30.08.2013 Views

XV-5080 Gebruikers Handleiding - Roland

XV-5080 Gebruikers Handleiding - Roland

XV-5080 Gebruikers Handleiding - Roland

SHOW MORE
SHOW LESS

You also want an ePaper? Increase the reach of your titles

YUMPU automatically turns print PDFs into web optimized ePapers that Google loves.

<strong>Handleiding</strong><br />

Van harte bedankt voor uw aankoop van de <strong>Roland</strong> <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> Synthesizer<br />

Module.<br />

Alvorens met de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> te werken zou u de hoofdstukken “Veilig gebruik van de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong>” op<br />

blz. 3 en “Belangrijke opmerkingen” op blz. 5 moeten lezen. Daar vindt u namelijk belangrijke inlichtingen<br />

over wat u wel en niet mag doen en over het juiste gebruik. Bewaar deze handleiding<br />

op een veilige plaats op omdat u ze later beslist nog een nodig hebt.<br />

Deze oorspronkelijke engelstalige handleiding omvat drie delen: “Quick Start”, “Owner’s Manual”<br />

en “Q&A, Sound List” Die hebben we in het Nederlands samengevat tot één (vrij lijvig) boek.<br />

Het voordeel daarvan is dat u alles bij de hand hebt.<br />

Microsoft en MS-DOS zijn geregistreerde handelsmerken van Microsoft Corporation.<br />

Microsoft, Windows en Windows NT zijn geregistreerde handlesmerken van Microsoft Corporation.<br />

MacOS is een handlesmerk van Apple Computer, Inc.<br />

Zip is een handelsmerk van Iomega Corporation.<br />

SmartMedia is een handelsmerk van Toshiba Corporation.<br />

Alle andere hadelsmerken en productnamen in deze handleiding zijn eigendom van de betreffende<br />

bedrijven en worden uitdrukkelijk erkend.<br />

* De afbeeldingen in deze handleiding berusten op de fabrieksinstellingen van de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> en komen<br />

dus niet altijd overeen met wat u op uw <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong>. Desondanks zijn we ervan overtuigd dat u meteen<br />

snapt wat de bedoeling is.<br />

Copyright © 2000 ROLAND CORPORATION<br />

Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze handleiding mag, geheel of gedeeltelijk, gekopieerd<br />

worden zonder de schriftelijke toestemming van ROLAND CORPORATION.


Opmerkingen voor uw veiligheid<br />

2<br />

CAUTION<br />

RISK OF ELECTRIC SHOCK<br />

DO NOT OPEN<br />

ATTENTION: RISQUE DE CHOC ELECTRIQUE NE PAS OUVRIR<br />

CAUTION: TO REDUCE THE RISK OF ELECTRIC SHOCK,<br />

DO NOT REMOVE COVER (OR BACK).<br />

NO USER-SERVICEABLE PARTS INSIDE.<br />

REFER SERVICING TO QUALIFIED SERVICE PERSONNEL.<br />

De bliksemschicht in een een driehoek wijst de gebruiker op<br />

niet geïsoleerde "gevaarlijke spanningen" in het inwendige<br />

van dit instrument die sterk genoeg zijn om voor ernstige<br />

elektrokutie te zorgen.<br />

Het uitroepteken in een driehoek wijst de gebruiker op het<br />

feit dat alle voor het juiste gebruik van dit apparaat<br />

noodzakelijke instructies te vinden zijn in de bijgeleverde<br />

handleiding.<br />

TIPS VOOR HET VERMIJDEN VAN BRAND, ELEKTROKUTIE EN VERWONDINGEN VAN PERSONEN<br />

OPMERKINGEN VOOR UW VEILIGHEID<br />

Lees deze instructies aandachtig door.<br />

WAARSCHUWING - Tijdens het gebruik van elektronische apparaten moet u altijd op de volgende punten letten:<br />

1. Lees alle instructies aandachtig door.<br />

2. Bewaar deze handleiding op een veilige plaats.<br />

3. Volg alle waarschuwingen op.<br />

4. Lees alle instructies aandachtig door.<br />

5. Gebruik dit instrument nooit in de buurt van water.<br />

6. Maak het apparaat enkel schoon met een zachte droge<br />

doek.<br />

7. Blokkeer nooit de ventilatie-openingen van het apparaat<br />

(indien aanwezig). Stel het enkel overeenkomstig de<br />

instructies van de fabrikant op.<br />

8. Plaats het instrument nooit vlak bij warmtebronnen, zoals<br />

stoven, ovens, radiatoren of gelijk welk ander apparaat dat<br />

veel warmte genereert.<br />

9. Sluit dit instrument enkel aan op een stroomnet dat, hetzij<br />

in de handleiding, hetzij op het naamplaatje aan de<br />

achterkant, uitdrukkelijk wordt vermeld.<br />

10. Zorg ervoor dat niemand over het netsnoer kan struikelen.<br />

Dat is met name gevaarlijk in de buurt van het stopcontact,<br />

maar kan ook in de buurt van de aansluitingen op het<br />

instrument ervoor zorgen dat de aders breken.<br />

11. Gebruik enkel de uitdrukkelijk door de fabrikant<br />

aanbevolen opties en uitbreidingen.<br />

12. Gebruik enkel karretjes, stands, houders<br />

enz. die door de fabrikant uitdrukkelijk<br />

worden aanbevolen. Andere stands e.d.<br />

kunnen ernstige verwondingen veroorzaken.<br />

13. Verbreek de aansluiting op het lichtnet tijdens een onweer<br />

of wanneer u het instrument langere tijd niet wenst te<br />

gebruiken.<br />

14. Laat alle onderhoudswerken en herstellingen over aan een<br />

door <strong>Roland</strong> erkende herstellingsdienst. Als het netsnoer<br />

beschadigd is of wanneer er vloeistoffen of regenwater in<br />

het inwendige terecht zijn gekomen, moet u het instrument<br />

onmiddellijk uitschakelen en contact opnemen met een<br />

erkende herstellingsdienst.<br />

For the U.K.<br />

IMPORTANT: THE WIRES IN THIS MAINS LEAD ARE COLOURED IN ACCORDANCE WITH THE FOLLOWING CODE.<br />

BLUE:<br />

BROWN:<br />

NEUTRAL<br />

LIVE<br />

As the colours of the wires in the mains lead of this apparatus may not correspond with the coloured markings identifying<br />

the terminals in your plug, proceed as follows:<br />

The wire which is coloured BLUE must be connected to the terminal which is marked with the letter N or coloured BLACK.<br />

The wire which is coloured BROWN must be connected to the terminal which is marked with the letter L or coloured RED.<br />

Under no circumstances must either of the above wires be connected to the earth terminal of a three pin plug.


<strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> Veilig gebruik van de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong><br />

Veilig gebruik van de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong><br />

INSTRUCTIES VOOR HET VOORKOMEN VAN BRAND, ELEKTRISCHE SCHOKKEN EN VERWONDINGEN<br />

Over de VOORZICHTIG en LET OP labels Over de symbolen<br />

VOORZICHTIG<br />

LET OP!<br />

Wijst de gebruiker op het risico op<br />

dodelijke ongevallen of zware verwondingen<br />

als gevolg van een fout<br />

gebruik van dit apparaat.<br />

Het foute gebruik van dit apparaat kan<br />

leiden tot verwondingen en of materi le<br />

schade.<br />

* "Materi le" schade heeft betrekking op<br />

het beschadigen van het meubilair of<br />

andere huishoudelijke voorwerpen<br />

evenals huisdieren enz.<br />

VOORZICHTIG<br />

• Lees eerst de volgende punten door en<br />

gebruik dan pas uw <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong>. Zo bent u er<br />

zeker van dat u hem op de juiste manier bedient.<br />

....................................................................................................<br />

• Open nooit de behuizing van de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> of<br />

van het bijgeleverde netsnoer.<br />

....................................................................................................<br />

• Probeer nooit de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> zelf te herstellen<br />

(tenzij u in de handleiding uitdrukkelijke<br />

instructies vindt om dat wél te doen). Laat alle<br />

herstellings- en onderhoudswerken over aan<br />

een door <strong>Roland</strong> erkende technische dienst.<br />

....................................................................................................<br />

• Zet de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> nooit op plaatsen die de volgende<br />

kenmerken vertonen:<br />

• Plaatsen die onderhevig zijn aan sterke temperatuurschommelingen<br />

(bv. in het directe<br />

zonlicht), in een gesloten auto waar de zon<br />

op staat, in de buurt van een radiator of een<br />

airco-kanaal, op een warmtebron (stoof<br />

e.d.).<br />

• Op vochtige plaatsen (badkamer, wasruimte,<br />

op de natte grond, in de regen e.d.)<br />

• Op bijzonder stoffige plaatsen<br />

• Op plaatsen die onderhevig zijn aan sterke<br />

trillingen.<br />

....................................................................................................<br />

VOORZICHTIG<br />

006<br />

• Als u de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> in een rack schroeft of op<br />

een stand monteert, moet u deze laatste op<br />

een vlak en stabiel oppervlak plaatsen. Het<br />

rack en de stand mogen tijdens het normale<br />

gebruik niet verschuiven. De keuze van een<br />

veilige opstellingsplaats geldt overigens ook<br />

voor situaties waarin u de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> niet<br />

gebruikt.<br />

....................................................................................................<br />

HOUD ALTIJD HET VOLGENDE IN DE GATEN<br />

Een driehoek maakt de gebruiker attent op belangrijke<br />

instructies of waarschuwingen. De juiste betekenis van het<br />

symbool wordt bepaald door de tekening in de driehoek. Het<br />

links getoonde symbool wordt gebruikt voor algemene<br />

waarschuwingen of om de aandacht te vestigen op gevaar.<br />

Dit symbool maakt de gebruiker attent op dingen die nooit<br />

mogen worden uitgevoerd. Wat nooit mag worden gedaan<br />

wordt aangegeven door de tekening in de cirkel. Het links<br />

getoonde symbool wordt gebruikt om aan te geven dat het<br />

toestel nooit uit elkaar mag worden gehaald.<br />

Dit symbool maakt de gebruiker attent op dingen die moeten<br />

worden uitgevoerd. Wat er moet worden gedaan wordt<br />

aangegeven door de tekening in de cirkel. Het links getoonde<br />

symbool betekent dat de stekker van het stroomsnoer van de<br />

uitgang moet worden losgekoppeld.<br />

• Beschadig nooit het netsnoer. Plooi het niet te<br />

veel, trap er niet op, plaats er geen zware<br />

voorwerpen op enz. Een beschadigde kabel<br />

kan brand of elektrocutie veroorzaken.<br />

Gebruik nooit een stroomkabel die reeds<br />

beschadigd is.<br />

....................................................................................................<br />

VOORZICHTIG<br />

• Dit instrument kan hetzij van zich uit, hetzij in<br />

combinatie met een externe versterker, voor<br />

een volume zorgen dat uw gehoor kan aantasten.<br />

Werk dus nooit lange tijd op een pittig<br />

volume of op een volume dat net aan de pijngrens<br />

ligt. Zodra u ook maar de indruk hebt<br />

dat uw gehoor begint te verzwakken, moet u<br />

onmiddellijk een oorarts raadplegen.<br />

....................................................................................................<br />

• Zorg dat er geen kleine voorwerpen (uit<br />

metaal, brandbare stoffen, muntstukken, naalden<br />

e.d.) in het inwendige van de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong><br />

terechtkomen. Plaats nooit glazen, koppen e.d.<br />

op de behuizing.<br />

....................................................................................................<br />

• Verbreek, in de volgende situaties, onmiddellijk<br />

de aansluiting op het lichtnet en neem contact<br />

op met een erkende herstellingsdienst of<br />

uw <strong>Roland</strong>-dealer:<br />

• Als het netsnoer zichtbaar beschadigd is.<br />

• Als er een voorwerp of vloeistof in het<br />

inwendige van de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> terecht is gekomen.<br />

• Als de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> in de regen heeft gestaan (of<br />

op een andere manier nat is geworden).<br />

• Als de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> niet naar behoren lijkt te<br />

werken of het helemaal niet meer doet.<br />

....................................................................................................<br />

3


4<br />

Veilig gebruik van de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong><br />

• In gezinnen met kleine kinderen dient een volwassene<br />

toezicht te houden tot de kinderen in<br />

staat zijn om dit toestel in overeenstemming<br />

met de veiligheidsvoorschriften te gebruiken.<br />

....................................................................................................<br />

• Bescherm de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> tegen overdreven<br />

schokken. (Laat hem nooit vallen!)<br />

....................................................................................................<br />

• Sluit het netsnoer niet samen met een overdreven<br />

aantal andere apparaten aan op hetzelfde<br />

stopcontact. Wees voorzichtig met verlengsnoeren<br />

— het totale vermogen van alle toestellen<br />

aangesloten op het verlengsnoer mag<br />

nooit het nominale vermogen (watt/ampère)<br />

van het verlengsnoer overschrijden. Een overdreven<br />

belasting kan de isolatie van het snoer<br />

doen opwarmen en zelfs doen doorsmelten.<br />

....................................................................................................<br />

• Alvorens de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> in het buitenland te<br />

gebruiken, neemt u het best contact op met<br />

uw <strong>Roland</strong>-dealer om te weten te komen welk<br />

voltage er in het betreffende land wordt<br />

gehanteerd en of u al dan niet voor een<br />

geschikte stroomvoorziening moet zorgen.<br />

....................................................................................................<br />

LET OP<br />

• Plaats de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> altijd zo dat de verluchting<br />

niet in het gedrang wordt gebracht.<br />

....................................................................................................<br />

• Neem de stroomkabel uitsluitend met de stekker<br />

vast wanneer u hem in een stopcontact of<br />

in dit toestel steekt, of wanneer u hem uittrekt.<br />

....................................................................................................<br />

• Als u de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> langere tijd niet wenst te<br />

gebruiken, verbreekt u het best de aansluiting<br />

op het lichtnet.<br />

....................................................................................................<br />

• Tracht te voorkomen dat kabels en snoeren<br />

verstrikt geraken. Houd alle kabels en snoeren<br />

buiten het bereik van kinderen.<br />

....................................................................................................<br />

• Ga nooit op de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> staan en plaats er<br />

geen zware voorwerpen op.<br />

....................................................................................................<br />

• Neem het netsnoer of de stekkers nooit vast<br />

met natte handen wanneer u ze in een stopcontact<br />

of in de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> steekt, of wanneer u<br />

ze uittrekt.<br />

....................................................................................................<br />

• Trek de stekker uit het stopcontact en koppel<br />

alle externe apparaten af, alvorens het toestel<br />

te verplaatsen.<br />

....................................................................................................<br />

• Zet de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> uit en trek de stroomkabel uit,<br />

alvorens hem toestel schoon te maken.<br />

....................................................................................................<br />

• Trek de stekker uit het stopcontact wanneer u<br />

gevaar voor blikseminslagen vermoedt.<br />

....................................................................................................


Belangrijke opmerkingen<br />

<strong>XV</strong>-<strong>5080</strong><br />

Lees, naast de overige voorzorgsmaatregelen aan het begin van deze handleiding, ook het volgende:<br />

Voeding<br />

• Sluit de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> niet samen met apparaten, die ruis<br />

veroorzaken (zoals een elektrische motor of een<br />

regelbaar lichtsysteem), op eenzelfde stroomkring<br />

aan.<br />

• Alvorens de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> op andere apparaten aan te<br />

sluiten schakelt u best alle toestellen uit. Zo voorkomt<br />

u defecten en/of schade aan luidsprekers of<br />

andere apparaten.<br />

Opstelling<br />

• Als u de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> gebruikt nabij een vermogensversterker<br />

(of een ander apparaat met grote transformators),<br />

kan er brom ontstaan. Oriënteer de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong><br />

dan anders of verwijder hem van de interferentiebron.<br />

• De <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> kan de radio- of TV-ontvangst verstoren.<br />

Gebruik hem niet in de nabijheid van dergelijke ontvangers.<br />

• Gebruik de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> niet op een plaats die blootgesteld<br />

is aan de regen, of in een andere vochtige omgeving.<br />

Onderhoud<br />

• Gebruik voor een gewone schoonmaakbeurt een<br />

zachte droge doek of een lichtjes met water bevochtigde<br />

doek. Gebruik voor hardnekkig vuil een doek<br />

met een mild, niet-bijtend schoonmaakmiddel. Veeg<br />

de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> nadien goed af met een zachte droge<br />

doek.<br />

• Gebruik nooit benzine, thinner, alcohol of gelijk welk<br />

oplosmiddel om verkleuring of vervorming te voorkomen.<br />

Herstellingen en uw data<br />

• Jammer genoeg kan het gebeuren dat de data in het<br />

interne geheugen niet kunnen worden hersteld wanneer<br />

ze eenmaal gewist zijn. <strong>Roland</strong> Corporation is<br />

niet aansprakelijk voor dergelijk dataverlies. Sla uw<br />

instellingen zo vaak mogelijk op een kaart of via<br />

MIDI op.<br />

Geheugen<br />

• De <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> bevat een batterij die het geheugen van<br />

stroom voorziet wanneer u hem uitschakelt. Als deze<br />

batterij bijna uitgeput is, verschijnt de melding<br />

Battery Low in het display. Neem in dat geval zo<br />

snel mogelijk contact op met uw <strong>Roland</strong>-dealer om<br />

de batterij te laten vervangen.<br />

Bijkomende voorzorgen<br />

• Houd er rekening mee dat de inhoud van het geheugen<br />

onherroepelijk verloren kan gaan ten gevolge<br />

van een defect of een foute bediening van de<br />

<strong>XV</strong>-<strong>5080</strong>. Daarom raden we aan om van belangrijke<br />

data regelmatig een Backup te maken via MIDI.<br />

• Ga voorzichtig te werk wanneer u de knoppen, regelaars<br />

en andere bedieningsorganen of aansluitingen<br />

van de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> gebruikt. Ruw omgaan met deze dingen<br />

kan defecten veroorzaken.<br />

• Sla of druk nooit op het display.<br />

• Neem bij het aan- en afkoppelen van de kabels steeds<br />

de connector zelf vast – trek nooit aan de kabel. Zo<br />

voorkomt u kortsluitingen en schade aan de aders.<br />

• Tijdens het gebruik wordt de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> warm. Dit is<br />

volkomen normaal.<br />

• Om uw buren niet te storen houdt u het volume best<br />

op een redelijk niveau. U kunt ook een hoofdtelefoon<br />

gebruiken zodat u zich geen zorgen hoeft te maken<br />

over de mensen rondom u (vooral in de late uren).<br />

• Om de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> te transporteren gebruikt u best de<br />

oorspronkelijke verpakking (inclusief opvulling).<br />

Anders dient u te zorgen voor een gelijkwaardige<br />

verpakking of een degelijke flightcase e.d.<br />

Alvorens SmartMediakaarten<br />

te gebruiken<br />

• Steek de kaart helemaal in de DATA-poort tot u de<br />

indruk hebt dat ze goed vastzit.<br />

De gouden connector moet<br />

naar boven wijzen<br />

• Raak de connector van de kaart nooit aan en zorg<br />

ervoor dat hij niet vuil kan worden.<br />

5


6<br />

Voornaamste kenmerken<br />

Voornaamste kenmerken<br />

128-stemmig polyfoon en 32-Parts<br />

multitimbraal<br />

De <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> is 128-stemmig polyfoon, wat meteen<br />

betekent dat hij dubbel zoveel stemmen heeft als zijn<br />

voorganger-modellen. Dit zou u moeten toelaten om<br />

zelfs gul gearrangeerde stukken moeiteloos weer te<br />

geven. Bovendien kan hij 32 verschillende klanken<br />

tegelijk weergeven. Hij is, met andere woorden, 32-<br />

Parts multitimbraal.<br />

Bijzonder expressieve Patches<br />

De Patches van de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> kunnen tot 4 Stereo-Tones<br />

bevatten, terwijl ook de nootnummers van de Rhythm<br />

Sets een beroep kunnen doen op vier verschillende<br />

Tones. Dat zijn er dus telkens acht die voor een bijzonder<br />

realistisch geluid zorgen, omdat u de overschakeling<br />

bv. in functie kunt stellen van de aanslag.<br />

Krachtige interne effecten (waaronder<br />

COSM-effecten)<br />

Het effectconcept van de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> is helemaal herwerkt:<br />

het Reverb-blok werkt bv. met algoritmen (en<br />

de DSP) van de SRV-3030 en zorgt op die manier voor<br />

een bijzonder realistisch galmeffect.<br />

Bovendien biedt de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> 3 MFX’en (multi-effecten)<br />

met maar liefst 90 verschillende algoritmen, waaronder<br />

RSS, 3D Delay, Slicer en een Formant Filter. Bovendien<br />

bevatten sommige algoritmen aaneenschakelingen<br />

van verschillende effecten. Voorbeelden zijn hier<br />

de Guitar Amp Simulator (die op de COSM-technologie<br />

berust), de Guitar Multi met alles wat u nodig hebt<br />

om een overtuigend gitaargeluid neer te zetten; dit<br />

kunt u ook met bas- en klaviergeluiden doen, omdat er<br />

ook een Bass Multi- en Keyboard Multi-algoritme zijn.<br />

In de Performance-mode kunt u drie MFX-blokken<br />

simultaan gebruiken, zodat drie Parts (want de<br />

MFX’en zijn Insert-effecten) tot in de puntjes kunnen<br />

worden verfijnd.<br />

Verder beschikt elke uitgang van de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> over een<br />

tweebands EQ voor eventueel noodzakelijke tooncorrecties.<br />

Maak gebruik van samples<br />

Door één of twee SIMMs in te bouwen (zie blz. 37)<br />

voorziet u de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> van extra RAM-geheugen – en<br />

daar kunt u sampledata van bv. een sampler van de<br />

S-700-serie van <strong>Roland</strong> of van Akai in kwijt. Deze kunt<br />

u van een CD-ROM-drive laden. De mogelijkheden in<br />

dit verband zijn bijzonder flexibel. Aangezien u de<br />

geladen samples op een SmartMedia-kaart kunt<br />

opslaan, hebt u ze altijd bij – en is er nagenoeg geen<br />

verschil met de golfvormen in het interne geheugen of<br />

op een Wave Expansion Board.<br />

Digitale uitgang plus R-BUS-aansluiting:<br />

compatibel met “all-digital” setups<br />

De <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> is al voorzien van 8 analoge uitgangen die<br />

u eventueel ook als 4 stereoparen kunt gebruiken.<br />

Bovendien zitten er standaard twee S/P DIF-aansluitingen<br />

(coaxiaal en optisch) op, plus een R-BUS-aansluiting.<br />

R-BUS is het <strong>Roland</strong>-protocol waarvoor er<br />

enerzijds convertors naar andere digitale formaten<br />

bestaan, en dat anderzijds door de digitale mixers van<br />

de VM-serie (en de VSR-880) wordt ondersteund.<br />

Verder is er ook een Wordclock-ingang (standaard)<br />

voorzien om te zorgen dat alle digitale apparaten van<br />

uw setup synchroon lopen.<br />

Compatibel met de Wave Expansion Boards<br />

van de SR-JV80- en SRX-serie<br />

De <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> biedt 4 aansluitingen voor de nieuwe<br />

Wave Expansion Boards van de SRX-serie. Bovendien<br />

zitten er 4 aansluitingen voor de printen van de<br />

SR-JV80-serie op, zodat u tevens kunt putten uit het al<br />

rijk gevulde klankenarsenaal voor bv. de XP-60/30 en<br />

JV-1080/2080. Het voordeel van deze aanpak is dat u –<br />

in tegenstelling tot een sampler– meteen toegang hebt<br />

tot deze bijkomende klanken/golfvormen en die dus<br />

niet eerst hoeft te laden.<br />

General MIDI- en General MIDI 2compatibel<br />

De <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> ondersteunt niet alleen het General MIDI-<br />

(Level 1), maar ook het General MIDI 2-formaat, wat<br />

de uitwisseling van sequences met vrienden en collega’s<br />

beduidend vereenvoudigt.<br />

Slim gebruikersinterface<br />

De <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> is uitgerust met de Patch Finder-, Phrase<br />

Preview- en Favorite List-functie die van de XP-30 een<br />

daverend succes hebben gemaakt. Met de Patch Finder-functie<br />

vindt u heel snel een passende klank voor<br />

een bepaalde toepassing, omdat u volgens categorie<br />

kunt werken. Druk op [PHRASE≈PREVIEW] om een passend<br />

fragmentje te starten dat toelaat om de gekozen<br />

klank te beoordelen (zie blz. 19). De Favorite List tenslotte<br />

(zie blz. 42) laat toe om de 64 vaakst gebruikte<br />

Patches en Rhythm Sets aan een lijst toe te wijzen en zo<br />

beduidend sneller op te roepen.


Inhoud<br />

<strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> Inhoud<br />

HANDLEIDING<br />

Belangrijke opmerkingen .................................................................... 5<br />

Voornaamste kenmerken .................................................................... 6<br />

EERSTE KENNISMAKING<br />

Voorbereidingen................................................................................ 12<br />

Wave Expansion Boards installeren. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 12<br />

<strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> aansluiten op externe apparaten. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 15<br />

In- en uitschakelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 16<br />

Factory Reset: fabrieksinstellingen laden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 17<br />

Demosongs beluisteren...................................................................... 18<br />

En dan nu muziek… ........................................................................... 19<br />

Phrase Preview: Patches met een riedeltje beluisteren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .19<br />

Patch Finder: Patches volgens categorie kiezen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 20<br />

Andere mode kiezen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 23<br />

Werken met “Sound Libraries” . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 25<br />

Klanken via MIDI aansturen. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 26<br />

Verschillende Patches samen aansturen (Layer) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 27<br />

Werken met Splits (gescheiden zones) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 30<br />

Via MIDI Patches kiezen en andere instellingen wijzigen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 32<br />

Effecten gebruiken ............................................................................. 35<br />

Werken met Samples......................................................................... 37<br />

SIMMs installeren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 37<br />

CD-ROM-drive aansluiten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 39<br />

Sample-Patches laden. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 40<br />

Sample-Patches gebruiken. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 41<br />

Lijst van favoriete Patches gebruiken ................................................. 42<br />

Live-gebruik van de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> ............................................................ 44<br />

Aansturen van de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> via MIDI. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 44<br />

MFX-parameters via MIDI beïnvloeden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 44<br />

REFERENTIEHANDBOEK<br />

1. Voorzieningen op de panelen ........................................................ 48<br />

1.1 Frontpaneel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 48<br />

1.2 Achterpaneel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 50<br />

2. Algemene dingen........................................................................... 51<br />

2.1 Opmerkingen bij de Phrase Preview-functie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 51<br />

2.2 Categorieën van de Patch Finder-functie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 51<br />

2.3 Modes via MIDI kiezen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 52<br />

2.4 Andere handige functies . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 52<br />

Octave: transponeren in octaafstappen .............................................................................................. 52<br />

Key Assign: monofoon of polyfoon spelen ........................................................................................ 52<br />

3. Effecten van de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> ............................................................... 54<br />

3.1 Effectparameters voor de Patch-mode. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 54<br />

Effectaandeel voor de Tones................................................................................................................. 55<br />

MFX-parameters..................................................................................................................................... 55<br />

Chorus-parameters ................................................................................................................................ 56<br />

7


8<br />

<strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> – Inhoud<br />

Reverb-parameters .................................................................................................................................57<br />

3.2 Effecten in de Performance-mode . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 58<br />

Effects General-pagina...........................................................................................................................59<br />

MFX-parameters voor de Parts ............................................................................................................59<br />

Chorus-parameters.................................................................................................................................60<br />

Reverb-parameters .................................................................................................................................60<br />

3.3 Effecten in de Rhythm Set-mode . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 60<br />

Effects General-pagina...........................................................................................................................61<br />

MFX-parameters.....................................................................................................................................61<br />

3.4 MFX-parameters. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 61<br />

3.5 Effectinstellingen kopiëren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 109<br />

4. Patches programmeren ............................................................... 110<br />

4.1 Structuur van een Patch . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 110<br />

Patches bestaande uit vier Tones (4Tone).........................................................................................110<br />

Multi-Partial Patches............................................................................................................................110<br />

Structuur van een Partial.....................................................................................................................111<br />

4.2 Tones in- en uitschakelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 112<br />

4.3 Parameters voor de hele Patch . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 112<br />

Common (Patch Common) .................................................................................................................112<br />

(Patch) Control......................................................................................................................................114<br />

Structure.................................................................................................................................................116<br />

K. Range.................................................................................................................................................117<br />

V. Range.................................................................................................................................................118<br />

4.4 Programmeren van 4Tone-Patches . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 118<br />

Tips voor het programmeren van Patches........................................................................................118<br />

Geavanceerde editfuncties voor de Tones........................................................................................119<br />

Opmerkingen i.v.m. de golfvormen ..................................................................................................120<br />

WG: golfvorm en toonhoogte .............................................................................................................120<br />

TVF (filter) .............................................................................................................................................124<br />

TVA: volume en panorama.................................................................................................................127<br />

LFO-parameters....................................................................................................................................129<br />

4.5 Multi-Partial Patches programmeren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 132<br />

Partials toewijzen .................................................................................................................................132<br />

Partials editen .......................................................................................................................................133<br />

Samples editen ......................................................................................................................................133<br />

TVF (filter) voor de Partials ................................................................................................................135<br />

TVA: volume.........................................................................................................................................137<br />

LFO en controle van de Partials .........................................................................................................138<br />

4.6 Andere dingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 139<br />

Instellingen van een andere Patch kopiëren.....................................................................................139<br />

5. Performances programeren ......................................................... 141<br />

5.1 Structuur van een Performance . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 141<br />

5.2 Parts selecteren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 141<br />

5.3 Performance-parameters (Common). . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 142<br />

5.4 Instellingen voor de Parts . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 142<br />

Palette: Parts per 8 editen....................................................................................................................142<br />

Part-zones instellen ..............................................................................................................................143<br />

Patch kiezen, volume, Pan enz. ..........................................................................................................143<br />

Patch-/Rhythm Set-wijzigingen binnen een Performance.............................................................144<br />

MIDI-parameters van de Parts ...........................................................................................................145<br />

Info: kijken welke Part wat ontvangt ................................................................................................147<br />

5.5 Andere instellingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 147<br />

5.6 Part Copy: parameters kopiëren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 147<br />

5.7 Patch/Rhythm Set op Performance-niveau editen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 147<br />

6. Rhythm Sets programmeren ....................................................... 148<br />

6.1 Over Rhythm Sets… . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 148<br />

6.2 Rhythm Tones via MIDI kiezen of niet? . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 148<br />

6.3 Common-parameters. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 148


<strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> Inhoud<br />

6.4 Instellingen voor de afzonderlijke Rhythm Tones. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 149<br />

Opgelet tijdens het kiezen van een golfvorm .................................................................................. 150<br />

Golfvorm, panorama en toonhoogte................................................................................................. 150<br />

Tune ....................................................................................................................................................... 151<br />

WMT FXM............................................................................................................................................. 151<br />

TVF (filter)............................................................................................................................................. 153<br />

TVA: volume en stereopositie............................................................................................................ 154<br />

Andere parameters .............................................................................................................................. 155<br />

6.5 Andere dingen. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 156<br />

Rhythm Tone Copy: instellingen kopiëren ...................................................................................... 156<br />

7. Samples, golfvormen, data laden ................................................ 157<br />

7.1 Sample-data enz. van een CD-ROM laden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 157<br />

Delete: Patches of Performances wissen........................................................................................... 158<br />

Welke data worden er geladen?......................................................................................................... 158<br />

Categorieën voor de S-700-data ......................................................................................................... 158<br />

Sample Load ......................................................................................................................................... 159<br />

Auto Load ............................................................................................................................................. 159<br />

7.2 Geladen Samples voor het spelen gebruiken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 160<br />

7.3 Data van een Zip-schijf laden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 160<br />

Patches, Performances of Rhythm Sets één voor één laden........................................................... 160<br />

7.4 Data van een geheugenkaart laden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 161<br />

7.5 Handige functies voor Samples . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 161<br />

Sample Dump)...................................................................................................................................... 161<br />

Emphasis in-/uitschakelen................................................................................................................. 162<br />

Create Patch .......................................................................................................................................... 162<br />

8. Data opslaan (Save) .................................................................... 163<br />

8.1 Write: instellingen in het interne geheugen opslaan . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 163<br />

8.2 Werken met SmartMedia-kaarten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 164<br />

Format: SmartMedia-kaart formateren............................................................................................. 164<br />

Save: data op een SmartMedia-kaart archiveren............................................................................. 164<br />

Beheer van de data op een SmartMedia-kaart................................................................................. 165<br />

8.3 Alle data naar een Zip-schijf wegschrijven. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 167<br />

Format: Zip- of harde schijf formatteren .......................................................................................... 167<br />

Data opslaan ......................................................................................................................................... 167<br />

Databeher op een Zip-schijf................................................................................................................ 168<br />

8.4 Initialize: fabrieks- of neutrale instellingen oproepen. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 168<br />

Patches/Performance initialiseren .................................................................................................... 168<br />

Rhythm Set of Rhythm Tone initialiseren ........................................................................................ 169<br />

MIDI-ontvangst via MIDI IN 2 .......................................................................................................... 169<br />

8.5 Data Transfer: instellingen oversassen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 169<br />

Data via MIDI archiveren ................................................................................................................... 169<br />

8.6 Protect: geheugenbeveiliging . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 171<br />

8.7 Factory Reset . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 171<br />

8.8 Patches/Rhythm Sets aan de Favorite List toewijzen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 172<br />

9. System-mode............................................................................... 173<br />

9.1 General: algemene instellingen. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 173<br />

Setup-parameters ................................................................................................................................. 173<br />

Master-parameters ............................................................................................................................... 173<br />

System Tempo-parameters ................................................................................................................. 173<br />

Scale Tune-parameters ........................................................................................................................ 174<br />

9.2 Equalizer (toonregeling) instellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 175<br />

9.3 MIDI-parameters en -schakelaars. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 175<br />

MIDI Receive Ch .................................................................................................................................. 175<br />

MIDI Tx ................................................................................................................................................. 175<br />

Rx Switch............................................................................................................................................... 175<br />

System Exclusive-parameters............................................................................................................. 176<br />

Stack: meer polyfonie door twee <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong>’s te gebruiken.............................................................. 176<br />

9.4 Over de MIDI IN-connectors . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 176<br />

9


<strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> – Inhoud<br />

10<br />

9.5 System Control: speelhulpen definiëren. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 178<br />

9.6 Info . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 178<br />

10. GM-mode .................................................................................. 179<br />

10.1 GM-mode selecteren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 179<br />

10.2 GM-sequences weergeven . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 179<br />

10.3 GM-instellingen wijzigen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 180<br />

Effecten in-/uitschakelen ....................................................................................................................180<br />

Andere parameters...............................................................................................................................180<br />

Info-functie voor GM-Parts.................................................................................................................182<br />

10.4 GM Utility: handige functies . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 182<br />

11. De <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> in de praktijk......................................................... 184<br />

11.1 <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong>in Realtime beïnvloeden. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 184<br />

MFX-parameters via MIDI beïnvloeden ...........................................................................................184<br />

Tone-instellingen via MIDI beïnvloeden ..........................................................................................184<br />

11.2 Toepassingen voor Patches. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 185<br />

LFO met het System-tempo synchroniseren ....................................................................................185<br />

MFX met het System-tempo synchroniseren ...................................................................................185<br />

Tone Delay-functie met het System-tempo synchroniseren ..........................................................186<br />

Snelheid van het Rotary-effect met een voetschakelaar veranderen ............................................186<br />

Phrase Loops synchroniseren met het System-tempo of een extern MIDI Clock-signaal.........186<br />

11.3 Part-instellingen via MIDI veranderen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 187<br />

Nuttige MIDI-adressen........................................................................................................................187<br />

11.4 Concrete Matrix Control-toepassingen. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 187<br />

12. Uitgangen kiezen ...................................................................... 189<br />

Toewijzingen in de Patch-mode. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 189<br />

Parameters.............................................................................................................................................190<br />

Voorbeeld ..............................................................................................................................................191<br />

12.2 Uitgangstoewijzingen in de Performance-mode . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 192<br />

Parameters.............................................................................................................................................192<br />

Voorbeeld ..............................................................................................................................................193<br />

12.3 Uitgangstoewijzingen in de Rhythm Set-mode. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 194<br />

Parameters.............................................................................................................................................194<br />

RHYTHM Common-pagina................................................................................................................194<br />

12.4 Instellingen in de GM-mode. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 196<br />

Parameters.............................................................................................................................................196<br />

12.5 Digitale verbindingen via R-BUS. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 197<br />

Parameters.............................................................................................................................................197<br />

Gebruik maken van de 8 digitale uitgangen (R-BUS).....................................................................197<br />

Werken met andere digitale formaten ..............................................................................................197<br />

13. Appendix .................................................................................. 200<br />

13.1 Verhelpen van storingen. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 200<br />

13.2 Foutmeldingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 202<br />

13.3 Wat u over SCSI moet weten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 204<br />

Parameteroverzicht ......................................................................... 207<br />

Golfvormoverzicht ........................................................................... 242<br />

Specificaties..................................................................................... 248<br />

Index .............................................................................................. 249


Eerste kennismaking<br />

Van harte bedankt voor uw aankoop van de <strong>Roland</strong> <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> Synthesizer<br />

Module.<br />

Alvorens met de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> te werken zou u de hoofdstukken “Veilig gebruik van de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong>” op<br />

blz. 3 en “Belangrijke opmerkingen” op blz. 5 moeten lezen. Daar vindt u namelijk belangrijke inlichtingen<br />

over wat u wel en niet mag doen en over het juiste gebruik. Bewaar deze handleiding<br />

op een veilige plaats op omdat u ze later beslist nog een nodig hebt.<br />

* De afbeeldingen in deze handleiding berusten op de fabrieksinstellingen van de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> en komen<br />

dus niet altijd overeen met wat u op uw <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong>. Desondanks zijn we ervan overtuigd dat u meteen<br />

snapt wat de bedoeling is.<br />

Copyright © 2000 ROLAND CORPORATION


Voorbereidingen<br />

Wave Expansion Boards installeren<br />

12<br />

Voorbereidingen<br />

Het golfvormgeheugen van de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> kunt u uitbreiden met 8 optionele “Wave<br />

Expansion Boards”: 4 borden van de SRX-serie en 4 borden van de SR-JV80-serie.<br />

Naast nieuwe golfvormen bevatten beide soorten printen ook Patches en Rhythm<br />

Sets die een beroep doen op die golfvormen. De nieuwe “klanken” zijn na het<br />

installeren van een bord direct beschikbaar.<br />

Opgelet tijdens het installeren of verwijderen van<br />

Wave Expansion Boards<br />

• Ontladingen van statische elektriciteit kunnen dodelijk zijn voor een print.<br />

Neem daarom tijdens het inbouwen of verwijderen van een print van de SRX- of<br />

SR-JV80-serie het volgende in acht:<br />

❍ Pak eerst altijd een metalen voorwerp vast (bv. een waterleiding) om eventueel<br />

aanwezige statische elektriciteit uit uw lichaam af te leiden. Haal dan pas de print<br />

uit de verpakking.<br />

❍ Raak nooit de contacten of schakelkringen van een print aan. Pak de print altijd<br />

op plaatsen aan de rand vast waar zich geen contacten bevinden.<br />

❍ Bewaar het plastic tasje op waar de kaart zich bij levering in bevindt. Als u een<br />

print namelijk later weer verwijdert, moet u ze meteen weer in dit tasje steken.<br />

• Gebruik, voor het verwijderen van de schroeven van de afdekplaat, enkel een<br />

passende schroevendraaier (kruiskop/Philips, maat “2”). Anders zou u<br />

namelijk de koppen van de schroeven kunnen beschadigen.<br />

• Draai de schroeven in tegenwijzerzin om ze te kunnen verwijderen. Draai ze in<br />

wijzerzin om ze weer vast te draaien.<br />

losdraaien<br />

vastdraaien<br />

• Draai enkel de schroeven los die de beschermplaat vasthouden. De overige<br />

schroeven hoeft u voor het inbouwen of verwijderen van een Wave Expansion<br />

Board niet los te draaien.<br />

• Wees voorzichtig met losgedraaide schroeven. Leg ze op een veilige plaats en<br />

laat ze vooral nooit in het inwendige van de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> vallen.<br />

• Na het inbouwen of verwijderen van een Wave Expansion Board moet u weer<br />

de beschermplaat van de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> aanbrengen. Gebruik hiervoor de schroeven<br />

die u daarnet hebt losgedraaid.<br />

• Wees bij het inbouwen of verwijderen van een Wave Expansion Board<br />

voorzichtig dat u zich niet verwondt aan de behuizing.<br />

• Rak nooit de schakelkringen op een print of de stekkers binnenin de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong><br />

aan.<br />

• Druk een print nooit met geweld op de aansluiting. Als u hem niet kunt<br />

aansluiten, moet u hem nog eens uit de aansluiting halen en het opnieuw<br />

proberen.<br />

• Controleer na het aansluiten van een print of hij goed vastzit.


<strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> Voorbereidingen<br />

Voor het installeren van optionele Wave Expansion Boards (SR-JV80- en SRXserie)<br />

moet u de beschermplaat aan de bovenkant verwijderen. De printen van de<br />

twee series mag u niet op gelijk welke connector aansluiten:<br />

Expansion Boards van de<br />

SRX-serie<br />

moet u op de connectors EXP-E~H aansluiten. Printen van de<br />

SR-JV80-serie<br />

daarentegen mag u enkel op EXP-A~D aansluiten.<br />

Wave Expansion Boards installeren<br />

1<br />

2<br />

3<br />

4<br />

5<br />

6<br />

Schakel de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> en alle daarop aangesloten apparaten/instrumenten<br />

uit.<br />

Verwijder de schroeven van de beschermplaat aan de bovenkant.<br />

Verwijder de beschermplaat.<br />

Draai de print zoals hierna getoond en schuif de connector van de<br />

print op de connector binnenin de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong>. Zorg er tevens voor<br />

dat de pennen van de houders in de daarvoor voorziene openingen<br />

op de print schuiven.<br />

Aansluiting<br />

Pennen<br />

SRX-serie SR-JV80-serie<br />

Gebruik de bij de print geleverde pennendraaier om de pennen zo<br />

ver te draaien tot de print goed vastzit (een halve draai is waarschijnlijk<br />

voldoende).<br />

VAST<br />

Breng de beschermplaat weer aan en bevestig ze met de schroeven<br />

die u eerder hebt losgedraaid.<br />

Nu moet u controleren of de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> de ingebouwde print(en) herkent:<br />

13<br />

<strong>Gebruikers</strong>handboek


Voorbereidingen<br />

1<br />

2<br />

14<br />

Zie “Inschakelen” op blz. 16 voor het inschakelen van de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong>.<br />

Druk op [SYSTEM] (indicator licht op) en vervolgens op [F6≈(Info)].<br />

Het display beeldt nu de volgende pagina af:<br />

* Als de indicator knippert, bevindt u zich in de Utility-mode. Druk dan nog een keer op<br />

[SYSTEM/UTILITY] om te zorgen dat de bijbehorende indicator oplicht.<br />

3 Kijk in het display of de naam van het Wave Expansion Board<br />

naast de letter van deslot verschijnt waarop u de print hebt aangesloten.<br />

Bevat die connector geen Wave Expansion Board c.q. wordt de print niet herkend,<br />

dan wordt er voor die aansluiting —————- afgebeeld:<br />

* Als u zeker weet dat u een print op een connector hebt aangesloten waarvoor het display<br />

————— afbeeldt, zie dan “Uitschakelen” op blz. 16 om de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> uit te schakelen en<br />

sluit de print naar behoren aan.


<strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> Voorbereidingen<br />

<strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> aansluiten op externe apparaten<br />

De <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> bevat geen interne versterker of luidsprekers. U moet hem dus op<br />

een externe versterker, actieve luidsprekers, een mengpaneel e.d. aansluiten om<br />

het geluid te horen. U zou echter ook met een optionele hoofdtelefoon (RH-80,<br />

RH-25 of RH-50) kunnen werken.<br />

Eindtrap<br />

Extern MIDI-instrument<br />

(klavier, sequencer enz..)<br />

naar stopcontact<br />

Mengpaneel enz. Actieve<br />

luidsprekers<br />

MIDI OUT<br />

MIDI IN 1<br />

Sluit hier een CD-ROMdrive,<br />

Zip“ enz. aan.<br />

HiFi-keten enz.<br />

Zie blz. 197.<br />

1 Schakel de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> en de overige instrumenten/apparaten uit<br />

alvorens ze op elkaar aan te sluiten of de aansluitingen te verbreken.<br />

2 Sluit het bijgeleverde netsnoer aan op de AC IN-connector achterop<br />

de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> en verbind het andere einde met een stopcontact.<br />

3 Sluit de audio- en MIDI-kabels aan zoals hierboven getoond.<br />

Gebruik audiokabels zonder weerstanden voor de audioverbindingen en hoogwaardige<br />

MIDI-kabels voor de MIDI-verbindingen. Een optionele hoofdtelefoon<br />

moet u aansluiten op de PHONES-connector.<br />

kies hier voor de<br />

A(MIX) OUTPUT-aansluitingen<br />

Stereo-hoofdtelefoon<br />

15<br />

<strong>Gebruikers</strong>handboek


Voorbereidingen<br />

In- en uitschakelen<br />

Inschakelen<br />

Eens u de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> naar behoren hebt aangesloten (zie blz. 15) kunt u hem en de<br />

overige apparaten/instrumenten inschakelen. Doe dit echter in de hier opgegeven<br />

volgorde om de luidsprekers, versterker e.d. niet onnodig te beschadigen.<br />

1 Controleer eerst even de volgende punten:<br />

• Hebt u de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> en de overige apparaten naar behoren aangesloten?<br />

• Hebt u het volume van de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong>, de versterker enz. op de minimumwaarde<br />

gezet?<br />

2 Schakel de aangesloten SCSI-apparaten in.<br />

3 Druk op [POWER] om de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> in te schakelen.<br />

4 Schakel vervolgens de overige apparaten in.<br />

Uitschakelen<br />

1 Alvorens de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> uit te schakelen moet u het volgende doen:<br />

16<br />

• Zet het volume van de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong>, het mengpaneel, de versterker e.d. op de<br />

minimumwaarde.<br />

• Sla alle instellingen, die u later nog eens wilt gebruiken, op (zie blz. 163).<br />

2 Schakel eerst de versterker, de actieve luidsprekers enz. (d.w.z. het<br />

apparaat dat het geluid uiteindelijk weergeeft) uit.<br />

3 Druk op de [POWER]-knop van de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> om hem uit te schakelen.<br />

OPGELET<br />

De <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> is uitgerust<br />

met een veiligheidscircuit.<br />

Na het<br />

inschakelen duurt het<br />

dus even voordat u iets<br />

hoort.


<strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> Voorbereidingen<br />

Factory Reset: fabrieksinstellingen laden<br />

Als uw <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> niet recht uit de doos komt –of als u na verloop van tijd weer de<br />

voorgeprogrammeerde instellingen van de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> wilt laden–, moet u hem<br />

eerst initialiseren. Dit doet u als volgt:<br />

1 Druk op [SYSTEM/UTILITY] om te zorgen dat de bijbehorende indicator<br />

knippert.<br />

* Als de indicator oplicht, bevindt u zich in de SYSTEM-mode. Druk dan nog een keer op<br />

[SYSTEM/UTILITY].<br />

2 Druk op [F6≈(Menu)] om Menu 3 te selecteren.<br />

3 Druk op [F1≈(Factory)].<br />

Het display beeldt nu de volgende pagina af:<br />

4 Druk op [F6≈(EXEC)] om de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> te initialiseren.<br />

Als u de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> toch niet wilt initialiseren, moet op [EXIT] drukken. Zodra de initialisatie<br />

voltooid is, verschijnt de PATCH PLAY-pagina.<br />

* Misschien wordt op een bepaald moment de boodschap “Write Protect ON” afgebeeld.<br />

Die betrekent dat het interne geheugen van de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> beveiligd is (zie blz. 171). Om die<br />

beveiliging tijdelijk uit te schakelen moet u op [DEC] om “OFF” te kiezen en druk op<br />

[F6≈(OK)]. Druk vervolgens nog een keer op [F6≈(Factory)] om de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> te initialiseren.<br />

De geheugenbeveiliging blijft nu uit tot u de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> weer uitschakelt.<br />

OPGELET<br />

Tijdens het initialiseren<br />

worden uw eigen<br />

instellingen (Patches,<br />

Performances e.d.)<br />

gewist. Als u die later<br />

nog eens nodig hebt,<br />

moet u ze eerst naar<br />

een SmartMediakaart<br />

wegschrijven c.q.<br />

als Bulk Dump naar een<br />

sequencer zenden en<br />

daar dan archiveren.<br />

17<br />

<strong>Gebruikers</strong>handboek


Demosongs beluisteren<br />

18<br />

Demosongs beluisteren<br />

De <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> wordt geleverd met demosongs die u een goede indruk geven van<br />

wat u er allemaal mee kunt doen. Laten we die dus eerst beluisteren.<br />

1 Houd [EXIT] ingedrukt, terwijl u op [√] drukt.<br />

2 Kies met [ß] of [†] de demosong die u wilt beluisteren.<br />

Kies “Chain of Songs” om alle demosongs na elkaar af te spelen.<br />

3 Start de weergave door op [F6≈(Start)] te drukken.<br />

4 Met [F5≈(Stop)] kunt u de weergave weer stoppen.<br />

5 Druk op [EXIT] om de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> weer “normaal” te kunnen gebruiken.<br />

* De data van de demosongs worden niet naar de MIDI OUT-connector van de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong><br />

uitgestuurd.<br />

* Zolang de DEMO PLAY-pagina wordt afgebeeld, ontvangt de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> geen MIDIdata.<br />

OPGELET<br />

Alle rechten voorbehouden.<br />

Deze demosongs<br />

mogen enkel in<br />

de privésfeer worden<br />

afgespeeld. Het gebruik<br />

van dit materiaal in het<br />

openbaar c.q. het verdelen<br />

ervan, in welke<br />

vorm dan ook, vormt<br />

een inbreuk op het<br />

auteursrecht en de<br />

copyright-wetgeving.


En dan nu muziek…<br />

<strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> En dan nu muziek…<br />

De klanken van de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> heten “Patches”. Deze bestaan uit een aantal bouwstenen<br />

die verderop worden voorgesteld. Maar dat wilt u hier waarschijnlijk nog<br />

niet weten. Laten we dus eerst kijken hoe je Patches kiest. In de regel hebt u voor<br />

het aansturen van die Patches een externe MIDI-stuurbron nodig. Hij biedt echter<br />

ook de volgende handige functie:<br />

Phrase Preview: Patches met een riedeltje<br />

beluisteren<br />

Als u geen zin hebt om zelf te spelen, kunt u dit aan de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> overlaten door<br />

gebruik te maken van de Phrase Preview-functie. Die functie bevat een aantal riedeltjes<br />

die perfect passen bij bepaalde Patch-types en dus een betere indruk<br />

geven van hoe die Patches uiteindlijk klinken.<br />

1 Druk op [PATCH] (indicator licht op) om naar de PATCH PLAYpagina<br />

te gaan.<br />

2 Houd de [VOLUME]-regelaar ingedrukt.<br />

U hoort nu het riedeltje dat het best bij de momenteel gekozen Patch past. Laat de<br />

regelaar weer los om de weergave te stoppen.<br />

Met de [VALUE]-regelaar en [DEC] [INC] kunt u andere Patches kiezen. Verder kunt<br />

u de volgende knoppen gebruiken:<br />

* De akkoordenriedeltjes lijken nergens op wanneer u een Patch kiest waarvoor u<br />

“MONO” als Key Assign Mode hebt gekozen (zie blz. 114).<br />

OPGELET<br />

Sommige Patches (of<br />

Rhythm Sets op de<br />

<strong>XV</strong>-88) worden eventueel<br />

in een te hoog/te<br />

laag octaaf weergegeven.<br />

Druk in voorkomend<br />

geval op [ß]/[†]<br />

om een ander octaaf te<br />

kiezen. Zie ook “Octave:<br />

transponeren in<br />

octaafstappen” op<br />

blz. 52.<br />

19<br />

<strong>Gebruikers</strong>handboek


En dan nu muziek…<br />

Patch Finder: Patches volgens categorie kiezen<br />

20<br />

De <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> bevat een indrukwekkend aantal Patches, zodat de zoektocht naar de<br />

benodigde klank wel eens iets langer zou kunnen duren dan u denkt… ware het<br />

niet dat er ook een pienter systeem is om met categorieën te werken. Daarvan zijn<br />

er 38, die in 10 groepen onderverdeeld zijn (zie blz. 51).<br />

1 Druk op [PATCH] (indicator licht op) om naar de PATCH PLAYpagina<br />

te gaan.<br />

2 Druk op [PATCH≈FINDER] (indicator licht op).<br />

Kies met [ß]/[†] de gewenste categorie (zie ook blz. 51).<br />

Met de [VALUE]-regelaar of [DEC] [INC] kunt u nu Patches binnen de geselecteerde<br />

categorie kiezen. Om nog meer informatie in te winnen doet u het volgende:<br />

3 Druk op de [VALUE]-regelaar.<br />

4 Kies met de [VALUE]-regelaar een groep.<br />

5 Druk op [F6≈(Select)] om het Category-venster te openen.<br />

6 Kies met de [VALUE]-regelaar een categorie en druk op [F6≈(Select)]<br />

om te zorgen dat er een overzicht van alle bij deze categorie behorende<br />

Patches wordt afgebeeld (in groepen van 10).<br />

7 Breng de cursor met de [VALUE]-regelaar naar de benodigde Patch.<br />

Hiervoor kunt u ook [√][ß][ß] [†] gebruiken.<br />

8 Druk op [VALUE]-regelaar (SOUND LIST) om terug te keren naar de<br />

PATCH PLAY-pagina.<br />

OPGELET<br />

Druk op de [VOLUME]regelaar<br />

(PHRASE<br />

PREVIEW) om het bijbehorende<br />

riedeltje af<br />

te spelen.


<strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> Phrase Preview: Patches met een riedeltje beluisteren<br />

9 Druk nog een keer op [PATCH≈FINDER] om te zorgen dat de indicator<br />

weer dooft.<br />

Wat is een Patch (en wat zijn Tones)?<br />

Een “Patch” is de kleinste klankeenheid die u voor het muziekmaken kunt<br />

gebruiken. Per Patch kunt u vier Tones aansturen. Hoe meer Tones een Patch<br />

bevat, hoe “voller” het geluid wordt. Het leuke aan de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> is dat u die<br />

Tones aan afzonderlijke klavierzones kunt toewijzen, zodat u reeds op Patchniveau<br />

met splits kuntwerken. Een net zo muzikantvriendelijke toepassing is<br />

het gebruik van zgn. “Velocity Switches” waarbij u van de ene Tone naar de<br />

andere overschakelt door gewoon harder of zachter aan te slaan.<br />

Hoewel u ook Patches kunt editen (en hoewel dit een belangrijke invloed op<br />

het geluid heeft), houden de belangrijkste “klankparameters” verband met de<br />

Tones. Hieruit valt al op te maken dat u elke Tone van een Patch apart kunt<br />

editen.<br />

Zoals gezegd, biedt elke Patch vier Tones (1~4) die u afzonderlijk kunt editen.<br />

Dat geldt zelfs voor het effectaandeel en voor de uitgangstoewijzing.<br />

Natuurlijk is het ook mogelijk om enkel de daadwerkelijk benodigde Tones in<br />

te schakelen en de overige 3 (2 of 1) Tone(s) uit te schakelen.<br />

Patch<br />

Tone<br />

1<br />

Tone<br />

2<br />

Tone<br />

3<br />

Tone<br />

4<br />

Voorbeeld 1: seze Patch gebruikt maar<br />

1 Tone (2~4 zijn uitgeschakeld)<br />

Patch<br />

Tone<br />

1<br />

Tone<br />

2<br />

Tone<br />

3<br />

Tone<br />

4<br />

Voorbeeld 2: deze Patch spreekt alle<br />

vier de Tones aan.<br />

Verder zijn er “Multi-Partial Patches” die uit zgn. Partials bestaan. Eén Patch<br />

kan er zo maximaal 88 bevatten (1 per MIDI-noot). Daar horen, naast golfvormen,<br />

ook een reeks parameters bij. Wanneer u een Patch van een sampler van<br />

de S-700-serie laadt, wordt die automatisch als “Multi-Partial Patch”<br />

beschouwd.<br />

Wat is een Partial?<br />

Partials zijn combinaties van maximaal vier samples plus een reeks parameters<br />

(bv. de begin en einde van de “Loop”). Dit zijn dus de bouwstenen van “Multi-<br />

Partial Patches”.<br />

21<br />

<strong>Gebruikers</strong>handboek


En dan nu muziek…<br />

Patches uit de “Sound List” kiezen<br />

22<br />

De <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> kan ook een lijst van de beschikbare Patches afbeelden, zodat u ook<br />

op deze manier sneller bij de benodigde Patch terechtkomt.<br />

1 Zorg er eerst voor dat de PATCH PLAY-pagina wordt afgebeeld<br />

(druk op [PATCH]).<br />

2 Kijk even of de [PATCH≈FINDER] uit is en druk erop als dat niet het<br />

geval is.<br />

3 Druk op de [VALUE]-regelaar (SOUND LIST).<br />

Nu verschijnt er een venster dat tien Patches bevat. Daarin komt ook de naam van<br />

de momenteel geselecteerde Patch voor.<br />

[F3≈(–Bank)]/[F4≈(+Bank)]: Dienen voor het kiezen van een andere bank.<br />

[F5≈(-10)]/[F6≈(+10)]: Laten toe om de volgende groep van 10 Patches op te roepen.<br />

4 Breng de cursor met de [VALUE]-regelaar of [√][ß][ß][†] naar de<br />

gewenste Patch.<br />

5 Druk op de [VALUE]-regelaar om het Sound List-venster weer te<br />

sluiten.


<strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> Andere mode kiezen<br />

Belangrijkste functies voor het werken met de<br />

<strong>XV</strong>-<strong>5080</strong><br />

VALUE-regelaar<br />

INC/DEC-knoppen<br />

Zolang de PATCH PLAY-pagina wordt afgebeeld:<br />

Werken met de [VALUE]-regelaar<br />

Draai aan de [VALUE]-regelaar om de benodigde Patch te selecteren. Als u hem<br />

indrukt, terwijl u eraan draait, gaat u in stappen van tien Patches vooruit of achteruit<br />

(hetzelfde resultaat bereikt u door [SHIFT] ingedrukt te houden, terwijl u aan<br />

de [VALUE]-regelaar draait).<br />

Patches kiezen met de [DEC] [INC] knoppen<br />

Druk op [DEC] of [INC] om de vorige of volgende Patch te kiezen. U kunt deze<br />

knoppen ook ingedrukt houden om sneller naar een Patch met een beduidend<br />

groter of kleiner nummer te haan.<br />

Houd [SHIFT] ingedrukt, terwijl u op [DEC] [INC] drukt om in stappen van tien achteruit<br />

of vooruit te gaan.<br />

Als u [DEC] of [INC] ingedrukt houdt, kunt u sneller voor- of achteruit gaan. Maar<br />

in dat geval stopt de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> sowieso even aan het begin (001) van de huidige of<br />

de volgende bank (A~H). Om dan verder te gaan moet u de betreffende knop nog<br />

eens indrukken.<br />

Andere mode kiezen<br />

SHIFT-knop<br />

De <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> werkt niet enkel met Patches, maar heeft ook Performances en<br />

Rhythm Sets aan boord. En bovendien zit er een GM-mode op. Laten we dus even<br />

stilstaan bij de modes.<br />

De benodigde mode kiest u met één van de volgende knoppen:<br />

[PERFORM]: Deze knop laat toe om de Performance-mode op te roepen. De Performance-mode<br />

is bedoeld voor het multitimbrale gebruik van de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> of om<br />

verschillende Patches samen (als Layers of multitimbraal) aan te sturen.<br />

Wat is een Performance?<br />

Performances laten toe om maximaal 32 verschillende Patches en Rhythm Sets<br />

tegelijk aan te sturen (de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> is dus “32-Parts multitimbraal”).<br />

[PATCH]: Via deze knop kiest u de Patch-mode. Hier kunt u telkens één Patch (een<br />

verzameling van maximaal vier Tones) aansturen. In wezen doet de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> in<br />

deze mode dienst als één instrument, terwijl hij in de Performance-mode als<br />

“orkest” kan fungeren.<br />

23<br />

<strong>Gebruikers</strong>handboek


En dan nu muziek…<br />

24<br />

[RHYTHM]: Druk op deze knop om de Rhythm-mode op te roepen. Die laat toe om<br />

te drummen, waarbij dan aan elke noot een andere slagwerkklank is toegewezen.<br />

Dit is dus de tegenhanger van de Patch-mode, omdat u hier enkel en alleen kunt<br />

drummen. U kunt echter ook in de Performance-mode met een Rhythm Set werken<br />

en de melodische partijen van de Parts/Patches voorzien van een ritmische<br />

begeleiding. In de Rhythm-mode hebben we het niet over “Patches”, maar over<br />

“Rhythm Sets”.<br />

Wat is een Rhythm Set?<br />

Rhythm Sets zijn verzamelingen van slagwerkklanken (drums en percussie)<br />

die u kunt bespelen door verschillende toetsen in te drukken. In tegenstelling<br />

tot een Patch wijst een Rhythm Set aan elke noot/toets een andere klank toe,<br />

zodat u geen melodieën kunt spelen. In ruil daarvoor stuurt u met de ene<br />

toets/noot de basdrum, met de volgende de Snare, met nog een andere de<br />

HiHat aan enz. In zekere zin biedt een Rhythm Set evenveel Splits als er noten<br />

worden ondersteund (maximaal 71). Trouwens… een Snare-melodie zal in de<br />

regel toch nergens op slaan.<br />

[GM]: In tegenstelling tot wat deze knop laat vermoeden, kiest u hiermee de General<br />

MIDI 2-mode (dus niet louter “General MIDI”). Het General MIDI-systeem<br />

( ) omvat een reeks aanbevelingen voor het overbruggen van de verschillen<br />

tussen de verschillende klankopwekkingssystemen. Hierbij horen alle MIDIfuncties<br />

waarover een GM-compatibel instrument moet beschikken. Klankbronnen,<br />

die aan deze voorschriften beantwoorden, zijn voorzien van het General<br />

MIDI-logo. Dat is ook voor data het geval die voor dit soort klankbronnen werden<br />

geprogrammeerd. Zo bent u er zeker van dat een GM-compatibel stuk op<br />

elke GM-klankbron ongeveer hetzelfde klinkt.<br />

De aanbevelingen van het opwaarts compatibele General MIDI 2-systeem ( )<br />

gaan nog een grote stap verder dan het oorspronkelijke General MIDI-formaat.<br />

GM2 garandeert een bredere waaier aan expressieve mogelijkheden en een nóg<br />

verder doorgedreven compatibiliteit. Functies, die General MIDI buiten beschouwing<br />

laat, waaronder parameters voor het veranderen (“editen”) van klanken,<br />

zijn nu eveneens vastgelegd. Bovendien moet een GM2-compatibel instrument<br />

een groter aantal interne klanken bevatten. General MIDI 2-compatibele klankbronnen<br />

kunnen niet alleen GM2-, maar ook GM-muziekdata precies volgens<br />

verwachting weergeven. Links en rechts wordt de eerste versie van General MIDI<br />

ook wel “General MIDI (Level) 1” genoemd. Dat is inzoverre een slimme zet,<br />

omdat je dan meteen weet dat men het duidelijk niet over General MIDI 2 heeft.


<strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> Andere mode kiezen<br />

Werken met “Sound Libraries”<br />

De Patches, Performances en Rhythm Sets van de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> bevinden zich in<br />

aparte delen van het geheugen. Deze “delen” heten Sound Libraries. Dit zijn verzamelingen<br />

die u via de volgende vier knoppen bereikt: USER, CARD, PRESET<br />

en EXP.<br />

Door op één van deze knoppen te drukken roept u dus de betreffende Sound<br />

Library/Group op. De reden waarom het woordje “bank” hier niet wordt gehanteerd<br />

is dat elke Sound Library/Group al een aantal banken bevat. Maar laten we<br />

eerst kijken welke data er zich in de verschillende Sound Libraries/Groups<br />

bevinden:<br />

USER: Dit gedeelte is voorbehouden aan uw eigen creaties (Patches, Performances,<br />

Rhythm Sets).<br />

CARD: Deze Sound Library/Group kunt u enkel selecteren na een geformatteerde<br />

SmartMedia-kaart in de MEMORY CARD-poort gestopt te hebben. Hier<br />

vindt u de banken CD-A~H.<br />

PRESET: Hier vindt u alle voorgeprogrammeerde Patches, Performances en<br />

Rhythm Sets. Die kunt u weliswaar editen, maar u kunt geen eigen creaties in<br />

deze geheugens opslaan.<br />

EXP: Deze Sound Library/Group biedt toegang tot de Patches en Rhythm Sets<br />

van een Wave Expansion Board. Voorwaarde hiervoor is echter wel dat u minstens<br />

één Wave Expansion Board hebt ingebouwd (zie blz. 12). Er zijn twee soorten<br />

Wave Expansion Boards: die van de SR-JV80-serie (die ook compatibel is met<br />

bv. een JV-2080) en die van de SRX-serie (voorlopig voor de <strong>XV</strong>-3080, <strong>XV</strong>-88 en<br />

<strong>XV</strong>-<strong>5080</strong>).<br />

Banken: EXP-A~D (SR-JV80) en EXP-E & H (SRX)<br />

Ziehier wat de verschillende Sound Libraries kunnen bevatten:<br />

PATCH RHYTHM PERFORM<br />

USER 1~128 1, 2, 3, 4 1~64<br />

CARD * * *<br />

PR-A 1~128 1, 2 1~32<br />

PR-B 1~128 1, 2 1~32<br />

PR-C 1~128 1, 2 —<br />

PR-D 1~128 1, 2 —<br />

PR-E 1~128 1, 2 —<br />

PR-F 1~128 1, 2 —<br />

PR-G 1~128 1, 2 —<br />

PR-H 1~256 1, 2, 3, 4 —<br />

XP-A * * —<br />

: : : :<br />

XP-H * * —<br />

–: Niets *: naar gelang het gekozen type<br />

25<br />

<strong>Gebruikers</strong>handboek


En dan nu muziek…<br />

Klanken via MIDI aansturen<br />

26<br />

Voor de <strong>XV</strong>-3080 is het natuurlijk van groot belang om er een MIDI-klavier of<br />

sequencer op aan te sluiten om hem te kunnen gebruiken.<br />

MIDI-klavier aansluiten<br />

Sluit het MIDI-klavier (of de sequencer) als volgt op de <strong>XV</strong>-3080 aan:<br />

<strong>XV</strong>-<strong>5080</strong><br />

MIDI-klavier<br />

MIDI-kanalen instellen<br />

MIDI IN<br />

MIDI OUT<br />

De communicatie tussen het klavier en de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> werkt alleen wanneer het<br />

zendkanaal van het klavier overeenkomt met het ontvangstkanaal van de<br />

<strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> (1 kanaal in de Patch-/Rhythm Set-mode, 16 kanalen in de Performancemode).<br />

1 Zorg dat het externe MIDI-klavier op kanaal “1” zendt.<br />

De betreffende parameter heet waarschijnlijk “Tx Channel” of “Transmit Channel”.<br />

Zie de handleiding van het gebruikte klavier.<br />

2 Druk op [PATCH] (indicator moet oplichten).<br />

Speel nu op het externe MIDI-klavier en ga na of de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> iets weergeeft.<br />

3 Druk op [SYSTEM] (indicator moet oplichten).<br />

4 Druk op [F3≈(MIDI)].<br />

Het display beeldt nu de volgende pagina af:<br />

5 Breng de cursor met [√][®][ß][†] naar “Patch/Rhy Rx Channel”.<br />

OPGELET<br />

Na het initialiseren<br />

(Factory Reset) wordt<br />

dit kanaalnummer<br />

weer op “1” gezet.


<strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> Verschillende Patches samen aansturen (Layer)<br />

6 Kies met de [VALUE]-regelaar of [DEC] [INC] MIDI-kanaal “1”.<br />

7 Druk op [EXIT].<br />

De <strong>XV</strong>-3080 geeft nu alles weer wat u op MIDI-klavier speelt. (Als u een sequencer<br />

gebruikt, moet u zorgen dat het gewenste spoor op MIDI-kanaal “1” zendt.)<br />

Verschillende Patches samen aansturen (Layer)<br />

Een verzameling van Patches en/of Rhythm Sets (maximaal 32), die samen kunnen<br />

worden aangestuurd, noemen we een “Performance”.<br />

Performance<br />

Part 1<br />

Part11<br />

Part 10<br />

4Tone Patch,<br />

Multi Percial Patch<br />

of Rhythm set<br />

Part 9<br />

4Tone Patch,<br />

Multi Percial Patch<br />

of Rhythm set<br />

Part 32<br />

Als u aan verschillende Patches binnen een Performance hetzelfde MIDI-kanaal<br />

toewijst, weerklinken ze telkens samen wanneer u op het externe klavier speelt.<br />

Dat zorgt dus voor een stapel van geluid die in het Engels Layer heet.<br />

Een en ander gaan we hier uitproberen met de Performance “PR-B:01 Dulcimar&Gtr”.<br />

Performance “PR-B:01 Dulcimar&Gtr” kiezen<br />

1 Druk op [PERFORM] (indicator moet oplichten).<br />

2 Druk op [PRESET] en vervolgens op [B].<br />

In het display ziet u nu dat er een Performance van de Sound Library Preset-B<br />

actief is:<br />

3 Kies met de [VALUE]-regelaar of [DEC] [INC] de Performance<br />

“PR-B:001 Dulcimar&Gtr” als die nog niet wordt afgebeeld.<br />

Speel op het (externe) klavier. U hoort nu telkens twee Patches (namelijk degene<br />

die aan de Parts 1 en 2 toegewezen zijn).<br />

OPGELET<br />

Door op de [VALUE]regelaar<br />

(SOUND LIST)<br />

te drukken kunt u de<br />

benodigde Performance<br />

uit een lijst selecteren.<br />

Dit is hetzelfde<br />

als voor Patches (zie<br />

blz. 22).<br />

27<br />

<strong>Gebruikers</strong>handboek


En dan nu muziek…<br />

Parts in-/uitschakelen<br />

28<br />

Wet hadden het er daarnet al over dat de “Parts” de muzikanten (MIDI-kanalen)<br />

zijn die een bepaald instrument (Patch/Rhythm Set) bespelen. Ziehier wat u<br />

moet doen om te zorgen dat een bepaalde Part van een Performance niet meer<br />

klinkt. We werken wel met de zonet gekozen Performance (“PR-B:001 Dulcimar&Gtr”).<br />

In deze Performance zijn de Parts 1, 2 en 10 actief. Laten we Part 2 uitschakelen:<br />

1 Kies de Performance “PR-B:001 Dulcimar&Gtr”.<br />

2 Druk op [RX] (indicator moet oplichten).<br />

3 Zorg dat de [1-16/17-32]-indicator uit is en druk op PART SELECT<br />

[2/18].<br />

4 Druk deze knop nog een keer in om Part 2 weer te activeren.<br />

Andere Patches aan de Parts toewijzen<br />

Natuurlijk kunt u ook andere Patches aan de Parts toewijzen.<br />

Bij wijze van voorbeeld gaan we hier de Patch “018 (Slap Bass)” aan Part 2 van de<br />

Performance “PR-A:01Seq:Template” toewijzen.<br />

Om toegang te hebben<br />

tot de Parts 17~32 moet<br />

u op [1-16/17-32] drukken<br />

om te zorgen dat<br />

de bijbehorende indicator<br />

oplicht. Druk vervolgens<br />

op de benodigde<br />

PART SELECT-knop<br />

[1/17]~[16/32].


<strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> Verschillende Patches samen aansturen (Layer)<br />

1 Druk (indien nodig) op [PERFORM] en kies op de PERFORM PLAYpagina<br />

de Performance “PR-A:01Seq:Template”.<br />

2 Druk op [F3≈(PART)].<br />

3 Kijk even of de [1-16/17-32]-indicator uit is en druk op PART<br />

SELECT [2/18] om Part 2 te kiezen.<br />

De bijbehorende indicator licht op en het Part-nummer verschijnt boven links in<br />

het display. Voor het kiezen van een andere Part kunt u nu de [VALUE]-regelaar<br />

gebruiken.<br />

4 Breng de cursor met [ß] of [†] naar “Patch/Number”.<br />

5 Kies met de [VALUE]-regelaar de Patch “018” (Slap Bass).<br />

Speel een paar noten op het externe MIDI-klavier om te weten te komen hoe deze<br />

Patch klinkt.<br />

* Als u nu op [UNDO] drukt, keert de geselecteerde Part terug naar de oorspronkelijk<br />

geselecteerde Patch.<br />

6 Druk op [EXIT] om terug te keren naar de PERFORM Play-Pagina.<br />

MIDI-kanalen van de Parts<br />

1 Kies eerst de Performance die u nodig hebt.<br />

2 Druk op [F4≈(MIDI)].<br />

Het display beeldt nu de Part MIDI-pagina af.<br />

3 Kies met PART SELECT [1/17]~[16/32] de Part wiens MIDI-kanaal u<br />

wilt wijzigen.<br />

Om toegang te hebben tot de Parts 17~32 moet u op [1-16/17-32] drukken om te<br />

zorgen dat de bijbehorende indicator oplicht. Druk vervolgens op de benodigde<br />

PART SELECT-knop [1/17]~[16/32].<br />

De indicator knippert en het nummer van de geselecteerde Part verschijnt linksboven<br />

in het display.<br />

4 Breng de cursor met [ß] of [†] naar “Receive Channel”.<br />

5 Stel met de [VALUE]-regelaar of [DEC] [INC] het nummer van het<br />

gewenste MIDI-kanaal in.<br />

6 Druk op [EXIT] om terug te keren naar de PERFORM Play-pagina.<br />

Op de PERFORM Playpagina<br />

kunt u de benodigde<br />

Part ook met [√]<br />

of [®] kiezen. Het nummer<br />

van de Part en de<br />

naam van de daaraan<br />

toegewezen Patch of<br />

Rhythm Set verschijnen<br />

in de bovenste display-regel.<br />

Om toegang te hebben<br />

tot de Parts 17~32 moet<br />

u op [1-16/17-32] drukken<br />

om te zorgen dat<br />

de bijbehorende indicator<br />

oplicht. Druk vervolgens<br />

op de benodigde<br />

PART SELECT-knop<br />

[1/17]~[16/32].<br />

29<br />

<strong>Gebruikers</strong>handboek


En dan nu muziek…<br />

Werken met Splits (gescheiden zones)<br />

30<br />

Een andere toepassing van de Performances is dat u kunt zorgen dat de Parts<br />

maar op bepaalde nootnummers reageren, zodat u met de linker hand een andere<br />

Patch kunt aansturen dan met de rechter hand. U moet dan zorgen dat beide<br />

Parts op hetzelfde MIDI-kanaal ontvangen en met Key Range Lower en Upper het<br />

nootbereik zo instellen dat deze Parts nooit samen klinken. U kunt natuurlijk ook<br />

meer dan één Split programmeren om over verschillende zones te beschikken.<br />

(Bovendien kunt u meer dan één Part aan de linker en/of rechter helft toewijzen.)<br />

Het splitprincipe wordt hier uitgelegd aan de hand van de Performance “PR-B:<br />

29 Organ/Lead”.<br />

1 Druk op [PERFORM] (indicator moet oplichten).<br />

2 Druk op [PRESET] (indicator moet oplichten).<br />

3 Druk op [B] om te zorgen dat hij oplicht. Het display ziet er nu<br />

ongeveer als volgt uit:<br />

4 Kies met de [VALUE]-regelaar “29”.<br />

Speel op het MIDI-klavier (zet diens MIDI-zendkanaal op “1”). In deze Performance<br />

worden twee Parts (2 en 3) aangesproken – maar niet samen (d.w.z. als<br />

Layer). Het nootbereik van deze twee Parts staat namelijk als volgt ingesteld:<br />

Part 2: C4~G9<br />

Part 3: C–1~B3


<strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> Verschillende Patches samen aansturen (Layer)<br />

Key Range: nootbereik van de Parts instellen<br />

De geselecteerde Performance is dus al gesplit – maar misschien niet op de<br />

gewenste plaats. Laten we het bereik van de Parts 2 en 3 daarom op respectievelijk<br />

C5~G9 (Part 2) en C–1~B4 (Part 3) zetten. (U kunt echter ook andere waarden<br />

kiezen.)<br />

1 Selecteer de Performance “PR-B:29 Organ/Lead”.<br />

2 Druk op [F2≈(K.Range)].<br />

3 Breng de cursor met [√][®][ß][†] naar de “K.L”-waarde van Part 2.<br />

4 Kies met de [VALUE]-regelaar “C5”.<br />

5 Breng de cursor met [√][®][ß][†] naar de “K.U”-waarde van Part 3.<br />

6 Kies met de [VALUE]-regelaar “B4.”<br />

7 Druk op [EXIT] om terug te keren naar de PERFORM PLAY-pagina.<br />

Speel een paar noten op het externe MIDI-klavier om uw kersverse Split te controleren.<br />

31<br />

<strong>Gebruikers</strong>handboek


En dan nu muziek…<br />

Via MIDI Patches kiezen en andere instellingen<br />

wijzigen<br />

Patches/Rhythm Sets via MIDI kiezen<br />

32<br />

Omdat de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> een MIDI-compatibele module is, kunt u er ook vanop<br />

afstand voor zorgen dat hij op het juiste moment een andere Patch (of Rhythm<br />

Set) kiest – dit lukt zelfs voor de Parts van een Performance.<br />

Voor het volgende moet u zorgen dat het externe MIDI-apparaat op MIDI-kanaal<br />

“1” zendt (of op het kanaal dat u aan “Patch/Rhy Rx Ch”, blz. 26, hebt toegewezen).<br />

Bij wijze van voorbeeld tonen we u hier hoe u de Patch “PR-A:002 Bright<br />

Piano” via MIDI kunt kiezen.<br />

1 Verbind de MIDI OUT-connector van het externe MIDI-klavier/de<br />

sequencer met de MIDI IN-aansluiting van de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong>.<br />

2 Druk op [PATCH] (indicator licht op).<br />

3 Zorg dat het externe MIDI-instrument op het ontvangstkanaal van<br />

de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> zendt (zie blz. 26).<br />

Aangezien we de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> eerder geïnitialiseerd hebben, luidt zijn ontvangstkanaal<br />

op dit moment (waarschijnlijk) “1”.<br />

4 Zendt nu eerst CC00 met de waarde “87” naar de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong>.<br />

Om een andere Rhythm Set te kiezen moet u een CC00-commando met de<br />

waarde “86” zenden.<br />

5 Zendt nu een CC32-commando met de waarde van de benodigde<br />

bank (zie de tabel verderop). Hier is dat “64.”<br />

6 Zend tenslotte een MIDI-programmanummer (“2”)<br />

In het display ziet u nu dat de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> de gevraagde Patch (hier “PR-A:002<br />

Bright Piano”) gekozen heeft.<br />

* De Patches en Rhythm Sets hebben de volgende MIDI-adressen:<br />

Patches Banknummers<br />

Group Number CC00 CC31 Programmanummer<br />

USER 001~128 87 00 001~128<br />

PR-A 001~128 87 64 001~128<br />

PR-B 001~128 87 65 001~128<br />

PR-C 001~128 87 66 001~128<br />

PR-D 001~128 87 67 001~128<br />

PR-E 001~128 87 68 001~128<br />

PR-F 001~128 87 69 001~128<br />

PR-G 001~128 87 70 001~128<br />

CD-A 001~128 87 32 001~128<br />

: : : ::<br />

CD-H 001~128 87 39 001~128<br />

XP-A *1 *1 *1 *1<br />

: : : : :<br />

XP-H *1 *1 *1 *1<br />

* 1 Verschilt naar gelang het geïnstalleerde Wave Expansion Board. Ook de Wave


<strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> Verschillende Patches samen aansturen (Layer)<br />

Expansion Boards hebben vaste banknummers. Bovendien heeft elke print zijn eigen<br />

bankadres (CC00 en CC32):<br />

SR-JV80-serie Patch-nr. CC00 CC32<br />

SR-JV80-01 1~128 89 00<br />

SR-JV80-01 129~256 89 01<br />

SR-JV80-02 1~128 89 02<br />

SR-JV80-02 129~256 89 03<br />

:<br />

SR-JV80-65 1~128 91 00<br />

SR-JV80-65 129~256 91 01<br />

* De adressen van de SRX-serie vindt u in de handleiding van de gebruikte print(en).<br />

Rhythm Sets<br />

Bankadres<br />

Groep Nummer CC00 CC32 Programmanummer<br />

USER 1, 2, 3, 4 86 00 1, 2, 3, 4<br />

PR-A 001, 002 86 64 001, 002<br />

PR-B 001, 002 86 65 001, 002<br />

PR-C 001, 002 86 66 001, 002<br />

PR-D 001, 002 86 67 001, 002<br />

PR-E 001, 002 86 68 001, 002<br />

PR-F 001, 002 86 69 001, 002<br />

PR-G 001, 002 86 70 001, 002<br />

CD-A 1, 2, 3, 4 86 32 1, 2, 3, 4<br />

: : : : :<br />

CD-H 1, 2, 3, 4 86 39 1, 2, 3, 4<br />

XP-A *1 *1 *1 *1<br />

: : : : :<br />

XP-H *1 *1 *1 *1<br />

* 1 Verschilt naar gelang het geïnstalleerde Wave Expansion Board. Ook de Wave<br />

Expansion Boards hebben vaste banknummers. Bovendien heeft elke print zijn eigen<br />

bankadres (CC00 en CC32):<br />

SR-JV80-serie Rhythm Set CC00 CC32<br />

SR-JV80-01 1~128 88 00<br />

SR-JV80-01 129~256 88 01<br />

SR-JV80-02 1~128 88 02<br />

SR-JV80-02<br />

:<br />

129~256 88 03<br />

SR-JV80-65 1~128 90 00<br />

SR-JV80-65 129~256 90 01<br />

* De adressen van de SRX-serie vindt u in de handleiding van de gebruikte print(en).<br />

Performances via MIDI kiezen<br />

U kunt ook Performances via MIDI kiezen. Het principe is in wezen identiek aan<br />

dat voor de keuze van Patches/Rhythm Sets. De belangrijke verschillen zijn echter:<br />

• U moet de banknummers en het programmanummer op het Performance Ctrl-Ch<br />

zenden (bij levering/na het initialiseren is dit MIDI-kanaal 16).<br />

• U moet op [PERFORM] drukken (indicator moet oplichten) om te zorgen dat de<br />

<strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> zich in de Performance-mode bevindt.<br />

• U moet een CC00-commando met de waarde 85 zenden.<br />

Eén en ander gaan we hier uitproberen met de Performance “PR-A:02 Seq:Pop”.<br />

1 Verbind de MIDI OUT-connector van het externe MIDI-klavier/de<br />

sequencer met de MIDI IN-aansluiting van de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong>.<br />

2 Druk op de [PERFORM]-knop (indicator licht op).<br />

33<br />

<strong>Gebruikers</strong>handboek


En dan nu muziek…<br />

34<br />

Het display beeldt nu de PERFORM Play-pagina af:<br />

3 Zet het zenkanaal van het externe instrument op “16”.<br />

Zie hiervoor de handleiding van het gebruikte externe instrument.<br />

4 Zend een CC00-commando met waarde “85” naar de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong>.<br />

5 Zend vervolgens een CC32-commando met de waarde die aan de<br />

benodigde bank is toegewezen (hier “64”).<br />

6 Zend het programmanummer van de benodigde Performance<br />

(hier “2”).<br />

De Performance-naam in het display verandert nu in “PR-A:02 Seq:Pop”.<br />

De Performances van de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> hebben de volgende MIDI-adressen:<br />

Performances<br />

Bankkeuze<br />

Groep Nummer CC00 CC32 Programmanummer<br />

USER 001~064 85 00 001~064<br />

PR-A 001~032 85 64 001~032<br />

PR-B 001~032 85 65 001~032<br />

CD-A 001~064 85 32 001~064<br />

: : : : :<br />

CD-H 001~064 85 39 001~064


Effecten gebruiken<br />

<strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> Effecten gebruiken<br />

De <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> bevat drie effectblokken die ervoor zorgen dat de Patches (Performances<br />

en Rhythm Sets) nóg beter klinken. De instellingen voor deze effecten<br />

kunnen per Patch (of Performance) worden opgeslagen, wat dus ook betekent dat<br />

elke Patch meteen van de juiste effecten kan worden voorzien.<br />

Hier gaan we u alleen tonen hoe u de effectblokken in en uit kunt schakelen. De<br />

hier gekozen status van de effectblokken geldt voor de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> in z’n geheel: dus<br />

voor alle Patches, maar bovendien ook voor de Performances, Rhythm Sets en de<br />

GM-mode. Deze parameters staan dus nog boven de modes (Performance, Patch,<br />

Rhythm Set, GM).<br />

1 Druk op [EFFECTS≈ON/OFF] (indicator licht op).<br />

Het display beeldt nu de volgende pagina af:<br />

2 Druk op [F1]~[F5] om het betreffende effectblok uit te schakelen.<br />

Het display beeldt telkens de status van de effectblokken (“On” of “Off”) af.<br />

3 Druk nog een keer op [EFFECTS≈ON/OFF] om te zorgen dat de bijbehorende<br />

indicator weer dooft.<br />

MFX (Multi-effect)<br />

De MFX is een effectblok met 90 verschillende effecttypes (ook wel algoritmen<br />

genaamd) waarvan u er telkens één kunt kiezen. In sommige gevallen bevat één<br />

type op zich al twee effecten (bv. Chorus en Delay). Hier vindt u zowat alles tussen<br />

vervorming, Rotary en andere vaak benodigde effecten. Ook voor de MFX<br />

kunt u een Chorus- of Reverb-effect kiezen. Echt nodig is dit alleen als u met de<br />

volgende twee blokken niet toekomt. De MFX fungeert als zgn. “Insert-effect”,<br />

wat dus betekent dat hij ook het signaalpad van de toegewezen Patches beïnvloedt.<br />

* In feite bevat de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> 3 dergelijke MFX-circuits. Met de functie hierboven schakelt u<br />

ze alle drie samen in en uit.<br />

Chorus<br />

Ziehier een apart effectblok waarmee u de benodigde Patches van modulatie<br />

kunt voorzien. Het meest opvallende gevolg daarvan is vaak dat de betreffende<br />

Patch “stereo” lijkt te zijn en bovendien warmer klinkt.<br />

35<br />

<strong>Gebruikers</strong>handboek


Effecten gebruiken<br />

36<br />

Reverb<br />

Reverb tenslotte voorziet het geluid van galm, zodat het lijkt alsof de betreffende<br />

Patch in een kerk, concertzaal e.d. wordt bespeeld.<br />

EQ<br />

Ziehier een Equalizer (toonregeling) waarmee u bepaalde frequenties kunt ophalen<br />

of afzwakken.<br />

* De EQ kan voor alle uitgangen van de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> apart worden ingesteld. Met de hier<br />

beschreven werkwijze schakelt u echter telkens alles Equalizers in en uit.


Werken met Samples<br />

<strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> Werken met Samples<br />

In dit hoofdstuk komt u te weten hoe u sampledata (bv. van een optionele CD-<br />

ROM van de L-CDX-serie) kun laden en gebruiken.<br />

Hiervoor hebt u een CD-ROM-drive met SCSI-aansluiting plus minstens één<br />

SIMM nodig (deze laatste vindt u bv. in een computerzaak).<br />

* Gebruik enkel SIMMs van minstens 16MB (of liever 32MB).<br />

SIMMs installeren<br />

Voor het laden van samples moet u de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> van bijkomend RAM-geheugen<br />

voorzien. Dit doet u door SIMMs te installeren. De <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> biedt twee SIMMaansluitingen<br />

en laat toe om maximaal 128MB (d.w.z. twee SIMMs van 64MB) te<br />

gebruiken. Als u dus uw eerste SIMM koopt, kiest u het best geen te “kleine”,<br />

want daarna hebt u nog maar één slot over. Ook al is een 64MB SIMM duurder:<br />

als u een 16MB SIMM op een later tijdstip moet vervangen, kost het nog meer<br />

(niemand wil uw 16MB SIMM nog hebben, zodat u hem zelfs niet kunt verkopen).<br />

De SIMMs die u in de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> kunt inbouwen moeten aan de volgende voorwaarden<br />

voldoen:<br />

Aantal pennen: 72<br />

Snelheid: 60 ns of sneller<br />

Protocol: FPM of EDO<br />

Voltage: 5 V<br />

Capaciteit: 64 MB, 32 MB of 16 MB (naar keuze, met of zonder pariteit)<br />

Hoogte van de SIMM-print: 36 mm of meer.<br />

* Voor het inbouwen van SIMMs gelden dezelfde voorzorgsmaatregelen als voor het<br />

inbouwen van een Wave Expansion Board. Zie dus blz. 12.<br />

1 Schakel de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> en alle daarop aangesloten apparaten uit en<br />

verbreek alle aansluitingen op de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong>.<br />

2 Verwijder de afdekplaat aan de bovenkant van de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong>.<br />

Schroeven die u moet verwijderen<br />

Een SIMM kunt u niet in gelijk welke slot stoppen: als u er meteen twee installeert,<br />

moet u ze op “A” en “B” aansluiten. Bouwt u er maar één in, dan moet u ze<br />

op “A” aansluiten.<br />

A<br />

B<br />

U kunt ook sampledata<br />

van een Akai S1000/<br />

3000 CD-ROM laden.<br />

Meer details hierover<br />

vindt u onder “Samples,<br />

golfvormen, data<br />

laden” op blz. 157.<br />

37<br />

<strong>Gebruikers</strong>handboek


Werken met Samples<br />

3 Kijk even waar de inkeping van de SIMM zich bevindt en schuif de<br />

SIMM schuin in de slot.<br />

4 Druk de bovenkant van de SIMM-print nu zo ver tot de SIMM<br />

rechtop staat.<br />

De twee klemmen links en rechts van de print klikken nu vast en voorkomen dat<br />

de SIMM kan verschuiven.<br />

5 Herhaal de stappen 3 en 4 als u meteen een tweede SIMM wilt<br />

installeren.<br />

6 Schroef de afdekplaat weer vast aan de bovenkant van de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong>.<br />

SIMM verwijderen<br />

38<br />

Voor het verwijderen van een SIMM moet u precies in omgekeerde volgorde te<br />

werk gaan als tijdens het inbouwen ervan (begin echter niet met het vastschroeven<br />

van de afdekplaat…).<br />

1 Duw de twee zilveren klemmen aan weerszijden van de SIMM<br />

tegelijkertijd naar buiten.<br />

De SIMM-print komt nu los te zitten, maar blijft schuin in de slot liggen.<br />

2 Haal de SIMM uit de betreffende slot.<br />

A<br />

A<br />

A<br />

OPGELET<br />

Schakel de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> en<br />

alle daarop aangesloten<br />

apparaten eerst uit.


<strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> CD-ROM-drive aansluiten<br />

Controle of de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> de SIMM(s) herkent<br />

1 Druk op [SYSTEM/UTILITY] (indicator licht op).<br />

* Als de indicator knippert, bevindt u zich in de Utility-mode. Druk dan nog een keer op<br />

[SYSTEM/UTILITY] om te zorgen dat de bijbehorende indicator oplicht.<br />

2 Druk op de [F6≈(Info)] knop.<br />

Het display beeldt nu de volgende pagina af:<br />

Kijk rechts of de zopas geïnstalleerde slot herkend wordt.<br />

* Als de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> nog geen SIMM bevat of als de geïnstalleerde SIMM niet wordt herkend,<br />

beeldt het display “----------” af.<br />

CD-ROM-drive aansluiten<br />

<strong>XV</strong>-<strong>5080</strong><br />

CD-ROM-drive<br />

SCSI ID = 1 SCSI- SCSI ID = 3<br />

kabel<br />

1 Schakel de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> en alle aangesloten apparaten uit.<br />

2 Verbind de CD-ROM-drive via een SCSI-kabel met de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong>.<br />

3 Stel het SCSI-nummer (“ID”) van de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> met de schakelaar op<br />

het achterpaneel in. Kies altijd een nummer dat u nog aan geen<br />

enkel ander apparaat in de SCSI-keten hebt toegewezen.<br />

* Meer details over de instelling van het SCSI-adres op de CD-ROM-drive vindt u in diens<br />

handleiding.<br />

SCSI ID<br />

<strong>XV</strong>-<strong>5080</strong>: 1<br />

CD-ROM-Drive: 3<br />

4 Activeer (of installeer) de terminator op de CD-ROM-drive.<br />

* Meer details hierover vindt u in de handleiding van de CD-ROM-drive.<br />

* Op blz. 204 komt u meer te weten over de dingen die u bij gebruik van de SCSIaansluiting<br />

in de gaten moet houden.<br />

Op de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> kunt u<br />

de nummers “8” en “9”<br />

niet instellen.<br />

Het SCSI-nummer van<br />

de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> kunt u op<br />

de SYSTEM Info-pagina<br />

controleren (zie<br />

blz. 178).<br />

39<br />

<strong>Gebruikers</strong>handboek


Werken met Samples<br />

Sample-Patches laden<br />

40<br />

Ziehier hoe u Patches van een optionele CD-ROM (bv. de L-CDX-serie) kunt<br />

laden. Meer bepaald gaat het om data die ook met een S-760 sampler kunnen<br />

worden geladen.<br />

1 Schakel eerst de CD-ROM-drive en vervolgens de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> in.<br />

2 Leg de CD-ROM met de sampledata in de CD-ROM-drive.<br />

3 Druk op [DISK].<br />

Het display beeldt nu het DISK Menu af:<br />

4 Druk op [F1≈(Load)].<br />

Nu verschijnt de Load-pagina.<br />

5 Druk op [F1≈(Drive)] om het Drive-venster op te roepen.<br />

6 Kies met de [VALUE]-regelaar “SCSI3: (Volume Name)” (of het juiste<br />

SCSI-nummer van de CD-ROM-drive).<br />

7 Druk op [F6≈(OK)].<br />

In het display verschijnt nu een overzicht van de data die zich op de CD-ROM<br />

bevinden. Mappen (“folders”) worden tussen < > afgebeeld. Mappen kunt u niet<br />

laden.<br />

De aard van de mappen verschilt naar gelang de gebruikte CD-ROM.<br />

8 Kies met de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> of [ß][†] de map die de te laden data bevat.<br />

9 Breng de cursor met [®] naar de te laden bestanden.<br />

* Met [√] keert u terug naar het vorige (hogere) niveau.


<strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> Sample-Patches gebruiken<br />

10 Kies met de [VALUE]-regelaar of [ß][†] een te laden Patch en druk op<br />

[F5≈(Mark)] om te zorgen dat er een “✔” naast de naam van die Patch<br />

verschijnt.<br />

Om meteen alle Patches te markeren, moet u op [F4≈(Mk≈All)] drukken. Druk er nog<br />

een tweede keer op om alle Markers (selecties) weer te wissen.<br />

11 Druk op [F6≈(Select)] en vervolgens op [F6≈(Load)].<br />

Het display beeldt nu de vraag “Overwrite the following USER data. Sure?” en<br />

een lijst van de Patches in de User-groep af die tijdens het laden van de CD-ROMdata<br />

overschreven worden.<br />

In dit venster kunt u echter ook andere Patches van bestemming kiezen om te<br />

voorkomen dat Patches, die u vaak nodig hebt, overschreven worden.<br />

12 Druk hier gewoon op [F6≈(OK)] om de opgegeven Patches te overschrijven.<br />

* Om toch geen data van de CD-ROM te laden moet u op [EXIT] drukken.<br />

Sample-Patches gebruiken<br />

Patches en Performances die u van een CD-ROM laadt komen in de USER-groep<br />

terecht. Om een dergelijke Patch/Performance te kunnen gebruiken moet u<br />

hem/ze selecteren.<br />

1 Druk op [PATCH] of [PERFORM] om te zorgen dat de betreffende indicator<br />

oplicht.<br />

2 Druk op [USER] (indicator licht op).<br />

3 Kies met de [VALUE]-regelaar of [DEC] [INC] de benodigde Patch/Performance.<br />

Deze Patch/Performance (met sampledata) kunt u vanop uw MIDI-klavier aansturen.<br />

* U zou echter ook op de [VOLUME]-regelaar kunnen drukken om een paar noten te spelen.<br />

Als u een Performance geselecteerd hebt, mag u niet vergeten de juiste Part te kiezen.<br />

Om daarna weer de in<br />

de fabriek geprogrammeerde<br />

Patches te<br />

laden moet u de<br />

<strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> initialiseren<br />

(zie blz. 17).<br />

41<br />

<strong>Gebruikers</strong>handboek


Lijst van favoriete Patches gebruiken<br />

Patch toewijzen aan de “Favorite List”<br />

42<br />

Lijst van favoriete Patches gebruiken<br />

Alle vaak benodigde Patches kunt u verzamelen in een “Favorite List” (althans<br />

de adressen van die Patches, niet de data). Deze Patches kunnen afkomstig zijn<br />

uit het interne geheugen van de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong>, van Wave Expansion Boards en van<br />

geheugenkaarten. De Favorite List kan maximaal 64 Patches bevatten.<br />

1 Ga naar de PATCH PLAY-pagina en kies een Patch di u in de<br />

Favorite List wilt opnemen.<br />

2 Druk op de [VALUE]-regelaar.<br />

Het display beeldt nu het Sound List- of Favorite List-venster af. Gaat het om de<br />

Sound List, dan moet u op [F2≈(F-List)] drukken om naar de Favorite List te gaan.<br />

3 Kies met de [VALUE]-regelaar of [DEC] [INC] de positie (01~64) binnen<br />

de Favorite List waar u de Patch aan wilt toewijzen.<br />

* Bij levering bevat de Favorite List nog geen toewijzingen.<br />

4 Druk op [F3(Regist)] om de toewijzing van de Patch aan de Favorite<br />

List op te slaan.<br />

Als u dat toch niet wilt doen, moet u op [EXIT] drukken.<br />

* Om een eerder toegewezen Patch weer uit de Favorite List te verwijderen, moet u zijn<br />

naam selecteren en op [F4≈(Remove)] drukken.<br />

5 Druk op [EXIT] of op de [VALUE]-regelaar om terug te keren naar de<br />

PATCH PLAY-pagina.<br />

Zolang deze pagina<br />

wordt afgebeeld, kunt<br />

u de geselecteerde<br />

Patch beluisteren door<br />

op de [VOLUME]-regelaar<br />

te drukken.<br />

Rhythm Sets kunnen<br />

eveneens aan de Favorite<br />

List worden toegewezen.


<strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> Lijst van favoriete Patches gebruiken<br />

Onmiddellijke toewijzing op de PATCH/RHYTHM PLAY-pagina<br />

Als u, op de PATCH/RHYTHM PLAY-pagina, op [SHIFT] drukt, verschijnt de<br />

volgende display-pagina:<br />

Nu hoeft u enkel nog op [F6≈(Register)] te drukken om de momenteel geselecteerde<br />

Patch/Rhythm Set aan het grootste Favorite List-nummer toe te wijzen<br />

waarvoor u nog geen “favoriet” gekozen hebt.<br />

De boodschap “COMPLETED” betekent dat de toewijzing uitgevoerd werden.<br />

Als de boodschap “Favorite List Full” verschijnt, was er geen vrij Favorite<br />

List-nummer weer. De nieuwe toewijzing werden dan ook niet opgeslagen.<br />

Patches via de Favorite List kiezen<br />

2<br />

1 Druk op de [VALUE]-regelaar.<br />

Het display beeldt nu de Sound List of Favorite List af. Gaat het om de Sound<br />

List, dan moet u nu nog op [F2≈(F-List)] drukken.<br />

2 Kies met de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> of [DEC] [INC] de benodigde Patch in de Favorite<br />

List.<br />

* Als u die Patch toch niet nodig hebt, kunt u uw keuze met [UNDO] ongedaan maken. U<br />

hoort dan weer de vorige instellingen.<br />

3 Druk op [EXIT] om terug te keren naar de vorige pagina.<br />

43<br />

<strong>Gebruikers</strong>handboek


Live-gebruik van de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong><br />

Aansturen van de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> via MIDI<br />

De bedoeling van de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> is natuurlijk dat u hem via MIDI (vanop een synthesizer,<br />

Masterkeyboard, sequencer e.d.) aanstuurt. Laten we hier even overlopen<br />

wat u daarvoor moet doen:<br />

1 Verbind de MIDI OUT-connector van het externe MIDI-klavier/de<br />

sequencer met de MIDI IN-aansluiting van de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong>.<br />

2 Kies, indien nodig, een klank op de synthesizer.<br />

3 Kies vervolgens een Patch op de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> zelf (om te voorkomen<br />

dat ook de synthesizer een andere klank kiest).<br />

4 Zorg dat de MIDI-stuurbron op het MIDI-kanaal zendt waarop de<br />

<strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> ontvangt.<br />

Als u alles naar wens hebt ingesteld, kunt u beginnen spelen.<br />

MFX-parameters via MIDI beïnvloeden<br />

44<br />

Live-gebruik van de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong><br />

Sommige MFX-parameters van de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> kunnen ook via MIDI worden beïnvloed<br />

(bv. met de MODULATION-hendel, een voetschakelaar of een zwelpedaal).<br />

Bij wijze van voorbeeld tonen we u hier hoe u dat met de MODULATION-hendel<br />

van een synthesizer e.d. kunt doen.<br />

1 Kies, op de PATCH Play-pagina, de Patch “PR-A:050 Perky B”.<br />

Deze Patch gebruikt het MFX-algoritme “8: ROTARY”.<br />

2 Druk op [F6≈(Effects)].<br />

3 Druk op [F3≈(MFX≈Ctl)].<br />

4 Breng de cursor met [ß][†] naar de benodigde parameter en stel met<br />

de [VALUE]-regelaar de volgende waarden in:


<strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> MFX-parameters via MIDI beïnvloeden<br />

MFX Control 1<br />

Source: MODULATION<br />

Destination: SPEED<br />

Sens: +63<br />

Speel nu op de externe stuurbron en beweeg de MODULATION-hendel: de snelheid<br />

van het Rotary-effect zou nu moeten veranderen.<br />

Druk op [EXIT] om terug te keren naar de PATCH Play-pagina.<br />

45<br />

<strong>Gebruikers</strong>handboek


Live-gebruik van de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong><br />

46


Referentiehandboek<br />

Van harte bedankt voor uw aankoop van de <strong>Roland</strong> <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> Synthesizer<br />

Module.<br />

Alvorens met de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> te werken zou u de hoofdstukken “Veilig gebruik van de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong>” op<br />

blz. 3 en “Belangrijke opmerkingen” op blz. 5 moeten lezen. Daar vindt u namelijk belangrijke inlichtingen<br />

over wat u wel en niet mag doen en over het juiste gebruik. Bewaar deze handleiding<br />

op een veilige plaats op omdat u ze later beslist nog een nodig hebt.<br />

Deze oorspronkelijke engelstalige handleiding omvat drie delen: “Quick Start”, “Owner’s Manual”<br />

en “Q&A, Sound List” Die hebben we in het Nederlands samengevat tot één (vrij lijvig) boek.<br />

Het voordeel daarvan is dat u alles bij de hand hebt.<br />

* De afbeeldingen in deze handleiding berusten op de fabrieksinstellingen van de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> en komen<br />

dus niet altijd overeen met wat u op uw <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong>. Desondanks zijn we ervan overtuigd dat u meteen<br />

snapt wat de bedoeling is.<br />

Copyright © 2000 ROLAND CORPORATION


1. Voorzieningen op de panelen<br />

1.1 Frontpaneel<br />

A<br />

VOLUME-regelaar (PHRASE PREVIEW)<br />

Met deze regelaar bepaalt u het uitgangsvolume voor<br />

de A (MIX) OUTPUT-aansluitingen en de PHONESconnector.<br />

Het volume van de aansluitingen OUTPUT<br />

B, C en D kan niet worden veranderd.<br />

Druk op deze knop om een riedeltje voor de momenteel<br />

geselecteerde Patch/Part te starten. Hierdoor start<br />

u de Phrase Preview-functie (zie blz. 19).<br />

48<br />

1. Voorzieningen op de panelen<br />

PHONES-connector<br />

Sluit hier een optionele hoofdtelefoon aan als u geen<br />

versterker/mengpaneel bij de hand hebt.<br />

B<br />

Display<br />

Het display houdt u op de hoogte van wat u aan het<br />

doen bent, welke Patch enz. u gekozen hebt en hoe de<br />

parameters staan ingesteld.<br />

C<br />

[SYSTEM/UTILITY]<br />

Met deze knop selecteert u afwisselend de SYSTEMen<br />

de UTILITY-mode. Bovendien kunt u met deze<br />

knop ook weer naar de Play-pagina terugkeren na de<br />

SYSTEM- of UTILITY-mode gekozen te hebben.<br />

SYSTEM-mode (indicator licht op): In deze mode hebt<br />

u toegang tot alle functies die voor de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> in z’n<br />

geheel gelden.<br />

UTILITY-mode (indicator knippert): Hier vindt u handige<br />

functie bv. voor het opslaan, kopiëren en oversassen<br />

van data, het beveiligen, formateren van datakaarten,<br />

het initialiseren van de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> enz.<br />

[F1]~[F6]<br />

Dit zijn knoppen wier functies afhangen van de<br />

momenteel geselecteerde display-pagina. De functies<br />

staan telkens boven de (actieve) functieknoppen vermeld.<br />

Als er naast de functienamen een “ ” symbool wordt<br />

afgebeeld, zijn er nog meer pagina’s dan u momenteel<br />

vermoedt. Druk dan op de functieknop die aan dit<br />

symbool is toegewezen om toegang te hebben tot de<br />

verborgen pagina’s.<br />

B<br />

A C<br />

D E F<br />

G<br />

H I<br />

[EXIT]<br />

Druk op deze knop om naar de vorige display-pagina<br />

terug te keren of om een geselecteerd commando e.d.<br />

toch niet uit te voeren.<br />

Houd [EXIT] ingedrukt, terwijl u op [√] drukt om de<br />

demosongs te kunnen beluisteren (zie blz. 18).<br />

D<br />

VALUE-regelaar (SOUND LIST)<br />

Met deze regelaar kunt u geheugens (Patches, Performances,<br />

Rhythm Sets) kiezen en waarden instellen. Zie<br />

ook “Belangrijkste functies voor het werken met de<br />

<strong>XV</strong>-<strong>5080</strong>” op blz. 23.<br />

Als u de regelaar in de Patch/Rhythm Set-mode<br />

indrukt, verschijnt de lijst van uw favoriete Patches<br />

(zie blz. 42). Na het drukken op de [VALUE]-regelaar<br />

verschijnt er een “ ” rechtsboven in het display (van<br />

“List”).<br />

[PATCH FINDER]<br />

Met deze knop kunt u de zoektocht naar een Patch<br />

bespoedigen (blz. 20).<br />

[INC]/[DEC]<br />

Met deze knoppen kunt u de vorige c.q. volgende<br />

waarde van een geheugen een parameter e.d. instellen.<br />

Zie ook “Belangrijkste functies voor het werken met de<br />

<strong>XV</strong>-<strong>5080</strong>” op blz. 23.<br />

[√][®][ß][†]<br />

Met deze knoppen verplaatst u de cursor naar de benodigde<br />

functie of parameter.<br />

E (MODE)<br />

[PERFORM] (Performance)<br />

Druk op deze knop om de Performance-mode te activeren<br />

(blz. 23). Als u [SHIFT] ingedrukt houdt, terwijl u<br />

op [PERFORM] drukt, roept u de Part Play-mode op. Die<br />

laat toe om bepaalde Patch- en Rhythm Set-instellingen<br />

voor de Parts van een Performance naar wens in te<br />

stellen (blz. 147).<br />

[PATCH]<br />

Met deze knop selecteert u de Patch-mode (blz. 23).<br />

J


<strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> Frontpaneel<br />

[RHYTHM] (Rhythm Set)<br />

Hiermee selecteert u de Rhythm Set-mode (blz. 23).<br />

[GM]<br />

Hiermee selecteert u de General MIDI-mode (blz. 23).<br />

F (SOUND LIBRARY)<br />

[USER]<br />

Hiermee kiest u de USER-geheugens binnen de geselecteerde<br />

mode (blz. 25).<br />

[CARD]<br />

Hiermee selecteert u de aangesloten SmartMediakaart<br />

om toegang te hebben op de Patches, Performances<br />

enz. van die kaart (blz. 25).<br />

[PRESET]<br />

Hiermee selecteert u de PRSET-geheugens (blz. 25).<br />

[EXP]<br />

Druk op deze knop om toegang te hebben tot de Patches,<br />

golfvormen e.d. van een geïnstalleerd Wave<br />

Expansion Board (blz. 25).<br />

G<br />

PART SELECT [1/17]–[16/32]<br />

Hiermee selecteert u de Part binnen de actieve Performance<br />

die u wilt editen (blz. 142). Bovendien kunt de<br />

Parts hiermee in- en uitschakelen (blz. 141).<br />

TONE SWITCH [1]~[4]<br />

Hiermee kunt u de Tones van een Patch in- en uitschakelen<br />

(blz. 112).<br />

TONE SELECT [1]~[4]<br />

Hiermee selecteert u de Tone(s) die u wilt editen<br />

(blz. 118).<br />

[A]~[H]<br />

Deze knoppen dienen voor het kiezen van een bank<br />

binnen de actieve “Sound Library”.<br />

H<br />

[SHIFT]<br />

Houd deze knop ingedrukt om de functie van<br />

bepaalde andere knoppen (en de [VALUE]-regelaar) tijdelijk<br />

te veranderen.<br />

[UNDO]<br />

Druk op deze knop om de laatst doorgevoerde wijziging<br />

weer ongedaan te maken.<br />

[DISK]<br />

Met deze knop hebt u toegang tot de Disk-mode.<br />

[EFFECTS ON/OFF]<br />

Hiermee kunt u de interne effecten (MFX, Chorus,<br />

Reverb) in- en uitschakelen (blz. 35).<br />

I<br />

MEMORY CARD-poort<br />

Hierop kunt u een optionele geheugenkaart (Smart-<br />

Media) aan sluiten (blz. 164).<br />

J<br />

[MIDI MESSAGE/RX]<br />

MIDI MESSAGE: Deze knop licht op wanneer de<br />

<strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> MIDI-commando’s ontvangt. (Dat betekent<br />

echter nog niet dat een bepaalde Part of Patch dan<br />

klinkt: u moet n.l. zorgen dat het externe instrument<br />

op het juiste kanaal zendt.)<br />

RX: Druk op deze knop om de niet benodigde Parts in<br />

de Performance- of GM2-mode uit (of weer in) te schakelen<br />

(blz. 141).<br />

[1-16/17-32]<br />

Hiermee bepaalt u of de PART SELECT-knoppen<br />

[1/17]~[16/32] voor het kiezen van de Parts 1~16 dan<br />

wel 17~32 dienen. Wanneer hij oplicht, hebt u toegang<br />

tot de Parts 17~32.<br />

POWER-schakelaar<br />

Hiermee schakelt u de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> in en uit.<br />

49<br />

Referentiehandboek


1. Voorzieningen op de panelen<br />

1.2 Achterpaneel<br />

K<br />

AC IN-aansluiting<br />

Sluit hier de bijgeleverde stroomkabel aan.<br />

L (MIDI)<br />

MIDI-connectors (IN 1/2, OUT, THRU)<br />

Via deze connectors kunt u de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> op andere<br />

MIDI-apparaten aansluiten.<br />

IN 1, 2: Dienen voor het ontvangen van MIDI-data van<br />

externe MIDI-instrumenten.<br />

OUT: Dient voor het zenden van MIDI-commando’s<br />

naar een externe MIDI-instrument.<br />

THRU: De via MIDI IN1 ontvangen MIDI-commando’s<br />

worden via deze connector naar andere<br />

MIDI-instrumenten uitgestuurd (en wel in ongewijzigde<br />

vorm).<br />

M (OUTPUT)<br />

A (MIX) OUTPUT-aansluitingen (L (MONO), R)<br />

Ziehier de algemene stereo-uitgangen van de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong><br />

(L/R). Sluit deze aan op de ingangen van uw mengpaneel,<br />

keyboardversterker enz.<br />

Deze uitgangen worden aangesproken wanneer u de<br />

parameter “Output Mix/Parallel” op blz. 190 op MIX<br />

zet (zie verder blz. 190, 196).<br />

* Bij levering (en na het initialiseren) van de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> worden<br />

de PRESET-Patches enkel naar deze aansluitingen uitgestuurd.<br />

N (OUTPUT)<br />

B, C, D OUTPUT-aansluitingen (L, R)<br />

Dit zijn de zgn. individuele uitgangen die u eveneens<br />

op uw mengpaneel, versterker e.d. kunt aansluiten (zie<br />

blz. 15). In dat geval doen ze dienst als 4 stereoparen.<br />

O (OUTPUT)<br />

INDIVIDUAL OUTPUT-connectors 1~8<br />

U kunt de zonet voorgestelde uitgangen ook individueel<br />

(dus niet als stereoparen) gebruiken. In dat geval<br />

gelden dan de benamingen onder deze connectors.<br />

50<br />

K L<br />

Q<br />

N M<br />

O<br />

P (DIGITAL AUDIO OUT)<br />

R-BUS (RMDB 2) aansluiting (OUTPUT A~D/1~8)<br />

Ziehier een digitale aansluiting voor 8 uitgangen in het<br />

24-bits formaat. Deze kunt u rechtstreeks aansluiten op<br />

bv. de <strong>Roland</strong> VM-3100Pro of een DIF-AT interface<br />

(conversie naar ADAT).<br />

Opgelet: Hier u mag enkel apparaten aansluiten die in<br />

deze handleiding uitdrukkelijk worden vermeld. Sluit<br />

hier nooit andere interfaces aan (bv. een SCSI- of<br />

RS-232C), ook al ziet deze connector er hetzelfde uit.<br />

* “RMDB II”, “RMDB 2” en “R-BUS” verwijzen naar hetzelfde<br />

protocol.<br />

WORD CLOCK IN-aansluiting (44.1/48 kHz)<br />

Deze aansluiting hebt u nodig om de digitale frequentie<br />

van de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> te synchroniseren met die van het<br />

Master-apparaat in uw digitale keten (BNC-type). Zie<br />

ook blz. 199.<br />

* De <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> ondersteunt enkel en alleen de sampling-frequenties<br />

44.1 en 48 kHz.<br />

S/P DIF OUT-connector<br />

Ziehier twee digitale (2-kanaals) uitgangen die beantwoorden<br />

aan het S/P DIF-formaat (“Consumer”).<br />

Plastic-kap van de OPTICAL-aansluiting: Zolang u<br />

geen kabel op de OPTICAL-connector aansluit, mag u<br />

de kap niet verwijderen. Sluit u hierop wel een kabel<br />

aan, dan moet u de kap op een veilige plaats bewaren.<br />

Zorg er wel voor dat kleine kinderen niet met deze kap<br />

kunnen spelen of hem inslikken.<br />

Q<br />

SCSI-aansluiting<br />

Ziehier een DB-25 SCSI-aansluiting waarop u een CD--<br />

ROM-drive, een externe harde schijf, een Zip-drive<br />

enz. kunt aansluiten.<br />

Met de kleine schakelaar links van deze connector<br />

kunt u het SCSI-adres van de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> instellen (zie<br />

blz. 204).<br />

* De waarden “8” en “9” van de ID-schakelaar kunnen niet<br />

worden gebruikt (omdat de SCSI-standaard dit niet toelaat).<br />

P


2. Algemene dingen<br />

<strong>XV</strong>-<strong>5080</strong><br />

2.1 Opmerkingen bij de<br />

Phrase Preview-functie<br />

• In de Performance-mode hoort u bij gebruik van de<br />

Phrase Preview-functie enkel de Patch die door de<br />

momenteel gekozen Part wordt aangesproken.<br />

• In de Rhythm Set-mode wordt er een kort drumfragment<br />

afgespeeld.<br />

• Als de toonomvang van een Phrase groter is dan het<br />

bereik van de aangestuurde Tone(s) van de Patch/<br />

Rhythm Set c.q. als de noten van de Phrase buiten het<br />

nootbereik van de aangestuurde Part vallen hoort u<br />

die noten niet. M.a.w. de Patch Preview-functie houdt<br />

wel degelijk rekening met de Key Range-instellingen.<br />

Verder kunt u instellen wat de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> precies speelt<br />

wanneer u de Phrase Preview-functie gebruikt:<br />

Misschien vindt u de riedeltjes niet altijd even handig.<br />

Verander in dat geval de manier waarop de Phrase<br />

Preview-functie werkt.<br />

1. Druk op [SYSTEM/UTILITY] (zorg dat de indicator oplicht<br />

– hij mag niet knipperen).<br />

2. Druk op [F5≈(PREVIEW)].<br />

3. Breng de cursor met [√][®][ß][†] naar de parameter die u<br />

wilt instellen<br />

4. Wijzig de waarde van die parameter met de [VALUE]regelaar<br />

of [DEC] [INC].<br />

5. Druk op [EXIT] om terug te keren naar de vorige<br />

pagina.<br />

Preview Mode<br />

Met deze parameter bepaalt u wat de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> bij<br />

gebruik van de Phrase Preview-functie speelt:<br />

SINGLE Door de “Preview” herhaaldelijk te starten hoort<br />

u achtereenvolgens de voor “Preview Key” ingestelde<br />

noten. Voor deze noten kunt u tevens de<br />

gewenste aanslagwaarde instellen (“Velocity”).<br />

CHORD De voor “Note” ingestelde noten worden samen<br />

(als akkoord) weergegeven.<br />

PHRASE U hoort de frase die aan het type/de categorie<br />

van de geselecteerde Patch is toegewezen.<br />

Als u SINGLE of CHORD gekozen hebt, kunt u met<br />

Note de noten kiezen die bij gebruik van de Phrase<br />

Preview-functie moeten worden afgespeeld (C–1~G9).<br />

In het geval van SINGLE worden ze na elkaar (bij herhaaldelijk<br />

indrukken van de [VOLUME]-regelaar) afgespeeld,<br />

in de CHORD-mode daarentegen samen.<br />

Verder kunt u met Velocity de aanslagwaarde van de<br />

vier Phrase Preview-noten bepalen (1~127). Dat is<br />

waarschijnlijk alleen handig wanneer u voor Note 1~4<br />

dezelfde noot kiest. Dan hoort u namelijk het best<br />

welke invloed de aanslag op de gekozen Patch e.d. zal<br />

hebben.<br />

* De toewijzing van de frasen aan de Patches (wanneer u<br />

PHRASE kiest) is vast ingesteld en wordt bepaald door de<br />

categorie die aan de betreffende Patch is toegewezen.<br />

2.2 Categorieën van de<br />

Patch Finder-functie<br />

De bediening van de Patch Finder-functie vindt u op<br />

blz. 20. Hier kijken we enkel nog naar dingen die daar<br />

niet aan bod zijn gekomen, te weten de beschikbare<br />

categorieën:<br />

Groep Categorie Inhoud<br />

--- NO ASSIGN Geen toewijzing<br />

Piano<br />

PNO AC.PIANO Akoestische piano<br />

EP EL.PIANO Elektrische piano<br />

Keys&Organ<br />

KEY KEYBOARDS Andere klavierinstrumenten<br />

(Clavi, klavecimbel e.d.)<br />

BEL BELL Klokken, klokachtige klanken<br />

MLT MALLET Chromatische percussie<br />

ORG ORGAN Elektrisch en kerkorgel<br />

ACD ACCORDION Accordeon<br />

HRM HARMONICA Mondharmonica<br />

Guitar<br />

AGT AC.GUITAR Akoestische gitaar<br />

EGT EL.GUITAR Elektrische gitaar<br />

DGT DIST.GUITAR Scheurgitaar (vervormd)<br />

Bass<br />

BS BASS Akoestische & elektr. bas<br />

SBS SYNTH BASS Synthesizerbas<br />

Orchestral<br />

STR STRINGS Strijkers<br />

ORC ORCHESTRA Orkest<br />

HIT HIT&STAB Orkest-"Hits"<br />

WND WIND Houtblazers (hobo, e.d.)<br />

FLT FLUTE Fluit, Piccolo<br />

Brass<br />

BRS AC.BRASS Koperblazers<br />

SBR SYNTH BRASS Synthesizer-kopers<br />

SAX SAX Saxofoon<br />

Synth<br />

HLD HARD LEAD Harde solosynthesizers<br />

SLD SOFT LEAD Warme solosynthesizers<br />

TEK TECHNO SYNTH Techno-synthesizers<br />

PLS PULSATING "Pulserende" synthesizers<br />

FX SYNTH FX Ruis, wind e.d.<br />

SYN OTHER SYNTH Synthesizer-Layers<br />

Pad<br />

BPD BRIGHT PAD Heldere synth-tapijten<br />

SPD SOFT PAD Warme synth-tapijten<br />

VOX VOX Solostemmen, koor<br />

Ethnic<br />

PLK PLUCKED Tokkelinstrumenten (harp e.d.)<br />

ETH ETHNIC Andere ethnische geluiden<br />

FRT FRETTED Instrumenten met frets<br />

(mandoline e.d.)<br />

51<br />

Referentiehandboek


2. Algemene dingen<br />

52<br />

Rhythm&SFX<br />

PRC PERCUSSION Percussie<br />

SFX SOUND FX Geluidseffecten<br />

BTS BEAT&GROOVE Beats & Grooves (Loops)<br />

DRM DRUMS Drum Set<br />

CMB COMBINATION Patches die Splits gebruiken<br />

of Layers (stapels) zijn<br />

Interne geheugenstructuur<br />

Wanneer u een Patch of Rhythm Set kiest worden<br />

de data ervan gekopieerd naar een buffer die “Temporary<br />

Area” heet. De data in die buffer kunt u nog<br />

editen. Het geluid dat u hoort wordt namelijk<br />

bepaald door de instellingen in het buffergeheugen.<br />

De inhoud van de buffer verandert in de volgende<br />

gevallen:<br />

•Wanneer u een andere Patch/Rhythm Set/Performance<br />

kiest, worden gaan de vorige instellingen<br />

van de buffer overschreven.<br />

•Schakelt u de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong>, dan worden de data in de<br />

buffer gewist.<br />

RAM-geheugen<br />

USER<br />

Kiezen<br />

Kiezen<br />

DATA-kaart<br />

Intern geheugen<br />

Opslag<br />

Opslag<br />

ROM-geheugen<br />

PR-A, B, C, E<br />

PR-D (General MIDI)<br />

Temporary Area (buffer)<br />

Performance<br />

Kiezen<br />

Patch<br />

Rhythm Set<br />

Kiezen<br />

XP-A, B, C, D, E, F, G, H<br />

Wave Expansion Board<br />

Als u de wijzigingen van het buffergeheugen<br />

(“Temporary Area”) later nog eens nodig hebt,<br />

moet u ze in een Patch-, Rhythm Set- of Performance-geheugen<br />

opslaan. De instellingen worden<br />

dan naar dat geheugen gekopieerd – en blijven<br />

bewaard. Zie blz. 163 voor de opslag.<br />

2.3 Modes via MIDI<br />

kiezen<br />

Op blz. 32 hebben we u al getoond hoe u via MIDI Patches,<br />

Rhythm Sets en Performances kunt kiezen. Het is<br />

echter ook mogelijk om via MIDI van mode te veranderen<br />

(Patch, Performance en General MIDI 2) – als u<br />

tenminste niet vies bent van SysEx. Ziehier wat u daarvoor<br />

moet invoeren:<br />

Oproepen van de Patch/Rhythm Set-mode:<br />

F0 41 10 00 10 12 00 00 00 00 01 7F F7<br />

Performance-mode kiezen:<br />

F0 41 10 00 10 12 00 00 00 00 00 00 F7<br />

GM2-mode kiezen:<br />

F0 41 10 00 10 12 00 00 00 00 03 7F F7<br />

De derde byte (“10”) slaat op het Device ID-nummer.<br />

Omdat we hier over SysEx praten, gaat het om een<br />

hexadecimale waarde die, naar decimaal vertaald,<br />

voor “16” staat. Maar opgelet: in het display van de<br />

<strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> wordt deze waarde als “17” afgebeeld.<br />

Dat betekent dat u tijdens het programmeren van het<br />

Device ID telkens “1” van de gewenste waarde moet<br />

aftrekken (omdat “00H” door de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> wordt opgevat<br />

als “1”). Als u een ander Device ID-nummer voor<br />

de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> gekozen hebt (blz. 176), moet u voor de<br />

derde byte in bovenstaande strings dus de overeenkomstige<br />

hexadecimale waarde (min “1”) invullen.<br />

2.4 Andere handige<br />

functies<br />

Octave: transponeren in<br />

octaafstappen<br />

Met de OCTAVE-functie kunt u de toonhoogte van de<br />

geselecteerde Patch in octaafstappen verhogen of verminderen.<br />

Het instelbereik luidt –3~+3 octaven. Met<br />

name voor het spelen van zeer lage baspartijen is het<br />

soms handig om de toonhoogte 1 of 2 octaven lager te<br />

transponeren.<br />

Het octaaf kiest u met [ß] en [†].<br />

Key Assign: monofoon of polyfoon<br />

spelen<br />

Met de Key Assign-functie stelt u in of u maar enkelvoudige<br />

noten (MODO) of akkoorden (POLY) kunt<br />

spelen.<br />

1. Kies eerst de benodigde Patch.<br />

2. Druk op [F1≈(Common)].


<strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> Andere handige functies<br />

3. Druk op [F2≈(Control)].<br />

4. Breng de cursor met [√][®][ß][†] naar MONO of POLY<br />

(Key Assign).<br />

5. Kies met de [VALUE]-regelaar of [DEC] [INC] de andere<br />

Key Assign-instelling (POLY of MONO).<br />

6. Druk op [EXIT] om terug te keren naar de Play-pagina.<br />

53<br />

Referentiehandboek


3. Effecten van de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong><br />

54<br />

3. Effecten van de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong><br />

De <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> bevat vier afzonderlijke effectblokken die<br />

echter wel samen kunnen worden gebruikt. Deze hebben<br />

we reeds op blz. 35 voorgesteld. Daar komt u ook<br />

te weten hoe u de effecten in- en uitschakelt.<br />

* Tijdens het programmeren van Patches verdient het vaak<br />

aanbeveling om zonder effecten te beginnen om eerst het<br />

basisgeluid naar uw hand te zetten. Schakel de effecten aanvankelijk<br />

dus uit.<br />

3.1 Effectparameters<br />

voor de Patch-mode<br />

Op blz. 21 hadden we het er al over dat er twee soorten<br />

Patches zijn: Patches bestaande uit vier Tones (zoals<br />

bv. op de JV-2080, <strong>XV</strong>-3080 enz.) en “Multi-Partial”-<br />

Patches die berusten op geladen samples. De effecten<br />

kunnen voor elke Patch afzonderlijk worden geprogrammeerd.<br />

Voor de Tones c.q. Partials van een dergelijke<br />

Patch kunt u dan bepalen in welke mate ze de<br />

MFX, Chorus en/of Reverb moeten aanspreken.<br />

Belangrijk is hier tevens dat u de effectinstellingen ook<br />

drastisch kunt veranderen door gewoon een andere<br />

Patch te kiezen.<br />

C8<br />

4 TONE Patch<br />

TONE MFX<br />

Multi-Partial Patch<br />

A0<br />

Chorus<br />

Reverb<br />

Partial MFX<br />

88 Partials<br />

Chorus<br />

Reverb<br />

De manier waarop de effecten kunnen worden aangesproken<br />

verschilt naar gelang de gehanteerde Tone<br />

Output Assign-instelling (4 Tone-Patches) c.q. de<br />

Split Key Output Assign-instelling (Multi-Partial).<br />

Daarom moet u dus eerst de juiste uitgangstoewijzing<br />

kiezen alvorens met de effecten beginnen te “spelen”.<br />

Ziehier wat u daarvoor moet doen:<br />

1. Kies de benodigde Patch.<br />

2. Druk op [F6(Effects)] om naar de Patch Effects-pagina te<br />

gaan.<br />

3. Druk op [F1≈(General)] om de General-pagina op te roepen.<br />

* Na het oproepen van de General-pagina kunt u [F6≈(Palette)]<br />

drukken om een “Palette”-overzicht van alle vier de Tones<br />

te krijgen. Dat laat toe om de effectparameters meteen voor<br />

alle Tones in te stellen. Wilt u daarna weer met één enkele<br />

Tone werken, dan moet u –op de Palette-pagina– op<br />

[F6≈(≈Tone≈1)] drukken.<br />

4. Breng de cursor met [√][®][ß][†] naar de parameter die u<br />

wilt instellen.<br />

Kies hier “Tone Output Assign”.<br />

5. Kies met de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> of [DEC] [INC] de gewenste instelling:<br />

MFX: Betekent dat het signaal naar de MFX, de Chorus<br />

en de galm (Reverb) wordt gestuurd.<br />

A~D: Betekent dat het signaal naar het betreffende uitgangspaar<br />

(stereo), naar de Chorus en Reverb wordt<br />

gestuurd.<br />

1~8: Betekent dat het signaal naar de betreffende INDI-<br />

VIDUAL-uitgang (1 aansluiting), de Chorus en de<br />

Reverb wordt gestuurd. Het van Chorus en/of Reverb<br />

voorziene signaal wordt naar de uitgangen gestuurd<br />

dat u aan het Chorus- of Reverb-blok hebt toegewezen<br />

(Chorus Output Assign c.q. Reverb Output Assign).<br />

* Als u zich tijdens het instellen vergist of de wijziging toch<br />

niet zo geslaagd vindt, kunt u met [UNDO] weer naar de<br />

vorige instelling teruggaan.<br />

6. Druk op [EXIT] om terug te keren naar de PATCH Playpagina.<br />

In het display verschijnt nu een “*” naast de Patchnaam<br />

om duidelijk te maken dat de instellingen van de<br />

Patch niet meer overeenkomen met de opgeslagen versie.<br />

* Vergeet niet deze Patch opnieuw op te slaan als u de instellingen<br />

later nog eens wilt gebruiken (zie blz. 163).


<strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> Effectparameters voor de Patch-mode<br />

* Tijdens het editen van Multi-Partial Patches kunt u de te<br />

wijzigen Partial vanop uw MIDI-klavier kiezen door een<br />

noot in het bereik van die Partial te spelen, terwijl u<br />

[F6≈(MIDISel)] ingedrukt houdt.<br />

* Op de hierboven getoond display-pagina’s ziet u altijd meteen<br />

welke effectblokken er momenteel in- of uitgeschakeld<br />

zijn (zie blz. 35): een stippellijn op de General-pagina verwijst<br />

naar een uitgeschakelde processor, terwijl een doorlopende<br />

lijn betekent dat de processor actief is.<br />

Split Key Edit Mode<br />

Tijdens het editen van een Multi-Partial Patch kies u<br />

met deze parameter de zone waarop de te maken<br />

effectinstellingen betrekking hebben.<br />

De mogelijkheden luiden:<br />

1KEY: De instellingen gelden telkens maar voor één<br />

toets.<br />

PTL: De instellingen gelden voor alle toetsen die aan<br />

de betreffende Partial zijn toegewezen.<br />

ALL: De instellingen gelden voor alle toetsen en dus<br />

alle Partials.<br />

Effectaandeel voor de Tones<br />

Uit het voorgaande blijkt (hopelijk) al dat de toewijzing<br />

(“routing”) aan de effecten en uitgangenvoor elke<br />

Tone/Partial apart kan worden ingesteld. Maar dat is<br />

nog niet alles wat u op de Effects General-pagina kunt<br />

doen. U kunt namelijk ook het volume instellen van<br />

het Tone-signaal dat naar de beschikbare effecten<br />

wordt gestuurd. Daarmee bepaalt u dan hoe sterk de<br />

betreffende Tone van effect wordt voorzien (“effectaandeel”).<br />

Ziehier de beschikbare parameters:<br />

Dry Send Level<br />

(0~127) Hiermee bepaalt u het volume van het Tonesignaal<br />

dat rechtstreeks naar de met Output Assign<br />

gekozen uitgang(en) wordt gestuurd.<br />

Chorus Send Level<br />

(0~127) Hiermee bepaalt u het Chorus-aandeel van de<br />

geselecteerde Tone. Kies “0” als de Tone niet door de<br />

Chorus mag worden gehaald.<br />

Reverb Send Level<br />

(0~127) Hiermee bepaalt u het galmaandeel van de<br />

Tones.<br />

MFX-parameters<br />

General-pagina<br />

Op Effects General-pagina (zie hierboven) kunt u naast<br />

de uitgangstoewijzing en het effectaandeel van de<br />

Tones ook de volgende dingen instellen:<br />

MFX Type<br />

Met deze parameter kiest u een algoritme voor de MFX<br />

(in de Patch-mode is er maar één MFX). Er zijn 90 algoritmen.<br />

Zie “MFX-parameters” op blz. 61 voor meer<br />

details.<br />

MFX Dry Send Level<br />

(0~127) De naam is ietwat verwarrend, maar het gaat<br />

hier wel degelijk om de parameter waarmee u het uitgangsvolume<br />

van de MFX (dus mét) effect bepaalt. Dit<br />

volume wordt door de gekozen OUTPUT-aansluitingen<br />

gehanteerd.<br />

MFX Chorus Send Level<br />

(0~127) Met deze parameter bepaalt u hoe sterk het<br />

MFX-signaal nog door het Chorus-blok wordt<br />

bewerkt. Kies “0” als dat niet nodig is.<br />

MFX Reverb Send Level<br />

(0~127) Het MFX-signaal kan tevens naar het Reverbblok<br />

worden gestuurd om nog een beetje “ruimte” aan<br />

het signaal te geven.<br />

MFX Output Assign A~D<br />

Hiermee kiest u de uitgang waar het MFX-signaal<br />

(zonder Chorus of Reverb) naartoe wordt gestuurd. De<br />

Chorus en de Reverb hebben een aparte Output<br />

Assign-parameter.<br />

* Aangezien de MFX, Chorus en Reverb stereo zijn, kunt<br />

u ze enkel aan uitgangsparen (A~D) toewijzen. De<br />

INDIVIDUAL-opties zijn dus niet beschikbaar.<br />

MFX Param-pagina<br />

Door op de Effects General-pagina op [F2≈(MFX≈Prm)] te<br />

drukken springt u naar de MFX Param-pagina waar de<br />

volgende dingen kunnen worden ingesteld:<br />

MFX A~D Parameter<br />

Dit zijn de parameters van het gekozen Type. De aard<br />

en het aantal van de parameters verschillen naar<br />

gelang het gekozen algoritme. Zie “MFX-parameters”<br />

op blz. 61 voor een overzicht van deze parameters.<br />

MFX Control-pagina<br />

Door op de Effects General-pagina op [F3≈(MFX≈Ctl)] te<br />

drukken gaat u naar de MFX Control-pagina. Daar<br />

vindt u alle parameters i.v.m. de speelhulpen voor het<br />

beïnvloeden van bepaalde MFX-parameters en de<br />

mate waarin dat gebeurt.<br />

Bestaansreden van MFX Control<br />

De MFX CTRL-functie vervangt gedeeltelijk de bijzonder<br />

ingewikkelde SysEx-commando’s die u normaliter<br />

voor het wijzigen van de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong>-parameters zou<br />

moeten gebruiken. Deze commando’s zijn daarom niet<br />

minder belangrijk (en kunnen voor dezelfde doeleinden<br />

worden gebruikt), omdat er telkens maar een<br />

bepaald aantal MFX-parameters via controle- en<br />

55<br />

Referentiehandboek


3. Effecten van de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong><br />

56<br />

andere MIDI-commando’s kunnen worden aangestuurd.<br />

Maar de parameters, die dat wél toelaten, zijn<br />

dankzij dit systeem veel gebruiksvriendelijker. In de<br />

regel gaat het om parameters die de meeste gebruikers<br />

spontaan zouden willen beïnvloeden.<br />

Dankzij MFX Control kunt u de vervormingsgraad<br />

van een Distortion-type bv. met de Pitch Bend-hendel<br />

(of het overeenkomstige MIDI-commando) veranderen,<br />

of de vertragingstijd van een Delay-type via de<br />

aanslagwaarden beïnvloeden. Zo bent u moeiteloos in<br />

staat om nóg expressiever te musiceren.<br />

Zoals gezegd, gaat het om een beperkt aantal parameters<br />

per MFX-Type die bovendien voorgeprogrammeerd<br />

zijn. Met “Destination” kunt u echter kiezen<br />

welke parameter er wordt aangestuurd.<br />

* In plaats van met MFX CTRL kunt u ook werken met de<br />

Matrix Control-functie. In dat geval is het parameteraanbod<br />

echter ietwat beperkter.<br />

* Wanneer u voor als MFX “Type” 00:THROUGH kiest, is<br />

deze display-pagina niet beschikbaar.<br />

MFX Control 1~4 Source<br />

Hiermee kiest u het MIDI-commando of de functie die<br />

u voor het aansturen van de met “Destination” gekozen<br />

parameter wilt gebruiken. Kies hier OFF als u het<br />

betreffende MFX CTRL-kanaal (1~4) niet wilt gebruiken.<br />

Ziehier de mogelijkheden:<br />

• Controlecommando’s CC01~31, CC33~95. Meer<br />

details hierover vindt u onder “MIDI Implementation”<br />

op blz. 282 in de Engelstalige handleiding.<br />

• Pitch Bend<br />

• Aftertouch<br />

• SYS-CTRL1~SYS-CTRL4: MIDI-commando’s die<br />

overal op de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> kunnen worden gebruikt. Dit<br />

zijn dus “algemene Controllers”. Zie ook “Source” op<br />

blz. 178.<br />

MFX Control Destination 1~4<br />

Kies hier de MFX-parameter die u met het geselecteerde<br />

MFX Control-kanaal wilt aansturen De mogelijkheden<br />

verschillen naar gelang het gekozen MFXtype.<br />

Meer bepaald gaat het om de parameters die<br />

vanaf blz. 61 met een “#” gemerkt zijn.<br />

MFX Control 1~4 Sens<br />

(–63~+63) Hiermee bepaalt u hoe sterk u de gekozen<br />

parameter kunt beïnvloeden. Om de waarde ervan te<br />

verhogen (snelheid, intensiteit e.d.) of het panorama<br />

naar rechts te verschuiven moet u hier een positieve<br />

waarde kiezen. Stel een negatieve waarde in om de<br />

parameterwaarde te kunnen verminderen. Kies “0” als<br />

de parameter niet mag worden beïnvloed (maar<br />

waarom zit u dan in godsnaam op deze pagina te editen?).<br />

Chorus-parameters<br />

Op de Effects General-pagina kunt u de volgende Chorus-parameters<br />

instellen:<br />

Chorus Type<br />

Kies hier hoe u de Chorus-processor wilt gebruiken:<br />

OFF (noch Chorus, noch Delay), 1 Chorus of 2 Delay (dit<br />

laatste is een echo-effect).<br />

Chorus Output Select<br />

Hiermee kunt u instellen of het Chorus-uitgangssignaal<br />

enkel in stereo naar de uitgangen (MAIN), enkel<br />

in mono naar de Reverb-processor (REV) of naar beide<br />

moet worden uitgestuurd (M+R).<br />

MAIN<br />

Chorus-ingang<br />

REV<br />

Chorus-ingang<br />

M + R<br />

Chorus-ingang<br />

Reverb-ingang<br />

Chorus<br />

Chorus<br />

Chorus<br />

Reverb<br />

* “MAIN” (in MAIN en M+R) slaat op de uitgangen die u<br />

met “Output Assign” gekozen hebt.<br />

Chorus Level<br />

Hiermee regelt u het uitgangsvolume van het Choruseffect<br />

(0~127).<br />

Chorus Output Assign A~D<br />

Kies hier de uitgangen waar de bewerkte signalen van<br />

de Chorus naartoe worden gestuurd: A, B, C of D.<br />

* Deze instelling wordt niet gebruikt wanneer u “Select” (zie<br />

hierboven) op REV zet.<br />

* Als u “Mix/Parallel” op MIX hebt gezet (blz. 190), worden<br />

alle signalen naar de OUTPUT A (MIX)-aansluitingen<br />

gestuurd.<br />

Chorus-pagina<br />

Als u op de Effects General-pagina op [F4≈(Chorus)]<br />

drukt, komt u op de Chorus-pagina terecht. Daar vindt<br />

u de volgende parameters:<br />

Als Type= 1 (CHORUS)<br />

Reverb<br />

OUTPUT<br />

OUTPUT<br />

OUTPUT<br />

OUTPUT<br />

Rate (Chorus Rate)<br />

(0.05~10.00 Hz) Hiermee bepaalt u de modulatiesnelheid<br />

van de Chorus.<br />

Depth<br />

Hiermee bepaalt u de intensiteit van de Chorus<br />

(0~127).


<strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> Effectparameters voor de Patch-mode<br />

Feedback<br />

Hiermee bepaalt u hoeveel van het Chorus-signaal nog<br />

een keer naar de Chorus wordt gestuurd. Hoe groter<br />

de waarde, hoe complexer het Chorus-geluid wordt<br />

(0~127).<br />

Phase<br />

Met deze parameter bepaalt u de spreiding van het<br />

Chorus-signaal (0~180˚).<br />

Pre Delay<br />

Hiermee stelt u de vertraging tussen het originele signaal<br />

en de Chorus in (0,0~100,0 ms).<br />

Type<br />

Hiermee kiest u het filtertype dat op het Chorus-effect<br />

van toepassing is. Een HPF is een filter dat alleen de<br />

hoge tonen doorlaat, terwijl een LPF alleen de frequenties<br />

onder de grenswaarde (Cutoff) doorlaat. Kies OFF<br />

als u geen filter nodig hebt (OFF, LPF, HPF).<br />

Cutoff freq<br />

Hiermee stelt u de frequentie in van waaraf het filter<br />

(LPF of HPF) moet beginnen werken. Als u OFF kiest,<br />

hoeft u natuurlijk geen frequentie in te stellen (200, 250,<br />

315, 400, 500, 630, 800, 1000, 1250, 1600, 2000, 2500,<br />

3150, 4000, 5000, 6300, 8000 Hz).<br />

Als Type= 2 (DELAY)<br />

Center<br />

Dit is de snelheid van de herhalingen die zich in het<br />

midden bevinden. Als u een nootwaarde kiest, wordt<br />

de modulatie met een MIDI Clock-signaal gesynchroniseerd<br />

(200~1000 ms).<br />

Left<br />

Dit is de snelheid van de herhalingen die zich links<br />

bevinden. Als u een nootwaarde kiest, wordt de vertraging<br />

met een MIDI Clock-signaal gesynchroniseerd<br />

(200~1000 ms).<br />

Right<br />

Dit is de snelheid van de herhalingen die zich rechts<br />

bevinden (200~1000 ms).<br />

U kunt voor deze drie parameters ook een nootwaarde<br />

instellen om de herhalingen synchroon te laten lopen<br />

met het tempo. Hiervoor wordt hetzij het Patch-, hetzij<br />

het System-tempo gehanteerd.<br />

HF Damp<br />

Met deze parameter stelt u de frequentie in waarboven<br />

de hoge tonen worden gedempt, zodat de herhalingen<br />

doffer klinken. Als u niet wilt dat de herhalingen al te<br />

helder zijn, stelt u het best een andere waarde dan<br />

BYPASS in (200~8000 Hz, BYPASS).<br />

Feedback<br />

Hiermee bepaalt u hoeveel van het Delay-signaal nog<br />

een keer naar de Delay wordt gestuurd. Een negatieve<br />

waarde betekent dat de fase van het effectsignaal<br />

omgekeerd wordt. De waarde “0” betekent dat er geen<br />

sprake is van Feedback (–98~+98%).<br />

Center, Left, Right<br />

Hiermee bepaalt u het volume van de drie Delay-lijnen<br />

(0~127).<br />

Reverb-parameters<br />

General-pagina<br />

Reverb Type<br />

Kies hier het soort galm dat het beste bij de gebruikte<br />

klank(en) past. Dit is een soort “Master-instelling”voor<br />

de “Type”-parameter op de REV PRM-pagina<br />

(zie verderop).<br />

1 OFF De Reverb-processor wordt niet gebruikt<br />

(Bypass).<br />

2 REVERB Gewone galm (zoals op de JV-2080).<br />

3 ROOM Een galm met alle kenmerken van een woonkamer<br />

e.d.<br />

4 HALL Galm van een concertzaal.<br />

5 PLATE Galm van een mechanische plaat die vóór de<br />

komst van digitale effecten bijzonder in trek<br />

was en ook vandaag de dag nog gretig wordt<br />

gebruikt voor bv. percussieve klanken.<br />

Reverb Level<br />

Hiermee bepaalt u het uitgangsvolume van de Reverbprocessor<br />

(0~127).<br />

Reverb Output Assign<br />

Kies hier de uitgangen waar de bewerkte signalen van<br />

de Reverb naartoe worden gestuurd: A, B, C of D.<br />

* Als u “Mix/Parallel” op MIX hebt gezet (blz. 190), worden<br />

alle signalen naar de OUTPUT A (MIX)-aansluitingen<br />

gestuurd.<br />

Reverb-pagina<br />

Als u op de Effects General-pagina op [F5≈(Reverb)]<br />

drukt, komt u op de Reverb-pagina terecht. Daar vindt<br />

u de volgende parameters:<br />

Als Type= 1 (REVERB)<br />

Type<br />

Kies hier het type “gewone galm” dat u wilt gebruiken:<br />

ROOM1 Dichte galm van een kamer.<br />

ROOM2 Iets “transparantere” galm van een kamer.<br />

STAGE1 Lange galm (van een bühne).<br />

STAGE2 Galm met nadrukkelijk aanwezige eerste reflecties.<br />

HALL1 Transparante galm van een concertzaal e.d.<br />

HALL2 Volle galm van een concertzaal.<br />

DELAY Conventioneel Delay-effect.<br />

PAN- Delay met herhalingen die afwisselend via het lin-<br />

DLY ker en het rechter kanaal worden weergegeven.<br />

Time<br />

Wanneer u voor “Type” ROOM1~HALL2 kiest,<br />

bepaalt u hiermee de lengte van de galm. In het geval<br />

van DELAY of PAN-DLY slaat dit op de vertragingstijd<br />

(0~127).<br />

57<br />

Referentiehandboek


3. Effecten van de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong><br />

58<br />

HF Damp<br />

Met deze parameter stelt u de frequentie in waarboven<br />

de hoge tonen worden gedempt, zodat de galm doffer<br />

klinkt. Als u niet wilt dat de herhalingen al te helder<br />

zijn, stelt u het best een andere waarde dan BYPASS in<br />

(BYPASS, 200, 250, 315, 400, 500, 630, 800, 1000, 1250,<br />

1600, 2000, 2500, 3150, 4000, 5000, 6300, 8000 Hz).<br />

Feedback<br />

In het geval van DELAY en PAN-DLY slaat deze parameter<br />

op het aantal herhalingen. Hoe groter deze<br />

waarde, hoe vaker de gespeelde noten worden herhaald<br />

(0~127).<br />

Als Type= 2 (SRV ROOM)/3 (SRV HALL)/4 (SRV<br />

PLATE)<br />

Pre Delay<br />

Hiermee stelt u de vertraging tussen het originele signaal<br />

en de galm in (0,0~100,0 ms).<br />

Time<br />

Hiermee bepaalt u de lengte van de galm (0~127).<br />

Size<br />

Hiermee stelt u de grootte van de gesimuleerde kamer<br />

of zaal in (1~8).<br />

High Cut<br />

Met deze parameter stelt u de frequentie in waarboven<br />

de hoge tonen worden gedempt, zodat de herhalingen<br />

doffer klinken. Als u niet wilt dat de galm al te helder<br />

is, stelt u het best een andere waarde dan BYPASS in<br />

(160~12500 Hz, BYPASS).<br />

Density<br />

Hiermee bepaalt u de densiteit van de galm. Hoe groter<br />

deze waarde, hoe “voller” de galm wordt (0~127).<br />

Diffusion<br />

Hiermee bepaalt u hoe de densiteit van de galm mettertijd<br />

verandert. Hoe groter waarde, hoe dichter de<br />

galm na verloop van tijd wordt. Dit hoort u waarschijnlijk<br />

alleen als u een betrekkelijk lange “Time”waarde<br />

kiest (0~127).<br />

LF Damp Freq<br />

Kies hier de frequentie die als bovengrens voor de<br />

“lage tonen” moet doorgaan. Die kunt u met de volgende<br />

parameter dempen (50~4000 Hz).<br />

LF Damp Gain<br />

Hiermee bepaald u hoe snel de lage tonen van de galm<br />

worden gedempt. Hiermee kunt u voorkomen dat de<br />

galm het geluidsbeeld ondoorzichtig maakt (–36~0<br />

dB).<br />

HF Damp Freq<br />

Kies hier de frequentie die als ondergrens voor de<br />

“hoge tonen” moet doorgaan. Die kunt u met de volgende<br />

parameter dempen (4000, 5000, 6400, 8000,<br />

10000, 12500 Hz).<br />

HF Damp Gain<br />

Hiermee bepaald u hoe snel de hoge tonen van de<br />

galm worden gedempt. Hiermee kunt u voorkomen<br />

dat de galm het geluidsbeeld ondoorzichtig maakt<br />

(–36~0 dB).<br />

3.2 Effecten in de<br />

Performance-mode<br />

In een Performance beschikt u over dezelfde effectblokken,<br />

maar er zijn wel 3 MFX-blokken i.p.v. één. De<br />

toewijzing van een Part aan een MFX gebeurt via de<br />

“Part Output MFX Select”-parameter. Een ander verschil<br />

op MFX-vlak zit hem in het feit dat u ook verschillende<br />

Parts aan eenzelfde MFX kunt toewijzen en met<br />

de bijbehorende Send-parameter bepaalt hoe sterk de<br />

Parts door de betreffende MFX moeten worden<br />

bewerkt. In het totaal zou u dus 32 Parts over 3 MFX’en<br />

kunnen verdelen – maar dat is niet altijd zinvol.<br />

Wanneer u Output Assign op “MFX” zet, worden de<br />

effectinstellingen van de Tones in de aangesproken<br />

Patches genegeerd<br />

Performance<br />

Part32<br />

Part 1<br />

Patch<br />

TONE Multi-effect<br />

Chorus<br />

Reverb<br />

U kunt er echter ook voor zorgen dat een Part rekening<br />

houdt met de effectinstellingen van de aangesproken<br />

Patch (en diens Tones). Het is zelfs mogelijk om de<br />

effectinstellingen van één Patch over te nemen in de<br />

Performance, zodat u de Chorus, Reverb en een MFX<br />

niet opnieuw hoeft te programmeren.<br />

Als Output Assign= “PAT”<br />

Performance<br />

Part32<br />

Part 1<br />

Patch<br />

TONE<br />

Multi-effect<br />

Chorus<br />

Reverb<br />

De belangrijkste parameter voor het bepalen welke<br />

Part welke effecten (hoe) kan aanspreken heet Part<br />

Output Assign. Hiervoor kunt u kiezen uit de volgende<br />

instellingen:<br />

MFX: De Part spreekt de gekozen MFX, de Chorus en<br />

de Reverb aan.


<strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> Effecten in de Performance-mode<br />

A~D en 1~8: Zie blz. 54.<br />

PAT: De uitgangstoewijzing van de Part wordt<br />

bepaald door de Tone-instellingen van de toegewezen<br />

Patch. Die worden m.a.w. gewoon overgenomen,<br />

zodat u niets meer hoeft te programmeren. (Dit werkt<br />

ook voor Rhythm Sets.)<br />

Naar gelang de gekozen uitgangstoewijzing ziet het<br />

display er als volgt uit:<br />

“MFX”<br />

“A”~“D”:<br />

“1”~“8”:<br />

En ziehier dan de basiswerkwijze:<br />

1. Kies de benodigde Performance.<br />

2. Druk op [F5≈(Effects)] om naar de PERFORMANCE<br />

Effects-pagina te gaan.<br />

3. Druk op [F1≈(General)] om de Effect General-pagina op<br />

te roepen (zie de voorbeelden hierboven).<br />

4. Breng de cursor met [√][®][ß][†] naar de parameter die u<br />

wilt instellen en wijzig er met de [VALUE]-regelaar of<br />

[DEC] [INC] de waarde van.<br />

* Met [UNDO] kunt u de laatste wijziging telkens weer ongedaan<br />

maken.<br />

5. Stel ook de overige parameters in.<br />

6. Druk op [EXIT] om terug te gaan naar de PERFORM<br />

Play-pagina.<br />

Links van de Performance-naam verschijnt een “*” om<br />

u erop te wijzen dat u de Performance gewijzigd hebt:<br />

* Vergeet dus niet de Performance op te slaan als u ze later<br />

nog eens in deze staat nodig hebt (blz. 163). Zodra u de<br />

<strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> namelijk uitschakelt of een andere Performance<br />

kiest, bent u de wijzigingen in de buffer weer kwijt.<br />

* Ook op deze General-pagina worden uitgeschakelde effecten<br />

(MFX, CHO en REV) d.m.v. stippellijnen aangeduid.<br />

* Op de General-pagina kunt u gebruik maken van de<br />

Palette-functie om telkens acht Parts tegelijk te kunnen<br />

instellen. Zie “Palette: Parts per 8 editen” op blz. 142 voor<br />

meer details.<br />

Effects General-pagina<br />

De PERFORMANCE Effects General-pagina bevat al<br />

een heleboel parameters die u kunt editen:<br />

Part Output Assign<br />

Zie blz. 58.<br />

Part Output MFX Select A~C<br />

Hiermee kiest u welke van de drie MFX’en door de<br />

geselecteerde Part moeten worden aangesproken (A, B<br />

of C).<br />

Part Dry Send Level<br />

Hiermee bepaalt u het uitgangsvolume van het Partsignaal<br />

dat niet door de effecten wordt bewerkt (het<br />

“droge” signaal) (0~127).<br />

Part Chorus Send Level<br />

Hiermee bepaalt u het Chorus-aandeel van de Part<br />

(d.w.z. hoe sterk hij door de Chorus wordt bewerkt)<br />

(0~127).<br />

Part Reverb Send Level<br />

Hiermee bepaalt u het galmaandeel van de Part<br />

(0~127).<br />

MFX-parameters voor de Parts<br />

De meeste van deze parameters (die eveneens deel uitmaken<br />

van de Effects General-pagina) zijn identiek<br />

aan degene van de Patch-mode. Zie dus blz. 55.<br />

MFX A~C Source<br />

In de Performance-mode bepaalt u met deze parameter<br />

of u de gekozen MFX (A, B of C) helemaal opnieuw<br />

gaat programmeren (kies PRF) of gewoon de MFXinstellingen<br />

van een aangesproken Patch/Rhythm Set<br />

wilt overnemen (kies het nummer van de Part waar die<br />

Patch/Rhythm Set aan toegewezen is: P1~32).<br />

MFX Param-pagina<br />

Deze pagina bereikt u door op de Effects Generalpagina<br />

op [F2≈(MFX)] te drukken.<br />

* Als u daarna nog eens op [F2≈(MFX)] drukt, gaat u naar de<br />

MFX Control-pagina.<br />

MFX A~C Parameter<br />

Dit zijn de parameters van het gekozen Type. De aard<br />

en het aantal van de parameters verschillen naar<br />

gelang het gekozen algoritme. Zie “MFX-parameters”<br />

op blz. 61 voor een overzicht van deze parameters.<br />

MFX Control-pagina<br />

Deze pagina bereikt u door op de MFX Param-pagina<br />

op [F2] te drukken. Hier beschikt u over de volgende<br />

parameters.<br />

MFX A~C Control 1~4 Source<br />

Zie blz. 56.<br />

MFX A~C Control Destination 1~4<br />

Zie blz. 56.<br />

59<br />

Referentiehandboek


3. Effecten van de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong><br />

60<br />

MFX A~C Control 1~4 Sens<br />

Zie blz. 56.<br />

Chorus-parameters<br />

Het Chorus-blok kunt u hetzij als Chorus, hetzij als<br />

Delay gebruiken. Hier bespreken we enkel de parameters<br />

die nog niet elders aan bod zijn gekomen. Zie<br />

“Chorus-parameters” op blz. 56 voor de overige.<br />

Chorus Source PRF/P1~32<br />

Ziehier een tweede parameter die ditmaal toelaat om<br />

de Chorus van de gekozen Performance hetzij helemaal<br />

opnieuw te programmeren (PRF), hetzij de instellingen<br />

van een Part (met name dan de daaraan toegewezen<br />

Patch) over te nemen (P1~32).<br />

Reverb-parameters<br />

Ook voor wat de Reverb-parameters op de PERFOR-<br />

MANCE Effects General-pagina betreft is er met uitzondering<br />

van de volgende parameter niets nieuws<br />

onder de zon. Zie dus “Reverb-parameters” op blz. 57.<br />

Reverb Source<br />

Ziehier een derde parameter die ditmaal toelaat om de<br />

Reverb van de gekozen Performance hetzij helemaal<br />

opnieuw te programmeren (PRF), hetzij de instellingen<br />

van een Part (met name dan de daaraan toegewezen<br />

Patch) over te nemen (P1~32).<br />

3.3 Effecten in de Rhythm<br />

Set-mode<br />

Een Rhythm Set is een speciaal soort Patch dat aan elke<br />

noot/toets een aparte Tone (“Rhythm Tone”) toewijst.<br />

Aangezien percussie-instrumenten in de regel geen<br />

melodieën hoeven te spelen, zou één drumklank per<br />

Patch dus een waanzinnige verspilling zijn (en het<br />

geheel bijzonder onoverzichtelijk maken). Daarom<br />

wordt gezorgd dat elke noot/toets een ander geluid<br />

voortbrengt, zodat u op het (externe) klavier kunt<br />

drummen.<br />

Dat biedt een grote flexibiliteit – ook op het vlak van<br />

effecten, omdat u voor elke Rhythm Tone apart kunt<br />

instellen of en hoe sterk hij door de MFX, Chorus en<br />

Reverb moet worden bewerkt.<br />

Laten we eerst een naar een schema kijken:<br />

D7<br />

De belangrijkste parameter voor het bepalen welke<br />

Part welke effecten (hoe) kan aanspreken heet Rhythm<br />

Tone Output Assign. Hiervoor kunt u kiezen uit de volgende<br />

instellingen:<br />

MFX: De Rhythm spreekt de MFX, de Chorus en de<br />

Reverb aan.<br />

A~D en 1~8: Zie blz. 54.<br />

Naar gelang de gekozen uitgangstoewijzing ziet het<br />

display er als volgt uit:<br />

MFX:<br />

“A”~“D”:<br />

“1”~“8”:<br />

Rhythm Set<br />

B1<br />

RHYTHM<br />

TONE<br />

Ziehier de basiswerkwijze:<br />

Multi-effect<br />

Chorus<br />

Reverb


<strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> MFX-parameters<br />

1. Kies de Rhythm Tone wiens effectparameters u wilt<br />

instellen.<br />

2. Druk op [F6≈(Effects)] om naar de RHYTHM Effectspagina<br />

te gaan.<br />

3. Druk op [F1≈(General)] om de RHYTHM Effects General-pagina<br />

op te roepen:<br />

4. Breng de cursor met [√][®][ß][†] naar de parameter die u<br />

wilt instellen en stel er met de [VALUE]-regelaar of [DEC]<br />

[INC] de waarde van in.<br />

* Met [UNDO] kunt u de laatste wijziging weer terugdraaien<br />

als ze op niets uitdraait.<br />

5. Druk op [EXIT] om terug te keren naar de RHYTHM<br />

Play-pagina.<br />

Daar ziet u nu links van de Rhythm Set-naam een “*”.<br />

Dat betekent dat de Rhythm Set-instellingen niet meer<br />

met de gewijzigde versie overeenstemmen:<br />

* Vergeet niet de Rhythm Set op te slaan als u de gewijzigde<br />

versie later nog eens nodig hebt (blz. 163).<br />

* Ook op deze General-pagina worden uitgeschakelde effecten<br />

(MFX, CHO en REV) d.m.v. stippellijnen aangeduid.<br />

Effects General-pagina<br />

Op de Effects General-pagina vindt u al een heleboel<br />

parameters die u kunt editen. We willen er nogmaals<br />

op wijzen dat een groot aantal van deze parameters<br />

voor elke Rhythm Tone apart kunnen worden ingesteld.<br />

Kies die dus eerst om te voorkomen dat u de verkeerde<br />

percussieklank van effecten voorziet.<br />

Rhythm Tone Output Assign<br />

Zie links.<br />

Rhythm Tone Dry Send Level<br />

Hiermee bepaalt u het volume van het Rhythm Tonesignaal<br />

dat rechtstreeks naar de gekozen uitgang(en)<br />

wordt gestuurd (0~127).<br />

Rhythm Tone Chorus Send Level<br />

Hiermee bepaalt u het Chorus-aandeel van de geselecteerde<br />

Rhythm Tone (0~127).<br />

Rhythm Tone Reverb Send Level<br />

Hiermee bepaalt u het galmaandeel van de geselecteerde<br />

Rhythm Tone (0~127).<br />

MFX-parameters<br />

De MFX-parameters van de Rhythm Set-mode (General-,<br />

MFX Parm- en MFX Ctl-pagina) werken op<br />

dezelfde manier als die van de Patches. Zie dus “MFXparameters”<br />

op blz. 55 en volgende. Belangrijk is hier<br />

echter dat u ook hier over drie MFX-blokken (A~C)<br />

beschikt, wat dus overeenkomt met de Performancemode.<br />

Ook op Chorus- en Reverb-vlak zijn de bediening en<br />

de parameters gelijk aan die van de Patch-mode. Maar<br />

nogmaals: ze gelden telkens voor Rhythm Tones dus<br />

niet voor de Rhythm Set in z’n geheel.<br />

3.4 MFX-parameters<br />

Er zijn 90 MFX-algoritmen waarvan u er telkens één (in<br />

de Performance-mode: per MFX) kunt gebruiken. In<br />

het volgende gaan we die één voor één –samen met<br />

hun parameters– voorstellen. We hadden het er al over<br />

dat de parameters met een “#” via de MFX CTRLkanalen<br />

(1~4) in Realtime kunnen worden beïnvloed.<br />

(* In het geval van “#1” en “#2” veranderen er telkens<br />

twee parameterwaarden.)<br />

Ziehier de beschikbare Types en de plaats waar u er<br />

meer over te weten komt:<br />

1: STEREO EQ . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . (blz. 63)<br />

2: OVERDRIVE . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . (blz. 63)<br />

3: DISTORTION. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . (blz. 63)<br />

4: PHASER . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . (blz. 64)<br />

5: SPECTRUM . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . (blz. 64)<br />

6: ENHANCER . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . (blz. 65)<br />

7: AUTO WAH. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . (blz. 65)<br />

8: ROTARY . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . (blz. 65)<br />

9: COMPRESSOR . . . . . . . . . . . . . . . . . . . (blz. 66)<br />

10: LIMITER . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . (blz. 66)<br />

11: HEXA-CHORUS . . . . . . . . . . . . . . . . . . (blz. 67)<br />

12: TREMOLO CHORUS . . . . . . . . . . . . . . (blz. 67)<br />

13: SPACE-D . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . (blz. 67)<br />

14: STEREO CHORUS . . . . . . . . . . . . . . . . (blz. 68)<br />

15: STEREO FLANGER . . . . . . . . . . . . . . . (blz. 68)<br />

16: STEP FLANGER . . . . . . . . . . . . . . . . . . (blz. 69)<br />

17: STEREO DELAY . . . . . . . . . . . . . . . . . . (blz. 70)<br />

18: MODULATION DELAY . . . . . . . . . . . (blz. 70)<br />

19: TRIPLE TAP DELAY . . . . . . . . . . . . . . (blz. 71)<br />

20: QUADRUPLE TAP DELAY . . . . . . . . (blz. 72)<br />

21: TIME CONTROL DELAY . . . . . . . . . . (blz. 72)<br />

22: 2VOICE PITCH SHIFTER . . . . . . . . . . (blz. 73)<br />

23: FBK PITCH SHIFTER . . . . . . . . . . . . . . (blz. 74)<br />

24: REVERB . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . (blz. 74)<br />

25: GATED REVERB . . . . . . . . . . . . . . . . . . (blz. 75)<br />

26: OVERDRIVE -> CHORUS . . . . . . . . . . (blz. 75)<br />

27: OVERDRIVE -> FLANGER . . . . . . . . . (blz. 75)<br />

28: OVERDRIVE -> DELAY. . . . . . . . . . . . (blz. 76)<br />

29: DISTORTION -> CHORUS . . . . . . . . . (blz. 76)<br />

30: DISTORTION -> FLANGER . . . . . . . . (blz. 76)<br />

31: DISTORTION -> DELAY . . . . . . . . . . . (blz. 77)<br />

32: ENHANCER -> CHORUS . . . . . . . . . . (blz. 77)<br />

33: ENHANCER -> FLANGER . . . . . . . . . (blz. 77)<br />

34: ENHANCER -> DELAY. . . . . . . . . . . . (blz. 78)<br />

35: CHORUS -> DELAY . . . . . . . . . . . . . . . (blz. 78)<br />

36: FLANGER -> DELAY. . . . . . . . . . . . . . (blz. 78)<br />

37: CHORUS -> FLANGER . . . . . . . . . . . . (blz. 79)<br />

38: CHORUS/DELAY . . . . . . . . . . . . . . . . (blz. 80)<br />

39: FLANGER/DELAY . . . . . . . . . . . . . . . (blz. 80)<br />

40: CHORUS/FLANGER. . . . . . . . . . . . . . (blz. 80)<br />

41: STEREO PHASER . . . . . . . . . . . . . . . . . (blz. 80)<br />

42: KEYSYNC FLANGER. . . . . . . . . . . . . . (blz. 81)<br />

43: FORMANT FILTER . . . . . . . . . . . . . . . (blz. 82)<br />

44: RING MODULATOR . . . . . . . . . . . . . . (blz. 82)<br />

45: MULTI TAP DELAY. . . . . . . . . . . . . . . (blz. 83)<br />

46: REVERSE DELAY . . . . . . . . . . . . . . . . . (blz. 83)<br />

47: SHUFFLE DELAY . . . . . . . . . . . . . . . . . (blz. 84)<br />

61<br />

Referentiehandboek


3. Effecten van de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong><br />

62<br />

48: 3D DELAY . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . (blz. 84)<br />

49: 3VOICE PITCH SHIFTER . . . . . . . . . . (blz. 85)<br />

50: LOFI COMPRESS . . . . . . . . . . . . . . . . . (blz. 85)<br />

51: LOFI NOISE. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . (blz. 86)<br />

52: SPEAKER SIMULATOR . . . . . . . . . . . (blz. 86)<br />

53: OVERDRIVE 2. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . (blz. 87)<br />

54: DISTORTION 2 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . (blz. 87)<br />

55: STEREO COMPRESSOR . . . . . . . . . . . (blz. 87)<br />

56: STEREO LIMITER. . . . . . . . . . . . . . . . . (blz. 87)<br />

57: GATE . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . (blz. 88)<br />

58: SLICER . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . (blz. 88)<br />

59: ISOLATOR. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . (blz. 89)<br />

60: 3D CHORUS . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . (blz. 89)<br />

61: 3D FLANGER . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . (blz. 90)<br />

62: TREMOLO . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . (blz. 91)<br />

63: AUTO PAN . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . (blz. 91)<br />

64: STEREO PHASER 2 . . . . . . . . . . . . . . . (blz. 92)<br />

65: STEREO AUTO WAH . . . . . . . . . . . . . (blz. 92)<br />

66: ST FORMANT FILTER. . . . . . . . . . . . . (blz. 92)<br />

67: MULTI TAP DELAY 2 . . . . . . . . . . . . . (blz. 93)<br />

68: REVERSE DELAY 2 . . . . . . . . . . . . . . . (blz. 93)<br />

69: SHUFFLE DELAY 2 . . . . . . . . . . . . . . . (blz. 93)<br />

70: 3D DELAY 2. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . (blz. 93)<br />

71: ROTARY 2 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . (blz. 93)<br />

72: ROTARY MULTI. . . . . . . . . . . . . . . . . . (blz. 94)<br />

73: KEYBOARD MULTI. . . . . . . . . . . . . . . (blz. 95)<br />

74: RHODES MULTI . . . . . . . . . . . . . . . . . (blz. 96)<br />

75: JD MULTI. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . (blz. 97)<br />

76: STEREO LOFI COMPRESS . . . . . . . . . (blz. 98)<br />

77: STEREO LOFI NOISE. . . . . . . . . . . . . . (blz. 98)<br />

78: GUITAR AMP SIMULATOR . . . . . . . (blz. 99)<br />

79: STEREO OVERDRIVE . . . . . . . . . . . . . (blz. 99)<br />

80: STEREO DISTORTION . . . . . . . . . . . . (blz. 100)<br />

81: GUITAR MULTI A . . . . . . . . . . . . . . . . (blz. 100)<br />

82: GUITAR MULTI B . . . . . . . . . . . . . . . . (blz. 102)<br />

83: GUITAR MULTI C . . . . . . . . . . . . . . . . (blz. 102)<br />

84: CLEAN GUITAR MULTI A . . . . . . . . (blz. 104)<br />

85: CLEAN GUITAR MULTI B. . . . . . . . . (blz. 105)<br />

86: BASS MULTI . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . (blz. 106)<br />

87: ISOLATOR 2 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . (blz. 107)<br />

88: STEREO SPECTRUM . . . . . . . . . . . . . . (blz. 107)<br />

89: 3D AUTO SPIN . . . . . . . . . . . . . . . . . . . (blz. 108)<br />

90: 3D MANUAL . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . (blz. 108)<br />

Uiteraard gaat het hier niet om 90 totaal verschillende<br />

algoritmen. Daarom kunt ze ook volgens categorie<br />

rangschikken om sneller bij het benodigde algoritme<br />

uit te komen: roep de MFX Param-pagina op en druk<br />

vervolgens op [PATCH≈FINDER]. Ziehier hoe de algoritmen<br />

dan gerangschikt worden:<br />

Modulation (behalve Chorus)<br />

4: PHASER<br />

7: AUTO WAH<br />

41: STEREO PHASER<br />

42: KEYSYNC FLANGER<br />

43: FORMANT FILTER<br />

44: RING MODULATOR<br />

64: STEREO PHASER 2<br />

65: STEREO AUTO WAH<br />

66: ST FORMANT FILTER<br />

Delay (echo-effecten)<br />

17: STEREO DELAY<br />

18: MODULATION DELAY<br />

19: TRIPLE TAP DELAY<br />

20: QUADRUPLE TAP DELAY<br />

21: TIME CONTROL DELAY<br />

22: 2VOICE PITCH SHIFTER<br />

23: FBK PITCH SHIFTER<br />

34: ENHANCER -> DELAY<br />

45: MULTI TAP DELAY<br />

46: REVERSE DELAY<br />

47: SHUFFLE DELAY<br />

48: 3D DELAY<br />

49: 3VOICE PITCH SHIFTER<br />

67: MULTI TAP DELAY 2<br />

68: REVERSE DELAY 2<br />

69: SHUFFLE DELAY 2<br />

70: 3D DELAY 2<br />

Keyboard (effecten voor “toetsen”)<br />

08: ROTARY<br />

71: ROTARY 2<br />

72: ROTARY MULTI<br />

73: KEYBOARD MULTI<br />

74: RHODES MULTI<br />

75: JD MULTI<br />

LoFi (effecten die de geluidskwaliteit opzettelijk<br />

slechter maken, belangrijk voor Dance, Techno<br />

e.d.)<br />

50: LOFI COMPRESS<br />

51: LOFI NOISE<br />

76: STEREO LOFI COMPRESS<br />

77: STEREO LOFI NOISE<br />

Guitar and Bass (de naam zegt het al)<br />

2: OVERDRIVE<br />

3: DISTORTION<br />

26: OVERDRIVE -> CHORUS<br />

27: OVERDRIVE -> FLANGER<br />

28: OVERDRIVE -> DELAY<br />

29: DISTORTION -> CHORUS<br />

30: DISTORTION -> FLANGER<br />

31: DISTORTION -> DELAY<br />

52: SPEAKER SIMULATOR<br />

53: OVERDRIVE 2<br />

54: DISTORTION 2<br />

78: GUITAR AMP SIMULATOR<br />

79: STEREO OVERDRIVE<br />

80: STEREO DISTORTION<br />

81: GUITAR MULTI A<br />

82: GUITAR MULTI B<br />

83: GUITAR MULTI C<br />

84: CLEAN GUITAR MULTI A<br />

85: CLEAN GUITAR MULTI B<br />

86: BASS MULTI<br />

Compressor (effecten die de dynamiek<br />

beïnvloeden)<br />

9: COMPRESSOR<br />

10: LIMITER<br />

55: STEREO COMPRESSOR<br />

56: STEREO LIMITER<br />

57: GATE<br />

58: SLICER<br />

Chorus<br />

11: HEXA-CHORUS<br />

12: TREMOLO CHORUS<br />

13: SPACE-D<br />

14: STEREO CHORUS<br />

15: STEREO FLANGER<br />

16: STEP FLANGER<br />

32: ENHANCER -> CHORUS<br />

33: ENHANCER -> FLANGER<br />

35: CHORUS -> DELAY<br />

36: FLANGER -> DELAY<br />

37: CHORUS -> FLANGER<br />

38: CHORUS/DELAY<br />

39: FLANGER/DELAY<br />

40: CHORUS/FLANGER<br />

60: 3D CHORUS


<strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> MFX-parameters<br />

61: 3D FLANGER<br />

Dimension (effecten die het volume/de<br />

stereopositie beïnvloeden)<br />

62: TREMOLO<br />

63: AUTO PAN<br />

89: 3D AUTO SPIN<br />

90: 3D MANUAL<br />

Filter (effecten die de klankkleur beïnvloeden)<br />

1: STEREO EQ<br />

5: SPECTRUM<br />

6: ENHANCER<br />

59: ISOLATOR<br />

87: ISOLATOR 2<br />

88: STEREO SPECTRUM<br />

Reverb<br />

24: REVERB<br />

25: GATED REVERB<br />

01: STEREO EQ (Stereo Equalizer)<br />

Ziehier een vierbands-EQ met de banden Low (laag)<br />

Mid 1/2 en Hi (hoog).<br />

L in<br />

R in<br />

4-Band EQ<br />

4-Band EQ<br />

LowFreq<br />

Hiermee kiest u de centrale frequentie van de lage<br />

tonen die moeten worden bewerkt (200 Hz/400 Hz).<br />

LowGain<br />

Hiermee bepaalt u hoe sterk de gekozen frequentie<br />

moet worden opgehaald/afgezwakt (–15~+15 dB).<br />

Hi Freq<br />

Hiermee kiest u de centrale frequentie van de hoge<br />

tonen die moeten worden bewerkt (4000 Hz/8000 Hz).<br />

Hi Gain (High Gain)<br />

Hiermee bepaalt u hoe sterk de gekozen Hi-frequentie<br />

moet worden opgehaald/afgezwakt (–15~+15 dB).<br />

Mid1 Freq<br />

Kies hier de centrale frequentie van de Mid 1-band<br />

200Hz~ 8kHz). Zoals u ziet, hoeft dit filter niet noodzakelijk<br />

te worden gebruikt als “Mid”: u kunt er namelijk<br />

ook lage en hoge tonen mee bewerken (200~8000 Hz).<br />

Mid1 Q<br />

Met deze parameter stelt u de bandbreedte van de te<br />

bewerken frequentie (Mid1 Freq) in. Hoe groter de Qwaarde,<br />

hoe minder frequenties er links en rechts van<br />

deze frequentie mee worden bewerkt (0.5, 1.0, 2.0, 4.0,<br />

8.0).<br />

Mid1 Gain<br />

Hiermee bepaalt u hoe sterk de gekozen Mid1-frequentie<br />

moet worden opgehaald/afgezwakt (–15~+15<br />

dB).<br />

Mid2 Freq, Mid2 Q, Mid2 Gain<br />

Zie de gelijknamige Mid1-parameters.<br />

L out<br />

R out<br />

Level #<br />

Hiermee bepaalt u het uitgangsvolume. Dat is soms<br />

nodig omdat drastische EQ-instellingen wel eens voor<br />

een veel luider/stiller geluid kunnen zorgen (0~127).<br />

02: OVERDRIVE<br />

Dit effect simuleert de typische vervorming van een<br />

gitaar-buizenversterker.<br />

L in<br />

R in<br />

Drive #<br />

Hiermee bepaalt u in welke mate het geluid moet/mag<br />

vervormen. Dat heeft ook consequenties voor het uitgangsvolume<br />

(0~127).<br />

(Amp Simulator) Type<br />

Kies hier het versterkertype dat moet worden gesimuleerd:<br />

Small: Kleine comboversterker<br />

Built-in: Grote comboversterker.<br />

2-Stack: Versterker met twee kasten<br />

3-Stack: Versterker met 3 kasten<br />

Low<br />

Hiermee kunt u de lage tonen ophalen/afzwakken<br />

(–15~+15 dB).<br />

High<br />

Hiermee kunt u de hoge tonen ophalen/afzwakken<br />

(–15~+15 dB).<br />

Level<br />

Met deze parameter kunt u al te grote volumeverschillen<br />

tussen “zonder” en “met” effect compenseren<br />

(0~127).<br />

Pan #<br />

Met deze parameter bepaalt u de stereopositie van het<br />

effectsignaal. “L64” betekent helemaal links, “0” staat<br />

voor het midden, “63R” is helemaal rechts<br />

(L64~0~63R).<br />

03: DISTORTION<br />

Amp<br />

Simulator<br />

2-Band<br />

EQ<br />

Dit effect zorgt voor een ruigere vervorming dan<br />

“Overdrive”.<br />

L in<br />

R in<br />

Over<br />

drive<br />

Distortion<br />

Amp<br />

Simulator<br />

2-Band<br />

EQ<br />

L out<br />

Pan L<br />

Pan R<br />

R out<br />

L out<br />

Pan L<br />

Pan R<br />

R out<br />

Drive #<br />

Hiermee bepaalt u in welke mate het geluid moet/mag<br />

vervormen. Dat heeft ook consequenties voor het uitgangsvolume<br />

(0~127).<br />

Amp Type<br />

Kies hier het versterkertype dat moet worden gesimuleerd:<br />

63<br />

Referentiehandboek


3. Effecten van de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong><br />

64<br />

Small: Kleine comboversterker<br />

Built-in: Grote comboversterker.<br />

2-Stack: Versterker met twee kasten<br />

3-Stack: Versterker met 3 kasten<br />

Low<br />

Hiermee kunt u de lage tonen ophalen/afzwakken<br />

(–15~+15 dB).<br />

High<br />

Hiermee kunt u de hoge tonen ophalen/afzwakken<br />

(–15~+15 dB).<br />

Level<br />

Met deze parameter kunt u al te grote volumeverschillen<br />

tussen “zonder” en “met” effect compenseren<br />

(0~127).<br />

Pan #<br />

Met deze parameter bepaalt u de stereopositie van het<br />

effectsignaal. “L64” betekent helemaal links, “0” staat<br />

voor het midden, “63R” is helemaal rechts<br />

(L64~0~63R).<br />

04: PHASER<br />

Een Phaser voegt een uit fase gezette kopie van het<br />

ingangssignaal bij het origineel. Omwille van de beweging<br />

van dit effect verkrijgt u een “golvend” geluid.<br />

L in<br />

R in<br />

Phaser<br />

Resonance<br />

Manual #<br />

Hiermee stelt u het frequentiebereik in waarbinnen het<br />

golvende effect werkzaam is (100~8000 Hz).<br />

Rate #<br />

De frequentie van de golfbeweging kan in stappen van<br />

1,1 Hz worden ingesteld. Hoe groter de waarde, hoe<br />

sneller het golfeffect (0.05~10.00 Hz).<br />

Depth<br />

De diepte van het golfeffect. Hogere waarden veroorzaken<br />

een “diepere” golfbeweging in het geluid<br />

(0~127).<br />

Resonance<br />

Hiermee stelt u het Feedback-volume (de “terugkoppeling”)<br />

in. Hoe hoger het Feedback-volume, des te<br />

sterker het Phaser-effect (0~127).<br />

Mix Level<br />

Stelt de verhouding in tussen de uit-fase klank en het<br />

originele signaal. Hoe groter de Mix-waarde, des te<br />

hoger het volume van het effect. Wanneer de waarde<br />

“0” is ingesteld, wordt geen geluid uitgestuurd (tenzij<br />

het Phaser-effect niet is ingeschakeld) (0~127).<br />

Level<br />

Hiermee bepaalt u het uitgangsvolume van het MFXeffect<br />

(0~127).<br />

Mix<br />

L out<br />

Pan L<br />

Pan R<br />

R out<br />

Pan<br />

Met deze parameter bepaalt u de stereopositie van het<br />

effectsignaal. “L64” betekent helemaal links, “0” staat<br />

voor het midden, “63R” is helemaal rechts<br />

(L64~0~63R).<br />

05: SPECTRUM<br />

Het Spectrum-effect is eveneens een filter dat echter<br />

iets anders werkt dan de Stereo Equalizer. Hier zijn de<br />

frequentiebanden namelijk voorgeprogrammeerd en<br />

zodanig gekozen dat telkens “karakteristieke” frequenties<br />

kunnen worden opgehaald of afgezwakt.<br />

L in<br />

R in<br />

Spectrum<br />

L out<br />

Pan L<br />

Pan R<br />

R out<br />

250Hz<br />

Hiermee stelt u het volume van de frequenties rond<br />

250Hz in (–15~+15 dB).<br />

500Hz<br />

Hiermee stelt u het volume van de frequenties rond<br />

500Hz in (–15~+15 dB).<br />

1000Hz<br />

Hiermee stelt u het volume van de frequenties rond<br />

1kHz in (–15~+15 dB).<br />

1250Hz<br />

Hiermee stelt u het volume van de frequenties rond<br />

1,25kHz in (–15~+15 dB).<br />

2000Hz<br />

Hiermee stelt u het volume van de frequenties rond<br />

2kHz in (–15~+15 dB).<br />

3150Hz<br />

Hiermee stelt u het volume van de frequenties rond<br />

3,15kHz in (–15~+15 dB).<br />

4000Hz<br />

Hiermee stelt u het volume van de frequenties rond<br />

4kHz in (–15~+15 dB).<br />

8000Hz<br />

Hiermee stelt u het volume van de frequenties rond<br />

8kHz in (–15~+15 dB).<br />

Q<br />

Met deze instelling bepaalt u de bandbreedte van de<br />

filterfrequenties. Hoe groter de waarde, hoe “smaller”<br />

de frequentiebanden worden (0.5, 1.0, 2.0, 4.0, 8.0).<br />

Level #<br />

Hiermee bepaalt u het uitgangsvolume van het MFXeffect<br />

(0~127).<br />

Pan #<br />

Met deze parameter bepaalt u de stereopositie van het<br />

effectsignaal. “L64” betekent helemaal links, “0” staat<br />

voor het midden, “63R” is helemaal rechts<br />

(L64~0~63R).


<strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> MFX-parameters<br />

Een Enhancer zorgt voor een versterking van de<br />

boventonen, wat het geluid transparanter (“beter<br />

hoorbaar”) maakt.<br />

L in<br />

R in<br />

06: ENHANCER<br />

Sens #<br />

Hiermee bepaalt u de gevoeligheid van de Enhancer<br />

(0~127).<br />

Mix Level #<br />

Met deze parameter bepaalt u de verhouding tussen<br />

het originele signaal en het signaal dat door de Enhancer<br />

wordt gehaald (0~127).<br />

Low<br />

Hiermee kunt u de lage tonen ophalen/afzwakken<br />

(–15~+15 dB).<br />

High<br />

Hiermee kunt u de hoge tonen ophalen/afzwakken<br />

(–15~+15 dB).<br />

Level<br />

Hiermee bepaalt u het uitgangsvolume van het MFXeffect<br />

(0~127).<br />

07: AUTO WAH<br />

Ziehier een WahWah-effect dat volledig automatisch<br />

wordt gestuurd.<br />

L in<br />

R in<br />

Enhancer<br />

Enhancer<br />

Mix<br />

Mix<br />

Auto Wah<br />

2-Band<br />

EQ<br />

2-Band<br />

EQ<br />

L out<br />

R out<br />

L out<br />

R out<br />

Filter Type<br />

Met deze parameter kiest u het filtertype van het Auto<br />

Wah-effect. Kiest u LPF, dan heeft het effect betrekking<br />

op een groot frequentiespectrum. BPF daarentegen<br />

betekent dat slechts een beperkt aantal frequenties<br />

worden bewerkt (LPF, BPF).<br />

Sens<br />

Dit is de gevoeligheid (Sensitivity) van de Auto Wah<br />

(0~127).<br />

Manual #<br />

Hiermee bepaalt u de centrale frequentie van de Auto<br />

Wah (0~127).<br />

Peak<br />

Met deze parameter bepaalt u hoe sterk het Auto Waheffect<br />

de centrale frequentie bewerkt. Hoe kleiner deze<br />

waarde, hoe meer frequenties er rond het centrale punt<br />

eveneens van WahWah worden voorzien (0~127).<br />

Rate #<br />

Met deze parameter bepaalt u de modulatiesnelheid<br />

van de Auto Wah. Het gaat dus om een regelmatige<br />

modulatie van de gekozen frequenties (0,05~10,00 Hz).<br />

Depth<br />

Hiermee stelt u de intensiteit van de LFO in. Hoe groter<br />

deze waarde, hoe uitdrukkelijker de modulatie<br />

wordt (0~127).<br />

Level<br />

Hiermee bepaalt u het uitgangsvolume van het MFXeffect<br />

(0~127).<br />

08: ROTARY<br />

Dit effect simuleert een stel draaiende luidsprekers die<br />

men in de regel met een orgel van een wel bepaald<br />

merk associeert. Daarom verdient het aanbeveling dit<br />

effect vooral voor orgel- of orgelachtige klanken te<br />

gebruiken. Het effect is apart instelbaar voor de hoge<br />

en de lage frequenties.<br />

L in<br />

R in<br />

Rotary<br />

L out<br />

R out<br />

Speed #<br />

Hiermee kiest u de draaisnelheid van het effect (Slow<br />

of Fast). Welke snelheid op dat moment bereikt wordt,<br />

stelt u in met de Low/Hi Slow en Low/Hi Fast.<br />

Dit effect vraagt natuurlijk om het gebruik van een<br />

speelhulp, die u aan een MFX CTR-kanaal moet toewijzen.<br />

Misschien gebruikt u hiervoor graag een voetschakelaar<br />

(bv. Foot, CC04) om afwisselend de Fast en<br />

de Slow stand te kiezen. Zie hiervoor “Snelheid van<br />

het Rotary-effect met een voetschakelaar veranderen”<br />

op blz. 186.<br />

(Woofer) Slow Rate<br />

Hiermee stelt u de “draaisnelheid” van de lage tonen<br />

voor de “Slow”-stand in (0,05~10,00 Hz).<br />

(Woofer) Fast Rate<br />

Hiermee stelt u de “draaisnelheid” van de lage tonen<br />

voor de “Fast”-stand in. (Kies wel een andere waarde<br />

dan voor Low Slow.) (0,05~10,00 Hz)<br />

(Woofer) Acceleration<br />

Hiermee stelt u de overgangssnelheid van Fast naar<br />

Slow en vice versa in – maar enkel voor de lage tonen<br />

(0~15).<br />

(Woofer) Level<br />

Met deze parameter bepaalt u het volume van de lage<br />

tonen (de “basluidspreker”) (0~127).<br />

Separation<br />

Met deze parameter bepaalt u de “breedte” van het<br />

geluidsbeeld (0~127).<br />

(Tweeter) Slow Rate, Fast Rate, Acceleration, Level<br />

Zie respectievelijke “Woofer”-parameters. Deze keer<br />

gelden ze echter voor de hoge frequenties.<br />

65<br />

Referentiehandboek


3. Effecten van de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong><br />

66<br />

(Output) Level<br />

Hiermee bepaalt u het uitgangsvolume van het MFXeffect<br />

(0~127).<br />

Een compressor dient in de regel voor het verwijderen<br />

van volumepieken uit een signaal en voor het ophalen<br />

van lage volumes. Toch wordt dit effect ook vaak als<br />

dusdanig (als effect dus) gebruikt om een geluid meer<br />

“punch” te geven. Dit doet u voornamelijk door Attack<br />

op verschillende manieren in te stellen.<br />

L in<br />

R in<br />

09: COMPRESSOR<br />

Compressor<br />

2-Band<br />

EQ<br />

L out<br />

Pan L<br />

Pan R<br />

R out<br />

Attack<br />

Met deze parameter bepaalt u hoe snel de compressor<br />

begint te werken. Hoe groter de waarde, hoe langzamer<br />

de compressor in werking treedt (0~127).<br />

Sustain<br />

Hiermee bepaalt u hoe lang de compressor actief is<br />

(0~127).<br />

Post Gain<br />

Hiermee stelt u het uitgangsniveau in (0 dB, +6 dB, +12<br />

dB, +18 dB).<br />

Low<br />

Hiermee kunt u het volume van de lage effecttonen<br />

ophalen of afzwakken. Hoe groter deze waarde, hoe<br />

meer het laag naar de voorgrond schuift (–15~+15 dB).<br />

High<br />

Hiermee kunt u het volume van de hoge effecttonen<br />

ophalen of afzwakken (–15~+15 dB).<br />

Level #<br />

Hiermee bepaalt u het uitgangsvolume van het MFXeffect<br />

(0~127).<br />

Pan #<br />

Met deze parameter bepaalt u de stereopositie van het<br />

effectsignaal. “L64” betekent helemaal links, “0” staat<br />

voor het midden, “63R” is helemaal rechts<br />

(L64~0~63R).<br />

10: LIMITER<br />

Terwijl een compressor enerzijds een te laag volume<br />

ophaalt en een te hoog volume afzwakt, werkt een<br />

Limiter enkel op te hoge volumes. Lage volumes worden<br />

dus niet bijgestuurd. Gebruik dit effect om signaalpieken<br />

te vermijden.<br />

L in<br />

R in<br />

Limiter<br />

2-Band<br />

EQ<br />

L out<br />

Pan L<br />

Pan R<br />

R out<br />

Threshold<br />

Hiermee stelt u het volume in dat het ingangssignaal<br />

moet halen om de Limiter in werking te laten treden.<br />

Dit is dus de “drempelwaarde” (0~127).<br />

Ratio<br />

Hiermee bepaalt u hoe sterk signalen, die op of boven<br />

de Threshold-waarde liggen, afgezwakt worden (1.5:1,<br />

2:1, 4:1, 100:1).<br />

Release<br />

Hiermee bepaalt u wanneer de Limiter uitgeschakeld<br />

wordt nadat het volume weer onder de Threshold<br />

waarde is gedaald (0~127).<br />

Post Gain<br />

Hiermee stelt u het uitgangsniveau in (0 dB, +6 dB, +12<br />

dB, +18 dB).<br />

Low<br />

Hiermee kunt u het volume van de lage effecttonen<br />

ophalen of afzwakken. Hoe groter deze waarde, hoe<br />

meer het laag naar de voorgrond schuift (–15~+15 dB).<br />

High<br />

Hiermee kunt u het volume van de hoge effecttonen<br />

ophalen of afzwakken (–15~+15 dB).<br />

Level #<br />

Hiermee bepaalt u het uitgangsvolume van het MFXeffect<br />

(0~127).<br />

Pan #<br />

Met deze parameter bepaalt u de stereopositie van het<br />

effectsignaal. “L64” betekent helemaal links, “0” staat<br />

voor het midden, “63R” is helemaal rechts<br />

(L64~0~63R).


<strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> MFX-parameters<br />

11: HEXA-CHORUS<br />

Chorus is een effect waarmee u een geluid “breder” en<br />

warmer kunt maken, zodat het lijkt alsof er twee of<br />

meer instrumenten unisono zitten te spelen. Dit exemplaar<br />

is een opeenstapeling van zes Chorus-lijnen.<br />

L in<br />

R in<br />

Balance D<br />

Hexa-Chorus<br />

Balance D<br />

L out<br />

Balance W<br />

Balance W<br />

R out<br />

Rate #<br />

Dit is de snelheid waarmee de toonhoogte van het<br />

effect wordt gemoduleerd (0,05~10,00 Hz).<br />

Depth<br />

Dit is de diepte van het Chorus-effect. Hoe groter de<br />

waarde, hoe uitdrukkelijker de Chorus werkt (0~127).<br />

Depth Dev<br />

Dit is een “afwijkingsparameter” voor de diepte van<br />

de verschillende effectsignalen. Hoe groter deze<br />

waarde, hoe groter het verschil in diepte van de Chorus-signalen<br />

(–20~+20).<br />

Pre Delay<br />

Hiermee stelt u de vertraging tussen het originele signaal<br />

en de Chorus in (0,0~100,0 ms).<br />

Pre Delay Dev<br />

We hebben hier te maken met een “Hexa” Chorus. Dat<br />

betekent dat het effectsignaal zes verschillende “Chorussen”<br />

bevat. Met deze parameter bepaalt u de<br />

afstand tussen de afzonderlijke effecten. Hoe groter<br />

deze waarde, hoe verder de Chorus-signalen uiteenliggen.<br />

Dit is dus een aanvulling op de Pre Dly parameter<br />

(0~20).<br />

Pan Dev<br />

Ook dit is weer een “afwijkingsparameter”, ditmaal<br />

echter voor de stereopositie van de verschillende<br />

effectsignalen. Hiermee kunt u dus voor een spreiding<br />

van de Chorus-signalen in het stereobeeld zorgen.<br />

Hierbij komt de waarde 20 overeen met een spreiding<br />

van 30°, uitgaande van het midden (0~20).<br />

Balance<br />

Hiermee bepaalt u de balans (de volumeverhouding)<br />

tussen het oorspronkelijke en het effectsignaal.<br />

“D100:0W” betekent dat u enkel het originele signaal<br />

(zonder effect) hoort. “D0:100W” staat voor “enkel<br />

Chorus-geluid” (D100:0W~D0:100W).<br />

Level<br />

Hiermee bepaalt u het uitgangsvolume van het MFXeffect<br />

(0~127).<br />

12: TREMOLO CHORUS<br />

Dit is een Chorus met een tremolo erbij, zodat naast de<br />

toonhoogte ook het volume wordt gemoduleerd.<br />

L in<br />

R in<br />

Balance D<br />

Tremolo Chorus<br />

Balance D<br />

L out<br />

Balance W<br />

Balance W<br />

R out<br />

(Chorus) Rate<br />

Dit is de snelheid waarmee de toonhoogte van het<br />

effect wordt gemoduleerd (0,05~10,00 Hz).<br />

(Chorus) Depth<br />

Dit is de diepte van het Chorus-effect. Hoe groter de<br />

waarde, hoe uitdrukkelijker de Chorus werkt (0~127).<br />

(Chorus) Pre Delay<br />

Hiermee stelt u de vertraging tussen het originele signaal<br />

en de Chorus in (0,0~100,0 ms).<br />

(Tremolo) Rate #<br />

Met deze parameter bepaalt u de snelheid van het tremolo-effect.<br />

Hoe groter de waarde, hoe sneller de tremolo<br />

(0,05~10,00 Hz).<br />

(Tremolo) Phase<br />

Met deze parameter bepaalt u de spreiding van het<br />

Chorus-effect (0~180˚).<br />

Separation<br />

Hiermee stelt u de “breedte” van het tremolo-effect in<br />

(0~127).<br />

Balance #<br />

Hiermee bepaalt u de balans (de volumeverhouding)<br />

tussen het oorspronkelijke en het effectsignaal.<br />

“D100:0W” betekent dat u enkel het originele signaal<br />

(zonder effect) hoort. “D0:100W” staat voor “enkel<br />

Chorus-geluid” (D100:0W~D0:100W).<br />

Level<br />

Hiermee bepaalt u het uitgangsvolume van het MFXeffect<br />

(0~127).<br />

67<br />

Referentiehandboek


3. Effecten van de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong><br />

68<br />

Dit is ook weer een veelvuldige Chorus, die een tweefasen<br />

modulatie in stereo toepast. Het voordeel van dit<br />

effect is dat de luisteraar duidelijk de indruk heeft dat<br />

het om een Chorus gaat, maar dat de toonhoogte<br />

betrekkelijk stabiel blijft.<br />

L in<br />

R in<br />

Rate #<br />

Dit is de snelheid waarmee de toonhoogte van het<br />

effect wordt gemoduleerd (0,05~10,00 Hz).<br />

Depth<br />

Modulatiediepte (intensiteit) van het effect (0~127).<br />

Phase<br />

Met deze parameter bepaalt u de spreiding van het<br />

effectsignaal (0~180˚).<br />

Pre Delay<br />

Hiermee stelt u de vertraging tussen het originele signaal<br />

en het effect in (0,0~100,0 ms).<br />

Low<br />

Hiermee kunt u de lage tonen ophalen/afzwakken<br />

(–15~+15 dB).<br />

High<br />

Hiermee kunt u de hoge tonen ophalen/afzwakken<br />

(–15~+15 dB).<br />

Balance #<br />

Hiermee bepaalt u de balans (de volumeverhouding)<br />

tussen het oorspronkelijke en het effectsignaal.<br />

“D100:0W” betekent dat u enkel het originele signaal<br />

(zonder effect) hoort. “D0:100W” staat voor “enkel<br />

Chorus-geluid” (D100:0W~D0:100W).<br />

Level<br />

Hiermee bepaalt u het uitgangsvolume van het MFXeffect<br />

(0~127).<br />

Dit is een Chorus met stereoweergave, zodat het<br />

geluid veel breder wordt.<br />

L in<br />

R in<br />

13: SPACE-D<br />

Space-D<br />

Space-D<br />

14: STEREO CHORUS<br />

Chorus<br />

Chorus<br />

Balance D<br />

Balance D<br />

Balance D<br />

Balance D<br />

Balance W<br />

Balance W<br />

Balance W<br />

Balance W<br />

2-Band<br />

EQ<br />

2-Band<br />

EQ<br />

2-Band<br />

EQ<br />

2-Band<br />

EQ<br />

Rate #<br />

Dit is de snelheid waarmee de toonhoogte van het<br />

effect wordt gemoduleerd (0,05~10,00 Hz).<br />

L out<br />

R out<br />

L out<br />

R out<br />

Depth<br />

Dit is de diepte van het effect. Hoe groter de waarde,<br />

hoe uitdrukkelijker de Chorus werkt (0~127).<br />

Phase<br />

Met deze parameter bepaalt u de spreiding van het<br />

effectsignaal (0~180˚).<br />

Pre Delay<br />

Hiermee stelt u de vertraging tussen het originele signaal<br />

en het effect in (0,0~100,0 ms).<br />

(Filter) Type<br />

Hiermee kiest u het filtertype dat op het Chorus-effect<br />

van toepassing is. Een HPF is een filter dat alleen de<br />

hogetonen doorlaat, terwijl een LPF-filter alleen de frequenties<br />

onder de grenswaarde (Cutoff) doorlaat. Kies<br />

OFF als u geen filter nodig hebt (OFF, LPF, HPF).<br />

Cutoff<br />

Hiermee stelt u de frequentie in van waaraf het filter<br />

(LPF of HPF) moet beginnen werken. Voor Filter<br />

Type= OFF hoeft u natuurlijk geen frequentie in te stellen<br />

(200~ 8000Hz).<br />

Low<br />

Hiermee kunt u de lage tonen ophalen/afzwakken<br />

(–15~+15 dB).<br />

High<br />

Hiermee kunt u de hoge tonen ophalen/afzwakken<br />

(–15~+15 dB).<br />

Balance #<br />

Hiermee bepaalt u de balans (de volumeverhouding)<br />

tussen het oorspronkelijke en het effectsignaal.<br />

“D100:0W” betekent dat u enkel het originele signaal<br />

(zonder effect) hoort. “D0:100W” staat voor “enkel<br />

Chorus-geluid” (D100:0W~D0:100W).<br />

Level<br />

Hiermee bepaalt u het uitgangsvolume van het MFXeffect<br />

(0~127).<br />

15: STEREO FLANGER<br />

Wat een Flanger is, hoeven we u beslist niet uit te leggen:<br />

het is het bekende “straaljager”-effect, maar het<br />

kan ook subtieler werken. Interessant is wel dat het<br />

hier om een stereo Flanger gaat, die dus lekker breed<br />

kan werken.<br />

L in<br />

Balance D<br />

2-Band<br />

EQ<br />

L out<br />

Flanger<br />

Balance W<br />

Feedback<br />

Feedback<br />

Flanger<br />

Balance W<br />

R in<br />

2-Band<br />

R out<br />

Balance D EQ<br />

Rate #<br />

Dit is de snelheid waarmee het effect wordt gemoduleerd<br />

(0,05~10,00 Hz).


<strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> MFX-parameters<br />

Depth<br />

Dit is de diepte van het effect. Hoe groter de waarde,<br />

hoe uitdrukkelijker de Flanger werkt (0~127).<br />

Feedback #<br />

Hiermee bepaalt u hoeveel van het Flanger-signaal<br />

nog een keer naar de Flanger wordt gestuurd, wat<br />

algemeen bekend staat als “terugkoppeling”. Een<br />

negatieve waarde betekent dat de fase van het Flangersignaal<br />

omgekeerd wordt. De waarde 0 betekent dat er<br />

geen sprake is van Feedback (–98~+98%).<br />

Phase<br />

Met deze parameter bepaalt u de spreiding van het<br />

effectsignaal (0~180˚).<br />

Pre Delay<br />

Hiermee stelt u de vertraging tussen het originele signaal<br />

en het effect in (0,0~100,0 ms).<br />

(Filter) Type<br />

Hiermee kiest u het filtertype dat op het Flanger-effect<br />

van toepassing is. Een HPF is een filter dat alleen de<br />

hogetonen doorlaat, terwijl een LPF-filter alleen de frequenties<br />

onder de grenswaarde (Cutoff) doorlaat. Kies<br />

OFF als u geen filter nodig hebt (OFF, LPF, HPF).<br />

Cutoff<br />

Hiermee stelt u de frequentie in van waaraf het filter<br />

(LPF of HPF) moet beginnen werken. Bij Filter Type=<br />

OFF hoeft u natuurlijk geen frequentie in te stellen<br />

(200~8000 Hz).<br />

Low<br />

Hiermee kunt u de lage tonen ophalen/afzwakken<br />

(–15~+15 dB).<br />

High<br />

Hiermee kunt u de hoge tonen ophalen/afzwakken<br />

(–15~+15 dB).<br />

Balance<br />

Hiermee bepaalt u de balans tussen het oorspronkelijke<br />

en het effectsignaal. “D100:0W” betekent dat u<br />

enkel het originele signaal hoort. “D0:100W” staat voor<br />

“enkel effectgeluid” (D100:0W~D0:100W).<br />

Level<br />

Hiermee bepaalt u het uitgangsvolume van het MFXeffect<br />

(0~127).<br />

16: STEP FLANGER<br />

Een Step Flanger is een effect dat het geluid in duidelijk<br />

hoorbare stappen moduleert. Als u een nootwaarde<br />

voor de Step-parameter kiest, kan de modulatie via<br />

MIDI worden gesynchroniseerd.<br />

L in<br />

Balance D<br />

2-Band<br />

EQ<br />

L out<br />

Step Flanger Balance W<br />

Feedback<br />

Feedback<br />

Step Flanger<br />

Balance W<br />

R in<br />

2-Band<br />

R out<br />

Balance D EQ<br />

Rate<br />

Dit is de snelheid waarmee het effect wordt gemoduleerd<br />

(0,05~10,00 Hz).<br />

Depth<br />

Dit is de diepte van het effect. Hoe groter de waarde,<br />

hoe uitdrukkelijker de Flanger werkt (0~127).<br />

Feedback #<br />

Hiermee bepaalt u hoeveel van het Flanger-signaal<br />

nog een keer naar de Flanger wordt gestuurd. Een<br />

negatieve waarde betekent dat de fase van het Flangersignaal<br />

omgekeerd wordt (–98~+98%).<br />

Phase<br />

Met deze parameter bepaalt u de spreiding van het<br />

effectsignaal (0~180˚).<br />

Pre Delay<br />

Hiermee stelt u de vertraging tussen het originele signaal<br />

en het effect in (0,0~100,0 ms).<br />

Step Rate #<br />

Dit is de snelheid waarmee de toonhoogte (in stappen<br />

dus) gemoduleerd wordt (0,10~20,00 Hz, nootwaarde).<br />

Als u een nootwaarde kiest, wordt de modulatie met<br />

een MIDI Clock-signaal gesynchroniseerd. Dat betekent<br />

uiteraard dat u de “leverancier” van het synchronisatiesignaal<br />

moet kiezen. Let wel: als u een cijferwaarde<br />

kiest, wordt de Step Flanger niet via MIDI<br />

gesynchroniseerd. Als u daarentegen een noot kiest,<br />

terwijl de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong>, in de MIDI-stand, geen MIDI-synchronisatiesignaal<br />

ontvangt, dan hanteert hij zijn eigen<br />

tempo (Patch-/System-tempo, zie blz. 114 en 173).<br />

Low<br />

Hiermee kunt u de lage tonen ophalen/afzwakken<br />

(–15~+15 dB).<br />

High<br />

Hiermee kunt u de hoge tonen ophalen/afzwakken<br />

(–15~+15 dB).<br />

69<br />

Referentiehandboek


3. Effecten van de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong><br />

70<br />

Balance<br />

Hiermee bepaalt u de balans tussen het oorspronkelijke<br />

en het effectsignaal. “D100:0W” betekent dat u<br />

enkel het originele signaal hoort. “D0:100W” staat voor<br />

“enkel effectgeluid” (D100:0W~D0:100W).<br />

Level<br />

Hiermee bepaalt u het uitgangsvolume van het MFXeffect<br />

(0~127).<br />

17: STEREO DELAY<br />

Dit is een Delay die volledig stereo is, wat u dus de<br />

mogelijkheid geeft om betrekkelijk complexe herhalingen<br />

te programmeren.<br />

Wanneer Mode= NORMAL:<br />

L in<br />

Balance D<br />

2-Band<br />

EQ<br />

L out<br />

Delay<br />

Balance W<br />

Feedback<br />

Feedback<br />

Delay<br />

R in<br />

2-Band<br />

R out<br />

Balance D EQ<br />

Wanneer Mode= CROSS:<br />

Balance W<br />

L in<br />

Balance D<br />

2-Band<br />

EQ<br />

L out<br />

Delay<br />

Balance W<br />

Feedback<br />

Feedback<br />

Delay<br />

Balance W<br />

R in<br />

Balance D<br />

2-Band<br />

EQ<br />

R out<br />

Left<br />

Met deze parameter bepaalt u de snelheid van de herhalingen<br />

voor het linker kanaal (0,0~500,0 ms).<br />

Right<br />

Met deze parameter bepaalt u de snelheid van de herhalingen<br />

voor het rechter kanaal (0,0~500,0 ms).<br />

HF Damp<br />

Met deze parameter stelt u de frequentie in waarboven<br />

de hoge tonen worden gedempt, zodat de herhalingen<br />

doffer klinken. In de natuur houdt dit verband met de<br />

oppervlakte van de voorwerpen die het geluid weerkaatsen.<br />

Laten we het niet teveel over de natuur hebben,<br />

want daar bestaan geen Delays (wel echo’s<br />

natuurlijk): als u niet wilt dat de herhalingen al te helder<br />

zijn, stelt u het best een andere waarde dan<br />

BYPASS in (200~8000 Hz, BYPASS).<br />

Feedback #<br />

Hiermee bepaalt u hoeveel van het Delay-signaal nog<br />

een keer naar de Delay wordt gestuurd. Een negatieve<br />

waarde betekent dat de fase van het effectsignaal<br />

omgekeerd wordt. De waarde “0” betekent dat er geen<br />

sprake is van Feedback (–98~+98%).<br />

FBK Mode<br />

Hiermee kiest u de Feedback mode (zie bovenstaande<br />

tekeningen). Cross betekent dat het vertraagde signaal<br />

van het linker kanaal naar het rechter wordt gestuurd<br />

en vice versa, wat de herhalingen complexer maakt<br />

(NORMAL, CROSS).<br />

Phase Left<br />

Hiermee stelt u de fase van de vertraging in (linker<br />

kanaal). INVERT betekent dat de fase gewoon omgekeerd<br />

wordt (NORMAL, INVERT).<br />

Phase Right<br />

Hiermee stelt u de fase van de vertraging in (rechter<br />

kanaal) (NORMAL, INVERT).<br />

Low<br />

Hiermee kunt u de lage tonen ophalen/afzwakken<br />

(–15~+15 dB).<br />

High<br />

Hiermee kunt u de hoge tonen ophalen/afzwakken<br />

(–15~+15 dB).<br />

Balance #<br />

Hiermee bepaalt u de balans tussen het oorspronkelijke<br />

en het effectsignaal. “D100:0W” betekent dat u<br />

enkel het originele signaal hoort. “D0:100W” staat voor<br />

“enkel effectgeluid” (D100:0W~D0:100W).<br />

Level<br />

Hiermee bepaalt u het uitgangsvolume van het MFXeffect<br />

(0~127).<br />

18: MODULATION DELAY<br />

Dit is een Delay die de toonhoogte van de herhalingen<br />

moduleert en dus duidelijk iets weg heeft van een<br />

Flanger.<br />

Wanneer Mode= NORMAL:<br />

L in<br />

Balance D<br />

2-Band<br />

EQ<br />

L out<br />

Delay Modulation Balance W<br />

Feedback<br />

Feedback<br />

Delay Modulation Balance W<br />

R in<br />

Balance D<br />

2-Band<br />

EQ<br />

R out<br />

Wanneer Mode= CROSS:<br />

L in<br />

Balance D<br />

2-Band<br />

EQ<br />

L out<br />

Delay Modulation Balance W<br />

Feedback<br />

Feedback<br />

Delay Modulation<br />

Balance W<br />

R in<br />

Balance D<br />

2-Band<br />

EQ<br />

R out


<strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> MFX-parameters<br />

Left<br />

Met deze parameter bepaalt u de snelheid van de herhalingen<br />

voor het linker kanaal (0,0~500,0 ms).<br />

Right<br />

Met deze parameter bepaalt u de snelheid van de herhalingen<br />

voor het rechter kanaal (0,0~500,0 ms).<br />

HF Damp<br />

Met deze parameter stelt u de frequentie in waarboven<br />

de hoge tonen worden gedempt, zodat de herhalingen<br />

doffer klinken. Als u niet wilt dat de herhalingen al te<br />

helder zijn, stelt u het best een andere waarde dan<br />

BYPASS in (200~8000 Hz, BYPASS).<br />

Feedback<br />

Hiermee bepaalt u hoeveel van het Delay-signaal nog<br />

een keer naar de Delay wordt gestuurd. Een negatieve<br />

waarde betekent dat de fase van het effectsignaal<br />

omgekeerd wordt. De waarde 0 betekent dat er geen<br />

sprake is van Feedback (–98~+98%).<br />

FBK Mode<br />

Hiermee kiest u de Feedback mode (zie bovenstaande<br />

tekeningen). CROSS betekent dat het vertraagde signaal<br />

van het linker kanaal naar het rechter wordt<br />

gestuurd en vice versa, wat de herhalingen complexer<br />

maakt (NORMAL, CROSS).<br />

Rate #<br />

Rate is de snelheid van de toonhoogtemodulatie (0,05~<br />

10,00 Hz).<br />

Depth<br />

Dit is de diepte van het modulatie-effect. Hoe groter de<br />

waarde, hoe uitdrukkelijker de modulatie (0~127).<br />

Phase<br />

Hiermee stelt u de fase van de modulatie en dus de<br />

spreiding van het effect in (0~180˚).<br />

Low<br />

Hiermee kunt u de lage tonen ophalen/afzwakken<br />

(–15~+15 dB).<br />

High<br />

Hiermee kunt u de hoge tonen ophalen/afzwakken<br />

(–15~+15 dB).<br />

Balance #<br />

Hiermee bepaalt u de balans tussen het oorspronkelijke<br />

en het effectsignaal. “D100:0W” betekent dat u<br />

enkel het originele signaal hoort. “D0:100W” staat voor<br />

“enkel effectgeluid” (D100:0W~D0:100W).<br />

Level<br />

Hiermee bepaalt u het uitgangsvolume van het MFXeffect<br />

(0~127).<br />

Dit Delay effect laat toe om drie vertragingen in te stellen<br />

(links, midden, rechts). Als u een nootwaarde<br />

instelt, wordt de betreffende vertragingslijn met een<br />

MIDI-Clock signaal gesynchroniseerd, wat natuurlijk<br />

interessant is.<br />

L in<br />

19: TRIPLE TAP DELAY<br />

R in<br />

Triple Tap Delay<br />

Feedback<br />

Left Tap<br />

Right Tap<br />

Balance D<br />

Center Tap<br />

Balance D<br />

2-Band<br />

EQ<br />

Balance W<br />

Balance W<br />

2-Band<br />

EQ<br />

Center<br />

Dit is de snelheid van de herhalingen die zich in het<br />

midden bevinden (200~1000 ms).<br />

Left<br />

Dit is de snelheid van de herhalingen die zich links<br />

bevinden (200~1000 ms).<br />

Right<br />

Dit is de snelheid van de herhalingen die zich rechts<br />

bevinden (200~1000 ms).<br />

U kunt voor deze drie parameters ook een nootwaarde<br />

instellen om de herhalingen synchroon te laten lopen<br />

met het tempo. Hiervoor wordt hetzij het Patch-<br />

(blz. 114), hetzij het System-tempo (blz. 173) gehanteerd.<br />

HF Damp<br />

Met deze parameter stelt u de frequentie in waarboven<br />

de hoge tonen worden gedempt. Als u niet wilt dat de<br />

herhalingen al te helder zijn, stelt u het best een andere<br />

waarde dan BYPASS in (200~8000 Hz, BYPASS).<br />

Feedback #<br />

Hiermee bepaalt u hoeveel van het Delay-signaal nog<br />

een keer naar de Delay wordt gestuurd, wat algemeen<br />

bekend staat als “terugkoppeling”. Een negatieve<br />

waarde betekent dat de fase van het effectsignaal<br />

omgekeerd wordt. De waarde 0 betekent dat er geen<br />

sprake is van Feedback<br />

(–98~+98%).<br />

(Level) Center, Left, Right<br />

Met deze drie parameters bepaalt u het volume van de<br />

herhalingen voor de drie Delay-lijnen (0~127).<br />

Low<br />

Hiermee kunt u de lage tonen ophalen/afzwakken<br />

(–15~+15 dB).<br />

L out<br />

R out<br />

High<br />

Hiermee kunt u de hoge tonen ophalen/afzwakken<br />

(–15~+15 dB).<br />

71<br />

Referentiehandboek


3. Effecten van de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong><br />

72<br />

Balance #<br />

Hiermee bepaalt u de balans tussen het oorspronkelijke<br />

en het effectsignaal. “D100:0W” betekent dat u<br />

enkel het originele signaal hoort. “D0:100W” staat voor<br />

“enkel effectgeluid” (D100:0W~D0:100W).<br />

Level<br />

Hiermee bepaalt u het uitgangsvolume van het MFXeffect<br />

(0~127).<br />

20: QUADRUPLE TAP DELAY<br />

Dit Delay-effect laat toe om vier herhalingen in te stellen.<br />

Ook dit effect kunt u weer via MIDI synchroniseren.<br />

L in<br />

R in<br />

Feedback<br />

Quadruple Tap Delay<br />

Let wel: de stereopositie van de Delay-lijnen staat vast<br />

ingesteld:<br />

1<br />

L<br />

Delay 1<br />

Delay 4<br />

Delay 2<br />

Delay 3<br />

2 3<br />

Delay 1<br />

Dit is de snelheid van Delay 1. Als u een nootwaarde<br />

kiest, wordt de vertraging met een MIDI Clock-signaal<br />

gesynchroniseerd (200~1000 ms, nootwaarde).<br />

Delay 2<br />

Dit is de snelheid van Delay 2. Als u een nootwaarde<br />

kiest, wordt de vertraging met een MIDI Clock-signaal<br />

gesynchroniseerd (200~1000 ms, nootwaarde).<br />

Delay 3<br />

Dit is de snelheid van Delay 3. Als u een nootwaarde<br />

kiest, wordt de vertraging met een MIDI Clock-signaal<br />

gesynchroniseerd (200~1000 ms, nootwaarde).<br />

Delay 4<br />

Dit is de snelheid van Delay 4. Als u een nootwaarde<br />

kiest, wordt de vertraging met een MIDI Clock-signaal<br />

gesynchroniseerd (200~1000 ms, nootwaarde).<br />

* Als tempowaarde kunt u hetzij het Patch- (blz. 114), hetzij<br />

het System-tempo gebruiken (blz. 173).<br />

HF Damp<br />

Met deze parameter stelt u de frequentie in waarboven<br />

de hoge tonen worden gedempt. Als u niet wilt dat de<br />

herhalingen al te helder zijn, stelt u het best een andere<br />

waarde dan BYPASS in (200~8000 Hz, BYPASS).<br />

R<br />

4<br />

Balance D<br />

Balance D<br />

L out<br />

Balance W<br />

Balance W<br />

R out<br />

Feedback #<br />

Hiermee bepaalt u hoeveel van het Delay-signaal nog<br />

een keer naar de Delay wordt gestuurd. Een negatieve<br />

waarde betekent dat de fase van het effectsignaal<br />

omgekeerd wordt. De waarde “0” betekent dat er geen<br />

sprake is van Feedback (–98~+98%).<br />

Level 1, 2, 3, 4<br />

Met deze vier parameters bepaalt u het volume van de<br />

herhalingen voor de Delay-lijnen (0~127).<br />

Balance #<br />

Hiermee bepaalt u de balans tussen het oorspronkelijke<br />

en het effectsignaal. “D100:0W” betekent dat u<br />

enkel het originele signaal hoort. “D0:100W” staat voor<br />

“enkel effectgeluid” (D100:0W~D0:100W).<br />

Level<br />

Hiermee bepaalt u het uitgangsvolume van het MFXeffect<br />

(0~127).<br />

Dit Delay-effect laat toe om de herhalingssnelheid in<br />

Realtime (“echte tijd”) in te stellen. Gebruik hiervoor<br />

de MFX CTRL-functie (blz. 55). Als u de vertragingstijd<br />

opdrijft, stijgt ook de toonhoogte tijdelijk. Vermindert<br />

u de vertragingstijd, dan daalt de toonhoogte<br />

even.<br />

Zie ook “MFX-parameters via MIDI beïnvloeden” op<br />

blz. 184.<br />

L in<br />

R in<br />

21: TIME CONTROL DELAY<br />

Balance D<br />

Time Control Delay<br />

Feedback<br />

Balance D<br />

2-Band<br />

EQ<br />

Balance W<br />

Balance W<br />

2-Band<br />

EQ<br />

L out<br />

R out<br />

Let wel: dit effect komt pas echt tot z’n recht als u de<br />

vertragingstijd tijdens het spelen wijzigt. Pas dan verandert<br />

namelijk de toonhoogte.<br />

Delay #<br />

Dit is de snelheid van de herhalingen en natuurlijk de<br />

vertraging tussen het originele en het effectsignaal<br />

(200~ 1000ms).<br />

Acceleration<br />

Hiermee bepaalt u of de snelheid van de herhalingen<br />

toeneemt. Kiest u de waarde 15, dan is dat niet het<br />

geval (0~15).<br />

HF Damp<br />

Met deze parameter stelt u de frequentie in waarboven<br />

de hoge tonen worden gedempt. Als u niet wilt dat de<br />

herhalingen al te helder zijn, stelt u het best een andere<br />

waarde dan BYPASS in (200~8000 Hz, BYPASS).<br />

Feedback #<br />

Hiermee bepaalt u hoeveel van het Delay-signaal nog<br />

een keer naar de Delay wordt gestuurd. Een negatieve<br />

waarde betekent dat de fase van het effectsignaal<br />

omgekeerd wordt. De waarde 0 betekent dat er geen<br />

sprake is van Feedback (–98~+98%).


<strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> MFX-parameters<br />

Low<br />

Hiermee kunt u de lage tonen ophalen/afzwakken<br />

(–15~+15 dB).<br />

High<br />

Hiermee kunt u de hoge tonen ophalen/afzwakken<br />

(–15~+15 dB).<br />

Balance<br />

Hiermee bepaalt u de balans tussen het oorspronkelijke<br />

en het effectsignaal. “D100:0W” betekent dat u<br />

enkel het originele signaal hoort. “D0:100W” staat voor<br />

“enkel effectgeluid” (D100:0W~D0:100W).<br />

Pan<br />

Met deze parameter bepaalt u de stereopositie van het<br />

effectsignaal. “L64” betekent helemaal links, “0” staat<br />

voor het midden, “63R” is helemaal rechts<br />

(L64~0~63R).<br />

Level<br />

Hiermee bepaalt u het uitgangsvolume van het MFXeffect<br />

(0~127).<br />

Dit is een effect met een heel bekende (maar helaas<br />

wettelijk beschermde) naam, dat iedereen (behalve het<br />

betrokken merk zelf) Pitch Shifter noemt. Het gaat om<br />

een transpositie-effect – in dit geval met twee toonhoogtes.<br />

L in<br />

R in<br />

22: 2VOICE PITCH SHIFTER<br />

Level Balance A<br />

PanA R<br />

2Voice Pitch Shifter<br />

PanB L<br />

Level Balance B<br />

Balance D<br />

PanA L<br />

PanB R<br />

Balance D<br />

L out<br />

Balance W<br />

Balance W<br />

R out<br />

(Pitch A) Coarse #1<br />

Hiermee stelt u het interval van het eerste transpositiekanaal<br />

in. De instelling gebeurt in stappen van een<br />

halve toon. Zoals u ziet, kunt u maximaal 1 octaaf<br />

hoger en 2 octaven lager transponeren (–24~+12 halve<br />

tonen).<br />

(Pitch A) Fine #1<br />

Deze parameter laat een lichte ontstemming van het Akanaal<br />

toe. De waarde slaat op een verandering in Cent<br />

(1/100 van een halve toon). U zou Pitch Shift dus ook<br />

kunnen gebruiken om een “stereosignaal” van een<br />

monosignaal te maken. Dat is ongeveer hetzelfde als<br />

een Chorus-effect, alleen wordt het signaal hier niet<br />

gemoduleerd en blijft het dus stabiel (–100~+100<br />

Cent).<br />

Pan A<br />

Met deze parameter bepaalt u de plaats waar de transpositie<br />

zich bevindt. L64 betekent helemaal links en<br />

63R helemaal rechts (L64~0~63R).<br />

Pre Delay A<br />

Hiermee bepaalt u de vertraging van het A-kanaal<br />

t.o.v. het oorspronkelijke signaal (0,0~500,0 ms).<br />

(Pitch Shift) Mode<br />

Hiermee kiest u de Pitch Shift-mode. Hoe groter deze<br />

waarde, hoe lomer de transpositie wordt, maar de<br />

kwaliteit gaat er alleen maar op vooruit (1~5).<br />

(Pitch B) Coarse #2<br />

Hiermee stelt u het interval van het tweede transpositiekanaal<br />

in. De instelling gebeurt in stappen van een<br />

halve toon. Zoals u ziet, kunt u maximaal 1 octaaf<br />

hoger en 2 octaven lager transponeren (–24~+12 halve<br />

tonen).<br />

(Pitch B) Fine #2<br />

Deze parameter laat een lichte ontstemming van het Bkanaal<br />

toe. De waarde slaat op een verandering in Cent<br />

(1/100 van een halve toon) (–100~+100 Cent).<br />

Pan B<br />

Met deze parameter bepaalt u de plaats waar de transpositie<br />

zich bevindt. “L64” betekent helemaal links en<br />

“63R” helemaal rechts (L64~0~63R).<br />

Pre Delay B<br />

Hiermee bepaalt u de vertraging van het B-kanaal<br />

t.o.v. het oorspronkelijke signaal (0,0~500,0 ms).<br />

Level Balance<br />

Hiermee bepaalt u de balans (de volumeverhouding)<br />

tussen het signaal van Pitch Shift A en Pitch Shift B<br />

(A100:0B~A0:100B).<br />

Balance<br />

Hiermee bepaalt u de balans tussen het oorspronkelijke<br />

en het effectsignaal. “D100:0W” betekent dat u<br />

enkel het originele signaal hoort. “D0:100W” staat voor<br />

“enkel effectgeluid” (D100:0W~D0:100W).<br />

Level<br />

Hiermee bepaalt u het uitgangsvolume van het MFXeffect<br />

(0~127).<br />

73<br />

Referentiehandboek


3. Effecten van de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong><br />

74<br />

Dit is een Pitch Shifter met een Feedback-lus, wat dus<br />

het gebruik van terugkoppeling (lees: stijgende/<br />

dalende herhalingen) toelaat.<br />

L in<br />

R in<br />

23: FBK PITCH SHIFTER<br />

Pitch Shifter<br />

Feedback<br />

Balance D<br />

Balance D<br />

2-Band<br />

EQ<br />

Balance W<br />

Balance W<br />

2-Band<br />

EQ<br />

L out<br />

R out<br />

Coarse #1<br />

Hiermee stelt u het interval voor de transpositie in<br />

(–24~+12 halve tonen).<br />

Fine #1<br />

Deze parameter laat een lichte ontstemming van het<br />

originele signaal toe. De waarde slaat op een verandering<br />

in Cent (1/100 van een halve toon) (–100~+100<br />

Cent).<br />

Pre Delay<br />

Hiermee bepaalt u de vertraging van de transpositie<br />

t.o.v. het oorspronkelijke signaal (0,0~500,0 ms).<br />

Mode<br />

Naarmate u voor deze parameter een hogere waarde<br />

kiest reageert de Pitch Shifter trager, maar met een stabielere<br />

toonhoogte (1~5).<br />

Feedback #<br />

Hiermee bepaalt u hoeveel van het effectsignaal nog<br />

een keer naar de Pitch Shifter wordt gestuurd. Een<br />

negatieve waarde betekent dat de fase van het effectsignaal<br />

omgekeerd wordt. De waarde 0 betekent dat er<br />

geen sprake is van Feedback (–98~+98%).<br />

Low<br />

Hiermee kunt u de lage tonen ophalen/afzwakken<br />

(–15~+15 dB).<br />

High<br />

Hiermee kunt u de hoge tonen ophalen/afzwakken<br />

(–15~+15 dB).<br />

Balance<br />

Hiermee bepaalt u de balans tussen het oorspronkelijke<br />

en het effectsignaal. “D100:0W” betekent dat u<br />

enkel het originele signaal hoort. “D0:100W” staat voor<br />

“enkel effectgeluid” (D100:0W~D0:100W).<br />

Level<br />

Hiermee bepaalt u het uitgangsvolume van het MFXeffect<br />

(0~127).<br />

Pan<br />

Met deze parameter bepaalt u de plaats waar de transpositie<br />

zich bevindt. “L64” betekent helemaal links en<br />

“63R” helemaal rechts (L64~0~63R).<br />

24: REVERB<br />

Dit is een galmeffect dat iets opgebouwd is dan het<br />

“voltijds” Reverb-effect van de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong>. Dat zou u dus<br />

kunnen gebruiken om het geluid te variëren of om<br />

bepaalde Tones extra in de verf te zetten.<br />

L in<br />

R in<br />

Balance D<br />

Reverb<br />

Balance D<br />

2-Band<br />

EQ<br />

Balance W<br />

Balance W<br />

2-Band<br />

EQ<br />

Type<br />

Hiermee kiest u het type galm dat u nodig hebt:<br />

Room 1 Korte, maar zeer dichte galm. Typisch voor een<br />

kamer<br />

Room 2 Korte en iets “lichtere” galm.<br />

Stage 1 Galm met lang nazinderende reflecties.<br />

Stage 2 Galm met een sterke eerste reflectie.<br />

Hall 1 Transparante galm.<br />

Hall 2 Volle galm.<br />

L out<br />

R out<br />

Pre Delay<br />

Met deze parameter bepaalt u de vertraging tussen het<br />

originele signaal en het effectsignaal (0,0~100,0 ms).<br />

Time #<br />

Hiermee bepaalt u de lengte van de galm (de galmtijd)<br />

(0~127).<br />

HF Damp<br />

Met deze parameter stelt u de frequentie in waarboven<br />

de hoge tonen worden gedempt. Als u niet wilt dat de<br />

galm al te helder is, stelt u het best een andere waarde<br />

dan BYPASS in (200~8000 Hz, BYPASS).<br />

Low<br />

Hiermee kunt u de lage tonen ophalen/afzwakken<br />

(–15~+15 dB).<br />

High<br />

Hiermee kunt u de hoge tonen ophalen/afzwakken<br />

(–15~+15 dB).<br />

Balance<br />

Hiermee bepaalt u de balans tussen het oorspronkelijke<br />

en het effectsignaal. “D100:0W” betekent dat u<br />

enkel het originele signaal hoort. “D0:100W” staat voor<br />

“enkel effectgeluid” (D100:0W~D0:100W).<br />

Level<br />

Hiermee bepaalt u het uitgangsvolume van het MFXeffect<br />

(0~127).


<strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> MFX-parameters<br />

Ziehier een galmeffect waar nog een “schakeling” achter<br />

zit die het geluid plots uitschakelt. De galm sterft<br />

dus niet natuurlijk uit.<br />

L in<br />

R in<br />

25: GATED REVERB<br />

Balance D<br />

Gated Reverb<br />

Balance D<br />

2-Band<br />

EQ<br />

Balance W<br />

Balance W<br />

2-Band<br />

EQ<br />

Type<br />

Met deze parameter kiest u het type galm dat voor dit<br />

effect wordt gebruikt.<br />

Normal Dit is een normale galm<br />

Reverse Omgekeerde galm.<br />

Sweep1 Stereogalm die van rechts naar links springt.<br />

Sweep2 Stereogalm die van links naar rechts springt.<br />

Pre Delay<br />

Met deze parameter bepaalt u de vertraging tussen het<br />

originele signaal en het effectsignaal (0,0~100,0 ms).<br />

Gate Time<br />

Met deze parameter stelt u in hoe lang de galm moet<br />

klinken. Hoe kleiner deze waarde, hoe korter de galm<br />

is (5~500ms).<br />

Low<br />

Hiermee kunt u de lage tonen ophalen/afzwakken<br />

(–15~+15 dB).<br />

L out<br />

R out<br />

High<br />

Hiermee kunt u de hoge tonen ophalen/afzwakken<br />

(–15~+15 dB).<br />

Balance #<br />

Hiermee bepaalt u de balans tussen het oorspronkelijke<br />

en het effectsignaal. “D100:0W” betekent dat u<br />

enkel het originele signaal hoort. “D0:100W” staat voor<br />

“enkel effectgeluid” (D100:0W~D0:100W).<br />

Level #<br />

Hiermee bepaalt u het uitgangsvolume van het MFXeffect<br />

(0~127).<br />

26: OVERDRIVE→ CHORUS<br />

Dit effectalgoritme bevat een Overdrive, die vervolgens<br />

een Chorus passeert.<br />

(Overdrive) Drive<br />

Met deze parameter bepaalt u de intensiteit van de vervorming<br />

(0~127).<br />

(Overdrive) Pan #<br />

Met deze parameter stelt u de stereopositie van het<br />

Overdrive-effect in. Daarbij betekent “63R” dat de<br />

Overdrive zich helemaal rechts bevindt (L64~0~63R).<br />

Cho Delay<br />

Hiermee stelt u de vertraging tussen het originele signaal<br />

en de Chorus in (0,0~100,0 ms).<br />

Rate<br />

Dit is de snelheid waarmee de toonhoogte van het<br />

effect wordt gemoduleerd (0,05~10,00 Hz).<br />

(Chorus) Depth<br />

Dit is de diepte van het Chorus-effect. Hoe groter de<br />

waarde, hoe uitdrukkelijker de Chorus werkt (0~127).<br />

(Chorus) Balance #<br />

Hiermee bepaalt u de balans (de volumeverhouding)<br />

tussen de Overdrive en de Chorus. “D100:0W” betekent<br />

dat u alleen de Overdrive hoort. “D0:100W” betekent<br />

dat u enkel de Chorus hoort<br />

(D100:0W~D0:100W).<br />

Level<br />

Hiermee bepaalt u het uitgangsvolume van het MFXeffect<br />

(0~127).<br />

27: OVERDRIVE→ FLANGER<br />

Dit effectalgoritme bevat een Overdrive, die vervolgens<br />

een Flanger passeert.<br />

L in<br />

L in<br />

R in<br />

R in<br />

Overdrive<br />

Overdrive<br />

Balance D<br />

Chorus<br />

Balance D<br />

Balance D<br />

Feedback<br />

Flanger<br />

Balance D<br />

L out<br />

Balance W<br />

Balance W<br />

R out<br />

L out<br />

Balance W<br />

Balance W<br />

R out<br />

(Overdrive) Drive<br />

Met deze parameter bepaalt u de intensiteit van de vervorming<br />

(0~127).<br />

(Overdrive) Pan #<br />

Met deze parameter stelt u de stereopositie van het<br />

Overdrive-effect in. Daarbij betekent “63R” dat de<br />

Overdrive zich helemaal rechts bevindt (L64~0~63R).<br />

75<br />

Referentiehandboek


3. Effecten van de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong><br />

76<br />

(Flanger) Pre Delay<br />

Hiermee stelt u de vertraging tussen het originele signaal<br />

en de Flanger in (0,0~100,0 ms).<br />

(Flanger) Rate<br />

Dit is de snelheid waarmee de toonhoogte van het<br />

effect wordt gemoduleerd (0,05~10,00 Hz).<br />

Depth<br />

Dit is de diepte van het Flanger-effect. Hoe groter de<br />

waarde, hoe uitdrukkelijker de Flanger werkt (0~127).<br />

Feedback<br />

Hiermee bepaalt u hoeveel van het effectsignaal nog<br />

een keer naar de Flanger wordt gestuurd. Een negatieve<br />

waarde betekent dat de fase van het effectsignaal<br />

omgekeerd wordt. De waarde “0” betekent dat er geen<br />

sprake is van Feedback (–98~+98%).<br />

(Flanger) Balance #<br />

Hiermee bepaalt u de balans (de volumeverhouding)<br />

tussen de Overdrive en de Flanger. “D100:0W” betekent<br />

dat u alleen de Overdrive hoort. “D0:100W” betekent<br />

dat u enkel de Flanger hoort<br />

(D100:0W~D0:100W).<br />

Level<br />

Hiermee bepaalt u het uitgangsvolume van het MFXeffect<br />

(0~127).<br />

28: OVERDRIVE→ DELAY<br />

Dit effectalgoritme bevat een Overdrive, die vervolgens<br />

een Delay passeert.<br />

L in<br />

R in<br />

Overdrive<br />

Balance D<br />

Delay<br />

Feedback<br />

Balance D<br />

L out<br />

Balance W<br />

Balance W<br />

R out<br />

(Overdrive) Drive<br />

Met deze parameter bepaalt u de intensiteit van de vervorming<br />

(0~127).<br />

(Overdrive) Pan #<br />

Met deze parameter stelt u de stereopositie van het<br />

Overdrive-effect in. Daarbij betekent “63R” dat de<br />

Overdrive zich helemaal rechts bevindt (L64~0~63R).<br />

Time<br />

Met deze parameter bepaalt u de snelheid van de herhalingen<br />

en de vertraging tussen het originele en het<br />

effectsignaal (0,0~500,0 ms).<br />

Feedback<br />

Hiermee bepaalt u hoeveel van het Delay-signaal nog<br />

een keer naar de Delay wordt gestuurd. Een negatieve<br />

waarde betekent dat de fase van het effectsignaal<br />

omgekeerd wordt. De waarde “0” betekent dat er geen<br />

sprake is van Feedback (–98~+98%).<br />

(Delay) HF Damp<br />

Met deze parameter stelt u de frequentie in waarboven<br />

de hoge tonen worden gedempt, zodat de herhalingen<br />

doffer klinken. In de natuur houdt dit verband met de<br />

oppervlakte van de voorwerpen die het geluid weerkaatsen.<br />

Als u niet wilt dat de herhalingen al te helder<br />

zijn, stelt u het best een andere waarde dan BYPASS in<br />

(200~8000 Hz, BYPASS).<br />

(Delay) Balance #<br />

Hiermee bepaalt u de balans (de volumeverhouding)<br />

tussen de Overdrive en de Delay. “D100:0W” betekent<br />

dat u alleen de Overdrive hoort. “D0:100W” betekent<br />

dat u enkel de Delay hoort (D100:0W~D0:100W).<br />

Level<br />

Hiermee bepaalt u het uitgangsvolume van het MFXeffect<br />

(0~127).<br />

29: DISTORTION→ CHORUS<br />

Dit is een combinatie van het Distortion-effect en een<br />

Chorus. De parameters zijn dezelfde als voor “26:<br />

OVERDRIVE→ CHORUS”. Enige uitzondering:<br />

OD Drive→ Dist Drive (intensiteit van de vervorming)<br />

OD Pan→ Dist Pan (stereopositie van het Distortionsignaal)<br />

L in<br />

R in<br />

Distortion<br />

Balance D<br />

Chorus<br />

Balance D<br />

30: DISTORTION→ FLANGER<br />

L out<br />

Balance W<br />

Balance W<br />

R out<br />

Dit is een combinatie van het Distortion-effect en een<br />

Flanger. De parameters zijn dezelfde als voor “27:<br />

OVERDRIVE→ FLANGER”. Enige uitzondering:<br />

OD Drive→ Dist Drive (intensiteit van de vervorming.)<br />

OD Pan→ Dist Pan (stereopositie van het Distortionsignaal)<br />

L in<br />

R in<br />

Distortion<br />

Balance D<br />

Feedback<br />

Flanger<br />

Balance D<br />

L out<br />

Balance W<br />

Balance W<br />

R out


<strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> MFX-parameters<br />

Dit is een combinatie van het Distortion-effect en een<br />

Delay. De parameters zijn dezelfde als voor “28:<br />

OVERDRIVE→ DELAY”. Enige uitzondering:<br />

OD Drive→ Dist Drive (intensiteit van de vervorming)<br />

OD Pan→ Dist Pan (stereopositie van het Distortionsignaal)<br />

L in<br />

R in<br />

31: DISTORTION→ DELAY<br />

32: ENHANCER→ CHORUS<br />

Ziehier een combinatie van een Enhancer die vervolgens<br />

een Chorus-effect passeert.<br />

L in<br />

R in<br />

Distortion<br />

Enhancer<br />

Enhancer<br />

Mix<br />

Mix<br />

Balance D<br />

Delay<br />

Feedback<br />

Balance D<br />

Balance D<br />

Chorus<br />

Balance D<br />

L out<br />

Balance W<br />

Balance W<br />

R out<br />

(Enhancer) Sens #<br />

Hiermee stelt u de diepte van het Enhancer-effect in<br />

(0~127).<br />

(Enhancer) Mix Level<br />

Met deze parameter bepaalt u de verhouding tussen<br />

het originele signaal en het signaal dat door de Enhancer<br />

wordt gehaald (0~127).<br />

(Chorus) Pre Delay<br />

Hiermee stelt u de vertraging tussen het originele signaal<br />

en de Chorus in (0,0~100,0 ms).<br />

Rate<br />

Dit is de snelheid waarmee de toonhoogte van het<br />

effect wordt gemoduleerd (0,05~10,00 Hz).<br />

L out<br />

Balance W<br />

Balance W<br />

R out<br />

Depth<br />

Dit is de diepte van het Chorus-effect. Hoe groter de<br />

waarde, hoe uitdrukkelijker de Chorus werkt (0~127).<br />

(Chorus) Balance #<br />

Hiermee bepaalt u de balans (de volumeverhouding)<br />

tussen de Enhancer en de Chorus. “D100:0W” betekent<br />

dat u alleen de Enhancer hoort. “D0:100W” betekent<br />

dat u enkel de Chorus hoort (D100:0W~D0:100W).<br />

Level<br />

Hiermee bepaalt u het uitgangsvolume van het MFXeffect<br />

(0~127).<br />

33: ENHANCER→ FLANGER<br />

Dit is een combinatie van een Enhancer die vervolgens<br />

een Flanger-effect passeert.<br />

L in<br />

R in<br />

Enhancer<br />

Enhancer<br />

Mix<br />

Mix<br />

Balance D<br />

Feedback<br />

Flanger<br />

Balance D<br />

(Enhancer) Sens #<br />

Hiermee stelt u de diepte van het Enhancer-effect in<br />

(0~127).<br />

(Enhancer) Mix Level<br />

Met deze parameter bepaalt u de verhouding tussen<br />

het originele signaal en het signaal dat door de Enhancer<br />

wordt gehaald (0~127).<br />

(Flanger) Pre Delay<br />

Hiermee stelt u de vertraging tussen het originele signaal<br />

en de Flanger in (0,0~100,0 ms).<br />

Rate<br />

Dit is de snelheid waarmee de toonhoogte van het<br />

effect wordt gemoduleerd (0,05~10,00 Hz).<br />

L out<br />

Balance W<br />

Balance W<br />

R out<br />

Depth<br />

Dit is de diepte van het Flanger-effect. Hoe groter de<br />

waarde, hoe uitdrukkelijker de Flanger werkt (0~127).<br />

Feedback<br />

Hiermee bepaalt u hoeveel van het Flanger-uitgangssignaal<br />

nog een keer naar de Flanger wordt gestuurd.<br />

Een negatieve waarde betekent dat de fase van het<br />

effectsignaal omgekeerd wordt. De waarde “0” betekent<br />

dat er geen sprake is van Feedback (–98~+98%).<br />

(Flanger) Balance #<br />

Hiermee bepaalt u de balans (de volumeverhouding)<br />

tussen de Enhancer en de Flanger. “D100:0W” betekent<br />

dat u alleen de Enhancer hoort. “D0:100W” betekent<br />

dat u enkel de Flanger hoort<br />

(D100:0W~D0:100W).<br />

Level<br />

Hiermee bepaalt u het uitgangsvolume van het MFXeffect<br />

(0~127).<br />

77<br />

Referentiehandboek


3. Effecten van de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong><br />

78<br />

34: ENHANCER→ DELAY<br />

Ziehier een combinatie van een Enhancer die vervolgens<br />

een Delay passeert.<br />

L in<br />

R in<br />

(Enhancer) Sens #, Mix Level<br />

Zie hierboven.<br />

(Delay) Time<br />

Met deze parameter bepaalt u de snelheid van de herhalingen<br />

en de vertraging tussen het originele en het<br />

effectsignaal (0,0~500,0 ms).<br />

Feedback<br />

Hiermee bepaalt u hoeveel van het Delay-signaal nog<br />

een keer naar de Delay wordt gestuurd. Een negatieve<br />

waarde betekent dat de fase van het effectsignaal<br />

omgekeerd wordt. De waarde “0” betekent dat er geen<br />

sprake is van Feedback (–98~+98%).<br />

HF Damp<br />

Met deze parameter stelt u de frequentie in waarboven<br />

de hoge tonen worden gedempt, zodat de herhalingen<br />

doffer klinken. Als u niet wilt dat de herhalingen al te<br />

helder zijn, stelt u het best een andere waarde dan<br />

BYPASS in (200~8000 Hz, BYPASS).<br />

(Delay) Balance #<br />

Hiermee bepaalt u de balans (de volumeverhouding)<br />

tussen de Enhancer en de Delay. “D100:0W” betekent<br />

dat u alleen de Enhancer hoort. “D0:100W” betekent<br />

dat u enkel de Delay hoort (D100:0W~D0:100W).<br />

Level<br />

Hiermee bepaalt u het uitgangsvolume van het MFXeffect<br />

(0~127).<br />

35: CHORUS→ DELAY<br />

Hier worden een Chorus en een Delay in serie geschakeld,<br />

zodat een met Chorus voorzien signaal wordt<br />

herhaald.<br />

L in<br />

R in<br />

Enhancer<br />

Enhancer<br />

Mix<br />

Mix<br />

Balance D<br />

Balance W<br />

Chorus<br />

Balance W<br />

Balance D<br />

Balance D<br />

Delay<br />

Feedback<br />

Balance D<br />

Balance D<br />

Delay<br />

Feedback<br />

Balance D<br />

(Chorus) Pre Delay<br />

Hiermee stelt u de vertraging tussen het originele signaal<br />

en de Chorus in (0,0~100,0 ms).<br />

Rate<br />

Dit is de snelheid waarmee de toonhoogte van het<br />

effect wordt gemoduleerd (0,05~10,00 Hz).<br />

L out<br />

Balance W<br />

Balance W<br />

R out<br />

L out<br />

Balance W<br />

Balance W<br />

R out<br />

(Chorus) Depth<br />

Dit is de diepte van het Chorus-effect. Hoe groter de<br />

waarde, hoe uitdrukkelijker de Chorus werkt (0~127).<br />

(Chorus) Balance #<br />

Hiermee bepaalt u de balans (de volumeverhouding)<br />

tussen het binnenkomende signaal en de Chorus.<br />

“D100:0W” betekent dat u alleen het originele (niet<br />

bewerkte) signaal hoort. “D0:100W” betekent dat u<br />

enkel de Chorus hoort (D100:0W~D0:100W).<br />

(Delay) Time<br />

Met deze parameter bepaalt u de snelheid van de herhalingen<br />

en de vertraging tussen het originele en het<br />

effectsignaal (0,0~500,0 ms).<br />

Feedback<br />

Hiermee bepaalt u hoeveel van het Delay-signaal nog<br />

een keer naar de Delay wordt gestuurd. Een negatieve<br />

waarde betekent dat de fase van het effectsignaal<br />

omgekeerd wordt. De waarde “0” betekent dat er geen<br />

sprake is van Feedback (–98~+98%).<br />

(Delay) HF Damp<br />

Met deze parameter stelt u de frequentie in waarboven<br />

de hoge tonen worden gedempt, zodat de herhalingen<br />

doffer klinken. Als u niet wilt dat de herhalingen al te<br />

helder zijn, stelt u het best een andere waarde dan<br />

BYPASS in (200~8000 Hz, BYPASS).<br />

(Delay) Balance #<br />

Bepaalt de balans tussen het Chorus-signaal dat wél<br />

naar de Delay wordt gestuurd en het Chorus-signaal<br />

dat rechtstreeks naar de gekozen uitgangen gaat.<br />

“D100:0W” betekent dat u alleen het niet vertraagde<br />

Chorus-signaal hoort. “D0:100W” betekent dat u enkel<br />

het Chorus-signaal hoort dat daarna nog de Delay passeert<br />

– en dus wordt herhaald (D100:0W~D0:100W).<br />

Level<br />

Hiermee bepaalt u het uitgangsvolume van het MFXeffect<br />

(0~127).<br />

36: FLANGER→ DELAY<br />

Hier worden een Flanger en een Delay in serie geschakeld,<br />

zodat een met Flanger voorzien signaal wordt<br />

herhaald.<br />

L in<br />

R in<br />

Balance D<br />

Feedback<br />

Flanger<br />

Balance D<br />

Balance W<br />

Balance W<br />

Balance D<br />

Delay<br />

Feedback<br />

Balance D<br />

(Flanger) Pre Delay<br />

Hiermee stelt u de vertraging tussen het originele signaal<br />

en de Flanger in (0,0~100,0 ms).<br />

Rate<br />

Dit is de snelheid waarmee de toonhoogte van het<br />

effect wordt gemoduleerd (0,05~10,00 Hz).<br />

L out<br />

Balance W<br />

Balance W<br />

R out


<strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> MFX-parameters<br />

Depth<br />

Dit is de diepte van het Flanger-effect. Hoe groter de<br />

waarde, hoe uitdrukkelijker de Flanger werkt (0~127).<br />

(Flanger) Feedback<br />

Hiermee bepaalt u hoeveel van het Flanger-signaal<br />

nog een keer naar de Flanger wordt gestuurd. Een<br />

negatieve waarde betekent dat de fase van het effectsignaal<br />

omgekeerd wordt. De waarde “0” betekent dat<br />

er geen sprake is van Feedback (–98~+98%).<br />

(Flanger) Balance #<br />

Hiermee bepaalt u de balans (de volumeverhouding)<br />

tussen het binnenkomende signaal en de Flanger.<br />

“D100:0W” betekent dat u alleen het originele (niet<br />

bewerkte) signaal hoort. “D0:100W” betekent dat u<br />

enkel de Flanger hoort (D100:0W~D0:100W).<br />

(Delay) Time<br />

Met deze parameter bepaalt u de snelheid van de herhalingen<br />

en de vertraging tussen het originele en het<br />

effectsignaal (0,0~500,0 ms).<br />

Feedback<br />

Hiermee bepaalt u hoeveel van het Delay-signaal nog<br />

een keer naar de Delay wordt gestuurd. Een negatieve<br />

waarde betekent dat de fase van het effectsignaal<br />

omgekeerd wordt. De waarde “0” betekent dat er geen<br />

sprake is van Feedback (–98~+98%).<br />

HF Damp<br />

Met deze parameter stelt u de frequentie in waarboven<br />

de hoge tonen worden gedempt, zodat de herhalingen<br />

doffer klinken. Als u niet wilt dat de herhalingen al te<br />

helder zijn, stelt u het best een andere waarde dan<br />

BYPASS in (200~8000 Hz, BYPASS).<br />

(Delay Balance) #<br />

Bepaalt de balans tussen het Flanger-signaal dat wél<br />

naar de Delay wordt gestuurd en het Flanger-signaal<br />

dat rechtstreeks naar de gekozen uitgangen gaat.<br />

“D100:0W” betekent dat u alleen het niet vertraagde<br />

Flanger-signaal hoort. “D0:100W” betekent dat u enkel<br />

het Flanger-signaal hoort dat daarna nog de Delay passeert<br />

– en dus wordt herhaald (D100:0W~D0:100W).<br />

Level<br />

Hiermee bepaalt u het uitgangsvolume van het MFXeffect<br />

(0~127).<br />

37: CHORUS→ FLANGER<br />

Hier worden een Chorus en een Flanger in serie<br />

geschakeld, zodat een met Chorus voorzien signaal<br />

ook nog eens door een Flanger kan worden gemoduleerd.<br />

Misschien interessant voor gitaargeluiden.<br />

L in<br />

R in<br />

Balance D<br />

Balance W<br />

Chorus<br />

Balance W<br />

Balance D<br />

Balance D<br />

Feedback<br />

Flanger<br />

Balance D<br />

(Chorus) Pre Delay<br />

Hiermee stelt u de vertraging tussen het originele signaal<br />

en de Chorus in (0,0~100,0 ms).<br />

Rate<br />

Dit is de snelheid waarmee de toonhoogte van het<br />

effect wordt gemoduleerd (0,05~10,00 Hz).<br />

Depth<br />

Dit is de diepte van het Chorus-effect. Hoe groter de<br />

waarde, hoe uitdrukkelijker de Chorus werkt (0~127).<br />

(Chorus) Balance #<br />

Hiermee bepaalt u de balans (de volumeverhouding)<br />

tussen het binnenkomende signaal en de Chorus.<br />

“D100:0W” betekent dat u alleen het originele (niet<br />

bewerkte) signaal hoort. “D0:100W” betekent dat u<br />

enkel de Chorus hoort (D100:0W~D0:100W).<br />

(Flanger) Pre Delay<br />

Hiermee stelt u de vertraging tussen het originele signaal<br />

en de Flanger in (0,0~100,0 ms).<br />

(Flanger) Rate<br />

Dit is de snelheid waarmee de toonhoogte van het<br />

effect wordt gemoduleerd (0,05~10,00 Hz).<br />

L out<br />

Balance W<br />

Balance W<br />

R out<br />

Depth<br />

Dit is de diepte van het Flanger-effect. Hoe groter de<br />

waarde, hoe uitdrukkelijker de Flanger werkt (0~127).<br />

Feedback<br />

Hiermee bepaalt u hoeveel van het Flanger-signaal<br />

nog een keer naar de Flanger wordt gestuurd. Een<br />

negatieve waarde betekent dat de fase van het effectsignaal<br />

omgekeerd wordt. De waarde “0” betekent dat<br />

er geen sprake is van Feedback (–98~+98%).<br />

(Flanger) Balance #<br />

Bepaalt de balans tussen het Chorus-signaal dat wél<br />

naar de Flanger wordt gestuurd en het Chorus-signaal<br />

dat rechtstreeks naar de gekozen uitgangen gaat.<br />

“D100:0W” betekent dat u alleen het niet door de Flanger<br />

gemoduleerde Chorus-signaal hoort. “D0:100W”<br />

betekent dat u enkel het Chorus-signaal hoort dat<br />

daarna nog de Flanger passeert (D100:0W~D0:100W).<br />

Level<br />

Hiermee bepaalt u het uitgangsvolume van het MFXeffect<br />

(0~127).<br />

79<br />

Referentiehandboek


3. Effecten van de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong><br />

80<br />

38: CHORUS/DELAY<br />

Hier zijn een Chorus en een Delay-effect parallel te<br />

gebruiken. De parameters zijn precies dezelfde als<br />

voor “35: CHORUS→ DELAY”. “Delay Balance” slaat<br />

hier op de volumeverhouding tussen het droge en het<br />

Delay-signaal.<br />

Balance D<br />

L in L out<br />

Chorus<br />

Feedback<br />

Delay<br />

R in R out<br />

Balance D<br />

39: FLANGER/DELAY<br />

Hier zijn een Flanger en een Delay-effect parallel te<br />

gebruiken. De parameters zijn precies dezelfde als<br />

voor “36: FLANGER→ DELAY”. “Delay Balance”<br />

slaat hier op de volumeverhouding tussen het droge<br />

en het Delay-signaal.<br />

40: CHORUS/FLANGER<br />

Balance W<br />

Balance W<br />

Balance D<br />

L in L out<br />

Flanger<br />

Feedback<br />

Feedback<br />

Delay<br />

Balance W<br />

Balance W<br />

R in R out<br />

Balance D<br />

Hier zijn een Chorus en een Flanger-effect parallel te<br />

gebruiken. De parameters zijn precies dezelfde als<br />

voor “37: CHORUS→ FLANGER”. “Flanger Balance”<br />

slaat hier op de volumeverhouding tussen het droge<br />

en het Flanger-signaal.<br />

Balance D<br />

L in L out<br />

Chorus<br />

Feedback<br />

Flanger<br />

Balance W<br />

Balance W<br />

R in R out<br />

Balance D<br />

41: STEREO PHASER<br />

Ziehier een Stereo-Phaser die ook een “Step”-parameter<br />

biedt waarmee u kunt zorgen dat het effect in duidelijke<br />

trappen werkt.<br />

L in<br />

2-Band<br />

Phaser<br />

L out<br />

EQ<br />

Mix<br />

Mix<br />

R in Phaser<br />

2-Band<br />

R out<br />

EQ<br />

Type<br />

Hiermee kiest u het Phaser-type. Het verschil tussen<br />

“1” en “2” is dat “2” eerder de hoge frequenties<br />

bewerkt (en dus beter geschikt is voor een bas bv.) (1,<br />

2).<br />

Mode<br />

Hiermee kiest u het aantal trappen (4 of 8) voor de faseverschuivingen<br />

(4-STAGE, 8-STAGE).<br />

Polarity<br />

Met deze parameter bepaalt u of de twee Phasers (links<br />

en rechts) dezelfde (SYNCHRO) of de tegenovergestelde<br />

fase (INVERSE) hanteren. Kies SYNCHRO wanneer<br />

het te bewerken signaal stereo is (INVERSE, SYN-<br />

CHRO).<br />

Manual #<br />

Hiermee stelt u het frequentiebereik in waarbinnen het<br />

golvende effect werkzaam is (0~127).<br />

Rate #<br />

De frequentie van de golfbeweging kan in stappen van<br />

1,1 Hz worden ingesteld. Hoe hoger de waarde, hoe<br />

sneller het golfeffect (0,05~10,00 Hz).<br />

Hiervoor kunt u ook een nootwaarde instellen om de<br />

modulatie synchroon te laten lopen met het tempo.<br />

Daarvoor wordt hetzij het Patch- (blz. 114), hetzij het<br />

System-tempo (blz. 173) gehanteerd.<br />

Depth<br />

De diepte van het golfeffect. Hogere waarden veroorzaken<br />

een “diepere” golfbeweging van het geluid<br />

(0~127).<br />

Resonance<br />

Hiermee stelt u het Feedback-volume (de “terugkoppeling”)<br />

in. Hoe hoger het Feedback-volume, des te<br />

sterker het Phaser-effect (0~127).<br />

X-Feedback<br />

Hiermee bepaalt u hoeveel van het Phaser-geluid nog<br />

eens naar de Phaser wordt gestuurd. Een positieve<br />

waarde (+) betekent dat het signaal met de oorspronkelijke<br />

fase naar het effect wordt gestuurd, negatieve<br />

waarden (–) daarentegen betekenen dat de fase wordt<br />

omgekeerd (–98~+98%).<br />

Mix Level<br />

Hiermee bepaalt u de volumebalans tussen het Phaser-<br />

en het “droge” signaal (0~127).


<strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> MFX-parameters<br />

(Step Rate) Switch #<br />

Met deze parameter kunt u bepalen of de Phaser in<br />

duidelijk hoorbare trappen (waarde) moet werken of<br />

niet (OFF). Stelt u een waarde in, dan bepaalt die hoe<br />

snel de trappen worden doorlopen (OFF, ON:0,1~20,0<br />

Hz).<br />

U kunt ook een nootwaarde kiezen om te zorgen dat de<br />

trappen synchroon lopen met het Patch- (blz. 114) of<br />

System-tempo (blz. 173).<br />

Low<br />

Hiermee kunt u het volume van de lage effecttonen<br />

ophalen of afzwakken. Hoe groter deze waarde, hoe<br />

meer het laag naar de voorgrond schuift (–15~+15 dB).<br />

High<br />

Hiermee kunt u het volume van de hoge effecttonen<br />

ophalen of afzwakken (–15~+15 dB).<br />

Level<br />

Hiermee bepaalt u het uitgangsvolume van het MFXeffect<br />

(0~127).<br />

42: KEYSYNC FLANGER<br />

De Keysync Flanger is een effect dat telkens vanaf het<br />

begin wordt gestart wanneer het binnenkomende signaal<br />

een bepaalde volumewaarde haalt. Bijgevolg kunt<br />

u het effect via de aanslag sturen.<br />

L in<br />

2-Band<br />

EQ<br />

L out<br />

Flanger<br />

Feedback<br />

Feedback<br />

Flanger<br />

R in<br />

2-Band<br />

EQ<br />

R out<br />

Pre Dly<br />

Hiermee stelt u de vertraging tussen het originele signaal<br />

en het effect in (0,0~100,0 ms).<br />

Rate #<br />

Dit is de snelheid waarmee het effect wordt gemoduleerd<br />

(0,05~10,00 Hz).<br />

U kunt ook een nootwaarde instellen om de snelheid<br />

synchroon te laten lopen met het tempo. Hiervoor<br />

wordt hetzij het Patch- (blz. 114), hetzij het Systemtempo<br />

(blz. 173) gehanteerd.<br />

Depth<br />

Dit is de diepte van het effect. Hoe groter de waarde,<br />

hoe uitdrukkelijker de Flanger werkt (0~127).<br />

Feedback #<br />

Hiermee bepaalt u hoeveel van het Flanger-signaal<br />

nog een keer naar de Flanger wordt gestuurd. Een<br />

negatieve waarde betekent dat de fase van het Flangersignaal<br />

omgekeerd wordt. De waarde 0 betekent dat er<br />

geen sprake is van Feedback (–98~+98%).<br />

Phase<br />

Met deze parameter bepaalt u de spreiding van het<br />

effectsignaal (0~180˚).<br />

Filter<br />

Hiermee kiest u het filtertype dat op het Flanger-effect<br />

van toepassing is. Een HPF is een filter dat alleen de<br />

hoge tonen doorlaat, terwijl een LPF-filter alleen de<br />

frequenties onder de grenswaarde (Cutoff) doorlaat.<br />

Kies OFF als u geen filter nodig hebt (OFF, LPF, HPF).<br />

Cutoff<br />

Hiermee stelt u de frequentie in van waaraf het filter<br />

(LPF of HPF) moet beginnen werken. Als u OFF kiest,<br />

hoeft u natuurlijk geen frequentie in te stellen<br />

(200~8000 Hz).<br />

Step Rate #<br />

Met deze parameter kunt u bepalen of de Flanger in<br />

duidelijk hoorbare trappen (waarde) moet werken of<br />

niet (OFF). Stelt u een waarde in, dan bepaalt die hoe<br />

snel de trappen worden doorlopen (OFF, ON:0,1~20,0<br />

Hz).<br />

U kunt ook een nootwaarde kiezen om te zorgen dat de<br />

trappen synchroon lopen met het Patch- (blz. 114) of<br />

System-tempo (blz. 173).<br />

Keysync<br />

Met deze parameter bepaalt u of de LFO al (ON) dan<br />

niet (OFF) vanaf het begin moet beginnen, wanneer het<br />

volume van de gespeelde noten de “Thre”-waarde<br />

bereikt of erboven ligt (OFF, ON).<br />

Thre<br />

Stel hier het volume in dat het binnenkomende signaal<br />

moet hebben om te zorgen dat de LFO weer vanaf het<br />

begin begint (indien u “Keysync” op ON hebt gezet)<br />

(0~127).<br />

Keysync Phase<br />

Hiermeet kiest u de fase die de LFO bij de terugkeer<br />

naar het begin van de golfvorm hanteert (0~360˚).<br />

Low<br />

Hiermee kunt u de lage tonen ophalen/afzwakken<br />

(–15~+15 dB).<br />

High<br />

Hiermee kunt u de hoge tonen ophalen/afzwakken<br />

(–15~+15 dB).<br />

Balance #<br />

Hiermee bepaalt u de balans tussen het oorspronkelijke<br />

en het effectsignaal. “D100:0W” betekent dat u<br />

enkel het originele signaal hoort. “D0:100W” staat voor<br />

“enkel effectgeluid” (D100:0W~D0:100W).<br />

Level<br />

Hiermee bepaalt u het uitgangsvolume van het MFXeffect<br />

(0~127).<br />

81<br />

Referentiehandboek


3. Effecten van de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong><br />

82<br />

Hiermee voorziet u het binnenkomende signaal van<br />

klinkers, wat “sprekend” op een menselijke stem lijkt.<br />

L in<br />

R in<br />

43: FORMANT FILTER<br />

Overdrive<br />

Formant<br />

2-Band<br />

EQ<br />

L out<br />

Pan L<br />

Pan R<br />

R out<br />

(Overdrive) Switch<br />

Hiermee kunt u bepalen of de Overdrive via het<br />

niveau van het inkomende signaal kan worden teruggezet<br />

(“Reset”) of niet. (OFF, ON).<br />

Drive<br />

Hiermee kunt u de vervorming in of uitschakelen. Als<br />

ze ingeschakeld is, ligt het volume een stuk hoger<br />

(OFF, ON: 0~127).<br />

Vowel 1, 2<br />

Hiermee kunt u twee klinkers kiezen. “1” is de linker<br />

klinker, en “2” de rechter (a, e, i, o, u).<br />

Rate<br />

Hiermee bepaalt u hoe snel er van de ene klinker naar<br />

de andere wordt overgeschakeld (0,05~10,00 Hz).<br />

U kunt ook een nootwaarde kiezen om te zorgen dat<br />

overschakeling synchroon loopt met het Patch-<br />

(blz. 114) of System-tempo (blz. 173).<br />

Depth<br />

Hiermee bepaalt u de diepte (intensiteit) van het “klinkereffect”<br />

(0~127).<br />

Manual<br />

Met deze parameter bepaalt u de lengte van de twee<br />

klinkers voor de automatische wissels: kies “50” om te<br />

zorgen dat klinker “1” en “2” dezelfde lengte hebben.<br />

Met grotere waarden zorgt u dat klinker “1” langer<br />

wordt aangehouden dan klinker “2”. Met een waarde<br />

kleiner dan “50” zorgt u dat klinker “2” langer duurt<br />

(0~100).<br />

(Keysync) Switch<br />

Met deze parameter bepaalt u of de LFO al (ON) dan<br />

niet (OFF) vanaf het begin moet beginnen, wanneer het<br />

volume van de gespeelde noten de “Threshold”waarde<br />

bereikt of erboven ligt (OFF, ON).<br />

Thres<br />

Stel hier het volume in dat het binnenkomende signaal<br />

moet hebben om te zorgen dat de LFO weer vanaf het<br />

begin begint (indien u “Keysync” op ON hebt gezet)<br />

(0~127).<br />

Low<br />

Hiermee kunt u de lage tonen ophalen/afzwakken<br />

(–15~+15 dB).<br />

High<br />

Hiermee kunt u de hoge tonen ophalen/afzwakken<br />

(–15~+15 dB).<br />

Level<br />

Hiermee bepaalt u het uitgangsvolume van het MFXeffect<br />

(0~127).<br />

Pan<br />

Met deze parameter bepaalt u de stereopositie van het<br />

effectsignaal. “L64” betekent helemaal links, “0” staat<br />

voor het midden, “63R” is helemaal rechts<br />

(L64~0~63R).<br />

44: RING MODULATOR<br />

Een Ring Modulator voorziet het bewerkte signaal via<br />

een interne oscillator van frequentie-modulatie en<br />

zorgt zo voor een bel-achtig geluid. Dit effect kan via<br />

het volume van een signaal naar wens worden gecontroleerd.<br />

L in<br />

R in<br />

Ring Mod<br />

Ring Mod<br />

2-Band EQ<br />

2-Band EQ<br />

L out<br />

R out<br />

Freq #<br />

Met deze parameter kiest u de frequentie van het inkomende<br />

signaal die gemoduleerd wordt (0~127).<br />

Modulator<br />

Met deze parameter kiest u het signaal dat als “Side<br />

Chain/Trigger” moet fungeren voor het activeren/uitschakelen<br />

van de Ring Modulator. Hiervoor kunt u<br />

één van de beschikbare uitgangsparen (A, B, C, D),<br />

OFF (geen controle) of SOURCE (het binnenkomende<br />

signaal zelf) kiezen.<br />

Monitor<br />

Nog zo’n handige parameter: kies ON wanneer het als<br />

Trigger gebruikte “Modulator”-signaal eveneens naar<br />

de uitgang van de Ring Modulator moet worden<br />

gestuurd. Kies OFF als dat niet nodig is (OFF, ON).<br />

Sens #<br />

Hiermee bepaalt u hoe sterk de frequentie moet worden<br />

gemoduleerd (0~127).<br />

Polarity<br />

Kies hier of de frequentiemodulatie geluiden moet<br />

voortbrengen die boven (UP) of onder (DOWN) het<br />

originele signaal liggen.<br />

Low<br />

Hiermee kunt u de lage tonen ophalen/afzwakken<br />

(–15~+15 dB).<br />

High<br />

Hiermee kunt u de hoge tonen ophalen/afzwakken<br />

(–15~+15 dB).<br />

Balance #<br />

Hiermee bepaalt u de balans tussen het oorspronkelijke<br />

en het effectsignaal. “D100:0W” betekent dat u<br />

enkel het originele signaal hoort. “D0:100W” staat voor<br />

“enkel effectgeluid” (D100:0W~D0:100W).


<strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> MFX-parameters<br />

Level<br />

Hiermee bepaalt u het uitgangsvolume van het MFXeffect<br />

(0~127).<br />

45: MULTI TAP DELAY<br />

Ziehier een Delay met vier Delay-lijnen (voor evenveel<br />

herhalingen).<br />

L in<br />

R in<br />

Feed<br />

back<br />

Delay 1<br />

Multi Tap Delay<br />

Delay 2<br />

Delay 3<br />

Delay 4<br />

Balance D<br />

Balance D<br />

2-Band<br />

EQ<br />

Balance W<br />

Balance W<br />

2-Band<br />

EQ<br />

(Delay) 1, 2, 3, 4<br />

Hiermee bepaalt u de vertragingstijd van de betreffende<br />

Delay-lijn (1~4), d.w.z. de afstand tussen het binnenkomende<br />

signaal en de eerste herhaling<br />

(0~1800 ms).<br />

U kunt ook een nootwaarde kiezen om te zorgen dat de<br />

vertragingen synchroon lopen met het Patch- (blz. 114)<br />

of System-tempo (blz. 173).<br />

Feedback #<br />

Hiermee bepaalt u hoeveel (%) van het vertraagde signaal<br />

nog eens naar de ingang van de Delay wordt<br />

gestuurd, zodat het aantal herhalingen toeneemt. Positieve<br />

waarden (+) betekenen dat het signaal nog eens<br />

met normale fase naar de ingang van de Delay wordt<br />

gestuurd. Een negatieve waarde (–) betekent dat de<br />

fase van opnieuw “geïnjecteerde” signalen wordt<br />

omgekeerd (–98~+98%).<br />

HF Damp<br />

Met deze parameter stelt u de frequentie in waarboven<br />

de hoge tonen worden gedempt, zodat de herhalingen<br />

doffer klinken. In de natuur houdt dit verband met de<br />

oppervlakte van de voorwerpen die het geluid weerkaatsen.<br />

Als u niet wilt dat de herhalingen al te helder<br />

zijn, stelt u het best een andere waarde dan BYPASS in<br />

(200~8000 Hz, BYPASS).<br />

Level 1, 2, 3, 4<br />

Hiermee kunt u het volume van de vier Delay-lijnen<br />

instellen (0~127).<br />

Pan 1, 2, 3, 4<br />

Hiermee bepaalt u de stereopositie van de Delay-lijnen.<br />

Aangezien u elke lijn ergens anders in het stereobeeld<br />

kunt plaatsen, kunt u voor een behoorlijk complex<br />

geluidsbeeld zorgen. Kies “0” voor een lijn die<br />

zich in het midden moet bevinden (L64~0~63R).<br />

Low<br />

Hiermee kunt u de lage tonen ophalen/afzwakken<br />

(–15~+15 dB).<br />

L out<br />

R out<br />

High<br />

Hiermee kunt u de hoge tonen ophalen/afzwakken<br />

(–15~+15 dB).<br />

Balance #<br />

Hiermee bepaalt u de balans tussen het oorspronkelijke<br />

en het effectsignaal. “D100:0W” betekent dat u<br />

enkel het originele signaal hoort. “D0:100W” staat voor<br />

“enkel effectgeluid” (D100:0W~D0:100W).<br />

(Output) Level<br />

Hiermee bepaalt u het uitgangsvolume van het MFXeffect<br />

(0~127).<br />

46: REVERSE DELAY<br />

Reverse Delay is een effect dat het binnenkomende signaal<br />

omkeert (achterstevoren) en die versie dan herhaalt.<br />

L in<br />

R in<br />

Feedback<br />

Rev. Delay<br />

D1<br />

D2<br />

Delay<br />

D3<br />

D4<br />

2-Band<br />

EQ<br />

2-Band<br />

EQ<br />

L out<br />

R out<br />

(Delay) 1, 2, 3, 4<br />

Hiermee bepaalt u de vertragingstijd van de betreffende<br />

Delay-lijn, d.w.z. de afstand tussen het binnenkomende<br />

signaal en de eerste herhaling (0~900 ms).<br />

U kunt ook een nootwaarde kiezen om te zorgen dat de<br />

vertragingen synchroon lopen met het Patch- (blz. 114)<br />

of System-tempo (blz. 173).<br />

Feedback 1:4 #<br />

Hiermee bepaalt u hoeveel van de Delay-lijnen “1” en<br />

“4” nog eens naar de ingang van het effect wordt<br />

gestuurd. Met negatieve waarden keert u de fase van<br />

deze signalen om (–98~+98%).<br />

HF Damp 1: 4<br />

Met deze parameter stelt u de frequentie in waarboven<br />

de hoge tonen van Delay “1” en “4” worden gedempt,<br />

zodat de herhalingen doffer klinken. Als u niet wilt dat<br />

de herhalingen al te helder zijn, stelt u het best een<br />

andere waarde dan BYPASS in (200~8000 Hz,<br />

BYPASS).<br />

Level 1:2:3<br />

Hiermee stelt u het volume van de Delay-lijnen “1”,<br />

“2” en “3” in (0~127).<br />

Pan 1:2:3<br />

Hiermee stelt u de stereopositie van de Delay-lijnen<br />

“1”, “2” en “3” in. “0” staat voor “midden”<br />

(L64~0~63R).<br />

Threshold<br />

Hiermee kiest u de drempelwaarde die het volume<br />

van het binnenkomende signaal moet halen om de<br />

omgekeerde Delay te starten (0~127).<br />

Low<br />

Hiermee kunt u de lage tonen ophalen/afzwakken<br />

(–15~+15 dB).<br />

High<br />

Hiermee kunt u de hoge tonen ophalen/afzwakken<br />

(–15~+15 dB).<br />

1<br />

2<br />

3<br />

83<br />

Referentiehandboek


3. Effecten van de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong><br />

84<br />

Balance #<br />

Hiermee bepaalt u de balans tussen het oorspronkelijke<br />

en het effectsignaal. “D100:0W” betekent dat u<br />

enkel het originele signaal hoort. “D0:100W” staat voor<br />

“enkel effectgeluid” (D100:0W~D0:100W).<br />

(Output) Level<br />

Hiermee bepaalt u het uitgangsvolume van het MFXeffect<br />

(0~127).<br />

De Shuffle Delay zorgt eveneens voor herhalingen,<br />

maar die worden dan gesyncopeerd, zodat er een<br />

Shuffle-ritme ontstaat (vandaar de naam).<br />

L in<br />

R in<br />

47: SHUFFLE DELAY<br />

Feedback<br />

Delay<br />

Delay 1<br />

Delay 2<br />

(Delay) Time #<br />

Met deze parameter bepaalt u de snelheid van de herhalingen<br />

(0~1800 ms).<br />

U kunt ook een nootwaarde kiezen om te zorgen dat de<br />

vertragingen synchroon lopen met het Patch- (blz. 114)<br />

of System-tempo (blz. 173).<br />

Shuffle Rate #<br />

Hiermee bepaalt u de verschuiving van Delay “B” in<br />

verhouding tot Delay “A”. De waarde “100%” betekent<br />

dat Delay “A” en “B” dezelfde vertragingstijd<br />

hanteren (0~100%).<br />

Acceleration<br />

Met deze parameter bepaalt u hoe snel de “Delay”parameter<br />

van de huidige waarde in de nieuwe overgaat.<br />

De snelheid van deze overgang is bepalend voor<br />

de mate waarin de toonhoogte verandert (0~15).<br />

Feedback #<br />

Hiermee bepaalt u hoeveel van het Delay-signaal nog<br />

een keer naar de Delay wordt gestuurd. Een negatieve<br />

waarde betekent dat de fase van het effectsignaal<br />

omgekeerd wordt. De waarde “0” betekent dat er geen<br />

sprake is van Feedback (–98~+98%).<br />

HF Damp<br />

Met deze parameter stelt u de frequentie in waarboven<br />

de hoge tonen worden gedempt, zodat de herhalingen<br />

doffer klinken. Als u niet wilt dat de herhalingen al te<br />

helder zijn, stelt u het best een andere waarde dan<br />

BYPASS in (200~8000 Hz, BYPASS).<br />

Pan A<br />

Hiermee bepaalt u de stereopositie van Delay “A”<br />

(L64~0~63R).<br />

Pan B<br />

Hiermee bepaalt u de stereopositie van Delay “B”<br />

(L64~0~63R).<br />

1<br />

2<br />

2-Band<br />

EQ<br />

2-Band<br />

EQ<br />

L out<br />

R out<br />

Balance<br />

Hiermee bepaalt u de volumeverhouding tussen Delay<br />

“A” en “B” (A100:0B~A0:100B).<br />

Low<br />

Hiermee kunt u de lage tonen ophalen/afzwakken<br />

(–15~+15 dB).<br />

High<br />

Hiermee kunt u de hoge tonen ophalen/afzwakken<br />

(–15~+15 dB).<br />

Balance #<br />

Hiermee bepaalt u de balans tussen het oorspronkelijke<br />

en het effectsignaal. “D100:0W” betekent dat u<br />

enkel het originele signaal hoort. “D0:100W” staat voor<br />

“enkel effectgeluid” (D100:0W~D0:100W).<br />

Level<br />

Hiermee bepaalt u het uitgangsvolume van het MFXeffect<br />

(0~127).<br />

Ziehier een Delay met een duidelijk driedimensioneel<br />

tintje (naast links/rechts ook voor/achter). Het Delaygeluid<br />

bevindt zich 90° links en 90° rechts.<br />

L<br />

48: 3D DELAY<br />

R<br />

3D Delay L<br />

3D Delay C<br />

3D Delay R<br />

Level<br />

* Zie ook “Tips voor de “3D”-effecten” op blz. 108.<br />

2-Band<br />

EQ<br />

2-Band<br />

EQ<br />

Center<br />

Met deze parameter bepaalt u de snelheid van de herhalingen<br />

voor de Delay in het midden van het geluidsbeeld<br />

(0~1800 ms).<br />

Left<br />

Met deze parameter bepaalt u de snelheid van de herhalingen<br />

voor het linker kanaal (0~1800 ms).<br />

Right<br />

Met deze parameter bepaalt u de snelheid van de herhalingen<br />

voor het rechter kanaal (0~1800 ms).<br />

U kunt ook een nootwaarde kiezen om te zorgen dat de<br />

vertragingen synchroon lopen met het Patch- (blz. 114)<br />

of System-tempo (blz. 173).<br />

HF Damp<br />

Met deze parameter stelt u de frequentie in waarboven<br />

de hoge tonen worden gedempt, zodat de herhalingen<br />

doffer klinken. Als u niet wilt dat de herhalingen al te<br />

helder zijn, stelt u het best een andere waarde dan<br />

BYPASS in (200~8000 Hz, BYPASS).


<strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> MFX-parameters<br />

Feedback #<br />

Hiermee bepaalt u hoeveel van het Delay-signaal nog<br />

een keer naar de Delay wordt gestuurd. Een negatieve<br />

waarde betekent dat de fase van het effectsignaal<br />

omgekeerd wordt. De waarde “0” betekent dat er geen<br />

sprake is van Feedback (–98~+98%).<br />

(Level) Center, Left, Right<br />

Hiermee bepaalt u het volume van de drie Delay-lijnen<br />

(0~127).<br />

Low<br />

Hiermee kunt u de lage tonen ophalen/afzwakken<br />

(–15~+15 dB).<br />

High<br />

Hiermee kunt u de hoge tonen ophalen/afzwakken<br />

(–15~+15 dB).<br />

Balance #<br />

Hiermee bepaalt u de balans tussen het oorspronkelijke<br />

en het effectsignaal. “D100:0W” betekent dat u<br />

enkel het originele signaal hoort. “D0:100W” staat voor<br />

“enkel effectgeluid” (D100:0W~D0:100W).<br />

Out<br />

Ziehier een parameter die toelaat om de 3D-indruk<br />

zodanig “voor te bereiden” dat hij ook optimaal uit de<br />

verf komt. Kies SPEAKER als u het geluid van de<br />

<strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> (via de OUTPUT-connectors) met behulp van<br />

een eindtrap e.d. uitversterkt. Kies PHONES als u met<br />

een hoofdtelefoon werkt.<br />

Level<br />

Hiermee bepaalt u het uitgangsvolume van het MFXeffect<br />

(0~127).<br />

49: 3VOICE PITCH SHIFTER<br />

Zoals u weet (zie blz. 73), zijn er ook nog andere Pitch<br />

Shifters. Dit exemplaar voegt drie getransponeerde<br />

en/of ontstemde stemmen toe aan het binnenkomende<br />

signaal.<br />

L<br />

R<br />

Pitch 1<br />

Pitch 2<br />

Pitch 3<br />

(Pch Coarse) 1:2:3 #1<br />

Hiermee kunt u de drie Pitch Shift-lijnen in stappen<br />

van halve tonen transponeren (–24~+12 halve tonen).<br />

(Pch Fine) 1:2:3 #1<br />

Hiermee kunt u de drie Pitch Shift-lijnen in stappen<br />

van 2 Cent ontstemmen om een voller/vetter geluid te<br />

bereiken (–100~+100 Cent).<br />

Mode<br />

Kies hier de kwaliteit van de transpositie: hoe groter de<br />

waarde, hoe beter de kwaliteit – maar dan reageert het<br />

effect ook trager.<br />

1<br />

2<br />

3<br />

L out<br />

R out<br />

Fbk 1:2:3<br />

Hiermee zorgt u voor herhalingen van de drie Pitch<br />

Shift-lijnen en navenant dalende/klimmende noten (–<br />

98~+98%).<br />

Pre Delay 1:2:3<br />

Hiermee bepaalt u de vertraging tussen het binnenkomende<br />

signaal en de drie Pitch Shift-lijnen (0,0~500,0<br />

ms).<br />

Balance<br />

Hiermee bepaalt u de balans tussen het oorspronkelijke<br />

en het effectsignaal. “D100:0W” betekent dat u<br />

enkel het originele signaal hoort. “D0:100W” staat voor<br />

“enkel effectgeluid” (D100:0W~D0:100W).<br />

Level 1:2:3<br />

Hiermee stelt u het volume van de drie Pitch Shift-lijnen<br />

in (0~127).<br />

Pan 1:2:3<br />

Met deze parameter bepaalt u de stereopositie van de<br />

drie Pitch Shift-lijnen. “L64” betekent helemaal links,<br />

“0” staat voor het midden, “63R” is helemaal rechts<br />

(L64~0~63R).<br />

Level<br />

Hiermee bepaalt u het uitgangsvolume van het MFXeffect<br />

(0~127).<br />

50: LOFI COMPRESS<br />

Het Lo-Fi-effect verandert de geluidskwaliteit tot u die<br />

smerige, “organische” Sound overhoudt die zo typerend<br />

is voor veel moderne dansproducties.<br />

L in<br />

R in<br />

Lo-Fi<br />

2-Band<br />

EQ<br />

L out<br />

Pan L<br />

Pan R<br />

R out<br />

(Lo-Fi) Type<br />

Hiermee stelt u in hoe “smerig” het geluid moet zijn.<br />

Hoe groter de waarde, hoe slechter de klankkwaliteit<br />

(1~9).<br />

(Pre Filter) Type<br />

Kies hier het filter waarmee het inkomende geluid<br />

wordt bewerkt voordat het door de LoFi-processor<br />

onder handen wordt genomen. Jammer genoeg hebben<br />

de filters alleen nummers (1~6). U moet dus zelf<br />

even uitproberen welke het beste resultaat oplevert.<br />

(Post Filter 1) Type<br />

Kies hier het filter waarmee het geluid aan de uitgang<br />

van de LoFi-processor wordt bewerkt: 1~6.<br />

(Post Filter 2) Type<br />

Hier luiden de mogelijkheden OFF (geen tweede filter),<br />

LPF en HPF. (OFF, LPF, HPF).<br />

Cutoff<br />

Hiermee kunt u de frequentie instellen waarboven/<br />

waaronder het filter actief moet zijn<br />

85<br />

Referentiehandboek


3. Effecten van de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong><br />

86<br />

Low<br />

Hiermee kunt u de lage tonen ophalen/afzwakken<br />

(–15~+15 dB).<br />

High<br />

Hiermee kunt u de hoge tonen ophalen/afzwakken<br />

(–15~+15 dB).<br />

Balance #<br />

Hiermee bepaalt u de balans tussen het oorspronkelijke<br />

en het effectsignaal. “D100:0W” betekent dat u<br />

enkel het originele signaal hoort. “D0:100W” staat voor<br />

“enkel effectgeluid” (D100:0W~D0:100W).<br />

Level<br />

Hiermee bepaalt u het uitgangsvolume van het MFXeffect<br />

(0~127).<br />

Pan<br />

Met deze parameter kiest u de plaats van het effect in<br />

het stereobeeld. “L64” betekent helemaal links en<br />

“63R” helemaal rechts (L64~0~63R).<br />

51: LOFI NOISE<br />

Naast kwaliteitsvermindering via het LoFi-effect bevat<br />

dit algoritme tevens een aantal parameters waarmee u<br />

kunt zorgen dat het geluid “prettig gestoord” door het<br />

leven gaat.<br />

L in<br />

2-Band<br />

EQ<br />

L out<br />

Lo-Fi<br />

Radio<br />

Noise Gen.<br />

Lo-Fi<br />

R in<br />

2-Band<br />

EQ<br />

R out<br />

(Lo-Fi) Type<br />

Hiermee stelt u in hoe “smerig” het geluid moet zijn.<br />

Hoe groter de waarde, hoe slechter de klankkwaliteit<br />

(1~9).<br />

(Post Filter) Type<br />

Ziehier een filter voor het bewerken van he LoFi Noisesignaal<br />

alvorens het de buitenwereld bereikt. Hier luiden<br />

de mogelijkheden OFF, LPF en HPF (OFF, LPF,<br />

HPF).<br />

Cutoff<br />

Hiermee kunt u de frequentie instellen waarboven/<br />

waaronder het filter actief moet zijn<br />

(Radio) Detune<br />

Dit zijn eigenlijk twee parameters: met de linker<br />

waarde bepaalt u hoe “slecht” de MFX op de “zender”<br />

staat afgestemd (0~127).<br />

(Radio) Level<br />

Met deze parameter bepaalt u het volume van de achtergrondruis<br />

(0~127).<br />

(Disc) Type<br />

Hiermee stelt u in welk soort (virtuele) vinylplaat u<br />

aan het “afspelen” bent: LP, EP, SP, RND.<br />

LPF<br />

Hiermee stelt u de grensfrequentie in voor de LPF die<br />

de plaatruis vanaf een bepaalde frequentie onderdrukt<br />

(200~8000 Hz, BYPASS).<br />

(Disc) Level<br />

Hiermee stelt u het volume van de vinyl-bijgeluiden in<br />

(0~127).<br />

Low<br />

Hiermee kunt u de lage tonen ophalen/afzwakken<br />

(–15~+15 dB).<br />

High<br />

Hiermee kunt u de hoge tonen ophalen/afzwakken<br />

(–15~+15 dB).<br />

Balance #<br />

Hiermee bepaalt u de balans tussen het binnenkomende<br />

Tone/Rhythm Tone-signaal en de “slechterikken”<br />

(LoFi, radio en/of pickup) (D100:0W~D0:100W).<br />

Level<br />

Hiermee bepaalt u het uitgangsvolume van het MFXeffect<br />

(0~127).<br />

Pan<br />

Met deze parameter kiest u de plaats van het effect in<br />

het stereobeeld. “L64” betekent helemaal links en<br />

“63R” helemaal rechts (L64~0~63R).<br />

52: SPEAKER SIMULATOR<br />

Dit effect simuleert een gitaarversterker en de virtuele<br />

micro die voor de “opname” van dit geluid wordt<br />

gebruikt.<br />

L in<br />

R in<br />

Speaker<br />

Speaker<br />

L out<br />

R out<br />

(Speaker) Type<br />

Kies hier het type luidspreker. Bovendien kunt u bepalen<br />

in wat voor kast hij zit, hoe groot hij is en met welk<br />

type microfoon hij wordt “opgenomen”.<br />

Type . . . . . . . . . . . .Behuizing. . . . . . . . . . . . . . Speaker. . . . Microfoon<br />

SMALL 1 . . . . . . .Klein (open) . . . . . . . . . . . 10. . . . . . . . dynamisch<br />

SMALL 2 . . . . . . .Klein (open) . . . . . . . . . . . 10. . . . . . . . dynamisch<br />

MIDDLE . . . . . . . .Open achterkant . . . . . . . 12 x 1. . . . . dynamisch<br />

JC-120 . . . . . . . . . .Open achterkant . . . . . . . 12 x 2. . . . . dynamisch<br />

BUILT IN 1. . . . . .Open achterkant . . . . . . . 12 x 2. . . . . dynamisch<br />

BUILT IN 2. . . . . .Open achterkant . . . . . . . 12 x 2. . . . . condensator<br />

BUILT IN 3. . . . . .Open achterkant . . . . . . . 12 x 2. . . . . condensator<br />

BUILT IN 4. . . . . .Open achterkant . . . . . . . 12 x 2. . . . . condensator<br />

BG STACK 1 . . . .Gesloten . . . . . . . . . . . . . . 12 x 2. . . . . condensator<br />

BG STACK 2 . . . .Groot, gesloten . . . . . . . . 12 x 2. . . . . condensator<br />

MS STACK 1 . . . .Groot, gesloten . . . . . . . . 12 x 4. . . . . condensator<br />

MS STACK 2 . . . .groot, gesloten . . . . . . . . . 12 x 4. . . . . condensator<br />

METAL STACK. .twee speakers . . . . . . . . . 12 x 4. . . . . condensator<br />

2-STACK. . . . . . . .grote, gesloten kast . . . . . 12 x 4. . . . . condensator<br />

3-STACK. . . . . . . .grote, gesloten kast . . . . . 12 x 4. . . . . condensator


<strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> MFX-parameters<br />

(MIC) Setting<br />

Met deze parameter stelt u in waar de microfoon staat<br />

opgesteld die u voor het “opnemen” van het geluid<br />

gebruikt (virtueel, wel te verstaan). Hoe groter de<br />

waarde, hoe verder zich de denkbeeldige microfoon<br />

van de denkbeeldige speakerkast vandaan bevindt<br />

(1~3).<br />

Level #<br />

Hiermee stelt u het volume van het microfoongeluid<br />

in.<br />

Direct Level #<br />

Hiermee bepaalt u het uitgangsvolume van het MFXeffect<br />

(0~127).<br />

53: OVERDRIVE 2<br />

In tegenstelling tot de “gewone” Overdrive (zie<br />

blz. 63) kunt u hier rekenen op een veel extremere vervorming.<br />

L in<br />

R in<br />

Overdrive<br />

Amp<br />

Simulator<br />

2-Band<br />

EQ<br />

(Overdrive) Drive #<br />

Hiermee bepaalt u in welke mate het geluid moet/mag<br />

vervormen. Dat heeft ook consequenties voor het uitgangsvolume<br />

(0~127).<br />

Tone<br />

Hiermee kunt u de klankkleur van het Overdriveeffect<br />

instellen (0~127).<br />

Switch<br />

Hiermee schakelt u de Amp Simulator in of uit.<br />

L out<br />

Pan L<br />

Pan R<br />

R out<br />

(Amp) Type<br />

Kies hier het versterkertype dat moet worden gesimuleerd:<br />

Small: Kleine comboversterker<br />

Built-in: Grote comboversterker.<br />

2-Stack: Versterker met twee kasten<br />

3-Stack: Versterker met 3 kasten<br />

Bovendien kunt u deze simulatie uitschakelen als u ze<br />

niet nodig hebt.<br />

Low<br />

Hiermee kunt u de lage tonen ophalen/afzwakken<br />

(–15~+15 dB).<br />

High<br />

Hiermee kunt u de hoge tonen ophalen/afzwakken<br />

(–15~+15 dB).<br />

Level<br />

Hiermee bepaalt u het uitgangsvolume van het MFXeffect<br />

(0~127).<br />

Pan #<br />

Met deze parameter bepaalt u de stereopositie van het<br />

effectsignaal. “L64” betekent helemaal links, “0” staat<br />

voor het midden, “63R” is helemaal rechts<br />

(L64~0~63R).<br />

54: DISTORTION 2<br />

Ziehier een bijtendere versie van het “gewone” Distortion-effect<br />

(zie blz. 63).<br />

L in<br />

R in<br />

Drive #, Level, LowGain, Hi Gain, Amp Type<br />

Zie blz. 63 (of hierboven).<br />

Tone<br />

Hiermee kunt u de klankkleur van het Distortioneffect<br />

instellen (0~127).<br />

Pan #<br />

Met deze parameter bepaalt u de stereopositie van het<br />

effectsignaal. “L64” betekent helemaal links, “0” staat<br />

voor het midden, “63R” is helemaal rechts<br />

(L64~0~63R).<br />

55: STEREO COMPRESSOR<br />

L in<br />

R in<br />

Sustain, Attack, Post Gain, LowGain, Hi Gain,<br />

Level #<br />

Zie blz. 66 voor een verklaring van deze parameters.<br />

Onthoud echter dat deze Compressor stereo is.<br />

56: STEREO LIMITER<br />

Ziehier de stereo-versie van de “gewone” Limiter (zie<br />

blz. 66).<br />

L in<br />

R in<br />

Distortion<br />

Compressor<br />

Compressor<br />

Limiter<br />

Limiter<br />

Amp<br />

Simulator<br />

2-Band<br />

EQ<br />

2-Band EQ<br />

2-Band EQ<br />

2-Band EQ<br />

2-Band EQ<br />

L out<br />

Pan L<br />

Pan R<br />

R out<br />

L out<br />

R out<br />

L out<br />

R out<br />

Threshold<br />

Hiermee stelt u het volume in dat het ingangssignaal<br />

moet halen om de Limiter in werking te laten treden.<br />

Dit is dus de “drempelwaarde” (0~127).<br />

Ratio<br />

Hiermee bepaalt u hoe sterk signalen, die op of boven<br />

de Threshold waarde liggen, afgezwakt worden (1.5:1,<br />

2:1, 4:1, 100:1).<br />

Release<br />

Hiermee bepaalt u wanneer de Limiter uitgeschakeld<br />

wordt nadat het volume weer onder de Thre-waarde is<br />

gedaald (0~127).<br />

Post Gain<br />

Hiermee stelt u het uitgangsniveau in (0 dB, +6 dB, +12<br />

dB, +18 dB).<br />

87<br />

Referentiehandboek


3. Effecten van de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong><br />

88<br />

Low<br />

Hiermee kunt u het volume van de lage effecttonen<br />

ophalen of afzwakken. Hoe groter deze waarde, hoe<br />

meer het laag naar de voorgrond schuift (–15~+15 dB).<br />

High<br />

Hiermee kunt u de hoge tonen ophalen/afzwakken<br />

(–15~+15 dB).<br />

Level #<br />

Hiermee bepaalt u het uitgangsvolume van het MFXeffect<br />

(0~127).<br />

57: GATE<br />

Een Gate was oorspronkelijk bedoeld als ruisonderdrukker<br />

(net zoals een Noise Suppressor). Hij moest<br />

voorkomen dat je de gitaarversterker e.d. ook op plaatsen<br />

hoort brommen waar de gitaar helemaal niet<br />

speelt. Al snel begon men dit echter ook als “effect” te<br />

gebruiken om lang nazinderende klanken wat “compacter”<br />

te maken. Dit Gate-effect is vooral voor dit<br />

soort toepassingen bedoeld.<br />

L in<br />

R in<br />

Gate<br />

Gate<br />

Mode<br />

Hiermee bepaalt u hoe dit effect moet werken: als<br />

GATE, d.w.z. een schakeling die signalen pas doorlaat<br />

wanneer ze (of het controlesignaal) de “Thre”-waarde<br />

halen; ofwel als DUCK (eigenlijk “Ducking Filter”)<br />

d.w.z. een schakeling die het binnenkomende signaal<br />

onderdrukt zodra er een controlesignaal is (GATE,<br />

DUCK).<br />

Een te gekke toepassing voor deze Gate is (in de Performance-mode):<br />

stuur een tapijtklank (Patch) naar het<br />

effect en wijs de HiHat (van een Rhythm Set) aan een<br />

aparte uitgang toe. Kies die uitgang als “Key”. Speel<br />

nu “platte” akkoorden met de tapijtklank. Naar gelang<br />

de “Mode”-instelling wordt de tapijt nu ritmisch weergeven<br />

en klinkt enkel wanneer de HiHat speelt<br />

(GATE) of wanneer de HiHat niet speelt (DUCK).<br />

* Vergeet niet “Monitor” op OFF te zetten.<br />

L out<br />

R out<br />

Attack Time<br />

Hiermee bepaalt u hoe snel het binnenkomende signaal<br />

hoorbaar wordt eens de Gate open is gegaan<br />

(0~127).<br />

Hold Time<br />

Hiermee bepaalt u hoe lang de Gate sowieso open blijft<br />

eens ze is geopend (0~127).<br />

Release<br />

Hiermee bepaalt u hoe snel de Gate weer dichtgaat<br />

eens het controlesignaal (“Key”) onder de “Thre”waarde<br />

is kommen te liggen (en na verstrijken van de<br />

“Hold”-duur) (0~127).<br />

Key<br />

Net zoals op een “professionele” Gate kunt u met deze<br />

parameter het signaal kiezen dat bepaalt wanneer de<br />

Gate open en dicht gaat (wordt ook wel “Side Chain”<br />

genoemd). Hiervoor kunt u één van de beschikbare<br />

uitgangsparen (A, B, C, D), OFF (geen controle) of SRC<br />

(het binnenkomende signaal zelf) kiezen.<br />

Threshold<br />

Hiermee bepaalt u de “drempel”, d.w.z. de volumewaarde<br />

die het controlesignaal minimaal moet halen<br />

om te zorgen dat de Gate opengaat (0~127).<br />

Monitor<br />

Nog zo’n handige parameter: kies ON wanneer het als<br />

Trigger gebruikte “Key”-signaal eveneens naar de uitgang<br />

van de Gate moet worden gestuurd. Kies OFF als<br />

dat niet nodig is (OFF, ON).<br />

Balance #<br />

Hiermee bepaalt u de balans tussen het oorspronkelijke<br />

en het effectsignaal. “D100:0W” betekent dat u<br />

enkel het originele signaal hoort. “D0:100W” staat voor<br />

“enkel effectgeluid” (D100:0W~D0:100W).<br />

Level<br />

Hiermee bepaalt u het uitgangsvolume van het MFXeffect<br />

(0~127).<br />

58: SLICER<br />

Dit effect kapt het geluid “in stukjes”. Zo kunt u van<br />

tapijten (lang aangehouden akkoorden) e.d. ritmisch<br />

gespeelde partijen maken. Dit sluit aan bij de Gate van<br />

daarnet, maar wordt niet door een ander signaal beïnvloed.<br />

L in<br />

R in<br />

Slicer<br />

Slicer<br />

L out<br />

R out<br />

Beat 1~4<br />

Hier kunt u voor elke zestiende van een tel (vier per<br />

4/4-tel) het volume instellen. “0” betekent dat het<br />

geluid niet wordt weergegeven (0~127).<br />

Rate #<br />

Hiermee bepaalt u de snelheid van één Slicer-cyclus<br />

(maat) (0,05~10,00 Hz).<br />

U kunt ook een nootwaarde kiezen om te zorgen dat de<br />

snelheid synchroon loopt met het Patch- (blz. 114) of<br />

System-tempo (blz. 173).<br />

Attack<br />

Hiermee bepaalt u hoe snel het volume tussen de tellen<br />

verandert. Hoe groter de waarde, hoe sneller de volumeveranderingen<br />

(0~127).<br />

Trigger #<br />

Kies hier één van de beschikbare uitgangsparen (A, B,<br />

C, D), OFF (geen controle) of SOURCE (het binnenkomende<br />

signaal zelf). Dát signaal wordt gebruikt om te<br />

zorgen dat het motiefje (“Pattern”) weer vanaf het<br />

begin begint.


<strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> MFX-parameters<br />

Threshold<br />

Hiermee bepaalt u de “drempel”, d.w.z. de volumewaarde<br />

die het controlesignaal minimaal moet halen<br />

om te zorgen dat het motiefje naar het begin terugkeert<br />

(0~127).<br />

Monitor<br />

Kies ON wanneer het als Trigger gebruikte “Reset”signaal<br />

eveneens naar de uitgang van de Slicer moet<br />

worden gestuurd. Kies OFF als dat niet nodig is (OFF,<br />

ON).<br />

Mode<br />

Met deze parameter bepaalt u de overgang van één tel<br />

naar de volgende. Kies LEGATO als het om “vloeiende”<br />

volumeveranderingen moet gaan. Kies SLASH<br />

als het volume vóór de eerstvolgende tel even op “0”<br />

moet worden gezet, om een duidelijke “breuk” te veroorzaken<br />

(LEGATO, SLASH).<br />

Shuffle #<br />

Met deze parameter kunt u instellen hoe sterk de telkens<br />

tweede zestiende (1-2, 1-4, 2-2, 2-4…) moet worden<br />

vertraagd. Naar gelang de instelling zorgt dit voor<br />

een Shuffle- of Swing-ritme. Hoe groter de waarde,<br />

hoe meer de telkens tweede zestiende wordt vertraagd<br />

(0~127).<br />

Level<br />

Hiermee bepaalt u het uitgangsvolume van het MFXeffect<br />

(0~127).<br />

59: ISOLATOR<br />

Ziehier een bijzonder krachtige Equalizer waarmee u<br />

de gewenste frequentiebanden kunt onderdrukken,<br />

terwijl een andere band wordt doorgelaten.<br />

L in<br />

R in<br />

Isolator<br />

Isolator<br />

Low Boost<br />

Low Boost<br />

L out<br />

R out<br />

High #, Middle #, Low #<br />

Hiermee kunt u het volume van de betreffende frequentieband<br />

ophalen (tot +4dB) en afzwakken (tot<br />

–60dB). In het tweede geval is die band niet meer hoorbaar.<br />

“0” betekent dat het volume van de betreffende<br />

band niet verandert (–60~+4 dB).<br />

(Anti Phase Low) Switch<br />

Hiermee schakelt u de Anti-Phase-functie in of uit en<br />

bepaalt u tevens hoe sterk ze de Low- of Mid-band<br />

moet beïnvloeden. Als u ON kiest, wordt het andere<br />

kanaal van het stereosignaal in tegenfase geplaatst en<br />

aan het signaal toegevoegd. Met de Level-parameter<br />

kunt u dan –mits een geschikte instelling– zorgen dat<br />

enkel een welbepaalde partij hoorbaar is. (Dit werkt<br />

enkel voor stereo-signalen.) (OFF, ON:0~127)<br />

Level<br />

Hiermee bepaalt u het uitgangsvolume van het MFXeffect<br />

(0~127).<br />

(Low Level) Boost<br />

Hiermee bepaalt u het volume van het ultra-laag<br />

(0~127). Met de schakelaar (ON/OFF) bepaalt u of dit<br />

filter überhaupt wordt gebruikt. Naar gelang de overige<br />

Isolator-instellingen valt de werking van deze<br />

parameter echter niet altijd op (OFF, ON:0~127).<br />

Ziehier een Chorus met een duidelijk driedimensioneel<br />

tintje (naast links/rechts ook vóór/achter). Het<br />

Chorus-geluid bevindt zich 90° links en 90° rechts.<br />

L<br />

R<br />

60: 3D CHORUS<br />

3D Chorus<br />

2-Band<br />

EQ<br />

2-Band<br />

EQ<br />

L out<br />

R out<br />

Rate #<br />

Met deze parameter bepaalt u de modulatiesnelheid<br />

van de Chorus (0,05~10,00 Hz).<br />

U kunt ook een nootwaarde kiezen om te zorgen dat de<br />

snelheid synchroon loopt met het Patch- (blz. 114) of<br />

System-tempo (blz. 173).<br />

Depth<br />

Dit is de diepte van het Chorus-effect. Hoe groter de<br />

waarde, hoe uitdrukkelijker de Chorus werkt (0~127).<br />

Phase<br />

Met deze parameter bepaalt u de spreiding van het<br />

effectsignaal (0~180˚).<br />

Pre Delay<br />

Hiermee stelt u de vertraging tussen het originele signaal<br />

en de Chorus in (0,0~100,0 ms).<br />

(Filter) Type<br />

Hiermee kiest u het filtertype dat op het Chorus-effect<br />

van toepassing is. Een HPF is een filter dat alleen de<br />

hogetonen doorlaat, terwijl een LPF-filter alleen de frequenties<br />

onder de grenswaarde (Cutoff) doorlaat. Kies<br />

OFF als u geen filter nodig hebt (OFF, LPF, HPF).<br />

Cutoff<br />

Hiermee stelt u de frequentie in van waaraf het filter<br />

(LPF of HPF) moet beginnen werken. Als u OFF kiest,<br />

hoeft u natuurlijk geen frequentie in te stellen<br />

(200~8000 Hz).<br />

Low<br />

Hiermee kunt u de lage tonen ophalen/afzwakken<br />

(–15~+15 dB).<br />

High<br />

Hiermee kunt u de hoge tonen ophalen/afzwakken<br />

(–15~+15 dB).<br />

Balance #<br />

Hiermee bepaalt u de balans tussen het oorspronkelijke<br />

en het effectsignaal. “D100:0W” betekent dat u<br />

enkel het originele signaal hoort. “D0:100W” staat voor<br />

“enkel effectgeluid” (D100:0W~D0:100W).<br />

89<br />

Referentiehandboek


3. Effecten van de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong><br />

90<br />

Out<br />

Ziehier een parameter die toelaat om de 3D-indruk<br />

zodanig “voor te bereiden” dat hij ook optimaal uit de<br />

verf komt. Kies SPEAKER als u het geluid van de<br />

<strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> (via de OUTPUT-connectors) met behulp van<br />

een eindtrap e.d. uitversterkt. Kies PHONES als u met<br />

een hoofdtelefoon werkt.<br />

Lev<br />

Hiermee bepaalt u het uitgangsvolume van het MFXeffect<br />

(0~127).<br />

* Zie ook “Tips voor de “3D”-effecten” op blz. 108<br />

Ziehier een Flanger met een duidelijk driedimensioneel<br />

tintje (naast links/rechts ook vóór/achter). Het<br />

Flanger-geluid bevindt zich 90° links en 90° rechts.<br />

L<br />

R<br />

61: 3D FLANGER<br />

3D Flanger<br />

2-Band<br />

EQ<br />

2-Band<br />

EQ<br />

L out<br />

R out<br />

Rate #<br />

Met deze parameter bepaalt u de modulatiesnelheid<br />

van de Flanger (0,05~10,00 Hz).<br />

U kunt ook een nootwaarde kiezen om te zorgen dat de<br />

snelheid synchroon loopt met het Patch- (blz. 114) of<br />

System-tempo (blz. 173).<br />

Depth<br />

Dit is de diepte van het effect. Hoe groter de waarde,<br />

hoe uitdrukkelijker de Flanger werkt (0~127).<br />

Feedback #<br />

Hiermee bepaalt u hoeveel van het Flanger-signaal<br />

nog een keer naar de Flanger wordt gestuurd, wat<br />

algemeen bekend staat als “terugkoppeling”. Een<br />

negatieve waarde betekent dat de fase van het Flangersignaal<br />

omgekeerd wordt. De waarde 0 betekent dat er<br />

geen sprake is van Feedback (–98~+98%).<br />

Phase<br />

Met deze parameter bepaalt u de spreiding van het<br />

effectsignaal (0~180˚).<br />

Pre Dly<br />

Hiermee stelt u de vertraging tussen het originele signaal<br />

en de Flanger in (0,0~100,0 ms).<br />

(Filter) Type<br />

Hiermee kiest u het filtertype dat op het Flanger-effect<br />

van toepassing is. Een HPF is een filter dat alleen de<br />

hogetonen doorlaat, terwijl een LPF-filter alleen de frequenties<br />

onder de grenswaarde (Cutoff) doorlaat. Kies<br />

OFF als u geen filter nodig hebt (OFF, LPF, HPF).<br />

Cutoff<br />

Hiermee stelt u de frequentie in van waaraf het filter<br />

(LPF of HPF) moet beginnen werken. Als u OFF kiest,<br />

hoeft u natuurlijk geen frequentie in te stellen<br />

(200~8000 Hz).<br />

(Step Rate) Switch<br />

Hiermee bepaalt u of de toonhoogte al (ON) dan niet<br />

(OFF) in hoorbare trappen verandert.<br />

Step Rate#<br />

Dit is de snelheid waarmee de toonhoogte (in stappen<br />

dus) gemoduleerd wordt (0,1~20,0 Hz, nootwaarde).<br />

Als u een nootwaarde kiest, wordt de modulatie met<br />

een MIDI Clock-signaal gesynchroniseerd. Dat betekent<br />

uiteraard dat u de “leverancier” van het synchronisatiesignaal<br />

moet kiezen. Let wel: als u een cijferwaarde<br />

kiest, wordt de Step Flanger niet via MIDI<br />

gesynchroniseerd. Als u daarentegen een noot kiest,<br />

terwijl de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong>, in de MIDI-stand, geen MIDI-synchronisatiesignaal<br />

ontvangt, dan kiest hij zijn eigen<br />

tempo (Patch-/System-tempo, zie blz. 114 en 173).<br />

Low<br />

Hiermee kunt u de lage tonen ophalen/afzwakken<br />

(–15~+15 dB).<br />

High<br />

Hiermee kunt u de hoge tonen ophalen/afzwakken<br />

(–15~+15 dB).<br />

Balance #<br />

Hiermee bepaalt u de balans tussen het oorspronkelijke<br />

en het effectsignaal. “D100:0W” betekent dat u<br />

enkel het originele signaal hoort. “D0:100W” staat voor<br />

“enkel effectgeluid” (D100:0W~D0:100W).<br />

Out<br />

Ziehier een parameter die toelaat om de 3D-indruk<br />

zodanig “voor te bereiden” dat hij ook optimaal uit de<br />

verf komt. Kies SPEAKER als u het geluid van de<br />

<strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> (via de OUTPUT-connectors) met behulp van<br />

een eindtrap e.d. uitversterkt. Kies PHONES als u met<br />

een hoofdtelefoon werkt.<br />

Level<br />

Hiermee bepaalt u het uitgangsvolume van het MFXeffect<br />

(0~127).<br />

* Zie ook “Tips voor de “3D”-effecten” op blz. 108


<strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> MFX-parameters<br />

62: TREMOLO<br />

Dit effect lijkt ergens wel op de Slicer (blz. 88), maar<br />

het werkt minder radicaal – en bovendien geldt het<br />

voor alle frequenties. Hiermee kunt u het geluid regelmatig<br />

laten opkomen en uitdeinen.<br />

L in<br />

R in<br />

Mod Wave<br />

Kies hier de golfvorm die voor de modulatie van het<br />

volume wordt gebruikt. Die keuze is bepalend voor de<br />

aard van de overgangen (vloeiend of trapsgewijs). De<br />

mogelijkheden zijn TRI (driehoek), SQR (blokgolf),<br />

SIN (sinus) en SAW1/2 (zaagtand 1/2). Ziehier hoe de<br />

twee “SAW”-golfvormen er uitzien:<br />

Rate #<br />

Met deze parameter bepaalt u de modulatiesnelheid<br />

van de Tremolo (0,05~10,00 Hz).<br />

U kunt ook een nootwaarde kiezen om de modulatie<br />

synchroon te laten lopen met het Patch- (blz. 114) of<br />

System-tempo (blz. 173).<br />

Depth #<br />

Hiermee bepaalt u hoe groot de volumeverschillen van<br />

deze automatische modulatie zijn (0~127).<br />

Low<br />

Hiermee kunt u de lage tonen ophalen/afzwakken<br />

(–15~+15 dB).<br />

High<br />

Hiermee kunt u de hoge tonen ophalen/afzwakken<br />

(–15~+15 dB).<br />

Level<br />

Hiermee bepaalt u het uitgangsvolume van het MFXeffect<br />

(0~127).<br />

63: AUTO PAN<br />

Hiermee laat u het geluid automatisch heen en weer<br />

bewegen door het stereobeeld. Als u de MFX nog voor<br />

iets anders zou willen gebruiken, kunt u een vergelijkbaar<br />

effect via de Matrix Control-functie programmeren.<br />

Zie blz. 185.<br />

L in<br />

R in<br />

Tremolo<br />

Tremolo<br />

2-Band EQ<br />

2-Band EQ<br />

SAW1 SAW2<br />

Auto Pan<br />

Auto Pan<br />

2-Band EQ<br />

2-Band EQ<br />

L out<br />

R out<br />

L out<br />

R out<br />

Mod Wave<br />

Kies hier de golfvorm die voor de modulatie van de<br />

stereopositie wordt gebruikt. Die keuze is bepalend<br />

voor de aard van de sprongen (vloeiend of trapsge-<br />

wijs). De mogelijkheden zijn TRI (driehoek), SQR<br />

(blokgolf), SIN (sinus) en SAW1/2 (zaagtand 1/2). Ziehier<br />

hoe de twee “SAW”-golfvormen er uitzien:<br />

SAW1 SAW2<br />

Rate #<br />

Met deze parameter bepaalt u de snelheid van de<br />

bewegingen (0,05~10,00 Hz).<br />

U kunt ook een nootwaarde kiezen om de modulatie<br />

synchroon te laten lopen met het Patch- (blz. 114) of<br />

System-tempo (blz. 173).<br />

Depth #<br />

Hiermee bepaalt u de diepte (intensiteit) van het effect<br />

(0~127).<br />

Low<br />

Hiermee kunt u de lage tonen ophalen/afzwakken<br />

(–15~+15 dB).<br />

High<br />

Hiermee kunt u de hoge tonen ophalen/afzwakken<br />

(–15~+15 dB).<br />

Level<br />

Hiermee bepaalt u het uitgangsvolume van het MFXeffect<br />

(0~127).<br />

64: STEREO PHASER 2<br />

Ziehier een stereo Phaser.<br />

L in<br />

2-Band<br />

Phaser<br />

L out<br />

EQ<br />

Mix<br />

Mix<br />

R in Phaser<br />

2-Band<br />

R out<br />

EQ<br />

(Phaser) Type<br />

Hiermee kiest u het type Phaser. “2” zorgt voor een<br />

intenser effect in de hoge tonen dan “1”.<br />

Mode<br />

Hiermee kiest u het aantal stappen waarin de Phaser<br />

werkt (4/8/12/16).<br />

Polarity<br />

Hiermee bepaalt u of de linker en rechter fase (kanaal)<br />

gelijk of tegengesteld lopen.<br />

INVERSE: De twee kanalen werken in tegenfase, wat<br />

voor een breder en ruimtelijker geluid zorgt.<br />

SYNCHRO: De linker en rechter fase lopen gelijk. Kies<br />

deze stand voor een stereosignaal.<br />

Manual #<br />

Hiermee kiest u de frequentie die vooral door de Phaser<br />

wordt bewerkt.<br />

91<br />

Referentiehandboek


3. Effecten van de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong><br />

92<br />

Rate #<br />

Hiermee bepaalt u de modulatiesnelheid van de Phaser.<br />

Depth<br />

Hiermee bepaalt u de modulatie-intensiteit.<br />

Resonance<br />

Hiermee stelt u de terugkoppelingsgraad van de Phaser<br />

in. Hoe groter de waarde, hoe meer er sprake is van<br />

een toegevoegd “effect”.<br />

X-Feedback<br />

Hiermee kunt u de hoeveelheid (%) van het Phaser-signaal<br />

instellen dat nog een keer naar de ingang van het<br />

effect wordt gestuurd. Positieve waarden (+) betekenen<br />

dat de fase van het terugkoppelingssignaal<br />

gehandhaafd blijft. Een negatieve instelling daarentegen<br />

(–) betekent dat de fase van het terugkoppelingssignaal<br />

omgekeerd wordt.<br />

Mix Level<br />

Hiermee bepaalt u het volume van het uit-fase gezette<br />

signaal in verhouding tot het originele signaal.<br />

(Step Rate) Switch<br />

Hiermee kunt u bepalen of de toonhoogte al (ON) dan<br />

niet (OFF) in duidelijk hoorbare trappen verandert.<br />

Rate #<br />

Hiermee regelt u de snelheid (periode) van de toonhoogteveranderingen.<br />

Low<br />

Hiermee kunt u de lage tonen ophalen/afzwakken<br />

(–15~+15 dB).<br />

High<br />

Hiermee kunt u de hoge tonen ophalen/afzwakken<br />

(–15~+15 dB).<br />

Level<br />

Hiermee stelt u het uitgangsvolume van het effect in.<br />

65: STEREO AUTO WAH<br />

Zie hier de stereoversie van de al eerder (zie blz. 65)<br />

besproken Auto Wah. Hier bespreken we enkel de<br />

parameters die daar nog niet aan bod zijn gekomen.<br />

L in<br />

R in<br />

Auto Wah<br />

Auto Wah<br />

2-Band EQ<br />

2-Band EQ<br />

L out<br />

R out<br />

Polarity<br />

Hiermee kiest u in welke richting de frequentie verandert<br />

wanneer de Auto Wah gemoduleerd wordt: kies<br />

UP als de filterfrequentie moet worden verhoogd, of<br />

DOWN om de filterfrequentie te verminderen.<br />

Phase #<br />

Hiermee bepaalt u de faseverschuiving tussen het linker<br />

en rechter kanaal van het Wah-effect.<br />

Low<br />

Hiermee kunt u de lage tonen ophalen/afzwakken<br />

(–15~+15 dB).<br />

High<br />

Hiermee kunt u de hoge tonen ophalen/afzwakken<br />

(–15~+15 dB).<br />

Level<br />

Hiermee stelt u het uitgangsvolume van het effect in.<br />

66: ST FORMANT FILTER<br />

Ziehier de stereoversie van het al besproken (zie<br />

blz. 82).<br />

L in<br />

R in<br />

Overdrive<br />

Overdrive<br />

Formant<br />

Formant<br />

2-Band EQ<br />

2-Band EQ<br />

(Overdrive) Switch<br />

Hiermee schakelt u de Overdrive in of uit.<br />

Drive #<br />

Hiermee bepaalt u de vervormingsgraad. Dat heeft<br />

ook invloed op het uitgangssignaal.<br />

Vowel1, Vowel, 2, Rate #, Depth #, Manual #<br />

Zie blz. 82.<br />

Phase #<br />

Hiermee bepaalt u de faseverschuiving tussen het linker<br />

en rechter kanaal tijdens de “klinker-overschakeling”.<br />

Switch<br />

Hiermee kiest u of de LFO voor de klinker-overschakeling<br />

door het inkomende signaal al (ON) dan niet<br />

(OFF) kan worden teruggezet.<br />

Thres<br />

Hiermee kiest u het volume van waaraf de terugstelling<br />

gebeurt.<br />

Low<br />

Hiermee kunt u de lage tonen ophalen/afzwakken<br />

(–15~+15 dB).<br />

L out<br />

R out<br />

High<br />

Hiermee kunt u de hoge tonen ophalen/afzwakken<br />

(–15~+15 dB).<br />

Level<br />

Hiermee stelt u het uitgangsvolume van het effect in.


<strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> MFX-parameters<br />

67: MULTI TAP DELAY 2<br />

Ziehier een Multi-Tap-Delay met een beduidend langere<br />

vertragingstijd (tot 3000 ms oftewel 3 seconden).<br />

L in<br />

R in<br />

Feed<br />

back<br />

Delay 1<br />

Multi Tap Delay<br />

Delay 2<br />

Delay 3<br />

Delay 4<br />

Balance D<br />

Balance D<br />

2-Band<br />

EQ<br />

Balance W<br />

Balance W<br />

2-Band<br />

EQ<br />

1~4<br />

Hiermee bepaalt u de vertraging tussen het binnenkomende<br />

signaal en het begin van de betreffende Delaylijn<br />

(1~4).<br />

Feedback #<br />

Hiermee bepaalt u hoeveel van het Delay-signaal nog<br />

een keer naar de Delay wordt gestuurd. Een negatieve<br />

waarde betekent dat de fase van het effectsignaal<br />

omgekeerd wordt. De waarde “0” betekent dat er geen<br />

sprake is van Feedback (–98~+98%).<br />

HF Damp<br />

Met deze parameter stelt u de frequentie in waarboven<br />

de hoge tonen worden gedempt, zodat de herhalingen<br />

doffer klinken. Als u niet wilt dat de herhalingen al te<br />

helder zijn, stelt u het best een andere waarde dan<br />

BYPASS in (200~8000 Hz, BYPASS).<br />

(Level) 1~4<br />

Hiermee stelt u het volume van de betreffende Delaylijn<br />

(1~4) in.<br />

(Pan) 1~4<br />

Hiermee bepaalt u de stereopositie van de betreffende<br />

Delay-lijn (1~4). “L64” is helemaal links, “0” vertegenwoordigt<br />

het midden en “63R” is helemaal rechts.<br />

Low<br />

Hiermee kunt u de lage tonen ophalen/afzwakken<br />

(–15~+15 dB).<br />

L out<br />

R out<br />

High<br />

Hiermee kunt u de hoge tonen ophalen/afzwakken<br />

(–15~+15 dB).<br />

Balance #<br />

Hiermee bepaalt u de balans tussen het oorspronkelijke<br />

en het effectsignaal. “D100:0W” betekent dat u<br />

enkel het originele signaal hoort. “D0:100W” staat voor<br />

“enkel effectgeluid” (D100:0W~D0:100W).<br />

Level<br />

Hiermee stelt u het uitgangsvolume van het effect in.<br />

Ziehier een tweede omgekeerde Delay met een veel<br />

langere vertragingstijd (tot 1500 ms). Zie blz. 83 voor<br />

meer details.<br />

Ziehier een tweede Shuffle Delay. U raadt het al: ook<br />

deze heeft een langere vertragingstijd (tot 3000 ms)<br />

dan zijn collega op blz. 84.<br />

L in<br />

68: REVERSE DELAY 2<br />

69: SHUFFLE DELAY 2<br />

R in<br />

L in<br />

R in<br />

Feedback<br />

Rev. Delay<br />

70: 3D DELAY 2<br />

Ziehier een 3D Delay met een langere vertragingstijd<br />

(max. 3000 ms). Zie blz. 84 voor een verklaring van de<br />

parameters.<br />

L<br />

R<br />

71: ROTARY 2<br />

D1<br />

D2<br />

Delay<br />

D3<br />

D4<br />

2-Band<br />

EQ<br />

2-Band<br />

EQ<br />

L out<br />

R out<br />

Ziehier een Rotary-effect met een nadrukkelijk laaggehalte<br />

(meer dan de versie op blz. 65. Dit effect heeft<br />

dezelfde specificaties als het effect van het VK-7 orgel.<br />

L in<br />

R in<br />

Feedback<br />

Delay<br />

Delay 1<br />

Delay 2<br />

3D Delay L<br />

3D Delay C<br />

3D Delay R<br />

Rotary<br />

(Rotary) Speed #<br />

Hiermee kiest schakelt u om van de ene snelheid naar<br />

de andere.<br />

SLOW: de Woofer “draait” op de voor “Woofer Slow”<br />

ingestelde snelheid, terwijl de Tweeter de “Tweeter<br />

Slow”-waarde hanteert.<br />

FAST: de Woofer hanteert de “Woofer Fast”-snelheid<br />

en de Tweeter de “Tweeter Fast”-snelheid.<br />

1<br />

2<br />

Level<br />

1<br />

2<br />

3<br />

2-Band EQ<br />

2-Band EQ<br />

2-Band<br />

EQ<br />

2-Band<br />

EQ<br />

2-Band<br />

EQ<br />

2-Band<br />

EQ<br />

L out<br />

R out<br />

L out<br />

R out<br />

L out<br />

R out<br />

93<br />

Referentiehandboek


3. Effecten van de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong><br />

94<br />

Brake #<br />

Hiermee kunt u de draaiing van de roterende luidsprekers<br />

stoppen. Dat gebeurt dan geleidelijk aan. Als u de<br />

draaiing daarna weer inschakelt, komt de “luidspreker”<br />

geleidelijk aan weer op snelheid.<br />

(Spread) Value<br />

Hiermee bepaalt u de stereobreedte van het Rotaryeffect.<br />

Hoe groter de waarde, hoe breder het geluidsbeeld<br />

wordt.<br />

(Woofer) Slow<br />

Hiermee stelt kiest u de snelheid die de Woofer bij<br />

keuze van de trage snelheid hanteert.<br />

(Woofer) Fast<br />

Hiermee stelt kiest u de snelheid die de Woofer bij<br />

keuze van de hoge snelheid hanteert.<br />

(Woofer) Level<br />

Hiermee bepaalt u het volume van de Woofer.<br />

(Woofer) Trans Up<br />

Hiermee stelt u in hoe lang het duurt tot de Woofer de<br />

Fast-snelheid bereikt wanneer u die kiest. Hoe groter<br />

de waarde, hoe sneller de overgang.<br />

(Woofer) Trans Down<br />

Hiermee stelt u in hoe lang het duurt tot de Woofer de<br />

Slow-snelheid bereikt wanneer u die kiest. Hoe groter<br />

de waarde, hoe sneller de overgang.<br />

(Tweeter) Slow, Fast, Level, Trans Up, Trans Down<br />

Ziehier dezelfde parameters als voor de Woofer. Deze<br />

gelden echter voor de Tweeter.<br />

Low<br />

Hiermee kunt u de lage tonen ophalen/afzwakken<br />

(–15~+15 dB).<br />

High<br />

Hiermee kunt u de hoge tonen ophalen/afzwakken<br />

(–15~+15 dB).<br />

Level #<br />

Hiermee stelt u het uitgangsvolume van het effect in.<br />

72: ROTARY MULTI<br />

Ziehier een multi-effect met een Overdrive/Distortion<br />

(ODDS), een 3-bands EQ en een Rotary-effect (RT).<br />

Deze zijn in serie geschakeld.<br />

L in<br />

R in<br />

Overdrive/<br />

Distortion<br />

Rotary<br />

Amp<br />

Simulator<br />

OD/Dist<br />

Hiermee schakelt u het Overdrive-/Distortion-effect<br />

in of uit.<br />

Amp Sim<br />

Hiermee schakelt u de Amp Simulator in of uit.<br />

3 Band EQ<br />

Hiermee schakelt u de 3-bands EQ in of uit.<br />

Rotary<br />

Hiermee schakelt u het Rotary-effect in of uit.<br />

Overdrive/Distortion<br />

Type<br />

Stel hier in of u een Overdrive- of Distortion-effect<br />

nodig hebt.<br />

Drive #<br />

Hiermee regelt u de vervormingsgraad. Dat heeft<br />

tevens invloed op het volume.<br />

Tone<br />

Hiermee regelt u de klankkleur van het Overdrive-/<br />

Distortion-effect.<br />

Level<br />

Hiermee regelt u het uitgangsniveau van het Overdrive-/Distortion-effect.<br />

(Amp Simulator) Type<br />

Kies hier het Amp Simulator-type.<br />

Pan<br />

3-Band EQ<br />

L out<br />

R out<br />

Low<br />

Hiermee kunt u de lage tonen ophalen/afzwakken.<br />

Mid<br />

Hiermee kunt u het middengebied (frequenties volgens<br />

EQ M Fq en EQ M Q) ophalen of afzwakken.<br />

High (EQ High Gain)<br />

Hiermee kunt u de hoge tonen ophalen/afzwakken.<br />

Mid Freq<br />

Hiermee kiest u de centrale frequentie van het midden?gebied.


<strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> MFX-parameters<br />

Mid Q (EQ Mid Q)<br />

Hiermee bepaalt u de breedte van de middenband,<br />

d.w.z. hoevel frequenties er links en rechts van “EQ M<br />

Fq” mee opgehaald/afgezwakt worden. Hoe groter<br />

deze waarde, hoe smaller de frequentieband.<br />

(Rotary) Speed #<br />

Hiermee kiest u de “draaisnelheid” van de denkbeeldige<br />

Woofer en Tweeter (SLOW of FAST).<br />

Slow: De snelheid van “RT L Slow”/“RT H Slow”<br />

wordt gehanteerd).<br />

Fast: De snelheid van “RT L Fast”/“RT H Fast” wordt<br />

gehanteerd.<br />

Separation<br />

Hiermee bepaalt u de stereobreedte van het Rotarygeluid.<br />

Woofer<br />

Slow<br />

Snelheid van de lagetonen-rotor die bij keuze van de<br />

Slow-instelling wordt gehanteerd.<br />

Fast<br />

Snelheid van de lagetonen-rotor die bij keuze van de<br />

Fast-snelheid wordt gehanteerd.<br />

Accel<br />

Overgangssnelheid van Fast naar Slow en vice versa<br />

voor de lagetonen-rotor. Hoe kleiner de waarde, hoe<br />

trager de overgang.<br />

Level<br />

Hiermee bepaalt u het volume van de lagetonen-rotor.<br />

Tweeter<br />

Slow, Fast, Accel, Level<br />

Ziehier dezelfde parameters als voor de lagetonenrotor.<br />

Deze hebben echter betrekking op de hogetonen-rotor<br />

(alias “Tweeter”).<br />

Level<br />

Hiermee stelt u het uitgangsvolume van het effect in.<br />

Pan<br />

Hiermee bepaalt u de stereopositie van het uitgangsgeluid.<br />

73: KEYBOARD MULTI<br />

De Keyboard Multi bevat de volgene in serie geschakelde<br />

effecten: Ring Modulator (RM), Equalizer (EQ),<br />

Pitch Shifter (PS), Phaser (PH) en Delay (Dly).<br />

De Ring Modulator voorziet het inkomende signaal<br />

van amplitudemodulatie (AM) en zorg zo voor klokkenachtige<br />

geluiden.<br />

L in<br />

R in<br />

Ring Mod<br />

Ring Mod<br />

Phaser<br />

Resonance<br />

3-Band EQ<br />

3-Band EQ<br />

Sequence<br />

Ring Mod<br />

Hiermee schakelt u de Ring Modulator in of uit.<br />

3 Band EQ Sw<br />

Hiermee schakelt u de Equalizer in of uit.<br />

Pch Shift<br />

Hiermee schakelt u de Pitch Shifter in of uit.<br />

Mix<br />

Pitch<br />

Shifter<br />

Feedback<br />

Feedback<br />

Delay<br />

Phaser<br />

Hiermee schakelt u de Phaser in of uit.<br />

L out<br />

R out<br />

Delay<br />

Hiermee schakelt u de Delay in of uit.<br />

* Kies het benodigde effect met de [VALUE]-regelaar en verplaats<br />

hem, indien nodig, met [F1] of [F2] naar een andere<br />

plaats in de keten.<br />

Ring Modulator (RM)<br />

Freq #<br />

Hiermee kiest u de frequentie die moet worden gemoduleerd.<br />

Balance #<br />

Hiermee regelt u de balans tussen het rechtstreekse en<br />

het Ring Modulator-geluid.<br />

EQ Gain<br />

Low<br />

Hiermee kunt u de hoge tonen ophalen/afzwakken.<br />

Mid<br />

Hiermee kunt u het middengebied (frequenties volgens<br />

EQ M Fq en EQ M Q) ophalen of afzwakken.<br />

High<br />

Hiermee kunt u de hoge tonen ophalen/afzwakken.<br />

95<br />

Referentiehandboek


3. Effecten van de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong><br />

96<br />

Mid<br />

Hiermee kiest u de centrale frequentie van het midden?gebied.<br />

Mid Q (EQ Mid Q)<br />

Hiermee bepaalt u de breedte van de middenband,<br />

d.w.z. hoevel frequenties er links en rechts van “EQ M<br />

Fq” mee opgehaald/afgezwakt worden. Hoe groter<br />

deze waarde, hoe smaller de frequentieband.<br />

Pitch Shifter<br />

Mode<br />

Hoe groter de hier gekozen waarde, hoe beter de kwaliteit<br />

van de transpositie. Maar het effect is dan ook iets<br />

trager.<br />

Coarse Tune # *1<br />

Hiermee stelt u het interval voor de toonhoogteverschuiving<br />

in (–2±+1 octaaf).<br />

Fine Tune # *1<br />

Hiermee kunt u het inkomende signaal in stappen van<br />

2 Cent ontstemmen (–100~+100 Cent).<br />

* 1 Tijdens de Realtime-sturing worden de hier ingestelde<br />

waarden beïnvloed.<br />

Delay<br />

Hiermee bepaalt u de vertraging tussen het binnenkomende<br />

signaal en het begin van de transpositie.<br />

Feedback<br />

Hiermee bepaalt u hoeveel (%) van het Pitch Shiftersignaal<br />

nog eens naar dit effect wordt gestuurd. De<br />

toonhoogte verandert dan in openeenvolgende trappen.<br />

Balance<br />

Hiermee regelt u de balans tussen het binnenkomende<br />

signaal en het Pitch Shifter-signaal.<br />

Phaser<br />

Mode<br />

Hiermee kiest u het aantal trappen van de Phaser.<br />

Manual #<br />

Hiermee kiest u de frequentie die vooral door de Phaser<br />

wordt gemoduleerd.<br />

Rate #<br />

Hiermee regelt u de modulatiesnelheid.<br />

Depth<br />

Hiermee bepaalt u de modulatiediepte.<br />

Resonance<br />

Hiermee kunt u het volume van de frequenties rond de<br />

PH Man(ual)-waarde nog extra ophalen.<br />

Mix Level<br />

Hiermee regelt u de balans tussen het binnenkomende<br />

en het Phaser-signaal.<br />

Delay<br />

Left Time<br />

Hiermee bepaalt u de vertraging van het linker Delaykanaal.<br />

Right Time<br />

Hiermee bepaalt u vertraging van het rechter Delaykanaal.<br />

Feedback<br />

Hiermee bepaalt u hoeveel (%) van het Delay-signaal<br />

nog eens naar dit effect wordt gestuurd. Dat zorgt voor<br />

een groter aantal herhalingen.<br />

HF Damp<br />

Met deze parameter stelt u de frequentie in waarboven<br />

de hoge tonen worden gedempt, zodat de herhalingen<br />

doffer klinken. Als u niet wilt dat de herhalingen al te<br />

helder zijn, stelt u het best een andere waarde dan<br />

BYPASS in (200~8000 Hz, BYPASS).<br />

Balance #<br />

Hiermee regelt u de balans tussen het directe signaal<br />

en het Delay-signaal.<br />

Level<br />

Hiermee stelt u het uitgangsvolume van het effect in.<br />

De Rhodes Multi bevat de volgende in serie geschakelde<br />

effecten: Enhancer (EH), Phaser (PH), Chorus of<br />

Flanger (CF), Tremolo of Pan (TP).<br />

L in<br />

R in<br />

74: RHODES MULTI<br />

Enhancer<br />

Enhancer<br />

Mix<br />

Mix<br />

Chorus/<br />

Flanger<br />

Feedback<br />

Chorus/<br />

Flanger<br />

Resonance<br />

Phaser<br />

Tremolo/<br />

Pan<br />

Tremolo/<br />

Pan<br />

Sequence<br />

Enhancer<br />

Hiermee schakelt u de Enhancer in en uit.<br />

Phaser<br />

Hiermee schakelt u de Phaser in en uit.<br />

CF Sw<br />

Hiermee schakelt u de Chorus of Flanger in en uit.<br />

Mix<br />

L out<br />

R out<br />

TP Sw (TP Switch)<br />

Hiermee schakelt u de Tremolo of Pan in en uit.


<strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> MFX-parameters<br />

Enhancer<br />

Sens #<br />

Hiermee regelt u de gevoeligheid van de Enhancer.<br />

Mix Level<br />

Hiermee bepaalt u de balans tussen de toegevoegde<br />

hogetonen en het binnenkomende signaal.<br />

Phaser<br />

Zie blz. 96.<br />

Chorus/Flanger<br />

Type<br />

Hiermee kiest u hetzij de Chorus, hetzij de Flanger.<br />

Rate<br />

Hiermee bepaalt u de modulatiesnelheid.<br />

Depth<br />

Hiermee bepaalt u de diepte van het modulatieeffect.<br />

Feedback<br />

Hiermee stelt u in hoeveel (%) van het Flanger-signaal<br />

(indien gekozen) nog eens naar het effect wordt<br />

gestuurd. Een negatieve waarde (–) betekent dat de<br />

fase omgekeerd wordt.<br />

PreDly<br />

Hiermee regelt u de vertraging tussen het binnenkomende<br />

signaal en het begin van de Chorus of Flanger.<br />

Balance #<br />

Hiermee regelt u de balans tussen het originele en het<br />

Chorus-/Flanger-signaal.<br />

Type<br />

Hiermee kiest u het filtertype: OFF (geen filter), LPF<br />

(hoog-af filter) of HPF (laag-af filter).<br />

Cutoff<br />

Hiermee kiest u de kantelfrequentie van het filter.<br />

Tremolo/Pan<br />

Type<br />

Kies hier hetzij Tremolo, herzij Pan.<br />

ModWave<br />

Kies hier de golfvorm die voor de modulatie van het<br />

volume wordt gebruikt. Die keuze is bepalend voor de<br />

aard van de overgangen (vloeiend of trapsgewijs). De<br />

mogelijkheden zijn TRI (driehoek), SQR (blokgolf),<br />

SIN (sinus) en SAW1/2 (zaagtand 1/2). Ziehier hoe de<br />

twee “SAW”-golfvormen er uitzien:<br />

SAW1 SAW2<br />

Rate #<br />

Hiermee kiest u de modulatiesnelheid.<br />

Depth #<br />

Hiermee bepaalt u de modulatie-intensiteit.<br />

Level<br />

Hiermee stelt u het uitgangsvolume van het effect in.<br />

75: JD MULTI<br />

Ziehier de effectcombinatie die u bv. ook op een JD-990<br />

aantreft: Distortion (DS), Phaser (PH), Spectrum (SP)<br />

en Enhancer (EH). Deze effecten zijn in serie geschakeld,<br />

maar kunnen in gelijk welke volgorde worden<br />

gebruikt.<br />

L in<br />

R in<br />

Distortion<br />

Phaser<br />

Spectrum Enhancer<br />

SEQUENCE<br />

Dist<br />

Hiermee schakelt u het Distortion-effect in en uit.<br />

Phaser<br />

Hiermee schakelt u de Phaser in en uit.<br />

Spectrum<br />

Hiermee schakelt u het Spectrum-effect in en uit.<br />

Enhancer Sw<br />

Hiermee schakelt u de Enhancer in en uit.<br />

* Om een effect te verplaatsen: kies het met de [VALUE]-regelaar<br />

en schuif het met [F1] of [F2] naar links of rechts.<br />

Distortion<br />

Type<br />

Hiermee kiest u het benodigde vervormingstype:<br />

MELLOW DRIVE: Een ronde, betrekkelijk doffe vervorming.<br />

OVERDRIVE: Het klassieke geluid van een overstuurde<br />

buizenversterker.<br />

CRY DRIVE: Betrekkelijk felle vervorming (met veel<br />

hoge tonen).<br />

MELLOW DIST: Lijkt op de vervorming die enkel met<br />

een grote versterker mogelijk is.<br />

LIGHT DIST: Vervorming met een intens, maar helder<br />

karakter.<br />

FAT DIST: De lage en hoge tonen worden extra benadruk,<br />

zodat deze vervorming meer b… lijkt te hebben.<br />

FUZZ DIST: Lijkt op FAT DIST, maar vervormt het<br />

geluid nog veel sterker.<br />

Drive #<br />

Hiermee regelt u de vervormingsintensiteit.<br />

L out<br />

R out<br />

Level<br />

Hiermee bepaalt u het uitgangsvolume van het vervormingseffect.<br />

97<br />

Referentiehandboek


3. Effecten van de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong><br />

98<br />

Phaser<br />

Manual #<br />

Hiermee kiest u de frequentie die vooral wordt<br />

bewerkt.<br />

Mix Level #<br />

Hiermee regelt u de balans tussen het binnenkomende<br />

en het Phaser-signaal.<br />

Rate #<br />

Hiermee kiest u de modulatiesnelheid.<br />

Depth #<br />

Hiermee bepaalt u de modulatie-intensiteit.<br />

Resonance #<br />

Hiermee zorgt u dat de Phaser een “neuziger” en<br />

onmiskenbaar geluid krijgt. Hoe groter de waarde, hoe<br />

meer het “effect” op de voorgrond treedt.<br />

Spectrum<br />

Band Width<br />

Hiermee bepaalt u de breedte van de volgende frequentiebanden.<br />

Dit heeft een belangrijke invloed op<br />

het geluid.<br />

250Hz<br />

Hiermee bepaalt u hoe sterk de frequenties rond<br />

250Hz worden beïnvloed.<br />

500Hz (500Hz Gain)<br />

Hiermee bepaalt u hoe sterk de frequenties rond<br />

500Hz worden beïnvloed.<br />

1000Hz (1000Hz Gain)<br />

Hiermee bepaalt u hoe sterk de frequenties rond<br />

1000Hz worden beïnvloed.<br />

2000Hz (2000Hz Gain)<br />

Hiermee bepaalt u hoe sterk de frequenties rond<br />

2000Hz worden beïnvloed.<br />

4000Hz (4000Hz Gain)<br />

Hiermee bepaalt u hoe sterk de frequenties rond<br />

4000Hz worden beïnvloed.<br />

8000Hz (8000Hz Gain)<br />

Hiermee bepaalt u hoe sterk de frequenties rond<br />

8000Hz worden beïnvloed.<br />

Enhancer<br />

Sens<br />

Hiermee regelt u de gevoeligheid van de Enhancer.<br />

Mix Level #<br />

Hiermee bepaalt u de balans tussen de door de Enhancer<br />

toegevoegde frequenties en het originele signaal.<br />

Level<br />

Hiermee stelt u het uitgangsvolume van het effect in.<br />

Pan<br />

Hiermee bepaalt u de stereopositie van het uitgangsgeluid.<br />

76: STEREO LOFI COMPRESS<br />

Ziehier de stereo-versie van de Lo-Fi compressor die al<br />

op blz. 85 aan bod is gekomen. Zie daar voor een verklaring<br />

van de parameters.<br />

L in<br />

R in<br />

Lo-Fi<br />

Lo-Fi<br />

77: STEREO LO-FI NOISE<br />

2-Band EQ<br />

2-Band EQ<br />

Ziehier de stereo-versie van het Lo-Fi Noise-effect dat<br />

u al van blz. 86 kent. Zie daar voor een verklaring van<br />

de parameters die hier niet aan bod komen.<br />

Hum<br />

Type<br />

Als u niet vies bent van een beetje brom, kunt u daar<br />

hier het type van kiezen.<br />

LPF<br />

Kies hier de kantelfrequentie voor het filter dat op het<br />

Hum-signaal wordt losgelaten (om lagetonen te<br />

onderdrukken).<br />

(Hum) Level<br />

Hiermee bepaalt u het volume van de brom.<br />

Noise<br />

Noise Type<br />

Als u tussen de Radio- en Disc-ruis niet uw gading<br />

vindt, kunt u hiermee witte of roze ruis kiezen.<br />

LPF<br />

Kies hier de kantelfrequentie voor het filter dat op het<br />

Noise-signaal wordt losgelaten (om lagetonen te<br />

onderdrukken).<br />

Level<br />

Hiermee bepaalt u het volume van de ruis.<br />

L out<br />

R out<br />

L in<br />

2-Band<br />

EQ<br />

L out<br />

Lo-Fi<br />

Radio<br />

Lo-Fi<br />

Noise Gen.<br />

R in<br />

2-Band<br />

R out<br />

EQ


<strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> MFX-parameters<br />

78: GUITAR AMP SIMULATOR<br />

Ziehier een effect dat een complete gitaarversterker<br />

simuleert (COSM).<br />

L in<br />

R in<br />

Pre Amp Speaker<br />

Amp Simulator<br />

Switch<br />

Hiermee schakelt u der versterke in of uit.<br />

Type<br />

Kies hier het Amp Simulator-type.<br />

Amp Level<br />

Volume #<br />

Hiermee regelt u het volume van de “voorversterker”<br />

en dus de vervormingsgraad.<br />

Master #<br />

Hiermee bepaalt u het uitgangsvolume van de voorversterker.<br />

Gain<br />

Hiermee regelt u de vervormingsintensiteit van de<br />

“voorversterker” (Low, Middle en High).<br />

Amp Tone<br />

Presence<br />

Hiermee regelt u het volume van de ultra-hoge frequenties.<br />

Voor de meeste types luidt het instelbereik<br />

0~127. Kiest u echter “Match Drive”, dan luidt het<br />

instelbereik –127~0.<br />

Bright<br />

Kies hier “On” als u een bijtender en dus feller geluid<br />

nodig hebt. Deze parameter is enkel beschikbaar voor<br />

de Pre-Amp-types “JC-120”, “Clean Twin” en “BG<br />

Lead”.<br />

Bass<br />

Hiermee bepaalt u het volume van de lagetonen.<br />

L out<br />

Pan L<br />

Pan R<br />

R out<br />

Middle<br />

Hiermee bepaalt u het volume van den middentonen.<br />

Voor “Match Drive” is deze parameter niet beschikbaar.<br />

Treble<br />

Hiermee bepaalt u het volume van de hogetonen.<br />

Speaker<br />

Switch<br />

Hiermee bepaalt u of het voorversterkergeluid als<br />

(ON) dan niet (OFF) naar de Speaker-simulatie wordt<br />

gestuurd.<br />

Speaker Type<br />

Kies hier het type van de gesimuleerde luidspreker(s).<br />

Zie ook blz. 86.<br />

Mic<br />

Setting<br />

Met deze parameter stelt u in waar de microfoon staat<br />

opgesteld die u voor het “opnemen” van het geluid<br />

gebruikt (virtueel, wel te verstaan). Hoe groter de<br />

waarde, hoe verder zich de denkbeeldige microfoon<br />

van de denkbeeldige speakerkast vandaan bevindt<br />

(1~3).<br />

Level<br />

Hiermee stelt u het volume van het microfoongeluid<br />

in.<br />

Direct<br />

Hiermee bepaalt u het uitgangsvolume van het niet<br />

bewerkte (“droge”) signaal.<br />

Level<br />

Hiermee stelt u het uitgangsvolume van het effect in.<br />

Pan #<br />

Hiermee bepaalt u de stereopositie van het effectgeluid.<br />

“L64” betekent helemaal links, “0” slaat op het<br />

midden en “63R” betekent helemaal rechts.<br />

79: STEREO OVERDRIVE<br />

Ziehier een stereo Overdrive.<br />

L in<br />

R in<br />

Overdrive<br />

Overdrive<br />

Amp<br />

Simulator<br />

Amp<br />

Simulator<br />

2-Band<br />

EQ<br />

2-Band<br />

EQ<br />

Overdrive<br />

Drive #<br />

Hiermee regelt u de vervormingsgraad. Dat heeft<br />

tevens invloed op het volume.<br />

Tone<br />

Hiermee bepaalt u de klankkleur van het Overdrivesignaal.<br />

Amp Simulator<br />

Switch<br />

Hiermee schakelt u de Amp Simulator in of uit.<br />

Type<br />

Kies hier het versterkertype dat moet worden gesimuleerd:<br />

Small: Kleine comboversterker<br />

Built-in: Grote comboversterker.<br />

2-Stack: Versterker met twee kasten<br />

3-Stack: Versterker met 3 kasten<br />

EQ Gain<br />

Low<br />

Hiermee kunt u de lage tonen ophalen/afzwakken<br />

(–15~+15 dB).<br />

L out<br />

R out<br />

High<br />

Hiermee kunt u de hoge tonen ophalen/afzwakken<br />

(–15~+15 dB).<br />

99<br />

Referentiehandboek


3. Effecten van de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong><br />

Level<br />

Hiermee stelt u het uitgangsvolume van het effect in.<br />

Maak hiervan gebruik als blijkt dat het geluid onder<br />

invloed van de vervormer beduidend luider of stiller is<br />

geworden.<br />

100<br />

80: STEREO DISTORTION<br />

Ziehier een stereo Distortion-effect.<br />

L in<br />

R in<br />

Distortion<br />

Distortion<br />

Amp<br />

Simulator<br />

Amp<br />

Simulator<br />

2-Band<br />

EQ<br />

2-Band<br />

EQ<br />

Distortion<br />

Drive #<br />

Hiermee regelt u de vervormingsgraad. Dat heeft<br />

tevens invloed op het volume.<br />

Tone<br />

Hiermee bepaalt u de klankkleur van het Distortioneffect.<br />

Amp Simulator<br />

Switch<br />

Hiermee schakelt u de Amp Simulator in of uit.<br />

Type<br />

Kies hier het versterkertype dat moet worden gesimuleerd:<br />

Small: Kleine comboversterker<br />

Built-in: Grote comboversterker.<br />

2-Stack: Versterker met twee kasten<br />

3-Stack: Versterker met 3 kasten<br />

Low<br />

Hiermee kunt u de lage tonen ophalen/afzwakken<br />

(–15~+15 dB).<br />

L out<br />

R out<br />

High<br />

Hiermee kunt u de hoge tonen ophalen/afzwakken<br />

(–15~+15 dB).<br />

Level<br />

Hiermee stelt u het uitgangsvolume van het effect in.<br />

81: GUITAR MULTI A<br />

De Guitar Multi 1 bevat een Compressor (Cmp), Overdrive<br />

of Distortion (ODDS), Amp Simulator (Amp),<br />

Delay (Dly), en Chorus of Flanger (CF) die in serie<br />

geschakeld zijn.<br />

L in<br />

R in<br />

Delay<br />

Compressor<br />

Chorus/<br />

Flanger<br />

Chorus/<br />

Flanger<br />

Feedback<br />

Chorus/<br />

Flanger<br />

Feedback<br />

Delay<br />

Delay<br />

Chorus/<br />

Flanger<br />

Overdrive/<br />

Distortion<br />

Pan<br />

* Hierboven ziet u een schema van de Delay en de Chorus/<br />

Flanger. Die worden verderop voor de verklaring gebruikt.<br />

Sequence<br />

Comp<br />

Hiermee schakelt u de Compressor in of uit.<br />

OD/Dist<br />

Hiermee schakelt u het Overdrive-/Distortion-effect<br />

in of uit.<br />

Amp Sim<br />

Hiermee schakelt u de Compressor in of uit.<br />

Delay<br />

Hiermee schakelt u de Delay in of uit.<br />

L out<br />

R out<br />

Amp<br />

Simulator<br />

L out<br />

R out


<strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> MFX-parameters<br />

Cho/Flg<br />

Hiermee schakelt u de Chorus of Flanger in en uit.<br />

Compressor<br />

Attack<br />

Hiermee bepaalt u de duur van het begin van het signaal<br />

(“Attack”) dat niet door de Compressor wordt<br />

beïnvloedt.<br />

Sustain<br />

Hiermee bepaalt u hoe lang het volume door de Compressor<br />

constant wordt gehouden (en, indien nodig,<br />

dus wordt opgekrikt). Hoe groter de waarde, hoe korter<br />

de Sustain.<br />

Level #<br />

Hiermee bepaalt u het volume van de Compressor.<br />

Overdrive/Distortion<br />

Type<br />

Stel hier in of u een Overdrive- of Distortion-effect<br />

nodig hebt.<br />

Drive #<br />

Hiermee regelt u de vervormingsgraad. Dat heeft<br />

tevens invloed op het volume.<br />

Tone<br />

Hiermee regelt u de klankkleur van het Overdrive-/<br />

Distortion-effect.<br />

Level<br />

Hiermee regelt u het uitgangsniveau van het Overdrive-/Distortion-effect.<br />

Amp Simulator<br />

Amp Type<br />

Kies hier het versterkertype dat moet worden gesimuleerd:<br />

Small: Kleine comboversterker<br />

Built-in: Grote comboversterker.<br />

2-Stack: Versterker met twee kasten<br />

3-Stack: Versterker met 3 kasten<br />

Delay<br />

Left Time<br />

Hiermee bepaalt u de vertraging tussen het inkomende<br />

signaal en het moment waarop de linker vertraging<br />

hoorbaar wordt.<br />

Right Time<br />

Hiermee bepaalt u de vertraging tussen het inkomende<br />

signaal en het moment waarop de rechter vertraging<br />

hoorbaar wordt.<br />

Feedback<br />

Hiermee bepaalt u hoeveel (%) van het Delay-signaal<br />

nog eens naar dit effect wordt gestuurd.<br />

HF Damp<br />

Bepaalt de frequentie waarboven het Feedback-signaal<br />

wordt gefilterd. Als dat niet nodig is, moet u hier<br />

BYPASS kiezen.<br />

Balance (Delay Balance) #<br />

Hiermee regelt u de balans tussen het binnenkomende<br />

en het Delay-signaal.<br />

Chorus/Flanger<br />

Type<br />

Kies hier hetzij de Chorus, hetzij de Flanger.<br />

Rate<br />

Hiermee kiest u de modulatiesnelheid.<br />

Depth<br />

Hiermee bepaalt u de modulatie-intensiteit.<br />

Feedback<br />

Hiermee stelt u in hoeveel (%) van het Flanger-signaal<br />

(indien gekozen) nog eens naar het effect wordt<br />

gestuurd. Een negatieve waarde (–) betekent dat de<br />

fase omgekeerd wordt.<br />

Pre Delay<br />

Hiermee regelt u de vertraging tussen het binnenkomende<br />

signaal en het begin van de Chorus.<br />

Balance #<br />

Hiermee regelt u de balans tussen het inkomende en<br />

het Chorus-/Flanger-signaal.<br />

Filter<br />

Type<br />

Kies hier het filtertype: OFF (geen filter), LPF (onderdrukken<br />

van de lagetonen), HPF (onderdrukken van<br />

de hogetonen).<br />

Cutoff<br />

Hiermee kiest u de kantelfrequentie van het filter.<br />

Output<br />

Level<br />

Hiermee stelt u het uitgangsvolume van het effect in.<br />

Pan #<br />

Hiermee bepaalt u de stereopositie van het uitgangsgeluid.<br />

101<br />

Referentiehandboek


3. Effecten van de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong><br />

Guitar Multi 2 bevat de volgende in serie geschakelde<br />

effecten: Compressor (Cmp), Overdrive of Distortion<br />

(ODDS), Amp Simulator (Amp), Equalizer (EQ) en<br />

Chorus of Flanger (CF).<br />

Sequence<br />

Comp<br />

Hiermee schakelt u u de Compressor in en uit.<br />

OD/Dist<br />

Hiermee schakelt u het Overdrive- of Distortion-effect<br />

in en uit.<br />

Amp Sim<br />

Hiermee schakelt u de Amp Simulator in of uit.<br />

3 Band EQ<br />

Hiermee schakelt u de Equalizer in en uit.<br />

Cho/Flg<br />

Hiermee schakelt u de Chorus of Flanger in en uit.<br />

Compressor<br />

Attack, Sustain, Level #<br />

Zie blz. 101.<br />

Overdrive/Distortion<br />

Type<br />

Stel hier in of u een Overdrive- of Distortion-effect<br />

nodig hebt.<br />

Drive #<br />

Hiermee regelt u de vervormingsgraad. Dat heeft<br />

tevens invloed op het volume.<br />

Tone<br />

Hiermee regelt u de klankkleur van het Overdrive-/<br />

Distortion-effect.<br />

Level<br />

Hiermee bepaalt u het volume van het Overdrive-/<br />

Distortion-effect.<br />

Amp Simulator<br />

Type<br />

Kies hier het versterkertype dat moet worden gesimuleerd:<br />

Small: Kleine comboversterker<br />

Built-in: Grote comboversterker.<br />

102<br />

82: GUITAR MULTI B<br />

L in<br />

R in<br />

3-Band EQ<br />

Compressor<br />

Chorus/<br />

Flanger<br />

Overdrive/<br />

Distortion<br />

Amp<br />

Simulator<br />

L out<br />

R out<br />

2-Stack: Versterker met twee kasten<br />

3-Stack: Versterker met 3 kasten<br />

Low<br />

Hiermee kunt u de hoge tonen ophalen/afzwakken.<br />

Mid<br />

Hiermee kunt u het middengebied (frequenties volgens<br />

EQ M Fq en EQ M Q) ophalen of afzwakken.<br />

High<br />

Hiermee kunt u de hoge tonen ophalen/afzwakkenophalen<br />

of afzwakken.<br />

Mid<br />

Mid (EQ Mid Frequency)<br />

Hiermee kiest u de centrale frequentie van het midden?gebied.<br />

Mid Q<br />

Hiermee bepaalt u de breedte van de middenband,<br />

d.w.z. hoevel frequenties er links en rechts van “EQ M<br />

Fq” mee opgehaald/afgezwakt worden. Hoe groter<br />

deze waarde, hoe smaller de frequentieband.<br />

Chorus/Flanger<br />

Zie blz. 101.<br />

Filter<br />

Zie blz. 101.<br />

Output<br />

Level<br />

Hiermee stelt u het uitgangsvolume van het effect in.<br />

Pan<br />

Hiermee bepaalt u de stereopositie van het uitgangsgeluid.<br />

83: GUITAR MULTI C<br />

Guitar Multi C bevat de volgende in serie geschakelde<br />

effecten: Overdrive of Distortion (ODDS), Wah (Wah),<br />

Amp Simulator (Amp), Delay (Dly) en Chorus of Flanger<br />

(CF).<br />

L in<br />

R in<br />

Overdrive/<br />

Distortion<br />

Delay<br />

Chorus/<br />

Flanger<br />

Wah<br />

Pan<br />

Amp<br />

Simulator<br />

Sequence<br />

OD Sw<br />

Hiermee schakelt u het Overdrive-/Distortion-effect<br />

in of uit.<br />

Amp Sim<br />

Hiermee schakelt u de Amp Simulator in of uit.<br />

L out<br />

R out


<strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> MFX-parameters<br />

Wah<br />

Hiermee schakelt u de WahWah in of uit.<br />

Delay<br />

Hiermee schakelt u de Delay in of uit.<br />

Cho/Flg<br />

Hiermee schakelt u de Chorus of Flanger in of uit.<br />

Overdrive/Distortion<br />

Type<br />

Stel hier in of u een Overdrive- of Distortion-effect<br />

nodig hebt.<br />

Drive #<br />

Hiermee regelt u de vervormingsgraad. Dat heeft<br />

tevens invloed op het volume.<br />

Tone<br />

Hiermee regelt u de klankkleur van het Overdrive-/<br />

Distortion-effect.<br />

Level<br />

Hiermee bepaalt u het volume van het Overdrive-/<br />

Distortion-effect.<br />

Wah<br />

Filter Type<br />

Kies hier het benodigde filtertype voor de WahWah:<br />

LPF (beïnvloeding van een groot frequentiebereik) of<br />

BPF (beïnvloeding van een beperkter frequentiebereik).<br />

Rate<br />

Hiermee regelt u de modulatiesnelheid.<br />

Depth<br />

Hiermee bepaalt u de modulatie-intensiteit.<br />

Sens<br />

Hiermee stelt u de gevoeligheid van het filter in (d.w.z.<br />

wanneer het begin te reageren).<br />

Manual #<br />

Hiermee kiest u de centrale frequentie waarrond de<br />

WahWah vooral actief moet zijn.<br />

Peak<br />

Hiermee bepaalt u de mate waarin het WahWah-effect<br />

tot de Manual-frequentie beperkt wordt. Hoe kleiner<br />

de waarde, hoe meer frequenties er links en rechts van<br />

de Manual-frequentie mee worden beïnvloed. Met een<br />

grote waarde zorgt u er daarentegen voor dat het Wah-<br />

Wah-effect nagenoeg tot de Manual-frequentie<br />

beperkt blijft.<br />

Amp Simulator<br />

Type (Amp Simulator Type)<br />

Kies hier het versterkertype dat moet worden gesimuleerd:<br />

Small: Kleine comboversterker<br />

Built-in: Grote comboversterker.<br />

2-Stack: Versterker met twee kasten<br />

3-Stack: Versterker met 3 kasten<br />

Delay<br />

Left Time<br />

Hiermee bepaalt u de vertraging tussen het inkomende<br />

signaal en het moment waarop de linker vertraging<br />

hoorbaar wordt.<br />

Right Time<br />

Hiermee bepaalt u de vertraging tussen het inkomende<br />

signaal en het moment waarop de rechter vertraging<br />

hoorbaar wordt.<br />

Feedback<br />

Hiermee bepaalt u hoeveel (%) van het Delay-signaal<br />

nog eens naar dit effect wordt gestuurd.<br />

HF Damp<br />

Bepaalt de frequentie waarboven het Feedback-signaal<br />

wordt gefilterd. Als dat niet nodig is, moet u hier<br />

BYPASS kiezen.<br />

Balance #<br />

Hiermee regelt u de balans tussen het binnenkomende<br />

en het Delay-signaal.<br />

Chorus/Flanger<br />

Type<br />

Kies hier hetzij de Chorus, hetzij de Flanger.<br />

Rate<br />

Hiermee kiest u de modulatiesnelheid.<br />

Depth<br />

Hiermee bepaalt u de modulatie-intensiteit.<br />

Feedback<br />

Hiermee stelt u in hoeveel (%) van het Flanger-signaal<br />

(indien gekozen) nog eens naar het effect wordt<br />

gestuurd. Een negatieve waarde (–) betekent dat de<br />

fase omgekeerd wordt.<br />

Pre Delay<br />

Hiermee regelt u de vertraging tussen het binnenkomende<br />

signaal en het begin van de Chorus.<br />

Balance #<br />

Hiermee regelt u de balans tussen het inkomende en<br />

het Chorus-/Flanger-signaal.<br />

Filter<br />

Type<br />

Kies hier het filtertype: OFF (geen filter), LPF (onderdrukken<br />

van de lagetonen), HPF (onderdrukken van<br />

de hogetonen).<br />

Cutoff<br />

Hiermee kiest u de kantelfrequentie van het filter.<br />

Level<br />

Hiermee stelt u het uitgangsvolume van het effect in.<br />

Pan<br />

Hiermee bepaalt u de stereopositie van het uitgangsgeluid.<br />

103<br />

Referentiehandboek


3. Effecten van de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong><br />

Clean Guitar Multi 1 bevat de volgende in serie<br />

geschakelde effecten: Compressor (Cmp), Equalizer<br />

(EQ), Delay (Dly) en Chorus of Flanger (CF).<br />

Sequence<br />

Comp<br />

Hiermee schakelt u de Compressor in of uit.<br />

3 Band EQ<br />

Hiermee schakelt u de Equalizer in of uit.<br />

Delay<br />

Hiermee schakelt u de Delay in of uit.<br />

Cho/Flg<br />

Hiermee schakelt u de Chorus of Flanger in of uit.<br />

Compressor<br />

Attack, Sustain, Level #<br />

Zie blz. 101.<br />

EQ Gain<br />

Low<br />

Hiermee kunt u de hoge tonen ophalen/afzwakken.<br />

EQ M Gain<br />

Hiermee kunt u het middengebied (frequenties volgens<br />

EQ M Fq en EQ M Q) ophalen of afzwakken.<br />

High (EQ High Gain)<br />

Hiermee kunt u de hoge tonen ophalen/afzwakken.<br />

Mid<br />

Mid Freq<br />

Hiermee kiest u de centrale frequentie van het midden?gebied.<br />

Mid Q (EQ Mid Q)<br />

Hiermee bepaalt u de breedte van de middenband,<br />

d.w.z. hoevel frequenties er links en rechts van “EQ M<br />

Fq” mee opgehaald/afgezwakt worden. Hoe groter<br />

deze waarde, hoe smaller de frequentieband.<br />

Delay<br />

Left Time<br />

Hiermee bepaalt u de vertraging tussen het inkomende<br />

signaal en het moment waarop de linker vertraging<br />

hoorbaar wordt.<br />

104<br />

84: CLEAN GUITAR MULTI A<br />

L in<br />

R in<br />

Delay<br />

Compressor<br />

Chorus/<br />

Flanger<br />

3-Band EQ<br />

Pan<br />

L out<br />

R out<br />

Right Time<br />

Hiermee bepaalt u de vertraging tussen het inkomende<br />

signaal en het moment waarop de rechter vertraging<br />

hoorbaar wordt.<br />

Feedback<br />

Hiermee bepaalt u hoeveel (%) van het Delay-signaal<br />

nog eens naar dit effect wordt gestuurd.<br />

HF Damp<br />

Bepaalt de frequentie waarboven het Feedback-signaal<br />

wordt gefilterd. Als dat niet nodig is, moet u hier<br />

BYPASS kiezen.<br />

Balance #<br />

Hiermee regelt u de balans tussen het binnenkomende<br />

en het Delay-signaal.<br />

Chorus/Flanger<br />

Type<br />

Kies hier hetzij de Chorus, hetzij de Flanger.<br />

Rate<br />

Hiermee kiest u de modulatiesnelheid.<br />

Depth<br />

Hiermee bepaalt u de modulatie-intensiteit.<br />

Feedback<br />

Hiermee stelt u in hoeveel (%) van het Flanger-signaal<br />

(indien gekozen) nog eens naar het effect wordt<br />

gestuurd. Een negatieve waarde (–) betekent dat de<br />

fase omgekeerd wordt.<br />

Pre Dly<br />

Hiermee regelt u de vertraging tussen het binnenkomende<br />

signaal en het begin van de Chorus.<br />

Balance #<br />

Hiermee regelt u de balans tussen het inkomende en<br />

het Chorus-/Flanger-signaal.<br />

Filter<br />

Type<br />

Kies hier het filtertype: OFF (geen filter), LPF (onderdrukken<br />

van de lagetonen), HPF (onderdrukken van<br />

de hogetonen).<br />

Cutoff<br />

Hiermee kiest u de kantelfrequentie van het filter.<br />

Output<br />

Level<br />

Hiermee stelt u het uitgangsvolume van het effect in.<br />

Pan (Output Pan)<br />

Hiermee bepaalt u de stereopositie van het uitgangsgeluid.


<strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> MFX-parameters<br />

85: CLEAN GUITAR MULTI B<br />

Clean Guitar Multi 2 bevat de volgende in serie<br />

geschakelde effecten: Auto-Wah (AW), Equalizer<br />

(EQ), Delay (Dly) en Chorus of Flanger (CF).<br />

L in<br />

R in<br />

Delay<br />

Wah<br />

Chorus/<br />

Flanger<br />

3-Band EQ<br />

Pan<br />

Sequence<br />

Wah<br />

Hiermee schakelt u de Auto Wah in of uit.<br />

3 Band EQ<br />

Hiermee schakelt u de 3-bands EQ in of uit.<br />

Delay<br />

Hiermee schakelt u de Delay in of uit.<br />

Cho/Flg Sw<br />

Hiermee schakelt u de Chorus of Flanger in en uit.<br />

Wah<br />

Filter Type<br />

Kies hier het benodigde filtertype voor de Wah: LPF<br />

(beïnvloeding van een groot frequentiebereik) of BPF<br />

(beïnvloeding van een beperkter frequentiebereik).<br />

Rate<br />

Hiermee bepaalt u de modulatiesnelheid van de Auto-<br />

Wah.<br />

Depth<br />

Hiermee stelt u in hoe intensief de Auto-Wah het<br />

geluid moet beïnvloeden.<br />

L out<br />

R out<br />

Sens<br />

Hiermee regelt u de gevoeligheid van het filter voor<br />

volumeverschillen.<br />

Manual #<br />

Hiermee kiest u de centrale frequentie waarrond de<br />

Auto-Wah vooral actief is.<br />

Peak<br />

Hiermee bepaalt u de mate waarin het WahWah-effect<br />

tot de Manual-frequentie beperkt wordt. Hoe kleiner<br />

de waarde, hoe meer frequenties er links en rechts van<br />

de Manual-frequentie mee worden beïnvloed. Met een<br />

grote waarde zorgt u er daarentegen voor dat het Wah-<br />

Wah-effect nagenoeg tot de Manual-frequentie<br />

beperkt blijft.<br />

EQ Gain<br />

Low<br />

Hiermee kunt u de hoge tonen ophalen/afzwakken.<br />

Mid (EQ Mid Gain)<br />

Hiermee kunt u het middengebied (frequenties volgens<br />

EQ M Fq en EQ M Q) ophalen of afzwakken.<br />

High (EQ High Gain)<br />

Hiermee kunt u de hoge tonen ophalen/afzwakkenophalen<br />

of afzwakken.<br />

Mid<br />

Mid Freq<br />

Hiermee kiest u de centrale frequentie van het midden?gebied.<br />

Mid Q<br />

Hiermee bepaalt u de breedte van de middenband,<br />

d.w.z. hoevel frequenties er links en rechts van “EQ M<br />

Fq” mee opgehaald/afgezwakt worden. Hoe groter<br />

deze waarde, hoe smaller de frequentieband.<br />

Delay<br />

Left Time<br />

Hiermee bepaalt u de vertraging tussen het inkomende<br />

signaal en het moment waarop de linker vertraging<br />

hoorbaar wordt.<br />

Right Time (Delay Time Right)<br />

Hiermee bepaalt u de vertraging tussen het inkomende<br />

signaal en het moment waarop de rechter vertraging<br />

hoorbaar wordt.<br />

Feedback<br />

Hiermee bepaalt u hoeveel (%) van het Delay-signaal<br />

nog eens naar dit effect wordt gestuurd.<br />

HF Damp<br />

Bepaalt de frequentie waarboven het Feedback-signaal<br />

wordt gefilterd. Als dat niet nodig is, moet u hier<br />

BYPASS kiezen.<br />

Balance #<br />

Hiermee regelt u de balans tussen het binnenkomende<br />

en het Delay-signaal.<br />

Chorus/Flanger<br />

Type<br />

Kies hier hetzij de Chorus, hetzij de Flanger.<br />

Rate<br />

Hiermee kiest u de modulatiesnelheid.<br />

Depth<br />

Hiermee bepaalt u de modulatie-intensiteit.<br />

Feedback<br />

Hiermee stelt u in hoeveel (%) van het Flanger-signaal<br />

(indien gekozen) nog eens naar het effect wordt<br />

gestuurd. Een negatieve waarde (–) betekent dat de<br />

fase omgekeerd wordt.<br />

Pre Dly<br />

Hiermee regelt u de vertraging tussen het binnenkomende<br />

signaal en het begin van de Chorus.<br />

105<br />

Referentiehandboek


3. Effecten van de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong><br />

Balance #<br />

Hiermee regelt u de balans tussen het inkomende en<br />

het Chorus-/Flanger-signaal.<br />

Filter<br />

Type (Filter Type)<br />

Kies hier het filtertype: OFF (geen filter), LPF (onderdrukken<br />

van de lagetonen), HPF (onderdrukken van<br />

de hogetonen).<br />

Cutoff<br />

Hiermee kiest u de kantelfrequentie van het filter.<br />

Output<br />

Level<br />

Hiermee stelt u het uitgangsvolume van het effect in.<br />

Pan #<br />

Hiermee bepaalt u de stereopositie van het uitgangsgeluid.<br />

De Bass Multi bevat de volgende in serie geschakelde<br />

effecten: Compressor (Comp), Overdrive of Distortion<br />

(OD/Dist), Equalizer (3 Band EQ) en Chorus of Flanger<br />

(Cho/Flg).<br />

Sequence<br />

Comp (Compressor Switch)<br />

Hiermee schakelt u u de Compressor in en uit.<br />

OD/Dist<br />

Hiermee schakelt u het Overdrive-/Distortion-effect<br />

in of uit.<br />

Amp Sim<br />

Hiermee schakelt u de Amp Simulator in of uit.<br />

3 Band EQ (3 Band EQ Switch)<br />

Hiermee schakelt u de 3-bands EQ in of uit.<br />

Cho/Flg<br />

Hiermee schakelt u de Chorus of Flanger in en uit.<br />

Compressor<br />

Attack, Sustain, Level #<br />

Zie blz. 101.<br />

Overdrive/Distortion<br />

Type<br />

Stel hier in of u een Overdrive- of Distortion-effect<br />

nodig hebt.<br />

106<br />

86: BASS MULTI<br />

L in<br />

R in<br />

Compressor<br />

3-Band<br />

EQ<br />

Overdrive/<br />

Distortion<br />

Chorus/<br />

Flanger<br />

Amp<br />

Simulator<br />

L out<br />

R out<br />

Drive #<br />

Hiermee regelt u de vervormingsgraad. Dat heeft<br />

tevens invloed op het volume.<br />

Level #<br />

Hiermee bepaalt u het volume van het Overdrive-/<br />

Distortion-effect.<br />

Amp Simulator<br />

Type (Amp Simulator Type)<br />

Kies hier het versterkertype dat moet worden gesimuleerd:<br />

Small: Kleine comboversterker<br />

Built-in: Grote comboversterker.<br />

2-Stack: Versterker met twee kasten<br />

3-Stack: Versterker met 3 kasten<br />

3 Band EQ<br />

Low<br />

Hiermee kunt u de lage tonen ophalen/afzwakken.<br />

Mid (EQ Mid Gain)<br />

Hiermee kunt u het middengebied (frequenties volgens<br />

EQ M Fq en EQ M Q) ophalen of afzwakken.<br />

High (EQ High Gain)<br />

Hiermee kunt u de hoge tonen ophalen/afzwakken.<br />

Mid<br />

Mid Freq (EQ Mid Frequency)<br />

Hiermee kiest u de centrale frequentie van het middengebied.<br />

Mid Q (EQ Mid Q)<br />

Hiermee bepaalt u de breedte van de middenband,<br />

d.w.z. hoevel frequenties er links en rechts van “EQ M<br />

Fq” mee opgehaald/afgezwakt worden. Hoe groter<br />

deze waarde, hoe smaller de frequentieband.<br />

Chorus/Flanger<br />

Type<br />

Kies hier hetzij de Chorus, hetzij de Flanger.<br />

Rate<br />

Hiermee kiest u de modulatiesnelheid.<br />

Depth<br />

Hiermee bepaalt u de modulatie-intensiteit.<br />

Feedback<br />

Hiermee stelt u in hoeveel (%) van het Flanger-signaal<br />

(indien gekozen) nog eens naar het effect wordt<br />

gestuurd. Een negatieve waarde (–) betekent dat de<br />

fase omgekeerd wordt.<br />

Pre Dly<br />

Hiermee regelt u de vertraging tussen het binnenkomende<br />

signaal en het begin van de Chorus.<br />

Balance #<br />

Hiermee regelt u de balans tussen het inkomende en<br />

het Chorus-/Flanger-signaal.


<strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> MFX-parameters<br />

Filter<br />

Type<br />

Kies hier het filtertype: OFF (geen filter), LPF (onderdrukken<br />

van de lagetonen), HPF (onderdrukken van<br />

de hogetonen).<br />

Cutoff<br />

Hiermee kiest u de kantelfrequentie van het filter.<br />

Output<br />

Level<br />

Hiermee stelt u het uitgangsvolume van het effect in.<br />

Pan #<br />

Hiermee bepaalt u de stereopositie van het uitgangsgeluid.<br />

87: ISOLATOR 2<br />

Ziehier een Isolator-effect met filter. Een isolator dient<br />

voor het onderdrukken van bepaalde frequentiebereiken,<br />

wat voor een drastische wijziging van het geluid<br />

zorgt – en dat kunt u daarna dus nog filteren.<br />

L in<br />

R in<br />

Isolator Filter<br />

Isolator Filter<br />

Boost/Cut<br />

Low (Level Low) #<br />

Mid (Level Middle) #<br />

High (Level High) #<br />

Hiermee kunt u de lage-, midden- en/of hogetonen<br />

ophalen of afzwakken. Bij –60dB is de betreffende frequentieband<br />

onhoorbaar. “0dB” betekent daarentegen<br />

dat het volume van de betreffende band niet verandert.<br />

Anti Phase Low<br />

Anti Phase Low Sw<br />

Anti Phase Low Level<br />

Low<br />

Boost<br />

Low<br />

Boost<br />

Anti Phase Mid<br />

Switch<br />

Level<br />

Hiermee schakelt u de Anti-Phase-functie (tegenfase)<br />

in /uit en bepaalt u het volume van de Low- c.q. Midband.<br />

Als deze functie ingeschakeld is, wordt de fase<br />

van de stereokanalen omgekeerd en bij het telkens<br />

andere kanaal opgeteld. Door het volume van deze<br />

functie voor bepaalde frequentiebereiken op te halen<br />

kunt u bepaalde partijen bijzonder in de verf zetten.<br />

(Het geheel hoort u echter alleen wanneer u er een stereo-signaalbron<br />

mee bewerkt.)<br />

Post Filter<br />

Switch<br />

Hiermee schakelt u het filter in of uit.<br />

L out<br />

R out<br />

Type (Filter Type)<br />

Kies hier het filtertype.<br />

LPF: Enkel de frequenties onder de Cutoff-waarde<br />

worden doorgelaten.<br />

BPF: Enkel de frequenties rond de Cutoff-waarde worden<br />

doorgelaten.<br />

HPF: Enkel de frequenties boven de Cutoff-waarde<br />

worden doorgelaten.<br />

NOTCH: Enkel de frequenties boven en onder de<br />

Cutoff-waarde worden doorgelaten.<br />

Cutoff<br />

Hiermee kiest u de kantelfrequentie van het filter. Hoe<br />

kleiner de waarde, hoe lager de grens- of bewerkte frequentie.<br />

De waarde “127” vertegenwoordigt de hoogste<br />

frequentie.<br />

Resonance<br />

Hiermee bepaalt u de hoeveelheid resonantie van het<br />

filter. Hoe groter de waarde, hoe meer de frequenties<br />

rond de Cutoff-waarde in de verf worden gezet. Die<br />

zorgt in de regel voor een “synthetischer” karakter.<br />

Slope<br />

Hiermee bepaalt u de helling van het filter: –24 dB per<br />

octaaf (drastisch) of –12 dB per octaaf (veel zachter).<br />

Gain<br />

Laat toe om het volume van het bewerkte signaal op te<br />

halen of af te zwakken als het onder invloed van dit<br />

effect veel luider of veel stiller wordt.<br />

Low Boost<br />

Switch<br />

Hiermee schakelt u de “Low Booster” in of uit. Deze<br />

schakeling kan de bassen dramatisch opkrikken en zo<br />

voor een bijzonder krachtig basgeluid zorgen.<br />

Level<br />

Met deze parameter bepaalt u het volume van de Low<br />

Booster. (Bij bepaalde Isolator-instellingen hoort u echter<br />

nauwelijks een verschil.)<br />

Output<br />

Level<br />

Hiermee stelt u het uitgangsvolume van het effect in.<br />

88: STEREO SPECTRUM<br />

Ziehier de stereo-versie van het op blz. 64 voorgestelde<br />

effect. Daar vindt u een verklaring van de parameters.<br />

L in<br />

R in<br />

Spectrum<br />

Spectrum<br />

L out<br />

R out<br />

107<br />

Referentiehandboek


3. Effecten van de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong><br />

Het 3D Auto Spin-effect zorgt voor een automatische<br />

verschuiving van het geluid in een 3D-ruimte (dus ook<br />

boven/onder en vóór/achter).<br />

Auto Spin<br />

Azimuth<br />

Hiermee kiest u de plaats waar de draaiing stopt. De<br />

waarde “0” betekent dat het geluid zich aan het einde<br />

van de draaiing precies in het midden bevindt.<br />

Speed #<br />

Hiermee bepaalt u de snelheid vaan de draaiing.<br />

Clockwise<br />

Hiermee kiest u de richting van de beweging. De<br />

instelling “–” vertegenwoordigt een beweging in<br />

tegenwijzerszin, terwijl “+” voor een beweging in wijzerszin<br />

staat.<br />

Turn #<br />

Hiermee stopt of start u de beweging. Kiest u “On”,<br />

dan beweegt het geluid zich door de 3D-ruimte. Kiest<br />

u “Off”, dan springt het geluid naar de voor Azimuth<br />

ingestelde plaats.<br />

Output<br />

Out<br />

Ziehier een parameter die toelaat om de 3D-indruk<br />

zodanig “voor te bereiden” dat hij ook optimaal uit de<br />

verf komt. Kies SPEAKER als u het geluid van de<br />

<strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> (via de OUTPUT-connectors) met behulp van<br />

een eindtrap e.d. uitversterkt. Kies PHONES als u met<br />

een hoofdtelefoon werkt.<br />

Level<br />

Hiermee stelt u het uitgangsvolume van het effect in.<br />

Hiermee kunt u het geluid op de gewenste plaats in het<br />

3D-geluidsbeeld plaatsen.<br />

Auto Spin<br />

Azimuth #<br />

Hiermee kiest u de positie. De waarde “0” betekent dat<br />

het geluid zich precies in het midden bevindt.<br />

108<br />

89: 3D AUTO SPIN<br />

L in<br />

R in<br />

90: 3D MANUAL<br />

L in<br />

R in<br />

3D Auto<br />

3D Manual<br />

L out<br />

R out<br />

L out<br />

R out<br />

Output<br />

Out<br />

Ziehier een parameter die toelaat om de 3D-indruk<br />

zodanig “voor te bereiden” dat hij ook optimaal uit de<br />

verf komt. Kies SPEAKER als u het geluid van de<br />

<strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> (via de OUTPUT-connectors) met behulp van<br />

een eindtrap e.d. uitversterkt. Kies PHONES als u met<br />

een hoofdtelefoon werkt.<br />

Level (Output Level)<br />

Hiermee stelt u het uitgangsvolume van het effect in.<br />

Tips voor de “3D”-effecten<br />

Er zijn verschillende 3D-effecten. Deze maken<br />

gebruik van de RSS-technologie van <strong>Roland</strong> die voor<br />

een driedimensionele geluidsindruk zorgt, ook al<br />

gebruikt u maar twee luidsprekers. Dat zorgt op z’n<br />

minst voor een nóg breder effect. Meer bepaald gaat<br />

het om de volgende effecten:<br />

48: 3D DELAY<br />

60: 3D CHORUS<br />

61: 3D FLANGER<br />

70: 3D DELAY 2<br />

89: 3D AUTO SPIN<br />

90: 3D MANUAL<br />

Voor een optimaal resultaat verdient het aanbeveling<br />

om de luidsprekers als volgt op te stellen. Let er<br />

bovendien op dat ze zich niet te dicht bij de muren<br />

bevinden om geen onnodige reflecties te veroorzaken.<br />

30˚ 30˚<br />

Als de luidsprekers zich te ver uit elkaar bevinden<br />

c.q. als de plaats, waar u het geluid beluistert, sterk<br />

galmt, blijft er niet zoveel over van het 3D-effect.<br />

Onthoud bovendien dat de 3D-effecten een “Out”parameter<br />

bevatten die u op SPEAKER of PHONES<br />

kunt zetten. Kies de eerste optie wanneer u met een<br />

versterker werkt en de tweede wanneer u een hoofdtelefoon<br />

gebruikt.


<strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> Effectinstellingen kopi ren<br />

3.5 Effectinstellingen<br />

kopiëren<br />

De <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> laat ook toe om de effectinstellingen van<br />

een Patch, Performance of Rhythm Set naar de<br />

momenteel geselecteerde Patch, Performance of<br />

Rhythm Set te kopiëren. Op die manier bespaart u heel<br />

wet tijd.<br />

Voor het kopiëren beschikt u over de volgende opties<br />

(Copy Types):<br />

ALL: Alle multi-effect-, Chorus- en Reverb-instellingen.<br />

MFX: Enkel de MFX-parameters van de Generalpagina.<br />

CHORUS: Enkel de Chorus-parameters.<br />

REVERB: Enkel de Reverb-parameters<br />

CHO&REV: De Chorus- en Reverb-parameters.<br />

* Wanneer u voor het kopiëren van de MFX-parameters een<br />

Performance als bron kiest, worden de parameters (MFX<br />

1~3) van de Performance zelf gekopieerd (d.w.z. de parameters<br />

die gehanteerd worden wanneer u MFX 1~3 Source op<br />

“PERFORM” zet). U kunt dus niet de parameters kopiëren<br />

die een Performance van een Patch overneemt. Dat<br />

geldt ook in tegenovergestelde richting: wanneer u de<br />

MFX-parameters van een Patch naar een Performance<br />

kopieert, belanden ze in het “PERFORM”-gedeelte van de<br />

Performance en worden dus niet “doorgekopieerd” naar de<br />

Patch die eventueel als MFX-leverancier fungeert.<br />

1. Kies eerst de Patch, Performance of Rhythm Set waar<br />

de bestaande effectparameters naartoe moeten worden<br />

gekopieerd.<br />

2. Druk zo vaak op [SYSTEM/UTILITY] tot de bijbehorende<br />

indicator begint te knipperen.<br />

Het display ziet er nu als volgt uit:<br />

* Als de indicator van de knop oplicht, bevindt u zich in de<br />

SYSTEM-mode. Daar hebt u hier geen boodschap aan.<br />

Druk dus nogmaals op [SYSTEM/UTILITY].<br />

3. Druk op [F2≈(Copy)].<br />

4. Breng de cursor met [ß] naar “Type” en kies EFFECT.<br />

Nu verschijnt de bij de actieve mode behorende Effect<br />

Copy-pagina:<br />

“Temporary” slaat op het buffergeheugen – oftewel de<br />

Patch/Performance/Rhythm Set die u eerder geselecteerd<br />

hebt.<br />

5. Breng de cursor met [√][®][ß][†] naar de parameter die u<br />

wilt instellen.<br />

6. Kies met de [VALUE]-regelaar of [DEC] [INC] de benodigde<br />

instellingen.<br />

7. Druk op [F6≈(Copy)] om de gekozen data te kopiëren.<br />

8. Druk op [EXIT] om terug te keren naar de Play-pagina.<br />

109<br />

Referentiehandboek


4. Patches programmeren<br />

4. Patches programmeren<br />

4.1 Structuur van een<br />

Patch<br />

Patches bestaande uit vier Tones<br />

(4Tone)<br />

Tones – de kleinste eenheid<br />

De kleinste klankeenheid van de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> wordt een<br />

Tone genoemd. Een Tone is eigenlijk een volwaardige<br />

klank (zoals die op andere synthesizers wordt<br />

gebruikt). Op de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> kunt u echter niet met Tones<br />

alleen werken. De Tones zitten namelijk “ingepakt” in<br />

een Patch. Daarbij bevat elke Patch telkens vier Tones,<br />

die u niet allemaal hoeft te gebruiken. De Tones die u<br />

niet nodig hebt, kunt u dus uitschakelen (zie blz. 112),<br />

wat de polyfonie ten goede komt.<br />

De PCM-golfvormen (of samples) in het interne geheugen<br />

(of op een Expansion Board) kunnen dus op verschillende<br />

manieren bewerkt worden, waarbij de<br />

meest ingrijpende wijzigingen afkomstig zijn van de<br />

TVF (filter) en de TVA (en met name dan diens Envelope).<br />

Tegenwoordig kan zo goed als elk geluid (akoestisch<br />

of “vintage” synthetisch) dienst doen als basis voor<br />

een klank. Gelukkig (voor de verknochte synthesizerfanaten)<br />

biedt de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> echter ook een aantal basisgolfvormen<br />

(zaagtand, blokgolf enz.). Sommige golfvormen<br />

zijn “geloopt”, wat betekent dat ze nooit uitsterven,<br />

terwijl andere golfvormen maar heel kort zijn<br />

(bv. Snares e.d.).<br />

• WG (Wave Generator)<br />

Hiermee kiest u een golfvorm en bepaalt u de toonhoogte<br />

ervan.<br />

• TVF (Time Variant Filter)<br />

Met dit filter verandert u de frequentie-inhoud (en<br />

dus de klankkleur) van het geluid.<br />

• TVA (Time Variant Amplifier)<br />

Hiermee bepaalt u het volume en de stereopositie van<br />

het geluid.<br />

110<br />

Tone<br />

WG<br />

Pitch<br />

Envelope<br />

audiosignaal<br />

LFO 1 LFO 2<br />

TVF<br />

TVF<br />

Envelope<br />

TVA<br />

controlesignaal<br />

TVA<br />

Envelope<br />

• ENV (Envelope)<br />

Hiermee kunt u het verloop van een golfvorm over<br />

een bepaalde tijdspanne beïnvloeden. Er zijn aparte<br />

Envelopes voor de WG (toonhoogte), de TVF (grensfrequentie<br />

van het filter) en de TVA (volume). Wilt u<br />

bijvoorbeeld het volume van een klank laten toe- en<br />

afnemen, dan moet u hiervoor de TVA ENV gebruiken.<br />

• LFO (Low Frequency Oscillator)<br />

De twee LFO’s gebruikt u voor de modulatie (cyclische<br />

waardeverandering) van een aantal parameters.<br />

U kunt de WG (toonhoogte), de TVF (grensfrequentie<br />

van het filter), en de TVA (volume) moduleren.<br />

Modulatie van de WG-toonhoogte levert u vibrato op,<br />

modulatie van het TVA-volume zorgt voor een tremolo-effect.<br />

Patches – combinaties van maximaal 4 Tones<br />

Hoewel een Patch ook met één Tone functioneert, ligt<br />

het geheim van een goed geluid hem vaak in de combinatie<br />

van meerdere Tones. De voorgeprogrammeerde<br />

Patches van de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> spreken in dit verband<br />

boekdelen. Ze zijn trouwens lang niet allemaal<br />

opeenstapelingen van verschillende Tones: soms zijn<br />

verschillende Tones aan verschillende zones of aanslagwaarden<br />

toegewezen.<br />

Bovendien levert de combinatie van verschillende<br />

Tones veel meer op dan enkel de optelsom ervan: door<br />

goed te programmeren kunt u er volledig nieuwe klanken<br />

van maken. De Patch-parameters houden verband<br />

met de weergave van alle vier de Tones: hier vindt u<br />

dan ook de effecten, het panorama van de Patch in z’n<br />

geheel en enkele andere nuttige parameters.<br />

De <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> laat ook toe met Structures te werken,<br />

zodat u telkens twee Tones met elkaar kunt combineren<br />

(zie blz. 116), wat ook weer veel meer mogelijkheden<br />

biedt dan u op het eerste zicht zou vermoeden.<br />

Multi-Partial Patches<br />

Ziehier een tweede (en nieuw) soort Patch. Hier praten<br />

we over Patches die Samples bevatten en die van een<br />

CD-ROM e.d. kunnen worden geladen. Dit soort Patches<br />

werken met “Partials” (omdat dit de term is die<br />

bv. op een S-760 sampler van <strong>Roland</strong> wordt gehanteerd).<br />

Multi-Partial Patch<br />

B1<br />

D7 Sample 1<br />

Sample 2<br />

Sample 3<br />

Sample 4<br />

88 Partials<br />

Partial


<strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> Structuur van een Patch<br />

Multi-Partial Patches bevatten dus een reeks Partials<br />

die afzonderlijke golfvormen (samples) aanspreken en<br />

die u aan een klavierzone kunt toewijzen. Per Patch<br />

kunt u maximaal 88 Partials gebruiken – maar verplicht<br />

is ook dit niet.<br />

Terwijl Tones uit maximaal twee (voorgeprogrammeerde)<br />

golfvormen bestaan, kunnen Partials tot vier<br />

samples aanspreken, wat meestal voor Velocity<br />

Switch-doeleinden wordt gebruikt.<br />

* De Partials van een Multi-Partial Patch spreken samples<br />

aan die u eerst naar het interne geheugen (SIMMs) moet<br />

kopiëren. Ze kunnen namelijk geen interne golfvormen<br />

gebruiken. Dit betekent echter ook dat u die samples van<br />

een CD-ROM of andere datadrager moet laden.<br />

Structuur van een Partial<br />

Als u even naar het volgende schema kijkt, merkt u<br />

meteen dat het verschil in opbouw tussen een Partial<br />

en een Tone eigenlijk niet zo groot is:<br />

Partial<br />

LFO<br />

SMT TVF<br />

TVF<br />

Envelope<br />

audiosignaal controlesignaal<br />

TVA<br />

TVA<br />

Envelope<br />

SMT (Sample Mix Table)<br />

Via deze tabel worden er samples aan een Partial toegewezen.<br />

Als u meer dan één Sample aan een Partial<br />

toewijst, kunt u bepalen, op welke aanslagwaarden de<br />

samples moeten reageren. U kunt echter ook andere<br />

MIDI-commando’s gebruiken voor het overschakelen<br />

van de ene Sample naar de andere. Dat verklaart meteen<br />

de “Mix” in Sample Mix Table.<br />

TVF (Time Variant Filter)<br />

Met dit filter verandert u de frequentie-inhoud (en dus<br />

de klankkleur) van het geluid.<br />

TVA (Time Variant Amplifier)<br />

Hiermee bepaalt u het volume en de stereopositie van<br />

het geluid.<br />

Envelope<br />

Hiermee kunt u het verloop van een golfvorm over een<br />

bepaalde tijdspanne beïnvloeden. Er zijn aparte Envelopes<br />

voor de TVF (grensfrequentie van het filter) en<br />

de TVA (volume). Wilt u bijvoorbeeld het volume van<br />

een klank laten toe- en afnemen, dan moet u hiervoor<br />

de TVA ENV gebruiken.<br />

LFO (Low Frequency Oscillator)<br />

De LFO gebruikt u voor de modulatie (cyclische waardeverandering)<br />

van een aantal parameters. U kunt de<br />

WG (toonhoogte), de TVF (grensfrequentie van het fil-<br />

ter), en de TVA (volume) moduleren. Modulatie van<br />

de toonhoogte levert u vibrato op, modulatie van het<br />

TVA-volume zorgt voor een tremolo-effect.<br />

111<br />

Referentiehandboek


4. Patches programmeren<br />

4.2 Tones in- en<br />

uitschakelen<br />

Ziehier hoe u bepaalt welke Tones in de Patch worden<br />

gebruikt (aan) en welke niet (uit). Kies eerst de benodigde<br />

Patch.<br />

1. Ga naar de PATCH Play-pagina.<br />

2. Houd [SHIFT] ingedrukt, terwijl u op TONE SW [1]~[4]<br />

drukt om de overeenkomstige Tone in (indicator licht<br />

op) of uit (indicator dooft) te schakelen.<br />

3. Op de PATCH Play-pagina komt u op de volgende<br />

manier te weten welke Tones er momenteel ingeschakeld<br />

zijn (voor degene, die uitgeschakeld zijn, wordt<br />

er “–” afgebeeld):<br />

4.3 Parameters voor de<br />

hele Patch<br />

En ziehier dan de parameters van de Patch-mode.<br />

Sommige parameters hebben betrekking op de Patch<br />

in z’n geheel, terwijl u andere voor elke Tone apart<br />

moet/kunt instellen. Denk aan de Copy-functie (zie<br />

blz. 139) omdat u daarmee veel tijd kunt besparen.<br />

Laten we even naar de werkwijze kijken:<br />

1. Kies de Patch die u wilt editen.<br />

2. Druk op [F1≈(COMMON)].<br />

3. Kies met [1]~[5] de display-pagina die de parameter<br />

bevat die u wilt editen.<br />

* Zolang het display een parameterpagina afbeeldt, kunt u<br />

met de TONE SWITCH-knoppen [1]~[4] de benodigde<br />

Tones in-/uitschakelen (om ze niet te horen).<br />

4. Breng de cursor met [√][®][ß][†] naar de benodigde<br />

parameter.<br />

5. Stel de waarde in met de [VALUE]-regelaar of [DEC] [INC].<br />

* Als u de nieuwe waarde toch niet goed vindt, kunt u op<br />

[UNDO] drukken om de wijziging te annuleren.<br />

6. Druk op [EXIT] om naar de PATCH Play-pagina terug<br />

te gaan.<br />

Links van de Patch-naam verschijnt er nu een “*” om u<br />

erop te wijzen dat de Patch niet meer overeenkomt met<br />

de opgeslagen versie:<br />

112<br />

* Vergeet niet de Patch op te slaan alvorens er een andere te<br />

kiezen of de <strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> uit te schakelen. Anders verliest u<br />

uw instellingen namelijk weer. Zie blz. 163 voor het<br />

opslaan van Patches.<br />

Common (Patch Common)<br />

PATCH Common General #1-pagina<br />

([PATCH] - [F1≈(General)])<br />

Common<br />

Name<br />

Hiermee kunt u een nieuwe naam aan een geëdite<br />

Patch geven (maximaal 12 tekens). Breng de cursor<br />

met [√] of [®] naar de benodigde positie en kies er met<br />

de [VALUE]-regelaar en [DEC] [INC] een ander teken voor.<br />

Beschikbare tekens:<br />

spatie, A~Z, a~z, 0-9, ! " # $ % & ' ( ) * + , - . / : ; < = > ?<br />

@ [ \ ] ^ _ ` { | } → ←<br />

* Druk op de [VALUE]-regelaar om een venster te openen waar<br />

u bovendien toegang hebt tot de volgende functies:<br />

[F2 (←Prev)]: Eén teken terug gaan.<br />

[F3 (Next→)]: Eén teken vooruit gaan.<br />

[F4 (Insert)]: Spatie op de plaats van de cursor invoegen.<br />

[F5 (Delete)]: Wissen van het door de cursor aangeduide<br />

teken.<br />

[F6 (OK)]: Bevestigen van de ingevoerd naam.<br />

Category (Patch Category)<br />

Deze parameter laat toe om uw (binnenkort) kersverse<br />

Patch aan een categorie toe te wijzen en via de Patch<br />

Finder-functie te zoeken. Verder is deze keuze bepalend<br />

voor het riedeltje dat wordt afgespeeld wanneer u<br />

deze Patch met de Phrase Preview-functie beluistert.<br />

Meer details over de beschikbare categorienamen<br />

vindt u op blz. 51.<br />

Patch Type<br />

(4TONES/MULTI-PARTIAL) Hiermee bepaalt u of u<br />

met voorgeprogrammeerde golfvormen (4Tone) dan<br />

wel met samples wilt werken. Dat heeft belangrijke<br />

consequentie voor de structuur van de Patch.<br />

Level<br />

Hiermee bepaalt u het algemene volume van de gekozen<br />

Patch. Gebruik deze parameter om te voorkomen<br />

dat bepaalde Patches veel harder klinken dan de<br />

andere. Met deze parameter zorgt u dus voor de “juiste<br />

balans” tussen de Patches.<br />

* Het volume van individuele Tones bepaalt u met de Tone<br />

Level- (blz. 127) of Partial Level-parameter (blz. 137).<br />

Pan<br />

(L64~0~63R) Hiermee bepaalt u de stereopositie van<br />

de Patch. “L64” betekent dat de Patch zich helemaal<br />

links in het stereobeeld bevindt, maar niet dat u rechts<br />

helemaal niets meer hoort. Deze parameter “verschuift”<br />

namelijk alleen de voor de Tones/Partials<br />

geprogrammeerde Pan-waarde (blz. 127, 137), maar<br />

doet hem niet helemaal teniet.


<strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> Parameters voor de hele Patch<br />

Output Assign<br />

Hiermee bepaalt u de uitgangstoewijzing van de<br />

Patch. Zie blz. 189. “TONE” is enkel beschikbaar voor<br />

4Tone-Patches, terwijl “KEY” enkel voor Multi-Partial-<br />

Patches gehanteerd wordt. Maar ze betekenen beide<br />

dat de Patch de uitgangstoewijzingen van de Tones<br />

c.q. de Partials hanteert.<br />

Octave&Tune (Patch Octave & Tune)<br />

Octave Shift<br />

(–3~+3) Hiermee kunt u de Toonhoogte van alle Tones<br />

(de volledige Patch) maximaal 3 octaven verhogen of<br />

verlagen.<br />

* Deze instelling kunt u ook op de PATCH Play-pagina wijzigen<br />

(zie blz. 52).<br />

Coarse Tune<br />

Hiermee kunt u de Patch in stappen van halve tonen<br />

hoger of lager stemmen (met “+7” zorgt u bv. voor een<br />

quintverschuiving). (–4~+4 octaven).<br />

* Ook voor de Tones bestaat er een Coarse-parameter<br />

(blz. 122). Gebruik (Patch) Coarse dus enkel voor het corrigeren<br />

van complexe Coarse-instellingen voor de Tones.<br />

Fine Tune<br />

Dit laat toe om de Patch fijn te stemmen, wat u in principe<br />

enkel nodig hebt bij gebruik van een complexe<br />

“Structure” en navenante parameterinstellingen die<br />

een licht valse toonhoogte tot gevolg hebben. In alle<br />

andere gevallen laat u deze parameter het best op “0”<br />

staan. Het instelbereik bedraagt –50~+50 cent.<br />

* Ook op Tone-niveau bestaat er een Fine-parameter<br />

(blz. 122). Die zou u kunnen gebruiken om te zorgen voor<br />

lichte zwevingen die het geluid vetter maken (als u minstens<br />

twee Tones gebruikt).<br />

Stretch Tune Depth<br />

Met deze parameter kunt u de stemming van de Patch<br />

iets “uitrekken”, wat betekent dat de lage noten lager<br />

en de hoge noten iets hoger dan de “norm” worden<br />

gestemd. Dit principe wordt al sinds jaren met veel<br />

succes op onze digitale piano’s gebruikt. Daar wordt er<br />

dan telkens bij verteld dat Stretch Tuning tegemoet<br />

komt aan onze subjectieve indruk dat de bas en de diskant<br />

bij een exacte stemming als te laag/te hoog worden<br />

ondervonden. (OFF, 1, 2, 3)<br />

Laten we even kijken naar een tekening die één en<br />

ander zal verduidelijken.<br />

Toonhoogte wijkt af<br />

van de gelijkzwevende stemming Parameterwaarde<br />

OFF<br />

1<br />

2<br />

3<br />

Lage noten<br />

Analog Feel<br />

Hiermee bepaalt u de diepte van het Analog Feeleffect.<br />

Dit effect zorgt voor lichte zwevingen van de<br />

toonhoogte d.m.v. 1/f-modulatie die in de regel geassocieerd<br />

wordt met analoge synthesizers. Naar gelang<br />

de instelling voor Analog Feel kan het een zeer subtiele<br />

of bijzonder overdreven “instabiliteit” opleveren.<br />

PATCH Common General #2-pagina<br />

([PATCH] - [F1≈(General)])<br />

Modify<br />

Cutoff Offset<br />

(–63~+63) Met deze parameter kunt u de Cutoff-waarden<br />

van de aan de geselecteerde Patch toegewezen<br />

Tones/Partials wijzigen, als het geluid te dof of te fel<br />

blijkt. Hiermee beïnvloedt u de “Cutoff”-parameter<br />

van de Tones/Partials.<br />

* In sommige gevallen hoort u geen verschil meer, omdat de<br />

Cutoff-frequentie van alle Tones/Partials al op de minimum-/maximumwaarde<br />

staat.<br />

Resonance Offset<br />

Met deze parameter kunt u de Resonance-waarden<br />

van de aan de geselecteerde Patch toegewezen Tones/<br />

Partials globaal veranderen als het geluid te neuzig –of<br />

net niet “synthetisch” genoeg– blijkt. Hiermee beïnvloedt<br />

u de “Resonance”-parameter van de Tones/<br />

Partials.<br />

Attack Offset<br />

Met deze parameter kunt u de Attack (aanzet/begin)<br />

van de TVA-Envelope (T1) sneller of trager maken als<br />

de Tones iets te “loom” of te agressief overkomen. De<br />

uiteindelijke Attack van een Patch is de optelsom van<br />

deze parameter met de T1-waarden van de aangesproken<br />

Tones (blz. 128).<br />

3<br />

2<br />

1<br />

OFF<br />

Hoge noten<br />

113<br />

Referentiehandboek


4. Patches programmeren<br />

Release Offset<br />

Met deze parameter kunt u de Release (“uiteinde”) van<br />

de TVA-Envelope (T4) sneller of trager maken als de<br />

toegewezen Tones/Partials te lang nazinderen of te<br />

abrupt stoppen. De uiteindelijke Release van een Patch<br />

is de optelsom van deze parameter met de T4-waarden<br />

van de aangesproken Tones/Partials.<br />

Velocity Sens<br />

(–63~+63) Hiermee kunt u de aanslaggevoeligheid van<br />

de aan de Patch toegewezen Tones veranderen. Als het<br />

volume/de klankkleur bij hard aangeslagen noten nog<br />

harder/feller moet zijn, moet u hier een positieve (+)<br />

waarde instellen. Kies een negatieve waarde (–) als u<br />

de Tones te sterk op verschillen in aanslag vindt reageren.<br />

De uiteindelijke aanslaggevoeligheid is de optelsom<br />

van deze waarde met de aanslaggevoeligheid van<br />

de aangesproken Tones.<br />

Tempo<br />

Clock Source<br />

Wanneer u “Clock Source” op PATCH zet, kunt u met<br />

deze parameter de te hanteren tempowaarde instellen.<br />

Deze tempowaarde wordt echter niet via MIDI OUT<br />

uitgestuurd, zodat u er geen externe instrumenten mee<br />

kunt synchroniseren.<br />

Kies SYSTEM om te zorgen dat de Patch het “System<br />

Tempo” overneemt of synchroon loopt met een via<br />

MIDI IN ontvangen MIDI Clock-signaal (dit kan met<br />

name belangrijk zijn voor bepaalde MFX-effecten).<br />

Tempo<br />

(20~250) Als u hierboven PATCH gekozen hebt, kunt<br />

u met deze parameter het tempo voor de geselecteerde<br />

Patch instellen.<br />

* De Patch Tempo-waarde wordt niet als MIDI Clock-data<br />

naar MIDI OUT gestuurd.<br />

Voice Priority<br />

Met deze parameter bepaalt u wat er gebeurt als de<br />

<strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> niet meer voldoende polyfonie heeft om alle<br />

noten weer te geven (let wel: in het slechtste geval kunt<br />

u 128 stemmen : 4 Tones :4 golfvormen= 8 noten tegelijk<br />

spelen).<br />

LOUDEST: De noten met de grootste aanslagwaarde<br />

blijven klinken, terwijl de noten met de kleinste aanslagwaarde<br />

uitgeschakeld worden.<br />

114<br />

Last De laatst gespeelde noten hebben altijd voorrang.<br />

Desnoods worden dus “oudere” noten uitgeschakeld.<br />

Loudest In dit geval hebben de noten met de grootste aanslagwaarde<br />

voorrang. Zacht gespeelde noten worden<br />

dus uitgeschakeld als de polyfonie niet meer<br />

toereikend is.<br />

One Shot Mode<br />

(OFF, ON) Hiermee zorgt u dat alle Samples, die aan<br />

een Patch toegewezen zijn, die zich in de Loop-mode<br />

bevindt (blz. 135), samen worden afgespeeld (One<br />

Shot).<br />

* Deze functie is niet beschikbaar voor de interne golfvormen,<br />

noch voor de golfvormen op een eventueel geïnstalleerd<br />

Wave Expansion Board.<br />

* De Loop-instellingen kunt u niet voor elke Sample apart<br />

veranderen.<br />

(Patch) Control<br />

PATCH Common Control-pagina<br />

([PATCH] - [F2≈(Control)])<br />

Key Mode<br />

Key Assign<br />

Hiermee bepaalt u of de Patch polyfoon (POLY) of<br />

monofoon (MONO) gespeeld kan worden. MONO is<br />

handig voor solopartijen – en dan met name voor synthesizersolo’s<br />

of houtblazers e.d. Kies POLY als u<br />

akkoorden wilt spelen.<br />

Legato Switch<br />

(OFF, ON) Kies hier ON, wanneer u de Legato-functie<br />

wilt gebruiken, en OFF als dat niet het geval is. Legato<br />

werkt enkel wanneer u Key Assign op MONO gezet<br />

hebt. Wanneer u een noot speelt, terwijl u een andere<br />

toets ingedrukt houdt, gaat de ene noot in de andere<br />

over (d.w.z. de Envelope en de LFO van de eerste noot<br />

gaan gewoon door en worden dus niet opnieuw<br />

gestart). Deze functie is met name handig voor het<br />

simuleren van de Hammering-On techniek van gitaristen.<br />

Legato Retrigger<br />

“Legato Retrigger” kunt u enkel gebruiken wanneer u<br />

“Assign” op MONO en “Legato” op ON hebt gezet.<br />

Met deze parameter regelt u de “golfvorm-uitlezing”<br />

tijdens het spelen van gebonden noten (Legato). Kiest<br />

u hier ON, dan begint de golfvorm voor elke nieuwe<br />

noot vanaf het begin. Kiest u daarentegen OFF, dan<br />

loopt de golfvorm bij gebonden gespeelde noten<br />

gewoon door (terwijl de toonhoogte wel verandert),<br />

wat soms voor een onnatuurlijk geluid kan zorgen. In<br />

de regel kiest u het best ON.<br />

* Als u voor Legato Switch “OFF” kiest, wordt deze parameter<br />

genegeerd.


<strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> Parameters voor de hele Patch<br />

* Stel dat u Legato Switch op “ON” en Legato Retrigger op<br />

“OFF” gezet hebt. Als u dan gebonden noten (“legato”)<br />

speelt, kan het gebeuren dat de toonhoogte niet altijd tot de<br />

verwachte frequentie klimt of daalt (en dus ergens halverwege<br />

stopt). Dat is met name het geval wanneer het golfvormniveau<br />

een dergelijke klim niet toelaat. Wanneer de<br />

Patch bovendien verschillende golfvormen (via afzonderlijke<br />

Tones) aanspreekt, kan het gebeuren dat deze bovengrens<br />

niet voor elke golfvorm dezelfde is, zodat de Patch<br />

niet langer in MONO wordt weergegeven. Als u een dergelijke<br />

Patch voor het spelen van grote intervallen gebruikt,<br />

zet u Legato Retrigger het best op “ON”<br />

Bender<br />

Hiermee bepaalt u het Pitch Bend-interval.<br />

Bend Range Up<br />

(0~48 halve tonen) Hiermee bepaalt u hoeveel halve<br />

tonen de toonhoogte verschuift wanneer u de Benderhendel<br />

van het externe MIDI-klavier helemaal naar<br />

rechts schuift. Zet u de waarde op “12” en schuift u de<br />

hendel helemaal naar rechts, dan gaat de toonhoogte<br />

één octaaf omhoog.<br />

Bend Range Down<br />

(0~48 halve tonen) Hiermee bepaalt u hoeveel halve<br />

tonen de toonhoogte omlaag gaat wanneer u de Bender-hendel<br />

van het externe MIDI-klavier helemaal<br />

naar links schuift. De waarde “48” slaat op 4 octaven.<br />

Portament<br />

Portamento is een effect dat voor geleidelijke toonhoogte-overgangen<br />

tussen twee noten zorgt. Wanneer<br />

u “Key Assign” op MONO zet, zorgt het Portamentoeffect<br />

voor de typische schuivers van bv. een trombone<br />

of zigeunergitaar. Portamento is echter ook beschikbaar<br />

wanneer u “Key Assign” op POLY zet.<br />

Switch<br />

Hiermee kunt u bepalen of het Portamento-effect al<br />

(ON) dan niet (OFF) wordt toegepast.<br />

* De overige parameters op deze pagina zijn enkel beschikbaar,<br />

wanneer u hier ON kiest.<br />

Mode<br />

Met deze parameter bepaalt u wanneer het Portamento-effect<br />

wordt toegepast:<br />

NORMAL: Portamento voor alle noten.<br />

LEGATO: Enkel gebonden gespeelde noten worden<br />

van Portamento voorzien (d.w.z. als u de volgende<br />

toets indrukt alvorens de vorige los te laten).<br />

Type<br />

Hiermee bepaalt u hoe het Portamento-effect moet<br />

werken:<br />

RATE: De snelheid van de toonhoogte-verandering<br />

verschilt naar gelang het interval tussen de eerste en de<br />

tweede noot die u speelt. Bij kleinere intervallen duurt<br />

de overgang relatief gezien langer dan bij grote intervallen.<br />

(Hier wordt de Time-waarde dus aan het interval<br />

aangepast om al te lange “schuivers” te vermijden.)<br />

TIME: De “Time”-waarde (zie hierboven) wordt voor<br />

alle noten gehanteerd, of u nu kleine of grote intervallen<br />

speelt.<br />

Start (Portamento Start)<br />

Als u een andere toets indrukt, terwijl het Portamentoeffect<br />

al naar de eerder gespeelde noot aan het schuiven<br />

is, begint er een nieuwe overgang naar de zopas<br />

ingedrukte toets. Met “Start” bepaalt u op welke toonhoogte<br />

de nieuwe overgang begint.<br />

PITCH: Als u op een andere toets drukt, terwijl de<br />

toonhoogte aan het verschuiven is, begint de nieuwe<br />

overgang vanaf de op dat moment bereikte toonhoogte.<br />

C5<br />

D4<br />

C4<br />

NOTE: Het Portamento-effect begint vanaf de toonhoogte<br />

die na voltooien van de vorige overgang zou<br />

zijn bereikt, indien u de betreffende toets lang genoeg<br />

ingedrukt had gehouden.<br />

C5<br />

D4<br />

C4<br />

Toonhoogte<br />

Derde noot: D4<br />

Tweede noot: C5<br />

Eerste noot: C4<br />

Toonhoogte<br />

Overgang vanaf de<br />

bereikte toonhoogte<br />

Overgang begint bij de C5<br />

Derde noot: D4<br />

Tweede noot: C5<br />

Eerste noot: C4<br />

Tijd<br />

Tijd<br />

Time<br />

(0~127) Hiermee bepaalt u de overgangssnelheid naar<br />

de telkens volgende noot. Hoe groter de waarde, hoe<br />

trager de overgang.<br />

115<br />

Referentiehandboek


4. Patches programmeren<br />

Structure<br />

Met deze parameters kiest u de structuur (opbouw,<br />

verbinding) van de Tones. De keuze van de structuur<br />

heeft ingrijpende gevolgen voor het uiteindelijke<br />

geluid. Aangezien bepaalde structuren (2~10) met<br />

Tone-paren werken, kunt u de betreffende Tones niet<br />

meer afzonderlijk kiezen tijdens het editen (TONE<br />

SELECT).<br />

PATCH Common Structure-pagina<br />

([PATCH] - [F3≈(Struct)])<br />

Tone 1&2/Tone 3&4<br />

Hiermee bepaalt u hoe Tone 1 & 2 enerzijds en Tone 3<br />

& 4 anderzijds met elkaar worden verbonden.<br />

Type (1~10)<br />

* In het display ziet u telkens hoe de Tones met elkaar verbonden<br />

zijn. De afkortingen hebben de volgende betekenis:<br />

W1 (WG1), W2 (WG2), F1 (TVF1), F2 (TVF2), A1<br />

(TVA1), A2 (TVA2), B (Booster), R (Ring Modulator).<br />

De Tones zijn geheel onafhankelijk van elkaar.<br />

Gebruik deze structuur wanneer u zoveel mogelijk<br />

PCM-klanken wilt gebruiken, of wanneer u gestapelde<br />

Patches wilt maken waarbij iedere Tone een andere<br />

klank heeft.<br />

116<br />

TYPE 1<br />

TONE 1 (3)<br />

TONE 2 (4)<br />

TYPE 2<br />

TONE 1 (3)<br />

TONE 2 (4)<br />

TYPE 3<br />

TONE 1 (3)<br />

TONE 2 (4)<br />

TYPE 4<br />

TONE 1 (3)<br />

TONE 2 (4)<br />

WG<br />

TVF<br />

TVA<br />

WG TVF TVA<br />

WG<br />

TVA TVF<br />

WG TVF TVA<br />

WG<br />

TVA TVF<br />

WG TVF TVA<br />

WG<br />

B<br />

TVA TVF<br />

B<br />

WG TVF TVA<br />

TYPE 5<br />

TONE 1 (3)<br />

TONE 2 (4)<br />

TYPE 6<br />

TONE 1 (3)<br />

TONE 2 (4)<br />

TYPE 7<br />

TONE 1 (3)<br />

TONE 2 (4)<br />

TYPE 8<br />

TONE 1 (3)<br />

TONE 2 (4)<br />

TYPE 9<br />

TONE 1 (3)<br />

TONE 2 (4)<br />

TYPE 10<br />

TONE 1 (3)<br />

TONE 2 (4)<br />

WG<br />

TVA TVF<br />

WG TVF TVA<br />

WG<br />

* Als u Type 2~10 selecteert en één Tone van een koppel uitschakelt,<br />

dan klinkt de andere Tone automatisch zoals hij<br />

volgens Type 1 zou klinken, ongeacht wat er in het display<br />

wordt afgebeeld. Dit is ook het geval wanneer één van de<br />

twee Tones niet klinkt omdat u zijn noot- of aanslagbereik<br />

(blz. 117) hebt beperkt.<br />

Booster<br />

Met deze parameter bepaalt u het niveau van de Booster<br />

(bij TYPE 3 of TYPE 4). Hoe groter de waarde, hoe<br />

sterker de golfvormen worden bewerkt. De Booster<br />

zorgt voor vervorming die wel iets weg heeft van een<br />

scheurgitaar. (0/+6/+12/+18)<br />

R<br />

TVA TVF<br />

R<br />

WG TVF TVA<br />

WG<br />

TVF<br />

TVA<br />

WG TVF TVA<br />

WG<br />

TVF<br />

TVA<br />

WG TVF TVA<br />

WG<br />

TVF<br />

TVA<br />

WG TVF TVA<br />

WG<br />

TVF<br />

TVA<br />

WG TVF TVA<br />

R<br />

R<br />

R<br />

R


<strong>XV</strong>-<strong>5080</strong> Parameters voor de hele Patch<br />

Wat is een Booster? (B)<br />

Een Booster is een schakeling die het ingangssignaal<br />

vervormt (misschien herinnert u zich nog die gitaarvervormers<br />

die dezelfde benaming hadden).<br />

Booster-niveau<br />

Dit kunt u niet alleen gebruiken voor vervorming,<br />

maar ook voor effecten die lijken op PWM (Pulse<br />

Width Modulation, een bewerking waarbij de harmonische<br />

structuur voortdurend verandert). Voor dit<br />

laatste moet u een uiterst lage (subsonische) frequentie<br />

voor WG1 (Tone 1 of 3) instellen en de toonhoogte van<br />

WG2 (Tone 2 of 4) laten variëren d.m.v. de LFO.<br />

Wat is een Ring Modulator? (R)<br />

Ringmodulatie combineert de golfvormen van twee<br />

Tones. Hierdoor ontstaat een nieuwe golfvorm met<br />

boventonen die niet gelijk zijn aan gehele veelvouden<br />

van de grondtoon en die niet bestonden in één van de<br />

originele golfvormen (in het algemeen is het zo dat,<br />

wanneer u uitgaat van een golfvorm die geen sinus is,<br />

de boventonen niet gelijkmatig verdeeld zijn over het<b