31.08.2013 Views

De beleveniseconomie in de projectontwikkeling - Vastgoedkennis

De beleveniseconomie in de projectontwikkeling - Vastgoedkennis

De beleveniseconomie in de projectontwikkeling - Vastgoedkennis

SHOW MORE
SHOW LESS

You also want an ePaper? Increase the reach of your titles

YUMPU automatically turns print PDFs into web optimized ePapers that Google loves.

<strong>De</strong> Beleveniseconomie <strong>in</strong> <strong>de</strong> Projectontwikkel<strong>in</strong>g<br />

“Genereren belevenisconcepten <strong>in</strong> <strong>de</strong> won<strong>in</strong>gbouwontwikkel<strong>in</strong>g wèl of<br />

géén meerwaar<strong>de</strong> ?”<br />

Guido Gerrit Alexan<strong>de</strong>r Mens<strong>in</strong>k<br />

Datum: 29-02-2008<br />

Begelei<strong>de</strong>r: <strong>de</strong> heer W. Scheffers<br />

Amsterdam School of Real Estate


– VOORWOORD –<br />

Na het lezen van het boek “<strong>De</strong> Beleveniseconomie ” (P<strong>in</strong>e, B.J. & J.H. Gilmore ,1999) was ik<br />

gegrepen door het proces van betekenis- en z<strong>in</strong>gev<strong>in</strong>g wat leidt belevenis. Het boek belicht<br />

<strong>de</strong> ‘nieuwe economie’ die <strong>de</strong>materialiseert, verpsycholiseert en illustreert hoe economische<br />

voor<strong>de</strong>len behaald kunnen wor<strong>de</strong>n mid<strong>de</strong>ls het <strong>in</strong>spelen op <strong>de</strong> z<strong>in</strong> van het leven; ‘belev<strong>in</strong>g’.<br />

Het boek was voor mij een eye opener, een van <strong>de</strong> re<strong>de</strong>nen om mijn afstu<strong>de</strong>erthesis hieraan<br />

te wij<strong>de</strong>n.<br />

Het was een uitdag<strong>in</strong>g om <strong>de</strong> theorieën van <strong>de</strong> <strong>beleveniseconomie</strong> <strong>in</strong> relatie te brengen met<br />

vastgoedontwikkel<strong>in</strong>g en dit te on<strong>de</strong>rzoeken <strong>in</strong> <strong>de</strong> praktijk. Er is op dit vakgebied immers nog<br />

we<strong>in</strong>ig over <strong>de</strong>ze materie geschreven, laat staan wetenschappelijk on<strong>de</strong>rzocht.<br />

Na een tijdspanne van een jaar blik ik trots en tevre<strong>de</strong>n terug op <strong>de</strong>ze ‘kroon op mijn werk’.<br />

Uiteraard heb ik dat niet alleen gedaan. Allereerst wil ik mijn trouwe supporters, mijn ou<strong>de</strong>rs,<br />

vrien<strong>de</strong>n en <strong>in</strong> het bijzon<strong>de</strong>r mijn vriend<strong>in</strong> danken. Die ik het laatste jaar behoorlijk<br />

verwaarloosd heb. Ver<strong>de</strong>r is een dank op zijn plaats voor ie<strong>de</strong>reen die direct of <strong>in</strong>direct<br />

betrokken is geweest bij mijn thesis. Speciale dank gaat uit naar Rob Kornman (<strong>in</strong>terne<br />

begelei<strong>de</strong>r, directeur Van Wijnen Projectontwikkel<strong>in</strong>g West) en Nils Kok (externe begelei<strong>de</strong>r,<br />

docent F<strong>in</strong>ance aan <strong>de</strong> universiteit Maastricht) die mij hielpen aan nieuwe <strong>in</strong>zichten. Tot slot<br />

bedank ik Wim Scheffers (externe begelei<strong>de</strong>r, directeur AM wonen Zuid), met wie ik vele<br />

uren aan <strong>de</strong> telefoon heb gezeten, zelf op zondag. Zijn expertise op dit vakgebied en<br />

flexibele en kritische houd<strong>in</strong>g hebben mij keer op keer weten te enthousiastmeren en<br />

gebracht tot dit e<strong>in</strong>dresultaat.<br />

2


– INHOUDSOPGAVE –<br />

1. Inleid<strong>in</strong>g<br />

1.1 Aanleid<strong>in</strong>g en probleemstell<strong>in</strong>g 5<br />

1.2 Relevantie 6<br />

1.3 Opbouw thesis 6<br />

2. Achtergrond<br />

2.1 Het tijdperk van <strong>de</strong> <strong>beleveniseconomie</strong> 7<br />

2.2 Van functionele naar emotionele won<strong>in</strong>gbouw 11<br />

2.3 Kritiek op <strong>de</strong> he<strong>de</strong>ndaagse won<strong>in</strong>gbouwopgave 12<br />

3. Theoretische ka<strong>de</strong>r<br />

Meerwaar<strong>de</strong> van belevenisconcepten<br />

3.1 Belev<strong>in</strong>g 15<br />

3.2 Het <strong>in</strong>teractive experience mo<strong>de</strong>l 17<br />

3.3 Belevenisconcepten 19<br />

3.3.1 <strong>De</strong> kern van belevenisconcepten 20<br />

3.4 Meerwaar<strong>de</strong> belevenisconcepten voor <strong>de</strong> woonconsument 25<br />

3.4.1 Thematiser<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> fysieke omgev<strong>in</strong>g 25<br />

3.4.2 I<strong>de</strong>ntiteit en authenticiteit lei<strong>de</strong>n tot symbolische b<strong>in</strong>d<strong>in</strong>g 26<br />

3.4.3 Community Concepts 28<br />

3.5 Meerwaar<strong>de</strong> belevenisconcepten voor <strong>de</strong> projectontwikkelaar 30<br />

3.5.1 Prijspremium 32<br />

3.6 Hypothesen 33<br />

4. Metho<strong>de</strong> en Benchmarklocaties<br />

4.1 Selectiecriteria nieuwbouwlocatie 35<br />

4.2 Belevenislocatiemo<strong>de</strong>l 36<br />

4.3 Benchmarklocaties 39<br />

4.3.1 <strong>De</strong> Woerd (benchmarklocatie 1) 39<br />

4.3.2 Zen<strong>de</strong>rpark (benchmarklocatie 2) 41<br />

3


4.4 Benchmarkanalyse<br />

5. Resultaten<br />

4.4.1 Schriftelijke enquêtes 43<br />

4.4.2 On<strong>de</strong>rzoekspopulatie en respons 43<br />

4.4.3 Operationalisatie 44<br />

4.4.4 Discussiepanel 45<br />

5.1 Itemanalyse 46<br />

5.1.1 Homogeniteitmet<strong>in</strong>g variabele woonbelev<strong>in</strong>g 46<br />

5.1.2 Homogeniteitmet<strong>in</strong>g variabele belevenisconcept 47<br />

5.1.3 Homogeniteitmet<strong>in</strong>g variabele symbolische b<strong>in</strong>d<strong>in</strong>g 49<br />

5.1.4 Homogeniteitmet<strong>in</strong>g variabele prijspremium 49<br />

5.2 Frequentiever<strong>de</strong>l<strong>in</strong>gen<br />

5.2.1 Frequentiever<strong>de</strong>l<strong>in</strong>gen variabele doelgroep 51<br />

5.2.2 Frequentiever<strong>de</strong>l<strong>in</strong>gen variabele woonbelev<strong>in</strong>g 52<br />

5.2.3 Frequentiever<strong>de</strong>l<strong>in</strong>gen variabele symbolische b<strong>in</strong>d<strong>in</strong>g 55<br />

5.2.4 Frequentiever<strong>de</strong>l<strong>in</strong>gen variabele prijspremium 57<br />

5.3 Rangcorrelatiecoëfficiënt<br />

5.3.1 Rangcorrelatiecoëfficiënt tussen belevenisconcept en symbolische<br />

B<strong>in</strong>d<strong>in</strong>g 59<br />

5.3.2 Rangcorrelatiecoëfficiënt tussen belevenisconcept en prijspremium 60<br />

5.4 Discussiepanel 62<br />

6. Conclusie 64<br />

7. Discussie 68<br />

Literatuurlijst<br />

Bijlage 1 Enquête<br />

Bijlage 2 Co<strong>de</strong>boek<br />

Bijlage 3 Itemanalyses<br />

Bijlage 4 Frequentiever<strong>de</strong>l<strong>in</strong>gen<br />

Bijlage 5 Rangcorrelatiecoëfficiënt<br />

Bijlage 6 Schatt<strong>in</strong>gsfouten populatie<br />

Bijlage 7 Uitwerk<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> paneldiscussie<br />

4


HOOFDSTUK I – INLEIDING –<br />

1.1 Aanleid<strong>in</strong>g en probleemstell<strong>in</strong>g<br />

In <strong>de</strong> afgelopen jaren zijn verschei<strong>de</strong>n<strong>de</strong> boeken gepubliceerd waar<strong>in</strong> uitspraken wer<strong>de</strong>n<br />

gedaan over hoe <strong>de</strong> economie veran<strong>de</strong>rt en hoe on<strong>de</strong>rnem<strong>in</strong>gen daarop kunnen en moeten<br />

<strong>in</strong>spelen. Hoewel <strong>de</strong> term<strong>in</strong>ologie per boek verschilt zijn er ro<strong>de</strong> dra<strong>de</strong>n te ont<strong>de</strong>kken. Van<br />

visie tot gedachtegoed, van motivatie tot <strong>in</strong>teresseveld, van dromen tot ervaren en van<br />

behoefte tot belev<strong>in</strong>g. In <strong>de</strong> literatuur wordt <strong>de</strong> nadruk gelegd op immateriële aspecten van<br />

<strong>de</strong> bus<strong>in</strong>ess en ligt <strong>de</strong> focus op <strong>de</strong> uite<strong>in</strong><strong>de</strong>lijke belev<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> consument. <strong>De</strong> meest<br />

gebruikte term voor <strong>de</strong>ze nieuwe economie is <strong>de</strong> ‘<strong>beleveniseconomie</strong>’.<br />

In <strong>de</strong> ruimtelijke or<strong>de</strong>n<strong>in</strong>g is <strong>de</strong>ze ten<strong>de</strong>ns ook steeds meer waar te nemen. In <strong>de</strong> afgelopen<br />

jaren begaven projectontwikkelaars zich <strong>in</strong> toenemen<strong>de</strong> mate op het terre<strong>in</strong> van belev<strong>in</strong>g. Er<br />

wor<strong>de</strong>n won<strong>in</strong>gbouwconcepten ontwikkeld waarbij getracht wordt <strong>de</strong> woonconsument zowel<br />

functioneel als emotioneel te bevredigen. Voor het operationaliseren van belevenissen op<br />

project- en productniveau gebruikt <strong>de</strong> leer van <strong>de</strong> <strong>beleveniseconomie</strong> <strong>de</strong> term<strong>in</strong>ologie<br />

‘belevenisconcepten’. “Een belevenisconcept wordt gezien als een subjectieve tussenstap<br />

tussen droom en daad” (Nijs en Peters, 2005, p. 80). <strong>De</strong> vraag die rijst is, levert een<br />

belevenisconcept ook meerwaar<strong>de</strong> op <strong>in</strong> <strong>de</strong> won<strong>in</strong>gbouwsector?<br />

Op het gebied van won<strong>in</strong>gbouwontwikkel<strong>in</strong>g is het bewijs van <strong>de</strong>ze meerwaar<strong>de</strong> niet<br />

wetenschappelijk aangetoond. Theorieën van <strong>de</strong> <strong>beleveniseconomie</strong> wor<strong>de</strong>n geciteerd<br />

zon<strong>de</strong>r een vertaalslag te maken met <strong>de</strong> won<strong>in</strong>gbouwontwikkel<strong>in</strong>g. Er wordt aangenomen dat<br />

belevenisconcepten lei<strong>de</strong>n tot meerwaar<strong>de</strong>, echter blijft bewijs hiervan achterwege. <strong>De</strong> vraag<br />

is echter of bewoners van wijken, waar een belevenisconcept is toegepast, meerwaar<strong>de</strong><br />

on<strong>de</strong>rv<strong>in</strong><strong>de</strong>n. Meerwaar<strong>de</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> z<strong>in</strong> van woonbelev<strong>in</strong>g en een sterk ‘thuis gevoel’ <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />

leefomgev<strong>in</strong>g. Maar ook meerwaar<strong>de</strong> voor <strong>de</strong> projectontwikkelaar. Waarbij meerwaar<strong>de</strong><br />

appelleert naar economische voor<strong>de</strong>len van een belevenisconcept. <strong>De</strong>rgelijke vragen<br />

hebben geleid tot <strong>de</strong> volgen<strong>de</strong> probleemstell<strong>in</strong>g:<br />

“In hoeverre hebben belevenisconcepten b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> huidige won<strong>in</strong>gbouwontwikkel<strong>in</strong>g<br />

geleid tot meerwaar<strong>de</strong> voor consument en projectontwikkelaar?”<br />

5


Om <strong>de</strong> probleemstell<strong>in</strong>g te beantwoor<strong>de</strong>n zijn <strong>de</strong> volgen<strong>de</strong> on<strong>de</strong>rzoeksvragen geformuleerd:<br />

1. Waar komt <strong>de</strong> focus op het creëren van belevenissen voor consumenten ter<br />

verkrijg<strong>in</strong>g van een economisch voor<strong>de</strong>el vandaan?<br />

2. Is het creëren van belevenissen b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> huidige won<strong>in</strong>gbouwontwikkel<strong>in</strong>g<br />

noodzakelijk?<br />

3. Wat zijn belevenisconcepten b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> huidige won<strong>in</strong>gbouwontwikkel<strong>in</strong>g?<br />

4. Welke theoretische meerwaar<strong>de</strong> genereren belevenisconcepten?<br />

Het doel van <strong>de</strong>ze thesis is <strong>in</strong>zicht verschaffen <strong>in</strong> het abstracte begrip belevenisconcept,<br />

b<strong>in</strong>nen het ka<strong>de</strong>r van <strong>de</strong> won<strong>in</strong>gbouwontwikkel<strong>in</strong>g. Ook wordt achterhaald of theoretische<br />

meerwaar<strong>de</strong> van belevenisconcepten <strong>in</strong> <strong>de</strong> praktijk gegenereerd wordt. Dit zal geschie<strong>de</strong>n<br />

mid<strong>de</strong>ls een casuïstisch on<strong>de</strong>rzoek (benchmarkon<strong>de</strong>rzoek twee locaties), een kwalitatieve<br />

en een kwantitatieve analyse.<br />

1.2 Relevantie<br />

<strong>De</strong>ze thesis is wetenschappelijk relevant omdat we<strong>in</strong>ig on<strong>de</strong>rzoek is verricht naar het<br />

<strong>in</strong>zetten van belevenisconcepten <strong>in</strong> <strong>de</strong> won<strong>in</strong>gbouwontwikkel<strong>in</strong>g en het effect ervan. <strong>De</strong><br />

maatschappelijke relevantie van <strong>de</strong>ze thesis is dat kennis, met betrekk<strong>in</strong>g tot het<br />

implementeren en toetsen van belevenisconcepten, <strong>in</strong> <strong>de</strong> won<strong>in</strong>gbouwontwikkel<strong>in</strong>g wordt<br />

uitgebreid. <strong>De</strong> <strong>in</strong>formatie die voortkomt uit <strong>de</strong>ze thesis is relevant voor projectontwikkelaars<br />

en an<strong>de</strong>re belanghebben<strong>de</strong> actoren die een duurzaam concurrentievoor<strong>de</strong>el willen<br />

bewerkstelligen.<br />

1.3 Opbouw thesis<br />

In hoofdstuk twee wordt mid<strong>de</strong>ls literatuurstudie <strong>de</strong> achtergrond van <strong>de</strong> <strong>beleveniseconomie</strong><br />

en won<strong>in</strong>gbouwvoorraad toegelicht. In hoofdstuk drie wordt nadruk gelegd op <strong>de</strong> begrippen<br />

‘belev<strong>in</strong>g’ en ‘belevenisconcept’. Tevens wordt <strong>in</strong> hoofdstuk drie <strong>de</strong> theoretische meerwaar<strong>de</strong><br />

van belevenisconcepten voor woonconsument en projectontwikkelaar geïntroduceerd.<br />

Vervolgens wordt <strong>in</strong> hoofdstuk drie <strong>de</strong> hypothesen van <strong>de</strong>ze thesis geformuleerd. Hierna<br />

wordt <strong>in</strong> hoofdstuk vier <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rzoeksmetho<strong>de</strong>n beschreven en <strong>de</strong> benchmarklocaties<br />

geïntroduceerd en geanalyseerd. <strong>De</strong> resultaten van het on<strong>de</strong>rzoek wor<strong>de</strong>n <strong>in</strong> hoofdstuk vijf<br />

gerapporteerd. In het afsluiten<strong>de</strong> hoofdstuk wordt <strong>de</strong> conclusie van <strong>de</strong>ze thesis beschreven<br />

en wor<strong>de</strong>n aanbevel<strong>in</strong>gen gedaan.<br />

6


HOOFDSTUK 2 –ACHTERGROND–<br />

In dit hoofdstuk wordt het fundament van <strong>de</strong>ze thesis gelegd. <strong>De</strong> focus ligt op het ontstaan<br />

van <strong>de</strong> belevenisten<strong>de</strong>ns en <strong>de</strong> wijze waarop <strong>de</strong>ze aansluit<strong>in</strong>g v<strong>in</strong>dt met <strong>de</strong> economie. Om<br />

<strong>de</strong> noodzaak van belevenisconcepten aan te tonen komt kritiek op een <strong>de</strong>el van <strong>de</strong><br />

he<strong>de</strong>ndaagse Ne<strong>de</strong>rlandse won<strong>in</strong>gvoorraad aan bod.<br />

2.1 Het tijdperk van <strong>de</strong> <strong>beleveniseconomie</strong><br />

Toffler (1970) schreef: “<strong>in</strong> situaties van schaarste hou<strong>de</strong>n mensen zich bezig met het<br />

vervullen van hun eerste materiële levensbehoeften” (Boswijk et al., 2005). In <strong>de</strong> huidige<br />

welvaren<strong>de</strong> omstandighe<strong>de</strong>n passen wij <strong>de</strong> economie aan op onze nieuwe menselijke<br />

behoeften, die op een an<strong>de</strong>r niveau komen te liggen. Het systeem dat is ontworpen om<br />

materiële behoeften te bevredigen, wordt <strong>in</strong> snel tempo omgevormd tot een economie die<br />

<strong>in</strong>speelt op <strong>de</strong> psychische behoeften. <strong>De</strong> ten<strong>de</strong>ns die Toffler (1970) voorzag, is ook te<br />

bespeuren <strong>in</strong> het boek van <strong>de</strong> Duitse socioloog Gerhard Schulze. Schulze (1999) stelt dat <strong>de</strong><br />

vraag van <strong>de</strong> z<strong>in</strong> van het leven samenhangt met belev<strong>in</strong>g. <strong>De</strong> re<strong>de</strong>n die Schulze (1999)<br />

hiervoor geeft luidt: “omdat men <strong>de</strong> z<strong>in</strong> van het leven <strong>in</strong> toenemen<strong>de</strong> mate <strong>in</strong> belev<strong>in</strong>g zoekt”.<br />

Dit constateert hij naar aanleid<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> maatschappelijke verschuiv<strong>in</strong>g van ou<strong>de</strong><br />

gemeenschappen als geloof, politieke voorkeur en klasse, naar nieuwe gemeenschappen<br />

met als basis belev<strong>in</strong>g, <strong>in</strong>teresses, waar<strong>de</strong>n en hobby’s (Schulze, 1999).<br />

P<strong>in</strong>e en Gilmore (1999) stellen dat een volgen<strong>de</strong> stap op <strong>de</strong> economische waar<strong>de</strong>lad<strong>de</strong>r<br />

wordt gemaakt. Zij noemen dit nieuwe stadium ‘the experience economy’. P<strong>in</strong>e en Gilmore<br />

(1999) diepen <strong>de</strong> theorie van ‘the experience economy’ uit. Volgens <strong>de</strong> auteurs heeft <strong>de</strong><br />

economie, historisch gezien, een aantal stadia doorlopen. P<strong>in</strong>e en Gilmore (1999) noemen<br />

dit ‘the progression of economic value’ (figuur 1).<br />

7


Figuur 1 <strong>De</strong> lad<strong>de</strong>r van <strong>de</strong> economische waar<strong>de</strong> (P<strong>in</strong>e en Gilmore, 1999)<br />

Figuur 1 toont <strong>de</strong> stadia waarop <strong>de</strong> waar<strong>de</strong>creatie <strong>in</strong> <strong>de</strong> loop <strong>de</strong>r tijd betrekk<strong>in</strong>g had.<br />

Aanvankelijk hield <strong>de</strong> mens zich bezig met het w<strong>in</strong>nen van commodities I , zoals boeren die<br />

agrarische producten verbouw<strong>de</strong>n. <strong>De</strong>ze primaire economische sector kwam aan haar e<strong>in</strong><strong>de</strong><br />

met <strong>de</strong> uitv<strong>in</strong>d<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> stoommach<strong>in</strong>e <strong>in</strong> 1736. <strong>De</strong> aandacht verschoof van<br />

grondstofw<strong>in</strong>n<strong>in</strong>g naar <strong>in</strong>dustriële productie, het verloop van stadium één naar twee. <strong>De</strong>ze<br />

<strong>in</strong>dustriële productie zorg<strong>de</strong> ervoor dat commodities wer<strong>de</strong>n omgezet <strong>in</strong> tastbare<br />

gestandaardiseer<strong>de</strong> producten. In <strong>de</strong> jaren vijftig van <strong>de</strong> vorige eeuw constateer<strong>de</strong> men dat<br />

<strong>de</strong> markten verzadigd raakten en dat <strong>de</strong> afzet van <strong>de</strong>ze producten niet langer<br />

vanzelfsprekend was. Het tijdperk van <strong>de</strong> market<strong>in</strong>g <strong>de</strong>ed zijn <strong>in</strong>tre<strong>de</strong>n. Kotler, <strong>de</strong><br />

grondlegger van <strong>de</strong> market<strong>in</strong>g, stel<strong>de</strong> dat succesvolle on<strong>de</strong>rnem<strong>in</strong>gen er<strong>in</strong> slaag<strong>de</strong>n<br />

behoeften te vervullen (zoals service) bij het afzetten van het product; het verloop van<br />

stadium twee naar drie. Consumenten waren niet meer alleen op zoek naar producten die<br />

hun basisbehoeften faciliteer<strong>de</strong>n, maar ook naar producten en bijbehoren<strong>de</strong> service die<br />

problemen op kon<strong>de</strong>n lossen. Inmid<strong>de</strong>ls is het market<strong>in</strong>ggedachtegoed gemeengoed<br />

gewor<strong>de</strong>n. Volgens P<strong>in</strong>e en Gilmore (1999) zijn on<strong>de</strong>rnem<strong>in</strong>gen die niet <strong>de</strong>nken <strong>in</strong><br />

market<strong>in</strong>gtermen hun bestaansrecht aan het verliezen. Goe<strong>de</strong> service is vanzelfsprekend,<br />

daarmee verwor<strong>de</strong>n tot commodity. Consumenten rekenen bij aankoop van een product op<br />

een bepaald serviceniveau. Producten wor<strong>de</strong>n hierdoor <strong>in</strong> hun essentie homogener, wat<br />

marges on<strong>de</strong>r druk zet en op <strong>de</strong>n duur reduceert. Wij spreken <strong>in</strong> dit geval van een<br />

buyersmarket.<br />

I Commodities bestaan uit on<strong>de</strong>rl<strong>in</strong>g vervangbare materialen die uit <strong>de</strong> natuur afkomstig zijn.<br />

8


“When a person buys a service, he purchases a set of <strong>in</strong>tangible activities carried out on his<br />

behalf. But when he buys an experience, he pays to spend time enjoy<strong>in</strong>g series of<br />

memorable events that’s a company stages - as a theatrical play- to engage him <strong>in</strong> a<br />

personal way” (P<strong>in</strong>e & Gilmore,1999).<br />

P<strong>in</strong>e en Gilmore (1999) stellen dat on<strong>de</strong>rnemers op zoek moeten naar nieuwe <strong>in</strong>strumenten<br />

om hun beoog<strong>de</strong> w<strong>in</strong>stdoelstell<strong>in</strong>gen zeker te stellen. Zij noemen belevenissen <strong>de</strong> nieuwe<br />

bron van waar<strong>de</strong>creatie en het vier<strong>de</strong> economische waar<strong>de</strong>goed. Kopen en consumeren<br />

moeten een waar<strong>de</strong>volle belevenis wor<strong>de</strong>n. On<strong>de</strong>rnem<strong>in</strong>gen die beseffen dat belevenissen<br />

een apart economisch product vormen hebben volgens P<strong>in</strong>e en Gilmore (1999) <strong>de</strong> sleutel tot<br />

toekomstige economische groei. Het toekomstige economische voor<strong>de</strong>el kan wor<strong>de</strong>n<br />

verkregen door het vragen van een prijspremium voor een on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n<strong>de</strong> belevenis. P<strong>in</strong>e<br />

en Gilmore (1999) illustreren dit door mid<strong>de</strong>l van het volgen<strong>de</strong> betoog (dit betoog wordt<br />

geïllustreerd mid<strong>de</strong>ls een Ne<strong>de</strong>rlands voorbeeld, om b<strong>in</strong>d<strong>in</strong>g te hou<strong>de</strong>n met <strong>de</strong> Ne<strong>de</strong>rlands<br />

markt):<br />

Op <strong>de</strong> koffiemarkt wor<strong>de</strong>n alle stadia van <strong>de</strong> economische waar<strong>de</strong>lad<strong>de</strong>r doorlopen. Het<br />

beg<strong>in</strong>t bij <strong>de</strong> commodity, te weten <strong>de</strong> koffieboon. <strong>De</strong>ze is over het algemeen afkomstig uit<br />

een <strong>de</strong>r<strong>de</strong>wereldland en vertegenwoordigt een zeer lage economische waar<strong>de</strong>. Het is het<br />

eerste stadium van <strong>de</strong> economische waar<strong>de</strong>lad<strong>de</strong>r. Als vervolgens koffiebonen gebrand en<br />

verpakt wor<strong>de</strong>n, zodat <strong>de</strong> consument een pak koffie uit <strong>de</strong> schappen van <strong>de</strong> supermarkt kan<br />

halen, zal <strong>de</strong> kostprijs van een kop koffie zijn opgelopen tot € 0,10 of € 0,20. <strong>De</strong>ze<br />

vergelijkbare kop koffie zal <strong>in</strong> een eenvoudige koffieshop op <strong>de</strong> hoek van <strong>de</strong> straat ongeveer<br />

€ 1,50 tot € 2,00 kosten. <strong>De</strong>ze vergelijkbare kop koffie zal ver<strong>de</strong>r <strong>in</strong> prijs stijgen zodra men<br />

<strong>de</strong>ze bestelt bij een Starbucks of Coffee Company, te <strong>de</strong>nken valt aan een consumentenprijs<br />

van circa € 3,00 tot € 4,00 euro. Als men vervolgens <strong>in</strong> het Hilton hotel een kop koffie bestelt<br />

waarbij men geniet van <strong>de</strong> rustgeven<strong>de</strong> omgev<strong>in</strong>g gehuld <strong>in</strong> een chique ambiance, betaalt<br />

men al snel € 6,50 voor <strong>de</strong>ze vergelijkbare kop koffie. Tenslotte is volgens P<strong>in</strong>e en Gilmore<br />

(1999) <strong>de</strong> ultieme koffie experience een cappucc<strong>in</strong>o of espresso bij Café Florian op het<br />

Piazza San Marco <strong>in</strong> Venetië voor € 17,00. In dit voorbeeld wordt geschetst dat het niet<br />

zozeer om het product op zich gaat maar meer om <strong>de</strong> belevenis rondom het product en/of <strong>de</strong><br />

dienst.<br />

Naast <strong>de</strong> Amerikaanse pioniers P<strong>in</strong>e en Gilmore (1999), is <strong>de</strong> auteur Jensen (1999) één van<br />

<strong>de</strong> belangrijkste Europese pioniers op het gebied van <strong>de</strong> <strong>beleveniseconomie</strong>. Jensen (1999)<br />

9


voorspelt een verschuiv<strong>in</strong>g van aandacht voor het materiële naar het emotionele. Volgens<br />

Jensen (1999) zal men het ou<strong>de</strong> <strong>in</strong>formatietijdperk verlaten en een nieuw tijdperk <strong>in</strong>gaan.<br />

Namelijk dat van ‘verbeeld<strong>in</strong>g’; “from <strong>in</strong>formation to imag<strong>in</strong>ation”. Jensen (1999) spreekt <strong>in</strong> dit<br />

verband van een dream society, een maatschappij die op zoek is naar verhalen achter <strong>de</strong><br />

producten <strong>in</strong> plaats van <strong>de</strong> functies en voor<strong>de</strong>len. Volgens Jensen (1999) vervullen <strong>de</strong>rgelijke<br />

verhalen <strong>de</strong> behoefte aan emotionele rijkdom <strong>in</strong> een maatschappij waar materiële rijkdom <strong>in</strong><br />

overvloed is. Jensen (1999) on<strong>de</strong>rscheidt zes thema’s waarop verhalen kunnen wor<strong>de</strong>n<br />

gebaseerd en waar volgens hem behoefte aan is, te weten: ‘avonturen te koop’, ‘markt voor<br />

saamhorigheid/vriendschap en lief<strong>de</strong>’, ‘verzorg<strong>in</strong>gsmarkt’, ‘wie-ben-ik-markt’, ‘markt voor<br />

gemoedsrust’ en ‘markt voor overtuig<strong>in</strong>gen’.<br />

Overlappen<strong>de</strong> <strong>in</strong>zichten, <strong>in</strong> met name <strong>de</strong> centrale rol van emotie <strong>in</strong> <strong>de</strong> huidige en<br />

toekomstige markt, zijn tevens te bespeuren <strong>in</strong> <strong>de</strong> visie van Piët (2003). Zij is van men<strong>in</strong>g dat<br />

<strong>de</strong> <strong>beleveniseconomie</strong> <strong>in</strong>mid<strong>de</strong>ls een substantieel <strong>de</strong>el uitmaakt van <strong>de</strong> huidige economie.<br />

Volgens Piët (2003) werd <strong>de</strong> <strong>beleveniseconomie</strong> tot op he<strong>de</strong>n vooral geassocieerd met <strong>de</strong><br />

fun <strong>in</strong>dustry. Ook wordt on<strong>de</strong>r an<strong>de</strong>re gesproken over het verlangen naar authenticiteit, <strong>de</strong><br />

ontwikkel<strong>in</strong>g van thematiser<strong>in</strong>g en <strong>de</strong> beeldcultuur. <strong>De</strong>ze on<strong>de</strong>rwerpen wor<strong>de</strong>n later <strong>in</strong> <strong>de</strong>ze<br />

thesis <strong>in</strong> relatie tot vastgoedontwikkel<strong>in</strong>g gebracht. Piët (2003) hanteert <strong>de</strong> volgen<strong>de</strong> <strong>de</strong>f<strong>in</strong>itie<br />

van <strong>de</strong> <strong>beleveniseconomie</strong>: “alle productie en dienstverlen<strong>in</strong>g die gericht is op lenig<strong>in</strong>g van<br />

emotionele behoeftes van mensen als groep of van een mens als <strong>in</strong>dividu. Niet als bijproduct<br />

maar als kernactiviteit” . <strong>De</strong> <strong>de</strong>f<strong>in</strong>itie van Piët (2003) wordt <strong>in</strong> <strong>de</strong>ze thesis gehanteerd, omdat<br />

<strong>de</strong>ze <strong>de</strong>f<strong>in</strong>itie <strong>de</strong> essentie van <strong>de</strong> ‘nieuwe economie’ het best omschrijft.<br />

Resumerend<br />

<strong>De</strong> leer van <strong>de</strong> <strong>beleveniseconomie</strong> wil verklaren dat een consument meer wil dan een<br />

materieel product en/of dienst; men is bereid te betalen voor een belevenis. <strong>De</strong><br />

<strong>beleveniseconomie</strong> stelt dat, wanneer een land welvaart ontwikkelt, er een verschuiv<strong>in</strong>g<br />

plaatsv<strong>in</strong>dt van een materieel georiënteer<strong>de</strong> economie naar een immateriële economie. <strong>De</strong><br />

aandacht wordt verlegd van product naar belevenis. Gepaard met welvaart gaat <strong>de</strong> groei van<br />

het aanbod van materiële goe<strong>de</strong>ren en diensten. Naarmate <strong>de</strong> welvaart toeneemt zal het<br />

aanbod stijgen en treedt <strong>de</strong> ‘wet van <strong>de</strong> afnemen<strong>de</strong> meeropbrengst’ <strong>in</strong>. Volgens P<strong>in</strong>e en<br />

Gilmore (1999) moeten on<strong>de</strong>rnemers op zoek naar nieuwe markt<strong>in</strong>strumenten om hun<br />

marge veilig te stellen. Volgens <strong>de</strong> leer van <strong>de</strong> <strong>beleveniseconomie</strong> wordt dit gevon<strong>de</strong>n <strong>in</strong> het<br />

creëren van betekenisvolle belevenissen als kernactiviteit. Kopen en consumeren moeten<br />

een ‘belevenis’ wor<strong>de</strong>n.<br />

10


2.2 Van functionele en materiële naar emotionele won<strong>in</strong>gbouw<br />

In <strong>de</strong> ruimtelijke or<strong>de</strong>n<strong>in</strong>g is geruime tijd een ten<strong>de</strong>ns te bespeuren dat er een zoektocht is<br />

naar <strong>de</strong> subjectieve componenten van <strong>de</strong> won<strong>in</strong>g en zijn omgev<strong>in</strong>g. <strong>De</strong>ze omslag lijkt voort<br />

te komen uit <strong>de</strong> hiervoor beschreven maatschappelijke ten<strong>de</strong>ns en <strong>de</strong> Vier<strong>de</strong> Nota over <strong>de</strong><br />

ruimtelijke or<strong>de</strong>n<strong>in</strong>g. In <strong>de</strong>ze nota zijn drie aspecten beschreven die het kwaliteitsniveau van<br />

<strong>de</strong> ruimtelijke or<strong>de</strong>n<strong>in</strong>g naar een hoger platform moeten tillen. <strong>De</strong> drie aspecten zijn<br />

‘gebruikswaar<strong>de</strong>’, ‘toekomstwaar<strong>de</strong>’ en ‘belev<strong>in</strong>gswaar<strong>de</strong>’. <strong>De</strong> mate van <strong>in</strong>teresse <strong>in</strong><br />

behoefte aan subjectieve belev<strong>in</strong>g b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> huidige won<strong>in</strong>gbouw v<strong>in</strong>dt on<strong>de</strong>r meer haar<br />

oorsprong <strong>in</strong> <strong>de</strong> volgen<strong>de</strong> twee achtergron<strong>de</strong>n. Ten eerste <strong>de</strong> Vitruviaanse pr<strong>in</strong>cipes van <strong>de</strong><br />

architectuur. Hierbij wordt <strong>de</strong> kwaliteit van een gebouw gewaarborgd door mid<strong>de</strong>l van drie<br />

van elkaar afhankelijke hoofdpr<strong>in</strong>cipes, Venustas (schoonheid / bevalligheid), Firmitas<br />

(stevigheid / duurzaamheid) en Utilitas (nut / bruikbaarheid) (WRR 1998, Wikipedia<br />

architectuur). Vanuit <strong>de</strong>ze architectonische bena<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g wordt kwaliteit aan <strong>de</strong> won<strong>in</strong>g en <strong>de</strong><br />

woonomgev<strong>in</strong>g toegekend. Door het <strong>in</strong>troduceren van <strong>de</strong>ze (historische) aspecten <strong>in</strong> on<strong>de</strong>r<br />

an<strong>de</strong>r <strong>de</strong> Vier<strong>de</strong> Nota Ruimte, wordt <strong>de</strong> belev<strong>in</strong>gswaar<strong>de</strong> <strong>in</strong> stand gehou<strong>de</strong>n en gerealiseerd.<br />

Dit gebeurt door diversiteit en ontwerpkwaliteit na te streven en aandacht te beste<strong>de</strong>n aan<br />

het realiseren van belev<strong>in</strong>g b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> won<strong>in</strong>gopgave.<br />

Ten twee<strong>de</strong> ligt <strong>de</strong> oorsprong <strong>in</strong> <strong>de</strong> behoefte aan emotionele bevredig<strong>in</strong>g. <strong>De</strong>ze wordt niet<br />

alleen gevoed door een toevoeg<strong>in</strong>g van belev<strong>in</strong>g, maar ook door gebrek aan belev<strong>in</strong>g. In<br />

1955 <strong>de</strong>ed het ‘Functionalisme’ zijn <strong>in</strong>tre<strong>de</strong>n <strong>in</strong> <strong>de</strong> Ne<strong>de</strong>rlandse won<strong>in</strong>g- en ste<strong>de</strong>nbouw.<br />

<strong>De</strong>ze strom<strong>in</strong>g wordt gekenmerkt door grootschaligheid, massaliteit en homogeniteit. Alle<br />

uiterlijke kenmerken moeten een afspiegel<strong>in</strong>g zijn van functionele elementen. Schoonheid is<br />

hierbij geen doel op zich. <strong>De</strong> schoonheid van een gebouw is volgens <strong>de</strong>ze strom<strong>in</strong>g gelegen<br />

<strong>in</strong> zijn functie. Een beken<strong>de</strong> uitspraak <strong>in</strong> dit tijdperk luidt: ‘Form Follows Function’. <strong>De</strong><br />

primaire doelstell<strong>in</strong>g van <strong>de</strong>ze architectonische strom<strong>in</strong>g was het terugdr<strong>in</strong>gen van het<br />

schrijnen<strong>de</strong> won<strong>in</strong>gtekort <strong>in</strong> Ne<strong>de</strong>rland. <strong>De</strong>ze strom<strong>in</strong>g heeft tot omstreeks 1970 geduurd<br />

totdat er een verbaster<strong>in</strong>g optrad, te weten ‘Nieuwe truttigheid’. Nieuwe truttigheid, <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />

volksmond ook wel Bloemkoolwijken genoemd, <strong>de</strong>ed zijn <strong>in</strong>tre<strong>de</strong>n <strong>in</strong> het tijdperk 1970 en<br />

duur<strong>de</strong> tot 1980. Nieuwe truttigheid, of Bloemkoolwijken, zijn geen officiële benam<strong>in</strong>gen<br />

b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> architectonische historie. Een algemeen aanvaardbare term voor <strong>de</strong>ze strom<strong>in</strong>g<br />

ontbreekt. Het verschil tussen het Functionalisme en Nieuwe truttigheid is dat meer aandacht<br />

bestond voor <strong>de</strong> leefomgev<strong>in</strong>g b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> gedachtewereld van Nieuwe truttigheid. <strong>De</strong><br />

opkomen<strong>de</strong> milieuvraagstukken waren hiervan voornamelijk <strong>de</strong> oorzaak. Kenmerken van <strong>de</strong><br />

Nieuwe truttigheid zijn (bloemkool)woonerven met overwegen<strong>de</strong> laagbouw en verkeersluwe<br />

oploss<strong>in</strong>gen. Tevens is er verschil te constateren tussen Nieuwe truttigheid en functionalisme<br />

<strong>in</strong> <strong>de</strong> schaalverm<strong>in</strong><strong>de</strong>r<strong>in</strong>g en <strong>de</strong> toename van groenvoorzien<strong>in</strong>gen.<br />

11


Bei<strong>de</strong> strom<strong>in</strong>gen zijn he<strong>de</strong>n ten dage nog steeds te bespeuren <strong>in</strong> <strong>de</strong> Ne<strong>de</strong>rlandse<br />

won<strong>in</strong>gbouwvoorraad. <strong>De</strong>sondanks zijn bei<strong>de</strong> strom<strong>in</strong>gen on<strong>de</strong>rheven aan maatschappelijke<br />

kritiek. Over het algemeen wor<strong>de</strong>n <strong>de</strong>ze architectonische stijlen door <strong>de</strong> maatschappij<br />

bestempeld als saai, sfeer- en i<strong>de</strong>ntiteitloos. Hieruit kan opgemaakt wor<strong>de</strong>n dat <strong>de</strong><br />

maatschappij <strong>de</strong>ze architectonische stijlen niet meer <strong>in</strong> <strong>de</strong> armen sluit. Veron<strong>de</strong>rsteld kan<br />

wor<strong>de</strong>n dat <strong>de</strong> woonconsument meer behoefte krijgt aan subjectieve en emotionele<br />

componenten van het wonen. In het verleng<strong>de</strong> hiervan kan men zich afvragen of <strong>de</strong> huidige<br />

won<strong>in</strong>gbouwontwikkel<strong>in</strong>g hieraan voldoet?<br />

2.3 Kritiek op <strong>de</strong> he<strong>de</strong>ndaagse won<strong>in</strong>gbouwopgave<br />

<strong>De</strong> zojuist beschreven kritiek wordt <strong>in</strong> vergelijkbare mate geuit op <strong>de</strong> he<strong>de</strong>ndaagse<br />

V<strong>in</strong>exwijken. Met name <strong>de</strong> professionals zijn negatief gestemd. “Terwijl elk van <strong>de</strong><br />

V<strong>in</strong>exwijken zou moeten aansluiten op <strong>de</strong> specifieke i<strong>de</strong>ntiteit van <strong>de</strong> bestaan<strong>de</strong> stad, sluiten<br />

ze vooral aan op elkaar. Ze zijn een soort Ne<strong>de</strong>rlandse suburbia aan het wor<strong>de</strong>n, on<strong>de</strong>rl<strong>in</strong>g<br />

<strong>in</strong>wisselbaar” (<strong>De</strong>rksen, 2005, p.7). <strong>De</strong> professionals scheppen een beeld dat Ne<strong>de</strong>rland<br />

wordt volgebouwd met do<strong>de</strong>lijk saaie en eenvormige eengez<strong>in</strong>swon<strong>in</strong>gen b<strong>in</strong>nen een niet<br />

on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n<strong>de</strong> woonomgev<strong>in</strong>g. “V<strong>in</strong>exwijken wor<strong>de</strong>n <strong>de</strong> getto’s van <strong>de</strong> 21 e eeuw. Ze<br />

bie<strong>de</strong>n oppervlakkig gezien een staalkaart van vormen, waar een sufmaken<strong>de</strong><br />

eenvormigheid achter schuilgaat” (Duivesteijn, 1999 p.7). Tevens is er kritiek op het fysieke<br />

karakter van <strong>de</strong> V<strong>in</strong>exwijken. <strong>De</strong> critici zijn van men<strong>in</strong>g dat V<strong>in</strong>exwijken het fysieke karakter<br />

van een stad noch dorp hebben. Het welbeken<strong>de</strong> argument dat V<strong>in</strong>exwijken ‘noch vlees<br />

noch vis’ zijn wordt regelmatig aangehaald. <strong>De</strong> wijken die aan <strong>de</strong> rand van <strong>de</strong> ste<strong>de</strong>n en<br />

dorpen verschijnen zijn noch urbaan noch suburbaan. Volgens critici kennen <strong>de</strong> wijken<br />

enerzijds te lage dichthe<strong>de</strong>n, te we<strong>in</strong>ig voorzien<strong>in</strong>gen en <strong>de</strong>rhalve te we<strong>in</strong>ig functiemen<strong>in</strong>gen<br />

om van echt ste<strong>de</strong>lijke locaties te spreken. An<strong>de</strong>rzijds kennen ze een te hoge dichtheid en is<br />

er sprake van te krappe kavels om met recht te kunnen stellen dat er sprake is van een<br />

suburbane leefomgev<strong>in</strong>g.<br />

<strong>De</strong> Vier<strong>de</strong> Nota Ruimte Extra heeft, zoals hiervoor beschreven, kwaliteit hoog <strong>in</strong> het vaan<strong>de</strong>l<br />

staan. Echter stellen critici dat <strong>de</strong> ambitie naar kwaliteit vaak wel aanwezig was, maar <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />

praktijk sneuvel<strong>de</strong> door het tekort aan won<strong>in</strong>gen (Baljon & Visser, 1997, <strong>in</strong> Kasten en<br />

Speksnij<strong>de</strong>r, 2006). Van <strong>de</strong>n Hof (2007, p. 10) betoogt <strong>in</strong> zijn artikel over duurzame<br />

V<strong>in</strong>exwijken dat er “te eenzijdig gebouwd is, met te we<strong>in</strong>ig aandacht voor wensen van <strong>de</strong><br />

consumenten en <strong>de</strong> kwaliteit van <strong>de</strong> woonomgev<strong>in</strong>g”. Dit conclu<strong>de</strong>ert Van <strong>de</strong>n Hof (2007) <strong>in</strong><br />

zijn on<strong>de</strong>rzoek naar <strong>de</strong> duurzaamheid van <strong>de</strong> ruimtelijke kwaliteit <strong>in</strong> V<strong>in</strong>exwijken. In dit<br />

on<strong>de</strong>rzoek zijn drie verschillen<strong>de</strong> V<strong>in</strong>exwijken on<strong>de</strong>rworpen aan een kwalitatief<br />

12


on<strong>de</strong>rzoekska<strong>de</strong>r waar<strong>in</strong> <strong>de</strong> kwaliteitsaspecten, gebruiks-, belev<strong>in</strong>gs- en toekomstwaar<strong>de</strong><br />

getoetst wer<strong>de</strong>n. Van <strong>de</strong>n Hof (2007) stelt dat het opvallend is dat het concept voor<br />

gebruiks-, belev<strong>in</strong>gs- en toekomstwaar<strong>de</strong> <strong>in</strong> géén van <strong>de</strong> plannen wordt toegepast. <strong>De</strong><br />

schaarste op <strong>de</strong> Ne<strong>de</strong>rlandse won<strong>in</strong>gmarkt zou als remmen<strong>de</strong> factor kunnen wor<strong>de</strong>n<br />

bestempeld.<br />

Het is opvallend dat <strong>de</strong> hiervoor beschreven kritiek over <strong>de</strong> V<strong>in</strong>exwijken met name <strong>de</strong><br />

uitleglocaties betreft. Over <strong>de</strong> b<strong>in</strong>nenste<strong>de</strong>lijke locaties, evenals V<strong>in</strong>exwijken, wordt <strong>in</strong><br />

negatieve z<strong>in</strong> we<strong>in</strong>ig geschreven.<br />

Een beeld wordt geschetst dat <strong>de</strong> esthetiek <strong>in</strong> een groot <strong>de</strong>el van <strong>de</strong> V<strong>in</strong>exwijken te wensen<br />

over laat. Aandacht voor het uiterlijk van <strong>de</strong> won<strong>in</strong>gen is er wel geweest maar is volgens<br />

vormgevers on<strong>de</strong>r <strong>de</strong> maat. Ook wordt er kritiek geleverd op <strong>de</strong> <strong>in</strong><strong>de</strong>l<strong>in</strong>g achter <strong>de</strong> gevel.<br />

Achter <strong>de</strong> gevel houdt <strong>de</strong> aandacht voor vernieuw<strong>in</strong>g op en is <strong>de</strong> <strong>in</strong><strong>de</strong>l<strong>in</strong>g van het huis<br />

traditioneel. Toch is er een kantteken<strong>in</strong>g te maken bij <strong>de</strong>ze kritiek. Men dient immers het<br />

bouwbesluit als maatstaf te nemen voor het won<strong>in</strong>gontwerp. Gehele vrijheid op het gebied<br />

van esthetiek achter <strong>de</strong> gevel is daarom niet mogelijk.<br />

Kritiek uit <strong>de</strong> professionele hoek op een groot <strong>de</strong>el van <strong>de</strong> V<strong>in</strong>exwijken heeft een sterke<br />

<strong>in</strong>vloed gehad op <strong>de</strong> globale beeldvorm<strong>in</strong>g over wonen <strong>in</strong> V<strong>in</strong>exwijken. Professionals kijken<br />

vooral naar <strong>de</strong> buitenkant, vorm, esthetiek, het voorzien<strong>in</strong>gsniveau (functionaliteit) en <strong>de</strong><br />

dichtheid van <strong>de</strong> wijk. Maar kijken bewoners met <strong>de</strong>zelf<strong>de</strong> ogen naar <strong>de</strong> (hun) V<strong>in</strong>exwijk?<br />

Kasten en Speksnij<strong>de</strong>r (2006) stellen dat V<strong>in</strong>exbewoners met an<strong>de</strong>r ogen kijken: specifieke<br />

huishou<strong>de</strong>nsituatie en het f<strong>in</strong>ancieel budget zijn <strong>de</strong> belangrijkste elementen waarom mensen<br />

<strong>in</strong> een V<strong>in</strong>exwijk wonen.<br />

Voor veel bewoners van V<strong>in</strong>exwijken betekent verhuizen naar een nieuwe wijk een volgen<strong>de</strong><br />

stap <strong>in</strong> <strong>de</strong> wooncarrière. In bijna alle gevallen wordt een won<strong>in</strong>g betrokken die nieuwer,<br />

groter en van betere kwaliteit is dan <strong>de</strong> voorgaan<strong>de</strong> (Kasten en Speksnij<strong>de</strong>r 2006). Echter<br />

moet dit beeld aangescherpt wor<strong>de</strong>n. Uit <strong>de</strong> hiervoor beschreven argumenten blijkt dat<br />

woonconsumenten overwegend vanuit materieel oogpunt hun heil zoeken <strong>in</strong> V<strong>in</strong>exwijken.<br />

Bewoners geven aan dat <strong>de</strong> nieuwe wijk zel<strong>de</strong>n een plek is waar men b<strong>in</strong>d<strong>in</strong>g mee heeft en<br />

waar men zich mee kan i<strong>de</strong>ntificeren (Kasten en Speksnij<strong>de</strong>r, 2006). Bewoners zijn van<br />

men<strong>in</strong>g dat <strong>de</strong> woonomgev<strong>in</strong>g meer betekenis krijgt wanneer <strong>de</strong> i<strong>de</strong>ntiteit van <strong>de</strong> locatie<br />

versterkt wordt. Hieruit kan geconclu<strong>de</strong>erd wor<strong>de</strong>n dat, wanneer <strong>de</strong> i<strong>de</strong>ntiteit van een<br />

woonomgev<strong>in</strong>g benadrukt wordt, <strong>de</strong> woonconsument aansluit<strong>in</strong>g v<strong>in</strong>dt bij zijn won<strong>in</strong>g en<br />

woonomgev<strong>in</strong>g. Hierdoor zal <strong>de</strong> woonomgev<strong>in</strong>g <strong>de</strong> woonconsument meer bevredigen. Een<br />

13


woonomgev<strong>in</strong>g creëert immers meer bevredig<strong>in</strong>g wanneer het zowel aan <strong>de</strong> materiële als<br />

immateriële woonwensen voldoet.<br />

Resumerend<br />

Kritiek op <strong>de</strong> historische en huidige won<strong>in</strong>gvoorraad (V<strong>in</strong>exwijk) richt zich voornamelijk op <strong>de</strong><br />

bebouw<strong>in</strong>gsdichtheid, esthetiek en i<strong>de</strong>ntiteit. <strong>De</strong> Vier<strong>de</strong> Nota Ruimte Extra heeft kwaliteit<br />

hoog <strong>in</strong> het vaan<strong>de</strong>l staan. Echter is dit volgens <strong>de</strong> critici gesneuveld door het schrijnen<strong>de</strong><br />

tekort aan won<strong>in</strong>gen. Het gevolg hiervan is dat woonwijken ontston<strong>de</strong>n die te krap zijn<br />

opgezet om als surburbaan te kwalificeren en hiernaast urbane functiemeng<strong>in</strong>g of ste<strong>de</strong>lijke<br />

uitstral<strong>in</strong>g missen. <strong>De</strong> wijken zijn, <strong>in</strong> <strong>de</strong> woor<strong>de</strong>n van critici, noch vlees noch vis. Het zijn met<br />

name <strong>de</strong> vormgevers die <strong>de</strong>ze kritiek uiten. Esthetische kritiek op <strong>de</strong> V<strong>in</strong>exwijken komt uit<br />

alle gele<strong>de</strong>ren. Immers ie<strong>de</strong>reen heeft een men<strong>in</strong>g over wonen en het aanzicht van een<br />

won<strong>in</strong>g en/of omgev<strong>in</strong>g. Met name <strong>de</strong> vormgevers v<strong>in</strong><strong>de</strong>n dat <strong>de</strong> esthetiek van V<strong>in</strong>exwijken<br />

vaak te wensen overlaat en bewoners zijn vaak alleen tevre<strong>de</strong>n met het eigen huis. Esthetiek<br />

is geen gemakkelijk on<strong>de</strong>rwerp om aan te snij<strong>de</strong>n, ie<strong>de</strong>r mens bekijkt een object of omgev<strong>in</strong>g<br />

vanuit zijn eigen gekleur<strong>de</strong> referentieka<strong>de</strong>r.<br />

<strong>De</strong> kwaliteit van won<strong>in</strong>gen b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> V<strong>in</strong>exwijken staat on<strong>de</strong>r haar bewoners goed<br />

aangeschreven. Het is echter <strong>de</strong> i<strong>de</strong>ntiteit van <strong>de</strong> won<strong>in</strong>g en omgev<strong>in</strong>g die we<strong>in</strong>ig belevenis<br />

verwerft. Bewoners zijn van men<strong>in</strong>g dat <strong>de</strong> woonomgev<strong>in</strong>g meer belev<strong>in</strong>g en b<strong>in</strong>d<strong>in</strong>g<br />

genereert wanneer <strong>de</strong> i<strong>de</strong>ntiteit van <strong>de</strong> woonomgev<strong>in</strong>g verstekt wordt. Bewoners missen een<br />

reflectie van het eigen karakter <strong>in</strong> <strong>de</strong> woonomgev<strong>in</strong>g. Hierdoor wordt b<strong>in</strong>d<strong>in</strong>g met <strong>de</strong><br />

woonomgev<strong>in</strong>g bemoeilijkt. Geconclu<strong>de</strong>erd kan wor<strong>de</strong>n dat het functionele kwaliteitsaspect,<br />

zoals woonoppervlakte en duurzaamheid van <strong>de</strong> V<strong>in</strong>exwon<strong>in</strong>gen, voldoet aan <strong>de</strong><br />

verwacht<strong>in</strong>g en behoefte van <strong>de</strong> woonconsument. Echter is het <strong>de</strong> i<strong>de</strong>ntiteit van <strong>de</strong><br />

woonomgev<strong>in</strong>g (en sommige won<strong>in</strong>gen) op V<strong>in</strong>exwijken die te wensen overlaat. <strong>De</strong>ze sluit<br />

niet of nauwelijks aan bij <strong>de</strong> belev<strong>in</strong>gswereld van <strong>de</strong> woonconsument.<br />

14


HOOFDSTUK III –THEORETISCH KADER–<br />

Meerwaar<strong>de</strong> van belevenisconcepten<br />

In dit hoofdstuk wordt het belang van belevenissen en <strong>de</strong> conceptualiser<strong>in</strong>g daarvan <strong>in</strong> beeld<br />

gebracht. Vervolgens wordt het kernbegrip ‘meerwaar<strong>de</strong>’ gesplitst <strong>in</strong> twee optieken en wordt<br />

het begrip Community Concepts uitgelegd. Tenslotte wor<strong>de</strong>n <strong>in</strong> dit hoofdstuk <strong>de</strong> hypotheses<br />

geformuleerd die getoetst wor<strong>de</strong>n b<strong>in</strong>nen dit on<strong>de</strong>rzoek.<br />

3.1 Belev<strong>in</strong>g<br />

Een belevenis is een complex aan emoties die zich tegelijkertijd of achtereenvolgend<br />

voordoen. Boswijk et al. (2005, p.23) omschrijven een belevenis als “een onmid<strong>de</strong>llijke,<br />

relatief geïsoleer<strong>de</strong> gebeurtenis met een complex aan emoties die <strong>in</strong>druk maken en een<br />

bepaal<strong>de</strong> waar<strong>de</strong> vertegenwoordigen voor het <strong>in</strong>dividu b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> context van een specifieke<br />

situatie”. In <strong>de</strong>ze <strong>de</strong>f<strong>in</strong>itie is geen directe relatie te ont<strong>de</strong>kken met <strong>de</strong> economie. P<strong>in</strong>e en<br />

Gilmore (1999) stellen dat een belevenis raakvlakken krijgt met <strong>de</strong> economie wanneer <strong>de</strong><br />

belevenis wordt gesplist <strong>in</strong> <strong>de</strong> vier dome<strong>in</strong>en ‘amusement’, ‘leren’, ‘esthetiek’ en<br />

‘ontspann<strong>in</strong>g’. B<strong>in</strong>nen <strong>de</strong>ze vier dome<strong>in</strong>en kunnen <strong>in</strong>dividuen op passieve danwel actieve<br />

wijze <strong>de</strong>elnemen aan <strong>de</strong> belevenis. Op <strong>de</strong>ze manier oefenen zij <strong>in</strong>vloed uit op het verloop en<br />

het resultaat van <strong>de</strong> belevenis. Tevens is van belang <strong>in</strong> welke mate <strong>in</strong>dividuen het spectrum<br />

‘b<strong>in</strong>nentre<strong>de</strong>n’ (absorptie of on<strong>de</strong>rdompel<strong>in</strong>g genoemd) en hierdoor on<strong>de</strong>r<strong>de</strong>el van <strong>de</strong><br />

belevenis uitmaken. On<strong>de</strong>r absorptie wordt door P<strong>in</strong>e en Gilmore (1999) verstaan dat<br />

“iemands aandacht zo wordt vastgehou<strong>de</strong>n dat diegene <strong>de</strong> belevenis <strong>in</strong> zich opneemt<br />

waarbij <strong>de</strong> betrokken <strong>in</strong>dividu fysiek <strong>de</strong>el van <strong>de</strong> belevenis uitmaakt”. On<strong>de</strong>r on<strong>de</strong>rdompel<strong>in</strong>g<br />

wordt verstaan dat <strong>de</strong> <strong>in</strong>dividu <strong>de</strong> spil <strong>in</strong> het belevenisweb is. <strong>De</strong> mate van <strong>de</strong>elname aan<br />

een belevenis is bij on<strong>de</strong>rdompel<strong>in</strong>g groter dan bij absorptie. In figuur 2 wordt dui<strong>de</strong>lijk dat<br />

het doorkruisen van <strong>de</strong> dimensie (on<strong>de</strong>rdompel<strong>in</strong>g en absorptie) met <strong>de</strong> <strong>de</strong>elname (passief<br />

en actief) uitmondt <strong>in</strong> vier typen belevenissen.<br />

15


Figuur 2 <strong>De</strong> dome<strong>in</strong>en van <strong>de</strong> belevenis (P<strong>in</strong>e & Gilmore, 1999)<br />

<strong>De</strong> vier dome<strong>in</strong>en van het spectrum sluiten op elkaar aan en vloeien vaak <strong>in</strong>een zodat er een<br />

unieke persoonlijke ervar<strong>in</strong>g ontstaan. <strong>De</strong> vier dome<strong>in</strong>en wor<strong>de</strong>n hieron<strong>de</strong>r omschreven en<br />

met een voorbeeld verdui<strong>de</strong>lijkt:<br />

- amusement: men neemt <strong>de</strong> belevenis passief tot zich, zoals het bekijken van een film<br />

of het lezen van een magaz<strong>in</strong>e;<br />

- leren: men spant zich <strong>in</strong> om <strong>de</strong> belevenis tot zich te nemen, zoals educatie;<br />

- ontsnapp<strong>in</strong>g: men stort zich actief <strong>in</strong> een belevenis en draagt bij (zowel fysiek als<br />

mentaal). Voorbeel<strong>de</strong>n zijn games, pretparken, extreme sporten en het bouwen van<br />

een eigen huis;<br />

- esthetiek: men stort zich <strong>in</strong> een belevenis maar heeft geen <strong>in</strong>vloed op het verloop,<br />

zoals live concerten.<br />

Voor het operationaliseren van <strong>de</strong> dome<strong>in</strong>en van P<strong>in</strong>e en Gilmore (1999) door een<br />

on<strong>de</strong>rnem<strong>in</strong>g b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> <strong>beleveniseconomie</strong>, kan gebruik wor<strong>de</strong>n gemaakt van het Interactive<br />

experience mo<strong>de</strong>l (figuur 3) van Falk en Dierk<strong>in</strong>g (1992). Zij hebben uitgebreid on<strong>de</strong>rzoek<br />

gedaan naar wat mensen beleven en ervaren bij een bezoek aan een museum en dit<br />

vertaald <strong>in</strong> een mo<strong>de</strong>l. Dit zogehete Interactive experience mo<strong>de</strong>l heeft als doel <strong>de</strong> belev<strong>in</strong>g<br />

van museumbezoekers te optimaliseren.<br />

16


3.2 Het <strong>in</strong>teractive experience mo<strong>de</strong>l<br />

Falk en Dierk<strong>in</strong>g (1992) hanteren een mo<strong>de</strong>l waaruit drie contexten zijn te on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n,<br />

die van belang zijn voor <strong>in</strong>dividuele belevenissen en moeten lei<strong>de</strong>n tot een ervar<strong>in</strong>g. Het<br />

<strong>in</strong>dividu heeft <strong>in</strong>teractie met <strong>de</strong> persoonlijke context (1), sociaal-culturele context (2) en<br />

fysieke context (3).<br />

Figuur 3 Interactive experience mo<strong>de</strong>l (Falk en Dierk<strong>in</strong>g, 1992)<br />

1. <strong>De</strong> persoonlijke context<br />

<strong>De</strong> persoonlijke context bestaat uit alle persoonlijke kenmerken die het <strong>in</strong>dividu met zich<br />

meeneemt naar een (nieuwe) belevenis. Persoonlijke kenmerken bestaan on<strong>de</strong>r an<strong>de</strong>re uit:<br />

verwacht<strong>in</strong>gen, <strong>in</strong>teresses, ambities, motivaties en kennis die bestaat en/of is ontstaan door<br />

output van ervar<strong>in</strong>g uit het verle<strong>de</strong>n. Alle belevenissen die b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong>ze context op een<br />

persoon afkomen wor<strong>de</strong>n op basis van <strong>de</strong> hiervoor beschreven kenmerken gefilterd. Als<br />

gevolg hiervan wordt <strong>de</strong> belev<strong>in</strong>g persoonlijk. Om <strong>de</strong>ze re<strong>de</strong>n is het van belang dat<br />

keuzemogelijkhe<strong>de</strong>n wor<strong>de</strong>n <strong>in</strong>gebouwd b<strong>in</strong>nen een belevenis. Keuzes zoals: ‘op welke<br />

manier en hoe?’, ‘waarom en wanneer?’ moeten aan het <strong>in</strong>dividu wor<strong>de</strong>n overgelaten om<br />

een mate van controle over wat hij beleeft te behou<strong>de</strong>n<br />

2. Sociale context<br />

Belevenissen v<strong>in</strong><strong>de</strong>n meestal plaats <strong>in</strong> een groep. Zelfs als iemand alleen participeert <strong>in</strong> een<br />

belevenis zijn daar vaak nog an<strong>de</strong>re <strong>de</strong>elnemers zoals personeel, vrijwilligers, etcetera. Nijs<br />

en Peters (2003) zijn van men<strong>in</strong>g dat <strong>de</strong> beoor<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g van een belevenis vaak als eerste<br />

wordt bepaald door dit gegeven. Zij geven het volgen<strong>de</strong> voorbeeld: ‘ou<strong>de</strong>rs en k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren<br />

hebben an<strong>de</strong>re behoeften bij een bezoek aan een festival dan een groep jongeren. <strong>De</strong><br />

17


drukte bij het evenement is van grote <strong>in</strong>vloed op <strong>de</strong> belev<strong>in</strong>g: slecht bezochte feesten zijn<br />

vaak niet gezellig. Te drukke evenementen, met bijbehoren<strong>de</strong> files, parkeerproblemen en<br />

wachtrijen wor<strong>de</strong>n ook zel<strong>de</strong>n hoog gewaar<strong>de</strong>erd. <strong>De</strong> sociale context is feitelijk een<br />

doelgroepanalyse.<br />

3. Fysieke context<br />

<strong>De</strong> fysieke is <strong>de</strong> tastbare omgev<strong>in</strong>g. <strong>De</strong> fysieke omgev<strong>in</strong>g en <strong>de</strong> vastgoedobjecten waarmee<br />

een <strong>in</strong>dividu <strong>in</strong> contact komt geven een betekenisvolle context aan <strong>de</strong> gepresenteer<strong>de</strong> visie<br />

en concepten. Het gaat hierbij niet slechts om fysieke kenmerken zoals vormgev<strong>in</strong>g en<br />

architectuur maar ook om eigenschappen zoals sfeer en het (goe<strong>de</strong>) gevoel bij een locatie.<br />

<strong>De</strong> kracht van bijvoorbeeld <strong>de</strong> Disney parken ligt voor een groot <strong>de</strong>el <strong>in</strong> <strong>de</strong> vormgev<strong>in</strong>g en<br />

architectuur maar het belangrijkste kenmerk is <strong>de</strong> sfeer. Bezoekers wor<strong>de</strong>n on<strong>de</strong>rgedompeld<br />

<strong>in</strong> een droomwereld waarbij elk <strong>de</strong>tail doordacht is en <strong>de</strong> belev<strong>in</strong>gswereld versterkt wordt.<br />

Ex en Lengkeek (1996) stellen dat <strong>de</strong> er laatste jaren meer <strong>in</strong>teresse is <strong>in</strong> <strong>de</strong> esthetiek en<br />

authenticiteit van een tastbare omgev<strong>in</strong>g. Dat er een honger bestaat naar esthetiek, is<br />

sommige gevallen boven functionaliteit, ten aanzien van vastgoedobjecten is met name<br />

bespeurbaar <strong>in</strong> vrijetijdsaccommodaties (Eftel<strong>in</strong>g, Archeon ) musea, (Guggenheim museum<br />

<strong>in</strong> Bilbao, Gron<strong>in</strong>ger museum) en w<strong>in</strong>kelomgev<strong>in</strong>gen (Marikenstraat te Nijmegen, <strong>de</strong><br />

Beurstraverse ‘Koopgoot’ te Rotterdam).<br />

Naast esthetiek en authenticiteit b<strong>in</strong>nen een fysieke context, is i<strong>de</strong>ntiteit een belangrijke<br />

kenmerk voor het creëren van een connectie met <strong>de</strong> omgev<strong>in</strong>g. I<strong>de</strong>ntiteit en een fysieke<br />

omgev<strong>in</strong>g hebben een relatie met elkaar die tweeledig kan wor<strong>de</strong>n uitgelegd. Ten eerste kan<br />

i<strong>de</strong>ntiteit wor<strong>de</strong>n gezien vanuit <strong>de</strong> karakteristieke fysieke eigenschappen van een locatie.<br />

<strong>De</strong>ze karakteristieke eigenschappen wor<strong>de</strong>n vaak betiteld als herkenbaarheid en <strong>de</strong><br />

waarneembaarheid van een locatie, voorbeeld hier van is het aanwezig zijn van markante of<br />

gezichtsbepalen<strong>de</strong> tekens en of ‘landmarks’. Ten twee<strong>de</strong> kan <strong>de</strong> i<strong>de</strong>ntiteit van een fysieke<br />

omgev<strong>in</strong>g belev<strong>in</strong>g van personen <strong>in</strong> zich herbergen. Een locatie kan bepaal<strong>de</strong> associaties,<br />

gevoelens en sentimenten oproepen. Tevens kan <strong>de</strong> i<strong>de</strong>ntiteit vereenzelvig<strong>in</strong>g<br />

bewerkstelligen tussen persoon en locatie. Dit wijst op een emotionele of affectieve<br />

betekenissen waarmee mensen aan specifieke omgev<strong>in</strong>gen betekenis en b<strong>in</strong>d<strong>in</strong>g verlenen.<br />

Hier op voortbordurend betoogt Boomkens (1998, p. 366) dat: “het stijgend aantal eigentijdse<br />

huishou<strong>de</strong>ns en <strong>de</strong> toenemen<strong>de</strong> anonimiteit, is <strong>de</strong> burger op zoek naar een essentie, een<br />

kern, een herkenbaar punt <strong>in</strong> <strong>de</strong> stad waar hij zijn i<strong>de</strong>ntiteit kan v<strong>in</strong><strong>de</strong>n”.<br />

18


“Als ik mensen vraag wat voor hen krachtige, leefbare en vitale woonomgev<strong>in</strong>gen zijn, dan<br />

komen daar geheel an<strong>de</strong>re antwoor<strong>de</strong>n dan wij momenteel bouwen. Ik hoor antwoor<strong>de</strong>n<br />

zoals Aziatische ste<strong>de</strong>n, ik zie beel<strong>de</strong>n van New York, Hun<strong>de</strong>rtwasser en van Palermo.<br />

Allemaal plekken waar een zekere romantische levenstroom vanuit gaat: levendig,<br />

gemengd, sterk sociaal milieu, mid<strong>de</strong>n <strong>in</strong> het leven staan”.<br />

(Scief Houben, Vastgoed is dienstverlen<strong>in</strong>g <strong>in</strong> NAW 2007).<br />

<strong>De</strong> mate van <strong>in</strong>teractie <strong>in</strong> en tussen <strong>de</strong> hiervoor beschreven contexten door het <strong>in</strong>dividu<br />

bepaalt <strong>de</strong> uite<strong>in</strong><strong>de</strong>lijke belev<strong>in</strong>g. <strong>De</strong> <strong>in</strong>teractie van het <strong>in</strong>dividu met <strong>de</strong> contexten is <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />

meeste gevallen een unieke gebeurtenis en zal daardoor speciaal, persoonlijk, sociaal,<br />

doelgericht en laagdrempelig aanvoelen. Een on<strong>de</strong>rnem<strong>in</strong>g die gebruik maakt van het<br />

<strong>in</strong>teractive experience mo<strong>de</strong>l (Falk & Dierk<strong>in</strong>g, 1992), ter creatie van een positieve belev<strong>in</strong>g,<br />

zal <strong>in</strong>zicht moeten hebben <strong>in</strong> enige <strong>in</strong>dividuele en sociale kenmerken van het <strong>in</strong>dividu b<strong>in</strong>nen<br />

<strong>de</strong> <strong>in</strong>dividuele context. Inzicht <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>in</strong>dividuele kenmerken en voorkeuren zal het proces tot<br />

<strong>in</strong>een vloeien van <strong>de</strong> contexten tot een persoonlijk, sociaal, fysiek, educatieve, <strong>in</strong>tr<strong>in</strong>sieke<br />

emotionele rijke <strong>in</strong>teractive experience doen versnellen en verbeteren.<br />

Resumerend<br />

In <strong>de</strong>ze paragraaf is het raamwerk geïntroduceerd dat <strong>in</strong> <strong>de</strong>ze thesis wordt <strong>in</strong>gezet als<br />

analyse-<strong>in</strong>strument voor belevenisconcepten <strong>in</strong> <strong>de</strong> won<strong>in</strong>gbouwontwikkel<strong>in</strong>g. Omdat belev<strong>in</strong>g<br />

een moeilijk en ongrijpbaar begrip is, behoeft het een contextmatige aanpak voor het<br />

uitzetten van een analyse. <strong>De</strong> dome<strong>in</strong>en van <strong>de</strong> belevenis van P<strong>in</strong>e en Gilmore (1999) geven<br />

on<strong>de</strong>rmeer handvatten voor het <strong>in</strong>kleuren van <strong>de</strong> contexten van het <strong>in</strong>teractive experience<br />

mo<strong>de</strong>l (Falk & Dierk<strong>in</strong>g, 1992), ter verkrijg<strong>in</strong>g van een toets<strong>in</strong>gska<strong>de</strong>r. <strong>De</strong> beschreven<br />

theorieën van <strong>de</strong> <strong>beleveniseconomie</strong> hebben een lage correlatie met vastgoedontwikkel<strong>in</strong>g.<br />

<strong>De</strong>sondanks dienen <strong>de</strong>ze als basis voor <strong>de</strong> zoektocht naar <strong>de</strong> meerwaar<strong>de</strong> van een<br />

belevenisconcept <strong>in</strong> <strong>de</strong> won<strong>in</strong>gbouwontwikkel<strong>in</strong>g. In <strong>de</strong> volgen<strong>de</strong> hoofdstukken wordt <strong>de</strong> l<strong>in</strong>k<br />

gelegd tussen dit raamwerk en <strong>de</strong> won<strong>in</strong>gbouwontwikkel<strong>in</strong>g. Dit gebeurt mid<strong>de</strong>ls een<br />

beschrijv<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> operationaliser<strong>in</strong>g van belevenissen, namelijk het ‘concept’.<br />

19


3.3 Belev<strong>in</strong>gsconcepten<br />

Het Latijns woor<strong>de</strong>nboek (Koenen, 2003) geeft aan dat een ‘concept’ <strong>de</strong> volgen<strong>de</strong><br />

benam<strong>in</strong>gen kent; ‘concipio, concepi en conceptum’. Wat staat voor op- en <strong>in</strong>nemen,<br />

zwanger wor<strong>de</strong>n van, moe<strong>de</strong>r zijn van, vlam vatten, hevig verliefd wor<strong>de</strong>n, waarnemen en<br />

koesteren. Nijs en Peters (2002) stellen dat een concept een subjectieve tussenstap tussen<br />

droom en daad is. Ten aanzien van het bedrijfsleven formuleren Nijs en Peters (2002, p. 80)<br />

‘concept’ als “een strategische bena<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g voor een oploss<strong>in</strong>g”. Een ‘concept’ gaat uit van<br />

het i<strong>de</strong>e producten en/of merken op <strong>de</strong> markt te brengen die zijn gebaseerd op een<br />

gedachtegoed. On<strong>de</strong>r een gedachtegoed van een product of merk verstaat Rijkenberg<br />

(2005): “een vertegenwoordig<strong>in</strong>g van een visie, houd<strong>in</strong>gen, overtuig<strong>in</strong>g, motivaties, taal-<br />

golflengte, <strong>in</strong>teressevel<strong>de</strong>n, wereldbeel<strong>de</strong>n en werel<strong>de</strong>n die voor consumenten een<br />

betekenis hebben”. Hieruit kan geconclu<strong>de</strong>erd wor<strong>de</strong>n dat het begrip ‘concept’ <strong>de</strong> volgen<strong>de</strong><br />

vertegenwoordig<strong>in</strong>g behelst: transparant en <strong>in</strong>zichtelijk, consequent en consistent <strong>in</strong> vorm en<br />

<strong>in</strong>houd en wekt nieuwsgierigheid en verlangen naar een gedachtegoed (psychische<br />

behoeften) b<strong>in</strong>nen een strategische context.<br />

In <strong>de</strong> vastgoedmarkt geeft men geregeld een an<strong>de</strong>re <strong>in</strong>vull<strong>in</strong>g aan het woord concept.<br />

Voorbeel<strong>de</strong>n uit <strong>de</strong> praktijk zijn on<strong>de</strong>r an<strong>de</strong>re het zorg-, energie- en dienstverlen<strong>in</strong>gsconcept.<br />

<strong>De</strong> primaire gedachte bij <strong>de</strong> toepass<strong>in</strong>g van <strong>de</strong>ze concepten ligt op het product en/of <strong>de</strong><br />

dienstverlen<strong>in</strong>gen van het product. <strong>De</strong> belev<strong>in</strong>gswaar<strong>de</strong> van een product en/of dienst wordt<br />

hierbij gezien als bijproduct en niet als kernactiviteit. Een verklar<strong>in</strong>g hiervoor kan zijn dat <strong>de</strong><br />

praktijk uitgaat van <strong>de</strong> <strong>de</strong>f<strong>in</strong>itie dat een concept een strategische bena<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g is voor een<br />

oploss<strong>in</strong>g (Nijs & Peters, 2002). Door het begrip concept niet eenduidig te <strong>de</strong>f<strong>in</strong>iëren blijft het<br />

vaag en ondui<strong>de</strong>lijk wat een concept <strong>in</strong> essentie juist níet is. Daarom is gekozen voor <strong>de</strong><br />

term<strong>in</strong>ologie belevenisconcept, om verwarr<strong>in</strong>g te voorkomen. Voor het begrip<br />

‘belevenisconcept’ wordt, <strong>in</strong> relatie tot vastgoedontwikkel<strong>in</strong>g, <strong>de</strong> volgen<strong>de</strong> <strong>de</strong>f<strong>in</strong>itie<br />

gehanteerd: een gedachtegoed vertaald <strong>in</strong> een fysieke context op een specifieke locatie over<br />

een langdurige perio<strong>de</strong>. Het begrip belevenisconcept wordt <strong>in</strong> <strong>de</strong> volgen<strong>de</strong> paragraaf on<strong>de</strong>r<br />

<strong>de</strong> loep genomen en <strong>in</strong> relatie gebracht met won<strong>in</strong>gbouwontwikkel<strong>in</strong>g.<br />

3.3.1 <strong>De</strong> kern van belevenisconcepten<br />

Volgens Geursen (1996) zijn goe<strong>de</strong> belevenisconcepten betekenisvol, on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>nd en<br />

hebben ze uithoud<strong>in</strong>gsvermogen. Ze zijn <strong>in</strong> essentie makkelijk communiceerbaar omdat ze<br />

natuurlijk overkomen. <strong>De</strong> adaptatiedrempel voor een consument is laag vanwege <strong>de</strong><br />

<strong>in</strong>nerlijke waarheid die het concept vertegenwoordigt. In paragraaf 2.1 is reeds toegelicht dat<br />

20


een gecreëer<strong>de</strong> belevenis alleen betekenisvol kan wor<strong>de</strong>n wanneer on<strong>de</strong>r meer <strong>in</strong>zicht is <strong>in</strong><br />

<strong>de</strong> kenmerken van haar belever(s). Een goed belevenisconcept geeft hier <strong>in</strong>vull<strong>in</strong>g aan. Maar<br />

aan welke eisen moet een belevenisconcept voldoen? Aanknop<strong>in</strong>gspunten zijn te v<strong>in</strong><strong>de</strong>n <strong>in</strong><br />

<strong>de</strong> vijf pr<strong>in</strong>cipes van P<strong>in</strong>e en Gilmore (1999) voor het creëren van belevenisomgev<strong>in</strong>gen door<br />

mid<strong>de</strong>l van het gebruik van een concept. <strong>De</strong>ze vijf pr<strong>in</strong>cipes zijn geïnspireerd op ervar<strong>in</strong>gen<br />

uit <strong>de</strong> Angelsaksische markt. <strong>De</strong> pr<strong>in</strong>cipes wor<strong>de</strong>n voorzien van Ne<strong>de</strong>rlandse voorbeel<strong>de</strong>n.<br />

Tevens wor<strong>de</strong>n twee pr<strong>in</strong>cipes toegevoegd om aansluit<strong>in</strong>g te v<strong>in</strong><strong>de</strong>n met <strong>de</strong> Ne<strong>de</strong>rlandse<br />

(vastgoed) markt. Voor <strong>de</strong> <strong>in</strong> totaal zeven pr<strong>in</strong>cipes is gekozen omdat ze handvatten<br />

aanreiken waarmee een fysieke omgev<strong>in</strong>g op beleveniswaar<strong>de</strong> getoetst kan wor<strong>de</strong>n. <strong>De</strong><br />

zeven pr<strong>in</strong>cipes zijn: thema (1), i<strong>de</strong>ntiteit (2),authenticiteit (3), bestrek alle z<strong>in</strong>tuigen(4),<br />

knelpunten (5), harmonie (6) en her<strong>in</strong>ner<strong>in</strong>g (7).<br />

1. Thema<br />

Een belangrijke eigenschap van een belevenisconcept is het thema. Heeft het concept een<br />

verhaal? Kan men <strong>de</strong> filosofie herkennen? Heeft het een bereikbaar doel? Past het thema bij<br />

haar omgev<strong>in</strong>g? Is het thema boeiend? Het project Bran<strong>de</strong>voort te Helmond is een voorbeeld<br />

van een V<strong>in</strong>exlocatie waarbij gebruik is gemaakt van een thema. Het thema wat centraal<br />

stond tij<strong>de</strong>ns <strong>de</strong> ontwikkel<strong>in</strong>g van Bran<strong>de</strong>voort was dat <strong>de</strong> wijk een nostalgisch karakter<br />

moest krijgen, welke <strong>de</strong> sfeer van <strong>de</strong> Brabantse dorpen van weleer moest oproepen. Het<br />

laten herleven van een oud Hollands stadje uit <strong>de</strong> 17 e tot en met <strong>de</strong> 20 e eeuw met<br />

woonwensen van vandaag en morgen. “Ou<strong>de</strong> landschappelijke structuren zoals groene<br />

erven, beplant<strong>in</strong>gen, radiale lanen en landwegen, zijn naar boven gehaald en ruimtelijk<br />

versterk, zodat ze als dragers van het plan – thema- kunnen functioneren” (Janssen, 2001,p.<br />

38).<br />

Het ‘Smurfendorp’, zo noemen omwon<strong>de</strong>n het vakantiedorp Buitenborgh. Het vakantiedorp is<br />

op palen gebouwd en ligt langs <strong>de</strong> A2 bij Abcou<strong>de</strong>. Het thema wat hieraan ten grondslag ligt<br />

is het creëren van een veilig (permanent) vakantiegevoel. <strong>De</strong> won<strong>in</strong>gen met elk een eigen<br />

aanlegsteiger aan het water van <strong>de</strong> V<strong>in</strong>keveense plassen zorgen voor een versterk<strong>in</strong>g van<br />

het thema. Rondom het dorp staat een hek dat ongenodig<strong>de</strong>n buiten het dorp moet hou<strong>de</strong>n.<br />

Het vakantiedorp heeft een sterke gelijkenis met <strong>de</strong> Amerikaanse gated communities.<br />

2. I<strong>de</strong>ntiteit<br />

<strong>De</strong> i<strong>de</strong>ntiteit van een thema beschrijft <strong>de</strong> onverwisselbare karakteristieke en unieke<br />

eigenschappen. Het doel van i<strong>de</strong>ntiteit is het verwerven van een on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n<strong>de</strong><br />

bre<strong>in</strong>positie bij <strong>de</strong> consument. In paragraaf 3.2 is <strong>de</strong> relatie tussen i<strong>de</strong>ntiteit en <strong>de</strong> fysieke<br />

omgev<strong>in</strong>g beschreven. <strong>De</strong> tweeledigheid van het begrip dient bij <strong>de</strong> conceptualiser<strong>in</strong>g<br />

21


<strong>in</strong>gevuld te wor<strong>de</strong>n. Met <strong>de</strong> ontled<strong>in</strong>g van i<strong>de</strong>ntiteit is geen reken<strong>in</strong>g gehou<strong>de</strong>n met <strong>de</strong><br />

poststructuralistische theorie. <strong>De</strong>ze theorie gaat er vanuit dat i<strong>de</strong>ntiteit nooit eenduidig en als<br />

kenbaar gegeven wordt beschouwd maar als een meerduidig en subjectief construct. Het<br />

begrip is <strong>in</strong> <strong>de</strong>ze context multi-<strong>in</strong>terpretabel; i<strong>de</strong>ntiteit is <strong>in</strong> <strong>de</strong>ze bena<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g zo dynamisch dat<br />

een statische kwantificatie niet bewerkstelligd kan wor<strong>de</strong>n.<br />

3. Authenticiteit<br />

Het concept moet een natuurlijke en authentieke <strong>in</strong>druk maken. Authenticiteit is niet<br />

clichématig <strong>in</strong> <strong>de</strong> z<strong>in</strong> dat het alleen over traditioneel vakmanschap of nostalgie gaat.<br />

Authenticiteit gaat over het heront<strong>de</strong>kken. Ex en Lengkeek (1996) maken on<strong>de</strong>rscheid<br />

tussen historisch of a- historisch authenticiteit. “B<strong>in</strong>nen het gebied van kunst (waaron<strong>de</strong>r<br />

vastgoed valt) hebben a-historische en historische authenticiteit betrekk<strong>in</strong>g op <strong>de</strong> vraag of<br />

het object <strong>in</strong> <strong>de</strong> ou<strong>de</strong> glorie wordt hersteld of juist niet. Wie oog heeft voor <strong>de</strong> historische<br />

authenticiteit laat zien dat het kunstwerk een geschie<strong>de</strong>nis van veran<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gen heeft. Het<br />

kunstwerk wordt geconserveerd <strong>in</strong> <strong>de</strong> conditie waar<strong>in</strong> het is aangetroffen. Zo niet bij a-<br />

historische authenticiteit. Wie die verkiest, verwij<strong>de</strong>rt <strong>de</strong> zichtbare levensgeschie<strong>de</strong>nis. Het<br />

object moet wor<strong>de</strong>n teruggebracht <strong>in</strong> <strong>de</strong> staat waar<strong>in</strong> het <strong>in</strong> aanvang verkeer<strong>de</strong>” (Ex &<br />

Lengkeek,1996, p.38). Ex en Lengkeek (1996) beschouwen authenticiteit met name vanuit<br />

<strong>de</strong> <strong>in</strong>valshoek van cultuur-historisch toerisme en kunst. Alhoewel <strong>de</strong> <strong>in</strong>valshoek van Ex en<br />

Lengkeek (1996) verschilt met <strong>de</strong> <strong>in</strong>valshoek van dit on<strong>de</strong>rzoek zijn er toch dui<strong>de</strong>lijk<br />

aanknop<strong>in</strong>gspunten en overlapp<strong>in</strong>gen. Een overlapp<strong>in</strong>g c.q. aanknop<strong>in</strong>gspunt is waar te<br />

nemen <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rzoek van Ennen (2004) over <strong>de</strong> woonconsument <strong>in</strong> Bran<strong>de</strong>voort. Daar<strong>in</strong><br />

beschrijft hij een tegemoetkom<strong>in</strong>g aan nieuwe woonwensen en kwaliteitsaspecten van <strong>de</strong><br />

leefomgev<strong>in</strong>g door het <strong>in</strong>zetten van erfgoed door gemeenten en projectontwikkelaars.<br />

Daarbij gaat het niet om het beschermen en <strong>in</strong> stand hou<strong>de</strong>n van het verle<strong>de</strong>n maar om het<br />

creëren van een verle<strong>de</strong>n (a- historisch authenticiteit). Dit wordt vervolgens vertaald <strong>in</strong> een<br />

ontwikkel<strong>in</strong>gsplan om een woonproduct en leefomgev<strong>in</strong>g te ontwikkelen. Ennen (2004)<br />

refereert <strong>in</strong> <strong>de</strong>ze context aan ‘gecreëerd erfgoed’.<br />

4. Betrek alle z<strong>in</strong>tuigen<br />

Z<strong>in</strong>tuigen stellen ons <strong>in</strong> staat kennis te nemen van het <strong>de</strong>el van <strong>de</strong> fysieke werkelijkheid die<br />

onze wereld vormt. Veel belevenisomgev<strong>in</strong>gen zijn gebaseerd op visuele <strong>in</strong>drukken. Vaak<br />

wor<strong>de</strong>n niet alle z<strong>in</strong>tuigen geprikkeld en dit kan afbreuk plegen aan <strong>de</strong> belevenis.<br />

Waarnemen is een actief en tegelijkertijd passief proces. Dit proces leidt tot een vorm van<br />

betekenis geven aan <strong>de</strong> (fysieke) wereld om ons heen.<br />

22


5. Knelpunten (verwij<strong>de</strong>r negatieve <strong>in</strong>drukken)<br />

B<strong>in</strong>nen een omgev<strong>in</strong>g zijn er altijd elementen die afbreuk doen aan <strong>de</strong> fysieke kwaliteit en,<br />

daardoor, <strong>de</strong> belev<strong>in</strong>gswaar<strong>de</strong>. Het zijn elementen die niet b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> context van het thema<br />

passen. Wanneer niet alle elementen correspon<strong>de</strong>ren, <strong>in</strong> het ernstigste geval strijdig zijn,<br />

met het thema kan dit lei<strong>de</strong>n tot een reductie <strong>in</strong> <strong>de</strong> geloofwaardigheid van het thema. Een T-<br />

bone steak hoort immers niet thuis op <strong>de</strong> kaart van een vegetarisch restaurant.<br />

6. Harmonie<br />

B<strong>in</strong>nen een concept is het belangrijk dat alle variabelen op elkaar zijn afgestemd. P<strong>in</strong>e en<br />

Gilmore (1999) stellen dat “<strong>de</strong> naadloze <strong>in</strong>tegratie van een aantal <strong>in</strong>drukken beïnvloedt het<br />

<strong>in</strong>dividu en maakt daardoor het thema waar” (p. 78). In het geval van Bran<strong>de</strong>voort geldt dat<br />

<strong>de</strong> wijken allemaal een naam hebben die <strong>in</strong> het verleng<strong>de</strong> van het thema ligt. <strong>De</strong> Veste, het<br />

centrum van Bran<strong>de</strong>voort, roept associaties met een mid<strong>de</strong>leeuws vest<strong>in</strong>gstadje op. <strong>De</strong><br />

traditionele architectonische stijl van <strong>de</strong> Veste zorgt voor een versterk<strong>in</strong>g van <strong>de</strong><br />

belev<strong>in</strong>gswaar<strong>de</strong> van het gehele thema.<br />

7. Her<strong>in</strong>ner<strong>in</strong>gen<br />

Met het <strong>in</strong>troduceren en implementeren van een belevenisconcept moeten on<strong>de</strong>rnem<strong>in</strong>gen<br />

zich beseffen dat zij her<strong>in</strong>ner<strong>in</strong>gen maken. Het traject van het kopen en laten bouwen van<br />

een huis is voor <strong>de</strong> meeste mensen een emotionele gebeurtenis, waar vaak <strong>in</strong> een latere<br />

levensfase aan wordt gerefereerd. Wanneer <strong>de</strong>ze referentie aan het ontwikkel<strong>in</strong>gsproces<br />

positief is zal dit het imago van <strong>de</strong>sbetreffen<strong>de</strong> ontwikkelaar ten goe<strong>de</strong> komen.<br />

Het ontle<strong>de</strong>n van een belevenisconcept brengt on<strong>de</strong>r <strong>de</strong> aandacht dat drie pr<strong>in</strong>cipes <strong>de</strong><br />

ruggengraat vormen. Zon<strong>de</strong>r <strong>de</strong>ze begrippen is er geen belevenisconcept te vormen. <strong>De</strong><br />

primaire <strong>in</strong>grediënten voor een belevenisconcept zijn; thema, i<strong>de</strong>ntiteit en authenticiteit.<br />

Wanneer geen <strong>in</strong>vull<strong>in</strong>g wordt geven aan <strong>de</strong>ze drie pr<strong>in</strong>cipes heeft het belevenisconcept<br />

geen bestaansrecht. <strong>De</strong> an<strong>de</strong>re pr<strong>in</strong>cipes: ‘betrek alle z<strong>in</strong>tuigen’, ‘knelpunten verm<strong>in</strong><strong>de</strong>ren’<br />

en ‘harmonie’, zijn complementair aan <strong>de</strong> drie primaire pr<strong>in</strong>cipes. <strong>De</strong>ze hebben als doel <strong>de</strong><br />

drie primaire pr<strong>in</strong>cipes te synergeren zodat een belevenis wordt gecreëerd die leidt tot, het<br />

laatste pr<strong>in</strong>cipe, een (on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n<strong>de</strong>) her<strong>in</strong>ner<strong>in</strong>g (tertiair pr<strong>in</strong>cipe) .<br />

23


Resumerend<br />

Uit <strong>de</strong>ze paragraaf komt naar voren dat een concept een concrete <strong>in</strong>tegrale bena<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g voor<br />

het creëren van een betekenisvolle belevenis is. B<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> praktijk doen verschillen<strong>de</strong><br />

<strong>de</strong>f<strong>in</strong>ities <strong>de</strong> ron<strong>de</strong> voor het begrip concept. Vandaar <strong>de</strong> term<strong>in</strong>ologie belevenisconcept. Het<br />

geraamte van een belevenisconcept dat leidt tot een betekenisvolle belevenis is opgebouwd<br />

uit zeven pr<strong>in</strong>cipes. <strong>De</strong>ze pr<strong>in</strong>cipes zijn on<strong>de</strong>r te ver<strong>de</strong>len <strong>in</strong> primair, complementair en<br />

tertiair. <strong>De</strong> primaire pr<strong>in</strong>cipes zijn <strong>de</strong> fun<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g van een belevenisconcept. Een<br />

belevenisconcept zon<strong>de</strong>r <strong>de</strong> drie pr<strong>in</strong>cipes ‘een verhaal en doel (thema)’, ‘uniek karakter en<br />

cont<strong>in</strong>uïteit (i<strong>de</strong>ntiteit)’ en ‘authenticiteit’, zal geen belev<strong>in</strong>g bij <strong>de</strong> consument genereren.<br />

Zoals hiervoor beschreven zorgen <strong>de</strong> complementaire pr<strong>in</strong>cipes er voor dat het concept naar<br />

een hoger belevenisniveau wordt gebracht. <strong>De</strong> belevenis wordt door <strong>de</strong>ze pr<strong>in</strong>cipes<br />

betekenisvoller en <strong>in</strong>tenser.<br />

<strong>De</strong> zoektocht naar meerwaar<strong>de</strong> van belevenisconcepten <strong>in</strong> <strong>de</strong> won<strong>in</strong>gbouw wordt voortgezet<br />

met <strong>de</strong> primaire pr<strong>in</strong>cipes als toets<strong>in</strong>gska<strong>de</strong>r. <strong>De</strong> complementaire pr<strong>in</strong>cipes wor<strong>de</strong>n <strong>in</strong> het<br />

verloop van <strong>de</strong>ze thesis niet ver<strong>de</strong>r belicht.<br />

Wanneer <strong>de</strong> drie primaire pr<strong>in</strong>cipes van het belevenisconcept fuseren met het Interactive<br />

experience mo<strong>de</strong>l treedt veran<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g op. <strong>De</strong> ‘fysieke omgev<strong>in</strong>g’ zal zich ontpoppen tot een<br />

‘fysieke belevenisomgev<strong>in</strong>g’. <strong>De</strong>ze metamorfose is van belang voor dit on<strong>de</strong>rzoek omdat<br />

hieruit (mogelijk) blijkt dat het gebruik van <strong>de</strong> pr<strong>in</strong>cipes een ‘normale’ fysieke omgev<strong>in</strong>g<br />

omzet <strong>in</strong> een fysieke ‘belevenis’ omgev<strong>in</strong>g. <strong>De</strong>ze metamorfose zou vervolgens kunnen lei<strong>de</strong>n<br />

tot meerwaar<strong>de</strong>.<br />

24


3.4 Meerwaar<strong>de</strong> belevenisconcepten voor <strong>de</strong> woonconsument<br />

In <strong>de</strong>ze paragraaf wor<strong>de</strong>n <strong>de</strong> primaire pr<strong>in</strong>cipes thema, i<strong>de</strong>ntiteit en authenticiteit die b<strong>in</strong>nen<br />

een fysieke context geanalyseerd. Het analyseren van <strong>de</strong>ze pr<strong>in</strong>cipes b<strong>in</strong>nen en fysieke<br />

context moet lei<strong>de</strong>n tot meerwaar<strong>de</strong>.<br />

3.4.1 Thematiser<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> fysieke omgev<strong>in</strong>g<br />

“Een krachtig thema creëert meervoudige belevenissen op één plek” (P<strong>in</strong>e en Gilmore 1999,<br />

p.77). Thematiser<strong>in</strong>g van een omgev<strong>in</strong>g, stad, woonwijk en/of object maken <strong>de</strong> belevenis<br />

rijker. Een goed thema geeft <strong>de</strong> verschillen<strong>de</strong> on<strong>de</strong>r<strong>de</strong>len van een belev<strong>in</strong>gswereld betekenis<br />

en heeft een synergie-effect; “<strong>de</strong> totale belev<strong>in</strong>g is meer dan <strong>de</strong> optelsom van <strong>de</strong><br />

on<strong>de</strong>r<strong>de</strong>len” (Nijs en Peters 2002, p. 248). Overigens schuilt er ook een gevaar <strong>in</strong><br />

thematiser<strong>in</strong>g. Een thema is <strong>in</strong> grote mate subjectief en statisch. Hierdoor kan <strong>de</strong><br />

kennismak<strong>in</strong>g met het thema een eenmalige belevenis zijn die niet wordt herhaald. In <strong>de</strong>ze<br />

paragraaf wordt het belang van thematiser<strong>in</strong>g belicht <strong>in</strong> relatie tot woonbelevenissen.<br />

Thematiser<strong>in</strong>g is <strong>in</strong> Ne<strong>de</strong>rland een betrekkelijk nieuw verschijnsel. Kattenbroek, een<br />

Amersfoortse woonwijk, heeft pionierswerk verricht op dit gebied <strong>in</strong> 1990. In <strong>de</strong>ze wijk wordt<br />

voor het eerst op ruime schaal gebruik gemaakt van werven<strong>de</strong> referentievoorbeel<strong>de</strong>n. In<br />

Kattenbroek gaat het met name om fantasiebenam<strong>in</strong>gen, waarmee <strong>de</strong> ontwerper<br />

uitgesproken sferen b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> woonwijk heeft willen scheppen. Daarop aansluitend is <strong>de</strong><br />

architectuur op <strong>de</strong>ze thema’s aangepast. Aan het beg<strong>in</strong> van <strong>de</strong> eenentw<strong>in</strong>tigste eeuw, met<br />

<strong>de</strong> aandacht voor consumentgericht bouwen en <strong>de</strong> behoefte van gemeenten om zich te<br />

profileren en hun nieuwbouwwijken te on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n, is thematiser<strong>in</strong>g een opkomend<br />

<strong>in</strong>strument. <strong>De</strong> ten<strong>de</strong>ns om nieuwe woonwijken ‘<strong>in</strong> <strong>de</strong> markt te zetten’, zoals dat wordt<br />

gedaan met een nieuw mo<strong>de</strong>l auto, door het toepassen van een geconceptualiseerd thema,<br />

is hierbij een voorkomend gegeven. Uit on<strong>de</strong>rzoek (Lorz<strong>in</strong>g et al., 2006) is gebleken dat met<br />

enige regelmaat voor <strong>de</strong>zelf<strong>de</strong> thema’s wordt gekozen. <strong>De</strong>ze thema’s zijn water, bos en<br />

historie. <strong>De</strong>ze thema’s wor<strong>de</strong>n door <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rzoekers bestempeld als succesnummers.<br />

On<strong>de</strong>rzoekers verklaren dit succes omdat <strong>de</strong> thema’s natuurlijk en echt overkomen en<br />

eenduidig te conceptualiseren zijn. Hierdoor ontstaan thema’s die b<strong>in</strong>nen een ie<strong>de</strong>r zijn<br />

referentieka<strong>de</strong>r aansluit<strong>in</strong>g v<strong>in</strong><strong>de</strong>n. Immers, ie<strong>de</strong>reen heeft wel een gedachte over wonen<br />

aan het water, <strong>in</strong> het bos of kasteel. <strong>De</strong>ze thema’s dragen bij aan <strong>de</strong> immateriële behoefte<br />

van het wonen. Echter een thema ‘an sich’ leidt niet tot een gehele mentale woonbehoefte<br />

bevredig<strong>in</strong>g. Daar zijn <strong>de</strong> <strong>in</strong>grediënten i<strong>de</strong>ntiteit en authenticiteit voor nodig.<br />

25


In Vathorst, een nieuwe wijk aan <strong>de</strong> Noordzij<strong>de</strong> van Amersfoort, is een kunstproject ‘Who is<br />

afraid of V<strong>in</strong>ex?’ geïntroduceerd met als doel een on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n<strong>de</strong> i<strong>de</strong>ntiteit aan te meten<br />

voor <strong>de</strong> V<strong>in</strong>exlocatie. Het kunstproject is echter door <strong>de</strong> bewoners van Vathorst niet<br />

geadopteerd. <strong>De</strong> bewoners herken<strong>de</strong>n <strong>de</strong> i<strong>de</strong>ntiteit van het kunstproject niet. Karsten en<br />

Speksnij<strong>de</strong>r (2006) stellen dat <strong>de</strong> bewoners van Vathorst meer b<strong>in</strong>d<strong>in</strong>g met <strong>de</strong> wijk zou<strong>de</strong>n<br />

hebben gekregen wanneer <strong>de</strong> i<strong>de</strong>ntiteit van <strong>de</strong> wijk zou zijn versterkt en afgesteld op <strong>de</strong><br />

bewoners. Dit voorbeeld belicht het belang van i<strong>de</strong>ntiteit. In dit voorbeeld komt naar voren<br />

dat <strong>de</strong> bewoners zich niet kon<strong>de</strong>n vereenzelvigen met <strong>de</strong> woonwijk vanwege <strong>de</strong><br />

miscommunicatie tussen <strong>de</strong> i<strong>de</strong>ntiteit van het kunstproject en <strong>de</strong> bewoners van Vathorst.<br />

Hieruit kan geconclu<strong>de</strong>erd wor<strong>de</strong>n dat, wanneer <strong>de</strong> i<strong>de</strong>ntiteit van een thema een eigen,<br />

herkenbaar, transparant en een on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>nd karakter heeft, een reflectie tussen bewoner<br />

en omgev<strong>in</strong>g ontstaat die leidt tot positieve belevenissen.<br />

3.4.2 I<strong>de</strong>ntiteit en authenticiteit lei<strong>de</strong>n tot symbolische b<strong>in</strong>d<strong>in</strong>g<br />

Uiteenlopen<strong>de</strong> groepen gebruiken lokale of regionale eigenschappen van <strong>de</strong> ruimte om<br />

uitdrukk<strong>in</strong>g te geven aan <strong>de</strong> eigen i<strong>de</strong>ntiteit en levenswijze (Nio, 2003). Het is <strong>de</strong>ze<br />

‘i<strong>de</strong>ntiteitsgedachte’ die stelt dat een verschuiv<strong>in</strong>g optreedt van het belang van <strong>de</strong> b<strong>in</strong>d<strong>in</strong>g<br />

aan een plek naar het belang van <strong>de</strong> b<strong>in</strong>d<strong>in</strong>g met een plek.<br />

Thematiser<strong>in</strong>g van i<strong>de</strong>ntiteit leidt tot belevenis en verbon<strong>de</strong>nheid. Door <strong>de</strong> i<strong>de</strong>ntiteit van een<br />

thema op <strong>de</strong> voorgrond te positioneren kan aansluit<strong>in</strong>g wor<strong>de</strong>n gevon<strong>de</strong>n <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />

beleveniswereld van <strong>de</strong> woonconsument. Een gethematiseer<strong>de</strong> i<strong>de</strong>ntiteit geeft immers een<br />

omgev<strong>in</strong>g een on<strong>de</strong>rwerp c.q. filosofie en een eigen karakter. Dit karakter kan overlappen<br />

met het karakter van <strong>de</strong> woonconsument waardoor <strong>de</strong> woonconsument zijn eigen i<strong>de</strong>ntiteit<br />

kan benadrukken. Niet alleen het <strong>in</strong>dividu probeert zich te on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n, ook (sub)groepen<br />

b<strong>in</strong>nen een samenlev<strong>in</strong>g proberen hun eigen i<strong>de</strong>ntiteit te profileren. Bauman (2001) spreekt<br />

<strong>in</strong> dit verband over ‘<strong>in</strong>gebeel<strong>de</strong> collectieven’. <strong>De</strong> gezamenlijke i<strong>de</strong>ntiteit leidt tot een gevoel<br />

van on<strong>de</strong>rl<strong>in</strong>ge verbon<strong>de</strong>nheid. Ten aanzien van (woon)belev<strong>in</strong>g is dit een belangrijk aspect.<br />

Hieruit kan opgemaakt wor<strong>de</strong>n dat i<strong>de</strong>ntiteit leidt tot verbon<strong>de</strong>nheid. Oftewel <strong>de</strong><br />

(gethematiseer<strong>de</strong>) i<strong>de</strong>ntiteit van een fysieke omgev<strong>in</strong>g leidt tot <strong>in</strong>dividuele en collectieve<br />

verbon<strong>de</strong>nheid. Thematische i<strong>de</strong>ntiteit van een belevenisconcept b<strong>in</strong>nen een<br />

won<strong>in</strong>gbouwopgave biedt het <strong>in</strong>dividu <strong>de</strong> mogelijkheid zich emotioneel te vereenzelvigen met<br />

<strong>de</strong> woonomgev<strong>in</strong>g. <strong>De</strong>ze betrokkenheid van <strong>in</strong>dividuen met hun woonomgev<strong>in</strong>g, waarb<strong>in</strong>nen<br />

zij zich kunnen i<strong>de</strong>ntificeren en on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n van of verb<strong>in</strong><strong>de</strong>n met an<strong>de</strong>ren, zegt iets over<br />

<strong>de</strong> b<strong>in</strong>d<strong>in</strong>g die zij hebben met hun omgev<strong>in</strong>g. <strong>De</strong>ze b<strong>in</strong>d<strong>in</strong>g wordt symbolische b<strong>in</strong>d<strong>in</strong>g<br />

genoemd.<br />

26


In dit hoofdstuk werd reeds beschreven dat een belevenisconcept authenticiteit moet<br />

bevatten. Wanneer een belevenisconcept niet als écht wordt beleefd, maar een laag<br />

realiteitsgehalte kent, zal <strong>de</strong> mate van belev<strong>in</strong>g ger<strong>in</strong>g zijn. Vanuit <strong>de</strong>ze optiek kan men<br />

stellen dat <strong>de</strong> i<strong>de</strong>ntiteit en authenticiteit van een woonomgev<strong>in</strong>g, ter verkrijg<strong>in</strong>g van b<strong>in</strong>d<strong>in</strong>g<br />

met een plek, samenhang hebben. Veron<strong>de</strong>rsteld wordt dat i<strong>de</strong>ntiteit zon<strong>de</strong>r authenticiteit<br />

geen symbolische b<strong>in</strong>d<strong>in</strong>g genereert.<br />

Naast symbolische b<strong>in</strong>d<strong>in</strong>g bestaat ook functionele b<strong>in</strong>d<strong>in</strong>g aan een woonomgev<strong>in</strong>g.<br />

Functionele b<strong>in</strong>d<strong>in</strong>g aan <strong>de</strong> woonomgev<strong>in</strong>g betreft bijvoorbeeld bereikbaarheid van <strong>de</strong><br />

werkplek en of familie. Hiermee wordt niet gedoeld op belevenis en bevredig<strong>in</strong>g van<br />

voorzien<strong>in</strong>gen zoals openbare ruimtes, w<strong>in</strong>kels en het park. Functionele b<strong>in</strong>d<strong>in</strong>g met <strong>de</strong><br />

woonomgev<strong>in</strong>g wordt <strong>in</strong> <strong>de</strong>ze thesis niet na<strong>de</strong>r belicht omdat <strong>de</strong>ze thesis <strong>de</strong> immateriële<br />

zij<strong>de</strong> van won<strong>in</strong>gbouwontwikkel<strong>in</strong>g belicht. Hierbij vertegenwoordigt functionele b<strong>in</strong>d<strong>in</strong>g een<br />

secondaire rol.<br />

Wanneer een omgev<strong>in</strong>g een authentieke i<strong>de</strong>ntiteit aangemeten krijgt willen mensen zich<br />

hiermee vereenzelvigen aan b<strong>in</strong><strong>de</strong>n. <strong>De</strong>ze symbolische b<strong>in</strong>d<strong>in</strong>g met een omgev<strong>in</strong>g is<br />

waarneembaar <strong>in</strong> wijken als Bran<strong>de</strong>voort, Haverlij en Groot Hoogelan<strong>de</strong>. Ennen et al. (2004)<br />

stellen dat bewoners van Bran<strong>de</strong>voort b<strong>in</strong>nen hun leefstijl aandacht hebben voor genoem<strong>de</strong><br />

belev<strong>in</strong>g als gezelligheid, gebon<strong>de</strong>nheid, nostalgie en sfeer. <strong>De</strong>ze elementen hangen samen<br />

met <strong>de</strong> i<strong>de</strong>ntiteit en authenticiteit van een woonomgev<strong>in</strong>g en lijken te lei<strong>de</strong>n tot een positieve<br />

woonbelevenis die leidt tot symbolische b<strong>in</strong>d<strong>in</strong>g. Het is vergelijkbaar met het kopje koffie van<br />

café Florian aan het S<strong>in</strong>t Marco ple<strong>in</strong>. Men betaalt daar substantieel meer euro’s voor dan<br />

voor een kopje koffie van een eenvoudige koffieshop op <strong>de</strong> hoek van <strong>de</strong> straat. Omdat men<br />

dit kopje koffie an<strong>de</strong>rs beleeft, hoe lauw het ook is. Het gaat om het ervaren van een<br />

subjectieve belevenis die on<strong>de</strong>r meer voorkomt uit een reflectie tussen <strong>de</strong> persoon en een<br />

authentieke fysieke omgev<strong>in</strong>g met een on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n<strong>de</strong> i<strong>de</strong>ntiteit.<br />

Resumerend<br />

<strong>De</strong> zoektocht naar meerwaar<strong>de</strong> voor <strong>de</strong> woonconsument levert een beeld op waar<strong>in</strong> een<br />

belevenisconcept bestaat uit primaire pr<strong>in</strong>cipes. Dit zijn thema, i<strong>de</strong>ntiteit en authenticiteit.<br />

Veron<strong>de</strong>rsteld kan wor<strong>de</strong>n dat het <strong>in</strong>zetten van concepten <strong>in</strong> won<strong>in</strong>gbouw, waarbij gebruik<br />

gemaakt is van een thema met een uitgesproken i<strong>de</strong>ntiteit die authentiek is, leidt tot<br />

woonbelev<strong>in</strong>g en verbon<strong>de</strong>nheid. Het positief en on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>nd beleven van b<strong>in</strong>d<strong>in</strong>g met<br />

een plek wordt <strong>in</strong> dit on<strong>de</strong>rzoek beschouwd als meerwaar<strong>de</strong>. <strong>De</strong> meerwaar<strong>de</strong> van<br />

belevenisconcepten voor <strong>de</strong> woonconsument is ‘woonbelev<strong>in</strong>g’ en ‘symbolische b<strong>in</strong>d<strong>in</strong>g’.<br />

27


3.4.3 Community Concepts<br />

Zoals reeds belicht heeft i<strong>de</strong>ntiteit een reflectief karakter. Veron<strong>de</strong>rsteld kan wor<strong>de</strong>n dat <strong>de</strong><br />

woonomgev<strong>in</strong>g een i<strong>de</strong>ntiteit biedt die overwegend on<strong>de</strong>r<strong>de</strong>el uitmaakt van het<br />

levensverhaal van haar bewoners. Vanuit <strong>de</strong>ze <strong>in</strong>valshoek kan gere<strong>de</strong>neerd wor<strong>de</strong>n dat een<br />

leefstijl van een groep bewoners correleert met <strong>de</strong> i<strong>de</strong>ntiteit van hun omgev<strong>in</strong>g. <strong>De</strong> keuze<br />

voor een bepaal<strong>de</strong> woonsett<strong>in</strong>g hangt direct samen met het zelfbeeld, <strong>de</strong> eigen i<strong>de</strong>ntiteit<br />

en/of behoefte aan een specifieke i<strong>de</strong>ntiteit en authenticiteit. Reflectie van <strong>de</strong> eigen i<strong>de</strong>ntiteit<br />

is daarbij geen <strong>in</strong>dividuele maar een sociale bezigheid waarbij wordt vergeleken met<br />

leefstijlen men b<strong>in</strong>nen het referentieka<strong>de</strong>r vallen. On<strong>de</strong>rzoeksbureau The Smart Agent<br />

Company® on<strong>de</strong>rzoekt <strong>de</strong> relatie tussen i<strong>de</strong>ntiteit, leefstijl en fysieke omgev<strong>in</strong>g. Hierbij staan<br />

<strong>de</strong> leefstijlen van <strong>de</strong> consumenten centraal. The Smart Agent Company® gebruikt hiervoor<br />

het Brand Strategic Research mo<strong>de</strong>l (figuur 4). Dit mo<strong>de</strong>l geeft <strong>in</strong>zicht <strong>in</strong> acht verschillen<strong>de</strong><br />

woonmilieus die gebaseerd zijn op leefstijl on<strong>de</strong>rzoek. <strong>De</strong> verschillen<strong>de</strong> woonmilieus wor<strong>de</strong>n<br />

Community Concepts genoemd.<br />

Het doel van toepass<strong>in</strong>g van Community Concepts b<strong>in</strong>nen dit on<strong>de</strong>rzoek ligt <strong>in</strong> het creëren<br />

van homogeniteit tussen <strong>de</strong> verschillen<strong>de</strong> benchmarklocaties. Ie<strong>de</strong>re locatie is immers uniek.<br />

Om <strong>de</strong>ze complexiteit hanteerbaar te maken wordt het BSR-mo<strong>de</strong>l Community Concepts<br />

gebruikt. Alvorens dit gebeurt behoeft het BSR-Mo<strong>de</strong>l en <strong>de</strong> Community Concepts enige<br />

uitleg.<br />

Het BSR-mo<strong>de</strong>l Community Concepts is een abstract psychosociaal mo<strong>de</strong>l dat mid<strong>de</strong>ls een<br />

sociologische en een psychologische dimensie, pijlers uit <strong>de</strong> menswetenschappen, wordt<br />

opgebouwd. In dit mo<strong>de</strong>l wor<strong>de</strong>n verschillen<strong>de</strong> leefwerel<strong>de</strong>n on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n en wordt het<br />

samenleven met an<strong>de</strong>ren geanalyseerd (Community Concepts, 2005). <strong>De</strong> horizontale<br />

sociologische dimensie b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> context van Community Concepts laat zich vertalen <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />

tegenstell<strong>in</strong>g tussen ik ben an<strong>de</strong>rs en ik behoor tot ons soort mensen. <strong>De</strong> psychologische<br />

dimensie van het BSR-mo<strong>de</strong>l Community Concepts hangt samen met al dan niet behoefte<br />

hebben aan (een specifieke) maatschappelijke dynamiek. Ofwel een bepaal<strong>de</strong> mate van<br />

homogeniteit of diversiteit <strong>in</strong> <strong>de</strong> woonomgev<strong>in</strong>g, morfologie etcetera. <strong>De</strong>ze dimensie laat zich<br />

dan ook vertalen <strong>in</strong> een tegenstell<strong>in</strong>g die getypeerd zou kunnen wor<strong>de</strong>n als dynamische<br />

diversiteit versus statische homogeniteit.<br />

Een comb<strong>in</strong>atie van <strong>de</strong> hiervoor genoem<strong>de</strong> dimensies leidt tot het ontstaan van vier<br />

kwadranten die door The Smart Agent Company® <strong>de</strong> ‘belev<strong>in</strong>gswerel<strong>de</strong>n’ wor<strong>de</strong>n genoemd.<br />

28


<strong>De</strong> vier belev<strong>in</strong>gswerel<strong>de</strong>n bestaan uit geel, groen, blauw en rood. B<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> gele<br />

belev<strong>in</strong>gswereld gaat het primair om harmoniëren met an<strong>de</strong>ren. <strong>De</strong> groene belev<strong>in</strong>gswereld<br />

staat voor een geritualiseer<strong>de</strong> omgang met an<strong>de</strong>ren. B<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> blauwe wereld staan<br />

<strong>in</strong>dividuele vrijheid, anonimiteit en status centraal. In <strong>de</strong> ro<strong>de</strong> belev<strong>in</strong>gswereld gaat het<br />

primair om <strong>de</strong> mogelijkheid te kunnen tonen dat je an<strong>de</strong>rs bent dan an<strong>de</strong>ren. B<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> vier<br />

beleveniswerel<strong>de</strong>n van het BSR mo<strong>de</strong>l zijn acht Community Concepts te on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n.<br />

Figuur 4: Brand Strategic Research-mo<strong>de</strong>l Community Concepts (The Smart Agent Company®, 2005)<br />

ik ben<br />

an<strong>de</strong>rs<br />

<strong>de</strong> Broedplaats<br />

vrijplaats<br />

atelier / werkplaats<br />

Solitair wonen<br />

beweg<strong>in</strong>gsvrijheid<br />

anoniem<br />

the Scene<br />

vrien<strong>de</strong>ngroep<br />

uitgaanscultuur<br />

Gemengd wonen<br />

bakker, markt<br />

multi culti<br />

<strong>de</strong> Privé wijk<br />

fysiek on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n<br />

alles on<strong>de</strong>r controle<br />

diversiteit<br />

homogeniteit<br />

Met dit BSR-mo<strong>de</strong>l Community Concepts wordt getracht <strong>in</strong>zicht te krijgen <strong>in</strong> wat <strong>de</strong><br />

leefwereld c.q. het belev<strong>in</strong>gsprofiel van consumenten is. Ook wor<strong>de</strong>n verschillen<strong>de</strong><br />

woonmilieus on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n. Een consument behoort niet uitsluitend tot een bepaald<br />

woonmilieu maar scoort b<strong>in</strong>nen verschillen<strong>de</strong> woonmilieus, waarbij een bepaald woonmilieu<br />

wel dom<strong>in</strong>ant is. <strong>De</strong>sbetreffen<strong>de</strong> woonmilieus vertegenwoordigen <strong>de</strong> juiste samenhang<br />

tussen leefstijl, thema, i<strong>de</strong>ntiteit en authenticiteit.<br />

Het BSR-mo<strong>de</strong>l Community Concepts zorgt voor een operationaliser<strong>in</strong>g en vergelijkbaarheid<br />

van locaties. Het wordt hierdoor gemakkelijker om nieuwbouwlocaties met elkaar te<br />

vergelijken en <strong>in</strong> een benchmark te plaatsen. <strong>De</strong> vergelijk<strong>in</strong>g wordt gebaseerd op<br />

woonmilieus b<strong>in</strong>nen een locatie en niet op unieke elementen van <strong>de</strong> locaties. <strong>De</strong><br />

meerwaar<strong>de</strong> kan on<strong>de</strong>r an<strong>de</strong>re wor<strong>de</strong>n vastgesteld op basis van <strong>de</strong> benchmark. Door het<br />

BSR-mo<strong>de</strong>l Community Concepts <strong>in</strong> te zetten wordt homogeniteit bewerkstelligd. In<br />

hoofdstuk 4 wordt het BSR-mo<strong>de</strong>l Community Concepts gekoppeld aan het <strong>in</strong>teractive<br />

experience mo<strong>de</strong>l (figuur 3). Op <strong>de</strong>ze manier wordt <strong>in</strong>zicht verworven <strong>in</strong> <strong>de</strong> mogelijke<br />

gelijkenis tussen locaties op het gebied van woonmilieus.<br />

<strong>de</strong> Buurt<br />

ontmoet<strong>in</strong>g<br />

gezelligheid<br />

saamhorigheid<br />

Woonwijk<br />

k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren, speelgrond<br />

netjes, rustig, veilig<br />

voorzien<strong>in</strong>gen<br />

Dorps<br />

verenig<strong>in</strong>g<br />

br<strong>in</strong>k, kerktoren<br />

privacy<br />

ons soort<br />

mensen<br />

29


3.5 Meerwaar<strong>de</strong> belevenisconcept voor <strong>de</strong> projectontwikkelaar<br />

<strong>De</strong> projectontwikkelaar wordt gezien als een organisatie die belevenisconcepten <strong>in</strong> <strong>de</strong> markt<br />

zet en hiermee een on<strong>de</strong>rmeer margegroei probeert te bewerkstelligen. <strong>De</strong>ze paragraaf<br />

heeft ten doel het bedrijfseconomische voor<strong>de</strong>el van belevenisconcepten voor <strong>de</strong><br />

projectontwikkelaar <strong>in</strong> kaart te brengen. Het creatieve- en <strong>in</strong>ventarisatieproces van<br />

belevenisconcepten voor en tij<strong>de</strong>ns <strong>de</strong> won<strong>in</strong>gbouwontwikkel<strong>in</strong>g wordt buiten beschouw<strong>in</strong>g<br />

gelaten. Het betreft hier een dynamisch proces dat per ontwikkel<strong>in</strong>g <strong>in</strong>dividueel <strong>in</strong>gevuld<br />

dient te wor<strong>de</strong>n.<br />

NEPROM (2001) stelt dat <strong>de</strong> projectontwikkelaar “<strong>in</strong>vesteert <strong>in</strong> <strong>de</strong> ontwikkel<strong>in</strong>g en realisatie<br />

van een vastgoedobject voor <strong>de</strong> markt”. Hij houdt zich bezig met zowel nieuwe projecten als<br />

<strong>de</strong> herontwikkel<strong>in</strong>g van bestaand vastgoed.<br />

<strong>De</strong> toegevoeg<strong>de</strong> waar<strong>de</strong> van <strong>de</strong> projectontwikkelaar bestaat uit een aantal aspecten:<br />

- <strong>de</strong> projectontwikkelaar is bereid en <strong>in</strong> staat om te <strong>in</strong>vesteren <strong>in</strong> het gehele proces<br />

van vastgoedontwikkel<strong>in</strong>g en realisatie. Hij draagt geduren<strong>de</strong> dat proces het<br />

f<strong>in</strong>anciële risico, tot het moment dat het gerealiseer<strong>de</strong> vastgoed is verkocht en/of<br />

verhuurd;<br />

- <strong>de</strong> projectontwikkelaar kent <strong>de</strong> markt, is <strong>in</strong> staat <strong>de</strong> vraag naar vastgoed <strong>in</strong><br />

kwantitatieve en kwalitatieve z<strong>in</strong> op te sporen en heeft <strong>de</strong> creativiteit om die<br />

marktkennis om te zetten <strong>in</strong> een vastgoedconcept;<br />

- <strong>de</strong> projectontwikkelaar neemt <strong>de</strong> managementtaak op zich; stuurt alle bij het proces<br />

betrokken partijen b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> randvoorwaar<strong>de</strong>n van (on<strong>de</strong>r meer) tijd en geld naar het<br />

beoog<strong>de</strong> e<strong>in</strong>dresultaat.<br />

Additioneel formuleert NEPROM (2001) dat “<strong>de</strong> projectontwikkelaar zich bezig houdt met het<br />

toevoegen van vastgoed aan <strong>de</strong> voorraad en het ontwikkelen van <strong>de</strong>len van <strong>de</strong> voorraad. <strong>De</strong><br />

projectontwikkelaar <strong>in</strong>vesteert <strong>in</strong> <strong>de</strong> ontwikkel<strong>in</strong>g en realisatie van vastgoedobjecten voor <strong>de</strong><br />

markt. Dat kunnen won<strong>in</strong>gen, kantoorruimten, bedrijfshallen, w<strong>in</strong>kels, recreatief vastgoed, of<br />

een comb<strong>in</strong>atie daarvan zijn.”<br />

Van Tartwijk (2002) gebruikt een <strong>de</strong>f<strong>in</strong>itie die meer gericht is op <strong>de</strong> bedrijfseconomische<br />

aspecten van projectontwikkel<strong>in</strong>g dan NEPROM: “<strong>de</strong> projectontwikkelaar is <strong>de</strong> spil <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />

verschillen<strong>de</strong> ontwikkel<strong>in</strong>gsfasen van <strong>de</strong> totstandkom<strong>in</strong>g van een vastgoedobject van<br />

<strong>in</strong>itiatief tot en met <strong>de</strong> <strong>in</strong>gebruikname. In dit proces heeft <strong>de</strong> projectontwikkelaar m<strong>in</strong>imaal<br />

30


één coörd<strong>in</strong>eren<strong>de</strong> functie. <strong>De</strong> projectontwikkelaar is een teambuil<strong>de</strong>r, entrepreneur en<br />

risicomanager voor eigen reken<strong>in</strong>g en risico of voor reken<strong>in</strong>g van een opdrachtgever. Hij<br />

heeft als doel zijn bedrijf solvabel te hou<strong>de</strong>n, waar<strong>de</strong> te creëren en een product te<br />

vervaardigen voor <strong>de</strong> markt met een positieve lange termijn impact op <strong>de</strong> samenlev<strong>in</strong>g.”<br />

<strong>De</strong> twee laatste z<strong>in</strong>nen van <strong>de</strong> <strong>de</strong>f<strong>in</strong>itie van Van Tartwijk (2002) vormen een <strong>in</strong>teressant<br />

statement en vallen b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> focus van <strong>de</strong>ze thesis. <strong>De</strong> projectontwikkelaar heeft als doel<br />

vastgoedproducten te vervaardigen die op lange termijn een positieve impact moeten<br />

hebben op <strong>de</strong> samenlev<strong>in</strong>g. Dit is alleen het geval wanneer het product <strong>de</strong> materiële en<br />

immateriële behoefte van <strong>de</strong> woonconsument bevredigt. Een belevenisconcept faciliteert<br />

theoretisch gezien <strong>in</strong> bei<strong>de</strong> behoeften. Van Tartwijk (2002) formuleert dat het primaire doel<br />

van een projectontwikkelaar <strong>de</strong> solvabiliteit van zijn on<strong>de</strong>rnem<strong>in</strong>g is. <strong>De</strong> stell<strong>in</strong>g dat een<br />

product <strong>in</strong> zijn essentie homogener wordt, waardoor marges on<strong>de</strong>r druk komen te staan<br />

waardoor nieuwe <strong>in</strong>zichten moeten wor<strong>de</strong>n ontwikkeld, wordt ten aanzien van<br />

vastgoedontwikkel<strong>in</strong>g <strong>de</strong>els aangenomen. Dat een vastgoedproduct <strong>in</strong> essentie homogeen<br />

wordt is per <strong>de</strong>f<strong>in</strong>itie onjuist. Dit gegeven is toe te schrijven aan het unieke onvervangbare<br />

kerncomponent van vastgoed; <strong>de</strong> locatie. Dui<strong>de</strong>lijk is wel dat een eenzijdig karakter van <strong>de</strong><br />

woonomgev<strong>in</strong>g leidt tot we<strong>in</strong>ig on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n<strong>de</strong> (positieve) woonbelev<strong>in</strong>g en symbolische<br />

b<strong>in</strong>d<strong>in</strong>g waardoor <strong>de</strong> margetoename en <strong>de</strong> afzetsnelheid van het vastgoedproduct wor<strong>de</strong>n<br />

bemoeilijkt. Dit gegeven moet zorgen voor nieuwe <strong>in</strong>zichten, waardoor <strong>de</strong> solvabiliteit van <strong>de</strong><br />

projectontwikkelaar wordt gecont<strong>in</strong>ueerd. Om <strong>de</strong> relatie met <strong>de</strong> <strong>beleveniseconomie</strong> te<br />

hervatten wordt <strong>de</strong> oploss<strong>in</strong>g voor dit probleem gezocht <strong>in</strong> het creëren van betekenisvolle<br />

woonbelevenissen. Het economisch voor<strong>de</strong>el kan wor<strong>de</strong>n behaald als door <strong>de</strong>ze<br />

betekenisvolle woonbelevenis een prijspremium kan wor<strong>de</strong>n gevraagd en verkregen. Het<br />

verkrijgen van een prijspremium leidt tot het vergroten van <strong>de</strong> marge van <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rnem<strong>in</strong>g.<br />

<strong>De</strong> premium op <strong>de</strong> prijs heeft ten doel (meer) w<strong>in</strong>st te generen voor <strong>de</strong> projectontwikkelaar,<br />

met als gevolg solvabiliteit. B<strong>in</strong>nen <strong>de</strong>ze thesis wordt on<strong>de</strong>rzocht of projectontwikkelaars een<br />

prijspremium kunnen vragen voor <strong>de</strong> woonproducten die zij ontwikkelen waar een<br />

belevenisconcept aan ten grondslag ligt. Zodra woonconsumenten bereid zijn <strong>de</strong>ze<br />

premiums van <strong>de</strong> vraagprijs te betalen wordt veron<strong>de</strong>rsteld dat meerwaar<strong>de</strong>, <strong>in</strong> <strong>de</strong> vorm van<br />

margegroei, wordt bewerkstelligd. Of <strong>de</strong> prijspremiums van woonproducten daadwerkelijk<br />

lei<strong>de</strong>n tot w<strong>in</strong>st is sterk afhankelijk van <strong>de</strong> <strong>in</strong>- en externe factoren en bedrijfsvoer<strong>in</strong>g van <strong>de</strong><br />

projectontwikkelaar.<br />

31


3.5.1 Prijspremium<br />

Welk prijskaartje kunnen wij hangen aan een betekenisvolle woonbelevenis? Prijzen kunnen<br />

vanuit twee verschillen<strong>de</strong> <strong>in</strong>valshoeken wor<strong>de</strong>n bepaald. Allereerst het perspectief van <strong>de</strong><br />

projectontwikkelaar; <strong>de</strong> beoog<strong>de</strong> rentabiliteit staat hierbij centraal. Ten twee<strong>de</strong> het<br />

perspectief van <strong>de</strong> consument (zowel als koper als mens); <strong>de</strong> waar<strong>de</strong> die <strong>de</strong> consument<br />

percipieert staat centraal. <strong>De</strong> leer van <strong>de</strong> <strong>beleveniseconomie</strong> geeft <strong>de</strong> voorkeur aan <strong>de</strong><br />

twee<strong>de</strong> bena<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g, waar<strong>in</strong> wordt gestreefd naar een grotere mate van betekenisvolle<br />

belevenissen. In <strong>de</strong>ze paragraaf wordt <strong>de</strong> meerwaar<strong>de</strong> voor <strong>de</strong> projectontwikkelaar belicht en<br />

b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong>ze context verdient <strong>de</strong> eerste bena<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g <strong>de</strong> voorkeur. Indien <strong>de</strong><br />

projectontwikkelaar <strong>de</strong> cont<strong>in</strong>uïteit niet <strong>in</strong> gevaar wil brengen, dienen <strong>de</strong> kosten ge<strong>de</strong>kt te<br />

wor<strong>de</strong>n met een prijsstell<strong>in</strong>g die een positieve marge genereert.<br />

Bij projectontwikkelaars waarbij het ‘kostprijsplus’ <strong>de</strong>nken dom<strong>in</strong>eert krijgt <strong>de</strong><br />

<strong>beleveniseconomie</strong> evenwel geen kans. <strong>De</strong>ze han<strong>de</strong>lswijze streeft naar efficiency,<br />

stimuleert het terugdr<strong>in</strong>gen van verspill<strong>in</strong>g en beloont zu<strong>in</strong>igheid. <strong>De</strong> schaduwkant van <strong>de</strong>ze<br />

gedachte is dat het product mogelijk wordt gegra<strong>de</strong>erd tot commodity. Kostprijsplus <strong>de</strong>nken<br />

leidt tot een <strong>in</strong>terne oriëntatie op <strong>de</strong> bedrijfsprocessen en niet tot een externe gerichtheid<br />

waarbij <strong>de</strong> bereidheid tot betalen van <strong>de</strong> vraagprijs door <strong>de</strong> consument centraal staat.<br />

Tegenover <strong>de</strong> kostprijsplus gedachte staat het gebruik van een prijspremium. <strong>De</strong><br />

optimaliser<strong>in</strong>g van het prijsbeleid is niet eenvoudig. Hoe meet je <strong>in</strong> euro’s wat een belevenis<br />

een klant waard is, zodat je op basis daarvan een prijs kunt vaststellen? Het gaat om een<br />

subjectieve perceptie, z<strong>in</strong>tuiglijke prikkel<strong>in</strong>gen, emotie, etcetera. Belevenissen die bijdragen<br />

aan <strong>de</strong> ervar<strong>in</strong>g en een transformatie tot gevolg hebben waardoor <strong>de</strong>nkbeel<strong>de</strong>n, waar<strong>de</strong>n,<br />

normen en relaties veran<strong>de</strong>ren zijn waar<strong>de</strong>vol. In het dagelijks leven stellen we zelfs ‘dat het<br />

niet <strong>in</strong> geld is uit te drukken’. <strong>De</strong>ze thesis neemt <strong>de</strong> proef op <strong>de</strong> som. Er wordt getoetst of<br />

woonconsumenten bereid zijn een premium <strong>in</strong> <strong>de</strong> vraagprijs te betalen. Indien consumenten<br />

een premium willen betalen kan aangenomen wor<strong>de</strong>n dat er margegroei wordt<br />

bewerkstelligd en dit kan lei<strong>de</strong>n tot w<strong>in</strong>st en cont<strong>in</strong>uïteit.<br />

Wanneer <strong>de</strong> woonconsument meer geld over heeft voor zijn won<strong>in</strong>g kan aangenomen<br />

wor<strong>de</strong>n dat <strong>de</strong> woonconsument bereid is meer te betalen voor <strong>de</strong> creatie van toegevoeg<strong>de</strong><br />

waar<strong>de</strong>, on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>nd vermogen en <strong>in</strong>novatie. <strong>De</strong> projectontwikkelaar wordt hierdoor<br />

beloond omdat <strong>de</strong> woonconsument bereid is <strong>de</strong> premium te betalen voor een<br />

on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n<strong>de</strong> woonbelev<strong>in</strong>g.<br />

32


Resumerend<br />

<strong>De</strong> projectontwikkelaar heeft als doel zijn bedrijf solvabel te hou<strong>de</strong>n, waar<strong>de</strong> te creëren en<br />

een product te vervaardigen voor <strong>de</strong> markt met een positieve lange termijn impact op <strong>de</strong><br />

samenlev<strong>in</strong>g. Door implementatie van belevenisconcepten b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong><br />

won<strong>in</strong>gbouwontwikkel<strong>in</strong>g wordt er waar<strong>de</strong> gecreëerd <strong>in</strong> materiële en immateriële z<strong>in</strong>. Het<br />

toepassen van prijsdiscrim<strong>in</strong>atie <strong>in</strong> <strong>de</strong> vorm van een prijspremium zorgt voor een<br />

margetoename. Wanneer <strong>de</strong> woonconsument bereid is <strong>de</strong> prijspremium te betalen kan<br />

geconclu<strong>de</strong>erd wor<strong>de</strong>n dat belevenisconcepten voor <strong>de</strong> ontwikkelaar meerwaar<strong>de</strong> genereren<br />

op monetair vlak. Of <strong>de</strong>ze margetoename daadwerkelijk leidt tot een positief bedrijfsresultaat<br />

is afhankelijk van <strong>de</strong> bedrijfsvoer<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> projectontwikkelaar.<br />

3.6 Hypothesen<br />

Uit voorgaan<strong>de</strong> paragrafen blijkt dat een maatschappelijke verschuiv<strong>in</strong>g plaatsv<strong>in</strong>dt van<br />

materiële- naar psychologische behoeften. <strong>De</strong> nadruk ligt op <strong>de</strong> immateriële aspecten van <strong>de</strong><br />

economie, met een focus op <strong>de</strong> belev<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> consument. <strong>De</strong>ze overlappen<strong>de</strong> ten<strong>de</strong>ns<br />

komt terug b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> won<strong>in</strong>gbouwontwikkel<strong>in</strong>g. Woonconsumenten hechten meer waar<strong>de</strong><br />

aan woonbelev<strong>in</strong>g. <strong>De</strong>ze woonbelev<strong>in</strong>g wordt <strong>in</strong> grote mate gegenereerd door <strong>de</strong> subjectieve<br />

componenten van <strong>de</strong> fysieke woonomgev<strong>in</strong>g. Bij <strong>de</strong> keuze voor een woonomgev<strong>in</strong>g gaat <strong>de</strong><br />

woonconsument niet alleen uit van <strong>de</strong> functionaliteit (grootte won<strong>in</strong>g, dichtheid van een wijk<br />

en voorzien<strong>in</strong>gen), maar tre<strong>de</strong>n emotionele aspecten als smaak, i<strong>de</strong>ntiteit, authenticiteit,<br />

profiler<strong>in</strong>g en vereenzelvig<strong>in</strong>g op <strong>de</strong> voorgrond.<br />

Met dit <strong>in</strong> gedachten wordt <strong>de</strong> eerste hypothese als volgt geformuleerd:<br />

H1: Gethematiseer<strong>de</strong> authentieke i<strong>de</strong>ntiteit van een fysieke woonomgev<strong>in</strong>g leidt tot<br />

positieve belev<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> woonconsument.<br />

Hypothese 1 stelt dat een woonconsument een on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n<strong>de</strong> belev<strong>in</strong>g ervaart wanneer<br />

<strong>de</strong> fysieke woonomgev<strong>in</strong>g een gethematiseer<strong>de</strong> i<strong>de</strong>ntiteit heeft die écht aanvoelt. In<br />

paragraaf 2.2.2 is geconclu<strong>de</strong>erd dat thematiseer<strong>de</strong> i<strong>de</strong>ntiteit leidt tot <strong>in</strong>dividuele en<br />

collectieve verbon<strong>de</strong>nheid, omdat <strong>de</strong> fysieke omgev<strong>in</strong>g een reflectie is van <strong>de</strong><br />

i<strong>de</strong>ntiteitsbehoefte van <strong>de</strong> woonconsument. Daardoor ontwikkelt <strong>de</strong> woonconsument b<strong>in</strong>d<strong>in</strong>g<br />

met een plek (symbolische b<strong>in</strong>d<strong>in</strong>g); wat meerwaar<strong>de</strong> voor <strong>de</strong> woonconsument is. In het<br />

verleng<strong>de</strong> hiervan luidt <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> hypothese:<br />

33


H2: Belevenisconcepten lei<strong>de</strong>n tot symbolische b<strong>in</strong>d<strong>in</strong>g voor <strong>de</strong> woonconsument.<br />

Hypothesen één en twee hebben als doel het eerste ge<strong>de</strong>elte van <strong>de</strong> centrale vraag te<br />

beantwoor<strong>de</strong>n, te weten “wordt er meerwaar<strong>de</strong> gegeneerd voor <strong>de</strong> woonconsument door het<br />

toepassen van belevenisconcepten b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> huidige won<strong>in</strong>gbouwontwikkel<strong>in</strong>g?”<br />

Het twee<strong>de</strong> ge<strong>de</strong>elte <strong>in</strong> <strong>de</strong> centrale vraag luidt “<strong>in</strong> hoeverre genereren belevenisconcepten <strong>in</strong><br />

<strong>de</strong> huidige won<strong>in</strong>gbouwontwikkel<strong>in</strong>g meerwaar<strong>de</strong> voor <strong>de</strong> projectontwikkelaar?” Uit <strong>de</strong><br />

literatuur blijkt dat meerwaar<strong>de</strong> voor <strong>de</strong> projectontwikkelaar ligt <strong>in</strong> het genereren van meer<br />

marge door het conceptualiseren van belevenissen. Met dit <strong>in</strong> gedachten wordt <strong>de</strong> laatste<br />

hypothese geformuleerd:<br />

H3: Belevenisconcepten geven projectontwikkelaars <strong>de</strong> mogelijkheid een premium te<br />

verdisconteren <strong>in</strong> <strong>de</strong> vraagprijs.<br />

34


HOOFDSTUK IV – METHODE & BENCHMARKLOCATIES –<br />

In dit hoofdstuk wordt toegelicht welke on<strong>de</strong>rzoeksmetho<strong>de</strong>n wor<strong>de</strong>n gehanteerd om <strong>de</strong><br />

probleemstell<strong>in</strong>g te beantwoor<strong>de</strong>n. <strong>De</strong> on<strong>de</strong>rzoeksmetho<strong>de</strong>n zijn het Belevenislocatiemo<strong>de</strong>l,<br />

<strong>de</strong> benchmarkanalyse, een schriftelijke enquête en discussiepanel.<br />

4.1 Selectiecriteria nieuwbouwlocatie<br />

Om te achterhalen of een belevenisconcept meerwaar<strong>de</strong> genereert werd gebruik gemaakt<br />

van een benchmarkanalyse. In <strong>de</strong> benchmarkanalyse wer<strong>de</strong>n twee nieuwbouwlocaties met<br />

elkaar vergeleken. Bij <strong>de</strong> eerste nieuwbouwlocatie is een belevenisconcept toegepast en bij<br />

<strong>de</strong> twee<strong>de</strong> is dat niet het geval.<br />

Om op gestructureer<strong>de</strong> wijze te kunnen bepalen welke locaties wel of geen geschikt zijn voor<br />

een benchmarkanalyse, zijn een aantal selectiecriteria geformuleerd. <strong>De</strong> selectiecriteria<br />

waaraan een nieuwbouwlocatie moest voldoen zijn:<br />

1. niet ou<strong>de</strong>r dan tien jaar;<br />

2. on<strong>de</strong>rheven aan volledige nieuwbouw;<br />

3. m<strong>in</strong>imaal 100 won<strong>in</strong>gen per nieuwbouwlocatie;<br />

4. fysiek gerealiseerd en bewoond;<br />

5. voldoen<strong>de</strong> achtergrond<strong>in</strong>formatie beschikbaar.<br />

<strong>De</strong>ze selectie leid<strong>de</strong> tot een tw<strong>in</strong>tigtal nieuwbouwlocaties dat geschikt werd geacht voor <strong>de</strong><br />

analyse. Om een ge<strong>de</strong>gen benchmarkanalyse uit te voeren is voldoen<strong>de</strong> relevante<br />

achtergrond<strong>in</strong>formatie nodig. Omdat van slechts vier nieuwbouwlocaties voldoen<strong>de</strong><br />

<strong>in</strong>formatie beschikbaar was, is gekozen voor:<br />

1. Bergschenhoek (Rotterdam);<br />

2. <strong>De</strong> Woerd (<strong>de</strong> Meern);<br />

3. Suytka<strong>de</strong> (Helmond);<br />

4. Zen<strong>de</strong>rpark (IJsselste<strong>in</strong>).<br />

4.2 Belevenislocatiemo<strong>de</strong>l<br />

In <strong>de</strong> literatuur was geen mo<strong>de</strong>l voorhan<strong>de</strong>n om te bepalen welke twee van <strong>de</strong> geselecteer<strong>de</strong><br />

nieuwbouwlocaties het meest geschikt waren voor <strong>de</strong> benchmarkanalyse. Als gevolg hiervan<br />

35


is een aantal theorieën samengevoegd tot één mo<strong>de</strong>l, te weten het Belevenislocatiemo<strong>de</strong>l<br />

(figuur 5). Het Belevenislocatiemo<strong>de</strong>l is opgebouwd uit <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rstaan<strong>de</strong> theorieën.<br />

1. Interactive experience mo<strong>de</strong>l (Falk & Dierk<strong>in</strong>g, 1992);<br />

2. <strong>De</strong> primaire pr<strong>in</strong>cipes van een belevenisconcept (thema, i<strong>de</strong>ntiteit en authenticiteit);<br />

3. BSR-mo<strong>de</strong>l Community Concepts (SmartAgent Company, 2005);<br />

4. <strong>De</strong> Belevenisdome<strong>in</strong>en (P<strong>in</strong>e & Gilmore, 1999).<br />

Figuur 5 Belevenislocatie mo<strong>de</strong>l<br />

Om het Belevenislocatiemo<strong>de</strong>l zo transparant mogelijk te krijgen wordt na<strong>de</strong>r toegelicht hoe<br />

<strong>de</strong> theorieën zich tot elkaar verhou<strong>de</strong>n. Het <strong>in</strong>teractive experience mo<strong>de</strong>l (Falk & Dierk<strong>in</strong>g,<br />

1992) vormt <strong>de</strong> fun<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g voor <strong>de</strong> selectiemetho<strong>de</strong>. Falk en Dierk<strong>in</strong>g (1992) hanteren drie<br />

contexten die <strong>in</strong>dividuele belev<strong>in</strong>g moeten bewerkstelligen. <strong>De</strong>ze drie contexten zijn; <strong>de</strong><br />

fysieke-, sociale- en persoonlijke context. <strong>De</strong>ze contexten wor<strong>de</strong>n gefuseerd met <strong>de</strong> primaire<br />

pr<strong>in</strong>cipes (thema, i<strong>de</strong>ntiteit en authenticiteit) van een belevenisconcept, het BSR-mo<strong>de</strong>l<br />

Community Concepts (SmartAgent Company, 2005) en <strong>de</strong> Belevenisdome<strong>in</strong>en van P<strong>in</strong>e en<br />

Gilmore (1999). Fusie van <strong>de</strong> theorieën en primaire pr<strong>in</strong>cipes zorgt voor een mo<strong>de</strong>l dat<br />

<strong>in</strong>zicht geeft <strong>in</strong> variabelen die moeten lei<strong>de</strong>n tot woonbelev<strong>in</strong>g en symbolische b<strong>in</strong>d<strong>in</strong>g met<br />

een woonomgev<strong>in</strong>g.<br />

36


1. Fysieke woonbelev<strong>in</strong>gscontext<br />

<strong>De</strong> fysieke context werd toegepast om <strong>de</strong> resteren<strong>de</strong> nieuwbouwlocaties op te splitsen<br />

mid<strong>de</strong>ls <strong>de</strong> primaire pr<strong>in</strong>cipes van een belevenisconcept, te weten:<br />

- Thema;<br />

- I<strong>de</strong>ntiteit;<br />

- Authenticiteit.<br />

Met <strong>de</strong>ze primaire pr<strong>in</strong>cipes <strong>in</strong> het achterhoofd wer<strong>de</strong>n <strong>de</strong> vier locaties bekeken. Naar<br />

aanleid<strong>in</strong>g van gesprekken met bewoners, <strong>in</strong>st<strong>in</strong>ct en gesprekken met ontwikkelen<strong>de</strong> partijen<br />

werd het volgen<strong>de</strong> bevestigd:<br />

<strong>De</strong> Woerd en Suytka<strong>de</strong> bevatten bei<strong>de</strong> <strong>de</strong> primaire pr<strong>in</strong>cipes van een belevenisconcept.<br />

Bergschenhoek daarentegen beschikken níet over een thema, i<strong>de</strong>ntiteit en authenticiteit.<br />

Zen<strong>de</strong>rpark beschikt wel over een thema, echter is dit m<strong>in</strong>maal doorgevoerd en kan daarom<br />

niet als thema van een wijk bestempeld wor<strong>de</strong>n. <strong>De</strong> twee locaties waarbij aannemelijk werd<br />

geacht dat een belevenisconcept was toegepast zijn <strong>De</strong> Woerd en Suytka<strong>de</strong>. <strong>De</strong> twee<br />

locaties waarbij aannemelijk werd geacht dat géén belevenisconcept was toegepast zijn<br />

Bergschenhoek en Zen<strong>de</strong>rpark.<br />

<strong>De</strong> output van <strong>de</strong> fysieke woonbelev<strong>in</strong>gscontext is te v<strong>in</strong><strong>de</strong>n <strong>in</strong> tabel A. <strong>De</strong> Woerd, Suytka<strong>de</strong>,<br />

<strong>De</strong> Bergschenhoek en Zen<strong>de</strong>rpark gaan door naar <strong>de</strong> analyse mid<strong>de</strong>ls <strong>de</strong> sociale<br />

woonbelev<strong>in</strong>gscontext.<br />

Tabel A. Output fysieke woonbelev<strong>in</strong>gscontext<br />

Belevenisconcept Géén belevenisconcept<br />

‘<strong>De</strong> Woerd’ ‘Bergschenhoek’<br />

‘Suytka<strong>de</strong>’ ‘Zen<strong>de</strong>rpark’<br />

37


2. Sociale woonbelev<strong>in</strong>gscontext<br />

Het <strong>in</strong>teractive experience mo<strong>de</strong>l (Falk en Dierk<strong>in</strong>g, 1992) is geënt op bezoekers van een<br />

belevenisomgev<strong>in</strong>g. Daarom dient het mo<strong>de</strong>l te wor<strong>de</strong>n aangepast alvorens te kunnen<br />

gebruiken voor een woonomgev<strong>in</strong>g. Woonconsumenten zijn immers geen bezoekers of<br />

passanten maar permanenten b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> belevenisomgev<strong>in</strong>g. Het verschil <strong>in</strong> <strong>de</strong> dimensie tijd<br />

tussen een bezoeker en een bewoner is groot. Uitkomst is gebo<strong>de</strong>n <strong>in</strong> het BSR-mo<strong>de</strong>l<br />

Community Concepts (SmartAgent Company, 2005). BSR-mo<strong>de</strong>l Community Concepts gaat<br />

uit van beleveniswerel<strong>de</strong>n en <strong>de</strong> woonambitie van verschillen<strong>de</strong> mensen; woonmilieus.<br />

Gekozen is voor locaties die voldoen aan <strong>de</strong> woonmilieus b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> Groene (het dorp, <strong>de</strong><br />

woonwijk) en Gele (<strong>de</strong> buurt) beleveniswereld van het BSR-mo<strong>de</strong>l Community Concepts.<br />

Naar aanleid<strong>in</strong>g van gesprekken met bewoners van <strong>de</strong> vier overgebleven locaties is<br />

achterhaald b<strong>in</strong>nen welke belev<strong>in</strong>gswereld elke nieuwbouwlocatie het meest past. Bewoners<br />

van Suytka<strong>de</strong> hebben een sterke voorkeur voor <strong>de</strong> ro<strong>de</strong> belev<strong>in</strong>gswereld en vallen hierdoor<br />

af. Bergschenhoek is een twijfelgeval omdat woonmilieus ‘<strong>de</strong> woonwijk’ en ‘<strong>de</strong> buurt’ wel<br />

aanwezig zijn. Omdat Zen<strong>de</strong>rpark en <strong>De</strong> Woerd bei<strong>de</strong> voldoen aan alle drie <strong>de</strong> woonmilieus<br />

(het dorp, <strong>de</strong> woonwijk en <strong>de</strong> buurt) én een (re<strong>de</strong>lijk) gelijke geografische ligg<strong>in</strong>g hebben, viel<br />

Bergschenhoek af. Want zowel <strong>De</strong> Woerd als Zen<strong>de</strong>rpark zijn gelegen on<strong>de</strong>r <strong>de</strong> rook van<br />

Utrecht. Alles bij elkaar opgeteld zijn <strong>De</strong> Woerd en Zen<strong>de</strong>rpark <strong>de</strong> benchmarklocaties van dit<br />

on<strong>de</strong>rzoek (tabel B).<br />

Tabel B. Output het Belevenislocatiemo<strong>de</strong>l; benchmarklocaties<br />

Belevenisconcept Géén belevenisconcept<br />

‘<strong>De</strong> Woerd’ ‘Zen<strong>de</strong>rpark’<br />

3. <strong>De</strong> <strong>in</strong>dividuele woonbelev<strong>in</strong>gscontext<br />

<strong>De</strong> persoonlijke woonbelev<strong>in</strong>gscontext heeft niet bijgedragen aan <strong>de</strong> selectiecriteria voor het<br />

<strong>in</strong>ventariseren van <strong>de</strong> nieuwbouwlocaties. <strong>De</strong>sondanks behoort <strong>de</strong>ze context tot het<br />

Belevenislocatiemo<strong>de</strong>l omdat <strong>de</strong>ze on<strong>de</strong>r meer vorm geeft aan <strong>de</strong> begrippen<br />

‘woonbelevenis’ en ‘symbolische b<strong>in</strong>d<strong>in</strong>g’. Aspecten die <strong>de</strong> kern vormen van <strong>de</strong> <strong>in</strong>dividuele<br />

context vormen peilers voor <strong>de</strong> kwantitatieve analyse b<strong>in</strong>nen dit on<strong>de</strong>rzoek. <strong>De</strong> <strong>in</strong>dividuele<br />

woonbelev<strong>in</strong>gscontext van het Belevenislocatiemo<strong>de</strong>l zorgt voor een versterk<strong>in</strong>g van <strong>de</strong><br />

persoonlijke belevenis. Dit gebeurt mid<strong>de</strong>ls <strong>de</strong> dome<strong>in</strong>en ‘amusement’, ‘leren’, ‘ontsnapp<strong>in</strong>g’<br />

38


en ‘esthetiek’. <strong>De</strong>ze dome<strong>in</strong>en hebben niet alleen raakvlakken met <strong>de</strong> economie, zij dragen<br />

hiernaast bij aan het creëren van een ‘thuis gevoel’ b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> woonomgev<strong>in</strong>g. Genieten van<br />

<strong>de</strong> schoonheid van <strong>de</strong> woonomgev<strong>in</strong>g en thuis tot rust kunnen komen, zijn belangrijke<br />

voorwaar<strong>de</strong>n voor een woonbelevenis en symbolische b<strong>in</strong>d<strong>in</strong>g. <strong>De</strong>ze eigenschappen komen<br />

terug b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> dome<strong>in</strong>en van <strong>de</strong> belevenis van P<strong>in</strong>e en Gilmore (1999). <strong>De</strong> drie<br />

eigenschappen die <strong>de</strong> meeste samenhang hebben met een woonomgev<strong>in</strong>g zijn<br />

‘ontsnapp<strong>in</strong>g’ (ontspannen en tot je zelf kunnen komen), ‘esthetiek’ (<strong>de</strong> vormgev<strong>in</strong>g van <strong>de</strong><br />

woonomgev<strong>in</strong>g en eigen won<strong>in</strong>g) en ‘amusement’ (<strong>de</strong> woonomgev<strong>in</strong>g amuseert <strong>de</strong><br />

bewoners). <strong>De</strong>ze drie eigenschappen van <strong>de</strong> belevenisdome<strong>in</strong>en zijn geïntegreerd <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />

kwantitatieve analyse van het on<strong>de</strong>rzoek. Het doel is te achterhalen of een belevenisconcept<br />

van <strong>De</strong> Woerd <strong>de</strong> dome<strong>in</strong>en herbergt zodat <strong>de</strong> <strong>in</strong>dividuele woonbelevenis leidt tot een<br />

<strong>in</strong>tensere woonbelev<strong>in</strong>g en symbolische b<strong>in</strong>d<strong>in</strong>g met <strong>de</strong>ze woonomgev<strong>in</strong>g. <strong>De</strong> kwantitatieve<br />

analyse wordt na<strong>de</strong>r toegelicht <strong>in</strong> het hoofdstuk Metho<strong>de</strong>.<br />

4.3 Benchmarklocaties<br />

Nieuwbouwlocaties <strong>De</strong> Woerd en Zen<strong>de</strong>rpark vormen <strong>de</strong> benchmarkanalyse. Alvorens <strong>de</strong><br />

nieuwbouwlocaties te analyseren wor<strong>de</strong>n ze geïntroduceerd.<br />

4.3.1 <strong>De</strong> Woerd (Benchmarklocatie 1)<br />

“Met respect voor <strong>de</strong> historie van het gebied en <strong>de</strong> (toekomstige) bewoner is <strong>De</strong> Woerd<br />

ontworpen” (website <strong>De</strong> Woerd, 2007). <strong>De</strong> Woerd is een woonpark ten oosten van <strong>de</strong> Meern<br />

en bestond oorspronkelijk uit een boomgaard, weilan<strong>de</strong>n en een manege. <strong>De</strong> Woerd maakt<br />

on<strong>de</strong>r<strong>de</strong>el uit van <strong>de</strong> grootste nieuwbouwlocatie van Ne<strong>de</strong>rland, te weten Leidsche Rijn te<br />

Utrecht.<br />

“Waar an<strong>de</strong>re woonwijken uitwisselbaar zijn toont <strong>De</strong> Woerd een eigen gezicht en sfeer. <strong>De</strong><br />

rustige straten, ple<strong>in</strong>en en hoven vormen één geheel met <strong>de</strong> <strong>in</strong>formele architectuur van <strong>de</strong><br />

huizen en huizenblokken. Verspr<strong>in</strong>gen<strong>de</strong> gevels waar<strong>in</strong> elementen als erkers, luifels en<br />

dakkapellen voor een schil<strong>de</strong>rachtig effect zorgen. Samen met dit levendige gevelbeeld<br />

geven <strong>de</strong> wisselen<strong>de</strong> goot- en dakhoogten en afwijken<strong>de</strong> kapvormen zowel <strong>de</strong> wijk als <strong>de</strong><br />

won<strong>in</strong>gen een grote mate van herkenbaarheid (Website: <strong>De</strong> Woerd, 2007).”<br />

Het totaalplan van <strong>De</strong> Woerd bestaat uit een ontwikkel<strong>in</strong>g van circa 500 won<strong>in</strong>gen. <strong>De</strong><br />

Woerd wordt <strong>in</strong> twee fasen gebouwd. <strong>De</strong> ontwikkel<strong>in</strong>g en realisatie van fase één <strong>in</strong> het<br />

westelijk <strong>de</strong>el is reeds voltooid en wordt bewoond.<br />

39


<strong>De</strong> tu<strong>in</strong>ste<strong>de</strong>n van Berlage en Dudok vorm<strong>de</strong>n een <strong>in</strong>spiratiebron voor het ontwerpen en<br />

ontwikkelen van <strong>De</strong> Woerd. <strong>De</strong> herkenbaarheid, <strong>de</strong> samenhang en oriëntatie die<br />

kenmerkend zijn voor authentieke tu<strong>in</strong>ste<strong>de</strong>n, komen terug <strong>in</strong> het karakter van <strong>De</strong> Woerd.<br />

Dorpen die men typeert als ‘sfeerdorpen van weleer’ hebben mo<strong>de</strong>l gestaan.<br />

Met <strong>de</strong> vormgev<strong>in</strong>g en <strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g van <strong>De</strong> Woerd hebben <strong>de</strong> architecten, ste<strong>de</strong>nbouwers en<br />

ontwikkelaars getracht een evenwichtige woonomgev<strong>in</strong>g te ontwikkelen waarbij uniforme<br />

seriebouw met opzet achterwege is gelaten. Tevens is getracht een dui<strong>de</strong>lijke aansluit<strong>in</strong>g te<br />

v<strong>in</strong><strong>de</strong>n met <strong>de</strong> dorpsi<strong>de</strong>ntiteit van <strong>de</strong> Meern en het ste<strong>de</strong>lijke van Utrecht.<br />

<strong>De</strong> centrale thema’s wor<strong>de</strong>n als volgt geformuleerd: “ omgaan met cultuurhistorische<br />

waar<strong>de</strong>n diversiteit <strong>in</strong> won<strong>in</strong>gtypes, dorps bouwen <strong>in</strong> een ste<strong>de</strong>lijke context, bijzon<strong>de</strong>r<br />

parkeeroploss<strong>in</strong>g en het her<strong>in</strong>troduceren van plekken (openbare ruimten) waar bewoners<br />

kunnen genieten” (Website <strong>De</strong> Woerd).<br />

40


4.3.2 Zen<strong>de</strong>rpark te IJsselste<strong>in</strong> (Benchmarklocatie 2)<br />

Zen<strong>de</strong>rpark is <strong>de</strong> laatste uitbreid<strong>in</strong>gslocatie van IJsselste<strong>in</strong>. <strong>De</strong>ze V<strong>in</strong>exlocatie geeft ruimte<br />

aan circa 3500 won<strong>in</strong>gen. Zen<strong>de</strong>rpark heeft evenals <strong>de</strong> meeste V<strong>in</strong>exwijken een gemid<strong>de</strong>l<strong>de</strong><br />

netto bebouw<strong>in</strong>gdichtheid van 33 won<strong>in</strong>gen per hectare. Hierbij is voor 27 procent van het<br />

totaal <strong>in</strong> <strong>de</strong> sociale sector gebouwd. Zen<strong>de</strong>rpark bestaat uit meer<strong>de</strong>re <strong>de</strong>elgebie<strong>de</strong>n,<br />

namelijk Zen<strong>de</strong>rpark centrum, oost en west. B<strong>in</strong>nen <strong>de</strong>ze <strong>de</strong>elgebie<strong>de</strong>n zijn verschillen<strong>de</strong><br />

woongebie<strong>de</strong>n aan te wijzen, te weten <strong>de</strong> Tu<strong>in</strong>en, <strong>de</strong> Hoven, <strong>de</strong> Rivieren, het Staatse, <strong>de</strong><br />

Benschopperpoort en <strong>de</strong> Wereldste<strong>de</strong>n.<br />

<strong>De</strong> Wereldste<strong>de</strong>n, on<strong>de</strong>rzoekslocatie<br />

Het <strong>de</strong>el- en woongebied van Zen<strong>de</strong>rpark dat wordt <strong>in</strong>gezet voor het on<strong>de</strong>rzoek is<br />

Zen<strong>de</strong>rpark West, woongebied <strong>de</strong> Wereldste<strong>de</strong>n. <strong>De</strong> Wereldste<strong>de</strong>n is het jongste<br />

woongebied van Zen<strong>de</strong>rpark. <strong>De</strong> bouw van <strong>de</strong> wereldste<strong>de</strong>n is begonnen <strong>in</strong> 1998 en<br />

geë<strong>in</strong>digd <strong>in</strong> 2002. B<strong>in</strong>nen <strong>de</strong>ze perio<strong>de</strong> zijn 318 won<strong>in</strong>gen gebouwd.<br />

<strong>De</strong> naam ‘<strong>de</strong> Wereldste<strong>de</strong>n’ kan wor<strong>de</strong>n gezien als het thema van <strong>de</strong> buurt. Dit thema is<br />

alleen terug te v<strong>in</strong><strong>de</strong>n <strong>in</strong> <strong>de</strong> straatnamen van het woongebied. <strong>De</strong> woonomgev<strong>in</strong>g wordt<br />

gekenmerkt door rechthoekige sloten en een vergelijkbaar stelsel van straten. Tevens is <strong>in</strong><br />

<strong>de</strong> architectuur van <strong>de</strong> won<strong>in</strong>gen het thema niet te herlei<strong>de</strong>n. Ook <strong>in</strong> <strong>de</strong> opzet van <strong>de</strong> wijk, <strong>de</strong><br />

bebouw<strong>in</strong>gsdichtheid, <strong>de</strong> groenvoorzien<strong>in</strong>gen en <strong>de</strong> parkeergelegenheid is <strong>de</strong> relatie met het<br />

thema ‘<strong>de</strong> Wereldste<strong>de</strong>n’ moeilijk danwel niet te herkennen.<br />

In het <strong>de</strong>elgebied zijn meer<strong>de</strong>re straten met smalle profielen zon<strong>de</strong>r voortu<strong>in</strong>en. <strong>De</strong>ze<br />

moeten ruimte bie<strong>de</strong>n aan een overgang naar an<strong>de</strong>re straten en ple<strong>in</strong>en. Hierbij werd<br />

nauwelijks gebruik gemaakt van groenvoorzien<strong>in</strong>gen waardoor een monotoon karakter<br />

ontstaat.<br />

41


Het ontbreken van een on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n<strong>de</strong> i<strong>de</strong>ntiteit en authenticiteit maakt <strong>de</strong>ze wijk geschikt<br />

voor dit on<strong>de</strong>rzoek. <strong>De</strong>ze locatie wordt bestempeld als benchmarklocatie waarbij geen<br />

belevenisconcept is toegepast, vanwege een aantal re<strong>de</strong>nen. Allereerst heeft <strong>de</strong> wijk<br />

Wereldste<strong>de</strong>n geen dui<strong>de</strong>lijk on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>nd karakter, terwijl <strong>de</strong> wijk wel een thema heeft.<br />

Dit thema is echter alleen doorgevoerd <strong>in</strong> <strong>de</strong> straatnamen van <strong>de</strong> buurt en niet <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />

ste<strong>de</strong>nbouwkundige opzet van <strong>de</strong> wijk. <strong>De</strong> wijk <strong>de</strong> Wereldste<strong>de</strong>n kent we<strong>in</strong>ig orig<strong>in</strong>aliteit <strong>in</strong><br />

architectuur en samenhang tussen verschillen<strong>de</strong> ruimtelijke functies en elementen als water,<br />

groen en wonen. Zen<strong>de</strong>rpark west mist tevens conceptuele en contextuele authenticiteit.<br />

On<strong>de</strong>r conceptuele authenticiteit wordt verstaan ‘gemaakt volgens het i<strong>de</strong>e van <strong>de</strong><br />

oorspronkelijke maker’. On<strong>de</strong>r contextuele authenticiteit wordt verstaan ‘<strong>in</strong> zijn orig<strong>in</strong>ele<br />

omgev<strong>in</strong>g bev<strong>in</strong><strong>de</strong>n’ (Nijs & Peters 2002). Het thema <strong>in</strong> <strong>de</strong> vorm van ‘wereldste<strong>de</strong>n’ niet werd<br />

doorgevoerd <strong>in</strong> <strong>de</strong> ruimtelijke context van <strong>de</strong> buurt. Het thema van <strong>de</strong> buurt suggereert een<br />

mondiale i<strong>de</strong>ntiteit te hebben, echter <strong>de</strong> buurt maakt dit niet waar. Wanneer verschillen<strong>de</strong><br />

Aziatische hoofdste<strong>de</strong>n on<strong>de</strong>rwerp van het thema zijn lijkt het voor <strong>de</strong> hand liggend dat dit<br />

wordt doorgevoerd <strong>in</strong> <strong>de</strong> vormgev<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> woonomgev<strong>in</strong>g. Dit is echter niet het geval.<br />

Hierdoor komt <strong>de</strong> harmonie van <strong>de</strong> buurt <strong>in</strong> het gedrang. Gesteld kan wor<strong>de</strong>n dat het<br />

geconceptualiseer<strong>de</strong> thema conflicteert met <strong>de</strong> ruimtelijke context waardoor een authentieke<br />

woonbelevenis ger<strong>in</strong>g is. In <strong>de</strong> volgen<strong>de</strong> hoofdstukken wordt naar <strong>de</strong> nieuwbouwlocatie<br />

waarbij geen belevenisconcept is toegepast gerefereerd naar Zen<strong>de</strong>rpark.<br />

42


4.4 Benchmarkanalyse<br />

4.4.1 <strong>De</strong> schriftelijke enquête<br />

Door mid<strong>de</strong>l van een kwantitatieve analyse <strong>in</strong> <strong>de</strong> vorm van een schriftelijke enquête zijn <strong>de</strong><br />

bewoners van bei<strong>de</strong> benchmarklocaties bena<strong>de</strong>rd. <strong>De</strong>ze schriftelijke enquêtes zijn opgesteld<br />

om <strong>in</strong>zicht te krijgen <strong>in</strong> on<strong>de</strong>r meer <strong>de</strong> mate van woonbelev<strong>in</strong>g en symbolische b<strong>in</strong>d<strong>in</strong>g van<br />

<strong>de</strong> bewoners van <strong>de</strong> benchmarklocaties (bijlage 1). Door vragen te stellen die on<strong>de</strong>rzoeken<br />

welke subjectieve verlangens en associaties een relatie hebben met een thema, i<strong>de</strong>ntiteit en<br />

authenticiteit kunnen belev<strong>in</strong>g en symbolische b<strong>in</strong>d<strong>in</strong>g b<strong>in</strong>nen gemeten wor<strong>de</strong>n.<br />

Om het mentale component ‘Woonbelev<strong>in</strong>g’ te meten <strong>in</strong> relatie tot thema, i<strong>de</strong>ntiteit en<br />

authenticiteit zijn een aantal vragen gesteld. <strong>De</strong>ze vragen verwijzen naar het thema, eigen<br />

karakter, herkenbare architectuur (esthetiek) en echt sfeer. Het twee<strong>de</strong> mentale component<br />

‘symbolische b<strong>in</strong>d<strong>in</strong>g’ werd gemeten door vragen te stellen die verwijzen naar<br />

verbon<strong>de</strong>nheid, vertrouwelijk, tot jezelf komen (ontsnapp<strong>in</strong>g) en een thuis gevoel. Daarnaast<br />

werd ‘symbolische b<strong>in</strong>d<strong>in</strong>g’ gemeten door woonconsumenten vragen voor te leggen die<br />

betrekk<strong>in</strong>g had<strong>de</strong>n op <strong>de</strong> i<strong>de</strong>ntificatie en reflectie met hun fysieke woonomgev<strong>in</strong>g. Tevens<br />

wer<strong>de</strong>n vragen gesteld over het monetaire component, namelijk <strong>de</strong> prijspremium. Vragen die<br />

verwezen naar kosten en geld zijn geformuleerd om <strong>de</strong> attitu<strong>de</strong> van <strong>de</strong> woonconsumenten<br />

ten opzichte van <strong>de</strong> koopprijs te achterhalen. Tenslotte zijn vragen <strong>in</strong> <strong>de</strong> schriftelijke enquête<br />

opgenomen om <strong>de</strong> veron<strong>de</strong>rstell<strong>in</strong>g ten aanzien van <strong>de</strong> sociale context te bevestigen.<br />

Vragen die hiernaar verwijzen naar karakteristieken uit het BSR-mo<strong>de</strong>l Community<br />

Concepts.<br />

4.4.2 On<strong>de</strong>rzoekspopulatie en respons<br />

<strong>De</strong> benchmark levert een steekproef (N=387) op die re<strong>de</strong>lijk gelijkmatig ver<strong>de</strong>eld is.<br />

Benchmarklocatie 1 (<strong>de</strong> Woerd) heeft met 187 won<strong>in</strong>gen een kle<strong>in</strong>ere steekproefomvang dan<br />

<strong>de</strong> 200 won<strong>in</strong>gen van benchmarklocatie 2 (Zen<strong>de</strong>rpark). In totaal hebben 387 huishou<strong>de</strong>ns<br />

een schriftelijke enquête ontvangen. Van alle bewoners van <strong>De</strong> Woerd stuur<strong>de</strong> 32 procent<br />

(N= 59) <strong>de</strong> schriftelijke enquête terug. Respons van <strong>in</strong> Zen<strong>de</strong>rpark viel iets lager uit, 29<br />

procent (N=58) van <strong>de</strong> bewoners retourneer<strong>de</strong> <strong>de</strong> schriftelijke enquête. <strong>De</strong> respons kan als<br />

bevredigend wor<strong>de</strong>n bestempeld, zeker wanneer <strong>in</strong> oogschouw wordt genomen dat <strong>in</strong><br />

sociaal wetenschappelijk on<strong>de</strong>rzoek een respons van 20 procent als acceptabel wordt<br />

beschouwd. Om <strong>de</strong> representativiteit van <strong>de</strong> steekproef vast te stellen werd <strong>de</strong> losse<br />

bena<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g toegepast. <strong>De</strong>ze keuze is gemaakt omdat <strong>de</strong> gehele populatie en <strong>de</strong> ver<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g<br />

ervan toentertijd nog niet bekend was. Een twee<strong>de</strong> re<strong>de</strong>n is dat <strong>de</strong> omvang van <strong>de</strong><br />

43


steekproef afhangt van tijd en geld. Wel is <strong>de</strong> voldaan aan <strong>de</strong> absolute m<strong>in</strong>imumeis van 30<br />

respon<strong>de</strong>nten (Baarda & Goe<strong>de</strong>, 2006 p.168) en <strong>de</strong> tw<strong>in</strong>tig procent respon<strong>de</strong>nteneis. Op<br />

grond van <strong>de</strong>ze aspecten wordt een uitspraak gedaan over <strong>de</strong> populatie van bei<strong>de</strong><br />

benchmarklocaties. Aangezien dit on<strong>de</strong>rzoek bestaat uit twee relatief kle<strong>in</strong>e steekproeven en<br />

gemeten op ord<strong>in</strong>aal niveau wordt gebruik gemaakt van non – parametrische statische<br />

technieken.<br />

4.4.3 Operationalisatie<br />

Om een Itemanalyse, frequentieanalyse en rangcorrelatie analyse te doen is een co<strong>de</strong>boek<br />

opgesteld (bijlage 2). Het co<strong>de</strong>boek geeft <strong>in</strong>zicht <strong>in</strong> <strong>de</strong> variabelen die zorgen voor<br />

operationaliser<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> abstracte begrippen ‘woonbelev<strong>in</strong>g’, ‘symbolische b<strong>in</strong>d<strong>in</strong>g’ en<br />

‘prijspremium’. Voor elk van <strong>de</strong> abstracte begrippen geldt dat het optellen van <strong>de</strong><br />

afzon<strong>de</strong>rlijke scores mogelijk moet zijn om een totaalscore te kunnen maken. Daarom is<br />

gekozen om alle variabelen te meten op <strong>de</strong> ord<strong>in</strong>ale vijfpuntschaal van Likert. Nummer 1<br />

geldt als ‘totaal mee eens is’ en nummer 5 als ‘totaal mee oneens’. Vragen omtrent het<br />

karakter van <strong>de</strong> woonconsument zijn gemeten op ord<strong>in</strong>ale schaal met vier<br />

keuzemogelijkheid. Dit wordt echter op nom<strong>in</strong>ale schaal <strong>in</strong> <strong>de</strong> analyse verwerkt. Voor het<br />

toetsen van <strong>de</strong> abstracte begrippen, die hypothesen 1 tot en met 3 vertegenwoordigen, zijn<br />

attitu<strong>de</strong>vragen ontwikkeld. <strong>De</strong> attitu<strong>de</strong>vragen uit <strong>de</strong> schriftelijke enquête zijn <strong>in</strong> één richt<strong>in</strong>g<br />

geformuleerd om <strong>de</strong> abstracte begrippen toetsbaar te maken. Echter hierbij blijft <strong>de</strong> vraag of<br />

<strong>de</strong> verschillen<strong>de</strong> attitu<strong>de</strong>vragen wel hetzelf<strong>de</strong> abstracte begrip meten en gecomb<strong>in</strong>eerd<br />

mogen wor<strong>de</strong>n tot één gezamenlijke variabel. Om dit vast te stellen is gebruik gemaakt van<br />

een Itemanalyse. Een Itemanalyse meet zowel <strong>de</strong> <strong>in</strong>teritem correlatie als <strong>de</strong><br />

homogeniteitcoëfficiënt alfa. Het resultaat van <strong>de</strong> Itemanalyse is niet alleen een maat voor <strong>de</strong><br />

homogeniteit. <strong>De</strong> Itemanalyse kan ook nagaan welke items wel en welke items niet voldoen,<br />

door een itemtotaalcorrelatie uit te rekenen. Op basis daarvan kunnen <strong>de</strong> slechte items<br />

verwij<strong>de</strong>rd wor<strong>de</strong>n waardoor een homogene test overblijft. Op grond van <strong>de</strong>ze analyse kan<br />

een totaal variabele gemaakt wor<strong>de</strong>n van <strong>in</strong>dividuele variabelen, die on<strong>de</strong>r meer <strong>de</strong> zojuist<br />

genoem<strong>de</strong> abstracte begrippen vertegenwoordigen.<br />

Om <strong>de</strong> scores te <strong>in</strong>terpreteren wordt een aantal statische technieken gebruikt. Een<br />

frequentieanalyse wordt <strong>in</strong>gezet om <strong>de</strong> voorkeuren van <strong>de</strong> woonmilieus (beleveniswereld) te<br />

achterhalen. Doel van <strong>de</strong>ze analyse is te on<strong>de</strong>rbouwen dat <strong>de</strong> benchmarklocaties homogeen<br />

zijn op het gebied van woonmilieus (beleveniswerel<strong>de</strong>n) en daarom met elkaar vergeleken<br />

mogen wor<strong>de</strong>n. Ook voor toets<strong>in</strong>g van hypothese 1 en 2 wordt gebruik gemaakt van een<br />

44


frequentieanalyse. Tenslotte wordt Spearman´s rangcorrelatie gebruikt om hypothese 2 en 3<br />

te toetsen.<br />

4.5 Discussiepanel<br />

Om <strong>de</strong> laatste hypothese (nogmaals) te toetsen wordt gebruik gemaakt van een<br />

discussiepanel. Mid<strong>de</strong>ls dit discussiepanel wordt <strong>de</strong> meerwaar<strong>de</strong> van een belevenisconcept<br />

voor <strong>de</strong> projectontwikkelaar getoetst. In <strong>de</strong>ze discussie is hypothese 3 voorgelegd aan <strong>de</strong><br />

professionals uit <strong>de</strong> praktijk omdat hypothese 3 geformuleerd is uit <strong>de</strong> optiek van een<br />

projectontwikkelaar. Het discussiepanel bestond uit <strong>de</strong> volgen<strong>de</strong> <strong>de</strong>elnemers: dhr. Van <strong>de</strong>r<br />

Schans (Epicurus <strong>De</strong>velopment), dhr. Zuur (Vastgoed Gil<strong>de</strong> Tiel), dhr. R. Kornman, dhr.<br />

Maes, dhr. Man<strong>de</strong>maker, dhr. Monster en dhr. Van Oeveren (allen Van Wijnen<br />

projectontwikkel<strong>in</strong>g). <strong>De</strong>ze professionals zijn dagelijks bezig om courant vastgoed te<br />

ontwikkelen dat voldoet aan <strong>de</strong> behoefte van <strong>de</strong> consument. Vanuit dit gegeven zijn<br />

<strong>de</strong>sbetreffen<strong>de</strong> personen uitgenodigd <strong>de</strong>el te nemen aan <strong>de</strong>ze discussie. <strong>De</strong>ze personen zijn<br />

geselecteerd omdat b<strong>in</strong>nen het netwerk van Van Wijnen projectontwikkel<strong>in</strong>g <strong>de</strong>ze mensen<br />

als professionals wor<strong>de</strong>n aangemerkt op dit gebied. <strong>De</strong>ze <strong>de</strong>elnemers hebben voldoen<strong>de</strong><br />

kennis en ervar<strong>in</strong>g om <strong>in</strong>vull<strong>in</strong>g te kunnen geven aan <strong>de</strong> voorgeleg<strong>de</strong> hypothese.<br />

45


HOOFDSTUK IV – RESULTATEN –<br />

5.1 Itemanalyse<br />

Met een Itemanalyse kunnen <strong>de</strong> <strong>in</strong>teritem correlatie en <strong>de</strong> homogeniteitcoëfficiënt alfa<br />

berekend wor<strong>de</strong>n. <strong>De</strong> <strong>in</strong>teritem correlatie geeft <strong>de</strong> sterkte van het verband tussen <strong>in</strong>dicatoren<br />

weer. Hierbij geldt dat <strong>de</strong> <strong>in</strong>teritem correlatie m<strong>in</strong>stens .20 moet bedragen en niet negatief<br />

mag zijn. <strong>De</strong> homogeniteitcoëfficiënt alfa, ook wel Cronbach’s alfa, is <strong>de</strong><br />

betrouwbaarheidsmaat waarb<strong>in</strong>nen verschillen<strong>de</strong> variabelen het zelf<strong>de</strong> meten. Cronbach’ s<br />

alfa kan een waar<strong>de</strong> hebben die loopt van 0.00 tot 1.00. Bij <strong>de</strong> waar<strong>de</strong> 0.00 is er totaal geen<br />

samenhang tussen <strong>de</strong> vragen c.q. variabelen; 1.00 betekent dat <strong>de</strong> vragen c.q. variabelen<br />

elkaar volledig overlappen. Homogeniteit is een aspect van <strong>de</strong> betrouwbaarheid van <strong>de</strong><br />

schaal. Een hoge betrouwbaarheid is on<strong>de</strong>r meer een voorwaar<strong>de</strong> voor validiteit van het<br />

on<strong>de</strong>rzoek. Afhankelijk van <strong>de</strong> complexiteit van <strong>de</strong> toets<strong>in</strong>g wordt uit gegaan van een<br />

gewenste m<strong>in</strong>imale alfa van .60 (Baarda & Goe<strong>de</strong>, 2007 p.78).<br />

5.1.1 Homogeniteitmet<strong>in</strong>g variabele woonbelev<strong>in</strong>g<br />

Om hypothese 1 te toetsen werd het begrip woonbelev<strong>in</strong>g samengesteld uit negen<br />

verschillen<strong>de</strong> attitu<strong>de</strong>vragen afkomstig uit <strong>de</strong> schriftelijke enquête. <strong>De</strong>ze negen<br />

attitu<strong>de</strong>vragen zijn samengevoegd vanwege <strong>de</strong> relatie met woonbelev<strong>in</strong>g. In elke<br />

attitu<strong>de</strong>vraag is een vorm van woonbelev<strong>in</strong>g te herlei<strong>de</strong>n. In tabel 1 (woonbelev<strong>in</strong>g) wor<strong>de</strong>n<br />

<strong>de</strong> attitu<strong>de</strong>vragen vermeld.<br />

Tabel 1 Uitkomst Itemanalyse Woonbelev<strong>in</strong>g<br />

Co<strong>de</strong> Attitu<strong>de</strong>vragen voor samenstell<strong>in</strong>g variabele ‘Woonbelev<strong>in</strong>g’<br />

Thema1 <strong>De</strong> kenmerken van het thema van mijn wijk zorgen voor een on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n<strong>de</strong> woonbelevenis<br />

Thema2 Het on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n<strong>de</strong> karakter voelt aan als een oorspronkelijk on<strong>de</strong>r<strong>de</strong>el van <strong>de</strong> woonomgev<strong>in</strong>g<br />

Thema4 Het thema van <strong>de</strong> woonwijk zorgt voor woonplezier<br />

I<strong>de</strong>ntiteit1 Mijn wijk is een wijk met een eigen gezicht<br />

I<strong>de</strong>ntiteit3 Ik v<strong>in</strong>d het van belang dat het uiterlijk van mijn won<strong>in</strong>g uitdrukk<strong>in</strong>g geeft aan mijn smaak (alleen voor<br />

<strong>De</strong> Woerd, niet voor Zen<strong>de</strong>rpark)<br />

I<strong>de</strong>ntiteit4 Mijn wijk is een wijk met allure<br />

I<strong>de</strong>ntiteit5 <strong>De</strong> herkenbare architectuur van <strong>de</strong> wijk maakt dat ik mij vertrouwd voel <strong>in</strong> mijn leefomgev<strong>in</strong>g<br />

Authen1 Mijn wijk heeft veel sfeer<br />

Authen3 Het thema van <strong>de</strong> woonomgev<strong>in</strong>g was makkelijk te accepteren omdat het écht en natuurlijk aan voelt<br />

<strong>De</strong> Interitem analyse van <strong>de</strong> Itemanalyse van <strong>De</strong> Woerd laat zien dat <strong>de</strong> correlatie tussen <strong>de</strong><br />

<strong>in</strong>dicatoren positief is en hoger dan <strong>de</strong> m<strong>in</strong>imale eis van .20 (Corrected Item – Total<br />

Correlation laagste uitkomst .429). <strong>De</strong> homogeniteitcoëfficiënt Cronbach’s alfa is met .883<br />

46


zeer bevredigend. Hiermee kan geconclu<strong>de</strong>erd wor<strong>de</strong>n dat <strong>de</strong> attitu<strong>de</strong>vragen hetzelf<strong>de</strong><br />

begrip meten waardoor een totaal variabele woonbelev<strong>in</strong>g gevormd mag wor<strong>de</strong>n.<br />

<strong>De</strong> Itemanalyse van Zen<strong>de</strong>rpark laat zien dat één item van <strong>de</strong> analyse niet <strong>de</strong> m<strong>in</strong>imale eis<br />

van .20 haalt. Dit is item I<strong>de</strong>ntiteit3. Dit item wordt uit <strong>de</strong> analyse van Zen<strong>de</strong>rpark verwij<strong>de</strong>rd.<br />

Hierdoor wordt <strong>de</strong> homogeniteitcoëfficiënt Cronbach’s alfa van Zen<strong>de</strong>rpark .836 wat zeer<br />

bevredigend is. Item I<strong>de</strong>ntiteit3 wordt niet uit <strong>de</strong> analyse van <strong>De</strong> Woerd verwij<strong>de</strong>rd, vanwege<br />

<strong>de</strong> zeer hoge score op <strong>de</strong> <strong>in</strong>teritem analyse (.620). Hierdoor wordt dit item een bepalen<strong>de</strong><br />

factor <strong>in</strong> <strong>de</strong> Cronbach’s alfa van <strong>De</strong> Woerd. Resumerend betekent dit dat <strong>de</strong> variabele<br />

woonbelev<strong>in</strong>g van Zen<strong>de</strong>rpark gevormd mag wor<strong>de</strong>n (uitkomsten itemanalyse variabelen<br />

woonbelev<strong>in</strong>g zijn te v<strong>in</strong><strong>de</strong>n <strong>in</strong> bijlage 3).<br />

5.1.2 Homogeniteitmet<strong>in</strong>g variabele belevenisconcepten<br />

Om hypothese 2 te toetsen is een Itemanalyse uitgevoerd. Er moet immers een variabele<br />

‘belevenisconcepten’ en ‘symbolische b<strong>in</strong>d<strong>in</strong>g’ gemaakt wor<strong>de</strong>n om <strong>de</strong> samenhang tussen<br />

<strong>de</strong>ze twee variabelen te toetsen. Alleen voor <strong>De</strong> Woerd is <strong>de</strong> totaalvariabele<br />

‘belevenisconcepten’ gemaakt. Voor Zen<strong>de</strong>rpark wordt geen totaalvariabele gemaakt omdat<br />

Zen<strong>de</strong>rpark geen belevenisconcept bezit. <strong>De</strong> variabele belevenisconcept wordt<br />

samengesteld uit drie totaalvariabelen, namelijk; thema, i<strong>de</strong>ntiteit en authenticiteit. In tabel 2<br />

wor<strong>de</strong>n <strong>de</strong> attitu<strong>de</strong>vragen vermeld.<br />

Tabel 2 Uitkomst Itemanalyse Thema<br />

Co<strong>de</strong> Attitu<strong>de</strong>vragen voor samenstell<strong>in</strong>g variabele Thematotaal<br />

Thema1 <strong>De</strong> kenmerken van het thema van mijn wijk zorgen voor een on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n<strong>de</strong> woonbelevenis<br />

Thema2 Het on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n<strong>de</strong> karakter voelt aan als een oorspronkelijk on<strong>de</strong>r<strong>de</strong>el van <strong>de</strong> woonomgev<strong>in</strong>g<br />

Thema3 Het thema van mijn wijk heeft een dui<strong>de</strong>lijk on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>nd karakter<br />

Thema4 Het thema van <strong>de</strong> woonwijk zorgt voor woonplezier<br />

Thema5 Het thema van <strong>de</strong> woonomgev<strong>in</strong>g was makkelijk te accepteren omdat het écht en natuurlijk aan voelt<br />

<strong>De</strong> Itemanalyse van <strong>de</strong> variabele thema van <strong>De</strong> Woerd laat zien dat er <strong>de</strong> <strong>in</strong>teritem analyse<br />

met .419 gehaald wordt en dat <strong>de</strong> homogeniteitcoëfficiënt Cronbach’s alfa .788 goed te<br />

noemen is (uitkomsten itemanalyse variabelen woonbelev<strong>in</strong>g zijn te v<strong>in</strong><strong>de</strong>n <strong>in</strong> bijlage 3).<br />

<strong>De</strong> variabele i<strong>de</strong>ntiteit bestaat uit zes subvariabelen. In tabel 3 wor<strong>de</strong>n <strong>de</strong> zes attitu<strong>de</strong>vragen<br />

vermeld.<br />

47


Tabel 3 Uitkomst Itemanalyse I<strong>de</strong>ntiteittotaal<br />

Co<strong>de</strong> Attitu<strong>de</strong>vragen voor samenstell<strong>in</strong>g variabele I<strong>de</strong>ntiteittotaal<br />

I<strong>de</strong>ntiteit1 Mijn wijk is een wijk met een eigen gezicht<br />

I<strong>de</strong>ntiteit2 Wonen <strong>in</strong> mijn wijk geeft mij status<br />

I<strong>de</strong>ntiteit3 Ik v<strong>in</strong>d het van belang dat het uiterlijk van mijn won<strong>in</strong>g uitdrukk<strong>in</strong>g geeft aan mijn smaak<br />

I<strong>de</strong>ntiteit4 Mijn wijk is een wijk met allure<br />

I<strong>de</strong>ntiteit5 <strong>De</strong> herkenbare architectuur van <strong>de</strong> wijk maakt dat ik mij vertrouwd voel <strong>in</strong> mijn leefomgev<strong>in</strong>g<br />

I<strong>de</strong>ntiteit6 Bij het zoeken naar een won<strong>in</strong>g heb ik gezocht naar een won<strong>in</strong>g die wat stijl en uitstral<strong>in</strong>g betreft past bij<br />

mijn smaak.<br />

<strong>De</strong> variabele i<strong>de</strong>ntiteittotaal wordt gevormd met een lage score op <strong>de</strong> <strong>in</strong>teritem analyse van<br />

.248. Wanneer <strong>de</strong>ze verwij<strong>de</strong>rd wordt uit <strong>de</strong> analyse ontstaat een homogeniteitcoëfficiënt<br />

alfa van .804. Echter is er voor gekozen om <strong>de</strong> variabele <strong>in</strong><strong>de</strong>niteit2 <strong>in</strong> <strong>de</strong> analyse mee te<br />

nemen. Zodat er een Cronbach’s alfa van .758 overblijft, voor <strong>De</strong> Woerd (uitkomsten<br />

itemanalyse variabelen woonbelev<strong>in</strong>g zijn te v<strong>in</strong><strong>de</strong>n <strong>in</strong> bijlage 3).<br />

<strong>De</strong> <strong>de</strong>r<strong>de</strong> totaalvariabele die werd samengesteld is authenticiteit. <strong>De</strong> variabele<br />

‘Authenticiteittotaal’ bestaat uit drie attitu<strong>de</strong>vragen. In tabel 4 wor<strong>de</strong>n <strong>de</strong> drie attitu<strong>de</strong>vragen<br />

vermeld.<br />

Tabel 4 Uitkomst Itemanalyse Authenticiteittotaal<br />

Co<strong>de</strong> Attitu<strong>de</strong>vragen voor samenstell<strong>in</strong>g variabele Authenticiteittotaal<br />

Authen1 Mijn wijk heeft veel sfeer<br />

Authen2 Het on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n<strong>de</strong> karakter voelt aan als een oorspronkelijk on<strong>de</strong>r<strong>de</strong>el van <strong>de</strong> woonomgev<strong>in</strong>g<br />

Authen3 Het thema van <strong>de</strong> woonomgev<strong>in</strong>g was makkelijk te accepteren omdat het écht en natuurlijk aan voelt<br />

<strong>De</strong> Woerd scoort een homogeniteitcoëfficiënt alfa die acceptabel is. Met een m<strong>in</strong>imale score<br />

van .465 op <strong>de</strong> <strong>in</strong>teritem analyse wordt een Cronbach’s alfa van .727 gehaald. <strong>De</strong>ze alfa is<br />

bevredigend genoeg om een totaalvariabele te mogen vormen, zodat het een betrouwbaar<br />

on<strong>de</strong>r<strong>de</strong>el van <strong>de</strong> variabele belevenisconcept uitmaakt.<br />

Om <strong>de</strong> variabele ‘belevenisconcept’ tot stand te brengen wer<strong>de</strong>n <strong>de</strong> totaalvariabelen van<br />

thema, i<strong>de</strong>ntiteit en authenticiteit on<strong>de</strong>rworpen aan een itemanalyse. Het resultaat van <strong>de</strong><br />

Itemanalyse van <strong>De</strong> Woerd is zeer bevredigend. <strong>De</strong> Itemanalyse laat een resultaat zien<br />

waarbij <strong>de</strong> Cronbach’s alfa .853 is. Als gevolg hiervan kunnen <strong>de</strong> variabelen Thematotaal,<br />

I<strong>de</strong>ntiteittotaal en Authenticiteittotaal tot één totaalscore wor<strong>de</strong>n gevormd, namelijk<br />

‘belevenisconcept’ (uitkomsten itemanalyse variabelen woonbelev<strong>in</strong>g zijn te v<strong>in</strong><strong>de</strong>n <strong>in</strong> bijlage<br />

3).<br />

48


5.1.3 Homogeniteitmet<strong>in</strong>g variabele symbolische b<strong>in</strong>d<strong>in</strong>g<br />

Voor het samenstellen van <strong>de</strong> totaalvariabele symbolische b<strong>in</strong>d<strong>in</strong>g is <strong>de</strong>zelf<strong>de</strong> procedure<br />

gevolgd als zojuist beschreven. Daarbij vormen <strong>de</strong> attitu<strong>de</strong>vragen <strong>de</strong> fun<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g voor <strong>de</strong><br />

totaalvariabele symbolische b<strong>in</strong>d<strong>in</strong>g, In tabel 5 (symbolische b<strong>in</strong>d<strong>in</strong>g) zijn <strong>de</strong> verschillen<strong>de</strong><br />

attitu<strong>de</strong>vragen vermeld. In <strong>de</strong>ze analyse wordt Zen<strong>de</strong>rpark wel meegenomen. Hierdoor wordt<br />

<strong>de</strong> mate van mentale b<strong>in</strong>d<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> bewoners van Zen<strong>de</strong>rpark dui<strong>de</strong>lijk. Vervolgens wor<strong>de</strong>n<br />

<strong>De</strong> Woerd en Zen<strong>de</strong>rpark met elkaar vergeleken op dit gebied.<br />

Tabel 5 symbolische b<strong>in</strong>d<strong>in</strong>g<br />

Co<strong>de</strong> Attitu<strong>de</strong>vragen voor samenstell<strong>in</strong>g variabele Symbolische b<strong>in</strong>d<strong>in</strong>g totaal<br />

SymbB1 Mijn eigen haard is goud waard<br />

SymbB2 Ik voel me hier thuis omdat mijn wijk past bij mijn persoonlijkheid<br />

SymbB3 Ik voel me sterk verbon<strong>de</strong>n met <strong>de</strong> wijk<br />

SymbB4 Mijn won<strong>in</strong>g is een won<strong>in</strong>g waar ik tot mezelf kan komen<br />

SymbB5 Het eigen karakter van <strong>de</strong>ze woonwijk draagt bij aan mijn ‘thuis gevoel’<br />

SymbB6 <strong>De</strong> architectuur van <strong>de</strong> wijk draagt bij aan mijn ‘ thuis gevoel’<br />

SymbB7 Ik ben trots op <strong>de</strong>ze wijk<br />

<strong>De</strong> Itemanalyse voor <strong>De</strong> Woerd laat zien een laagste <strong>in</strong>teritem correlatie van .536 en een<br />

homogeniteitcoëfficiënt Cronbach’s alfa van .851, wat zeer bevredigend is. Zen<strong>de</strong>rpark laat<br />

een laagste <strong>in</strong>teritem correlatie van .398 zien. Met een Cronbach’s alfa van .729. (uitkomsten<br />

itemanalyse symbolische b<strong>in</strong>d<strong>in</strong>g variabelen zijn te v<strong>in</strong><strong>de</strong>n <strong>in</strong> bijlage 3). Resumerend, voor<br />

bei<strong>de</strong> benchmarklocaties mag <strong>de</strong> totaalvariabele symbolische b<strong>in</strong>d<strong>in</strong>g wor<strong>de</strong>n samengesteld.<br />

5.1.4 Homogeniteitmet<strong>in</strong>g variabele prijspremium<br />

Voor <strong>de</strong> operationaliser<strong>in</strong>g van het begrip prijspremium voor <strong>De</strong> Woerd en Zen<strong>de</strong>rpark zijn<br />

zes attitu<strong>de</strong>vragen on<strong>de</strong>r <strong>de</strong> loep genomen. In tabel 6 (prijspremium) wor<strong>de</strong>n <strong>de</strong><br />

attitu<strong>de</strong>vragen vermeld.<br />

49


Tabel 6 prijspremium<br />

Co<strong>de</strong> Attitu<strong>de</strong>vragen voor samenstell<strong>in</strong>g variabele Prijspremium totaal<br />

PrijsPre1 Ik had een hoger geldbedrag over gehad voor mijn huidige won<strong>in</strong>g<br />

PrijsPre2 Indien <strong>de</strong> vraagprijs van mijn won<strong>in</strong>g 5 procent hoger was geweest had ik hem nog steeds gekocht<br />

PrijsPre3 Mijn won<strong>in</strong>g is b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong>ze wijk f<strong>in</strong>ancieel meer waard dan b<strong>in</strong>nen een an<strong>de</strong>re woonwijk<br />

PrijsPre4 Voor het on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n<strong>de</strong> karakter van <strong>de</strong>ze woonwijk had ik meer geld over gehad<br />

PrijsPre5 Kosten wat het kost wil<strong>de</strong> ik <strong>in</strong> <strong>de</strong>ze won<strong>in</strong>g wonen<br />

PrijsPre6 Mijn ‘thuisgevoel’ <strong>in</strong> <strong>de</strong>ze woonwijk is onbetaalbaar<br />

<strong>De</strong> <strong>in</strong>teritem correlatie geeft aanleid<strong>in</strong>g voor het verwij<strong>de</strong>ren van één item. <strong>De</strong> attitu<strong>de</strong>vraag<br />

PrijsPre3 zorgt namelijk voor een negatieve correlatie van -.019 <strong>in</strong> <strong>de</strong> analyse bij <strong>De</strong> Woerd.<br />

In relatie met <strong>de</strong> homogeniteitcoëfficiënt van <strong>De</strong> Woerd was <strong>de</strong> verwij<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g van het item niet<br />

noodzakelijk. <strong>De</strong> Cronbach’s alfa was immers .744. <strong>De</strong> homogeniteitcoëfficiënt van <strong>De</strong><br />

Woerd wordt verhoogd naar een Cronbach’s alfa van .811 (bijlage 3). <strong>De</strong> maatregel om item<br />

PrijsPre3 bij <strong>De</strong> Woerd te verwij<strong>de</strong>ren wordt gevolgd <strong>in</strong> <strong>de</strong> Itemanlyse van Zen<strong>de</strong>rpark.<br />

Er is gekozen om het item PrijsPre3 te verwij<strong>de</strong>ren uit <strong>de</strong> analyse van Zen<strong>de</strong>rpark, omdat het<br />

verschil tussen het wel of niet meenemen van <strong>de</strong>ze variabele ten aanzien van <strong>de</strong> gehele<br />

analyse statisch verwaarloosbaar (Cronbach’s alfa) is. Tevens zorgt het verwij<strong>de</strong>ren van dit<br />

Item voor <strong>de</strong> waarborg<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> vergelijkbaarheid van <strong>de</strong> benchmark. Dit resulteert <strong>in</strong> een<br />

laagste <strong>in</strong>teritem correlatie van .278. <strong>De</strong>ze correlatie is zeer zwak maar <strong>de</strong> variabele wordt<br />

opgenomen <strong>in</strong> <strong>de</strong> analyse vanwege <strong>de</strong> re<strong>de</strong>lijke alfa. <strong>De</strong> homogeniteitcoëfficiënt alfa van<br />

Zen<strong>de</strong>rpark is .706 en dit is ruim voldoen<strong>de</strong> (uitkomsten itemanalyse prijspremium variabelen<br />

zijn te v<strong>in</strong><strong>de</strong>n <strong>in</strong> bijlage 3).<br />

50


5.2 Frequentiever<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g<br />

5.2.1 Frequentiever<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g variabele doelgroep<br />

Om <strong>de</strong> homogeniteit van bei<strong>de</strong> benchmarklocaties op het gebied van beleveniswerel<strong>de</strong>n van<br />

<strong>de</strong> bewoners te toetsen werd gebruik gemaakt van een frequentieanalyse. <strong>De</strong><br />

frequentieanalyse toont het overzicht van <strong>de</strong> scores van bewoners op <strong>de</strong> variabele<br />

karaktereigenschappen. Een frequentiever<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g toont hoe vaak een waar<strong>de</strong> of categorie<br />

van een variabele voorkomt. <strong>De</strong> Woerd toont een beeld waarbij het gemid<strong>de</strong>l<strong>de</strong> van <strong>de</strong><br />

totaalscores tussen <strong>de</strong> 1 (gele beleveniswereld) en 2 (groene beleveniswereld) ligt. Van <strong>de</strong> <strong>in</strong><br />

totaal 59 respon<strong>de</strong>nten gaven 31 personen aan dat <strong>de</strong> groene beleveniswereld werd<br />

geprefereerd. Op <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> plaats werd door 23 personen gekozen voor <strong>de</strong> gele<br />

beleveniswereld. Ook <strong>de</strong> mediaan en modus (bei<strong>de</strong> 2) bevestigen dat <strong>de</strong> voorkeur voor <strong>de</strong><br />

Groene beleveniswereld. Slechts vijf respon<strong>de</strong>nten hebben een voorkeur voor een blauwe of<br />

ro<strong>de</strong> beleveniswereld. <strong>De</strong> resultaten van <strong>De</strong> Woerd zijn weergeven <strong>in</strong> staafdiagram 1.<br />

Zen<strong>de</strong>rpark schetst een beeld waar<strong>in</strong> <strong>de</strong> gele beleveniswereld het meest aantrekkelijk<br />

geacht. Zeven respon<strong>de</strong>nten kiezen voor een blauwe of ro<strong>de</strong> beleveniswereld. <strong>De</strong> resultaten<br />

van Zen<strong>de</strong>rpark zijn weergeven <strong>in</strong> staafdiagram 2.<br />

Staafdiagram 1 Frequentieanalyse Doelgroepanalyse van <strong>De</strong> Woerd<br />

30<br />

20<br />

Count 40<br />

10<br />

0<br />

Gezelligheid, ontmoet<strong>in</strong>g en<br />

sociaal (harmoniëren met<br />

an<strong>de</strong>ren) Gele Wereld<br />

Rustig, netjes en veiligheid (rituele<br />

omgang met an<strong>de</strong>ren) Groene<br />

wereld<br />

Geen Gele of Groene<br />

Beleveniswereld bewoners<br />

51


Staafdiagram 2 Frequentieanalyse Doelgroepanalyse van Zen<strong>de</strong>rpark<br />

20<br />

Count 30<br />

10<br />

0<br />

Gezelligheid, ontmoet<strong>in</strong>g en<br />

sociaal (harmoniëren met<br />

an<strong>de</strong>ren) Gele Wereld<br />

Rustig, netjes en veiligheid (rituele<br />

omgang met an<strong>de</strong>ren) Groene<br />

wereld<br />

Geen Gele of Groene<br />

Beleveniswereld bewoners<br />

Resultaten van <strong>de</strong> frequentieanalyse bevestigen <strong>de</strong> doelgroepanalyse van het<br />

Belevenislocatiemo<strong>de</strong>l. Er is een grote voorkeur voor <strong>de</strong> gele en groene beleveniswereld, ten<br />

opzichte van <strong>de</strong> blauwe en ro<strong>de</strong> beleveniswereld. Om een uitspraak te kunnen doen over <strong>de</strong><br />

populatie is <strong>de</strong> schatt<strong>in</strong>gsfout uitgerekend voor bei<strong>de</strong> benchmarklocaties.<br />

Om <strong>de</strong> schatt<strong>in</strong>gsfout bij bena<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g te bereken is <strong>de</strong> volgen<strong>de</strong> formule gebruikt:<br />

σρ ≈ √ ρ x q<br />

n<br />

Bij een schatt<strong>in</strong>gsfout van .0365 en m<strong>in</strong>stens 95 procent zekerheid kan gesteld wor<strong>de</strong>n dat<br />

m<strong>in</strong>maal 78 procent van alle bewoners van <strong>De</strong> Woerd een voorkeur heeft voor <strong>de</strong> Groene of<br />

Gele Wereld. Voor Zen<strong>de</strong>rpark ligt dit percentage op 74 procent met een schatt<strong>in</strong>gsfout van<br />

.0343 (uitkomsten frequentiever<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g en <strong>de</strong> schatt<strong>in</strong>gsfout van <strong>de</strong> variabele<br />

karaktereigenschap doelgroep is te v<strong>in</strong><strong>de</strong>n <strong>in</strong> bijlage 4 en 6).<br />

5.2.3 Frequentiever<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g variabele woonbelev<strong>in</strong>g<br />

<strong>De</strong> frequentiever<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g geeft een <strong>in</strong>dicatie van <strong>de</strong> mate van woonbelev<strong>in</strong>g bij <strong>de</strong> bewoners<br />

van <strong>De</strong> Woerd en Zen<strong>de</strong>rpark. <strong>De</strong> totaalscore is afkomstig uit <strong>de</strong> totaalvariabele die<br />

samengesteld is mid<strong>de</strong>ls een Itemanalyse. <strong>De</strong> totaalscore wordt verkregen door <strong>de</strong><br />

afzon<strong>de</strong>rlijke scores van negen (<strong>De</strong> Woerd) en acht attitu<strong>de</strong>vragen (Zen<strong>de</strong>rpark) bij elkaar op<br />

te tellen. Voor een positief resultaat moet <strong>de</strong> uitkomst kle<strong>in</strong>er of gelijk zijn aan 27 voor <strong>De</strong><br />

Woerd en kle<strong>in</strong>er of gelijk aan 24 voor Zen<strong>de</strong>rpark zijn. <strong>De</strong>ze waar<strong>de</strong>n wor<strong>de</strong>n beschouwd<br />

als <strong>de</strong> grens tussen een positieve en negatieve attitu<strong>de</strong>.<br />

52


<strong>De</strong> Woerd vertoont een ver<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g waarbij <strong>de</strong> mediaanwaar<strong>de</strong> bij meer dan <strong>de</strong> helft van alle<br />

respon<strong>de</strong>nten een totaalscore voortbrengt van 18. Gelet op <strong>de</strong> scheefheid van <strong>de</strong> ver<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g<br />

van .873 (skewness), kan geconclu<strong>de</strong>erd wor<strong>de</strong>n dat <strong>de</strong> bewoners van <strong>De</strong> Woerd een sterke<br />

mate van woonbelev<strong>in</strong>g ervaren. <strong>De</strong> standaard<strong>de</strong>viatie (σ) van <strong>de</strong> ver<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g van <strong>De</strong> Woerd is<br />

5.404. Dit duidt erop dat <strong>de</strong> spreid<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> attitu<strong>de</strong> ten aanzien van woonbelev<strong>in</strong>g relatief<br />

kle<strong>in</strong> is. Danwel, <strong>de</strong> bewoners van <strong>De</strong> Woerd gelijkwaardige attitu<strong>de</strong>s (scores) hebben ten<br />

aanzien van <strong>de</strong> gestel<strong>de</strong> vragen (<strong>in</strong> bijlage 4 is <strong>de</strong> frequentiever<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g van <strong>de</strong>ze staafdiagram<br />

terug te lezen).<br />

Staafdiagram 3 Frequentieanalyse woonbelev<strong>in</strong>g van <strong>De</strong> Woerd<br />

5<br />

4<br />

3<br />

Count 6<br />

2<br />

1<br />

0<br />

9<br />

10<br />

11<br />

12<br />

13<br />

14<br />

15<br />

16<br />

17<br />

18<br />

Zen<strong>de</strong>rpark toont een ver<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g die m<strong>in</strong><strong>de</strong>r positief is dan die van <strong>De</strong> Woerd. <strong>De</strong><br />

frequentiever<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g van Zen<strong>de</strong>rpark heeft een mediaanwaar<strong>de</strong> van 29,50. Dit doelt op een<br />

negatief resultaat op <strong>de</strong> attitu<strong>de</strong>vragen betreffen<strong>de</strong> woonbelev<strong>in</strong>g. <strong>De</strong> gemid<strong>de</strong>l<strong>de</strong> waar<strong>de</strong><br />

heeft een lager resultaat dan <strong>de</strong> gemid<strong>de</strong>l<strong>de</strong> score op <strong>de</strong> acht attitu<strong>de</strong>vragen (24). Ook ten<br />

aanzien van <strong>de</strong> scheefheid van <strong>de</strong> ver<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g is een negatieve ten<strong>de</strong>ns te bespeuren. Met een<br />

scheefheid van -.173 en een σ van 5.616 kan bevestigd wor<strong>de</strong>n dat het meren<strong>de</strong>el van <strong>de</strong><br />

respon<strong>de</strong>nten een negatieve houd<strong>in</strong>g heeft op het gebied van woonbelev<strong>in</strong>g <strong>in</strong> relatie met<br />

het thema, <strong>de</strong> i<strong>de</strong>ntiteit en <strong>de</strong> authenticiteit van <strong>de</strong> woonomgev<strong>in</strong>g.<br />

19<br />

20<br />

21<br />

22<br />

23<br />

25<br />

26<br />

28<br />

32<br />

36<br />

53


Staafdiagram 4 Frequentieanalyse woonbelev<strong>in</strong>g van Zen<strong>de</strong>rpark<br />

5<br />

4<br />

3<br />

Count 6<br />

2<br />

1<br />

0<br />

16 18 19 20 21 22 23 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 42<br />

Belev<strong>in</strong>g op het gebied van wonen wordt <strong>in</strong>tenser beleefd <strong>in</strong> <strong>De</strong> Woerd dan <strong>in</strong> Zen<strong>de</strong>rpark.<br />

Op grond van het steekproefresultaat kan gesteld wor<strong>de</strong>n dat respon<strong>de</strong>nten van <strong>De</strong> Woerd<br />

een sterkere mate van woonbelev<strong>in</strong>g ervaren <strong>in</strong> hun wijk. Om een uitspraak te kunnen doen<br />

over <strong>de</strong> populatie wordt <strong>de</strong> schatt<strong>in</strong>gsfout van bei<strong>de</strong> benchmarklocaties berekend. Uit <strong>de</strong><br />

resultaten van <strong>De</strong> Woerd wordt een lage schatt<strong>in</strong>gsfout uitgerekend. <strong>De</strong>ze is .0184.<br />

Daardoor kan met 95 procent zekerheid wor<strong>de</strong>n geconclu<strong>de</strong>erd dat m<strong>in</strong>imaal 90 procent van<br />

<strong>de</strong> populatie <strong>in</strong> <strong>De</strong> Woerd een sterke mate van positieve woonbelev<strong>in</strong>g ervaart. Zen<strong>de</strong>rpark<br />

haalt dit bij lange na niet. <strong>De</strong> schatt<strong>in</strong>gsfout van Zen<strong>de</strong>rpark is .0256, met 95 procent<br />

zekerheid dat m<strong>in</strong>maal 10 procent van <strong>de</strong> populatie een mate van positieve woonbelev<strong>in</strong>g<br />

on<strong>de</strong>rgaat.<br />

<strong>De</strong> hypothese dat gethematiseer<strong>de</strong> authentieke i<strong>de</strong>ntiteit van een fysieke omgev<strong>in</strong>g leidt tot<br />

positieve woonbelev<strong>in</strong>g wordt door bewoners van <strong>De</strong> Woerd bevestigd. Zen<strong>de</strong>rpark<br />

daarentegen voldoet niet aan <strong>de</strong> subjectieve verlangens van haar bewoners.<br />

Attitu<strong>de</strong>vragen uit <strong>de</strong> schriftelijke enquête tonen aan dat respon<strong>de</strong>nten functionele eisen van<br />

<strong>de</strong> won<strong>in</strong>g <strong>de</strong> belangrijkste re<strong>de</strong>n v<strong>in</strong><strong>de</strong>n waarom ze voor hun huidige won<strong>in</strong>g hebben<br />

gekozen. Resultaten van <strong>de</strong> schriftelijke enquête bevestigen <strong>de</strong> conclusie uit het theoretisch<br />

ka<strong>de</strong>r <strong>in</strong> hoofdstuk twee. Bewoners van een V<strong>in</strong>exwijk hebben geen klachten ten aanzien<br />

van <strong>de</strong> functionele aspecten van <strong>de</strong> eigen won<strong>in</strong>g. Uit open vragen <strong>in</strong> <strong>de</strong> schriftelijke enquête<br />

blijkt dat <strong>de</strong> sfeer en <strong>de</strong> vormgev<strong>in</strong>g van <strong>De</strong> Woerd zorgen voor <strong>de</strong> doorslag voor juist <strong>de</strong>ze<br />

woonomgev<strong>in</strong>g. In Zen<strong>de</strong>rpark wordt <strong>de</strong> k<strong>in</strong>dvrien<strong>de</strong>lijkheid van <strong>de</strong> wijk vaak aangehaald<br />

naast <strong>de</strong> functionele eigenschapen van <strong>de</strong> won<strong>in</strong>g. Tevens blijkt uit <strong>de</strong> open vragen dat men<br />

het monotone karakter en <strong>de</strong> ger<strong>in</strong>ge mate van groen negatief ervaart (uitkomsten<br />

frequentiever<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g en <strong>de</strong> schatt<strong>in</strong>gsfout van <strong>de</strong> variabele woonbelev<strong>in</strong>g is te v<strong>in</strong><strong>de</strong>n <strong>in</strong><br />

bijlage 4 en 6).<br />

54


“Het negatieve v<strong>in</strong>d ik <strong>de</strong> anonieme straten en woonvormen. Aan <strong>de</strong> huizen kun je niet echt<br />

opmaken wie er woont of hoe <strong>de</strong> won<strong>in</strong>g <strong>in</strong> elkaar zit. Van wie is nu eigenlijk wat?”<br />

(Respon<strong>de</strong>nt 5, Zen<strong>de</strong>rpark <strong>De</strong> Wereldste<strong>de</strong>n).<br />

5.2.3 Frequentiever<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g variabele symbolische b<strong>in</strong>d<strong>in</strong>g<br />

In <strong>de</strong>ze paragraaf wordt <strong>de</strong> mate van symbolische b<strong>in</strong>d<strong>in</strong>g van bei<strong>de</strong> nieuwbouwlocaties<br />

gemeten door mid<strong>de</strong>l van een frequentieanalyse. In hoofdstuk twee werd dui<strong>de</strong>lijk dat een<br />

woonomgev<strong>in</strong>g meer belev<strong>in</strong>g en b<strong>in</strong>d<strong>in</strong>g genereert wanneer <strong>de</strong> i<strong>de</strong>ntiteit van <strong>de</strong><br />

woonomgev<strong>in</strong>g verstekt wordt. Bewoners kunnen zich i<strong>de</strong>ntificeren met hun woonomgev<strong>in</strong>g<br />

waardoor symbolische b<strong>in</strong>d<strong>in</strong>g met <strong>de</strong>ze plek ontstaat. Een belevenisconcept biedt bewoners<br />

<strong>de</strong> mogelijkheid zich emotioneel te b<strong>in</strong><strong>de</strong>n aan <strong>de</strong> woonomgev<strong>in</strong>g. Door gethematiseer<strong>de</strong><br />

authentieke i<strong>de</strong>ntiteit af te stemmen op leefstijlen (woonmilieus, BSR-mo<strong>de</strong>l Community<br />

Concepts) kan <strong>de</strong> mate van symbolische b<strong>in</strong>d<strong>in</strong>g versterkt wor<strong>de</strong>n. <strong>De</strong> bewoner ontleent een<br />

<strong>de</strong>el van zijn i<strong>de</strong>ntiteit aan <strong>de</strong> (culturele) i<strong>de</strong>ntiteit van zijn woonomgev<strong>in</strong>g. Hierdoor ontstaat<br />

meer b<strong>in</strong>d<strong>in</strong>g met <strong>de</strong> woonomgev<strong>in</strong>g. Voor <strong>in</strong>terpretatie van <strong>de</strong> frequentiever<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g geldt een<br />

grenswaar<strong>de</strong> van 21. Dit is <strong>de</strong> totaalscore die verkregen wordt door <strong>de</strong> afzon<strong>de</strong>rlijke scores<br />

op zeven attitu<strong>de</strong>vragen op te tellen. <strong>De</strong> waar<strong>de</strong> 21 is <strong>de</strong> grens tussen een positieve en een<br />

negatieve attitu<strong>de</strong>. <strong>De</strong> mediaan van <strong>De</strong> Woerd toont dat meer dan <strong>de</strong> helft van alle<br />

respon<strong>de</strong>nten voor <strong>de</strong> variabele ‘symbolische b<strong>in</strong>d<strong>in</strong>g’ een totaalscore van kle<strong>in</strong>er of gelijk<br />

aan 14 scoort. <strong>De</strong> mate van symbolische b<strong>in</strong>d<strong>in</strong>g van bewoners van <strong>De</strong> Woerd is blijkbaar<br />

groot. Met een scheefheid van .582 wordt dit gegeven bevestigd. <strong>De</strong> standaard<strong>de</strong>viatie (σ)<br />

van 4.485 van <strong>De</strong> Woerd laat zien dat <strong>de</strong> spreid<strong>in</strong>g <strong>in</strong> attitu<strong>de</strong> van <strong>de</strong> respon<strong>de</strong>nt ten aanzien<br />

van symbolische b<strong>in</strong>d<strong>in</strong>g laag is. <strong>De</strong> respon<strong>de</strong>nten zijn eensgez<strong>in</strong>d <strong>in</strong> <strong>de</strong> mate van<br />

symbolische b<strong>in</strong>d<strong>in</strong>g.<br />

55


Staafdiagram 5 Frequentieanalyse symbolische b<strong>in</strong>d<strong>in</strong>g met <strong>De</strong> Woerd<br />

10<br />

8<br />

6<br />

Count 12<br />

4<br />

2<br />

0<br />

7<br />

8<br />

9<br />

10<br />

11<br />

12<br />

13<br />

14<br />

15<br />

<strong>De</strong> mate van b<strong>in</strong>d<strong>in</strong>g met Zen<strong>de</strong>rpark op emotioneel vlak wordt weergeven <strong>in</strong> staafdiagram<br />

6. <strong>De</strong> uitkomsten van <strong>de</strong> frequentieanalyse laten zien dat bewoners van Zen<strong>de</strong>rpark zich<br />

mentaal verbon<strong>de</strong>n voelen met hun woonomgev<strong>in</strong>g.<br />

<strong>De</strong> mediaan heeft hier een waar<strong>de</strong> van 20 en dat is een positieve score. <strong>De</strong> σ geeft <strong>in</strong>zicht <strong>in</strong><br />

gelijkheid <strong>in</strong> belev<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> bewoners op het gebied van symbolische b<strong>in</strong>d<strong>in</strong>g. Met een σ<br />

van 4.404 kan gesteld wor<strong>de</strong>n dat er een grote mate van gelijkenis is <strong>in</strong> attitu<strong>de</strong> van <strong>de</strong><br />

respon<strong>de</strong>nten <strong>in</strong> Zen<strong>de</strong>rpark ten aanzien van symbolische b<strong>in</strong>d<strong>in</strong>g. <strong>De</strong> scheefheid van <strong>de</strong><br />

ver<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g is .699. <strong>De</strong> mediaan en scheefheidzwaarte (skewness) bevestigen dat <strong>de</strong> ver<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g<br />

re<strong>de</strong>lijk l<strong>in</strong>ks is georiënteerd.<br />

Staafdiagram 6 Frequentieanalyse symbolische b<strong>in</strong>d<strong>in</strong>g met Zen<strong>de</strong>rpark<br />

6<br />

4<br />

Count 8<br />

2<br />

0<br />

12<br />

13<br />

14<br />

15<br />

16<br />

17<br />

18<br />

19<br />

20<br />

Bei<strong>de</strong> benchmarklocaties scoren prima op <strong>de</strong> analyse van symbolische b<strong>in</strong>d<strong>in</strong>g. Echter,<br />

scoort <strong>De</strong> Woerd beter dan Zen<strong>de</strong>rpark. Om te achterhalen of het verschil <strong>in</strong> score komt<br />

doordat een belevenisconcept is geïmplementeerd <strong>in</strong> <strong>De</strong> Woerd, wordt een<br />

rangcorrelatieanalyse uitgevoerd en gerapporteerd. <strong>De</strong>ze analyse wordt toegepast omdat <strong>de</strong><br />

uitkomsten van <strong>de</strong>ze rangcorrelatieanalyse antwoord geven op het eerste <strong>de</strong>el van <strong>de</strong><br />

16<br />

21<br />

17<br />

22<br />

18<br />

23<br />

19<br />

24<br />

20<br />

25<br />

21<br />

27<br />

22<br />

28<br />

25<br />

30<br />

26<br />

31<br />

28<br />

33<br />

56


centrale vraag. Overal wordt geconclu<strong>de</strong>erd dat <strong>de</strong> respon<strong>de</strong>nten van <strong>De</strong> Woerd meer<br />

symbolische b<strong>in</strong>d<strong>in</strong>g met hun woonomgev<strong>in</strong>g hebben dan bewoners van Zen<strong>de</strong>rpark.<br />

Om <strong>de</strong>ze resultaten te kunnen generaliseren naar <strong>de</strong> populatie van zowel <strong>De</strong> Woerd als<br />

Zen<strong>de</strong>rpark wordt <strong>de</strong> schatt<strong>in</strong>gsfout berekend. Bij een schatt<strong>in</strong>gsfout van .0184 kan met 95<br />

procent zekerheid gesteld wor<strong>de</strong>n dat m<strong>in</strong>imaal 90 procent van alle bewoners van <strong>De</strong> Woerd<br />

een hoge tot zeer hoge mate van symbolische b<strong>in</strong>d<strong>in</strong>g heeft met hun woonomgev<strong>in</strong>g. Het is<br />

opmerkelijk dat <strong>de</strong> schatt<strong>in</strong>gsfout van woonbelev<strong>in</strong>g en symbolische b<strong>in</strong>d<strong>in</strong>g i<strong>de</strong>ntiek zijn<br />

voor <strong>De</strong> Woerd. Voor Zen<strong>de</strong>rpark is <strong>de</strong> schatt<strong>in</strong>gsfout berekend op .034. Met 95 procent<br />

zekerheid kan gesteld wor<strong>de</strong>n dat m<strong>in</strong>imaal 57 procent van <strong>de</strong> bewoners een hoge tot zeer<br />

hoge mate van symbolische b<strong>in</strong>d<strong>in</strong>g met <strong>de</strong> leefomgev<strong>in</strong>g heeft (uitkomsten<br />

frequentiever<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g en <strong>de</strong> schatt<strong>in</strong>gsfout van <strong>de</strong> variabele symbolische b<strong>in</strong>d<strong>in</strong>g is te v<strong>in</strong><strong>de</strong>n <strong>in</strong><br />

bijlage 4 en 6).<br />

5.2.4 Frequentiever<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g variabele prijspremium<br />

Ten slotte wordt <strong>de</strong> frequentiever<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> variabele prijspremium b<strong>in</strong>nen het<br />

steekproefon<strong>de</strong>rzoek geanalyseerd. In <strong>de</strong> frequentiever<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g tussen <strong>De</strong> Woerd en<br />

Zen<strong>de</strong>rpark ligt <strong>de</strong> focus op het verschil <strong>in</strong> mediaan en <strong>de</strong> scheefheid van <strong>de</strong> ver<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g.<br />

Wanneer <strong>de</strong> frequentiever<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g aantoonbaar maakt dat respon<strong>de</strong>nten van <strong>De</strong> Woerd, ten<br />

opzichte van respon<strong>de</strong>nten van Zen<strong>de</strong>rpark, een hogere waar<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g geven aan <strong>de</strong><br />

attitu<strong>de</strong>vragen prijspremium, kan aangenomen wor<strong>de</strong>n dat respon<strong>de</strong>nten bereid zijn tot het<br />

betalen van een prijspremium voor hun woonproduct. Dit bevestigt niet dat, wanneer dit<br />

resultaat positief is, dit komt doordat er een belevenisconcept is toegepast. Dit wordt<br />

on<strong>de</strong>rzocht door <strong>de</strong> samenhang tussen belevenisconcept en prijspremium te berekenen.<br />

<strong>De</strong>ze samenhang wordt getoetst door mid<strong>de</strong>l van een rangcorrelatieanalyse. Eerst wordt <strong>de</strong><br />

frequentiever<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g van zowel <strong>De</strong> Woerd als Zen<strong>de</strong>rpark gepresenteerd <strong>in</strong> staafdiagram 7 en<br />

8.<br />

57


Staafdiagram 7 Frequentieanalyse Prijspremium <strong>De</strong> Woerd<br />

Staafdiagram 8 Frequentieanalyse Prijspremium Zen<strong>de</strong>rpark<br />

6<br />

4<br />

Count 8<br />

2<br />

0<br />

8<br />

6<br />

Count 10<br />

4<br />

2<br />

0<br />

6<br />

11<br />

12<br />

9<br />

13<br />

10<br />

14<br />

13<br />

15<br />

14<br />

16<br />

17<br />

15<br />

18<br />

16<br />

19<br />

<strong>De</strong> grenswaar<strong>de</strong> van <strong>de</strong> frequentiever<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> variabele prijspremiums is 15. <strong>De</strong> Woerd<br />

toont een negatieve ver<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g. <strong>De</strong> mediaanwaar<strong>de</strong> van <strong>de</strong> ver<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g ligt op 17 met een<br />

standaard<strong>de</strong>viatie (σ) van 4.126. Ook <strong>de</strong> scheefheid van <strong>de</strong> ver<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g van <strong>De</strong> Woerd<br />

bevestigt een negatieve attitu<strong>de</strong> ten aanzien van <strong>de</strong> vragen. <strong>De</strong> scheefheid van <strong>de</strong> ver<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g<br />

is met -.390 negatief te noemen. Zen<strong>de</strong>rpark laat een beeld zien dat zeer negatief is. Met<br />

een mediaanwaar<strong>de</strong> van 21 en een σ van 4.339, op een grenswaar<strong>de</strong> van 15, kan<br />

geconclu<strong>de</strong>erd wor<strong>de</strong>n dat slecht gescoord wordt op attitu<strong>de</strong>vragen betreffen<strong>de</strong> het<br />

prijspremium. Uit <strong>de</strong>ze resultaten kan opgemaakt wor<strong>de</strong>n dat hypothese 3 voor bei<strong>de</strong><br />

nieuwbouwlocaties verworpen wordt. <strong>De</strong> bewoners zijn niet bereid een hoger bedrag voor<br />

hun won<strong>in</strong>g te betalen. <strong>De</strong> Woerd scoort beter dan Zen<strong>de</strong>rpark (uitkomsten<br />

frequentiever<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g en <strong>de</strong> schatt<strong>in</strong>gsfout van <strong>de</strong> variabele prijspremium is te v<strong>in</strong><strong>de</strong>n <strong>in</strong> bijlage<br />

4 en 6).<br />

<strong>De</strong> schatt<strong>in</strong>gsfout voor <strong>De</strong> Woerd heeft een resultaat van .0325. Met 95 procent zekerheid<br />

kan wor<strong>de</strong>n gesteld dat het m<strong>in</strong>imale percentage bewoners dat een negatieve houd<strong>in</strong>g heeft<br />

17<br />

20<br />

18<br />

21<br />

22<br />

19<br />

23<br />

20<br />

24<br />

21<br />

25<br />

23<br />

26<br />

27<br />

24<br />

28<br />

25<br />

30<br />

58


ten opzichte van <strong>de</strong> prijspremium ruim 66 procent is. Zen<strong>de</strong>rpark heeft een schatt<strong>in</strong>gsfout<br />

van .0215. Het m<strong>in</strong>imale percentage van bewoners met een negatieve attitu<strong>de</strong> ten aanzien<br />

van een aankooppremium is ruim 85 procent.<br />

5.3 Rangcorrelatiecoëfficiënt<br />

In <strong>de</strong>ze paragraaf wor<strong>de</strong>n hypothese 2 en 3 behan<strong>de</strong>ld, met <strong>in</strong> het achterhoofd dat<br />

hypothese 3 ook getoetst wordt <strong>in</strong> het discussiepanel. In <strong>de</strong>ze paragraaf wordt <strong>de</strong><br />

rangcorrelatie tussen twee variabelen op ord<strong>in</strong>aal niveau getoetst. Bij <strong>de</strong> met<strong>in</strong>g van <strong>de</strong><br />

rangcorrelatie op ord<strong>in</strong>aal niveau wordt gekeken of <strong>de</strong> hoge rangscore op <strong>de</strong> ene variabele<br />

(bijvoorbeeld Belevenisconcept) gepaard gaat met een hoge rangscore op <strong>de</strong> an<strong>de</strong>re<br />

variabele (bijvoorbeeld symbolische b<strong>in</strong>d<strong>in</strong>g). Naarmate <strong>de</strong> rangscores meer<br />

overeenstemmen is <strong>de</strong> samenhang tussen <strong>de</strong> variabelen hoger. Waardoor kan wor<strong>de</strong>n<br />

bevestigd dat een hogere score op <strong>de</strong> variabele belevenisconcept leidt tot een sterkere mate<br />

(hoge score op <strong>de</strong> variabele) van symbolische b<strong>in</strong>d<strong>in</strong>g. Voor toets<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> rangcorrelatie<br />

wordt gebruik gemaakt van Spearman’s rangcorrelatie. Bij een met<strong>in</strong>g op ord<strong>in</strong>aal niveau<br />

met een relatief kle<strong>in</strong>e steekproef wordt <strong>de</strong>ze vorm van correlatiemet<strong>in</strong>g geprefereerd<br />

(Baarda, <strong>de</strong> Goe<strong>de</strong> & Van Dijkum, 2007). <strong>De</strong> formule om <strong>de</strong> Spearman’s rangcorrelatie te<br />

berekenen is:<br />

di = het verschil <strong>in</strong> rangscore tussen Xi en Yi<br />

n = aantal respon<strong>de</strong>nten<br />

rs = 1 - 6∑ di2<br />

n3 – n<br />

Spearman’s rangcorrelatie vertaalt <strong>de</strong> scores <strong>in</strong> rangscores en analyseert <strong>de</strong> hoogte van <strong>de</strong><br />

scores per respon<strong>de</strong>nt. Naarmate <strong>de</strong> rangscores meer overeenstemmen, is <strong>de</strong> correlatie<br />

hoger. <strong>De</strong> sterkte en richt<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> correlatie wordt daarbij uitgedrukt <strong>in</strong> Spearman’s<br />

correlatiecoëfficiënt rho (rs). Voor een correlatiecoëfficiënt geldt -1 ≤ rs ≥ 1. Wanneer rs<br />

gelijk staat aan 1 is er een perfect positief verband tussen <strong>de</strong> twee gemeten variabelen. Bij<br />

een waar<strong>de</strong> van -1 is er een perfect negatief verband. Als <strong>de</strong> correlatiecoëfficiënt gelijk is aan<br />

0 dan is er geen l<strong>in</strong>eair verband (Ragsdale, 2002, p.433). Tevens berekent Spearman’s<br />

rangcorrelatie of <strong>de</strong> gevon<strong>de</strong>n samenhang tussen twee variabelen significant is.<br />

5.3.1 Rangcorrelatie tussen belevenisconcepten en symbolische b<strong>in</strong>d<strong>in</strong>g<br />

Hypothese 2 (belevenisconcepten lei<strong>de</strong>n tot symbolische b<strong>in</strong>d<strong>in</strong>g voor <strong>de</strong> woonconsument)<br />

wordt <strong>in</strong> <strong>de</strong>ze al<strong>in</strong>ea behan<strong>de</strong>ld. <strong>De</strong> variabelen belevenisconcepten en symbolische b<strong>in</strong>d<strong>in</strong>g<br />

59


wor<strong>de</strong>n getoetst op samenhang. Met behulp van Spearman’s rangcorrelatie wordt gemeten<br />

of een verband bestaat tussen symbolische b<strong>in</strong>d<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> bewoners en het<br />

belevenisconcept van <strong>De</strong> Woerd. Zen<strong>de</strong>rpark wordt <strong>in</strong> <strong>de</strong>ze analyse niet meegenomen. In<br />

paragraaf 5.2.3 is reeds geconclu<strong>de</strong>erd dat bewoners van Zen<strong>de</strong>rpark een lagere mate van<br />

symbolische b<strong>in</strong>d<strong>in</strong>g hebben dan bewoners van <strong>De</strong> Woerd. In <strong>de</strong>ze paragraaf wordt<br />

nagegaan of dit verschil kan wor<strong>de</strong>n toegeschreven aan het wel of niet toepassen van een<br />

belevenisconcept. In tabel 7 wordt het verband en significantieniveau van <strong>De</strong> Woerd<br />

gerapporteerd.<br />

Tabel 7 Rangcorrelatie belevenisconcept en symbolische b<strong>in</strong>d<strong>in</strong>g <strong>De</strong> Woerd<br />

Rangcorrelatie<br />

Spearman’s Rho<br />

Belevenisconcept - correlatiecoëfficiënt<br />

- Sig ( 2-zijdig)<br />

- N<br />

Symbolische B<strong>in</strong>d<strong>in</strong>g - correlatiecoëfficiënt<br />

- Sig ( 2-zijdig)<br />

- N<br />

* Correlatie is significant bij een alfa van 0,01 (99% betrouwbaarheid), tweezijdig.<br />

Er bestaat een sterke, positieve samenhang tussen het belevenisconcept van <strong>De</strong> Woerd en<br />

<strong>de</strong> symbolische b<strong>in</strong>d<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> bewoners. Met een Spearman’s correlatiecoëfficiënt van .771<br />

en p


Tabel 8 Rangcorrelatie belevenisconcept en prijspremium <strong>De</strong> Woerd<br />

Rangcorrelatie<br />

Spearman’s Rho<br />

Belevenisconcept - correlatiecoëfficiënt<br />

- Sig ( 2-zijdig)<br />

- N<br />

Prijspremium - correlatiecoëfficiënt<br />

- Sig ( 2-zijdig)<br />

- N<br />

* Correlatie is significant bij een alfa van 0,01 (99% betrouwbaarheid), tweezijdig.<br />

<strong>De</strong> uitslag van <strong>de</strong> correlatieanalyse is economisch verwaarloosbaar vanwege <strong>de</strong> lage<br />

rangcorrelatie. <strong>De</strong> correlatiecoëfficiënt heeft een zwakke positieve samenhang die significant<br />

is. <strong>De</strong> Rs= ,344; p


5.4 Discussiepanel<br />

In <strong>de</strong>ze paragraaf wor<strong>de</strong>n <strong>de</strong> uitkomsten van het discussiepanel gerapporteerd. Aan het<br />

discussiepanel namen zeven professionals uit <strong>de</strong> praktijk <strong>de</strong>el. <strong>De</strong> gehele paneldiscussie is<br />

uitgeschreven en te v<strong>in</strong><strong>de</strong>n <strong>in</strong> bijlage 7.<br />

5.4.1. Prijspremium<br />

“In <strong>de</strong> won<strong>in</strong>gbouw gebruiken we nog te veel <strong>de</strong> <strong>de</strong>mografische manier van<br />

doelgroepanalyse <strong>in</strong> plaats van <strong>de</strong> goed werken<strong>de</strong> metho<strong>de</strong>n uit <strong>de</strong> leisure <strong>in</strong>dustrie; <strong>de</strong><br />

leefstijl bena<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g. In <strong>de</strong> horeca en leisure branche gebruiken wij wel <strong>de</strong> leefstijl bena<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g.<br />

Hierdoor kunnen wij zoeken naar <strong>de</strong> belevenis en on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>nd vermogen en daar op<br />

appelleren. Zolang wij <strong>de</strong>nken <strong>in</strong> starters, doorstromers en bejaar<strong>de</strong>n dan zijn wij nog niet<br />

zover om op belev<strong>in</strong>g <strong>in</strong> te spelen” (dhr. Van <strong>de</strong>r Schans).<br />

Uit <strong>de</strong> discussie kwam naar voren dat belevenissen pas kunnen wor<strong>de</strong>n gecreëerd wanneer<br />

<strong>de</strong> doelgroep <strong>in</strong> het voortraject van <strong>de</strong> ontwikkel<strong>in</strong>g goed geanalyseerd is. Alleen dan is het<br />

mogelijk om on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n<strong>de</strong> belevenissen te creëren voor <strong>de</strong> woonconsument. <strong>De</strong> heer<br />

van <strong>de</strong> Schans stelt dat te we<strong>in</strong>ig gehoor wordt gegeven aan <strong>de</strong> immateriële behoeften van<br />

het wonen <strong>in</strong> vergelijk<strong>in</strong>g tot <strong>de</strong> retail en leisure sector. Projectontwikkelaars hebben een<br />

goed <strong>in</strong>zicht <strong>in</strong> <strong>de</strong> ruimtelijke leefbehoefte van een woonconsument. Dit is meestal<br />

<strong>de</strong>mografische gerelateerd. Om ook tegemoet te komen aan het mentale aspect van wonen<br />

moet een an<strong>de</strong>re bena<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g gebruikt wor<strong>de</strong>n.<br />

Projecten waarbij woonconsumenten <strong>in</strong> het beg<strong>in</strong>traject van <strong>de</strong> ontwikkel<strong>in</strong>g hun <strong>in</strong>dividuele<br />

wensen en voorkeuren mochten ventileren hebben dan ook geleid tot een positieve<br />

woonbelevenis. Voorbeel<strong>de</strong>n die wor<strong>de</strong>n genoemd zijn Groot Hoogelan<strong>de</strong>n te Wassenaar en<br />

<strong>de</strong> Hoven te Hoofddorp. Omdat b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> ontwikkel<strong>in</strong>g ruimte was voor <strong>in</strong>spraak en<br />

samenwerk<strong>in</strong>g tussen consument en projectontwikkelaar wor<strong>de</strong>n <strong>de</strong> projecten omarmd door<br />

haar bewoners.<br />

Voorbeeld van een project waarbij een mismatch tussen doelgroep en vastgoed is, is<br />

Suytka<strong>de</strong>. <strong>De</strong>elnemers aan het discussiepanel waren het erover eens dat Suytka<strong>de</strong><br />

conceptueel goed <strong>in</strong> elkaar zit (thema: groen, water en ste<strong>de</strong>lijk wonen). <strong>De</strong>sondanks verliep<br />

<strong>de</strong> verkoop stroef. <strong>De</strong> verklar<strong>in</strong>g hiervoor is dat er een Amsterdamsconcept is toegepast <strong>in</strong><br />

Helmond. “Het karakter was te massaal” (dhr. Maes). Hieruit blijkt dat een belevenisconcept<br />

niet overal <strong>in</strong>pasbaar is maar dat er een dui<strong>de</strong>lijke afstemm<strong>in</strong>g moet zijn tussen <strong>de</strong> doelgroep<br />

62


en het belevenisconcept. Waarbij <strong>de</strong> (sociaal) culturele- i<strong>de</strong>ntiteit van potentiële bewoners en<br />

<strong>de</strong> (toekomstige) woonomgev<strong>in</strong>g met elkaar moet correleren.<br />

“Een belevenisconcept is een kwestie van goed ontwikkelen. Het voldoen aan <strong>de</strong> aspecten<br />

van een belevenisconcept is een voorwaar<strong>de</strong> om goed te ontwikkelen.” (dhr. Van <strong>de</strong>r<br />

Schans). Volgens <strong>de</strong>elnemers aan <strong>de</strong> discussie zijn <strong>de</strong> drie primaire pr<strong>in</strong>cipes van een<br />

belevenisconcept voorwaar<strong>de</strong>n die tot meerwaar<strong>de</strong> kunnen lei<strong>de</strong>n. <strong>De</strong> <strong>de</strong>elnemers zijn het er<br />

over eens dat, wanneer <strong>in</strong>vull<strong>in</strong>g wordt geven aan het thema en <strong>de</strong> i<strong>de</strong>ntiteit van <strong>de</strong><br />

omgev<strong>in</strong>g authentiek aanvoelt, dit <strong>de</strong> afzetsnelheid van vastgoedproducten zal bevor<strong>de</strong>ren.<br />

Een dui<strong>de</strong>lijk statement dat uit <strong>de</strong> discussie naar voren kwam was: wanneer <strong>de</strong> drie primaire<br />

pr<strong>in</strong>cipes te vaak herhaald wor<strong>de</strong>n gaat dit ten koste van belev<strong>in</strong>gs- en attractieve waar<strong>de</strong><br />

van het vastgoedproject.<br />

<strong>De</strong> <strong>de</strong>elnemers zijn van men<strong>in</strong>g dat een belevenisconcept een voorwaar<strong>de</strong> is voor<br />

consumentgericht ontwikkelen. <strong>De</strong>ze voorwaar<strong>de</strong> leidt tot meerwaar<strong>de</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> z<strong>in</strong> dat een<br />

ontwikkelaar een premium kan verdisconteren <strong>in</strong> <strong>de</strong> vraagprijs van het vastgoedproduct.<br />

Echter kan er alleen een prijspremium gehanteerd wor<strong>de</strong>n als het belevenisconcept is<br />

afgestemd op <strong>de</strong> doelgroep en <strong>de</strong> locatie. Conclu<strong>de</strong>rend wordt gesteld dat hypothese 3 van<br />

dit on<strong>de</strong>rzoek wordt aangenomen on<strong>de</strong>r <strong>de</strong> zojuist beschreven voorwaar<strong>de</strong>n.<br />

63


HOOFDSTUK VI – CONCLUSIE –<br />

‘Omdat men <strong>de</strong> z<strong>in</strong> van het leven <strong>in</strong> toenemen<strong>de</strong> mate <strong>in</strong> belev<strong>in</strong>g zoekt’ (Schulze, 1992).<br />

Mid<strong>de</strong>ls <strong>de</strong>ze scriptie wordt getracht <strong>de</strong> volgen<strong>de</strong> on<strong>de</strong>rzoeksvraag te beantwoor<strong>de</strong>n: “In<br />

hoeverre hebben belevenisconcepten b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> huidige won<strong>in</strong>gbouwontwikkel<strong>in</strong>g<br />

geleid tot meerwaar<strong>de</strong> voor consument en projectontwikkelaar?”<br />

Kopen en consumeren moeten een ‘belevenis’ wor<strong>de</strong>n. <strong>De</strong> theorieën van <strong>de</strong><br />

<strong>beleveniseconomie</strong> leren dat het creëren van betekenisvolle belevenissen voor <strong>de</strong><br />

consument een toekomstig economisch voor<strong>de</strong>el verwerft. Het tot stand laten komen van<br />

betekenisvolle belevenissen zorgt voor een memorabele ontmoet<strong>in</strong>g met een on<strong>de</strong>rnem<strong>in</strong>g.<br />

Hierdoor verbetert <strong>de</strong> concurrentiepositie. Tevens geeft <strong>de</strong> theorie van <strong>de</strong><br />

<strong>beleveniseconomie</strong> <strong>in</strong>zicht <strong>in</strong> <strong>de</strong> prijspremiumfilosofie; het verwerven van economisch<br />

voor<strong>de</strong>el mid<strong>de</strong>ls het vragen van een prijspremium. <strong>De</strong> <strong>beleveniseconomie</strong> speelt <strong>in</strong> op <strong>de</strong><br />

maatschappelijke verschuiv<strong>in</strong>g van aandacht voor materieel naar emotioneel, met als<br />

e<strong>in</strong>dstation <strong>de</strong> belev<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> consument. Op basis van dit <strong>in</strong>zicht is naar won<strong>in</strong>gvoorraad<br />

<strong>in</strong> Ne<strong>de</strong>rland gekeken en geconstateerd dat <strong>de</strong> won<strong>in</strong>gvoorraad op het gebied van belev<strong>in</strong>g<br />

hier en daar te wensen overlaat.<br />

Kritiek op <strong>de</strong>len van <strong>de</strong> huidige won<strong>in</strong>gvoorraad komt uit verschillen<strong>de</strong> <strong>in</strong>valshoeken. <strong>De</strong><br />

professionals zijn over het algemeen niet positief over <strong>de</strong> esthetiek, ste<strong>de</strong>nbouwkundige<br />

opzet en i<strong>de</strong>ntiteit van het meren<strong>de</strong>el van <strong>de</strong> V<strong>in</strong>exwijken. Daarentegen zijn bewoners<br />

(woonconsumenten) van <strong>de</strong> V<strong>in</strong>exwijken niet uitsluitend negatief. <strong>De</strong> woonconsument is<br />

tevre<strong>de</strong>n over <strong>de</strong> kwalitatieve aspecten van het wonen, maar m<strong>in</strong><strong>de</strong>r over <strong>de</strong> subjectieve<br />

componenten van <strong>de</strong> fysieke woonomgev<strong>in</strong>g. <strong>De</strong> V<strong>in</strong>exwijk ontbeert het aan eigenheid. Bij<br />

<strong>de</strong> keuze voor een woonomgev<strong>in</strong>g gaat <strong>de</strong> woonconsument niet alleen uit van <strong>de</strong><br />

functionaliteit (grootte won<strong>in</strong>g, dichtheid van een wijk). Ook emotionele aspecten als smaak,<br />

i<strong>de</strong>ntiteit, authenticiteit, profiler<strong>in</strong>g en vereenzelvig<strong>in</strong>g tre<strong>de</strong>n hierbij op <strong>de</strong> voorgrond.<br />

Het is niet allemaal kommer en kwel. In <strong>de</strong> afgelopen tien jaar zijn V<strong>in</strong>exwijken ontwikkeld<br />

waarbij <strong>de</strong> materiële en immateriële waar<strong>de</strong>n van <strong>de</strong> consument centraler kwamen te staan.<br />

In <strong>de</strong>ze V<strong>in</strong>exwijken werd het begrip belev<strong>in</strong>gswaar<strong>de</strong> geconceptualiseerd <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />

ontwikkel<strong>in</strong>gsfase, met als doel (economische) meerwaar<strong>de</strong> te creëren.<br />

64


6.1 Meerwaar<strong>de</strong> belevenisconcepten voor <strong>de</strong> woonconsument<br />

Om belevenis te creëren zal men betekenissen moeten projecteren op <strong>de</strong> fysieke omgev<strong>in</strong>g.<br />

Betekenis geven aan een fysieke omgev<strong>in</strong>g wordt bewerkstelligd door on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n<strong>de</strong><br />

belevenisconcepten toe te passen. In <strong>de</strong> zoektocht naar meerwaar<strong>de</strong> van<br />

belevenisconcepten is het begrip belevenisconcept geconcretiseerd tot drie primaire<br />

pr<strong>in</strong>cipes, te weten ‘thema’, ‘i<strong>de</strong>ntiteit’ en ‘authenticiteit’. <strong>De</strong>ze drie primaire pr<strong>in</strong>cipes zorgen<br />

voor een betekenisgev<strong>in</strong>g aan <strong>de</strong> fysieke omgev<strong>in</strong>g, met een on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n<strong>de</strong> positieve<br />

belevenis en symbolische b<strong>in</strong>d<strong>in</strong>g als resultaat.<br />

Het blijkt dat bewoners van <strong>De</strong> Woerd een sterkere mate van woonbelev<strong>in</strong>g on<strong>de</strong>rgaan dan<br />

bewoners van Zen<strong>de</strong>rpark. Zen<strong>de</strong>rpark levert daarentegen een ger<strong>in</strong>ge bijdrage aan <strong>de</strong><br />

emotionele aspecten van het wonen. Woonbelev<strong>in</strong>g die wordt gecreëerd door een<br />

gethematiseer<strong>de</strong> authentieke i<strong>de</strong>ntiteit wordt door <strong>de</strong> bewoners van Zen<strong>de</strong>rpark niet als<br />

zodanig ervaren. Uit <strong>de</strong> open vragen van <strong>de</strong> schriftelijke enquête blijkt dat <strong>de</strong> woonbelev<strong>in</strong>g<br />

<strong>in</strong> Zen<strong>de</strong>rpark wordt beleefd vanuit een gez<strong>in</strong>sperspectief. Overwegend wordt als<br />

belangrijkste pluspunt van Zen<strong>de</strong>rpark het k<strong>in</strong>dvrien<strong>de</strong>lijke karakter genoemd. <strong>De</strong> hypothese<br />

dat gethematiseer<strong>de</strong> authentieke i<strong>de</strong>ntiteit van een fysieke woonomgev<strong>in</strong>g leidt tot positieve<br />

belev<strong>in</strong>g voor <strong>de</strong> woonconsument, wordt door <strong>de</strong> bewoners van <strong>De</strong> Woerd bevestigd. <strong>De</strong><br />

primaire pr<strong>in</strong>cipes van een belevenisconcept (thema, i<strong>de</strong>ntiteit en authenticiteit) dragen wel<br />

<strong>de</strong>gelijk bij aan positieve belev<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> woonconsument. <strong>De</strong> gedachte dat<br />

belevenisconcepten zorgen voor on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n<strong>de</strong> positieve woonbelevenissen is bij <strong>De</strong><br />

Woerd een gegeven.<br />

<strong>De</strong> i<strong>de</strong>ntiteitsbehoefte van <strong>de</strong> woonconsument zorgt voor een reflectie van <strong>de</strong> i<strong>de</strong>ntiteit van<br />

<strong>de</strong> woonconsument <strong>in</strong> <strong>de</strong> i<strong>de</strong>ntiteit van <strong>de</strong> woonomgev<strong>in</strong>g. Het is <strong>de</strong>ze i<strong>de</strong>ntiteitsgedachte die<br />

stelt dat een verschuiv<strong>in</strong>g optreedt van het belang van b<strong>in</strong>d<strong>in</strong>g aan een plek naar het belang<br />

van b<strong>in</strong>d<strong>in</strong>g met een plek. Vanuit <strong>de</strong>ze gedachte is het begrip ‘symbolische b<strong>in</strong>d<strong>in</strong>g’ geboren.<br />

<strong>De</strong>ze meerwaar<strong>de</strong> wordt gecreëerd door implementatie van een belevenisconcept. <strong>De</strong><br />

i<strong>de</strong>ntiteitsgedachte maakt een wezenlijk on<strong>de</strong>r<strong>de</strong>el uit van een belevenisconcept waardoor<br />

een woonconsument zich kan vereenzelvigen met zijn woonomgev<strong>in</strong>g. <strong>De</strong> an<strong>de</strong>re twee<br />

primaire pr<strong>in</strong>cipes, thema en authenticiteit, zijn ook van belang voor symbolische b<strong>in</strong>d<strong>in</strong>g.<br />

Thema, i<strong>de</strong>ntiteit en authenticiteit vergroten <strong>de</strong> mate van positieve woonbelev<strong>in</strong>g die leidt tot<br />

een grote mate van symbolische b<strong>in</strong>d<strong>in</strong>g bij <strong>de</strong> woonconsument. Bewoners van <strong>De</strong> Woerd<br />

hebben een grotere symbolische b<strong>in</strong>d<strong>in</strong>g met <strong>de</strong> woonomgev<strong>in</strong>g dan bewoners van<br />

Zen<strong>de</strong>rpark. Symbolische b<strong>in</strong>d<strong>in</strong>g was bij bewoners van Zen<strong>de</strong>rpark wel aanwezig, zij het<br />

65


maar <strong>in</strong> m<strong>in</strong><strong>de</strong>re mate dan bij <strong>de</strong> bewoners van <strong>De</strong> Woerd. Het ‘thuis gevoel’ blijkt <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />

woonomgev<strong>in</strong>g vele malen hoger bij bewoners van <strong>De</strong> Woerd dan bij Zen<strong>de</strong>rpark. Dat<br />

bewoners zich meer thuis voelen <strong>in</strong> <strong>De</strong> Woerd dan <strong>in</strong> Zen<strong>de</strong>rpark komt omdat daar een<br />

belevenisconcept werd toegepast. <strong>De</strong> hypothese dat belevenisconcepten lei<strong>de</strong>n tot<br />

symbolische b<strong>in</strong>d<strong>in</strong>g voor <strong>de</strong> woonconsument wordt bevestigd. Geconclu<strong>de</strong>erd wordt dat<br />

belevenisconcepten een bijdrage leveren aan <strong>de</strong> emotionele b<strong>in</strong>d<strong>in</strong>g met en waar<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g van<br />

hun directe woonomgev<strong>in</strong>g.<br />

6.2 Meerwaar<strong>de</strong> van belevenisconcepten voor <strong>de</strong> projectontwikkelaar<br />

<strong>De</strong> meerwaar<strong>de</strong> van een belevenisconcept voor <strong>de</strong> projectontwikkelaar is margetoename.<br />

Hypothese 3 biedt <strong>in</strong>zicht <strong>in</strong> <strong>de</strong> veron<strong>de</strong>rstel<strong>de</strong> meerwaar<strong>de</strong> en is dubbel getoetst. <strong>De</strong>ze is<br />

zowel getoetst vanuit het oogpunt van <strong>de</strong> woonconsument als <strong>de</strong> projectontwikkelaar.<br />

<strong>De</strong> resultaten tonen een beeld dat niet rooskleurig uitpakt voor <strong>de</strong> projectontwikkelaar.<br />

Bewoners van <strong>De</strong> Woerd staan licht negatief tegenover een prijspremium. Er wordt<br />

gerefereerd naar licht negatief omdat het resultaat een negatieve ver<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g heeft die dicht<br />

tegen <strong>de</strong> grenswaar<strong>de</strong> aanzit. Zen<strong>de</strong>rpark daarentegen scoort slecht. <strong>De</strong> gevoelswaar<strong>de</strong> van<br />

bewoners van Zen<strong>de</strong>rpark om een premium voor hun leefomgev<strong>in</strong>g te betalen is niet<br />

aanwezig. Geconclu<strong>de</strong>erd kan wor<strong>de</strong>n dat een prijspremium <strong>in</strong> <strong>De</strong> Woerd overwegend niet<br />

geaccepteerd wordt. <strong>De</strong> bewoners van Zen<strong>de</strong>rpark staan zeer negatief tegenover <strong>de</strong><br />

attitu<strong>de</strong>vragen betreffen<strong>de</strong> prijspremium. Resumerend, hypothese 3 wordt vanuit het<br />

perspectief van <strong>de</strong> consument verworpen.<br />

<strong>De</strong> re<strong>de</strong>n om hypothese 3 nogmaals te toetsen komt voort uit <strong>de</strong> gedachte dat het gebruikte<br />

medium (schriftelijke enquête) niet geheel geschikt is voor het toetsten van <strong>de</strong>ze hypothese.<br />

Uitkomsten van <strong>de</strong> kwalitatieve analyse, discussiepanel, bevestigen dit. Hypothese 3 wordt<br />

door <strong>de</strong> <strong>de</strong>elnemers aan het discussiepanel aangenomen. <strong>De</strong> stell<strong>in</strong>g dat een<br />

belevenisconcept een voed<strong>in</strong>gsbo<strong>de</strong>m is om een premium op <strong>de</strong> vraagprijs te verdisconteren<br />

wordt bevestigd. Meer overtuig<strong>in</strong>g wordt gevon<strong>de</strong>n <strong>in</strong> <strong>de</strong> gedachte dat een belevenisconcept<br />

meer ren<strong>de</strong>ment behaalt omdat het <strong>de</strong> afzetsnelheid van vastgoedproducten bevor<strong>de</strong>rt. <strong>De</strong><br />

primaire pr<strong>in</strong>cipes van een belevenisconcept zijn afgestemd op <strong>de</strong> doelgroep en dit bevor<strong>de</strong>rt<br />

<strong>de</strong> verkoop van vastgoedproducten; dit leidt tot een hoger ren<strong>de</strong>ment. Door mid<strong>de</strong>l van<br />

immateriële waar<strong>de</strong> toevoeg<strong>in</strong>g (afgestemd op <strong>de</strong> doelgroep en locatie) aan het<br />

vastgoedproduct kan een premium verdisconteerd wor<strong>de</strong>n <strong>in</strong> <strong>de</strong> vraagprijs.<br />

66


6.3 Resumerend<br />

Tabel 3 Samenvatt<strong>in</strong>g hypothesen<br />

Hypothesen Aangenomen Verworpen<br />

H1: Gethematiseer<strong>de</strong> authentieke i<strong>de</strong>ntiteit van een fysieke<br />

woonomgev<strong>in</strong>g leidt tot positieve belev<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> woonconsument.<br />

H2: Belevenisconcepten lei<strong>de</strong>n tot symbolische b<strong>in</strong>d<strong>in</strong>g voor <strong>de</strong><br />

woonconsument.<br />

H3: Belevenisconcepten geven projectontwikkelaars <strong>de</strong> mogelijkheid een<br />

premium te verdisconteren <strong>in</strong> <strong>de</strong> vraagprijs.<br />

Uit het on<strong>de</strong>rzoek kan <strong>de</strong> conclusie wor<strong>de</strong>n getrokken dat belevenisconcepten b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong><br />

huidige won<strong>in</strong>gbouw meerwaar<strong>de</strong> genereren voor woonconsumenten. Woonbelev<strong>in</strong>g en<br />

symbolische b<strong>in</strong>d<strong>in</strong>g zijn <strong>in</strong> grotere mate aanwezig wanneer een belevenisconcept is<br />

toegepast <strong>in</strong> won<strong>in</strong>gbouwontwikkel<strong>in</strong>g. <strong>De</strong> monetaire meerwaar<strong>de</strong> van belevenisconcepten<br />

die van belang is voor <strong>de</strong> projectontwikkelaar is ook bevestigd. Het toepassen van<br />

belevenisconcepten b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> huidige won<strong>in</strong>gbouwontwikkel<strong>in</strong>g zorgt voor een waar<strong>de</strong><br />

creatie op mentaal en monetair vlak. Zowel <strong>de</strong> woonconsument als <strong>de</strong> projectontwikkelaar<br />

beleven meerwaar<strong>de</strong> wanneer een belevenisconcept ten grondslag is gelegd aan <strong>de</strong><br />

won<strong>in</strong>gbouwontwikkel<strong>in</strong>g.<br />

X<br />

X<br />

X<br />

67


HOOFDSTUK VII – DISCUSSIE–<br />

7.1 Beperk<strong>in</strong>gen<br />

In dit on<strong>de</strong>rzoek is <strong>de</strong> meerwaar<strong>de</strong> van <strong>de</strong> <strong>beleveniseconomie</strong> <strong>in</strong> <strong>de</strong> won<strong>in</strong>gbouwontwikkel<strong>in</strong>g<br />

on<strong>de</strong>rzocht. <strong>De</strong> <strong>in</strong>steek van het on<strong>de</strong>rzoek was te achterhalen of een belevenisconcept<br />

woonbelev<strong>in</strong>g en symbolische b<strong>in</strong>d<strong>in</strong>g genereert, zodat een premium op <strong>de</strong> vraagprijs<br />

gehanteerd kan wor<strong>de</strong>n door <strong>de</strong> projectontwikkelaar. Het on<strong>de</strong>rzoek heeft uitsluitend plaats<br />

gevon<strong>de</strong>n op twee nieuwbouwlocaties, te weten <strong>De</strong> Woerd te Meern en Zen<strong>de</strong>rpark te<br />

IJsselste<strong>in</strong>. Ten aanzien van <strong>de</strong> generaliseerbaarheid van het on<strong>de</strong>rzoek levert <strong>de</strong> omvang<br />

van <strong>de</strong> steekproef beperk<strong>in</strong>gen op. Ondanks dat bei<strong>de</strong> nieuwbouwlocaties omvangrijk zijn <strong>in</strong><br />

woonvolume en doelgroep was het een relatief beperkte steekproef. Echter, b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong><br />

gestel<strong>de</strong> benchmarkka<strong>de</strong>rs (doelgroep en kernpr<strong>in</strong>cipes van een belevenisconcept) zijn <strong>de</strong><br />

gegevens generaliseerbaar. <strong>De</strong> bereken<strong>de</strong> schatt<strong>in</strong>gsfouten en standaard<strong>de</strong>viaties per<br />

on<strong>de</strong>rzoeksvariabelen laten zien dat <strong>de</strong> gegevens te generaliseren zijn naar <strong>de</strong><br />

on<strong>de</strong>rzoekspopulatie. Ten aanzien van <strong>de</strong> gehele nieuwbouw won<strong>in</strong>gmarkt kunnen <strong>de</strong><br />

conclusies van dit on<strong>de</strong>rzoek niet wor<strong>de</strong>n gegeneraliseerd.<br />

<strong>De</strong> schriftelijke enquête naar woonbelev<strong>in</strong>g en symbolische b<strong>in</strong>d<strong>in</strong>g lever<strong>de</strong> geen<br />

beperk<strong>in</strong>gen op. <strong>De</strong> vragen met betrekk<strong>in</strong>g tot het on<strong>de</strong>r<strong>de</strong>el prijspremium lever<strong>de</strong>n echter<br />

wél een beperk<strong>in</strong>g op. <strong>De</strong> gehanteer<strong>de</strong> on<strong>de</strong>rzoeksmetho<strong>de</strong>, een schriftelijke enquête, <strong>in</strong><br />

comb<strong>in</strong>atie met <strong>de</strong> vraagstell<strong>in</strong>g bleek niet geschikt. Achteraf gezien bleek dat <strong>de</strong><br />

respon<strong>de</strong>nten wer<strong>de</strong>n ‘gestuurd’ <strong>in</strong> hun antwoord. Het opstellen van vragen <strong>in</strong>zake <strong>de</strong><br />

bereidwilligheid méér te betalen voor een product wordt <strong>in</strong> <strong>de</strong> regel met een negatief<br />

antwoord bevestigd. Vandaar dat <strong>de</strong>ze vraagstell<strong>in</strong>g <strong>in</strong>zake <strong>de</strong> prijspremium b<strong>in</strong>nen dit<br />

on<strong>de</strong>rzoek als een beperk<strong>in</strong>g wordt gezien. Dit resulteert <strong>in</strong> het vermoe<strong>de</strong>n dat <strong>de</strong> uitkomsten<br />

geen realistisch beeld hebben gegeven van <strong>de</strong> werkelijke attitu<strong>de</strong> ten aanzien van een<br />

prijspremium.<br />

7.2 Aanbevel<strong>in</strong>gen<br />

<strong>De</strong> beperk<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> ogenschouw genomen, kan dit on<strong>de</strong>rzoek <strong>de</strong> aanzet zijn voor<br />

vervolgon<strong>de</strong>rzoek <strong>in</strong> <strong>de</strong> vorm van een uitgebrei<strong>de</strong>re steekproef. Dit on<strong>de</strong>rzoek was<br />

gebon<strong>de</strong>n aan tijd en geld en omwille van <strong>de</strong>ze re<strong>de</strong>n is <strong>de</strong> steekproef beperkt. Tevens kan<br />

on<strong>de</strong>rzoek wor<strong>de</strong>n gedaan naar een an<strong>de</strong>re doelgroep dan gehanteerd <strong>in</strong> dit on<strong>de</strong>rzoek. Het<br />

is met name <strong>in</strong>teressant om on<strong>de</strong>rzoek te doen naar <strong>de</strong> mate van woonbelev<strong>in</strong>g en<br />

symbolische b<strong>in</strong>d<strong>in</strong>g <strong>in</strong> <strong>de</strong> sociale klasse en/of het hogere segment.<br />

68


Een twee<strong>de</strong> vorm van vervolgon<strong>de</strong>rzoek kan zich richten op het monetaire component van<br />

<strong>de</strong> <strong>beleveniseconomie</strong>; het achterhalen van het omslagpunt van <strong>de</strong> bereidheid tot het<br />

betalen van een premium op <strong>de</strong> vraagprijs, wanneer woonbelev<strong>in</strong>g gegenereerd wordt. Het<br />

hanteren van een an<strong>de</strong>re on<strong>de</strong>rzoeksmetho<strong>de</strong> wordt hierbij aanbevolen.<br />

69


Literatuurlijst<br />

Al<strong>de</strong>n, D.L. et al (1999), Brand positiong through advertis<strong>in</strong>g <strong>in</strong> Asia, North America and<br />

Europe: The role of global consumer culture. In: Journal of market<strong>in</strong>g, January, p. 75 -87.<br />

Alsem, K.J. & E.J. Kostelijk (2005), Strategische market<strong>in</strong>gplann<strong>in</strong>g.<br />

Ashworth, G.J. (1991), Heritage plann<strong>in</strong>g. Gron<strong>in</strong>gen: Geopers.<br />

Ashworth, G.J. (1999), European heritage plann<strong>in</strong>g and management.<br />

Baarda, D.B. et al (2007), Basisboek statistiek met SPSS (3 e druk).<br />

Baarda, D.B. & M.P.M <strong>de</strong> Goe<strong>de</strong> (2006), Basisboek Metho<strong>de</strong>n en technieken. Handleid<strong>in</strong>g<br />

voor het opzetten en uitvoeren van kwantitatief on<strong>de</strong>rzoek.<br />

Bauman, Z. (2001) Communities; Seek<strong>in</strong>g Safety <strong>in</strong> an Insecure World. Cambridge:Polity<br />

Press<br />

Beckhoven, E. & R. Kempen (2002), Het belang van <strong>de</strong> buurt.<br />

Bleum<strong>in</strong>g, H. (2002), <strong>de</strong> sociale ruimte. Utrecht: Universiteit Utrecht.<br />

Bolster, K.J. (2006), Geprofileer<strong>de</strong> woonmilieus voor leefstijlen. In: Boss Magaz<strong>in</strong>e, April, p.<br />

45 - 49.<br />

Basissyllabus Projectontwikkel<strong>in</strong>g, Amsterdam School of Real Estate ( 2006) module 1.<br />

Bolt, G. & M. I. Torrance (2005), Ste<strong>de</strong>lijke herstructurer<strong>in</strong>g en sociale cohesie.<br />

Boswijk, A. et al (2005), Een nieuwe kijk op <strong>de</strong> experience economy .<br />

Bruil, I. (2006), Leefstijlenbena<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g, <strong>de</strong> scepsis van een socioloog. In: Boss Magaz<strong>in</strong>e,<br />

April, p. 40 - 44.<br />

Burky, S. (2005), <strong>De</strong> prijs van wonen. Scriptie over <strong>de</strong> kwaliteit van besluitvorm<strong>in</strong>g bij <strong>de</strong><br />

prijsvorm<strong>in</strong>g van nieuwbouwwon<strong>in</strong>gen.<br />

Classens, J.A.H.A. & H.C. Romme (2005), Imago on<strong>de</strong>rzoek, ‘s-Hertogenbosch.<br />

Dammers, E. et al (2005), <strong>De</strong> waar<strong>de</strong> van belev<strong>in</strong>g: schoonheid en grote projecten. In:<br />

S&RO nummer 3, p. 2 -3.<br />

Daverveld, S. (2007), Thuisgevoel en on<strong>de</strong>rl<strong>in</strong>ge verbon<strong>de</strong>nheid. In: Agora, jaargang 23,<br />

nummer 2, p. 27 – 29.<br />

<strong>De</strong>rksen W. & A. Duivesteijn, (2005) Op<strong>in</strong>ie.<br />

Dormans, S. et al. (2003), <strong>De</strong> verbeeld<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> stad.<br />

Diepen, A. & M. Arnoldus (2003), <strong>De</strong> woonvraag <strong>in</strong> <strong>de</strong> vraaggestuur<strong>de</strong> markt.<br />

Driessen, P.P.J. (2005), Sturen op kwaliteit. Over veran<strong>de</strong>ren<strong>de</strong> ambities en strategieën <strong>in</strong><br />

het omgev<strong>in</strong>gsbeleid.<br />

70


Engelsdorp Gastelaars, R. Van (1980), Niet elke stadsbewoner is een ste<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g. Een<br />

typologische studie naar het ruimtegebrek van bewoners van Amsterdam. Amsterdam:<br />

Sociaal-Geografisch <strong>in</strong>stituut.<br />

Ennen, E. (2004), Wonen <strong>in</strong> gecreëerd erfgoed.<br />

Ennen, E. (2006), B<strong>in</strong>d<strong>in</strong>g, belev<strong>in</strong>g en verleid<strong>in</strong>g. In: Agora, jaargang 22, nummer 4, p. 27 –<br />

29.<br />

Ernste, H. (2005), ‘Play<strong>in</strong>g self’. <strong>De</strong> ont<strong>de</strong>kk<strong>in</strong>g van ste<strong>de</strong>lijke i<strong>de</strong>ntiteit. In: Agora, jaargang<br />

21, nummer 2, p. 8 – 11.<br />

Ex, N. & J. Lengkeek (1996), “Op zoek naar het echte”. In: Vrijetijdstudies 1, jaargang 14, p.<br />

14 – 41.<br />

Falk, J. H. & L. D. Dierk<strong>in</strong>g (1992), The museum experience, Wash<strong>in</strong>gton.<br />

French, N. (1997), Market <strong>in</strong>formation management for better valuations, part I concepts and<br />

<strong>de</strong>f<strong>in</strong>itions of price and worth. In: journal of property valuation & <strong>in</strong>vestment. Vol. 15, Nummer<br />

5, P. 403 – 410.<br />

Fisher, T.C.G. & R.G. Waschik (2002), Managerial economics, a game theoretic approach.<br />

Geursen, G. (1996), Een hazew<strong>in</strong>d op gympen, Lei<strong>de</strong>n.<br />

Gool, P. van. et al (2001), Onroerend goed als belegg<strong>in</strong>g.<br />

Hagen, G.J. (2002), Woonbelev<strong>in</strong>g en leefconcepten – <strong>de</strong> lifestyle bena<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g van Smart<br />

Agent. In: Ste<strong>de</strong>bouw & Ruimtelijke Or<strong>de</strong>n<strong>in</strong>g, Jaargang 83, nummer 6, p. 36- 39.<br />

Hartog, P. <strong>de</strong>n (2006), <strong>De</strong> mens <strong>in</strong> het ontwikkel<strong>in</strong>gsproces. Master thesis MSRE.<br />

Hemel, Z. (2002) Droomvel<strong>de</strong>n – Een rondtafelgesprek. In: Ste<strong>de</strong>bouw & Ruimtelijke<br />

Or<strong>de</strong>n<strong>in</strong>g, Jaargang 83, nummer 6, p. 48-52.<br />

Hemel, Z. (2003), Ingebouw<strong>de</strong> geschie<strong>de</strong>nis. In: Ste<strong>de</strong>bouw & Ruimtelijke Or<strong>de</strong>n<strong>in</strong>g,<br />

Jaargang 84, nummer 3, p. 12-13.<br />

Hendrikx, C.A.J. (2006) <strong>De</strong> klant centraal ? Master thesis MSRE.<br />

Hoekstra, F. (2002), Huizen als Kastelen. In Bouw, Jaargang 56, nummer 10, p 44 – 48.<br />

Hof, J. Van <strong>de</strong>r (2007), PPS <strong>in</strong> <strong>de</strong> pol<strong>de</strong>r, proefschrift. Leus<strong>de</strong>n.<br />

Horst, H. et al (2001), Wat wijken maakt.<br />

Jensen R. (1999) <strong>De</strong> droommaatschappij.<br />

Jung, R. (2006), Th<strong>in</strong>k<strong>in</strong>g about experience and action. In: Kybernetes, Vol. 35, Nummer 3<br />

/4, p. 347 – 359.<br />

Juurl<strong>in</strong>k, E. (2006), Tussen droom en daad. In: Agora, jaargang 22, nummer 2, p. 4 – 6.<br />

Karsten, L. & M. <strong>de</strong> Stigter-Speksnij<strong>de</strong>r (2006), V<strong>in</strong>ex-wijken: <strong>de</strong> professionele kritiek en <strong>de</strong><br />

dagelijkse woonpraktijk.<br />

71


Keers, G. et al (2004), Het wie, wat en waar van <strong>de</strong> woonomgev<strong>in</strong>g. Hulpmid<strong>de</strong>l bij <strong>in</strong>tegrale<br />

planontwikkel<strong>in</strong>g.<br />

K<strong>in</strong>g, P. (2007), Her<strong>in</strong>ner<strong>in</strong>gen aan thuis. In: Agora, jaargang 23, nummer 2, p. 8 – 11.<br />

Klamer, A. (2003), Wie betaalt <strong>de</strong> retro? In: Ste<strong>de</strong>bouw & Ruimtelijke Or<strong>de</strong>n<strong>in</strong>g, Jaargang<br />

84, nummer 3, p. 31-34.<br />

Kön<strong>in</strong>gs, M. (2005), ‘Brand<strong>in</strong>g’ en <strong>de</strong> revitaliser<strong>in</strong>g van stadwijken. In: Agora, jaargang 21,<br />

Nummer 2, p. 30 – 32.<br />

Kooijman, D. (2004), Het ontspannen huis? Over <strong>de</strong> relatie tussen vrije tijd en won<strong>in</strong>g.<br />

Kotler, P. (2003), <strong>De</strong> A tot Z van market<strong>in</strong>g. 80 thema’s voor ie<strong>de</strong>reen die aan market<strong>in</strong>g<br />

doet.<br />

Land, M. Van <strong>de</strong>r & K. Machielse (2002), Faciliteren van leefstijlen – Duurzame woonmilieus<br />

<strong>in</strong> Flevoland. In Ste<strong>de</strong>bouw & Ruimtelijke Or<strong>de</strong>n<strong>in</strong>g, Jaargang 83, nummer 6, p. 29- 35.<br />

Luijten, A. (2006), Groeten uit Ne<strong>de</strong>rland. In: Build<strong>in</strong>gbus<strong>in</strong>ess, <strong>de</strong>cember, p. 62 – 65.<br />

Lupi, T. (2005), Vakantiegevoel op Ijburg. In: Agora, Jaargang 21. Nummer 2, p. 24 – 25.<br />

Loon, J, (2007), Spannen<strong>de</strong> woonlandschappen. In: Agora, Jaargang 23, Nummer 2, p. 45 -<br />

47.<br />

Lörz<strong>in</strong>g, H. et al (2006), V<strong>in</strong>ex! Een morfologische verkenn<strong>in</strong>g, NAi uitgevers Rotterdam.<br />

Metaal, S. (2002), Buitenwijkers en nieuwe ste<strong>de</strong>l<strong>in</strong>gen – leefstijlen <strong>in</strong> het ste<strong>de</strong>lijk veld. In:<br />

Ste<strong>de</strong>bouw & Ruimtelijke Or<strong>de</strong>n<strong>in</strong>g, Jaargang 83, nummer 6, p. 22- 27.<br />

Metaal, S. (2005), Thematiser<strong>in</strong>g en authenticiteit. In: Agora, Jaargang 21, nummer 2, p.<br />

16 – 19.<br />

Metz, T (2002), Pret! Amsterdam.<br />

Metz, T (2002), Zelfgemaakt verle<strong>de</strong>n – gesprek met erfgoedhistoricus David Lowenthal. In:<br />

NRC Han<strong>de</strong>lsblad 06-12-2002.<br />

Mierlo, Y. van (2006), Leefstijlen als on<strong>de</strong>r<strong>de</strong>el van visiegericht ontwikkelen. In: Boss<br />

Magaz<strong>in</strong>e, April, p. 30 - 35.<br />

Miles, M.E. et al (1999), Real Estate <strong>De</strong>velopment. Pr<strong>in</strong>ciples and processes.<br />

NAW (2007), Vastgoed is dienstverlen<strong>in</strong>g (Scief Houben). In: NAW.<br />

Nijhuis, M. & R. Schoemaker (2002), Normen, waar<strong>de</strong>n en woonbelev<strong>in</strong>gsgroepen –<br />

Consumentenon<strong>de</strong>rzoek van Motivaction. In: Ste<strong>de</strong>bouw & Ruimtelijke Or<strong>de</strong>n<strong>in</strong>g, Jaargang<br />

83, nummer 6, p. 43 – 45.<br />

Nijs, D. & F. Peters (2002), Imag<strong>in</strong>eer<strong>in</strong>g - het creëren van belev<strong>in</strong>gswerel<strong>de</strong>n.<br />

Nio, I. (2002), Van levenswijzen tot lifestyles – over <strong>de</strong> bruikbaarheid van leefstijlen voor <strong>de</strong><br />

ruimtelijke or<strong>de</strong>n<strong>in</strong>g. In: Ste<strong>de</strong>bouw & Ruimtelijke Or<strong>de</strong>n<strong>in</strong>g, Jaargang 83, nummer 6, p.6-9.<br />

72


Noordman, D. (2005), Gezicht op <strong>De</strong>lf. I<strong>de</strong>ntiteit, symboliek en stadsmarket<strong>in</strong>g. In: Agora,<br />

jaargang 21, nummer 2, p. 27 – 29.<br />

Priemus, H. (2006), Gebiedsontwikkel<strong>in</strong>g hoe ve<strong>de</strong>r ? In: Build<strong>in</strong>gbus<strong>in</strong>ess, <strong>de</strong>cember, p. 16<br />

– 19.<br />

Piët, S. (2003), emotiemarkt.<br />

P<strong>in</strong>e, B.J. & J.H. Gilmore (1999) <strong>de</strong> <strong>beleveniseconomie</strong>.<br />

P<strong>in</strong>kster, F. (2004), Vraagtekens bij leefstijlen. In: Agora, jaargang 20. Nummer 3, p. 41 – 44.<br />

Poorter, K. (2006), Verschillen<strong>de</strong> metho<strong>de</strong>n om te weten te komen wat <strong>de</strong> klant wil. In: Boss<br />

magaz<strong>in</strong>e, April, p. 10 – 13.<br />

Ragsdale, C.T. (2003), Spreadsheet mo<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g & <strong>De</strong>cision analysis.<br />

Re<strong>in</strong><strong>de</strong>rs, L. (2005), I<strong>de</strong>ntiteit, ruimte en <strong>de</strong> emotionele logica van een post<strong>in</strong>dustriële stad.<br />

In: Agora, jaargang 21, nummer 2, p. 4 – 7.<br />

Re<strong>in</strong><strong>de</strong>rs, L. & M. Van <strong>de</strong>r Land (2007), Thuis! In: Agora, jaargang 23, nummer 2, p. 4 -7.<br />

Rijkenbergen, J. (2006), Concept<strong>in</strong>g – Het managen van Concept – merken <strong>in</strong> het<br />

communicatiegeoriënteer<strong>de</strong> tijdperk.<br />

Roulac, S. (2006), Real estate value: creation and <strong>de</strong>struction. In: Journal of property<br />

<strong>in</strong>vestment & F<strong>in</strong>ance. Vol. 24, nummer 6, p. 474 – 489.<br />

Rossum, H. Van & F. Van Wijk & Baljon (2001), <strong>De</strong> stad <strong>in</strong> uitersten – Verkenn<strong>in</strong>gstocht naar<br />

V<strong>in</strong>ex-land. Rotterdam: Nai Uitgevers.<br />

Schulze, B.H. (1999). Die Erlebnisgeseusschaft. Kultuesoziologie <strong>de</strong>r Gegenwart.<br />

Soeters, S. (2006), Leefstijlen: een korte termijn strategie? In: Boss Magaz<strong>in</strong>e, April, p. 36 -<br />

39.<br />

Stienstra, G. (2004), Flexibele won<strong>in</strong>gbouw <strong>in</strong> <strong>de</strong> corporatiesector.<br />

Talbot, D. (2005), customer confi<strong>de</strong>nce: the <strong>de</strong>velopment of a “pre-experience” concept. In:<br />

<strong>in</strong>ternational journal of service <strong>in</strong>dustry management. Vol. 16, nummer. 4, p. 373 – 384.<br />

The SmartAgent Company, (2005), Community Concepts.<br />

Toe Laer, E. (2007), Postmo<strong>de</strong>rn wonen <strong>in</strong> een spookjeskasteel. In: Agora, jaargang 23,<br />

nummer 2, p. 12 – 15.<br />

Vroogd, H (2006), facetten van <strong>de</strong> planologie. Gron<strong>in</strong>gen.<br />

Wagenmakers, J.C.A.M. & J. Buist (2007), Market<strong>in</strong>g vastgoed.<br />

Went<strong>in</strong>k, T. (2005), Kwaliteitsmanagement, bedrijfsvoer<strong>in</strong>g en organisatieontwikkel<strong>in</strong>g<br />

Wiggen, J. K. van (2006), Een mo<strong>de</strong>l voor conceptontwikkel<strong>in</strong>g op basis van New Bus<strong>in</strong>ess<br />

<strong>De</strong>velopment. Getoetst aan <strong>de</strong> ontwikkel<strong>in</strong>g van het WaterWonen concept.<br />

73


Wou<strong>de</strong>n, R. van <strong>de</strong>r (2005), I<strong>de</strong>ntiteit on<strong>de</strong>r constructie. In: Agora, jaargang 21, nummer 2,<br />

p. 12 – 15.<br />

WRR (1998), Ruimte als forum. <strong>De</strong>n Haag: SDU.<br />

WRR (2000), <strong>De</strong> vrijetijds<strong>in</strong>dustrie <strong>in</strong> stad en land – een studie naar <strong>de</strong> markt van<br />

belevenissen. <strong>De</strong>n Haag: SDU.<br />

Zijlstra, S. (2006), Past <strong>de</strong> leefstijl voor <strong>de</strong> volkshuisvest<strong>in</strong>g? In: Boss Magaz<strong>in</strong>e, April, p. 52 -<br />

55.<br />

Websites<br />

www.asre.nl<br />

www.cbs.nl<br />

www.cpb.nl<br />

www.<strong>de</strong>woerd.nl<br />

www.experience-economy.com<br />

www.harvardbus<strong>in</strong>essonl<strong>in</strong>e.hbsp.harvard.edu/b02/en/common/item_<strong>de</strong>tail.jhtml?id=98407<br />

(Download artikel ‘Welcome to the Experience Economy’).<br />

www.igitur-archive.library.uu.nl/dissertations/2006-0705-200041/c4.pdf (PPS <strong>in</strong> <strong>de</strong> pol<strong>de</strong>r)<br />

www.ijselste<strong>in</strong>.nl<br />

www.lexisnexis.com<br />

www.marjole<strong>in</strong>knuit.nl/userfiles/portfolio/RFID<strong>in</strong>hetmuseum.pdf<br />

www.motivaction.nl<br />

www.smartagent.nl<br />

www.utrecht.nl/smartsite.dws?id=49500 (welstadsnota)<br />

www.vrom.nl<br />

www.wikipedia.com/architectuur<br />

www.zen<strong>de</strong>rpark.nl<br />

74


Bijlagen<br />

Bijlage 1. Enquête<br />

Attitu<strong>de</strong>vragen<br />

<strong>De</strong>ze vragenlijst start met enkele vragen die betrekk<strong>in</strong>g hebben op het wonen <strong>in</strong> Zen<strong>de</strong>rpark.<br />

U kunt antwoord geven door het hokje aan te kruisen dat past bij uw antwoord. Bij een aantal<br />

vragen heeft u meer dan één antwoordmogelijkheid.<br />

1. Wat was uw belangrijkste re<strong>de</strong>n om te verhuizen?<br />

a. 0 veran<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g werkomgev<strong>in</strong>g<br />

b. 0 veran<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g gez<strong>in</strong>ssituatie<br />

c. 0 f<strong>in</strong>anciële motieven<br />

d. 0 ontevre<strong>de</strong>n over <strong>de</strong> uitstral<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> wijk<br />

e. 0 an<strong>de</strong>rs namelijk;....................................................................................<br />

2. Waar woon<strong>de</strong> u voordat u <strong>in</strong> Zen<strong>de</strong>rpark kwam wonen?<br />

a. 0 dorp <strong>in</strong> <strong>de</strong> regio<br />

b. 0 dorp buiten <strong>de</strong> regio<br />

c. 0 stad <strong>in</strong> <strong>de</strong> regio<br />

d. 0 stad buiten <strong>de</strong> regio<br />

3. Woon<strong>de</strong> u <strong>in</strong> een wijk met een dui<strong>de</strong>lijk eigen karakter?<br />

a. 0 ja<br />

b. 0 nee<br />

4. Wat hoopt u voornamelijk <strong>in</strong> uw huidige woonomgev<strong>in</strong>g te v<strong>in</strong><strong>de</strong>n wat u niet <strong>in</strong><br />

uw ou<strong>de</strong> woonomgev<strong>in</strong>g vond?<br />

a. 0 <strong>de</strong> huidige woonomgev<strong>in</strong>g heeft een i<strong>de</strong>ntiteit die bij mij past<br />

b. 0 <strong>in</strong> <strong>de</strong> huidige woonomgev<strong>in</strong>g woont mijn soort mensen<br />

c. 0 <strong>de</strong> huidige woonomgev<strong>in</strong>g heeft een beter voorzien<strong>in</strong>gsniveau<br />

d. 0 an<strong>de</strong>rs, namelijk;....................................................................................<br />

5. Waarom heeft u voor Zen<strong>de</strong>rpark als woonlocatie gekozen?<br />

(let op: er zijn maximaal drie antwoor<strong>de</strong>n mogelijk)<br />

a. 0 het uiterlijk van <strong>de</strong> won<strong>in</strong>g spreekt mij aan<br />

b. 0 het uiterlijk van <strong>de</strong> woonomgev<strong>in</strong>g spreekt mij aan<br />

c. 0 het on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n<strong>de</strong> karakter van <strong>de</strong> won<strong>in</strong>g spreekt mij aan<br />

d. 0 het on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n<strong>de</strong> karakter van <strong>de</strong> woonomgev<strong>in</strong>g spreekt mij aan<br />

e. 0 <strong>de</strong> geborgenheid van <strong>de</strong> won<strong>in</strong>g spreekt mij aan<br />

f. 0 <strong>de</strong> geborgenheid van <strong>de</strong> woonomgev<strong>in</strong>g spreekt mij aan<br />

g. 0 <strong>de</strong> woonlocatie ligt dicht bij mijn familie<br />

75


6. Hoe zou u uw huidige woonlocatie willen omschrijven? (<strong>de</strong>nk hierbij aan<br />

positieve en/of negatieve punten en verbeterpunten)<br />

....................................................................................................................................................<br />

....................................................................................................................................................<br />

....................................................................................................................................................<br />

....................................................................................................................................................<br />

....................................................................................................................................................<br />

....................................................................................................................................................<br />

....................................................................................................................................................<br />

76


Instructies<br />

Bij <strong>de</strong> volgen<strong>de</strong> stell<strong>in</strong>gen is het van belang dat u uw men<strong>in</strong>g zo goed mogelijk weergeeft op<br />

een schaal die loopt van 1 tot en met 5. Om dit te verdui<strong>de</strong>lijken ziet u hieron<strong>de</strong>r eerst een<br />

voorbeeldstell<strong>in</strong>g. <strong>De</strong>ze voorbeeldstell<strong>in</strong>g is geen on<strong>de</strong>r<strong>de</strong>el van het on<strong>de</strong>rzoek en hoeft niet<br />

<strong>in</strong>gevuld te wor<strong>de</strong>n.<br />

Voorbeeldstell<strong>in</strong>g:<br />

Het kijken naar soaps is voor mij een belangrijke vorm van ontspann<strong>in</strong>g<br />

Totaal<br />

mee eens 1 2 3 4 5<br />

Totaal<br />

mee<br />

oneens<br />

Indien u naar soaps kijken belangrijk v<strong>in</strong>dt dan moet u het cijfer ‘1’ omcirkelen of<br />

aankruisen. Hoe belangrijker u het v<strong>in</strong>dt om naar soaps te kijken, hoe hoger het cijfer dat u<br />

omcirkelt of aankruist. Wanneer u soaps kijken erg onbelangrijk v<strong>in</strong>dt, omcirkelt of kruist u<br />

het cijfer ‘5’ aan. Sta niet te lang stil bij <strong>de</strong> verschillen<strong>de</strong> vragen. Er zijn geen foute of goe<strong>de</strong><br />

antwoor<strong>de</strong>n. Ik ben geïnteresseerd <strong>in</strong> uw men<strong>in</strong>g zoals die tij<strong>de</strong>ns het <strong>in</strong>vullen bij u opkomt.<br />

Stell<strong>in</strong>gen met betrekk<strong>in</strong>g tot uw huidige woonsituatie<br />

7. “Mijn eigen haard is goud waard”<br />

Totaal mee eens 1 2 3 4 5 Totaal mee oneens<br />

8. Mijn wijk is een wijk met een eigen gezicht.<br />

Totaal mee eens 1 2 3 4 5 Totaal mee oneens<br />

9. Ik voel me hier thuis omdat mijn wijk past bij mijn persoonlijkheid.<br />

Totaal mee eens 1 2 3 4 5 Totaal mee oneens<br />

10. Ik v<strong>in</strong>d het belangrijk om goed contact te hebben met mijn buren.<br />

Totaal mee eens 1 2 3 4 5 Totaal mee oneens<br />

11. Wonen <strong>in</strong> mijn wijk geeft mij status.<br />

Totaal mee eens 1 2 3 4 5 Totaal mee oneens<br />

12. Mijn wijk zorgt voor een collectieve gebon<strong>de</strong>nheid.<br />

Totaal mee eens 1 2 3 4 5 Totaal mee oneens<br />

13. Mijn wijk heeft veel sfeer.<br />

Totaal mee eens 1 2 3 4 5 Totaal mee oneens<br />

77


14. <strong>De</strong> kenmerken van het thema van mijn wijk zorgen voor een on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n<strong>de</strong><br />

woonbelevenis.<br />

Totaal mee eens 1 2 3 4 5 Totaal mee oneens<br />

15. Het on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n<strong>de</strong> karakter voelt aan als een oorspronkelijk on<strong>de</strong>r<strong>de</strong>el van <strong>de</strong><br />

woonomgev<strong>in</strong>g.<br />

Totaal mee eens 1 2 3 4 5 Totaal mee oneens<br />

16. Ik had een hoger geldbedrag over gehad voor mijn huidige won<strong>in</strong>g.<br />

Totaal mee eens 1 2 3 4 5 Totaal mee oneens<br />

17. Ik voel me sterk verbon<strong>de</strong>n met <strong>de</strong> wijk.<br />

Totaal mee eens 1 2 3 4 5 Totaal mee oneens<br />

18. Mijn won<strong>in</strong>g is een won<strong>in</strong>g waar ik tot mezelf kan komen.<br />

Totaal mee eens 1 2 3 4 5 Totaal mee oneens<br />

19. Ik v<strong>in</strong>d het van belang dat het uiterlijk van mijn won<strong>in</strong>g<br />

uitdrukk<strong>in</strong>g geeft aan mijn smaak.<br />

Totaal mee eens 1 2 3 4 5 Totaal mee oneens<br />

20. Indien <strong>de</strong> vraagprijs van mijn won<strong>in</strong>g 5 procent hoger was geweest had ik hem nog<br />

steeds<br />

gekocht.<br />

Totaal mee eens 1 2 3 4 5 Totaal mee oneens<br />

21. Mijn wijk is een wijk met allure.<br />

Totaal mee eens 1 2 3 4 5 Totaal mee oneens<br />

22. Mijn won<strong>in</strong>g is b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong>ze wijk f<strong>in</strong>ancieel meer waard dan b<strong>in</strong>nen een an<strong>de</strong>re<br />

woonwijk.<br />

Totaal mee eens 1 2 3 4 5 Totaal mee oneens<br />

23. <strong>De</strong> projectontwikkelaar heeft mijn droomhuis gerealiseerd.<br />

Totaal mee eens 1 2 3 4 5 Totaal mee oneens<br />

24. Het thema van mijn wijk heeft een dui<strong>de</strong>lijk on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>nd karakter.<br />

Totaal mee eens 1 2 3 4 5 Totaal mee oneens<br />

25. <strong>De</strong> herkenbare architectuur van <strong>de</strong> wijk maakt dat ik mij vertrouwd<br />

voel <strong>in</strong> mijn leefomgev<strong>in</strong>g.<br />

Totaal mee eens 1 2 3 4 5 Totaal mee oneens<br />

78


26. Bij het zoeken naar een won<strong>in</strong>g heb ik gezocht naar een won<strong>in</strong>g die<br />

wat stijl en uitstral<strong>in</strong>g betreft past bij mijn smaak.<br />

Totaal mee eens 1 2 3 4 5 Totaal mee oneens<br />

27. Het thema van <strong>de</strong> woonwijk zorgt voor woonplezier.<br />

Totaal mee eens 1 2 3 4 5 Totaal mee oneens<br />

28. Voor het on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n<strong>de</strong> karakter van <strong>de</strong>ze woonwijk had ik meer geld over<br />

gehad.<br />

Totaal mee eens 1 2 3 4 5 Totaal mee oneens<br />

29. Het thema van <strong>de</strong> woonomgev<strong>in</strong>g was makkelijk te accepteren<br />

omdat het écht en natuurlijk aan voelt.<br />

Totaal mee eens 1 2 3 4 5 Totaal mee oneens<br />

30. Het eigen karakter van <strong>de</strong>ze woonwijk draagt bij aan<br />

mijn ‘thuis gevoel’.<br />

Totaal mee eens 1 2 3 4 5 Totaal mee oneens<br />

31. Kosten wat het kost wil<strong>de</strong> ik <strong>in</strong> <strong>de</strong>ze won<strong>in</strong>g wonen.<br />

Totaal mee eens 1 2 3 4 5 Totaal mee oneens<br />

32. <strong>De</strong> bewoners van <strong>de</strong> wijk dragen bij aan mijn ‘thuis gevoel’.<br />

Totaal mee eens 1 2 3 4 5 Totaal mee oneens<br />

33. <strong>De</strong> architectuur van <strong>de</strong> wijk draagt bij aan mijn ‘ thuis gevoel’.<br />

Totaal mee eens 1 2 3 4 5 Totaal mee oneens<br />

34. Ik ben trots op <strong>de</strong>ze wijk.<br />

Totaal mee eens 1 2 3 4 5 Totaal mee oneens<br />

35. Mijn ‘thuisgevoel’ <strong>in</strong> <strong>de</strong>ze woonwijk is onbetaalbaar.<br />

Totaal mee eens 1 2 3 4 5 Totaal mee oneens<br />

36. Ik heb een positieve houd<strong>in</strong>g ten opzichte van <strong>de</strong> betrokken projectontwikkelaar.<br />

Hij<br />

heeft een woonomgev<strong>in</strong>g gecreëerd die aansluit bij mijn leefstijl.<br />

Totaal mee eens 1 2 3 4 5 Totaal mee oneens<br />

79


Persoonlijke vragen<br />

Tot slot verzoek ik u een aantal persoonlijke vragen te beantwoor<strong>de</strong>n.<br />

37. Wat is uw geslacht?<br />

a. 0 Man<br />

b. 0 Vrouw<br />

38. Wat is uw leeftijd? ........ jaar<br />

39. Hoe is <strong>de</strong> samenstell<strong>in</strong>g van uw huishou<strong>de</strong>n?<br />

a. 0 alleenstaand<br />

b. 0 alleenstaand met k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren<br />

c. 0 gehuwd/samenwonend zon<strong>de</strong>r k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren<br />

d. 0 gehuwd/samenwonend met k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren<br />

40. Wat is uw belangrijkste dagelijkse bezigheid?<br />

a. 0 Fulltime baan<br />

b. 0 Parttime baan (< 32 uur per week)<br />

c. 0 onbetaald werk (ga naar vraag 41 en 42)<br />

d. 0 an<strong>de</strong>rs,<br />

namelijk;......................................................................................................<br />

41. Wat is <strong>de</strong> belangrijkste bezigheid van uw partner?<br />

a. 0 Fulltime baan (ga naar vraag 43)<br />

b. 0 Parttime baan (< 32 uur per week) (ga naar vraag 43)<br />

c. 0 onbetaald werk (ga naar vraag 42)<br />

d. 0 an<strong>de</strong>rs,<br />

namelijk;......................................................................................................<br />

42. Waaron<strong>de</strong>r vallen uw belangrijkste taken <strong>in</strong>dien u en/of uw partner geen betaald<br />

werk heeft?<br />

a. 0 vrijwilligerswerk<br />

b. 0 huishou<strong>de</strong>lijke taken<br />

43. Vervult u actieve taken b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong> wijkraad<br />

a. 0 ja<br />

b. 0 nee<br />

80


44. Wat is uw hoogst genoten opleid<strong>in</strong>gsniveau?<br />

a. 0 basison<strong>de</strong>rwijs<br />

b. 0 lager secundair on<strong>de</strong>rwijs<br />

c. 0 hoger secundair on<strong>de</strong>rwijs<br />

d. 0 tertiair on<strong>de</strong>rwijs<br />

45. Welke opsomm<strong>in</strong>g past het meest bij uw karakter?<br />

(let op: u heeft één antwoordmogelijkheid)<br />

a. 0 gezelligheid, ontmoet<strong>in</strong>g en sociaal (harmoniëren met an<strong>de</strong>ren)<br />

b. 0 rustig, netjes en veiligheid (rituele omgang met an<strong>de</strong>ren)<br />

c. 0 vrijheid, vrijblijvendheid en anonimiteit (afzon<strong>de</strong>ren van an<strong>de</strong>ren)<br />

d. 0 <strong>in</strong>dividuele vrijheid, eigen levensstijl en uitgaanscultuur (tonen dat je<br />

an<strong>de</strong>rs bent)<br />

46. Geef aan <strong>in</strong> welke mate u on<strong>de</strong>rstaan<strong>de</strong> kranten leest.<br />

(s.v.p. per krant aangeven welk antwoord van toepass<strong>in</strong>g is)<br />

Krant Dagelijks > 1 x per week Vrijwel nooit<br />

Telegraaf<br />

NRC Han<strong>de</strong>lsblad<br />

Algemeen dagblad<br />

Volkskrant<br />

Regionale kranten<br />

An<strong>de</strong>rs,<br />

namelijk;...........................................................................................................................<br />

47. Geef aan <strong>in</strong> welke mate u on<strong>de</strong>rstaan<strong>de</strong> activiteiten bezoekt.<br />

(s.v.p. per activiteit aangeven welk antwoord van toepass<strong>in</strong>g is)<br />

Activiteit Nooit 1-3 x per jaar 4-10 per jaar > 10 x per jaar<br />

Festivals<br />

Klassieke concerten<br />

Theatervoorstell<strong>in</strong>gen<br />

Pop&Rock concerten<br />

Cabaret<br />

Musea<br />

Bioscopen<br />

Indien u opmerk<strong>in</strong>gen heeft naar aanleid<strong>in</strong>g van dit on<strong>de</strong>rzoek dan hoor ik dit graag!<br />

....................................................................................................................................................<br />

....................................................................................................................................................<br />

....................................................................................................................................................<br />

....................................................................................................................................................<br />

Vrien<strong>de</strong>lijk bedankt voor uw me<strong>de</strong>werk<strong>in</strong>g!<br />

81


Bijlage 2. Co<strong>de</strong>boek<br />

Aan <strong>de</strong> hand van <strong>de</strong> vragen van <strong>de</strong> equente is een co<strong>de</strong>boek opgesteld die geco<strong>de</strong>erd zijn <strong>in</strong><br />

SPSS. Lees voor het co<strong>de</strong>ren hoofdstuk 4 Metho<strong>de</strong> , paragraaf 4.1.<br />

Vraagnummer Omschrijv<strong>in</strong>g Variabele Co<strong>de</strong><br />

1 Wat is uw geslacht GesL 1= man<br />

2= vrouw<br />

2 Wat is uw leeftijd LeefT 1 = 20 – 29<br />

2 = 30 – 39<br />

3 = 40 – 49<br />

4 = 50 – 59<br />

5 = 60 – 69<br />

3 Gez<strong>in</strong>samenstell<strong>in</strong>g gez<strong>in</strong>S 1 = Alleenstaand<br />

2 = Alleenstaand met k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren<br />

3= Gehuwd/samenwonend<br />

zon<strong>de</strong>r k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren<br />

4 = Gehuwd/samenwonend met<br />

4 Belangrijkste<br />

dagelijkse bezigheid<br />

k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren<br />

Werk 1= Fulltime baan<br />

2 = Parttime baan<br />

3 = Huishou<strong>de</strong>lijke taken<br />

4 = Vrijwilligerswerk<br />

5 Opleid<strong>in</strong>gsniveau Opleid<strong>in</strong>gsN 1 = Basison<strong>de</strong>rwijs<br />

2 = Lager secundair on<strong>de</strong>rwijs<br />

3 = Hoger secundair on<strong>de</strong>rwijs<br />

6 Karakter<br />

eigenschappen<br />

(BSR –mo<strong>de</strong>l)<br />

4 = Tertiair on<strong>de</strong>rwijs<br />

Karakter 1 = Gezelligheid, ontmoet<strong>in</strong>g en<br />

sociaal (harmoniëren met<br />

an<strong>de</strong>ren)<br />

2= Rustig, netjes en veiligheid<br />

(rituele omgang met an<strong>de</strong>ren)<br />

3 = Vrijheid, vrijblijvendheid en<br />

anonimiteit (afzon<strong>de</strong>ren van<br />

an<strong>de</strong>ren)<br />

4 = Individuele vrijheid, eigen<br />

levensstijl en uitgaanscultuur<br />

(tonen dat je an<strong>de</strong>rs bent)<br />

82


Stell<strong>in</strong>gen<br />

Vraagnummer Omschrijv<strong>in</strong>g Variabele Co<strong>de</strong><br />

7 “Mijn eigen haard is<br />

goud waard”<br />

8 Mijn wijk is een wijk<br />

met een eigen gezicht<br />

9 Ik voel me hier thuis<br />

omdat mijn wijk past<br />

bij mijn persoonlijkheid<br />

10 Ik v<strong>in</strong>d het belangrijk<br />

om goed contact te<br />

hebben met mijn buren<br />

11 Wonen <strong>in</strong> mijn wijk<br />

geeft mij status<br />

12 Mijn wijk zorgt voor<br />

een collectieve<br />

gebon<strong>de</strong>nheid<br />

13 Mijn wijk heeft veel<br />

sfeer<br />

14 <strong>De</strong> kenmerken van het<br />

thema van mijn wijk<br />

zorgen voor een<br />

on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n<strong>de</strong><br />

woonbelevenis.<br />

15 Het on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n<strong>de</strong><br />

karakter voelt aan als<br />

een oorspronkelijk<br />

on<strong>de</strong>r<strong>de</strong>el van <strong>de</strong><br />

woonomgev<strong>in</strong>g<br />

SymbB1 1 = totaal mee eens<br />

2 = eens<br />

3 = neutraal<br />

4 = oneens<br />

5 = totaal mee oneens<br />

I<strong>de</strong>ntiteit1 1 = totaal mee eens<br />

2 = eens<br />

3 = neutraal<br />

4 = oneens<br />

5 = totaal mee oneens<br />

SymbB2 1 = totaal mee eens<br />

2 = eens<br />

3 = neutraal<br />

4 = oneens<br />

5 = totaal mee oneens<br />

SocialB1 1 = totaal mee eens<br />

2 = eens<br />

3 = neutraal<br />

4 = oneens<br />

5 = totaal mee oneens<br />

I<strong>de</strong>ntiteit2 1 = totaal mee eens<br />

2 = eens<br />

3 = neutraal<br />

4 = oneens<br />

5 = totaal mee oneens<br />

SocialB2 1 = totaal mee eens<br />

2 = eens<br />

3 = neutraal<br />

4 = oneens<br />

5 = totaal mee oneens<br />

Authen1 1 = totaal mee eens<br />

2 = eens<br />

3 = neutraal<br />

4 = oneens<br />

5 = totaal mee oneens<br />

Thema1 1 = totaal mee eens<br />

2 = eens<br />

3 = neutraal<br />

4 = oneens<br />

5 = totaal mee oneens<br />

Authen2<br />

&<br />

Thema 2<br />

(Letop dit<br />

moet<br />

I<strong>de</strong>ntiteit<br />

zijn!)<br />

1 = totaal mee eens<br />

2 = eens<br />

3 = neutraal<br />

4 = oneens<br />

5 = totaal mee oneens<br />

83


Vraagnummer Omschrijv<strong>in</strong>g Variabele Co<strong>de</strong><br />

16 Ik had een hoger<br />

geldbedrag over gehad<br />

voor mijn huidige<br />

won<strong>in</strong>g<br />

17 Ik voel me sterk<br />

verbon<strong>de</strong>n met <strong>de</strong> wijk<br />

18 Mijn won<strong>in</strong>g is een<br />

won<strong>in</strong>g waar ik tot<br />

mezelf kan komen<br />

19 Ik v<strong>in</strong>d het van belang<br />

dat het uiterlijk van<br />

mijn won<strong>in</strong>g<br />

uitdrukk<strong>in</strong>g geeft aan<br />

mijn smaak.<br />

20 Indien <strong>de</strong> vraagprijs<br />

van mijn won<strong>in</strong>g 5<br />

procent hoger was<br />

geweest had ik hem<br />

nog steeds gekocht.<br />

21 Mijn wijk is een wijk<br />

met allure<br />

22 Mijn won<strong>in</strong>g is b<strong>in</strong>nen<br />

<strong>de</strong>ze wijk f<strong>in</strong>ancieel<br />

meer waard dan b<strong>in</strong>nen<br />

een an<strong>de</strong>re woonwijk.<br />

23 <strong>De</strong> projectontwikkelaar<br />

heeft mijn droomhuis<br />

gerealiseerd.<br />

PrijsPre1 1 = totaal mee eens<br />

2 = eens<br />

3 = neutraal<br />

4 = oneens<br />

5 = totaal mee oneens<br />

SymbB3 1 = totaal mee eens<br />

2 = eens<br />

3 = neutraal<br />

4 = oneens<br />

5 = totaal mee oneens<br />

SymbB4 1 = totaal mee eens<br />

2 = eens<br />

3 = neutraal<br />

4 = oneens<br />

5 = totaal mee oneens<br />

I<strong>de</strong>ntiteit3 1 = totaal mee eens<br />

2 = eens<br />

3 = neutraal<br />

4 = oneens<br />

5 = totaal mee oneens<br />

PrijsPre2 1 = totaal mee eens<br />

2 = eens<br />

3 = neutraal<br />

4 = oneens<br />

5 = totaal mee oneens<br />

I<strong>de</strong>ntiteit4 1 = totaal mee eens<br />

2 = eens<br />

3 = neutraal<br />

4 = oneens<br />

5 = totaal mee oneens<br />

PrijsPre3 1 = totaal mee eens<br />

2 = eens<br />

3 = neutraal<br />

4 = oneens<br />

5 = totaal mee oneens<br />

Imago1 1 = totaal mee eens<br />

2 = eens<br />

3 = neutraal<br />

4 = oneens<br />

5 = totaal mee oneens<br />

84


Vraagnummer Omschrijv<strong>in</strong>g Variabele Co<strong>de</strong><br />

24 Het thema van mijn<br />

wijk heeft een dui<strong>de</strong>lijk<br />

on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>nd<br />

karakter.<br />

25 <strong>De</strong> herkenbare<br />

architectuur van <strong>de</strong><br />

wijk maakt dat ik mij<br />

vertrouwd voel <strong>in</strong> mijn<br />

leefomgev<strong>in</strong>g.<br />

26 Bij het zoeken naar een<br />

won<strong>in</strong>g heb ik gezocht<br />

naar een won<strong>in</strong>g die<br />

wat stijl en uitstral<strong>in</strong>g<br />

betreft past bij mijn<br />

smaak<br />

27 Het thema van <strong>de</strong><br />

woonwijk zorgt voor<br />

woonplezier<br />

28 Voor het<br />

on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n<strong>de</strong><br />

karakter van <strong>de</strong>ze<br />

woonwijk had ik meer<br />

geld over gehad<br />

29 Het thema van <strong>de</strong><br />

woonomgev<strong>in</strong>g was<br />

makkelijk te accepteren<br />

omdat het écht en<br />

natuurlijk aan voelt.<br />

30 Het eigen karakter van<br />

<strong>de</strong>ze woonwijk draagt<br />

bij aan mijn ‘thuis<br />

gevoel’<br />

31 Kosten wat het kost<br />

wil<strong>de</strong> ik <strong>in</strong> <strong>de</strong>ze won<strong>in</strong>g<br />

wonen<br />

Thema3 1 = totaal mee eens<br />

2 = eens<br />

3 = neutraal<br />

4 = oneens<br />

5 = totaal mee oneens<br />

I<strong>de</strong>ntiteit5 1 = totaal mee eens<br />

2 = eens<br />

3 = neutraal<br />

4 = oneens<br />

5 = totaal mee oneens<br />

I<strong>de</strong>ntiteit6 1 = totaal mee eens<br />

2 = eens<br />

3 = neutraal<br />

4 = oneens<br />

5 = totaal mee oneens<br />

Thema4 1 = totaal mee eens<br />

2 = eens<br />

3 = neutraal<br />

4 = oneens<br />

5 = totaal mee oneens<br />

PrijsPre4 1 = totaal mee eens<br />

2 = eens<br />

3 = neutraal<br />

4 = oneens<br />

5 = totaal mee oneens<br />

Authen3<br />

&<br />

Thema 5<br />

1 = totaal mee eens<br />

2 = eens<br />

3 = neutraal<br />

4 = oneens<br />

5 = totaal mee oneens<br />

SymB5 1 = totaal mee eens<br />

2 = eens<br />

3 = neutraal<br />

4 = oneens<br />

5 = totaal mee oneens<br />

PrijsPre5 1 = totaal mee eens<br />

2 = eens<br />

3 = neutraal<br />

4 = oneens<br />

5 = totaal mee oneens<br />

85


Vraagnummer Omschrijv<strong>in</strong>g Variabele Co<strong>de</strong><br />

32 <strong>De</strong> bewoners van <strong>de</strong><br />

wijk dragen bij aan<br />

mijn ‘thuis gevoel’<br />

33 <strong>De</strong> architectuur van<br />

<strong>de</strong> wijk draagt bij<br />

aan mijn ‘ thuis<br />

gevoel’.<br />

34 Ik ben trots op <strong>de</strong>ze<br />

wijk.<br />

35 Mijn ‘thuisgevoel’ <strong>in</strong><br />

<strong>de</strong>ze woonwijk is<br />

onbetaalbaar.<br />

36 Ik heb een positieve<br />

houd<strong>in</strong>g ten<br />

opzichte van <strong>de</strong><br />

betrokken<br />

projectontwikkelaar.<br />

Hij heeft een<br />

woonomgev<strong>in</strong>g<br />

gecreëerd die<br />

aansluit bij mijn<br />

leefstijl<br />

SocialB2 1 = totaal mee eens<br />

2 = eens<br />

3 = neutraal<br />

4 = oneens<br />

5 = totaal mee<br />

oneens<br />

SymB6 1 = totaal mee eens<br />

2 = eens<br />

3 = neutraal<br />

4 = oneens<br />

5 = totaal mee<br />

oneens<br />

SymB7 1 = totaal mee eens<br />

2 = eens<br />

3 = neutraal<br />

4 = oneens<br />

5 = totaal mee<br />

oneens<br />

PrijsPre6 1 = totaal mee eens<br />

2 = eens<br />

3 = neutraal<br />

4 = oneens<br />

5 = totaal mee<br />

oneens<br />

Imago2 1 = totaal mee eens<br />

2 = eens<br />

3 = neutraal<br />

4 = oneens<br />

5 = totaal mee<br />

oneens<br />

86


Bijlage 3. Itemanalyse<br />

Homogeniteitmet<strong>in</strong>g variabele woonbelev<strong>in</strong>g<br />

1) Woonbelev<strong>in</strong>g <strong>De</strong> Woerd<br />

Cases<br />

Case Process<strong>in</strong>g Summary<br />

N %<br />

Valid 59 100,0<br />

Exclu<strong>de</strong>d a 0 ,0<br />

Total 59 100,0<br />

a. Listwise <strong>de</strong>letion based on all variables <strong>in</strong> the<br />

procedure.<br />

Reliability Statistics<br />

Cronbach's Alpha N of Items<br />

,883 9<br />

Scale Mean if Item<br />

<strong>De</strong>leted<br />

Item-Total Statistics<br />

Scale Variance if<br />

Item <strong>De</strong>leted<br />

Corrected Item-<br />

Total Correlation<br />

I<strong>de</strong>ntiteit1 16,54 23,459 ,568 ,876<br />

Authen1 16,29 23,416 ,664 ,867<br />

Thema1 16,07 23,650 ,623 ,871<br />

Thema2 15,83 23,385 ,740 ,862<br />

I<strong>de</strong>ntiteit3 15,86 22,326 ,620 ,872<br />

I<strong>de</strong>ntiteit4 16,08 23,872 ,625 ,871<br />

I<strong>de</strong>ntiteit5 15,86 21,705 ,764 ,857<br />

Thema4 15,95 23,670 ,682 ,866<br />

Authen3 15,78 25,244 ,429 ,886<br />

Cronbach's Alpha if<br />

Item <strong>De</strong>leted<br />

87


2) Woonbelev<strong>in</strong>g Zen<strong>de</strong>rpark.<br />

Cases<br />

Case Process<strong>in</strong>g Summary<br />

N %<br />

Valid 58 100,0<br />

Exclu<strong>de</strong>d(<br />

a)<br />

0 ,0<br />

Total 58 100,0<br />

a Listwise <strong>de</strong>letion based on all variables <strong>in</strong> the procedure.<br />

Reliability Statistics<br />

Cronbach's<br />

Alpha N of Items<br />

,811 9<br />

Item-Total Statistics<br />

Scale Corrected Cronbach's<br />

Scale Mean if Variance if Item-Total Alpha if Item<br />

Item <strong>De</strong>leted Item <strong>De</strong>leted Correlation <strong>De</strong>leted<br />

I<strong>de</strong>ntiteit1 26,29 24,877 ,521 ,791<br />

I<strong>de</strong>ntiteit3 26,84 27,958 ,188 ,836<br />

I<strong>de</strong>ntiteit4 25,79 25,009 ,521 ,790<br />

I<strong>de</strong>ntiteit5 26,02 24,719 ,582 ,782<br />

Thema1 25,91 24,782 ,556 ,786<br />

Thema2 26,14 24,507 ,676 ,772<br />

Thema4 26,16 24,660 ,613 ,779<br />

Authen1 26,09 25,273 ,640 ,778<br />

Authen3 25,79 27,781 ,359 ,808<br />

Frequentie analyse Zen<strong>de</strong>rpark zon<strong>de</strong>r <strong>in</strong>dititeit 3<br />

Woonbelev<strong>in</strong>g<br />

N<br />

Statistics<br />

Valid 58<br />

Miss<strong>in</strong>g 0<br />

Mean 26,84<br />

Median 27,00<br />

Mo<strong>de</strong> 27(a)<br />

Skewness -,005<br />

Std. Error of Skewness ,314<br />

a Multiple mo<strong>de</strong>s exist. The smallest value is shown<br />

88


Woonbelev<strong>in</strong>g<br />

Valid<br />

5<br />

4<br />

3<br />

Count 6<br />

2<br />

1<br />

0<br />

Frequency Percent Valid Percent<br />

Cumulative<br />

Percent<br />

15 1 1,7 1,7 1,7<br />

17 2 3,4 3,4 5,2<br />

18 1 1,7 1,7 6,9<br />

19 2 3,4 3,4 10,3<br />

20 1 1,7 1,7 12,1<br />

21 2 3,4 3,4 15,5<br />

22 1 1,7 1,7 17,2<br />

23 5 8,6 8,6 25,9<br />

24 5 8,6 8,6 34,5<br />

25 3 5,2 5,2 39,7<br />

26 3 5,2 5,2 44,8<br />

27 6 10,3 10,3 55,2<br />

28 4 6,9 6,9 62,1<br />

29 6 10,3 10,3 72,4<br />

30 2 3,4 3,4 75,9<br />

31 2 3,4 3,4 79,3<br />

32 4 6,9 6,9 86,2<br />

33 3 5,2 5,2 91,4<br />

35 1 1,7 1,7 93,1<br />

36 2 3,4 3,4 96,6<br />

37 1 1,7 1,7 98,3<br />

39 1 1,7 1,7 100,0<br />

Total 58 100,0 100,0<br />

15 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 35 36 37 39<br />

89


3) Homogeniteitmet<strong>in</strong>g belevenisconcepten<br />

<strong>De</strong> Woerd<br />

Thema<br />

Reliability Statistics<br />

Cronbach's<br />

Alpha N of Items<br />

,788 5<br />

Scale Mean if<br />

Item <strong>De</strong>leted<br />

Item-Total Statistics<br />

Scale Variance if<br />

Item <strong>De</strong>leted<br />

Corrected Item-<br />

Total Correlation<br />

Thema1 8,54 5,597 ,577 ,745<br />

Thema2 8,31 5,285 ,776 ,682<br />

Thema3 8,51 5,461 ,551 ,756<br />

Thema4 8,42 5,938 ,537 ,758<br />

Thema5 8,25 6,227 ,419 ,794<br />

I<strong>de</strong>ntiteit<br />

Reliability Statistics<br />

Cronbach's<br />

Alpha N of Items<br />

,758 6<br />

Scale Mean if<br />

Item <strong>De</strong>leted<br />

Item-Total Statistics<br />

Scale Variance if<br />

Item <strong>De</strong>leted<br />

Corrected Item-<br />

Total Correlation<br />

I<strong>de</strong>ntiteit1 11,86 10,947 ,505 ,722<br />

I<strong>de</strong>ntiteit2 9,81 11,499 ,248 ,804<br />

I<strong>de</strong>ntiteit3 11,19 9,361 ,715 ,660<br />

I<strong>de</strong>ntiteit4 11,41 11,452 ,514 ,723<br />

I<strong>de</strong>ntiteit5 11,19 9,947 ,670 ,677<br />

I<strong>de</strong>ntiteit6 11,32 11,222 ,444 ,738<br />

Cronbach's<br />

Alpha if Item<br />

<strong>De</strong>leted<br />

Cronbach's<br />

Alpha if Item<br />

<strong>De</strong>leted<br />

90


Authenticiteit<br />

Reliability Statistics<br />

Cronbach's<br />

Alpha N of Items<br />

,727 3<br />

Scale Mean if<br />

Item <strong>De</strong>leted<br />

Item-Total Statistics<br />

Scale Variance if<br />

Item <strong>De</strong>leted<br />

Corrected Item-<br />

Total Correlation<br />

Authen1 4,46 1,666 ,565 ,619<br />

Authen2 4,00 1,724 ,623 ,553<br />

Authen3 3,95 1,877 ,465 ,737<br />

Homogeniteitmet<strong>in</strong>g Belevenisconcept<br />

Cronbach's<br />

Alpha<br />

Reliability Statistics<br />

Cronbach's<br />

Alpha Based on<br />

Standardized<br />

Items N of Items<br />

,853 ,904 3<br />

Scale Mean if<br />

Item <strong>De</strong>leted<br />

Item-Total Statistics<br />

Scale Variance if<br />

Item <strong>De</strong>leted<br />

Cronbach's<br />

Alpha if Item<br />

<strong>De</strong>leted<br />

Corrected Item-<br />

Total Correlation<br />

Squared Multiple<br />

Correlation<br />

ThemaTotaal 19,56 27,320 ,858 ,871 ,666<br />

I<strong>de</strong>ntiteitTotaal 16,71 21,864 ,703 ,527 ,908<br />

AuthenticiteitTotaal 23,86 39,361 ,813 ,839 ,821<br />

Cronbach's<br />

Alpha if Item<br />

<strong>De</strong>leted<br />

91


4) Homogeniteitmet<strong>in</strong>g symbolische b<strong>in</strong>d<strong>in</strong>g<br />

<strong>De</strong> Woerd<br />

Reliability Statistics<br />

Cronbach's<br />

Alpha N of Items<br />

,851 7<br />

Scale Mean if<br />

Item <strong>De</strong>leted<br />

Item-Total Statistics<br />

Scale Variance if<br />

Item <strong>De</strong>leted<br />

Corrected Item-<br />

Total Correlation<br />

SymB1 12,949 15,153 ,537 ,843<br />

SymB3 12,271 15,408 ,582 ,835<br />

SymB2 12,525 14,874 ,536 ,845<br />

SymB4 13,169 15,626 ,630 ,829<br />

SymB5 12,814 15,085 ,657 ,824<br />

SymB6 12,729 14,822 ,757 ,812<br />

SymB7 13,034 15,033 ,638 ,827<br />

Cronbach's<br />

Alpha if Item<br />

<strong>De</strong>leted<br />

92


Zen<strong>de</strong>rpark<br />

Reliability Statistics<br />

Cronbach's<br />

Alpha N of Items<br />

,729 7<br />

Scale Mean if<br />

Item <strong>De</strong>leted<br />

Item-Total Statistics<br />

Scale Variance if<br />

Item <strong>De</strong>leted<br />

Corrected Item-<br />

Total Correlation<br />

SymB1 18,66 16,335 ,279 ,733<br />

SymB2 17,47 14,288 ,398 ,712<br />

SymB3 17,02 14,017 ,525 ,676<br />

SymB4 18,76 15,169 ,514 ,684<br />

SymB5 17,31 15,656 ,439 ,699<br />

SymB6 17,17 14,917 ,398 ,708<br />

SymB7 17,34 13,879 ,573 ,664<br />

5) Homogeniteitmet<strong>in</strong>g prijspremium<br />

<strong>De</strong> Woerd<br />

Reliability Statistics<br />

Cronbach's<br />

Alpha N of Items<br />

,744 6<br />

Scale Mean if<br />

Item <strong>De</strong>leted<br />

Item-Total Statistics<br />

Scale Variance if<br />

Item <strong>De</strong>leted<br />

Corrected Item-<br />

Total Correlation<br />

PrijsPre1 13,97 10,585 ,713 ,634<br />

PrijsPre2 15,10 12,196 ,504 ,702<br />

PrijsPre3 15,81 16,465 -,019 ,811<br />

PrijsPre4 14,44 11,216 ,667 ,653<br />

PrijsPre5 14,42 12,662 ,432 ,722<br />

PrijsPre6 14,56 11,423 ,595 ,674<br />

Cronbach's<br />

Alpha if Item<br />

<strong>De</strong>leted<br />

Cronbach's<br />

Alpha if Item<br />

<strong>De</strong>leted<br />

93


Zen<strong>de</strong>rpark<br />

Reliability Statistics<br />

Cronbach's<br />

Alpha N of Items<br />

,720 6<br />

Scale Mean if<br />

Item <strong>De</strong>leted<br />

Item-Total Statistics<br />

Scale Variance if<br />

Item <strong>De</strong>leted<br />

Corrected Item-<br />

Total Correlation<br />

PrijsPre1 17,77 12,800 ,560 ,649<br />

PrijsPre2 18,71 14,462 ,278 ,737<br />

PrijsPre3 18,27 14,200 ,368 ,706<br />

PrijsPre4 17,64 12,052 ,768 ,590<br />

PrijsPre5 17,82 13,349 ,419 ,693<br />

PrijsPre6 17,64 14,234 ,396 ,698<br />

Cronbach's<br />

Alpha if Item<br />

<strong>De</strong>leted<br />

94


Bijlage 4. Frequentiever<strong>de</strong>l<strong>in</strong>gen<br />

1) doelgroepanalyse<br />

<strong>De</strong> Woerd<br />

KarakterEig<br />

N<br />

Valid 59<br />

Miss<strong>in</strong>g 0<br />

Mean 1,69<br />

Median 2,00<br />

Mo<strong>de</strong> 2<br />

Skewness ,316<br />

Std. Error of Skewness ,311<br />

KarakterEig<br />

Valid<br />

30<br />

20<br />

Count 40<br />

10<br />

0<br />

Gezelligheid, ontmoet<strong>in</strong>g<br />

en sociaal (harmoniëren<br />

met an<strong>de</strong>ren) Gele<br />

Wereld<br />

Rustig, netjes en<br />

veiligheid (rituele<br />

omgang met an<strong>de</strong>ren)<br />

Groene wereld<br />

Geen Gele of Groene<br />

Beleveniswereld<br />

bewoners<br />

Frequency Percent Valid Percent<br />

23 39,0 39,0 39,0<br />

31 52,5 52,5 91,5<br />

Cumulative<br />

Percent<br />

5 8,5 8,5 100,0<br />

Total 59 100,0 100,0<br />

Gezelligheid, ontmoet<strong>in</strong>g en<br />

sociaal (harmoniëren met<br />

an<strong>de</strong>ren) Gele Wereld<br />

Rustig, netjes en veiligheid (rituele<br />

omgang met an<strong>de</strong>ren) Groene<br />

wereld<br />

Geen Gele of Groene<br />

Beleveniswereld bewoners<br />

95


Zen<strong>de</strong>rpark<br />

KarakterEig<br />

N<br />

Statistics<br />

Valid 58<br />

Miss<strong>in</strong>g 0<br />

Mean 1,62<br />

Median 1,50<br />

Mo<strong>de</strong> 1<br />

Skewness ,679<br />

Std. Error of Skewness ,314<br />

Sum 94<br />

Valid<br />

20<br />

Count 30<br />

10<br />

0<br />

Gezelligheid, ontmoet<strong>in</strong>g en<br />

sociaal (harmoniëren met<br />

an<strong>de</strong>ren) Gele Wereld<br />

Rustig, netjes en veiligheid<br />

(rituele omgang met<br />

an<strong>de</strong>ren) Groene Wereld<br />

Geen Groene of Gele<br />

beleveniswereld bewoners<br />

KarakterEig<br />

Frequency Percent Valid Percent<br />

Cumulative<br />

Percent<br />

29 50,0 50,0 50,0<br />

22 37,9 37,9 87,9<br />

7 12,1 12,1 100,0<br />

Total 58 100,0 100,0<br />

Gezelligheid, ontmoet<strong>in</strong>g en<br />

sociaal (harmoniëren met<br />

an<strong>de</strong>ren) Gele Wereld<br />

Rustig, netjes en veiligheid (rituele<br />

omgang met an<strong>de</strong>ren) Groene<br />

wereld<br />

Geen Gele of Groene<br />

Beleveniswereld bewoners<br />

96


2) Frequentiever<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g woonbelev<strong>in</strong>g<br />

<strong>De</strong> Woerd<br />

Woonbelev<strong>in</strong>g<br />

N<br />

Valid 59<br />

Miss<strong>in</strong>g 0<br />

Mean 18,03<br />

Median 18,00<br />

Mo<strong>de</strong> 17<br />

Std. <strong>De</strong>viation 5,404<br />

Variance 29,206<br />

Skewness ,873<br />

Std. Error of Skewness ,311<br />

Woonbelev<strong>in</strong>g<br />

Valid<br />

5<br />

4<br />

3<br />

Count 6<br />

2<br />

1<br />

0<br />

Frequency Percent Valid Percent<br />

Cumulative<br />

Percent<br />

9 1 1,7 1,7 1,7<br />

10 4 6,8 6,8 8,5<br />

11 1 1,7 1,7 10,2<br />

12 2 3,4 3,4 13,6<br />

13 4 6,8 6,8 20,3<br />

14 4 6,8 6,8 27,1<br />

15 2 3,4 3,4 30,5<br />

16 5 8,5 8,5 39,0<br />

17 6 10,2 10,2 49,2<br />

18 5 8,5 8,5 57,6<br />

19 5 8,5 8,5 66,1<br />

20 4 6,8 6,8 72,9<br />

21 4 6,8 6,8 79,7<br />

22 4 6,8 6,8 86,4<br />

23 1 1,7 1,7 88,1<br />

25 2 3,4 3,4 91,5<br />

26 1 1,7 1,7 93,2<br />

28 2 3,4 3,4 96,6<br />

32 1 1,7 1,7 98,3<br />

36 1 1,7 1,7 100,0<br />

Total 59 100,0 100,0<br />

9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 25 26 28 32 36<br />

97


Zen<strong>de</strong>rpark<br />

woonbelev<strong>in</strong>g<br />

N<br />

Statistics<br />

Valid 58<br />

Miss<strong>in</strong>g 0<br />

Mean 29,38<br />

Median 29,50<br />

Mo<strong>de</strong> 32<br />

Std. <strong>De</strong>viation 5,616<br />

Variance 31,538<br />

Skewness -,173<br />

Std. Error of Skewness ,314<br />

Woonbelev<strong>in</strong>g<br />

Valid<br />

Frequency Percent Valid Percent<br />

Cumulative<br />

Percent<br />

16 1 1,7 1,7 1,7<br />

18 1 1,7 1,7 3,4<br />

19 1 1,7 1,7 5,2<br />

20 1 1,7 1,7 6,9<br />

21 2 3,4 3,4 10,3<br />

22 1 1,7 1,7 12,1<br />

23 2 3,4 3,4 15,5<br />

25 4 6,9 6,9 22,4<br />

26 5 8,6 8,6 31,0<br />

27 4 6,9 6,9 37,9<br />

28 3 5,2 5,2 43,1<br />

29 4 6,9 6,9 50,0<br />

30 3 5,2 5,2 55,2<br />

31 4 6,9 6,9 62,1<br />

32 6 10,3 10,3 72,4<br />

33 2 3,4 3,4 75,9<br />

34 3 5,2 5,2 81,0<br />

35 2 3,4 3,4 84,5<br />

36 3 5,2 5,2 89,7<br />

37 2 3,4 3,4 93,1<br />

38 2 3,4 3,4 96,6<br />

39 1 1,7 1,7 98,3<br />

42 1 1,7 1,7 100,0<br />

Total 58 100,0 100,0<br />

98


5<br />

4<br />

3<br />

Count 6<br />

2<br />

1<br />

0<br />

16 18 19 20 21 22 23 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 42<br />

3) Frequentiever<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g symbolische b<strong>in</strong>d<strong>in</strong>g<br />

<strong>De</strong> Woerd<br />

SymbolischeB<strong>in</strong>d<strong>in</strong>gTotaal<br />

N<br />

Valid 59<br />

Miss<strong>in</strong>g 0<br />

Mean 14,92<br />

Median 14,00<br />

Mo<strong>de</strong> 14<br />

Std. <strong>De</strong>viation 4,485<br />

Variance 20,113<br />

Skewness ,582<br />

Std. Error of Skewness ,311<br />

Symbolische B<strong>in</strong>d<strong>in</strong>gTotaal<br />

Valid<br />

Frequency Percent Valid Percent<br />

Cumulative<br />

Percent<br />

7 2 3,4 3,4 3,4<br />

8 2 3,4 3,4 6,8<br />

9 4 6,8 6,8 13,6<br />

10 2 3,4 3,4 16,9<br />

11 3 5,1 5,1 22,0<br />

12 3 5,1 5,1 27,1<br />

13 3 5,1 5,1 32,2<br />

14 11 18,6 18,6 50,8<br />

15 6 10,2 10,2 61,0<br />

16 4 6,8 6,8 67,8<br />

17 5 8,5 8,5 76,3<br />

18 3 5,1 5,1 81,4<br />

19 3 5,1 5,1 86,4<br />

20 3 5,1 5,1 91,5<br />

21 1 1,7 1,7 93,2<br />

22 1 1,7 1,7 94,9<br />

25 1 1,7 1,7 96,6<br />

26 1 1,7 1,7 98,3<br />

28 1 1,7 1,7 100,0<br />

Total 59 100,0 100,0<br />

99


Zen<strong>de</strong>rpark<br />

Symbolische b<strong>in</strong>d<strong>in</strong>gtotaal<br />

N<br />

Valid 58<br />

Miss<strong>in</strong>g 0<br />

Mean 20,62<br />

Median 20,00<br />

Mo<strong>de</strong> 17(a)<br />

Std. <strong>De</strong>viation 4,404<br />

Variance 19,397<br />

Skewness ,699<br />

Std. Error of Skewness ,314<br />

a Multiple mo<strong>de</strong>s exist. The smallest value is shown<br />

Symbolische b<strong>in</strong>d<strong>in</strong>gtotaal<br />

Valid<br />

6<br />

4<br />

Count 8<br />

2<br />

0<br />

Frequency Percent Valid Percent<br />

Cumulative<br />

Percent<br />

12 1 1,7 1,7 1,7<br />

13 1 1,7 1,7 3,4<br />

14 1 1,7 1,7 5,2<br />

15 2 3,4 3,4 8,6<br />

16 2 3,4 3,4 12,1<br />

17 8 13,8 13,8 25,9<br />

18 5 8,6 8,6 34,5<br />

19 5 8,6 8,6 43,1<br />

20 8 13,8 13,8 56,9<br />

21 4 6,9 6,9 63,8<br />

22 6 10,3 10,3 74,1<br />

23 2 3,4 3,4 77,6<br />

24 4 6,9 6,9 84,5<br />

25 1 1,7 1,7 86,2<br />

27 3 5,2 5,2 91,4<br />

28 2 3,4 3,4 94,8<br />

30 1 1,7 1,7 96,6<br />

31 1 1,7 1,7 98,3<br />

33 1 1,7 1,7 100,0<br />

Total 58 100,0 100,0<br />

12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 27 28 30 31 33<br />

100


4) Frequentiever<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g Prijspremium<br />

<strong>De</strong> Woerd<br />

PrijsPremiumTotaal Statistics<br />

PrijsPremiumTotaal<br />

N<br />

Valid 59<br />

Miss<strong>in</strong>g 0<br />

Mean 17,66<br />

Median 17,00<br />

Mo<strong>de</strong> 16<br />

Std. <strong>De</strong>viation 4,126<br />

Variance 17,021<br />

Skewness -,390<br />

Std. Error of Skewness ,311<br />

Valid<br />

6<br />

4<br />

Count 8<br />

2<br />

0<br />

6<br />

PrijsPremiumTotaal<br />

Frequency Percent Valid Percent<br />

Cumulative<br />

Percent<br />

6 1 1,7 1,7 1,7<br />

9 2 3,4 3,4 5,1<br />

10 1 1,7 1,7 6,8<br />

13 4 6,8 6,8 13,6<br />

14 3 5,1 5,1 18,6<br />

15 5 8,5 8,5 27,1<br />

16 8 13,6 13,6 40,7<br />

17 7 11,9 11,9 52,5<br />

18 2 3,4 3,4 55,9<br />

19 4 6,8 6,8 62,7<br />

20 7 11,9 11,9 74,6<br />

21 6 10,2 10,2 84,7<br />

23 4 6,8 6,8 91,5<br />

24 3 5,1 5,1 96,6<br />

25 2 3,4 3,4 100,0<br />

Total 59 100,0 100,0<br />

9<br />

10<br />

13<br />

14<br />

15<br />

16<br />

17<br />

18<br />

19<br />

20<br />

21<br />

23<br />

24<br />

25<br />

101


Zen<strong>de</strong>rpark<br />

PrijsPremiumTotaal<br />

N<br />

Statistics<br />

Valid 57<br />

Miss<strong>in</strong>g 1<br />

Mean 21,68<br />

Median 22,00<br />

Mo<strong>de</strong> 24<br />

Std. <strong>De</strong>viation 4,339<br />

Variance 18,827<br />

Skewness -,415<br />

Std. Error of Skewness ,316<br />

PrijsPremiumTotaal<br />

Valid<br />

8<br />

6<br />

Count 10<br />

4<br />

2<br />

0<br />

Frequency Percent Valid Percent<br />

Cumulative<br />

Percent<br />

11 1 1,7 1,8 1,8<br />

12 1 1,7 1,8 3,5<br />

13 1 1,7 1,8 5,3<br />

14 1 1,7 1,8 7,0<br />

15 1 1,7 1,8 8,8<br />

16 2 3,4 3,5 12,3<br />

17 3 5,2 5,3 17,5<br />

18 2 3,4 3,5 21,1<br />

19 4 6,9 7,0 28,1<br />

20 7 12,1 12,3 40,4<br />

21 2 3,4 3,5 43,9<br />

22 5 8,6 8,8 52,6<br />

23 3 5,2 5,3 57,9<br />

24 10 17,2 17,5 75,4<br />

25 4 6,9 7,0 82,5<br />

26 2 3,4 3,5 86,0<br />

27 5 8,6 8,8 94,7<br />

28 1 1,7 1,8 96,5<br />

30 2 3,4 3,5 100,0<br />

Total 58 100,0 100,0<br />

11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 30<br />

102


Bijlage 5. Rangcorrelatiecoëfficiënt<br />

<strong>De</strong> Woerd<br />

Tabel 7 Rangcorrelatie belevenisconcept en symbolische b<strong>in</strong>d<strong>in</strong>g <strong>De</strong> Woerd<br />

Rangcorrelatie<br />

Spearman’s Rho<br />

Belevenisconcept - correlatiecoëfficiënt<br />

Symbolische<br />

B<strong>in</strong>d<strong>in</strong>g<br />

- Sig ( 2-zijdig)<br />

- N<br />

- correlatiecoëfficiënt<br />

- Sig ( 2-zijdig)<br />

- N<br />

1,000<br />

.<br />

59<br />

,771*<br />

,000<br />

* Correlatie is significant bij een alfa van 0,01 (99% betrouwbaarheid), tweezijdig.<br />

<strong>De</strong> Woerd<br />

Tabel 8 Rangcorrelatie belevenisconcept en prijspremium <strong>De</strong> Woerd<br />

Rangcorrelatie<br />

Spearman’s Rho<br />

Belevenisconcept - correlatiecoëfficiënt<br />

- Sig ( 2-zijdig)<br />

- N<br />

Prijspremium - correlatiecoëfficiënt<br />

- Sig ( 2-zijdig)<br />

- N<br />

59<br />

1,000<br />

.<br />

59<br />

,344*<br />

,008<br />

* Correlatie is significant bij een alfa van 0,01 (99% betrouwbaarheid), tweezijdig.<br />

59<br />

,771*<br />

,000<br />

59<br />

1,000<br />

.<br />

59<br />

,344*<br />

,008<br />

59<br />

1,000<br />

.<br />

59<br />

103


Bijlage 6. Schatt<strong>in</strong>gsfouten populatie<br />

1) Doelgroepanalyse.<br />

<strong>De</strong> Woerd<br />

Gele Beleveniswereld<br />

23x100 = 39%<br />

59<br />

39x(100-39) = √ 3,56<br />

187<br />

39 + ( 2 x 3,56) = 46%<br />

39 – ( 2 x 3,56) = 32%<br />

Groene Beleveniswereld<br />

31 x 100 = 53%<br />

59<br />

53 x (100 – 53) = √ 3,65<br />

187<br />

53 + ( 2 x 3,65) = 60%<br />

53 – ( 2 x 3,65) = 46%<br />

M<strong>in</strong>imale eis = 32 + 46 = 78%<br />

Zen<strong>de</strong>rpark<br />

Gele Beleveniswereld<br />

29 x 100 = 50%<br />

58<br />

50 x ( 100 – 50) = √ 3,54<br />

200<br />

50 + ( 2 x 3,54) = 57%<br />

50 – ( 2 x 3,54) = 43%<br />

Groene Beleveniswereld<br />

22 x 100 = 38%<br />

58<br />

38 x ( 100 – 38) = √ 3,43<br />

200<br />

38 + ( 2 x 3,43) = 45%<br />

38 – ( 2 x 3,43) = 31%<br />

M<strong>in</strong>imale eis = 43 + 31 = 74%<br />

104


Schatt<strong>in</strong>gsfout<br />

2) Woonbelev<strong>in</strong>g<br />

<strong>De</strong> Woerd<br />

55x100 = 93,22%<br />

59<br />

93,22x (100-93,22) = √ 1,84<br />

187<br />

93,22 + ( 2 x 1,86) = 96,90%<br />

93,22 – ( 2 x 1,86) = 89,54%<br />

Zen<strong>de</strong>rpark<br />

9x100 = 15,51%<br />

58<br />

15,51x (100-15,51) = √ 2,56<br />

200<br />

15,51 + (2 x 2,56) = 20,63%<br />

15,51– ( 2 x 2,56) = 10,39%<br />

3) Symbolische b<strong>in</strong>d<strong>in</strong>g<br />

<strong>De</strong> Woerd<br />

55x100 = 93,22%<br />

59<br />

93,22x (100-93,22) = √ 1,84<br />

187<br />

93,22 + ( 2 x 1,86) = 96,90%<br />

93,22 – ( 2 x 1,86) = 89,54%<br />

Zen<strong>de</strong>rpark<br />

37 x 100 = 63,79%<br />

58<br />

63,79 x (100 - 63,79) = √ 3,40<br />

200<br />

63,79 + ( 2 x 3,40) = 70,59%<br />

63,79 + ( 2 x 3,40) = 56,99%<br />

105


4) Prijspremium<br />

<strong>De</strong> Woerd<br />

43 x 100 = 72,88%<br />

59<br />

72,88 x (100 -72,88) = √ 3,25<br />

187<br />

72,88+ (2 x 3,25) = 76,22 %<br />

72,88– (2 x 3,25) = 66,38 %<br />

Zen<strong>de</strong>rpark<br />

52 x 100 = 89,66%<br />

58<br />

89,66x (100 -89,66) = √ 2,15<br />

200<br />

89,66 + (2 x 3,25) = 93,96 %<br />

89,66 – (2 x 3,25) = 85,36 %<br />

106


Bijlage 7. Uitwerk<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> paneldiscussie.<br />

Hypothese 3: Belevenisconcepten geven projectontwikkelaars <strong>de</strong> mogelijkheid een premium<br />

te verdisconteren <strong>in</strong> <strong>de</strong> vraagprijs.<br />

Kornman: “Als voorbeeld wil ik het Project <strong>in</strong> Wassenaar nemen ‘Groot Hoogelan<strong>de</strong>’. Dit<br />

project bestaat uit vier gebouwen waaraan veel kwaliteit is toegevoegd door mid<strong>de</strong>l van een<br />

zwembad, fitnessruimte, sauna en verga<strong>de</strong>rzaal. Ook is een prachtig park aangelegd. Van<br />

Wijnen heeft veel geld gestopt <strong>in</strong> <strong>de</strong> omgev<strong>in</strong>g. Zelfs <strong>in</strong> <strong>de</strong> laatste fase van <strong>de</strong> ontwikkel<strong>in</strong>g is<br />

<strong>de</strong> toegangspartij los gekoppeld van het complex wat er naast gelegen is. Naast Groot<br />

Hoogelan<strong>de</strong> staat een zorgcentrum. Dit centrum had <strong>de</strong>zelf<strong>de</strong> toegangsweg die gekoppeld is<br />

aan Groot Hoogelan<strong>de</strong>. Maar er is besloten om een aparte <strong>in</strong>gang voor Groot Hoogelan<strong>de</strong> te<br />

maken. Door <strong>de</strong>ze kwaliteitsaspecten wordt <strong>de</strong> totaal belevenis door verschillen<strong>de</strong> mensen<br />

ervaren. Er zijn bewoners die ie<strong>de</strong>re dag van zeven tot acht <strong>in</strong> het zwembad zwemmen. En<br />

er zijn mensen die alleen al aan <strong>de</strong> mogelijkheid tot zwemmen genoeg hebben. Ook <strong>de</strong><br />

ruimte die aanwezig is wanneer ze niet aan het werk zijn. Groot Hoogelan<strong>de</strong>n heeft als<br />

project een eigen i<strong>de</strong>ntiteit maar ook elk gebouw heeft een eigen i<strong>de</strong>ntiteit. Ook is het project<br />

een authentieke uitstral<strong>in</strong>g. Kan er een prijspremium gevraagd wor<strong>de</strong>n voor een project als<br />

Groot Hoogelan<strong>de</strong>? Wij hebben het wel toegepast en <strong>de</strong> consument heeft dat als prima<br />

ervaren”.<br />

Zuur: “Er is afgeweken van <strong>de</strong> standaard. Wanneer je een belevenis wilt creëren dan moet je<br />

afwijken van <strong>de</strong> standaard”.<br />

Maes: “Voor het creëren van belevenissen moet men terug gaan naar <strong>de</strong> basis, dat is <strong>de</strong><br />

doelgroep <strong>de</strong>f<strong>in</strong>iëren en bena<strong>de</strong>ren. Daarna gaan ontwikkelaars het spel van vraag en<br />

aanbod <strong>in</strong> om zo dicht mogelijk bij <strong>de</strong> behoefte van <strong>de</strong> consument te komen. Momenteel<br />

beslissen ontwikkelaars nog te veel hoe mensen moeten gaan wonen. Want mensen kopen<br />

een product wat wij bedacht hebben. Als vervolgens <strong>de</strong> consument vraagt of er iets<br />

toegevoegd kan wor<strong>de</strong>n dan wordt <strong>de</strong> koopprijs van een huis substantieel duur<strong>de</strong>r. Dit neemt<br />

misschien ook een stuk van <strong>de</strong> woonbelevenis weg”.<br />

Mens<strong>in</strong>k: “Het creëren van een belevenis beg<strong>in</strong>t mijns <strong>in</strong>ziens altijd vanuit een<br />

doelgroepanalyse. Zodat het thema en <strong>de</strong> i<strong>de</strong>ntiteit van het project kunnen aansluiten bij het<br />

karakter van <strong>de</strong> consument. Doordoor wor<strong>de</strong>n belevenissen gecreëerd, hoe kijken jullie hier<br />

tegenaan?”<br />

107


Van <strong>de</strong>r Schans: “Vanuit <strong>de</strong> won<strong>in</strong>gmarkt wordt een won<strong>in</strong>g seriematig gebouwd voor <strong>de</strong><br />

consument en is het product re<strong>de</strong>lijk goed <strong>de</strong>f<strong>in</strong>ieert en afgestemd op <strong>de</strong> doelgroep. Wij<br />

weten precies wat een gez<strong>in</strong> nodig heeft. <strong>De</strong> ruimte en <strong>in</strong><strong>de</strong>l<strong>in</strong>g van won<strong>in</strong>gen voldoen aan<br />

<strong>de</strong> eisen van <strong>de</strong> doelgroep. Waar het uite<strong>in</strong><strong>de</strong>lijk om gaat is <strong>de</strong> omgev<strong>in</strong>g en het schilletje.<br />

<strong>De</strong> omgev<strong>in</strong>g wordt met name door zijn locatie bepaalt. Wanneer <strong>de</strong> omgev<strong>in</strong>g kwalitatief<br />

wordt opgekrikt en <strong>de</strong> manier van verkopen.”<br />

Zuur: “Het gaat ook het verhaal er omheen. Zodat het i<strong>de</strong>e en gevoel van wonen verkocht<br />

wordt.”<br />

Maes: “<strong>De</strong> consument van he<strong>de</strong>n ten dage is kritischer gewor<strong>de</strong>n. Zowel ten opzichte van<br />

zijn eigen leven als ten opzichte van zijn eigen portemonnee. In <strong>de</strong> jaren negentig g<strong>in</strong>g<br />

ie<strong>de</strong>reen volledig voor een huis. Zowel b<strong>in</strong>nen als buiten moest alles picobello zijn!<br />

Tegenwoordig willen wij een huis en drie keer per jaar op vakantie. Wij hebben een heel<br />

an<strong>de</strong>r uitgaven patroon. Dat zijn allemaal omstandighe<strong>de</strong>n om mee te concurreren. Wanneer<br />

<strong>de</strong> consument meer <strong>in</strong> het voortraject van <strong>de</strong> ontwikkel<strong>in</strong>g wordt meegenomen kan hier nog<br />

beter <strong>in</strong>vull<strong>in</strong>g aan geven wor<strong>de</strong>n”.<br />

Kornman: “Ik wil toch even terug gaan naar het project Groot Hoogelan<strong>de</strong>. Daar hebben wij<br />

namelijk een consumentenpanel gehou<strong>de</strong>n om <strong>in</strong>vull<strong>in</strong>g te geven aan <strong>de</strong> koperswensen.<br />

Uite<strong>in</strong><strong>de</strong>lijk had<strong>de</strong>n wij een lijst met een tw<strong>in</strong>tigtal i<strong>de</strong>eën van <strong>de</strong> consumenten waaruit een<br />

selectie werd gemaakt om <strong>de</strong>ze mee te nemen <strong>in</strong> <strong>de</strong> ontwikkel<strong>in</strong>g. Het gevolg was dat wij<br />

toen dui<strong>de</strong>lijk wisten wat wij wel en niet moesten doen voor onze klanten. Het volgen<strong>de</strong><br />

voorbeeld is een project van AM “<strong>De</strong> Hoven” te hoofddorp. In <strong>de</strong> voorbereid<strong>in</strong>gsfase zijn veel<br />

potentiële kopers bena<strong>de</strong>rd om hun i<strong>de</strong>eën te geven over <strong>de</strong> locatie, woonproducten,<br />

<strong>in</strong>richt<strong>in</strong>g van het wegennet, groenvoorzien<strong>in</strong>g en speeltoestellen. Wat ik momenteel hoor<br />

zijn positieve berichten, zowel van AM als van <strong>de</strong> bewoners. Er is met elkaar gewerkt aan<br />

een gevoel van authenticiteit en i<strong>de</strong>ntiteit. <strong>De</strong> bewoners zijn zeer tevre<strong>de</strong>n over hun<br />

leefomgev<strong>in</strong>g.”<br />

Van Oeveren: “Het is een plek gewor<strong>de</strong>n waar mensen graag willen wonen. Het project<br />

wordt aan <strong>de</strong> man gebracht door het gebruiken van goe<strong>de</strong> market<strong>in</strong>g.”<br />

Zuur: “In sommige gevallen zijn won<strong>in</strong>gen zeer standaard, maar hoe wor<strong>de</strong>n <strong>de</strong>ze won<strong>in</strong>gen<br />

toch verkocht? Er moet rondom het product een i<strong>de</strong>e verzonnen wor<strong>de</strong>n dat mensen<br />

aantrekt. Dat moet een aanneembare belevenis zijn. Ook <strong>de</strong> doorstrom<strong>in</strong>g wordt met het<br />

creëren van belevenissen op an<strong>de</strong>re locatie bevor<strong>de</strong>rd. “<br />

108


Maes: “Hier ben ik niet geheel mee eens. <strong>De</strong> belangrijkste re<strong>de</strong>n is nog steeds <strong>de</strong> ruimte en<br />

<strong>de</strong> f<strong>in</strong>anciële re<strong>de</strong>nen waarom mensen verhuizen. In <strong>de</strong> markt heerst nog steeds schaarste.<br />

Dit is on<strong>de</strong>r meer een re<strong>de</strong>n voor <strong>de</strong> hoge huizenprijzen. Bewoners willen graag, wanneer ze<br />

hun huis verkopen, een f<strong>in</strong>anciële klapper maken. In <strong>de</strong> schaarste van <strong>de</strong> markt zorgt dit<br />

voor een prijsopdrijvend aspect. “<br />

Van <strong>de</strong>r Schans: “In Ne<strong>de</strong>rland zal <strong>de</strong> schaarste nog wel even aanhou<strong>de</strong>n. Dit komt door<br />

on<strong>de</strong>r meer het bouwvolume en het positieve migratiecijfer, <strong>in</strong> Ne<strong>de</strong>rland is er een<br />

bevolk<strong>in</strong>gsgroei. In Duitsland is dit heel an<strong>de</strong>rs, daar is een bevolk<strong>in</strong>gskrimp. Ik ben met <strong>de</strong><br />

NEPROM naar Frankfurt geweest om naar V<strong>in</strong>exwijken te kijken. Opvallend was dat <strong>de</strong>ze<br />

won<strong>in</strong>g <strong>in</strong> een belegg<strong>in</strong>gsfonds wordt gestopt omdat ze niet aan <strong>de</strong> straatstenen zijn te<br />

slijten. Dat <strong>de</strong>ze V<strong>in</strong>exwijk <strong>in</strong> een belegg<strong>in</strong>gsfonds wordt gestopt is omdat het een matig<br />

vastgoedproject is geweest. Daar zie je dus wanneer <strong>de</strong> schaarste m<strong>in</strong><strong>de</strong>r wordt kwalitatief<br />

goe<strong>de</strong> producten moeten wor<strong>de</strong>n ontwikkeld. An<strong>de</strong>rs ziet <strong>de</strong> consument er geen heil <strong>in</strong>.”<br />

Kornman: “Meneer Maes als u nu naar Suytka<strong>de</strong> kijkt, omdat u <strong>de</strong>ze prachtige locatie hebt<br />

geerft. Voor <strong>de</strong> ontwikkel<strong>in</strong>g van Suytka<strong>de</strong> is een belev<strong>in</strong>gsachtig concept geïmplementeerd.<br />

Kunt u hier iets vertellen over hoe er gewerkt is aan i<strong>de</strong>ntiteit en of het een authentiek gevoel<br />

heeft achtergelaten bij <strong>de</strong> bewoners?”<br />

Maes: “Zon<strong>de</strong>r al te negatief te zijn is <strong>de</strong> basis van het verhaal dat <strong>de</strong> architect van Suytka<strong>de</strong><br />

dacht dat wat <strong>in</strong> Amsterdam kan, moet ook <strong>in</strong> Helmond kunnen. Met een uitbundige<br />

ste<strong>de</strong>nbouwkundige opzet en een bepaal<strong>de</strong> uitstral<strong>in</strong>g. Dit moest resulteren <strong>in</strong> een spoedige<br />

verkoop van het plan. Maar dat bleef uit.”<br />

Van Oeveren: “Kwam dit door het product of door <strong>de</strong> bevolk<strong>in</strong>gsafname?”<br />

Maes: “Nee door het concept. <strong>De</strong> gedachte van Suytka<strong>de</strong> is perfect. <strong>De</strong> drie pijlers waarom<br />

het thema van Suytka<strong>de</strong> ontwikkeld zijn namelijk: groen, water en ste<strong>de</strong>lijk wonen. Alleen<br />

sluit <strong>de</strong> uite<strong>in</strong><strong>de</strong>lijk fysieke vertal<strong>in</strong>g van het plan niet geheel aan bij potentiële kopers. Het<br />

karakter is te massaal.”<br />

Van <strong>de</strong>r Schans: “In <strong>de</strong> won<strong>in</strong>gbouw gebruiken we nog te veel <strong>de</strong> <strong>de</strong>mografische manier van<br />

doelgroepanalyse <strong>in</strong> plaats van <strong>de</strong> goed werken<strong>de</strong> metho<strong>de</strong>n uit <strong>de</strong> leisure <strong>in</strong>dustrie,<br />

namelijk <strong>de</strong> leefstijl bena<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g. In <strong>de</strong> horeca en leisure branche gebruiken wij wel <strong>de</strong> leefstijl<br />

bena<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g. Daardoor kunnen wij zoeken naar <strong>de</strong> belevenis en on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>nd vermogen<br />

109


en daar op appelleren. Zolang wij <strong>de</strong>nken <strong>in</strong> starters, doorstromers en bejaar<strong>de</strong>n dan zijn wij<br />

nog niet zover om op belev<strong>in</strong>g <strong>in</strong> te spelen.”<br />

Man<strong>de</strong>makers: “<strong>De</strong> hele leefstijl bena<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g werkt van geen kant. In Hengelo hebben wij veel<br />

geld gestoken <strong>in</strong> het on<strong>de</strong>rzoeken naar <strong>de</strong>ze bena<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g. Maar uite<strong>in</strong><strong>de</strong>lijk bleek dat mensen<br />

<strong>de</strong> meeste behoefte hebben naar <strong>de</strong> traditionele facetten van het wonen.”<br />

Van <strong>de</strong>r Schans: “Wat hier vaak gebeurt is dat wij een architect opdracht geven maar <strong>de</strong><br />

vertaalslag naar <strong>de</strong> doelgroep niet goed gecommuniceerd wordt. Een architect is toch meer<br />

bezig voor zichzelf. Die ontwerp een gebouw zoals hij of zij dit mooi v<strong>in</strong>dt. Hierbij moet je als<br />

ontwikkelaar dit proces van vertal<strong>in</strong>g beter managen. <strong>De</strong> marktvraag moet dui<strong>de</strong>lijk en hel<strong>de</strong>r<br />

ge<strong>de</strong>f<strong>in</strong>ieerd wor<strong>de</strong>n zodat een architect dit kan vertalen naar een ontwerp. Hierdoor v<strong>in</strong>dt<br />

een vastgoedproduct aansluit<strong>in</strong>g bij <strong>de</strong> belevenis van een consument.”<br />

Mens<strong>in</strong>k: “Als wij kijken naar Haverleij, het belevenisconcept wat daar is toegepast, werkt<br />

dat?”<br />

Van Oeveren: “<strong>De</strong> Haverleij verkoopt maar matig hoewel voldaan is aan <strong>de</strong> drie pr<strong>in</strong>cipes<br />

van een belevenisconcept.”<br />

Maes: “In het beg<strong>in</strong> liep Haverlij ook erg goed. Het probleem zit hem niet <strong>in</strong> <strong>de</strong> conceptuele<br />

gedachte van <strong>de</strong> Haverleij maar <strong>in</strong> <strong>de</strong> overdaad ervan. Hoe vaak kan ik dit thema met <strong>de</strong>ze<br />

i<strong>de</strong>ntiteit herhalen voordat <strong>de</strong> klad <strong>in</strong> <strong>de</strong> verkoop komt?”<br />

Van Oeveren: “Wij hebben het net over het project <strong>de</strong> Hoven gehad. Dat men daar graag wil<br />

wonen. Ik ken nog zo’n voorbeeld waar men heel graag wil won<strong>in</strong>g namelijk <strong>de</strong> Le<strong>de</strong>n te<br />

Barendrecht. Het probleem is echter dat <strong>de</strong> locatie langs een drukke rijksweg ligt en dat er<br />

we<strong>in</strong>ig eigen grond om het huis ligt. Waar ligt dit aan dat men dat men liever op <strong>de</strong>ze locatie<br />

wil wonen dan op een locatie iets ver<strong>de</strong>r op, hoewel <strong>de</strong> locatie iets ver<strong>de</strong>rop kwalitatief beter<br />

is en goedkoper. Waar ligt dit nu aan? Is dit market<strong>in</strong>g of <strong>de</strong> belev<strong>in</strong>g van ik wil daar bij<br />

horen? “<br />

Van <strong>de</strong>r Schans: “Een verklar<strong>in</strong>g kan zijn dat <strong>de</strong> i<strong>de</strong>ntiteit van dit plan leidt tot status ten<br />

opzichte van <strong>de</strong> omliggen<strong>de</strong> plannen. Status is voor menig mensen een belangrijk on<strong>de</strong>r<strong>de</strong>el<br />

van het wonen. Daarbij kiezen <strong>de</strong>ze mensen liever een kle<strong>in</strong>e won<strong>in</strong>g met meer status dan<br />

een grote won<strong>in</strong>g met m<strong>in</strong><strong>de</strong>r status.”<br />

110


Man<strong>de</strong>maker: “Het feit dat <strong>de</strong> won<strong>in</strong>g op die locatie staat, wat status verhogend werkt, leidt<br />

tot een hogere prijs van een won<strong>in</strong>g. In Zuid-Afrika heb ik dit meegemaakt met een<br />

nieuwbouwontwikkel<strong>in</strong>g. Doordat <strong>de</strong>ze won<strong>in</strong>gen op een goe<strong>de</strong> locatie waren neergezet en<br />

hierbij een goed concept was bedacht werd voor <strong>de</strong>ze won<strong>in</strong>gen <strong>de</strong> hoofdprijs betaald.”<br />

Van <strong>de</strong>r Schans: “Een belevenisconcept is een kwestie van goed ontwikkelen. Het voldoen<br />

aan <strong>de</strong> aspecten van een belevenisconcept is eer<strong>de</strong>r een kwestie van een voorwaar<strong>de</strong> om<br />

goed te ontwikkelen.”<br />

Maes: “<strong>De</strong> meerwaar<strong>de</strong> van een belevenisconcept zit hem <strong>in</strong> <strong>de</strong> kwestie dat het<br />

vastgoedproduct eer<strong>de</strong>r wordt afgezet en daardoor een hoger ren<strong>de</strong>ment oplevert. Wanneer<br />

een juiste <strong>in</strong>vull<strong>in</strong>g wordt geven aan <strong>de</strong>ze voorwaar<strong>de</strong> kan je meer vragen en wordt <strong>de</strong><br />

afzetsnelheid vergroot.”<br />

Van <strong>de</strong>r Schans: “Wanneer een belevenisconcept appelleert met <strong>de</strong> beoog<strong>de</strong> doelgroep kan<br />

een hogere prijs voor een vastgoedproduct gevraagd wor<strong>de</strong>n.”<br />

Conclusie: Hypothese drie wordt vanuit <strong>de</strong> optiek van <strong>de</strong> projectontwikkelaars bevestigd. <strong>De</strong><br />

stell<strong>in</strong>g dat een belevenisconcept een voed<strong>in</strong>gsbo<strong>de</strong>m biedt voor het verdisconteren van een<br />

premium <strong>in</strong> <strong>de</strong> vraagprijs wordt bevestigd. Meer overtuig<strong>in</strong>g wordt gevon<strong>de</strong>n <strong>in</strong> <strong>de</strong> gedachte<br />

dat een belevenisconcept meer ren<strong>de</strong>ment oplevert doordat het <strong>de</strong> afzetsnelheid van <strong>de</strong><br />

vastgoedproducten bevor<strong>de</strong>rt. Een belevenisconcept is een vereiste voorwaar<strong>de</strong> voor het<br />

ontwikkel<strong>in</strong>g van courant vastgoed. Wanneer <strong>in</strong>vull<strong>in</strong>g wordt gegeven aan <strong>de</strong>ze voorwaar<strong>de</strong>n<br />

leidt dit tot waar<strong>de</strong>verhog<strong>in</strong>g waardoor een prijspremium gehanteerd kan wor<strong>de</strong>n.<br />

Hypothese drie wordt <strong>in</strong> naar aanleid<strong>in</strong>g van <strong>de</strong>ze discussie aangenomen.<br />

111

Hooray! Your file is uploaded and ready to be published.

Saved successfully!

Ooh no, something went wrong!