ET WE E KB

bibliotheek.eyefilm.nl

ET WE E KB

ET WE E KB CIMEMA

THEATE

^pw*

Wk

///.


R*gi»«ur Sam Weed

de nimalerren Robert

Young en Fierenee Rice

mdem een epneme veer

da M.G.M.-Ulm „Romance

Ier three"

mm

?T*s=z=sa!Z7r~

N i E u wsÄ

Op 1 Januari 1938 waren er op de geheele

wereld 89079 bioscooptheaters. Hiervan waren er

in Canada 1089, Frankrijk 4500, Spanje 3500

Engeland 5000, Italië 4900, Rusland 26000 en

Duitschland 5400.

Friedrich Domin, die in de Ufa-film „Dreiklang"

zou optreden, is ernstig ziek geworden. Zijn rol

zal door een ander overgenomen moeien worden.

Llda Baatova, Hannes Stelzer en Albrecht

Schoenhals vertolken de hoofdrollen in „De

speler". Giuseppe Becce componeert hiervoor de

muziek, terwijl de regie in handen is van Gerhard

Lamprecht.

Benny Porten en Kristina Soederbaum spelen

samen in de Tobis-film „Verwehte Spuren", die

door Veit Harlan in scène wordt gezet. Het draai-

boek werd geschreven door Thea von Harbou.

James Gagney is de partner van Ginger Rogers

in de groote Warner-musical „On your toes".

Deze rolprent zal na „Boy meets girl" en „Angels

with dirty faces", eveneens twee films, waarin

James Cagney de hoofdrol vertolkt, in productie

komen.

Willy FHUeh en Hermine

Zlegler speelden hoofd- •

rollen In de Ufa-fllm „Das

Na'cM""" £:... ■• rt ' rB ^ Ul ? tte G 0 « 1 « 1 ««*. de echtgenoote van Charlie

Peter P.ul BraLer W ■ , X P - eeft een contract flesloten met David

O. Selznick. Zij zal de hoofdrol uitbeelden in

r „Gone with the wind".

_^_^_

Hugo Thimig, de tooneelspeler en zijn zoon, de

film-acteur Hermann Thimig, zijn beiden ernstig

ziek.

Helmut Heyne werd voor de Ufa-film „Anna

Grandiflora" geëngageerd. Regisseur' is Erich

Waschneck.

Bette Davis vertolkt de hoofdrol in de rolprent

„Comet over Broadway", waarvoor Mark Hellinger

het scenario heeft geschreven.

Herbert Selpin, een Duitsch filmregisseur, heeft

voor het vervaardigen van een tweetal films een

contract gesloten met de Tobis te Berlijn.

Kay Francis en George Brent vervullen belang-

rijke rollen in „Lovely lady". Regisseur William

Keighley engageerde verder: Ian Hunter, Mar«

garet Lindsay en Isabel Jeans.

Billy en Bobby Manch, de tweelingen bekend

geworden door de film „Prins en bedelknaap",

werden door regisseur Crane Wilbur voor een

Wild West-film aangezocht.

Errol Flynn vertolkt de hoofdrol in „Sister Act",

een rolprent, gebaseerd op het populaire verhaal

van Fannie Hurst.

IK KIJK

TERUG

k ben geboren in Cadiz, een klein stadje in

Ohio, op den eersten dag in Februari. Mijn

99'**-, vader, William Gable, handelde daar in

olie. Aan mijn moeder, Adeline Hersh'elmen Gable,

heb ik geen andere herinneringen dan een paar

verbleekte waterverfschilderijtjes, die ze in haar

jieugd had geschilderd. Zij stierf toen ik zeven

maanden oud was.

.♦ Mijn prilste jeugd heb ik doorgebracht op een

Bboerderij in Pennsylvanië. Toen ik vijf jaar was,

hertrouwde mijn vader en we verhuisden naar

liopedale, ook in Ohio. Mijn nieuwe moeder was

ten schat en zorgde goed voor me. Ik genoot

rdcr een onbezorgde jeugd en, mijn vader


Clark en zijn lievellnggpaard „Sonny"

maakte al plannen om mij „farmer" te laten

worden; ikzelf voelde er echter meer voor

om voor dokter te studeeren en op zeven-

tienjarigen leeftijd zat ik dan ook in de

collegezalen te Akron.

In deze plaats, de grootste die ik tot dan

toe in mijn leven gezien had, maakte ik

Fredric Mach als

Jean Lafitle.

kennis met twee jonge acteurs van

het stedelijk tooneelgezelschap.,

Ik kreeg een uitnoodiging om eens

een kijkje te komen nemen achter

de coulissen en nooit zal ik ver-

geten, welk een indruk die avond

op mij maakte. Toen viel de be-

slissing voor mijn geheele leven:

ik moest en zou acteur worden

en gaf op slag al mijn doktersplan-

nen op Na veel moeite slaag-

de ik er in een plaatsje te verove-

ren bij het stedelijk tooneelgezel-

schap en de eerste rol, die ik er

speelde, was die van butler. Dat

waren dagen van spanning! Juist

toen deed ik ook de bittere erva-

ring op, dat een tooneelvoorstel-

ling doorgaat, ook onder droeve

omstandigheden van een acteur:

mijn tweede moeder stierf. Mijn

vader keerde toen weer terug tot

zijn oude beroep en ik wilde hem

niet in den steek laten, zoodat ik

hem naar 'Oklahama vergezelde.

Een jaar lang hield ik het daar

uit; toen sloot ik me weer aan bij

een reizend tooneelgezelschap,

waarbij ik twee jaar lang vertoef-

de. We speelden in tenten, hut-

ten, soms ook wel in theaters....

Één factor in het leven kun je nimmer

uitschakelen: den geluksfactor. Ik had nog

precies één penny over, toen ik weer con-

tact kreeg met een ander gezelschap, maar

ook dat liep mis, en ik werd toen, over-

tuigd als ik was van mijn eigen misluk-

king, achtereenvolgens opzichter, jourm

list en kantoorklerk. Het bloed kruipt cel

ter altijd waar het niet gaan kan: we«

sloot ik mij aan bij een tooneelgezelscha

en raakte ten slotte in Californië verzeih

waar ik een van die naamlooze mensche

werd, die de theater- en filmagentschappe

afloopen om er om een baantje te bedelei

Mijn eerste filmrol was die van een so

daat in een Ernst Lubitsch-product. Mij

eenig werk bestond er in acht uur per da

stil te staan; ik haatte de film toen!

In „What price glory" kreeg ik ee

kleine rol, maar vrouwe Fortuna was me

mij. Ik kreeg de kans om sergeant Quii

uit te beelden en toen mij gezegd were

dat men tevreden was, maakte de reacti

mij ernstig ziek. Lange dagen van span

ning waren voorbij.

Lionel Barrymore werd mijn promote

in de filmindustrie en introduceerde mij i

de Metro-Goldwyn-Mayer-studio's. D

eerste proefopname hier viel echter cata

strophaal uit en ik wilde niets meer m«

de film te maken hebben. Er volgde n

een lange, succesvolle tooneelperiod«

waarin ik zelfs op Broadway optrad e

er veel hoofdrollen speelde. JToen pas, toe

ik eenmaal de ladder van het tooneelsuc

ces betreden had, kreeg ik een contract me

de Metro-Goldwyn-Mayer en mijn eerst

film was „The easiest way". Ik behaald

een aardig succesje, maar mijn tweede rol

prent „Dance fools dance" was veel betci

Er volgden ontelbare andere films ei

thans ben ik tevreden, en zonder ijdel t

zijn, geloof ik, dat het publiek het ook i;

DE BOEKANIE

I

Regie: Cecil B. de Mille. • Paramount-Film.

Jean Lafitte Fredric March ■

Greetje Franciska Gaal

Dominique You Akim Tamiroff

Annette Margot Grahame

Crawford Ian Keith

Jackson Hugh Sothern

Madeleine Evelyn Keyes

ean Lafitte, de „gentleman-piraat", de schrik van lederen koop-

vaardij-kapitein en de aangebeden held van iedere schoone uit

New Orleans, is heer en meester in de moerassen rondom de

Mississippi-delta, waar hij zijn beroemde piraten-markt van gestolen

goederen houdt, en waar de groote dames uit New Orleans, hoewel zij

beweren Lafitte en zijn moordenaars-practijken te verafschuwen, graag

komen om voor een spotprijs Spaansche en Britsche schatten op te

koopen. Lafitte is er de man niet naar zich door een belooning van

vijfhonderd dollar voor dengeen die hem, dood of levend, in handen

van gouverneur Claibourne speelt, te laten afschrikken. Zelfs wanneer

deze hoogwaardigheidsbekleeder hem persoonlijk in zijn schuilplaats

komt bezoeken, met het doel hem gevangen te nemen, blijft Lafitte

door zijn eigendunkelijk en brutaal optreden meester van de situatie,

wanneer hij in het openbaar een prijs uitlooft van tienduizend dollar

voor de ooren van gouverneur Claibourne.

Lafitte ontmoet in dit ver verwijderde oord de vrouw die zijn liefde

heeft, Annette de Remy, een mooie jonge vrouw uit een aristocratisch

geslacht. Zij houden zielsveel van elkaar, doch Annette is niet bereid

met Lafitte te vluchten en huis en vrienden op te offeren. Zij smeekt

hem zijn zeerooversberoep op te geven en een respectabel burger te

worden. Voor dien tijd zal zij hem niet in haar huis kunnen ontvangen,

en een man dien zij niet in haar huis kan ontvangen, kan zij wel lief-

hebben, doch niet eeren en hoogachten.

Bijna op hetzelfde moment, waarop Lafitte zijn beminde bezweert

hem te volgen, vallen een aantal van zijn mannen, onder commando

van kapitein Brown, die niet langer naar Lafittes pijpen wenscht te

dansen, de Amerikaansche boot Corinthian aan, dit tegen de uitdruk-

kelijke commando's van Lafitte in, die geen schepen wenscht lastig

te vallen, welke de Amerikaansche vlag voeren. Om hun wandaad te

verbloemen, werpen de piraten alle opvarenden in zee, en geen van

hen wordt er gered, behalve Greetje, een Hollandsch meisje, dat door

Lafitte uit het water wordt opgevischt, wanneer hij, bij het vernemen

van den overval, ijlings naderbij komt. Kapitein Brown wordt voor

zijn ongehoorzaamheid opgeknoopt en hoewel de piraten er op aan-

dringen, dat ook Greetje wordt gedood, weet zij zoo goed voor haar

leven te plei-

ten, dat Lafitte haar

voorloopig spaart en haar

naar Barataria, het dorp in

de moerassen, waar de piraten

wonen, laat brengen. Onder de ver-

moorde opvarenden van het Ameri

kaansche schip bevond zich ook Annettes

zuster, die het ouderlijk huis ontvlucht was

om naar Engeland te trekken.

In Barataria valt Greetje weldra ten offer aan de

onweerstaanbaare charme, die er voor een romantisch

aangelegde vrouw van Lafitte uitgaat en zij wordt

over haar ooren verliefd op hem.

Omstreeks dezen tijd is Amerika in een oorlog met En-

geland gewikkeld en het gerucht doet in New Orleans de

ronde, dat er een Britsch vloot-eskader naar den Mississippi-

mond opvaart om de stad in te nemen. Een zekere Crawford,

die In het stadsbestuur zit en daar grooten invloed uitoefent,

doch in werkelijkheid in dienst der Britten staat, bezoekt Lafitte

en stelt Jjce^YQor zijn mannen en( zijn schepen in dienst van de

- waarvoor hem een groot bedrag aan geld

den rang van kapitein der Britsche Marine

k ..zal worden toegekend. Lafitte verzoekt om

een week bedenktijd en zoodra de

Britsche afgezanten hun hielen

hebben gelicht, brengt hij

een bezoek aan gouver-

neur Claibourne, wien hij


--'

Eng«lsch«a.

Laf it te keert naar zijn mannen terug en vertelt hun, het uitschot van vele

naties, dat zij nu een vaderland hebben: Claibourne zal lederen man, die

meestrijdt voor de zaak van Amerika, gratie verleenen! Intusschen heeft Clai-

bourne de raak in den raad van Louisiana ter sprake gebracht, doch dank

zij de heftige tirades van Crawford, die hiermede de kans van een Britsche

overwinning aanzienlijk kleiner ziet worden, zijn de senatoren overtuigd van

de stelling: de eenige goede piraten zijn doode piraten, en om te voorkomen

dat Lafitte ten slotte toch nog de zijde der Britten zal kiezen, wordt er een

smaldeel der Amerikaansche vloot uitgezonden om de zeerooverskolonie

onschadelijk te maken. Wanneer Lafitte en zijn mannen in Barataria nu een

aantal Amerikaansche oorlogsschepen zien naderen, worden deze met open

armen ontvangen, doch groot is de ontnuchtering der boekaniers als de

schepen plotseling het kanonvuur openen en het zeerooversdorp kort en

klein schieten. De piraten nemen overhaast de vlucht in de ondoordringbare

moerassen, waar alleen zij den weg kennen.

Intusschen is de Yankee-generaal Jackson, bijgenaamd „Old Hickory",

in New Orleans aangekomen om de verdediging van de stad voor te be-

reiden. Hoewel hij, voornamelijk onder invloed van Crawfords betoogen,

veel tegenstand ontmoet, zet hij zijn wil door: New Orleans is in staat van

beleg en iedere weerbare burger moet helpen zijn stad te verdedigen. De

mannen, die de stad aan de Engelschen willen overgeven, lijden aldus een

nederlaag, tot groote woede van Crawford.

Lafitte bezoekt generaal Jackson in het geheim en na eenig misverstand

over zijn bedoelingen, biedt hij Jackson aan wat hij Claibourne reeds had

aangeboden: zijn mannen, zijn munitie en zijn schepen. Jackson, minder af-

hankelijk' dan de gouverneur, accepteert zijn aanbod, waaraan Lafitte de

voorwaarde van volledige gratie voor zijn mannen en één uur voorsprong

voor hemzelf verbonden heeft.

Lafittes luitenants varen door de moerassen, blazen op hun hoorns, en uit

alle hoeken en gaten komen de piraten te voorschijn. Lafitte bezoekt in-

middels de stadsgevangenis met een order van Jackson om alle gevangen-

genomen zeeroovers vrij te laten. In de gevangenis ontmoet hij Crawford,

die er juist een van Lafittes mannen, die van ouds een wrok tegen zijn

heer en meester koesterde en daarom zijn kameraden aan de Engelschen

verraden had, heeft vrijgelaten. Het komt tot een duel tusschen hen beiden,

waarin Crawford ten slotte doodelijk wordt gewond.

Den volgenden morgen wordt er een geweldig gevecht tusschen de Britsche

en Amerikaansche troepen geleverd, waarin de Amerikanen, dank zij de

hulp van Lafitte, ten slotte overwinnaar blijven, 's Avonds wordt er een

groot Victoria Bal gegeven, waar Lafitte zijn geliefde zal ontmoeten en als

eerbaar man in den kring van Annettes vrienden zal worden opgenomen.

Greetje is vreeselijk jaloersch. Zij kan niet verdragen, dat de man dien

zij liefheeft naar het bal gaat om er een andere vrouw te ontmoeten en

besluit ook naar het bal te gaan. Lafittes kanonnier. Dominique You, helpt

haar aan een prachtig feestgewaad en juweelen, die hij heeft buitgemaakt

bij de plundering van de Corinthian.

Lafitte is de held van het feest, doch wordt ten slotte in een tête-è-têtc

met Annette gestoord door de komst van Greetje, die er schitterend uitziet.

Annette herkent plotseling Greetjes japon als die van haar zuster. Zoo

pleegt Greetje, zonder het te willen, verraad aan den man dien zij liefheeft.

Van het een komt het ander en het duurt niet lang of het publiek in de

zaal neemt een dreigende houding tegen Lafitte aan, nu er aanwijzing is dat

hij er niet voor heeft teruggedeinsd een Amerikaansch schip buit te maken

en de passagiers te vermoorden. Eenige mannen willen den zeerooverkapitein

opknoopen als Jackson tusschenbeide komt, „Old Hickory" herinnert aan

de door hem gedane belofte van een uur voorsprong voor den boekanier,

die kalm en waardig de zaal verlaat..,

HOTEL DE LA POSTE

naar den roman van Pouchkine ,-,Le mattre de Poste"

Regie: Victor Tourjansky. Lumlna-film.

Virine Harr y Baur

Dounia J eanlnft Crispin

Andre Minsky Georges Rigaud

Kolonel Raditch - Charles Dechamps

In een landelijken uithoek van Rusland, geheel geïso-

leerd ligt een eenvoudige uitspanning, waar Virine

met zijn dochter Dounia, een frisch jong meisje van

negentien jaar, woont. .

Op bevel van zijn kolonel, die Dounia heeft opgemerkt

en'haar naar St. Petersburg wil laten komen, doet luite-

nant André Minsky het in de herberg voorkomen, alsof

hij ziek is geworden; hij blijft er twee dagen en In dien

korten tijd slaagt hij er niet alleen in het hart van

Dounia te winnen, maar hij verkrijgt ook de sympathie

van den ouden Virine Deze bekent, dat Dounia alles

voor hem beteekent, en dat hij zonder zijn kind niet

zou kunnen leven.

André bewogen en beschaamd door deze confidenties,

maakt zichzelf verwijten; hij besluit alleen naar de

hoofdstad terug te keeren.

Maar de ontluikende liefde van het jonge meisje is

reeds te sterk en zelf neemt zij dan het initiatief tot

een vlucht. ,. . j i

Bij zijn terugkomst in St. Petersburg vertelt André

den kolonel, dat hij Dounia niet kon meenemen; deze

troost zich gemakkelijk en houdt zijn luitenant voor, dat

deze er eindelijk eens toe over moet gaan te trouwen

met de rijke erfgename, die hij voor hem bestemd heeft,

en wier bruidsschat zijn dringende schulden zal kunnen

delgen. ...

De luitenant voelt thans minder dan ooit voor dit

huwelijk; hij belooft echter er over te zullen denken.

Nog in gedachten gaat hij van den kolonel weg en

bevindt zich tegenover Virine, die hem zoekt. Uit vrees

voor een schandaal, dat in tegenwoordigheid van de

officieren zou kunnen losbarsten, spreekt hij zeer koel

tegen hem en maakt zich zonder plichtplegingen van

hem af. , ., . .

D? woede van Virine stijgt ten top; hij neemt zich

voor Dounia terug te vinden en slaagt daar ook in.

Maar of de ongelukkige vader zijn hart al uitstort om

zijn dochter er toe te bewegen hem te volgen, zeggende,

dat André Uu slotte genoeg van haar zal krijgen en

niet met haar zal trouwen, Dounia laat zich niet ver-

murwen, verblind als zij is door haar liefde. „Er be-

staat maar één mensch voor mij op de wereld, en dat

is André." Deze woorden zijn de genadeslag voor Virine,

die weggaat, eenzaam, gebroken.

Dienzelfden avond biedt de kolonel zijn officieren een

schitterend feest aan. Hij heeft van vader Virine gehoord,

dat Dounia In St. Petersburg Is, in tegenspraak met de

verklaringen van den luitenant en hij zint op wraak. In

het geheim noodigt hij het meisje uit, dat door Minsky

om begrijpelijke redenen niet is meegenomen.

De verrassing van André is zeer groot, maar zijn ver-

warring nog grooter, want hij voorziet ernstige gevol-

gen van deze ontmoeting.

De vreugde van Dounia is van korten duur en haar

verdriet is groot, als zij — door toedoen van den kolo-

nel — iets over het aanstaande huwelijk van luitenant

Minsky verneemt. Terneergeslagen staat zij van tafel

op; André wil haar achterna gaan om alles uit te leg-

gen, maar men weerhoudt hem, want de kolonel is hem

voor. Deze begeleidt Dounia naar haar rijtuig en geeft

haar den raad naar haar vader terug te keeren.

Geslagen komt ze terecht in een café met bezoekers

van twijfelachtig allooi, waar zij de grofheden van een

kerel, die zich in haar vjrgist, moet aanhooren. Een

vrouw verdedigt haar zoo warm, dat de politie tusschen-

beide moet komen. Dounia wordt met de anderen mee-

genomen naar den commissaris.

Daar zij geen papieren heeft, geeft zij den naam van

haar vader op, die wordt op^roepen. Als hij zijn dochter

tusschen al die gearresteerde vrouwen ziet, schaamt

hij zich voor haar en doet eerst alsof hij haar niet kent,

maar door de wanhoop in haar blik bewogen, opent hij

' ten slotte toch zijn armen en drukt haar aan zijn hart.

In de meening thans zijn dochter teruggevonden te

hebben, wil hij heffl, dien hij als de oorzaak van alle

ongeluk beschouwt, straffen. Hij rukt luitenant Minsky

in tegenwoordigheid der officieren zijn epauletten af en

geeft hem een oorvijg; André zorgt er voor, dat Virine

niet wordt lastiggevallen, maar daar hij deze beleediging

niet kan goedmaken, moet hij ontslag nemen.

Virine vertelt Dounia, dat hij op zijn beurt, om haar

te wreken, André heeft beleedigd. Zij reageert echter

op deze woorden anders dan hij verwachtte; ze roept

hem toe, dat zij van André houdt en dat haar vader de

schuld van alle ongeluk is. Dan gaat ze weg.

Virine is teruggekeerd in zijn woning, waar de dagen

eenzaam en treurig voorbijkruipen. Maar dan.... In het

licht van den aanbrekenden das ziet hij door het venster

een rijtuig aankomen. Het Is zijn dochter, vergezeld van

haar echtgenoot den cx-iuitenaii» Minsky


WARNER BROS-FILM

REGIE: ARCHIE L MAYO

, BMÜ ■ ' ' • • U«ll« Howard

Joye. ••••....... B.tto D.yl.

Marel« W«! OlM. «»• Hwlll.nd

Hwry Grant . . PaWc Knowl«

Dlggat ............ 6^ 6lorm

^«.»W^ G.org. Bari,:

Gr.c«yK.n. ........ Bonlt. Gr.nvlll.

AuntE,,a - • • . • Spring Bylngton

Q««ll Underwood «n Joye« Ardon iljn two« b«.

W roemde iocnoolartltton, voornamelijk in hot

Shakotpoaro-gonro. Zo bohalon grooto tueeoiton,

hebben elkander lief. maar kibbelen eeuwig over

allo mogelijke kleinigheden.

Marcla Wott, oon Jong an »chatrijk meisje uit

do grooto wereld, slaat van haar leg« uit

d«n charmanten acteur geregeld gad« «n

wordt smoorlijk op hom verliefd, hoewel

xlj vorloofd it mot Henry Grant.

Op 'n oudejaarsavond, alt Basil

on Joyce geschitterd hebben

alt Romeo on Julia, doch

aondor dat hot pu.

bltok hot merkte

op hot toonool

heftig aan 't

ruxtin w«.

k • ron.

verlaat Marci« hot ge-

zelschap van haar vader.

haar tanto on haar vorloofdo, om dan grooton

toonooltpolor In zijn kloodkamor to gaan op.

xoakon. ZIJ koopt don portier om. dringt tot

Batll door on spreekt hom van haar grooto liefde,

waarna «IJ, zonder haar naam to noomon, var-

dwljnt. Do aan dergelijke ll«fdotb«tuiglng«n g«.

wond« actour komt niottomln xoor onder den Indruk

van hat gebeurde «n vorlangt or naar haar opnieuw

to ontmoeten.

Batll. dl« oprecht van Joyce houdt, tracht hun go-

tchll bij to leggen «n woot Sich door een litt toe-

gang to verschaffen tot haar kamar, di« zij hard-

nekkig voer hem hooft afgesloten. Na een allor-

grappigste verzoeningsscène besluiten zij tot een

onmiddellijk huwelijk.

Alt hij sich aan hot Meeden it on hot be-

»««an van het JongomoltJ«. dat ham be

«OCM, reeds volkomen Is vergeten, ent-

vongt hij bezoek van oon Jongeman,

die do coon blijkt te zijn van

iemand, dia hom eens een

grooton dienst bewees.

Deze Jongeman It nie-

Hij vertelt Basil Under-

wood allot «n smeekt hem

zijn meisje In zijn armen terug ta voeren.

Om twee redenen stemt do beroemd« acteur

er In toe aan dit verzoek te voldoen. In de

eerste plaatt wil hij den zoon van zijn ouden

vriend graag helpen en In de tweede plaatt maakt

hij zichzelf wijt door het verrichten van daza good«

daad vele van zijn vroegere lichtzinnigheden t«

boeten en daardoor zijn huwelijksleven mat Joyce

met ean tehoon lijstje aan te vangen. Bovendien

prikkelt een dergelijke onderneming zijn zin voor

het dramatisch«.

Derhalve stelt hij zijn huwelijk uit. tot groote

ontevredenheid van Joyce «h van zijn trouwen

toegenegen kamardlanaar en vriend, den on-

verg«lljk«tljken Digges, «n begeeft hij xlch naar

de wening van Mr. Watt. ten einde daar

deer ean ruw en bruut optreden Marcla

te genezen van haar waan op ham ver-

ll«fd te xljn.

Ofschoon hij daar den gansehen

boel op stelten zet en zieh op

d« meest onbeschofte wljx«

gedraagt, wordt de

..liefde" San het

Jongemolsje'

aangewak-

kerd.

in plaats van gabluseht.

Dit leidt van climax tot

climax. Alles wat hy probeert om haar ta

ontgoochelen, wordt door de «enigszins ge-

exalteerde jongedame als aan bewijs van zijn

liefde opgevat. Ton slotte maakt zij hot zoo bont.

dat da baklagantwaardlg« ijdeltuit. z«er begrijpe-

lijk, het slachtoffer wordt der verleiding «n de door

den vindingrijken Digges ontboden Joyce hot bewijs

levert van zijn zwakheid. Do vrouw, die hij werke-

lijk li«fh««ft, begint nu ter terugwinning van den

beminden acteur, een echt vrouwelljken strijd, dl«

natuurlijk mat succes wordt bekroond.

1. Olivia de Haviliand en Lealie Howard.

2. Basil ken geen weerstand bieden.

3. Bette Davit.

4« Letlle Howard.

S. Basil «n Jeyc« hebben versebll

ven meeninf.

6. Patrlc Knowlos,

Lealie He«

ward en

Erle Blo-


DEAim

i^. '',

In d. U»lv.r,.l-«lm „H.Bd.,d m ».I.J.", vl.rd.

«Ln«. h..r »Uhl.«d.„ ,.rj..rd.9. _ W« ,|.„ hmmr Umr m.t

d.« pr.due.l.l.,d.r J.. P..ur„.l.. d.. h-.r m.. ..„ hmmrlnkm

taart varrasta


■y„- '- .

:^*fe.:

,♦ !

J'


- ' iv.

ssi^» < .>..•' ^ --

•*

*^-

. ■ *

v •;

J • -■ i

• i-V * « VTY V^- 4 *

Ui


TE KOOP

AAMGEBODEM

Te koop : Singer trap-

naaimach. in gesl. eiken

salon kast, onbesch.,

mach. in z. g. st. ƒ65.—,

5 Jaar gar. Venecourt,

Javastr. 141 a, A'dam

(O.).

Te koop : Sportmotor,

m. Puch 250 cm.«, ge-

heel uitgerust m. Lucas-

verlichting, schijnwer-

per, claxon en duo, v. elk

aann. bod. J. J. Cremer-

straat 8 hs., A'dam (W.).

Te koop : plano-ace.

Honker, 24 dubb. b.,

z.g.a.n., weg. vertrek,

m. leeren koffer, t.e.a.b.

Tev. te koop theekast,

klein mod. ƒ2.50 en 2

schilderijen m. eiken'

lijst, ƒ1.—-per st. Van

Wel, Alb. Cuypstr. 44-

hs.. A'dam.

Te koop : 3 fonkelnwe

vlschschakels, lang 11 m.,

diep 1.25 m., maaswijdte

65, m. loodsim. laagste

P r - ƒ9.—, ook per stuk

/3.—. Zend postw. en u

ontv. per omg. aan uw

adres. J. Wentlnk, Kor-

telaan 43, Maarsen.

m fgg^^ilDg5^|M

Op deze pagina kunnen onze abonné's, onder de „RullrubrJek". gratis een advertentie

plaatsen, waarin zij iet. aanbieden in ruil voor Iets anders. Dwe plMtsing Is geheel

Sen^Tbod ,0 ? ge,, >-«"«?«"*«• Advertenties, waarin vo^rwe^n Ä^'

T^ V T * n J of 8 evraa 8 d ' woningen te huur worden gevraagd of te huur aange-

T^;« ,en en ^!r d *. n a i n 8f bod * n . enzoovoort, enzoovoort. worden onder de rubrieken

„Te koop aangeboden", „Te koop gevraagd" en „Diversen" geplaatst en berekend tegen

5 cts. per regel, minimum vijf regels.

Wie ruilt 80 punten

Wennex v. 25 b. Sunl.

zeep. Postz. v. antw.

insl. v. d. Duynstr. 406.

Den Haag.

Postzegelverzamelaars I

Ik 'ruil met en corres-

pondeer over postz. Zend

mij een aantal onberisp.

exempl. uit binnen- of

buitenl. op en ik zend

u een zelfde aantal zegels

van Nederl. terug. V

Norden, Spui 169, Den

Haag.

Wie ruilt mijn elkenh.

buffet v. splegelkast ?

v. Ostadestr. 137-bel et.,

A'dam.

Gratis kunt u gangbare

bonnen die u niet spaart

ruilen voor wat u wèl

spaart en tekort komt.

Bij zending postzegel

Insluiten voor terugstu-

ren. Wed. S. v. Zanten,

Daniël Wlllinkpiein 41,

A'dam.

RUILRUBRIEK

Wie heeft voor mij in

ruil voor boeken, eenlge

ontbr. st. van Unie eet-

thee-servies ? Marcelis-

str. 259, Scheveningen.

Ik heb te ruilen : 200

Drosteb., 200 Delta,

200 Dijkstra, 400 Hille,

75 Ira, 600 D.E., 200 Gr.

rivieren, 200 de Jong,

50 Sunl., 300 v. Nelle,

200 Haust, 250 Paulab.

50 Riemvis tegen v.

Houten, Niemeyer, H.O.,

Wennex e.a. Postz. v.

antw. insl. M. Koning,

Heilbronstr. 48, Den

Haag.

Wie ruilt een V.T.-schlJn-

werper, in g. st., v. een

compl. kikimeterteller ?

Tev. een compl. passer

(4 deelen) te ruilen teg.

40 weldadlgh.zegels v.

Nederl. (gemengd), j.

Herrebrugh, Irisstr. 66,

Den Haag.

Wie ruilt mijn accordeon-

z.g.a.n., met koffer, pia-

nokiavler m. 120 bassen

registers voor nader

overeen te komen art. ?

O. v. d. Wege, Reitzstr.

338, Den Haag.

Rood trekwag. te ruilen

v. kinderdriewieler ; lan-

ge, gebl. crèpe georg.

jap., m. 40, te ruilen v.

poppenwag. of babycape

(gr. m.). Ook heb ik vr.

postz., een halter van

6 kilo en fietswielen,

event, te rullen v. radlo-

onderd. Ch. J. W. Gron-

loh, John Franklinstr.

56-111, A'dam (W.).

Een mooie zw. piano

v. ƒ30.— of te ruilen v.

Phil, radlo-toest. Jac.

v. Lennepstr. 363-hs.,

A'dam (W.).

Wie ruilt motor, Brica,

v. enkele J.L.O.-motor

m. achterwiel. Marnix-

str. 86-belet., A'dam.

Wie ruilt 90 Bussink-

pl. tegen 90 Verk. pi.

„Onze gr. rivieren"?

mej. B. Couvée, Mlent

561. Den Haag.

Te ruilen : 3—I 90 Ha-

ka b. ; 3—1 44 Zwerft.

Hille ; 48 onze rivieren,

17 W.W.W. : Verk. 3—1

56 Rademaker 7—I ;

18 Vader Haas 3—1 :

8 pi. bl. en h. vr. 8—I ;

3 Hans de T. pi. + 4 b.

7—I ; 7 etspl. IJsendljk

7—I ; 4 Kwatta's, 1

Zilverb. Wilghagen, 1

stereo samen voor 1 b. :

3 kl. b. Nlemeijer;4b.

Bonte wereld samen

voor 1 b. voor Sunl.

enz. of „broers" van de

Silvrikindoozen (Sham-

poo). O. Smolders, Oov.

Bidloostraat 134, Den

Haag.

250 sigarenbandjes ruil

ik voor versch. b. ook

ged. H. Nickel, Roo-

valkstr. 28. R'dam.

TE KOOP

GEVRAAGD

Te koop gevr.: koekoek-

klok en palm. Br, met

pr.öpg. aan H. v. Kem-

pen, Hyaclnthstr. 63a,

R'dam (Z.).

Te koop gevr. : snel,

sport, motorbootje. Br.

m. uitersten prijs C. A.

Roos. Woubruggestr.

29-hs., A'dam (W.).

Gevr. : Mechanlca-Ieer-

boeken door Ludolph en

Potma. Schellevls, p/a

B. Paartje, St. Ant. bree-

str. 49-1, A'dam.

Aangeb. : Onze gr. rlv.

ƒ!.—, D.E., Haka, v.

Nelle ƒ0.40. Patria I,

Dobbelm., Hille, Limb.

ƒ0.50, P. Kaiser ƒ0.60,

Hagz., Pette, Bussink

ƒ I.—, Patria II ƒ0.90.

Droste ƒ1.35. Alles p.

100 st. Verder. Verk.

alb.. geh. compl. Postz.

v. antw. insl. L Caspar!

Javastr. 65-1, A'dam

(O.).

Te koop: een klnder-

wag. bakmod. Pr. ƒ 7.50.

v. d. Kar, v. Woustr.

186-III, A'dam (Z.). •

öfo«?

wtf**

is nog slechts 'n beperkt aantal in voorraad.

OM TE BREIEN

bevat 62 van de meest moderne brei-

patronen, waarvan vele in kleuren, voor

dames-, beeren- en kinderkleeding. Bij elk

patroon is beschreven hoe het kleedingstuk

moet worden gebreid. De prijs van dit

zeer mooi uitgevoerde breiboek bedraagt

slechts 25 cent

franco per post. Ook bij onze agenten

verkrijgbaar.

Indien rechtstreeks per post wordt besteld, kan

het verschuldigde worden voldaan door storting

op onze postrekening 41.880.

Op het girostrookje te vermelden „OM TE BREIEN".

De administratie: GALGEWATER 22, LEIDEN

-v-w'

^s." • —

V^.

'T«",** V

■i

•■•*■•.

.' '

mÊÊÊ^'

Hierboven:

Gevaarlijke scharen heeft de larve van de geelgerande watertor.

Toch biedt het dier met zijn glasachtig lichaam een aesthetischen aanblik.

Hiernaast:

Iedereen kent wel den oor wurm. Een griezelig dier ? Weineen, de larve,

die wij hier afbeelden, is integendeel een mooi wezentje, teer als glas!

% A /ie kan zien — niet kijken, maar werkelijk zien! — ontdekt

* overal om zich heen de schoonheid, ook in het aller-

kleinste. Het lijkt echter wel eens, of het menschelijk verstand

iets tegen objectieve waarneming heeft. Zoo wordt bijvoorbeeld

het weinig gewaardeerde insectenvolkje meestal alleen maar

met gevoelens van afkeer bekeken. Waarom echter, want er is

heelemaal geen - reden om afkeer voor hen te gevoelen. Het

is daarom uitsluitend een gevoelskwestie wanneer men denkt,


n\

mi

IQ \ ê

LEVENDG-L-A

lat de insecten niet mooi zijn De

iler afgebeelde foto's kunnen dat

jewijzen. Vindt u, als u ze aan-

lachtig bekeken hebt, bij voorbeeld

sen oorwurm nog een griezelig,

selijk dier? Neen, niet waar? De

3rve komt u nu voor als een heel

eer, breekbaar glazen dingske, dal

i zoo mooi is. En wanneer de

ladluizen voor den tuinier misschien

leenaangenamen aanblik opleveren,

Ie natuurvriend kijkt er zooveel

a liever naar. *

Ja, wie kan zien, en iedereen

:an dat lèèren, ontdekt overal om

ich heen de schoonheid.

. Voor den tuinier zijn de bladluizen

onwelkome gasten, doch bij nadere be-

schouwing ontpoppen zij zich als heel

kleine, smaragdgroene dauwdroppels!

. In een zelf geweven bedje heeft de

kruisspin zorgzaam haar eieren ge-

legd. Nu zijn de jonge spinnen uit-

gekomen. Zij zijn nog zoo teer en klein,

dat men nog door ze heen kan zien —

alsof ze van glas waren!

. De geheimzinnige bewoner van den

algemeen bekenden galappel aan het

eikenblad: de larve van de galwesp.

Onder den microscoop toont het

diertje zich als een teer glazen voor-

werpje, waaraan men alle toekomstige

vormen reeds kan onderscheider.

. Als kostbare edelsteenen zien de

eitjes van de vogelmijt er onder den

microscoop uit.

. Dit zijn mieren, dat wil zeggen jonge

mieren. Zóó, als glazen wormpjes, zien

zij er uit in hun jeugd, tot ze zich

tot de zoogenaamde miereneieren

verpoppen, waarna ze weer als „echte"

mieren naar buiten komen

Een eigenaardige kop met een langen

snuit — de kop van een jongen krekel.

Het lijkt wel een glazen kunstvoorwerp.

*4* -«

W


door WJ.PASSlNGMAM

GFAUTOßlSJTEßDr VB-ßTAUifSe

Hugh Caldcr een atUtrdt. die op een kasteel in een af9elegen Engelsch dorpje woont, heeft met

^ dL'hTe^^ "'r*.** 1 zijn instru-

, .„, „„.. „., *?- "A ».«»d« "in uitvind!" g echter absoluut

cr ic,i „„g „iet alles van weet en ook omdat hij vindt, dat de menschheid noa "niet r.in

voor

een dergehjk wapen. Zelis rijn beide dochters. Janet en lsabel, weten er niet, van Zijn laboV.ór um heeft

IJ.ÏÏ "f""« -n 0 "" 9'bouwd en het is alleen langs geheime gangen te bereiken. Zijn een ge vënrouwde ii

e waard mt de dorpsherberg, Ben Carter, met Wien hij samen langs de onderaardsche geheime wegen sm^kke

'aren het land .nbrengt. Van de opbrengst hiervan betaalt hii ziin ko,thar, !»., .„ Bene ' me we fl en ond

d<

waren

opb ngst hiervan betaalt hij zijn kostbare instrumenten.

«"»kktl-

Op zekeren dag zal er echter een i/eg langs het dorpje aangelegd worden, waartoe het moeras

er 0 v n ^!r r !,t^, he . n "'" T P ro , efn ' mi ' , 9f ontdekt, daar zij door de radio "tot de menschen kwamen. Hierdoor zijn

er verschetdene menschen gedood en is er groote schade aangericht. Men weet echter niet. wie deze catastroX

U < c r h O t O oD"he t m he o e i , d De lt En0 ; Uche Ge fe eim, i D'»" »" k ' ««.«o«, in den persoon van klpiuta Felton^ng/by!

^n P 7 L u,tv ' nd ' n u 9 VOOr Btt «* lad " b t "- d " " "" "rgelijk uitziet en zegt, dat haar vader niet thui. is. De

kapitein belooft haar heur vader op te sporen.

kou^ea a i d evat k0mt "" beWUSt2i ' n in " n bed in «" b °"*"V- Ben Carter is bij hem en zeg,, dat hij een ernstige

Maar het laboratorium, Ben?" mompelde Hugh Calder bezorgd.

„Ik herinner my, dat ik het bewuste experiment heb ge-

nomen, en dat ik den motor heb afgezet. Maar heb jij nog

eenig nieuws gehoord?"

„Neen. Ik heb myn handen vol gehad met u. Waar denkt u over?"

„Ik moet het resultaat van mijn proefneming weten, Ben! Dat is

absoluut noodzakelijk, omdat ik myn teekeningen en notities moet

uitwerken voor de conferentie te Londen de volgende week. Ik moet

direct naar huis. Indien m«n experiment geslaagd is, zullen zij naar

my zoeken. Maak dat ik hier zoo spoedig mogelyk vandaan kan

komen."

„Maar de dokter zegt " begon Ben.

„Weten Isabel en Janet waar ik ben? Weet Anna het? Hoe laat

is het? Hoe lang ben ik reeds hier geweest?"

Ben Carter kon de vele vragen niet ineens verwerken.

„We hebben het Anna medegedeeld — dat wil zeggen, dat Mrs.

Mawkins het haar door de telefoon heeft verteld," beweerde hy met

nadruk. „En Anna is er voor, dat u hier blyft. Er «ouden wel eens

menschen uit Londen kunnen komen op Calder Manor, om naar

u te zoeken. Ze zei, dat twee mannen reeds het huis in het oog

hielden. U kunt niet naar huis teruggaan."

„Dan is myn experiment geslaagd," riep Hugh Calder uit, opge-

wonden met zyn vlakke handen op zyn dekens slaand. „Er moet iets

geweldigs zyn gebeurd, anders zbuden zy niet in Little Calder naar

my zoeken. Ik moet terug naar huis, Ben! Ik móét — hoor je het?"

„Windt u niet zoo op," smeekte Ben. „U bent hier veilig, en. "

„Luister,-Ben," viel Hugh Calder hem in de rede. Hy had reeds

één been uit bed, en hy sprak met groote beslistheid. „Hoever kun-

nen jy en Ted Ives my dragen — dragen terwyl ik in dekens ben

gewikkeld?"

„U drègen?" Ben keek den patiënt onderzoekend aan.

„Ja. — Zouden jullie my tusschen je in naar de boot kunnen dra-

den — de tunnel door, het laboratorium door en zoo naar boven,

naar myn werkkamer?"

„Natuurlyk zouden we dat kunnen," zei Ben, „maar wat. "

„Nu, ga dan direct Ted Ives zoeken," drong Hugh Calder aan, zyn

andere been eveneens uit bed zwaaiend, „en laten we onmiddellijk

weggaan."

„Anna," zei Janet Calder ernstig, „je wéét iets "

„Ja, kind," gaf Anna toe. „Ik weet heel veel dingen — en sommige

zyn niet erg prettig."

- 6 -

„Bedenk eens iets prettigs," vroeg Janet. „Je weet iets van vader

anders zou je ons met zeggen, dat hy beslist in veiligheid is."

h-K -i,^ e , el veel l an je vader ." zei Anna somber. „Jaren lang

heb ik hem al voorgehouden, dat hy zich warmer kleeden moest,

maar hy lachte me uit. En nou "

Isabel Calder trad op de huishoudster toe en greep haar bij den

arm. Anna was hierdoor zoo verbaasd, dat zy even geen woord kon

uitbrengen. Jaren lang hadden zy in hetzelfde huis gewoond, maar

al dien tyd waren zy als volslagen vreemden nïet elkander omgegaan.

„Waar is hy, Anna?" smeekte het meisje. ««*«»«.

De oude Anna Nilson keek Isabel onderzoekend aan; ze zag hoe

angstig zy was en voelde opeens een soort verteedering over zich

„Wat is er den laatsten tijd met je, kind?" vroeg zy. „Je houdt

geloof ik van je vader, is het niet?" e vi „ c

T "l a ,~ ik . moèt wel v an hem houden nu ik hem beter ken," zei

Isabel ernstig. „Hy is zoo eenzaam."

„Sommige menschen vragen er om, eenzaam te zyn," verklaarde

Anna, „en je vader is een van hen. Je moeder is gestorven omdat je

vader haar zoo alleen liet en haar zoo verwaarloosde. Soms zei hij

in geen weken een woord tegen haar. Hy was altyd beneden, in zijn

zoogenaamde werkplaats of laboratorium. En wat heeft het hem

gebracht? Niets dan narigheid op het laatst! Als die mannen, die

buiten staan, geen politieagenten in burger zyn, dan weet ik het

met! Ze willen weten waar je vader Ts, en dat wil iedereen. En als

zy wisten wat ik weet "

De oude huishoudster zweeg.

„Bedoel je, dat zy hem dan zouden arresteeren?" vroeg Janet

bevend. 0

„Waar zyn politieagenten anders voor?" Anna veegde met haar

zakdoek de tranen weg, die in haar oogen gedrongen waren. „Ik kan

er met achter komen, w«t hy heeft gedaan. Het is niet mooi van

hem geweest, zyn gezin zoo te verwaarlóozen en om in die oude

kapel te spelen met die onzalige dingen, maar daar kun je iemand

met voor arresteeren."

„Oude kapel?"

„Ja, Miss Isabel. Het is een kapel, of beter gezegd het was er een

en je vader heeft er alles uitgehaald om er een laboratorium van

te kunnen maken. Ik heb hem toen direct gezegd, dat er niets goeds

van kon komen, maar hy lachte me uit en zei, dat ik het maar aan

hem moest overlaten en me niet met zyn zaken moest bemoeien.

BU DK DEUR DER STU-

DEERKAMER GEKOMEN,

TIKTE ZU UIT DE MACHT

DER GEWOONTE AAN.

DIRECT DAAROP WAN-

KELDE ZU ACHTERUIT

EN VIEL ONTDAAN IN

DE ARMEN VAN CAPTAIN

FELTON-8LINGSBY, DIE

ACHTER HAAR STOND...

Maar uw moeder vond het ook verschrikkelijk. Ik vraag me vaak

af, hoe alles nog eens zal afloopen. Hoe hy daar kan staan en over

het lichaam van zyn over-grootvader kan loopen — of wat voor

familie het dan ook mag zyn, kan ik me niet begrypen."

„Wat wat zegt u?" vroeg Isabel langzaam en verbaasd.

„Zyn...."

„Och help," zei Anna snel, „ik heb al te veel gezegd. Vergeet het

maar, Miss Isabel. Ik ben een-dwaze oude vrouw om zoo te praten.

Maar Isabel kon hetgeen de huishoudster had gezegd niet zoo

gemakkelijk vergeten. Haar woorden hadden haar niet te stillen

nieuwsgierigheid opgewekt.

„Luister eens, Anna," zei ze, „we moeten de waarheid weten om

wille van onze eigen veiligheid. Wat is er daar beneden in het

laboratorium?"

„Hy zou het me nooit vergeven als ik er een woord over sprak.

Maar hy zal niet altyd blijven leven om zijn geheim te kunnen bewaren,

nietwaar? Niemand van ons kent de toekomst, is het met

zoo?" '

„Natuurlyk niet," antwoordde Isabel direct. „Kom, Anna, vertel

ons wat je weet "

Anna Nilson liet haar stem tot een gefluister dalen. „Hy heeft

jullie mee naar beneden genomen, nietwaar? En toen hebben jullie

natuurlijk dat vierkante blok gezien in het midden van het vertrek,

dat net een tafel lijkt? Nou, dat is een grafsteen, Miss Isabel — en

Sir Walter Calder ligt er onder, de man die dit huis en al zyn

geheimen heeft laten bouwen. Als je nog eens beneden komt in dat

laboratorium, loop dan eens om dien grafsteen heen, Isabel. Het

lykt niet veel op een grafsteen, maar toch is het er een, en er is

een geheim aan verbonden dat alleen je vader kent, en er staan

woorden in den steen gebeiteld. Ik heb ze vaak gelezen Er staat:

„De ondergang van Calder "

„De ondergang van "

Er werd luid gebeld aan de buitendeur en Isabel zweeg verschrikt.

Anna haastte zich de kamer uit en snelde de hal in. Toen de voordeur

werd geopend, keken de beide zusters elkaar bedroefd aan.

Ze konden duidelijk de stem hooren van captain Felton-Slingsby.

„Is Miss Isabel Calder thuis? Ik moet haar direct voor èen dringende

aangelegenheid spreken."

Sir George MacAlister volgde captain Felton-Slingsby in de eetkamer.

„Het spijt me u te moeten vertellen, dat wy geen nieuws over uw

- 7 -

vader hebben. Miss Calder," begon Felton-Slingsby. „Maar ik kan u

wel verzekeren, dat we alle hoop hebben hem spoedig te zullen

vinden! U weet echter dat er intusschen vyanden op den loer liggen

om zich meester te maken van de wonderbaarlijke uitvinding, die

uw vader heeft, gedaan. Daarom zou ik u willen vragen, of u ons

uit voorzorg naar het laboratorium wilt brengen, opdat Sir George

MacAlister den aard van de toestellen kan bestudeeren die er zich

bevinden."

Isabel knikte afwezig, nog steeds denkend aan het vreemde ver-

haal dat Anna had gedaan, en ze ging de beide beeren voor naar

boven. By de deur van de studeerkamer gekomen, tikte zij uit de

macht der gewoonte aan. Direct daarop wankelde zy achteruit en

viel ontdaan in de armen van captain Felton-Slingsby, die achter

haar stond.

„Binnen," sprak de stem van Hugh Calder.

Ze herstelde zich spoedig en keek de beide bezoekers, die al even

verbaasd waren als zij, met groote oogen aan. Met moeite slaagde zy

er in iets te zeggen.

„Dat dat was vader," verklaarde zy ongeloovig, en toen zy

de deur wyd opengooide, zei ze andermaal: „Dat is vader...."

Felton-Slingsby en Sir George MacAlister staarden naar den man,

die in dekens gewikkeld by den haard zat.

„Maar maar " De verbazing van MacAlister was zoo groot,

dat hy anders niet kon uitbrengen.

Toen Felton-Slingsby zich gereed maakte om eenige vragen te

gaan stellen, maakte Sir George met zijn hand een gebaar om hem

te beduiden te zwygen. Wat hy tegen Hugh Calder zei, maakte dat

er een bijna dreigende stilte in het vertrek viel.

„Calder," snauwde hy bijna, „was jij het, die vanmorgen de Engel-

sche vloot buiten gevecht hebt gesteld?"

Er kwam een zonderlinge uitdrukking op het gezicht van Hugh

Calder. Een uitdrukking van angst streed heel duidelijk met een

van trots om het behaalde resultaat.

Er was een geagiteerde klank in zijn stem toen hy sprak.

„Vertel me om 'shemelswil wat er is gebeurd?"

„O, niet zoo veel," verklaarde MacAlister niet zonder een zweem

van sarcasme in zyn stem. „Je hebt alleen met een geluidsgolf zeven

eerste klas gevechtsschepen buiten gevecht gesteld en een aantal

vliegtuigen. Je demonstratie bewijst alleen, dat al de bewapeningen

van de wereld — die bedragen kosten welke alleen met astrono-

mische getallen zyn weer te geven — nutteloos zyn. Hoe vind je dat?"

Deze vraag had Sir George eigenlijk niet hoeven te stellen, want

het was aan Calders bleeke gezicht duidelijk te zien, wat er in

hem omging.

„Zeven schepen Vliegtuigen " mompelde hy schor. „Dan

was het een succes!"

Hy staarde in het vuur van den haard.

„Ik was bang — ik ben nóg bang," bekende hy toen. „Wat willen

jullie nu met me doen? Wat beteekenen een paar menschenlevens

vergeleken met de millioenen, die gespaard zullen worden voor de

verschrikkingen van den modernen oorlog? Zal de gevangenis en

schande het loon zyn voor de eindelooze moeiten die ik me gegeven

heb?"

„Ik zal probeeren zoo spoedig mogelyk een beslissing te ver-

krijgen," verklaarde MacAlister. „Luister eens, Calder," vervolgde

hy toen, „heb je dat allemaal gedaan om er geld aan te verdienen?"

„Natuurlyk niet," viel Hugh Calder heftig uit. „Ik zou al lang een

millioen gekregen kunnen hebben van iedere groote Europeesche

mogendheid als ik had gewild. Het geheim van het Geluid is voor

Engeland, als het alleen maar begrypen wil, dat de geringe schade

die is aangebracht, niets beteekent in vergelijking met de millioenen

die er door gespaard zullen worden.

Ik ben echter slechts een mensch en daarom wil ik, dat men my

openlijk als de uitvinder zal eeren en dat men me een paar duizend

pond betaalt als vergoeding voor de kosten, die ik in het belang

van het land heb uitgegeven. Met het wapen dat ik heb uitgevonden,

zal niemand het durven wagen Engeland aan te vallen en het zal

overal ter wereld zyn belangen kunnen verdedigen."

MacAlister en Felton-Slingsby keken elkander aan en toen zei de

eerste aarzelend:

„Misschien, als u uw verslag hebt uitgebracht op de bijeenkomst

die de volgende week te Londen gehouden zal worden "

„Dècht ik het niet," viel Hugh Calder uit. „U zegt „misschien"?

Zooiets had ik wel verwacht! Maar begryp goed. Sir George, dat er

geen alternatief is. Het is zóó gesteld, dat ik op het oogenblik eischen

kan wat ik wil. U zegt „misschien" tegen mij, terwyl ik u iets

aanbied waarvoor de heele wereld voor mij op de knieën zou zin-

ken als ze het konden krygen. Er zyn een paar menschen gestorven,

en er zyn een paar schepen onklaar gemaakt. Maar wat zou dat?

Ik geloof echter, dat ik maar een ander besluit moest nemen. Ik

moest maar wachten tot dit land in een oorlog gewikkeld is — tot

zyn groote steden tot een ruïne zyn gemaakt, en de inwoners gewond

of gedood in de straten liggen Dan zult u misschien

begrypen wat myn uitvinding waard is! Een bombardement van

één uur uit de lucht, en dan zal ik om myn eigen leven te redden

myn geheim wel moeten prijsgeven.... Zoo denken jullie, is het

niet? Dan kunnen jullie het voor niets krygen, nietwaar?"

„Wind je niet zoo op, Calder," zei Sir George sussend, doch

weinig op zyn gemak.

(Wordt vervolgd)


VIRDOOID IN Di WllDERNIS

Zooais men heeft kunnen lezen, Is er een

expeditie vertrokken naar de onbekende

binnenlanden van Zuid-Amerlka, ten

einde een onderzoek In te stellen naar kolo-

nel Fawcett, den onverschrokken Engelschen

ontdekkingsreiziger, die nu twaalf jaar gele-

den naar dit deel van de wereld vertrok en

van wien men, op een paar berichten na,

nooit meer iets gehoord heeft! Men heeft

echter de hoop, dat kolonel Fawcett nog in

leven is, niet opgegeven, en probeert daarom

al het mogelijke hem op te sporen en zoo

noodig te hulp te komen. Of dit echter nu

reeds niet te laat zal zijn? Met stelligheid is

hierop geen antwoord te geven, maar zooveel

Is zeker, dat de kansen om hem alsnog te vin-

den zeer gering zijn, daar hij in het gebied,

waarheen hij zich begeven heeft, door duizen-

derlei gevaren werd omringd...

Matto Grosso, zoo heet de streek

waarheen hij trok.

Niemand, die ooit in den ban geraakte van

dit geheimzinnige, nog geheel onontdekte ge-

bied In het Brazillaansche gebergte, kan het

ooit meer vergeten. Het is een mysterieus,

bijna sinister land, dat als het ware angst-

vallig wordt bewaakt door primitieve In-

diaansche stammen, die zoo sluw en verrader-

lijk optreden, dat men vaak reeds door hun

vergiftige pijlen Is getroffen nog eer men ge-

merkt heeft, dat er een levend wezen in de

nabijheid was.

Toen kolonel Fawsett voor den eersten

keer mededeellng deed van zijn plan om

deze streek binnen te dringen, werd hij van

alle kanten gewaarschuwd, geen- gevolg aan

dit voornemen te geven. Het zou een spel

zijn met den dood, zoo verklaarden zij, die

het weten konden, en de kansen waren zeker

duizend tegen één, dat hij nooit levend zou

terügkeeren. Maar Fawcett bleef onverzet-

telijk; het avontuur lokte hem en vrees kende

hij niet. Dit laatste had hij reeds verschei-

dene keeren bewezen. Bovendien had hij

zeker al wel twintig jaar lang geleefd met de

hoop, dit onbekende land nog eens zijn

eeuwenoude geheimen te mogen ontrukken,

om er, in het hart er van, de sporen te vin-

den van de verdwenen steden van Atlantis,

het verzonken werelddeel, dat waarschijnlijk

tienduizend jaar geleden het hoogtepunt van

zijn bloei doormaakte en dat, naar men aan-

neemt, de bakermat is geweest van de be-

schaving van Peru, van die der Maja's en

van Centraal-Amerika.

Twaalf jaar geleden vertrok kolonel Faw-

cett met zijn zoon en een jongen vriend,

Raleigh Rimmel. Volgens de door hem ge-

maakte plannen zou een tocht van ongeveer

twintigduizend kilometer hen bij het beoogde

doei brengen. Of zij er ooit gekomen zijn?

Ook dit is een van de vele vragen in ver-

band met zijn avontuur, waarop men het ant-

woord moet schuldig blijven. Zijn laatste

brief werd verzonden van een plaats, welke

hij aanduidde als „acht dagen voorbij den

versten uithoek der beschaving", en er was

sprake in van allerlei moeilijkheden en...

angsten! En terwijl zijn vrouw, zijn familie

en vrienden reikhalzend uitzagen naar nieu-

we berichten, trad er.een geheimzinnige stilte

in rondom den dapperen ontdekkingsreizi-

ger. Men hoorde niets meer van hem, en zij,

die hem gewaarschuwd hadden, begonnen

reeds overtuigd te raken, dat zij gelijk zouden

krijgen.

En toen, ongeveer een' jaar of zeven gele-

den, kwam er een trapper uit de wildernis,

die vertelde dat hij een blanke had gesproken

In een Indiaansch kamp, welke hem had ver-

teld, dat hij kolonel Fawcett was. De man

was in dierenhuiden gekleed en de trapper

had den stelilgen indruk gekregen, dat hij

tegen zijn zin door de Indianen werd vast-

gehouden. Hij had hiernaar echter niet kun-

OP LEVEN EN DOOD

EEN REEKS SPANNENDE AVON-

TUREN NAAR WAARHEID VERTELD

nen Informeeren, maar hij was er zoo stellig

van overtuigd, dat hij met eenlge ervaren

spoorzoekers uit San Paolo vertrok om een

poging te ondernemen, de ontmoetingsplaats

met den zonderlingen blanke weer op te

sporen en hem weer naar de beschaafde we-

reld terug te brengen. De kleine expeditie

vertrok, maar men hoorde niets meer van

haar, zoodat men mag aannemen, dat de leden

er van zijn omgekomen bij hun heldhaftige

poging het geheim rond kolonel Fawcett en

de zijnen op te lossen.

Intusschen bleef men steeds gelooven aan

de mogelijkheid, dät de ontdekkingsreizigers

door vijandige stammen gevangen werden

gehouden, en dit Is dan ook de reden waarom

men ook thans weer een expeditie heeft uit-

gezonden. Het zou echter wel een wonder

genoemd mogen worden, als men kolonel

Fawcett nog vond, maar indien dit gebeuren

mocht, dan zal hij zeker een ongeloofelijk

relaas kunnen doen, want er kan dan geen

twijfel aan bestaan, of hij is er in geslaagd

veel verdef- In dit gevaarlijke gebied door te

dringen dan één blanke ooit voor hem, en

dat hij dingen heeft gezien, die de wereld

met verbazing zuilen vervullen.

Zij, die kolonel Fawcett kennen, beweren

dat het zeer goed mogelijk is, dat hij nog

leeft. Hij bezat een buitengewoon groote

kennis der practische geneeskunst en daarom

achten zij het waarschijnlijk, dat hij, wanneer

?ljn leven op een moment werkelijk gevaar

liep, de Indianen heeft weten te bewegen

hem niet te dooden, doch als medicijnman aan

te stellen. Dat zij hem dan echter angstval-

lig bewaken, ligt voor de hand!

Iemand, die kolonel Fawcett eens heeft ver-

gezeld op een expeditie in de binnenlanden

van Amerika, vertelde, hoe hij zelf heeft ge-

zien, dat hij geheel , alleen, met opgeheven

handen, naar een vijandelijk Indiaansch kamp

liep. De giftige pijlen snorden om hem heen,

maar hij scheen er zich niets van aan te

trekken, en zijn houding maakte zóó'n in-

druk, dat het schieten niet alleen weldra op-

hield, maar de Roodhuiden ook binnen eenige

minuten met alles kwamen aandragen waar-

aan de expeditie behoefte had.

Bij een andere gelegenheid, toen het er

slecht voor hem uitzag, maakte Fawcett ge-

bruik van een electrische lantaarn om zijn

belagers te doen gelooven dat hij over magi-

sche krachten beschikte, terwijl hij een an-

dermaal zelfs gloeilampjes aan zijn voor-

hoofd had aangebracht die op groote, vurige

oogen leken, zoodat men hem voor een of

andere godheid hield.

Met deze en dergelijke trucs slaagde hij er

vaak in, vijandige stammen te imponeeren,

maar achter hun bljgeloovige vrees sluimer-

de dan toch altijd nog het verraad, en het is

daarom zeer goed mogelijk, dat Fawcett

daarvan de dupe Is geworden. Menige medi-

cijnman, bijvoorbeeld, zal in hem een gevaar-

lijk concurrent gezien hebben, dien hij maar

zoo gauw mogelijk uit den weg moest trach-

ten te ruimen...

Afgescheiden van de talrijke gevaarlijke

dieren, die zich ophouden In het gebied dat

Fawcett moest doortrekken — er zijn onge-

loofelijk veel vergiftige insecten en onder

anderen slangen varï meer dan dertien meter

lengte — was het grootste gevaar dat hem

bedreigde een overval, nog eer hij. kans had

gekregen contact met een onbekenden stam

tot stand te brengen. Terwijl hij door een

oogenschijnlijk verlaten streek trok, kon er

plotseling van achter iederen boom een In-

- 8 -

diaan tevoorschijn schieten met een opge-

heven bijl of konden in vergif gedoopte pijlen

van alle kanten om hem heen suizen, want

de Indianen die daar leven, hebben een ge-

heimzinnig systeem, waarmee zij elkaar kun-

nen waarschuwen wanneer er blanken of

vijanden in hun gebied komen. In de stilte

van het bosch kan men een telkens herhaald

tik-tik-tik hooren, dat denken doet aan het

geluld dat een specht maakt, wanneer deze

vogel In de schors der boomen naar insecten

zoekt. Maar in werkelijkheid is het een In-

dianenstam, die met behulp van een uitge-

holden boomstam een waarschuwing seint

naar een anderen stam. -■

In dit onbekende land wonen tientallen

verschillende stammen, die iemand den weg

versperren, en sommigen zijn kannibalen. In

een bepaalde streek wonen de zoogenaamde

stokken-gooiers, die naar iederen vreemde 'n

soort boemerang gooien met de bedoeling

zijn beenen te breken om hem daarna pas,

als hij hulpeloos op den grond ligt, te vragen

wat hij eigenlijk kwam doen.

Indien men hierbij nog voegt de talrijke,

moeilijkheden, die het terrein zelf oplevert,

dan kan men eenigszins nagaan aan hoeveel

gevaren Fawcett en de zijnen blootstonden

en... hoe gering helaas de kans geacht moet

worden, dat zij er het leven hebben afge-

bracht.

Zoo kwam het bijvoorbeeld eens voor, dat

Fawcett langs den rand van een stellen af-

grond reed, toen zijn muildier hem plotse-

ling afwierp. De kolonel kwam half over den

rand van den weg te hangen, hij wist even-

wel zijn evenwicht te bewaren en weer over-

eind te krabbelen, maar zijn rijdier stortte

in de kloof van negenhonderd meter diepte.

Vaak ook voerde zijn weg langs zulke smalle

paden in het gebergte, dat hij zijn begelei-

ders moest blinddoeken omdat zij er niet

tegen konden in den afgrond naast zich te

kijken...

Herhaalde malen zijn er allerlei berichten

ontvangen, die het aannemelijk maakten, dat

kolonel Fawcett gedood moest zijn. Onder

anderen van een Canadeeschen ingenieur, die

beweerde dat hij een revolver, een kompas

en een leeren zak, gemerkt met de initialen

van Fawcett om den hals van een bekenden

Braziliaanschen bandiet had zien hangen. Dit

is een illustratie van een der vele gevaren,

waaraan kolonel Fawcett heeft blootgestaan!

Toen hij eenmaal de beschaafde wereld ach-

ter zich had gelaten, was er geen mensch

meer waarmee hij in aanraking kwam, dien

hij nog kon vertrouwen. Dit ondervond bij-

voorbeeld ook kapitein Dyott, die eenige jaren

geleden een opsporingsexpeditie leidde. In

de hut van Alolque,-hoofdman van de Anau-

aua-lndianen, vond hij een suit-casp. waarvan

de hoofdman beweerde, dat hij haar van

Fawcett ten geschenke had gekregen, en een

metalen plaatje van de Londensche firma,

welke voor Fawcetts uitrusting had gezorgd.

Daar Dyott vernomen had, dat Fawcett in 't

gebied van Aloique vermoord was, vroeg hij,

hem naar de plaats te brengen, waar men

hem begraven had. De hoofdman nam toen

echter zoo'n dreigende houding aan, dat

Dyott en de zijnen de vlucht moesten nemen

om niet gedood te worden...

Twaalf jaar is een lange tijd. Zal de ex-

peditie, Sie thans vertrokken is, meer succes

hebben dan de vorige, en zal Fawcett als een

uit den dood herrezene in de beschaafde

wereld terügkeeren met een verslag van zijn

ervaringen dat alle fantasie te boven gaat?

— Er zijn er, die daar ondanks alles op dur-

ven hopen.,.

4-

J. ETERMAN - DE WETERI


1-2. Aan de grens bij

Roosendaal werden le-

geroefeningen in klein

verband gehouden, on-

der leiding van kolonel

C. Ph. Brückel, com-

mandant van de zesde

infanteriebrigade. —

1. Een pantserwagen

met een afdeeling mo-

torrijders gereed voor

een aanval bij Nispen.

2. Tijdends het groote

treffen in Nispen.

■ ■ .■ .

■■

VOLLE LEVEN

3. Een kijkje op de

werkzaamheden aan

den N. O. Polder. De

dijk reikt thans reeds

een half uur gaans van

Urk. — Zooals men

op de foto kan zien

wordt er links en rechts

een dijk van keileem

gestort, waartusschen naderhand het zand wordt opgespoten.

4. Z.K.H. Prins Bernhard opende de jaarbeurs te Utrecht. De

vorstelijke bezoeker in den televisiestudio. — V.l.n.r.: de heer

P. S. F. Otten, directeur van Philips, Prins Bernhard, de heer

J. v. d. Maark, die veel op het gebied der televisie heeft tot

stand gebracht.

5. Ter gelegenheid van het 10-jarig bestaan van de schiet-

vereeniging ,,De Oude Rijn" te Oudenrijn werden nationale

schieiwedstrijden gehouden. — De burgemeester van Ouden-

rijn lost het eerste schot.

6. De dirigent Arturio Toscanini zal In ons lancl eenige con-

certen geven. — De dirigent komt voor het gebouw Excelsior

te Den Haag aan, waar hij met het Residentie-orkest zal

repeteeren.

7. Een gezelschap Schotsche jongelui brengt een bezoek aan

ons land. — De Schotten te Rotterdam.

(Photos Pol.)

1-3. Feijenoord-Heracles 4—1,

om het kampioenschap van Ne-

derland. — 1. Tijdens een corner

op het doel van Heracles. 2. Een

botsing voor het doel van Heracles.

3. Een fraaien voorzet van Linssen

kopte Vente onhoudbaar In, waar-

door de stand op 4—1 kwam.

4. Een kijkje tijdens den inter-

nationalen dames-hockeywedstrijd

Nederland-Duitschland, te Bussum

gespeeld en door onze dames

met 1 —2 verloren. — Een Duit-

sche aanval wordt door de Neder-

landsche speelsters onschadelijk

gemaakt.

DE WERELD VAN DE

^

m.**

5. De K.N.J.V. hield in de om-

geving van Den Haag een jacht-

rit. — Na een vermoeiende jacht

zoekt de meute verkwikking in

den vijver nabij de kill, gelegen

op het landgoed Duinrel.

6-7. In het Olympisch Stadion

te Amsterdam vond de inter-

nationale hockeywedstrijd Ne-

derland-België plaats. De uitslag

was 3 — 2 voor Nederland. —

6. Het moment, waarop de Bel-

gische back den bal in eigen

doel slaat. 7. De Roos scoort

het eerste Hollandsche doelpunt.

[Photos Po/,)


OPLOSSINGEN ZOEK EN VIND

16 MAART

OPLOSSING KRUISWOORDRAADSEL

r-i

Q VEL 1 M G

E L__JE [ : i

vl J D A G s T E P

E M

-< E LflS rri 1

letZ ^ Jv t E Q E M

G E V A A 0 1'""' -3 K

A E m • n M O T l E

« E M S T Ai L r ^^ L

■PVPI mam M PW t ^i«^i

f E i:.^.-:'-J M m ö t... a ■: •4

1" A V E R N A L E ^1

OPLOSSING

MUURRAADSEL

E

T E

TEL

STEL

STEEL

[STEKEL

LEEST

L | E S T

LES

L 5

S

OPLOSSING

PUNTEN

RAADSEl

K

A

L L

T •-

U E

G

OPLOSSING

HONINGRAATRAADSEL

■P V Ä v ä V s

Li, ö ►I. 0 ^ @ 3

r^ V A T Ä 1

r^ 0 A © ^ © ►H

t^ ^ A S A V 3

►^ 0 ►1. © A 0 3

L s e

?i J « ^

I

E

OPLOSSING

TOOVERDRIEHOEK

o c T e O O l

c E R i U M

T R A M T

R 1 n G

O U T

O M

1

E

53

u

D

P O

E O

i v E n

v

R I

V E

E O

E

OPLOSSING

ONZE

FILMPUZZLE

INVULRAADSEL

Lachen

CenOog

Steward

legaal

Inbfengen

eerder

LESLIE

HOWARD

GEÏLLUSTREERD KRUISWOORDRAADSEL

In ieder vakje moet de eerste

letter ingevuld worden van hetgeen

de teekeningetjes voorstellen. Te-

zamen vormen deze letters woor-

den van de volgende beteekenis:

Horizontaal:

2. betalingsbewijs

5. voorzetsel

6. familielid

12

7. daar

9. en dergelijke (afkorting)

10. reeds

11. handvat van vele voorwerpen

14. rund

16. muzieknoot

17. plaats in Gelderland.

Verticaal:

1. speelgoed

LETTERPARENRAADSEL

3. familielid

4, knaagdier

6. dwaas

7. lyrisch gedicht

8. inzinking tusschen bergen

9. plaat

11. te betalen bedrag

12. plechtige bevestiging

13. huid.

De letlerparcn, juist ingevuld in

liorizonlale richting, vormen woor-

den van de volgende beteekenis:

1. het aanhoudend loopen

2. wel bekome het u

3. bedriegerij

4. verdorven

5. wettig verklaren,

Letterparen: be, ec, en, si, ht,

cc, pr, dr, ht, lo, it. op, ge, os, og.

Bij goede invulling vormen de

letterparen in de middelste rij van

boven naar beneden gelezen den

naam van een gemeente in de pro-

vincie Utrecht,

LOGOGRYPHE

18, 4, IS — jongensnaam

17, 2, 14, 11, 4, 3, 16, 8 =: voorexamen

9, 7, 23 = klein soort paard.

20, 13, 25, 5, 19, 8 = in de zon liggen.

1, 15, 6, 1, 21 — Nederland over zee.

12, 10, 22, 17, 24, 5 = doen zitten.

Het geheel bestaat uit 25 tetters en is een uit-

drukking.

Niets

dunk •-

RUITENRAADSEL

Te beginnen by en

in Üe richting van de

pijltjes woorden in-

vullen die beteeke-

ncn:

1. drank

2. tegen

3. familielid

4. nobel

5. restant

6. deel van een

schip

7. roem

8. keer

9. vervoermiddel

10. buitenste omtrek

van eenig voor-

werp

11. verbindingslyn

12. genoeg gekookt

13. twee by elkaar

behoorende din-

gen

14. bergplaats

15. verdriet

16. kleur.

VERANDERRAADSEL

— kaap

rente -

- stel

vent.

lier laat mand —

In c!k van bovenstaande woorden moet één letter

door een andere vervangen worden, zoodat de woor-

den een andere beteekenis krijgen. De nieuw in-

gezette letters vormen den naam van een bekend

oud-Hollandsch schilder.

ONZE FILMPUZZLE - CIRKELRAADSEL

Vul van buiten naar binnen

woorden van de volgende betee-

kenis in:

1. bezwijming

2. lid van een rechtbank

3. voorstander van alge-

meene maatschappelijke

'gelijkheid

4. kind van het vrouwelijk

geslacht

5. schenking

6. binnenkomst

7. verkiezing

8. in beweging brengen

9. verkeerd

10. aideeling in een krant

11. afstand

12. iemand uit Hongarije

13. niet zeker van iets

14. grapjas

15. aanbieding van koop-

waar '

16. kunnende gebeuren

17. aanstoot geven

18. niet bewaren.

Bij juiste invulling ont-

staat er van 1 tot 18 de

naam van een jeugdigen

filmster.

Wij stellen een hoofdprijs

en tien filmfoto's beschik-

baar om te verdeelen onder

de goede oplossers. Ant-

woorden in te zenden vóór

6 April aan Dr, Puzzelaar, Galge-

water 22, Leiden, Op enveloppe of

briefkaart a.u.b. duidelijk vermel-

den: Filmpuzzlc 6 -April.

Deze puzzle kan tegelijk met de

andere ingezonden worden, doch

liefst op een apart velletje papier.

- 13 -

V 'S

DE PRIJSWINNAARS

De hoofdprijzen konden deze week worden

toegekend aan:

mevrouw H. Gruson, Amsterdam;

mejuffrouw G. Hofstede, Driebergen;

den heer V. Wijnen, Asten;

den heer Bljsterveld, Groningen;

den heer T. Soetermans, Amsterdam.

De troostprijzen vielen ten deel aan:

mevrouw Peters-Liepertz, Nijmegen;

mevrouw H. E. Keppels-v. d. Sigtenhorst,

Nijmegen;

mejuffrouw G. Hofman, Hengelo;

mejuffrouw R. ten Hope, Schiedam;

mejuffrouw J. v. d. Velden, Milllngen;

mejuffrouw T. Sonders, Rotterdam;

den heer F. Louer, Tilburg;

den heer H. T. A. Mulder, Groningen;

den heer M. P. Bijl, Middelburg;

den heer C. Kooiman, Nijmegen;

den heer B. J. v. Delft, Haarlem;

den heer J. Peters, Kekerdom (Gld);

den heer P. C. van der Gaag, Schiedam;

den heer L. v. Egerschot, Almelo;

den heer M. Versteegden, Helmond;

den heer J. L. Plaatzer, 's-Gravenhage;

den heer M. Verzett, Gennep;

den heer H, ter Hofstede, Ootmarsum;

den heer J. Weber, Rotterdam;

den heer L. Pellicaan, Amstelveen.

De hoofdprijs van de „Filmpuzzle" werd

gewonnen door:

den heer S. Smit, Lelden.

De troostprijzen werden verworven door:

mevrouw W. Eygendaal, SchiÄdam;

mejuffrouw A. Appeldoorn, Middelburg;

mejuffrouw T. de Greef, Woensel;'

mejuffrouw M. Echebus, Rotterdam;

den heer H. C. Spitters, Breda;

den heer J. Oord, Glanerbrug;

den heer F. Lesueur, 's-Gravenhage;

den heer Th, Putters, Schiedam;

den heer B. H. v. Duyker, Amsterdam;

den heer J. Heil, Den Helder.

ONZE PRIJZEN.

Voor goede oplossingen op iedere

puzzle, rebus, probleem, enzoovoort,

stellen wij een prijs van j 2.50 be-

nevens vier troostprijzen beschik-

baar. In totaal dus deze week

5 prijzen van ƒ 2.50 elk en

20 troostprijzen.

DE OPLOSSINGEN

op de in dit nummer voorkomende

puzzles, enzoovoort, gelieve men

vóór 6 April in te zenden aan Dr.

Puzzelaar, Galgewater 22, Leiden.

Op enveloppe of briefkaart vermelde

men duidelijk:

Oplossingen Zoek en Vind 6 April.


Toen in 1919 Polen ten gevolge van de vredesverdragen een

zelfstandige staat werd, kreeg het ook een uitgang naar

zee, den zoogenaamden corridor. De haven die In dit ge-

bied lag, Danzig, kwam evenwel niet onder Poolsch bestuur,

doch werd een vrije, dat wil zeggen zelfstandige, stad. Daarom

besloten de Polen zelf een eigen haven te bouwen en dit deden

ze in het visschersdorp Gdynia. Zij hebben succes met hun

onderneming gehad: waar vijftien Jaar geleden slechts een

armzalige nederzetting bestond met wat houten visschershutten

en negentien „werkelijke" huizen, strekt zich nu de modernste

stad van Polen uit, een haven van internationale beteekenis

en met bijna honderdduizend inwoners! Nog steeds groeit de

stad en nog steeds neemt de beteekenis van de haven toe, zoo-

dat zij een zware concurrent voor Danzig is geworden. Als be-

wijs een paar cijfers: in 1931 had Gdynia 32.000 Inwoners en

slechts drie vischrookerijen, terwijl 3610 schepen de haven

binnenliepen. In 1936 waren deze cijfers: 81.000 Inwoners en

5682 schepen.

In 1926 werd Gdynia door de Polen als oorlogshaven ingericht

en sedertdien steeds uitgebreid. Ook als overlaadhaven voor

steenkolen krijgt het steeds meer beteekenis.

Vooral de laaste vijf jaar is Gdynia een haven van wereld-

beteekenis geworden. Niet het minst heeft daartoe bijgedragen

de directe verbinding met Amerika, die door zeer moderne

stoomschepen wordt onderhouden. Er is eveneens een Poolsch-

Zweedsche lijn ingericht op Stockholm.

Een groot deel van den Poolschen handel vindt op het

oogenblik over Gdynia plaats. Vele van de Poolsche fruithande-

laars hebben zich dan ook in Gdynia gevestigd, terwijl er

tevens veel buitenlandsch kapitaal is geïnvesteerd. Er bevinden

zich hypermoderne koelhuizen, rookerljen,- conservenfabrieken

en ook een meteorologisch observatorium.

Sedert enkele Jaren is men nu ook bezig, Gdynia als toeristen-

centrum aantrekkelijk te maken. Niet ver van de haven heeft

men bijvoorbeeld een reusachtig strandbad aangelegd, terwijl

er reeds drie groote Strandhotels met ongeveer duizend kamers

zijn verrezen, die in de zomermaanden steeds goed bezet zijn,

en van jaar tot Jaar meer aanvragen krijgen.

Gdynia heeft dus waarschijnlijk een goede toekomst

voor zich.

5. Een nieuwe graansilo té Gdynia,

die tienduizend ton kan 'be-

vatten.


Maria Staart op 't

schavot.

LES PERLES DE LA COURONN

Een film, geschreven, geregisseerd en gespeeld do

SACHA GUITRY

Jean Martin \

Frans I /

Napoleon III )

Fran^oise Martin J

Sach

Maria Stuart ' Jacqueline U

Josephine de Beauharnais )

Adjudant van den Engelschen koning

Hendrik VIII

Catherina de Medici in 1560

Keizerin Eugenie in 1914

Mary Tudor \

Koningin Elisabeth / ...

Koningin Victoria )

. . .Lyn H|

Marguerite

* i

. Yvette

Madame Dubarry Simone

Generaal Bonaparte J. L. Bi

Napoleon I in 1815 E.

Een fabrikant uit Marseille

Tijd van handeling; 1518-1937.

Plaats van handeling: Parijs, Rome, Marseille, Londen,

China, Perzië, Abessinië.

Een film in de Fransche, Engelsche en Italiaansche ta

een Nederlandsch gesproken commentaar.

De „King's State Crown" van Engeland draagt als grootste

vier magnifieke paarlen van zeldzame waarde, waaraan een

derlijke geschiedenis verbonden is.

Deze geschiedenis begint te Florence met de geboorte van Cai

de Medici, de dochter van Lorenzo de Medici en Madeleine de I.

d'Auvergne. Het toeval wilde, dat op denzelfden dag te Fontaim

Hendrik van Orleans, zoon van Koning Frans I, werd geboren, dl

Catherina de Medici tot vrouw zou krijgen. De jeugd van Hendrl

Orleans was echter heel wat gelukkiger dan van Catherina, wi

boorte haar moeder het leven kostte en die ook kort na haar

op de wereld haar vader moest verliezen. Het jonge weesje wei

haar oom, Paus Clemens VII, toevertrouwd, die het kind in een k

liet opvoeden.

Nauwelijks was Hendrik van Orleans acht jaar ""^ ^UfiUttiMÊtt

reeds om te zien naar een passende echtgenoot». Aanvankelijk

hij onderhandelingen aan met Hendrik V|ll van Engeland, datr

niet ongenegen was zijn dochter aan den toekomstigen Franschen

tot vrouw te geven. Fran^. I veranderde achter van opinie an da^

zijn zoon een aanzoek bij den Paus om da hand van Cathe

Medici, een aanzoek, dat gaarne geaccepteerd werd.

Toen had echter een jonge Italiaansche edelman den euvele

om de oogen op te slaan naar de Jeugdige Catherina. Om h«

de toekomstige Fransche Kroonprinses verwijderd te houden, x

Paus hem weg met de opdracht om vijf paarlen te zoeken, die

en kleur «n grootte geheel gelijk moesten zijn aan,de twee paare

de Péus hem ter hand stelde. De jonge Italiaan aanvaardde deze < p

in de hoop, dat, indien zijn zending met succes bekroond zou

hy de gunst van den Paus zou mogen verwerven en (oettemm

krijgen voor een huwelijk met Catherina. En het gelukte. hem ini

na een jarenlange omzwerving, door. China, langs de Perzisch

door Abessinië en Spanje, de vijf paarlen bijeen te krijgen. 3

terugkeer echter wachtte hem een wreede ontgoocheling: Cil

i was hem vergeten I

Misschien was het hem een troost, dat Catherina bij het kört

plaatsvindende huwelijk een halssnoer droeg mei de zeven paarlet,

| van hij er vijf in liefde bijeengezocht had. De ontmoeting van d

' jonge Koningskinderen had te Marseille mei veel pracht en praa

l Jaren vergingen. Koningen en Koninginnen volgden elkaar

Frankrijk werd Maria Stuart Koningin van Frankrijk aan d» zi,rf

Frans II. Catherina de Medici schonk haar schoondochter bij het n

'het paarlsnoer. Maria Stuart beging echter de onvoorzichtigh ^

vtcapeo van Engeland met dat van Frankrijk ie vereenigen, d.t«

symbolisch willende aanduiden, dat zij nimmer haar aanspraken o

Engelschen troon had opgegeven. Daarmede had zij zich echte

den haat van Koningin Elisabeth op haar hals gehaald. Toen sil* r

selingJFrans.il, Uit was bet met de macht van Maria Stuart. Na '

dagen den wüten rouw gedragen te hebben, vertrok zij naar Sb

en begon de tragedie van haar strijd met Koningin Elisabeth, die ^i'

met haar gevangenname en onthoofding. Tijdens de terechtstelling

gen drie dieven haar kamer binnen en roofden het beroemde h li

In een kleine kroeg verdeelden zij den bult. De aanvoerder »

bende behield prie van de zeven paarlen voor zich en wist er n«

ontkomen. Zijnxhcslde handlangers werden echter gegrepen, te«

paarlen nog op he\ gevonden werden. Zoo kwamen vier van d-

paarlen in het bezie, van Koningin Elisabeth, dié deze wegsloot I

juweelenschrijn met dubbelen bodem. In 1887 vond Koningin ^

zuiver bij toeval, deze paarlen en zij gaf opdracht deze In d?

aan te brengen, waaraan men ze heden tén dage nog kan beWoi»

Wat WM er echter van de overige drie

paarlen terechtgekomen? Langen tijd is dit

een groot raadsel geweest, totdat Sacha

Guitry, deels afgaande op authentieke ge-

gevens, deels steunend op. zijn vruchtbare

fantasie, de geschiedenis van deze drie

paarlen ontdekte. En deze geschiedenis

vormt nu het tweede deel der film.

Een van de drie paarlen verloor de.dief

bij het dobbelspel aan een jongen Engel-

schen Lord, waarna zij meer dan drie

eeuwen als een kostbaar bezit door diens

nakomelingen werd bewaard, totdat in

onze dagen werd vastgesteld, dal ... deze

paarl valsch was.

De tweede paarl geraakte In handen van den,galanten rran-

schen Koning Hendrik IV, die haar schonk aan Gabrielle

d'Estrée. Daarna bleef, deze paarl jarenlang aan het Fransche

Hof en kwam ten slotte in hei bezit van Madame Dubarry.

Deze verloor bij de Fransche Revoluü«, behalve haar hoofd,

ook de paarl. Door een toeval kwam dezelfde paarl in het

bezit van Napoleon, die haar aan Josephine de Beauharnais

tén geschenke gaf. Haar dochter vond later de paarl, droeg

haar over aan haar zoon Louis, den lateren Napoleon III, die

op zijn beurt de paarl aan zijn vrouw, Keizerin Eugenie,

schonk. Déze laat haar ten slotte in 1914, wanneer de wereld-

brand is uitgebroken, acher in oen kerk te Burgos, waar zij

kwam bidden voor de strijdende soldaten in Frankrijk. _

De derde paarl was een nog grilliger lot beschoren. De diei

had getracht er de gunst van oen Engelsche dienstmaagd mede

te verwerven. Sedertdien scheen deze péarl sleeds gedoemd

om in. Ilefdesaangelegenheden verwikkeld te worden. Steeds

opnieuw was er weer een man, die zich het bezit er van ver-

zékerde om er den-hals van een vrouw mei» ie tooien. De

vrouwen waren Jong en schoon, wanneer .zij de paarl ver-

wierven; ouderdom en daarmee gepaarde gaande nooddruft

noodzaakten hen steeds om zich van het kostbare kleinood te

ontdoen. Zoo moest ten slotte ook onlangs eèn oude vrouw

de paarl op een publieke valling te Parijs brengen, waar een

fabrikant uit Marseille haar ontdekt en koopt De fabrikant

scheepte zich in aan boord van de „Normandle", doch...

deze paarl valt In zee.

„Paarlen van de kroon" is geen historisch werk, maar een

origineel filmspel vol speelsche fantasie, bedacht door den ge-

nialen Franséhen auteur Sadha Guitry.


fauKiïJty

t'^'

*

y'..A

HMH9

V

u^ui

Bijna alle slangen leggen eieren, en het i, du, geen wonder, dat de in Europa

meest voorkomende slang, de onschuldige ringslang, het ook doet

Zoon slangenei is tamelijk klein en bovendien is het wanneer het gelegd wordt

nog kleiner dan nadernand, daar het in groot, mate de eigenschap bezit water op

te nemen en daardoor op te zwellen.

De ringslangen leggen hun eieren In de buurt van water. Dat is ook logisch,

want W voelen zij zich in hun element. Ze zijn ware meesters in het vangen

van kikvorschen en visschen. Zij kunnen uitstekend zwemmen en de pasgeboren

ringslangen kunnen dat ook dadelijk. Het kan den jongen slangetje, trouwens nfet gauw

LI uu 000 - Da8r0m " het ^ 00,t duide,i J k ' ^" r O'» «*• «'«ran In

dikke ballen van tien tot twintig stuks onder vochtig mos of nat loof vlak bij de

oevers van meren en poelen worden gelegd. De moeder-slang bekommert zich

dan verder niet meer om het wel van haar kinderen, wier grootste vijand een lang.

droogteperiode is, waardoor zij verdrogen.

De zon neemt de taak op zich de eieren uit te broeden. Zij worden In het voor-

jaar gelegd en in den zomer komen zij uit. Hoe dat gebeurt laat onze Interessante

serie toto s zien.

Het opmerkelijkst, is. dat de pasgeboren slang, die nog maar heel klein Is. direct

•en volkomen zelfstandig wezen is. Wanneer men haar aanpakt, blaast zij zich

heelemaal op, onder het ultstoot.n van een vervaarlijk gesis. Ze is dan echter niet

gevaarlijk want de ringslangen zijn niet giftig. Zelfs wanneer zij zou bijten, kan dat

nog geen kwaad. Na de geboorte neemt de jonge ringslang een paar dagen rust

dan krijgt zij een nieuwe J,uld en gaat zij op de jacht. Eerst eet zij nog allerlei

kleine dieren, maar weldra Is zij zoo groot, dat zij zich van denzelfden bult meester

maakt als de oude dieren. •

1. Da geboorte van da ringslang

kondigt sich aan door twee

▼UJnuohazpe sneetjes in het

al. Ächter hat ai ligt ar aan,

dat raada uitgekomen ia.

2. Langzaam komt ar aan dekseltje

naar boven.

3. Dan komt da kop van da slang

tevoorschijn, terwijl ar drup-

peltjes eiwit naar buiten loopen.

4. Da slang schrok van dan foto-

graaf an trok zich terug. Nu

probeert zij het op aan and.r

plekje nog eens.

5. Snel komt zij nu naar buiten

glijdan.

6. Da slang is geboren. — Het is

eigenlijk niet te galoovan, dat

deze slang van 18 cm. lengte

alt aan ai van 272 cm. langte

is gekomen!


teWä,.

an mms

.., ooor Kedereee

IN HET LAND DER BLINDEN...

Alle echtgenooten zijn blind

en alle vrouwen zijn geluk-

kig In Vetrenlk, Yoegosla-

vlê, «en modeldorp door wijlen koning

Alexander gesticht voor oorlogsbllnd.n.

Negen Jaar g.leden schonk de regee-

ring lederen man een huisje, verschei-

dene aren grond en een uitrusting om

•en boerderij te beginnen. De koning

meende toen, dat er waarschijnlijk wel

meisjes te vinden zouden zijn, die met

h«n wilden trouwen. Er werden adver-

tenties In de groote couranten geplaatst,

•n het bleek, dat er tweemaat zooveel

meisjes op de advertenties antwoordden

als er mannen waren. De meesten van

hen sagen er bovendien heel aardig

uit...

Van'n langen verlovingstijd was geen

sprake. Dr. Ramadanovltch, burgemees-

ter van het dorp, bracht de paartjes

naar de kaoel en zegende hun huwe-

lijken In.

De regeering zorgde er voor, dat

alle producten uit Vetrenlk een afzet-

gebied hadden, en heden ten dage Is

dit dorp een der welvarendste van heel

Yoegoslavlë. Er heeft geen enkele

scheiding plaats gehad, en de gemeente

heeft zich, door geboorten, reeds met

honderd zielen uitgebreid.

WAT IS HET GROOTSTE GETAL?

N

(atuurlijk, men kan zooveel

cijfers achter elkaar schrij-

. ven als men wil, en men

kan dit dan een getal noemen, maar

men moet hierbij bedenken, dat cijfers

allèèn eigenlijk niets beteekenen. Vijf,

bijvoorbeeld, heeft op zichzelf geen be-

teekenls; alleen wanneer wij spreken

van vijf rfppels of vijf voorwerpen van

een of alraere soort, krijgt dit getal pas

werkelijk beteekenls voor om.

Wat Is dan echter, in dien zin dus,

het grootst denkbare getal? Om hierop

een antwoord te kunnen geven, dienen

we allereerst *e bedenken, dat wij ons

thans eenlg denkbeeld kunnen vormen

van de grootte van het heelal, hetgeen

het grootste is, dal er bestaat, en van

het electron, het kleinste „voorwerp",

waarvan wij iets weten. Indien wij ons

het heelal nu volgepropt denken met

electronen, dan kunnen wij ons op die

manier het grootst denkbare getal voor-

stellen. Wanneer nu het gansche heelal

geheel gevuld was met electronen, die

vlak naast elkaar lagen, en we telden ze, dan

»ouden we een getal krijgen dat we moesten

schrijven als een 1, gevolgd door 110 nullen. Na-

tuurlijk Is dit getal slechts denkbeeldig, want het

heelal Is niet volgepropt met electronen, maar

in leder geval geeft dit voorbeeld een idee van

een zeer groot getal - hel grootste dat wij ons

In verband met iets anders kunnen voorstellen.

HOE EEN WATERVAL BEVRIEST.

anneer wij een waterval zich naar

beneden zien storten, kunnen wij ons

W

moeilijk voorstellen, dat deze kan

bevriezen. Maar zelfs machtige stroomen, zooals

de Niagara, zijn bij verschillende gelegenheden

door vorst tot verstilling gedoemd geworden.

Dit gebeurde doordat er zich "in de rivier IJs-

schotsen vormden, die zich tot een dam op el-

kaar stapelden en zoodoende den watertoevoer

naar den val stremden. Wanneer dit proces een-

maal is begonnen, wordt de dam hoe langer hoe

grooter, zoodat er op het laatst maar zeer weinig

water passeeren kan, dat eigenlijk slechts min of

meer naar beneden druppelt. Deze droppels kun-

nen gemakkelijk bevriezen, en hetzelfde is dan

het geval met het water dat langs die droppels

naar beneden loopt. De bevroren droppels wor-

HtT RIMSO SOP I* VtTTER.WERKIAMER

SN lAN6t* BV-'JVENO.t>».N IH TOT NU,

.TOE OOIT MET ZEEPPOEDERS;

BEREIKT HïBy—; — ;>.

- ' ^ EN ZOVEEL SOP\

MtT ttN PAKJE '-

OVERVETTE RlHS©

DAT 1% CEWELDl©

ZUINI6/r

EN IS HET WAAR. DAT JE\

HETZELFDE SOP WEER L-

VOOR HET GEKLEURDE 1

V ^ GOED SOEP KUNT GEBRUIKEN

GEBRUIKEN

r ZE»CER. IK DOE MET efu\_\\

PAKJE RINS O DE HELEWA£\\\

,yO0R S PERSONEN^ '^

J?&

den dus hoe langer hoe grooter, ze vormen op

het laatst hooge ijsmassa's, die ten slotte den

grond bereiken. Hierdoor lijkt hel, alsof de water-

val zelf bevroren Is, maar dat Is eigenlijk niet

gebeurdl

NIETS NIEUWS ONDER DE ZON1

De automaten, die wij thans zoo vaak

voor winkels en In openbare lokalen

zien opgesteld, zijn eigenlijk In het

geheel geen nieuwe uitvinding, zooals men mis-

schien zou kunnen denken. De uitvinder er van

was waarschijnlijk een ze-

kere Cteslblus, die om-

streeks 200 jaar v. Chr.

leefde.

Naar men zegt, zouden

de eerste automaten ge-

bruikt zijn in Egyptische

tempels om gezuiverd wa-

ter af te leveren aan de

geloovigen, die dit voor

den eeredlenst noodig .

hadden. Men moest hier-

toe vijf drachmen in een

gleuf gooien, waarna er.

WtL.lOIETS )

e IK MOS.

IT 6E

f EN DAN WOR0T M'JN 6OE0 IN HE ^

tRINSO SOP VEEL WITTER PAN

hET GEWONE ZEEPPOEOERS.Q

P

R DE VOLGENOE KEER GA)

IK. OOK RIN»0,'~

. GEBRUIKEN/.

/

K , Ätr;:Ä R d h,,oiu,fe - p - h -

want Rlnso w^. de w »»machlne,

»e worden y Co1o.T. ,mine, ( " bru " < •

wideren e, të^l'^T"^'-

gekend korte tijd. Ten. L.- t ' u '" on -

werk« R|„.o t^". "•>" ^ ui «erst

Ärr^^Ä m " en

* ft," pB,< Je Rinse ii het

mogelijk, om do volledige

"'• nd ert>«lfuur»olrnM|


Er waren heel wat menschen, die Ro-

bert Steven voor een ander type hiel-

den dan by in werkelijkheid was. De

meesten beweerden altijd, dat je geen reke-

ning met hem kon houden, althans niet met

zijn opvattingen, omdat hij eigenlyk geen

mensch was, doch een boekenwurm, en dan

nog een boekenw^urm uit een heel oude

editie van het Corpus Juris; een soort for-

mule, opgebouwd uit processen, pleidooien

en precedenten — kortom: een bewonderaar

van de doode letter der wet. En ze beweer-

den nog meer van hem, en het was allemaal

even weinig vleiend voor zijn mensch-zyn

in het hierboven bedoelde opzicht.

En toch — tóch was er iets in Robert

Steven, dat het de moeite waard deed zyn

van meening met hem te verschillen. Wat

hef precies was, wist geen mensch, behalve

ik en ik probeerde tevergeefs de anderen

tot het inzicht te brengen dat er onder den

ouden boekband en het vergeelde schutblad

tóch een vonk gloeide, die van Robert Ste-

ven een man maakte. Zelfs in de dorste wet-

boeken gloeit er een vonk, die denken doet

aan iets van primitieve kracht. En daardoor

komt het misschien, dat er zooveel men-

schen zyn, dié geen rechter kunnen zien —

ten minste niet wanneer deze in zyn toga

gehuld is — zonder dat zy moeten denken

aan een oermensch, die bezig is op sluwe

wijze een of ander wraakplan uit te werken.

Hetgeen misschien niet geheel en al onbe-

grijpelijk is, want zelfs hermelijn is de huid

van een wild dier.

Het was eigenlyk niet meer dan logisch,

dat ik Robert Steven anders zag dan de

meeste menschen, want ik kende zijn broer,

en dat deden de anderen niet.

Er was een zonderlinge gelykenis tus-

schen Robert Steven en zyn broer Jack. Ze

leken op elkaar zooals een versehe erwt lykt

op een gedroogde, en soms moest ik dan ook

by mezelf denken, dat wanneer Robert een-

zelfde leven geleid zou hebben als zyn broer,

het heel moeilijk geweest zou zijn hen uit

elkaar te houden....

Maar behalve een gelykenis, was er ook

een tegenstelling tusschen Robert en zijn

broer. Jack had geen grein eerbied voor de

wet; integendeel, en dat was dan ook de

oorzaak dat hy op een gegeven oogenblik

geen dag langer in Engeland kon blijven,

zonder gevaar te loopen in de gevangenis

terecht te komen. Het was zooals hy zei,

terwyl er een snelle glinstering in zijn oogen

schitterde: je kunt geen jaren in het meest

onbeschaafde deel van Mexico wonen, zon-

der dat dit invloed uitoefent op je opvat-

tingen!

Men kon hen byna altijd tezamen zien,

toen Jack in Engeland vertoefde, want Ro-

bert voelde een zekere mate van verantwoor-

delykheid voor zyn broer. Met zijn arm door

dien van Jack gestoken smeekte hy hem, er

toch aan te denken, dat Wet en Gezag altijd

geëerbiedigd diende n te worden, en dat het

iemand altyd opbrak, wanneer hy dit niét

deed. Wanneer hy byvoorbeeld de wet in

eigen handen nam, zooals Jack nogal eens

deed....

Waarop Jack glimlachte, maar niets zei.

En toen keerde Jack naar Mexico terug,

juist op tijd om te voorkomen, dat hy moei-

lijkheden kroeg omdat hy op een keer tegen-

over een agent die proces verbaal tegen hem

wilde opmaken — inderdaad voor iets,

wat hij niet gedaan had — de wet in eigen

handen had genomen en den agent een pak

slaag had gegeven, met de aanbeveling voort-

aan beter uit te kyken wién hy voor een

vergryp bekeuren moest. .. .

Robert en ik brachten Jack naar de boot,

en Robert had tranen in zyn oogen toen hy

afscheid van zyn broer nam. Hy hield wer-

kelijk van hein.

„Maar het is ten slotte een opluchting voor

hem en voor my, dat hy gaat," zei hy, toen

we samen naar huis terugkeerden. „Hy

houdt er zulke zonderlinge opvattingen op

na. Hy schynt bijvoorbeeld maar nooit te

kunnen begrijpen, dat iemand onder geen

omstandigheden de wet in eigen handen mag

nemen."

„Hy heeft een groot deel van zyn leven

juist daar doorgebracht, waar een mensch

nu eenmaal gedwongen is dit te doen, wil hy

den stryd om het bestaan kunnen volhou-

den," merkte ik op.

„En daardoor maakt hy de dingen juist

erger," antwoordde Robert. „Het voortdu-

rend zich beroepen op de wet, zelfs daar

waar de wet traag of zwak is, verhoogt haar

gezag."

„Ik geloof dat jy geen vinger zoudt uit-

steken, wanneer ze je wilden doodschieten,

alleen om de wet een goede kans te geven

zich te laten gelden," merkte ik eenigszins

spottend op. „Wat voor zin heeft de wet,

als er geen sancties bestaan? En in Mexico

is iedereen tot op zekere hoogte zyn eigen

wetgever! Je moet daar weer terugkeereh

tot de oerprincipes van het recht, of je wilt

of niet."

„Men kan de oerprincipes van het recht in

een geordende samenleving niet meer dul-

den," antwoordde Robert.

„Dat ben ik niet je eens."

Robert keek my aan.

„Je bedoelt, dat ze in Mexico niet gecivili-

seerd zyn?"

„Juist. Althans in sommige streken niet!"

„Maar ze hebben er toch rechters en een

rechtssysteem? Jack heeft me dat zelf ver-

teld."

Ik moest glimlachen en liet Robert in den

waan, dat ik niets op zyn bewering wist te

antwoorden. Maar wat beteekenen rechters

en een rechtssysteem wanneer zij niet wer-

ken? Daarginds in de wildernissen beweegt

de arm van de wet zich zoo langzaam, dat

zelfs een doode er nog gemakklyk aan ont-

komen kan! Maar de „vrye justitie" groeit

en tiert er des te weligeh En Robert zou dit

wel merken. Hy zou het zelfs zeer gauw

merken.

Het duurde zes maanden eer ik hem terug-

zag, en dit gebeurde terwyl ik zat te lunchen

in een bekend restaurant in het West End.

„Je bent juist degeen, dien ik graag ont-

moeten wilde," zei hij.

Er was iets vreemds aan hem, maar het

vreemde was voor my niét, dat hy in de rouw

was. Ik keek hem onderzoekend aan, maar zei

niets. Robert nam naast me plaats en legde

een actentasch, waarin ook een dik wetboek

moest zitten, op den stoel tegenover zich.

„Heb je het al gehoord?" vroeg hy.

20

„Ik heb niets gehoord," antwoordde ik

verbaasd.

„Jack is dood."

Hü sprak heel kalm, maar het was hem

duidelijk aan te zien, dat hy heimelijk leed.

Maar toch was dit nog niet het verschil, dat

er over hem gekomen was.

„Dat is verschrikkelijk Hoe is het ge-

beurd?"

„Hy werd gedood — vermoord," zei Robert

met vaste stem.

„En de moordenaar?"

„Die loopt nog vry rond."

Ik zag nu opet?ns, wat er aan Robert ver-

anderd was. Hy zag er jonger uit, ondanks

den schok dien de dood van zyn broer hem

gegeven moest hebben. En wel, er was

ook nog iets anders. De zachte blik, die er

vroeger altyd in zyn oogen was geweest, was

nu verdwenen.

„Ik heb nooit eerder gemerkt, dat je zoo op

je broer kon lyken," zei ik als mechanisch.

Robert haalde de schouders op. „Ik heb

een brief van een vriend van Jack gekregen,"

zei hy, „en ik wilde wel, dat je dien eens

las. Je kent het land daar."

Hy haalde een brief uit zyn portefeuille

en gaf hem my. Het was een beduimeld vel-

letje papier, twee maanden geleden uit Pain-

ted Rock verzonden. Ik had moeite het te

ontcijferen, want het leek wel door iemand

geschreven die linksch was.

De brief luidde als volgt:

„Mijnheer, deze dient om u te laten weten,

dat myn laatste partner, uw broer Jack Ste-

ven, een maand geleden is doodgeschoten by

Cow Creek door Rriggs, die bekend staat als

kolonel Cow Creek Briggs. Ze waren alleen

toen ze ruzie kregen en Briggs is een popu-

lair man hier, en hy zegt, dat uw broer het

eerst op hem geschoten heeft. Omdat hy dit

zegt en omdat ik geen recht .heb om tegen

hem te getuigen, daar ik er niet by was, leeft

hy nog. Maar Briggs liegt als hy zegt dat

Jack het eerst op hem geschoten heeft, want

als dat zoo was, zou Briggs het niet hebben

kunnen navertellen, omdat Jack nooit miste

wanneer hy zyn revolver trok, en ik weet

dat Briggs een hekel aan hem had omdat uw

broer een goudader had ontdekt even voor-

dat Briggs er zelf arriveerde! Ik heb alles

verkocht wat het eigendom van Jack was en

ik zal u het geld er van — ongeveer duizend

dollar — zenden als u me laat weten waar-

heen ik het zenden moet. Hoogachtend Dick

Murphin."

P.S. Het spijt me, dat uw broer dood is.

Het was een aardige kerel en ik hield van

hem. Ik wou zoo graag dat ik er by was ge-

weest, zoodat ik tegen Briggs kon getuigen.

Dan zou hy zyn verdiende loon krijgen en

zouden ze hem ophangen. Een brief aan het

adres dat hierboven staat, zal altijd in myn

bezit komen. D.M."

Ik legde den brief zonder iets te zeggen

voor Robèrt neer. In mijn gedachten zag ik

de uitgestrekte vlakten van Mexico; de grjjs-

groene struiken; het dunne, verdorde gras;

de magere boomen, de lang-gehoornde stie-

ren en de prairie-ponies. En ik zag ook de

bergtoppen die glinsteren van de sneeuw, en

de zon, die ze des avonds bloed-rood klem de.

Ik zag de donkerhuidige Mexicanen met hun

groofe, puntige hoeden op, terwyl zy op hun

snelle paarden over de vlakten renden of

rondslenterden door de dorpen. Ik zag een

man als Dick Murphin, die moeizaam, met

een stompje potlood, woord voor woord tot

zinnen reide om het relaas van Jacks dood

aan zyn broer te sturen. En ook zag ik in

gedachten „Cow Creek Briggs", een op Wes-

tersch-snelle wyze gepromoveerde schurk,

met zyn „gun" altyd in de hand Ik zag

bovendien Jack, en ik zuchtte....

Ik sloeg myn oogen op en staarde een

oogenblik sprakeloos naar myn vriend, want

het gezicht dat ik zag was van den rechts-

geleerde, maar de oogen waren als. van

iemand, die jarenlang in Cow Creek had

gewoond....

„Wat moet ik doen?" vroeg Robert zacht-

jes.

Ik haalde de schouders op.

„Dat zou ik niet weten Wat zou je

willen doen?"

„Ik wil dien man zyn verdiende loon

geven. En daarom wil ik jouw

raad. Jy kent die streken...."

Ik hield hem voor, dat by met

zyn principes niets tegen

„Cow Creek Briggs" zou

kunnen beginnen.Erwas

immers geen bewys.

„Hy heeft Jack gedood en verdient gestraft

te worden."

„Maar hy beweert, dat Jack het eerst op

hem geschoten heeft "

„Dat geloof ik niet, en dat gelooft Jacks

partner ook niet."

„Het zou toch best zoo kunnen zijn "

„Maar als die kolonel nu eens een schurk

is, die een veete tegen Jack had, omdat hy

hem net even vóór was met dien goudader?"

„Mogelijk Maar zegt die Dick Murphin

niet, dat hy populair is? Wettelijk kun je

niets tegen hem beginnen. Het is té laat daar-

voor. In Mexico is het nu reeds een verouder-

de geschiedenis! En als je er heen gaat en

de menschen laat merken wie je bent, dan

zal hy op je loeren en je neerschieten eer je

er op verdacht bent."

Robert keek een oogenblik ernstig voor

zich uit.

„Ik wil; dat hy gehangen zal worden voor

zyn daad," zei hy toen.

„Dan zal je hem zélf moeten hangen, en

dat strijdt tegen je principes."

„Dat zal ik ook niet doen," antwoordde

Robert, terwyl hy zyn actentasch opnam.

„Maar tóch zal ik zorgen, dat hy niet aan

zyn straf ontkomt!"

Ik zag, dat zyn besluit vaststond.

„Wanneer vertrek je?" vroeg ik.

„De volgende week," antwoordde Robert

Steven, alsof het de gewoonste zaak van de

wereld gold.

Inderdaad vertrok hy een week later en

twee maanden daarna kreeg ik een brief

van hem uit Painted Rock, en tusschen

de regels door las ik iets, wat de

rechtsgeleerde niet scheen te heb-

ben geweten dat hij schreef.

Hy was nog even vastbera-

den als vóór zyn vertrek.

en zonderling opgewekt. Hy zag zijn onder-

neming als volkomen wettelijk en w T as van

plan haar door te voeren alsof een of andere

cliënt ze hem opgedragen had.

Ik had gedacht, dat hij zich in Mexico niet

bijster op zijn gemak zou voelen, maar daar

liet hij niets van merken. Hy scheen zelfs

het zand,en de alkali niet erg te vinden, en

weidde uit over allerlei kleine avonturen, die

hem werkelijk plezier schenen te hebben ge-

daan.

Hij „werkte met Murphin samen", zooals

hy schreef en om kolonel Briggs niets te laten

merken, „is mijn naam niet langer Robert

Steven. Ik heet nu Bill Whiting, en als je my

schrijft, doe dit dan per adres Dick Murphin,

Arizona-House".

Zijn brief gaf my weer hetzelfde gevoel als

toen ik voor het eerst op zoek naar avontuur

de wijde wereld ingetrokken was. Indien de

omstandigheden het my dan ook niet had-

den belet, zou ik zeker naar Mexico zijn ver-

trokken om mijn vriend een handje te hel-

pen. Maar dat ging nu helaas niet

De nieuwe „partner" van Dick Murphin

schreef my bijna iedere week en ik merkte

heel duidelijk, dat de schubben der bescha-

ving langzaam maar zeker van hem afgleden.

Hy was reeds tot de overtuiging gekomen,

dat de wet, zooals hy die voorstond, een soort

plant was, die niet groeien kon in de zon-

verschroeide vlakten van het Wilde Westen.

„Ik weet zelf nog niet, wat ik hier eigen-

lijk kan doen," schreef hij op een keer, „want

de Wet kan hier niet worden toegepast. En

tóch wil ik niets buiten de wet om doen

Ik denk vaak, aan hetgeen jij over de wet zei.

Het komt my voor, nu ik hier ben, dat er wel

iets in zit. Vroeger dacht ik, dat het onzin

was. Herinner je je nog, dat je zei, dat de

zaden van de wet overal groeiden, maar dat

de Procureur-Generaal zélf de verwantschap

niet zou kunnen opmerken tusschen zijn fijne

in een broeikas gekweekte producten en wat

er hier, in de prairie, van geworden is? Er

zit heel veel waars

in.... Maar toch

zal die Briggs zijn

straf niet ontloo-

pen...."

Die brief gaf mij

veel te denken.

Het was duidelijk,

dat Robert een val

voor Briggs op-

stelde,maar ik kon

niet begrijpen, wat

het er voor een

zou zijn.

Ik heb dikwijls

reden gehad om te

meenen, dat het

leven mij niet be-

paald verwend

heeft, maar dit

keer was het ge-

uk toch wel met

my, want een paar

dagen nadat ik

dezen brief van

Robert had, gekre-

gen, kwam er een

NA EEN HEELEN

DAG HAKD WER-

KEN IS ER NIETS

ZOO VERKWIK-

KEND ALS EEN

BEETJE ZEILEN OP

HET KABBELENDE

WATER. . . .


6w^ otikü

IETS OVER GARNALEN

De vorige maal bespraken wy dat het

pellen van garnalen kan plaats vinden

in pelleryen of bij de visschers aan

huis. In het laatste geval is toezicht door

den Keuringsdienst moeilijker, dan wanneer

de garnalen in pellerljen gepeld worden,

doch er is bepaald dat degenen die aan huis

pellen, hiervan opgave moeten doen, zoodat

de Keuringsdienst wel toezicht kan houden.

Wy zeiden reeds, dat de huisvrouw de

garnalen ook ongepeld kan koopen om ze

zelf te pellen. Voor wie er het werk voor

over heeft, heeft deze manier voor, dat de

garnalen één voor één door de handen gaan

en dat de huisvrouw dus goed kan contro-

leeren of de dieren levend gekookt zyn. Dit

9161. Gekleed modcllet|e van

heel soepele Jto(. De rok bestaat

uit drie banen, het lijfje heeft een

afgerond schouderstuk en is in

verticale richting ingerimpeld.

Het schouderstuk en dr hals zijn

afgezet met een biesde in een af'

stekende tint.

Ben.; 3.40 m. van 1 m. breed.

9167. Japonnetje van zwarte

zijde, van geheel recht model. De

garneering bestaat uit Incrustaties

van groene zijde en kwastjes van

gouddraad. De hoogsluitende hals

wordt in den rug dichtgeknoopt.

Ben.; 3.25 van 1 m. breed.

9168. Voorjaarsjurkje van zijde,

bezaaid met geborduurde stipjes.

De onderaan een weinig klokken-

de rok heeft van voren een in-

gezette baan, die de noodige

ruimte geeft. Een band van taf-

zijde loopt rond den hals en

vormt van voren een vestje, dat

met knoopjes van strass wordt

gesloten.

Ben.: 3.65 m. van 1 m. breed.

Van deze modellen zijn bij de

administratie van dit blad tegen

den prijs van f 0-60 per stuk ge-

knipte patronen verkrijgbaar.

is namelijk te zien, omdat dan de staart

van het dier krom trekt. Waren de dieren

dood voor ze gekookt werden, dan trekt de

staart bij het koken niet meer krom. Het kan

dan zijn dat dit dier schadelijke stoffen en

bacteriën bij zich draagt, die gevaar voor de

gezondheid opleveren!

De schaal vormt wel een belangrijk deel

van het gewicht van het dier. Neemt men 1

K.G. garnalen (ongepeld) dan wegen deze

na het pellen nog slechts ongeveer 3 ons. De

prijs bedraagt van ƒ0.12 tot ƒ0.15 per ons.

Ongepeld kosten ze ongeveer ƒ 0.15 per K.G.,

zoo'dat ze dan voordeeliger zijn.

Bij het keuren van garnalen moet de huis-

vrouw letten op de volgende punten:

1. De staart moet krom getrokken zijn.

2. De garnalen moeten frisch ruiken.

3. De garnalen moeten mooi droog zyn,

4. Ze moeten goed van kleur zyn (niet

erg verkleurd of groen zien).

Noorsche garnalen zijn heller van kleur

en grooter dan de Hollandsche. Ze worden

hier in het voorjaar (Mei) ingevoerd en dra-

gen den naam Shrimps of Prawns. De prys

versjchilt niet veel met de Hollandsche en

bedraagt ook ongeveer ƒ 0.15 per ons.

WEEKMENU.

Maandag:: Varkensschijf, aardappelen

en knolraap; gebakken be-

schuit met bessensap.

Dinsdag: Filosoof; rödgröd met va-

nillesaus.

Woensdag: Potage ä la minute; saucys-

jes, aardappelen, en bloem-

kool met kerriesaus.

Donderdag: Kaaslapjes, gebakken aard-

appelen en andijviesla; war-

me griesmeelpudding.

Vrijdag: Spiegeleieren, spinazie, ge-

bakken aardappelen; brood-

schotel met abrikozen.

Zaterdag: Gebakken lever, aardappe-

len en gestoofde bieten;

trommelkoek.

Zondag: Wortelsoep; kalfscarbona-

den, aardappelen en appel-

moes; hopjespudding met

vanillesaus.

ENKELE RECEPTEN UIT HET WEEKMENU

Hoeveelheden voor 4 personen.

Wortelsoep:

Benoodigd: 1 L. bouillon, 2 penen, 40 gram

boter, 40 gram bloem, peterselie.

Bereiding: De penen schillen en daarna

raspen. De geraspte wortel in boter smoren,

daarna bouillon toevoegen en de wortel gaar

koken. De soep binden met aangemengdc

bloem en afmaken met fijngehakte peterselie.

Kaaslapjes.

Snyd hiervoor de kaas aan plakken van

ongeveer 1^ cm. dikte. Men kan hiervoor

heel goed jonge kaas nemen. Snyd de plakken

kaas in rechthoeken of vierkanten, zoodat ze

allen gelyk van grootte worden, Wat op den

schotel veel netter staat. Wentel de plakken

kaas één voor één door geklopt ei en daarna

door paneermeel. Bak ze dan in de koekepan

met vry veel boter, die men tevoren even

bruin laat worden, tot de lapjes mooi bruin

zien. Doe de lapjes snel op; laat ze niet af-

koelen, omdat de kaas dan taai wordt.

EEN VETTE.ONZUIVERE HUID

kunt U gemakkelijk verbeteren door het flebruik

van Radox, telkens wanneer ge Uw gezicht wascht

Bij apothekers en erkende drogisten a f 0.90

per pak en f 0.15 per klem pakje.

RADOX

man by me, die eenige mijnen in Mexico be-

zat en die me,vroeg, of ik er iets voor voelde

op onopvallende wijze eens een onderzoek te

gaan instellen naar de gedragingen van zyn

Engelschen manager. Daar hetgeen hij er voor

over had, een behoorlijk bedrag vormde, waar

ik ruimschoots van zou kunnen heen en weer

reizen, nam ik zyn aanbod gretig aan, pakte

mijn koffers en vertrok nog dienzelfden

avond naar Liverpool. Ik stuurde Robert een

telegram. „Doe niets overylds; ik kom.

U moet weten, dat ik Jack Steven graag had

gemogen, en dat ik dolgraag wilde weten hoe

Robert hem zou wreken. Bovendien waren er

oogenblikken dat het verlangen naar avon-

tuur, naar het Wilde Westen, als vuur in myn

aderen schroeide. Er bestaat geen genees-

middel tegen dit verlangen als men het een-

maal in zich heeft; het kan tijdelijk afnemen,

maar terugkomen doet het zéker, en dan in

eens zoo hevige mate. Het eenige is dan ook

er aan toe te geven, of oud te worden en te

sterven....

Van het sombere Londen uit een sprong

over den Oceaan te maken en dan opeens in

de brandende zon van Mexico aan land te

gaan, is als een sprong van de duisternis in

het licht. j . si.

Ik ontmoette Dick Murphin voordat ik

Robert Steven sprak, en hy was minder dan

ik me had voorgesteld en tegelijkertijd toch

meer. Hy was mager en klein, zoo hard en

onbuigzaam als staal, met blauwe oogen en

een rossigen baard. Zyn rechterhand was

slechts een stomp met een paar vingers; zyn

linker was echter zoo vast als natuursteen.

In zyn oogen flikkerde de blik van het Wes-

ten, en hy droeg zyn hoofd zoo rechtop als

ik het maar ooit gezien had.

„Robert Steven heeft u verteld, dat ik zou

komen?" vroeg ik hem.

Murphin knikte. „Hy zei, dat hy een tele-

gram van u had gekregen."

POLYGOON maakt:

Famillegroepjes, Biulloftsfoto's,

Jubilea-, Kampfotos, Sportfoto's,

Persfoto's, Industrie-foto's,

Stadsgezichten, Panorama-foto's

Voor condities s vT T r

Foto-persbureau Polygoon N.V.

Damrak no. 53 — Amsterdam

* *

DE DUBBELSTER

WILLIAM POWELL

EN MYRNf LOY

viert binnenkort:

De Dubbele Bruiloft

„Ein nieuw SUCCM dir Mstro-Boldwyn-Meyer''

FRED ASTAIRE

en

GINGER ROGERS

In hun «l«s«n*«te «" ''!•«»*«


merken. „Niemand is er toch by geweest en

als je dus Briggs neerschiet kun je, als het

er op aankomt, best een onschuldige neer-

schieten! De wet staat toch niet toe, dat

iemand wordt gestraft zonder dat het over-

tuigend bewijs is geleverd?"

Robert haalde de schouders op. „Laat dat

maar aan my over," zei hy. „Ik zal my aan de

wet houden! Maar ik heb liever niet dat jy

je er mee" bemoeit. Murphin en ik doen het

samen."

„Ik ben ook niet van plan me er mee te

bemoeien," antwoordde ik. „Ik ben geen

sheriff Ik zou alleen graag willen zien

hoe je het klaar speelt...."

„Ik ben niet getrouwd en jy wel," zei

Robert. „Myn plan is niet van gevaar ont-

bloot. Doe de zaken waarvoor je gekomen

bent en als je hier dan terugkomt, kun je

misschien hoorcn hoe het allemaal is gebeurd.

Ik heb een plan bedacht om Briggs van zijn

ranch in de bergen te lokken."

Hy sprak zeer kalm en beheerscht, maar

omdat ik begreep dat het geen zin zou heb-

ben er by hem op aan te dringen zich te uiten

over hetgeen hy precies van plan was, deed

ik er verder het zwijgen toe en vertelde hem

de laatste nieuwtjes uit Londen, die hem ech-

ter maar matig schenen te interesseeren.

Zelfs voor een paar belangryke processen had

hy maar nauwelijks aandacht.

Ik 'logeerde dien nacht in een veel beter

hotel dan het Arizona-House, want eenigè

jaren in Engeland hadden my wat overge-

voelig gemaakt met betrekking tot zindelijk-

heid en comfort en andere kleinigheden,

waarvan Murphin zich niets aantrok. En wat

Robert betrof, die zou gerust zes maanden

lang onder den blooten hemel hebben over-

nacht, desnoods zonder dekens, om Briggs

te pakken te kunnen krijgen! Hy werd nu

slechts door één gedachte beheerscht. Ik her-

innerde my, dat Jack ook zoo was geweest;

die deed ook nooit meer dan één ding tege-

lijk, maar hij deed het dan wel altyd goed.

Daarom kon ik ten slotte best gelooven, dat

Briggs hem onverwachts had neergeschoten.

Het was niets voor Jack om twist te zoeken

Een wandeling op het zonnige strand.

voordat hy zeker was, dat hy de overwinnaar

zou zyn. En nu was Robert Jack, en hy was

gewaarschuwd.

Maar er was niemand, die Briggs waar-

schuwde.

Ik bleef vier dagen in de bergen, en sprak

myn vrienden slechts zoo nu en dan. Robert

wilde my niet toestaan, vaak te komen.

„Ik wil niet, dat jy je er in mengt," zei hy.

Hy zei het zoo beslist en vastberaden, en hij

was zoo uitstekend in staat om op zichzelf

te passen, dat ik deed wat hy wilde. Zoo zou

ik met Jack ook gedaan hebben!

En toch miste ik de tragedie niet, ofschoon

ik alleen maar door een toeval op tyd kwam.

Het was juist even na twaalf uur van den

vierden dag sinds ik in de stad gekomen was,

dat het gebeurde. Daar ik noch Murphin noch

Robert in vier en twintig uur had gezien —

ik was by een paar oude vrienden geweest —

ging ik naar hen toe om een praatje te ma-

ken. Ze stonden alletwee voor de veranda

van hun hotel.

„Ga maar weer gauw weg," zei Robert

ernstig tegen me. „Er komen moeilykheden."

Ik wilde weggaan, maar toch deed ik het

niet. Ik bleef niet omdat ik zoo graag een

kogel wilde hebben, of omdat ik zoo graag

in de gevangenis wilde komen. Per slot van

rekening was het myn zaak niet. Jack was

jaren geleden myn partner geweest, maar

Murphin was het geweest, toen hy werd ver-

moord. En nu was Robert er. Toch kon ik

er niet toe besluiten weg te gaan en ik zei:

„Loop naar den duivel kerel. Ik blyf. Ik laat

me niet als een klein kind wegsturen."

En ik ging naast hen tegen den houten

wand staan en rolde een sigaret. Er bevonden

zich nog drie andere mannen voor het hotel

behalve Robert en Murphin. Ik had hen nog

niet eerder gezien, maar ik zou hen nu uit

duizenden herkennen.

Briggs viel echter nergens te bespeuren.

Robert was in zyn hemdsmouwen en hy

droeg een grooten koeienhoed tot ver over

zyn oogen. Hy had geen wapen by zich,

althans niet zichtbaar, want het zichtbaar

dragen van wapens, was in die dagen in de

stad verboden. Aan het eind van de veranda

stond er een goed paard, kant en klaar ge-

zadeld. Achteraan het zadel was een blauwe

jas gebonden en ik herinnerde my, dat Robert

vaak een dergelyke jas droeg.

Ik trad op hem toe.

„Dus je hebt leeren paardrydeii?" vroeg ik.

Zyn oogen blikkerden wat zenuwachtig.

„Ben je nu nóg hier? O ja, ik kan paard-

rijden, zoo'n beetje tenminste."

En toen zag ik een stofwolk om den hoek

van den weg komen. De wind woei tamelyk

sterk uit het Zuidoosten. Achter de stofwolk

verscheen er een man. Hij bereed een goed

paard en hy zat gemakkelijk in het zadel. Hy

had net zoo'n hoed op als Robert, ofschoon

er meer leertjes en zilveren bandjes op zaten

dan op dien van Robert.

Nu, dat was Briggs, en ik wist het direct.

Hoe ik het wist, kan ik niet zeggen. Misschien

was het een kleine, onmerkbare beweging

die Robert maakte waardoor ik het wist. En

ofschoon ik niets met de zaak te maken had,

keek ik toch of myn revolver tot schieten

gereed was. Want als ze daar eenmaal begin-

nen te schieten, weet je nooit wanneer het

zal eindigen. En ik vroeg me af, hoe het zou

beginnen. Ik wist zeker, dat Robert hem niet

zoo maar zou neerschieten en toch was ik

bang dat wanneer hy maar één woord zei,

Briggs direct zyn wapen zou trekken. En dan

kon het voor Robert wel eens te laat zyn,

zooals het voor Jack te laat was geweest.

De drie mannen die ik niet kende, keerden

zich om en zagen Briggs ook komen.

— 24 -

„Dat is een mooi paard, waar die kerel op

rydt," zei een van hen.

Ik zag Briggs nu heel duidelyk. Er was een

harde blik in zyn oogen, die met bloed door-

loopen waren.. Zyn gezicht zag rood, en het

was niet moeilyk te zien, dat hy meer dronk

dan goed voor hem was.

De Icolonel hield zyn paard in toen hy by

het hotel gekomen was.

„Goedendag, beeren," zei hij. „Is Mr.

Whiting thuis?"

Hy keek ons een voor een aan en ik herin-

nerde my, dat hy Robert niet kende.

Het was Robert zelf, die antwoord gaf. „fle

geloof, dat hy uit is, kolonel," zei hy. Maar

het was de stem van zyn broer Jack, die

Briggs hoorde en de oogen van Jack, die hy

zag, en al het bloed scheen uit zyn gezicht

weg te trekken en hy zette groote oogen op.

Alles ging snel genoeg in zyn werk, maar

voor my bevatte die eene fractie van een

seconde toch een geconcentreerd drama. Ik

zag niet Robert, maar Jack die dood was

Ik hoorde hem spreken

„Ik geloof, dat hy uit is, kolonel."

De woorden werden heel langzaam gezegd

en zelfs de mannen, die niet wisten dat er

iets moest gebeuren, voelden toch dat er iets

byzonders op handen was.

Ik zag, dat er een wereld van emoties in

Briggs omging. Er kwam een herinnering in

hem op aan een bloedigen dag en een bloedige

wraak. Maar er rees ook een geweldige vrees

in hem op — een byna bovennatuurlyke

vrees. Was de man dóód? Was hy opgestaan

uit zijn graf? Er was nog nooit zóó'n gelij-

kenis geweest! Briggs bewoog zyn rechter-

hand. Hy deed het langzaam en toch snel.

Ik riep byna een waarschuwing tegen Robert,

en bedacht toen dat indien ik zyn aandacht

afleidde, hy te laat zou kunnen zyn om te

schieten.

Murphin stond er roerloos als een stand-

beeld bij. Maar hy hield zyn blikken geen

oogenblik van den kolonel af.

En opnieuw begreep ik. Dit was een spel,

en een wettig spel ook. Want Murphin riep

opeens:

„Pas op, Jack!"

Indien Murphin deze woorden niet had ge-

roepen, zou Briggs toch misschien het eerst

geschoten hebben. Hy had zyn revolver reeds

getrokken, maar hy had het in zyn doode-

lyken angst niet zoo snel gedaan als hy het

anders zou hebben gedaan. Toen Murphin

echter zyn waarschuwing riep, versnelde hy

zyn beweging, maar toen was Robert hem

nèt even voor. Deze hief zyn revolver op en

in het volgende moment lag Briggs ontzield

op den stoffigen weg. Het paard maakte een

sprong en galoppeerde toen in de richting

van de prairie.

En Robert stond onbeweeglijk met de roo-

kende revolver in zyn hand, terwyl Murphin

riep: „Jullie zagen allemaal, dat Briggs het

eerst zijn revolver trok, nietwaar?"

En ik zei: „Ik zag het."

En ook de drie andere mannen verklaar-

den, dat zij het gezien hadden.

Robert zei: „Ik heb uit zelf verdediging ge-

handeld En dat is overal ter wereld voor

de wet geoorloofd."

En toen begreep ik pas den valstrik, dien

hy Briggs gespannen had! Hij had hem inder-

daad zyn straf toegediend, zonder dat hy

buiten de wet gegaan was.

We knikten allemaal en Murphin zei tegen

hem: „Je zult je paard niet noodig hebben.

We zullen loopend met je meegaan naar den

sheriff."

En ik hielp het lichaam van den kolonel

het hotel binnen te brengen

VOOR ONZE JONGE

EN

WILLY EN HET ELFJE

Willy woonde met haar moeder in een

aardig huisje vlak by een groot bosch.

Ze speelde daar heel dikwijls, en op

zekeren dag, toen zy er weer op een vryen

middag was heengegaan, ontdekte zy opeens,

terwijl zy in de schaduw van een grooten

boom lag uit te rusten, omdat ze moe van

het spelen was, tusschen het gras en

de varens iets gliristerends. Ze snelde er

heen en slaakte een kreet van vreugde, toen

zy zag, dat het een klein gouden ringetje was,

bezet met mooie, schitterende steentjes. Ze

stak het aan haar vinger en begon van blijd-

schap om de boomen te huppelen. Maar toen

zy moe was en om zich heen keek waar

het pad was, kon zij dit niet meer vinden.

Ze had heelemaal niet gemerkt, dat zy zich

hoe langer hoe verder van huis verwijderd

had! Angstig begon zy door het bosch te

dwalen, maar ze kon den weg naar huis niet

meer terugvinden. En eindelijk, toen zij van

vermoeienis niet meer kon, liet zy zich op

den grond vallen en huilde zichzelf in slaap.

Plotseling werd zy wakker omdat er iets

in haar gezicht kriebelde. Ze kwam haastig

overeind en zag een elfje staan, dat maar

nauwelijks twee maal zoo groot was als

haar duim. Het elfje had een veertje in de

hand en Willy begreep, dat het haar daar-

mee had walcker gemaakt.

„Myn naam is Roosje," zei het elfje, dat

een heel rose kleedje aan had, „en ik zoek

naar een kroon voor onze koningin. Kun jij

me misschien zeggen, waar ik er een kan

vinden?" Roosje zweeg even en vervolgde

toen: „Er is een groot feest vanavond, en

de koningin heeft haar kroon verloren!"

Willy moest plotseling aan den ring den-

ken, dien zy gevonden had, en zonder ook

maar een oogenblik te aarzelen, liet zy hem

aan Roosje zien. „Zou die als kroon kunnen

dienen?" vroeg zy.

„Natuurlijk," riep het elfje. „Het is een

tooverring, die geluk brengt aan dengeen,

die hem gevonden heeft!"

„O," zei Willy, terwyl zy groote oogen

opzette.

„Morgen, als het feest voorbij is," zei het

elfje, „en dat zal om vyf uur zyn, kom ik

weer hier om je den ring terug te geven.

En vergeet vooral niet om hem drie keer

rond te draaien als je eens in moeilijkheden

mocht raken, want als je dat doet, zal ik

direct komen om je te helpen."

„O, dank u wel, dank u wel," zei Willy

overgelukkig.

"Toen keek zy op en merkte, dat zij tegen

de lucht gesproken had en ze werd zoo bang,

dat zy weer hard om de boomen begon te

loopen in de hoop het elfje te vinden, maar

dit bleek reeds verdwenen.

Toen schoot het haar te binnen hoe dom

het van haar was geweest, om het elfje niet

te vragen haar den weg uit het bosch te

wijzen. Nu begreep zij, dat zy den heelen

nacht in liet bosch zou moeten blijven tot

- 25-

WVÈC

den volgenden dag vijf uur, wanneer het

elfje weer bij haar zou komen. Ze vond dit

zoo akelig — want het is niets prettig om

een nacht onder den blooten hemel te moeten

doorbrengen, en hoe ongerust zou haar moe-

der wel niet zijn? — dat zy weer heel hard

begon te huilen. Opeens hoorde zij achter

zich een stemmetje, en toen zy zich om-

draaide, ontdekte zy Roosje, die haar ver-

baasd aankeek.

„Wat is er?" vroeg het elfje. „Waarom huil

je zoo? Ik hoorde je, terwyl wy aan het feest

vieren waren, en daarom ben ik gauw even

naar je komen kijken."

„O," snikte Willy, „ik ben verdwaald en

ik wil naar huis Toe, lief elfje, kun jij

me den weg niet wyzen?"

„Zeker, kan ik dat," zei het elfje, en ze

greep Willy bij de hand en liep met haar

door het bosch. Het was echter meer zweven

dan loopen, wat het elfje deed en Willy had

erg veel moeite om haar te kunnen bijhou-

den. Hierdoor kwam het, dat zy plotseling

struikelde over een steen. Languit viel zy

op den grond en schoot wakker!

Ze wreef haar oogen uit en ontdekte, dat

zij nog onder denzelfden boom lag waar zy

was gaan liggen toen zij zich had moe-

gespeeld. In het eerst kon ze maar niet ge-

looven, dat ze slechts gedroomd had, zóó

duidelijk had ze het fijne stemmetje van

Roosje gehoord, dat net klonk als het luiden

van fyne zilveren klokjes

DE ZON

'k Zat gisteren in het zonnelicht

Te weiken aan een som,

Maai hoe ik lekende en dacht.

Ik bleet maai even dom!

'k Piobeeide het dus lederen keer

Maai weei van voren afaan.

Ik rekende wel twee uur lang,

Maar kreeg het niet gedaan!

En 'k vroeg mezelf herhaaldelijk af

Waarom ik niet rekenen kon.

Maar eindelijk begreep ik het:

't Was door de blije zon!


zóó heet deie prachtige, nauw aansluitende garnituur. Een elegant

weefsel, dat het motto: "VENUS maakt slank" bijzonder tot zijn

recht doet komen. Garnituur 588/70/66 F. 2.95. De "VENUS"

winkelier toont U gaarne nog vele interessante "VENUS" modellen.

Vraagt gratis toezending van prospectus en adres van den

dichtstbijzijnden leverancier bij N.V.TEWEHA, Rotterdam-W. 69

Het ingenaaide VENUS-etikei «aarborgi cdiihcid. adret in bloUettera a. u. b.

26

+ +

+ AAn oen ?Te««en«eMeu-|.

De kometen of staartsterren - welke laatste naam niet geheel juist ij,

omdat er ook kometen bestaan zonder staart - hebben altijd tot de

interessantste verschijnselen aan den sterrenhemel behoord, en daarom

ook altijd een diepen indruk op de menschheid gemaakt.

In vroeger tijden, toen men nog niet over goede kijkers beschikte, kon-

den alleen de buitengewoon heldere kometen - die allen een staart heb-

ben I - de aandacht trekken, en daar deze slechts met tusschenpoozer» van

twintig of dertig jaar verschenen, begon men er al spoedig voorteekens in

te zien, die den menschen meer kwaad dan goed voorspelden. Men kan

deze overtuiging vinden uitgedrukt in de letterkunde van zoowat alle tijden

en volken. Shakespeare bijvoorbeeld schreef den dood van een der Engel-

sche koningen toe aan het verschijnen van een komeet, en in een oude

kroniek lezan wij, dat Keizer Hendrik IV, toen hij in 1066 te Utrecht ver-

toefde, levensgevaarlijk ziek werd omdat er veertien nachten achtereen een

zeer groote komeet aan den hemel had geschitterd.

De hier bedoelde komeet is die van Halfey, die zich in dit jaar ook tijdens

den slag van Hastings vertoonde. Dezelfde komeet werd in 451 ook waar-

genomen tijdens den slag op de Catalaunlsche velden en ze verscheen

eveneens aan den hemel In 1456, toen Europa bedreigd werd door de Tur-

ken. Het behoeft dus eigenlijk geen verwondering te wekken, dat men in die

dagen, toen men over het algemeen nogal ontvankelijk was voor voortee-

kenen van allerlei aard, in de kometen geen toevallige verschijnselen aan

den hemel zag, maar ze beschouwde als boden, die aansprakelijk moesten

worden gesteld voor allerlei rampen, zooals oorlogen, watersnooden,

epidemieën en hongersnood. Het geloof aan het onheilspellend karakter der

kometen is tot diep in den nieuweren tijd blijven voortbestaan, en zelfs

heden ten dage zijn er aanhangers van deze theorie te vinden, al dient

men er dan direct bij te vermelden, dat zij haar op wetenschappelijken

grondslag trachten te baseeren. Het zou ons evenwel te ver voeren om

hierop nader in te gaan, en daarom willen we liever eens zien, waaruit de'

kometen bestaan en welke andere angsten zij de menschheid bezorgd heb-

ben. Angst voor een botsing met de aarde bijvoorbeeldl

Indien wij willen nagaan waaruit de kometen bestaan, dan blijkt reeds

direct, dat de wetenschap daarop geen nauwkeurig antwoord vermag te

geven. Af en toe verschijnen er kometen, die voortdurend lichtende stoffen

uit hun kern - dat is hot gedeelte waaraan de staart bevestigd is - uit-

stooteh, hetgeen denken doet aan hel spuiten van een waterstraal uit een

fontein. Er zijn echter ook kometen, waarbij hei er niet naar uitziet, alsof

de staart onder de werking van Inwendige krachten zou zijn gevormd. Het

heeft er dan meer van weg, alsof de staart uit het niet tevoorschijn komt,

hoewel dit natuurlijk niet mogelijk is. Waarschijnlijk Is er echter in beide

gevallen een electrischa werking aanwezig. Bovendien Is den laatsten tijd

gebleken, dat sommige kometen veranderingen in hun staart hebben ver-

toond, die vroeger niet werden opgemerkt. Zoo heeft men bijvoorbeeld ge-

vallen opgeteekend, waarbij kometen gedeelten van hun staart afwierpen -

zooals een hagedis kan doen die in het nauw zitl - terwijl die afgeworpen

gedeelten dan als afzonderlijke deelen bleven voortbestaan. Ook is bekend,

dat kometen uit elkaar kunnen springen, hetgeen bijvoorbeeld is voorge-

komen bij de Komeet van Biela, die onder de oogen der waarnemers werd

opgelost in een prachtigen meteorenzwerm. Hieruit zou men mogen af-

leiden, dat de kern van een komeet uit meteoren gevormd Is. Intusschen

is het de vraag, of ook de staart hieruit bestaat, of dat deze gevormd wordt

door uitgeworpen en afgestooten gassen.

Een botsing van de aarde met een komeet is een probleem, dat de gees-

ten reeds eeuwenlang heeft beziggehouden, en dat telkens weer acuut

werd wanneer een komeet de aarde zeer dicht naderde, hetgeen verschei-

dene keeren het geval is geweest, onder anderen in 1773 - toen dit tot

een paniek leidde! - en in 1899. Wat er precies zou gebeuren bij zoo'n

botsing - waarop volgens de berekeningen der sterrenkundigen de kans

intusschen zeer gering is - vermag niemand te zeggen, maar zeker is wel,

dat wij dan getuige zouden zijn van een zoo schiHerenden sterrenregen als

noq nooit iemand heeft gezienl

Natuurlijk zal de lezer zich onwillekeurig de vraag hebben gesteld, waar

de kometen vandaan komen, daar sommigen slechts bij geregelde tusschen-

poozen binnen onzen gezichtskring of het gezichtsveld der sterrenkijkers

verschijnen. Het antwoord hierop kan eenvoudig zijn: de periodieke kome-

ten - dat zijn kometen die om de zooveel tijd terugkeeren — loopen even-

als de andere hemellichamen om de zon, maar hun omloopstijd is zóó groot,

dat zij slechts eens om de zooveel jaar binnen het veld van onze waar-

nemingen komen. Het overige deel van hun omloopstijd zijn zij zoo ver

van ons verwijderd, dat wij ze niet zien kunnen. De niet-periodieke kometen

- dat zijn degenen, die op een gegeven oogenblik de zon naderen en

dan voor ons zichtbaar worden - hebben geen bekenden omloopstijd. Wij

welen niel vanwaar zij komen, noch waarheen zij gaan. Voor ons zijn hel

zwervers in hel heelal, die nog niet gevangen zijn binnen de tijd-bereke-

ningen, die de astronomen hebben opgesteld voor bijna alle verschijnselen,

welke zich aan den sterrenhemel voordoen!

De bekendste kometen hebben allen namen gekregen. Wij beelden hier

enkele dezer hemellichamen al. — Links bovenaan de komeet van

Donali (1858) die voorbij Arcturus gaat. Daaronder de komeet van

Coggia (1874). — Onderaan twee teekeningen van de komeet van

Holmes (1892). — Bovenaan in 't midden de veelstaartlge komeet

van 1744 en daaronder die van Sawerthal (1888). — Bovenaan

rechts twee afbeeldingen van de komeet van Biela (1846). — Daar-

onder de Groote Komeet van 1812 en onderaan de komeet van 1862.

lEEN VREDIG PLEKJE (

o..

-S«

W 'fH

i—" *.*.-'.-r-.*

3^^

fc-v-^

. Jt;


Gedurende de drie zomermaanden, waarin

de zon niet ondergaat, wonen de Lappen,

de nomaden van Europa, in de verlaten

bergen van Noord-Scandinavië, waar slecht«

wat magere dennetjes groeien en, het mos een

grijsgroen tapijt vormt op de rotsblokken.

De geschiedenis van dit volk verliest zich

in den nacht der tijden. Waarschijnlijk zijn ze

de oorspronkelijke bewoners van Noord-

Europa. Ondanks hun Mongoolsch uiterlijk

behooren de Lappen vermoedelijk toch tot 'n

ander ras. Hun taal is vermengd met vele

Finsche woorden en heeft

vele dialecten. Hoewel er

bijvoorbeeld in Zweden

slechts ongeveer zesduizend

Lappen zijn, spreken ze zoo

veel dialecten, dat de Lap-

pen uit verschillende stre-

ken elkaar nauwelijks kun-

nen verstaan. Dit volk

heeft dan ook in het geheel

geen eigen literatuur; al-

leen werd er in de achttien-

de eeuw door een zen-

deling een Bijbelverta-

ling tot stand gebracht.

Een klein gedeelte der Lap-

pen heeft zijn Nomadenbe-

staan opgegeven en zich als

visscher of kleine boer en

houthakker in de wouden

van het Noorden gevestigd.

Zij leiden een zeer armzalig

bestaan. Hun zwervende

rasgenooten zijn bij hen

vergeleken zelfs betrekke-

lijk rijk.

De nomaden trekken met

hun groote kudden rendie-

ren van de eene streek

naar de andere, steeds

daarheen, waar de rendie-

ren voedsel kunnen vinden.

Want de heele rijkdom van

de Lappen schuilt In hun

rendieren. De kleine Lap-

pen met hun zwaren gang

De middernachtzon, het schit-

terend natuurverschijnsel van

het hooge Noorden.

en vooruitstekende kaken,

doen ons een beetje aan de

dwergen denken, waarvan

wij in onze kinderjaren zoo

graag lazen. Deze indruk

wordt nog versterk* door

hun kleeding: 'n rood met

blauwe puntmuts, een soort

buis, dat tot op de knieën

reikt en voorzien is van

een rooden kraag, en een

wijde broek.

Rood, blauw en geel zijn

de geliefde kleuren bij de

Lappen, die ze steeds toe-

passen. Hun kleeren zijn

bovendien nog versierd met

kraaltje«. Op hun borst

dragen ze een lap roode

«tof, eveneens bewerkt met

glazen kraaltjes. Ook de

leeren ceintuur, die om het

middel gedragen wordt, is

rijk bewerkt.

Mannen en vrouwen zijn

op dezelfde manier gekleed.

Alleen de lengte van het

buis is anders. De vrouwen

dragen dezelfde lange broe-

ken, die vervaardigd zijn

van iodenstof of van ren-

dierhuiden. De schoenen, 'n

soort moccassins, zijn even-

eens uit rendierhuid ver-

vaardigd,

In geheel Lapland wonen

niet meer dan tweeënder-

tigduizend Lappen. Het

land behoort tot het grondgebied van Noor-

wegen, Zweden en Finland.

Eenige families bij elkaar vormen samen 'n

Lapsch dorp. leder zoo'n dorp bestaat uit

eenige hutten, gemaakt van boomschors en 'n

voorraadschuur, die op hooge palen is ge-

bouwd om haar tegen de knaagdieren te be-

schermen. De bewoners van zoo'n dorp moe-

ten echter wel eens dertig a veertig kilometer

loopen om hun naasten buur te bereiken!

Bet ambulance-vlieg-

tuig van 't Zweedsche

Rood« Kruis, dat den

Lappen medische

hulp brengt.

De winter betee-

kent een periode van

groote werkzaamheid.

De bellen van de sle-

den en de zagen van

de houthakkers hoort

men den heelen lan-

gen dag door. Met

groote houten schop-

pen wordt de sneeuw

weggeruimd, zoodat

de wortels van de

boomen bloot komen,

en dan kan het werk

beginnen. De arbeid

wordt echter telkens

gestoord door rendie-

ren, die lederen keer in de vrijgekomen ruim-

ten loopen.

Het is een land met een ruw en onherberg-

zaam kiimaat, waar de Lappen wonen, en dat

vooral in den winter bijna geheel van de bui-

tenwereld is afgesneden. Onj toch hulp te kun-

nen brengen aan deze menschen, die door

hun eenzaam bestaan zqo vaak in gevaar ver-

keeren, heeft het Zweedsche Roode Kruis een

specialen lucht-ambulancedienst gesticht. De

Lappen, zelfs die geheel geïsoleerd in de ber-

gen wonen of in de besneeuwde vlakten, we-

ten dat het vliegtuig hun altijd te hulp kan

komen.

Welke * goede diensten de vliegtechniek

Rendieren, die den rijkdom van den Lap uitmaken.

in deze streken bewijst, blijkt wel treffend uit

het volgende: In het jaar 1925 landde er een

vliegtuig van het Roode Kruis in Kaitom,

waar een geval van typhus was gesignaleerd.

Kaitom ligt aan den voet van een gebergte,

welks hoogste top zich 2123 meter in de lucht

verheft. Met ieder ander communicatiemiddel

dan het vliegtuig zou men minstens zesennegentig

uur noodlg hebben gehad om er te

komen, en dan was er misschien reeds niets

meer te redden geweest in een gebied, waar

iedere medische hulp ontbreekt...

In 1936 werd het eerste ambulance-vliegtuig

in dienst gesteld. Toen de dokter echter vqor

den eersten keer Lapland bezocht, werd hij

' door de bewoners met

'n zeker wantrouwen

ontvangen. Het duurde

acht dagen voor

de eerste patiënt het

waagde zijn hulp In

te roepen, maar toen

duurde het ook niet

lang of het vliegtuig

moest van dorp naar

dorp trekken en werden

deze wantrouwende

menschen de

dankbare en toegewijde

vrienden van

den medicus.


De Voor V'Club

J, O. te B. — De gewenschte in-

lichtingen omtrent de Zeevaart-

school heb ik u inmiddels doen toe-

komen.

J. S. te V. — Op bedoelde foto

staat Willy den Ouden rechts. Had

u gelijk?

Mevr. A. B. te Ä. — Ja, het is het

beste het bewuste masker te verwij-

deren met lauwwarm water, en daar-

na nog eens na te spoelen met

koud,

C. O. A. D. te D. H. — BalkenbriJ

wordt gemaakt van het water, waar-

in leverworst en dergelijke gaar Is

gekookt Door dit vocht worden dan

meel, kaantjes en wat krenten ge-

roerd en het geheel gekookt tot een

vaste brij. Daarna giet men het op

een schaal en laat het koud worden.

Wil men van de balkenbrlj eten, dan

snijdt men er plakken af en bakt

deze in de koekepan aan beide zij-

den lichtbruin. De balkenbrlj kan

geruimen tijd worden bewaard.

Mevr. J. v. d. P. te D. L. — BIJ

een veranderraadsel moet u bij

iedere verandering één letter door

een andere vervangen, zoodanig dat

en een ander woord ontstaat. Even-

tueel kunnen de letters ook In an-

dere volgorde geplaatst moeten

worden. Deze veranderingen moe-

ten op zoo'n wijze worden aange-

bracht, dat u in het opgegeven aan-

tal koeren het nieuwe, eveneens

opgegeven, woord vindt.

G. W. te B. — Charll« Chan — die

eigenlijk Warner Oland heet — is

een Amerikaan,

De Secretaresse van de VOOR U-

CL UB, Galgewater 22, Leiden.

DE AMAtEVR

Wie van onze speurders kan

aan de hier afgebeelde han-

den zien, wat de eigenaar er

van deed op het oogenblik dat

hij gefotografeerd werd?

WIJ zuilen weer een prijs

van f. 2.50 benevens twee

troostprijzen verdeelen onder

hen, die ons een goed ant-

woord zenden. De verdeeling

der prijzen geschiedt op een

manier, waarbij alle inzenders

van goede oplossingen gelijke

kansen hebben op het ver-

krijgen van een der prijzen. U

gelieve Uw antwoord In te

zenden voor 6 April aan Mr. Detective, Galgewater 22, Lelden. Op

briefkaart of enveloppe duidelijk vermelden:

AmateuH-Detective, 6 April.

Ds oplossing van het geheimschrift-probleem.

Deze was te vinden, indien men het blad een kwart slag naar

rechts draalde en dan de letters voltooide zooals op de oplossing

hierbij is gebeurd. De mededeeling luidde dan:

Kom morgenavond om een uur met de Neus en de Roole in het

café van Lange Plm. Ik

heb een plan.

De hoofdprijs van f. 2.S0

werd deze week toegekend

aan:

den heer A. E. Stuifmeel,

Seppe.

De troostprijzen vielen

ten deel aan:

mevrouw T. van Eyk, Delft;

den heer D. , Boelens,

Halfweg.

EINIGT

VEILIG

OP ELKE BUS Ê6N ÖON VOOR GESCHENKEN

5 CENT

PER PAKJE

•v 59 _ OIAI

KAUW!

.'KAUWEN

Het meeste voedsel dat wij

dagelijks tot ons nemen is

te zacht. Dit is slecht voor

het tandvleesch en voor de tanden.

Maar niet wanneer U regelmatig

Wrtgley's kauwt. Wrigley's is goed

voor de tanden en het tandvleesch,

het geeft U een frissche adem en

kalmeert de zenuwen. Door de

grootere speekselafscheiding be-

vordert het bovendien de spijs-

vertering. Koopt nog heden een

pakje P.K.

KAUW REGELMATIG

WRIGLEY

-30-

I. Dot greep werktuiglijk de touwladder beet. die Peter

voor ze het wist naar buiten had geworpen. Ze zwaaide

gevaarlijk heen en weer, toen het vliegtuig; naar be-

neden dook en daarna weer langzaam omhoog klom.

Angstig klemde ze zich vast en Peter keek door het

deurtje van de cabine om te zien of zijn zusje zich

ou kunnen houden.

I. Juist op dat oogenblik waren ze al weer bij hun

ïiland aangekomen en ze vlogen over een kleine kreek.

Dot keek uit het cabine-raampje en slaakte tegelijker-

ijd een uitroep van verbazing. Daar lag op het strand

l>et wrak van een schip. „Daar gaan we zoo gauw

mogelijk op af," zei Peter vastbesloten. „Dat moeten

we eens grondig onderzoeken."

Hoor jij Iemand ?jgj f Neen, hat it hier

erg stil.

'. Het was gemakkelijk genoeg om aan boord te klimmen.

Het was overal stil en er was geen spoor van leven

te bekennen. Dot liep in haar eentje naar het luikgat.

Het was erg donker daar beneden en ze durfde niet

«Heen het trapje af te loopen. Peter moest met haar

"■ ■«•gaan. Ze bleef dan ook bij de opening staan tot

hnar broertje bij haar kwam.

Abonné's op dit blad, welke in onze registers zijn

ingeschreven en in hst bezit zijn van een doof

onze administratie afgageven polis, tijn gratis ver-

zekerd volgens polisvoorwaarden i f. 2000.— bij

levenslange invaliditeit; f, 000.— bij o varlijden;

f. 400.— bil verlies van een hand, voet of oog;

/. 75.— bit verlies van duim of wijsvinger; f. 30 —

bij verlias van een anderen vinger, een en sndar

pe^aVtREN Slt/e

DE VLIEGAVONTUREN VAN PETER EN DOT Vervolg E^ C/ .c^.rJ

2. Nu volgde er nog een moeilijk werkje. Met nattr

boven klimmen langs de ladder. Hoe ze er gekomen

was, wist Dot zich later niet meer te herinneren, maar

een feit is, dat ze Op een gegeven oogenblik zoo ver

was, dat Peter haar kon grijpen en naar binnen trekken.

,,0, Dot, ik dacht, dat je het nooit zou halen," zei

Peter, nog heelemaal in de war.

S. Toen ze weer in hun kleine hut waren aangeland,

zette Dot eerst wat thee en deden ze zich te goed aan

het voedsel, dat Petei had meegebracht. Daarna zon-

den ze naar het andere eind van het eiland loopen

om eens een kijkje te nemen bij het gestrande schip.

Dot dacht, dat er misschien iemand op zou zijn, die

hulp noodig had.

8. Ze lieoen nu met zijn beidjes naar beneden. Dot

bleef een beetje achter, want ze voelde zich niets op

haar gemak. Toen hun oogen eenmaal wat aan het

donker gewend waren, ontdekten ze een groote open

ruimte voor zich met een glimmend gewreven vloer.

Aan hun rechterhand was een deur. Ze keken er naar

en vroegen zich af, wat er zich achter zou bevinden.

ten gevolge van een ongeval. Is het/ongeval een

gevolg van een aan aan personentrein, tram of

autobus enz. overkomen ongeval, waarin verzekerde

als gewoon betalend passagier reist, dan wordt

de uitkeering bij levenslange invaliditeit gesteld op

f. 3000.— en da uitkeering bij overlijden op f 1000..—

Da uitkeering dezer bedragen geschiedt door de

NIEUWE HAVBANK N.V. te Schiedam.

— 31 -

3. „Waarom beu je niet op het eiland cebleven ?" vroeg

hij, toen zijn zusje eindelijk rustig achter hem zat. Dot

vertelde nu, dat ze gedacht had, dat Peter haar alleen

had gelaten en dat hij niet meer zou terugkomen. Ze

kon toch niet weten, dat hij alleen maar was wegge-

gaan om eten Ie halen. Maar nu was alles gelukkig

weer in orde en ze waren er wat blij om !

6. Het was een Hinke wandeling naai de plek, waai

het wrak lag, maar toch viel het hun niet al te lang,

want de groote boomen gaven veel schaduw, zoodot

ze niet in de brandende zon behoefden te Inopen.Ten

slotte zagen ze het schip beneden zich op het strand

liggen. Het was nu nog het werk van een oogcnlilik

om er naar toe te loopen.

9. Toen besloten ze te probeeren of de deur open

was. Peter draaide de knik om, maar hij slaagde er

alleen in, haar op een kier te openen. ,,Doe haar maar

weer dicht. Peter!" „Ja, ik probeer het al, maar 't gaat

niet. Ik denk, dat iemand haar terughoudt," hijgde Peter.

Wordt vervolgd.

Denk er om bij een eventueel ongeval binnen

3 x 24 uur aan het kantoor der N.V. Nieuwe

Havbank te Schiedam daarvan kennis te

geven, ook al meent U, dat de directe ge-

volgen niet ernstig kunnen zijn. Anders

vervalt het recht op uitbetaling.


H U M O R \LS HET LEVEN EEN NEDERLAAG WORDT...

„Verberg den spaarpot achter het boek „Hoe

voed ik mijn kinderen op?" —Daar vindt vader hem

nooit."

dS>

SÊgÊgaÊÊo:

„Natuurlijk zie ik wat dat isl Een giraffe -U permitteert, mijnheer? Het is mijn lunch-

met een hoed op!" uurtje.'

Mevrouw: „Hoe

ben je op het idee

gekomen om cacao

in de soep te doen ?"

Het nieuwe

keukenmeisje:

„Het is er in gevallen,

mevrouwt"

,,Kom je onder-

dien stoel vandaan,

Nero? Of moet ik

je er soms onder

vandaan trekl.«"?"

r.Die idiote kerel rijdt al een week lang achter mij

.Schrikt u maar niet, dames I Ik ben gisteren aangereden door een auto '

"^r is maar één Napoleon geweest, dien men

den haam „De Groote" heeft gegeven.

Maar onvermijdelijk was het voor dien

uderen Napoleon, die over Frankrijk heeft ge-

geerd, dat hij „de Kleine" werd genoemd....

et dragen van een roemruchten naam bergt

n groot gevaar in zich, dat iedereen gaat

»rgelijken en dan tot dè conclusie komt, dat de

pvolger niet zulk een glorieuze held is, als zijn

oorganger is geweest.

Toen Napoleon de Groote ten val gebracht

as, toen de Bourbons waren teruggeroepen en

les in Europa zoo goed mogelijk hersteld werd

i den trant van voorheen, leefde in Duitsche

allingschap op het slot Arenenberg: Hortense,

sningin van Holland, weduwe van Lodewijk

apoleon, die van 1806—1810 over Nederland

eregeerd had. Deze vrouw bezat twee zoons

i koesterde één enkelen vurigen wensch: dat

m van deze beiden nog eens keizer der Fran-

:hen zou worden...-;.

Het zag daar allerminst naar uit. De wereld

id genoeg van het Bonapartisme, men was

elsgelukkig, dat de tiran veilig op Sint Helena

it opgeborgen en men deed zijn uiterste best

Ie sporen van zijn bewind te vernietigen. Zoo-

ier zelfs deed men zijn best, dat in sommige

aliaansche staten de goede wegen, de nuttige

ruggen en de straatverlichting, die Napoleon

ad laten aanleggen, werden verwoest. Men

ilde niets meer met zijn instellingen te maken

ïbbenl

Maar Hortense had geduld en kon wachten.

j koesterde haar lievelingswensch met zulk

in wilskracht, dat zij bereid was, heel haar

ven daaraan te wijden. Slot Arenenberg werd

!n Napoleontisch museum, waarin alle herinne-

ngen aan den eersten keizer der Franschen,

elke zij kon bemachtigen, werden verzameld

i uitgestald. En haar beide zoons werden

^gevoed in slechts één richting: dat zij er voor

;stemd waren om in Frankrijk het keizerschap

doen herleven!

De jongens kregen de beste leeraren en deze

iderrichtten hen vocfrnamelijk in geschiedenis

krijgskunde Napoleontische geschiedenis

Napoleontische krijgskunde. Hen werd inge-

ompt, dat slechts een enkel ding voor hen

estond: hun taak, hun toekomst, hun roeping!

e jongste van dit tweetal, de jeugdige Louis-,

apoléon had eigenlijk een te vreedzame, te

roomerige natuur om een kans te maken als

eizer der Franschen. De oudste was iets te

rutaal, te onbesuisd, te onberekenbaar. Maar

ortense stuurde desondanks met ijzeren wils-

■acht op haar doel aan: Frankrijk zou door haar

ledoen weer een keizer krijgen!

De oudste jongen stierf aan de mazelen en

e moeder concentreerde nu al haar krachten

3 Louis-Napoléon. Voor hem bleef er geen

idere mogelijkheid open dan een Napoleon te

orden. Toen hij negentien jaar was, nam hij

ij willig dienst bij het Zwitsersche leger —

atuurlijk bij de artillerie, net als zijn beroemde

om! — en hier toonde hij zich zoo bekwaam,

at hij weldra een studieboek kon schrijven, dat

'gang maakte. Met het grootste ongeduld bleef

ortense het oogenbiik afwachten, waarop de

ngen oud genoeg zou zijn om een poging te

unen wagen den Franschen keizerstroon te

Uimmen.

Eindelijk brak het jaar 1837 aan. Er was over-

! gepleegd met Bonapartistische aanhangers

Frankrijk en Louis-Napoléon tzou het wagen

'! vaderland binnen te dringen en zijn kans

aar te nemen! Straatsburg was uitgekozen als

it^angspunt. Daar waren enkele hoofdofficie-

n in het plan ingewijd en daar zou de keizer-

en in de Finkmatt-kazerne één regiment wer-

e lijk over, wel is waar verklaarde ook het

''litaire muziekkorps, dat het op de hand van.

e n nieuwen Napoleon was, maar de Citadel

O od zooveel weerstand, dat de veroveraar zijn

0 stbaren tijd verloor en zijn' heele avontuur

'ocst eindigen met een plotselinge vlucht. Het

'an was totaal mislukt en Louis-Napoléon

NAPOLEON IE PETIT

moest ondervinden, dat Frankrijk niets van hem

weten wilde!

Jarenlang moest hij.opnieuw geduld oefenen.

Zijn moeder hield vol hem moed in te praten,

zijn toch al matige geestdrift te onderhouden

en hem voortdurend van het bewustzijn te door-

dringen, dat hij de keizer der Franschen was!

Eindelijk zou er van Engeland uit een nieuwe

poging gewaagd worden. Men wilde Calais ver-

overen en daarna zegevierend naar Parijs

trekken

Tweede mislukking! Te Straatsburg was er

•nog een halve dag van schijnbare-victorie ge-

weest. Het militaire muziekkorps had er uren-

lang de Marseillaise en „Portant pour la Syrië"

gespeeld, voordat de nederlaag kwam. Te Calais

ging het korter en krachtiger. De allereerste

sergeant die iets te hooren kreeg over deze

verovering, verzette zich reeds en maakte alarm.

Onmiddellijk werd Louis-Napoléon met zijn

kleine troepje aanhangers opgepakt en opge-

sloten in de vesting Ham.

De stilte van het graf daalde neer over dezen

Napoleon. Zes volle jaren zat hij gevangen en

het had allen schijn, dat het eeuwig zoo blijven

zou. Toen zag dé gevangene eensklaps kans te

ontvluchten. Toen hij na enkele dagen gear-

resteerd werd, gaf men hem de kans naar

Amerika uit te wijken, mits hij de gelofte af-

legde nimmer naar Europa te zullen terugkeeren.

Dus reisde Louis-Napoléon over den Atlanti-

schen Oceaan en het scheen, dat zijn kansen voor

immer waren verkeken. Hij zou de Fransche

keizerskroon moeten opgeven. Maar in slot

Arenenberg leefde er nog steeds een starre oude

vrouw, voor wie dit leven slechts één denk-

beeld behelsde. Zij schreef haar zoon en hield

de gedachte bij hem levendig, dat hij zijn taak

te vervullen had.

Koningin Hortense werd ernstig ziek en men

waarschuwde den zoon. Deze liet toen weten,

dat hij zich ontslagen achtte van den plicht

het Amerikaansche grondgebied niet te verlaten.

Hij keerde naar Duitschland terug en kwam nog

juist intijds om Hortenses begrafenis bij te wo-

nen. Dit maakte indruk. De tijd was ietwat gun-

stiger voor hem geworden, Frankrijk werd het

koningschap beu en zon op een nieuwen,regee-

ringsvórm. Waarom zou men het niet met dezen

Louis-Napoléon probeeren?

Toch: de republikeinen waren in Frankrijk het

talrijkst. Dus kwam Louis-Napoléon naar Parijs

en verklaarde zich republikeinsch gezind. Hij

wilde medewerken aan de totstandkoming van

de tweede Fransche Republiek en zijn keizers-

droom vergeten En zie, hij werd gekozen

als president van Frankrijk en al was er dus

geen kroon meer om hem op het hoofd te druk-

ken, hij had dan toch den titel veroverd van

„Eerste Burger van Frankrijk".

Drie jaar verstreken er. In dien tijd kreeg

Louis-Napoléon (die het eerste deel van zijn .

naam steeds meer achterwege liet) voortdurend

meer macht en invloed en anno 1851 waagde hij

het zichzelf tot keizer der Franschen te procla-

meeren en toch en ondanks alles den troon te

bestijgen als Napoteon III. Terzijde 'diene de

verklaring, dat er nimmer een Napoleon II is

geweest; die titel is gereserveerd gebleven voor

den jonggestorven zoon van Napoleon I, den

„koning van Rome", die nooit heeft geregeerd..

Heel Europa was ontzet over deze machts-

usurpatie, maar men berustte er in. Napoleon III

begon zijn regeering met veel succes. Frankrijk

nam deel aan allerhande krijgsavonturen en de

fortuin was aan zijn zij. Alleen verachtterf de

Europeesche vorsten dezen „parvenu" en de

vorstinnen weigerden eenparig met hem in het

huwelijk te treden, zoodat hij een Spaansche

gravin, Eugénie de Motijo, moest huwen.

. Omstreeks 1860 keerde de kans. De Krim-

oorlog was zeer duur en onvoordeelig voor

Frankrijk, de krijgstochten in Noord-Italië kost-

ten het bloed van ontelbare Fransche soldaten,

het Mexicaansche avontuur verslond schatten

gelds. Een verzwakt Frankrijk zag het jaar 1870 '

naderkomen.

TOen kwamen de conflicten met den koning

van Pruisen en zijn minister Bismarck. Frankrijk

gedoogde niet, dat het zoo minachtend werd

bejegend als door deze Duitschers en in het bij-

zonder de keizerin drong ten sterkste 6\) oorlog

aan. De Fransche minister van oorlog verklaar-

de, dat er „zelfs geen knoop aan de slobkousen

der Fransche soldaten ontbrak" en daffrien den

krijg rustig kon wagen. Daarop volgde de oor-

logsverklaring

. Het allereerste begin was een succes voor

Frankrijk. In het Saargebied werden er enkele

veldslagen gewonnen, maar spoedig bleek, dat

de Fransche minister van oorlog een totaal ver-

keerd beeld van het Fransche leger gegeven

had; er ontbrak van allerlei en het noodzakelijk-

ste! Zoo bleken er bijvoorbeeld geen stafkaar-

ten aanwezig en waren de Fransche geweren

totaal verouderd.

Naar het voorbeeld van zijn beroemden oom

moest Napoleon III met de troepen mee, maar

hij was zoo lijkbleek, dat men hem kleur op

de wangen schminkte! Bij Metz en Sedan wer-

den de twee groote Fransche legercorpsen ver-

slagen en Napoleon werd gevangengenomen en

naar sjot Wilhelmshöhe gebracht, waar hij zijn

laatste levensjaren heeft gesleten.

De stad Parijs bood nog eenigen tijd dapper

tegenstand, maar viel ten slotte ook voor de

Duitsche legers, waarop in de spiegelzaal van

het slot van Versailles het Duitsche keizerrijk tot

stand kwam. Het Fransche keizerrijk was daar-

mee ten einde. Frankrijk beleefde een kortston-

dige revolutie en constitueerde vervolgens de

derde Fransche republiek.

Niemand anders dan de beroemde Fransche

schrijver Victor Hugo heeft aan dezen Napoleon

den derden den spotnaam gegeven van „Napo-

leon Ie Petit". En in vergelijking met den eersten

Napoleon is deze naam dan ook verdiend. Ech-

ter moet men in aanmerking nemen, dat deze

zoon van koningin Hortense nimmer voor zich-

zelf de rol had uitgezocht, welke hem met macht

en kracht was opgedrongen! Hij, die een droomer

en een stille, natuur was, zou duizendmaal

gelukkiger geweest zijn als hij zijn eigen weg

door de wereld had mogen zoeken, als niet de

wensch van zijn eigen moeder hem gedwongen

en gedrongen had een grooten en onnavolgbaren

voorganger lia te bootsen.

Dit in aanmerking nemende, is het nóg ver-

wonderlijk, dat hij er zooveel van terechtge-

bracht heeft!


: Paul Javor, Paul Kemp

en Anton Polnlner.

Magda Schneider en

Alice Brand

FilmexFilm.

F'

Rtqle: Hubert Marischfca

Marie Toldy Majda Schneider

^ u '; ko •-^ • Paul Kemp

Ferl von Nowty p^ javor

Ros Varga A1jce Btand

Katl ......;...... Lucle Enaliach

Michael Toldy Leo Peukert

Mevrouw Toldy Erika von Thellmann

Burgemeester Varga Ferd. Maycrhofer

Baron Kopereuy Richard Eybner

Mevrouw Varga fi^nit. Rosar

^"Bler Hermann Pfeiffer

Ätromm .. Anton polnencr

Luitenant Marinkay Tibor von Halmay

Vllma von Noszty Frauke Lauterbach

j»"' •;; Willy Schur

Paul von Noszty Otto Stoeckel

vri yon Noszty, een knappe luitenant, ligt met zijn reglmem

in het Hongaarsche stadje Bontovar. In hetzelfde stadje woont

een jong, charmant meisje, Rosi Vagar. Haar ouders hebben

den heer Kugler als toekomstige echtgenoot voor hun dochter'

uitgezocht. Rosi keurt hem echter geen blik waardig en heeft slechts

oogen voor Feri, die zich weer niets aan Rosi gelegen laat liggen.

Kugler kent reeds lang de oorzaak van Rosi's houding en besluit

gebruik, te maken van het gevaarlijkste wapen dat hij in handei

heeft: een wissel van duizend kronen. Als Noszty des avonds om

zeven uur niet zal hebben betaald, weet Kugler wat hem te doen staat...

Luitenant-Kolone Stromm heeft al zijn officieren verzameld en waarschuwt

hen tegen het maken van schulden, daar er voor een officier die

aan zijn financieele verplichtingen niet kan voldoen, geen plaats is in zi\n

regiment. . » •- i

Dienzelfden morgen had Feri bericht gekregen, dat zijn vader op weg

naar hem toe-was, vergezeld van zijn dochter Vilma en... tweeduizend

kronen in contanten. Dus zegt hij glimlachend tot zijn overste, dat bil

geen schulden heeft. '

De oude heer is echter een groote optimist, want terwijl hij in den trein

zit, weet hij nog niet, waar hij de tweeduizend kronen vandaan zal halen.

Met geluk.is echter met hem. In den trein ontmoet hij een ouden vriend,

baron von Koperetzy, een welgesteld bankier en tevens een even schuchter

als vurig aanbidder van de mooie Vilma. Reeds een half uur later is de

oude heer Von Noszty in het bezit van vijfduizend kronen, met als eenige

borgstelling Vilma, die zich maar al te graag met haar vaders

sympathieken schuldeischer verlooft.

Het klokje van zeven uur, het fatale oogenblik, nadert.

Feri is echtef ^an het feestvieren en maakt zich pas op het

laatste oogenblik van het gezelschap los, om zijn schuld te

gaan betalen. Onderweg heeft hij een ontmoeting met Marie i

loldy, dochter van een in Amerika rijkgeworden bakker.

Z,ij wil echter niets met hem te maken hebben, want zij is

de meening toegedaan, dat zij de mannen moet wantrouwen,

daar zij het allen op haar rijkdom hebben voorzien.

Door deze ontmoeting komt Feri te laat, de wissel is inmiddels

vervallen en Feri is genoodzaakt ontslag uit den

dienst te nemen. Zijn vader ziet het niet zoo tragisch in en

geeft hem den raad, om met de charmante millionnairsdochter,

Marie Toldy, in het huwelijk te treden. Op het

wijnfeest in Tokay zal hij haar kunnen ontmoeten.

Op het feest hebben Marie en haar kamermeisje van kleeren

en persoonlijkheid" verwisselt. Feri heeft het echter direct

in de gaten en bekommert zich meer om het kamermeisje dan

om de vermeende erfdochter.

De oude heer heeft intusschen zijn zoon bij zijn superieuren

gerehabiliteerd, zoodat deze weer in genade wordt aangenomen

en het slot van de film toont U, wel is waar na allerlei

verwikkelingen, een paar gelukkige menschen.

Een 20th Century-Foxfilm onder regie van Eugene Forde.

/-u !■ ru^n Warner Oland

Charhe Chan , K Luke

K 66 ! r^v •'•'•' Virginia Field

vT^ Äff Sidney Blackmer

Warner Oland all

Charlie Chan

yfT £?, Harold Huber

UleS Koff Kay Linaker

JoanKarnoff ^^ Kent

gÄÄ.:::::::::::::::::::::;:::::::::::....: .^-^t*

rī^::::::::::::;::;:;;;::;:-

^P 116 , John Bleifer

ES ..::::::::::::;:::::::::::::::::::::::::■ ..-..• ^^ *—*

Sinds de polltie-sergeant Charlie Chan zijn oorspronke-

lijke standplaats Honoloeloe heeft verlaten en sedert zijn

roem als onnavolgbaar speurder is doorgedrongen tot

alle hoeken van de aarde, sinds zijn groote successen in Lon-

den, Parijs, Berlijn, New York en waar niet al, ontvangt hij

uitnoodiging op uitnoodiging, om zijn groote gaven in dienst

te stellen van het recht en onoplosbare problemen in allerlei

deelen van de wereld tot klaarheid te brengen. Zoo belandt hij

ook in de mooie omgeving van de Riviera, in het kleine, maar

onafhankelijke vorstendom Monaco, bekend om zijn speel-

banken, waar sommigen verstrooiing zoeken, maar anderen

op niet« anders uit zijn dan roof en diefstal. .

All Charlie Chan, wederom vergezeld door zijn oudsten

ZOoo Lee Chan, Monte Carlo, de hoofdstad van het vor-

atendom, bezoekt, wordt hij uiterst beminnelijk ontvangen

door den prefect der politie aldaar, monsieur Jules Joubert.

Niet alleen is het respect voor Charlie Chans groote gaven

de oorzaak van die vriendelijke ontvangst, maar bovendien

het feit, dat de prefect voor groote onontwarbare raadselen

Staat en best de hulp kan gebruiken van zulk een uitermate

idherpzinnig brein, als dat van den Chineeschen speurhondl

Vooral financieele operaties (die in de nabijheid van het

Casino veelvuldig voorkomen) zijn dikwijls ontzaglijk inge-

wikkeld en moeilijk te doorzien. Schijnbaar volkomen ach-

tenswaardige en schatrijke lieden blijken achteraf enorm ge-

slepen en gewetenlooze oplichters te zijn. Er komt dus heel

WBt kijken om zulke duistere figuren te ontmaskeren. Boven-

dien i« dit voor Charlie Chan heel moeilijk, wijl hij de Fran-

«che taal niet verstaat (het gebeurt hem zelfs, dat hij in een

restaurant een wafel bestelt en dat de kellner hem een

kruiswoordpuzzle brengt!), terwijl het Fransch van zijn zoon

Key Luke misschien heel mooi is, maar dät wordt nu

door de Franschen weer niet begrepen!

Robert Kent en

Virginia Field

Onder deze weinig benijdenswaardige omstandigheden moet Charlie Chan

zijn werk doen. In zulk een geval zijn er geen sporen — als bij een moord —

geen duidelijke aanwijzingen, het is alles even moeilijk en wij zien dan ook

den fameuzen detective met zijn spreekwoordelijk geduld, zijn eeuwige kalmte

en zijn bijzondere beleefdheid bezig, zonder dat hij noemenswaardige succes-

sen boekt.

Toch voelen de duistere elementen, die meenden een grooten slag te kunnen

slaan en kapitalen te kunnen buitmaken, zich bedreigd en dat leidt tot een

moord. Daardoor wordt de taak van Charlie Chan vergemakkelijkt, wijl hier-

mee de aanwijzingen toenemen. Echter krijgt de speurder weer oponthoud,

doordat een onverstandig politiebeambte hem achter slot en grendel zet, tot

groote woede van prefect Jules Joubert.

Ondanks dit oponthoud weet Chan het probleem tot een oplossing te bren-

gen. Hij ziet kans alle betrokkenen in dit sinistere drama bijeen te krijgen

in de villa van een hunner en daarna den dader aan te wijzen. Hoe hij te werk

gaat, wordt hier niet verraden, wijl dan de verrassing zou verdwenen zijn van

Charlie Chans unieke en onnavolgbare werkwijze, welke hem den roem heeft

bezorgd, die de politie-autoriteiten uit alle landen hem zoo eendrachtig toe-

zwaaien....


..W

GESPREKKEN MET MIJN

VRIEND PIETERSEN

' eiken schrijver komt de eer toe, dat

zijn werken het meest verfilmd

zijn?"

„Nou ik denk wel Shakespeare, Pietersen!"

„Hoeveel films zijn er dan wel naar zijn too-

neelstukken gemaakt?"

„Welgeteld tot op heden zevenenveertig!"

„Zevenenveertig! Jonge, jonge, dat is een

boel. Wanneer werd de eerste opgenomen?"

„Reeds in 1900, dus achtendertig jaar gele-

den, nam men de duelscène uit Hamlet voor de

film op. Nadien werden er nog zes „Hamlet-

films" opgenomen, waarvan die met Asta Niel-

sen in de hoofdrol wel de bekendste is."

„^la, die kan ik me nog herinneren. Dan is

„Hamlet" zeker het meest verfilmde stuk van

Shakespeare!".,

„Neen, waarde Pietersen, „Romeo en Julia"

slaat het record. Dit drama werd namelijk

zevenmaal verfilmd. Dan volgt „Hamlet" zes-

maal, terwijl „De koopman van Venetië" vijf-

maal óp den celluloidband werd vastgelegd."

„Heeft Werner Krauss hierin niet de hoofd-

rol gespeeld?"

„In de Duitsche verfilming inderdaad. Het is

jammer, dat wijlen Louis Bouwmeester deze

rol nooit voor de film heeft uitgebeeld. Verder

werd „Een Midzomernachtsdroom" viermaal

verfilmd, „Macbeth" eveneens viermaal, „Ko-

ning Lear" driemaal, evenals „De getemde

feeks" en „Othello". Hetzelfde aantal behaalde

ook „Antonius en Cleopatra". „Julius Caesar"

werd slechts tweemaal verfilmd en „Naar het

U lijkt" eveneens. Eenmaal voor de film op-

genomen werden verder „Vroolijke vrouwtjes

van Windsor" en „Veel leven om niets"."

„Dat zullen de brave bewoners van Stratford-

on-Avon ook niet hebben kunnen drbomen, dat

een hunner burgers zoon „film-beroemdheid"

zou worden."

FILM-ENTHOUSIASTEN

R- v. H. te Rotterdam. Marïka Roekk

woont Bornstrasse 11 te Babelsberg bij

Berlijn. Zij is den ßden November jarig.

In het Duitsch schrijven en niet vergeten

een antwoordcoupon in te sluiten.

D. F, K. te Harlingen. Jfam?/ Wittrisch

is te Antwerpen geboren. Adolf Wohl-

brueck, in Amerika noemt hij zich Anton

Walbrook, is niet getrouwd. Qinger Ro-

gers kunt u schrijven p.a. RKO-Radio Stu-

dios, Gower Street, Hollywood.

G. N. S. te 's-Gravenhage. ConradVeidt

is met Lily Prager getrouwd. Hij blijft

voorloopig in Engeland filmen. Vivian

Leigh was zijn tegenspeelster in „Dark

journey".

T. F. te Amsterdam. Hierbij de ge-

vraagde studio-adressen. Warner Bros' First

National-Studios, Burbank, Califomië. Re-

public-Studios, 9336 W. Washington Bou-

levard.. Culver-City, Californië. Denham-

Studios, Denham, Bucks, Engeland.

. P. M. v. G. te 's-Gravenhage. Johnny

Weissmuller is met de fümactrice Lupe Velez

getrouwd. U kunt hem schrijven p.a. Me-

tro-Goldwyr-Mayer-Studios, Culver-City,

Californië. Voor foto drie antwoordcou-

pons insluiten.

L. v. S. te Rotterdam. Regisseur Nick

Unnde is bij Warner Bros te Hollywood

geëngageerd. Nick Foran rijdt zeer goed

paard. Charles Boyer is den 28sten Autms-

tu^ geboren.

N. A. te Amsterdam. Wij hebben u de

twee gevraagde foto's gezonden. Tullio

Carminaii is niet getrouwd. Hij werd den

21 sten September te Zara (Dalmatië) ge-

boren. Rolf Wanka woont Meiereigasse 8,

Modling bij Weenen. Hij is den 14den

Februari jarig.

D. F. S. te Maastricht. Paula Wessely

is getrouwd. Frits van Dongen is niet

gescheiden. Een antwoordcoupon is aan

ieder postkantoor verkrijgbaar.

B. R. S. G. te Eindhoven. Hierbij de

gevraagde adressen. Viktor Staal, Cicero-

strasse 49, Berlijn. Betty Gr able, 5451

Marathon Street, Hollywood. Nelson Eddy,

Metro-Goldwyn-Mayer-Studios, Culver-Ci-

ty, Californië. Wij hebben u een mooie

foto van Greta Garbo gezonden.

f

N. T. te Haarlem. Walter Pidgeon is

den 23sten September te East St. John,

New Brunswick, Canada, geboren. Johan

Heesters zal weer naar Duitschland terug-

keeren. Maria Andergast is met regisseur

Heinz Helbig getrouwd.

I. G. te Amsterdam. Hierbij de ge-

vraagde verjaardagen. Igo Sym 3 Juli,

Freddie Bartholomew 28 Ma^rt en Sabine

Peters 29 Januari.

T. W. S. B. te Zandvoort. Claus Detlev

Sierck is een zoon van den filmregis-

seur Detlev Sierck. Charles Boyer is ge-

trouwd.

G. V. te Scheveningen. Claude Rains

is den 1 oden November te Londen gebo-

ren. Norrna Shearer viert haar verjaardag

den icden Augustus. Raymond Massey

is getrouwd.

N .W. ' W. te 's-Gravenhage. ledere

abonné heeft recht op twee gratis film-

foto's. Wij zonden u een foto van Mariene

Dietrich en van Gary Cooper.

S. N. K.te Amersfoort. Sybille Schmitz

woont Seebergsteig 6, Berlijn.

ONZE WEKELIJKSCHE

PRIJSVRAAG

Vraag vierhonderd zeven en zeventig

Wat is diffusie?

Wij stellen eén hoofdprijs van ƒ 2.50 en

vijf troostprijzen beschikbaar om te yerdeclen

onder hen, die vóór 12 April (Indische abon-

ne's vóór 12 Juni) goede oplossingen zienden

aan ons redactie-adres: Galgewater 22, Leiden.

Op enveloppe of briefkaart gelieve men duide-

lijk te vermelden: Vraag 477.

DE OPLOSSING

Vraag vierhonderd drie en zeventig

Macadamwegen zijn wegen, die met steen-

slag verhard zijn. Zij zijn genoemd naar bun

uitvinder, den Schotschen ingenieur Mac Adam.

De hoofdprijs viel ten deel aan mevrouw

C. W. Putters—v. d. Berg te Rotterdam, de

troostprijzen aan mejuffrouw Gertrud Smit te

Amsterdam, den heer G. van Tienen te' Rot-

terdam, den heer Y. Zijbinga te Den Haag. me-

juffrouw S. D. Klam te Amsterdam, den heer

F. G. Baan te Groningen. \

maakte een praatje met zijn buurm

„Mijn dochter gaat naar Parijs om zi

te studeeren," vertelde deze.

„Dat is erg voorkomend van haa

antwoordde mijn neef,

Een boertje liep met een reusachtig

zak aardappelen op zijn rug langs d

eenzamen weg te zwoegen. Eindelijk haal

een vriendelijke voerman hem in, die h<

mee liet rijden. Tot zjjn verbazing zag de

dat. de man den zak angstvallig op z

rug bleef houden. „Zou je dien zak ma

niet neerzetten?" vroeg hij.

„Het is erg vriendelijk van u," ai

woordde het boertje," maar ik vind het

zoo aardig, dat ik mee kan rijden, dat

M, j|JGEKLEED

Kay In een zeer

oder avondtoilet,

van de taille ged

wordt door

stikte motieven

lilverdraad. Het

de vracht van het paard ook nog niét ir^ÄS

de aardappelen wil belasten!"

lijtie bestaat uit

dat van achteals.

«en sleep van

cbouders afhangt.

De telefoon in het politiebureau ri

kelde. „Weet u waar juffrouw Pratinj Ook een sportief

woont inspecteur? Er is een inbreker »i'^S'

haar huis en zij praat al drie uur mietobe niet. D

hem." ' >te ruit. die be

Ti i j. '.e voor het losse

„IK zal direct een paar mannetjes st e en den rok, ook

ren. Spreek ik met juffrouw Pratinga^ im kraa8 " n

„Neen, met den inbrekerl" "

Hij wilde zijn sweetheart beslist op ga,

zoeken, hoewel ze hem gezegd' had, d

vader geen bewonderaars van haar

huis duld de /

Op een avond, dat het verlangen .

te zien echter tè sterk was geword

belde hij aan haar huis aan.

Zij stonden reeds gedurende eenigen tij

op de voordeurmat te praten, toen' ha;

vader de vestibule binnenkwam.

Rood van woede brieschte hij: ,Wi

ben jij?" J

„Eh, ik ben haar broer?" hakkelde d

ontdane minnaar.

De ietwat verstrooide filmproducent lie;

door de drukke straat en werd aange

sproken door een bedelaar, die hem eei

aandoenlijk verhaal opdischte.

.„Probeer er een happy end aan t

maken," antwoordde de film-man, „ei

breng me het manuscript volgende week.

Het plaatselijke tooneelgezelschap hac

een opvoering van Hamlet gegeven. Der

volgenden dag kon men in de krant dezt

recensie lezen:

„Gisteravond was de geheele upper ten

van onze stad vereenigd om de vertol-

king van „Hamlet" bij te wonen. Naar

wij vernemen is er groote strijd geweest,

door wien het stuk is geschreven, door

Shakespeare of door Bacon. Alle twijfel

is nu opgeheven. Laat men eenvoudig

hun graven openen. Degeen, die zich gis-

teravond omgedraaid heeft, is do

schrijver!"

Ver,chUnt weKeiyK. - PrUt per Kwar.aa. f. 1..5 - Ked.en Adm. Oa.gewa.er 22, Letten. Tel. 760. PctreKen.ng 41880

GAAT

5, Een char-

mant wandelpak-

jc, bestaande uit

cc» Irchtcn drie-

kwattmantel en

een donker van

eenigc plooien

voorzien rokje.

De groote opge-

zette zakken vor-

men de ecnige

garneering.

l o's Warner


i - ai

GOEDE VRIEND

DE M.G.M..STERREI

JOAN CRAWFORI

EN SPENCER TRA'

More magazines by this user
Similar magazines