werkbladen met antwoorden - Het Groene Wiel

groenewiel.nl

werkbladen met antwoorden - Het Groene Wiel

Energiegebruik op melkveebedrijven.

Melkveebedrijven gebruiken energie: elektriciteit, diesel en gas. Je kunt dat gebruik

verdelen in twee groepen: direct en indirect.

Direct energiegebruik:

Dit is de energie die de boer zelf gebruikt en waarvoor hij zelf de rekening betaalt.

Voorbeelden:

• Elektriciteit voor: verlichting, de melkmachine, de koeling van de melktank.

• Diesel voor de tractor en de shovel.

• Gas voor de verwarming.

Indirect energiegebruik:

De energie waarvoor de boer niet zelf de energierekening betaalt. De boer koopt ergens

anders apparaten, materialen en producten die hij nodig heeft in het bedrijf. Deze moeten

gemaakt en vervoerd worden. Dat kost energie. Voorbeelden van indirect energiegebruik

zijn:

• Energie voor het maken van de tractor en de melkmachine.

• Energie voor het maken en transporteren van veevoer en kunstmest

• Energie voor het maken en transporteren van melk en vlees naar de fabriek.

De energieprijs van de melk

In de prijs van de melk zitten ook de energiekosten verwerkt. Om die te berekenen moet je

het totale energiegebruik (direct + indirect) delen door de totale hoeveelheid

geproduceerde melk. Dan weet je hoeveel energie het produceren van één liter melk kost.

Het Groene Wiel 2009


In de grafiek kun je het energiegebruik van de gangbare (gewone) en de biologische

veehouderij vergelijken. (kWh is de maat voor energie)

Energie nodig voor het produceren van

1 liter melk in kWh.

2,5

2,0

1,5

1,0

0,5

0,0

Gemiddeld Gemiddeld energiegebruik energiegebruik veehouderij

veehouderij

gewoon biologisch

Soort Soort Soort veehouderij veehouderij

veehouderij

indirect energiegebruik

direct energiegebruik

indirect energieverbruik: energie voor het maken van tractor en machines, voor maken en

transporteren van veevoer, kunstmest, melk enz

direct energieverbruik: energie voor verlichting, koeling enz

Vraag 1

Welk energiegebruik is lager op een biologisch bedrijf dan op een gewoon bedrijf?

Direct of indirect? ___indirect____________

Vraag 2

Overleg met de groep van voeding.

Lees nog eens het stukje over indirect energiegebruik en de voorbeelden die er staan.

Wat hebben krachtvoer en energieverbruik met elkaar te maken?

Antw: Je gebruikt (indirecte) energie om van onder andere graan, brokjes krachtvoer te

produceren/maken. En ook heb je energie nodig om het krachtvoer te transporteren.


Voeding

Het natuurlijke eten van de koe is vers en mals gras. Een koe eet wel zestig kilo per dag.

De wei in

De biologische melkveehouder laat zijn koeien het liefst zo lang mogelijk in het weiland

grazen. Zodra het weer dat toelaat, ongeveer vanaf april, gaan ze de wei in. In oktober of

november zet de boer zijn koeien weer op stal. Een biologische koe moet minstens 120

dagen per jaar in de wei staan.

Voer

In de wei eten koeien gras, maar ook klavers en kruiden. In

de winter, wanneer de koeien op stal staan, eten ze vooral

kuilgras. Kuilgras is het gras dat de boer in het voorjaar heeft

gemaaid uit zijn wei. Het gras ligt nog een paar dagen in de

zon te drogen, maar blijft wel mals en vochtig. Dan wordt het

in balen geperst en in plastic gerold. De boer kan het zo

bewaren als voervoorraad voor de winter.

Krachtvoer wordt in de fabriek gemaakt van onder andere granen. Het is voer met extra

voedingsstoffen. De koe krijgt het in de vorm van brokjes

In de winter krijgen de biologische koeien vooral kuilgras, hooi, maïs en voederbieten.

Niet biologische koeien krijgen meer krachtvoer.

Waar komt het voer vandaan?

De biologische melkveebedrijven verbouwen het voer voor hun koeien zoveel mogelijk zelf.

Er is dus ook land nodig om bijvoorbeeld maïs of voederbieten te verbouwen. Om gewassen

te verbouwen moet de bodem vruchtbaar zijn. Daarom voegt de boer mest toe. Biologische

bedrijven gebruiken geen kunstmest, maar de mest van hun eigen koeien. Daar hebben ze

veel van, want een koe poept en piest 100 kilo mest en urine per dag. Gangbare bedrijven

gebruiken ook kunstmest om het gras beter te laten groeien. Kunstmest zijn korrels waarin

voedingsstoffen voor planten zitten.

Het kost extra energie om kunstmest te maken en te transporteren

De gangbare melkveebedrijven willen zoveel mogelijk melk verkopen. Zij hebben daarom

meer vee op zijn land. Omdat zij minder land hebben per koe dan nodig is om ze voldoende

te voeden moet zij veevoer inkopen. Het vee krijgt voer uit verre landen, zoals Thailand en

Brazilië. Dat komt omdat veevoer uit het buitenland veel goedkoper is dan veevoer uit

Nederland. Het transport kost wel veel energie.


Vraag 1

Wat zijn de belangrijkste verschillen tussen het voer van koeien op een gangbaar bedrijf en

op een biologisch bedrijf?

Gangbaar bedrijf: goedkoop krachtvoer afkomstig uit het buitenland.

Biologisch bedrijf: vooral voer dat de boer zelf verbouwd.

Vraag 2

Overleg met de groep van energie.

Wat hebben krachtvoer en energieverbruik met elkaar te maken?

Antw: Je gebruikt (indirecte) energie om van onder andere graan, brokjes krachtvoer te

produceren/maken. En ook heb je energie nodig om het krachtvoer te transporteren.


Rassen

In Nederland worden veel koeien gehouden, soms voor het vlees, soms voor de melk.

Hiervoor worden verschillende soorten koeien gebruikt: vleeskoeien en melkkoeien. Dit

noemen we verschillende koeienrassen. Koeienrassen speciaal voor het vlees komen

meestal uit het buitenland. Voorbeelden daarvan zijn de Belgische Witblauwe en de Franse

Limousin. Nederland was en is een melkkoeienland.

Gangbare melkveehouderij

Op een gangbaar melkveebedrijf wil de boer dat de koeien zoveel mogelijk melk geven. De

boer zoekt naar rassen die veel melk geven. Hier lopen vooral Holstein-Friesian koeien. De

melk van dit ras heeft de hoogste vet- en eiwit-inhoud ter wereld. Dat betekent dat de

kwaliteit van de melk erg goed is. Om veel van deze goede melk te kunnen produceren,

hebben de koeien naast gras ook veel krachtvoer en maïs nodig. Krachtvoer, in de vorm

van koeienbrokken, levert veel energie en eiwitten. Dit komt niet van het eigen bedrijf maar

wordt gekocht. Bij een tekort aan dit voedsel krijgen de koeien te weinig energie en

eiwitten. De koeien verzwakken dan, geven minder melk en krijgen problemen met hun

gezondheid.

een Holsteiner-Friesian koe

Biologische melkveehouderij

Een van de bekendste melkveerassen is de Holsteiner-

Friesian. Het is het meest verspreide ras ter wereld.

70% van de Nederlandse koeien zijn Holsteiner-

Friesians. De buik en poten zijn vooral wit en de rug en

zij vooral zwart of rood.

Op een biologisch melkveebedrijf wil de boer zijn koeien zo natuurlijk mogelijk voeren. Een

koe die in het wild leeft, eet vooral gras. Daarom krijgen biologische koeien voornamelijk

gras te eten. De boer zoekt naar rassen die goed kunnen leven van de opbrengst van het

eigen weiland.

De Holsteiner-Friesian koeien op een biologisch bedrijf produceren minder melk, omdat ze

te weinig krachtvoer krijgen. Sommige biologische melkveehouders hebben daarom andere

koeienrassen.

Een voorbeeld hiervan is de Blaarkop. Deze koe is

zo genoemd, omdat ze een zwarte of rode ring

(blaar) rond elk oog heeft. Blaarkoppen

produceren minder melk dan Holsteiner-Friesian

koeien. Maar de Blaarkop staat er wel om bekend

dat ze lang en gezond leeft.

Het is moeilijk te zeggen welke rassen het meest

geschikt zijn voor een biologisch bedrijf. Elke boer

heeft zijn eigen voorkeur. Op biologische

een Blaarkop met kalf

bedrijven lopen vaak verschillende koeienrassen

bij elkaar. Meestal is het een combinatie van Holstein-Friesian koeien en een ander ras.

Door het fokken met verschillende rassen hoopt men sterkere dieren te krijgen die ook

goed produceren.


Vraag 1

De Blaarkop is een sterk ras. Wat is haar nadeel?

De blaarkop geeft minder melk.

Vraag 2

Overleg met de groep van kalfje tot koe.

Waarom geven biologische koeien minder melk dan gangbare koeien?

Er worden bij biologische bedrijven vaak rassen gebruikt die minder melk produceren maar

wel gezonder zijn zoals het Blaarkop ras. Bij biologische boeren krijgen de koeien minder

krachtvoer en daardoor geven ze ook minder melk. In krachtvoer zit energie en eiwitten die

de koeien nodig hebben voor het produceren van veel (goede) melk. Sommige biologische

koeien mogen hun kalven nog (langer) bij zich houden waardoor een deel van de melk die

de koe geeft naar het kalf gaat en er dus minder melk overblijft om te verkopen.


Natuur op de boerderij

Vraag 1

Deze tekst gaat over verschillen in de natuur op biologische en gangbare

veehouderijbedrijven.

Onderstreep met groen de zinnen die over een biologisch bedrijf gaan. Zet een blauwe

streep onder zinnen die over een gangbaar bedrijf gaan.

Nuttige en schadelijke insecten

Koeien eten naast gras ook andere gewassen,

bijvoorbeeld maïs en granen. Deze gewassen

hebben last van schadelijke insecten zoals

bladluizen en rupsen. Bladluizen zuigen

plantensappen op en brengen ook ziektes over.

Op gewone (gangbare) bedrijven gebruikt men

chemische bestrijdingsmiddelen tegen de

schadelijke insecten. Die chemische middelen

werken heel goed. Het nadeel ervan is, dat ze

vaak álle insecten doden. Dat is jammer, want

sommige insectensoorten zijn juist heel nuttig.

Lieveheersbeestjes bijvoorbeeld eten veel luizen.

We zeggen dat lieveheersbeestjes natuurlijke

vijanden zijn van de bladluizen. Omdat op de

gangbare boerderij de natuurlijke vijanden ook dood gaan, moeten daar steeds opnieuw

chemische middelen gebruikt worden.

Een biologische bedrijf mag geen chemische bestrijdingsmiddelen gebruiken. De biologische

boer probeert zoveel mogelijk natuurlijke vijanden in zijn gewassen te krijgen. Daarbij helpt

het dat er veel stukjes natuur tussen de akkers en de weilanden liggen. De natuurlijke

vijanden kunnen de schadelijke insecten voor de boer opruimen. Meestal lukt dat niet zo

goed als met chemische bestrijdingsmiddelen. Daarom heeft een biologische boer meestal

een lagere oogst en dus minder opbrengst.

Meer planten en dieren

Op een biologisch bedrijf vind je soms wel tot

vijf keer zoveel plantensoorten dan op een

gangbaar bedrijf. Dit komt doordat

biologische boeren natuurlijke mest en geen

chemische bestrijdingsmiddelen gebruiken.

Het komt ook doordat op een biologisch

bedrijf meestal meer stukjes natuur tussen

de akkers en de weilanden liggen.

Een biologisch bedrijf verbouwt meer soorten

gewassen. Meer soorten planten betekent

dat er voedsel is voor meer soorten dieren.

In weilanden van een biologisch bedrijf lopen minder koeien per hectare dan bij een

gangbaar bedrijf. Ook wordt er op biologische bedrijven pas later in het jaar gemaaid. Dat

zorgt ervoor dat weidevogels op een biologisch bedrijf meer kans hebben om hun eieren uit

te broeden en hun jongen groot te brengen.

Vraag 2

Waarom zijn stukjes natuur belangrijk voor een boer op een biologisch bedrijf?

Doordat er meer natuur is, zijn er meer natuurlijke vijanden van schadelijke insecten. De

natuurlijke vijanden eten deze insecten en zorgen dat er minder schade aan het gewas

optreedt.


Vraag 3

Vraag 4:

Maak deze vraag samen met de kringloop groep.

Ik verwacht meer weidevogels, zoals de grutto hiernaast, op

een gangbaar/biologisch (streep het foute woord door)

bedrijf, omdat:

… er meer natuur is en daardoor meer voedsel beschikbaar is.

Bovendien is er meer nestgelegenheid.

Waarom is het voor de natuur beter als er een natuurlijke kringloop is op het bedrijf?

Antw: Dan kan je meer variatie in planten en dierensoorten krijgen. Dan hoeven er geen of

minder chemische bestrijdingsmiddelen gebruikt te worden omdat er meer natuurlijke

vijanden op het stuk grond kunnen leven. Er gaan dan geen of minder voedingsstoffen

verloren, de grond is dus rijker en ziekteverwekkers hebben door de variatie minder kans.

____________________________________________________________________


Huisvesting

Koeien hebben er een hekel aan om alleen te staan.

Het zijn kuddedieren.

Binnen de kudde heeft elke koe een plek in de rangorde. Deze

rangorde bepalen koeien door elkaar te duwen en te stoten. Als

koeien te weinig ruimte hebben, voelen ze zich bedreigd en gaan

ze hun plek in de rangorde verdedigen door te vechten. Voor de

rust in de kudde is het dus belangrijk dat koeien zowel binnen als

buiten genoeg ruimte krijgen.

Regels voor de huisvesting

Biologische melkveebedrijven mogen maximaal 1 koe per halve hectare land hebben.

(een halve hectare is ongeveer zo groot als een voetbalveld). Een koe moet minstens 120 dagen per jaar

in de wei staan en minstens 6 m 2 stalruimte hebben. In de stal moet daglicht en frisse lucht zijn en voor

elke koe een droge en schone plek met stro of zaagsel, waarop zij zacht kan liggen.

Gangbare bedrijven zullen ook proberen te zorgen dat koeien genoeg ruimte hebben zodat ze niet de

hele tijd vechten. Meestal zal er daglicht en frisse lucht zijn.

Ook gaan de koeien op de meeste gangbare bedrijven wel naar buiten. Maar dat hóeft niet.

Ongeveer 8% van de koeien blijft het hele jaar op stal. Op gangbare bedrijven gelden namelijk geen

regels voor huisvesting.

Soorten stallen

De meeste melkkoeien in Nederland staan in een

ligboxenstal ligboxenstal. ligboxenstal Hier kunnen ze vrij rondlopen en naar behoefte eten.

De koeien lopen op betonnen roosters waardoorheen mest en

urine in een mestput vallen. Iedere koe heeft haar eigen

ligplaats of ligbox, met metalen buizen er tussen. In de ligbox

ligt strooisel (zaagsel of stro) en een rubberen mat of

waterbed.

In een grupstal grupstal staan de koeien vastgebonden naast elkaar.

Achter hen loopt een goot, de ‘grup’. Mest en urine van de

koeien komen in de grup en worden afgevoerd naar de

mesthoop of mestkelder. Minder dan 10% van het melkvee in

Nederland staat in een grupstal.

In de potstal staan de koeien op een laag stro over het

beton, waardoor dit een zachtere bodem wordt. Ze laten

hun mest op het stro vallen. De boer gooit

regelmatig een nieuwe laag stro in de stal. De

bodem van stro en mest wordt zo steeds hoger. De

mest wordt opgepot. Eén of twee keer per jaar haalt

de boer de mest weg naar zijn land. 1% van de

melkkoeien in Nederland staat in een potstal. Dit zijn

vooral biologische bedrijven.

Vraag 1

Als jullie een koe zouden zijn. Welke stal heeft dan jullie voorkeur? Leg uit waarom.


Vraag 2

Overleg met de groep van gezondheid.

Hoe heeft de soort huisvesting invloed op de gezondheid van koeien?

De huisvesting heeft invloed op de hoeveelheid beweging die het dier krijgt en hoe goed de

conditie van het lichaam/de poten is. De poten van de koeien kunnen kreupel(mank)

worden als de koe te veel over een te harde grond loopt en de klauwen kunnen slijten en

infecteren als ze te veel over beton lopen. Afhangend van de soort stal waar de koeien

staan en lopen hebben ze sneller (grupstal) of minder snel (potstal) last van hun klauwen

(hoeven) en poten. Bij de grupstal ligt er weinig stro op het beton. Bij een potstal is dit veel

meer stro (en stront) waardoor de poten en klauwen meer beschermd worden.

In een potstal hebben de koeien ook meer ruimte om te bewegen dan in een grupstal

waardoor dit heeft ook invloed op de gezondheid van de poten (spier ontwikkeling).


Kringloop

In de landbouw bestaat er een natuurlijke kringloop. De kringloop ziet er zo uit: Het vee

produceert mest. De mest wordt verspreid over het land. Dit zorgt voor voedingsstoffen

voor gewassen die op het land verbouwd worden. Deze gewassen zijn het voedsel voor

mensen en voor vee. Vee produceert dan weer mest, enzovoort. Zo sluit de natuurlijke

kringloop.

Verstoring

Er zijn verschillende dingen die de

natuurlijke kringloop verstoren.

Bijvoorbeeld het gebruik van

kunstmest en van chemische

bestrijdingsmiddelen. Chemische

bestrijdingsmiddelen zijn door de

mens gemaakt en giftig voor een

aantal soorten planten, dieren en

schimmels.

Kunstmest zijn korrels die in een fabriek gemaakt worden.

In de korrels zitten meer voedingsstoffen voor planten dan in gewone mest.

Gras en granen groeien dus beter met kunstmest. Boeren die kunstmest gebruiken, houden

de gewone mest van hun vee over. Er ontstaat een overschot aan gewone mest.

Dit wordt het mestprobleem genoemd.

Gangbare boeren gebruiken chemische bestrijdingsmiddelen om onkruid en ziekten in de

gewassen te bestrijden. Het nadeel is dat chemische bestrijdingsmiddelen niet goed zijn

voor de natuur. In Nederland wordt de natuurlijke kringloop ook op een andere manier

verstoord: door het gebruik van veevoer uit het buitenland. Dit voer is veel goedkoper dan

veevoer uit Nederland. Om de kringloop niet te verstoren zou de mest eigenlijk over de

akkers in het buitenland verspreid moeten worden, daar waar het veevoer vandaan komt.

Maar dat gebeurt natuurlijk niet. Die mest blijft in Nederland. Dus wordt het overschot aan

mest nog groter.

Kringloop bij de biologische en de gangbare boer

Bij de biologische melkveehouderij is de natuurlijke kringloop erg belangrijk.

De koeien maken deel uit van de kringloop.

Biologische boeren gebruiken geen kunstmest, maar de mest van de eigen koeien.

Om de natuurlijke kringloop zo goed mogelijk te sluiten, verbouwen de biologische

veehouders een deel van hun veevoer zelf. Ook is het aantal dieren dat een biologische

boer mag hebben, gekoppeld aan de hoeveelheid grond. Hij mag niet meer dan twee koeien

per één hectare grond hebben (één hectare is ongeveer 2 voetbalvelden). Zo kan er nooit

teveel mest komen.

In de biologische landbouw worden geen chemische bestrijdingsmiddelen gebruikt.

De biologische boer werkt samen met de natuur, om ervoor te zorgen dat de gewassen niet

ziek worden. Onkruid wordt met de hand of met een machine weg geschoffeld.

Voor de gangbare melkveehouder is de natuurlijke kringloop minder belangrijk. Hij wil

zoveel mogelijk melk verkopen en heeft daarom meer vee op het land. Om een zo hoog

mogelijke opbrengst te krijgen van dit land gebruikt hij kunstmest en chemische

bestrijdingsmiddelen.

Vraag 1

Stel: Een biologische melkveehouder heeft geen land om gewassen te verbouwen.

Zijn buurman heeft een biologisch akkerbouwbedrijf. Hoe kunnen deze boeren/buren

samenwerken om de natuurlijke kringloop te sluiten?

De ene boer kan een deel van zijn mest aan de andere boer geven en die boer geeft een

deel van zijn gewassen in ruil aan de eerste boer.


Vraag 2:

Overleg met de groep natuur op de boerderij.

Waarom is het voor de natuur beter als er een natuurlijke kringloop is op het bedrijf?

Antw: Dan kan je meer variatie in planten en dierensoorten krijgen. Dan hoeven er geen of

minder chemische bestrijdingsmiddelen gebruikt te worden omdat er meer natuurlijke

vijanden op het stuk grond kunnen leven. Er gaan dan geen of minder voedingsstoffen

verloren, de grond is dus rijker en ziekteverwekkers hebben door de variatie minder kans.


Gezondheid

Alle boeren proberen met goede voeding, verzorging en leefomstandigheden hun koeien

gezond te houden. Toch wordt een koe wel eens ziek. Boeren op biologische en gangbare

bedrijven gaan op een verschillende wijze met de gezondheid van hun koeien om.

Ze maken andere keuzes om ziekten te voorkomen én om ziekten te genezen.

Voorkomen van ziekte

Op gangbare bedrijven geeft men vaak medicijnen aan de koeien, ook als ze nog niet ziek

zijn. Ze worden uit voorzorg ingeënt tegen ziekten. De boeren hopen dat de dieren hierdoor

gezond blijven en goed melk blijven produceren.

Biologische bedrijven gebruiken geen medicijnen uit voorzorg. Ze kiezen vaak voor rassen

waarvan de dieren niet zo snel ziek worden.

Gebruik van medicijnen

Op gangbare bedrijven krijgt een zieke koe bijna altijd medicijnen. Maar als een biologische

koe ziek wordt, gebeurt dat niet altijd.

Biologische bedrijven moeten zo weinig mogelijk medicijnen gebruiken, anders mogen ze

hun melk niet biologisch noemen.

Eén reden is dat de medicijnen via de mest of urine in het milieu terecht kunnen komen.

Bijvoorbeeld: ontwormingsmiddelen doden de wormen in de koe, maar zijn ook giftig voor

allerlei insecten en vissen. Als de koe het restje medicijn uitplast, kunnen de vissen in de

sloot naast het weiland daar dood van gaan.

Een tweede reden heeft met resistentie tegen geneesmiddelen te maken. Als de koeien

teveel medicijn krijgen, ‘leert’ de ziekte het medicijn te weerstaan. Dit betekent dat het

medicijn dan niet meer werkt om de bacteriën te doden. De bacteriën worden immuun. De

biologische boer gebruikt dus zo weinig mogelijk geneesmiddelen die schadelijk zijn voor de

natuur. In plaats daarvan gebruikt hij middelen die je in de natuur kunt vinden tegen

ziekten. Die natuurlijke middelen werken minder goed, maar zijn niet schadelijk voor het

milieu.

Veel voorkomende ziekten

Op gangbare bedrijven lopen de koeien vaak op beton. Door het beton slijten de hoeven

snel, waardoor de koeien kreupel worden.

Koeien op biologische bedrijven hebben vaker uierontsteking dan koeien op gangbare

bedrijven. Dit heeft twee redenen:

1. Biologische koeien worden ouder en een oude koe heeft vaker last van haar uier dan

een jonge.

2. Biologische koeien worden niet met medicijnen drooggezet. Droogzetten betekent dat

de koe een tijd geen melk geeft.


Vraag 1

Waarom geeft een biologische boer zijn koe niet zo vaak medicijnen als een gangbare boer?

Zodat het milieu niet door de urine word beschadigd.

En omdat er een resistentie voor het medicijn kan komen waardoor het niet meer werkt.

Vraag 2

Vul in:

Een koe op een gewoon (gangbaar) bedrijf heeft minder last van uierontsteking omdat:

Want ze leven minder lang en krijgen meer medicijnen. _________________________

Vraag 3

Overleg met de groep van huisvesting.

Hoe heeft de soort huisvesting invloed op de gezondheid van koeien?

De huisvesting heeft invloed op de hoeveelheid beweging die het dier krijgt en hoe goed de

conditie van het lichaam/de poten is. De benen van de koeien kunnen kreupel worden als

de koe te veel over een te harde grond loopt en de klauwen kunnen slijten en infecteren als

ze te veel over beton lopen. Afhangend van de soort stal waar de koeien staan en lopen

hebben ze sneller (grupstal) of minder snel (potstal) last van hun klauwen en benen. Bij de

grupstal ligt er weinig stro op het beton. Bij een potstal is dit veel meer stro (en stront)

waardoor de benen en klauwen meer beschermd worden.

(In een potstal hebben de koeien ook meer ruimte om te bewegen dan in een grupstal

waardoor dit ook invloed heeft op de gezondheid van de benen (spier ontwikkeling).)


Van kalfje tot koe op het melkveebedrijf

Boeren hebben melkkoeien voor de productie van melk. Een koe geeft alleen melk als ze

een kalfje heeft. Daarom zorgt de boer dat de koeien elk jaar een kalfje krijgen.

Zwangerschap

De koe wordt zwanger gemaakt door een stier, of door kunstmatige inseminatie (KI).

Dat betekent dat de boer of de dierenarts stierensperma in de koe stopt.

De draagtijd (zwangerschap) duurt negen maanden. Vlak voor de geboorte van het kalf

brengt de boer de koe naar een speciale ruimte, een afkalfbox. Daar kan ze rustig bevallen.

Vaak is deze box vlak naast de melkveestal zodat de koe ook contact met haar

kuddegenoten houdt.

Kalf

Op de meeste bedrijven wordt het kalfje al snel na de geboorte bij

de moeder weggehaald. De boer wil niet dat het kalfje bij de koe

blijft, omdat hij de melk van de koe wil verkopen. Hij wil dus niet dat

het kalf alle melk opdrinkt. Het dier wordt dan naar een schoon hok

met stro gebracht. Daar krijgt het de eerste dagen 'biest'. Dit is de

een pasgeboren kalfje eerste melk van de koe. Het is heel voedzaam en bovendien bevat

het onmisbare stoffen die het kalf helpt beschermen tegen ziekten.

Een paar dagen later krijgt het kalf kunstmelk te

drinken, gemaakt van melkpoeder. Na een paar weken

eet het kalf al wat brokjes en knabbelt het op hooi.

Kalveren zitten dus meestal de eerste week alleen.

Daarna zitten ze bij elkaar in een aparte kalverstal. Een

deel van de vrouwelijke kalveren blijft op het bedrijf en

wordt melkkoe. De stiertjes gaan naar een mesterij als

vleeskalf, of worden dekstieren. Een dekstier wordt

gebruikt om koeien zwanger te maken.

de kalverstal

Op sommige biologische bedrijven blijven de kalfjes wel

bij hun moeder. Deze boeren denken dat dat beter is

voor de koe en voor het kalf. Ze denken dat de dieren zich fijner voelen, en dat het kalf

gezonder is. Deze boeren houden dan wel minder melk over om te verkopen.

Levensloop van een koe

koeien in de stal

Een pasgeboren kalf weegt ongeveer 40 kilo. Het kalf

groeit snel en na een jaar weegt het ongeveer 350 kilo.

Het heet dan pink. Als een pink ongeveer anderhalf jaar

is, wordt ze zwanger gemaakt. Zodra een pink een kalf

heeft gekregen noemen we haar vaars. Ze is dan twee

jaar en weegt ongeveer 500 kilo. Pas nadat ze voor de

tweede maal een kalf heeft gekregen noem je haar een

koe. Na nog ongeveer vier jaar is ze volgroeid en weegt

ze ongeveer 600 kilo. Dat is heel wat, ongeveer net zo

zwaar als vijftien kinderen van elf jaar bij elkaar. Bij een

stier vergeleken is het echter nog maar een

lichtgewicht(e), want die kan wel 1000 kilo wegen!

Melken

Een koe wordt twee keer per dag gemolken. Vlak nadat de koe gekalfd heeft, geeft ze de

meeste melk.

Na vijf weken kan ze wel zo'n vier emmers per dag geven. Na ongeveer tien maanden stopt

de melkgift weer. De koe "staat dan droog" en ze wordt niet meer gemolken.

Dat kan vanzelf gaan. De boer kan ook met medicijnen de melkgift stop zetten.


Vraag 1

Voor de koe is dit ook wel nodig. Haar uiers moeten

rust hebben. Pas als ze een nieuw kalfje heeft, geeft

ze weer melk.

Een biologische koe geeft gemiddeld 20 liter melk

per dag en een gangbare koe gemiddeld 28 liter per

dag. Sommige koeien geven tijdens hun leven meer

dan 100.000 liter melk!

Een koe blijft meestal zes of zeven jaar op de

boerderij. Daarna geeft ze te weinig melk, heeft ze

een ziekte aan haar uier of kan ze geen kalfje meer

krijgen. De boer verkoopt haar aan een handelaar

en die verkoopt haar aan een slachthuis.

Zet in de goede volgorde van jong naar oud: vaars – koe – kalf – biefstuk – pink

Kalf-pink-vaars-koe-biefstuk

Vraag 2

een koe wordt gemolken

Overleg met de groep rassen.

Waarom geven biologische koeien minder melk dan gangbare koeien?

Er worden bij biologische bedrijven vaak rassen gebruikt die minder melk produceren maar

wel gezonder zijn zoals het Blaarkop ras. Bij biologische boeren krijgen de koeien minder

krachtvoer en daardoor geven ze ook minder melk. In krachtvoer zit energie en eiwitten die

de koeien nodig hebben voor het produceren van veel (goede) melk. Sommige biologische

koeien mogen hun kalven nog (langer) bij zich houden waardoor een deel van de melk die

de koe geeft naar het kalf gaat en er dus minder melk overblijft om te verkopen.

More magazines by this user
Similar magazines