Collega - OK Nieuws
Collega - OK Nieuws
Collega - OK Nieuws
Transform your PDFs into Flipbooks and boost your revenue!
Leverage SEO-optimized Flipbooks, powerful backlinks, and multimedia content to professionally showcase your products and significantly increase your reach.
7 E JAARGANG, NR. 2, april 2012<br />
Beroepsprofi el OA<br />
Waarom is het<br />
zo belangrijk?<br />
Centralisatie<br />
Zorgen om<br />
gevolgen<br />
Terence Millin<br />
De man achter<br />
de ‘boemerang’<br />
Lean op de <strong>OK</strong><br />
VUmc start met<br />
leanproces<br />
Brandwonden<br />
Behandeling met<br />
kunstlederhuid<br />
Diathermie<br />
Weinig risico’s,<br />
wel mogelijke<br />
verbetering<br />
Vliegjes<br />
Plaag op de <strong>OK</strong><br />
<strong>Collega</strong><br />
Ernestien Reefman:<br />
‘Dit beroep past precies bij<br />
mijn persoonlijkheid’<br />
Vanaf nu met<br />
<strong>OK</strong> Management-<br />
katern vanaf pagina 23
Deze publicatie en alle teksten, illustraties, foto’s, namen, logo’s en merken die daarin zijn opgenomen, zijn beschermd door<br />
het auteursrecht, merkenrecht en andere intellectuele eigendomsrechten van Biomet Nederland BV of van aan haar gelieerde<br />
ondernemingen of zijn in licentie gegeven aan Biomet Nederland BV. Deze brochure mag noch in zijn geheel, noch gedeeltelijk,<br />
worden gebruikt, gekopieerd of gereproduceerd voor andere dan marketingdoeleinden van Biomet Nederland BV of haar<br />
gemachtigden. Elk ander gebruik is verboden.<br />
www.biomet.nl
Duik met LVO<br />
de verdieping in! Datum<br />
VOOR MEER INFORMATIE:<br />
WWW.LVO.NL<br />
: Dinsdag 8 mei 2012<br />
Tijd : 09.30 uur - 16.00 uur<br />
Locatie : Corpus Congress Centre<br />
Willem Einthovenstraat 1<br />
2342 BH Oegstgeest<br />
Aanmelden : Via www.lvo.nl<br />
Entree : Gratis voor LVO<br />
vertegenwoordigers en<br />
één LVO lid als introducé<br />
Snel op de<br />
<strong>OK</strong> nieuws.nl<br />
hoogte met<br />
Ontwikkelingen in de wereld van de <strong>OK</strong> volgen elkaar in snel tempo op. Daarom vindt u op www.<strong>OK</strong>nieuws.nl dagelijks:<br />
• het laatste nieuws • filmpjes • achtergrondverhalen • agenda • weblog Paul Meijsen • mijn dag • vacatures<br />
Dé nieuwssite voor or de <strong>OK</strong>: van operatieassistent tot<br />
anesthesiemedewerker en van <strong>OK</strong>-manager tot chirurg. .<br />
12<br />
Vertegenwoordigersdag<br />
Meld u aan voor de<br />
gratis nieuwsbrief.<br />
Dan ontvangt u het<br />
laatste oknieuws vanzelf<br />
in uw mailbox!
Vernieuwd!<br />
Waarschijnlijk is je iets opgevallen aan deze <strong>OK</strong> Operationeel: het<br />
blad is een stuk dikker dan normaal én we hebben een nieuw katern<br />
speciaal voor leidinggevenden. <strong>OK</strong> Operationeel werd al jaren in zeer<br />
nauwe samenwerking met de LVO (Landelijke Vereniging van Operatieassistenten)<br />
gemaakt, en vanaf dit nummer dus ook samen met<br />
de NVLO (Nederlandse Vereniging Leidinggevenden Operatieafdeling).<br />
Een andere verandering is dat we meer artikelen gaan publiceren<br />
voor anesthesiemedewerkers. Waarom deze verbreding? Omdat<br />
wij als redactie vinden dat je als medewerker op het <strong>OK</strong>-complex<br />
moet weten waar je collega’s mee bezig zijn. De <strong>OK</strong> is tenslotte een<br />
plek waar intensief samengewerkt wordt, en waar men oog moet<br />
hebben voor elkaar. Uiteraard is dit van het grootste belang voor de<br />
patiëntveiligheid. Daarnaast is de tijd voorbij dat mensen een leven<br />
lang hetzelfde beroep uitoefenden. Misschien heb je wel ambities<br />
om in de toekomst een leidinggevende functie te bekleden. Dan kun<br />
je je nu alvast ‘inlezen’. De redactie van <strong>OK</strong> Operationeel staat nadrukkelijk<br />
open voor jullie input. Dus of je nu operatieassistent, anesthesiemedewerker,<br />
<strong>OK</strong>-manager, chirurg of anesthesioloog bent:<br />
laat ons vooral weten hoe we het blad kunnen verbeteren en wat je<br />
wensen zijn.<br />
In dit nummer vind je al een verscheidenheid aan onderwerpen: van<br />
het nieuwe beroepsprofi el voor operatieassistenten tot de rol die Terence<br />
John Millin in de urologie speelde; van lean in de gezondheidszorg<br />
tot kunsthuid bij brandwonden; van vliegjes op de <strong>OK</strong> tot de<br />
column van IGZ-inspecteur Ed Schoemaker.<br />
Hopelijk lees je dit nummer met net zo veel plezier als wij het hebben<br />
samengesteld. Vergeet ook niet om regelmatig onze zustersite<br />
www.oknieuws.nl te bekijken. Hier vind je het actueelste nieuws.<br />
We wensen je veel leesplezier!<br />
Menno Goosen, bladmanager <strong>OK</strong> Operationeel en<br />
<strong>OK</strong> Management-katern<br />
Hennie Mulder, penningmeester LVO en bestuurslid Media<br />
okoperationeel@y-publicaties.nl<br />
020-520 60 77<br />
4 <strong>OK</strong> OPERATIONEEL APRIL 2012<br />
Nieuw beroepsprofi el<br />
operatieassistenten<br />
De operatieassistent heeft een nieuw<br />
beroepsprofi el.<br />
14<br />
30<br />
Lean nu ook in de<br />
gezondheidszorg<br />
Unitleider <strong>OK</strong> Chirurgie Karin de Vries vertelt<br />
hoe het VUmc lean introduceerde.
Zorgen om gevolgen<br />
van centralisatie<br />
Welke gevolgen heeft centralisatie van<br />
specialismen voor operatieassistenten?<br />
37<br />
Hommelwasmotten<br />
en motmuggen<br />
Voorkomen is beter dan genezen bij<br />
insectenplagen op de <strong>OK</strong>. Hoe doe je dat?<br />
Beroemde namen:<br />
Terence Millin<br />
De man achter de retropubische prostatectomie<br />
en de boemerangnaaldvoerder.<br />
17 18<br />
Kunstlederhuid<br />
bij brandwonden<br />
<strong>OK</strong> Operationeel wordt mede<br />
mogelijk gemaakt door:<br />
38<br />
Resultaten van autoloog huidtransplantaat<br />
met kunstmatige dermis bij brandwonden.<br />
<strong>OK</strong> Managementkatern<br />
voor<br />
leidinggevenden<br />
Justin Bitter (UMC St Radboud):<br />
‘Wij weten<br />
minutieus wat<br />
waar in het<br />
magazijn ligt’<br />
KATERN VOOR LEIDINGGEVENDEN VAN OPERATIEAFDELINGEN<br />
Lean op de <strong>OK</strong>: bespaar geld en spaar het milieu<br />
Karin de Vries, <strong>OK</strong> VUmc: ‘Lean gaat over verspillingen’<br />
Managementboeken<br />
23<br />
<strong>OK</strong>O00212.indd 23 4/2/12 11:20 AM<br />
44<br />
Diathermierisico’s<br />
Verder in dit nummer:<br />
4 Redactioneel<br />
6 <strong>Nieuws</strong><br />
12 <strong>Collega</strong> Ernestien Reefman<br />
23 <strong>OK</strong> Management-katern<br />
25 Redactioneel<br />
26 Portret Justin Bitter<br />
35 Managementboeken<br />
42 Medische boeken<br />
47 Column Ed Schoemaker (IGZ)<br />
<strong>OK</strong> OPERATIONEEL APRIL 2012 5
Tekst: Menno Goosen<br />
Beter alternatief voor PSA bij zieke kinderen<br />
Procedurele sedatie en analgesie (PSA)<br />
bij zieke kinderen is vaak niet effectief.<br />
Hierdoor falen medische verrichtingen<br />
onnodig vaak of zijn ze oncomfortabel.<br />
Ook de veiligheid van de procedure is<br />
ondermaats. Dat blijkt uit promotieonderzoek<br />
van het Maastrichtse UMC+. De<br />
grote meerderheid van de kinderartsen<br />
is bang voor complicaties bij PSA. Terecht:<br />
twee maal leidde dit tot het overlijden<br />
van een kind. Kinderarts-intensivist<br />
Piet Leroy van het UMC+ bracht<br />
voor zijn proefschrift niet alleen de<br />
problemen in beeld, maar ontwikkelde<br />
samen met collega’s ook een nieuwe<br />
richtlijn, die erkend is als landelijke<br />
standaard. Op dit moment wordt PSA<br />
bij kinderen meestal uitgevoerd door<br />
artsen die daar niet specifiek voor zijn<br />
opgeleid. Dit kan leiden tot onveilige<br />
omstandigheden. Na het toedienen van<br />
een ‘roesje’ daalt het bewustzijn, soms<br />
tot het niveau van een narcose. Soms<br />
kan daarbij de ademhaling van het<br />
kind in het gedrang komen zonder dat<br />
de arts het tijdig in de gaten heeft. Een<br />
‘gewone’ narcose is vaak een veiliger en<br />
doeltreffender alternatief, maar door<br />
het gebrek aan anesthesiologen en geschikte<br />
ruimtes voor het toedienen van<br />
een narcose, is dat tot nu toe ook niet<br />
de oplossing. De nieuwe PSA-richtlijn is<br />
Winnaars<br />
De winnaars van kaartjes voor<br />
Body Worlds uit <strong>OK</strong> Operationeel<br />
2 zijn: Leoni de Haan en Esther<br />
Ottens. De winnaars van de<br />
Albert Schweitzer-dvd zijn: Gerrie<br />
Janssen-Deckers, Wilma Schrijer,<br />
Lisa Jungen, Martijn de Vries en<br />
Marja Hasselaar.<br />
6 <strong>OK</strong> OPERATIONEEL APRIL 2012<br />
opgesteld in opdracht van de IGZ de<br />
NVA en de NVK. Een van de belangrijkste<br />
gevolgen ervan is het opleiden van<br />
PSA-praktijkspecialisten (een nieuwe<br />
verpleegkundig specialist) die een diepe<br />
sedatie bij kinderen en volwassenen<br />
mogen uitvoeren met middelen die tot<br />
nu toe voorbehouden zijn aan anesthesiologen.<br />
Verpleegkundig specialisten<br />
werken zelfstandig, maar onder supervisie<br />
van medisch specialisten. Daarnaast<br />
gaan kinderartsen en verpleegkundigen<br />
leren hoe ze met behulp van<br />
uitleg, oefenen, geruststellen, afleiden,<br />
hypnosetechnieken en plaatselijke pijnstilling<br />
kinderen kunnen helpen. Als<br />
dat alles niet werkt, is lichte sedatie<br />
met bijvoorbeeld lachgas een oplossing.<br />
Dat middel was in de ban gedaan, maar<br />
uit wetenschappelijk onderzoek blijkt<br />
Nabestellen<br />
bariatriespecial<br />
In december 2010 verscheen een speciaal<br />
themanummer van <strong>OK</strong> Operationeel over<br />
bariatrische chirurgie. De redactie wordt vaak<br />
gevraagd of dit nummer nog verkrijgbaar is.<br />
We hebben nog enkele exemplaren liggen. Het<br />
nummer kost € 8,50 inclusief verzendkosten,<br />
en is te bestellen door te mailen naar<br />
okoperationeel@y-publicaties.nl. Je ontvangt<br />
dan het nummer met een factuur.<br />
dat daarvoor geen reden meer bestaat.<br />
Tot slot moet elk ziekenhuis een lokale<br />
sedatiecommissie instellen die waakt<br />
over de opleiding en de kwaliteit van<br />
de sedatie.<br />
HEEFT U NIEUWS?<br />
Mail naar oko pera tioneel<br />
@y-publicaties.nl<br />
<strong>OK</strong> NIEUWS<br />
Het actueelste<br />
<strong>OK</strong>-nieuws vindt u op<br />
www.oknieuws.nl<br />
5 E JAARGANG, NR. 8, DECEMBER 2010<br />
Overzicht<br />
Bariatrische<br />
ingrepen<br />
Trots<br />
Ervaringen<br />
van patiënten<br />
Historie<br />
Van intestinale<br />
bypass tot nu<br />
Buikwandcorrecties<br />
na gewichtsverlies<br />
Verpleegkundige met<br />
gastric bypass<br />
Het obstructief<br />
Slaapapneusyndroom<br />
Voeding<br />
Alleen nog<br />
kleine porties<br />
Intensief<br />
Begeleiding<br />
door diëtist<br />
Anesthesie<br />
bij bariatrie<br />
<strong>Collega</strong>:<br />
Zussen Jackeline en<br />
Mirjam van Happen<br />
hebben aan een half woord genoeg<br />
<strong>OK</strong> OPERATIONEEL DECEMBER 2010 1<br />
<strong>OK</strong>O08 2010.indd 1 3/19/12 11:27 AM
UMC+ en Amphia zetten<br />
Da Vinci-robot in<br />
Onlangs hebben hart-longchirurgen van<br />
het Maastricht UMC+ voor het eerst in<br />
Nederland met de Da Vinci-robot een longkwab<br />
verwijderd zonder de borstkas te<br />
openen. In Maastricht werd de robot al<br />
eerder gebruikt, onder andere voor tumoren<br />
achter het borstbeen. Daarvoor worden<br />
uit heel Nederland patiënten naar Maastricht<br />
doorverwezen. ‘Het mooie van deze<br />
nieuwe benadering is dat de chirurg meer<br />
mogelijkheden heeft om complexe situaties<br />
op te lossen’, aldus hart-longchirurg<br />
dr. Ryan Accord. Hij voerde deze ingrepen<br />
onlangs uit, onder toeziend oog van dr.<br />
Mark Dylewski, longchirurg en medisch<br />
directeur van het General Thoracic and<br />
Robotic Surgery van het South Miami Hospital.<br />
Men verwacht in Maastricht deze<br />
ingreep met de Da Vinci-robot bij honderd<br />
patiënten per jaar uit te voeren. De kritiek<br />
dat de ingrepen met de robot duurder zijn<br />
dan conventionele ingrepen, relativeert dr.<br />
Accord. De robot heeft het voordeel dat de<br />
chirurg moeilijke operaties in kortere tijd<br />
kan doen. Bovendien er is minder bloedverlies<br />
en daarmee minder gebruik van<br />
bloedproducten. Ook de gynaecologen van<br />
het Amphia Ziekenhuis gebruiken voortaan<br />
de geavanceerde operatierobot Da<br />
Vinci voor het verwijderen van de baarmoeder.<br />
Gynaecoloog Anneke Jeurgens:<br />
‘Deze manier van opereren biedt veel voor-<br />
Matjes in de buik zijn veilig<br />
In zijn proefschrift toont Ernst<br />
Schoenmaeckers van de Universiteit<br />
Utrecht aan dat matjes in de buik minder<br />
krimpen dan gedacht en dat deze krimp<br />
weinig effect heeft op het opnieuw ontstaan<br />
van een breuk. Schoenmaeckers analyseerde<br />
patiënten die opnieuw een operatie<br />
moesten ondergaan. Bij veel patiënten<br />
waren verklevingen tegen het matje ont-<br />
delen voor de vrouw: minder pijn, korter<br />
verblijf in het ziekenhuis en een veel sneller<br />
herstel.’ In eerste instantie komen vrouwen<br />
met een vergrote baarmoeder in aanmerking<br />
voor deze techniek. Later is het<br />
ook mogelijk voor vrouwen met andere<br />
gynaecologische aandoeningen. De urologen<br />
van Amphia gebruiken de robot al voor<br />
het verwijderen van de prostaat. In de toekomst<br />
wil Amphia de robot bij nog meer<br />
chirurgische ingrepen inzetten. Het verwijderen<br />
van de baarmoeder gebeurt bij<br />
voorkeur via de vagina. Soms is echter een<br />
buikoperatie met een grote snee nodig.<br />
Bijvoorbeeld als de baarmoeder vergroot is<br />
door vleesbomen, te weinig beweeglijk is<br />
doordat een vrouw geen kinderen heeft<br />
gebaard of veel verklevingen heeft door<br />
bijvoorbeeld endometriose. De gynaecoloog<br />
bepaalt of opereren met de robot zinvol is.<br />
De gynaecologen in Amphia verwijderen<br />
jaarlijks bij zo’n 240 vrouwen de baarmoeder.<br />
De inschatting is dat ongeveer 50 van<br />
deze vrouwen in aanmerking komen voor<br />
de ingreep met de operatierobot.<br />
staan, maar het weghalen daarvan ging<br />
zonder problemen. Matjes zijn gevoelig<br />
voor infecties. Schoenmaeckers observeerde<br />
een patiënt die ondanks bewezen buikvliesontsteking<br />
geen infectie ontwikkelde van<br />
het matje. Twee tot vier weken na de kijkoperatie<br />
ontwikkelt zich een dun laagje<br />
weefsel, dat lijkt op het buikvlies, dat het<br />
matje beschermt tegen secundaire infectie.<br />
Waarop let de<br />
IGZ bij de TOPinspecties?<br />
In de eerste<br />
helft van dit<br />
jaar zal de<br />
IGZ een<br />
aantal ziekenhuizen<br />
inspecteren<br />
in het kader<br />
van Toezicht<br />
Operatief Proces (TOP). De ziekenhuisinspecties<br />
zullen een dag in beslag<br />
nemen. De bezoeken bestaan uit observaties<br />
op het <strong>OK</strong>-complex en uit<br />
een dossieranalyse. De inspecties zullen<br />
niet meer nader worden aangekondigd<br />
bij de raad van bestuur. Voor<br />
inzage van de patiëntendossiers is<br />
toestemming aan de minister van<br />
VWS gevraagd op grond van de Wet<br />
uitbreiding bestuurlijke handhaving<br />
volksgezondheidswetgeving. Aan het<br />
einde van de bezoekdag zal een mondelinge<br />
terugkoppeling van voorlopige<br />
bevindingen worden gegeven. Uiteraard<br />
zal de raad van bestuur daarna<br />
een verslag per brief ontvangen.<br />
Het toetsingskader voor dit onderzoek<br />
is gebaseerd op operatieve richtlijnen.<br />
In deze richtlijnen staan cruciale<br />
stopmomenten beschreven waarbij<br />
alle informatie aanwezig en kloppend<br />
moet zijn voordat de patiënt de<br />
volgende stap in het proces kan doorlopen.<br />
In overleg met de wetenschappelijke<br />
verenigingen is bepaald dat de<br />
meeste processen dienen te zijn geïmplementeerd.<br />
Enkele processen uit de<br />
peroperatieve richtlijn die pas recentelijk<br />
is gepubliceerd, dienen aantoonbaar<br />
in voorbereiding te zijn. Het<br />
toetsingskader is te downloaden van<br />
www.oknieuws.nl/nieuws/2012/02/19/<br />
waar-let-de-igz-op-bij-de-top-inspecties.<br />
<strong>OK</strong> OPERATIONEEL APRIL 2012 7
Tekst: Menno Goosen<br />
Pijnbestrijding<br />
spoedzorg kan<br />
beter<br />
Adequate pijnbestrijding bij patiënten<br />
in de ambulancezorg en op de spoedeisende<br />
hulp (SEH) is behoorlijk ingewikkeld.<br />
Toch kan door een gerichte<br />
toepassing van een nieuwe pijnrichtlijn<br />
al veel verbeterd worden. Dat stelt Sivera<br />
Berben van het UMC St Radboud in<br />
haar promotieonderzoek ‘Much to gain<br />
in pain’. ‘Adequate en vroegtijdige pijnbehandeling<br />
voor traumapatiënten in<br />
de spoedzorg kun je zien als een fundamenteel<br />
menselijk recht’, zegt Sivera<br />
Berben. ‘Voor de pijnbestrijding zijn<br />
niet alleen medicijnen beschikbaar.<br />
Hulpverleners kunnen ook niet-farmacologische<br />
ingrepen toepassen, zoals<br />
het immobiliseren van een gewond<br />
lichaamsdeel.’ Ondanks die mogelijkheden<br />
vindt in de ambulancezorg en op<br />
de spoedeisende hulp geen optimale<br />
pijnbestrijding plaats. Op basis van<br />
onderzoek bij de SEH constateert Berben:<br />
‘Een derde van de patiënten rapporteert<br />
adequate pijnvermindering bij<br />
ontslag van de SEH. Bijna de helft van<br />
de patiënten ondervindt geen verschil<br />
in pijn en een kleine groep rapporteert<br />
een toename van pijn bij ontslag of<br />
overplaatsing van de SEH. Kortom: er is<br />
ruimte voor verbetering.’ Berben onderzocht<br />
welke factoren een optimale pijnbehandeling<br />
in de spoedzorg in de weg<br />
staan of juist kunnen bevorderen. Verbetering<br />
van kennis en attitude zijn<br />
belangrijk, maar ook de professionele<br />
communicatie en organisatie kunnen<br />
vaak beter. Een belangrijk aspect vormt<br />
ten slotte de inbreng van de patiënt<br />
zelf. Op basis van diverse richtlijnen<br />
heeft Berben nu een nationale evidencebased<br />
richtlijn voor pijnbehandeling in<br />
de spoedzorgketen ontwikkeld die als<br />
e-book zal verschijnen. Ook wordt een<br />
app ontwikkeld voor medicatieschema’s<br />
in de ambulancezorg en op de SEH.<br />
8 <strong>OK</strong> OPERATIONEEL APRIL 2012<br />
Sint Franciscus Gasthuis opent<br />
nieuwe polikliniek Pijnbestrijding<br />
Na een verbouwingsperiode heeft het<br />
Sint Franciscus Gasthuis de nieuwe polikliniek<br />
Pijnbestrijding in gebruik genomen.<br />
Deze heeft een groot voordeel voor<br />
patiënten. Zo werden patiënten met<br />
pijnklachten voorheen van de röntgenafdeling<br />
doorverwezen naar de afdeling<br />
Dagbehandeling. Met de nieuwe polikliniek<br />
Pijnbestrijding is dit niet meer<br />
nodig. De polikliniek heeft eigen radiologieapparatuur<br />
en een dagbehandeling.<br />
Hierdoor vinden de behandelingen<br />
om pijn te bestrijden plaats op één plek<br />
De afdelingen Plastische Chirurgie en<br />
Orthopedie van VU medisch centrum<br />
werken samen aan een therapie die het<br />
kraakbeen van versleten gewrichten<br />
herstelt. Deze nieuwe methode, waarbij<br />
de chirurgen gebruikmaken van stamcellen<br />
uit vetweefsel, ziet er veelbelovend<br />
uit. Plastisch chirurg in opleiding Wouter<br />
Jurgens is gepromoveerd op deze<br />
methode. Het unieke aan de stamceltherapie<br />
is dat de patiënt maar één keer<br />
geopereerd hoeft te worden. Tijdens de<br />
operatie worden stamcellen uit vetweef-<br />
in het ziekenhuis. De wachttijd voor een<br />
patiënt wordt daardoor korter en hij kan<br />
sneller naar huis. Op de polikliniek Pijnbestrijding<br />
worden patiënten met chronische<br />
of oncologische pijnklachten<br />
behandeld. Deze patiënten worden doorverwezen<br />
door hun huisarts of medisch<br />
specialist. Een team van drie anesthesiologen<br />
en vier gespecialiseerde pijnverpleegkundigen<br />
staat klaar om de pijn<br />
van deze patiënten te bestrijden.<br />
Kijk voor meer informatie op<br />
www.sfg.nl/pijnbestrijding.<br />
Nieuwe methode om versleten<br />
gewrichten te herstellen veelbelovend<br />
sel gehaald en vervolgens in een speciaal<br />
daarvoor ontworpen lab gestimuleerd<br />
om tot kraakbeen uit te groeien. Na twee<br />
uur plaatsen de chirurgen de stamcellen<br />
terug in het lichaam van de patiënt, op<br />
de plek waar het kraakbeen versleten is.<br />
Het concept is getest in geiten. Verdere<br />
studies moeten uitwijzen of de eenstapsprocedure<br />
ook toe te passen is bij mensen<br />
met versleten gewrichten. Vergelijkbare<br />
stamceltherapie bij het herstellen<br />
van botweefsel wordt nu al succesvol in<br />
de kliniek toegepast.
Vroegtijdige screening op heupafwijkingen bij baby’s<br />
Vroegtijdige screening van baby’s op<br />
heupafwijkingen is essentieel voor een<br />
snelle diagnose en eventuele behandeling<br />
van de aandoening. Een effectieve<br />
manier om zuigelingen op heupafwijkingen<br />
te screenen is echografie. UT-promovenda<br />
Marjon Witting onderzocht of het<br />
mogelijk is om de echografische screening<br />
in de jeugdgezondheidszorg in Nederland<br />
in te voeren. In deze proefimplementatie<br />
werd van meer dan vierduizend<br />
baby’s een echo van de heupen gemaakt<br />
op het consultatiebureau. Bij ongeveer 3<br />
procent van alle baby’s ontwikkelt het<br />
heupgewricht zich niet goed. Bij een<br />
heupafwijking wordt de heupkop niet<br />
voldoende overdekt door de heupkom of<br />
staat deze gedeeltelijk of geheel buiten<br />
de heupkom. Als een kind met een heupafwijking<br />
in een vroeg stadium wordt<br />
behandeld, verkleint dit de kans dat het<br />
problemen krijgt met staan en lopen.<br />
Bovendien is de kans kleiner dat het als<br />
jongvolwassene mank gaat lopen of last<br />
krijgt van ‘slijtage’. Ouders bleken heel<br />
tevreden te zijn met deze nieuwe manier<br />
van screening. Op basis van diverse onderzoeken<br />
formuleerde Witting adviezen<br />
over de organisatie van de screening, de<br />
communicatie met de ouders en het<br />
screeningsproces. Zo beveelt zij aan om<br />
een uitgebreid trainingsprogramma voor<br />
de screeners op te zetten, een rechtstreekse<br />
verwijsroute naar het ziekenhuis<br />
op te stellen in het geval van een<br />
afwijkende screeningsecho en gebruik te<br />
Eerste 3D-geprinte onderkaak geplaatst<br />
De Universiteit Hasselt heeft een wereldprimeur:<br />
de onderzoeksgroep Functionele<br />
Morfologie van het onderzoeksinstituut<br />
BIOMED heeft de methode ontwikkeld<br />
achter de allereerste op maat gemaakte<br />
en 3D-geprinte onderkaak ooit.<br />
Het onderkaakimplantaat is vervaardigd<br />
met 3D-geprint titaniumpoeder. Dat 3Dprinting<br />
nu ook voor een volledig onderkaakimplantaat<br />
gebruikt wordt, is uniek.<br />
De onderkaak van een 83-jarige patiënte<br />
was ernstig geïnfecteerd. Chirurgische<br />
verwijdering van de volledige onderkaak<br />
was dan ook noodzakelijk. Om slik- en<br />
kauwbewegingen en een vrije ademhalingsweg<br />
te kunnen behouden, moest de<br />
kaak onmiddellijk hersteld worden. Met<br />
de leeftijd van de patiënte in het achterhoofd,<br />
werd voor een op maat gemaakt<br />
implantaat gekozen in plaats van voor de<br />
klassiek toegepaste microchirurgische<br />
hersteloperaties. Zo werd de vrouw een<br />
erg lange en risicovolle ingreep bespaard<br />
en kon de volledige kaak onmiddellijk<br />
hersteld worden. Deze nieuwe behandel-<br />
methode is uniek. ‘Computertechnologie<br />
zal een ware revolutie veroorzaken in de<br />
medische wereld. We moeten er alleen<br />
nog mee leren omgaan’, aldus prof. dr.<br />
Jules Poukens. ‘De dokter en ingenieur<br />
samen aan de ontwerpcomputer en de<br />
operatietafel: dat is pas echt vernieuwend.’<br />
Het implantaat weegt ongeveer<br />
107 gram. Dat is iets zwaarder dan een<br />
‘natuurlijke’ onderkaak, maar zeker niet<br />
storend. Bij andere methodes kan het<br />
twee dagen duren voor een implantaat<br />
volledig klaar is. Met 3D-printing was de<br />
klus in een paar uur geklaard.<br />
maken van een positief geformuleerde<br />
brochure om ouders uit te nodigen voor<br />
de screening.<br />
Maakbaarheid<br />
van de chirurg<br />
Prof. dr. Jean-Pierre Pierie van de Rijksuniversiteit<br />
Groningen bespreekt in zijn<br />
oratie de opleiding van de endoscopisch<br />
chirurg. Onderzoek door de Inspectie<br />
voor de Gezondheidszorg in alle Nederlandse<br />
ziekenhuizen heeft aangetoond<br />
dat er een sterke maatschappelijke behoefte<br />
bestaat aan een gestructureerde<br />
opleiding voor de endoscopische chirurgie.<br />
De endoscopisch chirurg is maakbaar,<br />
concludeert de hoogleraar, mits hij<br />
of zij de juiste stereotactische eigenschappen<br />
en de juiste attitude bezit. De<br />
te doorlopen procedure vereist ook een<br />
ander risicodenken, dus een andere<br />
mindset van de operateur en het team,<br />
dan de klassieke open chirurgie. Het<br />
belangrijkste onderdeel van de leeropdracht<br />
van hoogleraar Pierie is de<br />
ontwikkeling van een leergang Endoscopische<br />
Chirurgie. Daartoe zullen eindtermen<br />
worden geformuleerd. De verschillende<br />
onderdelen, stappen en resultaten<br />
van deze leergang worden getoetst<br />
en geanalyseerd. Met wetenschappelijk<br />
onderzoek zullen de langeretermijneffecten<br />
en het rendement van de leergang<br />
in kaart worden gebracht.<br />
<strong>OK</strong> OPERATIONEEL APRIL 2012 9
Tekst: Menno Goosen<br />
Stereotactische radiotherapie bij longkanker leidt tot<br />
minder sterfte dan een operatie<br />
Tot voor kort was een operatie de standaardbehandeling<br />
van kleinere longtumoren<br />
zonder uitzaaiingen. Veel patiënten<br />
komen vanwege hun algemene conditie<br />
en bijkomende ziekten echter niet in aanmerking<br />
voor een operatie. Worden zij wel<br />
geopereerd, dan geeft een longoperatie<br />
vaak blijvende klachten, en 2 tot 10 procent<br />
van de patiënten overlijdt direct na<br />
operatie. Sinds 2003 bestaat er in VUmc als<br />
eerste ziekenhuis in Nederland een alternatief<br />
voor een operatie, namelijk stereo-<br />
tactische radiotherapie. Dat is een veel<br />
preciezere manier van bestralen dan voorheen,<br />
met een veel hogere dosis in een<br />
kortere tijd. David Palma deed onderzoek<br />
naar de resultaten van stereotactische<br />
radiotherapie bij longtumoren en naar<br />
een aantal nieuwe technische ontwikkelingen<br />
die het mogelijk maken dat de<br />
behandeling eenvoudiger toegepast kan<br />
worden. In VUmc zijn sinds 2003 meer dan<br />
750 longkankerpatiënten behandeld met<br />
stereotactische radiotherapie. Dit is we-<br />
Zwemmersgips: meer comfort, even effectief<br />
De meeste Nederlandse ziekenhuizen<br />
gebruiken traditioneel gips bij kinderen<br />
met een botbreuk. Dit geeft veel beperkingen:<br />
niet douchen, niet zwemmen. ‘Onnodig’,<br />
stelt Robert Jan Derksen, chirurg in<br />
het Rode Kruis Ziekenhuis (RKZ). Als eerste<br />
in Nederland onderzocht het Beverwijkse<br />
ziekenhuis de effectiviteit van<br />
zwemmersgips. ‘Het “ademt”, geeft meer<br />
comfort en mag nat worden. De genezing<br />
van de botbreuk is bij kinderen vergelijkbaar<br />
met traditioneel gips.’ De onderzoeksresultaten<br />
werden gepubliceerd in<br />
European Journal of Trauma & Emergency<br />
Surgery. Vooral bij kinderen vormt het<br />
een groot probleem dat gips niet nat mag<br />
worden. Het gebeurt toch. Met vaak jeukende<br />
uitslag en een penetrante geur tot<br />
Foto-expositie over zenuwpijn<br />
Van 24 t/m 29 april van 12.00 uur tot<br />
18.00 uur is de internationale foto-expositie<br />
The Pain Within – Pijn Verbeeld te zien<br />
in de Posthoornkerk, Haarlemmerstraat<br />
126A te Amsterdam. (Zaterdag 28 april<br />
gesloten). De integere, maar intense portretten<br />
van patiënten en hun zenuwpijn<br />
worden eenmalig en gratis toegankelijk<br />
10 <strong>OK</strong> OPERATIONEEL APRIL 2012<br />
gevolg. Het zwemmersgips is een goed<br />
alternatief. De gipstechniek is in het RKZ<br />
tentoongesteld in Nederland. De internationaal<br />
bekende topfotograaf Alex Telfer<br />
maakte de foto’s en ontving hiervoor in<br />
2011 een bronzen Px3 People’s Choice<br />
Award. De expositie is bedoeld om aandacht<br />
te vragen voor de gevolgen van het<br />
dagelijks leven met zenuwpijn.<br />
reldwijd de grootste serie. Stereotactische<br />
radiotherapie blijkt zeer goed te werken,<br />
met veel minder bijwerkingen dan een<br />
operatie en zonder directe sterfgevallen<br />
als gevolg van de behandeling. Nadat stereotactische<br />
radiotherapie op grote schaal<br />
was geïntroduceerd, werden veel meer<br />
oudere patiënten behandeld voor longkanker<br />
en nam het percentage onbehandelde<br />
patiënten significant af. De introductie<br />
van stereotactische radiotherapie leidde<br />
tot een toename van de overleving.<br />
ingevoerd en doorontwikkeld door de<br />
eigen gipsverbandmeesters. Zij hebben<br />
het onderzoek ook uitgevoerd. Het is geschikt<br />
voor de behandeling van de meest<br />
voorkomende breukvorm bij kinderen: de<br />
twijgbreuk. De onderzoeksresultaten<br />
hebben ertoe geleid dat deze kinderen nu<br />
standaard zwemmersgips aangemeten<br />
krijgen in het RKZ. In totaal deden 68<br />
kinderen in de leeftijd van 5 tot 15 jaar<br />
mee aan het onderzoek. Van hen kregen<br />
er 34 zwemmersgips aangemeten. De<br />
andere 34 kregen het traditionele gips. De<br />
genezing van het bot was bij beide groepen<br />
vergelijkbaar. De groep met zwemmersgips<br />
scoorde echter flink hoger op<br />
het gebied van comfort: 8,6 ten opzichte<br />
van een 7,5 voor traditioneel gips.
Foto-expositie en wedstrijd over<br />
darmkanker<br />
Tot en met september reist de foto-expositie<br />
‘Denk vooruit, kijk achterom’<br />
langs de Nederlandse ziekenhuizen. De<br />
foto-expositie is ontwikkeld door de Maag<br />
Lever Darm Stichting in samenwerking<br />
met artsen- en patiëntenorganisaties.<br />
Hiermee willen ze het taboe op darmkanker<br />
doorbreken en stimuleren dat mensen<br />
met klachten tijdig naar de dokter gaan.<br />
Naast de foto-expositie organiseert de<br />
Maag Lever Darm Stichting een fotowedstrijd.<br />
Hiervoor roept zij heel Nederland<br />
op om foto’s in te sturen die passen bij het<br />
thema darmkanker. Foto’s uploaden is<br />
mogelijk op www.darmkanker.info. Op<br />
deze site is ook meer informatie te vinden.<br />
Daarnaast kan iedereen stemmen op<br />
zijn/haar favoriete foto.<br />
Jaarlijks krijgen ongeveer twaalfduizend<br />
patiënten en hun naasten te maken met<br />
darmkanker. Bijna vijfduizend mensen<br />
overlijden elk jaar aan de gevolgen van<br />
de ziekte. Als darmkanker in een vroeg<br />
stadium wordt opgespoord, is de ziekte<br />
goed te behandelen.<br />
RKZ schenkt röntgenapparaat aan<br />
ziekenhuis Bangladesh<br />
Wat doe je met een door digitalisering<br />
overbodig geworden röntgenapparaat?<br />
Deze vraag stelde de afdeling Radiologie<br />
van het Rode Kruis Ziekenhuis (RKZ) zichzelf.<br />
Erik Kapteijns, longarts in het RKZ,<br />
wist er wel raad mee. Samen met zijn<br />
vader Ad Kapteijns werkt hij mee aan het<br />
opnieuw opbouwen van een ziekenhuis<br />
in Bangladesh. De afdeling Radiologie<br />
besloot het apparaat te doneren aan dit<br />
goede doel. Bij het verwerven van een<br />
röntgenapparaat bleef het niet. Erik Kapteijns<br />
wist onder andere nog een couveuse,<br />
onderzoekstafels en laboratoriummaterialen<br />
te verkrijgen uit twee Nijmeegse<br />
ziekenhuizen. Het Kennemer Gasthuis<br />
schonk een gynaecologische stoel. Ook is<br />
een sponsor gevonden die de transportkosten<br />
naar Bangladesh voor zijn rekening<br />
neemt. Longarts Kapteijns: ‘Een<br />
klein initiatief is uitgegroeid tot een omvangrijk<br />
project, waarvan een ziekenhuis<br />
in een van de armste landen van de wereld<br />
gebruik kan maken. Soms hoor je<br />
wel zeggen: een druppel op een gloeiende<br />
plaat. Als je echter bedenkt dat duizenden<br />
mensen hierdoor in de gelegenheid<br />
worden gesteld om kwalitatief goede<br />
medische zorg te krijgen, dan wordt een<br />
dergelijke uitspraak heel relatief.’ Vader<br />
en zoon Kapteijns werken samen met de<br />
Stichting Goede Werken Glorieux.<br />
FOTO: GEERT VAN KESTEREN<br />
Laat wiskunde<br />
meebeslissen<br />
Wiskundige en UT-promovenda<br />
Maartje Zonderland ontwikkelde<br />
nieuwe planningsmethodes om de<br />
verdeling van capaciteit in ziekenhuizen<br />
te verbeteren. Zij paste haar<br />
onderzoek toe in het Leids Universitair<br />
Medisch Centrum (LUMC). Een<br />
van de uitdagingen voor Zonderland<br />
was bijvoorbeeld het ontwikkelen<br />
van een afspraakschema voor de<br />
polikliniek met beperkte wachttijd<br />
voor inlooppatiënten en acceptabele<br />
toegangstijd voor afspraakpatiënten.<br />
Zo ook bij de populaire zorgpaden:<br />
een soort onestopshopping in het<br />
ziekenhuis. Maartje Zonderland ontwikkelde<br />
een wachtrijmodel dat<br />
ervoor zorgt dat zorgpadpatiënten<br />
enerzijds en reguliere patiënten<br />
anderzijds geen hinder van elkaar<br />
ondervinden. Vervolgens pakte zij de<br />
planning van de MRI-scanner aan. De<br />
schaarse MRI-capaciteit kan alleen<br />
eerlijk verdeeld worden als alle medische<br />
afdelingen een goede inschatting<br />
geven van de hoeveelheid scans<br />
die zij gaan aanvragen. Er bestaat<br />
natuurlijk altijd een spanningsveld<br />
tussen planbare en spoedpatiënten.<br />
Hoe ga je hier planmatig mee om<br />
zonder iemand te frustreren? Zonderland<br />
is in staat met behulp van<br />
een wachtrijmodel een afweging te<br />
maken tussen deze twee factoren.<br />
<strong>OK</strong> OPERATIONEEL APRIL 2012 11
12 <strong>OK</strong> OPERATIONEEL APRIL 2012
Ben je geboren voor de medische zorg?<br />
‘Zorgen zit in mijn bloed. Thuis hebben<br />
we heel wat dieren rondlopen, vooral de<br />
zieligste gevallen wil ik graag verzorgen.<br />
Vanuit die basishouding was de wens<br />
om dierenarts te worden niet zo gek.<br />
Alleen de verplichte exacte vakken op<br />
vwo-niveau waren een onoverbrugbare<br />
barrière. Gelukkig leek de tweede loopbaanoptie<br />
– operatieassistent – me net zo<br />
aantrekkelijk. Zeker na een kijkje achter<br />
de schermen op de <strong>OK</strong>, dankzij bemiddeling<br />
van mijn moeder. Zij werkte destijds<br />
in het Sint-Elisabethziekenhuis in Almelo.<br />
Verantwoordelijkheid (maar niet zo veel<br />
als in de geneeskunde), hulp bieden en de<br />
technische aspecten van het vak vormden<br />
voor mij de ideale combinatie. Dit beroep<br />
past precies bij mijn persoonlijkheid.’<br />
Bleek de praktijk je ook op het lijf geschreven?<br />
‘Al op dag één werd ik gegrepen door het<br />
vak. Op verzoek van het Prinses Ireneziekenhuis<br />
in Almelo heb ik na de middelbare<br />
school mijn zomervakantie opgeofferd om<br />
zes weken mee te draaien, voordat de officiele<br />
opleiding begon. Die ervaring wakkerde<br />
mijn interesse alleen maar verder aan. De<br />
operatieve technieken van de specialisten,<br />
het instrumentarium dat ze gebruiken, de<br />
saamhorigheid in het medisch team om<br />
een mens te helpen; ik vond het allemaal<br />
fascinerend. De opleidingsstart met drie<br />
maanden theorie was een mooie manier<br />
om de diepte in te duiken en de ins en<br />
outs beter te leren kennen. Dit stilde mijn<br />
honger naar kennis.’<br />
Ernestien Reefman:<br />
‘Dit beroep past precies bij<br />
mijn persoonlijkheid’<br />
Sinds een jaar werkt Ernestien Reefman (46) als operatieassistent bij de in bewegingszorg gespecialiseerde<br />
vestiging in Naarden van de Bergman Clinics. ‘Dit beroep past precies bij mijn persoonlijkheid.’<br />
Was het vakgebied orthopedie een bewuste<br />
keuze?<br />
‘Na drieënhalf jaar basisopleiding – een<br />
plezierige afwisseling van werken en<br />
school – werkte ik een aantal jaren allround<br />
in het Twenteborg Ziekenhuis<br />
in Almelo en Ziekenhuis Overvecht in<br />
Utrecht. In 1990 was ik gevoelsmatig toe<br />
aan kennisverbreding en specialisatie.<br />
Die wens werd bewaarheid in het UMC<br />
Utrecht, afdeling Cardiochirurgie. Vervolgens<br />
was ik er een jaar uit, in verband met<br />
de geboorte van ons eerste kind en werk<br />
van mijn echtgenoot in het buitenland.<br />
Zeker na de intensieve periode die daaraan<br />
vooraf was gegaan, was dat heel stil.<br />
De kans om de zwangerschapsvervanging<br />
van een oud-collega in het Sint Antonius<br />
Ziekenhuis in Nieuwegein in te vullen<br />
greep ik met beide handen aan. Dat was de<br />
stap naar orthopedie.’<br />
Was dat een grote verandering?<br />
‘Na mijn brede basisopleiding had ik me<br />
niet verder gespecialiseerd in orthopedie.<br />
Dit werkveld leek in eerste oogopslag een<br />
wereld van verschil met de minutieuzere<br />
cardiochirurgie, maar het was opnieuw<br />
iets om me vol overgave in te verdiepen.<br />
Ik ben graag in control, wil alles tot in de<br />
finesses beheersen. Ook bij orthopedie is<br />
nauwkeurigheid verschrikkelijk belangrijk.<br />
Denk alleen al aan het simpele feit<br />
dat een mens twee benen en schouders<br />
heeft. Het is van cruciaal belang dat het<br />
juiste lichaamsdeel geopereerd wordt.<br />
Toen degene die ik verving niet terug-<br />
TEKST: LINDA VAN PELT | FOTO’S (INCLUSIEF COVER): JOS HEIJNEN<br />
keerde, ben ik gebleven. Ik was in dienst<br />
van Orthopedie, maar door organisatorische<br />
veranderingen kwam ik begin 2001<br />
in dienst bij de <strong>OK</strong>, nog steeds met de<br />
specialisatie orthopedie.<br />
Hoewel ik best behoudend ben, was ik op<br />
een gegeven moment toe aan een nieuwe<br />
uitdaging. Sinds voorjaar 2011 werk ik<br />
in de vestiging Naarden van de Bergman<br />
Clinics. Hier doen we operaties op het vlak<br />
van onder meer schouderslijtage, meniscus,<br />
rughernia, heupen en het plaatsen<br />
van prothesen.’<br />
Wat is het verschil tussen een zelfstandige<br />
kliniek en een regulier ziekenhuis?<br />
‘Bijzonder hier is dat het meer oogt als<br />
hotel dan als ziekenhuis. Toch zijn we er<br />
zeker niet alleen voor de welgestelden,<br />
maar voor iedereen. Dankzij de kleinschaligheid<br />
is hier het contact tussen dokter<br />
en patiënt wellicht wat hechter dan in een<br />
groter ziekenhuis.<br />
Een pluspunt voor mezelf is de frisse<br />
sfeer in ons team. Deze locatie draait<br />
sinds augustus 2010, dus iedereen is<br />
“nieuw”. We streven met z’n allen naar<br />
hetzelfde doel: het beste ziekenhuis van<br />
Nederland worden. We houden elkaar<br />
scherp, werken gedisciplineerd en<br />
hanteren strikte richtlijnen. In die atmosfeer<br />
van teamgeest en intercollegiale<br />
toetsing gedij ik goed. Dit stimuleert me<br />
om betrokken te zijn en bij te blijven op<br />
mijn vakgebied. Nuttig, want tenslotte<br />
geldt ook hier: verandering is de enige<br />
constante.’<br />
<strong>OK</strong> OPERATIONEEL APRIL 2012 13
Nicole Dreessen over het nieuwe beroepsprofiel:<br />
‘Belangrijke professionaliseringsslag’<br />
Op het afgelopen LVO-congres is het nieuwe beroepsprofiel van de<br />
operatieassistent gepresenteerd. Voor het eerst is vastgelegd wat<br />
operatieassistenten precies doen en welke eisen aan hen worden<br />
gesteld. Waarom is dat zo belangrijk? Een interview met Nicole Dreessen,<br />
voorzitter van de werkgroep die het beroepsprofiel ontwikkelde.<br />
TEKST: MARLOES VAN HOORN | FOTO: JOS HEIJNEN<br />
Er was toch al een beroepsprofiel voor de operatieassistent?<br />
Nicole Dreessen: ‘Het vorige dateert van 2002. In de tussentijd is<br />
ons beroep behoorlijk veranderd. Het nieuwe beroepsprofiel is<br />
ook veel uitgebreider dan het oude. Het bevat rollen, kerntaken,<br />
competenties en complexiteitsniveaus en is onderbouwd met<br />
literatuur. Het vorige was meer een functieomschrijving.’<br />
Wat is er in de tussentijd allemaal veranderd aan het beroep?<br />
‘Operatieassistenten hebben er allerlei taken en verantwoordelijkheden<br />
bij gekregen, zoals planning, apparaatbeheer en coordinatie.<br />
Ze moeten steeds meer verantwoordelijkheid dragen<br />
voor hun eigen gedrag en ook anderen in het team aanspreken<br />
op fouten. Daarnaast is het werk complexer geworden, is marktwerking<br />
ingevoerd en is er steeds meer aandacht voor efficiëntie<br />
en kwaliteit. Dit alles vereist een nieuwe manier van werken<br />
en continue ontwikkeling. Het nieuwe beroepsprofiel houdt<br />
hier rekening mee.’<br />
Goed, het beroepsprofiel ligt er. En nu?<br />
‘Mede met dit beroepsprofiel willen we een aanvraag gaan doen<br />
voor erkenning in de Wet BIG, de Wet op de beroepen in de<br />
individuele gezondheidszorg. Gezien de medisch en technisch<br />
verpleegkundige handelingen die we moeten kunnen verrichten<br />
en onze verantwoordelijkheden als individuele zorgverlener<br />
is het toch vreemd dat we hier niet worden genoemd? Daardoor<br />
hebben we ook geen titelbescherming en is het tuchtecht niet<br />
op ons van toepassing. Verder wil de LVO met dit profiel uiteindelijk<br />
bereiken dat de opleiding op het vereiste hbo-bachelorniveau<br />
komt. Het is dus een belangrijke professionaliseringsslag.’<br />
14 <strong>OK</strong> OPERATIONEEL APRIL 2012<br />
De LVO heeft eerder BIG-erkenning aangevraagd. Waarom is dit<br />
toen niet gelukt?<br />
‘Het ministerie van VWS vond dat operatieassistenten zich<br />
niet voldoende profileerden als afgebakende beroepsgroep.<br />
Eigenlijk zeiden ze: “Laat eerst maar eens zien wat jullie nu<br />
precies doen. Ga verder met professionaliseren en zorg voor<br />
een eigen deskundigheidsterrein.” Dat hebben we nu dus gedaan.<br />
We moeten bovendien laten zien inderdaad te hechten<br />
aan onze eigen kwaliteit en verantwoordelijkheid. Daarvoor<br />
is het belangrijk dat we ons inschrijven in een kwaliteitsregister.<br />
Dus: ga naar het KABIZ-register [zie kader] en schrijf je in!<br />
Verder vonden ze een hbo-opleiding noodzakelijk. Daar wordt<br />
met behulp van dit beroepsprofiel dus ook aan gewerkt.’<br />
Hoe kan dit beroepsprofiel bijdragen aan officiële hbo-erkenning<br />
van de opleiding?<br />
‘In het beroepsprofiel staat wat een operatieassistent op het<br />
eerste competentieniveau allemaal moet kunnen. Dat bevindt<br />
zich op hbo-werk- en denkniveau. Er staat ook duidelijk in aangegeven<br />
welke punten tijdens de inserviceopleiding nog niet<br />
voldoende aan de orde komen voor hbo-erkenning, zoals competenties<br />
op het gebied van wetenschappelijk handelen. Daarmee<br />
kunnen de verschillende partijen aan de slag. De steeds<br />
complexer wordende gezondheidszorg vraagt nu eenmaal om<br />
een hoger opleidingsniveau. Die mening hebben niet alleen<br />
wij. Uit het nieuwe beroepsprofiel van de verpleegkundigen<br />
blijkt bijvoorbeeld dat in 2020 alle verpleegkundigen een hboprofiel<br />
moeten hebben.’
De officiële uitreiking van het boekje<br />
‘Beroepsprofiel van de operatieassistent’.<br />
Kunnen de huidige operatieassistenten alle competenties inzetten<br />
en alle genoemde kerntaken en rollen uitvoeren op hoogcomplex<br />
niveau, zoals in het profiel staat?<br />
‘Dat zouden we wel allemaal moeten kunnen. Het zal niet dagelijks<br />
nodig zijn. Er zullen ook per ziekenhuis accentverschillen<br />
bestaan. Maar professionaliseren betekent continu alle kerntaken<br />
en competenties perfectioneren.’<br />
Staat ook in het beroepsprofiel wat een operatieassistent op het<br />
tweede competentieniveau moet kunnen?<br />
‘Alle kerntaken, rollen, competenties en complexiteitsniveaus<br />
die horen bij een operatieassistent op het eerste competentieniveau<br />
staan erin. Deze bieden voldoende mogelijkheden<br />
om het tweede competentieniveau eenduidig en objectief te<br />
beschrijven. Denk bijvoorbeeld aan een selectie van kerntaken<br />
of competenties. Of aan een afbakening op basis van rollen,<br />
specialismen of complexiteitsniveaus. De precieze invulling is<br />
aan de partijen die betrokken zijn bij het opleiden en inzetten<br />
van deze mensen.’<br />
Voldoet het beroepsprofiel aan de Europese eisen voor<br />
<strong>OK</strong>-personeel?<br />
‘De Europese vereniging van operatieassistenten EORNA werkt<br />
momenteel aan een Europees beroepsprofiel. Ze gaan kijken of<br />
ons profiel als inspiratie kan dienen. Nederlandse operatieassistenten<br />
vormen een uitzondering in Europa omdat bij ons een<br />
verpleegkundige opleiding niet verplicht is.’<br />
Kwaliteitsregister voor<br />
operatieassistenten<br />
Het beroepsprofiel benadrukt dat operatieassistenten<br />
zich continu moeten ontwikkelen. De Raad voor<br />
Volksgezondheid en Zorg deelt deze mening. In het rapport<br />
Bekwaam is bevoegd (2011), over innovatieve opleidingen<br />
en nieuwe beroepen in de zorg, adviseert de raad: maak bijen<br />
nascholing tot een krachtig instrument om het beroep<br />
continu aan te passen aan wat patiënten nodig hebben.<br />
Het Kwaliteitsregister Operatieassistenten bij de stichting<br />
KABIZ, een initiatief van de LVO, is zo’n instrument. Dit<br />
stelt de professionaliteit van operatieassistenten objectief<br />
en betrouwbaar vast. Zo kun je als operatieassistent laten<br />
zien dat je je ontwikkelt en inspeelt op de veranderingen in<br />
wetenschap, techniek en zorgvraag.<br />
Alle gediplomeerde operatieassistenten kunnen zich<br />
inschrijven in het register en zichtbaar en toetsbaar maken<br />
dat ze voldoen aan de kwaliteitseisen van de beroepsgroep.<br />
Dit maakt duidelijk aan patiënten, werkgevers en<br />
zorgverzekeraars dat ze met een professional te maken<br />
hebben die het vak serieus neemt.<br />
Thuis kun je op je gemak vanachter de computer in een<br />
digitaal portfolio bijhouden wat je allemaal gedaan<br />
hebt op bijvoorbeeld het gebied van bij- en nascholing.<br />
Daarmee kun je als operatieassistent inzichtelijk<br />
maken dat jij staat voor kwaliteit van zorg, bijvoorbeeld<br />
bij een functioneringsgesprek of een overleg over je<br />
mogelijkheden, plannen of wensen bij een werkgever.<br />
Of denk aan een sollicitatie. Met jouw portfolio in het<br />
kwaliteitsregister is meteen duidelijk of je voldoet aan de<br />
functie-eisen.<br />
Kortom: inschrijven in het register is goed voor het beeld<br />
dat de buitenwereld van ons heeft en goed voor jouw gevoel<br />
van eigenwaarde. Surf daarom snel naar www.kabiz.nl.<br />
Kan dit beroepsprofiel de aantrekkingskracht van het beroep op<br />
schoolverlaters vergroten?<br />
‘We hebben nu een aantrekkelijk visitekaartje van ons beroep.<br />
Scholieren kunnen hier lezen wat het beroep inhoudt. Als de<br />
opleiding straks een hbo-bachelor is – dat is dus onze intentie –<br />
wordt de studie voor hen ook aantrekkelijker.’<br />
<strong>OK</strong> OPERATIONEEL APRIL 2012 15
Hoe is het profiel precies tot stand gekomen?<br />
‘Leden van de werkgroep Beroepsprofiel – bijna allemaal vrijwilligers!<br />
– hebben onderzoek gedaan en een heleboel documenten<br />
geanalyseerd. Ze hebben daarbij professionele ondersteuning<br />
en advies gekregen van Exposz, een universitair opleidings- en<br />
adviescentrum. Op basis daarvan is het conceptberoepsprofiel<br />
geschreven. Dit is becommentarieerd door leden van de expertgroep.<br />
Vervolgens heeft uitgeverij Y-Publicaties er nog naar gekeken.<br />
In totaal is er zo’n anderhalf jaar aan gewerkt.’<br />
Een hele klus dus.<br />
‘Dat kun je wel stellen ja. Het was heel intensief en er zijn vele<br />
uren ingekropen. Vooral op het eind was het even flink doorwerken,<br />
zodat zelfs de kerst en de kerstvakantie eraan opgeofferd<br />
zijn. Maar het was het zeker waard. Ik ben hartstikke<br />
trots op het resultaat en op iedereen die eraan meegewerkt<br />
heeft. Het is ook heel fijn dat Ab Klink, voormalig minster van<br />
VWS, ons heeft gecomplimenteerd in het voorwoord bij het<br />
beroepsprofiel!’<br />
Zijn er al andere reacties uit het veld?<br />
‘Ja, en die zijn heel positief. Het College Zorg Opleidingen, dat<br />
LVO-informatie<br />
Charmaine Betzema, voorzitter,<br />
voorzitter@lvo.nl<br />
Hennie Mulder, penningmeester<br />
en bestuurslid Media<br />
operationeel@lvo.nl<br />
Jeanine Stuart, secretaris en<br />
bestuurslid Onderwijs ai.<br />
secretaris@lvo.nl en<br />
onderwijs@lvo.nl<br />
Nicole Dreessen, bestuurslid<br />
Beroepsbelangen<br />
beroepsbelang@lvo.nl<br />
Monique de Kort, bestuurslid<br />
Congres, congres@lvo.nl<br />
Femke Wienen, bestuurslid<br />
PR&V, prvoorlichting@lvo.nl<br />
16 <strong>OK</strong> OPERATIONEEL APRIL 2012<br />
LVO TELEFOONNUMMER:<br />
024-645 47 71 van maandag t/m<br />
zaterdag van 9.00 tot 17.00 uur<br />
Adres: LVO, Postbus 9058<br />
1006 AB Amsterdam<br />
Lid worden van de LVO?<br />
Surf naar www.lvo.nl of bel met<br />
024-645 47 71.<br />
Opzegging van lidmaatschap<br />
dient voor 1 oktober schriftelijk te<br />
gebeuren – het lidmaatschap<br />
wordt dan per 1 januari van het<br />
jaar daarop beëindigd.<br />
Internet:<br />
www.lvo.nl<br />
Lidmaatschap opzeggen:<br />
Secretariaat LVO<br />
Postbus 9058,<br />
1006 AB Amsterdam<br />
de inserviceopleiding erkent, heeft bijvoorbeeld laten weten<br />
dat het hun bedoeling is het beroepsprofiel op te nemen in het<br />
opleidingsreglement. Ze zien gezien het beroepsprofiel een<br />
mogelijkheid tot een vierjarige – dus uitgebreide – opleiding.<br />
De Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra en<br />
de NVZ vereniging van ziekenhuizen hebben ook positief gereageerd,<br />
vertelde het CZO. Al deze partijen willen participeren in<br />
de projectgroep Erkenning en Opleidingen.’<br />
Wat adviseer je operatieassistenten om met het beroepsprofiel te<br />
doen?<br />
‘Ik zou zeggen: lees het goed en leg jezelf langs de meetlat. Ga<br />
aan de slag met je competenties!’<br />
Het beroepsprofiel wordt uitgedeeld aan leden die aanwezig<br />
zijn bij de LVO-activiteiten, zoals de leerlingendag en de<br />
vertegenwoordigersdag, en is te vinden op www.lvo.nl.<br />
De LVO zoekt nog vrijwilligers voor de projecten Erkenning en<br />
Opleidingen. Geïnteresseerden worden van harte uitgenodigd zich<br />
te melden: beroepsbelang@lvo.nl.<br />
Nationale Leerlingendag 2012<br />
Dinsdag 17 april 2012<br />
Infectie- en wondmanagement<br />
Alles wat je moet weten over isolatiemaatregelen<br />
en wondverzorging op het operatiecentrum<br />
Locatie:<br />
fa. Stopler<br />
Middenwetering 1<br />
3543 AR Utrecht<br />
Inschrijven via de website:<br />
www.lvo.nl<br />
Leden € 30,-<br />
Niet leden € 60,-
Centralisatie van specialismen, wat nu?<br />
Centralisatie van specialismen is regelmatig<br />
in het nieuws. Welke gevolgen heeft deze<br />
ontwikkeling voor operatieassistenten?<br />
Operatieassistent en docent Annemarie<br />
Roos schetst een toekomstscenario.<br />
TEKST: ANNEMARIE ROOS, OPERATIEASSISTENT, ZIEKENHUIS BETHESDA<br />
HOOGEVEEN EN EEN VAN DE INITIATIEFNEMERS VAN DE WEBSITE<br />
WWW.CENTRALISATIEWATNU.COM; ZE VERDIEPTE ZICH IN<br />
CENTRALISATIE VOOR DE OPLEIDING TOT EERSTEGRAADSDOCENT<br />
IN DE GEZONDHEIDSZORG. | ILLUSTRATIE: I STOCKPHOTO<br />
De overheid, zorgaanbieders en<br />
zorgverzekeraars hebben in<br />
juli 2011 een landelijk akkoord<br />
ondertekend over centralisatie van specialismen<br />
in de Nederlandse ziekenhuizen.<br />
1 In 2012 wordt deze centralisatie<br />
zichtbaar. 2 Ziekenhuizen mogen niet<br />
meer alle zorgfaciliteiten aanbieden die<br />
zij in huis hebben en tussen de ziekenhuizen<br />
vindt een herverdeling van zorg<br />
plaats.<br />
Met centralisatie wil de overheid de kosten<br />
van de Nederlandse ziekenhuiszorg<br />
beheersen. Deze kosten bedroegen in<br />
2010 61,3 miljard euro. 3 Het akkoord<br />
over centralisatie moet verdere stijging<br />
van de zorguitgaven beperken tot 2,5<br />
procent per jaar. Daarnaast moet centralisatie<br />
een bijdrage leveren aan kwaliteitsverbetering<br />
van de ziekenhuiszorg. 1<br />
Niemand weet precies hoe centralisatie<br />
van specialismen wordt ingevuld en wat<br />
de gevolgen zijn. Het akkoord is gelanceerd<br />
en ziekenhuizen en specialisten<br />
bespreken samen hoe centralisatie verder<br />
vorm moet krijgen. Om een idee te krijgen<br />
van de gevolgen voor operatieassistenten,<br />
heb ik in 2011 vijftig digitaal<br />
verspreide interviews gehouden met leidinggevenden,<br />
leerling- en gediplomeerde<br />
operatieassistenten, specialisten en<br />
docenten. Op basis van de antwoorden<br />
kan ik het volgende toekomstscenario<br />
schetsen.<br />
Minder allrounders<br />
Wanneer specialistische hoogcomplexe<br />
operaties worden verdeeld over enkele<br />
(academische) ziekenhuizen in Nederland,<br />
zullen we ons – met ons specialistische<br />
beroep van operatieassistent – nog verder<br />
moeten specialiseren. Dit betekent dat<br />
operatieassistenten werkzaam in deze<br />
ziekenhuizen niet meer inzetbaar zullen<br />
zijn in andere ziekenhuizen, omdat zij<br />
niet alle vaardigheden beheersen die daar<br />
nodig zijn. In deze tijd van krapte op de<br />
arbeidsmarkt voor operatieassistenten is<br />
het niet wenselijk als er minder allround<br />
operatieassistenten inzetbaar zijn.<br />
Natuurlijk is er ook een voordeel, namelijk<br />
het creëren van specialistische operatieassistenten<br />
die door kennis en ervaring<br />
hoge kwaliteit leveren bij het instrumenteren/assisteren,<br />
juist doordat ze bepaalde<br />
operaties vaak doen. Specialisten juichen<br />
deze ontwikkeling toe, omdat zij gebaat zijn<br />
bij een gespecialiseerde operatieassistent.<br />
Uitholling<br />
Uitholling van het beroep ligt op de loer.<br />
Voor gediplomeerde operatieassistenten<br />
in kleine perifere ziekenhuizen kan centralisatie<br />
tot gevolg hebben dat hun vaardigheid<br />
van het instrumenteren/assisteren<br />
bij specialistische operaties verloren gaat.<br />
Het wordt al steeds populairder om te<br />
opereren in zogenoemde ‘straatjes’. Daar<br />
vindt op één dag een reeks van dezelfde<br />
laagcomplexe operaties plaats, zoals artroscopieën<br />
in de knie of cataractoperaties.<br />
Het is de vraag of deze straatjes de<br />
kwaliteit waarborgen. Door routine kan<br />
de aandacht voor de operatie en de patiënt<br />
verslappen, net zoals bij werken aan<br />
de lopende band gebeurt, waar steeds<br />
dezelfde handeling wordt verricht.<br />
Onvolledige opleiding<br />
Leerling-operatieassistenten zullen hun<br />
opleiding volgen in een ziekenhuis dat<br />
misschien niet garant kan staan voor een<br />
volledige opleiding tot operatieassistent.<br />
Operatieassistenten die klaar zijn met de<br />
opleiding zullen bepaalde operaties in<br />
theorie wel kunnen instrumenteren/assisteren,<br />
maar deze in de praktijk niet<br />
beheersen. Daarvan is nu natuurlijk ook al<br />
sprake – niet elk ziekenhuis kan bijvoorbeeld<br />
cardio- of neurochirurgie aanbieden<br />
– het is goed denkbaar dat deze ontwikkeling<br />
zich door centralisatie zal doorzetten.<br />
Een alternatief scenario is dat leerlingen<br />
hun stages in verschillende ziekenhuizen<br />
kunnen lopen. Dan ontstaat de vraag bij<br />
welk ziekenhuis deze student in dienst<br />
komt en welk ziekenhuis de kosten draagt<br />
voor het opleiden van deze student.<br />
Opleidingsinstituten zullen moeten anticiperen<br />
op centralisatie door lessen aan te<br />
passen en modules te herschrijven. Opnieuw<br />
zal bekeken moeten worden wat<br />
studenten moeten leren en beheersen.<br />
<strong>OK</strong> OPERATIONEEL APRIL 2012 17
Beroemde namen<br />
Wie was Terence Millin?<br />
Wie was de Ierse arts wiens naam is verbonden aan de retropubische prostatectomie mie<br />
en aan de boemerangnaaldvoerder?<br />
TEKST: JEANINE STUART, PRAKTIJKCOÖRDINATOR <strong>OK</strong>; RUUD VLEEMING, UROLOOG; BOVENIJ ZIEKENHUIS, AMSTERDAM<br />
Eind negentiende eeuw werden de<br />
eerste open prostaatoperaties beschreven.<br />
Tot die tijd werd wel eens<br />
wat prostaatweefsel bij blaassteenoperaties<br />
meegenomen, maar pas in 1888<br />
publiceerde William Belfield over de eerste<br />
suprapubische transvesicale prostaatoperatie,<br />
verricht in 1885. Bij deze techniek<br />
kijkt men van bovenaf op het oppervlak<br />
van de prostaat, die in de blaas uitpuilt.<br />
In 1891 verrichtte George Goodfellow uit<br />
Californië de eerste volledige transperineale<br />
prostatectomie, vanwege een benigne<br />
prostaathypertrofie. Tot de jaren vijftig<br />
van de vorige eeuw werden de meeste<br />
prostatectomieën echter transvesicaal<br />
uitgevoerd. De transvesicale methode<br />
werd behalve door Belfield ook toegepast<br />
door sir Peter Freyer, een Ierse uroloog die<br />
deze operatie rond 1900 voor het eerst<br />
uitvoerde en in 1904 beschreef. Zowel de<br />
suprapubische transvesicale als de transperineale<br />
prostatectomie kende veel complicaties,<br />
zoals infecties, bloedingen en<br />
incontinentie. Samuel Henry Harris (1881-<br />
1936) uit Sydney modificeerde de techniek<br />
van Freyer. Zijn sterftecijfer was slechts<br />
2,8 procent, het laagste cijfer tot dan.<br />
Theodor Hryntschak (1889-1952) uit Oostenrijk<br />
verbeterde weer de methode<br />
van Harris.<br />
In december 1897 hield Willem van Stockum,<br />
chirurg in het gemeenteziekenhuis<br />
18 <strong>OK</strong> OPERATIONEEL APRIL 2012<br />
aan de Coolsingel te Rotterdam, een voordracht<br />
over zijn nieuwe techniek om adenomen<br />
uit de prostaat via het prostaatkapsel<br />
te verwijderen. Na insnede van de<br />
onderbuik (de snede start onder de navel)<br />
werd het prostaatkapsel opengemaakt. Op<br />
7 maart 1909 publiceerde hij een goede<br />
beschrijving van deze retropubische prostaatadenoomenucleatie,<br />
kortweg de retropubische<br />
prostatectomie genoemd.<br />
Het is echter de naam van een Ierse arts,<br />
Terence Millin, die aan deze ingreep<br />
wordt verbonden.<br />
Kampioen hordelopen<br />
Terence John Millin werd geboren op 9<br />
januari 1903 in County Down, een stadje<br />
in Noord-Ierland. Hij groeide op in een<br />
harmonieus protestants gezin waar de<br />
vader werkzaam was als advocaat. Millin<br />
werd beschreven als een intelligente leerling<br />
en een prima sporter; met het rugbyteam<br />
won hij veel prijzen. Vervolgens ging<br />
hij naar het Trinity College in Dublin om<br />
wiskunde te studeren. Na enige tijd stapte<br />
hij over naar de geneeskunde, wat uiteindelijk<br />
de juiste keuze bleek te zijn.<br />
Niet alleen zijn studie ging voorspoedig,<br />
ook sportief presteerde hij daar goed. Zo<br />
werd hij captain van het eerste Trinityrugbyteam.<br />
Drie seizoenen lang waren ze<br />
ongeslagen en sleepte Millins team prijzen<br />
in de wacht. Verder was hij nog een<br />
Terence John Millin.<br />
zeer goede hoogspringer en kampioen op<br />
de horden!<br />
Na zijn studie in 1927 werkte hij als assistent-chirurg<br />
in het Sir Patrick Dun’s<br />
Hospital in Dublin. Van daaruit vertrok<br />
hij naar Londen. Na de nodige ervaring<br />
belandde hij in het All Saints Hospital,<br />
een urologische kliniek met elf bedden.<br />
Hij werkte hier onder Canny Ryall, een<br />
beroemde Ierse uroloog. Al op 28-jarige<br />
leeftijd had Millin alle examens afgelegd<br />
om zich te kunnen specialiseren tot uroloog.<br />
Als Ier had hij het niet gemakkelijk<br />
REPRODUCED COURTESY COURTESY OF OF THE RCSI. RCSI.
in Londen, waar nog drie urologische<br />
klinieken waren gevestigd. Maar na het<br />
plotselinge overlijden van Ryall in 1934<br />
werd Millin Millin zijn opvolger en hoofd van de<br />
kliniek.<br />
Millin beheerste de bestaande, complicatiegevoelige<br />
technieken,<br />
maar er moest toch een<br />
betere manier<br />
zijn om<br />
‘een prostaat<br />
als een extravesicaal<br />
orgaan te verwijderen<br />
door een ander orgaan<br />
(blaas) of transurethraal met<br />
gebrekkig gebrekkig instrumentarium’?<br />
breken van de Tweede Wereldoorlog<br />
werd Millin gerekruteerd gerekruteerd voor de Emergency<br />
Medical Service en werkte hij hij als<br />
chirurg chirurg in het Putney-ziekenhuis. Aan het<br />
eind van de oorlog kreeg hij een patiënt<br />
met een pelvisfractuur en een gescheurde<br />
urethra. urethra. Toen kwam hij op het idee de<br />
prostaat retropubisch te benaderen; dus<br />
bijna veertig jaar na Van Stockum.<br />
Na de oorlog keerde Millin terug naar<br />
het All Saints Hospital. In oktober 1945<br />
hield hield hij hij een lezing over zijn operatietechniek<br />
op een bijeenkomst van de<br />
Franse Urologische Vereniging in<br />
Parijs. In december 1945<br />
publiceerde hij een<br />
artikel in The<br />
De ligatuurvattende<br />
klem<br />
volgens Millin.<br />
Deze wordt<br />
gebruikt in<br />
combinatie met<br />
de boemerang.<br />
Boemerang<br />
Lancet t over<br />
In december 1939 trad Millin in het hu-<br />
zijn bevindinwelijk<br />
met Alice ‘Molly’ Guernsey. Ze<br />
gen bij twintig pati-<br />
kregen kregen samen twee dochters. Bij het uit-<br />
enten bij wie hij een<br />
prostatectomie had verricht.<br />
In zijn artikel ver-<br />
Huidige prostaatoperaties<br />
meldde Millin terecht dat Van<br />
Stockum al in 1897 bij twee patiënten<br />
Tegenwoordig wordt een vergrote deze toegangsweg tot de prostaat koos.<br />
prostaat zo mogelijk behandeld via Van Stockum tamponneerde echter de De naaldvoerder<br />
een transurethrale resectie (TURP).<br />
prostaatholte en draineerde de blaas.<br />
volgens Young-Millin,<br />
Een adenoom dat op deze manier ver- Voor zijn nieuwe techniek introduceerde<br />
oftewel de boemerang.<br />
wijderd wordt, mag gemiddeld niet Millin een speciaal ontworpen instrument<br />
zwaarder zijn dan 70 gram. gram. Met de om het kapsel te sluiten. Deze naaldvoer-<br />
diathermische lis worden kleine stuk- stukder volgens Young Young-Millin Milli met t bijb bijbehoren- h opening worden geplaatst. De operateur<br />
jes prostaatweefsel weggenomen. De de ligatuurvattende klem biedt hulp bij laat de knop terugveren, en de naald met<br />
resectie vindt plaats onder voortdu- het sluiten van het voorste prostaatkapsel draad wordt teruggetrokken. Met deze<br />
rende irrigatie, waardoor het opera- na een prostatectomie. Dit gebied is met heen-en-weergaande beweging – die de<br />
tieterrein steeds wordt schoonge- een gewone naaldvoerder moeilijk bereik- bijnaam verklaart – kan in een beperkte<br />
spoeld. Omdat er geen abdominale baar. Het hechten ging met dit instru- ruimte een naald door het weefsel wor-<br />
incisie wordt gedaan, is het postopement, bijgenaamd boemerangnaaldvoerden gestoken. Door deze handeling meerratieve<br />
verloop bij een TURP korter en der, aanmerkelijk sneller. Daardoor kon dere keren te herhalen, kan men een hele<br />
minder complicatiegevoelig dan de het aanzienlijke bloedverlies bij deze in- reeks hechtingen leggen. De naam van<br />
transvesicale en retropubische techgreep worden beperkt.<br />
Millin is ook verbonden aan een blaasnieken<br />
(zie hoofdartikel). Deze tech- Door op een knop in de basis van de greep halsspreider en blaaswandspreider.<br />
nieken worden nog toegepast als de te drukken wordt de lege naald door het<br />
prostaat te groot is voor endoscopi- prostaatkapsel gestoken. Als de punt van Varkensfokker<br />
sche verwijdering.<br />
de naald zichtbaar wordt, kan met de Millin werd wereldberoemd en hij was<br />
ligatuurvattende klem een draad in de regelmatig te gast in Europa, Australië<br />
<strong>OK</strong> OPERATIONEEL APRIL 2012 19
Wij zoeken allround <strong>OK</strong>-assistenten met passie!<br />
<br />
<br />
<br />
<br />
<br />
<br />
<br />
<br />
<br />
<br />
<br />
<br />
<br />
<br />
<br />
<br />
<br />
<br />
<br />
<br />
MAQUET Netherlands B.V. gevestigd in Hilversum is een professionele handelsonderneming en telt 54 medewerkers. MAQUET<br />
is onderdeel van de wereldwijd opererende en beursgenoteerde Zweedse Getinge groep. MAQUET houdt zich in de Nederlandse<br />
markt bezig met de inrichting van operatiekamers, intensive care, spoedeisende hulp, onderzoeksruimten en poliklinieken. In onze<br />
branche zijn wij marktleider en wij verkopen hoogwaardige<br />
kwaliteitsproducten.<br />
Je wilt overstappen naar de commercie, maar je hart ligt ook bij de zorg. Deze job biedt je beiden.<br />
APPLICATIESPECIALIST MEDISCHE APPARATUUR m/v<br />
Functie-informatie:<br />
Na een gedegen inwerkperiode wordt jouw belangrijkste aandachtsgebied het aangaan en onderhouden van langdurige<br />
klantcontacten binnen jouw werkgebied in samenwerking met onze Accountmanager. Je inventariseert behoeften en<br />
biedt oplossingen, passend binnen de mogelijkheden in jouw vakgebied en de wensen van de klant. Je weet klanten<br />
te enthousiasmeren door gedegen adviezen te geven over onze concepten, producten en productontwikkelingen. Zo<br />
ben je verantwoordelijk voor de begeleiding van offertes en orders naar bestellingen en leveringen, het organiseren en<br />
begeleiden van demo’s, proefplaatsingen en opleveringen en het trainen van in-en externe klanten over onze producten.<br />
Functie-eisen:<br />
afgeronde opleiding op HBO-niveau, als Operatieassistent, ook als je nog aan het begin van je loopbaan staat;<br />
een relatiemanager met een servicegerichte houding, die met diverse klanttypes op wisselende niveaus weet te<br />
communiceren;<br />
verder ben je bovenal een enthousiaste teamspeler, maar zijn zelfstandigheid en creativiteit je ook niet vreemd.<br />
MAQUET biedt:<br />
Een fulltime baan met een goede werksfeer, waarbij je grotendeels vanuit huis werkt. Prima arbeidsvoorwaarden, zoals<br />
een uitstekend salaris, premievrij pensioen, onkostenvergoeding, studieregeling, leaseauto, bonusregeling en 13e maand.<br />
Reageren? Stuur dan je sollicitatiebrief met CV per e-mail aan:<br />
annette.saas@maquetnetherlands.nl / HR Adviseur;<br />
meer informatie: www.maquetnetherlands.nl of bel dhr. Bert Janssen, Divisiemanager Surgical Workplaces (06-53834453).
Blaashalsspreider volgens Millin.<br />
en de VS. Hij opereerde zelfs de president<br />
van Turkije. Hij beschreef in zijn<br />
boek Retropubic Urinary Surgery (1947) de<br />
gevolgde retropubische benadering van<br />
345 prostatectomieën. De mortaliteit van<br />
een open prostatectomie volgens zijn<br />
methode was opzienbarend gedaald.<br />
In de loop van de tijd ontving hij talloze<br />
onderscheidingen, en hij was erelid van<br />
vele urologische verenigingen.<br />
Zijn kliniek werd te klein en hij liet drie<br />
grote Victoriaanse villa’s verbouwen tot<br />
een privékliniek met 37 bedden. Patiënten<br />
kwamen van heinde en ver.<br />
Millin besloot in 1950 op de leeftijd van<br />
57 jaar met pensioen te gaan om zich<br />
aan het ‘boeren’ te kunnen wijden. De<br />
redenen voor zijn vroege pensionering<br />
zijn onduidelijk. Zowel hij als zijn<br />
vrouw Molly verkeerden in goede gezondheid<br />
en hadden een druk sociaal<br />
leven. Hij keerde terug naar Ierland en<br />
kocht daar drie boerderijen. Hij verbouwde<br />
allerlei soorten groenten en<br />
werd een succesvol varkensfokker.<br />
Hij en zijn vrouw deden hier veel aan<br />
sport. Om de maand reisde hij naar de<br />
kliniek in Londen. Daar opereerde hij<br />
nog veel notabelen. Hij was zeer actief<br />
voor de Royal College of Surgeons in<br />
Ierland; in 1963 werd hij er president.<br />
De jaren hierna kreeg hij het financieel<br />
moeilijk. Hij had geen regelingen getroffen<br />
voor een redelijk pensioen en zijn<br />
vrouw kreeg ten gevolge van het roken<br />
ernstige longproblemen. Ze verkochten de<br />
boerderijen en verhuisden naar een gerieflijker<br />
onderkomen. Hij bleef lesgeven tot<br />
1975, toen dit door toenemende doofheid<br />
onmogelijk was geworden. Terence Millin<br />
was ook een stevige roker, en in 1980 overleed<br />
hij op 77-jarige leeftijd aan een larynxcarcinoom.<br />
Het bericht van zijn overlijden<br />
werd behalve in de medische tijdschriften,<br />
ook opgenomen in de London Times.<br />
Literatuur<br />
Blaaswandspreider volgens Millin.<br />
1. B elfield, W.T. Note on Surgery of the<br />
Enlarged Prostate. Med. Record 1888;<br />
33:272.<br />
2. Boele, H. Urologische chirurgie. Maarssen.<br />
2002.<br />
3. Boucher-Hayes, David M. Terence Millin:<br />
pioneer of the retropubic space. BJU International<br />
2005; 96:768-771.<br />
4. Freyer, P. 110 Cases of Total Enucleation of<br />
the Prostate for Radical Cure. Lancet 1904;<br />
197.<br />
5. Froggat, P. All-Rounders and ‘Equanimity’.<br />
The Ulster Medical Journal 2004; 73:2.<br />
6. Goodfellow, G. Median Perineal Prostatectomy.<br />
JAMA 1904; 43:194.<br />
7. Gulik F.H. van, Nieuwe gezichtspunten op<br />
het gebied van de retropubische prostatectomie<br />
volgens Terence Millin. NTvG 1946;<br />
90.IV.41.<br />
8. Millin, T.J. Retropubic Prostatectomy. A new<br />
extravesical technique. Lancet 1945; 249.<br />
9. Stockum, W.J. van. Prostatectomia extravesicalis.<br />
NTvG 1909; 1862.<br />
Grondleggend wetenschappelijk werk<br />
van Millin.<br />
<strong>OK</strong> OPERATIONEEL APRIL 2012 21
Welmed presenteert:<br />
de opvolger van de Shark ®<br />
De SafeAir<br />
Optimale rookafzuig in vele opzichten<br />
<br />
<br />
<br />
<br />
<br />
Korte Venen 2<br />
8331 TH Steenwijk The Netherlands<br />
T 0523 27 17 13 F 0523 27 13 83<br />
E info@welmed.nl I www.welmed.nl<br />
iedereen verdient een morgen<br />
morgen zijn we<br />
er nog dichterbij<br />
KWF Kankerbestrijding zorgt voor minder<br />
kanker, meer genezing en een betere kwaliteit<br />
van leven voor patiënten.<br />
Kijk vandaag nog op kwfkankerbestrijding.nl<br />
om te zien wat ú kunt doen.<br />
Het Wilhelmina Ziekenhuis Assen (WZA) zoekt<br />
voor HetHet de operatieafdeling een:<br />
Anesthesiemedewerker<br />
Je komt te werken in een moderne en goed ingerichte<br />
<strong>OK</strong>-afdeling. Alle specialismen, met uitzondering van<br />
plastische- en cardiochirurgie, zijn aanwezig. Aan de <strong>OK</strong><br />
zijn een pijnpoli en een preoperatief spreekuur<br />
verbonden.<br />
Als gediplomeerd anesthesiemedewerker heb je een<br />
flexibele en collegiale werkhouding. Je bent sociaal<br />
vaardig en hebt goede communicatieve eigenschappen.<br />
Nadere informatie over de inhoud van de functie kan<br />
worden ingewonnen bij Gees Drenth, hoofd SE <strong>OK</strong> of<br />
Marco Bertelink, teamleider anesthesie, telefoon (0592)<br />
325554 of 325556.<br />
Reageren kan via de site www.wza.nl, waar ook meer<br />
informatie over de functie en het ziekenhuis te vinden is.
Justin Bitter (UMC St Radboud):<br />
‘Wij weten<br />
minutieus wat<br />
waar in het<br />
magazijn ligt’<br />
KATERN VOOR LEIDINGGEVENDEN VAN OPERATIEAFDELINGEN<br />
Lean op de <strong>OK</strong>: bespaar geld en spaar het milieu<br />
Karin de Vries, <strong>OK</strong> VUmc: ‘Lean gaat over verspillingen’<br />
Managementboeken
NVLO-informatie<br />
De NVLO is dé professionele en ondernemende<br />
beroepsvereniging voor leidinggevenden op de<br />
operatieafdeling.<br />
De vereniging stelt zich tot doel om de communicatie<br />
tussen leidinggevenden van operatieafdelingen<br />
te bevorderen, informatie te<br />
verstrekken, op persoonlijk en juridisch vlak te<br />
ondersteunen, en onderwijs en managementtraining<br />
te geven. De NVLO heeft de status van<br />
beroepsvereniging.<br />
Voordelen lidmaatschap:<br />
-Acht keer per jaar het vakblad <strong>OK</strong> Operationeel<br />
gratis thuisbezorgd. <strong>OK</strong> Operationeel bevat<br />
ieder nummer een managementkatern van<br />
minimaal acht pagina’s, waarin het vak van<br />
leidinggevende <strong>OK</strong>, de toepassingen van leiderschap<br />
en de diversiteit van de beroepspraktijk<br />
in beeld worden gebracht. Het katern brengt<br />
inspiratie, professionalisering, visie, verbondenheid<br />
en de mogelijkheid om kennis en ervaring<br />
te delen met collega-leidinggevenden <strong>OK</strong>.<br />
-Korting op het jaarlijkse congres. Een unieke<br />
gelegenheid om te netwerken en je kennis te<br />
verbreden.<br />
24 <strong>OK</strong> MANAGEMENT APRIL 2012<br />
HOU ZELF DE TOUWTJES IN HANDEN<br />
MANIPULATIE HERKENNEN ÉN TEGENGAAN<br />
Manipulatie komt in alle gradaties voor: van smoezen en<br />
kleine leugens tot chantage, intimidatie en agressie. Als<br />
hulpverlenende professional is de kans groot dat je ermee<br />
in aanraking komt. Dankzij het boek Manipulatie – Van<br />
marionet tot regisseur hoor je tijdig alarmbellen afgaan.<br />
Het boek helpt je de trucs en technieken te doorzien en je<br />
ertegen te beschermen.<br />
• Met handige manipulatie-index.<br />
• Uiterst leesbaar en vol waargebeurde voorbeelden.<br />
• Een must voor iedereen die geen marionet wil worden.<br />
Verkrijgbaar in de boekhandel of te bestellen via de<br />
webwinkel op www.y-publicaties.nl.<br />
ISBN 978 90 8696 153 5 | 357 pagina’s | € 29,50<br />
Auteur Ronald Siecker is arts en neurobioloog met jarenlange<br />
praktijkervaring in de psychiatrie en consultancy op het gebied<br />
van mensen, hersenen en gedrag. Hij is ook de auteur van de<br />
succesvolle boeken Signalen & Valkuilen en ‘Ik heb een tijdbom<br />
in mijn hoofd’ uit de serie Inzicht in psychische handicaps.<br />
-Minimaal eenmaal per jaar een themadag<br />
waarbij een professioneel onderwerp centraal<br />
staat.<br />
-Verder is de NVLO actief op het gebied van contacten<br />
met het bedrijfsleven, diverse overheidsinstanties<br />
en andere belangrijke instanties die<br />
vormgeven aan de operatieve zorg in Nederland.<br />
Lid worden:<br />
Elke leidinggevende die op de operatieafdeling<br />
werkt binnen één van de drie disciplines<br />
chirurgie, anesthesie of recovery en een formele<br />
benoeming heeft, kan lid worden van de<br />
vereniging. Lid worden kan via de website van<br />
de NVLO. Surf naar www.nvlo.nl. De kosten<br />
voor het lidmaatschap bedragen Ð 150,00 per<br />
jaar. Deze kosten worden door middel van automatische<br />
incasso geïnd. Het lidmaatschap is<br />
persoonlijk en loopt van 1 januari tot en met 31<br />
december.<br />
Lidmaatschap opzeggen?<br />
Mail naar info@nvlo.nl. Opzegging van het lidmaatschap<br />
uiterlijk twee maanden voor de start<br />
van het nieuwe kalenderjaar.<br />
Bestuur:<br />
Eduard Monteban,<br />
Voorzitter<br />
emontenban@nvlo.nl<br />
06-54 73 67 42<br />
Christa Tigchelaar,<br />
Secretaris en<br />
penningmeester<br />
info@nvlo.nl<br />
06-305 109 12<br />
Jan Bronts. Website<br />
jbronts@nvlo.nl<br />
06-54 68 26 43<br />
Jeannette Ronchetti,<br />
Redactie<br />
(Zie onder redactie <strong>OK</strong><br />
Management-katern)<br />
Mimoen Ahmidi,<br />
Sponsoring en<br />
marketing<br />
06-22 77 88 72<br />
Redactie <strong>OK</strong><br />
Management-katern:<br />
Menno Goosen,<br />
Bladmanager<br />
okmanagement@<br />
y-publicaties.nl<br />
020-520 60 77<br />
Marianne van Dongen,<br />
Redactie<br />
okmanagement@<br />
y-publicaties.nl<br />
Jeannette Ronchetti,<br />
Redactie en<br />
bestuurslid NVLO<br />
jronchetti@nvlo.nl én<br />
okmanagement@<br />
y-publicaties.nl<br />
06-55 73 33 11
Voorwoord<br />
<strong>OK</strong> Management<br />
Tja, het inmiddels zo vertrouwde <strong>OK</strong><br />
Management heeft last van de crisis.<br />
Door tegenvallende inkomsten heeft<br />
de uitgever in overleg met ons de stap<br />
moeten zetten om <strong>OK</strong> Management<br />
samen met <strong>OK</strong> Operationeel uit te<br />
brengen. Ook de NVLO merkt dat de<br />
Blijvend Ok(é)!!<br />
Een blad maken dat de inzichten van<br />
experts combineert met toepasbaarheid<br />
op de werkvloer. Het is elke keer<br />
weer een zoektocht naar goede, originele,<br />
actuele onderwerpen. De afgelopen<br />
periode hebben we geprobeerd de<br />
inhoud van het <strong>OK</strong> Management-katern<br />
naar een hoger niveau te brengen. We<br />
horen graag van je of dit gelukt is. Zoals<br />
Eduard hierboven beschrijft gaat<br />
<strong>OK</strong> Management verder als katern en<br />
komen we 8 keer per jaar uit. Zoals<br />
Eduard hierboven beschrijft gaat <strong>OK</strong><br />
Management verder als katern en komen<br />
we 8 keer per jaar uit.<br />
Ben je bereid om actief met ons mee<br />
te denken over de inhoud? Vind je<br />
het leuk om zelf een artikel te schrijven<br />
of weet je iemand anders die dit<br />
zou kunnen? Neem dan contact met<br />
ons op via de mail of via LinkedIn.<br />
magere jaren aangebroken zijn.<br />
In de afgelopen drie jaar heeft <strong>OK</strong><br />
Management zich een plaats verworven<br />
tussen allerlei andere vakbladen<br />
in de zorg. Er zijn veel positieve reacties<br />
uit het veld op het blad gekomen,<br />
iedere keer als een editie verscheen.<br />
Door grote inspanning van Marianne<br />
van Dongen en Jeannette Ronchetti,<br />
samen met Menno Goosen, is het blad<br />
geworden tot wat het is: een actueel,<br />
prettig lezend en informatief magazine,<br />
gericht op <strong>OK</strong> Nederland. Dit alles<br />
mogelijk gemaakt door vele sponsors,<br />
maar vooral door onze uitgever Ralf<br />
Beekveldt. Een groot woord van dank<br />
is hier op zijn plaats: Ralf, bedankt<br />
voor je betrokkenheid! Fijn dat op<br />
deze manier ons blad voortgezet kan<br />
worden. Ook de collega’s van de LVO<br />
zijn we dank verschuldigd.<br />
We gaan echter verder, want ook<br />
Ook als je zelf geen schrijver bent,<br />
maar wel een interessant onderwerp<br />
hebt, horen we graag van je. We nodigen<br />
onze leden uit om met ons te<br />
brainstormen over toekomstige onderwerpen<br />
voor <strong>OK</strong> Management.<br />
In deze editie tref je een artikel over<br />
lean in de gezondheidszorg. Een methodiek<br />
voor het halen van verspilling<br />
uit het proces en het tot stand brengen<br />
van blijvende verbeteringen. Door je<br />
voortdurend af te vragen waarom je<br />
iets doet, blijf je scherp: zijn alle stappen<br />
die je doet ook echt nodig? Zeer<br />
interessant om te lezen hoe dit werkt<br />
en toepasbaar is op een complexe werkplek<br />
zoals de <strong>OK</strong>.<br />
En wanneer blijkt dat je na het toepassen<br />
van lean six sigma op je werkplek<br />
ineens zeeën van tijd overhebt … kun<br />
de crisis zal ooit haar beste tijd gehad<br />
hebben. De komende tijd wordt<br />
het blad niet meer als zelfstandig<br />
magazine uitgebracht. Echter, de<br />
combinatie met <strong>OK</strong> Operationeel zal<br />
de kwaliteit en inhoud niet beïnvloeden.<br />
Daar kunt u op rekenen. De<br />
genoemde mensen zullen zich met<br />
behulp van collega’s uit het veld en<br />
andere bij de <strong>OK</strong> betrokken mensen<br />
met veel verve inzetten voor <strong>OK</strong> Management.<br />
Iedere nadeel heeft zijn voordeel:<br />
door de combi met <strong>OK</strong> Operationeel<br />
valt <strong>OK</strong> Management nu wel op veel<br />
meer plaatsen op de deurmat. Nog<br />
meer mensen die ons blad en daarmee<br />
onze vereniging leren kennen.<br />
Eduard Monteban,<br />
voorzitter NVLO<br />
emontenban@nvlo.nl<br />
je altijd nog als NVLO-lid actief de<br />
vereniging ondersteunen.<br />
Veel leesplezier!<br />
Jeannette Ronchetti en<br />
Marianne van Dongen<br />
okmanagment@y-publicaties.nl<br />
<strong>OK</strong> MANAGEMENT APRIL 2012 25
26 <strong>OK</strong> MANAGEMENT APRIL 2012
Justin Bitter (UMC St Radboud):<br />
‘Kapitaalvernietiging’ noemt hij het noodgedwongen weggooien van producten waarvan de officiële ge-<br />
bruiksdatum is verstreken. Ook investeren in overvoorraden is volgens hem niet nodig. Daarom ontwikkelde<br />
Justin Bitter (33), operationeel manager logistiek, afdeling Operatiekamers UMC St Radboud in Nijmegen,<br />
een waterdicht logistiek systeem en een opleidingsmodule.<br />
Tekst: Linda van Pelt | Foto’s (inclusief themacover): Edwin Wiekens<br />
zolang ik me kan herinneren heb ik affiniteit met<br />
logistiek. Ik heb bewust voor een zorgstudie gekozen<br />
‘Al<br />
toen ik eind jaren negentig aan de opleiding tot operatieassistent<br />
begon, maar ben altijd alert geweest op de ontwikkelingen<br />
in het bedrijfsleven. Daar verlopen voorraadbeheer<br />
en bestellingen over het algemeen professioneler. Omloopsnelheden<br />
worden scherper bewaakt om te voorkomen dat<br />
grote voorraden producten blijven liggen. Naar mijn idee kon de<br />
ziekenhuiswereld daar nog wat van leren.<br />
Ik startte in 2002 als operatieassistent traumatologie/orthopedie<br />
in het UMC St Radboud. Nadat ik was doorgestroomd tot operationeel<br />
manager <strong>OK</strong> Orthopedie in 2005, en nog wat later ook<br />
KNO/MKA, kreeg ik in 2009 een verzoek dat me op het lijf was<br />
geschreven. Onze bedrijfsleider <strong>OK</strong> vroeg me het initiatief te<br />
nemen voor de opzet van een nieuwe afdeling: Logistiek.’<br />
Portret<br />
‘Wij weten minutieus wat<br />
waar in het magazijn ligt’<br />
VEILIG, VOORDELIG EN TOEKOMSTBESTENDIG<br />
‘Het getuigt van ondernemerschap dat ons managementteam<br />
<strong>OK</strong> het belang inzag van de ontwikkeling van een afdeling<br />
Logistiek. De kans om deze uitdaging met beide handen aan<br />
te grijpen, creëerde ruimte voor mijn ambitie en visie. Het verlangen<br />
om me meer toe te leggen op logistieke processen werd<br />
nog verder aangewakkerd door de studie bedrijfskunde die ik<br />
was begonnen aan de Radboud Universiteit Nijmegen.<br />
De opzet van een specifieke afdeling Logistiek was een strategische<br />
stap, gestoeld op vier van de vijf pijlers van het jaarplan<br />
van de afdeling <strong>OK</strong>: aantrekkelijk werkgeverschap, kwaliteit en<br />
veiligheid, grip op de kosten en nieuwbouw.<br />
In het streven naar stabiele luchtbeheersing is het van belang<br />
het aantal <strong>OK</strong>-deurbewegingen tot een absoluut minimum te<br />
reduceren. Dat is mogelijk dankzij doorgeefluiken, waarover<br />
<strong>OK</strong> MANAGEMENT APRIL 2012 27
onze nieuwe <strong>OK</strong>’s allemaal beschikken, maar ook door voorafgaand<br />
aan de ingreep het exacte aantal materialen gereed te<br />
leggen, zodat deze tijdig beschikbaar zijn. Om dat voor elkaar<br />
te krijgen, is het handig om deze taken uit handen te geven aan<br />
logistiek geschoolde medewerkers voor wie dit vakgebied hun<br />
specialiteit is.<br />
Een tweede doelstelling die bereikt moest worden met de<br />
vorming van een afdeling Logistiek was kostenbesparing. Veel<br />
ziekenhuizen zijn geneigd op safe te spelen en te grote voorraden<br />
aan te leggen om misgrijpen te voorkomen, maar met een<br />
professioneel onderbouwd logistiek systeem is dat niet nodig.<br />
De derde motivatie voor de introductie van logistieke specialisten<br />
in onze organisatie vloeide voort uit een demografische factor.<br />
Operatieassistenten en anesthesiemedewerkers zijn schaars.<br />
Als zij ontlast kunnen worden op het vlak van logistieke taken,<br />
kunnen zij zich meer toeleggen op de pure uitoefening van hun<br />
eigen vak, en dat is een meerwaarde voor het gehele <strong>OK</strong>-proces.’<br />
DE LOGISTIEK MEDEWERKER<br />
‘In het nieuwe gebouw van UMC St Radboud hebben we twintig<br />
operatiekamers: tien <strong>OK</strong>’s op de eerste en tien op de derde verdieping.<br />
Daartussen bevindt zich het logistieke steriele magazijn.<br />
De twee focussen voor de nieuwe afdeling Logistiek waren<br />
een professioneler voorraadbeheer en professionalisering van de<br />
logistiek. Om dat laatste voor elkaar te krijgen, assisteren medewerkers<br />
van de afdeling Logistiek tijdens de opstartfase in de<br />
centrale opdekruimte.<br />
Ik had de ruimte gekregen om een eigen team samen te stellen,<br />
en werd toen direct geconfronteerd met het feit dat er geen<br />
logistieke opleiding bestaat die gerelateerd is aan de <strong>OK</strong>. Een gemis.<br />
Na marktonderzoek bij diverse onderwijsinstituten kwam<br />
ik – via de praktijkbegeleider van leerling-operatieassistenten<br />
in ons ziekenhuis – in contact met de Hogeschool Arnhem<br />
Nijmegen.<br />
Met gerichte input van onze kant is een onderwijsprofiel tot<br />
stand gekomen voor een logistiek medewerker afdeling Operatiekamers.<br />
Deze kracht is niet alleen verantwoordelijk voor<br />
assisteren met opdekken in de centrale opdekruimte, maar ook<br />
voor bestellen, bevoorraden en tijdig aanleveren van materialen<br />
en steriele medische hulpmiddelen voor chirurgie, anesthesie,<br />
verkoeverkamers en perfusie.’<br />
DE OPLEIDING<br />
‘De opleiding is bedoeld voor logistiek medewerkers op mbo<br />
3-niveau. In wekelijkse bijeenkomsten wordt gedurende in<br />
totaal vier tot vijf maanden onder andere aandacht besteed aan<br />
de werkprocedure bij CSA en <strong>OK</strong>, om de studenten meer inzicht<br />
te geven in het begrip “ketenzorg”. De eerste lichting is gestart<br />
in het najaar van 2010. Inmiddels is de derde groep in opleiding,<br />
28 <strong>OK</strong> MANAGEMENT APRIL 2012<br />
met als geplande afronddatum eind april 2012. Voor de eerste<br />
twee lichtingen hebben onze medewerkers voorrang gehad in<br />
verband met de nieuwbouw. Ten eerste omdat wij zelf nauw<br />
betrokken waren geweest bij de totstandkoming van dit studietraject<br />
en de gelegenheid wilden hebben om mogelijke kinderziekten<br />
te verhelpen. Ten tweede omdat specialisten vanuit het<br />
UMC St Radboud lesgeven. Alle medewerkers vanuit ons ziekenhuis<br />
die te maken hebben met <strong>OK</strong>-logistiek, hebben verplicht<br />
deze nieuwe opleiding gevolgd. Het behalen van het diploma is<br />
een voorwaarde om in dienst te komen en te blijven. Met ingang<br />
van de derde ronde staat de opleiding ook open voor belangstellenden<br />
vanuit de (non-)profitsector die affiniteit hebben met<br />
zowel logistiek als zorg.<br />
De studenten moeten voor aanvang van de praktijkstages de<br />
benodigde lessen hygiëne en infectiepreventie, steriliteit en<br />
de vaardigheidsles steriele materialen hebben gevolgd. Verder<br />
wordt aandacht besteed aan kwaliteit van zorg, fysieke belasting,<br />
materialen en vaardigheden. En uiteraard komen medische<br />
terminologie, topografische anatomie en het chirurgisch<br />
begrippenkader ruimschoots aan bod.’<br />
WEBBASED TOOL<br />
‘Ook voor die andere focus van de afdeling Logistiek – professioneler<br />
voorraadbeheer en daarmee het terugdringen<br />
van (overtollige) steriele voorraden – hebben we aansluiting<br />
gezocht bij een externe partij: ZorgSupply. Deze organisatie<br />
legt de link tussen kennis en ervaring vanuit het bedrijfsleven<br />
en werkbare en betaalbare logistieke ICT-toepassingen binnen<br />
de gezondheidszorg.<br />
Omdat ik me terdege realiseerde dat ICT een onmisbaar hulpmiddel<br />
is om het voorraadbeheer te stroomlijnen, nodigde<br />
ik begin 2010 Jan Vink (directeur ZorgSupply) uit voor een<br />
kennismakingsgesprek. De klik tussen ons was er snel, vooral<br />
omdat hij – anders dan veel andere ICT-ontwikkelaars – in staat<br />
bleek de versnipperde infrastructuren die in veel ziekenhuizen<br />
bestaan aan elkaar te koppelen tot een uniform systeem. Het<br />
was onze wens dat ZorgSupply, gebaseerd op onze richtlijnen,<br />
een methodiek zou ontwikkelen waarmee wij effectief kunnen<br />
sturen op de beïnvloedbare logistieke kosten.<br />
Na het formuleren van de criteria en vooronderzoek in het<br />
UMC St Radboud kwam ZorgSupply al snel met een voorstel tot<br />
data-interactie, aanvankelijk beperkt tot de <strong>OK</strong> Orthopedie en<br />
Interventieradiologie. De geplande pilotperiode, van november<br />
tot eind december 2010, werd twee weken voor de einddatum al<br />
afgerond. Het surplus was toen al overduidelijk aangetoond. Na<br />
een korte, bondige evaluatie volgde het schrijven van een handleiding<br />
voor de nieuwe ICT-systematiek. Daarna werd deze webbased<br />
tool overgenomen door alle <strong>OK</strong>’s in het UMC St Radboud,<br />
inclusief Radiologie en Cardiologie.’
BESPARINGEN<br />
‘De webbased tool die ZorgSupply voor ons ontwikkelde bestaat<br />
uit twee delen: een voorraadvolgsysteem en bewaking van kastbevoorrading.<br />
Door het invoeren van unieke itemnummers per<br />
individueel artikel (volgens de GS1 Global Traceability Standard<br />
for Healthcare) weten we minutieus wat er in het magazijn aanwezig<br />
is, in welke kast, in welke lade en uiteraard precies in<br />
welke hoeveelheid. De voorraden in het voorraadvolgsysteem<br />
zijn uniek gemaakt door een koppeling van artikelnummer, expiratiedatum,<br />
lotnummer en prijs. Dat uitgekiende volgsysteem<br />
moet in 2012 gaan zorgen voor 25 procent voorraadverlaging,<br />
doordat overbodige bestellingen om misgrijpen te voorkomen<br />
nu niet meer nodig zijn.<br />
En dat is niet het enige! Ook het voorkomen van derving door<br />
expiratie (verstrijken van de gebruikstermijn) van artikelen is<br />
dankzij de nieuwe ICT-systematiek veel eenvoudiger geworden.<br />
Veel leveranciers hebben een zogeheten retourbeleid: binnen<br />
negen tot twaalf maanden vóór de verloopdatum kunnen artikelen<br />
nog worden omgeruild. Maar dan moet je wel precies<br />
weten voor welke artikelen in je voorraad dat geldt. Dankzij<br />
de precieze registratie is dat nu met één druk op de knop<br />
duidelijk, wat ons in staat stelt hierop tijdig te anticiperen.<br />
We willen de derving wegens expiratie in 2012 met 80 procent<br />
verlagen. En ik vertrouw erop dat we dit in de toekomst nog<br />
verbeteren. Leveranciers hebben nu nog geen eenduidig beleid,<br />
maar naarmate wij in het UMC St Radboud de zaken nog<br />
meer op orde hebben, kunnen we meer invloed uitoefenen op<br />
deze omruilvoorwaarden, in samenspraak met onze afdeling<br />
Inkoop.<br />
De voorraden hebben we als “vlottende activa” toegevoegd aan<br />
de balans van het ziekenhuis. We sturen op de voorraadwaarde,<br />
die we eenmalig verlagen naar de juiste hoeveelheid. Door goed<br />
voorraadbeheer ontstaan er meer liquide middelen en daarmee<br />
samenhangend meer budgettaire ruimte voor investeringen.’<br />
TOEKOMSTPLANNEN<br />
‘Uiteraard zijn we tevreden met de behaalde resultaten. Met 13,2<br />
fte besparen we zowel financieel als op de inzet van operatieassistenten<br />
en anesthesiemedewerkers, doordat we hun werk uit<br />
handen nemen. Maar het kan nog beter. Als voorzitter van de<br />
focusgroep Traceability GS1, een wereldwijde organisatie gericht<br />
op standaardisering van barcoderingen, blijf ik op de hoogte<br />
van de nieuwste ontwikkelingen in zowel bedrijfsleven als zorg.<br />
Dat stimuleert tot innovatieve activiteiten.<br />
In het UMC St Radboud zijn we in een gevorderd stadium met de<br />
automatisering van onze protocollen en het samenstellen van<br />
proceduretrays per <strong>OK</strong>-verrichting. Zo kunnen onze logistiek<br />
medewerkers per verrichting sneller een complete set klaarleggen.<br />
Met zo’n achthonderd protocollen en dik dertienduizend<br />
verrichtingen is dit een belangrijke verbeterslag voor efficiënte<br />
voorbereiding.<br />
Verder streven we naar geautomatiseerde voorraadbewaking. Nu<br />
gebeurt dat nog handmatig, tijdens de nachtdienst, aan de hand<br />
van barcodering. Dankzij die codes staat trouwens ook nauwkeurig<br />
geregistreerd welke materialen bij welke patiënt zijn<br />
gebruikt. In de toekomst streven we naar RFID (Radio Frequency<br />
Identification), een technologie om vanaf afstand (voorraad)<br />
informatie op te slaan of af te lezen met behulp van zogeheten<br />
RFID-tags, zoals die in de luchtvaart worden gebruikt bij het<br />
bagagevervoer.’<br />
GECERTIFICEERD<br />
‘Iets om extra trots op te zijn, is onze ISO9001:2008-certificering<br />
voor de logistieke processen. Dat we voldoen aan deze internationale<br />
norm voor kwaliteitsmanagement is een bekroning<br />
van onze afdeling Logistiek, en voor zover ik weet een primeur<br />
in de Nederlandse ziekenhuiswereld. In deze nationale voorbeeldfunctie<br />
zijn we graag bereid onze kennis en ervaring te<br />
delen. We gunnen ieder ziekenhuis zo’n gestroomlijnd logistiek<br />
proces dat bijdraagt aan verbetering van kwaliteit, veiligheid<br />
en efficiency. En niet te vergeten een goede financiële situatie<br />
door voorraadbeheer en proactieve sturing op derving. Kortom:<br />
genoeg argumenten om ons voorbeeld te volgen. En de webbased<br />
tool van ZorgSupply is vrij eenvoudig aan de specifieke situatie<br />
van ieder ziekenhuis aan te passen.’<br />
<strong>OK</strong> MANAGEMENT APRIL 2012 29
Lean gaat over het tegengaan<br />
van verspilling en het besparen<br />
van geld.<br />
30 <strong>OK</strong> K MANAGEMENT MA MAN MA MAN M AGE AG AGE AG AGE AG AGE AG AGE AG AGE AG AGE AG AGE AG AGE AG GE G GE GEEME<br />
MEN ME MEN M EN N NT<br />
APRIL APR A AAP PR R IL ILL 2012 201 20 201 20 201 20 201 20 201 20 201 2012 01 0<br />
Lean:<br />
Lean sijpelt door in de<br />
gezondheidszorg. Het is<br />
een manier om de<br />
kwaliteit van zorg te<br />
verbeteren. ‘Lean is jezelf<br />
elke dag afvragen wat er<br />
beter kan’, is een adagi-<br />
um. Lean is geen ingewik-<br />
keld gedoe; het gaat erom<br />
ingesleten gewoonten te<br />
veranderen.<br />
Tekst: Jan van Helsdingen |<br />
Foto: i Stockphoto
smeerolie op de <strong>OK</strong><br />
De patiënt in het ziekenhuis is bezig te transformeren in<br />
de klant. Dat dwingt hij voor een deel zelf af, dankzij de<br />
sociale media en de onuitputtelijke bron internet. Die<br />
mondigheid van de patiënt dwingt ziekenhuizen om hun diensten,<br />
zorg en vooral positieve resultaten aan de man te brengen.<br />
Het ziekenhuis moet gaan excelleren in aandacht en zorg voor<br />
die klantpatiënt. De professionals moeten niet meer voor, maar<br />
mét de patiënt denken. Of omgekeerd. Die professionals doen<br />
het als egeltjes: héél voorzichtig, want patiënten direct bij hun<br />
werk betrekken, vergt leren omdenken.<br />
Dus is er nu ook lean in de gezondheidszorg. ‘Dus’ ja, want<br />
lean is de smeerolie die een organisatie soepel doet lopen. Veel<br />
ziekenhuizen zijn er stapsgewijs mee begonnen. De ervaringen<br />
zijn pril en divers, positief en terughoudend. Scepsis is er omdat<br />
lean niet in de eerste plaats tot doel zou hebben om het welzijn<br />
van de patiënt in het ziekenhuis te bevorderen, maar om extra<br />
bezuinigingen door te kunnen voeren.<br />
MANIER VAN DENKEN<br />
‘Lean’ is een begrip uit het bedrijfsleven en staat voor een manier<br />
van denken. De grote doorbraak kwam na een Amerikaans<br />
onderzoek eind jaren tachtig onder de internationale automobielindustrie.<br />
Autofabrikant Toyota vertoonde unieke gedragspatronen:<br />
de fabrikant deed een heleboel dingen minder – minder<br />
inspanningen, minder toeleveranciers, minder voorraad, minder<br />
bedrijfsongevallen – maar bereikte meer resultaten. Dát is nu<br />
lean, zeiden de onderzoekers: de kunst om meer te bereiken met<br />
minder. Het bedrijfsleven omarmde lean innig en met liefde.<br />
Het boek Lean voor Dummies omschrijft lean als een heleboel:<br />
een filosofie, een verzameling principes, een taal met eigen<br />
jargon en afkortingen, een managementstrategie, een methode,<br />
een verzameling technieken, gedragingen en hulpmiddelen.<br />
Dit alles is gericht op het tegengaan van verspilling van<br />
zo ongeveer alles: mensen, tijd, plaats, middelen, materiaal,<br />
VERDER LEZEN OVER LEAN:<br />
Lean voor Dummies<br />
Auteurs: Natalie J. Sayer<br />
en Bruce Williams<br />
Uitgeverij: Pearson<br />
Education<br />
ISBN: 9789043016810<br />
Prijs: € 28,95<br />
Lean Six Sigma voor Dummies<br />
Auteurs: John Morgan en<br />
Martin Brenig-Jones<br />
Uitgeverij: Pearson<br />
Education<br />
ISBN: 9789043019002<br />
Prijs: € 20,95<br />
energie en natuurlijk geld. Het ultieme doel is op lange termijn<br />
een waardevolle verzorger, leverancier, dienstverlener<br />
of specialist van de klant te zijn. Lean is een levensstijl, die in<br />
het DNA van een organisatie moet gaan zitten.<br />
Van de 348 pagina’s in het boek gaan er slechts anderhalf over<br />
lean in de gezondheidszorg. Lean is tot nu toe vooral een zaak<br />
voor het bedrijfsleven, dat afhankelijk is van klanten. ‘Lean in<br />
de gezondheidszorg richt zich op de behoeften van de patiënt<br />
en streeft ernaar de doorlooptijden te verkorten, de kosten te<br />
drukken, minder ruimte in beslag te nemen, sneller te leveren<br />
en de kwaliteit van zorg te verbeteren.’<br />
TIJDWINST OP SEH<br />
Vorig jaar oktober promoveerde technisch bedrijfskundige<br />
Remco Rosmulder aan de Universiteit Twente. In zijn promotieonderzoek<br />
had hij gezien dat met lean de spoedeisende hulp in<br />
ziekenhuizen efficiënter kan, met behoud van kwaliteit. Een<br />
van zijn vijf projecten toont aan dat met een nieuw protocol<br />
voor de intake van patiënten de verblijftijd op de SEH met gemiddeld<br />
14 procent kan dalen. Bij dit project kregen verpleegkundigen<br />
meer verantwoordelijkheden en werd de gebruikelijke<br />
taakverdeling tussen artsen en verpleegkundigen doorbroken.<br />
Rosmulder: ‘De belangrijkste reden van het succes is dat artsen,<br />
verpleegkundigen en ziekenhuismanagers samenwerken bij de<br />
verbetering van de zorgverlening.’<br />
Voor managers die de leanaanpak statistisch willen onderbouwen,<br />
is er lean six sigma: een nauwgezette en gestructureerde<br />
benadering voor het managen en verbeteren van prestaties. Je<br />
bekijkt welke factoren van invloed zijn op het proces en hoe<br />
deze elkaar onderling beïnvloeden. Dat helpt om de juiste gereedschappen<br />
op de juiste plek en op de juiste manier te gebruiken.<br />
Voor het wegwijs maken in zowel lean als lean six sigma<br />
bieden trainings- en consultancybedrijven hun diensten aan.<br />
Verbeteringen komen bij lean vooral van de werkvloer. ■<br />
Lean in de zorg<br />
Auteurs: Marc Rouppe van<br />
der Voort en Jos Benders<br />
Uitgeverij: Boom / Lemma<br />
ISBN: 9789059317741<br />
Prijs: € 22,50<br />
<strong>OK</strong> MANAGEMENT APRIL 2012 31
Karin de Vries, unitleider <strong>OK</strong> Chirurgie VUmc:<br />
‘Lean gaat over<br />
verspillingen’<br />
Wat betekent lean praktisch voor een <strong>OK</strong>? ‘Dat mensen op de werkvloer verspillingen<br />
herkennen en daarmee aan de slag gaan.’ Zo simpel is het eigenlijk, volgens unitleider<br />
<strong>OK</strong> Chirurgie Karin de Vries. ‘Lean gaat om het oplossen van onpraktische dingen.’<br />
Tekst: Jan van Helsdingen | Foto: VUmc<br />
32 <strong>OK</strong> MANAGEMENT APRIL 2012
Het VUmc is in het najaar van 2010 met de invoering<br />
van lean begonnen, voor de <strong>OK</strong> voorzichtig in vijf vakgroepen:<br />
Orthopedie, Acute kamer, Dagchirurgie,<br />
Recovery en Logistiek. Daarnaast is er een Verbetergroep Samenwerking.<br />
Ook op andere afdelingen in het ziekenhuis zijn pilots<br />
gaande. Er zijn zeven speciaal daarvoor opgeleide leancoaches<br />
die medewerkers trainen. Aan de hand van de ervaringen zal de<br />
methodiek in alle veertien vakgroepen worden ingevoerd, zodat<br />
alle specialismen vertegenwoordigd zijn.<br />
De samenstelling van de Verbetergroep is variabel; er maakt<br />
altijd een van de vier vaste procesbegeleiders deel van uit, en<br />
daarnaast iemand van de werkvloer die iets in te brengen heeft<br />
en vaak een unitleider. De groep komt driemaal per week bij<br />
elkaar. Ook de samenstelling van de vakgroepen wisselt. Wel<br />
heeft elke vakgroep een vaste procesbegeleider. Procesbegeleiders<br />
hebben een training van vier avonden gehad.<br />
Karin de Vries is unitleider <strong>OK</strong> Chirurgie in het VU medisch<br />
centrum in Amsterdam en maakt deel uit van de vakgroep<br />
Orthopedie. ‘Lean gaat ontzettend over verspillingen. Alles wat<br />
verspilling is voor de patiënt, zou je uit het proces willen halen.<br />
De insteek is daarom dat mensen verspillingen herkennen en<br />
die uit het proces halen. Niet bij de top dumpen, maar zelf aan<br />
de slag gaan.’<br />
Ze noemt een voorbeeld: ‘Onlangs is een berging helemaal opnieuw<br />
ingedeeld. De ruimte stond boordevol met spullen en<br />
was heel onoverzichtelijk. Het is nu een feest om er binnen te<br />
komen: de overbodige spullen zijn weg, alles is opgeruimd. Dat<br />
idee kwam van de werkvloer.’<br />
Hoe verloopt het leanproces?<br />
‘Er is een vast stappenplan. Eerst moet de vakgroep zelf worden<br />
opgericht. De verschillende mensen, alle disciplines vertegenwoordigd,<br />
worden hiervoor benaderd. Zij krijgen voorlichting<br />
en een korte training. Het is de bedoeling dat dit team eerst het<br />
hele proces doorloopt waarmee een patiënt te maken krijgt.<br />
Die begint bij de receptie, gaat dan naar de holding, het hele<br />
traject af. Onderweg zie je veel knelpunten ontstaan: wachttijd,<br />
handelingen waar een patiënt niets aan heeft, dubbel werk.<br />
Het team pikt er een aantal KPI’s uit, bepaalt wat de norm moet<br />
zijn en bespreekt het meten daarvan. Dan wordt besproken:<br />
wanneer komen we bij elkaar? Liefst heel vaak, maar wel kort.<br />
Pas dan kun je van start. Ideaal is: met het team van de dag een<br />
programma doen en achteraf de stand-up houden. Je bespreekt<br />
de KPI’s en waar iedereen die dag tegenaan is gelopen: waren<br />
er wachttijden, was het programma bekend, wat liep niet? Vervolgens<br />
worden actiepunten bedacht om als vakgroep mee aan<br />
de slag te gaan.<br />
Bij orthopedie loopt het nog niet goed, omdat was bedacht dat<br />
we om halfvier een stand-up hebben, maar in negen van de tien<br />
keer is de <strong>OK</strong> dan niet klaar. Het blijkt ook dat niemand zich verantwoordelijk<br />
voelt als onze procesbegeleider – dat is hier een<br />
van onze operatieassistenten die het vakgebied als specialisme<br />
heeft – er niet is. Dan gaat de bijeenkomst niet door. Dat moet<br />
anders.<br />
We zijn nu formulieren aan het ontwikkelen: als mensen ergens<br />
tegenaan lopen, kunnen ze dat direct noteren. Ik kan dan eventjes<br />
langs de <strong>OK</strong> en die formulieren ophalen. Dat geldt overigens<br />
alleen voor orthopedie.<br />
De Verbetergroep Samenwerking is er voor iedereen. Iedere<br />
werknemer kan een probleem indienen. Bijvoorbeeld: de samenstelling<br />
van de dagkarren moet anders, want er zitten spullen in<br />
die we niet gebruiken. Heel praktische dingen. Wat het wel een<br />
beetje lastig maakt, is dat de indiener van een probleem direct<br />
probleemeigenaar is. Eventuele actiepunten moet hij zelf uitvoeren<br />
en in de volgende stand-up bespreken. Los van het feit dat<br />
niet iedereen daar zin in heeft, speelt ook tijd een rol. Het ziekenhuis<br />
is een 24 uursbedrijf. Iemand moet maar net kunnen.<br />
Van de andere kant: omdat alles (nog op papier) wordt gecommuniceerd,<br />
zien de medewerkers dat er heel concrete resultaten<br />
worden bereikt. Dat stimuleert.’<br />
Heb je voorbeelden van concrete verbeteringen?<br />
‘Bij orthopedie zijn op de <strong>OK</strong> twee dingen veranderd. Die waren<br />
vermoedelijk ook zonder lean wel gerealiseerd, omdat we er<br />
tegenaan liepen. We wilden meer informatie over de deurbewegingen<br />
om de vinger aan de pols te kunnen houden, want wij<br />
vinden dat er te veel in en uit wordt gelopen. Er zijn nu deurtellers<br />
geplaatst.<br />
Daarnaast is er een formulier ontwikkeld voor de planningsartsen<br />
die een patiënt op het programma plaatsen. In een aantal<br />
stappen wordt exacte informatie gevraagd. Als er bijvoorbeeld<br />
een prothese uit moet, moet je natuurlijk weten welke prothese<br />
dat precies is. Elke fabrikant heeft zijn eigen prothese, waardoor<br />
de ene niet altijd op de andere past. Dit formulier helpt de vakspecialist<br />
aan de juiste informatie.’<br />
Andere voorbeelden. Er zijn twee bergingen verwisseld. En er<br />
is iets simpels als markering van bedden op de gang ingevoerd.<br />
Op de grond is de plaats waar een bed moet komen te staan<br />
afgeplakt met tape. Zo wordt voorkomen dat die plekken met<br />
andere spullen worden volgestouwd. Op ons programma is nu<br />
het nummer van de tracer van een specialist te zien. Mensen<br />
die de boel klaarzetten voor de volgende dag kunnen de tracer<br />
bellen en vragen wat hij precies nodig heeft. Een simpele maar<br />
praktische oplossing, en je hebt er direct veel plezier van.’<br />
Welke hobbels kom je tegen als je met lean begint?<br />
‘De factor tijd is een hobbel, zeker op de <strong>OK</strong>. Het is gewoon lastig<br />
om iedereen vrij te maken zodat ze met problemen aan de slag<br />
<strong>OK</strong> MANAGEMENT APRIL 2012 33
ZEVEN VORMEN VAN VERSPILLING<br />
Lean kent zeven klassieke vormen van verspilling. Vertaald<br />
naar de <strong>OK</strong>-omgeving komt unitleider <strong>OK</strong> Chirurgie van het<br />
VUmc Karin de Vries op de volgende invulling ervan.<br />
1: Transport<br />
Je wilt niet te veel plekken langs om spullen te pakken. En<br />
je wilt de spullen zo dicht mogelijk bij een <strong>OK</strong> hebben. Daarom<br />
hebben wij twee magazijnen verwisseld. Een optimale<br />
indeling is niet altijd mogelijk, omdat de opslagplaatsen in<br />
bestaande gebouwen niet altijd ideaal zijn gesitueerd.<br />
2: Wachten<br />
Op een specialist wachten komt regelmatig voor. Maar ook<br />
wachten op bijvoorbeeld een röntgenlaborant. En wachten<br />
op uitslagen. Als de uitslag van een bloedtest bepaalt of iemand<br />
mag worden geopereerd, wil je daar niet op wachten.<br />
Dit soort dingen proberen we er nu dagelijks uit te halen.<br />
3: Overproductie<br />
Het kan bijvoorbeeld gebeuren dat er wél personeel is, maar<br />
een gereduceerd <strong>OK</strong>-programma, wat betekent dat er mensen<br />
‘niets’ lopen te doen. Vraag en aanbod zijn dan niet goed op<br />
elkaar afgestemd.<br />
4: Voorraad<br />
Je wilt te grote voorraden voorkomen en voorkomen dat er<br />
voorraad ligt op plekken waar je die niet nodig hebt. Daar-<br />
kunnen gaan. Het tijdstip is soms niet handig; het moet tussendoor.<br />
De leancoaches zeggen: je moet je agenda schikken naar<br />
lean. Dat is allemaal leuk en aardig, maar wie doen die andere<br />
taken dan?<br />
Een tweede hobbel is het enthousiasmeren van medewerkers.<br />
Niet alleen de unitleiders en de procesbegeleiders; we moeten<br />
het met z’n allen doen.’<br />
Welke lessen hebben jullie tot nu toe geleerd?<br />
‘Lean is een erg mooie gedachte en ik geloof in de methode op<br />
zich. Ik vind het heel positief dat medewerkers zelf met problemen<br />
aan de slag kunnen. Ik denk dat je die successen meer zou<br />
kunnen vieren, om iedereen te motiveren en te stimuleren. Je<br />
34 <strong>OK</strong> MANAGEMENT APRIL 2012<br />
voor moet je kritisch kijken naar de logistiek. Als het op is,<br />
moet het snel aangevuld kunnen worden, maar je wilt niet<br />
dat het mandje uitpuilt. Onze vakoudsten – elk specialisme<br />
heeft een operatieassistent die vakoudste is – houden de<br />
voorraden voor hun deel heel goed in de gaten.<br />
5: Bewegingen<br />
Overbodige bewegingen zijn ook verspilling, zoals spullen<br />
moeten halen die er hadden moeten zijn. Maar ook ergonomie.<br />
Dat je bijvoorbeeld een trappetje nodig hebt om<br />
iets te pakken. Het komt wel voor dat uitslagen of foto’s<br />
nodig zijn om te kunnen starten terwijl die nog niet zijn<br />
opgevraagd.<br />
6: Fouten<br />
Bijvoorbeeld een foutief uitgevoerde ingreep. Wij kiezen<br />
ervoor om DIM-meldingen niet óók via lean in te brengen,<br />
anders krijgen we zaken die langs elkaar heen lopen.<br />
7: Overprocessing<br />
Hieronder vallen overbodige handelingen, zoals handelingen<br />
die dubbel worden gedaan of niet nodig zijn. Soms zie ik<br />
dingen in de administratie die beter zouden kunnen, maar<br />
dat is een zaak voor de ICT-afdeling. En ziekenhuizen lopen<br />
op dit gebied nog achter. Soms wordt er niet logisch gehandeld.<br />
Dat heeft soms meer te maken met bewustzijn dan met<br />
een haperend proces.<br />
zult nooit iedereen meekrijgen, maar dat hoeft ook niet. Je kunt<br />
het heel klein houden door medewerkers zelf problemen in te<br />
laten brengen.<br />
Maar lean is niet het ei van Columbus voor de oplossing van alle<br />
problemen in een ziekenhuis. De gezondheidszorg is heel lastig<br />
om in te werken. Iedereen beschouwt zich als een professional<br />
en iedereen denkt dat hij het goed doet. Vraag iets aan tien mensen<br />
en je zult tien verschillende antwoorden krijgen. Dat maakt<br />
het heel moeilijk om dingen voor elkaar te krijgen en te borgen,<br />
want iedereen vindt dat zijn manier de beste is. Specialisten<br />
hebben dat al helemaal. Dat maakt het lastig om zo’n methodiek<br />
als lean in te voeren. Van cruciaal belang is dat het management<br />
en zeker ook de specialisten het proces dragen en faciliteren.’ ■
Tekst: Menno Goosen<br />
Psychologie voor<br />
managers<br />
Leidinggeven aan<br />
verschillende karakters<br />
Auteur: Manon Bongers<br />
Uitgeverij: Academic Service<br />
ISBN: 9789052618883<br />
Prijs: € 24,95<br />
Psychologie voor managers gaat<br />
over het begrijpen van en omgaan<br />
met verschillende karakters en<br />
uiteenlopend gedrag van medewerkers,<br />
met als doel je effectiviteit<br />
van leidinggeven te versterken. Het<br />
boek gaat de diepte in door ook<br />
inzicht te geven in gewoontepatronen,<br />
werkstijlen, persoonlijkheidscategorieën<br />
en persoonlijkheidstrekken<br />
van de mensen waar je op<br />
de werkvloer mee te maken hebt.<br />
Wie ben je als leider? Hoe maak je<br />
jezelf zichtbaar in het leidinggeven<br />
aan je medewerkers? Hoe zet je<br />
jouw persoonlijkheid in als leider?<br />
Essentiële vragen om je invloed en<br />
overtuigingskracht als leidinggevende<br />
te vergroten en effectief te<br />
kunnen toepassen.<br />
Managen = Gewoon<br />
Doen<br />
Praktische ideeën voor de<br />
chef, manager, akela,<br />
teamleider, baas en<br />
projectmanager<br />
Auteur: Rudy Kor<br />
Uitgeverij: Kluwer<br />
ISBN: 9789013094886<br />
Prijs: € 37,50<br />
Rudy Kor neemt de acht managementrollen<br />
van de Amerikaanse<br />
wetenschapper Quinn als uitgangspunt<br />
in zijn boek. Het boek besteedt<br />
aandacht aan de volgende onderwerpen:<br />
acht rollen van managers, inhoudsopgave<br />
van een missie, twaalf<br />
regels voor het structureren van een<br />
organisatie, suggesties voor effectief<br />
leidinggeven, zes eisen voor een<br />
procesbeschrijving, praktische richtlijnen<br />
voor een organisatiediagnose,<br />
twaalf vragen bij de start van een<br />
project en manieren om een conflict<br />
constructief op te lossen.<br />
Het boek biedt de (beginnende)<br />
manager een duidelijk overzicht van<br />
zijn taken en de niet-managende<br />
lezer een indruk van de zaken waarover<br />
managers zich zoal druk maken.<br />
MANAGEMENTBOEKEN<br />
Managementboeken besteedt aandacht aan uitgaven op het gebied van, coaching, team- en<br />
managementvaardigheden. Recensie-exemplaren kunt u samen met een persbericht sturen<br />
naar: <strong>OK</strong> Management, Postbus 10208, 1001 EE Amsterdam.<br />
Het leiderschapsboek<br />
Auteur: Mark Anderson<br />
Uitgeverij: Pearson Education /<br />
Prentice Hall<br />
ISBN: 9789043022590<br />
Prijs: € 25,95<br />
Het leiderschapsboek behandelt de<br />
belangrijkste uitdagingen waar je<br />
als leider dagelijks mee te maken<br />
krijgt. Het laat zien hoe je het beste<br />
uit jezelf en je team haalt. Voor elke<br />
situatie lees je wat het werkelijke<br />
probleem is, welke uitdagingen<br />
ermee samenhangen, welke belangrijke<br />
acties je als leider kunt<br />
ondernemen, wat de maatstaven<br />
voor succes zijn en welke valkuilen<br />
je moet omzeilen. In dit boek<br />
staan ook de belangrijkste hulpbronnen<br />
op het gebied van human<br />
resources, technologische innovatie<br />
en kennisontwikkeling om je leiderschapsvaardigheden<br />
nog verder te<br />
ontwikkelen.<br />
Oei, ik groei!<br />
Voor managers<br />
Spring door je mentale<br />
blokkades<br />
Auteurs: Frans X. Plooij en<br />
Margreet Twijnstra<br />
Uitgeverij: Kosmos<br />
ISBN: 9789021550367<br />
Prijs: € 21,95<br />
Misschien komt de titel Oei ik groei!<br />
je bekend voor. Dit boek is namelijk<br />
al vijftien jaar een bestseller over de<br />
mentale ontwikkeling van een baby.<br />
Uit onderzoek is gebleken dat de<br />
theorie achter de mentale sprongetjes<br />
uit dit babyboek ook toe te passen<br />
is in het werkende leven. Frans<br />
X. Plooij en Margreet Twijnstra leggen<br />
aan de hand van de perceptual control<br />
theory uit dat managers én organisaties<br />
kunnen groeien als zij hun<br />
mentale blokkades herkennen en hier<br />
doorheen durven te gaan. Hun boodschap<br />
is: als je weet hoe persoonlijke<br />
groei ontstaat, kun je niet meer om<br />
mensgericht managen heen. Dat is<br />
namelijk de enige manier waarop<br />
individuen groeien: door persoonlijk<br />
en op mentaal niveau betrokken te<br />
raken bij en zich te verbinden aan de<br />
bovenliggende doelen en belangen.<br />
<strong>OK</strong> MANAGEMENT APRIL 2012 35
Een uitdaging die je met beide handen aanpakt?<br />
Ben jij die zorgprofessional die wel van aanpakken weet? Die niet te beroerd is om elke dag weer de handen uit<br />
de mouwen te steken en het beste van zichzelf te geven? Dan ben je helemaal klaar voor TMI, dé detacheerder<br />
in de Zorg. Want daar kun je met een vast dienstverband op verschillende plekken in de zorg aan de slag. Dus pak<br />
aan, investeer in jezelf en kom eens praten. TMI is altijd op zoek naar de meest gemotiveerde mensen in de zorg,<br />
dus meld je nu aan op www.tmi-interim.nl voor Eerste Hulp bij Overstappen. Je kunt ons ook mailen op<br />
info@tmi-interim.nl of bellen op 020 717 35 27.<br />
Eerste Hulp Bij Overstappen?<br />
Ga dan snel naar www.tmi-interim.nl<br />
Oogziekenhuis Zonnestraal is een zelfstandig ziekenhuis dat zich volledig richt op oogheelkundige<br />
zorg. Wij zijn een professionele, snelgroeiende organisatie met circa 185 medewerkers, die werkzaam<br />
zijn in verschillende vestigingen in het land. Kenmerkend voor Oogziekenhuis Zonnestraal is de open<br />
bedrijfscultuur, waarin dagelijks wordt gewerkt aan het realiseren van onze gezamenlijke doelstelling,<br />
namelijk het leveren van kwalitatief hoogstaande zorg met korte wachtlijsten en een hoge servicegraad.<br />
Voor diverse vestigingen zijn wij op zoek naar:<br />
<strong>OK</strong>-Assistenten M/V<br />
Kijk voor meer informatie over deze en andere vacatures op p onze website<br />
www.oogziekenhuiszonnestraal.nl<br />
Heb je interesse?<br />
Stuur dan je sollicitatie per e-mail naar m.rietveld@oogziekenhuiszonnestraal.nl<br />
of schriftelijk naar Mirjam Rietveld, personeelszaken, Postbus 413, 1200 AK Hilversum.<br />
Acquisities n.a.v. deze advertentie worden niet op prijs gesteld.<br />
36 <strong>OK</strong> OPERATIONEEL APRIL 2012<br />
Kennis<br />
Kunde<br />
Kwaliteit
Voorkomen is veel beter dan genezen<br />
Insecten op de <strong>OK</strong><br />
Het Atrium Medisch Centrum, het Rijnstate Ziekenhuis,<br />
de MC Groep: het zijn enkele ziekenhuizen die<br />
zich onlangs genoodzaakt zagen om één of enkele<br />
<strong>OK</strong>’s te sluiten wegens ongedierte. Dat dit zeer grote<br />
logistieke en financiële consequenties heeft, moge<br />
duidelijk zijn. Wat is er aan dit grote probleem te doen?<br />
TEKST: CYRIEL DOEVENDANS, ADVISEUR BIJ KENNISCENTRUM DIERPLAGEN,<br />
WWW.KAD.NL. | CARTOON: IMKE GRASMAN<br />
Of het nu vliegen, lieveheersbeestjes<br />
of motmuggen zijn, insecten<br />
vormen een zeer groot infectierisico.<br />
Het Kenniscentrum Dierplagen is<br />
vorig jaar door een aantal ziekenhuizen<br />
benaderd voor problemen op onder meer<br />
<strong>OK</strong>’s. Zo zijn bij enkele ziekenhuizen<br />
klustervliegen, motmuggen, spinthoutkevers<br />
en hommelwasmotten aangetroffen.<br />
Een plaag kan overal in een gebouw ontstaan<br />
als aan de basale levensvoorwaarden<br />
van het betreffende dier wordt voldaan.<br />
Deze bestaan vaak uit voedsel,<br />
schuilgelegenheid, warmte en vocht. Als<br />
mens creëren we, vaak onbewust en onbedoeld,<br />
zelf omstandigheden waaronder<br />
deze dieren goed gedijen. Denk aan<br />
slechte hygiëne, bouwkundige gebreken<br />
of goede transportmogelijkheden voor<br />
deze dieren.<br />
Een tegenwoordig veelvuldig voorkomend<br />
probleem ontstaat door het zogenoemde<br />
‘droge reinigen’. Daardoor worden<br />
putjes en (afvoer)leidingen minder<br />
goed en frequent doorgespoeld. Afvoeren<br />
kunnen zo droog komen te staan en leidingen<br />
kunnen dichtslibben. Er is dan<br />
geen afgesloten waterslot meer. Uiteindelijk<br />
kunnen op deze manier motmuggen<br />
vanuit rioleringen gebouwen betreden.<br />
Een ander voorbeeld zijn overwinterende<br />
vliegen, zoals de klustervlieg.<br />
Deze kunnen een ware plaag vormen op<br />
hoger gelegen verdiepingen, zeker in<br />
ziekenhuizen die op hoger gelegen<br />
plaatsen zijn gebouwd of zo veel verdiepingen<br />
tellen dat ze boven de boomgrens<br />
uitsteken. Deze vliegen dringen<br />
via openingen aan de buitenzijde door<br />
in de spouwmuren om te overwinteren<br />
in isolatiemateriaal. Klustervliegen kunnen<br />
zowel in het najaar als in het voorjaar<br />
tot problemen leiden.<br />
Alles melden<br />
De oplossing voor al deze overlastgevende<br />
insecten is integrated pest management<br />
(IPM). Dit betekent afscheid nemen<br />
van de traditionele ‘ongediertebestrijding’,<br />
die de nadruk legt op de bestrijding,<br />
en overgaan naar een aanpak op<br />
basis van preventie. Bewustwording is<br />
hierbij een belangrijk aspect: bewust<br />
omgaan met factoren als voedsel, temperatuur,<br />
vochtigheid, keuze voor materialen<br />
en dergelijke. Juist deze factoren<br />
spelen een rol bij overlast. Door een<br />
goede controle hierop uit te voeren met<br />
risico-inventarisaties, kunnen de risico’s<br />
worden ingeperkt dan wel worden tot<br />
nul teruggebracht.<br />
IPM dient te zijn geïntegreerd in de totale<br />
bedrijfsvoering. Vanzelfsprekend<br />
spelen de acceptatiegrens en de risicoclassificering<br />
van ruimten binnen een<br />
ziekenhuis een rol: een vlieg op een operatieafdeling<br />
kent een andere prioriteit<br />
dan een vlieg bij het afvaldepot. Beide<br />
problemen zul je echter moeten signaleren<br />
en in beide gevallen zul je maatregelen<br />
moeten treffen. Plaagdierbeheersing<br />
vormt een wezenlijk onderdeel van de<br />
infectiepreventieketen.<br />
<strong>OK</strong>-personeel zal elk signaal dat duidt op<br />
de aanwezigheid van een plaagdier dienen<br />
te melden. Daarop dient vervolgens<br />
binnen 24 uur actie te volgen, in eerste<br />
instantie door een grondige inspectie.<br />
Maar het begint niet bij melden. Bij een<br />
melding is het leed al geschied. Zoals<br />
gezegd dienen vooraf de risico’s al in<br />
kaart te zijn gebracht door een gedegen<br />
risico-inventarisatie. Door vooraf de juiste<br />
maatregelen te treffen kunnen veel<br />
plagen worden voorkomen.<br />
Literatuur<br />
WHO, Public Health Significance of Urban<br />
Pest, 2008.<br />
<strong>OK</strong> OPERATIONEEL APRIL 2012 37
Kunstlederhuid bij brandwonden<br />
Brandwonden worden vaak behandeld met een autoloog<br />
huidtransplantaat. Leidt een combinatie met een kunstmatige<br />
dermis tot betere functionele en cosmetische resultaten? En<br />
hoe meet je dat eigenlijk?<br />
TEKST: DR. MONICA BLOEMEN-BOOT, VERENIGING SAMENWERKENDE BRANDWONDENCENTRA<br />
NEDERLAND<br />
De laatste decennia is de acute<br />
zorg voor brandwondenpatiënten<br />
verbeterd. Dit heeft geresulteerd<br />
in een reductie van de mortaliteit na verbranding,<br />
met name bij patiënten met<br />
een hoog percentage totaal verbrand lichaamsoppervlak.<br />
De morbiditeit van het<br />
letsel is echter niet veel verbeterd, want er<br />
is nog steeds geen adequate behandeling<br />
om de vorming van littekens te voorkomen.<br />
Voor mijn proefschrift Artificial skin in<br />
burns heb ik onderzocht of dermale substitutie<br />
(het gebruik van een kunstlederhuid)<br />
de genezing van brandwonden kan<br />
verbeteren en de vorming van littekens<br />
kan verminderen. Ook heb ik gekeken of<br />
een combinatie van de kunstlederhuid<br />
met negatieve-druktherapie effect heeft<br />
op de littekenvorming.<br />
Oorzaken en therapieën<br />
Veel processen die een rol spelen bij littekens<br />
zijn nog onopgehelderd. Bij de vorming<br />
van littekenhypertrofie (verdikte<br />
littekens) zijn mogelijk moleculaire en<br />
cellulaire processen van betekenis. Het is<br />
echter nog onduidelijk of deze processen<br />
oorzaak of gevolg zijn van hypertrofe<br />
littekens. Ook immunologische processen<br />
bij de aanzet van wondgenezing lijken<br />
38 <strong>OK</strong> OPERATIONEEL APRIL 2012<br />
een belangrijke rol te spelen bij het ontstaan<br />
van hypertrofe littekens.<br />
Om littekenvorming te verminderen lijkt<br />
het belangrijk te zijn vroeg in het proces<br />
van wondgenezing in te grijpen. De standaardbehandeling<br />
van een diep dermale<br />
of volledige-diktebrandwond is een transplantatie<br />
met een gespleten autoloog<br />
huidtransplantaat, bestaande uit de epidermale<br />
en (mogelijk) een klein gedeelte<br />
van de dermale laag (zie figuur 1).<br />
Postoperatieve maatregelen ter preventie<br />
van hypertrofie zijn het gebruik van silicone,<br />
drukkleding en corticosteroïden. In de<br />
behandeling van de hypertrofe littekens<br />
worden behalve deze therapieën ook laser,<br />
cryotherapie en (plastisch-)chirurgische<br />
behandelingen toegepast.<br />
De precieze werking van de therapieën is<br />
vaak niet volledig duidelijk. Bovendien is<br />
de effectiviteit veelal niet onderzocht in<br />
klinische (gerandomiseerde) trials met<br />
Burn wound<br />
Epidermis<br />
Dermis<br />
Figuur 1 Brandwond behandeld met de standaardbehandeling, een autoloog<br />
huidtransplantaat.<br />
Burn wound<br />
Figuur 2 Brandwond behandeld met een dermaal substituut en een autoloog<br />
huidtransplantaat.<br />
SSG<br />
Subcutis<br />
SSG<br />
Epidermis<br />
Dermis<br />
Dermal substitute<br />
Subcutis
Wondevaluatie: ‘take rate’ en wondepithelialisatie<br />
Wat is het effect van een wondbehandeling? Hoe verloopt de<br />
wondgenezing of littekenvorming bij een individuele patiënt?<br />
Om dit te kunnen onderzoeken is het nodig de wond te evalueren,<br />
zowel subjectief als objectief. Deze metingen dienen betrouwbaar<br />
te zijn (levert de meting steeds dezelfde score op als<br />
zij onder dezelfde omstandigheden wordt herhaald?) en valide<br />
(meet de test wat hij moet meten?) om evidenced-based medicine<br />
te kunnen beoefenen.<br />
Voor mijn proefschrift onderzocht ik de betrouwbaarheid van<br />
twee belangrijke meetmethoden voor wondgenezing, oftewel<br />
wondparameters: de take rate (in hoeverre slaat het aangebrachte<br />
autologe huidtransplantaat aan?) en wondepithelialisatie<br />
(in hoeverre is de wond gesloten/genezen?). Deze wondparameters<br />
worden normaliter door de clinicus beoordeeld<br />
tijdens een bed-side-procedure, maar de validiteit en de betrouwbaarheid<br />
van een dergelijke meting zijn nooit eerder<br />
onderzocht.<br />
Uit onderzoek beschreven in mijn proefschrift blijkt dat de<br />
subjectieve meting van beide wondparameters betrouwbaar is,<br />
mits een ervaren clinicus de meting verricht. Een ervaren clinicus<br />
heeft na één meting een redelijk betrouwbaar oordeel van<br />
zowel take rate als wondepithelialisatie. Het blijkt dat de ervaring<br />
van de clinicus de betrouwbaarheid van de meting beïnvloedt:<br />
ervaren clinici scoren een hogere betrouwbaarheid dan<br />
minder ervaren clinici.<br />
Vervolgens is gekeken of de subjectieve meting van de wondparameter<br />
wondepithelialisatie valide is. Daarvoor is gekeken<br />
grote patiëntenpopulaties en zijn er<br />
geen langetermijnstudies uitgevoerd.<br />
Dermaal substituut<br />
Het is bekend dat juist het herstel van de<br />
dermis belangrijk is voor de kwaliteit van<br />
het litteken. Al jaren bestudeert onze<br />
onderzoeksgroep een acellulair dermaal<br />
substituut dat bestaat uit rundercollageen<br />
en een elastinehydrolysaat. Een dergelijke<br />
kunstlederhuid onder een huidtransplantaat<br />
(zie figuur 2) zou zorgen<br />
voor een betere functionele en cosmetische<br />
littekenkwaliteit dan de standaardbehandeling<br />
met alleen een autoloog<br />
huidtransplantaat.<br />
Van 1996 tot 1998 vergeleek de onder-<br />
zoeksgroep in een eerste klinische studie<br />
de behandeling met het dermale substituut<br />
met de standaardbehandeling in<br />
acute brandwonden en reconstructieve<br />
wonden (littekens van oude brandwonden<br />
die een chirurgische reconstructie ondergaan,<br />
waarbij een nieuwe wond ontstaat).<br />
Er deden 62 patiënten aan mee, van wie<br />
sommigen met meerdere littekengebieden.<br />
Het positieve effect van dermale substitutie<br />
werd aangetoond bij reconstructieve<br />
wonden; deze waren drie maanden<br />
postoperatief significant elastischer. Dit<br />
verschil was twaalf maanden postoperatief<br />
nog steeds aanwezig, zij het niet<br />
significant. In de acute brandwonden<br />
werd geen verschil in littekenkwaliteit<br />
of de resultaten van de subjectieve meting correleren met de<br />
metingen verricht met digitale beeldanalyse (zie figuur<br />
hieronder). Hiervoor moest eerst worden onderzocht of deze<br />
digitale beeldanalyse betrouwbaar is. Dat bleek zo te zijn.<br />
Vervolgens werd een sterke correlatie aangetoond tussen de<br />
subjectieve meting van de clinicus en de metingen verricht<br />
door de digitale beeldanalyse. De subjectieve meetmethode is<br />
daarmee valide gebleken.<br />
De meting van wondepithelialisatie met – objectieve – digitale<br />
beeldanalyse is tijdrovend. Daarom wordt de – subjectieve –<br />
bed-sidemeting van de clinicus geschikter bevonden voor de<br />
dagelijkse praktijk.<br />
Digitale beeldanalyse bij een foto van getransplanteerde<br />
huid.<br />
gezien tussen de wonden behandeld met<br />
dermale substitutie en de standaardbehandeling.<br />
Een verklaring hiervoor zou<br />
kunnen liggen in de vertraagde en verminderde<br />
take rate (de ingroei of het ‘aanslaan’,<br />
zie ook kader ‘Wondevaluatie:<br />
“take rate” en wondepithelialisatie’) van<br />
het autologe huidtransplantaat in de acute<br />
brandwonden behandeld met het dermale<br />
substituut. In deze wonden zijn<br />
bijvoorbeeld veel meer toxische producten<br />
aanwezig, die een negatieve invloed<br />
op de take rate zouden kunnen hebben.<br />
Een onderzoek beschreven in mijn proefschrift<br />
kijkt naar de langetermijneffectiviteit<br />
van de kunsthuid. Patiënten die van<br />
1996 tot 1998 waren geïncludeerd in de<br />
<strong>OK</strong> OPERATIONEEL APRIL 2012 39
Figuur 3 Brandwond behandeld met een dermaal substituut, een autoloog<br />
huidtransplantaat en negatieve-druktherapie.<br />
klinische trial, werden in 2008 opgeroepen<br />
voor een evaluatie van hun littekens.<br />
In deze follow-up werden meer littekenaspecten<br />
(zie kader ‘Littekenevaluatie:<br />
reliëf’) geëvalueerd dan in de originele<br />
Littekenevaluatie: reliëf<br />
In klinisch onderzoek worden metingen<br />
aan littekens bij voorkeur zowel<br />
subjectief als objectief verricht. De<br />
laatste jaren zijn objectieve meetinstrumenten<br />
beschikbaar gekomen<br />
voor verschillende littekenaspecten,<br />
zoals de littekenelasticiteit, pigmentatie<br />
en vascularisatie. Het reliëf van<br />
een litteken wordt doorgaans echter<br />
alleen gemeten met een subjectieve<br />
evaluatieschaal; een geschikt objectief<br />
meetinstrument voor littekenreliëf<br />
werd nog niet gebruikt. Toch is<br />
het reliëf een belangrijke maat bij<br />
littekens: zowel de clinicus als de<br />
patiënt beschouwt voornamelijk dit<br />
aspect van littekens als storend en<br />
afwijkend.<br />
Voor mijn proefschrift heb ik daarom<br />
onderzoek gedaan naar een objectief<br />
meetinstrument voor reliëf in normale<br />
huid en in littekens. Het non-invasieve<br />
meetintrument dat ik bestudeerde heet<br />
40 <strong>OK</strong> OPERATIONEEL APRIL 2012<br />
Burn wound<br />
Topical negative pressure<br />
therapy<br />
SSG<br />
Epidermis<br />
Dermis<br />
Dermal substitute<br />
Subcutis<br />
studie, aangezien er inmiddels meer<br />
subjectieve en objectieve littekenevaluatiemethoden<br />
waren ontwikkeld en kritisch<br />
geëvalueerd. Zo werd nu gebruikgemaakt<br />
van een objectieve kleurmeter<br />
Phaseshift Rapid In Vivo Measurement<br />
of the Skin (PRIMOS, zie figuur hieronder).<br />
Dit instrument produceert een<br />
driedimensionaal beeld van de microtopografie<br />
van de huid en geeft vervolgens<br />
het reliëf weer in verschillende<br />
parameters.<br />
De reliëfparameters van de PRIMOS<br />
toonden een goede betrouwbaarheid<br />
voor de meting van normale huid en<br />
camera<br />
(Derma spectrometer), een verbeterde<br />
subjectieve littekenevaluatieschaal (de<br />
POSAS) en een objectief meetinstrument<br />
voor het reliëf (PRIMOS). De elasticiteit is<br />
gemeten met de Cutometer.<br />
Twaalf jaar na het gebruik van het dermale<br />
substituut blijken er nog steeds positieve<br />
effecten van deze behandeling aantoonbaar,<br />
voornamelijk bij reconstructieve<br />
littekens. De langetermijnresultaten<br />
tonen aan dat de reconstructieve littekens<br />
behandeld met het dermale substituut<br />
significant gladder zijn dan de littekens<br />
die de standaardbehandeling hebben ondergaan.<br />
De elasticiteit van reconstructieve<br />
littekens behandeld met het dermale<br />
substituut is eveneens beter dan die van<br />
reconstructieve littekens zonder substituut,<br />
net als uit de originele studie was<br />
gebleken. Deze verschillen zijn echter niet<br />
statistisch significant.<br />
littekens: er is slechts één meting door<br />
één onderzoeker nodig voor een betrouwbare<br />
bepaling van het reliëf.<br />
Daarnaast werd een sterke correlatie<br />
gevonden tussen de reliëfmeting door<br />
de PRIMOS en door de subjectieve evaluatieschaal.<br />
Dit objectieve instrument<br />
is dus niet alleen een betrouwbare<br />
maar ook een valide meetmethode voor<br />
littekenreliëf.<br />
digital fringe<br />
projection unit<br />
fringe pattern projected<br />
on skin area<br />
Het meetinstrument voor reliëf in normale huid en littekens: de Phaseshift<br />
Rapid In Vivo Measurement of the Skin (PRIMOS).
Figuur 4 Patiënt behandeld met een dermaal substituut, een autoloog huidtransplantaat en negatieve-druktherapie.<br />
Negatieve-druktherapie<br />
In 2003 is voor het eerst gepubliceerd<br />
over de behandeling van een dermaal<br />
substituut in combinatie met negatievedruktherapie.<br />
Deze studie toont aan dat<br />
door deze therapie de take rate van het<br />
dermale substituut bij reconstructieve<br />
wonden significant wordt verhoogd en<br />
versneld.<br />
Voor mijn proefschrift is onderzocht of<br />
negatieve-druktherapie de take rate van<br />
een huidtransplantaat boven op een dermaal<br />
substituut eveneens zal verbeteren<br />
in de behandeling van acute brandwonden<br />
(zie figuren 3 en 4). Daarnaast is<br />
gekeken naar het effect op wondcontaminatie,<br />
wondepithelialisatie en verschillende<br />
littekenaspecten, waaronder<br />
elasticiteit. Een verbeterde take rate in<br />
acute brandwonden behandeld met een<br />
dermaal substituut kan leiden tot een<br />
verbeterde wondgenezing en een verhoogde<br />
littekenkwaliteit.<br />
In de drie Nederlandse brandwondencentra<br />
is een klinische gerandomiseerde studie<br />
uitgevoerd. In deze studie werden vier<br />
verschillende behandelingen onderzocht<br />
in patiënten met acute brandwonden die<br />
een indicatie hadden voor een huidtransplantatie:<br />
de behandeling met een autoloog<br />
huidtransplantaat alleen, die met<br />
een huidtransplantaat in combinatie met<br />
een dermaal substituut, en deze beide<br />
behandelingen met en zonder negatievedruktherapie.<br />
In de vier behandelgroepen was de take<br />
rate van het huidtransplantaat zeer hoog<br />
(> 92%). Tussen de behandelgroepen werd<br />
geen significant verschil gevonden in take<br />
rate van het huidtransplantaat, noch in<br />
wondepithelialisatie. De groep behandeld<br />
met negatieve-druktherapie vertoonde wel<br />
significant minder wonden met postoperatieve<br />
wondcontaminatie dan de andere<br />
behandelgroepen. En twaalf maanden<br />
postoperatief zijn de littekens van de<br />
groep behandeld met het dermale substituut<br />
in combinatie met negatieve-druktherapie<br />
significant elastischer dan die<br />
van de andere groepen.<br />
Conclusie<br />
Uit mijn proefschrift is te concluderen dat<br />
het dermale substituut zelfs op de lange<br />
termijn positieve effecten oplevert, voornamelijk<br />
bij reconstructieve littekens.<br />
Bovendien is aangetoond dat het gebruik<br />
van negatieve-druktherapie de effectiviteit<br />
van dermale substitutie in acute brandwonden<br />
positief beïnvloedt.<br />
▼<br />
<strong>OK</strong> OPERATIONEEL APRIL 2012 41
Tekst: Menno Goosen<br />
42 <strong>OK</strong> OPERATIONEEL APRIL 2012<br />
Kijk op medicijnen<br />
Auteur: Arijan Porsius<br />
Uitgeverij: Prelum Uitgevers<br />
ISBN: 9789085621027<br />
Prijs: € 37,50<br />
Bij het vaststellen van het medicatiebeleid<br />
van patiënten gaat het<br />
in de meeste gevallen goed. Toch<br />
zijn er ook nog onnodige missers. Een kritische<br />
kijk op medicijnen is geen overbodige luxe. Wat is<br />
de rationele aanpak van een aantal veelvoorkomende<br />
ziekten? Welke combinaties van medicijnen zijn<br />
ongewenst en waarom? Hoe verwerkt ons lichaam<br />
de chemische stoffen en wat zijn de risico’s? Waarom<br />
en wanneer ontstaan bijwerkingen? Is er nog<br />
een plaats voor alternatieve geneeswijzen? Hoe zit<br />
het met de invloed van de farmaceutische industrie?<br />
Wat is in dit verband de rol van apothekers,<br />
huisartsen en medisch specialisten? In dit boek<br />
geeft de auteur een heldere uitleg over tal van veelvoorkomende<br />
ziekteprocessen. Ook de werkingsmechanismen<br />
van bepaalde medicamenten worden<br />
uitvoerig behandeld. Een handig boek voor anesthesiemedewerkers<br />
en iedereen die geïnteresseerd<br />
is in de werking van medicijnen.<br />
Farmacologie<br />
Auteurs: Roger McFadden en<br />
Justus Hollander<br />
Uitgeverij: Pearson Education<br />
ISBN: 9789043019644<br />
Prijs: € 40,95<br />
Farmacologie is een inleidend studieboek voor studenten<br />
die voor het eerst in aanraking komen<br />
met het vakgebied. Het boek legt in duidelijke<br />
taal uit wat de algemene werking en de bijwerking<br />
zijn van medicijnen op cellen en organen.<br />
Verder gaat het boek in op de meest gebruikte<br />
medicijngroepen en de specifieke effecten die ze<br />
hebben op systemen in het lichaam. Het boek<br />
bevat verschillende didactische hulpmiddelen<br />
om de student te helpen de stof te begrijpen en<br />
op te nemen.<br />
Microbiologie en infectieziekten<br />
Auteurs: A.I.M. Hoepelman, A.C.M. Kroes,<br />
R.W. Sauerwein en H.A. Verbrugh<br />
Uitgeverij: Bohn Stafleu van Loghum<br />
ISBN: 9789031379439<br />
Prijs: € 93,95<br />
MRSA, ESBL … infectieziekten zijn<br />
een hot item op de <strong>OK</strong>. Het boek Microbiologie<br />
en infectieziekten behandelt<br />
alle soorten infecties en alle aandachtsgebieden<br />
binnen de medische<br />
microbiologie. De indeling van dit boek is gebaseerd op<br />
klinisch relevante groepen van infectieziekten, waarbij<br />
de nadruk is gelegd op die infectieziekten die een arts<br />
in Nederland en Vlaanderen regelmatig tegenkomt. In<br />
vergelijking met de voorgaande drukken worden veel<br />
ziektebeelden uitgebreider besproken, zijn nieuwe verwekkers<br />
opgenomen en is een hoofdstuk over ooginfecties<br />
toegevoegd. Ook is meer aandacht besteed aan de<br />
basale aspecten van de medische microbiologie. Het<br />
inleidende hoofdstuk is daartoe uitgebreid, en op diverse<br />
plaatsen is meer aandacht besteed aan het menselijke<br />
afweersysteem. De hoofdstukken zijn van illustraties<br />
voorzien en vrijwel alle ziektebeelden worden toegelicht<br />
aan de hand van een patiëntencasus.<br />
Vasculaire geneeskunde<br />
in beeld<br />
Auteurs: J. de Graaf en<br />
A.F.H. Stalenhoef<br />
Uitgeverij: Springer<br />
ISBN: 9789031391585<br />
Prijs: € 45,00<br />
Voor het stellen van een juiste<br />
dia gnose is een goede differentiaaldiagnose<br />
gebaseerd op anamnestische<br />
gegevens en bevindingen bij lichamelijk onderzoek<br />
essentieel. Vasculaire geneeskunde in beeld bevat<br />
veertig casussen van veelvoorkomende, maar ook zeldzame,<br />
afwijkingen binnen de vasculaire geneeskunde<br />
waar ‘kijken en zien’ een prominente rol kunnen spelen.<br />
In het boek staan casussen voor zowel de eerste<br />
lijn als de tweede lijn.<br />
‘Boeken’ besteedt aandacht aan uitgaven op het gebied van chirurgie en daarmee samenhangende vakgebieden<br />
en de gezondheidszorg in het algemeen. Recensie-exemplaren kunt u samen met een persbericht sturen naar:<br />
<strong>OK</strong> Operationeel, Postbus 10208, 1001 EE Amsterdam.
Handboek vaatheelkunde<br />
Auteurs: I. Fourneau, P. van den Brande,<br />
P. van Schil en<br />
F. Vermassen<br />
Uitgeverij: Acco<br />
ISBN: 9789033486074<br />
Prijs: € 42,00<br />
Vaatziekten vormen samen met hartziekten<br />
de belangrijkste doodsoorzaak in de westerse wereld.<br />
Zij vormen dus een frequent en ernstig gezondheidsprobleem.<br />
Goede kennis van de epidemiologie, de kliniek<br />
en de diagnostische en therapeutische mogelijkheden is<br />
dan ook zeer relevant. Bovendien zijn vaatziekten typisch<br />
verbonden aan een aantal risicofactoren. Aandacht voor<br />
deze risicofactoren is minstens zo belangrijk, aangezien<br />
controle en beheersing van deze risicofactoren heel wat<br />
mogelijkheden bieden tot preventie. In dit boek komen al<br />
deze aspecten van de vaatpathologie aan bod, zowel voor<br />
arterieel en veneus lijden als voor lymfoedeem. Talrijke<br />
tekeningen, schema’s en foto’s maken het geheel bevattelijk.<br />
Bovendien wordt elk hoofdstuk afgesloten met een<br />
aantal key points.<br />
Urologische chirurgie<br />
Auteur: Hendries Boele<br />
Uitgeverij: Reed Business<br />
ISBN: 9789035233447<br />
Prijs: € 65,00<br />
Het urologische specialisme is continu<br />
in ontwikkeling, vooral sinds de robot<br />
zijn intrede heeft gedaan. Steeds meer<br />
ingrepen kunnen laparoscopisch, al dan<br />
niet robotgeassisteerd, worden uitgevoerd. Dat was een van<br />
de redenen om de tweede druk van Urologische chirurgie<br />
grondig te herzien. Daarnaast is het boek uitgebreid met<br />
verschillende nieuwe behandelingen en technieken. Een<br />
voorbeeld is het implanteren van het sacrale neuromodulatiesysteem.<br />
Daarnaast bevat dit boek praktijktips voor operatieassistenten.<br />
Ieder hoofdstuk begint met een inleiding,<br />
gevolgd door een uitwerking van de pre-, per- en postoperatieve<br />
fase van de operatie. Bij alle operatiebeschrijvingen<br />
staat een vermelding van de operatie-indicatie en het doel<br />
van de operatie. Achter in het boek is een selectie opgenomen<br />
van veelvoorkomend specifiek instrumentarium.<br />
Ontspoorde cellen<br />
Kanker in fictie<br />
Auteurs: Arko Oderwald, Koos Neuvel,<br />
Willem van Tilburg (redactie)<br />
Uitgeverij: De Tijdstroom<br />
ISBN: 9789058981998<br />
Prijs: € 25,00<br />
‘Kanker’ is een verzamelnaam voor een aantal verschillende<br />
ziektes. De pathofysiologie, etiologie, het stellen van de diagnose,<br />
de therapie en de prognose kunnen daarom sterk verschillen<br />
per vorm van kanker. Toch hebben al deze vormen<br />
van kanker vaak iets met elkaar gemeen. Ten eerste is kanker<br />
een ziekte die niet acuut een einde aan het leven maakt,<br />
maar vaak tijd in beslag neemt. Dat geeft de kankerpatiënt<br />
tijd voor zelfreflectie, maar ook tijd voor pijn en lijden. Ten<br />
tweede staat kanker bekend als kwaadaardig; een kankerproces<br />
neemt, in de vorm van kwaadaardige cellen, het lichaam<br />
over. Hiermee bezit het concept van kanker een morele component<br />
die metaforisch overdraagbaar is gebleken en literair<br />
overgenomen is. En ten derde, over welke vorm van kanker<br />
we het ook hebben, we voeren er in onze tijd een oorlog<br />
tegen. In dit boek staan deze ervaring en deze verbeelding<br />
van kanker in literaire werken en films centraal.<br />
Vet!<br />
Kinderen over obesitas: hoe kom je<br />
eraan, hoe kom je er vanaf?<br />
Auteurs: Inger Boxsem en<br />
Wout Jan Balhuizen<br />
Uitgeverij: Kosmos<br />
ISBN: 9789021550275<br />
Prijs: € 21,95<br />
Het aantal kinderen met overgewicht is in twintig jaar tijd<br />
verdubbeld. Ze lopen gezondheidsrisico’s, hebben minder<br />
zelfvertrouwen en worden vaker gepest. Op latere leeftijd<br />
zullen sommigen van deze kinderen als laatste redmiddel<br />
een bariatrische operatie ondergaan. In Vet! komen deze<br />
kinderen aan het woord. Ze praten over gepest worden,<br />
het genot van een bak ijs, de gymles en hun hobby’s.<br />
Soms maken ze zich zorgen over hun overgewicht, soms<br />
doen hun ouders dat. Alle kinderen gingen de strijd aan<br />
met hun gewicht. Uit de rake en innemende portretten<br />
wordt duidelijk dat het obesitasprobleem veel complexer<br />
is dan te veel eten, en niet alleen opgelost wordt wanneer<br />
ouders wat vaker ‘nee’ zeggen. De interviews zijn geïllustreerd<br />
met prachtige foto’s.<br />
<strong>OK</strong> OPERATIONEEL APRIL 2012 43
Diathermierisico’s<br />
De risico’s van diathermie zijn niet groot, maar er is zeker nog ruimte voor verbetering.<br />
Dat concludeert Bram Finken in zijn afstudeerscriptie voor de opleiding tot middelbaar<br />
veiligheidskundige.<br />
TEKST: BRAM FINKEN, MIDDELBAAR VEILIGHEIDSKUNDIGE BIJ ARBO ADVIES JANSSEN. | FOTO’S: SCREENSHOTS UIT DVD BRAND IN DE <strong>OK</strong>. UMC<br />
UTRECHT / WWW.INSTRUCTIEFILM.NL<br />
Het is onduidelijk hoeveel brandincidenten<br />
op operatiekamers<br />
in Nederland plaatsvinden. Er<br />
komen weinig incidenten in de publiciteit.<br />
Incidenten die het nieuws wel halen,<br />
zoals de brand in het Twenteborg Ziekenhuis<br />
als gevolg van een lek in een anesthesiezuil<br />
in 2006, vormen waarschijnlijk<br />
het topje van de ijsberg. In de Amerikaanse<br />
top 10 Health Technology Hazards<br />
2012 bezetten chirurgische branden<br />
de zevende plaats, met jaarlijks om<br />
en nabij de zeshonderd chirurgische<br />
branden. Ongeveer 75 procent van deze<br />
incidenten ontstaat tijdens het gebruik<br />
van diathermie. Ook een aantal incidenten<br />
in Nederlandse ziekenhuizen had als<br />
ontstekingsbron diathermieapparatuur. 1<br />
Voor mijn eindscriptie van de opleiding<br />
44 <strong>OK</strong> OPERATIONEEL APRIL 2012<br />
middelbaar veiligheidskundige heb ik de<br />
risico’s van diathermie bij open operaties<br />
onderzocht. In principe heeft men te maken<br />
met een aanvaardbaar risico, mits<br />
iedereen zich aan de juiste voorschriften<br />
en protocollen houdt. Hier is dan ook<br />
het meeste resultaat te behalen. Wanneer<br />
men zich bewust is van de risico’s<br />
die aanwezig zijn tijdens een ingreep en<br />
daar ook naar handelt, is de kans op een<br />
chirurgische brand klein.<br />
Vonken<br />
Er zijn twee soorten diathermie. Bij bipolaire<br />
diathermie loopt de stroom door een<br />
klein gebiedje, meestal de benen van een<br />
pincet. Met deze vorm van diathermie kan<br />
alleen worden gecoaguleerd. Bij monopolaire<br />
diathermie wordt een passieve elektrode<br />
(diathermieplaat) op de huid geplakt.<br />
Op het toestel wordt ook een actieve<br />
elektrode aangesloten, het diathermiehandstuk.<br />
Door de hoge stroomdichtheid<br />
aan het metalen puntje van dit handstuk<br />
vindt alleen daar het diathermische<br />
effect plaats, maar de stroom wordt naar<br />
de diathermieplaat afgeleid.<br />
Zowel tijdens mono- als tijdens bipolaire<br />
diathermie kunnen vonken ontstaan. Bij<br />
monopolaire diathermie is dit risico het<br />
grootst. Deze vorm van diathermie wordt<br />
meteen aan het begin van een ingreep<br />
ingezet, kort na de desinfectie met de<br />
brandbare alcohol. Bipolaire diathermie<br />
vindt meestal plaats in een later stadium,<br />
als deze al verdampt is. Bovendien<br />
wordt het weefsel bij monopolaire diathermie<br />
vaak maar licht aangeraakt,<br />
waardoor er slecht elektrisch contact is.<br />
De hoge elektrische spanning kan vonken<br />
veroorzaken. De elektrische golfvorm<br />
bepaalt hoe ver de vonken zich<br />
verspreiden. Met een setting als ‘spray<br />
coag’ worden de hoogste piekspanningen<br />
gebruikt, resulterend in een wijd uitlopende<br />
vonkenregen.<br />
Tot een paar seconden na deactivatie van<br />
een diathermietoestel kan plastic nog<br />
smelten of materiaal ontbranden wanneer<br />
het in contact komt met de tip van<br />
de elektrode, die nog heet kan zijn.<br />
Zuurstof<br />
Door zuurstofverrijking in een gebied<br />
wordt de ontstekingstemperatuur van<br />
materialen verlaagd. Bij een zuurstofpercentage<br />
boven de 21 procent kunnen<br />
moeilijk ontvlambare en zelfs brandwerende<br />
materialen ontbranden. Indien in<br />
een dergelijke atmosfeer een brand ontstaat,<br />
zal deze een zeer snel en moeilijk te<br />
blussen verloop hebben.<br />
Wat betreft de aanwezigheid van zuurstof<br />
mag de operatiekamer best een risicoge-
ied genoemd worden.Tijdens de inleiding<br />
en uitleiding van een narcose krijgt<br />
een patiënt via een masker 100 procent<br />
zuurstof (soms tot wel 15 liter per minuut)<br />
toegediend; bij maskers ontglipt<br />
altijd zuurstof. Ook tijdens de ingreep<br />
wordt de patiënt voortdurend beademd.<br />
Bij bijvoorbeeld kinderen gebeurt dit middels<br />
endotracheale tubes zonder cuff,<br />
waarbij zuurstoflekkages gemakkelijk<br />
plaatsvinden. Dit alles kan een zuurstofverrijkte<br />
atmosfeer tot gevolg hebben<br />
nabij het operatiegebied.<br />
Desinfectans<br />
Voor een ingreep wordt het operatiegebied<br />
vrijwel altijd gedesinfecteerd met<br />
een desinfectans op basis van 70 procent<br />
alcohol. Deze vloeistof kan snel vlam<br />
vatten. Mocht dit gebeuren, dan zal de<br />
vlam in eerste instantie niet opgemerkt<br />
worden. Alcohol 70 procent kent een<br />
volledige verbranding waarbij de blauwe<br />
vlammen (denk aan een spiritusvlam),<br />
mede door het licht uit de operatielampen,<br />
niet of nauwelijks zichtbaar zijn. De<br />
brand zal dan ook pas opgemerkt worden<br />
wanneer de aanwezige afdeklakens vlam<br />
vatten, want pas dan ontstaat er rookontwikkeling.<br />
Ook de jodium opgelost in alcohol 70<br />
procent die gebruikt wordt om het ope-<br />
ratiegebied mee in te smeren, is licht<br />
ontvlambaar. Mochten deze vloeistoffen<br />
niet volledig opgedroogd zijn op het moment<br />
dat diathermie wordt gestart, dan is<br />
de kans op ontbranding zeer groot.<br />
Dampen<br />
Tijdens alle vormen van diathermie komt<br />
chirurgische rook vrij die mogelijk schadelijk<br />
is. Deze rook bevat naast de normale<br />
rookcomponenten bestanddelen die<br />
direct uit patiëntenweefsel afkomstig<br />
zijn. Het gaat hierbij onder andere om<br />
viruspartikels, bacteriën, DNA-materiaal,<br />
bloed en bloedbevattende pathogenen. 2<br />
Door de extreme hitte die vrijkomt bij<br />
diathermie vormen zich al zeer snel carcinogenen.<br />
Deze stoffen kunnen bij hoge<br />
concentraties gezondheidsklachten veroorzaken.<br />
2,3 Er is tot nu toe echter nog<br />
geen overtuigend bewijs dat operatieassistenten<br />
aan gevaarlijk hoge concentraties<br />
worden blootgesteld tijdens diathermie.<br />
Er wordt tijdens een ingreep met diathermie<br />
niet altijd gebruikgemaakt van<br />
afzuiging. Ook filteren de tijdens een<br />
operatie gebruikte mondmaskers de partikels<br />
in chirurgische rook niet voldoende.<br />
2,3 Medewerkers van de operatiekamer<br />
worden dus veelvuldig blootgesteld aan<br />
de mogelijke gevaren van deze rook.<br />
Kabelbreuk<br />
Defecten aan de herbruikbare diathermiekabels<br />
kunnen leiden tot vonkvorming. Ze<br />
zijn gevoelig voor beschadigingen doordat<br />
ze regelmatig onder de wielen van karren<br />
terechtkomen, of schuren langs scherpe<br />
oppervlakken. Ook het knikken, knopen<br />
en te klein oprollen van de kabels kan<br />
beschadigingen veroorzaken.<br />
Veilig gebruik<br />
Voor mijn onderzoek hebben anesthesiemedewerkers,<br />
operatieassistenten en <strong>OK</strong>managers<br />
een vragenlijst ingevuld over<br />
het omgaan met diathermieapparatuur<br />
en de bijbehorende kabels. Het blijkt dat<br />
daar op diverse operatiekamers geen standaardrichtlijnen<br />
voor zijn of dat deze niet<br />
bekend zijn bij de medewerkers. Uit de<br />
vragenlijst kwamen de volgende gevaren<br />
naar boven:<br />
• kabelbreuk bij onjuist opbergen van<br />
herbruikbare diathermiekabels;<br />
• hotspots bij opgerolde diathermiekabels;<br />
• beschadigingen in de isolatie bij diathermiekabels<br />
die met klemmen worden<br />
vastgemaakt aan de tafel om struikelen<br />
te voorkomen;<br />
• overslaan van het testen van herbruikbare<br />
diathermiekabels omdat dit<br />
vergeten wordt door het ontbreken<br />
<strong>OK</strong> OPERATIONEEL APRIL 2012 45
van standaardprocedures;<br />
• door elkaar gehaalde instellingen, door<br />
de grote verscheidenheid aan diathermieapparaten<br />
op de <strong>OK</strong>.<br />
Onderhoud<br />
Uit diverse rapporten van de Inspectie<br />
voor de Gezondheidszorg blijkt dat in<br />
sommige ziekenhuizen onderhoud aan<br />
medische apparatuur nog steeds niet of<br />
onvoldoende wordt uitgevoerd. Gezien de<br />
risico’s die slecht onderhoud met zich<br />
mee kan brengen, is het van belang dat<br />
dit onderhoud wel plaatsvindt.<br />
De kabels dienen voor gebruik zorgvuldig<br />
geïnspecteerd te worden op de <strong>OK</strong>. Ook<br />
als ze al zijn gecontroleerd op de CSA,<br />
kunnen er tijdens het vervoer defecten<br />
optreden. Uit interviews met CSA-medewerkers<br />
blijkt dat zij zich niet altijd verantwoordelijk<br />
voelen; ze denken dat de<br />
<strong>OK</strong>-medewerkers de visuele controle wel<br />
uitvoeren, terwijl laatstgenoemden ervan<br />
uitgaan dat deze controles op de CSA hebben<br />
plaatsgevonden.<br />
Als niet duidelijk is wie verantwoordelijk<br />
is voor het testen en controleren van<br />
de herbruikbare diathermiekabels, kan<br />
het gemakkelijk vergeten worden. De<br />
verantwoordelijkheid zou kunnen liggen<br />
bij de medewerkers op de operatiekamer,<br />
bij de medewerkers van de technische<br />
dienst of bij de medewerkers van<br />
de centrale sterilisatieafdeling. Gezien<br />
het feit dat de operatiekamer het ‘eindstation’<br />
is, zou de visuele controle hier<br />
ook moeten plaatsvinden. In het beleid<br />
van het ziekenhuis moet duidelijk aangegeven<br />
worden wie verantwoordelijk is<br />
voor welk deel van het onderhoud en de<br />
controle.<br />
Opleiding<br />
Tijdens de opleiding wordt stilgestaan bij<br />
diathermie. Niet bij alle opleidingsinstituten<br />
worden echter het gebruik van herbruikbare<br />
diathermiekabels en de daarbij<br />
46 <strong>OK</strong> OPERATIONEEL APRIL 2012<br />
horende richtlijnen behandeld, blijkt uit<br />
mijn onderzoek. Deze opleidingsinstituten<br />
vinden dat een taak van het ziekenhuis.<br />
Dit kan tot gevolg hebben dat operatieassistenten<br />
die net van de opleiding<br />
komen, zich niet bewust zijn van de risico’s<br />
van diathermie.<br />
Binnen een operatieafdeling worden<br />
verschillende diathermieapparaten gebruikt.<br />
Het is onmogelijk om al tijdens<br />
de opleiding alle op de markt verkrijgbare<br />
diathermieapparaten, met hun eigen<br />
instellingen en benamingen, separaat<br />
te behandelen. Als een gedegen inwerkprogramma<br />
voor nieuwe medewerkers<br />
ontbreekt, kan dit tot een onveilige<br />
situatie leiden.<br />
Conclusie<br />
Risico’s blijven te allen tijde aanwezig.<br />
Van belang is dan ook de bewustwording<br />
van risico’s en gevaren om zo de veiligheid<br />
te vergroten. Zuurstof is altijd aanwezig<br />
op een operatiekamer en zal naar<br />
alle waarschijnlijkheid ook altijd onmisbaar<br />
blijven tijdens chirurgische ingrepen.<br />
Omdat de toediening van zuurstof<br />
door de anesthesist volledig wordt bewaakt<br />
en het personeel zich bewust is van<br />
het brandrisico van zuurstof, wordt dit<br />
risico voldoende beheerst indien er volgens<br />
de geldende protocollen gewerkt<br />
wordt. Door alle maatregelen, zowel technisch<br />
als organisatorisch, en de bewustwording<br />
van de medewerkers is het gevaar<br />
zeer gering en is sprake van een voldoende<br />
beheerst risico.<br />
Dit blijkt ook uit de praktijk. Er wordt<br />
jaarlijks een groot aantal operaties uitgevoerd;<br />
in het UMC Radboud bijvoorbeeld<br />
ruim twintigduizend. Zelden zijn er grote<br />
incidenten of calamiteiten met de<br />
zuurstoftoediening. De brand in het<br />
Twenteborg Ziekenhuis was een uitzondering.<br />
Ook desinfecteermiddelen zoals jodium<br />
zullen altijd gebruikt worden voor en<br />
eventueel ook tijdens een ingreep. Wanneer<br />
men deze goed laat verdampen,<br />
zullen deze middelen weinig of geen<br />
risico vormen tijdens het gebruik van<br />
diathermie. Als men daarbij ook zorg<br />
draagt voor het goed op de huid aansluiten<br />
van de afdeklakens, zodat er geen<br />
desinfectans onder kan lopen, is dit risico<br />
ook goed beheersbaar.<br />
Mogelijk kan speciale, goed functionerende<br />
rookafzuiging en goede adembescherming<br />
het veronderstelde risico van chirurgische<br />
rook beheersen.<br />
Het risico op het falen van apparatuur<br />
kan aanzienlijk worden verminderd door<br />
tijdig onderhoud en regelmatige controles<br />
en afspraken hierover.<br />
Bedieningsfouten door medewerkers kunnen<br />
beheerst worden door protocollen,<br />
instructiekaarten, voorlichting, bijscholing<br />
of training en bewustwording van de<br />
risico’s.<br />
Bronnen<br />
1. http://medischcontact.artsennet.nl/<br />
<strong>Nieuws</strong>-26/Tijdschriftartikel/57838/MC-12-<br />
Arts-heeft-brand-laten-ontstaan.htm.<br />
2. Vroegop J. Chirurgische rook maakt meer<br />
kapot dan je lief is. Operationeel 2001; 4:19-22.<br />
3. Gates MA et al. Operating room nursing and<br />
lung cancer risk in a cohort of female registered<br />
nurses. Scand J Work Environ Health<br />
2007; 33(2):140-147.
COLOFON<br />
<strong>OK</strong> Operationeel is hét vakblad voor operatieassistenten,<br />
anesthesiemedewerkers en leidinggevenden van operatieafdelingen.<br />
Het blad wordt gemaakt door Uitgeverij<br />
Y-Publicaties in samenwerking met de LVO (Landelijke<br />
Vereniging van Operatieassistenten) en de NVLO (Nederlandse<br />
Vereniging Leidinggevenden Operatieafdeling.<br />
<strong>OK</strong> Operationeel verschijnt acht keer per jaar. De oplage is<br />
8.000 exemplaren. Het blad wordt verspreid onder alle<br />
LVO- en NVLO-leden, verdere verspreiding vindt plaats onder<br />
alle <strong>OK</strong>-afdelingen in Nederlandse ziekenhuizen, particuliere<br />
klinieken en opleidingscentra.<br />
Redactie:<br />
Bladmanager: Menno Goosen: okoperationeel@y-publicaties.nl<br />
Redactiecoördinator LVO: Hennie Mulder:<br />
penningmeester@lvo.nl/040-253 89 21<br />
Redactiecoördinatoren NVLO: Jeannette Ronchetti en<br />
Marianne van Dongen: okmanagement@y-publicaties.nl<br />
Kopij of vragen voor <strong>OK</strong> Operationeel kunt u sturen naar alle<br />
genoemde e-mailadressen.<br />
Uitgeverij:<br />
Y-Publicaties<br />
Postbus 10208<br />
1001 EE Amsterdam<br />
Telefoon: 020-520 60 77<br />
E-mail: info@y-publicaties.nl<br />
www.y-publicaties.nl<br />
Kijk ook op onze website www.oknieuws.nl<br />
Uitgever: Ralf Beekveldt<br />
Bladmanager: Menno Goosen: m.goosen@y-publicaties.nl<br />
Medewerkers: Paul Meijsen, Cindy Lammers, Marieke Los,<br />
Astrid van Pelt, Linda van Pelt<br />
Beeldredactie: Menno Goosen<br />
Eindredactie: Marloes van Hoorn<br />
Fotografen: Johannes Abeling, Jos Heijnen, Eric van<br />
Nieuwland, Edwin Wiekens, Ivonne Zijp<br />
Tekstcorrectie: Marijn Mostart<br />
Lay-out: Thomson Digital<br />
Opmaakbegeleiding: Hans Jansens (Impaginator.nl)<br />
Druk: BalMedia<br />
Advertenties:<br />
Cross Advertising<br />
Westerkade 2<br />
3116 GJ Schiedam<br />
Telefoon: 010-7421023<br />
E-mail: gezondheidszorg@crossadvertising.nl<br />
Web: www.crossmedianederland.com<br />
Abonnementen:<br />
Voor abonnementen, vragen over het abonnement of<br />
adreswijzigingen:<br />
SP Abonneeservice.<br />
Postbus 105<br />
2400 AC Alphen a/d Rijn<br />
Telefoon: 0172-476085<br />
E-mail: info@spabonneeservice.nl<br />
Toezending van <strong>OK</strong> Operationeel is voor LVO- en NVLO-leden<br />
onderdeel van hun lidmaatschap. Voor niet leden gelden de<br />
volgende abonnementsprijzen:<br />
Jaarabonnement: € 59,50<br />
Losse nummers: € 8,50<br />
Abonnementen buiten Nederland: € 75<br />
Alle prijzen zijn incl. btw en verzendkosten.<br />
Prijswijzigingen voorbehouden.<br />
Opzegging betaalde abonnementen: schriftelijk, uiterlijk<br />
twee maanden voor afloop van de abonnementsperiode. Bij<br />
niet tijdige opzegging wordt het abonnement automatisch<br />
met een jaar verlengd.<br />
© 2012 <strong>OK</strong> Operationeel<br />
Niets uit deze uitgave mag worden gereproduceerd zonder<br />
schriftelijke toestemming van de uitgever. Aan de totstandkoming<br />
van deze uitgave is de uiterste zorg besteed. Voor<br />
informatie die nochtans onvolledig of onjuist is opgenomen,<br />
aanvaarden auteur(s), redactie en uitgever geen aansprakelijkheid.<br />
Voor eventuele verbeteringen van de opgenomen<br />
gegevens houden zij zich aanbevolen.<br />
ISSN 1872-6712<br />
Toezicht Opera<br />
Proces 2012<br />
In 2010 en 2011 heeft de inspectie onderzoek gedaan naar de voorwaarden voor verantwoorde<br />
zorg in het operatief proces. We hebben daarin gekeken naar aspecten van de<br />
zorg in het preoperatieve, peroperatieve en het postoperatieve traject. Intern noemden<br />
we het onderzoek TOP (Toezicht Operatief Proces) integraal. Inmiddels zijn alle data uit<br />
het onderzoek verwerkt en zijn we druk bezig met het schrijven van het landelijke rapport.<br />
We hopen dat rapport dit voorjaar aan de minister aan te bieden, want zo hoort<br />
dat met themarapporten van de inspectie. Gelijktijdig zal het rapport natuurlijk ook<br />
worden gepubliceerd op de inspectiewebsite en krijgen alle ziekenhuizen een exemplaar<br />
toegestuurd. Inmiddels zijn we alweer bezig met de voorbereiding van TOP 2012.<br />
En op het moment dat u dit leest, zijn we zelfs al met de bezoeken begonnen. Misschien<br />
zijn we al bij u op de <strong>OK</strong> geweest. Weer een onderzoek, zult u denken. Inderdaad, en<br />
wel omdat de resultaten van TOP integraal lieten zien dat een aantal ziekenhuizen<br />
achterblijft in het tempo van veranderingen, maar ook omdat de richtlijnen nog niet<br />
overal goed zijn ingevoerd. Nog steeds worden we verrast door de ernst van de tekortkomingen,<br />
bijvoorbeeld doordat die o zo belangrijke time-outprocedure niet op de juiste<br />
manier wordt uitgevoerd. Ook het afgelopen jaar kreeg de inspectie weer meldingen<br />
binnen van links-rechtsverwisselingen die tot schade hebben geleid voor patiënten.<br />
Op 31 januari heeft de inspectie een informatieve bijeenkomst gehouden over TOP 2012<br />
voor wetenschappelijke verenigingen van medisch specialisten en voor beroepsverenigingen,<br />
waaronder de LVO. Er waren zo’n zestien verenigingen aanwezig. De inspectie was blij<br />
met deze grote opkomst, een teken dat het onderwerp leeft in de ziekenhuizen. Op deze<br />
avond heeft de inspectie uitleg gegeven over de bezoeken die wij in 2012 gaan afleggen.<br />
We bezoeken ten minste de ziekenhuizen waar we nog niet eerder op de <strong>OK</strong> zijn geweest.<br />
Dat zijn er 21. We voeren een observatiebezoek uit op de <strong>OK</strong> en screenen een tiental medische<br />
dossiers. We hebben tijdens de informatieve bijeenkomst informatie gegeven over<br />
de onderwerpen die we gaan toetsen, het zogenoemde toetsingskader. Dat houden we<br />
niet geheim voor de ziekenhuizen en verenigingen, en dus ook niet voor u. We hebben dit<br />
toetsingskader op onze website gezet. Surf naar www.igz.nl en klik door naar ‘curatieve<br />
gezondheidszorg’, ‘ziekenhuizen’ en ‘operatieve proces’. Daar vindt u alle informatie, ook<br />
de brief die we in de eerste week van februari aan alle ziekenhuizen hebben gestuurd.<br />
U hoeft zich niet meer voor te bereiden op het onderzoek, want op uw afdeling wordt<br />
natuurlijk al volgens alle eisen gewerkt. Maar misschien is het wel goed om nog even<br />
de puntjes op de i te zetten. We komen volkomen onaangekondigd. Het is maar dat u<br />
het weet.<br />
Ed Schoemaker<br />
Projectleider Toezicht Operatief Proces<br />
E-mail: top@igz.nl<br />
Twitter: @TOPigz<br />
<strong>OK</strong> OPERATIONEEL APRIL 2012 47
Werken in<br />
een prettige<br />
omgeving?<br />
Bergman Clinics is de<br />
grootste keten van gespe-<br />
cialiseerde klinieken in<br />
Nederland. De klinieken<br />
kenmerken zich door een<br />
kleinschalig karakter in<br />
een overzichtelijke en<br />
vriendelijke ambiance.<br />
In onze klinieken worden<br />
uitsluitend planbare<br />
behandelingen uitgevoerd,<br />
toegankelijk voor iedereen<br />
en op medisch topniveau.<br />
Bergman Clinics biedt medisch<br />
specialistische zorg onderverdeeld<br />
in vijf categorieën:<br />
Kliniek voor Uiterlijk en Huid<br />
Kliniek voor Bewegingszorg<br />
Kliniek voor Inwendige Zorg<br />
Kliniek voor Vrouwenzorg<br />
Kliniek voor Oogzorg<br />
De kliniek voor Uiterlijk en Huid is<br />
gespecialiseerd in:<br />
Borst-, gelaats- en<br />
lichaamscorrecties<br />
Spataderzorg<br />
Bergman Clinics heeft momenteel<br />
vestigingen in Bilthoven, Naarden,<br />
Heerenveen, Den Haag, Amsterdam,<br />
Utrecht, Delft, Velp, Zwolle en<br />
‘s-Hertogenbosch.<br />
<strong>OK</strong> assistenten<br />
Zowel parttime als fulltime voor de vestiging Den Haag<br />
Ligt jouw hart bij de zorg en heb je zin in een nieuwe uitdaging? Kom dan<br />
bij Bergman Clinics werken in de Kliniek voor Uiterlijk en Huid in Den Haag.<br />
Wij zijn op zoek naar enkele <strong>OK</strong> assistenten.<br />
Je bent werkzaam in de specialismen plastische chirurgie,<br />
vaatchirurgie en esthetische KNO.<br />
De operatieafdeling bestaat uit één <strong>OK</strong> en één poliklinische <strong>OK</strong>. De werksfeer is<br />
uitstekend en er heerst een goede onderlinge samenwerking tussen chirurgie,<br />
anesthesie en recovery. Als <strong>OK</strong> assistent verricht je instrumenterende-, assisterendeen<br />
omloopwerkzaamheden ten behoeve van de chirurgische ingreep bij een patiënt.<br />
Je werkt in een hecht team nauw samen met alle medische en ondersteunende<br />
diensten binnen de kliniek.<br />
Voor de functie geldt:<br />
Geen nachtdiensten<br />
Goede reiskostenvergoeding<br />
Bij wonen buiten de regio behoort<br />
een leaseauto tot de mogelijkheden<br />
Persoonlijkheidskenmerken:<br />
Collegiaal, fl exibel, inlevingsvermogen, communicatief, verantwoordelijkheidsgevoel,<br />
gevoel voor humor.<br />
Ben je geïnteresseerd?<br />
Wil jij het Bergman team komen versterken, stuur dan je CV voorzien van motivatie<br />
naar: n.hoekstra@bergmanclinics.nl<br />
Per post:<br />
Bergman Clinics<br />
T.a.v.: N. Hoekstra, afdeling HR<br />
Rijksweg 69<br />
1411 GE Naarden<br />
Tel: 088 9000 600<br />
Functie eisen:<br />
HBO werk- en denkniveau<br />
NZR/NZF diploma voor<br />
operatieassistent