De reizende doctor - Wintertuin

wintertuin.nl

De reizende doctor - Wintertuin

DE REIZENDE DOCTOR - PIETER STEINZ

De reizende doctor

Vijfhonderd jaar Faust in de literatuur

I Waarin Faust geboren wordt en zijn eerste literaire stappen zet

Er was eens een Faust, Johannes Faust. Of misschien Georg Faust,

de geleerden zijn het er niet over eens. Hij leefde van circa 1480 tot

1540 en liet een dozijn directe getuigenissen van zijn opmerkelijke

leven na. Documenten over zijn afstuderen aan de universiteit van

Heidelberg en zijn carrière aan diverse Duitse hoven. Vermeldingen

van juiste voorspellingen die hij als sterrenwichelaar gedaan had.

Raadsbesluiten over zijn verbanning uit Ingolstadt en Neurenberg

wegens ongeoorloofde magische praktijken. Sterke verhalen over zijn

optredens als dodenbezweerder, waarzegger, handlezer en piskijker.

Het waren niet de minste tijdgenoten die zich in geschrifte

uitlieten over doctor Faust. Zo komt hij voor in de Tafelgesprekken

van de kerkhervormer Luther en de Uitleggingen van de humanist

Melanchthon, en is hij bovendien onderwerp van een lange brief van

abt en occulte wetenschapper Trithemius. Veel vriendelijks hadden

deze godsdienaars niet over hem te melden, waarschijnlijk omdat

Faust geen religieus type was en geassocieerd werd met duivelskunstenarij.

Maar hun scheldkanonnades en misprijzingen droegen

alleen maar bij aan de roem van de reizende doctor, over wiens

gewelddadige dood – vermoord door de duivel in Württemberg, in

Breisgau, of misschien zelfs in Gelderland? – de gruwelijkste verhalen

de ronde deden.

Zoals een spectaculaire gebeurtenis tegenwoordig ‘roept om verfilming’,

zo schreeuwde het levensverhaal van Faust erom verboekt

te worden. Een aantal van de anekdotes rondom de duivelse wetenschapper

was al een jaar of dertig na zijn dood verzameld, maar het

was een zekere Johannes Spies die in 1587 in Frankfurt am Main het

4 5


eerste lopende verhaal publiceerde: de Historia von D. Johann Fausten.

In 68 hoofdstukken wordt het leven beschreven van een boerenzoon

uit Wittenberg (een Saksische universiteitsstad op enkele honderden

kilometers van het hertogdom Württemberg!) die theologie en medicijnen

studeert, maar in zijn honger naar kennis en macht een geest

oproept om met hem een overeenkomst te sluiten. Vierentwintig jaar

zal deze Mephostophiles Faust in alles ter wille zijn, daarna mag hij

zijn ziel hebben en hem meesleuren naar de hel.

Faust heeft de tijd van zijn leven. Hij krijgt antwoord op al zijn

vragen, of ze nu van theologische of meteorologische aard zijn; hij

bezoekt de hel en het paradijs, hij maakt zijn opwachting bij keizer

Karel V en wordt de geliefde van de oud­Griekse beauty Helena; hij

haalt tal van Uilenspiegel­achtige streken uit. En dan, na 24 dolle

jaren, is het payback time. In doodsangst neemt Faust in een herberg

afscheid van zijn studenten en raadt hij ze met klem aan nooit zijn

voorbeeld te volgen. Later die avond, wanneer iedereen slaapt, wordt

hij met hels kabaal door de duivel gehaald. De studenten vinden de

volgende morgen zijn bloed in de kamer (‘zijn hersenen kleefden

aan de muur […] er lagen ogen en ettelijke tanden’) en zijn verminkte

lichaam op de mesthoop.

II Waarin Faust een tragische held wordt

Aan Spies komt de eer toe als eerste het pact met de duivel én de

Mefisto­figuur te hebben beschreven – tot op de dag van vandaag de

meest tot de verbeelding sprekende elementen van de Faust­legende.

Verder is zijn boek literair weinig verfijnd en erg braaf: voordat hij

gaat vertellen, waarschuwt hij de lezer dat het leven van Faust voor

een christen niet navolgenswaard is; aan het eind van de Historia

citeert hij het bijbelvers I Petrus V: ‘Zijt nuchteren en waakt, want uw

tegenpartij, de duivel, gaat om als een briesende leeuw, zoekende wien

hij zou mogen verslinden.’ Dit soort kwezelarij legde het ‘volksboek’

geen windeieren: binnen tien jaar was het al twintig keer herdrukt,

6

DE REIZENDE DOCTOR - PIETER STEINZ

DE REIZENDE DOCTOR - PIETER STEINZ

twee keer met nieuwe details uitgebreid en drie keer vertaald – in

Frankrijk, de Nederlanden en Engeland.

De Engelse versie zou literair de invloedrijkste blijken, want ze

werd vrijwel meteen opgepikt en verwerkt door de toneelschrijver

Christopher Marlowe, een jong en gewelddadig gestorven rouwdouw

(co­auteur van Shakespeare) die zelf beslist iets duivels over zich had.

Marlowe nam het simpele volksverhaal en veranderde het in een

bespiegeling over de typisch renaissancistische lust naar kennis, die

lijnrecht tegenover het middeleeuwse streven naar (religieuze) verlossing

stond. Het resultaat was The Tragicall History of Doctor Faustus, een

rond 1590 voor het eerst opgevoerd toneelspel in blank verse en vijf

bedrijven waarin de hoofdpersoon een tragische figuur is met wie je

kunt meeleven.

Marlowe’s Faustus is een ambitieuze wetenschapper, met een goed

ontwikkeld geweten en vooral een scherp verstand. ‘Ik ben niet bang

voor het woord “verdoemenis”,’ zegt hij tegen Mephistopheles, ‘want

ik kan hel en Elysium niet uit elkaar houden. Laat mijn geest maar bij

de oude [heidense, oftewel verdoemde] filosofen zijn.’ En dus braadt

hij de boter uit zijn contract:

My four and twenty years of liberty

I’ll spend in pleasure and in dalliance,

That Faustus’ name, whilst this bright frame does stand,

May be admired through the furthest land.

Hij gaat de Olympus op om de geheimen van de astronomie te leren

kennen, hij reist op de rug van een draak om de kosmografie te

controleren, hij ontmoet Karel de Vijfde en de Paus (toevallig de enige

Nederlandse paus, Adrianus VI!), en hij wordt verliefd op de schone

Helena, die hem de veelgeciteerde woorden ontlokt:

Was this the face that launched a thousand ships

And burned the topless towers of Ilium?

Maar ook voor deze poëtische Faust is er geen genade. Zijn tijd komt,

en zelfs zijn prachtige laatste monoloog, waarin hij de klokken

smeekt om stil te blijven staan, kan God noch Duivel vermurwen.

7


8

DE REIZENDE DOCTOR - PIETER STEINZ

Hij wordt gehaald door de duivels van Lucifer en is voor eeuwig

verdoemd. Zijn enige troost – een schrale – is dat zijn ‘gemangelde

ledematen’ een waardige begrafenis krijgen, want zoals een van zijn

studenten zegt, ‘hij was een geleerde, ooit bewonderd in onze Duitse

universiteiten om zijn wonderbaarlijke kennis.’

III Waarin Faust herboren wordt

Marlowe’s Doctor Faustus werd vertaald in het Duits en in vele

varianten gespeeld in Duitse theaters, totdat het in de achttiende

eeuw van de podia verdween onder invloed van het classicistische

toneel, dat niet veel ophad met sensatie en bijgeloof. Maar het verhaal

van de duivelsdoctor kreeg een tweede leven in het immens populaire

marionettentheater, dat vooral de komische aspecten van het

verhaal naar voren haalde. Daartoe werd zelfs een tweede hoofdfiguur

geïntroduceerd, Hans Wurst of Kasperl, die anders dan zijn meester

Faust de duivel te slim af was. Erg serieus werd doctor Faust niet

meer genomen, zelfs niet in het veel verkochte Faustboek ‘von Einem

Christ lich­Meynenden’ dat in 1725 werd uitgebracht.

Toch kon de herontdekking van Faust niet lang op zich laten

wachten. Dit was tenslotte de eeuw van de Verlichting, en die kon

wel een areligieuze, naar alwetendheid en almacht hakende wetenschapper

als rolmodel gebruiken. Een van de beroemde schrijvers die

zich op de Fauststof wierpen was Gotthold Ephraim Lessing, maar hij

kwam niet verder dan wat fragmenten. Pas met Friedrich Maximilian

Klinger, de auteur van de tragedie Sturm und Drang (die de naam

zou geven aan een hele literaire stroming), werd Faust een ‘held van

onze tijd’. De hoofdpersoon van Fausts Leben, Taten und Höllenfahrt

(1791) is een man voor wie onafhankelijkheid nog belangrijker was

dan kennis; hij is een hemelbestormer, en daarmee een natuurlijke

geestverwant van de schrijvers en kunstenaars die als halve revolutionairen

het laatste kwart van de achttiende eeuw onveilig maakten.

Een van hen was Goethe, Johann Wolfgang Goethe. Als jongeman

DE REIZENDE DOCTOR - PIETER STEINZ

was hij gefascineerd geraakt door een uitvoering van het poppenspel,

en het verhaal van de homo universalis Faust – die zowel natuurkundige

als magiër was, kunstenaar en wetenschapper – zou hem

zijn hele leven bezighouden. Het begon met een simpel toneelstuk

waarvan hij in 1772 fragmenten voorlas aan een adellijke wel doenster

(en dat in 1887 werd teruggevonden en uitgegeven als de Urfaust).

Achttien jaar later publiceerde hij de eerste versie van een toneelstuk

dat hij in 1808 zou afmaken: Faust. Der Tragödie erster Theil. En daarna

zou hij van 1825 tot een paar maanden vóór zijn dood in 1832 aan één

stuk door werken aan Der Tragödie zweyter Theil.

Speelbaar was het 7000 verzen tellende stuk nauwelijks; met zijn

variatie in poëtische vorm (van het Oudduitse knittelvers en het

Italiaanse madrigaalvers tot het blank verse van Shakespeare en het

vrije vers van de moderne dramaschrijvers), en met zijn ver wijzingen

naar filosofen en klassieken, was het meer een compendium van

de wereldliteratuur – een Duitse versie van James Joyce’ Ulysses.

Niettemin, of juist daarom, groeiden Faust I en Faust II in no time uit

tot nationaal epos, een boek waarmee alle schrijvers na Goethe zich

moesten verstaan – bloedserieus (zoals de toneelschrijver Nikolaus

Lenau) óf ironisch (zoals de dichter Heinrich Heine, die Faust herschreef

als ‘Tanzpoem’ en onder meer een dansende Mephistophela

liet optreden). Niet alleen schrijvers trouwens, maar ook politici:

Goethes gedachtegoed werd geannexeerd door het Keizerrijk (Faust

als pionier van de industriële revolutie), door de Weimarrepubliek

(Faust als Kulturmensch), door nazi­Duitsland (Faust als man van de

daad), en door de DDR (Faust als socialist, die het volk de weg wijst

naar de toekomst). Geen wonder dat tientallen citaten uit het stuk

spreekwoordelijk werden, van

Da steh’ Ich nun, Ich armer Tor

Und bin so klug als wie zuvor

en

Das also war des Pudels Kern!

tot

9


DE REIZENDE DOCTOR - PIETER STEINZ DE REIZENDE DOCTOR - PIETER STEINZ

Du bist am Ende wer du bist

en

Das Ewig-Weibliche

Zieht uns hinan.

Wat Goethe aan de Faust­mythe toevoegde – afgezien van de

sprankelende taal en de filosofische uitweidingen – waren de

Margarete­figuur en de redding van Faust. Die twee extra’s hebben

direct met elkaar te maken, maar niet op een manier die je zou verwachten.

Faust verleidt met behulp van Mephistopheles het onschuldige

burger meisje Gretchen, dat zwanger van hem wordt, hun kindje

vermoordt en in de gevangenis sterft. Maar omdat Gretchen heeft

vast gehouden aan haar liefde voor Faust, wordt hij vele jaren later

niet naar de hel, maar naar de hemel gevoerd. Goethe kon het niet

over zijn hart verkrijgen om zijn held, de altijd strevende man van de

daad, te ver doemen. Een mens die ten volle wil leven moet zelfs de

grootste zonde, een pact met de duivel, vergeven worden.

IV Waarin Faust heengaat en zich vermenigvuldigt

In een brief uit juli 1797 had Goethe geschreven dat Faust ‘weldra

tot verbazing en ontzetting van het publiek als een grote paddenstoelenfamilie

uit de aarde zou oprijzen.’ Hij kreeg meer gelijk

dan hij ooit had durven dromen. Het Faust­mycelium verspreidde

zich na zijn eigen toneelstuk, dat bijna twintigduizend boeken en

analyses zou genereren, niet alleen over de kunsten (opera, film,

boek illustraties) maar ook over de hele wereld. En zelfs alleen de

literaire Faust bewerkingen – van een Goetheparodie uit 1862 (Der

Tragödie dritter Theil) tot een Italiaanse seksstrip uit de jaren zeventig

(Lucifera, geliefde van de duivel) – zijn te talrijk om op te noemen. De

Argentijn Estanislao del Campo dichtte een goucho­versie na het zien

van de opera uit 1859 van Charles Gounod, Alfred Jarry schreef een

‘neo wetenschappelijke roman’ waarin ‘Docteur Faustroll’ een platte

schelm is, Michail Boelgakov werkte tot zijn dood in 1940 aan

De meester en Margarita, Emma Tennant maakte van Faust een vrouw

met een geheim, Randy Newman orkestreerde een eigen libretto waarin

de satanische machinaties zijn verplaatst naar de Verenigde Staten,

Harry Mulisch liet zich bij De ontdekking van de hemel inspireren door

Goethes Faust en Klaus Mann gaf in zijn sleutelroman Mephisto (1936)

een vernietigend portret van een toneelspeler die zijn ziel aan het

Derde Rijk had verkocht.

Over de familie Mann gesproken: de meest bediscussieerde

Faustbewerking is ongetwijfeld die van Thomas Mann uit 1947,

Doktor Faustus – Das Leben des Deutschen Tonsetzers Adrian Leverkühn,

erzählt von einem Freunde. De Nobelprijswinnaar van 1929, een groot

bewonderaar van Goethe, nam als de basis van zijn moderne allegorie

niet Faust I of II, maar het Faustboek uit 1587. Zijn portret van een

verdoemde componist, die een pact met de duivel sluit en na 24 jaar

gruwelijk sterft, is deels geschreven in laat­middeleeuws Duits en

bevat nogal wat scherpe passages over het door de nazi’s in gang

gezette eind der tijden. Tegelijkertijd is het een pseudo­biografie van

de filosoof Nietzsche, die net als Manns hoofdpersoon aan syfilis

stierf, én een in fictie verpakte analyse van het genie van Arnold

Schönberg, de uitvinder van de twaalftoonsmuziek.

Ja, als Manns totaalroman één ding bewijst, dan is het dat je met

het Faustverhaal alle kanten op kunt, en dat geen enkele bewerking

de andere uitsluit. Doktor Faustus zal ook allesbehalve de laatste roman

zijn over de oude alchemist en zijn brandende ambitie. Want zoals

Hugo Claus al dichtte in zijn libretto voor een opera van Konrad

Boehmer (Doktor Faustus, 1985):

Nog steeds klotst de zee van zijn gedachten

tegen het donker strand van onze nachten.

Pieter steinz (1963) is chef Boeken van NRC Handelsblad en auteur van literaire

naslagwerken als Lezen &cetera, Het web van de wereldliteratuur en Klein ABC

van de wereldliteratuur. Hij werkt aan een boek over Faust als historisch en

cultureel fenomeen, dat zal verschijnen in januari 2010.

10 11

More magazines by this user
Similar magazines