FLAMC 1309 PDF-bestanden - Flamco

flamcogroup.com

FLAMC 1309 PDF-bestanden - Flamco

1

3

5

7

9

Flamco

4

2

6

8

Toepassing

Flexcon expansievaten zijn bestemd voor gesloten centrale verwarmingsinstallaties

met een maximale aanvoertemperatuur van 120°C en een maximale werkdruk volgens

het etiket op het vat. De centrale verwarmingsinstallatie dient volgens de meest recente

regels der techniek aangelegd te zijn.

Voor de montage

Men dient er op te letten dat de voordruk van het Flexcon expansievat gelijk is aan de

berekende voordruk. De installatie dient te zijn voorzien van een Prescor veiligheidsventiel.

De openingsdruk van dit veiligheidsventiel dient te worden gekozen in overeenstemming

met de maximale werkdruk van de centrale verwarmingsinstallatie. Voorts

dient een Flexcon manometer of manothermometer ingebouwd te worden, welke in

overeenstemming is met het drukbereik van de centrale verwarmingsinstallatie.

De installatie doorspoelen (nooit via het veiligheidsventiel).

De installatie door afpersen op eventuele lekkages kontroleren.

Montage Flexcon en toebehoren

1. Flexcon expansievat

Het expansievat in de retour zo dicht mogelijk bij de ketel plaatsen, bij voorkeur

aan de zuigzijde van de pomp. Het vat zo monteren dat het water erin niet mee kan

circuleren. Aanbevolen wordt bij montage van Flexcon vaten 2 t/m 25 liter, verticaal

met de wateraansluiting naar boven, een Flexfast snelkoppeling 3 ⁄4 te gebruiken.

2. Prescor veiligheidsventiel

Let op de pijl van de uitstroomrichting. Het ventiel op de ketel of in de aanvoer zo

dicht mogelijk bij de ketel monteren, nooit in de retourleiding of onder het hoogste

punt van de ketel. Op de afvoer van het ventiel een trechter monteren.

3. Flexcon manometer en manothermometer

Bij voorkeur op de ketel monteren. Hoogteverschil tussen manometer en Flexcon

vat zo klein mogelijk houden.

4. Flamcovent of Flexair luchtafscheider

Deze dient altijd horizontaal ingebouwd te worden, bij voorkeur direct na de ketel,

aan de zuigzijde van de pomp.

5. Flexvent of Flexvent Super vlotterontluchter

Het verdient aanbeveling om op die punten van de installatie, waar zich lucht kan

verzamelen een Flexvent of Flexvent Super vlotterontluchter te monteren.

In bedrijf stellen

6. Instellen manometer of manothermometer

De verstelbare rode wijzer op de gecorrigeerde voordruk van het vat instellen.

(Gecorrigeerde voordruk = voordruk vat plus of minus het hoogteverschil tussen

manometer en vat).

7. Openen ontluchtingspunten

Alvorens de installatie te vullen moeten de aangebrachte ontluchtingspunten

geopend worden.

8 . Het ontluchten van de leiding naar het expansievat

De expansieleiding dient goed ontlucht te worden.

9. Het vullen van de installatie

De installatie langzaam vullen. Tijdens het vullen ontluchten via de ontluchtingspunten.

De vuldruk ter plaatse van het vat dient 0,2 bar (atm.) hoger te zijn dan de

voordruk van het vat. (Zie ingestelde rode wijzer).

10. Voor de eerste maal opstoken

De installatie gedurende een halve dag zo hoog mogelijk opstoken en regelmatig

ontluchten.

11. Het navullen van de installatie

Zodra de watertemperatuur is gedaald tot ± 50°C de installatie bijvullen tot 0,5 bar

(atm.) boven de voordruk van het vat. (Zie ingestelde rode wijzer). De vulslang dient

eerst goed ontlucht te worden.

12. Demontage Flexcon expansievat

Bij demontage van het Flexcon expansievat dient de temperatuur van het water

van de centrale verwarmingsinstallatie lager dan 35°C te zijn (in verband met verbrandingsgevaar).

De expansieleiding dient drukloos te worden gemaakt.

NL 1309


Flexco

aanslu

groep

© Flamco b.v. - Gouda - Holland

More magazines by this user
Similar magazines