Op zoek naar digitaal publiek domein

metamapping.net

Op zoek naar digitaal publiek domein

Op zoek naar digitaal publiek domein

In: I&I Nieuwe media in perspectief 19 (6) 2001

Marianne van den Boomen

Bestaat er nog wel publiek domein op het Internet? Sommigen menen van niet. Cyberspace

is immers allang geen onontgonnen wildwest meer, alles is geprivatiseerd en

gecommercialiseerd in dotcom-sites. Het Net is een Web geworden, waarin bedrijven,

telecomondernemingen en commerciële providers de spinnen zijn, en gebruikers slechts

vliegen vormen die men elkaar afvangt. Anderen zien er nog wel een gat in. Bestaan er niet

nog altijd relatief autonome gebieden op het Internet, zoals Usenet en mailinglists? Zijn er

niet zelfs op het web zelfregulerende virtuele gemeenschappen? En public domain software,

vormt dat geen digitaal publiek domein bij uitstek?

De kwestie is niet eenvoudig te beslissen. Het probleem begint al bij de definitie van wat

digitaal publiek domein eigenlijk is. Vaagjes is er het idee dat dat in elk geval een ‘gebied’

behelst waar noch de staat noch de markt het voor het zeggen hebben. Een vrijplaats voor

gebruikers, met duidelijke maatschappelijke functies. Maar als we kijken naar klassieke

voorbeelden van publiek domein in real life, dan blijkt daar eigenlijk altijd wel een vorm van

staatsgarantie en -regulering aan te pas te komen: het publieke omroepbestel, het

rechtenvrije openbare cultuurgoed, publieke voorzieningen als parken en bibliotheken.

Hoe verhoudt zich dat eigenlijk to elkaar, real life publiek domein en digitaal publiek domein?

Opvallend is dat elke poging tot creatie of beschrijving van digitaal publiek domein metaforen

leent uit real life om invulling en richting te geven aan het concept. Zo circuleren er digitale

versies van de noties van:

- de oud-Griekse agora of het Romeinse forum, een open plek temidden van andere

publieke gebouwen, waar burgers onderling en met de magistraten politieke en

maatschappelijke kwesties doornemen (gebruikt door pleitbezorgers van digitale inspraak en

e-democratie),

- de oriëntaalse bazar, een handelsplaats voor niet-fabrieksmatig vervaardigde producten,

waarvan de prijs tot stand komt middels onderhandeling en sociale normen (in de open

source-beweging, met name rond Linux, het model van bottom-up productie en distributie

buiten de reguliere markt om, vaak gezet tegenover de hiërarchische totaliserende

‘kathedraal’ - lees: Windows),

- de feodale commons, vroeger gemeenschappelijke weide- en bosgronden, vrijgegeven

door de feodale eigenaar-op-de-achtergrond aan het ‘gewone volk’ voor collectief gebruik en

beheer (metaforische beschrijving van hoe virtual communities hun meer figuurlijke

gemeenschappelijke gronden beheren),

- de bibliotheek, als openbare plek om informatie te conserveren en te ontsluiten zonder dat

gebruikers het materiaal individueel hoeven aan te schaffen (digitale versies in de vorm van

zoekmachines en webportalen),

- het café, van oorsprong het achttiende-eeuwse koffiehuis, waar belezen burgers de

publieke opinie belichaamden door er te debatteren over de krant en de politiek (gebruikt

voor chatrooms, IRC-kanalen en andere vormen van open digitale interactie waar

‘conversatie’ centraal staat),

- de stad, het moderne complexe samenstelsel van publieke en private ruimten, als

broedplaats voor culturele vernieuwing, emancipatie en kosmopolitisme (van Geocities tot

IslamiCity, van Reumadorp tot de roemruchte Digitale Stad het model om gebruikers tot

bewoners te maken van een levendige virtuele omgeving).

Er blijken dus heel veel verschillende concepten van digitaal publiek domein te bestaan. En

ze verwijzen naar heel verschillende dingen - soms gaat het om onderlinge beheersvormen,

soms om invloed op real life politiek, soms om de vrije toegang tot informatie, soms om

collectieve eigendoms- en gebruiksrechten, soms om de vrijheid van meningsuiting inclusief


het recht op trivia en kletskoek, soms om de opbouw van nieuwe samenlevingsvormen en

culturele vernieuwing.

Kun je nu zeggen dat één van die metaforen de beste is om publiek domein op het Internet

te omschrijven? Eigenlijk niet. Er is geen enkele reden waarom digitaal publiek domein in het

algemeen meer zou moeten lijken op pakweg commons in plaats van een bibliotheek, of dat

een bazaar altijd beter is dan een café. Hoewel de digitale stad, als metafoor maar ook als

interface, alle andere metaforen in principe in zich kan hebben - en daarmee neigt naar een

totaliserende metafoor die recht doet aan alle heterogene vormen van digitaal publiek

domein - betekent dat zeker niet dat elke bibliotheekachtige publieke site per se agora’s,

bazaars en cafés zou moeten bijbouwen om de ultieme stadsstatus van echt deugdelijk

publiek domein te verkrijgen.

Elk van de genoemde metaforen belichaamt een eigen publieke waarde, en legt een andere

denk- en handelingsruimte open. Het aardige van het Internet is juist dat die ruimtes c.q.

waarden naast en in elkaar kunnen bestaan, zonder dat er ééntje domineert. Wel is het zo

dat per situatie de ene metafoor beter werkt of beter past dan een andere. Een publiek

debat kan beter worden gemodelleeerd naar de agora of het café dan naar de bibliotheek.

Wie gezamenlijk public domain software wil maken, heeft meer aan het model van de

commons of de bazaar dan aan een complete digitale stad.

Het naast en in elkaar bestaan van de verschillende vormen van publiek domein betekent

niet dat ze zich altijd op dezelfde manier tot elkaar verhouden. In sommige situaties kunnen

ze concurrerend zijn of elkaar uitsluiten, zeker als er verschillende belangengroepen in het

geding zijn - zoals beleidsprofessionals en burgers: ‘Maken we een beschaafde agora voor

politieke debatten of een platvloers café waar wordt geleuterd en gebekvecht?’ Maar vaak

bestaan de verschillende vormen gewoon vreedzaam naast elkaar, of is er sprake van

samenwerking en vervloeiing. De commons en de bibliotheek zijn goed te combineren, zoals

in de beginperiode van Startpagina.nl - tot het punt waarop de bazaar zich ontwikkelt tot een

bloeiende markt en wordt verkocht door de ‘eigenaar-op-de-achtergrond’ (zoals ook met

Startpagina gebeurde). De high-brow agora en het low-brow café kunnen in principe ook

heel goed samen, al kost het dan wat meer moeite om te komen tot afgeronde conclusies

waar beleidsmakers mee verder kunnen werken.

Maar of ze nu vreedzaam naast elkaar bestaan, concurreren of samenwerken, de metaforen

hebben alle één ding gemeen: in alle gevallen spelen er kwesties rond beheer en regulering.

Die kwesties draaien deels om zelfregulering en intern beheer (toegang, interne en externe

uitsluitingsmechanismen, sociale controle, al dan niet mogelijke anonimiteit, omgang met

querulanten en vechtjassen, keuze voor software), maar ook om wettelijk verankerde

regulering (intellectuele eigendom, softwarelicenties, contractrecht, wettelijke

betaalmiddelen, legitimatiebewijzen, antidiscriminatiewetgeving etcetera). Soms gaat het

zelfs om directe staatsregulering c.q. subsidiëring - niet alleen bij real life agora’s,

bibliotheken en steden, vaak ook in hun digitale pendanten. Zo organiseerde het ministerie

van Economische Zaken ooit een digitale agora waar burgers zich konden uitspreken over

hoe het in Europees verband nu verder moest met auteursrechten op het internet, zo bouwt

het ministerie van Volksgezondheid aan een publieke bibliotheek in de vorm van een

gezondheidswebportaal, en zo werd De Digitale stad in haar beginperiode gesubsidieerd

door de gemeente Amsterdam.

Misschien moeten wij af van het denken over publiek domein in termen van ‘noch door de

staat, noch door de markt gereguleerd’. Er lopen al vele dikke en dunne staatsdraden door

het digitale publieke domein, en in plaats van dat te ontkennen, is het beter daar welbewust

samenhangend beleid op te maken. Publiek domein kan alleen voor zichzelf zorgen als dat

enigszins wordt beschermd en mogelijk gemaakt door juridische, politieke en financiële

kaders. Een overheid die dat laat lopen, levert het publieke domein uit aan de spinnen van

de markt en wordt zelf een vleugellam vliegje.

More magazines by this user
Similar magazines