 't eens recht ernst

wierdt. Ook gaf hy zynen Raaden in bedenken , dat men, door den

Vreede van de Javaanen te koopen, onze Lamheden te Bantam veel

beter in ftaat zou (tellen, en hun gelegenheid geeven om overal de aankomende

fchepen'met praauwen voor de laagen der Engelfchen te waarfchuwen.

De Raad keurde alle deeze redenen van het uiterlte gewigt, en

oordeelde, dat men niets beters kon doen, dan den Koning op de ge-

ëischte


E E R S T E O P K O M S T . 7 i

Ifsohte wyze te weeden te (tellen ; waar op het Traétaat door de onze®

werdt getekend, en aldus door de Commisfarisfen ten Hove gebragt.

Het hield ondertusfchen aan tot den 17, eer zy den Vorst konden fpree-

len, op weiken dag zy tot het Gehoor geroepen aldaar den Koning zager*

•met zyn' oudften Broeder den Temangong en een' Jonger, die een Mahn-

medaansch Priester was, .benevens veele anderen zyner Grooten, zonder dat

'er Bantammers of Engelfchen tegenwoordig waren. De Koning ontving hen

op eene zeer vriendelyke wyze, en liet zich hec in 't Nederduitsch gefchree­

ven Concraét, na dat hec in de Maleitfche taal was overgezet, voorleed

zen, en betuigde over den inhoud wel voldaan te zyn. Hy ondertekende

toen hetzelve , en liet het dooreen' aanzienlyken ttoet zyner Grooten naar hec

Kasteel brengen, alwaar het ftraks onder 'c losfen van het fchietgeweer en

't opfteeken van witte vaandels werdc afgekondigd.

De Javaanen fcheenen niet minder over hec tekenen van deezen Vreede

verheugd dan de onzen: zy wendden zulks ten minflenvoor, en zondera

naar het Kasteel allerhande zoorten van vruchten en andere verver'fchingen

met veele tekenen van blydfchap, en eene menigte heilwenfchen, op

welke echter de onzen weinig (laat maakten. Aanmerkenswaardig was het

ook, dat een Rhinoceros, anderszins een lomp en zeer onverflandi'f r)i e r

weleer door de Hollanders opgevoed, maar met het begin der belegering'

wegens de fchaarsheid van water, uit het Kasteel gedreeven, op den dag

der tekeninge, van zeiven tot zyne oude Meesters wederkeerde, en de

•blydfchap op zyne wyze te kennen gaf.

De uitkomst toonde ondertusfchen , dat de trouwlooze Koning van Java

alleen deezen Vreede in fchyn had geflooten om de Hollanders in (laap te

wiegen, en ze van hun geld te berooven: want flechts drie dagen na hec

tekenen, op den aa van Louwmaand 1619, ontving de Commandeur Fan

den Broeke eene boodfchap van den Jacatrafchen Koning, met verzoek,

dathy by hem ten Hove wilde komen eeten, en zich met jaagen vermaaken,

voorwendende dat zulks tot herltelling der goede verflandhouding zeer noo-

dig was , dewyl de Inlanders , voor dat zy openbaare ' blyken der

goede verflandhouding gezien hadden, niet tot her Kasteel zouden willen

komen om den ouden handel weder te beginnen, en den noodïgen leefcogt

aan te voeren. De Hollanders waren niet zeer voldaan over deeze bood­

fchap: want van den eenen kant vertrouwden zy geenszins de listige Javaa­

nen, en van den anderen kant vreesden zy, dat de weigering van 'sKo­

nings verzoek tot een voorwendzel eener nieuwe Vreedebreuk zou worden

genomen. Zy lieten zich eindeiyk door het lokaas deezer vriendelyke aan­

bieding bedriegen , en de Heer Van den Broeke werdt door den Raad

K gnec


7 4 B A• T A V I A 's

met den Dodor De Haan, vyf militairen en één Jongen, ten Hove gezonden

zynde zy daarenboven verzeld door een ryk gefchenk voor de*

Koning en zyne voornaamfte Grooten;. niettegenftaande de Predikant Huizehos

deezen tocht zeer ernftig had afgeraaden, en derzelver bek aaglyke

einde voorfpeld. De uitkomst der reize bevestigde ook de rechtmatigheid

van zynen argwaan; want naauwclyks waren onze misleide Gezanten

ten Hove gekomen, of zy wierden op eene verraaderlyke wyzeaangetast,

van hunne gefchenkcn beroofd, geflagen byna naakt uitgefchud,

cn dus gebonden voor den Koning gefleept, die zich met den

daar tegenwoordigen Engelfchen Gouverneur, niet weinig over hunne aankomst

verheugdet en hen allerley fmaad aandeed. Ondertusfchen hadden

de Javaanen, behalven deeze acht, ook noch ^enen negenden

hun net getrokken, te weeten den Bottelier van het Kasteel, wel»

ken zy met eene fraaye zomme gelds hadden uitgelokt onder voorwendzel

van hem eenen goeden voorraad hoenders en andere eetwaaren.

te zullen verknopen; doch in hunne handen vervallen werdt hy op de«lfde. ;

Wyze van alles beroofd, en met een touw om het lyf door het lijk.,

voor den Koning gefteept. Na dat men hen daar eemgen tyd

gekweld en befpot had, werden zy alle aan handen en voeren op de

Javaanfche wyze, in het blok geftooten , behalven den Commandeur Vm>

den Broeke, die, met bloote Krisfen en allerleye folteringen gedregd,

gedwongen werdt aan de onzen te febryven, dat zy het Slot moesten

overgceven; 't geen hy eindeiyk deed, niettegenftaande hy zynen vyan,

den vertoonde, dat zulk, te vergeefsch zou zyn, om dat hy, mi gevangen,

niets meer over de bezetting te zeggen had zynde de Nederkn*ders,

volgens hunne krygswetten, van alle hem anderszms verfcnuld-gde.

gehoorzaamheid-ontflagen; zo dat de Raad zyn bevel niet zoude kunnen

opvolgen, zonder zich des doods fchuldigte maaken. Dit alles watechter

te vergeefsch, en het briefje, volgens een opftel der Engelfchen gefchreeven

, werdt den onzen in hun Kasteel gebragt door den Koopman

Komeüs Houbraaken, die op het Comptoir te Bantam lag, en

»s daags te vooren door den Pangerang van Bantam naar Jacatra was gezonden

om tusfchen de Hollanders en Javaanen tot M.ddelaar te di*

«en: dewyl hy te Bantam woonde, en benevens de overige aldaar zich

bevindende Hollanders, als onzydig werdt aangemerkt; welke anderszms -

aan de Oosterlingen onbekende onderfcheiding hen ongetwyffeld door de,

Engelfchen was ingeftooken. De Heer Houbraaken kreeg ook verlof om

den Commandeur in zyne Gevangenis te bezoeken, alwaar zy te zamen

befiooten, die van het Kasteel te vermaanen, om zich» zo lang zy Kom-


E E R S T E O P K O M S T . 75

den, te verdeedigen ; vindende zy 't best, dat de Koopman Houbraaken

ten fpoedigften wederom naar Bantam zou vertrekken, om den

Pangerang kennis van al het voorgevallene te Jacatra te geeven, de fnoodheid

van het gepleegde verraad met zyne verdiende kleuren af te maaien

, en hem , onder belofte van behoorlyke erkentenisfe en vergelding,

te verzoeken, zyn best te willen doen om den Jacatrafchen Koning

tot vreedzaame gedagten , en de Gevangenen naar Bantam in

eene vrye bewaaring over te brengen, tot op de terugkomst van den Generaal

Koen.

De bezetting van het Hollandsch Kasteel was ondertusfchen in de uiterfte

Verftagenheid gedompeld , zo ras haar hec fnood verraad , aan den

Commandeur Van den Broeke en de zynen gepleegd, ter ooren kwam.

•Zy befloot ondertusfchen zich tot eene manmoedige verdeediging gereed te

•maaken, en koos, in plaats van het gevangen Opperhoofd, cocCommandeur

den Onderkoopman Pieter van Ray , welken zy tot dien gewigcigen pose

den bekwaamden oordeelde ; na dat zy de poorten geflooten, en de

borstweeringen met linnen en wolzakken voorzien had om zich voor een*

onvoorzienen aanval te dekken. Tot hier toe ontvingen zy echter geers

nadere tydingen van de Javaanen: maar op den volgenden 2 3 January ontving

de Heer Van den Broeke in zyne Gevangenis een bezoek van den Sabandar

en twee Engelfchen, die zyne handen uit het blok deeden ontfluiten,

hoewel niet om hem meerder gemak te geeven, maar om hem een nader

briefje tot bevel van overgaave te doen tekenen. Van den Broeke moesc

More magazines by this user
Similar magazines