CINEMAs. HEATER - EYE

bibliotheek.eyefilm.nl

CINEMAs. HEATER - EYE

. ,

II

#,

% «

''-^

'»■,

"^fe**^

.....^^tfËiiüMiM ^jl

k I K«. 40-14 Oct. 1^39

'^ V

CINEMAs.

HEATER

»

NORMA SHEAREÜ

EN ROSAÜND

RUSSELL IN D€

M.G.M..FILM ,

„VROUWEN" *1

1,


'"Si

I


Richard Wallace ensceneert de fill

good-bye".

Vraag vijfhonderd acht en vijftig

Patricia ^^*y^^ "' ^ Wat bevatte de mythologische doos van

Pandora r

Wij stellen een hoofdprijs van f 2.50 en

Eddie Buzzell heeft de M.G.M.-fiim „Een dag vijf troostprijzen beschikbaar om te verdcelen

in het circus" geënsceneerd, waarin de drie Marx onder hen die vóór 30 October (abonné's uit

Brothers de hoofdrollen vervullen- overzeesche gewesten vóór 30 November) goede

0 oplossingen zenden aan ons redactie-adres:

Noordeinde 8, Leiden. Op de enveloppe of

Ferdinand Doerffler regisseert de film „Der briefkaart gelieve men duidelijk te vermelden:

rettende Engel". ^^g ^58.

Maria Holzmeister is geëngageerd voor de

vrouwelijke hoofdrol in de Luis Trenlter-film „Der

Feuerteufel".

Eduard von Borsody engageerde Max Gülstorff

en Hermann Speelmanns voor de film „Kongo-

Express".

Betty Moran vertolkt een belangrijke rol in

„Seventeen". Betty Moran Is een zuster van de

bekende fllmactrice Lois Moran.

Karl Koestlin zet te Weenen de film „Cram-

bambuli" in scène.

DE OPLOSSING

Vraag vijfhonderd vier en vijftig

Charles Dickens heeft onder het pseudoniem

Boz geschreven.

De hoofdprijs werd ditmaal verworven door

den heer J. A. Hoogensteijn te Amsterdam,

terwijl de troostprijzen ten deel vielen aan: de

beeren J. A. Galet te Amsterdam; P. J. Sturm

te Den Haag; F. v. d. Linde teDen Helder;

P. J. Palmboom te 's-Gravenhage'; G. H. Peer-

bolte te Rotterdam.

Gail Patrick is door R.K.O.-Radio geëngageerd

als Richard Dix' partner in „Reno".

Victoria Lincoln bevindt zich te Hollywood om

het scenario te schrijven van „Primrose Path' ,

een tooneelstuk, dat verfilmd zal worden, met

Ginger Rogers in de hoofdrol, onder productie-

leiding en regle van Gregory La Cava.

Lloyd Bacon zal de Warner Bros-film „Invisible

Stripes" reglsseeren met James Cagney en

George Raft in de hoofdrollen.

Stan Laurel en Oliver Hardy spelen in „A

chump at Oxford". Regisseur is Alfred Gouldlng.

-Jano-Gilbert, dé lóngére zuster van Margaret

Lindsay, zal een groote rol spelen in „The singing

cop", waarin John Payne haar tegenspeler is.


Vincent Sherman ensceneert de film „Secrets of

a private nurse". De medespelenden zijn Jane

Wyman, Gloria Dlckson, Margaret Stevenson en

Dennis Morgan.

Harry Van en Irene (Clark Gable en Norma Shearer)

Regie: Clarence Brown.

Metro-Goldwyn-Mayer-film.

Irene Norma Shearer

Harry Van Clark Gable

Achille Weber ... Edward Arnold

Dr. Waldersee... Charles Coburn

Capt. Kirvline, Joseph Schildkraut

Quillery Burgess Meredith

Mad. Zuleika, Laura Hope Crews

Don. Navadel.. Skeets Gallagher

Dumptsy William Edmunds

Pittatek Fritz Feld

Edward Arnold als Achille

Weber

<

DE KERMIi

DER

DWAAiHEID

Bij het einde van een wereldoorlog

wordt de gewonde variété-acteur

Harry uit het ziekenhuis ontslagen

en hij moet bemerken, hoe moeilijk het is

om met al zijn flair en overmoed een be-

hoorlijke baan te krijgen. Na een serie

niet al te beste engagementen op allerlei

gebied, ziet men hem als assistent van

Madame Zulcika, een oud, dikwijls dron-

ken wijf, dat zich als helderziende uit-

geeft. In hetzelfde circus treedt een troep

acrobaten op, waarbij een roodharig jong

meisje, Irene, dat veel voor Harry voelt.

Harry bewondert haar voornamelijk, om-

dat zij een onovertroffen leugenaarster is.

Zij schijnt buitengewoon verstandig en

wei-opgevoed en omgeeft zich met den

glans van een avontuurlijk leven. Zij

gaan echter uit elkaar en treden in ver-

schillende steden op.

Vele jaren lang werkt Harry nu eens

>

.

^^ ^W^w,

.-..■■r :

Joseph Schildkraut alsi

Captain Kirvline \

. ^r


Harry Van (geheel links)

keert terug vqn bet

bij deze. dan weer bij die circustroep. Bijna twintig

jaar later ziet men hem op reis door Europa met

zes revue-meisjes. Zij zijn op weg naar Genève,

maar de trein wordt opgehouden aan de grens

van een denkbeeldig land en zij hooren, dat er een

nieuwe wereldoorlog voor de deur staat. Zij

moeten voorloopig in het eenige hotel ter plaatse

blijven, een groot, nogal mondain zomerhotel in

de bergen.

Hier wordt ook een tijdelijke toevlucht gezocht

door Achille Weber, één van Europa's belang-

rijkste en machtigste munitiefabrikanten, die met

een wonderschoone, mysterieuze blonde vrouw

reist. Harry meent in deze vrouw Irene te her-

kennen, hoewel zij zich zeer exotisch voordoet,

extravagant gekleed gaat en de allures van een

groote dame heeft. Ook ontkent zij kalm, dat zij

den variété-clown ooit vroeger gezien heeft en,

evenals de kleine acrobate van twintig jaar ge-

leden, vertelt zij fantastische en fascineerendc

leugens over haar verleden. Zij zegt, dat zij Irene

heet, wat „vrede" beteekent.

Er is een militaire vliegbasis in de bergen vlak

bij het hotel en de spanning en vrees onder de

gasten bereiken dien avond een climax, wanneer

een groot eskader bombardementsvliegtuigen met

onbekende bestemming vertrekt. Terwijl Irene in

de geslotenheid van haar kamer Achille Weber

in bittere bewoordingen zijn rol in het voorspel

van den komenden wereldoorlog verwijt, stormt

de vurige jonge pacifist Quillery de feestzaal

binnen, waax. Harry Van en zijn meisjes een

nummer ten beste geven en vertelt de waarheid

over de dingen, die gebeuren gaan. Op bevel van

Weber grijpen de soldaten hem en weinige mi-

nuten later is Quillery tegen den muur gezet en

volgens het standrecht van den oorlog doodge-

schoten.

Den volgenden morgen is de oorlog

uitgebroken en de gasten van het hotel

mogen de grens overschrijden. De Duit-

sche professor gaat kalm zijn plicht ver-

vullen in zijn vaderland, zonder enthou-

siasme, maar ook zonder aarzeling.

Van het jonge Engelsche paartje op de

huwelijksreis vertrekt de man om aan

ChorlM

burn alt

Wolderiee

Harry Van met zijn dansgroep „Lea Blondes"

het front zijn plicht te vervullen. Ook het manusje-van-

alles uit het hotel heeft zijn bescheiden, slecht zittende

uniform aangetrokken. Een is er. die niet gaat, omdat de

officier van de wacht haar papieren niet in orde heeft be-

vonden. Het is Irene. Tegelijkertijd neemt Achille Weber

een ijzig afscheid van zijn vroegere vriendin en mede-

werkster.

Harry zet de meisjes op den trein, maar — wetende

dat de blonde vrouw de Irene van twintig jaar geleden

is — keert hij terug, hoewel hij weet, dat het hotel in de

vuurlinie ligt en elk oogenblik als répressaille-maatregel

gebombardeerd kan worden.

En terwijl het hotel op zijn grondvesten schudt en de

eerste bommen de veranda's verwoesten, gaat Harry Van

aan de piano zitten en zingt Irene het Russische liedje

„Kak Stranno" („Hoe vreemd..."), dat de .gchcele film

door telkens opduikt.


»Lola Müthel,

1Jaspar von

Oerlzen, F.

W. Schröder-

Schrom en

Hans Zesch-

BaUot

Otto

Matthias

^f^l

Hans Zesch-Ballot en Lola Müthel. |

Ula-film.

Inge Flint Lola Müthel

Dr. Berthold Mahr Jaspar v. Oertzen

Mahr F. W. SchrSder-Schrom

Wiesneck Erich Fiedler

Commnsans Benken Hans Zesch-Ballot

Berg. zijn secretaris Herbert Gernot

Müller, secretaris Bruno Fritz

Rolverdeeling:

M*

Regle: Rudolf van der Noss.

Harry Hornemann Albert Lippert

Mevr. Duval Elsa Wagner

Mevr. Kapland Lotte Rausch

Tesch Hans Stiebner

Herbert Timme Otto Matthies

Engelhardt Gerhardt Dammann

Inspecteur Dleffenbach Werner Pledath

en verder Jack Trevor. Eduard Wenck, Georg Völkel, Carl Hannemann, LilH Schonborn,

Carl Heinz Peters. Fritz Staudte. Edith Meinhatdt, Erich Dunskus, Otto Braml. Andre St.

Germain, Paul Hildebrandt, G. H. Schnell.

Ergens in het bosch wordt een lijk gevonden. De overledene is gewurgd en verschillende

omwonenden hebben in den nacht, tegen half elf, een gil gehoord. Het spoor van een

auto brengt de justitie in de woning van een zekeren Wiesneck. Uit het verhoor van

het dienstmeisje komt vast te staan, dat Wiesneck op dat uur een dame op bezoek had, die

met ruzie moet zijn vertrokken, want er ligt een vaas in scherven

Wiesneck geeft het damesbezoek toe. Juffrouw Flint is bij hem geweest en Juffrouw Flint

was weggeloopen na een kleine woordenwisseling. Ook Wiesneck heeft een schreeuw gehoord

en een auto, die aan den rand van het bosch wachtte, was kort daarop in snelle vaart langs

hem 'heen gereden. Het nummer van dien wagen was IA 126.940. Wiesneck had den

volgenden dag juffrouw Flint opgebeld, maar tot zijn groote verbazing had hij gehoord, dat

zij niet was thuisgekomen. Wiesneck wordt met het lijk geconfronteerd: neen, het is niet

juffrouw Flint. Hij beweert de dodde niet te kennen. In de kleeding van het

slachtoffer vindt men een merk, dat van een Parijsch modehuis afkomstig is. Bij

onderzoek blijkt een juffrouw Noronne de koopster te zijö geweest van het

kostuum een zekere Harry Hornemann heeft de rekening er van betaald.

Beiden zijn daarop naar Berlijn vertrokken. In Pension Tesch, dat de politie

goed kent, is mevr. de Noronne bekend. Zij heeft geïnformeerd naar een mijnheer

Wiesneck, ontving heerenbezoek, maakte ruzie, liep weg en kwam niet meer

terug. Ondertusschen zijn

aan de grens twee mannen,

Harry Hornemann en Per-

cy Duffins gearresteerd

onder verdenking van

moord. In de advocaten-

kamer van het gerechtshof

wordt een poging gedaan

om de acten van de moord-

zaak Hornemann te stelen.

In de appartementen van

mevrouw de Noronne wordt

'een epistel met Grieksche

letters gevonden — als men

deze letters toepast op het

letterslot van de safe van

Wiesnecks afdeeling, laat

de deur zich heel gemak-

kelijk openen. Bijna was de

zaak geheel opgelost als

blijkt, dat de politie door

dezen moord nog op het

spoor wordt gebracht van

een uitgebreide spionnage-

affaire, waarvan de leider

eerst aan het slot van de

film ontmaskerd wordt.

Jaspar van Oeitzen.

Lola Müthel.

pooß 6EOR6E PPL Qi LflEMMLE

B

ij het overlijden van Carl Laemmle,

één der merkwaardigste figuren uit

de filmwereld, gaan mijn gedachten

terug naar enkele voor mij onvergetelijke

ontmoetingen, die ik in het voorjaar van

1938 met hem had.

Tijdens mijn studiereis naar Holly-

wood, had Laemmle mij verschillende

malen uitgenoodigd hem in zijn huis te

Beverley Hills (Calif.) op te zoeken.

Hij bewoonde dit huis — een typisch

staaltje van de reeds zoo vaak beschreven

sprookjespaleizen van filmsterren en film-

magnaten en waarin niet alleen een reus-

achtig zwembassin, maar ook een com-

pleet ingerichte bioscoop aanwezig is —

gedurende den laatstcn tijd slechts in

gezelschap van zijn kinderen en zijn boeken.

Hij ontving mij in zijn ruime werkkamer

en reeds in de eerste oogenblikken onzer

kennismaking wist ik, dat ik hier tegenover

een man zat, die met een zeldzamen

geest begiftigd was. Wat mij bovenal

trof, was zijn groote eenvoud, die uit

heel zijn wezen sprak. Langs de wanden

van dit studeervertrek hing een groot

aantal foto's, die met elkander de stille

getuigenis vormden van zijn hard en

werkzaam leven. Er waren o.a. reeds

verbleekte fotografieën bij van „White-

Front", het eerste door hem geëxploi-

teerde bioscoopje in Chicago, voorts de

beeltenissen van filmsterren, waarvan de

namen reeds totaal vergeten zijn, mannen

en vrouwen, die veel aan Laemmle te

danken hebben of hadden.

Uit den aard der zaak liep onze con-

versatie over film en ik constateerde,

dat deze „old-timer", hoewel hij zich

reeds enkele jaren uit de filmbranche had

teruggetrokken, nog steeds met volle be-

langstelling de ontwikkeling van alle tak-

ken van de filmindustrie volgde en blijk

gaf van origineele opvattingen omtrent

vorm en inhoud van de moderner film.

Hij was het ook, die mij de „hausse"

voorspelde, die thans op het gebied

van de teekenfilm in Hollywood heerscht.

Toendertijd, dus nu ruim 1 jaar ge-

leden, sprak de krasse, oude heer met mij

over zijn vacantieplannen. Hij wilde

graag nog eens naar Europa oversteken,

„maar", voegde hij er nadenkend aan

toe: „in welk land van Europa kan men

een werkelijk rustige vacantie doorbren-

gen? Ik geloof, dat Holland daarvoor

nog het meest geschikt is."

Laemmle is Duitscher van geboorte,

maar zijn jarenlange verblijf in de Ver-

eenigde Staten heeft hem volkomen ver-

amerikaniseerd. In wezen beschouwde hij

dan ook Amerika

I Carl Laemmle In

, zijn werkkamer

geweldige prestaties van de Amerikaansche

filmindustrie. Hij heeft mijn poppenfilms

in zijn theater geprojecteerd en ik mocht

tot mijn voldoening woorden van waar-

deering over mijn werk van dezen ouden

film-veteraan vernemen. Niettemin deed

het hem vreemd aan, dat dergelijk werk

nu eens niet in Amerika, maar in Europa

tot stand gekomen was. Dat het boven-

dien in Holland, — een land, dat be-

roemd is om zijn tulpen, kaas en fiet-

sen, maar dat toch allerminst bekend

staat als een natie, die bijzondere films

produceert — vervaardigd was, wekte

in hooge mate zijn bewondering.

Laemmle toonde zich een voortreffe-

lijk gastheer en eens inviteerde ik hem

bij wijze van revanche voor een diner

in een van de talrijke restaurants van

Hollywood. Hij accepteerde mijn aan-

bod en vroeg mij in welk hotel wij

elkander zouden ontmoeten. Omdat ik

slechts korten tijd in Hollywood woonde,

waren mij de namen van de echte smul-

paap-restaurants nog niet bekend en ik

stelde voor, dat hij als Hollywood-in-

sider zelf de plaats zou bepalen, hetgeen

hij toen deed. Eenige uren later ver-

orberden wij gezamenlijk een

kostelijk dinertje in een oer-ge-

zellig eetlokaal. Nadat wij ons

tegoed hadden gedaan aan de

meest uiteenloopende specialitei-

ten van het huis, riep ik den kell-

ner om af te rekenen. Deze wei-

gerde echter hoffelijk, maar vast-

beraden iedere betaling van het

geconsumeei'de. „Mr. Laemmle is

de eigenaar van dit restaurant,"

verklaarde hij kort en bondig.

Nu is Laemmle heengegaan.

JHij bereikte den leeftijd van 72

jaar. Onwillekeurig herinner ik

mij zijn woorden: „In Hollywood

wordt hard, heel hard gewerkt,

maar toch leven we hier min-

stens tien jaar langer, dank zij

het gezegende klimaat van Cali-

fornië".


Regie. Edward H. Griffith. Paramount-film.

POLVERDEELING:

Christopher West Madeleine Carroll

Chick O'Bannon Fred McMurray

Bells Shirley Rass

Mevrouw de Witt Jessie Ralph

Grootvader West Claude Gillingwater

Sonny de Witt Allyn Joslyn

WEREIDSCKE

VROUWEN

Christopher West, de verwende jonge afstammelinge van vele generaties van milliormairs, arriveert uill

Europa en wordt ontvangen door een groot aantal verslaggevers, die willen weten of het waar is.|

dat Chris zich verloofd heeft met een Europeeschen prins.

Chick O'Bannon, de haven-reporter. trekt de aandacht van de rijke society-schoone door zijn klaar-j

blijkelljke onverschilligheid voor haar rijkdom en positie. Chick wordt door zijn redactie aangewezen on

een verslag te maken van een feest, dat Chris aan haar vrienden aanbiedt. Als hij arriveert, heeft

gastvrouw juist ruzie met Sonny de Witt, een society-reporter, wiens stukjes dagelijks door de „high life"

gretig gelezen worden. Sonny vertelt Chris, dat zij niet langer ..nieuws" is. en dat het niemand meer inte-l

resseert wat zij doet of laat. Chris gaat een weddenschap met hem aan. dat zij binnen een week op|

pagina 1 van zijn krant zal staan.

Chris verveelt zich op haar eigen fuif, en weet Chick te bewegen haar in zijn auto mee uit rijden tel

nemen. Zonder dat Chick eigenlijk goed begrijpt wat er aan de hand is, staan zij plotseling voor eenl

vrederechter en zijn getrouwd. Direct na de plechtigheid telefoneert Chris met Sonny, vertelt hem, datf

zij getrouwd is, en verlangt, dat hij zijn verloren weddenschap betaalt. Om zich te wreken belt Chic«

zijn krant op en vertelt zijn redacteur, dat hij een sensationeell

verhaal uit .,dat kind van West" gehaald heeft door met haarf

te trouwen. Zij is woedend en geeft hem een oorveeg. In allel

kalmte geeft Chick haar den oor-

veeg terug en laat haar alleen

achter.

Als de oude grootvader van

Chris den volgenden morgen de

heele geschiedenis hoort, gaat hij

Chick opzoeken. Hij verzoekt hem

niet toe te stemmen in een on-

middellijke scheiding, doch voor-

loopig te doen, alsof hij gelukkig

getrouwd is, totdat de sensatie in

de kranten een beetje geluwd is.

Chris, die van plan was zich da-

delijk te laten scheiden, moet ten

slotte ook zwichten voor de argu-

menten van den ouden heer, en

om vrienden en kennissen om den

tuin te leiden ver-

schijnen Chick en

Chris overal in het

openbaar. Bij een

bezoek aan haar

nachtclub krijgen zij

geweldige ruzie, om-

Madeleine Carroll

'^

V

r^^.

^

'si

mSFW^S^m" ; ji'

Sbfl ^^1 l^^k ^^1 ^K ^r H^^l

*

* -

-_

0

■-■. u ■'ï

• i

1

dat Chris een verkeerde uitlegging wil geven aan Chicks

platonische belangstelling voor Bells, zijn buurmeisje, dat in

de club een baantje als bloemenmeisje gekregen heeft. Chick

heeft hiervoor gezorgd om haar een kans te geven vroeger

of later in de club als zangeres te kunnen optreden. De

ruzie wordt onderbroken door de komst van Sonny, die

weet te vertellen, dat de vrienden van Chris haar een fuif

zullen aanbieden aan boord van haar jacht.

Tijdens het feest krijgt Chick hoe langer hoe meer het

land aan de leeghoofdige vrienden van Chris, en als zij

meer drinkt dan goed voor haar is. verlangt hij, dat zij met

hem naar de stad zal teruggaan. Chris weigert en als Chick

haar een beetje ruw aanpakt, valt zij overboord, haar echt-

genoot meesleurend. Chick klimt in de snelle motorboot, die

langszij ligt, maar Chris wil niet hij hem in de boot komen

en woedend start hij den motor, en sleurt haar in volle

vaart ' vijf mijlen op een glijplank door het ijskoude water

van New-York's haven. Als zij den steiger bereiken, valt

Chris flauw en Chick heeft spijt van zijn hardvochtigheid

hoewel hij ook de koppige volharding van zijn nieuwe echt-

genoote wel bewondert.

Sonny laat een stukje over hun ruzies verschijnen in zijn

krant en Chick gaat naar zijn bureau om Sonny eens de

waarheid te zeggen. Hij ontmoet daar Sonnys moeder, die

hem een lesje geeft door hem er opmerkzaam op te maken,

dat Chris niet zoo kwaad is. maar een product van een glad

verkeerde opvoeding.

Chris is zoo boos, dat zij naar Europa wil vertrekken.

Haar grootvader telefoneert Chick, en samen weten zij haar

vertrek te beletten. Dien avond gaan zij samen naar de

nachtclub. De een voelt zich nog ongelukkiger dan de ander,

en dan gaat het doek open en verschijnt Bells, die eindelijk

haar kans heeft gekregen en een lied mag zingen. Uit dank-

baarheid voor Chicks bemiddeling zingt zij het lied speciaal

voor hem, en uit jaloezie gaat Chris naar de directie en

laat Bells ontslaan.

Chick is verontwaardigd. Bells gooit een glas champagne

in het gezicht van Chris, die zich niet onbetuigd laat en

Bells natspuit met een flesch spuitwater. Sonny, die op het

tumult komt toerennen, krijgt ook een frisch bad en daarna

gaat Chris ruzie maken met een agent, die haar wil be-

keuren, omdat haar wagen niet goed geparkeerd staat.

Chick bevrijdt haar van den agent en brengt dan Bells

naar huis.

Na een poosje zakt de woede van Chris en in een gesprek

met den bar-tender dringt het tot haar door wat een zelf-

zuchtig spook zij geweest is. Zij laat Bells opnieuw enga-

geeren en gaat dan naar Chicks huis om het meisje het

groote nieuws te vertellen. Bijna was er weer ruzie ont-

staan, maar dan begint Chris bitter te huilen en Bells begrijpt,

dat de koningin der New-Yorksche society eindelijk ontdooid

is tot een gewoon mensch. Zij omhelst Chris en Iaat haar

dan alleen met Chick. Moe van het ruziën hebben meneer

en mevrouw O'Bannon eindelijk gelegenheid om met elkaar

te praten zonder elkaar aan te vliegen en dat is dan ook het

moment, waarop zij gaan inzien, dat zij ten slotte toch veel

van elkaar zijn gaan houden.


Greer ▼oor hoar Hol

lywoodsche woning.

GREEP

GARJON

EEN FILMONTDEKKING

BIJ TOEVAL

ij films, die naar een bekend litterair werk

gemaakt zijn, doet zich natuurlijk het

geval voor, dat regisseur en scenario-

schrijver — even sterk als dit trouwens met

het publiek het geval zal zijn — van te voren |

een vaste voorstelling hebben over het type,

het karakter, ja het uiterlijk der hoofd-figuren, j

op grond daarvan de menschelijke pendan-

dezer hoofd-figuren gaan kiezen. Bij

etro-Goldwyn-Mayers „Goodbye Mr. Chips",

naar den befaamden schoolmeestersroman van

James Hilton, was de mannelijke hoofdfiguur

van te voren al aangewezen: niemand be-

lichaamde dit half-roroantische, half-cynische

type beter dan de fijne, markante figuur van

Robert Oonat. Maar wie zou de vrouw kun- !

nen zijn, die in haar kortstondig leven met haar

intense, stille noblesse, haar milde en toch arge-

looze levenswijsheid dat karakter zou kunnen

uitbeelden, dat het verdere, lange leven van

Mr. Chips zoo blijvend zou beïnvloeden?

• In de Hollywoodsche filmkoionie kon regis-

seur Sam Wood geen type vinden, dat dit volkomen Engelsch-vrouwelijke I

bezat. Reeds had hij het plan opgevat om dan maar met de rest van den staf

naar Engeland, waar de film gemaakt

zou worden, af te reizen in de hoop daar

een actrice voor de Mrs. Chips-rol te ont-

dekken en reeds bevond hij zich in New

York, toen hij op den dag voor zijn ver-

trek nog eenmaal de laatste

z.g. „screen-tests" der op hun

kans wachtende Metro-Gold-

wyn-Mayer actrices doorkeek.

Bij een dier foto's wist hij het

eensklaps: deze en geen ander

is voor mij Mrs. Chips!

Het was de jonge, begaafde

Engelsche actrice Greer Gar-

son, dochter van een Schot-

schen dominé en een lersche

moeder, een begaafde, intelli-

gente vrouw, die te Londen en

te Grenoble gestudeerd had

en daar cum laude den graad

van candidate in de letteren

behaalde.

Zij was aan het Londensche

tooneel bekend geworden en

Louis B. Mayer had haar

reeds naar Hollywood ge-

haald, zonder dat zij echter

een defintieve rol in uitzicht

gesteld kreeg.

Maandenlang had zij in

Hollywood gewacht en was

eigenlijk reeds van plan naar

Londen terug te kceren, hoe-

vel zij liever onder de zon van

Californië carrière had willen

maken. Het toeval wilde nu,

dat Greer Garson, wier merk-

waardige voornaai» éen sa-

mentrekking van het Schot-

sche Gregory is) voor het

eerst onder de schijnwerpers

kwam te staan in een Londen-

r n studio op een paar honderd meter

afstand van de plaats, waar zij woonde,

—uttrwijl zij twintigduizend kilometer

gereisd had om deze rol te bemachtigen.

Nog treffender is het, dat naderhand

bleek, dat haar foto's van de sereen-test

slechts door een vergissing Sam Wood

onder oogen kwam. Zij lagen in het New

Yorksche kantoor der M.G.M, voor een

anderen regisseur en een andere film

gereed!

Sam Wood, dl» Groer

een kans gaf.

/

*■■'■ ■'

''S


„Waarom noem je je hond toch „Zwendelaar"?"

„Ik vind het zoo grappig, dat er zooveel menschen omkijken als ik

hem roep."

Dame; „Ik wilde graag een paar schoenen hebben."

Winkeljuttrouw: „Hoeveel maten te klein wenschl u ze?"

- 2 -

VAN LEZER TOT LEZER

Op dn« pagina kunnen onz* absnné'«, onder da „Ruilrubriak", f ratl« aan adver-

tentie plaatsen, waarin zij iatt aanbiadan in ruil voor iet» andar*. Daze plaatsing

is geheel gratis, maximaal 10 regels par advertentie. Advertcntiei, waarin voor-

werpen te koop worden aangeboden of gevraagd, woningen ta huur worden

gevraagd of ta huur aangeboden, diensten worden aangeboden, anzoovoort, enzoo-

voort, worden onder da rubrieken „Ta koop aangeboden", „Te koop gevraagd" en

„Diversen" geplaatst en berekend tegen S cts. per regel, minimum vijf regels.

TE KOOP

AANGEBODEN

Aangeb. : eenige gedr.

winterkl.. w.o. mantel

en enkele jap., gr. maat.

J. P. Buys, Harlinger-

str.weg 33, Leeuwarden.

Te koop : 3/4 bontjasje,

beige, m. 46, in z. g. st.,

gek. ƒ40.—, nu voor

ƒ20.—. Mevr. Hambur-

ger. Eendrachtstr. 27-1,

A'dam.

RUILRUBRIEK

Wie ruilt met mij : 21

Verk.b. Dierenl. in Artis

v. Hille b. Verder 22 pi.

paddenst., 58 vetpl., 68

bl. en h. vr. te ruilen v.

Hllle b. A. P. Suyver,

Adm. de Ruyterweg

384-1. A'dam (W.).

Te ruilen : 100 p. van

D.E. koffie en thee ; 8

Haust besch.-b. ;23 Hil-

le-b. ; 6 Verk.-b. ; 7 Me-

co-b. ; 3 £ickesz-b.; 2

sold.; 1 verg. hand ; 2 b.

van Lido choc. ; 9 Ho-

ning vliegt.-b. ; 6 De

Hoogs koek-b . ; 14 De

Haan-b. en pi. ; 18 b. v.

Bernsens koffie eh thee

voor C. Jamin geldige

kwartjes-b., Sunlight-b.

of weegsch. Postz. v.

antw. insl. T'evens C.

Jamin-b. te koop gevr.

2de Jacob v. Campen-

str. 76-111, A'dam (Z.).

Ik heb Limburg, Hille-

b. 67 ; Zwerft, d. o. land

115 ; N.-Brab. en Zeel.

te zamen 35 stuks en

Artis 59. In ruil gevr.

voor Sunlight, Rinso,

Vim, Radion en Lux.

Wie wil deze b. ruilen ?

Hannemanstr. 72, Den

Haag.

Ruilen : 2000 Haka ;

200 v. Nelle ; 1000 Meco;

800 Artis Verk. ; 1100

Hag-z. ; 175 Delta zeep-

b. ; 100 Riemvis-b.; 110

A.N.W.B. ; 1200 postz.

B en B ; 600 Liga ; 150

Dobbelm. ; 350 Kilo-

meter-b. ; 405 Ijzen-

dijk ; 40 Düngen ; 132

Patria 11 ; 100 Bussink j

tegen Wennex, Klokz. ;

Duif ; Felix ; Niemeijer ;

Haas en Brero ; D.E. ;

Ringers ; Biggelaar en

andere. Postz. insl. M.

Koning, Heilbronstr. 48,

Den Haag.

Te ruilen : Groen ge-

emaill. haardkachei m.

bijpassende plaat. Z.g.

a.n.. voor i-pers. op-

klapbed ju. ombouw.

Keizerstr. 22, Scheve-

ningen.

Te ruilen : Een postz.-

alb. m. 900 vreemde

postz. voor een gelijk

getal b. als Vim, Lux,

Duifm.. Droste, D.E.-p.,

Klokz.-b. en 25 cent

Jamin-b. J. Wentink,

Hoogravenscheweg 106,

Utrecht.

Gratis kunt u gangbare

bonnen, die u niet spaart,

ruilen voor wat u wèl

spaart en tekort komt.

Bij zending postzegel

insluiten voor terugstu-

ren. Wed. S. v. Zanten,

Daniël Willinkplein 41,

A'dam.

Gevr. wordt postz.cat,

Vvert 1938of'39, Ikheb

in ruil gebr. ledige postz.

alb. Nederl. en Kol.

First book en Second

book English by M. D.

Berlitz (geb.) ; Nuttall's

Stand. Dictionary (Eng.)

(geb.); dl. I en 2 Staat-

huishoudk. door Mr.

Dr. M. Spaander ; 2 pr.

schaatsen en 12 exempt,

v. h. Nwe Modebl. m.

patronenbl. v. Febr. '39

t/m Aug. '39. Br. m.

porto v. antw. aan H.

Kerkhoff, Nobeldw.

str. 24, Utrecht.

Ter ruiling aangeb. :

een schrijfbur. m, stoel

en boekenk. v. iets an-

ders. Kornoeljestr. 30,

Den Haag.

Wie heeft in ruil v. Sim-

plex damesfiets en haard

of haardkachei? D. J.

Breekveldt, Okmastr.

25, Kampen.

Wie heeft v. mij 13 let-

tertjes E. in ruil v.

eOSuni.en Vimb. ?Mej.

D. Smit, Menneweg 147,

Sassenheim.

ABONNE'S OP DIT BLAD,

welke in onze registers zijn ingeschreven en in het be-

zit zijn van een door onze administratie afgegeven

polis, zijn gratis verzekerd volgens polisvoorwaarden:

f2000.- bij levenslange invaliditeit; f 600.- bij over-

lijden; f 400.- bij verlies van een hand, voet of oog;

f 75. - bij verlies van duim of wijsvinger; f 30.- bij

verlies van een anderen vinger, een en ander ten ge-

volge van een ongeval.

Is het ongeval een gevolg van een aan een personen-

trein, tram of autobus enz. overkomen ongeval, waarin

verzekerde als gewoon betalend passagier reist, dan

wordt de uitkeering bij levenslange invaliditeit gesteld

op f3000.- en de uitkeering bij overlijden op f 1000.-

De uitkeering dezer bedragen geschiedt door de

NIEUWE HAVBANK N.V. te Schiedam.

Denk ér om bij een eventueel ongeval binnen 3x24 uur

aan het kantoor der N.V. Nieuwe Havbank te Schie-

dam daarvan kennis te geven, ook at meent U, dat de

directe gevolgen niet ernstig kunnen zijn.

Anders vervalt het recht op uitbetaling.

Ge bedekt uw gebalde vuist met een Ge steekt den wijsvinger van uw andere hand In Ge iaat de er uitstekende punt door een

zakdoek. de vuist, tot de zakdoek aan den anderen kant er der aanwezigen afknippen.

door komt.

WIE GOOCHELT

ER MEE?

DE HERSTELDE ZAKDOEK

Wie' goochelen kan, is in een gezelschap altijd de geziene man. En wie

zou dit, zonder hoovaardig te zijn, niet willen wezen? Welnu: wij doen

u hier een eenvoudig goocheltoertje aan de hand, dat ge met eenige

oefening op zoodanige wijze zult kunnen brengen, dat gij uw .^publiek"

werkelijk versteld zult doen staan I

De foto's toonen duidelijk, hoe ge te werk moet gaan!

In werkelijkheid is er géén punt van den

zakdoek afgeknipt. Ge hadt heel/eenvou-

dig in uw hand esn stukje stof verborgen,

van dezelfde soort als waarvan de zakdoek

was gemaakt. Toen ge dan ook uw wijs-

vinger in uw vuist stak, hebt ge met uw

vingertop dit stukje stof aan den anderen

kant er uit geduwd en dit stukje nu werd

" zoogenaamd afgeknipt en later verbrand!

Het afgeknipte stuk verbrandt ge

vervolgens voor de oogen der toe-

schouwers boven een kaarsvtam ...

. .. waarna ge eenige hocus-pocus-

bewegingen uitvoert boven den zak-

doek, die ten slotte geen enkel

spoor van beschadiging blijkt te

vertoonen! Hoe dit mogelijk is? Wel,

de volgende foto geeft het antwoord:

•<

j-


feS

^ Het hart van een wereldrijk : Soedan,

Oost Afrika, Somaliland, Hadra-

maut. Indië en Ceylon zijn Bntsch

bezit. De andere staten zijn gedeelte-

lijk economisch en sommige zelfs

v ook politiek nauw met Engeland ver-

bonden : Egypte. Irak, Iran en Afgha-

nistan. De drie pijlen toonen de

richting aan, waarin de in Aden

liggende Engelsche zeesirijdkrachten

bij een aanval op dit hart van het

Br its ehe wereldrijk zullen moeten

optreden: O naar de Oostafrikaan-

sehe kust, I naar Indië en A naar

Australië.

Het signaalstation op een rots

in de baai van Aden, dat het ge-

heele scheepvaartverkeer regelt.

In deze baai ontmoeten el-

kander sinds drieduizend jaar

alle zeevarenden en handels-

lieden van Indië, Arable,

' -Perzië en Oost-Afrika.

HET HART

VAN EEN

WERELDRIJK

Het Britsche wereldrijk ligt over de gansche aarde ver-

spreid. Geen continent, of het heelt er zijn bezittingen

Dat is zijn kracht, zoowel als zijn zwakte: het beschikt

hierdoor over talrijke hulpbronnen, maar het heelt ook een

uitgestrekt gebied, waar het aangevallen kan worden en

waar het vaak uiterst kwetsbaar is, omdat er niet altijd —

vooral niet in tijd van oorlog! — voldoende manschappen

en materiaal uit het moederland heengevoerd kunnen wor-

den voor een doeltreffende verdediging, wanneer de aanval

door een groote macht wordt ondernomen. In een wereld-

oorlog, waarin velen zich tegen Engeland keeren, zou het

daarom niet moeilijk zijn, eenige deelen van zijn rijk af te

scheuren en te bezetten, doch de ondergang van het Brit-

sche Imperium zou dit natuurlijk nog allesbehalve be-

hoeven te beteekenenl

Intusschen: de verdediging van een dergelijk kolossaal

rijk brengt vanzelfsprekend zijn enorme zorgen mede,

vooral in een tijd als deze, waarin over de vraag, welke

houding bepaalde landen in een min of meer nabije toe-

komst zullen aannemen, nog altijd onzekerheid heerschl.

Indien ge een blik op ons kaartje werpt, ziet ge daarop

met één oogopslag wat men zou kunnen noemen het hart

van hef Britsche wereldrijk: het aan rijkdommen onuitput-

telijke Indië, het vruchtbare Nijidal van den Soedan, de

waardevolle Oostafrikaansche bezittingen, en de Arabische

staten van het nabije Oosten, waarin Engeland zijn vooral

thans onontbeerlijke olievelden heeft. En temidden van dit

kaartje leest ge een naam. Den naam Aden!

Zonder overdrijving kan men zeggen, dat deze stad den

sleutel vormt van het geheele Britsche Imperium, want

vandaar uit moet de verdediging plaats vinden indien dit

gebied zou worden aangevallen, De drie pijlen geven de

Dit is Aden, een der oudste steden der wereld. Ze ligt in een

kom van het gebergte, ongeveer zes mijl van de haven ver-

wijderd. Tot aan het einde van de vorige eeuw was deze plek

de grootste slavenmarkt, die er ooit geweest is.

Aden is eigenlijk een kuststrook in Zuld-Arabië, die sinds 1839 Engelsch

bezit is. Het grootste deel vormt een soort protectoraat; een klein

schiereiland daarentegen is een Engelsche kolonie. Op dit schiereiland

liggen dicht bij elkaar twee plaatsen: Steamer Point en Aden-Town.

Deze twee samen zijn op de kaart als Aden aangeteekend. Steamer

Point is de eigenlijke haven, de handelsstad, de wijk van de Europeanen

en de zetel dar regeeringsambtenaren. Aden-Town is de oude Inheem-

sche stad. Onze foto toont de voornaamste zaken-wijk van Steamer Point.

belangrijkste richtingen aan, waarin de in Aden liggende Engelsche zee-

strijdkrachten eventueel moeten optreden: O naar de Oostafrikaansche kust,

I naar Indië en A naar Australië.

Ondanks zijn enorme belangrijkheid is Aden toch slechts een betrek-

kelijk kleine havenstad. Het ligt aan de Zuidelijkste punt van het groote

Arabische schiereiland. Het wordt tot de alleroudste steden van de aarde

gerekend, en het lag reeds ten tijde van de beroemde koningin van Saba

daèr, waar het nu nog ligt.

Waarschijnlijk werd zijn gunstige geographische ligging reeds eenige

duizenden jaren geleden opgemerkt en gewaardeerd, want al sinds de grijze

oudheid hebben de in de buurt wonende volkeren met wisselend geluk om

het bezit van deze stad gestreden. Aden was eeuwenlang de centrale haven

van alle slavenhandelaars, parelvisschers en groote kooplieden uit het

Oosten. Van hier uit is de zeeweg even lang naar Indië als naar Egypte,

naar de rijke kuststeden van Oost-Afrika als naar de havens van Perzië en

Mesopofamië. Geen wonder derhalve, dat Aden ononderbroken tot in onzen

tijd steeds een centrum van den wereldhandel is geweest.

Door een verdrag met den sultan van Lahedj is Aden honderd jaar ge-

leden in het bezit van Engeland gekomen. De geweldige rotsen rond de

stad werden in een onneembare zee-vesting veranderd en de Engelsche

vloot waakt van hier uit over de Britsche belangen in drie werelddeelen. . .

Aden beheerscht den Indischen Oceaan. Van alle havens, die aan de

kusten van deze wereldzee liggen, wordt Steamer Point door de meeste

schepen aangedaan. Het is een der grootste bunkerstations der wereld.

BHQHHHHB

Een kameeldrijver uit Aden. In lange dagmarschen komen de Nomaden

uit de Arabische woestijn en uit de bergen van Yemen naar Aden om

er hun waren: de fijne mocca-koffie, vellen, huiden, kruiden, enzoovoort,

te verkoopen.


Een café, waar men slechts water kan drinken. Zoo zijn er in Aden,

waar in de gewoonlijk ontzettende hitte, die er heerscht, versch, koel

drinkwater duur betaald moet worden, verscheidene.


HOE DE FINNEN

HUN LAND WILLEN

VERDEDIGEN

Het is nog niet zoo lang geleden, — een goede twintig

jaar pas! — dat de Finnen hun vrijheid hebben be-

vochten. In den krijg, dien zij van 1917 tot 1918 tegen

Rusland voerden, waren het vooral de boeren, bijgestaan

door een aantal vaderlandslievende burgers uit de steden,

die het vreemde juk van zich vermochten af te schudden.

Zij noemden zich „Witte Garden", en generaal graat Man-

nerheim, die uit een oude Finsch-Zweedsche soldatenfamilie

stamde, was hun aanvoerder.

Na een vrede van twintig jaar ais bekroning van de duur

gekochte vrijheid, is uit dit „Witte Leger" het „privé-leger"

van Finland voortgekomen, — een korps vrijwilligers — dat

zich ook thans weer paraat houdt, om, indien het noodig

mocht zijn, de grenzen van het land tegen iedere schending

te verdedigen. En het is er van overtuigd, dat dit den een

of anderen dag noodig kan zijn, gezien den druk, öie er

thans op de Baltische staten wordt uitgeoefend, en die doet

vermoeden, dat de beurt ook wel eens aan Finland kan

komen.

Het privé-leger telt meer dan honderdduizend man en

beschikt behalve over vliegers en tanks over alle wapens, die in het

Finsche landschap met succes zijn toe te passen.

In dit Vrijkorps zijn alle standen vertegenwoordigd. De boer staat

er naast den student, de arbeider naast den directeur, de zeventien-

jarige — op dien leeftijd kan men reeds lid van het Vrijkorps worden —

naast den zestigjarige. Zij alleen weten waar het om gaat, wanneer

het eenmaal noodig mocht worden: om het verdedigen van de vrijheid,

de FinscKe cultuur en alles wat den Finnen heilig isl

Het „privé-leger" van Finland bezit zijn eigen officieren en zijn eigen

generalen staf, en het staat onmiddellijk onder den president van het

land. In tijd van oorlog dient het als aanvulling voor het gewone leger.

Het Vrijkorps bestaat geheel uit vrijwilligers, met uitzondering van

een klein aantal officieren, die met de organisatie belast zijn. Het

zorgt voor zijn eigen bewapening en de staat draagt slechts een klein

deel in de kosten bij.


Een officier van het (taande leger

traint de leden van het Vrijkorps

bij het bedienen van een »tuk licht

infantcriegeschut.

..-

Het Vrijkorps Vrijkorps op t

marsch . , ..In ' zijn rijen T

treft mer en slecht« vrij- |

williger« aan zonder

onderscheid van rang

of «tand, tunchen de

17 en 70 jaar...

■Kü

Een artillerie-officier

van het Finsche Vrij-

heid fkerps — een leger

van honderdduizend

vrijwilligers, wier doel

is de weerbaarheid

van hun land zoo hoog

mogelijk op te voeren-

Op een Finsche boer-

derij : een lid van het

Vrijkorps toont zijn

jongeren broer, die

zich ook zoojuist op-

gegeven heeft, .de on-

derdeelen van het hem

door het korp« toe-

vertrouwde wapen.

\

De Finsche vrouwen en meisjes laten geen gelegenheid voorbijgaan om zich

voor het vaderland verdienstelijk te maken. Bij de oefeningen en manoeuvre«

traden zij als verpleegsters op, terwijl zij ook voor den inwendigen mensch

der «oldaten zorgen.


De oefeningen vinden des avonds, na afloop van den arbeid, en des

Zaterdagsmiddags plaats. Veldoefeningen worden er echter ook gehouden,

hoofdzakelijk des winters, en deze duren gewoonlijk eenige dagen of

weken. Er heerscht namelijk in Finland zes maanden lang een zeer strenge

winter en men dient dus wel voorbereid te zijn op een veldtocht in dit

jaargetijde.

Maar de Finnen zien tegen al deze moeiten en lasten, verbonden aan


Theorie in het Finsche woud. Aandachtig luisteren de vrijwilligers

naar de lessen, die de beroepsofficier geeft. Op den achtergrond de

tenten van' het zomerkamp.

-%

/

^.^

-^ V -v '<

De verbandplaats tijdens een manoeuvre, op juiste wijze onzicht-

baar gemaakt voor vijandelijke vliegers.

het in stand houden van hun privé-leger, niet op. Het lijkt voor dit kleine

volk van nog geen vier millioen zielen een bijna bovenmenschelijke taak

zijn vrijheid tegen een eventueelen aanvaller te verdedigen, te meer

daar deze aanvaller bijna steeds een groole staat moet zijn, maar de

Fin bezit wat hij zelf noemt „sisu", hetgeen een bijzondere uitdrukking

is voor een zeldzame oerkracht, die niet schromen zal ziel en lichaam

in te zetten voor een strijd tot behoud van het vaderland!

Een machinegeweer van het Vrijkorps in stelling tijdens een veld-

oefening.


DE

BOSCH-

BRAND

OP LEVEN EN DOOJD

EEN REEKS SPANNENDE AVON-

TUREN. NAAR WAARHEID VERTELD

Het was in de lente van het jaar 1910.

In Noord Ontario was het buitengewoon

droog geweest en toen de zomer kwam,

waren de wouden in de buurt van Lake Porcu-

pine één groote tondeldoos gelijk. De bladeren

hingen als verdord langs de takken neer, en bij

het minste of geringste zuchtje wind ritselden zij

als in den herfst.

In dien tijd werkte de Engelschman George

Smyth op de goudvelden in de omgeving van

het Lake Porcupine en toen hij op een ochtend

in Juli van dal jaar wakker werd, was de atmo-

sfeer drukkender dan ooit. Bovendien waren er

verschillende dingen, die hij niet begreep, en die

hem met zorg vervulden. De muskieten, die an-

ders in groote troepen rond gonsden, waren nu

geheel afwezig; de vogels waren zonderling stil,

en de wilde dieren haastten zich weg, klaar-

blijkelijk op zoek naar een of andere vér-verwij-

derde bestemming, die zij alleen maar kenden.

Toen de ochtend vorderde, werd de reden

van deze bijzondere verschijnselen hem duidelijk.

Er viel een brandlucht waar te nemen en in de

verte kon men. het gesis en geloei van vlammen

hooren. Het was duidelijk, dat de bosschen, het-

zij door menschelijke onvoorzichtigheid, hetzij

door natuurlijke oorzaken, misschien ook door een

combinatie van die beiden, in brand geraakt

waren!

In het eerst drong de omvang van den brand

niet tot de menschen door, maar tegen den mid-

dag nam de wind in hevigheid toe, zoodat hij

weldra een snelheid van zestig kilometer per uur

had bereikt. Hij dreef een waren muur van vlam-

men naar de houten hutten van Golden City,

waar de meesten der negenduizend bewoners

van het district hun onderdak hadden. Dikke

rookwolken dreven over de open plek van het

bosch, waarop de stad stond, zoodat de adem-

haling der menschen werd bemoeilijkt en de

tranen in hun oogen sprongen.

Terwijl hij regelmatig in kracht was toege-

nomen, had de wind weldra de sterkte van een

orkaan bereikt, die met een snelheid van hon-

derdvijftig kilometer per uur voortgierda. Enorme

boomen, die reeds vlam hadden geval, werden

door hem geveld alsof het lucifershoutjes waren.

Nu werd het alarm in de mijnen gegeven, maar

het loeien der krachtige sirenes was nauwelijks

hoorbaar boven het gebrul der vlammen. Direct

nadat de mannen naar de oppervlakte waren

gebracht, snelden zij naar de magazijnen, waar

tonnen dynamiet zoo gauw mogelijk moesten

worden verwijderd, voordat het vuur noodlottige

ontploffingen zou veroorzaken. Anderen begon-

nen boomen om te hakken in een wanhopige

poging, de open ruimte, waarop de stad ge-

bouwd was, zooveel als mogelijk was te ver-

grooten. Met koortsachtige energie hanteerden

zij hun bijlen en zagen. Het was echter weldra

duidelijk, dat al hun pogingen vergeefsch waren;

het snel naderende vuur sprong over de open

ruimte alsof het een electrische vonk was. In een

oogwenk, zoo leek het wel, stonden alle houten

hutten in brand en knetterden als lucifersdoosjes.

Het duurde dan ook niet lang, of het was een

waar sauve-qui-peut.

In een allesbeheerschend verlangen ioo snel

mogelijk weg te komen uit deze hel van vuur

en rook, nam ook George Smyth de vlucht en

zocht zijn heil in de richting van de rivier Mata-

gami, die ongeveer eeo kilometer of twaalf ten

Oosten van Golden City stroomde. Hier liet hij

zijn kano te water en peddelde zoo vlug hij kon

naar het midden van den stroom, waar hij hoop-

te veilig te zullen zijn. Weldra kwam hij echter

tot de ontdekking, dat hij zich in een even moei-

lijke positie bevond als daarvoor.

De rivier was ter plaatse ongeveer twintig

meter breed, en het duurde niet lang of het vuur

woedde met razende snelheid langs de beide

oevers voort. De hitte en de rook werden on-

draaglijk en Smyth vroeg zich wanhopig af, wal

hij moest beginnen

Plotseling kreeg hij een idee. Hij trok zijn

kano om en dook, en zoo, onder zijn kano, tiet

hij zich op den stroom voortdrijven met een

snelheid van misschien vijf kilometer per uur.

De grootste moeilijkheid was natuurlijk, het

kleine vaartuigje èf te houden van de beide

oevers, die als een hel brandden, en ten einde

hierin te slagen, peddelde hij met zijn beide

voeten om in de juiste richting te blijven. Hij

had zijn schoenen uitgetrokken en ze binnen in

de kano met behulp van zijn veters opgehangen.

Hij begreep, dat hij zijn schoenen niet mocht

kwijtraken; hij zou ze zeker noodig hebben in-

dien hij, als hij het er eenmaal levend had af-

gebracht, terug zou moeten keeren naar Golden

City — of beter gezegd: naar hetgeen er van

zou zijn overgebleven!

Af en toe stak hij zijn hoofd even buiten de

lijzijde van de kano ten einde na te kunnen gaan,

waar hij zich bevond en hoe de algemeene toe-

stand was. Het resultaat was echter gewoonlijk

zeer ontmoedigend. Het vuur scheen in letterlijken

zin onbegrensd, het leek wel alsof het nooit meer

uitgedoofd of tot staan gebracht zou kunnen

worden.

Mïer dan eens slaagde Smyth er nog maar net

op tijd in te voorkomen, dat hij verward raakte in

de groote takken der boomen, die reeds in brand

geraakt en in het water gevallen waren. De wind

woei nog steeds met de kracht van een orkaan,

en zijn ranke vaartuigje werd zoo heen en weer

geslingerd, dat het bijna onbestuurbaar werd. Zelfs

wanneer hij ónder de kano was, kon hij het loeien

en knetteren der vlammen hooren terwijl zij door

de boomen en takken langs de beide oevers

joegen.

Een andere mogelijkheid, die hem eveneens met

onrust vervulde, was het vooruitzicht, dat hij mis-

schien in de richting van een waterval dreef. De

streek, rivier-waarts, was hem totaal onbekend

en tiij meende telkens te kunnen constateeren, dat

de stroom sneller en sneller werd. Het water'was

vuil en modderig, zoodat hij den bodem niet kon

zien.

Op een gegeven oogenblik meende hij, dat hij

in langen tijd niet meer het geloei der vlammen

had gehoord, en hij dacht hieruit te mogen af-

- 8 -

leiden, dat hij het gebied van den brand wa. ;

gepasseerd. Hij stak daarom zijn voeten uit en I

raakte den grond aan bij een groepje biezen. Juist I

toen hij zijn hoofd naar buiten stak en eens rond

keek, vatten de biezen echter vlam, zoodat hij

zoo snel hij kon moest onderduiken en wegped-

delen om zijn leven te redden. Groote schroei-

plekken op den bodem van zijn kano toonden |

duidelijk genoeg, aan welk gevaar hij ternauwer-

nood was ontkomen!

Hij had minstens twaalf kilometer afgelegd voor-

dat het practisch mogelijk was aan land te gaan,

en toen kwam hij tot zijn groote opluchting tot

de ontdekking, dat hij in een streek terecht ge-

komen was, waar het vuur zichzelf zoo goed als

uitgedoofd had. Doodelijk vermoeid kroop hij aan

land, over nauwelijks genoeg krachten meer be-

schikkend om het water uit zijn kano te scheppen i

en deze op den oever te trekken!

Na eenige oogenblikken kwam hij tot de ont-

dekking, dat hij een verschrikkelijken honger had,

maar er was natuurlijk nergens eenig voedsel te I

vinden. Evenmin was hij in staat zich de troost

van een pijp te verschaffen, daar zijn tabak geheel |

doorweekt was.

In zijn kano liggend, bracht h'ij een onaange-

namen nacht door. De gloed van de brandende

bosschen verlichtte den hemel, en telkens hoorde |

hij den slag van vallende boomen.

Den volgenden ochtend peddelde hij terug langs

de rivier en zocht met moeite zijn weg naar het-

geen eens de welvarende stad Golden City was I

geweest. Geen enkel gebouw bleek door het vuur |

gespaard! Er waren reeds tenten opgeslagen en

het reddingswerk was al ter hand genomen.

Na een haastigen maaltijd te hebben verorberd,

bood ook Smyth hierbij natuurlijk de behulpzame

hand.

Het bleek, dat er driehonderdvijftig menschen

in de vlammen en den rook waren omgekomen,

terwijl er zeventien mannen gestikt waren in een

mijnschacht. Natuurlijk waren er ook een aantal

gevallen, waarbij menschen op wonderbaarlijke

wijze aan den dood waren ontkomen.

Een ingenieur, die door het vuur was inge-

sloten en geen kans meer zag het meer te be-

reiken, groef met zijn bloote handen een gat in

den zachten grond, strekte zich in zijn volle lengte

er in uit en bedekte zichzelf met de losse aarde,

daarbij zorgend dat aHeen zijn neus er boven uit-

stak ten einde in staat te zijn adem te halen. Hij

kwam er ongedeerd af, behalve een verschroeiden

neus en ontvelde handen, terwijl hij ook al zijn

vingernagels was kwijtgeraakt!

Een ander had uren lang in 'n ondiep stroompje

gelegen, ademhalend door een . . . rietje! Een

derde had voor zichzelf en eenige metgezellen

bescherming gezocht tegen den vlakken kant van

een rots. Het vuur kwam van den anderen kant,

de vlammen sloegen loeiend over hun hoofden

heen en zochten hun weg verder voort, maar zon-

d9 hen te beroeren!

^..

A

y

'3K- .« I

'^■'"Wr '•

• ,

JMI

U


UIT ONS

EIGEN LAND

1. In de groote vergaderzaal

van het Departement van

Binnenlandsche Zaken heeft

H.K.H. Prinses Juliana, als

eere-presidente, het Algemeen

Steuncomité 1939 geïnstal-

leerd. - Rechts naast H.K.H,

staatsraad mr. J. B. Kan,

voorzitter van het comité.

2. In gezelschap van den ad-

judant van H.M. de Koningin,

majoor H. J. PhaH, heeft

Z.K.H. Prins Bernhard ver-

leden week een bezoek ge-

bracht aan de fabrieken der

Mij voor Vliegtuigbouw Avio-

landa te Papendrecht. - De

Prins bezichtigt een der

vliegbooten.

3. Thans, nu de aanvoer van Noordzee-visch

door den oorlog zoo goed als geheel is opge-

houden, maakt de snoekbaars, die in het Ussel-

meer gevangen wordt, een goede kans. Hij

vormt dan ook een uitstekend en voedzaam ge-

recht, en te Enkhuizen, waar anders de haven

a!s uitgestorven lijkt, komt nu dagelijks meer

dan 10.000 pond van dezen visch aan den af-

slag. — Een paar mooie exemplaren, die lief-

hebbers zullen doen watertanden.

4. Nu er door de bijzondere omstandigheden

aan de gezagvoerders hoogere eischen worden

gesteld en tevens naar aanleiding van het be-

schieten van de „Mees", gaan thans op Euro-

peesche lijnen der K.L.M, in elk vliegtuig tw

piloten mee. - I. Smirnoff, links, en J. J. M

gaan aan boord voor hun vertrek met

„Kemphaan" naar Maimö

5. Het Haagsche Mobilisatie-Comité „Brij

allen meel" is begonnen met de uitgifte v

wol en patronen voor het breien van 5000 pa

polsmoffen voor de gemobiliseerden. - Tijde

de uitdeeling in een der kamers van het

Stadhuis.

6. De ramp van den mijnenlegger „Jan v

Gelder". - Het ernstig beschadigde schip

de haven van Nieuwediep.

FOTO-

N I EUWS

1. Het Nederlandsche s.S. Binnendijk, dat op een mijn

geloopen en gezonken is. De opvarenden konden gp-

lukkig allen worden gered. Het schip was geladen met

graan en veevoeder voor de Nederlandsche regeering.

2. In de Oranje Nassau-kazerne te Bergen op Zoom heeft

een ernstige brand gewoed, waardoor de rechtervleugel

van het gebouw werd verwoest. Tijdens het blusschings-

werk, waarbij ook de soldaten ijverig hebben mede-

geholpen.

3. Het fraaie, uit 1633 dafeerende raadhuis te Halsteren,

dat na verbouwd te zijn, weer in gebruik is genomen.

4-5. De voetbalwedstrijd Wageningen — Go Ahead. —

4. Een moment voor het doel der gasten. 5. Een aanval

op den goal van Wageningen.

6-7. Te Koog aan de Zaan had de voetbalwedstrijd

K.F.C. —Ajax plaats. — 6. Een duel. 7. De keeper van

K.F.C, weet den bal te onderscheppen.

I 4 '

/y !

pi' ^ m '

. - " '1

■ ■

^ /

/

/

■.■,■■■

^ V •

■^jtfe**. - **• /

~

-'-

V e

;


Op een aeond heeft er in New York cen jutubotsing piaats. De taegesnetde

agenten nen naast den wagen een doode liggen. De conclusie lijkt duidelijk: de

man moet na de botsing uit den auto geslingerd zijn. Een der omstanders herkent

den doode. en wijst de agenten er op, dat het hier geen ongeval, doch cen

moord betreft. Wanneer men hem nadere bijzonderheden wil vragen, blijkt hij echter

ongemerkt verdwenen. In den auto vindt men nu een kaartje, waarop de kop van

een gier geteekend staat. Een der agenten heeft in den verdwenen man Pudge

Rogers herkend, en men vereenzelvigt hem nu met ,,De Gier", cen massa-moor-

denaar. Pudge Rogers begeeft rich naar de woning van den om het leven ge-

komen Ayers. maar het blijkt, dat men hem is vóór geweest. De safe is open-

gebroken! Als de politie verschijnt, neemt hij de vlucht en ontkomt in een taxi.

De lezer maakt nu kennis met majoor Damion Havik, een .— in de oogen den

politie — sinistere figuur, die dezelfde blijkt te zijn als Pudge Rogers. Havik is

het slachtoffer van een zeer intelligenten misdadiger, die door allerlei manipulaties

den schijn wekt, dat Havik degeen is, die de reeks opzienbare moorden van den

laatsten tijd op zijn geweten heeft.

Den volgenden morgen verijdelt Havik een poging om inspecteur Booker in

rijn, Haviks. huis den dood te doen vinden door den beet van een gifslang.

Havik krijgt bezoek van een actrice. Evelyn Dwan. wier mcdedeclingen. in

verband met het gebeurde, ernstige verdenking doen rijzen tegen haar stiefvader,

Walter Ware. die een halfbroer was van Williard Ayers en zijn eenige erf-

genaam. Hij zou Ayers door den Gier wegens een geldelijke vergoeding hebben

doen vermoorden.

Met zijn assistent in zijn auto op weg naar de actrice, overkomt Havik eenige

dagen later een verkeersongeval. Het blijkt, dat ook dit het werk van den Gier is;

de stuunnrichting van Haviks auto fs n.1. opzettelijk defect gemaakt. Zoowel hij

als zijn assistent worden echter als door een wonder gespaard.

Booker laat Havik op allerlei manieren controleeren en bewaken, doch Havik

eischt. dat de politie deze maatregelen achterwege laat. Hij wil den ,,Gier"'

gelegenheid geven in zijn nabijheid te komen om een denkbeeld te krijgen wie hij is

en wie er tot zijn bende hooren.

Denzelfden dag wordt Havik door helpers van den Gier ontvoerd en voor

zijn misdadigen tegenstander geleid. De Gier laat hem de keus: óf lid weiden

van zijn organisatie, óf een afschuwelijken dood sterven.

Havik ziet echter kans te ontsnappen ondanks bijna onoverkomelijk lijkende

beiwaren en bereikt na lang zwerven weer zijn huis.

Den volgenden avond wordt er uit een huis aan den overkant een doodelijk

schol gelost op hem. Bij het onderzoek van inspecteur Booker, waarbij Professor

Pheneas Watts. Haviks buurman, tegenwoordig is. blijkt, dat de getroffene niet

pas gedood kan zijn. doch reeds verscheidene uren overleden is. Professor Watts

blijkt niemand anders te zijn dan majoor_ Havik zelf. die zich vermomd heeft als

de wat zonderlinge professor. Gedurende dit onderzoek krijgt Booker bercht. dat

Evelyn Dwan is ontvoerd uit den schouwburg waar zij optrad.

Havik overtuigt Booker van zi|n eerlijkheid en de beide mannen besluiten samen

te werken om de verdwenen actrice te vinden. Dienzelfden dag wordt het lijk

van den verdwenen Walter Ware. den stiefvader van Evelyn Dwan. gevonden.

Hij heeft een brief nagelaten waarin hij verklaart ontdekt te hebben, dat Evelyn

de aanstichtster is van een complot tegen rijn leven, en dat hij daarom zichzelf

van het leven heeft beroofd.

Door verschillende kleinigheden ontdekt Havik, dat Ware echter is vermoord

door den Gier.

Hij begeeft zich met den advocaat Dinwiddie naar het geheimzinnige huis.

waar de Gier verblijf houdt en waar Evelyn Dwan gevangen wordt gehouden,

naar hii vermoedt. In de onmiddellijke omgeving van het huis raken zij in

gevecht met eenige mannen. Havik ziel kans te ontkomen. Small, zijn assistent,

die vermomd is als professor Pheneas Watts, wordt gebonden in een steenen cel

gevangen gehouden evenals Evelyn Dwan, die bewusteloos is. De Gier houdt

Small voor Havik en kondigt hem aan. dat hij zal moeten sterven.

Havik ziet echter kans. om. gekleed en gemaskerd als een der bendeleden van

den Gier het huis binnen "te dringen en Small te bevrijden van zijn boeien. Hij

geeft hem een revolver, om wanneer het noodig mocht zijn. zichzelf en Evelyn

Dwan te verdedigen. Daarna onderneemt hij een onderzoekingstocht door het

huis ontdekt het aquarium met de afschuwelijke dieren, wier prooi hij bijna een

keer geworden was. en doodt een der bloedhonden in wiens verblijf hij onge-

lukkigerwijze terechtgekomen v.i,s. Op het geluid van het schot snellen de Gier

en rijn helpers toe. doch Havik vlucht door de tallooze gangen van het huis

tot hn op een geheim lull« stapt en in het water terecht komt. De Gier en zijn

hende kunnen niet anders constatreren dan dat .Small" verdwenen is.

De Gier" knikte.

„Dat is (hiidelijk," snauwde hij. „.lij, Carlo, gaat direet alle

deuren langs en verwittigt alle posten, dat zij niemand er uit

laten zonder mijn uitdrukkelijke toestemming!"

Hij wendde zich lol de beide andere mannen, die het alarm ge-

geven hadden.

,.llet feit, dal de deur van hinnen met den balk is gesloten, maakt

dal w^j van hier uil niel naar binnen kunnen gaan. l-oop direct om

en ga door de deur van den kelder naar binnen en haal den balk

Van deze deur. Het is zeker, dal degeen, dien wij zoeken, ergens in

het gebouw moet zijn. De honden zullen ons gauw genoeg vertellen

waar hij zich ophoudt."

De twee mannen snelden weg om zijn bevelen uil te voeren. Na

korten lijd klonk er reeds aan den anderen kant van de deur een

geluid, waaruit bleek, dat zij den balk verwijderden. De deur ging

open en de honden drongen naar binnen, nikkend en trekkend

aan de kettingen, waarmee zij werden vastgehouden. De mannen

in de zwarte pijen en met de zwarte kappen op volgden hen on-

middellijk.

„De (lier" wachtte even, om zich te overlnigen dat de balk weer

op zijn plaats gedaan werd en zijn scherpe blik viel direct op de

half afgebrande kaars, die op den grond lag.

„Die heeft hij laten vallen toen de hond op hem sprong," zei hy

kalm. „Hij zal in de duisternis niet ver gekomen zijn."

Hij draaide zich om en volgde de anderen door de steenen gang.

De honden gingen een hoek om. Plotseling bleven zij staan op

DE GIER

//

u

GEAUTORISEERDE

— 12 -

.é& 'fybtJ

VERTALING

den rand van een der groole tegels in den vloer. „De Gier" baande

zich een weg door het groepje mannen en knikte begrijpend met

het hoofd.

„Verkeerd geloopen in het donker, en door het valluik in den

grond verdwenen," giebelde hij. „Prachtig! Op het oogenblik drijft

hij reeds in het meer. Voor degenen onder jullie, die niét bekend

zijn met dit gebouw, wil ik er even op wijzen, dat de grond waarop

het staal, vroeger een soort moeras was. Daarom heeft men onder

het gebouw een soort draineersysteem aangelegd, dat het water af-

voerde naar hel meer, dal op* ongeveer achthonderd meter afstand

ligt. Het diende zoowel als riool, als om het land droog te houden.

Toen ik hel gebouw overnam, liet ik verscheidene steenen op zóó'n

manier leggen, dat een lichte druk aan één kant er van ze deed

kantelen. Op die manier vormen zij een uitstekend middel om

onze vijanden kwijt te raken, terwijl zij bovendien een prachtig

middel zijn om degenen van jullie, die niet bekend zyn met de

inrichting van het gebouw, boven den grond te houden."

Terwijl hij lachte om zijn eigen grimmigen humor, ging hy den

anderen voor naar de bovengrondsche gangen.

Intusschen ging alles niet zóó, als inspecteur Booker het wel graag

gewild zou hebben. Het was ongeveer twee uur des nachts geweest

toen hij, terugkeerend op het hoofdbureau na zijn onderzoek in

verband met den moord op Walter Ware, de telefonische mededeeling

had ontvangen van den man, die hem nauwelijks een uur tevoren

had verlaten. Dat Havik er reeds in geslaagd was het hol van „De

Gier" op te sporen, scheen bijna onmogelijk! Toch wist hij, dat

Havik in dergelijke gevallen niet overdreef. Daarom had hy, na

beloofd te hebben, dat hij zoo spoedig mogelijk naar het vroegere

klooster zou komen, en na de aanwijzingen te hebben gekregen hoe

hij het 't gemakkelijkst zou kunnen bereiken, zijn best gedaan zooveel

mannen bü elkaar te krijgen als hij meende noodig te hebben. Havik

had gezegd, dat het er minstens twintig zouden moeten zijn. Ge-

woonlijk waren er op dit uur van den nacht een groot aantal man-

schappen aanwezig, die zaten te kaarten of te lezen, tot zij voor het

een of andere geval moesten uitrukken. Maar toevallig was er dien

dag een order binnengekomen van het Departement van Justitie, dat

er meer „resultaten" behaald moesten worden door het hoofdbureau,

daar men anders tot drastische hervormingen zou overgaan. Als een

gevolg hiervan heerschte er allerwegen op het bureau een groote

activiteit, en mannen, die anders in reserve werden gehouden, waren

er nu op uitgetrokken, eigenlijk op goed geluk hier of daar iets te

ontdekken! Kn daardoor had Hookers verzoek om assistentie hem

slechts een stuk of zes mannen opgeleverd. VA- ging nog een half uur

voorbij eer hij de rest bij elkaar had, zoodal het bijna drie uur was,

voordat hij met zijn mannen op weg naar hel oude klooster was.

Alleen een stadsbewoner, die voor het eerst van zijn leven ge-

noodzaakl is om tijdens een hevige regenbui en in hel aardedonker

over een ruwen landweg Ie rijden, kan zich voorstellen wal Hooker

en zijn mannen voor moeilijkheden hadden te overwinnen, leder

oogenblik dreigde een der auto's op den modderigen weg te slippen,

en ten slotte was men dan ook genoodzaakt, vaart te minderen. Om

de zaken nog erger Ie maken slipte een paar honderd nieter verder

wérkelijk een der auto's, zoodal hij van den weg in een modderigen

berm lereehtkwam. waaruil men hem niet meer omhoog kon bren-

gen, ondanks alle vereende pogingen, die men daartoe in het werk

stelde. Vijf minuten later kreeg een andere auto een lekken band,

en moest dus eveneens buiten dienst gesteld worden. Terwijl hij

raasde en tierde, maar natuurlijk zonder eenig resultaat, was Hoo-

ker na eenige oogenblikken genoodzaakt den mannen, die in de

beide onbruikbaar geworden auto's hadden gezeten, te bevelen te

voet Ie volgen, waarna hij de rest van zijn troep naar hel klooster

leidde.

Na een ponsje zag hij in hel licbl van zijn lantaarns den auto

van Havik langs deii weg staan. Hij gaf een teeken om te stoppen en

deed zijn mannen uitstappen. .Maar Havik was nergens tl' bekennen!

Terwijl Hooker mei een van zijn menschen de laan in liep om per-

soonlijk een onderzoek in Ie stellen, struikelde hij over den man,

dien Small bad gedood en hierdoor wist hij, dal hij op het goede

spoor was. Hij stuurde zijn metgezel lenig om den anderen te zeggen,

dal zij komen moesten en stelde toen een haastig onderzoek in bij het

gebouw, dat zich donker en dreigend vóór hem verhief. Het regende

niet meer en de maan, die onder een massa wolken uitkwam, baadde

den grond in een vloed van zilverig licht. Hij liep om het gebouw

heen, zorgend goed in de schaduw te blijven. Achter geen der ramen

kon hij een licht ontdekken. Geen beweging of geluid duidde er op.

dat er menschen in waren.

Gewoonlijk was inspecteur Booker geen roekeloos man. Een kwart

eeuw, besteed, aan de jacht op misdadigers — de laatste tien jaar

had hij uitsluitend jacht op moordenaars gemaakt — had hem de

dwaasheid doen inzien van overijling. Maar hy wist. dat hij thans

bijna een uur te laat was volgens zijn afspraak nul Havik. De

gedachte kwam bij hem op, dat de laatste, teleurgesteld omdat Booker

niet kwam, alleen geprobeerd zou hebben „De Gier" te arresteeren,

natuurlijk echter slechts om een nederlaag te lijden. Maar indien

dit zoo was, waar bevond zich „De Gier" dan? Zou hij alarm hebben

gemaakt en de vlucht genomen hebben?

Plotseling kreeg hij een andere gedachte. Zou hij Havik verkeerd

beoordeeld hebben? Zou deze ten slotte werkelijk „De Gier" zijn, en

was deze tocht slechts een onderneming om een luchtkasteel te ver-

overen teneinde hem uit de stad weg Ie lokken terwijl „De Gier" er

weer een anderen slag zou slaan? Gedurende een oogenblik kon hij

moeilijk de verleiding weerstaan om terug te keeren en zoo snel hij

kon naar de stad te rijden. Maar toen herinnerde hij zich de stem

van Havik door de telefoon — en hij wist opeens, dal de man

absoluut ernstig, dood-ernstig was geweest.

Hy plooide zyn lippen en gaf het afgesproken signaal. Kr kwam

geen antwoord. Hij liep behoedzaam achteruit, en vond de rest van

zijn mannen, die zich in de duisternis vóór het gebouw ophielden.

Terwijl hij haastig overleg pleegde niet zijn assistent, liet hij dezen

het bevel over de mannen weer over en snelde toen met getrokken

revolver vooruit, via de open plek in het bosch, naar de breede deur

van het oude gebouw. Kr was moed voor noodig, om te doen hetgeen

hij van plan was, want bij lederen stap verwachtte hij dat er door

de deur of een raam op hem geschoten zou worden. Maar hij bereikte

den ingang zonder ongelukken. Hij legde zijn hand om den knop.

Zonder eenige moeite kon hij hem omdraaien en ging de deur open.

Met een bijna onhoorbaren kreot van verbazing, ging hij naar binnen

en liet het licht van zyn lantaarn door de breede. steenen gang

spelen. Er was geen mensch te bekennen!

Hy ging terug naar de deur en wenkte zijn mannen. Ken oogenblik

later stonden zij naast hem. Terwijl hij hiin voorging, de lantaarn

in de eene, de revolver in de andere hand. liep hy van kamer naar

kamer, gevolgd door zyn mannen. Maar alle vertrekken waren, even-

als de gang, verlaten!

Een onderzoek op de tweede, ongemeubelde, verdieping bleek vruch-

teloos. Na weer teruggegaan te zyn naar de verdieping gelijkvloers,

begaf hy zich naar de deur aan het eind van de gang. Daar-vandaan

voerde een trap met breede witte steenen treden naar beneden. Ter-

wijl het licht van hun lantaarns hun den weg wees en ze hun

revolver voor onmiddellijk gebruik gereed hielden, daalden Booker

en zijn man neu de trap af. Ze sloegen een hoek om en merkten dat

de trap eindigde in een klein, gool-achtig vertrek hetzelfde ver-

trek waarin Havik voor den eersten keer „De Gier" had ontmoet en

waaruil hij had welen Ie ontvluchten, nadat hij in de glazen klok

gevangen had gezeten.

Voor den eersten keer in zijn lange loopbaan werd Booker onvoor-

zichtig. In plaats van een post achter Ie laten, boven aan de trap,

stond hij al zijn mannen toe hem in hel kleine gewelfde vertrek te

volgen. Een snel onderzoek wees uit, dal er klaarblijkelijk geen

andere uitgang was dan deseen, waardoor zij binnen waren geko-

men. Hij draaide zich om, een bevel op de lippen....

Met een plolselingen kreet sprong hij naar voren. Maar hij was Ie

laat! De groole, zware deur slool zich hiel een slag achter hem. Ken

grendel werd er aan den anderen kant voorgeschoven.

„„De Gier" heel u welkom in zijn hol. inspecteur — u en uw man-

nen." zei een rauwe slem spottend.

HOOFDSTIK X\l.

„De Gier" stelt zijn voorwaarden.

Hel was niet meer dan natuurlijk, dal „De Gier" er zeker

van was de overwinnaar Ie zijn. Niet wetend, dat Booker gedwongen

was geweest zijn mannen in twee partijen te verdeelen. was hij

overtuigd, dat hij zoowel den inspecleur als al diens menschen gevangen

hield. Hel zon niet moeilijk zijn. hen kwijl te raken als dit

noodig was, maar hij had nu juist andere plannen — plannen, die

door den dood van zooveel menschen misschien gedwarsboomd konden

worden! Hij was er van overtuigd, dal hij Havik en Kvelyn

Dwan in de kleine steenen kamer gevangen hield. Kn Havik was de

man, dien hij meer dan alle anderen vreesde! Daardoor bleef er

alleen nog maar Small over — één van al zijn tegenstanders, waarvoor

hij ook werkelijk op zijn hoede diende Ie zijn, Kn Small was de

man — daar was hij van overtuigd — die om het gebouw had geslopen,

de man, die deel had genomen aan het gevecht in hel bosch —

de man, die zich toegang tot hel gebouw had welen Ie verschaffen,

alleen om zijn dood Ie vinden doordal hij door het va Huik was gestort!

zoodal zijn lichaam nu misschien reeds aan de oppervlakte

van hel meer dreef.

.la, „De Gier" voelde, dal hij reden had om tevreden Ie zijn! Snel

riep hij al de leden van zijn bende bij elkaar en lerwij zij allemaal

om hem heen verzameld waren, besprak hij het geval

van idle kanten mei hen en gaf toen zijn bevelen.

Intusschen was Booker echter niel werkeloos gebleven!

Ofschoon hij soms verschrikkelijk styfhoofdig was

ontbrak hel hem toch niet aan moed en evenmin was

hij hel soort man, dal zyn ondergeschikten de foulen

verwijl, die hij zélf heeft gemaakt. Hij had zijn menschen

in de val geleid, en hij voelde, dal hel nu ook aan hém

was. hen er weer uil Ie krijgen. Gedurende zijn lange en

zware carrière had hij vaak voor beete vuren gestaan,

maar toch nog nooit zóó als nu!

Nauwelijks had de deur zich achter hem gesloten, of

hij werd één en al actie. Zijn eerste daad was twee van

zijn beste menseben met getrokken revolver aan beide

zijden van den ingang te posteeren. Daarna onderzocht

hij met behulp van zijn lantaarn snel maar grondig de

muren der kleine grol. waarin zij waren' opgesloten,

terwijl zijn mannen hem daarbij zoo goed mogelijk hielpen.

Met uitzondering van de steenen banken, die in de

nissen der muren stonden, bevatte het vertrek geen enkel

meubelstuk, want „De Gier" had, door het gebruik dal

Havik van den stoelpoot had gemaakt geleerd, dat het

maar beter was alles buiten hel bereik van zijn gevangenen

te houden wat door hen als wapen kon worden

gebruikt. Wel is waar waren Booker en diens mannen

nog gewapend, maar de kale muren van hun cel boden

slechts weinig gelegenheid om er hun scherpschutterskunsten

op Ie vertoonen! De muren waren van steenblokken

opgetrokken, de zoldering en de vloer waren

van hetzelfde materiaal. Mei behulp van zijn zakmes

onderzocht Booker de specie Insschen de groote vierkante

steenen. Deze was zoo hard en stevig als hel gesteente

zelf. Hel was duidelijk, dal er geen kans bestond, dat zij

zichzelf zouden kunnen uitgraven.

Toen hij zijn Onderzoek had ingesteld, riep Booker zijn

tweeden assistent om de situatie met hem te bespreken.

„Ik vraag me af," bromde hij, „of die duivel van een

Havik ons in een val heeft laten loopen? Het begint er

naar uit Ie zien, of ik hel in het begin toch bij het

rechte eind had, en dat hij werkelijk „De Gier" is. Maar

aan den anderen kant kan ik niel gelooven dal

Leverage. ..."

(Vn'ordl vervolgd)

■ . (iIN(! HM NAAK BINNEN KN LIKT HKT

iStHT VAN ZIJN LANTAAUN DOOK I)KHUKKI>K.

8TKKNKN (UNG SPKLKN. ER WAS (JEKN MENSCH

TE BEKENNEN!


OPLOSSINGEN ZOEK EN VIND

4 OCTOBER

OPLOSSING AARDRIJKSKUNDIG RAADSEL

OPLOSSING

VISITEKAART.

RAADSEL

JOHN

BARRYMORE

OPLOSSING

KRUIS-

WOORD-

RAADSEL

■■.A.- ■

AALDEN

OPLOSSING RUITENRAADSEL

D

D E

a\lv

■ ^

DD DD \.- ', >.

DD^X' : DD >. v

Di^r SiH^^I

!

DO

D


-, ■■'■ •:

D \ ' ^ M^wR

DD \v

KUJ^-Paq ■■■- =%■ vi

OPLOSSING

N-PUZZLE

Hoesten

ergeren

tafelen

oneffen

najaden

4av*ren

elsehen

roosten

■Üpelen

Ïtiekfijn

nkoken

takelen

deellijn

effenen

lederen

vloeien

eerevvijn

nevelen

HET ONDERSPIT

DELVKN

s

OPLOSSING

FILM-PUZZLE

Bennen

onttrekken

bergen

export

remmen

tweevoud

meervoud

onzlldig:

ROBERT MONTGOMERY

KRUISWOORDRAADSEL

Horizontaal:

1. verhevenheid boven

de aardvlakte

3. muziekinstrument

Op alle hoe-

ken en snypun-

ten moeten let-

ters geplaatst

worden, waar-

door woorden

van de volgen-

de beteekenis

ontstaan:

1-9 hoofd-

plaats

gouv.

Sumatra's

O.-kust

1-11 vogel

2-4 ' opstan-

deling

2-12 met een

bepaald

voorwerp

• spinrag-

gen weg-

nemen

4-12 dichter-

lijke vorm

voor:leu-

nen

9-11 brand-

netel

3-7 schiettuig

3-8 peulvrucht

- 14

4. denkvermogen

5. massa

7. tellen

9. puntprojectiel

DRIEHOEKRAADSEL

7-8 bepaald hoofdtelwoord

5-6 voorzetsel

12. onder-

wijzer

15. /ijn stem

uitbrengen

17. voorwerp,

waaraan

men iets

ophangt

18. nohpl

19. slaap

20. weg met ■

boomen

Verticaal:

1. ondervin-

den

2. opkorten

van een zeil

4. dwaze ver-

zotheid op

iets

6. hemel-

lichaam

7. faam

8. oeverkant

10. jongens-

naam

11. deel van

een voet

13. vleesch

14. vol roem

15. klanken voortbren-

gen om iets. uit te

drukken

16. graanproduct

5-10 verbogen vorm van: doen

6-10 schoorsteenvuil

1. vochtig

2. roem

3. niet kunnende

spreken

4. traag

5. sluitstuk

6. part

7. die op het land

werkt

8. leder

9. drank

10. wijduitloopend

glas

11. smalle strook

12. naar beneden

uitstrekkend

13. meisjesnaam

14. vogel

15. durf

16. verdriet

RUITENRAADSEL

Om de cijfers — te beginnen bij en

in de richting van de pijltjes — woor-

den invullen, die beteckenen:

omzichtigheid

van onkruid zuiveren

voorover buigen

duister

districtshoofd in Java

't beschouwen der zielebeelden

inhouden

in rook doen opgaan

laatste dagen der week

CIRKELRAADSEL

KAMRAADSEL

^g ■ fcS^ ^^ ■ ^

1 2 5 ^ 5

Horizontaal;

1. het gebied des keizers

Verticaal:

1. kenteeken

2. binnenkomen

3. de hoogste male van hoogachting

4. gedeelte aan de zuidkust van Frankrijk

5. handelaar

Te gebruiken letters: a. a, b, d, e, e, e, e, e. e,

e, it i, i. i, k, k, k, k, m, m. m, n, n, n, n, o, o,

p, r, r, r, r, r, v, ij, z.

ONZEFILMPUZZLE - VERGEUJKINGSRAADSEL

(A-b-c) -f (d~«) + ( f -ä) + ( h —i) + Ü— k »

-f (I—m) ~ N,

Iedere^ letter stelt een woord voor.

De beteekenis der woorden is als volgt:

A = aanteekentn

B = bruine kleverige vloeistof

C = voegwoord

D ~ goed gemikt

E " schip

F — van masten voorzien

G = voorzetsel

H — hier vandaan

I — voegwoord

J = met een ar rijden

K — dierenvcrbUjf

L = door erfenis verkrijgen

M — klein meer in de heide

Wat is N?

Wij stellen een hoofdprijs van ƒ 2,50 en tien film-

foto's beschikbaar om te verdeelen onder de goede

oplossers. Antwoorden in te zenden vóór 25 October

aan Dr. Puzzelaar, Noordeindc 8. Leiden. Op enve-

loppe of briefkaart a.u.b. duidelijk vermelden: Film-

pnzxle 25 October.

Deze .puzzle kan tegelijk met de andere ingezonden

worden, doch liefst op een apart velletje papier.

15 -

DE PRIJSWINNAARS

De hooldprljzen konden wij deze week toeken-

nen aan:

mejuffrouw A. Borrias, Breda;

mejuffrouw N. v. Brussel, De Bilt;

mejuffrouw K. Schlösser, Kerkrade;

mejuffrouw F. Thirion, Budel;

den heer N. Hager, IJsselmonde.

De troostprijzen werden toegekend aan:

mevrouw Alberts-Verstappen, Venlo;

mevrouw Hanzon, Utrecht;

mevrouw L. M. Wakkermans-v. Kleef, Amsterdam;

mejuffrouw N. Klokkers, 's-Gravenhage;

mejuffrouw C. van Dtjk-Boeijen, Malden;

mejuffrouw E. Hoffmann, HlHegersberg;

mejuffrouw T. Jongmans, Leiden;

mejuffrouw S. Bijl, Barendrecht;

den heer T. Pruis, Hoogezand;

den heer M. C. Benning, 's-Gravenhage;

den heer A. Kromhout, Amsterdam^

den heer J. Ie Comte Jr., Sommelsdijk;

den heer H. van Herten, Maasniel;

den heer W. Kraan, Utrecht;

den heer J. Canters, Breda;

den heer H. Pels, Stolwijkersluls;

den heer W. G. Weers, Rotterdam;

den heer H. D. I. Willebrand, Rotterdam;

den heer G. Rutteman, Rotterdam;

den heer A. Vink, 's-Gravenhage.

Den hoofdprijs van de fllmpuzzle verwierf:

de heer v. Baerts, 's-Gravenhage.

De troostprijzen vielen ten deel aan:

mevrouw P. Scheijen-Beersdal, Heerlen;

mevrouw M. Bellm, Gorkum;

mejuffrouw B. Koek, 's-Gravenhage;

den heer R. Sars, Eindhoven;

den heer G. de Roos, Princenhage;

den heer P. de Raad, Utrecht;

den heer G. Maas, Amsterdam;

den heer F. C. de Rover, Amsterdam;

den heer G. Bouwhuis, Zutphen;

den heer E. Riepen, Amsterdam.

ONZE PRIJZEN.

Voor goede oplossingen van iedere

puzzle, rebus, probleem, enzoovoort,

stellen, wij een prijs van ƒ2.50 be-

nevens vier troostprijzen beschik-

baar. In totaal dus deze week

5 prijzen van ƒ 2.50 elk en

20 troostprijzen.

DE OPLOSSINGEN

op de in dit nummer voorkomende

puzzles, enzoovoort. gelieve men

vóór 25 Oct. in te zenden aan Dr.

Puzzelaar. Noordeinde 8, Leiden.

Op enveloppe of briefkaart vermelde

men duidelijk:

Oplossingen Zoek en Vind 25 Oct.


De handel

der

neutralen en

de oorlog

Waar gehakt wordt, vallen

spaandersl

De neutrale staten in Europa

moeten thans wel van de waarheid

van dit spreekwoord mèèr dan over-

tuigd zijn.

Door de maatregelen ter zee, die

de oorlogvoerende landen nemen,

wordt hun handel ernstig bedreigd,

zoo niet onmogelijk gemaakt. Er

blijven niet veel goederen over, die

niet op de contrabande-lijsten zijn

geplaatst en daardoor niet naar de

in oorlog zijnde landen vervoerd

kunnen worden. Anderzijds hebben

deze landen den uitvoer van talrijke

artikelen verboden.

Het gevolg hiervan is, dat de

gansche handel, ook die der neu-

trale staten, hopeloos is ontwricht,

en er talrijke schepen moesten wor-

den opgelegd.

Maar tóch — willen de neutrale

staten niet door een conflict, dat zij

ten slotte niet in het leven hebben

geroepen, economisch geheel ten

gronde gaan, dan zullen zij moeten

trachten in ieder geval handel te

blijven drijven. Dit is een eerste

voorwaarde voor iederen staat, die

in leven wil blijven.

Op de „statistische" kaart, die

wij hierbij reproduceeren, heeft onze

teekenaar aangegeven, welke moge-

lijkheden er thans nog gebleven zijn

voor de groep der zoogenaamde

Oslo-staten, benevens ook Zwitser-

land, en op welke wijze deze elkaar

onderling kunnen helpen, met an-

dere woorden: welke artikelen zij

elkander nog leveren kunnen. Zoo-

als men weel, behooren tot de

Oslo-staten: Zweden, België, Fin-

land, Denemarken, Noorwegen,

Nederland en Luxemburg.

Bij een aandachtige beschouwing

der kaart kan men gemakkelijk na-

gaan, wat elk dezer landen voort-

brengt en derhalve aan de andere

leden der groep kan leveren. Dat

zij elkander hierdoor van groot

wederzijdsch nut kunnen zijn, valt

onmiddellijk op. Het is alleen de

vraag, of de oorlog ter zee, die

steeds scherpere vormen schijnt te

zullen aannemen, hun hiertoe de

gelegenheid zal laten.

Ter wille van de duidelijkheid

nog deze opmerking: Zwitserland is

door den teekenaar niet op de geo

graphisch juiste plaats aangegeven;

dit in verband met het formaat van

de kaart. Op het kleine kaartje in

het midden ziet men de ligging van

dit land ten opzichte van de Oslo-

staten echter wèl aardrijkskundig

juist weergegeven.

DENEMARKEN 1129.000

BRUTO TONNAGE ST w T !l! IEK

VAN:

1571.000

NEDERLAND 2852.000

NOORWEGEN 4613.000


WEEKMENU.

Maandag: Kerrieschotel; vruchtengru-

wel.

Dinsdag: Rundervinken, aardappelen

en prinsesseboonen; maize-

napudding met chocolade-

saus.

Woensdag: Gebakt, aardappelen en ge-

stoofde uien met tomaten;

Deensche vla.

Donderdag: Aardappelschelpen; spiegel-

eieren met ham en gekookte

rijst.

Vrijdag: Gegrilleerde kippered her-

ring, aardappelen en ge-

smolten boter; vruchten-

slaatje.

Zaterdag: Saucijs jes, bloemkool en

aardappelen; griesmeelpud-

ding met frambozensaus.

Zondag: Broodjes met garnalenra-

goüt; schotel van koude

gebraden kip met magen-

naise; kropsla en pommes-

frites; hopjespudding met

vanillesaus.

RECEPTEN UIT HET WEEKMENU

Hoeveelheden voor 4 personen.

Aardappelschelpen.

Benoodigd: koude, gekookte aardappelen,

melk, boter, nootmuskaat, peper, geraspte

kaas; fijngesneden ham; gehakte peterselie,

gebakken ui; paneermeel; boter.

Bereiding: De aardappelen fijn maken. In

een pannetje melk opzetten en deze aan de

kook brengen. De fijngemaakte aardappelen

er aan toevoegen en de massa zoo lang roeren

en kloppen tot ze glad en luchtig is gewor-

den. De puree op smaak afmaken met peper

en nootmuskaat en hieraan toevoegen: ge-

bakken ui, fijngesneden ham, gehakte peter-

selie en geraspte kaas, tot hel goed van

smaak is. De massa overdoen in schelpen.

Deze bestrooien met paneermeel, waarop

kleine klontjes boter worden gelegd. De

schelpen in den oven vlug bruin laten

worden.

Kerrieschotel.

Benoodigd: 400 gram vleesch of vleesch-

resten (b.v. varkenslapjes), 5 d.L. bruin van

jus (verdund met water) of bouillon, 40

gram vet van jus of boter, 1 eetlepel kerrie;

1 groote ui, 500 gram gekookte rijst.

Bereiding: Den ui fijn snijden en met de

kerrie fruiten in het vet van de jus of anders

in boter. Bruin van jus, verdund met water

of bouillon, toevoegen en het vleesch aan

dobbelsteentjes snijden en eveneens toevoe-

gen (vérsch vleesch moet eerst gebraden wor-

den). Het vleesch ongeveer 15 minuten

zachtjes laten stoven. De ryst gaar koken en

toevoegen. Het mengsel moet echter vochtig

blyven. De massa overdoen in een vuurvas-

ten schotel: het oppervlak van den schotel

bestgpoien met paneermeel, waarop kleine

stukjes boter worden gelegd. Den-echotel in

den oven een bruin korstje laten krijgen.

CHARME EN JEUGD DOOR EEN

GOED VERZORGD UITERLIJK

1)E VERZORGING VAN HET HAAR IS EEN

BELANGRIJKE FACTOR

Het is de plicht van elke vrouw, zich

aardig te kleeden en haar uiterlijk te

verzorgen.

Een vrouw, die een beroep uitoefent,

moet ter wille van haarzelf en haar omge-

ving al het mogelijke doen om zoo lang

mogelijk jeugdig en aantrekkelijk te blijven.

De verzorging van haar teint is yooral in

onzen gejaagden, modernen tijd een nood-

zakelijkheid geworden.

Hoe moeilijker haar beroep is, des te meer

heeft haar teint te lijden. Gelukkig behoort

tegenwoordig een omslachtige teintverzor-

ging tot het verleden. De moderne vrouw

staan goede en goedkoope schoonheidsmid-

delen ter beschikking, waarvan een jongere

generatie zelfs niet had kunnen droomen.

Gaat ook de cosmetiek niet met sprongen

vooruit? Gelukkig voor de moderne vrouw,

want haar uiterlijk heeft door den sensa-

tioneelen tijd, waarin wij leven, meer te

lijden dan dat van haar zusters uit vroe-

ger tijd.

Ook de huisvrouw wil zich wel eens voor

eenige minuten vrijmaken van den sleur

der dagelijksche dingen. Zjj moet altijd maar

weer klaar staan voor haar gezin: zich

haasten, als de kinderen uit school komen,

zorgen, dat het eten op tijd klaar is enzoo-

voort, enzoovoort. Daarbij heeft zij nog de

belangrijke taak, haar uiterlijk te verzorgen,

om frisch en aantrekkelijk te blijven.

Met behulp van de moderne creams,

lotions, poeders, toiletzeepen en dergelijke

is dat niet moeilijk meer. Elke vrouw kan

er frisch en jeugdig uitzien, als zij dage-

lijks eenige minuten aan de verzorging van

haar teint besteedt. Een zachte, blanke huid

maakt een vrouw jeugdig en bekoorlijk.

Ook de verzorging van het haar is een

belangrijke factor. Een vrouw met een slor-

- 18 -

. [lig kapsel trekt geen enkelen man aan, hoe

bekoorlijk zij overigens ook raag zijn. Het

haar van de vrouw noemt men niet voor

niets haar .,schoonste sieraad". Een dame

met mooi, glanzend haar, valt dadelijk op.

Haar verschijning wordt er jeugdiger door.

Zelfs een volmaakte teint kan niet opwegen

tegen een slecht verzorgd kapsel!

Het is daarom van groot belang, dat het

haar zoo lang mogelijk zijn jeugdigen glans

en natuurlijke kleur behoudt.

Zoodra de eerste grijze haren verschijnen

— en bij sommigen is dat reeds het ge-

val als de drie kruisjes achter den rug

zijn! — verliest de vrouw iets van haar

jeugd en charme. Haar vrienden en ken-

nissen hebben haar dan al stilzwijgend in-

gedeeld by de categorie van de „oudere

»eneratie". Het stempel van „oud" worden

ligt op haar gezicht en er wordt meewarig

gezegd, dat zij, ondanks haar nog jeugdigen

leeftijd, al aardig begint „af te takelen'.

Welke vrouw zal dat prettig vinden?

Geen enkele, en het ligt daarom voor de

hand, dat er velen zijn, die zoodra de eer-

ste grijze haren verschijnen naar een haar-

verfkundige gaan en hem om raad vragen.

Tegenwoordig, nu de moderne haarverf-

techniek zoo ver gevorderd js, dat op ver-

schillende plaatsen in ons land onder

bekwame leiding cursussen in haarverven

worden gegeven, hoeft niemand meer zelf

te knoeien met allerlei haarverfmiddeltjès.

Niemand kan trouwens zelf het resultaat

bereiken, dat een goede kapper met haar-

verfdiploma bereikt.

Met de moderne haarverfmethode is het

resultaat zoo volkomen natuurlijk, dat nie-

mand ziet, dat het haar gevprfd is.

Laat dus Uw uiterlijk niet lijden door een

slecht verzorgd kapsel. Ga, zoodra de eerste

gryze haren verschijnen, naar een bekwaam

haarverfkundige. Hij zal U de kleurenschaal

met verschillende haarstrengetjes in de

meest natuurlijke kleuren toonen. U zult

er zeker een kleur by vinden, die past by

Uw type. Een vrouw met moderne begrip-

pen voelt het aan als een plicht, het haar

te laten verven, zoodra dit begint te gryzen.

Een vrouw met grys haar maakt op haar

omgeving den indruk, oud en vermoeid te

zyn en dat werkt deprimeerend, ook op

haarzelf.

Juist nu hebben wy behoefte aan fris-

s.che, jeugdige menschen. De vrouw met een

goed verzorgd, aantrekkelijk uiterlijk, helpt

niet alleen zichzelf, maar ook haar omge-

ving!

Niemand kan zelf bet resultaat bereiken, dat een

goede kapper met haarverfdiploma bereikt.

Wie van onze speurders kan ons zeggen, wal; de hierboven afgebeelde

foto voorstelt?

Wij zullen weer een prijs van 12.50 benevens twee troostprijzen verdeelen

onder hen, die ons een goed antwoord zenden. De verdeeling der prijzen

geschiedt op een manier, waarbij alle inzenders van goede oplossingen ge-

lijke kansen hebben op het verkrijgen van een der prijzen.

U gelieve Uw antwoord in te zenden vóór 25 October aan Mr. Detective,

Noordeinde 8, Leiden. Op de briefkaart of enveloppe alstublieft duidelijk

vermelden: Amateur-Detective 25 October.

De oplossing mag bij die van de rubriek „Zoek en Vind" worden in-

gesloten, mits ze op een afzonderlijk velletje papier wordt geschreven.

Dr. H. NANNINQ'i

Zetpillen tegen

Aambeien

werken pijnstillend m genei» in

korten lijd de ontstoken tlijmvliezeo.

De ^ _

maakt het inbrengen teer gemakkelijk.

Verkrijgbaar bij alle Apotheket* en

Drog. a f 1.50 per dooije van 12 »tuks

Denk aan

ONTSPANNINGS-

LECTUUR

voor onze Militairen

DE OPLOSSING

VAN HET VOOR-

LAATSTE PRO-

BLEEM.

Nu wij de foto

hierbij in den

juisten stand en

in haar geheel re-

produceeren, zal

het velen speur-

ders misschien

nóg niet geheel

duidelijk zijn, wat

zij voorstelt! En

daarom vermel-

den wij er maar

bij, dat de op-

gave den schoor-

steen van de

„Oranje" voor-

stelde, gefotogra-

feerd terwijl deze

op zijn plaats ge-

bracht zal wor-

den.

De hoofdprijs

van f 2.50

verworven

den heer

Gestman,

venhage.

werd

door:

J. P.

s-Gra-

De troostprijzen vielen ten deel aan den heer F. J. Hofman, 's-Graven-

hage, en den heer F. de Graaf, Amsterdam.

IRIUM GLANST UW TANDEN

Het is een genot PEPSODENT met IRIUM te gebruiken voor hef

reinigen van Uw tanden. Zoodra het met Uw tanden in aan-

raking komt, ontwikkelt zich een aangenaam verkwikkend

schuim, dat in Uw mond een prettig gevoel v^n frischheid

achterlaat! Maar nog grootere verrassing wacht U - kijk

daarna eens in den spiegel - U zult versteld staan over de

nieuwe fonkelende schoonheid van Uw tanderi. Niets door-

staat de vergelijking met PEPSODENT Tandpasta om Uw

tanden blinkend wit te maken. Dat komt door IRIUM, de

opzienbarende vinding met onovertroffen reinigende wer-

king. Begin vandaag nog met de PEPSODENT-methode

om Uw tanden te verfraaien.

Rosemary Lane, filmster van

Warner Bros in „Vier Dochters"

De

groote tube is

voordeeiiger.

Tuben ä 25, 50 en 80 as.

AÄeÄMLia*.

PgfrSQClgJVi

TOOTM »AftTI

PEPSODENT TANDmSTA.BEVATlRIUM

- 19 -

Reeds de eerste '-f J^

Eczeetn eo »° de ^DiD. is geen

ningen ^f ^een «Were

vettige »«• d< , „„n Dr. O.

Het DUO- ÄwdW *«;

Dennis g


Een cocHpBr waarbij men het hoofd koel

houdtt Van links naar rechts: Noel Madison,

■Mand Young, William Dewhurst.

ALLE HENS AAN DEK

Regie: Sonnie Hale

Kay Martin

Steve Barnes.

Dickie Randall

Anthony Gullivdr .

Windy .

Skippy Barnes

Sylvester

Victoria Gulliver

Stephanie

Winton .

Jill .

(SAILING ALONG)

Filmex-ïilm

Jessie Matthews

Barry Mackay

Jack Whiting

Roland Young

Noel Madison

Frank Petttngell

Alestair Sim

Athene Seyler

Margaret Vyner

William Dewhurst

Peggy Novak

Kay Martin, de aangenomen dochter van

schipper Barnes, leeft vroolijk en levens-

lustig op een schip, dat de Theems bevaart.

Hoewel zij een echt „schippersmeisje" is, hoopt

zij eens revue-ster te kunnen worden. Aan boord

bevindt zich eveneens de zoon van den schipper,

Steve, een eerzuchtig jongmensch, dat al zijn

vrijen tijd aan de studie der economie besteedt.

Hoewel de jongelui dol op elkaar zijn, kibbelen

zij van vroeg tot laat.

Op zekeren dag is Kay (met een nieuw

jurkje aan) weer eens op het dek aan het

dansen en zingen,, tot groote ergernis van

Steve, als zij wordt opgemerkt door An-

thony Gulliver, een excentrieken million-

nair met een zwak voor genieën. Hij biedt

Kay en Dickie Randall

haar aan voor haar carrière te zorgen. Eerst wei-

gert Kay, maar geërgerd door de houding van

Steve, loopt ze weg van het schip en zoekt in

Londen Gullivers huis op, waar ze „ijzig" ont-

vangen wordt door Anthony's zuster Victoria, op

wie Kay een zeer slechten indruk maakt. Van

haar stuk gebracht door de vele gebeurtenissen

van dien dag, legt Kay een armzalige proef af

voor den revue-directeur Dickie Randall. De

sympathieke Randall kan in Kay geen toekom-

stige ster zien, en zij wil reeds ontmoedigd

weggaan, als Steve komt binnenstormen en eischt,

dat zij terugkeert naar het schip. Zijn gedrag

maakt Victoria zoo woedend, dat ie besluit om

Kay in alles te steunen.

Gulliver en Victoria voeden Kay thans op, niet

Nog een danspose van Kay en haar partner,

Dickie Randall.

alleen tot revue-ster, maar ook tot dame. Dickie

Randall is zeer verrast door deze verandering. Hij

wordt verliefd op Kay en zij krijgt de hoofdrol in

een nieuwe revue.

Deze show wordt door Gulliver gefinancierd. Bij

de première bevinden zich onder de toeschouwers

schipper Barnes, Victoria en Steve. Kay heeft een

enorm succes en na afloop, in de kleedkamer, vallen

zij en Randall elkaar in de armen,

Steve, die intusschen ook zijn kans heeft gehad,

on die veel geld heeft verdiend, staat op het punt

2r.>n wereldreis te maken met zijn nieuwe boot.

Kay in gesprek met

Gulliver en zijn

zuster ,

Als Kay echter hoort wat er gebeurd is, neemt ze een snel besluit:

ze geeft haar rol aan een ander en spoedt zich naar de rivier, waar

ze Steve vindt.

Beiden hebben de vreugden van het succes mogen smaken, beiden

hebben nog maar één wensch; bij elkaar te mogen zijn en te varen

op Steve's boot, die weldra hun huwelijks-boot zal worden.

Gulliver (Roland Young) bevalt

het geanimeerde gesprek tus-

schen de beide jongelui maar half.


EEU GLADDE VOGEL

EEN COMPLEET VERHAAL door

^ r is geen twyfel aan, of Mr. Conor

H Scare was een gladde vogel. Zijn

—^ klanten waren echter van een andere

pluimage. Diè zaten wat men noemt, goed

in de veeren, en sommigen.van hen waren

gemakkelijk te plukken. Dit laatste kwam

Mr. Scare uitstekend te stade. Hy had name-

lijk reeds geruimen tyd geleden de ontdek-

king gedaan, dat gestolen voorwerpen dik-

wijls hun weg naar pandjeshuizen vinden,

zónder dat de eerlijke eigenaars hiervan

weten, dat het in werkelijkheid gestolen

goed is. Hoeveel meer voordeel zouden zij

er echter van kunnen trekken, als zij het

wèl wisten! Ze konden dan naar twee kan-

ten verdienen, in de eerste plaats door er

minder voor te gevfen — dieven kunnen nu

eenmaal niet veéleischend zijn — en in de

tweede plaats door ze te verkoopen wanneer

ze — hetgeen meestal het geval was — niet

tijdig waren ingelost.

Soms wist hy niet eens, of de politie, nu

hij zoo'n schitterend gebruik van deze ont-

dekking had gemaakt, een en ander van

hem door de vingers zag, of dat zy, zooals

hij het noemde, in slaap gevallen was. Hij

had, toen de Politie-Vereeniging een jubi-

leum vierde, een groote gift aan haar Sana-

torium-Fonds geschonken — „met dank van

iemand, die veel aan de politie verschul-

digd is"! —

J~*\

Als 'n dief In dan nacht . .. maar ge kunt

uw teint beschermen met Radoxl

U kijkt in den spiegel — en ziet, dat er iets met

Uw teint niet in orde is. Er is haar iets ontstolen

aan charme en bloei. Ze is vaal en vlekkerig —

ziet er niet gezond uit . . . Dat is een eerste waar-

schuwing! Stof van den weg, poeder of rouge

hebben de fijne huidporiën verstopt — de poriën,

waardoor Uw huid vrij moet kunnen ademhalen. Nu

krijgt ze gebrek aan frissche lucht en als ge niet

snel Uw maatregelen neemt, zou ze gaan kwijnen.

Laat het zóó ver niet komen. Geef Uw wangen

lederen dag een RADOX-jcuurslofbad. Dat is heel

gemakkelijk. Ge lost eenvoudig wat Radox in Uw

waschwater op. Daarmee maakt ge de zuurstof

in dat water actief — ge ziet het opstijgen in

ontelbare belletjes. En als ge dan — Uw gelaat

bettend met dit levendig geworden water — de

huidporiën in staat stelt, zich van dit zuurstof te

verzadigen,- dan wordt alles verwijderd wat zich

in die poriën heeft vastgezet. Puistjes, vetworm-

pjes en andere ontsieringen krijgen geen kans

meer. Uw huid herleeft en wordt weer gezond;

Uw gelaatskleur herkrijgt den vroegeren luister.

Bij apothekers en drogisten a f 0.90 en f 0.40 per

pak en f 0.15 per klein pakje.

Mr. Scare woonde in dat deel van Lon-

den, waar schijnbaar onmogelijke dingen

gebeuren, en het Oosten en het Westen

elkander ontmoeten. Met andere woorden:

hy woonde in de buurt van Shaftesbury

Avenue, waar de droesem van het East End

af en toe in aanraking komt met die van

het West End — zij het dan niet uit vriend-

schap, dan toch in ieder geval omdat beide

partyen er voordeel van hebben. Voor een

„zaak" als Mr. Scare er op na hield, had

zyn winkel moeilijk beter gelegen kunnen

zijn, want hy profiteerde nu zoowel van de

„welvaart" van het East End, als van de

„tegenslagen" van het West End, hetgeen

beteekent dat een aan lager wal geraakte

bewoner van^laatstgenoemde stadswijk net

zoo goed den weg naar zyn winkel vond

als de gauwdief uit de andere wijk, die een

goeden slag geslagen had en „er van af

moest".

Mr. Scare was voor het oog van de wereld

geen slecht mensch, al .dient er op te wor-

den gewezen, dat de wereld misschien —

neen, wel zéker — heel anders zou oor-

deelen wanneer zy in zyn hart had kunnen

kyken. Hy had nog nooit een moord ge-

pleegd — maar de gelegenheid er toe had

zich ook nimmer voorgedaan. Bovendien,

zoo was zyn standpunt, waarom zou men

iemand vermoorden en de gevangenis in

gaan, wanneer men hèm naar de gevangenis

kon zenden en zelf zyn leventje kon blijven

leiden? En wat inbreken betreft, daar had

hy zelfs nooit over gedacht. Dat was veel

te gevaarlijk!

Uit het bovenstaande zult u hebben ge-

zien, dat Mr. Scare slechts weinig scrupules

bezat en misschien nog minder medelijden.

Indien hy een centimeter hooger kon klim-

men door een ander een decimeter dieper

in den modder te trappen, dan zou hy dit

zeker niet laten, en hy zou tevreden zyn

met zyn centimeter zonder zich ook maar

een oogenblik te bekommeren over den

decimeter van dien ander. Voor hem was

de wereld verdeeld in twee categorieën

menschen: uilskuikens, waar hy gemakke-

lijk beter van kon worden, en de anderen,

die hy maar liever met rust liet, omdat hy

dit veiliger vond.

Een van zijn „gereedschappen" beweerde

eens op een dag, dat hij eigenlijk het „uils-

kuiken" was.

Mr. Scare lachte opgewekt.

„Het kan niets geen kwaad, dat jij dit

dénkt," zei hy, „maar het zou er beroerd

met me uitzien, als het zoo was."

„Niemand weet van zichzelf, dat hy het

is," repliceerde de ander.

„Juist," zei Mr. Scare. „Denk daar maar

eens goed over na! Misschien dat dan je

oogen opengaan voor hetgeen je zélf bent.

Zelfkennis kan nooit kwaad."

Waarop de ander maar liever zweeg. Er

viel aan Mr. Scare toch geen eer te behalen.

Je kon hem nooit schaakmat zetten. Daar

was hy te handig voor. Je kreeg ook bijvoor-

beeld nooit zwart op wit van hem. Dat

dééd hy eenvoudig niet. Zyn klanten moes-

ten hem maar vertrouwen. En van zyn

standpunt was dit niet slecht gezien, want

anders zou hy nooit zoo ryk geworden zijn.

Het was natuurlijk nooit zyn bedoeling hen

— 22 —

af te zetten -— vooral niet, wanneer het

zou kunnen uitkomen — maar er kon altyd

een ongelukje gebeuren, en dat was dan

zyn schuld niet!

Zoo was Mr. Scare, drie en vyftig jaar

oud, handig en geslepen en de rest, en de

eenige eigenaar van dte onderneming, die

om de een of andere onbegrijpelijke reden

bekend was als „Scare en Co."

Op zekeren mooien ochtend in den herfst

zat hy in het*kantoortje achter zyn winkel,

terwyl tegenover hem Mr. Garden plaats

had genomen. Mr. Car don was vroeger een

heer geweest, en het eenige wat hy daar-

van over had, was zyn stem. De rest was

hy absoluut kwyt.

Op het oogenblik was hy zeer kwaad.

Hy scheen te denken, dat hy het slachtoffer

geworden was van een dier kleine onge-

lukjes, waarop hierboven is gezinspeeld.

Hy was juist uit de gevangenis ontslagen,

en hy was er stellig van overtuigd, dat het

Mr. Scare was, die hem er in gebracht had.

Hy was zejfs zoover gegaan, Mr. Scare van

zyn vermoeden mededeeling te doen. De

ander had de aantijging niet ontkend. Hy

had alleen zeer slim geglimlacht.

„Ik kan er niets aan doen, dat je een

idioot bent," zei hy. „Evenmin trouwens

als jy er iets aan kunt doen, dat ik daar

myn voordeel mee doe."

„Als ik wilde, zou ik er jou ook wel

in kunnen brengen," zei de ander.

„O neen, vriend, dat kun je niet! Ik heb

myn sporen daarvoor te zorgvuldig uitge-

wischt. Je hebt het onlangs geprobeerd, en

toen ben je er zélf ingedraaid. Dat is een

zonderlinge manier om een ander een hak

te zetten."

„Ik zou je kunnen vermoorden," had

Cardon gegrauwd.

„De kip vermoorden, die de gouden

eieren legt? Onzin! Zou jij den vogel willen

dooden, die juweelen uitbroedt in geld?"

De ander haalde de schouders op.

„Je wint het toch nooit van jou," zei hy.

„Je trekt altyd aan het langste eind."

„En dat zal ik altijd blijven doen!"

„Ik wou, dat ik jouw hersens had."

„En ik ben bly, dat dit niet zoo is. Er is

in Londen geen plaats voor twee zooals

wy!"

„Houd op met dien onzin...."

„.... en kom tot de zaak! Je bent hier

toch zeker gekomen omdat je iets op je

lever had, en niet om een vriendschappe-

lijk praatje te maken?"

De ander wierp hem een woedenden blik

toe, maar hij beheerschte zich en haalde

uit een van zyn ruime binnenzakken een

prachtig gouden horloge met ketting. Het

horloge was met briljanten versierd.

„Weer in je oude beroep?" vroeg Scare.

„Wat een idioot ben jij toch!"

. „Ik ben geen idioot!" zei Cardon veront-

waardigd. „Ik heb het gerold."

„Dat is juist, waarom je een idioot bent!

Waarom probeer je niet wat beters?"

„Dit is my goed genoeg...."

„Zooals je wilt! Ieder moet maar doen

waar hy zin in heeft. — Mag ik het spul

eens wat beter zien?"

Cnrdon overhandigde hem het horloge

met den ketting. Scare bekeek ze aandach-

tig. Plotseling liet hy de voorwerpen byna

uit zyn hand vallen, terwijl hy den ander

verbaasd aankeek.

„Neen maar," zei hy. „Wat een brutali-

teit! Heb je de inscriptie gezien?"

De ander knikte.

„Hoofdinspecteur Fields," zei Scare

zachtjes. „Dat is de kerel, die je achter de

tralies heeft gebracht. Een zoete wraak,

wat? Hoe ben je er aan gekomen?"

„Cadeau gekregen van hem — als souve-

nir!"

„H'm! Je hebt in ieder geval je weg naar

de elite gevonden. Fields is een der bekend-

ste politiemannen van den Yard."

„Dat weet ik, maar ik ben niet bang voor

hem, zooals je ziet...."

„Ik laat me hangen als ik onze beeren

misdadigers tegenwoordig nog begryp," zei

Scare, terwyl hy het horloge nauwkeurig

bekeek. „Ze zyn niet meer tevreden met een

vast baantje vandaag-den-dag. Ze hebben

allemaal hoogmoedswaanzin. Enfin, van-

daag of morgen krijgen ze hun verdiende

loon wel...."

„Houd je nooit op met praten?" vroeg

Cardon geërgerd.

„Ik praat zoo lang als ik kan," zei de

ander opgewekt. „Hoe meer ik praat, hoe

meer kans ik heb om te denken, en hoe

minder kans degeen heeft tégen wièn ik

praat...."

„Laten we ons tot de zaken bepalen."

„Je hebt gelyk." Scare keek weer naar

de inscriptie in het horloge. „Jammer, dat

dat er in staat!" zei hy. „Ik wou, dat de

menschen niet altyd allerlei onzin in hun

waardevolle voorwerpen lieten zetten. Het

maakt dat je ze byna niet kwyt kunt raken."

„Ja," bromde Cardon, „het is wel jam-

mer, dat ben ik met je eens. Anders wel

grappig, die inscriptie," en Cardon las half-

luid: „Aan hoofdinspecteur Fields, uit er-

kenning voor zyn groote verdiensten by het

opsporen van de misdaad." — Hy lachte

onaangenaam. „Die is goed, niet? Hy mag

dan in staat zyn de misdaad op te sporen,

maar hy kan ze toch blijkbaar niet voor-

komen, anders zou hy my niet onder zijn

oogen haast een halven Juwelierswinkel

hebben laten stelen. Ik heb hem er leelyk

tusschen, niet?"

„Ik weet niet, wat ik er mee beginnen

moet," zei Scare na een oogenblikje. „Nie-

mand koopt dat horloge natuurlijk, nou al

die onzin er in staat."

Hy dacht even na en begon toen opeens

te lachen.

„Ik weet het," zei hy. „Er is één, die er

goed geld voor zal willen geven."

„Wie?" vroeg Cardon tamelijk somber.

„Natuurlijk de man van wien het horloge

is, uilskuiken" zei Scare. „Het is in ieder

geval de moeite waard het te probeeren.

Hy zal toch zeker wel een telefoon hebben?"

Dit bleek inderdaad het geval, en een

(, ogenblik later was Scare met Fields'

honing verbonden.

„Zou ik hoofdinspecteur Fields even kun-

nen spreken?" vroeg hy.

„Spreek je mee," antwoordde een korte

slem.

.,0," zei Scare, inwendig lachend, en

honingzoet, „ik ik wilde u graag even

"ver een persoonlijke aangelegenheid spre-

ien."

»Waarover?" vroeg de ander bruut. „Wees

e en beetje kort. Ik heb geen tijd."

Scare bleef glimlachen, maar in gedachten

jelde hij reeds tien pond by het bedrag, dat

"U voor het horloge zou vragen.

„U bent uw horloge kwyt, is het niet?"

vroeg hy.

„Wat heb jy daar mee te maken, en....

hoe weet jy dat?" vroeg de detective.

„Omdat ik 't heb."

„Ben jy degeen, die het gestolen heeft?"

„Neen, maar ik ben wel degeen, die het

je terug kan geven. Dat wil zeggen: als je

het terug wilt hebben."

Een handige zet, want welke vooraan-

staande politieman zou zyn gouden horloge

met een dergelijke inscriptie niét terug

willen hebben?

„Wie ben je?" klonk de stem aan den

anderen kant van den draad.

„Myn naam," kwam het antwoord met

een klank van geforceerde eerlijkheid, „myn

naam is Scare. Ik heb een juwelierszaak

en...."

„Een pandjeshuis?"

„Nou ja, dat doe ik er óók by, en dat

horloge werd vanmorgen by me beleend.

Daardoor heb ik het in myn bezit gekregen."

„Heb je de inscriptie niet gezien toen je

geld op dat horloge gaf?"

„Myn bediende heeft geholpen," ant-

woordde Scare koel. „En omdat de man,

die het horloge beleende, zei dat hy hoofd-

inspecteur Fields was, is hy er ingevlogen."

„De sukkel verdient ontslagen te worden."

„Dat is hy al! Hy is al om den hoek van

de straat," grinnikte Scare. „Natuurlijk be-

greep ik direct, dat u niet het soort man

is om uw horloge te beleenen."

„H'ml"

„Neen. Ik voelde natuurlijk, dat u gerold

moest zyn, terwyl u.... eh.... terwyl u

wat verstrooid was! Als u het dus in wilt

lossen, kunt u het direct terugkrijgen. In-

dien niet, dan zal ik den gebruikelyken weg

volgen en het naar de politie sturen, die

waarschijnlijk wel even lachen zal als ze

merkt, hoe gemakkelijk u zich hebt laten

beetnemen."

Zyn stem klonk nu niet meer honingzoet.

Er was integendeel iets dreigends in

gekomen.

„Hoeveel vraag je er voor?" vroeg de

detective na een poosje.

„Hoeveel heeft het gekost?" vroeg Scare.

„Ik geloof tachtig pond," zei Fields.

„Nou, doe er dan tien by," zei Scare, „en

u hebt het terug."

„Onzin," zei de detective. „Ik geef je tien

pond en kom het direct halen."

„Neen, dat gaat niet. Als u het niet terug

wilt hebben, ga ik er wel mee naar de

politie!"

Er heerschte weer even stilte.

„Nou goed. Je hebt my er tusschen! Ik

wil niet voor gek staan! Als ik je negentig

pond geef, wil je dan "

Inspecteur Fields zweeg.

„Hallo, hallo!" riep Scare.

„Een oogenblikje," zei de inspecteur, „ik

ben alleen thuis en er wordt aan de voor-

deur gebeld. Ik moet even zien wie er is.

Ga niet van de telefoon af. Ik ben zoo weer

terug."

De glimlach van Scare verbreedde zich.

„Goed," zei hy. „Ik zal wachten."

. „Ik ben zóó terug," zei Fields nog eens.

De hoorn werd met een plof naast het

toestel gelegd en Scare, die nog steeds met

zyn hoorn aan zyn oor'stond, hoorde voet-

stappen op wat hem een houten vloer leek

— voetstappen, die hoe langer hoe zwakker

klonken, en eindelijk wegstierven. Toen hy

ze niet meer hooren kon, leunde hy triom-

fantelijk achterover in zyn stoel en wendde

zich tot Cardon.

„Het lukt," zei hy. „Als die idioot terug-

— 23 -

Pas op! Er is een R in de maand§

de R van

HEUMATIEK

Kauw weer op komst. Ge voelt het aan Uw rheuma-

tiek. Waarom zoudt ge nog langer door 't leven gaan

als 'n wandelend weerglas. met scheuten en pijn bij

iedere aanwijzing van ander weer ? Het rheumatiek-

seizoen staat voor de deur, maar het is nü nog tijd.

Neem Kruschen Salts. De aansporende werking van

Kruschen's zes minerale zouten op lever, nieren en

ingewanden heefteen weldadigeninvloed op Uwheele

gestel. Dat komt omdat die tot nieuwe werking op-

gewerkte organen Uw bloed zuiveren van alle over-

tollige schadelijke zuren, die zich nu ophoopen in

het gestel en oorzaak zijn van Uw klachten. Begin

vandaag Uw kuur, om straks te ervaren, dat ge vrij

blijft van de ondragelijke pijnen, die U nu het leven

vergallen.

KRUSCHEN SALTS

verkrijgbaar bij apothekers en drogisten ä / 0.40,

/0.75 en / 1.60 (extra groot pak). Fabrikanten;

E. Griffiths Hughes Ltd., Manchester (Engeland).

Opgericht 1756.

komt, zal hij zeggen, dat het in orde is, en

dat hy het horloge direct komt halen!"

„Hoeveel geeft hy?" vroeg Cardon, wiens

motto by dergelijke gelegenheden steeds

was: zaken zyn zaken.

„Twintig pond," loog Scare, zonder een

spier op zijn gezicht te vertrekken. We

doen ieder de helft. „Tien voor jou, en tien

voor my. Goed?"

„Goed," zei de ander. „Maar het is niet

zooveel als ik had gedacht."

„Maar wel zooveel als je hóópte te

krygen," zei Scare. „Bovendien: je hebt het

horloge gestolen, dus je kon niet verwachten

er voor te krygen wat het gekost heeft, is

het wel, Cardon?"

„Neen, dat is natuurlijk zoo. En ik heb er

toch ook nog een zekere voldoening van,

omdat ik het gerold heb van den schurk,

die my in de gevangenis heeft geholpen."

„Sst," zei Scare. „Hij komt terug!"

Zyn scherp gehoor had het geluid van

terugkeerende voetstappen opgevangen —

eerst zwakjes, daarna steeds luider wor-

dend. Hij hoorde hoe de hoorn aan het

andere einde van den draad weer werd

opgenomen.

„Het spijt me," zei de detective, „dat ik

je wat langer moest laten wachten dan ik

dacht."

„O, dat geeft niet," zei Scare beleefd. „Is

het afgesproken?"

VERWACHT:

CLAUDETTE COLBERT en

JAMES STEWART in

't Is een wonderlijke wereld

een dol-dwaas avontuur van twee Jonge

overmoedige menschen.

EEN METRO-GOLDWYN-MAYER

RECORD-PRESTATIE!


„Ja," zer de ander. „Negentig pond en

ik kom 't direct halen. .Hoe is het adres?"

Scare gaf het hem, er van overtuigd, dat

Mr. Fields hem niet er in zou laten loopen,

nu er zoo'n bedreiging van voortdurenden

spot boven zijn hoofd hing. De inspecteur

zei, dat hij er over een half uur zou zijn,

want dat hij een taxi zou nemen, en zoo

kwam het tcflefoongesprek aan een eind.

Scare legde den hoorn neer en drukte

Garden hartelijk de hand alsof hij zoojuist

de meest belangelooze transactie van zijn

heele carrière had afgesloten.

„Dal is dus in orde," zei hij. „Over een

half uur is hij hier met het geld. Laten we

iets drinken op den goeden afloop."

Hij dronk zeer zelden, en als hij het deed,

dronk hij nog maar zeer weinig. Hij had er

echter niets op tegen, dat anderen dronken.

Cardon accepteerde gretig en er werd

een flesch whiskey gehaald.

„Op je gezondheid," zei Scare, zyn glas

opheffend. „Je ziet er uit, alsof je je laatste

oortje hebt versnoept."

„Dat is ook zoo — ik zit zonder een cent."

„Onzin. Je hebt nu weer tien pond, en

als de toestand werkelijk zóó slecht is, dan

kan hij niet anders dan beter worden."

„Ja, ju kunt het wel goed vertellen, hè?

Ik denk, dat jij het beter zou vinden om in

de ge.vangenis gevoed te worden dan er

buiten van honger te sterven."

„Nou, is het dan niet zoo?"

„Neen, het is niét zoo. Ik weet het. Jü

niet, omdat jij nog nooit in de gevangenis

hebt gezeten."

„En ze zullen een heelen tijd moeten

wachten, eer ze er my te zien krijgen."

„Wacht maar.... ten slotte zullen ze je

toch wel krijgen."

„Meken daar niet op, jongen! De politie is

niet slim genoeg om mij te krijgen."

Ze keken elkaar eenige oogenblikken aan,

en toen leunde Scare achterover en begon

te lachen.

„We zullen elkaar nog wel eens spreken,

nietwaar Cardon?" zei hij. „Je moet nu

zeker weg? Zal ik je deel maar thuis sturen

vanavond?"

Cardon maakte een afwerend handgebaar.

„Doe die moeite niet. Scare," zei hij. „Ik

ben niet zoo'n uilskuiken als j« denkt. Ik

blijf hier, tot ik mijn geld heb!"

Scare fronste.zijn voorhoofd. Dat strook-

te niet met zijn plannen, maar een blik op

den ander bewees hem, dat deze vastbesloten

was te wachten.

„Zooals je wilt," zei hij gelaten. „Indien

je het geld zóó noodig hebt, kun je wat mij

betreft wachten."

„Ik heb het zéker noodig, maar zelfs al

had ik het niet noodig, dan zou ik nog

wachten," zei Cardon grimmig. „Ik zal mijn

aandeel in ontvangst nemen en dan mis-

schien nog even wachten om te zien hoe

jij hel jouwe,-in je safe sluit, om dan...."

„Ik geen safe," zei Scare. „Ik bewaar

mijn geld op een andere manier. Al mijn

klanten kunnen een safe openbreken."

De ander grijnsde. „Hoe lang zou hij nog

wegblijven?" vroeg hy.

„Nog maar een paar minuten. Je kunt nu

maar beter al vast in de achterkamer gaan,"

zei Scare, naar een deur wijzend. „Ik heb

liever niet, dat hy ons samen ziet. Hij mocht

eens iets gaan vermoeden!"

„Dat zou hij zeker. Ik zie hem ook liever

niet. Hij kent me veel te goed. Geef mü

maar een courant, dan trek ik mij terug

en zal niet eer tevoorschijn komen, dan wan-

neer jij mij roept."

„Goed," zei Scare. „Verdwijn maar."

En Cardon verdween. Scare sloot de deur

zorgvuldig achter hem, en op datzelfde

moment ging de telefoon. Het was een van

jün bedienden, die hem in den winkel

opbelde. De inspecteur was gekomen.

Toen inspecteur Fields in de deuropening

van het kantoor verscheen, trad Mr. Scare

hoffelijk op hem toe, schudde hem de hand

en wees hem op onderdanige wijze een stoel

aan.

Zijn bezoeker keek even scherp rond en

kwam toen direct ter zake.

„Om kort te zijn, Mr. Scare," zei hij, „jij

hebt mijn horloge, naar ik hoorde, en ik

wil het terughebben!"

„Goed. Ik houd er van dergelijke dingen

zakelijk af te handelen," zei. Scare.

Hij liet den ander het horloge zien. „Dat

is 't, nietwaar?"

„Ja," zei Fields, iets te gretig misschien.

„Ik heb u reeds gezegd, hoe ik het in mijn

bezit gekregen heb."

„Inderdaad."

„Het eenige wat er te doen valt, is, dat

u mij hel overeengekomen bedrag betaalt,

waarna het horloge dan van u is."

„Goed," zei de inspecteur, en een porte-

feuille uit zijn zak halend, nam hy er negen

biljetten van tien pond uit. „Alsjeblieft.

Indien u dit bewijsje- even wilt teekenen,

zijn ze van u!"

Scare fronste andermaal zijn voorhoofd.

Hy hield niet van geteekende bewysjes. Ze

konden te gemakkelijk tot bewijsstukken

worden! Hy las het stukje papier, en om-

dat het niets bijzonders bevatte en er ook

niet anders opzat, teekende hij het en gaf

het toen terug. Fields overhandigde hem de

bankbiljetten en daarop gaf Scare hem het

horloge met de ketting. De transactie was

afgeloopen.

De detective stond op, en Scare volgde

zijn voorbeeld.

„Dat is een mooie ring, dien u daar aan

hebt," zei Fields, wijzend naar een ring

aan Scare's linkerhand. „Mag ik hem eens

bekijken?"

De ander stak niets vermoedend zijn hand

uit, en op hetzelfde oogenblik sloten de

boeien zich om zijn polsen.

„Ziezoo, Scare, je bent er by," zei de

detective.

„Daar zul je spijt van* hebben," zei Scare

kalm. „Je hebt geen enkel bewijs dat het

horloge niet op rechtmatige wijze in mijn

bezit is gekomen. Ik veronderstel, dat je

mij wilt beschuldigen het te hebben ge-

stolen. Maar als je dat doet," besloot hij

schouderophalend, „dan kost het je je

baantje!"

„We zullen zien," zei de detective opge-

wekt. „Blijf waar je bent."

Op dat oogenblik werd de deur geopend

en trad er een agent in uniform binnen.

„Kom -er in, Johnson," zei Fields, „en

houd dezen mijnheer even in de gaten. Ja,

het is in orde," vervolgde hij, ziend hoe

verbaasd Scare keek. „Ik had hem gezegd,

precies vijf minuten nadat ik hem verlaten

had, hier binnen te komen, hetgeen hij ge-

daan heeft. Mooi afgemikt, nietwaar?"

'„Het kan me niets schelen." zei Scare

onverschillig. „Het beteekent alleen, dat

jullie nu waarschijnlijk allebei je baantje

verliezen zult.

„Waar is die ander?" vroeg de detective

glimlachend.

„Welke ander?" vroeg Scare, volkomen

onschuldig.

„De een, die je het horloge heeft ge-

bracht."

„Ik heb je reeds gezegd, dal ik...."

— 24 —

„Waar is hij?"

„Ik vrees, dat ik niet begrijp, waar je

het over hebt."

„Ik denk, dat hij hier nog wel ergens is,"

zei de detective. „Je kunt het mij maar beter

direct zeggen!"

„Je weet te veel," grauwde Scare. „Zelfs

al was er iemand anders hier, dan nog zou

jij dat niet kunnen weten!"

„Maar ik wèèt het! Kom maar tevoor-

schijn, Cardon! Waar zit je?"

Nu keek Scare werkelijk verbaasd. Hoe

ter wereld kende de inspecteur den naam?

De inspecteur deed de deur open — de

sleutel zat in het slot -— en even later kwam

hy naar buiten, met Mr. Cardon. die even-

eens de boeien aan had.

„Zie je nu wel, dat Je. een leugenaar

bent, Scare?" zei Fields. „Weet je wie dat

is?"

Scare keek alsof hij water zag branden,

maar gaf geen antwoord.

„Ken jij hèm?" vroeg Fields, zich nu tot

Cardon wendend.

Ook Cardon keek verbaasd.

„Ik zat te wachten, omdat ik Mr. Scare

even wilde spreken," zei hij. „Is dat Mr.

Scare?"

„Ja, inderdaad, mijn zoon, en je weet het

zeer goed!" zei Fields. „Hel heeft werkelijk

geen zin, er omheen te draaien. Ik weet

de geheele geschiedenis. Jy, Cardon, hebt

mijn horloge gerold, toen ik even niet keek

en je hebt het vanmoigen bij Scare ge-

bracht. Dat is juist, nietwaar?"

Scare wilde wat zeggen, maar Fields legde

hem het zwijgen op.

„Laat ik verder gaan, dan komen we

misschien sheller tot een resultaat," zei

hy. „Ik was daarstraks den geheelen tijd

aan de telefoon en ben niét even weg-

geweest. Ik heb den hoorn den geheelen

tijd aan mijn oor gehouden, met uitzonde-

ring van de fractie eener seconde, toen ik

net deed alsof ik hem neerlegde. Er is niet

by me gebeld en ik heb my niet ver-

wijderd. ..."

„Maar je voetstappen.... ik hoorde je

weggaan...." zei Scare verbouwereerd.

„Ja, dat was handig van me, nietwaar?"

zei Fields lachend. „Ik deed alleen maar

alsof ik wegging, maar bleef in .werkelijk-

heid staan. Zoo'n beetje exerceeren op de

plaats, weet je wel? Een oude truc, maar

altijd nog de moeite waard om toe te passen

wanneer je dengeen, die je opbelt, niet ver-

trouwt. En zoo komt het, Scare, dat jij

mij zelf hebt verteld hoe mijn horloge

gestolen en in jouw bezit gekomen is."

„Ik geloof,, dat ik er niets van begrijp."

zei Scare, die zyn tegenwoordigheid van

geest wat terugkreeg.

„O ja, je begrijpt het wél," zei Fields.

„Daar maak ik me niets bezorgd over. Je

dacht, dal ik niet langer aan de telefoon

was, en je deed daarom niet eens de moeite

om het mondstuk mei je hand te bedekken

terwijl je sprak legen Cardon over de

manier, waarop mijn horloge werd gestolen

Je vertelde mij om zoo te zeggen de heele

geschiedenis!!...."

„Niks geen bewys." zei Scare. „Ze zouden

mij daar nooit op kunnen veroordeelen, zelfs

al ■ was ' het waar wat je zei hetgeen

natuurlijk beslist niét het geval is."

„Daar heb je gelijk in," zei de detective.

Scare lachte.

„Maar," vervolgde Fields, „ik zal al de

bewijzen, die ik noodig heb, op een andere

manier krygen. Begrijp je niet, dal ik ook

nog iets anders door de telefoon heb ge

hoard, dat zeer nuttig voor mij was?"

Scare toonde eenige belangstelling, maar

niet te veel. '-Hij voelde zich betrekkelijk

zeker, nu hy wist hoe de detective aan zijn

informaties gekomen was. Ze zouden hem

daar nooit op kunnen veroordeelen. Mis-

schien Cardon wél. Ja, dien wel, maar hem

niet.

Hij wreef dus in zijn handen voor zoover

zyn boeien dit toelieten en kwam wat naar

voren om behaaglijker te kunnen luisteren.

„Ik zal je vertellen, wat ik nog meer heb

gehoord," zei Fields.

„By voorbaat bedankt," giebelde Scare.

„Wat ik hoorxle over het verdeden van-

de opbrengst van den buit," zei Fields.

Scare werd bleek. Hij begreep nu, waar

de detective op aanstuurde, en hij voorzag,

dat hij schaakmat zou worden gezet. Hy

had vergelen hoevéél de detective kon heb-

ben gehoord.

„Hy bood je de helft aan van de op-

brengst, nietwaar?" vroeg hij, zich tol Car-

don wendend.

Cardon gaf geen antwoord. Hy keek den

detective alleen maar aan.

„Geef je niet de moeite om te spreken,"

zei deze. „Het voornaamste is, dat Scare

heeft gesproken en ik hem heb. gehoord.

En ik weet zeker, dal hij de uitdrukking:

„we doen ieder de helft" gebruikte. Jij zou

tien pond krygen, nietwaar?"

De ander gaf nog geen antwoord.

„Nou, het is in ieder geval zoo. En nu.

Mr. Cardon, zal ik je wal anders vertellen.

Mr. Scare heeft mij geen twintig pond voor

dal horloge en ketting laten betalen maar

negentig pond. Hij heeft je willen afzetten,

mijn jongen."

„Dat is gelogen!" riep Scare, met een

uitdrukking van groole vrees in zyn oogen

naar zijn handlanger kijkend.

„O ja?" zei Fields. „Laten we dan een

eindje teruggaan. Je vroeg mij, hoeveel het

horloge had gekost. Ik zei tachtig pond. Je

legde er tien pond op,

en nou heb je nog den

euvelen moed om Car-

don hier wijs te maken,

dat mijn horloge met

ketting slechts twintig

pond waard was!"

„Is dal waar?" vroeg

Cardon, zijn partner

aankijkend.

„Hy liegt, Cardon!

Werkelijk, hy liegt,"

jammerde Scare.

„Idioot," zei de detec-

tive. „Hier is de kwi-

tantie van negentig

pond, .die je zooeven

zelf hebt onderteekend.

Ik geloof niet, dat jij je,

wat geldzaken betreft,

aeo veel zou vergissen."

Hy liet Cardon de

kwitantie zien.

Het spel was uil, en

Scare wist het. Cardon

sprong met een kreet

van woede op hem af.

„Daar zou ik je voor

kunnen vermoorden!"

siste hij.

Maar de detective en

de . agent grepen hem

en na een korte maar

hevige worsteling had-

den zij hem weer in be-

dwang.

„In orde, Mr. Fields,"

zei Cardon toen hij-

gend. „Ik zal rustig

meegaan. Ik weet wan-

Pakje W"-'•" 18g »y-j-< * < ^ ~Z

v^*^JS&'M Werkelijk pmchtigfyw

blonde haar!

Die verrukkelijke, gouden glans — en dan

laat het zich ook zoo gemakkelijk golven.

Het is toch zeker met "Zwartkop" verzorgd!"

"juist heel goed geraden!" "ja, dan is het

ook geen wonder. Gebruikt U voortaan

alleen ZWARTKOP, want dan blijft Uw

Teer, Kamille- ] haar zoo mooi en gezond f"

Zwartkop-haarverzorging is steeds op de

, „ hoogte der laatste wetenschappelijke .onderï

'•yj^^^ lp zoekingen. Het haar blijft kalkzeepvrij en

''£=* lUtEBinr»—/ ^^B \ IP niet-alkalisch. Soepelheid, schitterende glans

en een goed-zittend kapsel zijn het teeken

B^."-v^>sw»s?ss voor gezond, met "Zwartkop" verzorgd haar.

fARTKOP SHAMPODOR

de gegacandeecd niet cdkaUsche shampoon!

neer ik ben verslagen. Maar dit keer „Prachtig," zei Fields. „En voordat jij

gaat deze schurk óók mee. Ik zal je alles meegaat, Mr. Scare, mag ik je misschien wel

vertellen, wal je wilt welen. Ik ben geen een goeden raad geven? Het is deze: praal

verrader, maar nou ik hem er bij kan nooit teveel, zelfs niet als je denkt dat nie-

lappen, nu zal ik het niet laten!" mand je kan hooren!

U-CLV

Me]. P. F. B. te L. - Theevlekken kunt U gemakkelijk uit lluweel ver-

wijderen met behulp van spiritus of eau de Cologne. Indien er melk in de

thee is geweest, moet U nog nawrijven met een lapje, gedrenkt in ben-

zine of tetra (het watje eerst uitknijpen). Ik hoop, dat U succes zult hebben!

Uw wijze van oplossen is juist. U kunt de puzzles allemaal op één velletje

papier schrijven, alleen de Filmpuzzle en de Amateur-detective hebben we

graag op een apart papier.

Mevr. J. Ij": te O. - Wrijft U de vaas eens af met een zacht lapje en

wat ammonia. Is het laagje vuil op die manier verwijderd, wascht U de vaas

dan in warm zeepsop en laat haar daarna goed drogen. Het herhaaldelijk

poetsen is dan niet meer noodig en het tin heeft veel minder te lijden.

G. J. te F. — Ik hoop, dat U inmiddels heeft gevonden, wat de fout was.

Het lijkt mij een onaangename ontdekking! - Inderdaad is het door U bedoelde

woord een gebruikelijke uitdrukking,

maar het wordt in Zuid-

Nieuw.. Reukwerende Crème Nederland meer gebruikt dan In de

Noordelijke provincies.

Stopt op veilige manier

transpireeren in de armholte.

1. Bederft de kleeding niet

prikkelt de huid niet

2. li onmiddellijk droog.

Kan direct na het

ontharen worden ge-

bruikt

3. Stopt het transpi-

reeren gedurende

1-3 dagen; neemt

den reuk weg.

4. Witte, vetvri] e crème'

met (rlsschen geur.

3. Beschermt Uw kleeding tegen transpiratie-

vlekken maakt sous-bras overbodig.

ARRIDf. 1.- per pot.

T. S. te G. — Dank voor Uw op-

merking; ze was volkomen juist! Ik

heb het adres in mijn archief op-

genomen. U kunt mij zonder be-

zwaar vragen stellen; ik hoop ze

dan zoo goed mogelijk te beant-

woorden. Als U het zélf geprobeerd

heeft, wil ik het middel graag van

U weten en dank U bij voorbaat!

H. K. te V. — U kunt zonder be-,

zwaar lid worden van die vereeni-

ging. Nadere inlichtingen kunt U

verkrijgen, indien U schrijft aan de

Nederlandsche Jeugdherberg' Cen-

trale, Tulpstraat 4 — 6, Amsterdam.

— 25 -

B. C. te Z. — Ik zou U aanraden het geheele oppervlak met wat petro-

leum te behandelen, daarna een kwartiertje te wachten en vervolgens hel

geheel met warm water te dweilen. Als het droog is, zet U het linoleum

op de gewone wijze in de was.

Schuurt U de zolen eens met schuurpapier af, dan zult U geen last meer

hebben van het door U genoemde euvel.

Uw wijze van oplossen is juist. Het is niet noodig alle raadsels op te

lossen.

Mej. K. P. te R. — Het is uiterst moeilijk in den trein goed leesbaar te

schrijven. Het wil nog wel eens lukken, als U den elleboog stijf tegen het

lichaam houdt, even boven de heupen.

A. J. 5. te A. — Uw opmerkingen waren volkomen juist; het was een

vergissing onzerzijds. Wij zullen alles in het werk stellen, om dergelijke

fouten zooveel mogelijk te voorkomen.

B. P. te Z. — In Uw geval lijkt het mij het beste, wat U hadt kunnen

doen. U kunt misschien nog probeeren de vlek te verwijderen door de stof

eenige uren in bleekwater te zetten. Ik hoop, dat U resultaat zult bereiken.

U kunt mij gerust weer eens een vraag stellen, graag zelfsl

Mej. B. T. te E. — U kunt de kachel schoonmaken met warm zeepsop.

Droog haar daarna af en wrijf ze dan na met witte of zwarte meubelwas-

Ik dank U wel voor Uw hartelijk briefje. Het was natuurlijk goed!

G. J. te C. — Het is altijd af te keuren om dergelijke voorwerpen in de

zon te leggen, daar ze dan minder scherp en zachter worden. Staal wordt

zwart, indien U het met salpeterzuur bedruppelt, ijzer daarentegen wordt

grijs. U ziet dus, dat het verschil gemakkelijk vast te stellen is.

Mevr. B. S. te A. - Denkt U er vooral aan, dat U den schoen zóó op-

hangt, dat ook de zolen kunnen drogen. Het is verstandig hem op te hangen

op een schaduwrijke, luchtige plaats.

De Secretaresse van de VOOR U-Club, Noordeinde 8, Leiden


.- ! ■ '. >,f

BAMUM-BAM

Ham um en Bambilike, twee nabuur-stammen in het Westen

^ van Kameroen, Afrika, zijn reeds sinds vele eeuwen felle

vijanden. Er was een tijd, dat Bamum de stam was, die het gan-

sche gebied overheerschte, en dat de leden van den Bambilike-

stam hun slaven waren. Ze voerden bijna onafgebroken bloe-

dige oorlogen met elkaar en hun vijandschap duurt eigenlijk

ook thans nog voort. Maar de tijden zijn veranderd —

althans in het ongecultiveerde Afrika! Want daar heeft de be-

schaving blijkbaar wèl kans gezien om een einde te maken

aan de bloedige overvallen, die de beide stammen zoo af en

toe op elkaar ondernamen. Ze „mogen" elkaar nóg niet — als

dit tenminste niet te zacht is uitgedrukt! — maar aan oorlog-

voeren denkt niemand toch meer... Men heeft een ander

terrein gevonden om elkaar te bekampen: het voetbalveld!

Daar ontmoeten de kampioenen der beide stammen elkander

nu, en terwijl de supporters hun favorieten aanvuren en de

stamhoofden ernstig knikken, wanneer er een goede voorzet

wordt gegeven of een goal gezet, doet ieder elftal zijn best het

iwsus

^ » /

De stamhoofden als toeschouwers ... Vroeger snel-

den zij nog koppen, waarbij zij ook elkander niet


,0?

, •■' ■' :

*■/# <

»I ï

s\

'k. <


1

m

^*\

4 .

' ' ft* H

£$*;*£' ."**i^ , ,

JI^W*

HET PRENDSNtiraN^HiT Rltfl CEgERCT

HET RILA-KLOOSTER IN BULGARIJE

Het is onmogelijk om Bulgarije te zeggen, zonder tegelijkertijd

den naam van het Rila-klooster te noemen en dien van zijn

stichter Sweti Iwan Rilsky. De invloed, dien beiden op de ontwik-

keling van het land hebben gehad, is bijna niet te overschatten.

Want niet alleen dat de laatstgenoemde de nationale Bulgaarsche

heilige is, en de grondlegger van het monnikenwezen in Bulgarije,

ook op politiek gebied heeft het klooster in dit voor ons West-

Europeanen bijna ongekende Balkanland, een enorm groote rol

gespeeld.

In den tijd, dat de Turken de Bulgaarsche nationaliteit trachtten

te vernietigen, in den tijd, dat de Grieken bijna alle documenten

en oude boeken, die in het Bulgaarsch geschreven waren, ver-

brandden en de meening trachtten te verbreiden, dat er nooit een

Bulgaarsche natie had bestaan, bezochten de Bulgaren in het ge-

heim het Rila-klooster, woonden hier de godsdienstoefeningen bij,

luisterden naar de preek, die in het Bulgaarsch gehouden werd

— en niet in het Grieksch, zooals toentertijd reeds in geheel Bul-

garije gebruikelijk was! — en sterkten hun nationale gevoelens in

de atmosfeer van het klooster.

Men wist het! De overheerschers wisten, dat de vlam van het

verzet van uit het arendsnest in het Rila-gebergte voortdurend

werd gevoed en aangewakkerd. Doch ingrijpen was moeilijk.

Nooit konden zij een dergelijke nationale bijeenkomst overvallen

om de deelnemers op heeterdaad te betrappen. Het Rila-gebergte,

een gastvrij toevluchtsoord voor de kin-

deren des lands, was een onherbergzaam

oord voor de indringers. Misschien wordt 5L" h weB n '„"^'"du"'^»«"!

dit wel het beste geïllustreerd door het dat in bouwstijl en versie-

f.. \ i r* n > 1 J ringen aan een Oostersch

eit, dat Czaar reter meermalen den paiei>doet denken, te vjndcn.

******

WkW*-

jÊ*

C

^

nr

\>tp

%.. '

r F ■ -■ '1 • ■

i

Voor den kunst-

minnaar valt hier

veel te genieten.

Achter de zuilen-

galerij bevinden zich

prachtige fresco's.

Prachtige typen vindt

men onder deze monni-

ken, die als onderwij-

zen een grooten in-

vloed op de bevolking

hebben, waarvan zij

te allen tijde gebruik

maken om het natio-

nale bewustzijn te ont-

wikkelen en aan te

kweeken.

-■^i;-.,;-,

i %>""-"r; i

wensch te kennen gegeven heeft, om Sweti Iwan

Rilsky in het door hem gestichte klooster te be-

zoeken. Eenmaal heeft hij zich zelfs op weg be-

geven, doch bij den berg Zarev gekomen, moest

hij terugkeeren. De woestheid van het land

maakte het hem ten eenenmale onmogelijk zijn

tocht te vervolgen

Zoo groot is de eerbied, dien men in Bulgarije

voor Sweti Iwan Rilsky koestert, dat zelfs de

Turksche overheerschers er den invloed van on-

dergingen. Nu nog worden in het aan het kloos-

ter verbonden museum drie groote waskaarsen

bewaard, waarvan de grootste een geschenk is

van Su'tan Murad III. en de beide anderen door

Turksche stadhouders geschonken werden. Het

klooster werd tijdens de Turksche overheersching

door de Sultans beschermd, waarvan vele de-

creten - in het Bulgaarsch Fermane gena'amd

— op den huldigen dag nog getuigen.

Een woest, onherbergzaam oord, dit Rila-ge-

bergte. Een oord, waarvan men, buiten Bulgarije,

zelden of nooit den naam heeft hooren noemen.

Maar de bewoners van dit oord, de monniken

van het klooster, de boeren, die er zich in wijden

kring rondom gevestigd hebben, zijn hartelijk en

gastvrij voor den vreemdeling, dien zij gul ont-

halen en in hun woning opnemen. Prachtige

typen vindt men onder hen. Magere, ascetische,

fanatieke koppen, de gezichten van geboren

leiders, die, indien Bulgarije in het huidige con-

flict zou worden betrokken, niet zouden aarzelen

hun offer voor de vrijheid te brengen. En als wij

onze couranten opslaan en lezen van de talrijke

vraagstukken, die juist in de Balkanslaten steeds

weer het hoofd opsteken, dan vragen wij ons niet

zonder beklemming af: hoe lang zal het nog

duren, voor deze lieden hun offer moeten

brengen?

Slechts weinig herinnert in deze omgeving nog

aan het Westen van Europa, en toch... hoe

ver ie men hier eigenlijk van verwijderd met

de snelle, moderne vervoermiddelen ! Vooral bij avond maakt het een fantastisch effect.


1. Omdat Moko' de vazen van den koopman

had gebroken, werden de kinderen door den

handelaar naar hei politiebureau gebracht. De

man was woedend! „Jullie zullen worden opge-

sloten!" riep hij uit, terwijl hij de kinderen met

zich meetrok!

4. Daar de dame al zoo lang haar eigen taal

niet had kunnen spreken, vond ze het prettig

wat met Peter en Dot te praten. Een poosje later

zaten ze in een schaduwrijk theehuis en vertel-

den elkaar hun wederzijdsche avonturen. Het

was heel gezellig!

r Weest 0 maar niet,

bang! We zölien^

dien trein wel

7. Ze kon het haast niet gelooven, dat de kin-

deren met het vliegtuig reisden om hun vader te

zoeken. Ze stapte echter toch maar in en keek

verbaasd, toen ze zag hoe behendig Peter de

handles bediende. Ze vond het flink en vroeg

zich af, hoe hij het zoo goed kon.

DE VLIEG AVONTUREN VAN PETER EN DOT

2. Hij liep met Peter en Dot door de stoffige

straten van het dorpje, terwijl hij voortdurend

in zijn gebroken taaltje weinig vriendelijke woor-

den mompelde. Maar plotseling zagen ze een

dame langs komen, die zich blijkbaar voor Peter

en Dot interesseerde.

\

5. De dame scheen veel belang te stellen in

het verhaal van de kinderen. Ze vond het erg

mooi, dat ze nu al zoo lang naar hun vader

zochten. Maar plotseling sprong ze op en riep:

„O, ik heb mijn trein gemist, nu zal ik de boot

ook niet kunnen halen."

8. Ze stegen zoo sierlijk als een vogel op en

niet lang daarna zagen ze den trein. Hij reed

heel snel in de richting van de kust. „We zuilen

de boot waarschijnlijk wel eerder bereiken!" zei

Peter. Hij was zeer opgewonden en keek onaf-

gebroken naar rijn instrumenten.

3. „Wat is er met jullie, kinderen?" vroeg ze

vriendelijk. Dot legde haar nu uit, wat er ge

beurd was en daarna haalde de dame wat geld

uit haar taschje. „Ik zal wel voor jullie, af-

rekenen," zei ze. En spoedig daarna glimlachte

de Arabier al weer en dankte de dame vriendelijk

6. Maar de kleine Dot had 'n goed idee en ze

nam de dame bij haar arm. „Gaat U maar met

mij mee!" zei ze zeer geheimzinnig. „We zullen

U helpen de boot nog op tijd te bereiken." Ze

liepen snel het dorpje uit en wat was de dame

verwonderd, toen ze „De Zilveren Ster" zag

9. Het was een opwindend tochtje, maar spoe-

dig bleef de trein achter en „De Zilveren Ster'

vervolgde snel zijn weg. Toen zag Peter plotse-

ling iets vreeselijks. De brug, waar de trein over-

heen moest, was kapot! Wat nu te doen? De

trein naderde snel. Wordt vervolgd

GEWONE ADVERTENTIES: KOLOMKOOGTE 120 REGELS - KOLOMBREEDTE 5 cM. - REGELPRIJS 25 ets. BRUTO

TEKSTADVERTENTIES: KOLOMHOOGTE 120 REGELS - KOLOMBREEDTE 6.7 cM. - REGELPRIJS 50 ets. BRUTO

KORTINGEN VOLGENS TARIEF

-30-

- •■ -;.' v*

mmn

DEDRIFTIGE KONING

OF

OORZAAK EN GEVOLG

oning Omar, die heel, heel lang geleden

over een groot rijk in het verre Oosten

regeerde, was een vriendelijke, maar zeer

driftige man. Zyn ministers werden ontsla-

gen als zij hem durfden tegenspreken; zyn

bedienden kregen stokslagen voor (ie gering-

ste fout, en ofschoon hy zijn driftbuien spoe-

dig vergat, waren de gevolgen er van niet

zoo vlug weggenomen!

En dat kon de koning nu maar niet

begfypen! Hy verwachtte, dat iedereen drif-

tig was als hy het was, maar wanneer hy

lachte „Ha, ha, ha !", dan moest

iedereen ook maar weer meteen in een goed

humeur zyn!

„Waarom kyken jullie nu nog zoo sip?"

vroeg hy dan. „Ik denk er al lang niet meer

over, waarom kunnen jullie het dus ook niet

vergeten?"

MIEPJE'S EERSTE

SCHOOLDAG

JiyjLlep was voor het eeist naar school toe.

— Mlepie, hoe zou dät wel zijn?

„Ik kan heel gerust van Moeder,"

Pochte zij, „ik vind het Jljnl"

Maar.... zoo halverwege d'ochtend

Dacht zij: „'t Is nu lang genoegl

Ik ga nu maar weer naar huis toe,

'k Was vanmorgen hier al vroeg!"

Vlug toen pakte zij haar tasch in.

Nam haar muts en wilde gaan....

„Hé, jij, Miepie," vroeg de juffrouw,

„Waarom wil jij hier vandaan?"

Met een trillend lipje zei Miep:

,/k Hoorde zachtjes aan mijn oor:

„Mammie, kom toch gauw weer bij me...."

't Was mijn liefste popje Doorl

Op zekeren dag was de koning zoo snel

achtereen beurtelings driftig en weer vrien-

delijk geworden, dat niemand het meer kon

bijhouden, en omdat er daardoor ernstige

dingen dreigden te gebeuren, ging de eerste

minister naar een ouden, wyzen man, die

in het bosch naby het koninklyk paleis

woonde.

„Ik weet reeds, waarom je komt," zei de

oude, wijze Inan, voordat de minister nog

iets gezegd had. „En ik zal je vertellen, wat

je moet doen. Neem den koning morgen-

ochtend mee voor een rit te paard door de

Platanenlaan en laat hem bij de boerdery

zien, wat hij te zien zal krijgeru"

Den volgenden ochtend reden de koning

en de minister door de Platanenlaan.

„Kyk eens," zei de koning plotseling, toen

ze de boerdery genaderd waren, en hy wees

met zyn rijzweep voor zich uit.

DK KLEINE MACHINIST

De minister keek ook, en in het eerst dacht

mon

31 -

hy, dat de koning niets anders zag dan een

rat, die stilletjes op een kip toesloop en dit

dier in zijn vleugel beet. Maar toen keek hü

weer en zag, dat als er ooit sprake van was,

dat uit het een het ander voortkomt, dit

thans het geval was. Want er kwam een hond

aanrennen, die den rat doodde; een bok

kwam met neergebogen kop op den hond

af om hem met zyn horens te stooten; een

groote stier viel den bok aan, een man met

oen hooivork rende op den stier af en een

En juffrouw, ik zou niet weten

Wat ik verder leeren moet.

'k Ga voor altijd maar van school af.

Ik kan alles al hèèl goed!"

landlooper gooide een flesch naar den boer

met den hooivork....

„Wat een opschudding, alleen omdat een

rat een kip in haar vleugel byt!" zei de

koning lachend, maar toen zag hij opeens

den veelbeteekcnenden blik van zijn minis-

ter, en hy kreeg een kleur als vuur.

In gedachten verdiept reed de koning naar

huis terug.

Hij had begrepen, dat één kleine oorzaak

soms een keten van groote gevolgen' met

zich sleepen kan, en dat dus ook zyn drift-

buien dit moesten doen!

Hij deed daarom voortaan zijn best zyn

drift zooveel mogelyk te beheerschen, maar

als hij daar eens een keer niet in slaagde,

dan hoefde de minister slechts heel zachtjes

de schakels te tellen in den keten van oor-

zaak en gevolgen om den koning een kleur

te doen krygen en hem vergiffenis te doen

vragen aan iedereen, dien hy onheusch

bejegend had.

aaQa.QA'.

£ p fr^'-


„Meneer Pieterse, u bent toch botanicus? Wilt u dan mis-

schien heel even hier komen?"

,,Neemt u me niet kwalijk, ik wil u niet storen, maar nu u

tóch bezig bent, wilt u hem misschien wel even vragen, ol ik

mijn rekening een beetje mag overschrijden?"

:;;;: ^r'- " ..„ ,

„Vrouwtje, je hoeft den loodgieter niet meer te halen, hoorl

Ik heb den afvoer al schoongemaakt en de waschbak loopt

weer!"

HUMOR

„Zoudt u mij misschien het pepervaatje even willen aangeven

spelletje uit is?"

— natuurlijk als het

„Tjonge, ik ben toch blij, dat ik de piccolo niet bespeelde in het scheepsorkestl"

DER •ƒ/ /

w/tre ki amer

Regie: Otis Garrett Universal-film.

Rol verdeeling:

Dr. Bob Clayton Bruce Cabot

Carole Dale Helen Mack

Ann Stokes Constance Worth

Lila Haines '. Joan Woodbury

Dora Stanley Mabel Todd

Hank Manley Tom Dugan

Dr. Norman Kennedy Roland Drew

Dr. Martin Addison Richards

I

n een particulier ziekenhuis wordt tijdens een operatie

een moord gepleegd. De chirurg. Dr. Martin, is door

een scalpel in den rug getroffen en de ontboden politie-

sergeant Mack Spencer meent na een vluchtig verhoor, dat

Dr. Bob Clayton het misdrijf gepleegd heeft. Dere Clayton

staat namelijk op, de nominatie voor assistent, evenals Dr.

Kennedy. Beiden hadden ruzie met het slachtoffer gehad.

Clayton omdat hij geopereerd had zonder toestemming van

zijn chef en Kennedy omdat hij niet evenwichtig en vastbe-

raden genoeg werd geacht om voor de benoeming in aan-

merking te komen. De politie stelt vast, dat Dr. Martin door

een persoon, die links moet zijn, vermoord is en dit vestigt

aller aandacht op Dr. Thornton, wiens rechterarm eens ge-

opereerd werd door Martin en die sindsdien niet alleen

als chirurg uitgeschakeld is, doch tevens alles met zijn lin-

kerhand moet doen.

De geschiedenis wordt pas goed ingewikkeld als Tony,

de huisknecht, iemand de apotheek ziet binnengaan en een

schaduw, zich afteekenend

op den muur, een flesch uit

het rek ziet nemen. Vóór

hij den indringer herken-

nen kan, wordt -hij getrof-

fen door een flesch Biet

bijtend zuur, welk vocht

hem het gezichtsvermogen

ontneemt. Tot overmaat

van ramp wordt , ook

Thornton dood aangetrof-

fen. In zijn schrijfmachine

is een papier gedraaid,

waarop zijn bekentenis van

den moord op Martin is

getypt, doch de politie is

allerminst tevreden en

meent, dat de zaak nog

niet opgelost is. Een idee

van Clayton om de hoorn-

vliezen van Martin op

Tony over te brengen in

de hoop, dat de huisknecht

den dader herkennen zal,

wordt aangenomen. Deze

operatie gelukt wel is

waar, doch tijdens het

opereeren gaat eenige ma-

len het licht uit, omdat er

iemand met den hoofd-

schakelaar knoeit. Als

Tony in zijn kamer is,

wordt er weer een moord-

aanslag aap hem' gepleegd,

die mislukt.

Na eenige dagen is de

huisknecht in zooverre ge-

nezen, dat men het waagt

hem met de betrokkenen

te confronteeren. Hij wijst

inderdaad aan wie hem de

flesch naar het hoofd ge-

gooid heeft en dit is, naar

begrijpelijk kan worden ge-

acht, ook de dader(es) van

den moord.

Bruce Cabot, Holen Mack

.en Tommy Jackson.

(Constance Worth) f

»t nippertje aan den '

Tijdens een operatie wordt «en

chirurg vermoord.


Werner Krauss en Emil Jannings

OERT KOOI

PE STftUÜEß

TE6EW PEhi 0000

Viktoria von Ballasko en Raimund Scheicher

Regie: Hans Steinhoff. — TOBIS-film.

Dr. Robert Koch Emil Jannings

Prof. Rudolf Virchow Werner Krauss

Zuster Else -. . Viktoria v. Ballasko

Frits v. Hartwig Raimund Scheicher

Dr. Gaffky Theodor Loos

Göhrkc Josef Sieber

Vrouw (ïöhrke . Hilde Körber

Mevrouw Koch Hildegard Grethe

e. v. a.

Door sneeuwstormen en regenbuien, over moeilijk be-

gaanbare wegen, rijdt de eenvoudige plattelands- en

wijkdokter Robert Koch uit 't plaatsje Wollstein naar

zijn patiënten. Nu staat hij weer aan 't sterfbed van 't doch-

tertje van den doodarmen boschwachter Göhrkc. Ook dit

kleine meisje wordt 't weerloos slachtoffer van de tuber-

culose, dien geesel der menschheid, waartegen geen verweer

mogelijk is en waaraan een vierde deel der kinderen uit

Koch's wijk ten offer valt. Machteloos staan de geleerdste

vertegenwoordigers der medische wetenschap tegenover

deze moordende ziekte, van welks ontstaan en welks be-

strijding zij niets afweten! Machteloos staat ook Dr: Koch.

Sedert jaren zoekt hij onvermoeid naar de kiem der

tuberculose. Als vurig aanhanger van Louis Pasteur, die

door zijn bacillentheorie alom bekendheid verworven heeft,

richtte hij in zijn huis een eigen primitief laboratorium

in. Nachtenlang zit hij over zijn microscoop en preparaten

gebogen. Zijn werk geniet weinig waardeering bij de be-

woners van Wollstein. Kleinburgerlijke bekrompenheid,

laster en bijgeloof maken hem 't leven en den arbeid

zwaar. Zelfs zijn vrouw gelooft niet in het nut van dit

voortdurend werken en onthoudt hem den steun, dien hij

zoozeer behoeft. Twee vrienden heeft hij echter en wel den

landraad von Hartwig en zijn zoon Frits, die pas afge-

studeerd is als arts en geen schooner vervulling van zijn

levensidealen weet dan Koch's assistent te zijn.

Koch's vurigste wensch is intusschen: Berlijn! Dééreerst

zal hij het hoognoodigc voor zijn onderzoekingen: een

naar alle eischen ingericht laboratorium en een ruim

arbeidsveld vinden.

Geschrift op geschrift over zijn interessante proef-

nemingen met kleur-preparaten gaan naar Berlijn, naar

Piofessor Rudolf Virchow, den ongekroonden koning der

medische wetenschap, den „medicijn-paus", zooals hij ge-

Emii Jannings en Elisabeth

Flickenschildt

Werner Krauss

noemd wordt. Steeds zonder resultaat! Virchow

is de felste tegenstander van Pasteur's theorie,

volgens welke ziekten door microben, voor 't bloote

oog onzichtbare kleine diertjes, zouden ontstaan.

Aan deze theorie nu kan Virchow niet. gelooven.

Volgens hem dringt de ziekte niet van buitenaf

in het gezonde lichaam en veroorzaakt daar de

verwoesting, doch zij ontstaat door verval en ver-

andering der lichaamscellen! En.... Virchow's

woord is steeds wet geweest!

Na maanden van schier hopeloozen arbeid ziet

Koch eindelijk zijn moeite beloond. In tegenwoor-

digheid van Frits v. Hartwig neemt hij voor 't

eerst van zijn leven door den microscoop een

bacil waar den tuberkelbacil! Zijn ontdekking wordt angst-

vallig verborgen g^ouden. Want Koch vond wel is waar de

kiem der ziekte, maar moet nu eerst 't onomstootelijk bewijs

leveren, dat een levend wezen door 't inademen van deze

bacillen tuberculose krijgt.

Het gelukt zijn vriend Hartwig om ondanks alle intriges

Koch in Berlijn te laten aanstellen als ,,Regierungsrat". Nu

is de kans gekomen! Ook hiar gaat zijn pad eerst niet over

rozen. Ironisch spreekt men over den „bacillenjager", die zich

met zijn assistenten Dr. Löffler, Dr. Gaffky en Frits soms

dagenlang in zijn laboratorium opsluit. Virchow, tot wien Koch

zich herhaalde malen wendt, wil nog steeds niets

van hem weten en spreekt minachtend over het

„microbencircus" van dien plattelandsdokter.

Koch's huwelijk met een vrouw, die niet in staat

is den werkijver van haar echtgenoot te waar-

deeren, doch slechts over haar eenzaamheid klaagt,

dreigt ook mis te gaan. Kortom, het wordt dezen

man, evenals andere genieën, niet makkelijk ge-

maakt.

Toch laat nu 't uur der overwinning niet lang!

meer ep zich wachten! In den strijd voor zijn

ontdekking, die vóór alles een strijd tegen Rudolf

Virchow is, komt hij tenslotte zegevierend tevoor-

schijn. De tegenstander moet het hoofd voor hem

buigen!

Eén schaduwzijde is er aan deze zege. Frits,

dien hij als een zoon liefhad, heeft bij een

Friedrich Otto Fischer als Bismarck

Emil Jannings

der proefnemingen op marmotjes zich een besmetting door

de doodeüjke bacillen op den hals gehaald. Het gevolg is

vliegende tering, waaraan hij sterft, echter niet alvorens hij

van de glorie van zijn grooten leermeester vernomen heeft.

In de groote aula der Universiteit wordt de nu in één

slag wereldberoemd geworden Robert Koch gevierd en be-

jubeld! In een ontroerende rede weki hij de jeugd der wereld

op tot het overnemen en verder dragen van den strijdbanier

tegen den verraderlijken vijand,die tuberculose heet!


a

PEKJO

e grootste kleine stad ter wereld" aldus noemt zich een oord, dat een der slechtstp repu-

„jLi« taties be2it ' wcl ke denkbaar zijn. Wc kennen Monte Carlo als hef paradijs der roulette, waar

men even al zijn geld kan komen vergokken; de directie van het Casino geeft den geplunderden

speler gratis een spoorkaartje naar huis terug, wijl er geen aardigheid aan is. zoon armoedzaaier te be-

houden. We kennen Tia Juana uit den tijd van het drooggelegde Amerika. Vlak pver de grens, in het

noordelijkste puntje van Mexico, ligt deze haastig gebouwde stad, bestaande uit groote houten barakken.

Waar de Yankees naar hartelust mochten komen drinken Als ze dan na afloop weer naar huis terug

wilden, dwong de Amerikaansche douane hen langs het lijntje te loopen. Speelden ze dat niet zonder wag-

gelen klaar, dan bleef de grens genadeloos voor hen gesloten, tot ze weer heelcmaal nuchter waren. Nadat

de Wolstead Act weer was ingetrokken en Amerika dus weer „nat" was, verloor natuurlijk Tia Juana

zijn reden van bestaan. Maar och. de stad bestond nu eenmaal, de menschen waren er aan gewend en

men maakte nog wat gokgelegenheden en dergelijke etablissementen er bij en zoo weten de burgers daar

tóch nog de eindjes aan elkaar te knoopen en zich door het leven te slaan.

Maar Reno is een heel ander oord, met een gansch ander bedrijf, Reno is het echtscheidingsparadijs.

Reno is precies het tegengestelde van Miami, waar de Amerikanen hun huwelijksreis heen maken en hun

wittebroodsweken doorbrengen. Meenen ze in later tijden, dat die stap een vergissing was. dan tijgen ze

naar Reno en verbreken den band weer. „De grootste kleine stad ter-wereld" en ze hebben in zooverrre

gelijk, dat Reno maar een klein stadje is. Wat is er dan bedoeld met de „grootheid", die men zichzelf

daar toeschrijft? Men bedoelt, dat dit kleine stadje is uitgerust met een hoeveelheid groote hotels, dancings,

cabarets, schouwburgen, bioscopen, bars. advocaten, rechtbanken, enz., waar New York zich desnoods

óók mee zou kunnen redden. Het is dus geheel en al berekend op de soort van clientèle, die hier pleegt

te komen en die op deze wijze zichzelf kenmerkt.

De Amerikanen hebben ten aanzien van zulk soort instellingen altijd heel sterk hun eigen opvattingen.

Ze maken er een soort van code van, waaraan iedereen zich onderwerpt. Dat biedt een geheel aparte

sfeer, waartegen we hier geen stelling behoeven te nemen; zij veroordeelt zichzelf.

„Charlie Chan in Reno" is voor hen. die de verrichtingen

van den fameuzen Chineeschen filmdetectivc volgen, een

onvcrmijdcÜjke phase. Als „Charlie Chan in de moord-

kamer" introduceert de 20th Century-Fox deze film hier tc

lande, maar den toeschouwer wordt h^t gansche verloop van

deze (zeer decent geho-.den) film duidehjker, als hij zoo'n

beetje weet, wat dit Reno (in den staat Nevada) eigenlijk is;

een stad, die door haar zeer bijzondere huwelijkswetgeving

een soort van echtscheidingsparadijs is, dus: leeft van dit

„bedrijf" en er tevens ook alle nadeelen van ondervindt

In de lange serie van Chan-avonturen is deze Reno«

episode een interessant geval.

Sidney Tol« en Ricardo Cortes In „Charlie dun

in Beno".

■'^W : , ■■

GESPREKKEN MET MIJN

VRIEND PIETERSEN

Als je in een film een lift ziet,

is dat dan een werkelijke lift ?"

„Een lift is het gewoonlijk wel,

maar de filmliften worden volgens een heel

eenvoudig principe gebouwd. Meestal wor-

den ze met een kabel, die over een wiel

loopt, omhoog gedraaid en beweegt de

lift zich hoogstens een paar meter boven

den beganen grond."

„Inderdaad zie je in de meeste films

de menschen alleen maar in de lift gaan,

je ziet de deur sluiten en aan de schaduw

op de matglazen deurwand kun je con-

stateeren, dat de lift plus inhoud omhoog

gaat. Bij de volgende scène zie je de

lift dan op de hoogere of lagere étage

arriveeren."

„Toch heeft zich bij een dergelijke op-

name wel eens een ongeval voorgedaan!"

„Werkelijk? Vertel eens wat er ge-

beurd is."

„Een merkwaardig bedrijfsongeval deed

zich voor bij de opnamen voor de film

„Café Metropole". Er was een lift ge-

bouwd, waarin zich een scène tusschen

Loretta Young en Tyrone Power afspeelt

en die drie étages hoog ging. In werke-

lijkheid bereikte deze lift die hoogte niet,

maar kwam zij, alleen maar uit op een bal-

connetje. Daar stapte Tyrone uit en ver-

volgens vergaten de arbeiders hem. Twee

en twintig minuten heeft Power daar ge-

staan, terwijl er beneden ijverig naar hem

gezocht werd en niemand hem kon vinden.".

„Waarom riep hij dan niet?"

„Tyrone schreeuwde zich heesch om de

aandacht op zich te vestigen, maar men

hoorde hem niet/En toen men hem ein-

deüjk hoorde, begreep geen mensch, waar

hij eigenlijk zat. Tenslotte werd ook dat

ontdekt en wel op het juiste oogenblik,

want de arbeiders waren net bezig, de

lift, die men niet meer noodig had, weer

af te breken ..."

„Nou, dan hadden ze Tyrone toch wel

bij het afbreken gevonden 1 Ik denk, dat

hij blij was eindelijk eens rustig alléén op

zoo'n balconnetje te zitten. Echt veilig

voor de filmenthousiasten I Als mijn nichtje

Katja dat geweten had, zou ze beslist

gezorgd hebben, dat ze ook op het bal-

connetje zat!"

FILM-ENTHOUSIAStEN

S. d. W. te Amsterdam. Hierbij de na-

men van eenige filmsterren, die in No-

vember jarig zijn. Lien Deyers 5 Novem-

ber. Fred Astaire 26 November. Else

Elster 30 November. Bobby Breen 4 No-

vember. Friedrich Onass 13 November.

Jane Hamilton 7 November. Ruth Hell-

berg 2 November. Catherine Hepburn 8

November. Philipp Manning 23 November.

Burgess Meredith 16 November. Monique

Rolland 17 November en Joe Penner 11

November.

L. v. d. M. te 's-Gravenhage. Anna

Neagle filmt nog. Het adres van Blng

Crosby is 5451 Marathon Street, Holly-

wood. Deanna Durbln is niet verloofd. U

moet haar in het Engelsch schrijven.

R. B. te Alkmaar. Zarah Leander is

getrouwd en heeft kinderen. Haar oogen

?ijn weer geheel hersteld. Johan Heesters

^ getrouwd met Wieske Ghijs. Hij woont

te Berlijn.

Gary Cooper in de Paramount-film „Beau Geste'

M. T. T. F. te 's-Gravenhage. Carl

Esmonds ware naam is Willy Eichber-

ger. De ware naam van Judy Garland

is Frances Gumm. Wendt u tot den heer

Loet C. Barnstijn, Benoordenhoutsche

weg 2 te 's-Gravenhage. Wij gelooven ech-

ter niet, dat hij op uw verzoek zal ingaan.

S. T. T. te Rotterdam. Hierbij de ge-

vraagde adressen. Margaret Sullavan, Me-

tro-Goldwyn-Mayer Studio's, Culver-Ci-

ty, Californië. Mack Grey 5451 Mara-

thon Street, Hollywood. Mischa Auer, Uni-

versal Studio's, Universal-City, Califomië.

E. L. te Rotterdam. Wij zonden u de

twee gevraagde foto's. Een antwoordcou-

pon is aan ieder postkantoor verkrijgbaar.

Detlef Slerck is getrouwd, zijn adres is

Filmstad, Benoordenhoutscheweg 2, te

's-Gravenhage.

N. V. A. te Groningen. Kay Francis

moet u schrijven p.a. Warner Bros Stu-

dio's, Burbank, Califomië. Voor een foto

moet u drie antwoordcoupons insluiten.

Wij gelooven niet, dat Kay tijd zal hebben

uitvoerig op uw brief te antwoorden.

O. L. te Utrecht. Anita Colby is den

5den Augustus te Washington geboren. Zij

speelde in „Mary of Scotland", „The bride

walks out" en „Walking on air". Haar

adres is 7S0 Gower Street, Hollywood.

P. d. N. te Amsterdam. Hierbij de na-

men van eenige beroemde sterren uit

den tijd van de zwijgende film. Marcella Al-

bani, Ruth Weyher, Luciano Albertini,

Fern Andra, Hanni Weisse, Rudolph Va-

lentino, Gunnar Tolnaes, Erna Morena,

Constance en Norma Talmadge, Gloria

Swanson, Claire Rommer, Paul en Ellen

Richter, Ernst Reicher, Lya de Putti,

Henny Porten, Mary Pickford, Max Landa,

Buster Keaton, Mary Philbin, Baby Peg-

gy, Lee Parry, Ossi Oswalda, Aud Egede

Niss^i, Asta Nielsen, Lotte Neumann, Pola

Negn, Harry Liedtke, Mae Murray, Col-

leen Moore, Emil Jennings, Camilla von

Hollay, Lilian Harvey en Maria Jacobini.

T. v. L. te Amsterdam. Ginger Rogers

is den .16den Juli te Independance geboren.

Hans Albers is getrouwd. Karin Hardt

is den 28sten April jarig.


HET WEEKBLAD

CIMEMAi

THEATER

VERSCHIJNT WEKELIJKS - MIJ» KR KWAMTAAL f. I.*l -

VOOR IMOIË EN •UITCNLANO F.t.ltPCR JAAR. -RED. EN AOM.

NOOROEINOE »; UIDEN. rEI..2éT4l MMTRUCBMINC 4IM0

«■I-A-.t 1 :'

"-^

More magazines by this user
Similar magazines