Lees hier verder. - Verenigde Assurantiebedrijven Nederland NV

verenigdeassurantiebedrijven.nl

Lees hier verder. - Verenigde Assurantiebedrijven Nederland NV

Zwarte zaterdag: de dag waarop Franse snelwegen

veranderen in een zinderende kookpot van blik, rubber,

uitlaatgassen en half- of totaal-hysterische

vakantiegangers. Je zal er als Nederlander maar tussen

zitten en een ongeluk krijgen - of veroorzaken. Helaas

gebeurt het regelmatig dat Nederlanders in het

buitenland betrokken raken bij een ongeluk, maar er is

één lichtpuntje: de schaderegeling is goed

gestructureerd.

i totaal vinden er in Europa (de EU-landen en zo’n vijftien lan

en daaromheen, zoals Rusland, Marokko en Tunesië) per jaar

ieer dan een half miljoen ongelukken plaats, waarbij gemotori

erd verkeer uit een ander land is betrokken. Alleen in Neder

tnd werden vorig jaar al tussen de 15.000 en 20.000 ongevallen

eregistreerd waarbij motorrijtuigen uit andere landen waren

etrokken. Eenzelfde aantal Nederlandse auto’s was betrokken

ij een ongeval in een van de andere Europese landen.

OPLOPER

)p het lijstje van buitenlandschaden is Duitsland absolute koplo

er met 56.400, gevolgd door Frankrijk (54.250), Italië (42.460),

panje (38.360) en op de vijfde plaats Engeland met 25.880.

[ierbij gaat het dus om ongevallen waarbij automobilisten uit

lie andere Europese landen zijn betrokken.

is specifiek naar ongevallen wordt gekeken waarbij Neder

tndse automobilisten zijn betrokken, dan ontstaat een iets

odere top vijf: Nederlanders raken het vaakst betrokken bij een

ngeval in Duitsland, gevolgd door België, Frankrijk, Engeland,

Oostenrijk. ‘Een bijna “logische” top vijf’, meent Geert Prins,

ammanager bij Achmea GlobalNeth, ‘aangezien dit grotendeels

e landen zijn waar je als Nederlander doorheen moet als je naar

et buitenland gaat.’ De hoge Engelse positie verklaart hij door

at de Nederlander ineens aan de “verkeerde” kant van de weg

loet rijden en door het hoge aantal vrachtwagens op de Engelse

‘egen.

.chmea GlobalNeth behandelt een kleine dertigduizend buiten

ndschaden per jaai waarvan in ongeveer vijfduizend gevallen

n verzekerde is betrokken van een van de buitenlandse partners

an deze maatschappij. De verdeling van ongevallen naar mate

ële dan wel letselschade bedraagt globaal 9:1 — die verhouding

ldt overigens niet specifiek voor buitenlandschaden, maar voor

ngelukken in het algemeen.

GROENE KAART

De cijfers werpen een donkere schaduw op het intensieve grens

overschrijdend verkeer in Europa. Want ongelukken leveren niet

alleen schadeposten op, maar zijn in de eerste plaats vooral ver

velend voor de betrokkenen — soms zelfs met desastreuze gevol

gen.

Om de gevolgen ervan zoveel mogelijk te voorkomen, zijn de

afgelopen decennia daarom twee systemen ontwikkeld om zowel

de schaderegeling als de -vergoeding in het grensoverschrijdend

verkeer zo goed mogelijk te organiseren: het groene kaartsysteem

en het systeem op grond van de zogeheten vierde WAM-richtlijn.

Het groene kaartsysteem werkt simpel, maar doeltreffend. Auto

mobilisten moeten tegen wettelijke aansprakelijkheid zijn verze

kerd — niet alleen binnen de landsgrenzen, maar ook als ze die

overgaan. Raakt een automobilist in een andere EU-lidstaat

betrokken bij een ongeval, en is hij (mogelijk of waarschijnlijk)

de aansprakelijke partij, dan bewijst zijn kenteken in combinatie

met de Europees-brede wettelijke verzekeringplicht dat hij in

Nederland een verzekeraar heeft die hem verzekert tegen even

tuele aanspraken van de (in dit geval buitenlandse) tegenpartij. In

een groot aantal andere landen is de groene kaart het verzeke

ringsbewijs. In gewoon Nederlands: als je in het buitenland

schuldig bent aan een ongeluk, weet het slachtoffer dat hij jouw

verzekeraar kan aanspreken. Hoewel voor veel landen de groene

kaart geen voorwaarde meer is om de grens te kunnen passeren,

is het wel verdraaid handig als je hem bij je hebt, mocht je onver

hoopt een ongeval krijgen in het buitenland.

DE BEDRAGEN

WAAR

JE RECHT

OP HEBT

LOPEIil

PER LAND

ERG UITEEN

3

NUMMER 3,3UL loIr’’VERZEKERO1


) VIERDE WAM-RICHTLIJN

Maar je kunt natuurlijk ook zelf worden aangereden. In Portu

gal, door de dronken bestuurder van een trekker. Of als wande

laar in Rome, als je door een scooter wordt geschept op het

Campo dei Fiori. Je hebt schade, bent slachtoffer, maar zie maar

eens je schade vergoed te krijgen. Is die trekker of die scooter wel

verzekerd? Wie is de verzekeraar? Hoe weet je zeker dat je

schade goed wordt getaxeerd, dat je belangen tegenover de verze

keraar van de trekkerbestuurder goed worden behartigd?

Omdat in Europa slachtofferbescherming een belangrijk issue is,

heeft Brussel de zogeheten vierde WAM-richtlijn opgetuigd —

WAM verwijst naar Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrij

tuigen. Volgens deze richtlijn moeten alle verzekeraars in elk EU

land een vertegenwoordiger hebben. Een slachtoffer van een

ongeval waarbij een motorvoertuig is betrokken, kan in eigen

land (en dus in zijn eigen taal) naar deze vertegenwoordiger stap

pen om zijn buitenlandschade makkelijker te kunnen regelen.

Het Nederlands Bureau der Motorrijtuigverzekeraars weet pre

SCHRIL CONTRAST

In totaal vinden er in Europa — en een paar landen daaromheen, zoals Zwitser

land en Tunesië — jaarlijks meer dan 500.000 ongelukken plaats waarbij een

motorrijtuig uit een ander land is betrokken. Duitsland nam met ruim 56.000

ongelukken maar liefst een tiende van die ongelukken voor zijn rekening, op de

voet gevolgd door Frankrijk (ruim 54.000). Nederland staat met ruim 15.000

ongelukken op een achtste plaats.

De aantallen staan in schril contrast met landen als IJsland (22 ongelukken),

Cyprus (13) en Malta (141), waar kennelijk weinig buitenlanders in eigen auto

rondrijden. Doordat veel toeristen in dat soort landen in huurautos rondrijden,

worden ongevallen niet als buitenlandschade geregistreerd.

VERZEKERV!’NuMMER 3, JULI 2011

cies wie de vertegenwoordigers van alle verzekeraars zijn. Voor

de schaderegelingsprocedure zijn ook termijnen en vaste procedu

res vastgesteld. Lukt het niet om binnen deze vastgestelde termij

nen een inhoudelijke reactie van de verzekeraar of zijn vertegen

woordiger te krijgen, dan kan het (Nederlandse) Waarborgfonds

Motorverkeer het slachtoffer helpen. Ook als de buitenlandse

verzekeraar geen vertegenwoordiging in ons land heeft, als de

buitenlandse schadeveroorzaker niet verzekerd bleek of als de

verzekeraar niet bekend is, springt het Waarborgfonds in de bres.

KANTTEKENINGEN

Frits Blees, directeur van het Nederlandse Waarborgfonds, pro

moveerde vorig jaar op dit onderwerp. Hij vindt het huidige

tweezijdige systeem van schadevergoeding zeker niet slecht. Ook

de dekking die verzekeraars wettelijk moeten bieden, krijgt op

zichzelf zijn goedkeuring, al leiden de verschillen per lidstaat ook

tot grote verschillen in slachtofferbehandeling.

Blees plaatst echter ook kanttekeningen. Zoals bij het feit dat het

schadevergoedings- en aansprakelijkheidsrecht in de verschillende

lidstaten behoorlijk uiteenloopt. ‘Van de vierde WAM-richtlijn

kan de suggestie uitgaan dat de schade — in welk ander land dan

ook opgelopen — altijd naar jouw tevredenheid wordt afgehan

deld. Dat is niet zo. Het wordt geregeld, ja. En dat daar nu wet

telijke procedures voor zijn, staat ook vast. Maar de bedragen

GROENE KAART

IS VERDRAAID

HANDIG

ALS JE

IN HET

BUITENLAND

BENT

waar je recht op hebt, lopen per land erg uiteen, zowel voor blik

schade als voor letsel.’

ONAANGENAME VERRASSING

Zo kan een automobilist in ons land voor een whiplash misschiei

wel schadevergoeding krijgen, terwijl de eisen in tal van andere

landen veel strenger zijn, waardoor hij veelal niets krijgt. En als

zijn auto is beschadigd door een dader die er vandoor is gegaan,

staat de automobilist in de meeste landen, anders dan in Neder

land, in de kou.

In zijn proefschrift concludeert Blees dan ook dat met name

Nederlandse slachtoffers van ongevallen die in andere lidstaten

door onverzekerde of onbekende motorrijtuigen worden veroor

zaakt, onaangenaam kunnen worden verrast. Hij vindt daarom

dat de gewenste “vergelijkbare behandeling” van slachtoffers in

de verschillende lidstaten meer als een bezweringsformule dan ah

een daadwerkelijk resultaat moet worden beschouwd, dat is

bereikt door het Europese gemeenschapsrecht. Bovendien leert de

praktijk dat je als slachtoffer bijna niet zonder een rechtshulpver

lener kunt, omdat je nou eenmaal te maken krijgt met andere

rechtsstelsels.

MEESTAL GOED, MAAR SOMS NIET

Ondanks de Europese stroomlijning van de schadevergoeding en

-regeling, gaan er soms toch dingen mis. Bijvoorbeeld als verzeke

raars over de grens niet of niet tijdig reageren. Of als er geen ver

zekeraar is. In zulke situaties hebben de lidstaten een “schadever

goedingsorgaan” (in ons land ondergebracht bij het Waarborgfonds)

dat de taak heeft om de betreffende verzekeraar achter de

broek te zitten, of in het uiterste geval zelf de schade te regelen —

en soms te betalen. Altijd naar het recht van het land waar de

schade werd geleden — en voor Nederlandse begrippen dus vaak

te laag. In Nederland gebeurde dat vorig jaar een kleine 460 keer

Op het totaal van buitenlandschaden weliswaar een miniem aan

tal, maar toch. In de helft van deze gevallen was sprake van een

onbekende of niet-verzekerde dader; in de andere helft reageerde

de buitenlandse verzekeraar of zijn Nederlandse vertegenwoordi

ger niet of niet “voldoende gemotiveerd”.

Volgens Blees blijft het altijd nodig om na een ongeluk in het

buitenland zoveel mogelijk gegevens te verzamelen, ongeacht de

schuldvraag: namen en nummers van bestuurders en verzekeraar,

getuigen, kentekens, foto’s van de schade enlof het letsel, plaats,

dag en tijdstip van het ongeval. Al die gegevens kunnen helpen dt

schade sneller en beter afgehandeld te krijgen.

More magazines by this user
Similar magazines