Diemensies 37 3 - Rijksuniversiteit Groningen

gmw.rug.nl

Diemensies 37 3 - Rijksuniversiteit Groningen

Diemensies

s i n d s 1 9 6 9

3 7 e j a a r g a n g , n u m m e r 3

v a k g r o e p s b l a d P s y c h o l o g i e

v e r e n i g i n g s b l a d V I P

# Chocoladedromen # Terrorisme zoals het wel is # Terug met de ideologie # en meer...


Wo ord

Na weken van zwoegen en hard studeren is het

weer tijd voor een beetje orde en regelmaat, veel

feestjes en een beetje ontspanning. Daar hoort

natuurlijk ook weer een nieuwe Diemensies bij. Tussen

de tentamens door hebben wij hard gewerkt

aan deze editie. Dat was niet altijd makkelijk aangezien

we bijna een complete wisseling van de

wacht hebben gehad. Onze eindredacteur en tevens

redactielid Jappie Rienks heeft ons verlaten

en Marit van der Pol heeft zijn taken als eindredacteur

overgenomen. De lay-out ligt nu in handen

van Patrick Noordhof en Rudolf Leermakers. Voor

onze oude vertrouwde lay-outers Erik Noppert en

Jonas Rubrech is dit de laatste editie waarin ze

van Diemensies een kunstwerkje mogen maken.

Dit is tevens de eerste editie waarin wij, Steven en

Anouk, ons voorzitter mogen noemen. Met z’n allen

hebben we ons ingezet om ook van deze editie

weer iets moois te maken. Het resultaat is een Diemensies

met veel stukken over zeer uiteenlopende

onderwerpen. Zo schrijft Cemil over terrorisme,

Wouter over politiek, Eke stelt ons op de hoogte

van de laatste chocoladefeitjes en Ann Cristin debuteert

met haar stuk over Muziek. Ook vinden we

in deze editie natuurlijk weer de oude vertrouwde

lulkoek, de studententijd van en de pot. Kortom,

genoeg leesvoer om je voorlopig niet te hoeven

vervelen. Wij wensen jullie dan ook veel leesplezier

toe!

Groetjes Steven en Anouk

VIP agenda

20 februari

Film van de Cinema: The

Machinist

21 februari

EC-feest (Check posters voor

meer informatie!)

22 februari

Carriereavond Sociale Omgeving

& Gedrag

26 februari

Lezing Lexicom: ‘het leven in een

TBS kliniek‘

v a n d e

vo or zit t e r

27 februari

ALV

6 maart

Maandelijkse VIP borrel in

de 9e Circel

19 maart

Galant Gala in Huize Maas

20 maart

Carriereavond AOP


Diemensies

ZEVENENDERTIGSTE JAARGANG NUMMER 3, FEBRUARI 2007

I n houd

[4] Grenzen der culturele empathie

[6] Chocoladedromen

[7] Effectief studeren

[8] Het verhaal van Gerard Heymans

[10] So I say: Thank you for the music!

[12] Terug met de ideologie - Waarom ex-

treem scoort

[14] Terrorisme zoals het wel is - De naakte

waarheid over terrorisme

[15] De Boekenlegger: 6,570,354,728 vrien-

den!

[16] De studententijd van...

[17] LULkoek: Riddle me this, Riddle me that

[18] VIP-Pagina’s

[20] Onderwijsevaluaties - Evaluatie Ba-

chelorvakken blok 2a 2005

[22] Know Thyself! - Zelfreflectie: Kwaal of

openbaring?

[23] Diemensies’ POT - De POT bij Harry

Oude Lenferink

Colofon

[DIEMENSIES] is het huisblad van de opleiding

Psychologie van de Rijksuniversiteit

Groningen en is het verenigingsblad van

de VIP. Diemensies verschijnt zes maal per

jaar in een oplage van 660 en wordt gratis

verspreid.

[KOPIJ] ontvangt de redaxie bij voorkeur

per e-mail. Kopij kan ook ingeleverd worden

in het postvakje van Diemensies bij de

portiersloge of in de VIP kamer (bij voorkeur

op diskette). De redaxie behoudt zich

het recht voor stukken in te korten, fouten

te verbeteren en/of kopij niet te plaatsen.

[REDAXIE]

[BESTUUR] Anouk de Kleijn | Steven Marshall

| Susanne Dieudonne | Janiek Bartelds

[EINDREDACTEUR] Marit van der Pol

[ILLUSTRATIES] Albert Hietkamp

[LAYOUT] Erik Noppert | Jonas Rubrech |

Rudolf Leermakers | Patrick Noordhof

[REDAXIELEDEN] Anna Stuyling de Lange

| Ann Christin Uphaus | Annet Hesselink

| Cemil Yilmaz | Coosje de Vries | Eke

Poortinga | Hinke Hamer | Mechteld van

Kooi | Rachel Elsinga | Renée Been | Roos

Arends | Tanja Witte | Teodor Lazarov |

Theo van Mourik | Wouter Kerdijk

[ADRES]

Psychologisch Instituut Heymans

Kamer 404a

Grote Kruisstraat 2/1

9712 TS Groningen

[E-MAIL] DIEMENSIES.GMW@RUG.NL

[INTERNET] WWW.DIEMENSIES.TK

[TELEFOON] (050) 363 7614

[DRUK]

Kerklaan 49-51

Groningen

[©2007] Het is niet toegestaan zonder

schriftelijke toestemming van de redaxie

kopieën van Diemensies of delen daarvan

te maken en/of te gebruiken.


4 Jaargang 37 nummer 3

Grenzen der

Zo omschrijft het goedkope

Belgische reisgidsje de stad

Chennai, in het Zuidoosten

van India. En ik ben daar naar op

weg. Om er drie maanden te blijven.

In het vliegtuig herinner ik me het

boek ‘Crossculturele psychologie’,

van Jan Pieter van Oudenhoven, het

boek met haar termen als ‘assimilatie’,

‘multiculturele effectiviteit’ en

‘culturele empathie’ dat me de komende

maanden zal achtervolgen.

Mijn culturele empathie zal haar

grenzen verkennen en mijn tolerantieniveau

voor Indiërs zal haar dieptepunt

bereiken. Als naïeve eerstejaars

dacht ik bij het lezen over assimilatie:

“Dat kan ik ook!” En dat

kan ik ook ongetwijfeld, maar niet

in India.

Clichés der Lonely Planet

Op weg van het vliegveld naar mijn

huisje val ik met mijn neus in de boter.

Ik passeer een begrafenisstoet

en dat brengt geluk voor buitenlanders.

‘Celebrate life!’ lijkt hier het

motto, wellicht een inspiratiebron

voor de Nederlandse begrafenisbranche.

In een oude bestelbus met

opengeslagen deuren ligt de overledene,

de voeten aan het uiteinde

van het busje uitstekend. De bus

is behangen met bloemen en bananen,

en voor en achter het busje

dansen vrienden en familie, terwijl

ze bloemen strooien en trommelen.

Oorverdovend, want ‘hoe later `t

hoekje om, hoe harder op de trom’.

In de eerste weken zal ik te maken

krijgen met de verdere clichés die de

Lonely Planet van Zuid-India kent.

Als ik `s morgens de deur uitstap

word ik overvallen door de verzengende

hitte en verbaas ik me steeds

opnieuw over de vreselijke stank

die overal hangt. Een combinatie

van poep, pis, kots, koeien, uitlaat-

culturele empathie

‘Chennai is op weg naar het zuiden een kruispunt waar je niet omheen kunt. Maar als je er aankomt,

is de eerste reactie: Ik wil hier zo vlug mogelijk weer weg! Het is een grote, zelfs enorme

stad, een belangrijke haven met industrie en verschrikkelijk druk verkeer, lange afstanden en niet

echt bijzondere monumenten’

gassen, warmte en wierook die onmiddellijk

doet begrijpen waarom

de gemiddelde Indiër niet veel ouder

wordt dan 63. En sterft men niet

om hygiënische redenen, dan is het

wel omdat men van de Indiase verkeershiërarchie

geen kaas heeft gegeten.

Zoals Sarah MacDonald beschrijft

in Holy Cow: Als voetganger

maak je geen kans. Als fiets maak

je ruimte voor de fietsriksja, die op

zijn beurt aan de kant gaat voor de

autoriksja, de auto en de vrachtwagen.

De vrachtwagen stopt voor de

bus en de bus stopt voor niemand

en zéker niet voor buspassagiers.

Behalve voor de koe.

In de top 10 van clichés der Lonely

Planet staat de geboden voorzichtigheid

met het Indiase eten met

stip op één. Op het schooltje waar

ik mijn dagen doorbreng, wordt dagelijks

rijst gegeten. Niet van een

bord, maar van een bananenblad.

En niet met bestek, maar met de

rechterhand, vooral niet te verwarren

met de linker. Bananenbladeren

bevatten een hoop vitamine C en

zijn om die reden een uitermate geschikte

ondergrond voor rijst, ware

het niet dat een blad na elke maaltijd

wordt afgespoeld in de waterput

en zo een week of wat meegaat.

Niet hygiënisch, dus na vier dagen

India lig ik uitgeput en verslagen in

bed: Delhi-belly. Vriendinnen maken

overuren met het aanslepen van

Oral Rehydration Salts. De familieverpakking

die drie maanden mee

moet gaan, raakt aan haar eind. Als

ik na een paar dagen weer voorzichtig

op mijn benen kan staan, reis ik

af naar Ramanathapuram, waar ik

een palmboomklimmer bezoek. De

beste man klimt `s morgens vroeg

alle palmbomen in de omgeving in

om palmsap te tappen en palmsap

doet iets met je.

[AUTEUR]Hinke Hamer

- “Drink, good for health”

- “Ah, good for your health! So, what

is it good for? Good for your heart, or

your brain or your skin?”

- “Yes, health”

Ik had het kunnen weten: Never

trust an Indian. Opnieuw volgt een

driedaagse heen-en-weer-ren-sessie

tussen bed en toilet. En vanuit

Nederland mailt mijn moeder: ‘Deze

ervaring neemt niemand je meer

af!’

Barmhartige Samaritaan

Het regenseizoen blijkt begonnen,

dus behalve bloedheet, is het

nu ook nat. Omdat het rioleringssysteem

onderontwikkeld is, zoals

meer dingen hier onderontwikkeld

zijn, sta ik `s avonds tot de enkels in

het water. Maar dat heeft natuurlijk

haar charme. Nee, dat heeft het helemaal

niet. Mij een raadsel waarom

het geen indruk maakte dat mijn

reisgids heel duidelijk beschreef dat

juli tot oktober de allerslechtste periode

is om Zuid-India te bezoeken.

In het weekend reis ik verder af

richting platteland. De stad is leuk,

maar het blijft iets onnatuurlijks

hebben om met een kleine zeven

miljoen mensen op 174 vierkante kilometer

te gaan zitten. Ik neem een

bus. Een Indiase bus met Indiase

mankementen, Indiase beenruimte

en Indiase chauffeur, dus een bijzondere

ervaring. De eerste uren

lijkt het zinvol om wakker te blijven

om de chauffeur zo nu en dan te adviseren

over het wel-of-niet inhalen

voor een onoverzichtelijke bocht,

maar na een tijd bedenk ik me dat

ik met het kopen van een buskaartje

nu eenmaal mijn lot in zijn handen

heb gelegd.

Ik leer dat je met een lekke band in

the middle of absolutely nowhere,

in India niet op de ANWB hoeft te


!

rekenen. In plaats daarvan moet je

wachten tot er een barmhartige Samaritaan

langskomt. Je stuurt hem

naar het eerstvolgende dorp met de

opdracht een bandenplakker jouw

kant op te sturen en gaat zitten

wachten. Zo`n drie kwartier later

arriveert de bandenplakker die een

minuut of wat om de bus heenloopt,

in de hoop dat de band zichzelf

herstelt. Dat gebeurt niet, de man

schroeft het wiel los en neemt het

mee terug naar het dorp. Gaat het

daar in Indiaas tempo zitten plakken,

om een uur of wat later terug te

keren met het wiel en dat weer vast

te schroeven. Ik ben de enige blanke,

maar ook de enige busreiziger

die niet met de Indian Stretchable

Time lijkt te kunnen omgaan. Het

boekje van Van Oudenhoven steekt

z`n tong uit.

Kritische blik

Aan de lopende band word ik geconfronteerd

met de verscheurende

armoede die India kenmerkt. Elk

bedelend kind een paar roepies in

de hand duwen is onmogelijk en bij

wijze van tussenweg deel ik zo nu

en dan koekjes uit. Maar dan word

ik regelmatig aangekeken met een

“Wat denk je zelf?”-blik. Het bedeldilemma

leidt tot het inzicht dat opvoedingsprincipes

niet universeel

zijn. Terwijl je in het Westen positief

gedrag beloont en negatief gedrag

negeert, werkt het hier precies andersom.

Om een bedelend kind op

te laten houden met bedelen, moet

je het belonen door een paar roepies

te geven. Wil je het kindje stimuleren

te bedelen, dan moet je hem

of haar negeren, dan blijft ze om je

heen hangen.

Als relativeer- en copingstrategie

onderwerp ik de cultuur zo nu en

dan aan een kritische blik. Zo heb

Ben jij kritisch, positief ingesteld en heb je goeie ideeën?

Solliciteer dan nu naar een plek in de faculteitsraad!

Als studentlid van de faculteitsraad heb je maandelijks overleg met het faculteitsbestuur

om het beleid ten aanzien van onderwijs en onderzoek te bespreken. Daarnaast

kun je zelf ook voorstellen indienen. Je vertegenwoordigt op deze manier de

belangen van zowel de studenten als de faculteit. Behalve dat je er een aardige

vergoeding voor krijgt in de vorm van een beurs is het een ontzettend leuke ervaring

om deel te nemen aan de bestuurlijke kant van de faculteit! Grijp nu je kans en stuur

vóór 2 maart je sollicitatiebrief met cv naar iks.gmw@gmail.com.

Groet, de Inhoudelijk-Kritische Studentenfractie (IKS)

Meer informatie over de faculteitsraad kun je vinden op

http://www.rug.nl/gmw/faculteit/bestuur/faculteitsraadgmw

Voor vragen mail of bel ons op 0613801567

ik mijn twijfels bij de vrouwen die

dag in, dag uit aan de kant van de

weg jasmijnbloemetjes aan elkaar

vlechten tot haarversiersel. Waar

is het verband tussen jasmijnbloemetjes

en economische groei? Jullie

wilden toch een ontwikkeld land

worden?

Naast de vlechtende vrouwen, vragen

ook de principes en achtergronden

van het Hindoeïsme erom eens

kritisch bekeken te worden. Zelfs

na drie maanden slaag ik er niet in

te begrijpen waarom mensen een

god in de vorm van een roze olifant

zouden willen aanbidden en zich

zouden willen houden aan bijbehorende

rituelen. De chauffeur van de

autoriksja die mij naar een afspraak

moet brengen, passeert een tempel

ter ere van Ganesha, de bewuste

olifant. Op zijn dooie gemak brandt

hij een kaars voor het roze beest, en

dat zonder in lachen uit te barsten.

Ik heb haast en verlies mijn geduld.

‘Vergeet niet dat we allemaal wereldburgers

zijn’, zo zei de vader van

de filosoof Kwame Anthony Appiah.

Dit wordt mijn nieuwe mantra, maar

het mag niet baten. Vlak voordat

mijn tolerantieniveau haar dieptepunt

bereikt vertrekt mijn vliegtuig

richting ontwikkelder gebied. Een

ervaring rijker, een illusie armer en

al mijn kansen op een onderzoeksaanstelling

bij de afdeling cultuurpsychologie

verspeeld. Relativeren

is een kunst.

februari 2007 5


6 Jaargang 37 nummer 3

Chocoladedromen

Dinsdagochtend, vijf over negen. Ik race het viaduct af, door het rode stoplicht, pak zonder

af te remmen een kwart rotonde mee en slalom de Folkingestraat door. Het wemelt er van de

voetgangers die gezellig met hun drieën of vieren naast elkaar midden op straat lopen. Altijd

hetzelfde liedje. Ik ga op de trappers staan, mijn sjaal wappert achter me aan. De Vismarkt

alweer voorbij, de Oude Kijk in ’t Jat door. Bijna een kettingbotsing op de hoek bij de UB,

maar ik ontsnap uit de mierenhoop en sjees verder richting de faculteit. Dionysos voorbij en

–victorie!- daar is het Muntinggebouw. Ik gooi mijn geliefde barrel in het fietsenrek en ren

struikelend over mijn sjaal naar de collegezaal en ga snel op achterste bank zitten.

“Blijf opletten!” prent ik mezelf

in, maar mijn ogen luisteren

niet en gaan dicht. De stem

van de docent wordt een zee van

gemurmel. “Had ik net zo goed in

mijn nest kunnen blijven liggen.”

Mijn gedachten gaan in polonaise

van wekker en ochtend naar gisteravond,

naar de jongen die bij me

kwam eten en de lieve chocolatjes

die hij meenam. Ik droom een

beetje verder tot opeens de woorden

“Chocola” en “zooo romantisch”

mijn oren binnenkomen. Heb ik in

mijn slaap zitten praten? Eén oog

gaat open en ik zie twee mensen

in de rij voor me zitten. Een meisje

met vlechtjes kletst met haar buurvrouw,

type dikke-sjaal-en-groteoorbellen.

Onder de rugleuning

van haar klapstoeltje zie ik de bijbehorende

Albertus-unit uit een te

strakke lage spijkerbroek piepen.

Ik ga rechtop zitten en

spits mijn oren. Pippi vertelt wat er

allemaal gebeurt als haar vriendje

haar chocola voert. Ik moet wel

meeluisteren. Kan mijn oren toch

niet dicht doen. De meisjes brengen

me haarfijn op de hoogte van alle

mogelijke toepassingen van chocola.

Sjaal klaagt dat ze wel dik wordt

van alle chocola die ze altijd met

haar jaarclub eet. “Zo vind ik nóóit

iemand vind om het chocolade-effect

op uit te testen.” Ik smoor een

opkomende giechel met een grote

slok water en probeer naar de collegesheets

te blijven kijken. Pippi

gaat onverstoorbaar verder. Een leger

wetenschappelijk bewezen effecten

komt voorbij marcheren. Een

compleet chocolade-promotieteam

moet gereïncarneerd zijn in dit kleine

meisje.

Maar ze vertelt me niets nieuws,

want ik weet alles van chocola. Alles

vanaf de geboorte van chocola

in de preklassieke periode (900 voor

Christus tot 250 jaar na Christus),

bewezen door de vondst van restjes

cacao in keramische potten.

Hiëroglyfen op aardewerk en muur-

schilderingen laten zien dat chocola

ingeschonken werd voor goden en

heersers. In Europa moesten we wat

langer op deze delicatesse wachten.

In de zestiende eeuw werd het pas

meegenomen door de Spanjaarden

en in de negentiende eeuw ontstond

dan eindelijk de commerciële

chocoladereep. Maar waar komt de

magie van het bruine goedje nou

vandaan? Komt het alleen door de

tongstrelende smaak of zit er meer

chemie achter verborgen?

De smaaksensatie kan verklaard

worden door het stearaatgehalte van

de cacaoboter. Door dit vetgehalte

is chocola een vaste stof bij kamertemperatuur,

dat smelt op de tong

door de lichaamstemperatuur. Wat

betreft de chemie zijn er aanwijzingen

voor verschillende effecten. De

bekendste is chocola als afrodisiacum.

De Azteken dachten al dat het

libidoverhogend werkt voor mannen

en dat het vrouwen ongeremd

maakt. Ze hadden geen ongelijk,

want chocola bevat trytophaan: een

belangrijke stof voor de aanmaak

van serotonine, de neurotransmit-

[AUTEUR] Eke Poortinga

ter die voor gevoelens van extase

zorgt. Daarnaast bevat chocola ook

phenylethylalanine dat gevoelens

als aantrekkingskracht, opwinding,

duizelingen en angst veroorzaakt.

Zo zijn er nog veel meer stoffen op

te noemen, van kanker-voorkomende

antioxidanten tot stoffen met

een cannabis-achtige werking die

een toename van zintuiglijke waarneming

veroorzaken.

Jammer genoeg kun je al deze

prachtige effecten niet als excuus

gebruiken om je onbeperkt aan chocola

te laven, want dit geldt alleen

voor pure chocola met een hoog cacaogehalte.

Pippi laat zich er in ieder

geval niet door weerhouden.“Ja

echt,” gaat ze verder. “Laatst stond

er weer een artikel in de Volkskrant.

Chocola is net zo goed voor je hart

en bloedvaten als aspirine. Ik heb

het allemaal bij ons in de wc opgehangen.”

Ik zie het levendig voor

me. Langkous die op de pot staat

te jongleren met plakband. De wc

volgeplakt met krantenknipsels en

posters met chocolade wist-je-datjes.

Ik neem nog een slok water en

bedenk dat het verboden moet worden

om chocola wetenschappelijk

te onderzoeken. Het is lekker omdat

het slecht is. Chocola is stout. Een

wetenschappelijk bewezen gezondheidseffect

is veel te braaf. Pippi

lijkt mijn gedachten te horen en

kijkt geschrokken achterom. Sjaal

ligt bijna onder de tafel van het lachen.

Even later trek ik mijn verrotte

fiets weer uit het rek en trap naar

Hooghoudt. Warme choco drinken

met een vriendin.

Bronnen:

HTTP://WWW.VANMAANEN.ORG/

HANS/COLUMNS/CHOCOLA.HTML\

HTTP://SCIENCEINSCHOOL.ORG/2006/

ISSUE2/CHOCCHEMISTRY/DUTCH


Effectief studeren

Naar aanleiding van de workshop Effectief Studeren op 28 november, georganiseerd

door de ACCIE heb ik drs. Erwin Uildriks geïnterviewd over deze

cursus.

De cursus Effectief Studeren wordt ongeveer vijftien keer per jaar gehouden

door een psycholoog van het expertisecentrum Studie Ondersteuning

van de RuG. De cursus bestaat uit zes wekelijkse bijeenkomsten van drie

uur. De cursus wordt aan kleine groepen gegeven van twaalf tot veertien

studenten, dit zijn meestal jongerejaars van allerlei faculteiten.

Erwin Uildriks is één van de psychologen die de cursus geeft.

“De cursus draait eigenlijk om twee

grote doelen: Planning en tekstbestudering.

De cursus begint met de

uitleg van hoe je moet plannen. Er

wordt in de cursus gekeken naar

de hoeveelheid tijd die je eraan wilt

besteden en hoeveel tijd je er op

dit moment aan besteedt. Daarom

wordt er in de eerste week aan tijdschrijven

gedaan om eens te kijken

waar die 168 uur aan op gaat. Een

subdoel van de cursus is om te zorgen

dat studeren weer de prioriteit

krijgt die het verdient. Uit de praktijk

blijkt dat niet iedereen evenveel

tijd in zijn studie steekt. Je moet er

rekening mee houden dat je veertig

uur per week geacht wordt te studeren.

Als je dan een studie als psychologie

doet, met weinig contacturen,

dan wordt van je verwacht dat

je veel tijd aan zelfstudie besteedt.

Veel studenten hebben het gevoel

daar geen tijd voor te hebben. Wij

kijken dan waar de tijd precies aan

op gaat.”

“Er zijn veel mogelijke studeerproblemen.

Twee daarvan komen met

name in deze cursus aan bod: Niet

weten hoe je moet studeren en te

weinig tijd besteden aan je studie.

Deze problemen gaan hand in hand.

Als je niet gelooft dat jouw manier

van studeren ertoe zal leiden dat je

het tentamen haalt, zal je er ook niet

veel tijd aan besteden. Dat heeft

dan immers niet zoveel zin.

Met een methode die niet helemaal

volgens de boekjes is, kun je desondanks

prima je tentamen halen, als

je er maar tijd in steekt. Met de methode

die je in de cursus leert, zal

het wellicht wat makkelijker gaan.

Als je kijkt naar waar studenten

vooral voor komen voor planning

of tekstbestudering is de verdeling

ongeveer gelijk.”

“Het geheim van een goede planning

is dat hij voor jou goed is. Een

goede planning is in ieder geval een

planning waarmee je denkt het tentamen

te halen en waarvan je jezelf

in staat acht je daaraan te houden.

Het maken van een planning is niet

zo moeilijk, maar je eraan houden is

veel moeilijker. Hieraan wordt in de

cursus veel aandacht geschonken.

Het is natuurlijk mogelijk om zonder

planning een tentamen te halen, als

je maar genoeg intrinsiek gemotiveerd

bent en uit interesse echt de

boeken leest.”

“Even een handig voorbeeld voor

een goede planning: Stel dat je elf

weken hebt om een boek van 1000

bladzijden te leren, dan hou je de

laatste week vrij om te herhalen en

dan heb je dus tien weken over om

te leren. Dan betekent dat dus dat je

100 bladzijden per week moet doen.

Stel dat je 8 bladzijden per uur leert,

dan moet je dus 12 uur reserveren

voor dat vak per week.

Dat zijn bijvoorbeeld 4 ochtenden

van 3 uur. Op deze manier maak je

van een eindeloos boek overzichtelijke,

haalbare hapjes.”

“Er is een paar jaar geleden onderzoek

gedaan naar de effectiviteit

van de cursus. Uit dit onderzoek is

gebleken dat er daadwerkelijk verbetering

in het studeergedrag optreedt

en dat deze verbetering ook

blijft bestaan na de cursus. Helaas

is er recentelijk geen onderzoek gedaan

naar de cursus, maar er zijn

wel weer plannen om hier toch naar

te kijken. We vragen sowieso na afloop

van de cursus wel of de cursisten

tevreden zijn en of ze er wat aan

gehad hebben. Graag zouden we in

de toekomst de resultaten willen

koppelen aan de cijfers van de Stu-

[AUTEUR] Susanne Dieudonné

dentenadministratie.”

Concluderend is het dus belangrijk

om genoeg tijd vrij te maken en een

haalbare planning te maken die bij

je past!

Voor alle mensen die graag deze

cursus willen volgen; in februari

begint de cursus Effectief Studeren

weer. Alle informatie over

deze cursus is ook te vinden op

www.rug.nl/so

zaken die er...

Facultaire Zaak

februari 2007 7

Het is jullie vast wel opgevallen

dat deze jongeman, genaamd

Peter, regelmatig rondloopt op

de faculteit. Hij is tijdelijk aangesteld

als conciërge/bode/

baliemedewerker. Zijn tip voor

studenten is: Leer pokeren!

Peter: “Je mag me altijd aanspreken

want ik ben overvriendelijk!”.


8 Jaargang 37 nummer 3

HET

VERHAAL

Levensloop

Gerard Heymans werd in 1857 in

het Friese dorpje Ferwerd geboren.

Hij volgde de HBS in Leeuwarden

om vervolgens rechten te studeren

in Leiden. In 1880 behaalde Heymans

zijn eerste doctorstitel in de

richting staatswetenschap en nog

geen jaar later volgde zijn tweede

doctorstitel in de richting van het

utilisme. In datzelfde jaar trouwde

Gerard met Anthonia Barkey. Vervolgens

schreef Heymans negen

jaar lang over kwesties als ethiek,

kennisleer en het causaliteitsbegrip

om vervolgens in 1890 benoemd te

worden tot hoogleraar in de Faculteit

der Letteren en Wijsbegeerte

van de universiteit van Groningen

en met een ingewilligd verzoek om

subsidie stichtte hij in 1892 het

eerste Nederlandse psychologisch

laboratorium.

Vanaf die tijd deed Heymans onderzoek

naar onder andere de relatie

tussen sensorische prikkels en

gewaarwording en de Müller-Lyer

illusie, schreef hij artikelen over esthetica

en metafysica en wende hij

zich tot de psychologische enquête.

In 1908 werd Heymans rector magnificus

van de senaat en zag hij toe

op de herbouw van het in 1906 door

brand verwoeste academiegebouw.

In dit nieuwe gebouw kreeg hij

naast een aantal onderzoeksruimtes

ook een eigen collegezaal met

een capaciteit van 120 plaatsten.

Dat was in die tijd voldoende om

een kwart van alle aan de universiteit

ingeschreven studenten en

hoogleraren te kunnen verwelkomen.

Tijdens zijn overdracht van het

rectoraat in 1909 hield Heymans

een toespraak over de toekomstige

eeuw der psychologie waarin het

inzicht in de wetten van de geest

VAN

De naam Heymans kennen we allemaal. Onze faculteit is naar hem vernoemd, die

oude zaal met die vervelende veel te kleine houten klapstoeltjes in het academiegebouw

is de Heymanszaal en verder zijn er nog een aantal straten, lanen en

pleinen die zijn naam dragen. Wat de meeste van ons echter niet weten is waarom

wij deze man zo belangrijk vinden dat we onze faculteit naar hem vernoemen.

Daarom wordt het eens tijd voor een verhaal over deze man. Het verhaal van

Gerard Heymans.

zouden worden vergroot.

Daarna volgde een iets minder rooskleurige

tijd. In 1910 verloor hij plotseling

zijn vrouw, in 1914 brak de

eerste Wereldoorlog uit en in 1920

kon hij zijn riante villa inruilen voor

een veel kleiner huis doordat hij zijn

vermogen had belegd in waardeloos

geworden Russische spoorwegaandelen.

Het eind van zijn succes

kwam in 1926 door de opkomst van

drie nieuwe stromingen: het behaviorisme,

de Gestaltpsychologie en

de verstehende psychologie. Zijn afscheidscollege

volgde een jaar later.

Tot slot, na een snel verslechterde

gezondheid, overleed Gerard Heymans

op 18 februari 1930.

Theorie

Heymans’ werk bestaat niet uit één

enkele fascinatie voor een bepaald

psychologisch verschijnsel. Wat zijn

werk wel typeert is brede algemene

interesse in de psychologie. Zijn levenswerk

bestaat dan ook niet uit

één uitgebreide theorie, maar uit

verschillende theorieën op soms ook

zeer verschillende psychologische

gebieden. Hier een kleine greep uit

de grote collectie.

Een van Heymans’ eerste onderzoeken

was gericht op ‘psychische

remming’, het verschijnsel dat een

gegeven gewaarwording aan intensiteit

verliest of zelfs geheel verdwijnt

door het gelijktijdig optreden

van een tweede gewaarwording.

Dit werd getest op vier zintuiglijke

domeinen, namelijk oog, oor, tast en

smaak. Voor al deze experimenten

had hij slechts één proefpersoon,

zijn vrouw. Om toch goede resultaten

uit zijn onderzoek te krijgen

compenseerde hij zijn geringe

Gerard Heyman

[AUTEUR] Anouk de Kleijn

aantal proefpersonen met het veelvuldig

herhalen van zijn proef op

zijn proefpersoon. Dit resulteerde

uiteindelijk in 11008 proeven. De

belangrijkste conclusie uit dit onderzoek

is dat voor zowel oog, oor,

tast en smaak zwakke gewaarwordingen

door sterkere worden

verdrongen volgens een maat die

evenredig is met de intensiteit van

de sterkere gewaarwording. Dat wil

dus zeggen dat als je een klap op je

linkerwang krijgt en tegelijkertijd

een hardere klap op je rechterwang

dat je dan niet alleen naar links valt

en wat duizelig bent, maar dat je de

gewaarwording van de klap op de

linkerwang (gedeeltelijk) verdringt

naar gelang de intensiteit van de

klap op de rechterwang.

Vervolgens was de Müller-lyer illusie

aan de beurt, de welbekende

optische illusie met de twee pijlen

waarvan het middenstuk bij de een

langer lijkt dan bij de ander. Om

hier onderzoek naar te doen ontwierp

Heymans 96 verschillende

kartonnen schuifjes waarmee de

proefpersoon het ene deel van de illusie

optisch even lang kon maken

als het andere deel. Met millimeterpapier

werd de afwijking gemeten.

Gelukkig voor zijn vrouw werkten

aan deze 3334 proeven voornamelijk

collega’s en studenten mee. Heymans’

belangrijkste theorie op dit

gebied is de contrasttheorie welke

stelt dat er een proces is dat de illusie

vergroot en een proces dat de

illusie afzwakt. De interactie tussen

deze processen verklaart waarom

het effect van de illusie een maximum

heeft bij bepaalde afmetingen

en verhoudingen van de lijnen en

waarom dat effect niet groter wordt

bij het vergroten van de lijnen/verhoudingen.


s

De grootste bekendheid heeft Heymans

gekregen met zijn temperamentele

typologie, oftewel de ‘kubus

van Heymans’. Deze kubus werd gevormd

door drie dimensies: emotionaliteit

(verticale as), activiteit (horizontale

as) en secundaire functie

(diepte as). Op de hoekpunten van

de kubus stonden de ‘complexe psychologische

typen’: de nerveuzen(A),

de amorfen(B), de sanguinici(C), de

cholerici(D), de sentimentelen(E),

de apatici(F), de flegmatici(G) en

de gepassioneerden(H). Door per dimensie

te kijken of een persoon die

eigenschap wel of niet had (dus bijvoorbeeld

of een persoon wel of niet

emotioneel is) kon je zijn karakter

aflezen.

Deze persoonlijkheidsformule heeft

veel aandacht gekregen en daardoor

werd Heymans ook wel de grondlegger

van het moderne persoonlijkheidsonderzoek

genoemd. Vandaag

de dag zien we de invloed van zijn

kubus nog terug in de filosofie achter

de big five.

Onderzoek

versus

Onmogelijk

Voor een uitgebreider verslag van

deze onderzoeken en zijn onderzoeken

naar déjà vu en telepathie verwijs

ik graag naar ‘een laboratorium

voor de ziel, Gerard Heymans en het

begin van de experimentele psychologie’

geschreven door Douwe

Draaisma e.a.

Hoe komt ie d’r op?

In een tijd waar statistiek nog geboren

moest worden en hypotheses

nog uitgevonden moesten worden

was het bijna ondenkbaar om grootschalig

onderzoek te doen. Onderzoek

doen naar fysische verschijnselen

die met het oog zichtbaar

waren was nog tot daar aan toe,

maar onderzoek doen naar psychologische

fenomenen was een ware

‘mission impossible’. Toch waagde

Heymans zich, net als Wundt, aan

het doen van onderzoek naar mentale

processen. Daar moet aan toegevoegd

worden dat het onderzoek

van toen nog niet zo’n ‘lopend buffet’*

opstelling had als tegenwoordig,

waar je iets van af kunt pakken

om het nogmaals te onderzoeken.

Nee, het buffet bestond toen nog

uit een lege tafel. Om aan het vullen

van die tafel te beginnen heb je veel

lef nodig. Dat lef hebben en durven

te onderzoeken wat soms niet te onderzoeken

lijkt is iets wat Draaisma

enorm waardeert in het werk van

Heymans en wat tevens invloed

heeft op zijn eigen werk.

Wat ik mij ook ten zeerste afvraag

is hoe die man het in zijn hoofd

heeft gehaald om zo verschrikkelijk

veel proeven uit te voeren en daar

berekeningen op los te laten (pearsons

r kwam net om de hoek kijken).

Alleen al voor zijn onderzoek naar

psychische remming had hij 11008

onderzoeksgegevens! En wij maar

zuchten als we honderd resultaten

in SPSS in moeten voeren.

Elk genie heeft echter naast zijn

genialiteit ook nog wel wat gekkigheden.

Zo was Heymans in het

bezit van een behoorlijke collectie

psychologische meetinstrumenten

waar hij eigenlijk niks mee kon.

Deze staan tegenwoordig, in uitstekende

staat, uitgestald in het

universiteitsmuseum. Verder droeg

Heymans altijd een zelfportret bij

zich waar hij maar liefst vijf keer op

stond (zie plaatje bovenaan).

Wat ik na het schrijven van dit verhaal

eigenlijk alleen nog maar kan

concluderen is dat de mission impossible

reeks van Heymans een

stuk beter is dan de filmserie. Bij

Tom Cruise wisten we keer op keer

dat het hij het gevecht wel zou winnen

en dat het allemaal wel goed

af zou lopen. Bij Heymans echter,

waren zowel het mogelijk maken

van onderzoek doen als de uitkomsten

van zijn onderzoek steeds weer

een verrassing. Kortom, Heymans

maakte het onmogelijke mogelijk:

het psychologisch onderzoek. Het

spreekt dan ook voor zich dat wij

ons vereerd mogen voelen dat onze

faculteit zijn naam mag dragen.

*citaat van Draaisma

Bronnen:

Draaisma, D. (1992) Een laboratorium

voor de ziel Gerard Heymans en het

begin van de experimentele psychologie.

Groningen: Historische Uitgeverij

& Universiteitsmuseum

Interview met Prof.dr.D. Draaisma

februari 2007 9


10 Jaargang 37 nummer 3

So I say:

Thank you for the music!

Maandagochtend. Geen zin om op te staan, maar wel college om negen uur. Wat een kut begin van

de week. Nog één keer omdraaien moet wel kunnen. Enkele minuten later weer een dddrrriiinnng.

Was dit nou de derde of de vierde keer? Na eindelijk een poging te hebben gedaan om je bed uit

te kruipen, sta je nat en ingezeept onder de douche. Je zet de doucheradio aan en “…vandaag

is rood…” Lalaaalala - opeens betrap je jezelf op het meezingen van dat liedje. Behalve dat je

meezingt, schuim je je haar ook stiekem op het ritme van het refrein!

“Muziek. Geluid, voortgebracht

door de menselijke stem of door instrumenten

omwille van de schoonheid

van dat geluid of als expressie

van gevoelens.” Van Dale heeft het

over schoonheid en gevoelens. Niet

bepaald twee associaties die als

eerste in je opkomen als je denkt

aan muziek. Maar des te beter geeft

deze definitie weer wat muziek voor

mensen kan betekenen. We horen in

ons alledaagse leven zoveel muziek

dat het net zo lang is als de helft

van de tijd die we besteden aan

gesprekken (Gosling en Rentfrow,

2003). Moet je eens nagaan hoeveel

dat is. Hoeveel je praat in een dag

en hoeveel tijd je dus besteedt aan

het luisteren van muziek. De meeste

mensen doen het bijvoorbeeld

gedurende het opstaan, werken,

leren, autorijden, rondhangen met

vrienden, als ze op stap gaan of vlak

voordat ze slapen…

Dinsdagmiddag. Net twee uur

werkcollege gehad en je mateloos

geërgerd aan de persoon die naast

je zat. Er zijn wel spannender verhalen

dan voortdurend nieuws over de

zenuwaandoening van een dertien

jaar oude hond. Nu zit je op de fiets,

de wind om je oren. Je trekt je mouwen

nog eens extra omlaag, omdat

je alweer geen handschoenen hebt

meegenomen. Dan zet je je mp3speler

aan. Hij is blijven staan bij

het mooie nummer dat je zaterdag

voor het feest had gedownload. Je

moet er wel van glimlachen als je

denkt hoe gek ze allemaal hebben

gedanst.

Muziek kan rustgevend werken. Er

bestaat zelfs muziektherapie voor

mensen met psychische klachten

of psychiatrische stoornissen, lichamelijke

handicaps of cognitieve

beperkingen (http://nl.wikipedia.

org/wiki/Muziektherapie). In een

onderzoek over de methode van

Guided Imagery and Music (GIM)

worden patiënten gestimuleerd om

tijdens het luisteren van muziek te

ontspannen en tegelijk te letten op

beelden die gedurende het luisteren

in hen opkomen. Deze beelden

beschrijven ze vervolgens aan een

therapeut. Aan het eind wordt dan

gediscussieerd over welke dingen

wel of niet belangrijk waren en wat

voor emoties daarbij opkwamen.

Bovendien kunnen lichamelijke

reacties worden gemeten om ook

de fysiologische gevolgen van de

muziek te onderzoeken. Hierbij is

gebleken dat bepaalde vormen van

muziektherapie depressie en moeheid

kunnen verminderen en zelfs

het gehalte van het zogenaamde

‘stresshormoon’ cortisol kunnen

verlagen (McKinney et al, 1997).

Woensdag, vier uur `s middags. Je

ligt net een tukje te doen na een

lang uur te hebben gebeld met je

moeder die horen wilde of je in het

weekend thuiskomt en of je eraan

had gedacht om het hoeslaken voor

haar te kopen dat bij de Hema in

de aanbieding was. Om daarvan

te herstellen lig je dus net relaxed

in bed, als je huisgenoot thuiskomt

en de deur weer eens ietsje te hard

dichtgooit. De glazen klinken in de

kast. Even is het stil. En daar gaat

‘ie weer. Het vertrouwde geluid van

de heavy metal sounds die uit zijn

kamer dreunen. Van harte welkom.

Over smaak valt niet te twisten. Er

bestaan zoveel verschillende genres

van muziek dat iedereen vast

een bepaalde richting goed vindt.

Voorbeelden? Wat dacht je van

deze: klassiek, jazz, blues, volk, al-

[AUTEUR]Ann Christin Uphaus

ternative, rock, heavy metal, country,

religieus, pop, rap/hip hop, soul/

funk of electronic/dance? Maar wie

houdt nou van wat? Zou iemands

persoonlijkheid samenhangen met

de voorkeur voor muziek? Interessante

vraag, maar helaas is er nog

maar weinig onderzoek naar gedaan.

Juist doordat er zoveel verschillende

soorten muziek bestaan

is het des te moeilijker om mensen

in groepen in te delen. Je kan best

vijf van de net genoemde genres

in je CD-kast hebben staan. Wat

er wel werd gevonden is dat een

hoge mate van extraversie soms

voorspelt dat mensen meer houden

van muziek met bass, zoals rap- en

dancemuziek. Conservatieve mensen

houden vooral van country, pop,

religieuze muziek en soundtracks,

terwijl atletische mensen de voorkeur

geven aan alternative, rock en

heavy metal (Gosling en Rentfrow,

2003). Mee eens?

Donderdag, half één ‘s nachts, een

lekkere dansplaat in de &zo. “I don’t

feel like dancing…”. Lichaam aan

lichaam staat de massa vrolijk te

dansen. Armen omhoog, swing je

heupen, laat je gaan, shake what

your mama gave ya - een schitterend

beeld van dronken mensen. En

jij daar middenin. Biertje in je handen.

Even de laatste slokken atten

en dan weer alles geven voor het

zweet. Net als je je glas hebt weggebracht

is het nummer voorbij. Slechte

DJ. Geen mooie overgang. Niet

helemaal uitgedraaid… en je kan

het nieuwe lied niet eens herkennen,

net zoals de andere mensen.

Blikken gaan heen en weer. Ken

jij dit? Nee… even wachten, hoor.

Nee, ik ken hem echt niet. Meiden

– ehm, naar de wc? Jongens – ehm,

nog een biertje?


Met behulp van positron emission

tomography (PET) zijn neuronale

mechanismen bestudeerd die voortkomen

uit intens plezierige reacties

bij het luisteren van muziek (Blood

en Zatorre, 2001). Uit dit onderzoek

bleek dat de bloedcirculatie hierbij

vooral in hersengebieden verandert

die gekoppeld zijn aan beloning,

motivatie of emoties. Deze regio’s

worden bijvoorbeeld ook geactiveerd

door eten en seks. Mensen

ervoeren bij het luisteren van door

hen zelf gekozen muziek zogenaamde

‘chills’, te vergelijken met

kippenvel of euforische gevoelens.

Dit gebeurde niet in de controle

groep waarbij het stil was of lawaai

aanwezig was. Het opmerkelijke

aan dit gegeven is dat muziek in

tegenstelling tot seks en eten niet

tot de biologisch relevante stimuli

behoort die noodzakelijk zijn om te

overleven of zich voort te planten.

In plaats daarvan zou muziek een

voordeel kunnen vormen voor onze

mentale en fysieke gezondheid. De

conclusies van dit onderzoek zijn

echter wel twijfelachtig, aangezien

er maar weinig proefpersonen aan

deelnamen en er musici onderzocht

werden die misschien doorgaans

gevoeliger en intenser op muziek

reageren dan de gemiddelde mens.

Vrijdagavond. Je zit in de trein naar

huis. Met het hoeslaken – zoals je

had beloofd aan je moeder. Verveeld

pak je de Spits, die je vanmiddag

al in de kantine hebt gelezen. “Volgend

station: Haren”, klinkt het uit

de luidspreker. Daar nog maar. Net

of dat niet erg genoeg was, komen

er vijf pubers je coupé binnen met

hun master blaster stereo beat box.

Kunnen die niet gewoon thuisblijven?

Andere reizigers met rust laten?

Of ten minste hun slechte hip-

hop uitzetten? AAARGH! Opeens

lijkt de rust van pap’s en mam’s

saaie TV-avonden wel aanlokkelijk.

Gewoon STILTE …

Zaterdagmiddag, een uur of drie.

Je rijdt even met pap naar de supermarkt

om wat boodschappen te

doen. Nog voordat je pap er überhaupt

aan denkt om zijn CD aan te

zetten, doe jij de radio aan. Have a

nice day – Skyradio… honderdéén

fm. Maar dit nummer draaien ze

ook echt altijd! Nou, volgende maar.

Radio 538. Ze maken weer eens reclame

voor ‘t beste uit ‘t foute uur –

daar heb je nu absoluut geen zin in.

Q-music dan? Mmmh. Eigenlijk ook

niet bepaald jouw smaak. Dan toch

maar even kijken wat pap er voor ’n

CD in heeft zitten vandaag. Abba.

Niet ideaal, maar wel oké. En pap is

blij dat ‘ie jou nog van ‘goede oude

kwaliteitsmuziek’ kan overtuigen.

Is het vooral ‘goede oude kwaliteitsmuziek’

versus moderne, door de

computer gegeneraliseerde mainstream?

Inhoud en idealen versus

alledaagse dingen en one-hit-wonders?

Echte instrumenten versus

mobiele ringtones? Of is het de cult

van krakende LP’s en stereogeluid

versus mp3-sticks en dolby surround?

De mythen van Summer Of

Love en Woodstock in vergelijking

met Pinkpop en concerten in Ahoy?

Sex, drugs and rock ’n roll versus

Singstar en Idols? Zeg het maar. Je

vindt vast wel iemand die er anders

over denkt. Maar wat maakt het

uit? Als iedereen maar gelukkig is

met wat ‘ie luistert en anderen daar

geen last van hebben. Als muziek

ons gelukkig kan maken, we daaruit

putten en daar kracht uit halen.

Als we daar lol aan hebben, ervan

genieten, plezier ervaren en ons

bewust zijn van het feit dat muziek

een waardevolle bijdrage aan

het leven kan zijn. Te idealistisch?

Denk er maar eens over na als je de

volgende keer muziek luistert…Wie

weet vind je je meer in dit verhaal

terug dan je oorspronkelijk had verwacht.

bronnen

Blood, A.J. en Zatorre, R..J. (2001).

Intensely Pleasurable Responses

to Music Correlate with Activity in

Brain Regions Implicated in Reward

and Emotion. Proceedings of the National

Academy of Sciences of the

United States of America. Vol. 98,

No. 20/2001, 11818-11823.

Gosling, P.J. en Rentfrow, S.D. (2003).

The Do Re Mi’s of Everyday Life: The

Structure and Personality Correlates

of Music Preferences. Journal of Personality

and Social Psychology. Vol.

84, No. 6/2003, 1236-1256.

McKinney, C.H., Antoni, M.H., Kumar,

M., Tims, F.C., McCabe, P.M.

(1997). Effects of Guided Imagery

and Music (GIM) Therapy on Mood

and Cortisol in Healthy Adults. Health

Psychology. Vol. 16, No. 4/1997,

390-400.

http://www.vandale.nl/opzoeken/

woordenboek/?zoekwoord=muziek

http://nl.wikipedia.org/wiki/Muziektherapie

februari 2007 11


12 Jaargang 37 nummer 3

Terug met de ideologie

Waarom extreem scoort

Op 23 november 2006 was de wereld in rep en roer. In ieder geval schreeuwden de Nederlandse

media en politieke prominenten moord en brand dat ons altijd progressieve kikkerlandje door de

hele wereld met vreemde ogen bekeken werd. De extreme satellietpartijtjes van de grote partijen

waren allemaal enorm gegroeid ten koste van de partijen in het midden. Nu ziet de hele wereld

hoe erg we ons naar binnen richten en ons alleen bezig willen houden met onze eigen problematiek.

Dit is het beeld wat voorgespiegeld werd door de media.

Dit roept de vraag op hoe het

komt dat, voor Nederlandse

begrippen, vier zeer extreme

(nochtans gematigde) partijen in

Nederland ineens kunnen winnen.

De SP is nu de derde partij van Nederland,

de Christenunie is verdubbeld,

de Partij Voor de Vrijheid heeft

zich flink neergezet met negen zetels

en zelfs de Partij voor de Dieren

kwam binnen met twee zetels.

Hieronder wordt een verklaring uiteengezet

en ook duidelijk gemaakt

dat het geen wenselijke ontwikkeling

is.

Allereerst een aantal maatschappelijke

ontwikkelingen, te beginnen

met de ontzuiling. De individualisering

van de Nederlander heeft

wel zo’n beetje zijn toppunt bereikt.

Hoewel we allemaal nog ons geweten

een beetje sussen door geld te

geven aan goede doelen en onze

naasten af en toe een handje toe te

steken, zijn we allemaal heel erg geent

onze eigen identiteit te ontwikkelen,

onze eigen doelen te halen,

onze eigen zaakjes voor elkaar te

hebben.

Door deze egocentrische manier

van leven krijgen we oogkleppen op

en neemt automatisch ook het moreel

besef van veel mensen af. Eigen

doelen eerst! Is dit al niet zo dan

gaat een heleboel ellende door die

oogkleppen al wel aan ons voorbij.

Een andere ontwikkeling in de

maatschappij die ik wil benoemen

is er één die zijn hoogtepunt bereikt

heeft in de afgelopen kabinetsperiode.

De constante privatisering en

afbreuk aan de zorgstaat door opeenvolgende

kabinetten. De afgelopen

vier jaar zijn op dat gebied in ieder

geval geen pretje geweest. D66

heeft zich de afgelopen regeerperiode

als slaaf laten gebruiken voor

het neoliberalisme om die paar honderdmiljoen

druppeltjes op die veel

te hete gloeiende plaat, die onderwijs

heet, te gooien. Onze vrienden

van het CDA (Christus Deed Anders)

doen namelijk al jaren alleen

maar een appèl op ons eigen moreel

besef en verantwoordelijkheidsgevoel.

Naastenliefde moeten wij aan

doen, de overheid is geen mens ergo

kan zich niet bekommeren om een

mens. Het gevolg is dat alle liberale

plannetjes uit de koker van de VVD,

die toevallig altijd beter uitkomen

voor de hogere inkomens in ons

land, allemaal doorgang vinden. De

burger moet zichzelf maar bedruipen,

vooral in tijden van recessie.

Uitkomst: Energierekeningen, Prijzen

in het Openbaar Vervoer en

Zorgkosten die alleen maar stijgen;

Mensen worden uit de bijstand en

WAO gegooid zonder goed alternatief;

De tijden zijn onzeker, het volk

kijkt angstig toe hoe hun financiële

situatie steeds moeilijker en onzekerder

wordt.

Tenslotte is er dan nog de signatuur

van de verschillende politieke

partijen van de gevestigde orde.

Doordat al die partijen zich steeds

meer overgeven aan de wereldeconomie

en het neoliberalisme zijn ze

niet meer van elkaar te onderscheiden.

Hun ideologie komt niet meer

naar voren dus mensen weten niet

meer waarvoor ze nog kiezen afgezien

van de enkeling die nog op het

CDA stemt omdat ze denken dat

het Christelijk is (dankuwel majoor

Bosshardt) en ze altijd al op een

bepaalde partij hebben gestemd.

Dit maakt dus alle plaats voor de

zogenaamde demagogie waarmee

extreme partijen met heldere ideologieën

grote issues aanpakken in

algemene termen zonder dat hun

plannen haalbaar zijn.

[AUTEUR]Wouter Kerdijk

Als het nog maar de vraag is of je

volgende week nog boodschappen

kan doen, partijen niet meer transparant

zijn in wat ze willen en we

leren dat we veel met onszelf bezig

moeten zijn, is het natuurlijk niet zo

gek dat we ook echt naar binnen

gericht zijn. Het gevolg is dan ook

dat mensen vooral kijken naar hun

eigen problemen. Dat zijn er dan ook

nogal wat. De media biedt ze ons allemaal

aan. Wijken staan op ontploffen,

de olieprijzen ook. Terrorisme

ligt op de loer en anders de kredietregelingen

wel. Over tien jaar staat

Nederland onder water.

Kies maar uit! Uitschot geeft de

buitenlander de schuld van zijn uitzichtloze

situatie en kiest voor de

PVV, de uitzichtloze met een beetje

stijl stemt SP in de hoop dat hij het

beter krijgt. De verloren ziel in de

maatschappij die het allemaal te

snel gaat kiest Christenunie en die

paar procent van de bevolking die

zich echt bekommert om het milieu

neemt geen genoegen meer met

Groenlinks maar wil dierenzieltjes

redden.

Met schaamrood op mijn kaken beken

ik dat ik blij ben dat partijen

die mijn vertrouwen nog moeten

verdienen op moment van schrijven

in kabinetsonderhandeling zijn. Als

namelijk de vier echte winnaars

van deze verkiezingen samen het

voor het zeggen zouden krijgen, zou

het helemaal misgaan. We zouden

alleen nog bezig zijn met wat er in

Nederland gebeurt, waardoor veel

internationale problemen als het

milieu en verscheidene problemen

in landen waar de omstandigheden

echt mensonterend zijn links zouden

blijven liggen. Door deze instelling

zouden we een boel landen kwijtraken

als vrienden en bondgenoten,


om nog maar te zwijgen over economische

partners. We zijn maar een

klein landje en aangezien technologie

en logistiek onze grootste bron

van inkomsten zijn is het wel prettig

als je goede relaties hebt met

het buitenland. Er zouden heel wat

banen verloren gaan als dit niet het

geval was. Tenslotte zou zo’n naar

binnen gekeerde politiek een goede

kweekbodem zijn voor de xenofobie

die toch al zo schrikwekkend wijdverbreid

is in Nederland.

Het is niet zo dat Nederland het

braafste jongetje in de klas moet

zijn of zichzelf de arrogantie moet

aanmeten om gidsland te zijn voor

de rest van de wereld. Er zijn ook

veel problemen in Nederland die

IN Nederland opgelost moeten worden.

Toch kan het niet goed zijn dat

ons politieke spectrum zo diffuus

is en zo sterk aan de buitenkanten.

Nu gaat het nog, maar deze ontwikkeling

mag hier een halt toegeroepen

worden. Gevestigde politieke

partijen hebben hier dan ook een

verantwoordelijkheid in. Gelukkig

zijn er meerdere oplossingen voor

dit probleem.

Ten eerste zal veel duidelijker moeten

worden bij het volk hoe afhankelijk

Nederland is van andere landen.

Leg nou eens uit wat de voordelen

zijn van de EU. Laat zien hoe onze

economie verstrengeld is met anderen.

Ten tweede: laat belangenbehartiging

varen. Zit daar niet voor je

doelgroep. Je doelgroep zit er voor

jou. Kies niet voor werkgevers of

werknemers, maar voor een goed

functionerend Nederland waarin

iedereen het goed heeft en draag

dit ook uit in programma en campagne.

Ten derde, puur om de PVV te tac-

Zetels verdelen?

kelen en de SP wat in te dammen

(en wat dat betreft het CDA): laat

mensen nou eens een kiesexamen

doen. Een klein examentje over

verschillende punten van verschillende

partijen om te laten zien dat

ze snappen waar ze het over hebben

voordat ze op die knop drukken.

Iemand in de bijstand die op

een liberale partij als de PVV stemt

is gewoon dom. De PVV is namelijk

een extreme VVD en dan moet je je

zometeen zelf maar redden.

Tenslotte en dit is echt het allerbelangrijkste:

DRAAG EEN IDEOLO-

GIE UIT! De ontzuiling is dan wel

voorbij en niemand mag dan nog

een uitgesproken christen, socialist

of liberaal zijn, maar laat mensen

weten waar ze nou uiteindelijk op

stemmen. Als politieke partij moeten

grote partijen echt terug naar

hun roots. Waar zijn ze begonnen

wat zijn de beginselen? Pas deze

eens toe op de maatschappij en

vorm zo eens een partijprogramma.

Probeer niet het pluche te veroveren

maar het hart. Zo krijg je ook de beste

afspiegeling van de maatschappij

en gaat onze democratie bijna weer

werken zoals hij bedoeld is.

Concluderend valt te zeggen dat nu

het tij moet keren. Verspreidt het

woord en hoop met mij dat het allemaal

goed komt over vier jaar. Dan

zou ik nog willen afsluiten, voor die

ene kiezer van die 600000 mensen

die misschien tussen onze lezers

zit, met een citaat vrij naar Raoul

Heertje: “Verdonk is echt een slecht

mens!”

Mw. E. Deinum AOP

Mw. A.M. Sijbinga AOP

Mw. M. Westra H&G

Mw. B.F. Mulder AOP

Mw. F.I. Abma AOP

Mw. V.A. De Groot K&O

Mw. S.M. Bosman K&O

Mw. R. de Jong K&O

Mw. J.A. Veer K&O

Mw. R. Cieraad K&O

Dhr. B. Beukers AOP

Mw. M. Kos ALG

Mw. B.T. Griffioen H&G

Dhr. T. van der Tuijn H&G

Dhr. W.K. Kenbeek H&G

Mw. L.Z.J. Baas K&O

Mw. C.J. Palmboom AOP

Mw. A. Dechesne K

Mw. L. Visser K + M

Mw. M.M.A. Sanders AOP

Dhr. C. Dijksterhuis F

Dhr. P.H. van Hartevelt S

Dhr. M. Harbers F

Mw. E.M. Jansen S

Mw. J. Blijlevens F

Mw. D. Spekschoor O

Mw. M.L.C. Figaroa O

Mw. R. Huffmeijer O

Mw. W. van ‘t Veer K

Mw. H.N. Bolks AOP

Mw. I.M. van Dellen K

Mw. J.A.M. Wichgers AOP

Dhr. G.W. van Gulik AOP

Dhr. T.J.M. Moonen K

Mw. I. Visser K&O

Mw. M. Bolle F

Mw. C.A.Elmont AOP

Mw. D. de Boer H&G

februari 2007 13

Afgestudeerden


14 Jaargang 37 nummer 3

Terrorisme zoals het wel is

de naakte waarheid over terrorisme

Hamas, Al-Aqsa, Hezbollah, Djihad, Fatah, Al-Qaida, PKK, Mujaheddin, Taliban, Djandjaweed en

nog vele anderen. Hoewel dit maar een klein aantal van alle terroristische organisaties zijn, maken

ze wel een groot deel uit van het nieuws. Na 9/11 is de Westerse wereld gebombardeerd door

de politiek en media over terroristen, mogelijke terroristen, mogelijk toekomstige terroristen en

over personen met een terroristisch oog/kenmerk. Keerpunt van dit alles is dat het op deze manier

steeds verder van onze bed is komen te staan om een realistische mening te vormen. Daarom

was ik aangenaam verrast dat de Lexicom een lezing had georganiseerd met een voormalige

terrorist. Eindelijk een kans om het echte verhaal te horen en een beter beeld te krijgen over het

hele concept Terrorist. Na een paar belletjes heen en weer, nam Masoud Djabani contact met mij

op en na een paar dagen zat ik met hem aan tafel voor een interview. Een interview waarbij ik

stap voor stap het levensverhaal hoorde van een zeer interessante man.

Zijn verhaal begint in Iran,

waar hij een Biologiedocent

uit het voortgezet onderwijs

was. Daar was hij al een politiek

activist tegen de regering van de

shah, omdat men de shah zag als

marionet van de VS. Deze anti-shah

houding leidde uiteindelijk tot de

Iraanse revolutie, waarbij Ayatollah

Khomeini aan de macht kwam. Met

deze revolutie werd er in Iran een

Islamitische wetgeving opgelegd,

waardoor veel studenten in opstand

kwamen. Één van deze opstandelingen

was Masoud. Hierdoor werd hij

een gezochte man door de Iraanse

regering en werd hij gedwongen onder

te duiken op schuiladressen. Op

één van deze adressen kreeg hij te

horen dat zijn broertje publiekelijk

was opgehangen en dat diens laatste

woorden aan Masoud gericht

waren, dat hij in leven moest blijven

en het land moest verlaten. Dit was

al het derde broertje dat hij verloor

door toedoen van de Ayatollah. Uit

wraakzucht sloot hij zich actief aan

bij de Mujaheddin, een terroristische

organisatie die na de val van

de shah zich ging verzetten tegen

het regime van Ayatollah Khomeini.

Op 20 juni 1982 besloot de Mujaheddin

zich ook gewapend te gaan verzetten

tegen het regime: alle leden

en sympathisanten – waaronder

Masoud dus – pakten de wapens

op. Volgens hem kwam alles in een

stroomversnelling na zijn besluit

om zich gewapend te verzetten.

Zij werden constant gepropageerd

de vijand te haten en alles zwartwit

te zien. Het motto was oog om

oog, tand om tand; hun aanpak verschilde

in feite niet van dat van het

regime Khomeini, waarbij mensen

gemarteld en vermoord werden en

veel geweld werd gebruikt. Het was

eigenlijk meer een machtsstrijd ge-

worden, maar dit zag hij op dat moment

nog niet in.

Dat moment kwam ook nog niet

nadat hij in Irak door drie kogels

getroffen werd toen hij daar vocht

tegen de troepen van Khomeini.

De Mujaheddin was in Irak op uitnodiging

van Saddam Hussein om

tegen Iran te vechten. In Irak was

een grote bijeenkomst aangekondigd

waar alle leden en sympathisanten

van de Mujaheddin naar toe

kwamen. Bij die bijeenkomst begon

het besef bij Masoud te komen dat

Saddam hen alleen maar gebruikte

als spion tegen hun eigen land en

dat de Mujaheddin net zo geworden

was als het regime waar hij juist

zolang tegen had gestreden. Tegen

chanteren, informatie vervalsen,

leugens, hersenspoeling, censuur,

haat en tegen vrijheid van meningsuiting,

liefde, eigen keuze van het

nemen van een kind. De Mujaheddin

was – net als het bewind van

Khomeini – sektarisch geworden en

steeds verder van de maatschappij

af komen te staan. Toen hij eenmaal

het besluit genomen had om eruit te

stappen, ging het vrij snel. Dit ging

twintig jaar geleden ook nog veel

makkelijker dan tegenwoordig. Na

eerst naar Pakistan te zijn gevlucht,

is Masoud achttien jaar geleden als

sympathisant van de organisatie

naar Nederland gekomen. Als sympathisant,

omdat hij zich daar toe

verplicht voelde vanwege zijn overleden

broers. Dus zamelde hij geld

in, organiseerde vergaderingen en

probeerde mensen te ronselen voor

de Mujaheddin. Maar na mate de

tijd vorderde, kreeg hijzelf steeds

meer verhalen te horen van andere

ex-leden, die na hem de organisatie

hadden verlaten. Verhalen over verborgen

martelingen, moordpartijen

[AUTEUR]Cemil Yilmaz

en andere erge dingen. Dit was het

laatste zetje dat Masoud nodig had

om zich compleet van de Mujaheddin

los te maken. Hij wilde hier niet

meer mee geassocieerd worden,

aangezien hij er ooit bij was gegaan

om voor vrijheid te vechten en niet

voor wat het geworden was. Buiten

dit om hadden voortdurende contacten

van Masoud met andere politieke

partijen ook een grote invloed

op zijn mening gehad. Vooral het

contact met zijn protestante begeleider

die hij tijdens zijn aankomst

in Nederland kreeg, gaf hem meer

inzicht over zijn leven en termen

als“ oog om oog tand om tand””.

Masoud is nu al dertien jaar werkzaam

als docent op een basisschool.

Daar buiten is hij ook vrijwilliger bij

sociaal culturele activiteiten en activist

voor vluchtelingen. Hij geeft

veel lezingen over terrorisme en

over wat wij er tegen kunnen doen.

Volgens hem is er in Nederland op

dit moment geen direct gevaar,

maar de juiste ingrediënten om terroristen

te kweken zijn er wel. Ingrediënten

als Wilders, Pastors en

Verdonk, die de kloof tussen bevolkingsgroepen

groter maken en haat

zaaien. Media die alles opblazen

en eenzijdige berichtgeving geven.

Volgens hem is haat de perfecte

voedingsbodem voor terroristen

en in Nederland kunnen er op dit

moment mensen gevoed worden in

hun haatgevoelens. Verder is het zo

dat men ook uit verliefdheid bij een

terroristische organisatie kan gaan,

omdat de partner er bij zit, maar de

grootste risicogroepen zijn radicale

denkers en vatbare jongeren die een

moeilijke geschiedenis hebben. Masoud

vertelt hierover dat deze emotioneel

gevoelige jongeren meestal

ten tijde van moeilijke situaties


aangesproken worden over gevoelsmatige

kwesties. Dit kan overal

zijn, van school tot op straat en van

discotheek tot moskee. Vervolgens

probeert men een keer af te spreken

met deze jongeren om met ze te praten,

films te laten zien en lezingen

te laten horen, om zo hun mening

te beïnvloeden. Na een aantal gesprekken

begint het gevoel van eigenwaarde

bij zo’n jongere te dalen

en zijn identiteit te veranderen. Het

individualisme maakt plaats voor

het collectivisme, ik wordt wij. De

normen en waarden van de groep

worden overgenomen en het proces

van hersenspoeling is begonnen.

De beste manier om hier iets tegen

te doen is het openbaar maken en

verklaren van de methoden die terroristische

organisaties gebruiken.

Mensen moeten goede en betrouwbare

informatie krijgen over de gang

van zaken en ze zouden niet alleen

maar angst ingezaaid moeten krijgen

over dit onderwerp. Men moet

bewust worden en niet denken dat

dit hen toch nooit zou kunnen overkomen

als kind of ouder. Pas dus op

met het stempel waar ‘terrorist’ op

staat. Terrorisme zou namelijk nooit

als excuus gebruikt mogen worden

voor oorlog of een mediamiddel mogen

zijn om angst mee te zaaien,

want de allerergste vorm van terreur

is die van de geestelijke terreur.

Niet door Al-Qaida of de VS, en

zeker niet door onze eigen politici of

media, want een terrorist komt niet

naar school of in een moskee, maar

plaatst zich buiten de maatschappij.

Ik neem de gehele verantwoordelijkheid

voor dit stuk,

op- en/of aanmerkingen naar

guneycemilyilmaz@hotmail.com

6,570,354,728 vrienden!*

Herman Brood is hot. In het rijtje

Vincent van G. en Rembrandt

van R. heeft ook hij het voor elkaar

gekregen pas na zijn dood

tot een legende te zijn verworden.

Tijdens zijn leven werd hij

bemind en verguisd en een ieder

had een mening over hem. Meningen

uit de eerste hand waren

legio, want iedereen kende hem

en hij kende iedereen. En kende

men hem niet persoonlijk, dan

was er wel een oom, een buurman

of een zus van een vriend

die Herman kende uit de tijd

dat hij nog met Cuby in Grolloo

speelde. Herman Brood bezat sociale

lijm en had het talent om de

wereld bij elkaar te brengen. Hij

was een voorbeeld van een Connector.

In zijn boek ‘The Tipping Point’ beschrijft

auteur Malcolm Gladwell

hoe psycholoog Stanley Milgram

in de jaren zestig het small world

problem -de vraag hoe mensen

aan elkaar verbonden zijn- besloot

te onderzoeken. Hiervoor

verzond hij 160 pakketjes naar willekeurige

inwoners van een klein

plaatsje in Nebraska, met de opdracht

te zorgen dat dit pakket bij

een effectenhandelaar in Massachusetts

zou terechtkomen, via

zo min mogelijk mensenhanden.

De inwoners van Nebraska werd

gevraagd het pakket door te sturen

naar een kennis die het pakket

dichterbij Massachusetts zou

brengen. De pakketten arriveerden

in Massachusetts na een gemiddelde

van 5 of 6 mensenhanden:

De bekende six degrees of

separation. Wanneer echter de

zes stappen werden opgedeeld,

bleken ze niet allemaal van dezelfde

aard. De laatste stap –van

een-na-laatste-persoon naar

effectenhandelaar– bleek voor

een overgroot deel door de handen

van dezelfde personen te

zijn verlopen. Six degrees of separation

betekent dus niet dat

alle wereldburgers met elkaar

verbonden zijn in slechts zes stappen.

Het betekent hoe een klein

aantal mensen aan iedereen is

verbonden in een paar stappen

– en hoe de rest van de wereld

aan elkaar is verbonden door dit

kleine aantal Connectors.

Little things can make a big difference.

Epidemieën, rages en

februari 2007 15

De Boekenlegger

Netjes uitknippen en dubbelvouwen over de stippellijntjes.

trends ontstaan vaak uit het niets

en het is zelden mogelijk een vinger

te leggen op de bron van een

epidemie. Op briljante wijze doet

Gladwell een poging de regels

van epidemieën te beschrijven.

Eén van zijn regels is de ‘wet van

de weinigen’, welke beschrijft

hoe epidemieën altijd vanuit een

kleine bron, vanuit slechts een

aantal mensen, snel in groei toeneemt.

Vanuit uw luie stoel kunt u

een epidemie op gang brengen,

mits u het talent van de Connector,

de Maven of de Salesman

bezit. Het recept voor de Connector

is eenvoudig: Zorg dat u

veel mensen kent. Het talent van

de Maven is het verzamelen van

informatie, welke hem bij uitstek

geschikt maakt voor het starten

van mond-op-mond-epidemieen.

Dus leest u boeken, folders,

tijdschriften en junkmail, dan zit

u goed. Helaas mag de Maven

dan de kennis in pacht hebben,

hij mist overtuigingskracht, welke

wordt aangeleverd door de Salesman.

De Maven als database,

de Connector als sociale lijm en

de Salesman als overtuiger: en

de epidemie is geboren.

Naast Gladwell`s analyse van

de regels van een epidemie,

beschrijft hij een aantal waargebeurde

casestudies waarop

hij zijn theorie toepast. Zijn theorieën

sluiten naadloos aan op

de verschillende cases en slaan

daarmee op verbazingwekkende

wijze de spijker op zijn kop.

Nadeel van het grote aantal

casestudies is de mogelijke overdosis

Gladwell die aan het eind

van het boek de kop op steekt.

Gladwell laat de wereld vanuit

een bijzonder perspectief zien

en laat de lezer op verschillende

manieren zien hoe de wereld is te

categoriseren en hoe menselijke

gedragingen zijn in te delen. Dit

gegeven, in combinatie met de

herkenbaarheid van het boek,

maakt het tot een ware psychological

pageturner. Gladwell is

niet de eerste die een theorie uit

de mouw schudt en er een commercieel

verhaal omheen breidt.

Wel de meest briljante.

* US Census Bureau, 17 januari

2007

Malcolm Gladwell, The Tipping

Point, Time Warner Book Group,

UK.


16 Jaargang 37 nummer 3

De studententijd van...

[AUTEURS] Susanne Dieudonné | Coosje de Vries

Van 1990 tot en met 1996 heb ik

gestudeerd in Groningen. Ik heb

eerst mijn propedeuse econometrie

gehaald en ben daarna statistiek

gaan studeren als bovenbouwstudie.

Deze studie bestaat inmiddels niet meer

en er is maar een handjevol van afgestudeerd.

Eigenlijk wilde ik arts worden

maar door het ontbreken van natuurkunde

in mijn pakket kon dit niet. Omdat ik

wel wat exacter ben heb ik toen gekozen

voor econometrie.

Mijn studie vond ik in het begin niet zo

leuk. Bij econometrie had je veel te maken

met economie en dat lag me helemaal

niet. De tentamens waren voor mij

puur gokwerk en daarom heb ik ook lang

gedaan over het halen van mijn propedeuse.

De bovenbouwstudie statistiek

had alleen al het leuke van econometrie

en beviel erg goed. We werkten veel in

kleine groepjes en sommige vakken

volgde je gewoon met z’n drieën of vieren.

De sociale controle was dan ook wel

wat groter dan hier bij psychologie.

In 1996 ben ik afgestudeerd, dus nog niet

zo heel lang geleden, maar het valt me op

dat jullie veel korter de tijd hebben om

af te studeren. Ik kon zes jaar over mijn

studie doen maar tegenwoordig moet je

doorwerken want de tijd die je krijgt is

beperkter. En ook de studiefinanciering

is inmiddels strenger geregeld. Ongeacht

wat je deed, hoeveel studiepunten

je ook haalde, wij kregen onze financiering

altijd wel. Nu is dat anders. De introductie

van de OV-jaarkaart heb ik ook

meegemaakt. Die was eerst nog zeven

dag per week geldig. Vanaf het moment

dat de splitsing kwam tussen week- en

weekend OV-jaarkaart werden de colleges

op vrijdagmiddag en maandag-

‘De studententijd van....’ is de serie waarin wij op zoek gaan naar het

bewogen studentenleven van een staflid. Deze keer een interview met

Edith van Krimpen, statistiek docente.

ochtend aanzienlijk minder bezocht. De

meeste mensen hadden een week-OV en

gingen dan naar huis.

In mijn studententijd heb ik heel veel bijlessen

wiskunde en statistiek gegeven

aan studenten van verschillende studies.

En ik heb bij een huiswerkinstituut gewerkt

voor middelbare scholieren. Rond

een uur of vijf kwamen ze dan om huiswerk

te maken en zich door ons te laten

overhoren en begeleiden. Verder had ik

een tijdje een baan bij een enquêtebedrijf

om dan mensen op straat vragen te

stellen over verschillende onderwerpen.

“IK HET IDEE DAT IK RODE

WANGEN KRIJG ALLEEN AL

DOOR HET KIJKEN NAAR WIJN.”

Ik ben geen lid geweest van een studentenvereniging

maar wel van de studievereniging

Vesting van econometrie. Alleen

was ik hier niet echt een actief lid.

Af en toe ging ik naar de borrels maar

het was eigenlijk nogal een klein clubje

en die mensen zag ik ook wel op andere

momenten. Ik woonde destijds in Beijum

boven de Albert Heijn. Samen met mijn

nichtje had ik daar een appartement.

Ik kreeg mijn studiefinanciering nog in

guldens en kan me herinneren dat het

grootste gedeelte op ging aan de huur.

Zo’n 350 gulden per maand betaalde

ik ongeveer. We hadden daar ook een

plaatselijke kroeg in de buurt waar ik

af en toe kwam met piekuur op woensdagavond.

Ik kende daar wel mensen die

student waren en op de één of andere

manier was dat heel gezellig. De kroeg

de Warhol zat ergens in de Peperstraat

en daar ging ik ook nog wel eens heen.

Dronken heb je me hier niet vaak kunnen

aantreffen. Ik hou helemaal niet van

drank en kan er ook niet tegen. Zelf heb

ik het idee dat ik rode wangen krijg alleen

al door het kijken naar wijn. Maar

soms dronk ik een biertje, dat wel. Drugs

heb ik helemaal niet gebruikt. Ja één

keer heb ik een trekje genomen van een

joint maar dat beviel niet goed. Bovendien

kun je dat niet echt drugsgebruik

noemen hè? Wat betreft vriendjes was

ik ook niet echt losbandig. Niet een heel

wild seksleven of zo. Maar ik heb wel

een paar vriendjes gehad, jongens die ik

kende via de studie, borrels, of mensen

uit het sociale leven. Op een gegeven

moment kwam ik mijn huidige man tegen.

In Beijum was hij mijn overbuurman.

Tijdens mijn studententijd had ik

een lilapaarse fiets met Staphorster stippen.

Een erg leuke fiets. Als ik die fiets

uitleende werd ik opgebeld: ‘Hee je fiets

staat hier maar jij bent er niet klopt dat?’

Zo opvallend. Uiteindelijk is die gejat op

het station in Enschede.

Toen ik in 1996 afstudeerde ben ik naar

Enschede gegaan omdat ik daar assistent

in opleiding werd. Vlak daarvoor

ben ik getrouwd. Na mijn promotie in

2000 heb ik een tijdje statistiekles gegeven

aan studenten toegepaste onderwijskunde,communicatiewetenschappen

en psychologie. Later ben ik terug

gegaan naar Groningen omdat daar een

baan vrij kwam. Dit leek me wel leuk en

je blijft anders ook zo hangen in de stad

waar je ook al gepromoveerd bent.

Ik ben gepromoveerd in een psychometrisch

onderwerp over afwijkend

antwoordgedrag bij een computerondersteunende

adaptieve studietoets. Bij

een computerondersteunende adaptieve

test worden toetsten en tentamens afgenomen

via de computer waarbij op


asis van de antwoorden die je geeft wordt gekeken

hoe goed je bent. Afhankelijk daarvan krijg

je een moeilijkere of makkelijkere vraag aangeboden

en zo ontstaat er een individuele test. Ik

ben gaan kijken hoe je afwijkend antwoordgedrag

daaruit kunt pikken. Voor tests die met pen en

papier worden gemaakt bestaan er maten en statistieken

die aangeven wanneer er geen sprake

is van afwijkend antwoordgedrag door bijvoorbeeld

voorkennis of spieken. Ik heb aangetoond

dat deze maten en statistieken niet bruikbaar zijn

bij de computer adaptieve test en een aantal methodes

laten zien die je wel kunt gebruiken. Het

onderwerp was erg nieuw en in totaal heb ik zes

hoofdstukken geschreven die allemaal zijn gepubliceerd

in gerenommeerde tijdschriften.

De vriendschappen van toen zijn verwaterd. Ik

denk dat dit komt doordat ik al vrij snel kinderen

kreeg en mijn vrienden allemaal doorstudeerden.

Vlak voor mijn promoveren kreeg ik mijn eerste

zoon. Inmiddels heb ik er twee, Vincent en Pieterjan.

Mijn huidige baan in het onderwijs is goed

te combineren met mijn gezinsleven, wat op dit

moment voor mij het belangrijkste is. Ik geef nu

hoorcolleges statistiek 1A en 1B en werkcolleges

van statistiek 3. Het onderwijzen geeft me echt

een kick en het is voor mij een uitdaging om statistiek

te leren aan een groep studenten die het

bij voorbaat al moeilijk vindt. Om dan toch te laten

zien dat het best meevalt. Als je maar blijft

oefenen en de stof goed bij houdt. Maar ik heb

het al vaak genoeg geroepen tijdens de colleges:

‘oefening baart kunst!’.

Tot slot wil ik iedereen van harte aanraden vooral

andere dingen naast je studie te doen. Het geeft

je een bredere blik!

februari 2007 17

Riddle me this,

riddle me that

Wat is Oud en Nieuw vieren toch een verschrikkelijk decadent

gebeuren. Je vreet je vol, zuipt je klem en schiet

een fortuin aan vuurwerk de lucht in. Maar er is nooit iets

gebeurd op die dag dat het waard is om te vieren. Ieder

jaar sterven er weer een paar mensen op die dag, maar

dat zijn meestal geen gehate schoonmoeders. Ieder jaar

sneuvelen er weer een paar lichaamsdelen, maar dat zijn

zelden blindedarmen. Er valt helemaal niks te vieren.

Toch zaten we dit jaar weer met het hele gezin bij elkaar.

Samen met oma zaten we te rummikubben. Aangezien

mijn oma dement is, was dat best frustrerend. Niet eens

zozeer omdat je het spel steeds weer uit moet leggen,

maar omdat ze constant wint door beginnersgeluk.

Mijn moeder had ouderwets oliebollen gebakken, want

het is heel fijn voor oma om vertrouwde dingen om zich

heen te hebben. Het was dan ook een ramp toen ze uit

haar huisje naar het bejaardentehuis moest. Wat verhuizen

betreft zijn demente bejaarden namelijk net honden,

je bent ze drie dagen lang kwijt en wordt dan gebeld

door de koper van het oude huis dat je oma bij hem op

de stoep staat.

Door de oliebollen zaten we al snel “tot je huig aan toe”

vol. Nou weet ik niet waar je huig zit, maar je voelt je knap

beroerd als er een oliebol tegenaan zit. Naarmate de rivier

des tijds verder klotste, de rummikub steentjes tot rijen

samenklonterden, maakten onze magen steeds meer bezwaren

tegen woorden als ‘klotsen’ en ‘samenklonteren’.

Het deed me denken aan hoe ik vorig jaar na de kerstvakantie

de koelkast op mijn kamer terugvond. Weeïg van

kleur, met harde stukjes en smeuïg tot op de bodem. Ik

heb nooit meer normaal pindakaas kunnen eten.

De gedachte aan pindakaas miste ook nu zijn uitwerking

niet en in een vloeiende beweging gooide ik er een aantal

oliebollen uit. Mijn moeder schrok, mijn broer deinsde

achteruit en mijn oma vroeg hoe ik heette. Toen ik even later

boven de wc hing over te geven, te kotsen, te spugen

en te braken, bedacht ik dat eskimo’s twintig woorden

voor sneeuw hebben, omdat sneeuw een belangrijk deel

is van het leven van een eskimo. Het citaat: “I felt the urge

to throw up, be sick, vomit, puke, gag, barf, maybe even

hurl” zegt dan genoeg over de Engelse keuken.

Klokslag 2007 kwam ik weer terug en mijn oma sprak

verward “Is het alweer zo laat? Ik heb het gas aan laten

staan.” Dat leek ons stug, want ze heeft een inductiekookplaat,

maar van dat soort ‘rare taal’ wilde mijn oma niks

weten. Er was geen houden meer aan, mijn oma moest

naar huis om het gas uit te zetten. Dus stapte mijn moeder

om 0:05 in de auto om oma naar huis te brengen.

Van dit hele verhaal is niks waar gebeurd, maar het is het

enige verhaal dat ik kon verzinnen dat verklaart waarom

mensen tijdens de jaarwisseling nou perse vlak na 12 uur

met de auto over straat moeten!

Theo van Mourik

LULkoek


18 Jaargang 37 nummer 3

Woord van het bestuur 2006-2007

Al is het ons streven iedereen persoonlijk te leren kennen,

is dit in zo’n korte tijd natuurlijk nog niet gelukt. Daarom

via deze weg een berichtje van ons. Anderhalve maand geleden

zijn wij als nieuw bestuur aangesteld en aan ons de

eer het komende jaar de VIP te besturen.

Vanaf begin oktober hebben we verschillende sollicitatierondes

moeten doorlopen en moeilijke opdrachten moeten

aanvaarden. Van brainstormbijeenkomsten tot bestuursliederen

produceren, het hoorde er allemaal bij. In november

was het langverwachte/gevreesde beleidsweekend

waar we elkaar door en door hebben leren kennen. De geboorte

van het beleidsplan was een feit. Na verschillende

bewerkingen hebben we al onze plannen mogen presenteren

tijdens de ALV van 29 november jongstleden. Na goedkeuring

door de aanwezige leden is ons bestuursjaar officieel

van start gegaan. Constitutieborrels, lange VIP-hok

dagen en uitgebreide vergaderingen komen sinds 1 december

2006 in onze agenda’s voor.

Na een vakantie waarin we nog een poging hebben gewaagd

om enkele tentamens met succes te volbrengen

gaat de VIP in februari los met haar activiteiten. We hopen

daar velen van jullie te mogen ontvangen. Op de rest

van deze pagina’s kun je een aantal van deze activiteiten

bewonderen.

Het belooft een overweldigend en gezellig jaar te worden,

wij hebben er zin in, jullie ook?!

Liefs,

Het VIP-bestuur 2006-2007,

VIP, studievereniging psychologie Groningen

Grote Kruisstraat 2/1

9712 TS Groningen

Kamers 214 & 218

VIP-pagina’s

Nicole, Eva, Maarten, Hilde, Eveline en Robert

Iedere dinsdag tussen 22:00 uur en

1:00 uur piekuur voor studenten in

de Negende Cirkel

050 363 6323

vip.gmw@rug.nl

www.vipsite.nl

Spreekuren:

Elke werkdag van 14:00 tot 15:00

bij de onderwijsbalie.


VIP, studievereniging psychologie Groningen

VIP, studievereniging psychologie Groningen

VIP, studievereniging psychologie Groningen

“Het leven in een TBS kliniek“

VIP, studievereniging psychologie Groningen

Lexicom 2007 presenteert: “Het leven in een TBS kliniek”

Tijdens deze lezing komen een psycholoog en een psychiater

in opleiding, werkzaam in de Van Mesdag kliniek,

vertellen over de werkzaamheden in een TBS kliniek.

Naar alle waarschijnlijkheid komt er ook een ervaringsdeskundige

vertellen over het dagelijks leven in een TBS

kliniek. Na afloop is er een borrel…komt dus allen!

Datum: Maandag 26 februari

Tijd: 19.30 uur

Locatie: Het Heerenhuis, Spilsluizen 9

Kaartverkoop: 19 t/m 23 en 26 februari

12.00- 14.00 uur, Hal Heymans

Kosten: VIP leden € 1,50 Niet-VIP € 2,50

Restverkoop aan de deur

Uitwisselingsweek

De SECcie is weer druk bezig met het organiseren van

een uitwisselingsweek voor buitenlandse studenten. De

uitwisselingsweek gaat waarschijnlijk begin mei plaats

vinden. In de uitwisselingsweek zijn ontzettend veel leuke

activiteiten gepland voor zowel de buitenlandse studenten

als voor de hosts! Al die buitenlandse studenten

hebben natuurlijk een slaapplek nodig en daarom

zijn wij op zoek naar JOU! Lijkt het je leuk om internationale

contacten op te doen, een week naar het buitenland

te gaan, maar vooral een ontzettend leuke tijd tegemoet

te gaan? Neem dan een buitenlandse student in

huis! Je kunt uiteraard je voorkeur aangeven ;) Ben je geinteresseerd?

Houd dan de posters en inschrijflijsten van

de SECcie op de faculteit in de gaten! Voor vragen mail

naar: seccie@vipsite.nl

CaraV Agenda

22 februari: Sociale Psychologie

20 maart: AOP

7 mei: Klinische Psychologie

24 mei: Ontwikkelingspsychologie

27 september: Hersenen en Gedrag

18 oktober: Algemene Psychologie

(alle avonden zijn in het Heerenhuis en beginnen om 19:00)

CaraV

Hoi allemaal!

februari 2007 19

Wij zijn de spiksplinternieuwe commissie bij de VIP: de

Carrièrecommissie, afgekort CaraV. Wij verzorgen per

masterrichting een interessante avond met sprekers die

psychologie gestudeerd hebben en nu in verschillende

werkvelden actief zijn. Op deze manier proberen wij een

brug te slaan tussen studie en werk.. Na afloop van de

avond zal de borrel natuurlijk niet ontbreken en is er gelijk

de mogelijkheid om te netwerken of na te praten over

de lezingen.

Donderdag 22 februari zal de eerste carrièreavond van

dit jaar zijn! De eerste studierichting die we gaan behandelen

is sociale psychologie. Tijdens deze avond zullen

sociaal psychologen die werkzaam zijn in relevante beroepen

vertellen over bijvoorbeeld de aansluiting tussen

studie en beroep, hun studieloopbaan en hoe ze aan

deze baan zijn gekomen. Na afloop van de lezingen, die

elk zo’n 20 minuten duren, is er een informele borrel. Je

kunt dan onder het genot van een drankje contact leggen

met de sprekers van die avond om ze vragen te stellen, of

misschien kun je wel netwerken!

Dit alles zal plaatsvinden in het sfeervolle Heerenhuis,

dat zich vlakbij de faculteit aan de gracht bevindt (Spilsluizen

9) en zal om 19:00 uur beginnen.

De kaartverkoop voor onze eerste activiteit zal plaatsvinden

op 20, 21 en 22 februari in de hal van het Heymans.

Houd de posters in de gaten voor meer informatie

over de sprekers die langskomen! Ook zal er te zijner tijd

informatie te vinden zijn op www.vipsite.nl.

We hopen jullie allemaal te zien op een van onze carrièreavonden.

Groetjes van de CaraV,

Laura van Tamelen (voorzitter)

Marleen Hennemann (secretaris)

Heeltje Warmelink (penningmeester)

Marjolein van Haeften (externe contacten)

Pauline Weggers (externe contacten)

Kijk voor actuele informatie en activiteiten op de website (WWW.VIPSITE.NL)

of houd de posters in de gaten!


20 Jaargang 37 nummer 3

Onderwijsevaluaties

Evaluatie Bachelorvakken, Blok 2A 2005

Vraag jij je ook altijd af waarom je in hemelsnaam die evaluatieformulieren na elk tentamen invult? Wordt er eigenlijk wel iets mee gedaan?

Jazeker! Door die evaluatieformulieren in te vullen kan de kwaliteit van het onderwijs in de gaten gehouden worden. Op de voorkant

van deze formulieren staan algemene vragen over de vakken. Op de achterkant van het formulier kun je opmerkingen (positief en negatief)

kwijt. Voor elk studiejaar is een jaarvertegenwoordiging samengesteld van ongeveer vier studenten. Zij schrijven naar aanleiding van

de evaluatiegegevens een evaluatieverslag per vak. Deze verslagen worden vervolgens besproken met de docenten tijdens een semesterbespreking.

Tijdens de bijeenkomst worden actiepunten geformuleerd. Deze actiepunten zijn afspraken over wat een docent voor het

komende collegejaar aan zijn of haar vak moet veranderen.

Het is dus van groot belang dat je de evaluatieformulieren invult! Vooral ook de geschreven opmerkingen zijn van groot belang: laat weten

wat je vindt!

Wil je contact met de jaarvertegenwoordiging? jvpsychologie@rug.nl

[AUTEUR]Marit van der Pol

Aukje Molenaar

Hieronder vind je een beknopte samenvatting van de vakevaluaties van de vakken uit het tweede semester van vorig jaar. Deze vakken

worden op dit moment weer gegeven: doe er dus je voordeel mee! Zijn dingen hetzelfde gebleven terwijl ze aangepast zouden worden:

geef het aan op de achterkant van het evaluatieformulier!

Bachelor jaar 1: Semester 2.2

Tijdens de bespreking van de vakken kwam

naar voren dat het tweede semester erg druk

is. Studenten kwamen in tijdsnood door de

enorme hoeveelheid huiswerkopdrachten en

practica. De planning van dit jaar is gelijk aan

die van vorig jaar, dus studenten moeten goed

plannen en al vroeg in het blok beginnen met

studeren.

BA1-07: Ontwikkelingspsychologie

BA1-09: Gespreks- en groepsvaardigheden

De studenten vonden dat dit vak erg leuk werd gegeven. De colleges sloten

goed aan bij de stof. Er waren wel klachten over het gebruikte boek. Dit

zou te gedateerd zijn. De docent is zich hiervan bewust, en het boek zal

in het volgende studiejaar (2007-2008) worden vervangen. Verder werd het

tentamen lastig gevonden. Studenten vonden dat de vragen onduidelijk

werden gesteld en dat er te veel naar details werd gevraagd in plaats van

naar verbanden. De docent is het hier niet mee eens.

Het computerprogramma waarmee gewerkt wordt tijdens het practicum

(GeVaT) werd ouderwets gevonden en er wordt te veel in herhaald. Op dit

moment wordt er gewerkt aan een nieuwe versie die rekening houdt met de

grote multimedia kennis van de studenten. De planning van het pre-tentamen

zorgde voor problemen. Dit is dit studiejaar opgelost door het tentamen

niet vooraf af te nemen maar halverwege het blok.

BA1-08: Statistiek 1B

Uit de evaluaties bleek dat de studenten het een interessant maar

lastig vak vonden. Zowel de hoor- als de werkcolleges waren nuttig.

Studenten bleken weinig gebruik te maken van het wekelijkse

vragenuurtje bij de docent.


BA2-01: Hersenen en Gedrag

BA2-09: Onderzoek: practicum

In de cursus is een aantal nieuwe onderdelen toegevoegd. Behalve

het schrijven van een paper rondom een viertal brede onderwerpen

konden studenten op nestor gebruik maken van het discussion

board, een rubriek wetenswaardigheden, vragen over de stof

(voorafgaand aan de colleges) en de mogelijkheid tot vragen stellen

aan een begeleider. Deze nieuwe onderdelen werden over het

algemeen positief gewaardeerd.

Studenten vonden de cursus leuk en boeiend. De paper werd als

een leuke afwisseling gezien, maar het kostte wel veel werk. De

studenten vonden het jammer dat er enkel beoordeeld werd met

onvoldoende en voldoende. Het beoordelen met cijfers is echter

niet mogelijk want er zijn heel veel papers en de docente kan niet

garanderen dat er dan een betrouwbare beoordeling is.

BA2-12: Statistiek III

februari 2007 21

Studenten vinden het erg leuk om een onderzoek te doen. De begeleiding van de studenten

blijkt per docent sterk te kunnen verschillen. Er zal dit jaar extra nadruk worden

gelegd op het naleven van de klapper door de docenten, toch zal een volledig uniform

practicum voor alle studenten niet haalbaar zijn. Verder vonden studenten dat het goed

zou zijn om statistiek II als voorwaarde te stellen voor deelname aan dit practicum. Samen

in een groepje zitten met iemand die statistiek II nog niet heeft afgerond blijkt vervelend

te zijn, omdat diegene dan minder kan bijdragen aan de statistische analyses.

BA2-09: Onderzoeksmethoden: Theorie en Ethiek

Studenten vonden dit een goede cursus, de colleges werden

echter wel wat saai gevonden, onder andere doordat het

theoriegedeelte veel overlap vertoonde met andere vakken.

Ethiek werd door studenten als erg interessant ervaren.

Studenten klagen over het verplichte karakter van het werkcollege. Toch vinden ze de colleges wel nuttig.

Ze komen met de suggestie om de werkcolleges alleen verplicht te stellen als het huiswerk onvoldoende is

gemaakt, zodat er alleen gemotiveerde mensen op het werkcollege zijn en het voor de docent ook niet haast

onmogelijk wordt gemaakt om orde te houden. De huiswerkopdrachten vinden studenten erg leerzaam,

maar ze geven wel aan dat het erg veel tijd kost. Ook vinden ze het jammer dat je niet beloond wordt voor

het goed maken van de huiswerkopdrachten, bijvoorbeeld door een halve punt extra te krijgen op het tentamen.

Het tentamen zelf vonden de studenten moeilijk. Het was niet duidelijk wat er verwacht wordt van

de studenten, en ze vonden dat er verschil zat tussen de oefenopdrachten en het daadwerkelijke tentamen.

Ook zouden ze graag wat meer oefententamens met antwoorden hebben zodat ze zich beter kunnen voorbereiden

op het tentamen.

Slaagpercentages Bachelorvakken tweede semester 2005/2006

Bachelorpropedeuse Eerste kans Tweede kans Derde kans

deeln. geslaagd deeln. geslaagd deeln. geslaagd

Ba1-07: Ontwikkelingspsychologie 384 65 % 96 39 % 46 44 %

Ba1-08: Statistiek Ib 378 35 % 188 30 % 94 47 %

Ba1-09: Gespreks- en groepsvaardigheden practicum

Ba1-10: Gegevensverzameling practicum

Bachelor tweedejaar Eerste kans Tweede kans

deelnemers geslaagd deelnemers geslaagd

Ba2-01: Hersenen en Gedrag 452 47 % 233 48 %

Ba2-08: Onderzoeksmethoden: theorie en ethiek 317 69 % 113 77 %

Ba2-09: Onderzoeksmethoden: practicum practicum

Ba2-12: Statistiek III 452 55 % 209 54 %

Bachelor derdejaar Eerste kans Tweede kans

deelnemers geslaagd deelnemers geslaagd

Ba3-AOP4/HG4: Human Factors 70 47 % 39 59 %

Ba3-AOP6: Interventiemethodiek 7 57 % -- --

Ba3-HG3: Ontwikkelingsneuropsychologie 136 74 % 39 69 %

Ba3-KO4: Diagnostische vaardigheden 94 100 % 18 100 %

Ba3-KO5: Ontwikkeling en psychotherapie 139 63 % 45 64 %

Ba3-SPT6: Consumentenpsychologie 136 88 % 55 80 %


22 Jaargang 37 nummer 3

Know Thyself!

Zelfreflectie: Kwaal of openbaring?

Ik pak m’n mobiel. Onvoorstelbaar hoeveel namen er in een enkele seconde door je hoofd kunnen

schieten. De klok begint bijna een frisse nieuwe ronde, zoals hij twee keer per dag probeert

(tenzij de batterijen het weer eens begeven), terwijl ik zit te piekeren wie mij een sms zal sturen

en mezelf tegelijkertijd alvast zelfvertrouwen in probeer te boezemen met het idee dat 99 procent

van de berichtjes die voor mij bedoeld zijn toch niet doorkomen als gevolg van een één maal per

jaar terugkerend capaciteitsprobleem bij de bekendere netwerkprofiders.

Terwijl ik dit denk ben ik me

bewust van de gedachte en

de irrationele basis ervan.

Tegelijk ben ik me ook bewust van

mijn houding en mijn expressies en

hoe ze over komen op mijn vrienden

die om me heen zitten. Ondanks het

feit dat ik me totaal op me gemak

voel tussen m’n vrienden, niet bang

ben voor hun kritiek en al helemaal

niets te verbergen heb, kan ik toch

niet voorkomen dat ik mezelf vanuit

een andere positie observeer en me

terdege bewust ben van al mijn

bewegingen en uitspraken. Een

leuk detail is dat deze positie

toch wel als luxe skybox gekarakteriseerd

kan worden omdat

dit bewustzijn mij een continue

stroom van feedback verschaft.

Zelfreflectie noemen we dat.

Een actief proces waarin we

abstract over onszelf kunnen

nadenken als uniek individu

en ons bewust zijn van onze

aanwezigheid. Er wordt wel

eens gezegd dat bewustzijn de

mens onderscheidt van alle andere

dieren op de aarde, maar ik

vind de definitie van de Franse

filosoof Jean-Paul Sartre nog

iets mooier: “Het bewustzijn

van bewustzijn.” Het feit dat ik

kan reflecteren op mijn eigen

gedachten. Misschien is dat

ook wel een cruciaal element

in de menselijke ontwikkeling.

Dankzij deze zelfreflectie kunnen

we onlogische gedachtenpatronen

herkennen en onze eigen motieven

bespreekbaar maken. Het geeft ons

de mogelijkheid te zeggen “Ik ben

een individu!” zoals wij Nederlanders

maar al te graag benadrukken.

Echter heeft de definitie van Sartre

een interessante implicatie. Als de

mens een bewustzijn van bewustzijn

heeft, zou er ook een onbewustzijn

van bewustzijn moeten zijn,

en de aanwezigheid van de eerste

hoeft de tweede niet uit te sluiten.

Het bestaan van de eerste is zo logisch

voor ons dat het haast ondenkbaar

is dat er patronen zouden zijn

die ons bewustzijn buitenbewust

beïnvloeden. Dat wil zeggen, patronen

die onbewust voor ons, ons bewustzijn

beïnvloeden. In deze laatste

zin zit ook direct het antwoord

waarom dat zo ongeloofwaardig is.

Als het voor ons niet bewust is, hoe

zouden we dan kennis moeten hebben

van zijn aanwezigheid.

Om het allemaal nog wat complexer

te maken zouden we kunnen stellen

dat zelfreflectie en zelfbewustzijn,

dus bewustzijn van bewustzijn,

zichzelf versterkt. Op het moment

dat we naar onszelf kijken en onszelf

afvragen waarom we doen wat

we doen kunnen we soms onze nog

onbewuste beweegredenen aan

de oppervlakte halen en ze bewust

maken, analyseren en kunnen we

ze vervolgens toevoegen aan ons

bewuste bewustzijn.

[AUTEUR]Patrick Noordhof

Een hoge mate van zelfreflectie en

het daardoor opdoen van zelfkennis

lijkt in eerste instantie een positieve

eigenschap. Wie wil zichzelf nou

niet door en door kennen? “Know

thyself” zoals de grote filosofen het

zeiden. Een concept wat in één adem

wordt genoemd met begrippen als

Ultiem geluk en het boeddhistische

Nirvana: De Alfa en Omega van het

leven. Als dit inderdaad gerelateerd

is volgt de ontwikkeling van zelfkennis

door zelfreflectie wel een

heel bijzonder pad. Velen zullen

zeggen dat zelfreflectie je onzeker

maakt omdat je je continu

bewust bent van jezelf en hoe

je overkomt op anderen, zelfs als

je ervan bewust bent dat deze

angst geen rationele basis heeft.

Kortom, dat bewustzijn van bewustzijn

creëert soms een angst

waarvan de oorzaak in het onbewuste

bewustzijn ligt. Hoe

typisch. Dat biedt ons natuurlijk

wel weer meer stof om over

te reflecteren. Het monster leeft

van zijn eigen uitwerpselen! Hopelijk

is het slechts een gevalletje

van even door de zure appel

heen bijten (met een kunstgebit

wel te verstaan).

Als laatste kunnen we ons nog

afvragen of het überhaupt wel

mogelijk is ultieme zelfkennis te

vergaren, want wanneer weten

we dat we dat punt bereikt hebben?

De dingen die ons niet bewust zijn

en die ons toch beïnvloeden zijn we

ons immers niet bewust! Ik hoop

dan maar dat als ik dat punt bereikt

heb, ik het als vanzelf weet en dan

tot de conclusie kom dat het inderdaad

geweldig is en rustig kan sterven.

Tot die tijd blijf ik ijverig doorspitten

in m’n hoofd en om eerlijk te

zijn, vermoed ik de jaren die ik nog

heb hard nodig te hebben.


Diemensies’ POT [SCHRIJVERIJ]

Janiek Bartelds | Tanja Witte

[ETERIJ] Harry Oude Lenferink

maart 2006 23

Een ‘SAS’ dag met meneer Oude Lenferink

Omdat we ditmaal de Pot bij de faculteitsbibliothecaris, Harry Oude

Lenferink, wilden houden, begon ons avontuur met een autorit naar

de metropool Roden.

Terwijl we bij hem in de auto stapten

werd zijn vrouw ingelicht om de hond

alvast mee naar buiten te nemen, zodat

wij niet aangevallen zouden worden

door hun waakse hond (die na het

verkrijgen van twee hondensnoepjes

veranderde in een echte knuffelhond).

Na kennis te hebben gemaakt met de

hond en de kat werden we ook voorgesteld

aan zijn vrouw Antje Oude Lenferink,

die ook bibliothecaris is geweest.

Vrijwel meteen vertokken we naar de

keuken, waar Antje verheugd was om

te zien dat meneer Harry ditmaal zou

koken. Toen wij aanboden om te helpen,

vertelde hij dat wij de afwas voor

onze rekening mochten nemen. Antje

verklapte echter al snel dat er een afwasmachine

aanwezig was. Met wat

subtiele aanwijzingen van zijn vrouw,

begon Harry vol enthousiasme aan de

quiche. Al tijdens de autorit vertelde

Harry dat hij ooit begonnen was aan

de studie Nederlands. Het leven buiten

de studie, waaronder Albertus, het dirigeren

van het koor en het schrijven van

het jaarlied van Albertus, bleek echter

veel interessanter dan het studeren

zelf. Na een jaar moest hij van zijn vader

stoppen en begon hij aan zijn opleiding

tot bibliothecaris. Hij heeft alle

mogelijke opleidingen afgerond die

er voor een bibliothecaris te behalen

vallen. Tijdens zijn werk heeft Harry nog

verschillende andere studies gevolgd;

waaronder Bedrijfskunde, Engels en

Rechten. Hij vertelde dat hij deze studies

niet afgerond heeft, omdat hij

afhaakte op de momenten dat hij de

studie een beetje door begon te hebben.

Een groot deel van zijn leven heeft Harry

in Zwolle gewoond. 33 jaar geleden

verhuisde hij met zijn vrouw Antje naar

Roden om een speciale dienst voor de

provinciale bibliotheekcentrales van

Groningen en Drenthe op te zetten.

Daarna is hij voor de RuG gaan werken.

Hier kreeg hij de opdracht om van

13 instituutscollecties één faculteitsbibliotheek

te maken. Binnen het overleg

tussen de faculteitsbibliotheken en de

UB heeft Harry ‘Ondersteuning van

Onderwijs en Onderzoek’ in zijn portefeuille.

Hij probeert ervoor te zorgen dat

onderzoekers alle voor hun publicaties

noodzakelijke literatuur kunnen krijgen

en dat studenten alles kunnen vinden

wat ze nodig hebben om hun studie

op tijd af te ronden. Met een team

van medewerkers, collega`s en onderzoekers

komt hij te weten wat

er op de markt is, wat er relevant

is en op wat voor manier deze informatie

het beste teruggevonden

kan worden. Terwijl de quiche in de

oven stond, vertelde meneer Harry

vol enthousiasme verder. “Ik ga fluitend

naar mijn werk en kom fluitend

weer thuis, het is de mooiste baan

die er is!” Naast het gevlieg en

gedraaf heeft hij veel vrijheid binnen

zijn werk. Hij heeft regelmatig

overleg met het faculteitsbestuur,

de onderwijsdirecteur en andere

bibliothecarissen. Met hen bespreekt

hij de problemen die hij tegenkomt.

Hier bespreekt Harry ook

welke vormen van dienstverlening

afgeschaft of vernieuwd moeten

worden. Bijvoorbeeld: het aanpassen

van de website, de aanschaf

van boeken en het veranderen van

de inrichting van de bibliotheek. En

met betrekking tot de bouwplannen:

de bibliotheek wil hij leuker en

knusser maken door bijvoorbeeld

kleinere en minder volle boekenkasten

te plaatsen, zodat de boeken

meer aanspreken tot lezen en

wil hij meer ruimte tussen de kasten

houden zodat er intiemere studeerplekken

ontstaan. Bij Psychologie is

er de laatste drie jaar een zeer gestructureerde

bibliotheekinstructie

opgezet die dit jaar geëvalueerd

gaat worden. Ondanks dat meneer

Harry de quiche niet perfect

gaar vond, besloot hij wel vast om

de quiche op te dienen. De quiche

smaakte erg goed, maar we werden

gewaarschuwd om niet teveel

te eten omdat zijn legendarische

snoeptoetje nog lekkerder was. Hij

vertelde dat voor het toetje een

speciale ‘SAS’ (Schijt aan Sonja

Bakker) dag ingepland moesten

worden. Terwijl wij opschepten van

het overheerlijke SAS toetje (vruchtencompote)

vertelde hij dat hij piano

speelt en erg van kunst houdt.

Zo maakt hij zelf ook beelden en

andere kunstwerken. Toen we onze

buikjes rond hadden gegeten en

nog een kopje thee na hadden

gedronken, stapten we in de bus

en keken terug op een geslaagde

avond.

Ingrediënten

Kaas-groenten Quiche

- 5 plakjes bladerdeeg

- 2 uien

- ½ eetlepel olie

- 4 eieren

- 1 bekertje zure room

- peper

- 1 theelepel paprikapoeder

- 3 takjes peterselie

- zakje (rauwe) groentemix van 300 a 400 -

gram

- 200 gram geraspte belegen kaas

75 gram katenspek (plakjes)

eventueel een teentje knoflook

Vruchtencompote met perziken en slagroom:

Ingrediënten:

1 blik perziken (netto 820 gr)

1 blik frambozen (netto 400 gr)

2 eetlepels aardappelmeel

8 plakjes cake

3 eetlepels perziklikeur (persico)

¼ liter slagroom

1 ½ eetlepel suiker

Recept

Kaas-groenten Quiche

Ontdooi het bladerdeeg en pel daarna

de uien, snij ze in dunne ringen fruit ze en laat het

afkoelen. Klop de eieren met zure room, peper,

paprikapoeder, fijngeknipte peterselie. Meng

daarna de kaas en uien erdoor. Verwarm de oven

voor op 225 graden en bekleed de vorm van 22

a 24 cm met plakjes deeg. Prik gaatjes in de bodem.

Verspreid vervolgens een Zakje groenenmix

over de bodem en giet het ei-kaas-ui mengsel eroverheen.

Baktijd 40 a 50 min op 180 graden in de

oven.

Vruchtencompote

Giet de perziken en frambozen boven een maatbeker

af en snij de perziken in dunne schijfjes. Hou

8 schijfjes achter voor de garnering. Roer in kommetje

het aardappelmeel met 3 eetlepels koud

water tot glad papje. Breng in een steelpan 3 dl

perzik-frambozensap aan de kook. Voeg het aardappelmeelpapje

al roerend toe. Blijven roeren tot

de saus licht gebonden is. Schep vervolgens de

perzikschijfjes en frambozen erdoor en laat het

geheel afkoelen. Blijf af en toe roeren. Bedek de

bodem van glazen schaal met 4 plakjes cake

en besprenkel het met 1 ½ eetlepel perziklikeur.

Verdeel de helft van de vruchtencompote erover

en bedek dit geheel met de rest van de cake.

Sprenkel hier weer 1 ½ eetlepel perziklikeur over.

Verdeel de rest van de compote erover en zet het

afgedekt weg voor een paar uur.

Klop in een kom slagroom met suiker goed stijf en

verdeel het over de compote. Garneer de compote

met achtergehouden perzikschijfjes en frambozen.

More magazines by this user
Similar magazines