Denkraam

denkraam.info

Denkraam

Denkraam

www.denkraam.info

Geestelijke Gezondheidszorg Maatschappelijke Opvang Verslavingszorg

gratis magazine voor en door cliënten in de regio Rijnmond nummer 22 - augustus 2006

[1]


Colofon

Redactie: José Bonouvrier, Liesbeth Vollemans, Irmlinda

de Vries, Koos Bijlholt, Michiel van Gog, Yvonne

Barning, Carla Berkhof, Susan Leijnse, Erwin Tukker,

Natasja Schreuder, Loyce van den Berg, en Ester de

Bruin.

Eindredactie: Ernest Smit, Jan B. Burger, Martin Luycx

en Bas van Bellen.

Correspondenten: Susan Leijnse (werkgroep herstel),

Bas van Bellen, Mr. Helen, Henri Sunant, Natasja

Schreuder, Liesbeth Vollemans, Isabella Fabri, Erwin

Tukker, Anja, Virginia, Jolanda Antonio, Helena Kats,

Madeleine en Miny Warman.

Fotografie: Erwin Tukker, Michiel van Gog, Jan B Burger,

Bas van Bellen en Liesbeth Vollemans.

Voorkant: Christian Dogterom, door Jan B. Burger.

Achterkant: Pentekening gemaakt door Christian

Dogterom.

Illustraties: Christian Dogterom, Jan Beijl en Kito.

Strip: Ferry van Wing.

Vormgeving en druk: Argus, Rotterdam.

Verzendklaar maken: Datawerk, Rotterdam.

Distributie: Postdienst Vredehof, Rotterdam.

Verspreidingsgebied: Regio Rijnmond, de Hoekse

Waard, Voorne-Putten en de Zuid Hollandse Eilanden.

Oplage: 2700 exemplaren.

Redactieadres: (ook voor een gratis abonnement)

Postbus 21078, 3001 AB Rotterdam

tel: 010-7502123 / 010-4665962

E-mail: redactie@denkraam.info

Website: www.denkraam.info

Deadline nummer 23: 18 september 2006

Verschijning: vanaf 12 oktober 2006

Projectondersteuning:

Teus van Wijk, Basisberaad Rijnmond

(hoofdredacteur)

Tel: 010 – 7502123 / 010 – 4665962, Fax: 010 - 4660070

E-mail: t.vanwijk@denkraam.info

Denkraam’ is een onafhankelijk magazine. Het is een

product van de gezamenlijke cliëntenraden uit de

GGZ, Maatschappelijke Opvang en Verslavingszorg uit

regio Rijnmond in samenwerking met Basisberaad

Rijnmond.

Aan de totstandkoming van deze uitgave is de uiterste

zorg besteed. Voor informatie die desondanks

onvolledig of onjuist is opgenomen aanvaardt de

redactie geen aansprakelijkheid.

Alle in deze uitgave opgenomen artikelen

mogen niet worden overgenomen zonder

toestemming van de opsteller.

De redactie kan besluiten ingezonden bijdragen

zonder opgave van reden niet te plaatsen, in te

korten en/of taalkundig te bewerken.

[2]

Publiceren onder pseudoniem mag, mits

naam en adres bij de redactie bekend zijn.

[Denkraam]

Inhoud augustus 2006

4. In memoriam Christian Dogterom

Gedicht-Standbeeld oude tijd

Nagelaten werk

In nagedachtenis Christian Dogterom

9. Herstel: de verslaving voorbij?

Door de Werkgroep Herstel.

12. De Pauluskerk

Op 23 juni werden de deuren gesloten van de Pauluskerk.

Een interview met Hans Visser

15 Mijn verslavende poging tot zelfvernietiging

Of zelfbeschadiging verslavend is? Een discussie tussen

hulpverlening en ervaringsdeskundigen, waar ik zelf

een beetje tussensta.

18 Tips voor de nuchtere

Wat doe je als een familielid of naaste verslaafd is aan

de alcohol.

20 Drugs om de maatschappij rustig te houden.

Welke drugs mogen wel en welke niet? Over de rol van

onder andere alcohol in de maatschappij.

21 Pluspunt

Pluspunt biedt opvang en ondersteuning aan thuislozen

in Rotterdam.

22 Mijn Herstel

Begin 2005 kwam ik weer langzaam tot mijzelf na een

barre tocht door de hel, ook wel mijn geest genoemd.

Aan de grond, alleen.

24 Legale en illegale drugs

Wat kan er wel en wat kan er niet? En wat zijn de

gevolgen van deze drugs.

26 Het heft in eigen handen

Op 29 juni kwamen bezoekers en medewerkers van

dagactiviteitencentra bijeen om te praten over cliëntgestuurde

projecten.

En verder:

8 Verslaafde vogels – column Henri Sunant

13 Verslavingen – column Erwin Tukker

14 Nicotinevervangers, een tikkeltje verraderlijk

14 Verslavend nasmaakje

19 Gokverslaving

22 Reactie Het heft in eigen handen

29 Strip Henkie Denkie

30 Mr. Helens rechthoekje

31 Recept


Openbare redactie

vergadering

Denkraam

Datum: vrijdag 8 september 2006

Tijd: 10.00 – 12.00 uur

Lokatie: Basisberaad Rijnmond

Zomerhofstraat 80-86

3032 CM Rotterdam

Gebouw Vijverhof (2e etage)

Tel: 010 7502123

e-mail: redactie@denkraam.info

De redactie nodigt de lezers van Denkraam van

harte uit om deze vergadering bij te wonen.

Thema van de bijeenkomst is het magazine

Denkraam zelf. Wat vind ú van Denkraam?

Kom langs op vrijdag 8 september!

Van de redactie

nummer 22

nummer 22

Op 27 juli kwam de verschrikkelijke boodschap bij de redactie van

Denkraam binnen dat Christian Dogterom, op 39 jarige leeftijd,

plotseling was overleden. De klap kwam hard aan bij een aantal

redactieleden, ook bij mij. Christan was niet alleen redactielid

maar ook een goede vriend, een dichter, een schilder en blonk uit

in de urenlange filosofische gesprekken die je met hem kon voeren.

In dit nummer van Denkraam staan we uitvoerig stil bij het

overlijden van Chrissie. Op pagina 4 staat zijn laatste gedicht dat

hij, hier op de redactie, de dinsdag voor zijn overlijden heeft

geschreven. Verder nog een aantal schrijfsels die we terug vonden

in onze ‘plankmap’ en een aantal ingezonden stukjes van mensen

die Christian hebben gekend, hetzij als vriend(in) of Christian op

een andere manier, in het Rotterdamse, hebben leren kennen. Ook

een mini poster van een van Christians werk mocht natuurlijk niet

ontbreken. Deze vindt u ingestoken in het midden van dit nummer.

Tijdens de begrafenis werd namens de redactie een gebed

voorgelezen. Dit gebed wil ik u uiteraard niet onthouden. Het is

een Joods gebed voor op de begraafplaats en ging als volgt:

Uwe doden zullen herleven.

Mijn afgestorven zullen weder opstaan!

Ontwaak en juicht, gij, die in het stof ligt,

want uw dauw is als der planten,

en de aarde zal de overledenen terug geven.

En de Eeuwige zal u bestendig geleiden,

Zelf in de dorste streken zal Hij uwe ziel laven en uw gebeente sterke.

En gij zult zelf zijn als een welbesproeide hof,

gelijk eene waterbron, die nimmer uitdroogt!

Lig in vrede, rust in vrede, totdat de vertrooster komt,

die den vrede verkondigt.

Chrissie we zullen je nooit vergeten en er voor zorgen dat je nooit

vergeten wordt.

Met veel pijn en moeite hebben we toch weer een aardig nummer

in elkaar weten te zetten. De drug was groot. In dit nummer hebben

we een poging gedaan om een aantal verslavingen onder de

loep te nemen. Van drugs tot zelfbeschadiging, van vliegende

vogels die stoned zijn, tot herstel en van de Pauluskerk naar Pluspunt.

Kortom een kuur aan leuke, interessante artikelen.

Wederom heel veel leesplezier toegewenst.

Namens de redactie,

Teus van Wijk , hoofdredacteur

[3]


[4]

In memoriam Christian Dogterom

Nagelaten werk Christian

(gevonden in map ‘plank’ op vrijdag 4 augustus 2006)

Laatste gedicht

(tekst dwars op los stukje

muzieknotatiepapier)

He kut zeg

De dag zonder karwei

is de arbeid zonder rei

maar he Duitse blokjes

geven nog net geen rokjes

Sint antidoel

Standbeeld oude tijd

Drie hoeken strelen numeriek

op vloeken onder de grond

De tijd stil op ’t verlangen

kweekt de doorgifte der kusten

Uit de lijn geschreven op de

ronde der kelen is ‘n wond

de ziel op tere oliewangen

Strijd blinde afgiften, schaamte der lusten

steekt de steeninhoud met vredeskriekende

inlegminuten. De oude tranende hondekrak

steekt de speerhitte als ’t ontvangen

der schuld onder vuur der ondervraging

De zorgende luit der naties, luid voor de

deur der willekeur luidt achter de oude zee

als onmacht over het verlies de pijnl’ke wee

gedragen door de angst voor de toekomst d’r Re

Arteneaic

(Christian Dogterom – 25 juli 2006

Hé die Teus

Ouwe reus. Hier een paar tekstjes.

Ik hoop dat je het leuk acht. Misschien

te publiceren. Alles gute

zum familien und frau leben ist

nicht sonst ohne arbeit aufs lande

ohne zuschau. He what’s the difference

between barking madness

and Metropolitan sadness an gladness.

Wie man sagt: nur hoffnung

ohne fortschritt hihi. Mazzel und

tsjussie.

Chrissie


Voortsnellend om naar

Utrecht te komen bezie ik de

wijken achter Gouda. Spanningen opgebouwd

in de stad verzwaren dusdanig dat

ik een pad neem achter de hoofdweg

door Montfoort. Een half uurtje van te

voren in Gouda even een fotorolletje

gekocht om onderweg te benutten. Op

een twijfelachtig moment bij het verlaten

van de stad sta ik op een kruising. Ik wil

een foto nemen en een broodje kopen.

Met de camera in de hand zie ik het

dwarsliggende straatje en tracht het te

beoordelen. Helaas. Ik besluit er vanaf te

zien. Tot op heden staat de plek gegrift op

mijn ziel. Ik stap op mijn fiets en rij de

straat uit.

Terug op het fietspad kom ik een vrouw in

een rolstoel tegen. Ze is, aan haar benen

te zien, nogal qua botten gehandicapt.

Wat anders betreft heeft ze een krachtige

persoonlijkheid. We groeten elkaar, waarna

ik verder rij. Op het fietspad zie ik een

oud huis waar de zon bovenop staat. De

camera in de hand tracht ik een juiste

stelling in te nemen. De bomen, enkele in

een bloesemtooi, geven een fantasie over

de geschiedenis van het huis. Vanuit twee

hoeken druk ik af en neem mijn rust. Ontspannen

onder Hollandse luchten voel ik

mij leeg en verlangend

(tekst op envelop)

elektra explosia

De terugwaartse dragelijkheid

geeft de uitvaart onvoorbereid

zeeën van stilte. Toekans’ lust

Ochtend begeren, confrontatie

die stug maakt, aangeslagen

machtsstrijd die niet gesust

door de wanhoop in variatie

voortkuurt kan niet behagen

Een jaar lijdt als zingen

Angst laat zich niet bedwingen

Teruggetrokken als ’n zegel

Het einde op ’t hart de vlegel

is de ommedraai die ’t beeld

in voorbijgaan met tranen stilt

naar verre oorden. Een aantal fietsers

snellen voorbij. De overkant toont zijn

wegvervoer en de voortvarende stadsbehoefte

en ik besluit op te stappen. Een

stukje verderop zie ik een klein roeibootje.

Het geeft een hoop weer. Ik neem een

foto en ga verder. Het weer is heerlijk en

geeft de lentezachtheid weer. Verderop

tracht ik te bekijken om naar Reeuwijk te

komen. Het dorpje, een paar straatjes,

vraagt en nodigt uit om eventjes stil te

staan bij het voortjagende leven. Ik maak

even een praatje met een man die bezig

is in zijn tuin en vraag de weg. Ik rij terug

en bemerk dat mijn achterwiel tegen de

horizontale drager vastloopt. Het kroegje

op de hoek, beheerd door moeder en

dochter, loop ik binnen omdat ik reparatiemiddelen

vergeten ben. Ik krijg vier

sleutels mee. Een wordt binnen aangereikt

de andere drie bij de fiets. Ik zet het

wiel vast en breng de sleutels terug. Na

een ieder gegroet te hebben stap ik op de

fiets en rij verder. Verderop stop ik bij een

huis en schiet een foto. De bloesem staat

er prachtig bij en kom in gesprek met de

eigenaar. Het is een oud huis in redelijke

staat. Verschillende onderwerpen passeren

de revue. Meegelopen staan we op de

weg en nemen afscheid. Er snellen diverse

auto’s voorbij zodat het oppassen

geblazen mag heten. Plekjes dwarrelend

door de gedachte herinnerend

en bezien rij ik

door het landschap

richting Utrecht. Het

gevoel meedragend lijkt

het erop alsof de tijd

Scheisse. The black crow

ist nicht wie ihre suche

zur brennung aufs sand

Ihre heisse ist wie burgler

aufs luft ohne zustand

even stil kan staan. Later terug op de

hoofdweg rij ik richting Montfoort. Met

een verlangen naar eten en velerlei

gesprekken. De ontspanning op de fiets

met veel plezier meedragend rij ik de stad

binnen. Mensen als tegenliggers groet ik

vriendelijk en heb binnenpretjes. Eenmaal

door de stad heen wordt de reis vervolgd.

Met veel plezier de zonnewarmte en de

hoop op ’t geluk rij ik verder. Indrukken

ten over neem ik mee met de hoop

Utrecht te bereiken.

Zo’n fietstochtje om uiteindelijk de zaken

te vinden die gezocht werden geeft met

het tij aan de kust het plezier. Je zou als

het ware zo een nerf kunnen uitkerven

om uiteindelijk iets moois te kunnen

bereiken.

De akkers en velden bezien geven haast

de achtergrond van tijden die in en op

glas beschreven de ogen tegoed doen.

Je zou kunnen denken aan de pracht die

het zicht biedt aan de voorbijgangsters

fietsend en lopend door de stad die een

man bezien die alles omsloot om uiteindelijk

een krantje te kunnen kopen die

uiteindelijk als prop op de straat verder

dwarrelt terwijl een voorbijgangster er

een schop tegen geeft.

Tekst en foto: Christian Dogterom

Bewerkt door: Ernest Smit

[5]


Lieve naaste familie,

vrienden, collega-vrienden

en lieve Christian,

Op 2 augustus 2007 kwam iedereen

samen om jou de laatste eer te bewijzen.

Met mijn lijf kon ik er niet bij zijn. Echter

in mijn bewustzijn en met mijn hart wel.

Dus lieve Christian collega-vriend, wat

rest mij anders dan beeldgedachten over

jou, de vriendschappelijke band die door

het samenwerken is ontstaan, een plek

te geven. In de hoop jouw familie, vrienden

en onze collega’s een riem onder het

hart te steken of zelfs een glimlach op

het gezicht te laten verschijnen.

Op de eerste plaats heeft het schrijven,

en het over allerlei wereldse zaken praten

ons sterk verbonden met elkaar. Je

kon het zo gek niet bedenken of jij wist

er veel van. Als het niet zo was, dan kon

je zeker de indruk wekken dat het wel zo

was. Een taalgebruik prachtig, een beetje

omslachtig dat wel, maar zo eigen! Ik

had mijn ideale praatsparringpartner

gevonden.

Ik weet nog goed dat ik je voor het eerst

ontmoette ergens in 2003.

Volgens mij was het juni/juli. Het was in

een moeilijke periode op de hoofdlocatie

van Delta Poortugaal voor mij, en ook

nog in de wachtkamer bij de tandarts. Ik

had morele ondersteuning bij mij, want

ik ben erg bang voor de tandarts. Christian

zat er ook, recht tegenover mij. Ik

knalde haast uit die wachtkamer van

angst en spanning. Alles bewoog aan mij

en ik zal ook wel gekke gezichten hebben

getrokken.

Tja, er zat een man niet erg groot van

stuk. Ongeschoren, een beetje slordig. Als

je iemand wilt kussen om hem te begroeten

is dat zeer pijnlijk! (dat is me nog

blijven achtervolgen toen wij eenmaal

collega’s waren bij Denkraam). Hij bleef

naar mij kijken en vroeg heel schattig.

“Ben jij soms een beetje bang? En hij

keek zo ontwapenend dat ik er van in de

lach schoot. Wat denk jij zelf vriend? Zie

ik eruit alsof ik het reuze naar mij zin

heb?

[6]

Ik denk dat hij nerveus van me werd en

me wilde afleiden.

Eh, wat doe jij eh? Ik schrijf een beetje.

Oh leuk, ik ben dichter. Er kwamen nog

veel bezigheden achteraan. Christian

vroeg aan mij, “doe je er ook wat mee?”

Ik zei, ‘ ja hoor, pas een lang artikel naar

Denkraam

gestuurd dat is

een magazine

van en voor cliënten.

Maar ik

heb nog niets

gehoord. Daar

werk ik. Wat?

De toevalligheid

of juist

niet... Jullie

begrijpen het

wel, ik ging

helemaal stuiterend,

lachend,

verkocht en

niet meer zo bang bij de tandarts naar

binnen. We raakten aan de praat, en dat

is vanaf dat moment zo gebleven als wij

elkaar zagen. Je kon het zo gek niet

bedenken of we zetten een wetenschappelijke

filosofische boom op. We hadden

elkaar gevonden en al heel snel ben ik bij

Denkraam komen werken door jou

eigenlijk als je het goed bekijkt. Eenmaal

werkend bij Denkraam heb ik veel begrepen

van de diepe dalen waar je als mens

in kon bewegen.

Het is altijd een schok om een dierbare of

collega-vriend te verliezen aan de dood.

Ik ben dankbaar dat ik je mocht kennen,

dat ik met je heb kunnen werken en dat

we veel aan gedachtegoed hebben uitgewisseld.

Braveheart,

Nu ben je verlost. Bevrijd van dit lichaam

en scherpzinnige bewustzijn in dit

aardse leven. Oneindig veel goeds, rust

en al het sterrenlicht om jouw volgende

pad te verlichten tijdens deze reis in het

universum. Christian, Ik heb je lief. Untill

we meet again.

Isabella S. Fabri

Het Onze Vader

In de oecumenische versie,

Onze Vader die in de hemel zijt,

Uw naam worde geheiligd,

Uw koninkrijk kome

Uw wil geschiede, op aarde

zoals in de hemel.

Geef ons heden ons dagelijks

brood.

En vergeef ons onze schulden

zoals wij onze schuldenaars vergeven.

En leid ons niet in verzoeking,

maar verlos ons van de boze.

Want van U is het koninkrijk

en de kracht en de heerlijkheid

in eeuwigheid.

Amen.


In memoriam Christian Dogterom

Gedicht

Verbijsterd hebben wij vernomen dat onze oud-voorzitter,

Christian Dogterom

plotseling is overleden. Christian was een zeer betrokken, inspirerende en creatieve voorzitter,

met een brede interesse.

Christian zette zich met volle overtuiging in op het gebied van medezeggenschap.

Jij bent

Niet meer

Jouw geest

Heeft de vrijheid

Gevonden

Geen gedichten,

Gesprekken en

Verhalen meer.

Het is nog moeilijk

Te begrijpen

Christian,

Ik zal je missen

Anja

Wij wensen zijn naasten sterkte bij dit verlies.

Cliëntenraad Sociale Psychiatrie, RIBW Rijnmond

Rotterdam, 27 juli 2006

In nagedachtenis aan Christian Dogterom kwam ik de

volgende dichtregels tegen. De dichter is mij niet bekend, maar het symboliseert mijn

beeld welke ik van Cristian had.

Altijd anders,uitgesloten

veroordeeld tot levenslang in mijzelf

draag ik mijn eenzaamheid met verve

mijn rug recht en mijn hoofd omhoog

De pijn van altijd eenling te zijn

Mij nergens achter kunnen verschuilen

lijkt soms meer dan ik kan dragen

Wie kent het kind dat huilt in mijn hart

bij elke nieuwe trap ?

Maar de kwetsbaarheid

Is mijn kracht

Mij krijgen ze er niet onder:

ik vecht voor recht op leven

op mijn eigen wijze

Mijn recht: het recht om anders te zijn

Ik ben mijn eigen God

mijn vrijheid is mijn leven

en mijn vloek

ik kan niet anders

Jan B. Burger

[7]


Verslaafde vogels

Ik heb lekkage. Bij regen sijpelen de druppels naar binnen langs het platte dak. Kan ik

mooi het platte dak op met die regen. Bibberend klauter ik mijn laddertje op. Na een

diepe zucht dat ik het er toch maar weer levend van afgebracht heb, zie ik ineens een

gat van zo’n vijf vierkante centimeter in het Ruberoid. Hoe kan dát nou weer? Stenen?

Weg gewaaid? Als een getergde geit ga ik maar weer bibberend het trapje af.

Pfff, wat is dat hoog. De buurvrouw vraagt: “heb je iets aan je dak, lekkage of zo?”

“Ja,” zeg ik, “en ik weet niet hoe het komt.” “Nou,” zegt de buurvrouw, “vorige keer

zag ik van die zwarte kraaien de dakbedekking wegrukken en opvreten.” “Hu?”, zeg ik,

“eten die dan bitumen dakbedekking?” Wat hebben ze daar nou aan?

Enige tijd later kom ik Jan tegen, een kennis van mij. Ik leg aan Jan uit dat ik een gat

heb in mijn dakbedekking. Jan staat bekend om zijn grote loodgieters vaardigheden.

Hij zal er wel even naar kijken. Ook de buurvrouw bemoeide zich ermee: “ja, een tijdje

geleden hadden van die zwarte kraaien…..” Bij nadere controle bleek dat de vogels

alleen de daklijm op hadden gegeten. In de lijm zit oplosmiddel die bedwelmend is.

Vogels, die op z’n tijd, aan de roesmiddelen zitten? Er is zelfs een film gemaakt, te

weten: “Animals Are Beautiful People” uit 1974 - gevonden op internet, met onderstaande

recensie:

“De mooiste natuurfilm ooit gemaakt volgens mij. Dronken dieren omdat ze van

vruchten eten die gaan gisten en alcohol bevatten, een aap die achterover valt omdat

hij een slang onder een steen vindt, later weer bijkomt, nogmaals kijkt en weer

bewusteloos valt. Een slang die een struisvogelei in zijn geheel naar binnen werkt,

teveel om op te noemen. Geschikt voor iedereen omdat je geen dieren ziet die elkaar

opvreten en zo. Erg humoristisch en zeker een film om op te nemen.”

Nog meer vogels. De eerste keer dat ik met een verslaafde vogel te maken kreeg was

‘s nachts halverwege de jaren zestig. De oudste zoon van de buren, echt een hippe

vogel, had een rare pil geslikt en wat gedronken werd er gezegd, nadat hij zich steeds

liet vallen over auto’s en er overheen liep. De volgende hippe vogel zat op de trappen

van Metrostation Beurs, vlak bij C&A, met een lepel en aansteker. In de jaren 60 van

de vorige eeuw was het Weena in Rotterdam nog een leeg grasveld en lagen er in de

zomer regelmatig vogels, zonder dakbedekking, te slapen. Dat was heel gewoon in

die dagen. Later bleek dat het geslaap rond het Centraal Station helemaal niet zo

gewoon was. Dat waren verslaafden werd er gezegd en hadden niet eens dakbedekking.

Er werd wat geregeld.

In onze stad zijn de huismussen en ringmussen bijna helemaal uitgestorven. Vogelkenners

hebben aangetoond dat het gebrek aan schuilplaatsen, zoals ligusterheg, de

mussen hebben verjaagd. De heggen in tuinen werden door de stadbewoners

gerooid en vervangen door strakke houten prefab vlechtschermen.

Afgelopen jaren, en ook anno 2006 worden bijna alle voorzieningen voor de andere

vogel doelgroep afgebroken of verplaatst naar het verre platte land. Wordt er nu ook

stilletjes gehoopt dat ze verdwijnen, net als de mussen?

Henry Sunant

[8]

[column]

Drugs

Ik kom langzaam terug

Op aarde

Net iets te vlug

Ik ga straks weer heen

Opnieuw,

Van iets naar geen.

Obsessief,

Buiten gerief.

De dag van morgen

Nuchter lief.

Even geen grens

Niet voelen als wens.

Geen schaamte, geen weten,

Geen benul.

Totaal afgesloten,

Van al mijn flauwekul.

Ik was wie ik ben

Ik ben nu slechts wie ik was.

Toen, nu,

Maar straks niet meer.

NS

Stoned

Op een eiland, onbewoond

De weed,

Een tikkeltje verdraaid

De werkelijkheid een windje verder

gewaaid

Een joint gedraaid

Een verslaving gezaaid

Een plant,

Groen, onschuld

Verminkend, verslavend

Uiteindelijk ongeduld

Het duurt te lang

De wereld draait

Het plantje

De rust

Verminkt

Allen uitgepaaid!!

NS

[gedicht]en


Herstel: de verslaving voorbij?

De Werkgroep Herstel Basisberaad Rijnmond gaat in op het

verband tussen verslaving en herstel, presenteert diverse

interessante citaten en illustreert een en ander met ervaringsverhalen

Hoe zit het met verslaving

en herstel? Er

zijn mensen die de

rest van hun leven

alcohol, drugs, een

gokhal enz. moeten

mijden als de pest. En

er zijn er die nooit

weten te herstellen

van hun verslaving. Maar er is ook nog

een groep die met een proces van vallen

en opstaan, leert om de verslaving terug

te dringen tot acceptabele proporties.

Wat is acceptabel eigenlijk? Daar valt

over te discussiëren. Belangrijke criteria

zijn volgens ons: dat je eigen leven (en

dat van anderen...) niet ontwricht wordt

door je gedrag. Dat je, je bewust bent van

waar je mee bezig bent en je de controle

niet verliest. Een verslaafde is immers

niet meer vrij in zijn of haar keuzes,

maar is dwangmatig bezig.

Is volledig herstel van verslaving wel

mogelijk? Nou is sowieso de ene verslaving

de andere niet. Waar geheelonthouding

bij de ene verslaving een theoretisch

mogelijke keuze is, is dat bij een

andere niet zo. Je kunt bijv. niet ‘gewoon’

stoppen met eten. En voor een aandachtverslaafde

is het skippen van aandacht

ook geen gezonde optie. Herstel van dit

soort verslavingen betekent dus maat

leren houden.

Als geheelonthouding wel mogelijk is,

kun je dan spreken van een volledig herstel

na een bepaalde periode? AA (Anonieme

Alcoholisten) stelt: ”Wie eenmaal

alcoholist is die blijft alcoholist. Daarom

laten wij in AA juist dat ’eerste glas’, dat

onvermijdelijk weer het begin van onze

terugval zou zijn, staan.” (Zie www.aanederland.nl.)

Met andere woorden: je

blijft je verslaving bij je houden. Onze

werkgroep kent echter ook mensen die

al zo lang hun gedrag in de hand hebben,

dat ze vinden dat er van verslaving

geen sprake meer is, dat het een gepasseerd

station is.

Hoe zit het ten slotte met een geïsoleerde

aanpak van een verslaving? Het is

immers bekend dat psychische kwetsbaarheid

allerlei verslavingen in de hand

kan werken. Verslaving heeft dan de

vorm van overlevingsstrategie, van het

dempen van chaotische gedachtes, van

compensatie van gevoelens van tekortschieten,

van zelfmedicatie... Een citaat

dat hierbij aansluit: “Ik werd zo opgevreten

door die depressie, en door de drugs

die ik gebruikte om ertegen te vechten,

dat er niets meer van me over was...” (Uit

de autobiografische roman “Jong en

depressief”, Elizabeth Wurtzel, 1995.)

Afhankelijk van de ernst van de verslaving

is het niet eenvoudig te bepalen of

nou eerst de verslaving of de psychische

problematiek aangepakt moet worden.

En allebei tegelijk is nou ook niet

bepaald eenvoudig..., al zou het wel het

mooiste zijn.

Neem deel aan de wereld, ook

als je (nog) verslaafd bent

Liesbeth Vollemans, ex-drugsverslaafde; bewerkt door Susan

M.L. Leijnse

Voor mijn gevoel ben je als verslaafde nog meer een paria

dan als psychiatrisch patiënt. Je ligt er totaal uit als je een

junkie bent. Ik heb dan ook behoorlijk in een isolement verkeerd.

Maar je hoeft je er niet bij neer te leggen dat je wordt uitgekotst. Ik denk

dat je mijn hele leven kunt zien als een voorbeeld daarvan. Verslaaft of niet, ik

wilde bij de maatschappij horen en dat lukte doordat ik mij ondanks alles onder

de ‘gewone’ mensen bleef begeven. Ik ging naar de Vrije Academie (beeldende

kunst), nam saxofoonlessen en was ondertussen dus wel verslaafd... Toen ik clean

was, ging ik werken en de Sociale Academie doen maar het stigma bleef me

achtervolgen. Door er open over te zijn heb ik mijzelf gewoon weer op de kaart

gezet om het zo maar te zeggen.

Mijn advies aan lotgenoten is: geef het niet op, blijf niet in het kringetje zitten

van iedere dag naar de dagopvang en ’s nachts naar de nachtopvang. Dat is het

leven van een dakloze, iedere dag voor een slaapplaats zorgen en alleen nog

maar in aanraking komen met collega-daklozen bij de opvang! Daar moet je uitbreken,

dus ga op een cursus. Of ga fitnessen maar dan niet (alleen) bij een project

van de Bouman of Bavo want dat kan daar ook. Nee, gewoon tussen de mensen,

je zult het zien, je krijgt weer contacten... Nog een tip: toen ik ziek was en de

deur niet meer uitkwam: Internet!! Neem een weblog, ga op MSN of op een

forum; je krijgt daardoor toch contacten. Echte vrienden heb ik daar inmiddels

aan overgehouden...

[9]


Voor

u

gelezen

Medicijnverslaving:

weer

kapitein op

je eigen

schip worden

Erwin Tukker, 10 jaar verslaafd geweest aan

een angstremmer, opgetekend en bewerkt

door Susan M.L. Leijnse

Een stevige psychiatrische diagnose

benam mij alle moed en ik vond het best

wat ze me allemaal voorschreven, waaronder

een angstremmer. Zo moe was ik

van mijn draaikolk van emoties, dat de

rust die het medicijn bracht me aanvankelijk

de zevende hemel leek. Door een

‘second opinion’ werd mijn diagnose

afgezwakt en daar ging al een herstellende

werking van uit. Ik kreeg weer het idee

dat ik ZELF wat met mijn leven zou kunnen

maar peinsde er niet over om met de

Voor u gelezen

“Wat bedoelde Michael ermee dat hij

begreep dat je lijm snoof?” “Hij wist hoe

het bij mij thuis was. Alleen ik en mijn

moeder en we hadden een bloedhekel

aan elkaar. Meestal was ze stom dronken

en als ze dat niet was, dan mepte ze de

eerste de beste die ze zag, dat was ik

meestal. Behoorlijk deprimerend. Ze

heeft enorme problemen, maar ze wil er

niets aan doen... ze doet gewoon de deur

op slot en zinkt weg in haar roes.” “Heeft

ze je ooit verteld wat haar problemen

zijn?” “U bedoelt afgezien van de lichamelijke

afhankelijkheid?” Ik knikte.

“Dezelfde problemen die iedere junk

heeft, denk ik,” zei hij en hij haalde zijn

schouders op. “Angst voor het leven...

voor pijn... angst om jezelf goed te bekijken

voor het geval dat wat je ziet je niet

bevalt.” (Uit de misdaadroman “De vorm

van slangen”, Minette Walters, 2000.)

[10]

angstremmer te stoppen en kreeg moeiteloos

recept na recept! Tot een sociaal-psychiatrisch

verpleegkundige mij ervan wist

te overtuigen dat het zo niet langer kon,

dat ik medicijnverslaafd was. Met geen

pen valt te beschrijven waar ik daarna

allemaal doorheen moest tot ik uiteindelijk

in een kliniek wist af te kicken.

Voordat je een werkelijke poging kunt

doen om van het leven meer te maken

dan slechts overleven, moet je door een

pijnlijk proces heen van erkenning van je

problematiek. In mijn geval vloeide uit

psychische kwetsbaarheid 10 jaar totale

afhankelijkheid van een kalmerend

middel voort terwijl je dat volgens de bijsluiter

maximaal 6 maanden mag

gebruiken! Als je een en ander eenmaal

onder ogen durft te zien, moet je ook nog

zien te accepteren dat je je zwakke plekken

levenslang met je zult meedragen. En

dat is echt knokken geblazen en brengt

veel verdriet met zich mee. Maar ja, niet

willoos meedeinen, betekent toch echt een

“Ons land telt 400.000 medicijnverslaafden

en 800.000 alcoholverslaafden,

tegenover ‘slechts’ 30.000 harddrugsverslaafden.

Dat het harddrugsprobleem

toch zoveel aandacht krijgt, heeft vooral

te maken met het feit dat het in verband

wordt gebracht met overlast op straat en

(kleine) criminaliteit, althans door de

gebruiker. Het harddrugsprobleem

springt dus eerder in het oog, terwijl de

kosten van het alcoholprobleem veel groter

zijn.” (Uit “Grenzeloos”, een uitgave

van Bouman GGZ in opdracht van de Cliëntenraad,

okt. 2005.)

“Mijn drang tot heroïek was, vanwege

het onmatige ervan, in wezen een drang

tot het onmogelijke, een neiging tot zelfoverschatting,

tot het boven mezelf en

anderen uitstijgen, tot meer willen

presteren dan mijn prestatievermogen

toeliet. En precies daarom droeg het

vanaf het allereerste begin ook de kiem

in zich van falen, van vallen, van ondergaan.”

(Uit het zelfhulpboek “O Nederland,

vernederland!”, René Diekstra,

1998.)

mentaal proces van het roer omgooien en

een zee van emoties over je heen laten

komen, voordat je kapitein van je eigen

schip kunt worden.

Van mijn voormalige kameraad, de angstremmer,

heb ik dus succesvol afscheid

genomen. Nu ga ik vanuit acceptatie en

kracht gevoelens van verdriet en machteloosheid

te lijf. Inmiddels onderneem ik

van alles, ik ben redacteur en fotograaf

bij Denkraam, coördineer het verzendproces

van het blaadje van Clip Rijnmond*

en ben lid van het Verslavingspanel*.

Maar... voorzichtigheid blijft geboden. Het

is steeds goed bekijken wat ik aankan. Ik

wil actief mijn leven in eigen hand blijven

nemen en daarbij hoort mezelf goed in de

gaten houden.

Clip: Clienteninformatiepunt Rijnmond

(www.cliprijnmond.nl)

Verslavingspanel (Basisberaad Rijnmond):

denktank van ervaringsdeskundigen t.b.v.

beter beleid in de verslavingszorg

“Uit een groot onderzoek uit 2002, waarin

119 studies naar de behandeling van

eetstoornissen zijn geanalyseerd, blijkt

dat van alle patiënten met anorexia of

boulimia nervosa slechts 45 tot 50 procent

herstelt. Dertig procent herstelt niet

helemaal maar ‘verbetert’, en twintig

procent houdt een eetstoornis.” (Uit het

artikel “Eetstoornissen geen exclusieve

puberziekte”, Trouw, 30 mrt. 2006.)

Over verslaving aan raamprostitutie:

“Het heeft me een jaar of drie gekost er

helemaal mee te stoppen. In het begin

hield ik het nog geen twee dagen uit zonder

het raam, dan moest ik weer gaan

zitten om me goed en sterk te voelen.

Het is een verslavend vak. Men heeft me

in die tijd gevraagd wat ik, naast het

geld, het meest miste als ik niet werkte

en dat is toch de spanning, de macht van

het spel. In mijn ogen heeft de hoer spelen

toch altijd met bedrog te maken

gehad, een soort oplichterij waar je iedere

dag weer goed of minder goed in kon

zijn.” (Uit de roman “Geheel de uwe”,

Connie Palmen, 2002.)


Mike over de

drugsverslaving

van zijn

moeder

Opgetekend en bewerkt

door Susan M.L. Leijnse

Op een gegeven moment heeft ze voor

opname gekozen om af te kicken. In het

begin had ik wel twijfels. Ze kreeg ook

waarschuwingen. Maar gaandeweg kreeg

ik steeds meer vertrouwen dat ik mijn

moeder zou terugkrijgen. Ik zag ook dat

ze weer meer interesse in me had en dat

ze geen zin meer had in schulden. Maar

ondertussen was ze hierdoor ook een jaar [gedicht]

Aanvankelijk had ik het niet zo in de

van huis. Je kunt dat nu nog merken, dat

gaten. Er kwamen vreemde mensen over

de vloer en dan ging mijn moeder naar

haar slaapkamer. Achteraf waren dat dus

ik eerder iets aan mijn vader vraag. Mijn

moeder heeft me daarop gewezen en nu

probeer ik om dat meer te verdelen want Verslaving

dealers en gebruikte mijn

dat verdient ze. Ik

moeder op haar kamer.

Onze relatie verslechterde: ze

ging vaak weg en we com-

“Iemand die verslaafd is aan

cocaïne, komt er nooit meer van

krijg ten slotte nu

weer aandacht van

allebei mijn ouders en

municeerden minder. Toch af”, zei mijn leraar. Ik dacht: kan over alles met ze

kon ik als ze zich onder

“Mijn moeder wel!” praten. Toch blijft het

invloed goed voelde, merken

een gevoelig punt. Het

dat ze nog steeds van me hield. En ik

is ten slotte pas vijf

maakte dan wel eens gebruik van de situ-

jaar geleden en dat is niet zo lang op een

atie want ze was dan heel toegeeflijk.

mensenleven. Ik vind het wel goed dat ze

Natuurlijk was ik soms boos, bijvoorbeeld

nu voorlichting geeft. En als ik zo terug-

als ik ’s nachts niet wist waar ze was. En

kijk, heb ik zelf van dit alles veel geleerd.

de reacties van de buurt waren ook moei-

Dat je niet te snel klaar moet staan met je

lijk. Dat ze het openlijk hadden over die

junk. Maar ik bleef mijn moeder ook

gewoon een mens vinden, een mens die in

oordeel bijvoorbeeld.

de fout ging weliswaar. Ze is er ook nog

Tot besluit verzoeken wij u wederom

eens drie maanden vandoor gegaan...

om te reageren op ons artikel of input

te geven voor het volgende, waarin we

Mijn vader had het er moeilijk mee.

aandacht besteden aan de historie van

Tegen het gebruik viel niet op te werken

het begrip “herstel” binnen het Basis-

en dan nog de zorg voor de kinderen. Op

een nacht zag ik hem huilen en dat

maakte grote indruk. Maar hij gaf de

beraad Rijnmond.

moed niet op en ook ik bleef hopen dat ze

Werkgroep Herstel Basisberaad Rijnmond

wel een keer zou stoppen. Dat hield me op

de been en ik zocht daarnaast veel aflei-

Ondersteuner: Foekje Bok

ding: lekker naar buiten met vrienden, er

niet steeds aan denken. Ook was daar

Auteur: Susan M.L. Leijnse

Jeugdzorg. Met de eerste persoon troffen

(4werkgroep.herstel@denkraam.info / Denk-

we het overigens niet. Die keek naar wat

raam t.a.v. Werkgroep Herstel, Postbus 21078

er fout was in plaats van wat er nog

3001 AB Rotterdam / Tel. spreekuur: dinsdag

mogelijk was om het gezin bij elkaar te

12.00 – 14.00 uur: 06 48319736 => Foekje

houden. Zo van: als je aan de coke zit, ben

Bok belt u terug i.v.m. de kosten als u meldt

je een slechte moeder, dus moeten ze bij

haar weg. En dat wilden we niet. Daarna

kwam er echter een flexibeler persoon

met meer begrip over de vloer en die

luisterde ook naar mij! Daar hadden we

wel wat aan.

dat u reageert op de Herstel-reeks)

is een woord zo machtig,

mensen leven en mensen sterven

terwijl ik denk, het is maar één

woord.

Het is de mens die schopt en slaat,

veroordeelt en vernedert,

uitsluit en vervolgt,

kruizen creëert, pijn, gemis

en een onvulbare leegte

met levenslange garantie.

Vrije wil is een illusie,

keuze is luxe,

dat is deviant,

de werkelijke uitdaging.

Mensen sterven, mensen vergeten,

de propaganda van de tijd dicteert,

jij wel, jij niet en om het af te

maken

nog een schop na, een verslaafde

kan niet kiezen, tot slaaf verworden.

Nou, sorry hoor. Het is een ziekte.

Mag ik nu mijn medicijnen?

om de symptomen te bestrijden,

mensen vergeten, mensen leven.

Virginia

[11]


De Pauluskerk

Interview met Hans Visser

De Pauluskerk aan de Mauritsweg in Rotterdam heeft vrijdag

23 juni om middernacht de deuren gesloten. Het kerkgebouw

wordt gesloopt en vervangen door nieuwbouw. Met

de sluiting wordt er een markante periode afgesloten. Vlak

na de sluiting van de Pauluskerk gaat Denkraam in gesprek

met dominee Hans Visser. Helemaal gesloten is de kerk ten

schrijven van dit artikel nog niet: mensen zijn nog steeds

welkom in de kerk. “De Pauluskerk blijft gewoon bestaan”,

aldus Hans Visser.

Visser opende 26 jaar geleden de deuren

van de Pauluskerk. Hij zag een gebruiker

buiten spuiten en hij nodigde de arme

man binnen en bood hem onderdak in

de kerk. Al in 1980 gaf Dominee Visser

gelegenheid om te gebruiken in de

kerk. De persoon kon in betere omstandigheden

zijn drugs gebruiken. Beter

voor de eigen gezondheid, maar ook

voor die van anderen. Veilig gebruik

vermindert de kans op besmettelijke

ziektes. Deze benadering werd later

door de politiek overgenomen en

“Harm Reduction” genoemd.

De Pauluskerk staat bekend om de

opvang voor verslaafden, maar dat is

niet de enige groep mensen die de Pauluskerk

bezoekt: ook vluchtelingen,

Molukkers, dak- en thuislozen enzovoorts.

“Er was behoefte aan een ontmoetingsplek

voor mensen”, zo begint

Hans Visser, “dus hebben we in de Pauluskerk

een ruimte gereserveerd voor

ontmoeting voor iedereen uit de samenleving.”

In die tijd ontmoette Hans Visser Nico

Adriaans, de toenmalige voorzitter van

de Rotterdamse Junkiebond. Enerzijds

waren er felle discussies onderling,

[12]

anderzijds leidde dit tot diverse projecten

zoals het Eethuis en de Nachtopvang.

Maar ook was er de gebruikersruimte in

de Pauluskerk en werd er oogluikend

[interview]

gedeald. “Het gemeentebestuur heeft het

altijd oogluikend toegestaan”, aldus de

dominee, “totdat in 2002 Leefbaar Rotterdam

in de gemeenteraad kwam. De

laatste jaren waren er steeds meer ingewikkelde

conflicten met de gemeente.

De politiek is altijd al kritisch meelevend

geweest. Vanuit de samenleving waren

de reacties gemengd. Men is echter de

laatste jaren onverdraagzamer geworden.

Vroeger werd er meer getolereerd.

En de buren? Dat is inde loop der jaren

goed gekomen, maar ja….Het lukt nooit

met iedereen, sommige buren bleven

hun bezwaren houden.”

Vanaf het begin was de Pauluskerk een

herberg en actiecentrum. “Maar ook een

kerk. Een kerk hoort ten dienste te staan

voor mensen in de samenleving. Dit

geldt voor alle mensen, dus ook voor

vluchtelingen, daklozen, verslaafden.

Voor iedereen doen we de deur open. Het

gaat om gastvrijheid, laagdrempeligheid.

Iedereen moet zich thuis kunnen voelen,

de kerk is een plek voor de mensen.

Belangrijk vind ik het opbouwen van

een relatie met mensen. Contact met de

mensen is voor mij belangrijk. Met sommigen

heb ik nu nog een goede band. Ik

zie dit overigens niet als een plicht, ik

heb écht interesse in de mensen.”

De Pauluskerk heeft in de loop der tijd

veel bereikt. Hans Visser ziet de kerk als

een voorbeeld voor een liberaal drugsbeleid.

“Legalisering van drugs, en daarmee

regulering, werd in ieder geval op de

agenda gezet.” Drugs waren taboe, het

werd in ieder geval bespreekbaar

gemaakt. “Een aantal politieke partijen

was het wel met ons eens”, zo zegt Visser.

Er zijn in de loop der tijd meer voorzieningen

gekomen, voorzieningen die

later zijn overgenomen door andere

instellingen in Nederland. “Denk maar

eens aan de nachtopvang en de soos.

Ideeën die later door anderen zijn overgenomen.

We waren echt trendsetters”.

Ook het gedrag van de politie werd

onder de loep genomen: de politie is, na

veelvuldig overleg, soepeler en toleranter

geworden.

Vier jaar geleden kwam Leefbaar Rotterdam

in groten getale in de gemeenteraad.

“Dit was een terugval, de geschiedenis

begint weer opnieuw. ‘Veiligheid’


en ‘overlast’ waren de sleutelwoorden.

Met de komst ven Leefbaar Rotterdam

moest de Pauluskerk verdwijnen. Veel

van het werk dat we hebben verzet is

weer afgebroken. Huisdealers moesten

weg, en binnenkort sluiten de gebruikersruimten

in de kerk. Leefbaar Rotterdam

is echt een waardeloze partij…” Er

lijkt sprake van meer repressie, en minder

tolerantie dan 25 jaar geleden. Verplicht

afkicken is weer ‘in’. “Ik ben voor

een zekere mate van drang,” zegt Hans

Visser, “maar ik ben tégen dwang.”

Na de sluiting van de gebruikersruimten

in de Pauluskerk, gaat Hans Visser

gewoon door met de strijd. “Ik laat dit

probleem niet los”, aldus Visser. In de

Pauluskerk blijven gebruikers welkom

voor een kop koffie. De Pauluskerk wordt

opnieuw gebouwd, maar het blijft open

huis. De gebruikersruimten gaan nu over

in de Nico Adriaans Stichting, er komen

drie gebruikersruimten verspreid in de

stad. “Een aantal mensen zullen we dus

niet meer terug zien in de Pauluskerk.

Maar hoe het gaat worden? Niemand

kan het voorspellen.”

Tekst en fotografie

Bas van Bellen en Liesbeth Vollemans

Aangezien ik de Pauluskerk en de hele

periode van dichtbij heb meegemaakt,

doet het mij pijn in het hart dat dit nu

verdwijnt. Wat de dominee heeft

bereikt is vaak taboedoorbrekend

geweest. Altijd heeft hij een voorbeeld

willen geven, soms dwars gelegen en

voorstellen gedaan. Hij is trendsetter

geweest waardoor het beleid soepeler is

geworden. Voor de junkies nam hij het

altijd op, vooral ook dat het gewoon om

mensen gaat, zoals jij en ik, waar de

dominee met sommige tot de dag van

vandaag een goede band mee heeft

opgebouwd. Maar het is toch jammer

dat deze tijden veranderen. Ondanks zijn

onvermoeibare strijd is het huidige klimaat

harder geworden, steeds meer

antidrugbeleid, meer repressie. Maar Visser

blijft zijn idealen trouw ook al gaat

hij ons verlaten. We zullen vast nog wel

van hem horen.

Liesbeth.

[mijn idee]

Verslavingen

Verslaving is een gevolg naar mijn idee.Het begint met “emotioneel

shoppen“. Tijdens het emotionele shoppen wil je in een andere

staat verkeren dan dat je bent. Dit wil je (tijdelijk) oplossen door

middel van drank, harddrugs, snoepen, seks, etc. Noem de verslavingen

maar op. U vraagt, het draait. Jammer dat we eigenlijk

daardoor zo weinig naar onszelf luisteren, wij vragen immers en

iets buiten ons “lost het op”. Echter tijdelijk, totdat we het meer en

meer “nodig” zijn, tenminste dat vertelt een gevoel ons, een gevoel

dat vraagt en na een poos zelfs schreeuwt.

Dat gevoel begint in de buik met een onbehaaglijke stemming.We

kunnen het niet plaatsen en raken zenuwachtig, ontstemd of ontevreden.

We lijken het niet gelijk zelf op te kunnen lossen, we voelen

ons dan onmachtig. Bij onmacht grijpen we maar al te vaak gelijk

naar middelen. Onmacht staan we niet toe. Dat is het ergste wat

er is voor een mens, een situatie of een gevoel niet positief al dan

niet constructief kunnen beïnvloeden door middel van het eigen gezag. We hebben iets

NODIG. Dan komt de vraag. De lokale supermarkt bijvoorbeeld is niet te beroerd om

aan die vraag te voldoen, immers je bent consument. Wij consumeren.

De reden dat iets in onze buik vraagt om aandacht wat we niet kunnen plaatsen zijn

bijvoorbeeld onverwerkte gebeurtenissen, geen tot weinig zelf acceptatie, trauma,

stress.

Hier wordt heden ten dagen in mijn ervaring nog amper aandacht aan besteed. Men

kickt even af, houdt ondertussen “vakantie” en men staat weer buiten, eigenlijk bijna

niks opgeschoten. Ja, de alcohol is uit het lichaam, maar de veroorzaker niet, die blijft

onaangetast Triest…..

Ik beschouw verslaving dan ook niet als een hersenziekte, mocht het dat uiteindelijk

wel zijn dan is het slechts wederom een gevolg. Bij verslaving zijn we gaan bedelen om

dat stukje aandacht wat ons berust. Hetzij cocaïne, snoepen, drinken, sigaret.

.

Het is wel aangeleerd gedrag, aangevuld met een soort beloningsgedrag zonder gelijk

te willen stellen dat iedereen dit voor zijn plezier doet. Een beloning hoeft niet altijd

goed te zijn. Die beloning verandert na bewustwording in een straf. Men beloont en

straft zichzelf op deze manier. Wat niet bij elke verslaving opgaat maar het dekt wel

het gros van de verslavingen.

Het is een gevolg van een tweestrijd tussen gevoel en verstand. Het gevolg van acute

onmacht, begonnen misschien met spielerei. Maar we hebben dan wel ondertussen

geleerd dat het middel dat we gebruiken om gevoel te verdoven of te versterken werkt

op commando. Geen onmacht, je hebt weer “controle” over de situatie.

Het kloterige is dat de drugs het onbehaaglijke gevoel in de buikstreek tienmaal erger

maken. Het is ook erg makkelijk te stellen dat verslaving een hersenziekte is, dat zou

dan ook gelijk pathologisch verklaren waarom zoveel mensen terugvallen. Ook omdat

de Bouman geen antwoord heeft op die situatie, tenminste geen bevredigend antwoord.

Zal me niks verbazen als ze feitelijk met de handen in het haar zitten en het

schuiven op de hersenen.Weer voer voor de pillen maffia.

Erwin Tukker

[13]


Verslavend nasmaakje

Zonder verslaving wordt het even wennen,

want dat je moet stoppen kan je

niet langer ontkennen.

Het is alsof je met de wijsheid zelve zo

kan stoppen, terwijl je weet; ‘’Je helpt

jezelf enkel en alleen naar de knoppen.’’

Je blowt veel, dag in dag uit,

Zodat je uiteindelijk op allerlei problemen

stuit.

Je draait stick na stick, met vrienden of

alleen,

Een vriend die heb je al, want om je joint

kom je niet meer heen.

Waarom lijkt het een genot, wat je

bevordert in je vrijheid, terwijl het je na

een lange tijd harteloze roof pleegt op je

blijheid.

Kilo’s zijn er gerookt, ten lange duur.

En je ervaart, over je gevoel ligt geen

laagje, maar een enorme muur.

Als je, je voor de grap dan ook nog een

richt op een visualisatie, ben je uiteindelijk

toch niets meer dan een hasj, weed

combinatie.

En toch blijft het trekken en laat jij je

door de coffeeshop je drugs verstrekken.

Vormt het geen schild? Splitst het je

leven? Maakt het je hard zonder op te

hoeven geven.

Is het niet je masker en niet wie je wil

zijn, vraag jij je niet af waarom je het

nog steeds ervaart als fijn?

Je zit in de coffeeshop en bestelt op je

gemakje nog een blow, in je hoofd blijft

het maar ratelen; Stoppen?! Dat kan ik

zo!!

Er is iets vergeten, het speelt in op je

geweten. Zelf kan je enkel denken, dat

groene plantje zal mij niet krenken.

De mensen om je heen, meestal de mensen

uit de shop, zien het meteen.

Samen begin je te praten en met elkaar

sta je open voor de zwakte van wat je

gebruikt, maar zien die mensen ook dat

jij hiermee je gevoel ontduikt?!

Toch beheers je met een blow, wellicht

met de mensen, toch die rust, acceptatie

[14]

en vrede, een ieder heeft immers wel

wat onder de lede.

Geen redenen om je te verstoppen of

verschuilen, want rook een blow en je

hoeft ook niet meer te huilen!

Gewoon kort vertrouwen met een

vreemde omdat je hetzelfde plantje

rookt, terwijl je buiten de drugs om,

waarschijnlijk onrust stookt.

Een reden wat het nog moeilijker maakt

om daadwerkelijk te kappen, dat is

omdat het probleem van blowen ook

niet is te snappen.

De halve wereld om je heen lijkt te blowen

als een malloot, vrienden over de

vloer en ritueel hetzelfde gekloot.

De een druk je uit, de ander wordt

gedraaid, onbewust word je verslavingsdrang

gepaaid.

Alles is er drugs, in je hoofd, huis of om

je heen,

En heb je eens geen joint, dan koop je er

toch een.

Je wordt geprikkeld door het draaien, de

geur en door de smaak, en na even te

zijn gestopt is het lullig genoeg bij de

eerste al weer raak.

Het geeft je een zuiver gevoel van verlangen,

waardoor die eindeloze drang

naar meer blijft hangen.

Natuurlijk leef je wel met het besef dat

je het ooit allemaal anders wil, maar tot

die tijd staat toch je wereld stil.

Mocht je ondanks deze vele tegenspraken,

van het een in het ander haken.

Er toch in slagen er niet meer naar je

verslaving te talen,

Geweldig, maar stiekem is de liefde voor

het stofje nooit meer uit je gevoel te

halen… Stay Positive

Natasja Schreuder

Nicotinevervangers, een

tikkeltje verraderlijk!

Zelfs aan nicotinepleisters en nicotinekauwgom

worden voorwaarden gesteld,

zelfs in zulke belachelijke mate dat ik er

maar een peuk bij opsteek. Geen zure

dranken bij de kauwgom, geen zonlicht

op de pleister. Ik word gewoon verdrietig

en melig tegelijk als ik de bijsluiters lees.

De conclusie is mij helder. Ik stop nog niet

met roken! In beide staat vermeld dat je

op afbouw van drie tot zes maanden

wordt geadviseerd het middel te gebruiken.

Gelijk denk ik, is dat niet wat overmoedig

van de fabrikant? Op deze manier

zijn die slimmeriken toch juist bezig om

het meest werkzame bestandsdeel, de

nicotine, in stand te houden in je lichamelijke

huishouden. Staat dat dan weer niet

gelijk aan de sigaretten die je op een dag

rookt?

De fabrikanten willen, naar zeggen, helpen

in het ondersteunen van uw wilskracht,

uw behoefte aan roken te weerstaan.

De nicotine die je voorheen inhaleerde

wordt alsnog in je bloed opgenomen.

Kant en klare koek dus voor mij,

vooral als ik naga dat de bijwerkingen en

zelfs het kopje ‘wat te doen bij overdosering’

mij nog minder wilskrachtig maken.

Irritatie van huid of keel, waar de oplossing

van wordt aangedragen, minder te

plakken of langzamer te kauwen. Piel,

piel, plak, weer een shaggie in mijn bekkie!

Natuurlijk zijn er mensen bij wie deze

middelen ongetwijfeld hun werk doen en

zelfs echt aanzetten tot stoppen met

roken. Er is inmiddels een farmaceutisch

middel in de apotheek en drogist te koop

dat garandeert dat je kunt stoppen met

roken. Maar de bottom-line blijft: als je

maar wil!

Dan voeg ik er naar mijn inzien aan toe,

als je maar wil, dan kan je het zelf!

Natasja Schreuder


[gedicht]

Verslaving aan

een Dienaar

Ze kan hem nog goed herinneren

Die allereerste snee

Ze had eindelijk een vriend gevonden

Lichamelijke pijn was meer oké

Als meisje van dertien jaar

Anders dan zo velen…

Liep ze rond met haar dienaar

En zijn mes om mee te spelen…

Geen benul wat hiervan komen zou

Haar nieuwe vriend, leek o zo trouw

Hoe trouw haar vriend ook leek te dienen

Innerlijke pijn was niet te bereiken…

Misschien wat dieper snijden

En dan maar verder kijken…

Anders dan zo velen…

Vraagt ze zich wel eens af

Of ze ooit nog wel zal helen…

Als vrouw van negentien jaar

Anders dan zovele…

Getekend voor het leven

Haar armen zijn beschreven

Haar vriend, die pijn heeft zich bekeert

Geworden tot verslaafde vijand, zichzelf

aangeleerd

Wonend tussen muren zonder kracht

De automutilatie buiten macht…

Ja, ze kan hem nog goed herinneren

Die allereerste snee…

In haar hoofd loopt ze er altijd nog mee

Mijn verslavende poging

tot zelfvernietiging

Of zelfbeschadiging verslavend is? Een

discussie tussen hulpverlening en ervaringsdeskundigen,

waar ik zelf een

beetje tussensta. Op mijn negentiende

schreef ik dit bovenstaande gedicht, in

gevecht met de verleiding om mijzelf

pijn te doen. Om zo mijzelf te ontladen

van alles wat me bezig hield, alles wat

me teveel was en alles wat ik dacht niet

aan te kunnen. Zelfs nu ik wat ouder ben

en het constante beschadigen toch wel

wat verder achter me ligt, kan het mij

nog enorm bezig houden. Niet alleen

omdat ik mijzelf letterlijk behoorlijk

beschreven voel door mijn verleden en

mijn overlevingstactiek, maar ook omdat

ik af en toe stiekem nog wel….even zou

willen. Is het in theorie niet verslavend,

dan is het voor mij in de praktijk zeker

wel zo geweest. In de ergste wanhoop

momenten dacht ik dan ook maar dubbelzinnig;

‘’Snij je rijk, snij je arm’’ Al was

het alleen maar om het naar mijzelf te

verantwoorden. Wat boekjes, onderzoeken

of hulpverleners en vrienden denken,

is al snel niet meer belangrijk als je

enkel snapt dat het je op weet te luchten

en even gedachteloos weet te krijgen…

Ik was dertien toen ik voor het eerst in

mijzelf sneed. Het had een enorme verlichtende

uitwerking, het bloed leek er

letterlijk voor te zorgen dat alle spanningen

uit me weg ebden. Het schuldgevoel

en het onbegrip wat ik daarna voelde

was echter nog veel heftiger en zorgde

dat ik er een geheim bij had. Waarvan ik

me nog goed weet te herinneren, dat ik

dacht, het wel weer weg te kunnen snijden.

Schaamte voor wat ik deed had ik

niet. Niet naar mezelf, het was mijn

geheim. De buitenwereld zou het nooit

te weten komen dus hoefde ik mij niet te

schamen. Zo maakte ik, dacht ik, het mij-

[15]


zelf makkelijker. Ik kwam in een cirkeltje

terecht waarin ik mijzelf steeds minder

begon te begrijpen. Ik durfde niemand te

vertellen wat ik mijzelf aandeed en vond

het zelf eigenlijk ook te stom voor woorden.

Mijn zelfvertrouwen kelderde

omlaag en uiteindelijk sneed en kraste

ik echt alle spanningen om mij heen

weg. Het was zo gemakkelijk om in automatisme

naar iets te grijpen, wat je niet

kon begrijpen, maar wat wel leek te helpen.

Al was het maar om een paar, dat

me wat rustiger maakte. De reden waarom

ik begon met snijden, was omdat ik

een onacceptabele jeugd en tienertijd

doorging en door had gemaakt leken

allang niet meer van belang. Alles was

een reden om mijzelf pijn te doen. Alles

deed pijn.

Ik was zestien en zat in mijn examenjaar

toen een vriendin erachter kwam. Tijdens

een tentamen stak ik mijn vinger

op in de klas en in een onbewaakt

moment schoof mijn mouw iets naar

beneden. Mijn vriendin greep in een

impuls mijn arm en vanaf dat moment

stortte mijn wereld in. Ik ben tijdens

mijn tentamen het lokaal uitgelopen

zonder dat de lerares ook maar iets doorhad

van wat er was gebeurd, eenmaal

buiten kon ik alleen maar voor me uit

staren. Wat ik precies dacht, weet ik niet

meer. Maar ik wist dat dit het eind van

mijn geheim zou zijn. Ik haatte de mensen,

vooral die vriendin, ik haatte mijzelf,

ik hield van mijn armen, tot op dat

moment.

De vriendin was naar een lerares gestapt

van wie ze wist dat ik het daar goed mee

kon vinden. Ik werd diezelfde dag nog

vastgehouden in een kantoor om te praten

over het waarom. Twee uur lang heb

ik in stilzwijgen gekeken naar die

bezorgde mensen, naar die totaal

geschokte omgeving. Ik weigerde mijn

mond open te doen, vooral nu ik wist

wat het was, echte schaamte.. Waarom

deden ze me dit aan? Waarom deed IK

hen dit aan?

Pas toen ze naar huis wilden bellen deed

ik mijn mond open. Een razernij van

woorden met; ‘’honderd keer sorry, bel

alsjeblieft niet naar huis en ik zal het

[16]

nooit meer doen’’. Ik mocht gaan, de

gezinsouders, waar ik woonde zou school

niet bellen. Er werd toch gebeld bleek

achteraf, want thuisgekomen brak de hel

los. Van verwijten tot bezorgdheid en

uiteraard deze week nog een start bij

een psycholoog. Ik was niet van plan te

vertellen waarom ik mijzelf sneed, ze

hadden al genoeg van me afgepakt.

Namelijk mijn geheim, mijn vriend en

mijn leven. En nou moest ik nog naar

een psycholoog ook, ik was toch niet

gek??? Vier vriendinnen op school waagde

het erop, ‘’het ook maar eens te proberen’’.

Het maakte me woest, ik ging me

nog meer schamen. Ik zag niet dat zij

ook een uitweg van emoties zochten.

Gelukkig snapten zij wel mijn woede en

onmacht dus lieten ze het bij die keer. Ik

bleek niet de goede raadsvrouw te zijn

voor hen, hoewel ik wel mijn bezorgdheid

te kennen gaf, zorgen maken om de

eigen ik, vond ik dan weer net niet

nodig.

Er werden voor mijn zelfbeschadiging

allemaal regeltjes opgesteld, van kwaad

tot erger, allemaal in de waan, mij ermee

te kunnen helpen. Zo mocht ik maar een

kwartiertje aandacht per dag besteden

aan zelfbeschadiging om er niets meer

mee te triggeren, deed ik het nog een

keer dan werd ik opgenomen. Niet lang

nadat al deze regels al lang en breed

door mij overtreden waren in geheim,

gingen de mensen bij wie ik woonde

verhuizen en kwamen er acht groepsleiders

te werken. Voor mij een nieuwe

opening om mijn geheim weer achter

slot en grendel te plaatsen. Maar zo

werkt het in de hulpverlening niet, alles

was van haver tot gort overgedragen en

ook hier golden de regels. Wel wat minder

streng, doordat men op de hoogte

was, dat de verhuizing voor mij erg veel

spanning en verdriet mee bracht. Op

school, vrienden, de groepsleiders, mijn

verworven psychologe, waren met hun

onrust en bezorgdheid te uiten naar mij,

niet anders bezig dan mij weer te dwingen

mijzelf te snijden. Ik was namelijk

de mafkees, die niet te begrijpen was en

haar mond niet open deed. Ik praatte

altijd wel heel veel, maar sprak eigenlijk

zelden. En zo zag ik mijzelf ook. Als grote

stoere meid van 16, die zichzelf pijn deed

om het pijnlijke leven maar te kunnen

hanteren. Bemoeienis, op zorg na, was

uitgesloten en accepteerde ik niet. Ik

rebelleerde het. Uit protest, uit onmacht.

Mijn snij gedrag is in deze periode wel

beperkt tot alleen mijn heel hoge spanningsmomenten.

De prikkende ogen op

school, van vrienden en leidingen zorgden

ervoor dat ik voorzichtiger werd en

echt probeerde de goede aandachtsvraag

te doen als ik het fout voelde gaan. Soms

lukt dit, soms niet. Ik vertelde het wel

wanneer ik gesneden had, omdat ik daar

uit eerlijkheid, vaak de ‘’straf’’ van opname,

uitzetting, vermeed. Een tijd lang

hebben ze me laten begaan, er was geen

land met me te bezeilen en al helemaal

niet nu ik doorhad, dat ze het stiekem

ook wel een beetje erg vonden wat ik

mijzelf aan kon doen.

Er is eens een begeleider geweest, waar

ik nu nog steeds contact mee heb, die

mij op een heel harde manier duidelijk

maakte waar ik mee bezig was. Ze zei:

’’Als ik nou een mes pak, en jou in je

armen snijd, wat doe je dan?’’ Langzaamaan

werd ik aan het denken gezet. En

probeerde echt zelf te begrijpen waarom

ik het maar bleef doen als ik mij zo rot

voelde. Het had zich echt gevormd tot

hulpmiddel die ik ten alle tijden zelf toe

kon dienen. Al merkte ik ook zo rond

mijn zeventiende dat ik er ‘’lelijk’’ van

werd en de schaamte in combinatie met

mislukkeling nam schaamteloos toe..

Op mijn achttiende, na het zoveelste protocol

van niet mogen snijden, doorgesneden

te hebben, ben ik uit het project

gezet. Ik woonde er inmiddels op een

kamertje naast de groep en had het best

naar me zin. Dat wil zeggen, ik deed

waar ik zin in had, dat veroorzaakte de

nodige crisismomenten waarin ik mij

vreselijk alleen voelde en de regels

negeerde. Het niet mogen snijden, vormde

voor mij de uitdaging tot meer. Ik had

zelfs een protocol moeten ondertekenen

om geen zelfmoord te mogen plegen.

Het team dat mij begeleidde was zeker

niet trots op hun daad van uitzetten,

maar achteraf gezien, was dat het beste


wat ze konden doen. Ik heb een jaar lang

geleefd op de grens van alles of niets en

zolang ik met lange mouwen liep,

begrensde ik mijn snijden ook niet langer.

Inmiddels had ik een vriendin, die

ook deed aan automutilatie en samen

konden we erover praten. We waren allebei

onze oude woonplek uitgezet vanwege

ons ‘’ontspoorde’’ gedrag en vonden

veel heil bij elkaar. Ik merkte wel, wat ik

heel erg vond, dat zij dieper ging krassen,

omdat ik zo’n mooi voorbeeld was.

Ik liet haar gaan, verzorgde haar wonden,

zij de mijne. Uit liefde, uit respect

en acceptatie. We begrepen van elkaar

ook steeds meer waarom we het deden,

en nog veel belangrijker, dat we alleen

maar voor onszelf konden stoppen. Niet

voor wat men van ons verwachtte. Langzamerhand

begon ik te zien dat mijn

armen een en al verhard littekenweefsel

waren. Wat god zij dank, met de tijd

steeds minder zichtbaar wordt, maar

langzaam begon ik ook in te zien, dat ik

niet op deze manier volwassen wilde

worden.

Ik kwam door een heftige depressie op

mijn negentiende terecht op een PAAZ

afdeling, waar mijn snijden door mijn

situatie gedoogd werd. Ik was dakloos,

had geen enkel sociaalnetwerk, omdat

men door mijn moeilijkheden afstand

beter te bewaken vond. En ik kon niet

anders dan ermee instemmen en mij

laten helpen door professionals. Al was

de opname niet gepland en raakte ik

zelfs in mijn opname dakloos. Ik had

geen inkomen, geen dagbesteding, kortom

ik was gedoemd te falen voor altijd.

Een goede vriend van me, die heeft mij

altijd bijgestaan, vanaf het begin tot nu

en hoewel hij mijn zelfbeschadiging

doodsangsten en woedeaanvallen aanjoeg,

hij heeft me nooit laten vallen.

Mede door hem voelde ik het verlangen

niet meer te willen snijden. Alleen hoe

deed ik dat dan toch?

Ik had inmiddels ook te horen gekregen

dat er daadwerkelijk een verslavende

factor vastzit aan het snijden. In je hersenen

komt namelijk het stofje endorfine

vrij, een stofje waar je vrolijk van

wordt, wat bij sommige mensen in het

hersenhuishouden, door zelfbeschadiging

ernstig uit zijn balans is. Het zit toevallig

ook in chocolade en bananen. Dat

woog helaas niet tegen het snijden op,

alleen omdat het idee van constant

bananen en chocolade eten tot dikmakend

aan toe, al lachwekkend genoeg

was er gewoon overheen te snijden.

‘’Endorfine aan de macht’’ heb ik vaak in

poging tot mijn zwarte humor geroepen.

Zeven maanden lang was ik opgenomen

en heb met twee door God gestuurde

hulpverleners mijn leven op de rails

weten te zetten. Verschillende keren

besloot ik op te geven en sneed ik mijzelf

weer. Ik kwam er nooit vanaf, zo zei ik,

het was samen met mijn extreme blowpatroon,

mijn enige redmiddel tot overleven.

Maar altijd werd mij uitgelegd dat

het de heftige emoties zijn, dat het mijn

onbegrip is, dat ik mij niet moet schamen

en dat ik misschien nog niet klaar

ben voor een ander copingsmechanisme.

Vaak genoeg heb ik op de eerste hulp

gezeten en mij dubbelop geschaamd

door de onredelijke manier waarop men

mij aanpakte, maar altijd had ik mijn

twee vaste hulpverleners bij wie ik het

kwijt kon, en het weer meer kon proberen

te begrijpen. Er zijn momenten

geweest dat ik in een soort van waan

dissociatie de controle van mijn heftigheid

uit handen werd genomen. Helaas

zorgde dit mechanisme, waarin ik mij

afsloot van mijn ellende, er alleen maar

voor dat ik er beschadigder uit kwam te

zien dan ik al was. Natuurlijk was er dan

een groot onvermogen mij te kunnen

helpen, maar altijd was er geduld. Vanuit

de verpleging en vanuit mijn beste

vriend Pim. En dat is waar ik mij een

heel eind mee heb kunnen helpen. Ik

werd blijkbaar geaccepteerd. Eindelijk, ik

was niet gek. Zelfs niet op de PAAZ waar

ik al zeven maanden vertoefde. Mijn

huisje lag in zicht, mijn hulprelaties had

ik eindelijk op gelijkwaardig en vertrouwd

niveau en een sprankje toekomst

met hoop durfde zich te openbaren. Het

begon er steeds meer op te lijken dat ik

minder kon snijden. En mijn spanningen

in andere dingen kon uiten. Ik blowde

nog wel veel, maar dat was al beter dan

littekens. Het kwam zelfs zover dat ik op

de afdeling en soms zelf daarbuiten, met

korte mouwen durfde te lopen. Die confrontatie,

met mijn eigen armen, heeft

mij ook doen nadenken dat ik er eigenlijk

ontzettend verslaafd aan ben

geweest. Al is het beter verwoord als ik

zeg mij er enorm aan te hebben vastgeklampt.

Zo maakte ik het er zelf ook

naar. Het was zich ook een stukje gaan

vormen tot mijn drang naar en van aandacht..

En steeds meer, ook al ging het

langzaam, begon ik er mijn afkeer van te

krijgen en probeerde steeds oprechter

om afleiding te zoeken.

Nu is me dat gelukt. Al denk ik er nog

wel eens aan. Hoe zal het zijn als ik nu

nog kon snijden… Maar het lukt me niet

meer. Ik heb mijn trots naar mijn

lichaam verworven en de steun die ik

krijg van mijn vrienden en hulpverleners

doen me ten goede om het steeds meer

te begrijpen. Want ik denk dat, dat voor

de buitenwereld en misschien zelfs voor

de persoon in kwestie wel het lastigst is,

het begrijpen waarom je jezelf (en daarmee

ook anderen!) zoveel pijn kan doen.

Dat levert zoveel meer rot gevoelens op,

dat je jezelf steeds de reden geeft om

door te gaan. Daardoor is het nu juist

van mij af komen te staan. Ach ja, het

verslavende nasmaakje aan mijn zelfbeschadiging

is dat ik mijn littekens ben

gaan zien als vrienden. Die mij door veel

rotperiodes heen hebben geholpen en nu

alleen maar geaccepteerd kunnen worden,

zodat ik terugval vermijd. Want

zoals de slogan op mijn jeugdgroepen

wel eens in tegenovergestelde richting

luidde; Met krassen en snijden, zal je

Natas NIET meer verblijden. En hè, voor

de mensen die zichzelf beschadigen:

Praat, praat, praat, zoek hulp!! En; ‘’Geef

jezelf een hand, een kans en de ruimte,

zodat je niet verliezen kan, want waarschijnlijk

zal je in eigen ogen altijd de

verliezer zijn, maar dan wel een die nog

altijd winnen kan!’’

Natasja Schreuder

Fotografie: Pim Venhuis

Website: www.zelfbeschadiging.nl

[17]


Tips voor de nuchtere in andermans

eeuwige ontkenningsfase???

Mijn

vader is

alcoholist. En hij verdomt het zich eraan

te laten helpen. Hij zit al ruim twintig

jaar in de ontkenningsfase. Wanneer ik

dan enige toegang krijg tot zijn drankprobleem,

dan blijft het simpelweg bij

toegeven dat hij wat teveel drinkt en

proost er vervolgens op. Uiteraard krijg

ik enkele welgemeende excuses, die ik

zelf voor welgemeend moet houden.

Doordat mijn vader zijn pilsje vrijwel

altijd belangrijker heeft gevonden dan

de zorg voor zijn kind heeft mij gemaakt

tot wie ik nu ben, en vooral ook hoe ik

nu naar mijn vader ben en kijk!

Mijn vader heeft veel meegemaakt en

dat is waarschijnlijk de reden dat hij

drinkt. Maar als ik zo zijn verleden bekijk

en het naast mijn eigen tekort geschoten

jeugd neerleg, dan kan ik niet langer

zeggen dat hij redenen genoeg heeft om

te drinken.

Zevenentwintig jaar ontkennen dat je

een probleem hebt, gaat mij te ver.

Daarom wil ik ook wat tips geven in de

[18]

omgang met verslaafde

ouders, vrienden

enz. Puur vanuit

mijn eigen

ervaringen

omdat je zonder

dat je het

eigenlijk wil,

toch steeds

weer

gekwetst

wordt en omdat

het misschien

de hoogste

tijd wordt

dat je, je

hiertegen

gaat

beschermen.

1. Laat je niet van

de wijs brengen door

beloftes over het stoppen van het drankgebruik.

Kijk naar de situatie waarin dit

gezegd wordt en laat je gevoel, verstand

en de feiten samenkomen.

2. Bescherm jezelf tegen andere loze

beloftes. De drinker heeft vast het beste

met je voor, maar kan nogal lukraak

beloftes de lucht in schieten omdat hij zo

ook zijn goede naam wil bewaren (of jou

tot plezier probeert zijn!). Natuurlijk is

het niet kwaad bedoeld, maar als je, je

vastklampt aan de gezegde dingen van

een drinker, die hij vaak niet waar kan

maken, dan houd je eigenlijk alleen

jezelf voor de gek.

3. Stop met je schamen voor het drankgebruik

van de persoon in kwestie. Hiermee

maak je het probleem van de ander

veel te eigen en loop jij met alcohol in je

kop rond terwijl jij niet de drinker bent.

Als je hier erg mee zit kan je de drinker

ermee confronteren dat het je erg veel

pijn doet om hem of haar zoveel te zien

drinken.

4. Neem een beetje afstand en geef voor

jezelf toe dat het probleem waarschijnlijk

een probleem zal blijven als de drinker

zich niet wil laten helpen. Natuurlijk

is het altijd slim om bepaalde hulplijnen

en diensten, zoals de AA aan te bieden,

maar pushen heeft geen zin.

Sommige alcoholisten kunnen erg goed

inspelen op een andermans gevoelsleven,

vooral als ze dronken en emotioneel

zijn. Of manipulatie het goede woord is

weet ik niet, maar weeg de woorden

tegen elkaar af en trek daaruit je eigen

waarheid.

5. Stel je regels, door bijvoorbeeld te zeggen

dat je niet wilt dat er gedronken

wordt als jij erbij bent. Schroom niet om

je gevoel erbij uit te leggen, hoe hard dit

ook lijkt. Je maakt op deze manier steeds

duidelijker dat het een proces is van de

drinker waarin hij andere mensen ook

kan meeslepen. En dat soms zelfs dat

proces ervoor zorgt dat steeds meer

mensen afstand zullen nemen. Als jij

open en eerlijk blijft, weerhoud jezelf het

gevoel van afwijzing en laat zien dat je

er nog wel wilt zijn voor de persoon.

Een alcoholist drinkt om de problemen,

het gevoel en verdriet waarvan hij of zij

het vaak niet aandurft om het recht in

de ogen te kijken. Als er ook nog wordt

ontkend dat er een probleem is, of

gewoon niet gestopt wil (of kan!) worden,

dan moet je afstand nemen. Niet

zozeer in de letterlijke zin, maar emotioneel.

Zorg ervoor dat je zelf genoeg

steun hebt om erover te kunnen praten

zodat jij niet zelf in een zelfde cirkel

terecht komt. Natuurlijk is dit moeilijk

en duurt het misschien zelfs even voordat

je het los kunt laten, vooral als het

een naaste is waar je veel van houdt.

Maar ben je eenmaal zover dat je weet

dat het niet beter zal worden, raak dan

zelf niet in een ontkenningsfase. Je kunt

zelf immers niet veel doen en het

getuigt al van heel wat inlevingsvermogen,

dapperheid en naastenliefde dat je

nog steeds naast een verslaafde leeft

zonder deze te laten vallen.

Anoniem


Gokverslaving

Wat is nou precies een gokverslaving?

Iedereen waagt wel eens een gokje is het

niet?! Gokverslaving is meer dan enkel

een gokje wagen, alles draait om dat ene

gokje, waarin je maar door blijft gokken.

Gokverslaving gaat zo ver, dat buiten de

geestelijke afhankelijkheid, ook lichamelijk

afhankelijk op kan treden als men

even niet kan gokken, slaapstoornissen

en depressiviteit bijvoorbeeld. Gokverslaving

is een serieus probleem. Inmiddels

ook een erkend in de DSM-lV als psychische

aandoening en staat ingedeeld

onder de stoornissen in de impulscontrole.

Marcel waagt een gokje

Marcel is een leuke stevige man van in

de dertig. Hij woont bij een vriend in

huis en is gek op de negenjarige dochter

van zijn vriend. Ze doen leuke dingen

samen en in de avond gaan Marcel en

zijn vriend een borreltje drinken in het

café. Hij heeft net de kleine meid nog

een verhaaltje voorgelezen en op zijn

schouders getild en is wel toe aan een

afzakkertje, hij is een beetje moe en

heeft het gevoel voor de dochter van zijn

vriend te moeten zorgen. Eenmaal aan

de bar gaat het er gezellig aan toe en zijn

oog valt op de fruitautomaat in de hoek

van het café. Zal hij een gokje wagen

vraagt hij zich af…Hij zal inmiddels toch

wel van die verdomde verslaving af zijn,

waardoor hij nu bij zijn vriend in de kost

zit. Alles is hij kwijt geraakt, maar dat

kan toch niet nog een keer gebeuren, nu

hij al zo weinig heeft. ‘Daarbij weet ook

niemand dat ik ooit verslaafd ben

geweest, ik had net zo goed een alcoholist

kunnen zijn’ denkt Marcel stiekem.

Hij trekt joviaal zijn portemonnee,

bestelt voor ieder nog een biertje, om

zijn gevoel te compenseren naar de zogenaamde

alcoholisten en besluit zijn

rondje terug te winnen uit de automaat.

Zo sterk heeft hij het voorgevoel dat hij

the winner zal zijn.

En inderdaad, in nog geen tien minuten

heeft hij 100 euro uit de kast getrokken

en hij kan zich niet herinneren dat er de

laatste tijd zoiets vrolijks heeft geklonken

als het vallen van de door hem

gewonnen euro’s. Wat een prestatie,

houdt hij zich voor. Zijn vriend is blij

voor hem en samen drinken ze er een

biertje op. De winst wordt luidruchtig

gevierd en ondertussen ziet Marcel voor

zijn ogen de kersjes, citroentjes en BAR

tekentjes draaien.

Nog geen uur later zit hij weer achter de

kast en blijft ook zitten als zijn vriend al

laat in de nacht naar huis vertrekt. Na

twee maanden krijgen Marcel en zijn

vriend ruzie. Hij heeft in geen tijden de

huur meer betaald en maakt een zwijnenstal

van het huis. Daarbij heeft de

dochter van zijn vriend bij haar pappa

geklaagd dat ze spaarcentjes miste uit

haar spaarpot. ‘Zit je soms weer achter

die klote kast’ schreeuwt zijn vriend hem

toe. Marcel wist niet dat hij zo een erge

indruk maakte op zijn omgeving en

schaamt zich plotseling rot dat hij 10

euro heeft gepikt uit de spaarpot

van de kleine. Gelukkig

weet hij dit weg te moffelen

voor zichzelf

onder het mom

dat hij moest vanwege zijn vreselijke

hoofdpijn, toch besluit hij te stoppen.

De nachten daarop slaapt Marcel slecht,

hij ligt te draaien en te woelen en

droomt over zijn winst van de afgelopen

maanden, de winst die hij niet ziet als

verlies. Marcel krijgt zijn eten bijna niet

door zijn keel en wordt met de dag

depressiever. Hij doet naar zijn vriend

net alsof hij op zoek is naar een baan,

maar slentert ondertussen rond in de

stad. De kleine meid van zijn vriend interesseert

hem niet meer en op haar vragen

waarom hij zo boos doet geeft hij

niet eens antwoord. Terwijl hij voor de

zoveelste keer een rondje loopt en voorbij

het café sluipt ziet hij vijftig euro op

de grond liggen. Hij pakt het en loopt

gelijk richting de fruitautomaat. Hij

denkt niet, hij kijkt niet, hij lijkt volledig

op automatische zijn honger en verlangen

naar gokken te stillen.

Drinken bestellen doet Marcel niet en

plots hoort hij een bekend stemmetje.

Daar staat ze dan, die kleine meid van

zijn vriend. ‘Wat ben jij aan het doen?’

Wel verdikkeme, dat kreng is me gevolgd

denkt Marcel en tegelijkertijd beseft hij

zich dat dat kleine grut zich zorgen

maakt, voorheen speelde hij altijd met

haar, nu bijna nooit meer. Het is niet zo

gek bedenkt hij zich, dat ze hem achterna

is gelopen.

Hij stapt samen met haar de straat op. Ze

kopen een ijsje en terwijl hij de

schommel duwt neemt hij zich

voor om morgen hulp te gaan

zoeken, wanneer hij zijn laatste

tientje heeft verspeeld.

Natasja Schreuder

[19]


Drugs om de maatschappij rustig te houden

Drugs, je hebt ze in vele soorten en maten, het ene mag wel

en het ander mag niet. Hoezo, het ene mag wel? Denk daarbij

maar eens aan drank, koffie, hasj en sigaretten.

Dat zijn de getolereerde

drugs door de overheid,

dat wil zeggen: ze worden

niet genoeg als schadelijk

bevonden en ook niet als

hard drug gezien. Men

mag ze gebruiken. Tenzij

er natuurlijk zoals bij alcohol overmatig

gebruik plaatsvindt. Dan verwacht men

van de sociale omgeving of de gebruiker

zelf dat die actie onderneemt en richting

de detox gaat.

Maar waarom tolereert de overheid

drugs als bijvoorbeeld alcohol? In de

jaren dertig in de Verenigde Staten van

Amerika vond er de “drooglegging”

plaats. Dat was een gebeurtenis ingeluid

door de overheid. De Amerikaanse regering

legde het drankgebruik aan banden.

Men had genoeg van de problemen die

het veroorzaakte. Drank mocht niet meer

worden verkocht en de Amerikaanse burger

werd de volgende dag wakker in een

alcohol loos bestaan. Geen alcohol meer.

Toen dit feit een poosje voortduurde ontstonden

er grote onlusten en veel onrust

“sierde” de Amerikaanse straten, er ontstonden

rellen. De gegoede burgerij pikte

het niet. De Amerikaanse regering zag in

dat dit besluit een averechts effect had

op de samenleving en stond de verkoop

van alcohol weer toe. Men zag ook in dat

alcohol de menigte rustig hield.

En inderdaad, alcohol houdt de menigte

in een soort roes, alcohol bedaart de

gemoederen.

Alcohol laat je leven in een soort roes,

ook al is het maar tijdelijk. En welke

regering wil nou haarscherpe kritische

burgers, die te goed en te kritisch meedenken,

zo zou een regering nooit en te

nimmer aan regeren toekomen. En daarnaast

handig als de regering is, wordt er

Belasting geheven over consumptieve

[20]

alcohol. Dat brengt natuurlijk

ook veel geld in het laatje.

Vermoedelijk kan bijna geen

enkele regering zo’n gulle

geldschieter missen.

Grappig is ook dat om softdrugs

meer problemen zijn bij de Nederlandse

evenals de Amerikaanse overheid.

Softdrugs brengen ook geen geld in het

belasting laatje. Het is illegaal en wat

illegaal is maar toch wordt getolereerd

kan men dan toch geen belasting over

heffen, want dan zou men het ook wetboekrechtelijk

gezien erkennen. En dat

kan niet. Vandaar dus dat regelmatige

gesteggel over softdrugs tussen overheid

en de burger. Ook Jan weet hiervan.

Sowieso heeft de overheid gemengde

belangen bij het gebruik van soft drugs

en alcohol.

Het brengt dus zonder meer geld in het

laatje, en bij softdrugs kan men in Nederland

laten zien hoe tolerant het is en de

erfenis in stand houden van de beginselen

van de vrije meningsuiting en het

gedachten goed van een stroming uit de

jaren zestig zeventig. De hippies, make

love not war. En dat deden ze dus onder

het genot van een blowtje.

Ingeburgerd als deze twee drugs zijn, ze

zijn dus gewoon geworden, durft ook

geen enkele regering aan deze twee heilige

huisjes te komen. Maar gevaarlijk

kunnen ze absoluut zijn, kijk maar eens

in de psychiatrische ziekenhuizen en bij

de detox afdelingen in het land. Een ziektenkostenverzekeraar

zou het wel weten

met die drugs. Maar het land is

rustig.Daar drinken we dan maar eentje

op.

Erwin Tukker

Pluspunt

Pluspunt biedt opvang en

ondersteuning aan thuislozen

in Rotterdam middels

onder andere zinvolle dagbesteding

en motivatie aan

thuislozen om de draad weer

op te pakken.

“Want als de doelgroep in de stad blijft

zwerven of in de verkeerde opvang

terecht komt, is het een kwestie van tijd

tot het verkeerd gaat, op wat voor denkbare

wijze dan ook”, aldus de website

van Pluspunt. Hoog tijd voor Denkraam

om een kijkje te nemen bij Pluspunt. In

gesprek met John Bergenhenegouwen,

oprichter van deze stichting.

“Pluspunt is in februari 2005 opgericht.

Ik zat zelf in de shit, of beter gezegd: het

ging niet zoals het zou moeten gaan. Ik

was thuisloos, en kwam terecht bij

instellingen zoals het Leger des Heils.

Vaak zat je met anderen een kopje koffie

te drinken in de kantine. Ik vond dat, dat

anders moest kunnen gaan. Ik verbleef

in een kamer hier vlak in de buurt, vlak

voor de winteropvang. Ik wilde weg uit

de opvang, en kreeg toen het idee om de

ruimte hier te huren. Zo is Pluspunt van

start gegaan.” We zitten in een klein kantoortje

dat tevens dient als slaapkamer,

met uitzicht op een binnenplaats, ergens

in Rotterdam Noord. De totale ruimte

bestaat uit een woonkamer, een keuken

en een slaapkamer annex kantoor. De


woonkamer dient als de opvang, de plek

waar bezoekers en vrijwilligers elkaar

ontmoeten. In de eerste zonnestralen

van de lente gaat een aantal mensen

naar buiten. De binnenplaats is gevuld

met fietsen.

“We hebben diverse werkprojecten,

onder andere een fietsenproject en een

meubelproject. Twee dagen per week

kunnen mensen scholing krijgen van

een gepensioneerde fietsenmaker. Mensen

kunnen hier hun fiets laten repareren.

In het najaar gaan we in samenwerking

met de politie en het Openbaar

Ministerie van start om de verlichting

van fietsers te repareren, van mensen

die worden aangehouden omdat ze zonder

licht rijden. Het is een reparatie ter

plekke, en zal 10 á 12 euro gaan kosten.

Maar dan sparen ze wel een bon uit. Ook

werken we voor de woningcorporatie.

We knappen tuinen op, we helpen verhuizen

en halen huizen leeg. Hier komen

mogelijk vaste banen uit voort.” Het valt

op dat er veel gebeurt in een kleine

ruimte. “We zijn begonnen als opvang

voor (ex-)thuislozen, maar we zijn uitgegroeid

tot een dienstencentrum. Er

komen mensen binnen vanuit de BavoR-

NO, Bouman en de Jeugdzorg. Het is nog

wel zoeken naar een goede manier van

doorverwijzen. Mensen krijgen bij ons

wel een intake, maar in de regel wordt er

niemand geweigerd. Er wordt hierbij

gekeken naar de achtergrond, naar wat

er speelt en de verwachtingen. Wel geldt

dat verslaving een contra-indicatie is. De

verslavingszorg heeft genoeg

opvang, we richten ons hier op

mensen die tussen wal en schip

dreigen te raken.” In de huiskamer

en op de binnenplaats valt op dat

de sfeer informeel en gezellig is.

Mensen pakken een kopje koffie,

steken een sigaretje op en al snel

komt er een gesprek op gang. “Wel

zo aan de slag, hé”, zegt John. “De

sfeer is belangrijk hier. Het gaat er

om dat mensen zich thuis voelen hier.

Iedereen is hier gemotiveerd, en mensen

motiveren elkaar. In de reguliere opvang

is dit wel anders. Voordat het met mij

minder ging, was ik ondernemer. Ik had

totaal geen idee van mijn rechten en

plichten, wat mijn mogelijkheden

waren, en hoe de verschillende organisaties

en instanties werkten. In de opvang

kom ja van alles tegen: van ondernemer

tot crimineel. Hierdoor dreigen gemotiveerde

mensen af te zakken. Dat willen

we hier voorkomen. Hier willen we zinvol

bezig zijn. We werken hier laagdrempelig,

er is bijna geen verschil tussen

vrijwilliger en bezoeker. Je ziet dat mensen

zich hier ontpoppen.” Pluspunt krijgt

veel enthousiaste publicaties in de pers,

waaronder het Algemeen Dagblad en TV

Rijnmond, maar toch is het nog zoeken

naar erkenning van de gemeente en de

reguliere instellingen. “We krijgen de

naam deuren open te schoppen om op

het juiste pad te komen. Zorgmakelaars

van de Sociale Dienst bekenden dat ze

iets als Pluspunt nog niet eerder hadden

[profiel]

gezien. Het blijft hard werken een

netwerk op te bouwen, we zijn en

blijven onafhankelijk. We zijn

bezig een goed bestuur te vormen,

we willen onszelf wat meer op de

kaart zetten.” “We werken hier

allemaal vrijwillig, en we zijn allemaal

ervaringsdeskundig. De ervaringsdeskundigheid

staat hier centraal,

dat is de kracht van Pluspunt.

Ervaringen haal je niet uit een

boekje, zo werken we niet. Toen we vorig

jaar begonnen, was alles leeg. Nu komen

er hier rond de dertig mensen. We zijn

met schade en schande wijzer geworden.

We werken vanuit ons hart. Laatst stond

hier op zondagavond een moeder met

twee kinderen voor de deur. Deze laat je

toch niet buiten staan?” En de toekomst?

“We hebben veel ideeën. Zo hebben we

bijvoorbeeld gesprekken met de voedselbank

over de uitgifte van voedselpakketten.

We willen verder groeien, ook buiten

Rotterdam. Zo denken we bijvoorbeeld

aan uitbreiding richting Delft. Maar

laten we eerst de ingezette projecten

afmaken, en dan een deurtje verder

gaan.”

Door Bas van Bellen

Fotografie: Erwin Tukker

Pluspunt is te bereiken op:

Noorderhavenkade 142

3038 XT Rotterdam

pluspuntrotterdam@hotmail.com

www.pluspuntrotterdam.info

[21]


Het heft in eigen handen

“DAC’s ontmoeten elkaar”, zo stond er op de uitnodiging. Al

eerder kwamen bezoekers en medewerkers van dagactiviteitencentra

(DAC’s) bijeen, om met elkaar te praten over gezamenlijke

interesses en thema’s.

reactie van een bezoeker

Op de eerdere bijeenkomsten werd

onder andere gesproken over openingstijden,

bereikbaarheid en medezeggenschap

binnen DAC’s. Op 29 juni stond

het thema ‘cliëntgestuurde projecten’

centraal. Hoe kunnen cliënten zélf hun

eigen projecten en activiteiten organiseren:

hoe krijg en houd je als cliënt zelf

het heft in handen? Verschillende cliëntgestuurde

projecten, waaronder dit

magazine Denkraam, presenteren zich

op deze dag en laten zien wat de obstakels

en mogelijkheden zijn bij het opzetten

en draaiende houden van dergelijke

projecten. In de middag is er discussie

met de aanwezige mensen: wat willen

de cliënten zelf?

De ochtend: presentaties projecten

De projecten die zich in de ochtend presenteren

zijn: stichting Incentive (activiteiten

voor mensen met psychische en

psychosociale problemen die na een

moeilijke periode weer willen deelnemen

aan de samenleving), Butterfly (een

reactie van een bezoeker

Het heft in eigen handen

[26]

Hallo, ik ben Jolanda Antonio. Op 29 juni

ben ik naar bijeenkomst ‘DAC’s ontmoeten

elkaar’ geweest over ‘Het heft in eigen

handen’. Het was een goede dag en er

werd veel besproken. Het was goed verzorgd

door de organisatie en het was erg

gezellig. Ik ga nu vertellen wat ik miste

aan deze dag. Het is geen verwijt.

Ik denk dat als je een clientgestuurd dagcentrum

of project wilt gaan beginnen,

dat je niet alles door (ex-)cliënten moet

laten oplossen. Stel er komt iemand werken

als vrijwilliger die nog een grote rugzak

met nog niet verwerkte problemen

heeft. En op een dag wordt de vrijwilliger

geconfronteerd met bezoekers met dezelfde

soort problemen. Dan wordt alles open

geregen. Op dat moment moet je op het

team van collega’s kunnen terug vallen.

Maar wat gebeurt er ’s avonds, als je als

vrijwilliger thuis bent? Wie kun je dan bellen?

En wat als hij bijvoorbeeld drie maanden

uitvalt? Wie is er dan voor die persoon?

Hoe gaat het team daarmee om? Het dagcentrum

moet ook gewoon door draaien.

Dan kan je zeggen: “Laat vrijwilligers cursussen

volgen.” Maar niet alles gaat volgens

een lesboekje. Want je hebt te

maken met mensen met elk hun eigen

rugzak

Je krijgt de mogelijkheid om door te stromen

naar betaald werk. Dat lukt dan niet.

Je hebt een terugval omdat je werd

geconfronteerd met je problemen. Je hebt


cliëntgestuurd project voor en door (ex-

)cliënten in het gebied Zevenkamp /

Ommoord), Denkraam en GGzPlaza (tijdschrift

en website voor en door cliënten

in de regio Rijnmond) en DAC Spijkenisse

(een cliëntgestuurd dagactiviteitencentrum).

Wat al deze projecten gemeen hebben is

dat het initiatief voor deze projecten

door cliënten zélf genomen is. “Er zaten

gaten in de in het reguliere aanbod van

nazorg”, aldus de jarige Stef van Veen en

initiatiefnemer van Stichting Incentive,

“dagactiviteitencentra zijn alleen tijdens

kantooruren open.” Deze opmerking lijkt

welhaast typerend voor de verschillende

projecten: elk van de projecten vult een

gat in de reguliere hulpverlening. Ook

DAC Spijkenisse is een aantal avonden

en tijdens weekenden geopend. Butterfly,

de jongste eend in de bijt, is op

dezelfde wijze ontstaan. “Mensen voelen

zich soms niet thuis op een DAC of in

een wijkcentrum.”

De aanloopfase is vaak het lastigst bij

het opzetten van een cliëntgestuurd project.

Ideeën genoeg, maar hoe kom je aan

het geld om iets op te zetten? Er moet

een rechtspersoon worden opgezet, veel-

zelf ook weer hulp nodig. Wie let daar dan

op? Het team draait door, niet iedereen

heeft een terugval. Dit kan onderlinge

spanningen opleveren. En wat als je niet

goed kunt leren (en daardoor de cursus

niet kunt volgen)? Hoe houd je die mensen

dan gemotiveerd om bij een cliëntgestuurd

DAC te blijven werken en zo ook

hun kwaliteiten te benutten? Vrijwilligers

binnen een cliëntgestuurd DAC moet wel

laagdrempelig blijven.

Deze laagdrempeligheid geldt ook voor

het DAC zelf. Kennen de bezoeker en

medewerkers de directeur alleen van

naam, of krijgen ze hem ook een keer te

zien? En wat als je vaker wilt komen naar

een cliëntgestuurd DAC? Op persoonlijke

begeleiding binnen het DAC zit je niet te

wachten, want daar heb je al mensen

voor. Na een eerste bezoek krijg je te

maken met inschrijfformulieren en een of

al een stichting met eigen statuten en

een bestuur. Fondsen en subsidiegevers

worden aangeschreven, er moet gewerkt

worden aan naamsbekendheid, deelnemers

en vrijwilligers moeten worden

geworven. Veelal duurt het vaak meer

dan een jaar voordat een project van

start gaat.

Een aandachtspunt bij cliëntgestuurde

projecten is en blijft: hoe motiveer je

deelnemers en vrijwilligers. “Betrek vrijwilligers

bij alle beslissingen”, aldus Stef

van Veen. “Zorg voor goede ondersteuning

en cursussen”, aldus DAC Spijkenisse.

Dit wordt bij Denkraam en GGzPlaza

ook gedaan: twee cursussen ‘Journalistiek

Schrijven’ en cursussen op het

gebied van lay out en design. En ‘last but

not least’: zorg voor vrijwilligersvergoedingen.

Waardeer de vrijwilligers, organiseer

een uitstapje voor ze!

Ideeën voor de toekomst zijn er genoeg.

Er is vraag naar meer activiteiten en een

breder aanbod. Een onzekerheid hierbij

is de WMO (Wet Maatschappelijke

Ondersteuning): financieringsregelingen

gaan in 2007 over van het Rijk naar de

gemeenten. Wat hiervan de gevolgen

zijn voor cliëntgestuurde projecten is

meer intakegesprekken. Dit is misschien

wel nodig, maar het kan ook anders. Doe

pas een intakegesprek als iemand een

paar keer is geweest, en wil blijven komen

naar het DAC. Informeer wel voorzichtig!

Mensen die op een DAC komen hebben al

24 uur hun problemen. Als ze op een DAC

ook nog eens in aanraking komen met

zaken als een intakegesprek en formulieren,

wordt de drempel voor een bezoeker

te hoog.

Dit geldt ook voor vrijwilligers. Voor het

team en vrijwilligers geldt dat er bepaalde

regels moeten zijn. Maar zorg er voor dat

het team en vrijwilligers goed kunnen

functioneren. Druk bijvoorbeeld roddels

direct de kop in. Respecteer elkaar!

Tijdens de bijeenkomst werd gevraagd

hoe je bezoekers kan motiveren om bijvoorbeeld

mee te gaan met een dagje uit.

Ik denk dat humor een grote rol kan spe-

nog niet helemaal duidelijk. Een ander

obstakel is de regio: Rijnmond is groot en

divers. Initiatieven kunnen bijna nooit

de gehele regio bestrijken.

De middag: discussie

Onder leiding van Jaap Meeuwsen

(directeur Basisberaad) wordt ’s middags

de discussie ingezet. Centraal staat de

vraag: welke cliëntgestuurde projecten

zijn er, en welke nieuwe ideeën voor cliëntgestuurde

projecten zijn er?

Ideeën

Vanuit DAC Vredehof is het initiatief

genomen door bezoekers en vrijwilligers

om mensen te bezoeken die zich langere

tijd niet hebben laten zien. Misschien

hebben ze trek in een kopje koffie, zin in

len. Laat de organisatie maar eens fout

gaan. Bijvoorbeeld als er op een dag geen

koffie is, of geen soep, of helemaal niets.

Mensen gaan dan vragen waarom het er

niet is. Dan kan je met die mensen een

gesprek beginnen. Je kunt ze uitnodigen

om te helpen met boodschappen doen. Je

kan ze dan meteen het prikbord wijzen

waar de uitnodiging voor het uitstapje

hangt.

Het hoeft niet allemaal perfect te zijn

geregeld. Laat mensen maar meedenken

en meehelpen. Zo kom je achter iemand

zijn kwaliteiten. Mensen zijn net kuddedieren.

Ze gaan er van uit dat alles is geregeld.

Mensen doen wel mee met activiteiten,

maar zien vaak niet wat er bij komt

kijken om het te organiseren. Ga als team

van een cliëntgestuurd DAC maar met de

billen bloot en organiseer iets sámen met

de bezoekers. Geef de bezoeker het idee

[27]


een gesprek of een wandeling. Een soort

vriendendienst dus. Er zijn meerdere

vriendendiensten in de regio. Als tip

wordt gegeven om samen te weken,

anderzijds geldt: ‘eenheid door diversiteit’.

Er wordt gedacht aan een PC-project.

Vaak zijn er bij DAC’s computers die

nauwelijks gebruikt worden. Doe iets

met deze pc’s! Er wordt gedacht om, in

samenwerking met GGzPlaza, les en

ondersteuning te geven bij mensen

thuis. Een gezamenlijke barbecue of

feest met alle DAC’s, wordt er in de zaal

geopperd.

Wat is er nodig?

Aan de mensen wordt gevraagd wat er

nodig is voor het opzetten van cliëntgestuurde

projecten. Dit leidt tot de volgende

aanbevelingen:

- Luister naar de bezoekers. Zorg voor

medezeggenschap, zodat mensen

mee kunnen praten. Samenwerking,

uitwisseling en gelijkwaardigheid

zijn de sleutelwoorden.

- Praat met elkaar over ideeën die je

hebt, misschien zijn er meer mensen

die mee willen werken. Breng ideeën

aan bij de bezoekersraad.

dat hij welkom is om mee te helpen, en

dat het niet een vast, klein groepje is dat

iets organiseert. Betrek mensen, ook als

iemand een lastig persoon is. Zó kom je in

ieder geval achter zijn kwaliteiten. Smijt

dus niet meteen met intakegesprekken,

cursussen etcetera. Gebruik humor en laat

mensen gewoon eens meehelpen met bijvoorbeeld

de boodschappen.

Met humor en positieve inzet stimuleer je

elkaar. Zorg er voor dat het team van een

cliëntgestuurd DAC rust uitstraalt en open

staat voor nieuwe ideeën. Het gaat niet

om de prestatie maar weer zin vol zijn in

de maatschappij. Iemand van 50 jaar pikt

het niet als iemand van 25 met het wijsvingertje

zwaait. Juist nu kan je de humor

gebruiken om iets op te lossen. Gebruik

de methodes en vaardigheden die je

- Men wil graag ondersteuning en continuïteit

bij het ontplooien van activiteiten

en projecten.

- Probeer een project goed op te zetten,

maar maak het niet ‘te’ professioneel!

Hou het losjes.

Dit is slechts een korte impressie van de

bijeenkomst. Voor meer informatie over

de bijeenkomst, of voor een uitgebreid

verslag kunt u terecht bij Basisberaad

Rijnmond, Arie Harthoorn. Telefonisch

via 010 – 4665962 of per e-mail: a.harthoorn@basisberaad.nl

(vervolg) reactie van een bezoeker

[28]

opdoet tijdens de eerder besproken cursussen.

Zeg eens sorry als je het fout hebt.Sla

eens een arm om iemand heen.Speel een

verzoenende rol met een lach, geen rechter.

Dit is wat ik miste op 29 juni. Bij een

cliëntgestuurd DAC blijven mensen met

een rugzak zitten, waar ze op een positieve

manier proberen mee om te gaan. Dit

lukt niet altijd omdat ze met verschillende

mensen in aanraking komen, die ook hun

eigen rugzakken hebben. Om van bezoeker

vrijwilliger te worden, zit nu nog een

groot gat. Zorg voor de goede balans. Het

kan wel zeker!

Besef wel wat voor verantwoording daar

bij komt kijken. Besef ook dat vrijwilligers

en medewerkers van een cliëntgestuurd

dagcentrum daar niet voor niets zijn.

Meer informatie over de cliëntgestuurde

projecten:

Stichting Incentive:

www.stgincentive.nl

GGzPlaza:

www.ggzplaza.nl

Denkraam:

www.denkraam.info

Butterfly:

www.pluspuntrotterdam.info/butterfly

Bas van Bellen

Besef dat het geen professionele hulp is

en wordt binnen het DAC. Want als je dat

vergeet, dan kan je niet laagdrempelig

houden.

.

Het is en blijft een dagcentrum voor verschillende

mensen met verschillende problemen.

Wat als wij niet waken voor de teams van

cliëntgestuurde DAC’s, hoe moet het dan

zijn voor de bezoeker die nieuw in een cliëntgestuurd

DAC komt?

Mensen dit is wat ik miste op de dag van

29 juni.Ik hoop dat er nog meer dagen

komen om de handen in een te slaan en

over deze problemen te kunnen praten.

Groetjes,

Jolanda Antonio


Mijn herstel

Begin 2005 kwam ik weer

langzaam tot mijzelf na een

barre tocht door de hel, ook

wel mijn geest genoemd.

Aan de grond, alleen. Maar met een huis.

Mijn eerste eigen huis. Veertig jaar was

ik net geworden, voor de zoveelste keer

een psychotische episode overleefd en er

begon langzaam een besef te dagen dat

ik wellicht ouder dan veertig wordt.

Ik had echt nooit gedacht dat ik zo oud

zou worden. Op mijn vijftiende had ik al

besloten dat ik niet ouder zou worden

dan negentien. Blijkbaar is mijn overlevingsdrang

groter dan mijn zelfvernietigingsdrang

en leef ik nu om dit verhaal

te schrijven. Allemaal bonus jaren dus.

Nou ja, het ligt er wel een beetje aan wat

je onder bonusjaren verstaat, die wel

degelijk een meerwaarde hebben gehad

ondanks de vele legendarische dieptepunten

die ik ooit eens zal gaan beschrijven.

Maar goed, begin vorig jaar was ik weer

eens geland, heel erg hard. En weer leefde

ik nog. En de vraag was: wat ga je

doen met je leven Helena, wat gaan we

dit keer opbouwen en afbreken? Je ziet,

ik ken mijzelf. Ik had het allang opgegeven

om de cirkel te doorbreken. Sinds

mijn dertiende bouw ik op en breek ik af

in een periode van ongeveer twee á drie

jaar. Ik ben daar goed in, dat geef ik

graag toe. Wat dat betreft mag ik best

trots zijn op mijzelf. Ik ben in staat om

dingen te bereiken. Ik wil en het gebeurt

uiteindelijk, echt waar! Alleen, dat geldt

maar voor de helft van de tijd. De eerste

helft van de cyclus bouw ik vanuit niets

iets op en dan is er dat omslagpunt,

waardoor ik op onontkoombare wijze

alles weer tot niets reduceer.

Toen dacht ik aan het Basisberaad, een

organisatie waar ik twee cycli geleden

mee in aanraking ben gekomen.

Met een multidisciplinair team van studenten

van de Hoge School Rotterdam

kregen wij een opdracht om het thema

[22]

“wonen en zorg in de psychiatrie” in

kaart te brengen. Wij hebben er toen een

leuke folder van gemaakt. Toen dacht ik

al dat ik later als ik afgestudeerd zou

zijn, dat ik bij zo’n organisatie zou gaan

werken.

Na rijp beraad met mijzelf besloot ik

ervoor te gaan. Ergens in mei stuurde ik

een open sollicitatie naar het Basisberaad.

Ik kan die mail niet meer vinden

maar er stond zoiets in als: “ik ben een

ex-verslaafde gekke transseksuele prostituee

met een hoop ervaring, kan ik wat

voor jullie betekenen?” Ik werd daarop

uitgenodigd door Jaap Meeuwsen, de

directeur, voor een gesprek. Zo’n beetje

aan het eind van dat gesprek zei hij

tegen mij dat hij eigenlijk vond dat ik

hulp nodig had. Tja, ik met mijn grote

mond! Ik zat natuurlijk behoorlijk in de

problemen, schulden, geen netwerk, leeg

huis en ook nog eens een klein beetje

raar.

Toen zei ik tegen Jaap, de beste manier

om mij te helpen is door mij in staat te

stellen om anderen te helpen. En daar is

geen woord aan gelogen. Ik had zo het

idee dat hij z’n bedenkingen had maar

hij nodigde mij uit voor de Plenaire Vergadering

om eens kennis te komen

maken met andere vrijwilligers en hun

projecten. Enfin, de volgende PV was dus

in juni en een thema was problematische

schulden. Op diezelfde vergadering

besloot ik mij daarop te werpen, ik ken

die situatie van nabij. Ik stuurde Jaap

weer een mail met mijn plan om een

publiciteitscampagne te beginnen en om

mensen met praktische hulp bij te staan

om schulden te voorkomen en Jaap stelde,

inmiddels samen met Marja Glaubitz

en Benno van de Pas, voor om dat idee in

te brengen in de PV van juli. Ik zou dan

een werkgroepje kunnen opstarten

onder de vlag van CLIP Rijnmond. Er

werden alvast werkafspraken gemaakt,

ik mocht ook gebruik maken van de telefoon

en een computer zodat ik aan mijn

eigen schulden kon werken. Zo gezegd,

zo gedaan!

In juli mocht ik officieel beginnen, eerst

met 4 uur per week en dan uitbreiden

naar acht of twaalf uur per week. Ik heb

dat nodig: grenzen. Ik ben gewend om te

vlammen en te pieken. Dat vind ik leuk,

maar ik heb dus geen grenzen. En zonder

grenzen kom je heel ver, maar wanneer

het motortje ontploft is het echt een heel

eind naar beneden.

En laat ik vooral structuur niet vergeten.

Voor het eerst sinds mijn vijftiende hanteer

ik weer een agenda. Structuur heb ik

hard nodig, dus vijf keer per week naar

mijn werk op vastgestelde tijden, iedere

dag op ongeveer dezelfde tijd naar bed

en hetzelfde geld voor opstaan. Iedere

dag een boodschapje doen, ergens, en

iedere dag probeer ik iets te doen waar

ik bang voor ben én probeer ik iets

nieuws te leren. En op zondag rust ik uit.

In overleg met Marja en Benno, waarbij

we mijn valkuilen hebben besproken

(betrokkenheid, verantwoordelijkheidsgevoel,

openheid, grenzenloosheid), had

ik in ieder geval een eerste stap gezet

naar herstel met perspectief. Nou ja, dat

uitbreiden naar acht of twaalf uur per

week is dus wat sneller gegaan dan

gepland. Ik werk nu officieel twintig uur

per week, soms werk ik wat meer. En dat

is ook niet gek want Steunpunt Schuldpreventie

bestaat nu net een jaar en het

werkt. We maken een verschil en doen

werk dat anderen niet oppikken. Tegelijkertijd

hebben we de mogelijkheid om

zorg en hulp te verbeteren.

Maar echt veel meer dan tussen de twintig

en dertig uur per week ga ik dus niet

werken. Ik kom vijf dagen per week naar

mijn werk, ik begin om een uur of half

een en eindig rond half vijf. Ik heb structuur,

ik doe werk dat ik heel erg leuk

vind, alhoewel het ook soms wel

belastend is. Het gebeurt wel eens dat ik

wakker lig, maar meestal ben ik helemaal

leeg en gewoon moe wanneer ik

naar huis ga. Meestal slaap ik ’s nachts

prima waarbij ik moet opmerken dat ik

een liefhebster ben van Cannabis Sativa

Hollandica. Het ontspannings- c.q.

genotsmiddel dat mij wonderlijk genoeg

uit de greep van medicatie weet te houden

én psychosevrij! Ongeveer het vierde

wat ik doe wanneer ik thuiskom is een

joint opsteken en de krant lezen en aan

alles denken behalve mijn werk of mijn

eigen problemen. Het werkt meestal perfect.


Toch is betrokkenheid nog steeds een

grote valkuil voor mij. Die wordt natuurlijk

niet alleen gevoed door empathie en

inlevingsvermogen maar ook door mijn

eigen schat aan ervaringen. Ik vertrouw

op mijn omgeving om mij zonodig attent

te maken op het een of ander. Het helpt

enorm dat ik afscheid heb genomen van

mijn cynisme, waardoor mijn optimisme

weer alle ruimte heeft om nieuwe hoop

te verspreiden. Dat klinkt een beetje

lyrisch. Dat is het ook maar ik durf het

mij te veroorloven. Het omslagpunt is

inmiddels gepasseerd en het gaat nog

steeds goed.

Nog steeds is er angst en twijfel, ga ik

het wel redden? Maar ik voel mij stabieler

dan ooit. Ik heb meer zelfvertrouwen

en ik maak weer plannen. Ja, echt waar,

ik denk serieus na over mijn toekomst!

Maar wat werkelijk helpt is dat ik na al

die jaren van vallen en opstaan geleerd

heb dat het iedere keer wel weer goed

komt, na regen komt enzovoorts, dat ik

nog steeds kan groeien en nieuwe dingen

kan leren zoals jongleren en een

beetje van mijzelf houden. Dat perspectief

houd mij uiteindelijk overeind.

Focussen op de dingen die ik wél kan en

wat minder streng zijn voor mijnzelf.

Ik heb bij het Basisberaad en CLIP een

plekje gekregen. Zeg maar een kans,

want mijn CV kent behoorlijk wat zwarte

gaten. Ook het feit dat ik mij gesteund

voel door mijn collega’s, zorgt ervoor dat

ik het gevoel heb op mijn plaats te zijn.

Een plek waar ik zelfstandig kan werken,

mijn eigen agenda beheer en kan doen

wat ik goed kan. De afgelopen weken

heb ik het erg druk gehad. Zo druk dat ik

werkachterstanden heb gekregen.

Prompt word ik geholpen door vrijwilligers

die ook aan het herstellen zijn. En zo

is het cirkeltje weer rond.

Helena Kats

P.S. Mijn herstel had waarschijnlijk nooit zo’n

voorspoedig verloop gehad zonder de bijdrage

van Ana en Veertje, een mooie poes en een

stoere kat. Zij zijn vorig jaar bij mij komen

wonen, in dezelfde periode toen ik bij het

Basisberaad terecht kwam. Sindsdien is er

harmonie in mijn huis.

[gedicht]en

Liefde staat voorop

Probeer ieder moment van geluk bewust te beleven.

Heb het nooit te druk om liefde te krijgen of te geven.

Een simpel woord een klein gebaar,

een moment van warmte ze zijn zo kostbaar.

Hou dat moment vast, zorg dat je ervan geniet.

Want met liefde als last, ontwijk je veel verdriet.

Kwetsbaar

Als liefde pijn doet om te geven.

Tranen stromen door het verdriet.

Je wantrouwend staat in het leven,

voor even geen uitweg meer ziet.

Probeer dan te denken aan het goede,

dat ieder mens in zich heeft.

Zorg dat je niet teveel bloot geeft.

Probeer je angsten te overwinnen.

Al is dit moeilijk in je kwetsbaarheid,

ergens zal je toch moeten beginnen.

Het leven is immers te kort voor spijt.

Nieuwe morgen

Iedereen heeft wel eens dagen,

dat het even niet meer gaat.

Dat een plotseling gebeuren,

de dagen verkleuren laat.

Geen oog meer voor mooie dingen,

het lijkt kouder soms wel kil.

In zo’n nare periode,staat de tijd even stil

En dan ineens zolang gewacht.

Straalt de nieuwe morgen.

Daar is de tijd dat je weer lacht,

oprecht en zonder zorgen.

Madeleine

[23]


Legale en illegale drugs.

Wat kan er wel en wat kan er niet?

Hier de afhankelijkheid en de effecten bijeen geschetst. Is

een bakkie koffie nog wel zo vertrouwd? Een peukkie nog wel

zo geruststellend? Een glaasje wijn nog wel zo gewoon en

een avondje feesten op de wat harde drugs wel echt zo ontspannend

en onschuldig? Lees hier de side-effects van onze o

zo sociaal geaccepteerde hoeveelheid middelengebruik.

De zogenaamde

legale drugs

Koffie, cafeïne

Je zou het niet zeggen, maar in feite is

dit een drug. Onschuldig in vele ogen,

maar toch zeker een met een degelijke

verslavingsfactor. Er is bij koffie niet

echt te spreken van een afhankelijkheidsgraad

of van lange of korte termijn

effecten, puur en alleen omdat dit verschilt

van de persoon op zich. Wel is het

zo dat bij meer dan twee koppen koffie

(of overmatig drinken van andere cafeïnehoudende

dranken) verslaving kan

optreden. De effecten hiervan worden

weergegeven als denken aan koffie en

vervolgens een bakkie doen. Het geeft

even een opkikkertje en is voor velen

bijna een ritueel te noemen. De zogenaamde

ontwenningsverschijnselen

worden omschreven als; het trillen van

handen, sneller vermoeid raken dan

anders, het hebben van hoofdpijn in het

begin van de stopperiode. Het is echter

nog steeds een vraagteken of dit niet

legal

grotendeels een proces is wat meer

binnenshoofds afspeelt. Tot die tijd dat

dit duidelijk is, staan wij allang een

nieuw bakkie senseo te zetten!

Nicotine

Nicotine zit in sigaretten, shag, pijp en

sigaren. De afhankelijkheid van dit stofje

wat door veel mensen tot zich wordt

genomen is lichamelijk van matig tot

groot, per persoon is dat verschillend,

terwijl de psychische afhankelijkheid

zeer groot kan zijn. De effecten op korte

termijn zijn; opwekkend, trillende han-

[24]

den, snelle hartsslag, hoesten, koude vingers

en tenen, irritatie aan neus en ogen.

Op lange termijn; een slechte conditie,

de bekende hart- en vaatziekten, chronische

bronchitis en uiteindelijk levert het

ons kanker op. Stoppen misschien?

Alcohol

We kennen ze wel, de

alcoholische drankjes. Een

biertje, een wijntje, een

glaasje bessen en soms

wat sterkers onder de

mom van een slaapmutsje.

Wat doet het nou werkelijk

met je? De afhankelijkheid

varieert per persoon

en de hoeveelheden

die je

tot je

neemt.

De

effecten

van

alcohol

op

korte

termijn zijn; een ontspannen gevoel en

een gevoel van welbehagen, verdoving,

ontremd gedrag, aantasting van oordeels

- en reactievermogen, sentimentaliteit,

agressie, zelfoverschatting, aantasting

van spraak en motoriek en onverschilligheid.

De effecten van gebruik op lange

termijn zijn echter iets minder onschuldig;

gedaalde emotionele en gedragscontrole,

geen interesse in eten (wat

leidt tot ondervoeding), angsten, depressie,

leverbeschadiging, achtervolgingswaan,

ernstige hersenbeschadiging en

uiteindelijk ook nog eens maag - en

darmklachten. Daarbij is alcohol ook nog

eens gevaarlijk in combinatie met andere

middelen.

Cannabis

Er heerst strijd of cannabis nou legaal of

illegaal zou moeten zijn, maar aangezien

een stickie voor een toerist op elke hoek

van Amsterdam te koop is plaatsen we

de cannabis onder legale drugs.

De afhankelijkheid is lichamelijk niet zo

groot, hoewel hierover ook discussie is.

Wel is het zo dat psychische afhankelijkheid

bijna niet te vermijden is, al helemaal

niet wanneer men een intensieve

gebruiker is. De effecten op

korte termijn zijn; ontspanning,

euforie, aantasting

van het korte termijn

geheugen, verminderde

concentratie en reactie, versterkte

gevoelens, een verdraaid

wereldbeeld en veranderde

waarneming,

drang om te eten, snelle

hartslag, rooddoorlopen en

glanzende ogen. Bij een te

hoge dosis is er kans op

paniekaanvallen en hallucinaties,

soms flauwvallen.

De effecten op langer termijn zijn; aandoeningen

aan ademhalingsorganen en

kanker. Psychisch gezien zit er meer aan

vast; demotivatie en uitgesproken apathie,

hallucinaties, angst en paniek reacties

en zelfs de verhoogde kans op schizofrenie

is aanwezig.

Het is niet zo verstandig te blowen en

tegelijkertijd te drinken, de werking van

de alcohol wordt hierdoor sterker. Ook is

de populaire spacecake erg link. De kans

op overdosering is hier niet minimaal.

Eco drugs

De eco drugs zijn niet zo bekend. Maar

toch zijn het veel gebruikte middelen,

waar in principe weinig over bekend is.

Niet alleen paddo’s vallen hieronder,

maar ook voedingssupplementen,

bepaalde kruiden (herbals) en energie


ijke drankjes bevatten de oppeppende

werking van eco drugs. Van lichamelijke

afhankelijkheid is bijna niet te spreken

en psychische afhankelijkheid is mogelijk,

maar komt zelden voor. De effecten

op korte en lange termijn verschillen

van product tot product en typerend

genoeg, van de persoonlijkheid van de

gebruiker. Wel zijn er enige aandachtspunten.

Gecombineerd gebruik van verschillende

eco drugs kunnen onvoorspelbaar

uitpakken omdat de werking van

de verschillende middelen erg variërend

is. Toch blijft een gegeven dat combinatie

met andere soft of hard drugs erg link

is.

Illegale drugs

Speed

Speed is een gemeen middel. Het valt

onder de amfetaminen (werkt oppep-

pend in combinatie met euforie) waarbij

illegal

de lichamelijke afhankelijkheid niet

groot is, terwijl juist de psychische

afhankelijkheid erg snel kan optreden

en ook erg groot is.

De effecten op korte termijn zijn; verhoogde

energie en concentratie, onderdrukking

van vermoeidheid en slaap,

verdwijning van eetlust en zelfoverschatting.

Het gevaar voor het nemen

van risico’s wordt aanzienlijk groter. De

effecten op lange termijn zijn; gewichtsverlies,

irritatie, agressie, rusteloosheid,

angsten, achterdocht, waanideeën en

gevaar voor psychose is aanwezig. Met

veel gebruiken van speed put je, je

lichaam uit en vergroot je de kans op

hartritme stoornissen. Ook is er gevaar

voor suïcideneigingen en zelfs de kans

in coma te raken. Een lijntje kan je dus

maar beter laten liggen.

Cocaïne

Net als bij speed is coke een slinks

middeltje. Ook deze drugs speelt meer in

op de psyche dan op het lichaam wat

afhankelijkheid betreft, wel komen de

effecten enigszins overeen, hoewel coke

(in de volksmond) een stuk duurder in

aanschaf is en de tijdsduur van het

middel aanzienlijk korter.

De effecten op korte termijn zijn; stimulerend,

euforie, het gevoel alles aan te

kunnen met het risico hierin, risico’s

minder goed te kunnen in schatten. Coke

werkt eetlustremmend en je puppillen

staan extra verwijd. Na gebruik ben je

vaak extreem vermoeid. De effecten op

lange termijn zijn; gewichtsverlies,

rusteloosheid, slapeloosheid, jeuk, waanvoorstellingen,

prikkelbaarheid, achterdocht

(tot paranoia en schizofrenie aan

toe), agressie en geheugenstoornissen.

Bij coke wordt ook het lichaam uitgeput

en het is zelfs een depressie bevorderend

middel als je na lange tijd gebruiken,

stopt. Hierbij geldt dus ook, een lijntje is

lang niet zo onschuldig als het lijkt.

XTC

XTC is lichamelijk niet verslavend alleen

is ook bij dit middel het risico psychisch

verslaafd te raken erg groot. De effecten

op korte termijn zijn; euforie (extase),

het gevoel alles aan te kunnen en hierdoor

risico’s niet zien, extreem verwijdde

puppillen, vermoeidheid na gebruik en

vermindering van eetlust. De effecten op

lange termijn zijn; rusteloos, slapeloos,

angsten, waanvoorstellingen, geheugenstoornissen,

meer kans op psychose en

gewichtsverlies. Bij overdosering is verliezen

van bewustzijn en het raken in

coma mogelijk.

Tripmiddelen

Onder de tripmiddelen vallen LSD, psilocybine’s

en ook de paddo’s. (Sinds kort

mogen deze niet meer verkocht worden

in de smart-shops, ook niet onder de

naam eco-drugs.) De afhankelijkheid van

tripmiddelen is gezien de impact op

lichaam en geest vrij zelden voor zowel

psychisch als lichamelijk.

Wel zijn de effecten vrij heftig. Op korte

termijn zijn deze; versterking van het

gevoel waar je op het moment in leeft,

versnelde hartslag en ademhaling, misselijkheid,

beven, spierverslapping, verwijdde

puppillen, visuele, auditieve en

gevoelshallucinaties/vervorming, soms

complete verandering van tijd en ruimte.

De gevolgen op lange termijn zijn

afhankelijk van het psychische welzijn

van de gebruiker. Ben je erg gevoelig

voor angsten, psychose en schizofrenie,

wees dan maar extra voorzichtig. Een

aandachtspunt aan tripmiddelen is dat

bij een te hoge dosering en een te heftige

trip, het zogenaamde flippen kan ontstaan.

Dat wil zeggen dat je alles behalve

in staat bent je omgeving juist te beoordelen

en gewoon zal moeten proberen

‘’in alle rust’’ je trip uit te zitten.

Heroïne

Heroïne is gevaarlijk. Niet alleen omdat

het een ontzettend heftige drugs is,

maar ook omdat het lichamelijk en

geestelijk ontzettend verslavend is, dat

wil zeggen dat afhankelijkheid eigenlijk

vrijwel na de eerste keer gebruik al

optreedt. De effecten op korte termijn

zijn; vernauwing van pupillen, vermindering

van stress en spanning, coördinatiestoornissen,

vertraagde reflexen van

pijn en angst, slaperig gevoel, kortdurende

euforie, emotionele vervlakking en

constipatie. De effecten op lange termijn

zijn; onverschilligheid, vermindering van

vruchtbaarheid, long - en hartaandoeningen.

De afkick van heroïne wordt ook

wel coldturkey genoemd omdat het een

vreselijk gevoel van krampen en angsten

bezorgd. Geen hapklare brok om hier

weer vanaf te komen. Het risico voor

ondervoeding en verwaarlozing vanwege

desinteresse voor het leven is dan ook

sterk aanwezig. Het risico op overdosis

neemt naarmate het gebruik vordert toe,

evenals de kans op HIV en andere infecties.

A.A.

[25]


[henkie

denkie]


[ Mr Helen’s

Recht Hoekje ]

Na vele jaren touwtrekken

is ‘het’ product daar: de

verplichte ziektekostenverzekering.

Geen verschil meer tussen ziekenfondspatiënt

(u weet nog wel: van dat brilletje…)

en overigen, waarbij in de ‘betaalde

klassen’ er zelfs 3 mogelijkheden waren

(in klasse 1 werden de premies niet gepubliceerd

maar op aanvraag door verzekeraars

verstrekt…). Een zekere kruisbestuiving

met de autobranche is merkbaar:

indien men geen nota indient volgt er

een teruggave op de ziektekostenpremie,

een soort ‘bonus/malusregeling.’

En dan komt de klapper: er zijn mensen

die het niet eens met deze regeling zijn.

Ze hebben zelfs geprocedeerd teneinde

een vonnis te krijgen dat de teruggave

van premie aan mensen in strijd met

fatsoen c.q. internationale regels zouden

zijn. Beide argumenten faalden en de

rechter (juni 2006) wees de eis tot

intrekking van deze wettelijke regeling

af.

Waarom noem ik dit een ‘klapper’?

Als jurist meen ik dat de vordering al

kansloos was:

1. je kunt niet klagen over een wet

welke niet strekt tot bescherming van

jouw belang (‘relativiteitseis’ heet

dat)

2. de rechter mag de interne juistheid

van een wet, mits gemaakt door Kabinet

& parlement, niet beoordelen.

[30]

Mr. Helen’s visie op de No-Claim

in de Ziektekostenverzekering

Ik ben benieuwd op welke gronden de

advocaten van deze groep de eis hebben

ingebracht, maar gelet op de voorzienbaarheid

van de afwijzing meen ik dat

de advocaten al snel dicht in de buurt

komen van een beroepsfout: immers het

is ‘not done’ je cliënt met open ogen in

een mijnenveld te laten lopen en NB ook

nog op diens kosten.

Zoals de reclame op tv meldt (voor het

zoveelste bedrijf op gebied van

telefonie/internet in 1 pakket): we worden

het gewoon om onfatsoenlijk te worden

behandeld en pikken het ook nog…

Als psychotherapeutisch counsellor wil

ik een aantal waarnemingen kwijt:

- Mensen zijn als ‘homo calculus’

(=mensen die berekenen in termen

van kansen/verlies) steeds vergelijkend

bezig.

Velen kijken graag naar series als de

“Bold & Beautiful’ (of een soortgelijke

serie, er zijn talloze varianten) zodat

ze het gevoel hebben er zelf beter en

prettiger erbij te zitten na het zien

van alle (on)verkwikkelijke drama’s.

Een wellicht overbekend voorbeeld:

Heeft de buurman een dure auto? Het

streven is om dat te overtroeven met

een nog duurder exemplaar…

Maakt u zich gelukkig niet schuldig

aan… toch?

- De mensen die hier procedeerden in

elk geval wel: zij vergeleken zich met

de mensen die geen beroep op de

gezondheidszorg hebben gedaan en

dus recht hebben op teruggave van

een ‘no-claim’ terugbetaling …

- Het voornaamste betoog: het systeem

zou in strijd met het solidariteitsbeginsel

zijn…

Ik zet bij dit argument grote vraagtekens.

Ik wil hier de vraag neerleggen

of er niet een dieper motief ten

grondslag aan de vordering ligt, een

heel menselijke overigens… een

motief dat teruggaat op het Kaïn &

Abel-verhaal…

(Kaïn sloeg uit jaloersheid zijn broer

Abel, die meer bezit had opgebouwd,

dood. Een variant op het verhaal is

die van Jakob & Esau over de ‘koop’

van het eerstgeboren recht…)

- Denkt U zich een lijn in, zet op het

begin “Egoïsme’ en aan het eind

‘Altruïsme’ in.

Waar staat U zelf, heeft U dat wel

eens overwogen?

Laten we eerlijk zijn: zonder egoïsme

zouden we persoonlijk geen spat

vooruitkomen, terwijl zonder enig

altruïsme zou het ‘moord en doodslag’

worden.

Een balans van 40 - 60 % mag gerust

gezond worden genoemd.

Wat mij in deze rechtszaak vanuit psychologische

bril opviel:

1. de klagers zijn niet open naar zichzelf

over het onderliggende motief bij

zichzelf.

2. zij brengen zichzelf nog meer schade

toe: immers kijk je met een blik van

‘dat kan ik niet’bij een probleem dan

is de kans dat je het niet zult kunnen

redelijk groot, zo bleek uit diverse

onderzoeken.

3. Immers je bevestigt je eigen gelijk

maar al te snel doordat de visie zo

vertroebeld is geraakt dat alle opties

die eventueel mogelijk zouden kunnen

zijn niet eens in beschouwing

worden genomen. Niemand zal

geneigd zijn bij verlies dit te accepteren,

het rechtvaardigen van een actie

c.q. het alsnog gelijk willen krijgen

zet zich nog hardnekkiger voort….

4. Last but not least: mag je steeds een

beroep doen op –vergaande- solidariteit

van anderen en deze een ‘voordeeltje’

misgunnen? Immers die men-


sen betalen meer dan evenredig mee

aan iets –bijkomende factor: omdat

het opgelegd is en dus was er niet eens

een keuzevrijheid, waar we allen zo dol

op zijn- terwijl zij er geen gebruik van

maken.

Ik ga hier niet in op de discussie of

deze mensen ‘gewoon’ geluk hebben

bij een goede gezondheid of dat ze

daaraan zelf ook meewerken.

Is het m.a.w. niet teveel gevraagd c.q. een

overschrijding van gezond egoïsme?

Is hier de grens van assertiviteit niet

overschreden en heet deze agressiviteit?

Als jurist, counsellor én mens meen ik

dat het om meer dan 1 reden goed is om

mensen die spiegel voor te houden dat

hun vordering wellicht te veel gevraagd

is, maar ach, ik ben dan ook van de oude

stempel die het niet accepteert dat men

mij onbeschoft te woord staat of met

oneigenlijke redenen iets wil krijgen…

Uw gewaardeerde reacties en/of vragen

mogen naar: mr.Helen@gawab.com

[recept]en]

Brandnetelsoep

Tja…. Heb ik dat. Word mij gevraagd voor

dit nummer een goedkoop gerechtje te

plaatsen. Deze denktank gaat met zijn

koppie aan het werk. Ik ga aan het bladeren

want ik weet dat ik, ergens op mijn

harde schijf in dat koppie, nog een receptje

heb dat goedkoop en eenvoudig te

bereiden is.

In eerste instantie denk ik: “kom, we gaan

de vuilnisbakken in de stad maar effe leeg

plunderen.” Da’s toch goedkoop! Een

afgekloven kroketje, frikandelletje of een

half patatje met niets! Lopend door de

stad komt er een tweede gedachte op me

af, en in ene heb ik het! In Rotterdam hebben

we niet veel groen. Maar ik zie ze

staan, die netels. Bingo! Ik heb het gevonden.

Ja, een branderig soeppie. Een brandnetel

soeppie. Hoef je niet naar Hoekkie

van Hollandia, of Oostvoorne. Gewoon

langs een singeltje staan ze hier in Rotterdam.

Wel uitkijken voor de vingertjes.

Edoch de brandnetel wordt zwaar ondergewaardeerd.

Het is een gezond plantje.

Ze zitten vol met mineralen en vitaminen.

Ook zijn ze goed voor het stimuleren van

de lever en de niertjes en voeren ze giftige

stoffen af. Goedkoop, eenvoudig en

lekker dus.

Voor zes bordjes heb je nodig:

Een vergietje (kleintje) vol met jonge

brandnetels. Naar eigen smaak.

(Vergeet de handschoentjes niet)

1 grote aardappel

1 grote ui

1 teentje knoflook

scheutje room

Eetlepeltje zonnebloemolie

1½ liter groentebouillon

peper en zout

Snijd de aardappel in blokjes en kook hem

in een beetje water in ongeveer 5 minuten

gaar.

Maak de ui en knoflook schoon. Snijd ze

in kleine stukjes.

Smelt de olie of boter in een grote pan en

bak hier de ui en knoflook zachtjes in.

Roer er na een paar minuten de bloem

door en laat die op een laag vuur lichtbruin

worden.

Giet er al roerend de 1 1/2 liter groentebouillon

bij. ( heet water waarin drie

bouillonblokjes zijn opgelost)

Was de brandnetels heel goed en hak ze

fijn.

Doe dan de aardappel en fijngehakte

brandnetels in de bouillon en laat die 5

minuten koken

Maak het op smaak met room, peper en

zout.

Je kunt de soep ook pureren in een keukenmachine

of met een staafmixer.

[31]

More magazines by this user
Similar magazines