you're here for The Beatles-DEF.indd

hgmboeken.nl

you're here for The Beatles-DEF.indd

DAG ÉÉN

21


You’re here for The Beatles

22

Thuis

Bij het uitstappen maakt zich op de vliegtuigtrap een soort Back In Th e USSR-

gevoel van ons meester. Nog nooit geweest en toch thuis. Hoewel, het vliegveld

is allesbehalve de thuishaven van een popgroep die de wereld veroverde. We zien

een aantal houten gebouwtjes waar de vliegveldbus ons naartoe rijdt. Het blijkt

de aankomsthal te zijn. Hindert niet. Het gekrijs van duizenden fans denken we

er wel bij.

Met de plattegrond in de hand proberen we de route van de taxi te volgen, maar

merken te laat dat we op Menlove Avenue rijden en het huis van John Lennon

hebben gemist. Het voelt als een valse start.

We hebben afgesproken meteen aan de slag te gaan, veel te doen, geen tijd te

verliezen. Dus dumpen we onze bagage in het guesthouse en vertrekken, een

verbaasde herbergier achterlatend. Eerste doel: Woolton.

Het is natuurlijk volslagen waanzin wat we doen. Waarom lopen we hier in

godsnaam? Geen idee. Het moet. Het is het missende stukje uit ons lange en

intensieve Beatlesverleden.

Wat helpt, is de serieuze manier waarop we onze waanzin ten uitvoer brengen.

Alle drie zijn we overtuigd van de noodzaak, geen van drieën haakt af, we hebben

een taak op ons genomen waarvoor we ons verantwoordelijk voelen en die we

hoe dan ook tot een goed einde moeten brengen.

We realiseren ons dat duizenden, miljoenen ons voorgingen, maar dat doet er

niet toe. Zij liepen hier niet zoals wij. Zij deden maar wat. Fotootje hier, fotootje


daar. Hier marcheert een goed geolied, optimaal voorbereid trio, op zoek naar

het naadje van een ruim veertig jaar oude kous.

Het is zwaar bewolkt naar regenbui, maar we zien het niet. Onze ogen zijn

op de grond gericht. Zouden het nog dezelfde tegels zijn? Dezelfde huizen? Is

dit de omgeving die inspireerde tot zoveel onvergetelijke liedjes? En: voelen wij

al diezelfde inspiratie?

23


You’re here for The Beatles

24

HEILIGE GROND

St. Peter’s Church Garden Fete

We lopen richting Woolton, een deel van Liverpool

niet ver van Menlove Avenue en Strawberry Field.

Woolton wordt gedomineerd door St. Peter’s Church.

Om en rond deze kerk is het allemaal begonnen.

Hier ontmoetten Lennon en McCartney elkaar

voor het eerst, op het St. Peter’s Church Garden Fete,

het jaarlijkse zomerfeest met een bont programma.

Op 6 juli 1957. ’s Middags was er een parade door

de buurt, een brassband gevolgd door lorries; op een

daarvan stonden Th e Quarry Men, de schoolband van

John Lennon, te spelen. Knap lastig, want Woolton is

heuvelachtig en de jongens hadden grote moeite zich

al spelend staande te houden op de heuvelop, heuvelaf

rijdende wagen.

Later die middag speelden Th e Quarry Men op het

St. Peter’s Field, achter de kerk, op een haastig in elkaar

gezet houten noodpodium. Een spannend optreden,

een thuiswedstrijd voor vrienden en bekenden maar,


wie weet, ook vijanden. Th e Quarry Men waren niet bij iedereen even populair. In

elk geval waren Johns tante Mimi en moeder Julia onder het publiek. En ook zijn

vriend Ivan Vaughan, met een klasgenoot, ene Paul McCartney. Die zag al van

afstand dat Lennon op uiterst merkwaardige wijze gitaar speelde, geen normale

gitaarakkoorden. Maar de vocals vond hij okay.

Hadden Th e Quarry Men eerder die middag, op de lorrie, uitsluitend skiffl e

nummers gespeeld, nu gingen ze over op een zwaarder kaliber, rock ’n roll. All

Shook Up, Blue Suede Shoes maar ook Maggie Mae, een provocerend nummer

over een Liverpools hoertje. Vond Lennon leuk, de zaak een beetje uitdagen. Ze

hadden groot succes.

Die avond speelden ze nog een keer, nu binnen, in St. Peter’s Church Hall,

schuin tegenover de kerk. Weer was die Paul McCartney aanwezig, nu met zijn

gitaar. Belangrijke grond dus, rond St. Peter’s Church, Woolton, Liverpool.

The Quarry Men

In maart 1957, niet lang nadat hij van Aunt Mimi een gitaar had

gekregen, richtte John Lennon een schoolband op, The Quarry Men.

Hij zat op The Quarry Bank High School, vandaar.

Vriend en klasgenoot Pete Shotton speelde wasbord. De eerste

twee weken speelde Bill Smith op de ‘tea chest bass’, een kist

met een paal erin waarlangs een snaar was gespannen. Daarna werd

die functie wisselend overgenomen door zijn vrienden Ivan Vaug-

han en Len Garry. Bas spelen was kennelijk geen dankbare klus.

25


You’re here for The Beatles

26

Uiteindelijk maakten ook Rod Davis

(banjo), Eric Griffiths (gitaar) en

Colin Hanton (drums) deel uit van de

groep.

Eind juli 1957 trad Paul McCartney

toe tot The Quarry Men, en in fe-

bruari 1958 George Harrison, een

schoolgenoot van Paul. Voorzichtig

begonnen Lennon en McCartney hun

eigen nummers te schrijven. One Af-

ter 909 stamt uit die tijd. Geleidelijk verlieten de oorspronke-

lijke leden de groep, en in augustus 1958 waren er nog vier over:

John, Paul, George en gitarist/zanger Ken Brown. Ze speelden dus

zonder drummer en bassist.

Eind 1959 verliet ook Ken Brown The Quarry Men, en toen waren er

nog maar drie.

Het trio verzon andere namen. Van oktober 1959 tot januari 1960

heetten ze Johnny and the Moondogs, van januari tot april 1960

The Beatals. Stuart Sutcliffe, studievriend van Lennon aan het

Liverpool College of Art, kwam het trio versterken als bassist.

In mei en juni noemden ze zich The Silver Beetles en vormden ze

een kwintet, met drummer Tommy Moore. In die periode speelden ze

onder meer in The Jacaranda. Tommy Moore ging, drummer Norman

Chapman speelde een aantal keren mee, in augustus 1960 kwam Pete


Best en noemden ze zich The Beatles. In die bezetting vertrokken

ze naar Hamburg. Er zou nog één beroemde, zoniet beruchte perso-

nele wisseling volgen en toen waren de voormalige Quarry Men on-

der de naam The Beatles in 1962 klaar voor het grote werk.

St. Peter’s Church Hall

St. Peter’s Church is eenvoudig te vinden, ze is bekend van vele foto’s. Er is een

huwelijk gaande, het bruidspaar komt net de kerk uit. Het gezelschap is zichtbaar

minder opgewonden dan wij bij het betreden van deze heilige grond.

Naast de kerk is een begraafplaats met een steen waarop de naam Eleanor

Rigby. Of deze Eleanor iets met het liedje te maken heeft, is echter onduidelijk.

Er doet een aantal verhalen de ronde. Zo zou er ooit een tweedehands jas zijn

geweest waar die naam in stond. Hoe dan ook, deze Eleanor hebben we vast in

de knip.

St. Peter’s Church Hall is lastiger te vinden dan de church, we waren er al voorbij,

maar hier moet-ie zijn. Het is alsof we een privéterrein oplopen, al staat nergens

dat we niet verder mogen. Een huis aan de straat, een geasfalteerde opgang

naar een parkeerterrein, een foeilelijk rood bakstenen gebouw, niks bijzonders.

Alleen een plaquette op de muur van het gebouw. We zitten goed.

27


Bij de voorbereiding van dit boek ontdekken we dat de naam van Rod Davis

op de plaquette is gespeld met ‘ie’ en verder overal, in alle boeken die

we er op naslaan, als Davis met een enkele ‘i’.

Graham Paisley gebeld, de huidige koster van St. Peter’s Church en opvolger

van Ken Rawlinson, de koster die voor ons de deuren opende.

‘Oh well, I’m rather surprised about this, I’m afraid I can’t help you.’

Hij wist niet beter of de naam op de plaquette was juist gespeld. Hem waren

nooit vragen gesteld over de spelling van Davis. Rod zelf konden we voor het

ter perse gaan van dit boek niet meer bereiken. Maar we vonden een internetsite

waarop hij een brief schrijft over The Quarry Men, die hij ondertekent

met Rod Davis. We mogen aannemen dat de plaquette op St. Peter’s Church Hall

een pijnlijke, kennelijk nog niet eerder opgemerkte spelfout bevat.

You’re here for The Beatles 28

Zie hoofdstuk ‘Nog Meer Beatles


In this hall on 6th July 1957 John & Paul fi rst met.

Th e Quarry Men, featuring Eric Griffi ths, Colin Hanton, Rod Davies, John

Lennon, Pete Shotton and Len Garry, performed on the afternoon of 6 th July

1957 at St. Peter’s Church Fete. In the evening before their performance in this

hall Ivan Vaughan, who sometimes played in the group, introduced his friend

Paul McCartney to John Lennon. As John recalled…‘that was the day, the day

that I met Paul, that it started moving.’

Volgens deze tekst hebben Lennon en McCartney elkaar voor het eerst ontmoet

op 6 juli 1957. Maar als je hem leest zoals wij doen zou het ook de avond daarvoor

kunnen zijn geweest, op 5 juli. Len Garry, destijds een van Th e Quarry Men,

houdt het in zijn boek John, Paul and Me Before Th e Beatles op de avond van 6 juli.

Dat lijkt ons ook het meest aannemelijk. Het verhaal dat McCartney ’s middags

kwam kijken zonder gitaar en ’s avonds terugkwam mét, is te plausibel om niet te

geloven. Zo zouden wij dat ook hebben gedaan. Merkwaardig vinden we het wel.

De geleerden Verstegen, Van Lier en Hekket zijn er nog niet helemaal uit.

Naar binnen

Er komt een auto het terrein oprijden, we voelen ons ongemakkelijk. Is het wel de

bedoeling dat wij hier zijn? Een man stapt uit. Behalve wij is er verder niemand.

Het miezert. We blijven rondhangen.

29


You’re here for The Beatles

30

‘You’re here for Th e Beatles?’

De man, vriendelijk.

‘Well, yes, actually we are.’

‘Th en you would perhaps like to take a look inside?’

‘Well, yes, we would.’

Het zal toch niet waar zijn? Maar verdomd, de man gaat ons voor, opent een

deur naar een gangetje, nog een deur en daar betreden wij het jaar 1957. Een

grote, hoge gymnastiekzaal met aan het eind een podium waarvoor een gesloten

gordijn, een houten vloer waarop de sporen van opgewonden swingende dameshakjes

nog zichtbaar zijn. Formica tafeltjes, plastic stoeltjes, bladderende verf, het

is duidelijk: hier is sinds 1957 niets veranderd. Als Lennon met zijn Quarry Men

hier heeft opgetreden, is het op dit podium. Als Lennon en McCartney voor het

eerst aan één tafel hebben gezeten, is het aan een van deze tafeltjes.


De man bevestigt dit. Zijn naam is Ken Rawlinson, hij is de koster en beheert deze

zaal. Hij was op de avond zelf niet aanwezig, ‘but I was around, I saw them a lot. Th is

curtain, I’m sure, must be the curtain they used that night. Th e same for the stage.’

Jawel. Het atelier waar Rembrandt schilderde. De kamer waar Mozart componeerde.

De plek waar Lennon en McCartney voor het eerst tekst en muziek

uitwisselden.

Het is niet eens moeilijk om het je voor te stellen. Rumoerige zaal, mensen lopen

in en uit, instrumenten staan al op het podium. De Quarry boys daar in de hoek,

onderuitgezakt op hun stoelen. De zestienjarige John Lennon, benen op een stoel,

zet een nieuwe snaar op zijn gitaar. Door die deur komt Ivan Vaughan binnen,

gevolgd door Paul McCartney met gitaar. Het voorstellen door Ivan, ‘Hi lads, this

is Paul’. Het ongeïnteresseerde ‘Hi Paul’ van Lennon, druk met zijn snaar. Paul

die voorzichtig vraagt of John hulp nodig heeft (‘Don’t be too pushy,’ had vader

McCartney zijn zoon op het hart gedrukt toen hij hoorde wat hij ging doen), het

‘Yeah okay’ van John. En dan Paul die niet alleen de snaar er handig opzet, maar

met behulp van een stemfl uitje ook meteen de hele gitaar even stemt. Lennon

die bij wijze van grap roept dat Paul goed is, dat hij in de groep moet komen, en

McCartney die daar wijselijk niet op ingaat. De verwondering van Lennon over

de gitaar van McCartney, gestemd voor een linkshandige. De verbijstering van

Lennon als blijkt dat McCartney – op uitdrukkelijk verzoek – Long Tall Sally en

Twenty Flights Rock foutloos kan zingen en spelen. Met echte gitaarakkoorden.

Lennon bespeelt alleen de vier bovenste snaren van zijn gitaar, met van moeder

Julia geleerde banjogrepen. En dan McCartney die een paar akkoordenschema’s

op een vel papier zet, op zijn horloge kijkt en zegt dat hij moet gaan.

31


You’re here for The Beatles

32

Lennon zong die avond beter dan ooit. De concurrentie tussen Lennon en

McCartney was geboren, en Lennon zocht die uitdaging op. Twee weken later

wordt McCartney gevraagd bij Th e Quarry Men te komen.

Hier dus, hier is de kiem gelegd van de legende die de wereld in de jaren zestig

op haar kop heeft gezet. Die het begrip popmuziek inhoud, vorm en klank heeft

gegeven. Die het leven van miljoenen bijzonder aangenaam heeft beïnvloed. In

elk geval dat van ons drieën.

Het is er doodstil. Het ruikt er naar de jaren vijftig. Alles moet nog gebeuren.

Er duizelen beelden door ons hoofd, oude foto’s, vroege geluidsopnames, citaten.

We hadden er nog uren kunnen zitten, maar moeten verder. Druk programma.

We nemen afscheid, danken Ken Rawlinson duizendmaal en maken de ‘small

step for mankind but a giant leap for us’, terug naar de 21ste eeuw.

Vanmorgen uit Amsterdam vertrokken en nu, om 15.07 uur, al verpletterd door

het Liverpool van 1957. We hebben het zwaar. Maar dit is wat we wilden, veel

meer dan dat zelfs, dus niet zeuren.

St. Peter’s Church Field

We moeten nog naar het veld waar Th e Quarry Men op 6 juli 1957 ’s middags

speelden. Aan de overkant van Church Road, schuin tegenover de Church Hall,

vinden we een toegangsweggetje. We lopen om een kleuterschool heen en daar


ligt het, op het eerste gezicht

onveranderd. Na het bezoek

aan St. Peter’s Church Hall

kijken we nergens meer van op.

De schutting waar het podium

tegenaan gebouwd was, staat er

nog. Aan de hand van foto’s, met

de kerktoren als baken, vinden

we ongeveer de plek waar het

podium gestaan moet hebben.

We zingen zacht Th at’ll Be Th e Day, maar het gaat verloren in de Woolton sky.

Zoals op de dvd duidelijk wordt, ontdekken we hier de merkwaardige chronologie

van de eerste ontmoeting. Was het nou de avond van 5 of 6 juli 1957? Sir

Paul McCartney weet het waarschijnlijk, maar die is ‘beyond reach’. Hekket zal

het Mark Lewisohn per mail vragen. Het moet onderzocht worden.

Het is te fris en winderig om hier lang te blijven. Verder maar weer. Geen tijd

te verliezen.

Een jaar later, in 2001, is St. Peter’s Church Hall gerenoveerd. Over het podium

werd via internet veel zorg uitgesproken. Het zou zelfs ter veiling zijn aangeboden.

Van een internetsite geplukt:

Woolton Church Hall stage where John met Paul is about to be de-

stroyed. Unless enough people speak up, this piece of Beatle

33


You’re here for The Beatles

34

history will be gone forever in a couple of weeks. Here is the

link from which you can email the various organisations con-

cerned to ask what’s going on and register your concern:

http://www.beatleworld.co.uk/wooltonchurch.htm

It really does matter, and we only have about two weeks in which

to make a difference. PLEASE take the time to do it.!!

Het is ons niet bekend of iemand het podium heeft gekocht. Wij niet. Geen

plek.

Reactie Mark Lewisohn

Dear Fred,

Nice to hear from you.

I’m sure J&P met during the evening of the fete, Saturday 6 July

1957. There was no event the night before, and even if there had

been Paul wouldn’t have been there. He went to the fete, only.

I believe the old stage is lost.

My best wishes.

Mark


Van banjo naar wereldband

Hekket: ‘Voor Lennon, het jongetje dat begon met de banjoakkoor-

den van moeder Julia, zijn bas en drums altijd een probleem ge-

weest. Nou ja, een probleem, het interesseerde hem niet, het was

zijn terrein niet. Gitaar interesseerde hem. Toen hij McCartney

voor het eerst ontmoette, kon die veel beter gitaar spelen.

McCartney moest erbij. George Harrison, ook een betere gitarist,

moest erbij. Ze hebben als Quarry Men een korte periode gespeeld

met drie gitaren en zang.

Tót hij kunstacademiegenoot Stuart Sutcliffe overhaalde om bas

te komen spelen. Die deed dat, met de rug naar de zaal, omdat hij

vond dat hij er niks van kon. Lennon, McCartney en Harrison om je

heen, en bas moeten spelen, we kunnen ons er iets bij voorstel-

len. Pose ophouden, zonnebril op en zorgen dat ze je niet her-

kennen. Lennon vond het goed, Stu was een vriend, de bas was niet

zo belangrijk.

Drummers passeerden als schepen in de nacht, tot ze Pete Best

tegenkwamen. Was Pete de ideale drummer? Ja, toen wel, want zijn

moeder had een club waar ze niet alleen konden repeteren maar

ook spelen. Opportunisme troef.

In die opstelling, Lennon, McCartney, Harrison, Sutcliffe en

Best, vertrokken ze naar Hamburg. Sutcliffe werd verliefd op

fotografe Astrid Kirchherr en besloot haar en de kunst trouw te

blijven. Weg bassist. Ene Chass Newby nam korte tijd zijn plaats

35


You’re here for The Beatles

36

in, voordat McCartney bas ging spelen. Hij kon het, ja, maar daar

was alles mee gezegd. Dat hij tot een van de grootste bassisten

ter wereld zou uitgroeien kon hij noch Lennon toen vermoeden.

Het laatste probleem, de drummer, werd rigoureus opgelost na de

EMI/Parlophone-auditie bij George Martin. Die had niks tegen

Pete Best, maar wilde voor de studio-opname van Love Me Do een

strakkere drummer, Andy White. Dat was voor de groep aanleiding

om Pete Best te dumpen en Ringo Starr te vragen, die men kende

uit Hamburg en Liverpool, als drummer van Rory Storm & The Hur-

ricanes.

Eindelijk had Lennon zijn groep, met bas en drums, voor elkaar,

maar een lange en vervelende weg was het wel. ‘Pete was geen

slechte drummer,’ zei Lennon naderhand, ‘hij was alleen geen

Beatle.’ Daar legt hij waarschijnlijk de vinger op de zere plek.

Pete was moody, geen lachebekje. En als vier stand-up comedians

veroverde de band vervolgens de wereld met hun muziek. Daar had

Pete als sfeervol zwijgende vierde geen plaats in gehad.

Commentaar Verstegen en Van Lier: ‘Nounounou. Hij had veel geso-

demieter met bas en drums ja, maar of je nou zomaar kunt zeggen

dat het hem niks kon schelen? Weten we niet. Is jouw conclusie.

Niet de onze.’


Penny Lane

Een beroemdgezongen plek in Liverpool die we niet over mogen

slaan. Hoewel we daar niet zo zeker meer van zijn als we er

staan. Een kruising van wegen waar het verkeer voorbij raast. Het

kruispunt zelf, met roundabout en shelter, is het shoppingpart.

Penny Lane is de naam van een van de straten die op het kruispunt

uitkomen. Je kunt beter naar het nummer luisteren en je een

voorstelling van de plek proberen te maken dan Penny Lane met

eigen ogen zien. Een wonder dat hier zo’n prachtig liedje aan is

gewijd. Rare jongen, die McCartney.

Het verhaal gaat dat hij op bezoek was bij Dustin Hoffman en zei

dat hij overal een liedje over kon schrijven. Dat wilde Hoffman

wel eens meemaken en gaf hem een krantenartikel over de dood van

Picasso. McCartney las het (‘A grand old painter died last night,

his famous last words were “drink to me, drink to my health, I

can’t drink anymore” ’) en kwam een uur later met het liedje dat

op Band On The Run staat.

37


You’re here for The Beatles

38


Strawberry Field

We lopen er met enige schroom naartoe, in de hoop dat het niet

zo’n teleurstelling wordt als Penny Lane. Strawberry Field is het

onderwerp van een van de meest superieure Beatlesnummers. Daarom

is het een beetje heilig. En dat moet het blijven ook.

We komen bij een rood hek met aan weerszijden een muur ondergekalkt

met liefdesbetuigingen. Achter het hek, verderop, een onbestemd

bakstenen huis. Een grasveld, links en rechts bomen en

struiken. Hier speelde dus ooit de jonge John Lennon. We kunnen

het ons voorstellen, we hadden vroeger alle drie wel zo’n landje.

Je ouders hadden liever niet dat je er kwam, dat maakte het zo

spannend. Je moest over een hek klimmen, of door een heg kruipen,

je kleren werden vuil.

Strawberry Fields Forever gaat over zo’n landje. Vandaar waarschijnlijk

het meervoud in de titel, het landje zelf heet Strawberry

Field. Lennon gunde iedereen zijn eigen Strawberry Field.

Als wij Lennon waren geweest, hadden we hier ook een liedje over

geschreven. Goddank was hij ons voor.

Niet lang nadat wij er waren, werd het hek gestolen. Onbegrijpelijk,

wie steelt er nou een hek? Het kwam snel weer boven water

omdat kinderen de dieven aan het werk hadden gezien. De politie

vond het uiteindelijk terug bij een schroothandelaar, die het te

goeder trouw had gekocht van de dieven, maar onraad rook toen hij

van de diefstal bij Strawberry Field hoorde.

Serieuzer is dat het kindertehuis op Strawberry Field in 2007

gaat sluiten. Wat er daarna met het wereldberoemde terrein gaat

gebeuren, is onbekend.

39

Similar magazines