Strategie - TNO

tno.nl

Strategie - TNO

Op 6 april van dit jaar heeft TNO haar

Strategisch Plan 2007-2010, getiteld

‘Verbonden door Vernieuwing’, aangeboden

aan minister Maria van der Hoeven

van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, in

het kabinet penvoerend minister voor TNO. In

het Plan noemt TNO een vergroting van haar

eigen impact dé uitdaging die met het voorgenomen

beleid kan worden gerealiseerd.

Inmiddels heeft het kabinet zijn standpunt

over het Strategisch Plan bepaald, en de

vraag aan minister Van der Hoeven is dan ook

hoe realistisch het Plan in dit opzicht volgens

haar is.

‘De departementen zitten op dit moment in

een complex proces om, samen met maatschappelijke

organisaties, de toekomstige

kennisvragen op tafel te krijgen’, aldus de minister.

‘Ik vind het heel belangrijk dat er goed

wordt nagedacht over die kennisvragen. Ik

vind het ook belangrijk dat TNO daar vervolgens

flexibel op inspeelt. Ik heb daar alle

vertrouwen in. Dus als u mij vraagt of ik het

plan realistisch vind, en of ik denk dat TNO

hiermee haar impact kan versterken, dan is

het antwoord volmondig “ja”.’

In het Strategisch Plan 2007-2010 sluit TNO

aan bij de thema’s van het strategisch overheidsbeleid.

Ook Van der Hoeven ziet wat dat

betreft een rol voor TNO weggelegd: ‘TNO

zegt dat zij wil bijdragen aan een veilig en

een sociaal en economisch gezond Nederland

en noemt daarbij zaken zoals veiligheid, het

functioneren van de rechtsstaat, innovatie

en een flexibele arbeidsmarkt, leefbaarheid

enzovoorts. De bijdrage die TNO hieraan kan

leveren is kennis, kennis en nog eens kennis.

Dát is de rol die TNO kan en moet spelen bij

het realiseren van de doelstellingen van het

strategisch overheidsbeleid: de kennis leveren

die nodig is in antwoord op de vragen van

economie en samenleving. Daarin ligt ook de

kracht van TNO.’

Om die reden vindt de minister het belangrijk

dat TNO flexibel op de kennisvragen van de

samenleving inspeelt en snel nieuwe programma’s

kan opzetten wanneer daar vraag

naar is. Maar zij acht het ook van belang dat

TNO nadenkt over de kennisvragen van de

(verre) toekomst: ‘TNO moet zich niet alleen

laten leiden door de vragen van vandaag,

maar werken aan de opbouw van haar eigen

kennispositie.’

Vraagsturing

De Commissie Wijffels achtte het indertijd

van belang dat TNO een sterker accent legde

op vraagsturing, integratie en spin-off van

activiteiten. Vindt de minister dat TNO in

TNO

haar nieuwe Strategisch Plan voldoende gehoor

geeft aan die wensen? Van der Hoeven:

‘Laat ik met de vraagsturing beginnen. Zoals

ik hiervoor al heb gezegd, zitten we eigenlijk

nog midden in het proces om tot – volledige

– vraagsturing te komen. Het voorstel dat

TNO doet voor de uitwerking van de thema’s

is in goed overleg met de departementen tot

stand gekomen. Gaandeweg zal hieraan in

overleg met departementen en maatschappelijke

partijen een preciezere invulling moeten

worden gegeven. Daar heb ik alle vertrouwen

in.’ De minister constateert dat TNO al veel

doet aan de integratie van activiteiten; de

vorming van vijf kerngebieden, die in plaats

zijn gekomen van de vijftien instituten, levert

daaraan volgens haar een belangrijke

bijdrage. Ook aan de spin-off van activiteiten

doet TNO al veel, via TNO Bedrijven BV. ‘Waar

ik ook blij mee ben is het voornemen van TNO

om, nog meer dan in het verleden, te gaan

‘Met dit plan kan

TNO haar impact

versterken’

opereren in netwerken, consortia en publiekprivate

samenwerkingsverbanden, want daar

kunnen juist de spin-offs ontstaan. Ook op uw

vraag of TNO voldoende gehoor geeft aan de

wensen van de commissie Wijffels kan ik dus

met een volmondig “ja” antwoorden.’

In het najaar van 2003 werd door de regering

het Innovatieplatform in het leven geroepen,

met als missie de innovatiekracht van Nederland

te versterken en ervoor te zorgen dat ons

land in 2010 weer koploper is in de Europese

kenniseconomie. Van der Hoeven: ‘Dat betekent

ruimte voor excellentie, voor ambitie en

ondernemerschap. Dat zijn precies de begrippen

die ik ook tegenkom in het Strategisch

Plan van TNO. Ik kan dus met een gerust hart

stellen dat TNO aan vrijwel alle concrete

doelstellingen van het Innovatieplatform

een belangrijke bijdrage levert. Kijkt u maar

eens naar het lijstje van projecten die het Innovatieplatform

op stapel heeft staan voor dit

jaar: de kennisinvesteringsagenda, sociale innovatie,

regionale innovatie, sleutelgebieden,

innovatieakkoord. Bij al die zaken speelt TNO

een rol.’

Maar wat is nu het voor de Nederlandse kenniseconomie

belangrijkste voornemen in het

Strategisch Plan van TNO? Van der Hoeven:

‘Nu stelt u mij een gewetensvraag. Ik zou natuurlijk

heel diplomatiek kunnen antwoorden

dat alle voornemens een bijdrage leveren aan

de kenniseconomie; dat zou flauw zijn, al is

het natuurlijk wel waar. Wat mij het meeste

aanspreekt in het Strategisch Plan is de ambitie

om, vanuit een open innovatieconcept,

met een combinatie van bèta- en gamma-kennis,

bij te dragen aan de innovatie in Nederland

en in Europa. Wat mij ook aanspreekt

is dat TNO dat samen, als partner, wil doen

met overheid, bedrijven en maatschappelijke

groeperingen. Want ik kan het niet vaak genoeg

zeggen: als wij onze ambities voor de

kenniseconomie en kennissamenleving willen

waarmaken en tot de Europese top willen behoren,

dan horen daar sterke instellingen bij.

Zo’n sterke instelling is TNO.’

Internationale kennispositie

TNO geeft aan dat ze haar internationale kennispositie

verder wil uitbouwen. De minister

onderschrijft die ambitie: ‘De kennismarkt

wordt steeds internationaler, en de competitie

tussen de Europese kennisinstellingen

neemt steeds meer toe. Om in Europa onze

rol te – blijven – spelen, hebben we sterke,

internationaal opererende kennisinstellingen

nodig.’ Daarin ziet zij ook een rol voor TNO

weggelegd: ‘Dat betekent dat TNO de competitie

aan moet kunnen. Maar dat niet alleen.

Ook samenwerking met Europese partners is

belangrijk. Versterking van de internationale

kennispositie van TNO is dus een must. Daarvan

zijn zowel de overheid als het bedrijfsleven

doordrongen.’

Om haar ambities te kunnen waarmaken, acht

TNO een brede kennisbasis van belang voor

haar opdrachtgevers. Maar hoe vindt de bewindsvrouw

dat TNO zo’n brede kennisbasis

het beste in stand kan houden? Van der Hoeven:

‘Het antwoord op deze vraag is eigenlijk

al in het Strategisch Plan zelf te vinden: je

moet je voortdurend afvragen welke dingen

je zelf moet doen – en waar je dus moet zorgen

voor focus en massa – en welke dingen je

samen met anderen wilt doen. Alleen zo kun

je de brede kennisbasis realiseren die je nodig

hebt.’ Ze is daarom dan ook blij met alle initiatieven

die TNO noemt om de samenwerking

met anderen te intensiveren: ‘Dat is internationaal,

met bedrijven groot en klein, met de

universiteiten, met HBO-instellingen, met de

GTI’s en met andere overheidsinstellingen. Je

ziet dat ook terug in de aansprekende titel die

TNO aan haar Strategisch Plan heeft gegeven:

“Verbonden door vernieuwing”. Want de

kracht van TNO zit voor een belangrijk deel in

de verbindingen met andere partijen.’

Jan van den Brink

TNO magazine september 2006 7

More magazines by this user
Similar magazines