1. Samenvatting

nhl.nl

1. Samenvatting

Ontwikkeling van een innovatief onbemand chemicaliën bestrijdingsvaartuig

Innovatie mogelijkheden en wenselijke taken van chemicaliënbestrijdingsvaartuigen

Dr. W. Koops

Lector Maritiem, Marien, Milieu & Veiligheidsmanagement

University of Applied Science, NHL, MIWB

1. Samenvatting

Regelmatig vinden er op zee ongevallen plaats waarbij olie of chemicaliën vrij kunnen

komen. Bestrijding van dit soort ongevallen vereist vaak een speciaal vaartuig(en) welke in

staat is/zijn om in een “gevaarlijke omgeving” te varen. Een dergelijk vaartuig zou, naast het

doen van metingen, ook in de buurt van een probleemschip/lading/verpakking/platform standby

moeten kunnen blijven om eventueel snel in te kunnen grijpen.

Een beperkt aantal landen heeft al een “chemicalienbestrijdingsvaartuig” maar de definitie

daarvan is niet eenduidig en de functies die een dergelijk vaartuig kan uitvoeren zijn per

ontwerp verschillend. In de onderhavige project wordt getracht om de “gevaarlijke functies”

los te koppelen van de minder gevaarlijke functies in het kader van de chemicaliënbestrijding.

De “gevaarlijke functies”, zoals het doen van metingen in een giftige, explosieve omgeving,

worden dan in een nieuw te ontwikkelen onbemand vaartuig ondergebracht en de minder

gevaarlijke functies worden in een multipurpose vaartuig ondergebracht. Tussen deze twee

vaartuigen wordt een zekere afstemming ontwikkeld waardoor alle, niet door standaard

vaartuigen, uit te voeren functies in het kader van de chemicaliënbestrijding worden gedekt

door een van beide ontwerpen.

In het multipurpose vaartuig ontwerp wordt als innovatief aspect het milieu vriendelijk en

veilig bergen van verloren (lekkende) verpakkingen meegenomen. In het onbemande vaartuig

worden als innovatief aspect metingen in de waterkolom en in de lucht meegenomen

Beide vaartuigen kunnen als complexe specials worden gezien (snelle patroille vaartuigen,

offshore service vessels, offshore survice vessels etc.)


2. Inleiding

Ongevallen waarbij olie of chemicaliën vrij kunnen komen komen regelmatig voor. Dit kan

een schip in moeilijkheden zijn die problemen met zijn lading heeft of een container met

gevaarlijke stoffen die te water is geraakt. Het is mogelijk na een aanvaring dat een deel van

een chemische bulk lading van een chemicaliëntanker in zee terecht komt. Ook in de offshore

kunnen giftige stoffen vrijkomen bij de exploratie en de productie (bv H2S).

Om de gevolgen van incidenten, waarbij chemicaliën zijn betrokken, zoveel mogelijk te

beperken worden door de overheid in het kader van het verdrag van Bonn en de OPRC-HNS

Conventie bestrijdingsmaatregelen getroffen.

Ingeval van een olieverontreiniging heeft de overheid een aantal oliebestrijdingsschepen

stand-by, maar voor de bestrijding van chemicaliën ligt dit veel ingewikkelder en wordt tot nu

toe elke keer op ad hoc basis actie ondernomen. Bestrijding van dit soort ongevallen vereist

een speciaal vaartuig welke in staat is om in een “gevaarlijke omgeving” te varen. Een

dergelijk vaartuig zou, naast het doen van metingen, ook in de buurt van een

probleemschip/lading/verpakking/platform stand-by moeten kunnen blijven om eventueel snel

in te kunnen grijpen als de situatie verslechtert.

De mogelijke taken in het kader van chemicaliënbestrijding worden in dit artikel besproken.

Tevens wordt aandacht besteed aan hoe deze taken in de huidige situatie worden gedaan en

waar aanvullend onderzoek/innovatie gewenst is.

Voordat met de ontwikkeling van een chemicaliënbestrijdingsvaartuig kan worden begonnen

moet eerst de vraag “welke taken moeten met een chemicaliënbestrijdingsvaartuig kunnen

worden uitgevoerd?”worden beantwoord. Voor een oliebestrijdingsvaartuig is dit duidelijk

deze moet olie van het wateroppervlak verwijderen en de verwijderde olie opslaan en deze op

de wal weer afgeven. Ook zijn er oliebestrijdingsvaartuigen die dispergeermiddelen over de

olielaag heen kunnen sproeien waardoor de olie chemisch in het water dispergeert (in kleine

druppeltjes in de waterkolom doet verdwijnen) waar het versnelt biologisch wordt

afgebroken. Naast de oliebestrijdingsvaartuigen kennen we nog de hulpvaartuigen bij de

oliebestrijding. Deze hulpvaartuigen worden bijvoorbeeld gebruikt bij de inzet van

oliekerende schermen en komen dus in aanraking met olie of bevinden zich zeer dicht bij de

olie die op het water drijft.

Bij de olieverwijderingsvaartuigen kan nog onderscheid worden gemaakt in 1 e lijns en 2 e

lijnsoliebestrijdingsvaartuigen. De 1 e lijnsoliebestrijdingsvaartuigen mogen verse ruwe olie

verwijderen en opslaan (olie met een vlampunt


3. Taken in het kader van de chemicaliënbestrijding

Als het bij een chemicaliënbestrijding alleen zou gaan om het verwijderen van drijvende

chemicaliën dan zou een eerste lijnsoliebestrijdingsvaartuig dit kunnen doen behalve voor

corrosieve stoffen hiervoor zouden o.a. de tanks en het pompsysteem moeten worden

aangepast.

De praktijk wijst uit dat een “chemicaliënbestrijdingsvaartuig” veel meer dan alleen drijvende

verontreinigingen moet kunnen verwijderen. Stoffen die bij een ongeval vrij kunnen komen

zijn lang niet altijd drijvers zoals olie. In het mariene milieu vrijkomende chemicaliën kunnen

in vier groepen worden ingedeeld:

1. de verdampers (stoffen die zeer snel verdampen)

2. de drijvers (stoffen zoals olie, die op het wateroppervlak blijven drijven)

3. de oplossers (stoffen die zeer snel in het water oplossen) en

4. de zinkers (stoffen die zwaarder dan water zijn en naar de bodem zinken)

Daarnaast zijn er nog de verpakte chemicaliën (drums, (tank)containers, vaten, etc.) en de

schepen in problemen met chemicaliën aan boord. Ook combinaties van bovenstaande

groepen zijn mogelijk zoals een stof die drijft en tegelijkertijd verdampt of een stof die oplost

en verdampt etc.

In de praktijk is gebleken dat alleen de stoffen die op het wateroppervlak drijven en de stoffen

die naar de bodem zinken verwijderbaar zijn. De groepen verdampers en oplossers als die

eenmaal in het marine milieu terecht zijn gekomen kunnen niet meer worden verwijderd. De

verdampers en de oplossers, eenmaal vrijgekomen in het mariene milieu,

verdunnen/dispergeren in de lucht of in het water tot de concentratie zo laag is geworden dat

ze geen gevaar meer voor de omgeving opleveren (


In theorie zouden naar de bodem gezonken stoffen met baggertechnieken kunnen worden

verwijderd. Probleem is dat deze op de bodem terecht gekomen zinkers eerst moeten worden

opgespoord. Het chemicaliënbestrijdingsvaartuig zou (4) moeten worden uitgerust met

opsporingsmiddelen voor op de bodem terecht gekomen stoffen en middelen om zinkers te

verwijderen. Hier is echter nog zeer weinig ervaring mee behalve met duikers en ROV

apparatuur om visuele waarnemingen te doen. Air lift, submercible pompen e.d. kunnen

worden gebruikt om de zinkers van de bodem te verwijderen.

Historische ongevallen, waarbij chemicaliën zijn betrokken, leren ons dat we meestal met

verloren ladingen/verpakkingen en met schepen in moeilijkheden hebben te maken en niet

met direct in het mariene milieu vrijgekomen chemicaliën.

Bij het Andinet ongeval boven Texel werden een aantal containers verloren en een groot

aantal losse vaten met zeer giftige inhoud. Bestrijdingsmaatregelen bestonden voornamelijk

uit het opsporen van de verloren containers en vaten en nadat deze waren opgespoord, uit het

bergen van de containers. De vaten zijn nooit gevonden. Het chemicaliënbestrijdingsvaartuig

zou dus (5) opsporingsmiddelen voor het vinden van verloren verpakkingen zoals containers

en vaten moeten hebben. Opsporen van verloren verpakkingen komt zeer regelmatig voor en

zou dus een van de hoofdtaken kunnen worden van het chemicaliënbestrijdingsvaartuig. Ook

het bergen van verloren verpakkingen met chemische inhoud is een belangrijk taak voor een

chemicaliënbestrijdingsvaartuig. 5% van alle containers bevat chemisch stoffen.

Het chemicaliënbestrijdingsvaartuig moet (6) milieuvriendelijk verloren verpakkingen

(containers, vaten, cilinders, etc) kunnen bergen. Ook bij deze aktie bleek dat monitoren van

het grootste belang was om vast te kunnen stellen hoe ernstig de situatie is en wanneer de

situatie weer “veilig” is. Het door de verantwoordelijke overheid onderbouwd verklaren dat

de situatie weer “veilig” is is van zeer groot maatschappelijk belang o.a. voor de recreatie en

de visserij. Pers en lokale overheden vroegen constant of de situatie al veilig was zowel voor

tijdens als na de bergingsactie van de containers.

Bij het Anna Broere ongeval is meer dan 500 ton acrylonitril in het water verdwenen zonder

dat men dit in de waterkolom heeft kunnen meten wanneer dit is vrijgekomen ? en waar het is

gebleven? Omdat men ruim de tijd had om voorbereidingen te treffen voordat de

bergingsoperatie begon heeft men voor het meten van acrylonitril in lucht de juiste

meetapparatuur mee kunnen nemen en in lucht wel metingen kunnen uitvoeren. Ook dit

ongeval toont aan dat er grote behoefte is aan een het doen van concentratie metingen tijdens

(bergings)operaties waarbij schepen met chemicaliën zijn betrokken.

Schepen met chemicaliën aanboord kunnen op zee in moeilijkheden geraken bijvoorbeeld

door brand aan boord. (7) Brandbestrijding zou een taak voor het chemicaliënbestrijdingsvaartuig

kunnen zijn. Bij ongevallen met chemicaliën is naast kennis van

brandbestrijding ook chemisch kennis vereist en de mogelijkheid om metingen uit te kunnen

voeren, dit is vaak niet aanwezig bij de reguliere brandbestrijding. Ook hier geld weer dat

meten een belangrijke rol speelt “is het veilig om te blussen ?”, “kunnen de mensen veilig aan

boord gaan?” etc.

Regelmatig worden op zee door vissers munitie gevonden. (8) Het onschadelijk maken van

deze munitie zou een rol voor het chemicaliënbestrijdingsvaartuig kunnen zijn?

Stuurloos geworden schepen met chemicaliën aan boord kunnen een grote bedreiging voor de

omgeving vormen. Met name platforms en windmolenparken kunnen tot een aanvaring leiden

met grote gevolgen. Sleepboten moeten in zo’n geval ingrijpen zoals de Waker die in Den


Helder voor dit doel stand-by ligt. Als, het stuurloos geworden vaartuig, een vaartuig met

chemische lading betreft zou (9) Emergency towing een taak voor het

chemialiënbestrijdingsvaartuig kunnen zijn.

Bij een aanvaring is een van de maatregelen die genomen kan worden om de gevolgen te

beperken, het overpompen van de nog in het schip (beschadigde tank) aanwezige lading naar

een ander tank of naar een andere chemicaliëntanker. Het chemicaliënbestijdingsvaartuig zou

ingezet moeten kunnen worden bij (10) de overslag van lading uit een beschadigde

tank/probleem schip

(11) Bij bergingsakties rond (gezonken, aan de grond gelopen) schepen die chemicaliën aan

boord hebben is vaak ook behoefte aan een speciaal chemicalienbestrijdingsvaartuig.

12 inzet bij S&R ingeval het een schip betreft met chemicaliën aan boord

Bij het ongeval in de Rotterdamse haven waarbij enkele kubieke meters benzine in het water

stroomde bleek ook de behoefte aan het indammen van de chemische verontreiniging om de

verspreiding te beperken. (13) inzet met kerende schermen om spreiding te beperken.

Samenvattend kunnen we de volgende chemicaliënbestrijdingstaken/functies onderscheiden:

1. Detectie/concentratie metingen en monstername in de lucht

2. Detectie/concentratie metingen en monstername in de waterkolom?

3. Verwijderen van “Drijvers” en specifiek corrosieve stoffen

4. Opsporing van “Zinkers” en midelen om deze te verwijderen van de bodem

5. Opsporing van verloren verpakkingen

6. Milieu vriendelijk en veilig bergen van (lekkende) verpakkingen

7. Brandbestrijding indien er chemicaliën bij betrokken zijn

8. Onschadelijk maken van munitie

9. Emergency towing indien er chemicaliën bij betrokken zijn

10. Overslag van (chemische) lading uit een probleem schip

11. Inzet bij bergingsoperaties

12. Inzet bij bepaalde S&R taken

13. inzet van kerende schermne

In deze taken is nog onderscheid te maken in “zeer gevaarlijke” taken zoals het doen van

metingen in een gevaarlijke omgeving (giftig of explosief) en “minder gevaarlijke” taken

zoals emergency towing, opsporen van verpakkingen etc. Een chemicaliën

bestrijdingsvaartuig die wordt ingezet bij “zeer gevaarlijke taken” moet aan vergaande

classificatie bureau eisen voldoen.


4. Rol overheid versus bedrijfsleven

Een belangrijke vraag die bij dit soort bestrijdingsakties naar voren komt is wat is de rol van

de berger, de brandbestrijder, de hydrograaf, de sleper en wat is de rol van de

toezichthoudende overheid.

Voor oliebestrijding heeft de overheid naast de toezichthoudende/controlerende taak ook een

taak in de actuele bestrijding zelf. Omdat oliebestrijding niet commercieel is en de overheid

wil dat het goed wordt uitgevoerd heeft ze zelf een bestrijdingsorganisatie in het leven

geroepen (1969 verdrag van Bonn). In dit kader is het veegarm systeem grotendeels op kosten

van de overheid ontwikkeld evenals het 1 e lijnsoliebestrijdingsvaartuig mv Arca.

Zowel het Verdrag van Bonn als het door de Nederlandse overheid geratificeerde OPRC-HNS

Conventie schept verplichtingen in het kader van de chemicalienbestrijding. Op dit moment

wordt er op ad hoc basis invulling aan deze verplichting gegeven.

Meer recentelijk heeft de Europese Commissie (EMSA) besloten dat ze boven op het

nationaal bestrijdingspotentieel aan oliebestrijdingsmiddelen voor de grote olieongevallen

eigen EU-middelen stand-by gaat houden die door de afzonderlijke lidstaten als aanvullend

bestrijdingsmateriaal kunnen worden ingezet. Dit naar aanleiding van de Erica (1999) de

Prestige (2002) ongevallen. Bij deze ongevallen bleek er een groot tekort aan nationale

middelen voor grootschalige oliebestrijding te zijn. Inmiddels heeft EMSA meerdere

oliebestrijdingsschepen onder contract. In totaal 16 schepen o.a in het Middellandse

Zeegebied, de Atlantische Oceaan, het Kanaal, de Noordzee en het Baltische zee gebied.

Op het gebied van chemicaliënbestrijding is duidelijk op nationaal niveau een groot gebrek

aan bestrijdingsmiddelen en kennis. Hier zou dus een taak voor EMSA kunnen liggen naar

analogie van wat EMSA doet voor oliebestrijding. Momenteel heeft EMSA nog geen politiek

“groen licht” om hier uitvoering aan te geven, maar intern EMSA leeft dit wel sterk.

Doordat de chemicaliënbestrijding op zee nog relatief in de kinderschoenen staat is hier nog

veel onderzoek gewenst zoals uit een inventarisatie van EMSA (EU) blijkt. Vele EU landen

hebben op het gebied van chemicaliën bestrijding geen bestrijdingsmiddelen beschikbaar. Er

is hier wel een grote behoefte maar omdat vele zaken zoals de classificatie eisen de uit te

voeren taken e.d. nog onduidelijk zijn nemen de meeste landen een afwachtende houding aan.

Dit project moet ook duidelijkheid verschaffen aan de classificatie eisen en deze koppelen aan

bepaalde functies die men het schip wil geven. Met name de loskoppeling van de “gevaarlijke

functies” van de “minder gevaarlijke functies” en de invloed die dit op de classificate eisen

heeft.

Naast de mogelijke rol van de overheid zijn aan de ander kant tot nu toe door bergers

meerdere keren met succes (bergings)akties uitgevoerd waarbij chemicaliën waren betrokken

naast no cure no pay zijn dit vaak ook in opdracht van een overheid uitgevoerde akties.

Controle door de overheid, die verantwoordelijk is voor de waterkwaliteit, moet ook bij deze,

door bergers uitgevoerde, akties gebeuren. Contole is alleen mogelijk als men terplaatse

metingen kan uitvoeren en dichtbij het probleem schip kan en mag komen.

In het kader van het verdrag van Bonn en de OPRC-HNS Conventie is duidelijk de taak van

de overheid omschreven zowel m.b.t. olie als chemicalien ongevallen. Deze taak staat los van

de uitvoering die best uitgesteed kan worden aan het bedrijfsleven maar de controlerende taak

blijft een overheidstaak. Maar ook als deze taak door de overheid wordt uitbesteed moet de


opdrachtnemer deze met adequate middelen (laatste stand van de techniek/kennis), milieuvriendelijk

en veilig kunnen uitvoeren.

5. Aansprakelijkheid en vergoeding en kosten

Voor oliecalamiteiten is de aansprakelijkheid goed geregeld (CLC 92, Fund 92,

Supplementary Fund 2003) mits het persistente olie uit een tanker betreft geldt hier “strickt

liability” d.w.z. los van de schuldvraag vindt er vergoeding plaats uit een fonds. De bunker

conventie 2008 is nog niet door Nederland geratificeerd anders zouden ook de

bestrijdingskosten van bunker olie worden vergoed door een fonds.

De HNS (Hazardous Noxious Substances) Conventie is nog niet van kracht wat betekent dat

de bestijdingskosten ingeval van chemicaliën gelimiteerd worden vergoed (LLMC 1996,

Limitations of Liability Maritime Claims).

Naar verwachting zal de HNS-Conventie op korte termijn van kracht worden (voldoende

lidstaten hebben geratificeerd). Dit betekent dat de kosten van de bestrijding uit een fonds

komen en dat dit onafhankelijk is van de schuldvraag net zoals nu bij tanker omgevallen met

olie en als de Bunker Coventie van kracht wordt voor bunker olie.

Belangrijk in deze is dat uit deze fondsen wel alle bestrijdingskosten en schade kosten kunnen

worden verhaald maar geen investeringskosten in bestrijdingsmateriaal. De investeringskosten

van een chemicalienbestijdingsvaartuig kunnen niet worden geclaimd maar wel de inzet

tijdens een actie. Dit geldt echter ook voor de huidige oliebestrijdingsvaartuigen. Dit is echter

wel een reden om te kijken naar multipurpose mogelijkheden, zoals voor oliebestrijding de

hopperdredgers. Normaal functioneren de hopperdredgers als baggervaartuig (die de

investeringskosten dekken) en incidenteel kunnen ze worden ingezet voor oliebestrijding en

dan zijn alle reele inzetkosten daarvan claimbaar. Ook het schoonmaken van de huid en de

hopper na afloop van een oliebestrijdingsactie kan worden geclaimd bij eerder genoemd

fonds.

Dit pleit er dus voor dat een chemicaliënbestrijdingsvaartuig of taken van een

chemicaliënbestrijding gekoppeld worden aan bestaande functies van vaartuigen zodat de

investeringskosten voor de chemicaliënbestrijding minimaal zijn en de actie kosten mogen

dan best hoger uitvallen.


6. Het chemicaliënbestrijdingsvaartuig(en) ontwerp

Net als bij oliebestrijding (het mv Arca) zou er toch nog ruimte zijn voor een speciaal

chemicaliënbestrijdingsvaartuig waarin de meest critische chemicaliënbestrijdingsfuncties

zijn verwerkt. Nog belangrijker dan voor de oliebestrijding is chemicaliënbestrijding een

specialisme waarbij deskundig en getraind personeel voorzien van beschermende kleding

essentieel is.

De markt voor een speciaal chemicaliënbestrijdingsvaartuig is, door de hoge

investeringskosten, beperkt. Mogelijk zullen een aantal EU landen tot de aanschaf van een

dergelijk speciaal vaartuig overgaan en of specifieke bestrijdingsorganisaties, de marine of

bergingsmaatschappijen. Het maatschappelijk belang is echter zeer groot en de kans dat de

EU (EMSA) overgaat tot aanschaf of medegebruik van een dergelijk vaartuig is reëel .

De hoge investeringskosten hebben deels te maken met de speciale voorziening voor het

varen in een giftige en/of exposieve omgeving. Ook het feit dat chemicaliënbestrijding zeer

incidenteel nodig is maakt de investering niet rendabel.

Omdat chemicaliënbestrijding maar incidenteel voor komt ligt het voor de hand om aan een

multipupose vaartuig te denken als oplossing om de kosten in de hand te houden.

Daarnaast kan aan een onbemand vaartuig worden gedacht om de kosten voor de speciale

voorzieningen om in een gevaarlijke omgeving te mogen varen terug te dringen. Dit heeft als

bijkomend voordeel dat men geen mensen in een (onverwachte) gevaarlijke situatie brengt.

De werkzaamheden die een dergelijk onbemand vaartuig kan uitvoeren zijn maar beperkt.

Hier kan men bijvoorbeeld denken aan detectie/concentratiemetingen, opsporing en S&R.

Het loskoppelen van de “gevaarlijke functies” uit te voeren door het onbemande vaartuig van

de “minder gevaarlijke functies” uit te voeren door het multipurpose vaartuig heeft als

bijkomend voordeel dat gemakkelijker een multipurpose vaartuig kan worden gevonden die

deze minder gevaarlijke taken kan en mag uitvoeren.

Combinatie van beide opties (multipurpose en onbemand vaartuig) in een gezamenlijk

ontwerp is natuurlijk ook mogelijk.

Uit het voorgaande blijkt dat het chemicaliënbestrijdingsvaartuig eigenlijk een samenvoeging

van verschillende taken is die momenteel door verschillende type vaartuigen wordt

uitgevoerd. Emergency towing vaartuig, chemicaliëntanker, brandbestrijdingsvaartuig,

meetvaartuig ( in lucht en in het water), hydrografisch vaartuig, 1 e

lijnsoliebestrijdingsvaartuig, bergingsvaartuig, hulpvaartuig, patrouille vaartuig etc. Het ligt

dan ook voor de hand de multipupose functie binnen deze categorieën te zoeken.

De vraag is of men al deze functies wil/kan combineren of afzonderlijk wil houden.

Momenteel is in Nederland aanwezig: 1 e lijns oliebestrijdingsvaartuig (Arca), Emergency

Towing vaartuig (de Waker), diverse patrouille boten (KW), diverse hulpvaartuigen, diverse

hydrografisch vaartuigen (Octans, KM, etc), bergingsvaartuigen (Smit, Svitzer, Multaship,

etc.) en brandbestrijdingsvaartuigen (beperkt inzetbaar op zee), diverse chemicaliëntankers.

Genoemde vaartuigen zijn echter niet optimaal inzetbaar voor alle genoemde

chemicaliënbestrijdings functies.


Inzet van onbemand vaartuig bij de chemicaliënbestrijding

Het op afstand besturen van een onbemandvaartuig heeft als groot voordeel dat de veiligheids

voorzieningen a/b van het onbemande vaartuig aanzienlijk minder kunnen zijn omdat er geen

mensen aan boord zijn.

Als de aandrijving van dit onbemande vaartuig ook nog eens diesel electrisch of electrisch is

dan zijn er geen problemen met de aanzuiging van lucht die mogelijk giftig/explosief is.

Werkzaamheden van een dergelijk vaartuig moeten zodanig zijn dat geen menskracht voor

nodig is en dat deze op afstand kunnen worden gestart en gestopt. Detectie, monstername en

metingen lenen zich hier heel goed voor. Het voordeel van een dergelijk onbemandvaartuig

dat deze kan vaststellen of de situatie “veilig is ” voor de andere vaartuigen die niet geschikt

zijn om in een gevaarlijke omgeving te werken.

Het project streeft de ontwikkeling van een chemicalienbestrijdingsvaartuig na waarin alle

mogelijk uit te voeren functies zitten die in het kader van de chemicalienbestrijding kunnen

ontstaan en die niet door de reeds bestaande standaardvaartuigen (sleepboten, e.d.) kunnen

worden uitgevoerd.

Het project moet het ontwerp van een onbemand vaartuig die de “gevaarlijke” taken van de

chemicalienbestrijding uit kan voeren en een ontwerp van een multipurpose vaartuig die de

andere niet door standaard schepen uit te voeren “minder gevaarlijke” chemicaliën

bestrijdingstaken uit kan voeren.

Het ontwerp zou het maken van een prototype van beide vaartuigen mogelijk moeten maken.

Het enomisch perspectief van het projectresultaat voor de deelnemers is verschillend en

project levert in elk geval die kennis op dat Nederland in staat is om eventuele vraag naar

chemicaliënbestrijdingsvaartuigen een adequate oplossing kan bieden.

Het project levert mogelijk nog als resultaat op dat kennis op het gebied van onbemand varen

die mogelijk een spin off kan hebben voor andere maritieme toepassingen.

7. Bestaande chemicaliënbestrijdingsvaartuig(en)

Door Damen zijn voor de Zweedse kustwacht drie moderne “Multi Functional Patrol and

Emergency Vessels” gebouwd waarvan 1 met de volgende chemicaliënbestrijdingsfuncties:

1. Opslag capaciteit 2 maal 100 m3 roestvrij staal (inhoud van twee 20” tankcontainers)

2. Kraan om containers te bergen

3. Accomodatie citadel gasdicht en voorzien van filters

4. Gas detectie en monitoring systeem en gaschromatogram voor stof indentificatie

5. Filter op lucht aanzuig naar machinekamer

6. Speciaal koelsysteem

7. Uitschakelings optie van niet explosief veilige electrische apparatuur

8. Beschermende kleding

Door Germanisch Loyld zijn eisen gesteld aan genoemd vaartuig die vooral met de ruimten

waar mensen zijn (luchtbehandeling), de machinekamer (luchtbehandeling en koelwaterinlaat)

en de electrische apparatuur hebben te maken.

Een zeer groot deel van deze eisen geldt ook voor eerste lijns-oliebestrijdingvaartuigen.


8. Nog te ontwikkelen technieken/onderdelen

De volgende deelprojecten kunnen worden onderscheiden:

1. Opslitsen van “zeer gevaarlijke” en “minder gevaarlijke” chemicaliënbestrijdingstaken

2. Bepalen chemicaliënbestrijdingstaken die kunnen worden uitgevoerd door een

onbemand vaartuig.

3. Bepalen opimaal multipurose vaartuig(en) voor de overige “minder gevaarlijke” taken

4. Ontwikkelen meettechnieken, meetprocedures

5. Ontwikkelen van een milieu vriendelijk en veilig bergingsmethode/systeem om

verloren (lekkende) verpakkingen te kunnen bergen

6. Onderzoek naar opsporingstechnieken en gedrag verloren verpakkingen

7. Onderzoek naar klasse bureau eisen gekoppeld aan specifieke

chemicaliënbestrijdingstaken

Ad 1

De eerste stap van het project is, nadat alle mogelijke taken in het kader van de

chemicaliënbestrijding zijn geinventariseerd, het bepalen van de taken die als “zeer

gevaarlijk” en de taken die als “minder gevaarlijk” kunnen worden beschouwd. Hierbij inacht

nemend de te stellen classificatie bureau eisen voor zeer gevaarlijk en uitgaande dat voor

“minder gevaarlijk” geen of nauwelijks additionele eisen worden gesteld door klasse bureaus.

Het ontwikkelen van procedures voor deze minder gevaarlijke taken kan onderdeel van het

project zijn voordat classe bureaus de definitieve eisen kunnen vaststellen.

Ad 2

Omdat er nogal hoge eisen worden gesteld aan een vaartuig dat in een giftige en explosieve

omgeving kan/mag verblijven in verband met de veiligheid voor de bemanning, zou een

onderzoek naar de mogelijkheid van een Remote Operated Vessel (ROV) een veilige en

mogelijk goedkopere oplossing kunnen bieden.

De tweede stap is het bepalen van de chemicaliënbestrijdingstaken die kunnen worden

uitgevoerd door een onbemand vaartuig. Deze taken moeten op afstand bijvoorbeeld vanuit

een container aan boord van een vaartuig die zich in de veilige zone bevindt in de buurt van

de ongevals locatie (bovenwinds) kunnen worden gestart en gestopt. Naast taken die als “zeer

gevaarlijk” kunnen worden bestempeld kan men ook nog denken aan chemicaliënbestrijdingstaken

die de inzet van dit onbemande vaartuig kunnen vergroten voor andere toe

Ad 3

De derde stap is het meest optimale multipurpose vaartuig(en) te bepalen die de overige

“minder gevaarlijke taken” danwel de taken die niet door het onbemande vaartuig worden

gedekt het beste kan uitvoeren.

Ad 4

Voor het in situ meten en/of monstername in de waterkolom en in de lucht van verschillende

chemicaliën die bij een ongeval vrij kunnen komen moet nog een meetunit en meetprocedures

worden ontwikkeld. Hoe en waar gemeten moet worden, welke stoffen gemeten moeten

kunnen worden, detectie technieken etc. moet nog worden bepaald.

Bij diverse akties (Andinet, Anna Broere) is gebleken dat monstername en in situ metingen

zeer moeilijk is. Voor monstername zullen procedures/computer modellen moeten worden


ontwikkeld die rekening houden met het getij om de plaats te bepalen waar het “beste” een

monster kan worder genomen. Ook zullen er diverse meetsystemen aan boord moeten komen

om de concentratie in het water te kunnen bepalen. Welke systemen voor welke stoffen

geschikt zijn moet nog worden onderzocht. Men zou bijvoorbeeld kunnen beginnen met de

top 100 meest vervoerde stoffen. (EU onderzoek).

Ook biosensoren die niet de concentratie maar de effecten meten kunnen bij dit onderzoek

worden meegenomen (mosselmonitor, biotoxmeter, etc). Het gaat naast concentratie metingen

om een procedure te vinden om vast te kunnen stellen dat de siuatie weer “veilig” is voor de

gebruikers van het water (visserij , recreatie etc.)

Ad 5

Het milieuvriendelijk en veilig bergen van verloren mogelijk lekkende verpakkingen moet

nog worden ontwikkeld. Milieu vriendelijk bergen van (lekkende) containers en ander

(lekkende)verpakkingen met chemisch inhoud is nog steeds problematisch. Op het moment

dat de verpakking/container boven water wordt gehaald lekt er vaak nog chemisch stof terug

in het marine milieu. Het bergen van de containers van de Andinet is hier een goed voorbeeld

van. Ook het vervoer naar de wal kan veiliger zoals bij de brandweer waar overmaatse vaten

worden gebruikt. Hoe dit het beste kan gebeuren op zee bij een berging moet nog worden

onderzocht.

Ad 6

Bij diverse akties is gebleken dat het opsporen van verloren verpakkingen niet eenvoudig is

en een tijdrovende en dus kostbare bezigheid is. Nog steeds zijn niet alle chloorcilinders van

de Sinbad gevonden. Ook bij de Andinet was het opsporen niet optimaal. Onderzoek naar het

gedrag van verpakkingen en de mogelijkheden van de huidige opsporingstechnieken voor

verschillende soorten verpakkingen, naar de bodem gezonken stoffen (zinkers), en bij

verschillende waterdieptes is nodig.

Ad 7

Klasse bureaus zijn niet eenduidig over wat een chemicaliënbestrijdingsvaartuig is en welke

eisen hieraan te stellen. Er dient in dit kader o.a. onderzoek te worden gedaan naar:

• de eisen te stellen aan een oliebestrijdingsvaartuig (olie vlampunt >60 ° C) en welke

rol deze mag vervullen bij de chemicaliënbestrijding

• de eisen te stellen aan een 1 e lijnsoliebestrijdingsvaartuig (olie vlampunt


• Ontwerp onbemand vaartuig

a. Constructie

b. Communicatie visueel

c. Aansturing

d. Uitrusting

e. Etc.

• Ontwerp optimaal multipurpose vaartuig(en) voor de chemicaliënbestrijding

Subsidie mogelijkheden:

MIP

Maritiem Innovatie Progamma (speerpunt; complexe specials, en met name snelle

patrouilleschepen en offshore service vessels)

Het is een technisch risicovol innovatieproject met maatschappelijk perspectief en voldoende

toepassingsmogelijkheden mits mulipurpose functie(s) worden gevonden of MOCRV

uitvoering.

SMI

Subsidieregeling Maritieme Innovatie

Mogelijke deelnemers

Dit interdiciplinaire project heeft dan ook een scala van deelnemers nodig om de

verschillende aspecten aan te kunnen pakken. Gedacht wordt aan bergingsmaatschappij(en),

kennisinstituten (Imares, TNO), Klassebureau’s, scheepsontwerper(s), Onderwijs (MIWB,

TUD) etc

9. Conclusie aanbevelingen

Doordat de chemicaliënbestrijding op zee nog relatief in de kinderschoenen staat is hier nog

veel onderzoek gewenst zoals uit een inventarisatie van EMSA (EU) blijkt. Vele EU landen

hebben op het gebied van chemicaliën bestrijding geen bestrijdingsmiddelen beschikbaar. Er

is hier wel een grote behoefte maar omdat vele zaken zoals de classificatie eisen de uit te

voeren taken e.d. nog onduidelijk zijn nemen de meeste landen een afwachtende houding aan.

Dit project moet ook duidelijkheid verschaffen aan de classificatie eisen en deze koppelen aan

bepaalde chemicaliënbestrijdingsfuncties die men het schip wil geven. Met name de

loskoppeling van de “gevaarlijke functies” van de “minder gevaarlijke functies” en de invloed

die dit op de classificatie eisen heeft.

Voor de “gevaarlijke” chemicaliënbestrijdingsfuncties lijkt de ontwikkeleing van een

onbemand vaartuig een goede oplossing te bieden. Een nieuw te ontwikkelen onbemand

chemicaliënbestrijdingsvaartuig zou minimaal in staat moeten zijn om als patrouille vaartuig

metingen in de lucht en in de waterkolom uit te kunnen voeren. Het vaartuig moet dus in een

gevaarlijke omgeving/gaswolk kunnen verblijven.

Voor de minder gevaarlijke chemicaliënbestrijdingsfuncties (niet verblijven in een

giftige/explosieve omgeving) lijkt een multipurpose vaartuig gekoppeld aan een bestaand type

vaartuig de beste oplossing.

In volgorde van belangrijkheid (komt het meest voor) zijn de volgend taken aan dit vaartuig

toe te voegen.

• Opsporen van verloren lading/verpakkingen (hydrografische werkzaamheden)

• Bergen van verloren verpakkingem (containers/vaten/etc.)


• Emergency towing

• Brandbestrijding

• Opsporen en verwijderen van gezonken verontreinigingen.

Nadat de deelonderzoeken (zie hoofdstuk 8)zijn uitgevoerd kan worden gestart met de

ontwerpen van het onbemande chemicalienbestrijdingsvaartuig en de multipurpose opties.

Van het onbemande vaartuig zou een prototype gebouwd moeten worden om een en ander in

de praktijk te testen en het ontwerp te optimaliseren.

More magazines by this user
Similar magazines