De groote waereld in 't kleen geschildert, of schilderagtig tafereel van '

warburg01.cch.kcl.ac.uk

De groote waereld in 't kleen geschildert, of schilderagtig tafereel van '

De groote waereld in 't kleen geschildert, of schilderagtig

tafereel van 's weerelds schilderyen, kortelijk vervat in ses

boeken, verklarende de hooftverwen, haare verscheide

mengelingen in oly, en der zelver gebruik

http://hdl.handle.net/1874/188397


? DE GROOTE WAERELD In yt kleengefchildert, OF SCHILDER ? GTIG TAFEREELvan 's Weerslds SCHILDERYEN. kprteJijJ{ 'vervat in Ses Boeken. Verklarende de HOOFT VER W ? ?,haarevcrfcheide mengelingen ïnÖIy,en der zeiver gebruik. WILHELMUS BEURS, Schilder* t'A ? STE R DA M,By Johannes en Gillis JanssoMiusvan \V ? ? 5 ? ? roe. 1691. ?3 ; ' „ : vJ


? ? ? ? ^MejnffrompenSOP ? I ? ? ? L ? tegenwoordig huisvrouw van de Heer? ? ? ? ? ? U S ? ? ? ? £ ?, Predikant van Zwolle. CORNELIA VAK MARLEN,? L ? YD ? GREVEN, ? ? ANNA CORNELÏA HOLT. Zeer geagte en geliefde Leer-lingen 7 mijn vermaak enkroone. ? h'adde weiriwe dm en , . V-* . O te Zwolle gernefi, wan-néér al tot mijn grootgenoegen , begon te be-fvèuren den foetert inborft en aard? * de r


? ? ? ?> R ? G ?. der Ingefetenen , en haren be-leefden en welgemamerden omme-gang , in/onderheid , onder diegene , de welke de geboorte enopvóedinge boven het gemeen'verheft. Il^verblijdede my nog meer, alsik opmerkte , hoe dat in velen eenj vergeeft woonde y om kpnflen enwctenjcbappen te onderfoe ken, dieik y


? ? ? ?> R ? G ?. kort en openhartig, ponder iets te'verbergen, IJ te onderwijlen, alsdoenlijk was : waar van ii^ me-de naar mijn wenfch de vrug-ten gefinaal^t heb , alsge meteikanderen om prijs in de^e Ed.konft gefladig hebt geftreden , enzoo vele fchilderjen van aller leyvoorwerpen · tot algemeen genoe-gen der aanjchouwers gefihiLdert. JVat dunkt u waarde Leerlin-gen , kan il^dan hetere ? er kiefin-ge maken ? om mijn Boefje, datik^ van de O ly ver wen fchrijve,elders te doen fchuilplaat^e vin-den , als onder uwe vleugelen;op datge hier moott u gedagtenververjchen , en klaar vertoont-zien, gene il^ u door

gefla-dig onderwijs hebbe voorgedra-gen ? * 3 Bet


? ? ? ?> R ? G ?. Het zal luifier lonnen onUfamen ' ??? ' %) demt , ? en'vernuftig oordeel , en p'cwvenafnemen , en dit gering te-ken 'van ? wijn opregte ganemit-beid

gimfieltjk^ ómfengen ; waarAeor ook_ my op nieuws Ter-


? ? ? D R j4 G ?. 'verpligt houden : om zwderste blyvm , gelijk ben ' In Swolle gegevenuit mijn Schilderka-mer den 26.Aug.16g2. Mejuffrouwen Uwe ootmoedige Dienaar en Meefter der Ed.Schilderkonft. WILHELMUS BEURS. «4 VOOR-


? VOORREDE! TOT DEN L E Z ? R. Goetgmflige Lezer. ? befchouwelijke waereldwerd den menfchen doorVerwen bekent , en deverfcheidentheid harei lich-chamen aan de inbeeldinge der zeiverVoorgedragen : En gelijk het oogaan onze ziele de meefte denkbeel-den vertoont , en in allerley wer-ken de beftierfter is , zoo geeft hetzelve ons de grootfte gelegentheidvan vermaak > en van oVerdenkin-ge van Gods eeuwige kragt , enonverbrekelijke ordre der natuire;om met genoegen in hem die op tevolgen , en met een andere en bete-re opmerking, als het gemeen dermenfchen, te beichouwen de heerlijk-heid en

oneindige veranderlijkheid vanzijne werken tot ontelbare nuttighe-den , die het menichelijk geflagte daar IE d


? tot den LEZE R, daar uit van tijd tot tijd gefchepfcheeft. Hy , die derhalven de zienelijkenatuire kan nabotfen , en levendigen duirfaam de voorgaande zakentot velerhande gebruik vereeuwigen?verdient geen geringe lof en vergel-dinge. 't Is een gantfch drenftige en def-tige konft te konnen tekenen , cn mepfwart en wit, als donker en ligt, dezaken ten mcerendeele kennelijk tekonrien voordragen , en door merk-teekens, letters en linien alle konftenen wetenfchappen , wetten en gods-dienft te konnen voortplantenjen voortsvelerley ihg van dingen den nako-melingen eeuwen lank doen verdui-ren : maar de

Schilderkonfi dit allesvoor uit hebbende , bootft het levenboven dien netter en naturelijker na,en drukt alles met onvergelijkelijkeen grooter volmaaktheid uit , ver-tegenwoordigende het zedelijke ,nuttige en vermakelijke van 't men-fchelijk geflagte op het kragtigftevoor Jt oog , en dus aan de gehcu-geniflè en inbeeldinge tot zeer groot* ƒ en


? VOORREDE NVgn veelvuldig gebruik, waar van"t minfte niet en ïs , de deugt en on«deugt ten toont te (lellen de oud-beden en gefchïedeniifen te bewaa-ren , indien e de Schilderen maarbehoorlijk verftaan, en niet, als het tejammerSijk veel gefchiet, vervalfehencn bederven. Aldus zie,tffien de waardigheid enderhal ven, edelheid van de Schilder*konft; en kanmen denken in wat ag-tinge een kundig , verftandig en er-varen Schilder behoorde te wezen}als hy zig inzonderheid ook edelmoe-dig , sugreren , zedig en befcheiden1 an gedragen , gelijk met de waar-digheid van zijne konft overeenfteni-ïiiig is.

Geen wonder dan, dat brave kon-ftenaren in groote agtinge zijn geweeftin die tijden en plaatzen , daar dewetenfchappen en 1 onften 't hooftop ftaken , en den geeft der def-tige mannen , door eere en belonin-rc , de' waare voed fters van de zei-ve , aangequeekt en verwakkert is. Wy zouden dit alles breeder uitcu'de en nieuwe gefchiedeniflen be-waar-


? rot den LEZE R.waarheden konnen , gelijk ten over-vloede van andere gedaan is , zoo 'cnodig was: maar niemant twijfFelt'eraan : dog meerder fwarigheid ileepthet 'met zig , van de öpkomft envoortgank der Teeken en Schilder-konfi byzonderüjk , te fpreken ,als met veel onzekere gillingen ver-mengt. Voor de Griekfe Qlympi-fche (pelenzijnde gefchiedemflèn verwart en dui-iler; diezenaderhand met redelijkheiden onverichilligheid van oordeel leeft,kan 'er meer genoegen uittrekken:maar evenwel zal hy omtrent de Schii-derkonft en Verwen der Oude veelonzeker blijven : ieder pronkt dogzijn zaken op , en wil

de vermaarftegeagt zijn , en de latere eeuwen heb-ben altijd de oudheid vergroot : ookflaan de gefchiedeniilen maar opzekere tijden en plaatzen $ dat in deeene bloeit , vervalt in een latereeeuwe 5 en gaat wel heel te gronde jdat' den /Egypteriaaren bekent was,is juift niet by andere volkeren verftaange weeft, of geoeffent. Wie weet, zeg-gen vele wat'er by de vernuftige Chi- nclen


? VOORREDEN nefen te voren geb!oeix heeft, die ookhaare Koningen zoo veele duizendenvan jaren optellen , dat 3er Adamniet eens omtrent en zou komen ,als men naa agteren reekenen zal.De veranderingen van de menfche-Jijke regeringen , die talen , kon-ilen en 'Godsdienften met zig henen{Iepen , zijn zeer gemeen j en zoogaat het alles op en onder , en datna eeuwige en vafte wetten van denature , zoo dat ^r niet nieuws en isonder de fonne. Die dan wat zekerlijk van dezedingen fchrijven fal , kan maar ze-kere tijden en plaatzen aanroeren ,en wel zoodanige , die van veeleen onverfchillig zijn nagelaten

, enhoe nader onze tijden , en de plaat-zen van Europa , hoe beter. Gelijk dan de nieuwsgierigheid vanden Lezer zou konnen ten grooten deelevoldaan worden uit Carel van Man-der, die van Oude, Italiaanfe, Neer-landfe en Hoogduitiè Schilderen heeftverhaalt tot zijne dagen toe , enbreeder uit zeker boek, tamelijk ge-leert en verilandig in 'c Frans be- fchrc-


? tot den L £ ? ïï R.fchreven door André Felibien , ge-mamt Entrettens fur les Vies , & furles Ouvrages des plus excellents pein*tres anciens & modemes. De welke'nevens alle , die met roem en oor-deel geiehreven hebben , de groot'-üe volmaaktheid aan de Schilderkonfêvan Olyverwen , de kragtigfte endtnrzaamfte zuilen toeeigenen , dewelke maar van verre nagewandeliword van crionnen ,· waf er verwen ,frefco, borduirfel, tapijtfery en wat'er meer wezen mag ·, ja zelfs hetkonftig en duirfaam amaiïleerfel ,dat maar in 't kleen plaats heeft,en nooit nog op 't levendigfte de na-tuir in haare regte kragt van ver-wen

heeft nagebotft ,· hoewel veelte roemen , zal nogtans hier wij-ken moeten , en graag de plaatsaan de Ed. Schilderkonfi in Olyver-wen inruimen. Dewijie d«t dan dusdanig gefteltis, wat dunkr u waarde Lezer, ishet niet te beklagen , dat de wae~reld zoo weinig befcheit heeft aan-gaande de ftoffen , tempering en ge-bruik der Olyverwen ? niemand is 'cr, mijns


? VOORREDENmijns wetens , die iets byzondershier omtrent ;heefc ondernomen , enzijne gedagten uitdrukkelijk overdie ftoffe aan de waereld medege-deeld Zal ik dan, die wel in den eer-fee ? aanzien door die overclenkingeafgefchrikt wierde , zulx onderftaante doen , en ondernemen zoo grooten dienftig een werk ?' dog ik heb*t egter begonnen , en met Godshulpe voleint, 'c is in heerlijke za-ken genoeg zijn genegentheid tedoen blijken , en niet te misprtj-fen , dat men door zijn gering voor-beeld bequamere verftanden en kon-ilenaars tot haren psigt opwekke 5.'t welke ik hope, dat zal gefchie-den , ais ze mijn

goethertig voorne-men , van alles zonder eenige ver-berginge aan de waereld mede te de-len , overwegen zullen. Om dit dan ordentelijk en meteenig iieraad , na dat deze zoo keu-rige cc uwe begeert , uit te voeren,heb ik aan zeker Heer , liefhebbervan de konft, m;jn voornemen be-kent gemaakt, en verzogt my de ' ' be


? tot den LEZER: behulpzame hand te bieden , die da»op mijn aanhoudinge , de goedheidgebruikt heeft , van , wanneer byeenige ledige uiren had, rmjne ge-dagten en manieren van fchilderen, fin zekere Boe»en en Hoofideelen tefchiften , en alles , mijne meningeAvel begrepen >ijnde, in haaft op temaken , 't gantiche Werkje brengen-de op een ichilderagtige ftijl 3 meeinvloeyinge van eenige wijsbegeenge,digtkundige en zedelijke aanmerkin-gen , die hy my voorgeleden en namijn genoegen gefchaaft en verhan-delt heefr, die het ook alles, dar'erin voorkomt voor mijne rekeningelaat, gelijk ik het ook heb

aangeno-men , 't v. ijSbegerige juift zoo volko-men niet, al? d' andere dingen bevat-tende. De ordre is , zoo veel als doene-lijk fcheen , natuurlijk ·, zoo ten op-zigt van de fes Boeken , als ten aan-dien van der zeiler byzondere Hoofr-deelen , die ieder kort zijn; omden Leerling niet te vermoeyen of afte fchrik en. In de fpeilinge die ten mceren- deele


? VOORREDEN. deele zekere mode in de talen is 3werd de middelmate gehouden metzekere onverfchilligheid. Van de zaken zelve kontge, ver-fiandige Lezer , oordeelen. Daarvolgt een Bladwijzer der Boeken enHoofcdeelen , 5t welk genoeg is, al-zoo de byzondere zaken der Hoofc-deelen aan de kant ft'aan , en zoo eenkorte vcrbandelirige van zoo meniger»fey zaken , bézwarelijk een Régiftertoelaat ; waar uit het mede we! ge-beurt , dat de Leerlingen meer wijswillen worden , als uit een zamen-gefchakelde lezinge en overdenkingeder zaken zelve , die haar onverge-lijkelijk meer nuttigheid zal aanbrei*,gen'.

Voorts geef ik deze verhandelin-ge 't gemeen over , wat zy voorgeluk of ongeluk zal hebben , moetde tijd leeren. Ik verwagt daar eg-ter een ige vrugt van by die gene,die het openhertig en onverfchilligleezen , wel overdenken , en neer-ftig oeffenen willen , te weeten alshet Schilders zijn : maar het is ookalle flag van menfchen^dienftig, alsze maar


? tot den LEZER. niaar de zienelijke dingen naauwkeu-riger befchouwen en onderzoekenwillen. Ieder een dan trek 'er 'c zijne uit,en zig verzekerende van mijn goetoogmerk , neme mijnen arrebeid tengoede. Vaart wel. Vit Swclle den ifte" Scpccmbcr 1692. UE. Genegene DienaarWILHELMUS BEURS, Schil der. BLAD-


? BLADWYSER DERBOEKEN em HOOFTDEELEN. EERSTE BOEK, VAN DE HOOFTVERWENen haar gebruik aangewezen. ?. ? 0 OF TD ? ? L. Verwen en Hooftverwen. blad. ? i. Wit, en z'jn mengzelen en trappen. ? 3· Hooftverzoen , /;.w tfdrJ , proeve, fera-, gebruik en trappen. ? a Schildert afereelen en hare bereid inge. 17j. Werktuigen om de verwen op 't tafereel tebrengen. 2.1 6. Wat vertoen, iuel en qualijkfamenfchikken. 7· Trappen van icit infneeww , bloemen enfloffen. ? 8 g. Geel en zijne trappen in bloemen en floffen. ?J 9. Rood en z'jne trappen in bloemen en floffen. i6 10. Blaaww en z'j"e

trappen in fioffen en bloe-men. ·???·..· TWEEDE BOEK, van de menginge derHOOFTVERWEN,en toepaffinge, ook op LogtLandfchap en Wateren. ï. HOOFTDEEL. Gemengde Verwen in'talgemeen. 44 2. Hot


? BLADWYZE R. 2. Hoe en in wat ordre men alles aanlegt. qty 3. Heldere Logt, en overbrenging in Landfchap en Wateren. 5/j 4. PVolkogtige enbetrokke Logt ookovergebragt. 60j. De Logt na de tijden des jaart en daags en overgibragt, 64 6. Morgen en lAvondfionden ook overgebragt. 68 7. Logt des Nagts en in Maanligt overge- bragt ï5c. 7j 8. Logt in onweer en mengelingen in Landfchap en Wateren. ?% DERDE BOE K, Wateren, ViiTchen, Kruipend Ge-dierte, en Gevogelte. .HOOFTDEEL. Van de Wateren. 84 2. Vijjcben, en met name de Zeekrabben, tyreeft en I\abbeljaww. 83 3. Lenige andere békende

Vifjchen. 91 4. Firuipend Gedierte. 95 5. Vogelen , en den tArend, Papegay, Fidlkhoen, en Ysvogel. 6. Van de Paaww. 101 7. Vliegen, Spinnen, Capelletjes, Torren. 104 8. Schoeiappers , Byen , Vliegen, Torren en 't Vliegend hart. 107 VIERDE BOER, ^472 velerhande, en wel hetSWAARSTE STILLEVEN, HOOFTDÊEL· ? air, B'oomfi ómmen, Houten Metzelioerk· 11 1 z. Van de Met allen. if 5 * * 1 3. Van


? BLAD WYZE R. j. Van Glas, ghzsvaten zonder en met vogten daarin. 118 4. Van Peerlen en koftelijke Gefieentetii iü 5. Van Ligt en Brand des Nagts. 114 VYFDE BOEK, '? S ? I L LEVENVan Boom, Hefter en Aardvrugten.EO 0 b'TD ? ? L. Van de Druiven. 130z. Van Perfiken, ^ylbricofen en Pruimen. 137 3. Van l[arfen en verfcbeide Beften. 141 4. Van ^Appelen , Peeren , Meloenen en Pom- poenen. 1 5. Van eenige ,jiard en Peulvrugten -vóór de Reuken. 149 6. Van eenige XJitlandfe Vrugten. 154 SESDE BOEK, Verwen van de viervoetige dieren, en den ? ? ? S C ?. , ? 00 FTD ? ? L. Van de Viervoetige

Dierenin 't gemeen. 15 9 z. Van Leewwen en Paarden. 163 3. Van Glypbanten , Beeren en tygers. 167 4. Van eenrge Tamme Dieren ont meer bekent,· 171 5. Van Schildpadden en Stekelverken s. 176 6. Van Gejlagt Vlees, Raitv:, Gekookt, Verjch en Gefouten. 179 7. Van een Levendig Me»fch gijn \olorijt. 184 8. 'r i\plorijt van een Doode. 187 9. Bi jluit van 't gantfe Werk· ' 90 VER-


? VERKLARINGE VANDE SCHILDER-PRENT. ~X%T li iemand in een zaal, of elders konftig ** maaien Het fchoon vande Natuir , hy moet goetonderwijs Navolgen , en om regt te dingen na deprijs, Toezien , dat 't kolorijt van 't leeven nooitmAg dwalen. t)aarotn leert hier de maagt van Pallas ver-wen mengen, Gelijk, een Leerling, die eerbiedig naar haarz,iet, Gelukkig is , wanneer hy door haar zoetgebist Leert alles leevendig op Tafereelen bren- gen. 't Gereetfchap legt ? aft klaar, als maar kanzeker [wieren Na de fes boeken aan de wand in prentverheelt, De fchilderende hand, kan 't ooge zijn ge-ftreelt , Voor

bloem, vis, wat'fen, land, metaal,aardyrugten, dieren. ** ^ Aan


? Aan 't venfter flaan 'er , die op 't zien vanlogt en akkeren, Daar van , ende natuir doen grondiglij^befcheit. Van buiten treetmen in om geld en waar-digheid De konft te fchenkenj om des konft''naarsgeefite wakkeren. Zoo kan een Schilder , mits de vrye kpnfte-naren Hoog t'agten, al wat 't rond des waereldszienlij k^heeft, ( Beheerfchende zoo 't geen dat leeft, alsniet en leeft) Zoo nabj, als men wenft, op doeken evena-ren. Behoedende zijn geeft dóór zoet Mufijk van 'tquynen. Zoo werd zvn koningrijk^ verfpreït alomzeer wijt: Want wat onz' oogen zien , 't is alles kolo-rijt. En zonder hetPenfeel wat zouw'er rtietver-dwijnen ! Aan

den Boekbinder. De Figure voor den aanvang des Boeks zeftellcn.


? DE GROOTE WAERELD in 'c Klein Gefchildert. EERSTE BOEK vandehooftverwen en haar gebruik,., in eenige veor wer-pen, ? ? ornament Ui ^Bloe-men aangewezen. eerste hooftdeel.Verwen en Hooft-verwen, Ewyle ik dan voor-genomen heb , Lief-hebberen van de £d.Schilderkon ft, die onsde gantfche zienelijke nature o,ver al vertegenwoordigen kan5en de deftigfte zaken voor dennakomelingen vereeuwigen doorichaduwen in oly geconfijtj vooru openteleggen mijne gedagtenen geringe kenniilè aangaandedeoly-yerwen, daar van vveynig? in


? 2 Oe groot eWaereldin fchrift is nagelaten, zoo zal 'tnoodig zijn, datwe inde eerfteplaatfe van de eenvoudige Ilooft-verwen handelen, en dan volgenseen goede ordre tot iamengeitel-deren opklim men. ?*ard z. Dat'er geen vérwen ziin zon- acr ver- , D der ligt, en datze alle haare ver-lcheidentheid van de geftéltheidvan de vlakten der Ijchchamen,waar op het ligt verfcheid'èhtlijkvalt en werkt, onifangen,is(meinik} wel te begrypen: dog hoezeeygentlijk door zulke vhkten enbewegingen veroorzaakt worden,en waar in den aard van yeder derhooftverwen beftaat > hoe geel,rood,blauw en groen verfcheident-lijk

voortgebragt worden, zulx ismijns werens tot nog toe niet wis-konftig bepaalt-, alhoewel de wijs-begeerte tot vrygroore volmaakt-heid ten opzigt van eenige vorigeeeu wen, in deze keurige tijd , ge-fteigert is: daarwe3d ondervindin-gen hebben van den zoo vermaar-den en ervarenen heer Boyle, end'aan merkingen van gtoote ver-banden,


? in'/ klein gefcbildert. gftanden, die ook boven des Cartesindeonderzoekinge van den aardder dingen opgeklommen zijn. 3. Dog deze befpiegelinge gaat ve"°£rtden ichilderen weynig of metaan,[^l!de*alsze maar de ftoffen der verwen',aud'i·en haare behandelinge in 't toe-bereiden en fchilderen behoorlijkverftaan, waar toe ons deze korteopeninge, (hoop ik) eenige aan-me°£ê*leydinge geven zal ; om volmaak-tere geeften tot nayveringe, en'topftellen van volmaaktere fchrif-ten optewekken. Wy gaan dan totde zaake zeiver over..4Wit is 't vlak eenes üchchaams,voor zoo veel het vele licht-dra-len

weer omkaatft met de zeivenhóek, waar medeze op 't zelvezijn gevallen, en zoo is dan pwartdat vlak, dac'er geene of zeer wey-nigetotons oog kan brengen; omdat merkelijk aan te doen. 5. Men kan daarom die doffen ofvlakten der lichchamen alsli2;tcnkan „ j


? 4· *De Groot eïVaereldkan cloor dag en fehaduwe ver-beelden; als men in prenten geetft,ir"se~ gcarfeert, of fvvarte konft,eninken. verfcheydene fchilderijen alleenmet fwarten wit op gemaakt, zienkan j gelijk men mede daar dooraile verwen, na't noodig is, kanverligten en verdonkeren. Heoftl UiC is >c klaar ge* rerwen noegs (jat men wit en ƒwart niet en behoeft onder de verwen,of Hooft-verwenxt reekenen: maar ze kanaanmerken als doffen tot ophel-dering en verduifteringe dienftig;hoewel wy hier over niet twiftenwillen; om 't veritand der zakenonder de naamgevingen, die alleenom der zaken wille

noodig zijn j teverliezen,piy 7. Laat ons vry de Hooft ver-'erwen wen, of hooft-ftoifen der oly ver-bod « wen j zo° alsze ^en Schilderenbiaauw, dienilig zijn, drije ftellen, tewe-ten Geel, die de fterkfteis, en naaitby 't wit komt, en dan Rood enBiaauw. 8. 'T Groen flaanwe daar omover · om dat men 't uit geel en Blaaw


? int Kleingcfchïldert. fBldauw temperen kan. 't is waar,daar zijn groene doffen in de natu-re; waar onder de belle zijngedi-ftilleert fpaansgroen , ongediftil-leert groen,terreverde, bequaamin verfchieten van landschappen,en berggroen: maar dus heeftmenook fonder mengelinge bruin inomber en keufee aarde ; zonderdat men die behoeft een Hoojt-verwe daarom te noemen ·, waar-omwe het ( yeder nogtans zijn vry-heid van gedagten , en leydingevan inbeeldinge latende) met dievoornoemde drije zullen laten be-ruften, overgaande tot haare na-dere befchouwinge , alswe vanWit en fwart zullen

gefprokenhebben. 9 Om wit-te maken,gebru ikt men stoftfchulpwiten loodwit,en tot (wart, wit enbezigtmen yvoorswart , perfikefvMtc'fwart, koolfwart en lamp fwart. io Wat nu de Hooft -verwen Envanbetreft, tot geel neemt men Ko·^nings geel, dat bekent zijnde 't bcc1·Parys-geel buiten gebruik gebragtheeft ten grooten deele} en dan be-A j zigt-


? 6' T>e Groote iPaereldzigtmen ook ligte en bruinen oker,maftikot, rufgeel, als ook ligreen bruine fchyrgeel, endezeftof-fen zijn 'c die men weer tegen-woordig tot de geele verwe denfchilderen dienftig te zijn.Hooi. li Tot Rood nu gebruikenzevermilioen, bruin-rood en ver-icheyde lakken, als Florentyn-i'che en Haarlemfé, enkogellak,en gediftilleerde meny. 12 DcFlorentynfche lak werdvan cochenille gemaakt, en van deszelfs overfchot, daar rooze-roodwerd onder gemengt, de Haar-lernfe. De kogellak werd bereid vanbraiilyhout gekookt, daarkryt ingefmeten werd, en dan tot koge-len gemaakt. 13 Tot Blaauw

zijn de ftof,Jllaaiiw. fen van Ultramaryn, fmalt,Duit- fcheen Engelfche as en indigodienftig; en dit is't al,mijns we-tens ,datmen tegenwoordig, voorzoo veel de ftoffen hier bekentZijn, tot gebruik van nooden heeft;waaromme daar niet nader van in-deze korte openinge te fchrvven 'heb.


? in 't klein gefchildert. 7hebben voor die Hooftdeel; zul-lende nader van yeder afzonder-lijk handelen. TWEEDE HOOFTDEEL. VA ? 't W I ? en des Zelfs mengfelen cn Trappen. 'cXTaaiteisnu den konftl ie venden J-N, , , R^k en lezer tot de menglelen van ordrcWtt en Swart in dit Hooftdeel, boèk. 'cen van de 3 Hooftvevwen in 't vol-gende te onderhouden; waar na-we, van 't gereetfehap waar open waar mede men fchildert (pre-ken zullen 5 om dan verder (weten.de wat verwen Sierlijkft by den an-deren ftaan ) een preuve van witen de Hooftverwen en haare trap-pen omtrent eenige voorwerpen,byzonder

van Bloemen te nemen,en aldus dit eerfte boek te ein-digen. \ rrr· Wy vangen dan aan 't wit na- Rormder te bezien, dat zuiverde enaangenaamfte, 't finnebeeld vanonfchuld , waarheid , opregtig-heid, en overwinninge. ? ? On- van wi .


? 8 Ve Groot e Waereldschulp Onder de Stoffen van wit te voren genoemt, is het Schuif withet befte, dat men onder ons nuweet; wat'er elders is, en wat'eris geweeft , gelijk de zaken derweereld, op en onder gaan, is on-mogelijk te z-eggen. Dat's zeker,dat deze ftoffe zeer goeden dien-llig is, wel uitgekipt en bereijdzijnde. Verkie- Daar toe dan kieftmen uit debcrcy- dikfte Schulpen, als de befte, diedmSc' men in zeer fchoon en helder wa-ter vrijft op een goede keyfteen,die niet te hart of te glad wezenkan; en alsze is gewreeven, zetinenze op een ftuk van een glas, daar op het water uit droogenmoet^ Alsze nudroog

genoeg is, vryft-men die in de befte papaver oly,die de Noot-oly, Lijnfaar-oly enandre bekenden overtreft; waarna menze in een rein Schulpie ofkommetje doet, en er fchoon wa-ier opzet,om niet te verdroogen;en dus kanmenze goed houden;om als 't noodig is, gebruikt tewerden. 'J Loou


? in ? Klein gefchïldert. 9 '? Loot wit werd aldus in zijndeugt beproeft: men breekt een v«kic-·ft uk van 'tongemalen af, en werpt bèrfy."het in een Silvere-fmits fmeltkrocs,


? , ?? 'De Groot eWaereMde ftoiïen, daar mede men witSchildert, zijn niet zoodanig,dat'er geen ftralen des ligts in ver-dooft werden. Men noemt dan Wit, *t welk???«?-? nieefte flralen des ligts tot onsdinse· oog affteuitcn kan; en daar in iszoo veel min en meer, dat hetdoor geen getal kan uitgedruktworden i en men is genootzaaktvoor den ichildcren tot behulpder geheugeniile eenige merkelij-ke Trappen te ondcrfcheiden,naardat'er merkelijk min of meer ftra-len werden verdooft,snttuw Daarfchynt al niets witter be-kent, ah Sneeuw ; gelijk ook dcfpreck woorden Iccren ;endekragtvan de veel vuldige ftralen, die ervan

affteuiten, is zoo groot, datmen zegt, van Sneeuw blind teworden, door lang daar op en fterkte zien. jine Hier na kanmen by voorbeelt1de verwe van de Witte Lely plaat-zen, endaar opeen derde plaatzvitte vergunnen aan de Witte Rooze; rome, a , ' waar na m de vierde rang vol-gen


? in J/ kkin gefckildert. 11gen konnen, Melk/Papier finnen, MeikSatynen, en diergelijkeftoften,die Linnen,minder wit ook of meer, zijn, na &c'datze meer gaties hebben, om deligtftralen te laten doorgaan ofniet, als oogenfchijnelijk in kame-krijks doe 3 gaze , en neteldoekte zien is -t en hoe deze trappengefchildert werden, zullcnwe opzijn plaats toonen. Wat het Swart belangt, dat de sw«t.minde ftralen weerftcuit en zeerweynige, daar valt niets byfondersvan tc verklaren,in't verkiezen is ferniets, als dathet eene hier,'t anderedaarvoor dienftiger is. 't eene iswat pikfwarter als 't andere, nadat'er nog eenige ftralen van

af-fteuiten min cf meer, 't welk, al-zoo het nooit volftrektelijk onsvoorkomt zonder weerfteuiting,die evenwel zomtijts maar alleende gezigt, fenuwen van eenige die-ren raken,die in't donker zien zon-der uitfendinge van ligtftralen,zoomagmen zeggen , dat'er al zoowel geen volftrekt fwart, als'ergeen volftrekt wit en kan gcithi- dert


? ? 2 T)e Groote Waerelddert worden, en dat m'er ooktrappen in kan onderfcheyden. 'Wat nu die zoo aangeroerdeaanmerkingen van 't Swart na-der betreft, daar van zal op zijntijd en plaatze werden gehandelr·,zoo dat we ons met dit naarfwart,dat al het tegengeftelde van hetwit verbeeld, niet langer en be-hoeven op te houden. ????)? HOOFT


? in V Klein gefchïldert. ? £Deze nu en kan geen verwen ver-dragen ; om mede getempert teworden, als ligte en bruine Schijf-geel, enze werd door ligten okerfwart. 'TRufgeel by heele ftukken ge-kogt, wert voorts in allen deelen,gelijk het Konings-geelgehandelt,en dat en lijd geen verwe met ziggetempert, als lak, vermilioen,ligte en bruine fchijtgeel. De hgte en bruinen oker moet niet Ligtezandig zijn,en, als men die met"!*"de nagel overvrijft, moetze welkcr-glimmen, \ welkhaare Proeve is:zy werd gewreven in Lijnfaatoly,niet al te dik, enze droogt wel. De Maftikot is veel in gebruik Mafti»by

delandichap-fchilders,zyheeftkc:'geen proeve; dog uit oorzaak vanzijne grofheid, moejelijkheid vanbehandelen, en om datze met ver-loop van tijd fwart werd, is 't nietraadzaam,die veelte gebruiken,enmen kan zig voorzigtigcr aanKonings-geel houden. De beite Geele fchijtgeel is die GeeieHoog-geel is, en dan minft be- geéi';"" fterftj


? ?? De Groote Waereldfterft, wanneerze in Privaten, ofandre ftinckende plaatzen gehan-gen heeft, zy word voorts bereid,gelijk als de ligtenoker·, alsmedeBruine ?????? Schijtgeel, die donkergcci:1 en gloejend'moet zijn, en menkan ze, gewreven zijnde, in blafenof fchelpen bewaren, en dit zaïtot genoegzame onderregtingevan 'c geel konnen verftrekken. Wy komen dan tot de Twee-de hooftverwe , namentlijk hetrood, welkers ftoffen wy gaan ver-volgen. TW«de 'j* Vermiljoen werd ook by ver we , heele ft ukken gekogt, en gehan- dek als het Konings geel, enmeer is hier niet te zeggen.Bruin..

'TBruinrood is beft, dat vanrood. gOCCjen Engelfe ligten oker ge-brand word in een Zilver Smits-kroes , daar het gloende in werd,en dan er uitgenomen moet zijlijom kout te werden,uk. De befte Lak is d'opregtcFlorentynfche, van Cochenille ge-maakt» die, alsze in lijnfaat olygewreven is, en op een glas ge- ftreken-


? in v klem gefchildert. t fftrcl;cnword, haar zeiven gloejen-dc rood vertoont. Men kan zeook beproeven even als de ligteSchijtgeel. Met de andere lakkenzoo gaat ook aldus tewerke, endaar Zal. geen fwarigheid zijn. De Gedi(lilleerde Meny heeft ftele«-geen byzondere proeve, de f)jn-^ Mc"fte en gloeiende is de alderbeitejzy is niet zeer goed om mede tefchilderen , en daarom ook,om dat ze met verloop van tijdfwart wort ; en hier mede ne-men we af fcheid van de Ro deftoffen iOmvooTdcblaauweplaatste maken. De Koiteüjkfte blauwe verwe ^rdealhier werd geagt Ultramarijn .-verwe.Maar

men behoeft'er daaróm zijn «Mijn.trony niet van te laten Schilderen,de befte is, die fijn en bruin is,zy werdinlijnfaatoly,hoe witter,hoe beter, getempert. De'iSmalt moet dezelve deugt Sra*k·en proeve hebben, als de Ultra- i>»it-marijn; gelijk als mede de Duitfche Engei-en Engelfche as. Maar men han-^dek op een byzondere wvzemet den . Gedi-


? ï6 T)t Groots Waerèldindigo, (jen Indigo, die men de paardeflukken met witte Hippelen uit-zoekt, en dan vrijft in lijniaatoly, waar na menze in een Potjefchoonwater doet, daar zeeenhalfuire hebbende in gekookt, on-verderfelijk blijft. Als menzedaar na gebruikt, zoo moetmen-ze met klaren droogenden olytemperen.Bcfluit. En aldus hebbenwe korteüjkvan de Hoofcverwen nader ge-handelt. De verfcheydene trap-pen geven eenigiïns de flotfenzelve· en men kan die ligtelijknaar believen onderfcheyden,zijnde zulx hier van zoo grootengebruik niet} gelijk als omtrenthet wit, waaromwe tot anderedingen fpoedigen

; om nament-lijk van 't bereyden van doekenen panneelen, en Schilderborftelsverklaringe te doen, daarwe hetvierde en vijfde Hooftdeel me-de zullen vervullen. Wier-


? in'/ klein gefchildert. , 17VIERDE HOOFTVEEL. schildertaferee len en ha are bcreidinge, y er handelt zijnde de hooft-ftof- Aan., fen waar van men verwen be-reit; is van nooden dat we 't veld^ereet maken, waar opizig, eenliefhebber verluftigen kan, en datmen hem goede werktuigen , toebeftieringeen oefïeninge van zijne konft aldaar, inde hand geve. Al dat gene, dat hart effengefpannen genoeg is ·, om depen-f®*""feelenen borftelen te verdragen,is bequaam ; om den fchilderenvoor een veld of taferee! te dienen*als muirwerk, metalen, fteenen»glas; daar niet te floppen of tebewaaren valt, en

aanftonts eengrond met dikke verwen kan op-gelegt worden , of Tanmei endoek of wat daar mede gemeen-'fchap heèfr, daar van wy, als denfchilderen meeft gebruikelijk,fpreken zullen, te meeralzooditbereic zijnde, alles wat'er méér? voor-


? 1-8 ?e Groete Waereldvoorkomt , ligt te verftaan zalvallen. Ver. Dewijle een fchilder de nature'n'igc- vereeuwigen wil, en graag metraeen· zijnkonftige werken zijne naam;zoo is voor al van nooden, dat hyFanneel en doek zoodanig berei-de , dat hy zijn oogmerk bereikeen de betaalder van de konft niette klagen heeft: 't welk met redenniet gefchieden kan ; als men opduirfaame tafereelen , duirfameVerwen konftig na de nature fchil-dert. m >t Wat dan de ?anneelen betre ft,der wn-daar toe is alle hout niet goec, ens·'^ zonder datwe net konnen bepa-len. " len wat'er al voor bequaam houtis, en by den

ouden, die duirfamePanneelen gehad hebben, in ge-bruik was, zoo kanmen nu op 'tzekerfte, zoo veel bekent fchijnt,goed Eyken-houc gebruiken, "twelk, als 'c gefchieden kan, uiteen ft uk moet genomen wordentot kleender fchilderijen, en voor«toet" al moet het zonder Spint zijn.S" dat fanneel maaktmen} om de


? in V klein gefchildert. 15?de zekerheid, tamelijk dik. Daaren boven overftrijkt men 't 3 a 4,malen van agteren wel ter degenmet fpijk-oly} om voor de wor-men bevrijt te zijn. Het doek nu moet deugdelijk En doekgefponnenzijn, en vaft geweven,en zoo digten fijn, als defterktekan toelaten : waar omtrentniet meer te zeggen valt j nu moe-ten wy aanwijfcn , hoemen aandarmeden en doek een behoorlij-ke fchildergrond zahnedèdeelen. On 't Panneel legtmen eerft De, r 1 ? ? ? gtonu een. grond met een riaauw litm-°p'E ... .1 J Pan- verwtjemet krijtwit gemengt; om neei.de nerf van 't hout te dekken, 'cwelk volbragt

zijnde, moet men'c krijt wederom fchoonaffchrab-ben en het Panneel efFen en gladmaken, forge nogtans dragende,dat de nerf wel gevultblijve. Hier na vrijftmen omber metioocwit heel dik in oly, en mendoet dat met een mes voor d'eer-ftemaal op't Panneel, danftrijkcmen 't glad met de hand tot 3 34,maaien, na datmen 't g'ad begeert,? ? en


? en dus is V bequaam voor eenbeeldfchilder : maar voor eenlandfehap - ichilder neemtmenfwart met lootwit gemengt.Enop't Wat het doek aangaat, datdoe!ij fpantmen op een raam, men pla-neert bet over al met water enfory, omdegaatiesvan'tlijmenteTullen, die men daar na glad vrijftop een vrijffteen of plank, dat'ergeen bry op en blijft fitten. En alsdit werk verrigtis, zoo werd hecdoek op de zelve wijze als'tPan-neel gehandelt, om een grond teontfangen:uitgefondertj datmengeen krytwit gebruikt. Zoo dat riu het opene velt glad en be-quaam is} om de werktuigen enhaare verwen te verdragen, zop-danig , dat

word het ftuk nietgoed, 'c zal den konftenaar zelvegeweten worden. y VTFDE


? in V klein gefchilderi. 21FTFDE HOOFfbEEL. Werktuigen waarmede mende verwen op 't ??/e-reel brengt. ?? ie dan nu luft heeft, oeffene 0*0«-' op ons gebaande veld zijne 'L·-gaven van de nature en konft, her-llh?p'neme daarom in de hand naarvereifch van 't werk Tenfeden,Borflelen en Vijfchen Men ichil-dertin 't kleen, of groot en rou-wer, en men verdrijft de verwenzagt in een, tot 't eerftezijn deTenfeelen, tot het tweede deBorfielen, en tot het laafte deFijfchen bequaam. De Penfeelen worden bequa- Pen fee«melijk , gelijk als by velen in ge-!en·bruik is, tot vier foorten of trap-pen gebragt *, zommige

ftel-len'er vijf: dog hier is vveynigaangelegen: 't fijn werk kan'er weleen trap meer van doen maken. grootftefoorten gebr u i k tin en; fe"Veom logren en gronden aantel eg- '^1·gen, ea de tweede foorte is dien- heUftig om aanteleggen boomen en• ? 3 aard-


? 12 Oe Groote iPaereïdaardgronden; de derde kan ver-ftrekken ; om de zelve en nogwatfijndere voorwerpen op te ma-ken , en c!e laafte werd gebezigcom alle netheid en kurieusheiduic te drukken die noodigis, omde kragt van 't leven, in edelerdingen en van na by gezien, of vanverregantsiijnzig vertoonendetefc'oxide ren. 't Zijn de befte Tenfeeten, diekort van hair en puntig zijn, endaaren boven wel gefloten , en dieniet en kleven in 't fchilderen:maar ftaat aaiitemerken, dat delandichapfchilderen tot de hoo-rnen zig beft van de gekloofde die-nen konnen. En om mede iets van de hande-linge te onderwijzen.

De grondenlogten , boomen enz. legt menaan met een ? lakke penfeel j om debefte maniere te verkiezen, en deJPuntigfte penféelen gebruiktmentot klem en zeer net werk , aller-hande fijne ftrepen, en alle fnel-Jighedenj als by voorbeeld mentrekt daarmede kleenetakies, ve- fel-


? in V klein gefchildert. 2 3feitjes, adertjes, draden, hair,touwen van fchepen , en wat'ermeer van fuiken aardis. De Borfte/en,als ligt te verftaan is,zijn meeft gebruikelijk in grooteer al-werken} die zagft zijn van hair, ru!"'rekent die vry voorde alderbefts 5enge kont 'er de logten en gron-deningroote landichapp.cn medeaanfmeeren, naarvereifch der zel-ve wat grooter of kleender vanfoorte gebruikende , gelijk die zig mede van felfs wel leeren zal. Wat nu voor 't laatfte defchen aangaat, men mag dezagfteg=-„buiten twijfel wel voor de befte bn"' °houden, en zy worden gebruikt,om de verwen,alsze

tegen elkande-rèn behoorlijk gefchikt zijn , teverdry ven, zagt en donzig in cl-kanderen te mengen ·, op dat hetleven op'tzoetfteennatuurlijkftewerde nagebotft. Dog 't gebruiken 'c volgende, nader onderwijs zalhier meer ligt toebrengen, en daaris fchrifcelijke onderrigcinge ge-noeg. Dus ziet men,wat weynige werk- Af-tuigen "n"


? 2? De GnoteWaerddtuigen deze Ed. konft heeft, ne-vens de drie hooft verwen:waar uitzüo velerley konft (tukken tot zoovelerhande nut,en navolginge dergantfche befcbouwelijke waereld,voor de nakomelingen gemaaktworden. SESDE HOOFTDEEL. Verwen die wel en qualijk 'tzemen ge ft hikt we?" den. ?schik- jye Tafefee/en zijn klaar, 'tKocfdig: reelfchaf vaardig; om degereet-wkw- gemaakte verwen te gebruiken:wen, maar wat zal 't wezen, of raen debefte verwen , die goed op zigzeiven zijn , onbequaam by denand'ren fchikt. Waarelijk inde Po-litie, kerke j houweüjken ftaat,en gemeenen

ommegang komcVeele verwarringe van qualijk za-men gefchikte dingen,en een fchil-der mag zijnarbeijd en konft meeftre vergeefs reekenen, als hy ver-wen'tzamen fchikt, die gantfehe-lijk niet by den anderen voegen,en 't voornaamfte door 't minderezijn glans yerdooven wilt:een kok kan


? in V klein gefchïldert '. 2 fkan met de koftelijkfte fpece-rijen en ingredienten, qualijk ge-mengt, defpjjs en fauce bederven,en een muficant of geluidleyder,detoonen die yeder op zig zei vengoed zijnde, niet wel 't zarnenftellen, datze hard en wreed totpynigingevan't oor en inbeeldin-ge, luyden; dus kan mede eenichilder, hier in onkundig, al hetgoede te niete makèn. Al dat dc gezïgtzermwen niet te Proeve kragtigcn te gelijk teflaauw by den Iqïdanderen roert, en dat in zijn men- kinge"gelinge leven genoeg en fchitte-ringe naar vereifch van zakengeeft, en niet zoo veele verander-lijkheid voortbrengt die

verwer-ringe in dc inbeeldinge van rede-lijk fterke en gezonde menfchenbaart, moetmen oordeelen welen niet onbehoorlijk gefchikt tewezen; Maar om dit op ons oogmerk toe Hoe opfepailèn, zo ift 't wel wat bcfwaar-lijk te bepalen, in wat voor ver-^p^-wen deze wettenplaatze grijpen: ' "dog de eygene beproevinge en on-B f der-


? ?? De Groote Waerelddervinding en't neerftig befchou-wen der volmaaktfte leermeefterde nature , die in bloemen , regen-boog, vogelen, fteenen envelcrleyzaken veelerhande verwen by el-kanderen fchikt, kan ons mettertijd, infonderheid wat oordeel ge-bruikende al redelijk geruft ftellen:maar de volftrekte bepalinge zouafhangen van den aard der verwendie nog niet bekent is als't behoort,envan .de kragt der gezigtzenu-, weneninbeeldingerdoghdetweelaafte zullen aande menfchen geenzo merkelijken onderfcheit gevendat het den fchilderen iet deerenkan, en't eerfte kan d'ervarentheidtengrooten deele tot

keurmeeftermaken: waaromme ditvaren la-ten , toonende alleen eenige voor-name verwen, die wel ofqualsjkte zamen fchikken.Vei ?- De volgende dan ftaan fierlijknevens ellcanderen,tewetenRoodkcndc^ en wit. Wit en geel. Geel en groen.Groen en rooze rood. Rooze rooden biaauw. Rooze rood en ligt geel.


? in't klein gefchildert. 27geel. Willen mede wel zamengaanals minfame geièllen mufcusko-leur en ftaalgraauw en dan milieuskoleuren ligt paars, van gelijkenzullen blaainv wit en groen wel 'czqmen voegen, als mede rood,geel en groen, en dan donker-rood , rooze koleur en ligt geel. Maar 't menfehelijk gezigt en in-beeldinge is de voornaamfte oor-J^-zake, dat de volgende zoo wel verwen,met den anderen nietrevreden zijnte weten groen en paars, biaauw'en paars , biaauw en qfangie,biaauw en donker rood, Swart enrood , goutsbloem en donker-graauw. Misgaders biaauw, paarsen groen. Biaauw, geelen

groen,fwart, rood en groen. En dit zijnde byzonderfte, die hard en onaan-genaam voorkomen, en die al zooweynig zamen fchikken, als ofmen de fchoonfte vrouwen fiera-den aan een wanfehapene turfton-fier, en morillons, rijglijven, enduffel ze rokken wou paflen aaneen GriekzeYenus. Daar kan dannudenkonftena-«nV eerfie 4 iCIl boeit.


? 28 T)e Groote Waereldren niets verhinderen; om niettot het gebruik der verwen over-tegaan, en daar in zullenwe eerfthet wit en dan de drie hooftverwenin vier volgende hooftdeelen afhandelen; om van 't eerfte boekeen einde te maken. ZEVENDE HOOFTDEEL. 't Schilderen van de Trappenvan witinfneeuw, bloemenfioffen. TTTy vangen dan nu de verwen** zeiver aan en de penfeel in dehand nemende, zullenweer trag-ten die heerlijke ftoffe van't helde-re wit te leeren afmalen; een aan-vang makende volgens de trappenin 't tweede Hooftdeel aangewe-zen va ? de Sneeuw. Waar van om regt te handelen,zo

dient hier voorafgewaarfchouf,'t gene wy doorgaans zullen vaft-ftellen, datmen de voorwerpenziet in 'c zonneligt, of op zijn ei-gen dag, dat men tuiïchenkoieurkan noemen, zijndetuiTchenfon- ncligt,


? int klein gtfchiUert.neligts of hoogfels en fchaduwe,of, in fchaduwe ,daar de dag ver-dwijnt , aanvangende, of in deweerfteutinge agter den dag van deomliggende verligte lichehamenmin of meer veroorzaakt:de ftraal-buiginge' komt den fchilderenminft te pas, waar van ook eenwoord op zijn plaatze zal werdengefproken, Deze voorvallen allevier koomen meeilin aanmerking;hoewel wyzejuift niet altijd alleverhandelen zullen, denkende, datmenze niet befwaarlijk naar even-redenheid en vereifch van 't leventemperenkan. Indien een fchilderden aard der Kennif.Weerfteutinge en ftraalbuigingebe- ^ide-hoorlijck

verftondej daar de Hr. «none.Huigens na des Cartes, beter en dc!ken"verftanelijker volgens zijn onder.ftellinge van de lightftralen van'tverligte lichchaam gelijkelijk vande klootfche baren aan alle kan-ten voorgefet, gefehreven heeft,het zou hem groot vermaak en va-agheid geven : dog dit gebeurt alsnimmermeer, dat men zoodanig yemand


? go T)e Groote Waereldyemand vinde. Ja zelve verftaaner vele naaulijx de eer fte gronde ?van dedoorzigtluinde, den fchil-deren zoo noodige wetenfchap.fn«üw,c Dit dan varen latende, zullen we* volgende deze voorvallen, nu zooaangeroert, van de Sneeuw en zoovervolgens handelen. 111 'c Tot de Sneeuw in 't fonneligt ïonnc- . ligt. tempertmen wit, ligten oker enkoolfwart van yeder zoo veel, als't leven vereift, dat hier het allerwarmfte en in de meefte bewegin-ge is; om de veelheid der ftralen.d3:en" Om die in zsjn eigen dag te fchil*deren mengeltmen wit en kool-fwart na behooren: zoo 't wat te, blaauw

viel, doeter wat lak onder.It^ De fchaduvve wil koolfwart enfia.dr. een weynig wit en ligter oker heb-" ben tot zoo een trap van yeder, als't leven gebieden zal. 't Zei veisvoor de"weerfteutinge goed, alser wat meer wit en ligten okerby is. inde tweedeplaatze volgt dewzt-Vznie telely, 3tzelve mengfelmetde fa-££ tynen vereifchende; zy heeft met de fneeuw


? in*t ldein gejchildert. 31fneeuw groote gemeenichap ,dogz' heeft wat meer glans, zoodat haar wit, door fchilpwit moetgevonden worden, en ze zuivermoet geichildert zijn, en gantswarm in'tfonneligt,daaren bovenjom de teederheid van zijn dag uit-tedrukken neemtmen tuflchen 'tfwart en wit wat ultramarijn offmalt. Defchaduwe moet gloey-end zijn en getempert worden metfwart en wat meer ligten oker alsde fneeuw, en men maakt de weer»fteutingewatligter als de fchadu-we door wat wit, fwart, ligtenoker en een weynig vermiliccn. De derde plaats is aan de wit-te rooz.e vergunt,die metdierge-lijken ver we,als de lel y

opgemaaktword-, uitgenomen, dat den dagminder zuiver wit heeft, en voortsgantfchelijk uiteen gloendekolo-rijt beilaat en byzonder na't har-te-, waaromze met wit , swart,ligten oker en vermiüoen moetwerden gemaakt. De buitenftezijde der bladeren moet een wey-nig meer koolfvvart en wit hebben; om-


? 32 De Groote Waereldom haare teederheid uit- te druk-ken. En Wat nu den vierden trap be-langt, die zoumen in meerderent«pde nog onderfcheiden konnen; dog't is niet noodig verder neer te da-len. De leergierigen konftgenootkan in't gemeen aanmerken, dathet alles hierflaauwer is, en meerna den blaauwen trekt, als daarzijn melk, gewitte muirén, en metnamen linnen, en nog meer floers,gaze en wat van dien aard is,'?welk niet fwaar verkregen werd,als men de drie voorgaande trap-pen vel geoeffent heeft. Aan- Daarom hier affcheidende,"c'ovër." merken e voor't laafte aan, datpi«c- men geftadig in

geheugenifle moeti,"g


? in'/ klein gefchiU erf. 3 3 AGTSTE HOOFT'DEEL. Van 'i Geel en des zelfstrappen , in Bloem enStoften vertoont. DEwijle nu Jt Wit, het Swart s»* t l 1 waarom wel volgen zou ; maar zuIXoverge-uit het Wit blijkt, en 'er voortsilsgen'niet hyzondervS aan vaft is, omte waarfchouwen, zoo werd hetde tijd ; om van 't geel te han-delen daarwe dit Hooftdeel me-de zullen vervullen. 't Zal dienftig weezen aan 'tGeel mede trappen toe te ichik-!cGcet ,·,,,· . in trap» ken , en de inbeelding in ordrepenver»teleyden; volgens de geeleEglan- C£ls'tier , geele Narctffm en geeleAfiicaan in de Bloemen, en dangeel Satijn·) geel Laken cv

Orangiegeel zoo in Stoffen als Zijde enz.daar mede vergelijken. Tot den geelen Eglantier moetenmen in 't fonneligt enkel könings^1"geel gebruiken, tot de fchaaduween weynig fwart en ligte fchijt-geel, toe weerfteutinge ligte fchijt-geel alleen, en de tuflchèn kleurC ver-


? 3 ? De Groote Waereldvereift fwart metkoningsgeelna'cleven getempert. De fchoone Narciffus volgt'erop, die in't zonneligt j omhaa-re gloejentheid een weynig ver-milioen begeert, als cok in min-dere trap in de weerfteutinge.De rettc komt met het voorigeovereeni Tot de geelen Africaan zuk-gewei doen, indienge in't zon-neligt enkel rusgeel neemt, entot de fchaduwe rusgeel met brui-ne fchijtgeel cn lak gebruikt rmaar tot de weerfteutinge mengeltwat weyniger rusgeel met brui-ne ichijtgeel , lak en vermilioen,latende voor den eigenen dagrusgeel en fwart 5 om daar uit be-hoorlijk gebooren te werden. En dit is al 't

voornaamfte vandere" Bloemen door Geel gefchildercBiöe- noodig te vermaanen : want uitmen- deeze dry kan een liefhebber dervrye fchilderkonft andere zoortenvan geele bloemen leeren tempe-ren ; dia rot een van de verklaar-de wel kannen herleyt worden ; by ? ? rei?- ? fri-


? in V klein gefchildert. 3 ƒby voorbeeld, Zonnebloemen ver-eifchen alleen wat meer gloejenf-heid als denEglantier j de Goutbloemen laaten zig als den Afri-caan behandelen, en voorts zijn-*er Stakroozen van verfcheidengeel, als die wat blaaüwagrig ookzijn, en wat meer koolfwart be-geeren , en groenagtig , daarfchijtgeel, fwart en een weinigvermilioen by weezen moet, endan zijnze ook wel rosagtig geel.?*t gene met fwart, fchijtgeel enwit gedient is om wel gepa-reert te voorfchijn te komen , en 1gelijk de ilokroozen , zoo kan-men ook verfcheidenezoorten vanAuricalas en 'Primula· Veriffenhandelen. Om ook iets

van de Stoffen S£offcn'aan te roeren, daar zijn'er geene,welkers verwen niet in eenigevan de gemelde bloemen en zijnuitgedr nkt; daarom zal de konii-beminnaar wel doen , om zig,neerftig jn dezelve te oeffenen,·daar de natuure haare verwen al-krlevendigft en teederft doet blij*C 2 kerr^


? 3 6 De Gr ode Waereldïen, zoo dat we dan geen zwaa-righeid rnaaken om een Schil-der zonder onderwijs tot de geeleSatijnen en Lakenen en Orangiegeele Stoffen na te fchilderen,toe te laaten ·, waaromwe ditHooftdeel befluiteii> om tot hetRoed-owev te gaan. NEGENDE HOOFTDEEL. Van VRood en des zelfs trap-pen in Bloem en Stoffen? ' aangeweezen. 't Rood voIgt inordre, dat ons cog al mede met kragtigebeweeginge aandoet, als in ver-icheide Bloemen meer of min rebefpeuren is, daar vanwe nu han-delen zullen, inruimende de eer-ile plaats voor de Ranunculen,de tweede voor de roode

Pecnienmaakende : waar na de roodeKrullelyen of cMartagonsinrangzullen volgen , en daar op deroode Stoktoofen op 't toneel vcr-fchijnen; om van de roode Papa-ver en andreflcetva'n minder qua-liteyc te werden n^gewandelt, als


? tn V klein gefchildert. 37donkere roode Stokroozen, Auri- M t ?culas en diergelijke, daar over ftoffa.men nier behoeft bekommert te verge-zijn, als men de voorgenoemde!cckcnbehoorlijk fchilderen kan. Ge-lijk daar uitzaaien, vloeren, bed-den , tafelen en menfchen metfchoone roode fluweelen , fatij-nen , lakenen en ftoffen verkiertkonnen werden: want men beeldde roode Fluweelen als Peonien uir. De Satijnen met de verwe vankrullelyen of ranunculcn j gelijkals de karmozijne lakenen en an-dere mindere iöortenvaii roodenmet de behandelinge van llok-roozen en papaver wel konnengepaait werden, moetende't

ove-rige de opmerkinge en 't gebruikleeren. Daarom is 't noodig debloemen zelve aan te vangen. De Rammeiden begecren in 't cn aafonneligt alleen vermilioen , enin haar tuifchenkoleur een weynig deRa- 1 * . 1 riuncu- Jak daar by; ïndelchadu^emeelt i=n.lak met een weynig bruinrood,en ten laatften lak en een weynigvermilioen 5 om de weerfteutin- C 3 ge


? gg 7)e Groote Waereldge te vertoonen. Alsze dus ge-fchildert , droog zijn laxeert ofoverftrijkt menze om de kragtder hoogfels en diepfels wat teverflaauwen dun met enkel flo-rentijniche lak, en glantze op dehoogfels met een weynig dunfchulpwit.^.oode ipe Roode Peonien zal men metF?n· vermilioen in 't zonneligt ïchil-dcren , en daar by een weynigfwart mengende, den eigenen dagof tufichen koleurkonnen maken jgelijk 'er fwart en bruin, rood totdefchaduwe, en watmeerbruin-rood als fwart tot de weerfteutingegebruikt werd. Droog zijnde begeerenze de*1'zelve laxeringe en opglanfingevan de

Ranunculen. De roode Krullelyen malenfommige Schilderen met wat ver-iciyen, niengC fchijrgeel af: maarzekon-nen met de verwe van de Ranun-culi: en omtrent met dezelve ma-rs icie van behandelen, levendigvertoont worden.ieo?cn" P$ Stokroozen laten zig niet al-


? in V klein gefchildert. 3 9al zoo, dog nog alle op eenerleywijze handelen ; want zommigewerden uit vermilioen, lakenwitgemengt, en zommige zijn metbruinrood en lak alleen gedientjgelijk 'er ook andere zijn , diebruinrood, lak en wit begeeren. En uit de verwen van deftok- Rood·roozen , kanmen de roode Tapa- ven."vers , als men 't leven voor zigheeft, genoegzaam vinden ; endus latenwe de Roode bloemen va-ren , daar omtrent dit kort oiider-rigt genoeg weezen zal. HET TH IE NT) ? EN LAATSTE HOOFTDEEL.Van 't Blaaüwct zijntrappen in Stoffen enBloem getoont.'t ? Aatfte der

Hooftverwen is 3t blaauw , daarwe dit eerile Jffir,Boek mede meinen te eindigen. StoiTeB' Dit kan men kragtigft en zui-verft in Blaauw Satijn vinden endaar na voorts in Bloemen zoe-ken. tc vin-'t Blaauw Satijn wilt in 't zon- fZtC 4, neligt Satiin-


? "De Groot e Waereldneiigt mee indigo en veel wit ge,fchildert wee zen, met wat wey-niger wie op zijn eigen dag , envry nog minder wit in de fchaa-duw hebben : de weerileutingewilt tuflehen beyden gehandeltzijn. Maar alzoo de fatijnen hoogeren laager blaauw hebben , zoofpreckt het van felfs , dat eenSchilder daar na de voornoemdeverwen temperen moet, gevendeen nemendei geljk mede om.4ere"" trent de blaauwe lakenen en flof-fen, daarwe niet meer van be-hoeven te fpreeken. Dit nogtansalsnoodig, waarichou wende, dat,indien men zijn koleur wsl doenbeftendig zijn, het

noodwendigis,dat men het zelve, met ultramarijnmoet overfchilderen of laxeeren ·„ ?naar dat hec leven zelve ligtCr ofdonkerder bevonden word. En 't Vordere blaauw nu zullenweinwÖe. bloemen opzoeken,als dcCon-men ? Volvulen, Flos ?rincips, Juffer,tje sin%t Groen, blaauwe Bemagieen Maatiwm Inas.. , , ?'. 1 De


? in V klein gefchildert. 41De Convolvulen moeten eerftgefchildert worden met indigo en ïen"wit , enze konnen daar na nietanders als laxeringe verdragen }gelijk mede de Flos 'Princifis , Princi-die zig even omtrent op die wij-p,s'ze laat koloreeren. Van dag enfehaduwe enz. is 't niet noodigin deze bloemen te fpreeken,'t wij ft zig zei ven aan , en wyzullen daarom zulx ook fparen,om de kortheid; tenzyhetzon-derling noodzaakelijk is , datwedan op zijn tijd en plaatze zul-len bekent maken. De Juffertjes in 't Groen of Spin- j„ffer-nekcpjes ende blaauwe Bernagiemoeten eerft met indigo en wit ,e?

° blaauwe gefchildert worden, en daar over- i«na-ichildert zijn met ultramarijn en §'e"Wit , zonder datze laxeeringekonnen verdraagen. De Blaauwe Irias is mede wel BlaauwetG vreeden , alsze met indigo enwie werd gefchildert : maar daarna wiltze wel gelaxeert wordenmet ultramarijn en een weyniglak}om h^ar levendig 00 te doen. Irias, C 5 Maas


? 42 cDe GrooteWaereld Maar het gebeurt ook , alszeflaauwer en bleeker van koleuris , datze na de laxeeringe meteen weynig ultramarijn en lak enwit moet worden opgehoogt. Befluit Dus verre hebbenwe van de ?yan dit · > Merite verwen in t gemeen , en van Soek' de Hooftverwen byzonderdergefprooken , 't toebereydenvan Tafereelen gelcert , denSchilder goede Penfeelen terhand geftelt , en aangeweezenwat Verwen aller^ierlijkft byden anderen ftaan ; en om deHooftverwen naader uit te leg*gen, zoo hebbenwe 't Wit la-tende voor af gaan , van Geel,Rood en Blaauw in verfcheydetrappen

gefprooken , en omzulx klaarder te toonen dezelvéin Bloemen en Stoffen aange-weezen , die wy by die gelee-gentheid hebben leeren Schil-deren ; als waar in de natuu-re die Verwen op 't eenvoudig-fte vertoont , of de konft na-botft. }c Werd nu tijd , datwe de weg


? in?t klein gefchildert. 4,3weg dus wat gebaant hebbende3de zaamengeilelde Verwen lce-ovf"ren verftaan , en tot grooter|=t0?werken van meer en verfchei-dener kolorijt overgaan , in 'tfchilderen van logten en haa-re fchitteringen en Verwen inlandfchappen en wateren , daar·^we het volgende tweede Boek mede zullen opfchikken,* TWEEDE


? 4f De groote Waereld TWEEDE BOEK. Van demenginge derHOOFTVERWEN» en toepaffinge in 'r gemeen, cnin 't byzonder op de Logten haare fpeeiingc inLandichap en Wateren. EERST ? HOOF ? D ? Ê L, Van de gemengde Verwenin V algemeen. $9!!SSfjf Y hebben 't eenvou-dinjc" m êi dige van wit en fwart, en de drie Hooftver-wen gezien, en die inbloemen en ftoffen aangeweezen ,welkers fchilderinge al eenigemengelinge van Verwen noodighadde, Maar nu gaanwe naderzien wat Verwen de mengelingenvan-dé vijf voorverklaarde ftoffenal Iconnen uitmaken ; om toebreeder werken over te

gaan, ende veelerhande veranderingen derLugten in Landen en Wateren over-


? in'/ klein gefcbildert. 45·overgebragt , open te leggen,zullende in dit Hoofcdeel van demengelinge der vijf floffen watalgemeener handelen. Hier valt voor eerftaantemer-Aige- ·ken , dat van die vijf ftoifen de aanmer*vier door fwart of wit in onein- „v"rdedige trappen , en in veelen vooraf'c gezigte bemerkelijk , konnenwerden verdeelt, en dat het zoo ,omtrent alle gefchieden kan,door geel, rood en blaauw. En om nader tot de zaake tetravj«koomen men kan vande vijf ftof-p«n«fen er twee , dry , vier, ofzealle vijf mengen : waar uit viertrappen van mengelinge zullenontÜaan ·, en een zeeker getalvan

koleuren , die men weedertot het oneindige zou konnen metzijn gedagten mengelen, en met'er daad zoo veel, dat het doorReen getalzouuitfpreekelijkzijn}gelijk van drie en twintig of viel-en twintig letters van 't A.B.woor-den en talen komen konnen, dienooit door eenig getal zoudenkonnen werden verklaart. Dit


? ? Groote ÏVaereld Dit zoo voor afgezegt zijndesZuIIenwe tot die vier trappenvan mengelingen voort vaaren, ende naatnen der Verwen noe-men die daar uit geteelt wor-den. Eèrfte 'c mengen van twee Verwen««?· zaamen, zoo kan men deeze vol-gende vinden , namcntlijk , uitSwart en Wit, Graauw , uicWit en Geel, bleek geel , uitSwart en Geel vuil donker groen,uit Wit, en Rood, en Vermi-lioen bleek rood, uit Lakenwiteen Roofekoleur , uit Swart enVermilioen donker vuylrood, uitSwart en Lak donker vuil paars,uit Wit en Blaauw ligt blaauwyuit Swart en Blaauw donker vuilblaauw , uit Geel en Rood

o-fangie, uit Geel en Blaauw don-ker groen , en van Rood enBlaauw komt paarsagtig VUtlrood , te zamen in vericheidekoleuren. Tweede Als men nu drie ftoffen men-*"p· geit, komender de volgende tienVerwen uit, te weeten uit, Wit,; Swart,-


? in*t klein gefchildert. 47Swart en Geel een ligt vuilGroen, uit Wit, Swart en Roodeen vuil rood paarsagtig bleur,Wit , Swart en Biaauw maakenvuil bleek biaauw , van Swart,Geel en Pvood komt vuil oran-gie te voorfchijn , en van Wit,Geel en Rood bleek orangie,Swart, Rood en Biaauw baarente zaamen een blaauwagtig mu~fcus koleur , en Wit, Rood enBiaauw doen een vuilbleekfaars zien , Swart, Geel en Biaauwgeven donker vuil groen, en Wit9Geel en Biaauw bleek groen, tenla at ft en komt 'er een ros vuylgroen uit Geel, Rooden Biaauwte voorfchijn. Door nu vier ftoffen te men- r>«degelen, heeft men

de drie volgen-trap'de koleuren , als een ros fta'algraauwuit Wit, Swart, Geelen Rood , een vuile zoorte vanvuil bleek groen , uit Swart3GeeL Rood en Biaauw, en daneen ros fieengraauw , uit Wit,Swart, Rood en Biaauw. Maar eindelijk; wanneer men vierde alle


? 48 *De Groote Waereldalle vijf de ftoffen mengelt , zal'er uit voortkomen een bleekrosagtig •vmlgroen. En is dezemengelinge alzoo te verftaan,darze omtrent van ieder evenveel, of altijd een tamelijke por-tie vereift, die werkzaam op hetgezigte weezen kan.? Gecai Als men nu dee/e gemengdede reen- koleuren optelt, bevinc men 'er|en.n" fes en twintig , waar by Wit enSwart, en de drie Hooftverwengevoegt zijnde , men 'er een endertig of negen en twintig ftellenkan, als men Swart en Wit vande Verwen üitfondert , die allenog wonderlijk konnen gemengtworden. y'i* Ten opzigt dan van de men-itrtfkf-

gelinge der Verwen, is deeze konftaerd als oneindig , een onuitfpreeke-lijke zee waar in men verdwaalt.Konft. Waarom een Schilder beft zaldoen, van zigdaar toe te hegeven >dat hy beft als met zijne byzon-dere natuure overeenftemmen-dè, kan magtig worden ; ommet het meefte genoegen daar


? s in 't klein gefchildert. 4.9;n tot een groote volmaaktheid opte klimmen.De wijle ik dan mede, die wel,,Ycr~ , . . , klaariBo ö algemeene ken ? 1: Ie en bande-ge van lingé ter:' deelen beminiie , m ? ar ? ?»in zoiftmige «cgrans voorname- ^n1""'Jij ,· gèoeffent ben, dit wet k aan- ^nnifl*vanf. zal ik zoo fp reeken van't oo1- ·*» ' , , ncuietj' algemeen en byzonder nader vaneenige dir.gen ? als mijn kennjflezal toclrutcn , en ik i.ópe dat ditgering werk bravere Verftantten*d?e naar op byzönderhedeh en bui-ten mijn belle ftadie , meerderge legt hebben » rot vpltooyingevan 't geene.hier ontbr.eekeft

zal,.gaande zai niaaken. ?IV? EDE HOOFT?)EEL·Wat men ? in een Stuk,en tn wat ótdre menalles aanlegt. I-pbben le van veele zaakenaf-^^gezonde t gefpröolctn r enotdïe·wat verwen cieriijkft by den an-deren ftaan zal \· UiehUig wee-zen eerwe tot .zaamengcfleldcf0 , " we?-


? 5© Ve Groote Waereldwerken van landfchap, gefehie-denis, bloem en zee ftukken enz.voortgaan , iets te zeggen vanhoe en in wat ordre men alles aan-leggen kan.vei zijn Als een Schilder dit niet weet,aiies 'n zal zijn werk hem meefter wer-k^è" ^en> en van denatuure afwijken*Iwi de overhoop leggen , zonder fterk-Ig' en fïaaiiw , nabyheid en verheidbehoorlijk te konnen verkrijgen. Men kan wel bevroeden , dat ïieor- , . . ' dreis alle zaaken juift met eveneensichéi- willen zijn behandelt, zommigstV.l die weinige veranderinge van ver-fesn. ^eid en nabyheid hebben , kanmen op de kragt van

inbeeldingedoor de gewoonte gëveftigt, ia-ten afloopen j maar nogtansniet in den aanvang van zijn konft-oefFeninge, zommige ftukken heb-ben veele verfchieten en gronden ,als landichappen } daar ook delogt van onder (na de landfchap-' pen) na boven getempert wor-den , daar zijnbloemftukken, dieveelerhande en wonderlijke men-gelingen van bloem en loof heb-


? in V kiejngejchiidert, f iben j daar zijn kameren en bed-den daarin, ook welomgdchie-deniflèn afte fehüderen» die eenLeerling ligt verfetten 5 als zyïn zijn ördre van aanleggen nietvaft en is. Wat ïtiy aangaat, hoewel ikde vrye geeft der Schilderen niet vaa in-binden wil, en wel weet wat krag-païlMUtige inbeeldingen zoMtïjd& 'eizijn, en dat een Meeiter zoo vaftkan weezen, dat hy zoneter regu-len , heeft leeren alles fehüderenna zijnafwykingen , en ook dat ,d' eene d' inbee!dsnge in zommigedingen anders als d'andere ge-leid word j zal alleenlijk ten diea-fte der Leerlingen mijae maniere utitticf*en ordre

voorftellen , die ik mettwijfFele, of zal eenige dienft envrugt konnen toebrengen. De Beeidm (om daarmede aanfe vangen) moet een Schilderee*ft aanleggen, *t zy in eénKa-Landfchap of andere verga-derplaats van luenfehen^ ineen Kamer maakt!ftïentfietHrnetS>onyoügeïijk, 'tajterfte, dafyeritD % af»


? *De Groote Waereïdafwijkt , op het laatftc ; dog lilfchaccn Landichap na de beeldenp«'· ("als'er in koomen door de ge-schiedenis of orr. vermaak) delogt, bergen en gronden van ag-teren na de voorgrond toe,en als zulx is gedaan , verkiertmen ieder grond met zijne boo-men , kaiieeleri , huii'cn tui-ïien enz, eik voorwerp en grondvolgens cic kragt of flaain* heid ,die de* nabyheid of verheid naevenredenheid volgens de door-zigtkundegebied.njocm.; £en Bloemfchilder mag welïcn. eer ft zijne bloemen en bladerenfchilderen, die in \ fonneligt dandie in de fchasduwe koomendaarna de pot of fleilche aanleg-gen

om tot de tafel en grondenover te gaan: maar zullen de bloe-men in een hof of landlchap ver-toont worden , zal hy genoot*zaakf zijn, om door'tander werkde bloemen (of ook met vrugrenift het têlfde) niet te verdonke-ren, de zelve allereerft volkoo-Kien op te maaken na de kragï


? In V klein gefchildert. 5 5van't/lceven: waar na hy zijn liefof landfehap zoodaanig kan be-handelen , als hy oordeelen zal,dat de wel ft and van zijn bloe-men (of ook vrugten^ die zijnvoornaamftc oogmerk zijn zullentoelaaten. In Zeefiukken legtmen eerft delogt en 't water aan , daar naUn·fchildert men de rompen van defchcepen , van de voorfte eeritbeginnende , en rot de verfte enflaauwRe voortgasnde , en dee-ze fchcepen kan men daar na,als alles in een goede welftand ge-vonden word, met maften tou-?/erk opjnaaken. ft ? deezc zoo verklaardë voor- d>c ^vallen agte ik genoeg 5 om daar ^door van andere

hier mede over- $ƒ«.eenkomfte hebbende, te oordeelen,dog ik laat ieder mede zijn vry-heid genieten , en dus fcheid ikhier af, om tot de Logten over tcg-ian. D 3 7JER -


? TDe Groet e Waereld DERDE HOGFTD E EL;Yan een heldere Logt zonderwolken, en hoe lartdfchagen w&eren daar uit ge-boor en en gekoloreertyoerden. Boer- "p Ven als men een vloer in door*kunde ' zig* brengt, zoo mede ge.^nru icaiet het omtrent de balken, die?»3s» een omgekeerde vloer zijn , enmen handelt ook zoo met land-fchap en zee, en haare logt, alsbalken aangemerkt, of verwelf-iels : maar de holligheid der logtkm weyriig hier geven totveran®deringe,*t laagfte des Logts is verft vanir


? in V klein gefchildert. f 5* aange- Dc'f!vE Deïelveop fes de Loge en haare veranderingen, "L·.en 't gene die aan landfchap en 'wateren toebrengt, naukeurigerte fchrijven, de zelve aanmer-ken als helder, als wolkagtig,als na de faifoenen des jaars ver-anderende , en na de tijden desdaags , en voorts na de nagt enmaanligt , en ten laatften na goeden quaad weder , in fes Hooft-ftukken; waar meedc wy dit Boekbequaamelijk zullen konnen ein-digen. 't is noodig, hoewel alles in Uende Logt Ongevoelig verflaauwt ^nogtans ordres halve ? , en om ^«ïead'inbeeldinge te voldoen tot hertogregt aanleggen

en koloreeren,eenige deelen in zijn Logt te aan-merken , als men des zelfs gant-fche breete in *t tafereel verkoo-i'en heeft, en zoo ftellenwer vierzullende dus alle zoorten van log-ten cn haare werkingen in land-fchap en wateren verklaaren,1 daarze fagt i ? faamenlmelten. D 4, Wy


? fé < OeGroöteWdÈrettmi* Wy. vangen dan aan met eenLDgtS, heldere Logt, diewe na die ge-fegde trappen van onder af vanom laag na 't toppunt zullen ver-1klaaren, &rfte 't Eerfte deel, omtrent de ge-|ee! "n zlgteinder fchildertmen ·. met*C1 v' fraalt of ultramarijn, met wit ver-mengt en een weynig lak, om tedoen wegwijken , en hoe naderaan de gez gtei uier , hoe meerdit moet plaats hebben : gelieft'er iemand wat ligten oker by tedoen, wy laaren hen dat vry.jTivee- 't Tweede deel, dat we als na-der't oog, wat breeder volgensde regukn van de doorzigtkun-de nemen j wik na dat het 't eer-ile

deel naader. komt of verderdaar van af ijkt, de lak en lig-ten oker van de mengelinge despc rite ? deels vry en wel in't naa-,|te op de helft vermindert heb-ben. En om dezelve reeden moet-men in :t derde deel gants r cy-p g lak gebruiken , en veel min-der hgten oker, gelijk sis het vier- de, Defd»


? in '/ klein gefch-Hert. 57vierde deel, alleen imalt of ultra-Vierde·marijn en wit begeert. Deeze deelen nu des Logts in ?kanmen op 't Landichap eu Zee fchap,toepaflen: want hoewel de veirde-re gronden een Schilder zoo ver- , omtrent «eelt , dat hy 'cr offi gcraaks de fpee.hal ven agt or tien of meer zigdêfzeiven voorftelt ; zoo 1'aater ons ^nu eenige in eenfmekende orn^de Io£>t daar in te doen fpeeler\, g»- r- · , den. fes aanraer en : waar v&n detwee of ook wel drie naafte nietsvan de logt jw haar trekken,maar byzonder de drie verften,daar omtrentwe 't volgende aan-merken. De verfte verfchieten

en ge-Eerftcbereten dan , moeten zig van de di;el , ? ? ? , I otgrond onderlte Logt even redden , envandaarom gekolorecrt worden metv3gtereI1'de ver - en van het tweede deel desloges, dat is, met fmalt, lakenwit. 'c Tweede van 'tLandfchapbe- Xwec_geert onder de mergeling van \dc·derde deel des Logts een weinigterre yerde j om de nabyheid alD 5 zagt-


? $§ *De Groote Waereldzagtkens na zijne evenredenheid,te verkrijgen, en op de zelveoerde. wijze heeft het derde deel desLandfchaps de temperiage vanhet vierde deel des Logts vannooden , met daar by te doenterre verde en een weinig fwarten lak. ^iirde. Maar hoe zal men nu met hetvierde deel van 't Landfchap han-delen, waar in zig dekoleurvande logt verlieft ? daar op gezegtdient, dat men dan omtrent opde volgende wijze werken kan $te weeten, men gebruikt tot boo-snen terre verde , fwart , ligtenoker en wit, tot de grond ge»bruiktmen ligten oker , fwart, Iwit met een weinig

vermiljoengemengt, en dus hebbenwe viergronden. Edog, alzoo het Landfchapzig nader als de Logt aan ons ge-zigte vertoont $ zoo dien w'er nogwel twee gronden by te voegen ,Vijfde, en dus zoudenwe de vijfde grondgaarne gefchildert zien groen,niet ftnaït, ligten oker en wit: j dog * I


? in *t klein gefchildert. f 9wat de grond zelve aangaatzonder groen , zoo neemt ligtof bruinen oker en fwart en witmet een weynig omber vermengt. De iêsde of naaite grond zal en ser«tonnen vergenoegt weezen als ae'menze met wit, fmalt en fchijt-geel fchildert, als maar de kruidenvan die grond de verwe van deboomen deelagtig zijn 5 en menkan voor imalc indigo gebruiken .»om haare fmeerigheid. 't Gcene wy nu zoo hebben aan- vrg4geweezen » moet nogians eenSchilder niet te nasuw dringen endaar aan bepaalen: maar hy moeswat vryheid geven aan zig zeiven,van wegen de oneindige

verande-ringen, die in 't leven zig opdoe ?:gelijk ook alle deelen van't land-fchap zagt enoaaierkelijkinmal-kanderen moeten gewrogt wor»den. Om 'er ten Iaatften iets van a«-. b^2 Zee by te voegen » dat hiergeoP'zonderlipg is5 zoo is't kennelijk, fP°lun.dat de Wateren en Zee, de ver- Wzier, Wen des iogt$ . die daar in fpic- ?9


? '£o ©f? Groote WaerêUgeit, meer als 't Landfchap aan-neemen; waarom men maar moetgadeüaan, wat gedeelte yan deLogt in zoo een grond van 'tWater tot ons oogegebragt werd ,dat uyt dc vergelijkinge vande Wateren met' een fpiégeiligcte verftaan »s > en luer medeeindjgenwe hier , zullende bene-den van de Wateren afzonderlijkhandelen, - VIERDE HOOFTVEEL; Van een wol kagiige en betrokke- ne Logt met opzigt ook opLandschap en Zee. ? logt is altijd helder j ten ««de zyzc in haare dampklootsroiken breete met nevel en wolken wer-J"" den overtrokken ; gelijk deezelanden

veel tijds gebeurt, heb-~ bende haare wolken een vieren-deel uurs omtrent hoog ? en vryook minder , zelden meer> endikwils in verfcjieydene hoogtenals zolderingen bovenelkanderenverheven. Om


? in ? klein gefchUdert. 6lOm tc toonen hoe zig hier Vletomtrent een Schilder dragenmoet, merkenvve de Logt alsis geiègt, wederom in vier dee-len!"*len aan, '.naar zulle;» de zelvenu ·, om reeden > van boven ofnaaft by tot beneeden óf verifcaf vervolgen : maar aanmerkendie 3 als te vooren helder aan-gelegt. De wolken dan in een eerfthelder aangelegde Logt ftofteertboven8" men nevens 't b! ai ? dp't hoog-at·fie met (malt, bk en fwart enWit , en eeh weinig bruin , alshet blaairv is , en men hoogtzeop met de koleiu· die naaft by dengezigteinderis. 'c 'Tweede deel van boven af'

iTvrce»fchildertmen het donkere metde'de zelve verwe van 't opperdeel», UirgezonderCj, datm'er van \ der-de des hélderen Logts, als.in 'tvoorgaande Hooftdeel geleert is»wat ondermenge·, om 't te doenichieven , Cn 'men hoogt het opgeheel met kolorijt van't der-de deel. ?t Ver-


? 6t *De Groote fVaereïdöcicje, *t Derde vereift op den zeivenvoet wat vermenginge van 't vier-de deel, en wert met des zelfskoleur enkelijk gehoogt; maaikierde, in 't vierde deel maakt men dedonkerheid der wolkjes met deverwe van 't derdedeel, en menhoogtze met een weinig meer witvermengt door de zelve koleuj?van den gezigteinder.Nadere Wilt men nu de Logt met watkin^nbikker wolken maaken , en "ttallen"'" blaauw ^aar weinig laaten door-ipeelen , dientmen zig van 'fvoorgaande» en legt alles watbruinder aan, als 'er twee of driefolderingen zijn i maakt de boo-venfte eenigfins

fiaauwer, en ver-vul tze met wat meer fchitterin*gen en ligt j dat van 't qordeel defverftandige Schilderen afhangt 3? zal de Logt geftrekt zijn met wei- iirektej . " P. , , logt. mg of geen blaauw, benout om-trent het zelve kolorijt: maarwackouwer > en maakt de wolkenlanger uirgeftrekt en platter, enMet ook meer in een gefmolteii > inftil wedec zijn de wolken ronder.


? inklein gefchildert. 6$en dat maakt men door de om-trek en fchitteringen des ligts,dat affteuit en doorfchiet aan dekanten , en boogièls na meer ofmin dunheid der zelve. Als men 't biaauw ganfchelijkov®*_fluitlaat , en 't nu verklaarde ko-"°kkeleur gebruikt kan men zonderLo£C°moeite een overtrokke Logt af-maaien, en alles wat dommelen-de, en de voorwerpen in Land-fchap en Zee wat duifter en twijfel-agtig na ver en naby ftellende, zalmen een nevelagtigeLogt verheel-den, en hier mede zal'er genoeg ^?6'1*hier van gefprooken zijn: alleen-lijk waarichouwe hier nog eens ,Dit aiicsgelijk in 't

voorgaande Hooft -Land-deel gezegt is, dat ieder van dee-^^ze Logten na evenreedenheid en?versc-gronden tot Landfchap en Zeemoet worden overgebragt ·, opdat het gantfche ftuk natuure-hjk zy , en behoorlijk in elkan-deren gewrogt, en "t is nietnoo-i\ n^defhand zulx gedurig te1her haaien, ten zy in andere voor-Vallen. VTFDE


? Ve Groote Waereld FTFDE HOOFTDEEL. J)e Logt na de tijden des jaarsen daags en bate/peeInge inLandfchap en Wateren. »«·?"- 111 Oe warmer Logt . hoezedcsmEe meer verdunt, ho stouwer thoeze daarentegen meer gedikt^j-desén geftrekt is $ zoo datze na delaats. vier getijden des jaars (en ooken daags eenigzins) merkelijke ver-rl"s!' anderingen onderworpen is. DeZonne , nu oorzaak der warmtezijnde , zou de Logt in de zelvebreette der Zonne in haare Eclipti-ca , of hoogte boven de kim·»men , op verfcheide tijden desjaars en dags, de zelve warmte'en koude moeten hebben:

maaraUbo de koude des winters enn~gts nie- zoo haail wij ? voordeklimmende Zon , en de warmtevan de -corner, en middag nietzoo haait: van 'taardrijck met dedalende Zonne wijken , daardoor werd veroorzaakt, dat on- ;?? dagen in de natijd van jaai en


? inklein gefcbildert. ófen dag de Zonne dezelve hoog-te hebbende , warmer als in devoortijd zijn , en dus zietmen.mede , dat de Zonne de zuider-teekenen na Capricorn.us toedoorwandelende meer ftonnen capiasree genen voortbrengt, als om-trent het voorjaar. En hiervan daan kanmen om-Hoe^trent gisfinge maken , hoe menfeS".de Logt na de vier getijden dés^fjaars, en verfcheide tijden desdaags moet aanmerken by ons,en ook by onze Lugtftreeks over-buren of anteci , en hoe naeven-reedenheid by andere ? volkeren:* dog dit gelsjkt al vry wat nagroo-te kurieusheid , datwe zoo nau-kêurig

dit ond


? 66 Ve Groot e Waerelddat de rijd van 't najaar warmerals van 'c voorjaar , des namid-dags warmer als voormiddags is,datwe nu niet naader behoevente bepaalen j de ervarentheidleert het ook ieder menfche ge-noegzaam; zoo dat ik niet weetjdat 'er behoudens deeze opmer-kingen , iets meer te doen valt:als dat men toone ,· hoe dat eenLogt van groote koude en vangroote hitte moet gefchildertworden dat tuffchen deeze bey-de uiterftenisi moet noodwendig/ voor een gemaatigde Logt door-gaan. ko"deet ken zeer koïtde en vereift veel blaamv , graauw enpaarsagtig kolorijt , en haarewolken

moeten dik en zaamen-gedrongen zijn de zeer warmeLogt daar en tegen vereift rood-agtige en geele verwèn, en dungefcheyde wolken zonder ge-ftrektheid.togr, en Om de zeer koude Logt te*ƒ?>* verkrijgen , gebruiktmen fmalten lak, fwart en \vic, en tot de zeer geftrekteZLiw


? inV klem gefchildert. 6fzeer warme bezigtmen fmalt,lak j vermilioen of bruin rood,Ügten oker en wit. Als men van 't blaauve enroode wat uitlaat,en 't omtrent dehelft menageert 4 krijgt een minkouwe en middelmatige Logt, ad-en zoo en valt het niet bezwaar-mac!f°lijk , om na evenreedenheid al-lerley trappen te bekoomen. Daar is dog nu genoeg ge-zegt , om een Schilder na2ijn welgevallen zoodaanigenkouden , warmen en middelma-tigen faifoen te doen maaken,als hy zelfs zal be eeren , enhenlheerfchappy over Landen Zeenj open Logt te géev?n; alles behoorlijk fchap'erfin malkanderen na zijne

deelen f'fmelcende. Dog om van de dag zoo niet^faf te fcheiden , zullenwe gaanzien , wat wonderlijke morgen-is"" ft ? , j. c verhan- itonden , of avonden , die nog deien.wat warmer zijn, hy maaken , enmet wat liefielijke verwen hy, 'teog der menfchen ftrelen kanovaarvan ftet het yolgende Hooftdeel. U. 2"


? 68 "De Gr (Mie Waereld SESDE HOOFTT>EEL. Van de fchoone Morgen enAvondftonden aan deLogt en in Land-fchap en Waterenovergebragt. ?? E worgen en avmdflondenMotgen ju geven ons zoo Zoete cn won- iton.d" derlijke fcbitteringen, zoo veelede», en verfcheyde gedaanten , zoo^serlijke , liefelijke en kragtigeverwen ·, dat 't zy de Zon haargouden hooft opbeurt, of in 'tpeekei van de zee finken laat, 't menfchelijk geftagt wonderlijkwerd getrokken 3 om zig in debefchoüwinge van haare cieraa-den en vremdigheeden te verlu.iligen. Hoew. Dc Teekenaars konnen doorteckeot.

contrarie daginge in twee ftuk-ken naaft eikanderen de morgenen avond uitbeelden , daarby-voegende avond of morgen oef.feningen en bezigheeden in 't velfj ,gelijk de middag met ruft, traag-heid,


? in V klein gefchildert. 69heid , en 't zoeken der ichadti-we bekent kan worden gemaakt:maar de verwe ; waar op wy En ge-ons oogmerk geveftigt hebben,^1;kan door haare verfcheidentheid,dit vefrfchil nog naader betoo-nen. De Logt van de morgenjlond,namentlijk is koel der , cn met mot-meer dampen verzelt, als op'defnn4koude nagt volgende; de avond-avonds·itond daarentegen, die de warm-te des daags, cn van een zoo-merze (daar in men deeze ver-anderingen meeft fchildert} nogmet zig nafleept, is warmer endrooger , hoewel als 't wat laa-tcr is , ofze wat kouwelijker ge-ilek word , den

dauw, de vel-den wel wit kan maaken. De morgenlugt is zomtijds fd^yr;roodagtiger , zomtijds trektze ^df,?meer na den geelen, enz. ver- des > 11 · f°r" toont haar ook wel paarsagtig. gc5s. 't Roodagtige roept om ver-milioen en bruinrooden lak, hoe weder,naader de kimmen ; hoe meer-der · en ter contrarie , hce ver-. ? j der


? 7© ©e Groote Waereldder af hoe minder , na de trap-pen en deelen des logts. 't Geelagtige begeert dezelvedoorgaande verwen ; uitgenoo-men dat 'er onder moet ver-mengt zijn rusgeel of ligten oker,ten zyze zoo geel is , dat hetpiet van nooden is, als 't gebeu-ren kan. De paarsagtige nu moet lak,en wat fmalt als ook een weynigvermilioen met wit vermengt heb-ben , 't zelve geevende en nee*niende met verftand na de dee-len des logts vereifchen.En aldus i'childert men de be-c roemde Aurora , vriendinne vangeleertheid en wijsheid, zoo als-ze zig helder en naakt laat aan-fchouwen; maar

wanneerze klee-deren met goude en zilvere boor-den aantrekt, en met koftelijkoptooylel blinkt, van grooter enkleender wolken , en lang uit-breid met haare fehitteringen enverfcheide glanfen, en haare ftra-len door de wijde dampen , on-aan de aarde dikker tor 0115


? in V klein gefchildert. 71buigt, zoo heeftze meerder ko-Ioreeringe van nooden. Hier toe nu gebruikt eenSchilder Verwenzomtijds lak met fwart en wit JrtüeVermengt; zomtijds fwart fmalt,btuikc·lak en wit ; ook wel fwart ver-miljoen en wit ·, na dat men delogt wil hebben blaauwerof paar-fer of geeler ; alles fchikkendena de deelen van de logt, en diein landfchap en wateren doen-de overgaan en daarin fmelten;want beyde langs de logts en dam-pen gezien wordende, genietenzemede van haare verwen en fchit-teringen. In 't ophoogen der wolken,gebruikt men dezelve koleurvan de fchitteringen

naar even-reeden heid van de deelen deslogts. Den avond volgt dan, demid- Avond-· j c' .. . logt. oag voorbygegaan zijnde , metzijne warmere en nog liefelijkerverwen van rusgeel alleen , ofook meermaalen van rusgeel enmafticot of koningsgeel, en mee-de met rusgeel en vermihoen:?? ?'Z


? ?? ?)? GrooteWaereUja 't kan gebeuren datze niet aisvermilioen begeert.w , Deeze ko,leuren vermindert men verwen ij?.?~ met wit r.a het toppunt toe , enea's men fchitdere die logt op't hoog-de met fmalt en wit, enz. allestot landfchap en wateren over-brengende. De wolken werden gekolo-reert dan eens met fmalt ·, lak enVit, dan eens met fwart, ver-railioen en wit, dan eens andersen dat met vermilioen, ligtenoker en fmalt en wit , ook welmet fwart, lak en wit na voor-val van zaaken , en men hoogthet alles op de .zelve wijze , als- \ve van de morgenftond gezegchebben, 't zelve in

landfchap enwateren overbrengende.Ton- Om nu in de avondlogten Vec-\"r'!tc Ie wonderlijke veranderingen inkeid.1^ £e voeren , kanmen de Zonnevan een rot agt graden wel ver-bergen onder den gezigteinder:en dan overweegen, wat al fpee-ïingen , itra'alingen door weer·»fteitfinge en ilraalbuiginge tot ons eok dejvulken


? in *i kley ? gefchildert, 73ons oog konnen komen, en dikwilszig in 'c befpiegelen van zooda-nige lugren oeffenèn , om de in-beeldinge en vernuftige uitvin-dingen veerdiger te maaken, endit zy genoeg, datwe zul ? in 't J ? ° ' , , 1 gang toe gemeen vermaant hebben : waar- denagt:.omwe de nagt gaan befchouwenvoor zoo veel zy onder fchilderspenfeel bequaamelijk kan gebragtworden. SEFENDE HOOFTDEEL. Logt des Nagts en in Maan-1jjgn met haare werkin-gen in Landfchapen Zee. ??\ ? bruine, donkere en fwar-te nagt , moet het ligt fier-ker , de fchitteringen gloeyenderen de

fehaduuwe kantiger ver»toonen. 't Zyze van lamp of keersligt,van kooien-, vlammen, hout,torf j fakkelen, pekkranfen, enwat dies meer is gemaakt wor-den $ die ook alle min of meer? s ver-


? jt? Oe Groote WaereUveranderingen van verwen be»geeren, dog daar van is ons oog-merk hier niet te handelen: maarvan de Logt voor zoo veel ze doorfterrcn enkel fterligt wat geheldert , ofraaan. ^??? ^e maane fterker verligtword i ftellende de zon ièfthienen meer graaden , onder; om 'tfcheemetligt uit te fluiten.Tot dit Nooit is 'er zoo donkere nagtsmerk die niet eenige weinige ftraaleng" in de logt laat, die de gezigt-zenuwen zomtniger dieren kon-nen aandoen : maar niet of veelminder van de menfchen , dogzoo een nagt kan niet gefehil-dert worden: maar "t helder fter-ligt , of

maanligt; moet ten min*ften voor 't menfehelijk oog devoorwerpen min of meer kenne*lijk maaken.verwen De Logt in fierligt wérd gc-Logtdein fehildert in haar opperfte deelftedigt. met fwart: en een weinig fmalt,hier by zoo mengt een weyniglak in het daar aan volgendedeel, en in 't derde na beneedengebruiktm'er wat meer fwart in,


? irft klein gefchildert. ? $en ?c laatfte aan de kimmen moetnog donkerder zijn. Hoewel nu het ilerligt die on- J^·derfcheid der verwen in de Logt 1. . , heeft op Kan geeven -t zoo is t nogtans tand-op 't land en water zoo fwak^ë.en verfpreit; datze altijd donker-der en vry donkerder als de Logtblijven : 't welk in 't maanhgtzoo niet en is, gelijk wy daar nuvan gaan fpreeken. Een heldere maanlipt legt men T« - ? · maaa- aan met de zelve tempérmge n«t.'van hetfterreligt, dog men maaktdoor een mengelinge van wit al-les ligter , en zulx na 't meer ofminder ligt der maane: indien't een zonderling

oogmerkniet belet, verkieft men genaee-nelijk een volle maane. Deeze plantmen in \ boven ft eder ichilderyen of oog des zien- maane.ders of in 't daar aan beneedenvolgende deel j zy komt wel hoo-»erbyons, als de zonne: maaris befte, datmenze zie , zykomt ook wel hooger als de zon-ne by ons *s winters op den mid-


? f6 T)e Groote WaereUdag: maar dan heeft zy weini-ger kragt van het ligt, hoewel wehier in aan ieder zijn vryheidlaa-ten. verwe. De maane nu fchilderrmen metwit en ligten oker % of met witen koningsgeel: feldzaame ver-fchijnfelen om de maan over-ilaande , zoo weet , dat het«nrond. blaauw rondom de maane moetna dat het'er nader by is, of ver,der af is, tot het verdwijnt, metde verwe van de maane min enmeer gemengelt worden,yoiken] Als men in een maanligt zalmaan- wolken mengen ; moetmen zien!igc' hoe verreze van de maane zijn,en hoe dik of dun , en ofze ge-ibldert zijn of niet: waar

na denSchilder met verftand alles zalmoeten fcnilderen , na vereifchvan zaalcen zig dienende van devolgende verwen,re ver-* Te weeten , hy kan gebrui-Hen- ken , of lak , fwart en wit, offwart en wit alleen , ook welfwart en een weinig 'bruin rood enwit, en meede fwart, uit ligten oker


? in 't klein gefchildert. 77oker en lak na vertooninge vanhet leeven. Wat de ophooginge der wol-ken belangt, alsze dik en win-dig zijn , gebruiktmen digt byde maane ligten oker, wit enbruin roodj zomtijds ook ligtenoker fwart en wit; ook ligtenoker , bruin rood , en fwart en"wit, en na het voorvalt, kanmenV/el fwart, lak en wit gebruiken,Welke verwen hoe verder van de maane af, hoe meer verilaauwenmoeten met het bruine der wol-ken. En dit 's byzonder met voor- »*zigtigheid over te brengen infcLplandfchap , en inzonderheid incc"tc7~Wateren , daar de maane in eenregte linie

nederdaalende , envoorts na Jt oog wat ichitteren-de j na het water ftil of beroertis, met wat flaauwer kolorijtq*gezien word. ???


? y% T)c Groote Waereld EET AG TS TE EN LAATSTE BOOFTDEEL. Van de Logt in onweder,en mengelinge in Land-? hap en Wateren. Be- st ? Aatfte, dat ons te verhan-itgc" delen ftaat, is de Logt in dev2n fonderlijkde voorvallen van on- onweer. weer , dat de dag als tot eennagt kan maaken. 't is een ongewoone en krag-fige fchuddinge van zeeker deelvan de dampskloot : waar inof de wolken kragtig naar eenplaats gedreeven worden , ofdoor verfeheide winden gevoertzaamenftooten, met gekraak ooken vier daar uit berftende, en 'cis meenigrmal hoe korter , hoefchrikkeiijker, als een

heevigewind fc hiel ijk zonder of met vieruitbreekt pit een wolke , ofdaar uit ook een fterk water Igegooten word j met gewel-dige naare geftrektheid van deLogt. Zo o-


? in *t klein gefchildert. 79 Zoodaanieen onweer is zom- vElf , '-> . . plaats mige landen meer als onze eigen, et, tiji,en vertoont zig fehrikkelijkftop zee } omtrent de evenagt enmeer in de herfjft of een weekewinter word het by ons vernoo-men , en weinig fomers i ten zyhet korte donderbuyen zijn. Landfchap en dieren en boo-men lijden daar van , en byzon-der de wateren , en fcheepen opde zelve -y gelijk 'er Schilderszijn, die zig in zoodaanige iluk-ken te maaken byzonder beezighouden. Wy zullen drie voorvallen voor- Dr!e ? I t r voor- Itellen , enze lecren ichilderen ,vaiien.vertrouwende, dat het dan

nietbefwaarlijk vallen zal zig in alleVoorvallen met genoegen te red-den : te weeten onweer in 't be-gin en kragt, overgang,en blixem. Men kan voor 't eerfte de Logt Hecby de kimmen aanleggen met«tfte·fwart, lak en wit j en daarmeè,dog donkerder het tweede deelmaaken , dat we gants overtrok-ken Hellen zullen : 't derde deel kan-


? So T)e Groote Waereldkanmen by voorbeeld vergierenmet teekenagtige en ftcrk voort-gedreevene wolken met nogdonkerder kolorijc aangelegdmaar gehoo'gt met fwart, bruin,rood en wit, of fwart, ligtenoker, lak en wit > ook wel metligten oker en wit, en na voor-val met ligten oker lak en wit:in 't vierde of opperfte deel moetalles donkerder dog de hoogzelsligter zijn. En dus kan 't onweer van dekimmen opkoomen , als fwaareopgehoopte bergen na boovenjdie dan helder blijven; daar menook den reegen kan tegen doenfpeelen ; of van booven na be-needen of van de zijden. Hot Daarenboven

kanmen een on-tncedc. vveer raaaken , dat omtrent heeftiiitgereegent aan de kimmen lakfwart en wit gebruikende , daar-na wat minder lak , gelijk hecderde dan lak fmalt en wit zalbegceren, en Jt hoogile alles watdonkerder; en hoe meer 't wederontlaft j hoe liet fwart na 't top-punt


? in *t kleingefchildert* 8 ipunt inzonderheid meer fiioetgemenageert worden, en de wol-ken dunder en ligter gefchilderiZijn, om ten laaftenvuirals weer-ligt en blixem te vertoonen, zoozal 't niet quaat zijn de wolkend"Wat donkerder te neem en j om 'tligt te gloeyender te doen fchij-nen: weerligt ftraalt wijder enmeeft aan de kimmen i de blixemOveral , en is kantiger , holleren doordringender ten aanzien vanOns gezigte. Men maakt de blixem in ecnB1donker gloeyende Wolke j die uitAvart fmalc , lak en een weinigwit moet gekoiorcert worden,·en weeldrig hier en daar opge-hoogt mee een weinig

bruinrood;,fwart en ligten oker , en menvertoontze leevendig met wit eneen weinig koningsgeel , en be-handeltze aan de kanten met eenweinig lak en wit , en wat ver-der doetm'er een weynig fmalt^y 5 om de fwaavdagtigheid te verbeelden. F Irfc


? 8 ? Ve Groote Waereld indien men 't vuir desblixemsals de gloed naby fchilderen wil,of met zijne uiterfte ftraalenvinnig na ons gezigt ichitteren-de , zoo gebruikt men daar toekoningsgeel en wit alleen , tenzy iemand liever enkele ligt ma-fticot wil neemen. De blixem by voorbeeld na,dekimmen uitfchietende , moetmen daar de ftraalen zagt inde koieirr des logts verfmelten.over- Wat lust nu Landfchap en Zee bren- . · ' ginge in daar uit ontianeen ; moet nakhlp' de plaatze en kragt des blixems,enzce. en geleegentheid van 't Land-fchap en zee bepaalt worden·,dat een Schilder, als hy 'c maarniet te fwak of

te fterk maakt,ligt zoo verre giffen kan , dathy van geen merkelijke misflagen kan werden befchuldigt.it En hier meede zoo eindigenvan d c wy dit tweede Boek , daarweBück' al verre in de natuir zijn ge-koomen en al veel zaamen ge-fielde zaaken en verwen ver-ban-


? in '/ klein gefchildert. 83kindek hebben ·, wy zullen nutot wateren en viilchen over-gaan , als ook tot kruipendegedierten en vogelen. £ 2 DAR-


? 84 De Groote ïVaereld DARDE BOEK. Handelende van "Wateren, ViiTehertjferuipend Gedierte, en vanVogelen en kleenGedierte. Redenvan deitoffedccr.csSoeks. EERSTE HOOF'TD EE LFan de Wateren. Et water heeft zeekereraali overeenkomfte met deMM de logt} de viiTchenzijnin Jt water en werden daar voort-gezet } de kruipende gediertenvoegen daar niet qualijk by , enalswe daar by vogelen voegen»die uit het kolorijt van bloemenen logt ten deele verftaan kon-nen werden ; zoo zal 'er wederilofte zijn ; om een derde Boekte maaken. Stèren wateren > om haaren aard«haar niet nader te

onderfoeken , zijnieheid. doorfchijnende en vl®eibaare lich-chamen , die niet ligt en ftrem-men: en haare doorfehijnentheid is


? in 't Hein gefchïldert. 8 ?is minder, na dat'er andere lich-chaamen mede vermengt zijn.'c Zeewater werd van de deelendes zouts geverfe , en beweegtzijnde , glinftert in 't donker:de modderige wateren neemende ver we aan van de lichchaa-men; dier 'er meè vermengt zijn,en de grond kan 't koleur vanheldere wateren ten aanzien vanden befchouwer zeer verande-ren. Men kan 't water zuiver aan- Hoïgemerkt, niet fchilderen j omdat men 'c zoo niet zien en kan,kan ... · · 3 . werden. en derhalven zijn er verwen derIichchaamen , en der logt, diedaar in fpeelen; ook mede in deoppervlakten van modderig

wa-ter. Men fchildertdan de wateren,als men haare hoogzels na degeftalte van de logt maakt, en'erIichchaamen in laat fpeelen , ende weerfteutinge wat gadeflaatna de min of meer beweegingedieze hebben zullen in golven ofbaartjes, alleen in ftilagtig we-


? 8 6 Tie Groote Waereldder , of in een fterke wint Overde groote golven haare vlaktengemaakt. Alle lichchaamen die in 't wa-ter vlorbaar zijn, 'tzy 't vloeit, ofniet geeven eenige golfjes in 'tzelve ·, en alsze voortgeftoutworden, komt 'er een bruis vooraan door 5t ftorten van 't water,gelijk mede in de golven , dieoverftorten , of tegen rotzenen andere lichchaamen aanfteui-ten , of van booven neder ftor-ten. Deeze bruifchinge werd uitwit getempert, en doet voortsde verwen des logts aan, die daarin fpeelen , en om een voorvalvoor alle te verklaaren , eenwaterval onder een gloeyende logtwerd in de

ichaaduwe gekolo-reert met terreverde , fmalt enligten oker, de bruifchinge zelvemoet wit , fwart en ligten okerhebben , en op haare hoogfelenmengtm'er een weinig bruin rood,by. 't Zelve heeft plaats onderpep geelagtigc logt , als'er wat min»


? in V klein gefchildert. 87minder ligten oker by komt } deophooginge gefchiet met ligtenoker en wit, onder een blaauw-agtige logt maaktmen de ichaa-duwe van 't water met terrever-de , fmalt en wit, en 't uiterftehoogfel met wit alleen. Om hier ook iets van water- fnwadroppelen te zeggen , die fchil - droppdert men aldus, men fchom-!ca'meltze dun met fwart op den dagover het gefchildert lichchaam,daar de droppel op zal komen,in de reflexie of weerfteutingebrengtmen wat helderder koleur,als dat lichchaam is·, nu op dedonkere koleur na de dag toemoetze met enkel wit geglanftworden , en dan ten

laaftenmoet 'er agter de reflexie eenfchaaduwe zijn, overeenkomen-de met het lichchaam , daarzeop leit , gelijk daarna mede inde verhandelinge van 't glas zalaangemerkt worden : en dit zygenoeg van de wateren. F 4 HVEE'


? SS De Groote Waereld TWEEDE HOOFTDEEL. Van de Viflchen in 'i gemeenen de Zeekrabben, Kreeften Cabeljauw. E Viflchen zoo groote als kleene maaken een groot ge-tal en geweemel uit van alleriev;zoo in een land, als na verfchei-de landen , die ieder nog zon-derlinge zoorten , als eigene,deicn. voeden, veranderende, endaar-om is 't onmoogelijk alles te ver-handelen en 't is ook onnoodigjom de gelijkheid der verwen,die 'er in veelen te vinden is. «"re Behalven de bloedelooze water-en." dieren, en gefchulpteengefchob-de , is 'er zoo veelerhande zeeen riviervjfch , dat 'er geen

paalaan te Hellen is: want daar zoumoeten gehandelt worden vanwal viflchen, del fijns, kabeljaau-wen , fchelvis , wijtingj mole-naar , haring» tonijnen , anna-ren, haijen, ftompvis, rochche,fïrafleni, baars, zeeraaf, bar- ? 3


? in*t klein gefchildert. 89bcel , fprot , fardijn ton ge,makereel, verfcheide bot, fchol-le, falm, aal, fteur, lamprejen»rondvis , forellen , tijmvis,pofch, grondel, karper, fnoek,enfmelt, en ontelbaare andere,fchrijven , die in de boeken ver-klaart of niet verklaart en ftaan. Daarom dan zullenw'er maarEeaige.eenige uitkippen , die veel in «jw-gebruik, en wat verfcheiden vanverwe zijn , en wel gefchildertgrage meófchen konnen do en wa-tertanden , te weeten de zee-krabbe , en de kreeft, en kabel-jaauw in dit Hoöftdeel 5 gelijk wehet volgende niet de rochche,karper, baars, zalm, fnoek enpekelharing itolieren

zullen. De zeekrabbe kan op de rug- zee-ge fwart, omber en ligten oker cverdragen , en onder de buikligten "oker wit en een weinigvermiljoen : de pooten verei-fcben daar onder wat meer lak. De kreeften komen daar mede kt£fftomtrent overeen : maar als men-,ze vertoont gekookt tot een peu-F f f?i


? po De Groote Waereldfelgeregte, zoo fchildert men ze(gelijk ook de gekookte krabben)op de rugge met lak vermilioenen wit, en dieptze met lak , englantze met wit. De refte kan zigzeiven wijzen» De kabeljaauw fchildert men 'cbinnenfte van 't oog fwart,'t ligt om de oogen met omberfwart en een weinig ligten oker,boven op 't hooft en de ruggena de fteert, moet wat meer naden fwarten zijn ·, aan de bekzoo gebruikt wit en een weinigoker, daar fwart by gemengt is,en die zelve koleur wat ligter isgoet onder aan de buik. De fteert en vinnen moeten fwart enligten oker met een weinig om-ber

vermengt hebben : maar opden zijden moet fwart, terre-verde en een weinig ligten okerweezen, en hoeleeger na de buik,hoe 't ligter moet gefchildertworden. De naad , die over dekabeljaauw op zijne zijden gaatbegeert de zelve koleur van denbuik zoodaanig datze fagtkens in


? iri*t klein ge fchildert. 91het donkere fmelc , wat de ka-ken aangaat, die 'er nog overigzijn, die moeten op de hoogzelsmet lak , vermilioen en wit be-handelt worden, en befchaduwtmet lak alleen, behoudende voorzijn tuffchenkoleur lak en vermi-lioen. En hier meede zou men vifchgenoeg hebben $ om een gefel-ichap te traéfceeren 5 maar diewat meer forteeringe begeert,leeze het volgende Hooftdeel. DERDE HOOFTDEEL, Van eenige andere by onsbekende Viflchen. ? Aat ons $ om van andere Vif-fchen te fpreeken eens degrootile eere aan de rochche gee-· Een ven , enz' eerft

verhandelen:^"zonder op verfcheide zoorten tezien , zoo legt 'er een aan enfchildertze onder de buik metwit en ligten oker en fwart, zom-mige plaatzen met wit en fwartalleen, en vermengt'er na de vin-nen


? 92 "De Groote WaereUnen toe een weinig lak onder jen wat vermilioen, als "er roodevlekken zijn. Op de rugge moetfwart, omber ligten oker en witzijn, en zommige vlakken ver-eifchen fwart , omber en wit.De pinnen fchildertmen metfwart, wit en een weinig ligtenoker. Karper. De karpers vereifchen op derugge fwarten omber , ge-hoogt met een weinig wit daaronder; op de zyde moet dezel-ve kolorijt: dog wat ligter wee-zen , onder de buik zoo gebruiktomber , ligten oker en een wei-nig bruinrood en wit, de vinnenzijn met het koleur van de zij-den en rugge te vreeden : deoogen zijn

van binnen fwart,en buiten om latenze haar meeomber en een weinig vermilioenfchilderen : de glanzen hier endaar brengt men 'er op met eenweinig wit op het fterkfte, enwat fwarter onder is voor deflaauwere glanzen goet. Baars, De baars verfchilc maar zoo veel


? in klein gefchildert. 93veel van dc karper , dat haareroode vinnen temperinge begee-ren met bruinrood, lak en wit,en de wittere buik met fwart,wit en ligten oker. De bot heeft gemeenlijk op de Bot.rug de verwe van omber, fwart,ligten oker en wit, aan de buikvan fwart wit en ligten oker. Defchollen hebben de zelve kolorijt, schol-dog wat geeler op de rugge en-en'2e hebben roode vlekjes, diegetcmpert worden met bruinrooden ligten oker. · Salm, die met de vooren een saim enkolorijt op 't lijf: dog wat don-Va0rcn·kerder, heeft, werd op de rugmet fwart en wit getempert, enWat ligten oker daar

onder , opde zijden , en wat meer daar byis 't aan de buik goed» De vin-nen en kop zijn als de rugge tefchilderen. In zijne fneeden werd de falmgefchildert met lak, vermilioenen wit, en op zommige plaat-zen met lak , ligten oker , ver-milioen en wit't donker rood moet


? S?4< Groote PFaereld moet lak en vermilioen hebben *dog de rondagfige ftreepjes, diede deelen der mooten fcheidenmoeten allerügft zijn , en kon-nen gemengt worden met ligtenoker en wit, meteen weinig rooddaar onder. De Snoek volgt in onze ordrediew' op volgende wijze toeflel-len, namentlijk, op de rug metfwart w it en ligten oker , enzointijds met omber fwart en wit,op de zijden moet wat meer wiezijn, en aan de buik wit, fwarten een weinig ligten oker. Devinnen vergenoegen zig met hetkoleur van de rugge , alsm'ermaar wat bruinrood onder doet,en 't kolorijt der kaken, is 't zel-ve met die

van de kabeljaauw,- Alzoo de pekelharing by onsvoor fmaakelijke menfehen veelin gebruik is , en wat verander- jlijkheid van verwen he'eft, kan-men'daar van wel iets aanteeke-nen, namentlijk , zy moet alspaarlemoer en een blanle voorengekoloreert werden , uitgefon-· ;


? in 't klein ge fchildert. $ $dert dat de fchobhen zomtijdswat roodagtig zijn , en lak envermilioen vereifchen en zomtijdswat groenagtiger , welk koleurmen met terreverde fwart en witkan bekoomen. In zijn fneè kan hy met fwartswit en ligten oker , of zomtijdsmet een weinig vermilioen'er on-der , alsze zoo blank niet en is ,gefchildert worden, en dit zy vande viiichen , 't overige kan door gebruik en oeffeninge werdenverkreegen. VI? ROE HOOFTDEEL. Kruipend Gedierte, en vandiergelijken aard. ? aft aan de viflchen plaat- 0rdre· zen wy de kruipende gedier- Kt"'-ten , als7lekken, wormen, ???-

gediec-geny adders, en ook hagediffen,fiorpioenen , padden , kikvor-fchen , en wat 'er meer van dienaard is . daarwe iets van zullenverkiezen, yoor alle dezelve enmeer anderen } (tellende voor met


? p6 Ve Groote Waereldmet weinig moeite hoeze gefchil-dert worden : want hoe verderwy geraaken j hoemen minderonderwijzinge behoeven, en (lel-len we altijd vait , dat te voo-ren meer in 't algemeen gezegtis. Men plaatft Weinig deeze werd


? in ? kleyngefchildert. 97werd gefchildert met fwart , in-digo en wat wit, en men hoogt-2e met enkel wit en dat geghnil.Voor aan de nebbe wortze metWat lak , bruin rood , en lkvartalles na vereifch gefchildert ,·onder de buik cn hals gebruikt-men flaainv geel, en maakt 'er'fwarte vlekjes ónder. De oogen werden vertoontdoor bruin rood en bfuin fchijt-geel, 'c binnenfte korreltje maakt-men met enkel been fwart, enfet 'er een ligten op met enkelwit. De rugge moét gefchildert wor-den met lak , fwart en bruinefchijrgeel en witagtig opgehoogtmet een flaauw witje , en meeenkel wit geglanft , en hier endaar

moet 'er een donkere vlek-ke in waargenoornen worden. 't is nu niet noqdig nader van Bcfluirvfeer pioenen te handelen: want uital het gezegde , zal een Schil-der , \ leeven voor zig hebben-de , die genoeg konnen afmaaien,t welkmeede de reeden is, dat-• G wc


? p8 "De Groote Waereldwe padden , hkvorfchen , flik-ken en andere beesjes meer zooveel eere niet en willen aandoen,om daar afzonderlijk van tefchnjven. VTFT)E HOOFTDEEL. Van Vogelen, en met namen,den Arend , Papegay,Kalkhoen enYsvoget. Iwom "? Ewijl de vogelen j om fpijs,gefchT ^ zang y verwen en anderedingen meer, den menfch zeer vermaaken konncn} zoo hebben- ze geen kleene plaats in de ge-dagten der Schilderen, en konnendezelve door de veelheid vanhaare zoorten , al vry breed in-neemen. Daar zijn zoo veelerhandefche,- zoorten, en

onderzoorten, dat-heid, we daar meede hier ons niet mo-gen ophouden : want te fpree-ken van arenden , havikken,gieren , wouwen ; valken , koe-koeken , papegay en , kaketoes, ra-


? in st klein gefchildert. ? §raven , krayen , exters , uykn,vleermuifen , en voorts ftruis*vogels t paauwen , kalkhoenen ,·f hafanten , korhoenders , herg-hoenders , hafühoenders, fwaa-nen, ganzen i enden , patrijzen §wagtels , huishanen , hoenders ,·duiven , muffe hen, leeuw er k,diflelvink, kanaryvogel, fieppe,lijfter , merle , fpreeuw , fpegf,fwaluwe , kappe , kaolrneefen,kijvïten , kemphaan, quikfieertroohorsje, nagt egaal, kokmeeuw $pelikaan, oyevaar, kraane, rey-£i>r , ibis , ysvogel, paradijsvo-gel , en veele vreemde en zon-derlinge uitlaridze , met dui-fenr'erley kapellen, 'u liegen, f

pin-nen èzc. waar zou zul ? heenloo-pen , en 3t was -ook vergeefsWerk , alzoo *cr véelér verwenovcreenkoomen , en die fe voo-ren al verhandelt zijn. Laat ons 'er weinige uitkip:-Pen; , als den arend , papegay,^l'alkhoen , ert ysvogel voor ditBoek O C ? ? t 1 ï= Ver" Hoottdcel gefchikr , dan deinde.paattzv voort volgende j waar G 2- op .


? loo Groote Waereld op nog twee Hooftdeelen vanvliegen , kapelletjes enz. volgenkonnen; om dit Boek ten eindete brengen. Alle fwarte vogelen kanmenuit bet geene wy van 't fwart,en het kragtigiïe des zelfs te voo-ren gehandclt hebben , bequaa-melijk leeren fchilderen , en dusArend, ook den arend, die wat meerna den graauwen trekt , endevan veelerhande zoorte 5 maaromtrent van eenerley kolorijt is,daarwederhalven van affcheiden,papc. overgaande tot de papegay en"ay" welker groen men verkrijgt metaich en fchijtgeel , als men 'cdiept met indigo en fchijtgeel,zommige

fchilderenze heelgraauw en laxeerenze met gedi-ftileert groen , met een weinigligt fchijtgeel vermengt, menkanzeook heel geel fchilderen,en met gecliftilleert groen laxee-Kakc. ren. 'z Kaketoes geel werd doorot'· fchijtgeel vertoont, en *t fterkfte,als men daar een weinig konings-geel by vermengt, De


? in·/ klein gefchildert. ? ? r De kalkhoenen rood op de,K3lk- JT . til t hoenen. inuite en onder de krop maakt-men met vermilioen , en laxeerthet met fchoon lak , en andereverwen zijn ligt te bekoomen. De Tsvogel werd byna geko-loreert als een papegay } maar8^'hy moet op de rugge tot de fleerttoe een ftreepje fchoon heemels-blaauw hebben : daarenboovenis de borft rosagtig, en moetgekoloreert werden met bruin ,rood , lak en een weinig ligtenoker. En die zal genoeg zijn , om-trent alle vogelen, inzonderheidalswe de fchoone en glanzigeverwen van de paauw door 'tpenfeel leeren na 't

leeven af-fchil deren. SESDE HOOFTT>EEL.Van de Paauw. een ikohft-li.uk. ? paauw fchoon van veeier- pMU*hande en blinkende verwen,en dus aan Juno van de oudedigteren toegewijt, fchittert by-G 3 zoa-


? ??? De Groote JVaerddzonder in de fon, alsz' haar fteertdaarna uitbreit, 't welk een groo-te l unft is met verwen na be-boeren in kragt te fchilderen. Ons oogmerk dan is de kfeleu-ren bekent te maaken , de reftemoet van de oeffeninge en 't oor-deel des Schilders zelfs afhan-gen. Hj?r De kuive is omtrent als defcufve. ftaart ; maar zoo helder en glan-zig niet. pog 't Witte vlekje aan 't oog werdgeichildert met wit fwart en lig-ten oker. Kop, De kop , hals en iets van deWs&c. ???,? ^ a]s van hoog faphijr werdvertoont door ultramarijn en doorwit op den dag , geevende detuflchenkoleur wat meer wit}of

men gebruikt liever indigoen wit op den dag, en droogzijnde, laveert men 't met ultra-marijn. £„gge. De rugge maaktmen op metbeenfwart en wit, doormengen-de die met een weinig fwartervlammetjes. Ds


? in' / klein gefchildert. 103 De hor ? lager vereifcht been- Bmft.fwart, ligten oker en wit, dogis donkerder als de rugge. De voeten zijn ligt afch-VoeteB·graauw, dog met veel ligten okervermengt , als na den geelentrekkende. De flaart ten opzigt van haa- Staa"'re veeren werd gemaakt uit ver-fcheide ingredienten want zom-mige glanzen vereiichen lak enwit, en zommige omber en lakinde fchaduwe , andere hebbenop den dag afch , fchijtgeel enwit van noodenj zommigeligtenoker lak en wit met enkel ko-ningsgeel. Digte na de oogen is de flaartuit den paarsfen , en begeertdaarom daar

ultramarijn lak enwit: dog van de ftaart, en van'tgantiche lichchaam zijn de oogen ^'t voornaam fte > te weeten, die inde ftaart zijn. Deeze werden in haar binnen-fte met enkel indigo gefchiidert;de tweede kring daar aan laat zigdoor indigo,en wit wel zien,G 4 cn


? ??4 De Groote Waerelden de derde is met lak en wi£re vreeden , gelijk de vierde geel is. Van 3t oog is nier gefprooken jom dat het uit den aanvang vanons werk ligt kan nagezien wor-den , hoe men haar goutgeel,kaftaanjebruin, zeegroenigheit envuilblaauw fchilderen zal: waar-om we deeze vogel verlaaten; omvan kleen gevléugelte te hande-len. SEVENDE HOOFTDEEL, Vliegen3 Spinnen, Kapel-letjes, Torren, &c. Reden 'c ?? Leen gevleugelte daar Goe-vanbe- S wammerdam, Blanke «nge. aart en andere van gefchreevenhebben , kan door eigene opzaa-melinge met 'er tijd , om na

tefchilderen , in 'meenigte wordenverlcreegen ; de befte van kolo-rijt zijn in ons land , zoo veelmy bekent is. %y brengen groot cieraad aanfjloemppttefli en frukftukken toe, waar»


? m*t klein gefchildert. iofwaarom , hoewel men haar uitde verklaarde bloemen en vo e-len zou konnen leeren tempe-ren , wy van eenige voornamenden Leerling wat korter en klaar-der ligt zullen toebrengen, fpree-kende in dit Hodftdeel van de snfpaau%encog de geeleboterka- )i;,p,t-'pdle en witte kaf elk en in 't vol-tc!'gende nog van eenige andere. De 'pdauwenoog fchildertrnen d?het lijf en de kop met been-^-gfwart, lak en bruine fchijtgeel,en men hoogt dat dan op metwit, lak en fwart. Het binnenfte van het oog inde vleugel moet aan d' eene zij-de met lak en bruine fchijtgeelgemaakt worden ,

en aan d' an-dere zijde met enkel beeniWart;de geeie volgende koleur wertverkreegén met ligten fchijtgeeloker en wit : maar de derdekring yan 't oog moet met lak,ultramarijn en witgetempert wor-den hier na volgt 'er een kringvan enkel beenfwart. Hst einde van de vleugel be--G f ' geert


? eo6 *De Groote Waereldgeert met omber, lak, fwart enwit te werden vertoont, de vlak-ken van het hooft na het oog toewenfchen enkel beenfwart, hetplakje ligten oker, en de reftevan de vleugel eifcht lak, bruin-rood en ligte fchijtgeel gelijkonder de vleugels meeft omber,beenfwart en ligten oker zijnmoet. De De geeleboterkapelle wil metomber , fwart en wit gefcnildertkapeiie. weezen, en daarna met een wei-nig ligt fchijtgeel overfchommeltzijn, de vleugel gebied ligt fchijt-geel en wit te gebruiken met eenweinig afch of ultramarijn gctem- perti dewijlze wat na het groentrekt. De De wittekapelle wert het

lijfk'apeiïe. met fwart en WK opgemaakt devleugelen met wit fwart en lig-ten oker , dog weinig 'er ondergemengt, en de plakken op devleugels werden uit omber, fwartjligten oker en wit gebooren. AGt-


? in V klein gefchildert. ? 107 AGTSTE EN LAATSTE ? O O F ? D ? E L. Van de Schoenlappers,? yen, Vliegen, Tor-ren en yt Vlie-gend Hart. "TTOor 't laatfte zullen we nogswmeeenige welgekoleurde gC- lapper,vleugelde beesjcs verhandelen,en fpreeken in de eerfte plaatze,om andere verby te gaan van defwarte fchoelapper, die het lijfen vleugels gefchildert werd metfwart lak en omber , en menmengt , om de donzigheid teverkrijgen een weinig wit daaronder na behooren. De roode vlekjes maaktmenvsn vermilioen en ligte fchijt-geel , of gebruikt ook wel ver-milioen met een weinig lak

ver-mengt , de witte vlakjes maakt-men met fmoddelagtig wit. Van agteren kan menze fchil-deren met de zelve kolorijt, bc-folven dat 'er nog wat fchoon biaauw


? ??? 7)e Groote Waereldblaauw en geel inkomt , diedeeze wel kan koloreeren zalalle de andere meefler zijn.swarte. De fwart en hommel met hetOrangie lijf werd aldus opge-pronkt: de kop, lijf en pootenmet beenfwart, en men hoogtzefulpagtig op met een weinig witen ligten oker. Het agterlijf wert met vermi-lioen , lak en fchijtgeel verkree-gen , de vleugeltjes worden dungefchommelt met een weinigje,omber en bruine fchijtgeel.dc De geile bontenhommel of?????,he werd zijne fwarte ftreepjeshom- gemaakt met het zelve kolorijtals van de fwarte : maar degeele ftreepjes maaktmen metligten oker

en een weynig om-ber. De vleugelen handelt men als-we van de boovenfte gezegt heb-ben. Daar zijn nog meer zoorten :maar uit deeze wel te fehüde-ren. ^ spaan,. wat de ff aanze vliegen, gouds gca? . torren


? in '/ klein ge fchildert. ioptorren , en goudvliegen belangt,merkt kortelijk aan , dat menzeren,&e'eerft fchildert fchooegeel enfterk, en daarna met gediilil-leert groen laxeert. De vleugeltjes van de vliegenfchommeitmen dun met fwarten wit , en zoo kanmen ditkleene goetje na behooren op-fchikken. Daar volgt dan ten Iaatftenhet vliegend hart, welkers lijf en at vne«hoorentjes uit lak, fwart en brui- hart,ne fchijtgeel gekoloreert werden,en daarna met lak , fwart en witmoeten opgehoogt zijn. De kop moet meer fwart heb-ben j en de fwarte paardetorren Swarte-beilaan uit een koleur , dat metbeenfwart

en wit vertoont kanWerden. En dus hebbenwe dit dardeBeiiuir,Boek met al veele veranderlijkeep genoechelijke voorwerpen teneinde gebragt: maar wy moe-ten nog al veele andere dingendoorwandelen ·, ^erweden menfehfelve gaan bcicüQuwen } gelijk ook


? ? ?? Ve Groote Waereldook de menfch (zoo hy nog alzig kent voor zijn dood) ge-meenlijk laaft tot regte aanmer-kinge van zig zeiven toe-treed. VIER-


? in *t klein gefchildert. 11 i VIERDE BOEK. Handelende met het volgende Bcsek3van veelerhande en het iwaarile STILLEVEN. EERSTE HO O FT zoo gaanwe onsnu :ot enkel ftilleven overgee-Ven , 'c welk , hoewel het ge-makkelijker in 't gemeen geree-fcent word; nogtans ons de voor-naamfte en fwaarder voorwer-pen leeren zal , daar aan eenSchilder vry werk

genoeg zalvinden · om behoorlijk te ver-toonen* Daar


? ïix "De Grote fflaereld Daar zijn veele lichchaamen ,Hooft- (j|c hoewel gants verieheidenvan aard·, nogtans de zelve ver-wen hebben , als hair, van vee*lerhande toleur, vertoont zig inVrugten in ilroo, fchuiren, Heen,fcheepen , en diergelijke dingenopenbaar : waarom ons voornee-men is , daar onder hier alleste voldoen , dat derwaarts kangebragt worden ; verzeekert,dat een Schilder nu al heeft lee-ren geeven en neemen, en ver-ilaat hoe hy na advenant; dag,fchaduwe en weerfteutinge en 5choogiie ligt temperen zal ; ge-lijk uit veelerhande voorbeel-den van 't eerfte deel kennelijkis.

Wy zullen hier fpreeken daar-v °n "en om van fwart, van blond, grijs,hair· rood en kaflanjebruin hair. \ Swart hair werd aangelegtj,3frc met koolfwart , gefcbaaduwtmet been fwart , en daarna ge-hoogt met een weinig fwartenomber en wie, na dat de dag of'cJigt vereift. 't Blond-


? in V klein gefchildert. 113 't Blond hair legt aan met witomber , ligten oker en een wei-nig fwart daarby , en gy korithet ophoogen met onder diekoleuren een weinig meer witsnaar vereifch van 't lceven temengen, Grijs hair heeft omtrent de- Grijs,zelve verwen» alsm'er maar watminder omber en oker onder-mengt na behoofén. Tot geel hair gebruikfmen lig» Gecj.ten oker, wft, en dan een wei-nig omber daar onder ; de op-maakingc is uit het voorgaandeklaar genoeg. Roode hair en kanmeti leeven- Rood.·diger , als behaagehjk fchilde-fen met ligten oker , omberen wat bruinrood en een

weinigwit. Mufcus of kaftaanje bruine t ?3.hairen , om die te doen voorko- bruiTmen, zoo legt menze aan eerilmet omber , men dieptze meteen weinig fwart daar onder ge-mengt , en dan höogtrnen de-zelve met omber, fwart en wit. ? Uiü


? 114 ©e Groote WaereldGebruik Uit deeze nu dus verklaardeverwen. hasren , en die verfcheidentlijkna Degeeren en voorval gemengt,kanmen mannen en vrouwen,jong en oud op veelerhande ma-nieren opfchikken, naar dat Zulx-het leeven , de gefchicdeniflen,landaard , of fchoonheid en jaa-ren begeeren.ook in Als iemand deeze verfcheide-iui" ne hairen gefchiidert heeft, zalie en hy genoeg overtuigt ftaan , dat'er in alle de andere voorver-haalde voorwerpen geen fwaarig-heid is. En 't zal ook niet noodig zijnvan marmer, en des zelfs aderenen. verwen te fpreeken, daar-men niet wel in

kan dooien, alsallerley verwen en fwier van ader-vlegtingen aanneemende, gelijkmen ook verwondert moet ftaan ,hoe veelerley zoorten van kolo-rijt en aderleidingen de keiftee-nen onderworpen zijn, r 1 TWEE-


? in'/ klein gefchïldert. 11 f TIVEEDE HOOFTDEEL·Van de Metallen. f\Nder 't ftilleven hebben de Vct.;„ nierallen geen kleene plaat zelen·deeze zijn veelerhande : maarde byzonderfte en die glad ge-maakt en bereid, gelijkze meeftden Schilderen te pas koomen,zullenwe alleen beichrijven inhaare koleuren· van goud, geel-koper j fdv er, ft aal, yser3 loot ,en tin handelende. De Schilderen dan konnen Aan-goud enfilver maaken , en met ??^'?öiinder koften , als die vergeefsde Lapis Philofophorum zoe-ken : maar dieze beft maaken,zijn veeltijds de allerarmften. Het goud zonder het uit demijnen

te doen voortkoomen,Werd aangelegt met rusgeei engediept met gebranden omber*men doet Jer ook zomtijds weieen weinig lak by, en menhoogt het" op met koningsgeelof maPiicot , en zoo heeft 'ef? % h®l


? ï r 6 De Groote Waereldhet gezigte omtrent het zelveaan als aan 't waare gout, gelijkdaar de gierigaarts geen andergebruik van en hebben , enveel meer zorgen om 't te be-waaren. Koper. Koof er zoo veel in prijs ver-fchillig , koft den Schilderen alevenveel : wantze bereiden 'tomtrent op dc zelve wijze alsgoud j het rusgeel daar uitlaa-tende , en 'er ligte fchijtgeelvoor gebruikende; uitoorzaake,dat het kooper meer na den groe-nen trekt., siiver. Het ?lver heefc geen fwaarig- .heid, ten zy gebruineert hoe-daanig het meeft gefchiidertword , als men het aanlegt metfwart, omber en ligten

oker,met fwart diept, en met fchulp-wit hoogt. De fchitteringe tot.het oog des zienders na het minof meer ligt, dat 'er op valt minof meer kragtig zig volgensde wetten der natuir na "t oog puntweerftouwende, kan na 't leevenligt in l olorijt gevonden worden.


? in *t kleingefchildert, 117Staal en yzer blank zijnde, staai enwerd omtrent op de zelve wijze>Zcr'gehandelt , mits mijdende denomber en ligten oker : wanneer-men onder het wit en fwart eenweinig lak en oker doen wilt}dan kanmen loot voortbrengen , Loor.en een gantfehen huisraad vantinwerk opmaakenofna'tleeven3 Tin.op \ regte oogpun£t en dag ge-ftelt zijnde; of na de wetten vande weerileutinge van'c ligt, vol-gens de wiskonft j daarmen denSchilderen befwaarlijk aankrijgt: Ver- J maamn maar zy konnen ligt er zoo veel ge aanvan leeren verftaan , datze geen schu.merkelijke fauten

en begaan, endcrs-haar werk genoegzaam verdedi-gen konnen, daar toe ik iedereenvan herten raade , op te klim-men. 't Is niet te gelooven watgenoegen en zeekerheid van wer-kinse het in zeer veelerhandevoorvallen geeven zal. ? 3 DER-


? Xi8 De Groote Waereld ? ? RT> ? ? 00 F ??) ? EL. Van Glas, Glazevaten zon-der en met Vogtendaar in. Elijk in't voorgaande Hoofc-gi^cn deel de wcerfteutinge dericténis klootfche ligtbaaren re pasbuigL (liuun ? 200 komt hier ook terl·*· fneè haare ftraalbuiginge , opde vlakte van lichchaamen vanandere ftoffen -die doorfchijnen-de zijn , geboogen werdendede ftraalen na de loodliny , ofvan de zelve af na dat de door-gang van de ligtftraalen , daarbegint te vertraagen of te ver-wakkeren : zijnde van de logt in 'tglas als twee omtrent tegen drie,& hoe en van de logt in 't water als driee" waf byna

tegen vier als de ervarent-r«- heid leert: daar zig den Schildervan dienen kan. Dog deeze dingen niet naderwiskonftig onderzoekende, alsd? Heer Chr. Huygens gedaanheeft, weetende dat een Schil- / der I


? in V klein gefchiidert. 119«der altijd in dit ftilleven de naturekan voor zig zetten ; als hy ee-nen dag en zelve oogpunt maarbehout , in zijn gantfche tafe-reel; zoo geevenwe den weetgie-rigen Leezer de volgende zaakenaan te merken. Het glas moet nood/aakelijk Ko!g.werden gekoloreert, na dat de greeevr^,£Iichchaamen zijn , daar het te- s^·ï enftaat, flaauwer, offterkernade afftand, helderheid , of dik-te van 't glas is. Een groen glas tegen een wit- e Ce muir fchildert of fchommelt glas te-men met fwart en terreverd heeldun over de grond: zoo het cri-mii11·ftallijn is, met dun fwart alleen,latende

altijd de agterfte gronddoorlchijnende, en men glanft,het alleen met wit. _ Als 'er vogten in de glazenzijn, moeten'erverfcheide ftraal-buigingen worden in agt genop,men. indien 'er fpaanze wijn in u sPaanfeglas is, zal men tot de fchaa- daar in.du we van de wijn gebruiken? 4. bruine


? ï2G De Groot eïVaereldbruine fchijtgeel lak en fwart»of fchijtgeel alleen , en tot deweergefteuite glans , rusgeel ofkoningsgeel.Roode Indien 'er roode wijn in 'tm'n' glas is, zoo gebruikt na voor-val en vereifch lak en fwart totde diepfels , tot de tuilchenko-leur lak alleen , en tot de weer-fteuitingè lak en vermilioenj zoo-daan ig , datge het keven zoona by komt , als 't mogelijk is.witte De witte wijn in een glaze vat'v::n' begeert fwart en ligte fchijtgeeltot zijn diepfel , tot de tuflchen-koleur terreverde fwart en ligtefchijtgeel en tot de weer fteu tin-·ge ligte fchijtgeel en konings-geel , na de kragt en

gloeyent-heid van de wijn is.En sn- bier uit is 't niet moeje?lijk ; om te verftaan , hoemen yogten. n , met fterke wateren , en ver-fcheide kolorijten der zei ver,met zuiver water, engants hel-deren oly, en andere vogtighe-den meer zal te werke gaan;waarom>ye , om kort te zijn, dit


? in't klein gefchïldert. indie Hooftdeel, als genoeg vol-daan, konnen beiluiten. VIERDE HOOFTDEEL. Van· Peerlen en kofteltjkeGefieenten. "f Aat ons ook ten minften een-^plaats vergunnen aan die ko-ftelijke klevnodien , van de wae^'·;^ , , , ' gelteen- reld zco hoog geagt , en waar ten.mede zig aanzienelijke en ko-ninklijke perloonen veel vergie-ren j om voor haare onderdaa-nen, met namen den ilegterenontzagcheiijkerte fchijnen; alszewaarelijk zomtijds heerlijkheidvan deugt inbaarfelvenbezitten}al hoewel daarom niet te min demenfchelijke dwaasheid met ifraè'leenen koning begeert.

Deeze kleynodien nu itellen-we paarlen , diamanten , robij- derüjkmi en diergelijke koitelijke gc-aeuf'fteenten , die wel ten meeren-dede de ilerkcr weerfteuitinge,d:e de fteenen hebben , in agtgenoompn zijnde , uit het voo- rigc


? I2z Oe Groote Waereldrige onderwijs te fehilderen wa-ren : dog liever eenige nadere enhyzondere onderregtinge fchijnenvan nooden te hebben, en by demeeiïe waereld zoo dier baar ftaan,datweze de eere vergunnen vanalleen te behandelen. De paarkn legtrnen aan metfwart en wit en een weinig laken ligten oker , en men hoogtdezelve met enkel wit , en deweerfteuitinge ver ? 11 ligten oker,wit en een weinig vermilioenjwaar door men 'er de kragt englans aan geeft, én de paarlenzoo zuiver van alloy maakt; als 'tmogelijk is ·, gelijk een Schilderalzoo weinig omtrent verleegenis j om groote

als om kleene paar-len en gantze fnoeren te maaken,en 'er volftrektelijk meè te han-delen na fijn genoegen. Tot diamanten gebruiktmenfwart en wit, en men dieptzeook daar mede, gelijkmen die«iet wit hoogt, en wat aangaatde fpeelende koleur , die zeerkragtig en fchittérend is, daar af


? in V klein gefchiidert. 12.3is weinig vaft te zeggen , of 'cmoefte met wat oirrflag uit dewiskonft bepaalt worden , daarvoor de Schilderen 't keven zel-ve liever verkiezen , dat zeefeergaat, alsze 't maar behoorlijkkonnen treffen , na alle de ver-fcheidentheid , die zig hier om-trent openbaart, wam zomtijdsfpeeltcr groen, zomtijdsbiaauwop , dan openbaart het zig ros,cn kan ook na geleegentheid 'ereen ander verwe opfpeelen, na'coog des ziersders, of ftellingevan 'c vlak der diamanten , ofverwen da Iichchaamen, die erzig op vertooncn. De robijnen werden gefchü-dert als roode wijnen : maar

zynen'moeten, daar den dag vak, metwit geboogt worden , en,deezekleynodien komen veeltijds voor,en dienen veel tot groote enpompeufe ilaat en kleedingen:maar daar zijn nog andere ede-le geileenten , diewe niet af-zonderlijk verklaaren *, alzoo-*e uit het nu gezegde gemak-kelijk


? ij4 ^De Groote Waereld .kelijk konnen worden opge-maakt. derein" Wy maaken dan den verftan-cdeie digen Leerling zelve meeftertcn.ecn" van groote fchatten : oordeelen-de , dat het in zijn magt zalitaan met voorzigtigheid de kar-bonkels , turkoifen , faphyren,efmerauden, jafpjjen , hyacin-ten , den onijx , fardonijx endiergelijke (kenen tc maaken,en zelfs een gantfehen hoogenpriefterlijken borftlap op te pron-ken. Oeffent u dan maar neerftig- tnaanin- , „ " lijk, en gy zult uwe geileen-ten van tijd tot tijd waardigeren fijnder doen zijn , en meergelden. VTFDE EN LAATSTE

HOOFTDEEL. Van Ligt en Branddes Nagts, stofte 't ? S gantfeheliik noodig , dat-dce7.es -1 we een Hooftdeel maaken Hooft- li ? fiseis. van allerhande zoorten van lig-ten


? in 'f ktein gefchildert. nften en brand, die des nagts aan-gefteèken zijnde wonderlijk deomleggende lichchaamen doente voorfchijn komen, en in zooveelerhande verfcheidentheid ,datze ónbefchrijvelijk is. Daar uit ligt te verftaan is, Moej®.dat de oeffeninge van deezeftoife ï om 'er in tot eenigezoorte van volmaaktheid enVaftigheid te geraaken , al vryfwaar is, en dat 'er om verfchei»de vertooningen van nagtligtenwel uit te drukken veel overlegVoorzigtighcid en befchouwingeVan de natuir en ervarentheidVan nooden is. Wy zullen den Leerling ee- Aanbidnige aanmerkingen van de voor-

vanname voorvallen ter hand ftel-hu!pc·lenom hen zoo op de wegte helpen ·, wel weecende , dattat gebruik en oordeel hier 'tVoornaamfte werk moeten doen. Alle fchaduwen zijn hier fterk aiRoen kantig - en om in 't gemeen aanmer-\vat te zeggen van toortzen, fak-^fkelen en lampen-, zoo weet, datze by- I


? fi.6 Groote PFdereld byna op eene wijze te behande*len zijn; nogtans hebben de lam-pen , en byzonder van goedenoly ge volt minder rook · gelijkmede de keerfen van fmeer en was}met welkers vlamme die van aan-gefleekm hottt zeer overeenkomt*Dog merkt ook aan dat de fak-kelen en towtzen puntiger opgan-gen hebben , en fwarter en dik-ker dampen uitwafemen. Watnu deeze ligten in 't byzondefaangaat. ïn'tbv- De toortsen en fakkels legt-êonder men ^e vlammen aan alleen metrusgeel en hoogtze met koningSrfakkel geel, en der zeiver punt vereifchtlcn' 'er wat vermilioen onder, en 'tvier of

fcherpigheid , die in derook zagt verfmelt, wilt een wei-nig lak onder het rusgeel en ver-milioen hebben. Om dat nu de vlamme en weiaan de kanten en boven inzon·*derheid fcherpagtig en hoog op'loopende , min of meer door-fchijnende is , daarom moermanaanmerken , wat lïQhchaameft dasi


? in "t klein gefchiidert. j 27daar ageer zijn; om is 't noodig,daar van iets aan dat gedeelte dervlamme mede te deelen. De damp moet fwart zijn dig-te by de vlamme , en moet meebeenfwart', keulze aarde en om-ber gefchiidert worden ; en vande vlamme al verder afgaandemet de donkerheid van de nagt't zy logt of agtergeleegene Iich-chaamen verdwijnen.'tLamplipt komt met het voor- Lamp» ? - ligt. gaande overeen , uitgenoomendat de punt boven zoo rood nieten is ï en men moet in 't fchilde-deren van des zelfs damp watligten oker mengen, V Keersligt is zomtijds onder Keers-aan de vlamme

zeer fchoonh6C"blaauw , gelijk wel mede dievan 't vier in groote koude,51 midden nu der vlamme fchil-dertmen als dat van de toort-sen j de punt van de vlammemoet nog minder vermilioenhebben, als der toortzen en fak- * kelen. • · Indien ,'er een vlamme vanVs^g. voor-


? UB Ve Croste Waereldvoor. voorloop van brandewijn gemaaktvan word, die blaauwagtigis, wort·ze behandelt met ligten oker enWit en wat blaauw onder aan devlam 5 dog in 't ligt zagt ver-fmeltende , enz3 is booven aannog minder root, als die vaneenkeers. De damp van dat ligt, als hetnaby is , vertoont zig dun enkan mager gefchonimelt wordenmet ligten oker , dun met olygemengt, agt geevende nogtansook op de lichchaamen, die'eragter zijn , en 'er door konnenfchijnen. futf. De turf, alsze fulpherig enlisc· brakagtigis, helt na de voorloop van brandewijn,vf'ecr- c'e weerfteuitingen van 't item. vier

aangaat, daar van is maar tingen ? van't ia 'c gemeen te zeggen , datmendes zelfs kragt, de lichchaamendaar 't aanfteuit haaren aard, deverheid daar van af, en't oog-punt moet in agt neemenden 't ke-ven op t kragtigile uitdruk'ken. %QO


? in '/ klein gefchiidert} 129Zoo kan een Schilder 't ligtvoortbrengen , en yerdooven,en brand ftigten, en uitbluilchennaar zijn welgevallen·; en hoeleevendiger en kragïiger , hoebeter , zullende daar van eenroemrugciger naam nalaten , als 'die gene , die den tempel vanDiana in brand geileeken heelt. ?I V YF-


? ï 5 ? De Groote Waereld VYFDE BOEK. Verklaar ende het STILLEVENvan Boom , Herffte-n enAardvrugtcn. EERSTE HOOFTDEÈL. Van de Druiven. Y gaan over tot hetftilleven van boom,herfflen en aardvrug-ten , die tot 's men-ie hen onderhond uit 5s aartrijxvrugtbaren fehooc gefchonkenworden 3 zullende die meeft ver-handelen 3 die by ons waflen sof in de naburige landen , enveel voorkoomea , en daaren-boven eenige ondenvijzinge vannooden hebben, van hoeze op 'ttafereel van een Schilder tot 'smenfehen vermaak en voedingevan etens luft leevendig zullenkonnen werden vertoont 't

gce-newe in fes Hoofcdeelen van die Vijf


? in't klein gefchildert. J^iVijfde Boek zullen tragten te vol-brengen. cTÉerfte plaats en rang dunkt nruivc»ons , datmen bequaamelijk de"druiven toevoegt, vanouds veelgefchildert , aangenaam voor 'toog , fmakeiijk voor de tonge ,·én behelzende die vogt, die welgebruikt, God en de ménfehenverheugt. Deeze züllenwe voldoen ken-nen , alswe witte , blaauwe enroode fpaanze druiven leerenfehilderen. De witte druiven worden aan- V00rgelegt op den dag met engelfe^,as, fchijtgeel en wit : maar indande fchadüwe moeten as, fchijt-geel en fwart het werk doen:maar de refïexie begeert maareen

weinig as: dog wat meerderfchijtgeel. Als men de witte druiven dusverre in diervoegen gefchildertheeft; zoo moet den dauw metultramarijn en wit , of ook weimet wat lak vermengt in eenWitten oly , diemen over deI 2 druk


? 134. ¥>e Groote Waerelddruiven fcnommelt, doen ge-booren werden : dog om dedauw in de fchaduwe te voor-ichijn te brengen , moet fwartlak en wit gebezigt worden. Als dit alles nu dus verrevervaardigt is j zoo rnoetmende druiven op den dag ( daargeen dauw op haar en is ) glan-fen met w'it , zagt verdreevenen laxcerenze in de reflexie, metenkel fchijtgeel of geele lak nagelegentheid. Dog de karlen der druiven,die in de rijpe doorfchijnen,hoedaanige men voornaament-lijk fchildert, moet niet vergeetenzijn. Deeze doet men zien met 'onder de fchijtgeel of lak ligtenoker met wat as en

wit te men-gen , en tot de fchaduwe,fwart. buau. De blaawwe druiven hoe mee-wc· nigerhande zy ook zouden mo-gen zijn , zy worden alle om-trent op eenerley maniere ge-fchiidert, te wceten, men legt- ze


? in V klëyngefchildert. izfze aan mee fwart, bruin rooden lak indien ze in de reflex ierood zijn , kanmen bruin rooden fwart gebruiken 5 of lak enrood , of wel meede lak enfwart neemen , indienze gcel-agtig rood zijn , bezigtmen laken fchijtgeel of alszc gèel-groenig zijii , fchijtgeel enfwart. Wan neer ze nu aldus be-hoorlijk en zagt gefchildert zijn»zoo moer men daarop 'hatuirlijkden dauw brengen » gelijk aisop de witte druiven , en aldusmeede opglanfen en in de re-flexie laxeeren zomtijds metlak , of lak en fchijtgeel en zom-tijds met bruine fchijtgeel alleen ,na dat men van 't leeven

zelfszal gebooden werden. Daar volgen dan de roode en «»-fpaanfe druiven , die niet onver- rPWc,maakelijk om fchilderen of omfchilderien te vergieren niet on-bequaam zijn. Men legt de zelve aan meelak alleen } of bruinrood en ,I 3 laks


? 'De Gr ooi e WaerehlJak , na datze rijp zijn ·, ofwel met eenige groenagtigheidtiaar onder > indienze wat on-rijper vertoont' moeten wor-den. De rijpe moeten in de re-flexie met vermilioen of bruin-rood gefchildert worden , endaarna niet lak alleen gelaxeert,indien de reflexie heel rood is:maar zoo anderfins niet , moet-*er fchijtgeel meede vermengtzijn. De druif is aan 't bovenfteeinde geel okeragtig, daarommoetmenze ook aan die plaatsze met ofcer en iwart fchilde-ren. Met den dauw en 't hoogzelhandeltmen op de zelve wijfeals met de blaauwen. Als iemand zoodanig de drui-ven leert

fchilderen , hy zalzemet'er tijd zoo natuurlijk leerenmaaken \ dat m'er niet alleenvogelen 5 maar ook menfehenmee zou konnen verraifchen,en 't vrouvolk , na datze inzgeklrg ftaat zijn 3 wel al te


? in* t klein gefchildert. 137fterk haare inbeeldinge konnengaande maaken. Gelijk het ook wel kan ge-ichieden omtrent perfiken, abri-kazen en pruimen , daar meedewy 't volgende Hoofcdeel wil-len ftoffeeren. TWEEDE HOOFTDEEL. Van Perilken, Abrikozenen Pruimen. ONder de fnoepejryen van denherfft» daar de menfchenmet zonderlinge gratigheid toe-gedreeven worden, en die daar-om als ook fchoone verwenhebbende, in fchilderyen aan-genaam zijn , konnen niet vande minfte gereekent worden deperfiken , abrikofen en prui-men · vrugten nogtans , waaraan zig de menfchen ,

inzon-derheid aan de laatfte maar alte veel tot haar nadeel vergrij-pen. Wy gaanze in die ordreleeren fehilderen zoo feven-I 4, dig


? ï;S 0e Groote. Waerelddig als 3t ons mogelijk zal zijn. fferfiken De perjiken zijn veelerhande,önder. en die hier van de meefte naamfchejd. zjjn , agtmen de montagnefe enfwolje , die wy daarna beide zul-len verhandelen. De montagnefe fchildertmensnX*"op den dag met oker , ligfefchijtgeel en wit , en tot detuflchenkoleur kanmen neemenfwart, ligten oker en wit. j defchaduwe begeert ligten oker,omber , fwart en fchijtgeel; totde reflexie gebruikt oker en fchijt-geel met een weinig omber ver-mengt 3 en daarna zoo fchom-melt den dauw op ? welge-fchilderde perfike met fwart enwit alleen ; of

wel met een wei-nig lak vermengt,swoife. Wat de fwdfe perfiken aan-gaat j men fchildertze op dendag en fcbaduwt het ongebloosdeop de wijze van de voorige:het rood , dat op dezelve is,legt men aan met lak, vermi-ljoen en wit , en zoo 'c gants rood


? m V klein gefch'ddert.rood is, gebruiktmen enkel ver-milioen : daarna werden ze metlak gelaxeert: en wilmenze nogwat groen en onrijper fchilde-ren , moet men onder het onge-blcosde wat engelfe as of terre-verde doen. Tot het gebloosde,onrijp zijnde , gebruiktmen welvuïlderrood , namentlijk bruin-rood en lak en fwart , of lak enbruinrood alleen zónder te laxee-ren. Men fchildert den dauw ofdons op den dag niet kool fwartlak en wit* of ultramarijn lak enwit, en maakt de fchaduwe watdonkerder , na dat het leevenis : en met deeze onderwij zingebehoorden de perfiken te vreedente zijn, d'

Abribfen volgen derhalven,die, hoewel met de perfikenbenige eigenfehap gemeen heb-bende , nogtans in 't byzonderde navolgende onderrigtinge be-geercn, re weeten, men fchildért-ze met ligten oker en wit op der»dag j en met omber en fchijt-X f geel.


? 140 Oe Groote Waweldgeel in de fchaduwe ; op hoeda»iiigen maniere zig omtrent ookde reflexie handelen laat, moe-tende alleen de omber met watmeerder fchijtgeel weezen ver-mengt. Wanneer 't nu alles droog is,2:00 gebruikt op den dag rus-geel , en laxeert u fchaduwemet bruine fchijtgeel, of gee-le lak , gelijk als mede u re-flexie. Om het bloofen , als ook dendaauw 'er op te vertoonen ; zoohandelt 'er meede , alswe van defcrfiken gezegt hebben : maar?;- ?? et de pruimen is 't wat andersgeleegen , als nader by de drui-ven koomende : daarom alszerood of blaauw zijn ,

handelt-menze ook als de roode of blaau-we druiven. Maar de witte pruimen legt-men op den dag aan met ligtenoker , fchijtgeel en een weinigwit, in de fchaduwe gebruikt-men oker en meerder fchijtgeelzonder w it , en in de reflex se moet iaën. «tl met name witic.


? in ? klein gefchildert. 141moet oker of fchijtgeel koomen:wiltgeze wat groender hebben,doet dan een weinig as onder deoker en fchijtgeel Als de pruimen zoo verre ge-fchildert , droog zijn , laxeertdan uwe reflexie met fchijtgeelna dat het leeven medebrengt,en fchommek den dauw op de-zelve, alsze wel gefchildert zijn,in een witten oly, met lak, fwarten wit, ligtér of donkerder na 'tleeven. 't Vermaak nu van, deeze vrug-ten kanrnen 't gantfche jaar doorgenieten. IDEROEHOOFTÏÏEEL. Van Karfen, Aalbeflen, Aard-beden, Moerbefien en Kruisbefien. / ' ?/? Y dunkt, datwe nu voor 't naafte

de karfen en beften)^v-'el moogen plaatzen ·, die ookddeniSivan verwen , korlen , dauw englans met de nu verklaarde vrug-£gn de naaile gemeenfehap heb-ben ,


? Ï42 Ï)e Groot eJVaereJdben j en uit de voorige verhan-del inge ligt ontfangen , en der-hal ven korter konnen onderwee-zen werden.Kerfen. De kerfen zijn veelerhande,waar uitwe de more Ik ?, roode-kerfen en witte rouaanfe verkie-zen ; om van te fpreeken.Morel- De morellen legtmen aan metlak en fwart , en laxeertze metfchoone fbrentijnfè lak , englantfe op met wit zagt verdree-ven. p.oodc Maar de roode kerfen legtmen*"erlen' aan met vermilioen en lak , endan laxeert menze met enkel lak j en glantfe als de morellen. Ën zoodaanig worden ook deWitte witte rouaanfe geglanft ,

alszef°uaan· eerft zoodanig omtrent als demontagnefe perfiken gefchildertzijn. Aai- Om nu van de aalbefien tetóodc. fpreeken , de roode koomen deroode karfen naaft , en wordenomtrent aldus gefchildert en ge-glanft. Maar men kan de korlen maa- ken,


? in *t klein gefchildert. 143ken, alsmen onder 't rood, eenweinig ligten oker doet. Ssvaarder zijn de witte aalbe- ¥itce·fen , die men fchildert met wit,ligte fchijtgeel en oker ; tot dekorlen gebruiktmen ligten okeren fchijtgeel, en een weinig ver-milioen en wit , en men glantfe,als nu boven meermaalen gezegcis. De fwarte aalbefien legtmen aan swant,met beenfwart en lak , en menjhoogtzemet witop, endit'saldeparade dieze van doen hebben. Zoo dat we gaan befchrijvende vi oer beften , welkers korlen Moer*ieder als een morelle of roodebcfcn"kerfe word geichiklert , nazerijper of wat

onrijper zijn, daarop' te letten ftaat. De aardbefien gants rijp zijnde A-rd»handeitmen byna als de kerfen: e en'maarze moeten weiniger ge-laxeert worden , en ieder korrelheeft zijn glansje. Maar daar zijn ook witte aard,- ookdebeften , die' omtrent als de witte W1"e'fpaanfe kerfleute fchilderen zijn. De


? s 44 T>e Groote Waereld /fcuis- üe kruisbefien zijn witte enw roade. De witte gants rijp wer- H4 Xte den gefchiidert als een geelagtigerijpe drüive } door de fopne ge-ftooft» men trekc 'er de adertjesoverheen met een weinig fchijt-geel fwart en wit. De fijne hair-"tjes boven op, zijn in zoo een af-ftand , a's men tot fijn tafereelverkiert niet wel zigtbaar, tenzyiemand alleen eenige witte kruis-befien van naderby uit kurieus^hëid, voornam te fehildercn.ioode. De ?oode ofzoogewilt, blaau-we kruisbefien, werden byna alsde blaaüvve druiven gefchiidert smoetende alleen wac

roodagtigervoorkoomen, 't géene met bruinrood en lak verkreegen word.De adertjes maaktmen als voo-ren ; dog \yat bruinagtiger en? orders is hier geen fwaarigheid jwe§halven wy affcheid neemen$om nog van andere aard enboomvrugten eenig onderwijs tcdoen. FIER-


? in xt klein gefchildert, 14 f VIERT)E HOOFTDEEL. Van Appelen , Peeren, Me-loenen en Pompoenen. >JT U gaanwè vrugten keren ord«fchilderen , en die voor de voort,keuken , en die tot raauw ge-^"8'bruik ea fnoepery dienen kon-nen $ zullende in dit Hooftdeelvan appelen, peeren, mehenenenpompoenen handelen. De appelen zijn zoo verfchei- u^ppc*den van aard, datmen met haargeheel , zoo veelze hier bekentzijn j te befchrijVen , een gantsboek vervullen zou ·, daarwezenogtans een korte en genoegzaamme eere tot onderwijs zullen aan-doen; verklaarende haare groen-heid ,

geelheid, en roodheid, enook de witheid van binnen,Waar door het alles voldaan ge-agt kan worden. De groenheid heeft trappen luare®a de zoorten van appelen enE"'haare rijpheid y zy werden groenzijnde > op 't hoogfel gefchildert ? met


? ï4er meer fchijtgeel by koomen,naar 'tleeven vereift, ende terre-verde en indigo gemenageertzijn,sco j. De roodheid der appelen, wordals het rood van de perfiken ver-kreegen, geevende ofneemende,naar dat zul ? 't leeven den Schil-der ordonccren zal.Deop. t)e cpgefneedene appelen , ge-lcne.e" ook perfiken van binnen,dog wat fappiger , worden metoordeel naar minder of

meerderrijpheid met fchijtgeel , ligtenoker en wit gemaakt.Peeren, Dus ook de ? eer en, die als de !perfiken, meeft wat fappiger val-len ; 't andere hebbenze met deappelen gemeen.^Meioe. Wat nu de meloenen aangaat,daar veele veel v/erkx van maa-ken , inzonderheid maatig rijp,droog en geurig zijnde, die zul-v/ ' lenwt


? in *t klein gefchildert. 147Iènwe tragten zoo fmaakelijk teleeren fchilderen , dat het denverkooperen niet tot fchaadeftrekken kan. Zy zijn van veelerley foorte,gelijk ook de pompoenen , wel- Jnkers fchilderinge genoegfaam in poencii;de ondersvijzinge van de meloe-nen is ingeilooten. De meloenen dan van buiten, Meioe-op zijn rijp[le,, werd de onder- buiU'"ite fchorfe gefchildert mee eengeelagtig groen , dat uit fchijt-geel , terreverde , fwart en witgetempert word , en zomtijdsook uit ligten oker, fchijtgeel enas op den dag, maar indefchaa*cluwe gebruiktmen fchijtgeel,fwarc en terreverde ,

en daarmoet meerder fchijtgeel in de re-flexie weezen. Alsze dus verre gefchiidert3droog zijn j moeten de aderen} Haaredie 5er overloopen , met fwart ,aW'ligten oker en wit gefchildertWorden. De onrijpe meloenen en diezonder aderen zijn , gelijken de? ' pam-


? 1De Groote Waereldpompoenen , en worden gefchii-dert met een geele grond , alsboven gezegt is, welkers vlam-men gemaakt worden uit terre·verde , fchijtgeel , indigo enfwart , zomtijds gebruiktmen\> cl fchoonder groen , als as enfchijtgeel, ook wel ? uilder, alsas , fchijtgeel en wit.-Fn van Van binnen werden de meloe-binnen ne0} rijp zijnde, gefchiidert alsvolgt · men legtfe aan met lig-ten oker , vermilioen en fchijt-geel op den dag. Tot de fchaaduwe nu moetligte fchijtgeel, omberen vermi-lioen zijn , zomtijds een weiniglak daar onder na vereifeh vanhet ieeyen. ?lsze onrijp zijn , valt hetwat na

den groenen , en daaromdoet men onder die verwen watterreverde.be kor. De korlen werden gefchiidertk"· op den dag met fwart , Jig-I ten oker en wit , en een wei-nig vermilioen om de gloe-jentheyd i dog in de fchaduwe moet


? int klein gefchildert. 149moet het wit gemenageert wor-den. Wat het fap betreft, dat moetHecgefchildert worden als een drop-pel waters , waar van boven isgefprooken ·, ten waare het watonklaar was geworden, dat danzig zeiven wel wijfen zal. Ën aldus kanmen 's winters enzomers zoo natuurlijk meloe-nen leeren fchilderen ; dat 'ermaar alleen' de fmaak ,aa? zalontbreeken. VTFDE HOOFTDEEL. Van eenige Aard en Feulvrug-ten voor de keuken. P Elijk de vrugten , die alleen ^"j6*^ of te gelijk ook voor deièrt en verban.noeperyen dienen, 't oog des fien-ders ver maaken, en zijn luft

fcher-Pen ; zoo heeft het geen minderplaats omtrent die aard en peul-vrugten die tot fpijfe in de keu-kens verfcheidenthjk toebereidworden ; om 's menfchen lich-chaam uit veelerhandedeelen op-? % gemaakt,


? ??? Oe Groote Waereldgemaakt, verfcheideritlijk te voe-den , en haare werkingen te on-derhouden. Deeze nu , dewijlze zeer vee- -lerhande zijn , en veel in kolo-rijt overeenkomen , zullenwedaar uit zoodaanige verklaarenj, die in de fchildery niet onaange-naamil zijn, en de andere vanfelfs leeren opmaaken : te wee-ten , ons* voorneemen is te han-scoffedelen van kooien fellery , endi-Hoeoft> ?) > fetilvrugten , af ? erge s, endeeis. van de gefonde knollen.vittel De witte kooien beftaan uitveelerley groenen , en moeten,om met te bederven , gefchil- Idert worden op het fchoonftevan den dag met as

en fchijt-geel, en zomtijds met terreyerdefchijtgeel en wit , in de fcha-duwe met fwart , fchijtgeel enwit, ook wel met indigo en- jgelfe as en fchijtgeel , en hoegeelerZe zijn ·, hoeze meerfchijtgeel en wit begeeren daaronder gemengt te, hebben.Men gebruikt omtrent de ? cl-. . ve


? in 't klein gefchiidert. ? ftve maniere van doen in 't fehü-deren van fellery en endivy , al- seiieryles temperende uit de verwen vy.en"van de witte kool naar het lee-ven: dog, om datze na de ftronkwat geelet vallen, zalmen moe-ten gebruiken aldaar meerderfchijtgeel , of maftikot of ko-ningsgeel naar vereifch van zaa-ken. Wat nu dc roode kool belangt, R6o.dedaar .van zeggenwe alleen , datkoo!'haar koleur ligtelijk kan gevon-den worden uit het geeneweboven van de roode en paarfibloemen verklaart hebben : waarheenen wy den Leerling verzen-den. Men maakt ook in zommige

Boereplaatzen'van ons vaderland véelK0°l'werks van boere kool, als 'er wathertelijke ingredientenby komen jen ? bevogtinge van de vrugtdes wijnftoks; die 'er dan min-der vyandfehap ( als men zeg-gen wil , dat het in 5t lee-venisj als ooit mede oeffenenzal. ? 3 Deeze


? ip. Oe Groote JVaereld Deeze kool nu is zoo veelet-ley van koleur, datw'er weinigvan weeten te zeggen : waaroverwe ook niet bekommert enzijn , alzoo die verwen uit al 'cgeene nu verklaart is wel te vin-den zijn , na 't leeven datmenvoorheeft ; en wil ook deezekool alfoo graaag gegeeten alsgefchildert zijn.Peui. Wy vangen dan in ordre det'!n'g* peulvrugten aan : die veeler-hande wel van aard , maarnietvan verwe zijn ·, alzooze meefteen zoorte van groen hebben»die het fcbande zou zijn , denLeerlingen , nu in zoo veel ver-wen onderweefen , niet toe tebetrouwen } om behoorlijk tevinden. ??

En zijn ook de afperges ge-makkelijk te fchilderen : dogdaar dient gemerkt , dat deknoppen boven uit den paarferimoeten gefchildert worden metfwart, lak en wit, of met lak,indigo , fwart en wit , 't geeneonder de aarde geflaan heeft, heeft


? in V klein gefchildert. 15-5heeft met de fellery en eridivygemeenfehap; gelijk byna 't geenboven d'aarde is in witte af per-gesi Maar wy fpoedigen ons ; omiets meer van de gefonde knol-Ktlolhnlen te zeggen ,. die alsz,e droogen zoet ais de Nimeegfe en meerandere zijn , -wel een Doctorkonnen befparen , wiens mede-lijnen ten meerendeele zoo goecen zeeker niet en worden bevon-den. Deeze worden op den dag ge-fchildert met wit, ligten okeren fwart , en in haare fchaduwemoet men het ligt wat minde-ren. 't Groenagtige van knol-len word verk reegen op den dagmet as , fchijtgeel en wit, en

infchaduwe met fwart , indigoen fchijtgeel, en vereift de re-flexie wat meerder fchijtgeel. Indien 'er nu iemand mogt Rei!uicverleegen zijn , wat hy zom-;r.tijds eeten , of ordonneeren zal * t Schil- .· omtrent aard en peulvrugtencurs.voor de keuken gewailen hyK. 4 zal


? ?^? De Groote Waereldzal niet qualijk doen ·, indien hyeen verftaridig en geoefFent Schil-der verkieft , die hy een Schil-dery of vier laat maaken , daarin orarrênt de raeefte vrugten,én die t' zaaraen konnen zijn,in een faifoen gefien worden j' als hy danverleegen is, hy heeftmaar deeze regifters na teiien,en aaniïen zal doen gedenken,en te vooren zijn fmaaklult op-wekken konnen nabehooren. I \ ' . SESDE EN LAATSTEhooftdeel. Van eenige Uitlandfe vrug-ten , daar men eenfchildery mede kanvergieren. tofon. ?? ? fcheepsvaart is onvergan-fcLeps kelijk in onze dagen bovendie der ouden

gefteigert , enz*is in ons land zoo volmaakt,datie voor geen landen immersbehoeft te wijken : daar doorwert aan ons vaderland alles gele»yert, 't geene de zeen en ilroo- mcjï


? in V klein gefchildert. if jmen konnen herwaarts vaaren.: "^dei; , r om uit» zoo datwe by ons geieeeentiandfeland , en allergefeegenft alsbehoorlijk beftiert en in zijn vry-komen·heid werd gehanthaaft , nogeen overvloediger, fchat ontfan-gen van allerley uitheemfe waa-l ren.. Daar uit ook den difch ver-kiert word, en de fchiideryen kon-nen worden opgemaakt , en 'czal tot ons tegenwoordig oog-merk genoeg zijn , indienwebyzonderlijk van granaat appe- h-^telen 5 orangien , cytroenen , enZ.J"ehnan"handelen zullen. flaan. De granaat abelen fchildert-Gra^cmen van buiten op den

dag metappeien"ligten oker , omber, vermilioenen wit, tot de fchaduwe wert-men genootfaakt lak, fwart enbruine fchijtgeel te gebruiken;nogtans met die voorfigtigheid,van 't lak wat milder of niet tefpillen ; na datfe rijper of watonrijper zijn: daarna'glanftmen-ze op onder de dag koleur meteen weinig wit. ? j Wat


? ï j6 De Groote Waereld Wat het binnenfte belangt(gelijkze veel doorgefneedenwerden ten toon geftelt _) zo ?worden de korlen gemaakt by-na op deielve wijfe, als men eenroode aalbefie fchildert. De op-gefneedene baft van binnen ver-ei it fchijtgeel , ligten oker enwit , gelijk als men de wittevliezen door fwart, ligten okeren wit natuirlijk genoeg verbeel-den kan. Ornngie Naaft granaat appelen kanmen ippcitn, bequaamft orangie appelen voe-gen , die op den dag met vermi-lioen , rusgeel en bruine fchijt-geel aangelegt worden, en in de reflexie met vermilioen en bruinefchijtgeel na behooren getem-pert,

te vinden zijn. Droog zijnde , laxeertmenfein de reflexie met bruine fchijt-geel en een weinig lak, en in defchaduwe met lak , en een wei-nig fwart en fchijtgeel vermengt,op den dag hoogtmenze op metrusgeel alleen , en zijn ze bleekgeel, mengt m'er wat konings-


? in ? klein gefchildert. 157geel onder om te hoogen. ? Ismenze opgefneeden fal doenzijn, zoo fchildertze omtrent alseen rijpe kruisbefie , die na 'corangie trekt, en het wit van defchelle fehildertmen met fwartligt en witten oker. Daar volgen de cytroenen, die c'ycroe-by deiêrt, gebraad en rijnfe wijnntn'veel gefchildert worden , ze aan-leggende op den dag met ligtefchijtgeel, ligten oker en wit,in de fchaduwe met fchijtgeel,fwart en ligten oker. Alszedroogzijn , hoogtmenze op den dagmet koningsveel of mafticot, enin de reflexie wat fchijtgeelag'-tiger om haare gloeyentheid.Opgefneeden zijnde , handelt-men

die , als de orangien : dogwat groender ; de refte werdmet fwart, wit , en fchijtgeelvolmaakt, en meer hier af is 'tniet noodig te zeggen. Die herdenkt watwe van brui-ne hairen, en verfcheide groen-ten geleert hebben ·, zal zig ligtte verbeelden hebben j datmen zon-


? ? f 8 De Groote fVaereldKaftan-zonder moeite kaftan jen , oïj-olyyen , ven , kappers , en diergelijkepen&c. vrugten meer zal konnen fchil-deren: zoo datwe dit Boek zon-Bcfluit.der fchróom eindigen mogen:om het laatile aan te vangen ;daar het voornaamfte werk infteeken zal. HET


? in ? klein gefchiidert. ? f9 HET SESDE EN LAATSTE BOEK. Handelende van de verwen derVIERVOETIGE DIEREN, en haar V L ? ? S C Hj mitsgaders vgn den ? ? ? S C ?. EERSTE HOOFTDEEL, Van de Viervoetige Dierenin 't gemeen j en verwender zeiver. ? ? viervoetige gedier- vicr- . .. ? r- voetige ten zijn zoo noodfaa- dieren,kelijk in fchilderyen,datmen die niet ont-derjen·beeren en kan. De Jandfchappen begeerenfe,veele gefchiedeniiïen zijn zonderdie onvolmaakt 't Menfchelijk ge-bruik vereift de tamme, en zoiri-rnige van haar verfellende menfchdoorgaans , en men fchildert zoo-


? ?6? De Groote Waereldzoodaanige tot vervullinge vaneen ftuk , daar in menichen za-men zijn. Ook zijn de finnebeelden tenallentijden zoo noodfaakelijk be-vonden tot menfc'nelijke leer-zaamheid , ten grooten deelevan dieren genomen want mengebruikt een leeuw, om fterktejkoninglijke magt en edelmoe-digheid te verbeelden : offen en?paarden , om arbeidfaamheid;honden vertoonen getrouwe wag-ters , hazen vreesagtige, buffelsen fikren ftuirsheid en onbeleeft-heid: efels onweetenheid, apennabotfers en koddige fnaaken.'c [wip vuiligheid en onreinig-heid: vojjen doortrapteloosheid:rheen en herten ,

fchoonheid enfnelheid , en dus andere meeriets , dat met haaren aard over-eenftemt. En daarom zijn 'er fpreek-woorden in alle talen van ont-leent , ja zelve de tronien dermenie hen na deefe of geene die-ren fwierende , geeven veeltijds


? in *t klein gefchildert. 161diergelijke natuire niet duifter lijkte verftaan; gelijk van de aan-figtkenders van ouds is waar-'genoomen , ^en W. Goerée inzijn vernuftig en doorwrogtwerk van de menfehkunde aan-wijft in 't vijfde Hooftdeel. En hoeweJmen de dieren teeke-nen kan, dat is, met dag en fcha-duwe aanwijfen , of nader metlcrijonnen , of waterverwenvertegenwoordigen , zoo is 'ernogtans niet leevendiger en duir-famer , te gelijk } als dat zulxdoor olyverwen gefchiet. Van de dieren is veel infehrift nagelaaten , en't is niet-fKenal waarheid , dat'er autheuren ,fchree-die zelve niet alles konnen

on-vcn"derfoeken, en graag haare boekenmet wonderlijke dingen ftoffee-ren , van gefchreeven hebben :dog Aldrovandtis, Gefnerus, Jon-fton en Bochartus hebben daarin met reedelijke vrugt gearre-beid , die een fcnilder , zoo hykan na te zien heeft, zoo omde finnebeelden te beeter te ver» ftaan ,


? i6z De Groote fflaereldftaan » als om de befohrijvingéder verwen ; infonderheid vanzoodaanige dieren, diemen voorzig niet we], of gereedelijk ge-noeg zomtijds bekomen kan.weike Wy zullfn de meell gebrulfenh[erkelijkfte gedierten verhandelen,hande* en ^aar i'1 zo° veelerhande ver-ïen^ wen zullen voorkomen , datfevoor alle omtrent zullen kon-veriïrekken > en deefe agtenwete weefen , leeuwen, keemels,ezelen , ftieren, rammen, her-ten en rheen ? vojjen, apen, hen-den , katten, ratten en muizen,hazen , konynen , weezeltjes,bonfingen , fchildpadden en ftee->keiverkens die zommige nog alverwen

gemeen hebben en kor-telijk daarom in de drie volgen-de Hooftdeelen van ons zullenverklaart worden. ?WZB-


? in *t klein gefchildert. 1 TWEEDE HOOFTDEEL. Van Leeuwen en Paarden. ALie digteren zoo ouden als Deieeü-nieuwen hebben niet on-eerftfï.gevoegelijk de leeuw , als denplMtft-konink der viervoetige dierenaangemerkt , en d'eerfte plaatsisze daarom in de verhandeling -der dieren toegevoegt , en 't isniet onreedelijk , dat wy Schil-deren het ook navolgen. De leeuwen zijn jong of oud, v«»--en wijfjes en mannetjes , die jehnec'~met haare groote maanen meeftheid·Verbeeld worden , of goed , ofCjiiaad en al brullende. Van haar kolorijc zullen west voornaamfte aanteekenen ; omalles met wat te

geeven of te nee-men na voorval te konnen fchil-deren. De leeuw dan moet op 't lijflak , omber , (wart en ligtenoker hebben in de middelkoféurtuflchen de rug en buik wert 'ervereift bruinrood , lak , ligteL fchijc-


? 16? T>e Gr ooi eïVaerddfchijtgeel en ligten oker ; enzeword opgehoogt met een weinigwit 'er onder. De tuflchenkoleur, die naaftde buik komt , moet gemaaktworden met eenig fwart en witonder de voorgenoemde koleu-ren re mengen. ' Onder de buik moet fwart, |wit en ligten oker zijn. De hee-rsen en fleert worden als het lijfgekoloreert. Tot de neus en de bek voor-aan , gebruiktmen omber, fwarten wit j de oogenappel of-mid-deifte kol in 't ooge begeert en-kel beenfwart. De geele kringdie 'er omgaat bruine fchijtgeelen iigten oker , alsze goeder-rjerend zijn: maar alsze razendezijn van gramfchap, wert 'er

eenweinig vermilioen ondergemengt,'t wit moet meer geopent zijn,en 't gantfche lichchaam 'er naflaan. Zoo kanmen gemakkelijkereen goede koning der viervoe-tige


? in V klein gefchildert. ié>ffige als der tweevoetige die-ren maaken ,· en verbeelden hoe-de leeuwen Ïrotze konnen nederfiaan ,Spaar ende den onderdaan. En dit zy van dc leeuwen ge»iioeg gezegt ·, om plaats te maa-ken den paarden , die van aller- Paar.ley verwen gevonden worden ;ckB'Waarom we boven die gevondenhebbende , of in de volgendeHooftdeelen nog zullende vin-den , alleen het fchilderen van Een^r*een wit paard zullen fchrijven. Dit fchildertmen op den dagmet wit, ligten oker en fwart,en op 't hoagzel met enkel wit :de tuflchenkolcur recomman-deert den ligten oker, en gebiedhet wit

wat te menageeren:tot de fchadusvè moet fwarten ligten oker zijn met een wei-nig wit vermengt : de reflexie'onder de buik moet meeft lig-ten oker hebben , 't fwart enwit ge menageert wordende. L % D s·


? ?£6 ?e GrooteTV&ereld De hoornen van de voetenfchildertroen zomtijds metfwart,wit, en ligten oker, en een wei-nig vermilioen j zomtijds ookmet fwart wit en omber. 't Koleur van de reuze komtovereen met dat van de voetenen hoornen. Maar wat de oogen belangt:de kol fchildertmen met been-fwart , en 't andere met omber,fwart en wit. Indien de witte paarden ookwat gevlekt zullen op 't tafereelkomen ,· zoo fchildert men 'erde vlekken zomtijds met fwarten wit, zomtijds met fwart om-ber en wit, naar dat het voor-valt. opwet- En zoo kanmen de fchoonftekir'8e· paarden maaken , die men be-geert ,

als men de teekeningezoo vaft als Tempeflra heeft, enverbeelden die voor triumph-wagenen , of om vreedzaame,overwinnende en zuivere volke-ren , na den toon der wetten lui-fterende, te kennen te geeven,


? in klein gefchildert. 167wel voor weinig geit: maar ookzoo konftig, dat de waardy daarvan nauwlijkx betaalt kan wor-den- DERDE HOOFTDEEL,. Van Olyphanten, Beeren,en Tygers. O ? den heiiwtn en paarden,^ waar van de ia at Pre den men-"fchen tot een groot nut dienen;konnen de ólyphanten, beeren entygers te voorfchijn treden: vanwelke twee laafte , 't tnenich-dom weinig nut in 't lëéventrekt , gelijk als van dpolypkan· oty-ten tot den krijg van de oude en ?^?gebruikt, die ook veel van haa- "rd·re geheugenis en verftand ge-fchreeven hebben. 't Zijn groote en lompe die-ren in 't

aanzien , en egter totveele dingen bequaam , en on-derwijsbaar om met de fnuite,behalven 'c geen de natuire haarleert, veele werkingen konfiiguit te voeren. L 3 Zy


? .?68 ?)? Groots Waereldschii. Zy konnen vaftigheid , danonderfchraginge en vernuft ver-beelden } fomtijds zijnze wit%en laren zig als de witte paar-den , dog wat vuilder fchilde-ren , en zomtijds zijnze bruin,en dan niaaktmenze met omber,fwart, en wit, de refté zig zei-ven wijzende , uit het voor-gaande Hooftdeel. Maar haaretanden in 't byzonder moetenfwart 3 wit en ligten oker heb-ben, en d'oogen als meer gezegtis, van andere dieren ; beenfwartgefchildert en wit opgehoogtzijn. En dus latenwe dat groote ge-vaarte met weinig omflag vanonderwijzinge vaaren; overgaan-Der de tot de beer en ;

die verfcheu-rende of wreed gefchildert,b«ideD. toorn verbeelden konnen : ge-lijk de beerinnen by d'oudheid teboek fiaan , datze haare jongenroinv gebaart met lekken vor-men; als geleerde luiden de,vrug-ten haarer herfenen met 3er tijdfchgavep en kennelijker j^iaaken: \


? in V kleyngefchiidert. 169dog ons met met fabelen op-houdende , gelijk d,e oudheidmet al dat wonderlijk en onver-ftaanelijk is te hoog by de men-fchen verheft „ daar vol van is,is 't tijd ons oogmerk te berei-ken. De beer en dan worden gefchil ri*°l0"dert op de rugge met fwart enomber, en 't fwart mindert menwat na de buik toe , en onderde buik moet 'er by de genoem-de verwen een weinig ligten1oker gedaan worden. Om de fmoel doet m'er watmeer wit en fwart by ·, om dever we grijzer te maaken. Zyworden op 't lijf opgehoogt meteen weinig wit onder de vooi-ge-nosm^e koleuren ·, en

zoo kan-men de tragedie van de befpot-ters van EÜza , en andere hifto-rien en finnebeelden fchilderenna zijn believen. De Tygers volgen nu ; vlugge Jyg««èn verfcheurende dieren , be- vertoo-quaam , om fnelheid en wreed-Kcr"heid af te maaien ·, de digterenL 4« " der


? ? jo De Groote Wdereldder oudheid ftelaenze voorBacchus wagen , gevoelen-de , datze van den wijn ge-temt wierden ; hoewel dewijn yeel wreedheid en moordonmaatig gebruikt, veroorzaaktheeft : dog tot ons voorneemen. Haare De tygers dan , fchildertmen. yeiv.cn j^j. j£j£~ met bruinen oker en wit,op 't hoogfel moet ligten okeren een weinig wit weezen, enon.'der de buik wat ligtgeel met eenweinig wit 'er onder. Als hetgantfe beeft aldus geverft is,fchildertmen daar de vlekken opmet bruine fchijtgeel, fwart enlak, en men hoogtze op mee eenweinig wit daar onder. De oo-genappel of kol werd met

been-fwart meede genjaakt: maar deligte kring daarom begeert ligtefchijtgeel en een weinig terrever-de en wit, en zoo kanmen tygersmaaken, of tygerinnen, die menanders wel leevendiger buiten 'cwoud ziet , als aangenaam enwenfchelijk is. Dog de vyrcelPce dieren, allengs?


? in'/ klein gefchiidert. 171kens verlaatende , gelijk eenmenfch tot onderzoek en tügtgeneegen, allengskens zijn wree-den aard uittrekt, züllenwe an-dere dieren gaan beiïgtigen meefttammen van aard en minder vankragten. VIERDE HOOFTDEEL Van verfcheide Tammer Die-ren j meefl by ons bekent. TT Oe tammer dieren , en demenfch dienftiger, hoe meer'daar op de denkbeelden konnengeveftigt zijn ; hoedaanige zyzullen ten deele zijn , die hierte verhandelen ftaan. Maar de ftieren die de eerfteplaatfe hebben ingenomen, zijnzomtijds quaad , en vertoonendan boofe en eigeniinnige men-'fchen ,

die vry wat aan de kop-pige kant vallen > gelijk 'erveele zijn } die voor zagtzin-broeders van 5t Euangeliumnogtans graag zouden door-gaan. L f Stie»


? ijz De Groote TVaereldstieren, Stieren komen in fchilderyente paile , en de witte als reine,en om datze de bevrugte koejengeen overlaft doen , ais men ge-tuigt, kennende als voorbeeldenvan matigheid verftrekken, wor-den gemaakt als de witte paar-den : gelijk ook d'andere ftieren,even als de paarden, fwart, wit,bond, rood, enz. bevondenwerden. Bokken Van de kokken engeyten kan-Tjf1" men omtrent het zelve getuigen jwaaromweoordeelen, datfegeenbyzonder onderwijs van noodenhebben ; de bokken vertoonenonbeleefde en ftooragtigc tnen-fchen , en de gepen vrugtbare,ook wel

hoeragtige vrouwen. 'Keme- De kemelen die fnelheid , enook met de efelen arbeidzaam-heid te kennen geeven , komenin kolorijt zoodaanig overeen ,dat we wel zullen doen , de efe- Efelen. ? , ten: als ons gewooner, en meerin fehilderien vertoont, te ver- klaaren. Men fcbildcrtze op 't lijf aan de


? in *t klein gefchildert. 173de fteert en beenen met fwart enwit, en men mengt op de ruggedaar wat omber onder : aan defnuite wat blaauwer zijnde,mengt m'er wat fmalt by: onderde buik moet fwart, wit en lig»,ten oker gebruikt worden : deVoeten werden als der paardengefchildert: maar deeze lomperedieren varen latende , zullenweons met netter en aardiger ge-dierten gaan vermaaken , byd'oude in groote agtinge , teweeten, heftenen rheen, zinne- H«s*beelden van zinnelijkheid, fchoon· rheenheid, vreesagtigheid , gehoor, beeiaën,vaardigheid, fterke begeerte als-ze gejaagt worden , gelijk oo!cde

hinden , aangenaame huis-vrouwen met de vlugge ~ fteen»geitjes vertoonen. Deeze dan in verwen omtrentgelijk j konnen op 't lijf gefchil-dert worden met ligten oker ,bruin rood en een weinig omber yWaar by in 't ophoogen wat witmc>et zijn · maar merkt dat het' rood op dg rugge moet gemena-geerd


? t74 ?)e Groote Waereldgeert worden; om onder de buikte fchilderen,gebruiktmen (wart,ligten oker en wit, 't Hooft defleert en voeten worden als hetlijf gefchildert: de neuze vereiiifw^rt , omber en wit: de oogenbeenfwart en met wit opgehoogtte worden : tot de hoornen aande beenen neemtmen omber fwarten wit: de ooren van buiten als'tlijf gefchildert , maaktmen vanbinnen, alsmen neemt de koleur,die de buik en 't lijf zaamen uit-maaken, en zuix wat ligter.veren, fchrandere en bedriegelij-weefch ]-e voffen , daar mede de weefel- '


? in V klein gefchiidert. 17 fMaar om koddige apen te ma- afd.ken 5 rieemtmen omber fwart enwit op 't lijf, en onder de buikwat meer wit: de bek moetmenmet fwart, wit, ligten oker eneen weinig vermilioen fchilderen:de ooren met fwart , omber enwit, als meede de apenfteerten,datwe niet vergeeten moetengelijk zyze niet graag en miiTen:de oogen zijn fwart en menhoogtze met wit op , de kringom het fwart roept alleen omomber, of mag daar onfier zom-tijds wel een weinig ligten okerlijden. Men zou nu van honden moe- gis-ten handelen : maarze neemen ,0«?'veelerhande verklaarde koleuren

e^®aan 5 gelijk meede de katten3iü,ikc·'zelfs diefagtig, en nogtans klee-ner dieren veerdiglijk ftraffende,als ratten en mufen , gelijk lietzoo veel onder de menfchen toe-gaat: maar de verwen zijn ken-nelijk genoeg ; en om de zelvereeden mogen we wel ftaaken hetverhandelen van hazen , en van vrugt-


? ??? De GrootePVaereldvrugtbaare konijnen om geensefluit. papier , tijd en geld te quiften,makende van dit Hooftdeel eeneinde·, om nog van fchildpaddenen ftekeherkens te fpreeken. VTFDE HOOFTDEEL. Van Schildpadden enSteëkéiverkens. VOor't laatile plaatzenwe by , - · , · r I ·? 1 de viervoetige dieren jchild·padden en dan fleekelverkens,welkers pinnen wat na'tfchild-padde aarden.f)ei. De fchildpadde vertoont traag-fch:id- hcid C maar de luyaard is nog padden > / . & finne- trager j en regte huisvrouwen, beelden. · S y , ? n. , in haar huis als verborgen enwoonende , die ook meer tegende

gebreeken van die fexe ge aa-pent zijn, als de uithuifige.Twee De fchïldpadden zijn byzon-foorten.


? in 'i klein gefchildert. 177ie fchijrgeel fwart en wie, maartot de binnen fte vlammen ge-bruiktmen omber, lak en fwart,en men hoogtze op met wit daaronder gemengt, en zoo kanmenhaare kafteelen timmeren : maarden hofpes, die 'er in woond,Iaat het hooft maar zien , entwee paar pooten onder uithan-gen; ten zy hy met zijn gantfehehuis omgekeert j dog niet ver-dorven word. De kop en pooten kanmenmet omber fwart en wit fchilde-ren. De cogen , alsmen zoo nabyfchildert volgen die der anderedieren, in beenfwart met wit ge-hoogt ·, en als haar huis omge-keert is , maaktmenze op denbuik op met

ligten oker, fchijt-geel en fwart. De land fchildpadden, en metname de kleine, daar veele fraayedingen van gemaakt worden,volvoertmen aldus. De bruine vierkante ruiten opliet lijf, maaktmen van omber lak


? rjS De Groote Waereldlak en fwart, en men hoogtze opmet wit daar onder gemengt. Nu tot die vierkante ligte rui-ten moet fchijtgeel en konings-geel gebruikt worden, en'thoog-fel is alleen koningsgeel. De kop , pooten, en ook debuik hebben de verwe van devoorgaande, zoo datwe hier af-fcheidende ten laatften aanvan-bese^ne'gen de fteekefaerkens, die zigiteekei kinnen trekkende, 'cbuiten lich-ver- * chaam als een gewaapende klootkens' onnaakbaar van de vianden doenzien, en zoodeugtzamerondomgewaapent verbeelden j inzon-derheid alsze op een heilige en gewyde plaats leggen. Deeze zijn

gemakkelijk tedcnrjgc'fchilderen ; alsmen maar op-merkt , dat haare borftels bynaals der fchildpadden werden ge-fchildert , gelijk zig het bruineder pennen met fwart, wit enligten oker laat vinden , en dekop en pooten fvwt, wit en eenweinig omber begeeren, de oog-jes zijn als meer gezegt is.


? in V klein gefchiidert. 179Als het huis der fchildpadden.^w-glad en helder gemaakt is $ zoofchiid-komt 'er boven het voorgaandepadatPalleen in aanmerkinge , dat hetligtenogligter 3 als in de leeven-dige met meer wit daar in remengen ·, en het donkere nogdonkerder en gloeyender , meeonder de verwen wat lak enbruine fchijtgeel te mengen,moet gefchiidert weezen. En dus van de viervoetige die- g°v?e.r"ren haar leevéndig koleur af-fcheid neemende , zullenwe ineen Hooftdeel haar vlees zoo \geilagt is , of op tafel komt,en in fchilderyen veel kan te paskomen, gaan bezigtigen. SESDE

HOOFTDEEL.Van Geilagt Vlees, Rauw,en Gekookt, Ongezou- .ten en Gezouten. ?? ? leevendi'ge dieren, die 'erveele tot ipijze zijn , ver-maaken ook de menfchen , omdat in haare befchouwinge te ge-M ' l'ïk?


? iSo ?)e Groote Waereldlfjke het denkbeeld Van haarefnia ke > en van vrolijke geiel-fchappen , daar roenze eet, ingeheugenis komt, en derhalvenis 't niet min noodzaakelijk,die dood , en gekookt ais iee-yendig op ,ons tafereel te bren-gen : zullende van gefiagt,i raauw , en gekookt vlees , onge*zouten, en gezouten i\preeken indit Hooftdeel.©eflaet Als de menichen een verken,vle"; fchaap , kalf , of een fchoosenos heeft geflagt, die zijn kuipzal ilofreeren, en hen veel fmaa-keüji e wintermaaltij(jen zal uit-leeveren ; hoe wert dan zijngeeft aangedaan en opgewekt:iaat ons ook zien , hoe,verrewy het konnen

doen : met kor-telxjk aizoo 'er al veel gefegt is,en doe van'dag, fchaaduwe,weerfteuitinge enz. niet byfonderfpreeken zullen , daar van teichrijven. TWee Alswe ojjen en fchaapenvïeesverkool zuilleh hebben verhandelt , za*ren. 2jg het verken vlees en van an-dere


? in 'f klein gefchildert. j 81de re zoorten meer gemakkelijkïaaren vinden. 't Geflagt offevlees wert geko- vl°floreert met lak , vermilioen enwit, dat 'er minder onder moetzijo , zoo 't bloedig is , gelijkbet gebeuren kan, dat zommigedeelen geen wit en bcgeeren. Hetvet fchildertmen roet ligten oker,wit, fwart en een weinig vermi-lioen of lak : de fchaaduwe enreflexie , moeten dag van vleesen vet volgen. 't Schaapenvlees valt wat blee-ker , gelijk ook het kalfsvlees vlees,en gebied den Schilder derhalvenmeer wit te gebruiken ; en menkan beft het leeven ; om 't inzijn tafereel tc brengen , navol-gen ? en letten voorts,

of't min-der of meer is uitgebloet, reinof mórfig geüagt , opgeblaa»£en of niet ·, 't welk al eeni-ge veranderingetoebrengt: maatde Schilderen zijn gewoon ,met het befte en reinfte ge- .ilagte vlees allermeeft te vreedente zijn , daar in ze buiten twij-M ? fel


? ? 8 ? De Groot e Waereldfel veele toe navolgers heb-ben. Die 't raauw vlees fmaakelijkziet , denkt om het zelve ge-kookt , ongezouten , of gezou*ten. go Gebokt verfch offennjlees ver-S eift wie , bruin rood,, lak enviees, fwarI: . zomtijds gebruiktmenzouten, een weinig ligten oker daar on-der, gelijk als onder 't vetfte watmeer ligten oker en fwart moetwèezen : maar minder wit.'c Schapen en kalfsvlees Scc.volgt zig na evenreedenheid opzoodaanigen wijze, als bovenvan 'r raanwe gezegt is. Als 'c oj/enviees gekookt en ge-20utën, souten is , na dat 'er min ofmeer zoutigheid ingetrokken is,fehildert men 't wat

gevende ofnemende op volgende wijze-'men gebruikt bruin rood , witen ligten oker en terreverde} in-zonderheid daar 't wat groen isals \ wat rood is aan de kanten,en dat vertoont zal worden,mengtmen bruinrood, lak en wit


? in 't klein gefchiidert. 183wit onder de verhaalde koleu-ren. 't Vet kan ligt gefchiidertwerden , als men dat van 'traauwe vlees veriïaat. En zoo kanmen ham, gerookt Befluitvlees > en paterflukken opgefne-mccden en fmakelijk op den difchvertoont, uit het 1111 gezegdefchilderen 5 om daar op te noo-digen hertelijke menfchen , enmannen tegen itormen als eenrots opgewaflen, en geeven zijnvleefch zoo fchoon , zoo vet enmeugelijk , als men zelve begee-ren zal: ziet wat kan een Schil-der al maken Maar nu komt het toppuntvan zijne wijsheid, de menfch,daar wy het volmaakfte van dezienelijke nature ,

inboeken,waar mede wy onze gantfcheverhandelinge fluiten zullen;fpreekende in 't volgende Hooft-de er-deel van een leevendig, in 'de ver?agtfte van een dood menfch * ^met een nareden daar op in't^delaatfte , om alies te eindigenvolgende. ? 3 SE-


? 184, 'De GrooteWaereld SEFEN'DE HOOFTDEEL,Van 't kolorijt van een Lee-vendig Menithe. 5t f Aatfte, waar in we eindigenJLi Zuiien, zal de menfch zijn;om wiens nut en vermaak diealles gefchildert is ^ en die wijsen verftandig zijnde, zig won-derlijk dienen kan van de be.ichouwelijke waereld. Gelijk wy menfehen ons zei-ven het voornaamfte der dierenflellen zoo mede van de fchikderkonft, en 't was die tot hettoppunt verheevcn te zien , als?er een Schilder was, die alle ver-icheidentheid der verwen , enkragtige kolorijten, die in men-fehen vlees , en met namen inde tronien voorkomen , 't zywede

verfcheide menfehen beften,of haare verfcheide hertstogten,behoorlijk genoeg in alle door-wrogtheid kan uitbeelden. De doniigheid en rondheidyan de effene oppervlakten der kindcr-


? in *t klein gefchildert. 18 fkinderlijke leeden, ende die poe-zeligheid der vrouwen en haareblankheid met adertjes en ver-milioen doorweven. De kloekeverwe der mannen , haar krag-tig weefen, de brandewijns tro-nytjes en aardi;?e figuren 't zyvan boeren of andere, en die eengloeyend aangefigt hebben, doorde kragt van de warmte der gee-ften of de vogt , door \ krom-heid van den Rhijn of elders,gediftilleert, aangefet, z'hebbenalle vry haar werk , en. geeveneen Schilder van oordeel en ge-oeffentheidgenoeg te doen: doggeen meerder werk is 'er, alsaan de vrouwtjes behoorlijk opte fchikken, enze te

voldoen. Uit het nu gefegde , kan denkonftgierigen Leefer zien , dathet veel werk zijn zou ?, om vanalle die verwen affonderlijk tehandelen : we hebben een grootland , daarin' ons op verlaatenkonnen, en van de dunheid zagt-heid en dierlijkheid der bloemengehandelt 3 en boven zoo vee-? 4, Ier-


? ï 8 G De Groote Waereldlerhande zaaken leeren fchilde-ren , welke hier groote dien ftIconnen doen, datwe ons verge-noegen zullen , met alleen detemperingen van verfcheide ver-wen op het pallet, te geeven :waar mede een Schilder , dieoordeel gebruikt , en 't leevenvoor zig heeft, alle verhaaldevoorvallen zal konnen voldoen,en die zijn derthïen in getal, alsVolgt. ?. Ligten oker en wit. 2. Lig-ten oker vermilioen en wit.3. Ligten oker vermilioen lak enwit 4. Vermilioen en wit. ƒ. Laken wir. 6. Koolfwarc en wit. 7.Koolfwart, lakenwit. 8.Om-ber en lak. 9. Omber, beenfwarten lak. 10. Terreverde en wit.11.

Terre verde, fwart en wit, enlak. ix. Lak en fwart, en tenlaaften of 13. Iigte fchijtgeel, laken bruinrood. Deeie temperingen ten proe-ve geftelt, zullen een Schilderna voorval in alles voldoen kon-pen > tot groot vermaak wat zoor-


? in 't klein gefchildert. 187soorten en tronien van men-fchen, van wat ouderdom, (èxeen hertstogten , die ook mogtenvoorkomen. AGTSTE HOOFTDEEL Van 't kolorijt van eenDood Menfehe. f^ Elijk al dat leeven erft, ver- vw-^ gaat en fterft, al dat begintS7op de waereld te verfchijnen,^"d"nook een einde neemt, zoo zul-J^--len ook wy met een dood menfehe *eindigen , die deeze waereld,en haare gedaariten , en verwenmet de oneindige woelingen van*t menfehelijk geflagre , datgaat en komt, is verdweenen,en wiens laafte fnik alle deefezienelijke dingen , en fchilder-agtige vertooningen

van' t ge-heel al , voor hen doof en teniete maakt; om , als hy welfterft, met de kenni/Tè en lief-de Gods, zig eeuwig in 't on-zienelijke te verheugen. Om hier omtrent behoorlijke vtt? f ken-ï0,r


? 1.88 De Groote Waereldêingen kennifiè te bekomen, moet eenitaan Schilder denken , dat een dood««ken. menfche veeltijds eencrley ko-leur heeft , daar hy , wat gee-vende en neemende, zig de ver-wen kennende, aan zou konnenhouden ·, te meer , dewijle demenfehen grager de leevendigeaanfehouwen , en zonderlingevoorvallen, van gefchiedenifien,bataillen , {lukken van devotieenz. maar alleen de doode lich-chamen onverfcfaillig bcgeeren}maar 3t en is gants niet quaat entoe groot genoegen ilrekkende,dat hy ook nader overweege,hoe dat de menfehen van haarleevendig kolorijt, dat door

gee-ften , en voedirtge en werkzaa-me beefigheid in haar word on-derhouden , quynende ziektenallengskens veranderen , of doorkoortzen, die hen teffens neder-flain , fchielijk vermindert wer-den , en zomtijds zoo verre,dat hy van een doode weinigverfchilt, ja van zommige eerftgeftorvene overtroffen word/ * ' daar-


? in*t klein gefchildert '. 189daarenboven, datzommige men-i'chen met een vol lichch'aamflerven, of gedood worden; an-dere gantfch als een geraamteuitgeteert henengaan > dat devcricheidentheid der ziektenwaar aanze fterven , eenige by-zondefe teekenen kan nalaaten}en wat diergelijke aanmerkingenmeer, die in 't natuurlijk voor-werp mogten voorkomen , ofvan zijn oogmerk, of gefehiede-nis, die hy voorheeft, zoudenWerden geboden. Van welke zaaken alle om o.°nsniet nader te handelen , zullen- merk.we wederom , als omtrent deleevendige gefchiet is, den Schil-derenden leerling de verwen

op't pallet geeven, latende na \voorraat, zig daar van dienen;gelijk hy ook nergens voor zalbehoeven verleegen te ft aan j alsby deefe twaalf navolgende ge-tempert zal hebben ; te weeten, Toepaf.ï. Keulfe aarde , ligten oker en Jl^.wit. ?. Keulfe aarde. 3. Keulfe WSB·aarde, lak en wit. 4. Bruin; rood s


? 190 *De Groote Waereldrood , keulfe aarde en wit»§. Omber en wit. 6. Omber,lak en wit. 7. Bruin oker, laken wit; 8. Omber en fwart.5». Omber en wit. 10. Omber,fwart en wit. 11. Swart en wir.12. Swart en lak.Toepaf- Waar uit ailerley iiag vaniu,g· doode menfchen kan gefchiidertworden, na ligt en donker, envereifch van het voorwerp , dathy voor zig heeft, of kragtigaan zijn inbeeldinge indrukt. NEGENDE EN LAATSTE HOOFTDEEL. Befluït -van 't gantfche werk, d'Au. ?? Us zijnwe dan na veeler-Muf be. A-J hande zaken kort , en zoo fluit . r ' I zijn wy meinen genoegiaam gehan-daarom. delt te hebben ,

tot het eindevan dit ons voorneemen en werkgeraakt. Her- Daar zijri verhandelt de Hooft-h«ien- vervven } enze zjjn jn fneeuw, d=ide,n" bloemen en ftoffen aangeweefen, haare


? in *t klejn gefchildert. i^thaare verfcheide mengelingen .met het gebruik daar van inlogten , landfchap , en waterenhebbenwe getoont. Wy hebbennader van die dingen gefproo-ken , die landfchap en waterenvergieren ; en byfonder van vis-fen , kruipende gedierten , vo-gelen en kleen gevleugelte on-derwij fmge gedaan ; om veeler-hande fchilderyen vermaakelijkte doen voorkomen , en vor-ders is 'er het Stilleven tot nadergebruik van landfchap en zee be-kent gemaakt} en daarna heb-benwe fchitterende lichchaamenbefchouwt , '? Stilleven vanbcom , herfften en aardvrugtenvolbragt j en ten laatften

deviervoetige gedierten en deamenfch op het tonneel gebragt. Nu niein ik niet, dat'er ietsjeoverig is , dat niet met maauge^overpeiniinge en OefFeninge uit"·deefe verklaarde voorwerpenzal konnen gefchildert worden,van menfchen van oordeel ? maarvoor menfchen die geen oordeel heb-


? ïoi Oe Groote Waereldhebben , en maar mannetje aanmannetje leeren maaken, kan 'ernooit genoeg geleert worden,en wy willen zoodaanige niet Veert graag op dit fchilders geregte«?'" noödigen ; alzooze nooit te on-^gtederwijfen zijn j om tot over-der- tuiginge te geraaken , en op ei-k&nit" gen begeerte te leeren ftaan:maar als arme wormen zullenblyven kruipen, zonder nimmer-meer haaren geeft edelmoedig opte beuren. -!Geeft Daarom dan , konftlievendemoét Leeier , wekt in 't leefen van«"ten dit werk , u ligten geeft op, geeiien. [3efc[louwt mcC aandagt de fchil- deragtige

Waereld , ziet doorandere oogen , als de gemee-ne, en onopmerkende menfchende natuire beichouwen ; omop eigene wieken te leeren dry-ven. Toont En wie gy ook moogt zijn,^""i^die deefe verhandelinge leeft,werk/ 't zy gy u tot de Schil^erkonilovergeeft , of die ter loopswilt leeren verftaan } om met hoo-


? in ,t klein gefchildert. 193hooger vermaak de ^ierelijkedingen te befchouwen , of omde verwen hier door wijsbe-geeriger te begrijpen ; ik hoo-pe datge uwe leedige uuren,niet heel onnut zuit verf piltoordeelen: maar eenige winit ge-nieten van deefen onien arre-beid , dat tot een genoegfia-me vergeldinge my gedyen zal.Onderwijlen vaart wel en be- Enmind my , die u dit uit een "f_emcgoethertig geraoet hebbe meedefcheit·gedeelt s en die meer weet,verberge zijn talent niet voorhet menfehelijk geilagt. ? ? ? D E.


? "WAARS CHOUWINGÉ aatfgaattdè ds d r u ? - f ? u ? ? n, ?} Oor 'c afwezen des Autheurs is 'er hier en daarqu2»lijk , of ook met na zijné wijfe gefpclt , en menig-i·:)alen zijn'er twee klinkers voor een gebruikt ; ook zijnde reden-tekens niet al te wel in agt genomen : maar hyzulks ovcrfiaande , cn den veritandigen Lezer biddende,die uit den fin te willen verbeteren , heeft maar de gro-vere druktauten aldus versnderc. IK DE ? ? X T, 20. Blad 8 linie leeft linnen. 35, bl. 18. Inleeft Ami«cttlaas en "Premnl.* Verijfen. 38. bl. 38. ? leeft bruinrood ,en aldus overal, daar't als twee koleuren voorkomt.

39-bl.). 1, dog nc/g leeft nog 40. bl. 16.1. leeft dit nogtans.46. bl. 24. 1. leeft 12. in plaats van'in. 50. bl. 25. 1,leeft moet Kierden. 51. bl. 4. 1. leeft èHs hy. let ook evente voren óp de redentekens. 61. bl. 26. 1. leeft verfehie-ten. 67. bl. 6. 1. leeft krijgtmen. 75. bl. 27. 1. leeft lageren niet hogef- 76. bl. 28. 1- uit, leeft wit. S8. bl. 1. 7.leeft van veelerlty aard. 1. 24. 25. annatén leeft slmiaar.S9. bl. 7. 1. fehrijvcn doft uit. 92. bl. 26, leeft resat fwart'er onder , »J ére. 96. bl. 11. 1. ieeft fru;tfttek.kfn 1. 18. leefteen foorte. 99·' bl- 11. 1. leeit hoppe. 130. bl. 1. 4. in detijtel, voorts 1. ic.'of 3. in de Tcxt, en ook 'c 191. bl,17. 1.

leeft kefter. 149- bl. 19. 1. leeft fnotperyen. 154. bl,39. 20. 1. leeft onvergelijkelijk: 162. bl. 10.). leeft konnen.166. bl: 27.1. leeft toom 175.bl.22.!. leeft dieven. 177. bl.16. 1. leeft aUmèmj. 1S0. bl. 1. 22. leeft en wc van dag,381. bl. 12.I. leeft den dag. 185. bl. 11. 12. leeft krombmd.3. 25. leeft voorland, daar»\ 189. bl. 1. 21. leeft voorvalt.192. bl. 9. 1. leeft leenen. 1. 16. leeft u eigen geeft. AAN DE KANT. 5. Blad leeft fteffm van. 9; bl. r.a fchulpwit doet uicfcBldert. 39. blad. te vinden moet onder "c voorgaardefïaan. 56. bl. leeft heldere logt. 6. Boek in ,'r 7. iïoofr."deel is de kant aanwijzinge >ergeten.


? CATALOGEvan Neerduytfe Boeken en Soi*~teringe die by Jof.nnei en Gillis Janffonius van'Waesbiïge 7.jn gedrukt, of nevens veeleandere in quantiteit by haer zyn te bekomen.Brenethii, Medicyne der ziele. 8.^AmyraUi, Staat der Gelovigen. 8.Aenmerkingen om Soet water in Amfter-dani te brengen. 4. " B. ? Rachslii, Gefcbiedeniflèn onfes tyds, met Fig.Bekkers nieuwe manier van Fortificatie. 8. Befchryvinge van Guajana of van de koude enwarme Landen. 4. Beurt de Groote Waereld in'tkleengefchildert,of Schilderagtig Tafereel van 's Weerelds Schil-deryen, verklarende de Hooftverwen en

haremengelingen in Oly. 8. Bucani Chriftelyke Inllitutien. 4. Browns Werken, behelfendë de algemeene dwa-lingen des Volks, de Godsdienft eens Genees-meeiters, de Kruykbegravenis , den Lufthof ' van Cyrus oir" den vyFregeligen Ruyt en Men-gel-ftoflen. 4. Bontempr tegen de Wéderdoopers. 12. Bruchii, Scherm-en Wapenkonft. 4. met FigurV Brink, Geeftelyk Huwelyk. 12. C.


? Coapert Werken, fol. Curieufe Aenmerkingen van . Ooft en Weftindien,met figuren, door Si won de Frist, in 4. dee-len. Compendium Euclidis Curiofi of Meetkonftig Paf- ferwerk. 4.Corpus Juris Militaris. 8.T~\ ^Ailk, twintig uytgelefene Predicatien. 8.Dans Poetijcbe Werken , als Thyrfis Minne-wit en Minnedichten, n. metFig.? Uclidet vyftien Boeken, vertaelt door Schoo-ten 12. - - - - Danicus, ofte Paflèrwerk. 4.Efenius Catechifatie tegen de Sociniaanfche Dwaalingen. 8.Epijccpii Antwoort op de proeven van Heida- nus. 4.Examen der Chirurgie. 8.U 0urniers Veftingbouw met Figuren. 12.A ïocam Vlucht

uyt Babel. 8.JIJ Eyde, Ontledinge des Moffels, nieuw lichtder Apothekers , en eenige MedicinaleWaernemingen. 8. Figur.Helvetius tegen de Cartefianen en Spinofiften. 8.Helment Gcdagten over de Natuurkunde. 12.Hoornbeek Euthanafia of Welftervens-konft , en Riveti Goeden Ouderdom en laefte uuren. 8.Hulfii Hiftorie van hetLyden Ghrifti. 8.TT" Ircheri Onderaardfe Werelt. fol. 2. deelen,met Figuren. ----Verheerlijkt China, met figur. fol. Fioningfem Gelukkige Sreênkonft. 8.Koninklyke verdediging van Koning Karei dc eerfte. 8.? ^Ansbergens Aftrolabium. 4. -----Van 't Quadrant. 4, -----

Dagelykfen omloop des Aerdkloots. 4. Leven


? teven en bedryf van Willem, Maurits, es Fre-drik Hendrik Pïincen . van Orangien. fol.z. deelen met figuren. jLhnt Kleine Werelt. 4. " ? verwoëft Sina. met fig, 11. Molkrus van 't Lyden Chrifti. n. ------Voorbereiding ter Dood. 1 z. Mobr Euciider Danicut of Meetkundige Werk-takken van de Perfpe&iveenSonnewyfers. 4. 'Moulin Nieuwigheit des Paufdoms. 4. Oproer in 't Ryk van den grooten Mogol, ne-vens een particuliere befchryvinge van hetfel-ve Ryk, door Bernièr, met figuren, iz. ? ^dffcndorff Krygshandel der Grieken en Ro- ' meinen, met figuren, fol. Pearfon, over 't Geloof. 4. Ficart Antiquiteiten

van Drent. 4. Petterr Worltelkonft. 4. met figuren. Pfalmen Davids Luyters , in rym gebragt doorWillem van der Haagt. Placcaatboeken van de Staten van Hollant enWeftvrieflant. fol. z. deelen. ---------Van de Staten Generaal mee1 deelen fol. C Cboof Theatrum Grammaticale , met defièlfs ^ verklaarboek , om in korten tyd Latyn teleeren. 8. Ssnekaat Sedige Werken, in drie deelen. 8. . Scepcri Schatboek voor de Krankbefoekers. 4. Sixti Trooftryke fonteine der Saliglieit. 4. Spanhmii Regifter der Verfchillen van de Chri-flelyke Religie met de Grieken , Oolterfe»Joden , Socinianen , Menniften ,

Lutherfen,Remonftranten en andere. 8. Schuurman van de Huwelyken en der felverContraéten. 4. Swuboomt Saanlandfe Arcadia, iz. ?' ? 'I'ee-


? i )o2ö54. ittlC T"1 Eelinfo Werken in drie deelen. 4.? Traudenii Tydfifter. 4.\7Erdediging van de hedendaagfe manier van* Philofopheeren. 4. d'Oude Spraak-konft verworpen , ofte een be~quaam onderwijs om de Franfe Taal wel téleeren. 8. Licht der Kerkelijke en Wereltlyke Hiftorien,dér Aaloude bekende Weereld met fchooneKaarten verciert. fol.Voet Oorfprong van 't gedacht der Heeren van Brederode. 4.Vocabularium Spaans en Duyts. 8.Vreefmijk* Chimijcke en Medicinale werken, be-helfende het Cabinet der Mineralen, metdei-felfs vervolg , ofte de Goude Son der Philo-fophen.

Goude Leeuw, ofte Afyn der Wyfen.Vervolg van de Goude Leeuw , ofMedicyne der Philofophen.Roode Leeuw, of het Sout cler PhiiofophemGroene Leeuw, of het Licht cler Philofophen.'Het licht der Matte of glans der Sonne.Silvere Rivier ofte Konings Fontein.Vdetnant Koopmans Roer. 4.VU Bits Geneesmiddelen. 2. deelen. 8.** — Van de Fermentatie. 8.Witte tegen de Socinianen. 4. ? ? ? D E,

Powered by TCPDF (www.tcpdf.org)

More magazines by this user
Similar magazines