Diensten zonder grenzen

feb.preprod.unitednetworks.be

Diensten zonder grenzen

OPENER Vrij verkeer van diensten

26 SEPTEMBER 2010


De richtlijn die niemand

kent…

IN DIT DOSSIER

Het is een beetje

vreemd ge -

lopen met de

Europese richtlijn die

sinds eind 2009 het vrij

verkeer van diensten moest

garanderen binnen de grenzen

van de 27 lidstaten. Het

was om te beginnen een late

roeping, want het vrij verkeer van

diensten, goederen en personen

was al ingebed in de oprichtingsverdragen

van 1958 van wat nu de

EU is.

Met die goederen en personen

zat het wel snor: het is voor de

EU-burgers en -producenten

inmiddels een evidentie dat de

binnengrenzen van de EU gesloopt

zijn. Voor dienstverleners

lagen de kaarten anders. Toen

Commissaris Bolkestein enkele jaren

geleden dat euvel wilde verhelpen met

de richtlijn die binnen de kortste keren zijn

naam meekreeg, stond de hele EU meteen

op stelten. Die oorspronkelijke richtlijn werd

door vakbonden en groot publiek als té liberaal

gebrandmerkt. De angst voor de Poolse

loodgieter die in westerse landen tegen

Poolse voorwaarden kon komen werken, zat

28 Voortaan zonder extra barrières overal in de EU aan de slag?

De Europese Dienstenrichtlijn: het abc

32 Kafka in België

Administratieve tsunami hindert eengemaakte dienstenmarkt

36 Niet bang van vreemde markten

Belgische dienstverleners over grensoverschrijdend ondernemen

Vrij verkeer van diensten

er diep in. Na luid protest en legio betogingen,

werd er binnenskamers hard gewerkt aan een compromis

waarin het beginsel dat de wetgeving uit het

land van herkomst van de dienstverlener geldt,

sneuvelde. We schrijven 2006. Eén van de architecten

van dat compromis was niemand minder dan

Marianne Thyssen, toen nog in haar sas als

Europarlementariër. Er werden honderden amendementen

en tonnen papier tegen aan gegooid.

Europarlementsleden zagen door het bos de

bomen niet meer. De complexiteit van het dossier

groeide met de dag en het resultaat was dat hoe

langer hoe minder mensen nog echt konden zeggen

waar de richtlijn nu precies voor staat. Het

publieke debat ebde stilletjes weg en het kwam

zelfs zo ver dat, nu de richtlijn - met ietwat vertraging

tegenover de EU-doelstelling - ook in Belgisch

recht werd omgezet, er geen haan naar kraait.

Valt er dan werkelijk niets meer te vertellen over de

richtlijn die ooit bijna het failliet van de Europese

samenhorigheid betekende? Of is de tekst nu werkelijk

zo ingewikkeld dat niemand het nog begrijpt?

Sectoren noch bedrijven stonden alvast te springen

om Forward zicht te geven op hun ervaringen. Enig

onderzoek leert ons dat het niet echt fout zit met de

richtlijn, maar dat de uitvoering op het terrein een

heus hindernissenparcours is. Wat was bedoeld als

een administratieve vereenvoudiging dreigt in

België bovendien te leiden tot nieuwe kafkaiaanse

toestanden…

SEPTEMBER 2010

OPENER

27


OPENER Vrij verkeer van diensten

De Europese Dienstenrichtlijn: het abc

Voortaan zonder extra barrières overal

in de EU aan de slag?

Voor wie zich als leek wil verdiepen in de Dienstenrichtlijn, wacht zich een behoorlijke klus. Met iets

meer dan 30 pagina’s en 46 artikelen zou dat nochtans overkomelijk moeten zijn. Een heikel punt is de

interpretatie van de teksten. We ontmoetten specialisten die klaagden dat een kat haar jongen niet

terugvindt in deze richtlijn, terwijl anderen vonden dat de tekst zo helder als klaar water was. Het debat

is dus nog niet helemaal uitgedoofd...

Laten we beginnen bij het begin. Toen Commissaris Bol -

ken stein in 2004 een voorstel lanceerde om de nog be -

staande belemmeringen (*) inzake het vrij verkeer van

diensten af te schaffen, wa ren zijn ambities

alles bij elkaar niet eens zo hoog gegrepen.

In goede EU-traditie wilde de Bolken stein -

richtlijn niet ingrijpen in de nationale soevereiniteit,

maar wilde ze er vooral voor zorgen

dat dienstverleners uit andere lidstaten

zonder extra barrières tegenover hun lokale

concurrenten overal binnen de Unie aan de

slag konden. En daarmee is het meteen ook

duidelijk dat het niet de bedoeling is dat de

vestigingswetgeving overal binnen de EU

uniform wordt. “Toch houdt zelfs de afge-

zwakte versie van de Bolkensteinrichtlijn

zoals ze uiteindelijk werd goedgekeurd,

onmiskenbare voordelen en een primeur

in”, weet Carlos Almaraz, tot voor enkele

maanden dé Dienstenrichtlijnexpert bij de

Europese werkgeversfederatie BUSINESS -

EUROPE. “Het is een eerste horizontale

richtlijn, die over de sectoren heen geldt, met uitzondering

van die sectoren die expliciet werden uitgesloten of al gere-

28 SEPTEMBER 2010

glementeerd waren. Tot hier toe produceerde de EU altijd

wetgeving om één sector te reguleren.” Maar daar zit met -

een ook het addertje onder het gras. Doorgaans moeten lidstaten

een extra wet invoeren of er eentje aanpassen

om te voldoen aan de EU-regels. De Diens

tenrichtlijn vergt echter een diepgaande screening

van alle wetten in een land door alle wetgevende en

administratieve niveaus heen. Het is één van de

meest complexe omzettingsprocessen die we tot nu

toe in EU-wetgeving zagen. Hendrik Viaene, partner

bij het advocatenkantoor Stibbe: “Er zijn zoveel

lagen en takken in de wetgeving, ik kan met zekerheid

zeggen dat overheden aan een hoop wetten

gewoon niet ge dacht hebben.” In België sloeg men

“ De afgezwakte versie van de

Bolkensteinrichtlijn houdt onmiskenbare

voordelen en een primeur in”

Carlos Almaraz (Ex-medewerker BUSINESSEUROPE)

alvast het ge meentelijke niveau over bij de

oefening. Vol gens Almaraz zien we daar -

om dat sterk ge centraliseerde landen

het een ietsje makkelijker hebben bij

de omzetting, al is het onbegonnen

werk om een lijstje van goede en

slechte leerlingen te maken, ook

al omdat hun startpositie zo ver -

schillend was. “Een uit voe -

ring van de Diens ten richt -

lijn vergt immers naast het


wetgevende werk een diepgaande aanpassing van de administratieve

procedures, en er moet een samenwerking tussen

de lidstaten worden opgezet.” Dat laatste blijkt nog het

moeilijkste aspect. De richtlijn bepaalt dat elke lidstaat een

uniek loket moet oprichten waar potentiële dienstverleners

en gebruikers van diensten terechtkunnen voor vragen en

voor begeleiding van hun traject.

Almaraz: “Door de huidige economische

crisis was er niet bepaald

veel budgettaire ruimte en elk

land heeft dat op zijn manier op -

gelost: je vindt privéagentschappen

en overheidsinstellingen, nieuwe

struc turen en bestaande loketten

die meer bevoegdheden kregen,

hier en daar werden de Ka -

mers van Koophandel ingeschakeld.

In Griekenland, Italië, Roe -

“ De richtlijn is een codificatie van

de rechtspraak van het Europees

Hof” Hendrik Viaene (Advocatenkantoor Stibbe)

menië, Slowakije en Slovenië zijn er nog geen loketten

opgericht.(**)” De richtlijn geeft aan dat de informatie van

elke lidstaat internationaal beschikbaar moet zijn, maar

spreekt niet expliciet over websites of het gebruik van bv.

het Engels. Buiten de Scandinavische landen is het met het

gebruik van het Engels in elk geval bedroevend gesteld. Een

land als Estland staat dan weer wel heel ver in de organisatie

van zijn e-government en is een schoolvoorbeeld van

‘lean regulation’.

Procedureslag

De meeste EU-landen, waaronder België, hebben inmiddels

wel een overzicht van de wetgevende aanpassingen overgemaakt

aan de Europese Commissie. De Commissie evalueert

momenteel alle dossiers. België mag zich met bijna

100% zekerheid verwachten aan enkele opmerkingen.

Als de omzetting niet helemaal conform blijkt, kan

België niet alleen boetes oplopen, maar kunnen

bedrijven ook tegen België procederen. “De EUwetgeving

is nu van kracht en dus kunnen on -

dernemers zich daar nu op beroepen. Het is

immers hun schuld niet als een bepaalde lidstaat

de EU-richtlijn niet naar behoren

omzette”, zegt Almaraz. Al zien we niet

snel een kmo of zelfstandige dergelijke

Vrij verkeer van diensten

David-tegen-Goliathstrijd aangaan, het kan in principe wel.

Als de situatie flagrant is, kan ook de Commissie besluiten

een procedure tegen een lidstaat aan te vatten, of lidstaten

kunnen ook elkaars slechte wil aanklagen. Hendrik Viaene

vindt de hele richtlijn erg vatbaar voor procedureslagen: “De

richtlijn is op zich een codificatie van de rechtspraak van het

Eu ropees Hof. Bovendien is het een politiek compromis.

Een kat vindt er haar jongen niet in terug. Er zijn veel hiaten.

OPENER

Voor wie is de

Dienstenrichtlijn bedoeld?

JA

De distributiesector (zowel klein- als groothandel); de meeste

gereguleerde beroepen (zoals juristen en fiscaal adviseurs,

architecten, ingenieurs, accountants, landmeters…);

de bouwsector en ambachten; business-gerelateerde diensten

(zoals onderhoudsdiensten, management consultancy,

organisatie van evenementen, incassobedrijven, reclamebureaus,

headhuntersbureaus); toeristische sector (bv. reisagenten);

vrijetijdssector (bv. sportcentra en pretparken); installatie

en onderhoud van apparatuur; ICT-diensten (zoals webpublishing,

persagentschappen, computerprogrammering);

horeca; training en onderwijs; verhuur en leasing; vastgoedkantoren;

huishoudhulp (zoals poetsen, tuinonderhoud en

kindermeisjes).

NEE

Financiële diensten; elektronische communicatiediensten

wat betreft die aspecten die door andere EU-wetgeving worden

geregeld; transportdiensten geregeld in het Europees

Verdrag, Hoofdstuk V; gezondheidszorg verleend door gereguleerde

medische beroepen; uitzendkantoren; privéveilig -

heidsdiensten; audiovisuele diensten; gokspelen; bepaalde

sociale diensten aangeboden door de overheid of door

mandatarissen aangeduid door de overheid; diensten verleend

door notarissen en gerechtsdeurwaarders.

SEPTEMBER 2010

29


OPENER Vrij verkeer van diensten

Als een bedrijf niet ‘bediend’ wordt door de richtlijn, moet

een procedure worden opgestart, en dan ben je algauw

voor meerdere jaren vertrokken. Niet echt bevorderlijk

voor een vlotte eengemaakte dienstenmarkt.” Voor Al -

maraz valt de flou artistique wel mee. Voor hem is het redelijk

duidelijk wie wel en wie niet onder de richtlijn valt, al

vergen sommige nuances en uitzonderingen in de richtlijn

juridische scherpzinnigheid.

Economische impact

Blijft ten slotte nog de vraag naar de verwachtte economische

impact van de Dienstenrichtlijn. Het valt onmiddellijk

30 SEPTEMBER 2010

“ We verwachten een effect op het bbp

tussen 0,5 en 1%. Dat zou ongeveer 6.000

tot 9.000 arbeidsplaatsen opleveren”

op dat er slechts weinig onderzoek naar

gebeurde. Het directoraat-generaal In -

terne Markt deelt ons mee dat ze slechts

weet heeft van één studie die gebaseerd

is op de gestemde versie van de Dienstenrichtlijn en

die het economisch potentieel voor de hele Unie berekent.

(Eerdere studies namen de veel liberalere eerste versie van

de richtlijn als uitgangspunt.) Ze werd uitgevoerd door het

Centraal Planbureau van Nederland. Deze studie voorspelt

voor de hele EU economische winst van 60 tot 140 miljard

euro, wat staat voor een groei van 0,6 tot 1,5% van het EUbbp.

De Commissie meldt dat het over conservatieve

schattingen gaat omdat ze geen rekening houden met de

productiviteitswinst door extra handelsactiviteiten die er

komen omdat de nationale wetgevingen meer gaan gelijk -

lopen, noch met de effecten binnen de lidstaten van de

doorgevoerde administratieve vereenvoudiging. Voor

België ondernamen de Nationale Bank en het Federaal

Planbureau eind vorig jaar samen een studie. Christophe

Piette was één van de auteurs: “De buitenlandse handel in

diensten is relatief klein. Hoewel meer dan 80% van de

Belgische toegevoegde waarde in de dienstenbranches

wordt gerealiseerd, bestaat naar schatting slechts 4% van

de uitvoer en 4,3% van de invoer uit diensten die binnen de

werkingssfeer van de Dienstenrichtlijn vallen. Dat contrast

wordt vooral veroorzaakt door andere obstakels dan de

wetgeving en door de intrinsieke kenmerken van diensten.”

Het aandeel van de dienstenbranches in de buitenlandse

investeringen lijkt veel groter

dan in de buitenlandse handel.

De studie toont ook aan dat er

veel dienstenbedrijven niet op

de richtlijn hebben gewacht

om in het buitenland te investeren.

“Het ziet ernaar uit dat

de Dienstenrichtlijn een relatief

klein, maar toch positief

effect zal meebrengen voor België”, aldus nog Piette. “We

verwachten een effect op het bbp tussen 0,5 en 1%. Dat zou

ongeveer 6.000 tot 9.000 arbeidsplaatsen opleveren.”

Christophe Piette (Nationale Bank)

SBR

(*) Die obstakels zijn o.m. de stelsels van toelatingen en vergunningen,

de communicatie en vereenvoudiging van de regels en procedures, de

administratieve lasten die worden opgelegd aan de vennootschappen

en de zelfstandigen, de discriminerende procedures ten aanzien van

buitenlandse ondernemingen en alle overige obstakels van niet-tarifaire

aard zoals de afwezigheid van een akkoord inzake wederzijdse erkenning

of van internationale kwaliteitsnormen.

(**) Laatste officiële mededeling op de Competitiveness Council van

25-26 mei 2010.


OPENER Vrij verkeer van diensten

Administratieve tsunami hindert eengemaakte dienstenmarkt

Kafka in België

De Dienstenrichtlijn moést er komen. Wie geconfronteerd wordt met de dagelijkse Belgische en

Europese realiteit laat daar geen twijfel over bestaan. Toch ontmoetten we veel frustratie en teleurstelling

tijdens onze rondvraag. De doelstelling had best een stuk ambitieuzer mogen zijn, de uitvoering

beslist een stuk ingrijpender. En vooral had het een uniek moment moeten opleveren om onze

eigen Belgische wirwar van procedures en vergunningen zonder taboes aan hun nut en logica te toetsen.

België zou België niet zijn mocht de Dienstenrichtlijn bij ons in bepaalde gevallen niet dreigen te

leiden tot méér kafka in plaats van minder…

Op het eerste gezicht ziet het er geweldig uit: sinds

begin 2010 moet een dienstverlener zich in elke

Europese lidstaat tot één uniek loket kunnen richten

om daar alle informatie te krijgen die hij nodig heeft en alle

verrichtingen te kunnen uitvoeren om zich in dat land te vestigen.

Ook in België is dat het geval. Chantal De Pauw, woordvoerder

van de Federale Over heids -

dienst Economie, verklaart: “Voor de

omzetting van de Dienstenrichtlijn hebben

we de vooropgestelde deadline van

de Commissie niet gehaald, maar die

achterstand heeft ons niet belet wél op

tijd te zijn met de invoering van de unieke loketten.” Sinds 28

december 2009 kregen de negen bestaande erkende ondernemingsloketten

– die het levenslicht zagen na de invoering

van de Kruispuntbank voor Ondernemingen – er een Eu ro -

pese bevoegdheid bij. En klaar was kees. “Het vergde uiter -

aard wel een aanpassing op IT-vlak en ook de vorming van de

mensen op het terrein werd aangepakt, maar voorts is het

nogal rustig op het terrein”, aldus Mirabel Hoys van HRdienstengroep

Securex, die één

van die erkende loketten heeft.

“We hebben geen tsunami van

Eu ropese dossiers sinds eind vo -

rig jaar. Je ziet wel dat er sinds de

EU-uitbreiding in 2003 elk jaar een

gestage toename is van het aantal

ondernemers van EU-origine.”(*)

Dat gaat van de Franse ijsjesboer

die in de zomer ook de Belgische

kust bedient, tot het grote Ne -

32 SEPTEMBER 2010

“ We hebben geen tsunami van

Europese dossiers sinds eind vorig

jaar” Mirabel Hoys (Securex)

derlandse IT-bedrijf dat in ons land een vestiging opent. Maar

achter de façade van dat unieke aanspreekpunt gaan nog veel

onopgeloste kwesties schuil. Dominique Michel, gedelegeerd

bestuurder van de federatie van de handelsbedrijven Fedis, is

een groot voorstander van de richtlijn omdat ze tenminste de

fundamenten legt van een eengemaakte markt. “Zelfs mocht

de richtlijn in alle lidstaten voor de 100% worden uitgevoerd

– en dat is bijlange niet het geval – zouden we nog niet echt

over een eengemaakte dienstenmarkt kunnen spreken. Er

moeten daarnaast nog tal van barrières worden afgebroken.”

Wat Michel het meeste stoort in België, is dat het unieke loket

slechts een doorgeefluik is van dossiers naar

de diverse achterliggende administraties.

Terwijl een oprichting van een onderneming

meteen door het loket zou moeten kunnen

worden afgehandeld. “Men heeft een kans

verkeken om het hele systeem echt te

vereenvoudigen en te moderniseren!”

Bovendien heeft men in België slechts de federale en regionale

wetten getoetst aan de nieuwe richtlijn, “terwijl het gros

van de lastige vergunningen en regeltjes zich op gemeentelijk

niveau bevinden. Maar aan dat sterke politieke niveau durft

men in België niet gauw te raken”. Directeur voor Europese en

internationale zaken bij de Confederatie Bouw, Vincent

Detemmerman, sluit zich aan bij de kritiek: “De loketten werken

verre van perfect en er blijven vandaag een hele reeks

Nuttige websites!

Het is een hele opdracht om de unieke loketten in

andere landen te traceren. Gelukkig bracht de

Europese Commissie alle nuttige links samen zodat


egels in voege die niet noodzakelijk discriminerend zijn,

maar die potentiële ondernemers wel behoorlijk kunnen ontmoedigen.”

Het blijft bij pogingen

Het is natuurlijk een vaststaand gegeven dat ons land bijzonder

complex is. Maar er zijn ook goede initiatieven die trachten

orde te scheppen in de chaos. “De overheid

heeft enorme inspanningen gedaan om voor

het eerst de meer dan 400 vergunningen die

ons land rijk is, te inventariseren”, weet Hoys.

“Jammer genoeg liet men na meteen even te

checken of bepaalde vergunningen en vereisten

niet historisch achterhaald zijn en vandaag

nog nut hebben.” De overheid zette ook een

website op (www.business.belgium.be) waar u

met de elementen postcode en activiteit normaliter

meteen een overzicht zou moeten krijgen

van de wettelijke vereisten en een stappen-

“ Wie krampachtig alles bij het

oude wil houden, betaalt daar

vroeg of laat een ferme factuur

voor!” Dominique Michel (Fedis)

plan. “Ik probeerde het onlangs nog, maar zelfs met voorkennis

lukt het soms niet”, aldus Hoys. “Dan moet het op de

oude manier, via een telefoontje naar de bevoegde instantie.

Dat kunnen wij nog uitzoeken, maar als een Hongaar of een

Italiaan dat moet doen, lukt hem dat nooit.” Die informatie is

bovendien niet statisch en moet regelmatig worden geüpdatet,

iets wat de overheid al eens vergeet. Voor buitenlanders is

het voorts belangrijk om die informatie in een verstaanbare

taal te kunnen krijgen. Hoys: “Op federaal niveau valt het nog

mee, maar vooral gewesten en gemeenschappen vinden

Engelse vertalingen geen prioriteit. We hebben dan maar zelf

een brochure samengesteld die we sinds 2003 in het Engels

en het Duits beschikbaar stellen.” Het online beschikbaar

maken van alle info kan ook al niet: “Neem nu de btw-administratie.

Soms verschillen de interpretaties van kantoor tot

kantoor, en zelfs van ambtenaar tot ambtenaar. In onze interne

bibliotheek hebben we daar hele lijstjes van. Dat kun je

toch niet aan een Roemeen diets maken op het internet? Dat

u alleen de volgende referentie nodig heeft. U krijgt er bovendien ook

een snelcursus Dienstenrichtlijn voorgeschoteld.

http://ec.europa.eu/internal_market/services/services-dir/ index_

en.htm

Via de Belgische portaalsite krijgt u informatie over vergunningen en procedures

in eigen land: www.business.belgium.be

Vrij verkeer van diensten

soort dingen moet dringend gestroomlijnd!” Of wat dacht je

van die Fransman die al jaren een restaurant in Frankrijk had,

maar geen valabel koksdiploma. Dat hoeft immers niet in het

land van de gastronomie. In Frankrijk beslist de klant wel of

iemand lekker kookt voor een eerlijke prijs. Toen hij bij ons

een bijhuis wilde openen, heeft hij veel documenten moeten

voorleggen om zijn praktijkervaring aan te tonen. “België is

kampioen in administratieve eisen stellen, waar

mijn ervaring zegt dat dat absoluut geen garantie

op slagen, noch op kwaliteit van de dienstverlening

biedt. Je zou eens moeten weten welke constructies

er worden opgezet om aan die papieren

vereisten te voldoen. Er kan nog veel geoptimaliseerd

worden en men moet middelen vrijmaken

voor meer controles op het terrein”, vindt Hoys.

Beschermd eilandje?

Maar wie weet is het niet zo slecht dat de Bel -

gische administratie een ondoorzichtig bos

blijft voor de doorsnee Europeaan. Zo krijgen

onze bedrijven misschien iets minder concurrentie

te verwerken op eigen bodem? Dominique

Michel reageert furieus: “Ik vrees dat er inderdaad

mensen zijn die zo denken! Niets blijkt echter

meer nefast op lange termijn. Wij vrezen

heus geen concurrentie, zelfs al

lijkt dat niet altijd zo prettig voor onze

bedrijven. Maar concurrentie maakt

iedereen weerbaarder, het maakt een

sector efficiënter. En dus ook beter in

staat om in het buitenland te gaan

concurreren. Wie krampachtig alles

bij het oude wil houden, betaalt daar

vroeg of laat een ferme factuur voor!”

Michel vreest echter dat de komende

regionalisering de Belgische markt

nog moeilijker gaat maken voor binnen-

én buitenlandse retailketens en

dat de positieve effecten van de

Dienstenrichtlijn volledig dreigen verloren

te gaan. “We hadden in België vier

criteria waaraan de vestiging van een

nieuwe distributiezaak werd ge -

toetst. Twee daarvan waren flagrant

in strijd met de Dienstenrichtlijn en

werden dan ook afgeschaft. Vreemd

Ten slotte kunt u met vragen over

het opzetten van een dienstverlening in

een andere Europese lidstaat terecht op volgende

mailadressen:

Burgers: CONSUMER21SERVICES@economie.fgov.be

Bedrijven: BUSINESS21SERVICES@economie.fgov.be

SEPTEMBER 2010

OPENER

33


OPENER Vrij verkeer van diensten

genoeg werden ze vervangen door twee totaal onbegrijpelijke

regels. Een potentiële retailer moet nu vooraleer hij investeert,

bewijzen dat hij de sociale wetgeving en de consumenten

zal respecteren. Pure nonsens, en per toeval twee federale

materies. Wat maakt dat, eens de vestigingswet zal worden

geregionaliseerd, er wellicht drie regionale beslissingscomités

bijkomen voor de eerste criteria, en dat het federale comité

zich zal buigen over de twee nieuwe criteria. Welkom in het

land van Kafka!”

SBR

De Europese markt opengooien voor

diensten: je kunt de wetgeving wel bijsturen,

maar wat met de culturele verschillen

tussen de 27 lidstaten? Voor dienstverleners

– die bij uitstek een persoonlijke relatie

met hun klanten moeten

opbouwen – kunnen die

behoorlijk wat parten spelen.

Lutgart Dusar, experte

intercultureel ondernemen

bij Living Stone Intercultural

Entrepreneurship, windt er

geen doekjes om: “Vloeken

wordt steeds meer een

inherent deel van de job.

Als je met mensen moet

samenwerken die er andere

basisprincipes op nahouden,

brengt dat stress en frustratie mee.

De enige oplossing is de problemen niet

langer als ‘ballast’ te beschouwen, maar

als een onlosmakelijk deel van het werken

vandaag.” Er doen inderdaad wel clichés

de ronde als ‘die Belgen met hun slides’,

‘de Fransen komen nooit tot de kern’ of

‘de Hongaren zijn zo lichtgeraakt’. Maar is

dat ook waar? Dusar: “Er zijn op businessvlak

duidelijke verschillen tussen landen.

Zo denkt men in Noord- en Noord-West-

Europa meer individualistisch. Men werkt

er met duidelijke doelstellingen en plannen.

Het lineaire denken is er sterk geprofileerd.

In het zuiden en het oosten van

het continent geeft men een andere invulling

aan tijd en gaan relaties dikwijls voor

op taken.” Er blijven daarnaast uiteraard

34 SEPTEMBER 2010

ook verschillen in ondernemingscultuur

binnen sectoren, en ook bedrijven en individuen

verschillen van elkaar. Hoe men

‘tijd’ ervaart, blijkt één van de grote bronnen

van frustratie in de dagelijkse praktijk.

Zo zal een Duitser – bij wie

alles netjes is getimed –

het heel erg blijven vinden

als hij overuren moet

presteren omdat zijn Ita -

liaan se partner soepeler omspringt met

de deadlines…

Omgaan met taal- en cultuurverschillen

Is de variëteit aan talen niet de grootste

hindernis om over de Europese grenzen te

gaan ondernemen? “Het is uiteraard een

extra barrière. Onze Europese meertalig -

heid is tegelijkertijd een troef en een handicap.

Eindeloze vertalingen vergen veel

tijd en geld, tegelijk dient die tijd vaak

ook voor extra reflectie en geven de interpretaties

in verschillende talen ook een

nieuwe dimensie aan creativiteit.” Wie

met een zweem van jaloezie denkt dat

ondernemers in pakweg de States een

stapje vóór hebben doordat ze een enor-

(*) Volgens de FOD Economie waren begin juli 2010 ongeveer 500

Europese bedrijven die geen vestiging hebben in België ingeschreven

in de Kruispuntbank voor Ondernemingen sinds de opening van de

Europese unieke loketten op 28 december 2009. Het aantal inschrijvingen

gaat in stijgende lijn. De meeste inschrijvingen komen uit de buurlanden

(227 uit Frankrijk, 170 uit Nederland, 69 uit Duitsland, 19 uit

Luxemburg). Het gaat grotendeels over natuurlijke personen (en in

slechts 28 gevallen over rechtspersonen).

“Vloeken wordt een inherent deel van internationaal

werken”

“ Ik heb de indruk dat de

nabijheid van een andere cultuur

ons net stroever maakt,

minder flexibel” Lutgart Dusar

me markt met één taal en cultuur kunnen

bedienen, vergist zich bovendien schromelijk.

“De ondernemerscultuur verschilt

aan de Oost- en Westkust minstens evenveel

als die binnen de EU. Bovendien

kampen de States veel meer dan de EU

met rassenproblemen en etnische spanningen.

Cultuurverschillen overbruggen

staat vreemd genoeg veel hoger op de

Amerikaanse agenda dan op

de Europese”, aldus nog

Dusar. Het is dus niet omdat

een groot gebied één taal

hanteert, dat het daarom makkelijker

ondernemen is ver van

huis. En hoe liggen de kaarten

van de Belgen in deze internationale

melting pot? Onze geografische

ligging op de scheidingslijn tussen de

Germaanse en Latijnse cultuur is lang

doorgegaan voor een geweldige troef.

“Niet zo zeker van”, zegt Lutgart Dusar.

“Ik heb de indruk dat de nabijheid van

een andere cultuur ons net stroever

maakt, minder flexibel. We affirmeren

onze eigenheid juist veel duidelijker en

stappen moeilijker af van onze eigen

manier van doen.” Er is met andere woorden

geweldig veel werk aan de winkel om

de weerstand tegen andere opvattingen

over businesswaarden te verzachten. Dat

de EU het pad effent op wettelijk vlak en

de grenzen opent, is dus maar het prille

begin van het avontuur.

SBR


OPENER Vrij verkeer van diensten

Belgische dienstverleners over grensoverschrijdend ondernemen

Niet bang van vreemde markten

Hoe onbekend de Dienstenrichtlijn ook mag zijn, in de praktijk zijn Belgische dienstverleners niet bang

van vreemde markten. Sommigen leveren hun diensten aan klanten over de grenzen vanuit het thuisland,

anderen richten een buitenlands filiaal op, nog anderen gaan op overnamepad. Wij willen niet

weten wat de beste aanpak is, wel of het zich conformeren aan de plaatselijke regelgeving een al dan

niet moeilijke opdracht is, of zij enige discriminatie ondervinden tegenover hun lokale concurrenten en

hoe de klanten reageren op een buitenlandse dienstverlener.

In de bouwsector vonden we Herbert en

Monique Mauel van de meubelmakerij

Mauel A.G. in Eynatten bereid om te getuigen

hoe zij het grensoverschrijdend ondernemen ervaren.

“We zijn al 25 jaar actief in Duitsland”, zo steekt Herbert

Mauel van wal. “In die tijd waren er hier in de buurt veel meubelzaken

en voerden we samen publiciteit in de Duitse

grensstreek. Toen wij besloten om ook meubels op maat aan

te bieden en dat in de krant kwam,

kregen we meteen veel Duitse klanten

over de vloer.” Herbert vindt niet

dat dat een complexe aangelegenheid

was. Maar hij laat liever zijn

doch ter en boekhoudster Moni que

daarover het woord voe ren. “We

heb ben geen filiaal in Duitsland,

maar zijn wel ingeschreven in het Duitse handelsregister, wat

maakt dat we facturen kunnen opmaken waarin we de Duitse

btw-regel van 19% toepassen. We regelen die btw-aangelegenheden

ook onmiddellijk met de Duitse administratie.” Dat

Het gaat financieel en fiscaal planner Optima voor de

wind. Bovendien ontpopt het bedrijf zich tot een

belangrijke vastgoedspeler. Stilaan werd de Belgische

markt te klein. Na de oprichting van een bijkantoor in Ei gen -

brakel, waagde Optima zich begin dit jaar voor het eerst buiten

de Belgische grenzen en richtte een filiaal op in Spanje.

Waarom Madrid uitverkoren was, vertelt ons Ruben Piqueur,

36 SEPTEMBER 2010

MAUEL A.G.: OMDAT DE KLANTEN ONS VRAGEN!

“ We heb ben geen filiaal in

Duitsland, maar zijn wel

ingeschreven in het Duitse

handelsregister” Monique Mauel

maakte het bijvoorbeeld mogelijk om niet alleen meer stukken

te leveren in Duitsland, maar er ook zelf plaatsingen van

meubilair uit te voeren. “We hebben uiteraard een gescheiden

Belgische en Duitse boekhouding nodig, maar voorts is

dat geen buitensporige last voor het bedrijf.” Met zijn 14

werknemers zit de firma Mauel voorts niet stil. Monique liet

onlangs ook de procedure tot inschrijving starten in

Nederland om zo ook bij Nederlandse klanten installaties te

kunnen uitvoeren. Of dat nu mak-

kelijker gaat dan indertijd dankzij

het uniek loket – het uit hangbord

van de Dien s ten richt lijn? “Onze

fiscaal adviseur regelt dat, dus wij

merken daar al vast niets van.” En

of de versoepeling van de wet geving

hen aanmoedigde om nu ook

de stap naar Nederland te zetten? “Wetgeving? Neen, we

hebben daar klanten!” echoën vader en dochter.

www.mauel.be

OPTIMA: GEMAKKELIJK DANKZIJ SPAANSE PARTNER

zoon van oprichter Jeroen Piqueur

en verantwoordelijke voor het Spaan -

se filiaal: “We voelen ons vertrouwd

met het fiscale systeem en het concept van

financiële planning zoals wij aanbieden is er nog relatief

onbekend, terwijl er wél een kapitaalkrachtig publiek is.” Nog

niet teveel concurrentie, met andere woorden. Het oprichten


van het filiaal liet Optima over aan zijn Spaanse partner en

minderheidsaandeelhouder Grupo Leo, zelf een gereputeerd

fiscalist. “Zij hebben alle contacten met de overheid voor ons

verzorgd. Vanuit de Bel gi -

“ Om een auto te leasen,

moet je een notariële akte

hebben” Ruben Piqueur

sche holding hebben wij

alleen in de nodige middelen

voorzien. In Spanje heerst er

een vrij omslachtige cultuur.

Om een auto te leasen, moet

je een notariële akte hebben.

We zaten tientallen keren bij de notaris.” Maar Piqueur had

niet het gevoel dat de Spaanse administratie hen als Bel -

gische groep een strobreed in de weg legde. “We hadden

uiteraard vergunningen nodig, bijvoorbeeld als erkend verzekeringsmakelaar

of erkend vastgoedmakelaar. Bepaalde do -

cumenten moesten worden vertaald en voor echt verklaard.

Het Newton21 van Alain Mahaux is een pionier

geweest in de Belgische reclamesector. Al in 1992

startte Mahaux in het buitenland, meteen na de opening

van de EU-grenzen voor mensen en goederen. De eerste

markten waar Newton21 een kans waagde waren Ne -

derland, Frankrijk en Spanje. Intussen strekken de tentakels

van Newton21 veel verder uit in de EU en zelfs daarbuiten.

Mahaux: “Op administratief vlak is dat zeker een uitdaging.

Alles is anders in al die landen: de vestigingswetten, de statuten

van werknemers, de boekhouding…” Maar nooit heeft

Mahaux het gevoel gehad dat zijn project

gediscrimineerd werd

ten opzichte van lokale

spelers. “Eens je

buiten de EU gaat,

naar Turkije of

Rusland, gaat die

complexiteit

toch exponentieel

omhoog.”

Er is dus toch wel

zoiets als het

embryo van

een E uro -

pees level

playing

field. De obstakels

zijn echter

niet alleen van juridische aard.

“De culturele codes verschillen

enorm. Ten slotte is ook de tijd

om iets te bereiken erg verschil -

lend. In de UK of in Duitsland gaat

Vrij verkeer van diensten

Het lijkt me wel dat het zonder plaatselijke partner een stuk

moeilijker zou zijn geweest om de weg te vinden in de administratieve

rompslomp.” Of die partner al gebruik kon maken

van het Spaanse unieke loket weet Piqueur

niet. Naar de Spaanse klanten toe houdt

Optima zijn Belgische afkomst wel low

profile. Piqueur: “We zijn een Spaans

bedrijf met Spaan se werknemers –

trouwens een stuk makkelijker om

in Spanje topmensen in de financiële

wereld te vinden dan bij ons. Zich een Spaans

imago aanmeten, blijkt een

absolute must om het vertrouwen

van de klanten te winnen.”

www.optima.be

NEWTON21: PIONIER IN EUROPA

alles heel snel, maar in Italië moet

je behoorlijk wat geduld aan de dag

leggen.” Unieke loketten waren er nog

niet toen Mahaux zijn filialen uit de grond

stampte, maar een lokale adviseur is volgens hem toch altijd

nodig, en liefst nog iemand die je eigen taal spreekt, of ten

“ Eens je buiten de EU gaat, stijgt

de complexiteit exponentieel”

minste perfect Engels. “De kosten, naast de investering in

de participatie van een lokale onderneming, zijn relatief

laag. Bij mij is het Brussels Gewest ook flink tussengekomen

in de prospectiekosten. Voorts heb ik internationaal talent

en talenkennis in huis, en dat drukt de kosten ook.” Hoe kijken

ten slotte de klanten aan tegen een Belgische dienstverlener?

“Veel klanten in de diverse landen weten niet dat

we een Belgische groep zijn. Ze werken ter plaatse met

onze lokale contacten. Qua imago leggen we de nadruk op

het internationale aspect van de groep, zo heb je meer kans

om ook grotere vissen te vangen!” Speelt het feit dat de EU

werkt aan het afbouwen van de administratieve grenzen

voor dienstverleners een rol in de beslissingen van Mahaux

om in het buitenland te ondernemen? “Neen. En blijkbaar

is dat ook voor anderen zo, want we ondervinden ook niet

plots meer concurrentie binnen de Europese Unie.”

www.newton21.com

Alain Mahaux

SEPTEMBER 2010

OPENER

37


© Ton Koene

OPENER Vrij verkeer van diensten

B2BOOST: INTRINSIEK EUROPEES PRODUCT

van informaticagegevens

en b-to-b e-commerce’. Met

‘Uitwisseling

zo’n activiteit is het

tien jaar jonge B2 boost duidelijk in de wieg

gelegd om als internationale speler door het

leven te gaan.

Chief Customer Officer Gilles Collet bevestigt

meteen onze analyse. “Wij brengen bedrijven

uit heel Europa samen op het vlak van elektronische

gegevensuitwisseling om op die manier b-to-bprocessen

- zoals het plaatsen en bevestigen van orders en

de facturatie - te optimaliseren.” B2boost is een platform

NOODHULP PAKISTAN

Met € 30 geeft u een gezin een maand lang

drinkbaar water.

Hartelijk dank voor uw bijdrage

op 000-0000060-60

Fiscaal attest vanaf € 30

waar alle IT-talen begrijpelijk worden gemaakt, zodat bedrijven

niet meer zelf hoeven te investeren in software om elek-

“ De wetgeving inzake e-invoicing verschilt

grondig in de Europese landen, maar is

gebaseerd op eenzelfde Europese richtlijn”

tronische boodschappen van hun handelspartners te kunnen

decoderen. Collet: “Onze diensten worden in alle Europese

landen gebruikt, maar we zijn als bedrijf niet fysiek aanwezig

in die landen.” Alles wordt beheerd vanuit

Brussel, maar van bij de start viseerde het

bedrijf een Europese klantenportefeuille. Op

het vlak van administratie vond Collet dat

geen onoverkomelijke opdracht. De uitdagingen

lagen veel meer op het operationele

vlak. In een aantal landen is het niet voldoende

in het Engels te communiceren. Collet

denkt meteen aan Polen, Duitsland of Span -

je. “Het gevolg was dat wij intern een aantal

mensen hebben aangeworven met specifieke

taalcompetenties.”

Daarnaast zijn er legale aspecten die het voor

B2boost ingewikkeld maken. “De wetgeving

inzake e-in voi cing verschilt grondig in de

Eur opese landen ondanks het feit dat ze allemaal

op eenzelfde Europese richtlijn zijn

gebaseerd.” Collet vindt Europese richtlijnen

vaak te vaag. Verschillen in interpre tatie ma -

ken dat de nationale wetgevingen nog fors

afwijken en dat we dus niet echt veel opschieten

met het eenmaken van de markt.

Van de implementatie van de Diensten richt -

lijn heeft het bedrijf niet meteen wat ge -

merkt. De contracten met de klanten worden

getekend onder Belgisch recht. Als er bezoeken

van en naar klanten op het programma

staan, volgt het bedrijf uiteraard de regels

van de detacheringsrichtlijn en voldoet het

aan de vereisten van de Limosa- en Dimo na -

ver kla ringen.

www.b2boost.com

Gilles Collet

Sofie Brutsaert

More magazines by this user
Similar magazines