Opm. Drents landschap 22 - Stichting Het Drentse Landschap

drentslandschap.nl

Opm. Drents landschap 22 - Stichting Het Drentse Landschap

Kwartaalblad

22

juni 1999

no. 22

Biologisch Station

Het Drense Landschap

1


Kwartaalblad van de

Stichting Het Drentse Landschap

3

4

10

12

14

15

19

20

24

30

Kom er even voor zitten

— bestuursberichten

Biologisch Station

— terreinbeschrijving

Piet de Boer en Rikjan Vermeulen

Paardebloem

— flora en fauna

Joan D.D. Hofman

Het Heideblauwtje

— jeugdrubriek

Geert de Vries

Duurzame waterwinning

Het Uffelter Binnenveld

— wandelroute

Bertus Boivin/Eric van der Bilt

Uit het leven van een Landschap

— jubileumboek

Natuur in de Baltische staten

— reisverslag

Eric van der Bilt

Kortweg

— berichten

Agenda

Uitgave StichtingHet Drentse Landschap

Bezoekadres: Kloosterstraat 5 - 9401 KD Assen

Postadres: Postbus 83 - 9400 AB Assen

Tel. (0592) 31 35 52 / Fax (0592) 31 80 89,

e-mail: drents.landschap@worldonline.nl

Homepage: http://home-2.worldonline.nl/~drents

Bankrek. nr. 43.97.50.962 / Postbanknr. 19 45 729

Redactie E.W.G. van der Bilt, J.D.D. Hofman, S.S. van der Meer

Vormgeving Albert Rademaker BNO, Annen

Pre-Press Von Hebel bv, Groningen

Lithografie Arfo, Groningen

Druk en afwerking Boom Pers Drukkerijen BV, Meppel

Omslag Biologisch Station (Harry Cock)

ISSN 1380-3263

Overname van artikelen met bronvermelding is toegestaan.

De inhoud van de bijdragen van gastschrijvers weerspiegelt niet noodzakelijk

de opvattingen van de StichtingHet Drentse Landschap’.

Het Drentse Landschap is een uitgave van de StichtingHet Drentse

Landschap’. Het geeft informatie over de terreinbezittingen en

activiteiten van de Stichting. Het blad verschijnt viermaal per jaar,

bij het wisselen der seizoenen en wordt gratis toegezonden aan de

Begunstigers van het Landschap. Begunstiger kan men worden door

bijgevoegde kaart in te vullen en te verzenden. Minimale bijdrage

ƒ 35,– per jaar. Begunstiger voor het leven ƒ 750,– .

Als u ‘Het Drentse Landschap’ extra wilt steunen dan kan dat op de

volgende wijze:

Lijfrente-termijnen In plaats van uw begunstigersbijdrage. Dit is

een voor de Inkomstenbelasting aftrekbare periodieke bijdrage

(minimaal 5 jaar), die u met een eenvoudige notariële acte toezegt.

De kosten van de acte worden door ‘Het Drentse Landschap’ betaald.

Nadere informatie bij het bureau van de Stichting.

Giften Voor minimaal 1% en maximaal 10% van uw onzuiver

inkomen zijn giften aftrekbaar voor de inkomstenbelasting.

Legaten of erfstellingen Tot een bedrag van ƒ16.507,– (voor 1999)

is ‘Het Drentse Landschap’ geen successierechten verschuldigd.

Voor grotere bedragen geldt voor ‘Het Drentse Landschap’ het

speciale lage tarief van 11% over het gehele bedrag.


Bestuursberichten

Kom er even voor zitten

Het 65-ste levensjaar van onze

Stichting heeft bepaald geen rustig

verloop. Naast de vele geplande

activiteiten dienen zich ook geheel

onverwachte uitdagingen aan. De

meest in het oog springende daarvan is

het fraaie esdorp Orvelte, dat in 1998

in de problemen kwam.

De provincie Drenthe benaderde begin

1999 de StichtingHet Drentse Landschap

met de vraag aan te geven of en

onder welke voorwaarden zij de

exploitatie van de boerderijen en de

bijbehorende gronden van Orvelte op

zich zou willen nemen.

Dit verzoek gaf uiteraard aanleiding tot

veel en intensief beraad tussen directie

en de provincie en binnen het bestuur

van de StichtingHet Drentse Landschap’.

In dit nummer kunt u lezen

welke overwegingen tenslotte leidden

tot een voorlopige oplossing, waarin

de Stichting Doen een cruciale rol

heeft gespeeld. Het ziet er in ieder

geval naar uit dat dit schitterende

monument behouden kan blijven

onder de veilige vleugels van ‘Het

Drentse Landschap’.

Het ‘feestprogramma’ ter ere van onze

verjaardag vindt echter ook gewoon

doorgang. Talloze begunstigers

reageerden positief en soms heel gul op

ons verzoek om een donatie voor de

aankoop van de Lokkerij. Ook het

bedrijfsleven liet zich bepaald niet

onbetuigd. We willen iedereen heel

hartelijk bedanken voor deze steun.

Daarnaast is de reactie op onze

wervingsactie, die eind april plaatsvond,

zeer bemoedigend. We mochten

foto: Jaap de Vries

3

al bijna duizend nieuwe begunstigers

noteren.

Het bijzondere programma dat we

onze begunstigers en potentiële

begunstigers in de ‘Week van het

Landschap’ dit jaar willen aanbieden

is rond. U treft het aan in de ‘agenda’

op pagina 30. Het wordt een dag

waarin u kennis kunt maken met

allerlei facetten van de Drentse natuur

en cultuur. Een dag die u niet gauw

zult vergeten.

Maar er gebeurt nog veel meer.

Daarover de volgende keer.

Aleid Rensen

Voorzitter StichtingHet Drentse

Landschap

PS

Mensen die een

donatie voor

De Lokkerij

hebben gedaan,

kunnen vanaf

heden een poster

afhalen bij het

kantoor van het

rentambt,

Kloosterstraat 5

te Assen.


4

Terreinbeschrijving

Als gevolg van een bezuinigingsoperatie van de Landbouw Universiteit Wageningen

werd het Biologisch Station te Wijster na 70 jaar dienst gesloten. Dit ondanks de grote

internationale vermaardheid van het onderzoek en het hoge aantal publicaties in

internationale tijdschriften, waardoor de Drentse natuurgebieden met hun flora en

fauna op de wereldkaart werden geplaatst. Al in oktober 1998 werd de StichtingHet

Drentse Landschap’ eigenaar van de voormalige proefterreinen van het Biologisch Station.

Het lijkt dus goed iets over deze terreinen te vertellen. Maar allereerst: wat was het

Biologisch Station? Dit instituut was onverbrekelijk verbonden aan de persoon en

naam van Willem Beyerinck.

Het Drentse Landschap’ stelt

proefterreinen beschikbaar

Piet den Boer en Rikjan Vermeulen*

Willem Beyerinck, geboren te Utrecht in 1891, studeerde

Landbouwkunde in Wageningen. In zijn praktijktijd maakte

hij kennis met het bedrijf van W. Popping te Wijster, waar

hij na zijn studietijd terugkeerde en huwde met Geesje

Popping. Hij interesseerde zich al spoedig meer voor de

flora, fauna en voorgeschiedenis van het toen nog onbekende

Drenthe dan voor het boerenbedrijf. Hij begon dan ook in

1923 met een onderzoek naar de ééncellige zoetwaterwieren

in de overvloedig aanwezige heideplassen. Als een ecoloog

‘avant la lettre’ realiseerde hij zich, dat elke plas een eigen

milieu heeft en daardoor een eigen assortiment van

ééncellige wieren.

In 1927 promoveerde hij in Wageningen cum laude op het

proefschrift ‘Over verspreiding en periodiciteit van de zoetwaterwieren

in Drentsche heideplassen’. Intussen had hij het

‘boer-zijn’ er definitief aan gegeven en een woning laten

bouwen aan de Kampsweg, toen nog een zandweg. In dit

huis (Kampsweg 29), dat in 1927 gereed kwam, was een

werkkamer en bibliotheek gereserveerd voor zijn onderzoek,

en daarmede was het Biologisch Station geboren.

Om Beyerinck financieel te steunen richtten enkele bevriende

hoogleraren in 1933 de StichtingHet Biologisch Station

Nederland’ op. Naast de Drentse vennen onderzocht

Beyerinck subfossiele plantenresten in Friese en Groningse

terpen. Hiervoor legde hij een zadencollectie aan en schreef

een beroemd geworden Zadenatlas. Verder publiceerde hij

monografieën over de variatie van struikhei en over

Nederlandse bramensoorten. Tevens schreef hij over uiteenlopende

onderwerpen in ‘De Levende Natuur’.

Misschien wel de belangrijkste verdienste van Willem Beyerinck

was, dat hij tesamen met zijn vriend Gerrit Brouwer er naar

heeft gestreefd om tenminste een van de grote Drentse

heidevelden voor het nageslacht te behouden. Na een zorgvuldige

bestudering van de twaalf grote heidevelden, die in

de jaren ’20 nog aanwezig waren, viel de keuze uiteindelijk

op het Geusinger-en Dwingelderveld, en begon Natuurmonumenten

met aankopen.

Na de Tweede Wereldoorlog was Beyerinck door financiële

problemen gedwongen een overeenkomst aan te gaan met

de Landbouwhogeschool te Wageningen. Hij werd in 1953

Rijksambtenaar en tegen betaling van een lijfrente zou hij na

zijn pensioen in 1956 het Biologisch Station bezitten.

foto’s: Harry Cock


6 Terreinbeschrijving

Intussen had hij aan de overzijde van de Kampsweg grond

aangekocht en er in 1953 een landhuis laten bouwen

(Kampsweg 52). Na de pensionering van Beyerinck werden

er twee Leidse biologen benoemd aan het Biologisch Station.

Jan Barkman en Piet den Boer. Barkman hield zich vooral

bezig met plantensociologisch onderzoek aan mossen en

korstmossen en later ook aan paddestoelen. Dit laatste

onderzoek werd vooral door Eef Arnolds tot bloei gebracht.

Piet den Boer begon een onderzoek naar de populatiedynamica

van loopkevers.

Na het overlijden van Beyerinck in 1960 nam de Landbouw

Universiteit Wageningen het kadastraal perceel 110 van de

erfgenamen van Beyerinck over. Dit terrein ligt aan de

noordkant van de Kampsweg en tegenover het Biologisch

Station. Spoedig daarna werd een tweede terrein (P50) aan

de zuidkant van de Kampsweg, op 1 km afstand van het

Biologisch Station in de richting Spier, overgenomen van

een Asser tandarts. Daardoor konden we proefopstellingen

in het veld maken en veldwaarnemingen doen op loopafstand

van het laboratorium. In 1967 kreeg het Biologisch

Station een nieuw gebouw (Kampsweg 27) en later zelfs een

foto: Harry Cock

gastenverblijf. In 1969 werd de Amsterdamse bioloog Theo

van Dijk benoemd, die achtergronden van de voor- en

achteruitgang van de aantallen loopkevers in veldpopulaties

ging onderzoeken.

Het loopkeveronderzoek

Waarom zo veel en zo lang onderzoek aan loopkevers?

Allereerst werd aan het Biologisch Station fundamenteel

ecologisch onderzoek gedaan. Ecologische processen

verlopen uiterst langzaam over tijdsperioden van tientallen

tot honderden jaren. Met kortdurende observaties van

enkele jaren, zoals dat tegenwoordig gebruikelijk is, kan men

dus niet veel over deze processen zeggen. Met loopkevers

kan dat beter dankzij het langdurig onderzoek dat er aan

vooraf is gegaan. Hieruit blijkt dat ze gevoelig zijn voor

veranderingen in het milieu. Simpel gesteld is een verandering

in aantallen een aanwijzing dat er iets aan de hand is. Ten

tweede blijken loopkevers uitstekende indicatoren te zijn

voor de gezondheid van de bodem waarin de larven leven.

Het zijn niet erg kieskeurige rovers, zodat ze in principe

overal zouden kunnen leven. Maar vooral de larven zijn erg

gevoelig voor vocht- en temperatuursverschillen. De fysische

en chemische eigenschappen van de bodem bepalen dus

waar bepaalde soorten kunnen voorkomen en in welke aantallen.

Verder, mede door de verschillen in verbreidingsvermogen

(sommige soorten kunnen vliegen, anderen onder

bepaalde omstandigheden en weer anderen helemaal niet)

kunnen loopkevers ons vertellen in hoeverre natuurgebieden

geïsoleerd zijn en waar dus beheersmaatregelen moeten

worden overwogen. Loopkevers zijn in hoge mate indicatief

voor alle andere bodemgebonden dieren.

Fluctuaties door milieuomstandigheden

Al voor 1960 startte Piet den Boer met vangseries voor

loopkevers op het Dwingelderveld. In die tijd verkeerde dit

grote heideveld nog in redelijk goede staat. Al spoedig bleek

dat van jaar tot jaar de aantallen individuen van de

verschillende soorten loopkevers sterk wisselden. Door de

ononderbroken lange termijn van de vangsten konden de

fluctuatiepatronen van deze aantallen worden bepaald en

wiskundig worden gekarakteriseerd. Met deze modellen kan

thans de verwachte overlevingsduur van een bestudeerde


populatie worden berekend. Recente bemonsteringen door

Henk de Vries in vele grote en kleine heidesnippers in Drenthe

tonen aan dat deze modellen correct zijn. Zo werd duidelijk

dat in kleine, geïsoleerde natuurgebieden de kans op uitsterven

van bepaalde loopkeversoorten sterk toeneemt. In de vele

kleine heidesnippers, die Drenthe rijk is, zijn daardoor veel

minder heidesoorten te vinden dan vroeger het geval was.

Zoals gezegd, vertonen de fluctuaties van aantallen een sterke

relatie met allerlei directe milieuomstandigheden, zoals vocht

en temperatuur. Tot op de dag van vandaag zijn enkele vangseries

aangehouden, waardoor ook relaties konden worden

gelegd met andere factoren, zoals klimaatsomstandigheden,

vergrassing, begrazing en plaggen en de grootte van het

natuurgebied.

Uit onderzoek in de bossen van Polen blijkt dat naarmate

de bossen ouder worden de soortensamenstelling van de

loopkeverfauna verandert. In jong bos komen veel meer

kleinere soorten voor dan in oudere bossen. Verder blijkt

dat een bepaalde soort Olijfgroene/Zwarte bosloopkever

Pterostichus oblongopunctatus grotere individuen heeft in oude

foto: Rikjan Vermeulen

Biologisch Station

bossen dan in jonge bossen. Aan de grootte van deze, in

Nederland ook zeer algemene soort, kon dus worden

afgelezen welke andere bossoorten er in een bos ook zouden

moeten voorkomen, als er geen belemmeringen voor hun

verbreiding zouden zijn. In Polen wordt nu deze kennis

gebruikt om de kwaliteit van de bosbodem te bepalen.

Deze keversoort kan in Nederland indicatief zijn voor de

potentiële biodiversiteit van natuurgebieden.

Dit is maar een gedeelte van al het loopkeveronderzoek dat

aan het Biologisch Station in Wijster is gedaan. Op de door

de Landbouw Universiteit, en later door ‘Het Drentse

Landschap’, aangekochte terreinen zijn daarom allerlei

proefopstellingen gemaakt, die men nog steeds kan vinden

in deze terreinen.

Terrein P110 (Beyerinck)

Terrein P110, bijna 5 ha groot en gelegen aan de noordzijde

van de Kampsweg, ongeveer 200 meter ten westen van de

spoorlijn Groningen-Zwolle en direct tegenover het thans

gesloten Biologisch Station, was in de tijd toen Beyerinck het

aankocht nog een onderdeel van het natuurgebied Terhorster-

Nieuwe stichting zet onderzoek naar loopkevers voort

Pterostichus oblonqopunctatus,

de Olijfgroene/Zwarte bosloopkever.

De gemiddelde grootte van deze

kever is een weerspiegeling van

de bodemkwaliteit van het bos.

7

Carabus

cancellatus, de

Kettingloopkever,

een slachtoffer

van de zure regen

en vergrassing van

de heide in

Drenthe.


Loopkeveronderzoek op P110

Het perceel 110 was allereerst bestemd als proefterrein

voor het bestuderen van loopkeverpopulaties. Mede

daarom werden de verschillende delen van het terrein

jarenlang bemonsterd met standaardseries vangblikken.

Er werden 101 verschillende soorten loopkevers aangetroffen,

wat bijna een derde van de Nederlandse

soorten en ongeveer de helft van alle in Drenthe gevonden

soorten is. Van die 101 soorten werden er 13 in slechts

een enkel exemplaar gevangen, zodat men geneigd is

deze als toevallige gasten te beschouwen.

Waarschijnlijker zijn het kleine restpopulaties die hebben

kunnen overleven ondanks dat het terrein al 40 jaar

geïsoleerd was.

Populaties, die in kleine gebieden geïsoleerd raken, zijn

zeer kwetsbaar, nemen daar sneller in aantal af dan in

grote terreinen en lopen een grote kans daar uit te sterven

(Den Boer, 1976, 1998). Maar aangezien ook op het

Dwingelderveld in de jaren ’70 veel heidesoorten in

aantallen achteruit gingen, speelt kennelijk ook zure regen

met vergrassing hierbij een rol. Op het Dwingelderveld

trad na invoeren van machinaal afplaggen enig herstel

op (Den Boer & Van Dijk, 1994), maar in P110 niet. Daar

loopkevers minder algemeen geliefd zijn dan dagvlinders,

hebben ze helaas nooit volksnamen gekregen. Vandaar

dat ze veelal alleen maar een Latijnse naam hebben

gekregen.

Een van de grootste, ongevleugelde loopkevers, Carabus

cancellatus (Kettingloopkever), tot 3 cm lang, is in de

jaren ’70 zowel op het Dwingelderveld als in P110 uitgestorven.

Interessant is de brandproef met Pterostichus

quadrifoveolatus (Brandloopkever). Deze soort schijnt

speciaal af te komen (vliegend) op plaatsen waar hout is

verbrand. Deze kevers zijn in 1962 in grote aantallen bij

Dalerpeel gevonden waar in 1959 kienstobben uit het

veen waren verbrand. Ook na het verbranden van de

dennenopslag op het proefterrein werden een jaar na de

takkenverbranding 22 Brandloopkevers aangetroffen.

Een andere interessante vondst was Leamostenus terricola

(Holenloopkever), een grote, ongevleugelde kever, die in

konijnen- en vossenholen leeft. Op zich is de aanwezigheid

van die kever niet zo vreemd, ware het niet dat de kans

om zo’n kever in een vangblik aan te treffen niet erg

groot is. In het bosgedeelte van P110 werd in eind jaren

’70 een soort Abax parallelepipedus (Brede bosloopkever)

uitgezet. Deze soort kwam niet in het terrein voor, maar

zou wel in een bos van circa 60 jaar oud moeten kunnen

leven. Een aantal jaren zijn er inderdaad jonge kevers

gevangen, hetgeen betekent dat de soort zijn voortplanting

hier wel kon voltooien.

zand. Kort na die aankoop begonnen de ontginningen langs

het Looveen die verbinding te verbreken, waardoor het

terrein geïsoleerd temidden van cultuurland kwam te liggen.

Het bestond uit heide met boomopslag, een ondiep ven en

een strook dennenaanplant langs de weg uit het begin van

deze eeuw. Deze dennen hadden zich in de loop der tijd

uitgezaaid in de aangrenzende heide. Toen de Landbouw

Universiteit Wageningen het terrein aankocht, was het

veranderd in een donker dennenbos met ondergroei van

Pijpestrootje. Omdat er meer behoefte was aan een proefterrein

met heide, werden eind 1969 de dennen verwijderd

en de pollen Pijpestrootje afgeplagd. De vrees was dat er niet

spontaan heide zou ontstaan, maar deze zorgen waren overbodig:

binnen een paar jaar was er een mooie heidevegetatie,

vooral Dophei met op geplagde stukken zo hier en daar

Klokjesgentiaan en bij het ven Ronde zonnedauw. Door de

sterk wisselende waterstand in en rondom het ven moet er

geregeld opnieuw worden geplagd.

Langs de gehele noordrand van het perceel bevindt zich een

houtwal van vooral berken met in de noordwesthoek een

Veenmos

Archief HDL


uderaal berkenbosje. In de oude dennenaanplant aan de

Kampsweg sterven de dennen langzaam af en worden op

natuurlijke wijze vervangen door loofhout, zodat het op den

duur een geheel zal vormen met de aangrenzende strook

eikenberkenbos met onder meer Dalkruid, Lelietjes-van-dalen

en Zevenster.

In het gebied is een grote verscheidenheid aan zoogdieren te

vinden. Regelmatig worden er Konijnen en Hazen gezien

en zo nu en dan een Vos. Ook leven er grote aantallen

Bosmuizen en wilde Huismuizen en hebben vele tientallen

soorten vogels er hun onderkomen gevonden. Wat betreft

reptielen en amfibieën zijn de Adder, de Gewone pad en de

Groene en Bruine kikker waargenomen.

Terrein P50 (Taaiveen)

Het andere proefterrein (P50) ligt verderop aan de

Kampsweg naast het vakantiecentrum ‘Het Vennegien’.

Dit terrein bestaat voor de helft uit Struikhei en voor de

rest uit berkenbos met een stukje heide en een poel. In het

bosgedeelte van het terrein ligt een tumulus uit de IJzertijd.

Helemaal aan de zuidkant hoort de helft van het “Taaiveen”

bij dit perceel. Dit deel van het “Taaiveen”, waarin kienstobben

liggen, was eigendom van Gerrit Brouwer en is

destijds geschonken aan het Biologisch Station. Het heide

gedeelte werd op loopkevers bemonsterd en er werden

46 soorten aangetroffen. In 1974 heeft Staatsbosbeheer in

opdracht van het station de oude Struikhei gebrand. Dit

heeft weinig verandering in de loopkeverfauna gegeven.

Vrij recentelijk is nog een gedeelte aan de noordkant

geplagd en wordt nu door schapen begraasd. Wat andere

dieren betreft, worden er regelmatig reeën, Hazen, en een

Vos gezien. Ook zitten er vrij veel Adders.

Nieuwe stichting

Begin 1999 werd het veldstation in Wijster wegens

bezuinigingen gesloten. Officieel is het onderzoek naar

loopkevers afgelopen. Het veldstation is dicht. Om de

opgedane kennis en ervaring echter niet verloren te laten

gaan, maar in dienst te stellen van het natuurbeheer, is

besloten het werk particulier voort te zetten. Daarvoor is de

Stichting “Willem Beyerinck Biologisch Station” opgericht.

foto: J. van Osch

Biologisch Station

Olistophus rotundatus, een glimmend pekbruine heideloopkever. Wanneer deze

kever gevonden wordt, is de heide gezond.

Geheel volgens de traditie van Willem Beyerinck hebben

inmiddels hydrobiologen, gespecialiseerd op Drentse

vennen, zich hierbij aangesloten.

Geraadpleegde literatuur

9

* Dr. Piet den Boer en Dr. Rikjan Vermeulen

zijn voormalige medewerkers van het Biologisch

Station en thans werkzaam voor de stichting

Willem Beyerinck Biologisch Station.

Boer, P.J. den (1998). Leren van loopkevers. In Johan van Zoest (red.)

‘Biodiversiteit’, Uitgave KNNV: 62-70.

Boer, P.J. den & Th.S. van Dijk (1994). Carabid beetles in a changing

environment. Wageningen Agricultural University Papers 94-6: 1-30.

Lodewijks, J.H.S. (1974). Het archief van Dr. W. Beyerinck

(1891-1960). Uitgave van het Ministerie Landbouw en Visserij, 33 pp.


foto: Geert de Vries

10 Flora en fauna

Paardebloem

“Voor koortsen ende om het Bloedt te suyveren:

neemt van dit kruydt drie handen vol

ziedt het in een pint wey

todat een derden deel verzoden is

ende laet hier van dickwijls drinken”.

Joan D.D. Hofman*

Aldus een recept van dokter P. Nijlandt

uit 1682. Wie weet heeft u er iets aan.

En als het niet werkt, kunt u proberen

of thee van geschrapte paardebloemwortel

u misschien van de maagpijn af

helpt, zoals een medisch handboek uit

het begin van deze eeuw vermeldt.

En anders is het altijd wel ergens goed

voor, want al sinds de oudheid is de

geneeskrachtige werking van wortels

en bladeren van Paardebloemen tegen

uiteenlopende kwalen ingezet.

De werkzame stof zit in het bittere

melksap waarmee de hele plant gevuld

is. Dat sap waarvan je vroeger zulke

lelijke bruinkleurende vlekken op je

vingers en je kleren kreeg, als je met

de lange gladde bloeistengels speelde.

Bijvoorbeeld om na drie keer tegen

zo’n uitgebloeide pluizenbol geblazen

te hebben, aan de resterende pluisjes te

bepalen hoeveel kinderen je later zou

krijgen.

Het melksap is te vergelijken met het

sap van de rubberplant. In Rusland

wordt zelfs een soort Paardebloem

gekweekt om het melksap te gebruiken

voor het maken van rubber.

Consumptie

Behalve Paardebloemen te gebruiken

als geneesmiddel, kun je er ook gewoon

in de keuken een – naar men zegt –

smakelijke sla van maken. Het schijnt

naar andijvie te smaken. Je moet dan

jonge blaadjes nemen die in het donker

onder een laagje aarde zijn gegroeid.

Meteen begin april afdekken dus, of in

molshopen zoeken. Vandaar de naam

molsla.

Ook bij Reeën en Hazen vallen de

bladeren en bloemen goed in de smaak.

En bij konijnenhouders is het een zo

gewild deel van het voerpakket, dat

ze er met een jutezak voor door de

bermen kruipen.

Seksleven

Gezien het talrijke voorkomen van

Paardebloemen zou je verwachten dat

deze soort seksueel bepaald actief is.

Maar dat is hij niet in onze streken.

Zuidelijk van ons land plant de

Paardebloem zich wel gewoon voort

door middel van bevruchting, maar op

onze breedtegraad en noordelijker niet.

Bij ons maakt de plant fertiele zaden die

niet bevrucht zijn. Alle zaadjes en dus

ook alle nakomelingen zijn genetisch

precies gelijk (kloon) aan de moederplant.

En al die vaderloze nakomelingen

produceren weer precies dezelfde


zaadjes. En zo gaat dat maar door. Elke

plant draagt bij aan de uitbreiding van

de kloon.

Nou kan het heel zelden wel eens

gebeuren, dat er toch ergens in een

bloempje een actieve eicel zit. Die zou

bevrucht kunnen worden, want stuifmeel

is er meestal wel. En er groeien

altijd wel planten van verschillende

klonen bij elkaar in de buurt. De vele

insecten die op de nectar afkomen,

slepen het stuifmeel wel van plant naar

plant. Dan is het nog maar de vraag of

zo’n ‘normaal’ zaadje goed terechtkomt

en tot een plant met bloemen

kan uitgroeien. Als dat het geval is, dan

is er een nieuwe stammoeder voor een

nieuwe kloon. Genetisch uniek en net

iets anders dan de andere klonen.

Omdat ze allemaal wel tot dezelfde

soort worden gerekend, worden die

klonen microsoorten genoemd.

Soorten

Er zijn mensen die het leuk vinden

om uit te zoeken hoeveel van die

verschillende microsoorten ergens

voorkomen en zij sorteren de planten

op kleine verschillen en overeenkomsten.

Volgens de één kun je in

Nederland misschien wel honderd

microsoorten onderscheiden, volgens

anderen meer dan duizend. Het

perspectief is, dat ze er waarschijnlijk

nooit uit zullen komen.

Voor gewone mensen is er maar één

soort Paardebloem. Maar toch. Op

sommige standplaatsen komen Paardebloemen

voor die wel degelijk eigen

soortkenmerken hebben en specifiek

zijn voor een bepaald milieutype. Zo

worden naast de Gewone paardebloem

foto: Geert de Vries

bijvoorbeeld Duin-, Moeras- en

Schraallandpaardebloem onderscheiden.

Soorten van kwetsbare milieus en

daarom worden ze steeds zeldzamer.

Zo is er toch een reden om de zorg van

natuurbescherming ook op Paardebloemen

te richten. Maar dat is niet

nodig voor de Gewone paardebloem

die we overal tegenkomen.

Gewone paardebloem

Hoe mooi is het niet als de weiden en

bermen in april schitterend geel zijn,

gevolgd door de fase van de witgrijze

pluizenbollen. Het is een van de weinige

soorten die zich vooral op cultuurgrasland

en in uw gazon prima voelt.

Met zijn breed uitgespreide bladrozet

concurreert hij succesvol met de grassen

om ruimte en licht. Bovendien is hij

stressbestendig. Onrust, zoals maaien,

begrazen en vertrappen, graag zelfs.

Dan ontstaan er open plekjes om te

kiemen, of om bij beschadiging met

alle kracht uit de penwortel te herrijzen.

Onze gazonbewonende Paardebloemen

rekenen velen tot de categorie onkruid

en trachten hem dus te bestrijden.

Maar de maaimachine scheert over de

rozetten. En als de kop er toch eens af

gaat, dan krijg je er een paar nieuwe

voor terug. Om wanhopig van te

worden. De oude boerenmethode door

steeds net onder de grond de penwortel

af te steken en zo bladvorming te voorkomen,

put de wortel zo uit dat hij

het begeeft.

We zouden ook anders tegen de

Paardebloem aan kunnen kijken.

Genieten van zijn kleur die vooral bij

de eerste bloei in april – mei zo uitbundig

en beeldbepalend is. Genieten

van zijn bloem, die eigenlijk een hele

verzameling van dichtopeenstaande

afzonderlijke lintbloempjes is. Genieten

van de pluizenmassa die door de wind

uiteenvalt in allemaal parachuutjes

die elk een zaadje transporteren naar

hopelijk een succesvol plekje.

Genieten van zijn bijzondere rol in

de natuur.

* Drs. Joan D.D.Hofman is

bestuurslid en redacteur van

Het Drentse Landschap


Geert de Vries*

12 Natuurlijk

Het Heideblauwtje

foto: Geert de Vries

Twee gezinnen maken een heidewandeling. Na afloop heeft het ene gezin zin in patat

met een hamburger. Zo’n gezin kan overal terecht en zit in een mum van tijd aan de maaltijd.

Het andere gezin heeft veel meer moeite om een geschikte plek te vinden, omdat

pa een rustig restaurant wenst en ma een vegetarische loempia wil. Voor de kinderen

moet er een speeltuin zijn en de plek moet goed bereikbaar zijn voor rolstoelgebruikers

omdat één van de kinderen niet kan lopen. Zo is het ook met vlinders. Er zijn soorten

die weinig eisen stellen en overal voorkomen, zoals koolwitjes. Maar er zijn ook vlinders

die veel eisen stellen en daardoor op weinig plekken komen, zoals het Heideblauwtje.


Even voorstellen...

Er zijn een heleboel soorten

blauwtjes. In Drenthe zijn slechts

twee blauwtjes algemeen: het

Boomblauwtje en het Heideblauwtje.

Zie je in april en mei in

de tuin of op de hei een blauw

vlindertje, dan kun je vertellen

dat het een boomblauwtje is.

Iedereen zal verbaasd staan van

je kennis. Toch is het niet zo

moeilijk, omdat dit het enige

blauwtje in het voorjaar is. Fiets

je in de zomer over de hei en zie

je enkele blauwe vlindertjes bij

elkaar, vertel je metgezellen dan

met een deskundige blik dat het

Heideblauwtjes zijn. Dat is in

Drenthe namelijk het enige

blauwtje dat in kolonies leeft. Je

kunt er dan ook nog even bij

vermelden dat het mannetjes

zijn, want de vrouwtjes van het

Heideblauwtje zijn bruin.


Een jaar rond

Nadat het vrouwtje in juli haar

eitjes heeft gelegd, gaat ze dood.

Op zich is dat niet bijzonder,

want dat is bij alle vlindersoorten

zo. De eitjes blijven de hele

winter aan heidetakjes zitten.

In april komen de rupsen uit.

Pas na drie maanden heeft de

rups genoeg heide gegeten om

zich te kunnen verpoppen. Na

drie weken komt er een Heideblauwtje

uit. De meeste Heideblauwtjes

vliegen in juni of juli.

Gemiddeld leeft een Heideblauwtje

tien dagen.


’s Avonds gaan Heideblauwtjes in een

pol pijpestro slapen.

foto: Geert de Vries

• Veel eisen

Heideblauwtjes worden in

Nederland steeds zeldzamer.

Gelukkig zijn ze nog algemeen

op het Doldersummerveld en

het Groote Zand. Ze komen niet

op elk heideveld voor, omdat ze

hoge eisen aan hun woongebied

stellen. Zo moet de Dophei in

juni veelvuldig bloeien, want

Heideblauwtjes drinken veel

nectar. Struikhei geeft veel

nectar, maar die bloeit pas in

augustus. Dan zijn de meeste

Heideblauwtjes al dood. Nectar

dient als brandstof. Bovendien

heeft het vrouwtje veel nectar

nodig voor de ontwikkeling van

zo’n honderd eitjes.

De meeste eitjes worden gelegd

op Struikheide. Niet zo maar een

heidepol, maar bij voorkeur een

plant tussen de tien en vijftien

jaar oud. Daar zit voor de rups het

meeste voedsel in. Het vrouwtje

proeft voor alle zekerheid met

haar pootjes of er voldoende

voedsel in de blaadjes zit.

Wanneer ze dat heeft vastgesteld,

kijkt ze nog even of

er wel kale plekjes zijn bij de

heidepol. Een heideveld moet

gemiddeld voor een kwart

onbegroeid zijn. Pas als dit

allemaal in orde is, kan ze haar

ei kwijt.

Heideblauwtjes leven in kolonies.

Tegen de avond gaan ze bij

elkaar slapen, bij voorkeur in

pollen Pijpestro. Soms met wel

twintig in een pol.

Heideblauwtjes hebben niet

genoeg aan een dopheiveldje,

een struikheiveldje en een grasveldje.

Nee, alles moet ook nog

eens op een afwisselende

manier door elkaar heen staan.

Ook moet dit allemaal dicht bij

elkaar liggen, want het

Heideblauwtje is een slechte

vlieger.

Tenslotte zorgt een deel van

de Heideblauwtjes ervoor dat

hun rupsen in een mierennest

opgroeien. Niet zo maar een

mier. Nee, het moet persé een

Wegmier zijn.

• Toekomst

Het Heideblauwtje stelt hoge

eisen aan zijn woongebied. Het

is een kwetsbare vlinder die de

laatste jaren hard achteruit gaat.

Door ontwatering is veel Dophei

veranderd in pijpestrovlaktes.

Door de zure regen is veel

Struikhei verstikt door gras

(Bochtige smele). Ook zijn veel

kale plekjes dichtgegroeid met

gras. De natuurbeschermers

Jeugdrubriek

Heideblauwtje houden van kale plekjes tussen de heide.

doen hard hun best om ervoor

te zorgen dat het Heideblauwtje

zich in Drenthe thuis blijft voelen.

Het Heideblauwtje is een zeer

karakteristieke vlinder voor

Drenthe. Het is, zeg maar, een

echte Drent.

13

* Geert de Vries, consulent voor

natuur- en milieu-educatie in het

onderwijs, is lid van het algemeen

bestuur van ‘Het Drentse Landschap

foto: Geert de Vries


14

Steeds meer aandacht voor

duurzame drinkwaterwinning

Natuurbescherming en drinkwaterwinning. Jaren-

lang een combinatie die slecht samen leek te gaan.

Het roer is inmiddels om. Steeds vaker broeden

natuurorganisaties en waterwinbedrijven gezamen-

lijk op een bepaald probleem. Bijvoorbeeld hoe de

verdroging kan worden aangepakt. Maar twee

geloven op een kussen-slaapt daar de duivel niet

tussen? “Nee”, reageert directeur Karst Hoogsteen

van de Waterleidingmaatschappij Drenthe (WMD)

stellig. “Maar er zal altijd sprake zijn van een

spanningsveld tussen natuurwinst en waterwinning.

Dat is echter niet erg zolang je ook maar bereid

bent om compromissen te sluiten”.

Sonja van der Meer *

Enkele jaren geleden is de WMD

een andere weg ingeslagen.

Vanuit de gedachte dat het werk

zeer zeker nog voor verbetering

vatbaar was, werd er een nieuwe

visie ontwikkeld: een meer duurzame

aanpak van drinkwaterwinning

met natuurwinst. En het

bleef niet alleen bij ideeën en

plannen. In het project Hunzedal

werd papier werkelijkheid:

grondwaterwinning en natuurontwikkeling

moeten daar hand

in hand gaan.

De WMD wil in een deel van het

Hunzedal, bij de Breevenen,

3,5 miljoen kubieke meter grondwater

per jaar gaan winnen. Ter

compensatie van de verdroging

die grondwaterwinning met zich

meebrengt, wordt het gebied

vernat. In een zogeheten Milieueffectrapportage

(MER) legt de

WMD uit hoe ze dat denkt te

doen. Het rapport is klip en klaar

over de positieve uitwerking van

de aanpak op natuur en milieu.

foto: WMD

Volgens critici laat de MER echter

wel enkele vragen buiten

beschouwing. Hoe zit het bijvoorbeeld

met de gevolgen voor

natuur en milieu buiten het

wingebied en waarom is er niet

gekozen voor een andere meer

natuurvriendelijke waterwinmethode,

zoals oppervlaktewaterwinning?

Directeur Hoogsteen is zich bewust

van de kritiek die hij vanuit de

natuur- maar ook vanuit de

landbouwhoek krijgt. “Toch vind

ik dat we in Breevenen hebben

laten zien dat partijen die voorheen

als kemphanen tegenover

elkaar stonden, nu het gesprek

met elkaar aangaan. Dat is, vind

ik, al een winst op zich”, meent

Hoogsteen. “Bovendien”, vervolgt

hij, “ben ik er nog steeds van

overtuigd dat er voldoende

grondwater in Drenthe is en dat

drinkwaterwinning en natuurwinst

heel goed samen kunnen

gaan. We voeren ons water alleen

veel te snel af en daar kunnen we

iets aan doen”.

Op scherp stellen

In het hele project Breevenen

voert de WMD voortdurend

gesprekken met allerlei partijen,

zoals ‘Het Drentse Landschap’, de

landbouw en de bevolking. Is het

niet ontzettend lastig om steeds

maar rekening te houden met

zoveel meningen? “Natuurlijk is

dat niet altijd even leuk. Met ‘Het

Drentse Landschap’ voeren we

bijvoorbeeld nu de discussie over

de inrichting van het gebied. De

stichting vindt dat door wegen en

een fietspad de rust van weidevogels

verstoord wordt, terwijl

wij het belangrijk vinden dat zoveel

mogelijk mensen er kunnen

genieten. Dat zijn heikele punten

waarvoor niet altijd voor alle

partijen een bevredigende oplossing

is te vinden. Het is echter

wel inherent aan het streven naar

een win-win-situatie. Meningsverschillen

zijn ook niet erg, ze

kunnen je juist ook weer even

‘op scherp stellen’ ”.

Duurzaamheid

Duurzame waterwinning gaat in

de optiek van de WMD ook

gepaard met een duurzame, meer

milieuvriendelijke bedrijfsvoering

in de waterwingebieden. Vooral

de landbouw kan daar veel aan

doen. Vandaar dat de WMD

onlangs gestart is met een project

dat gericht is op het stimuleren

van biologische landbouw.

Achterliggende gedachte is dat

milieuvriendelijke landbouw ten

goede komt aan de kwaliteit van

het drinkwater. “Het is een

duidelijk voorbeeld van hoe de

WMD bezig is met het thema

‘Duurzaamheid’. Natuurlijk hebben

we geen kaas gegeten van het

boerenbedrijfsleven. Daar willen

we ons ook absoluut niet mee

bemoeien. Wat we wel proberen

is boeren te stimuleren om na

te denken over hoe ze milieuvriendelijker

kunnen werken.

Daarover adviseren we ze. Maar

dat geldt voor al onze activiteiten.

We geven advies en hopen dat

bedrijven zich er daardoor

bewuster van worden dat ze een

steentje kunnen bijdragen aan de

kwaliteit van het drinkwater”.

* drs. Sonja van der Meer is

PR-functionaris bij de Stichting

Het Drentse Landschap’.

(Deze pagina wordt verzorgd door de

NV Waterleidingmaatschappij “Drenthe”)


foto: Sipke van der Veen

Een eindje om met Het Drentse Landschap

Bertus Boivin / Eric van der Bilt

Startpunt vanaf de Drentsche Hoofdvaart de

afslag Uffelte nemen, de doorgaande Ruiterweg

volgen, tegenover de golfbaan bij de groene wegwijzer

linksaf de Uffelterkerkweg op, na zo’n

200 meter linksaf de Markegenotenweg, start

wandeling bij het informatiebord links van de weg

Parkeren in de berm van de Markegenotenweg

Openbaar vervoer Arriva lijn 20 (uursdienst op

werkdagen en op zaterdag) vanaf NS-Station Assen

(65 min.) en NS-Station Meppel (25 min.), halte

Uffelte, Café Schenkel

Lengte wandeling circa 5 km

Benodigde tijd 1 1 / 2 à 2 uur

Begaanbaarheid paden deel van de route over

terrein dat een deel van het jaar nogal nat is, in die

periode zijn laarzen gewenst

Honden niet toegestaan (runderen op het terrein)

De route is uitgezet met paaltjes met een

paarse kop.

Wandelroute

9

Het Uffelter Binnenveld

Tussen Uffelte en Havelte ligt het Uffelter

Binnenveld: een prachtig mooi stukje Drents landschap:

prachtig ‘oerbos’, besloten heideveldjes,

raadselachtige bosvijvers, grillige vliegdennen,

bloeiende schraallanden en de mooiste vennetjes.

Een lust voor het oog én voor het oor. Wie hier

een middagje gewandeld heeft, weet één ding

beslist zeker: de kikker voelt zich minstens net zo

goed als u thuis op het Uffelter Binnenveld...


Het Uffelter Binnenveld

• Vanaf het informatiebord volgt u het paadje tot

de driesprong aan de bosrand.

Onmiddellijk merkt u dat het Uffelter Binnenveld een zeer

bijzonder terrein is dankzij de voortdurende afwisseling

tussen hogere, nogal geaccidenteerde stukjes bos en de

kletsnatte lage delen. U moet zich het Binnenveld voorstellen

als een smalle dekzandrug op de flank van de Havelterberg

langs de rand van het stroomdal van de Oude Vaart. In dit

stroomdal werd indertijd de Drentsche Hoofdvaart gegraven.

Rechts van het pad ziet u een uitgestrekt gebied met vennetjes

waar Veenpluis en Zonnedauw zich goed thuis voelen. Bij

nadere beschouwing is het natuurlijk erg opmerkelijk dat dit

natte veld een stuk hoger ligt dan de weilanden erachter

langs de vaart. Hier is maar één verklaring mogelijk: een

keileemlaag zorgt er hier voor dat het water niet kan afstromen

naar lagere regionen. Het ven links van het pad ziet er

‘onnatuurlijk’ groen uit dankzij het Waterdrieblad dat vrijwel

het hele oppervlak van het ven begroeit. Vanwege de zee

van witte bloemetjes levert dat in met name mei en juni

een spectaculair schouwspel op.

• Op de driesprong gaat u linksaf. Het pad brengt u

door het bos naar het wildrooster aan de overkant

van het veld.

In het bos komt u rechts van het pad langs een klein vijvertje,

aan de overkant van het pad liggen nog twee van zulke

poeltjes. Je hoeft geen afgetrainde natuurvorser te zijn om

onmiddellijk in de gaten te hebben dat deze vijvertjes

oorspronkelijk weinig met de natuur te maken hadden.

Rond de vijvers liggen enorme brokken beton, langs het pad

ligt een betonnen trapje dat in de vijver lijkt af te dalen.

Op deze plek lagen oorspronkelijk bunkers van het afweergeschut

van het vliegveld Havelte waar de bezetter in

1942 mee begon te bouwen. Het vliegveld was het grootste

bouwproject dat de Duitsers in Drenthe realiseerden. Een

citaat uit een brief uit september 1944 van de burgemeester

van Steenwijk, waarin hij alle mannelijke arbeidskrachten uit

zijn gemeente vorderde ‘om U op maandag 2 October

1944 des voormiddags om 7.30 uur, voorzien van een

schop, te melden aan de pastorie in Havelte’. De vijfhonderd

Steenwijkers, die uiteindelijk onder militair escorte afreisden,

vormden slechts een klein deel van het enorme leger

dwangarbeiders dat het project zou realiseren.

© Topografische Dienst Emmen

Een eindje om met Het Drentse Landschap

Start

Vóór de basis in gebruik kon worden genomen,

was Havelte een geliefd doelwit van geallieerde

bombardementen geworden, zodat het vliegveld

feitelijk nooit voltooid werd, al konden er op het

laatst wel vliegtuigen landen en opstijgen. Op 9 april

1945 – enkele dagen voor de komst van de geallieerde

troepen – bliezen de Duitsers het hele complex op.

Archief HDL


Zo werden drie massieve betonnen bunkers stille bosvijvertjes

met donkerbruin water waar kikkers en salamanders zich

uitstekend thuis voelen. Overigens, op tal van plaatsen in

het Uffelter Binnenveld ziet u de sporen van menselijke

activiteit. Zo zijn kriskras door de hogere delen de resten

nog duidelijk zichtbaar van kilometerslange loopgraven die

bedoeld waren om zoveel mogelijk van de menselijke

activiteiten ter plaatse aan het oog te onttrekken.

Wandelroute

• Voor het wildrooster gaat u rechtsaf. Het pad volgt

het raster.

De afgelopen jaren hebben zich grote veranderingen voorgedaan

op het Uffelter Binnenveld. Het dempen van een

diepe waterschapsleiding dwars door het terrein zorgt er

sinds de herfst van 1998 voor dat het water op het veld wordt

vastgehouden waardoor het een stuk natter is geworden.

Dit deel van de wandeling gaat over cultuurgrond die ‘Het

Drentse Landschap’ nog niet zo lang geleden aan het terrein

kon toevoegen. Door de veel hogere waterstand zal een

groot deel van het bos, waar u min of meer met een boog

omheen loopt, verdrinken. Een aantal jaren geleden liep

deze paaltjeswandeling nog dwars door het bosje, nu staat

er hier op sommige plaatsen al meer dan een halve meter

water. Het verhogen van de grondwaterstand zal het Uffelter

Binnenveld veel meer van zijn oude structuur teruggeven:

een afwisselend landschap met bosjes, heide, vennetjes en

schraallanden aan de voet van de helling van de

Havelterberg.

• Bij de bosrand gaat u linksaf door de wal het bos in.

Voor u linksaf gaat, zou u eigenlijk even het pad rechtdoor

moeten volgen. Enkele tientallen meters

verderop is namelijk aan weerszijden van het

pad het tracé van de gedempte sloot nog goed

herkenbaar. Hier was de sloot meer dan drie

meter diep. Grote hoeveelheden water werden

er doorheen afgevoerd in de richting van de

Drentsche Hoofdvaart.

Archief HDL

Archief HDL


18 Het Uffelter Binnenveld

• In het bos gaat u op de driesprong linksaf.

De naam ‘Binnenveld’ herinnert aan de bijzondere ligging

van het terrein. Meestal was het in Drenthe zo dat het veld

rond de dorpen buiten het cultuurland lag; het ‘buitenveld’

dus. Soms echter lagen de dorpen zo dicht bij elkaar dat de

cultuurgronden een heideterrein omsloten, zoals hier bij het

Uffelter Binnenveld.

In het bos zijn twee sporen van menselijke activiteiten

duidelijk van elkaar te onderscheiden: de grillige loopgraven

en de rechte walletjes die door de eigenaren van de grond

als perceelgrens werden opgeworpen.

Als een echt Drents bos is het bos op het Uffelter

Binnenveld relatief jong. Op de kaarten van rond de eeuwwisseling

is het Binnenveld nog vrijwel boomloos getekend.

Pas in de jaren twintig begon de hei bebost te raken; deels als

gevolg van natuurlijk opschot toen de schaapskudden van de

heide verdwenen, deels bewust aangeplant als productiebos.

• Via het heideveldje gaat u na de waterplas aan uw

linkerhand rechtsaf het bos in.

Kortgeleden is ‘Het Drentse Landschap’ op het Uffelter

Binnenveld overgeschakeld op een andere manier van

begrazing. Al met al zo’n vijftien jaar lang hebben schapen

het gebied begraasd. Onlangs zijn er een stuk of tien Schotse

Hooglanders voor in de plaats gekomen. Schapen zijn veel

kieskeuriger grazers dan runderen. Op zoek naar de lekkerste

hapjes eten schapen erg veel kruiden en struiken. In een bos

als dit zouden schapen ervoor kunnen zorgen dat geen enkele

jonge boom de kans krijgt zich te ontwikkelen. Pas toen

Het Drentse Landschap’ hier met runderen ging werken,

durfde men dit stuk bos binnen het raster te trekken.

Het eerste stuk van het bos is nog duidelijk herkenbaar

als ‘keurig’ productiebos, verderop wordt het bos steeds

natuurlijker en ziet u duidelijk de kenmerken van het typische

Drentse bos, waar eik en hulst domineren. Zomers is de

grond in het bos bedekt met grote velden met Stekelvaren.

Het pad brengt u door het bos via het wildrooster

op een zandpad waar u rechtsaf gaat.

Dit oude zandpad volgt de grens van het beekdal van de

Oude Vaart en het Binnenveld. Aan het eind van het bos

ziet u opnieuw het tracé van de waterleiding die tot voor

kort het veld ontwaterde. Aan de overkant van het pad

eindigt de sloot nu.

Het grasland rechts werd in de eerste jaren van de 20ste eeuw

aangelegd, nadat er een dikke laag zand gewonnen was voor

de trambaan langs de Drentsche Hoofdvaart. Een eindje

verderop ziet u een merkwaardig heuveltje in het land liggen.

Hier stond vroeger een huisje. Alle grond eromheen werd

destijds weg gegraven.

Het Drentse Landschap’ is al een flink aantal jaren bezig

het grasland hier te verschralen. Het groenland wordt

bewust buiten het omrasterde terrein gehouden, omdat de

Hooglanders anders wel heel gemakkelijk hun kostje bij

elkaar zouden scharrelen...

• Voorbij het open terrein gaat u rechtsaf en komt

u via het wildrooster weer in het bos.

Runderen ontzien de jonge boompjes, schapen niet. En in

het bosje hier is duidelijk te zien wat daar het gevolg van is.

Liepen we net nog door een tamelijk natuurlijk bos met alle

mogelijke ondergroei van jonge bomen en struiken, hier is

dat (nog) een stuk minder. Het zichtbare gevolg van vijftien

jaar smikkelende en smullende schapen...

• Aan de rand van het bos gaat u op de driesprong

rechtsaf.

• Op de volgende driesprong gaat u linksaf. U bent terug

op het pad van het begin van de wandeling.

© StichtingHet Drentse Landschap

Bezoekadres: Kloosterstraat 5 - 9401 KD Assen

Postadres: Postbus 83 - 9400 AB Assen

Tel. (0592) 31 35 52

e-mail: drents.landschap@worldonline.nl


Het is al vaker gezegd, maar

een jubileum mag niet zomaar

voorbij gaan. Het is een goed

moment om even stil te staan

bij datgene wat is geweest. Om

die reden heeft de Stichting

Het Drentse Landschap’ aan

Prof. Dr. H.T. Waterbolk

gevraagd

de geschiedenis

van

onze organisatie

aan

het papier

toe te

vertrouwen.

Een

taak, die

hem op

het lijf geschreven

is, omdat

hij als lid

van het

Dagelijkse Bestuur meer

dan vijftig jaar de stichting

van nabij meemaakte. In die

tijd is er veel veranderd.

Niet alleen in de Drentse

natuur, maar zeer zeker

ook in het werk van de

stichting. Vooral de

beginperiode van ‘Het

Drentse Landschap

wordt gekenmerkt door

machteloosheid, omdat

er geen geld was om

terreinen aan te kopen.

Jubileumboek

De StichtingHet Drentse Landschap’ bestaat dit jaar 65 jaar. In ‘Uit het leven van een Landschap’ worden deze

jaren op intrigerende wijze door Prof. Dr. H.T. Waterbolk beschreven. Dat betekent overigens niet dat er daarvoor

geen natuurbescherming in Drenthe was. Ook in de 19 de eeuw had de Drentse overheid oog voor het Drentse natuurschoon.

In het prachtig geïllustreerde boek van Waterbolk kunt u lezen hoe men in die tijd met natuur en cultuur omging.

Uiteraard staat het werk van onze eigen stichting centraal in dit boeiende boek, maar het werk van andere natuurorganisaties

in Drenthe passeert eveneens de revue. Een compleet boek met 240 bladzijden en meer dan 100 illustraties

over de Drentse natuurbescherming. Een must voor iedereen die de natuur in deze provincie een warm hart toedraagt.

Gelukkig is het tij gekeerd en

is de stichting inmiddels stevig

geworteld in de Drentse

samenleving.

Het Drentse Landschap’ was

niet de eerste organisatie die

zich opwierp als beschermer

van de Drentse natuur en zou

ook niet de laatste zijn.

Bekende namen als Staatsbosbeheer,

Vereniging

Natuurmonumenten en

Stichting Oud Drenthe gingen

haar voor. In het boek is

ruime aandacht voor deze

collega-instellingen van

Het Drentse Landschap’.

Op de barricaden

Een organisatie is niets zonder

haar mensen. Dat geldt zeer

zeker ook voor ‘Het Drentse

Landschap’. Competente

bestuurders, aankopers en

beheerders hebben de

stichting een geheel eigen

gezicht gegeven in Drenthe.

Prof. Waterbolk heeft dit van

nabij meegemaakt. Hij weet

dan ook op boeiende wijze te

vertellen hoe de opeenvolgende

voorzitters een

stempel hebben gedrukt op

het beleid van de stichting.

Liefde en interesse voor de

eigen Drentse natuur en

cultuur, zorgen ervoor dat

Het Drentse landschap’ in

haar 65-jarig bestaan regelmatig

op de barricaden staat.

Een ‘must’

Bij een geschiedenis van een

organisatie horen uiteraard

ook anekdotes. Het is doorspekt

met leuke ‘weetjes’ over

Het Drentse Landschap’ en

daarmee doet het op alle

mogelijke manieren recht aan

de stichting. Wie wil weten

hoe ‘Het Drentse Landschap

is geworden tot wat ze nu is,

moet zeer zeker ‘Uit het leven

van een Landschap’ gaan

lezen. Verder is het een aanrader

voor een ieder die

geïnteresseerd is in de Drentse

natuur en cultuur, want het

boek staat boordevol verhalen

en prachtige foto’s. Het kost

voor begunstigers slechts

ƒ 25,00 als u vóór 15 oktober

de bijgevoegde antwoordkaart

terugstuurt. Het boek is

vanaf oktober in de boekwinkels

te verkrijgen voor

ƒ 34,95.

19

Bij voorintekening

voor

begunstigers

slechts

ƒ 25,00


20 Reisverslag

Natuur in de Baltische staten:

een boeiende verkenning

Rapunzel

Archief HDL

Eric van der Bilt*

De rentmeesters van de Provinciale Landschappen bezochten in 1998 Estland,

Letland en Litouwen. Tweeduizend kilometer in een bus rijden leverde veel prachtige

natuurervaringen en overdenkingen op. In dit reisverslag deel ik deze graag met u.

De excursie startte in Vilnius. De hoofdstad van Litouwen

ontstond nabij de plaats waar de rivieren Neris en Vilnia

samenvloeien. In het omvangrijke middeleeuwse centrum

wordt op grote schaal gerestaureerd, in een streven de

nieuw verworven vrijheid vorm te geven. Van Vilnius reden

we door golvend ijstijdenlandschap met houten huisjes,

ogenschijnlijk zomaar neergesmeten in het bos.

Onze eerste bestemming was het Aukstatijos National Park.

Het werd in 1973 ingesteld en bevat ongestoorde natuur

ter grootte van 30.000 ha. met meer dan 100 meren, vele

glaciale heuvels, rivierdalen en omvangrijke naaldbossen. Er

komen meer dan 700 plantensoorten voor, 140 broedvogelsoorten,

78 soorten vissen en zo’n 100 soorten zoogdieren

waaronder Lynx, Bruine beer, Wolf en Eland.

Midden in het bos lag een onwaarschijnlijk mooi hoogveentje,

helemaal roze van de Lavendelhei, met Rozemarijn en

kreperende berkjes. Bij nauwkeurige bestudering bleek dat

de minuscule slenkjes vol stonden met Scheuchzeria, een

kostbaarheid die we slechts van afbeeldingen kenden. Open

plekken, veelal aan de rand en enigszins beschaduwd door

bomen, die op de oever stonden, waren massaal begroeid

met zeer vitale Slangenwortelvegetaties.

De tocht ging vervolgens in een lange rit door eindeloze

bossen naar de Letse grens naar Cesis, het vroegere Wenden.

De Duitse invloed is in de Baltische staten evident. Vanaf

de 12e eeuw zijn de Teutoonse Ridderorden hier actief

geweest, wat te zien is aan de vele burchten en landgoederen.

Rijkdom

Het Nationaal Park Gauja werd in 1973 ingesteld en omvat

ruim 92.000 ha. Het bergachtige landschap in het park kent

een grote afwisseling met opvallend rode rotsen. Via een

4

1. Akostatijos Nationaal Park

2. Gauja Nationaal Park

3. Nigula hoogveenreservaat

5

3

1

2

6

4. Panga

5. Matsalu

6. Laheema Nationaal Park


Nigula

glibberpad liepen we langs de Amata rivier. De rijkdom aan

plantensoorten was buitengewoon groot: Christoffelkruid,

Knikkend nagelkruid, Soldaatje, Bremraap en Vogelnestje.

We volgden de kronkelende en redelijk snel stromende

rivier over door omgevallen bomen of aardverschuivingen

geblokkeerde paden.

Daarna reden we naar Riga. De hoofdstad van Letland is de

grootste havenstad van de Baltische staten en met 1 miljoen

inwoners ook de grootste stad. De stad maakte een stijvere

indruk dan Vilnius. Haar verleden als Hanzestad zal daar

niet vreemd aan zijn. De oude kwartieren werden volop

opgeknapt en het was er gezellig.

Naar het noorden rijdend viel op dat rond de steden de

landbouw wat rationeler was opgezet. Soms zagen we zelfs

groepen koeien en cultuurtechnische activiteiten. Hier en

daar stonden zelfs rasters wat zeer ongebruikelijk is, omdat

de koeien veelal individueel aan de stik staan of in klein

aantal door een “koeman” worden gedreven. Hier en daar

zagen we de povere restanten van de Kolchoze-boerderijen.

We reden door een glaciaal landschap dat benadrukt werd

omdat op veel percelen enorme hopen veldkeien waren

geconcentreerd.

Huiveringwekkend

We waren op weg naar het 2770 ha grote hoogveenreservaat

Nigula, net over de grens in Estland. Het Nigulaveen is

een boomloos hoogveen. Eerst liepen we door een Grove

dennenbos met een zee van Moerasrozemarijn eronder. Een

enorme lege vlakte ontrolde zich voor onze ogen, spaarzaam

begroeid met ‘kwarrige’ Grove dennen. Als je goed keek

zag je talloze slenken en ruggen. We liepen met de groep

over planken door het veen. Midden op het veen lagen

talloze watertjes, soms schitterend verlandend met vegetaties

van Slijkzegge. De bruinige, modderige poelen waren

levensgevaarlijk. Onze gids duwde met een hand een bijna

4 meter lange stok zo de prut in. Het gaf wel een huiveringwekkende

dimensie aan de angst die mensen vroeger voor

het veen hadden. We zagen een alarmerende Bosruiter die

bovenin zo’n kwarrige den zijn jongen waarschuwde. Af en

toe vloog een Goudplevier op en trokken Kraanvogels over.

Met de pont voeren we naar het eiland Saaremmaa, het

grootste eiland van Estland. Saaremmaa bestaat voor een

belangrijk deel uit zeer schrale weiden met jeneverbes-

Archief HDL

struwelen. Ons eerste bezoek gold de prachtige kliffenkust

van het Panga park. De zee was net een brak meer met veel

algen. Overal lagen zwerfstenen in het water hetgeen een

parkachtige aanblik opleverde. Op een bepaald moment

klommen we naar boven. Onvoorstelbare plantenrijkdom

kwamen we tegen. Keverorchis, Soldaatje, Vliegenorchis,

Rozenkransje. Via Kikelkonna reden we naar het park

Viidumae loodusk. Opnieuw was het onvoorstelbaar zoveel

verschillende soorten planten we tegenkwamen. Twee soorten

vetblad, Wildemanskruid, primula’s, orchideeën. Bloemrijke

graslanden waar wij alleen maar van kunnen dromen, oude

bossen met een rijke ondergroei, prachtige kwelmilieus met

puur zeldzaamheden. Tussen dekzandruggen ingelegen

kleine hoogveentjes met kwelmoerasjes.

Steun

Vanuit Saaremmaa reden we naar de baai van Matsalu welke

met de aanliggende moerassen een natuurreservaat van

internationale allure vormt. De baai is 18 km lang en meet

samen met het aanliggende moeras bijna 90.000 ha. Het is

een paradijs met 170 broedvogelsoorten terwijl er zo’n

250 soorten in totaal zijn waargenomen. Zeearend, Wilde

zwaan, Brandgans, Grote zaagbek en de Roerdomp.

Honderdduizenden watervogels gebruiken dit wetland om

er te ruien of verblijven er tijdens de trek, waaronder zo’n

20.000 Kraanvogels. Vanaf een uitkijktoren kregen we

een machtig beeld van het reservaat waarbij we geruime

tijd een drietal Elanden in de verte konden gadeslaan. Het

Wereldnatuur Fonds is er actief bezig om het reservaat

ten gunste van de West-Europese trekvogels verder te

ontwikkelen. Het Ministerie van Landbouw Natuur en

Visserij spant zich in om Koniks en Hooglanders naar dat

21


Gauja

22 Reisverslag

gebied te brengen. Ook ‘Het Drentse Landschap’ is daarbij

betrokken en is gaarne bereid dieren te leveren en de mensen

te scholen.

Veel zwerfkeien

We reden door naar het Nationale Park Lahemaa, dat in

1971 werd ingesteld. Het park is ongeveer 65.000 ha groot.

Het landschap helt vanaf het hoogste punt, gelegen op 115 m,

langzaam naar de kust af. De kustlijn is hemelsbreed slechts

45 km, maar meet door de talloze baaien wel 145 km. Het

landschap is in feite een product van de laatste ijstijd.

Morenen, trogdalen, zwerfkeien, meren en venen. In geen

ander gebied in Noord-Europa liggen zoveel zwerfkeien als

juist hier. Sommige hebben gigantische afmetingen, zoals

een kei van ca 590 m 3 die pas in de zestiger jaren is ontdekt.

We bezochten Palmse Moise, een prachtig opgeknapt landgoed

van de familie Von der Pahlen. Mooie vijverpartijen

met stromend water en prachtige muren van gekliefde veldkeien.

De familie Von der Pahlen maakt al vele honderden

jaren deel uit van de Estlandse samenleving, hoewel veel van

Archief HDL

zulke adellijke families oorspronkelijk Duits of Scandinavisch

waren.

Tallinn ligt op slechts 85 km afstand van Helsinki en de

invloed van Finland en Zweden is goed merkbaar. De stad

maakt een prachtige indruk. Kilometerslange stadswallen,

nauwe schilderachtige steegjes, talloze torens en veel vervallen

middeleeuwse huizen. Bijna geen stad in Europa heeft haar

meer dan 900-jarige geschiedenis zo goed weten te bewaren

als Tallinn. In deze stad, in 1219 gesticht door de Denen,

eindigde onze reis.

Overwegingen

Als er tijdens deze reis een ding duidelijk is geworden dan is

het wel dat de Baltische volkeren, hoe klein en verschillend

ook, absoluut deel uitmaken van Europa. Hun economieën

zijn echter klein en zwak en men mist grondstoffen en op

dit ogenblik ook handelspartners. Industrieën zijn in elkaar

gezakt, de landbouw en bosbouw zijn bijna opgehouden

te bestaan. De handel begint zich echter weer zwakjes te

herstellen, het toerisme ontwikkelt zich voorspoedig.

Er bestaat een enorm contrast tussen de steden en het platteland.

De steden lijken soms westers, gezien de wijze waarop

men zich kleedt en de beschikbaarheid van alle denkbare

goederen. De jonge mensen lopen er modern en zelfbewust

bij. Ze zijn hoopvol gestemd, ondernemend en vriendelijk.

Ze verwachten alles van de toekomst.

Het platteland is verstoken van vrijwel elke luxe. Men zorgt

voornamelijk voor de eigen familie. Hout om te stoken, de

moestuin, kippen, een koe of wat varkens leveren het

dagelijkse voedsel. De jeugd trekt weg, het lege platteland

wordt nog leger. Er is veel goede grond beschikbaar en de

productiemogelijkheden zijn er vrij goed. Er is echter geen

markt voor de producten. Op zo’n moment wordt het

erg duidelijk wat de marktgaranties van de EU voor onze

boeren betekend hebben. De landbouw is kleinschalig en

onderontwikkeld maar zou, net als in Polen, snel veel meer

kunnen produceren.

Men is bijzonder trots op het eigen land. Deze houding is uit

de recente geschiedenis goed te verklaren. De identiteit van

deze kleine landen hangt voor de eigen bevolking sterk samen

met de grootse natuur. Verschillende onafhankelijkheidsbewegingen

kwamen voort uit het georganiseerde verzet


tegen de bouw van stuwdammen of kerncentrales. Duidelijk

is evenwel dat onder de huidige slechte economische

omstandigheden maar weinig geld aan natuurbeheer kan

worden besteed. Mede dankzij de Sovjets zijn er toch

indrukwekkend grote natuurreservaten en landschapsparken

gesticht.

De natuur in de Baltische staten is qua schaalniveau

on-Europees. Uitgestrekte hoogvenen, immense bossen,

moerassen, rivierdelta’s, brakwatergebieden, de Oostzeekust,

natuurlijke rivieren en beken. De meest zeldzame plantensoorten

komen in deze biotopen in grote verscheidenheid

voor. In Europese context is de aanwezigheid van de fauna

van nog grotere waarde. De aanwezigheid van grote zoogdieren

tart voor een Nederlander elk voorstellingsvermogen.

Eland, Edelhert, Ree, Wild zwijn, Bruine beer, Veelvraat,

Lynx, Wolf, Otter, Bever en ga zo maar door. Door de

oppervlakte natuur en de lage bevolkingsdruk bestaan er

goede kansen zo’n complete grote-zoogdierenfauna op

ecosysteemniveau duurzaam in stand te houden. Waar in

Europa kan dat nog?

De toekomst

De Baltische staten zouden eigenlijk zo snel mogelijk in

economische zin deel uit moeten gaan maken van Europa.

Dat zou de industriële ontwikkeling, het toerisme, de handel

en de land- en bosbouw stimuleren. Deze opmerkingen

doen mogelijk wat vreemd aan voor een natuurbeschermer,

maar een duurzame bescherming van natuur en landschap

kan nooit zonder een bepaalde welvaart totstandkomen.

Hulp zal zeker aan voorwaarden moeten worden gebonden.

De bosbouw zal duurzaam moeten zijn en gericht op het

blijvend instandhouden van het grote areaal inheems bos,

de basis voor het voortbestaan van de grote-zoogdierenfauna.

Het voordeel voor de Balten mag duidelijk zijn. Ook Europa

heeft veel te winnen. De Baltische staten zijn van belang

omdat er, relatief dicht bij het dichtbevolkte en natuurarme

West-Europa, complete landecosystemen met een intacte

zoogdierfauna te behouden zijn, onmisbaar onderdeel van

het Europese erfgoed. Samen met Noordoost Polen, Wit-

Rusland en mogelijk ook Oekraïne en Rusland zou in dit

deel van Europa een immense groene long gerealiseerd

kunnen worden. Ik borduur nu voort op het reeds in

Noordoost Polen gevormde gedachtengoed in deze. Zo’n

immens natuurgebied heeft naast de reeds genoemde functies

een grote betekenis voor het Europese milieu. Naast het

evidente economische voordeel, dat de Balten bij aansluiting

bij Europa hebben, zou dat een groots geschenk van deze

kleine volken aan het continent kunnen zijn.

De Provinciale Landschappen zouden zich kunnen inzetten

om de natuurbeschermingsorganisaties in die landen te

helpen met praktische beheerszaken. De uitgestrekte natuur

in die landen is elke inspanning waard, al is het maar uit

eigenbelang. Denk maar aan de betekenis voor onze

trekvogels, en het genoegen dat een bezoek ons schenken

kan.

Archief HDL

23

Baltische kust

Panga

* drs. Eric W.G. van der Bilt is directeur/rentmeester

bij de StichtingHet Drentse Landschap’.


24 Berichten

Kortweg


Rheebruggen 25

In de omgeving van

Rheebruggen bleef een

graslandperceel bestemd voor

zaadwinning dit jaar vanwege

de nattigheid ongemaaid. Het

graszaad vormde in februari

een welkome voedselbron

voor een zwerm van maar

liefst 400 Putters.


Putter

foto: FJoop v.d. Merbel

Landgoed Vossenberg 18

Het Prins Bernhard Fonds

heeft de Stichting ƒ 13.000,–

subsidie verleend om een

natuurontwikkelingsplan voor

het Reigerveen te laten maken.

Het ligt in de bedoeling een

bovenloopsituatie voor de

Eekma te realiseren. Tevens zal

een behoorlijk stuk bos worden

aangelegd.


Kleibosch 9

Het archeologisch adviesbureau

RAAB heeft een

inspectierapport opgesteld over

de vele veenterpen in de polder

Matsloot bij Roderwolde,

kleine ophogingen in het

vlakke landschap die op zowel

de eigendommen van

Het Drentse Landschap’ als

Staatsbosbeheer (SBB) te

vinden zijn. Samen met SBB

wordt nagegaan hoe we met

de beheersadviezen kunnen

omgaan.


Doldersummerveld 22

Tot ons grote genoegen

draagt de VSB Fonds

ƒ 17.500,– bij aan de realisatie

van de uitkijktoren. Door het

zeer natte jaar kon pas in april

met de bouw begonnen

worden. Verder wordt het


Hunzedal 34

In het natuurontwikkelingsgebied

de Branden kon

36,17.35 ha worden verworven.

Deze aankopen zijn ondergebracht

in een kavelruil, waar

een lange voorbereidingstijd

aan vooraf ging. Voor de

betreffende landbouwers heeft

de Stichting ruilgronden aangekocht,

waarna in een kavelruil

beide partijen naar hun nieuwe

grond verhuisden. Het aankopen

van ruilgronden en het

opzetten van kavelruilen blijkt

keer op keer een efficiënt middel

om natuurontwikkelingsgebieden

te realiseren. In het

natuurontwikkelingsgebied in

de Branden is inmiddels ruim

100 hectare verworven,

grotendeels door kavelruilen.

In het Hunzedal ter hoogte van

Gieterveen werden een tweetal

percelen aangekocht van

resp.4,38.20 en 3,54.79 ha.

Het gaat om reliëfrijke percelen

in een gedeelte van het

Hunzedal waar de Stichting

tot dusverre nog geen eigendommen

bezat.

project gesteund door

Recreatieschap Drenthe, de

Nationale Postcode Loterij en

het Nationaal Park Drents-

Friese Wold. We hopen over

enige weken het veld vanuit de

hoogte te kunnen overzien.

Het Wereld Natuur Fonds

heeft de Stichting een subsidie

van ƒ 10.000,– toegekend,

waarmee de Grontmij een plan

voor het gebied De Oude

Weer bij Gasselternijveen

heeft opgesteld. Samen met

de Gemeente Aa en Hunze

en het DLG wordt hier een

ontwikkeling voorgesteld

waarbij recreatief medegebruik

een grote betekenis heeft.

Een en ander zal leiden tot

een minder zware druk op

het naastgelegen natuurontwikkelingsgebied

de

Branden.

De Waterleidingmaatschappij

Drenthe heeft haar Milieu-

Effect Rapportage (MER)

inzake de winning Breevenen

ter visie gelegd. Als reactie

hierop heeft ‘Het Drentse

Landschap’ verzocht om een

minder intensieve recreatieve

ontsluiting, een goede

monitoring en een betere

inrichting dan voorgesteld.

Het Drentse Landschap’ is

inmiddels ook vertegenwoordigd

in de Stuurgroep

Hunzeproject. Samen met

Provincie, gemeenten en

NLTO wordt getracht een

uitvoerbaar projectplan te

schrijven dat met de zogenoemde

‘Langmangelden’

kan worden uitgevoerd.


Automatische

incasso

van de begunstigersbijdrage

In de afgelopen jaren is het aantal

begunstigers fors gestegen, iets waar

wij bijzonder trots op zijn. Dit heeft

tevens tot gevolg dat de werkzaamheden

betreffende de begunstigersadministratie

ook omvangrijker zijn

geworden. De portokosten voor het

verzenden van de acceptgiro’s en

betalingsherinneringen, alsmede de

bankkosten voor de verwerking ervan

zijn niet gering.

Om kostenbesparend te werken is

besloten per 1 januari 1999 u de

mogelijkheid te geven uw jaarlijkse

bijdrage automatisch door ons te laten

incasseren.

Van zowel de Postbank als van andere

banken hebben wij toestemming

gekregen om u over dit incassosysteem

te benaderen. Maar uiteraard hebben wij

ook uw toestemming nodig. Die toestemming

kunt u ons verlenen door de

groene kaart die u in dit kwartaalblad

aantreft in te vullen en in te zenden.

Een postzegel is niet nodig, maar mag

wel om ons de portokosten te besparen.

Automatisch laten afschrijven is

gemakkelijk, veilig en goedkoop.

• u vergeet nooit te betalen,

• u bespaart uzelf en ons kosten van

steeds terugkerende betalingen,

• u kunt het afgeschreven bedrag

binnen een maand na afschrijving

terug laten boeken door uw bankof

girokantoor,

• u kunt uw machtiging voor automatische

afboeking te allen tijde

stopzetten.

Langs Drentse Dreven

Berichten

In de Week van het Landschap (18 – 26 sept.)

kunnen mensen dit jaar wel op een hele

speciale manier kennismaken met het Drentse

landschap. Tijdens een volledig verzorgde

dag zult u verwonderend kunnen luisteren

naar het geklepper van de ooievaar, zult u

genieten van de stilte van het Hijkerveld en

kunt u zich verbazen over de Drentse klederdracht

van weleer. Een unieke verkenningstocht

door Drenthe waar we u de mooiste

plekjes zullen laten zien.

U begint de dag ’s ochtends om 10.00 uur

in de sfeervolle omgeving van landgoed

De Havixhorst. U maakt hier kennis met het unieke hoevenlandschap met rietgedekte

boerderijen, kleine essen en de ongelofelijk mooie draslanden langs de

Reest. Daarna gaat u per touringcar naar het Hijkerveld. Het Hijkerveld heeft tientallen

vennen en veenrestanten en geeft een goede indruk van het Drentse landschap

van weleer. Aan de oostzijde ligt het Landgoed Hooghalen. Op en om het

Hijkerveld zijn talloze sporen van prehistorische bewoning te vinden. Over het hele

terrein, maar met name op het Landgoed Hooghalen, zijn veel grafheuvels te zien.

Verder zult u hier een bezoek brengen aan de vogelkijkhut op Diependal. Een

schitterend vogelgebied waar bijvoorbeeld de aalscholver een van de vaste

bezoekers is. Onze schaapherder zal bij de schaapskooi een demonstratie schapendrijven

geven.

foto: Jaap de Vries

Na een smakelijke lunch vertrekt u naar Westerbork. In de voormalige schaapskooi

zult u getuige zijn van een modeshow van oude Drentse klederdracht. Het ‘Volk

van Grada’ showt voor u een uitgebreide garderobe uit vervlogen tijden. De reis

voert vervolgens weer terug naar het Reestdal, alwaar een beheersboerderij van

Het Drentse Landschap’ wordt bezocht. In een andere boerderij van ‘Het Drents

Landschap’ zal de voormalige conservatoriumdocent de heer Koopman u vervolgens

tracteren op een prachtig pianorecital. Bij restaurant Poortman kunt u tenslotte

tijdens een drie-gangen-diner nagenieten van deze bijzondere tocht door het

Drentse landschap.

Prijzen en boekingen

De prijs voor het arrangement ‘Langs Drentse Dreven’ is slechts ƒ 65,00 voor

begunstigers van ‘Het Drentse Landschap’. Als begunstiger kunt u maximaal voor

twee personen boeken. Mensen die nog geen begunstiger van ‘Het Drentse Landschap

zijn betalen ƒ 100,00 voor deze bijzondere dag. Zij krijgen dan automatisch

een heel jaar lang gratis het kwartaalblad van de stichting ‘Het Drentse Landschap’.

Prijzen zijn inclusief lunch en diner.

Het arrangement ‘Langs Drentse Dreven’ is geldig van 18 – 26 sept. U kunt de dagtocht

boeken door vóór 1 september de bijgevoegde antwoordkaart terug te

sturen. Bij onvoldoende deelname kan de stichting besluiten om de tocht niet door

te laten gaan. Voor meer informatie kunt u de bijgevoegde antwoordkaart op

sturen of contact opnemen met Sonja van der Meer, PR-functionaris bij

Het Drentse Landschap’. Telefoonnummer (0592) 31 35 52.

25


Arnica


26 Berichten

Reestdal 7

Het project “Poort naar

Drenthe” heeft erg veel

aandacht in de pers gekregen.

De Gemeente Meppel steunt

het project met maar liefst

ƒ 150.000,–. Ook de subsidieaanvragen

bij de Provincie

Drenthe en de Europese Unie

zijn positief ontvangen. De

Provincie Drenthe zegde een

bedrag van ƒ 250.000,– toe.

In het Reestdal werd nabij de

Pieperij 0,96.30 ha. Reestland

aangekocht. Dit perceel sluit

aan op de eigendommen van

de Stichting en op de gronden

van het Bureau Beheer Landbouwgronden.

De laatst

genoemde gronden zullen

binnenkort worden overgedragen,

zodat ook op deze

plaats in het Reestdal een aaneengesloten

eigendom ontstaat.

Bij een inventarisatie-excursie

van de WARD (Werkgroep

Adders en Reptielen Drenthe)

werden vier Grote modderkruipers

aangetroffen in de

slotgracht van De Havixhorst.

Deze bodembewonende vissen

zijn door hun fraaie streeptekening

en de tien tastdraden

foto: Saxifraga foundation

aan hun bek een opmerkelijke

verschijning. Ze worden maar

zelden waargenomen. Het

landgoed bleek, ondanks de

forse belangstelling van de

ooievaars, een goed ontwikkeld

kikker- en salamanderleven te

herbergen.

Begin mei nam Albert Dragt

tijdens een wandeling op de

Wildenberg maar liefst 5 Adders

waar. Ongekend.

Het project voor de restauratie

van de boerderij ’t Ende is

vrijwel rond. De Gemeente

De Wolden heeft een voorbereidingsbesluit

voor de

bestemmingsplanwijziging

genomen. De Stichting hoopt

dat op dit punt voortgang

wordt geboekt.

Op 10 mei werd de jaarlijkse

excursie, die de sector natuur,

milieu en educatie aan de

Provinciale Staten aanbiedt,

gehouden rond De Havixhorst.

Op prettige wijze kon de

sector zichzelf presenteren aan

de statenleden, waaronder veel

nieuwe gezichten.


Boerenveensche Plassen / Beekdal Oude diep 18

Tot onze grote ontzetting

bleek in april een prachtige

groeiplaats van Arnica langs

de spoorlijn vernietigd. Miscommunicatie

tussen KPN-

Telecom, die de kabel legde

en de NS vormde de oorzaak.

Hoewel ‘Het Drentse Landschap

zichzelf niets kan

verwijten, doet zoveel lompheid

pijn. De Milieupolitie

heeft de zaak in behandeling.

Reestdal nabij Rabbinge

Op 17 april werd de restauratie

van de grafheuvel plechtig

afgerond. Wethouder Leistra

woonde deze plechtigheid bij.

Dank gaat uit naar het IVN

Hoogeveen en Scouting

Hoogeveen en de provinciaal

archeoloog de heer V.d. Sanden.

Het Waterschap Meppelerdiep

heeft de plannen om het beeksysteem

van het Oude Diep

foto: Joop van de Merbel

vrij ingrijpend aan nieuwe

functies aan te passen, ter visie

gelegd. Door de plannen, die

in totaal ƒ 8,3 miljoen gaan

kosten, zullen zowel de

landbouw als de natuur een

meer op hun belang afgestemde

waterhuishouding verkrijgen.

De voorlichtingsavonden

werden goed bezocht terwijl

de belangstellenden zich

constructief opstelden.


Kampsheide 1

Van de vogelwerkgroep van

de KNNV-Assen werden de

resultaten van de broedvogeltelling

ontvangen. De KNNV

inventariseert Kampsheide al

zo’n 12 jaar. Uit de gegevens

valt af te leiden dat de vogelbevolking

van Kampsheide een

redelijk stabiel beeld vertoont,

waarbij de afwisseling in het

landschap zich weerspiegelt in

de samenstelling van de broedvogelpopulatie.

Enkele vaste en

karakteristieke ‘Kampsheidebewoners’

zijn: Groene specht,

Geelgors, Boomkruiper,

Staartmees, Boompieper en

Gekraagde roodstaart. Het ven

is onder meer het domein van

Wilde eend, Kuifeend en af en

toe ook van Dodaars en Bergeend.

De laatste jaren lijkt ook

de Nijlgans het ven ontdekt te

hebben. In 1998 werd het eerste

nest gevonden. In totaal zijn er

vanaf 1987 zeventig soorten als

broedvogel aangemerkt.


Heikikker in paarstemming


Hijkerveld 10

De vaste ‘Diependaltellers’,

Wessel Spoelder en Dirk

Haanstra, leverden over 1998

weer een indrukwekkende lijst

met vogelwaarnemingen aan.

In totaal werden er 159 vogelsoorten

waargenomen. Zeker

2 paar Roodhalsfuten zagen

kans om maar liefst 7 jongen

groot te brengen. Dit voorjaar

zijn al 3 paartjes Roodhalsfuut

waargenomen, tezamen met

een paar Roerdompen. Heel

bijzonder is de waarneming

van een Nachtzwaluw in mei.

De Heikikkers waren eind

maart volop in paarstemming.

Paarlustige mannetjes van deze

soort zijn slechts enkele dagen

per jaar knalblauw van opwinding.

Hoewel ze te boek

staan als bedreigde soort komen

ze in het Hijkerveld in ontelbare

aantallen voor.

Op zondag 7 maart trok de

rond de kooi gehouden

‘Lammetjesdag’ zo’n 800

belangstellenden. Ouders en

hun kinderen konden genieten

van de vele lammetjes en de

demonstraties Schapendrijven

van onze scheper Tjitse Terpstra

en zijn honden. De geboorte

van de lammeren werd gevierd

met beschuit met muisjes.

foto: Didi van Dorp


Diversen

Duizend nieuwe

begunstigers

In april viel bij vele Drenten

een brief op de mat. In deze

brief riep de Stichting de

mensen op om zich in te

zetten voor het behoud van de

Drentse natuur en cultuur en

begunstiger te worden. Zo’n

duizend mensen hebben tot nu

toe positief gereageerd. We

heten deze nieuwe begunstigers

heel hartelijk welkom bij de

Stichting. Totaal heeft de

Stichting nu ongeveer 7800

begunstigers. De wervingsactie

werd ondersteund met radiospotjes

van de Drentse

Commissaris der Koningin, de

heer Ter Beek, en de Drentse

band Skik. Verder is er in

samenwerking met de

Hazewinkel Pers een krant

over de stichting verschenen.

De krant is huis aan huis

verspreid in Drenthe.

• Hunebeddenboek

Op 3 mei werd in het

Nationaal Hunebedden

Informatiecentrum te Borger

het eerste exemplaar van een

nieuw standaardwerk over

hunebedden overhandigd aan

de Commissaris van de

Koningin de heer Ter Beek.

Het is echt een prachtig boek

geworden. Meer informatie

vindt u in de bijgesloten folder.

De Stichting heeft meegeholpen

aan deze uitgave gezien het feit

dat zij mogelijk begin 2000 het

beheer van de provinciale

hunebedden zal overnemen.

Iets waar zij zeer verheugd

over is.


Derde Noordelijk

Natuurweekend

Onder de titel ‘Natuurlijk

Noord-Nederland’ hebben

de drie noordelijke Provinciale

Landschappen, Natuurmonumenten

en Staatsbosbeheer

een zestal boeiende

wandelroutes uitgezet. Deze

wandeltochten voeren de

mensen door vele interessante

en afwisselende landschappen:

van weidse heidevelden,

prachtige vennetjes en besloten

akkers tot beekdalen, bloeiende

polders en bossen in alle soorten

en maten.

De natuurorganisaties vinden

het belangrijk te laten zien dat

de natuur in Noord-Nederland

geen grenzen kent. Daarom is

ervoor gekozen de wandelroutes

te laten lopen door de terreinen

van de samenwerkende natuurorganisaties.

De uitgezette wandeltochten

kunnen het gehele jaar worden

gelopen. Op zaterdag 24 en

zondag 25 april vond de start

plaats van ‘Natuurlijk Noord-

Nederland’, waarbij de wandelroutes

voor de eerste maal

beschikbaar werden gesteld.

Tijdens dit weekend hebben

in Drenthe zo’n 250 mensen

kennisgemaakt met de heide en

de bossen van het Drents-

Friese Wold en de zandverstuiving

van Hooghalen.


Berichten

27

Manifest ‘Tijd om te

kiezen’

Onder het motto ‘Investeer in

de stille kracht van de

Noorderruimte’ werd op

1 maart j.l. uit naam van meer

dan veertig noordelijke

organisaties aan minister Pronk

van VROM een manifest

overhandigd. De minister was

in Assen ter gelegenheid van

het van kracht worden van het

Drentse POP, het eerste

Provinciale Omgevingsplan in

Nederland. Genoemde veertig

organisaties namen dit initiatief

om de voortdurende

verloedering van ons noordelijke

platteland tegen te gaan. Naast

organisaties op het gebied van

natuur, landschap, cultuurhistorie,

recreatie en milieu

participeerde ook de land- en

tuinbouw in deze gebeurtenis.

• Natuurgidsencursus

te Assen

Het IVN Assen start in

september 1999 met een

natuurgidsencursus.

Het gaat hier om een kadercursus

die bredere verbanden

behandelt, zoals het ontstaan en

de invloed van het landschap,

de grondsoorten, de waterhuishouding

en het milieu. Ook

wordt aandacht besteed aan

educatie en presentatie.

Als u hiervoor belangstelling

heeft kunt informatie krijgen

bij de volgende telefoonnummers:

(0599)-23 63 07,

(0592)-31 19 49,

(0592)-34 46 75.


Gele lis

28 Het Drenste Landschap

• Diacollectie

De heer Zwuup uit Havelte

verblijdde de Stichting met een

schenking van een, met grote

zorg samengestelde, collectie

dia’s van planten. Voor de

Stichting is dit een welkome

uitbreiding van het dia-archief.

De dia’s zullen worden ingezet

ten behoeve van voorlichtingsactiviteiten.

foto: W.P. Zwuup


65.000 gulden voor

De Lokkerij

Onder het motto ‘Maak een

gebaar en steun de ooievaar’

riepen wij u in het vorige

kwartaalblad op om ons ter

gelegenheid van onze 65e verjaardag een extra gift te

geven. In de afgelopen periode

hebben wij hierop zeer veel

positieve reacties gekregen.

Tot nu is er een bedrag van

ƒ 65.000,– binnen, maar nog

dagelijks ontvangen wij giften.

Mede door deze steun hopen

wij in staat te zijn het ooievaarsstation

te verwerven. Het zou

een prachtig cadeau voor onze

verjaardag zijn.

Het ooievaarsstation is ook voor

publiek toegankelijk. Van 1 april

tot 1 september is De Lokkerij

op woensdag- en zaterdagmiddag

van 13.00 – 17.00 uur

open. U kunt daar met eigen

ogen deze prachtige vogels aanschouwen.

Het station bevindt

zich aan de Schiphorsterweg 28

in De Wijk.

Nogmaals bedankt voor uw

steun en wij hopen dat u nog

lang zult kunnen genieten van

klepperende ooievaars in het

Drentse landschap.

P.S. Vanwege de vele reacties

is het niet mogelijk om iedereen

persoonlijk te bedanken. Mensen

die een donatie hebben gedaan,

kunnen vanaf heden tot eind

1999 gratis een prachtige poster

afhalen bij het rentambt van

Het Drentse Landschap’ in

Assen.


Nationale Postcode

Loterij

Tal van projecten die reeds in

1998 met steun van de

Nationale Postcode Loterij

(NPL) zijn gestart, worden nu

geleidelijk opgeleverd. De

verbouwing van ons kantoor

komt in de eindfase, de

restauratie van de kas en tuinmuur

in De Havixhorst evenzeer.

Het natuurontwikkelingsproject

Annermoeras in het

Hunzedal loopt. Er is een

mailing gehouden om meer

begunstigers te winnen. Een

huis aan huis krant, de radiospotjes

op radio Drenthe en tal

van andere PR-activiteiten

kunnen met steun van de NPL

doorgang vinden. Voor 1999

staan opnieuw een groot aantal

projecten op de rol.

Restauratie ’t Ende, uitvoering

van het project ‘Poort naar

Drenthe’ rond De Havixhorst

en het natuurontwikkelingsproject

in het Oude Diep.

Verder geven wij een jubileumboek

uit, wordt de herbouw

van het Kleinste Huisje

gerealiseerd, schaffen we een

nieuw computernetwerk aan

en wordt er een uitkijktoren

op het Doldersummerveld

gebouwd. Het mag duidelijk

zijn hoeveel meer er met steun

van de NPL voor natuur, landschap

en cultuurhistorie in

Drenthe gedaan kan worden.

Om maar te zwijgen over de

ontwikkelingen rond Orvelte.

• Orvelte

Op 17 mei was het dan zover.

Het oude bestuur van de

Stichting Orvelte heeft 5 leden

van het Dagelijks Bestuur van

HDL als bestuurslid aangesteld

waarna het zelf terugtrad.

De facto werd ‘Het Drentse

Landschap’ daarmee

verantwoordelijk voor de

Stichting Orvelte, zij het dan

uitsluitend voor de ongeveer

30 gebouwen en 65 ha grond in

en rond het dorp Orvelte. Voor

het zover was moest er evenwel

veel werk worden verzet.

Op 15 maart werd een mogelijke

overname van de Stichting

Orvelte door ‘Het Drentse Landschap

uitvoerig bediscussieerd

in vergaderingen van het

Dagelijks Bestuur en Algemeen

Bestuur. Ons bestuur stemde in

met een overname onder een

aantal vrij stringente voorwaarden:

er moest een getekend

sociaal plan komen waarin het

ontslag van het personeel van

de oude Stichting Orvelte was

geregeld en er moest een door

de accountant goedgekeurde

tussenrekening zijn. Hierin

moest inzichtelijk worden

gemaakt hoe de financiële

situatie van de Stichting

Orvelte is. Het bestuur van

Het Drentse Landschap’ is van

mening dat mogelijke financiële

problemen van Orvelte nooit

ten koste mogen gaan van de

kwaliteit van onze kerntaken,

namelijk aankoop en beheer

van natuurterreinen. Behoud

van de regionale cultuur en van

de Drentse monumenten

behoort evenwel ook tot onze


Berichten

Stichting neemt Orvelte over

taak. Om die reden werd ingestemd.

Een belangrijk factor vormde

het feit dat de Stichting Doen

en daarmee ook de Nationale

Postcode Loterij (NPL) die

deze Stichting van middelen

voorziet, bereid was ‘Het

Drentse Landschap’ bij de

overname te steunen. Op zeer

korte termijn bleek de

Stichting Doen bereid de

Stichting ƒ 225.000,– toe te

zeggen, waarmee de rente op

de afgelopen jaar snel gestegen

hypothecaire leningen de

komende 1,5 jaar kunnen

worden betaald. Door dit

grote gebaar kon ‘Het Drentse

Landschap’ en ook andere

partijen rond Orvelte als het

ware tijd kopen om te werken

aan een nieuwe benadering

voor Orvelte. Onze dank

gaat uit naar de NPL en de

Stichting Doen.

Op 29 maart werd ‘Het

Drentse Landschap’ lid van de

Stuurgroep Orvelte. Inmiddels

heeft deze Stuurgroep de meeste

vrijvallende panden in gebruik

gegeven. De door Gedeputeerde

Dijks begin mei geopende

informatiebalie wordt bemand

door het VVV Middenveld,

waardoor er een toeristisch

aanspreekpunt blijft. De ondernemers

en het dorp Orvelte

zullen zelf verantwoordelijk

worden voor veel zaken die

met de recreatie te maken

hebben, zoals het onderhouden

van voorzieningen en het

bedrijven van PR. ‘Het Drentse

foto: Joop van de Merbel

Landschap’ zal zich op dit punt

niet met de gang van zaken

bemoeien. Zij concentreert zich

op het beheer en behoud van

het land en de monumentale

boerderijen.

Op 12 april werd een intentieverklaring

inzake Orvelte

getekend door de Provincie

Drenthe, de Gemeente

Middenveld, Stuurgroep

Orvelte, ‘Het Drentse Landschap

en Stichting Orvelte.

Men verplicht zich om de

komende 2 jaar een nieuw

concept voor Orvelte uit te

werken. Provincie en

Gemeente Middenveld hebben

een conversiefonds van

ƒ 500.000,– gevormd om

allerlei zaken in de overgangsfase

uit te kunnen betalen.

Zoals gezegd, was op 17 mei

de overname een bestuurlijk

feit. Er komt daarmee veel aan

werk op ons af. ‘Het Drentse

Landschap’ is blij dat de

timmerman van de Stichting

Orvelte, de heer Gerrit ter

Veld, bij ons komt werken. Hij

neemt naast zijn vakkennis ook

veel wetenswaardigheden over

‘het bedrijf Orvelte’ mee.

Een en ander laat onverlet dat

Het Drentse Landschap’ via de

Stichting Orvelte een oplossing

moet zien te vinden voor een

schuld van 3,2 miljoen gulden.

Zoals gezegd, de afwikkeling

van de problemen rond

Orvelte is niet goedkoop

gebleken. ‘Het Drentse Landschap

zal zich inspannen om

deze druk te verlichten. Het

kan echter niet zo zijn dat de

Provincie Drenthe en de

Gemeente Middenveld zich

niet mede verantwoordelijk

voelen. ‘Het Drentse

Landschap’ zal hen daar ook op

aanspreken. De problemen van

Orvelte zijn, hoewel uit geestdriftige

verhalen van sommigen

in de pers soms anders lijkt te

kunnen worden opgemaakt,

nog lang niet opgelost. Uit een

onderzoek van Monumentenwacht

is duidelijk geworden

dat er zo’n ƒ 2 miljoen moet

worden geïnvesteerd om alle

gebouwen in goede staat te

brengen en de gewenste nieuwe

ontwikkelingen mogelijk te

maken.

Het verheugt ‘Het Drentse

Landschap’ dat de Unie van

Landschappen en daarmee de

collega-Landschappen, ons

willen helpen bij het oplossen

van deze problematiek door

opnieuw de NPL te benaderen.

Deze staat daar in beginsel

positief tegenover. Het dorp

Orvelte is een nationaal

fenomeen en wordt door velen

in ons land als uniek en prachtig

ervaren. Vanuit Drenthe

moeten wij dan ook alles op

alles zetten om dit onvervangbare

cultuurgoed, het mooiste

esdorp van de provincie

Drenthe, te behouden.

29


30

Berichten

• Giften

De Stichting ontving op

19 maart ƒ 1.800,– van de

Flevolandse Drinkwatermaatschappij

voor het Hunzedal.

Dit bedrijf heeft een papierbesparingsactie

“Blad voor

blad” gevoerd, waartoe het

Wereld Natuur Fonds het

bedrijfsleven heeft opgeroepen.

De opbrengst van deze

besparing wilde men graag ter

beschikking stellen aan een

natuurontwikkelingsproject.

Het Hunzedal werd gekozen.

Jachtopziener Marinus Slomp,

die voor ‘Het Drentse Landschap

zo’n grote rol heeft

gespeeld bij de introductie van

dassen op de Vossenberg, heeft

voor de camping De Otterberg

te Wijster een succesvolle

dropping georganiseerd. Als

dank voor de medewerking

hebben de deelnemers de

Stichting een gift van ƒ 500,–

gegeven. Een mevrouw uit

Wageningen schonk ƒ 250,–.


Bekijk Drenthe dubbel

met twee unieke zomerarrangementen

Samen met de VVV vakanties

en het Drents Museum, heeft

de StichtingHet Drentse

Landschap’ twee bijzondere

arrangementen ontwikkeld.

Vanaf zaterdag 12 juni tot en

met zondag 22 augustus 1999

is er in het Drents Museum de

tentoonstelling ‘Langs zandige

wegen en vriendelijke dorpen’

te zien. De expositie toont het

Drentse landschap zoals het er

in de afgelopen vier eeuwen

heeft uitgezien. Bij deze tentoonstelling

kunt u ééndaagse

of meerdaagse arrangementen

boeken.

Bij beide arrangementen

ontvangt u heel veel informatie

en leuke extraatjes van het

Drents Museum en de Stichting

Het Drentse Landschap’. Een

uitgebreide informatiefolder

kunt u aanvragen via telefoonnummer

0592-313552.

• Schepershuisje

Wakker worden in de bedstee

van een scheper? Dat kan sinds

kort bij de Stichting Het Drentse

Landschap. Sinds maart wordt

de karakteristieke scheperswoning

in Westerbork

verhuurd. De eerste huurders

zijn zonder uitzondering erg

enthousiast over de vakantiewoning,

die modern is ingericht.

Het Schepershuisje ligt

in de natuurlijke omgeving van

het mooie dorp Westerbork,

op loopafstand van het winkelcentrum

en andere recreatieve

voorzieningen. Meer weten

over deze bijzondere vakantiebestemming?

Bel dan met

mevrouw A. Semler,

telefoon (0593) 59 22 94.

Agenda

Algemeen

Vogelkijkhut Diependal

De vogelhut is vanaf 20 maart t/m

31 oktober geopend. In de weekenden

wordt de hut van 10.00 tot

18.00 uur bemand door vogelkenners.

Zij vertellen u graag het een

en ander over het vogelleven op de

vloeivelden. De hut is te bereiken

door vanaf het Oranjekanaal vlakbij

de ‘Speelstad Oranje’ de Zwarte

Weg in te slaan. De route is met

borden aangegeven. Wie dubbel

wil genieten moet een verrekijker

meenemen!

Excursie over het Drouwenerzand

Tijdens de landelijke schoolvakanties

is er elke dinsdagmiddag om

14.00 uur een excursie over het

Drouwenerzand. Start is bij het

recreatiecentrum ‘Het

Drouwenerzand’.

Schaapskudde Hijkerveld

De kudde vertrekt met de herder

om 09.30 uur naar de heide en

komt om 16.30 uur terug bij de

kooi.

De schaapskooi is te bereiken vanaf

het dorp Hijken via de Leemdijk.

Vanaf

het dorp is de route aangegeven

met bordjes.

Fietsexcursie Hijkerveld

Op de donderdagen 8, 15 en 22

juli en 5 en 12 augustus wordt in

samenwerking met de VVV Assen

een fietsexcursie naar het

Hijkerveld gehouden. De excursie

wordt begeleid door Louis de Jong

en start bij de VVV Assen aan de

Marktstraat 8. Belangstellenden

moeten zich van tevoren aanmelden

bij de VVV (0592) 314 324.


wo. 23 juni

10.00 - 15.00 uur

za. 10 juli

19.30 uur

za. 17 juli

10.00 uur

zo. 5 sept.

14.00 uur

zo. 12 sept.

18.30 uur

za. 18 – 26 sept.

Scheren van Schoonebeker heideschapen op het

Hijkerveld.

De scheper van ‘Het Drentse Landschap’,

Tjitse Terpstra, zal het scheren demonstreren.

De schaapskooi is te bereiken via een aangegeven

route vanuit Hijken.

Avondwandeling over het Landgoed Rheebruggen.

Tijdens de wandeling kunnen de wandelaars

genieten van de rijke flora en fauna die zo kenmerkend

zijn voor kleinschalige cultuurlandschappen.

Bijvoorbeeld Korenbloemen, Gele

ganzebloemen, diverse soorten spechten en de

Wielewaal. Aan het einde van avond zal misschien

de roep van de Kwartelkoning nog te horen zijn.

De wandeling start bij de beheersboerderij van de

StichtingHet Drentse Landschap’, Rheebruggen 8

in Ansen.

Excursie over esdorpenlandschap en graanakkers.

Gidsen van het IVN begeleiden de excursie die

start bij de Sophiahoeve, Huenderweg 2 te

Doldersum.

Kijk de heide bloeit!

Wandeling onder begeleiding van gidsen van het

IVN over het Hijkerveld.

Startpunt is de parkeerplaats bij het Landgoed

Hooghalen aan de Hijkerweg.

Avondwandeling over het Orvelterzand.

Gidsen van het IVN nemen u mee naar de mooiste

plekjes. Dit natuurterrein is gelegen ten noordoosten

van Orvelte ten noorden van het Oranjekanaal.

Het startpunt is de picknickplaats van het

Staatsbosbeheer (zie Handboek pagina 164).

Week van het Landschap met als thema ‘Klein gespuis’

De activiteiten van de Week van het Landschap

vinden plaats op en rond het Landgoed De

Havixhorst bij de Wijk. Naast vlinder- en klein

gespuisexcursies is er een fototentoonstelling, een

doe-expositie en kan men op de fiets een leuke

ontdekkingstocht door het Reestdal maken. Op

woensdagmiddag 23 september is er een kinderspeurtocht

voor de kinderen. Een uitgebreid

programma vindt u in kwartaalblad 23, dat vlak

voor 18 september zal verschijnen. Voor meer

informatie kunt u contact opnemen met Sonja

van der Meer, pr-functionaris bij ‘Het Drentse

Landschap’, tel (0592) 31 35 52.

wo. 22 sept.

14.00 uur

Agenda

Op zoek naar waterleven.

Excursie voor de kinderen waarbij ze leuke

opdrachtjes kunnen uitvoeren. Bijvoorbeeld

speuren naar torren en kikkers. De excursie gaat

over het Landgoed De Vledderhof en het terrein

Bouwersveld.

Het startpunt is bij de parkeerplaats op de hoek

Huenderweg/Storklaan aan de weg van Vledder

naar Doldersum.

31

Activiteiten in het Hunzedal bij ‘Het Groninger Landschap

Het Groninger Landschap’ houdt in het Zuidlaardermeergebied excursies op:

• 2, 11, 24 en 31 juli

• 14, 22 augustus

• 4, 11, 12 en 26 september

Voor meer informatie kunt u bij ‘Het Groninger Landschap’ de speciale folder ‘Excursies in het

Zuidlaardermeergebied’ aanvragen. Telefoon: (050) 3135901.

Activiteiten in het Reestal bij ‘Het Overijssels Landschap

In en vanuit het bezoekerscentrum De Wheem (Oud-Avereest) vinden activiteiten en

wandelingen plaats op:

• elke dinsdag woensdag, donderdag in augustus

• 15 augustus

• 18 – 26 september tijdens de Week van het Landschap

De Wheem is op zaterdagen en zondagen geopend van 13.30 – 17.00 uur.

Voor meer informatie Het Overijssels Landschap (0529) 401731.

Voor alle

activiteiten

geldt dat

honden

niet mee

mogen;

ook niet

aangelijnd!


Deze uitgave werd mede mogelijk gemaakt dankzij een financiële bijdrage van:

• Koninklijke BOOM PERS

Meppel (0522) 26 61 11

• Aannemingsbedrijf VEDDER BV

Eext (0592) 26 26 20

Grond-, weg- en waterbouw

• Bouwbedrijf H. POORTMAN

Veeningen (Zuidwolde Dr.) (0528) 39 14 82

Restauratie-nieuwbouw-onderhoud-verbouw

• IWACO B.V.

Groningen (050) 521 42 14

Adviesbureau voor water en milieu

• GRONTMIJ DRENTHE

Assen (0592) 33 88 99

Advies- en ingenieursbureau

• ORANJEWOUD BV - HEERENVEEN

Heerenveen (0513) 63 45 67

Ingenieursbureau

• ABN AMRO BANK N.V.

Assen (0592) 33 33 00

De bank voor Drenthe

• N.V. Hanze Milieu

Zwolle (038) 455 48 08

Onderneming voor afval en milieu

• NAM B.V.

Assen (0592) 36 20 74

Aardoliemaatschappij

• Havesathe ‘DE HAVIXHORST’

De Wijk (0522) 44 14 87

Hotel - Restaurant

• NV Waterleidingmaatschappij ‘DRENTHE’

Assen (0592) 85 45 00

Water, het wonder uit de kraan

• Buro HOLLEMA

Rolde (0592) 24 13 13

Tuin- en landschapsarchitekten BNT

• nv VAM Wijster

Wijster (0593) 56 39 24

Hergebruik en (eind)verwerking van afvalstoffen

• HOLLAND CASINO Groningen

Groningen (050) 312 34 00

Prominent in uitgaan

• ARCADIS HEIDEMIJ ADVIES BV

Assen (0592) 39 21 11

Advies- en ingenieursbureau (inrichting, infrastructuur,

milieu en ecologie)

• HULZEBOSCH Grondwerken C.V.

Beilen (0593) 52 21 39

Natuurbouw, grond-, straat- en rioleringswerk,

leverantie van zand en grind

• RABOBANK

Groningen (050) 520 89 11

Regio Noord-Nederland

• KADASTER DRENTHE

Assen (0592) 31 10 66

Bevordert de rechtszekerheid bij het maatschappelijk

verkeer in vastgoed

• CHRISTIAAN DEN DEKKER B.V.

Lisse (0252) 41 86 50

De ecologische aanpak in waterbodemsanering

• QUERCUS Boomverzorging en Advisering

Emmen (0591) 51 27 07

Uw bomen, onze zorg

• Veenbedrijf HAVERKORT VROOMSHOOP B.V.

Vroomshoop (0546) 64 38 02

Veenafgraving, verkoop veengrond en tuinaarde

• N.V. Waterbedrijf Groningen

Groningen (050) 318 23 11

Wees wijs met water

• SUPER DE BOER

Amersfoort (033) 454 77 77

Supermarkten

• BÜGEL HAJEMA ADVISEURS

Assen (0592) 31 62 06

Bureau voor ruimtelijke ordening en milieu

• BUNING Wegenbouw B.V.

Zuidwolde (0528) 37 31 64

Grond-, straat- en rioleringwerkzaamheden. Levering zand

• NATIONALE POSTCODE LOTERIJ

Amsterdam (020) 677 68 68

Loterij voor mens en natuur

• RTV Drenthe

Assen (0592) 33 80 80

Radio Drenthe, TV Drenthe, RTV Drenthe Programmablad

Stichting Publieksvoorlichting Notariaat Drenthe

Postbus 35 – 9530 AA Borger

Namens de gezamenlijke notarissen in Drenthe

• Timmer BNA b.v. Architekten en Adviseurs

Scheemda (0597) 59 24 55 / Fax (0597) 59 22 00

Voor kwaliteit van de wereld waarin we wonen,

werken en recreëren

• CLAY en BRINK Architecten

Rheebruggen (0521) 35 10 14

• DE ROO DRENTE BV

Stadskanaal (0599) 61 28 52

Cultuurtechniek en groenvoorzieningen

• ERDMAN SCHMIDT

(05528) 27 72 66

Lichtgewicht tenten, slaapzakken, bergschoenen, rugzakken, etc.

• HARWIG Elektriciteitswerken B.V.

Emmen (0591) 65 67 69 Almere (036) 530 22 72

Elektrotechniek, industriële automatisering, telematica,

beveiliging

More magazines by this user
Similar magazines