Installatiehandleiding - Flamco

flamcogroup.com

Installatiehandleiding - Flamco

Algemeen

Flamco b.v.

Postbus 115

2800 AC Gouda

Telefoon: 0182 591800

info@flamco.nl

18501900 Uitgave 2005 / NL

FLEXCON-PRO GEBRUIKS- EN MONTAGEHANDLEIDING

Flamco

Flexcon-PRO membraandrukvaten vervullen, wanneer deze de correcte afmetingen hebben

en aangesloten zijn op gesloten verwarmingssystemen, de volgende taken:

■ opname van het expansievolume tijdens opwarming van de installatie;

■ opslag van een watervoorraad, die indien nodig weer naar de installatie kan worden

teruggevoerd, bijvoorbeeld bij afkoeling of bij lekverliezen;

■ instandhouding van een minimale overdruk in het systeem (drukbehoud).

Water en drukgas worden in Flexcon-PRO membraandrukvaten gescheiden door middel van

een vervangbaar membraan van hoogwaardig butylrubber. Bij de afmetingen 200 l tot 370 l

bevindt het water zich in het membraan en stikstof resp. 100% olievrije, gedroogde perslucht

in het vat. Bij de afmetingen 430 l tot 1.000 l bevindt het water zich in het vat en stikstof resp.

100% olievrije, gedroogde perslucht in het membraan.

Toepassingsgebied

Flexcon-PRO membraandrukvaten worden in de standaarduitvoeringen als volgt geleverd:

Inhoud: 200 l tot 1.000 l.

Maximaal toegestane bedrijfstemperatuur: 120 °C.

Maximaal toegestane continue temperatuurbelasting in het membraan: 70 °C.

Maximaal toegestane bedrijfsoverdruk: 6 bar.

Testoverdruk: 9,5 bar.

Alle vaten zijn voorzien van een vervangbaar membraan. In de vatafmetingen 770 l tot 1.000 l

wordt het membraan ondersteund door een binnenbodem. De gebruiksparameters dienen

beslist te worden aangehouden, overschrijdingen zijn niet toegestaan. De configuratie van de

vaten is in overeenstemming met richtlijn 97/23/EG inzake drukapparatuur en richt zich naar

de Duitse AD-informatiebladen. Afhankelijk van speciale gebruiksomstandigheden wordt de

corrosietoeslag in de sterkteberekening van de standaarduitvoeringen kleiner dan 1 mm

gekozen. Indien de corrosietoeslag 1 mm of groter dient te zijn, moet dit afzonderlijk worden

besteld.

Een EG-keuringsrapport van het proefmodel voor Flexcon-PRO membraandrukvaten is

beschikbaar. Het typeschild van de vaten is voorzien van het keurteken van de genoemde

keuringsinstantie CE 0045, waaruit blijkt dat de drukvaten zijn onderworpen aan een

conformiteitsbeoordeling volgens artikel 10 van richtlijn 97/23/EG van het Europees Parlement

en de Raad voor harmonisatie van de wettelijke voorschriften van de lidstaten. De lidstaten

van de EG mogen het in het verkeer brengen en het in gebruik nemen van vaten onder de

door de fabrikant vastgelegde voorwaarden niet verbieden, beperken of belemmeren op

basis van drukgerelateerde risico's.

Inbouwvoorschriften, inspectievoorzieningen, veiligheidstechnische

maatregelen voor het gebruik

Flexcon-PRO membraandrukvaten worden liggend op pallets compleet gemonteerd geleverd.

De vaten dienen in gesloten, vorstvrije ruimten zo te worden geplaatst, dat deze te allen tijde

probleemloos kunnen worden onderhouden, gecontroleerd en gebruikt. De minimale afstanden

voor de inbouw van de afzonderlijke vaten dienen overeenkomstig de plaatselijke omstandigheden

tijdens de planning resp. installatie te worden vastgelegd. De plaatsingsoppervlakken

dienen zo te worden uitgevoerd, dat een stabiele opstelling is gewaarborgd en in stand kan

worden gehouden. De systeemaansluiting aan het vat (R1 onder aan de bodem) dient ter

plaatse op het verwarmingssysteem te worden aangesloten.

Het vat dient van de verwarmingsinstallatie te kunnen worden afgesloten, waarbij de afsluiter

adequaat moet zijn beveiligd tegen onbedoeld sluiten (bijvoorbeeld kapventiel). Tussen het

expansievat en de afsluiter dient een aftapvoorziening voor het vat te worden aangebracht.

Eén of meerdere warmteopwekkers kunnen met één of meerdere expansievaten worden

uitgerust.

De vaten zijn op basis van praktijkervaringen en in navolging van de geldende Duitse normen

voorzien van reinigings- en inspectieopeningen.

1


18501900 Uitgave 2005 / NL

FLEXCON-PRO GEBRUIKS- EN MONTAGEHANDLEIDING

Flamco

Vóór ingebruikneming van het Flexcon-PRO membraandrukvat geen water vullen resp. het

vat van het net afgesloten laten (kapventiel gesloten). De gasinlaatdruk wordt op basis van de

bestelinformatie door de fabrikant ingesteld. Indien de gewenste inlaatdruk niet is aangegeven,

bedraagt de gasinlaatdruk in levertoestand 2,5 bar. Een te hoge of te lage gasinlaatdruk

belemmert de werking van het Flexcon-PRO membraandrukvat. Na controle van de

gasinlaatdruk bij gesloten kapventielen wordt de verwarmingsinstallatie gevuld en ontlucht.

Via de vul- en aftapkraan in de expansieleiding wordt het drukvat met de vereiste hoeveelheid

water gevuld. De te vullen hoeveelheid water dient, ter compensatie van lekverliezen, ten

minste 0,5 (volgens DIN 4807/2 0,5% < v < 1,0%) van de waterinhoud van de installatie

te bedragen. De vereiste vuldruk, waarmee het Flexcon-PRO membraandrukvat in koude

toestand van de installatie aan de waterzijde moet worden gevuld, wordt als volgt berekend:

(inlaatdruk + 1) x nominaal volume drukvat = (....... - 1) = .......bar overdruk

Nominaal volume drukvat - watervulling

Na instelling van de exacte inlaatdruk voor de installatie kan het kapventiel naar de installatie

worden geopend.

Veilig gebruik van Flexcon-PRO membraandrukvaten in bestaande installaties voor warmteopwekking

vereist, dat deze adequaat tegen overschrijding van de toegestane voorlooptemperatuur

en de toegestane bedrijfsdruk zijn beveiligd. De belangrijkste voorwaarden

daarvoor zijn:

■ Elke warmteopwekker moet ter aanpassing van de verwarming aan het warmteverbruik zijn

voorzien van een geschikte temperatuurregelaar;

■ Elke indirect verwarmde warmteopwekker moet zijn voorzien van een geschikte bewaker

van de veilige temperatuur met eigen sensor;

■ Elke direct verwarmde warmteopwekker moet zijn voorzien van een geschikte begrenzer

van de veilige temperatuur met eigen sensor;

■ De aanwezige warmteopwekkers moeten met veiligheidskleppen beveiligd zijn tegen

overschrijding van de toegestane bedrijfsdruk. Hiervoor mogen per warmteopwekker ten

hoogste drie veiligheidskleppen worden gebruikt. Deze dienen op gemakkelijk toegankelijke

plaatsen te worden aangebracht, en wel op het hoogste punt van de warmteopwekker of

in de directe nabijheid daarvan in de voorloopleiding;

■ Elke warmteopwekker, die boven 3 bar is beveiligd of meer dan 350 kW nominale warmtekracht

heeft, dient van een drukbegrenzer te worden voorzien. De drukbegrenzers dienen

zo te worden ingesteld, dat deze inschakelen voordat de veiligheidskleppen inschakelen;

■ Aanvullende nationale voorschriften betreffende de temperatuur- en drukbeveiliging bij het

gebruik van Flexcon-PRO membraandrukvaten dienen te worden opgevolgd.

Installaties voor warmteopwekking mogen uitsluitend door gespecialiseerde ondernemingen

worden gefabriceerd. Vóór de eerste ingebruikneming dient de installatie voor warmteopwekking

te worden gecontroleerd op de voorschriftmatige toestand van de warmteopwekkers en de

verwarming, en dient de veiligheidstechnische uitrusting tot in detail te worden gecontroleerd

op overeenstemming met de voorschriften uit de nationale regelgeving. Deze controle wordt

in Duitsland uitgevoerd door een expert of deskundige, in andere landen dienen hiervoor

nationale voorschriften te worden opgevolgd. Voor de voorschriftmatige afname en ingebruikneming

is de fabrikant resp. de gebruiker van de installatie verantwoordelijk.

Overige gevaren

Overige gevaren als gevolg van het gebruik van Flexcon-PRO membraandrukvaten zijn

mogelijk door:

Ondeskundige montage, zich niet houden aan de gebruiksparameters, gebruik van de vaten

voor een ander dan het beoogde doel.

Niet opvolgen van de veiligheidsbepalingen betreffende installaties voor warmteopwekking.

Montage- en onderhoudswerkzaamheden aan membraandrukvaten mogen uitsluitend worden

uitgevoerd wanneer de gas- en waterruimten drukloos zijn.

Let op! Het water in de vaten heeft onder normale omstandigheden een temperatuur tot 70 °C,

bij niet voorschriftmatig gebruik kan deze hoger zijn. Gevaar voor verbranding.

Vaten tijdens gebruik niet onbeschermd aanraken, de temperatuur van de wand is hoger

dan 50 °C.

2


18501900 Uitgave 2005 / NL

FLEXCON-PRO GEBRUIKS- EN MONTAGEHANDLEIDING

Flamco

Onderhoud en periodieke controle

De fabrikant van een installatie voor warmteopwekking dient voor de installatie een bedrijfsen

onderhoudshandleiding op te stellen, met alle voor een betrouwbare werking van de

veiligheidstechnische uitrusting noodzakelijke gegevens, en het origineel samen met de

betreffende afnemer, die de eerste ingebruikneming heeft uitgevoerd, te ondertekenen.

Voor de Flexcon-PRO membraandrukvaten zijn de termijnen voor de periodieke controles als

volgt vastgelegd:

■ Uitwendige controle: jaarlijks

■ Inwendige controle: elke 5 jaar

■ Waterdrukcontrole: elke 10 jaar

■ Deze controles worden uitgevoerd door de in het betreffende land voorgeschreven personen,

hierbij dienen nationale voorschriften met prioriteit te worden behandeld.

3

More magazines by this user
Similar magazines