Verslag van de extra openbare vergadering van ... - Gemeente Utrecht

utrecht.nl

Verslag van de extra openbare vergadering van ... - Gemeente Utrecht

Verslag van de extra openbare vergadering van de raadscommissie voor Stedelijke

Ontwikkeling, gehouden op 5 oktober 2004 in de raadzaal van het stadhuis te Utrecht.

Aanwezig: de plaatsvervangend voorzitter, mevrouw N.D. van den Broek, de wethouder

voor Leidsche Rijn en Stationsgebied, de heer W.A. Lenting, de leden S.A.

Willemsen (Leefbaar Utrecht), H.J. Kampers (GroenLinks), C.J.P. Huijsman

(PvdA), E.R. van Holthe (VVD), K. Boers (SP) en A. van Rooij (D66), de

plaatsvervangend leden W.A. Spier (Leefbaar Utrecht), R.F.J. Giesberts

(GroenLinks), H. Janssen (CDA), J. Kuijf-Kurver (CDA) en H. Zijlstra (VVD),

alsmede de fractiemedewerkers F.C. Geels (SP), A.J. Corsten (Burger en

Gemeenschap) en C. van Dijk (ChristenUnie) en de commissiegriffier, de heer

W. van Geelen.

Voorts aanwezig insprekers, alsmede diverse medewerkers, onder wie de heer

Hutschemaekers.

Afwezig: de voorzitter, de heer R.P. Schat, de wethouder voor Ruimtelijke Ordening en

Wonen, mevrouw M.L. van Kleef, de wethouder voor Grondzaken, de heer L.J.

Verhulst, de leden V.A. Dalmijn (Leefbaar Utrecht), G. Raadsveld (GroenLinks),

M. Sini (PvdA), D. Schuurman (CDA), A. Taskan (CDA), M.M.L.H. Mossel (SP),

C.J. Verhoef (Burger en Gemeenschap) en W. Rietkerk (ChristenUnie).

Verslag: Ingrid Bakhuis.

1. Opening en mededelingen

De voorzitter opent de vergadering om 20.00 uur. De heren Schuurman (CDA) en Jansen (SP)

zijn verhinderd. De CDA-fractie wordt vertegenwoordigd door de heer Janssen en mevrouw Kuijf.

Namens de SP-fractie zijn de heer Boers en fractiemedewerker Geels aanwezig.

De commissie heeft er geen bezwaar tegen dat fractiemedewerker Geels het woord voert

namens de SP-fractie.

De conceptraamovereenkomst is aan de raad toegezonden. Conform de Gemeentewet dienen

raadsfracties het binnen twee weken (uiterlijk 15 oktober a.s.) schriftelijk kenbaar te maken,

indien bespreking gewenst is. Omdat wethouder Lenting ervan uitgaat dat bespreking van de

Raamovereenkomst wordt gewenst, stelt hij vooruitlopend op schriftelijke verzoeken daartoe

voor deze tezamen met de actualisatie van het Masterplan te agenderen voor de

raadsvergadering van 4 november a.s.

De heer Van Holthe (VVD-fractie) bevestigt dat zijn fractie prijs stelt op behandeling van de

Raamovereenkomst. In deze commissievergadering zal hij daarover slechts enkele opmerkingen

maken.

Wethouder Lenting deelt voorts mee dat een projectiescherm beschikbaar is, zodat schetsen en

kaartbeelden kunnen worden vertoond, ter ondersteuning van de discussie. Het betreft bestaand

materiaal, dat eerder is gepresenteerd.

2. Vaststellen agenda

3. Inventarisatie te bespreken agendapunten

Deze extra commissievergadering staat geheel in het teken van de actualisatie van het

Masterplan Stationsgebied.

4. Actualisatie Masterplan Stationsgebied

Inspreker de heer Rijkse vertegenwoordigt de Vereniging van Eigenaren van het

appartementencomplex Gildeveste aan het Smakkelaarsveld. Thans hebben bewoners vrij

uitzicht over het Smakkelaarsveld, tot aan het NH Hotel aan het Westplein. De plannen voor de

overbouwing van het spoor en de realisering van hoogbouw op het Smakkelaarsveld zullen

leiden tot een verslechtering van uitzicht, lichtinval en bezonning. Bewoners voelen zich in hun

woongenot geschaad en vrezen een waardevermindering van hun woning.

Niet alleen voor bewoners van Gildeveste, ook voor de stad vindt de heer Rijkse de plannen

schadelijk. Nu schijnt de laagstaande zon over het Smakkelaarsveld, via het Vredenburg tot aan

Raadscommissie voor Stedelijke Ontwikkeling d.d.


de Lange Viestraat, maar de hoogbouw zal dat beeld geheel wegnemen. De hoogte van de

bibliotheek aan het Smakkelaarsveld zal de zichtlijn vanaf de Vleutenseweg op de Dom

verstoren. Het Jaarbeursplein wordt volgebouwd en het Vredenburgplein wordt een dorpspleintje.

De sfeer van de Nieuwe Stationsstraat zal vergelijkbaar zijn met die van de St.-Jacobsstraat: een

aaneenschakeling van kantoren en winkels, waar het zeker 's avonds aan levendigheid

ontbreekt.

De heer Rijkse begrijpt niet waarom ervoor gekozen is jazz, rock en andere muziekgenres samen

te brengen in het muziekcentrum. Hij denkt dat die combinatie zal leiden tot een vermenging van

klanken. Verder zal deze keuze leiden tot een onaanvaardbare toename van vrachtverkeer.

Hij wenst de raad veel wijsheid toe bij de besluitvorming over het masterplan.

De voorzitter attendeert de commissie erop dat de Vereniging van Eigenaren Gildeveste ook

een schriftelijke inspraakreactie heeft ingebracht. Deze is ter vergadering uitgereikt.

Centrale vraag in de beoordeling van de actualisatie van het masterplan is of de uitwerking in

voldoende mate overeenkomt met de voorkeursoptie die uit het referendum is gekomen, te weten

visie A, Stadshart verruimd. De heer Spier (fractie Leefbaar Utrecht) zegt dat zijn fractie tot de

conclusie is gekomen dat de uitwerking in grote lijnen voldoet aan die visie en de amendementen

en moties die daarop zijn ingediend. Spreker noemt een aantal zaken die in de actualisatie zijn

verbeterd ten opzichte van de eerste versie van het masterplan:

§ Het grotendeels openhouden van het Smakkelaarsveld

§ De toepassing van frescogebouwen, die vlak voor lelijke blinde gevels worden geplaatst

§ Het overbouwen van de afritten van de Westpleintunnel; hierdoor wordt er niet pal voor het

station een groot bouwvolume geplaatst, maar wordt de bebouwing verschoven naar een

logischer plek. De fractie van Leefbaar Utrecht is content dat haar suggestie is overgenomen,

waardoor grote, ontsierende tunnelinritten in de stad worden gemaskeerd

§ De sloop van de grote traverse over de te herstellen Catharijnesingel en de vervanging door

twee minder massale

§ Een versimpeling van het verkeersplein Graadt van Roggenweg – Croeselaan

§ Behoud van de markt op het Vredenburgplein

§ Extra woningen in diverse categorieën

§ Het schrappen van het marktgebouw aan het Vredenburgplein, waardoor zichtlijnen intact

blijven

§ Gebruikmaking van ontwerpprijsvragen

§ Dekking van de financiering van de Westpleintunnel uit inkomsten uit het Stationsgebied,

waardoor meer zekerheid ontstaat over de uitvoering.

Op een drietal punten voldoet dit masterplan echter niet aan de uitslag van het referendum en

aan de moties en amendementen.

Het eerste punt betreft de versmalling van de Catharijnesingel. In de huidige situatie is de afstand

van gevel tot gevel 60 meter. Voorgesteld wordt de traverse ter hoogte van Peek & Cloppenburg

te vervangen door twee slankere traversen en frescogebouwen te plaatsen voor de blinde gevels

van V&D en de parkeergarage. Op zichzelf juicht spreker de toepassing van frescogebouwen

toe, maar blijkens de maquette zijn deze erg diep. Omdat deze gebouwen slechts aan één kant

daglicht krijgen, ligt het voor de hand deze zo dicht mogelijk bij bestaande gevels te plaatsen en

de diepte ervan te beperken tot 10 zo'n meter. Spreker pleit ervoor meer van deze gebouwen

naast elkaar te plaatsen en deze te laten ontwerpen door verschillende architecten. Daardoor

kan een divers geheel ontstaat, dat doet denken aan een grachtengevel. Spreker vraagt of met

Vendex overeenstemming is bereikt over deze frescogebouwen.

De voorgenomen versmalling van de singel is niet in overeenstemming met de visie waarvoor de

bevolking zich heeft uitgesproken. De fractie van Leefbaar Utrecht is niet tegen een uitbreiding

van het +1-niveau, maar de afstand van gevel tot gevel moet minimaal 40 meter zijn en die

afstand dient gerelateerd te worden aan de nieuwe bebouwing; naarmate deze hoger wordt,

moet de onderlinge afstand toenemen.

De fractie kan zich vinden in de autoweg die is geprojecteerd op maaiveldniveau, mits de tunnel

die daardoor ontstaat, alleen rijstroken bevat. Met het oog op de sociale veiligheid is het niet

wenselijk hier ook fiets- en voetpaden en parkeerplaatsen te realiseren.

Het tweede punt betreft de grootschalige bebouwing tussen het station, het Smakkelaarsveld en

Hoog-Catharijne, gedeeltelijk boven het huidige stadsbusstation en gedeeltelijk boven de

treinperrons. Met een afmeting van 170 x 160 meter wordt dit carrévormige gebouw zeker zo

groot als het Gildekwartier en de grote binnenhof zal een groot beslag leggen op de openbare

Raadscommissie voor Stedelijke Ontwikkeling d.d. 2


uimte. Spreker wijst erop dat in de inspraaknota van september 2003 is aangegeven dat

bezwaren hiertegen reëel zijn, gezien de beleving van deze overbouwing op de perrons en de

daarmee samenhangende sociale veiligheid. In stedenbouwkundig opzicht is het niet logisch een

zo groot gebouw in het hart van het gebied te plaatsen naast het gebouw dat als belangrijkste

element van het Stationsgebied moet worden beschouwd. Impressies van de aanblik op afstand,

die de architect van de OV-terminal heeft laten zien, geven nu geen realistisch beeld en voldoen

niet aan de visie Stadshart verruimd. Het zou logischer zijn om een gebouw van deze omvang

aan de kop van de stationstraverse te projecteren. Dat is ook mogelijk, omdat de gemeente die

grond bezit. De heer Spier merkt hierbij op dat veel grote stationsgebouwen in Europa publieke

ruimten met kantoren combineren. Het Gare du Nord in Parijs, maar ook de stationsgebouwen in

Amsterdam en Hilversum zijn daar voorbeelden van. Een gebouw naast het spoor, dat niet hoger

is dan het Gildekwartier maakt het mogelijk de busbaan op perronniveau aan te leggen. Tussen

het stationsgebouw en de bibliotheek op het Smakkelaarsveld ontstaat dan een stationsplein van

50 meter breed, dat aan alle zijden is omsloten en goede maatverhoudingen kent. Spreker

benadrukt dat zijn fractie er niet naar streeft meer oppervlakte toe te voegen, maar het geplande

volume op een logischer plaats te situeren. Hij kan zich voorstellen dat voor het ontwerp van zo'n

stationsgebouw en een stationsplein een prijsvraag wordt uitgeschreven.

Tijdens de informatiebijeenkomst is naar voren gekomen dat wordt overwogen de loopafstanden

voor reizigers die vanuit het zuiden naar het station gaan, verder te verlengen. Dit vindt de fractie

van Leefbaar Utrecht onbegrijpelijk. Ontwerpers zouden zich moeten verplaatsen in reizigers. Het

beheerste-toegangssysteem scheidt openbaar gebied van het besloten deel van de

stationstraverse. Zeker voor het openbare deel zou gedacht moeten worden aan rolbanden om

de grote afstanden te overbruggen.

Mevrouw Van Rooij (D66-fractie) is verheugd dat de heer Spier de hartenwens van haar fractie

nu tot de zijne heeft gemaakt.

De heer Spier (fractie Leefbaar Utrecht) vervolgt dat toeristen erbij gebaat zijn als bij het station

een VVV-kantoor wordt gevestigd.

In de visie van zijn fractie is het niet gewenst het busstation boven het stationsplein te leggen. De

muur die de fysieke veiligheid moet waarborgen, zal de beleving van het gebied ongunstig

beïnvloeden.

Het derde punt dat niet overeenkomt met de voorkeursvisie en de daarop ingebrachte

amendementen en moties, is de inrichting van het stationsplein aan Jaarbeurszijde. Volgens de

nu gepresenteerde plannen loopt de busbaan dwars over dit plein en wordt op het plein een

hoog gebouw geprojecteerd. Dit roept de vraag op of er dan nog voldoende ruimte is voor de

internationale bussen en voor bussen die moeten worden ingezet bij calamiteiten bij NS. Het is

niet nodig om een gebouw op dit plein te plaatsen, omdat de gemeentegrond reikt tot aan de

Mineurslaan en het Beatrix-gebouw. Het ligt voor de hand dit gebouw zo te situeren, dat een

stationsgebouw kan ontstaan.

Spreker vraagt wanneer het definitieve bestemmingsplan is te verwachten.

De Raamovereenkomst is een gevoelig document. De fractie heeft deze nog niet grondig kunnen

bestuderen en komt daar op een later moment in detail op terug, eventueel met schriftelijke

vragen. Daarop vooruitlopend stelt de heer Spier enkele korte vragen. Artikel 2 regelt de

wederzijdse consultatie. De gemeente en Corio verplichten zich elkaar op de hoogte te houden

van ontwikkelingen, maar hieraan worden geen consequenties verbonden. Vastgelegd is dat de

gemeente zowel Corio als HC BV consulteert, maar andersom consulteert alleen Corio de

gemeente en wordt HC BV in dat verband niet genoemd. De heer Spier vraagt of dit kan

betekenen dat HC BV besluiten kan nemen die van invloed zijn op het detailhandelsbeleid,

zonder dat de raad hierin wordt gekend. Door HC BV in dit verband geen verplichtingen op te

leggen, zal een onevenwichtig contract ontstaan. Het is gewenst een en ander aan te passen.

De Raamovereenkomst regelt een ruil tussen gemeente en Corio, waarbij de gemeente de

beschikking krijgt over de sporthal, de Jaarbeursgarage en de winkelschil bij het muziekcentrum.

Om te kunnen beoordelen of hetgeen de gemeente levert, in evenwicht is met hetgeen wordt

verkregen, vraagt de heer Spier om een overzicht van zaken die door deze ruil in handen van de

gemeente komen en wat daartegenoverstaat, uitgedrukt in vierkante meters en gespecificeerd

naar categorie.

Bij de behandeling van het masterplan in december 2003 is gesproken over het recht van eerste

bod van Corio voor het winkelcentrum Leidsche Rijn Centrum. De afspraken die nu zijn gemaakt,

gaan verder; Corio wordt geïnformeerd over het hoogste bod en krijgt de gelegenheid om het

Raadscommissie voor Stedelijke Ontwikkeling d.d. 3


vastgoed voor diezelfde prijs aan te kopen. Dit is een merkwaardig onderhandelingstraject.

Andere gegadigden weten vooraf dat het bijna ondoenlijk is om vastgoed aan te kopen in

Leidsche Rijn. De heer Spier vreest dat deze constructie de gemeente geld gaat kosten en

vraagt hierop een reactie van de wethouder.

Uit de Raamovereenkomst komt niet duidelijk naar voren of Corio de rechten in Leidsche Rijn

Centrum behoudt, als Corio op enig moment besluit vervolgovereenkomsten met betrekking tot

het Stationsgebied niet te ondertekenen of ontwikkelingen te beëindigen. De heer Spier verzoekt

de wethouder hierop kort in te gaan in deze vergadering en een uitgebreide toelichting op schrift

te stellen vóór behandeling van de Raamovereenkomst in de raad.

In de huidige situatie wordt de bewaakte fietsenstalling op het Vredenburg goed gebruikt.

Spreker vraagt of er ruimte is om deze stalling uit te breiden.

Ten aanzien van de parkeergarage onder de Catharijnesingel vraagt spreker naar de schatting

van de bouwkosten per parkeerplaats. In de visie van de fractie Leefbaar Utrecht moeten de

kosten daarvan niet excessief hoog zijn. Voorts vraagt spreker naar de plekken waar de in- en

uitritten van deze garage worden gesitueerd.

De voorzitter constateert dat de vragen van de heer Spier zich nu naar een technisch

detailniveau bewegen. Mede met het oog op de beschikbare tijd zou zij deze

commissiebehandeling willen beperken tot de politiek implicaties van het masterplan. Zij geeft de

heer Spier in overweging technische vragen ambtelijk voor te leggen.

De heer Giesberts (GroenLinks-fractie) heeft een aantal detailvragen op schrift gesteld en reikt

deze uit aan de wethouder en aan commissieleden.

De vraag die voorligt, is of er sinds de behandeling van het masterplan in december 2003

progressie is geweest in de planontwikkeling. Naar de mening van de GroenLinks-fractie zijn de

ambities wel aangescherpt, maar is het de vraag is of deze zijn te verwezenlijken. In de

intentieovereenkomsten zijn wel uitgangspunten en voornemens beschreven, maar deze bieden

nog weinig houvast en zijn daardoor moeilijk te beoordelen op haalbaarheid. Spreker vraagt wat

de juridische hardheid van de intentieovereenkomsten is.

In de afgelopen maanden heeft zich kennelijk een krachtmeting met Corio afgespeeld, met als

resultaat dat de Utrechtse burger het onderspit delft; diens belangen zijn niet op voorhand

vooropgesteld. In de strijd om Corio over de streep te trekken en de raad een overeenkomst te

kunnen presenteren lijken onderhandelaars van de gemeente uit het oog te hebben verloren voor

wie zij werken.

In de visie van de GroenLinks-fractie is het niet altijd wenselijk ontwerpprijsvragen uit te

schrijven. Soms is het beter richting te geven aan de gewenste ontwikkeling en hieraan een

kwaliteitsniveau te koppelen in plaats van af te wachten waar ontwerpers mee komen.

Een punt van zorg is dat het college de mogelijkheid opent de bouw te starten, voordat een

bestemmingsplan is vastgesteld. De GroenLinks-fractie is van mening dat pas kan worden

gebouwd als een bestemmingsplan gereed is. Alleen de OV-terminal en het Muziekpaleis worden

van deze eis uitgezonderd.

Ook de heer Giesberts vergelijkt het geactualiseerde masterplan met de voorkeursoptie die uit

het referendum is gekomen. Daarin was sprake van één centrumboulevard, nu zijn er twee in de

plannen opgenomen. Kennelijk zijn dergelijke uitgangspunten onderhevig aan verandering onder

druk van de wensen van Corio. Ook de versmalling van de Catharijnesingel is in strijd met die

visie en betekent een verslechtering van de openbare ruimte. Verder is het casinohotel niet in

overeenstemming met visie A.

Spreker had gehoopt dat een duidelijker voorstelling zou zijn gemaakt van de Nieuwe

Stationsstraat. Het realiseren van plintgebouwen is een aardig idee, maar deze komen pas in

2012 aan de orde en daarvoor zijn geen harde intenties vastgelegd.

Een marktgebouw aan het Vredenburgplein is geschrapt. Dit is een verbetering, maar de

voorgestelde inrichting van het Vredenburgplein sluit het plein te sterk af. Kennelijk kampt Utrecht

met pleinvrees; als er al grotere open ruimten zijn, staan die vol met auto's.

De risico's van de uitvoering van de plannen zijn eerder toe- dan afgenomen. Kosten voor een

tunnel bij de Vredenburggarage zijn niet gedekt. Kantorenbouw moet 12% van de dekking

verzorgen, maar er zijn geen garanties dat dit lukt. Onduidelijk is nog hoe de onrendabele top

van de parkeergarage moet worden opgevangen.

Cijfermatige analyses van de samenwerkingspartners zijn niet in de stukken opgenomen.

Spreker vraagt hoe het daarmee staat.

Raadscommissie voor Stedelijke Ontwikkeling d.d. 4


De GroenLinks-fractie heeft een aantal vragen over de Raamovereenkomst en over de

intentieovereenkomsten, met name over de constructie, waarin niet Corio, maar HC BV als

contractpartner optreedt. Bij de raadsbehandeling zal de fractie hierop terugkomen.

De heer Huijsman (PvdA-fractie) constateert dat in de afgelopen periode druk is gerekend,

getekend en onderhandeld. Daarbij is tegemoetgekomen aan een aantal wensen van de raad.

Spreker noemt daarvan enkele voorbeelden, zoals het toevoegen van woningen voor senioren

en studenten, de bijstelling van de plannen voor het Smakkelaarsveld en de voetgangersbruggen

over de Catharijnesingel.

Een aantal gebouwen is verschoven van het Jaarbeursplein naar het Westplein. Daaruit moet de

ondertunneling van het Westplein gedeeltelijk worden bekostigd. Aanvankelijk was hier een

open, pleinachtige ruimte voorgesteld, maar deze wordt nu volgebouwd.

Het is een verbetering dat is afgezien van een marktgebouw op het Vredenburgplein, maar in

plaats daarvan komt er nu een gebouw van 25 meter hoog op de plek van de huidige

fietsenstalling en de poffertjeskraam. Spreker vraagt wat dit betekent voor de omgeving van het

Vredenburg; dit moet zijn plaats in het Monopoliespel wel waard blijven. Spreker verneemt graag

of een marktgebouw elders wordt gesitueerd en zo ja, wat de oppervlakte daarvan zal zijn.

De fractie Leefbaar Utrecht heeft zich verheugd getoond dat het Smakkelaarsveld grotendeels

onbebouwd blijft. De heer Huijsman constateert echter dat het Smakkelaarsveld voor 50% wordt

bebouwd, zodat niet kan worden gesteld dat dit grotendeels onbebouwd blijft. Wel blijft het

haventje in de plannen opgenomen. Eerder is gesproken over het zicht op de stad vanuit de

trein. Door de bebouwing van het Smakkelaarsveld zal dat verdwijnen.

De heer Zijlstra (VVD-fractie) herinnert aan de geringe steun aan het amendement van zijn

fractie, dat beoogde het Smakkelaarsveld onbebouwd te laten. Hij constateert dat de fracties van

Leefbaar Utrecht en PvdA kennelijk tot andere gedachten zijn gekomen.

De heer Spier (fractie Leefbaar Utrecht) zegt dat zijn fractie er geen bezwaar tegen heeft het

verharde deel van het Smakkelaarsveld, ter hoogte van de trambaan te bebouwen. Het groene

deel van het Smakkelaarsveld blijft wel grotendeels onbebouwd.

De heer Huijsman (PvdA-fractie) vervolgt dat ervan wordt uitgegaan dat de kantorenmarkt nog

zo goed loopt, dat niet wordt overwogen 1.000 extra woningen aan het gebied toe te voegen. Er

worden 182 extra woningen toegevoegd, waarbij rekening wordt gehouden met de doelgroepen

senioren en studenten, maar niet duidelijk is wat het aandeel van woningen voor die doelgroepen

is in het totaalaantal woningen, noch of de studentenwoningen worden toegevoegd aan het

totaalaantal van 2.073 woningen, als die kostenneutraal kunnen worden gerealiseerd.

In de programmering is een verschuiving opgetreden als gevolg van een bijstelling van de

definities, waarbij tevens is voorzien in een verdichting met 7.000 m2. Spreker vraagt waar die

verdichting plaatsvindt. Door de herprogrammering nemen de kosten toe. Spreker verneemt

graag van de wethouder welke maatregelen worden genomen om kostenoverschrijdingen niet uit

de hand te laten lopen.

In de Raamovereenkomst is een koppeling gemaakt tussen het Stationsgebied en Leidsche Rijn

Centrum. Eerder heeft de heer Huijsman deze Raamovereenkomst betiteld als een

samenlevingscontract, maar bij nadere beschouwing is eerder sprake van een gedwongen

huwelijk, waarbij de gemeente de uitgehuwelijkte partij is. Er is gekozen voor een

ladderconstructie om te voorkomen dat de verbintenis in een keer uit elkaar valt, maar niet

duidelijk is wie daar wat aan overhoudt. De gemeente is Corio tegemoetgekomen om

eigendommen van Corio in bezit te krijgen en ontwikkelingen in het Stationsgebied te laten

doorgaan. Daartegenover kan Corio aanspraak maken op posities in Leidsche Rijn Centrum,

waarvan de opbrengsten ten goede kunnen komen aan het Stationsgebied. Maar uit de stukken

blijkt niet welke opbrengsten in het Stationsgebied worden geïnvesteerd en volgens welke

kwaliteitseisen.

In de trapsgewijze contractsopbouw zijn twee terugvalopties opgenomen en in beide heeft Corio

het eerste recht op een positie in Leidsche Rijn. Daardoor wordt de gemeente sterk afhankelijk

van Corio. Bovendien is die voorkeurspositie van Corio financieel nadelig voor de gemeente. Niet

te verwachten is dat andere partijen energie zullen steken in het verwerven van vastgoed in

Leidsche Rijn Centrum, als de kans van slagen nihil is. De heer Huijsman wacht af of de

wethouder zijn fractie ervan kan overtuigen dat deze constructie zal leiden tot een goede prijs

voor Leidsche Rijn Centrum en dat de voordelen voor beide partijen met elkaar in balans zijn.

Raadscommissie voor Stedelijke Ontwikkeling d.d. 5


De heer Van Holthe (VVD-fractie) brengt in herinnering dat zijn fractie heeft getracht het

masterplan op een aantal onderdelen bij te stellen door middel van amendementen. Een daarvan

betrof het onbebouwd laten van het Smakkelaarsveld. De heer Spier heeft zich tevreden getoond

met de aanpassing van het masterplan op dit punt, maar de VVD-fractie vindt de

ruimtereservering te karig. Zij wil het Smakkelaarsveld groen houden en heeft grote bedenkingen

bij de voorgestelde oplossing.

Ook aan het amendement met betrekking tot het Vredenburgplein is onvoldoende gehoor

gegeven. Het aantal marktstandplaatsen wordt teruggebracht van 90 naar 75 en uit de plannen

blijkt niet welke ruimte hier overblijft.

Op de rasterkaart is bij de Croeselaan een stippellijn aangegeven, maar de betekenis daarvan is

onduidelijk. Spreker vraagt hoe daar zal worden omgegaan met autoverkeer.

Met de fractie Leefbaar Utrecht is de heer Van Holthe van mening dat de financiering van de

ondertunneling van het Westplein nu beter is geregeld dan voorheen, door hiervoor "hard" geld

uit te trekken.

Door de gewijzigde vorm lijkt het stationsplein aan Jaarbeurszijde veel kleiner te worden dan in

de oorspronkelijke plannen en de heer Van Holte betwijfelt of het een goede keuze is hier bussen

te laten rijden.

De heer Spier (fractie Leefbaar Utrecht) merkt op dat dit plein ten opzichte van eerdere plannen

is vergroot en groter wordt dan het huidige Jaarbeursplein.

De heer Van Hotlhe (VVD-fractie) dankt de heer Spier voor zijn toelichting, maar hij zou hierop

ook graag een reactie van de wethouder vernemen. In de visie van de VVD-fractie moet dit plein

een echt plein blijven.

Spreker vraagt waarom een bilaterale intentieovereenkomst (BIO) is gesloten met HC BV en niet

met Corio. De overeenkomst houdt in dat niet Corio of HC BV de sporthal en de Jaarbeursgarage

herontwikkelt, maar de gemeente. In artikel 17 van de BIO met HC BV staat dat plannen zullen

worden uitgewerkt voor de gebieden die blijvend publiek toegankelijk zijn en dat daarbij het

belang van een goede ontsluiting en een aantrekkelijke openbare ruimte "naar vermogen" zal

worden behartigd. Spreker hoopt dat dit betekent dat Hoog-Catharijne 24 uur per dag openbaar

toegankelijk blijft.

De VVD-fractie heeft twijfels over de twee traversen die Hoog-Catharijne over de singel

verbinden met het Vredenburgplein en zou graag zien dat mogelijkheden tot verbetering van de

invulling worden benut. De ruimte tussen V&D en het water wordt bebouwd. In de visie van de

VVD-fractie moet dit ruimtebeslag worden beperkt. Bebouwing tot aan het water vindt de fractie

niet wenselijk, laat staan bebouwing tot over het water.

Op de rasterkaarten is een aantal studiegebieden aangegeven, bij de Catharijnesingel en aan de

zuidzijde van het OV-knooppunt. De heer Van Holthe had gehoopt dat in de afgelopen periode

voortgang zou zijn geboekt in deze studies en hoort graag op welke wijze de besluitvorming

daarover plaatsvindt.

Gezien de samenhang met de Raamovereenkomst geeft de VVD-fractie er de voorkeur aan de

raadsbehandeling van de plannen voor het Muziekpaleis te betrekken bij de behandeling van de

Raamovereenkomst op 4 november a.s.

In de intentieovereenkomsten is wel een artikel gewijd aan de kwaliteit, maar een toetsingskader

ontbreekt. De VVD-fractie heeft er vaker op aangedrongen een kwaliteitsboek te ontwikkelen.

Aan een aantal amendementen op het masterplan is uitwerking gegeven. Over de financiële

randvoorwaarden in relatie tot het bestemmingsplan voor het Stationsgebied leven echter nog

vragen. Aangegeven is dat aan die voorwaarden is voldaan, maar partners doen nog geen

uitspraken over de financiële haalbaarheid van de plannen. Spreker vraagt zich af of de

intentieovereenkomsten ten opzichte van de masterplanverklaringen aan zekerheid over de

uitvoering hebben gewonnen. Zo niet, dan zal de VVD-fractie bij behandeling van de

intentieovereenkomsten eenzelfde amendement inzake de financiële voorwaarden indienen.

Een deel van de herontwikkeling moet worden gefinancierd uit opbrengsten ontwikkelingen

buiten het plangebied. Hiervoor is een bedrag genoemd van € 35 miljoen. Spreker vraagt hiervan

een specificatie.

De VVD-fractie tilt zwaar aan de consequenties van de Raamovereenkomst en zal een verzoek

indienen voor bespreking in de raad.

Raadscommissie voor Stedelijke Ontwikkeling d.d. 6


De masterplanverklaring is niet door HC BV getekend, maar deze BV is in de

intentieovereenkomst als contractpartner genoemd. De heer Van Holthe vraagt naar de relatie

van deze BV met Corio. Hij hecht eraan dat overeenkomsten door Corio worden getekend.

In het persbericht van 1 oktober jl. is ingegaan op de koppeling van het Stationsgebied met

Leidsche Rijn Centrum. Daarbij is aangegeven dat Corio in het verloop van de contractvorming

voor het Stationsgebied rechten opbouwt in Leidsche Rijn Centrum. Dit gebeurt echter al op de

eerste trede van deze ladderconstructie. Hierdoor valt de noodzaak voor Corio om in het

Stationsgebied te investeren weg. Spreker vraagt of het college hier het risico ziet dat het vervolg

van de contractvorming vastloopt en de eerste terugvaloptie in werking treedt. Corio kan dan

aanspraak maken op winkelvastgoed in Leidsche Rijn Centrum en komt dan in een gunstiger

positie dan de concurrenten. De tweede terugvaloptie geeft Corio het recht als eerste een bod uit

te brengen op winkelvastgoed in Leidsche Rijn Centrum. De gemeente zou Corio moeten

dwingen een projectovereenkomst voor het Stationsgebied te sluiten, maar door deze rechten is

het voor Corio niet noodzakelijk de onderhandelingen tot een goed einde te brengen. De heer

Van Holthe wacht een toelichting van het college op de consequenties van een en ander af.

Conform amendement wenst hij te worden geïnformeerd over de meerwaarde van de

Raamovereenkomst voor de stad en over de consequenties van het niet-ondertekenen van de

Raamovereenkomst.

De heer Janssen (CDA-fractie) memoreert dat zijn fractiegenoot Schuurman het masterplan

heeft getypeerd als "een mooi en goed plan, vooral als het college verzoeken van de raad

honoreert". Hetzelfde geldt voor deze actualisatie: het is een mooi en goed plan, áls het college

de wensen van de CDA-fractie honoreert. Evenals het oorspronkelijke plan is deze actualisatie

voor de CDA-fractie in grote lijnen acceptabel. Een aantal punten die de fractie bij behandeling

van het masterplan te berde heeft gebracht, is hierin verwerkt. In het gebied worden 2.500

parkeerplaatsen toegevoegd, de Vredenburgmarkt blijft, de bebouwing van het Smakkelaarsveld

is gereduceerd en er komen meer woningen. Bij behandeling van het masterplan is ook een

aantal onzekerheden benadrukt. Gevraagd is hoe hard de intentieovereenkomsten zijn en in

hoeverre het verlenen van rechten aan Corio voor de ontwikkeling van winkels in Leidsche Rijn

Centrum voordelig zouden zijn voor de stad. Die vragen zijn nog steeds actueel.

In de intentieovereenkomsten verklaren samenwerkingspartners bereid te zijn mee te werken

aan de herontwikkeling van het Stationsgebied, maar onzeker is of zij daaraan kunnen worden

gehouden als hun beleid verandert of als economische omstandigheden die medewerking

bemoeilijken.

Nog belangrijker is de vraag of de Raamovereenkomst, die rechten in Leidsche Rijn Centrum

koppelt aan de herontwikkeling van het Stationsgebied, de stad voordelen biedt. Voorheen werd

het college wel verweten dat het de stad uitleverde aan projectontwikkelaars. Nu stemt het

college in met een koppelverkoop om plannen voor het Stationsgebied te kunnen realiseren.

Alleen als Corio belangen krijgt in het winkelgebied van Leidsche Rijn Centrum, bestaat de

bereidheid mee te werken aan de herontwikkeling van het Stationsgebied. In de overeenkomst

leest de heer Janssen niet dat Corio de rechten in Leidsche Rijn Centrum worden ontnomen als

niet of niet geheel uitvoering wordt gegeven aan de intenties met betrekking tot het

Stationsgebied. Overigens wordt de positie van Corio ook in het Stationsgebied versterkt, door

de uitbreiding van winkelruimte. Door de gekozen constructie zal er geen sprake zijn van

concurrentie tussen de winkelcentra in Utrecht (Hoog-Catharijne en Leidsche Rijn Centrum) en

Nieuwegein, dat eveneens in handen is van Corio. Hij hoort graag wat naar het oordeel van het

college het voordeel is van de gekozen constructie voor de stad. Voorts vraagt hij of is

onderzocht of andere partijen bereid zijn te investeren in Leidsche Rijn Centrum.

Eerder heeft de CDA-fractie zich op het standpunt gesteld dat de financiering van de

ondertunneling van het Westplein zeker gesteld moet worden. De genoemde dekking uit MITgelden

en stedelijke investeringen biedt onvoldoende waarborgen. Het Rijk wil uitgaven

afstemmen op de financieel-economische situatie en zal op enig moment een besluit nemen over

investeringen in het Stationsgebied. Als andere gemeentelijke projecten – zoals het terugbrengen

van water in de singels en het Muziekpaleis – financiële tegenvallers met zich meebrengen, dan

zit een ondertunneling van het Westplein er niet meer in en blijft het plein een verkeersriool. De

CDA-fractie wil de aanpak van het Westplein daarom laten prevaleren boven water in de singels.

Argumenten om de aanpak van het Westplein te temporiseren, vindt de heer Janssen niet

overtuigend, vooral omdat niet wordt aangegeven wanneer die aanpak dan wel kan worden

gerealiseerd. De mededeling dat de planning zal worden afgestemd op andere infrastructurele

werken is te vaag.

Raadscommissie voor Stedelijke Ontwikkeling d.d. 7


De heer Giesberts (GroenLinks-fractie) vraagt of de CDA-fractie aan deze stellingname de

consequentie verbindt dat bij financiële krapte de ultieme keuze wordt gemaakt af te zien van het

terugbrengen van water in de singels ten gunste van de ondertunneling van het Westplein.

De heer Janssen (CDA-fractie) bevestigt dat zijn fractie de prioriteit legt op de aanpak van het

Westplein en zo nodig zal concluderen dat het terugbrengen van water in de singels niet mogelijk

is.

Spreker steunt het verzoek van de VVD-fractie de besluitvorming over het Muziekpaleis te

betrekken bij de raadsbehandeling van het masterplan op 4 november a.s. Daarin moet een

integrale afweging kunnen worden gemaakt en het is niet wenselijk de bestuurlijke besluitvorming

over een onderdeel daaraan vooraf te laten gaan.

De heer Geels (SP-fractie) zegt dat zijn fractie eerder heeft gewezen op fundamentele

tekortkomingen in de plannen voor het Stationsgebied. De actualisering van het masterplan

beantwoordt niet aan die kritiek, maar maakt de effecten van die tekortkomingen duidelijker. Het

beheerste-toegangssysteem en de afspraak reizigers naar het station te leiden via de winkels

aan de centrumboulevard en in de stationshal is een gotspe die de wereld op zijn kop zet. Een

station heeft ten doel reizigers te verwerken. In- en uitgangen moeten zo worden gesitueerd, dat

de reiziger zich zo snel mogelijk naar zijn bestemming kan verplaatsen. Loopafstanden moeten

tot een minimum worden beperkt. Voor de uitwerking van de plannen zou de alzijdigheid van het

station een harde voorwaarde moeten zijn. Het ziet ernaar uit dat Corio en NS een dubbele

agenda hebben. Zij willen reizigers dwingen het station te betreden en te verlaten via de

koopgoten. Spreker vraagt welke afspraken over die lekstromen zijn gemaakt.

De SP-fractie vindt het een goede ontwikkeling dat de woningen aan de Croeselaan niet

behoeven te worden gesloopt voor de uitvoering van de plannen. De Croeselaan heeft een

belangrijke ontsluitingsfunctie voor omliggende buurten. Afsluiting daarvan zal leiden tot overlast

in die buurten. Spreker vraagt om een overzicht van de verkeerskundige aspecten met

betrekking tot die afsluiting.

Voor de Catharijnesingel is een aantal profielen uitgewerkt. De singel zal worden versmald door

de toevoeging van voorzetgebouwen met een hoogte van 25 meter. Dit betekent dat de singel

net zo breed wordt als de Oudegracht, maar bebouwing krijgt die tweemaal zo hoog is.

Voor de Vredenburgmarkt was in de motie een ondergrens gesteld van 100 kramen. Nu wordt

uitgegaan van 90 kramen, zodat moet worden vastgesteld dat geen uitvoering wordt gegeven

aan die motie.

Blijkens de Raamovereenkomst geniet Corio een voorkeursrecht in Leidsche Rijn Centrum.

Daarmee krijgt Corio het monopolie op grootschalige winkelcentra in de regio. Door Corio het

recht te geven vastgoed te verwerven tegen het hoogste bod dat door een andere bieder is

gedaan, wordt de positie van zowel huurders van winkelruimte als van bewoners van Leidsche

Rijn aangetast. Voor de gemeente betekent deze constructie een opbrengstenderving, waarvan

de omvang niet kan worden vastgesteld. Voor de SP-fractie is deze constructie niet acceptabel.

Tot nu toe werd uitgegaan van onrendabele investeringen tot een bedrag van € 91 miljoen, maar

hier wordt mogelijk meer weggegeven, zonder enige vorm van verantwoording. Spreker vraagt of

het juist is dat Corio ook belangen heeft in andere winkelcentra in Leidsche Rijn. De SP-fractie

wenst over de posities van Corio te worden geïnformeerd vóór het raadsdebat.

De heer Geels vraagt of de NMa is geconsulteerd over de koppeling van het Stationsgebied en

Leidsche Rijn Centrum en zo ja, wat de toets door NMa heeft opgeleverd.

De vraag die mevrouw Van Rooij (D66-fractie) bezighoudt, is wanneer de schop de grond in

kan (en waar). Gezien de invulling die eraan was gegeven, was de D66-fractie nooit een

voorstander van het referendum. Bewoners kregen geen duidelijke keuze voorgelegd, maar

konden kiezen tussen lichtblauw en donkerblauw. In de uitwerking is nu uitgekomen op

middenblauw.

De D66-fractie is verheugd dat de plannen op sommige onderdelen meer opbrengsten opleveren

dan was verwacht. In de huidige situatie biedt het Vredenburgplein veelal een troosteloze

aanblik. Mevrouw Van Rooij kiest liever voor een kwalitatief hoogwaardig plein dan voor een

waanzinnig groot plein; verkleining van het plein is aanvaardbaar, als een goede inrichting zorgt

voor een aangename verblijfsruimte. Plannen voor de inrichting zal zij nauwlettend volgen.

Mevrouw Van Rooij gaat ervan uit dat de fietsenstalling bij het Vredenburg blijft bestaan. De

Raadscommissie voor Stedelijke Ontwikkeling d.d. 8


poffertjeskraam ziet mevrouw Van Rooij als een identiteitskenmerk van Utrecht. Zij zou het

toejuichen als deze teruggaat naar het Neude, nu is besloten daarvan een terrasplein te maken.

De D66-fractie pleit al langer voor het realiseren van tapis roulants voor het overbruggen van

grote loopafstanden in het Stationsgebied.

Voorstellen voor de bouw van een bibliotheek en een stadskantoor worden afgewacht.

De D66-fractie heeft geen bezwaar tegen een gebouw op het Smakkelaarsveld, waarin

uiteenlopende multimediale functies worden ondergebracht. Er moet dan wel aandacht worden

besteed aan een spannende en uitdagende architectuur, waaraan Utrecht identiteit kan ontlenen.

Dit was ook het geval was met het gebouw van De Utrecht, dat is gesloopt ten behoeve van de

bouw van Hoog-Catharijne.

Vragen over financiële aspecten van de actualisatie zal spreekster schriftelijk indienen.

In algemene zin is mevrouw Van Rooij bezorgd over de discrepantie tussen de oplegnotitie en de

bilaterale intentieovereenkomsten (BIO's). Zij had verwacht dat de overeenkomsten

procesmatige zaken zouden regelen, maar hierin zijn ook inhoudelijke zaken opgenomen en de

formulering in de BIO's is veel minder duidelijk dan in de oplegnotitie. Uitgangspunt is dat de

toevoeging van studentenwoningen kostenneutraal plaatsvindt, maar de vraag is of dat haalbaar

is; in de bilaterale intentieovereenkomst is niet terug te vinden dat wordt ingezet op deze

doelgroep. De oplegnotitie noemt 350 woningen bij het Jaarbeursplein, maar de overeenkomst

spreekt zich hier minder duidelijk over uit. In de oplegnotitie wordt de indruk gewekt dat het

realiseren van woningen op het Beatrix-gebouw in de plannen wordt betrokken, maar in de BIO is

alleen vermeld dat naar de haalbaarheid daarvan onderzoek zal worden gedaan. Over de bouw

van een parkeergarage onder de Catharijnesingel is in de BIO een vage formulering opgenomen.

Deze verdient een toelichting. Over de spanning tussen de BIO's en het raadsvoorstel zal

mevrouw Van Rooij schriftelijke vragen indienen.

De beantwoording van vragen over de afspraken met Corio wacht spreekster af. Het is

begrijpelijk dat met een partij als Corio verbreding in de afspraken wordt gezocht, door de

ontwikkeling van Leidsche Rijn Centrum hierbij te betrekken, maar het gaat te ver als er in de

uitvoering van de plannen voor het Stationsgebied een kink in de kabel komt, zonder dat dit

gevolgen heeft voor de afspraken over Leidsche Rijn Centrum.

De D66-fractie is er niet gelukkig mee dat het stationsplein aan de oostzijde op +1-nivieau wordt

gesitueerd. Pleinen op maaiveldhoogte hebben de absolute voorkeur. Spreekster hoopt dat

hiervoor een andere oplossing kan worden gevonden.

Ook uit de ervaringen elders blijkt dat grote projecten vaak kostenoverschrijdingen met zich

meebrengen. De heer Corsten (fractie Burger & Gemeenschap) vraagt hoe de wethouder kan

waarborgen dat in dit geval een goede kostenbeheersing plaatsvindt. In de stukken zijn een flink

aantal intenties weergegeven. Spreker kent het verschil tussen intentieovereenkomsten en een

letter of intent niet exact, maar de overeenkomst lijkt te zijn dat beide boterzacht zijn.

Met betrekking tot de Raamovereenkomst met Corio heeft de PvdA-fractie de beeldspraak van

een gedwongen huwelijk gebezigd. De heer Corsten zou hieraan willen toevoegen dat de

Utrechtse burger het kind van de rekening wordt. Een koppeling tussen Hoog-Catharijne en

Leidsche Rijn Centrum is een constructie die alleen kan worden ondertekend met het mes op de

keel.

De heer Zijlstra (VVD-fractie) vraagt onder welke dwang de fractie Burger & Gemeenschap zo'n

constructie zou accepteren.

De heer Corsten (fractie Burger & Gemeenschap) vindt deze constructie in het geheel niet

acceptabel. Zijns inziens is dit een staaltje van kortetermijnpolitiek. Op korte termijn zal er

voordeel zijn te behalen voor zowel de gemeente als Corio, maar op langere termijn zal het

uitblijven van concurrentie tussen grote winkelcentra ten koste gaan van de kwaliteit en de

dynamiek.

De actualisatie van het masterplan voldoet nog niet aan de wensen van de fractie ChristenUnie.

Het plan beantwoordt nog niet geheel aan bezwaren tegen de financiële onderbouwing en de

bouwhoogten. Evenwel constateert de heer Van Dijk (fractie ChristenUnie) een lichte

verbetering in de financiën en is de scheiding tussen de OV-terminal en Hoog-Catharijne door

het stationsplein aan de oostzijde een pluspunt.

De fractie ChristenUnie vindt het niet wenselijk het westelijke stationsplein op +1-niveau te

situeren. Verder is de fractie er geen voorstander van studentenwoningen in het gebied toe te

Raadscommissie voor Stedelijke Ontwikkeling d.d. 9


voegen, gezien de hoge grondkosten. De teneur die uit de stukken wordt geproefd, is dat een

fietsburg bij de Van Zeistweg en het Moreelsepark wenselijk is, maar financieel niet uitvoerbaar.

Spreker vraagt of dit een juiste interpretatie is.

Verder stipt de heer Van Dijk enkele fundamentele kwesties aan. De Catharijnesingel zal zich

ontpoppen als een onaangename kloof, als hier gebouwen met een hoogte van 25 tot 40 meter

op 20 meter afstand van elkaar worden geplaatst. Spreker deelt de visie van de SP-fractie met

betrekking tot de lekstromen van reizigers. De OV-terminal moet van alle kanten goed bereikbaar

zijn. Zoals het er nu uitziet, worden reizigers uitgeleverd aan de commercie, door hen te dwingen

zich langs de "consumptiebordelen" van Corio naar het station te begeven.

De fractie ChristenUnie heeft er grote moeite mee € 90 miljoen uit de gemeentelijke reserves te

investeren in het Stationsgebied en € 35 miljoen uit de kantooropbrengsten op andere locaties

over te hevelen naar de herontwikkeling van dit gebied. Over de invulling van die buitenplanse

bijdrage bestaat nog steeds geen duidelijkheid. Daarbovenop komt nog het gekapitaliseerde

vermogen dat wordt opgeslokt door de nieuw op te richten dochter van Corio. Met die constructie

kan de fractie ChristenUnie niet instemmen.

De gemeentelijke regie, die dit college zo hoog in het vaandel had, lijkt uit handen te worden

gegeven. Partijen zouden voor de plannen moeten worden gewonnen door overtuigingskracht of

door overwicht, maar in deze fase van planvorming heeft de fractie beide gemist. Er liggen nu

vaag geformuleerde intentieovereenkomsten, waarvan de formulering in het vervolgtraject verder

kan vervagen. Dat er geen sterke gemeentelijke regie is, blijkt ook uit het feit dat nieuws over de

ontwikkelingen niet naar buiten komt via de kwartaalrapportages van de projectorganisatie, maar

via uitspraken in de media, waarmee Corio de raad de stuipen op het lijf jaagt. Een woordvoerder

van de projectorganisatie zwakt die uitspraken dan vervolgens af. Deze gang van zaken baart de

fractie ChristenUnie nog meer zorgen dan de fundamentele meningsverschillen over keuzen die

in de actualisatie van het masterplan zijn gemaakt.

De vergadering wordt geschorst van 21.40 tot 21.50 uur.

In zijn beantwoording wil wethouder Lenting vooral ingaan op de politieke elementen in de

bijdragen van de fracties. Van belang is dat de raad duidelijkheid wordt gegeven over de

betekenis van de raamovereenkomst en de intentieovereenkomsten. Technisch-inhoudelijke

vragen zijn genoteerd en zullen schriftelijk worden beantwoord.

De regie is vaker bediscussieerd. Bij aanvang van deze collegeperiode is gesteld dat de regie

van de herontwikkeling van het Stationsgebied moet liggen bij de gemeente. De wethouder

interpreteert het begrip regie zo, dat de spelers het spel bepalen en dat de regisseur het beste uit

de spelers haalt. De regisseur moet niet gaan dicteren wat de spelers moeten doen. Die

benadering brengt soms moeizame processen met zich mee, maar de gemeente moet geen

verantwoordelijkheid nemen voor zaken waarvan zij de verantwoordelijkheid niet kan dragen. De

vrijheid van partijen is begrensd door raadsbesluiten over hetgeen partijen mogen. In die zin

vragen partijen zekerheden van de gemeenteraad. Of zij gebruikmaken van de mogelijkheden

die de raad biedt, beslissen zij zelf.

In die redenering is een referendum in de ogen van de heer Van Dijk (fractie ChristenUnie)

weinig zinvol; burgers zijn geen deelnemer van dit spel. Verder kan de raad in die redenering

alleen het spel bepalen voor die zaken waarvan de gemeente eigenaar is.

Wethouder Lenting heeft geen behoefte aan een semantisch woordenspel over de zin van een

referendum. De visies die zijn ontwikkeld, hadden de steun van partijen en deze zijn in een

referendum voorgelegd aan de bevolking. Daaruit kwam de voorkeur voor visie A naar voren en

die visie is nu uitgewerkt. In haar regierol moet de gemeente partijen er nu toe bewegen dat zij

meewerken aan de uitvoering.

Voor alle partijen geldt dat er wensen en verlangens leven ten aanzien van de eindsituatie en dat

er behoefte is aan zekerheden om medewerking te kunnen verlenen aan de uitvoering. Iedere

partij heeft van doen met een achterban, aan wie verantwoording wordt afgelegd. Voor de

gemeente speelt die verantwoording zich af in de openbaarheid, andere partijen worden

beoordeeld op basis van het rendement van besluiten en voornemens.

Corio beschikt over een winkellocatie, waarin de belegger heeft geïnvesteerd en daarvoor

rendement wil terugzien. Hoog-Catharijne is een goed renderend winkelcentrum.

Herinvesteringen zijn interessant, maar uit financieel-economisch oogpunt niet opportuun, al

bestaat er geen verschil van mening over dat het winkelcentrum niet de gewenste uitstraling

Raadscommissie voor Stedelijke Ontwikkeling d.d. 10


heeft. Als de gemeente wil dat er iets aan het winkelcentrum gebeurt, integraal, snel en financieel

beheersbaar, dan zal zij moeten trachten daarover met Corio overeenstemming te bereiken.

Corio is zich ervan bewust dat op enig moment iets aan de gebouwen moet gebeuren, maar zal

hierin een vleksgewijze fasering willen aanbrengen, waarbij zal worden gestart met een vlek die

het meeste rendement zal opleveren of die het hardst aan een opknapbeurt toe is. Die keuzen

behoeven niet overeen te komen met de prioriteiten die de gemeente stelt. Zo voldoet de huidige

traverse over de Catharijnesingel aan de eisen van Corio, maar vindt de gemeente dat die brede

traverse leidt tot een onprettige ruimtebeleving. De gemeente zal Corio dan tegemoet moeten

komen, zodat Corio de zekerheid krijgt dat de investeringsrisico's kunnen worden afgedekt.

Overigens is het ook in breder perspectief zinvol in goed overleg tot overeenstemming te komen

over een integrale aanpak van het Stationsgebied, want op meer locaties raken de grondposities

van Corio de belangen van de gemeente.

Als de traversen moeten worden onteigend, moet hiervoor de onderhandelingswaarde worden

betaald. In de bilaterale intentieovereenkomst is afgesproken dat de gemeente de traversen, de

parkeergarage en de sporthal zal verwerven tegen de huidige economische waarde. Die ligt

aanzienlijk lager dan de onderhandelingswaarde.

De Raamovereenkomst maakt een integrale aanpak van het Stationsgebied mogelijk. Daarmee

kan tevens het tijdpad worden "vastgeklikt". Een realiseerbaar tijdpad is een van de voorwaarden

die het Rijk stelt aan de subsidieverlening. Als er geen overeenstemming wordt bereikt met

Corio, kan geen realistisch tijdpad worden vastgesteld en komen de NSP-middelen in de orde

van grootte van de eigen bijdrage van de gemeente in gevaar.

De heer Giesberts (GroenLinks-fractie) vraagt de wethouder (eventueel schriftelijk) een

schatting te geven van de bedragen die gemoeid zijn met onteigening, mocht geen

overeenstemming worden bereikt met Corio.

Wethouder Lenting geeft een toelichting op de Raamovereenkomst. Dit is een

ladderovereenkomst met drie treden. De eerste trede betreft de intentieovereenkomsten, de

tweede de ontwikkelovereenkomsten voor het Vredenburg en de OV-terminal, die partijen

privaatrechtelijk bindt, en in de derde trap ten slotte worden projectovereenkomsten gesloten. De

treden zijn gekoppeld aan het sluiten van een intentie- en een realisatieovereenkomst voor het

winkelcentrum in Leidsche Rijn Centrum.

Ingeval er een intentieovereenkomst voor de OV-terminal en het Vredenburg totstandkomt, treedt

terugvaloptie 1 in werking. Dan kan Corio winkelvastgoed in Leidsche Rijn Centrum verwerven

tegen het hoogste verifieerbare bod dat door een derde is gedaan. Corio behoudt dit recht,

zolang de bilaterale intentieovereenkomst van kracht is. En zolang die overeenkomst van kracht

is, verwerft de gemeente het vastgoed dat nodig is om de geplande ontwikkelingen te realiseren

– met name de sprothal en de parkeergarage – tegen de marktconforme prijs.

De wethouder zal de commissie schriftelijk informeren over de wijze waarop deze overeenkomst

kan worden ontbonden.

Als er een ontwikkelovereenkomst kan worden gesloten voor de OV-terminal en het Vredenburg

en een intentieovereenkomst voor Leidsche Rijn Centrum, dan wordt terugvaloptie 2 van kracht.

Corio heeft dan het recht om als eerste een bod te doen op het winkelvastgoed in Leidsche Rijn

Centrum.

De heer Zijlstra (VVD-fractie) merkt op dat terugvaloptie 2 voor Corio minder gunstig is dan

terugvaloptie 1. Bij terugvaloptie 1 behoeft Corio slechts af te wachten wat concurrenten bieden,

terwijl bij terugvaloptie 2 het eerste bod moet worden gedaan.

Wethouder Lenting zegt dat aan biedingen de voorwaarde is verbonden dat deze minimaal

gelijk moeten zijn aan de kostprijs van de ontwikkeling. In de tweede terugvaloptie mag Corio als

eerste een bod uitbrengen, vervolgens kunnen derden een bod doen en ten slotte krijgt Corio de

gelegenheid een eindbod te doen.

De heer Zijlstra (VVD-fractie) constateert dat deze uitleg afwijkt van hetgeen in de stukken staat.

Wethouder Lenting zet uiteen dat Corio is gerechtigd om binnen zes weken na het sluiten van

de overeenkomst als eerste een bod te doen op het ontwikkelde winkelvastgoed, waarbij het bod

ten minste gelijk moet zijn aan de reële kostprijs. Als hierover na acht weken geen

overeenstemming is bereikt, wordt het vastgoed binnen vier weken aangeboden aan derden, ook

Raadscommissie voor Stedelijke Ontwikkeling d.d. 11


onder de voorwaarde dat een bod ten minste gelijk moet zijn aan de reële kostprijs. Als daarover

overeenstemming wordt bereikt, krijgt Corio de gelegenheid om het vastgoed te verwerven

volgens de condities van dat onderhandelingsresultaat. Deze terugvaloptie geldt zolang de

ontwikkelovereenkomst voor het Stationsgebied en de intentieovereenkomst voor Leidsche Rijn

Centrum van kracht zijn en ook als er een projectovereenkomst voor het Stationsgebied en een

realisatieovereenkomst voor Leidsche Rijn Centrum zijn gesloten. Daarmee is de

marktconformiteit gewaarborgd. In Leidsche Rijn Centrum worden meer functies ingebracht,

maar met Corio wordt uitsluitend gesproken over het verwerven van winkelvastgoed.

De heer Giesberts (GroenLinks-fractie) vraagt of het juist is dat Corio posities heeft in

Vleuterweide en Parkwijk en in de meubelboulevard.

Wethouder Lenting bevestigt dat enkele jaren geleden afspraken zijn gemaakt over

investeringen in Parkwijk. Of Corio ook een positie heeft in het winkelcentrum is de wethouder

niet bekend. Historisch had Corio belangen in de meubelboulevard, evenals in het winkelcentrum

in Nieuwegein en elders, zoals in Alexandrië.

De wethouder wijst erop dat het partijen niet is te verbieden om te beleggen.

Vóór de raadsbehandeling zou de heer Giesberts (GroenLinks-fractie) graag beschikken over

een overzicht van de posities van Corio in de gemeente Utrecht. De gemeente Utrecht kan een

partij niet verbieden te beleggen, maar volgens deze constructie helpt de gemeente een belegger

een handje in de versterking van zijn positie.

Wethouder Lenting zegt dat hem er veel aan is gelegen het vereiste tempo in de ontwikkelingen

veilig te stellen en hieraan sturing te geven, zodanig dat een realistisch tijdpad voor de

herontwikkeling van het Stationsgebied aan het Rijk kan worden gepresenteerd, dat de regie op

een goede wijze vorm wordt gegeven en dat de risico's voor Leidsche Rijn Centrum beheersbaar

zijn. Hij hoopt de raad ervan te kunnen overtuigen dat dit op rationele gronden een goede deal is,

maar de raad zal hierover uiteraard een eigen oordeel moeten vormen.

Als in de uitvoering van de plannen voor het Stationsgebied een kink in de kabel komt, nadat de

raad de Raamovereenkomst en de bilaterale intentieovereenkomst heeft goedgekeurd, dan haalt

Corio naar de indruk van de heer Zijlstra (VVD-fractie) een fors deel van de buit binnen. De

vraag is of Corio er niet bij gebaat is de zaak na deze eerste stap van de ladderconstructie te

laten mislukken en de onderhandelingen vanuit een sterkere startpositie te heropenen. Hetgeen

thans voorligt, zou Corio kunnen aanmoedigen om dat scenario te volgen.

Wethouder Lenting wijst erop dat de Raamovereenkomst en de bilaterale intentieovereenkomst

ook de gemeente voordelen biedt om op een dergelijke wijze te opereren. Echter, partijen

kunnen elkaar aanspreken op gedrag dat in strijd komt met die overeenkomsten. De

consequenties van een en ander zal de wethouder schriftelijk toelichten.

De heer Zijlstra (VVD-fractie) vindt de conceptovereenkomsten risicovol. Als Corio de belangen

in Leidsche Rijn Centrum in handen heeft, valt de noodzaak weg om te investeren in Hoog-

Catharijne. Spreker laat zich er graag van overtuigen dat die risico's afdoende zijn afgedekt en

ziet die schriftelijke toelichting graag tegemoet.

Wethouder Lenting zegt dat de interpretatie die de heer Zijlstra aan de overeenkomsten geeft,

niet voor de hand ligt; Hoog-Catharijne is een goed renderend object. Corio kan alleen een

eindpositie in Leidsche Rijn Centrum verkrijgen, als de inzet in Hoog-Catharijne wordt

gerealiseerd. Als dat niet gebeurt, komt er geen realisatieovereenkomst voor Leidsche Rijn

Centrum tot stand. Uit onderzoek is gebleken dat twee grote winkelcentra naast elkaar kunnen

bestaan. Een goede afstemming van het aanbod voorkomt onwenselijk concurrentie, waardoor

het bestaansrecht van beide centra wordt versterkt.

De heer Van Holthe (VVD-fractie) merkt op dat de eerste terugvaloptie, die na de eerste stap

van de Raamovereenkomst in werking treedt, Corio een veel sterkere positie verschaft dan enig

andere partij kan bereiken. Zijns inziens biedt die terugvaloptie Corio de mogelijkheid het

einddoel – het verwerven van een positie in Leidsche Rijn Centrum – te bereiken zonder te

investeren in Hoog-Catharijne.

Raadscommissie voor Stedelijke Ontwikkeling d.d. 12


Wethouder Lenting zegt dat het ook zonder deze overeenkomst nooit valt uit te sluiten dat Corio

die positie bereikt, namelijk in het geval dat Corio de hoogst biedende partij is.

Dit is in de visie van de heer Janssen (CDA-fractie) een andere situatie. Volgens terugvaloptie 1

behoeft Corio slechts het bod van de hoogste bieder te evenaren.

Wethouder Lenting benadrukt dat de overeenkomst grote voordelen heeft voor de gemeente

Utrecht in termen van planning, financiën en regie. De preferente positie van Corio in Leidsche

Rijn Centrum is gekoppeld aan de verwerving van die locaties, tegen de huidige waarde. Als die

locaties niet tijdig kunnen worden verworven tegen een redelijke prijs, kan er geen sprake zijn

van een goede regie en afstemming in de herontwikkeling van het Stationsgebied. De

overeenkomst garandeert de verwerving van de locaties die nodig zijn om de herontwikkeling van

het Stationsgebied te kunnen starten.

Volgens plan investeert de gemeente € 90 miljoen uit eigen middelen in het Stationsgebied,

waarvan € 20 miljoen in infrastructuur. In vergelijking met projecten in Almere, Amsterdam en

Arnhem, is dit een relatief kleine investering, waarmee een grote kwaliteitsslag kan worden

gemaakt.

De ondertunneling van het Westplein wordt bekostigd uit harde inkomsten uit het plangebied,

aangevuld met de GDU+-gelden van het Rijk. De planning van de ondertunneling wordt

afgestemd op de bouw van de OV-terminal, waarvoor de tramlijn tijdelijk moet worden verlegd.

Als gelijktijdig zou worden gewerkt aan de ondertunneling van het Westplein, zou dit een extra

kostenpost van circa € 8 miljoen betekenen.

De heer Giesberts (GroenLinks-fractie) meent dat dit knelpunt kan worden opgevangen, door

vanaf de halte aan de Graadt van Roggenweg pendelbussen naar het station te laten rijden. De

tramlijn behoeft dan niet te worden verlegd.

Wethouder Lenting merkt op dat de planning van de ondertunneling van het Westplein ook

samenhangt met de reconstructie van het 24 oktoberplein. Door gelijktijdige uitvoering van de

plannen voor het 24 oktoberplein en de ondertunneling van het Westplein zou de stad

onbereikbaar zou worden. Technisch is het mogelijk de planning aan te passen, maar een

omdraaiing van de planning is alleen in beeld als in de planuitvoering van het 24 oktoberplein

vertraging ontstaat.

Het Rijk staat een integrale oplossing voor voor het gebied van het Vredenburg tot aan het

station. Aan de oostzijde van de stad moeten goede parkeeroplossingen worden gerealiseerd.

De NSP-subsidie kan daarvoor gedeeltelijk worden ingezet.

Het is uitdrukkelijk de bedoeling uitvoering te geven aan de ondertunneling van het Westplein,

maar een en ander moet wel voldoen aan randvoorwaarden met betrekking tot de bereikbaarheid

van de stad en de financiële haalbaarheid. Tegen die achtergrond is een keuze voor fasering

verstandig.

De heer Giesberts (GroenLinks-fractie) vraagt naar de complexiteit van de ondertunneling van

het Westplein in vergelijking met de herinrichting van de Catharijnesingel.

Wethouder Lenting licht toe dat de impact van de reconstructie van het Westplein aanmerkelijk

groter is. Gezien de huidige dimensionering van de singel, is het mogelijk daaraan infra te

onttrekken zonder de doorstroming geheel te belemmeren. De aanpak van het Westplein zal een

deel van de stad onbereikbaar maken. Daarom is gekozen voor de voorgestelde planning. Bij de

aanpak van het Westplein zal het spoor worden gesplitst. Een en ander kan worden gedekt uit de

inkomsten uit het plangebied en uit de GDU+-gelden.

De heer Janssen (CDA-fractie) vreest dat bij tegenvallende kosten of vertraging van de aanpak

van de singel moet worden geconstateerd dat er geen geld meer is voor de ondertunneling van

het Westplein. Daarom wil zijn fractie prioriteit geven aan de ondertunneling. De start van de

werkzaamheden aan het 24 oktoberplein is gepland voor 2005. Zijns inziens zou het Westplein

aansluitend moeten worden aangepakt.

Wethouder Lenting benadrukt dat het in geen geval mogelijk is het 24 oktoberplein en het

Westplein gelijktijdig aan te pakken.

Raadscommissie voor Stedelijke Ontwikkeling d.d. 13


De wethouder toont een kaart, waarop de clusterverdeling is aangegeven. Besloten is cluster C

op te knippen in twee delen om een goede fasering mogelijk te maken, in samenhang met

andere onderdelen van de plannen. Cluster C2 zal worden gedekt uit inkomsten uit andere

plangebieden.

Voor Leidsche Rijn is gekozen voor een systematiek van voorfinanciering, waarvan moet worden

afgewacht of een en ander wordt terugverdiend. Voor de herontwikkeling van het Stationsgebied

heeft de raad een ander cash-flow-schema gekozen om zelf sturing te kunnen geven aan de

uitvoering. Voor iedere fase wordt de raad gevraagd een besluit te nemen over de inzet van

middelen. De raad neemt een besluit over bestemmingen van reserveringen en dus ook over

investeringen in het Westplein. Voor het Westplein is € 14 miljoen aan MIT-gelden gereserveerd.

De heer Janssen (CDA-fractie) zegt dat zijn fractie die sturingsmogelijkheid wil hanteren in

combinatie met een prioritering van de ondertunneling van het Westplein. Zij vreest dat

investeringen in andere onderdelen van de plannen, zoals het terugbrengen van water in de

singels en de realisering van het Muziekpaleis, de ondertunneling van het Westplein in de weg

zullen blijken te staan.

Wethouder Lenting wijst op de koppeling tussen NSP-gelden, het Muziekpaleis en de afspraken

met Corio, teneinde de uitvoering in gang te zetten. NSP-gelden kunnen niet worden benut voor

het Westplein.

Het westelijik stationsplein wordt op +1-niveau gelegd, om ruimte te scheppen voor bus- en

trambanen en de fietsenstalling. Verhoging van dit plein biedt tevens de mogelijkheid voor een

goede aansluiting op het Beatrix-gebouw.

De bebouwing aan de Nieuwe Stationsstraat komt gedeeltelijk op gemeentegrond en gedeeltelijk

op grond van NS te staan. Om het beoogde volume te kunnen halen, is een zekere hoogte nodig.

Er is een oplossing gevonden, waarin de straat een breedte kent van 33 meter.

In de bilaterale intentieovereenkomst zijn afspraken vastgelegd over de overbrugging van de

Catharijnesinel. De huidige traverse met een breedte van 28 meter heeft de functie van

"shopping mall". Deze wordt vervangen door twee smalle traversen met elk een breedte van 7 à

10 meter en een lengte van 20 meter. Op de aansluiting aan weerszijden wordt nog gestudeerd.

De heer Zijlstra (VVD-fractie) begrijpt uit deze toelichting dat de toekomstige overkapping van

20 meter kleiner wordt dan de overkapping die men thans in de lengterichting ervaart, waardoor

de fietser of voetganger meer transparantie zal ervaren dan in de huidige situatie.

Wethouder Lenting zegt dat de maatvoering van de nieuwe traversen is vastgelegd. De

vermindering van het ruimtebeslag voor traversen maakt het mogelijk bij de singel een werf te

maken. Over de inrichting daarvan kan in deze fase nog geen duidelijkheid worden gegeven.

Over de aansluiting van de smallere traversen op de bebouwing zijn nog geen definitieve

afspraken gemaakt. De bilaterale intentieovereenkomst biedt ruimte voor diverse invullingen. De

breedte van de singel is nu 60 meter van gevel tot gevel. Volgens plan zal het water een breedte

krijgen van 15 à 20 meter. Het is voor de ruimtebeleving niet wenselijk de bebouwing te laten

oprukken tot aan het water.

Door verplaatsing van de aanvankelijk geplande bebouwing van het Vredenburgplein, krijgt dit

plein de gewenste vorm en maatverhouding om zich als verblijfsruimte te manifesteren.

Met Corio en met NS is afgesproken dat de mogelijkheid van het beheerste-toegangssysteem

wordt opengehouden, maar over de eindsituatie zijn nog geen definitieve afspraken gemaakt. Het

busperron kan geen grote reizigersstromen verwerken. Loopstromen moeten daarom op andere

wijze worden verwerkt. Om een korte looproute naar het station te bewerkstelligen wordt

onderzocht of ingangen zijn te realiseren aan de Mariaplaats en ter hoogte van het

Rabobankgebouw, maar daarover kan nog geen zekerheid worden gegeven.

Met de bebouwing over het spoor wordt invulling gegeven aan de wensen van de raad met

betrekking tot verdichting. Het bouwvolume beantwoordt aan de uitgangspunten van visie A.

De wethouder verwacht dat uitvoering van de plannen de kwaliteit van het Stationsgebied en de

aanblik van het gebied ten goede komt. Dit zal eerder leiden tot een waardevermeerdering van

bestaande woningen dan tot een waardevermindering, zoals de heer Rijkse vreest.

De samenvoeging van Muziekcentrum Vredenburg met Tivoli en SJU zal niet leiden tot extra

overlastgevend expeditieverkeer, omdat dit wordt opgevangen door een ondergronds laadperron.

Vanzelfsprekend geldt als randvoorwaarde voor het ontwerp van het Muziekpaleis dat geen

vermenging van geluid uit de verschillende zalen plaatsvindt, door een doos-in-doosconstructie.

Raadscommissie voor Stedelijke Ontwikkeling d.d. 14


De juridische hardheid van de intentieovereenkomsten is afhankelijk van de benadering die men

kiest. Private partijen hechten grote waarde aan de juridische consequenties van een

intentieovereenkomst. Dit verklaart ook dat de Jaarbeurs voorbehouden blijft maken.

Mevrouw Van Rooij (D66-fractie) heeft de indruk dat de oplegnotitie een voorschot neemt op de

inhoud van de bilaterale intentieovereenkomsten en moet worden gelezen als "wishful thinking".

Wethouder Lenting zegt dat de oplegnotitie dient ter verduidelijking van de

intentieovereenkomsten. Als die ruimer kan worden geïnterpreteerd dan de inhoud van de

intentieovereenkomsten, dan is dit onbewust en onbedoeld gebeurd.

De bilaterale intentieovereenkomsten geven een uitgebreide beschrijving van de afspraken, in

tegenstelling tot de masterplanverklaringen, die slechts de hoofdlijnen aangaven. Partijen hebben

in de intentieovereenkomsten geen voorbehouden meer gemaakt ten aanzien van de actualisatie

van het masterplan. Wel is een aantal zaken benoemd, dat nog gezamenlijk moet worden

uitgewerkt.

Zoek- en studiegebieden hebben betrekking op locaties waar bebouwing kan worden

toegevoegd. In de plannen wordt rekening gehouden met de toevoeging van een beperkt aantal

studentenwoningen. Deze maken deel uit van het totaalaantal woningen (2.073). Een

randvoorwaarde is dat studentenwoningen budgetneutraal kunnen worden gerealiseerd, maar

hiervoor geldt niet de eis deze ze rendement opleveren. Het ligt voor de hand dat

studentenwoningen niet op de beste locaties in het gebied worden gerealiseerd. Te denken is

aan locaties bij de sporen of de busbanen, waarvoor dan een dove gevel noodzakelijk zal zijn.

Met de SSH is besproken dat een aanpassing van de grondprijs bespreekbaar is, maar dat daar

dan tegenoverstaat dat de SSH zelf moet investeren in de inrichting van de omgeving.

In antwoord op vragen over de relatie van Corio met HC BV licht de heer Hutschemaekers toe

dat dit een interne juridische constructie van Corio betreft, waarbij HC BV, als onderdeel van

Corio Nederland, het aanspreekpunt is voor ontwikkelingen in Hoog-Catharijne. De

overeenkomst volgt die interne structuur. In een paragraaf in de overeenkomst is de scheiding in

twee afzonderlijke juridische entiteiten opgenomen.

De heer Zijlstra (VVD-fractie) vraagt of bij een eventueel faillissement van HC BV kan worden

teruggevallen op de relatie met de moederorganisatie.

Dit is de heer Hutschemaekers niet bekend. Als zich een faillissement voordoet, zullen de

juridische consequenties daarvan moeten worden onderzocht.

De heer Zijlstra (VVD-fractie) stelt het op prijs dat dit onderzoek wordt uitgevoerd vóór de

raadsbehandeling van 4 november a.s.

Wethouder Lenting is uitgegaan van de afspraak de intentieovereenkomst voor het

Muziekpaleis in de raad te behandelen in oktober, nadat het college daarover een besluit heeft

genomen. Hij geeft er de voorkeur aan vast te houden aan die afspraak. Evenwel bepaalt de

raad zijn eigen agenda. De wethouder verneemt graag tijdig hoe een en ander zal worden

behandeld.

De heer Zijlstra (VVD-fractie) beaamt dat was afgesproken de intentieovereenkomst voor het

Muziekpaleis te behandelen in oktober. De bilaterale intentieovereenkomst en de

Raamovereenkomst werpen echter nieuw licht op de zaak. Als de raad daaraan geen

goedkeuring hecht, heeft dit gevolgen voor het Muziekpaleis. Mede gezien de korte tijdspanne

tussen de geplande behandelingen, lijkt het hem verstandig een en ander in samenhang te

behandelen op 4 november a.s.

De heer Spier (fractie Leefbaar Utrecht) vreest dat dit tot een te overladen agenda voor de raad

van 4 november leidt en geeft er de voorkeur aan de oorspronkelijke planning te hanteren.

De heer Janssen (CDA-fractie) is met de heer Zijlstra van mening dat het niet wenselijk is een

besluit te nemen over het Muziekpaleis, voordat besluitvorming heeft plaatsgevonden over de

overeenkomsten waarvan het Muziekpaleis uiteindelijk deel uitmaakt. Hij steunt het voorstel af te

Raadscommissie voor Stedelijke Ontwikkeling d.d. 15


wijken van de eerder vastgestelde planning en de overeenkomst voor het Muziekpaleis te

behandelen in combinatie met de bilaterale intentieovereenkomsten en de Raamovereenkomst.

Ook de heren Giesberts (GroenLinks-fractie) en Huijsman (PvdA-fractie) stemmen met dit

voorstel in.

Wethouder Lenting heeft begrip voor deze argumentatie, maar zou het betreuren de

besluitvorming over het Muziekpaleis uit te stellen.

De voorzitter stelt voor een en ander voor te leggen aan het Presidium.

De bilaterale intentieovereenkomst met Corio is bij de openbare commissiestukken gevoegd,

maar zonder vertrouwelijke bijlagen. Omdat in het vak voor geheime stukken geen openbare

stukken liggen, ontbreekt een totaalbeeld. De heer Zijlstra (VVD-fractie) verzoekt een complete

set beschikbaar te stellen.

Wethouder Lenting zegt dit toe. Voorts zegt hij toe de nog resterende vragen uiterlijk 15 oktober

schriftelijk te zullen beantwoorden.

De voorzitter concludeert dat de raad schriftelijk wordt geïnformeerd over:

§ De positie van Corio in winkelcentra in de gemeente Utrecht

§ De kosten van onteigening van de locaties aan de koppen van het station

§ Zaken waarop partijen elkaar op grond van de bilaterale intentieovereenkomst kunnen

aanspreken

§ De juridische relatie van Corio en HC BV en de gevolgen van een faillissement van HC BV

§ De resterende vragen

Voorts concludeert de voorzitter dat het debat zal worden voortgezet in de raadsvergadering van

4 november a.s.

Zij sluit de vergadering om 23.15 uur.

Raadscommissie voor Stedelijke Ontwikkeling d.d. 16

More magazines by this user
Similar magazines