Energizers taal - Leermiddelenbak
Energizers taal - Leermiddelenbak
Energizers taal - Leermiddelenbak
Transform your PDFs into Flipbooks and boost your revenue!
Leverage SEO-optimized Flipbooks, powerful backlinks, and multimedia content to professionally showcase your products and significantly increase your reach.
Handen onder de tafel<br />
Taal<br />
De spelleider geeft snel achter elkaar opdrachten<br />
om de handen ergens neer te leggen: onder tafel,<br />
naast de tafel, op je voeten, in je la, enz.<br />
Als de spelleider zegt: “handen onder tafel” en de<br />
opdracht wordt uitgevoerd, is het goed.<br />
Als de spelleider zegt: “onder tafel” en de opdracht<br />
wordt uitgevoerd, dan is degene die dat doet af.<br />
Net zolang doorgaan tot iedereen af is.<br />
In het oerwoud<br />
Taal<br />
groep 3/4<br />
Stel, je komt diep in een oerwoud een nog niet<br />
ontdekte stam tegen. Die mensen wil je gaan<br />
uitleggen hoe onze omgeving eruit ziet. Gelukkig<br />
spreken ze onze <strong>taal</strong>. Hoe zou je kunnen uitleggen<br />
wat de onderstaande woorden zijn, zonder die<br />
woorden zelf te gebruiken?<br />
Deel de klas in tweeën en geef elke groep een aantal<br />
woorden, afhankelijk van het <strong>taal</strong>beheersingniveau<br />
van de kinderen. De groep die een woord goed<br />
geraden heeft, krijgt een punt. De groep met de<br />
meeste punten op het eind heeft gewonnen.<br />
Te gebruiken woorden zijn bv.:<br />
-naaimachine -grasmaaier -computer<br />
-wasdroger -zaklantaarn -caravan<br />
-helikopter -flat -supermarkt<br />
-rijbewijs -vriezer -draadloze telefoon<br />
groep 3/4<br />
Taal<br />
Zelfstandig naamwoorden race<br />
De groep wordt in tweeën verdeeld, of in meerdere<br />
groepjes van bijvoorbeeld 8 leerlingen. De kinderen<br />
krijgen de opdracht om binnen 1 minuut zoveel<br />
mogelijk zelfstandige naamwoorden op te schrijven.<br />
Er wordt van te voren verteld met welk lidwoord<br />
wordt gewerkt.<br />
Let op: verkleinwoorden tellen niet mee!<br />
Taal<br />
Lotto (woord Mastermind)<br />
groep 3/4<br />
Eén van de spelers schrijft een woord op van vier<br />
letters. De andere spelers moeten achter dit woord<br />
zien te komen. Dat doen zij als volgt: iemand geeft<br />
een willekeurig woord van vier letters op waarna de<br />
eerste speler zegt hoeveel letters van dat woord<br />
ook in het te raden woord voorkomen. Bovendien<br />
meldt hij hoeveel letters erin staan, die in het te<br />
raden woord op dezelfde plaats staan. Door<br />
deductie en reductie kunnen de andere spelers,<br />
door steeds een nieuw woord op te geven, achter<br />
het te raden woord komen.<br />
Dit spel is in plastic uitvoering, niet met letters,<br />
maar met gekleurde pinnetjes te koop onder de<br />
naam Mastermind<br />
.<br />
groep 3/4
Pictionary<br />
Taal<br />
Het bekende spel kan ook heel gemakkelijk in de<br />
klas gespeeld worden. Hier zijn tal van varianten op<br />
te verzinnen. Eén daarvan is om de klas in groepjes<br />
van 5 in te delen. Jij hebt een lijstje gemaakt van<br />
alle dingen die getekend moeten worden. Dan laat je<br />
de eerste van die groepjes naar jou toekomen en<br />
die laat je het woord lezen van jouw blaadje. Dan<br />
gaan ze vlot aan het werk (in hun eigen groepje ligt<br />
een stapel wit papier). Ze mogen dan niets zeggen,<br />
alleen tekenen. Als dan in het groepje geraden is<br />
wat de bedoeling is, mag de volgende naar de<br />
leerkracht toegaan. Als dan het goede woord in het<br />
oor gefluisterd is, krijgen ze het volgende woord.<br />
De groep die dan als eerste door de rij met<br />
woorden heen is, heeft gewonnen. Ook valt de groep<br />
in 4 à 5 teams in te delen welke dan om beurten een<br />
woord mogen tekenen en raden.<br />
Rigmarole<br />
Taal<br />
groep 3/4<br />
Eén van de spelers begint een (zelf verzonnen)<br />
verhaal te vertellen en stopt op een spannend punt.<br />
De volgende speler vertelt verder. Wanneer deze<br />
stopt, gaat nummer drie verder, enz..<br />
* Suggestie: men kan kiezen voor het gebruik van<br />
een tijdwaarneming of iets dergelijks, zodat de<br />
verteller zicht houdt op zijn eigen verteltijd.<br />
groep 3/4<br />
Raden maar<br />
Taal<br />
Eén van de spelers neemt een persoon in gedachten,<br />
die bij de andere spelers bekend verondersteld mag<br />
worden. De andere spelers mogen vragen stellen om<br />
achter de gezochte persoon te komen. De vragen<br />
mogen echter alleen met ja of nee beantwoord<br />
worden. De winnaar mag een andere persoon in<br />
gedachten nemen. Dit spel kan ook gespeeld worden<br />
door in plaats van een persoon een woord in<br />
gedachten te nemen.<br />
Voelspel<br />
Taal<br />
groep 3/4<br />
Een kind uit de kring wordt geblinddoekt. De<br />
spelleider legt een voorwerp in de hoge doos, zodat<br />
de andere leerlingen dit voorwerp niet kunnen zien.<br />
Het geblinddoekte kind mag het voorwerp betasten<br />
totdat het weet wat het is. Het kind mag NIET<br />
zeggen wat het is, maar moet proberen twee<br />
eigenschappen van het voorwerp te noemen, zodat<br />
de andere leerlingen het voorwerp kunnen raden.<br />
Het kind dat het voorwerp goed geraden heeft, mag<br />
de volgende 'voeler' zijn.<br />
groep 3/4
Wie zou het zijn?<br />
Taal<br />
De spelleider wijst een kind aan dat in het midden<br />
van de kring moet komen zitten. Dit kind wordt<br />
geblinddoekt en krijgt een aanwijsstok in de hand.<br />
Het kind draait nu een paar maal rond totdat de<br />
spelleider “stop” zegt. Het wijst nu met de stok<br />
recht vooruit. Degene die wordt aangewezen, pakt<br />
de stok vast: hij/zij wordt de ondervraagde. Het<br />
kind in het midden moet er nu door het stellen van<br />
vragen achter zien te komen wie er tegenover hem<br />
zit. Om te voorkomen dat de ondervrager de ander<br />
meteen aan diens stem herkent, is het het beste<br />
als de buurman/-vrouw de gestelde vragen<br />
beantwoordt. Het is niet de bedoeling dat er<br />
meteen vragen gesteld worden als "Is het Marije?",<br />
maar dat er meer algemene vragen aan bod komen<br />
(is het een meisje, heeft ze zwart haar, etc.)<br />
Binnenboodschappen<br />
Taal<br />
We gaan op zoek naar dingen die bijvoorbeeld:<br />
- beginnen met de letter ..<br />
- eindigen met de letter ..<br />
- in het midden de letter .. hebben<br />
- de kleur .. hebben<br />
- de vorm .. hebben<br />
groep 3/4<br />
groep 3/4<br />
Woordenschepsels<br />
Taal<br />
De spelleider laat de leerlingen een aantal woorden<br />
van acht letters noemen en op het bord schrijven.<br />
De spelleider onderstreept één van die woorden. De<br />
spelers schrijven het woord op een strook papier,<br />
die ze nu zo verknippen dat er op elk stukje papier<br />
een letter staat. Zij verschuiven de letters tot ze<br />
een nieuw niet-bestaand woord (neologisme) hebben,<br />
dat niet uit alle acht letters hoeft te bestaan,<br />
schrijven dit op en herhalen deze procedure tot ze<br />
over een vijftal 'nieuwvormingen' beschikken. Aan<br />
elk van de eigen woorden geven ze een betekenis.<br />
Maar één kiezen ze er uit, waar ze een<br />
betekenisomschrijving aan geven, zoals die in een<br />
woordenboek voorkomt; bovendien geven ze er alle<br />
mogelijke woordvormen van en maken ze er een zin<br />
mee. De gekozen woorden van alle leerlingen worden<br />
willekeurig door de leerlingen op het bord<br />
geschreven, waarna ze klassikaal op alfabet worden<br />
gezet.<br />
Taal<br />
groep 3/4