Titelpagina - pagina 150
Titelpagina - pagina 150
Titelpagina - pagina 150
Transform your PDFs into Flipbooks and boost your revenue!
Leverage SEO-optimized Flipbooks, powerful backlinks, and multimedia content to professionally showcase your products and significantly increase your reach.
J8 Boek 11. Til. 111. MISDRIJVEN 'rEGEN HOOFDEN ENZ.<br />
zijne vertegenwoordigers bepaald is. Geene aanbeveling t.och verdient de<br />
elders 1 gestelde voorwaarde van eene door den vreemden staat bij de<br />
wet of bij tractaat verleende wederkeerigheid. Bedingen van wederkeerigheid<br />
r.ijn in het publiek regt niet wenschelijk , en de staat behoort<br />
de beslissing over de strafbaarheid eener handeling niet te doen afhangen<br />
van hetgeen bij den nabuur regtens is.<br />
Evenmin ware het goed te keuren indien voor de vervolgbaarheid<br />
eene klagte van de buitenlandsche' mogendheden werd vereischt 2. In<br />
beginsel niet, omdat de reden der exceptionele strafbaarheid alleen te<br />
zoeken is in het belang van den ne der I a n d s c hen staat, en omdat<br />
de eenige grond waarom volgens het ontwerp een misdrijf op klagte<br />
vervolgbaar is (grooter gevaar bij de vArvolging voor benadeeling van<br />
private belangen dan voordeel voor het publiek belang), hier niet<br />
bestaat. In de praktijk niet, omdat het wenschelijk is, bij dergelijke<br />
vervolgingen de personen der beleedigden zooveel mogelijk buiten den<br />
regtstrijd te laten en bij eene mogelijke buitenvervolgingstelling of<br />
vrijspraak daaraan het karakter eener afwijzing van hunne klagte te<br />
ontnemen.<br />
Verslag van de Tweede Kamer met Regeeringsantwoord.<br />
De Commissie geeft in overweging dezen titel te vereenigen met titel<br />
Il. Er is, indien VOOl' de vervolging geen klagt ge!!ischt wordt, zoo<br />
als in § 102 van het Duitsche wetboek, geen reden tot splitsing. Het<br />
opschrift van den titel zou dan moeten luiden: l> Misdrijven tegen de<br />
Koninklijke waardigheid en tegen hoofden en vertegenwoordigers van<br />
bevriende staten."<br />
De Commissie kan zich niet vereenigen met het beginsel, dat de strafbaarheid<br />
der in dezen titel 'omschreven feiten niet afhankelijk is van<br />
hetgeen in l1et buitenland voor gelijke handelingen tegen den Nederland<br />
sc hen vorst en zijne vertegen wOOl'digers bepaald is. Het moge in<br />
het algemeen waal' zijn, dat de Staat de beslissing over de strafwaardigheid<br />
een er handeling niet moet doen afhangen van hetgeen bij den<br />
na,buur regtens is (zie Memorie van Toelichting), maar die regel lijdt<br />
in dit bijzonder geval uitzondering; de bijzondere bescherming, die de<br />
vreemde vorst geniet, vindt alleen hare regtvaardiging in internationale<br />
verpligtingen of internationale wellevendheid. Die bescherming ook te<br />
verleenen tegen vorsten vJon natien, die door wetten of tractaten niet<br />
ook onzen Souverein als zoodanig beschermen, ware eene miskenning<br />
van den regtsgrond der bijzondere strafwaardigbeid.<br />
Vereeniging met Titel Il is niet raadzaam, en wegens art. 5<br />
onmogelijk. Dubbel bevreemdend is dit voorstel tot vereeniging van<br />
de zijde der Commissie die juist door hare reciprociteit,sleer een<br />
scherp onderscheid tusschen 'ritel 2 en 3 maken wil.<br />
Maar ook zonder die reciprociteit is, in 't stelsel der Regeering,<br />
tusschen beide titels een principieel verschil; de feiten van titel 2<br />
sluiten meest in zich eene schending van eene verplichting van<br />
hou w. Die verplichting kan min of meer sterk zijn, zij verschilt<br />
voor den onderdaan en voor den gastvrijheid genietenden vreemde-<br />
I ; 102 D. Wb., art. 114 Beijeren.<br />
: Als boven. Vgl. art 4 der wet van 28 September 1816 (Staatl6lad nO. 51).<br />
vo<br />
me<br />
of<br />
lal<br />
op<br />
re<br />
va<br />
va<br />
re<br />
m<br />
vo<br />
st<br />
vo<br />
r.w<br />
ho<br />
V<br />
V<br />
h