2008-2009 nr 7 - Omo

omo.nl

2008-2009 nr 7 - Omo

schooljaar 2008 - 2009, nummer 7

Tijd voor Magister

“All the world’s

a stage”

…om te beginnen

in Tilburg


I N H O U D S O P G A V E

Schoolmarathon op d’Oultremontcollege 4

Een goede doeldag

van maar liefst 24

uur aan één stuk

door! Een etmaal

lang zinderde de

school van talloze

activiteiten. Een verslag

van een grandioos

evenement dat

maar liefst € 16.000

opleverde

Onderwijs in de derde wereld 6

Wiebe Klaassen, voorheen docent op Pleincollege Antoon Schellens is een

aantal maanden in Tanzania werkzaam op verschillende onderwijs- en

ontwikkelingsprojecten. Viermaal doet hij verslag daarvan in OMOlogie.

Hier zijn tweede artikel

Reizigersoverleg Brabant voor het

openbaar vervoer 9

Ruim vijf jaar heeft Cees de Graaf, inmiddels oud-vestigingsdirecteur van

het Merletcollege in Grave Ons Middelbaar Onderwijs vertegenwoordigd in

het Reizigersoverleg Brabant (ROB). Hij geeft het stokje door aan een

collega van het Mollercollege Zuidwesthoek van OMO Scholengroep

Bergen op Zoom

Roses-4-Eco 10

Twaalf leerlingen het Gertrudiscollege uit Roosendaal deden mee aan de

25e editie van De Shell Eco-marathon, deze keer in Lausitz, Duitsland, en

behaalden een geweldig resultaat!

Tijd voor Magister 13

Eind 2007 werd de voortgang van de invoering van leerlingadministratiesysteem

LEA op basis van PeopleSoft bij OMO nog eens

goed tegen het licht gehouden. Dat resulteerde in het moeilijke

besluit om te stoppen met de implementatie van LEA. Een nieuw,

beter werkend leerling-informatiesysteem werd gekozen: Magister.

Pleincollege Sint-Joris voor de

tiende keer in actie voor Kenia 14

Het Joris heeft een naam op te houden als het om geld inzamelen gaat.

Op 8 en 9 april werkten alle leerlingen van de school zich in het zweet

om weer prachtige projecten te kunnen uitvoeren in Oyusis, een stadje in

het westen van Kenia

Topsport in de klas 17

Hoe vergaat het Docent in de klas? Haalt Docent de eindstreep?

Een column van Vincent van den Hoven

Ledenvergadering Beroepsgroep 18

Piet de Kort, voorzitter van de Beroepsgroep van OMO-docenten,

doet verslag van de eerste ledenvergadering op 13 mei 2009

Lezersonderzoek OMOlogie 21

Anne van Ringen, Eddy de Kunder en Fieke Spoler, vierdejaars studenten

Fontys Hogeschool Communicatie, Eindhoven geven, na vier maanden van

hard werken, uitleg over hun project en geven de belangrijkste resultaten

van hun onderzoek

“All the World’s a Stage”,

…om te beginnen in Tilburg 22

Op het Sint-Odulphuslyceum vond het eerste geheel Engelstalige

(scholieren-)theaterfestival in Nederland plaats. Een eveneens succesvol

initiatief, in navolging van het Franstalig festival van het Zwijsen College

uit Veghel

Van apekool tot zekswijk 25

Vincent van den Hoven, docent Nederlands aan het Cambreur College in

Dongen, over deernes, nozems en pepernotenstress

GMR 26

Informatie van de Gemeenschappelijke Medezeggenschapsraad

Column 3

In de kantlijn


Yes stress!

Wij weten het allemaal zeker: we gaan aan stress ten onder. Natuurlijk ben ik te laat begonnen

met het schrijven van deze column. Ik heb weer eens iets beloofd - denk ik - ondoordacht, in een

toch al volle agenda. De afgelopen week schieten me talloze briljante spitse pittigheden door mijn

hoofd, vergaderingen nemen wendingen die me voor een column vast te pas komen. Helemaal

niets, maar dan ook hélemaal niets, is interessant als ik uitéindelijk achter de computer zit en

begin. Zeg nu zelf: een column moet mensen op zijn minst aanzetten tot denken en ze anders

toch wel een glimlach ontlokken. Of hij laat mensen zeggen: “Foei, die Marijke toch, die durft.”

De stress vliegt me aan.

Naarmate de techniek ontwikkelt, neemt de druk toe. We kunnen meer, meer tegelijk, we doen aan

‘multi tasken’. Onze leerlingen doen dat ogenschijnlijk moeiteloos. Wij niet: wij zijn nog van de

eendimensionale soort.

Is er meer stress in deze tijd? Dat is moeilijk te zeggen. Onze voorvaderen moesten knokken om te

overleven. Ze hadden de kans niet om te bezwijken aan de typische stressziekten: ze stierven al

jong aan infectieziekten. Er is wel verandering ingetreden in de soorten stress waarmee wij te

maken krijgen: onze voorouders waren handarbeiders, mensen die met de blote hand moesten

vechten of werken voor hun voortbestaan. In onze westerse maatschappij zijn de meesten van ons

‘breinwerkers’; ook op de werkvloer.

Dag in dag uit presteren we op hoog niveau, halen we deadlines, maken we de clash van de personeelskamer

mee. Allemaal hebben we het gevoel dat we er niets meer bij kunnen hebben. We zitten

nokkie, nokkie vol. Denken we. Houden we elkaar voor. Het mooie is dat uit onderzoek blijkt

dat dit beeld eenzijdig en daardoor onjuist is.

Stress op zichzelf is geen negatieve factor. Integendeel. Stress helpt je om beter te presteren. Je

krijgt er geen hartaanval van; je levert juist een betere prestatie. Stress is de motor voor succes:

je bent alert, je stijgt boven jezelf uit. Zeg nu zelf: het eindexamen, de sollicitatie, het vragen of

die ander verkering met je wil, het kopen van een huis, het krijgen van een kind, niets gaat zonder

stress.

Maar stress is alleen een motor voor succes als je er goed mee omgaat; in het eigen werk, bij onze

leerlingen. Alle leren gaat gepaard met stress. Als je ouders en je leraren je indertijd niet liefdevol

en tegelijk ook kordaat dwingend geholpen hadden, had je veel niet gedurfd en veel niet bereikt.

Natuurlijk zijn er mitsen en maren. Het is niet goed als je altijd onder hoge druk moet presteren

en het helpt als er oog is van je omgeving voor de druk waaronder jij staat. Maar in zijn algemeenheid:

tijden van hoge stress afgewisseld met tijden van bewuste ontspanning is prima voor elk

mens. Kijk naar je leerlingen die het na het CSE op een feesten zetten.

Daarom wens ik jullie allemaal fijn stress toe!

Marijke Broodbakker

Directeur van OMO scholengroep Tongerlo, Roosendaal

In de kantlijn…

3


UIT DE SCHOLEN

4

door:

Bill Banning, docent

levensbeschouwing

en Janette Lancée,

directeur

OMO Scholengroep

De Langstraat,

d’Oultremontcollege

Drunen

Schoolmarathon op d’Oultremontcollege

Eén groot feest! Zo kan de 24-uurs marathon van 26-27 maart op het d’Oultremont betiteld worden. Al jarenlang werd

om de twee jaar een goede doeldag georganiseerd, maar drie jonge en vooral enthousiaste onderwijshonden zorgden

voor iets totaal nieuws: 24 uur lang zinderde de school van talloze activiteiten. De marathon had een dubbel doel:

enerzijds geld genereren voor goede doelen, anderzijds de leerlingen en alle medewerkers het gemeenschapsgevoel

intens laten beleven. Zo waren er twee goede doelen: steun aan onze zusterschool in Otjiwarongo (Namibië) en een

ziekenhuis in Sonatala (India). In samenspraak met leerlingen werden bijna te veel activiteiten om te noemen bedacht

die geld konden opleveren. Hier een verslag van een grandioos evenement dat maar liefst € 16.000 opleverde.

Sport & spel

Op donderdagmiddag 26 maart gaf onze nieuwe directeur

Janette Lancée het startsein. De traditionele trappenloop

beet de spits af: honderden leerlingen en een paar docenten

renden zich uit de naad. Bijna iedere leerling had zich wel

door een ouder, opa, oma of buren laten sponsoren voor een

rondje trappenparcours binnen de school. Bij het vak

levensbeschouwing werd de trappenloop als een ‘praktische

opdracht’ behandeld; jezelf inzetten – ook fysiek zodat je

het echt voelt – voor een ander. De topprestatie werd geleverd

door brugklasleerling Luuk Latour die in 3½ uur tijd

maar liefst 170 rondjes liep – “na 60 rondjes kreeg ik een

beetje last maar ik ging gewoon door” – en een docent die

er 150 op zijn naam schreef. Inmiddels is gebleken dat deze

activiteit ruim € 7.000 heeft opgeleverd. Een andere sportieve

prestatie werd geleverd door docent Harry Berkelmans;

hij liep en crosste maar liefst zeven marathons en haalde

daarmee € 6.000 op. Speciale vermelding verdienen ook de

leerlingen die om en om 24 uur meeliepen en hem mentaal

en fysiek ondersteunden.

Maar er was natuurlijk meer; hier een opsomming van alle

sport- en spelactiviteiten. Zo waren er voetbal-, hockey- en

basketbaltoernooien, judo, darten, toepen en rikken, filmmarathons,

pokertoernooien, catering (winnaars kregen

gratis broodje), The X-factor-talentenjacht, streetdance,

jeugdfoto’s van docenten raden, de kolonisten van Catan,

Twister, Playstation/X-box spellen, workshops als grimeren,

zang en sterrenkunde. In een goed bezocht lokaal waren

foto’s en films te zien over Otjiwarongo en Sonatala. In een

bomvolle zaal gaf de inmiddels landelijk bekende band The

Attic (met oud-leerlingen) ’s avonds een spetterend concert.

De school ging bijna letterlijk uit haar dak.

LAN-party

Tijdens de actie voor het goede doel werd er ook een LANparty

georganiseerd. LAN staat voor Local Area Network

hetgeen betekent dat er computerspellen gespeeld worden

over een netwerk. Twee leerlingen hadden vooraf, via een

speciale inlogcode voor het netwerk, spellen geïnstalleerd.

De systeembeheerder stuurde vervolgens een kopie naar alle

computers in de computerlokalen. Vanaf het begin was het

gamen populair. Leerlingen konden voor één euro per uur

een computer huren. Het meest gespeelde spel was een

zogenaamde ‘shooter’ waarbij je in twee ploegen in een virtuele

wereld elkaar probeert dood te schieten. Of dat pedagogisch

verantwoord is, is nog maar de vraag. Maar in dit

geval heiligt het doel de middelen. Met rode koppies zaten

ze uren achter elkaar gefocust op het beeldscherm; hun virtuele

alter ego eerst dekking zoekend, dan weer vol in de

aanval. Opvallend was dat leerlingen zo anders zijn in een

virtuele omgeving. Zeer geconcentreerd werd er gewerkt aan

de missie: het bereiken van bepaalde doelen via intensief

samenwerken. Stille en rustige leerlingen bleken ineens

inventief en initiatiefrijk te zijn. Kortom, een geslaagde

activiteit die ook nog eens behoorlijk wat geld in het laatje

bracht.

Nachtelijk avontuur

De bovenbouwleerlingen mochten overnachten op de school.

Daar werd massaal gebruik van gemaakt, al kwam er van

slapen weinig terecht. Spelletjes, sport en kletsen bleken

leuker te zijn. Een nacht doorbrengen in je eigen school is

een speciale ervaring. Samen met een twintigtal collega’s en

zo’n 250 leerlingen probeerden we onze ogen open te houden

en deel te nemen aan de nog immer georganiseerde

activiteiten; kaarten, gamen, voetbal- en volleybaltoernooi-


en enzovoorts. Toen de nacht vorderde, zag je op de meest

vreemde plekken leerlingen liggen die toch aan de slaap

moesten toegeven. Zelf dronk ik (JL) om 3.00 uur nog een

kop koffie met een collega in de personeelskamer. We hielden

elkaar op de been en bleven alert; opvallend hoe je je

op dit moment nog steeds enorm verantwoordelijk voelt.

Toch probeerde ik – met het oog op het programma van

morgen – op mijn eigen kamer van 03.30 uur tot 05.30 uur

nog wat te slapen. Om 7.00 uur werd de lange nacht afgelost

door ochtendgymnastiek met een verkwikkend ontbijt

erna. Om 8.30 uur stroomde de school vol. Alle klassen

mochten hun hersens breken over een moeilijk dictee, waarbij

de winnaars doorstroomden naar de finale. Ondertussen

gingen alle spellen en sporten onverdroten voort.

Special guest

Hoogtepunt van de ochtend was de komst van een Bekende

Nederlander, die het debat over de leerplicht zou leiden.

Iedereen was nieuwsgierig en de verbazing was dan ook niet

gering toen Studio Sport-presentator Tom Egbers de aula

kwam binnenstappen. Het debat werd gehouden tussen een

leerlingen- en docententeam met de wethouder onderwijs,

de leerplichtambtenaar en onze directeur als jury. Verhitte

discussies volgden waarbij de leerlingen toch sterker bleken

te zijn. Verbazingwekkend is dat het leerlingenpanel van de

onderbouw nog enthousiaster debatteerde dan het meer

ervaren panel van de bovenbouw! Tom Egbers vond de reacties

van het publiek erg leuk, vooral in de onderbouw. Ook

merkte hij op: “Ik had niet verwacht dat het niveau zo

hoog zou liggen”.

Om dankbaar voor te zijn

Aangezien alle leerlingen direct na de debatrondes vonden

dat het tijd was om naar huis te gaan, kreeg de dag geen

echte afsluiting. Begrijpelijk, maar jammer! Na alle inzet,

betrokkenheid en plezier van de afgelopen 24 uur was het

goed geweest dit samen af te sluiten en iedereen te laten

delen in het succes van deze schoolmarathon. Met de nog

overgebleven collega’s in de personeelskamer deden we het

nu in kleine kring. Wat ons betreft was dit een mooi staaltje

‘identiteit en karakter’ van het d’Oultremontcollege. Delen

vanuit de kracht van de gemeenschap die we met elkaar zijn

en die we ook voor anderen willen zijn. Dienstbaarheid,

gemeenschapszin en gein gaan blijkbaar goed samen.

Eigenlijk heel katholiek. Iets om dankbaar voor te zijn.

Hulde daarom aan de drie jonge docent-organisatoren!

5


UIT DE SCHOLEN

door:

Wiebe Klaassen,

voorheen docent

Pleincollege Antoon

Schellens, Eindhoven

6

Een reis door het onderwijs in de derde wereld,

op zoek naar duurzame ontwikkeling

Tot en met vorig jaar november was ik als docent handvaardigheid en ckv werkzaam op het Pleincollege Antoon

Schellens in Eindhoven. Mijn vrouw en ik zijn afgelopen december 2008 vertrokken om als vrijwilliger te gaan werken

op bijzondere projecten in Tanzania, waarbij onderwijs en ontwikkeling centraal staan.

In mijn vorige artikel heb ik met u een kijkje

genomen in ‘The School of St Jude’ in Arusha,

waar mijn vrouw en ik drie maanden vrijwilligerswerk

hebben gedaan. Aangezien er zoveel

te zeggen valt over deze school zal ik ook dit

artikel wijden aan dit bijzondere project, maar

ditmaal meer gericht op het onderwijssysteem

zoals deze wordt gehanteerd.

The School of St Jude is verplicht het

Tanzaniaanse curriculum te volgen, wat

inhoudt dat zij vakken geven zoals wij deze in

het Nederlandse schoolsysteem ook kennen

zoals: wiskunde, biologie, aardrijkskunde,

geschiedenis, Engels en in dit geval Kiswahili,

enz. Bijzonder is dat er binnen het

Tanzaniaanse curriculum geen creatieve vakken

en geen lichamelijke opvoeding bestaat. Het

Tanzaniaanse schoolsysteem is puur gericht op

kennisoverdracht in de meest letterlijke zin

van het woord. In veel gevallen ‘dreunt’ de

leerkracht de informatie op en moeten de leerlingen

in koor deze informatie herhalen. Er is

dus meer sprake van een eenrichtingcommunicatie.

Het vormen en ventileren van een eigen

mening of het stellen van vragen komt vrijwel

niet voor in de Tanzaniaanse manier van lesgeven.

Een groot contrast met Nederland waar de

regering het ‘leren leren’ juist stimuleert. The

School of St Jude heeft ervoor gekozen om de

vakken handvaardigheid, muziek, gymnastiek

en bibliotheek toe te voegen aan het curriculum

aangezien zij deze vakken beschouwen als

essentieel in de ontwikkeling van een kind.

Iedere klas heeft elk van deze vier vakken één

keer per week. De enkele Westerse leerkrachten

die er binnen het docententeam bestaan, geven

les in één van deze vier vakken, aangezien er

in Tanzania geen opleidingen bestaan om creatieve

dan wel bewegingsvakken te geven.

Het klassensysteem dat op de school wordt

gebruikt komt in grote lijnen overeen met het

Nederlandse schoolsysteem. Waar je in

Nederland begint in groep 1, begint een kind

op St Jude in ‘Prep’. Vervolgens loopt een kind

in Nederland de basisschool van groep 3 t/m

groep 8. Hier wordt de basisschool ‘primary

school’ genoemd en doorloopt een kind de

school van Standard 1 tot Standard 7. Er is

alleen een allesbepalend verschil en dat is dat

alle kinderen in Tanzania, ongeacht op welke

school ze zitten (met uitzondering van de

internationale scholen), in zowel Standard 4

als in Standard 7 een schooltest moeten doen

die door de regering wordt opgesteld. Wanneer

je de test haalt, wordt je schoolloopbaan vervolgt.

Wanneer je zakt voor de test is je kans

op onderwijs voorbij. Zo kan het dus zijn dat je


de eerste test (in Standard 4) haalt en dus nog

een paar jaar naar school mag, maar dat je

zakt voor de test in Standard 7. Je educatie

stopt dan op dat punt en je maakt geen enkele

kans op onderwijs op een secundaire school

(oftewel middelbaar onderwijs). Ben je wel één

van de gelukkigen die de test in Standard 7

haalt, dan is het nog maar afwachten of je

doorgaat naar een secundaire school, aangezien

slechts 15% van alle kinderen die slagen wordt

toegelaten op een reguliere secundaire school.

De reden hiervoor is dat er te weinig secundaire

scholen bestaan, vanwege geldgebrek en het

ontbreken van genoeg gekwalificeerde leerkrachten.

Dit laat zien dat het onderwijssysteem,

vanuit de Westerlingen gezien, niet

solide en volwaardig is.

The School of St Jude heeft afgelopen januari

voor het eerst de deuren geopend van hun

nieuwe secundaire school en heeft momenteel

alleen de eerste klas gevuld met zo’n veertien

meisjes en veertien jongens. Nu de school zelf

in het bezit is van zo’n secundaire school is er,

voor de kinderen die momenteel de primary

school doorlopen, de zekerheid dat wanneer zij

slagen voor de regeringstest in Standard 7 zij

kunnen doorstromen naar de secundaire

school. De secundaire school bestaat uit zes

klassen, die worden aangeduid met Form 1 t/m

Form 6.

Het laatste stadium dat een kind/jongere na de

secundaire school zou kunnen doorlopen is

University. 2014 is het jaar waarin de eerste

lichting kinderen zou kunnen slagen voor de

secundaire school van The School of St Jude.

Men is nu al bezig om te kijken hoe deze kinderen

door zouden kunnen stromen naar één

van de universiteiten van Tanzania. Dit alles

om één van de hoofddoelen van de school te

bereiken, namelijk het creëren van ‘the future

leaders of Africa’.

In mijn tijd op deze bijzondere school heb ik

niet direct met de kinderen gewerkt maar wel,

op mijn manier, een aantal jongens onderwezen

in het zelfstandig uitvoeren van hun

taken. In mijn eerste artikel noemde ik al dat

ik samenwerkte met de zogeheten ‘fundi’s, de

Afrikaanse ambachtlieden. In dit geval een stel

jonge praktijkgerichte jongens die goed met

hun handen kunnen werken. Ik stuurde hen

aan en kwam er al snel achter dat zij mij als

hun baas zagen en iedere dag braaf op mijn

‘bevelen’ wachtten alvorens aan het werk te

gaan. Dit is hoe men in het algemeen gewend

is om te werken in Tanzania. Er is een duidelijke

hiërarchie, de baas staat boven de werkers

en die vertelt je wat je moet doen. Daar ik,

vanuit het Westen, gewend ben om te werken

vanuit een bepaalde mate van zelfstandigheid

en eigen verantwoordelijkheid, heb ik geprobeerd

dit langzaam in te voeren bij deze jongens.

Na verloop van tijd heb ik het bestaande

systeem geherstructureerd en allemaal lijsten

in kantoor opgehangen waar de fundi’s iedere

ochtend konden zien welke werkzaamheden

prioriteit hadden en wanneer een bepaalde klus

afgerond moest zijn. Zo konden zij zelf hun

dagindeling bepalen. Het enige wat ik controleerde

was of klussen daadwerkelijk op tijd en

volledig werden afgerond. Daarnaast gaf ik hen

tips om zo efficiënt mogelijk te werken en

moedigde ik hen aan om nieuwe technieken

uit te proberen. Dit systeem gaf de fundi’s voor

het eerst in hun leven de kans om te ervaren

hoe het is om zelf keuzes te maken, daar verantwoordelijk

voor te zijn en daardoor ook een

eigen mening te kunnen vormen over hun

werk. Natuurlijk is dit proces met horten en

stoten in gang gezet, maar ik merkte bij hen

de dankbaarheid voor deze nieuwe ervaring en

ik kon op mijn manier mijn kwaliteiten als

leraar gebruiken om een voor mij nieuwe doelgroep

te onderwijzen. Al met al was dit een

ervaring die grote overeenkomsten had met het

‘werkend leren’ waar jongeren in Nederland

voor kunnen kiezen.

In de volgende Omologie meer verhalen over

onderwijs in Tanzania.

7


ACCOUNTANTS EN BELASTINGADVISEURS

Interieurbouwers die

ook exterieur hele mooie

projecten realiseren

Brouwers Interieurs International B.V. Jules Verneweg 27-29 5015 BE Tilburg

Telefoon (013) 5 800 300 www.brouwersinterieurs.nl

PROJECTEN IN O.A. : BELGIË, BULGARIJE, DUBAI, DENEMARKEN, FINLAND, FRANKRIJK, DUITSLAND, GHANA, IJSLAND,

INDONESIË, JAPAN, LETLAND, LUXEMBURG, PORTUGAL, NOORD- EN ZUID AMERIKA, RUSLAND, SAUDI ARABIË,

SENEGAL, SINGAPORE, SLOWAKIJE, SPANJE, SOEDAN, ZWITSERLAND, THAILAND, TURKIJE, OEKRAïNE, VENEZUELA.


Onze stem in het openbaar vervoer

Vanaf 2004 heb ik als afgevaardigde van de Vereniging Ons Middelbaar Onderwijs zitting gehad in het Reizigersoverleg

Brabant voor het Openbaar Vervoer, kortweg het ROB. Deze organisatie behartigt de belangen van de reizigers die van

het openbare busvervoer in Noord-Brabant gebruik maken. De provincie subsidieert het ROB en beschouwt hen als een

kritisch volger van alle activiteiten die er op het gebied van het openbaar vervoer plaatsvinden.

Zo wordt ook over allerlei zaken advies gevraagd aan deze organisatie, van aanbestedingscriteria tot dienstregelingen

en halteaanpassingen. Kortom, alle deelnemende groeperingen, waaronder de Vereniging Reizigers Openbaar Vervoer

(ROVER), OMO en diverse andere belangenorganisaties kunnen op die manier hun stem laten horen en eventuele wijzigingen

of aanpassingen bewerkstelligen.

OMO is, als schoolbestuur van zoveel onderwijsinstellingen

in onze provincie met een groot aantal scholieren

dat dagelijks gebruik maakt van het openbaar

vervoer, duidelijk een belanghebbende partij in dit

overleg. Als oud-vestigingsdirecteur van het

Merletcollege in Grave is mij in deze vijf jaar wel gebleken

dat er daadwerkelijke invloed is van het ROB op

het beleid dat de provincie voorstaat en dat door de

vervoersmaatschappijen wordt uitgevoerd.

Veel scholen hebben te maken met leerlingen, die vanuit

de regio met het openbaar vervoer naar de diverse

locaties worden vervoerd. Vaak stuit men dan op structurele

vervoersproblemen, die te maken kunnen hebben

met aansluitingen of frequenties van lijndiensten.

Het ROB is dan de meest rechtstreekse weg om de problemen

te onderkennen en bespreekbaar te maken

omdat zij een direct contact onderhouden met de vervoerder

en regelmatig overleg hebben met alle organisaties.

Ik heb in de voorbije jaren getracht de mening van scholieren zo goed mogelijk te verwoorden,

maar ben er tot op dit moment niet in geslaagd om hen zelf te interesseren in een vorm van

inspraak zoals bijvoorbeeld kan bij deelname in een klankbordgroep. Ook bij de benadering van

studenten van de NHTV (Nederlandse Hogeschool voor Toerisme en Vervoer) in Breda en het ROC in

Tilburg zijn deze pogingen helaas op niets uitgelopen.

Toch weet ik uit eigen ervaring dat met goed onderbouwde argumenten er daadwerkelijk resultaten

geboekt kunnen worden en de problemen die scholieren of studenten ondervinden opgelost kunnen

worden. Het ROB vervult dan een structurele rol in het proces.

Het is daarom dat ik, nu ik zelf van mijn pensioen ga genieten, OMO heb verzocht een opvolger

voor mij te zoeken. Gelukkig zijn ze daarin geslaagd! Ik vind het prettig om aan Piet Antonissen,

vestigingsdirecteur van het Mollercollege Zuidwesthoek van OMO Scholengroep Bergen op Zoom,

mijn taak over te dragen (e-mailadres: p.antonissen@mollercollege.nl).

Ik wens hem daar alle succes mee en vraag vooral aan alle andere schoolleiders om met hem contact

op te nemen wanneer problemen op het gebied van het openbaar vervoer zich aandienen.

UIT DE SCHOLEN

door:

Cees de Graaf, oudvestigingsdirecteur

Merletcollege in

Grave

9


UIT DE SCHOLEN

10

door:

Margot van Baal,

vwo-5 leerling van

OMO scholengroep

Tongerlo,

Gertrudiscollege

De Shell Eco-marathon in Lausitz,

de 25e editie!

Het begon allemaal in september 2008. Er werden ongeveer 20 leerlingen uitgenodigd om naar het natuurkundelokaal

te komen om daar een presentatie over de Shell Eco-marathon te volgen. Drie middelbare scholieren uit Amsterdam

kwamen ons vertellen over hun ervaringen met de Shell Eco-marathon. De Shell Eco-marathon, wat was dat? Waarom

werd juist ik uitgenodigd? We hadden geen idee wat we konden verwachten. Tijdens de presentatie werd ons duidelijk

gemaakt wat het nou eigenlijk was: het is een evenement waarbij Shell scholieren van middelbare scholen, hogescholen

en universiteiten uitdaagt om voertuigen te ontwerpen en te construeren die zo ver mogelijk kunnen rijden op één

liter brandstof. Dit jaar zou het evenement in Lausitz plaatsvinden, in het oosten van Duitsland.

Shell organiseert dit om jongeren na te laten denken over duurzame energie, maar ook om jongeren te inspireren tot

een keuze voor een technische studie en beroep. We moesten vooral niet denken dat de Shell Eco-marathon een echte

race is, waarbij snelheidrecords belangrijk zijn. Nee, het draait allemaal om duurzame mobiliteit.

Interessant project leek mij, dus ik besloot mee te doen.

Uiteindelijk vormden we een team van twaalf leerlingen,

één natuurkundedocent en één TOA als begeleiders. Ons vast

vergaderuur werd maandagmiddag in de pauze. Maandag 22

september was het dan zover: de eerste officiële vergadering.

Vol overtuiging begonnen we maar gewoon bij het

begin. Welke brandstof gaan we gebruiken, welke vorm

krijgt het voertuig, hoe gaat ons team heten, wie gaat wat

doen? Naarmate de weken verstreken, kreeg ons team steeds

meer vorm. Het team ging Roses-4-Eco heten, we gingen rijden

op GTL (Gas-to-Liquids, synthetische diesel), Annelies

Tuenter en Michelle Verpaalen werden de bestuursters, en

ons voertuig zou de vorm van een druppel krijgen.

Ons team was één van de zeven Nederlandse teams die meededen.

In totaal deden er maar vier middelbare scholen - uit

Den Haag, Amsterdam, Leek (Groningen) en Roosendaal -

mee. Het is dus echt uniek dat wij aan dit project deelnamen,

als enige OMO-school, zelfs als enige school uit

Brabant.

Na het brainstormen was het motto: ACTIE! Lijsten met

zelfgezochte sponsors afbellen met de vraag of ze ons team

wilden sponsoren. Zo vaak kregen we nee te horen. Maar

toch moesten we stug volhouden; met onze begroting van

€ 25.000 was dat wel nodig. Na een aantal weken begon het

sponsors werven te lukken. Met een zelfgemaakte sponsorbrief

bleven we sponsoren benaderen, tot een aantal weken

voor de Shell Eco-marathon. Ondertussen moesten we ons

ook druk bezig houden met het doorlezen van de uitgebreide

reglementen over wat wel en niet mocht, en waar het

voertuig allemaal aan moest voldoen. Natuurlijk moesten we

ook over een ontwerp nadenken. Het was noodzaak om snel

op zoek te gaan naar een geschikt chassis en cocon, en

iemand zoeken die dat voor ons kon maken. Uiteindelijk

hadden we een bedrijf in België gevonden dat voor ons het

aluminium chassis kon maken. De cocon is gemaakt van

kunststof door een bedrijf uit Breda. Via de vader van een

teamlid konden we een motortje krijgen.

Het werd nog spannend, de deadline was toch echt de testdag

in Amsterdam op 7 april. Ons voertuig was uiteindelijk

rijklaar op 6 april, net op tijd. In het Olympisch Stadion

ging het gebeuren: ons voertuig, voor het eerst met onze

eerste bestuurster erin. Hij deed het, en we konden zelfs al

een meting doen. Met gespannen gezichten keken we naar

de officiële meting. Het werd 1 op 84 km, niet de 1 op 200

waarop ik stiekem toch hoopte, maar tevreden waren we

zeker! De dag werd alleen minder vrolijk afgesloten: het

allerlaatste rondje van de dag mocht er nog iemand anders

uit ons team in het voertuig rijden, maar hij vloog uit de

bocht. Zelf had hij geen ernstige verwondingen, maar het

voertuig was wel beschadigd. De rolbeugel was namelijk

lichtelijk scheef komen te staan.

Plotseling kwamen de volgende data al gauw dichterbij: 6,

7, 8, en 9 mei. Dat waren dé dagen van de Shell Eco-marathon

in Lausitz. De laatste vergaderingen lagen in het verschiet.

We gingen het al hebben over het kamperen, het

vervoer en de laatste reparaties en aanpassingen aan ons

voertuig. Onze twee begeleiders waren tot een paar dagen

voor vertrek nog druk in de weer met het sleutelen aan het

voertuig.

Maar uiteindelijk was het dan echt zo ver: 8 uur woensdagochtend

6 mei. Met de slaap nog in onze ogen stonden we

gereed om te vertrekken. Het bagagebusje werd ingeladen

met de laatste spullen en het voertuig ging achterop een

aanhangwagen. En toen begon de reis. Rond 19.00 uur konden

we ons met het gehele team aanmelden. De Shell Ecomarathon

was begonnen; voor deze dagen hadden we uren

en uren gewerkt.

Donderdag begon de dag vroeg: om 8 uur aan het ontbijt en


daarna in overalls richting onze paddock. Dat was een ruimte

waar het voertuig kon staan en waar er nog aan gesleuteld

kon worden. Dit werd een grote dag: de technische

keuring. Kwamen we hier niet doorheen, dan mochten we

niet eens meer rijden. De spanning was van elk gezicht af te

lezen toen we richting de keuring liepen. We kwamen er

niet gelijk doorheen: er moest een rem van de ene kant van

het stuur naar de andere kant worden verplaatst en er

moest een klein beschermend plaatje worden gemaakt boven

de kettingen. Na een uurtje sleutelen, gingen we voor de

tweede keer door de keuring. Dit keer wel goedkeuring.

Opgelucht waren we zeker. We mochten meedoen, we konden

gaan rijden. Maar er was geen tijd meer om proefrondes

te rijden, en het rijden de volgende dag was gelijk officieel.

Vrijdag, de rijdag. In totaal mochten alle teams vier pogingen

doen. We keken toe hoe onze bestuurster Annelies de

eerste ronde begon. Verheugd over het feit dat het voertuig

het sowieso deed, wachtten we af. Ze moest acht rondes van

3,2 km rijden, maar gelijk in ronde 1 ging het mis. De GC-4-

GTL, ons voertuig, stond stil. De ketting was eraf gegaan.

De baan bleek veel hobbeliger dan op de testdag in

Amsterdam. Na een reparatie dan nog eens proberen. Na

ronde vier precies hetzelfde verhaal, weer stond het voertuig

stil, en weer die ketting. Nu sloeg de benauwdheid toe,

we gaan toch wel het parcours uitrijden?

Er was die dag nog tijd voor één poging. Annelies zat er

weer klaar voor. Ronde 1, ronde 2, ronde 3, ronde 4, het

ging allemaal goed. Ze zat mooi op schema, ze reed keurig

gemiddeld 30 km/h, zoals werd voorgeschreven door de

reglementen. Na het zesde rondje kreeg ik er vertrouwen in

dat het ging lukken. Vol enthousiasme renden we van de

tribune over de loopbrug richting de baan om Annelies op

te vangen. We konden zien hoe ze binnenkwam en uitgelaten

waren we zeker. Met stralende gezichten stonden we bij

de brandstofmeting en Annelies werd als een ware heldin

onthaald. Het verbruik bleek 1 op 114 km te zijn.

Fantastisch! Een verbetering van ons eigen record op de

testdag. Die dag kon niet meer stuk. Na ’s avonds nog met

z’n allen wat gepraat te hebben, gingen we als brave leerlingen

natuurlijk op tijd slapen.

En toen was het alweer de laatste dag, zaterdag 9 mei. Er

was nog één poging over, dit keer was het de beurt aan

Michelle Verpaalen, onze reservebestuurster.

Na ongeveer vijf rondjes was iedereen haar uit het oog verloren.

Wat bleek, het voertuig had een klapband gekregen,

waardoor het twee keer over de kop was gegaan. Allemaal

geschrokken vingen we Michelle op. Gelukkig kwam zij er

met een aantal blauwe plekken en een beetje hoofdpijn van

af. Ons voertuig had nogmaals bewezen sterk te zijn, en

met die gedachte verlieten we Lausitz. Het was voorbij.

Al met al was dit een project waar we enorm veel tijd ingestoken

hebben, maar het was het dubbel en dwars waard:

het hele evenement, de 200 verschillende teams die meededen

uit 29 landen, de betrokkenheid van teams met elkaar

en het samenwerken, we hebben er veel van geleerd. De

Shell Eco-marathon was niet leuk, maar GEWELDIG!

11


t












TES Installatietechniek

Tilburg B.V.





www.tesgroep.nl


T

F

Wij maken

ons persoonlijk

sterk voor

uw belangen.

Holla Poelman Van Leeuwen Advocaten N.V.

is een full service advocatenkantoor met

specialisaties op de meest voorkomende

rechtsgebieden. Vanuit de vestigingen in

Eindhoven, ‘s-Hertogenbosch en Tilburg

bedienen ruim 80 advocaten grote,

middelgrote en kleine bedrijven, overheden,

not-for-profi torganisaties en particulieren.

www.tesgroep.nl

Adverteren in

OMOlogie?

Neem contact op met het secretariaat van

OMOlogie telefoon 013 – 595 55 83 of

reageer naar OMOlogie@omo.nl

Voor de zomerperiode zijn wij binnen onze afdeling interne zaken

(m.n. schoonmaken appartementen en algemene ruimten, restaurant en

bezorging maaltijden) op zoek naar:

VAKANTIEKRACHTEN

Voor de periode 3 augustus 2009 t/m 21 augustus 2009

(weken 32, 33 en 34)

DE FUNCTIE:

uitvoeren van huishoudelijk werk in de appartementen bijv. opmaken

van bed, vaatwasser in/uitruimen, wasgoed ophangen, etcetera;

schoonmaken van algemene ruimten e.d.

WAT VRAGEN WIJ VAN U:

minimaal 16 jaar;

goede contactuele eigenschappen;

de werktijden zijn van 9.00 – 13.00 uur

(bereidheid om middagen te werken).

WAT BIEDEN WIJ:

goed salaris en de secundaire arbeidsvoorwaarden;

prettige werkomgeving in een bijzondere organisatie.

Inlichtingen en sollicitaties: voor meer informatie over de functie kunt u

kijken op de site www.molenwijck.com of contact opnemen met mevrouw

P. van Soest (officemanager), telefoon 0416-365600.

Schriftelijk sollicitaties kunt u richten aan: ServiceResidentie Molenwijck,

t.a.v. mevrouw P. van Soest, Molenwijck 1, 5175 WB Loon op Zand of

per e-mail aan Peggy.vansoest@Molenwijck.com


Tijd voor Magister

Eind 2007 werd de voortgang van de invoering van leerling-administratiesysteem LEA op basis van PeopleSoft bij OMO

nog eens goed tegen het licht gehouden. Dat resulteerde in het moeilijke besluit om te stoppen met de implementatie

van LEA. Het werd hoog tijd om met weinig tijd een nieuw, werkend leerling-informatiesysteem te kiezen en te implementeren.

Tijd voor Magister. Maar is er genoeg tijd genomen voor de keuze en de implementatie?

Afgelopen jaar rond deze periode was de

procedure voor de keuze van een nieuw

leerling-informatiesysteem voor Ons

Middelbaar Onderwijs nog in volle gang. Met

het oog op de administratie van de flexibele

examens in januari 2009 en de registratie

van de nieuwe aanmeldingen rond maart

2009 werd een ambitieus tijdpad uitgezet

voor de selectieprocedure en de uiteindelijke

implementatie van het nieuwe pakket op

alle scholen. Over de planning viel niet te

onderhandelen. Ondanks een gedegen keuzeproces

met inzet van betrokkenen vanuit

alle OMO-geledingen en het wederzijdse vertrouwen

tussen OMO en de nieuwe leverancier,

is er altijd een risico dat het toch niet

lukt. Kortom een hele uitdaging, zeker

gezien de omvang van OMO.

Op een uitgebreide demonstratiedag gooide

het nieuwe pakket hoge ogen bij de eindgebruikers.

De getoonde functionaliteiten en

gebruiksvriendelijkheid waren van doorslaggevende

betekenis bij de uiteindelijke

definitieve keuze. Op het moment dat aan

SchoolMaster bekend gemaakt werd dat zij

hun pakket Magister naar alle scholen

mochten uit gaan rollen, zijn zij voortvarend

aan de slag gegaan. Nog tijdens het

zomerreces van 2008 is een plan van aanpak

ingevuld. Daarna is de implementatie

vrijwel direct van start gegaan door implementatiegesprekken

te voeren met alle

individuele scholen en met het Bureau. Nog

in september zijn de eerste cursussen voor

120 kerngebruikers op het Bureau verzorgd.

Op 29 september 2008 organiseerde

SchoolMaster als symbolische aftrap van het

project in het Tilburgse Willem II stadion

een informatiedag voor alle OMO-scholen.

Ruim 400 deelnemers hebben die dag niet

alleen kennis gemaakt met de functionaliteiten

van het pakket maar ook met een

enthousiaste leverancier.

Kort daarna is begonnen met de uitvoering

van de centrale en de schoolspecifieke conversies.

Per 17 oktober 2008 zijn alle gegevens

uit de centrale database van het

voormalige leerling-administratiesysteem

LEA als eerste geconverteerd naar Magister.

Anders dan in LEA is ervoor gekozen om

per school een flexibele, eigen Magisterinrichting

en database op te leveren. Voor

iedere school zijn additioneel gegevens uit

satellietpakketten zoals StudieLogBoek

(SLB) geconverteerd en samengevoegd. De

conversie van cijfers vanuit SLB bleek vanwege

de grote variëteit in inrichting en

werkwijze lastiger dan verwacht. Dat heeft

voor een aantal scholen geresulteerd in uitstel

van de cijferconversie. Ondanks dat zijn

alle scholen vanaf maart 2009 definitief

over op het gebruik van Magister, in ieder

geval voor basisfunctionaliteiten zoals de

registratie van leerlinggegevens en de

BRON-uitwisseling met de Informatie

Beheer Groep.

Hiermee is het SchoolMaster gelukt om zonder

echte problemen de implementatie van

Magister in de basis binnen de daarvoor

opgestelde ambitieuze planning te halen.

Dat op zich is ook een bevestiging dat de

genomen tijd voor de keuze van een nieuw

leerling-informatiesysteem voldoende is

geweest. Het is tijd voor de volgende stap.

Tijd om er onder andere voor te zorgen dat

bij aanvang van schooljaar

2009-2010 scholen kunnen

werken met andere functionaliteiten,

dat er een koppeling

is met elektronische

leeromgeving N@Tschool!

en dat in nauw overleg met

OMO structurele afspraken

over het beheer transparant

worden vastgelegd en

gecommuniceerd.

B E S T U U R

door:

Pascal Marcelis,

beleidsmedewerker

ICT

13


UIT DE SCHOLEN

door:

Ron Teuben,

schoolcorrespondent

OMO-scholengroep

Het Plein, Eindhoven

14

Pleincollege Sint-Joris weer in

actie voor Kenia

Pleincollege Sint-Joris organiseert sinds 1990 om de twee jaar een actiedag voor ‘Kenia’. ‘Kenia’ staat in dit verband

voor Oyusis, een stadje in het westen van Kenia. In dit gebied zijn de bewoners op grote schaal slachtoffer van aids;

als gevolg daarvan groeit het aantal weeskinderen zeer sterk. In een omtrek van ongeveer 50 km rond Oyusis leven op

dit moment circa 3.000 weeskinderen. In 1996 zijn de Fraters van Tilburg het Oyusis Integrated Project (OIP) gestart.

Het OIP is een anti-aids-project, dat veel terreinen bestrijkt. Er wordt gewerkt op sociaal en medisch gebied, maar ook

op het gebied van landbouw en onderwijs. Oók onderwijs: het OIP-team vindt het enorm belangrijk dat ieder weeskind

naar school kan (blijven) gaan. Uiteraard is daar geld, veel geld voor nodig.

Wat is er tot nu toe gebeurd?

Pleincollege Sint-Joris heeft een naam op te houden als het om geld

inzamelen gaat. In 2007 is de school door de Stichting Wilde Ganzen

zelfs uitgeroepen tot de beste fondswervende school van Nederland. Bij

de negen acties die sinds 1990 zijn georganiseerd, heeft het Joris tot nu

toe een bedrag van ruim € 300.000 bijeen weten te brengen. Dat geld is

ten goede gekomen aan verschillende deelprojecten:

de bouw van een slaapzaal voor zwerfkinderen in Nairobi;

het in stand houden van een school voor doven en blinden in West-

Kenia;

de aanleg van drinkwaterreservoirs en een elektra-infrastructuur bij die

school;

de bouw van een 4-klassige ‘secondary school’ inclusief materialen als

banken, voor kansarme (wees)kinderen;

de bouw van een jeugdhuis voor de opvang van jongeren van 12 tot 18

jaar, van wie de ouders en/of familieleden zijn overleden aan aids.

De tiende keer!

Begin april waren de school en de (zeer) wijde omgeving de plaats van

handeling voor de tiende Kenia-actie. Op woensdag 8 april werd in de

school op deskundige (en aangename) wijze ouders en leerlingen geld uit

de zak geklopt met de verkoop van allerlei artikelen en door deelname

aan workshops en het bijwonen van optredens. De school is tenslotte ook

een broedplaats van artistiek talent (muziek, zang, dans, toneel) en voor

zo’n bijzonder doel mag voor het ernaar komen kijken en luisteren best

een keertje geld worden gevraagd.

Donderdag 9 april was daarna de dag voor de activiteiten buitenshuis.

Om 11.00 uur vertrok een massale stoet leerlingen van ‘t Joris richting

het Stadhuisplein en vandaar naar het Philips Stadion. Vanuit de nok van

het Philips stadion tokkelden dertig leerlingen af onder deskundige begeleiding

van instructeurs van de Koninklijke Nederlandse Landmacht. De

vele aanwezigen werden toegesproken door onder meer de ambassadeur

van Kenia, rector Frans Bakermans en leerlingen die eerder naar Kenia

zijn geweest.

Een bijzondere prijs

Al jaren is er tijdens de Kenia-actie een prijs te verdienen voor de klas

die de meeste sponsorgelden weet binnen te halen. Eveneens al jaren


wordt die prijs gewonnen door de brugklas waarvan LO-docent Rob van

der Laan mentor is. Dus wie er na afloop bij de rector in de tuin mag

komen barbecueën, is geen verrassing meer. De enige verrassing is –

iedere keer weer – het bedrag dat de brugklassers (in dit geval van klas

B1C) bij elkaar weten te krijgen. Dat was dit jaar € 7.396,55; bijna een

kwart (!) van de totale opbrengst van de actie (ruim € 30.500) en bijna

€ 265 per leerling! Dit prachtige bedrag werd bijeengehaald met een

afmattende pentatlon, die al om 7 uur begon:

12 kilometer fietsen naar Sportpark Woensel;

1 kilometer zwemmen in het Ir. Ottenbad;

muurklimmen bij klimcentrum Neoliet;

5-10 kilometer inline-skaten op de wielerbaan;

12 kilometer terugfietsen naar het Joris;

en als toegift een uur ‘Streetdance for Kenia by 1C’.

Nog een prijs: een reis

Traditioneel is er aan de Kenia-actie nog een prijs verbonden: door loting

worden twee leerlingen aangewezen die in de zomervakantie naar Kenia

mogen reizen om daar – samen met twee docenten – met eigen ogen te

zien wat er met het geld van de school wordt gedaan. De winnaars zijn

nog niet bekend, en als dat wel zo was: de reis moet nog worden

gemaakt en over hun ervaringen kunnen ze nog niet vertellen. Maar het

zou best kunnen dat hun reisverslag aardig overeen zou stemmen met

dat van hun voorgangers Femke en Laura, die een paar jaar geleden in

Kenia hebben rondgekeken. Enkele fragmenten uit hun reisverslag:

“Na acht uur vliegen kwamen we aan in Nairobi. Dat was om 19.30 uur.

Het was toen al donker. Met de auto werden we naar het Broedershuis

gebracht, over steeds erger hobbelende wegen. Pas de volgende ochtend,

bij daglicht, kregen we een indruk van de omgeving: overal mensen, veel

dieren, en zagen we hoe groot de armoede was. Het Broedershuis is een

soort villa waarin de broeders (± 10) wonen en waar ook gasten kunnen

verblijven, maar in de omgeving staan vooral hutjes.”

“In totaal zijn we bij drie van de vier scholen op bezoek geweest die

gesponsord worden met het geld van onder andere het Joris. Het was

echt triest om te zien hoe klein de klaslokalen waren en hoe opgepropt

de mensen zaten: met z’n drieën of vieren op een bankje. Ook hebben we

de slaapzalen bekeken. Een deel van ‘ons’ geld was bestemd voor veertig

stapelbedden en wij hebben gezorgd dat die werden gekocht. Het werk

dat de Fraters doen is echt indrukwekkend!”

“In de derde week zijn we per matatu (een soort heel enge taxibusjes,

die helemaal volgepropt zijn met mensen en die véél te hard rijden) naar

de stad Kisi gegaan. Daar werkt Carolyne, een verpleegster, in een ziekenhuis.

Dat ziekenhuis was echt schokkend. Mensen lagen met z’n

tweeën of drieën in één bed, en soms lag er dan nog iemand onder. Echt

vreselijk, net als de stank die er hing. We hebben ook de operatiekamer

gezien. Daar stond (gelukkig) een heel mooie sterilisatieketel, waarschijnlijk

het enige moderne in het hele ziekenhuis.”

15


16

‘De laatste paar dagen verbleven we in Nairobi. Daar hebben we de Saint

Justino bezocht, de school van het project waar dit jaar het geld naar

toe gaat. En dat is hard nodig ook, want dit was de laatste school die we

bezochten, maar ook de ergste. Overal zaten er gaten in de golfplaten en

het geheel stond op instorten. Gelukkig kunnen ze dankzij ons geld binnenkort

gaan bouwen. Daarna hebben we nog rondgelopen door de sloppenwijken

en dat zullen we echt nooit vergeten. Het stonk er ontzettend

en kinderen liepen er samen met geiten en varkens op hun blote voeten

door het open riool. Krotten van huizen en alles was piepklein.”


Topsport in de klas

Ik heb me wel eens laten vertellen dat onze eigen Amsterdamse J.C. toen hij nog speelde bij Ajax niet aan een wedstrijd

begon zonder éérst even zijn maatje Piet Keizer aangeraakt te hebben, liefst in de catacomben van het stadion,

maar desnoods nog net voor de aftrap, in de wei. Olympisch kampioene Ellen van Langen deed de sokken waarin ze

een overwinning had behaald ook de volgende wedstrijd aan; gewassen of ongewassen, daarover gaat de mythe niet.

Van topsporters hoor je dat vaker: ze moeten een bepaald ritueel voltooien om ‘er’ helemaal klaar voor te zijn.

Docent bedrijft ook topsport. Daarmee bedoel ik juist niet

de gebruinde en gespierde species die zich gymleraar noemt,

maar zijn collega in het klaslokaal die vaak voor de schier

onmogelijke taak staat om een horde jongeren die allang

besloten heeft dat de echt leuke dingen van het leven zich

buiten de muren van de school afspelen toch de illusie bij

te brengen dat ’t ook intramuraal spannend kan wezen.

Afhankelijk van het onderwerp lukt dat minder of beter,

maar Docent legt zijn gevoel van eigenwaarde in handen

van de roedel die zich vóór zijn ogen in zijn rol als verplicht

toeschouwer heeft gevoegd. Het is een belangrijk moment.

Slaagt Docent erin om zijn publiek met een welgekozen formulering

aan het werk te krijgen, kan hij zijn onderwerp

verkopen, dan kan zijn les een succes worden. Lukt dat

niet, dan zal hij moeten worstelen om boven te komen of te

blijven en boet zijn verheven taak van docent in tot die van

een marktkoopman, ordedienst, animeermeisje. Maar daar

heeft Docent niet voor doorgeleerd! En dat niet alleen, het

kost ook nog bergen kruim. Deze prestatie moet bovendien

ieder lesuur opnieuw worden geleverd, tot soms zeven, acht,

negen keer daags. Kom daar eens om in de wereld die sport

heet.

Ook docenten beschikken dus, om in hun tak van sport

maximaal te presteren, over rituelen, zij het van een andere

soort en een ander kaliber, waarin het ritueel vaak meer

functies heeft. Collega De Poortere zal zich aan het begin

van de les in de deur van zijn domein posteren, zijn pupillen

bij het binnengaan één voor een observerend of liever:

monsterend, en als de allerlaatste binnen is de deur héél

zacht sluiten, daarmee menend reeds bij aanvang van de les

een onneembare horde te hebben geplaatst voor eventuele

ongewenste uitingen van het geachte publiek.

Bioloog Koekoek rept zich na iedere zoemer naar de gang,

op zoek naar enig menselijk contact: een grap, een troostend

woord, een gewillig oor: “Wat ik nóu net weer heb

meegemaakt...” – het is tegelijk leeglopen én opladen – om

zich vervolgens, de geplaagde kop schuddend, aan een nieuwe

exercitie te wagen.

Ik doe het met koffie. Koffie is mijn drug, mijn doping. Het

moet zo: het eerste lesuur werk ik nog op de koffieresten,

het drab dat mijn lichaam nog van de vorige dag voor nu

heeft bewaard en nog niet geheel verwerkt. Vóór het tweede

lesuur betreed ik, inmiddels licht trillend, de docentenkamer

en tap ik mijn eerste kopje. Hiermee moet ik het dan

twee lesuren stellen. Ik draai met andere woorden één op

honderd en ben dientengevolge van een zuinigheid die je in

de OMO-burelen niet zult aantreffen. Het kopje koffie

bezorgt me een goed gevoel van huiselijkheid, van gezelligheid,

van ‘het aroma komt je tegemoet’: tóch een wat ander

aroma dan dat van 32 pubers na de gymles.

In de pauze neem ik m’n tweede shot en zo kom ik de ochtend

heelhuids door. De middag is dan enkel nog een kwestie

van het karwei afmaken; na het noenmaal is het vooral

zaak om wakker te blijven, zodat je het eindsignaal nog

ontvangt en niet, zoals een mijner collega’s ooit overkwam,

de ogen te openen en te constateren dat de gehele klas zich

reeds uit de voeten heeft gemaakt.

Er is wel eens een leerling – mijn interne geheugen fluistert

me in dat het altijd een meisje is – die zegt: “Meneer, als ú

koffie mag, dan mogen wij toch ook wel drinken meenemen.”

Het helpt tegenwoordig niet meer om dan uit te leggen

dat er nu eenmaal principiële verschillen zijn tussen de

ervaren, volwassen en door het leven gerijpte professional

en de snotaap die jou ter verantwoording roept. Ik tap dus

uit een ander vaatje en leg uit dat docenten vroeger gewoon

mochten róken in de klas, en dat ze zelfs mochten slaan! en

dat ze al die pleziertjes die het leven zo veraangenamen

hebben moeten inleveren. Koffie is het enige dat hun nog

rest. “En uw loon dan, meneer?” “Jongens, dat loonstrookje

van mij plak ik als vorm van inbraakbeveiliging op mijn

voordeur; ik heb al eens meegemaakt dat een inbreker die

over een groot hart beschikte een briefje van € 20 door de

brievenbus duwde en vervolgens bij de buurman – een

bouwvakker – ging inbreken.” Dat helpt: de klas begrijpt

dat het erop of eronder is voor de meneer, met een kopje

koffie balancerend op het docententouw…

UIT DE SCHOLEN

door:

Vincent van den

Hoven, docent

Nederlands Kwadrant

Scholengroep

deelschool Cambreur

College Dongen

tekstschrijver

17


UIT DE SCHOLEN

door:

Piet de Kort, voorzitter

Beroepsgroep van

OMO-docenten

18

Ledenvergadering Beroepsgroep

De eerste ledenvergadering van de Beroepsgroep van OMO-docenten werd gehouden op 13 mei 2009 in de Mollerzaal

van Ons Huis te Tilburg. Daarna volgde een programma met drie lezingen, onderbroken door een buffet.

Ledenvergadering

Op de agenda stonden de bestuursverkiezing, financiële zaken en een discussie over de toekomstige

activiteiten. De leden gaven het huidige bestuur een nieuw mandaat voor het volgende jaar.

Bij de bespreking van het voorstel om de contributie vast te stellen op € 40 werd door verschillende

leden de hoogte van dat bedrag gekoppeld aan de plannen voor het volgend schooljaar. Er ontstond

een levendige discussie over onder andere ledenpasjes, naamsbekendheid en aanbod van

scholing. Bij dat laatste onderwerp werd opnieuw gerefereerd aan het oude idee van interscholaire

scholingsdagen per vak.

Het contributievoorstel werd uiteindelijk nog niet in stemming gebracht, ook al omdat er onduidelijkheid

bleef bestaan over de voorliggende begroting. Jammer genoeg was penningmeester Dick

Ottenbros niet aanwezig als gevolg van een recente heupoperatie.

Beroepsvormingsproces

Albert Mok, emeritus hoogleraar economische sociologie, gaf vervolgens uitleg over het proces van

beroepsvorming bij leraren. Hij illustreerde zijn betoog met voorbeelden uit het onderzoek dat hij

heeft verricht naar de beroepsvorming bij verschillende beroepen en in diverse landen.

“Mensen met ongeveer gelijke (vak)opleiding die ongeveer identieke problemen (in de zin van

opgaven) in hun werk tegenkomen, gaan bindingen met elkaar aan ten einde voor die problemen

gezamenlijke oplossingen te vinden. Immers, mensen die (van oordeel zijn dat zij) hetzelfde werk

doen, zijn geneigd elkaar op te zoeken, contact met elkaar te onderhouden en kennis uit te wisselen.

Daartoe dienen bij voorbeeld beroepsverenigingen.

Ze krijgen een aanduiding (beroepsnaam) die hen van anderen die ander werk doen onderscheidt

en die de onderlinge samenhang naar buiten toe afbakent (uiterlijke samenhang). Zij komen steeds

dezelfde problemen tegen waarvoor ze (standaard)oplossingen zoeken en vinden, die ze op elkaar

overdragen (beroepsinwijding) en waardoor ze van elkaar leren (beroepsopleiding). Het beroep

moet immers steeds worden gereproduceerd. De nieuwkomers moeten worden ingewijd en de grenzen

van het domein moeten worden bewaakt, waartoe een eigen cultuur (beroepscultuur) en eigen

cognitieve en morele maatstaven (beroepsstandaard) worden ontwikkeld, waaraan de leden van een

beroep hun identiteit en hun marktwaarde ontlenen en waaraan ze in praktijk gehouden zijn.”

Aan de hand van een 3 bij 3 matrix legde hij bijzondere nadruk op de domeinen ‘Collegialiteit en

saamhorigheid’ en ‘Collectieve gedragsnormering’, die volgens hem een brugfunctie hadden tussen

‘Maatschappelijke verantwoordelijkheid’ en ‘Interpersoonlijke betrokkenheid’.

Avondlezingen

Na het buffet konden de aanwezigen kiezen uit twee lezingen. De grootste belangstelling ging uit

naar de lezing van Jan Blokker, die samen met zijn vader en broer onlangs het boek “Nederland in

twaalf moorden” heeft geschreven. Hij begon met zijn toehoorders de volgende prikkelende stelling

voor te houden.

“Nederlanders zien zichzelf graag als een voorbeeld voor andere volkeren. Je hoeft niet eens zo

heel goed op te letten om voortdurend signalen op te vangen van die neiging. Ik heb het dan

uiteraard over de veronderstelling dat wij weliswaar een klein land zijn, maar dat we moreel en

ethisch zo voortreffelijk zijn geworden in de loop van onze geschiedenis, dat buitenlanders daar

maar eens een voorbeeld aan zouden moeten nemen. Als de grote staten meer oog zouden hebben

voor onze vredelievende aard, het ontbreken van nationalistische hysterie, voor onze aangeboren

democratische aard, onze vrijheidszin, onze ontspannenheid, onze tolerantie… ja, dan zou de

wereld er heel wat beter uitzien.”


Maar, aldus Blokker: “Ik heb de verandering van een bezadigd, gezagsgetrouw land naar een provocatief,

brutaal, bot en soms ook enigszins neurotisch land meegemaakt. Ik ben me ervan bewust

dat ik zware woorden gebruik, maar ik denk dat ik dat kan verantwoorden.

Nederland zou heel snel heel erg assertief worden. Een absolute vrijheid van meningsuiting hoorde

daarbij. Het was niet alleen meer een behoefte en een recht om voortdurend openlijk uit te komen

voor je mening en alle normen en autoriteiten ter discussie te stellen, het was zoveel als een

plicht geworden. Wie niet voortdurend met luider stem uitkwam voor zijn mening, die was ofwel

een sukkel, of een hypocriet.”

Dat alles leidde uiteraard tot een levendige discussie over de zogenaamde Nederlandse ‘normen en

waarden’.

“Maar over welke normen en waarden hebben we het eigenlijk? De moraal van de minister-president?

De typisch Nederlandse tradities waar de fractievoorzitter van Trots op Nederland zich sterk

voor maakt? De grimmige recht-voor-z’n-raap retoriek van die afvallige VVD’er uit Venlo?”

Van electroscoop naar LHC

De andere lezing was een inleiding op de moderne deeltjesfysica door Thomas Rijken van de

Radboud Universiteit Nijmegen. Een moeilijk, maar uiterst boeiend onderwerp “Beginnende bij de

ontdekking van ß-radioactiviteit door Bequerel in 1896 volgen we de ontwikkeling van de elementaire

deeltjes in de voorbijgegane eeuw. In de tien jaar daarna begint het tijdperk van zowel de

Quantumfysica als ook de Relativiteitstheorie. De beroemde formule E = mc2 van Poincare en

Einstein betekent de equivalentie van massa en energie, en brengt het idee van productie van

(nieuwe) deeltjes!

De ballonvaart van Victor Hess in 1912 markeert een volgend belangrijk moment, omdat dit in

feite de ontdekking was van de kosmische straling. Verrassend hierbij is de belangrijke rol die de

simpele (?) electroscoop hierbij heeft gespeeld!

We volgen de verdere ontdekkingen van nieuwe deeltjes met experimenten met kosmische straling

rond 1950. Deze leidden in de zestiger jaren tot het Quark-model, hetgeen orde bracht in de zgn.

‘particle-zoo’. Vanaf 1950 wordt het onderzoek in de deeltjesfysica praktisch geheel overgenomen

door de ontwikkeling van de deeltjesversnellers, met name de cyclotrons.”

De LHC (Large-Hadron-Colider) van C.E.R.N. in Genève is de laatste grote versneller die onlangs in

gebruik is genomen. Via de beschrijving van de Standaardtheorie, deeltjesinteracties en de fundamentele

experimenten die de theorie bevestigden, leidde hij de aanwezigen tot slot naar een

scenario van de Oerknal of ‘Big-Bang’.

Na afloop van deze leerzame bijeenkomst reikte de Beroepsgroep aan alle deelnemers een certificaat

uit.

19


Geplande cursussen:

di 16 juni 2009 | Meewerkdag

di 30 juni 2009 | Cursus Roosterdialogen

do 2 juli 2009 | Meewerkdag

do14 juli 2009 | Meewerkdag

Inschrijven kan via www.zermelo.nl

Nieuwe vestiging Eindhoven






Groenstraat 1a, 5256 NV Herpt

tel. 0416 - 666 995, info@desaiga.nl

Contactgegevens kantoor Eindhoven

Adres Aalsterweg 191a, 5644 RA Eindhoven

Telefoon 071 524 00 86

Email info@zermelo.nl

Verstandig Bouwen

VEELZIJDIG

FLEXIBEL

KWALITEIT

BETROUWBAAR

COÖPERATIEF

100 JAAR ERVARING

Prof. Cobbenhagenlaan 35, Tilburg

Postbus 35, 5000 AA Tilburg

Telefoon 013 - 4 666 999

Telefax 013 - 4 666 900

Email: info@hvbbouw.nl

www.heerkensvanbavel.nl

BESTERSCOMMUNICATIONCONCEPTS 163 2005


OMOlogie! Hoe verder?

In februari startten wij in opdracht van de Raad van Bestuur een onafhankelijk lezersonderzoek naar de vraag of de

behoefte van de lezer nog aansluit bij de huidige vorm en inhoud van OMOlogie. De indruk bestond dat OMOlogie wellicht

toe was aan een metamorfose. Niet gek, want het is al veertig jaar het huisorgaan van Ons Middelbaar Onderwijs.

Voordat je aan een metamorfose begint, moet je natuurlijk weten wàt er moet veranderen volgens de lezer en hoe je

dit aan gaat pakken. Alleen op die manier kun je succesvol zijn met het aanpassen van je personeelsblad.

We zijn in het onderzoek helemaal vrij gelaten in de aanpak en de uitwerking en we hebben

ondersteuning gekregen van Ellen Hermans en twee begeleidende docenten van Fontys Hogeschool

Communicatie. Na een vooronderzoek zijn we begonnen met enkele pilot-interviews in Eindhoven.

Hieruit bleek dat de meningen van lezers en niet-lezers nogal uiteenliepen. Met de vraag “Wat

moet er veranderen zodat u OMOlogie (beter) gaat lezen?”, kwamen we in eerste instantie niet ver.

Om die reden hebben we getracht de achterliggende redenen van lezen – of weggooien – te achterhalen

en hieraan diepgaandere vragen te koppelen. Op deze manier werd het verhaal compleet en

bruikbaar voor het verdere onderzoek en het advies dat wij aan de Raad van Bestuur wilden gaan

uitbrengen.

In totaal hebben we zeven OMO-scholen bezocht. Zesenveertig medewerkers van die scholen hebben

meegewerkt aan ons onderzoek. We hebben de respondentengroep zo gevarieerd mogelijk

gekozen. Met zowel leidinggevenden, docenten en OOP’ers hebben we aan tafel gezeten. We hebben

docenten gesproken die al meer dan dertig jaar in het onderwijs zitten, maar ook net afgestudeerde

docenten waarvoor veel dingen nog nieuw zijn. Iedere respondent had een duidelijke passie

voor hun vak en zij waren allemaal op een geheel eigen wijze betrokken bij de eigen school en bij

OMO. Mede om die redenen is ieder interview een interview op zich geworden. Elk interview is

anders gelopen en de verschillen in richtingen die gesprekken op zijn gegaan, liepen zeer uiteen.

Hierdoor was de verwerking van alle interviews een behoorlijke klus. Toch is het gelukt om uit de

grote hoeveelheid informatie enkele conclusies en een duidelijke boodschap te halen.

Eén van de belangrijkste conclusies die we kunnen trekken is dat OMOlogie met haar huidige

inhoud niet optimaal wordt gelezen. Het lijkt erop dat de doelgroep van OMOlogie te ruim geformuleerd

is. Het blad is bedoeld voor ongeveer 7.000 mensen met uiteenlopende functies binnen

het voortgezet onderwijs. Het leesgedrag en de behoeften van een OOP’er liggen bijvoorbeeld heel

anders dan van een rector. Daarnaast is er geen duidelijk doel opgesteld waar OMOlogie aan moet

voldoen. Een tweetal adviezen die hier uit zijn gerold is de communicatiedoelgroep van OMOlogie

versmallen en een duidelijk doel voor het blad hanteren. Wij hebben OMO geadviseerd het volgende

doel te nemen: inspiratieblad, om docenten van alle OMO-scholen elkaar te laten inspireren.

Het bleek dat een grote meerderheid van de respondenten het niet erg zou vinden als OMOlogie

zou verdwijnen, maar liever hoopt dat er een aantal veranderingen aan OMOlogie plaatsvinden.

Volgens een groot gedeelte van de respondenten zou voornamelijk de inhoud en de keuze van

onderwerpen moeten veranderen. De verandering aan de inhoud die wij de voornaamste vinden, is

dat de artikelen meer over de praktijk moeten gaan. Volgens veel respondenten was het dan ook

belangrijk dat de artikelen verband moeten hebben met het dagelijkse werk of leerzaam moeten

zijn voor de lezer.

Tijdens een presentatie voor de voorzitter van de Raad van Bestuur en Ellen Hermans, hebben we

adviezen gegeven over hoe al onze aanbevelingen verwerkt zouden kunnen worden in OMOlogie.

Wij hopen dat OMO echt iets kan doen met onze adviezen en dat iedereen volgend schooljaar kan

zeggen dat OMOlogie op een positieve manier veranderd is.

We maken graag van de gelegenheid gebruik om alle medewerkers die tijd hebben vrijgemaakt voor

ons onderzoek, hartelijk te danken. We zijn op de scholen zeer gastvrij ontvangen en hebben de

verschillen in sfeer en eigenheid als prettig ervaren.

B E S T U U R

door:

Anne van Ringen,

Eddy de Kunder en

Fieke Spoler,

vierdejaars studenten

Fontys Hogeschool

Communicatie,

Eindhoven

21


UIT DE SCHOLEN

door:

Ron Teuben,

schoolcorrespondent

OMO-scholengroep

Het Plein,

Eindhoven

22

“All the world’s a stage”

…om te beginnen in Tilburg

Begin april was het een feit: het eerste geheel Engelstalige (scholieren-)theaterfestival in Nederland. Verantwoordelijk

voor deze primeur was het Sint-Odulphuslyceum in Tilburg. Een aantal jaren geleden heeft de school Engelstalig drama

op het rooster gezet en met zo veel succes, dat de wens ontstond eens echt op grote schaal uit te pakken. Er is al een

Franstalig festival in Veghel, vorig jaar al voor de derde keer georganiseerd door het Zwijsen College, en – ook vorig

jaar – een internationaal Engelstalig festival in Gent, maar in Nederland was er nog niets.

Het organiseren van een dergelijk festival met deelname van buitenlandse

scholen is een enorme klus. Veel zaken lopen precies zoals

gepland en gehoopt, maar er zijn ook altijd onverwachte complicaties.

Naast ongetwijfeld talrijke kleine problemen waren er twee

grote: het afzeggen, op het laatste moment, van de Poolse groep en

de ziekte van een van de Hongaarse spelers, waardoor het programma

al direct op de eerste dag moest worden omgegooid.

Uiteindelijk ging het festival toch gewoon, op de normale tijd en

op de normale manier, van start: er is heel wat meer nodig om

Catherine Putters (docente Engels) en Loes Duindam (dramadocente),

die het geheel hadden georganiseerd, uit hun evenwicht te

brengen. Daar moet wel aan worden toegevoegd dat zij een groep

leerlingen van het Odulphus achter zich hadden waarmee een mens

de oorlog kan winnen: presenteren, interviewen, een blad maken,

en uiteindelijk ook zelf nog optreden, de dames en heren draaiden

hun hand er niet voor om.

Een theaterfestival draait natuurlijk om theater, dat is duidelijk. De

zondag, de dag van aankomst van de buitenlandse gasten, was nog

een dag van informele contacten en een eerste kennismaking met

Tilburg, maar vanaf maandag werd er vier volle dagen serieus

gewerkt. Iedere middag met de opvoering van de toneelstukken en

op de ochtenden (vanaf dinsdag) met workshops over allerlei aspecten

van theater. Niet alleen het omgaan met teksten, maar ook de

fysieke kanten van acteren. Elementen uit de workshops werden in

de nabespreking van de toneelstukken vaak ook weer ter sprake

gebracht, waardoor het festival een sterk samenhangend geheel

werd.

Anders dan het bovengenoemde Franstalige theaterfestival in Veghel

had het Engelstalige festival geen deelnemende scholen die in de

eigen moedertaal speelden. Dus er was hier geen school uit, bijvoorbeeld,

Oxford om even te laten zien hoe je echt Shakespeare speelt

en Engelse dialogen uit de mond laat rollen. Dat had misschien het

nadeel dat er geen opvoering bij was waaraan de spelers een voorbeeld

konden nemen, voor later, maar als voordeel dat alle scholen

gelijkwaardig waren. Ze moesten zich allemaal zo goed mogelijk

zien te redden in een taal die niet hun moedertaal is. Daarbij bleek

er toch een groot verschil te zijn tussen de Nederlandse scholieren

enerzijds en hun Italiaanse en Hongaarse collega’s anderzijds: ken-


nelijk zijn onze leerlingen in West-Europa toch veel meer vertrouwd

geraakt met het verstaan en spreken van Engels. Dat was zowel in

de keuze van de stukken als bij de nabesprekingen te merken.

Wat dat betreft was het optreden van de eerste school, het Maasland

College uit Oss, al direct ‘raak’. Veel tekst, moeilijke tekst veelal, die

er dankzij goede docenten Engels en noeste oefening ook vrijwel

moeiteloos en foutloos uitrolde. En soms ook met weinig actie, zoals

in ‘Discussion at the Edge of a Cliff’: een psychologisch steekspel

met woorden tussen een persoon die zelfmoord wil plegen door van

een rots te springen en een ander die haar daarvan af wil houden.

Héél goed gedaan, maar wel een dialoog om de oren bij te spitsen.

Geen wonder dus dat bij de nabespreking aan het licht kwam, dat

de Italiaanse en Hongaarse scholieren de finesses van de tekst soms

waren ontgaan.

Dat bleef in feite de hele week zo: de bijdragen van ‘onze’ scholen

hadden eigenlijk allemaal een sterk talig, literair karakter.

Pleincollege Bisschop Bekkers uit Eindhoven kwam bijvoorbeeld met

‘Shakespeare’s Mid-Winter’s Nightmare’, waarin de productieve

schrijver met een writer’s block te bed ligt, niet wetende wat te

schrijven, en een groot aantal personen uit zijn eerdere werken

voorbij ziet komen die hem allemaal - soms tegenstrijdige adviezen

- geven. Dat vraagt van de kijker/luisteraar niet alleen een zeer

goede beheersing van het Engels, maar ook van de Engelse literatuur,

in casu het oeuvre van Shakespeare. Ook bij de voorstelling

van het Sint-Odulphuslyceum uit Tilburg op de slotdag speelde

Shakespeare een grote rol. Voor ‘Till Death Do Us Part’ was sonnet

nr.18 (‘Shall I compare thee to a summer’s day? / Thou art more

lovely and more temperate. / Rough winds do shake the darling

buds of May / And summer’s lease hath all too short a date.’) als uitgangspunt

genomen voor een zelfgeschreven stuk. Op het toneel een

doodskist met daarnaast een treurende weduwe, die via al dan niet

echte gesprekken met condoleancebezoek

achter mindere fraaie kanten van het

leven van haar man komt. Niet dat

het theatrale aspect bij genoemde

voorstellingen was verwaarloosd;

integendeel.

Pleincollege Bisschop

Bekkers speelde zelfs in

fantastisch mooie kostuums

(via een der ouders

geleend van een operagezelschap,

bleek desgevraagd

bij de

nabespreking) en de enscenering

van het stuk van het

Odulphus was zeer doordacht

en functioneel.

Daar stelden de buitenlandse groepen, van de nood een deugd

makend, twee totaal andere voorstellingen tegenover. Met weinig

tekst, maar des te meer actie overrompelden ze het publiek. Dat was

al zo in de sterk verkorte versie van ‘The Wizard of Oz’ door het

Liceo scientifico Galileo Galilei uit Catania (Sicilië). Dorothy uit

Kansas is door een cycloon in een vreemde wereld terecht gekomen,

waarin ze allerlei vreemde wezens ontmoet. En in de overtreffende

trap in ‘Sure Thing’ door het Ilyés Gyula Gimnázium uit Budapest.

Ook hier niet veel tekst, en wat er werd gezegd was vaak ook nog

geïmproviseerd. Maar wel heel sterk spel, met wat simpele attributen

(een tafel, een stoel) allerlei vormen van intermenselijke relaties

uitbeeldend – en er viel ook nog eens flink om te lachen. Een

prachtige uitsmijter, dus, van een zéér geslaagde eerste editie van

dit Engelstalige festival. Eerste editie, want dit succes vraagt

natuurlijk om een vervolg!

23


nelijk zijn onze leerlingen in West-Europa toch veel meer vertrouwd

geraakt met het verstaan en spreken van Engels. Dat was zowel in

de keuze van de stukken als bij de nabesprekingen te merken.

Wat dat betreft was het optreden van de eerste school, het Maasland

College uit Oss, al direct ‘raak’. Veel tekst, moeilijke tekst veelal, die

er dankzij goede docenten Engels en noeste oefening ook vrijwel

moeiteloos en foutloos uitrolde. En soms ook met weinig actie, zoals

in ‘Discussion at the Edge of a Cliff’: een psychologisch steekspel

met woorden tussen een persoon die zelfmoord wil plegen door van

een rots te springen en een ander die haar daarvan af wil houden.

Héél goed gedaan, maar wel een dialoog om de oren bij te spitsen.

Geen wonder dus dat bij de nabespreking aan het licht kwam, dat

de Italiaanse en Hongaarse scholieren de finesses van de tekst soms

waren ontgaan.

Dat bleef in feite de hele week zo: de bijdragen van ‘onze’ scholen

hadden eigenlijk allemaal een sterk talig, literair karakter.

Pleincollege Bisschop Bekkers uit Eindhoven kwam bijvoorbeeld met

‘Shakespeare’s Mid-Winter’s Nightmare’, waarin de productieve

schrijver met een writer’s block te bed ligt, niet wetende wat te

schrijven, en een groot aantal personen uit zijn eerdere werken

voorbij ziet komen die hem allemaal - soms tegenstrijdige adviezen

- geven. Dat vraagt van de kijker/luisteraar niet alleen een zeer

goede beheersing van het Engels, maar ook van de Engelse literatuur,

in casu het oeuvre van Shakespeare. Ook bij de voorstelling

van het Sint-Odulphuslyceum uit Tilburg op de slotdag speelde

Shakespeare een grote rol. Voor ‘Till Death Do Us Part’ was sonnet

nr.18 (‘Shall I compare thee to a summer’s day? / Thou art more

lovely and more temperate. / Rough winds do shake the darling

buds of May / And summer’s lease hath all too short a date.’) als uitgangspunt

genomen voor een zelfgeschreven stuk. Op het toneel een

doodskist met daarnaast een treurende weduwe, die via al dan niet

echte gesprekken met condoleancebezoek

achter mindere fraaie kanten van het

leven van haar man komt. Niet dat

het theatrale aspect bij genoemde

voorstellingen was verwaarloosd;

integendeel.

Pleincollege Bisschop

Bekkers speelde zelfs in

fantastisch mooie kostuums

(via een der ouders

geleend van een operagezelschap,

bleek desgevraagd

bij de

nabespreking) en de enscenering

van het stuk van het

Odulphus was zeer doordacht

en functioneel.

Daar stelden de buitenlandse groepen, van de nood een deugd

makend, twee totaal andere voorstellingen tegenover. Met weinig

tekst, maar des te meer actie overrompelden ze het publiek. Dat was

al zo in de sterk verkorte versie van ‘The Wizard of Oz’ door het

Liceo scientifico Galileo Galilei uit Catania (Sicilië). Dorothy uit

Kansas is door een cycloon in een vreemde wereld terecht gekomen,

waarin ze allerlei vreemde wezens ontmoet. En in de overtreffende

trap in ‘Sure Thing’ door het Ilyés Gyula Gimnázium uit Budapest.

Ook hier niet veel tekst, en wat er werd gezegd was vaak ook nog

geïmproviseerd. Maar wel heel sterk spel, met wat simpele attributen

(een tafel, een stoel) allerlei vormen van intermenselijke relaties

uitbeeldend – en er viel ook nog eens flink om te lachen. Een

prachtige uitsmijter, dus, van een zéér geslaagde eerste editie van

dit Engelstalige festival. Eerste editie, want dit succes vraagt

natuurlijk om een vervolg!

23


Van apekool tot zekswijk

Over de veranderingen in onze taal

Zouden onze voorouders, als ze ons hoorden spreken, begrijpen wat we zeggen? Sommige dingen wel, maar een uiting

als ‘me MP3-speler is gecrasht’, daar konden ze niks mee.

De taal die wij als Nederlanders en Vlamingen gebruiken, is

springlevend. Het is in het Nederlands een komen en gaan

van splinternieuwe en van opgebruikte woorden. Vallen er

aan de achterkant met grote regelmaat woorden af, zoals

‘deerne’ (jonge vrouw), ‘sponde’ (bed), maar ook niet zo

lang geleden nog volop in gebruik zijnde woorden als ‘apekool’

(onzin), ‘diender’ (agent) en ‘nozem’ (jonge vent, branieschopper);

aan de voorkant groeien er minstens zoveel

weer aan, zoals ‘breezersletje’, ‘pepernotenstress’*, ‘helicopterouders’**,

‘poldermodel’ en ‘onthaasten’. Ook via het

Engels en de computertechnologie stroomden termen als

‘deleten’, ‘updaten’, ‘fotoshoppen’ en ‘browser’ onze taal binnen.

Veel taalgebruikers vinden dat jammer; zij houden de

taal het liefst zoals die nu is en voelen een gemis bij het

verdwijnen van oude en een soort verontwaardiging bij het

gebruik van nieuwe, in hun ogen al te modieuze woorden.

Maar een nieuwe tijd vraagt nu eenmaal om nieuwe woorden…

Zoals je waarschijnlijk maar al te goed weet, verandert ook

de spelling van woorden. Zo was het in 2006 afgelopen met

de pannekoek; dat werd voortaan een pannenkoek. De

smaak bleef hetzelfde. Lastig, maar nog niets vergeleken

met een grote spellingwijziging als die in 1934, toen de

spelling Marchant werd ingevoerd: de bloote beenen van de

bakvisschen (meiden van 14 tot 17 jaar) werden blote benen

van de bakvissen. Dat zag er meteen een stuk moderner uit.

Nadeel van zo’n verandering is dan ook dat teksten in de

‘oude’ spelling meteen gedateerd, ouderwets aandoen.

Daarnaast verandert soms de betekenis van woorden, zoals

de term ‘ranzig’, waarmee je vroeger een sterke, onaangename

geur aangaf en tegenwoordig bedoelt dat iets van een

slechte smaak getuigt: een ranzige film. ‘Wreed’ betekende

vroeger ‘gevoelloos’; nu kun je ook een wrede mp3-speler

hebben gescoord. En als je moeder vijftig jaar geleden een

leuk ‘kleedje’ had gekocht, kon dat een vloerkleed zijn,

maar ook een jurkje!

En tenslotte spreken we onze taal ook anders uit dan vorige

generaties. Je hoeft daarvoor nog niet eens zo ver terug in

de tijd te gaan: de wijze waarop het Polygoon filmjournaal

na 1946 werd voorgelezen door nieuwslezer Philip

Bloemendal wijkt qua toon en zuiverheid sterk af van die

van zijn collega’s van vandaag de dag. Maar ook in de tijd

daarvóór veranderde die klank natuurlijk. Onderzoeken sug-

gereren bijvoorbeeld dat in de middeleeuwen bepaalde klanken

langer werden aangehouden dan wij vandaag de dag

doen. Woorden als ‘niedich’ (verlangend, gretig) of ‘ries’

(dwaasheid) werden meestal met geschreven, waarbij

deze klank langer werd aangehouden – nie-iedich – dan wij

nu zouden doen. Ook de spraken ze toentertijd uit als

een , maar dan wel korter: ‘mijn wijf’ (mijn vrouw).

De laatste jaren hoor je ook steeds vaker de Gooise -r-. Een

verklaring daarvoor die je soms hoort is dat deze -r- veelvuldig

te beluisteren viel op de populaire cd´s van Kinderen

voor Kinderen. Helaas is het daarbij niet gebleven en kun je

zelfs een nieuwslezeres als Sacha de Boer horen zeggen dat

(w = Gooise -r-, z = s) in Amstewdam de menzen zich stewk

maken voow een minder criminele zekswijk. Ja, ook de -sloopt

gevaar. Mensen – met name in de media – die zich via

een afwijkende uitspraak van het Nederlands willen onderscheiden,

zetten de toon voor de rest. De fout die zulke

mensen daarbij soms maken, is dat ze denken dat het

getuigt van achterlijkheid als je niet meedoet aan die mode.

Taal als middel om verschil te maken. Maar ja, ook dat is al

eeuwen oud!!

* pepernotenstress: door het te vroeg aanbieden van pepernoten

raken peuters in de war

** helicopterouders: ouders die zich (te) intensief bemoeien

met het onderwijs aan hun kinderen

UIT DE SCHOLEN

door:

Vincent van den

Hoven, docent

Nederlands Kwadrant

Scholengroep

deelschool Cambreur

College Dongen,

tekstschrijver

25


26

G M R

door:

Pauke Verhoeven en

Will Hanegraaf

Verslag vanuit het Platform personeel

Op de Platformvergadering van 13 juni 2009 werden onder

andere vragen gesteld over de functiemix. Moeten scholen al

bezig zijn met het toekennen van LC- en LD-functies? Tot

2014 blijft de OMO-conditie (minimaal 550 klokuren werkzaam

in het eerstegraadsgebied gedurende een periode van

twee jaar binnen het tijdsbestek van vier jaar) voor het verwerven

van een LD-functie intact. Voor 1 augustus 2010

dienen de scholen het plan van invoering ter instemming

aan de PMR te hebben voorgelegd.

Na afloop van de vergadering was er een maaltijd. Het is

altijd leuk om collega-platformvertegenwoordigers van andere

scholen te leren kennen, vooral als blijkt dat er steeds

weer nieuwe platformvertegenwoordigers komen die zich

met goede ideeën in de discussies mengen.

Na het buffet verdeelde de groep zich over drie afzonderlijke

ruimtes om te spreken over de toepassing van het OMO CAOonderhandelaarsakkoord

op schoolniveau. Gespreksleiders

waren de GMR-leden die ook deelnemen aan het OMO CAOoverleg.

Het werd tijdens de discussies duidelijk dat met

name de wezenlijke verandering in de nieuwe CAO, zijnde de

‘professionele ruimte’ waartoe onder andere de ‘collectieve

scholing’ en het onderdeel ‘organisatie & overleg’ behoren,

op de scholen veel vragen oproept.

p.verhoeven@doultremontcollege.nl

wha@fioretticollege.nl

Verslag vanuit de GMR

De GMR heeft vergaderd over het gebruik van N@tschool!

omdat er onvrede is bij een aantal OMO-scholen over het

gebruik ervan. Three Ships, de leverancier van N@tschool!,

doet nu zijn uiterste best om de OMO-scholen tegemoet te

komen met verschillende voorstellen en aanbiedingen. Naar

het nu blijkt gaan zeventien OMO-scholen volgend jaar verder

met N@tschool!

Een volgend onderwerp is het Passend onderwijs. Vanaf 2011

hebben reguliere scholen de verplichting om in principe alle

leerlingen onderwijs te bieden, dus ook de zorgleerlingen.

De scholen kunnen het onderwijs zelf verzorgen of ze kunnen

de zorg met andere (ook niet-)OMO-scholen delen. Door

middel van regionale arrangementenkaarten maken scholen

inzichtelijk waar ouders voor hun kind een adequaat onderwijsaanbod

kunnen vinden. De school waar de leerling

wordt aangemeld is verplicht om voor de leerling adequaat

onderwijs te zoeken, indien men dit niet zelf kan aanbieden.

Belangrijk hierbij is dat zoveel mogelijk geld bij de

leerlingen komt. De GMR heeft ingestemd met de notitie

waarin de uitgangspunten helder worden verwoord en waarbij

voor de uitvoering veel ruimte wordt geboden aan de

betrokken scholen.

Verder is er ook een positief advies uitgebracht over de

Resultaatbestemming Verenigingstaken 2007-2008.

Alle agenda’s en notulen van de Platform- en GMR-vergaderingen

staan op N@tschool! Ze zijn in te zien voor alle MRleden.

Wil je als niet-MR-lid informatie, dan kun je onder

meer terecht bij je MR.


De volgende scholen behoren tot Ons Middelbaar Onderwijs:

2College Oisterwijk/Tilburg/Berkel-Enschot

- 2College Durendael

- 2College Cobbenhagen

- 2College Wandelbos

- 2College Ruiven

- 2College Jozef

www.2college.nl

De Nieuwste School Tilburg

www.denieuwsteschool.nl

Duhamel College ’s-Hertogenbosch

www.duhamelcollege.nl

Elzendaalcollege Boxmeer/Gennep

www.elzendaalcollege.nl

Fioretti College Veghel/St.-Oedenrode

www.fioretticollege.nl

Gymnasium Beekvliet St.-Michielsgestel

www.gymnasiumbeekvliet.nl

Instelling Voortgezet Onderwijs Deurne Deurne

- Peellandcollege

- Alfrinkcollege

- Hub van Doornecollege

- De Sprong

www.ivo-deurne.nl

Jacob Roelandslyceum Boxtel

www.jrlboxtel.nl/nieuweversie

Jeroen Bosch College ´s-Hertogenbosch

www.jbc.nl

Kwadrant Scholengroep Dongen/Oosterhout

- Cambreurcollege

- Hanze College

www.sgr-kwadrant.nl

Maaslandcollege Oss

www.maaslandcollege.nl

Maurick College, scholengemeenschap voor vmbo, havo,

atheneum en gymnasium Vught

www.maurickcollege.nl

Merletcollege Cuijk/Grave/Mill

www.merletcollege.nl

Mill-Hillcollege Goirle

www.mill-hillcollege.nl

Munnikenheide College Etten-Leur/Rucphen

www.munnikenheidecollege.nl

OMO scholengroep Tongerlo Roosendaal

- Gertrudiscollege

- Norbertuscollege

- Da Vinci College

www.sgtongerlo.nl

OMO Scholengroep Bergen op Zoom Bergen op Zoom/

Ossendrecht/Steenbergen/Hoogerheide

- Mollerlyceum Bergen op Zoom

- Mollercollege Zuidwesthoek

- Mollercollege Steenbergen

www.sgboz.nl

OMO Scholengroep Helmond Helmond

- Carolus Borromeuscollege

- Dr.-Knippenbergcollege

- Vakcollege Dr. Knippenberg

www.omoscholengroephelmond.nl

OMO Scholengroep De Langstraat

Waalwijk/Kaatsheuvel/Drunen

- Dr. Mollercollege

- d’Oultremontcollege

- Walewyc

www.sgdelangstraat.nl

OMO Scholengroep Het Plein Eindhoven/Nuenen

- Pleincollege Sint-Joris

www.pleincollege-sint-joris.nl

Pleincollege Aloysius / De Roosten

www.aloysius.sghetplein.nl

Pleincollege Antoon Schellens

www.aschellens.sghetplein.nl

Pleincollege De Burgh

www.deburgh.sghetplein.nl

Pleincollege Praktijkschool Eindhoven

www.praktijkschool.sghetplein.nl

- Pleincollege Van Maerlant

www.vanmaerlant.sghetplein.nl

- Pleincollege Bisschop Bekkers

www.bbekkers.nl

- Pleincollege Eckart

www.eckart.sghetplein.nl

Pleincollege Nuenen

www.pleincollegenuenen.nl

Rodenborch-College Rosmalen

www.rodenborch.nl

Roncalli Scholengemeenschap Bergen op Zoom

www.roncalli-boz.nl

Rythovius College Eersel

www.rythovius.nl

Scholengemeenschap Were Di Valkenswaard

www.weredi.nl

Sint-Janslyceum ´s-Hertogenbosch

www.sjl.nl

Sint-Odulphuslyceum Tilburg

www.odulphus.nl

Sondervick College Veldhoven

www.sondervick.nl

Theresialyceum Tilburg

www.theresialyceum.nl

Varendonck-College Asten/Someren

www.varendonck.nl

Zwijsen College Veghel Veghel

www.zwijsencollege.nl

COLOFON OMOlogie nummer 7, juli 2009, jaargang 40. OMOlogie nr. 1 (2009 - 2010) verschijnt in oktober 2009. OMOlogie is een uitgave van

de Raad van Bestuur van Ons Middelbaar Onderwijs. Het magazine verschijnt 7 keer per jaar in een oplage van 8.000 stuks.

Vaste medewerkers: Ellen Hermans (communicatiemedewerker), Alice Barmentlo en José Holman (secretariaat).

Postadres: postbus 574, 5000 AN Tilburg, telefoon: 013 - 595 55 00, e-mail: OMOlogie@omo.nl

Abonnementen: € 18,80 per jaar, leden € 9,40 per jaar. Losse nummers: € 3,00. ISSN: 0166-6223. Advertentietarieven op aanvraag bij de

redactie. Rabobank 19.12.75.530. De redactie behoudt zich het recht voor ingezonden kopij in te korten of niet te plaatsen.

OMOlogie wordt gedrukt op milieuvriendelijk papier.

Ontwerp en vormgeving: Desaïga - reklamebureau

Fotografie omslag: Bram Delmée fotografie

Drukwerk: VandenBoogaard Print- & Mediamanagement

More magazines by this user
Similar magazines