Koppelkracht Maastricht - Trajekt

koppelkracht.trajekt.nl

Koppelkracht Maastricht - Trajekt

Koppelkracht

Samen sterk

1


Decor van Het Nationaal Toneel, Het Derde Bedrijf,

‘De Presidentes’ (Theater aan het Vrijthof)

2

3

Voorwoord 4

Het project 6

De aanpak 12

De mentor 22

De mentee 30

De resultaten 36

Dankwoord 45

Colofon 48


voorwoord

Met veel voldoening kijk ik terug op de afgelopen vier jaren. De jaren waarin

Koppelkracht met steun van het Oranjefonds de kans heeft gekregen om mentoring

een plaats te geven in Maastricht en omgeving.

Ik heb genoten van de mogelijkheid om op een innovatieve wijze een mentorprogramma

te mogen ontwikkelen. Daarbij stond de veiligheid en kwaliteit voor zowel jongeren als

betrokken burgers bij mij op de eerste plaats.

Koppelkracht heeft gezocht naar mogelijkheden om mensen met elkaar te verbinden.

Een verbintenis te arrangeren waar alle partijen voldoening uit konden halen. Het gaf

me energie als ik ‘m weer zag, ‘die vonk in de ogen’, bij een nieuwe koppeling.

Met veel verwondering heb ik dan ook gekeken naar de inzet van burgers, de kwetsbaarheid

van jeugdigen en bevlogenheid van samenwerkingspartners. Mensen die

geloven in ‘iets voor elkaar betekenen’.

Mooie resultaten zijn in de afgelopen jaren geboekt: de jeugdigen haalden hun diploma,

kregen meer zelfvertrouwen, vonden een bijbaantje, haalden betere schoolresultaten,

verhoogden hun sociale vaardigheden, verbeterden hun kennis van de Nederlandse

taal, ontdekten Maastricht en omgeving, vervulden maatschappelijke stages, leerden

gebruik maken van het openbaar vervoer en nog veel meer.

Koppelkracht kent een manier van werken die vandaag de dag steeds meer wordt

ingezet. Er wordt een groter beroep gedaan op de burger zodat wij meer voor elkaar

kunnen betekenen. Het koppelen van mensen die van elkaars kwaliteiten kunnen leren,

daar zit toekomstmuziek in.

4

Samen kunnen we alles!

Katrien Jozephs | projectcoördinator Koppelkracht

5


het project Veel jongeren, zeker niet alleen probleemjongeren,

kunnen een steuntje in de rug gebruiken. Net dat beetje

extra aandacht, dat luisterend oor, die positieve input

die ze de kracht geeft om kansen te zien en te grijpen.

Vanuit die overtuiging startte welzijnsorganisatie Trajekt

in 2008 mentorproject Koppelkracht.

6

Koppelkracht richt zich op jongeren die het risico lopen

om hun (school­)loopbaan voortijdig te beëindigen.

Het gaat daarbij om jongeren tussen 12 en 23 jaar die

wat steun kunnen gebruiken bij het versterken van hun

competenties. Jongeren die niet al te grote problemen

hebben en een duidelijke toekomstgerichte vraag

kunnen formuleren. Jeugdigen die wel wíllen, maar

vaak weinig stimulans en ondersteuning vanuit hun

omgeving ontvangen. Maar ook jongeren met weinig

doorzettingsvermogen en een verminderde motivatie

voor school of werk.

In het project Koppelkracht worden deze jeugdigen niet

op hun tekortkomingen gewezen, maar op hun kracht

en potentieel. Er wordt gewerkt aan hun zelfvertrouwen

en ze worden gestimuleerd en gemotiveerd om aan hun

toekomst te werken. Een toekomst die nu eens niet

somber wordt voorgesteld, maar als een opening naar

kansen en mogelijkheden.

Speerpunt van Koppelkracht is het terugdringen van

schoolverzuim en jeugdwerkloosheid. Met andere

woorden, voorkomen dat jongeren tussen wal en schip

7

raken. Dat lukt dankzij individueel empowerment, de

kwaliteiten van de jongere extra kracht bijzetten. Een

waardevolle aanvulling op het begeleidingssysteem van

jongeren binnen school of werksituatie.

Werken met mentoren heeft al op veel plaatsen en in

diverse contexten goede resultaten opgeleverd. Dat is

eenvoudig te verklaren: jongeren luisteren graag naar

een volwassene aan wie ze een voorbeeld kunnen en

willen nemen. Iemand die met ze meedenkt en niet

vertelt hoe ze het moeten doen. Iemand die luistert

zonder te oordelen. Iemand tegen wie ze alles kunnen

vertellen, een vertrouwenspersoon, een coach. Wekelijks

een uurtje kwalitatieve aandacht kan een wereld van

verschil betekenen.

En dat is precies wat Koppelkracht de jeugdigen biedt:

een gerichte vriendschap tussen mentor en jongere met

de (school­)loopbaan als uitgangspunt. Belangrijk daarbij

is dat mentor en jongere van elkaars ervaringen leren en

kennismaken met de wereld en het netwerk van de ander.

Projecten als Koppelkracht zijn alleen succesvol als zij

berusten op vrijwillige en enthousiaste medewerking van

zowel de mentee als de mentor. Er mag geen dwang of

verplichting achter zitten. Koppelkracht moet duidelijk

worden gezien als een extra aanbod voor jongeren tijdens

hun schoolloopbaan. Mentoring is een aanvullend

instrument dat naast professionele begeleiding kan

worden ingezet.


Doelstellingen en gewenste resultaten:

• Bijdragen aan competentieversterking en

zelfvertrouwen van jongeren met als doel

minder schooluitval;

• Meewerken aan betere aansluiting tussen school,

vervolgonderwijs en behalen startkwalificatie;

• Meewerken aan betere aansluiting tussen school

en arbeidsmarkt;

Doelgroep:

Mentee

Jongeren met vragen over hun toekomst, vooral op het

terrein van school. Het gaat daarbij om jongeren met

een niet al te zware problematiek. Uitgangspunt zijn

niet de problemen van de jongere, maar zijn of haar

kwaliteiten. Speciale aandacht gaat daarbij uit naar

mogelijke overstappen die de jongere moet maken, bijv.

van basisonderwijs naar voortgezet onderwijs, of van

voortgezet onderwijs naar ROC/Hbo of arbeidsmarkt.

Mentor

Volwassen vrijwilligers die succesvolle rolmodellen

kunnen zijn voor de jongere. Mentoren zijn werkzaam of

studeren, en zijn bereid hun ervaringen en kennis met de

jeugd te delen.

8

• Bijdragen aan een stevige collectieve

opvoedingsverantwoordelijkheid;

• Toewerken naar verzelfstandiging en inbedding

van het project in een periode van vier jaar.

Mentorbegeleider

Een professional die vanuit zijn/haar deskundigheid de

mentee kent. De mentorbegeleider volgt het contact

tussen mentee en mentor en heeft in overleg met beiden

contact. Een mentorbegeleider kan een docent, een

tiener­ of jongerenwerker, een schoolmaatschappelijk

werker of andere professional zijn.

Aansluiting en samenwerking

Koppelkracht genoot vanaf 2008 tot 2012, dus een periode van vier jaar, projectondersteuning. Daarna moest

het project zijn ingebed in Maastricht. Met het oog op deze inbedding in de onderwijswereld en bij sociaalmaatschappelijke

organisaties in Maastricht is er voor project Koppelkracht al in een vroeg stadium aansluiting

gezocht bij bestaande initiatieven en partnerorganisaties, zoals:

Project Droomjongeren Maastricht

Laagdrempelige maatschappelijke stageplaatsen ter

voorkoming van schooluitval en jeugdwerkloosheid voor

kanszoekende jongeren van 16­24 jaar in Maastricht.

www.droomjongeren.nl

Jongeren@work

Samenwerkingsverband tussen diverse instellingen en

bedrijven; trajectplan van individuele activiteiten en

groepsactiviteiten die tot een toekomstige baan kunnen

leiden voor jongeren.

Wie-Kent School

Kennismaking met de diverse beroepen voor kinderen

van 10 t/m 14 jaar uit achterstandswijken met het oog

op beter loopbaanperspectief.

www.wiekentschool.nl

Sint Maartenscollege

School voor voortgezet onderwijs met richtingen Vmbo,

Havo, Vwo. Lange traditie van samenwerking met Trajekt.

www.sintmaartenscollege.nl

9

ROC Leeuwenborgh

School voor middelbaar beroepsonderwijs met

diverse sectoren.

www.leeuwenborgh.nl

Hogeschool Zuyd

Hbo­opleiding met diverse uitstroomprofielen.

www.hszuyd.nl

Universiteit Maastricht

Universiteit met diverse faculteiten.

www.maastrichtuniversity.nl

Coach2b

Initiatief, ondersteund door Expertisecentrum

Maatschappelijke Ondersteuning Limburg, gericht

op mentoring tussen jongeren en bedrijfsleven.

www.coach2b.nl


Ellen Schiffeleers | professioneel coach/trainer • mentortrainer Koppelkracht

• “Ik heb bijna alle mentoren van Koppelkracht begeleid. In een avondvullende training maak ik ze bekend met mentor­

vaardigheden. Ik leg uit wat van een mentor verwacht wordt en wat je als mentor kunt tegenkomen. We kijken naar

de communicatie tussen mentor en mentee en bespreken alle mogelijke facetten van het contact. Praktische zaken

komen aan bod, zoals ‘ga je zitten of blijf je staan tijdens de eerste ontmoeting?’ maar ook de aard en diepgang van

de Koppelkrachtrelatie: ‘Zie je jezelf als leraar of als oude vriend?’ ‘Hoe emotioneel dichtbij kun je als mentor komen?’

En, heel belangrijk: ‘welke verwachtingen heeft een mentee?’ • Ik geniet iedere keer weer van die avonden. De mentoren

zijn allemaal mensen die iets heel graag willen. Het publiek is divers: mensen uit het onderwijs, journalisten, studenten,

universiteitsmedewerkers, mensen uit de wijk, een hele groep allochtone dames. Allemaal even enthousiast. Als je dat niet

bent, haak je af. Het is altijd heel goed te merken dat alleen overtuigde mensen willen doorgaan. Die realiseren zich waar

ze aan beginnen. Je moet je namelijk een jaar lang committeren aan een wekelijkse samenkomst met iemand en dat is best

intensief. Dat vraagt zowel van de mentor als van de mentee grote motivatie. • Wat ik de aankomende mentoren vooral

wil leren is dat het om coachen gaat en niet om het aandragen van oplossingen. Jij helpt je mentee bij het vinden van

oplossingen. Je vraagt wat je mentee wil leren, waar jouw ondersteuning nodig is. Nooit zeggen ‘je moet het doen zoals ik het

doe’, maar wel vertellen over je eigen ervaringen. Soms kan het nuttig zijn om heel duidelijk te zeggen hoe je iets het beste

kunt aanpakken, maar over het algemeen heeft de mentee een vertrouwenspersoon nodig die hem of haar bewust maakt van

de eigen kracht. Een goed voorbeeld: je gaat als mentor met een twaalfjarige mee naar open dagen van middelbare scholen.

Jij bekijkt samen met je mentee alle scholen en vertelt hem niet wat jouw keuze zou zijn. Je vraagt naar zijn mening en maakt

samen met de mentee de balans van voor­ en nadelen op. Meelopen op het pad, niet in een richting duwen. • Eigenlijk is het

meer een levenshouding. Het gaat altijd erom mensen vanuit zichzelf te laten leren. Dat is iets anders dan educatie, want

educatie is het aanbieden van kennis. Leren is gemotiveerd zijn om nieuwe vaardigheden te ontwikkelen. En als je wílt leren,

kun je daar soms educatie bij gebruiken, maar soms ook helemaal niet. De kracht van Koppelkracht ligt ook in de goede match

tussen mentor en mentee. Samen met Katrien, de coördinator, luisteren we altijd heel goed naar de toekomstige mentoren.

Vaak ontdekken we dan iets dat we ook in een toekomstige mentee terugzien. Een gezamenlijk aanknopingspunt zorgt vaak

voor een bijzondere klik. Dat kan een sport zijn, liefde voor dieren, fotografie als hobby, of hetzelfde gevoel voor humor. De

bedoeling is dat mentorkoppels het ook gezellig samen hebben. Als er problemen zijn, dan moet je ze uit elkaar halen. Het

project moet aan alle kanten energie geven en geen belasting vormen. Alleen zo werkt het. • Koppelkracht is een succesvol

project in kwaliteit en in resultaten. De mentorkoppels leren iets van elkaar en hebben iets aan elkaar. Mijn verwachting is

dat Koppelkracht voor de toekomst een pool van vrijwilligers oplevert. Mensen die graag projectmatig vrijwilligerswerk

doen en op regelmatige basis iets voor de maatschappij willen betekenen. Daar mogen we als maatschappij trots op zijn.” •

10 11


de aanpak

Het succes van Koppelkracht berust op vier pijlers:

• Communiceren en informeren

• Werven en selecteren van mentoren

• Trainen en begeleiden van mentoren

• Matchen van mentor en mentee

Communiceren en informeren

Een project als Koppelkracht moet bekendheid krijgen,

want zonder bekendheid geen mentoren of mentees.

Daarvoor is informatie op verschillende sporen nodig:

informatie aan het brede publiek, informatie aan de

doelgroep, informatie aan netwerkpartners met het oog

op inbedding.

Informatie over Koppelkracht is op diverse manieren en

op maat aangeboden, zowel schriftelijk en digitaal als in

de vorm van bijeenkomsten.

Het brede publiek is over de opzet en de plannen van

Koppelkracht geïnformeerd door:

• Advertenties, editorials en artikelen in de lokale

en regionale pers en aandacht in regionale radioen

televisieprogramma’s;

• De website www.Koppelkrachtmaastricht.nl als

informatiebron en vraagbaak;

• Verspreiding van flyers op (door jong en oud)

veelbezochte plekken in de stad;

• Aansluiting bij de landelijke Oranjefondscampagne

‘De beste maatjes’.

Informatie aan de doelgroepen werd gedifferentieerd

aangeboden:

• Uitgebreide beschrijving van Koppelkracht en persoonlijke

uitleg aan netwerkpartners. Dit zijn professionals

die met jongeren werken, zowel op beslisniveau als op

uitvoerend niveau. De uitvoerende professionals, de

latere mentorbegeleiders, kunnen inschatten of een

jongere extra persoonlijke aandacht nodig heeft om

kansen beter te benutten. Netwerk partners zijn interne

en externe collega’s. Intern zijn zij bijvoorbeeld tienerof

jongerenwerkers en schoolmaatschappelijk werkers.

Externe collega’s zijn bijvoorbeeld docenten in het

voortgezet onderwijs en ROC’s. Belangrijk daarbij is dat

de professional actief wordt betrokken bij Koppelkracht.

Het is namelijk een extra instrument naast eventuele

andere professionele begeleiding die de mentee al krijgt.

De professional kan zo tijdens het proces de diverse

soorten begeleiding naast elkaar monitoren.

• Mentees krijgen voorlichting door de professional

die hem of haar naar Koppelkracht verwees. Met

instemming van de mentee wordt deze professional

de mentorbegeleider die op de achtergrond het

mentorproces volgt en mentor of mentee ondersteunt

als dat nodig is. De projectcoördinator ondersteunt

de professional bij het verzorgen van de informatie

aan de mentee en later, indien nodig, tijdens de

mentorbegeleiding.

13

• Mentoren worden uitvoerig geïnformeerd door de

projectcoördinator en de mentorbegeleiders. In de

wervingsfase wordt de aankomende mentor

voorgelicht over Koppelkracht door de projectcoördinator,

eventueel in samenwerking met een

interne of externe netwerkpartner.

• Ouders of verzorgers krijgen informatie van

de mentorbegeleider en de projectcoördinator.

Koppelkracht richt zich op jongeren van 12 t/m 23

jaar en voor de jongeren in deze groep is toestemming

van de ouders noodzakelijk. Wanneer er sprake is

van minderjarigen wordt de koppeling tussen

mentor en mentee gemaakt in aanwezigheid van

de ouders/verzorgers.


• Bas: “Ik wilde niet alleen maar geld storten voor een goed doel, maar rechtstreeks betrokken zijn bij iemands ontwikkeling

en persoonlijk contact hebben. Ik ging dus actief op zoek naar een instantie die dat mogelijk maakte. Hoorde op de radio iets

over het Oranjefonds, bezocht de website en kwam zo terecht bij Koppelkracht. Ik was meteen enthousiast. Voordat ik als

mentor aan de slag kon, volgde ik een korte cursus en daarna was ik klaar voor de match met een mentee.” • Erwin: “Ik zat in

groep 8 van de basisschool en er kwam iemand iets vertellen over Koppelkracht. We kregen een formulier mee en dat heb ik

meteen ingevuld. Ik vond het een heel goed idee om een coach te hebben. Een tijdje daarna heb ik Bas ontmoet.” • Bas: “Ja,

het ging heel snel. Een maand na mijn aanmelding hadden ze al een geschikte mentee voor mij gevonden. Ik ontmoette Erwin

voor het eerst samen met zijn vader tijdens een avond op zijn school. Daar werden alle mentees aan hun Koppelkrachtmentor

voorgesteld. We hadden meteen een klik, hè Erwin? Maar dat komt ook door onze gezamenlijke belangstelling.” • Erwin: “Ja,

ik wil architect worden, net als Bas. Hij kan mij dan ook vertellen welk profiel ik moet volgen en naar welke opleidingen ik

kan gaan. Hij neemt me ook af en toe mee en dan gaan we interessante gebouwen bekijken. We stonden een keertje samen

voor het Kruisherenhotel in Maastricht en toen zei de piccolo dat we naar binnen mochten. Dat was zó mooi, echt vet!” •

Bas: “We doen verschillende dingen samen. Soms praten we gewoon, een andere keer help ik hem met huiswerk. Erwin haalt

voor sommige vakken betere punten omdat we er op een andere manier mee bezig zijn. Hij had bijvoorbeeld een slecht punt

voor geschiedenis en toen heb ik hem meegenomen naar het Gallo­Romeins museum in Tongeren. Daar hebben we zelfs nog

mogen meedoen aan een opgraving. Daarna gingen zijn cijfers voor geschiedenis omhoog. Dat is het kleine stukje extra dat ik

Erwin kan bieden.” • Erwin: “Als me iets dwarszit, kan ik er met Bas over praten. Dat is gemakkelijker dan met je eigen familie

of leraren. Maar ook gewoon gezellig. We hebben heel vaak lol samen.” • Bas: “In het begin was het een beetje aftasten.

Erwin was 11 toen ik hem leerde kennen en je komt dan als wildvreemde in een familie terecht. Je moet dan het vertrouwen

van je mentee winnen, maar ook van zijn ouders. Gelukkig heeft Erwin een heel warme familie en konden we het al heel

snel goed met elkaar vinden. Het wordt alleen maar leuker. We hebben ons Koppelkrachtcontract dan ook met een half jaar

verlengd.” • Erwin: “Bas en ik zijn allebei een beetje chaotisch, dus dat past goed bij elkaar. Soms zien we elkaar een aantal

uren achter elkaar, bijv. als we een museum bezoeken, en dan weer een paar weken niet. Maar ik kan Bas altijd bellen als ik

een vraag heb.” • Bas: “Ik ben trots op Erwin, het gaat goed op school en hij heeft een heel brede belangstelling. Ik krijg van

Erwin heel veel positieve en plezierige input. Vind het bijzonder interessant om te zien hoe hij dingen beleeft, bijvoorbeeld in

een museum. Die frisse kijk op dingen. Ik krijg er, zelfs na een lange werkdag, energie van. Als dat niet zo was, waren we er

allang mee gestopt. Onze combinatie is zonder meer een succesverhaal: Erwin is nu nog beter op school en hij leert veel over

zijn toekomstige vak. We worden er allebei wijzer van. En we respecteren elkaar. Wat wil je nog meer?” •

14

“Onze combinatie is zonder

meer een succesverhaal.”

Bas Vrehen | 29, interieurarchitect

Erwin Swampillai | 13, klas 2, atheneum

15


Werving en selectie van mentoren

Koppelkracht staat of valt met mentoren. Het is dan ook

duidelijk dat aan werving en selectie van deze mentoren

veel aandacht moet worden besteed.

Mentorwerving vindt plaats via publiciteitscampagnes

(zie Communicatie) en het digitale netwerk

www.Koppelkrachtmaastricht.nl. Vaak speelt ook

mond tot mond reclame een belangrijke rol bij de

werving van mentoren.

Daarnaast wordt er geworven vanuit het netwerk van

de projectcoördinator en de mentorbegeleiders. Gezocht

is ook naar nieuwe innovatieve mogelijkheden om

Koppelkracht al in een vroeg stadium in te bedden.

Dit betekent dat er vooral wordt gekeken naar lopende

projecten waarbij Koppelkracht kan aanhaken of waaraan

Koppelkracht iets kan toevoegen.

Mentoren kunnen uit zeer verschillende groepen komen,

uiteenlopend van het bedrijfsleven tot betrokken

wijkbewoners.

• Bedrijfsleven en organisaties: mentoren uit deze

sectoren melden zich in eerste instantie op individuele

basis aan op basis van de algemene berichtgeving aan

het publiek. Zijn deze contacten eenmaal gelegd en

heeft iemand uit een bepaalde organisatie als mentor

gefungeerd, dan kan het mogelijk geïnstitutionaliseerd

16

worden. Een voorbeeld: een medewerker van KPMG

Accountants nam op persoonlijke titel deel aan

Koppelkracht. Na zijn succesvolle mentorschap werd

project Koppelkracht opgepikt door het bedrijf en

verder uitgebouwd. Aankomende mentoren melden

zich nu aan via een contactpersoon binnen KPMG.

Deze pilot is verder uitgebouwd bij andere bedrijven

en organisaties.

• Studenten: huidige studenten en alumni van HBO

en universiteit, maar ook van ROC’s kunnen fungeren

als rolmodel voor de mentee. De koppeling wordt

daarbij zoveel mogelijk als volgt gemaakt: een Vmboleerling

wordt gekoppeld aan een ROC­leerling;

een ROC­leerling wordt gekoppeld aan een HBO’er

of universiteitsstudent. Koppelkracht richt zich

onder andere op de risicovolle overstapmomenten

tussen opleidingen en met deze structuur zouden

uitvalrisico’s verlaagd kunnen worden. Ervaren leerlingen

of studenten in het nieuwe schoolniveau

kunnen voor de nieuwkomers de drempel verlagen

en eventuele onzekerheid wegnemen.

• Betrokken burgers/wijkbewoners: dankzij informatie

in de pers en overige media tonen betrokken burgers

belangstelling voor het mentorschap. Zij doen dit

rechtstreeks via telefoon of website, of melden zich

aan via de vrijwilligerscentrale in Maastricht.

Koppelkracht presenteert zich als project ook

regelmatig op markten voor vrijwilligerwerving.

• Betrokkenen uit het netwerk van de mentee: het

kan voorkomen dat een mentee zelf aangeeft een

persoon te kennen door wie hij of zij graag gecoacht

zou willen worden. Ook met deze wens houdt

Koppelkracht rekening. Ook een door de mentee zelf

voorgedragen mentor wordt onderworpen aan een

selectieprocedure.

S


Selectie

De projectcoördinator selecteert de mentoren in samenspraak

met de interne of externe mentorbegeleider. Goede

selectie van mentoren is van groot belang, want mentorschap

vraagt om de juiste instelling tegenover een

jeugdige, bereidheid tijd en energie te investeren in een

ander, maar vooral een open mind en inlevingsvermogen.

Een mentor is geen leraar, maar een coach, en die houding

moet in de aankomende mentor terug te vinden zijn.

Uiteraard wordt ook gekeken naar de achtergrond van de

aankomende mentor. De projectcoördinator en mentorbegeleiders

moeten in vol vertrouwen een jongere aan

de mentor kunnen toevertrouwen. De aankomende mentor

moet bovendien verklaren dat hij of zij bereid is een

trainingstraject te volgen.

Geselecteerd wordt op basis van:

• (Intrinsieke) motivatie: waarom wil iemand

mentor worden?

• Leeftijd: levenswijsheid, maar tegelijkertijd

grote betrokkenheid bij de jeugd;

• Persoonlijke kwaliteiten: wat heeft de mentor

te bieden?

• Netwerk: welke organisatie of welk initiatief

staat achter de mentor, zodat continuïteit

gewaarborgd wordt?

18

Training en begeleiding

Diverse keren per jaar wordt een training aangeboden aan

aankomende mentoren. Deze training wordt verzorgd

door de projectcoördinator in samenwerking met een

professionele trainer. De training is in twee delen op te

splitsen: algemene informatie en formele voorwaarden

en vervolgens de inhoudelijke aspecten van mentorschap.

In de training komen de volgende onderwerpen aan bod:

Wat is mentoring?

• Wat is de relatie tussen mentor en mentee?

• Basisvaardigheden: luisteren, feedback geven, vragen

stellen, omgaan met vertrouwelijkheid en grenzen;

• Verwachtingen van mentorschap;

• Informatie over begeleiding tijdens mentortraject.

Matchen van mentor en mentee

De projectcoördinator koppelt in samenspraak met de

mentorbegeleider en vaak na overleg met de externe trainer

de mentor aan een mentee. De mentorbegeleider speelt

daarin een belangrijke rol, want hij of zij kent de mentee

en weet precies waar de behoefte aan mentoring ligt.

Matching gebeurt op basis van de volgende criteria:

• De vraag van de mentee. Waarin heeft de mentee begeleiding

nodig en wie heeft hij of zij daarvoor nodig?

• Overeenkomstige studierichting of opleiding;

• Overeenkomstige interesses of hobby’s;

• Leeftijdsverschil tussen mentor en mentee.

Tijdens een kennismakingsgesprek met de projectcoördinator

vullen de aanstaande mentoren een interesse ­

formulier in, waarin ze hun loopbaan, persoonlijke

interesses en verwachtingen aangeven. Ook tijdens de

training is er gelegenheid om de mentoren op een informele

manier te leren kennen. De externe professionele

trainer beschrijft na de training haar indrukken van de

mentoren. Iedere training wordt gegeven in het bijzijn

van minimaal 2 professionals, zodat gezamenlijk kan

worden gewerkt aan een succesvolle match.

Vaak kan zelfs maar één overeenkomst tussen mentor en

mentee al een goede basis vormen. Voorbeelden? In een

succesvol koppel hadden zowel mentor als mentee een

hond. Een ander koppel bestond uit twee echte Carnavalsvierders,

en in weer een ander geval wilde de mentee later

het beroep van de mentor gaan uitoefenen. Vanuit een

dergelijke, aanvankelijk zelfs smalle, basis kan een diepere

vertrouwensband groeien door het regelmatige contact.

Is de match gemaakt, dan initiëren de coördinator en de

mentorbegeleider samen met de mentor en de mentee

19

een gesprek. Gaat het om minderjarige mentees, dan zijn

ouders of verzorgers daarbij aanwezig. Dit eerste gesprek

vindt meestal bij de mentee thuis plaats, maar er kan ook

worden gekozen voor een externe locatie, zoals school of

buurthuis. De mentee en zijn/haar ouders of verzorgers

kunnen aangeven waar zij het gesprek willen voeren.

De voortgang van de koppels wordt nauwgezet gevolgd.

Bewaakt wordt of afspraken worden gemaakt en of beide

partners inderdaad naar de afspraken komen. Als blijkt

dat dit niet het geval is, neemt de mentorbegeleider

contact op met mentor en mentee. De mentorbegeleider

polst ook bij regelmaat hoe het contact wordt ervaren

door beide partners. Als de afspraken moeizaam verlopen

en er geen vertrouwensband ontstaat, wordt in overleg

met beide partners in het koppel actie ondernomen.

Gedurende het hele traject blijven mentorbegeleiders en

projectcoördinator de koppels volgen om de veiligheid

van de jongeren te garanderen, maar ook om erop toe te

zien dat de mentoren zich op hun gemak (blijven) voelen

in hun positie.


Fati Kianersy |

schoolmaatschappelijk werkster

“Een mentor moet een verstandig

maatje zijn en altijd het doel van

het contact voor ogen houden.”

• “Binnen ons werk op de middelbare school is Koppelkracht een belangrijke aanvulling. Vaak is de situatie niet ernstig genoeg

om hulpverlening in te schakelen, maar zijn onze methodieken net niet toereikend. Dan zijn alternatieve hulpmiddelen nodig

en Koppelkracht past daar uitstekend in. Het biedt net het beetje extra dat wij niet kunnen geven. Bovendien willen jongeren

vaak niets weten van maatschappelijk werk, jeugdzorg of hulpverlening, maar hebben ze wel behoefte aan een luisterend

oor. Koppelkracht geeft ze die ene persoon in hun leven die luistert en meedenkt. Vooral dat meedenken is belangrijk. Niet

wéér iemand die ze vertelt wat ze moeten doen, maar iemand die luistert naar wat zij willen en ze op hun weg begeleidt.

• Ik heb verleden jaar twee leerlingen uit de Internationale Schakelklas, een speciale klas voor nieuwkomers in Nederland,

aangemeld voor Koppelkracht. Een van die leerlingen was Anna, het meisje dat gekoppeld is aan Miriam Mordang. Anna wilde

haar sociale netwerk uitbreiden, contacten leggen in de Nederlandse samenleving. En ze zocht iemand die ze als Nederlands

rolmodel kon zien. Miriam bleek de ideale mentor voor Anna. Ze hebben het prima samen. Ze ondernemen gezellige dingen,

maar ze praten ook veel. Miriam heeft een uitgebreid netwerk in Maastricht en ze gaat proberen Anna aan een baantje naast

haar opleiding te helpen. Ze hebben een vertrouwensband, dus Anna kan over alles praten met Miriam. Ik heb gezien hoe

Anna zich ontwikkelde door het contact met haar mentor. Ze heeft veel meer zelfvertrouwen en op school gaat het prima.

Ze heeft haar draai gevonden. Miriam was precies wat ze nodig had. • Een mentor moet een verstandig maatje zijn en

altijd het doel van het contact voor ogen houden. Die doelstelling is heel gevarieerd. Jongeren zoeken bijvoorbeeld iemand

‘die mijn agenda met me bekijkt en een leerschema met me opstelt’, ‘iemand die samen met mij naar voorlichtingsdagen

van opleidingen gaat’, ‘iemand die me beter bekend maakt met de Nederlandse samenleving’, of gewoon ‘iemand bij wie

ik af en toe mijn verhaal kwijt kan zonder mijn ouders erbij te betrekken.’ En die doelstellingen zijn heel goed te bereiken

met vertrouwen en wederzijds respect. Die band ontstaat door een geregeld, plezierig en ontspannen contact, waarin niets

moet. • Ik ben ervan overtuigd dat er een grote behoefte is aan Koppelkracht en echt niet alleen bij kinderen met grotere

problemen. Er zou nog meer bekendheid moeten worden gegeven aan Koppelkracht, zoals de klas ingaan en erover spreken,

flyers uitdelen. Ik weet zeker dat veel kinderen zich zouden aanmelden. Jongeren hebben behoefte aan een maatje dat hen

begrijpt. • Koppelkracht kan levens redden, misschien niet letterlijk, maar zeker figuurlijk. Een mentor is die uitgestoken hand

die een jongere net van de afgrond kan redden. Er kan veel mis gaan als jongeren zich verlaten of verloren voelen. Ze zijn een

gemakkelijke prooi voor verkeerde contacten en kunnen in het ergste geval in de criminaliteit of prostitutie terechtkomen.

Koppelkracht geeft ze vertrouwen en dat maakt sterk. En dat is van onschatbare waarde.” •

21


de mentor

Zonder mentor geen Koppelkracht. Mentoren zijn de

basis van Koppelkracht en hun inzet is bepalend voor

succes. Maar het is duidelijk niet de bedoeling dat de

mentor alleen energie gééft. Een Koppelkrachtkoppel

werkt alleen als beide partners plezier hebben in het

contact. Van alle koppels uit het project geeft het

merendeel aan veel energie en voldoening te halen

uit de regelmatige ontmoetingen met hun mentee.

Het voelt voor de meesten niet als een verplichting of

extra belasting, maar als een ontspannende, gezellige

samenkomst met iemand die ze het leven weer eens

vanuit een ander, verfrissend perspectief laat zien.

Wat doet een mentor?

• Hij maakt kennis met de mentee en begint meteen

met het opbouwen van een relatie met de mentee;

• Hij ondersteunt de mentee bij het zoeken naar

antwoorden op zijn/haar vraag die betrekking heeft

op de (school­)loopbaan;

• Hij heeft wekelijks of tweewekelijks contact met de

mentee en helpt hem of haar een jaar lang actief bij

het zoeken van zijn of haar weg naar de toekomst;

• Aan het eind van dit jaar kan het koppel ervoor kiezen

nog een half jaar door te gaan met de regelmatige

afspraken;

22 23

• De mentor ondersteunt de jongere bij zijn vraag op

het gebied van de (school­)loopbaan. Als hij stuit op

problemen bij de mentee waarvoor professionele hulp

nodig is, dan kan de mentor daarvoor een beroep

doen op de mentorbegeleider;

• Een mentor kan een actieve rol spelen in het bedrijf

waar de mentee werkt of stage loopt;

• Een mentoringtraject kan op ieder moment in het

schooljaar starten en eindigen. Mentortrajecten

worden voor ieder koppel op maat gemaakt;

• Aan het eind van het mentortraject rondt de mentor

het traject af met een gesprek samen met de mentee,

en de mentorbegeleiding. Als dat nodig is, worden

daar afspraken gemaakt voor eventuele nazorg.

Mentoren bieden zich vrijwillig aan en beseffen op voorhand

vaak niet goed waar ze aan beginnen. Gedegen

informatie en training kunnen daar verandering in

brengen. Het gebeurt dan ook meer dan eens dat een

aankomende mentor afhaakt na de informatie­ en

trainingssessies. Deze bijeenkomsten vormen dan ook

een extra manier om werkelijk gemotiveerde mentoren

te selecteren.

Voor het werven van mentoren werd onder andere

de volgende tekst gebruikt. Belangstellende mentoren

herkenden zich in de volgende omschrijving:


Wat is een mentor?

Een mentor is een volwassen persoon die een jongere

vrijwillig onder zijn/haar hoede neemt. De mentor

geeft ondersteuning en begeleiding aan één jongere.

Een mentor moedigt de jongere aan in het verwezenlijken

van zijn/haar doelen. Doelen die betrekking

hebben op de persoonlijke loopbaan en/of (school)

loopbaan van de jongeren. Een mentor is niet alleen

een adviseur, ondersteuner en begeleider, maar ook

een rolmodel voor de jongere.

Geven en nemen

Mentor zijn betekent dat u geeft, maar ook zeker

ontvangt. Als mentor geeft u ervaringen, technieken

en dergelijke door. Wat u terugkrijgt is (nog meer

ervaring) in begeleiding, inzicht in uw eigen handelen.

Maar bovenal een jongere die graag een positieve

bijdrage wil leveren aan de samenleving en het advies

en de ondersteuning van een volwassene daar goed

bij kan gebruiken.

Een mentor, een vrijwillige informele werker, kan

jeugdigen van alles leren, van etiquette tot het

bewandelen van bepaalde wegen om iets te bereiken

of te leren. Het doel is om jongeren weerbaarder te

maken en beter toe te rusten zodat ze een goede

start kunnen maken in deze maatschappij. Heel

belangrijk is dat het ‘klikt’ tussen de mentor en

de jongere, zodat de jongere de mentor erkent

als voorbeeld, als rolmodel. Dat is één van de

voorwaarden voor succes.

24 25


Marielle Nolte | tiener­/jongerenwerkster en buurtcoach

“ Ik ben een groot aanhanger

van Koppelkracht.”

• “Ik kom in mijn werk regelmatig jongeren tegen die een concrete vraag hebben en daar bij niemand mee terecht kunnen.

Soms ligt er achter die concrete hulpvraag de behoefte om met een neutraal iemand te kunnen praten. Ze zijn op zoek naar

een luisterend oor. Ik help deze jongeren dan met het concretiseren van hun vraag en informeer ze over de mogelijkheid

van Koppelkracht. • In het geval van Gwenda, bijvoorbeeld, heb ik eerst zelf tijdens huiswerkbegeleiding met haar aan de

Engelse taal gewerkt. Maar in een groep kon ik haar niet genoeg tijd en aandacht bieden. Koppelkracht was dus een prachtige

mogelijkheid. De match tussen Marisol en Gwenda is ongelofelijk goed. Ik zie de band wekelijks sterker worden. Gwenda

heeft iemand gevonden met wie ze bijna alles kan bespreken en die haar motiveert vast te houden aan haar droom. Het

Engels van Gwenda is met sprongen vooruit gegaan. Ze was de slechtste van de klas en behoort nu tot de besten. Marisol

heeft daar samen met haar hard voor gewerkt. Ze lazen Engelse boeken, maakten oefeningen, werkten aan grammatica.

Dankzij de grote motivatie van allebei hebben ze enorme resultaten geboekt. • Ik ben een groot aanhanger van Koppelkracht.

Als er een goede match is tussen mentor en mentee levert het belangrijke successen op. Eigenlijk kan iedere jeugdige een

volwassen persoon gebruiken die zich wil en kan inleven in zijn leefwereld. Je hoeft niet alles te begrijpen en het zeker ook

niet met alles eens te zijn, maar je moet wel over alles kunnen praten. Peer pressure is een van de belangrijkste invloeden

op die jeugdige leeftijd. Als jongeren hun verhaal kwijt kunnen bij een volwassene die ze vertrouwen, maken ze misschien de

juiste keuzes. • Zelf blijf ik de koppels altijd op de achtergrond volgen. Ik pols af en toe of het goed gaat, check of ze elkaar

ook echt nog regelmatig treffen. Andersom is het belangrijk dat mentor en mentee weten dat ze bij mij terecht kunnen als

het contact niet loopt zoals ze willen. Want natuurlijk zijn er ook wel eens koppels die geen klik hebben of waarin een van

de twee afhaakt. Beide Koppelkrachtpartners moeten zich realiseren dat ze samen een traject ingaan en dat ze voldoende

gemotiveerd moeten zijn om anderhalf jaar energie in elkaar te steken. Anders werkt het niet. Heel belangrijk is ook dat de

jongere er zelf achter staat, er moet geen dwang achter zitten. Anders loop je het doel mis. • Ik ben ervan overtuigd dat

Koppelkracht een belangrijke rol vervult in de ondersteuning van jongeren. De juiste mentor kan het leven van een jongere

een compleet nieuwe draai geven. Een mooiere bijdrage kun je niet leveren aan de maatschappij.” •

26 27


• “Koppelkracht is belangrijk voor de jongeren tussen 12 en 23 jaar in mijn jeugdgroep. Zelf heb ik tien jongeren doorgestuurd

naar Koppelkracht. Ik wist meteen dat dit project een belangrijke bijdrage kon leveren en zorgde ervoor dat alle jongeren in

mijn groep erover geïnformeerd waren. Mijn hoop was aanvankelijk dat ze zelf met de vraag om een mentor zouden komen,

maar dat werkte niet zo. Ik ben vervolgens individuele jongeren gaan aanspreken over de mogelijkheid van Koppelkracht. •

Je hoeft als begeleider niet altijd te wachten tot het slecht gaat met een kind op school. Vaak is het ook een kwestie van

vooruitkijken. Er zijn heel wat kinderen die het redelijk doen, maar vanuit de thuissituatie aansluiting missen. Niemand

die vraagt naar hun school dag of resultaten, weinig stimulans, vaak geen fysieke ruimte om rustig met huiswerk bezig te

zijn. Vooral jonge tieners die de overstap gaan maken van basisschool naar brugklas kunnen wat extra steun gebruiken. Zij

vormen een risicogroep waar het gaat om vroegtijdig afhaken. Met deze kinderen ben ik een gesprek over de mogelijkheid

van Koppelkracht aangegaan. • Ik had geluk. De eerste die meedeed aan het project was een leidersfiguur in de groep. Ik

ben hem zelf als Koppelkrachtmentor gaan begeleiden. Deze jongen werd heel enthousiast en droeg dat over op de anderen.

Het wás ook een succesverhaal: hij doet het nu beter op school, heeft zijn draai gevonden en weet welke vervolgopleiding

hij wil gaan doen. Het is net dat extraatje dat jongeren nodig hebben. Een coach die samen met jou kijkt hoe het gaat en

speciaal aan jou aandacht geeft. Na de positieve ervaring van de eerste Koppelkrachtdeelnemer hadden andere jongeren

ook al snel belangstelling. Het idee van een mentor moet niet worden opgelegd, het mag allemaal niet schools klinken. Wat

mijn jongeren nodig hebben, is een sympathieke, open volwassene met wie ze een vertrouwensrelatie opbouwen. • De vraag

vanuit de jongeren is heel divers. Er zijn jongeren die het moeilijk vinden zich goed uit te drukken, waardoor ze vaak verkeerd

overkomen. Anderen hebben geen idee welke richting ze moeten kiezen voor hun loopbaan. Weer anderen spijbelen omdat

ze zich op school ongemakkelijk of ongewenst voelen. En dan is er natuurlijk de groep die thuis volstrekt geen luisterend

oor vindt. Voor al deze jongeren is een mentor dé oplossing. • De mentoren (ik noem ze eigenlijk altijd coach) die ik heb

meegemaakt, gaven allemaal een positieve wending aan het leven van hun mentees. Heel vaak horen deze kinderen alleen

maar wat ze NIET goed doen en nu benadrukt iemand eindelijk eens de positieve dingen. Dat is een totaal nieuwe ervaring

voor ze en het helpt enorm. • Mentoren praten met hun mentees ook niet altijd over school. Ze vragen vaak kort naar

de resultaten, kijken of ze nog iets voor het huiswerk kunnen betekenen en doen dan iets ontspannends. Terrasje, ijsje,

bioscoop… Dat maakt het contact laagdrempelig en plezierig. En omdat het zo soepel gaat, niets móet, haken jongeren ook

niet snel af. Ze hebben er plezier in. Belangrijk is wel dat er een goede klik is tussen de mentor en de jongere, anders werkt

het niet. • Bijna alle jongeren zijn veel beter uit het Koppelkracht traject gekomen. Het effect was nog positiever dan ik in

eerste instantie had verwacht. Je werkt per slot van rekening met een doelgroep waar je niet iedere coach op kunt zetten.

Sommigen hebben echt te veel problematiek en in die gevallen is Koppelkracht niet het aangewezen project. Dat is meer een

taak voor de hulpverlening. Koppelkracht is een prachtige aanvulling voor jongeren, zowel voor hun schoolloopbaan als voor

hun persoonlijke ontwikkeling. Waardevol project.” •

28

“Je hoeft als begeleider niet altijd te

wachten tot het slecht gaat met een

kind op school. Vaak is het ook een

kwestie van vooruitkijken.”

Roy Hulst | jeugd­ en jongerenwerker

29


de mentee

Mentees zijn jongeren tussen 12 en 23 jaar die voor

een belangrijke overgang in hun leven zitten, bijv. van

basisschool naar voortgezet onderwijs of nog verder

in het onderwijstraject, maar ook jongeren die om een

andere reden wat begeleiding kunnen gebruiken.

Het gaat daarbij niet om professionele hulp vanuit de

sociaal­maatschappelijke kanalen, maar om gerichte,

persoonlijke coaching door een volwassene. Vaak zijn deze

jongeren op zoek naar een rolmodel, iemand met levenservaring

die een opleiding heeft afgerond en een actieve

rol speelt (of heeft gespeeld) in de maatschappij. Iemand

aan wie ze een voorbeeld kunnen nemen als het gaat om

keuzes maken op het terrein van opleiding of beroep.

De jongeren uit het Koppelkrachtproject worden door

hun achterban meestal weinig gestimuleerd en in hun

school­ of werkomgeving worden zij vaak eerder op hun

tekortkomingen gewezen dan op hun competenties en

positieve bijdragen.

Daarnaast hebben pubers, en zeker niet alleen

pubers in achterstandswijken, behoefte aan een

30

vertrouwenspersoon. Iemand die niet de ouder is, niet de

leraar, niet de maatschappelijk werker. Een volwassene

die onbevangen en onbevooroordeeld luistert. Dat is wie

ze zoeken.

Wat deze jongeren dus nodig hebben is een verstandig

maatje. Een persoon die naar ze luistert, met ze overlegt,

ze complimenteert als ze iets goeds doen, adviseert op

basis van eigen ervaringen zonder dwingend of directief

te worden.

Jongeren worden door professionals uit het werkveld,

bijv. begeleiders in het buurthuis, schoolmaatschappelijk

werkers, jongerenwerkers, gestimuleerd om deel te

nemen aan Koppelkracht. De ervaring leert dat jongeren

voorbeelden nodig hebben van succesvolle koppels

binnen het project. Voorbeelden wekken hun interesse en

verlagen de drempel.

De projectcoördinator kiest er dan ook vaak voor pas een

individueel gesprek met een mentee aan te gaan nadat

zij mogelijke geschikte mentoren heeft benaderd met de

vraag of ze geïnteresseerd zouden zijn in de betreffende

mentee. Zo kunnen in het gesprek voorbeelden van

mogelijke mentoren worden genoemd. Dat is minder

abstract en werkt motiverend.

Ook voor een mentee is Koppelkracht niet vrijblijvend.

Er worden afspraken gemaakt, zowel met de

projectcoördinator als met de mentor en daaraan heeft

de mentee zich te houden. Verschijnt een mentee niet

tijdens de regelmatige samenkomsten met de mentor,

dan wordt hij of zij daar onmiddellijk op aangesproken.

Voelt de mentee zich niet op het gemak bij de mentor

of is er geen klik, dan kan hij dat melden bij de

mentorbegeleider en wordt actie ondernomen.

Belangrijk is ook dat er voor de mentee geen dwang

zit achter deelname aan Koppelkracht. Hij of zij moet

volledig op basis van vrijwilligheid meedoen, anders is

het koppel gedoemd te mislukken.

Succesvolle koppels komen altijd voort uit groot

enthousiasme van beide partijen, zowel van mentor als

van mentee. In dergelijke gevallen kan een contact voor

het leven ontstaan.

31


Mentees worden op de website en door flyers op scholen

met de volgende tekst geïnformeerd over Koppelkracht:

Grijp je kans met een persoonlijke coach!

Je wilt iets bereiken. Je bent je school of je werk

helemaal zat. Je wilt verder studeren­ doorleren, maar je

weet nog niet wat. Je wilt iets bereiken maar je weet niet

hoe. Hoe moet je beginnen? En met wie kun je praten?

Een coach is dan een slimme zet! Die kan je helpen je

talenten te ontwikkelen. Koppelkracht zoekt bij jou de

juiste coach.

Grijp je kans! Voetballers hebben een coach. Elke popster

is doorgebroken met een coach. Jij kunt ook een eigen

coach hebben. Iemand die er speciaal voor jou is en

die bij je past. Los van je school of van je werk. Los

van je ouders. Je coach ondersteunt je in jouw keuzen

en respecteert die. Hij of zij leert je om te gaan met

tegenslagen. Maar vooral om je kansen te grijpen.

Met een coach kom je verder! Iedere week spreek je af

met je coach op een plek die jullie samen uitzoeken.

Samen praten jullie over de dingen die jou interesseren

of bezighouden. Jullie stellen doelen op, die voor jou

belangrijk zijn. De coach helpt je om die doelen te

bereiken, maar je moet het zelf doen. Hoe en waar?

Dat bepalen jullie samen.

32 33

Alles op een rijtje:

• je wilt iets bereiken

• je krijgt een coach die bij je past

• je spreekt iedere week af (een jaar lang)

• je coach is een vrijwilliger

• je bent tussen de 12 en 23 jaar


• Miriam: “Ik was net een half jaar gestopt met vrijwilligers werk toen de oproep van Koppelkracht langskwam. En ik dacht,

laat ik het maar doen. Ik volgde het voorbereidende traject en ontmoette Anna een paar maanden later op haar school.

Anna keek echt de kat uit de boom tijdens die ontmoeting. Maar toen moesten we onze geboortedata invullen en zag ik

dat wij op 6 en 7 februari jarig zijn. Ik lachte en zei: dat moet goed komen, wij zijn allebei Waterman, dus hoogbegaafd,

zeer ontwikkeld… Dat brak het ijs! Er was zonder meer een klik tussen ons. We treffen elkaar nu al bijna een jaar en nog

steeds met veel plezier.” • Anna: “Ik kwam twee jaar geleden vanuit Polen naar Nederland, samen met mijn moeder, zusje

en broertje. Dat was een enorme overgang. In Polen zat ik op het gymnasium, had ik een grote vriendenkring, ging ik naar

popfestivals, theater… Hier sprak ik de taal niet en kende ik helemaal niemand buiten ons gezin. Mijn school stelde voor dat

ik zou meedoen met Koppelkracht, omdat ik zo sneller Nederlands zou leren en nieuwe contacten kon opdoen. Vóór de eerste

ontmoeting met Miriam vertelde de school dat er een 18­jarig meisje zou komen om mij met de taal te helpen. Toen kwam

Miriam binnen, een volwassen vrouw. Dat was een grote verrassing, maar ik was meteen heel blij met Miriam.” • Miriam:

“Ik heb grote bewondering voor Anna. Stel je eens voor: je komt uit Polen, moet in een vreemd land met een volstrekt andere

taal naar school. Vanwege het feit dat je het Nederlands nog niet spreekt, moet je naar een school die ver onder je niveau

ligt. Anna vond daar geen enkele aansluiting. De kinderen in haar klas waren veel jonger en bezig met heel andere dingen

dan Anna. Opmaken, uitgaan, jongens… Anna heeft veel interesses, ze leest vier boeken – geen lichte kost ­ per week, houdt

van theater, van filosoferen en van goede muziek. Ieder ander had het hoofd laten hangen, maar Anna is sterk. Ze gaat altijd

terug naar zichzelf en denkt na over wat ze wil en hoe ze dat kan bereiken. Indrukwekkend!” • Anna: “Toen ik in Nederland

aankwam, vond ik het verschrikkelijk. Zo anders dan Polen. Ik haatte Nederland en wilde alleen maar terug naar mijn eigen

land. Maar nu ben ik verliefd op Maastricht. Ik ben overgestapt naar een andere school met kinderen van min of meer mijn

eigen leeftijd. Daar heb ik een vriendin gevonden die ook een brede belangstelling heeft. Dit jaar doe ik eindexamen Vmbo

en als mijn cijfers hoog genoeg zijn, mag ik doorstromen naar de Havo. Daarna wil ik geschiedenis of kunst gaan studeren.

Ik heb grote ambities. Ik wil schrijfster worden, maar ook regisseuse.” • Miriam: “Anna inspireert mij. We gaan samen naar

het theater en genieten daar enorm van. Anna praat met mij over alles wat haar bezighoudt: over muziek, over filosofie, over

boeken, over toneel. Haar frisse blik op de wereld zet mij weer aan het denken. Ik vind het geweldig leuk om te zien hoe zij

in de wereld staat, waar ze aandacht voor heeft, wat haar bezighoudt. Dat stimuleert mij enorm. Ik weet zeker dat Anna en

ik contact houden na Koppelkracht. Over tien jaar zien we Anna op televisie als beroemde schrijfster. En dan ben ik trots!” •

Anna: “Ik ben ontzettend blij dat ik heb meegedaan met Koppelkracht. Miriam heeft mijn leven veranderd. Op school gaat het

beter, want wij maken samen huiswerk. Maar het belangrijkste is dat ik nu iemand heb aan wie ik alles kan vertellen. Ik kan bij

haar terecht als er iets is gebeurd. Ik had echt problemen thuis en daar heeft zij me doorheen gesleept. Zonder Miriam ben ik

niet zo sterk. Zij heeft me sterk gemaakt. Zij weet het misschien niet, maar dat is echt zo.” •

34

“ Ik ben ontzettend blij dat ik heb

meegedaan met Koppelkracht.

Miriam heeft mijn leven veranderd.”

Miriam Mordang | 42, tentoonstellingsmedewerker Centre Céramique en coach/counselor

Anna Mikolajczak | 17, 4e jaar Vmbo TL

35


de resultaten

Koppelkracht is een succes geworden. Eind 2011 beschikt

het project over 60 inzetbare mentoren en zijn op dit

moment nog 25 koppels actief bezig. In totaal hebben

77 koppels het Koppelkrachttraject doorlopen. In vrijwel

alle gevallen heeft de match tot resultaten geleid. De

betreffende jongeren voelen zich sterker en zekerder,

zowel op het terrein van school of werk als in hun

privéomgeving.

Het draagvlak voor Koppelkracht is behoorlijk verstevigd.

Zo hebben zich diverse scholen voor voortgezet onderwijs

aangesloten bij het project en is bij een organisatie

voor jeugdwerk (Heugemerveld) een deelproject ontwikkeld

voor peer to peer mentoring, gericht op sociale

vaardigheden en vrijetijdsbesteding.

Het project heeft zich in de loop van de afgelopen vier jaar

ontwikkeld en uitgebreid. De expertise van de vrij willigers

wordt actief benut en vanuit het contact met (nieuwe)

netwerkpartners zijn onderlinge verbanden gelegd.

Leerlingen van het St. Maartenscollege in Maastricht

vervullen hun maatschappelijke stage bij netwerkpartner

Talentenschool. Junior vrijwilligers worden in het

kindervakantiewerk gekoppeld aan senior vrijwilligers

zodat jong en oud van elkaar leren en actief burgerschap

op de jongere generatie wordt overgedragen.

Koppelkrachtvrijwilligers verzorgen zelf deskundigheidsbevordering

voor andere vrijwilligers of ondersteunen het

project op andere manieren.

En Koppelkracht gaat door: het project wordt onderdeel

van de afdeling Vrijwillige Inzet van Trajekt. Daar vindt

vanaf 2012 in samenspraak met jongerenwerk de selectie,

werving, plaatsing en begeleiding van mentoren en

mentees plaats.

De Koppelkrachtmethodiek op het terrein van mentoring

wordt bovendien ingezet in het reguliere jeugd­ en

jongerenwerk. Jong en oud worden aan elkaar gekoppeld

37

met als doel versterking van talenten in de buurt. Deze

insteek gaat verder dan de schoolloopbaan en richt zich

ook op actief burgerschap en participatie in de vrije tijd.

Een van de programma’s die qua methodiek

voortvloeiden uit Koppelkracht is ‘Nao Väöre’. Hierin

ligt de focus op de vrijetijdsbesteding van kinderen uit

het speciaal onderwijs. Samen met een maatje gaan

zij op zoek naar mogelijkheden om hun vrije tijd zo

goed mogelijk in te vullen. Bijvoorbeeld door de stap

te zetten naar lidmaatschap van een vereniging en het

doorzettingsvermogen op te bouwen bij die vereniging

aangesloten te blijven.

Maar het grootste en opvallendste resultaat is zonder

enige twijfel het persoonlijke succes van de mentees.

Jongeren die dankzij de enthousiaste inzet van

volwassenen hun leven een nieuwe wending konden

geven. De kracht van het koppel.


• Gwenda: “Ik wilde oorspronkelijk vanuit het MBO doorstromen naar de PABO, maar mijn Engels was niet goed genoeg. Ik

vroeg aan Marielle Nolte, jongerenwerkster in mijn buurt, of ik hulp kon krijgen bij het leren van de Engelse taal. Marielle

kende Koppelkracht en realiseerde zich dat dit project perfect aansloot bij mijn vraag. Zo kwam het verzoek om een mentor

aan het rollen.” • Marisol: “Ik wilde naast mijn baan iets voor de maatschappij doen. Ik ben heel gericht op zoek gegaan naar

een project als Koppelkracht, omdat ik een tv­programma had gezien over buddy’s in actie en iets vergelijkbaars wilde doen.

Zo kwam ik via internet terecht bij Koppelkracht waar ik me onmiddellijk heb aangemeld. Al heel snel werd ik benaderd met

de vraag of ik iemand met de Engelse taal wilde helpen. Dat vond ik een geweldig plan.” • Gwenda: “Marisol en ik werden aan

elkaar voorgesteld en we hadden zo’n klik dat we meteen voor de week erna hebben afgesproken. Sindsdien zien we elkaar

iedere week consequent een paar uur. We werken aan mijn Engels, maar zeker niet altijd. We praten over van alles en maken

ook ontzettend veel plezier. We zijn zelfs met z’n tweetjes een dag naar Amsterdam geweest. Geweldig!” • Marisol: “We

treffen elkaar nu meer dan een jaar en we gaan beslist nog langer door. Ook als straks het project voor ons stopt, zullen we

elkaar zeker blijven zien. Niet dat Gwenda dat op de lange termijn nodig heeft. Ze weet wat ze wil en is heel serieus bezig. Voor

haar toekomstplannen zou ze mijn support niet eens echt nodig hebben. Voor de Engelse taal misschien wel, maar niemand

hoeft haar handje vast te houden. Gwenda is volstrekt geen probleemjongere. Ze woont misschien in een iets moeilijkere

wijk, maar zelf heeft ze geen problemen. Zelf kom ik uit een vergelijkbare wijk, maar als je de wil hebt en de juiste stimulans

van je omgeving krijgt, dan kun je daar heel goed uit groeien. Ik heb grote bewondering voor Gwenda’s vasthoudendheid en

motivatie. Zij komt er wel.” • Gwenda: “Ik ben beslist gegroeid door mijn contact met Marisol. Het is zo fijn om met iemand

anders dan je ouders of vrienden te praten. Marisol is levenswijzer dan ik en tegelijkertijd heel toegankelijk en vrolijk. Dat is

een perfecte combinatie. Ik ben nu nóg sterker gedreven. Heb ook veel aan mijn ouders te danken. Zij hebben vier kinderen

thuis, maar ze stimuleren en steunen ons allemaal. Ik zakte een keertje voor een belangrijke toets en kreeg toen van mijn

vader geld om met een vriendin uit te gaan eten. Hij vond dat ik hard had geleerd en ondanks mijn onvoldoende iets verdiend

had voor mijn inzet.” • Marisol: “Koppelkracht is een succes, maar het werkt alleen als er een goede match is. Voor die juiste

match zorgt de coördinator. In ons geval was het een perfecte keuze. Gwenda en ik respecteren elkaar, kunnen over alles

praten en leren van elkaar. Als het alleen maar een bijles was geweest, hadden we het misschien niet volgehouden. Maar nu

voegt het iets toe aan ons leven. Het geeft ons energie, ook naast onze voltijdse baan en opleiding. Dat is belangrijk voor

nieuwe mentoren: die klik moet er zijn en ook het feit dat je energie krijgt van het contact met je maatje. Als dat niet het

geval is, dan houd je het allebei niet vol.” • Gwenda: “Ja, je moet niet afhaken, je doel blijven nastreven en goed weten wat

je verwacht en verlangt. Dan haal je alles uit het contact met je mentor. Als ik nu naar mezelf kijk… De PABO is inmiddels van

38

Marisol Becerra | 33, vestigingsdirecteur Business School Notenboom Maastricht

Gwenda Kruijntjens | 20, laatste jaar MBO Sociaal­Pedagogisch Werk

de baan en ik ben teruggekeerd naar mijn oude droom: de modeacademie. Marisol helpt me bij het zoeken naar informatie

over opleidingen. We hebben samen op internet gezocht en brochures aangevraagd, dus nu weten we precies waar en op

welk niveau de opleiding wordt gegeven in Nederland.” • Marisol: “We ontdekten verleden week dat er in Maastricht bij

Kumulus, het centrum voor amateurkunsten, een vooropleiding wordt aangeboden voor de mode­ en kunstacademie. En

dan zie je weer hoe slagvaardig Gwenda is: ze heeft zelf met Kumulus contact opgenomen en is inmiddels begonnen met de

vooropleiding. Ik ben trots op Gwenda en hoop dat we nog heel lang contact houden.” •

39


• Kelsey: “We zijn drie jaar geleden met Marcel als coach begonnen. Cheyen en ik zaten in groep 8 van de basisschool en wij

spijbelden ontzettend veel. Het ging niet slecht op school, hoor, maar we waren er eigenlijk nooit.” • Cheyen: “We hingen

wat rond op de kermis of eigenlijk overal waar iets leuks te doen was. School interesseerde ons helemaal niks. Maar toen

moesten we naar de middelbare school. We hadden nog helemaal niet nagedacht over een keuze en ook geen enkele open

dag bezocht.” • Kelsey: “Roy Hulst, onze jeugdwerker in Mariaberg, stelde toen voor dat we met een coach zouden gaan

praten. Die kon ons helpen bij het kiezen van een school. Wij vonden dat allebei een goed idee. We hebben kennisgemaakt

met Marcel en het klikte.” • Marcel: “Ik realiseerde me dat de tijd voor aanmelding bij een middelbare school begon te

dringen. Alle open dagen waren voorbij, iedereen was al aangemeld. Ik heb toen voor de meiden een soort meeloopdag

kunnen regelen, zodat ze een goede keuze konden maken. Dat is gelukt. Ze kozen voor hun huidige school en die keuze is

nog steeds prima.” • Cheyen: “We spijbelen nu bijna niet meer. Het gaat goed op school. We hebben het daar naar onze zin

en ook de resultaten zijn allesbehalve slecht. Daardoor hebben we thuis ook minder problemen.” • Marcel: “Wat Kelsey en

Cheyen nodig hadden, was een luisterend oor. Iemand die met ze praatte en lachte, en niet alwéér vertelde wat ze verkeerd

hadden gedaan. Als coach moet je iemand niet zeggen hoe het moet, maar op gelijk niveau over alle opties overleggen. Ik

tref de tweeling nu al drie jaar. Minder intensief dan in het eerste officiële Koppelkrachtjaar, maar ik vind het heerlijk om ze

te blijven volgen. Het zijn echte pubermeiden, dus af en toe gooien ze de kont tegen de krib en proberen ze hun grenzen te

verleggen. Dat hebben we allemaal gedaan op die leeftijd. Ik heb zelf pubers thuis, dus ik herken het heel goed. Maar onder

dat pubergedrag zitten sterke meiden die weten wat ze willen. En die precies weten wanneer ze iets goed of fout doen. Dat

hoef ik ze niet te vertellen. Ze komen op hun pootjes terecht, daar twijfel ik geen moment aan.” • Kelsey: “Het is altijd heel

leuk met Marcel. We gaan naar de kermis, zitten op een terrasje, praten en lachen over alles. Wij kwamen een keer terug

van vakantie en toen hebben we tot heel laat met z’n drietjes buiten gezeten, alle foto’s bekeken en uitgebreid verteld over

wat we beleefd hadden. Dat was zó gezellig. Marcel is echt geïnteresseerd in onze verhalen.” • Marcel: “Ik hoop dat ik een

kleine rol in hun leven heb mogen spelen en dat ik een positief draaitje heb kunnen geven aan hun schoolcarrière. Ik heb me

tegenover Kelsey en Cheyen altijd opgesteld als een steuntje op de achtergrond. Ik ben er voor ze als ze me nodig hebben

en dat weten ze. Dat is wat mij betreft exact de rol van een coach. Belangrijk is wel dat je weet waar je aan begint. Je

moet je committeren, zowel de coach als de jongere. En allebei uit vrije wil, want anders werkt het niet. Als je op deze basis

als Koppelkrachtkoppel begint, is succes verzekerd.” • Kelsey: “Ik doe de richting Zorg op het Vmbo en ik heb laatst mijn

maatschappelijke stage bij Roy gelopen in het tienerwerk. Ik plande activiteiten, bijv. een discoavond, en ik mocht aan alles

meewerken. Dat was erg leuk. Ik zou zelf later ook wel graag een baan in het jongerenwerk willen.” • Cheyen: “Volgend jaar

moet ik ook een maatschappelijke stage doen. Dan wil ik ook bij Roy.” • Marcel: “Dat sluit mooi aan bij wat ik nog kwijt wil:

ik heb enorme bewondering voor Katrien Jozephs, Roy Hulst en al hun collega’s. Zij verrichten geweldig werk en betekenen

ontzettend veel voor de jongeren met wie ze werken. Dat mag wel eens gezegd worden.” •

40

Marcel Thewissen | 41, trainer/coach

Kelsey en Cheyen Thiemann | tweeling van 16, klas 3 Vmbo

41


Jeroen Hosman | 37, manager bij KPMG PEOPLE

Patrick Fraiquin | 24, werkzoekend

• Patrick: “Ik hoorde van mijn maatschappelijk werkster over Koppelkracht en kwam toen zelf op het idee me daarbij aan

te sluiten. Dat was voor mij een mogelijkheid om met wat hulp alsnog mijn MBO diploma te halen. Ik was toen al een lange

weg gegaan. Twee jaar daarvoor leefde ik als twintigjarige een aantal maanden op straat omdat ik vanwege financiële

omstandigheden niet meer thuis kon wonen. Had het geluk dat ik nog af en toe bij familie en vrienden terecht kon, maar

zat echt in een diepe put. Gelukkig realiseerde ik me dat ik zelf moest proberen om uit die put te komen. Ik heb heel veel

geleerd van die periode: vechten voor je toekomst, overleven, maar vooral ‘kan niet bestaat niet!’. Ik ben aan mezelf gaan

werken en heb gezorgd dat ik een appartement kreeg. Ik was in de schulden beland en zag dat het mis zou gaan. Daarom

heb ik op eigen initiatief bewindvoering aangevraagd. Ik wilde verder, een nieuwe toekomst. Ik had jaren daarvoor al bijna

mijn MBO diploma en ik als ik een beetje moeite had gedaan, dan had ik het beslist gehaald. Ik hoefde nog maar vier

vakken af te ronden. Jeroen heeft me daarbij geholpen. Dankzij Koppelkracht heb ik een tweede kans gekregen en haalde

ik het diploma Bedrijfsadministratief en commercieel medewerker MBO 2. En nu op zoek naar een baan!” • Jeroen: “Mijn

bedrijf, KPMG, sponsort Koppelkrachten zo kreeg ik de mogelijkheid mee te doen. Het concept sprak mij bijzonder aan,

vooral omdat het initiatief bij de jongere zelf ligt en de coaching geen verplicht karakter heeft. Kijk maar naar Patrick: hij

heeft zelf aangegeven dat hij coaching op prijs zou stellen. Ik volgde enkele informatiebijeenkomsten en cursussen en werd

vervolgens ergens op een kamertje in Malberg aan Patrick voorgesteld. Wij hadden onmiddellijk een klik. En die klik is heel

belangrijk om je doelen te bereiken. Als die er niet is, wordt het moeilijk. Patrick en ik hebben samen besproken wat ons

einddoel was en hoe we dat konden bereiken. Doelstelling was het diploma halen en daarmee zijn we aan de slag gegaan. We

hebben dat einddoel opgeknipt in kleinere stappen. Hij had nog vier vakken te halen en daar hebben we samen wekelijks aan

gewerkt. We zaten ongeveer anderhalf uur te werken. Namen de hoofdstukken één voor één door, bespraken de knelpunten

en maakten soms gewoon sommen samen.” • Patrick: “Weet je, in het leven moet je zelf keuzes maken. Als je een hand

aangereikt krijgt, dan moet je die ook grijpen. Dat heb ik steeds gedaan en doe ik nog steeds: alles aangrijpen om erboven op

te komen. Momenteel ben ik samen met een re­integratiebureau op zoek naar een baan. Ik wil zo snel mogelijk aan het werk,

regelmaat, een dagritme. Ik krijg ondersteuning bij het verwerken van de problemen uit mijn verleden en dat is ook nodig. Dat

maakt me sterker en vergroot mijn kansen. Ik heb mijn leven langzaam maar zeker weer op de rit. Er is nog een weg te gaan,

maar ik ben een vechter, ik zal mijn doel bereiken.” • Jeroen: “We komen nu al ruim een jaar wekelijks samen en onlangs,

tijdens een evaluatie, konden we concluderen dat onze doelstelling bereikt was. Patrick heeft zijn diploma. Het officiële

coachingtraject is dus feitelijk voltooid, maar het klikt zo goed dat ik heb voorgesteld af en toe nog samen te komen en bij

te praten. Wij voeren altijd open gesprekken en willen nieuwkomers bij Koppelkracht adviseren dat ook te doen: wees net

als Patrick realistisch en eerlijk tegenover je coach en tegenover jezelf en durf je kwetsbaar op te stellen. Alleen zo kun je je

doel bereiken. Ik wil heel graag volgen hoe het Patrick vergaat. Ik twijfel geen moment aan een succesvolle afloop voor hem.”

42 43


• Patrick: “Ik ben blij dat Jeroen en ik elkaar nog af en toe blijven spreken. Hij heeft me af en toe goed kunnen oppeppen als

ik het even niet zag zitten. Er was bijvoorbeeld één vak waarvoor ik maar bleef zakken. Ik werd er mismoedig van. Dankzij

Jeroen kon ik me dan weer uit zo’n fase vechten. Hij leerde me dat ik af en toe even gas terug kon nemen om de week erna

wat extra gas bij te zetten.” • Jeroen: “Je weet nooit wat je kunt verwachten als je aan zo’n traject begint. Ik sta altijd

met een open mind tegenover nieuwe ervaringen en zie dan wel wat op m’n pad komt. En ik was positief verrast. Patrick

toont meer dan 100% inzet en heeft de basisbeginselen goed op orde. Op tijd komen, afspraken nakomen, werken voor je

doel. Dan heb je al voor de helft gewonnen. De ontmoetingen met Patrick geven mij veel energie omdat je iemand met heel

kleine dingen vooruit kunt helpen. Hij doet het in feite natuurlijk gewoon zelf, maar je helpt iemand inzicht te krijgen in zijn

mogelijkheden. Iemand die zelf niet meer weet wat hij allemaal kan. Zelfvertrouwen, daar gaat het om. Dat is waar het in het

leven om draait: als je maar wilt en je doel goed voor ogen houdt, dan kom je er wel. En daar is Patrick een goed voorbeeld

van. Zo’n traject als dit is ook confronterend. Het houdt je een spiegel voor en laat je zien dat niets vanzelfsprekend is en niet

iedereen wordt geboren met dezelfde kansen. Ik weet niet wat ik had gedaan als mij was overkomen wat Patrick allemaal

meemaakte.” • Patrick: “Dat is ook mijn inspiratie om zelf mensen te helpen. Ik ken de wegen die voor je openliggen, want

ik ben ze zelf gegaan. Een goed voorbeeld: ik heb veel negatieve ervaringen gehad met mijn vader. Toch help ik hem nu met

zijn uitkering, aanvragen indienen, afspraken maken. Ik ben zijn vertrouwenspersoon. Dat doet goed.” • Jeroen: “Feitelijk doe

jij nu voor je vader wat wij samen hebben gedaan. Je bent je vaders coach en dat is heel mooi, vooral na alles wat je met

hem hebt meegemaakt.” • Patrick: “Ik weet wat ik wil en werk daar langzaam naar toe. Koppig zijn heeft z’n voordelen: ik

moet, wil en zal!” •

44

dankwoord

De projectcoördinatie van Koppelkracht spreekt haar dank uit aan de volgende organisaties en personen. Koppelkracht

kon alleen een succes worden dankzij de ondersteuning, inzet en medewerking van al deze mensen en organisaties.

Addie, Alda, Andre, Aniek, Anique, Anja, Anke, Anna, Anne, Annette, Ans, Anthony, Anwar, Aziz, Baran, Bas, Benoit,

Ber, Bogdan, Bonnie, Brenda, Brent, Brigitte, Carla, Celine, Chantalle, Charles, Chayenne, Chris, Christophe, Damond,

Daniel, Daphne, Denise, Desiree, Destiny, Diahann, Dimitri, Dimphy, Dominique, Egelique, Elke, Emil, Emmy, Enerique,

Eric, Erik, Erna, Erwin, Eva, Eveline, Fati, Ferdie, Ferry, Frank, Geerte, George, Ger, Germaine, Gina, Guido, Gwenda,

Hanna, Hanneke, Harm, Hawra, Henk, Hind, Imke, Ineke, Ingrid, Jacky, Jacqueline, Jacques, Janneke, Jeroen, Jesmin,

Jo, Joos, Joost, Jose, Joyce, Karima, Karin, Kastor, Kelsey, Kerstin, Kevin, Kiki, Kim, Kirsten, Kristel, Laurent, Layna,

Leonie, Leyla, Lilian, Lorre, Lou, Maarten, Madeleen, Magdalena, Maggie, Manon, Mara, Marc, Marcel, Margarida,

Margot, Margriet, Mariah, Marie, Marielle, Marika, Marilou, Marina, Marisol, Marjo, Mark, Marlou, Martha,

Martin, Martina, Matti, Megan, Melvin, Menno, Merjem, Mia, Mike, Milfort, Milou, Miny, Miriam, Mirjam, Mitch,

Mitchel, Mohammed, Nadine, Nancy, Naomi, Nicole, Niels, Noel, Osman, Patrick, Paul, Paula, Peter, Petra, Pieter,

Pieternel, Rachida, Raoul, Renaldo, Renate, Ricardo, Rien, Romano, Roy, Samanta, Samira, Sanne, Saskia, Savannah,

Sharon, Sheila, Sheldon, Shelley, Sigrid, Silvano, Sinaa, Sjef, Sjors, Sonja, Soraya, Soumia, Stefan, Stefan, Stephan,

Sulayka, Theo, Tijs, Tjeerd, Trudy, Ugur, Veronique, Veton, Vivian, Yolanda, Zakaria, Ziggy,

Academie Beeldende Kunsten Maastricht | afdeling Mode en Textiel, Barcavela, Bonnefantenmuseum, Bonné+Jan,

Daphne Dumoulin Art & Photography, Het Derde Bedrijf, Het Nationaal Toneel, Gemeente Maastricht, Krijnen Tekst

en Taal, Nicole Mulkens, Oranjefonds, Ouders/ verzorgers, Rijksuniversiteit Groningen, Sardes, Theater aan het Vrijthof,

Trajekt, WieKent school.

45


46

47


Hoofdlocatie City Centrum

Capucijnenstraat 43 | Postbus 312 | 6200 AH Maastricht

T 043 ­ 328 85 88 | trajekt@trajekt.nl | www.trajekt.nl

Regiokantoor Heuvelland

Willem Vliegenstraat 4 | Postbus 100 | 6270 AC Gulpen

T 043 ­ 450 20 00 | heuvelland@trajekt.nl | www.trajekt.nl

Colofon

Tekst Margot Krijnen, Krijnen tekst en taal

Eindredactie Katrien Jozephs, Trajekt;

afdeling communicatie Trajekt

Vormgeving Charlotte Wiltschut, BONNé+JAN

Fotografie Daphne Dumoulin

Drukwerk Drukkerij Pietermans, Lanaken (België)

Publicatie van Welzijnsorganisatie Trajekt

Trajekt dankt alle mentoren, mentees, mentorbegeleiders en trainers

van Koppelkracht voor hun enthousiaste medewerking bij het

maken van dit boekje.

Deze publicatie kwam tot stand met de steun van het Oranjefonds.

48

Similar magazines