Dermatologieverpleegkundige - Verpleegkundigen & Verzorgenden ...

venvn.nl

Dermatologieverpleegkundige - Verpleegkundigen & Verzorgenden ...

Dermatologieverpleegkundige

© Copyright AVVV Utrecht, maart 2004

Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd bestand, of

openbaar gemaakt, in welke vorm dan ook, zonder schriftelijke voorafgaande toestemming van de

AVVV. Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave voor welk doeleinde dan ook, dient

men zich tot de AVVV te richten.

1


Dermatologieverpleegkundige

NEDERLANDSE VERENIGING VAN DERMATOLOGISCH

VERPLEEGKUNDIGEN EN VERZORGENDEN (N.V.D.V.V.)

3


Inhoudsopgave

Voorwoord 7

1 Verantwoording 8

1.1 Inleiding

1.2 Betekenis van dit beroepsdeelprofiel

2 Positionering van de dermatologieverpleegkunde 9

2.1 Inleiding

2.2 Ontwikkeling dermatologieverpleegkunde

2.3 Autonomie in het handelen

3 Zorgvragers en zorgvragen binnen dermatologieverpleegkunde 10

3.1 Inleiding

3.2 De oorsprong van de zorgvragen

3.3 Kenmerken van de groep zorgvragers

3.4 Aard van de zorgvragen naar urgentie en complexiteit

3.5 Gevolgen van de zorgvraag voor gezondheid en bestaan

3.6 Settings

4 De betekenis en meerwaarde van dermatologieverpleegkunde 12

4.1 Inleiding

4.2 Betekenis en meerwaarde

- op het terrein van huidzorg

- voor de zorgvrager

- voor medeprofessionals

- binnen de gezondheidszorg

- binnen zorgorganisaties

5 Taakgebieden, kerntaken en competenties 14

5.1 Inleiding

5.2 Zorgvrager gebonden taken

- de vraag naar verpleegkundige zorg verkennen

- verpleegkundige problemen en -diagnosen vaststellen

- het beoogde resultaat van de verpleegkundige zorg formuleren

- verpleegkundige interventies plannen

- coördineren

- verrichten van verpleegkundige interventies

- evalueren van zorg

5.3 Professiegebonden taken

- de deskundigheid in eigen beroepsmatig handelen en dat van collegae bevorderen

- de kwaliteit van verpleegkundige zorg bevorderen

- de beroepsuitoefening professionaliseren

- beroepshouding

5.4 Organisatiegebonden taken

- bijdragen aan het verpleegbeleid en beheer van de organisatie

- samenwerken

Bijlagen 24

Begrippenlijst

Gebruikte afkortingen

Geraadpleegde literatuur

Opstellers beroepsdeelprofiel

5


Voorwoord

Waarom dit beroepsdeelprofiel?

De verpleegkundige beroepsuitoefening beweegt mee met de dynamiek in de hedendaagse

gezondheidszorg. Een dynamiek die op gang wordt gehouden door continu veranderende

zorgvragen, ontwikkelingen in medisch-technisch handelen en de voortdurend bewegende

arbeidsmarktsituatie.

Hierdoor zien wij momenteel een grote verscheidenheid aan vormen van verpleegkundige

beroepsuitoefening.

De talrijke differentiaties en specialisaties, en de daarvoor benodigde opleidingen, roepen echter

een beeld op van verbrokkeling en gebrek aan samenhang. Dit wordt in de hand gewerkt door het

benadrukken van een ieders bijzonderheid en het veronachtzamen van de gemeenschappelijkheid

in het verpleegkundig beroep.Ook de argumenten om het bestaan van een differentiatie of

specialisatie te verklaren zijn divers, en ondergraven daardoor juist het bestaansrecht ervan.

Binnen lidorganisaties van verpleegkundigen bestaat daarom grote behoefte hun

beroepsuitoefening te beschrijven en te verantwoorden door middel van beroepsdeelprofielen. De

uniformiteit daarin laat elke differentiatie of specialisatie tot haar recht komen. En alle

beroepsdeelprofielen tezamen dragen bij aan samenhang en transparantie van de verpleegkundige

beroepsstructuur.

In het verlengde hiervan wordt gezocht naar passende vormen van kwalificering door middel van

opleidingen en naar registratie als bekrachtiging en erkenning van de positie die men inneemt

binnen het beroepenveld en de gezondheidszorg. Om die reden zijn deze beroepsdeelprofielen

evenzeer van belang voor overige beroepsbeoefenaren, de wetgever, de algemene beroepsgroep,

overheid (VWS), onderwijsinstellingen, werkgevers en vakbonden.

AVVV

Utrecht, 2004

7


1 Verantwoording

1.1 Inleiding

Zorgvragers met een dermatologische aandoening kenmerken zich door een verhoogd risico op

psychosociale problemen, onder meer door de zichtbaarheid van de aandoening en het veelal

chronische karakter ervan. In de klinische situatie is de zorgvrager over het algemeen ambulant.

Deze groep zorgvragers heeft veelal langdurige ervaring met verschillende hulpverleningssituaties

en heeft vaak al diverse behandelingen ondergaan. De zorg van de dermatologieverpleegkundige is

in het bijzonder gericht op het bevorderen van adequaat zelfmanagement.

De bestaansgrond van deze differentiatie ligt in belangrijke mate bij de achterstand binnen de

verpleegkunde op het terrein van de huidzorg. Beroepsuitoefening als

dermatologieverpleegkundige vereist daarom, naast het verkrijgen van expertise door

praktijkervaring, aanvulling door specifieke kennis en uitbreiding van het handelingsrepertoire.

1.2 Betekenis van dit beroepsdeelprofiel

Het voorliggende beroepsdeelprofiel is een verbijzondering van het verpleegkundig beroepsprofiel.

Het geeft een expliciete beschrijving van de beroepsuitoefening als dermatologieverpleegkundige,

zodat alle betrokkenen hiervan een helder beeld krijgen.

De essentie van het verpleegkundig beroep komt herkenbaar terug in het referentiekader, gevormd

door de taakgebieden, kerntaken en competenties uit het beroepsprofiel.

De verbijzondering wordt zichtbaar in de specificering of uitbreiding van taakgebieden, kerntaken

en competenties binnen de context waarin de dermatologieverpleegkundige haar beroep

uitoefent.

De beschrijving van de context, de zorgvragen en de zorgvragers vormt tevens een basis voor

legitimering en validering. Het gaat dan om het onderscheid ten opzichte van andere

verpleegkundigen en andere hulpverleners in de gezondheidszorg, en om de toegevoegde waarde

ten opzichte van al bestaande vormen van verpleegkundige beroepsuitoefening. Hiermee worden

aanknopingspunten ontwikkeld die leiden tot de positionering van de

dermatologieverpleegkundige binnen een deelgebied van de verpleegkundige

beroepsuitoefening.

De terminologie die in dit document wordt gehanteerd, sluit aan bij de ontwikkelingen binnen de

verschillende zorgsectoren en het huidige opleidingsstelsel.

Om recht te doen aan het grote aantal vrouwelijke verpleegkundigen is ervoor gekozen de term

verpleegkundige in de tekst met de vrouwelijke vorm aan te duiden. Hiermee worden zowel mannen

als vrouwen bedoeld.

In navolging van het beroepsprofiel gebruiken we de werkveldoverstijgende term zorgvrager.

Hiermee worden, afhankelijk van het werkveld, mannelijke en vrouwelijke patiënten, cliënten of

bewoners bedoeld. Voor de leesbaarheid gebruiken we de term zorgvrager in de mannelijke vorm.

8


2 Positionering van de dermatologieverpleegkunde

2.1 Inleiding

Dit hoofdstuk geeft een beschrijving van de ontwikkeling van de dermatologieverpleegkunde en

een duiding van autonomie in handelen.

2.2 Ontwikkeling

De ontwikkeling van de dermatologieverpleegkunde loopt parallel met het medische specialisme

dermatologie en met de inrichting van afdelingen, poliklinieken en dagbehandelingcentra

dermatologie. Er bestaat een relatie tussen deze differentiatie en de sterke stijging van het aantal

zorgvragers met huidaandoeningen en de verdere stijging die in de komende jaren verwacht wordt

door onder andere de vergrijzing. Dermatologische aandoeningen (zoals bijvoorbeeld

constitutioneel eczeem) behoren tot de top 10-aandoeningen, waarmee zorgvragers bij de huisarts

komen. Ook is een toename van het aantal zorgvragers met huidtumoren te constateren.

Daarnaast ligt de bestaansgrond van deze differentiatie ook in belangrijke mate bij de achterstand

binnen de verpleegkunde op het terrein van de huidzorg. Verpleegkundigen krijgen vanuit hun

initiële beroepsopleiding weinig tot geen kennis en vaardigheden mee op het gebied van huidzorg

en dermatologische aandoeningen. Bij hen ontbreekt een solide basis om zich hierin verder te

ontwikkelen. Beroepsuitoefening als dermatologieverpleegkundige vereist daarom, naast het

verkrijgen van expertise door praktijkervaring, aanvulling door specifieke kennis en uitbreiding van

het handelingsrepertoire.

Dermatologieverpleegkunde is niet specifiek onder te brengen bij één van de nu bekende

zorgcategorieën, maar heeft vooral raakvlakken met chronisch zieken en kinderen en jeugdigen.

Beroepsuitoefening als dermatologieverpleegkundige hangt samen met het medische specialisme

dermatologie, dat bestaat uit: algemene dermatologie, venereologie en flebologie.

2.3 Autonomie in handelen

De dermatologieverpleegkundige is een zelfstandig werkende beroepsbeoefenaar, die in staat

wordt geacht zonder directe aanwijzingen of richtlijnen haar zorg te verlenen.

Algemene eenduidigheid over autonomie in het handelen van de dermatologieverpleegkundige is

er niet. Immers, haar autonomie wordt nog bepaald door de organisatiecontext waarbinnen zij

functioneert. Daarin is het afstemmingsvraagstuk met medisch specialisten en de visie van het

management een belangrijke factor.

Autonomie in handelen wordt afgemeten aan niveau van kennis, vaardigheden en afspraken die

hierover binnen een instelling gelden. De autonomie van de dermatologieverpleegkundige komt

tot uiting in:

het inventariseren van problemen die optreden als gevolg van de aandoening en

behandeling daarvan;

de verantwoordelijkheid voor het zelfstandig plannen en uitvoeren van verpleegkundige

activiteiten en interventies, ook in situaties zonder standaarden of handelingsvoorschriften;

de verantwoordelijkheid voor goede uitvoering van ingestelde behandeling en de

multidisciplinaire communicatie daarover.

9


3 Zorgvragers en zorgvragen binnen

dermatologieverpleegkunde

3.1 Inleiding

Het gaat hier in het bijzonder om de beschrijving van zorgvrager, zorgvragen, zorgverlener,

zorgverlening, zorgcontext, als onderbouwing van een specifieke vorm van beroepsuitoefening

3.2 De oorsprong van de zorgvragen

De zorgvragen ontstaan door aandoeningen van dermatologische, venereologische en

flebologische aard en hun gevolgen.

3.3 Kenmerken van de groep zorgvragers

De dermatologische problematiek kan erfelijk of familiair bepaald zijn, doet zich voor bij alle

leeftijden, in alle lagen van de bevolking, bij beide seksen en alle rassen.

De groep zorgvragers kenmerkt zich door een verhoogd risico op psychosociale problemen, onder

meer door de zichtbaarheid van de aandoening en het veelal chronische karakter ervan.

In de klinische situatie is de zorgvrager niet per definitie bedlegerig, maar over het algemeen

ambulant.

Het betreft een groep zorgvragers met langdurige ervaring met verschillende

hulpverleningssituaties en die vaak al diverse behandelingen heeft ondergaan. De verpleegkundige

zorg hierbij is in het bijzonder gericht op het bevorderen van adequaat zelfmanagement.

3.4 Aard van de zorgvragen naar urgentie en complexiteit

Over het algemeen zijn de zorgvragen niet urgent, waardoor acuut ingrijpen van de

dermatologieverpleegkundige minder op de voorgrond staat. Indien er sprake is van zorgvragen

met een hoge urgentie (bijvoorbeeld blaaraandoeningen, gegeneraliseerde psoriasis pustulosa,

allergische aandoeningen) manifesteren deze zich vaak ook als complex.

Door het veelal chronische karakter van de aandoeningen en hun gevolgen, zijn de hieruit

voortkomende zorgvragen als complex te bestempelen.

3.5 Gevolgen van de zorgvraag voor gezondheid en bestaan

De aandoeningen en hun gevolgen bestrijken meerdere jaren en hebben zo een langdurige impact

op gezondheid en kwaliteit van leven. De gevolgen kunnen zich manifesteren in somatische,

psychosociale en maatschappelijke problemen, zoals:

jeuk

pijn

slaapproblemen

mobiliteitsproblemen

problemen op het gebied van vocht en voeding

veranderd seksueel functioneren

verminderde zelfwaardering

verstoord zelfbeeld

depressiviteit, verstoring levenspatroon

sociaal isolement

verstoring relaties/ gezinsleven

problemen m.b.t. beroepskeuze.

10


3.6 Settings

Het vraagstuk van huid- en wondzorg manifesteert zich in elke vorm van verpleegkundige

beroepsuitoefening en komt voor op alle terreinen van de gezondheidszorg.

3.6.1 Intramuraal

De klinische zorg aan dermatologische zorgvragers concentreert zich voornamelijk in de

academische ziekenhuizen waar zich afdelingen dermatologie bevinden. Daarbinnen zijn

dermatologieverpleegkundigen werkzaam.

In overige ziekenhuizen is sprake van één of enkele dermatologische bedden op een

verpleegafdeling van een ander specialisme. Daar is veelal sprake van een beperkte klinische

functie en zijn slechts enkele opgeleide dermatologieverpleegkundigen aanwezig. Consultatie

van dermatologieverpleegkundigen aan collega-verpleegkundigen biedt de mogelijkheid de

kennis en vaardigheid ook in een setting van algemene ziekenhuizen te onderhouden en zo te

voorzien in een klinische verpleegkundige functie.

In verpleeg- en verzorgingshuizen heeft de oudere zorgvrager regelmatig huidaandoeningen.

De veroudering van de huid maakt dat specifieke problemen zoals de droge huid zich

voordoen. Langdurige bedverpleging noopt tot extra aandacht voor de dagelijkse

huidverzorging en decubituspreventie.

De poliklinische zorg en de zorg in dagbehandelingcentra zijn verspreid over geheel Nederland.

Een belangrijk deel van zorgvragers met huidaandoeningen wordt gezien in een poliklinische of

ambulante/dagbehandelingsetting. De dermatologieverpleegkundige levert daar een

belangrijke bijdrage aan voorlichting (instructie, informatie, educatie en begeleiding), uitvoeren

van therapie en diagnostiek (ondersteuning).

3.6.2 Extramuraal

In de eerstelijnszorg kan de dermatologieverpleegkundige een belangrijke aanvulling geven op het

bestaand zorgaanbod.

Ouder en kindzorg: ca 20% van de Nederlandse kinderen heeft een atopische constitutie,

waarvan ongeveer 9% atopisch eczeem ontwikkelt. Andere huidaandoeningen en

huidverzorgingvraagstukken komen dagelijks voor.

Thuiszorg/wijkverpleging: in de bijzondere omstandigheden van de thuissituatie wordt

regelmatig aandacht besteed aan dermatologieverpleegkunde. Wondzorg, compressietherapie

bij ulcus cruris, decubitus, maceratie bij incontinentie en specifieke huidaandoeningen bij

ouderen zijn daarbij illustratief.

Huisartsenzorg: ca 18-20% van de spreekkamer van de huisarts wordt gevuld door zorgvragers

met een huidprobleem. Eczeem, psoriasis, acne, tumoren, infestaties en schimmelinfecties

vormen daarin een grote groep. Voorlichting, therapie en ondersteuning van diagnostiek kan

door dermatologieverpleegkundigen worden uitgevoerd.

GGD's: vooral sociaal verpleegkundigen hebben een belangrijke functie in de preventie van

seksueel overdraagbare aandoeningen (SOA).

Bedrijfsgezondheidszorg: huidaandoeningen in relatie met arbeid, in het bijzonder bij

risicogroepen (nat werk, atopische zorgvragers, werken met allergenen en toxische stoffen)

komen regelmatig voor.

Particuliere/privéklinieken: deze zijn in opkomst, zoals klinieken gericht op flebologie en

cosmetische dermatologie. Hierin is een rol weggelegd voor de dermatologieverpleegkundige.

11


4 De betekenis en meerwaarde van

dermatologieverpleegkunde

4.1 Inleiding

In dit hoofdstuk geven we antwoord op de vraag wie de dermatologieverpleegkundige is en wat zij

doet, waardoor zij zich onderscheidt van andere verpleegkundigen en andere hulpverleners in de

gezondheidszorg. Het accent ligt daarbij op de toegevoegde waarde ten opzichte van al bestaande

vormen van verpleegkundige beroepsuitoefening.

4.2 Betekenis en meerwaarde

4.2.1 Op het terrein van huidzorg

De beroepsuitoefening als dermatologieverpleegkundige berust op specifieke kennis van

dermatologische ziektebeelden en op somatische en psychosociale problemen die daaruit

voortkomen. Bij zorgvragers met huidaandoeningen is sprake van zeer specifieke zorgvragen, zoals

wondbehandeling, oedeembehandeling, ambulante compressietherapie en zalftherapie.

Het betreft vaak zorgvragers met een chronische aandoening die daarmee moeten leren leven en

waarbij adequaat zelfmanagement wordt nagestreefd. Dit uit zich onder meer in een grote

behoefte aan voorlichting en begeleiding.

Het zijn deze vragen en behoeften waarop niet of ontoereikend wordt ingespeeld door

aanverwante beroepsgroepen zoals dermatologen of door andere verpleegkundigen.

Op het terrein van huidzorg opereren ook wondverpleegkundigen, decubitusverpleegkundigen,

verpleegkundigen op het terrein van SOA, huidtherapeuten en diabetesverpleegkundigen.

4.2.2 Voor de zorgvrager

Op het gebied van huidaandoeningen en huid- en wondzorg presenteert de

dermatologieverpleegkundige zich aan een zorgvrager en diens naasten als een hulpverlener:

die beschikt over specifieke kennis en vaardigheden met betrekking tot dermatologische zorg

die zorg, begeleiding en voorlichting geeft bij de behandeling van de huidaandoening en de

gevolgen daarvan voor het dagelijkse leven

die als coördinator fungeert ten behoeve van alle disciplines die bij de zorg van de

dermatologiezorgvragers zijn betrokken

die doorverwijst naar en informatie geeft over patiëntenverenigingen.

4.2.3 Voor medeprofessionals

Op het gebied van huidaandoeningen en huid- en wondzorg presenteert de

dermatologieverpleegkundige zich aan medeprofessionals als:

deskundige op het gebied van huidaandoeningen en chronisch zieken

regisseur van zorg en verantwoordelijk voor het multidisciplinaire proces

(mede)organisator en uitvoerder van deskundigheidsbevordering

consulent voor verpleegkundigen en andere beroepsbeoefenaren

organisator en uitvoerder van kwaliteitsverbeteringprojecten.

4.2.4 Binnen de gezondheidszorg

Binnen het domein van de dermatologie verpleegkunde zijn 2 zorggebieden te onderscheiden:

de zorg voor de normale gezonde huid in de diverse levensfasen en preventie van

beschadiging van de huidbarrière;

de zorg voor zorgvragers met een huidaandoening die zijn oorsprong vindt in:

o de pathofysiologie van de huid of andere organen, bijvoorbeeld eczeem,

psoriasis, SLE, blaarziekten en bindweefselziekten

o psychodermatologie, bijvoorbeeld dermatitis artefacta

o huiddefecten, bijvoorbeeld decubitus

o seksueel overdraagbare aandoeningen, bijvoorbeeld chlamydia.

12


4.2.5 Binnen zorgorganisaties

Dermatologie is vooral een poliklinisch specialisme met veel zorgvragers met een chronische

aandoening. Deze categorie zorgvragers heeft veel baat bij voorlichting en instructie in een nietklinische

setting. Op het gebied van huidzorg presenteert de dermatologieverpleegkundige zich

binnen de zorgorganisaties als een professional:

die haar deskundigheid aanwendt bij beleidsvorming, zoals ontwikkeling van dermatologische

verpleegkundige spreekuren en dagbehandeling

die ingezet kan worden voor scholing en voorlichting binnen de zorgorganisatie

die deelneemt aan multidisciplinaire specialistische teams (bijvoorbeeld decubitusteam,

spreekuur diabetische voet).

13


5 Taakgebieden, kerntaken en competenties

5.1 Inleiding

In samenhang met voorliggende onderwerpen wordt in dit hoofdstuk een beschrijving gegeven

van de deskundigheid van een dermatologieverpleegkundige.

Deze deskundigheid manifesteert zich op 3 taakgebieden, te weten:

Zorgvragergebonden taken: de verzameling van taken die verbonden zijn aan het primaire

proces, de directe zorgverlening

Professiegebonden taken: de verzameling van taken die verbonden zijn aan behoud,

ontwikkeling en kwaliteit van professionele beroepsuitoefening

Organisatiegebonden taken: de verzameling van taken die verbonden zijn aan beleid en

beheer met betrekking tot voorwaarden voor de directe zorgverlening in een zorgorganisatie of

in een organisatie-eenheid

Elk taakgebied is een verzameling van kerntaken rond een aspect van zorg, waarvoor een

stomaverpleegkundige verantwoordelijkheid draagt. Alle taakgebieden samen dekken het totale

proces van behandeling en zorg.

Elk taakgebied krijgt een eigen inkleuring door de zogeheten kernopgaven. Kernopgaven hebben

betrekking op een opgave, die kenmerkend is voor een stomaverpleegkundige en waarop zij in haar

beroepsuitoefening adequaat moet kunnen reageren.

De kernopgaven geven richting aan een of meerdere competenties. Een competentie wordt in dit

profiel omschreven als:

Een - continu te onderhouden en te ontwikkelen - combinatie van vaardigheden, kennis, attitudes en

persoonskenmerken, nodig om in een bepaalde werksituatie adequaat, effectief en efficiënt te handelen.

De competenties – geformuleerd in termen van gedrag en resultaten – beschrijven de vermogens

van een dermatologieverpleegkundige om taken en opgaven in haar beroepsuitoefening op een

adequate, proces- en productgerichte wijze aan te pakken.

Elke competentie wordt gecompleteerd met opsommingen van concreet en waarneembaar

handelen en gedrag, die representatief zijn voor het competente gedrag. In feite geeft een

competentie aan wat een dermatologieverpleegkundige doet, in welke situatie en met welk doel.

Zoals de begripsomschrijving aangeeft, berust competent gedrag op een samenhangend gebruik

van onderliggende vaardigheden, kennis, attitudes en persoonskenmerken.

Dermatologieverpleegkunde bouwt voort op het al aanwezige competentieniveau in de

basisverpleegkundige beroepsuitoefening en de - door opleiding en beroepservaring - verkregen

expertise. Taken en competenties die daartoe gerekend mogen worden, zijn niet meer opgenomen

in dit profiel. Het handelingsrepertoire van een dermatologieverpleegkundige kenmerkt zich door

de voor iedere gezondheidszorgwerker geldende methodische beroepsuitoefening en

beroepsmatig handelen, maar omvat daarnaast specifieke vaardigheden, procedures en

handelingen.

De beroepshouding van de dermatologieverpleegkundige is verweven met alle kerntaken die

worden uitgevoerd. Daarbij zal zij zich ervan bewust moeten zijn dat elke situatie waarin zij verkeert

of handelt, steeds andere eisen stelt aan haar vermogens om de beroepshouding ten opzichte van

de zorgvrager, de organisatie en zichzelf deel te laten uitmaken van haar handelen. Dit betekent dat

zij:

met respect en toewijding optreedt tegenover zorgvrager, ongeacht sociale en economische

status, opleiding, cultuur, ras, sekse, levensovertuiging, aard of duur van ziekte of handicap;

rekening houdt met de waarden en normen, de wensen en gewoonten en de behoefte aan

privacy van de zorgvrager;

op basis van wederzijds vertrouwen een functionele samenwerkingsrelatie aangaat met de

zorgvrager, deze onderhoudt en beëindigt;

zich ervan bewust is dat de gelijkwaardigheid van de relatie onder druk kan staan doordat de

14


zorgvrager min of meer afhankelijk is van de verpleegkundige zorg;

professioneel omgaat met het spanningsveld tussen de eigen deskundigheid versus de

deskundigheid van de zorgvrager;

zich bewust is van eigen normen en waarden en hiermee professioneel omgaat;

professioneel omgaat met ethische kwesties en daarbij gebruik maakt van een verpleegkundige

beroepscode, de regels vanuit de organisatie en de wetgeving.

5.2 Zorgvragergebonden taken

Context en opgaven

De inhoud en de doelen van verpleegkundige zorg door dermatologieverpleegkundigen zijn direct

verbonden met de huid en de problemen die zich als gevolg van huidaandoeningen kunnen

voordoen. De huid is het grootste orgaan en vormt voor de mens zowel scheiding als verbinding

tussen lichaam en omgeving. Huidaandoeningen hebben dientengevolge velerlei somatische,

psychosociale en maatschappelijke gevolgen.

Dermatologieverpleegkundigen zien zich voor de opgave gesteld om gevolgen van

huidaandoeningen op de autonomie en op de fundamentele levensverrichtingen te inventariseren,

en de relatie met andere (gezondheids)problemen vast te stellen. Daarbij gaat het er ook om zicht te

krijgen en te houden op de individuele beleving van de zorgvrager.

Het is tevens hun opgave interventies op deze inventarisatie en analyse af te stemmen en daarbij

overleg te voeren met de medisch behandelaar of andere specialisten op dit terrein. Het

handelingsrepertoire van de dermatologieverpleegkundige kenmerkt zich door de voor iedere

verpleegkundige geldende methodische beroepsuitoefening en beroepsmatig handelen, maar

omvat daarnaast specifieke vaardigheden, procedures en handelingen.

Een belangrijke opgave voor de dermatologieverpleegkundige is de dermatologische zorgvrager te

ondersteunen in het leren omgaan met zijn aandoening, de gevolgen daarvan voor het dagelijks

leven en het bevorderen van adequaat zelfmanagement. Een opgave die als complex bestempeld

mag worden vanwege de verscheidenheid aan situaties, het veelal chronische karakter en de lange

termijn gevolgen.

Ter bevordering van de continuïteit van de geboden zorg en het ingezette verpleegkundig en

medisch beleid, staat zij voor de opgave hierover goed en eenduidig te communiceren en

rapporteren naar zorgvragers, collega's en andere zorgverleners.

A. Kerntaak: De vraag naar verpleegkundige zorg verkennen

Het verpleegkundige aanbod dient aan te sluiten bij de zorgvraag en de gezondheidssituatie van de

zorgvrager met huidaandoeningen. Dit wordt bereikt door een continue, systematische

verzameling van gegevens over en beeldvorming van de gezondheidssituatie van de zorgvrager.

Specifieke accenten liggen op de gevolgen van de huidaandoening voor het dagelijkse leven, de

beleving van de zorgvrager en op de wijze waarop hij zelfmanagement vorm geeft. Daarbij kan

tijdens de anamnese gebruik worden gemaakt van specifieke observatielijsten of

probleeminventarisatielijsten voor huidaandoeningen.

Competentie

De dermatologieverpleegkundige verzamelt, analyseert en interpreteert continu en op

systematische wijze gegevens van de zorgvrager en zijn gezondheidssituatie en maakt daarbij

gebruik van specifieke hulpmiddelen, zodat de verpleegkundige zorgverlening optimaal wordt

afgestemd op de zorgvraag van de dermatologische zorgvrager.

Dit betekent in concreet handelen en gedrag dat de dermatologieverpleegkundige:

de verwachtingen van de zorgvrager bij aanvang van en tijdens de zorg bespreekt

een anamnese afneemt en eventueel gebruik maakt van specifieke lijsten (bijvoorbeeld lijsten

die gericht zijn op jeuk, ulcus cruris of eczeem)

gericht observaties en inspectie van de huid uitvoert - voor en tijdens de behandeling – met

behulp van PROVOKE (plaats, rangschikking, omvang, vorm, omtrek, kleur, efflorescenties),

wond- en/of decubitusscorelijst, PASI-scorelijst of andere scorelijsten

houding en gedrag (bijvoorbeeld t.a.v. jeuk en krabben, coping, therapietrouw en

15


zelfmanagement) van de zorgvrager observeert en de bevindingen bij de zorgvrager of diens

naasten controleert

de effecten van verpleegkundige interventies observeert

potentiële en feitelijke reacties op gezondheids- of daaraan gerelateerde bestaansproblemen

signaleert

gezondheidsbedreigende factoren signaleert en op adequate wijze reageert

het verzamelen van de gegevens aanpast aan omstandigheden van de zorgvrager, het doel van

de zorgverlening en de aard van de problematiek

niet-verpleegkundige en niet-dermatologische zorgvragen herkent en op de hoogte is van de

deskundigheid en bevoegdheden van andere disciplines

veranderingen herkent die zich voordoen in de zorgvraag, in de omgevingsfactoren en in de

complexiteit van de interventies en daar ook naar handelt

zich een totaalbeeld vormt van de situatie van de zorgvrager, nagaat welke (risico)factoren van

invloed kunnen zijn op de situatie van de zorgvrager en een inschatting van de complexiteit van

de situatie maakt, waarna toewijzing van de juiste discipline plaatsvindt

participeert bij de indicatiestelling van de totale zorg

gegevens schriftelijk vastlegt.

B. Kerntaak: Verpleegkundige diagnosen stellen

Verantwoorde verpleegkundige zorg aan zorgvragers met huidaandoeningen stoelt voor een

belangrijk deel op eenduidige en hanteerbare beschrijvingen van de diagnosen die uiteindelijk

richting geven aan doelen en interventies. Daarbij is het van belang een beeld te krijgen van de aard

van de problemen: actueel/potentieel, acuut/chronisch.

De beschrijvingen van verpleegkundige diagnosen die samenhangen met de huidaandoening en

de gevolgen ervan voor de zorgvrager berusten op de continue en systematische

gegevensverzameling. Hierbij kan teruggegrepen worden op onderstaande diagnosen bij

huidaandoeningen, die in de dermatologie veelvuldig voorkomen:

decubitus

dreigend voedings- en vochttekort

huiddefect

hypo- en hyperthermie

ineffectieve coping

jeuk

mobiliteitstekort

pijn

sociaal isolement

therapieontrouw

veranderd seksueel functioneren

verstoord lichaamsbeeld

verstoord slaap- en rustpatroon

Competentie

De dermatologieverpleegkundige formuleert in eenduidige typeringen de verpleegkundige

diagnosen en specifiek de huidgerelateerde problemen, die zij met de zorgvrager bespreekt, zodat

gerichte keuzes kunnen worden gemaakt in doelen en interventies van verpleegkundige zorg

Dit betekent in concreet handelen en gedrag dat de dermatologieverpleegkundige:

gebruik maakt van de standaard, algemeen aanvaarde omschrijvingen van verpleegproblemen

en -diagnosen bij huidaandoeningen, en deze zonodig aan de zorgvrager aanpast

in overleg met de zorgvrager algemene en specifieke huidgerelateerde verpleegproblemen en

verpleegkundige diagnosen beschrijft en oorzaak, gevolg en (on)vermogen van de zorgvrager

benoemt. Ze maakt hierbij gebruik van wetenschappelijke kennis en standaarden

onderscheid maakt tussen actuele of potentiële problemen

onderscheid maakt tussen acute of chronische problemen.

16


C. Kerntaak: Het beoogde resultaat van de verpleegkundige zorg formuleren

Doelgerichte verpleegkundige zorg aan zorgvragers met huidaandoeningen stoelt op haalbare en

meetbare resultaten op korte en lange termijn. Specifieke resultaten liggen op het gebied van

verbetering van de huidaandoening, vergroting van kennis en inzicht, verkrijgen van adequaat

zelfmanagement en voortgang in het acceptatieproces.

Hierbij gaat het erom dat de dermatologieverpleegkundige op basis van de geformuleerde

verpleegkundige diagnosen resultaten van zorg formuleert en daarbij rekening houdt met de

interventiemogelijkheden.

Competentie

De dermatologieverpleegkundige formuleert in overleg met de zorgvrager - in relatie tot de

vastgestelde verpleegkundige diagnosen - het beoogde resultaat van de zorgverlening en geeft

hierin prioriteiten aan, zodat de verpleegkundige zorg doelgericht en afgebakend in fasen kan

worden verleend.

Dit betekent in concreet handelen en gedrag dat de dermatologieverpleegkundige:

in overleg met de zorgvrager haalbare resultaten formuleert

rekening houdt met de totaalsituatie van de zorgvrager

prioriteiten aangeeft in te behalen resultaten

onderscheid maakt in de termijnen waarbinnen resultaten behaald moeten zijn (korte termijn:

adequaat behandelen van de huid; lange termijn: bevordering van adequaat zelfmanagement)

in overleg met de zorgvrager de beoogde resultaten herformuleert, indien de situatie verandert

betrokken is bij multidisciplinaire besprekingen waarbij afstemming plaatsvindt over ieders

beoogde resultaten.

D. Kerntaak: Verpleegkundige interventies plannen

Voor het behalen van de beoogde resultaten zijn concrete interventies nodig. Daarbij kan het ook

gaan om interventies gericht op de naasten van de zorgvrager. Naast het beoogde resultaat is de

keuze voor een interventie ook afhankelijk van de mogelijkheden van de zorgvrager en het

repertoire aan interventies waarover de dermatologieverpleegkundige beschikt. Indien

ontoereikend, worden zo nodig andere disciplines ingeschakeld of wordt de zorgvrager

doorverwezen.

Competentie

Om het beoogde resultaat van zorgverlening te behalen kiest de dermatologieverpleegkundige - in

overeenstemming met de vastgestelde diagnoses en in relatie tot de geformuleerde doelen van

zorg en prioriteitstelling – interventies en houdt daarbij rekening met zowel haar eigen

mogelijkheden als de mogelijkheden van de zorgvrager, zodat deze kan vertrouwen op deskundige

en adequate behandeling van zijn huidaandoening en de gevolgen hiervan.

Dit betekent in concreet handelen en gedrag dat de dermatologieverpleegkundige:

een keuze maakt uit de verschillende interventies

de keuze voor interventies beargumenteert en hierbij gebruik maakt van wetenschappelijke

kennis, klinische expertise, protocollen/richtlijnen en standaarden

het belang, tijdstip en werkwijze van de interventie uitlegt aan de zorgvrager

een planning maakt en hierbij prioriteiten aangeeft.

E. Kerntaak: Coördineren

Bij de zorgverlening aan zorgvragers met huidaandoeningen zijn meerdere disciplines betrokken en

dit vraagt om coördinatie. Het totaalbeeld waarover de dermatologieverpleegkundige beschikt en

haar directe relatie met de zorgvrager maken de zorg voor coördinatie en continuïteit tot haar

aandachtsgebied. Hierin vervult zij een zorginhoudelijke regiefunctie.

Competentie

De dermatologieverpleegkundige coördineert de zorgverlening aan zorgvragers met

huidaandoeningen van alle betrokken disciplines, zodat aan de zorgvrager continu, op elkaar

17


afgestemde, multidisciplinaire en op zijn welzijn gerichte zorg wordt verleend.

Dit betekent in concreet handelen en gedrag dat de dermatologieverpleegkundige:

samenwerkt, verwachtingen bespreekt en afstemming zoekt via besprekingen met zorgvrager,

collega’s, andere disciplines en eventueel relevante anderen uit de directe omgeving van de

zorgvrager

ervoor zorgt dat – zonder overlap - de juiste activiteiten op het juiste moment door de juiste

persoon worden verricht.

F. Kerntaak: Verrichten van verpleegkundige interventies

De dermatologieverpleegkundige beschikt over een breed scala aan interventies om doelgerichte

verandering in de gezondheidssituatie van zorgvragers met huidaandoeningen te bewerkstelligen.

Het hoofdaccent ligt hierbij op het adequaat behandelen van de huid en het bevorderen van

adequaat zelfmanagement van de zorgvrager. De interventies zijn te onderscheiden naar

verpleegtechnische en diagnostische interventies, voorlichting en preventie, en psychosociale

interventies.

Competentie

De dermatologieverpleegkundige verricht volgens voorschrift verpleegtechnische en diagnostische

interventies, gebaseerd op gestelde medische en verpleegkundige diagnoses en de te behalen

resultaten, zodat de zorgvrager kan vertrouwen op deskundige en adequate behandeling van zijn

huidaandoening en de gevolgen hiervan.

Dit betekent in concreet handelen en gedrag dat de dermatologieverpleegkundige:

de directe behandeleffecten op de huid observeert

diagnostische testen - zoals allergietesten, lichttesten en urticariatesten - uitvoert en deze

beoordeelt in overleg met de dermatoloog

lichaamsmaterialen – zoals wondkweken, huidschilfers, bloedmonsters, SOA-monsters –

afneemt voor diagnostiek

in opdracht diagnostische huidbiopten afneemt

de enkel-arm index bepaalt

zorg draagt voor wondverzorging, wondtoilet, waaronder beperkte necrose verwijdering

zwachteltechnieken, compressietechnieken, lymfdrainage (m.u.v. manuele lymfdrainage)

toepast

specifieke verbanden – zoals zinklijmverband, kleefpleisterverband - aanlegt

verbindtechnieken van de huid toepast (o.a. wet wraps)

zorg draagt voor de uitvoering van immunotherapie zoals wespenhyposensibilisatie

voorgeschreven indifferente en differente zalftherapie uitvoert

uv-therapie – zoals UVA, UVB, PUVA, Bad PUVA, Goeckermantherapie - uitvoert en deze aanpast

niet-chirurgische behandeling van wratten uitvoert

kleine chirurgische ingrepen aan de huid uitvoert, zoals cryochirurgie en verwijdering van

dermale naevi of kleine wratten

assisteert bij dermato-chirurgische ingrepen, zoals tumorexcisie, deroofing, Moh’s chirurgie.

Competentie

De dermatologieverpleegkundige geeft voorlichting, afgestemd op de zorgvrager en gebaseerd op

gestelde diagnoses en de te behalen resultaten, zodat risico´s van de huidaandoening worden

beperkt of voorkomen en adequaat zelfmanagement van de zorgvrager wordt bevorderd.

Dit betekent in concreet handelen en gedrag dat de dermatologieverpleegkundige:

voorlichting geeft die is afgestemd op de zorgvrager, waarbij zij rekening houdt met o.a. leeftijd,

ervaring, taal, cognitief vermogen, coping

barrières wegneemt die het de zorgvrager moeilijk maken om daadwerkelijk wat met de

informatie te doen en hiertoe rekening houdt met attitude, sociale invloed en eigen effectiviteit

van de zorgvrager, en de fase (openstaan, begrijpen, willen, kunnen, doen, blijven doen) waarin

de zorgvrager verkeert

18


voorlichting geeft aan ouders van (bij kind), partners of relevante anderen

voorlichting geeft over de huid en de huidzorg

voorlichting geeft over de therapie, de toepassing ervan en de leefregels

voorlichting geeft over praktische zaken zoals hulpverleningsmogelijkheden en hulpmiddelen

de zorgvrager inzicht geeft in het bestaan en doel van patiëntenverenigingen

informatie van andere disciplines vertaalt en verduidelijkt zodat de zorgvrager tot juiste keuzes

kan komen

in samenwerking met andere betrokken disciplines groepsbijeenkomsten voor zorgvragers

plant en deze uitvoert

gezondheidsvoorlichting geeft, variërend van informatie gericht op kennisoverdracht tot

informatie, educatie, instructie en begeleiding gericht op gedragsverandering, de bestendiging

daarvan, en bevordering van het probleemoplossend vermogen en adequaat zelfmanagement

(zelfstandig) verpleegkundige spreekuren draait.

Competentie

De dermatologieverpleegkundige verricht psychosociale interventies, gebaseerd op gestelde

diagnoses en de te behalen resultaten, zodat adequaat zelfmanagement van de zorgvrager wordt

bevorderd.

Dit betekent in concreet handelen en gedrag dat de dermatologieverpleegkundige:

als klankbord fungeert voor de zorgvrager door te luisteren, steun te bieden en te structureren

zo nodig andere disciplines (bijvoorbeeld een maatschappelijk werker) inschakelt

de zorgvrager stimuleert tot het dragen van eigen verantwoordelijkheid en zelfmanagement

de zorgvrager met een (chronische) huidaandoening begeleidt bij verwerking en het leren

omgaan met de gevolgen van de aandoening en inpassen van nieuwe leefgewoontes in het

dagelijkse leven (bewust worden, relaxatie, dagstructurering, habit reversal)

de voortgang in beeld brengt, waaronder effecten van de behandeling maar ook coping van de

zorgvrager.

G. Kerntaak: Evalueren van zorg

Overzicht houden op het proces van zorgverlening en een beeld krijgen van de efficiëntie en

effectiviteit van de zorgverlening vraagt om een continue evaluatie en beoordeling. Met het

zorgplan– dat onder meer de verpleegkundige diagnosen, resultaten, interventies en evaluatie

omvat – als referentiekader gaat het vooral om het beoordelen van het effect van de

dermatologisch verpleegkundige zorg.

Bezien vanuit het totale zorgproces gaat het om het beoordelen van de kwaliteit van de

zorgverlening, de samenwerking met andere disciplines en de tevredenheid van de zorgvrager over

de organisatie van de zorg.

Competentie

De dermatologieverpleegkundige evalueert - zowel tussentijds als na afloop - de effecten en

efficiëntie van verpleegkundige zorg aan de hand van het opgestelde zorgplan, zodat zicht ontstaat

op het proces van zorgverlening en de kwaliteit van de zorgverlening kan worden beoordeeld.

Dit betekent in concreet handelen en gedrag dat de dermatologieverpleegkundige:

(bestaande) evaluatiecriteria toepast en/of (nieuwe) evaluatiecriteria opstelt

de tevredenheid van de zorgvrager met de geboden zorg bespreekt

met zorgvrager, collega’s en andere disciplines de efficiëntie en effectiviteit van het zorgproces

bespreekt

tussentijdse veranderingen signaleert en op basis hiervan het zorgplan bijstelt

over de bevindingen en het zorgproces rapporteert in het dossier van de zorgvrager

indien gewenst, in overleg met de zorgvrager relevante gegevens aan zijn naasten rapporteert

gegevens aan andere behandelende disciplines rapporteert

een zorgtransfer organiseert en de overdracht aan andere zorgverleners verzorgt.

19


5.3 Professiegebonden taken

Context en opgaven

Registratie als verpleegkundige ex artikel 3 Wet BIG brengt impliciet de verplichting met zich mee

de eigen deskundigheid te behouden en verder te ontwikkelen. Dit vereist een permanente

investering van de dermatologieverpleegkundige om zich op de hoogte te houden van nieuwe

ontwikkelingen op haar vakgebied en deze toe te passen. Naast haar eigen ontplooiing als

professioneel beroepsbeoefenaar levert zij een bijdrage aan de kwaliteit van de zorgverlening en de

professionalisering van het verpleegkundige beroep en in het bijzonder dat van

dermatologieverpleegkunde.

De verpleegkundige komt steeds vaker in aanraking met ethische kwesties die betrekking hebben

op vragen en keuzes waarbij tal van zingevingvraagstukken aan de orde zijn. In de dermatologie

gaat het dan bijvoorbeeld om kwesties als autonomie van de chronische zorgvrager of psychisch

lijden.

Binnen de dermatologieverpleegkunde is het veelal chronische karakter van de aandoeningen van

de zorgvragers bepalend voor hun benadering.

A. Kerntaak: De eigen deskundigheid en dat van collegae bevorderen

De dermatologieverpleegkundige is in het kader van de Wet BIG individueel verantwoordelijk om

de eigen deskundigheid op peil te houden. Hierdoor kan zij de kwaliteit van haar

beroepsuitoefening blijven garanderen en een bijdrage leveren aan de continue professionalisering

van het verpleegkundig beroep.

Competentie

De dermatologieverpleegkundige investeert in de ontwikkeling van haar eigen deskundigheid en

werkt actief mee aan de bevordering van de deskundigheid van de beroepsgroep, zodat de

kwaliteit van haar beroepsuitoefening in overeenstemming blijft met de vraag en met de

ontwikkelingen in beroep en gezondheidszorg.

Dit betekent in concreet handelen en gedrag dat de dermatologieverpleegkundige:

bij- en nascholingen volgt, bijvoorbeeld die van de beroepsvereniging

congressen, symposia, klinische lessen en patiëntenbesprekingen bijwoont

relevante Nederlandstalige vakliteratuur op het gebied van dermatologie, wondzorg e.d.

(DermaNovum, NTDV, WCS-nieuws) leest

algemene verpleegkundige vakliteratuur volgt

inhoudelijk bijdraagt aan scholing van collegae of stagiaires door het verzorgen van klinische

lessen en het houden van voordrachten

optreedt als werk- of praktijkbegeleider bij het inwerken van nieuwe collega’s, stagiaires

(basisopleiding) en stagiaires van de opleiding tot dermatologieverpleegkundige

de grenzen van de eigen deskundigheid hanteert en zo nodig consult vraagt

zich kritisch opstelt.

B. Kerntaak: De kwaliteit van verpleegkundige zorg bevorderen

De dermatologieverpleegkundige spoort op systematische wijze knelpunten op in de

verpleegkundige zorgverlening en onderneemt stappen om deze aan de orde te stellen en op te

lossen. Het is belangrijk dat zij kritisch is ten aanzien van haar eigen handelen en dat van collegae.

De dermatologieverpleegkundige levert een bijdrage aan centrale of decentrale methoden voor

kwaliteitsbevordering.

Competentie

De dermatologieverpleegkundige participeert in het ontwerpen van kwaliteitszorg op

afdelingsniveau, zodat de kwaliteit van dermatologieverpleegkundige zorg wordt bewaakt en

gewaarborgd blijft.

Dit betekent in concreet handelen en gedrag dat de dermatologieverpleegkundige:

op doelmatige en doeltreffende wijze de zorgverlening inzet

verantwoording over de verleende zorg en de gemaakte keuzes geeft

20


haar zorg uitvoert volgens geldende of nieuw ontwikkelde werkwijzen en procedures

een bijdrage levert aan en voorwaarden schept om de kwaliteit van de verpleegkundige zorg te

verbeteren

voor de uitvoering van zorg werkwijzen, procedures en criteria ontwikkelt en meewerkt aan de

implementatie ervan

knelpunten in de zorgverlening signaleert en daarover rapporteert aan de leiding van de

organisatie

kritisch is ten aanzien van eigen handelen en dat van collegae

bijdraagt aan toetsing van specifieke vaardigheden van collega-dermatologieverpleegkundigen

en algemene verpleegkundigen.

C. Kerntaak: De beroepsuitoefening professionaliseren

Professionalisering heeft betrekking op het ontwikkelen van opvattingen over taken, houding en

verantwoordelijkheden van de dermatologieverpleegkundige. Het draagt bij aan een duidelijke

positionering van de beroepsuitoefening binnen deze differentiatie ten opzichte van andere

verpleegkundige differentiaties en aan de afbakening van andere disciplines. De NVDVV speelt een

belangrijke rol in de professionalisering van de dermatologieverpleegkunde.

Competentie

De dermatologieverpleegkundige vervult een actieve rol in vernieuwing en verdergaande

onderbouwing van het beroep, zodat haar professionele beroepsuitoefening in overeenstemming

blijft met de ontwikkelingen in maatschappij en gezondheidszorg.

Dit betekent in concreet handelen en gedrag dat de dermatologieverpleegkundige:

een bijdrage levert aan de ontwikkeling van de inhoud en organisatie van innovaties zoals

verpleegkundige spreekuren

lid is van de NVDVV

bijdraagt aan relevante commissies binnen de beroepsorganisatie of vakgerelateerde

commissies binnen en buiten de eigen organisatie

het vakgebied vertegenwoordigt en voordrachten houdt op congressen en symposia

een bijdrage levert aan de uitvoering van (verpleegkundig) wetenschappelijk onderzoek.

D. Kerntaak: Beroepshouding

De beroepshouding van de verpleegkundige is van belang in elke verpleegsituatie en komt tot

uiting in de manier waarop de kerntaken (kunnen) worden uitgevoerd. Afhankelijk van de situatie

worden andere eisen gesteld aan de vermogens van de verpleegkundige om de beroepshouding

deel te laten uitmaken van het handelen. Het kan ook zijn dat de situatie grenzen stelt aan het

handelen; bijvoorbeeld de budgettaire mogelijkheden en de levensbeschouwelijke oriëntatie van

de instelling. Ook het beleid van de organisatie-eenheid is van invloed op de mogelijkheden van de

verpleegkundige, zoals de omgang met de zorgvrager, personele zorg en registratiesystemen.

Competentie

De dermatologieverpleegkundige is zich bewust van haar beroepshouding tegenover de

zorgvrager, de organisatie en zichzelf, zodat de zorgvrager (en naasten, multidisciplinaire collegae)

gedurende het gehele zorgproces een professionele dermatologieverpleegkundige treffen.

Dit betekent in concreet handelen en gedrag dat de dermatologieverpleegkundige:

met respect en toewijding optreedt tegenover de zorgvrager, ongeacht sociale en economische

status, leeftijd, opleiding, cultuur, ras, sekse, levensovertuiging, aard of duur van ziekte of

handicap

communicatieve en sociale vaardigheden toepast in zeer uiteenlopende situaties

verstoringen in de relatie herkent en deze bespreekbaar maakt met de zorgvrager

rekening houdt met de waarden en normen, de wensen en gewoonten en de behoefte aan

privacy van de zorgvrager

op basis van wederzijds vertrouwen, een functionele samenwerkingsrelatie aangaat met de

zorgvrager, deze onderhoudt en beëindigt

21


zich ervan bewust is dat de gelijkwaardigheid van de relatie onder druk kan staan doordat de

zorgvrager min of meer afhankelijk is van de verpleegkundige zorg

professioneel omgaat met het spanningsveld tussen professionele deskundigheid en de eigen

deskundigheid van de zorgvrager

zich bewust is van eigen normen en waarden en hiermee professioneel omgaat

professioneel omgaat met ethische kwesties en daarbij gebruik maakt van een verpleegkundige

beroepscode en de regels vanuit de organisatie en de wetgeving

beschikt over een rustige, begripvolle houding

de geheimhoudingsplicht ten opzichte van de zorgvrager tegenover derden in acht neemt.

5.4 Organisatiegebonden taken

Context en opgaven

Verpleegkundige zorg vindt in het algemeen plaats in of vanuit een instelling. Het instellingsbeleid

vormt het kader waarbinnen de dermatologieverpleegkundige haar zorg verleent. Zij heeft vanuit

haar eigen deskundigheid en verantwoordelijkheid een belangrijke rol in de bedrijfsvoering van

haar organisatie-eenheid en inter- en multidisciplinaire samenwerking. De

dermatologieverpleegkundige ontwikkelt en optimaliseert daarmee de voorwaarden voor de

kwaliteit van haar beroepsuitoefening.

A. Kerntaak: Bijdragen aan het verpleegbeleid en beheer van de organisatieeenheid/instelling

Beleidsonderdelen zoals materiële en financiële middelen, personele zorg en organisatie van de

verpleegkundige zorg vormen de voorwaarden voor de verpleegkundige beroepsuitoefening. De

verpleegkundige levert hieraan haar bijdrage in verschillende vormen van overleg.

De dermatologieverpleegkundige levert beheersmatig haar bijdrage door onder andere het

bijhouden van de voorraad verbandmiddelen, zalven en medicijnen. Hierbij spelen

geautomatiseerde systemen een belangrijke rol.

Competentie

De dermatologieverpleegkundige levert een bijdrage aan het totstandkomen van het

verpleegbeleid en beheer van de organisatie eenheid, zodat de zorgverlening op de organisatieeenheid

– onder de juiste arbeidsomstandigheden – optimaal, efficiënt en effectief kan (blijven)

verlopen.

Dit betekent in concreet handelen en gedrag dat de dermatologieverpleegkundige:

bijdraagt aan het beleid van de organisatie-eenheid of instelling ten aanzien van

o de ontwikkeling van afdelingsbeleid (personeel, inhoudelijk, financieel en organisatorisch)

o de keuze van specifieke huidverzorgingsproducten

o het medisch en verpleegkundig onderzoek binnen het vakgebied eventueel deelneemt aan

verpleegkundige adviesraad.

bijdraagt aan het beheer van de eenheid, vooral met betrekking tot

o de dagelijkse bedrijfsvoering

o de voorwaardenscheppende taken en logistieke processen (zoals medicatielijst, ICT, ZIS,

patiëntenlogistiek en registratie).

B. Kerntaak: Samenwerken

Behandeling en verzorging van zorgvragers met huidaandoeningen rusten nooit geheel alleen op

de schouders van de dermatologieverpleegkundige. Altijd werkt zij in inter- en multidisciplinair

verband, en neemt daarin op basis van haar specifieke deskundigheid een eigen plaats in. Daarbij

gaat het om samenwerking die berust op duidelijkheid over en waardering van elkaars

verantwoordelijkheden. Voor haar liggen hierin een aantal organisatorische taken.

De verwachting is dat door veranderingen in de zorg dermatologieverpleegkundigen in meer van

dergelijke samenwerkingsverbanden terecht zullen komen, zowel binnen als buiten de eigen

instelling.

22


Competentie

De dermatologieverpleegkundige werkt - binnen en buiten de eigen instelling - samen met

beroepsgenoten en andere deskundigen, zodat gezamenlijke en onderling afgestemde uitvoering

van zorg aan de zorgvrager plaats vindt en de geformuleerde resultaten worden behaald.

Dit betekent in concreet handelen en gedrag dat de dermatologieverpleegkundige:

deelneemt aan samenwerkingsverbanden, met beroepsgenoten en andere deskundigen

inzicht heeft in eigen talenten en die van collegae

adequaat omgaat met feedback, zowel positieve als negatieve

regelmatig contact heeft met overige specialismen die raakvlak hebben met de dermatologie,

binnen en buiten de instelling.

23


Bijlagen

Begrippenlijst

Format

beroepsdeelprofiel

Raamwerk met richtlijnen dat beroepsdeelprofielen voorziet van een

gestandaardiseerde basis.

Beroepsdeelprofiel Een verbijzondering van het verpleegkundig beroepsprofiel, gericht op

een expliciete beschrijving van verpleegkundige beroepsuitoefening,

verbonden aan een niveau en verbonden aan een welomschreven groep

zorgvragers.

Verpleegkundige

beroepsstructuur

Niveau van

verpleegkundige

beroepsuitoefening

Deelgebied van

verpleegkundige

beroepsuitoefening

Structuur van niveaus en deelgebieden in verpleegkundige

beroepsuitoefening.

Beroepsuitoefening geordend naar verpleegkundige bekwaamheid, die

parallel loopt met een groei in professionele beroepsuitoefening en met

beroepservaring. Een niveau in beroepsuitoefening is niet alleen

gekoppeld aan specialisatie in een bepaald type zorg.

Een te onderscheiden deel of terrein van verpleegkundige

beroepsuitoefening, op basis van een representatieve groepering van

zorgvragers. Dat wil zeggen een groepering van zorgvragers met eigen,

herkenbare en te generaliseren zorgvragen.

Differentiatie Een te onderscheiden vorm van verpleegkundige zorg aan specifieke

zorgvragers binnen een bepaald deelgebied op een bepaald niveau.

Kerntaken Sets van inhoudelijk samenhangende beroepsactiviteiten die door een

belangrijk deel van de verpleegkundigen worden uitgeoefend. Dat wil

zeggen: zij weerspiegelen de kenmerkende werkzaamheden van de

verpleegkundige, geordend in logische volgorde van het beroep.

Kernopgaven

De opgaven of problemen waarmee een verpleegkundige regelmatig te

maken heeft, die kenmerkend zijn voor het beroep en waarbij van de

verpleegkundige een oplossing en een aanpak wordt verwacht.

Dergelijke problemen stellen de verpleegkundige voor keuzes of

dilemma's en zijn daarmee complex van aard.

Preventie Bestrijden van risicofactoren en het bevorderen van positieve

determinanten van gezondheid om nieuwe gevallen van problemen van

gezondheid te voorkomen (primair), vroegtijdig risicofactoren van ziekte

of problemen van gezondheid op te sporen en te behandelen (secundair)

en om ernstiger gevolgen van bestaande problemen te voorkomen

(tertiair).

Specialisatie Afzonderlijk beoefend deel van een tak van wetenschap: daar waar men

zich bijzonder op toelegt.

Turnover Doorstroming.

Transfer De mate waarin een verpleegkundige competenties toepast in

Verpleegkundige

beroepsstructuur

uiteenlopende beroepsmatige situaties.

Structuur van niveaus en deelgebieden in verpleegkundige

beroepsuitoefening.

24


Verplegen Het beroepsmatig ondersteunen en beïnvloeden van de vermogens van

de zorgvrager bij feitelijke of potentiële reacties op gezondheids- of

daaraan gerelateerde bestaansproblemen, en op behandeling of

therapie, om het evenwicht tussen draagkracht en draaglast te

handhaven of te herstellen.

Gebruikte afkortingen

C.B.O. Kwaliteitsinstituut voor de Gezondheidszorg CBO

G.G.D. Gemeentelijke Gezondheid Dienst

N.T.D.V. Nederlands Tijdschrift voor Dermatologie en Venereologie

N.V.D.V.V. Nederlandse Vereniging van Dermatologisch Verpleegkundigen en

Verzorgenden

P.A.S.I.- scorelijst Psoriasis Area and Severity Index scorelijst

P.R.O.V.O.K.E. Plaats Rangschikking Omvang Vorm Omtrek Kleur Efflorescenties

S.O.A. Seksueel Overdraagbare Aandoeningen

U.V. Ultra Violet

W.C.S. Woundcare Consultant Society

Geraadpleegde literatuur

L.J. Carpenito, Zakboek verpleegkundige diagnosen (Groningen1998)

J. Egtberts e.a., Verpleegkundige Psychosociale Zorg aan Chronisch Zieken (Utrecht 1998)

Format Beroepsdeelprofielen (Utrecht 2002)

Gezondheidszorgberoepen in beweging. Rapport Projectgroep Beroepen in Beweging (2000)

Gordon, Handleiding verpleegkundige diagnostiek (Maarsen 2002)

E. Hughes e.a., Dermatology Nursing (London 2001)

J. Lablans e.a., Concept Beroepsprofiel van de huidverpleegkundige, (2001 - niet gepubliceerd)

E. Leistra, e.a., Beroepsprofiel van de verpleegkundige (Maarssen/Utrech 1999)

Nationaal Zorgkompas, (www.rivm.nl)

A. Pool e.a., Met het oog op de Toekomst. Beroepscompetenties van hbo-verpleegkundigen (Utrecht

2001)

Sillevis Smit e.a., Dermato-venereologie voor de eerste lijn (Houten/Diegem1998)

W.A. van Vloten e.a., Dermatologie en venereologie (Utrecht1996)

Opstellers beroepsdeelprofiel

Dit beroepsdeelprofiel is tot stand gekomen binnen het kader van het programma

Beroepsontwikkeling van de Algemene Vereniging Verpleegkundigen en Verzorgenden (AVVV).

Het is samengesteld door de ontwikkelgroep Beroepsdeelprofiel Dermatologieverpleegkundige,

bestaande uit vertegenwoordigers van de Nederlandse Vereniging van Dermatologische

Verpleegkundigen en Verzorgenden (N.V.D.V.V.):

Janneke Huizinga, Nurse Practitioner, Academisch Ziekenhuis Groningen

Inge van Kesteren, Dermatologie verpleegkundige, Universitair Medisch Centrum Utrecht

Gerda Lensen, Nurse Practitioner, Academisch Ziekenhuis Groningen

Harmieke van Os, Verpleegkundig Onderzoeker, Universitair Medisch Centrum Utrecht

Carla Uppelschoten, Opleider, Universitair Medisch Centrum Utrecht

Inge Willems, Dermatologie verpleegkundige, VieCuri medisch centrum Noord Limburg

25

More magazines by this user
Similar magazines