Views
5 years ago

Nieuwsblad van Temse

Nieuwsblad van Temse

Nieuwsblad van

Zondag 14 October 1956 12* (95») Jaar Weekblad Nieuwsblad van Temse Abonnementsprijs 100 Fr. EN OMLIGGENDE NIEUWS- EN ANNONCENBLAD BUREEL: KASTEELSTRAAT 27 | DRUKKER J. SCHUERMAN - Verantw. Uitgever AL. BUÏTAERT | Br. St-Niklaas858 | TEL. 710185 De hervorming in het sekundair onderwijs. De Technische Humaniora» De laatste aflevering van het « Tijdschrift voor Politiek » werd gans gewijd aan de onderwijsproblemen en bevat twee belangwekkende bijdragen over de zo noodzakelijke hervormingen in ons sekundair onderwijs.Terwijl Paul Christian het probleem van het sekundair onderwijs globaal bestudeert wijdt Eug. Zegers zijn aandacht hoofdzakelijk aan de toekomst van het technisch onderwijs. |?'Hun overwegingen zijn"uitgegaan van een fundamentele gedachte: de hervorming van het sekundair onderwijs in funktie van de nieuwe behoeften van deze tijd. Bij de uitwerking der oplossingen hebben zij zich laten leiden door een zuivere demokratische gedachte: aan elk der sektoren"van het sekundair onderwijs toegang te verlenen tot het hele hoger onderwijs en, hierbij aansluitend, geen enkel kind in een uitkomst- Ióze toestand te plaatsen wat neerkomt op het in gelengenheid stellen van allen die studiën begonnen zijn om naar om het even welke andere afdeling over te gaan en, waar mogelijk, hun studiën tot in de hoogste graad voort te zetten: De technische humaniora. Beide auteurs wijden hun speciale aandacht aan hetgeen in de bevoegde kringen de « technische humaniora » wordt genoemd. Wat bedoelt men hiermede ? Het is duidelijk dat de «letteren» (latijn en grieks, frans, engels en duits) niet de enige metode zijn om een humanistische vorming te verwerven. Anderzijds staat het vast dat zeer velen, misschien wel de grote meerderheid, hoegenaamd niet vatbaar zijn van de vorming door de talen. Bij tal van kinderen en jongelieden moet het verstand als het ware « van de handen naar het hoofd klimmen » : zij moeten voorwerpen kunnen bewerken, de stof omzetten, werktuigen vervaardidigen om de beginselen, de wetten de voorschriften te begrijpen. Nochtans zouden de studies in de technische humaniora overwegend vormend moeten zijn en niet zozeer een beroepsfinaliteit moeten bezorgen dan wel een voorbereiding op verdere studies. Dit betekent echter niet dat deze studies geen praktisch nut mogen hebben. Hun bruikbaarheid in het beroepsleven doet niet hoofdzakelijk afbreuk aan hun vormend karakter. Het technisch; onderwijs in de toekomst. Aan de hand van de thans meldende beschikkingen vervat in de wet van 29 juli 1953, stelde Eug.'^Zegers'een sche- Mengelw.van 't Nieuwsblad van Temse 73 De Zoon van de Galeiboef naar het Engels. — Ik'moetudan zekken, Dogdyke, dat ik niet fan plan pen, te doen wat kij ferlangt. Domme fent, waarom hcudt gij dat lamme tuig nok altijd voor mijn kezicht. Kooi het wek, ik heb het al lank kenoek kezien. — Heel mooi en goed mijnheer, ik zal niemand kwaad doen, doch ik moet mijzelf verdedigen en zo ik de plaats gekend had zou ik hier niet gekomen zijn. — Dat zegt ge nu al voor de honderdste keer. Ke zijt efenwel hier en wel om koete redenen. Hier en nerkens anders zullen we onze zaken afhandelen, houd dat ding wek. Dogdyke gehoorzaamde aarzelend, maar bleef steeds op afstand. — Khom, zei de graaf, ge zijt kewapend en ik sta hier met ledike handen. Waarom zoudt ge pang foor mij zijn ? Laten we kaan zitten en praten, ik zal_ duizend pond geven, dan khunt gij naar' Amerika gaan en daarmee uit. Dogdyke'schudde het" hoofd. —'Ik ben niet hier gekomen om duizëricf pond,-antwoordde hij, het valt'me zelfs niét in zb'n bagatel aan te nemen, ge zijt nooit in uw leven de plank erger mis geweest graaf Von Herder. . — Zo ! ge' wilt me dwarsdrijven ? Luteter eens-koet. Hij'dreigde zijn kleine tegenstander met zijn vette'voorvinger, terwijl hij hem grimmig aankeek. Ik hep u hier keroepen om u duizend pond te kéferi; waarmee gé hel land uit khunt kaan. Ge krijgt niet meeren als gfweikert zult ge pefinden met een kefaarlijk ma voor het technisch onderwijs met volledig leerplan op, dat kan verwezenlijkt worden zonder de wet te Wijzigen. Het full-time technisch onderwijs zou twee grote groepen scholen bevatten ! de technische school en deberoepsschool. In elk van de twee groepen heeft men drie studiepeilen: Lagere Secundaire, Hogere Secundaire,'f Hoge of Aanvullende Secundaire Cyclus. Het is in de groep der technische scholen dat de « technische humaniora » haar plaats vindt. Zonder evenwel in details te treden, loont het de moeite dit schema van naderbij te bekijken. Aan de basis ligt een eerste oriëntatiejaar, dienende zowel voor het technisch als voor het beroepsonderwijs en waarin'toegelaten worden al de leerlingen die het zesde studiejaar van het lager onderwijs met voldoeuing beëindigd hebben. Indien zij, na dit jaar geslaagd te zijn, de vijf volgende jaren van de technische humaniora doorlopen, zouden zjj moeten kunnen aanspraak maken op een volwaardig diploma dat in principe toegang verleent tot universitaire studies. Na dit eerste oriëntatiejaar is het evenwel mogelijk naar de beroepsschool over te gaan. Tot het tweede jaar van het beroepsonderwijs worden toegelaten de leerlingen die het eerste oriëntatiejaar beëindigd hebben, doch ook de leerlingen welke dertien jaar oud zijn, ongeacht de vorderingen die zij in het lager onderwijs gemaakt hebben. Volgt daarna het derdejaar van de beroepsschool. De leerlingen die verder willen studeren, zowel in de beroepsschool als in de technische school, verlaten de lagere secundaire cyclus na het derde jaar om dan de hogere secundaire cyclus te beginnen. Diegene die hun studies bij het einde van de lagere cyclus willen beëindigen, kunnen het eerste finaliteitsgetuigschrift behalen in het vierde jaar van de lagere secundaire cyclus en het eventueel nog aanvullen met een specialisatiejaar. Verder wordt een systeem voorzien om van de technische school naar de beroepsschool over te gaan en omgekeerd. Wat het opstellen der programma's betreft mag men niet uit het oog- verliezen dat in een bepaalde onderwijsvorm alle vakken op het nagestreefde doel moeten gericht zijn. Dit houdt o.m in dat leervakken met eenzelfde benaming verschillend georiënteerd zullen zijn naar gelang zij gericht zijn op een Grieks- Latijnse, op een ekomïsche of op een technische vorming. man te doen te hebben. Dogdyke gevoelde een koude rilling over zijn leden gaan en tastte in zijn borstzak naar de greep van zijn revolver. .— Neen, neen, zei de graaf met een grijnzendenlach, ik zal nu nok keen keweld kebruiken, mijn koete Dogdyke. Ik hep hier duizend pond foor u, wilt ge heenkaan en mij nooit meer lastig fallen? — Neen ! bracht Dogdyke er op huiliger toon uit, ik wil de helft hebben of niets. — Ik zal er nog iets pij doen, zei de graaf, en ik zou u sterk aanraden, mijn koete, peste, dierbare Dogdyke, mijn pod niet te weikeren. Zijn ogen, welkeslechts smalle spleten achter zijn brilleglazen geleken, glinsterden en zijn witte tanden blonken door zijn geopende lippen. Dogdyke begon zich al langer hoe niinder op zijn gemak te gevoelen, doch zijn geladen revolver hield zijn moed nog enigszins staande. — Ik moet de helft hebben en geen penning minder, gaf hij tot bescheid. Ik laat mij niet afzetten, ik kan wel raden waarvoor ge me hier hebt laten komen. Het staat op uw gezicht te lezen, doch ik kan mij verdedigen. Denk niet dat ik voor u uit zal gaan, denk niét dat ik met u terug zal reizen, denk niet dat ik u kans zal geven uw boosaardig plan te volvoeren. — Weet ge wel Dogdyke, sprak de graaf, dat gij een scherpzinnig mensenkenner zijt ? Ik weet twee weken om uit de moeilijkheid te keraken, waarin uw ontdekking mij kebracht heeft. Ik khan u twee duizend pond kefen ; duizend op 't okenblik en de andere helft, zodra gij in Amerika zijt aankekhomen,of indien gij mijn edelmoedig aanpod niet' aanneemt, khan ik — Het volstaat dus niet het lesrooster van een bepaalde afdeling te nemen en enkele leervakken door andere te vervangen om een nieuwe afdeling te vormen. Het vraagstuk reikt veel dieper, het gaat om de inhoud en de geest van de leerstof in haar geheel. Samenwerking vereist tassen onderwijstakken. Het initiatief van het C.V.P.-tijd- "schrift om dï: v. aretonderwijsproblemen in de belangstelling te plaatsen verdient ongetwijfeld alle aanmoediging. Na meer dan twee jaar het* departement van Onderwijs in handen] te hebben, heeft minister Collard nog niets|gedaan voor de zo noodzakelijke hervorming in ons sekundair onderwijs. Wel richt hij zowat overal middelbare en technische afdelingen op maar terecht kunnen we ons afvragen of het hier gaat om een werkelijke politiek met het oog gericht op de noden, dan wel om een kleine partijpolitiek. Sinds lang wordt de verlenging van de leerplicht in het vooruitzicht gesteld. Passen al deze nieuwe scholen in het kader der nieuwe noodwendigheden die zullen oprijzen wanneer de jeugd slechts op vijftien of zestien jaar de school zal verlaten? Wat moet anderzijds de houding zijn der overheden van het vrij onderwijs die eveneens het hoofd moeten bieden aan een steeds groeiend aantal leerlingen en deze, bij gebrek aan een vooraf opgestelde planning over de hervormingen in ons sekundair onderwijs, in de bestaande klassen en kaders moeten onderbrengen ? Hét is ondenkbaar dat een werkelijke hervorming van het sekundair onderwijs tot stand zou komen zolang een der twee grote onderwijstakken nog in een onzekere positie verkeert. Dit is wellicht het meest betreurenswaardige gevolg van Collards schoolpolitiek: hij heeft voor geruime tijd elke samenwerking tussen vrij en officieel onderwijs onmogelijk gemaakt.'Het sekundair onderwijs dat niet meer is aangepast aan de moderne noden is daarvan het eerste slachtoffer. De jongere generatie" zal misschien vergeten welke geldelijke offers hun ouders moesten brengen om het katholiek onderwijs n stand te houden maar zij zal nooit vergeten dat omwille van een sektaire politiek, een socialistische minister het ganse onderwijsstelsel van België liet verouderen en elke hervorming onmogelijk maakte. HDR'MV. H. RAADSEL. Ik maak eenieder arm of rijk Verschaf geluk of breng gevaren Maar als ik 's morgens van hen wijk. Dan zijn ze weer wat ze vroeger waren. moojQ — Wat ? vroeg Dogdyke. — Wezenlijk mijn friend. Keloof me, ik pen er werkelijk toe in staat, ging Von Herder op raadselachtiger! toon voort. — 't Kan me niet schelen, zei Dogdyke met een moed, welke alleen uit zijn zenuwoverspanning voortsproot. Ik kan me voorstellen, wat ge doen zoudt, indien ik ongewapend was gekomen. — Tut, tut, tut! Dat weten we nu al kenoek. Neemt ge mijn aanpod aan ? — Neen ! De graaf keek nijdig naar hem en de ander deinsde een pas achteruit met zijn wapen uitgestoken. Langzamerhand begon de uitdrukking van Von Herder's gelaat te veranderen en een halve minuut later was het vol vriendelijke welwillendheid, met bewondering zelfs, op zijn tegenstander gericht. Wel, wel! riep hij uit. Ik had kedacht, dat ge makkelijk pang te maken zoudt zijn. Doch ik hep mij ferkist en zo iets is mij nok niet dikwijls'in mijn léferi kepeurd: Er plijft mij niets anders ofer, dan mïf te onderwerpen. Ge khunt deze duizend pond wel dadelijk aannemen, dan zal ik u morken een cheque foor het oferfge pédrak kefen. De luchtige toon, waarop hij'begonnen was, werd allengs ernstiger en hij eindigde met een zucht van pnderwerping, terwijl hij een portefeuille voor de dag haalde. — Nu begint het er enigzins op te lijken, zei Dogdyke. Het helpt niet veel op een andere wijze met u te handelen, antwoordde de graaf, hem een zonderlingen glimlach toewerkende. Hier, ging hij voort is' het eerste kedeelte fan het u toekomende in panknoten. TEMSE, 13 OCTOÖÈS 195 Wekelijkse Almanak OCTOBER 14 Zondag s Donatianus 15 Maandag s Theresia 16 Dinsdag s Seraphinus 17 Woensdag s Hedwigis 18 Donderdag s Lucas 19 Vrijdag s Ptolomeus 20 Zaterdag s Wendelinus MAAN : 19 October Volle m. Jaar-, paarden- en veemarkten De H: Dendermonde - de 15: Boom Eksaarde, Moerbeke-Waas*; Lfppeld, Schelle. Apostolaat der Grootstad " Agro „ Dierbare Weldoeners, U zult wel zo vriendelijk zijn te willen erkennen dat wij ons niet al te opdringerig aandienen. Ieder jaar sturen wij één enkele maal een briefje aan onze goede weldoeners die onze zware aktiviteit in de moderne Grootstad begrijpen en gaarne een stukske van hun bezit afstaan voor de heropvoeding van het onderproletarische massavolk. De voorthollende tijd vergemakkelijkt absoluut niet onze werking in haar vele schakeringen. Met een onbuigzame verbetenheid moeten wij blijven doordringen in de donkerste zwoele gebieden van de wereldstad Waar een hele serie afbrekende elementen met hun perverse invloeden een duizendtallige menigte altijd maar verder naar beneden haalt. Wij, met ons Aspotolaat der Grootstad, zijn de enigen die tussen de onnoemelijke verdorvenheden en de gruwelijkste toestanden nog verwijzen naar de betere en hogere levenswaarden. Op ons wordt altijd maar opnieuw beroep gedaan vanuit alle zijden van het land om de meest dramatische gevallen, als gevolgen van de inwijking in de Grootstad, op te lossen. We streven naar de verbetering van onze middelen en vooral naar de vermodernisering van onze centrale omdat we niet mogen ten achter blijven tegenover de sterke aangroei van de verleidingsgelegenheden. Dergelijke achterstand zou een enorm grote verliespost betekenen voor de kultuurstand van ons volk. We blijven niet stilstaan. Wat ons momenteel zeer erg bezorgd maakt is de morele ondergang van onze jeugd. En vooral deze jeugd die in familie en milieu omgeven is door de meest demonische gevaren, waaraan ze ook fataal ten gronde gaat voor het ganse leven. Als we deze ondergang reaktieloos laten voortduren dan is de na ons komende generatie volslagen bedorven, zonder enig uitzicht van herstel en heropstanding. Daarop hebben we uit diep verantwoordelijkheidsgevoel onszelf verplicht een jeugdtehuis op te richten te midden van de immorele havenwijken En naast die bezorgdheid voor de jongeren willen we ook de volwassenen niet aan hun lot overlaten. We kunnen niet verdragen dat ze voor hun ontspanning alleen zich moeten wenden tot inrichtingen die een aanval zijn op hun zedelijkheid. Wij hebben ons een groot, vuil, onderkomen' magazijn aangeschaft dat nu moet omgevormd worden in een aangenaam en gezellig lokaal. U kunt een idéé vormen vatf de' ontzaglijke onkos- Dogdyke naderde met de revolver in de hand. Hij nam het bundeltje papier tussen duim en voorvinger, doch de graaf hield het steeds vast. — Nok niet, sprak hij. Fan daak krijgt ge dit keld en morken het andere ; doch ge moet me er een bewijs fan keven. — Een bewijs ? — Ja, een bewijs ; zodat ge het folkende jaar niet terukkomt. — Daar is geen vrees voor, mijnheer, was Dogdyke's bescheid. — We zullen het, met uw ferlof puiten allen twijfel stellen, hernam de graaf op uiterst vriendschappelijke en bedaarde toon. Ge ziet, mijn peste Dogdyke, dat ik mij op alles hep foorpereid. Hier heb ik een splinternieuwe portefeuille kisteren kekocht; daar is een fulpen, efeneens nok niet kepruikt. De portefeuille zal slechts eenmaal dienst doen : gij zult er een paar rekeltjes in schrijfen. — Ik ? Waarom ? — Ge zult er het folkende in zetten : Ik, ondergetekende, ferklaar onlfanken te hebben fan kraaf Von Herder de som fan dertig duizend pond, zijnde een kedeelte van het pedrak, hetwelk de keneraal op die en die datum door oplichterij is afhandik kemaakt.— Dat zult ge met eiken hand tekenen, mijn koete Dogdyke. En zo ge dan ooit teruk mocht khomen en mij pedreikeii, zoudt ge uzelf de poeien om de haöden slaan, he? Dogdyke dacht een ogenblik na. —" Ik zie er geen kwaad in, mijnheer, antwoordde hij eindelijk. Ge kunt het toch nimmer tegen mij gebruiken. — Neen, zei de graaf, dat is mijn pedoeling ook niet. Wilt ge schrijfen ? -r Ja; ik zie niet in, waarom niet. Von Herder liet het pakje banknoten los, dat de ander, bevende van voldane ten die dergelijke radikale omvorming zal eisen. En eenmaal hervormd moeten wij dan nog zorgen voor de bemeubeling, de ontspanningsmiddelen, het onderhoud en alles wat het bestaan van zulke onderneming vraagt. Het is toch een feit, Dierbare Weldoener, dat het alleruiterste wordt gedaan voor de gaafgebleven Jeugd - de elite - uic de goede families, die over de mooiste inrichtingen beschikt, terwijl de onproletarische jongeren - de door hun ouders verwaarloosden - de moreelbedreigden alleen leven van de straat en de schunnigste gelegenheden. Wij besteden negentig ten honderd van onze krachten aan de tout-a-fait-d'accordzielen, maar de jeugd, die aan de drempel staat van de misdaad, woifdt geschuwd. En wij. die behoren tot het begunstigde volksdeel, moeten ons toch het allerpijnlijkste lot van deze kategorie aantrekken, zoals een moederhart allereerst vol is van het moeilijkste kind. Wi) wachten nu vol vertrouwen naar de middelen om dit grootse opzet tot een verheugende werkelijkheid te maken. In de diepste oprechtheid en met reële eenvoud hebben wij U onze plannen voorgelegd. We weten dat U, zoals S»i|, bekommerd zijt om dezelfde zware problemen.Wij staan voor de onmiddellijke uitvoering. U werkt mee door uw milde bijdrage, U kunnen we niet missen. Als u ons niet te gemoet treedt, dan zal ons pïan een mooie illusie geweest zjjn. En we weten dat U deze ontgoocheling niet zult verdragen. We verwachten met een blij hart Uw goede gift op Postcheckrekening: Apostolaat der Grootstad, Ploegstraat, 23, Antwerpen, 55,80,03. Met onze diepgemeende dank, Aanvaard, dierbare Weldoeners, de' Verzekering van onze hoogachting. Pater I. M. Luyts, o.'p. 't Geluk dat is een omnibus Waarop men zeer lang wacht En komt hij dan ten lange lest, Dan roept de conducteur : Bezet I hebzucht, in de zak deed verdwijnen. — Daar, sprak de graaf, terwijl hij pen en zakdoek overreikte, ligt een poomstam. Ka er zitten en schrijf wat ik u zekken zal. Ze stapten naar de aangewezen plek en de graaf, bij de gevallen boonr gekomen zijnde, zette er de éne voet op en wipte vlug naarde andere kant. — Pekin nu maar, zei Von Herderï De kleineman gehoorzaamde. — Zet eerst de datum. Koet. - Ik, ondergetekende ferklaar ontfangen te hebben fan de graaf Von Herder — De hand van de spreker verdween pp.der zijn jas en klemde zich om de greep van een revolver, welke in een achterzak was verborgen. Hij ging wat dichter naar Dogdyke's linkerzijde en vervolgde op bedaarde, slepende toon : de som fan dertig duizend pond, zijnde het fierde kedeelte van hét pedrak, hetwelk de keneraal Mallard is afhancfik kemaakt dóór zwendelarij, waarvan ik pekken medeplichtig te zijn. De graaf bracht het wapen van de linker in de rechterhand over. — Waaraan, mompelde Dogdyke, in gebogen houding voortschrijvende, ik beken medeplichtig te zijn. Er knalde een schot en Dogdyke viel van zijn zitplaats, zonder enig geluid te geven. De graaf deed voorzichtig een stap vooruit, de weg op; keek rond naar weerskanten, keerde terug, nam dé'portefeuille en de pen, stak zijn eigen pi« stool weer in de zak, zocht naar het wapen, waarmee de verslagene hem enige ogenblikken geleden had gedreigd en duwde hem de kolf ervan in de hand. Dat alles deed hij vlug en zonder eöig teken van opgewondheid of overhaasting te geven. Nu knieldchij naast het lijk neer,' legde de gevoelloze voorvinger van de rechterhand om de trekker,' drukte af en noodzaakte de dode op die' wijze'"zélf eert schot in de lucht te vü'r'ën. Daarna Het hij de arm van de ongelu&Elge vallen en opstaande, keek hij een tijdlang met koude minachting op hem neer. — Ik heb het u wel kezekd Dogdyke, sprak hij halfluid, ge hadt uw tweeduizend pond moeten nemen, Vervalft

Open Vld Temse, programma gemeenteraadsverkiezingen 2018
Nieuwsblad juli 2010 - Bouman GGZ
Ontdek onze campagnebrochure! - Open VLD Temse
Nieuwsblad Heerewegen december 2013.pdf - Warande