Factsheet Campagne Voorbeeldgedrag ouders - NISB
Factsheet Campagne Voorbeeldgedrag ouders - NISB
Factsheet Campagne Voorbeeldgedrag ouders - NISB
Transform your PDFs into Flipbooks and boost your revenue!
Leverage SEO-optimized Flipbooks, powerful backlinks, and multimedia content to professionally showcase your products and significantly increase your reach.
1/1<br />
<strong>Factsheet</strong><br />
<strong>Campagne</strong> <strong>Voorbeeldgedrag</strong> <strong>ouders</strong><br />
Cijfers overgewicht volwassenen en kinderen<br />
Cijfers met betrekking tot bewegen<br />
Probleem overgewicht, belang van behouden gezond gewicht<br />
Waarom <strong>ouders</strong> als doelgroep<br />
Relatie voorbeeldgedrag en gedrag kinderen<br />
BOFT factoren<br />
Persoonlijke relevantie van belang bij gedragsverandering<br />
Energiebalans<br />
1. Cijfers overgewicht volwassenen en kinderen<br />
Volwassenen:<br />
Het aantal Nederlanders met overgewicht stijgt snel. In 1981 was 37% van de Nederlandse<br />
mannen te zwaar. Nu is dat al ruim 52%. Voor vrouwen geldt hetzelfde. In 1981 was 30% te<br />
dik. Nu is dat 42%. (Bron:<br />
www.nationaalkompas.nl/gezondheidsdeterminanten/persoonsgebonden/lichaamsgewicht/tre<br />
nd)<br />
Kinderen:<br />
Het aantal kinderen met overgewicht in Nederland wordt bijgehouden met behulp van de<br />
Jeugdmonitor. De Jeugdmonitor is ontwikkeld in opdracht van het Programmaministerie voor<br />
Jeugd en Gezin, het Ministerie van VWS, het Ministerie van OCW, het Ministerie van SZW en<br />
het Ministerie van Justitie. De uitvoering van de Jeugdmonitor is in handen van het Centraal<br />
Bureau voor de Statistiek (CBS).<br />
Uit het tweede jaarrapport van de Landelijke Jeugdmonitor (2009) bleek dat in de periode<br />
2006–2008 ruim 14 procent van de jongens van 2 tot 25 jaar overgewicht had. Bij meisjes<br />
was dat ruim 13 procent. Bij ruim 3 procent van de jongeren was zelfs sprake van obesitas<br />
(ernstig overgewicht).<br />
Uit het onderzoek kwam ook naar voren dat jongeren van 12 tot 25 jaar met overgewicht<br />
negatiever zijn over hun gezondheid dan jongeren die niet te<br />
zwaar zijn. De jongeren met overgewicht bleken zich niet alleen minder gezond te voelen,<br />
maar ze bleken op basis van vragenlijsten ook minder goed te scoren voor zowel fysieke als<br />
psychische gezondheid dan jongeren zonder overgewicht.<br />
2. Cijfers met betrekking tot bewegen<br />
Nederlandse Norm Gezond Bewegen (NNGB):<br />
- Kinderen (0-17) jaar: dagelijks (zomer en winter) één uur tenminste matig intensieve<br />
lichamelijke activiteit, waarbij minimaal twee keer per week kracht-, leningheid-, en<br />
coördinatieoefeningen voor het verbeteren of handhaven van de lichamelijke fitheid.<br />
- Volwassenen (18-55) jaar: dagelijks (zomer en winter) minstens een half uur matig<br />
intensieve lichamelijke activiteit, op minimaal 5 dagen per week.<br />
- Ouderen (55-plussers): tenminste een half uur matig intensieve lichamelijke activiteit op<br />
minimaal 5 en bij voorkeur alle dagen van de week.
2/2<br />
<strong>Factsheet</strong> <strong>Campagne</strong> <strong>Voorbeeldgedrag</strong> <strong>ouders</strong><br />
Volwassenen:<br />
- Het percentage volwassen Nederlanders dat aan de NNGB voldoet, stijgt vanaf 2002<br />
naar 60% in 2008.<br />
- Volwassen Nederlanders zijn gemiddeld 169 minuten lichamelijk actief per dag,<br />
uitgesplitst naar gemiddeld 37% lichte, 45% matige en 17% zware activiteiten.<br />
- Klussen en tuinieren, wandelen en fietsen in vrije tijd, zijn goed voor 31% van de<br />
lichamelijke activiteiten.<br />
Kinderen:<br />
- Het percentage Nederlandse kinderen (4-12 jaar), dat inactief is, laat in 2008 een stijging<br />
zien ten opzichte van 2006 en 2007.<br />
- In 2008 voldoet 47% van de Nederlandse kinderen aan de beweegnorm, 4% hoger dan<br />
2007 en vergelijkbaar met 2006.<br />
- In 2008 is 17% van de Nederlandse kinderen inactief; het hoogst gevonden percentage<br />
vergeleken met 2006 en 2007.<br />
- In totaal zijn Nederlandse kinderen gemiddeld 153 minuten lichamelijk actief per dag,<br />
uitgesplitst naar gemiddeld 30% lichte, 31% matige en 38% zware activiteiten.<br />
- Lichamelijke activiteiten tijdens werk en school en sporten vormen de voornaamste<br />
bronnen van lichamelijke activiteit van Nederlandse kinderen. Samen zijn deze<br />
activiteiten goed voor 43% van de totale hoeveelheid lichamelijke activiteit.<br />
- Wandelen, fietsen en andere activiteiten in vrije tijd, zijn goed voor 32% van de<br />
lichamelijke activiteiten.<br />
(Resultaten Monitor Bewegen en Gezondheid; Bewegen in Nederland 2000-2008, TNO)<br />
3. Probleem overgewicht, belang van behouden gezond gewicht Overgewicht<br />
ontstaat wanneer het lichaam meer energie binnenkrijgt dan het verbruikt en wanneer het<br />
teveel aan energie wordt opgeslagen als lichaamsvet. Overgewicht vergroot het risico op<br />
onder meer diabetes type 2, hart- en vaatziekten, hoge bloeddruk, bepaalde vormen van<br />
kanker, galstenen en gewrichtsaandoeningen.<br />
Met een gezond gewicht is het risico op ziekten kleiner. Je voelt je ook fitter en dat geeft een<br />
goed gevoel.<br />
Omdat afvallen, als men eenmaal overgewicht heeft, voor de meeste mensen erg moeilijk is,<br />
is het daarom beter een gezond gewicht te behouden: voorkomen is in dit geval zeker beter<br />
dan genezen.<br />
4. Waarom <strong>ouders</strong> als doelgroep<br />
Binnen Gezond Gewicht spreken we vanuit het kader ‘energiebalans’ de volwassen bevolking<br />
aan. We willen daarbij het onderwerp voor hen relevant maken waardoor zij intenties<br />
ontwikkelen die een voorwaarde zijn voor gedragsverandering. We richten ons daarbij binnen<br />
de volwassen doelgroep op één groep in het bijzonder: <strong>ouders</strong> van jonge kinderen. De reden<br />
hiervoor is dat <strong>ouders</strong> vanwege hun positie ontvankelijk zijn voor onze boodschap. Ouders<br />
hebben invloed op het welzijn van het kind door zelf gezond te eten en bewegen<br />
(energiebalans) en zo het goede voorbeeld te geven. Het welzijn van hun kind(eren) is<br />
persoonlijk relevant voor <strong>ouders</strong>. Dit gegeven wordt gebruikt om <strong>ouders</strong> aan te zetten gezond<br />
te eten en bewegen. Aan de volwassenen die de energiebalansboodschap al relevant vinden<br />
of haar relevant gaan vinden reiken we verschillende tools aan om een gezonde<br />
energiebalans te bereiken en behouden.
3/3<br />
<strong>Factsheet</strong> <strong>Campagne</strong> <strong>Voorbeeldgedrag</strong> <strong>ouders</strong><br />
De keuze voor de doelgroep <strong>ouders</strong> is mede ingegeven door het feit dat mannen stellen het<br />
belangrijk te vinden gezond te eten en bewegen als voorbeeld voor hun kinderen. Door<br />
mannen aan te spreken in hun vaderrol maken we onze boodschap voor hen relevant<br />
(Mensink 2007). In de literatuur vinden we duidelijke andere aanwijzingen, dan de<br />
bovengenoemde door mannen, voor de ouderaanpak, voor de aanname dat volwassenen in<br />
deze levensfase meer openstaan voor gedragsaanpassing omdat zij een goed voorbeeld<br />
voor hun kinderen willen zijn.<br />
Golan en Crow (2004/1) pleiten voor interventies waarbij de <strong>ouders</strong> worden gezien als de<br />
centrale figuren voor gedragsverandering.<br />
Ouders zijn zich bewust van hun voorbeeld, ze vinden het een goed idee om erop<br />
aangesproken te worden (’t Hart 2008).<br />
Het Kenniscentrum Overgewicht geeft aan dat het belangrijk is om preventie van<br />
overgewicht ook te richten op volwassenen. Als <strong>ouders</strong> hebben zijn een grote invloed op<br />
het gedrag van kinderen. Bovendien dragen kleine verbeteringen in het gedrag bij deze<br />
groep bij aan het terugdringen van overgewicht en sterfte (KCO 2008)<br />
5. Relatie voorbeeldgedrag en gedrag kinderen<br />
Uit de literatuur blijkt dat bij beide kanten van de energiebalans voorbeeldgedrag van <strong>ouders</strong><br />
een cruciale rol speelt. Door zelf gezond te eten en bewegen, hebben <strong>ouders</strong> direct invloed<br />
op de gezondheid en het welzijn van hun kinderen:<br />
Voor bewegen geldt: ‘Belangrijker dan de samenstelling van het gezin en de sociaaleconomische<br />
status van de <strong>ouders</strong>, lijken de voorbeelden en stimulansen die de kinderen<br />
thuis krijgen’ (Frelier & Janssens 2007).<br />
Voor eten geldt dat <strong>ouders</strong> invloed hebben op de ontwikkeling van voorkeuren en het<br />
eetgedrag, doordat zij bepaalde voedingsmiddelen beschikbaar stellen en omdat zij een<br />
voorbeeld zijn (Savage et al 2007).<br />
De jonge jaren van een kind vormen de periode waarin de grootste ontwikkeling van de mens<br />
plaatsvindt, en de periode waarin <strong>ouders</strong> de meest fundamentele/intensieve invloed hebben<br />
op het toekomstige welbevinden van een kind (Mc Cain & Mustard 1999).<br />
6. BOFT factoren<br />
Om praktische handvatten te bieden wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de BOFT-factoren<br />
van het Kenniscentrum Overgewicht, actiepunten die de meest veelbelovende resultaten<br />
bieden als het gaat om het voorkomen van overgewicht:<br />
Meer bewegen en buitenspelen;<br />
Elke dag ontbijten;<br />
Minder frisdrank en andere gezoete dranken;<br />
Minder televisiekijken.<br />
(Voor de volledigheid, maar buiten de scope van deze campagne vallend: het vijfde actiepunt<br />
is: borstvoeding geven.)<br />
7. Persoonlijke relevantie van belang bij gedragsverandering<br />
Wanneer een boodschap persoonlijk relevant voor iemand is, zal diegene beter over de<br />
boodschap nadenken dan wanneer hij of zij zich in geen enkel opzicht bij de boodschap<br />
betrokken voelt. Wanneer de persoon beter over de boodschap nadenkt, geldt dat dit tot meer<br />
verandering in houding leidt en deze ook op langere termijn aanwezig blijft. Bovendien heeft<br />
deze verandering in houding vaker de bijbehorende gedragsverandering tot gevolg. (Koelen &<br />
Martijn, 1994)
4/4<br />
<strong>Factsheet</strong> <strong>Campagne</strong> <strong>Voorbeeldgedrag</strong> <strong>ouders</strong><br />
8. Energiebalans<br />
Energiebalans = eten en bewegen in balans.<br />
Gezond eten, genoeg bewegen. Je zit lekker in je vel.<br />
Bronnen<br />
Als men niet meer eet dan het lijf nodig heeft, komt men ook niet aan. Dit noemt het<br />
Voedingscentrum energiebalans. Wat men daarvoor moet doen? Gewoon gezond eten<br />
volgens de Schijf van Vijf en minstens 30 minuten per dag bewegen. En: als het af en toe een<br />
keer niet lukt, dan direct compenseren met een Balansdag.<br />
Frelier M & Janssens J (2007). Wat beweegt kinderen: Een onderzoek naar het sport- en<br />
beweeggedrag van kinderen. NICIS.<br />
Golan M & Crow S (2004). Parents are key players in the prevention and treatment of weight-related<br />
problems. Nutrition Reviews, 62(1), 39-50.<br />
’t Hart J (2008). Voorbeeldfunctie van <strong>ouders</strong> : De kracht van het goede voorbeeld.<br />
Onderzoeksrapport.<br />
KCO (2008). www.overgewicht.org.<br />
Koelen M & Martijn C (1994). Persuasieve voorlichting. In: NG Röling, D Kuiper, & R Janmaat (Eds.),<br />
Basisboek voorlichtingskunde. Amsterdam/Meppel: Boom.<br />
McCain MN & Mustard JF (1999). Early Years Study—reversing the real brain drain. Final report.<br />
Canadian Institute for Advanced Research, Toronto.<br />
Mensink F (2007). Hoe kunnen jongvolwassen mannen beter bereikt worden met voorlichting over<br />
voeding? Kwalitatief en kwantitatief onderzoek naar effectieve voorlichtingsmethoden voor<br />
jongvolwassen mannen. Onderzoeksrapport.<br />
Nationaal Kompas.<br />
www.nationaalkompas.nl/gezondheidsdeterminanten/persoonsgebonden/lichaamsgewicht/trend.<br />
Savage JS, Fisher JO, & Birch LL (2007). Parental influence on eating behavior: conception to<br />
adolescence. The Journal of Law, Medicine & Ethics, 35(1), 22-34.<br />
Schermers P, Kesteren N, & Verheiden MW (2009). Rapportage over meting 1 tot en met 3 van de<br />
Monitor Gezond Gewicht, TNO.<br />
TNO, Resultaten Monitor Bewegen en Gezondheid; Bewegen in Nederland 2000-2008.