Aanspraak Juni 2013 - Svb

svb.nl

Aanspraak Juni 2013 - Svb

Aanspraak Juni

Afdeling Verzetsdeelnemers en Oorlogsgetroffenen

Bioloog, tekenaar, schrijver

en dichter Leo Vroman over

de Japanse gevangenschap

2013


Inhoud

Mag ik u even aanspreken?

Toespraak Peter van Uhm

bij Nationale Herdenking

op de Dam 4 mei 2013.

Bioloog, tekenaar, schrijver

en dichter Leo Vroman over

de Japanse gevangenschap.

2 Aanspraak - juni 2013

Sallo van Gelder

6 ontsnapte op wonderlijke 16

Team A

Team B

Brief over de verlaging

De afdeling V&O

3 van Nederlandse bruto 11 werkt met integrale 19

pensioenen in april.

Siet Gravendaal-Tammens

Ten Toon & Te Doen

4 zat in de top van het 12 20

Gronings verzet.

wijze aan het transport

naar Westerbork.

serviceteams.

Zoek?!

Vraag & Antwoord

Puzzel

Team C

Adressen / colofon

21

22

23

24


Mag ik u even

aanspreken?

De Nationale Herdenking van 4 mei, de herdenking van de Japanse capitulatie

op 15 augustus en de International Holocaust Memorial Day eind januari

zijn onze grote momenten van herdenken van de Tweede Wereldoorlog.

Ze staan in ons collectieve geheugen gegrift. Opdat we de slachtoffers nooit

zullen vergeten.

Maar hoe moeten we in de toekomst inhoud blijven geven aan het herdenken

van de Tweede Wereldoorlog? Als steeds meer mensen die het meegemaakt

hebben overleden zijn? In een maatschappelijke context die steeds verandert?

Een antwoord op deze vragen is niet eenvoudig te geven, maar ik hecht zeer

aan het belang van herdenken op lokaal niveau. Kleine herdenkingen, vele

generaties bij elkaar, mensen die elkaar kennen. Ik geef een voorbeeld.

De Stichting Herdenking Joods Ommen - Ommen is een kleine plattelandsgemeente

in het oosten van Nederland - organiseerde in 2012 bij het

invallen van de avond een stille rondgang langs de acht huizen, waar Joodse

medeburgers waren weggehaald en op transport gesteld. Smalle straatjes,

oude, kleine huisjes. Bij elk huis stond een leerling van de lagere school,

die de namen las van de gedeporteerden. De avond viel, fakkels brandden,

een stille stoet liep langs. Na de rondgang verzamelden we op een veldje bij

de kerk. Rondom jongens van de voetbalclub met fakkels, veel begeleiders

die hen aanwijzingen gaven. Stilte...

Hier waren vele jonge mensen en kinderen met hun leerkrachten, coaches,

ouders, opa’s en oma’s direct betrokken bij hetgeen tijdens de Tweede

Wereldoorlog in hun dorp in hun straat met hun mensen was gebeurd. Een

dergelijke ervaring maakt mijns inziens de verbinding mogelijk tussen “weten

wat er gebeurd is” én “voelen wat er gebeurd is”. Slechts als deze verbinding

tot stand komt, kunnen we leren over ons verleden en bouwen aan een

betere toekomst.

Hans Dresden

Voorzitter Pensioen- en Uitkeringsraad

3


Foto: Ilvy Njiokiktjien


Toespraak van generaal

b.d. Peter van Uhm bij de Nationale

Herdenking op de Dam, 4 mei 2013

Saamhorigheid

In de Tweede Wereldoorlog vocht mijn vader

aan de oevers van de Waal. In die oorlog, waar

mensen mensen doodden, zag mijn vader het

duister. Mensen werden opgepakt. Vervolgd.

Omdat ze geen ‘wij’ waren, maar ‘zij’. Mensen

werden vermoord. Uitgeroeid. Louter om wie ze

waren. Mensen kwamen in verzet, bestreden de

onmenselijkheid. Zij moesten hun moed met de

dood bekopen. Wij gedenken hen allen met het

diepste respect.

Al jong kende ik hun geschiedenis. Door de verhalen

van mijn vader. Door de verhalen van de geallieerden

die vochten voor ons, een ander volk, in een ander

land. Het maakte diepe indruk.

Op 16-jarige leeftijd keek ik om mij heen. De Tweede

Wereldoorlog was over. Maar voor veel overlevenden

ging de oorlog door. Velen voelen nog iedere dag

het duister. Ik besefte: de strijd voor rechtvaardigheid

is nooit over. De strijd voor vrijheid begint elke dag

opnieuw. In jezelf. En in de samenleving. Ik vroeg mijzelf:

“Peter, miljoenen mensen is ’n keuze ontnomen.

Jij hebt wel een keuze. Wat ga jij doen met je leven?

Wat ga jij doen om de wereld beter te maken?”

Ik besloot te dienen.

Omdat ik geloof dat in dienen de sleutel ligt.

Wie dient, denkt niet alleen in ‘ik’.

Wie dient, denkt niet alleen in ‘zij’.

Wie dient, denkt ook in ‘wij’.

Daar begint de overwinning op het onrecht.

Want vrijheid, gelijkheid en rechtvaardigheid,

een betere wereld, die maak je samen.

Ook mijn zoon besloot te dienen. Wat was ik trots.

Hij sneuvelde. Voor een ander volk. In een ander

land. Vijf jaar en zestien dagen geleden.

Het waren duistere dagen. Wat heb je aan idealen,

wat heb je aan die betere wereld morgen, als je er

vandaag je zoon aan verliest? Dat zijn de vragen die

ook ik mijzelf stelde. Twee weken na zijn dood stond

ik hier op de Dam. Het was 4 mei 2008. Een moeilijk,

confronterend moment. Maar ook een bewuste keuze.

Dit monument, gewijd aan de nagedachtenis van alle

Nederlandse oorlogsslachtoffers, maar ook de saamhorigheid

hier op de Dam en in het land, het hielp mij.

4 mei hielp mij koers te houden in die duistere

dagen waarin dienen zo’n pijn deed. Ik hoop dat

4 mei ons allen helpt koers te houden. Niet alleen

vandaag. Maar ook de driehonderd-vier-en-zestig

dagen erna.

Ik hoop dat de nagedachtenis en saamhorigheid

van 4 mei ons helpt om in tijden van ‘ik’, het ‘wij’

terug te vinden. Want niet vanuit het ‘ik’ en het ‘zij’,

maar vanuit het ‘wij’, ontstaan de goede dingen.

Dat heeft de geschiedenis ons geleerd. Dat moeten

wij blijven herdenken. Dat moeten wij blijven

afspreken. Met onszelf. En met elkaar.

5


Trouwfoto van Leo en Tineke

Vroman, 1947.

Bioloog, tekenaar,

schrijver en dichter

Leo Vroman over de

Japanse gevangen-

schap en de invloed

daarvan op zijn leven.

6 Aanspraak - juni 2013

Verloren tijd vinden

Leo Vroman is geboren in Gouda op 10 april 1915. Als student

biologie wist hij met een zeilboot vol Joodse vluchtelingen naar

Engeland te ontkomen. Vandaar reisde hij verder naar Nederlands-

Indië, waar hij in Batavia zijn studie biologie voltooide en ingedeeld

werd bij de Landstorm. Toen de Japanners Nederlands-Indië

binnenvielen, werd hij geïnterneerd in achtereenvolgens Bandoeng,

Tjilatjap, Tjimahi, Singapore, Osaka en Nagaoka.

Na de Tweede Wereldoorlog kwam hij bij een oom in New York

terecht, waar hij werkte als wetenschappelijk onderzoeker op het

gebied van bloedstolling. Tot op de dag van vandaag leeft de

98-jarige in Texas nog altijd samen met zijn geliefde Tineke die hij

in zijn studententijd in Utrecht had ontmoet. Voor zijn schrijfkunst

ontving hij zo’n beetje elke Nederlandse literaire prijs.

Fotograaf: Ed Turenne, Letterkundig Museum


De kunst van verliezen

Tineke’s vader werkte in Batavia en had me in mei

1940 al geadviseerd om daar mijn studie biologie af

te maken. Ik kreeg een warm welkom van hem toen

ik in de haven van Tandjong Priok arriveerde. Ondanks

het gemis van Tineke had ik het naar mijn zin

in Batavia en studeerde snel af. Vanwege de Japanse

oorlogsdreiging werd ik begin 1942 als Landstormsoldaat

opgeleid. Alweer nam ik afscheid van mijn

pas vertrouwde omgeving. We moesten naar een

zogenaamd front in Bandoeng. Urenlang stond ik in

de regen op wacht met een bajonet.

Op 8 maart 1942 vertelde onze luitenant dat we

ons hadden overgegeven en vroeg wie door wilde

vechten als guerrilla. Ik wilde als bioloog best eens

in een oerwoud vechten, maar hij vond mij te mager.

Al snel werden we in Bandoeng geïnterneerd met

20.000 krijgsgevangenen. Het verlies van Tineke,

al zo ver weg in ruimte en tijd, was zoveel groter

dan dat beetje verlies van vrijheid.

Verlangen naar de buitenwereld

Ik had geen contact met wie dan ook, behalve één

keer per onhandig Maleis briefje naar Tineke’s vader

en ik kreeg een keurige kaart van hem terug. Hij was

toen nog niet geïnterneerd. Ik droeg wel een mapje

foto’s van Tineke bij me, maar ik had verder geen

geliefd voorwerp, behalve potlood en papier. Ik leefde

nogal abstract geloof ik. Als ik last van iets had,

nou ja, dan had ik daar last van. Mijn eerste verlangen

naar de buitenwereld kwam toen ik in Bandoeng

’s nachts ver weg gamelan hoorde.

Kerstnacht 1942

Onze bewakers wisten niets van Joden, alleen van

vrijmetselaars, die volgens hen de schuld waren van

de oorlog. Het enig Joodse dat ik zelf deed was mee

doen om met andere Joden vrijwillig op Kerstnacht

1942 de wacht over te nemen zodat christenen een

dienst konden houden. Maar in ons wachtgebouwtje

dat aan het Japanse grensde, werd die nacht het gekrakeel

over en tegen Zionisme zo luid dat een Japanse

soldaat kwam klagen dat ze niet konden slapen.

Pagina’s uit het oorlogsdagboek van Leo Vroman.

Zelfportret van Leo Vroman met rode Japanse censuurstempel op de neus (Osaka 1943).

7

Foto: Letterkundig Museum


Sigaretten voor papier

Wilde u ontsnappen aan de realiteit of deze juist

zorgvuldig vastleggen door zoveel te tekenen,

schrijven en dichten in ieder kamp? – Ik maak uit

mijn gedichten van die tijd op dat ik wel een echt

dagboek bijhield maar nooit een gedicht over de

kampen-zelf schreef, dus wel een soort ontsnapping

maar geen totale. Alleen na de bevrijding schreef

ik in het kamp een gedicht over het latere leven.

Het is me altijd gelukt om het dagboek bij me te

houden. Daarin maakte ik gewone en ook anatomische

tekeningen van allerlei inheemse dieren,

zoals bijvoorbeeld een varaan.

In de pauzes van mijn dwangarbeid wijdde ik me

vaak aan het tekenen van de omgeving of het schrijven

van gedichten. Later toen we op 5 december

1943 in Osaka aankwamen werd ons verteld dat we

onze papieren beter konden verstoppen met het gevaar

dat ze ontdekt zouden worden, of overleveren

aan de Japanse censuur. Dat laatste koos ik - maar

wat deed het er allemaal toe, dacht ik - en ik kreeg

alles terug, met een rode stempel op de neus van

mijn zelfportret. Soms ruilde ik sigaretten of voedsel

voor papier. Ik weet niet of ik de noodzaak voelde

dingen te schrijven, ik kon het alleen niet makkelijk

laten, net zo min als nu nog.

Slangencorvée

Een kampkommandant in het nieuwe kamp Tjilatjap

te midden van klapperbossen en hoge kenariebomen

gaf ons de opdracht struiken weg te kappen

en het kamp naar de zeezijde uit te breiden met een

groentetuin. Een paar mensen hadden slangen gevangen

en in ongeveer acht terraria gezet. Ik kreeg

slangencorvée en wilde hen graag kikkers voeren.

Dit voederen gaf altijd veel bekijks. Mijn mooiste

taak was misschien in Tjilatjap werken in een echt

oerwoud om boontjes te planten. Ik dwaalde een

keer af en kwam in een mangrovewoud met in de

modder die schattige slijkspringers (oxudercinae).

Japan

Toch gevangen, was ik zelfs nieuwsgiering naar

Japan. Ik had geen zin om, op een vraag van een

Japanse officier, mijzelf te zwak te noemen om mee

te gaan. Een van de schepen zonk tijdens een bombardement.

De Japanse vrouwen en kinderen ervan

8 Aanspraak - juni 2013

kwamen bij ons aan boord. In Osaka moesten we

in droogdokken werken, schepen naar binnen

trekken, sjouwen, schoonmaken, maar deze zware

dwangarbeid was kennelijk niet het vak waarvoor

ik was opgeleid. Mijn zwaarste beproeving was

misschien om met longontsteking op te staan of in

bed telkens om te moeten draaien. Alleen onder

onze laatste Japanse werkopzichter Kajiyama werd

het wat lichter.

Gered van de dood

Minstens drie keer is mijn leven gered. We werkten

in het droogdok en een storm trok een zware hefboom

los van de jongens die de touwen ervan

hadden moeten vasthouden. Het ding zwaaide naar

mij toe en ik dacht hem tegen te kunnen houden

voor hij tegen de muur sloeg waar ik voor stond.

Er werd geroepen en ik begreep het niet, tot mijn

vriend McAllister mij net op tijd weg sleurde. Mijn

slapie Buwalda redde mijn leven voor de tweede

keer toen ik longontsteking kreeg en hij mij naar

Dr. Orth bracht. Deze dokter vond dat ik maar ongeveer

41 graden koorts had en hij beval mij naar het

werk te gaan. Buwalda zei: ‘Maar hij heeft longontsteking!’

En de dokter zei: ‘Ik weet het, maar dat

zijn de Japanse bevelen, hij moet hogere koorts

hebben.’ Een Japanse bewaker vroeg waarover werd

getwist, het werd uitgelegd en de bewaker zei dat

ik mocht blijven. Van een koortsdroom had ik een

black-out en die nacht werd er al voor mij gebeden.

De derde keer lag ik in de ziekenbarak in Osaka

en de Amerikaanse geweldige laagvliegende B29’s

kwamen en lieten een brandbom vallen op de plek

waar ik anders gelegen zou hebben als ik niet ziek

was geweest. Nu, ongeveer 73 jaar later, woont een

bombardeerder van die groep hier in ons gebouw

en kan het niet laten vervelende anti-Japanse grapjes

of opmerkingen zoals “We ex-POW’s must stick

together” tegen mij te maken. Hij vertelde mij dat

ze laag moesten vliegen, want anders konden ze

hun doelen niet goed raken. Die doelen waren niet

de havens, maar de houten huizen van Osaka die ze

in brand moesten steken. Hij stortte neer en werd

door de Kempeitai, de geheime Japanse politie,

gevangen en gemarteld. Hij haat Japan nog steeds.

Ik daarentegen werd niet gemarteld, dus ik hou van

Japanners zoals ik hou van alles en iedereen.


Onverwachts bevrijd

De bevrijding overviel ons in Nagaoka, waar we werkten in een carbidfabriek.

Heinrich, zoals we een Japans soldaat noemden omdat hij wat

Duits sprak, kwam op een dag vertellen dat de oorlog voorbij was en de

dagploeg zou meteen thuiskomen. En dat bleek waar te zijn. Op die tekening

zie je de huls van een uitgebrande brandbom met bloemen erin

die we van de Japanse fabrieksmeisjes hadden gekregen. Hoe erbarmelijk

wij eraan toe waren merkte ik pas toen wij dagen later met moeite

een zware doos de trap van een vliegtuig op moesten dragen en een

buitengewoon gespierde Amerikaanse piloot op een vreemde toon zei:

‘Oh, for Christ’s sake!’ Ik zag de tranen uit zijn ogen stromen, maar pas

veel later begreep ik dat hij huilde om ons, om onze magere lijven. Een

maand later kregen we in Manilla officieel bericht van de Nederlandse

regering dat we ingezet zouden worden tegen de Indonesiërs. Ik vertelde

de luitenant bij wie ik mij moest aanmelden: ‘Als ze mij een geweer

geven, schiet ik eerst alle eigen officieren dood.’ Dit meende ik echt,

eng eigenlijk. De man begreep ook wel dat ik snel naar mijn verloofde

wilde en liet mij naar Holland gaan. Maar ik werd via New York gestuurd.

Tekening uit het oorlogsdagboek

van Leo Vroman.

De versierde barak in Nagaoka.

‘Op die tekening zie je de huls

van een uitgebrande brandbom

als vaas voor de bloemen die we

van de Japanse fabrieksmeisjes

hadden gekregen.’

Foto: Letterkundig Museum


New York

In Manhattan bezocht ik mijn oom, een medisch

wetenschapper, die zei: ‘Als je ooit research wilt

doen, dan moet je hier blijven.’ ‘En mijn verloofde

dan?’, vroeg ik. ‘Wanneer heb je die voor het laatst

gezien?’, vroeg hij. Zes jaar geleden, zei ik. Hij begon

te lachen en zei: ‘Er zijn zoveel aardige meisjes

in Amerika.’ Maar mijn tante en ik werden kwaad.

‘Goed’, zei hij, ‘ze kan later komen, dat kunnen we

wel verzorgen.’ Een arts met wie ik een keer dineerde

adviseerde me: ‘Met die neus krijg je geen baan,

die moet je laten opereren.’ Ik vroeg Tineke naar

New York te komen omdat ik via mijn oom onderzoek

in een ziekenhuis kon doen en haar advies over

mijn neus. Ze schreef dat ze zou komen en wilde niet

dat ik het liet doen, ze was aan mijn neus gewend.

Op 9 september 1947 zag ik Tineke terug aan de

kade in New York, toen ze van de loopplank kwam

met haar microscoop. Toen ik haar in de trein van

Manhattan naar New Brunswick stilzwijgend een

hand gaf, was het net of de zeven jaar plotseling

even verdwenen. De volgende dag zijn we getrouwd.

We deden samen bloedonderzoek en kregen twee

10 Aanspraak - juni 2013

dochters. Nu strijden we niet tegen de tijd of

wat ook, maar proberen nog steeds die 7 jaren,

3 maanden en 26 dagen in te halen.

Alle oorlog is belachelijk

In gevangenschap heb ik geleerd dat ik zonder

bezittingen kan leven, op papier en potlood na,

en ben niet bang meer voor de dood, maar wel

nieuwsgierig. Als ik aan die periode terugdenk, komt

vooral het gevoel boven van: ‘Daar heb ik toch al

over geschreven? Met name denk ik aan Schippers,

een allerliefste en sterke Indische jongen met brede

schouders, die op een middag zwaar ziek met

longontsteking naast mij in de ziekenbarak in kamp

Osaka werd gelegd, een kopje chocola kreeg en zei;

‘De beste’. Hij stierf die nacht. ’En ik denk vaak hoe

belachelijk alle oorlog is, belachelijk vooral. Ik doe

niet aan nachtmerries, droom niet van die kampen,

maar wel van de vraag: ‘Hoe lang nog?’ en wordt

dan onrustig wakker. De droom blijft vaag, maar herhaalt

het kampgevoel. ‘Waarom overleefde ik wel?’,

denk ik meer dan eens en ik mag geen tijd verliezen.

Interview: Ellen Lock

Foto: Keke Keukelaar


Brief over de verlaging

van Nederlandse bruto

pensioenen in april

In Aanspraak hebben wij al vaker geschreven over

de mogelijkheid om een nieuwe vaststelling van uw

uitkering of buitengewoon pensioen aan te vragen.

Als uw uitkering of buitengewoon pensioen is

vastgesteld en uw omstandigheden wijzigen niet,

dan wordt uw uitkering of buitengewoon pensioen

gewoonlijk in januari en in juli aangepast met de

index van het wettelijk minimum loon. Wanneer uw

overige bruto inkomsten zijn verlaagd of voortdurend

gelijk zijn gebleven, kan een nieuwe berekening

tot een hoger bedrag aan uitkering of buitengewoon

pensioen leiden. Wij kunnen uw uitkering of buitengewoon

pensioen in deze situatie alleen opnieuw

vaststellen als u een aanvraag indient. De aanvraag

wordt afgewezen als er op basis van uw actuele inkomsten

geen verhoging mogelijk is, of als een verhoging

minder dan 1% van uw grondslag bedraagt.

Nu meer dan 50 Nederlandse pensioenfondsen in

april 2013 hun bruto pensioenen hebben verlaagd,

hebben wij op 2 april ruim 5.300 cliënten een brief

gestuurd over de mogelijkheid om een nieuwe vaststelling

van uitkering of buitengewoon pensioen aan

te vragen. Wij hebben geen cliënten aangeschreven

voor wie een herberekening op grond van bij ons

bekende gegevens niet zal kunnen leiden tot een

verhoging van hun uitkering of buitengewoon pensioen.

Naar aanleiding van de verzending van deze

brieven ontvingen wij de onderstaande vragen:

Ik heb gereageerd op uw brief.

Gaat mijn uitkering nu omhoog?

Dat is niet zeker. Het hangt af van alle gegevens

die van invloed zijn op de berekening. Wij delen

de beslissing op uw aanvraag altijd schriftelijk mee.

Ik heb niet gereageerd op uw brief. Kan dat nog?

Ja, u kunt het aanvraagformulier nog aan ons terugsturen.

Houdt u er rekening mee dat een eventuele

verhoging pas ingaat in de maand waarin u de aanvraag

indient.

Ik zit bij een pensioenfonds dat het pensioen verlaagt.

Waarom heb ik geen brief gehad?

Daarvoor kunnen verschillende redenen zijn:

• Misschien ontvangt u van ons alleen financiële

ondersteuning die niet afhankelijk is van uw

inkomen, bijvoorbeeld het bedrag voor nietmeetbare

invaliditeitskosten bij de Wuv of de

artikel-19-toeslag bij de Wubo.

• Uw inkomsten leiden niet tot een nieuwe vaststelling

van de uitkering of het buitengewoon pensioen.

Dit kan te maken hebben met de hoogte

van deze inkomsten. Of het bedrag van deze

inkomsten telt maar gedeeltelijk mee in de berekening.

Als u hier vragen over heeft, bel dan met

onze cliëntservice medewerkers op het telefoonnummer

+31(071) 535 6888.

Krijg ik altijd een brief als pensioenfondsen

hun pensioenen verlagen?

Nee, onze brief van april was in principe eenmalig.

We vonden een persoonlijke brief belangrijk, omdat

het eerder nog niet is voorgekomen dat veel pensioenfondsen

hun pensioenen hebben verlaagd.

Dit betekent niet dat u geen aanvraag voor een

nieuwe vaststelling meer kunt indienen. Als hiervoor

aanleiding is, kunt u ook later een aanvraag indienen.

Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn als uw pensioen

(weer) wordt verlaagd. Heeft u daar dan vragen

over, neem dan contact met ons op.

11


Siet Gravendaal-

12 Aanspraak - juni 2013

Tammens zat

in de top van het

Gronings verzet

‘Je karakter en opvoeding

dwingen je tot verzet’

Tijdens de Tweede Wereldoorlog rolde onderwijzeres Siet Gravendaal-

Tammens als vanzelf in het verzet: “Ik kón niet anders dan tegen

onrecht in actie komen. Eerst bracht ik een Joods kind uit mijn klas

en zijn broertje onder bij een onderduikgezin. Al gauw bracht ik

ook geallieerde piloten en volwassenen onder. Van het een kwam

het ander.” Lange tijd zweeg Siet over de oorlog, maar nu is zij om;

“Als mijn verhaal zorgt dat anderen zich ook tegen discriminatie

verzetten, dan is dat een goede reden om het te vertellen.”


Eigenwijs

Op 29 juli 1914 ben ik geboren op een boerderij in

het Groningse Kloosterburen als oudste van acht

kinderen. Op de lagere school was ik de beste van

de klas, maar werd geplaagd vanwege mijn rode

haar. Ik liet me hierdoor niet uit het veld slaan; ik was

eigenwijs, leergierig en speelde vaak de baas. Op

de HBS inspireerde een hervormde dominee mij bij

catechisatie en daarom wilde ik theologie studeren.

Mijn moeder raadde me dit af: “Vrouwen kunnen

geen predikant worden en jij bent geen mens om de

tweede viool te spelen!” Het werd onderwijs, maar

er was weinig werk. Begin 1939 werd ik huisonderwijzeres

van een jongen met Down syndroom bij een

professorengezin in Groningen en kon bij hen inwonen.

Om mijn onderwijs aan hem te perfectioneren,

studeerde ik orthopedagogie en logopedie.

Je rolde er vanzelf in

In het begin van de oorlog had ik nog steeds de

zorg voor mijn leerling, maar ik zag zoveel onrecht

dat ik wel in actie moest komen. Tot eind 1941

woonde ik bij het professorengezin, maar dit werd

te gevaarlijk. Ik ging elders op kamers en werken

op een BLO-school in Groningen. In 1942 mochten

Joden alleen op bepaalde tijden winkelen, dus deed

ik boodschappen voor Joodse gezinnen uit mijn

buurt. Via de kerk, de tennisvereniging en via de

huisbezoeken van leerlingen had ik al een uitgebreid

netwerk voor mijn verzetswerk. Mijn eerste verzetsdaad

was het onderbrengen van een Joodse leerling

en zijn broertje bij een boerenfamilie. Achterop mijn

fiets bracht ik hen naar dit adres. Van het een kwam

het ander. Mijn volgende kamer in een pension werd

een doorgangshuis voor Joodse kinderen, piloten,

Siet Tammens, 4 jaar. 15 jaar.

volwassenen en een opslagplaats voor bonkaarten

en wapens voor het verzet. In juli 1942 kreeg ik de

leiding over een verzetsgroep in de stad Groningen.

Geleidelijk kwamen we in contact met andere verzetsgroepen

in het noorden met zeer uiteenlopende

religieuze of politieke achtergronden, maar we waren

eensgezind in onze strijd.

Jullie moeten doorgaan!

Vanaf de zomer van 1943 kwamen we met alle

verzetsleiders uit de provincie regelmatig voor overleg

bijeen in ‘de Groninger Top’ bij mij thuis. Voor

de voedselhulp aan onderduikers was er dringend

behoefte aan extra bonkaarten. De verzetsgroep

Bedum overviel op 4 juni 1943 het distributiekantoor

van Langweer in Friesland om in één klap

5.000 bonkaarten en stempels voor het vervalsen van

persoonsbewijzen binnen te halen. Op 5 augustus

1943 werd onze verzetsman Piet Hut door de Duitsers

doodgeschoten. De zondag daarna ging ik naar

Usquert om zijn ouders bij het uitgaan van de kerk te

spreken. Wanhopig zei ik dat we misschien eerst in

de luwte moesten blijven. Maar zijn vader zei stellig:

“Nee meid, we moeten doorgaan!” Halverwege

1944 zijn veel leidende figuren gearresteerd door

verraad. We overlegden vaak intensief over de inzet

van onze knokploegen die NSB’ers of Duitsers moesten

liquideren. Op ons initiatief zijn onder andere de

NSB-politiechefs Elsinga en Keijer geliquideerd die

op Joden en verzetsmensen jaagden.

Op 25 april 1945 nam de bezetter represaillemaatregelen.

Bedum werd omsingeld, zes mannen werden

direct doodgeschoten en 148 anderen pakten ze op.

De meesten kwamen in Duitse kampen terecht;

22 van hen zijn nooit teruggekomen.

13


Verraad

Op mijn BLO-school vermoedde een collega iets van

mijn verzetswerk. Deze NSB’er belde expres na acht

uur ’s avonds in spertijd bij me aan en hij werd te gevaarlijk

voor mijn onderduikers. Twee mannen van de

knokploeg belden bij hem aan en schoten hem neer in

de deuropening. Hij was echter niet dood, maar wel zo

gewond dat hij niet kon spreken. Als collega was ik verplicht

hem in het ziekenhuis op te zoeken en belangstelling

te veinzen, maar ik wenste hem liever dood.

Zodra hij weer kon spreken, belde hij het Duitse hoofdkwartier

in Groningen om mij aan te geven. Gelukkig

zat daar een infiltrant, die me tijdig waarschuwde.

Op 31 januari 1944 dook ik onder in Friesland, als

juffrouw Martha Oosterveen, de nicht van een zieke

huishoudster die inviel. Alleen dat huishouden

doen was niets voor mij. Al snel vervoerde ik weer

bonkaarten en wapens met de trein naar Amsterdam,

naar het kantoor van de Persoonsbewijzen

Sectie aan de Nieuwezijds Voorburgwal. Dit was de

plaats waar koeriers uit het hele land hun opdrachten

kwamen afhalen. Op dinsdag 13 juni 1944 werd ik

met zo’n dertig man gearresteerd. Ik belde bij het

bovenhuis aan. Op de trap stonden er ineens Duitsers

voor mij. Ik had bonkaarten, identiteitskaarten

en aanvragen voor vervalsingen bij me. Iedereen die

aanbelde werd gevangen genomen en in één kamer

bewaakt. Om drie uur ‘s middags werden de laatste

koeriers binnengelaten met de woorden: “Aha,

Rotterdam, drie uur te laat!”, waaruit het verraad

duidelijk bleek.

Ze kon mij niet klein krijgen

Na mijn arrestatie werd ik naar de bunker in kamp

Vught gebracht. De Duitsers wisten nog niet wie ik

echt was. In Vught zat ik maar kort. Vervolgens werd

ik overgebracht naar het Oranjehotel in Scheveningen.

In mijn cel bedacht ik een nieuwe BLO-leesmethode.

Op de muur stond gekrast: ‘Vertrouw alleen

op jezelf’. Daar was ik het niet mee eens; Ik bleef op

mijn verzetsgroep vertrouwen en geloofde dat een

kracht mij zou beschermen.

Vanuit Scheveningen werd ik als juffrouw Oosterveen

naar kamp Vught teruggebracht in het Kommando

‘Scheveningen’. Een bewaakster uit Silezië kon mij

daar met al haar geweld niet klein krijgen. Telkens

kreeg ik eenzame opsluiting. In Vught ontdekten ze

14 Aanspraak - juni 2013

Siet Tammens,

ca. 30 jaar.

uiteindelijk dat ik Tammens heette en in Groningen

werd gezocht. Twee bewakers brachten me met de

trein daarheen. Op het volle station van Den Bosch

kon ik nog iemand een berichtje voor mijn familie in

de hand drukken, dat is aangekomen.

Het voorportaal van de hel

’s Avonds arriveerde ik bij de Sicherheitsdienst aan

de Grote Markt in Groningen, het zogenoemde

Scholtenhuis, ook wel het voorportaal van de hel

genoemd. Mijn verhoren hier waren lang en zwaar.

Een beruchte nazi, Lehnhoff, van het Einsatzcommando

Groningen, was verantwoordelijk voor de

orde in de regio. Diezelfde avond werd ik door hem

heel naar ondervraagd. Na afloop werd ik op een

zolderkamer bewaakt door twee oudere Duitsers.

Van angst durfde ik niet te slapen, maar zij verzekerden

mij dat Lehnhoff in die ruimte niets had te

vertellen. De volgende nacht deelde ik de zolder

met twee verzetsmannen, waarvan ik er één kende,

die ik niet vertrouwde. Hij zei steeds: “Vertel maar

alles, ze weten toch alles al.” De verloofde van deze

persoon kwam ‘s avonds met lekkernijen langs en de

bewakers aten daarvan mee, dus er was iets goed

mis. Ik liet uiteraard geen woord los.

Het Huis van Bewaring in Groningen

Ruim een week zat ik in het Scholtenhuis met dezelfde

kleren aan. Eenmaal overgeplaatst naar het Huis

van Bewaring, werd ik in bad gestopt, ontluisd en

kreeg gevangeniskleren. Hier had ik geluk, want een

familielid van Piet Hut was cipier en via haar kon ik

mijn familie berichten.

Eind augustus 1944 verklaarde een SD’er me in de

verhoorkamer schuldig aan de levering van wapens,


lidmaatschap van de knokploegen en pilotenhulp.

Ze dachten ook dat ik mensen had geliquideerd,

maar daar zaten ze fout. Tenslotte werd ik ter dood

veroordeeld, maar voor de executie van vrouwen

was toestemming nodig uit Berlijn. Mijn geluk was

dat op 5 september 1944 Dolle Dinsdag kwam en

daardoor besloten ze mij naar het krijgsgevangenenkamp

op het Duitse eiland Borkum te sturen. Op

vrijdag 8 september moest ik me klaarmaken voor

mijn vertrek. Mijn zus werd gewaarschuwd en kon me

nog wat kleding meegeven.

Gevangen op Borkum

De honderden krijgsgevangenen moesten in de kou

op het wad graven. Vrouwelijke gevangenen moesten

in een voormalig hotel hun maaltijden verzorgen

en schoonmaken. ’s Avonds werd ik alleen in een

cel opgesloten. Tijdens de kerstdagen was het liefje

van de bewaker naar huis en verkrachtte hij mij in

mijn cel. Omdat ik mij hier flink tegen verzette, heb

ik er veel schade aan overgehouden. Na de oorlog

ben ik door een arts onderzocht en kon geen kinderen

meer krijgen. Tot eind maart 1945 zat ik vast op

Borkum. Toen ben ik naar Emden gebracht waar een

grote groep gevangenen wachtte op Zweedse schepen,

maar tijdens mijn terugtocht eind april kwam de

voorlopige wapenstilstand. Uiteindelijk ben ik over

land gerepatrieerd via Nijmegen. Pas half mei 1945

kwam ik thuis bij mijn ouders in Usquert.

De omgekeerde wereld

Veel van mijn oorlogservaringen kon ik niet met mijn

familie bespreken. Ik bezocht mijn verzetsvrienden

om te weten wie er nog leefden en we waren elkaar

tot steun. Tot mijn schrik nam mijn schoolhoofd mij

niet in dienst omdat ik met verschillende mannen

was gesignaleerd in de oorlog zodat ik geen bewijs

van goed gedrag kreeg. Dit was werkelijk de omgekeerde

wereld! Er knapte iets in me en ik raakte

totaal overspannen. Uiteindelijk werd ik in een

onafhankelijk rapport door de burgemeester van alle

blaam gezuiverd. Toen ik mijn baan terugkreeg, boterde

het natuurlijk absoluut niet. Ik solliciteerde als

logopediste op een andere school en bracht mijn eigen

leesmethode in praktijk. Na anderhalf jaar vroeg

de onderwijsinspecteur op Curaçao mij als logopediste

en orthopedagoge en dat leek me een

mooie stap om alles achter me te laten.

Een dikke streep

Op Curaçao zette ik een dikke streep onder mijn

oorlogsverleden. Met niemand sprak ik erover, maar

ik werd heel ziek van vlektyfus. Na mijn herstel werd

ik hoofd van een BLO-school in Willemstad met een

eigen logopediepraktijk. In een leuk groepje Nederlanders

met wie ik sportte en bridge speelde, leerde

ik mijn latere echtgenoot Cees Gravendaal kennen.

Na mijn pensioen in 1964 keerde ik terug naar

Groningen en bleef doorwerken als logopediste.

Toen Cees Gravendaal weduwnaar was geworden,

trouwden we en had ik de beste jaren van mijn leven

tot hij in 1981 overleed. Ongeschonden ben ik de

oorlog niet uitgekomen en het was niet eenvoudig

om dat een plaats te geven. Ik had geen behoefte

aan wraak. Wel heb ik, als ik moe ben, terugkerende

nachtmerries en word dan gillend wakker. Op 4 mei

ga ik altijd naar de herdenking bij de urn met de

as van gevallenen in het Huis van Bewaring in Groningen.

Deze herdenking is mij het meest dierbaar.

Ik heb nergens spijt van, ik kón niet anders dan in

opstand komen. Het is geen verdienste, je karakter

en opvoeding dwingen je tot verzet.

Interview en recente foto’s: Ellen Lock

98 jaar.


Sallo van Gelder ontsnapte

op wonderlijke wijze aan het

transport naar Westerbork

16 Aanspraak - juni 2013

Sommige mensen zijn in de oorlog als door een wonder aan de nazivervolging

ontsnapt. Dit overkwam ook de Gelderse veehandelaar

Sallo van Gelder. Als zesjarige jongen werd hij door een persoonsverwisseling

gered van het transport naar Westerbork. Samen met

een groot aantal Joodse kinderen stond hij in 1943 op het station in

Amsterdam. Hij werd er door een als non verklede verzetsstrijdster

tussen uitgehaald die hem aanzag voor een ander. Glashelder staat

zijn redster hem nog voor de geest.

Onderduik

Op 11 augustus 1937 ben ik geboren in de Stationsstraat 47 in Aalten

in de Achterhoek. Mijn broer David was vier jaar ouder dan ik. Tijdens

het Loofhuttenfeest in 1941 zou mijn vader worden opgehaald door een

Duitse overvalwagen, maar hij wist op het nippertje te ontkomen. Op

de wagen zag ik de reeds opgepakte mannen vastgebonden zitten. De

overvallers vroegen mij waar mijn vader was. Mijn moeder kneep in mijn

hand zodat ik niets zou zeggen. De Duisters bedreigden mij en mijn

moeder met een karabijn. Ze zouden om twaalf uur terugkomen en als

mijn vader er dan niet was, zouden ze ons meenemen. Zodra ze weg

waren, belde mijn moeder meteen onze huisarts, Joop der Weduwen.

Hij zorgde dat we elke dag een ander onderduikadres hadden.

Foto: Jan van den Brink


Afscheidsfoto gemaakt voor mijn vader.

Moeder, Sallo (links) en broer David.

Mijn reddende engel: Verzetsstrijdster

Sietske Anna Klaziena Visser-Hoekstra.

Mijn vader kwam niet

In Aalten doken mijn ouders met mijn broer David

onder bij de familie Hiddink. Helaas was er geen

plaats voor vier personen, dus bracht mijn vader

mij naar de familie Te Lindert. Hij beloofde mij die

avond weer op te halen, maar hij kwam niet opdagen.

Uiteraard begreep ik er als vijfjarige jongen

niets van en voelde me in de steek gelaten door mijn

vader. Na de oorlog begreep ik dat mijn vader het

er misschien nog moeilijker mee heeft gehad dan ik.

Pas na een tijd voelde ik me op mijn gemak bij de

boerenfamilie Te Lindert en begon ik hen als mijn

eigen ouders te beschouwen. Mijn haren werden

zeer kort geknipt, zodat de zwarte kleur onzichtbaar

was. Er was veel te beleven op hun boerderij, want

zij hadden vier kinderen van rond de twintig. Er zaten

meer onderduikers, waaronder een Engelse piloot.

Vanaf 1943 moest ik altijd binnen blijven en me verstoppen.

Als er gevaar dreigde, moest ik enkele

dagen alleen in het roggeveld blijven. Drie keer werd

ik op de zolder van een andere boerderij verstopt.

De razzia

Eind juli 1943 veranderde alles. De Duitsers waren

op zoek naar de geallieerde piloot en omsingelden

de boerderij. De piloot werd niet ontdekt, maar ik

wel. Ze zagen meteen dat ik een Joods jongetje

was en het was verboden Joden te beschermen.

Het gevolg was dat mijn onderduikvader, Hendrik

te Lindert, werd opgepakt en werd afgevoerd naar

kamp Vught, waar hij een half jaar lang werd geïnterneerd.

Voor de tweede maal verdween de man

in mijn leven, die ik als mijn vader beschouwde. Op

11 augustus 1943, mijn zesde verjaardag, brachten

twee Aaltense politiemannen mij naar de Duitsers in

Huize Rosorum in Arnhem. Drie weken zat ik hier met

andere Joodse kinderen opgesloten.

Mijn reddende engel

Eind augustus 1943 stond ik tussen de Duitse bewakers

en andere Joodse kinderen op het perron van

Centraal Station Amsterdam. We moesten wachten

op het transport naar Westerbork. Terwijl ik zag dat

alle kinderen in een lange trein werden gestopt,

dacht ik: ‘Nu zal ik mijn vader, moeder en broertje

nooit meer terugzien, ik moet hier weg!’ Opeens

stond er een non gekleed in een lange zwarte habijt

in de menigte die mij wenkte dichterbij te komen. Ze

had een vriendelijk gezicht. Toen ze me een hand gaf

en mij voorzichtig meetrok, stribbelde ik niet tegen.

Mijn reddende engel gebaarde dat ik me onder haar

lange rok moest verstoppen. Zo kalm mogelijk liepen

we het perron af naar een stil plekje. Ongezien peuterde

ze de Davidsster van mijn jas. Ze nam mij mee

naar het perron van de trein naar Arnhem. Ze leidde

me naar een onderduikadres bij een kinderloos echtpaar,

de familie Van der Water aan de Bakenbergseweg

159, waar ik vier maanden kon blijven.

17


18 Aanspraak - juni 2013

De boerenfamilie Te Lindert en hun boerderij

in Aalten waar Sallo was ondergedoken.

Aalten

Heel toevallig kon ik weer op de boerderij terecht

waar ik als eerste moest onderduiken, bij de familie

Te Lindert in Aalten. Het was heerlijk om hen weer

te zien en ook de hond herkende me nog. Even later

zat de hele familie huilend aan tafel, omdat de vader

nog in kamp Vught zat als straf voor mij. Ze durfden

hem niet te schrijven dat ik terug was. ‘Schrijf aan

vader dat hij weer een touwtje om zijn duimen krijgt’

zei ik, want ik maakte altijd grapjes over zijn oneerbiedig

duimengedraai tijdens het bidden en wilde

ze vastbinden. Deze brief gaf hem de kracht om vol

te houden, vertelde hij mij na zijn vrijlating. Toen het

daar te gevaarlijk werd, moest ik drie weken onderduiken

bij een andere boer in het Aaltense weidegebied.

Hier wilde een van mijn medeonderduikers zich

absoluut niet meer verstoppen en werd gek. Mensen

van het verzet waren bang dat hij de hele boel zou

verraden en moesten hem doodschieten. Het laatste

half jaar van de oorlog werd ik toch bij mijn ouders

ondergebracht bij de familie Hiddink. Bij onraad

doken we in de schuilkelder en stonden de Duitsers

meer dan eens op het luik. We hebben samen veel

angstige momenten doorgebracht.

Bevrijd

Aalten is op 30 maart 1945 bevrijd door de Engelsen.

Vanaf de boerderij zagen we grote geallieerde

tanks over de hoofdweg rijden. Mijn vader is met de

kinderen naar ons ouderlijk huis geslopen. Mijn moeder

kon de vrijheid nog niet aan. Zij is nog een week

op het onderduikadres gebleven. Het was voor ons

moeilijk om het normale leven weer op te pakken.

Op school vond ik het ook moeilijk om me te concentreren.

Vanaf mijn veertiende ging ik met mijn vader,

die veehandelaar was, de boer op. Op mijn zestiende

ben ik voor mijzelf begonnen als veehandelaar.

Wie was zij?

Wie de verklede non was die mijn leven had gered,

was mij jarenlang een raadsel. Na lang zoeken

ontdekte ik pas veertig jaar later wie zij was. Ik kende

alleen haar voornaam ‘Sietske’. Via via hoorde ik dat

Sietske in Arnhem was getrouwd. In een schriftje

in het gemeentearchief van Arnhem stonden alle

gehuwden uit 1946. Haar naam bleek Sietske Anna

Klaziena Visser-Hoekstra te zijn. Het gezin Visser was

vaak verhuisd. Uiteindelijk vond ik hen in Bathmen,

maar zij wilden liever geen contact, want zij probeerden

de oorlogsperiode af te sluiten. Toen ik vroeg of

ik hen binnenkort mocht feliciteren met hun veertig

jarig huwelijk, was het ijs gebroken. Vanaf dat moment

mocht ik haar bezoeken. Mijn redding bleek

een misverstand. Zij had op dat perron eigenlijk een

ander Joods kind moeten redden, dat heel erg op

mij leek.

Yad Vashem-onderscheiding

Het is bijzonder dat wildvreemde mensen zoveel

voor mij hebben gedaan, niet alleen Sietske maar

ook de Aaltense onderduikfamilies! Zonder hen had

ik het niet overleefd. Voor hen allemaal heb ik de

Yad Vashem onderscheiding aangevraagd. Sietske

heeft die in ontvangst mogen nemen in 1998, de

anderen kregen hem postuum. Aanvankelijk wilde zij

de onderscheiding niet hebben. Ze zei: ‘Ik had nog

veel meer kinderen willen redden.’ Op mijn knieën

smeekte ik haar: ‘Nu heb ik je eindelijk gevonden,

doe me alsjeblieft dat ene plezier nog!’ Ze zou er

een nachtje over slapen en stemde toch toe. Zij ligt

in Bathmen begraven en jaarlijks leg ik bloemen op

haar graf.

Interview: Ellen Lock


De afdeling

V&O werkt

met integrale

serviceteams

De afdeling Verzetsdeelnemers en

Oorlogsgetroffenen (V&O) bij de

SVB in Leiden zal in de komende

jaren geleidelijk aan kleiner worden

omdat het aantal cliënten met het

verstrijken van de jaren afneemt.

Omdat aparte teams voor eerste

aanvragen, bezwaarschriften en

buitenland te klein en daarmee te

kwetsbaar worden, is besloten om

een drietal integrale serviceteams

samen te stellen. Deze serviceteams

werken zowel voor cliënten binnen

Nederland als daarbuiten.

De integrale serviceteams behandelen

eerste aanvragen en aanvragen

van cliënten die al eerder zijn

erkend. Daarnaast dragen zij zorg

voor het berekenen en betalen van

uitkeringen, buitengewone pensioenen,

declaraties en andere bijdragen

in kosten. Tot slot behandelen

deze teams ook de bezwaarschriften

tegen besluiten van de Pensioen-

en Uitkeringsraad en de Sociale

Verzekeringsbank.

Ieder team is verantwoordelijk

voor een deel van het cliëntenbestand

en is bereikbaar onder

een rechtstreeks telefoonnummer.

Op basis van uw correspondentienummer

kunt u zien welk team

uw vaste aanspreekpunt binnen

de afdeling Verzetsdeelnemers

en Oorlogsgetroffenen vormt.

Team A: +31 (0)71 535 69 44

Wbp, Wbpzo, Wiv (alle cliënten)

Wuv (corr.nr. beginnend met 00 t/m 29)

Wubo (corr.nr. eindigend op 00 t/m 29)

Team B: +31 (0)71 535 69 05

Wuv (corr.nr. beginnend met 30 t/m 64)

Wubo (corr.nr. eindigend op 30 t/m 64)

Team C: +31 (0)71 535 66 20

Tvp (alle cliënten)

Wuv (corr.nr. beginnend met 65 t/m 99)

Wubo (corr.nr. eindigend op 65 t/m 99)


ten toon & te doen

Sporen naar het front

Expositie - t/m 1 september 2013

In de tentoonstelling Sporen naar het front laat het

Spoorwegmuseum zien welke invloed spoorwegen

hadden op de manier van oorlogvoeren en hoe de

verschillende treinen werden ingezet bij gewapende

conflicten. De expositie besteedt ook aandacht aan

de Birma-Siam Spoorweg en Pakan Baroe Spoorweg.

De expositie wordt georganiseerd in samenwerking

met het Indisch Herinneringscentrum en de Stichting

Herdenking Birma-Siam Spoorweg en Pakan Baroe

Spoorweg (SHBSS).

Het Spoorwegmuseum

Maliebaanstation, 3581 XW Utrecht.

Tel: 030-2306206, www.spoorwegmuseum.nl

20 Aanspraak - juni 2013

Buitenkampers, de

kleur van overleven

Expositie - t/m oktober 2013

Een expositie in het Museon over de Indo-Europeanen,

Nederlanders met een Indonesische vader

of moeder, die tijdens de Tweede Wereldoorlog

in Indonesië buiten de kampen verbleven.

Tijdens de Japanse bezetting verdween de blanke

bevolking van Nederlands-Indië in honderden kampen,

volledig afgesloten van de buitenwereld. De mannen

werden gescheiden van de vrouwen en kinderen.

Voor de meeste mensen duurde deze internering

bijna drie jaar of langer.

In totaal werden 140.000 burgers en militairen geïnterneerd.

Ruim 120.000 Indo-Europeanen, Nederlanders

met een Indonesische ouder of voorouder,

bleven buiten het kamp.

Museon Stadhouderslaan 37, 2517 HV Den Haag.

Tel: 070-3381338, www.museon.nl

Indische brieven - Een bestuursambtenaar

in de Buitengewesten

Bouwe Kuik, ambtenaar bij het Binnenlands Bestuur in Nederlands-Indië, en zijn vrouw

Riek Teesselink schreven in de jaren 1921-1946 honderden brieven naar familieleden in

Nederland. Zijn dochter Ineke Everts-Kuik (1938) en haar man Philip Everts bewerkten de

brieven van haar ouders tot het boek ‘Indische brieven’. Zowel de brieven als de foto’s

in het boek geven een bijzonder goed tijdsbeeld. Het boek is voor € 24,95 verkrijgbaar

bij de Nederlandse boekwinkels onder het bestelnummer: ISBN 978.90.5730.900.7


De redactie stelt cliënten in de gelegenheid een

korte advertentie (maximaal 100 woorden) te

plaatsen. Hieraan zijn geen kosten verbonden.

Ontvangen oproepen kunnen niet direct worden

geplaatst, omdat er veel verzoeken binnenkomen.

De redactie neemt geen verantwoordelijkheid voor

de inhoud van de oproepen. Alle oproepen zijn te

zien op de website www.svb.nl/wvo of www.pur.nl

Stichting Japanse Vrouwenkampen organiseert op

zondag 25 augustus 2013 de jaarlijkse Herdenkingsreünie

op het landgoed Bronbeek te Arnhem.

Wanneer u nooit eerder bent geweest en graag een

uitnodiging wilt ontvangen kunt u dit schriftelijk kenbaar

maken onder vermelding van uw naam en adres

bij het secretariaat bij de Stichting Japanse Vrouwenkampen,

Hoflaan 95, 3062 JD te Rotterdam.

Ik zoek al jaren naar Daantje, Onie en Mary Dekker

(volbloed Hollanders), nu ca. 77, 79 en 81 jaar oud.

Tijdens de Japanse bezetting woonden zij met hun

moeder in de bijgebouwen van de Theosofische

Loge aan de Princesselaan 29 (?) in Soerabaja. Naast

hun woonde de familie Vardon. Vader Dekker was

machinist/stoker op een Nederlandse oorlogsbodem

in Indische wateren. Tijdens de Bersiapperiode zijn

families uit hun huizen gehaald, anderen door Gurka’s

bevrijd en naar Tandjoeng Perak geëvacueerd. Familie

Dekker was er niet bij. Wie weet iets van hen? Laat

mij het weten: Ferry Brandenburg van den Gronden,

Aakwerf 16, 2725 CN Zoetermeer, tel: 06-20552302,

e-mail: ferrieb@ziggo.nl

Wie heeft mijn vader gekend, Alex A. L. v.d. Poll

geboren 21-04-1918? Hij zat in het verzet 1940-1945

en hij kwam uit Arnhem. Mijn moeder is van Arnhem

naar Soest geëvacueerd. Zij zat bij ene Herk in

huis, hij was kruidenier. Wilt u s.v.p. contact met mij

opnemen? Dhr. G.A.L. v.d. Poll, 17-05-1944, Arnhem,

Alexanderstraat 67, 6882 BE Velp.

Zoek?!

Mijn moeder Hilda is op 30-5-1931 geboren in

Buitenzorg. De naam van haar vader was Thiel of

Hahn (een Duitser), de naam van haar Nederlandse

moeder Anna was Geijsen, Gijsen of Gijssen. Kort na

haar geboorte zijn ze naar Soerabaja verhuisd. In de

oorlog is ze met haar moeder in een vrouwenkamp

terecht gekomen. Daar is ook haar halfzusje Marianne

geboren (vader Hahn of Thiel). Ik ben op zoek naar

de juiste naam van mijn opa - en alle andere gegevens

die maar beschikbaar zijn! Reacties graag naar:

Hans Klamer, Dubbellooflaan 25, 9321 LL Peize,

tel: 050-5415411, e-mail: hansklamer@telfort.nl

Ik ben op zoek naar Lola Michon, die aan het eind

van de oorlog in het Kramat kamp heeft gezeten.

Op 30 augustus 1945 maakte zij een boeiend getekend

verslag van een aantal gebeurtenissen in dat kamp.

Zij was toen 14 jaar. Het laken waarop zij 26 prachtige

pentekeningen maakte is, via Jan van Dulm, die helaas

vorig jaar overleed, in mijn bezit gekomen. Zal

het op een passende plaats onderbrengen, voorlopig

uitleen aan het Indisch Herinneringscentrum

Bronbeek in Arnhem. Graag contact met familie of

vrienden die meer over haar weten. Joost van Bodegom,

Roekebosk 19, 9244 HC Beetsterzwaag, tel:

0512-381489, e-mail: joosjepek@hetnet.nl

Ik ben op zoek naar degenen die Johan Looijestijn of

Loogerstijn, geboren 04-08-1924 te Rotterdam hebben

gekend. Johan heeft van 1942 tot en met begin

1944 in Stuttgart gewerkt. Na verlof begin 1944 is

hij opgepakt en naar Kamp Amersfoort, gebracht.

Op 20 april 1944 werd hij met 500 anderen naar

Hörstel, Duitsland gedeporteerd. Hij moest het vliegveld

van Hopsten onderhouden om de bomkraters,

te repareren, zodat de Messerschmitts weer konden

opstijgen. Johan stierf op 03-09-1944 doordat hij

van een vrachtwagen viel. Reacties graag naar:

Hans Schrijnder, Ottersveen 422, 3205 VK Spijkenisse,

e-mail: hansschrijn@kpnmail.nl, tel: 06-23636078.

21


22 Aanspraak - juni 2013

&

Vraag

antwoord

Hoe zit het met de privacy bij u?

Bescherming van gegevens die u aan ons hebt toevertrouwd,

vinden wij belangrijk. Daar zijn ook regels

voor die zijn vastgelegd in de Wet Bescherming Persoonsgegevens.

Uw gegevens worden niet aan anderen

verstrekt, tenzij dit wettelijk verplicht is, noodzakelijk

is voor het uitvoeren van een publiekrechtelijke

taak van een andere instantie of als u daar zelf uitdrukkelijk

om heeft verzocht. Zo is de SVB bijvoorbeeld

wettelijk verplicht om gegevens over uw pensioen

of uitkering aan de Belastingdienst door te geven.

Medische informatie valt onder het medisch geheim.

Ik wil in bezwaar gaan.

Hoe kan ik meer informatie krijgen?

Neem in ieder geval contact met ons op als iets

niet duidelijk is. Het rechtstreekse telefoonnummer

van de behandelaar wordt altijd rechtsboven in de

beschikking vermeld. U kunt ook van de mogelijkheid

gebruik maken om ons schriftelijk te verzoeken

alle stukken aan u toe te sturen die tot de beslissing

hebben geleid. U bent dan beter voorbereid als u

uw bezwaar schriftelijk nader wilt motiveren of uw

bezwaar mondeling in een hoorzitting wilt toelichten.

Vanwege mijn gezondheid moet ik eigenlijk verhuizen,

maar ik kan de hoge huur niet betalen. Kan de

Wuv daar iets in betekenen?

Voorwaarde voor een bijdrage in de huur is dat de

medische noodzaak voor een verhuizing voortkomt

uit de aandoeningen die door de oorlog zijn ontstaan.

Als de medische noodzaak voor een verhuizing

voortkomt uit aandoeningen die niet door de

oorlog zijn ontstaan, zal een aanvraag voor een

huurbijdrage moeten worden afgewezen. Verder is

een voorwaarde dat u aan huur meer kwijt zult zijn

dan 21% van uw bruto gezinsinkomen. Bij een kale

huur boven € 1.021,53 per maand is alleen een

bijdrage mogelijk voor het bedrag tot € 1.021,53.

De genoemde percentages en bedragen zijn op dit

moment geldig en worden jaarlijks opnieuw vastgesteld.

Vraag de huurbijdrage op tijd aan, voordat u

verhuist. Een huurtoeslag van de Nederlandse Belastingdienst

wordt van de Wuv of Wubo huurbijdrage

afgetrokken. Als u geen huurtoeslag heeft, moet u

huurtoeslag aanvragen. Bij een aangepaste woning

kan er recht zijn op extra huurtoeslag.

Ik heb een huurbijdrage van de Wubo en moet nu

door mijn inkomen nog veel meer huur gaan betalen.

Moet ik dat melden?

De huurbijdrage bij de Wuv en de Wubo wordt

jaarlijks aangepast aan de inflatie. Dit jaar zullen

woningcorporaties de huren in overeenstemming

brengen met het inkomen van de huurder, waardoor

huren in individuele gevallen veel hoger kunnen

worden. Is dit bij u het geval, dan kunt u een schriftelijk

verzoek indienen om uw huurbijdrage opnieuw

vast te stellen. Of dit ook kan leiden tot een hogere

huurbijdrage hangt af van de hoogte van de huur en

uw gezinsinkomen.

Zijn er brochures over de verschillende wetten

beschikbaar?

U kunt Nederlandstalige brochures over de wetten

voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen vinden

op onze website www.pur.nl of www.svb.nl/wvo.

Voor Engelstalige versies moet u rechtsboven ‘English’

aanklikken en daarna ‘Leaflets and forms’. Heeft u

geen internet, dan kunt u de medewerkers cliëntservice

(telefoon +31 (0)71 535 68 88) verzoeken om

een brochure per post toe te zenden.


18 19 20

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11

12 13 14 15 16

17 18 19 20

21 22 23 24 25

Uw oplossing:

23 24 25

27 28 29 30

32 33 34

36 37 38 39

26 27 28 29 30

42 43 44 45

31 32 33 34

47 48 49 50

35 36 37 38 39

40 41 42 43 44 45

53 54

46 47 48 49 50

57 58 59 60 61

51 52 53 54

62 63 64 65

55 56 57 58 59 60 61

62 63 64 65

68 69

66 67 68 69

71 72 73 74

70 71 72 73 74

76 77

75 76 77

12 72 61 52 49 9 23 33

12 72 61 52 49 9 23 33

Horizontaal 1 wintersportdocument 6 rijmelarij 10 dwarsmast 12 roklengte

13 sierplant 15 weefpatroon 17 bezittelijk voornaamwoord 18 kanselrede

20 taaie lekkernij 21 kerkgebruik 23 laagtij 24 balletrokje 26 tafelgast 28

verbod 29 fiasco 31 dun van lucht 32 mand voor fruit of vis 33 watervogel

35 rund 36 persoon van adel 38 land in Azië 40 meertje 42 van de wind

afgekeerde zijde 43 Frans lidwoord 44 openbare betrekking 46 niets uitgezonderd

48 verticaal tekstdeel 50 deel van het bovenbeen 52 meer dan

voldoende 53 Engels café 54 monnikskleed 55 ik (Latijn) 57 reukorgaan 59

beroemd modehuis 62 erkentelijkheidsbetuiging 63 slee 64 avondjurk 66

struisvogel 68 groep spelers 69 inkomstenbelasting 70 Spaans eiland 72

balken 73 ingeving 75 bazige vrouw 76 stekken 77 sterrenbeeld.

Verticaal 1 stripfiguurtje 2 vrucht 3 binnen 4 glazen zuigbuisje 5 stemming

6 waagstuk 7 vroegere partner 8 keurmerk op gewichten 9 spijskaart 10

streek 11 papegaai 14 stremsel 16 ondersteek 19 energie 22 moment 24

voorzetsel 25 losgeraakte naad 27 gelofte 28 boerderijdieren 29 pienter

30 zangnoot 31 vriesvak 32 verheugd 34 Bijbelse figuur 35 verbruikt 36

rivier in Spanje 37 boom 38 dun 39 klooster 41 op deze wijze 43 boogbal

45 afwisseling van eb en vloed 47 vulkaan 48 zoen 49 wijfjesschaap 51

zangnoot 53 klein kind 54 voor 56 grote garnaal 58 slot 59 heilwens 60

losbandig drinkgelag 61 boekhoudkundige term 62 aanwijzend voornaamwoord

63 Engels bier 65 verkorting van biefstuk 66 loofboom 67 onzes

inziens 68 kookgerei 71 meisjesnaam 72 dat is (Latijn) 74 lidwoord.

PUZZEL

Los het kruiswoordraadsel op

en breng daarna de letters uit het

diagram over naar de gelijkgenummerde

vakjes van de oplossingsbalk.

Uw oplossing kunt u

voor 1 augustus 2013 sturen naar:

SVB-Leiden

Afdeling Verzetsdeelnemers

en Oorlogsgetroffenen

Redactie van Aanspraak

Postbus 9575, 2300 RB Leiden

Uit de goede oplossingen worden

de namen getrokken van een

eerste (€ 65), een tweede (€ 40)

en een derde (€ 25) prijswinnaar.

In het volgende nummer van

Aanspraak maken we de oplossing

van deze puzzel en de namen van

de drie prijswinnaars bekend.

(N.B. medewerkers zijn van deelname

uitgesloten).

Prijswinnaars maart-puzzel: De

juiste oplossing was: Knijpkat. Veel

inzenders lieten weten de knijpkat

vaak gebruikt te hebben in de oorlog.

De winnaars van de maartpuzzel

zijn: mw. H.K. Hochsteinde

Vries, Ashdod, Israël (1 e prijs);

dhr. G.K. Stroom, Huelva, Spanje

(2 e prijs), dhr. E.W. Kerkhoven,

Brantford, Canada (3 e prijs). Van

harte gelukgewenst! U ontvangt het

bijbehorende geldbedrag zo spoedig

mogelijk op uw bankrekening.

23


Adressen /colofon

Correspondentieadres

Sociale Verzekeringsbank

Afdeling V&O, Postbus 9575, 2300 RB Leiden

Bezoekadres

Stationsplein 1, Leiden

tel: 071 - 535 65 00, fax: 071 - 576 60 03

e-mail: info.wvo@svb.nl of info@pur.nl

website: www.svb.nl/wvo of www.pur.nl

Israël

Nederlandse Ambassade

Afdeling V&O, Postbus 1967, Ramat Gan 52118

Bezoekadres Rechov Abba Hillel 14 (13e verd.)

Ramat Gan 52506, Tel Aviv

tel: +972-3-7540741 / +972-3-7540742

fax: +972-3-7540757, e-mail: TEL-VenO@minbuza.nl

Indonesië

Ambassade v/h Koninkrijk der Nederlanden

Jl. H.R. Rasuna Said Kav. S-3 Kuningan, Jakarta 12950

tel: +62 (0)21 524 8200, fax: +62 (0)21 525 0443

e-mail: jak-wuv@minbuza.nl

website: http://indonesie.nlambassade.org

Aanspraak is een gezamenlijke uitgave van

de Sociale Verzekeringsbank en de Pensioen-

en Uitkeringsraad.

De Sociale Verzekeringsbank (locatie Leiden)

verzorgt de uitvoering van de Nederlandse

wetten voor Verzetsdeelnemers en Oorlogs-

getroffenen. Met al uw vragen kunt u daar

terecht. Aanvragen voor deze wetten van

nieuwe klanten worden beoordeeld door de

Pensioen- en Uitkeringsraad. De PUR stelt

ook het beleid voor deze wetten vast.

Aan de inhoud van de artikelen kunnen

geen rechten worden ontleend. Overname

van (delen uit) dit magazine mag uitsluitend

geschieden na schriftelijke toestemming

van de redactie.

Verenigde Staten

Consulate General of the Netherlands

Consular Department

1 Montgomery Street, Suite 3100, San Francisco, CA 94104

Bezoekadres (op afspraak)

120 Kearney Street, Suite 3100, San Francisco, CA 94104)

tel: +1 877 388 2443 (Toll free), fax: +1 415 291 2049

e-mail: sfn-wuv@minbuza.nl, website: http://sanfrancisco.the-netherlands.org

Canada

Consulate General of the Netherlands

War Victims Department (WUV)

1, Dundas Street West, suite 2106, Toronto, Ontario M5G 1Z3

tel: +1 416 595 2408, +1 877 303 3639 (Toll free), fax: +1 416 598 8064

e-mail: tor-wuv@minbuza.nl, website: www.dutchmissions.com

Australië

Consulate-General of the Netherlands

War Victims Department (WUV)

Level 23, Tower 2, 101 Grafton Street

(corner Grosvenor St), Bondi Junction NSW 2022

tel: +61 (0)2 9387 6644, fax: +61 (0)2 9387 3962

e-mail: syd-wuv@minbuza.nl, website: www.netherlands.org.au

Redactieadres

SVB, t.a.v. Aanspraak

Postbus 9575, 2300 RB Leiden

tel: 071 - 535 65 00

e-mail: aanspraak.wvo@svb.nl

aanspraak@pur.nl

website: www.svb.nl/wvo

www.pur.nl

Oplage 35.000 exemplaren

Interviews en tekst

André Kuijpers, Ellen Lock

Drukwerk

MediaCenter

Rotterdam

Foto’s ANP-Kippa, Jan van den Brink,

Keke Keukelaar, Ellen Lock, Letterkundig

Museum, Ilvy Njiokiktjien, Ed Turenne.

Coverfoto ANP - Kippa

Vormgeving Irene de Bruijn, Ellen Lock

ISSN (Koninklijke Bibliotheek) 2214-160X

Voor slechtzienden is de gesproken

versie van Aanspraak gratis op

CD verkrijgbaar.

English translations of selected articles

in Aanspraak can be found on our

website: www.svb.nl/wvo or www.pur.nl

More magazines by this user
Similar magazines