De Journalist

webstore.iisg.nl

De Journalist

3de Jaargang No. 7

Verschijnt maandelijks

Februari 1949

De Journalist

Redactie: J. J. F. v. d. Bergh

Mr. E. Elias - Yge Foppema

ORGAAN VAN DE NEDERLANDSE JOURNALISTENKRING

Het verschoningsrecht van de journalist

I'VE einduitspraak van de Hoge

*^ Raad inzake het verschoningsrecht

van de journalist is onlangs

gevallen en deze heeft de voor ons

journalisten onbevredigende strekking,

dat dit recht door het hoogste

rechterlijke college in rechte niet

wordt erkend. Wat de hoofdzaak

aangaat, blijft de H.R. hiermede in

het voetspoor van de rechtbank en

het gerechtshof te Amsterdam, die

beide het beroep van de journalist

Lunshof op het 'bewuste recht hadden

verworpen.

Deze uitspraak is hierom zo onbevredigend,

aangezien een journalist,

die zichzelf en de eer van zijn

beroep respecteert, zich voortaan in

een afschuwelijk conflict van plichten

zal gevoelen, een conflict dat hij

slechts op één wijze kan oplossen,

n.1, door zich overeenkomstig de

internationale erecode voor journalisten

op zijn beroepsplicht tot zwijgen

te blijven beroepen.

De overwegingen, waarop de H.R.

zijn uitspraak grondt, zijn in hoofdzaak

de volgende:

Overwegende dat het eeirste middel in

zijn beide geledingen de vraag aan de

orde stelt of aan den journalist, voor den

rechter geroepen om in een uit hoofde

van artikel 272 van het Wetboek van

Strafrecht aangespannen zaak getuigenis

te geven, de in artikel 218 van het Wetboek

van Strafvordering omschreven bevoegdheid

toekomt;

dat bij de tot dusver erkende bevoegdheden

om zich krachtens artikel 218 van

Correspondentie voor redactie en

administratie a.u.b. richten

p/a Bureau der

FED. v. NED. JOURNALISTEN

gebouw Persmuseum

XMieuwezïjdskolk 2S

Amsterdam-C.

Telefoon 46910 — Giro 418318

(ten name v. d. Fed. v. d. N.J.K.)

Naar aanleiding van een onbevredigende uitspraak

het Wetboek van Strafvordering te verschonen,

zoals voor den geestelijken

stand en het geneeskundig beroep, de

eigenaardige eisen van dien stand en dat

beroep meebrengen, dat een ieder, die

hun bijstand of hulp behoeft, er op kan

rekenen ook als hij te voren een

strafbaar feit heeft begaan, dat hetgeen

alsdan den geestelijke of geneeskundige

wordt toevertrouwd, geheim blijve niet

alleen, doch zelfs niet ter kennis van

den rechter wordt gebracht, daar alleen

bij voldoening aan dezen eis kan worden

voorkomen dat vrees voor openbaarheid

den betrokkene weerhoudt den bijstand

en de hulp, die hij behoeft, in te roepen;

dat iets overeenkomstigs zich niet voordoet,

wanneer iemand, verplicht enig

stuk geheim te houden, dit ter openbaarmaking

aan den journalist toevertrouwt

en deze na zulks te hebben gedaan

zonder bron te vermelden, door den

rechter naar den naam van den berichtgever

wordt gevraagd;

dat dan indien, ingeval van strafbare

schending van een geheim als in artikel

272 van het Wetboek van Strafrecht bedoeld,

de journalist, die de publicatie

verzorgde, — wat er zij van zijn plicht

tot geheimhouding tegenover anderen, —

voor den rechter de bevoegdheid zou

hebben zich te verschonen en dienvolgens

de opsporing van het misdrijf, van

de mogelijke strafbare deelneming daaraan

zou worden verijdeld, het zwaarwichtig

belang, dat door artikel 272 van

het Wetboek van Strafrecht wordt beschermd,

zou worden prijsgegeven;

dat de gelegenheid voor hem, die verplicht

is enig stuk geheim te houden,

straffeloos het misdrijf van artikel 272

van het Wetboek van Strafrecht te plegen,

door het aan een journalist te geven;

kwalijk te rijmen is met de in artikelen

53, 54 en 418 van het Wetboek van

Strafrecht neergelegde zorg om voor de

daar bedoelde feiten, door middel van de

drukpers gepleegd, de aansprakelijkheid

vast te leggen;

dat de mogelijkheid bestaat dat met de

openbaarmaking van het geheime stuk

een algemeen belang wordt gediend,

zwaarder wegend dan het belang dat bij

het bewaren van het geheim is betrokken;

dat dan de rechter, die de omstandigheden

van het geval heeft te beoordelen,

zal beslissen of de openbaarmaking

al dan niet een strafbaar feit oplevert;

dat, waar het bij den journalist niet,

zoals bij den geestelijke en geneeskundige,

gaat over een feit dat tevoren buiten

enig toedoen zijnerzijds is begaan,

doch om een feit, waartoe hij zijn tussenkomst

verleent, aan hem, die zich aldus

stelt aan de zijde van den bericht­

gever, bij het afwegen der onderscheiden

belangen niet het onpartijdig eindoordeel

mag worden gelaten of een mogelijkheid

als bovenbedoeld zich voordoet;

dat het middel derhalve in zijn beide

onderdelen faalt;

Overwegende omtrent het tweede middel:

dat in het aangevallen arrest wordt

overwogen dat verdachtes raadsman te

dien aanzien heeft betoogd dat hier

sprake is van overmacht, daar verdachte,

zou hij zijn geheim aan den rechter

prijsgeven, in de ogen zijner beroepsgenoten

onmogelijk en door hen moreel

gewraakt zou worden;

dat dit beroep op overmacht echter

niet aanvaardbaar is, daar verdachte

door de mededeling van zijn zegsman

aan te nemen en op grond daarvan zijn

artikel te publiceren zich door zijn eigen

vrije daad in den toestand heeft gebracht,

die hem voor de keuze moest

stellen aan de justitie mededeling te

doen van zijn zegsman of het hem telastegelegde

strafbare feit te begaan;

dat de tweede klacht feitelijken grondslag

mist, daar het Hof uitsprekende dat

requirant zich door zijn daad in een toestand

bracht die hem voor de aangegeven

keuze „moest" stellen, daarmede tevens

op kennelijke wijze tot uiting

bracht dat requirant op het verloop van

zaken, zoals zich dit uit die daad heeft

ontwikkeld, bedacht heeft behoren te

zijn;

dat in 's Hofs vaststelling, dat requirant

zijn tussenkomst verleende tot de

bekendmaking van een geheim stuk, op

welker strafbaarheid hij bedacht behoorde

te zijn, besloten ligt dat van requirant

redelijkerwijs had mogen worden

verwacht, dat hij zulks had nagelaten,

behoudens bijzondere omstandigheden,

waarvan het vermeld verweer niet gewaagt,

zodat een redengeving bepaaldelijk

te dien aanzien niet was vereist,

zodat ook de eerste grief faalt;

•TTOT zover de Hoge Raad. Het ge-

* rechtshof had nog een ander

punt in zijn overwegingen betrokken,

n.1. de vraag of het algemeen

belang medebrengt, dat de journalist

zijn beroep onbelemmerd kan

uitoefenen en of hiervoor vereist is,

dat de zegsman er zeker van moet

zijn, dat zijn naam niet genoemd

wordt. Het Hof overwoog, dat dit

belang niet kan worden erkend,

„zeker niet zolang het beroep van

journalist voor ieder zonder enige

1


eperking openstaat en niet met

voldoende waarborgen is omringd",

waarop het Hof dan, evenals nader

hand de H.R., betoogt, dat het „mogelijke"

belang van een onbelemmerde

uitoefening van het journalistenberoep

nimmer mag strekken

tot het frustreren van de op het

algemeen belang berustende norm,

waarbij het openbaren van geheimen

in strijd met een ambtsplicht wordt

strafbaar gesteld.

Hoewel ik zeker niet voorbij zie,

dat het Hof een aantal zelfstandige

argumenten voor zijn standpunt

aanvoert, is het toch belangwekkend

kennis te nemen van de hier

geciteerde overweging inzake de

algemene status van de journalist;

het is hetzelfde punt, waarmede

indertijd de Kringcommissie-Van

Vierssen Trip — door mij geciteerd

in mijn debat over het onderhavige

onderwerp met collega Goldschmitz

— zich ook heeft beziggehouden en

op grond waarvan zij niet tot de

absolute erkenning van het verschoningsrecht

kon concluderen. Dit punt

is daarom zo interessant, omdat we

binnenkort de indiening van een

tuchtwet voor journalisten en verantwoordelijke

redacteuren kunnen

tegemoet zien. Een registratie van

journalisten, de bescherming van de

titel „journalist" en het onderwerpen

van deze wettelijk omschreven

categorie aan een wettelijke tuchtrechtspraak

— gesteld dat al deze

punten in het ontwerp zijn vervat —

zouden de journalisten een wettelijke

status verschaffen, waarmede bij

het beoordelen van de vraag, of de

journalist een verschoningsrecht

toekomt, zeker rekening zou moeten

worden gehouden. Weliswaar

blijft de toetreding tot het vak dan

vooralsnog ongeregeld, doch dit is

van minder betekenis, indien de

categorie, die in het geding is, wettelijk

duidelijk kenbaar is.

EN tweede opmerking geeft het

E door ibeide rechterlijke colleges

gebezigde argument inzake de bescherming

van geheimen door de

strafwet mij in de pen.. Het bij deze

bescherming in het generale betrokken

algemeen belang is duidelijk,

doch het wordt door de rechtersin-kwestie

te absoluut gesteld. Dat

hier, juist in verband met het algemene

belang, dat misstanden kunnen

worden gepubliceerd- — „The

Press lives with disclosures" —

voetangels en klemmen liggen, is

duidelijk ingezien door Minister van

Maarseveen, toen hij de vragen van

de heer Van der Goes van Naters

inzake de strafrechtelijke bescherming

van geheimen aan de orde

stelde; op het voetspoor van een

ambtelijke commissie ging hij er

immers van uit dat het recht van de

pers tot publicatie van geheimen

onder — overigens te nauw omschreven

— omstandigheden moet worden

erkend.

En hiermede kom ik tot mijn

hoofdbezwaar tegen de gevallen uitspraak:

in haar algemene strekking

miskent zij de positie van de pers

in de democratische staat. Voor de

H.R. is de kwestie van publicatie

van geheimen, wegens de desbetreffende

strafrechtelijke bepalingen

doodeenvoudig: de pers zou dan

maar niet moeten publiceren. Maar

hier ligt nu juist de kern van de

gehele kwestie. Het kan voor de

pers een onafwijsbare plicht zijn

om te publiceren; maar aan de vaststelling,

laat staan aan de erkenning

van deze plicht is de H.R. niet

toegekomen.

(Dat dit zo is, vloeit weer voort

uit de miskenning van het vertrouwenskarakter

van het

journalistieke beroep, een karakter

dat door de regering, die enerzijds

strafvervolgingen als de onderhavige

'heeft uitgelokt, maar al te

gaarne wordt ingeroepen, indien zij

het in het algemeen belang acht de

pers „background information" te

verschaffen. Ik behoef hieromtrent

niet verder uit te weiden, doch meen

te mogen verwijzen naar mijn uitvoeriger

betoog tegenover collega

Goldschmitz.

In de aanhef van dit artikel sprak

ik van een afschuwelijk conflict van

plichten,, waarvan de journalist zich

door de uitspraak ten volle bewust

wordt. Ik meen, dat in het bestaan

daarvan door de wetgever niet mag

worden berust, nu hij zich voor de

eerste maal met de regeling van het

journalistenberoep zal gaan inlaten.

Een houding van afwachting t.a.v.

de vraag, of de rechter in een tuchtwet

voor journalisten wellicht aanleiding

voor een gewijzigde houding

tegenover het beroep op het verschoningsrecht

zal vinden, is verwerpelijk.

Indien .de ;reg|er|ing in

haar ontwerp-tuchtwet niet het verschoningsrecht

van de journalist

erkent, is het dan ook na de uitspraak

van de H.R. zeker de overweging

waard, of de journalistenorganisaties

er bij de Staten-Generaal

op moeten aandringen, dit recht

alsnog in de wet op te nemen. De

journalisten zullen in groten getale

de wettelijke regeling van hun

plichten tegenover de gemeenschap

toejuichen. De gemeenschap erkenne

daartgenover het verschoningsrecht

van de journalist!

ROOY

Opnieuw twee

journalisten

gegijzeld

De Gelderlander weet te berichten:

,,De algemene hoofdredacteur van

de Vakbladen, die de NV. Uitgeversmij.

De Gelderlander" uitgeeft, de

heer W. H. Kruiderink eni de redacteur

van de „De Kruidenier", de 1 heer

P. Corsibiaensen, zijn hedenmorgen

op last van de rechtercommissaris te

's Gravenhage enige tijd in een cel

van het Huis van Bewaring ingesloten

bij wijze van gijzeling, omdat zij

weigerden de bron te noemen van

een reeks publicaties over de Margarane-Caniventie.

Nadat zij enige tijd in

de cel vertoefd hadden — een van

hen in gezelschap van een der verdachten

in de dollar-vervalsingsaffaire

— werden zij' opnieuw voorgeleide

Nadat de rechtercommissaris

hun wederom verzocht de bron te

noemen, — hetgeen de beidei journalisten

weigerden — werden zij in vrijheid

gesteld met de mededeling, dat

zij strafrechterlijk vervolgd zouden

worden".

Uit de uitvoerige toelichting op dit

bericht blijkt, dat er in ons land

sedert 1933 een Margarineconventie

bestaat, die neerkomt op slluiting van

het bedrijf, vaststelling van een

mlnimum-fabrieksprijs en quotering

van de afzet. Groot- en kleinhandel

zijn bij het overleg hierover niet betrokken

geweest. In 1948 heeft minister

Manslholt de commissie-Kreiukniet

ingesteld, die over deze Conventie

een rapport heeft uitgebracht, dat

niet is gepubliceerd. Op grond van

de conclusie «van dit rapport heeft de

regering daarna onderhandelingen

met de industrie gevoerd, waarin de

organisaties van de handel wederom

niet zijn gekend.

De vervolging van de collega's

Kruiderink en Corstiaensen houdt

verband met publicaties uit het rapport-Kreukniet.

Met de uitspraak van de Hoge

Raad voor ogen, waarover collega

Rooy hiernaast het nodige heeft gezegd,

moet men er op rekenen dat

deze vervolging opnieuw op een veroordeling

zal uitlopen.

GEMEENTE 'S-G RAVE N H AGE

Bij het Bureau voor Statistiek en Voorlichting der Gemeente 's-Gravenhage

kan bij de Voorlichting een

JOURNALISTIEKE KRACHT

worden geplaatst in de rang van adjunct-commies of commies. Salarisgrenzen

resp. ƒ 2790.—, ƒ 3690.— en ƒ 3540.—, ƒ 4560.—.

Vereisten: Ruime algemene ontwikkeling en bewijzen van practische

werkzaamheid.

Uitvoerige, eigenhandig geschreven sollicitaties dienen, met vermelding

van geiboortedatum en -plaats, onder no. 247, binnen 14 dagen nia verschijning

van dit nummer te worden gezonden) aan de Directeur van het

Gemeentelijk Bureau voor Personeelsvoorziening, Waldeck Pynmontkade

120, 's-Gnavenhiage.


Nieuwsblad en persartikelenbureau

Onder dit hoofd schrijft De Nederlandse

Nieuwsblad Pers een artikel,

waaruit men bij oppervlakkige lezing

de indruk zou kunnen krijgen, dat

het critiek bevatte op hetgeen in

ons blad heeft gestaan over het

persartikelenbureau. Bij nadere beschouwing

blijkt er evenwel een verheugende

overeenstemming te bestaan

tussen de opvattingen van de

N.N.P. en die welke hier zijn weergegeven.

Het orgaan van de N.N.P. schrijft

o.a.:

„Sinds de discussies in ons

orgaan werden geopend over de

taak der Nieuwsbladpers, is die

Nieuwsbladpers ook het voorwerp

geweest van veler aandacht.

Terwijl vroeger die kleine

krantjes eenvoudig niet meetelden,

houdt men er zich thans intens mee

bezig, en blijkt er van doordrongen

te raken, dat zij zeer veel bijdragen

tot de, voorlichting van en de opiniebelangen

ook heel vaak parallel.

In „De Journalist", die evenals de

„Katholieke Journalist" reeds eerder

beschouwingen wijdde aan de

problemen van de Nieuwsbladpers

(zulks naar aanleiding van in ons

orgaan gepubliceerde artikelen) gaat

thans de heer Yge Foppema breed

in op de kwestie der Persbureaux.

(Bedoeld is: persartikelenbureau. —

y. F..).

Wanneer de heer Foppema in zijn

verhandeling over de Persbureaux

daarbij o.a. aanroert, dat ze het

brood uit de mond der journalisten

nemen, is dat een punt dat we hier

onbesproken wensen te laten, hoewel

het in „De Journalist" zeer op zijn

plaats is. Ons orgaan behartigt niet

de belangen der journalisten, maar

die der nieuwsbladen, al lopen die

belangen ook heel vaak parellel.

Wanneer we dan ook hier wat

willen zeggen over de verhouding

nieuwsblad—persbureau, kunnen we

dat alleen doen door na te gaan, in

hoeverre het nieuwsblad er op voorof

achteruit gaat, wanneer het van

de diensten van een persbureau gebruik

maakt.

En dan willen we ook weer niet

ingaan op wat de heer Foppema

over sommige persbureaux vertelt.

Want dat is niet heel mooi. We

weten wel dat men soms gebruik

maakt van „klinkende namen" om

ons stof in de maag te splitsen, die

alleen maar klinkt van holheid. Maar

we willen het goed-geleide, bonafide

persbureau als norm nemen, en

daartegenover de nieuwsbladuitgever

of -redacteur... die zich bewust

is van zijn taak, zo economisch als

cultureel. De persbureaux kunnen

onze bladen van artikelen voorzien,

die daarin uitstekend op hun plaats

zijn. En we hebben daarbij speciaal

op het oog artikelen van algemene,

voorlichtende of ontspannende aard.

Geen kleurloosheid.'

Maar wanneer een persbureau

zich b.v. gaat begeven op het terrein

van de binnen- of buitenlandse

politiek, kan het nimmer de taak

van de redacteur overnemen.,

T.a.v. de binnenlandse politiek is

dat tenminste al zeer moeilijk.

Zelfs al blijft men nog zo algemeen,

het politiek instinct der lezers

proeft onmiddellijk waar de schoen

bij de schrijver wringt. Ons volk

plakt graag etiketjes, en is niet eettevreden

voor het weet, waar de

schrijver van bepaalde artikelen

„thuishoort".

Nu is dit bij de redacteur van een

nieuwsblad niet anders. Ook hij zal

accentueren. Naarmate zijn politieke

overtuiging zich richt naar vrijheid

of overheidsbemoeiing, zal hij bepaalde

maatregelen, ondanks alle

neutraliteit, belichten. Wanneer hij

hevig te keer gaat over de ambtenarij,

wanneer hij het pleit voert

voor een sociale politiek, hij verraadt

toch zijn sympathie, zelfs al

behoort hij niet tot een politieke

partij of hangt hij deze niet openlijk

aan.

En dat is ook helemaal niet erg.

Vooral is dat niet erg voor een

nieuwsblad-redacteur

Zeer terecht is hier onlangs opgemerkt,

dat het „de krant is een

meneer" voor de nieuwsbladredacteur

wel terdege opgaat. Men kent

hem. Men weet waar hij naar de

kerk gaat (hetgeen meestal ook zekere

richtlijnen geeft voor zijn verdere

opvattingen) of dat hij niet

naar de kerk gaat (wat eveneens

consequenties doet trekken). Wanneer

hij kleurloos door het leven

gaat, of als een kameleon de kleur

van zijn omgeving aanneemt, zal

men dit op de duur niet waarderen,

omdat men „nooit weet wat men

aan hem heeft". .

De lezers vinden het, wanneer de

redacteur overigens blijkt geeft van

een hoge opvatting van zijn taak en

een gerespecteerd burger van zijn

kleine gemeenschap is, helemaal

niet zo erg, wanneer ze zo af en

toe eens grinnekend moeten zeggen:

„Het bloed kruipt __________

toch waar 't niet

gaan kan". Want

ze kennen hem, en

ze eisen helemaal

niet, dat hij 't in

alles met hèn eens

is, of zij het met

hèm eens moeten

zijn. Anderzijds

(kent hij hèn,

streeft zoveel mogelijk

naar objectiviteit,

ikwetst

niemand in zijn

beginselen en laat

zich nimmer voor

karretjes spannen.

Dat kan allemaal.

Maar wanneer men nu een persbureau

voor de verzorging van een

zodanige rubriek laat opdraaien,

krijgt men öf kleurloze artikelen,

waarmee men alle kanten uit kan,

öf bijdragen die lang niet altijd zonder

meer geschikt zijn voor het

eigen gebied. Wij kennen uit eigen

ervaring het voorbeeld van twee

plaatsen in één streek, een kwartier

van elkaar, waar het geestelijk klimaat

der bevolking (en dat terwijl

ze beiden in meerderheid R.K. zijn)

hemelsbreed verschilt. Dat is geen

uitzondering, zo gaat het zo dikwijls

in ons land. En wanneer een persbureau

er in slaagt beschouwingen

te geven met name over politieke

zaken, die door allen met genoegen

kunnen worden gelezen, dan

zouden wij, ofschoon nimmer een

hoed dragend, er een op willen zetten,

alleen om hem voor dat persbureau

af te kunnen nemen!

En wanneer men tot de conclusie

zou komen, dat men een redacteur

(hij zij uitgever of journalist) ontberen

kan, omdat men zijn stof van

een persbureau ontvangt, is men

helemaal de plank mis. .

Want het plaatselijk gebeuren juist

te belichten, aan te voelen waar men

prijzen en waar men laken moet, en

vooral het höè, 'dat is de taak van

„the man on the spot". En wanneer

hij er in slaagt de mensen te doen

spreken van „onze krant", dan leest

men ook zijn andere bijdragen met

genoegen, zelfs al is men het er niet

altijd mee eens.

Een blad, dat zich „van buitenaf"

van kopij laat voorzien, wordt nooit

„onze krant". Dat blijft „een krantje".

Zulks heeft niet slechts culturele

nadelen. We behoeven dat niet

nader te stipuleren, het spreekt vanzelf.

De taak van de persbureaux kan

geen andere dan een aanvullende

zijn. Het persbureau kan de redacteur

te hulp komen met bijdragen,

die hij zelf niet gemakkelijk leveren

kan. Waar het persbureau tracht de

redacteur te vervangen, gaat het

parasiteren op de misstand, die de

„snertkrantjes" in het leven houdt."

Achter de schermen van

de Internationale Pers kijkt

Worlds Press News

het Britse Weekblad voor Pers

en Journalistiek, reclame- en

ifr druktechniek.

Wekelijks franco per post f 22.50 per jaar.

Kostel. proefno. op aanvrage. Agentschap voor

Nederland: 82 Laan v. Leeuwesteyn, Voorburg

3


JOURNALISTIEK JOURNAAL

9 Een gedeelte van de Europese

pers schijnt zich nog steeds te verlustigen

in het denkbeeld, dat

de (Noord) Amerikaanse pers

minderwaardig, sensationeel en alie

ellendigs wat ge maar meer

bedenken kunt, zou zijn. Deze generalisering

is onbillijk en belachelijk.

Men behoeft alleen maar de New

York Herald Tribune en de New

York Times te lezen om zulk een

waanwijs oordeel glimlachend op zij

te schuiven. Misschien zijn die twee

de beste bladen van de wereld. In

ieder geval behoren zij tot de beste

van de wereld.

De New York Herald Tribune

heeft nu een E.C.A. crediet van

100.000 dollar gekregen om haar

Europese (Parijse) editie in 40.000

exemplaren in de Britse en Amerikaanse

Zones van Duitsland te verspreiden.

En sedert ruim een maand

kunnen wij in Europa de luchtpostuitgave

van de New York Times (ad

30 cent per nummer van 12 pagina's,

vrijwel zonder advertenties) kopen,

op z'n hoogst één dag na verschijning

in New York. Wij hebben geen idee

hoeveel Herald en Times per dag in

Nederland verkocht worden. Het zullen

er bepaald niet veel zijn. Maar

wie ze lezen, geraken er spoedig aan

verknocht. Het zijn prachtige kranten.

Méér zeg ik hier maar liever niet

van, al brandt het mij op de tong om

iets te zeggen van „voorbeeldige"

kranten.

De heer Hans Hermans is nu

op Curagao om de nieuwsvoorziening

Europees Nederland—Amerikaans

Nederland te bezien. iMet alle problemen

van dien. Rijkelijk laat! De boel

is al aardig in de Caraïbische soep

gereden. Aneta heeft zich daar niet

van zijn flinkste zijde doen kennen.

Maar: het is hollen of stilstaan. Nu

zijn er ineens drie instanties die zich

met Curagao gaan bemoeien wat de

berichtgeving en wat daarmee samenhangt

betreft: 1) de regering; 2)

AJN.'P.; 3) de Culturele Commissie

Nederland, Indonesië, Suriname, Curagao.

Alle drie instanties willen er

een bureau met één of meer kereltjes

vestigen. Dat wordt een hele warboel.

En heel veel weggesmeten guldens,

wanneer het inderdaad zó zou

gaan. Het is goed dat de heer Hermans

er poolshoogte gaat nemen.

Want er bestaan over deze materie

de grootste (en duurste) waamdenkbeelden.

En van het zelfde laken een

pak wat Suriname betreft, waar men

precies het zelfde moet gaan doen

als in Curagao. Wanneer men het mij

zou wagen, zou ik voorspellen dat —

wanneer men niet terdege oppast —

Suriname en Curagao een Voorlichtings-operette

van je-welste te zieri

4

zullen krijgen. Veel te duur gemonteerd

en buitengewoon overdreven.

Wanneer men niet oppast

# De iregeringsvoorlichting in

haar geheel genomen zal in 1949 een

bedrag van 'ruim 7.000.000 gulden opeisen.

Eerlijk gezegd komt het mij

nogal geflatteerd laag voor. Ik denk

dat het werkelijke bedrag boven dit

„begroting-kundige" uit zal 'komen.

Er is, dezerzijds, geen enkel bezwaar

(wanneer de heer Lieftinck het goed

vindt) dit bedrag goed te vinden. Ik

zou zelfs zeggen: hoe meer, hoe liever,

mits het geld goed besteed wórdt

door de bekwaamst-beschikbaren. Ik

maak deze 'restrictie, omdat ik nog

altijd het collegiale vertrouwen heb

dat werkelijk bekwame journalisten,

die de vrijheid per se en ex professo

liefhebben, er niet over zullen peinzen

journalistiek ambtenaar te worden.

Dat zou, geloof ik, niet denkbaar zijn.

Maar ik wilde zeggen dat wanneer"

de officiële voorlichting in handen

is van de bakwaamste-beschikbaren,

zelfs een bedrag van 7% millioen

voor de gehele overheidsvoorlichting

ook aan het buitenland bescheiden

lijkt.

Op zijn tijd weten we allemaal wel

lelijke dingen te zeggen over perschefs

en voorlichtingslui. Ze leren "het

nooit, nietwaar? Och, dat is overdreven

en voor sommigen bepaald onjuist.

Laten we ook dit erkennen: etr

zijn enkele voorlichtingsdiensten, die

prima functionneren en ongetwijfeld

bestaat de beste samenweirking tussen

overheid en pers wel bij de voorlichtingsdienst

van het ministerie van

Wederopbouw. Die goede reputatie

is niet in de laatste plaats te danken

aan het beleid van de heer R. Idenburg,

die per 1 Februari zijn ambtelijke

loopbaan heeft beëindigd.

Zijn vele vrienden, die hij zich in

de loop van drie jaren in de journalistiek

heeft gemaakt, zullen dit

heengaan oprecht betreuren, want

Rienk was een voorlichtingsambtenaar,

die 1 wist wat er van hem werd

verwacht: een ruim begrip van de

taak van de pers. en een gedegen

kennis van de materie, waarover hij

moest voorlichten. Velen zijn in de

afgelopen jaren met hem het land

doorgetrokken: soms in grote groepen,

niet zelden ook met hem alleen

of met twee of drie collega's en na

gedane arbeid wist hij ook steeds die

sfeer te scheppen, die zulke reisjes

tot aangename herinneringen maken.

Maar schoot je midden onder de borrel

nog een vraag te binnen over de

kubieke' meterprijs, renteloze voorschotten,

korrelbeton of duplexwoningen,

dan kon je Rienk gerust aan

# Maar geloof mij, wanneer ik

zeg dat er ook nog aardig wat geliefhebberd

wordt op dit gebied. Er

zijn wel wat voze plekken, vooral in

het buitenland. Anderzijds zijn er Nederlandse

voorlichtingsposten buitenslands

die uitstekend werk verrichten.

Veel meer goede dan kwade

posten, geloof ik. Na de oorlog is

er veel ten goede veranderd. Wie herinnert

zich nog onze eerste Regeringsvoorlichtinigisdliiensit

onder leiding

van wijlen Plemp? Een klein

kantoortje met een paar mensen. (NU

alleen bij 'Landbouw, Voedselvoorziening,

Visserij al: meer dan 1200

voorlichters!) Er is wel veel veranderd.

En dat in zo korte tijd.

O Op de opmerking in dit Journaal

van vorige maand over de uitbuiting

der free-lances heb ik zeven

brieven gekregen van zeven mensen

die mij gelijk geven. Een aardig

staaltje horen? Een combinatie van

grote plaatselijke dagbladen heeft

een bod gedaan op een dag-feuilleton,

geschreven door een niet-onbekende

Nederlandse scribent. Men wil ƒ 300

betalen. Dat wil zeggen ƒ 30 per

krant per feuilleton. Ongeveer zestig

plaatsingen. Dat is twee kwartjes

per dagelijks hoofdstuk per krant.

Ik noem geen namen. Samenvattende

zou ' „kleine kruideniertjes" passend

zijn voor deze magnaten, _

Afscheid van Rienk Idenburg

zijn jasje trekken voor opheldering.

Rienk zou zijn „galgentocht" medio

Januari hebben gemaakt met een

groepje collega's, dat het meest met

hem is opgetrokken, maar te elfder

ure kwam er wat tussenbeide en we

werden op onze tocht langs de montagewoningen

begeleid door zijn collega

W. Dam, did zich overigens

voortreffelijk van zijn taak kweet.

Maar zie, wie dook in Anrhem plotseling

op temidden van een kleine

schare BBC-mensen? Onze Rienk!

We hebben van die gelegenheid gebruik

gemaakt om hem nog gauw

even te zeggen, wat we anders misschien

iets uitvoeriger gedaan zouden

hebben en collega Pattist uit

Rotterdam overhandigde hem met

een toepasselijk speechje een tastbaar

bewijs van onze waardering.

Van harte het beste gewenst,

Rienk, op je verdere levensbaan. We

zullen elkaar nog wel ontmoeten!

E. W.

Voor studie-doeleinden zou ik

gaarne een exemplaar van het bij

de boekhandel uitverkochte

STUDIES EN LEZINGEN

(L. Simons, Wereldbibliotheek)

bezitten. Welke collega kan mij

hieraan helpen?

J. Thomas, Adrichemstraat 24,

Beverwijk.


Algemene Vergadering van de NJX,

op Zaterdag 19 Maart 1949, 13 uur, te VGravenhage

AGENDA:

1. Opening.

2. Notulen Algemene Vergadering.

3. Ingekomen stukken.

4. Mededelingen.

5. Jaarverslag van de secretaris (bespreking beleid van het kringbestuur)

.

6. Jaarverslag van de penningmeester.

7. Rapport Commissie van Controle.

8. Begroting 1949.

9. Vaststelling van de vermenigvuldigingsfactor voor de contributieheffing

over het jaar 1949 (art. 54, lid 2 v. h. Huish. Reglement).

10. Vaststelling van de bijdrage 1949 der kringkas aan de Weerstandskas

(art. 59, sub 1 van het Huish. Reglement).

11. Voorstel tot wijziging van enkele artikelen van het Huishoudelijk

Reglement.

12. Voorstel tot wijziging der statuten en het Huishoudelijk Reglement

der Federatie van Nederlandse Journalisten.

13. Behandeling van door dé afdelingen ingediende voorstellen.

14. Verkiezing van een secretaris en een penningmeester.

15. Bespreking beleid Redactie „De Journalist".

16. Verkiezing van twee leden van de redactie van „De Journalist".

17. Verkiezing van een Commissie van Controle.

18. Rondvraag.

19. Sluiting.

Het ligt in de bedoeling, na afloop dezer huishoudelijke vergadering, te

ongeveer half 4, met de Kath. Ned. Journalisten Kring een gezamenlijke

bijeenkomst te houden, waarin een onderwerp van algemeen journalistiek

belang behandeld zal worden. Nadere bijzonderheden, ook omtrent de plaats,

waar de vergaderingen gehouden zullen worden, zullen worden bekend

gemaakt in het volgend nummer van „De Journalist".

De Kringraad zal die zelfde dag, des morgens te 11 uur bijeen komen ter

behandeling der agenda van de algemene vergadering. Voorts zal de Kringraad

des middags, na de algemene vergadering nog een vergadering houden

ter verkiezing van 5 leden van het N.J.K.-bestuur.

TOELICHTING OP DE AGENDA.

Punten 5, 6 en 8.

Jaarverslagen secretaris en penningmeester

en begroting.

Deze 'stukken zijn in dit nummer

van „De Journalist" opgenomen.

Punt 9.

Vermenigvuldigingsfactorcontributie

1948.

Het Kringbestuur stelt voor de

vermenigvuldigingsfactor voor de

contributieheffing 1949 weder te

stellen op 1.

Punt 10.

Bijdrage Kringkas-Weerstandskas.

Het Kringbestuur stelt voor de

bijdrage 1949 van de Kringkas aan

de Weerstandskas weder te bepalen

op 10 % der inkomsten van de

N.J.K. over 1949.

Punt 11.

Wijziging Huish. Reglement N.J.K.

Het N.J.K.-bestuur stelt voor in

hoofdstuk I van het Huish. Reglement

van de N.J.K. de volgende

wijzigingen aan te brengen:

A. Na „I. Van het lidmaatschap"

op te nemen:

a. Radio-journalisten.

'Art. 1.

Onder de in art. 4 sub a der Statuten

bedoelde „Nieuwstijdingen

welke door de radio worden verspreid"

worden mede begrepen andere

teksten van voorlichtende aard,

welke door de iradio worden verspreid.

Onder het „opstellen" van

deze teksten, als in genoemd artikel

bedoeld, wordt mede begrepen hét

opstellen èn uitspreken daarvan.

B. Artikel 1 (oud) te nummeren

Art. la en in het opschrift i.pl.v.

„a" te lezen „to".

C. In het opschrift boven art. 6 te

lezen „c" i.pLv. „to".

D. In het opschrift boven art. 7 te

lezen „d" i.pl.v. „c".

In de practijk is noodzakelijk gebleken

een nadere interpretatie van

het in art. 4 der Statuten bedoelde

„Nieuwstijdingen, welke door de

radio worden verspreid". Ter vereenvoudiging

der procedure stelt

het N.J.K.-bestuur voor dit in de

voorgestelde vorm te doen.

Punt 12. .

Wijzigingen in Statuten en Huish.

Reglement der „Federatie".

Het bestuur van de N.J.K. stelt

voor de volgende wijzigingen aan te

brengen in de Statuten en het

Huis. Reglement der „Federatie".

I Aan art. II der Statuten toe te

voegen een derde lid:

„Indien de aangesloten verenigingen

van oordeel zijn, dat voor de

vertegenwoordiging van journalistieke^

belangen, als bedoeld in

eerste lid van dit artikel, geen

' afzonderlijke secties door deze

verenigingen behoeven te worden

ingesteld, kunnen de daarbij betrokken

journalisten verenigd

worden in secties der Federatie.

De instelling van deze secties geschiedt

door de Federatieraad.

Het te ibehartigen persbelang en

de bevoegdheden der secties worden

in het besluit tot instelling

omschreven. De bijzondere reglementen

der secties, die geen bepalingen

mogen bevatten strijdig

met de statuten en het huishoudelijk

reglement van de Federatie

of van de aangesloten verenigingen,

of met de besluiten van

de Federatieraad, behoeven de

goedkeuring van de Federatieraad."

II In het Huishoudelijk Reglement

der Federatie na Art. 25 in te

lassen:

SECTIES DER FEDERATIE.

Art. 26.

De secties, krachtens besluit

van de Federatieraad, op grond

van Art. 12 der Statuten ingesteld,

vergaderen afzonderlijk. Zij

brengen haar besluiten zo spoedig

mogelijk ter kennis van het

Federatiebestuur, dat het recht

heeft deze besluiten op te schorten.

Van de notulen van algemene-

en bestuursvergaderingen

doen zij een door de Secretaris

gewaarmerkt afschrift aan het

Federatiebestuur toekomen.

Indien een toesluit door het Federatiebestuur

is opgeschort,

brengt dit zijn bezwaren ter kennis

van het Bestuur van de sectie.

Zo de sectie hierop haar besluit

handhaaft, wordt dit voorgelegd

aan de Federatieraad.

Beslist de Federatieraad, dat het

besluit strijdig is met de in

Art. 12 der Statuten genoemde

reglementen of besluiten, of wel

met de belangen der journalistiek

in het algemeen, dan is de sectie

verplicht haar besluit in te trekken.

Zij ontvangen voor haar werkzaamheden

een jaarlijkse uitkering

uit de Federatiekas, waarvan

het tosdrag wordt vastgesteld

door de Federatieraad.

Daartoe dienen zij jaarlijks vóór

5


1 Februari haar begroting in bij

het Federatiebestuur, vergezeld

van een, desnoods voorlopige,

afrekening over het afgelopen

jaar. Zij zijn verplicht telken jare

voor een door het Federatiebestuur

vast te stellen datum haar

rekening aan het Federatiebestuur

ter (goedkeuring voor te

leggen.

Art. 27.

De secties zijn bevoegd bijzondere

leden aan te nemen, voor

zover deze geen lid kunnen zijn

van een bij de Federatie aangesloten

vereniging. Deze bijzondere

leden mogen in de sectie

geen stemrecht bezitten. De sectie

kan van, hen een jaarlijkse

contributie eisen.

De secties zijn hevoegd leden van

verdienste te benoemen."

De Art. 26 e.v. van het Huishoudelijk

Reglement te nummeren

Art. 28 e.v.

Deze wijzigingen, die in de practijk

nodig en wenselijk zijn gebleken

en waaraan de Federatieraad reeds

zijn goedkeuring heeft gehecht, spreken

voor zichzelf en behoeven geen

nadere toelichting.

' Voorts zijn in verband met de

aanvrage der Prot. Chr. Journalisten

Vereniging om toe te treden tot

de Federatie van Ned. Journalisten

voorstellen ontworpen tot wijziging

der Statuten en het Huish. Reglement

der „Federatie". Daar de besprekingen

met het bestuur der

P.C.J.V. over deze wijzigingsvoorstellen

nog niet zijn geëindigd, kunnen

de voorstellen eerst in het volgend

nummer van „De Journalist"

worden gepubliceerd. In dit verband

worden de afdelingen geadviseerd

— alhoewel zij natuurlijk volledige

vrijheid behouden na de verschijning

der bedoelde voorstellen

daaraan nog een speciale ledenvergadering

te wijden' — in hun ledenvergadering,

waarin de agenda dezer

algemene vergadering van de N.J.K.

zal worden behandeld, het toestuur

te'machtigen om, in overleg met de

leden, die de afdeling in de Kringraad

vertegenwoordigen en de leden

Radio-toestellen voor journalisten

Het Philips Persbureau deelt mede,

dat het aantal typen radio-toestellen,

welke ingevolge de getroffen regeling

voor journalisten beschikbaar zijn, is

uitgebreid. Thans kunnen toestellen

worden aangevraagd in de prijsklassen

van ƒ 135.—, ƒ 195.—, ƒ 260.—,

ƒ 395.— en ƒ 580.—.

Het toestel van ƒ 105.— wordt

voor een journalist liever niet aanbevolen,

aangezien dit niet van een

ultrakorte golf is voorzien.

Dit ter aanvulling van de uitvoerige

mededeling over dit onderwerp

in het Januari-nummer van het

orgaan.

6

Saldo 1947 . . .

Contributies 1948 .

Abonnementen

De Journalist . .

Advertenties . . .

Rente bank . . .

Katholieke Journalist

I.O.J. kaart . . .

Terugontvangen

Bezittingen

Kassaldo 1948

Te goed van de

*) Federatie

Contributie

Advertenties en

abonnementen

REKENING N.J.K. 1948

ƒ 3.145,20

„ 25.490,11


122,50

42,50

1,62

7,50

2,50

„ 1.235,53

ƒ 30.047,46

. ƒ 2.039,96

. „ 3.481,49

ƒ 5.521,45

Voorschotten Federatie

De Journalist . . .

Terugbet. contributies

Uitkeringen aan

afdelingen . . .

Bestuurskosten . .

Vergaderkosten . .

Retouren kwitanties

Saldo 1948 . . .

Schulden

BEGROTING 1949

. ƒ 35.000 —

450 —

K.N.J.K

. ƒ 147,10

Weerstandskas 1946/7/É „ 5.250 —

Saldo

124,35

Federatiekosten . .

De Journalist . .

Vergaderingen, etc.

Uitkeringen afdelingen

Weerstandskas . .

Onvoorzien . . .

ƒ 17.113,01

„ '6.148,84

„ 1.481,32

„ 1.982,21

236,66

798,27

106,65

65,-

75,54

„ 2.039,96

ƒ 30.047,46

ƒ 5.521,45

. ƒ 18.000 —

„ 6.500 —

„ 1.950 —

„ 2.500,—

. „ 3.500,—

. „ 3.000,—

ƒ 35.450,— ƒ 35.450 —

*) Specificatie:

Aan Federatie betaalde voorschotten ƒ 17.113,01

Van Federatie terugontvangen voorschotten . . . „ 1.235,46

Blijft ƒ 15.877,48

Nog van Federatie te ontvangen contributies , 5.551,40

„ „ „ „ „ advertentiegelden ,, 319,80

,, „ „ ,, ,, abonnementsgelden . . . . „ 19,50

Totaal ƒ 21.768,18

Aan Federatie te betalen aandeel in de kosten Federatie-bureau

volgens rekening ,, 18.286,69

Nog te vorderen van de Federatie ƒ 3.481,49

der delegatie naar de algemene vergadering

van de N.J.K., een beslissing

over deze voorstellen te nemen.

Punt 13.

De afdelingen kunnen voorstellen

ter behandeling op de algemene vergadering

N.J.K. indienen tot uiterlijk

23 Febr. a.s. Deze voorstellen zullen

dan worden opgenomen in het volgend

nummer van „De Journalist".

Punt 14.

Verkiezing van een secretaris

en een penningmeester.

Aan de beurt van aftreding zijn

dit jaar de leden van het N.J.K.bestuur:

de coll. J. J. F. v. d. Bergh

(secretaris), G. Ballintijn, mevr. Mr.

W. M. v. Meurs—v. d. Burg en Mr.

J. C. de Wit. Voorts hebben de coll.

A. J. Koejemans (penningmeester),

T. Dokter en Jhr. J. W. J. Witsen

Elias als lid van het N.J.K.-bestuur

bedankt, de coll. Koejemans en Witsen

Elias wegens verandering van

werkkring, colt Dokter in verband

met zijn verhuizing naar 's Gravenhage.

De algemene vergadering van de

N.J.K. zal dus een secretaris en een

penningmeester moeten kiezen. De

secretaris is volgens art. 20 der statuten

onmiddellijk herkiesbaar en

heeft zich herkiesbaar gesteld. De

Kringraad zal hebben te voorzien in

de vacatures: Ballintijn, mevr. Van

Meurs, De Wit, Dokter en Witsen

Elias, waarbij zij opgemerkt, dat de

coll. Ballintijn, mevr. v. Meurs en

De Wit, volgens art. 20 der statuten

niet onmiddellijk herkiesbaar

zijn.

De afdelingen kunnen voor al deze

bestuursvacatures candidaten indienen

tot uiterlijk 23 Februari a.s.

Punt 15.

Verkiezing Redactie „De Journalist".

De coll,. Mr. E. Elias en Yge Foppema

treden af als redacteur van

De Journalist", doch zijn onmiddellijk

herkiesbaar.

De afdelingen kunnen tot uiterlijk

23 Februari a.s. candidaten voor deze

vacatures indienen.


Toelichting bij de rekening der N.J.K.

Financiële positie gezond

Zoals op de vorige jaarlijkse

vergadering toegezegd, is met

ingang van het boekjaar 1948

de scheiding van de administratie

der Federatie en, die van de

N. J. K. volledig tot stand gekomen.

Deze gesplitste administratie,

opgezet volgens ontwerpen van

een accountantsbureau, heeft uitstekend

gewerkt en wij zijn dan nu

ook in staat een rekening over

te leggen, die uitsluitend op de zaken

van de N.J.K. betrekking heeft.

De verwachting, dat de invoeringvan

de C.A.Ö., zowel door de verhoging

der salarissen van een groot

aantal dagblad-journalisten als door

de contributie-inning via de dagblad-administraties,

tot een belangrijke

verhoging der contributie-inkomsten

zou leiden, is niet beschaamd.

Ontvingen wij over 1947

ruim ƒ 18.000 aan contributies,

de rekening over 1948 toont een ontvangen

bedrag van 'bijna ƒ 25.500,

terwijl wij van de Federatie nog een

bedrag van ƒ 5.500 aan voor ons geinde

contributies te vorderen hebben,

zodat het totaal ƒ 31.000

bedraagt of ƒ 6.000 meer dan

voor het afgelopen jaar werd begroot.

Het verbeterde administratieve

apparaat van de Federatie heeft

uiteraard tot deze verhoogde ontvangsten

bijgedagen. Verwacht mag

worden, dat deze stijgende lijn der

ontvangsten zich het volgend jaar

nog zal voortzetten, daar de gunstige

invloed van de C.A.O. zich eerst

in de laatste maanden van 1948 deed

gelden. Het leek ons derhalve' niet

onredelijk, de inkomsten aan contributies

voor 1949 op 35.000 gld. te

begroten.

De inkomsten uit advertenties en

abonnementen zijn echter beneden de

raming gebleven, ^ij leverden

slechts ƒ 165.— op, plus ƒ 340.— ons

nog door de Federatie af te dragen,

totaal ƒ 505.—, dus ƒ 1.000 —

minder dan werd begroot. Gezien de

moeilijkheid de beschikking te krijgen

over een goede advertentieacquisiteur,

mag een verbetering

van deze post niet worden verwacht

en op de nieuwe begroting is dan

ook met een bedrag van ƒ 450.—

volstaan. De bijdragen, die de

N.J.K. in de kosten van het Federatie-bureau

moest betalen, beliepen

ir. 1948 een totaal-bedrag van

ƒ 18.286.69, terwijl over 1947 de

totale administratiekosten ƒ 16.526.78

bedroegen. Gezien de zeer belangrijke

toeneming van de werkzaamheden

van de Kring en van de Federatie,

in verband met de invoering

van de CA.O., de Tuchtraad en talrijke

contact-organen, kan deze

stijging zeker niet onredelijk worden

genoemd. Van dit bedrag ad

ƒ 18.286.69 is netto ƒ 15.877.48

(ƒ 17.113.01—1.236.53) reeds met de

Federatie verrekend. Na aftrek van

het verschil behielden wij aan het

eind van het boekjaar een vordering

op de Federatie van ƒ 3.481.49.

Was de begroting van de bijdragen

in de kosten ''•van het Federatiebureau

het vorig jaar aan de lage

kant, voor het komende jaar kon

met enige grotere zekerheid, gebaseerd

op de opgedane ervaring, een

bedrag van ƒ 18.000.— voor deze

post worden geraamd.

De uitgaven Ivan De Journalist

kwamen in het afgelopen jaar vrijwel

met het begrote bedrag overeen

(ƒ 6.148.84)., In tegenstelling

tot 1947 kon De Journalist in 1948

geregeld iedere maand verschijnen.

De kosten werden daardoor

aanzienlijk hoger, doch deze uitgaven

zullen ongetwijfeld door alle

leden op hoge prijs worden gesteld.

Het regelmatig verschijnen van het

orgaan is een levensbelang van de

organisatie. Voor het komende jaar

is voor De Journalist een iets tioger

bedrag uitgetrokken, o.m. rekening

houdend met mogelijke prijsstijgingen.

De post „terugbetaalde contributies"

bestaat in hoofdzaak uit door

katholieke dagblad-administraties

geïnde contributies, die ten onrechte

op de rekening van de N.J.K. werden

gestort.

Aan de afdelingen werd bijna

f 2.000.— aan bijdragen verstrekt.

Hoewel de achterstand van het vorig

jaar nog niet geheel is weggewerkt,

spreekt dit cijfer van een regelmatiger

voorziening der afdelingen

met de voor hun functioneren

benodigde gelden, terwijl de ruimer

vloeiende contributies de zekerheid

van verdere verbetering geven.

De posten „bestuurskosten", „vergaderingen",

„jubilea" etc. spreken

voor zichzelf. Zij blijven beneden de

raming en maken, doordat het leeuwenaandeel

der werkzaamheden

door de Federatie wordt verricht,

slechts een klein deel van het totaal

der uitgaven van de N.J.K. uit.

De betrekkelijke hoge post „retouren

kwitanties" wijst erop, dat het

met de regelmatige betaling van de

contributie door de leden, vooral die,

welke niet werkzaam zijn in het

dagbladbedrijf, nog niet in orde is.

Elke bij aanbieding niet betaalde

kwitantie kost ons geld, berokkent

de organisatie dus schade; reden

waarom ook in dit verslag weer met

klem op regelmatige betaling der

aangeboden contributie-kwitanties

wordt aangedrongen. Weljswaar kon

van de totale contributieschuld, die

aan het eind van 1947 bestond, iets

worden ingelopen en is een algemene

verbetering te bespeuren,

maar toch zouden de financiën van

de Kring er nog beter voorstaan,

indien vele leden zich ook in dit opzicht

van hun verantwoordelijkheid

beter bewust waren. Een overzicht

van de thans bestaande contributieschuld

kan op het ogenblik nog niet

worden gageven; de desbetreffende

gegevens worden thans verzameld

en zullen te zijner tijd worden medegedeeld.

Aan het eind van 1948 beschikte

de N.J.K. over een voordelig saldo

van ƒ 2.039.96 plus een tegoed bij

de Federatie van ƒ 3.481.49 — totaal

ƒ 5.521.45. Daarin is een bedrag van

ƒ 147.10 begrepen, dat (wegens abusievelijk

ontvangen contributies)

aan de K.N.J.K. moet worden afgedragen.

Het voordelige saldo bedraagt

dus ƒ 5.374.35.

Wegens de vroege afsluiting van

de boeken over 1948 kan nog niet

worden gezegd, zelfs niet geschat,

hoeveel inkomsten en uitgaven, op

dat jaar drukkende, er nog zullen

volgen. Aangenomen mag echter

worden, dat deze in het algemene

beeld geen wijziging zullen brengen.

Het saldo van 1948 zal bijna in zijn

geheel moeten worden afgeschreven

ten bate van het Weerstandsfonds,

dat statutair thans ƒ 5.250.— moet

bevatten (10 % van de sinds de oprichting

van de N.J.K. ontvangen

contributies).

Een bedrag van ƒ 3.000.— hiervan

is inmiddels ten bate van het

weerstandsfonds bij de Spaarbank

te Amsterdam en bij de Rijkspostspaarbank

gedeponeerd. Het restant

ad ƒ 2.250.— is, ter voorziening in

haar kasgeldpositie, aan de Federatie

geleend tegen een overeenkomstige

rente als door genoemde

instellingen wordt uitbetaald. Daarmede

is een begin gemaakt met een

afzonderlijk beheer van het weerstandsfonds,

zodat het volgend jaar

een aparte verantwoording daarvan

zal kunnen worden overgelegd.

Het totaal der inkomsten en uitgaven

over 1948 dekken elkaar dus

nauwkeurig. Dat is, na het eerste

jaar, waarin de Federatie normaal

heeft gewerkt, zeer zeker niet ongunstig.

Onze optimistische verwachtingen,

aan het eind van ons

vorig verslag uitgesproken, zijn niet

beschaamd. De stijgende lijn der contributie-inkomsten

.rechtvaardigt

het vertrouwen, dat ook in het

nieuwe jaar de Kring zich in financieel

opzicht zal versterken. De aanvangsmoeilijkheden

zijn overwonnen,

het gebouw rust op een hechte

grondslag en deze zal nog sterker

worden, wanneer alle leden ook

wat hun geldelijke verplichtingen

betreft hun taak tegenover de organisatie

nauwkeurig vervullen. Dan

kan ook met de tegenwoordige vermenigvuldigingsfactor

(1) voor 1949

worden volstaan.

A. J. KOEJEMANS,

penningmeester.


WAT DE KRING BEWOOG IN 1948

Jaarverslag van de Secretaris *

In de geschiedenis van de na de

oorlog herrezen Nederlandse Journalisten

Kring zal het verenigingsjaar

1948—1949 een bijzonder jaar

blijven. Want in deze periode is de

positie van de N.J.K., zowel wat zijn

optreden naar buiten, als wat zijn

innerlijke opbouw niet onbelangrijk

versterkt. Wat het eerstgenoemde

betreft, is de N.J.K. een steeds bredere

plaats in het publieke leven gaan

innemen. Steeds meer wordt zowel

door het Koninklijk Huis en de landelijke

en plaatselijke Overheid, als door

het particuliere bedrijfs- en verenigingsleven

een beroep op de N.J.K.

of de Federatie van Nëd. Journalisten

— waarvan de N.J.K. een der

samenstellende delen is — gedaan

voor regelende en bemiddelende

arbeid, aan welk beroep door Kringbestuur

of Federatie-bestuur zoveel

mogelijk is voldaan.

Het jaar 1948—1949 is echter in de

geschiedenis van de N.J.K. zo belangrijk,

omdat in deze periode de

Collectieve Arbeids Overeenkomst —

de eerste in het Nederlandse journalistieke

leven — door het college

van Rijksbemiddelaars goedgekeurd

en daarna per 1 Sept. 1.1. werd ingevoerd,

omdat de Raad van Tucht voor

de journalistiek geïnstalleerd werd

en zijn werkzjaamheden begjon en

omdat inzake de vakopleiding — het

derde van, de na de wederoprichting

van' de N.J.K. als eerste doeleinden

gestelde punten — van de door het

N.J.K. bestuur ter zake 'benoemde

commissie een rapport verscheen, dat

richtlijnen omtrent deze belangrijke

materie bevat, die na behandeling

van het rapport in de afdelingen,

thans aan de algemene vergadering

van de N.J.K. ter beslissing kunnen

worden voorgelegd. Dit zijn ongetwijfeld

drie gebeurtenissen in het afgelopen

Kringjaar, die zowel voor de

positie der N.J.K. naar buiten, als

wat zijn betekenis voor de N.J.K.leden

betreft, van zeer grote betekemiis

zijn.

Aan de inwendige op- en uitbouw

van de Kring is voorts in het afgelopen

verenigingsjaar rustig, doch

krachtig verder gearbeid. Daarbij is

de Federatie van Ned. Journalisten

en zijn, onder de bekwame, toegewijde

leiding van zijn secretaris, Mr.

A. E. van Rantwifk en zijnj staf, een

steeds bredere plaats gaan innemen,

wat ongetwijfeld de taak der secretariaten

van de bij de Federatie aangesloten

organisaties heeft verlicht.

Het ledental van de N.J.K. vertoonde

in het afgelopen jaar een verblijdende

stijging en het aantal der aangesloten

afdelingen steeg tot 13, doordat

de afd. „De Oostelijke Pers"

gesplitst werd in een afdeling Overijsél

en een afdeling Gelderland. Ge-

8

leidelijk komt het leven in de afdelingen

steeds meer op gang en in de

enkele plaatsen, waar zich als gevolg

der oorlogs- en bezettingsomstandigheden

moeilijkheden voordeden,

bracht door de bemoeiingen van het

Kringbestuur dit jaar gelukkig de

zozeer begeerde oplossing.

De samenwerking met de Katholieke

Nëd. Journalisten Kring liet

niets te wensen over en heeft in de

„Federatie" een — zoals in de practijd

duidelijk is gebleken — alleszins

bevredigende regeling gevonden.

Dat zowel in het Federatiebestuur,

als in de Federatieraad tot nu toe

E>iet één enkele maal een beslissing

bij stemming werd genomen, tekent

wel de geest der daar bestaande

samenwerking. De stichting der Protestantse

Christelijke Journalisten

Vereniging, en haar verzoek om

tot de „Federatie" te worden toegelaten,

heeft inzake de constructie der

Federatie nieuwe problemen doen

rijzen en Federatie-bestuur en Federatieraad

hebben in verband daarmede

een Wijziging der Federatiestatuten

voorbereid, welke thans aan

de algemene vergaderingen van

N.J.K. en K.N.J.K. konden worden

voorgelegd.

Ook de samenwerking met de vereniging

De Ned. Dagblad Pers 1945"

was in het afgelopen verenigingsjaar

voortreffelijk en leidde tot een intensief

contact tussen de secretariaten

van de „N.D.P.-1945" en de N.J.K. en

K.N-J.K. (de „Federatie"). Dat ook

de Ned. Organisatie van Tijdschriften

Uitgevers en de Ned. Nieuwsblad

Pers steeds meer, waar gewenst en

nodig in deze samenwerking betrokken

worden, wettigt de verwachting,

dat op deze wijze van onderen op zal

groeien „het huis" van het Nederlandse

Parswezen in zijn onderscheiden

vertakkingen.

Niet onvermeld mogen hier blijven

de stappen door het Kring-, resp. het

Federatie-bestuur, in samenwerking

met het N.D.P.-bestuur bij de Overheid

gedaan inzake de papierrantsoenering

voor de Dagbladen, welke nog

steeds remmend werkt op de normalle

ontwikkeling van het dagbladwezen.

Dat intussen het verschijnsel

der werkloosheid in de journalistiek

zich weder begint af te tekenen,

vraagt ongetwijfeld de dringende

aandacht der besturen van de organisaties

in het nieuwe verenigingsjaar.

Wat de internationale betrekkingen

betreft, de jongste vergadering van

de Uitvoerende Raad der I.O.J. te

Boedapest heeft een verloop gehad,

dat weinig bevrediging heeft kunnen

schenken en de kwestie van het lidmaatschap

van de N.J.K. (via de

„Federatie") van deze „Internationale"

— mede in verband met het dit

jaar te Brussel te houden I.O.J.-congres

— in discussie heeft gesteld.

Tenslotte zij, wat het bestuursbeleid

in het algemeen betreft, nog

met voldoening geconstateerd, dat

N.J.K.- en Federatie-besturen in de

periode 1948—1949 in toenemende

mate — en veelal met succes voor de

betrokkenen — bij conflicten, waarin

N.J.K.-leden betrokken waren,

konden optreden.

Het bestuur

In het N.J.K.-bestuur hadden in

dit verslagjaar enkele wijzigingen

plaats. Reglementair trad het gehele

bestuur in de jaarvergadering-

1948 af. Coll. Berding, die — na een

ook in organisatorisch opzicht toegewijde

activiteit voor de Ned. journalistiek

— gepensionneerd werd,

stelde zich niet herkiesbaar. De

overige Kringbestuurders werden

allen herkozen, behoudens coll.

Teeling, wiens plaats als vertegenwoordiger

van de Noord-Hollandse

afdelingen (wanneer dit, al is het

reglementair niet juist, zo gezegd

mag worden), werd ingenomen door

coll. Dokter, wiens journalistieke

werkzaamheden (inmiddels van

's Gravenhage naar Haarlem waren

verlegd. Als nieuwe leden deden hun

intrede in het bestuur de coll. Van

Raalte ('s Gravenhage), De Wit

(Zwolle) en BaUintijn (Middelburg),

welke laatste de 11de plaats in het

bestuur (tot de instelling waarvan

de aig. ledenvergadering besloten

had) bezette.

Het bestuur vergaderde in het afgelopen

jaar tweemaal, waarin zich

ook aftekent de verschuiving in de

organisatorische werkzaamheden

van de besturen der journalistenorganisaties

naar het Federatiebestuur

en de Federatieraad. Wat

mede ook door het deelnemen der

secretarissen van de organisaties in

de regelmatig plaats hebbende vergaderingen

van het Federatie-presidium

in de hand wordt gewerkt. De

samenwerking in de bestuurskring

en de doorgaande coördinatie der

werkzaamheden in de organen der

Federatie liet, onder de welbewuste

zaakkundige leiding van de N.J.K.voorzitter,

die ook dit jaar als voorzitter

der Federatie optrad, niets te

wensen over, mede dank zij de persoon

van de Federatie-secretaris,

die bij de uitbouw der organisaties

steeds meer zijn positie als centrale

figuur ging innemen.

De Kringraad

In zijn vergaderingen vóór en na

de algemene ledenvergadering heeft

de Kringraad opnieuw bewezen een

zeer gewenste schakel in de organisatorische

arbeid te zijn, vooral

omdat in dit contact van de vertegenwoordigers

der afdelingen met

het Kringbestuur en de Redactie van

De| ,Jour,na]JiBt


mene vergadering aan betekenis

kunnen winnen.

De Afdelingen

De hierboven reeds gememoreerde

splitsing der „Oostelijke Pers" in

een afdeling Overijsel en een afdeling

Gelderland, kwam de innerlijke

organisatorische opbouw ten goede.

In de activiteit van verschillende

afdelingen valt een verblijdende

groei te constateren, zowel wat' betreft

het contact met de plaatselijke

of regionale overheden en instanties

van het particulier bedrijfs- en

verenigingsleven, als wat aangaat

de bevordering van het collegiaal

verkeer der in de drie landelijke

jonrnalisten-organisaties georganiseerde

collega's. De spreekbeurten

door de Federatie-voorzitter in

vergaderingen van onderscheiden

plaatselijke (regionale) afdelingen

met genodigden vervuld, hebben er

ongetwijfeld belangrijk toe 'bijgedragen

de betekenis der journalistenorganisaties

dn het plaatselijk

(regionaal) leven te versterken, terwijl

overigens ook belangrijke plaatselijke

verbanden zijn gelegd en

plaatselijke regelingen — die tot

navolging nopen — zijn ontstaan.

Daarbij is het een verheugend verschijnsel,

dat ook in verschillende

afdelingen groeiende is een collegiaal

verkeer tussen de journalisten, georganiseerd

in een der drie landelijke

organisaties en dat zich daarbij geheel

nieuwe vormen voordoen. Dit

collegiaal verkeer is, naast de behartinging

der vak- en stands-belangen,

zoals dat door de organisaties, of

door de „Federatie" geschiedt, van

grote betekenis en zal ongetwijfeld,

geleid in de banen, welke daarvoor

bij de bouw der „Federatie" van

meet-af zijn aangegeven, aan een

opgewekt journalistiek-organisatorisch

leven bevorderlijk zijn.

De leden

Het ledental van de N.J.K. is in

het afgelopen jaar gestegen tot:

T90 gewone en 34 buitengewone

leden. Al heeft de inwerkingtreding

der C.A.O., zonder het „verplichte

lidmaatschap" de toetreding van

nieuwe leden ongetwijfeld gunstig

beïnvloed, het Kringbestuur heeft

geenszins de indruk, dat met deze

cijfers het einde der mogelijkheden

op dit gebied bereikt is.

Helaas zijn ons in dit verslagjaar

een aantal leden door de dood ontvallen.

Zonder naar volledigheid te

streven — de noodzakelijke gegevens

daarvoor staan op 't ogenblik niet

ter beschikking — zij hier gememoreerd

het overlijden van mevrouw

Rozet E. Pinto—Hertzberger en de

heren J. J. Hesseling, Johan Paauw,

N. Verhaagen en Jan Werkman.

De nagedachtenis van hen, die ons

ontvielen, blijft onder ons tra hoge

ere.

De I.O.J.

Het lidmaatschap der „Federatie

van Ned. Journalisten" van (en

daardoor het georganiseerd zijn der

N.J.K.-leden in) de „International

Nieuwe leden N.J.K.

Met ingang van 1 Jan. 1949

zijn aangenomen als gewone

leden:

J. Bax, Olaes van Vrieselaan

173 A, Rotterdam. (Algemeen

Dagblad).

Mej. H. van Bellen, Jan Luykenstraat

26, Amsterdam (Algemeen

Handelsblad).

J. G. Belterman, Breestraat 77,

Beverwijk. (Dagblad Kennemerland).

C. de Boer, Bergerweg 136, Alkmaar.

(Ver. Noordholl. Dagbladen).

H. Eskens, Tjerk Hiddesz de

Vriesstr. 18, Harlingen (Streekblad

voor Noord-West Friesland).

Mevr. N. J. Hana—Hak, Willem

de Zwijgerlaan 18, Voorschoten.

(Het Rijk der Vrouw).

W. D. J. Hidima, IJsselkade 63 I,

Kampen. (Kamper Nieuwsblad).

J. H. Huizkiga, 14 St. Leonard's

Terrace, Londen S.W. 3. (Londens

Corr. voor de N.R.C.).

Mej. J. M. A. Hulshoff, J. v. d.

Doesstr. 100, Den Haag. (A.N.P.)

D. J. de Jonge, Vlierboomstraat

248, Den Haag. (Nieuwe Haagsche

Courant).

J. H. Kerremans, Tol 9a, Schoonhoven.

(Nieuwsblad van Zuid-

Holland en Utrecht).

Mevr. J. L. W. v. dl. Linden—

Pisuisse, Courbetstraat 17III,

Amsterdam Z. (Wereldspiegel).

C. Nicolaï, Albr. Dürerstraat 46,

Amsterdam. (Theater Courant en

Wereldspiegel).

J. H. Salomon, Overtoom 1371,

Amsterdam. (Hoofdredacteurvan

alle Leger des Heils-uitgaven).

F. L. Schoustra, Hoekstersingel

25, Leeuwarden. (Het VrijeVolk).

Z. J. W. van Schreven, Verlengde

Hereweg 121 a, Groningen.

(Nieuwsblad van het Noorden).

G. Schuurman, Korreweg 86,

Groningen. (Het Vrije Volk).

F. M. Vogelaar, Valeriusstraat

139 bv., Amsterdam. (De Spaarnesbad).

R. H. Vos, Johan van Hoornstraat

23, Den Haag. (Leidseh

Dagblad N.V.).

E. R. Woilfgram, Radé*singel 47a,

Groningen. (Nieuwsblad van het

Noorden).

A. C. W. v. d. Vet, Cornells Jolstraat

32, Den Haag. (Algemeen

Dagblad). (Is reeds lid geweest,

doch werd wegens een thans afgelopen

zuiverinigsperiode' van

één jaar destijds afgevoerd. H.J.

V. adviseert gunstig).

Mevr. E. Z. Waller—Kahn, Oranje

Nassaulaan 60, Amsterdam.

(Alg. Handelsblad).

W. P. Pruschen, Fluwelemsingel

33, Gouda. (Goudsche Courant).

J. T. E. E. Wayenberg, Kornoeljestraat

42, Den Haag.

(A.N.P.).

B. T. Wildeman, Nassaulaan 46,

Groningen. (Nieuwsblad van het

Noorden).

I. v. d. Wilt, Groesbeekseweg 332,

Nijmegen. (NV. Geldersch Dagblad).

G. J. M. Wijnand, Roerstraat

52 H, Amsterdam. (Het Lichtspoor)

.

Als adspirant-leéen:

C. J. van Damme, Glacisstraat

107, Vlissingen. (Prov. Zeeuwsche

Courant).

K. M. van Gelder, Korte Hofstraat

9, Zutphen. (Zutphens

Dagblad).

R. Hazewinkel, Mathenesserlaan

500, Rotterdam. (Algemeen

Dagblad).

H. B. van Keulen, Coendersweg

32, Groningen. (Nieuwsblad van

het Noorden).

B. Korstanje, Slaghekstraat

235, Rotterdam. (Rotterdamsch

Nieuwsblad).

H. L. H. v. d. Molen, Emmakade

Z.Z. 114, Leeuwarden. (Friesch

Dagblad).

M. J. Veersema, Pomonaplein

61, Den Haag. (Algemeen Handelsblad).

Met ingang van 1 Febr. 1949

zijn aangenomen als gewone

leden:

L. A. Dronkers Jr., 28 Rue St.

Blaise, Paris. 20.

M. D. v. d. Ham, Schoolstraat

77, Almelo. (Freelance).

S. Hogendorp, Broederweg 23,

Kampen. (Het Kamper Dagblad).

C. J. Jager, Burg. Venemastraat

38, Winschoten. (Winschoter

Courant).

G. P. Klijn, De Wetstein Pfisterlaan

55, Driebergen. (De Open

Deur).

J. C. L. Meijer, Xaverystraat 7,

Den Haag. (Haagsche Courant).

J. Tritten, Wildforstlaan B48 IV,

Epe. (Veluwsch Nieuws).

Mej. J. v. d. Wetering, bijgenaamd

De Rooij, Hobbemakade

117III, Amsterdam. (Algemeen

Handelsblad).

Als adspirant-ïeden:

Mej. A. J. M. Petit, Bergstraat

12, Deventer. (Het Vrije Volk).

Th. Weening, Brugstraat 29a,

Groningen. (Nieuwsblad van

het Noorden).

Als buitengewoon lid:

D. J. van Dissel, Geerte Bolwerk

26bis, Utrecht. (Perschef Kon.

Ned. Jaarbeurs).

9


Organization of Journalists" bleef

bestendigd. De spanningen in deze

internationale organisatie nemen

echter — zoals in de vergaderingen

van de „Uitvoerende Raad", eerst

in Brussel', later te Budapest, bleek

— onrustbarende afmetingen aan

en zullen, indien de voortekenen niet

bedriegen, in het nieuwe verenigingsjaar

een diepgaand, ernstig

beraad noodzakelijk maken.

Het is te" hopen, dat een gemeenschappelijke

basis zal kunnen worden

gevonden, waarop de eenheid in

in de internationale organisatie der

journalisten behouden blijft.

De „Federatie"

De samenwerking met de K.N.J.K.

in de Federatie van Ned. Journalisten

heeft ook in dit jaar in alle

opzichten aan de gestelde verwachtingen

beantwoord. Onder de bekwame

leiding van de secretaris, Mr. A.

C. van Rantwijk en zijn staf, waarin

ook nu weer enige mutaties

plaats hadden, wordt het Federatiebureau

steeds meer het centrale

punt in de arbeid der organisaties.

Bij het afsluiten van dit verslagjaar

was de aanvrage der Prot. Chr.

Journalisten Vereniging inzake toetreding

tot de Federatie nog in behandeling.

De „Buitenlandse

Persvereniging"

De verstandhouding met de „Buitenlandse

Persvereniging" was in het

afgelopen jaar weder van de meest

vriendschappelijke aard.. De beide

organisaties deelden in elkanders lief

en leed en waar wenselijk en mogelijk

werd samengewerkt op een wijze,

waardoor de vak- en beroeps-belangen

der leden werden gediend.

De secties

Het aantal secties van de N.J.K.

bleef in het verslagjaar hetzelfde.

De stichting van een sectie „Tijdschriften-journalisten"

is in voorbereiding,

evenals die van de sectie

„Hoofdredacteuren".

De „N.D.P.1945"

De samenwerking niet de Directeuren-vereniging,

de „N.D.P.-1945"

was in het afgelopen jaar weder

van de meest vriendschappelijke

aard. Een reorganisatie der #„Contact-commissie"

en der „Persconferentie-commissies",

leidende tot de

instelling van een „Contact- en

Representatie-commissie" met twee

kamers, kreeg haar beslag, doch de

installatie van dit nieuwe instituut

moet in het nieuwe verenigingsjaar

nog plaats hebben.

Ter zake van tal van aangelegenheden

was er tussen de organisaties

een vruchtdragende samenwerking,

mede dank zij de goede verstandhouding

tussen het secretariaat van

„N.D.P.-1945" enerzijds en die van

„N.J.K." en „Federatie" anderzijds.

Zo ook ten aanzien der uitvoering

van de „C.A.O." — de Raad van

Uitvoering leverde reeds veel practisch

werk — als wat betreft de

uitreikiifg der „Spoorweglegitima-

10

tiekaarten", de beschikbaarsteling

van radiotoestellen, samenwerking

met de Vereniging van Fotojournalisten,

de instelling van de Raad van

Tucht, de vakopleiding enz.

Contacten met Overheid en

Maatschappelijk leven.

In toenemende mate is de N.J.K.,

c.q. de „Federatie" in het afgelopen

jaar ingeschakeld bij de regelende

en bemiddelende arbeid ten bate der

Pers bij belangrijke gebeurtenissen.

Het is verheugend, dat zowel het

Koninklijk Huis als de Overheid

(men denke — om maar iets te noemen

— aan de Troonswisseiing) als

het bedrijf s- en verenigingsleven,

een beroep doen op de instanties

der journalisten-organisaties, waardoor

steeds meer een voor beide

partijen bevredigende oplossing kon

worden verkregen — en in tal van

gevallen ook werd verkregen —

voor allerlei kwesties, welke anders

licht aanleiding tot allerlei moeilijkheden

kunnen geven. Dat een en

ander de arbeid van het Kring-

(Federatie)-bureau verzwaard heeft,

behoefd geen nader betoog. iDoch

anderzijds is daardoor de betekenis

der journalisten-organisaties en

haar instanties in het maatschappelijk

leven versterkt.

De Journalist"

Het orgaan van de N.J.K. „De

Journalist" verscheen in het nu beëindigd

verenigingsjaar Op regelmatige

wijze en wist zich in de kring

der leden, zowel als in veel wijdere

kring een goede naam te verwerven

De collega's Mr. E. Elias en Y. Foppema,

die met ondergetekende als

door het N.J.K.-bestuur aangewezen

redacteur, de Redactie verzorgden,

hebben hun beste krachten gegeven

voor het orgaan, waarin in

toenemende — alhoewel nog steeds

niet volkomen bevredigende — mate

de leden aan het woord kwamen en

de activiteit der afdelingen haar

weerspiegeling vond.

De bijzondere tijdsomstandigheden,

waaronder de na de oorlog herrezen

N.J.K. moest worden opgebouwd,

brachten mede, dat de Redactie zich

ten aanzien van bepaalde onderwerpen,

welke voor de Nederlandse journalistiek

van grote betekenis zijn,

enige' beperking oplegde, al verhinderde

dit niet, dat de leden de volle

— wellicht te weinig benutte — gelegenheid

hadden zich in het orgaan,

dat in de eerste plaats hun orgaan

is, over deze kwesties uit te spreken.

Intussen heeft zich op dit gebied

een ontwikkeling voltrokken,

welke de Redactie de mogelijkheid

biedt het terrein der in „De Journalist"

te behandelen onderwerpen te

verruimen. Bij een bespreking in een

der jongste Kringbestuursvergaderingen

— aan welk vergaderingen de

redacteuren van „De Journalist" geregeld

deelnemen bleek, dat de Redactie

zich daarvan bewust is en de

opheffing der papier-rantsoenering

voor tijdschriften is in dezen een

gunstige factor.

Aan het einde van dit tweede

verenigingsjaar, dat — dit zij herhaald

— in de geschiedenis der

N.J.K. als een bijzonder jaar zal

blijven geboekstaafd, staat de N.J.K.

daaF als ofen gezonde, krachtige

organisatie, welke in de korte tijd

na haar wederoprichting veel mocht

bereiken en belangrijke resultaten

kon boeken, waarop met succes in

het nieuwe verenigingsjaar kan

worden voortgebouwd, in het belangde

Nederlandse journalistiek in

het "algemeen en haar leden in het

bijzonder.

De Secretaris

J. J. F. v. d. BERGH.

Afd. Kennemerland

Zilveren Jubileum

G. M. Nieuwenhuis

Dinsdag, 4 Januari, heeft coll. G.

M. Nieuwenhuis, Haarlems redacteur

van het Algemeen Handelsblad, zijn

zilveren jubileum in dienst van dit

bedrijf gevierd. „In alle stilte en bescheidenheid,

aldus het Handelsblad,

want de heer Nieuwenhuis had geen

ruchtbaarheid aan dit feit gegeven.

Maar toch was er iets uitgelekt,

want 's morgens werd aan den huize

Nieuwenhuis een grote bloemenmand

bezorgd van de directie van het Algemeen

Handelsblad en 's middags

kwamen enkele intieme kennissen en

een deputatie van collega's hem in

zijn woning aan de Santpoorterstraat

te Haarlem geluk wensen.

Namens de directie en de hoofdredactie

van het Algemeen Handelsblad

bracht de heer H. Burger de

jubilaris gelukwensen en schetste in

enkele woorden de figuur van de heer

Nieuwenhuis: de man wie men het

epitheton ornans „sierlijk" zou magen

geven: sierlijk van persoonlijkheid,

sierlijk van levensstijl, sierlijk

van verschijning. En ook sierlijk met

de pen: op eminente wijze heeft de

heer Nieuwenhuis de jaren door de

berichtgeving uit Haarlem en omgeving

verzorgd.

Na overhandiging van het jubileumgeschenk

was men nog geruime

tijd in de huiselijke kring gezellig

bijeen".

Collega Nieuwenhuis heeft het op

prijs gesteld het jubileum in alle

stilte te vieren. Daarom volstaan wij

met vermelding van bovenstaand bericht

en spreken namens de Haarlemse

collega's de wens uit, dat hij

nog enige tijd werkzaam zal zijn in

het mooie vak.

Bijeenkomsten K. J. V.

Het bestuur van de Kennemer

Journalisten Vereniging heeft voor

de maand Januari twee bijeenkomsten

uitgeschreven. Dinsdag 18

Januari wordt een ledenvergadering

gehouden, waarop Dr N. J. D. Versluys

een inleiding zal houden over

de journalistieke voorlichting in Indonesië

en voor Zaterdag 22 Januari

staat een „contact-avond" op het

programma in de Renaissance-zaal

van het Frans Hals Museum.

Haarlem, 15 Januari 1949.


HET PUBLIEK KIEST DE KRANT,

omdat men er door wordt ingelicht

N het herdenkingsnumimer van De

I Gelderlanderpers verscheen een

^ Gallup-enquête over de Nederlandse

kranten, bekeken van de journalistieke

kanten. Wij ontlenen er het belangrijkste

aan. Intussen bevatten de

„Mededelingen" van de Ned. Dagbladpers

een* dergelijke enquête

(J.v.V.) voor wat betreft de dagbladadvertenties.

ORT geleden stelde het Neder-

K derlands Instituut voor de Publieke

Opinie twee interessante vragen

aan een heel groot aantal mannen

en vrouwen, die tezamen! het Nederlands

publiek in al zijn geledingen

weerspiegelen.

De eerste luidde: „Kunt U uit,

kranten, tijdschriften, radio, film e.d.

voldoende inlichtingen krijgen over

wat er in de wereld gebeurt, of niet ?

68 % antwoordt: Voldoende inlichtingen

over het wereldgebeuren. 24 %

Niet voldoende'. 8 % Geen mening.

Vrouwen spreken meer hun tevredenheid

uit (72 %) dan mannen

(65 %) maar de verschillen, ook naar

leeftijd en welstand onderscheiden,

blijven gering.

De volgende Gallup-vraag verschaft

een belangwekkend inzicht in

de bronnen waaruit het publiek zijn

inlichtingen put.

„Welke nieuws- en inlichtingenbronnen

verschaffen U de meeste

inlichtingen over wat er in de wereld

gebeurt?" vroegen de N.I.P.O.-interviewers

namelijk en het publiek antwoordt:

70 % de krant, 38 % de radio,

13 % tijdschriften, 3 % film, 2 % ,

andere bronnen. (Verschillende noemen

meer dan één nieuwsbron).

Een onderverdeling naar welstand

brengt interessante verschillen aan

het licht:

De krant

Radio

Tijdschriften

Film

Andere

3*

•J.5

%

78

27

4

6

4

%

69

40

11

1

1

c

•O w

•o "•

S3 ' £t;

%

66

46

17

2

2

%

62

43

38

3

1

Tijdschriften zijn dus voor de beter

gesitueerden een veel belangrijker

inlichtingenbron dan voor de grote

massa, doch bij alle groepen blijven

dagblad en radio nummer één en

twee.

Als U hoofdredacteur was?

ANNEER U de directeur of de

Whoofdredacteur was van uw

krant, wanneer U het dus voor het

zeggen had wat er in uw krant moet

komen, zou U dan veranderingen in

uw krant aanbrengen, of niet? vroegen

de enquêteurs van het Nederlands

Instituut voor de Publieke Opinie aan

abonné's op alle mogelijke Nederlandse-

dagbladen. En hoewel uit een

andere enquête is gebleken dat 7 van

de 10 krantenlezers tevreden zijn over

de voorlichting in ons land, zou toch

meer dan een derde zijn dagblad willen

veranderen.

De antwoorden op deze vraag luii

den n.1.: 35 % wil veranderingen in

de krant aanbrengen, 34 % vindt

haar zo goed, 31 % geen mening.

De mannelijke lezers zijn veel critischer

dan de vrouwen. Van de mannen

wil 41 % de krant veranderd

zien, van de vrouwen 28 %. Ook

scheelt het nogal welke krant men

leest. Er is een dagblad waarvan

56 % der ondervraagde lezers veranderingen

zou willen aanbrengen, een

ander dagblad heeft slechts 21 %

van zulke lezers met critiek.

De geregelde krantenlezers

N de opiniepeiling van October 1948

I stelde het Nederlands Instituut

voor de Publike Opinie de volgende

vraag.

„Leest U geregeld uw krant voor

het grootste deel, maar ten dele of

slechts kleine stukken er uit?"

De resultaten zijn: Leest grootste

deel 45 %, leest ten dele 28 %, leest

klein stuk 24 %, leest geen krant

3 %.

Vijf en veertig procent van de

ondervraagden lezen het grootste deel

van hun krant. Dat is echter niet

voor alle groepen hetzelfde. Hier is

b.v, een verdeling van de antwoorden

naar welstand:

Laagste inkomens, grootste deel

35 %, ten dele -29 %, klein stuk

30 %, geen krant 6 %.

Lage inkomens: grootste deel 47 %,

ten dele 28 %, klein stuk 22 %, geen

krant 3 %.

Middenklasse: grootste deel 51 %,

ten dele 28 %, klein stuk 20 %, geen

krant 1 %.

Welgestelden: grootste deel 64 %,

ten dele 24 %, klein stuk 10 %,

geen krant 2 %.

Naar imate de welstand toeneemt

wordt de krant beter gelezen. Bij de

laagste inkomens leest 35 % grootste

deel. Bij de weigestelden 64 %!

Ook naar ontwikkeling komen dergelijke

grote verschillen voor.

Een tweede vraag door het N.I.P.O.

gesteld luidde: „Hoe lang leest U zo

's avonds in uw krant?"

En de resultaten zijn: minder dan

5 minuten 5 %, 5—10 minuten 12 %,

10—15 minuten 23 %, 30 min.—1

uur 43 %, langer dan 1 uur 13 %,

weet het niet 4 %.

J. H. D. Kammeyer zeventig jaar

Vijftien jaar geleden maakte ik

kennis met één der merkwaardigste

figuren uit de Nederlandse journalistiek:

J. H. D. Kammeyer. Het was

in een der bovenzalen van Brinkmann

te Haarlem — waar izou het anders

geweest kunnen zijn? — en een half

uur nadien stond ik nog mijn hand te

wrijven, want als „Vader Jan" je de

hand schudde dan kraakten je botten.

Een paar dagen geleden, op 22

Januari 1949, hebben mijn vingerkootjes

wéér gekraakt, want Kammeyer

heeft nog altijd evenveel

kracht in zijn stevige handen als toen.

Och, hij is eigenlijk in al die jaren

helemaal niet veranderd en hij ziet er

allerminst als een zeventigjarige uit.

Toch is het zo: „Vader Jan" is zeventig

geworden en de journalistiek heeft

hij al lang vaarwel gezegd. Dat mag

ook wel, na 52 dienstjaren. Wat?

Begon hij ~dan als 13-jarige knaap

zijn journalistieke loopbaan? Eigenlijk

wel, maar Kammeyer is dan ook

één dier sporadische krantenmensen,

die de eerste beginselen van het vak

hebben geleerd achter de 'letterkast

van de zetterij!

Van de zetterij naar de redactie is

een hele stap. Kammeyer heeft die

stap gedaan en het „Haarlems Dagblad"

heeft hem de kans gegeven te

bewijzen, dat hij méér in zijn mars

had. En in de Grote Houtstraat leerde

hij het vak terdege. Vele jaren lang

heeft hij de leiding van de sportredactie

gevoerd, maar daarnaast

was hij ook werkzaam in de stadsreportage.

En hij deed zijn werk met

een bijna griezelige nauwkeurigheid,

waaraan menige journalist van nu een

voorbeeld zou kunnen nemen. Zijn

beminnelijkheid en hulpvaardigheid

zijn bijna spreekwoordelijk geworden

en ook hierdoor is Kammeyer een

merkwaardige figuur in de Nederlandse

journalistiek: hij telt vrienden

in overvloed, maar vijanden kent hij

niet.

Nu is hij zeventig geworden. Vele

oud-collega's en vrienden hebben hem

in zijn zonnige woning te Heemstede

gelukgewenst, maar midden in die

drukte wipte hij opeens de gang in.

„Waar ga je naar toe, Jan?" vroeg

zijn vrouw. „Even de krant uit de

bus halen," zei hij. Want zo is hij,

de zeven kruisjes ten spijt.

E.W.

11


ebruik makende van de hem

G door de C.A.O. toegekende bevoegdheid

heeft de Raad van Uitvoering

thans een reglement vastgesteld,

waarin voorschriften worden gegeven

voor de procedure bij behandeling

van geschillen of aangelegenbieden,

welke zich bij de uitvoering

van de C.A.O. kunnen voordoen. Dit

reglement voorziet in een lacune,

daar de Raad bij de behandeling

van het vrij grote aantal tot dusver

reeds aan hem voorgelegde gevallen,

ten aanzien van de procedure

heeft moeten „improviseren",

waarbij uiteraard de billijkheid en

redelijkheid steeds werden nagestreefd.

Hoewel een dergelijk reglement

niet bepaald boeiende lectuur

is, menen wij de kennisneming daarvan

aan onze leden toch zeer te

moeten aanbevelen, opdat zij weten

wat in voorkomende gevallen hun

rechten en verplichtingen te dezen

zijn. En in ieder geval verzoeken wij

hen dit reglement zorgvuldig te bewaren;

het kan misschien eens te

pas komen.

Daar wij hierboven spraken van

het vrij grote aantal tot dusver reeds

behandelde gevallen willen wij nog

even de aandacht er op vestigen, dat

de meeste uitspraken van de Raad

niet worden gepubliceerd. Publicatie

geschiedt in den regel alleen in die

gevallen, waarin er omtrent de

interpretatie van een bepaling van

de C.A.O. twijfel kan ontstaan.

DE RAAD VAN UITVOERING,

Gezien de aan de Raad in art. 40,

lid 2, van na te melden C.A.O. verleende

bevoegdheid, om met inachtneming

van de bepalingen van de

Collectieve Arbeidsovereenkomst voor

Dagbladjournalisten bij reglement

nadere regelen vast te stellen met

betrekking tot de behandeling van

aangelegenheden en geschillen, welke

zich naar aanleiding van de uitvoering

van voormelde C.A.O. voordoen;

In acht nemende, de desbetreffende

Wetsartikelen, alsmede de bepalingen

van vorenbedoelde C.A.O., met

name van de artt. 35 t.m. 40 van

deze C.A.O.;

heeft vastgesteld, gelijk de Raad bij

deze vaststelt, het navolgend

REGLEMENT

Artïhel 1.

Definities.

In dit

onder:

reglement wordt verstaan

C.A.O.:

de Collectieve Arbeidsovereenkomst

voor Dagbladjournalisten;

journalist

journalistieke arbeid,

dagbladonderneming,

directie,

hetgeen daaronder wordt verstaan

in art. 3, lid 1, van de C.A.O.;

de Raad:

de Raad "van Uitvoering, als bedoeld

in art. 35 e.v. van de C.A.O.;

Reglement Raad van Uitvoering CA.O.

Redactiecommissie:

de in art. 34 van de C.A.O. bedoelde

Commissie;

het Secretariaat:

het Secretariaat van de Raad;

rechtstreeks betrokkene:

de directie of de journalist, rechtstreeks

betrokken bij een aan de

de Raad voorgelegde aangelegenheid

uit hoofde van de uitlegging

en/of toepassing der C.A.O.

Artikel 2.

Geschillen.

1. Een geschil wordt geacht zich

voor te doen:

a. wat betreft een geschil, als bedoeld

in art. 36, lid 1, van de

C.A.O., op het ogenblik, waarop

een der betrokken partijen, waaronder

mede te begrijpen een tot

de C.A.O. toegetreden organisatie,

hetzelve acht aanwezig te zijn;

b. wat betreft een geschil, als bedoeld

in art. 38, lid 1, van de

C.A.O., op het ogenblik, waarop

twee betrokken partijen, hetzelve

achten tussen haar aanwezig te

zijn;

2. Indien tussen hen, die als rechtstreeks

betrokkene dan wel als

partij bij een bij de Raad aanhangig

gemaakt onderwerp betrokken

zijn, verschil van inzicht

bestaat, of sprake is van een

aangelegenheid — als bedoeld in

art. 16 — dan wel van een geschil,

zal het onderwerp geacht

worden bij wijze van geschil aanhangig

te zijn gemaakt.

Artikel 3.

Aanhangig maken.

1. Een geschil wordt aanhangig gegemaakt

door de indiening van

een schriftelijke, duidelijk gemotiveerde

uiteenzetting van het geschil,

waaraan verbonden wordt een aanduiding

van de beslissing, welke men

wenst uit te lokken. De uiteenzetting

dient vergezeld te gaan van een* opgave

van namen en woonplaatsen

van de partijen.

2. De indiening geschiedt:

a. ingeval van een geschil, als bedoeld

in art. 2, lid 1, sub a, door

de meest gerede partij, waaronder

mede te begrijpen een tot de

C.A.O. toegetreden organisatie;

b. ingeval van een geschil, als bedoeld

in art. 2, lid 1, sub b, door

de betrokken partijen.

3. De indiening dient te geschieden

•uiterlijk vier weken nadat het

geschil zich heeft voorgedaan; de

Raad is bevoegd — indien te zij-

voor Dagbladjournalisten

nen genoege wordt aangetoond,

dat het inachtnemen van deze

termijn voor dec betrokken (n)

ernstige bezwaren oplevert of

heeft opgeleverd — in voorkomende

gevallen een langere termijn

vast te stellen; de Raad kan

deze bevoegdheid delegeren aan

de Voorzitter en/of het Secreta-

' riaat.

4. De indiening dient te geschieden

in tienvoud bij aangetekend schrijven,

gericht aan het Secretariaat.

Artikel 4.

Horen Wederpartij.

1. Het Secretariaat zendt onverwijld

een afschrift van een overeenkomstig

art. 3 ingediend geschrift

aan de andere partij (en)

bij het geschil, tenzij het een geschil

betreft als bedoeld in art. 2,

lid 1, sub b.

2. Indien de Voorzitter zulks nodig

oordeelt, zendt het Secretariaat

mede een afschrift aan de redactiecommissie

van de betrokken

onderneming(en).

3. De personen en/of instanties, aan

welke op grond van het in dit

artikel bepaalde een afschrift van

een ingediend geschrift is toegezonden,

zijn bevoegd binnen twee

weken na ontvangst daarvan hun

zienswijze aan de Raad kenbaar te

maken, door indiening in tienvoud

van een desbetreffende memorie van

antwoord bij het Secretariaat; het

Secretariaat kan —> indien het daartoe

termen aanwezig acht — in overleg

met de Voorzitter vorenbedoelde

termijn met maximaal vier weken

verlengen.

4. De verzending van de in dit artikel

bedoelde stukken dient aangetekend

te geschieden.

Artikel 5.

Toezending aan de Raad.

Het Secretariaat draagt zorg, dat

een afschrift van een ingediend geschrift,

alsmede van een eventueel

daarop ontvangen memorie van antwoord

binnen een week na ontvangst

wordt toegezonden aan ieder van de

(plaatsvervangende) leden van de

Raad, die deel uitmaken van het college,

aan hetwelk de behandeling

en/of de beslissing der onderwerpelijke

kwestie zijn opgedragen.

Artikel 6.

Bijeenkomst Raad.

De Raad komt zo spoedig

mogelijk bijeen, teneinde de onder-

werpelijke kwestie in behandeling te

nemen; '(plaatsvervangende) leden

van de Raad, welke bij deze kwestie

direct of zijdelings zijn betrokken,

zullen aan deze behandeling niet

kunnen deelnemen, noch in enigerlei

vorm tot de beslissing kunnen

bijdragen.

Beslissing Raad.

Artikel 7.

1. -De Raad neemt als uitgangspunt

van behandeling en , als grondslag

van zijn beraadslagingen, de uiteenzetting

als neergelegd in het in art.

3, lid 1, bedoeld geschrift (en), en in

\de in art. 4, lid 3, bedoelde memorie(s).

2. De leden van de Raad oordelen

als goede mannen naar billijkheid;

iedere beslissing wordt genomen

bij meerderheid van stemmen,

zonder dat uit de beslissing van het

gevoelen der leden afzonderlijk

blijkt; de Raad zal zich niet van het

geven ener beslissing kunnen onthouden.

3. De Raad slaat op de beslissingen,

welke hetzij ten aanzien van de

onderwerpelijke kwestie, hetzij ten

aanzien van de interpretatie van

daarbij in het geding zijnde artikeien

van de C.A.O. reeds eerder zijn

genomen, acht in zodanige mate, als

de Raad in iedere afzonderlijke

kwestie zal vermenen te behoren.

Artikel 8.

Bijstand en vertegenwoordiging.

Elke partij kan — behalve in het

geval voorzien in art. 11, lid 2, sub

c — bij een van behoorlijke volmacht

voorziene gemachtigde verschijnen,

of — in alle gevallen •—

zich door een juridisch raadsman

doen bijstaan.

Artikel 9.

Minnelijke oplossing geschil.

De Raad zal de behandeling van elk

aan de Raad voorgelegd geschil

— indien de Raad daartoe termen

aanwezig acht — een aanvang kunnen

doen nemen met een persoonlijke

comparitie van partijen, teneinde

te beproeven partijen langs minnelijke

weg op grondslag van de

C.A.O. tot elkander te brengen.

Indien bijzondere omstandigheden

de Raad daartoe aanleiding geven,

kan een zodanige comparitie ook

door de Raad worden bevolen

tijdens de voortgezette behandeling,

als bedoeld in art. 11. Nadat door de

Raad uitspraak is gedaan kan een

comparitie — als hierboven bedoeld

— echter niet meer plaats

vinden.

Artikel 10.

Verloop na comparitie.

1. Indien een persoonlijke comparitie,

als bedoeld in art. 9, leidt

tot overeenstemming tussen partijen,

zal de Raad deze overeenstemming

doen vastleggen in een van de comparitie

door het Secretariaat op te

maken proces-verbaal.

2. Dit proces-verbaal zal de uit-

! drukkelijke — ten overstaan

van de Raad af te leggen — verklaring

van partijen behelzen, dat zij

zich door het ter comparitie getroffen

vergelijk evenzeer gebonden

achten en zullen achten en daaraan

dezelfde kracht zullen toekennen,

als ware een en ander neergelegd in

een door de Raad bij wijze van

bindend advies tussen haar gedane

uitspraak.

3. Het origineel van het procesverbaal

zal door de Voorzitter

en de beide secretarissen, alsmede

door partijen worden ondertekend

en ten kantore van het Secretariaat

worden gedeponeerd; aan partijen

zal door het Secretariaat een gewaarmerkt

afschrift worden verzonden.

4. Indien de Raad daartoe termen

aanwezig acht, kan de Raad in

het tussen partijen getroffen vergelijk

mede een regeling betreffende

de verdeling en het verhaal der

kosten betrekken.

Artikel 11.

Voortgezette behandeling.

IJ Indien aanvankelijk geen persoonlijke

comparitie plaats

vindt, dan wel indien ter gelegenheid

van een persoonlijke comparitie

geen overeenstemming wordt bereikt,

zal de Raad overgaan tot

voortgezette behandeling van het

geschil.

2. De Raad kan bij deze voortgezette

behandeling:

a. schriftelijke re- en dupliek uitlokken;

&< een mondelinge behandeling gelokken.

ie. partijen oproepen, in persoon

voor de Raad te verschijnen, tot

het geven van nadere inlichtingen;

d. zowel ambtshalve als op verzoek

van partijen getuigen en/of deskundigen

horen;

e. van directies en journalisten de

inlichtingen vragen, welke de

Raad nuttig of nodig acht.

3. Indien één der partijen, c.q. een

betrokken redactie-commissie

zulks verlangt, zal de Raad partijen,

c.q. de redactie-commissie, die van

een daartoe strekkend verlangen

heeft doen blijken, in de gelegenheid

stellen, haar standpunten mondeling

nader toe te lichten.

4. ün het algemeen zullen kosten,

verbonden aan het oproepen en

horen van getuigen en/of deskundigen

voor rekening van de betrokken

partijen komen, behoudens

eventueel verhaal op de in het

ongelijk gestelde wederpartij; de

Raad kan echter bepalen, dat deze

kosten — behoudens verhaal als

voormeld — voor zijn rekening

komen.

Artikel 12.

Einde voortgezette behandeling.

Indien de Raad zich voldoende voorgelicht

acht, zal de Raad de voortgezette

behandeling — behoudens

het bepaalde in het derde lid van

at. 11 — een einde doen nemen en

de dag bepalen, waarop de Raad

uitspraak zal doen; deze termijn zal

maximaal vier weken bedragen en

ten hoogste met een duur van vier

weken verlengd kunnen worden.

Artikel 13.

Beslissing geschil.

1. De beslissingen van de . Raad

inzake een aanhangig gemaakt

geschil zijn met redenen omkleed.

2. Van de beslissingen, als bedoeld

in het vorig lid, wordt aan partijen

binnen twee weken nadat zij

zijn uitgesproken, door het Secretariaat

een gewaarmerkt afschrift bij

aangetekend schrijven toegezonden.

Het origineel blijft berusten ten

kantore van het Secretariaat; het

zal worden ondertekend door de

0 e . MS 0 *

Hf» f*

var » den

W Dag

HIJ HUURDE ZIJN KLEEDING BIJ:

Gebr.Lokhoff

GERARD 00USTRAAT 88

AMSTERDAM ZUID

TROUW-, ROUW- EN

AVONDKLEEDING

12 13


Voorzitter of, in geval van diens

ontstentenis, door een (plaatsvervangend)

lid, dat aan de behandeling

heeft deelgenomen, en door de

beide secretarissen, tenzij één van

hen verhinderd is, in welk geval zal

worden volstaan met de handtekening

van de ander.

3. De Raad zal — behoudens het

bepaalde in het vijfde lid van

art. 18 — zijn beslissingen in dier

voege openbaar maken, als hij in het

belang van de goede betrekkingen

In het dagbladbedrijf wenselijk zal

oordelen.

Artikel 1%.

Kosten-veroordeling.

Behalve een uitspraak ten aanzien

van het punt — c.q. de punten van

geschil, zullen de beslissingen van

de Raad mede kunnen inhouden de

veroordeling van de in het ongelijk

gestelde partij (en) in een zodanig

deel van de van de zijde van de

wederpartij (en) en/of de Raad op

de behandeling gevallen kosten, als

de Raad redelijk zal oordelen. In

voorkomende gevallen kan de Raad

uit dezen hoofde van' partijen van

tevoren storting van een waarborgsom

verlangen.

Artikel 15.

Verdere bevoegdheden.

Uitspraken van de Raad inzake

een geschil, als bedoeld in art. 2, lid

1, sub a, zullen beslissingen kunnen

behelzen, welke door de Raad worden

gegeven op grond van de bevoegdheden,

omschreven in art. 35,

lid 2, sub b, c, d, e en g van de

C.A.O.

Artikel 16.

Aangelegenheden uit hoofde

van de C.A.O.

1. Een aangelegenheid uit hoofde van

de uitlegging en/of toepassing der

C.A.O. — waaronder is te verstaan

ieder onderwerp, de uitlegging en/of

toepassing der C.A.O. betreffende,

voorzover niet aan te merken als een

geschil, als bedoeld in art. 2 —

wordt geacht zich voor te doen op

het ogenblik, waarop één der rechtstreeks

betrokkenen dan wel een

betrokken redactiecommissie dezelve

ter kennis van de Raad brengt.

2. Op de behandeling door de Raad

van een aangelegenheid, als in het

eerste lid bedoeld, zijn van analoge

toepassing de bepalingen van artikel

2, lid 2, artikel 3, leden 1, 2, sub a,

en 4, artikel 4, 5, 6, 7, 8, 11, leden 2

en 3, artikel 12, 13 en 15, met dien

verstande, dat waar in deze bepalingen

wordt gesproken van partij,

daaronder moet worden verstaan:

rechtstreeks betrokkene.

Artikel 17.

Beslissing aangelegenheid.

1. Indien van de Raad een beslissing

wordt gevraagd inzake een aangelegenheid,

als bedoeld in het vorige

artikel, geeft de Raad deze beslissing

14

in de vorm van een met redenen omkleed

advies, dat — onverminderd

het bepaalde in art. 15 — echter niet

bindend is voor de rechtstreeks betrokkenen,

dan voorzover deze daarmede

uitdrukkelijk accoord gaan.

De beslissing zal met name het

advies kunnen behelzen, dat het onderhavig

onderwerp bij wijze van geschil

bij de Raad aanhangig worde

gemaakt.

2. Indien de rechtstreeks betrokkenen

daartoe de wens te kennen

geven, zal de Raad het Secretariaat

opdracht geven van het bereikte accoord

een schriftelijke acte op te

maken, welke acte de uitdrukkelijke

verklaring van de rechtstreeks betrokkenen

zal behelzen, dat zij zich

door het advies van de Raad evenzeer

gebonden achten en zullen achten

en daaraan dezelfde kracht zullen

toekennen, als ware een en ander

neergelegd in een door de Raad bij

wijze van bindend advies tussen hen

gedane uitspraak.

3. Het origineel van deze acte zal

door de rechtstreeks betrokkenen

worden ondertekend en ten kantore

van het Secretariaat worden gedeponeerd;

aan de rechtstreeks betrokkenen

zal door het Secretariaat een

gewaarmerkt afschrift worden verzonden.

Artikel 18.

Ontslag-kwesties.

1. Indien de Raad door de bevoegde

overheidsinstanties wordt aangezocht,

advies uit te brengen met betrekking

tot bij deze instanties aanhangig

gemaakte ontslagkwesties,

zal de Raad daartoe zijn medewerking

verlenen.

2. De behandeling van deze zaken is

opgedragen aan de Ontslagkamer

van de Raad, bestaande uit twee leden

— van wie één wordt aangewezen

door de bij de C.A.O. aangesloten

werkgeversorganisatie en de andere

door de bij de C.A.O. aangesloten

werknemersorganisaties uit de leden

en plaatsvervangende leden van de

Raad. Voor ieder wordt op soortgelijke

wijze een plaatsvervangend lid

benoemd.

Het Secretariaat van de Ontslagkamer

wordt waargenomen door één

van de beide secretarissen van de

Raad.

3. Het in het eerste lid bedoelde advies

wordt op zo kort mogelijke

termijn uitgebracht, doch niet dan

nadat de betrokkenen door de Ontslagkamer

zijn gehoord of op andere

wijze in de gelegenheid zijn gesteld

van hun zienswijze te doen blijken.

De Ontslagkamer is voort bevoegd,

het advies te doen voorafgaan door

zodanig onderzoek, als de Kamer in

ieder afzonderlijk geval zal vermenen

te moeten instellen. Het bepaalde in

de artikelen 9, 10 en 11 is op dit

onderzoek van analoge toepassing.

4. Indien de ingewikkeldheid van een

zaak zulks vergt, alsmede indien

tussen de beide leden van de Ontslagkamer

geen overeenstemming kan

worden bereikt ten aanzien van de

inhoud van ëen uit te brengen advies,

zal de Kamer zich van het doen van

een uitspraak onthouden en de onderwerpelijke

aangelegenheid ter beslissing

aan de Raad voorleggen.

Het bepaalde in het voorgaande lid

is op de behandeling door de Raad

mede van toepassing.

5. In het algemeen zal geen bekendheid

worden gegeven aan uit

hoofde van dit artikel uitgebrachte

adviezen, tenzij bijzondere redenen

daartoe aanleiding geven.

Artikel 19.

Geheimhouding. >

De leden, plaatsvervangende leden

en secretarissen van de Raad zijn

tot geheimhouding verplicht terzake

van al datgene, wat hun als zodanig

in verband met aan het oordeel

van de Raad onderworpen aangelegenheden

en geschillen ter kennis

komt, tenzij — en dan nog slechts

voorzover — tot publicatie is besloten

overeenkomstig het bepaalde

in het derde lid van art. 13 of het

vijfde lid van art. 18.

Artikel 20.

Wyzigingen.

De Raad kan op grond van de in

art. 40, lid 2 der C.A.O., aan de

Raad verleende bevoegdheden in dit

reglement die wijzigingen en/of aanvullingen

aanbrengen, die de Raad

nuttig of noodzakelijk voorkomen.

Artikel 21.

Inwerkingtreding.

1 Dit Reglement treedt in werking

op 1 Februari 1949 en zal ter kennis

van de leden der bij de C.A.O. aangesloten

organisaties worden gebracht

door middel van publicatie

in de desbetreffende verenigingsorganen.

Aldus vastgesteld en goedgekeurd

in de vergadering

van de Raad van Uitvoering

d.d. 17 December 1948.

Eerste redacteur-buitenland van

groot dagblad zoekt functie van

BUITENLANDS

CORRESPONDENT.

28 jaar, gehuwd. Snel, accuraat,

betrouwbaar nieuwsman. Vlot, ervaren

stylist. Eventueel combinatie

(ook met Vlaamse bladen).

Brieven onder No. 80/48, „De

Journalist", N.Z. Kolk 28, A'dam.

„UITSTEKEND

VAK-JOURNALIST"

noemt vooraanstaand dagbladdirecteur

mij. Om privé-redenen

wil ik van werkkring verwisselen.

Heb ervaring op buitenland (als

rubriekschef), reportage, opmaak.

28 jaar. Alleen leidinggevende

post. Directe indiensttreding.

Brieven onder No. 81/48, „De

Journalist", N.Z. Kolk 28, A'dam.


VAN ALLERLEI KANTEN EN KRANTEN

DE PERS IN INDONESIë (I)

Aan een lijst van de Bataviase

R.V.D. ontleent de Leeuwarder Courant:

„Ondanks het feit, dat verreweg

het merendeel der -bevolking van Indonesië

niet lezen kan, verschijnen er

in dit gebied niet minder dan 125

dagbladen, waarvan de oplagen variëren

van 200' tot 20.000. Daarvan

worden er 78 geschreven in de Eaihasa

Indonesia, het Nieuw-Maleis, 22 in

het Nederlands, 16 in Chinese karakters,

7 in het Chinees-Maleis en 2 in

het 'Soendaas, de taal van West-Java.

De stad met de meeste dagbladen

is Batavia met 17 in vier verschillende

talen, van de 5 Maleise zijn er 4

Republikeins-gezind. De Republikeinse

hoofdstad Djokjakarta heeft er 11,

alle Republikeins-gezind en alle in de

Maleise taal, ofschoon de taal, die de

'bevolking er van huis uit spreekt,

het Javaans is. Hetzelfde geldt voor

Soerakarta met 10 dagbladen.

De Nederlandse dagbladen verschijnen

Kin alfabetische volgorde) te

Balikpapam, Bandjermasin, Bandoeng,

Batavia, Buitenzorg, Gorontalo, Koepang,

Makassar, Medan, Padang, Palembang,

Pangkalpinang, Samarinda,

Semarang, Soerabaja, Tarakan, Tomokon

en Tandjongpinang.

Het spreekt vanzelf, dat het aantal

week- en maandbladen nog veel groter

is. Om een voorbeeld te noemen:

in totaal verschijnen er te Batavia

210 bladen. Bij deze bladen is de

taai-verscheidenheid nog groter. Er

zijn er in het Chinees, het Soendaas,

het Javaans, het Boeginees, het Sangirees,

het Bataks, het Arabisch, het

Engels ent het Fries. Twaalf talen

in één land. In feite worden er in

dit gebied nog veel meer talen gesproken

en ook wel gedrukt, zij het

niet periodiek.

Het meest Westelijke iblad is „De

Uithoek", dat 2 maal per week te

Sabang verschijnt als uitgave van

het kantoor van het Hoofd van het

Plaatselijk Bestuur, een stencil met

een oplage van 140 stuks, het meest

Oostelijke is „De Cycloop", ook een

2 maal per week verschijnend stencilblad,

een uitgave onder auspiciën

van de Basis Hollandia aan de Noordkust

van Nieuw-Guinea, met een

oplage van 400 stuks. Bescheiden

uitgtaven allebei, maar zij betekenen

voor de Nederlandse bevolkingsgroepen

aldaar een sterke morele steun

in de dagelijkse moeilijkheden. Dat

geldt voor alle blaadjes in de ver

uit elkaar gelegen kleine gemeenschappen

van Manken uit het moederland.

Soms zijn de namen veelzeggend.

Een zakelijker naam dan „Mededelingen

van het Kadaster", d.i. het

orgaan van de Vereniging van Landmeters

in Nederlands-Indië, is moei­

lijk te bedenken. Stel daartegenover

de „Gonderang Sjahid", hetgeen wil

zeggen: Grote Trom van Strijders in

de Heilige Oorlog, dan heeft men de

tegenstelling tussen Nederlandse

nuchterheid en Oosterse hartstocht

ten voeten uit. De Nederlandse namen

zijn soms wat schoolmeesterachtig,:

„Tot heter begrip" en „Blijf

op de hoogte", soms humoristisch:

De Zeer Oprechte Steenwijker", een

der vele soldatenkrantjes. Daarentegen

zijn de Maleise namen vaak

schilderachtig; hier zijn er enige:

„iSantenan Bakj&t" (Spijzen des

Volks), „Mestika Merdeka" (Juweel

der Vrijheid) en „Poespa Wangi"

(Geurige Bloem).

De meest verheven naam onder de

Maleise is „Hidayah", hetgeen Goddelijke

Leiding betekent. De Chinezen

grijpen nog hoger, getuige de namen

„Tsjiing Kuang Yeh Pao" (Licht van

de Blauwe Hemel), een dagblad te

Soerabaja, en „Thien Sung Yit Po"

(Stem uit de Hemel).

DE PERS IN INDONESIë (II)

En dit schreef de correspondent in

Indonesië van de Amigoe di Curasao

(dr. Joh. Hartog):

„Zonder dat zij zich dit rechtstreeks

bewust zijn worden vele

Indische journalisten beïnfluenceerd

door de gouvernementstrompet. Wij

HERETIC

Larger papers now remind us

(If we have a mind at all)

Of a spell that seems to bind us

In its transatlantic thrall.

This in many a sheet is shown as

Having gained a closer grip ;

I trefer to features known as

"Strip Cartoon" or "Comic Strip."

These, us one may notice daily,

Spreading in their pride of place

Burgeon, narrative or gaily,

With extended claims on space.

Do some readers draw great solace

From this prevalent device—

Thrills like those of Edgar

Wallace,

Pearls of humour beyond price ?

Such may be their pleased

perspective;

I, beyond all ifs and buts,

Find these features less effective

Than the former "Comic Cuts."

Drama tense and humour rippling

Seem to me in short supply.

Clearly, I'm no comic stripling.

Sorry. That is all. Good-bye.

LUCIO.

(Manchester Guardian

19 Januari '49)

lezen regelmatig alle bladen en het

is merkwaardig hoe terzake van allerlei

vraagstukken in de hoofdartikelen

van verschillende -bladen dezelfde

woorden en uitdrukkingen

voorkomen. Dat kan toch geen toeval

zijn! D>e journalisten den ken- onafhankelijk

te zijn, maar: a) door het

typisch tropisch-Indische verschijnsel

dat iedereen gesauveerd moet worden

en b) door de verbazingwekkende

kunst v'an de gouvernemehtstrompettist

zijn zij het in feite niet. Hum

artikelen, die in de meest uiteenlopende

bladen eenzelfde strekking

vertonen, hetzij in gelijke woorden

loven, hetzij in gelijke woorden misprijzen,

bewijzen dit.

iDe toestand is vrij gecompliceerd.

Ge moet hieruit zeker niet de conclusie

trekken, dat de pers in Indonesië

gelijkgeschakeld is. Of dat critiek

op de heer Van Mook terstond

gestraft wordt. Van dit laatste is ons

niets bekend. Alle Javase bladen zijn

in handen van een stuk of vier opportunistische

persmagnaten (die het

terrein onderling verdeelden en bovendien

financieel een enkele uitzondering

na weer onderling verbonden

zijn) die de journalisten, met uitzondering

van enkele hoofdredacteuren,

vrij slecht betalen en zelf hun buitens

hebben. Hierdoor en door de perspolitiek

der overheid zijn de bladen vanzelf

in een gareel gaan lopen, waarvan

zij zichzelf niet altijd bewust

zijn. De redacties zijn bovendien onderbezet,

zodat er te weinig tijd blijft

voor het bezonken oordeel. Elsevier,

De Nieuwe Eeuw e.a. bladen worden

hier door allerlei bladen zomaar herdrukt,

en wij wijzen erop, dat deze

vorm van journalistiek hier nodig is

omdat het aantal journalisten per

krant te weinig is.

Onder deze omstandigheden moeten

wij diep respect hebben voor wat

de journalisten in Indonesië momenteel

presteren. Voor de wijze

waarop zij ondanks alles toch nog

wel eens' met critiek komen. Wij

weten -er alles van hoe gezagsdragers

in overzeese gebiedsdelen zonder

rechtstreeks in te grijpen, zonder

straffen en zonder censuur (die

ostentatief afgeschaft werd door een

der landvoogden in de West, waar

het probleem precies hetzelfde is)

toch kans zien de pers te richten.

Hun behendigheid houdt hen voor de

show binnen de mazen van het net

des fatsoens."

TBR ZDSLE

In de bladen van de G.P.D. lezen

wij:

Volgens Franse berichten is- de

oudste krant ter wereld genoodzaakt

haar publicatie te staken. Het is het

Chinese blad „Pekin Pao" dat de

respectabele ouderdom van 1524 ja-

15


en heeft bereikt. De Pekin Pao, die

in de vijfde eeuw door de drukker

Soe Koeng werd opgericht, verscheen

miet zes op rijstpapier gedrukte pagina's

die rnet zijden linten waren

ingebonden. Sedert 1800 verscheen

het blad dagelijks.

Na Pekin Pao wordt de „Opregte

Haarlemse Courant" als een der

oudste dagbladen ter wereld genoemd.

Het eerste nummer van deze

courant, die thans in het „Haarlems

Dagblad" is opgenomen, verscheen

namelijk in het jaar 1656. De oudste

Kngelse kramt is de Worcester Post,

die in 1690 werd gesticht en sedert

1709 onder de naam Berrow's Worcester

Journal verschijnt. Het grote

Engelse Zondagsblad „The Observer",

opgericht in 1791, schijnt een der

weinige periodieken in de wereld te

zijn, die sedert het ontstaan nog nimmer

een week verstek liet gaan.

(Even: alle G.P.D.-bladen hebben

deselfde kop hierboven staan: „de

oudste krant ter wereld ter ziele".

Dit kan natuurlijk niet. De oudste

krant ter wereld kan nooit ter ziele

gaan. De oudste krant ter wereld

bestaat immers altijd, zolang er

nog één krant ter wereld bestaat?

— Red.)

OPLAGEN

De Londense dagbladen, zo lezen

wij in de Tilburgse Courant, alleen

hebben een oplage van il© millioen.

De totale dagelijkse oplage in Engeland

bedraagt 29 miliioen. Dit betekent,

dat de Engelse pers de meest

gecentraliseerde ter wereld is. Het

percentage van de Londense bladen

is nog hoger voor de Zondagsbladen,

die een totale oplage hebben van 23

millioen.

De Londense dagbladen hebben de

grootste oplage ter wereld, hiervan

verkoopt de „Daily Express", het onafhankelijke

conservatieve 'blad van

Lord Beaverbrook, 3.856.000 exemplaren;

de Daily Mirror (Labourpartij)

ruim 3.600.000. Van de Zondagsbladen

staan aan het hoofd: de

„News of the World" met 7.548.000

exemplaren, en „The People" met

4.613.000.

In Londen verschijnen 8 grote ochtendbladen,

3 avondbladen en 3 gespecialiseerde

bladen (Sporting Life,

Financial Time en Advertiser). De

„Daily Worker" (communstisch)

vormt op zichzelf een bijzondere

categorie, zowel wegens de middelen

van financiering als door zijn techniek

van commentaar en informatie.

De „Daily Worker" komt uit. in

121.000 exemplaren.

De invloed van de Engelse pers,

evenals trouwens die van de Amerikaanse,

kan niet worden afgeleid uit

de oplagen, schrijft de Tilburgse Courant.

(Dat begrijpen wij. Maar waaruit

dan wèl? — Red.).

Intussen hebben News of the World

en Daily Mirror bekend gemaakt

dat hun betaalde oplagen de 8 millioen,

resp. 4 millioen hebben overschreden

sinds de papierrestricties

zijn opgeheven, — Red.

O, JA?

Anne Hallema in Het Gemeenebest:

16

De meest bekende persbureaux zijn

thans behalve Reuter te Londen en

Havas te Parijs de in ons land ook

welbekende iBelga, de Russische Tass,

de Zweedse T.T., de Deense Ritzau,,

en niet te vergeten de Amerikaanse

A.P. (Associated Press) en U.P.

(United Press);, door Nederlandse

persmensen in hun vakjargon vaak

aangeduid met „Ejje" en „Joejoe".

D. J. L

Op 1 Februari 1946 kwam, zo

schrijft de Nieuwe Courant, de heer

D. J. Laimbooy als algemeen hoofdredacteur

bij het A.N.P. Voordien

had hij reeds méér dan 30 jaar contact

gehad met het persbureau, want

sedert, alweer 1 Pebr., 1917 is hij

journalist. Dertien jaar zat hij op de

perstribune van de Tweede Kamer

en vlam '34 tot '41 was hij werkzaam

op het departement van Buitenlandse

Zaken als sous-chef van de Reg.

Persdienst, de voorloper van de Reg.

Voorlichtingsdienst. Als zodanig was

het contact met het A.N.P. zeer

nauw.

„Het streven van het A.N.P., zowel

op morele als practische gromden,

moet zijn strikt objectief nieuws te

geven", aldus de heer Lambooy,, wanneer

hij spreekt over het werk dat

hem lief is.

Het A.N.P., een stichting van! alle

Nederlandse dagbladen, werd in 1935

opgericht.

Dank zij een uitgebreide telexapparatuur

bezit het verbindingen

over het gehele land. Bladen in Groningen

en bladen in Maastricht, zij

krijgen op hetzelfde moment het

nieuws in huis. „Snel er in en snel

er uit", dat is het devies van ons

nationale persbureau.

Directe telexlijnen met Reuter in

Londen zorgen voor de aanvoer van de

laatste berichten van dit persbureau;

daarnaast heeft men •telexverbindingen

met Parijs, Brussel, Frankfort. Bo'vendien

nog vele niet-comstamte telexverbindingen

met andere hoofdsteden.

En niet te vergeten de communicaties

van elke dag per Morse en per

lange en korte golf in de z.g. Hellapparatuur.

„Zegt u vooral dat de directeur, de

heer H. H. J. v. d. Pol, de stuwende

kracht hier is", zegt collega Lambooy

bij het afscheid bescheiden, die vergat

te spreken over de Haagse Journalisten

Vereniging, waarvam hij, als

voorzitter, de stuwende kracht is.

DE AMERIKAANSE PERS.

Dr. E. van Raalte had in Amerika

voor het Haarlems Dagblad een gesprek

met prof. W. E. Hocking over

de Amerikaanse pers:

„Ik moet verklaren, dat in het algemeen

bij ons dagbladomderneimingen

— de goede uitzonderingen daargelaten

— al te zeer deel uitmaken

van het zakenwezem. In die zin, dat

zij eenvoudig kapitalistische ondernemingen

zijn, in sterke mate beheerst

door „business" en niet door

geestelijke overwegingen. Onjuist

acht ik intussen sommiger bewering

of vermoeden, dat de adverteerders

een bijzondere invloed op de

inhoud van de kranten hebben. Hier­

voor is, ook in de ogen van de commissie

inzake de persvrijheid, geen

voldoende bewijs aangebracht.

Dat het peil van de pers ten onzent

aanmerkelijk omhoog kan en moet,

staat voor mij vast. En ik geloof ook,

dat de scholen voor journalistiek,

over wier resultaten ik geenszins onverdeeld

geestdriftig kan zijn, in deze

een taak te vervullen hebben.

Een groot nadeel in ons land acht

ik, dat er geen nationale bladen bestaan,

welke als zij in heel het land

zouden verschijnen eem algemene

voorlichtende taak zouden moeten

verrichten, dan tevens in staat zijnde

de beste krachten aam zich te verbinden.

Een bedenkelijke factor is, dat te

zeer vele bladen zicih laten leiden

door wat ik zou willen noemen een

orthodox fanatisme, waarvoor het

volk erg vatbaar is. Voorbeeld: de in

mijn ogen schandelijk eenzijdig doldriftige

actie, ik kan wel zeggen

agitatie tegen hen, die zich zogenaamd

met on^Amerikaanse handelingen

bezig houden, waardoor er eem

soort jacht plaats vindt op mensen,

welke heus geen communistische of

andere revolutiomnaire vijfde colonne

uitmaken, doch die zich alleen veroorloven

er vooruitstrevende denkbeelden

op na te houdemi.

In onze reeds door mij genoemde

commissie hebben wij, wat onze

conclusies betreft, gezocht naar de

grootst gemene deler van datgene

waarover wij het tezamen eens waren.

Op sommige punten week ik van een

deel mijner medeleden af, zo in het

bijzonder van prof. Chafee, die het

begrip persvrijheid zover doorgevoerd

wilde zien, dat hij tegen elk verder

wettelijk ingrijpen gekant was. Mijn

standpunt heb ik in een afzonderlijke

publicatie uiteengezet. Kort samengevat

komt de door mij aangehangen

zienswijze hierop neer, dat volgens mij

elke vrijheid, juist om der wille van

de vrijheid zelf haar beperkingen

heeft. Welnu, ik ontken' het recht op

vrijheid om, door middel van voorlichting

van de massa, af te dalen

tot vulgariteit en voorts om leugens

te debiteren. Daartegen zou ook de

wetgever eigenlijk dienen te waken.

Ik geef toe, dat het vrijwel onmogelijk

is om tem 1 aanzien van het eerste

objectieve maatstaven of normen

aan te leggen, en ten opzichte vam

'het tweede zeer moeilijk, daar zich

de vraag voordoet, wie zal kunnen

of moeten beslissen, wat waar en

wat niet waar is. Maar dit neemt

niet weg, dat aangezien niemand

door God óf wie ook geroepen „isvulgair

of leugenachtig te zijn en het

juist voor iedereen als plicht te beschouwen

valt iets dergelijks ma te

laten, ongetwijfeld een haar verantwoordelijkheid

inziende pers de vrijheid

mist om af te dalen tot vulgaris

teit en om leugens op te dissen.

Daarom meemi ik, dat daartegen

moet worden opgetreden. Een goed

ding in 'dit verband en in het algemeen

om verhoging van het peil van

het dagbladwezen te bevorderen, als

ook uitwassen tegen te gaan, zou

zeker zijn, indien het kwam tot de


VIERDE BIJEENKOMST VAN HET SENIORENCONVENT OP 18 DECEMBER 191,8

Zittend van links naar rechts: Van Voorn, Luger, Polak, Van Blankenstein, Van Manen, Meerum Terwogt, Schatting,

Schotel, Holsboer, Sprenger, Nieuwenhuis, Van Meurs. — Staande van links naar rechts: Krop, Kampmeier, Vierhout,

Dirkse, Evers, Hoven, Balass, Adriani Engels, Putman, Rochat, Schrijvershof, Derjeu, Beremans, Vas Dïds,

Van Loon, Bob Wallagh, Luikinga, Meiners, Van der Hout, Westerbaan, Raken. — (De S^ste gast, Van den Broe'ke,

kwam te laat om nog op de foto vereeuwigd te worden.) — (Foto Heno, Amsterdam)

verwezenlijking van het door onze al

eerder vermelde commissie aanbevolen

denkbeeld om een lichaam in het

leven te roepen, dat zowel ten opzichte

van de overheid als van de pers

volkomen onafhankelijk zou zijn en

gedurende bijvoorbeeld de eerste tien

jaar geregeld zou nagaan in hoeverre

de pers niet voldoende aan haar taak

zou beantwoorden, dan tevens aangevende

op welke manieren daarin

verbetering aan te brengen zou zijn."

BIRD VOOR KNOX

Sinds 81 jaar komen, zo lezen

wij in Het Kompas, ééns in de

week de leidende geesten van

„Punch", het bekende Londense

weekblad, bij elkaar in een elegant

kantoor, Bouveriestreet 10, Londen,

om gezame'lijk te eten, bier te drinken,

grapjes te maken en hun

initialen in de eettafel te snijden.

Vorige maand moeten de geesten

van de beroemde Punch-jnellos Tennyson,

Thackeray en Mark Lemon

zich in afkeer hebben afgewend.

Voor de eerste maal in zijn geschiedenis

werd er voor hoofdredacteur van

het beroeimde geestige blad een

tekenaar gekozen inplaats van een

schrijver.

Punch's lezers zullen helemaal niet

schrikken. Zij kennen de tekeningen

van de goedmoedige Cyril Kenneth

Bird, de 61-jarige tekenaar, die op

1 April a.s. hoofdredacteur wordt, al

lang. Hij heeft in de laatste jaren heel

wat gedaan in en voor Punch en deed

heel wat ervaring op onder de knappe

leiding van de thans op 67-jarige

leeftijd met pensioen gaande Edmund

George Vaipy Knox (Evoe).

Punch-lezers kennen Bird als

„Fougasse", zijn schuilnaam op zijn

knappe prenten. Oorspronkelijk opgeleid

als civiel ingenieur ging hij als

geniie-soldaat naar Gallipoli in de

eerste wereldoorlog. Hij stapte eens

per ongeluk op een Duitse landmijn

(het type, dat fougasse wordt genoemd)

en was zo goed als dood. Met

een gebroken" ruggegraat werd hij in

een ziekenhuis opgenomen. Toen begon

hij te tekenen en al 'de vier jaren,

diat het duurde, voordat hij weer kon

lopen, tekende hij. Een kunstleraar

van een schriftelijke tekencursus

zond een van zijn tekeningen aan

„Punch", dat sindsdien al zijn werk

heeft gekocht.

Punch heeft nu een oplaag van

176.000 exemplaren per week, iets

meer dan voor de oorlog, maar iets

minder dan in 1947, toen de 184.000

werd gehaald, wat Punch's record is

geweest.

Als Bird, na zijn optreden als

hoofdredacteur veranderingen zal

aanbrengen, zaïl dat zeer geleidelijk

gebeuren. Hij gaat niet in op vragen

daaromtrent, maar zegt: „We maken

bij Punch nooit plannen. De dingen

gebeuren zomaar bij ons."

ZEEUWSE HERINNERINGEN

Daar (neemt in Elsevier deze week

Praeitvaer zijn „goeie ouwe Provinciale

Zeeuwse Courant", die hij nog

vereert om wijlen hoofdredacteur

Deibel, weer eens op de hak. Hij doet

het met een goedmoedige spot, maar

Deibel bracht hem aan het peinzen.

De Middelburgse Courant (de Provinciale

bestond nog niet) was toen

„een van die provinciale, oer-liberale

dagbladen van gevestigd gezag in den

lande. Bekende journalisten als wijlen

doctor (H. van Loon (litterator en

Parijs correspondent van de N.R.C.)

genoten er hun opleiding. Soms

kwam de stille Deibel 's Maandags

met een nors gezicht op kantoor. Hij

ontbood' dan de gehele redactie en

zeide: „Heren, dat is weer veel te

ver gegaan. Dat kan niet in Middelburg.

Vele abonné's hebben zich

daaraan gestoten. Dat Zondagmorgen

de hele redactie van onze krant van

de Sociëteit kwam, juist op het ogenblik,

dat de eerste kerkdiensten begonnen.

Zo was het vroeger. Maar

Deibali is dood. En het gezag van

die kleine Maden is dood. En de

meeste sociëteiten zijn dood. Requiescant

in memoria."

Deibel was groot onder de journalisten.

En de mensen, die van hem

het vak hebben geleerd, komt ge

tegen in het hele land. En als wij,

journalisten, bij elkaar zijn, is er geen

een, diie zijn naam niet kent en hem

niet met eerbied noemt. Of hij ooit

zo laait uit de sociëteit gekomen is,

is mij niet bekend, maar wel ken ik

de mensen die het, als hij het well

gedaan heeft, mèt hem gedaan moeten

hebben.

Zij zijn, als Deibel, groot onder de

journalisten. Maar een is er geheelonthouder.

En een ander gaat deftig

in het zwart, met bolhoed, en met

wandelstok. En de derde heeft een

grijze' baard en de vierde is met pensioen.

Eerbiedwaardige burgers, in

de herfst van hun leven. Jammer, dat

ik ze niet kende in hun prille lentebloei

(Prov. Zeeuwse Crt.)

17


H. A. Meerum Terwogt gehuldigd

Onze collega, de heer H. A. Meerum

Terwogt — „Hans", zo mogen

zijn goede vrienden deze nestor der

Nederlandse Sportjournalisten hem

noemen — heeft een herdenking van

zijn 40-jarig ambtsjubileum gehad,

die klonk als een klok en beantwoordde

aan de positie, welke hij in

het Nederlandse journalistieke leven

inneemt; een positie, die door de aanwezigheid

van Dr. J. Miedema als"

vertegenwoordiger van de minister

van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen

en van de Rotterdamse

burgemeester, Mr. P. J. Oud, ook van

de zijde der Lands- en Plaatselijke

Overheid haar erkenning heeft gevonden.

Dat Dr. Miedema op de in de

„Kunstkring" te Rotterdam gehouden

receptie de jubilaris mededeling

kon doen van zijn 'benoeming tot ridder

in de Orde van Oranje-Nassau

zette aan de officiële enkenning van

Hans' verdiensten de kroon op.

Veertig jaar sportjournalist

In de bloemen

De receptie in de „Kunstkring" op

die gedenkwaardige middag van de

8ste Januari bracht overigens daar

een bont, zeer gevarieerd gezelschap

bijeen. Want daar waren niet alleen

de leden van het „Huldigingscomité"

en vele zijner „N.R.C'-collega's —

in wier „dagelijkse omgeving" hij

Donderdag reeds in de kring der

Commissarissen, Directie en Hoofdredactie

was gehuldigd — doch ook

vertegenwoordigers en vrienden uit

de sportwereld en tal van collega's

niet behorende tot het gilde der

sportjournalisten. In die kring, waaraan

de talrijke bloemstukken, die de

zaal sierden, een echt feestelijk karakter

gaven, stond ,,Hans" met zijn

echtgenote en zijn, beide zonen en

moest de golf van welsprekendheid

gelaten over zich laten komen, wat

hem kennelijk veel moeite kostte. Zo,

dat hij zelfs in dit plechtig uur zich

niet van interrupties kon onthouden.

Er is die middag veel goeds over

de jubilaris en zijn arbeid gezegd.

Veel, echter niets te veel. 't Heeft

de journalisten - en de sportjournalisten

in 't bijzonder - ongetwijfeld goed

gedaan, dat in de woorden van Dr.

Miedema en burgemeester Oud zo

sprak de erkenning der betekenis van

de sportjournalistiek, die Hans in zijn

arbeid en optreden zozeer gebouwd

heeft.

In de geestige en zo rake speech

van de heer Chr. A. C o c h e r e t, de

voorzitter van het Huldigingscomité,

schetste deze de jubilaris als de

„paukenist" en de ,,markies".

Namens geheel sportief Nederland

bood de voorzitter van het Huldigingscomité

de jubilaris aan een

geschenk onder couvert en een album,

bevattende de handtekeningen

van allen, die tot dit jubileumgeschenk

hebben bijgedragen.

18

Burgemeester Oud haalde herinneringen

op uit de tijd, dat Hans en

hij, als leerlingen der 1ste H.B.S. met

5-jarige cursus aan de Keizersgracht

te Amsterdam, op de Westermarkt

voetbalden.

Gep. kolonel P. W. S c h a r r o o,

lid van het Int. Olympisch Comité,

getuigde van de goede naam, die de

jubilaris ook in die kring, waar Hans'

reportages over de jongste Olympische

Spelen in de N.R.C, sterk de

aandacht hebben getrokken, heeft.

De voorzitter van de Kon. Ned.

Voetbal Bond, Karel L o t s y,

sprak van het zwakke plekje, dat de

jubilaris, wiens belangstelling als

sportjournalist naar alle takken van

sport uitgaat, steeds voor voetbal

heeft gehad.

!


Mijnheer de

VOORLICHTING OVER

VAKBELANGEN

Alhoewel ik de inhoud van ,,De

Journalist" steeds waardeer, betwijfel

ik of de redactie niet op verschillende

punten te kort schiet. Immers, „De

Journalist" is een v a k-blad, maar te

weinig tref ik er in aan artikelen,

waarin gesproken wordt over de sociale

omstandigheden van de journalisten

en d© in behandeling zijnde

plannen tot voortdurende verbetering

van hun positie.

Nauwkeuriger: na het tot stand komen

van de C.A.O. 'blijven tal van vragen

mij nog bezig houden: hoe staat

het met de plannen tot instelling van

een centraal pensioenfonds, hoeveel

hoofdredacties en directies houden

zioh aan de in de C.A.O. gestelde normen,

in welk stadium verkeren de

plannen tot het instellen van een

sectie „free lance-journalisten",

waarover de heer Elias in de laatste

editie van „De Journalist" heeft geschreven,

ongetwijfeld tot veler instemming,

enz.

Ik kan mij nie;t onttrekken aan de

gedachte, dat er te weinig wordt gedaan

ter verbetering van de positie

van de journalisten. En a 1 s er achter

de scheriwen Inderdaad bergen

werk worden verzet, komt dit in „De

Journalist" niet tot uitdrukking.

Dit schijnt mij het euvel: de redactie

van „De Journalist", wier gehele

leven is ingesteld op voorlichten,

licht t.a.v. eigen vakbelangen te

schaars voor.

Uit gesprekken is mij gebleken,

dat vele collega's er ook zo over

denken.

's-Gravenhage.

C. NIERMEIER

[De redactie beschouwt als haar

voornaamste taak de samenstelling

van ons orgaan. Dat wil zeggen: zij

publiceert het nieuws dat voor journalisten

van belang is, voor zo ver

het tot haar komt en belicht verschijnselen

die zich in de perswereld

voordoen. Zij acht het echter niet zozeer

haar taak, het nieuws op te

sporen, en zeer zeker niet, achter de

schermen te gaan kijken om van

daaruit onthullingen te doen. '

Het antwoord van de redactie is

dus: Stuur ons nieuws, en wij zullen

het plaatsen. — Red. D.J.

Naar aanleiding van dit ingezonden

stuk zij verwezen naar het in dit

nummer opgenomen artikel „Men

wake voor eigen recht!", waaruit

duidelijk blijkt, hoeveel arbeid verzet

wordt om de sociale positie van

de dagbladjournalisten op grond van

de C.A.O. te verzekeren, doch evenzeer,

hoe nodig het is, dat de leden

zelf in de eerste plaats voor hun

rechten opkomen. Gezien de nog in

gang zijnde onderhandelingen tussen

directies en redactiecommissies is een

overzicht van de toepassing van de

C.A.O. nog niet te geven. Het be-

Redacteur...

stuur blijft ten deze echter diligent.

Over de pensioenkwestie beraadt

de Raad van Uitvoering zich thans,

naar aanleiding van een enquête onder

de dagbladondernemingen omtrent

het toestaan van pensioenregelingen.

Zodra op dit terrein klaarheid

bestaat, zullen de onderhandelingen

tussen de N.D.P. en de Kringen

kunnen worden heropend. De

pensioenkwestie is echter zeer ingewikkeld.

Ook op dit punt is het

bestuur 'diligent.

De instelling van een'sectie van

free-lance-journalisten is een zaak,

welke deze categorie zelf in de eerste

plaats ter hand dient te nemen.

Eerst nadat het bestuur voldoende

belangstelling in de kring der betrokkenen

kan vaststellen, kan het actief

zijn medewerking verlenen. Juist

de vorming van secties is een zaak,

welke van onderop moet worden

aangepakt. — Voorzitter N.J.K.]

OVERWEGING OP KERSTMIS

Op deze dag, daar ons Christus

geboren is, en de blijde boodschap

van het „vrede op aarde" over de

wereld klinkt, las ik — harde taak

van de journalist — zoals op andere

dagen ook al die extra-dikke kranten.

Ze (we) hadden er allen min of

meer zorg aan besteed, en we hebben

getracht zo origineel mogelijk te

zijn. Het meest origineel vond ik „De

Tijd" omdat ik in de reportage „De

kerstboom-thuisbezorger" iets terug

vond, wat ik —• „node" — al een

paar jaar gemist heb. Oordeel zelf:

„Er stond Miedema op de deur en

daar keek ik enigszins van op, omdat

de man zo helemaal niets Fries

had. Hij had wat weg van een Jood.

Niet in zijn manier van doen overigens,

het was een erg rustige man:

hij had zelfs iets ingeslapens."

Voelt U hem? zou Buziau zeggen.

Zeg nou niets van „lange tenen"

of haal s.v.p. niets aan van al dat

zout, dat al* te veel reeds op slakken

gestrooid woirdt! Het lis een-teTbekend

geluid: de Jood is uitgeslapen,

de Jood is geen rustig man.

U bent het niet met me eens?

Waarschijnlijk niet. Want we zijn te

zeer gewend aan „voièenjood" en

„jodenstreek", en de oorlogsjaren

hebben ook wel erg lang geduurd.

Maar dan: op Kerst!

Neen, de „speciale verslaggever'' is

waarschijnlijk geen Stürmer-adept.

Maar laat hij oppassen: bij velen is

het met een vooroordeel begonnen.

W. G. JOSEPH.

Overweging bij bovenstaande overweging:

Het was een andere Kerstavond.

Er stond niets op de deur. Misschied

had de stal ook geen deur.

Het kind daarbinnen was een erg

rustig kind: het had zelfs iets ingeslapens.

Het had wat weg van een

Jood. Y. F.

MET INSTEMMING.

Mijnheer de Redacteur

Met belangstelling las ik het artikel

„Wantoestanden in de modejournalistiek"

in het Januari-nummer

van De Journalist. Ik stel er prijs op,

met de inhoud van genoemd artikel

mijn volle instemming te betuigen,

tief iets kan voortkomen, dat aan de

Gaarne hoop ik, dat uit dit innitia-

Rotterdam. M. A. C. BEUKMAN.

mistoestanden op dit speciaal terrein

een einde kan maken.

„THERE'S MUCH IN A NAME!"

Collega J. F. toonde zich in het

Januari-nummer eens geestes met de

grote William, al zal die wel nooit

aan een belangrijke begrafenis op

een regenachtige herfstmorgen hebben

gedacht, toen hij zijn beroemd

geworden verzuchting slaakte —

althans op papier zette. Collega F.

heeft zich namelijk ook afgevraagd

wat er in een naam schuilt, maar

waar Shakespeare het „en detail"

deed, handelt hij „en gros": hij haalt

zijn schouders op over de waslijsten

van namen, die voor de oorlog vaak

een verslag onleesbaar maakten en

nu hardnekkig pogen dat weer te

doen.

Met de strekking van het betoog

van collega F. kan ik het in beginsel

eens zijn, maar het komt mij

voor, dat hij de kwestie niet al te

gedegen doordacht heeft: Zijn artikeltje

„Namen nemen" geeft een

heel eenvoudige oplossing: noem die

en die en laat de rest waaien.

Ik zou van harte wensen, dat die

knoop zo simpel door te hakken viel!

Namen noemen doet de journalist

niet om vriendjes te maken of die

te houden, om de ijdelheid der genoemden

te strelen. Een bepaalde

naam, in een rij andere gememoreerd,

kan aan een bepaalde gebeurtenis

een zeer bijzonder karakter

geven. Het gaat dan niet om de man,

maar om wie en wat hij vertegenwoordigt.

Collega F. zal mij tegenwerpen:

Goed, neem die naam dan. Ik heb

immers geschreven, dat een volkomen

boycot van officiële personen

onmogelijk is — de belangrijkste

dienen genoemd te worden.

Juist, en daar zit nu de grote

moeilijkheid. Want ik zou verschillende

gevallen kunnen noemen, waarin

een bepaalde naam juist belangrijk

werd in verband met andere

namen, welke, weggelaten zijnde, de

aanwezigheid van mijnheer A. in een

ander daglicht zouden stellen dan het

juiste. En, als de naam van mijnheer

A. pas belangrijk wordt, wanneer

die van de heren B. en C. hem

volgen, dan zitten de verslaggevers

weer met de waslijst.

Voor het overige ga ik graag met

collega F. accoord: het klakkeloos

noemen van namen — met de nadruk

op klakkeloos — dient zo spoedig

mogelijk te verdwijnen.

t

Utrecht. EIBERT H. BUNTE

Enigszins bekort. — Bed.

19


„WEEKLACHT ÜIT DE WEST"

Het spijt mij, dat ik al weer verplicht

ben een kanttekening te maken,

nu door de door U opgestelde en van

een onderschrift voorziene „Weeklacht

uit de West".

Ik weet niet, waarover ik mij meer

verwonderen moet, over de „weeklacht"

van de „Amigoe di Curacao"

of over het redactionele onderschrift.

Het mag toch zo langzamerhand wel

algemeen bekend zijn, dat Suriname

en de Antillen, wat de nieuwsvoorziening

betreft, buiten het arbeidsterrein

van het A.N.P. vallen. Contractueel

zijn deze gebieden aan Aneta

toebedeeld. De hoeveelheid nieuws die

A.N.P. naar de West seint, is afhankelijk

van hetgeen Aneta bestelt. Ik

neem aan, dat Aneta daarbij te

werk gaat volgens de aanwijzingen

of verlangens van de in de West gevestigde

dagbladen? of misschien in

overeenstemming met de betalingen

van de Curacaose pers.

Ik meen geen geheim te verklappen,

indien ik mededeel, dat A.N.P.

reeds bij Aneta heeft aangedrongen

op wijziging van de contractuele

verhoudingen en dat een aanzienlijke

uitbreiding van de dienst van Nederland

naar de West tegemoet kan

worden gezien, indien daartoe de medewerking

kan worden verkregen

van de in de West gevestigde bladen.

Het gering aantal woorden, dat

A.NP. in opdracht van Aneta naar

Curacao seint, laat niet toe, dat de

Troonrede in volle omvang daarin

wordt opgenomen.

Met de meeste hoogachting,

gaarne Uw dw.,

iD. J. LAMBOOY

Algemeen Hoofdredacteur.

t

(Aan inzender Lambooy: a) onze

gelukwens voor zijn formele gelijk;

b) onze verontschuldiging voor ons

formele ongelijk. Aan de redactie

van de Journalist: a) een vermaning

voor haar formele ongelijk; b) een

blos van (stille) vreugde om haar

materiële gelijk. Aan de pers in Curacao:

a) troonredes in volle omvang

(ondanks) formele dit-of-datten

„alleen maar" omdat Curacao

een deel des Rijks is; b) al het

nieuws dat het nodig heeft.

Aan alle formalisten, gelijkhebbers,

verwonderaars, geheimenverklappers,

semi-ambtenaren, zakenliedennieuwsverspreiders:

het besef dat

nieuws niet alleen maar koopwaar

is. — Red. De Journalist. E.)

WAT IS MOREEL ONGEZONDE

JOURNALISTIEK ?

Mijn grote naamgenoot schrijft in

het laatste nummer van de journalisten-organen

dat hij het A.N.P.verslag

inzake het geval-Enkhuizen

journalistiek uitmuntend acht en

moraliter alleszins oirbaar.

In hetzelfde nummer worden op

andere bladzijden Mr. Rooy en de

„Twentse Courant" geciteerd, die

spreken over sensatie-journalistiek

en bedreiging van de geestelijke

volksgezondheid naar aanleiding van

de publicaties over dezelfde zaak.

20

De meningen hieromtrent blijken

dus nogal uiteen te lopen. Ik vind het

niet erg, dat zulks uit de inhoud van

een en dezelfde aflevering van ons

blad blijkt, maar zou de redacties van

De Journalist" en „De Katholieke

Journalist" de vraag willen voorleggen,

of zij er niet voor voelen de

kwestie „ongezonde journalistiek"

eens volledig te behandelen, waarbij

de zaak-Enkhuizen, en in concreto

het gewraakte en bewonderde A.N.P.verslag,

als uitgangspunt zou kunnen

dienen.

De lezer zou bijvoorbeeld graag

van Mr. Elias horen, op welke gronden

hij het A.N.P.-verslag de qualificatie

„zakelijk stuk proza" meegeeft.

Ik heb het bedoelde verslag

hier niet bij de hand, doch meen me

te herinneren, dat er schilderachtige

détails over de maan bij te pas kwamen,

die wel zeer ver-af stonden van

de gebruikelijke „droge noteerlust

der enz.", waarmee het overigens,

naar de mening van anderen, nog wel

mee valt.

Van de andere kant zou het mij

interesseren, van Mr. Rooy te vernemen,

waar hij meent, dat de grens

getrokken moet worden. Ik kan mij

namelijk voorstellen, dat niet alle

kranten de N.R.C, in degelijkheid op

dit stuk willen volgen.

Er zitten natuurlijk nog vele

andere aspecten aan deze kwestie,

zoals b.v. wat een persbureau wel en

niet moet of mag doorgeven; waar

ik voornamelijk naar uitzie, is een

enigszins volledige behandeling van

de vraag ..Wat is moreel ongezonde

journalistiek?"

Met belangstelling zie ik uit naar

een beschouwing.

[Wij ook. — Red.]

TON ELIAS.

PERSCONFERENTIE L.B.A.

i

In alle provincies vergadert in de

komende maanden — of heeft al

vergaderd — de „Commissie Van

Breen", voor welke de autobusondernemers

hun concessie-aanvragen

in het openbaar kunnen bepleiten.

De L.B.A. (Landelijke Bond van

Autobusondernemers) belegt vlak

vóór deze bijeenkomsten 1 persconferenties,

waarop de Commissie Van

Breen aan zeer felle critiek wordt

onderworpen bij monde van de

L.B.A.-secretaris, mr. Huynem uit

Den Haag. Deze deelde ter persconferentie

mede, dat hij persoonlijk de

concessie-aanvragen van de L.B.A.'

zou verdedigen. Ter vergadering

schitterde hij echter door afwezigheid...

Verscheidene ibladen publiceren

als redactioneel artikel het door

mr. Huynen ter persconferentie

medegedeelde — en laten zich dus

doelbewust voor het L.B.A.-karretje

spannem. Gezien het feit, dat de

L.B.A. niet op de bijeenkomsten der

L.B.A. verschijnt, lijkt mij een

waarschuwing niet overbodig.

Middelburg G. BALLINTIJN

Het N.J.K.-bestuur

vergadert

In zijn vergaderingen van Zaterdag

15 en Maandag 24 Januari 1.1.

heeft het N.J.K.-bestuur zich hoofdzakelijk

bezig gehouden met de

voorbereiding der algemene vergadering

van de N.J.K. op Zaterdag 19

Maart a.s. De door het bestuur

goedgekeurde verslagen van secretaris

en penningmeester en de op

deze algemene vergadering te behandelen

voorstellen zijn elders in

dit nummer opgenomen.

Met bestuur nam met leedwezen

kennis van de mededelingen van de

coll. Dokter, Koejemans en Witsen

Elias, inzake hun bedanken als lid

van het N.J.K.-bestuur. Daar nu de

andere bestuursleden ditmaal aan de

beurt van aftreding zijn en drie

hunner niet onmiddellijk herkiesbaar

zijn, moet de algemene vergadering,

resp. de Kringraad, in 7 vacatures

voorzien. De voorbereiding daarvan

ligt in handen der afdelingsvergaderingen;

het N.J.K.-bestuur heeft,

zoals begrijpelijk is, daarin geen

aandeel heeft.

Van de vele andere punten, die

het Kringbestuur in deze vergadering

bezig hielden, zij nog vermeld,

dat besloten werd een brief te

zenden aan de vporzitter der

Tweede Kamer van de Staten Generaal

inzake het plaatsgebrek op de

perstribune in het Parlement.

Het verzoek der P.C.J.V. om toelating

tot de „Federatie", leidde,

nadat rapport was uitgebracht over

de met het P.C.J.V.-bestuur gevoerde

besprekingen, tot enkele

wijzigingen in de aanvankelijk ontyvorpen

voorstellen tot verandering

van enkele artikelen in de Statuten

en het Huish. Reglement der „Federatie".

Daar hierover nog nader

overleg met het bestuur van de

K. N.J.K. nodig is en de gewijzigde

voorstellen daarna aan de P.C.J.V.

moeten worden voorgelegd, werd

besloten, dat in de agenda der komende

alg. ledenvergadering van de

N.J.K. de behandeling dezer wijzigingsvoorstellen

wel zal worden

aangekondigd, doch dat de voorstellen

eerst in het volgend nummer

van „De Journalist" zullen worden

opgenomen.

Het bestuur verenigde zich voorts

met enkele besluiten der „Buitenlandse

Commissie", genomen naar

aanleiding der gebeurtenissen op de

jongste vergadering van de „Executive"

der I.O.J.

(Inzake een aanvrage voor het

buitengewoon lidmaatschap besloot

het bestuur een uitspraak van de

Raad van Tucht uit te lokken.

Twee aanvragen voor het buitengewoon

lidmaatschap werden ingewilligd;

een 4-tal nieuwe gewone

leden werd, conform de adviezen der

betrokken afdelingsbesturen, aangenomen

en eveneens twee adspirantleden.

Een goed begin van het nieuwe

jaar!


Onder krantenmensen

en perschefs

De Contactcommissie van de

„Amsterdamse Pers" en de kringen

Noord-Holland van de K.N.J.K. en

P.C.J.V. is er in overleg met het

Genootschap voor Openbaar Contact

in geslaagd in de A.B.C.-club te tl

Amsterdam een veertiendaagse |' : "

borrel-middag te organiseren, opdat |

de Amsterdamse collega's eens in |

de veertien dagen de gelegenheid

zullen hebben de perschefs der overheidsinstanties

en particuliere bedrijven

te ontmoeten. |

De hoop, dat hierdoor een zeer ï

onofficieel, maar daardoor misschien

juiist nuttiger en in ieder geval aantrekkelijker

contact ontstaat tussen

overheid en bedrijfsleven enerzijds

en krantenmensen anderzijds, was

de aanleiding hiertoe.

De eerste van deze — laat ons

hopen oneindige — reeks middagen

was op Dinsdag 11 Januari j.1. eu

was zeer geslaagd.

Iedereen was er en er is heel veel

gepraat. IJverig heb ik de volgende

dagen de kranten gelezen om te

ontdekken of men mij vele „primeurs"

voor de neus heeft wegge- Cppet Vflll VPrhrnpHPNII?

kaapt. Tot mijn vreugde was dit reBSl Van VGnjRJGQinng

niet het geval. Niet vanwege de Met een zeer geslaagde oudejaarsprimeurs

was ik verheugd. Ik gun viering hebben de Amsterdamse jourdie

graag iedereen. Maar wel van- nalisten getoond, dat men weliswaar

wege het feit, dat er dus niet op is in de journalistiek gescheiden mag

gejaagd. Indien namelijk deze mid- zjjn volgens heel veel partij-kleurtjes

dagen zouden ontaarden in verkapte maar er niet tegen op ziet broederpersconferenties

(waarbij een ieder jjjk feest te vieren. KNJK, PCJV en

zijn eigen vertering moet betalen) NJK (in casu Amsterdamse Pers)

zou ik weinig vertrouwen in de on- hadden er de uitmuntende stimulans

eindigheid kunnen hebben. Wanneer van De inktvis" voor, terwijl de

het blijft wat het is geweest: een kopjes koffie en glaasjes Coca Cola

contactmiddag, waarop men elkaar van Iriet Minerva-Paviljoen er nog toe

ontmoet in een sfeer van gezellig- bijdroegen de gestimuleerde stemheid

en vriendschap om hoogstens mmg verder te stimuleren. Het feest

een datum en uur af te ispreken bereikte ware hoogtepunten toen

voor een andere ontmoeting, die Borra (hiertoe ter beschikking ge-

. misschien wel een primeur op- steid door Strassburger, via onze

levert, dan acht ik succes ver- oud-collega J. van Doveren) de burgezekerd.

*) meester een vulpen en Jan v. d. Bergh

fEen opmerking nog. Wanneer ik $e bretels weg „pikte" zonder dat

goed heb verstaan heeft de heer H. beide heren er iets van voelden. Een

Hermans (die als voorzitter van bijzondere bijdrage leverde ook de

„(Openbaar Contact" deze eerste onvolprezen wandelmijnheer van de

middag opende, nadat de „A.P."- A.P. (loopjongen lijkt ons niet het

voorzitter, coll. v. d. Bergh een wel- woord) die zo ijverig gramofoonkomstwoord

had gesproken), in zijn platen draaide, dat men de meest

openingsspeechje gezegd: „Steeds onverwachte prestaties op de dansmeer

concentreert de voorlichting vi0er op kon merken. Vooral Stanley

zich in Den Haag. Terwijl Arasterdam

toch altijd nog onmiskenbaar

het centrum van de Nederlandse schefs ais van die der journakrantenwereld

is. En omdat de £gten (Zelfs een collega uit Den

voorlichtingsman nu eenmaal de H had de naar de A B C.

pers dient voor te lichten, is het „.evonden)

goed, dat deze middagen in Amster- s ,Tot DiAsdag 8 Februari in de

dam worden gehouden". ABC

De tweede middag — Dinedag 25 v g

Januari — was niet minder geslaagd,

door een verblijdende belangstelling,

zowel van de zijde der Teefcihcl|i. „ j , , ^ dagbladbedrijf

*) i(Zelfs al zou een gesprek

door een perschef met een journalist

op zulk een middag gevoerd een

„primeur" opleveren, dan lijkt ons

dit geenszins strafbaar. Red.).

Amsterdamse journalisten vierden Oudejaar

De eerlijke zakkenroller Borra, bezig onze kringsecretaris

van zijn bretels te ontdoen zonder dat hij er erg in heeft.

Het bestuur van de Nederlandse

Dagbladpers 1945 heeft onlangs een

onderzoek ingesteld naar de noodzakelijke

behoeften der dagbladondernemingen

in Nederland op het gebied

Wright van de British Council toonde

niet slechts de Nederlandse taal uitmuntend

te beheersen maar ook begrip

te hebben voor Zuidamerika. Hij

samba'de tenminste als een inboorling.

De moeite om onze gasten Jan

de Cler, A. Pola en Harry Bronk uit

hun tent, resp. van hun tafeltje weg

te lokken (begrijpelijk, want Kat ja

Berndsen zat er) werd beloond door

het denderende applaus dat ze kregen.

(Ook al vond Rein Blijstra, dat

James Joyce nog meer met de taal

kon goochelen dan Jan). Kortom, het

feest was uitmuntend geslaagd en

zelfs de heer v. d. Roer van het

Minervapaviljoen, die bijzondere blijken

van begrip getoond had, kon

slechts een rekening van omstreeks

vijf gulden voor gebroken glaswerk

indienen.

P.S. I. Om geheel nauwkeurig te

zijn: er werd ook één glas jenever

gedronken. Wie, o wie, zou Dagboekanier

zeggen, die er — natuurlijk

— ook was en zelfs met Adam

aan een tafel vredig bijeen zat.

P.S. II. En toch kwam er Woensdag

nog een krant uit.

van zet- en drukcapaciteit. De uitkomst

van dit onderzoek is geweest,

dat men de noodzaak aanwezig acht

om gedurende de eerste jaren voor de

navolgende bedragen aan nieuwe machines

aan te schaffen: zetmachines

en matrijzen ƒ3.020.000, rotatiepersen

ƒ6.120.000, overig materiaal

ƒ1.500.000. Hierbij zijn dan nog

buiten beschouwing gelaten de bedragen,

welke de thans nog niet over

eigen drukkerijen beschikkende dagbladen

nodig zullen hebben om zich

van de nodige eigen zet- en drukcapaciteit

te voorzien en welke op

rond ƒ 6.500.000 worden geraamd.

21


Men wake voor eigen recht!

pLC'ERiS in dit nummer wordt ge-

*-* publiceerd het reglement, dat de

Raad van Uitvoering voor de C.A.O.

voor dagbladjournalisten heeft vastgesteld

voor de behandeling van „geschillen"

en „aangelegenheden", welke

uit hoofde van de toepassing van

deze overeenkomst rijzen; dit reglement

treedt op 1 Februari a.s. in

werking. Wie de moeite neemt dit

reglement door te lezen, zal ervaren,

dat de Raad er naar heeft gestreefd,

de uitvoering van de hem opgedragen

taak te stellen onder de gelding van

gezonde rechtsbeginselen. Met name

het beginsel van hoor en wederhoor

is in deze regeling neergelegd. Zij,

die een geschil of een aangelegenheid

betreffende de C.A.O. bij de Raad

aanhangig willen maken, moeten

zich voortaan onderwerpen aan de

voorschriften van dit reglement. Zij,

die deze voorschriften veronachtzamen,

hebben het aan zich zelf te wijten,

indien dit tot vertraging van hun

zaken leidt. Mocht dit geldelijk nadeel

ten gevolge hebben, dan is zulks

hun eigen schuld. De Raad streeft

naar spoedige afdoening van de bij

hem aanhangig gemaakte zaken; hij

komt daartoe elke veertien dagen bijeen.

(De leden van de Raad verrichten

de uit hun functie voortvloeiende

arbeid belangeloos en stellen hun

meestal kostbare tijd hiervoor beschikbaar.

Teneinde nodeloos werk

voor de Raad en zijn secretariaat te

voorkomen, moet elke collega, die

zich tot dit college wendt, dit doen

overeenkomstig het vorenbedoelde

reglement; laat hij vooral zijn schriftelijke

stukken indienen in het voorgeschreven

aantal exemplaren!

^OAJJS uit de tot dusver gepubli-

^* ceerde uitspraken van de Raad

bljjkt, zijn reeds enige beslissingen

van principiële betekenis gevallen.

Behalve deze openbaargemaakte uitspraken

heeft de Raad ook beslissingen

genomen, die niet voor publl-

ALLROUND JOURNALIST

verkreeg vóór de oorlog zijn opleiding

aan een goed provinciaal

dagblad, heeft enige jaren academische

vorming, was stadsredacteur,

red. buiten- en binnenland

en wnd. hoofdredacteur bij combinatie

van dagbladen sinds 1945,

32 jaar oud, zoekt passende en

prettige werkkring.

Brieven' onder No. 78/48 aan „De

Journalist", N.Z. Kolk 28, A'dam.

JONG JOURNALIST,

kortgeleden teruggekeerd uit

Praag, waar hij. ± 1% jaar werkte

als Oosteuropees correspondent

voor Nederlandse bladen, zoekt

betrekking. Br. onder No. 79/48,

De Journalist", N.Z. Kolk 28,

Amsterdam.

22

catie in aanmerking komen, omdat zij

geen algemene strekking hadden,

doch die niettemin voor de betrokken

collega's van niet minder belang

waren.

Met dit al is de Raad nog niet

overstroomd met kwesties. Voorzover

dit er op zou wijzen, dat de

toepassing in verschillende dagbladondernemingen

niet tot verschil van

inzicht tussen de betrokken directie

en de journalisten aanleiding heeft

gegeven, zouden we met een gelukkig

verschijnsel te maken hebben. Inderdaad

zijn voorbeelden — dit genomen

in de meest volstrekte zin! —bekend,

waarbij directie en journalisten op

grondslag van de C.A.O. tot volkomen

overeenstemming zijn gekomen.

In andere gevallen is daarvan echter

nog geen sprake; de onderhandelingen

met de redactiecommissie of met

individuele journalisten • duren nog

voort. Hoewel naar de geest van de

overeenkomst er voor alles naar gestreefd

moet worden, dat zonder tussenkomst

van buiten af overeenstemming

wordt bereikt, zou ik toch het

dringende advies willen geven, dat In

de hier bedoelde gevallen de redactiecommissies

of de toetrokken journalisten

het overleg hier heen leiden,

dat binnen 'n bepaalde termijn blijkt,

of de gewenste overeenstemming

inderdaad mogelijk is. Er zijn thans

bijna vijf maanden verlopen, sinds de

goedgekeurde C.A.O. in werking trad;

het wordt nu waarlijk tijd, dat de

bewuste collega's weten, waaraan zij

toe zijn. Doch het initiatief tot het

scheppen van deze klaarheid dient

van de betrokkenen zelf uit te gaan.

De organisaties hebben in prettige,

doch geenszins eenvoudige onder­

handelingen de grondslag voor een

goede rechtspositie van de dagbladjournalisten

gelegd, — juist op tijd,

zoals ieder ingewijde in de dagbladwereld

zal moeten erkennen. De vertegenwoordigers

van de Kringen

staan klaar om, in overleg met de

gedelegeerden van de N.D.P. een

redelijke toepassing van de C.A.O. te

verwezenlijken. Ieder wake in de eerste

plaats voor eigen recht.

l^TAAR verluidt, zou in enkele ge-

* * vallen de directie zich beroepen

op de financiële onmogelijkheid om

aan de C.A.O. te voldoen en zouden

de betrokken journalisten zich bij dit

inzicht neerleggen. Dit is beslist onjuist!

Niet alleen doen deze collega's

zichzelf schromelijk tekort; zij doen

daarmee tevens afbreuk aan de algemene

rechtspositie, welke de georganiseerde

dagbladjournalisten eindelijk

hebben weten te verkrijgen. Het is

trouwens niet alleen een zaak van de

journalisten, doch evenzeer van de

directeuren, die de door de C.A.O.

geschapen concurrentieverhoudingen

verstoord zien. De tijd, dat de salarissen

van de journalisten de sluitpost

van de exploitatiebegroting vormden,

moet voor goed voorbij zijn! Nu de

andere kosten-factoren in de dagbladonderneming

meer dan voorheen

aan reglementering van allerlei aard

zijn onderwopen, is de sluitposttheorie

voor de journalisten des te

gevaarlijker.

De geest, waarin tot dusver in de

Raad van Uitvoering het overleg

tussen de delegaties van de N.D.P. en

de Kringen is gevoerd, waarborgt

een redelijke toepassing van de C.A.O.

Het is de plicht van ieder lid, er aan

mede te werken, dat deze toepassing

over de gehele lijn plaats vindt.

N.N.P. en Federatie

Regeling van de positie der

'Nieuwsbladjournalisten

T\e Nederlandse Nieuwsblad Pers,

*S het orgaan van de Vereniging

van in Nederland verschijnende

nieuwsbladen, heeft in een jaaroverzicht

ook enkele opmerkingen gemaakt

over de positie van de nieuwsblad-journalisten.

Het blad memoreert

dat 't in de bedoeling van de

N.N.P. ligt die positie met de Federatie

te regelen, maar dat men het

voorlopig nog te druk heeft gehad

met andere dingen. „Intussen is de

ter bestudering van dit onderwerp

door de N.N.P. benoemde commissie

met haar werkzaamheden aangevangen

en zal zij zo spoedig mogelijk

contact met de journalistenfederatie

opnemen. Dat dit contact

ook van nieuwbladstandpunt bezien

geen overbodige weelde is blijkt b.v.

ROOY

wel uit de verwijzing naar de journalistenorganisatie

welke de N.N.P.

van overheidswege ontving toen zij

de kwestie van door de overheid

gewaarmerkte legitimatiebewijzen

voor nieuwsbladuitgevers-redacteuren

en meuwsbladjournalisten b\j

het ministerie van Justitie en de

Regeringsvoorlichtingsdienst aan de

orde stelde. Ook het feit dat een lid

van het dagelijks bestuur der journalistenfederatie

tijdens een een

dezer dagen gehouden vergadering

de daarbij aanwezige vertegenwoordigers

der N.N.P. voor kampioenen

van de gratis-advertentiebladen aanzagen,

toont wel aan, dat nadere

kennismaking geen overbodige weelde

is."

In aansluiting op het bovenstaande

kunnen wij nog mededelen, dat

zeer binnenkort een bespreking tussen

de door de N.N.P. ingestelde

studiecommisise en een delegatie der

Federatie zal worden gehouden.


CHARIVARIA

Humiliationele verontschuldiging

Discipulus dacht dat hij grappig

was toen hij de vorige keer een aantal

adjectieven op -oneel verzon.

Maar sindsdien heeft hij in de Volkskrant

de operationele afdeling van

Schiphol ontdekt, en nu beseft hij dat

je opzettelijk nooit zo gek kunt doen

als een ander die het ernstig méént.

Hij trekt zich dan ook discretioneel

terug.

In de schaduwen van vandaag

„Het is ook nu nog een vreugde

dit prachtige en sprankelende journalistieke

proza te lezen", schrijft

Het Vrije Volk over een artikel van

wijlen collega Karl Marx in wijlen

de Rheinische Zeitung. En dan

vertaalt en commentarieert Het Vrije

Volk:

Het wezen van de vrije pers Is het karaktervolle

wezen der vrijheid. Het karakter

van de gecensureerde pers is het

karakterloze „onwezen" der onvrijheid.

De tegenwoordige censuurverhoudingen.

De persvrijheid is een levensnoodzaak

voor de democratie.

Het is goed het nog weer eens vast te

stellen.

Barbarisering noemde Huizinga:

„een cultuurproces, waarbij een

bereikte geestelijke gesteldheid van

hooge waarde" (bv. prachtig en

sprankelend proza) „verdrongen

wordt door elementen van lager

gehalte" (bv. germanismen).

Transitohandel

Broer Jansz heeft ook reeds vaak aan

het bovennet zien morrelen om die verandering

door te voeren. (Volkskr.).

Moeilijke, zo niet onmogelijke doorvoering

van de Benelux overeenkomst.

(Alg. HbD.

Wanneer het er om gaat zijn economisch-sociale

wetgeving door te voeren.

De doorvoering van deze maatregelen.

(Groene).

Knock-out

Men kent de Discipulus-se grapjes

tegen Hitlerse overblijfselen als „het

Woltersomse conglomeraat" (Alg.

Hbl.). Maar „het Kro-se lichtbaken"

(Groene), dat zelfs geen Duits meer

is, slaat hem met stomheid.

Geen onregelmatigheden

Dahran, waar de K. L. M.-vliegtuigen

in de afgelopen week regelmatig landden.

(Tijd).

De middelmatige buitenlanders, die

men regelmatig te horen krijgt. (Parool).

Dat kon alleen doordat een vroegere

loopjongen een maand lang regelmatig

boeken uit de voorraad had gestolen.

, (Parool).

Volgens zijn pertinente verklaring zou

hij (een internationale spion) in de jaren

1937 en 1938 regelmatig uiterst belangrijk

geheim materiaal hebben verkregen

van verschillende hoge ambtenaren.

(Vrije Volk).

Sommige mensen schijnen daar

iets op tegen te hebben. Waarom, als

die spion toch blijkbaar niets onregelmatigs

heeft gedaan?

Horizontale afdeling

Intellectuelen, die in de sfeer van de

partij liggen. (Parool).

De Staten-Generaal kunnen geen vat

op een situatie krijgen zo lang zij niet

weten hoe die situatie ligt. (Parool).

Of liggen de verhoudingen hier toch

weer anders? (Linie).

Men dient te bedenken, dat de zaken

thans veel ongunstiger liggen. (N. R. C).

Met verontschuldigingen aan collega

Dagboekanier voor het opschrift.

Wetenschappelijke gevolgtrekking

Voorts mag men veilig aannemen dat

de ouders van een hogere stand in doorsnee

intelligenter zijn dan die van een

lagere stand. (Linie).

In perspectief zijn ze daarentegen

iets dommer.

Dear, dear

De „Rode Dear van Canterbury".

(Zwlngli).

Les malades imaginaires

Van de duizend gezonde mensen hebben

er vier tuberculose.

(Gooische Klanken).

A.N.P. beledigt kunstenaar

„Kunstenaars over hun werk" zette

het A.N.P. boven een bericht

(4452/wk/1521/ve/kg/2140) waarvan

de laatste zin luidde: j w s de groot

sluit op 13 april de rij met een causerie

over „kitsch".

Voetbalvereniging „Sport en

Stichting"

Menige staking werd in Engeland gevoerd

al voetballende met de politie en

onder gezang van psalmen. (Vrije Volk).

Bijvoorbeeld van Psalm 9 vers 15:

De heidnen zijn, door waan misleid,

Gestort in kuilen mij bereid.

Hun voet verwart zich in de netten.

DISCIPULUS

Afscheid van Jhr. W. J. Witsen Elias

Het afscheid van Jhr. J. W. J.

Witsen Elias van de hoofdredactie

der „Leeuwarder Courant", dat

voortvloeide uit zijn benoeming tot

directeur van de N.V. Erven Koumans

Smeding, de drukkerij, die de

„Leeuwarder Courant" van oudsher

verzorgt, is méér dan een toevallige

mutatie: het zal, ook voor hen

die van nabij weten, dat „W. E."

nooit geheel journalist-af kan en

wil worden, als een verlies voor de

journalistiek aangevoeld worden.

De „Leeuwarder Courant", thans

in haar 198ste jaargang, heeft in de

loop der historie steeds een waardige

synthese weten te vinden tussen

het vasthouden! aan haar oorspronkelijk

karakter en de door de

tijd geboden aanpassing. Dat karakter

lag open voor wie haar goed uit

haar kolommen „geroken" had: het

strejven naar journalistieke standing,

dus naar een alzijdige informatie,

en de grote belangstelling

zowel voor het internationale, als

voor het eigen Friese leven. Nooit

wilde zij doctrinair of partij-politiek

zijn, maar wanneer het kenmerk der

progressiviteit in het „immer strebend

sich bemühen" gelegen is, kan

dat haar zeker niet ontzegd worden.

Aaai deze courant verbond Witsen

Elias zich in het jaar 1923, eerst als

redacteur buitenland, later als

hoofdredacteur. Van meet af aan

was hij daar thuis; hij was er door

zijn aanleg en geaardheid ook toe

gepredisponeerd. Het Friese lezerspubliek

wist hij in zijn weetgierigheid

en critische gezindheid hogelijk te

waarderen; omgekeerd schatten de

Friezen hem als journalist hoog om

zijn doorleefde objectiviteit. Niets

van de razende reporter zat aan

Witsen Elias, maar heel veel van de

haast stoïsche levenswijsheid, die de

generatie van 1910 in de Nederlandsche

letteren kenmerkt.

Een wijsheid, die altijd door een

grote dosis geserveerde humor

sprankelend bleef.

De laatste oorlogsjaren waren

voor Witsen Elias niet gemakkelijk;

de tussenfase in het bestaan der

Leeuwarder Courant, die de oprichting

der „Friese Courant" betekende

en de uitschakeling van hem meebracht;

zijn gijzelaarschap in St.

Michielsgestel en bovenal de verkrachting

der waarheid en journalistieke

vrijheid, dat alles was voor

iemand van zijn structuur ondragelijk.

Op de dag der bevrijding echtór

was hij reeds weer actief: de

„Leeuwarder Koerier" nam, tijdelijk,

de oude en toch nieuwe plaats weer

in, die na 1947 door de „Leeuwarder

Courant" op natuurlijke wijze

overgenomen werd.

Voor zijn medewerkers betekent

het uittreden van W. E. uit de

redactionele leiding het ontstaan

van een zeker vacuum, dat moeilijk

opgevuld kan worden. Voor de Ned.

Journ. Kring, waarvan hij hoofdbestuurslid,

en voor de afd. Friesland

daarvan, wier voorzitter hij is, moet

ongetwijfeld hetzelfde gezegd worden;

niet minder zal men hem missen

bij de Regionale Dagblad Pers.

Velrblijdend voor iedere insider, is

het feit, dat de pen van Witsen

Elias niet ter ruste gaat; wat er uit

blijft vloeien, zal de „Leeuwarder

Courant" en dus het Friese volk

ten goede komen.

In intieme kring werd op Oudejaarsdag

1948 door het bestuur van

de Stichting „Leeuwarder Courant

1947", de directie en de voltallige

redactie afscheid van hem genomen,

nadat enige tijd van tevoren de

Lezersraad van de „Leeuwarder

Courant" reeds uiting aan zijn spijt

over dit verlies had gegeven. Bij alle

gelegenheden bleek de team-spirit

en het sterke gevoel van solidariteit-voor-dezelfde-zaak,

die de medewerkers

verbonden houden; dat te

weten zal Witsen Elias het afscheid

van de krant, waaraan hij zo lange

tijd zijn beste krachten gaf, lichter

hebben gemaakt. p.

23


WIST U DAT....

= het een eeuw geleden is dat Reuter

door frei'herr von Reuter werd

gesticht ?

= in de vergadering van aandeelhouders

van de N.V. Deli Courant te

Amsterdam de jaarstukken over de

boekjaren 1946 en '47 zijn goedgekeurd

en het voorstel van de directie

is aanvaard, om over 1946 geen dividend

uit te keren, doch de behaalde

winst af te schrijven op het oorlogsverlies

en over 1947 een dividend van

10 % uit te keren, zodra de hiervoor

benodigde transfer zal zijn verkregen?

— vijf redacteuren van het onder

Russisch toezicht verschijnende Berlijnse

blad „Taegliche Rundschau"

met hun gezinnen naar West-Duitsland

uitgeweken zijn?

= Collega Wagener ons de volgende

brief schreef:

Wist U dal:

Collega Wagenaar, die volgens uw

inlichtingen 25 jaren kunstredacteur

van het Rotterdamsch Nieuwsblad

was, sinds 47 jaar Wagener heet en

dat wijlen Henri Dekking ruim de

helft van die 25 jaren het kunstredacteurschap

voor collega Wagener

waarnam, totdat hij de pensioengerechtigde

leeftijd bereikte?

Zo ja, wat is het dan jammer, dat

U bewust zondigdet tegen de beginselen,

die collega Rooy in „Facts are

Sacred" ook te uwer opvoeding heeft

ontvouwd.

Zo neen, neemt U het dan maar gerust

aan! Ik put het uit doorgaans

welingelichte bron.

= wij nooit wisten dat collega Wagener

zo geestig was?

— wij evenmin wisten dat wij bewust

gezondigd hadden ?

— wij ons (onder ons gezegd) op

onze leeftijd niet meer laten opvoeden

(zelfs door onze goede kringvoorzitter

niet) ?

r= wij collega Wagener onze diepgevoelde

verontschuldigingen aanbieden

voor een OMbewuste zonde (ontleend

aan een domweg, opgeplakt

knipsel) ?

=r wij collega Wagener nóg 47 jaar

Wagener toewensen?

= H. Keizer onlangs een kwart-eeuw

werkzaam was in de biljart-journalistiek

?

= Johan Winkler het Parool verlaten

heeft en bij Vrij Nederland is gekomen

?

— Hans Gompertz geen Parijs' correspondent

van het Parool meer is?

= Het Parool een aanklacht tegen

Lunshof en de uitgever van diens

brochure „Dieven in de Nacht" heeft

ingediend ?

= Dé rechter-commissaris in Den

Haag opdracht gegeven heeft tot

strafrechtelijke vervolging tegen de

algemeen hoofdredacteur van de

vakpers van de uitgeversmaatschappij

,,De Gelderlander", de heer W. H.

Kruiderink, en de redacteur van de

„Kruidenier", de heer P. Corstiaensen,

24

omdat deze weigeren de bron te

noemen van een reeks artikelen over

de z.g. margarine-conventie?

= Genoemde journalisten enige tijd

gegijzeld geweest zijn, waarna een

verhoor werd afgenomen ?

= de heer Hans Hermans naar Curacao

is gegaan om te onderzoeken

hoe het daar staat met de voorlichting

?

=: er A.N.P.-kantoren in Curacao en

Suriname zullen komen?

= Aneta zich derhalve zal terugtrekken

uit deze delen des Rijks ?

=: Indonesische journalisten te Soerabaja

een culturele vereniging hebben

opgericht die zich ook zal bewegen

op sociaal gebied?

= Met ingang van 1 Januari jhr J.

W. J. Witsen Elias, lid van de redactieraad

van de Leeuwarder Courant,

benoemd is tot directeur van de N.V.

Erven Koumans—Smeding in de

plaats van mr J. Sprenger. En dat,

al zal de heer Witsen Elias nog wel

journalistieke bijdragen aan de

Leeuwarder Courant blijven leveren,

aan zijn eigenlijke journalistieke

loopbaan hiermede een eind gekomen

is?

= in de Persraad benoemd zijn tot

leden in de vacature-pater H. Gall,

de heer J. G. J. Nieuwenhuis, perschef

der gemeente Rotterdam en in de

vacature ds G. van Veldhuizen, jkvr.

mr C. W. I. Wttewaal van iStoetwegen,

lid der Tweede Kamer?

= de schrijver van ons Journalistiek

Journaal zich in 't vorige nummer

afschuwelijk vergistte? Omdat

= hij Mr. E. C. A. Kuyper (N.R.C.'s

voortreffelijke correspondent te Brussel)

doodverfde als de schrijver van

de Ouracaose en Surinaamse brieven

in die Courant, maar dat hij N.R.C.'s

bekwame reiscorrespondent drs. Kor^

teweg bedoelde ?

= niet alleen Hans Hermans doch

ook mr. W. van der Kallen naar de

West gaat om de voorlichting te

„onderzoeken". De eerste voor de

regering, de tweede voor het A.N.P. ?

=; Th. de Vlieger uit Utrecht, chefredacteur

van de Biltse- en Bilt-

•hovense Courant is geworden?

= collega ter Woort (cd. Telegraaf,

Parool, Lichtspoor) belast is met de

redactionele leiding van De Hervormde

Kerk?

= dr. E. van Raalte geestdriftig

over Amerika is geworden op zijn

Amerikaanse reis, doch niet over de

Amerikaanse pers?

= het Curatorium van het Instituut

voor perswetenschap «aan de Gemeentelijke

Universiteit te Amsterdam als

volgt is samengesteld: A. J. Boskamp

(voorzitter), prof. dr. H. J. Pos (vicevoorzitter),

mr. P. J. Mijksenaar

(secr.), R. W. Peereboom (penningmeester),

prof. dr. N. W. Posthumus,

mr. A. E. van Rantwijk en mr. A. de

Roos. Directeur is prof. dr. K. Basehwitz,

adjunct-directrice mej. dr. J.

de Boer, en dat in het Curatorium

zijn vertegenwoordigd: de gemeente

Amsterdam, de gemeente-universiteit,

dagbladuitgevers en journalisten?

= het hoofdbestuur der Christelijk-

Historische Unie in zijn dezer dagen

gehouden vergadering langdurig stil

gestaan heeft bij de positie van het

dagblad De Nederlander, en dat om

het voortbestaan van het blad mogelijk

te maken, werd besloten tot instelling

van een persfonds ? Dat voorts

werd overgegaan tot instelling van

een commissie van advies, die de

hoofdredacteur van De Nederlander,

de heer H. A. Lunshof, van raad zal

dienen en in deze commissie zijn benoemd

de heren Tilanus, Van Bruggen,

Van Niftrik, Sehmal en De

Zwaan ?

— Bij K.B. zijn benoemd in de Raad

van Beroep voor de Perszuivering:

tot voorzitter jhr. mr. G. W. van

Vierssen Trip. oud-vice-president van

de arr.-rechtbank te Rotterdam; tot

plaatsvervangende voorzitters mr. L.

van Lookeren Campagne, raadsheer

in het gerechtshof te Amsterdam,

en mr. A. W. J. van Vrijberghe de

Coningh, raadsheer in het gerechtshof

te 's-Gravenhage en tot leden:

prof. mr. J. M. van Bemmelen, te

Leiden; mr. H. Th. H. P. van der

Loos, raadsheer in het gerechtshof

te 's-Hertogenbosch; S. W. Melchior,

uitgever te Hoevelaken en mr. dr.

A. L. Scholtens, oud-secretarisgeneraal

van het ministerie van

Sociale Zaken?

= C. M. Dosker, in stede van de

heer Bodewes, benoemd is tot voorzitter

van de Katholieke Nederlandse

Dagbladpers?

r= Volgens de Nieuwe Courant,

leden van de Raad van Bestuur van

Unilever een klacht hebben ingediend

tegen De Waarheid?

= Naar het Algemeen Dagblad

meedeelt de Nederlandse journalist

G. N. te Brussel door de Brusselse

krijgsraad bij verstek is veroordeeld

tot vijf jaar gevangenisstraf en een

boete van vijf millioen francs, omdat

hij tijdens de oorlog goederen

heeft geleverd aan de Zentrale Ankaufstelle

te Brussel?

En is het niet verrukkelijk, dat U

dit nu allemaal weet?

Bij het Utrechtsch Nieuwsblad is

plaats voor een

TWEEDE

REDACTEUR-BINNENLAND.

In aanmerking komen jonge journalisten,

die in het bezit zijn van

een einddiploma Gymnasium A of

B, H.B.S. A of B en ervaring hebr

ben in het behandelen van kopij

alsmede in de opmaak ter zetterij.

Salaris volgens bepalingen van de

CA.O. voor journalisten. Uitsluitend

schriftelijke, uitvoerige sollicitaties

te richten aan de hoofdredactie

van het UN., Drift 23,

Utrecht.

More magazines by this user
Similar magazines