9948/12 las/LAS/rv 1 DG E 2 B RAAD VA DE ... - Europa NU

europa.nu.nl

9948/12 las/LAS/rv 1 DG E 2 B RAAD VA DE ... - Europa NU

RAAD VA

DE EUROPESE UIE,

Interinstitutioneel Dossier:

2011/0430 (COD)

Brussel, 16 mei 2012 (24.05)

(OR. en)

9948/12

TELECOM 97

PI 54

COMPET 275

AUDIO 53

CULT 79

CODEC 1303

OTA

van: het voorzitterschap

aan: de delegaties

nr. Comv.: 18555/11 TELECOM 212 PI 188 COMPET 619 CODEC 2426 AUDIO 83

CULT 120 +ADD1, ADD2 + ADD1COR1, ADD2COR1

nr. vorig doc.: 9699/12 TELECOM 88 PI 53 COMPET 255 AUDIO 51 CULT 75 CODEC 1248

Betreft: VOORBEREIDIG VA DE RAAD TTE (VERVOER,

TELECOMMUICATIE E EERGIE) OP 7 en 8 JUI 2012

Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging

van Richtlijn 2003/98/EG inzake het hergebruik van overheidsinformatie

- Voortgangsverslag

Het Deense voorzitterschap heeft zich met de opstelling van dit verslag belast. Het verslag geeft een

overzicht van het werk dat de voorbereidende instanties van de Raad tot dusverre met betrekking tot

het in hoofde genoemde voorstel hebben verzet, alsook van de stand van de besprekingen

dienaangaande.

9948/12 las/LAS/rv 1

DG E 2 B L


1. ILEIDIG

1. De Commissie heeft haar voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en

de Raad tot wijziging van Richtlijn 2003/98/EG inzake het hergebruik van overheids-

informatie 1 op 13 december 2011 bij de Raad ingediend. Met het voorstel wordt

gehoor gegeven aan de conclusies van de Europese Raad van 4 februari 2012, waarin

de Commissie werd verzocht om vorderingen te maken, onder meer met betrekking

tot de beschikbaarheid van informatie van de publieke sector, teneinde uiterlijk in

2015 de digitale eengemaakte markt tot stand te brengen.

2. Richtlijn 2003/98/EG van het Europees Parlement en de Raad inzake het hergebruik

van overheidsinformatie (richtlijn overheidsinformatie) is op 17 november 2003

vastgesteld 2 . Overeenkomstig artikel 13 van de richtlijn overheidsinformatie had de

Commissie de toepassing van die richtlijn aan een evaluatie onderworpen 3 en was zij

tot de conclusie gekomen dat, ondanks de geboekte vooruitgang, niet alle hinder-

palen waren verdwenen, en dat zij de richtlijn uiterlijk in 2012 opnieuw zou

evalueren, wanneer er meer duidelijkheid over de impact van de richtlijn zou zijn.

Het voorliggende wijzigingsvoorstel vormt het resultaat van die tweede evaluatie.

3. De richtlijn overheidsinformatie is aangenomen op basis van artikel 95 VEG (thans

artikel 114 VWEU), aangezien het onderwerp van de richtlijn de goede werking van

de interne markt en het vrije verkeer van diensten was. Het voorliggende wijzigings-

voorstel is derhalve op dezelfde rechtsgrondslag gebaseerd. Artikel 114 VWEU

bepaalt dat het Europees Parlement en de Raad handelen volgens de gewone

wetgevingsprocedure, na raadpleging van het Economisch en Sociaal Comité.

Aangezien het Comité van de Regio's ook met betrekking tot de oorspronkelijke

richtlijn overheidsinformatie was geraadpleegd 4 , heeft de Raad dit Comité eveneens

met betrekking tot het voorliggende wijzigingsvoorstel geraadpleegd.

1 Doc. 18555/11.

2 PB L 345 van 31.12.2003, blz. 90 – 96;

3 Doc. 9780/09.

4 PB C 73 van 26.3.2003, blz. 38.

9948/12 las/LAS/rv 2

DG E 2 B L


4. Het Europees Parlement heeft de behandeling van het wijzigingsvoorstel in eerste

lezing aangevat; de heer Ivailo KALFIN, rapporteur, zal naar verwacht op

11 juli 2012 zijn verslag indienen in de Commissie industrie, onderzoek en energie

(ITRE) van het Europees Parlement. De EP-Commissies IMCO, CULT en JURI

zullen bij de Commissie ITRE adviezen indienen. Als alles volgens plan verloopt, zal

de stemming in ITRE plaatsvinden op 24 september 2012, en in de plenaire

vergadering op 10 december 2012.

2. HET WIJZIGIGSVOORSTEL VA DE COMMISSIE

1. Het wijzigingsvoorstel van de Commissie bevat drie nieuwe elementen, namelijk

uitbreiding van het toepassingsgebied van de richtlijn naar, onder meer, culturele

instellingen 5 , de verplichting het hergebruik van bestaande toegankelijke documenten

die in het bezit zijn van openbare lichamen toe te staan, en de regels voor het in

rekening brengen van vergoedingen voor hergebruik.

2. Wat de uitbreiding van het toepassingsgebied betreft, zouden sommige culturele

instellingen (bibliotheken, musea en archieven) volgens het wijzigingsvoorstel alleen

verplicht zijn toegankelijk materiaal voor hergebruik beschikbaar te stellen voor

zover de toegankelijke documenten openbaar zijn. De verplichting zou niet

automatisch gelden voor onder het nieuwe toepassingsgebied vallend materiaal van

de culturele instellingen dat auteursrechtelijk beschermd is, maar alleen voor

materiaal ten aanzien waarvan de instelling zelf voor hergebruik kiest. Documenten

waarop derden intellectuele eigendomsrechten kunnen doen gelden, blijven buiten

het toepassingsgebied van de richtlijn. De uitbreiding van het toepassingsgebied zou

volgens de Commissie dus louter een afspiegeling zijn van de feitelijke situatie,

namelijk dat culturele instellingen meer en meer overgaan tot commercieel en niet-

commercieel hergebruik van hun materiaal; die instellingen zouden aldus worden

onderworpen aan dezelfde voorschriften inzake billijkheid, transparantie en

non-discriminatie waaraan andere openbare lichamen reeds worden geacht zich te

houden.

5 De culturele instellingen die onder de richtlijn vallen, zijn bibliotheken (met inbegrip van

universiteitsbibliotheken), musea en archieven.

9948/12 las/LAS/rv 3

DG E 2 B L


3. De wijzigingsrichtlijn beoogt een uniforme toepassing van de richtlijn overheids-

informatie in de gehele Unie, op grond waarvan het hergebruik van documenten die

in het bezit zijn van openbare lichamen is toegestaan door te garanderen dat, op

enkele uitzonderingen na, alle toegankelijke documenten voor hergebruik

beschikbaar worden gesteld. De beoogde wijzigingen strekken tot rechtszekerheid

ten aanzien van het hergebruik van bepaalde documenten door het publiek, en

moeten voorkomen dat bepaalde gegevens onnodig aan hergebruik worden

onttrokken.

4. Volgens het Commissievoorstel zouden de voor hergebruik aangerekende

vergoedingen beperkt blijven tot de marginale kosten voor vermenigvuldiging en

verspreiding. In uitzonderlijke gevallen kunnen met name openbare lichamen die een

aanzienlijk deel van hun bedrijfskosten voor de uitoefening van hun openbare taken

moeten dekken, op grond van objectieve, transparante en controleerbare criteria en

onder voorbehoud van goedkeuring door een onafhankelijke instantie, een

vergoeding verlangen die bestaat uit ten hoogste de kosten vermeerderd met een

redelijk rendement op investeringen. De bewijslast dat de vergoedingsvoorschriften

zijn nageleefd, ligt bij het openbare lichaam dat de vergoeding aanrekent. De

beoogde regels inzake het normaliter aanrekenen van de marginale kosten gelden niet

voor culturele instellingen, die zonder voorbehoud van goedkeuring meer dan de

marginale kosten in rekening zouden mogen brengen, maar evenzeer gehouden zijn

aan het aanrekenen van ten hoogste de kosten vermeerderd met een redelijk

rendement op investeringen.

3. VOORAAMSTE EERSTE REACTIES VA DE DELEGATIES

1. Het wijzigingsvoorstel is besproken in tal van vergaderingen van de Groep

telecommunicatie en informatiemaatschappij van de Raad. De delegaties hebben het

Commissievoorstel, en de beoogde doelen, doorgaans positief onthaald, zij het dat

een aantal hunner een voorbehoud voor nadere bestudering bij de tekst maakte omdat

de wijzigingsrichtlijn in hun land nog in behandeling is. Het Commissievoorstel is

besproken aan de hand van een tekst die het voorzitterschap naar aanleiding van de

opmerkingen van de delegaties heeft opgesteld (zie DS 1315/12 voor de meest

recente versie).

9948/12 las/LAS/rv 4

DG E 2 B L


2. Verscheidene delegaties staan terughoudend tegenover het uitbreiden van het

toepassingsgebied van de richtlijn naar bepaalde culturele instellingen. Sommige hunner

betoogden dat de culturele instellingen niet opgewassen zouden zijn tegen de

administratieve lasten waarvoor de toepassing van de richtlijn hen zou plaatsen. Veel

delegaties meldden dat de uitbreiding van het toepassingsgebied in hun land nog in

bespreking was. Verscheidene delegaties voerden aan dat vergoedingen en

exclusiviteitsovereenkomsten als zeer belangrijke factoren zijn aan te merken als de

culturele instellingen onder de richtlijn komen te vallen. Veel delegaties toonden zich

voorstander van de uitzondering op grond waarvan culturele instellingen exclusiviteits-

overeenkomsten kunnen aangaan, en sommige hunner vroegen zich af of de

maximumtermijn van 7 jaar noodzakelijk was. Hoe deze aangelegenheid uiteindelijk

uitvalt, zal afhangen van de mate van flexibiliteit ten aanzien van de regels inzake

vergoedingen, de mogelijkheid voor culturele instellingen om exclusiviteits-

overeenkomsten aan te gaan en wat de omvang van de onder de richtlijn vallende

instellingen zal zijn.

3. Veel delegaties steunden het voorstel van de Commissie om als algemene regel van de

marginale kosten uit te gaan, maar andere delegaties vreesden dat sommige openbare

lichamen geen informatie zouden kunnen aanbieden als zij hun kosten niet afdoende

kunnen dekken. Volgens de Commissie is het limiteren van te vragen vergoedingen van

essentieel belang om het enorme economisch potentieel dat in het richtlijnvoorstel

besloten ligt, te kunnen verwezenlijken.

4. Veel delegaties waren van oordeel dat het Commissievoorstel moet worden aangepast

om de limieten en de regels inzake vergoedingen die de marginale kosten overstijgen, te

verduidelijken. Veel delegaties steunden het voorstel om "objectieve, transparante en

controleerbare criteria" te hanteren voor de vaststelling van vergoedingen die de

marginale kosten overstijgen. Het voorzitterschap concludeert dat een afronding van

deze discussie het vinden van een juiste balans zal vergen tussen de algemene regel

inzake marginale kosten en de toegestane uitzonderingen op grond waarvan openbare

lichamen hogere vergoedingen mogen aanrekenen. Om duidelijkheid te scheppen voor

het publiek zou toetsing van de "objectieve, transparante en controleerbare criteria" door

een onpartijdig orgaan nuttig kunnen zijn, maar de besprekingen dienaangaande zijn

nog niet afgerond.

9948/12 las/LAS/rv 5

DG E 2 B L


5. De besprekingen over andere onderdelen van de tekst hebben resultaat opgeleverd. Zo is

er voortgang inzake meer duidelijkheid over de documenten die voor hergebruik ter

beschikking moeten worden gesteld, inzake de beschikbare formaten, de rechts-

middelen, de rapportageverplichtingen, de interoperabiliteit en de regels voor

exclusiviteitsovereenkomsten. Wat de rapportageverplichtingen betreft, betoogden

sommige delegaties dat die verplichtingen geen onnodige lasten voor overheden mogen

veroorzaken en geen doublures met andere rapportagevereisten mogen vormen.

6. Met betrekking tot de vraag welke documenten voor hergebruik ter beschikking moeten

worden gesteld, wensten sommige delegaties de uiteindelijke beslissing dienaangaande

voor te behouden aan de openbare lichamen. In andere gevallen wensten sommige

delegaties bepaalde soorten documenten van hergebruik uit te sluiten, omdat zij niet alle

documenten die toegankelijk zijn, per se geschikt voor hergebruik achten. In de

oorspronkelijke tekst van het Commissievoorstel zijn een aantal wijzigingen

aangebracht om te trachten in dezen tot een compromis te komen.

7. In de oorspronkelijke tekst van het Commissievoorstel was sprake van een

"onafhankelijke instantie" die zowel belast zou zijn met de rechtsmiddelen als met de

goedkeuring van vergoedingen die de marginale kosten overstijgen. Verscheidene

delegaties stelden zich op het standpunt dat de twee beslissingen niet aan een en

dezelfde instantie kunnen worden overgelaten. Andere delegaties wensten verduidelijkt

te zien welke soort lichamen die rol zouden kunnen vervullen. In de tekst van het

voorzitterschap is nu verduidelijkt dat een "onpartijdig orgaan" in plaats van een

(nieuwe) "onafhankelijke instantie" negatieve beslissingen betreffende het hergebruik

van overheidsdocumenten dient te toetsen.

8. Het Coreper wordt verzocht dit voortgangsverslag voor te leggen aan de Raad, die het in

zijn zitting op 8 juni 2012 zou kunnen bespreken.

________________

9948/12 las/LAS/rv 6

DG E 2 B L

More magazines by this user
Similar magazines