Starterskit Handleiding voor het opzetten van ... - NISB
Starterskit Handleiding voor het opzetten van ... - NISB
Starterskit Handleiding voor het opzetten van ... - NISB
Transform your PDFs into Flipbooks and boost your revenue!
Leverage SEO-optimized Flipbooks, powerful backlinks, and multimedia content to professionally showcase your products and significantly increase your reach.
<strong>Starterskit</strong><br />
<strong>Handleiding</strong> <strong>voor</strong> <strong>het</strong> <strong>opzetten</strong><br />
<strong>van</strong> weerbaarheidsprojecten<br />
Arnhem, augustus 2004<br />
Auteurs:<br />
Susanne Verhoeven<br />
Berendineke Steenbergen<br />
Nederlands Instituut <strong>voor</strong> Sport en Bewegen (<strong>NISB</strong>)<br />
P Postbus 32, 6800 AA ARNHEM<br />
T 026-4833800<br />
F 026-4833890<br />
E info@nisb.nl<br />
W www.nisb.nl
Voorwoord<br />
Uit een enquête, die <strong>NISB</strong> in 2003 naar ieder bestaand project heeft gestuurd, is gebleken<br />
dat er onvoldoende informatie beschikbaar is over <strong>het</strong> <strong>opzetten</strong> <strong>van</strong> een weerbaarheidsproject.<br />
<strong>NISB</strong> heeft daarom de '<strong>Starterskit</strong>, handleiding <strong>voor</strong> <strong>het</strong> <strong>opzetten</strong> <strong>van</strong><br />
weerbaarheidsprojecten' ontwikkeld.<br />
De starterskit bevat informatie over o.a. de inhoud <strong>van</strong> weerbaarheidsprogramma's,<br />
docenten en organisatorische zaken. Deze informatie is verzameld via literatuurstudie<br />
(onder meer projectevaluaties), de enquête en door middel <strong>van</strong> interviews met<br />
sleutelfiguren.<br />
Vanzelfsprekend zullen er onderwerpen missen of is de gegeven informatie onvolledig. We<br />
willen alle gebruikers dan ook oproepen om hun reactie en commentaar aan <strong>NISB</strong> door te<br />
geven, zodat we de tweede uitgave <strong>van</strong> deze starterskit kunnen verbeteren (zie bijlage 4).<br />
Veel dank zijn we verschuldigd aan onze stagiaire Susanne Verhoeven, die hard aan deze<br />
starterskit heeft gewerkt.<br />
Berendineke Steenbergen<br />
Programmamedewerker weerbaarheid<br />
1
Inhoudsopgave<br />
Inleiding 3<br />
1. Definitie <strong>van</strong> weerbaarheid 4<br />
2. Bestaande weerbaarheidsprojecten 5<br />
2.1 Marietje Kessels Project (MKP) 5<br />
2.2 Rots & Water 6<br />
2.3 Ho, tot hier en niet verder...! 6<br />
2.4 Durf te leven 6<br />
2.5 Zelfverdediging <strong>voor</strong> vrouwen/meiden/ouderen 7<br />
2.6 Fit en veilig 7<br />
2.7 Andere projecten 8<br />
3. Zelf een weerbaarheidsproject organiseren 9<br />
3.1 Doelgroep en soort activiteit 9<br />
3.2 Inventarisatie omgeving 9<br />
3.3 Financiën 10<br />
3.4 Docent en aanwezigheid anderen 10<br />
3.5 Invulling <strong>van</strong> de cursus 10<br />
3.6 Stappenplan 11<br />
4. Docenten en opleidingen 12<br />
4.1 Eisen aan docenten 12<br />
4.2 Opleidingen 12<br />
4.3 Beschikbare docenten 13<br />
5. Projectkosten en inkomsten 14<br />
5.1 Kosten 14<br />
5.2 Inkomsten 15<br />
5.3 Subsidie 15<br />
6. Materiaal 16<br />
6.1 Leelingenboekje/naslagwerkje 16<br />
6.2 Diploma 16<br />
6.3 Stootkussens en plankjes 16<br />
6.4 Eigenwijsjes 16<br />
6.5 Brochures 17<br />
7. Publiciteit 18<br />
7.1 Naam en plaats <strong>van</strong> de cursus 18<br />
7.2 Persbericht, advertentie, folder, poster 18<br />
7.3 Andere wervingsmethoden 18<br />
8. Aanbevolen literatuur en <strong>voor</strong>lichtingsmateriaal 19<br />
8.1 Informatie <strong>voor</strong> weerbaarheidsprojecten 19<br />
8.2 Informatie speciaal <strong>voor</strong> kinderen 21<br />
9. Geraadpleegde literatuur 22<br />
Bijlage 1 Seksuele <strong>voor</strong>lichting 23<br />
Bijlage 2 Kindermishandeling 24<br />
Bijlage 3 Cijfers over kindermishandeling 25<br />
Bijlage 4 Evaluatie starterskit 26<br />
2
Inleiding<br />
Deze starterskit is bedoeld <strong>voor</strong> instellingen die een weerbaarheidsproject willen opstarten.<br />
Dat kunnen bijv. GGD’s, gemeentes, welzijnsinstellingen en sportraden zijn, maar ook<br />
scholen die dat via een buitenschoolse activiteit willen doen (bijv. Verlengde Schooldag).<br />
Daarnaast bevat deze starterskit inhoudelijke informatie die rele<strong>van</strong>t kan zijn <strong>voor</strong><br />
coördinatoren <strong>van</strong> bestaande projecten.<br />
De starterskit geeft richtlijnen <strong>voor</strong> <strong>het</strong> succesvol <strong>opzetten</strong> <strong>van</strong> een weerbaarheidsproject.<br />
Dit betekent dat we antwoord proberen te geven op vragen zoals:<br />
• Hoe ziet een weerbaarheidsproject eruit en aan welke eisen moet een goed project<br />
voldoen?<br />
• Wat is er zoal op de markt?<br />
• Hoe organiseer je zelf een weerbaarheidsproject?<br />
• Welke opleidingen zijn er op dit gebied en hoe zit <strong>het</strong> met de erkenning <strong>van</strong> docenten?<br />
• Hoe zit <strong>het</strong> met de financiën?<br />
• Hoe komt een project aan subsidie?<br />
• Welke materialen en literatuur zijn beschikbaar?<br />
• Hoe geef je bekendheid aan <strong>het</strong> weerbaarheidsproject?<br />
Voor weerbaarheid aan allochtone vrouwen (ter preventie <strong>van</strong> huiselijk en seksueel geweld)<br />
is er <strong>van</strong>af oktober 2004 een aparte brochure beschikbaar. Deze maakt onderdeel uit <strong>van</strong><br />
<strong>het</strong> Handboek 'Preventie huiselijk en seksueel geweld allochtone vrouwen' en wordt<br />
uitgegeven door TransAct (te bestellen via: www.transact.nl). De tekst <strong>van</strong> de brochure is<br />
ook te downloaden <strong>van</strong>: www.weerbaarheid.nisb.nl.<br />
3
1. Definitie <strong>van</strong> weerbaarheid<br />
Weerbaarheid is geen beschermde term, dus zijn er vele organisaties die iets aanbieden<br />
wat ze weerbaarheid noemen, maar qua opzet en inhoud onderling sterk verschillen.<br />
Voor <strong>NISB</strong> en de Beroepsvereniging <strong>voor</strong> docenten Weerbaarheid en Zelfverdediging<br />
(BWZ) is weerbaarheid iedere activiteit die aan de volgende eisen voldoet:<br />
• Er wordt uitgegaan <strong>van</strong> een integratie <strong>van</strong> fysieke, verbale en mentale technieken en<br />
methodieken, waarbij sport en bewegen als middel wordt ingezet.<br />
• De in de cursussen, trainingen en workshops gebruikte methodieken komen<br />
oorspronkelijk uit zowel de vechtsport, als de hulpverlening, als assertiviteitstrainingen.<br />
• De oefeningen en methodieken die gebruikt worden vormen een geïntegreerd geheel;<br />
de fysieke oefeningen zijn niet los te zien <strong>van</strong> de mentale en verbale en omgekeerd.<br />
• De cursist is uitgangspunt bij de lessen; er wordt gekozen <strong>voor</strong> dié technieken die<br />
passen bij de wensen en mogelijkheden <strong>van</strong> de cursist. Vandaar dat er altijd<br />
doelgroepgericht gewerkt wordt.<br />
• Het eerste doel <strong>van</strong> de activiteit is mensen weerbaarder te maken.<br />
Weerbaarheidsprojecten kunnen onderscheiden worden naar doelgroep en naar lengte <strong>van</strong><br />
de cursus/training/workshop. De keuze die wordt gemaakt is afhankelijk <strong>van</strong> de doelstelling<br />
en middelen <strong>van</strong> de organiserende instelling.<br />
De projecten worden door verschillende instellingen georganiseerd, zowel door sport- als<br />
welzijnsorganisaties. Omdat de cursussen doelgroepgericht zijn, zijn ze dus ook uitermate<br />
geschikt om in verschillende settings te geven. Enkele <strong>voor</strong>beelden zijn: vrouwenop<strong>van</strong>g of<br />
Blijf-<strong>van</strong>-mijn-lijf huizen die cursussen weerbaarheid organiseren als aanvulling op<br />
cursussen zoals assertiviteit; sportraden die weerbaarheidsactiviteiten <strong>voor</strong> ouderen<br />
organiseren om ze tot bewegen te stimuleren; buurthuizen die <strong>het</strong> een mooie aanvulling<br />
vinden op hun andere activiteiten.<br />
4
2. Bestaande weerbaarheidsprojecten<br />
Er worden onder verschillende noemers weerbaarheidsprojecten aangeboden. Hieronder<br />
volgt een korte uitleg <strong>van</strong> de meest bekende projecten.<br />
2.1 Marietje Kessels Project (MKP)<br />
Het Marietje Kessels Project heeft de laatste jaren een enorme opmars gemaakt. Veel<br />
scholen hebben dit preventieproject tot grote tevredenheid binnengehaald. Het project is<br />
gericht op preventie <strong>van</strong> machtsmisbruik en grensoverschrijdend gedrag ten opzichte <strong>van</strong><br />
kinderen, zowel door leeftijdsgenoten als door volwassenen. Het gaat bijv. om seksueel<br />
misbruik en intimidatie, kindermishandeling en pesten.<br />
Het doel is enerzijds <strong>het</strong> vergroten <strong>van</strong> de weerbaarheid om te <strong>voor</strong>komen dat kinderen<br />
slachtoffer worden <strong>van</strong> machtsmisbruik, anderzijds <strong>het</strong> <strong>voor</strong>komen dat kinderen zichzelf<br />
schuldig maken aan grensoverschrijdend gedrag. De primaire doelgroep <strong>van</strong> dit project is<br />
groep 7 en 8 <strong>van</strong> <strong>het</strong> basisonderwijs, jongens en meisjes in de leeftijd <strong>van</strong> ongeveer tien tot<br />
dertien jaar. De lessen worden verzorgd door een zoge<strong>het</strong>en 'preventiewerker'.<br />
Het Marietje Kessels Project wordt niet overgedragen aan leerkrachten. Dit heeft te maken<br />
met de specifieke kennis en kunde <strong>van</strong> de mensen die de lessen verzorgen. Daarnaast<br />
blijkt <strong>het</strong> in de praktijk een <strong>voor</strong>deel te zijn dat de lessen worden gegeven door een<br />
onafhankelijke persoon <strong>van</strong> buiten de school. Deze onafhankelijkheid maakt <strong>het</strong><br />
gemakkelijker een signalerings- en vertrouwensfunctie te vervullen <strong>voor</strong> leerlingen en<br />
leerkrachten.<br />
Het project is seksespecifiek <strong>van</strong> aard. Dit betekent dat jongens en meisjes gescheiden les<br />
krijgen. De jongens krijgen in principe les <strong>van</strong> een mannelijke preventiewerker, terwijl de<br />
meisjes worden geïnstrueerd door een vrouwelijke collega. Het totale project duurt twaalf<br />
weken en wordt onder schooltijd gegeven. Naast de lessen aan de kinderen vinden enkele<br />
contactbijeenkomsten plaats, zoals team<strong>voor</strong>lichting op de school en een ouderavond.<br />
Sommige organiserende instanties hebben er<strong>voor</strong> gekozen hun project een andere naam<br />
te geven, bijv. ‘Kom op <strong>voor</strong> jezelf’ of ‘Weerbare tieners’. Een project valt onder de<br />
verzamelnaam ‘MKP’ als voldaan wordt aan bepaalde eisen:<br />
• Er moeten seksespecifieke lessen gegeven worden in <strong>het</strong> project (jongens en meisjes<br />
apart) en de lessen kennen een methodische opbouw.<br />
• Het project moet gericht zijn op preventie <strong>van</strong> machtsmisbruik en grensoverschrijdend<br />
gedrag ten opzichte <strong>van</strong> kinderen, zowel door leeftijdsgenoten als door volwassenen.<br />
• Het weerbaarheidsproject is <strong>voor</strong> groep 7 en/of 8 <strong>van</strong> <strong>het</strong> basisonderwijs of de hoogste<br />
groepen <strong>van</strong> Buitenschoolse Op<strong>van</strong>g (BSO), waarbij de nadruk op de integratie <strong>van</strong><br />
mentale en fysieke weerbaarheid gelegd wordt. De lessen worden onder schooltijd<br />
gegeven. Het project is een schoolgebonden activiteit, waarin een actieve bijdrage door<br />
de school en de leerkracht wordt geleverd.<br />
Dit impliceert dat de inhoud <strong>van</strong> een bepaalde les in <strong>het</strong> ene project niet precies gelijk hoeft<br />
te zijn aan de inhoud <strong>van</strong> dezelfde les in een ander project. In praktijk wisselen de accenten<br />
die gelegd worden. Wel zijn de uitgangspunten <strong>van</strong> ieder project gelijk en hebben de<br />
‘preventiewerkers’ over <strong>het</strong> algemeen een vergelijkbare opleiding.<br />
5
2.2 Rots & Water<br />
'Rots & Water' komt <strong>voor</strong>t uit <strong>het</strong> programma 'Actie en reactie'. Zelfverdediging <strong>voor</strong><br />
vrouwen en meisjes was al ingeburgerd, toen midden jaren negentig <strong>het</strong> plan ontstond om<br />
ook <strong>voor</strong> jongens een programma samen te stellen. In 1996 is dit programma, gericht op<br />
preventie <strong>van</strong> seksueel geweld, gepresenteerd met de titel 'Actie en reactie'. Dit bleek<br />
echter een te smalle basis. Jongens kregen <strong>het</strong> gevoel dat zij iets moesten leren, omdat ze<br />
niet zouden deugen. Kortom, <strong>het</strong> programma deed de jongens geen recht. Daarnaast was<br />
<strong>het</strong> <strong>voor</strong>al gericht op jongens <strong>van</strong>af zo'n jaar of veertien.<br />
'Rots & Water' in zijn huidige vorm is geschikt <strong>voor</strong> jongens <strong>van</strong>af een jaar of negen. Het<br />
totale pakket bestaat uit veertien lessen. In de eerste acht lessen gaat <strong>het</strong> om de<br />
fundamenten <strong>van</strong> <strong>het</strong> programma. Deze lessen zijn geschikt <strong>voor</strong> de bovenbouw <strong>van</strong> <strong>het</strong><br />
basisonderwijs. De laatste zes lessen zijn bedoeld <strong>voor</strong> <strong>het</strong> <strong>voor</strong>tgezet onderwijs.<br />
'Rots & Water' maakt gebruik <strong>van</strong> een psychofysieke didactiek. Dit betekent dat<br />
weerbaarheidsthema's worden geïntroduceerd door middel <strong>van</strong> fysieke oefeningen. Daarna<br />
worden ze verbonden met communicatieve en sociale vaardigheden. De kwaliteiten <strong>van</strong><br />
jongens en de problemen die zij tegen komen op weg naar volwassenheid staan centraal.<br />
Het vergroten <strong>van</strong> de weerbaarheid is een onderdeel <strong>van</strong> <strong>het</strong> programma. Het uiteindelijke<br />
doel is jongens te begeleiden op weg naar volwassenheid.<br />
Er bestaat een driedaagse docententraining die mensen onder meer leert om binnen hun<br />
eigen werk te werken met de Rots & Water-principes. Het is dan ook niet verwonderlijk dat<br />
veel MKP-preventiewerkers deze training hebben gevolgd (zie: www.rotsenwater.nl).<br />
2.3 Ho, tot hier en niet verder...!<br />
Het programma 'Ho, tot hier en niet verder…!' is gericht op de sociale weerbaarheid <strong>van</strong><br />
kinderen. Het doel is de handelingsbekwaamheid <strong>van</strong> kinderen in sociale situaties te<br />
bevorderen. Het gaat erom dat <strong>het</strong> kind zichzelf en de ander accepteert en dat zijn<br />
zelfstandigheid, zelfvertrouwen en intuïtie groeien. Ook wordt aandacht besteed aan<br />
preventie <strong>van</strong> seksueel misbruik.<br />
De kinderen krijgen handvatten aangereikt om grip te krijgen op <strong>het</strong> verloop <strong>van</strong> hun eigen<br />
bestaan. Dit gebeurt onder andere door middel <strong>van</strong> <strong>het</strong> lichamelijk ervaren <strong>van</strong> eigen<br />
gedrag en <strong>het</strong> versterken <strong>van</strong> gezonde, sterke kanten. Ze leren beter luisteren naar hun<br />
lichaamssignalen om hiermee <strong>voor</strong> zichzelf - of richting anderen - iets te doen. Ze leren<br />
hulpbronnen in zichzelf kennen en - in moeilijke situaties - oproepen. Aandacht <strong>voor</strong> en <strong>het</strong><br />
verplaatsen in anderen, inclusief <strong>het</strong> afstemmen <strong>van</strong> eigen gedrag op de omgeving, zijn<br />
eveneens middelen om weerbaarder te worden. Kinderen leren trots te zijn op zichzelf, hun<br />
zelfbeeld en zelfvertrouwen te verbeteren en ze leren vaardigheden aan om zo zelfstandig<br />
mogelijk hun eigen problemen te kunnen oplossen. Fysieke weerbaarheid komt in dit<br />
programma niet aan de orde.<br />
2.4 Durf te leven<br />
Het programma 'Durf te leven' is ontwikkeld door de GGD Zuid-Hollandse Eilanden in<br />
samenwerking met <strong>NISB</strong> en is bedoeld <strong>voor</strong> de laagste klassen <strong>van</strong> <strong>het</strong> <strong>voor</strong>tgezet<br />
onderwijs. Aan de hand <strong>van</strong> acht thema’s (Stevig in je schoenen staan, Rots & Water,<br />
Gesprekstechnieken, Pesten en gepest worden, Discriminatie, Groepsdruk, Grenzen, Hulp<br />
geven/vragen en ont<strong>van</strong>gen) wordt gewerkt aan <strong>het</strong> vergroten <strong>van</strong> weerbaarheid. De lessen<br />
worden gegeven door de eigen docenten, die daar<strong>voor</strong> een training krijgen.<br />
6
Het programma borduurt <strong>voor</strong> op de thema’s die ook in <strong>het</strong> Marietje Kessels Project aan de<br />
orde komen, maar doet dat op een vernieuwende wijze die scholen de gelegenheid biedt<br />
op een geïntegreerde wijze met weerbaarheid om te gaan. Zo zijn er niet alleen oefeningen<br />
<strong>voor</strong> de docent die de weerbaarheidslessen gaat geven (meestal de mentor), maar ook<br />
<strong>voor</strong> andere docenten, zoals de tekenleraar, muziekleraar, leraar Nederlands en zelfs <strong>voor</strong><br />
de wiskundeleraar, zijn er rond bovengenoemde thema’s oefeningen beschreven. Er is een<br />
werkboekje <strong>voor</strong> de leerlingen en een docentenhandleiding.<br />
Het project gaat in september 2004 <strong>voor</strong> <strong>het</strong> eerst <strong>van</strong> start, waarna <strong>het</strong> in januari 2005<br />
beschikbaar komt <strong>voor</strong> andere scholen. Er hebben zich al geinteresseerden gemeld.<br />
Zowel <strong>het</strong> leerlingboekje als de docentenhandleiding zijn alleen in combinatie met de<br />
docententraining te verkrijgen. Meer informatie is te verkrijgen bij <strong>NISB</strong>, Berendineke<br />
Steenbergen, tel. 026-4833800.<br />
2.5 Zelfverdediging <strong>voor</strong> vrouwen/meiden/ouderen<br />
Een cursus zelfverdediging is geen project in de ware zin <strong>van</strong> <strong>het</strong> woord; er is geen<br />
coördinerende instantie en de benaming wordt <strong>voor</strong> tal <strong>van</strong> activiteiten gebruikt. De eerste<br />
cursussen, die in de jaren ’80 gegeven werden, heetten ‘zelfverdediging <strong>voor</strong> vrouwen’ of<br />
‘zelfverdediging <strong>voor</strong> meiden’. Deze cursussen worden tot op de dag <strong>van</strong> <strong>van</strong>daag in vrijwel<br />
ongewijzigde vorm gegeven in buurthuizen, sportscholen e.d.<br />
Een cursus bestaat uit 8 tot maximaal 15 lessen <strong>van</strong> 1 tot anderhalf uur en gaat<br />
<strong>voor</strong>namelijk in op situaties met een bedreigende onbekende (verkrachting en aanranding<br />
op straat). De cursus bestaat <strong>voor</strong> ongeveer 70% uit fysieke oefeningen en <strong>voor</strong> ongeveer<br />
30% uit rollenspelen en andere mentale oefeningen. Naar dergelijke cursussen is altijd<br />
vraag en ze zijn eenvoudig te organiseren. Iedere erkende docent(e) kan deze op een<br />
verantwoorde manier geven en heeft er ervaring mee.<br />
Voor ouderen, 55+ of zelfs 75+, geldt iets vergelijkbaars. Deze cursus is over <strong>het</strong> algemeen<br />
iets minder fysiek en is toegespitst op de angsten en (on-)mogelijkheden <strong>van</strong> de doelgroep.<br />
Vaak is de lesindeling ook iets anders. De lessen duren bijv. wat langer, omdat er een<br />
koffiepauze ingepland is, maar verder is de stof die behandeld wordt standaard. Ook<br />
hier<strong>voor</strong> geldt dat iedere erkende docent(e), die een bijscholing heeft gevolgd om les te<br />
kunnen geven aan ouderen, deze cursus kan aanbieden.<br />
2.6 Fit en veilig<br />
'Fit en veilig' is geen echt weerbaarheidsproject, maar een project waarin weerbaarheid<br />
naast andere thema’s rondom veiligheid (zoals valpreventie en ongevallenpreventie) aan<br />
de orde komt. Deze cursus <strong>van</strong> acht lessen <strong>van</strong> 45 minuten is gericht op 55-plussers.<br />
Het project is geïnitieerd door de Nederlandse Vereniging <strong>van</strong> Judo- en Jiu-jitsu Leraren<br />
(NVJJL) in samenwerking met de Judobond Nederland (JBN), mede gefinancierd door <strong>het</strong><br />
Nationaal Fonds Ouderenhulp. De docenten die deze cursus kunnen geven, zijn erkende<br />
judo- of jiu-jitsu-leraren die een eendaagse workshop hebben gevolgd bij de NVJJL. In de<br />
lente <strong>van</strong> 2004 zijn 55 mensen opgeleid. In de herfst volgen er nog 60 en in 2005 zal <strong>het</strong><br />
aantal docenten stijgen naar 200. Meer informatie kan verkregen worden bij de JBN,<br />
tel. 030-6038114.<br />
7
2.7 Andere Projecten<br />
Er zijn ook plaatselijk initiatieven die <strong>het</strong> Marietje Kessels Project aangepast hebben. Het<br />
gaat dan om projecten waarbij bijv. de klassedocent(e) een deel <strong>van</strong> de lessen zelf geeft of<br />
om aanpassingen <strong>van</strong> de lessen aan specifieke doelgroepen. Een school heeft ook de<br />
mogelijkheid om de weerbaarheidslessen in <strong>het</strong> kader <strong>van</strong> een buitenschoolse activiteit of<br />
brede school te verzorgen.<br />
Twee <strong>voor</strong>beelden <strong>van</strong> dergelijke initiatieven zijn:<br />
• Weerbaarheid in <strong>het</strong> Basisonderwijs (WIBO). Contactpersoon: Andries Klompstra, Huis<br />
<strong>voor</strong> de Sport Groningen, tel. 0598-323200.<br />
• ‘Er is iets naars gebeurd’. Deze lessenserie is te bestellen bij S&O, Stichting <strong>voor</strong><br />
opvoedingsondersteuning, tel. 0182-547888.<br />
Tot slot zijn er initiatieven <strong>voor</strong> andere doelgroepen, bijv. gehandicapten of slachtoffers <strong>van</strong><br />
huiselijk en seksueel geweld. <strong>NISB</strong> heeft daar meer informatie over (Berendineke<br />
Steenbergen, tel. 026-4833800).<br />
8
3. Zelf een weerbaarheidsproject organiseren<br />
Wanneer een instelling een weerbaarheidsproject wil starten, is <strong>het</strong> <strong>van</strong> belang eerst een<br />
aantal zaken goed op een rijtje te krijgen.<br />
3.1 Doelgroep en soort activiteit<br />
Binnen weerbaarheid wordt onderscheid gemaakt in diverse doelgroepen. Dit onderscheid<br />
is gebaseerd op de fysieke (on-)mogelijkheden of de specifieke weerbaarheidsthema’s die<br />
in deze groepen behandeld moeten worden (bijv. uitgaan, racisme, loverboys, seksuele<br />
intimidatie). De cursussen zijn in de meeste gevallen seksespecifiek, <strong>het</strong>geen in deze<br />
context betekent dat meisjes en jongens of mannen en vrouwen afzonderlijk <strong>van</strong> elkaar les<br />
krijgen.<br />
De doelgroepen zijn:<br />
• Kinderen: 8-10 jaar en 10-12 jaar, pestslachtoffers, slachtoffers <strong>van</strong> kindermishandeling<br />
• Jongeren: 12-14 jaar en 14-16 jaar<br />
• Volwassen vrouwen <strong>van</strong>af 18 jaar<br />
• Slachtoffers <strong>van</strong> huiselijk en seksueel geweld<br />
• Allochtone vrouwen<br />
• Ouderen: 55+ en 75+<br />
• Verstandelijk gehandicapten<br />
• Doven/blinden<br />
• Lichamelijk gehandicapten<br />
Eveneens is <strong>het</strong> <strong>van</strong> belang te bepalen wat <strong>voor</strong> activiteit <strong>het</strong> zou moeten zijn:<br />
• workshop<br />
• cursus <strong>voor</strong> een bepaalde doelgroep (kinderen, vrouwen, ouderen, slachtoffers <strong>van</strong><br />
straat-, huiselijk of seksueel geweld, gehandicapten enz.)<br />
• cursus met een bepaalde doelstelling<br />
Workshops worden vaak gegeven binnen een raamwerk <strong>van</strong> andere activiteiten, zoals<br />
kennismaking op een sportdag of in <strong>het</strong> kader <strong>van</strong> een andere activiteiten. Er is ervaring<br />
opgedaan met modules weerbaarheid als onderdeel <strong>van</strong> therapie, cursussen omgaan met<br />
stress, assertiviteit of in reïntegratietrajecten <strong>van</strong> langdurig werklozen.<br />
Een welzijnsinstelling zal wellicht eerder kiezen <strong>voor</strong> weerbaarheidsactiviteiten met als<br />
eerste doel preventie <strong>van</strong> geweld, terwijl een sportinstelling gecharmeerd is <strong>van</strong> de<br />
laagdrempeligheid <strong>van</strong> de activiteit, waardoor er cursisten bereikt worden die met andere<br />
beweeg- of sportactiviteiten onbereikbaar blijven.<br />
3.2 Inventarisatie omgeving<br />
Begonnen kan worden met een kleine omgevingsinventarisatie: welke organisaties in de<br />
omgeving zijn al bezig met weerbaarheid en hoe kan daarbij aangesloten worden?<br />
• Te denken is aan bijv. sportraden, GGD’s en Stichtingen Jeugdzorg. <strong>NISB</strong> heeft tot en<br />
met 2002/2003 een inventarisatie <strong>van</strong> alle MKP’s en heeft dus ook enig overzicht welke<br />
instanties iets doen op dit gebied.<br />
• Daarnaast zijn er verschillende hulpverleningsinstanties, die periodiek weerbaarheidsactiviteiten<br />
aanbieden.<br />
• Individuele scholen of instellingen kunnen soms aansluiten bij dergelijke plaatselijke<br />
initiatieven.<br />
9
Is aansluiting niet mogelijk, dan kan gekeken worden naar eigen mogelijkheden. Het<br />
eenvoudigst is een docent uitnodigen, daar afspraken mee te maken en de cursus <strong>van</strong> start<br />
te laten gaan. Iedere school, ieder buurthuis, zelfs iedere potentiële cursist(e) kan daartoe<br />
initiatieven ontplooien.<br />
Een project zal echter beter geworteld zijn als <strong>het</strong> verankerd is in een breder kader.<br />
Bewegingsstimulering, maar ook preventie <strong>van</strong> kindermishandeling of huiselijk geweld<br />
bieden aanknopingspunten. In die gevallen zal er verbinding gemaakt moeten worden<br />
tussen de weerbaarheidsactiviteit en sporten en bijv. hulpverlening of vervolgcursussen op<br />
<strong>het</strong> gebied <strong>van</strong> assertiviteit of coaching.<br />
3.3 Financiën<br />
Belangrijk is om <strong>voor</strong>af een goede inschatting te maken <strong>van</strong> de kosten (zaalhuur, docent,<br />
coördinatie, werving e.d.). In hoofdstuk 5 wordt nader ingegaan op de projectkosten.<br />
3.4 Docent en aanwezigheid <strong>van</strong> anderen<br />
Vervolgens zoekt men naar geschikte docent (zie hoofdstuk 4). Iedere erkende docent kan<br />
een weerbaarheidsactiviteit op een verantwoorde wijze uitvoeren. Bij moeilijke doelgroepen<br />
is <strong>het</strong> wenselijk naar de specialisatie te informeren, maar in principe kan iedere docent de<br />
mentale, verbale en fysieke oefeningen geïntegreerd aanbieden, problemen signaleren,<br />
omgaan met getraumatiseerde cursisten en doorverwijzen naar zowel hulpverlenende<br />
instellingen als sportclubs.<br />
In dit stadium is <strong>het</strong> ook belangrijk te kijken naar de noodzakelijkheid <strong>van</strong> de aanwezigheid<br />
<strong>van</strong> anderen dan de weerbaarheidsdocent tijdens de lessen.<br />
Weerbaarheid binnen hulpverleningsinstellingen, zoals psychiatrische ziekenhuizen en<br />
vrouwenop<strong>van</strong>g, wordt vrijwel altijd gegeven door zowel de docent(e) weerbaarheid als een<br />
hulpverlener <strong>van</strong> de betreffende instelling.<br />
Dit geldt ook <strong>voor</strong> lessen aan allochtone doelgroepen. Omdat er een groot gebrek is aan<br />
weerbaarheidsdocenten met een allochtone achtergrond, wordt er bij deze doelgroepen<br />
ook regelmatig gekozen <strong>voor</strong> een duo-docentschap, waarbij iemand <strong>van</strong> de doelgroep een<br />
belangrijke rol tijdens de lessen speelt.<br />
Maar ook in andere kaders kan incidenteel een extra persoon wenselijk zijn: een<br />
vechtsporter die vertelt over zijn sport, die mogelijk als vervolg op de cursus kan dienen;<br />
iemand <strong>van</strong> een hulporganisatie die toelichting geeft, enz.<br />
3.5 Invulling <strong>van</strong> de cursus<br />
Wanneer de bedoeling <strong>van</strong> de weerbaarheidsactiviteit, de organisatorische keuzes, de<br />
mogelijkheden <strong>van</strong> financiering en de bemensing duidelijk zijn, kan gekeken worden naar<br />
de invulling:<br />
• cursuslocatie<br />
• aantal lessen<br />
• startdatum<br />
• data en tijden<br />
• publiciteit en werving <strong>van</strong> cursisten<br />
10
3.6 Stappenplan<br />
Het bovenstaande kan samengevat worden in <strong>het</strong> volgende stappenplan:<br />
• omschrijving <strong>van</strong> de doelstelling<br />
• omschrijving <strong>van</strong> de doelgroep<br />
• omschrijving <strong>van</strong> de soort activiteit<br />
• inventarisatie <strong>van</strong> instellingen in de omgeving die al iets met weerbaarheid doen en<br />
onderzoeken <strong>van</strong> de mogelijkheden tot aansluiting<br />
• bepaling <strong>van</strong> de benodigde financiën<br />
• zoeken <strong>van</strong> een weerbaarheidsdocent en bepaling <strong>van</strong> de aanwezigheid <strong>van</strong> anderen<br />
• invulling <strong>van</strong> de cursus<br />
• werving <strong>van</strong> cursisten en publiciteit<br />
• start <strong>van</strong> de cursus<br />
• evaluatie <strong>van</strong> de cursus<br />
11
4. Docenten en opleidingen<br />
4.1 Eisen aan docenten<br />
Als een instelling op zoek gaat naar een docent <strong>voor</strong> <strong>het</strong> verzorgen <strong>van</strong> een cursus<br />
weerbaarheid of een andere weerbaarheidsactiviteit, wil men natuurlijk een zo goed<br />
mogelijk opgeleide docent. Een goede docent weerbaarheid is geschoold in zowel de<br />
fysieke, als de mentale en verbale kant.<br />
Ten eerste moet een docent een fysieke achtergrond hebben, bij <strong>voor</strong>keur in de vorm <strong>van</strong><br />
enkele jaren vechtsporttraining. Deze fysieke achtergrond alleen is echter niet voldoende.<br />
In de opleidingen tot vechtsportleraar (bijv. judo of karate) worden de niet-fysieke eigen<br />
vaardigheden onvoldoende getraind om iemand een volwaardig weerbaarheidsdocent te<br />
maken.<br />
Naast de fysieke eigen vaardigheid is een docent getraind in de mentale en verbale<br />
weerbaarheid. Hij/zij is bekend met oefeningen en methoden uit assertiviteitstrainingen,<br />
energetisch werk en hulpverlening en kan bovendien informatie geven over ondermeer<br />
juridische kwesties en <strong>het</strong> <strong>voor</strong>komen <strong>van</strong> grensoverschrijdend gedrag. Ook is hij/zij in staat<br />
om te werken met bijv. rollenspelen, groepsgesprekken en stellingenspelen.<br />
Een docent werkt op verschillende niveaus in de les: zowel op groeps- als op individueel<br />
niveau. Dit betekent dat de docent open moet staan <strong>voor</strong> gesprekken en weten hoe in te<br />
springen op problemen in de les. Daarnaast moet de docent in staat zijn gevoelige<br />
onderwerpen op een juiste manier aan de orde te stellen.<br />
Tevens moet hij/zij getraumatiseerde cursisten kunnen herkennen en een eventuele eerste<br />
op<strong>van</strong>g kunnen verlenen bij herbeleving. De docent moet de cursist met problemen kunnen<br />
doorverwijzen naar instellingen, die op langere termijn een oplossing kunnen bieden. Een<br />
lijst <strong>van</strong> instellingen met telefoonnummers is dus erg belangrijk om elke les binnen<br />
handbereik te hebben.<br />
Voor preventiewerkers (werken met basisschoolkinderen groep 7/8) kunnen nog<br />
aanvullende eisen gesteld worden:<br />
• Het signaleren <strong>van</strong> eventuele grensoverschrijdende situaties binnen de school<br />
• In staat zijn deze bij de klassedocent of schoolleiding aan te kaarten<br />
• In staat zijn een goede ouderavond te begeleiden, waarin informatie over de cursus<br />
gegeven wordt<br />
4.2 Opleidingen<br />
Als landelijk kennis- en expertisecentrum op <strong>het</strong> gebied <strong>van</strong> onder meer weerbaarheid<br />
controleert <strong>NISB</strong> de kwaliteit <strong>van</strong> opleidingen. Docenten moeten op zowel fysiek, mentaal<br />
als verbaal gebied voldoende kwaliteiten bezitten om de weerbaarheidsactiviteiten uit te<br />
kunnen voeren. Dit houdt in dat in de opleidingen de volgende onderwerpen aan bod<br />
komen: eigen vaardigheid in fysieke en mentale weerbaarheid, les- en leiding geven,<br />
gesprekstechnieken, signalering <strong>van</strong> mishandeling, doorverwijzing naar zowel<br />
hulpverlening als sporten. De BWZ is bovendien betrokken bij de examinering <strong>van</strong> de<br />
cursisten.<br />
12
De docenten met de volgende diploma's of certificaten kunnen zonder problemen<br />
ingeschakeld worden:<br />
• Rijkserkende 2-jarige opleiding tot 'Docente zelfverdediging', gediplomeerd door Kenau /<br />
Landelijk Steunpunt Zelfverdediging / <strong>NISB</strong>. Deze opleiding is in de jaren ’80 en ’90<br />
diverse malen uitgevoerd (alleen <strong>voor</strong> vrouwen) en is de uitgebreidste opleiding op dit<br />
gebied. Toen bleek dat <strong>het</strong> steeds moeilijker werd om deelneemsters te vinden die aan<br />
de vechtsporteis voldeden, bereid waren twee jaar lang zo’n 16 uur per week aan deze<br />
opleiding te besteden én affiniteit hadden met weerbaarheid, is besloten deze opleiding<br />
<strong>voor</strong>alsnog niet meer uit te voeren. In 2000 hebben de laatste kandidaten deze opleiding<br />
afgesloten.<br />
• 1-jarige opleiding tot 'Docent weerbaarheid', gecertificeerd door <strong>NISB</strong>. Op deze opleiding<br />
leren de docenten les te geven aan volwassenen. Om les te kunnen geven aan speciale<br />
doelgroepen moet een extra specialisatie gevolgd worden.<br />
• 1-jarige opleiding 'Weerbaarheid in <strong>het</strong> basisonderwijs', gecertificeerd door <strong>NISB</strong>. Deze<br />
opleiding is gericht op <strong>het</strong> lesgeven aan kinderen in met name de leeftijdsgroep 10 tot 12<br />
jaar. Docenten die zich richten op speciale groepen (bijv. speciaal onderwijs) moeten<br />
een extra specialisatie gevolgd hebben.<br />
• Regionale opleiding tot 'Preventiewerker MKP', afgesloten met een <strong>NISB</strong>-certificaat<br />
'regionale scholing MKP'. Niet iedereen die deze opleiding heeft gevolgd, heeft examen<br />
gedaan en heeft dus <strong>het</strong> <strong>NISB</strong>-certificaat 'Weerbaarheid in <strong>het</strong> basisonderwijs'. De<br />
behandelde stof is in principe gelijk aan de stof die behandeld is in de opleiding<br />
'Weerbaarheid in <strong>het</strong> basisonderwijs'. Voor deze opleidingen is in de regel een strenge<br />
selectie <strong>van</strong> de deelnemers uitgevoerd, waardoor de opleiding een compactere vorm<br />
heeft gekregen.<br />
Daarnaast werkt <strong>NISB</strong> samen met de opleiding tot 'Docent gevaarsbeheersing' <strong>van</strong> <strong>het</strong><br />
CIOS Sittard. Hoewel deze (op vechtsporters gerichte) opleiding in eerste instantie opleidt<br />
tot docent <strong>voor</strong> winkelpersoneel, politie, conciërges, portiers e.d., is <strong>het</strong> <strong>voor</strong> de cursisten<br />
ook mogelijk uitgebreid kennis te maken met weerbaarheid aan kinderen. In de reguliere<br />
opleiding wordt aandacht besteed aan vrouwen- en kindermishandeling, seksespecifiek<br />
werken, <strong>het</strong> werken met een acteur, de wetgeving en weerbaarheid vs gevaarsbeheersing.<br />
Cursisten die een weerbaarheidsaantekening willen halen, moeten een begeleide stage bij<br />
een erkende docent lopen. Voor de duidelijkheid: deze mensen hebben dus geen <strong>NISB</strong>certificaat.<br />
Op dit moment is <strong>NISB</strong> in overleg met verschillende ROC’s die de <strong>NISB</strong>-erkende<br />
opleidingen willen gaan aanbieden. In september 2004 zullen de eersten starten.<br />
Iedere docent met een <strong>NISB</strong>-erkend certificaat kan zich aansluiten bij de<br />
Beroepsvereniging <strong>voor</strong> docenten Weerbaarheid en Zelfverdediging (BWZ). Docenten<br />
zonder een dergelijk certificaat kunnen zich ook aanmelden, maar in die gevallen bekijkt<br />
een toelatingscommissie of zij voldoen aan de inhoudelijke eisen die aan een<br />
weerbaarheidsdocent in de definitie <strong>van</strong> <strong>NISB</strong> en BWZ gesteld mogen worden. Deze<br />
toelatingscommissie kan de kandidaat vragen om zich op enig gebied bij te scholen<br />
alvorens hij/zij lid mag worden.<br />
4.3 Beschikbare docenten<br />
<strong>NISB</strong> houdt de registratie bij <strong>van</strong> erkende docenten die één <strong>van</strong> bovenstaande opleidingen<br />
hebben afgerond. De beschikbare docenten staan vermeld op: www.weerbaarheid.nisb.nl.<br />
Voor meer informatie kan contact worden opgenomen met <strong>NISB</strong>, Berendineke<br />
Steenbergen, tel. 026-4833800.<br />
Ook via de BWZ zijn adressen verkrijgbaar (info@bwz.nu).<br />
13
5. Projectkosten en inkomsten<br />
5.1 Kosten<br />
De kosten <strong>van</strong> een weerbaarheidsproject zijn afhankelijk <strong>van</strong> verschillende aspecten.<br />
Je dient rekening te houden met:<br />
• zaalhuur<br />
• vergoeding aan de docent (lesuren, <strong>voor</strong>bereidingstijd en reistijd)<br />
• reiskosten <strong>van</strong> de docent<br />
• coördinatie-uren<br />
• werving<br />
• aanschaf <strong>van</strong> materialen<br />
• eventuele scholingskosten (overhead)<br />
Weerbaarheidsdocenten zijn in sommige gevallen in dienst <strong>van</strong> coördinerende instanties,<br />
maar worden vaak ook free-lance ingehuurd.<br />
• <strong>NISB</strong> heeft als richtlijn dat een erkende weerbaarheidsdocent die free-lance werkt in<br />
principe minimaal € 65,- per gegeven lesuur <strong>van</strong> 60 minuten verdient (excl. BTW en<br />
reiskosten en <strong>voor</strong>bereidingstijd). In praktijk rekenen veel MKP's <strong>voor</strong> 1 uur lesgeven 4<br />
uur werk. In die extra uren zit de reistijd, de <strong>voor</strong>bereiding, de ouderavonden en de<br />
evaluatie inbegrepen.<br />
• Wanneer de docent in dienst <strong>van</strong> de organiserende instantie komt, komt deze meestal<br />
terecht in de eerste HBO-schaal <strong>van</strong> de betreffende CAO. Het dienstverband bestaat uit<br />
een aantal lesuren en een aantal <strong>voor</strong>bereidingsuren. In <strong>het</strong> dienstverband is <strong>het</strong><br />
bovendien gebruikelijk om de reistijd tussen de weerbaarheidscursussen mee te nemen,<br />
dit omdat de docent vaak meerdere cursussen verzorgt op verschillende lokaties. Over<br />
de vergoeding <strong>van</strong> reiskosten wordt meestal een paragraaf opgenomen.<br />
• Daarnaast zijn er steeds meer individuele scholen die zelf een docent inhuren om<br />
weerbaarheidslessen onder schooltijd te geven. Deze vallen dan onder de CAOonderwijs.<br />
Wanneer de lessen door een free-lancer onder schooltijd gegeven worden, zal vaak<br />
vrijstelling <strong>van</strong> BTW <strong>voor</strong> <strong>het</strong> docentenhonorarium aangevraagd kunnen worden. De<br />
organisatie moet hier de reistijdvergoeding en de reiskosten nog bij optellen. Het<br />
percentage <strong>voor</strong> de coördinator is hier ook nog niet bij inbegrepen.<br />
Bij navraag over de totale kosten <strong>van</strong> een weerbaarheidscursus bleek dat de verschillen<br />
relatief groot zijn. Dit komt onder andere doordat de docent op free-lance basis of in vaste<br />
dienst werkt. Ook worden nogal wat kosten, zoals reiskosten en <strong>voor</strong>bereidingsuren, bij <strong>het</strong><br />
ene project wel en bij <strong>het</strong> ander niet meegerekend.<br />
Om toch een indicatie te geven <strong>van</strong> wat er in <strong>het</strong> werkveld speelt, staan hieronder twee<br />
<strong>voor</strong>beelden <strong>van</strong> cursussen MKP in <strong>het</strong> land:<br />
• Bij een cursus <strong>van</strong> 40 uur, <strong>voor</strong> twee groepen <strong>van</strong> 15 kinderen, met een erkende docent<br />
die op free-lance basis werkt, incl. ouderavond, tussen- en eindevaluatie, plus <strong>het</strong><br />
materiaal zijn de kosten € 1.600,-.<br />
• Een ander project berekent bij een cursus <strong>van</strong> 30 uur € 1.080,- per groep, exclusief<br />
reiskosten (max. € 165,- per cursus).<br />
14
5.2 Inkomsten<br />
Deelnemers aan een cursus weerbaarheid <strong>voor</strong> volwassenen betalen meestal een<br />
cursusprijs. Voor een cursus <strong>van</strong> tien of twaalf lessen <strong>van</strong> anderhalf uur is een cursusprijs<br />
<strong>van</strong> € 95,- gebruikelijk. De inkomsten uit deelnemersbijdragen zijn echter niet<br />
kostendekkend en worden meestal aangevuld met inkomsten uit subsidies.<br />
Bij de meeste MKP's wordt aan de deelnemende school een kleine bijdrage per klas<br />
gevraagd.<br />
5.3 Subsidie<br />
De kosten <strong>voor</strong> een weerbaarheidsproject op een basisschool zijn over <strong>het</strong> algemeen te<br />
hoog om door een basisschool opgebracht te worden. In praktijk wordt <strong>het</strong> grootste<br />
gedeelte <strong>van</strong> de kosten gedragen door andere partijen dan de ont<strong>van</strong>gende school, zoals<br />
de gemeente, GGD, welzijnsinstelling of sportraad.<br />
Het loont dus de moeite om bij de gemeente te informeren naar sportstimuleringsmiddelen,<br />
in <strong>het</strong> kader <strong>van</strong> bijv. welzijn of maatschappelijke integratie.<br />
Instellingen, zoals vrouwenop<strong>van</strong>g, kunnen <strong>voor</strong> weerbaarheidstrainingen subsidie krijgen<br />
bij verschillende fondsen.<br />
Ook bij sportraden, welzijnsinstellingen en GGD's kun je navragen of er een budget<br />
beschikbaar is.<br />
Het Ministerie <strong>van</strong> Justitie heeft stimuleringsgelden beschikbaar gesteld <strong>voor</strong><br />
vervolgprojecten <strong>voor</strong> <strong>het</strong> <strong>voor</strong>tgezet onderwijs. Voor een subsidieaanvraag: zie<br />
www.ministerie<strong>van</strong>justitie.nl. Het aanvraagformulier is ook op te vragen bij <strong>het</strong> ministerie<br />
<strong>van</strong> Justitie, afdeling Criminaliteitspreventie, tel. 070-3706989 of fax 070-3707250 of via email:<br />
m.groeneveld@minjus.nl<br />
15
6. Materiaal<br />
Tijdens <strong>het</strong> geven <strong>van</strong> een weerbaarheidscursus is <strong>het</strong> belangrijk om ook aan de materialen<br />
te denken. Het gaat bij deze cursussen over <strong>het</strong> algemeen om een leerlingenboekje (of bij<br />
volwassenen een naslagwerkje <strong>van</strong> de stof die behandeld is), stootkussens, plankjes, flipovervellen<br />
en dikke stiften. Daarnaast zijn er diverse (bijna gratis of gratis) brochures die in<br />
cursussen gebruikt en uitgedeeld kunnen worden.<br />
6.1 Leerlingenboekje/naslagwerkje<br />
In cursussen <strong>voor</strong> kinderen wordt gebruik gemaakt <strong>van</strong> een leerlingenboekje, waarin de<br />
behandelde onderwerpen besproken worden en waarin opdrachten staan. Veel docenten<br />
hebben dergelijke boekjes tot hun beschikking, omdat ze deze al eerder gebruikt hebben bij<br />
hun lessen. Bij grote MKP's worden dergelijke boekjes vaak centraal gemaakt.<br />
Projecten die zelf materiaal ontwikkeld hebben (methodiek, leerlingenboekjes enz.) staan er<br />
in principe <strong>voor</strong> open dat hun materiaal ook door andere projecten gebruikt wordt (mits er<br />
een bronvermelding plaatsvindt). Een enkele keer wordt daar een kleine vergoeding <strong>voor</strong><br />
gevraagd.<br />
Deelnemers aan cursussen <strong>voor</strong> volwassenen krijgen over <strong>het</strong> algemeen aan <strong>het</strong> eind <strong>van</strong><br />
de cursus een reader, waarin allerlei adressen en tips nog eens samengevat zijn.<br />
6.2 Diploma<br />
De cursussen <strong>voor</strong> kinderen eindigen vaak met een ‘examen’ en een diploma. Dit betekent<br />
dat er formulieren <strong>voor</strong> een schriftelijk examen en een mooi diploma gemaakt moeten<br />
worden. Soms worden ook op de laatste les ouders uitgenodigd en presenteren de<br />
deelnemers wat zij hebben geleerd.<br />
6.3 Stootkussens en plankjes<br />
Er wordt in de les gebruik gemaakt <strong>van</strong> stootkussens en plankjes om door te slaan.<br />
Veel docenten hebben stootkussens in hun bezit, maar bij grotere projecten worden de<br />
kussens vaak aangeschaft door de organiserende instantie (bijv. bij een vechtsportzaak).<br />
Voor iedere cursus zijn minimaal twee stootkussens nodig.<br />
Voor <strong>het</strong> plankje, dat doorgeslagen moet worden, kan men <strong>voor</strong> kindercursussen de<br />
volgende afmetingen gebruiken: 11 x 19 cm en 1,6 cm hoog. Voor volwassenen wordt<br />
meestal een plankje <strong>van</strong> 19 x 19 cm gebruikt. Vurenhout is <strong>het</strong> beste materiaal. De plankjes<br />
zijn op maat te bestellen in iedere doe-<strong>het</strong>-zelfzaak.<br />
6.4 Eigenwijsjes<br />
Een weerbaarheidsdocent kan gebruik maken <strong>van</strong> ‘Eigenwijsjes’. Dit is een setje <strong>van</strong> 52<br />
kaartjes met verschillende teksten: ‘Ik ben tevreden’, ‘Ik kies mijn eigen weg’, ‘Ik leer mijzelf<br />
steeds beter kennen’, ‘Ik ben mooi <strong>van</strong> binnen en <strong>van</strong> buiten’, ‘Ik ben trots op mezelf’ en<br />
nog 47 andere teksten. Het is de bedoeling dat je de kaartjes schudt en en een deelnemer<br />
een kaartje laat trekken. Ze helpen de deelnemers met positief denken en leggen zo de<br />
basis <strong>voor</strong> een goed zelfbeeld.<br />
16
De samenstellers gaan er<strong>van</strong> uit dat toeval niet bestaat en dat je dus <strong>het</strong> kaartje trekt dat<br />
op dat moment bij je past. Ook als je deze uitgangspunten niet deelt, kunnen de kaartjes<br />
een leuk hulpmiddel zijn. De kaartjes zijn bedoeld <strong>voor</strong> kinderen in de basisschoolleeftijd,<br />
maar ook <strong>voor</strong> oudere kinderen en volwassenen zijn er toepassingsmogelijkheden.<br />
Meer informatie over de kaartjes, ervaringen <strong>van</strong> gebruikers (maatschappelijk werkers,<br />
remedial teachers, enz.) en een sjabloon <strong>voor</strong> <strong>het</strong> maken <strong>van</strong> eigen kaartjes is te vinden<br />
op: www.dubbelzes.nl. De kaartjes zijn te bestellen bij: Dubbelzes uitgeverij, tel. 020-<br />
4166343. Ook bij de boekhandel te koop: ISBN 90-807593-1-7. Prijs € 8,95.<br />
6.5 Brochures<br />
Tot slot zijn er diverse brochures (en video’s, vaak met een docentenhandleiding) die in de<br />
les gebruikt kunnen worden. Voor kinderen bestaan bijv. brochures over de kindertelefoon,<br />
pesten en geweld op straat (zie hoofdstuk 8).<br />
17
7. Publiciteit<br />
Om bekendheid te geven aan de weerbaarheidscursus is <strong>het</strong> belangrijk goed na te denken<br />
over publiciteit in relatie tot de beoogde doelgroep.<br />
7.1 Naam en plaats <strong>van</strong> de cursus<br />
De naam <strong>van</strong> de cursus en de plaats waar die gegeven wordt moeten aansprekend zijn<br />
<strong>voor</strong> de doelgroep. Enkele ervaringstips:<br />
• De term ‘zelfverdediging’ impliceert <strong>voor</strong> veel toekomstige cursisten een actievere<br />
cursus dan de term ‘weerbaarheid'.<br />
• ‘Weerbaarheid’ is een naam die met name ouderen minder aanspreekt.<br />
• Kies met name <strong>voor</strong> allochtone en oudere doelgroepen <strong>voor</strong> omschrijvende namen als<br />
‘Blijf er niet <strong>voor</strong> thuis’, ‘Sterk door sport en spel’, ‘Stel je eigen grenzen’.<br />
• Slachtoffers <strong>van</strong> huiselijk en seksueel geweld en mensen die nooit aan sport doen<br />
komen minder snel naar een sportschool dan naar een buurthuis.<br />
7.2 Persbericht, advertentie, folder, poster<br />
Voor cursussen met een open inschrijving kan geworven worden via persberichten,<br />
advertenties in huis-aan-huis-bladen, folders in bibliotheken en buurthuizen en posters in<br />
openbare gelegenheden.<br />
Echter op deze manier zullen specifieke doelgroepen, zoals slachtoffers <strong>van</strong> huiselijk en<br />
seksueel geweld en allochtone vrouwen, onvoldoende bereikt worden. Wanneer een cursus<br />
zich daarop richt, is <strong>het</strong> dus goed om alternatieve publicitaire middelen aan te wenden.<br />
Omdat veel mensen geen goed beeld hebben <strong>van</strong> de inhoud <strong>van</strong> dergelijke cursussen, is<br />
<strong>het</strong> goed altijd een korte omschrijving te geven <strong>van</strong> de oefeningen en doelstellingen. De<br />
docent kan daarbij behulpzaam zijn.<br />
Vaak zullen cursussen in samenwerking met bijv. zelforganisaties, hulpverlening e.d.<br />
aangeboden worden. Vermeldt dergelijke samenwerkingspartners altijd in je publiciteit. Het<br />
helpt om vertrouwen te wekken bij je beoogde doelgroep. Ook een (schriftelijke of<br />
persoonlijke) introductie <strong>van</strong> de activiteit bij belangrijke sleutelfiguren kan helpen bij de<br />
werving.<br />
7.3.. Andere wervingsmethoden<br />
Naast publiciteit blijkt mond-op-mond reclame goed te werken. Veel mensen gaan na<br />
enthousiaste verhalen <strong>van</strong> kennissen op zoek naar een cursus weerbaarheid of<br />
zelfverdediging.<br />
Zorg dat je flyers klaar hebt liggen met informatie over de volgende cursus, die de<br />
cursisten mee kunnen nemen om uit te delen aan geïnteresseerden.<br />
Zoek aansluiting bij bestaande activiteiten <strong>voor</strong> de beoogde doelgroep. Een cursus <strong>voor</strong><br />
ouderen kan bijv. aangeboden worden in samenwerking met Meer Bewegen <strong>voor</strong> Ouderen<br />
(MBvO). Tijdens de MBvO-les wordt een korte introductie gegeven, waarna mensen zich<br />
kunnen inschrijven.<br />
18
8. Aanbevolen literatuur en <strong>voor</strong>lichtingsmateriaal<br />
Verschillende instanties geven boeken en <strong>voor</strong>lichtingsmateriaal uit. De genoemde<br />
brochures kunnen ook in lessen weerbaarheid gebruikt worden. Hieronder volgt een<br />
overzicht <strong>van</strong> <strong>het</strong> bij ons bekende materiaal.<br />
8.1 Informatie <strong>voor</strong> weerbaarheidsprojecten<br />
Kinderen die niet vragen worden overgeslagen: onderzoek naar hulp aan kinderen die<br />
mishandeld of misbruikt zijn<br />
Resultaten <strong>van</strong> onderzoek en behandeling <strong>van</strong> kinderen die slachtoffer zijn <strong>van</strong> (seksuele)<br />
kindermishandeling.<br />
Uitgave <strong>van</strong>: PIT Noord-Brabant, Tilburg, 83 p., tel. 013-5352625<br />
Seksuele intimidatie op school; om<strong>van</strong>g, aard en aanpak <strong>van</strong> ongewenst seksueel gedrag<br />
Door G. Timmerman, C. Bajema en M. Bonink.<br />
Het boek geeft praktisch handvatten <strong>voor</strong> beleid op school of in organisaties. Vooral <strong>voor</strong><br />
vertrouwens- en contactpersonen die zich bezig houden met preventie en begeleiding <strong>van</strong><br />
jongeren.<br />
Risico op kindermishandeling? Een preventieve aanpak<br />
Door W. Hellinckx, H. Grietens, L. Geeraert, G.Moors, V. <strong>van</strong> Assche.<br />
Bevat o.a. een theoretische inleiding over vroegtijdige opsporing, een screeningsschaal en<br />
aanknopingspunten om de hulpverlening aan ouders en kinderen beter af te stemmen op<br />
actuele behoeften.<br />
Uitgeverij Acco, www.uitgeverijacco.nl. Prijs € 19,51.<br />
Mishandeling door kinderen. Doos <strong>van</strong> Pandora?<br />
Door I. Ponjaert-Kristoffersen, M. D’aes, J. Peeters e.a.<br />
Een boek over kinderen en jongeren die ontoelaatbaar agressief gedrag vertonen. Gaat in<br />
op kenmerken, risicofactoren, oorzaken, behandeling en preventie.<br />
Uitgeverij Acco, www.uitgeverijacco.nl. Prijs € 18,59.<br />
Kind in de knel<br />
Brochure over psychische mishandeling en emotionele verwaarlozing <strong>van</strong> kinderen.<br />
Te bestellen bij: NFGV, tel. 030-2971197, www.nfgv.nl.<br />
Handboek MKP<br />
Uitgeverij NIZW, Postbus 19152, 3501 DD Utrecht, tel. 030-2306607, bestel@nizw.nl,<br />
onder bestelnummer E 22723<br />
Video Marietje Kesselsproject, preventie <strong>van</strong> machtsmisbruik<br />
Uitgeverij NIZW, Postbus 19152, 3501 DD Utrecht, tel. 030-2306607, bestelnummer<br />
E224031, bestel@nizw.nl<br />
Brochure Marietje Kesselsproject<br />
Uitgeverij NIZW, Postbus 19152, 3501 DD Utrecht, tel. 030-2306607, bestelnummer<br />
E224032, bestel@nizw.nl<br />
19
Als er iets naars is gebeurd<br />
Lessenserie weerbaarheid <strong>voor</strong> de basisschool, door Elza <strong>van</strong> Dorsser-Benne en Trudy<br />
<strong>van</strong> Harten. Deze lessenserie is opgezet als hulpmiddel <strong>voor</strong> leerkrachten die te maken<br />
krijgen met een kind dat seksueel misbruikt is.<br />
Uitgegeven door S&O, stichting <strong>voor</strong> opvoedingsondersteuning, www.senosh.nl.<br />
Lespakket ‘Geweld op straat’'<br />
Voor kinderen uit de bovenbouw <strong>van</strong> <strong>het</strong> <strong>voor</strong>tgezet onderwijs en <strong>het</strong> gehele MBO. Het<br />
bestaat uit een brochure, twee stickers, twee verschillende posters en een<br />
docentenhandleiding.<br />
Te bestellen bij: Zorn Uitgeverij BV, tel. 071-5149141<br />
Seksespecifiek werken: een lespakket <strong>voor</strong> onderwijs en training<br />
Dit pakket bestaat uit een film en een werkboek. In de film worden praktijk<strong>voor</strong>beelden<br />
gegeven over hoe rekening gehouden kan worden met de sekse <strong>van</strong> leerlingen en cliënten<br />
en de invloed <strong>van</strong> de sekse <strong>van</strong> de professional. Ook aandacht <strong>voor</strong> technieken, valkuilen<br />
en knelpunten. Het werkboek beschrijft methodisch principes en werkvormen.<br />
Te bestellen bij: Trans-act via e-mail: distributie@transact.nl. Prijs € 75,-. Meer informatie<br />
op www.transact.nl.<br />
Brochures <strong>van</strong> <strong>het</strong> Ministerie <strong>van</strong> Justitie<br />
Ook <strong>het</strong> Ministerie <strong>van</strong> Justitie geeft twee brochures uit die wellicht rele<strong>van</strong>t zijn: ‘Seksueel<br />
geweld’ en ‘Op eigen kracht’.<br />
De brochure ‘Seksueel geweld’ geeft een omschrijving <strong>van</strong> de juridische definitie <strong>van</strong><br />
seksueel geweld en rol <strong>van</strong> politie en justitie als je aangifte of melding doet. Ook staat er<br />
informatie in over mogelijke schadevergoeding en de kosten <strong>van</strong> een gerechtelijke<br />
procedure. Je kunt de brochure gebruiken bij <strong>het</strong> <strong>voor</strong>bereiden <strong>voor</strong> een lesonderdeel over<br />
aangifte. Doordat alle feitelijke informatie in de brochure staat (die de deelnemers na afloop<br />
<strong>van</strong> die les mee naar huis mogen nemen), hoeft de lesgever slechts weinig tijd te besteden<br />
aan informatieoverdracht en kan de rest <strong>van</strong> de gereserveerde tijd besteden aan<br />
afwegingen of je wel of geen aangifte doet.<br />
De brochure ‘Op eigen kracht’ gaat over geweld binnen een relatie. Het geeft een korte<br />
uitleg over de geweldsspiraal en vervolgens wat je kunt doen om weg te gaan.<br />
Beide brochures zijn (gratis) te bestellen bij: Postbus 51 Informatiedienst, tel. 0800-8051, of<br />
bij <strong>het</strong> Ministerie <strong>van</strong> Justitie, Afdeling In- en externe communicatie, Postbus 20301, 2500<br />
EH Den Haag.<br />
Protocol Vermoeden kindermishandeling<br />
Bestemd <strong>voor</strong> docenten in <strong>het</strong> <strong>voor</strong>tgezet onderwijs geeft dit protocol een stappenplan dat<br />
gebruikt kan worden bij een vermoeden <strong>van</strong> kindermishandeling en een aantal bijlages met<br />
onder meer informatie over de Raad <strong>voor</strong> de Kinderbescherming en <strong>het</strong> AMK, een<br />
liteartuurlijst en een signalenlijst <strong>voor</strong> kinderen 12-18 jaar.<br />
Dit protocol is een aangepaste versie <strong>van</strong> <strong>het</strong> protocol <strong>van</strong> de GGD Zuid-Holland Noord,<br />
S&O en AMKP. Te bestellen bij de GGD Fryslân, Postbus 612, 8901 BK Leeuwarden, tel.<br />
058 2334334, www.ggdfyslan.nl.<br />
Websites:<br />
• www.kindindeknel.nl<br />
• www.kinderrechten.nl<br />
• www.rechten<strong>van</strong><strong>het</strong>kind.nl<br />
• www.kinderbescherming.nl<br />
• www.jeugdinformatie.nl<br />
• www.pesten.pagina.nl<br />
• www.sociaalemotioneel.nl<br />
20
8.2 Informatie speciaal <strong>voor</strong> kinderen<br />
Praat maar, bel maar<br />
Voor kinderen kun je de brochure ‘Praat maar, bel maar’ <strong>van</strong> <strong>het</strong> Landelijk Overleg<br />
Kindertelefoons gebruiken. De brochure geeft op een leuke en kleurige manier weer waar<br />
je te kindertelefoon <strong>voor</strong> kunt bellen en is gericht op kinderen in de hoogste klassen <strong>van</strong> de<br />
basisschool. Leuk om uit te delen op je les over hulp vragen!<br />
Deze brochure is gratis, maar je moet wel verzendkosten betalen. Zorn Uitgeverij, tel. 071-<br />
5149141.<br />
Horen, zien en niet meer zwijgen<br />
Deze brochure gaat over pesten en is bedoeld <strong>voor</strong> zowel kinderen in de hoogste klassen<br />
<strong>van</strong> de basisschool als de iets oudere kinderen. De brochure vertelt over de effecten <strong>van</strong><br />
pesten en maakt onderscheid tussen degenen die worden gepest, de pesters en de<br />
zwijgende groep. Vervolgens worden er strategieën gegeven <strong>van</strong> manieren <strong>van</strong> omgaan<br />
met pesten. Er staan veel <strong>voor</strong>beelden in. Het geven <strong>van</strong> een les over pesten is altijd<br />
moeilijk, maar in deze brochure heb ik voldoende handvatten gevonden <strong>voor</strong> een goede<br />
aanpak.<br />
Ook deze brochure is gratis aan te vragen bij Zorn Uitgeverij, tel. 071-5149141 (wel<br />
verzendkosten).<br />
Websites <strong>voor</strong> kinderen:<br />
• www.kindermishandeling.nl<br />
• www.pesten.pagina.nl<br />
• www.goetfoud.nl<br />
• www.kindertelefoon.nl<br />
21
9. Geraadpleegde literatuur<br />
Evaluatie ‘Kom op <strong>voor</strong> jezelf’<br />
door Clothilde Bun. Intern rapport. Tel. 010-4339611.<br />
Je verweren kun je leren<br />
Regioplan Onderwijs en Arbeidsmarkt. Leidsegracht 105a,1017 ND Amsterdam, tel. 020 -<br />
6253377. Ook te downloaden op www.minjus.nl<br />
Handboek MKP<br />
Uitgeverij NIZW, Postbus 19152, 3501 DD Utrecht, tel. 030-2306607, bestel@nizw.nl,<br />
onder bestelnummer E 22723<br />
<strong>Handleiding</strong> lesgeven aan jongens<br />
Uitgave <strong>NISB</strong>, tel. 026-4833800, info@nisb.nl of www.weerbaarheid.nisb.nl<br />
Inventarisatie MKP 2001/2002 en 2002/2003<br />
Uitgave <strong>NISB</strong>, tel. 026-4833800, info@nisb.nl of www.weerbaarheid.nisb.nl<br />
Klare taal, nieuwsbrief, jaargangen 2002, 2003 en 2004<br />
Uitgave <strong>NISB</strong>, tel. 026-4833800 (Marian Rijntjes), info@nisb.nl of www.nisb.nl<br />
Nieuwsberichten <strong>NISB</strong><br />
Uitgave <strong>NISB</strong>, tel. 026-4833800, info@nisb.nl of www.nisb.nl<br />
22
Bijlage 1. Seksuele <strong>voor</strong>lichting<br />
In ieder weerbaarheidsproject zal seksuele intimidatie en seksueel misbruik besproken<br />
worden. In principe wordt in de bestaande lesprogramma's <strong>voor</strong> kinderen er<strong>van</strong> uitgegaan<br />
dat zij al seksuele <strong>voor</strong>lichting hebben gehad. Het is dus belangrijk <strong>voor</strong> de start <strong>van</strong> de<br />
cursus na te gaan of de kinderen al seksueel <strong>voor</strong>gelicht zijn. Wanneer dat niet zo is, dan<br />
kan je hiermee rekening houden bij de invulling <strong>van</strong> de lessen en seksuele <strong>voor</strong>lichting<br />
inbouwen.<br />
Ook is <strong>het</strong> belangrijk te achterhalen welke woorden en termen gebruikelijk zijn. Dat geldt<br />
ook <strong>voor</strong> volwassener doelgroepen.<br />
Een <strong>voor</strong>beeld<br />
In <strong>het</strong> Handboek MKP wordt in één <strong>van</strong> de lessen <strong>het</strong> volgende verhaaltje gebruikt. In dit<br />
verhaaltje wordt expliciet verteld wat Kim is overkomen.<br />
‘Zal ik je helpen?’ ‘Helpen? Waarmee?’ ‘Nou met aankleden natuurlijk.’ Hij draaide zich om<br />
en deed de deur op slot. ‘Ik kan me heus wel alleen aankleden, hoor. Ik doe <strong>het</strong> toch altijd<br />
zelf?’ Kim vond <strong>het</strong> maar raar. ‘Met ons tweeën is <strong>het</strong> toch veel gezelliger’, zei oom Evert<br />
en haalde zijn kleren uit zijn tas. Toen hij zijn zwembroek uitdeed, wist Kim niet waar ze<br />
moest kijken. Zijn piemel stond helemaal omhoog! En toen kwam-ie ook nog tegen haar<br />
aan staan! ‘Hier is <strong>het</strong> veel te klein <strong>voor</strong> twee mensen en er zijn toch nog een heleboel<br />
hokjes vrij?’ Dat had Kim nog gezegd. Maar eigenlijk had ze toen wel begrepen dat oom<br />
Evert per se bij haar wilde zijn. Net als die middag in <strong>het</strong> diepe... Hij vertelde haar hoe lief<br />
hij haar wel niet vond en zei dat ze niet flauw moest doen… en dat <strong>het</strong> een geheimpje was<br />
tussen hun tweeën, dat niemand <strong>het</strong> ooit te weten mocht komen. Hij had haar vastgepakt<br />
en de hele tijd tegen zich aangedrukt en kusjes gegeven en had gekreund…<br />
Woordkeuze<br />
Niet ieder project zal dit stuk zo letterlijk gebruiken. Woordkeuze kan besproken worden<br />
met de school of opdrachtgever. Enkele argumenten om vóór expliciet woordgebruik te<br />
kiezen zijn:<br />
• Kinderen weten nu precies wat er bedoeld wordt met seksuele intimidatie en seksueel<br />
misbruik en zullen niet meer in onwetendheid zitten of bepaalde handelingen nu wel of<br />
niet ‘mogen’.<br />
• Kinderen die misbruikt zijn, weten nu hoe ze dit kunnen beschrijven en gaan geen<br />
verkeerde beschrijving geven, omdat ze een bepaald woord niet willen zeggen.<br />
• Omdat ze precies begrijpen wat er <strong>voor</strong>gevallen is, zullen ze zich waarschijnlijk minder<br />
schamen om hun eigen ervaringen te vertellen en durven ze hier eerder <strong>voor</strong> uit te<br />
komen.<br />
Argumenten om de woordkeuze aan te passen kunnen liggen in de religieuze achtergrond<br />
<strong>van</strong> een school (een streng christelijke of islamitische school) of omdat de ouders en de<br />
docenten tegen <strong>het</strong> woordgebruik zijn.<br />
Cursussen <strong>voor</strong> leerkrachten<br />
Het is dus wenselijk dat de school <strong>het</strong> onderwerp 'seksuele <strong>voor</strong>lichting' al heeft behandeld<br />
<strong>voor</strong>dat de cursus begint.<br />
• Sommige coördinerende instellingen bieden een premodule aan op <strong>het</strong> gebied <strong>van</strong><br />
seksuele <strong>voor</strong>lichting.<br />
• Als er nog helemaal geen ervaring is op dit gebied, dan kan verwezen worden naar<br />
‘Beginnen met seksuele <strong>voor</strong>lichting’. Dit is een driedaagse cursus waar onder andere<br />
uitgebreid aandacht aan de seksuele vorming <strong>van</strong> kinderen <strong>van</strong> 4 tot 12 jaar wordt<br />
besteed en hoe je een lesprogramma binnen de school kunt introduceren.<br />
Meer informatie: www.nigz.nl/cenc/index/.<br />
23
Bijlage 2. Kindermishandeling<br />
In een MKP kan men in een groep verwaarloosde, mishandelde of misbruikte kinderen<br />
aantreffen. Eén <strong>van</strong> de taken <strong>van</strong> de preventiewerker is <strong>het</strong> signaleren <strong>van</strong><br />
grensoverschrijdend gedrag. Hij/zij heeft geen hulpverlenende, maar ‘slechts’ een<br />
doorverwijzende taak. Hieronder staan de stappen waar de preventiewerker een rol in kan<br />
spelen.<br />
Protocol<br />
Veel scholen hebben al een stappenplan of protocol <strong>voor</strong> de aanpak <strong>van</strong> kindermishandeling.<br />
Zorg er<strong>voor</strong> dat je op de hoogte bent <strong>van</strong> <strong>het</strong> bestaan en de globale inhoud<br />
<strong>van</strong> een dergelijk protocol.<br />
Signaleren<br />
Voor een juiste interpretatie <strong>van</strong> de signalen en <strong>het</strong> trekken <strong>van</strong> verantwoorde conclusies<br />
kan de preventiewerker onder meer de volgende kenmerken en gedragingen opmerken:<br />
• Onverklaarbare blauwe plekken en kneuzingen<br />
• Slechte verzorging <strong>voor</strong> wat betreft kleding, hygiëne en eten<br />
• Ontwikkelingsachterstand<br />
• Vermoeidheid en lusteloosheid<br />
• Extreem zenuwachtig, gespannen of angstig<br />
• Teruggetrokken of kinderlijk gedrag<br />
• Snel straf verwachten<br />
• Veel aandacht vragen<br />
• Gering gevoel <strong>van</strong> eigenwaarde<br />
• Niet leeftijdsadequate kennis <strong>van</strong> of omgang met seksualiteit<br />
• Houterige manier <strong>van</strong> bewegen<br />
• Apathie of teruggetrokken in een fantasiewereld<br />
• Agressief gedrag<br />
• Veel schoolverzuim zonder duidelijke reden<br />
• Geïsoleerd <strong>van</strong> medeleerlingen<br />
• Angst- of schrikreacties bij onverwacht lichamelijk contact<br />
Als je een vermoeden hebt<br />
• Inventariseer gegevens rond dit vermoeden.<br />
• Zoek naar onderbouwing.<br />
• Let extra op kind en ouders.<br />
Overleg<br />
• Bespreek je onderbouwde vermoeden met de leerkracht <strong>van</strong> de groep. Is dit niet<br />
mogelijk, dan kun je <strong>het</strong> probleem ook met de directie, een schoolarts of een<br />
vertrouwenspersoon bespreken.<br />
• Verzamel eventueel extra gegevens.<br />
• Bespreek strategie en taakverdeling.<br />
• Consulteer eventueel <strong>het</strong> Advies- en Meldpunt Kindermishandeling (AMK).<br />
• Maak een plan <strong>van</strong> aanpak.<br />
Vervolg<br />
Het verdere verloop <strong>van</strong> <strong>het</strong> probleem moet je overlaten aan de school. NB Iedereen kan bij<br />
een vermoeden <strong>van</strong> kindermishandeling contact opnemen met een Advies- en Meldpunt<br />
Kindermishandeling (AMK).<br />
24
Bijlage 3. Cijfers over kindermishandeling<br />
• 54 kinderen onder de 5 jaar sterven per jaar aan ongevallen in de privé-sfeer.<br />
• 50 tot 80 kinderen sterven per jaar aan een vorm <strong>van</strong> kindermishandeling.<br />
• 80% <strong>van</strong> de TBS-patiënten in <strong>het</strong> Pieter Baan Centrum is in de jeugd emotioneel<br />
verwaarloosd, mishandeld of seksueel misbruikt.<br />
• 70% <strong>van</strong> de jeugdige zedendelinquenten in Harreveld is zelf seksueel misbruikt.<br />
• Bij meer dan 66% <strong>van</strong> de harddrugsverslaafden wordt emotionele verwaarlozing in de<br />
jeugd als oorzaak gezien.<br />
• 53% <strong>van</strong> de kinderen in internaten en jeugdhulpverlening is mishandeld, verwaarloosd of<br />
misbruikt.<br />
• In Nederland wordt elke dag een kind geboren met een foetaal alcoholsyndroom.<br />
• Bij 30% <strong>van</strong> de kinderen bij de kinderbescherming speelt alcohol een rol.<br />
• Bij 50 tot 70% <strong>van</strong> de incestgezinnen speelt alcohol een rol.<br />
• 17% <strong>van</strong> de kindermishandeling vindt plaats onder invloed <strong>van</strong> alcohol.<br />
• De kosten <strong>van</strong> kindermishandeling zijn € 1,5 tot € 2,5 miljard per jaar.<br />
Bron: Klare Taal, jaargang 2, nummer 2 en 3 2003<br />
25
Bijlage 4. Evaluatie starterskit<br />
1. Hoe beoordeelt u de starterskit in zijn algemeenheid?<br />
goed<br />
voldoende<br />
slecht<br />
2. Is de gegeven informatie per hoofdstuk volledig of is een onderdeel niet uitgebreid genoeg<br />
behandeld of mist u een onderdeel?<br />
Hoofdstuk 1: definitie <strong>van</strong> weerbaarheid<br />
volledig<br />
niet uitgebreid genoeg behandeld .....................................................................................<br />
niet volledig, ik mis .....................................................................................<br />
Hoofdstuk 2: bestaande weerbaarheidsprojecten<br />
volledig<br />
niet uitgebreid genoeg behandeld .....................................................................................<br />
niet volledig, ik mis .....................................................................................<br />
Hoofdstuk 3: zelf een weerbaarheidsproject organiseren<br />
volledig<br />
niet uitgebreid genoeg behandeld .....................................................................................<br />
niet volledig, ik mis .....................................................................................<br />
Hoofdstuk 4: docenten en opleidingen<br />
volledig<br />
niet uitgebreid genoeg behandeld .....................................................................................<br />
niet volledig, ik mis .....................................................................................<br />
Hoofdstuk 5: projectkosten en inkomsten<br />
volledig<br />
niet uitgebreid genoeg behandeld .....................................................................................<br />
niet volledig, ik mis .....................................................................................<br />
Hoofdstuk 6: materiaal<br />
volledig<br />
niet uitgebreid genoeg behandeld .....................................................................................<br />
niet volledig, ik mis .....................................................................................<br />
Hoofdstuk 7: publiciteit<br />
volledig<br />
niet uitgebreid genoeg behandeld .....................................................................................<br />
niet volledig, ik mis .....................................................................................<br />
26
Hoofdstuk 8: aanbevolen literatuur en <strong>voor</strong>lichtingsmateriaal<br />
volledig<br />
niet uitgebreid genoeg behandeld .....................................................................................<br />
niet volledig, ik mis .....................................................................................<br />
3. Mist u naast de bestaande hoofdstukken nog informatie over bepaalde onderwerpen?<br />
nee<br />
ja, ik mis informatie over de volgende onderwerpen:<br />
1. ..............................................................................................................................................<br />
2. ..............................................................................................................................................<br />
3. ..............................................................................................................................................<br />
4. Heeft u zelf extra informatie verzameld, die in de starterskit opgenomen kan worden?<br />
Zo ja, wilt u die dan mailen naar: berendineke.steenbergen@nisb.nl (o.v.v. starterskit)<br />
of meesturen met dit formulier.<br />
Formulier retourneren aan:<br />
<strong>NISB</strong><br />
T.a.v. Berendineke Steenbergen<br />
Postbus 32<br />
6800 AA ARNHEM<br />
27