01.09.2013 Views

rapport - Wajongers Centraal

rapport - Wajongers Centraal

rapport - Wajongers Centraal

SHOW MORE
SHOW LESS

Create successful ePaper yourself

Turn your PDF publications into a flip-book with our unique Google optimized e-Paper software.

Eindverslag

Project Wajongers Centraal

Februari-Juli 2009

September 2009

Initiatiefgroep Wajongers Centraal

Nieuwezijds Voorburgwal 21-3

1012 RC Amsterdam

www.wajongerscentraal.nl


Colofon

Initiatiefgroep Wajongers Centraal

p/a Stichting Dubbel X / Evenaar en Partners

Nieuwezijds Voorburgwal 21-3

1012 RC Amsterdam

www.wajongerscentraal.nl

2 • EINDVERSLAG WAJONGERS CENTRAAL

LAAT JE STEM HOREN!


Inhoud

De resultaten in vogelvlucht 5

Project in ’t kort 7

Het Projectverslag 9

De brainstorms: 5 stellingen 9

De brainstorms: 8 verslagen 12

Landelijke bijeenkomst 3 juli 2009 43

Het actieplan 49

Vijf kernboodschappen 55

> Hoofdkwartier Initiatiefgroep Wajongers Centraal

EINDVERSLAG WAJONGERS CENTRAAL • 3


4 • EINDVERSLAG WAJONGERS CENTRAAL


De resultaten in vogelvlucht

De Amsterdamse initiatiefgroep Wajongers Centraal is in negen bijeenkomsten uitgegroeid van vijf personen

tot een netwerk van dertig Wajongers met vertakkingen in Zeeland, Brabant, Friesland, Zuid-Holland,

Utrecht, Gelderland en Overijssel.

De discussies hebben veel duidelijk gemaakt over de complexe situatie waarin Wajongers vaak verkeren.

Ze hebben psychische en fysieke problemen, vaak gecombineerd. Het kost veel energie om uitkering en

vergoedingen te regelen, werkgevers zitten niet te springen om Wajongers en de politiek komt met een

nieuwe Wajongwet die tot onrust bij Wajongers leidt.

De deelnemers aan onze brainstorms toonden echter ook opmerkelijke ambities, energie en intellect. Ze

gaven haarfijn aan welke zaken bij het UWV niet goed lopen en deden interessante voorstellen voor overheid

en werkgevers. Daarnaast deden ze een zelfkritische oproep aan Wajongers om assertiever te worden

en meer gebruik te maken van bestaande mogelijkheden: speciale banenprojecten, online cv-banken,

informatiebezoekjes aan werkgevers, internet, subsidies, campagnes en deelname aan het publieke

debat, onder meer via de media.

Resultaat van de brainstorms is een grote verscheidenheid aan oproepen, voorstellen en creatieve acties

voor verbetering van de positie van Wajongers. Ideeën genoeg. De groep hoopt een deel daarvan te realiseren.

Hieronder noemen we een aantal voorstellen die eruit springen, de volledige lijst is opgenomen

aan het eind van dit rapport.

Aanbevelingen:

• Laat de overheid het goede voorbeeld geven

Neem meer Wajongers aan (zoals bij ministeries al gebeurt) en laat zien hoe de ervaringen zijn.

• Organiseer een ‘banenmarkt’

Bied werkgevers en Wajongers ruimte om persoonlijk met elkaar kennis te maken. Die ontmoetingen

kunnen vooroordelen wegnemen, begrip kweken en mogelijkheden scheppen.

• Zet een databank op van bedrijven, instellingen en initiatieven die mensen met een beperking kunnen

en willen aannemen

Het zou goed zijn als per regio bekend is bij welke werkgevers Wajongers een betere kans maken. Nu

bestaat dat overzicht niet.

• Toon ‘best practices’ van tevreden werkgevers

Nog steeds bestaat het vooroordeel van een hoog afbreukrisico bij werknemers met een beperking. Uit

gegevens van werkgevers die deze werknemers in dienst hebben, komt een ander beeld naar voren: ze

functioneren naar tevredenheid en zijn goed voor de werksfeer, zeer gemotiveerd, weinig ziek en vaak

als eerste op het werk. Door het verspreiden van ‘best practices’ zouden twijfels bij andere werkgevers

weggenomen kunnen worden.

• Creëer aangepaste banen

Door het aanpassen van bestaande banen kunnen Wajongers meer mogelijkheden krijgen. Soms is

opsplitsen in deeltaken nodig (jobcarving), een lagere werkdruk of een aangepaste werkplek. Ook is er

behoefte aan meer parttime-banen op hogere niveaus.

• Pak de slechte organisatie bij het UWV aan

Grote problemen die Wajongers bij het UWV tegenkomen: ondoorzichtige berekeningen, administratieve

traagheid en chaos, te veel bureaucratie, onbereikbaarheid, wisselend personeel, gebrekkige informatievoorziening,

het niet intern doorgeven van gegevens, en een gebrek aan kennis en inlevingsvermogen.

‘Soms word je helemaal vergeten.’

EINDVERSLAG WAJONGERS CENTRAAL • 5


Het UWV slaagt er niet in Wajongers uit de kaartenbakken op te duikelen voor geïnteresseerde werkgevers.

Ook werken er nauwelijks mensen die de Wajongproblematiek aan den lijve hebben ondervonden,

hoewel nu wel een aantal is aangenomen.

• Organiseer campagnes

Campagnes kunnen de onbekendheid met de Wajong en Wajongers wegnemen, met name bij werkgevers,

maar ook bij het grote publiek. Wajongers zijn vaak heel verschillend qua beperking, maar hebben

veel gemeenschappelijk punten die in campagnes of bij lobbywerk naar voren gebracht kunnen

worden: het moeilijk vinden van werk, de strijd rond uitkering en faciliteiten en de verkeerde beeldvorming

over mensen met een beperking.

Campagneslogans uit het project:

- Ik gééf wat aan de maatschappij

- 40% arbeidsongeschikt, 100% betrokken

- Ik ben Wajonger, maar ook mens

Actie-ideeën:

- Dragon’s Den voor Wajongers die ideeën voor een eigen bedrijf hebben

- een SIRE-campagne

- aandacht voor het dumpen van hoogopgeleide Wajongers in lage baantjes

- een tv-programma waarin een politicus een dag de tijd krijgt om een probleem voor een Wajonger op

te lossen

- tv-programma ‘Wie is de echte Wajonger? (naar ‘Wie van de drie’)

- het ontwikkelen van speciale advertenties met Wajongers

- succesverhalen publiceren over Wajongers die het gemáákt hebben

• Laat een door Wajongers zelf geleide organisatie de komende jaren werken aan meer banen, meer

begrip en meer kansen voor Wajongers

WAJONGERS ROEPEN WAJONGERS OP:

word actiever en laat geen kansen onbenut!

Organiseer jezelf, vecht voor je rechten,

maak duidelijk wat je wilt en kunt.

6 • EINDVERSLAG WAJONGERS CENTRAAL


Project in ‘t kort

Wie zijn wij?

Wij zijn de Initiatiefgroep Wajongers Centraal, een groep die zich in wil zetten voor de empowerment van

Wajongers. Wajongers ontvangen vanwege een fysieke of psychische beperking een uitkering uit de

Wajongwet (wet arbeidsongeschiktheid jonggehandicapten). We behoren tot dat deel van de Wajongers

totaal 175.000 mensen -– dat mee wil denken over de maatschappelijke positieverbetering van de Wajonger

en andere mensen met een beperking.

> Initiatiefgroep Wajongers Centraal: v.l.n.r. Liesbeth, Dinand, Sara, Liesbeth, Marguerite en Frank

We zijn in 2008 begonnen in de volgende samenstelling: drie Amsterdamse Wajongers – Sara Veeger,

Liesbeth Simonis en Dinand Brummelhuis – en twee Amsterdamse begeleiders die geen Wajonguitkering

hebben, namelijk Frank Hendriks (Stichting Dubbel X) en Marguerite Evenaar (Evenaar & Partners/Werk

voor Mekaar). Inmiddels zijn we een netwerk van dertig Wajongers, verspreid over ’t hele land. In 2008

hebben we ons voorgenomen een actieplan te ontwikkelen met een eigen fris geluid van Wajongers. Een

plan voor zaken als werk, financiële ondersteuning, Wajongbeleid, regels, het instellingencircuit en de

beeldvorming over Wajongers.

Wij willen voorkomen dat er wel óver Wajongers wordt gesproken maar niet mét Wajongers; én we willen

bevorderen dat Wajongers zelf publiekelijk naar buiten treden. Beleidsmakers, politici, reïntegratiebureaus,

UWV, kenniscentra en bedrijfsleven kunnen, denken we, veel leren van Wajongers omdat die zelf

ervaren wat wel en wat niet goed gaat in hun situatie. Die ervaringen zijn van belang voor organisaties en

individuen die werken aan de sociale en maatschappelijke activering van Wajongers.

Kortom: we wilden de stem van de Wajonger laten horen! Dankzij het Nationaal Revalidatiefonds en het

VSB Fonds konden we serieus aan de slag.

Wat hebben we gedaan?

Van februari tot juni 2009 hebben we brainstorms georganiseerd tussen Wajongers. Om de twee weken

kwamen maximaal vijf Wajongers bijeen. We hebben dat acht keer gedaan met steeds nieuwe deelnemers,

in Amsterdam, Den Haag, Tilburg en Nijmegen.

De verslagen van de brainstormsessies en nieuws over ontwikkelingen rond ons project hebben we

steeds geplaatst op de centrale actiewebsite www.wajongerscentraal.nl. We hebben geprobeerd 40 Wajongers

voor de brainstorms te werven (8 x 5), uiteindelijk waren 22 Wajongers bereid actief mee te doen.

Ook hebben sommigen schriftelijk hun bijdrage geleverd.

Als afsluiting van de brainstorms hielden we een gezamenlijke bijeenkomst op 3 juli in De Kargadoor in

Utrecht. Daar hebben deze Wajongers, samen met wat nieuwe gezichten en belanghebbenden, de verzamelde

ervaringen en ideeën besproken. En actiepunten opgesteld.

Opzet van de acht brainstorms:

1. Uitwisseling achtergronden en ervaringen van de deelnemers

2. Een filmpje over een Wajonger op de werkplek (www.samenwerken.tv)

EINDVERSLAG WAJONGERS CENTRAAL • 7


3. Een discussie over 5 stellingen van de Initiatiefgroep Wajongers Centraal

4. Creatieve ideeën voor publiciteit: hoe willen Wajongers hun meningen en ervaringen bekend maken bij

publiek, politiek, media, werkgevers en reïntegratiebedrijven?

Elke bijeenkomst duurde 3 á 4 uur.

De vijf besproken stellingen zijn:

Stelling 1: Wajongers kunnen door hun ervaringsdeskundigheid functies, die er op gericht zijn

om Wajongers aan het werk te helpen, veel beter uitvoeren dan mensen die deze

ervaringsdeskundigheid niet hebben.

Stelling 2: De Wajong wordt nog te veel als louter een financieel probleem gezien, veel

belangrijker is het om de uitstroom naar zinvol werk met maatregelen te bevorderen.

Stelling 3: Het beeld dat in de politiek wordt geschapen, namelijk dat ondersteunende en

activerende begeleiding voor Wajongers met een psychiatrische aandoening een luxe

zorg zou zijn, leidt tot negatieve beeldvorming over deze mensen. Dit is slecht voor hun

arbeidsparticipatie.

Stelling 4: De politiek moet het voor werkgevers makkelijker maken om Wajongers te kunnen

vinden voor openstaande vacatures.

Stelling 5: Een verlaging van de wajonguitkering samen met een baangarantie is uiterst

acceptabel, maar een verlaging van de uitkering en een vage toezegging door het

UWV om een baan te vinden niet.

Programma van de plenaire bijeenkomst op 3 juli:

1. Presentatie van de resultaten van de brainstorms, reacties uit de zaal

2. Drie workshops over a) een banenmarkt voor Wajongers, b) internet als ‘tool’ voor Wajongers, c) actiepunten

van Wajongers.

8 • EINDVERSLAG WAJONGERS CENTRAAL

> brainstorm 20 februari 2009


Het projectverslag

Hieronder beschrijven we uitgebreid het verloop en de resultaten van het project. Eerst gaan we uitgebreider

in op de vijf stellingen, daarna presenteren we de verslagen van de acht brainstorms en vervolgens

het verslag van de landelijke 3 julibijeenkomst. Tot slot beschrijven we de resultaten en aanbevelingen

in de vorm van een (voorlopig) actieplan.

De brainstorms: 5 stellingen

Stelling 1: Wajongers kunnen door hun ervaringsdeskundigheid functies, die er op gericht zijn om

Wajongers aan het werk te helpen, veel beter uitvoeren dan mensen die deze ervaringsdeskundigheid

niet hebben.

Achtergrondinformatie bij stelling 1:

Een meerderheid van de tweede kamer vindt dat de steun voor Wajongers om aan werk te

komen beter moet. Zo wil de PvdA 30 miljoen uit overschotten in bijstandsbudgetten halen

om werkgevers die een Wajonger in dienst nemen te ondersteunen. Ook de ChristenUnie wil

Wajongers extra ondersteuning bieden door Jobcoaches (Bron: Nu.nl, 24 nov.2008: ‘Kamer

wil meer steun jonggehandicapten bij werk’).

Op dit moment worden er bij instellingen als UWV en reïntegratiebureaus geen gebruik

gemaakt van ervaringsdeskundigen bij arbeidsreïntegratie. Een gemiste kans, aldus een

onderzoek uitgevoerd door het Instituut voor Gebruikersparticipatie IGPB. Met het project

‘Integratie Ervaringsdeskundigen’ is getracht daar verandering in aan te brengen.

Oorspronkelijk idee was om UWV en CWI hierbij te betrekken. Zij wilden echter niet meewerken.

Belangrijkste reden daarvoor was dat de invloed van ervaringsdeskundigen kan

conflicteren met handhavingstaken. Het UWV heeft wel landelijk op de UWV-kantoren 125

werkervaringsplaatsen beschikbaar voor Wajongers. Wie een dergelijke baan bemachtigt,

houdt zijn Wajong-uitkering en krijgt daarboven op 120 euro (Bron: Perspektief, sept.2008).

Uiteindelijk zijn er drie reïntegratiebureaus die wel meewerken. Wat blijkt? Alledrie zijn

dusdanig positief dat ze meer ervaringsdeskundigen binnen hun bedrijf aan willen nemen

(Bron: Openingscongres ‘Week van de Chronisch zieken’ 16-11-2007).

Op de website van kenniscentrum Cross Over staat interessante informatie over mogelijkheden

voor Wajongers om als ervaringsdeskundige aan een baan te komen:

www.kenniscentrumcrossover.nl/thema/ervaringsdeskundigheid/ervaringsdeskundige

De Stichting Gehandicapten Overleg Amsterdam (SGOA/Vier Sterren) heeft van het

Oranjefonds en Fonds Nuts Ohra subsidie gekregen voor de pilot van het project Life Coach:

coaching voor en door mensen met een handicap. Negen coaches die een speciale training

hebben gevolgd, gaan vanaf januari 2009 gedurende maximaal zes maanden één of meer

mensen met een handicap coachen.

Kern van de coaching is het bieden van begeleiding op basis van gelijkwaardigheid en

gedeelde ervaring, met als doel de zelfredzaamheid en participatie te helpen versterken. Er

EINDVERSLAG WAJONGERS CENTRAAL • 9


wordt samengewerkt met ‘MEE Amstel en Zaan’ en de instellingen voor maatschappelijke

dienstverlening, die locaties beschikbaar stellen in diverse stadsdelen. Meer info bij Petra

van Opmeer, coach@sgoa.nl, (020)7525140.

Stelling 2: De Wajong wordt nog te veel als louter een financieel probleem gezien, veel belangrijker is

het om de uitstroom naar zinvol werk met maatregelen te bevorderen.

Achtergrondinformatie bij stelling 2:

De Wajong is het zorgenkindje van het kabinet. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek

zal het aantal Wajongers aangroeien tot 300.000 (Bron: Financieel Dagblad, 12 februari

2008: ‘Donner onderzoekt falen Wajong’). Dit leidt tot een financieel probleem waar wat

aan gedaan moet worden. Maar tegelijkertijd blijkt dat bijna de helft van de Wajongers er

met een betaalde baan financieel niet op vooruitgaat. Er worden geen wettelijke dwangmaatregelen

getroffen om werkgevers tot extra inspanningen aan te zetten, zoals een quotum

voor bedrijven. En ook de overheid als werkgever laat verstek gaan (Bron: CG Raad, 23

november 2008: ‘Wajongers tweederangs werknemers’).

Onder de nieuwe Wajongwet, die in 2010 zal ingaan, wordt ‘werken’ wél beloond: als een

Wajonger méér dan 20% van het minimumloon verdient, mag hij van elke euro daarbóven

de helft zelf houden. Deze regeling houdt in een Wajonger, door te werken, meer kan verdienen

dan de maximale Wajonguitkering (75% van het minimumloon). De vraag blijft: is dit

voldoende om de uitstroom uit de Wajong naar zinvol werk te bevorderen? De regering zegt

in de bijlage bij zijn notitie over de Wajong (mei 2008): ‘Het kabinet wil in gesprek (gaan) met

medeoverheden over het vergroten van het aantal Wajongers dat werkzaam is in de publieke

sector’.

Stelling 3: Het beeld dat in de politiek wordt geschapen, namelijk dat ondersteunende en activerende

begeleiding voor Wajongers met een psychiatrische aandoening een luxe zorg zou zijn, leidt

tot negatieve beeldvorming over deze mensen. Dit is slecht voor hun arbeidsparticipatie.

Achtergrondinformatie bij stelling 3:

De afgelopen maanden is er door pers en politiek opvallend veel aandacht besteed aan de

arbeidsparticipatie van jongeren met psychische problemen. Het kabinet komt dit najaar

met een ingrijpend wetsvoorstel om de Wajong, de uitkering voor jongeren met een arbeidshandicap,

te wijzigen. Ook heeft de politiek onlangs haar visie op de toekomst van de AWBZ

gepresenteerd.

Daarin wordt onder meer voorgesteld om de activerende begeleiding uit deze regeling te

schrappen (inmiddels gebeurd). Stichting Pandora maakt zich zorgen over de effecten van

voorgestelde maatregelen, vooral over de negatieve effecten voor de beeldvorming van

mensen met psychische en psychiatrische problemen. Er wordt ten onrecht het beeld geschapen

dat ondersteunende en activerende begeleiding voor jeugdigen met psychiatrische

aandoeningen luxe zorg zou zijn en er wordt naar verhouding weinig gedaan om de kansen

van Wajongers met psychische en psychiatrische problemen op de arbeidsmarkt te vergroten

(Bron: Anneke Huson, Stichting Pandora: ‘Jongeren met psychische problemen in de knel’).

Stelling 4: De politiek moet het voor werkgevers makkelijker maken om Wajongers te kunnen vinden

voor openstaande vacatures.

Achtergrondinformatie stelling 4:

Werkgevers die voor Wajongers aangepaste banen willen creëren, kunnen daar nog te vaak

geen gegadigden voor vinden. Bij CWI zitten ze niet in de kaartenbakken, de gemeente kent

ze niet en tegen de tijd dat werkgevers ontdekken dat ze bij het UWV moeten aankloppen,

10 • EINDVERSLAG WAJONGERS CENTRAAL


zijn ze al afgehaakt. Dat moet anders. UWV dient daarom de bemiddelingsfunctie te verbeteren,

in het belang van werkgevers en Wajong-gerechtigden. Ook het extra papierwerk

(aanvragen voor voorzieningen, subsidies etc.) moet werkgevers zo veel mogelijk uit handen

worden genomen Bron: Standpunten Partij van de Arbeid, 8 november 2007). De regering

zegt in haar notitie over de Wajong (30 mei 2008): ‘Vanaf oktober 2008 heeft het UWV

één aanspreekpunt voor werkgevers. Het servicecentrum Wajong regelt alle (aan)vragen

voor het in dienst nemen en houden van jongeren met een beperking’. ‘Om (...) op korte termijn

de matching tussen vraag en aanbod te verbeteren zal het UWV per oktober 2008 op de

vacaturebank www.werk.nl een afzonderlijke module voor Wajongers plaatsen: www.

wajongwerkt.nl’. Werkgevers en werknemers hebben in april 2008 via de Stichting van de

Arbeid aan hun achterbannen dringend aanbevolen om in CAO’s afspraken te maken over

meer stageplaatsen en reguliere werkplekken voor jongeren met een beperking. De intenties

zijn goed, maar...? In 2005 hebben tientallen bedrijven het Werkgeversforum opgericht

dat zich inzet voor terugdringing van werkverzuim én voor reïntegratie van mensen met een

beperking (www. kroonophetwerk.nl). Jaarlijks looft het forum een prijs uit voor de beste

onderneming op dit terrein. Fortis won ‘m in 2007. Of ’t werkt...?

Stelling 5: Een verlaging van de wajonguitkering samen met een baangarantie is uiterst acceptabel,

maar een verlaging van de uitkering en een vage toezegging door het UWV om een baan te

vinden niet.

Achtergrondinformatie stelling 5:

Volgens het plan van Donner worden jonggehandicapten die niet volledig zijn afgekeurd verplicht

een baan te accepteren. Zij krijgen dan als uitkering een aanvulling tot 75 procent van

het minimumloon. Gefingeerd rekenvoorbeeld met netto minimumloon van €1000 (23 jr. en

ouder). De Wajonguitkering is maximaal 75% (€750). De Wajonger wordt verondersteld 20%

(€ 200) zelf te kunnen verdienen. Van elke euro die een Wajonger meer verdient mag hij/zij

de helft zelf houden. Stel de Wajonger verdient 500 euro. Hij/zij mag dan 500-200 = 300:2 =

€ 150 zelf houden. De totale uitkering is: €500 + €250 (aanvulling tot € 750) + €150 (zelf

houden) = € 900. Omdat de Wajonger werkt, houdt hij meer over dan louter een Wajonguitkering

van € 750. De uitkeringsinstantie UWV moet op zoek gaan naar banen voor deze

groep mensen. Jonggehandicapten die volledig zijn afgekeurd houden levenslang een uitkering

van 75 procent van het minimumloon. De voorstellen zouden ingaan in 2010 en niet

gelden voor diegenen die nu al een Wajong-uitkering hebben.

De regering zegt in de bijlage bij zijn notitie over de Wajong (mei 2008): ‘Het kabinet wil

samen met (...) sociale partners, reïntegratiebedrijven, cliëntenorganisaties en gemeenten,

bezien hoe de beschikbaarheid van werk voor deze groep kan worden vergroot. Daarbij kunnen

ook de suggesties worden betrokken (,,,) van SER, de Chronisch Zieken en Gehandicapten

Raad en anderen’.

De Chronisch zieken en Gehandicapten Raad zegt op 16 september 2008 over een besluit

van de regering om volgend jaar 18 miljoen extra uit te trekken voor reïntegratie van jongeren

met een handicap: ‘ (het bedrag is) volstrekt onvoldoende om alle jongeren met een

handicap begeleiding te bieden bij het vinden en behouden van werk. De CG-Raad stelt voor

om geld uit de Wet werk en bijstand (Wwb) te gebruiken voor Wajongers. Veel Wajongers

zijn in 2006 en 2007 na een hertoetsing vanuit de Wwb in de Wajongregeling ondergebracht.

Het geld dat voor het beschikbaar was in de Wwb, is echter niet meegegaan naar het Wajong-reïntegratiebudget.

De CG-Raad stelt voor om dit bedrag (minimaal 100 miljoen in

2009) over te hevelen naar de begroting voor de reïntegratie van Wajongers.

EINDVERSLAG WAJONGERS CENTRAAL • 11


De brainstorms: 8 verslagen

Verslag brainstorm 1: Amsterdam 6 Februari 2009

De deelnemers

• Liesbeth Simonis (30). Na een ongeluk liep zij hersenletsel op en sindsdien wordt ze begeleid naar

werk. Ze heeft haar goede ervaringen (lunchverzorging bij architectenbureau, werk bij La Place)

maar ook haar mindere ervaringen. Ze loopt toch vaak tegen haar beperkingen op en heeft op die

wijze opnieuw geen werk. Ze blijft enthousiast maar ook realistisch. Zij doet mee aan dit project

door haar “maatje “ van het T42 initiatief Sara en ook omdat zij graag ziet dat ze werk krijgt dat bij

haar past en rekening houdt met haar beperkingen. In de initiatiefgroep houdt ze zich voornamelijk

bezig met werving van Wajongers en de publiciteit.

• Sara Veeger (27). Zij lijdt aan ME en studeert criminologie. Zij heeft een aangepast studietempo en

krijgt een Wajong uitkering gedurende haar studie. Ze heeft een goed contact met haar studiebegeleider.

Gezien het verloop van haar ziektebeeld is het soms moeilijk het studietempo vol te houden;

daarnaast is een sociaal en actief persoon en is ze zich ervan bewust haar grenzen te bewaken.

Zij doet mee aan dit project via haar oom Harrie Haaster (werkzaam bij IPGB) en omdat ze

betrokken is bij de samenleving. In de initiatiefgroep heeft zij meegewerkt aan de stellingen, is zij

actief in de werving van Wajongers, schrijft ze artikelen en regelde ze enkele locaties voor brainstorms.

• Dinand Brummelhuis. Lichamelijk gehandicapt en op dit moment zonder werk. Ook hij heeft zijn

goede ervaringen en mindere ervaringen als het over gepast werk gaat. Hij heeft een marketingachtergrond

en vele interesses. Zijn deelname aan de initiatiefgroep heeft enkele inspiratiebronnen:

niet op de mogelijkheden van gehandicapten aangepaste advertenties, zijn idee voor een speciale

banendatabank voor Wajongers en zijn onvrede met berichtgeving in de media.. In de initiatiefgroep

heeft hij zich bezig gehouden met de formulering van diverse stellingen en de bouw van

de website www.wajongerscentraal.nl. Die onderhoudt hij ook. Hij

kwam terecht bij de initiatiefgroep door een kennis van hem. Tevens

was hij al druk met het schrijven van stukken, o.a. voor MS

Vereniging Nederland, ten behoeve van de beïnvloeding van media,

UWV en politiek.

Tijdens deze eerste sessie is ook Niels Schuddeboom aanwezig die

met name materiaal kwam verzamelen voor http://wijreddenonswel.nl,

de weblog van kenniscentrum CrossOver. Niels is zelf Wajonger,

nam ooit deel aan de Paralympics voor Nederland en werkt als

adviseur online-communicatie bij Keijzer Communicatie. Vanuit de

rol als weblogschrijver was hij aanwezig, maar wist ook als ervaringsdeskundige

goed mee te discussiëren over de diverse onderwerpen.

Tevens beschikt hij over veel kennis m.b.t. deze materie.

Het filmpje

De website www.samenwerken.tv laat door middel van beeld zien wat je met een arbeidsbeperking kan

doen. Het filmpje “Henk Metaalbewerker” werd vertoond en daarin kwamen zowel de ervaringen van de

Wajongers, als de werkgever als de begeleider als de job coach naar voren. Er zaten enkele opvallende

punten in het filmpje. De werkgever vond de begeleiding van Henk maar ‘een wassen neus’, de begeleiding

ervaarde hij als minimaal en de papierwinkel vond hij te groot. Belangrijk was dat het takenpakket

van Henk was aangepast aan wat hij kon. Zijn loonwaarde was op 35% vastgesteld, d.w.z. dat hij voor dit

percentage door de werkgever wordt betaald en dat de rest door het UWV aangevuld wordt. De werkgever

vond het zijn ‘maatschappelijke plicht’ om Henk in dienst te nemen.

12 • EINDVERSLAG WAJONGERS CENTRAAL


Na de film ontstond er al een discussie en werden meningen gedeeld over de stigmatisering van de Wajonger,

de begeleiding van de job coach en hoe werkgevers met Wajongers omgaan. De meesten van de

groep vonden het filmpje typisch aangeven dat het weer gaat om productiewerk, bepaalde opmerkingen

als gebrek aan concentratie e.d. betreffende Henk werden ook als typerend ervaren voor mensen hoe ze

denken over Wajongers. Het filmpje werd wel als aardig stigmatiserend ervaren; vooral Niels en Sara

gaven dat aan. Typisch de “old school” aanpak en niet gericht op wat Wajongers ook nog meer kunnen.

Voordat de discussie aan de hand van de stellingen losbarste werd er eerst gevraagd naar de mening van

de deelnemers over de officiële instantie: het UWV. Sara merkte op dat ze lange tijd niet heeft geweten

dat het mogelijk is om zowel een Wajonguitkering als studiefinanciering te krijgen. De voorlichting vanuit

het UWV was dus niet optimaal.

Niels gaf duidelijk aan het liefst zo min mogelijk met het UWV te maken te willen hebben. Ziet deze als

de uitkerende instantie en niet meer dan dat; zoekt het niet op als “steunpunt”. Liesbeth geeft aan dat het

makkelijker zou zijn als ze een duidelijk aanspreekpunt zou hebben vanuit de instanties alsmede vanuit

de werkgever. De werkende deelnemers gaven aan het rekenmodel van het UWV betreffende verdiensten

en verrekening ingewikkeld te vinden.

Resultaten per stelling

Stelling 1: Wajongers kunnen door hun ervaringsdeskundigheid functies, die er op gericht zijn om

Wajongers aan het werk te helpen, veel beter uitvoeren dan mensen die deze ervaringsdeskundigheid

niet hebben.

Liesbeth gaf aan dat ze het best prettig vindt begeleid te worden door iemand die ervaringsdeskundig is

omdat die zich kan verplaatsen in haar situatie. Wajongers kunnen veel als er maar een beetje rekening

wordt gehouden met hun beperkingen en dat begint bijvoorbeeld al bij de sollicitatie. Tijdens de sollicitatie

kan duidelijk worden aangegeven wat de baan echt inhoudt en welke aanpassingen eventueel nodig

zijn; vooraf en niet achteraf, zoals Liesbeth en Dinand aangaven.

Dinand sloot zich hier bij aan omdat een ervaringsdeskundige geloofwaardiger overkomt op een werkgever.

Een ervaringsdeskundige kan reëler inschatten welke problemen er op de werkvloer zullen spelen en

welke aanpassingen nodig zullen zijn.

Sara geeft aan dat het met name met betrokkenheid en inlevingsvermogen van de begeleider te maken

heeft en niet enkel met zijn of haar ervaringsdekundigheid. Ook is het belangrijk dat een Wajonger door

de begeleider serieus wordt genomen. Zij heeft zelf steun van een studiebegeleider en die is geen ervaringsdeskundige.

Maar Niels merkte op dat er een risico is op een vernauwde blik van de ervaringsdeskundige en dat daarvoor

wel gewaakt dient te worden. “Mensen van buiten kunnen ons wellicht soms makkelijker confronteren”.

Zoals Niels aangaf; “je moet over je eigen schaduw heen kunnen springen”. Een goed begeleider redeneert

niet alleen vanuit de beperkingen van de Wajonger, maar kijkt ook ‘met brede blik’ naar alle mogelijkheden.

Stelling 2: De Wajong wordt nog te veel als louter een financieel probleem gezien, veel belangrijker

is het om de uitstroom naar zinvol werk met maatregelen te bevorderen.

Uiteraard gaat er een geluid op in de groep dat er door de politiek, het UWV en de media teveel nadruk

wordt gelegd op het kostenaspect. Volgens Niels wordt vaak vergeten welke extra kosten Wajongers maken

om te leven en dat ze daardoor meer inkomen nodig hebben. Volgens haar worden Wajongers inderdaad

vaak als kostenpost gezien, zeker als je de rapporten erop naslaat. Maar je leest ook dat wanneer

Wajongers een betaalde baan vinden of als zelfstandig ondernemer aan de slag gaan, ze er financieel niet

op vooruit gaan. Waar is dan de prikkel voor een Wajonger uit zijn/haar uitkeringssituatie te geraken?

Doordat de financiële prikkel klein is, blijven Wajongers bang om zonder “vangnet”, c.q. uitkering te functioneren.

De discussie voerde verder en ging naar financiële prikkels om mensen aan het werk te krijgen en zelfs

EINDVERSLAG WAJONGERS CENTRAAL • 13


quota komen aan bod. Niels dacht dat de overheid nu al een arbeidsplaatsenquotum van 6% voor mensen

met een beperking hanteert. Dinand geeft aan dat een quotum – vooral voor grote bedrijven en de

overheid - wel een goed idee zou zijn en haalt ook de voorbeeldfunctie van de overheid aan. Waarom heeft

de overheid zo weinig Wajongers in dienst en bieden ze geen “duo banen” aan of meer parttime banen op

niveau. Wat betreft het quotum weet Dinand dit goed weer te geven; “het is wellicht wat meer dwingend

maar er zijn heel veel dingen waar dwang achter zit. Iedereen rijdt toch ook keurig 100, anders krijg je

een boete”.

Voor kleinere bedrijven is het moeilijk dan voor grote bedrijven om Wajongers in dienst te nemen, gezien

de financiële consequenties die het kan hebben, volgens Niels en de gespreksleiding als ondernemers

beaamden dit. o.a. wat betreft aanpassingen op het werk. Terwijl er wellicht voldoende kleinere bedrijven

juist maatschappelijk en sociaal betrokken willen zijn en iemand dan ook vanuit dat standpunt in dienst

willen nemen. De deelnemers aan de discussie juichen maatregelen die dat mogelijk zouden maken toe.

Een financiële stimulans werkt goed bij de werkgever die niet echt altijd goed weet waar hij aan begint

als hij een Wajonger en dienst neemt en dus de financiële zekerheid van een loonkostensubsidie en andere

vergoedingen zeker in de beginfase nodig heeft. Sara geeft aan dat het bij bepaalde beperkingen moeilijk

te voorspellen is hoe en wanneer zij zich manifesteren. ”Vandaag ben ik optimaal bezig maar weet niet

hoe het morgen kan zijn. Dit maakt het op dit moment moeilijk voor mij tijdens mijn studie, maar ook voor

mijn werkkring later.” Het is dus logisch dat ook werkgevers het moeilijk vinden om iemand in dienst te

nemen met een onvoorspelbaar ziektebeeld.

Stelling 3: Het beeld dat in de politiek wordt geschapen, namelijk dat ondersteunende en activerende

begeleiding voor Wajongers met een psychiatrische aandoening een luxe zorg zou zijn, leidt

tot negatieve beeldvorming over deze mensen. Dit is slecht voor hun arbeidsparticipatie.

Deze stelling had toch wel wat uitleg nodig. Wel

werd er direct ingesprongen op het feit dat er meer

jeugdige mensen zijn met een psychische aandoening

en dat die wel degelijk speciale zorg nodig

hebben. Die begeleiding helpt hen en zou niet

geschrapt mogen worden. Belangrijk is immers

dat werkgevers worden geholpen hier mee om te

gaan. Liesbeth en Sara geven beiden aan dat dit

met name geldt voor die mensen met een “onzichtbare“

beperking.

Ook richtte de discussie zich tot de problemen die

er worden ondervonden in de begeleiding naar

werk voor hoger opgeleide Wajongers. Deze stelling

zou scherper en persoonlijker dienen te worden

geformuleerd om de discussie op gang te brengen was de algehele consensus. Wel was er een algeheel

gevoel van dat Wajongers zeker niet in de slachtofferrol willen zitten maar dat de vereiste zorg echt

geen “in de watten leggen” is. Er is geconstateerd dat werkgevers, vooral de kleine, het moeilijk vinden

om iemand aan te nemen waarvan het ‘ziektebeeld’ van de kandidaat heel moeilijk voorspelbaar is. Het

zou zelfs makkelijker zijn om een lichamelijk gehandicapte aan te nemen dan iemand met een psychische

aandoening. Specifieke begeleiding van Wajongers uit de eerste groep blijft dus hard nodig.

Stelling 4: De politiek moet het voor werkgevers makkelijker maken om Wajongers te kunnen vinden

voor openstaande vacatures.

De gehele groep geeft aan het gevoel van verantwoordelijkheid te delen als het aankomt op het aandragen

van oplossingen. Het is niet enkel een zaak van de politiek. Ook nu komen de initiatieven ter sprake

van UWV (zoals b.v. www.wajongwerkt.nl) en die worden gezien als positief. Er zijn echter geruchten dat

de genoemde website niet goed werkt en we hebben ons afgevraagd waarom dat zo is. Wellicht vanwege

14 • EINDVERSLAG WAJONGERS CENTRAAL


administratieve tekortkomingen bij UWV. Er zijn al een aantal initiatieven genomen voor een databank

waarbij matching van Wajonger en werkgever het doel is maar niet alle initiatieven zijn even kansrijk.

Dinand zou zeker voor een dergelijke databank zijn waar bijvoorbeeld ook projecten worden aangeboden

die specifiek geschikt zijn voor Wajongers. Hij wil daar zelf ook een actieve rol in gaan spelen. Hij kent iemand

die het originele idee had om een gebouw in te richten waar alleen Wajongers werken. Direct daarop

wordt wel het gevaar voor stigmatisering aangegeven.“Waarom enkel werken met mensen met een

beperking?” Daarnaast zou het goed zijn als de publieke instanties Wajongers beter informeren over

andere mogelijkheden van werk zoals bijvoorbeeld ondernemerschap.

Ook wordt er aangegeven dat ook de nieuwe media (web 2.0) ook moet worden ingezet om juist de jongeren

te bereiken en aan te spreken. Hierbij wordt gewezen op vorming van nieuwe communities en fora

(Hyves, blog, widget) . Er is al een Wajong Werkt widget op Hyves. “Echter; welke databanken er ook zijn;

het komt altijd nog aan op persoonlijk contact en netwerken, dat heb ik zelf ervaren,”, aldus Niels. De

andere deelnemers onderstrepen de waarde van deze ‘een-op-een-benadering’ en het persoonlijk netwerken.

Niels wijst op een interessant boekje ‘The Starfish and the Spider’ dat gaat over de kracht en het

succes van organisaties die als een netwerk zijn opgebouwd, volgens hem nuttig voor Wajongers (en

iedereen trouwens) omdat een persoonlijk, goed onderhouden netwerk veel kan bijdragen aan het vinden

van werk.

Stelling 5: Een verlaging van de wajonguitkering samen met een baangarantie is uiterst acceptabel,

maar een verlaging van de uitkering en een vage toezegging door het UWV om een baan te

vinden niet.

Deze stelling resulteerde in veel geroezemoes en allen schaarden zich wel achter deze stelling. Echter;

wat is werk? Opnieuw komt de term Hoog Opgeleide Wajonger naar voren en in hoeverre is werk wat

wordt aangeboden “passend” werk en op niveau?

Niels wijst op het aanbod van “hoofdwerk” in plaats van enkel handwerk. De hoogopgeleide Wajonger

heeft wel een beperking maar zeker kennis van zaken en intelligentie. De instanties zijn niet echt goed

ingesteld op het aanbieden van banen op een wat hoger niveau. Juist voor dergelijke banen moeten er

meer garanties komen, zodat Wajongers met een hoge opleiding niet weggestopt worden in banen voor

laagopgeleiden.

Liesbeth zou graag een passende baan willen en aanvullend geld indien het onder een bepaald inkomen

zou zitten. Sara heeft nog niet helemaal nagedacht over een baan in de toekomst maar kan zich voorstellen

dat ze dan wel tegen wat beperkingen aan zou kunnen lopen.

Niels geeft aan dat het inkomen wel van een dusdanig niveau dient te zijn dat hij zich goed kan redden.

Zoals hij zelf aangeeft: “als ik op vakantie ga is een tentje geen optie maar dien ik voor een vakantie te

gaan waarbij bepaalde faciliteiten aanwezig zijn. Dat is nu eenmaal een feit”.

Dinand zou graag zijn talenten en kennis willen gebruiken en ook willen leren; dat vind hij “passend

werk”. Hij vraagt zich trouwens wel af of er dan een sollicitatieplicht wordt ingesteld voor de Wajonger

zoals dat het geval is voor de WW-er?

Creatieve ideeën voor acties door Wajongers

Welke creatieve ideeën kunnen we verzinnen om deze ervaringen bekend te maken en de adviezen te

delen met media, politiek, werkgevers, reïntegratiebedrijven en publiek en hoe zien we het vervolg?

Gezien de tijd is er geopperd een ideeënbox te plaatsen op de website om leuke ideeën in te kunnen dienen.

Ideeën die al wel de revue passeerden tijdens deze middag waren:

• Uitnodigingen voor cabaret voorstelling van Vincent Bijlo waarbij de mens met een beperking centraal

staat voor werkgevers

• Een ontbijtsessie met werkgevers en Wajongers

• Een “tour” langs succesvolle Wajongers (ondernemers en mensen met fijne banen)

• Een projectendatabank voor Wajongers met vacatures die zijn aangepast aan de mogelijkheden van

mensen met een beperking

EINDVERSLAG WAJONGERS CENTRAAL • 15


Verslag brainstorm 2: Amsterdam 20 februari

De deelnemers

• Frans van den Bos (54) heeft sinds z’n geboorte

epilepsie. Hij heeft LTS elektriciteit gedaan en

werkte 1,5 jaar als elektricien, maar daarna belette

zijn gezondheid dat. Hij heeft bij de Amsterdamse

Vriendendienst een tijd een maatje gehad.

Hij werkt bij HVO-Querido, een organisatie die

woonruimte, woonbegeleiding en dagbesteding

aanbiedt aan thuislozen. Hij geeft bejegeningstrainingen

om personeel te leren hoe zij respectvol

met cliënten kunnen omgaan. Hij zit ook zit hij in

de Centrale Cliëntenraad van HVO-Querido. Frans

volgt aan de Hogeschool van Amsterdam een opleiding

voor het inzetten van ervaringsdeskundigheid bij cliënten en hoopt daarna binnen HVO-

Querido een reguliere baan te vinden. Hij is het voorbeeld van een ouder persoon die toch een Wajonguitkering

heeft.

• Titia (28) heeft Unverricht Lundborg. Het is een progressieve ziekte die zich uit in epilepsie, kortdurende

schokjes in de spieren, spasmen en evenwichtsproblemen. Bij meer impulsen van buitenaf,

zoals bij stress, worden de schokjes versterkt en kan de stem onvast gaan klinken. De ziekte is zeer

zeldzaam (20 gevallen in Nederland). Ze zit in een rolstoel, is veel thuis, maar wil aan de slag. Ze

heeft een tijd stage gelopen als receptioniste bij een gehandicaptenorganisatie. Na acht weken is ze

weggestuurd omdat ze te gehandicapt zou zijn. Ze was er verontwaardigd over, maar kon er weinig

aan doen op dat moment. Ze werkt op dit moment 2x2uur per week in een dagbestedingscentrum

waar ze meedoet aan de computerwerkplaats voor kleine bedrijven. Ook doet ze een schriftelijke

opleiding tot coach omdat ze mensen wil gaan begeleiden die het heel moeilijk hebben in het leven.

Het niet erkennen van ziektes of beperkingen door officiële instanties maakt mensen vaak depressief.

Via de brainstorm wil ze haar stem laten horen. Om te kunnen zeggen: ‘wij staan er niet achter

zoals het nu gaat. We willen werken!’

• Janne K. (25) heeft cerebrale parese, een spasticiteitsaandoening. Ze zit daardoor in een rolstoel.

Vanaf haar 18e zit ze in de Wajong. Ze wilde graag mensen gaan coachen en begon daarom aan HBO

Maatschappelijk Werk. In 2005 is ze gestopt omdat ze geen stageplek kon vinden en noch haar

school, noch UWV haar daarbij wilden of konden helpen. Op dat moment had ze 2 van de 4 studiejaren

afgerond. Daarna heeft ze twee jaar nodig gehad om persoonlijk ‘de scherven op te rapen’.

Het coachen trekt nog, maar ze zit nu in een MBO-opleiding Bibliotheekwerk omdat ’t haar lichamelijk

en mentaal minder belast. Ook heb je op het MBO recht op leerlinggebonden financiering

(een rugzakje met extra geld om als gehandicapte begeleiding in te kopen ). Op HBO en Universiteit

heb je dat recht niet, daar bestaat een grote willekeur in de mate van ondersteuning. En iets afdwingen

via de wet gelijke behandeling duurt lang en vraag te veel energie. In de bibliotheekopleiding

moet ze 3 dagen stage doen en 2 dagen naar school. Ze geeft aan dat ze 20 uur belastbaar is, waarvan

er 12 aan stage opgaan. Haar wens is een baan op niveau te vinden.

• M. de N. (40) heeft een beperking in het autistische spectrum en ze zit nu 12 jaar in de Wajong. Toen

ze na haar middelbare schooltijd ging studeren leefde ze van de studiefinanciering. Ze wisselde een

paar keer van studie, gebruikte zo haar studiejaren en raakte uiteindelijk haar studiefinanciering

kwijt. In de avonduren is ze toen een wiskundestudie gaan volgen. Ze heeft de laatste 12 jaar 20 uur

per week bijlessen wiskunde gegeven aan kleine groepjes leerlingen, eerst via de banenpool, toen

via de Melkertregeling en sinds januari via de regeling Sociale Werkvoorziening Begeleid Werken.

Daar valt ze onder een CAO en heeft ze een minimumloon. Ze heeft een training gevolgd om haar

sociale vaardigheden in de omgang met leerlingen te verbeteren. met een CAO en een minimumloon.

Ze is bang dat ’t minimumloon gaat verdwijnen. De Tweede Kamer discussieert er deze maan-

16 • EINDVERSLAG WAJONGERS CENTRAAL


den over n.a.v. een commissierapport . Door haar eigen ervaringen heeft ze geconcludeerd dat juist

aan mensen met een beperking de ruimte geboden moet worden om met behoud van uitkering een

deeltijdstudie of een paar jaar vrijwilligerswerk of werkstage te doen. Alleen op die manier kunnen

mensen met een beperking, zoals Wajongers, de ervaring opdoen die ze nodig hebben om een kans

op de arbeidsmarkt te maken.

• Agnes (37) heeft HBO Toerisme gestudeerd en Italiaans (in Italië) en een post-HBO opleiding

Arbeidsbemiddeling gedaan. Alles afgemaakt. Ze is medewerkster geworden op een sociale werkplaats

waar ze de ‘intake’ van nieuwe klanten deed. Tien jaar geleden is ze ziek geworden toen haar

vader instortte. Ze heeft last van spierreuma (Fibromialgie), dwangstoornissen, waanbeelden, ernstige

stressverschijnselen en depressiviteit. Toch zat ze niet bij de pakken neer: ze heeft de administratie

bij een poezenasiel gerund, de hondenuitlaatservice Max opgezet en Italiaanse les gegeven.

Vanaf november 2008 gaat het slecht en is ze met haar werk als zelfstandige gestopt. Met haar

spierreuma kan ze nog wel zwemmen, fietsen en lopen, maar niet meer sporten. Ze zit nog maar

net in de Wajong, daarvóór in de bijstand. Het heeft een jaar geduurd voordat haar Wajonguitkering

werd goedgekeurd. Ze heeft veel last gehad van beschuldigingen van fraude bij de bijstand, van de

meningen en oordelen dat ze niets zou mankeren en van de dwang om steeds te moeten werken.

Dit gebrek aan erkenning heeft haar gevoel van eigenwaarde gesloopt en haar veel verdriet

bezorgd. Pas een maand geleden is borderline bij haar gediagnosticeerd. Ze gaat 3 maanden à een

half jaar naar een vriend in Australië om tot rust te komen. Zolang ze bereikbaar is in het buitenland,

houdt ze haar Wajonguitkering. Ze is tevreden over de arbeidsdeskundige die haar vanuit het

UWV begeleidt. Die past geen dwang op haar toe, ze hoeft op dit moment niet te werken.

Het filmpje

De website www.samenwerken.tv laat door middel van beeld zien wat je met een arbeidsbeperking kan

doen. Het filmpje “Henk Metaalbewerker” werd vertoond en daarin kwamen zowel de ervaringen van de

Wajongers, als de werkgever als de begeleider als de job coach naar voren. Er zaten enkele opvallende

punten in het filmpje. De werkgever vond de begeleiding van Henk maar ‘een wassen neus’, de begeleiding

ervaarde hij als minimaal en de papierwinkel vond hij te groot. Belangrijk was dat het takenpakket

van Henk was aangepast aan wat hij kon. Zijn loonwaarde was op 35% vastgesteld, d.w.z. dat hij voor dit

percentage door de werkgever wordt betaald en dat de rest door het UWV aangevuld wordt. De werkgever

vond het zijn ‘maatschappelijke plicht’ om Henk in dienst te nemen.

Agnes is erg te spreken over de werkgever die het als zijn maatschappelijke plicht ziet om Henk in dienst

te hebben: ‘waren er maar meer zulke bedrijven’! Zij had een trajectbegeleider vanuit Dienst Werk en

Inkomen. Die kon haar niet aan de bak krijgen omdat ze niet kan typen zonder spraakherkenningsprogramma.

Bedrijven hadden daar geen zin in en wezen haar af.

Frans en Janne K. hebben er allebei een ambivalent gevoel over het filmpje. Aan de ene kant schetst het

een wat denigrerend beeld van de Wajonger (het standaardbeeld zonder onderbouwing) maar Frans en

Janne K. waarderen wel dat bedrijven iets extra’s doen. Begeleiding daarbij is belangrijk. M. de N. vindt

het fijn dat bedrijven mogelijkheden scheppen; dat doet haar school nu toch ook door haar kleinere groepen

leerlingen te laten begeleiden.

Resultaten per Stelling

Stelling 1: Wajongers kunnen door hun ervaringsdeskundigheid functies, die er op gericht zijn om

Wajongers aan het werk te helpen, veel beter uitvoeren dan mensen die deze ervaringsdeskundigheid

niet hebben.

Agnes en Titia zijn ’t eens met de stelling. Dan heb je ‘eindelijk iemand die je begrijpt’. Agnes kent iemand

die 20 jaar verslaafd was aan drugs en daarna zijn kennis heeft ingezet om drugsverslaafden over te

halen hulp te zoeken. Maar Janne K. plaats kanttekeningen. ‘Je kan bij een advies aan een cliënt in een

EINDVERSLAG WAJONGERS CENTRAAL • 17


cirkeltje blijven hangen als ervaringsdeskundige, in de

trant van “Pietje kan ’t niet, dus jij zal ’t ook wel niet

kunnen”. De situatie van de een is niet precies hetzelfde

als die van een ander. Je kan als ervaringsdeskundige

ook niet je eigen ervaringen één-op-één overzetten op

een cliënt met eenzelfde handicap. Zo van “ik kon ’t dus

jij kan ’t ook” Er is een gevaar dat de ervaringsdeskundige

doorschiet naar een te positieve of te negatieve

beoordeling van de mogelijkheden van de cliënt’. Toch

ziet Janne K. ook de positieve kanten. Ze heeft zelf veel

geleerd van een ervaringsdeskundige over haar eigen

handicap. UWV moet daar wel meer gebruik van maken,

want ze zijn nog teveel van ‘hier is je geld, tot de volgende

keer’. Een ervaringsdeskundige kan goed werken bij studiebegeleiding – helaas is die er sowieso nauwelijks

- en bij een sollicitatietraining, want die laatste zou je moeten leren hoe je je handicap ‘moet verkopen’

en hoe je jezelf ondanks je beperkingen zo goed mogelijk kan presenteren.

Frans is positief over de rol van ervaringsdeskundigen. Hij volgt zelf een opleiding om zijn eigen ervaringsdeskundigheid

later in een baan toe te kunnen passen. Hij weet dat HVO-Querido probeert een ervaringsdeskundige

te plaatsen in de Cliëntenraad van uitvoeringsinstelling UWV.

M. de N. brengt een nieuw element in, namelijk de vraag of een ervaringsdeskundige op het psychiatrische

vlak wel zo’n goed idee is. ‘Iemand met psychische problemen zal niet snel een ervaringsdeskundige

therapeut raadplegen’ denkt ze. Het kan tot verkeerde adviezen leiden als de ervaringsdeskundige

dezelfde valkuilen heeft als de cliënt, zoals problemen met de concentratie en het plannen van afspraken.

Zelf zou ze geen autistische ervaringsdeskundige willen hebben als begeleider. Een niet-autist kan haar

beter corrigeren als ze ‘rare denkbeelden’ heeft. Van een autist kreeg ze eens de (idiote) raad om maar

een keer per week een warme maaltijd te gebruiken om je beter te kunnen concentreren op je werk.

Waarschijnlijk is het bij dergelijke psychische problematiek beter om ouders van cliënten als ervaringsdeskundige

aan te stellen.

Agnes denkt dat ervaringsdeskundigheid bij sommige psychische problematiek wel kan werken. Ze heeft

zelf uitstekende begeleiding ondervonden van iemand die ervaring had met dwangneuroses. M. de N.

voegt daaraan toe: ‘betrokkenheid en inlevingsvermogen van een begeleider zijn van cruciaal belang en

wellicht nog belangrijker dan de ervaringsdeskundigheid’.

Stelling 2: De Wajong wordt nog te veel als louter een financieel probleem gezien, veel belangrijker

is het om de uitstroom naar zinvol werk met maatregelen te bevorderen.

Frans is het eens met de stelling dat de Wajong te veel als een financieel probleem wordt gezien. Het zou

het toejuichen als de overheid hem zou stimuleren om uit te stromen naar een reguliere baan voor 20 à

24 uur, maar dat is niet zo aanlokkelijk als diezelfde overheid hem er financieel op achteruit laat gaan.

Hij verdient nu minimumloon voor 40 uur werk onder de Sociale Werkvoorziening. Als hij uitstroomt, wat

gebeurt er dan b.v. met het aanvullende pensioen dat hij volgens de CAO onder de sociale werkvoorziening

heeft opgebouwd?

Om uitstroom naar werk te bevorderen moet de overheid werkgevers voorlichten en stimuleren om mensen

met een beperking aan te nemen, zegt Agnes. M. de N. zit in een werkgroep van CNV die inderdaad

met dat doel bedrijven bezoekt. Volgens haar moeten werkgevers financieel gecompenseerd worden als

ze mensen met een beperking aannemen. Maar het moet wel zinvol werk zijn. In haar eigen geval moet

de school een financiële stimulans krijgen om haar aan te nemen (of te houden) als bijlesdocent wiskunde.

Maar bij Titia speelt een heel fundamenteel gevoel: ‘ik wil aangenomen worden om wat ik kan, niet

omdat ik goedkoop ben (gemaakt door overheidssubsidies)’. Agnes is laconieker: ‘het maakt me niet uit

of ik goedkoop ben, als ik maar werk heb’. Ze denkt dat er veel meer moet worden gedaan om de maatschappelijke

beeldvorming over mensen met een handicap te veranderen, specifiek bij werkgevers. Dan

zal er meer bereidheid ontstaan gehandicapten in dienst te nemen. Janne K. vindt dat de overheid en

werkgevers moeten erkennen, zoals ze zelf ook doet, dat haar handicap nooit weg zal gaan. Dit betekent

18 • EINDVERSLAG WAJONGERS CENTRAAL


volgens haar het volgende: ‘Als ik in mijn toekomstige werk presteer op het voor mij maximale fysieke en

mentale belastbaarheidsniveau, vind ik dat mijn loon aangevuld zou moeten worden tot een normaal loon

van iemand die voltijd hetzelfde werk doet. Anders zal ik altijd veroordeeld zijn tot een leven rond het

minimum, terwijl ik me wel maximaal inzet’. Verder vindt ze dat uitstroom naar zinvol werk belangrijk is,

maar goede studie- en stagemogelijkheden net zo. Ze is bang dat het grote accent op werk – boven uitkering

en studie – ertoe leidt dat gehandicapten in lage baantjes worden gedumpt.

M. de N. onderstreept het: ‘wij willen de rotbaantjes niet!’ Ze vindt financiële stimulansen vanuit de overheid

nodig om haar in een zinvolle baan te krijgen, ‘want hoewel ze me graag willen aannemen ben ik toch

minder rendabel dan een gewone werknemer’. Agnes ziet ook een nadeel in het subsidiecircus: ‘want een

subsidie betekent toch dat er iets mis is met de baanzoekende persoon, het werkt stigmatiserend’. Zij zou

een qoutum voor werkgevers eerder zien zitten: een dwang om zoveel % gehandicapten in dienst nemen,

maar zonder verstrekking van subsidies. Titia denkt dat ’t kan werken en verwijst naar het quotum voor

allochtone werknemers wat volgens haar wel een effect heeft gehad. Agnes realiseert zich dat werkgevers

niet zitten te wachten op dwang. Ze vindt daarom dat er eerst een besef in Nederland moet worden

gecreëerd dat we verantwoordelijk zijn voor elkaar, via voorlichting en campagnes. Hierdoor kan meer

draagvlak voor een quotum ontstaan. Desnoods dan toch ook maar subsidies er tegenaan gooien om het

acceptabel te maken voor werkgevers. Eigenlijk is er een recht op werk, dus is een qoutum gerechtvaardigd.

Janne K. vindt dat het waarderingsevenwicht zoek is. Werkgevers krijgen complimentjes als ze een

gehandicapte aannemen of ze kloppen zichzelf op de borst, maar de waardering moet net zo hard naar de

man of vrouw met een beperking die graag een bijdrage aan de maatschappij wil leveren en er niet voor

gekozen heeft om minder mogelijkheden te hebben. Want: ‘Ik géef wat aan de maatschappij!’ Janne K.

bepleit ook een concrete maatregel om gehandicapten meer kans op werk te bieden: maak job-coaching

mogelijk voor studenten of leerlingen die een werkstage moeten doen. Op het moment is het volgens haar

zo dat je alleen jobcoaching kan krijgen als je al een diploma hebt.

Er worden wat persoonlijk gevoelens uitgewisseld. Janne K. zegt dat ze een duurder leven heeft dan een

gezond iemand. Ze heeft eigenlijk behoefte aan een vangnet voor haar hele leven. Een plotselinge terugval

is een angstbeeld voor Wajongers. Ook Frans is er bang voor. Stel je hebt een reguliere baan en valt

terug. Dan zou er iets moeten zijn om te voorkomen dat hij in grote financiële problemen terechtkomt. Dat

geldt eigenlijk voor alle mensen met een beperking. Iedereen beaamt dat.

Stelling 3: Het beeld dat in de politiek wordt geschapen, namelijk dat ondersteunende en activerende

begeleiding voor Wajongers met een psychiatrische aandoening een luxe zorg zou zijn,

leidt tot negatieve beeldvorming over deze mensen. Dit is slecht voor hun arbeidsparticipatie.

Janne K. denkt dat het klopt dat veel mensen het beeld hebben dat psychisch gehandicapten met luxe

zorg omringd zijn. Maar laat het woord psychisch maar weg want mensen denken dat ook van lichamelijk

gehandicapten. Janne K. maakt het zelf mee dat mensen vinden dat gehandicapten wel erg makkelijk

allerlei steun krijgen. Titia heeft ook die ervaring: ‘mensen denken dat gehandicapten alles gratis krijgen

en er ook geen moeite voor hoeven doen om ’t te krijgen. De realiteit is heel anders.’ Volgens Janne K.

zien mensen niet dat lichamelijk gehandicapten het vaak ook psychisch erg moeilijk krijgen. Titia beaamt

dat want ze heeft last van depressies en faalangst gehad die voortkomen uit haar lichamelijk handicap.

Janne K. merkt op dat een psychische handicap niet erg zichtbaar is en dat mensen daarom niet geneigd

zijn de ernst ervan te zien. Ouders van autistische kinderen krijgen bijvoorbeeld te maken met commentaar

van mensen die niet snappen dat ze hulp krijgen. Als je psychische beperkingen hebt, kan je volgens

haar beter ook fysiek gehandicapt zijn, want dan wordt je probleem makkelijker herkend en erkend. Frans

heeft dat probleem, hij heeft epilepsie en een buitenstaander merkt ’t pas dat hij iets mankeert als de

ziekte toeslaat. Zelfde laken een pak bij Agnes: ‘hulp bij borderline zien mensen als overbodige luxe. De

omgeving snapt niet dat financiële of therapeutische assistentie nodig is, want dat heb je toch niet écht

nodig!? En zeker geen huishoudelijke hulp. Men zegt: ik zou willen dat ík zoveel hulp kreeg. Je bent toch

een leuke en jonge meid, dus je kan toch wat?’ Titia maakt mee dat mensen zeggen: ‘je bent minder

gehandicapt dan die ander maar krijgt wel dezelfde huishoudelijke hulp’. Dat zeggen ze zonder te weten

EINDVERSLAG WAJONGERS CENTRAAL • 19


wat je precies mankeert. Janne K. constateert dat mensen een verkeerd beeld hebben van mensen met

een beperking. Ze heeft zelf een aangeboren hersenbeschadiging en dus hulp nodig, maar omdat ze erg

zelfstandig overkomt gaan mensen twijfelen of ze die hulp wel echt nodig heeft. Dit blijft toch het moeilijke

punt bij psychische aandoeningen: de her- en erkenning.

M. de N. wijst op de beperkte tijdsduur van bepaalde hulp aan mensen met een psychische beperking.

Vanuit het RIAGG krijg je volgens haar maar twee jaar woonbegeleiding. Het vervolg is onzeker. Agnes

merkt op dat een somatische (fysieke) aandoening eerder dan een psychische aandoening leidt tot financiële

steun. Volgens haar is de begeleiding vanuit de Wajong teveel gericht op mensen met een fysieke

aandoening en wordt er veel te weinig gedaan om mensen met een psychische aandoening naar de arbeidsmarkt

te leiden. Janne K. benadrukt echter dat er veel combinatiegevallen zijn, d.w.z. mensen met

lichamelijke én psychische problemen. Door de lichamelijk aandoening komt er een psychische aandoening

bij of andersom, geven de deelnemers aan (Agnes en Titia).

Stelling 4: De politiek moet het voor werkgevers makkelijker maken om Wajongers te kunnen vinden

voor openstaande vacatures.

Moet de politiek iets doen om het werkgevers makkelijker te maken een Wajonger te vinden en aan te

nemen? Agnes vindt het onzinnig om vooral naar de politiek te wijzen, want je moet de pijlen in eerste

instantie richten op de werkgevers. Die moet je interesseren voor het aannemen van Wajongers. Om

draagvlak onder werkgevers te creëren kan de politiek wel campagnes laten uitvoeren. Maar Titia vraagt

zich af: ‘luisteren werkgevers wel naar al die campagnes? Er zijn al heel wat campagnes geweest. Je

moet werkgevers aan de hand nemen, de directe benadering toepassen’. M. de N. beaamt dat: ‘ik ben

actief bij CNV Jongeren, ben met delegaties bij bedrijven als ING geweest om de positie van Wajongers

toe te lichten’.

Het is de deelnemers duidelijk dat ’t niet alleen aan de politiek is om iets te doen.

Volgens Janne K. zitten de Wajongers bij het arbeidsbureau, UWV en reïntegratiebureaus in de bak ‘onbemiddelbaar’

of ‘slecht bemiddelbaar’. Men benadrukt de beperkingen, terwijl de talenten en het opleidingsniveau

als eerste zouden moeten worden vermeld. UWV en reïntegratiebedrijven zouden ‘juist wat

mensen goed kunnen’ meer moeten benadrukken in campagnes en contacten met werkgevers, bijvoorbeeld

met de slogan ‘40% arbeidsgeschikt, 100% betrokken!’ Benadruk dus de mate van arbeidsgeschiktheid,

vindt ze. Volgens Janne K. speelt hierbij echter de beperking dat het UWV zelf geen zich heeft op wat

er in de kaartenbakken zit. ‘Het is niet eenvoudig om zo maar een goede gehandicapte kandidaat uit de

bakken te vissen als een werkgever er een wil aannemen’.

De voorzitster meldt dat, om dit te verbeteren, G-Krachten is opgezet, een initiatief van UWV Werkbedrijf,

CNV Jongeren en Boaborea om Wajongers en werkgevers via cv-plaatsing en vacaturemelding op een

website (www.g-krachten.nl) bij elkaar ter brengen. G-Krachten accentueert, zoals hierboven verwoord,

de positieve kanten van de Wajonger: Gekwalificeerd, Gepassioneerd en Gedreven. UWV en CNV Jongeren

zijn inmiddels ook de website www.wajongwerkt.nl begonnen die ongeveer dezelfde opzet heeft. Tijdens

de brainstorm blijkt dat Titia, Frans en Agnes het initiatief G-Krachten niet kennen. De bekendheid moet

volgens Titia dan ook vergroot worden. Ze vindt dat er zoveel initiatieven zijn en informatie is dat ze opgegeven

heeft om alles bij te houden. Volgens haar zou er één goed informatiebron moeten zijn. De voorzitster

wijst haar op iets dat in de buurt komt: www.kcco.nl. Het is de website van CrossOver, een organisatie

die alle kennis en initiatieven m.b.t. ‘jongeren en handicap’ verzamelt en ontsluit voor het publiek, de

beleidsmakers en de betrokkenen. Wat de informatievoorziening aan Wajongers betreft is er veel mis.

Titia ervaart hoe kort het geheugen bij het UWV is. Ze ergert zich groen en geel als het UWV haar na zoveel

tijd weer met een blanco geheugen belt om haar te vragen waarom ze niet werkt. Frans hoort nooit wat

van het UWV, terwijl de organisatie ervoor is opgericht om mensen terug te leiden naar de arbeidsmarkt.

Zit ‘ie dan inderdaad in de bak ‘slecht bemiddelbaar’?

Janne K. krijgt bij het UWV altijd ‘de kattenvangers’ aan de lijn, nooit de personen die goede informatie

kunnen geven. Bij het Wajongcafé was dat anders, daar kreeg je zinvolle info als je belde of mailde.

De overheid moet ’t werkgevers makkelijker maken om Wajongers te vinden en aan te nemen, was de

stelling. Maar dan moet de overheid de vervoersvoorziening niet afbreken. Daardoor wordt ’t moeilijker

wordt voor Wajongers om in een reguliere baan te werken. Vervoer is een heet hangijzer: vroeger had je

20 • EINDVERSLAG WAJONGERS CENTRAAL


‘Traxx’ waardoor je een taxi kon nemen i.p.v. de trein of bus. Dat was ideaal, maar is afgeschaft vanwege

het hoge gebruik, de hoge kosten en het veronderstelde misbruik. Nu is er Valys, maar dat gaat tot een

maximum gebruiksgrens, en heeft een aanmerkelijke beperking van de mogelijkheden en dat is verre

van ideaal. De overheid moet volgens Janne K. ook geen negatieve beeldvorming stimuleren over de

Wajong. Door te spreken over een WAO-drama en het schrikbeeld van een Wajong-drama schrikt het werkgevers

af. ‘Je neemt geen drama in dienst’.

Stelling 5: Een verlaging van de wajonguitkering samen met een baangarantie is uiterst acceptabel,

maar een verlaging van de uitkering en een vage toezegging door het UWV om een baan

te vinden niet.

De nieuwe verplichting voor Wajongers om een baan te accepteren als ze niet volledig zijn afgekeurd, herbergt

een gevaar. M. de N. zou alleen een baan op niveau accepteren, dus zou bij weigering van een laagopgeleidenbaantje

haar uitkering verliezen. Janne K. merkt op dat haar Wajong-uitkering haar basis is.

I.v.m. haar wankele gezondheid is het moeilijk haar vangnet in te leveren. Bij acceptatie van een reguliere

baan liggen er gevaren op de loer: het verlies van huursubsidie, de verlaging van zorgtoeslagen een

lichamelijk terugval waardoor de reguliere baan weer op de tocht komt te staan.

Agnes vindt de situatie in Nederland te prefereren boven die in andere landen, zoals in de derde wereld.

Wajongers mogen blij zijn dat die regeling er is. ‘Als je een baan krijgt, zeur dan niet over je verlies aan

toeslagen’. Titia zegt: ‘Werk voor wat je waard bent! Als je niet rond komt moeten er wel toeslagen

beschikbaar zijn. Ik ben bereid toeslagen in te leveren als ik prettig werk heb’.

Je accepteert een baan, bent gelukkig, maar valt terug. Het houdt allen bezig. Krijg je nog financiële

steun? De voorzitster weet te melden dat je voor een periode van 5 jaar nog terug mag keren naar je

Wajonguitkering. Die terugvaloptie is Janne K. te kort. Ze zegt: ‘Ik raak mijn handicap nooit meer kwijt. Ik

zal er alles aan doen om mijn eigen broek op te houden op een leuke manier, maar terugvallen heb ik al

zo vaak gedaan dat ik graag zou zien dat er een levenslang terugvalrecht ontstaat’.

M. de N. denkt aan voor zichzelf beginnen als zelfstandig ondernemer. Maar ze heeft vernomen dat ze niet

geaccepteerd wordt bij de arbeidsongeschiktheidsverzekeraars. Dat is zo, volgens de voorzitster, maar de

overheid heeft nu al een speciale aanpassing gemaakt op de wet arbeidsongeschiktheid voor WAO’ers en

voor Wajongers loopt nu een apart traject om ook voor die groep speciale regelingen te kunnen treffen.

Creatieve ideeën voor acties door Wajongers

Welke creatieve ideeën kunnen we verzinnen om deze ervaringen bekend te maken en de adviezen te

delen met media, politiek, werkgevers, reïntegratiebedrijven en publiek en hoe zien we het vervolg?

Frans: Het Malieveld bezetten.

Titia: laat een politicus een dagje als Wajonger in een rolstoel door het leven gaan. Daarvan een filmpje

laten maken en op tv uitzenden.

Agnes: Postbus 51 filmpje over werkende of studerende Wajongers

Titia: Sire-spot.

M. de N: Maak een simulatiespel over wat Wajongers meemaken. Bijvoorbeeld: in donkere ruimte met

knipperende lichten de deelnemers onaangenaam onder druk zetten om snel opdracht uit te voeren

(bedoeld om het gevoel van hoge prestatiedruk bij mensen met een handicap te benaderen)

Wie: Een politicus krijgt de opdracht een probleem van een Wajonger op te lossen. Bijvoorbeeld: hij wacht

al een half jaar op een uitkering. Geschikt voor tv.

Wie: een politicus een discussie met Wajongers laten bijwonen.

EINDVERSLAG WAJONGERS CENTRAAL • 21


Verslag brainstorm 3: Amsterdam 5 maart

De deelnemers

• Marlous Bank (28) zit vanaf haar 19e in de Wajong vanwege hemiplegie (halfzijdige verlamming

tezamen met spasmen) Heeft geheel traject van Mavo-Havo en HBO doorlopen en aansluitend een

aangepaste stage als diëtiste. Naast haar beperking twijfelde ze al aan haar beroepskeuze en is een

tijdje aan de slag geweest als oncologisch datamanager waarbij zij onderzoeksgegevens verwerkte

en nieuwe gegevens daaruit destilleerde. In mei 2008 had ze een aantal gesprekken met een

familielid van haar (Frank) die een uitzendbureau runt genaamd Unijobs. Al langere tijd hadden ze

het idee iets voor elkaar te kunnen betekenen en de gesprekken leidden tot een dienstverband bij

Unijobs waar Marlous zich met name richt op de Wajongers. Marlous ia al zeer actief bij CNV Jongeren

vanaf 2007 waar zij gehoor geeft om de stem van de Wajonger te laten horen. Richting politiek,

werkgevers en andere belanghebbenden. Zij doet mee aan de bezoeken die CNV Jongeren

brengt aan bedrijven om hen attent te maken op bestaan en kwaliteiten van Wajongers. Vanuit haar

positie bij Unijobs hoopt ze een balans te maken tussen het maatschappelijk wenselijke en het

zakelijke aspect. Hierbij de kansen van de Wajonger vergroten op werk (wat bij hen past). Zij wijst

ons op het bestaan van de Community Breakfast; georganiseerd door het Revalidatiefonds en

ambassadeur Onbeperkt Nederland Monique Wijnen. Deze ontbijten zijn erop gericht Wajongers en

topmanagers uit het bedrijfsleven bij elkaar te brengen en in gesprek over de mogelijkheden van

werk.

• C.K. uit Oldenzaal is speciaal voor deze brainstorm richting Amsterdam

gekomen. Op 18 jarige leeftijd is hij van de fiets gevallen door een black-out

en bleek hij een bloedprop in het hoofd te hebben. Uit nader onderzoek bleek

het hier te gaan om een hersenkneuzing. Hij heeft lange tijd gerevalideerd.

Hij heeft 1e klas MTS gevolgd en op het ROC sociaal juridische dienstverlening.

Opvolgend arbeidsrecht en sociale wetgeving (HBO studie richting). Hij

heeft diverse uitzendbanen gehad en langere tijd gewerkt op een afdeling bij een energie maatschappij

die zich bezig hield met de energie subsidie op apparaten. In 2005 werd hij voor 25%

arbeidsongeschikt verklaard voor de WAO. In 2007 werd hij opnieuw gekeurd en alsnog in de Wajong

geplaatst. Vanaf dat moment kwam hij in contact met een bureau dat echt gericht was op

Wajongers; A&T in Oldenzaal. Hij kreeg een stageplek via het bureau en een jobcoach ter ondersteuning;

hij roemt de persoonlijke betrokkenheid. Twee weken geleden heeft hij een functie gekregen

binnen het bureau; speciaal gericht op de Wajongers. Hij heeft een half jaar contract en heeft

er zin in; is zeer enthousiast. Ook is hij al actief bij CNV Jongeren en is hij via Marlous hier gekomen.

Beide mensen laten zien dat ervaringsdeskundigheid dus zeker kan werken en zijn blij met de

kans die hen geboden wordt maar zijn zich er ook van bewust dat ze dit op eigen kracht doen. Een

paar van de initiatieven die ze aangaven die veel voor Wajongers doen: zoals Jopla (een actief platform

van, voor en door jongeren met een handicap), Cross Over, CNV Jongeren, emma@work (Emma-kinderziekenhuis

AMC, om jongeren met een handicap aan een passende baan te helpen), Wajong

Café (bijna ter ziele helaas) en Carrière Drive.

Het filmpje

De website www.samenwerken.tv laat door middel van beeld zien wat je met een arbeidsbeperking

kan doen. Het filmpje “Henk Metaalbewerker” werd vertoond en daarin

kwamen zowel de ervaringen van de Wajongers, als de werkgever als de begeleider

als de job coach naar voren.

Er zaten enkele opvallende punten in het filmpje. De werkgever vond de begeleiding

van Henk maar ‘een wassen neus’, de begeleiding ervaarde hij als minimaal en de

papierwinkel vond hij te groot. Belangrijk was dat het takenpakket van Henk was aangepast

aan wat hij kon. Zijn loonwaarde was op 35% vastgesteld, d.w.z. dat hij voor dit percentage door de

22 • EINDVERSLAG WAJONGERS CENTRAAL


werkgever wordt betaald en dat de rest door het UWV aangevuld wordt. De werkgever vond het zijn ‘maatschappelijke

plicht’ om Henk in dienst te nemen. Na de vertoning van het filmpje wordt gevraagd naar de

mening en wat hen opviel. C. geeft aan dat hij aan de man kan zien dat hij op zijn plek is. Hij voelt datzelfde

bij het bureau waar hij nu zijn project gaat doen; “het is fijn om te merken dat zij zoveel vertrouwen en

geloof in mij hebben. Dat doet me goed”. Marlous vindt het moeilijk zichzelf helemaal te verplaatsen in

het filmpje als het over haarzelf gaat. Het niveau speelt dan toch een rol. Zij heeft gemerkt dat de houding

van werkgevers toch wel verandert en merkt dat sommige mensen die zij spreekt liever niet altijd

ervoor uitkomen dat ze in de Wajong zitten. Het is trouwens wel duidelijk te merken dat deze twee

Wajongers zeer begaan zijn met de politiek en de positie van de Wajonger en daar ook al veel over discussiëren

en meedraaien in diverse overlegstructuren.

Resultaten per Stelling

Stelling 1: Wajongers kunnen door hun ervaringsdeskundigheid functies, die er op gericht zijn om

Wajongers aan het werk te helpen, veel beter uitvoeren dan mensen die deze ervaringsdeskundigheid

niet hebben.

Zowel C. Als Marlous praten uit eigen ervaring wat dit onderwerp betreft, gezien hun positie bij bureaus

als verantwoordelijke voor een specifiek project gericht op de Wajongers. Marlous merkt wel dat

Wajongers makkelijker contact met haar maken omdat ze ook in de Wajong zit en vaak zijn ze ook opener

over hun positie. “Maar ongeacht de ervaringsdeskundigheid is deskundigheid ook een vereiste “ vindt ze.

Het kan een pre zijn en ze merkt dat het in haar huidige werk ook gewaardeerd wordt maar wil toch ook

graag aangeven dat er opgepast dient te worden voor spiegelen; gevaar voor teveel identificatie. C. is blij

met zijn huidige functie en dat hij die vanuit zijn ervaringsdeskundigheid ook nog beter kan invullen, maar

ook hij waarschuwt voor identificatie. “het gevaar zit hem dan in het feit dat ze hun eigen situatie teveel

gelijkstellen met die van jou. Wat zij hebben gedaan adviseren ze jou ook, terwijl de situatie wel eens

anders zou kunnen zijn. Je wordt misschien teveel in een zelfde hokje geplaatst.” Marlous geeft tevens

aan dat “functie creatie” voor een Wajonger juist kan aangeven dat je minder waard bent. “je zou het

gevoel kunnen krijgen dat je je dubbel dient te bewijzen dat je de functie (speciaal voor jou gecreëerd)

waard bent. Je komt dan altijd binnen met een bepaalde achterstand.” Tevens stipt ze de proefplaatsing

aan. “Waarom krijgt een Wajonger een proefplaatsing terwijl ieder ander een gewoon normale proeftijd

krijgt?!” Marlous zet zich met name in voor de bewustwording van bedrijven en realiseert zich dat uitval

van een Wajonger voor het MKB wellicht moeilijker op te vangen maar de grotere bedrijven zouden dat

moeten kunnen dragen.

Stelling 2: De Wajong wordt nog te veel als louter een financieel probleem gezien, veel belangrijker

is het om de uitstroom naar zinvol werk met maatregelen te bevorderen.

C. bevestigt dit en merkt dat er nog teveel enkel gelet wordt op het kostenaspect. Hij geeft aan dat het

imago van de Wajonger dient te worden opgevijzeld en dat de politiek daar ook een taak in heeft. De overheid

zou het goede voorbeeld dienen te geven om plekken te creëren en meer Wajongers in dienst te

nemen. “ Geen dwang want dat kan juist verkeerd uitpakken maar gewoon het goede voorbeeld geven om

Wajongers in dienst te nemen. Wel een richtlijn stellen.” Marlous wil duidelijk geen dwang; dit zou de

sociale status van de Wajonger nog meer negatief kunnen beïnvloeden. “Een dergelijke aanpak (zoals een

quotum) zou stigmatiserend en polariserend kunnen werken. Niet teveel aparte behandelingen” C. valt

haar bij en merkt op dat er zeker geen speciaal label aan moet hangen; wil hij zelf toch ook niet. Marlous

vindt dat werkgevers zichzelf niet enkel op de borst moeten slaan als ze een Wajonger in dienst nemen.

Ze kunnen gewoon ook blij zijn met een goede en gemotiveerde kracht. “niet vanuit “een moeten” een

Wajonger in dienst nemen maar ook vanuit willen. Dit neemt niet weg dat ook de Wajonger soms wat poractiever

mag zijn en uit de schulp mag kruipen. Er zijn best wat initiatieven gericht op werk (G-

Krachten/Wajong werkt) en genoeg mogelijkheden om met lotgenoten in contact te komen zoals Drive

(het carrière netwerk voor mensen met een handicap op Hyves). Hier vind je ook sociale praat en doe je

EINDVERSLAG WAJONGERS CENTRAAL • 23


veel informatie op van anderen die met hetzelfde kampen.” Marlous geeft aan dat ongeveer 20% van de

Wajongers hoger opgeleid is en een beperking heeft die plaatsing moeilijk maakt. Dit komt mede door de

combinatie hoger opgeleid en de mate van beperking. De WSW (de Wet Sociale Werkvoorziening) is er

voor mensen die in een aangepaste omgeving dienen te werken. Marlous ziet dit als een verkapte vorm

van Wajong. De WSW banen zijn gesubsidieerd en zij ziet de hogeropgeleiden liever in een gewone (ongesubsidieerde)

baan waarbij de werkomgeving wordt aangepast. Daarnaast stipt ze de plannen van het

kabinet aan die het studeren van de Wajonger na 2010 nog moeilijker gaat maken. Er wordt voorgesteld

bij studie nog maar 1/3 van de Wajong uitkering te geven. Dit maakt het moeilijk voor de Wajonger om te

gaan studeren aangezien ze moeilijk een bijbaan kunnen nemen, extra kosten hebben en niet graag bijlenen

gezien hun wankele toekomstpositie. Dit gaat, volgens Marlous, een negatieve invloed hebben op

het aantal hoogopgeleide Wajongers dat studeert. Ze merken allebei op dat ze niet erg voor dwang of gecreëerde

functies zijn maar zelf wel op een functie zitten die specifiek in het leven is geroepen om

Wajongers aan werk te helpen. Dat neemt niet weg dat ze daar allebei blij mee zijn en niet minder zullen

presteren op het werkvlak.

Tijdens de pauze wordt er wat gesproken over het Werkbedrijf (CWI en UWV) en de positie die het inneemt

bij de reïntegratie van Wajongers. Daarnaast over de positie van reïntegratiebureaus in dat geheel. C.

Geeft nogmaals aan dat hij zich gelukkig prijst met zijn begeleiding en zijn project gericht op Wajongers.

Hij heeft er zin in.

Stelling 3: Het beeld dat in de politiek wordt geschapen, namelijk dat ondersteunende en activerende

begeleiding voor Wajongers met een psychiatrische aandoening een luxe zorg zou zijn, leidt

tot negatieve beeldvorming over deze mensen. Dit is slecht voor hun arbeidsparticipatie.

Marlous geeft aan niet helemaal uit de voeten te kunnen met deze stelling; iets te vaag. Aangegeven wordt

met concrete voorbeelden wat voor begeleiding hier bedoeld wordt. C. valt in en geeft aan dat het met

lichamelijke beperkingen makkelijker is; “ de beperking is zichtbaar en het is duidelijk waar ondersteuning

nodig is. Bij een geestelijke beperking is dat vaak moeilijker en komt ook pas later aan het licht wat

het ziektebeeld nu precies is en waar behoefte aan is en wat de valkuilen zijn. Zo zie je aan mij ook weinig

en soms is dat wel moeilijk om uit te leggen” Marlous geeft aan dat dit voor werkgevers moeilijk is,

maar dat er ook wel de nadruk op wordt gelegd; zowel voor mensen met een geestelijke als een lichamelijke

beperking. Zij schetst zelf: “ werkgevers en collegae gaan ervan uit dat ik het meeste ziek zou zijn,

sneller moe en dat terwijl iedereen met griep op bed ligt en ik nog gewoon verder ga en niet geveld ben.”

Er wordt direct een leuke cartoon verzonnen waarbij geschetst wordt dat het gehele bedrijf uitgeschakeld

is maar dat de Wajonger het wel draaiend houdt. Marlous vindt het jammer dat er zoveel nadruk wordt

gelegd op het ziekteverzuim van een Wajonger en de problemen met parttime werk. Verder hebben ze beiden

niet echt ervaring met het beeld wat geschetst wordt in de stelling.

Stelling 4: De politiek moet het voor werkgevers makkelijker maken om Wajongers te kunnen vinden

voor openstaande vacatures.

Wat kan de politiek doen met bepaalde randvoorwaarden om het voor de Wajonger makkelijker te maken

om aan het werk te gaan? Beide deelnemers zetten zichzelf al in om Wajongers te vinden voor openstaande

vacatures; dus zien dit niet enkel als taak van de politiek. Hun projecten zijn opgezet door de bedrijven

zelf waar ze ze uitvoeren en niet door de politiek. Marlous wil graag niet al teveel nadruk leggen op het

Wajonger zijn maar meer op het potentieel. Ze weet wel dat de mensen een beeld ontwikkelen, zoals bijvoorbeeld

tijdens haar studietijd. “Ik was in de ogen van de anderen een “rijke” student maar er werd niet

echt verder gekeken naar het feit dat ik geen bijbaan kon nemen en extra kosten had.” Ook nu wordt de

naam van Valys (speciaal vervoerregeling, beheerd door Connexxion, vroeger Traxx) weer genoemd. De

nieuwe opzet van dit vervoer zorgt voor veel extra problemen; zowel privé als voor woon-werkverkeer. C.

geeft aan dat er meer bekendheid dient te komen voor de Wajong en Marlous valt hem bij en geeft als

voorbeeld dat bij een bezoek aan een werkgever er gevraagd werd of dit een bepaald merk was van een

product. C. zou graag meer campagnes en reclames willen zien die uitleggen dat de Wajong bestaat en

24 • EINDVERSLAG WAJONGERS CENTRAAL


wat en voor wie het nu eigenlijk is. “deze zouden in kunnen gaan op de vooroordelen , zoals de “rijke student”

en laten zien waar de Wajonger zoal mee te maken krijgt. Dit zou de “stempels” die we opkrijgen

wat kunnen wegnemen en ook zouden dan de overeenkomsten tussen de Wajongers (gemene delers)

kunnen worden getoond. Marlous stipt nog de administratieve werkzaamheden aan die erbij komen kijken;

bijvoorbeeld de verrekening van de Wajong uitkering met inkomsten.”je hoeft nog net geen wiskundige

te zijn maar transparant is het niet. Tevens worden niet alle wijzigingen direct en correct doorgevoerd.

Ik moet oppassen dat het geen dagtaak wordt.” Wel valt het haar soms op dat de Wajonger wel de

weg naar de uitkering weet te vinden maar minder goed de weg naar werk. Dit is wellicht wat gechargeerd

maar ze merkt zelf dat tijdens het zoeken naar de geschikte Wajonger voor een open arbeidsplaats

dit best moeilijk is. Tijdens de bezoeken hebben ze nu bijvoorbeeld een werkgever die graag Wajongers

wil plaatsen maar ze hebben moeite om Wajongers te vinden voor het vullen van de arbeidsplekken. C.

zet zich ook in voor de CNV Jongeren en wil ook van het gevoel af dat het vervelend zou zijn om een

Wajonguitkering te hebben. Geniet nu ook maar van deze uitkering en van bepaalde maatregelen om

makkelijker aan een baan te komen. Hij zelf geeft aan zeer blij te zijn met deze baan en dat dit zonder

speciale regelingen voor de werkgever wellicht niet mogelijk zou zijn geweest. Marlous vindt al het

“gezeur” over loondispensatie maar niets. Loondispensatie wordt toegekend voor een periode van zes

maanden en gebaseerd op de verminderde arbeidsprestatie die de Wajonger kan verrichten. Tevens stipt

ze de werkervaring van de Wajonger aan.” Wajongers hebben meestal geen arbeidsverleden en dan wordt

het minimumloon als maatmaninkomen gebruikt bij gebreke aan arbeidservaring. Het maatmaninkomen

is het bedrag wat de Wajonger had kunnen verdienen als deze niet arbeidsongeschikt was geworden. In

sommige gevallen kan het maatmaninkomen hoger worden vastgesteld indien er opleidingen zijn

gevolgd, maar dat is ook weer aan criteria gebonden. Waarom niet gewoon een startsalaris gebaseerd op

kennis als je net begint en dan groeien; gewoon als gezonde mensen.” De verrekening is niet transparant

en alle berekeningen en herberekeningen zijn een doorn in het oog. Beiden geven aan dat ze er wel naar

streven in de toekomst zonder uitkering te werken. C. geeft wel aan dat hij blij is dat zijn werkgever door

stimuleringsmaatregelen vanuit de overheid een project kan opzetten waardoor hij een werkplek heeft.

Hij Verheugt zich op het zinvolle werk en de prettige werkomgeving.

Stelling 5: Een verlaging van de wajonguitkering samen met een baangarantie is uiterst acceptabel,

maar een verlaging van de uitkering en een vage toezegging door het UWV om een baan

te vinden niet.

Marlous geeft aan dat de beloning nooit onder het minimumloon mag uitkomen; deze grens mag gewoon

niet verdwijnen. Er dient een bepaalde sociale zekerheid te blijven. “Wajongers mogen er echt niet op achteruit

gaan als ze gaan werken!” C. is gewoon blij met zijn huidige nieuwe baan en ziet de toekomst rooskleurig

in. Hij is ook blij dat hij nog terug kan vallen op zijn Wajong percentage als het allemaal niet mocht

lukken. Verder geeft Marlous aan dat het zaak is de Wajongers te activeren; er wordt al best veel georganiseerd

zoals bijvoorbeeld de Community Breakfasts. Een initiatief van het revalidatiefonds tezamen met

de ambassadeur van Onbeperkt Nederland. Dit geeft de Wajonger de kans om in contact te komen met

topmanagers van diverse bedrijven. Zo ook het Drive netwerk op Hyves om in contact te komen met andere

Wajongers en ervaringen te delen. Beiden geven aan dat CNV Jongeren veel doet voor Wajongers en

beiden zijn hier ook actief in.

Creatieve ideeën voor acties door Wajongers

Welke creatieve ideeën kunnen we verzinnen om deze ervaringen bekend te maken en de adviezen te

delen met media, politiek, werkgevers, reïntegratiebedrijven en publiek en hoe zien we het vervolg?

Marlous geeft aan dat er al best veel initiatieven en ideeën zijn en dat daar wellicht meer bekendheid aan

zou moeten worden gegeven. De boodschap zou wel gericht moeten zijn op de gelijkwaardigheid van de

Wajonger. C. wil wel meer aandacht voor projecten, zoals die van hemzelf, die er zijn om Wajongers aan

een passende baan te helpen. Daarnaast geven ze beide aan actief te willen blijven en bij te dragen aan

de initiatieven van CNV Jongeren. We sluiten af en bespreken we nog wat over hun projecten en de wegen

EINDVERSLAG WAJONGERS CENTRAAL • 25


waarlangs je Wajongers beter zou kunnen bereiken, zoals de bestaande initiatieven bekender te maken

bijvoorbeeld. In positieve stemming drinken we nog wat en komen tot de conclusie dat er toch zeker een

groep is die actief meewerkt en nadenkt over de positie van de Wajonger. Velen van hen kennen elkaar en

komen elkaar tegen als het om beleid gaat.

Verslag brainstorm 4: Amsterdam 19 maart

De deelnemers

• Sander (27) heeft 3 jaar beschermd gewoond in een huis van HVO-Querido en woont zelfstandig in

een huis in De Pijp sinds juni 2008. Hij werkt in de Bijlmerbajes in de winkel. Na een aantal baantjes

heeft hij het daar naar zijn zin. Hoe is hij in de Wajong beland? Hij was 18 jaar, bezocht een psycholoog

en kreeg als diagnose een lichte vorm van PDD-NOS; een ontwikkelingsstoornis. Sociale

interactie met vrienden en moeite hebben met opvangen van signalen. Hoewel hij op z’n 18e een

Wajonguitkering kreeg, is hij pas vanaf z’n 20ste begeleidt voor werk. Hij geeft aan dat zijn moeder

zorg draagt voor alle papieren en dergelijke richting UWV en dat hij daar zich niet zo mee bemoeit.

• B. (30) is naar Amsterdam getrokken om psychologie te studeren. ’t Ging niet lekker met haar en

ze ging op zoek naar wat er met haar zou kunnen zijn. Zo kwam zij in gesprek met psychologen en

kwam zij in therapie bij Mentrum. Ze bleek sociale fobieën te hebben, ze hebben haar goed kunnen

helpen o.a. doordat ze via de vrijwilligerscentrale 20 uur kon werken bij een informatiebureau. De

steun die ze via Four Star De Werkmeester kreeg werkte niet omdat ze niet goed binnen hun doelgroep

paste wat betreft het werkniveau. Sinds twee jaar werkt ze echter in een vast project bij organisatie

waar ze sociaaljuridisch werk verricht zoals het indienen van bezwaarschriften, het opnemen

van klachten, en zich bezig houdt met gemeentelijk beleid. Zij heeft ruim twee jaar een

Wajonguitkering. Het was moeilijk om deze te krijgen. De begeleiding vanuit het UWV vond ze

gebrekkig, Ze miste een op het individu toegesneden begeleiding, met aandacht voor haar psychische

gesteldheid en haar hoge opleidingsgraad. Ze heeft lange tijd niet geweten dat er überhaupt

een Wajong bestond; bij Mentrum worden patiënten er niet op gewezen en omdat mensen met een

beperking de weg naar de Wajong moeilijk vinden, is B. gemotiveerd geraakt om op het vlak van

voorlichting en begeleiding, werkzaam te worden.

• Daphne (31) woont in Amsterdam. Op haar 21e kon ze haar studie niet meer volhouden en kwam ze

in de bijstand terecht. De Sociale Dienst wees haar op de Wajonguitkering. Na 2 jaar begon ze met

een nieuwe studie. Het UWV vertelde haar dat ze die Wajonguitkering alleen kon behouden als ze

een studie zou volgen die maximaal 1 jaar duurde. Haar studie duurde 4 jaar en toen is haar uitkering

binnen een jaar stopgezet. Daarna is ze bij een Amsterdamse organisatie als cliëntondersteuner

aan de slag gegaan waarbij ze GGZ-cliënten ondersteund met praktische problemen of vragen

op het gebied van inkomen, wonen, werk, dagbesteding en zorg. Ze heeft weer een Wajonguitkering

aangevraagd (en ook gekregen) omdat ze niet volledig kon werken. Ze heeft zich in februari ziek

gemeld, maar werkt wel 12 uur op arbeidstherapeutische basis, Dat laatste doet ze al vanaf het

begin. Ze is erg tevreden over haar jobcoach.

Het filmpje

De website www.samenwerken.tv laat door middel van beeld zien wat je met een arbeidsbeperking kan

doen. We kijken gezamenlijk naar een filmpje over Jeroen Klavers. Hij werkt bij Stammis Verhuur, een

bedrijf dat graafmachines en andere zware machines verhuurt. Hij deed er eerst een stage en kreeg toen

een vast dienstverband. Hij rijdt heftruck en zet de machines klaar voor aflevering. De baas is blij met ‘m

omdat Jeroen echt van techniek houdt. Jeroen kan door zijn beperking niet alles doen. Hij mag niet met

de slijptol werken omdat er geen ongevallenverzekering voor hem mogelijk is en hij kan ook geen keurmeestercertificaat

BWT halen. In de toekomst zou hij wel NEN-keuringen kunnen verrichten. De baas sti-

26 • EINDVERSLAG WAJONGERS CENTRAAL


muleerde hem om zijn rijbewijs te halen om bepaald werk te kunnen

doen. Wat opvalt is dat Jeroen vroeger woedeaanvallen had en

nu niet meer.

Sander vindt ’t een sympathieke baas. Hij heeft zelf wel anders

meegemaakt. Bij MacDonalds moest hij steeds rotzooi opruimen

en kwam hij nooit in een leukere baan in de keuken terecht.

Gelukkig regelde reïntegratiebureau Instap de baan in de gevangeniswinkel.

Maar na 3,5 jaar wil hij weer wat anders, terwijl Instap hem ’t liefst houdt waar hij is. Nu is

de pannenkoekenboot een optie. B heeft weinig binding met het filmpje. Het gaat weer om een laagopgeleide

Wajonger en er moet juist eens wat meer aandacht voor hoogopgeleide Wajongers komen. Het UWV

schiet daar altijd in tekort wat betreft passende begeleiding. Daphne beaamt dat. Volgens B. is doorslaggevend

of een baan bij je past of niet. Jeroen in het filmpje vond passend werkt en raakte zijn emotionele

ontploffingen kwijt. Maar het kan toch zijn dat je op een bepaald moment wat anders wilt. Dan moet

een mens met een beperking zijn veilige omgeving verlaten voor iets wat ongewis is. Begeleidt het UWV

je dan goed? Nee volgens B. Wat altijd speelt is of je je beperking noemt in je sollicitatie of niet.

Resultaten per Stelling

Stelling 1: Wajongers kunnen door hun ervaringsdeskundigheid functies, die er op gericht zijn om

Wajongers aan het werk te helpen, veel beter uitvoeren dan mensen die deze ervaringsdeskundigheid

niet hebben.

Daphne: ‘Als professional moet je breed kunnen kijken. Alleen ervaringsdeskundigheid is te beperkt. Een

jobcoach moet in eerste instantie betrokken zijn, meedenkend. Als je evenveel kennis hebt, maar ook ervaringsdeskundige

bent, dan is dat een voordeel’.

Sander vindt dat verstand van een specifieke beperking wel helpt. B is het met hem eens, ze had zelf

graag begeleiding van een ervaringsdeskundige willen hebben. Zo iemand kan vragen beantwoorden over

de Wajong of andere uitkeringen via het UWV. B heeft zelf van alles gedaan in haar Mentrumperiode,

ouderen rondgeduwd en brieven opgehaald, maar begeleiding bij de vragen waar zij mee zat, was er niet.

Zo’n liaison officer (verbindingspersoon) tussen Mentrum en UWV zou uitstekend kunnen werken. Iemand

met aan de ene kant kennis van UWV, maar aan de andere kant ook ervaring met de effecten op patiënten

van de soms zware behandelingen bij Mentrum.

Daphne is door haar werkgever in de eerste plaats aangenomen als professional, maar daarnaast ook als

ervaringsdeskundige. Ze wist veel van depressies, angst en psychische problemen.

Sander meent dat de mensen bij UWV niet op een lijn zitten, iedereen zegt iets anders. Ze delen hun ervaringen

blijkbaar niet en de communicatie laat te wensen over. B is het er mee eens; ze hoort steeds andere

verhalen bij de arbeidsdeskundigen en heeft in 1,5 jaar tijd 3 jobcoaches versleten. Als dingen zo slecht

geregeld zijn bij het UWV, is het wellicht tijd voor de aanstelling van een Klachtenambassadeur (die is er

maar niet algemeen bekend) en meer ervaringsdeskundigen bij het UWV. Maar Sander meldt dat reïntegratiebureau

Instap je níet zomaar een andere jobcoach geeft. Daphne zit ook bij Instap en is gevraagd

eerlijk te zijn als het niet klikt met haar jobcoach.

Volgens Daphne heeft haar eigen ervaringsdeskundigheid geholpen om zich in te kunnen leven in haar

patiënten. Ze kreeg er ook veel positiefs terug. Maar bij concrete dingen als het regelen van een huis of

het doen van de financiële administratie van een patiënt heeft ervaringsdeskundigheid geen voordeel.

Stelling 2: De Wajong wordt nog te veel als louter een financieel probleem gezien, veel belangrijker

is het om de uitstroom naar zinvol werk met maatregelen te bevorderen.

Vanuit de Wajongers gezien spelen er vreemde financiële mechanismen rond de uitkering. Volgens

Sander is het verschil tussen werken en niet werken 100 euro. De stimulans om te gaan werken is dus te

klein. Daphne geeft nog een sterk voorbeeld waarbij 10 euro meer verdienen leidt tot aftrek van 70 euro

van je Wajonguitkering. Die onrechtvaardigheid komt voort uit het getrapte systeem van de Wajong.

EINDVERSLAG WAJONGERS CENTRAAL • 27


Hoogopgeleide Wajongers kunnen echter ook ruim boven het minimumloon verdienen. Daphne’s maatmanloon

– het loon dat ze zou verdienen in een zelfde baan als ze niet beperkt zou zijn – is namelijk hoog

en daar houdt het UWV rekening mee bij de vaststelling van haar uitkering.

B heeft ook een maatmanloon boven het minimumloon; ze heeft 900 euro loon en 430 euro uitkering.

Nadeel is dat ze weer een lagere zorgtoeslag heeft en ze geen huursubsidie ontvangt, maar vindt die inkomensval

niet erg, wel vervelend, maar er is niets aan te doen, het heeft niets met de Wajong zelf te maken

vertelt ze.

Net als bij Sander is ook bij B de financiële stimulans om meer te gaan werken en verdienen te klein. B

heeft ervaren dat zij voor een extra werkproject over een periode van drie maanden 2000 euro extra verdiende

en dat het UWV daarvan 1200 euro opstreek. Het UWV moet duidelijkheid scheppen over wat je

kunt bijverdienen en wat je overhoudt. Het systeem van trapsgewijs berekenen moet weg. Daarvoor in de

plaats zou ene makkelijker systeem moeten komen zodat we bij aanvang weten wat we overhouden en

niet voor verrassingen komen te staan.

Zolang dat niet gebeurt voelt B zich geremd om meer te gaan werken. Het zou voor haar veel duidelijker

zijn als haar haar Wajonguitkering werd ontnomen of in ieder geval duidelijk zou zijn waar ze aan toe is.

Dan zou in ieder geval een financiële stimulans hebben om meer te gaan werken.

Volgens Daphne is het in het huidige systeem ook zo dat je opgave van wijzigingen in je verdiensten

meestal tot verkeerde herberekeningen leidt. Ze heeft extra werkuren afgeslagen omdat het teveel gedoe

oplevert bij het UWV.

Maar terug naar de stelling: wat kan de overheid doen om de uitstroom naar zinvol werk te bevorderen?

Daphne vindt dat werkgevers wel verplicht kunnen worden iets te doen, bijvoorbeeld door een deel van

hun banen voor mensen met een beperking in te richten (quotum). Sander vindt dat gevaarlijk omdat een

werkgever die verplicht mensen moet aannemen geneigd zal zijn die werknemers slecht te behandelen

en rotwerk te laten doen.

Daphne wijst op de bureaucratie voor werkgevers die wel wat minder zou kunnen. Haar eigen werkgever

maakt opmerkelijk genoeg niet eens gebruik van de subsidies die beschikbaar zijn om Wajongers goedkoop

in dienst te kunnen nemen. Ze vermoedt dat de organisatie opziet tegen de papierwinkel en de langzame

manier van beslissen. Sander ziet wel de waarde van de subsidieregeling, vooral voor kleine werkgevers

zoals de winkel waar hij werkt. Ware hij niet gedetacheerd door de sociale werkvoorziening en

daardoor voor 70% gesubsidieerd, dan was hij niet aangenomen.

Stelling 3: Het beeld dat in de politiek wordt geschapen, namelijk dat ondersteunende en activerende

begeleiding voor Wajongers met een psychiatrische aandoening een luxe zorg zou zijn, leidt

tot negatieve beeldvorming over deze mensen. Dit is slecht voor hun arbeidsparticipatie.

Volgens Daphne is er geen ondersteunende en activerende begeleiding meer voor de Wajongers met lichte

psychische problemen. Bij haar eigen organisatie verwacht men dat de mensen die deze steun verliezen

in de problemen gaan komen, want alleen voor de ‘zware gevallen’ is er nog een vorm van begeleiding

bij hun administratie, hun budgetbeheer en hun dagindeling. Gefinancierd uit de AWBZ.

Stelling 4: De politiek moet het voor werkgevers makkelijker maken om Wajongers te kunnen vinden

voor openstaande vacatures.

Niemand aan tafel kent het G-Krachten initiatief, de samenwerking tussen UWV, CNV Jongeren en Boaborea

(brancheorganisatie) om werkgevers en Wajongers directer met elkaar te verbinden. Er zijn bijvoorbeeld

Wajongers die bedrijven bezoeken om uitleg te geven over de Wajong en de positie waar Wajongers

zich in bevinden;een initiatief van CNV Jongeren. Daphne heeft wel van de site www.wajongwerkt.nl

gehoord, maar wist niet dat hij bij de G-Krachtencampagne hoorde. Zij heeft zelf de CWI vacaturebank

doorzocht. Je kan daar zoeken op Wajong, maar vindt dan max. 3 banen en die zijn allemaal voor laagopgeleiden.

Via een site als www.wajongwerkt.nl kan je nadeel – je Wajongerschap – omslaan in een voordeel.

Het valt eindelijk eens in goede aarde bij een werkgevers als je je als Wajonger presenteert via je

CV. Ze zijn er namelijk specifiek op uit om een Wajonger in dienst te nemen. B vindt de activiteiten van

28 • EINDVERSLAG WAJONGERS CENTRAAL


CNV Jongeren wel goed, maar denkt toch dat de kans op een goede baan klein zal blijven omdat er altijd

wantrouwen bij de werkgever zal zijn. Die weet nooit zeker wat hij in huis haalt.

Bij www.wajongwerkt.nl is de discussie of de cv-gegevens openbaar toegankelijk moeten zijn, zodat iedere

werkgever of Wajonger de gegevens kan raadplegen. Beschadigt zoiets de potentiële werknemer die

open en bloot zijn beperkingen prijsgeeft? Sander zou een lichte autistische afwijking in ieder geval niet

in zijn CV opnemen. Om te voorkomen dat informatie uit de CV’s op straat komt te liggen, zou je volgens

Daphne kunnen besluiten om voor werkgevers een aanspreekpunt bij het UWV te creëren dat kandidaten

voorstelt aan werkgevers die een Wajonger zoeken. Zo voorkom je dat jan en alleman toegang heeft tot

de gegevens. Maar de organisatie en regels van het UWV werken zo’n oplossing tegen. Daphne heeft van

een personeelsfunctionaris gehoord dat Albert Heijn eens 120 banen aanbood voor mensen met een

beperking. Het UWV wist die mensen niet te lokaliseren of te interesseren en uiteindelijk gingen de banen

vooral naar gewone gezonde werkzoekenden. Ze is zelf zover dat ze haar beperkingen wel vertelt aan

haar huidige werkgever. Voor een groot deel is dit uit zelfbescherming. Wat ze bij een nieuwe sollicitatie

zou doen, weet ze niet. Voor haarzelf zou het beter zijn haar beperkingen niet te verzwijgen, maar de kans

op negatieve vooroordelen bij werkgevers is groot. Volgens B moet het UWV eindelijk eens een goede

manier ontwikkelen om in hun systeem geschikte Wajongers op te duikelen voor geïnteresseerde werkgevers.

Alleen dan heeft het zin om ook een quotum in te stellen voor werkgevers. In de groep wordt

gemeld dat de politiek wel iets zou kunnen doen om een imagocampagne rond Wajongers mogelijk te

maken richting werkgevers. Sander vindt de PvdA op zich positief richting Wajongers. Opeens ontspringt

het idee van een megabanenmarkt in Ahoy waar bedrijven een stand krijgen die bereid zijn Wajongers in

dienst te nemen. Het concept is dat de Wajonger zelf zijn bedrijf uitkiest en daar met CV in de hand gaat

praten. Er zijn voorbeelden van bedrijven die wel iets willen, zoals Albert Heijn, Exact en het AMC.

Stelling 5: Een verlaging van de wajonguitkering samen met een baangarantie is uiterst acceptabel,

maar een verlaging van de uitkering en een vage toezegging door het UWV om een baan

te vinden niet.

Daphne vertrouwt het UWV niet in de keuze van baantjes. Voor je ’t weet sta je als hoogopgeleide persoon

karretjes ter duwen in de supermarkt. Ze realiseert zich wel dat ze enigszins flexibel zal moeten zijn en

dat op een bepaald moment enige strengheid bij het UWV gerechtvaardigd is. B.vindt dat er bij de Wajong,

omdat het om mensen met een beperking gaat, in principe een regime moet gelden van minder strengheid,

meer vrijheid en meer ondersteuning. Mensen moeten therapie, studiebegeleiding en een opleidingsvergoeding

kunnen krijgen. De Wajonguitkering moet gezien worden als een investering om úit de

Wajong te komen. Er moet begeleiding van de Wajonger zijn zodat hij of zij persoonlijk kan groeien. Je

moet mensen met een (aangeboren) afwijking of andere belemmerende problematiek niet meteen onder

druk gaan zetten, maar ze helpen met hun oriëntatie.

Creatieve ideeën voor acties door Wajongers

Hoe kunnen Wajongers hun opvattingen en ideeën bij de betrokken partijen en het grotere publiek bekend

maken? Sander vindt ’t een goed idee om een speciale actie te doen, want rapporten gooien ze weg. Hij

vindt het geen slecht idee om je als Wajonger een dag lang gratis te verhuren aan een werkgever. Een

ander idee is om via een Wajongerscomité bij het UWV te adviseren over verbeteringen. Er moet ook absoluut

een actie voor hoogopgeleide Wajongers komen omdat die tot nu toe weinig aandacht krijgen. Daphne

denkt aan een quiz met werkgevers en Wajongers waarin vooroordelen over elkaar kunnen worden weggenomen.

Daphne en B willen graag een groep Wajongers in toga, afgestudeerden en gepromoveerden dus, naar het

Binnenhof sturen om te laten zien dat er veel hoogopgeleide mensen met een beperking zijn die een interessante

baan zoeken.

Je zou ook iets moeten doen met de boodschap dat hoogopgeleide Wajongers in een te lage baan zullen

terugvallen in de Wajonguitkering. Er wordt gedacht aan een ganzenbordspel waarbij je op een vakje komt

EINDVERSLAG WAJONGERS CENTRAAL • 29


waar je een lage baan moet accepteren, een paar vakjes terug moet of in de put raakt. Een ander idee is

om een politicus een dag in een “rot”baan te laten werken. Ook zou je het spel Wie van de Drie kunnen

spelen met de opdracht ‘Wie is de echte Wajonger?’ Gezien de ervaringen met www.samenwerken.tv, een

site die alleen mensen met een beperking laat zien die in lage banen zitten, is het hard nodig filmpjes te

maken over ervaringen van hoogopgeleide Wajongers, op de werkvloer, maar ook bij studie en begeleiding.

Een paar succesverhalen zou nuttig zijn. Maar ook bijvoorbeeld een opiniestuk. Om een aantal goede

ideeën te realiseren is het volgens B zinvol om een Overleg Wajongers op te richten. Ze zou eventueel een

van de aanjagers kunnen zijn, misschien samen met iemand als Niels Schuddeboom die is ingehuurd

door kenniscentrum CrossOver voor de externe communicatie

De ideeën gaan stromen. Iemand suggereert een variant van de Dragon’s Den, een programma van Jort

Kelder waarin innovatieve ondernemers geld proberen los te peuteren van een panel van potentiële investeerders.

Je zou vijf Wajongers zich kunnen laten presenteren aan een panel van werkgevers. (of vice

versa, een vijftal werkgevers die zich aan een panel jongeren presenteren. Het volgende idee: een Wajong

scheurkalender met 364 dagen, een jaar met een beperking.

Verslag brainstorm 5: Tilburg 3 april

De deelnemers

• Saskia van der Graaf (45) zit vanaf haar achttiende

in de Wajong vanwege een visuele beperking.

Bepaalde zaken mag en kan ze niet maar fietsen

gaat haar prima af. Ze heeft in eerste instantie

vrijwilligerswerk gedaan en in 1992 kwam ze bij

de Sociale Werkvoorziening terecht. Hier had ze

het duidelijk niet naar haar zin; ze mocht veel dingen

niet omdat ze vrouw was en zij wilde graag

meer omdat ze ook meer kon. Ze is daar dan ook

weggegaan. Sinds drie jaar werkt ze bij postbedrijf

Sandd en deze werkgever geeft haar de kans om

te laten zien wat ze wel kan. Sandd heeft oog voor

de Wajongers. Ze heeft inmiddels al in diverse media uitingen gestaan als postbezorger.

Toch wil ze nog een aantal uren extra werken en heeft dit geprobeerd bij een grote supermarktketen,

maar daar lukte het niet. Deze werkgever ging niet zorgvuldig met haar om en ze is daar dan

ook weggegaan. Ze heeft een job coach die haar ondersteunt bij haar keuzes en is daar blij mee.

Zij werkt liever voor een werkgever die blij met haar is. Zij doet mee aan dit project vanuit haar ervaringen

met werk en met de wens dat meer werkgevers gaan zien wat ze allemaal kan.

Wel wil ze aangeven dat het voor haar moeilijk is om werk erbij te zoeken naast postbedrijf Sandd

vanwege de inkomensgrens vervoersvoorziening. Omdat haar partner ook verdient krijgt ze geen

vergoeding voor werkplekken die onbereikbaar zijn om er te komen werken dus vallen die werkgevers

af om er te solliciteren.(!)

• Bart (36) heeft een intensieve medische achtergrond wat betreft bestralingen en behandelingen

voor een hersentumor. Hij studeerde wiskunde en na zijn derde jaar heeft hij tussentijds meegedaan

aan een uitwisseling waardoor hij in North Carolina een semester natuurkunde volgde. Na

terugkomst (in 1998) slaagde hij met vlag en wimpel voor zijn studie wiskunde en ging op zoek naar

een baan. Zijn opleidingsniveau was ruim voldoende maar hij bemerkte zelf dat hij bepaalde vaardigheden

mistte bij sollicitaties en functioneren in een werkomgeving; met name op het sociale vlak.

In 2000 kreeg hij de kans om op een speciaal onderzoeksproject van de TU werkzaam te zijn en

heeft dat drie jaar gedaan. Dit onderzoek had te maken met bepaalde computer programmatuur en

30 • EINDVERSLAG WAJONGERS CENTRAAL


Bart kon daar veel van zijn kennis in kwijt. In 2005 werd Bart opnieuw geveld door een vervolgtumor

en er volgde nieuwe bestralingen. Bart was ruim drie jaar voorzitter van Cerebraal (deze stichting

biedt steun aan mensen met niet-aangeboren hersenletsel en hun familieleden d.m.v. beantwoorden

van vragen en het bemiddelen bij problemen) maar is daar inmiddels mee gestopt. Hij wil

heel graag werken en dan het liefst weer in een onderzoeksomgeving in een baan op zijn (opleidingsniveau).

Hij geeft aan dat dit kan doordat een dergelijke functie een passende werkomgeving

biedt en dat hij tevens lerende is wat betreft andere noodzakelijke vaardigheden op sociaal gebied.

Via Triocen krijgt hij begeleiding en wordt er gekeken naar een proefplaatsing, bijvoorbeeld in een

laboratorium. Bar benadert de zaken doordacht zoals hij zelf aangeeft en ook met veel humor. Hij

geeft aan dat hij graag meedenkt en dat hij daarom ook meedoet aan dit initiatief. Zijn wens om

weer aan het werk te gaan is groot.

• Stan (37) studeerde aan de universiteit van Tilburg bedrijfseconomie en is bedrijfseconoom. Lichte

stoornis in het autistisch spectrum en kwam eind 1996 in een psychose. Wist nog weinig van de

Wajong. Destijds kwam hij eerst in de AAW (de eerdere algemene arbeidsongeschiktheidwet tot

1998) en daarna in de Wajong. De AAW werd toen vervangen door de WAO en Wajong. Hij is zich

bewust van zijn beperkingen betreffende energie en geeft aan zeker geen 40-urige werkweek meer

aan te kunnen. Hij is nu werkzaam als vrijwillig journalist voor 5 tot 10 uur in de week. Op deze wijze

draagt hij bij op een wijze die hem inspireert en waar hij zijn hersenen bij kan gebruiken zonder dat

dit al teveel stress oplevert. Dit wil hij zeker vermijden omdat hij weet hoe hoog de prijs is als dit

gebeurt. Dat de journalistenbaan op vrijwilligers basis is deert hem niet. Hij vindt dit prettig en ook

zeker niet minder. Stan wil heel graag de belangen behartigen van de ggz-groep. Hij geeft aan dat

vele van deze Wajongers zeker wel arbeidspotentie hebben en hij is gedreven om te werken aan

bewustwording daarbinnen. Tevens heeft hij zelf niet al te goede ervaringen met zijn arbeidsdeskundige

en wil graag opkomen voor anderen om dit te verbeteren.

• Jan (52) en kreeg 1 maand voor zijn 18 jarige verjaardag een ongeluk in de bergen. Hij lag daarbij

anderhalve maand in coma en hield daar een hersenbeschadiging aan over. Hij moest echt alles

weer opnieuw leren. Hij kreeg AAW sinds 1976 en verviel sinds de afschaffing in de Wajong. Sinds

1980 werkt hij 3 ochtenden op het Zeeuws archief. Hij werkte voordien op het adviesbureau gehandicapten

beleid maar dat bestaat niet meer. Hij zag de oproep voor dit project in Perspectief (het

blad van UWV) en mist dergelijke lotgenoten groepen in Zeeland waar hij woont. Bart geeft aan dat

er wel mogelijkheden zijn (NAH café, café Brein). De behoefte om met andere lotgenoten van

gedachten te wisselen is groot bij Jan. Verder geeft hij aan zeker te genieten van het leven.

Het filmpje

De website www.samenwerken.tv laat door middel van

beeld zien wat je met een arbeidsbeperking kan doen

en hoe je kan werken. Het filmpje “Detailhandel medewerker

Intratuin” werd vertoond en daarin kwamen

zowel de ervaringen van de Wajonger, als de stagebegeleider

als de werkgever naar voren.

Er zaten enkele opvallende punten in het filmpje. De

werkgever heeft bewust niet gekozen voor een job coach.

Begeleidt hem zelf en ook het hoofd van de afdeling

doet dat. De werkgever vond extra coaching niet nodig

aan de hand van de gelopen stage door Gerben (de Wajonger). Gerben vindt het prettig werk en heeft het

naar zijn zin; ook met zijn collegae. Na de vertoning van het filmpje wordt gevraagd naar de mening en

wat hen opviel. Saskia geeft aan dat het haar opvalt dat Intratuin een fijne werkomgeving biedt; sociaal

en dat de Wajonger zeer welkom is. Gerben (de Wajonger) kan rustig, op zijn eigen tempo, het werk doen

en wordt niet opgejaagd. Bart beaamt dit en geeft aan dat het fijn is dat de werkplek en het werk zo wordt

aangepast.

Stan viel het op dat de jongen (Gerben) niet zoveel beperkingen had en hij overkomt als een capabele jon-

EINDVERSLAG WAJONGERS CENTRAAL • 31


geman. Jan geeft aan dat bij hem de haren wel een beetje recht overeind gaan staan. Jan heeft zelf een

korte periode op een sociale werkplaats in Lossingen gewerkt en vond dit frustrerend. “Ik kon niet doen

wat ik echt wilde en leerde niets. Hij ziet dat de jongen uit de film gelukkig is maar op die manier werken

is niets voor hemzelf “.

Resultaten per Stelling

Stelling 1: Wajongers kunnen door hun ervaringsdeskundigheid functies, die er op gericht zijn om

Wajongers aan het werk te helpen, veel beter uitvoeren dan mensen die deze ervaringsdeskundigheid

niet hebben.

Stan geeft direct aan het hier niet mee eens te zijn en bij navraag geeft hij aan;” ervaringsdeskundigen

vanuit de psychiatrie zijn niet gekwalificeerd en vaardig genoeg om te kunnen helpen. Hij kent er geen een

die een dergelijke opleiding heeft kunnen volgen en daardoor die kwaliteiten heeft kunnen opbouwen. “

Bart wil het van beide kanten belichten, zoals hij zegt “It takes two to tango. Een ervaringsdeskundige

weet het een beetje maar hij ziet een ervaringsdeskundige (met een geestelijke afwijking) niet functioneren

als job coach. Het zou wel helpen als bij bedrijven op de HR/P&O afdeling een ervaringsdeskundige

zat; dan kon hij sneller duidelijk maken wat belangrijk is in zijn werkomgeving en zou hij sneller op 1 lijn

met diegene kunnen communiceren. “ Saskia zou het wel erg prettig vinden en heeft het gevoel dat een

ervaringsdeskundige beter in staat zou zijn verbeteringen door te voeren doordat deze sneller en beter

kan zien welke aanpassingen nodig zijn. Zij weet uit eigen ervaring hoe moeilijk het soms is om dat goed

uit te leggen, bijvoorbeeld dat ze dingen wel goed maar niet al te snel kan doen. Uit het boek “Brein de

Baas” (Mariëtte Blokhorst, Frits Winter en Lucas Slot) heeft ze bijvoorbeeld wel wat handvaten gehaald

waardoor ze beter kan functioneren. Zo is daar de PRET – wat zoveel betekent als Pauzeren - Rustige

omgeving – Een ding tegelijkertijd – Tempo. Ook Bart kent dit begrip en het boek. Jan geeft aan dat hij het

jammer vindt dat hij op het middelbare school niveau is blijven steken en niet meer heeft kunnen doorleren

maar geeft ook aan nu de beperkingen om te zetten in iets positiefs. Doet het zelf en heeft geen duidelijke

mening over wel of geen ervaringsdeskundige.

Stelling 2: De Wajong wordt nog te veel als louter een financieel probleem gezien, veel belangrijker

is het om de uitstroom naar zinvol werk met maatregelen te bevorderen.

Stan geeft aan dat er teveel Wajongers in de Wajong zitten en het niet voor iedereen echt nodig is. Niet

veel later vraagt Sara (Veeger, onze Wajonger gastvrouw) waar hij dit op baseert. Bij haar zelf is weinig

aan de buitenkant te zien en dat is wellicht bij meerdere zo maar dat wil nog niet zeggen dat die mensen

geen beperkingen hebben die het hen moeilijk maken om aan het werk te gaan of te studeren. Stan geeft

aan dat ze hier wel gelijk in heeft en dat hij bedoelt dat er soms teveel mensen instromen in de Wajong.

Saskia geeft aan dat ze gewoon heel graag wil werken en juist uit de Wajong wil. Ook Bart geeft dit aan

en liever “normaal” zijn geld wil verdienen.

Saskia is wel voor een quotum voor bedrijven. “De verplichting kan bedrijven stimuleren om juist wel die

Wajonger aan te nemen; anders nemen ze toch wel liever iemand anders.” Bart en Stan geven aan dat je

dient te kijken wat diegene nog wel kan en niet enkel wat deze niet kan; “werkgevers zouden dan meer

mensen goed kunnen gebruiken en er goede werkkrachten aan hebben. Werkgevers dienen bewust te

worden van wat deze groep wel kan!”

Jan vindt dat de groep Wajongers terecht Wajong krijgt; hij twijfelt daar niet aan. Vindt wel dat je passend

en zinvol werk dient te krijgen; ook als Wajonger. Tevens vindt hij het recht op Wajong wel belangrijk (als

vangnet als het niet meer gaat door je beperking). “Dat recht (en vangnet) dient te blijven.” Bart, Stan en

Jan willen ook best vrijwilligerswerk doen als het passend en zinvol is.

Stelling 3: Het beeld dat in de politiek wordt geschapen, namelijk dat ondersteunende en activerende

begeleiding voor Wajongers met een psychiatrische aandoening een luxe zorg zou zijn, leidt

tot negatieve beeldvorming over deze mensen. Dit is slecht voor hun arbeidsparticipatie.

32 • EINDVERSLAG WAJONGERS CENTRAAL


Inmiddels is de activerende begeleiding afgeschaft en dat wordt jammer gevonden. “die zorg is echt nodig

en was geen luxe”. Nu dit is afgeschaft valt er weinig meer te melden over deze stelling. De politiek haalt

ons in; voor de volgende brainstormsessie zal deze vervangen worden.

Stelling 4: De politiek moet het voor werkgevers makkelijker maken om Wajongers te kunnen vinden

voor openstaande vacatures.

Stan en Bart geven elkaar de hand en meldden een volmondig eensgezind JA.

Zo geeft Bart aan dat er voor de bedrijven die een Wajonger in dienst hebben het ontslagrecht wel versoepeld

mag worden voor de werkgever. “ Dat zal de werkgever wellicht sneller over de streep trekken.

Het risico wordt dan kleiner voor de werkgever. Ook een langere inwerkperiode voor deze Wajonger kan

helpen; zowel voor de werkgever als voor de Wajonger.”

Stan geeft aan dat lichamelijke gehandicapten eerder aan een baan komen.”het is duidelijk voor de werkgever

wat er voor aanpassingen dienen te komen en de onzekerheid over het functioneren is er niet. Maar

de groep met GGZ-achtergrond en die als zmp (zeer moeilijk plaatsbaar) wordt gezien komt moeilijker

aan een baan. UWV en politiek dienen hier aan te werken”; hoe precies kan hij nu even niet zeggen. Het

zou al fijn zijn als het UWV beter informeerde en communiceerde geeft Saskia aan; “alleen al de wisseling

van arbeidsdeskundige en daar de cliënt van op de hoogte stellen zou al helpen. Een A-viertje sturen

naar de Wajonger met de nieuwe naam en gewoon een vast contactpersoon zou al helpen. Nu zeker met

de reorganisatie wisselt het zo snel van contactpersonen of soms zelfs geen contactpersoon. ”Ook geeft

ze nog een idee; “zet een Wajonger in beeld (op posters e.d.) en zet advertenties voor vacatures, specifiek

voor Wajongers.”

Saskia en Bart kennen G-Krachten maar Jan en Stan kennen geen enkele site waarop je vacatures kan

vinden voor Wajongers.

Stelling 5: Een verlaging van de wajonguitkering samen met een baangarantie is uiterst acceptabel,

maar een verlaging van de uitkering en een vage toezegging door het UWV om een baan

te vinden niet.

Bart beaamt dat en zegt ja;”als het andere deel dan wordt betaald in salaris zodat je er niet op achteruit

gaat. Geeft wel aan dat het passend werk dient te zijn en voegt daaraan toe dat hij dan wel zelf zorgt dat

het passend wordt.”Ik kan laten zien wat ik kan en kom dan heus wel in een voor mij passende functie

terecht.” Saskia gaat wel voor half salaris en half Wajong maar dan inderdaad wel een baangarantie.

“100% baangarantie met een salaris.” Jan ziet zijn werk als vrijwilliger als zeer nuttig en zinvol en hij

betaalt op die manier terug aan de maatschappij. “baangarantie enkel voor een baan die past bij mij en

mijn beperkingen en die ik wil. Geen teruggang in totale bedrag.”

Stan ziet de combinatie vrijwilligerswerk en uitkering ook zitten. “bij goed vrijwilligerswerk wat echt bijdraagt

aan de maatschappij mag er ook een vrijwilligersvergoeding bij”.

Creatieve ideeën voor acties door Wajongers

Welke creatieve ideeën kunnen we verzinnen om deze ervaringen bekend te maken en de adviezen te

delen met media, politiek, werkgevers, reïntegratiebedrijven en publiek en hoe zien we het vervolg?

Een banenbeurs enkel en alleen voor Wajongers, een conferentie over de Wajong voor werkgevers (om

bewustwording te creëren en kennis over de Wajongers bij werkgevers te vergroten en daarmee de mogelijkheden).

Patiëntenverenigingen en organisaties als MEE meer samen laten werken.

Er wordt gedold over het merk Wajang boter; waarom geen kuipjes met Wajong erop?.

EINDVERSLAG WAJONGERS CENTRAAL • 33


Verslag brainstorm 6: Den Haag 17 april

Deelnemers

• Melanie (21) heeft een verleden met jeugdreuma. Lange zwerftochten in het reguliere en speciaal

onderwijs met pieken en dalen. Tijdens haar Havo en VWO zat zij nog in een rolstoel en heeft via de

instellingen Werkenrode en de Pyramide haar opleidingen kunnen afmaken. Eerst geprobeerd op

de Piramide, daarna Werkenrode, daarna reguliere Havo Op de Haagsche Hogeschool doet zij de

richting maatschappelijk werk en dienstverlening en heeft daarvoor haar eigen plan kunnen volgen.

Dit heeft ze gedaan in overleg met haar decaan maar merkt ook dat je daar toch zeker een poractieve

houding in dient te hebben en mondig voor dient te zijn. Dan kan er veel geregeld worden.

Vanaf haar 20e voor 50% in de Wajong en voor zover mogelijk heeft zij haar studie gecombineerd

met werk in de horeca.

Ze is enthousiast en zet zich op vele vlakken in maar beseft ook

dat ze daarbinnen haar grenzen dient te bewaken. Ze zit nu in

haar vierde jaar en heeft een aangepaste stage bij een reïntegratiebureau

als jobcoach, specifiek voor Wajongers. Dit sluit ook

mooi aan bij het vrijwilligerswerk wat ze actief doet bij CNV

Jongeren. Ze is zeer nauw betrokken bij diverse campagnes (promoteam,

G-Krachten) Tevens werkt ze aan haar afstudeerproject

(minor coaching) bij VSO de Piramide, gericht op de analyse van onderzoeksresultaten m.b.t. de

sociale en emotionele ontwikkeling van de kinderen en van daaruit het leerlingen volgsysteem verbeteren.

Aanbod creëren om de problemen die naar voren komen vanuit het nieuwe Leerlingvolgsysteem

op te kunnen vangen. Ze geeft wel aan dat ze eigenlijk bijna nooit aangeeft tijdens haar

stage dat ze zelf in de Wajong zit tenzij dit echt ter sprake komt en ze door haar ervaringsdeskundigheid

dichter bij kan komen om de klant te helpen. Tijdens de middag passeerden veel zaken de

revue en je kan duidelijk merken dat Melanie zeer betrokken is en graag meedenkt, praat en meewerkt

aan de bewustwording van wat het nu betekent om Wajonger te zijn en welke kansen benut

kunnen worden. Tevens betrokken bij beïnvloeding van beleid en bewustwording van werkgevers dat

het zeer positief kan zijn om een Wajonger in dienst te nemen.(via haar vrijwilligerswerk bij CNV

Jongeren). Tevens hebben we tijdens het gesprek de geformuleerde stellingen gevolgd om ook

hieruit de belangrijkste aanbevelingen en gewenste acties te halen voor het project “Wajongers

Centraal”.

Resultaten per Stelling

Stelling 1: Wajongers kunnen door hun ervaringsdeskundigheid functies, die er op gericht zijn om

Wajongers aan het werk te helpen, veel beter uitvoeren dan mensen die deze ervaringsdeskundigheid

niet hebben.

Zij vertelt dat ze in eerste instantie een decaan had die zelf in een rolstoel zat, dat hielp wel om de belevingswereld

te schetsen en zich in te leven in haar achtergrond. “ Wellicht helpt het omdat iemand zich

dan inderdaad beter kan verplaatsen maar uiteindelijk gaat het er toch om of iemand in staat is zich in te

leven en de betrokkenheid van die persoon, ervaringsdeskundige of niet.” Heeft ook te maken met levenservaring

volgens Melanie.

Stelling 2: De Wajong wordt nog te veel als louter een financieel probleem gezien, veel belangrijker

is het om de uitstroom naar zinvol werk met maatregelen te bevorderen.

Melanie geeft hierbij zeer stellig aan dat het wel dient te gaan om een baan die je past. “Ben niet voor een

34 • EINDVERSLAG WAJONGERS CENTRAAL


quotum; heb zelf het gevoel dat de gelijkwaardigheid hierbij in gedrang komt. Zie het als positieve discriminatie

en het creëert uitzonderingsposities”. Door haar vrijwilligerswerk bij CNV Jongeren komt Melanie

in aanraking met werkgevers en het valt haar op dat veel bedrijven niets weten over de Wajong, laat staan

over de regelingen van de Wajong. “zolang ze niet weten wat het is kunnen ze ze ook moeilijk aannemen.

HRM en P&O weten te weinig van de wet- en regelgeving en hebben er ook vaak een vertekend beeld van

de “Wajonger” en een vooroordeel. Overheidsinstellingen zouden een voorbeeldfunctie moeten hebben en

zo gaat zij ook langs bij o.a. BUZA (ministerie van Buitenlandse Zaken) met CNV Jongeren in het kader

van de G-Krachten campagne. Melanie geeft aan dat het zaak is om Wajongers ook te activeren en dat er

meer publiciteit gegeven zou moeten worden aan G krachten en wat daaruit voortkomt. Tevens zal het feit

dat veel Wajongers liever niet aangeven dat ze uit de Wajong zitten dienen te worden aangesproken. De

campagnes kunnen helpen met bewustwording van werkgevers en dat Wajongers ook gewoon mensen

zijn. Het gesprek ontspint zich op het vlak dat sommige mensen in de omgeving denken dat Wajongers

misbruik maken van de regeling. “Het wordt gezien als een warm bed terwijl er zon grote groep is die echt

wel lekker wil werken. “ Daarnaast vraagt Melanie zich af of de keuringen tot op heden wel echt goed hebben

gewerkt. “Toen ik in mijn rolstoel zat kon ik eigenlijk best nog wel veel maar toen werd er echt teveel

gekeken naar de beperking. Nu dien ik nog steeds rekening te houden met mijn beperkingen en mijn

grenzen te bewaken maar het is gewoon minder zichtbaar.” Marguerite beaamt dit en geeft ook aan dat

ze ondanks haar bekendheid met de Wajongers zich door dit project ook steeds meer is gaan beseffen hoe

verschillend de aanpak en zienswijze dient te zijn. Maar Melanie geeft ook eerlijk aan dat ze bij haar sollicitatie

voor een bijbaan in de horeca ook niet heeft gezegd dat ze in de Wajong zat. Ze heeft gewoon een

proefdag gelopen en heeft toen wel naderhand aangegeven wat er is en ook welke regels er zijn. Of daar

ook gebruik van is gemaakt kan Melanie niet met zekerheid zeggen; wellicht van de premiekortingen. “En

van de no-claimkorting is zeker nog geen gebruik gemaakt want ik ben tot nu toe nog geen dag ziek

geweest! “ Subsidie regelingen zijn goed maar proefplaatsingen niet. Doe het gewoon met een proeftijd.

Na drie maanden kan een werkgever ook echt wel wat zien en heb je zelf de kans om de vooroordelen en

eventuele twijfels weg te nemen. Het is goed om elkaar af te tasten. Dan zal het beeld ook positiever worden

en gekeken worden naar de kwaliteiten. Ik merk in mijn stage dat het voor sommige Wajongers heel

goed kan zijn.”

Stelling 3: Het beeld dat in de politiek wordt geschapen, namelijk dat ondersteunende en activerende

begeleiding voor Wajongers met een psychiatrische aandoening een luxe zorg zou zijn, leidt

tot negatieve beeldvorming over deze mensen. Dit is slecht voor hun arbeidsparticipatie.

Inmiddels is die activerende begeleiding afgeschaft en valt er weinig meer te melden over deze stelling.

De politiek haalt ons in; voor de volgende brainstormsessie zal deze vervangen worden.

Melanie geeft nog wel even aan dat die ondersteuning zeker wel nodig is, hoewel deze voor haar geldt op

basis van een lichamelijke beperking. Zij heeft zelf toch ook wel steun nodig van haar moeder bijvoorbeeld.

Om naast haar werkzaamheden ook nog bepaalde zaken extra te moeten doen valt haar zwaar en

dan merkt ze toch dat ze tegen haar beperkingen aan loopt.

Stelling 4: De politiek moet het voor werkgevers makkelijker maken om Wajongers te kunnen vinden

voor openstaande vacatures.

“De overheid heeft zeker een voorbeeldrol om Wajongers aan te nemen, dit liever dan een quotum”., aldus

Melanie. Er is nu een werkgevers servicepunt en dat kan goed werken omdat het hier gaat om een centraal

punt voor alle vragen (over financiële tegemoetkomingen e.d.). Zon centraal loket is makkelijk voor

werkgevers. Melanie geeft een tweetal punten aan die volgens haar wel verbeterd zouden mogen worden

en waar politiek en overheid een rol in kunnen spelen zoals een simpelere berekening van maatmanloon

en verbetering van kennis over de Wajong van Werkbedrijf UWV in hun eigen organisatie, zeker als het op

begeleiding aankomt en informatie voorziening.

EINDVERSLAG WAJONGERS CENTRAAL • 35


Stelling 5: Een verlaging van de wajonguitkering samen met een baangarantie is uiterst acceptabel,

maar een verlaging van de uitkering en een vage toezegging door het UWV om een baan

te vinden niet.

“Dat klinkt mooi maar een baangarantie is toch bijna niet te geven. Daarbij dient het dan wel te gaan om

een baan op passend niveau en zinvol.” is de krachtige mening van Melanie op deze stelling.

Creatieve ideeën voor actie door Wajongers

Melanie geeft duidelijk aan dat het ook draait om het zelfbeeld van de Wajongers; trainingen op het gebied

van zelfkennis, assertiviteit en zelf acceptatie zijn belangrijk. Tevens dient er wat te gebeuren aan het feit

dat er gezien dient te worden wat de Wajonger nog WEL kan. Dit beeld kan reëler en mensen dienen ook

echt gesproken te worden en niet enkel vanaf papier en vanuit dossiers beoordeeld te worden. Zij blijft

zich inzetten voor de G-Krachten campagne samen met CNV Jongeren maar zou heel graag willen dat er

meer bekendheid aan gegeven werd. Een goede campagne en het meer promoten. Een intake wijzer voor

bedrijven en belanghebbenden bij aanname van de Wajonger is een goed idee.

Verslag brainstorm 7: Amsterdam 8 mei

De deelnemers

• Anita (25) had al op jonge leeftijd te kampen met een hersentumor. Tijdens haar studie SPW liep het

enigszins spaak op haar twintigste doordat ze toch tegen haar beperkingen en de gevolgen aan liep

van haar ziekte. Na een periode van revalidatie in Groot Klimmendaal in Arnhem kreeg ze een jobcoach

voor arbeidsintegratie. Ze heeft toen een tijdje 20 uur administratief werk gedaan en opvolgend

vrijwilligerswerk bij de Spelotheek. 3 jaar geleden is haar vader overleden en verhuisde ze naar haar

tante in Utrecht. Daar begon ze aan haar opleiding voor de administratie op niveau 4 waar ze binnenkort

haar diploma voor gaat halen (6 juli a.s!). Ze volgt deze opleiding bij het ROC Midden Nederland

(Kanaleneiland). Ze loopt in dit laatste jaar 3 dagen stage per week bij een accountantskantoor. Ze

heeft nogal wat stappen gemaakt en is bij deze bijeenkomst omdat ze graag ook haar steentje wil bijdragen

aan een betere toekomst. Inmiddels is ze ook bezig om te kijken wat ze in de toekomst wil

doen. Ze is zich bewust van haar beperkingen maar ook van haar capaciteiten en is gemotiveerd om

aan de slag te gaan. Ze wil nu nog uitvinden wat het beste bij haar past en haar goed ligt.

• Jan (26) leerde makkelijk en had grote toekomstplannen. Hij wilde zich met name gaan richten op

projecten in ontwikkelingslanden. Hij doorliep de mavo met gemak en na de havo en een jaartje

werken liep hij toch tegen bepaalde beperkingen van zichzelf op. Hij had last van depressies en wist

op 20-jarige leeftijd niet helemaal wat er nu gebeurde. Hij verloor de grip op alles en na 2,5 jaar van

worstelen hebben zijn ouders ingegrepen toen ze zagen dat het niet meer ging. Hij kwam terecht

bij een psychiater van het AMC en geplaatst op de afdeling adolescenten bij AMC de Meren. Hij wilde

wat van de druk af van de maatschappij en werd een half jaar begeleid op diverse gebieden, zoals

bijvoorbeeld activatie en het invullen van een dagritme. Op dit moment woont hij op het project

begeleid wonen in Amerbos. Daar wonen jongeren met een (langdurige) psychische problematiek

en worden begeleid op het gebied van wonen, scholing en dagbesteding. Hij woont samen met een

huisgenoot. Op dit moment werkt hij bij de kringloopwinkel en is hij bezig zijn leven weer op de rit

te krijgen en daarmee de zorg voor zichzelf. 3 jaar geleden heeft hij een Wajong uitkering gekregen

en dat ging niet zonder slag of stoot; het heeft wel twee jaar geduurd voordat deze werd toegekend.

Het bedrag van de uitkering is laag en Jan wil ook graag weer denken aan de toekomst en zijn plannen

die er nog steeds zijn. Hij weet ook dat hij zijn grenzen dient te bewaken en dat externe factoren

hem weer aardig uit balans kunnen brengen. Maar sinds een maand gaat het weer beter en is

hij bezig om langzaam weer wat vooruit te kijken.

36 • EINDVERSLAG WAJONGERS CENTRAAL


Resultaten per Stelling

Stelling 1: Wajongers kunnen door hun ervaringsdeskundigheid functies, die er op gericht zijn om

Wajongers aan het werk te helpen, veel beter uitvoeren dan mensen die deze ervaringsdeskundigheid

niet hebben.

Jan geeft aan dat dit wel een lastige is. “ervaringsdeskundigheid is leuk maar iemand met dezelfde ervaringen

als ik zelf loopt toch ook tegen obstakels van zichzelf aan en weet dan niet of ik daarmee geholpen

zou zijn. Het is belangrijker om een betrokken en invoelend iemand te treffen; dat is belangrijk.” Anita

beaamt dit en geeft ook aan dat luisteren en echt horen belangrijk zijn. “wellicht kan iemand met dezelfde

ervaring wel beter voelen en weten wat je meemaakt en verdwijnen er ook wat van de vooroordelen.Die

verplaatst zich beter en makkelijker in de situatie waar je in zit. “ Zelf is ze ook “vertrouwenscursist “ voor

de vereniging van tumoren voor mensen met een embryonale tumor. Ze spreekt dan inderdaad vanuit

haar eigen ervaringsdeskundigheid en dit helpt zeker.

Stelling 2: De Wajong wordt nog te veel als louter een financieel probleem gezien, veel belangrijker

is het om de uitstroom naar zinvol werk met maatregelen te bevorderen.

Jan heeft ervaren dat instanties keihard zijn en dat het merendeel van de mensen en de politiek enkel aan

het geld denken en niet aan wat voor problematiek daarachter schuil gaat. Als we praten over de uitstroom

naar (zinvol) werk wordt de instelling van een quotum aan de orde gesteld (= een wettelijk aantal

Wajongers die je in dienst zou moeten hebben). Anita is daar wel ene voorstander van en hoopt dat dan

zichtbaar wordt dat de Wajonger echt niet minder is en wel degelijk wat kan! Ook Jan ziet een quotum wel

zitten; ”een werkgever zou dan misschien toch eerder kiezen voor een Wajonger terwijl anders zijn keuze

eerder naar een gezond mens uit zou gaan. Een werkgever weet namelijk in eerste instantie niet goed

waar hij aan begint.“ Jan pleit voor een sociale werkplek waarbij de Wajonger wel gewoon betaald wordt

maar waar deze het ook gewoon kan proberen. “Dat zou winst zijn voor zowel de werkgever als de

Wajonger.” Anita geeft ook aan dat het soms moeilijk is om in je CV aan te geven dat je Wajonger bent.

“Het voelt ongelijkwaardig en je krijgt soms het gevoel dat men je enkel aanneemt uit subsidie oogpunt.

Nadat de subsidie is beëindigd kan je er weer uitliggen. Een quotum lost dat probleem misschien wel op

en het zou voor mij beter voelen.” Jan beaamt het feit dat het niet altijd makkelijk is om in je CV te vermelden

dat je Wajonger bent; “ben bang dat dit toch wel afschrikt en ze je daardoor niet aannemen.”

Daarnaast geeft Anita ook nog even aan dat de WSW (Wet Sociale Werkvoorziening) zeker niet geschikt is

voor iedereen. “Voor mezelf zou het te zwaar zijn en zou ik na vier uur werken een dag lang moeten bijkomen

van alle problematiek die daar speelt. Ik zou anderen teveel gaan begeleiden.” Misschien is dat

wel jouw toekomst, wordt er aangegeven. Anita lacht en zegt daar ook wel aan gedacht te hebben.

Stelling 3: Het beeld dat in de politiek wordt geschapen, namelijk dat ondersteunende en activerende

begeleiding voor Wajongers met een psychiatrische aandoening een luxe zorg zou zijn, leidt

tot negatieve beeldvorming over deze mensen. Dit is slecht voor hun arbeidsparticipatie.

“Er wordt teveel naar enkel de portemonnee gekeken en te weinig naar welzijn”, stelt Jan vast.

Anita zou best wel zelfstandig willen wonen met anderen met een NAH (niet aangeboren hersenafwijking)

maar daarvoor zijn lange wachtlijsten en dat maakt het moeilijk om een plek te bemachtigen.

Stelling 4: De politiek moet het voor werkgevers makkelijker maken om Wajongers te kunnen vinden

voor openstaande vacatures.

Er moet wel beleid van de politiek zijn betreffende Wajongers en een site waar werkgevers Wajongers

makkelijk kunnen vinden zou wel goed zijn volgens hen beiden. Jan geeft ook aan zelf niet zoveel Wajongers

te kennen terwijl Anita vanuit de patiëntenvereniging deze wel kent en ontmoet. Bij navraag blij-

EINDVERSLAG WAJONGERS CENTRAAL • 37


ken beiden G-Krachten niet echt goed te kennen en Jan heeft wel een suggestie om de bekendheid te vergroten.

“Waarom stuurt het UWV niet een brief over G-Krachten naar alle Wajongers met informatie over

dit initiatief?” Anita heeft inmiddels gemerkt dat het bij veel bedrijven niet mogelijk is parttime te werken

en zou het een goed idee vinden als de overheid daar een voorbeeldfunctie in zou vervullen. Jan twijfelt

of een dergelijk voorbeeld dan wel zou worden overgenomen en of dit inderdaad zin zou hebben. De discussie

ontspint zich rond het idee om dan een speciale werkplek te creëren waar enkel Wajongers werken.

Jan vindt het wel dat het lijkt alsof we dan in een hokje gestopt worden maar geeft ook aan dat het

aan de aard van de werkzaamheden ligt. “Het moet geen soort van WSW worden” voegt hij toe. Anita zou

best voor specifieke projecten op administratief gebied willen zitten met andere Wajongers. “De overheid

zou daar zelf eens over moeten nadenken en beginnen bij henzelf!”. Jan zou dan toch liever voor de instelling

van dat quotum gaan dan die speciale werkplek.” Het zou voor mij gelijkwaardiger voelen en het me

makkelijker maken om Wajong wel te vermelden op mijn CV. Ik zou het dan als voordeel kunnen gebruiken.”

Wat betreft overheid en politiek wordt er ook aandacht besteed aan het UWV en zowel Jan als Anita

geven aan dat de contacten, toegankelijkheid, bereikbaarheid en de informatievoorziening wel wat beter

kan. Ook het zorgkantoor is niet optimaal georganiseerd en het is moeilijk om zaken voor elkaar te krijgen.

Opnieuw geven beiden aan dat het met name van belang is dat ze de kans krijgen om zich te bewijzen dat

ze wel wat kunnen. En die open houding van instellingen en bedrijven is belangrijk. Om die bewustwording

tot stand te brengen is belangrijk. “Het stempel Wajong is voor mij soms wel een zware stempel. Ik

ben bang dat het werkgevers afschrikt.” Anita geeft aan dat er veel onwetendheid is; “Kanker is immers

eng. Zelf zet ze zich in als vrijwilligster bij SJK (stichting Jongeren met Kanker) en praat met lotgenoten.

Ze wil graag mensen buiten de vereniging bewust maken van wat het betekent en de ervaringen van (ex)

kankerpatiënten naar buiten brengen.” “Misschien zijn boekjes over de Wajong en de ziektebeelden wel

een idee” oppert Anita. Er bestaat wel zoiets en er zijn diverse initiatieven maar die zijn kennelijk niet allemaal

even bekend bij de doelgroep.

Stelling 5: Een verlaging van de wajonguitkering samen met een baangarantie is uiterst acceptabel,

maar een verlaging van de uitkering en een vage toezegging door het UWV om een baan

te vinden niet.

“Allen als dat echt mogelijk is, die baangarantie, stelt Jan. “Zomaar een verlaging is totaal niet acceptabel

en het dient wel zinvol werk te zijn. Anita benadrukt dat het dan wel passend werk zou moeten zijn.

“Iets in de richting waar ik in wil en kan werken. Als ik het naar mijn zin heb en mijn kennis ook kan

gebruiken. Tevens zal ik wel rekening dienen te houden met stressvolle werkomgevingen; daar kan ik niet

goed tegen.”

Creatieve ideeën voor acties door Wajongers

Welke creatieve ideeën kunnen we verzinnen om deze ervaringen bekend te maken en de adviezen te

delen met media, politiek, werkgevers, reïntegratiebedrijven en publiek en hoe zien we het vervolg? Een

banenbeurs enkel voor Wajongers en diverse bedrijven en werkgevers is een goed idee. Wel op een positieve

manier en uitgaande van de positieve gedachte dat de Wajonger echt wel wat kan en wil.

38 • EINDVERSLAG WAJONGERS CENTRAAL


Verslag brainstorm 8: Nijmegen 29 mei

De deelnemers

• Jorrit (31) werkt sinds 2007 als verslavingsarts in Nijmegen. Hij heeft

een Wajongindicatie, maar werkt in een reguliere baan en heeft nooit

een Wajonguitkering gehad. Hij is geboren met 80% zicht. Tijdens zijn

studie geneeskunde (tot 2005) kreeg hij enorme oogproblemen: loslating

van een ooglens en het netvlies, een oogbloeding en later vocht

achter het netvlies in beide ogen. Hij heeft vele operaties en tegenslagen

ondergaan. Een Prednisonkuur verminderderde uiteindelijk de

ontstekingen. In de periode van operaties (2003-2005) heeft hij toch

zijn studie geneeskunde afgerond. Zijn grootste wens, om oncoloog te worden, bleek vanwege alle

oogproblemen niet haalbaar. Hij heeft via een keuring een Wajongindicatie gekregen zodat hij zich

met aanpassingen op de werkplek kon storten op de huisartsenopleiding. Na een half jaar moest

hij dit helaas toch opgeven. Deze tegenslagen veroorzaakten gevoelens van depressiviteit en hij

heeft moeten leren accepteren dat hij niet op zijn hoogst mogelijke niveau kan werken. Hij is toen

als arts de verslavingszorg ingegaan een geeft nu medische en psychiatrische hulp aan alcohol- en

drugsverslaafden (medicatie, methadonverstrekking, etc.). Via de Wajong zijn aanpassingen op de

werkplek gefinancierd. Hij vindt het onterecht dat straatjunks beperkte hulp en zorg krijgen terwijl

ze met ernstige psychiatrische en medische problemen lopen. Het slechte imago dat aan junks

kleeft verhindert een adequate hulpverlening.

• Bibo Glas (45) is voor militaire dienst afgekeurd en sindsdien ook arbeidsongeschikt. Hij heeft eerst

tien jaar via de Sociale Dienst geld ontvangen, daarna, in 1996, is hij overgeheveld naar de nieuwe

Wajongregeling. Sindsdien hebben ze hem tien jaar relatief met rust gelaten en is er niet gepoogd

om hem naar werk te begeleiden. Bibo heeft na afronding van zijn MAVO (begin jaren 80) vaak studies

of baantjes geprobeerd. Eerst Kort Middelbaar Beroeps Onderwijs (KMBO) richting elektronica.

Na een half jaar bleek dat niet haalbaar. Van 1982 tot 1990, een flinke tijd dus, heeft hij als vrijwilliger

op een biologische boerderij bij Tilburg gewerkt. Hij is vervolgens op een therapeutische

centrum in Drenthe gaan wonen (1990-95). Over deze periode zegt hij zelf: ‘In Meppel probeerde ik

op de sociale werkplaats te komen voor een proefplaatsing. Als dat lukte, zou ik daarna proberen

op eigen verzoek overgeplaatst te worden naar Venray, mijn geboortedorp. Ik wilde me daar beter

op mijn gemak voelen, wat ook lukte, maar de samenwerking met collega's liep nog niet helemaal

lekker.Het liefst werk ik in mijn eentje zoals ik deed op de biologische boerderij. Maar op de sociale

werkplaats gaat dat anders. Je moet werken volgens productieschema en als je andere ideeën

hebt, moet je die voor jezelf houden. Na zeven maanden werd besloten de proefplaatsing te beëindigen

en een vaste plaatsing zat er niet in. Ik viel weer terug op vrijwilligerswerk, dit keer bij een

eetcafé. En hierna ook nog bij een verzorgingstehuis en bij een zorgboerderij. In 1996 is hij weer

naar Venray teruggekeerd. Hij heeft van 1998-2000 bij de begrafenisonderneming van zijn broer

gewerkt. Daar liep hij ook tegen zijn psychische grenzen op. Hij zegt hierover: ‘Dit was betaald werk:

voeg hier aan toe dat de begrafenisonderneming ons familiebedrijf was. Eerst van mijn vader, en

daarna van mijn broer. Aanvankelijk zou ik de zaak mijn vader overnemen. Maar toen ik daar niets

voor voelde, heeft mijn broer het gedaan. Het was lastig om sociaal om te gaan met mijn collegadragers.

Na twee jaar moest ik er mee ophouden.’Over de periode daarop volgend zegt hij: ‘In 2000

werd op verzoek van UWV een onderzoekje gedaan naar de reden van mijn arbeidsongeschiktheid.

en de conclusie was dat ik een aandoening heb in het spectrum van autistische aandoeningen,

waarschijnlijk Asperger. In 2006 werd ik door arbeidsintegratie opnieuw bij de sociale werkplaats

voor een proefplaatsing ingezet. Dit keer bij de groenverzorging. Maar al gauw liep ik vast op de

oncollegiale houding van mensen waarmee ik samen moet werken. Trouwens niet alle collega's

gedragen zich hetzelfde. Er zijn erbij waarmee je gewoon kunt samenwerken. Maar de enkeling

waarmee dat niet lukt, maakt het voor mee stuitend om daar mee te moeten samen werken. Ze

stonden op een gegeven moment ruzie te maken wie er nou de baas was op het werk waar

EINDVERSLAG WAJONGERS CENTRAAL • 39


we mee bezig waren. Als ik het mocht kiezen wel of niet, dan zou ik het niet doen. Dus doe ik het

ook niet.’Bibo wil graag aan de slag, maar ziet niet helemaal voor zich hoe hij een leuke plek kan

vinden. Het omgaan met mensen met een psychische beperking vindt hij niet erg. Maar om zelf als

een psychiatrische patiënt behandeld of daarmee gelijkgesteld te worden vind hij minder. In de

natuur werken - biologische landbouw, kruidentuin, zorgboerderij - ziet hij erg zitten. Hij ziet wel

als een berg op tegen het doen van opleidingen.

Resultaten per Stelling

Stelling 1: Wajongers kunnen door hun ervaringsdeskundigheid functies, die er op gericht zijn om

Wajongers aan het werk te helpen, veel beter uitvoeren dan mensen die deze ervaringsdeskundigheid

niet hebben.

Volgens Jorrit zijn er meerdere factoren die belangrijk zijn om een Wajonger succesvol naar werk te leiden.

Ervaringsdeskundigheid van de arbeidsdeskundige is er één van en draagt eraan bij dat je je als

begeleider persoonlijk kan inleven in de situatie van een cliënt - Jorrit zelf heeft b.v. meer begrip en

inzicht in depressiviteit omdat hijzelf ook depressiviteit heeft ervaren. Maar er zijn ook andere factoren die

net zo belangrijk zijn bij het vinden van werk: de instelling van de Wajonger zelf of de instelling van de

potentiële werkgever. Het inlevingsvermogen bij UWV en werkgevers in de persoonlijke situatie van mensen

met een beperking is beroerd. Een ervaringsdeskundige, mits goed opgeleid, kan bij het UWV een

positieve rol spelen in de contacten met en tussen cliënten en werkgevers.

Bibo heeft persoonlijk de neiging om mee te denken en mee te voelen met een persoon die in vergelijkbare

omstandigheden zit. Dat heeft hij o.a. gemerkt in de periode dat hij bij een vrijwilligerscentrale werkte.

Hij vindt dat gehandicapten zich onderling beter in elkaar kunnen inleven. Hij komt met het voorbeeld

van Anders Sterk, een groep ouders van kinderen in het autistisch spectrum, die regelmatig bijeen komen

om van elkaars ervaringen te leren. Bibo vindt dat UWV-teams minstens één Wajonger moeten hebben

om het inlevingsvermogen van het UWV in Wajongcliënten te verbeteren.

Stelling 2: De Wajong wordt nog te veel als louter een financieel probleem gezien, veel belangrijker

is het om de uitstroom naar zinvol werk met maatregelen te bevorderen.

Jorrit is het eens met de stelling. Hij zegt 't kort en bondig: thuis zitten is een ramp voor je brein. Hoe langer

je thuis zit hoe banger je wordt om iets te ondernemen en om risico’s te nemen. Wajongers moeten

naar hun eigen kwaliteiten kijken en altijd proberen het beste uit zichzelf te halen. Ze moeten dus niet te

ver onder hun niveau gaan werken. Bibo nuanceert de stelling: het hoeft niet altijd productief, betaald

werk te zijn, maar Wajongers moeten wel gestimuleerd worden bezig te zijn. Bijvoorbeeld in de sociale

werkplaatsen. Daar is Jorrit het ook wel mee eens omdat er ook aandacht moet zijn voor Wajongers die

de grote druk van een gewone baan niet aankunnen. Maar zelfs in een speciale werkomgeving, waar de

druk niet groot is, zoals in de sociale werkplaatsen, kunnen er maatschappelijk interessante producten

worden gefabriceerd. Hij is een groot voorstander van dergelijke initiatieven. Een mooi voorbeeld is de

zorgboerderij 't Hoogeland in Ede, waar chronisch verslaafden en verstandelijk gehandicapten samenwerken.

Ook interessant is bakkerij Driekant in Zutphen, waar Jorrit’s moeder als creatief therapeute

werkt.

Stelling 3: Het beeld dat in de politiek wordt geschapen, namelijk dat ondersteunende en activerende

begeleiding voor Wajongers met een psychiatrische aandoening een luxe zorg zou zijn, leidt

tot negatieve beeldvorming over deze mensen. Dit is slecht voor hun arbeidsparticipatie.

Jorrit constateert dat er misschien een negatieve beeldvorming is over de Wajonger met een psychiatri-

40 • EINDVERSLAG WAJONGERS CENTRAAL


sche aandoening, maar dat is niet uniek. Er zijn vele groepen die een stigma hebben. De thuiszitters bijvoorbeeld.

En ook de straatjunks: deze in feite grote psychiatrische patiënten worden gezien als uitschot

en krijgen de slechtste zorg.

Door openheid over je Wajongstatus kan je proberen het stigma dat op het Wajongschap rust bij werkgevers

bespreekbaar maken, zodat er begrip kan ontstaan. Je wilt trouwens toch niet werken bij een werkgevers

die 't een probleem vindt om een Wajonger aan te nemen?

Bibo heeft de collega’s die ook werkzaam waren bij de begrafenisonderneming van zijn broer (periode

1998-2000) niet ingelicht over zijn Wajongschap en psychische problematiek. Zijn broer wist het wel. Maar

hij wou er niks van weten. Omdat hij niks met de uitkeringsinstantie te maken wilde hebben. Dat gezeur

met keuringsartsen en dergelijke noemde hij dat. Zijn collega's (Vutters en AOW-ers) wisten dus niets.

Angst om gestigmatiseerd te worden speelde hierbij een rol. De contacten met z'n collega's gingen niet

lekker. Achteraf had 't wellicht geholpen als Bibo z'n collega's wel had ingelicht.

Stelling 4: De politiek moet het voor werkgevers makkelijker maken om Wajongers te kunnen vinden

voor openstaande vacatures.

Jorrit denkt dat in eerste instantie het UWV het aan werkgevers makkelijker moet maken een Wajonger

aan te nemen. Het moet uitleggen welke voordelen er zijn voor de werkgever. Hij vindt dat werkgevers op

een persoonlijke manier benaderd moeten worden, want foldertjes helpen niet. In zijn eigen verslavingspraktijk

maakt hij mee hoe het ook kan: artsenbezoekers bellen hem en maken een persoonlijke afspraak

voor voorlichting over nieuwe producten. Die aanpak leidt ertoe dat hij producten gaat gebruiken. Foldertjes

gaan de prullenbak in. In het kader van deze persoonlijke benadering zou het volgens Jorrit zinvol

zijn om Wajongers een training te geven hoe ze werkgevers persoonlijk kunnen benaderen. Bibo voegt

daaraan toe dat je wel moet weten wie je dan kan bellen. Hij heeft zelf geen idee welke bedrijven

Wajongers in dienst nemen. Jorrit noemt groenbedrijven in Nijmegen waar veel Wajongers werken. Ook

de chipfabrikant NXP (vroeger van Philips) werkt veel met autistische werknemers. Leg dus een database

aan van bedrijven waar Wajongers terechtkunnen.

Bibo heeft gehoord van G-Krachten, Jorrit niet. Bibo bedenkt een mooi project om het matchen van

Wajongers aan werkgevers te verbeteren: omdat 10% van de Wajongers uit autisten bestaat, kunnen de

autisten mooi worden ingezet om de administratie van het UWV digitaal op orde te brengen zodat

www.wajongwerkt.nl beter in staat is om vacatures van werkgevers te koppelen aan de dossiers en cv's

van Wajongers. Op dit moment zijn er 175.000 Wajongers en het lukt het UWV nauwelijks om goede

Wajongers uit de kaartenbakken te halen voor geïnteresseerde werkgevers.

Stelling 5: Een verlaging van de wajonguitkering samen met een baangarantie is uiterst acceptabel,

maar een verlaging van de uitkering en een vage toezegging door het UWV om een baan

te vinden niet.

Wajongers enigszins sturen of pushen is wel een beetje nodig volgens Jorrit. Je moet in ieder geval mensen

helpen hun kwaliteiten leren zien of ontdekken, wat ze kunnen en willen. Soms ontbreekt de realiteitszin

en dan moet je de Wajonger leren dat in te zien en bij te sturen.

Volgens Bibo moet je een arbeidsongeschikte niet hetzelfde behandelen als een gewone werknemer. Hij

heeft ervaren dat z'n begeleiders boven op hem zaten, soms wist hij niet waar ze het over hadden en zei

hij maar wat terug. Er is een beeld op hem geplakt dat hij drie dagen zou kunnen werken, maar dat heeft

hij als hinderlijk en onterecht ervaren. Bij hem is het niet duidelijk wat hij kan. Hij heeft wel het liefst vrijwilligerswerk,

maar waar kan hij terecht?

Volgens Jorrit moet het UWV voor zijn cliënten een sociale kaart opstellen: een overzicht van bedrijven,

instellingen en initiatieven waar klanten evt. een baan of vrijwilligerswerk kunnen vinden. Het UWV zou

allerlei initiatieven in de regio moeten kennen en mensen daar naar door kunnen verwijzen. B.v. zorgboerderijen.

Jorrit vraagt zich af of het UWV net als de uitzendbureaus sectorspecialisten heeft, mensen

die een bepaalde bedrijfstak door en door kennen. Hijzelf hoort in zijn sector (verslavingszorg) veel over

allerlei initiatieven om verslaafden onder te brengen, maar is iets dergelijks ook het geval bij het UWV?

EINDVERSLAG WAJONGERS CENTRAAL • 41


Creatieve ideeën voor acties door Wajongers

Hoe kunnen Wajongers hun stem in de media en onder het grote publiek laten klinken?

Bibo noemt een Wajong sportevenement. Daar kan je dingen aan ophangen. Op de zorgboerderij waar hij

werkte was een voetbalwedstrijd tussen het voetbalteam van een psychiatrisch centrum en het voetbalteam

van vrijwilligers en begeleiders die op de zorgboerderij werkten. Dit kan een manier zijn om in contact

te komen met het publiek of mensen uit de omgeving.

Zowel Bibo als Jorrit denken dat je iets moet doen rond de gemeenschappelijke kenmerken die alle

Wajongers hebben, want er is ook veel diversiteit binnen de Wajonggroep. Wat is dan dat gemeenschappelijke?

Het is o.a. de beperking dat ze niet makkelijk werk vinden en dat er stigma's op hen rusten. In

een campagne zou je dus stigma's moeten bestrijden en aandacht moeten besteden aan de 'andere'

arbeidsmarkt. De andere arbeidsmarkt betekent ook dat Wajongers niet op hun topniveau kunnen werken,

maar op een niveau daaronder. Jorrit kent Wajongers die veel moeite hebben om dit feit te accepteren;

zelf is hij ook door schade en schande wijs geworden. Hij werkt nu op vrijdag niet om zich weer op te

kunnen laden voor de volgende week.

In media-activiteiten moeten Wajongers zich zo weinig mogelijk als aparte, zielige groep presenteren,

maar als 'normale' burgers die met goede, positieve voorstellen komen. In de Jaarbeurs Utrecht is elk

jaar een landelijke arbeidsmarkt volgens Jorrit. Je zou daar in een zijhal een Wajongarbeidsmarkt kunnen

doen. En om er Wajongers heen te krijgen geef je de Wajonger een gratis treinkaartje. Een 'Dag van

de Wajong' zou Jorrit vreselijk vinden omdat je je daarmee helemaal als aparte groep profileert.

42 • EINDVERSLAG WAJONGERS CENTRAAL


Landelijke bijeenkomst 3 juli 2009

Op 3 juli kwamen de Wajongers naar De Kargadoor in Utrecht. Velen maakten hier voor ’t eerst kennis

met elkaar. Marjan Borsjes, onze vrouw achter de camera, haalde enkele “Wajongers” over om een boodschap

voor de camera uit te spreken (dit filmpje staat op www.wajongerscentraal.nl).

Naast de Wajongers was een aantal representanten aanwezig van organisaties als NSGK, CNV Jongeren,

Jopla (een actief platform van, voor en door jongeren met een handicap) en Swink (een nieuwswebsite

voor en door Wajongers). Ondanks de extreme hitte – het was de warmste dag van het jaar – was toch een

goede groep van 20 deelnemers op komen dagen.

De inleidende presentatie

Marguerite Evenaar blikt terug op de acht brainstorms die in verschillende steden met kleine groepjes

Wajongers zijn gehouden. (voor haar powerpointpresentatie zie www.wajongerscentraal.nl)

Het project is in februari 2009 echt van start gegaan met een eerste brainstorm in Amsterdam. Het is

nooit de bedoeling geweest het wiel opnieuw uit te vinden. Op allerlei terreinen bestaan al vele mooie initiatieven,

zoals Community Breakfast, de ambassadeurs vanuit CNV jongeren, nieuwssite Swink baneninitiatief

G-Krachten, maatjesprojecten, diverse fora en Kenniscentrum Cross Over. “Terwijl wij hier zijn

worden er zeker weer enkele nieuwe initiatieven geboren en wellicht gebeurt dat vanmiddag ook hier ter

plekke. Het is juist mooi om die bestaande initiatieven meer bekendheid te geven (bijvoorbeeld door een

centraal informatiepunt) en onze krachten te bundelen om het optimale resultaat te behalen.“

Veel van de initiatieven staan op de site van CNV Jongeren of op www.wajongerscentraal.nl.

Al snel komt de eerste reactie. Wajonger Bart Lamers geeft aan dat het zaak is om ons bij bestaande initiatieven

aan te sluiten en op die manier wellicht een centrale plek in te nemen. “Ik zou toch zeker niet de

pretentie hebben om het voortouw te nemen; moet je ook niet willen”. Deborah Simons (een van de initiatiefneemsters

van Swink), merkt terecht op dat hier geen Wajonger staat te presenteren en vraagt zich

af waarom. “Wajongers Centraal” is immers een ‘voor-en-door Wajongers’-project? Marguerite beaamt

dat en betreurt het dat ‘t dit keer nog niet is gelukt. Toch spreekt ze als projectbegeleider min of meer als

Wajonger want “ik geef slechts door wat de deelnemers aan het project hebben aangegeven, met hun

stem dus.” Tijdens de mediapresentatie van 8 september gaan Wajongers zelf het woord voeren. Wajongers

Anita Staal en Erik Verbart melden zich spontaan aan.

Ad Kop (Stichting Jopla) begrijpt niet dat de aanwezige groep zich als Wajongers laat aanspreken: “het is

toch geen beroep of zo”. Enkele reacties van Wajongers: “Ik gebruik de term liever niet. Dat werkt averechts

en dan willen ze me niet meer“; “Ik wel, ik werk nu voor een speciaal project voor die doelgroep”;

“Een baan krijg je toch op jouw kwaliteiten en niet door het feit dat je in de Wajong zit”; “Als je eenmaal

dat stempel hebt, raak je die nooit meer kwijt.”

Wajonger Niels Schuddeboom oppert dat je het heft ook in eigen hand kunt nemen en op zoek kunt gaan

naar werk dat bij je past en aansluit op jouw kennis, vaardigheden, kwaliteiten en talenten. Wajonger

Marlous Bank – inmiddels werkend bij een uitzendbureau op een speciaal project voor Wajongers - sluit

aan met haar ervaring dat er wel banen zijn, maar dat het best moeilijk is om Wajongers te vinden om

deze banen in te vullen. Het gesprek komt al snel op de vraag of je wel of niet je handicap ter sprake moet

brengen tijdens een sollicitatieprocedure. De gemoederen raken al gauw extra verhit waarbij de temperatuur

in de zaal ook zeker een rol speelt. Opnieuw is de diversiteit van de groep te merken en heeft iedereen

zijn eigen mening over solliciteren en werk. Ook willen niet alle aanwezigen nu per se een betaalde

baan; maar diegene die dat wel willen, hameren op zinvol werk en “werk op niveau”. Hiermee wordt bedoeld

dat het creëren van banen speciaal voor mensen uit de Wajong niet echt hoeft en dat ze graag werk

willen doen dat past bij hun kunnen en opleidingsniveau. Bij de wat jongere garde speelt ook dat de inkomensondersteuning

via de Wajong je op je 18e wellicht wat lucht geeft, maar dat je uiteindelijk – dat kan

enkele jaren duren - gewoon wilt gaan werken zoals je leeftijdsgenoten. Jammer genoeg kom je dan

moeilijk van je imago af.

EINDVERSLAG WAJONGERS CENTRAAL • 43


De workshopverslagen

Workshop 1: Banenmarkt

Doel workshop: Het is vaak moeilijk voor Wajongers oriënterende, vrijblijvende gesprekken te hebben met

werkgevers om erachter te komen of ze Wajongers in dienst willen nemen. De diverse bestaande initiatieven,

zoals de ambassadeurs van CNV Jongeren, zijn voorbehouden aan een aantal Wajongers. Het idee

van een banenmarkt uitsluitend gericht op Wajongers is geboren. Hoe zet je zoiets op en hoe enthousiasmeer

je bedrijven om mee te doen?

Door: Marlous Bank, Unijobs

Verslag:

We hebben eerst een voorstelrondje gedaan om elkaar beter te leren kennen. Wat doet iedereen? Wat is

je motivatie om hieraan deel te nemen? Een enthousiast groepje met verschillende achtergronden is het

resultaat. Het is interessant om te horen waar iedereen mee bezig is. Het toeval wil dat iedereen van ons

groepje al wel werkt (bij een reguliere werkgever)! Vervolgens zijn we met twee centrale vragen eerst

zelfstandig en daarna gezamenlijk gaan brainstormen:

1) Hoe bereiken we de Wajong-populatie?

2) Hoe willen jullie dat een banenmarkt voor Wajongers eruit komt te zien?

1) Hoe bereiken we de Wajong populatie?

- Er werd naar voren gebracht dat de Wajongpopulatie groot is (175.000) en zeer divers qua opleidingsniveau.

Het overgrote gedeelte heeft MBO-niveau. De vraag is op welk segment we ons gaan

richten. En maken we ook onderscheid tussen een fysieke, psychische of visuele handicap?

- Om de schoolverlaters enthousiast te maken voor de banenmarkt gaan we universiteiten,

Hogescholen en VMBO (ROC’s) benaderen om mee te werken aan dit initiatief.

- UWV WERKbedrijf heeft alle dossiers van de Wajongpopulatie in beheer. Door een samenwerking

met het UWV tot stand te brengen kunnen we wellicht de gegevens gebruiken om contact op te

nemen met de Wajongers en kan het UWV hun cliënten informeren over deze banenmarkt.

- Daarnaast vacaturesites bekijken die zich focussen op de Wajongers en contact opnemen met de

werkzoekende Wajongers (bijvoorbeeld: Hyves, www.swink.nl).

2) Hoe willen jullie dat een banenmarkt voor Wajongers eruit komt te zien (waar denk je dan aan)?

Een goede voorbereiding van de doelgroep (voortraject banenmarkt) is noodzakelijk om überhaupt te

kunnen deelnemen aan deze dag. Dit omvat: wie ben ik? Wat kan ik? Wat wil ik?

- Verdeling wel/geen werkervaring (of vrijwilligerswerk)

- Een kleinschalige opzet op diverse locaties met een gunstige ligging in Nederland

- Goede bereikbaarheid; rolstoeltoegankelijk

- Een ontmoetingsplaats om kennis en ervaringen met lotgenoten uit te wisselen

- Een ruimte om uit rusten

- Een matchmaker die rondloopt

Vele nieuwe, mooie ideeën om gezamenlijk tot een goed eindresultaat te komen. De tijd is omgevlogen.

Iedereen heeft zijn steentje bijgedragen aan deze middag. Op deze manier met elkaar samenwer-

44 • EINDVERSLAG WAJONGERS CENTRAAL


ken schept een band! Spontaan is tijdens deze workshop al een soort werkgroep ontstaan voor het

ontwikkelen en uitwerken van de eerste echte banenmarkt voor Wajongers! Kortom: na de vakantieperiode

is het tijd voor actie!!

Workshop 2: Rapport met aanbevelingen (actieplan)

Doel van de workshop:

Het formuleren van een actieplan, c.q. ‘rapport van aanbevelingen’ door Wajongers aan politici, media,

werkgevers en organisaties als UWV. Wat is de inhoud van die boodschap en hoe kunnen Wajongers die

boodschap zo presenteren dat hij interessant is voor de pers?

Door: Frank Hendriks, St. Dubbel X - Alternative View

Verslag:

Ronde 1: het bepalen van de boodschap aan de drie belangrijkste doelgroepen.

We bekijken de boodschap aan de werkgevers, de politiek en aan Wajongers zelf. De aanpak is: schrijf je

boodschap op en schuif je papiertje door naar de persoon naast je. Dit herhalen we een paar keer. Zo krijgt

ieder ook een blik op wat de ander bedenkt. Daarna discussie.

Boodschap aan de werkgevers:

- Werkgevers, sta open voor Wajongers en geef ons een kans!

- Wees bereid aangepaste werkplekken en functies te creëren voor Wajongers. Voor veel Wajongers is

een rustige werkplek of een baan met minder werkdruk belangrijk.

- Associeer Wajongers niet met ‘weinig opleiding’. Veel Wajongers zijn hoogopgeleid.

- We willen werkgevers graag voorlichten, b.v. bij het verduidelijken van beperkingen.

- Het kan heel aantrekkelijk zijn, c.q. wat opleveren, om een Wajonger aan te nemen.

- We zijn gewoner dan u denkt: een gewoon mens kan namelijk ook niet alles. Kijk naar wat we kunnen,

want dat is veel. En u krijgt er nog een subsidie voor ook!

- Laten we mijn beperking openlijk bespreken, duidelijk zijn over onze verwachtingen, realistisch zijn

over wat wel en niet kan, en samen zoeken naar oplossingen, zoals aanpassingen op het werk.

- U kunt maatschappelijk ondernemen door banen voor ons te creëren ofwel Wajongers in dienst te

nemen.

- Kijk naar mijn sterke kwaliteiten die ik mede door mijn beperking heb ontwikkeld.

- Laat de klussen die blijven liggen doen door Wajongers.

- U kunt geschikte Wajongers vinden via samenwerking met de uitkerende instanties.

Korte discussie over de boodschap aan de werkgevers:

Wajongers beseffen dat werkgevers het risicovol vinden om een Wajonger aan te nemen. Dat risico moet

dus worden verkleind. Dat kan door overheidsmaatregelen (het wegnemen van onduidelijkheden en

bureaucratie bij subsidies voor aanpassing werkplek, loonsubsidies, verlaging premies), maar ook in

onderling contact tussen werkgevers en Wajongers. Met elkaar in alle openheid kijken naar de kwaliteiten

van de Wajonger, wat wel en niet kan binnen het bedrijf. Waar mogelijk een baan opsplitsen zodat de

Wajonger een of meerdere deeltaken op zich kan nemen.

Hoe zijn eigenlijk de ervaringen met Wajongers die al werken? Het zou goed zijn een tevredenheidsonderzoek

te doen onder werkgevers en meteen ook te kijken naar het ziekteverzuim onder Wajongers. De

resultaten van dergelijk onderzoek zouden wel eens heel verrassend kunnen uitpakken en de mythe kunnen

doorprikken dat Wajongers gauw afhaken en veel ziek zijn.

EINDVERSLAG WAJONGERS CENTRAAL • 45


Boodschap aan de politiek:

- De overheid moet het goede voorbeeld geven en Wajongers aannemen.

- De overheid kan de maatschappelijke beeldvorming beïnvloeden door Wajongers positief in beeld te

brengen. De ervaringen met Wajongers in overheidsbanen kunnen een positieve rol spelen in (overheids)campagnes

richting werkgevers.

- Bekijk Wajongers niet alleen vanuit het perspectief van de overheidsportemonnee, maar ook vanuit het

perspectief van de verzorgingsstaat.

- Verdiep je in de mogelijkheden van Wajongers, maar ook in wat hen tegenhoudt, hun beperking.

- Snijd niet zomaar in de uitkeringen als de consequentie voor de Wajonger groot is en de rest van de

maatschappij weinig schade heeft van de uitgaven aan Wajongers.

- Geef Wajongers de kans om te studeren, ook als ze niet voltijds belastbaar zijn en daardoor niet voltijds

kunnen studeren en dus geen studiefinanciering kunnen krijgen.

- Bied werk aan dat bij iemand past en houd goed rekening met wat iemand aankan.

- Wij willen u laten ervaren hoe het is om met een beperking een baan te zoeken, hoe het is om afgewezen

te worden.

- Ga met ons in debat voorafgaand aan Tweede Kamerdiscussies.

- Stop Wajongers niet in een hokje, iedere Wajonger is anders.

Korte discussie over de boodschap aan de politiek:

De voorbeeldfunctie van de overheid is een belangrijk punt. Ministeries lijken de laatste tijd actiever te

worden met het aannemen van Wajongers.

Boodschap aan Wajongers (de eigen achterban):

- Stel jezelf niet te soft op! Wees assertief en zelfverzekerd en spreek je verwachtingen uit.

- Het eigen beeld dat je niks kunt, is nog te sterk. Zoek uit waar je goed in bent.

- Ken jezelf: weet wat je kunt en wat je kwaliteiten zijn, maar ook waar je hulp bij nodig hebt en geef dat

ook aan.

- Zelf op zoek bij uitzendbureaus kan ook.

- Sluit je aan bij een organisatie die voor Wajongers opkomt.

- Verdiep je in je rechten.

- Neem zoveel mogelijk zelf initiatief.

- Onderzoek je wensen en je mogelijkheden en bekijk of die te combineren zijn. Doe eventueel een opleiding

of cursus.

Korte discussie over de boodschap aan Wajongers:

Kernwoorden voor de toekomstgerichte Wajonger zijn: openheid over de beperking, zelfkennis, assertiviteit,

meer vertrouwen in eigen kunnen, geen softie. Voor veel Wajongers is belangrijk dat een baan de

juiste werkdruk en werkomgeving biedt en dat er aangepaste voorzieningen zijn waardoor ze optimaal

kunnen functioneren.

Ronde 2: Hoe kunnen Wajongers hun boodschap spectaculair of ‘mediageniek’ presenteren?

Op 8 september willen we in Den Haag een mediapresentatie doen. Hoe kunnen Wajongers hun ‘aanbevelingen’

zo presenteren dat de media er niet omheen kunnen? De opdracht is om een mediagenieke actie

te bedenken die fotografen van verschillende kranten aantrekt.

De volgende, soms wilde ideeën passeren de revue:

- Zet een flinke groep hoogopgeleide Wajongers in toga en met diploma’s in de hand op het Binnenhof.

Doorbreek zo het beeld dat alle Wajongers zielig en laagopgeleid zijn.

- Roep alle 175.000 Wajongers op om naar het Malieveld te komen voor een demonstratie.

- Organiseer een debat tussen Wajongers en politici.

- Start op 8 september een publieke bewustmakingscampagne samen met SIRE.

- Ga met een grote groep Wajongers ergens ‘zichtbaar’ werken. Een wilde variant hiervan is om met een

46 • EINDVERSLAG WAJONGERS CENTRAAL


grote groep Wajongers een bedrijf – b.v. het Philips-hoofdkantoor – over te nemen en draaiende te houden.

- Hang heel Den Haag vol met affiches van ogenschijnlijk gezonde, leuke, normale mensen, die niets

mankeren. Maar het zijn Wajongers met onzichtbare beperkingen. De leus kan (een variant) zijn (op) ‘Ik

ben Wajonger, maar ben ook mens’. Zo’n postercampagne kan je ook doen door op een bedrijventerrein

ramen te beplakken om aandacht te vragen voor meer banen voor Wajongers.

- Je kunt in Hoog Catherijne met een filmploeg willekeurig mensen aanschieten met de vraag ‘Weet u

wat de Wajong is?’ Met uitzending van het filmpje kunnen Wajongers meer bekendheid voor de Wajong

bereiken en aandacht vragen voor hun moeilijke arbeidsmarktpositie.

- Bombardeer werkgevers met CV’s van Wajongers.

Workshop 3: Mijn Wil is Web

Doel workshop:

Jongeren zijn te boeien door en te betrekken bij de maatschappelijke werkelijkheid via internet. Hoe je

internet voor je kan laten werken en internet kan gebruiken staan centraal in deze workshop.

Door: Niels Schuddeboom, Keijzer Communicatie en Ad Kop, Stichting Jopla.

Verslag:

Niels en Ad demonstreren allerlei handige en praktische mogelijkheden voor Wajongers om via het web

snel informatie te delen met lotgenoten. Ook voor de zoektocht naar zinvol werk is het web goed te

gebruiken. Maar digitale Wajongers blijven niet alleen achter hun pc zitten, ze trekken erop uit voor directe,

persoonlijke en zakelijke contacten buitenshuis die zij in eerste instantie via het Internet hebben opgedaan.

Dit is namelijk een eenvoudiger manier om je wereld “groter” te maken. Uiteindelijk zijn die echte

menselijke contacten doorslaggevend en het meest waardevol.

Om het web goed te gebruiken, is het verstandig je eerst af te vragen wat je wilt. Een foto in de powerpointpresentatie

van Niels en Ad zegt het met humor: ‘mijn doelen van vandaag zijn: in leven blijven,

iemand aan het lachen maken, nergens spijt van hebben en naar iedereen luisteren.’

Wil je als ‘mens met een beperking’ je verhaal kwijt over je beperking? Goede voorbeelden zijn www.

hannvanschendel.nl (Hann met Lef) en www.ballabolla.nl. Ook op Youtube vind je inspirerende filmpjes

(Boys on Wheels). Wil je weten welk beroep voor jou geschikt is? Ga naar de ‘talentenvertaler’ (www.

ikkan.nl/talentenvertaler). Vul in wat je kunt en de website zoekt passende beroepen voor je. Je sociale

en zakelijke netwerk hou je bij op sites als Twitter, Hyves, Del.icio.us, Facebook, Mindz en LinkedIn. En

als je onderweg bent, heb je als zelfbewuste Wajonger je laptop met ‘wireless’ bij je. In al je contacten is

het belangrijk op jezelf te vertrouwen en je verhaal, c.q. je wensen en verwachtingen uit te spreken. Boor

een netwerk aan van nieuwe personen die je zouden kunnen helpen die wensen te realiseren. In tijden

van terugval, kun je uitrusten, nadenken, nieuwe stappen voorbereiden en op internet inspiratie vinden.

Kijk maar eens op Youtube naar de band Boys on Wheels: “I may be in a Wheelchair but my balls are OK!”

EINDVERSLAG WAJONGERS CENTRAAL • 47


De afsluiting

Dagvoorzitter Marguerite sluit af: ”Deze dag heeft in het teken gestaan van actie! Niet enkel luisteren,

laten gebeuren en erover meepraten, maar concreet meedenken en werken aan diverse initiatieven die in

de brainstormsessies zijn geopperd. Het werk begint nu pas!” Vanuit de zaal komen enthousiaste reacties

om mee werken aan concrete vervolgprojecten, zoals de banenmarkt voor Wajongers. Marguerite

spreekt haar dank uit aan de workshopleiders, de subsidiegevers (Nationaal Revalidatiefonds en VSB

Fonds) en de pioniers van de Initiatiefgroep Wajongers Centraal.

Op naar de mediapresentatie van Wajongers Centraal op 8 september aanstaande!

Bij de Tweede Kamer in Den Haag.

48 • EINDVERSLAG WAJONGERS CENTRAAL


Het actieplan

Acht brainstorms en een afsluitende, gezamenlijke bijeenkomst met alle Wajongers hebben een grote

diversiteit aan ervaringen, meningen en actie-ideeën opgeleverd. Hieronder geven we een ruime samenvatting.

Het is onze aanzet tot een actieplan, een basisdocument om op voort te bouwen.

Een paar opvallende uitspraken uit de brainstormsessies:

• Thuis zitten is een ramp voor je brein: hoe langer je thuis zit hoe banger je word om iets te ondernemen

en risico’s te nemen. (Jorrit)

• Als Wajonger moet je – uit zelfbescherming - leren accepteren een trapje onder je hoogste niveau te

werken, maar niet te ver daaronder. Haal het beste uit jezelf! (Jorrit)

• Ik ben me bewust van mijn beperkingen, maar ook van mijn capaciteiten! (Anita)

• We moeten de kans krijgen onszelf te bewijzen. (Anita en Jan)

• Ik werk liever bij een werkgever die blij met me is. (Saskia)

• Ik wil graag de Wajong uit! (Bart en Saskia)

• Voor je ’t weet sta je als hoogopgeleide persoon karretjes ter duwen in de supermarkt. (Daphne)

• De Wajonguitkering moet gezien worden als een investering om úit de Wajong te komen. (Gaby)

• Het UWV is te veel van ‘hier is je geld, tot de volgende keer’. (Janneke)

• Overheid en werkgevers: erken dat mijn handicap nooit weg gaat! (Janneke)

• Een ervaringsdeskundige is pas goed als hij over zijn eigen schaduw heen kan springen. (Niels)

• Een quotum voor bedrijven en overheid om Wajongers aan te nemen is dwingend, maar er zijn veel

dwangregels: iedereen wordt toch ook gedwongen maximaal 100 km per uur te rijden? (Dinand)

• Vecht voor je rechten (Björn)

Welke maatregelen bedenken Wajongers om meer kans op een baan of zinvol vrijwilligerswerk te

krijgen?

Wat kan het UWV doen?

• Elk UWV-kantoor moet een ‘sociale kaart’ opstellen voor z’n Wajongcliënten: bedrijven, instellingen en

initiatieven in de regio die Wajongers, c.q. mensen met een beperking, kunnen en willen aannemen. Leg

dus een database aan die ook publiekelijk toegankelijk is! En laat sectorspecialisten bij het UWV de initiatieven

in specifieke bedrijfssectoren bijhouden (net als bij een uitzendbureau).

Voorbeelden van bedrijven/instellingen genoemd tijdens de brainstormsessies: zorgboerderij ‘t Hoogeland

(Ede), kruidentuinen, biologische landbouwbedrijven, groenbedrijven, tuincentra, postbezorgingsbedrijf

Sandd, bakkerij Driekant (Zutphen), chipfabrikant NXP (Eindhoven, neemt autisten aan), brouwerij

de Prael, Albert Heijn, Super de Boer, Exact, het Emma kinderziekenhuis AMC Amsterdam (biedt

via Emma@work banen aan voor jongeren met een handicap), Slotervaart ziekenhuis, Ministerie van

SZW (i.s.m. Onbegrensd Talent), Ministerie van Buitenlands Zaken (i.s.m. CNV Jongeren) en het UWV.

• Het enige dat goed werkt bij het plaatsen van Wajongers is een persoonlijke benadering van de werkgevers.

Afspreken, langsgaan, banenmarkt. Zowel UWV als Wajongers moeten die directe aanpak volgen.

Train Wajongers om werkgevers te benaderen en te overtuigen.

• Het inlevingsvermogen in Wajongers door UWV en werkgevers moet absoluut beter. Wajongers verwachten

ondanks een aantal kanttekeningen (b.v. gevaar van overidentificatie en te nauwe blik) een

positief effect van het aanstellen van werknemers met een Wajongachtergrond bij het UWV. Die hebben

een voorsprong qua inlevingsvermogen en kunnen, mits goed opgeleid, bij het UWV een positieve rol

spelen in de contacten met cliënten, tussen cliënten en werkgevers, in Wajongteams en adviescommissies

van het UWV. UWV heeft nu een centraal servicepunt voor werkgevers, waar Wajongers goed ingezet

zouden kunnen worden. Een Wajonger verwacht dat ervaringsdeskundigen geloofwaardiger overkomen

bij een potentiële werkgever, vanwege de betere inschatting van mogelijk problemen op de werkvloer.

Ervaringsdeskundigen hebben een streepje voor qua inlevingsvermogen, maar andersom maken

cliënten ook makkelijker contact en zijn ze opener als ze merken dat ze met een ervaringdeskundige te

maken hebben.

• Werkbedrijf UWV moet z’n eigen mensen beter scholen over de Wajong, want begeleiding van en informatievoorziening

aan Wajongers moet beter.

EINDVERSLAG WAJONGERS CENTRAAL • 49


• Het UWV moet eindelijk eens een goede manier ontwikkelen om in hun systeem geschikte Wajongers

op te duikelen voor geïnteresseerde werkgevers. De UWV-administratie is er niet op ingericht en er

speelt de kwestie van de privacy. Een Wajonger stelt voor dat autistische Wajongers worden ingezet om

de administratie van het UWV te digitaliseren zodat het UWV efficiënter Wajongers aan werkgevers kan

koppelen dan nu gebeurt via www.wajongwerkt.nl.

• Het UWV kan meer doen om de G-Krachtencampagne en de website www.wajongwerkt.nl te promoten

bij Wajongers en werkgevers. Veel Wajongers kennen de initiatieven niet. Een Wajonger suggereert dat

het UWV aan alle Wajongers een brief stuurt (eind 2009: 190.000 personen).

Wat kan de overheid/kunnen de politici doen?

• Niet praten over een ‘Wajongdrama’ en Wajongers niet louter als een kostenpost zien.

• De overheid kan in eerste instantie aan zichzelf, maar ook aan (vooral grote) bedrijven en instellingen

dwangmaatregelen opleggen om mensen met een beperking een kans te geven. Dwang kan variëren

van licht (streven naar...) tot zwaar (quotum). Wajongers denken verschillend over het opleggen van verplichtende

quota aan werkgevers. Maar er is consensus over dat de overheid het goede voorbeeld kan

geven door Wajongers aan te nemen op duo- of parttimebanen! (bestaat er een 6% regel bij de overheid?).

Wajongers van CNV Jongeren hebben in de G-Krachten campagne ministeries bezocht en hen

overtuigd Wajongers aan te nemen, b.v. Buitenlandse Zaken.

• Subsidies voor (vooral kleine) werkgevers om Wajongers aan te nemen blijven nodig omdat werkgevers

niet altijd weten waar ze aan beginnen, zodat hun risico in de beginfase verzacht moet worden. De overheid

moet ook meer stimulans bieden voor het creëren van ‘aangepaste’ banen, o.a. door job-carving

(een manier om banen voor Wajongers en andere arbeidsgehandicapten in te richten, bijvoorbeeld door

eenvoudige taken te bundelen in een nieuwe functie. Ook het afsplitsen van werkzaamheden bij

bestaande functies kan werkgelegenheid opleveren. Jobcarving kan leiden tot minder werkstress en

een betere dienstverlening).

• Een Wajonger suggereert het ontslagrecht voor Wajongers te versoepelen, zodat werkgevers minder

risico lopen als ze een Wajonger aannemen. Ook zou de inwerkperiode verlengd kunnen worden.

• De overheid moet extra aandacht besteden aan de zeer moeilijk plaatsbare Wajongers met een GGZachtergrond

omdat werkgevers denken dat deze veel meer uitvalrisico opleveren dan lichamelijk

gehandicapten en dat in sommige gevallen ook zo is. Bij bepaalde psychisch gehandicapten is wel het

voordeel dat ze van hun handicap af kunnen komen door behandeling. Bij lichamelijk gehandicapten is

de handicap duidelijk en kunnen problemen worden opgelost via aanpassing op de werkplek.

• De overheid moet zowel het UWV als de zorgkantoren (die de AWBZ uitvoeren) beter organiseren:

bereikbaarheid, toegankelijkheid, informatievoorziening, communicatie en concrete dienstverlening

(‘dingen voor elkaar krijgen’) gaan volgens Wajongers verre van soepel. Minimaal moeten er vaste contactpersonen

komen voor cliënten en moeten cliënten worden ingelicht over de vaak wisselende

arbeidsdeskundigen. Bejegeningstrainingen (zoals bij HVO-Querido) zouden geen gek idee zijn.

• De overheid moet Wajongers meer faciliteiten bieden voor het opzetten van eigen bedrijven. Ook moet

de verrekening van de verdiensten transparanter. Wajongers vinden bij uitstek in het ondernemerschap

de flexibiliteit om de werktijden aan te passen aan de eigen lichamelijke en geestelijke fitheid. Op

www.nohandicap.nl vinden ondernemers met een handicap elkaar. De overheid moet een oplossing verzinnen

voor het probleem dat Wajongers als ondernemers geen arbeidsongeschiktheidsverzekering

kunnen afsluiten. Wel zijn Wajongers op dit moment nog een tijd via UWV verzekerd.

• De overheid moet Wajongers bescherming bieden als zij de grote druk van een gewone baan niet aankunnen.

Anders krijgen deze Wajongers nooit een kans. Dat kan o.a. door speciale (sociale) werkplekken

te faciliteren die maatschappelijke nuttig zijn en maatschappelijk nuttige producten produceren

(sociale werkplaatsen, zorgboerderijen). Maar ook bescherming van Wajongers die nuttig vrijwilligerswerk

verrichten is gewenst (zoals een van onze deelnemers die journalistiek werk doet).

• Bij de Wajong moet er, omdat het mensen met een beperking betreft, in principe een regime gelden van

minder strengheid, meer vrijheid en meer ondersteuning. Mensen moeten therapie, studiebegeleiding

en een opleidingsvergoeding kunnen krijgen. Er moet begeleiding van de Wajonger zijn zodat hij of zij

persoonlijk kan groeien. Je moet mensen met een (aangeboren) afwijking of andere belemmerende

problematiek niet meteen onder druk gaan zetten, maar je moet hen helpen met hun oriëntatie.

• De overheid moet hoogopgeleiden niet in lage baantjes dumpen.

50 • EINDVERSLAG WAJONGERS CENTRAAL


• De overheid moet prikkels bieden zodat Wajongers eerder de stap naar een baan of eigen bedrijf gaan

zetten.

• De overheid moet Wajongers de garantie bieden dat er altijd een financieel vangnet is als de Wajonger

een terugval meemaakt in een baan die hij of zij heeft aanvaard. Nu kan een Wajonger vijf jaar terugvallen

op de Wajong mocht het binnen die tijd niet lukken in een baan.

Wat kunnen werkgevers doen?

• Mensen met een beperking met een open houding tegemoet treden.

• Kennis overdragen aan Wajongers die eigen bedrijven willen beginnen.

Wajongers ervaren dat de Human Resource afdelingen van bedrijven de Wajong niet kennen of een vertekenend

beeld ervan hebben. Dit beperkt het aannemen van mensen met een beperking. Het zou helpen

als bij bedrijven op de HR/P&O afdeling een ervaringsdeskundige zat.

• Werkgeversorganisaties en brancheorganisaties zouden een rol in de voorlichting aan hun achterban

kunnen spelen b.v door werkgevers aan het woord te laten die al ervaring met Wajongers hebben. Zo

kan het besef ontstaan dat Wajongers waardevolle werknemers in het bedrijf zijn en kunnen de werkgevers

voorkomen dat de overheid dwangmaatregelen gaat invoeren.

Wat kunnen Wajongers zelf doen?

• Het zelfbeeld en zelfvertrouwen van Wajongers moet versterkt worden: trainingen op het gebied van

zelfkennis, assertiviteit en zelfacceptatie zijn belangrijk.

Wajongers moeten via training vaardigheden leren om werkgevers persoonlijk te benaderen: hun handicap

leren verkopen, leren zich zo goed mogelijk te presenteren ondanks hun handicap.

Wajongers kunnen leren hun Wajongerschap in te zetten als voordeel – een flinke kostenbesparing voor

de werkgever op premies en ziektekosten

Wajongers kunnen leren tegenover werkgevers open te zijn over hun Wajongstatus. Niet elke Wajonger

vindt dit makkelijk vanwege het risico om bij een sollicitatie afgewezen te worden vanwege de beperking.

Maar een Wajonger verwoordt het zo: “Je wilt toch niet werken bij een werkgever die jou niet

accepteert zoals je bent? Kom openlijk uit voor je beperking; daar heb je ook op langere termijn het

meeste plezier van.”

• Veel meer aandacht vragen voor de belangen van hoogopgeleide Wajongers (10 à 20% van alle

Wajongers) die niet willen worden weggezet in te laaggekwalificeerde baantjes. Voor deze groep is

namelijk bijna geen aanbod via de websites van G-Krachten (www.g-krachten.nl) – een initiatief van

UWV, CNV Jongeren en Boaborea - en www.wajongwerkt.nl - een website van UWV Werkbedrijf in

samenwerking met CNV Jongeren. Op een website als www.samenwerken.tv staan ook alleen succesverhalen

van laagopgeleide Wajongers. In de CWI databank, waarin je op Wajong kan zoeken, waren drie

banen beschikbaar voor Wajongers, allemaal voor laagopgeleiden.

• Veel Wajongers moeten actiever worden in het uitdragen van hun belangen en het grijpen van kansen.

De G-Krachtencampagne en Wajongwerkt moeten bekender worden gemaakt en Wajongers moeten

vaker de bijeenkomsten met werkgevers bezoeken! Het is soms gênant om te zien hoe weinig

Wajongers reageren op oproepen om actief te worden of te reageren op vacatures (voorbeeld: 0 reacties

op verscheidene oproepen via het Drive-netwerk op Hyves)

Wajongers kunnen in bepaalde regio’s (Zeeland b.v.) meer lotgenotengroepen oprichten om ervaringen

uit te wisselen.

Wat er niet goed gaat in de beleving van Wajongers:

Wajongers worden door het UWV grotendeels vanaf papier en vanuit dossiers beoordeeld, maar juist om

Wajongers reëel te beoordelen, is het nodig hen persoonlijk te spreken en een op het individu toegesneden

begeleiding te geven. Ze zien wel de bedrijfsarts maar niet de arbeidsdeskundige. Zeker in passende

begeleiding van hoogopgeleide Wajongers schiet het UWV tekort. Eén Wajonger zegt zelfs dat het

beter is om te aanvaarden dat het UWV louter een uitkerende instantie is en dus niet een steunpunt

waar je informatie en hulp kan krijgen!

• UWV wordt door Wajongers als een slecht functionerende organisatie ervaren. UWV heeft een klachten-

EINDVERSLAG WAJONGERS CENTRAAL • 51


ureau en regionale klachtenambassadeurs, maar Wajongers zijn er niet van op de hoogte. Op de UWVwebsite

is wel alle informatie te vinden, inclusief digitaal klachtenformulier.

• Financiële berekeningen bij het UWV zijn onnodig ingewikkeld en ondoorzichtig. Wajongers weten vaak

niet wat de consequenties zullen zijn als ze naast de uitkering (extra) gaan werken. Er is geen stimulans

om (meer) te gaan werken, want Wajongers gaan er minimaal op vooruit (max. 100 euro), verliezen

inkomen door de ‘armoedeval’ (je verdient bij maar verliest b.v. huursubsidie) en komen terecht in

bureaucratische stroperigheid bij het UWV, met navorderingen, kortingen op de uitkering en verkeerde

herberekeningen die weer moeten worden aangevochten door de Wajonger. Hoger opgeleide Wajongers

krijgen meer uitkering omdat het UWV aanvult tot het maatmanloon (het loon wat je zou verdienen in

dezelfde functie als je niet gehandicapt zou zijn), maar als deze Wajongers een periode veel bijverdienen,

moeten ze veel van het extra verdiende geld afstaan.

• De inkomensgrens vervoersvoorziening leidt ertoe dat Wajongers die een verdienende partner hebben

bepaalde baantjes op grotere afstand van huis niet kunnen aannemen. Speciaal vervoer is sinds de privatisering

sowieso een chaos.

• Bij Mentrum worden patiënten niet gewezen op het bestaan van de Wajong.

• Bij studie: Wajongers worden niet voorgelicht dat je naast studiefinanciering ook recht hebt op

Wajonguitkering (vanaf 2010 wordt dat recht beperkt tot 250 euro). Een Wajonger kreeg te horen dat de

Wajonguitkering na een jaar studie zou stoppen.

• Werkgevers maken te weinig gebruik van de subsidies om Wajongers aan te nemen omdat ze opzien

tegen de papierwinkel en de trage manier van beslissen.

Wajongers zijn kritisch over proefplaatsingen bij werkgevers (volledig gratis, neiging om Wajonger

daarna weg te sturen is groot) en prefereren gewoon een proeftijd, eventueel langer dan bij een ‘normale’

werknemer.

• In het MBO heb je leerlinggebonden financiering (rugzakje om extra hulp in te kopen), maar in HBO en

op de universiteit niet, waardoor het lastiger is steun te regelen.

Creatieve ideeën voor belangenbehartiging en profilering van Wajongers:

Wajongers vormen een diverse groep van mensen met veel verschillende beperkingen. Bij een gezamenlijke

campagne moeten Wajongers zich concentreren op gemeenschappelijke punten: o.a. het

moeilijk vinden van werk, de strijd rond uitkering en hulpfaciliteiten, en de beeldvorming over mensen

met een beperking. Deze campagne moet uitleggen wat de Wajong is en ingaan op vooroordelen (verzuim

op werk, de rijke student, ‘ik zie niks aan je dus je mankeert niks’, je bent óf lichamelijk óf psychisch

gehandicapt - in de praktijk kan dat combinatieproblematiek zijn, gehandicapten krijgen zonder

veel moeite te doen veel steun, etc.). Veel campagnes zijn niet effectief, dus bedenk iets dat dat wel is,

namelijk met veel directe contacten met de doelgroepen.

• Het idee van een speciale banenmarkt voor Wajongers is meerdere malen geopperd. B.v in de marge

van de jaarlijkse banenmarkt in Jaarbeurs Utrecht. Ook is een megabanenmarkt in Ahoy genoemd waar

bedrijven een stand krijgen die bereid zijn Wajongers in dienst te nemen. Het concept is dat de Wajonger

zelf zijn bedrijf uitkiest en daar met CV in de hand gaat praten. Er is een lijst samen te stellen van bedrijven

die wel iets willen. Wajongers trek je naar zo’n plek door ze een gratis treinkaartje te geven.

• Qua profilering moeten Wajongers zich niet te veel als aparte zielige groep laten zien, maar als normale

burgers die met goede, positieve voorstellen komen. De boodschap is: met de beperking halen we het

maximale uit onszelf!

• Aan Wajongers zie je niet altijd dat ze een beperking hebben. In campagnes moet dit punt aangeroerd

worden: aan de buitenkant zie je niks, maar de beperking zit binnenin.

• Een serie boekjes over de grote diversiteit aan ziektebeelden bij Wajongers (als voorlichtingsmiddel om

gebrek aan kennis en inlevingsvermogen bij b.v. werkgevers weg te nemen). Er zijn wel intakewijzers en

informatie vanuit de patiëntenraden maar het zou op veel meer punten gedistribueerd dienen te worden.

• Sowieso is een campagne nodig die zich op werkgevers richt, informatief over de Wajongregeling, de

financiële voordelen, de bestaande ervaringen van bedrijven met Wajongers (vaak een enorme motivatie

en inzet) en ontmoetingen tussen bedrijven en Wajongers. Boodschap: Wajongers kunnen meer dan

52 • EINDVERSLAG WAJONGERS CENTRAAL


menig werkgever denkt.

• Meer bekendheid voor de intakewijzer die CNV Jongeren heeft gemaakt voor bedrijven en belanghebbenden

bij aanname van de Wajonger.

Wajongers kunnen een model voor een advertentiecampagne ontwikkelen met vacatures ‘specifiek voor

Wajongers’, eventueel met foto van Wajonger. De campagne kan worden overgenomen, c.q. uitgevoerd

door UWV en werkgevers.

• Een conferentie over de Wajong voor werkgevers (om bewustwording te creëren en kennis over de

Wajongers bij werkgevers te vergroten en daarmee de mogelijkheden).

• Patiëntenverenigingen en organisaties als MEE meer laten samenwerken.

• Verander de tekst van het merk Wajang-boter: maak een kuipje Wajong. Een Wajonger die een werkgever

bezocht werd geconfronteerd met de vraag of Wajong een bepaald productmerk was. Maar een

Wajonger is geen pakje boter.

Wajongers met ervaring in het uitkeringen- en zorgcircuit kunnen nieuwe patiënten uitstekend adviseren

(over omgaan met de beperking) en hen wegwijs maken in het doolhof van de instellingen en regelingen

(cliëntondersteuner). Wajongers met werkervaring kunnen ook een meerwaarde hebben als

medewerker van speciale uitzendbureaus (Marlous), als jobcoach (zie project Life Coach van SGOA) of

als ‘liaison officer’ tussen UWV en cliënten van psychische zorginstellingen (idee van Wajonger). Een

campagne om ervaringsdeskundigen aan dergelijk banen te helpen ligt voor de hand. Ze moeten wel

een paar eigenschappen bezitten waarop ze ook geselecteerd zouden moeten worden:

a) het vermogen om verschillen te kunnen blijven zien tussen mensen met eenzelfde beperking als jijzelf,

want niet iedereen is hetzelfde (over je eigen schaduw heen kunnen springen);

b) de capaciteit om objectief te oordelen over de mogelijkheden van cliënten, want mensen bij het UWV

twijfelen eraan of ervaringsdeskundigen in staat zijn ‘handhavingstaken’ uit te voeren;

c) bij het inzetten van ervaringsdeskundigen op het psychische vlak moet extra goed gekeken worden

of hun voormalige of nog aanwezige psychische beperkingen hun capaciteit om professioneel te

begeleiden niet in de weg zit.

• UWV moet bekendheid geven aan het bestaan van het UWV Klachtenbureau en haar regionale klachtenambassadeurs

die de klachten in de regio proberen op te lossen. Wajongers hebben veel kritiek op het

UWV, maar kennen het Klachtenbureau niet.

Wajongers willen dat het UWV duidelijkheid schept in wat je kunt bijverdienen. Geen ingewikkelde

rekenmethodes meer, omdat noch UWV-medewerkers noch Wajongers zelf er wijs uit worden en veel

fouten maken. Transparantie van de berekeningen.

• Actie-idee: Wajonger verhuurt zich een dag lang gratis aan een werkgever.

• Er moet absoluut een actie voor hoogopgeleide Wajongers komen omdat die tot nu toe weinig aandacht

krijgen (op www.samenwerken.tv vind je alleen succesverhalen van laagopgeleide Wajongers). Hen

dumpen in lage baantjes kan echt niet! Actie-idee 1: een quiz met werkgevers en Wajongers waarin

vooroordelen over elkaar kunnen worden weggenomen. Actie-idee 2: stuur een groep Wajongers in

toga, afgestudeerden en gepromoveerden dus, naar het Binnenhof om te laten zien dat veel hoogopgeleide

mensen met een beperking een interessante baan zoeken. Actie-idee 3: je kan iets doen met de

boodschap dat hoogopgeleide Wajongers in een te lage baan zullen terugvallen in de Wajonguitkering.

Denk b.v. aan een ganzenbordspel waarbij je op een vakje komt waar je een lage baan moet accepteren,

een paar vakjes terug moet of in de put raakt. Actie-idee 4: laat een (hoogopgeleide) politicus een

dag in een “lage rotbaan” werken. Actie-idee 5: speel het spel ‘Wie van de Drie’ met de opdracht ‘Wie

is de echte Wajonger?’ Actie-idee 6: gezien de ervaringen met www.samenwerken.tv, een site die alleen

mensen met een beperking laat zien die in lage banen zitten, is het hard nodig filmpjes te maken over

ervaringen van hoogopgeleide Wajongers, op de werkvloer, maar ook bij studie en begeleiding. Een paar

succesverhalen zou nuttig zijn. Actie-idee 7: een opiniestuk (dagbladen, zorgbladen). Actiepunt 8: een

actiepunt rond studeren, want vanaf 2010 krijgt een Wajonger naast de studiefinanciering maar max.

250 euro aan uitkering. De angst is dat de 250 euro te weinig is en Wajongers tegenhoudt te studeren,

want de Wajonger heeft extra kosten, kan niet altijd een bijbaan nemen, en leent niet graag bij vanwege

zijn/haar wankele toekomstpositie om de schuld terug te betalen.

• Richt een centraal Overleg Wajongers op om goede ideeën te gaan uitwerken en realiseren. Dit overleg

zou aanjager van allerlei acties kunnen zijn. Organisaties die als netwerk zijn ingericht op internet zijn

sterk omdat er dan constant voeding is van ideeën. Het aspect van web 2.0 moet dus worden meegeno-

EINDVERSLAG WAJONGERS CENTRAAL • 53


men in een toekomstige Wajongorganisatie.

• Samenwerking met bestaande initiatieven zoals Jopla, Handicap en Studie, Cross Over, CNV Jongeren,

Wajong Café (bijna ter ziele helaas) en carrièrenetwerk Drive op Hyves is belangrijk (http://drive-netwerk.hyves.nl).

• Doe een variant van de Dragon’s Den, een programma van Jort Kelder waarin innovatieve ondernemers

geld proberen los te peuteren van een panel van potentiële investeerders. Je zou vijf Wajongers zich

kunnen laten presenteren aan een panel van werkgevers (of vice versa, vijf werkgevers die zich aan een

panel Wajongers presenteren). Dit kan natuurlijk ook voor ondernemende Wajongers een goed idee zijn.

• Maak een Wajongscheurkalender met 364 dagen, een jaar met een beperking.

• Geef als Wajongers meer bekendheid aan initiatieven en acties die al lopen (zoals de Ambassadeurs en

de ontmoetingen met werkgevers door CNV Jongeren; zoals ontbijtbijeenkomsten van Wajongers met

topmanagers in het kader van Community Breakfast van het Revalidatiefonds en ambassadeur

Onbeperkt Nederland Monique Wijnen).

• Wijs Wajongers op initiatieven bij uitzendbureaus, reïntegratiebedrijven en op websites waar ervaringsdeskundige

Wajongers proberen om Wajongers aan het werk te helpen (Unijobs-Amsterdam,

Onbegrensd Talent, A&T Oldenzaal, Carrièrenetwerk Drive op Hyves).

• Maak een cartoon die een verrassend beeld schetst van verzuim van gewone werknemers en van

Wajongers. De laatste groep zou meer verzuimen, maar in de praktijk liggen de gewone werknemers

met griep op bed en houdt de Wajonger moedig het bedrijf draaiende.

• Campagne ‘Ik Gééf wat aan de Maatschappij’. Wajongers willen waardering en erkenning omdat ze willen

bijdragen aan de maatschappij en omdat ze wel degelijk wat kunnen. Tegelijkertijd willen ze begrip

omdat ze niet altijd maximaal kunnen presteren in hun werk of studie.

• Vraag aandacht voor job-coaching voor mensen met een beperking vóórdat ze een diploma hebben,

namelijk begeleiding tijdens stages. Dat gebeurt nu niet, maar is wel nodig.

• Doe een campagne die benadrukt wat mensen wel kunnen. Slogan: 40% arbeidsongeschikt, 100%

betrokken!

• Doe iets met het ‘Vangnet’. Wajongers hebben die terugvaloptie nodig en informeer Wajongers over de

vijf jaar terugvaloptie.

• Bezet het Malieveld.

• Laat een politicus een dagje als Wajonger in een rolstoel door het leven gaan. Daarvan een filmpje laten

maken en op tv uitzenden.

• Postbus 51-filmpje over werkende of studerende Wajongers.

• Sire-spot.

• Maak een simulatiespel over wat Wajongers meemaken. Bijvoorbeeld: in donkere ruimte met knipperende

lichten de deelnemers onaangenaam onder druk zetten om snel opdracht uit te voeren (bedoeld

om het gevoel van hoge prestatiedruk bij mensen met een handicap te benaderen).

• Een politicus krijgt de opdracht een probleem van een Wajonger op te lossen. Bijvoorbeeld: hij wacht al

een half jaar op een uitkering. Geschikt voor tv.

• Een politicus een discussie met Wajongers laten bijwonen.

• Maak een goede, speciale databank met vacatures die zijn aangepast aan de mogelijkheden van

Wajongers (kan privaat initiatief zijn, maar ook iets voor UWV) en met meer matchingsmogelijkheden

dan nu met G-Krachten. Wel is de persoonlijke benadering van werkgevers onontbeerlijk om projecten

te werven voor die database.

• Origineel idee: richt een werkgebouw in waar alleen Wajongers werken aan allerlei projecten.

• Vraag Vincent Bijlo een cabaretvoorstelling te maken waarbij de mens met een beperking centraal staat

voor werkgevers.

• Maak een “tour” langs succesvolle Wajongers (ondernemers en mensen met fijne banen), met werkgevers,

media, Wajongers, etc.

• Doe onderzoek naar de tevredenheid bij werkgevers over Wajongers die bij hen aan de slag zijn gegaan.

De uitkomst zou goed voorlichtingsmateriaal kunnen opleveren voor werkgevers, vooroordelen kunnen

wegnemen en hen kunnen over halen Wajongers in dienst te nemen.

• Doe onderzoek naar ziekteverzuim onder werkende Wajongers. Het vooroordeel bij werkgevers dat die

hoger is dan bij gewone werknemers, zou wel eens niet waar kunnen zijn. Ook kunnen de gegevens helpen

om ziekteverzuim onder Wajongers te voorkomen.

54 • EINDVERSLAG WAJONGERS CENTRAAL


Vijf kernboodschappen

Op 13 augustus hebben zes Wajongers in Amsterdam de aanbevelingen uit de brainstormsessies omgezet

in vijf kernboodschappen aan overheid, werkgevers, uitkeringsinstanties en het brede publiek. Van

deze kernboodschappen is een poster gemaakt. De poster herinnert eraan dat de wensen, doelen en

behoeften van Wajongers Centraal staan.

Liever op de “bank” dan

achter de kassa

Zinvol en passend werk voor hoogopgeleide Wajongers

Geen schop onder de kont

maar duwtje in de rug

Investeer in de groeimogelijkheden van de Wajonger

Maak van regelgeving geen

sudoku

Minder ingewikkelde wet-en regelgeving;

minder bureaucratie

Overheid: geef het goede

voorbeeld

Meer Wajongers in overheidsbanen

Geef Wajongers een kans

in werk en studie

Studeren zonder onaflosbare schulden.

Werkgever: erken het Wajongrendement!

EINDVERSLAG WAJONGERS CENTRAAL • 55

Hooray! Your file is uploaded and ready to be published.

Saved successfully!

Ooh no, something went wrong!