i 'JÊ^m

bibliotheek.eyefilm.nl

i 'JÊ^m

t

f

t

GRONINGEN VEENDAM.

TER APEL,WINSUM,

ZOUTKAMPEN ROODESCHOOL

ZOUTKAMP

GRONINGEN

BEZOEKT i

GRONINGEN A

OMGEVING

^ ^ «K «K ^ ^K^K

ROODESCHOOL

--^

■-■v \:^rf ,.S/J,r ^ ^ ;, \ ;:

4 ^émj'-^- 1

f

Qn de hooge Sierra Nevada liggen de ceii-

/ trales van twee concurreerende electriciteits-

maatschappijen, de Ajax en de San Sebastiaan.

Tom Steele, een wakker ingenieur, is bedrijfs-

leider van de hoogspanningsleidingen van de

Ajax en altijd vol moed en durf, inplaats

van per lift komt hij zelfs per hijschkraan

naar beneden. Als er een race zal plaats

hebben, waarbij de prijs een stuk land is, dat

onmisbaar is voor beide maatschappijen, stelt

de Ajax al zijn hoop op Tom, die een wonder-

snel paard bezit. Brewster, de eigenaar van de

concurreerende maatschappij, doet zijn best

om Tom aan zijn onderneming te binden, maar

deze weigert dat. Op zekeren dag maakt Tom

kennis met de lieftallige dochter van Brewster,

Nancy, die verdwaald is in het gebergte en

die hij naar huis geleidt over de besneeuwde

toppen. Als zij hem tot afscheid de hand

reikt, noodigt zij hem uit haar eens een bezoek

te brengen en Tom, op wien het aardige meisje

een onuitwischbaren indruk heeft gemaakt,

gaat een paar dagen later eens naar haar toe.

Hij komt evenwel van deze visite vandaan

met het gevoel, alsof hij een koude douche

heeft gehad. Eenige dagen later, als men bezig

is boomen te vellen, komt Nancy voorbij en

Tom weet haar opnieuw te redden, als zij in

een hevig onweer den weg is kwijtgeraakt.

Hij moet met haar vluchten in een blokhut

en daar eenige dagen met het meisje door-

brengen, maar na honderden plagerijen van

Nancy's kant bekennen zij elkaar hun liefde.

Als de redders komen opdagen, die Nancy

Brewster moeten zoeken, is ook de dag van

de race daar. De ploeg van San Sebastiaan

heeft alle krachten ingespannen om Tom de

race te doen verliezen, doch ondanks rivieren,

wilde stroomen en opgeblazen bruggen, komt

Tom het eerste aan. Behalve het stuk land

voor zijn maatschappij, heeft hij ook nog

wat anders gewonnen en wel de trouwe liefde

van zijn kleine Nancy. — Deze film met zijn

schitterende natuuropnamen, het skiloopen

van Tom Mix, het rennen van Tony, zijn

wonderpaard, is een William Fox-pioductie, in

ons land in roulatie gebracht door de Nether

lands Fox Film Productie te Amsterdam.

^m ■


tot 't uitgaand publiek, heeft in die dagen hem niet bewonderd door het

élan, waarmee hij z'n Fransche liedjes naar voren bracht. Toen

Pisuisse met z'n troepje naar buiten ging, over de grenzen, toen

ze Kopenhagen bezochten om op een tentoonstelling op te treden,

bewees hij ook daar zich in weinige iagen een reputatie te kunnen

verwerven. Als hij, na 't verlaten van Pisuisse's ensemble, later

naar de Deensche hoofdstad terugkeert, heeft hij een pers, die

menigeen hem zal hebben benijd.

Kauffmann, de dirigent-componist, heeft een niet minder ge-

vestigden naam. Toen hij indertijd naar Duitschland ging, hebben

velen dit met leede oogen aangezien. Maar dezen hebben al spoedig

troost gevonden in de berichten, die weidra binnenkwamen, 't Bleek

dat Kauffman in Berlijn algemeene bewondering wist te wekken,

dat hij er om z'n kunst en zijn persoon zeer gewaardeerd werd.

Van ds samenwerking van twee kunstenaars van dergelijke hoe-

danigheden kan iets goeds worden verwacht. In September zullen

de eerste avonden van gemeenschappelijk optreden een aanvang

nemen. En voor het debuut is de keuze gevallen op Kopenhagen.

Van daaruit worden de Scandinavische landen bereisd en als die

tournee achter den rug is, volgen de voornaamste steden van het

continent. Dan hebben we dus ook den kans om deze beiden te zien.

Dat 't nifjt al te lang moge duren voor dit werkelijkheid zal zijn.

w^^m^^^mm

f^üyèaiN

IteKwi

r rwee Nederlanders hebben elkaar in

- 1 het buitenland gevonden, hebben

daar besloten eikaars artistieke gaven

aan te vullen, 't Zijn Paul Collin en

Hans Kauffmann, die te zamen en in

vereeniging in het vervolg, hun kunst-

prestaties ten beste zullen geven.

Beide hebben ze in ons land alge-

meene bekendheid verworven, beide

hebben ze over de grenzen getoond, dat

de Nederlandsche artisten niet onder

doen voor hun buitenlandsche kunst-

broeders en -zusters.

Ook onze lezers kennen dit tweetal.

Meermalen hebben we èn Collin èn

Kauffmann afgebeeld. En van den laat-

sten zijn er meermalen in Het Weekblad

C. & T. composities verschenen.

Paul Collin heeft zich als chansonnier

een grooten kring van bewonderaars en

vrienden verworven in de dagen, toen

hij nog deel uitmaakte van het gezel-

schap van Pisuisse. Wie, die zich rekent

Vreselijke te, Borculo


©i liL^INI@STilLI,IN@ ON BE VißWOiSTI STßEKi

Aankomst aan het station

Van hemde en ver stioomden de belangstellenden met gewone en extra-treinen toe Wat eertijds het hotel „Stad Borculo' was

Actieve kooplui

sloegen hun tenten op en verkochten allerlei aantrekkelijkheden

Een „Restaurant" In de open lucht

Op den achtergrond ziet men een oer gewonden

Een burgemeester die van geen halve maatregelen houdt

Jhr, de Mmalt heef! dit bord laten plaatsen. Hiercp komen de namen van hen. die zich

in Borculo niet aan de voorschriften houden.

Dit fletsenpark geeft een denkbeeld van de drukte

Hierdoor stroomde menig dubbeltje in de zakken der dakloozen

Men ziet op de gezichten der bezoekers

hoe de verwoesting nen imponeert.

Een winkel waar foto"s van „Oud Borculo" worden verkocht.

We leven wel snel!

BHIIIIIIi

Een man, dit over vrouwen

heerscht.

1 —^««»-^—' t

• 1

mß^'J '-^ä A

p^ijä':-; ■t-J;;^'"»«^. 'VP^ui 1 . ■

5 EdJ^Sttfe ' -4^2 0

1 JM^j i

WtË /1v

Paul Polret

de koning der mode

Zoon man bestaat er.

Ja wericelijk en toch geen

tyran, in de gewone bcteekenis

van het woord, noch een blauw-

baard zonder geweten.

Over wien ik het dan wil

hebben ?

Over Paml Poiret.

Nooit van Paul Poiret ge-

hoord, mevrouiwtje. Och kom?

Dat meent geniet. Duizendenen

nog eens duizenden van uw

zusters (ijdele vrouwtjes, dat

geef ik toe, veel minder serieus

dan gij) beschouwen het als

het hoogst denkbare als het

heerlijkst bereikbare, om een

costuium van Poiret te mo,gen

dragen. Een creatie van den

koning der parijsche damcs-

kleedeimakers.

Hoe Poiret, de dikke zware

man, met uiterlijk weinig at-

tracties, zoo'n rol kan spelen ?

Hij vertelde er onlangs zelf

van en wij. geven u hier in het

, kort weer, wat hij, wel over zijn

levensloop wilde loslaten.

* *

Volgens mijn opvatting,

kleeden de vrouwen zich om

den man te behagen. Niet

altijd en overal, ijdelheid en

de lust, andere vrouwen de

oogen uit te steken, spelen mêe

een rol, doch neem vandaag

alle mannen uit haar omgeving

en spoedig zullen zij niet meer

om haar „uiterlijk" geven.

*

Deze overweging is mij tot

leiddraad geweest bij mijn

streven en werken.

Het is dan ook wel typisch,

dat het gros der artistcn, die

de vrouwenkleeding ontwerpen,

mannen zijn. Zeker in Parijs,

zoo merkte Poiret daarbij op.

*

Hoe ik zelf er toe gekomen

ben, om mij op het ontwerpen

van vrouwenkleeding toe te

leggen ? De zaak is heel een-

voudig.

* *

Toen ik een jonge man was

en in Parijs, mijn oogen den

kost gaf, bemerkte ik, hoc

weinig vrouwen zich met smaak

kleedden. De meesten droegen

juist datgene, wat haar niet

stond. Slechts een enkele wist

de juiste lijn en goede kleur te

kiezen. Ik dacht er lang over

na, bestudeerde teekening en

kleur en ging toen mijn krach-

DE VREESEU3KE RAMP IN HET OOSTEN VAN ONS LAND

Men kan zich het op dit oogenblik zelfs nog niet indenken, hoe in een minimum van tijd

een dergelijke groote omwenteling heeft kunnen plaats hebben. Maar het is de waarheid,

een heele gemeente is bijkans weggevaagd, voor millioenen schade is er aangericht. Wij

mogen niet bij de pakken neerzitten en treuren. Hier moét geholoen worden. Laat ons

allen meehelpen! Nog veel vlugger dan het millioen voor de Olymoiade moeten nu at

miihoenen voor Borculo en omgeving binnenstroomen. Voor dit doel zal toch zeker

iedereen wel iets willen afzonderen !

Een overzicht van het centrum der stad

Een kijkje In een der woningen

Een totaal versplinterde boom Wat er van de hulzen overbleef

Bezoek der Koningin en prinses Juliana aan Borculo

Ue koningin, vergezeld van Baron van Heemstra, commissaris der koningin, in gesprek

met een der gewonden.

m

ten aan een bekenden cosmimier

aanbieden. Daar begon ik.

Wie kan dat beter dan ik, een,;

man. Later opende ik mijn.

eigen etablissement.

* *

*

Het ontwerpen van costumes,

waaraan hooge eischen gesteld

worden, is niet iets, wat maar

zoo zonder voorafgaande studie

gebeurt. Men moet de vrouw,

voor wie het kleed bestemd is,

leeren begrijpen, haar bewegen,

het bewegen van de

vrouwen in 't algemeen volger»

en nauwkeurig gadeslaan. Alles

is een combinatie van lijn

en kleur en materiaal. Men

moet zelf voor mooie kleuren

voelen.

Van Poiret wordt gezegd, dat

hij zijn creaties leven weet te

geven. Hij, schept werkelijk iets

bijzonders, vaak heel vreemd,:

maar altijd apart en har-

monieus,.

* *

*

Poiret heeft in het geheel

vijftien model-meisjes, 'n Mooie

mannequin, is natuurlijk van

beteekenis, doch schoonheid

van gezicht is niet de voor-

naamste eigenschap. De ideale

mannequin is slank en laag,

goed van proportie.

Het speelt bij mij geen rol,

zoo beweerde de franschman,

of zij blond of donker is, bruin

of. rood. Ik kan al deze typen

gebruiken, omdat zij mij de

gelegenheid bieden, allerhande

creaties te laten zien.

Het grootste voorreoht is,,

wanneer ge een model-meisje

vindt, dat den ontwerper ver-

staat, die zelf een artiste is. Ziï:

moet het costuum begrijpen.Zy

leert den anderen meisjes hoc ze

gaan moeten, zich bewegen, al

naar gelang de lijn van mijn

creatie dit verlangt. Ik kies

mijn mannequin altijd perao-on-

lij'k uit de vele, die zich komen

aanmelden.

* «


Poiret heeft een voorkeur

voor kleuren, die als een vlam

oplaaien en verloopen. Doch hij

wil niet toegeven, dat hij voor

éón kleur meer voelt dan voor

een andere. Alle kleuren kun-

nen schoon zijn, zoo vertelt hij.

Een van di /..M^ zorgen van Poiret

is het weren van spionnen.

Minder hoogstaande firma's

loeren van alle kanten op het

werk van hem, om zoo vroeg

mogelijk met zijn nieuwe gedachten

te kunnen uitkomen.

*

*

*

Er zouden duizenden voor u

te verdienen zijn, als gij nu met

zekerheid wist te vertellen,

welke tint Poiret voor den a.s.

herfst en winter de modekleur

vindt, hoe hij denkt over de

lengte van den rok, den vorm

van de mouw. En die duizenden

andere kleinigheden, welke de

mode doen zijn e.n waarover

hij te beschikken heeft.

* *

*

Hij, Poiret, de modekoninig.

M. E. R. CURIUS.


lEKOSiE

Deze beide Drentsche gehuchten schij

neu bij elkaar te behooren als Castor en

Pollux, niettemin zijn ze ingedeeld bij de

twee gemeenten, Vries en Anloo.

De bewoners van de stad Groningen,

die Zeegse „ontdekken", komen onwille-

keurig weldra in Schipborg. Eenige

jaren geleden waren de beide plaatsjes

slechts bij enkelen van nabij bekend. Dat

is geleidelijk anders geworden. Eerst dron-

gen slechts weinigen op een vrijen mid-

dag in het voorjaar en des zomers door

tot in de „bergen en dalen" van Zeegse

— het geaccidenteerde terrein doet eenigs-

zins denken aan een duinlandschap —

vervolgens kwamen de vrienden en kennis-

sen en eindelijk werden Zeegse en Schip-

borg, de zand- en hei-„badplaatsen", die

elke Groninger nu wel kent en waardeert

als heerlijke plekjes vol ongerept natuur-

schoon. Gewoonlijk gaan de bezoekers per

trein tot het station Vries-Zuidlaren en

trekken dan te voet langs het hunnebed

van Oinaarlo naar de Zeegser hei. Dat

hunnebed, veelvuldig afgebeeld, ook in

aardrijkskundige boekjes, is volgens ar-

chaeologen een grafkelder uit den jon-

geren steentijd, omstreeks 2000 jaar vóór

'

! ■

De zandzee van Zeegse

Chr. Wie in den trein het station Vries-

Zuidlaren passeert, kan het van zijn coupé

uit zien liggen.

Wie deze streken bezoekt, verzuime niet

een kijkje te nemen in de Adderhorst,

waar de zoogenaamde „wildgardening"

wordt toegepast, d.w.z. dat de natuurstaat

als zoodanig blijft bewaard. Gewoonlijk

is de eigenaar des Woensdags aanwezig

en is deze wel bereid toegang te verleenen.

Zoo groot is vooral des Zondags de

toevloed van Groningers naar de Zeegser

hei met zijn „bergen" en „dalen" (stuif-

duinen), dat de spoorweg directie sinds

lang rekening pleegt te houden met het

belangrijke personenvervoer van Gronin-

gen naar Vries-Zuidlaren en omgekeerd.

Ook vele schilders hebben herhaaldelijk

hier zich geïnspireerd gevoeld bij het aan-

schouwen van den drcntschen schaapher-

der, die zijn kudde laat dolen over de

Zeegser heuvels en langs den bovenloop

der Drentsche A.

In den jongsten tijd is het bezoek'aan

Zeegse en Schipborg begunstigd door den

aanleg van een rijwielpad, dat schilder-

achtig omzoomd wordt door hooge heide-

pollen, rustende op geel drentsch zand. In

deze binnenlanden zijn sedert de electrifi-

catie van gehee'1 Drenthe de toestanden

_■ —•.;.,- .^-^

De helde te Schipborg

-

wel zeer belangrijk gewijzigd. Hier is het

land, waar nog tien jaren geleden een

allerprimitiefste verlichting was te vinden

in de eenvoudige boerenwoningen. Thans

geniet men overal van de zegeningen van

Electra, en straalt ook in Zeegse en Schip-

borg des avonds het heldere licht als in

een groote stad.

Zeker heeit de aanleg van wegen —' een

eisch van het moderne verkeer -^ wel

eenige wijziging gebracht in de rustige

landelijkheid. Maar gelukkig is er nog een

onmetelijk terrein met heide en zand, waar

de stedeling, die een dagje lucht wil hap-

pen, op zomersche dagen naar hartelust

kan profiteeren van de schoonheid der

vrije natuur.

Vele Groningers hebben in deze heide-

velden hun optrekje, dat meer of minder

het karakter van een villa'tje of zomer-

huis kan hebben. Sommigen stellen het

hier met een eenvoudige hut of inderdaad

zeer nederige stulp en natuurlijk wordt

er veel gekampeerd.

Merkwaardig in deze weinig vruchtbare

omgeving is de groote model-boerderij van

den heer Króller Jr. De Schipborgers heb-

ben het nooit begrepen, hoe iemand juist

daar een groote, weelderige boerderij kon

laten bouwen — door niemand minder

dan Berlage ontworpen — en nog heden,

nu door genoemden heer Kröller uitge-

strekte heidelanden zijn ontgonnen en door

zijn toedoen vooral de wegen . zijn ver-

beterd, is het hun niet duidelijk, hoe een

van de rijkste menschen van Nederland

zich tot de eenzaamheid van het drentsche

gehucht Schipborg aangetrokken kon ge-

voelen. De boerderij is voor liefhebbers

een groote bezienswaardigheid. Zij is in-

tusschen niet meer wat ze geweest is.

Geleidelijk is de veestapel ingekrompen.

De model-varkenshokken — mooier dan

menige woning — zijn verlaten. Het stam-

boekvee was, toen we het laatst de boer-

derij bezochten, nog slechts gering in aan-

tal. De heer Kröller had de boerderij ver-

laten om thans in een ander lustoord, dat

hij bezit, nabij de Harskamp zijn lief-

hebberij te volgen in een model-boerderij,

welk« die van Schipborg overtreft.

A. V. W.

—^-^—^— , —^ —

Het herinnerlngsfeest van de stichting der Duitsche republiek

Een overzicht van de menigte voor het Rijksdaqgebouw. Links op onze foto

ziet men president von Hindenburg.

Het 40-Jarlg bestaan der Belgische arbeiderspartij

De nederi. gedelegeerden bij dit feest, V.i.n.r.: de beeren A. M. de Jong, R. Stenhuis

lid der eerste kamer. C. Werkhoven en W. v. d. Siuys.

Generaal Hsu In ons land

Wii 'Ger^^tmer^^ór^^^^^a^^^^a^^-^ 9 '- ^ '" '^ ^ *' ^iX^^i^^'^ «" d Betsy schijnt

De sleepboot Maas

ia door onbekende oorzaak in de voorhaven te Rotterdam gezonken.

Een zilveren ambtsiublleum

Notaris C. F. J. Hanedoes, die 25 jaren

zijn functie te Amsterdam waarneemt.

De i/c nieuwe iramwes tramweg ie te Heerlen neencn

De gasten van de Limburgsche tramwegmaatschappij, waaronder minister Bongaerts.

komen te Kerktade aan.

Vereeniging van deurwaarders-klerken

welke te Rotterdam haar algemetme jaarvergadering hield.

! 1 i

mm

•* upy

i

£

l

ffeJMfl

üf—JU

"il*.

t^WMffi FÜ'

De spits der Alkmaarsche toren

welke men thans restaureert.


f -f- ^J --£=>»=

,Ja, als u nu oven een week of drie

terugkomt, en u zorgt om zes uur

's morgens present te zijn, dan kunt go

met ons wel eens meegaan, om naar

't oogsten te kijken, 't Is nu te vroeg

in den tijd, het koren is nog niet rijp 3 ;

•hoewel het van dit jaar wel vroeger is

dan anders," vertelde de boer, aan wien

ik vroeg of er nog niet gemaaid moest

worden, daar het koren toch al zoo

mooi geel was.

„Als ge het goed vind.t, zal ik het

zeker doen," beloofde ik gretig. „Maar

wat wordt daar gedaan?" en ik keek

naar een paar mannen, die een imitatk-

kafferdorp aan 't bouwen waren.

„O, daar zijn ze bezig de karwij aan

.tollen te zetten, die laten ze dan 14

dagen tot drie weken zoo staan en dan

kan het gedorscht worden. Allemaal

voor Amerika."

Dit gesprek schoot mij opeens te

binnen, toen ik op een heeten middag,

in de schaduw van etn beukeboom lag

te luieren. Ja, de drie weken waren

om, de oogst zöu wel aan den gang

zijn, dus moest ik er naar toe. Morgen

zou ik dan maar gaan, in stilte hopend,

dat het dan eenige graden minder

warm zou zijn.

Den volgenden morgen, trok ik er

vol goeden moed op uit, 't zou toch wel

weer heet worden. Coch voorloopig lag

de dauw nog als een zilveren wolk op

het land, de koeien keken met domme

verwondering naar den mensch, die zich

verstoutte bijna zoo vroeg als zij wak-

ker te zijn.

Toen ik dg ringvaart gepasseerd was,

en langzaam, genietend -van de mooie

vergezichten, de Meer inreed, kreeg ik

plotseling het gevoel alsof de Haar-

lemmermccrbewoners zich ten oorlog

bereidden. Uit alle werkplaatsen langs

den weg, een geklop en gchamer, ket-

tingen rammelden en apparaten, die

op groote oorlogsmachines geleken,

kraakten en kreunden over den weg,

terwijl mannen met dikke knuppels en

scherpe messen gewapend, heen en

weer liepen.

Na cenig zoeken, want alle wegen

lijken hier op elkaar, had ik het land

van mijn gastheer teruggevonden.

Een berg van jassen, petten, brood-

zakken en bierfleschjes lag bij het hek

aan den ingang en na mijn fiets er bij

gelegd te hebben, liep ik langzaam het

smalle paadje af, dat tusschen het koren

door voerde.

Zacht streek de wind over het bui-

gende goud, de volle, zware aren

ruischten en gleden langs mijn warme

handen. Waar ik langs liep vlogen

zwermen vogels op, om dadelijk weer

op hun „kost" neer te strijken. Wel

WEES SLIM

GEBRUIK GUM

©o^Jtem Bm de IHo^jpfleimimerimeeiP

stonden lange palen, met klappe-

rende blikjes er aan gebonden, om hun

angst aan te jagen, maar zij waren daar

door den tijd zoo aan gewend geraakt,

dat zij niet eens meer naar die galgeh

met hun blikken slachtoffers keken.

De boer kwam mij tegemoet. „Zoo,

dat noem ik oppassen, je treft het

hoor," zei hij in zijn handen wrijvend,

„ik werk vandaag net met de machine,

nu zul je eens wat zien."

Twee zware paarden trokken het ge-

vaarte, het veld in. In de verte leek het

net alsof er een molen aan 't malen

was, de wieken grepen het koren en

sneden het bij den grond af.

Statig liepen de paarden verder en

zacht ruischend viel het koren, terwijl

de binders er achteraan liepen, telkens

een arm vol koren opnemend, stevig

bij elkaar bindend en als er vier of vijf

schoven klaar waren, werden ze tegen

elkaar gezet om te drogen-. Het koren

dat te zwaar is voor de machine, wordt

met de hand bewerkt.

Daar waren enkele mannen, op een

ander gedeelte van het veld, mee bezig.

Met de „maalmachine"

Het koren, dat met de hand wordt gemaaid

In hun rechterhand hielden ze een

korten, dikken stok met een krom,

scherp mes er aan, terwijl ze met een

stok in hun linkerhand, het koren van

zich afhielden. Het zweet droop met

straaltjes van hun gezicht, maar kalm

werkten ze door, met de regelmatig-

heid van machines.

We liepen door naar een volgend

veld. Nog onaangetast stond het graan

in al zijn gouden weelde, licht golvend

als de wind er over ging, bier en

daar groote vurige vlekken vertoonend,

waar de brutaalroode klaprozen er

tusschen pronkten.

Daar het schafttijd geworden was,

gingen we tenig en toen we bij den

kleerenberg kwamen, waren de meeste

stukkenzakken en drinkkannetjes al

onderhanden genomen, de eene boter-

ham verdween na de andere, rijkelijk

besproeid met koude koffie.

Onbarmhartig brandde de zon op de

stoppels, het blauw van den hemel,

ging aan den horizont over in een

grijsachtig wit, wat volgens de maaiers

nog meer hitte voorspelde.

Toen de eerste laag gelegd was, trok-

ken de meesten hun hoed in de oogen

en gingen zalig een kwartiertje slapen,

de anderen fantaseerden over de op-

brengst van de gewassen, waarbij ze

erg klaagden over den groene erw-

tenoogst van dit jaar.

Tengevolge van den zachten winter

was er zooveel „ontuig" in den grond

blijven zitten, en hadden de maden een

groot gedeelte der erwten vernield.

Toen de laatste kruimel van de boter-

hammen verdwenen was, werden de

pijpen gestopt en ging ieder weer aan

zijn werk.

Het werd ondragelijk heet. De zon

flikkerde in het staal der messen van

de machine en in de zichten die regel-

matig op en neer gingen, zoodat het

leek, alsof er wel duizend zonnen

schenen en overal danste de heete lucht

boven het koren.

Het werd mij te machtig en hoewel

ik me inwendig schaamde voor die

mannen, die onverdroten voortzwoeg-

den, hun bruingebrande, bezweette kop-

pen over hun werk gebukt, nam ik af-

scheid en zocht mijn fiets weer op.

Toen ik even later over den wif-

poeierigen weg naar huis reed, langs

de velden, waar overal leven en be-

weging heerschten, waar de schoven

in lange rijen stonden te drogen, kon

ik niet nalaten te betreuren, dat de

man, die hei eerst op het denkbeeld

van de droogmaking der Haarlemmer-

meer gekomen was, de vruchten van

zijn werk niet heeft kunnen zien.

En dan te denken, dat in zijn tijd

zwartkijkers even hard tegen de droog-

legging van de „Meer" gesputterd heb-

ben als typen van hetzelfde geslacht

thans over de demping van de Zui-

derzee zich doen hooren!"

MARIE BOUWER.

DE MEDEDINGER

De Val Cranioux is een der

woeste gedeelten van de Ar-

dennen, de rotsen verheffen

zich stiji en alleen geoefende

bergbeklimmers wagen zich op

deze plek, die verlaten en wild

is, geen oord, dat de menscheni

aantrekt.

In het dorp Trois Moulins

woonden eens, zoo vertelde de

grijsaard, die met * de twee

knapen samen op de stoep voor

zijn eenvoudige woning zat, een

molenaar, die een allerliefste

dochter had. Het meisje was

zoo mooi, dat iedere man en

zeker alle jongelieden uit den

omtrek niet konden nalaten, om

haar bewonderend aan te zien.

En menig hart sloeg vlugger,

wanneer Mariette aankwam.

Twee jongelieden, van hun ge-

boorte af vrienden, dongen wel

het meest om de gunst van

Mariette. Dan scheen zi} den

grootten donkeren Bruno den

voorrang te willen geven, den

reus, die als houthakker de

bergen optrok en de grootste

boomen met z'n krachtige slagen

wist te vellen, een ander keer

was Jacques het, die den voor-

rang scheen te krijgen. Jacques

was de schoenmaker van het

dorp. Hij was veel kleiner, veel

minder sterk dan Bruno. Doch

hij was veel rapper met de tong

en wist te praten als de beste.

Ook vertelde men van hem, dat

hij van zijn ouders ook wat

geld had geërfd, waaraan hij

geregeld zijn spaarpenningen

toevoegde.

Beide mannen schenen even-

veel kans te hc-bbcn om Ma-

riette's man te worden en de

bewoners van Trois Moulins

wedden onderling wie de ge-

lukkige zou zijn.

Doch Jacques Girandelle kon

niet zoo rustig wachten. In zijn

bloed kookte 't, al zijn zenuwen

verlangden naar de liefde van

Mariette, waarvoor hij alles

over had.

En op een goeden dag ver-

liet hij zijn werk, deed zijn

schootsvel af en begaf zich op

stap.

Boven op de rotsen woonde

als een kluizenaar, ver van alle

dorpelingen, door wie hij ge-

schuwd en gehaat was, de oude

Manda Septantine, van wien de

roep ging, dat hij tooveren kon.

Toen Jacques, den top van de

rots genaderd was en in de

verte den bijkans onbercikbaren

schudhoek van den grijsaard

bemerkte, riep hij zoo hard als

hij kon: Manda Ma.

De door weer en wind ge-

harde kop van den zonderling

kwam boven den rotsrand te

zien.

Wie is daar ? En wat wilt gij ?

Ik ben het, Jacques Giran-

delle, de schoenmaker, gooi de

touwladder naar beneden ...

Zeg mij eerst wat gij van mij

noodig hebt.

Talm niet Manda, het gaat

om ernstige zaken,gooi de lad-

in ' •

EEN BEGAAFD ACTRICE

E 9 s

1 If m^^r

1 *: ' il ' * vT"

\k ^

...'...

_

1 . 1 ,.-

1» "" \

.- -

— i j ^

i iy ■

Tllla Durleux In haar „home" bij Heemstede

Onlangs heeft de duitsche actrice Tilla Durieux, die met haar man,

den kunstkenner en uitgever Cassirer, in Heemstede een buitenhuis be-

woont, in ons land een serie gastvoorstellingen gegeven. O.a. had zij in

„Fedora", eertiids successtuk van Sarah Bernhard en van ome Theo

Bouwmeester, den titelrol vervuld.

De hartstochtelijke vrouw. Prinses Fedora, die Tilla moet spelen, zoo

schreef indertijd onze medewerker gaf zij ons met al de passie, die in

haar woont. Door de vrij ingewikkelde intrigue, die het »tuk ons biedt,

leidt zij ons krachtig en kloek heen.

Het eerste bedrijf, dat ten huize van Graaf Wladimir Audrigerich speelt,

begint met een „nu is het hek van den dam tot.... de verloofde bin-

nenkomt. Prinses Fedoro. Als zij verneemt dat deze niet thuis is, besluit

zij te wachten Eensklaps gaan de deuren open en de graaf, doodelijk

gewond, wordt het huis binnengedragen. Eenige oogenblikken later sterft

de graaf zonder in staat te zijn geweest den naam van den moordenaar

te noemen. Plechtig zweert Fedora den schurk te ontdekken, aan zich

te binden en dan den genadestoot toe te brengen.

Zoo. brengt het tweede bedrijf ons in de salons van Fedora te Parijs,

die heeft weten te ontdekken, dat Boris Ipanoff het laatste bij Wladimir

was en dus de moordenaar moet zijn.

Lang speelt Fedora het gevaarlijke spel der voorgewende liefde, maar

moet ten slotte, vooral als Boris zich weet te rechtvaardigen en te be-

wijzen, dat hij om wettige redenen Wladimir doodde, haar liefde bekennen.

Nu zal eindelijk de „lune de miei" van Boris en Fedora beginnen, als

helaas niet, door het schrijven en een aanklacht van haar, Boris' broeder

veroordeeld was geworden. Mevrouw Ipanoff trekt het gebeurde zich

dusdanig aan, dat zij van verdriet steift. Boris zweert zijn broeder te

zullen wreken en Fedora, geen anderen uitweg meer ziende, neemt het

Byzantijnsche kruis, waarop zij eens zwoer, opent het en neemt het

vergift in, dat het bevat.

Dan bekent zij aan Boris alles.

De wijze waarop Tilla Durieux haar rol vervulde werd algemeen ge-

huldigd. Een van de grootsten der grooten is zij, schreef men ons van

andere zijde. Een tooneelspeelster, die het métier ten volle verstaat en

beheerscht. Want 200 iemand, dan is Tilla Durieux een vrouw, die op

de planken voortdurend blijk geeft van haar bijzonder intellect.

In onzen modernen tijd kent men in sommige wereldsteden weer iets

van de eens, vooral in Parijs, zoo beroemde intellectueele salons. Zulk

een salon heeft de begaafde actrice om zich heen, hetzij ze in Berlijn

vertoeft, hetzij ze, zooals een tijd lang gedurende den oorlog het geval

was, in den vreemde is. Bij haar aan huis komen, in haar kring te verkeeren

is een geestelijk genot. Men bedenke wel, dat zij de echtgenoote is van

den wereldberoemder uitgever en kunsthandelaar Paul Cassirer. Om

deze beide interessante menschen heen heeft zich in den loop der jaren

een schare van internationale leiders op intellectueel gebied verzameld.

Schrijvers, schilders, beeldhouwers, acteurs van naam treffen elkaar in

den huize Cassirer, waai de gastvrouwe de kunst van het ontvangen en

van het samenbrengen van menschen, die voor elkaar beteekenis hebben,

in zeer bijzondere mate verstaat.

Men kan zich dus wel voorstellen, dat het leven van deze vrouw rijk

aan afwisseling, maar ook vermoeiend is en misschien is het wel aan het

verlangen om tenminste een rustig plekje op aarde te hebben, toe te

schrijven, dat Tilla Durieux haar man wist te bewegen haar een te Heem-

stede aan het Spaarne gelegen villa ten geschenke te geven. Daar kan

zij volop genieten van de heerlijke natuur en van haar mooie honden,

voor wie zij, groote dierenvriendin als zij is, een zwak plekje in haar

hart heeft. In een echt Hollandsch huis kan zij haar zomervacantie door-

brengen. Zij mag als tooneelspeelster klagen over het feit, dot men in

ons land over het algemeen meer voor muziek dan voor het tooneel

schijnt te .voelen — daaraan schrijft ze ook toe het ontbreken van een

werkelijk goed ensemble, waarvoor hier geen reden van bestaan is —

Holland en zijn kunst zijn haar lief. Op het gebied van de tooneelspeel-

kunst heeft zij, naar zij zelf verklaarde, genoten van het door Greetje

Lobo in „Pygmolion" vertoonde spel-

Doch de interesse van een vrouw als Tilla Durieux bepaalt zich niet

slechts tot de door haar zelf beoefende kunst- Dat zij zeer veel gevoel

heeft voor onze zeventiende eeuwsche schilderkunst is bekend en zij

pleegt dan ook volop te genieten van een tweetal in haar bezit zijnde

teekeningen van niemand minder dan Rembrandt.

Het is voor het tooneel te hopen, dat nog lang een zoo zeldzame,

artistieke en begaafde vrouw als Tilla Durieux, plankenland trouw zal

blijven.

der naar beneden, gij zult er

niet slecht bij varen.

Weinige oogenblikken later,

zag de jonge man. iets door

de lucht zweven, dat hij met

flukse en zekere hand greep.

Het was cen primitieve touw-

ladder, waarvan Manda Sep-

tantine het boveneinde vast-

hield.

Met vlugge voeten klom Jac-

ques omhoog, en hoewel hij*, als

een kind der bergen, het stij-

gen gewend was, kostte het hem

inspanning om den top van

de rots en de woning van den

toovenaar te bereiken. In diens

huit viel hij op een houtblok

neer, dat als zetel diende.

Wat wilt ge van mij, her-

haalde Manda.

Je raad en je hulp. Men zegt

beneden, dat gij veel vermoogt.

En ik heb iets noodig, waar-

voor ik graag ....

Laat ons eerst over de zaak

spreken en dan over mijn loon,

alles moet betaald worden naar

de waarde, welke het heeft.

Jacques haalde diep adem en

begon zijn verhaal. Hij vertelde

hoe hij en Bruno Vcmaire de

mooie Mariette Bonnin be-

minden. Hoe 't meisje dan eens

den een dan weer den ander

den voorrang gaf, zonder tot

een beslissing te kunnen komen.

Hoe hij, Jacques, niet langer

wilde wachten en van den too-

venaar een middel vroeg, waar-

door hij kon weten, wie van

beiden Mariette tot bruid zou

\'e rk rijgen.

Wanneer het Bruno is, laat

zij het dan zeggen, zoo kan ik

niet voortleven.

De toovenaar had den jon

gen man rus.ig laten uitspreken

en zag hem na afloop van zijn

mededeclingcn doordringend

a a n.

Dus, zei hij met zijn een-

tonige stem, gij wilt van mij,

dat ik u het middel no-em om

Bruno Vcmaire te verwijderen.

Jacques schrok even, toen hij

de harde onomwonden waar-

heid hoorde en bemerkte dat

de oude hem geheel en al door-

zien had. Hij aarzelde slechts

korten tijd en antwoordde toen

alléén met ,,)a".

Geef mij twee goudstukken

en ik zal u aan het middel

helpen.

Wat, twee goudstukken. Ik

heb op slechts één gerekend

en vond dit rijkelijk veel.

De toovenaar gaf geen ant-

woord, nam de touwladder

weer op en deed alsof hij deze

wilde uitwerpen om den bezoe-

ker gelegenheid te geven zich

te verwijderen.

Wie wel de schat wil bezit-

ten, doch het offer niet wil

brengen, die moet mij niet otn

mijn hulp vragen.

Jacques zuchtte, haalde zijn

beurs uit zijn zak en schudde

den inhoud op het blok, dat in

de hut van Manda tot tafel

diende. Het waren twee goud-

stukken.

Manda nam het geld, stak

het in een zak, die blijkbaar


verbargen was tusschen de

plooien van het lange kleed,

waarin hij gebuid was.

Toen lei hij bei z'n handen

op den schouder van den jon-

gen man en sprak hem als

volgt toe.

Jongeman, weet, dat Manda

Septantine uit de sterren ge-

heimen leert, die voor de an-

dere stervelingen verborgen

zijn. Wie hem volgen wil, kan

alles bereiken, wat hij hen

voorspelt. Kent gij den Val

Cranioux ?

Ja.

Het is een plek, waar groote,

hooge eiken groeien. De hout-

hakkers dringen er slechts

zelden door. Zij zijn bevreesd

voor de geesten, welke er

wanen. Ga naar beneden in 't

dorp en zoek uw schoolmakkcr

en mededinger Bruno Ver-

naire en spreek tot hem: Wiij

beiden beminnen Mariette Bon-

nin, slechts een van beiden kan

haar trouwen. Laat er thans

een goasgericht zijn tusschen

u en mij. Hedenavond bij het

opkomen van de maan zullen

wij boven op de rotsen van

den Val Cranioux zijn. Tus-

schen de eiken rullen wij een

boomstronk vinden, wxdke daar

eens door de houthakkers is

achtergelaten. In dezen stronk

bevindt zich nog een verroeste

wig door de hakkers achter-

gelaten.

Wie er van ons beiden in

slaagt, om dezen stronk zonder

andere hulp dan zijn handen

het eerst van zijn plaats te

brengen, die zal overwinnaar

zijn. De andere verplicht zich,

om het land te verlaten en niet

meer te trachten de hand van

Mariette" te winnen ....

De grijsaard had nog niet

uitgesproken, of Jacques stoof

woedend op.

Wat, jij noemt je een toove-

naar? Een duitendief noem ik

jou. Ge durft mij dien raad

te geven, terwijl een ieder weet

dat Bruno véél sterker is dan

ik en hij dus zeker in dit z.g.

godsgericht overwinnaar wordt.

Zwijg knaap. Wanneer je

jeugd je niet tot verontschul-

diging was, ik zou je uit mijn

woning jagen. Begrijp je dan •

nog niet, dat Manda Septan-

tine je niet met leege handen

zal wegzenden. Hier hebt ge

kruiden van mij, neem deze

mede. Voor dat gij den weg

naar den Val Cranioux betreedt,

neemt gij deze kruiden en trekt

er met uw bloote handen de

bladen af. De eene helft kauwt

gij met de tanden fijn, de an-

dere wrijft ge met uw handen

tot pulp. De stengels draagt gij

met u mee naar boven. En gij

zult zien, dat ik u geen ijdele

belofte deed.

Jacques verbet den toovenaar.

Hij deed zijn best om door

niemand van de dorpelingen

gezien te worden. Wat hem

blijkbaar ook gelukte.

Den anderen morgen zocht

hij Bruno op, die in het woud

bezig was een machtigen eik

te vellen en hij deed hem het

voorstel, dat hij van den toove-

naar had geleerd.

Bruno keek hem ereis aan.

Weet je wel wat je daar voor-

stelt. Kijk ereis vriend, hoe mijn

spieren zijn en bedenk je nog

ereis. Terwijl'hij dit schertsend

zeidc, had Bruno zijn mouwen

opgestroopt en zijn krachtig

gespierde armen getoond.

Jacques liet zich hierdoor niet

van de wijs brengen, doch ant-

woordde, dat wat hij voorstelde,

een soort gods-gericht was,

waarbij gewoon menschelijke

krachten geen doorslag zouden

geven.

Na eenigen tijd heen en weer

gesproken te hebben, werden

de beide mannen het eens. Zij

zouden elkander bij het op-

komen van de maan boven

op de rossen treffen, die van

twee strootjes het kortste trok

zou beginnen, ieder der tegen-

hout geslagen. Door den regen

was het ijzer ervan met roest

bedekt.

Kortinadat Jacques fier plaatse

was gekomen, verscheen ook

Bruno. Net toen zij samen

waren, flitste de eerste bliksem

door de lucht en rommelde in

de verte de donder.

Dit was een reden te meer

om zich te haasten. Voor het

overige was de Val Cranioux

al een heel weinig aantrek-

kelijke plaats om lang te ver-

blijiven.

Bruno plukte een halm af,

scheurde het gras in twee on-

gelijke deelen en hield deze in

zijn handen achter den rug.

Wat kies jij Jacques? Deze

wees de rechterhand aan en

trok daardoor het korte stuk,

dat hem het recht gaf, het

eerste zijn krachten te pro-

beeren.

mt'-^Ê

m^mmÊÈSÊ^mé^t^ÈÈMC'

■'^" v ^

De „bloemrlike" aanwinst van de Residentie

De bloemenkiosk'op het Buitenhof.

standers had het recht viermaal

gedurende tien tellen te pro-

beeren. Hij., die het eerste den

groot en boomstronk omver trok

was de winnaar, de andere zou

niet meer naar Trois Mouüns

terugkeeren.

Alles was tusschen Jacques en

Bruno geregeld, zonder dat

iemand anders van den af-

spraak iets had vernomen.

Dien avond pakten zich de

wolken samen. Het was een

heete dag geweest en de lucht

was vol electriciteit.

Jacques ging den berg op,

nadat hij vooiraf de kruiden

had behandeld, zooals de grijs-

aard boven op den berg hem

zulks had voorgeschreven. Zij

waren bitter, met een eigen-

aardigen scherpen bijsmaak.

De geheimzinnige handeling

had zijn vertrouwen in de ge-

beurtenis versterkt. Hij kwam

het eerste boven en vond wer-

kelijk den boomstronk, waarvan

Manda Septantine had ge-

sproken. Een wig was in het

1V(*MÉ'-M.M,'HiW.

Met rustige stem telde Bruno

tot tien.

Jacques had in het machtige

hout geen beweging weten te

brengen.

Toen was het Bruno zijn

beurt.

Intusschen had het onweer

hoe langer hoe meer de plek,

waar de twee mannen om hun

levensgeluk streden, bereikt.

Nu is het mijn beurt, riep

Bruno. Hij zette zich op het

hout, probeerde er met kleine

schokken beweging in te bren-

gen, waarna Tiij zijn. groote

hand om de wig sloeg, met de

bedoeling, het blok ■ zoo te

lichten, doch voordat hij zoo

ver kon komen, had Jacques

nerveus klinkende stem alreeds

„tien" doen hoo.ren.

Nu was 't wederom Jacques

zijn beurt. Ook hij spande

tevergeefs : zijn krachten in.

Terwijl de donder sterker

roffelde, hoorde men Bruno's

rustige stem, acht.... negen....

tien tellen.

Toen Jacques ten tweede

maal tevergeefs zich had inge-

spannen, scheen het, alsof hij

plotseling door een algemeene

inzinking werd overvallen. Was

het de teleurstelling of woede ?

Hij dacht aan den toovenaar.

De ellendeling, die hem be-

drogen had. Waar bleef nu de

tooverkracht van het geheim-

zinnige kruid.

Lange tijd werd hem niet

gelaten om over dit alles na

te denken, reeds had de gehate

tegenstander zijn handen om 't

blok geslagen en noodde hij

hem uit, om met tellen te be-

ginnen.

De regen begon te vallen.

Op de eerste druppels volgden

stroomen water.

Schiet op Jacques, riep Bruno,

aan die dwaasheid moet een

eind komen.

Hij had zich languit in het

gras gelegd, z'n lichaam maakte

een rechthoek met het stuk

hout. Z'n beenen had hij schrap

gezet. Hij omvatte de wig met

zijn linkerpalm en greep met

zijn rechterhand stevig den op-

sta and en kant van de open

spleet.

Toen spande hij zijn spien-en.

Jacques had geen oog van

• hem af en met een stem, die

haast niets menschelijks meer

had, lelde hij, terwijl de dondar

steeds luider zich deed hooren

en de storm loeide.

Bruno boog zich plotseling

als een veer. Het blok gaf mee

en wankelde. Toen klonk een

kreet van triomf en van hevige

smart tevens. Het blok was

omgetrokken, doch tegelijkertijd

had de wig losgelaten en was

Bruno's hand tusschen het

terugtrekkend hout bekneld.

Jacques zet de wig er weer

in, gauw.

De roepende, smcekende stem

werd door den-storm overwel-

digd. Jacques gaf geen ant-

woord ... hij was er niet meer.

Toen hij met een oogopslag

had gemerkt hoe zjjn tegen-

stander bekneld en gevangen

was, had hij het op een loopen

gezet. In zijn hart was een

beestachtige vreugde. De toove-

naar had het toch wel goed

voorspeld.

Toen Bruno Vernaire zijn

toestand begreep, poogde hij

de wig weer machtig te wor-

den. Dit lukte hem, doch tever-

geefs trachtte hij met zijn lin-

kerhand 't reddende instrument

tusschen het hout te drijven.

Tevergeefs wilde hij zijn berg-

stok naast zijn hand in 't hout

steken en zoo de opening

verwijden. Niets lukte hem.

Hij poogde, door te

schreeuwen de aandacht te

trekken. De storm was sterker

dan zijn stem. Tevergeefs

trachtte hij de bovenmensche-

lijke smart te doorstaan en zijn

beenderen kapot te rukken.

Nu bleef hem maar een ding

over. In zijn zak had hij een

mes. Hij had zich op zijn

knieën gelegd en door zich

voorzichtig om te draaien, kon

hij 't wapen te voorschijn halen.

het open maken en met het

vreeselijke werk begimnen.

Maar toen het mes het been

raakte en hij met inspanning

van al zijn kracht het been

wilde doorzagen, overviel hem

plotseHng een zwakte. Zijn

hoofd sloeg op het blok en hij

viel bewusteloos neer.

Den volgenden dag was er

groote ongerustheid in het

ouderlijk huis van Bruno. Wat

nooit gebeurd was, moesten zij

nu constateeren. Hun zoon was

dien nacht niet thuis gekomen.

Hun eenige hoop, dat hij on-

verwacht voor zijn baas een

werk had moeten verrichten,

waardoor hij niet terug kon

komen, werd spoedig allen

grond ontnomen.

Toen de margen voorbij

ging zonder bericht, besloten

de dorpelingen met Bruno's

baas aan het hoofd, hem op

te zoeken. Als zij de woning

van Jacques voorbijgingen rie-

pen de mannen hem om mêe te

gaan, zijn vriend te zoeken.

Girondelle was opvallend

bleek. Doch hij dorst niet te

weigeren. De dorpelingen wis-

ten allen, dat Bruno z'n mede-

dinger naar de hand van

Mariette Bonnin was. Had hij

geen gevolg gegeven aan de

uitnoodiging om mee te doen

aan het reddingswerk, hoe licht

was er dan een verkeerde uit-

leg aan zijn beweegredenen

gegeven.

En dit moest Jacques zeker

vermijden. Mannen en honden

doorzochten de bosschen tot

laat in den middag. Maar alles

was tevergeefs. Totdat Jacques,

wien de last der onzekerheid

hoe langer hoe zwaarder was,

voorstelde naar den Val Cra-

nioux te gaan.

Teneinde raad volgde men z'n

advies. Men deelde het gezel-

schap in kleine groepjes in.

Jacques met zijn gezellen ging

vooraan. Hij merkte niet, hoe

de struiken hem in het gezicht

sloegen, hij wilde, hjj moest

vooruit.

De mannen riepen elkaar toe

om niet van elkaar te raken.

Hó ... hé ... hi, zoo klonk

r

het tusschen de struiken en

boomen.

Plotseling hoorde men de

stem van Bruno's baas, den

ouden houthandelaar Luguet.

Hier makker, hier, dezen

weg. Oh

Die laatste uitroep was van

zoo vreeselijken schrik, dat het

hen die het hoorden, koud om

het hart werd.

Jacques sprang tusschen de

struiken en ijlde vooruit. Toen

hij biij den boomstronk kwam

hield hij stil, hij sloeg de hand

omhoog en viel bewusteloos

neer.

De aanblik was vreeselijk

genoeg.

Bij den stironk lagen de vorm-

looze overblijfselen van ver-

scheurde kleeren, afgeknaagde

beenderen, een bebloed mes

zag men op dén grond liggen.

Eèn vreeselijk drama vertoon-

de zich daar. De tragedie van 'n

machteloozen man, overvallen

door de hongerige wolven.

Zijn tegenstander was uit den

weg geruimd. Het veld dus vrij.

En toch stelde Jacques 't eiken

dag weer uit om Mariette te

vragen de zijne te worden.

Op hem rustte nog 'n schuld

tegenover den toovenaar. Hij

had hem beloofd, een mud

boonen te zullen brengen, zoo-

dra alles in orde was. En de

oude had hem reeds een waar-

schuwing doen geworden. Na

lang talmen trok Jacques ein-

delijk de stoute schoenen aan

en begaf zich naar het huis

der Bonnins.

Mariette zat voor het raam.

Zij was in het zwart gekleed,

als droeg zij rouw. Toen

Jacques naderde, bleef zij met

haar werk doorgaan.

Vader en moeder zijn niet

thuis, riep zij. hem toe, als zij

zag, dat Jacques haar woning

naderde.

Ik kom niet voor je ouders,

maar voor jou, Mariette.

Zijn stem klonk onvast, toen

hij haar van zijn liefde sprak

en haar vroeg zijn vrouw te

worden.

Stel je dat uit je hoofd,

[acques Girondelle. Nooit zal ik

Het Provinciehuls te Assen

Het provinciehuis, rechts grenzende aan het gouvernementshotel en links aan het stadhuis,

gelegen aan den Brink, werd in de jaren 1883—1885 gebouwd.

de jouwe worden. Mijn hart

heeft aan Bruno Vernaire toe-

behoord toen hij leefde.

Het komt hem nog toe sinds

hij dood is.

Jacques probeerde zijn kans

te bepleiten, doch het meisje

wees hem af. Ga weg, riep zij

in woede uit, ga weg. Ik wil

je hier niet meer zien. Een

man, die de nagedachtenis van

zijn vriend schendt, dien ver-

acht ik.

Geslagen, een man zonder

hoop en zonder verwachting,

kwam Jacques thuis.

Kort daarop verliet hij weer

zijn woning en begaf zich dit-

maal naar de grot, waar de

oude toovenaar zijn verblijf had.

Manda Septanfin had den

jongen man zien aankomen en

wachtte hem op.

En, waar is het mud boonen,

dat je me zoudt brengen.

Schaam je je niet, om nog

iets te vragen, jij, die mij be-

drogen hebt.

Wat bedrogen. Hoe durf je

het zeggen. Heb ik je niet het

middel genoemd om van je

medeminnaar ontslagen te wor-

den. Durf je soms zeggen, dat

dit niet je doel was. Bruno

is weg en zijn ziel komt niet

meer terug.

God hebbe zijn ziel, ant-

woordde Jacques, wien een ril-

ling door de leden ging. Wat

geeft mij zijn dood, nu Mariette

mij niet tot man wil.

Dat is jouw zaak. Ik heb

den tuin helpen veilig maken.

Aan jou was het om de roos te

plukken.

Je hebt me beloofd, dat

Mariette mijn vrouw zou wor-

den, ging Jacques vasthoudend

verder.

Dat is niet waar, leugenaar.

Wat, ik een leugenaar, jij

bent een dief....

Zoo volgde het eene woord

het andere en het duurde niet

lang of beiden wierpen elkaar

de ergste verwijten naar het

hoofd.

Jacques .schold den toovenaar

voor een bedrieger, deze zijn

tegenstander voor moordenaar.

Als ie me niet geeft wat mi]

toekomt, dan zal ik beneden

in het dorp bekend laten maken

dat Bruno niet alleen op den

Val Cranioux was, dien avond

van zijn dood.

Deze bedreiging deed Jacques

zoo buiten zich zelf raken, d^t

hij den ouden toovenaar te lijf

ging. Een vreeselijke worste-

ling ontstond op het kleine pla«

te au voor de grot.

Beiden hadden slechts een

doel, den ander van de rotsen

af te storten. Ondanks zijn

ouderdom scheen de oude

man de overhand te zullen

krijgen. Hij wist Jacques naar

den ran


Dat lag niet in zijn lijn.

De verzekering-sagent trachtte

den winkelier met alle geweld

tot zijn klant te maken.

Moet u zich niet tegen brand

verzekeren ?

Ben ik al.

Inbraak ?

Ben ik al. «

Overstrooming ?

Waarom zou ik me tegen

overstrooming verzekeren. Kun

: je ooit in je leven een «ver-

' strooming maken ?

Altijd baai bown baas.

Die man is zoo beroemd dat

wanneer bij iets schrijft, men

1 hem graag f I.— per woord

j betaalt.

Da's uiets bijzonders zei de

f oude Jonas, wanneer ik schrijf

f'krijg ik twee gulden per woord.

Wat schrijf je dan?

Jonas Smit. En ze betalen

m'n O'uderdums-pensioen erop

uit, f 4. — . Net twee gulden

per woord.

Modern sprookje.

D'r was ereis een huisbaas,

; die geregeld bij zijn huurders

kwam om te vragen of er soms

ook iets moest worden ver-

beterd.

Een kwestie van plaatsing.

Heb je geiioord, dat van

Lummelen zoo'n mooie positie

heeft gekregen?

Wat zeg je. Van Lummelen,

zoo'n groote nul.

Ja, nu zie je al weer, het

hangt er heelemaal van af,

waar ze de nul zetten.

Hij haalde ze wel in.

De heelc Jazz-Band stond

klaar om te beginnen.

Maar tie saxophonist was nog

bezu< om iets aan z'n instru- 1

ment te veranderen.

Begin ahast maar, zei deze

artist tuen, ik haal jului wel in.

AUijd hetzelfde.

En vro'g mevrouw aan het

meisje, dat zich kwam presen-

teeren; waarom ben je uit je

vorige betrekking ontslagen?

Wegens goed gedrag.

Wegens go^d gedrag ?

Ja, dat is vreemd. En nu

moet u nog weten, dat ze d'r

altijd over klaagden.

Hij wcs geen stijf kop.

Commissaris van politie tot

gearresteerde: Wat vertel je

nou ? r.istrrcn heb je me een

heel ander verhaal gedaan.

Gearresteerde: Ja maar, daar

wou u niks van gelooven . . .

Geen keus.

Vrouw is 't eten klaar . 5

Neen sdrat, we zullen wel

uit eten moeten gaan. Ik kon

nergens het mesje vinden om

de busgroenten open te maken.

' T' ■

De lucht betrekt,

De lucht wordt zwart,

De dag wordt nacht,

De blik verstard.

De storm steekt op

(De mensch in nood)

Zijn adem zaait

Verderf en dood.

Neerstortend puin

Waar 't oog ook staart.

Wat eens bestond

Ligt nu ter aard'!

Door nijv're hand

Eens opgebouwd.

Ruïnen nu

Van steen en hout.

Verheft uw stem.

Keert gij het lot?

Keert gij den storm

Die boomen knot?

Waar blijft uw wil,

O nietig mensch.

Gij wordt geleefd,

Gij hebt geen wensch.

De pessimist

Niet zoo bedoeld

En wat is je beroep.

Doodgraver, om u te dienen, mijnheer de commissaris.

(Den 10 Augustus van hel jaar 1925 woedde

een cycloon boven het Oosten van Nederland.

Hel dorpje Borculo werd verwoest.)

Het oog befloersd,

Het hart wordt week.

Om al het leed

In deze streek.

Het schaam'le dak

Viel boven 't hoofd,

In één slag arm

En wreed beroofd.

Ma^r toch.... Maar toch....

Als ieder geeft

Iets van het beetje

Dat hij heeft.

Dan heeft een elk

Wat schoons gedaan,

Zoo wreekt men zich

Op zoo'n orkaan.

Zucht nu niet lang

Van „Ach" en „0' ,

Maar zendt uw deel

Naar Borculo.

Toont dat de mensch,

In stormen „klein",

In naastenliefde

,,Groot" kan zijn.

CHEF VAN DIJK.

Zijn verontwaardiging

— Zoo Krelis, niet meer op de haringvan gst?

— Nee, m'nheer. Ik heb 'n nieuw baa nlje

gekregen. Maar 't gemeene is, dat ze me

dat gegeven hebtien, nou m'n oogen niel

meer 200 goed zijn.

Maar Marie wat ben je toch on-

handig, nou heb je mijnheer z'n

mooie aschbak gebroken. Wat

moet ik hem zeggen, zoodat je

geen standje krijgt.

Marie: Zegt u dat u het gedaan

heeft mevrouw.

De hengelaars-club was uit

geweest. Eerst sport, daarna

een genoegelijk samenzijn. Hoe

meer er gedronken was des te

grooter werd de visch, die men

had gevangen.

Eindelijk ging men naar huis.

Vlak voor de deur stond een

verkeersagent, die beide armen

had uitgestrekt.

Zeg ... Jansen, hik. Kijk die

vent hik, daar ereis hik. Da's

nou werkelijk nog grooter,

leugenaar dan jij, hik.

Zoo ongeveer hetzelfde.

De jonge man had met veel

drukte zitten vertellen over wat

hij geloofde en niet geloofde.

Dus, waarde heer, je bent

wat je noemt een vrijdenker,

iemand die niets gelooft ?

Dat is nu niet precies zoo

mijnheer. Ik geloof maar in

dingen, die m'n verstand kan

begrijpen.

Noui ja, zei de oude man

dat is toch zoowat hetzelfde.

Zij zag het niet zoo donker in.

in.

We waren erg trotsch op ons

oud perzisch tapijt en omdat

ik naar kantoor ging, had ik

m'n vrouw op haar geweten ge-

drukt, toch vooral ons nieuwe

meisje aan haar verstand te

brengen, voorzichtig ermee te

zijn.

Toen ik thuis kwam, infor-

meerde ik er naar, hoe de ken-

nismaking was uitgevallen.

Heel goed, zei m'n vrouw.

En heb je haar van 't tapijt

verteld ?

M'n vrouw lachte.

Och, ik heb tegen haar ge-

zegd: Greta, wil je er vooral

op letten, dat je voorzichtig

bent met dat kleed. Het is heel

oud. Greta had toen het tapijt

aangekeken en goedmoedig ge-

antwoord: Maak u maar niks

ongerust mevrouw, we zullen

wel zorgen dat het de eerstvol-

gende schoonmaak haalt.

Noodige maatregel.

De gids liet de bijzonder-

heden van de plaats zien en

zoo kwamen ze bij de plek,

waar 't vorige jaar de over-

strooming was geweest. Een

streep en opschrift memoreer-

den dit bijzondere feit.

De bezoekers keken vol ver-

bazing naar deze streep.

Ia het water werkelijk zóó

hoog gestegen ?

Neen, niet precies zoo hoog,

zei de gids, een meter lager.

Maar ziet u, we hebben 't daar

maar gezet, omdat die akelige

kwajongens telkens de letters

uitveegden.

M00R

H ET I

F^OT LOOD

"

l! MICHE ■ " '|

Gruf d'Eiclival, een tttt trouchedclmaa, bewoont met lijn hmllic

het UmlUekuteel, ID het dorp leefde een vrouw, die een kindje had.

deze vrouw stierf en het kindje wordt in het huis van Graaf

d'Erdevnl's zoon opgenomen. Het kind la zeer gehecht man den

oudsten kleinzoon van den graaf ]can. Zij is een mooi kind.

rustig «o lotelligest, doch schoollessen kan ie slecht leeren. De

dokter schrijft dit aan luiheid of zenuwachtigheid toe. Jean ge-

looft dat zij wel degelijk alles hoort en begrijpt. Jean heeft een

gtaprek met den dokter en daaruit blijkt, dat hij echt jongensachtig

verliefd Is op een zekere mevrouw Guervllle. een coquette, Mlche

volgt het gesprek co als de dokter weg Is laat ze merken, dat ze

mevr, Guervllle niet mag.

)ean heeft door zijn lastig jongenahumcur de gunst van zijn

grootvader verspeeld. Simone, zijn zusje, staat nu meer in de pas.

Jean ia gelukkig dat mevrouw Guervllle hem op het diner vraagt,

dat zij ter gelegenheid van haar verjaardag zal geven,

Mi ehe toont hoc groot haar liefde voor )can Is, door hem zelfs

haar weinige spaarpenningen aan te bieden, zoodal hij naar het

feest kan gaan. De oude markies stuurt zijn zoon voor diens

vrouw een rijpaard. Het dier kwam vergezeld van den rijknecht

van den Markies, Deze man bleek een onuitstaanbaar wezen. De

Markies scheen heelemaal onder zijn invloed, terwijl hij zich tijdens

het verblijf bij diens zoon, heelemaal niet aan de regelen van het

huis stoorde. De man blijft zich echter aan niemand storen. Het

is onbegrijpelijk hoe de oude Markies onder den plak van den

man blijkt te staan. Iedereen merkt dit op.

Na groote onaangenaamheden vertrekt de man weer naar het

kasteel van den Markies. Ook daar speelt Anatole een groote rol

en) tyraniseert iedereen, Menschen en dieren zijn bang voor hem.

Kennissen van den Markies die bij hem logeeren kunnen er niet

over uit. dat deze man zoo'n rol speelt. Mijnheer d'Erdival, ont-

moet de kleine Mlche weer en vraagt haar of zij ook weet hoc

die Anatole heet Het kind vertelt den Graaf dat Anatole,

Malausson heet. De Graaf Informeert naar Miches vorderingen.

„O," zei Cerisy; „dat is onbegrijpelijk;

ik dacht dat ze al dertien was!"

„Waarom wil je toch niet leeren, Miche;

waar ben je dan nuttig voor?"

„Ik werk, mijnheer de graaf! Ik 'werk

met mijn handen; omdat de zusters en

ook dokter Bouvier gezegd hebben, dat

ik mijn hoofd met rust moet laten ...."

„Dokter Bouvier; ik hoop niet dat je

het hem zoo moeilijk maakt als de zusters;

enfin, je werkt dus; op het land ? jö|

bent toch nog niet sterk genoeg daar-

voor?"

„Wel zeker," zei Miche, „ik ben flink

genoeg daarvoor; maar op het oogenblik

doe ik het niet; mijnheer de Markiesi

laat mij de bibliotheek in orde maken!"

„Wel, wel," zei de graaf verbaasd,

„daar heb je wel honderd jaar werk aan!"

„Misschien niet zóó lang, .mijnheer de

graaf; maar vlug gaat het niet."

LEVENSPROBLEMEN

Mej. S. te Amsterdam schrijft mij, dat

zij sinds bijna twee jaren in zeer vriend-

schappelijke verhouding staat tot een heer,

dien zij haar „jongen" noemt.

Officieel verloofd, zoo zegt juffr. S.,

hebben wij ons nooit, doch voor ons zelf

en nog heel veel anderen, waren wij dat

wel. Bij onze wederzijdsche oudc-lui kwa-

men wij dagelijks thuis, tot ik vóór drie

maanden een kwestie met zijn moeder

kre-eg, die ik reeds langer dan een jaar

had uitgesteld, natuurlijk ten pleziere van

mijn jongen.

Sindsdien bleef hij altijd bij mij thuis-

komen, doch ik niet bij hem. Zeer be-

grijpelijk is zoo'n toestand voor den man

verre van aangenaam, doch voor mij is het

veel prettiger, temeer, daar ik weet, dat

m'n a.s, schoonmoeder, niet alleen zoo

tegenover mij handelde, doch er zelfs in

slaagde om een anderen getrouwdenzoon

kort na zijn huwelijk van zijn vrouw te

vervreemden. Ik had gehoopt, dat dat

de beste oplossing zou zijn, wanneer wc

elkaar niet meer zagen, was er tusschen

mijn jongen z'n moeder en mij geen reden

voor oncenigheid.

Doch ik heb mij vergist. Ondanks het

feit, dat mijn aanstaande al 31 jaar is,

blijft z'n moeder hem voor zich opeischen.

Daardoor ontstonden nieuwe moeilijkheden.

Mijn jongen toonde absoluut geen be-

langstelling meer voor mij, had geen vrien-

delijk woord voor me, snauwde en grauwde

„Hoe kun je de boeken sorteeren, als

je niet eens lezen kunt; dat moet niet

gemakkelijk gaan ?"

Miche kreeg 'n kleur ejn antwoordde niet,

„O, je schaamt je dus; dat is goed;

maar waar kijk je naar?"

Zonder te antwoorden holde Miche weg,

stak de laan over en verdween uit het

gezicht.

„Wel, duivels; wat heeft ze gezien ?"

vroeg Cerisy.

„Zeker het rijtuig, waarmee de kinderen

komen."

Een oude boer kwam hen voorbij,

groette beleefd en zei:

Ja, daar is het rijtuig, dat de beeren

van het station heeft gehaald!"

„Ha, vader Constant; ik ben blij je

te zien," zei de graaf, „ik had je van-

morgen en gisteren niet gezien,"

De oude man ontstelde:

„Ik werk niet meer op het kasteel,

mijnheer de graaf!"

„Ge werkt niet meer op het kasteel,"

herhaalde Erdéval verbaasd, „en sinds

wanneer, vader Constant ?"

„Sinds mijnheer Anatole mij er uit heeft

gegooid!"

Twee tranen rolden over de gerimpelde

wangen van den ouden boer; hij veegde

ze met zijn mouw af en vervolgde:

„Ja; hij heeft mij weggejaagd; en acht

en veertig jaar werkte ik reeds op het

kasteel, mijnheer de graaf; ik had al

zes jaar gewerkt bij uwen grootvader, toen

ik in dienst moest; dus ik had vier en

vijftig dienstjaren op het kasteel te Saint

Blaise! Is dat niet ongelukkig, om 'dan

weggejaagd te worden ?"

„Maar wat is er dan gebeurd, Vader

Constant ?"

„Ik had wat veel gedronken, mijnheer,

de graat; ik weet wel, dat dat meer ge-

beurt; maar toch deed ik mijn werk en

toen hij mij er op wees, was hij meer

beschonken dan ik, veel meer en zelf

doet hij nooit wat.

maar steeds, deed al 't mogelijke, waarvan

hij wist dat het mij hinderde. Toen ik

hem vroeg, waarom hij z,oo veranderd was,

zei hij mij tenslotte rondudt, dat al was

ik nummer éón voor hem, hij niet meer

kon zijn, zooals vroeger, zoolang hij thuis

door de verwijdering tusschen mij en z'n

moeder geen leven meer had.

Eindelijk is het j.1. Zaterdag tot een

uitbarsting gekomen en zijn we van elkaar

afgegaan. Ik voel mij ellendig, want ik

houd werkelijk veel van hem. Wat moet

ik doen ?

Uw geval is een van die vele moeilijke

vraagstukken, waarbij meer dan een leven

onnoodig verknoeid wordt door de bot-

sing van karakters.

Het is uiterst lastig hierin raad te

geven, zeker wanneer men de personen

niet goed kent en hun eigenaardigheden in

kleinigheden niet kunt beoordcelen.

Eerlijk gezegd, lijkt ge mij niet zonder

schuld. Uw z.g. schoonmoeder is een van

die typen, welke als moeder niet kun-

nen begrijpen, dat er een moment komt,

dat een kind tot mensch wordt en de

moeder op de tweede plaats raakt, Xu lijkt

het mij, dat gij haar het ook niet mak-

kelijk hebt gemaakt. Met wat tact, wat

inschikkelijkheid komt men toch zooveel

verder dan met stokstijf op het paard

te blijven zitten.

Wanneer zijn moeder van uitgaan houdt,

vraag haar dan mee te gaan. Wanneer

zij lastig van aard is, tracht haar dan,

zelfs met een schertsend woord, te

kalmeeren.

Nu, hij zó, dat wij allen stommeriken

en dronkaards waren en ik antwoordde, dat

hij dat wel mocht zeggen, indien hij zelf

niet nog meer dronken was dan ik en

toen.... toen heeft hij me willen slaan,

mijnheer de graaf. Toen heb ik hem een

slag gegeven en viel hij op den grond

en zóó boos was hij, dat ik daardoor

werd ontslagen. Maar ik zeg u, mijnheer

de graaf, die man gaat te gronde."

„Wil ik eens met den markies spreken ?

Vader Constant? Mogelijk neemt hij u

dan weder in zijn dienst ?"

De oude man schrok en zeide:

„Doe dat niet, mijnheer de graaf;. Gij

zoudt questie krijgen met uwen Vader; en

wat erger is: in vergelijk met mijnheer

Anatole telt gij niets — noch gij — noch

een ander! Vroeger was het steeds: mijn

zoon dit; mijn zoon dat en kwam de

markies altijd met ons over u praten;

nu nooit meer.... nooit meer!"

„Arme Vader Constant!" het spijt me

werkelijk, dat ik niets voor u doen kan!"

„Pas op uzelven, mijnheer de graaf

op mevrouw de gravin, op uwe kinde-

ren .... En vooral op mevrouw DevillieTS

is hij woedend; waarom weet ik niet;

maar laat zij oppassen de arme dame ..."

Mevrouw Devillicrs komt dit jaar niet

te St. Blaise; zij blijft aan zee met jon-

gejuffrouw Simone!"

„Wel; ik heb een voorgevoel, dat dat

beter voor haar is; de arme dame!...."

Dit jaar bleven mijnheer d'Erdéval en

zijn twee zonen niet lang op St, Blaise en

Miche profiteerde niet veel van het ge-

zelschap van haair vriend Jean.

Bovendien nam 'mevrouw de Guervllle

hem veel in beslag en flirtte steeds met

hem.

De palfrenier kon Jean niet uitstaan

en plotseling werd Olivier nu de uitver-

korene zijns grootvaders.

Het was wel een bescheiden uitver-

korene en hij kw^am pas heel veel na

mijnheer Anatole; doch in elk geval: uit-

'Zoo de zaken nu staan, is er weinig

hoop op een goede oplossing.

Er zijn drie mogelijkheden. Of gij buigt

het hoofd, óf uw jongen, óf uw schoon-

moeder.

Doet gij het, dan is er volstrekt geen

zekerheid, dat binnenkort 't „drama" niet

opnieuw begint. Doet uw jongen het, dan

moet ge wel zeker zijn, dat hij niet weer

zich door zijn moeder laat overreden. Wan-

neer uw schoonmoeder wilde toegeven, dan

zou dit in het onderhavige geval het meest

natuurlijke zijn.

Wanneer ge dus zeker van uw liefde

zijl en niet het gevoel hebt, dat het op

uw leeftijd beter is liever heelemaal te

breken en op een nieuw levensgeluk met

een ander te hopen, schrijf dan een briefje

aan zijn moeder, dat ge haar zoo graag

zoudt willen spreken.

Wanneer ze u wil ontvangen, zet haar

dan hartelijk en eenvoudig uiteen, wat

haar zoon voor u beteekent en hoe zijn

levensgeluk toch ook hierbij een groote

rol speelt. Vraag haar om wederzijds te

probeeren elkaar te verstaan. Wanneer gij

het met haar eens zijt. zal uw jongen blij

wezen, dat deze oplossing is gevonden.

Verloof u dan openlijk en stel zoo gauw

mogelijk den huwelijksdag vast.

Kunt ge met uw schoonmoeder niet

tot een goede verstandhouding komen en

blijft haar zoon op het standpunt staan,

dat hij ook dan zijn moeder niet voor u

opgeeft, wees dan blij dat het tusschen

u beiden uit is. Een man, die niet kiezen

kan, wordt nooit een goed echtgenoot.

M.'E. R. CURIUS.


yerkoran was hij en dê markies wilde dit

jaar St. Blaise aan Olivier vermaken. Mijn-

heer Anatole oordeelde het verstandig

een goede verstandhouding te scheppen

tusschen zichzelven en den toekorastigen

eigenaar van het kasteel.

De Erdévala hadden al spoedig be-

merkt, dat mijnheer Anatole zoo bang

als een haas was en toch was het goed,

dat de oude markies zich veilig voelde

onder de vleugelen van zijn vriend en

vertrouwde; want, dank zij de kwade

practijken van mijnheer Anatole, waren

de „beide patroons van St. Blaise," zoo-

als men hen noemde, zeer gehaat.

Telkens vielen heftige tooneelen voor,

met de bevolking, soms in de keuken of

in de stallen.

Eens had Jean een armen ouden bede-

laar uit de handen van den palfrenier

gerukt en dezen zonder omslag toege-

roepen :

„Als ik u daar ooit weer op betrap,

neem ik u bij den nek en gooi u in

de Vire. Begrepen ?"

(Wordt vervolgd.)

MET ONZE JONGENS OP STAP

Naar het land van Wolf heze

Op oen goeden morgen kwamen ze bij

me aankloppen.

„Gaat u mee, oom?" vroegen ze.

„Zoo vroeg al ? Waar gaan jullie dan

wel naar toe ?'

„Naar het land van Wolfheze, oom."

„ Ja, maar " En ik keek naar de

lucht.

„O, dat is niets, oom. Wc kunnen wel

tegen een regenbuitje U kunt zoo aar-

dig vertellen, oom ...."

Die laatste woorden maakte mij wel

een beetje hoe zal ik het zeggen

een beetje oom-achtig.

O ja, laat ik u even voorstellen: onae

jongens.

Onze jongens — neef Cor, Piet en een

paar kameraden, benevens nichtje Bob

(Bob vanwege het bobbed-haar, want ze

heet eigenlijk Truus) en een vriendinnetje.

Ik blijf echter voor het gemak maar

„jongens" zeggen.

We gingen Och, het is wel aardig

met jongens op stap te gaan. Ze zien wat,

ze leeren wat en het is gezond.

Van Arnhem naar Oosterbeek. Daar

deden we een uur over. Toen den Wolf-

hezerweg af.

„Jongens, wat een prachtweg," zei Bob.

„Zoo echt landelijk. En de boomen meesit

eiken."

„Zooveel eiken heb ik nog nooit bij

elkaar gezien," zei Cor. „En ze staan

niet eens als soldaten op een rij."

„Als we nu hier links afgaan, komen

we bij de Wodans-eiken," zei ik, toen

we een kwartier geloopen hadden. „Dat

zijn me knapen, hoor!"

CEMT

SPECIAL

SIGARET

t

Daar hadden ome jongens wel eens iets

van gelezen.

„Zouden die boomen werkelijk iets te

maken hebben met Wodan ?" vroeg Cor,

toen we er voor stonden.

„Dat kan immers niemand weten," zei

Bob wijsgeerig. „Wodan en Freya waren

goden uit het heidensch tijdperk. Ze zou-

den dus minstens tweeduizend jaar oud

moeten zijn."

„Zoo is het," zei ik. „Niemand kan

dat weten. Ze zijn in elk geval zeer oud.

Men schat ze op zes-of zevenhonderd jaar."

Een der jongens nam een touw, dat hij

altijd bij zich draagt, en begon, met hulp

van zijn vriendjes, den stam van den

diksten boom te meten.

„Vijf meter vijftig," zei-die. „Verbazend,

wat een booml"

„En nu stappen we den Wolfhezerweg

weer over," zei ik. „We zullen eerst een

glas melk drinken bij het hotel en dan

gaan we naar den duizendjarigen den, die

vlak bij het hotel staat."

Daar hadden de jongens niets tegen.

„Zou-die wel duizend jaar oud zijn ?"

vroeg Cor.

„Zaag 'm door ,dan kun-je 't zien aan

de jaarringen," zei Bob.

„Jij moet zien dat je onderwijzeres

wordt aan de landbouwschool te Wage-

ningen," gaf Cor ten antwoord.

„Vroeger moef hier een welvarend dorp

in de buurt hebben gestaan," zoo begon

ik, toen we op de knoestige wortels van

den boom waren gezeten. „Maar in 1584

stroopten de Spanjaarden de Vale-ouwe

(Veluwe) af en bezetten het dorp en kasteel

van Wolfheze. Toen ze weer waren ver-

trokken, keerden de bewoners terug en

vanden niet veel meer dan puinhoopen."

„Zulke vernielers," zuchtte Bob.

„Opgravingen, in 1892 verricht, heb-

ben de fundamenten blootgelegd van een

kerkgebouw uit de elfde eeuw, dat hier

in den omtrek moet hebben gestaan; ver-

der heeft men nog gevonden een paar

zandsteenen doodkisten, een altaarvoet en

verschillende ijzeren en zilveren voor-

werpen."

Ik stond op — de jongens volgden

mijn voorbeeld.

„En nu gaan we nog even bij Antoon

Markus aan," zei ik. „Zijn schilderstukken

laat hij je graag zien — en het kost

je niets."

We gingen den Wolfhezerweg weer op

en kwamen spoedig bij het huis van Mar-

kus aan, die ons vriendelijk ontving.

„We hebben genoten, oom," zeiden de

jongens, toen we naar huis gingen. „Het

is een heerlijk land, het land van

Wolfheze."

THEOPHILE MALUSSE.

ONS SPORTHOEK JE

Weer voor de kinderen.

Weer voor de kinderen en.. .. misschien ook

nog wel voor vele grooten I

Veteraan woont reeds vele jaren in een groote

stad. Die groote stad biedt mij vele genoegens

en ontspanningen. Over deze genoegens wilde

ik het echter ditmaal niet hebben, doch over

het volgende:

Mijn stad is in het gelukkige bezit van drie

zwembassins. Wat fijnl hoor ik vele van jelui

al roepen. Ja fijnl Maar Veteraan is met dit

aantal nog lang niet tevreden. In mijn stad

behoorden er wel minstens een dozijn te zijn,

want zwemmen is voor een mensch nuttig,

noodig en gezond. Er is geen spel of sport op

te noemen, die voor het menschelijk lichaam

zoo gezond en nuttig is als de zwemsport en

daarom achtte ik het gewenscht er ditmaal eens

iets over te schrijven.

Ons lichaam bestaat behalve uit organen,

beenderen en pezen uit 145 spieren. Deze spieren

moeten zooveel mogelijk in beweging zijn. Rust

roest, is vooral voor ons lichaam een niet tegen

te spreken waarheid. Bij het zwemmen zijn alle

146 spieren in werking. Vandaar dat ik be-

weerde, dat zwemmen een nuttige en gezonde

sport is, die helaas nog veel te weinig wordt

beoefend.

Goed kunnen zwemmen is ook dikwijls noodig.

Nog' gisteren las ik, dat in Koudekerke (op

Walcheren) een 16-jarige jongedame drie kleine

meisjes, die op 't punt waren te verdrinken,

heeft kunnen redden. Hoe gelukkig zal deze

16-jarige zich na de redding hebben gevoeld en

hoeveel pleizier heeft zij van het feit, dat zij

heeft leeren zwemmen.

Nu heeft mijn stad, zooals gezegd, drie zwem-

bassins, maar zwemmen leeren in zoo'n zwem-

school laat ieders beurs niet toe en daarom

dacht Veteraan: je moet de jeugdige lezers en

lezeressen van ons blad de zwemslagen maar

eens op papier uiteenzetten. Na grondige be-

oefening thuis op de matras van het bed en

daarna wat gespartel in ondiep water onder

toezicht van ouderen, smaak ik dan misschien

het genoegen vele mijner lezers tot beoefening

van een voor hen nieuwe en hoogst gezonde

en nuttige sport te hebben gebracht.

Het zwemmen gescjiedt met armen en beenen

gelijktijdig en is een gecompliceerde, maar toch

gemakkelijk aan te leeren beweging.

Ik zal hier alleen de z.g. schoolslag beschrij-

ven. Eerst de beweging van armen en beenen

afzonderlijk, daarna de combinaties. Elke bewe-

ging afzonderlijk, daarna de combinaties. Elke

beweging afzonderlijk instudeeren hoorl Hier

komen ze:

1. Armen voorwaarts^ strekken, handen met

de haridholten tegen elkaar.

2. Armen zijwaarts omroeien, palm van de

handen naar buiten draaien.

3. Armen onder de oksels doorhalen en handen

onder den kin brengen (gevouwen).

Nu de beenen:

1. Beenen intrekken onder het achterlijf.

Knieën flink naar buiten draaien, hielen gesloten.

2. Beenen spreiden, punten van de voeten

naar buiten.

3. Beenen naast elkaar sluiten.

Wanneer men nu na oefening der verschillende

onderdeden overgaat tot gelijktijdige uitvoering

van oef. 1, armen en beenen, daarna oef. 2,

armen en beenen en tenslotte oef. 3, armen erï

beenen en men voert de bewegingen langzaam

uit, dan zwemt men. Oefening baart ook hier de

kunst. Men houde in letterlijken en figuurlijken

zin het hoofd boven water.

Tot slot wijs ik er nog eens uitdrukkelijk op,

dat de oefeningen in het water onder toezicht van

geoefende zwemmers moeten gehouden worden.

Dus jeugdige lezers, nu eerst op de matras

en dan naar 't 'frissche nat. Prosit 1

VETERAAN

De Zwitser Kauffmann, die het wereldkam-

pioenschap won.

: ~^-~ fw, f

De Internationale wieierwedstrllden In het Stadion te Amsterdam

De strijd tusschen Schiller fFrankrijk) en Moeskops (Nederland). Moeskoos verloor van

Schiller.

Meyer, die het wereldkampioen voor

amateurs won.

De internationale wedstrijden op Duindist den Haas door de Nederiandsche motorenclub

Een interessante foto waaroo men 18 motoren op de baan ziet. De motorduivel. de Amerikaan Anderson, die den wedstrijd won.

De Internationale atlethiekdas te Nijmegen

De strijd tusschen Nederland en West-Duitschland. Een groep der deelnemers.

De 110 Meter hordenloop werd door Paules (Duitachland) gewonnen

De wedrennen op Woudensteln

Aanvangmoment uit de jachtrit op Woudenstein te Rotterdam. Lucky Day, winnaar van het concours voor het schoonste rijpaard.

Kanowedstrl|d te Leidschendam

door de vereeniging .,de Peddelboot" georganiseerd.

* ». ■■■■ I

ff

ijl

Demonstratie politiehonden te Zwemwedstrljden te Utrecht gehouden

Rotterdam. Een foto van het nummer schoonspringen voor beeren.

" ft

\ .


De winning van petroleum

dateert in de Vereenigde

Staten van i860; van 1872 in

de olicdistricten van Bakoe.

In de olievelden van Penn-

sylvanië is de vlüeistofspóegel

door het voo^rtdurcnd onttrek-

ken van olie aan den bodem

reeds bclangrijik gedaald en,

om de crude (ruwe petroleum)

nog te kunnen bereiken, moeten

alle hulpmiddelen der diep-

boor-techniek in 't werk wor-

den gesteld. In sommige ge-

vallen stuit men pas op een

diepte van 700 ;i 750 M. op

petroleum. Slechts ah de boor

de petroleum-ader onder guns-

tige omstandigheden treft, (als

zij n.1. niet gedrongen is door

een gas-ader, die zich dikwijls

boven de petroleum be-vindt),

dan is het mogelijk een deed

van de olie zonder gebruik van

pompen te winnen. Dikwijils be-

vindt de petroleum zich niet

als een ader in het onderaard

sehe, maar in den vorm van

millioenen fijne druppeltjes en,

opdat nu de olie door de pomp

opgezogen zal kunnen worden,

moet aan het einde van de

boorplaats een soort reservoir

gemaakt worden, waarin ze kan

samenvloeien. Om dit te be-

werkstelligen, moet de onder-

grond van de boorput als het

ware gebroken worden, welke

■breking veroorzaakt wordt door

dynamiet. Deze vernieling ge-

schiedt door een zwaar gewicht

op een groote hoeveelheid ni-

troglycerine, welke voorzichtig

op den bodem van het boorgat

neergelaten is, te laten vallen.

De ontploffing vindt zóó diep

onder de oppervlakte der aarde

plaats, dat daarvan door de

toeschouwers niets wordt ge-

merkt. Na eenige minuten wordt

mischen in het boorgat ver

nomen. Spoedig komt nu. na

een wolk van gas, de straal

naar boven, welke zich op een

hoogte van ca. 100 Meter pas

ombuigt. Men ziet den straal

dan samentrekken en verzwak-

ken; dan kan met het opstellen

der pompen begonnen worden.

Veel vrijgeviger is de natuur

op andere plaatsen, vooral ddar,

waar niet zooals in de Ver.

Staten gedurende 30 jaar

op groote schaal reeds roof-

bouw gepleegd is. Somtijds

komt de olie in zoo'n groote

massa te voorschijn, dat het

aanboren van een ader tege-

lijikertijd een ramp wordt, die

stangen, buizen en stellingen

vernielt of wegslingert.

In de Kaukasische petroleum-

districten vooral in de om-

geving van Bakoe en Tiflis is

dit heftig omhoog spuiten van

de naphta, reeds als 'n diepte

van 60 tot 100 M. is bereikt,

een zeer gewoon verschijnsel,

zoodat de verzameling van d'

ruwe petroleum hier heel wat

gemakkelijker gaat dan in de

Vereenigde Staten.

Moe ¥>(tiw®ievm wordi fiewc>!nffieffi

Afscheid van Eddy Roos en Henry Marchand

van Mille Colonnes te Amsterdam.

Terwijl vroeger voor de ver-

zameling van de olie eenvoudig

ondiepe vijvers werden gegra-

ven, waaruit de ruwe olie werd

geschept in lederen zakken, die

door kameelen naar de raffi-

naderijen werden gebracht,

worden nu boorwerktuigen ge-

bruikt, de olie in reusachtig

groote vergaarbakken verza-

meld en door middel van

pompen en buisleidingen niet

alleen naar de raffinaderijen

gebracht, maar deze laatste

staan rechtstreeks met pijp-

leidingen van groote lengte met

de voornaamste handelsplaat-

sen in verbinding. Op al deze

voorbereidende bewerkingen

volgt nu het raffineeren.

De Amerikaansche« raffinade-

rijen moeten worden gerekend

tot de meest grootschc fabrieks-

inlichtingen van de geheele

wereld; in ieder van deze vin-

den wij eénige honderden ketels

voor verschillend gebruik, ter-

wijl het bedrijf geheel automa-

tisch gaat. Wanneer wij de

raffinaderij als één geheel be-

schouwen, kunnen we zeggen,

dat aan den eenen kant de ruw^e

olie zonder ophouden binnen-

komt, terwijl de vloeistof aan

den anderen kant de raffi-

naderij verlaat als de diverse

zuivere oliën, vetten en derge-

lijke producten.

Het grootste bewerkingspro-

ces is het distilleeren. De ruwe

petroleum wordt in de distil-

leerinrichlingen gepompt, welke

een cylindrisch model hebben

en waarvan de inhoud soms

300 tot 600 vaten bedraagt. De

ruwe petroleum wordt gefrac-

tionneerd gedistilleerd, dat is,

de lichtere fractits met het

laagste kookpunt verdampen 't

eerst en worden gevolgd door

de zwaardere producten.

De dampen gaan van de dis-

tillatie-inrkhting naar den con-

densator, waar zij overgaan tot

vloeibare stoffen en vandaar

naar de controlestations, welke

de diverse tanken bevatten,

waar de vemschillende produc-

ten verzameld worden. De nu

verkregen distillaten zijn de

benzine, petroleum en 't paraf-

finehoudend distillaat. Het

achtergebleven residu in de

distilleerinrichting is de cylin-

der-olie, welke geen verdere

raffineering noodig heeft; deze

wordt door middel van geper-

foreerde pijpen, welke op de

bodems van de dis tilla tie-in-

richtingen zijn aangebracht, in

deze inrichtingen ingevoerd,

nadat zij door stoom onder

Parade der engelsche troepen

in de buurt van Keulen. Deze foto is, in verband met de mogelijkheid,

dat spoedig Keulen zal worden ontruimd, dubbel interessant.

druk zo* goed mogelijk van

asphalt ontdaan is.

De benzine gaat in den disi-

till eerketel voor een tweede

distilleering, waar ze gescheiden

wordt in de verschillende soor-

ten benzine en naptha's, waar-

na deze producten met zwavel-

zuur en caustic soda worden

geraffineerd, na welke behan-

, deling zij klaar zijn voor het

gebruik.

De petroleum-disrillaties gaan

ook naar den distilleerketel

onder druk, waar al de meest

vluchtige producten warden

verwijderd voor het gebruik als

benzine, naphta en terpentijn-

ersatz, waarna zij geheel voor

gebruik worden klaar gemaakt.

Het paraffine-houdende dis-

tillaat wordt nog eens gedis-

tilleerd in een distdlleericetei

met open vuur om de paraffine

uit te kristalliseeren, welke

amorph is bij de eerste distil-

latie. Het residu van deze

tweede distilleering is de olie,

welke gebruikt wordt voor de

gewone smering. Na de redis-

tillatie gaat de gedistilleerde

paraffine naar de paraffine-in-

stallatie, welke bestaat uit een

afkoelings-in richting een vries-

inrichting, hydraulische filter-

persen, droogkamers en paraf-

fine-distilleerketels. Hier wordt

de gedistilleerde paraffine be-

vroren tot de overeenkomst met

reuzel (12—14°) «T 1 dan in de

koude hydraulische filterpersen

gedaan, waar de eerste af-

scheiding van olie en paraffine

wordt verkregen. De verkregen

paraffine uit deze persen gaat

nu naar de granuleerkamer.

waar ze weer bevroren en dan

weer geperst wordt in een

warme kamer in groote speciale

bakken, behandeld in een dis^

tilleerketel met benzine en

stoom onder druk en gefilterd

door middel van bleekaarde en

zij is dan de goed geraf-

fineerde paraffine in de be-

kende handelskwaliteit.

Men vindt er verder ook een

geheel apart staande vetinstal-

latie, waarbij meestal een in-

richting is om zeep te

maken. Deze installaties zijn

voorzien van stoom en vuur-

ketels van verschillende groot-

ten, automatische bascules, enz.

Bij de raffinaderijen vindt

men verder diverse kleine on-

derdeelen, zooals kuiperijen,

opslagplaatsen voor allerlei

materiaal, (assen, wagons,

wielen, kamraderen en derge-

lijke). Wanneer een raffinaderij

eenmaal aan den gang is^ is

het noodizakelijk, dat 'n spoor-

weg-emplacement verschijnt met

de daarbij behoorende ge-

bouwen. Sommige raffinaderijen

zijn reeds zoover, dat zij hun

eigen treinen hebben om hun

werklieden naar de naasdbijge-

legen plaatsen te brengen.

Aldus schrijft M. in de Indu-

strieel Gids:'

| EEN ROMAN VAN DEN |

8 EERSTEN CONSUL i

W- DOOR n

% MATHILDA MALLINQ |

Het was een gure, •tormachtige dag >n den laten herbt van het

jaar 1800 dat Edrate de la FeulUade een dochter uit een adelijk

gealacht in de Vendte. van den Abbt Berater verneemt, dat nj den vol-

genden dag naar Pari}« zou gaan vergezeld door Monsieur de

Chaatillon. De konlngagoindc partijen hebben vrede met de

republikeinen gesloten en daardoor U dexe rei« mogelijk. Het

jonge mellje li geschrokken met het bericht, Doch staat baar

tegen, dat men. blijkbaar zonder baar voorkennis terug wil

komen op de mogelijkheid baar uit te huwelijken aan Louis de

Chateauneuf voor wien zij als kind bestemd waa.

Het was voor baar eene vernederende gedachte, dat bare

bloedverwanten baar bij de ecrate beste gelegenheid wegzonden

en eenen man wilden opdringen, die weliswaar sedert Jaren tot

haar gemaal was bestemd, maar die haar wellicht vergeten was.

Buitendien zou zij tot hem komen, ontbloot van alle middelen,

en zonder cenig ander vermogen, dan hare aanspraken op goederen,

waarop beslag gelegd was, en die zij waarschijnlijk nooit zou

terugkrijgen, fa. zij bezat zelfs niet eene ordentelijke trisjapon,

waarin zij voor hare familieleden zou kunnen verschijnen. Lang

en breed wordt over Parijs gesproken. De reis daarheen duurde

M dagen. Gedeeltelijk legde men den afstand in de koets af. ook

reed Edmee wel achter op bet paard van Monsieur de Chantlllon.

Zij boorde voor het eerst met bewondering over Napoleon Bonaparte

den eersten Consul, spreken. Edmée moest zich wel wennen aan

de veranderingen die bet nieuwe regime had veroorzaakt.

De drie reizigers spraken niet veel over

wat zij zagen; maar nu en dan hoorde Edmée

een treurigen zucht van den Abbé of een

toornigen vloek van Monsieur de Chätillon.

Het was zoolang gevaarlijk geweest, zijne

gedachten uit te spreken, dat men het zich

bijna afgewend had.

Thans waren zij dus in Parijs. Edmée

had ternauwernood meer de kracht, uit

bet rijtuig te kijken; maar zij bemerkte

toch, dat eene der straten, door welke zij

reden, volkomen donker was, terwijl de

overige slechts zeer spaarzaam verlicht

waren. Het volk had de lantaarns gestolen.

Zij was doodmoe in eene halve sluime-

ring gevallen, toen de koestier eindelijk

voor het huis van Madame de Chateau-

neuf in de Rue du Bar, Faubourg St.-

Germain, in de nabijheid der Seine, stil-

hield. Slaapdronken tuimelde zij uit het

rijtuig en bevond zich thans op een ruimen,

vierkanten voorhof, waar een groote, mo-

numentale fontein, die wit in den mane-

schijn glinsterde, hare aandacht trok.. Uit

het hoofdgebouw kwam een man met eene

lantaarn. De Abbé bood haar de hand

— Monsieur de Chätillon had reeds van

het 'reisgezelschap afscheid genomen — en

trad met haar het huis binnen.

Edmée gevoelde op dit oogenblik weinig

ot geene aandoening bij de gedachte aan

het weerzien van hare bloedverwanten en

haar toekomstigen echtgenoot. Door moe-

heid overmand, volgde zij aan de hand

van den Abbé langzaam den bediende, die

hun met de lantaarn voorging. Eerst toen

zij hem bij hare intrede in het salon haren

naam hoorde noemen, richtte zij zich on-

willekeurig op. De kamer, waarin zij ge-

bracht werd was een groot, vierkant ver-

trek, dat slechts zwak verlicht werd door

twee veelarmige luchters, aan beide zijden

van den schoorsteenspiegel, welke van ga-

zen kappen omgeven waren, die het licht

dempten. Eene oude dame, die garen

wond, dat een jong meisje voor haar op-

hield, stond met een zwakken uitroep op,

toen de namen genoemd werden, en kwam

hare gasten dadelijk tegemoet. Edmée her-

kende haar niet, maar raadde,, dat deze

vrouw hare tante zijn moest, en met het

gevoel, eindelijk een tehuis gevonden te

hebben, wierp' zij zich in hare uitgebreide

armen.

„Mijn lieve Edmée! Wij hadden je niet

zoo spoedig verwacht. Louis, kom en be-

groet je nichtje 1"

Een jonge man, met bruin haar en

bruine oogen, die bij den schoorsteen in

eene kleine courant had staan lezen,

naderde thans. Edmée voelde zich opeens

door eene pijnlijke verlegenheid bevangen;

iedere tekortkoming in hare kleeding en

in haar voorkomen, dat duidelijke spo-

ren van de reis droeg, stond eensklaps

helder voor haar bewustzijn en ergerde

haar. Met eene stijve waardigheid, waar-

toe zij zich dwong, en die eigenlijk slechts

verlegenheid was, begroette zij koel en

afgemeten haar neef.

Het jonge meisje, die het garen opge-

houden had, stond met eene bevallige en

lichte neiging op. Madame de Chateauneuf

trok haar naar zich toe en legde hare

hand in die van Edmée.

„Hier zie je je toekomstige vriendin

Laura de Permon. Jij, lieve, verstandige

Loulou, wilt Edmée wel helpen, haar man-

tel af te doen, terwijl ik onzen waarden

Abbé begroet."

Madame de Chateauneuf had een gedis-

tingeerd, ouderwets elegant uiterlijk. Zij

had zich aangewend, met zachte, min of

meer onverschillige stem te spreken, wat

goed bij hare fijne, nog sierlijke gestalte

en haar aangenaam, blond gelaat paste.

Het was haar trots, dat zij in hare jeugd

op de prinses de Lamballe moest geleken

hebben, en zij wilde nog thans aan deze

bewering herinneren door een sterk ge-

poederd kapsel k la Marie Antoinette met

krullen achter de ooren. Haar gelaat was

nu oud en door den angst en de zorgen

der laatste tien jaren gerimpeld; maar

zij had niettegenstaande dit nog in haar

glimlach, haar vriendelijken conversatie-

toon en in hare natuurlijke, voorname

houding de sierlijke, beminnelijke beval-

ligheid, die de dames van het oude hof

kenmerkten.

Haar zoon was een edelman met een

fier, onverzettelijk karakter. De Omwen-

teling had hem, in plaats van te buigen,

nog weerbarstiger gemaakt. Terwijl zijne

moeder de beproevingen en rampen dezer

jaren in Frankrijk doorgeworsteld had,

was hij reeds als jongeling den stroom

der emigranten gevolgd en bij familie

van zijn vader in Engeland opgevoed.

Hij was eerst voor korten tijd terugge-

keerd, en bevond zich, dank zij de schran-

derheid, waakzaamheid en standvastigheid

zijner moeder, in tegenstelling met andere

émigranten, in bijna het volle bezit van

de goederen zijner familie. Louis de Cha-

teauneuf maakte gewoonlijk op diegenen,

welke hem voor het eerst zagen, den in-

druk eencr hoogmoedige, satirieke natuur;

maar hij was zoo eerlijk oprecht en zoo

onkreukbaar rechtschapen, dat hij door

deze eigenschappen den eersten indruk wel-

dra uitwischte. Zooals maar weinig Roya-

listen van dien tijd had hij reeds vroeg

alle illusies eene restauratie betreffende,

verloren, en daar hij inzag, dat hij niet kon

hopen, de Bourbons eenmaal te dienen,

had hij besloten, zich ter beschikking van

Frankrijk te stellen, en had hij reeds door

den voormaligcn bisschop van Autun, den

trouwen vriend en raadgever zijner moeder

in de gevaren der laatste jaren, der regee-

ring zijn diensten als diplomaat laten aan-

bieden. Daar tot nu toe slechts enkele

mannen van zijn stand en naam tot zulk

een slap waren overgegaan, had hij door

zijne daad de erkentelijkheid der regee-

ring in hoogc mate verworven. Zijne

moedor was eveneens niet ultra-royalis-

tisch gezind; gedurende de staats-omvven-

lelingen der laatste tien jaren, die onder

hare oogen tot stand waren gekomen, was

zij bijna voor alles onverschillig geworden,

en had slechts deze ééne gedachte, zich

en haren zoon een vaste positie te ver-

schaffen. Aan de Bourbons dacht zij met

eene zekere weemoedige sympathie, als

aan iets, dat tot den glans en de. genoe-

gens harcr jeugd behoorde, maar dat men

te vergeefs zou terugwenschen.

flMP

De knecht bracht thee, waarbij koude

pastei, gebraden vogel en ingemaakte

vruchten rondgediend werden. Edmée

voelde zich recht op haar gemak in de

warme kamer, waar hare tante en de kleine

Laurette het haar als om strijd aangenaam

zochten te maken. De wantrouwende trots,

die haar als landfreule, eerst vervuld had,

werd zelfs niet meer gekrenkt door ver-

gelijkingen tusschen hare antcdiluviaan-

sche, versleten en bestoven reiskleeding

en Mademoi&elle Permon's Grieksche

mousselinen tunica met gouden ceintuur.

Zij liet den Abbé alle vragen omtrent de

reis en de toestanden in de Vendée be-

antwoorden, en sliep eindelijk op den stoel

in, waarop zij zat.

Toen Edmée den volgenden morgen ont-

waakte, scheen de zon in hare kamer.

Zij sprong van hare legerstede op, en liep

naar het venster.

Daar lag Parijs! Vaal blauw en troebel

stroomde de Seine aan beide zijden der

brug met losse stukken ijs aan de oevers,

en daar ginds, aan de overzijde, zag zij

groote, statige gebouwen, die zich hoog

en indrukwekkend te midden der blader-

looze boomen van de parken en tuinen

verhieven. Zij had gehoord, dat men de

brug voor haar venster Pont Royal noem-

de — Louis had den naam ironisch tot

Pont National verbeterd, zooals hij thans

zou behooren te luiden en zij maakte

daaruit de gevolgtrekkipg, dat de groote

gebouwen aan de overzijde het Louvre en

de Tuilleriën zijn moesten. Met hare

scherpt- oogen kon zij duidelijk een schild-

wacht in uniform voor een vooruitsprin-

gend gedeelte van het paleis zien op en

neer loopen. Daar woonde hij waarschijn-

lijk, en daar had de Koning gewoond.

Zij had evenwel ge.cn tijd, nu daaraan

te denken. Met wijd geopende, stralende

oogen keek zij naar buiten in den zonne-

schijn en naar de gebouwen, de kerken,

en de met menschen gevulde straten van

Parijs. Hier dus zou zij nu leven en wonen,

hier. het middelpunt der gebeurtenissen

en van luH maat^happelijk leven, in de

stad der martelaren en der overwinnaars!

Valentine stond achter haar en pakte hare.

klecderen uit, Fdmée liep naar haar toe,

nam haar de japonnen uil de handen,

en wierp ze op den grond.

,,Laat al die oude prullen maar lig-

gen" riep zij overmoedig met van vreugde

tintelende oogen. ,,In Parijs is men altijd

mooi gekleed! Ik wil witte japonnen en

gouden ceintuurs, ringen aan de handen

en steenen in het haar lubben als Made-

moiselle Pennon!"

„Maar Mademoiselle kan toch, tot wij

dat alles aangeschaft hebben, niet in hare

nachtjapon rondloopen — veel meerheeft

u waarlijk nicl aan" antwoordde Valen-

tine beleedigd, terwijl zij zich bukte, om

de oude klecderen weer op te rapen..

In den voormiddag reed Madame de

Chateauneuf met hare nicht naar alle mo-

gelijke deftige winkels en magazijnen.

Eerst ging hel naar Madame Germon,

waar een half dozijn nieuwe costuums be-

steld wird, daarop naar Despaux en Leroi,

bij wie zij de bijbehoorende hoeden uit-

kozen, en daar zij nu eenmaal in de

Rue de la l.oi waren, gingen zij meteen

naar de antiquiteitenhandelaar Villemain,

om kanten te zien. Madame de Chateau-

neuf fluisterde Kdmée toe,' dat hij een

voorraad had, eenig in zijn soort; hij

had zich zelfs de garnituren der Konin-

gin weten te verschaffen, maar helaas!

niemand behalve Mademoiselle Lange had

de middelen gehad ze te koopen.

Edmée vermaakte zich gedurende den

gcheelen rit met uit het rijtuig te kijken,

er was zooveel te zien! Kleine, sierlijke,


eng-elsche rijtuigen, die de dames zelf men-

den, jaagden haar in snelle vaart voorbij.

Madame Chäteauneuf noemde haar de

namen dezer voertuigen: Wiski, Carrick,

Demi-fortune, waarvan eenige, welker koet-

siers achterop stonden en zoo de paarden

bestuurden, op Romeinsche triomfwagens

geleken. Tusschen deze rijtuigen door —

zij reden juist in de Champs-Elysées —

ilepen met gevaar voor leven en lede-

maten eenvoudige vrouwen, in korte, roode

rokken met witte lijfjes en mutsjes en

een kleinen dock ä la Gertrude om de

schouders, of arbeiders in korte buizen en

lange broeken, met driekante hoeden op

het hoofd en dikke, ruwe stokken in de

hand. Madame de Chäteauneuf legde haar

uit, dat de Eerste Konsul de militairen

zoo kort hield, dat iedere soldaat in den

voormiddag zijn beapalde werkzaamheden

te verrichten had, en geen verlof kreeg,

zich naar welgevallen op de straten te

bewegen.

Ook hier vielen Edmée — vooral in de

stillere, meer achteraf gelegen straten,

waardoor zij reden — de talrijke bekend-

makingen en geschreven of gedrukte aan-

plakbiljetten op, met welke de muren be-

dekt waren. Het waren meestal bekend-

makingen van verkoopingen. Buitendien

zag men overal op houten wanden en

vensterruiten patriotische opschriften als;

„lei on s.'honore du titre de citoyen" of

„Fraternité ou la mort," „Maison de la

Liberté" en dergelijke. Mademoiselle de

la Feuillade vond dit dom en smakeloos,

maar zij wist niet, of het harer tante aan-

genaam zou zijn, wanneer zij dit zeide, en

daarom deed zij het niet.

Na een langen rit waren zij eindelijk

bij het Palais d'Egalité (Royal) uitge-

stegen, om eenige kleinigheden te koopen.

Toen zij met hare boodschappen klaar

waren, liet Madame de Chäteauneuf hare

equipage wachten en betrad met Edmée

de Rue Neuve des Petits-Champs. Daar-

bij zeide zij levendig: „Kom, Edmée! nu

zal ik je eens iets laten zienl"

Zij gingen door een korte, nauwe straat,

welker naam Edmée niet zag, en kwamen

op een rond, open plein, waarop zij midden

tusischen apothekers- en kwakzalverskra-

men, die met gescheurde, kleurrijke annon-

ces van wonderkuren bedekt waren, een

geverfden houten obilisk zag, een armzalig

gedenkteeken voor de overwinning der

Sansculottes van den i oden Augustus.

„Kijk nu eens rondl" zei Madame de

Chäteauneuf met een eigenaardigen glim-

lach.

„Hier is niets te zienl" zeide Edmée

en opende wijd de oogen. „Waar zijn wij

eigenlijk ?"

„Op de Place des Victoires."

Zij zweeg en keek bijna plechtig naar

Edmée, die haar met een vragenden blik

aanzag. Daarop fluisterde zij met bewogen,

gedempte stem:

„Dit was eens de Place Royale, de trots

der de la Feuillades. De grootvader van

je grootvader, de hertog de la Feuillade,

liet haar ter cere van Lodewijk XIV aan-

leggen. Ik kan mij nog herinneren, dat

het standbeeld van den koning hier stond,"

zij wees op den obilisk, „en mijne moeder

heeft mij verteld, dat er in haar tijd altijd

rondom fakkels brandden."

Zij schudde weemoedig het hoofd en

keek, verzonken in de herinnering aan

vervlogen tijden, sitrak voor zich uit. Toen

hare nicht nog altijd bleef zwijgen, zeide

zij, terwijl zij langzaam door de Rue de

la Feuillade terugliepen:

„Ach, Edmée 1 toen zou het iets anders

voor je geweest zijn, naar Parijs te

komen!"

Edmée had de wenkbrauwen als in smart

of wrevel gefronst. Thans lachte zij, terwijl

zij hare tante aankeek en met hare heldere,

melodieuze stem zeide:

„Place des Victoires klinkt eigenlijk even

mooi als Place Royale. De grootvader

van mijn grootvader, de maarschalk, die

zulk een dapper held. was, had er zeker niets

tegen gehad. De godin der Victorie is

toch nu heerscheresse in Frankrijk. Maar

„God zij dank," voegde zij er bij, terwijl zij

de handen vouwde, „niemand heeft er aan

gedacht, het plein Place du Dix Aoüt te

noemen."

Op den terugweg maakten zij nog een

omweg over de Place de la Concorde,

die thans op bevel van den Eersten Kon-

sul Place de la Revolution moest ge-

noemd worden. Madame de Chäteauneuf

liet het rijtuig stilhouden en wees Edmée

het gipsen beeld van de vrijheid, dat op

hetzelfde voetsüuk sto.nd, hetwelk vroeger

aan het ruiterstandbceld van Lodewijk XV

tot piëdestal gediend had.

(Wordt vervolgd.)

CORRESPONDENTIE

Mej. J. M. te Amsterdam. Het spijt mij

wel voor u, maar, dank zij de vriendelijke

en talrijke aanbiedingen, welke wij mochten

ontvangen, waren wij al van een hulp

voorzien voor uw briefje arriveerde. Van

deze gelegenheid maak ik gaarne gebruik

om de lezeressen en lezers, welke mij

naar aanleiding van mijn verzoek hebben

geschreven, vriendelijk te bedanken.

/. E. R., Las Palmas. Gaarne zullen

wij aan uw wenk gevolg geven, het doet

ons veel genoegen dat u, zoover van patria

in ons blad een band met het moederland

ziet.

S. te Amsterdam. Het is uiterst moei-

lijk om in het geval door u bedoeld een

definitief antwoord te geven, wanneer men

alle details van deze zaak niet kent. Het

gebeurt vaak, dat door de slechte be-

legging het kapitaal geheel of gedeelte-

verloren is gegaan, zonder datmendc(n)-

gene(n)' die 't vruchtgebruik heeft (hebben)

er zelfs een verwijt van kan maken. Om

zulks te voorkomen, wordt het kapitaal

op het „Grootboek" gezet of -wordt door

den erflater in zijn testament bepaald, dat

op de belegging door den executeur

testamentair toezicht moet worden ge-

houden. Wij raden u in het onderhavige

geval aan, naar een behoorlijk advocaat

te gaan en hem te vragen in hoeverre de

rechten van de erfgename, die het vrucht-

gebruik van het kapitaal heeft, al of niet

WIE ZINGT DAAR?

DE ..NEW EDISON" =

NEWfÉlSilSON

- COMPARISON WIIHJ TUF LIVING AUTIST

"^ IU.VLALS NO DiniERENCE ■: ^

Wij noodigen U uit tot een bezoek

KUNSTZAAL EDISON

AMSTERDAM LEIDSCHESTRAAT 84

DEN HAAG LANGE POTEN 15

ROTTERDAM , . WITTE DE WITHSTRAAT 88

beperkt zijn. Zulke dingen moet ge niet

buiten den vakman-jurist houden. Zoo'n

advies kost u wat, doch is veel beter dan

de raad van een ondeskundige. Neem een

afschrift van het testament mee. Hebt gij

dit niet, zie dan te weten te komen, welke

notaris het testament heeft opgesteld.

Zr. I. E. J. te 's-Gravenhage, is zoo

vriendelijk er ons op te wijzen, dat de Be-

trekkingsgids, waarvan wij den uitgever

niet kenden, bij de Firma Beschoor, Nieuw-

straat 6, 's-Gravenhage, verschijnt.

H. B. te Leiden. Besten dank vooir uw

aanbod, misschien kunnen wij bij gelegen-

heid de foto's eens ter inzage ontvangen.

/. N. te Enschede. Wij hebben ónze

vaste fotografen en in den regel meer stof

dan wij Verwerken kunnen. Indien uw

vriend dus iets bijzonders heeft, laat hem

het dan zenden, doch alléén als het wer-

kelijk iets aparts is. Honorarium bepalen

wij naar de waarde, welke de foto voor

ons heeft.

Verschillende inzendsters. Wij zijn met

de kinderfoto's weer wat achter geraakt

en zullen trachten dezen achterstand in te

halen.

A. M., Enkhuizen. Natuurlijk begrijp ik

uw verlangen, de meesten van ons hebben

dat. Doch tenslotte is het wej zekerder

om een vaste positie te hebben ook als

„pennenlikker", dan vuil water weg te

gooien voor dat ge schoon hebt. Negen

van de tien brieven van lezeressen en lezers,

die niet met hun werkkring tevreden zijn,

spreken over aan de film gaan of... jour-

nalist worden. Dat schijnt geweldig te

trekken. Maar het jammere daarbij is, dat

dit nu juist ook de twee beroepen zijn,

welke slechts aan heel weinigen een goede

kans van slagen geven.

J. W. te 's-Gravenhage. Het gevraagde

recept hopen wij u spoedig te geven.

H. B., Deventer. Dat wij in den laatstcn

tijd alléén kruiswoord-raadsels geven, is

niet bepaald juist. Het tegendeel is waar.

Ons blad was zoo ongeveer het eerste,

dat in Nederland met dit soort begon,

doch ook het eerste dat er tijdig mee uit-

scheiden ging. Wat gij nu wilt is heelemaal

niet nieuw en daardoor wel wat afgezaagd,

In de maand Augustus geven wij heelemaal

geen raadsels. Ook op dit gebied moet men

even Vacantie hebben.

H. W. /. C. te Helmond. Op uw vraag

hoop ik u spoedig nader te antwoorden.

H. v. Z. te Leiden. Uw foto ontving

ik te laat voor het vacantie-no. Ze is ech-

ter ook te weinig „bijzonders" om te kun-

nen dienen. Voor u is ze aardig, omdat

ge de menschen kent. Voor anderen ech-

ter niet.

Mevr. J. D. te Amsterdam. Uw vraag

is heelemaal niet belachelijk. Natuurlijk is

het wel het beste, dat u het beestje de ge-

legenheid geeft om in de vrije lucht te

zijn, en daarvan dan tegelijk te profiteeren

voor datgene wat u noemt. U gaat toch

zeker zelve ook wel eens uit of een van

uw huisgenooiten. Beesten moeten net zoo

min als menschen opgesloten blijven. Ziet

gij geen kans om het diertje „uit te laten",

dan kunt u het zeker net zoo goed als een

poes dresseeren. Het kost u wellicht wat

meer moeite, dodi volg dezelfde methode.

Wanneer hij ondeugend isi geweest hem

bestraffen en beknorren, maar direct nadat

de zonde is verricht.

Toevallig hoorde ik van een dame, wier

hondje ziek was en dus niet op straat kon,

zij had hem ook gedresseerd, 't Had wel

veel geduld gekost, doch 't was gelukt.

Baron Evcrard verloor jong zijn vrouw, die hem twee jongen»

naliet. Humphrey, een wildzang, en Alfred, een zwakker ventje.

Hun franiche kinderjuffrouw heet Virginie. De baron is Ud van

het Parlement, wanneer hij thuis komt zijn de jongens erg blij.

Aan tafel vertelt de baron aan zijn zwager, die met hem mee-

gekomen is. dat hij van plan is de adel uit de buurt op een

diner te vragen.

Wat is dat adel, informeert Humphrey, Oom Charlie houdt hem

voor den mal en zegt dat het halve wilden zijn. )e begrijpt hoc de

jongens daar nieuwsgierig naar zijn en er met elkaar over praten.

Den volgenden dag gaft de baron met zijn zwager en Hum-

phrey naar de kerk. Oom Charlie verbaast zich er over dat

Humphrey zoo stil en gehoorzaam is. Hij weet niet hoc het

knaapje, gedurende den kersttijd nog altijd vol van de gedachte

aan zijn moeder is. Na de kerk gaan vader en oom met de

kinderen wandelen. De kleine Alfred is vaders lieveling. Oom

Charlie vermoedt dat Humphrey enn weinig jaloersch is.

Na dat oom weg is. smeedt Humphrey plannen om voor de

„wilden" die bij zijn vader tullen komen eten champignons te

verzamelen. Hij weet Alfred te overhalen om hem te volgen. Het

lesuurtje van Virginie valt hem wat zwaar,

Alfred wierp zich op hem en zoo rolden

zij over elkander heen, in het volle genot

der herkregen vrijheid. Dadelijk na de thee

zullen wij naar den vijver gaan, fluisterde

Humphrey. Maar Virginie had andere plan-

nen; tot hun groot verdriet werden de kin-

deren medegenomen om wat te wandelen

en een bezoek af te leggen bij een der

pachtersvrouwen.

Toen zij te huis kwamen was het voor

Alfred tijd om naar bed te gaan. Hum-

phrey plaatste zich op den rand van het

bed en sloeg Virginie aandachtig gade, ter-

wijl zij zijn broertje ontkleedde, opdat hij

weten zou hoe het eene kleedingstuk op het

andere volgde, want hij vertrouwde niet

zeer siterk op zijne eigen bekwaamheid als

kamenier.

Zijn gezichtje werd merkelijk langer,

toen hij ontdekte hoe veel banden er ge-

strikt moesten worden. In zijn ijver kwam

hij naderbij, toen Virginie ze alle, de een

na den ander losmaakte, peinsde over

de tegenovergestelde bewerking van het

losmaken, en verlangde te weten of het

dan de gewenschte uitwerking zoude

hebben.

„Doe het toch niet zoo schielijk, ik

kan het niet eens goed zien," riep hij

in zijne opgewondenheid uit, toen zij den

laatsten strik lostrok.

De blik van verbazing waarmede Vir-

ginie hem aanzag, riep hem weder tot

zichzelf, en oogenblikkelijk nam hij zijn

plaatsje weder in op den rand van

het bed.

Gelukkig voor hem was zij zoo ver-

diept in eene strafrede, omdat hij haar

in het Engelsch had toegesproken, en

niet in het Fransch, zooals hij als groote

jongen, moest doen dat zij vergat naar

zijne buitengewone belangstelling in hef

uitkleeden te vragen.

HOOFDSTUK IV.

De kleine Alfred droomde van eenen

groenen heuvel waarop hij en Humphrey

gezeten waren, bezig kransen van made-

liefjes te vlechten, toen op eens de

muggen op eene onaangename wijze hem

in het aangezichtje vlogen. Zij liepen op

zijne wangen en hij kon ze niet weg-

jagen. Hij keerde zich naar Humphrey

om hulp te vragen, maar toen voelde

hij van ééne zijde zulk een hevige wind-

vlaag, dat hij op zijde viel en van den

heuvel begon af te glijden. Hij greep

Humphrey aan om zich vast te houden,

en ontwaakte — noch heuvel, noch made-

liefjes ontdekkende, maar alleen Hum-

phrey, die zijn best deed hem uit het

bed te trekken. „Eindelijk!" fluisterde

deze, „ik dacht dat gij nooit wakker

Rheumatiek

Verkoudheid

Slapeloosheid

Influenza

Hoofd- en Zenuwpijn

Genezing en onschadelijkheid gegarandeerd.

tMrftiaar ty o«e Jtptlhtkm ,* ,'D,og„lcn f 0.80 at fl

Onze Vriendjes gnVrierjdinneljeó

Drie vrienden De kleine dikkerd

lantje met zijn hond

Twee broertjes

Klik toch ereis

vrlendellik

De kleine matroos 3o en Nellie

zoudt worden, alles heb ik beproefd. Ik

heb je kruimels beschuit in het gezicht

gestrooid, ik heb in je oor geblazen, ik

heb je heen en weer geschud tot ik

moede werd; want ik kon niet spreken

uit vrees dat Virginie wakker zou wor-

den. Wees nu heel stil, want zij heeft

zich ééns of tweemaal bewogen."

„Maar wat is er toch te doen,

Humphie ?" vroeg Alfred, de oogen wrij-

vende, „en waarom sta je midden in den

nacht op ?"

„Midden in den nacht," herhaalde

Humphrey, „wel het is klaarlichte dag.

Zie maar eens door de opening van het

luik hoe heerlijk de zon schijnt. Ik heb

al wakker gelegen vanaf dat de haan heeft

gekraaid, en het al lichter en lichter zien

worden, en ... ." Maar alvorens hij den

volzin voltooid had, was het slaperige

broertje weer op zijn kussen neergegleden.

„Alfred, Alfred!" fluisterde Humphrey over

hem heengebogen, in wanhoop, „Slaap wel,

Humphrey." antwoordde Alfred droomerig.

„Wat nu, ga je weer slapen," riep Hum-

phrey hem in het oor.

„Neen," antwoordde het kind.

,,Ja wel!" riep Humphrey, in zijne op-

gewondenheid vergetende, dat hij hard op

sprak.

„Neen, zeker niet," herhaalde Alfred,

alle moeite aanwendende om wakker te

blijven, maar de zware oogleden vielen

telkens weder dicht, hij kon ze niet open

houden.

Eene onheilspellende beweging in het

groote bed belette Humphrey te antwoor-

den, en met angst zag hij Virginie zich

omkeeren.

Alfred trok partij van dit oponthoud

en viel onmiddellijk in slaap.

„Kom, word nu wakker," zei Hum-

phrey een oogenblik later.

Alfred sprong op.

„Wat is er toch, Humphie?"

„Niets, maar herinner je je dan niet

ons heerlijk plannetje om vroeg op te staan

en paddenstoelen te zoeken?"

Alfred herinnerde het zich, maar het

plannetje scheen hem nu niet zoo be-

koorlijk als den vorigen dag,

„Nu opstaan, Humphre ?" zeide hij be-

drukt,

„Ja zeker," antwoordde zijn sterkere

broeder, „als wij maar eerst buiten zijn,

dan zult ge het wel prettig vinden. Ik

zal je eerst aankleeden en dan mijzelf,

kom dus dadelijk uit bed. Als je er eerst

uit ben zal het wel beter gaan."

De kleine Alfred was half geneigd te

schreien.

„Ik heb zoo'n slaap," klaagde hij.

„O, dat zal spoedig over zijn," hernam

Humphrey, de dekens wegtrekkend.

„Laat ons morgen liever gaan, Hum-

phie!'

Humphrey had zich omgewend om

Alfreds kousen en schoenen te krijgen

dus hoorde hij dit laatste voorstel niet.

Tot zijn grooten schrik had Alfred zich

nogmaals neergelegd, toen hij weder bij

het bed kwam.

„Wat zal ik toch beginnen ?" riep hij

in wanhoop uit. Eensklaps kwam er eene

gedachte, in hem op en liep hij naar 1

het andere eind der kamer,

Alfred was nog niet geheel in slaap en

door een geluid opmerkzaam geworden,

hief hij het hoofd op om te zien wat

zijn broeder deed,

„Wat ga je doen, Humphie ?" riep hij

uit, toen hij Humphrey zachtjes door de

kamer zag komen met een groote kan

water in beide handen.

(Wordt vervolgd.)


[Servetten vouwer?]

't Is 'n alleraardigste manier

van tafelversieren, wanneer men


EUmEUEEE-m tl ¥il^SCIHIIU)^E & C©<

Naar LEMMER (postdienst) met nieuwe dubbeldeksalonschepen

's morgens 9 uur en 's avonds 11 uur. Week-end trips.

Doorgaande plaatskaarten naar alle stations der Nederiand-

sche Tramweg Mij door geheel Friesland, Groningen en

Drente. Dagelijks behalve Zondags. Hutten aan boord.

Naar KAMPEN en ZWOLLE per salonboot, 's avond 9 uur.

Vanaf 13 Juli ook 's morgens 9.30 uur. Dagelijks behalve

's Zondags.

Naar ZWARTSLUIS en MEPPEL Maandag, Woensdag en

Vrijdag 's avonds 7 uur.

-y UW

Zenuwen

komen M

rush en

r

worden «Jes^rktf

door

Mijnhardhi

jZenuw-tebleHBiij

|^ Glazen buisje jjt

Alléén echh meh den Naam

flijnhardt op de Verpakking

CHEMISCHE WASSCHERIJ „DUINOORD"

Begoniastraat 188 en 190 - Den Haag • Tel. 36048

BINNEN 4 DAGEN ZONDER PRUSVERHOOGING

SPECIAAL IN HET REINIGEN VAN FIJNE DAMESTOILETTEN

VRAAGT ONZE PRIJSCOURANT

Holl. Indisch Restaurant NOBACK

RIJSTTAFELS vanaf f 1.25

HOLL. DINERS .... f 0.80, f 0.96 en f 1.25

PENSIONS: Sweelinckstraat 158,

Jacob Hopstraat 1 - DEN HAAG

Telefoon 36257 ^—^——

TIHIË C^¥E 0)^INIOIM€ 99

99

v/h MASCOTTE — 68 WAGENSTRAAT 68, DEN HAAG

HEEFT ZIJN OUD, GEZELLIG

io> n ii n n ica

WEER TERUG MET VOLLE MEDEWERKING VAN

THE ROYAL DANCING BAND

ONDER EMINENTE MUZIKALE LEIDING

VAN Mr. J. C. v. BRÜCK, EN ARTISTEN

VAN 4-8 UUR

/• r-

VAN 82-1/2 UUR

BEZOEKT IN DEN HAAG HET

Café Lunchroom „MARTIN"

BOEKHORSTSTRAAT 129 - TEL. 14141

2 BILLARDS Z.H. BIEREN

VOOR VERGADERINGEN ENZ. RUIME ZALEN DISPONIBEL

1EDEREN AVOND CONCERT ZONDAGS MATINEE

PAVILLON ORIENTAL

^^ NABLE ^^

GEVERS DEYNOOTWEG 17-19

SCHEVENINGEN

TELEFOON 50474

Geopend een naar de eischen des tijds inge-

richte Salon van de ouds gerenommeerde

HABLE-WAFELS

LUNCH- EN TEA-ROOM

Aangenaamsten rusUgstzitje van Scheve-

ningen, haiie lijn 8, tegen o ver de „Sein post"

RIJWIELBEWAARPLAATS

Zelfde firma als oo de Boulevard

Zeekant 9 - Telefoon 50318

M. A. M. VAN RAVESTEIN

Mutfrfebelen

w Muidjeuk \

Cjeefl het inwrijven met 1

PUROL;

dadelijk

verlichting

Naar MARKEN en VOLENDAM per stoomjachten. Touristen-

rondvaart dagelijks (ook Zondags) 's morgens 9.30 uur,

10.00 en 10.30 uur.

INLICHTINGEN, DIENSTREGELINGEN EN

BESPREKEN VAN SLAAPHUTTEN BIJ

J. G, KOPpE's Scheepsagenfuur

DE RUYTERKADE • AMSTERDAM

Teief. 42208, 44253 en 49432. (Zondags 44760).

'Beleefd aanbevelend.

MEVR. NOBACK

TANGO 1925

(de groote Modedans)

Onderwijs dsgeliiks

Dans Instituut

C KLINKERT

Sladkonderskade 192

Tel. 24232

Amsterdam

Naaml. Vennootschap

99

n^fi

Directeur E. BOERMA

DAMES-EN HEERENKLEEDER-

MAKERIJ

De Coupe in

nieuwe banen

wil zeggen :

De tol nog toe onop-

geloste moei lijUheid do or

! film en projectie opgelost

omdat de coupeurs. tij-

dens het snijden reke-

ning kunnen houden met

den indivtdueelen

lichaamsvorm.

Groningen

Heerenstraal 58

Telefoon 755

Amsterdam, Roltin 70, Telefoon35808

verdwijnt spoedig ^^

\Koker60dbij ApothenOn^tsten'

SCHILDEREN EN BEKLEEDEN

VAN AUTOMOBIELEN

Dlntelstraat 23 (Wijk VII)

Den Haas • Telef. 72373

Tegenover het Bureau van den

Postcheque en Girodienst

EERSTE KLASSE ENGELSCHE

GEMAAKTE HEERENKLEEDING

Ontvangen schitterende collectie

costuums en regenjassen

In orijzen vanaf f 32.50 tot f 70.—

„LONDON HOUSE"

Laan van Meerdervoort 136

Hoek van Dieneastraal DEN HAAG

GEEN FILIALEN ""

HET „BUREAU-PISUISSE"

Frankf nslag 166 - Den Haag

Telefoon 50585

Belaslzicb mei hel SAMENSTELLEN van

Cabaret-programma's en bel organiseeren

van Feestavonden, Concerten, Drawing-

room-Eater lain ment-ï, Soirees particulier es

Kindervoorstellingen, elc. elc.

Godfried de Groot

yTmstellaan 64 Amsterdam

Telefoon 28474

Specialiteit -in;

T^oderne en artistieke foto's

T^en aie de vele reproducties van ons

werfe in , Jtet Weekblad" Cinema ©theater

VOOR ADVERTKN11ES WENDE MEN ZICH TOT HET CENTRAAL ADVERTENTIE-BUREAU LOUIS BENJAMIN, STATIONSWEG 61 b, ROTTERDAM

.

THE BAMOÏT'S BABY

'T'om Bailey, die beschuldigd wordt van

■■• treinroof nabij het kleine stadje Three

Forks, maar onschuldig is, heeft een schuil-

plaats gezocht in de bergen, terwijl zijn intelli-

gent paard Silver King buiten de wacht houdt

en zijn meester waarschuwt als er menschen

in aantocht zijn. Juist zullen er die dagen

in Three Forks rennen gehouden worden,

maar de inwoners van het plaatsje weten

zeker dat hun kleuren niet hoog gehouden

zullen worden, daar Red Colby met zijn be-

roemd paard „Midnight" meedoet voor Raw-

son City. Daarom besluit de sheriff, dat als

Tom Bailey mee wil rijden met zijn paard

Silver King en hij dien dag niet lastig ge-

vallen zal worden. Tom krijgt hier lucht van

en besluit mee te rijden. Ook is e r dien dag

een tentoonstelling van babies in de plaats

en de trotsche vaders van Three Forks denken

allen hun baby den eersten prijs toe en aan

den sheriff zelf kan men wel zien dat indien

zijn spruit niet als overwinnaar uit den strijd

te voorschijn treedt er wat zal zwaaien.

Niemand is er op gebrand om io dezen jury

te zijn, zoodat Tom dit baantje opgedragen

wordt. Hij geeft den prijs aan het kleine

broertje van Esther Lacey, welke kinderen

een dronken stiefvader hebben. Deze, Hardi-

gan hoort van dit succes en haast zich van

Esther het geld in ontvangst te nemen.

Hij en de sheriff weten de rennen op te

houden tot zes uur, het tijdstip waarop Tom

niet meer vrijuit zal gaan. Tom gaat er even-

wel van door op Silver King. Hardigan heeft

in dronkenschap het kleine broertje van

Esther geslagen en het meisje heeft zich met

het kind naar het station Summit begeven,

waar zij de kleine aan de vrouw van den

stationchef wil toevertrouwen om hem naar

haar broer in Garson City te krijgen. Tom

ziet de beide kinderen en neemt ze mee naar

Summit. Hardigan heeft gemerkt wat er

gaande is en is bang dat uitkomt, dat hij

den treinroof heeft, gepleegd, want Esther's

groote broer woonde in die dagen ook bij hem

en weet dat hij schuldig is. Juist als Esther

in den trein stapt komt Hardigan met zijn

handlangers aan en de stationchef geeft den

kleinen jongen in handen van Tom om het

kind te redden. Na tal va i avonturen brengt

Tom het kind weer aan de vrouw van den

stationchef, die hem te spelen zet in een

zandhoop bij een ongebruikte rails. Harding

verneemt, dat Esther en haar broer met trein

113 naar Three Forks komen om de onschuld

van Tom aan het licht te brengen; de on-

verlaat wil den trein op de expresse laten

loopen, Tom zorgt evenwel, dat hij op dood

spoor terecht komt na eerst na een dollen

rit op Silver King den kleinen jongen daarvan

te hebben gered.

Dit sensationeele filmwerk,waarin Fred

Thomson en zijn beroemd paard Silver King

de hoofdrollen vervullen, wordt in ons land

uitgebracht door Loet C. Barnstijn's Film-

productions in Den Haag.


o« o- o «O c • o -o«o o«o -o« o o»o -o»o o»o

I FG^-IBilUEè 11M5

O

o

o

o

o

o

o

o

I

o

o

I o

o

G

o

o

o

c

o

PVeze dans, die voor twee jaren

- L ' opkwam, is heden nog van de

zijde van het publiek nog altijd

zeer geliefd. V/ij vinden het aan-

genaam voor de lezers van Het

Weekblad C. & Th. eens een

juiste theorie te schrijven.

De muziek, van amerikaanschen

oorsprong, bestaat uit 4/4 maat

en is in rythme beduidend lang-

zamer dan de fox-trot. Nog steeds

wordt Blues met Foxtrot ver-

wisseld, wat een groote fout is.

De grondregel der Blues luidt:

de voeten mogen elkaar nooit

aanraken.

THEORIE:

1. Looppassen voorwaarts en

achterwaarts: groote langgerekte

passen op 2 tellen.

2. Half wending voorwaarts:

vanuit de looppassen voorwaarts.

Rechtervoet schuin rechts voor-

waarts plaatsen, voetpunt goed naar buiten gedraaid (Ie en 2e tel).

Op den rechtervoet een halve wending naar rechts draaien en linker-

voet terug plaatsen {3e en 4e tel). Rechtervoet terugwaarts plaatsen

(5e en 6e tel). •

i .-X^K T?

—^^5^ AANVANG.

4. De manege (rijschool). Dit figuur bestaat uit op elkaar volgende

halfwendingen naar rechts, alzoo de voortloopende verbinding van

figuur 2 en 3.

S .--f^'-

t^'^ *

AANVANG

-^X^

5. Balance (op 6 tellen). Heer staat met het gelaat naar den muur

(wand). Linkervoet links zijwaarts plaatsen (Ie tel), rechtervoet aan den

linker trekken, doch niet aansluiten (2e tel). Linkervoet wederom naar

links plaatsen (3e tel). Rechtervoet weer aan den linker aantrekken,

niet aansluiten, lichaamsgewicht blijft op den linkervoet (4e tel).'

Rechtervoet naar rechts plaatsen (5e tel). Linkervoet aan de rechter

Vr

AANVANG

(De tellen 1, 2, 3, 4, 5 en 6 hebben betrekking op de Balance in 6 tellen,

de tellen 5a, 6a, 7a en 8a op de Balance in 8 tellen).

u

• o. 0»0' o»o o«o o«o 090- o»o

■o*o

aantrekken, niet aansluiten, lichaamsgewicht blijft op den rechtervoet

(6e tel). Dit figuur 2 of 3 maal herhalen.

6. Balance (op 8 tellen). Tot en met den 4en tel blijven de passen 0

gelijk zooals bij Balance op 6 tellen. Nu dezelfde passen naaf den •

tegenovergestelden kant (rechts) herhalen en aansluitend een balance 0

op 6 tellen uitvoeren. (

7. Aanslagpas voorwaarts: vanuit de looppassen voorwaarts: Rechter-

voet voorwaarts plaatsen, de voetpunt iets naar binnen gedraaid,

gelijktijdig een achtste wending naar links. ■ Lichaamsgewicht blijft op

den linkervoet (Ie en 2e tel). Gedurende de rust der rechtervoet naar

links, wordt gedraaid (binnenwaarts plaatsen), (3e en 4e tel) het

lichaamsgewicht op den rechtervoet worden overdragen. Linkervoet

voorwaarts plaatsen, voetpunt binnenwaarts gedraaid, en gelijktijdig

1/8 wending naar rechts, lichaamsgewicht op den rechtervoet (Ie en

2e tel). Gedurende de linkervoet naar rechts (binnenwaarts plaatsen)

en lichaamsgewicht op den linkervoet overdragen (3e en 4e tel)

wederom van voren beginnen.

8. Aanslagpas terugwaarts: Vanuit de looppassen achterwaarts:

Linkervoet terugplaatsen (Ie en 2e tel). Lichaamsgewicht blijft op den

rechtervoet. Linkervoet iets naar links en gelijktijdig iets naar voren.

Rechtervoet iets naar rechts en voorwaarts plaatsen (3e en 4e tel).

Lichaamsgewicht blijft op den linkervoet (3e en 4e tel). Dit geheel

herhalen. Deze passen moeten op de voetpunten uitgevoerd worden,

opdat het lichaamsgewicht niet op den niet bewogen voet overgaat.

Het lichaam moet bij het uitvoeren dezer passen iets naar voren

geneigd worden.

^


-

r

QirrrrmrTrrm .

More magazines by this user
Similar magazines