M - Zoek direct in de EYE-bibliotheek

bibliotheek.eyefilm.nl

M - Zoek direct in de EYE-bibliotheek


M ^

j "*:


VOOR DE VERKOUDHEID

DIE U HEBT ... of die U

wenscht te voorkomen

VAPEX

OP UW ZAKDOEK

Verkoudheid word» veroorzaak»

door bacteriën, die ingeademd wor-

den op een oogenblik, da» men

zich landerig voel» en de vi»alitei»

mis» om deze bacteriën weers»ond

»e bieden.

Het inhaleeren van den an»isep-

»ischen Vapex-geur bij de eerste

»eekenen van een verkoudheid,

reinig» de slijmvliezen'der luch»-

wegen en bestrijdt zoodoende de

verkoudheid in de kiem.

Bestrijdt Uw verkoudheid.

Vapex is aangenaam en verfris-

schend, zelfs in dié mate, da» som-

mige menschen zich »o» een dage-

lijksche gewoonte hebben gemaakt

een druppel op hun zakdoek te doen.

Vapex is economisch in het gebruik

want een druppel 's morgens op

Uw zakdoek gedaan of 's nachts

op Uw kussen, geef» vele uren van

bescherming en verlichting.

En een druppel 's nachts

op Uw hoofdkussen

Verkrijgbaar bij Apoth. en Drog.

Prijs per flacon f 1.50.

1t.l>t-->fJtó>(/J^-,Jt-.>v,-.

HP^

v\

De zoon des huizes kwam zeer

laat in den nacht thuis. Hij zorg-

de echter, op tijd aan het ontbijt

te komen en begrijpelijkerwijze

eischte zijn vader een verklaring.

„Waarom kwam je zoo iaat thuis?

wat zijn dat voor manieren?"

Toen kreeg zoonlief een schit-

terend idee.

„O vader," zei hij, „dat vergat

ik U nog te vertellen, maar ik dacht,

dat t II niet veel kon schelen. Ik

heb een bezoek gebracht aan het

zieke zoontje vanden zieken man,

dien U dikwijls opzoekt, zooals U

moeder altijd vertelt."

SCHRIFTELIJKE DANSLESSEN

SCHRIFTELIJKE

TWEEDE UITGAVE

DANSLESSEN

Door COR KLINKERT

VERKRIJGBAAR IN ALLE AMSTER-

DAMSCHE, ROTTERDAMSCHE EN

HAAGSCHE KIOSKEN i 1.-, OF

TEGEN CHEQUE BIJ DEN UITGEVER

COR KLINKERT

STADHOUDERSKADE 152, AMSTERDAM-Z, TEL. 24232

SPECIALE MODEZAAK wil |„ relatie treden met cliënten, welke op

een convenieerende betalingswijze BONT-OF WINTERMANTEL

willen betrekken.

. BRIEVEN ONDER No. 458, BUREAU VAN DIT BLAD,

WS" i 166 ^ m l\ n ? 1 ? et > 1 van ee^steren ten huwelijk

gevraagd, deelde Marjorie haar zuster mee

„Maar lieve kind, daar hoef je mij geen verwijt van te ma-

ken, antwoordde haar zuster scherp.

Marjorie keek verbaasd. „Ik verwijt het je heelemaal hietl"

Het andere meisje haalde de schouders op.

„Misschien niet," verklaarde zij, „maar als ik hem niet de

bons had gegeven, had hij 't nooit gedaan."

-.2-

De begeerde teere, matte teint!

Een fraaie huid moef zijn als een perzik - feer en zachf. en

imrf ge ml. Mat -Creme is gebleken het klassieke schoonheids-

middel (e zijn da» er krachtig toe bijdraagt de teint te ver-

ede en. Gebruik deze crème geregeld, eiken dag. in het bijzonder

echter wanneer het er op aankomt, de huid voor feestelijke

gelegenheden snel te verfraaien zonder dat hel in 't oog valt

As een bijna onzichtbaar teer waas overdekt zij de huid -

alleen door de gelijkmatige pastelfint verraadt

zij haar effect. - Ook vóór het poederen ver-

dient het aanbeveling, een weinig MatUCreme

te gebruiken. De poeder hecht dan beter en

is gemakkelijker te verdeden.

Bij koop lette men nauw-

keurig op het wettig ge-

deponeerde "4711" en de

blauw-gouden Firmakleuren.

ynhlfCreme

M MMÊJM 6 Schoonheids-Crème

.'afcutyvasAjfjcuei Ü^MVWWR.^KM .^,...'.-

dJn^VÄÄ' buite " '-P-on,,e .peten,,oen

„Jantje, weet je 'wat 't vandaag is?"

"K a ^ 0 w der ' We ^ an naar ' t P^MWe van mevrouw Thomson "

„Kom dan op tijd terug en wasch je flink 1' inomson -

„Maar moeder," zei Jantje verontwaardigd daar hoef ik

^ J zeg 0 d dafheTLV 00 ' te wassc fe n ^evro^'fCmson^eeft

gezegd, dat het een gewoon onofficieel fuifje zou zijnl"

Kunt Ü zich aardiger cadeau voor Uw kindertjes indenken dan

een eigen bioskoop thuis met allerlei snoezige verhaaltjes, sprookjes

en teekenfilms.

Alles onbrandbaar, dus geen gevaar,

en reeds een zeer goed apparaat voer:

F«- 36.50, 110 V.

Vraagt brochures en inlichtingen bij Uw Fotohandelaar of bij ons:

IMPORTRICE VOOR NEDERLAND:

MEVROUW LJUSTET - RAADHUISSTRAAT 42 - AMSTERDAM

DEI hUOLD

SCHÜtlZEL

Mijn artisten-Ioopbaan beffon bij het variété. Dat was

in 1912 te Hamburg. Ik ben te Hamburg geboren en

bracht mijn jeugd in deze stad door. ik werd koopman,

daar de familietraditie dit eischte. Maar toen ik zestien

jaar was, hield ik het niet langer op de kantoorkruk uit en

roijn ouders stemden toe in mijn wensch, als volontair het

ensemble van het »Stadttheater" met mijn aanwezigheid

té verrUken. Na Hamburg, krepp ik een engagement te

Bern. De oorlog maakte een eind aan deze mooie en

succesvolle verbintenis; ik werd soldaat en bleef twee jaar

■ aan het front. Door een verwonding moest ik mijn militaire

loopbaan opgeven. In 1916 werd ik te Berlijn geëngageerd

en speelde bij Meszter mijn eerste film »Werner Kraft".

Daarna volgde »Höhenluft' met Henny Porten, en onder

regie van Ernst Lubitsch »Madame Dubarry". In 1920

verbrak ik mijn tuo.ieelcontrnct en speelde van toen af

aan alleen nog maar voor de film. De sprekende film

maakte het mij mogelijk de volle maat van mijn talent

te geven. Sedert eenige laren leg ik mij hoofdzakelijk

op de regie toe, en ik geloof met succes. Mijn nieuwste

films zijn de Ufa-tonrfllms »Het schoone avontuur" en

»Wie sag' ich's meinem Mann"."

1. ReinhoM Schttnzel met Käthe von Nagy bij de bespreking

van een scène uit »Ronny". 2. Reinhold Schünzel. 3. Rein-

hold Schttnzel als regisseur van »Der kleine Seitensprung".

4. Reinhold Schttnzel thuis.

&>(&££

: ! '■■ ■■■'!■■■-■'■- - .^--A-j.-;


HET BETOOVERBE JOStEEL

EPISODE UIT DE SENSATIONEELE PRAKTIJK VAN Dr. KURT VON HOLDAU.

ADVOCAAT EN DETECTIVE.

EEN COMPLEET VERHAAL DOOR D'ALVAREZ

JT^Xr. Kurt von Holdaii, een

i ß Berlijnsch rechtsgeleerde,

-'-^ hee^t door zijn praktijk

als strafpleiter groote belang-

stelling voor het ontrafelen van

ingewikkelde, crimineele pro-

blemen opgevat en zijn kolos-

sale scherpzinnigheid en aan-

geboren begaafdheid — een

mengsel van intuïtie, opmer-

kingsgave en combinatiever-

mogen — voor deze soort ar-

beid, gevoegd bij juridische

scholing, hebben hem al spoe-

dig tot een der bekendste inter-.

nationale speurders gemaakt.

Kurt von Moldau heeft de

gewoonte om, telkens na het

slagen van een „experiment",

zooals hij het pleegt te noemen,

zijn vier intiemste vrienden,

oude getrouwen uit zijn acade-

miejaren en zijn diensttijd als

reserve-officier, in zijn smaak-

volle, comfortabele fonggezel-

len woning aan een welverzorgd

dinertje te vereenigen. Deze

maaltijden genieten bij de gas-

ten een verdiende reputatie om

hun verfijnde luxe en de keur

van wijnen, die de advocaat-

detective bij die gelegenheden

uit zijn goedvoorzienen kelder

opdiept, maar vooral om de

„clou": het spannend relaas

der pas-beleefde avonturen.

In het volgend verhaal geeft

een der vrienden een dergelijk

verslag woordgetrouw weer.

I.

„Het is weer een wonderlijke geschie-

denis, die ik jullie dezen keer te vertel-

len heb," begon Kurt von Holdau toen

wij. ons na het diner in zijn gezellig en

artistiek gemeubelde studeerkamer be-

haaglijk in diepe fauteuils hadden ge-

nesteld en elk een „praat- en luister-

sigaar" van enorme afmetingen — spe-

cialité de la maison — hadden aange-

stoken. „Ik kom juist terug uit den Tau-

nus. Een jeugdvriend van mij, Melchior

von Sternfeld, ritmeester van de Uhlanen

in de oude „armee", over wien jullie

me waarschijnlijk wel eens hebben hoo-

ren spreken, heeft niet langgeleden een

onverwachte erfenis van een verwijderd

familielid gekregen: een oud kasteel

met uitgestrekte terreinen er om heen,

een twintig kilometer benoorden Wies-

baden, een half uur gaans van een

klein dorpje. Het kasteel heet „Burg

Waldstein", het was jaren onbewoond

geweest en had den naam, dat het er

spookte.

Von Sternfeld ging naar den Taunus

om zijn nieuw bezit te bezichtigen. Het

kasteel, waarvan het oudste deel nog

dateert uit de Middeleeuwen, bleek in

een staat van ernstig verval en ook de

landerijen, die er bij hoorden, waren

geheel verwaarloosd. De vroegere eige-

naar, een schatrijke, ongetrouwde, oude

zonderling, die op een luxueus ingericht

jacht de wereld rondzwierf, bekom-

merde zich absoluut niet om dit deel

van zijn eigendommen.

Von Sternfeld liep het heele oude

gebouw door en moest zichzelf beken-

nen, dat een onbehaaglijk gevoel, iets

van beklemming, hem bekroop, maar

ieder groot verlaten huis, vooral als

het zoo vervallen is als „Burg Wald-

stein", heeft iets griezeligs, iets wat je

doet huiveren, en daaraan schreef mijn

vriend die voor hem eigenaardige ge-

waarwording dan ook toe. Bovendien

ligt het kasteel buitengewoon eenzaam,

temidden van een wilde, grootsche na-

tuur, die zelfs op een stralenden zomer-

dag weinig milds heeft.

Toen von Sternfcld alles bekeken

had, wandelde hij terug naar de ge-

noegelijke dorpsherberg, waar hij tijde-

lijk . zijn tenten had opgeslagen en die

natuurlijk „Zum Weissen Hirsch" heette.

Hij had den makelaar uit Wiesbaden,

die het beheer had over de enkefe nog

bewoonde hoeven van het landgoed,

naar het dorp laten komen en Stuckart,

zooals de makelaar heette, wachtte hem

bij zijn thuiskomst. Het eerste wat mijn

• vriend vroeg, was of Stuckart hem een

geschikten en betrouwbaren huisbewaar-

der zou kunnen bezorgen, want von

Sternfeld had besloten een eind te

maken aan de jarenlange verwaarloo-

zing en het eeuwenheugende gebouw te

laten restaureeren. JulUe moet namelijk'

weten, dat hij zelf ook een zeer ver-

(Poto Godfried de Groot)

EEN BEKEND DUO.

Jeanne en Louise Guidemond, die In de wereld der

' variété reeds vele successen oogstten.

- 5 -

mogend man is met groote belangstel-

ling voor kunst en geschiedenis.

Stuckart verklaarde onmiddellijk, dat

er niemand voor dat baantje te vinden

zou zijn; hij adviseerde om het histo-

risch kasteel tot den grond toe af te

breken en, als mijnheer von Sternfeld

hier af en toe wilde blijven, er een

mooi, modern landhuis voor in de

plaats te zetten.

Von Sternfeld was even verbaasd als

verontwaardigd over dit vandalen-voor-

stel en de makelaar legde hem daarop

uit, wat hem er toe gebracht had.

Er schijnen altijd vreemde verhalen

over het kasteel de ronde te hebben

gedaan; de laatste zeven jaar hadden

twee personen er • een niet-natuurlijken

dood gevonden, beide landloopers, die

er geen vermoeden van hadden, in wat

voor roep het oude gebouw stond, en

die er waarschijnlijk een schuilplaats

voor den nacht hadden gezocht.

Er was geen enkele aanwijzing, dat

er geweld gepleegd was, en beide malen

had men het lijk in de groote hall be-

neden gevonden.

Von Sternfeld, een even nuchter als

moedig man, verklaarde, dat hij van die

spookgeschiedenissen natuurlijk geen

woord geloofde en dat hij zou bewijzen,

door zelf een nacht in het kasteel door

te brengen, dat ze klinkklare nonsens

waren. Het was zeker eigenaardig, dat

twee landloopers daar gestorven waren,

maar dat hoefde toch niet aan boven-

natuurlijke oorzaken toegeschreven te

worden. Het waren op zichzelf staande

feiten, in een tijdsverloop van verschei-

dene jaren voorgevallen, maar uiteraard

voldoende, om voedsel te geven aan het

aangeboren bijgeloof der onontwikkelde

boeren uit den omtrek. Zwervers moes-

ten nu eenmaal ergens doodgaan en

dat er twee van de natuurlijk ontelbare

landloopers, die in den loop der tijden

het onbewoonde kasteel als logies had-

den uitgekozen, van de gelegenheid ge-

bruik gemaakt hadden om daar te ster-

ven, bewees, volgens mijn vriend Mel-

chior von Sternfeld, absoluut niets.

Maar de makelaar en oolc Lutz, de

herbergier, die het onderhoud bij-

woonde, deden wat ze konden om von

Sternfeld van zijn voornemen af te

brengen, en in 't bijzonder de waard

bezwoer hem bij hoog en laag den dui-

vel niet te verzoeken!

Het was laat in den middag, toen dit

gesprek plaats had, den middag van een

warmen, zonnigen zomerdag en de waar-

schuwingen van den makelaar en den

herbergier maakten geenerlei indruk op

von Sternfeld. Hij was van plan aan die

bakerpraatjes, zooals hij het noemde,

eens en vooral een einde te maken

door dienzelfden nacht nog in het kas-

teel door te brengen! Als zij dan zoo

bang waren, dat er iets met hem zou

gebeuren, verklaarde hij zijn beide

hoorders, moesten ze hem maar gezel-

schap houden. De oude Lutz werd zoo

bleek als een doek bij dit voorstel en


Stuckart schudde bedenkelijk zijn hoofd.

Dat was meer dan mijn vriend van hen

mocht verlangen!

Von Sternfeld liet zich echter

niet van zijn voornemen afbrengen, maar

toch, toen het begon te schemeren, be-

trapte hij zich er op, dat zijn geestdrift

van 's middags wel een beetje aan het

verflauwen was. Maar retireeren was

zijn eer te na!

■x Het heele dorp had zich voor de

herberg verzameld om hem te zien ver-

trekken; het nieuws van zijn stoutmoe-

digg expeditie had zich blijkbaar als

een loopend vuurtje verspreid.

Von Stèrnfeld had zijn revolver bij

zich en een groot pak kaarsen, die hij

bij den-kruidenier van het dorp had

laten halen; hij gaf den dorpsbewoners

ernstige waarschuwingen geen grapjes

uit te halen, want bij het minste ver-

dachte geluid zou hij schieten. En

toen drong het, nog eens goed tot hem

door, hoe gevaarlijk ze zijn onderneming

achtten, want een van hen kwam met

een grooten mastiff op hem toe en bood

hem den hond aan- als bescherming

en gezelschap. Von Sternfeld wees op

zijn revolver van groot kaliber, maar

de eigenaar van den hond schudde het

hoofd en legde hem uit, dat het dier

hem tijdig voor onraad zou waar-

schuwen, zoodat hij kon vluchten eer

hem een ongeluk overkwam. De oude

man scheen het vuurwapen geen vol-

doende beveiligingsmiddel te vinden.

Von Sternfeld nam den hond, baande

zich een weg door de menigte en sloeg

den weg naar het kasteel in? Plotseling

kwam hij tot de ontdekking, dat ze hem

allen volgden. Ze bleven bij hem, tot

hij het terrein van „Burg Waldstein"

had bereikt en vergezelden hem zelfs

bij zijn rondgang om het gebouw.

Het was nog niet geheel donker, toen

ze daarmee gereed waren, maar de

duisternis nam snel toe. Zijn begeleiders

aarzelden, alsof ze zich schaamden om

hem in zijn eentje aan alle mogelijke

dreigende onheilen ten prOoi te laten.

Zooais von Sternfeld mij later ; vertelde,

was het hem een lief ding waard ge-

weest, om met goed fatsoen met de

anderen naar het dorp terug te kunnen

gaan; nog nooit in z'n leven had hij

zoo'n vreemde, onbestemde vrees ge-

voeld! Toen kreeg hij opeens een in-

geving; hij stelde den mannen voor,

hem dien nacht gezelschap te houden!

Eerst wilden ze er absoluut niet van

hooren en trachtten hem te bewegen,

met hen terug te keeren. Maar tenslotte

lieten ze zich bepraten, doch stelden hun

voorwaarden. Ze zouden gezamenlijk

weer naar de herberg gaan en daar

een paar dozijn flesschen cognac halen,

een karrevracht hout en een nog groo-

ter voorraad kaarsen. Vervolgens zou-

den ze terugkeeren, een flink vuur aan-

maken, de kaarsen ontsteken, de

flesschen openen en zich zoo behaaglijk

als het kon voor den nacht installeeren.

Al spoedig waren ze weer bij de her-

berg. En terwijl eenige mannen het

hout op een ezel laadden, en de kaarsen

en de flesschen cognac ronddeelden,

nam de oude Lutz mijn vriend nog eens

ter zijde om hem te bidden en te

smeeken, zijn roekeloos plan nog te

laten varen. Zonder resultaat echter.

De waard gaf mijn .-vriend een laat-

ste waarschuwing^ •' , 7

€MS IPILJZZIL1E-1H€IEIKJIE

Nieuwe opgave No. 464. Wij verdeden een hoofdprijs van f. 2.50

en drie troostprijzen onder degenen, die

vóór 22 December (abonné's uit over-

zeesche gewesten vóór 22 Februari)

goede oplossingen zenden aan ons adres:

Redactie „Het Weekblad", Galgewater 22,

Leiden. Op briefkaart of enveloppe ge-

lieve men duidelijk te vermelden: „Ons

Puzzle-hoekje No. 464".

In de ruiten moeten in de richting der

pijltjes woorden ingevuld worden van de

volgende beteekenis:

L zijrivier van den Moezel.2. werelddeel.

3. staat in de Ver. Staten. 4. rivier in

Nederland. 5. rivier in Italië. 6. rivier in

Rusland. 7. zijrivier van den Donau. 8.

eiland, residentie Timoren Onderhoorig-

heden. 9. stad in Duitschland. 10. zij-

rivier van den Donau. 11. afdeeling

residentie Sumatra's West-kust. 12.

linkerzijrivier van de Rhóne. 13. rivier

in de Padangsche bovenlanden. 14. rivier

op Borneo. 15. stad in China. 16. stad

in Rusland.

Desgewenscht kunnen de oplossingen

van deze puzzle en van onze Wekelijksche

Vraag tegelijk ingezonden worden, doch

men gelieve ze dan op twee aparte velletjes

papier te schrijven, die ieder duidelijk

van volledigen naam en adres zijn voorzien.

Oplossing van „Ons Puzzle-hoekje

No. 461".

ME 5 0 P 0 T A M 1 E

A h Y r E r Q r Ak Q

Lf or Kf ir Mf F

A M 1 E 1 U

M E M S P R

G Y G T A T

De heer C. van Anrooy te Rotterdam

verwierf den hoofdprijs van f. 2,50.

De troostprijzen werden verkregen

door den heer A. Sjunneman te Rotter-

dam, den heer W. Weirauch te Boxtel

en den heer H. D. J. Willebrand te Geulem.

— 6 —

•d^At^A^^^A^^^^ytoL^Be,.!.. ...'A-.-.^.^g^.V.^,.^ r.„

r;

Hei Geheim

van haar fraaie,

zachte huid en

haar mooie teint,

ligt in het geregel-

de gebruik van

^TiJ" CRÈME

in prijzen van 20,

30.45.60 en 75 et.

„Ik bezweer u, mijnhee'r,: dat het

geen doel heeft om te trachten het

kasteel te restaureeren. Er rust een

vloek van onschuldig-vergoten bloed op

u deedt beter om, zooals mijnheer

Stuckart zei, het te laten afbreken en

een nieuwe villa op het terrein te laten

bouwen. Maar als u er dan met alle

geweld den nacht wilt doorbrengen,

houd dan in ieder geval de voordeur

wijd open- en let vooral op den bloed-

drop. Als er ook maar één druppel

valt, blijf dan onder geen voorwaarde!"

Von Sternfeld informeerde vol be-

langstelling, wat die griezelige mede-

deeling over den bloeddrop in vredes-

naam te beteekenen had.

„Het is het bloed van de mannen,

die „Zwarte Albrecht" in hun slaap ver-

moord heeft, eeuwen geleden," luidde

het onheilspellende bescheid. Er be-

stond een oude veete; „Zwarte Al-

brecht" deed alsof hij die wilde bijleg-

gen en noodigde de mannen uit op het

kasteel; zeventig' mannen warert het.

Hij ontving ze met de grootste vrien-

delijkheid, gaf ze overvloedig te eten

en liet ze zwaren wijn drinken. Ze

vertrouwden hem volkomen en bleven

op het kasteel slapen, zooals hij ge-

vraagd had. En toen ze, door den" wijn,

allemaal? vast sliepen, vermoordde hij ze

alle zeventig. Het.is werkelijk gebeurd

— ik heb het, uit deri mond van mijn

vaders grootvader en die had het weer

van zijn grootvader. Het is een over-

levering van geslacht op geslacht, tot

aan den tijd toe, waarin het gebeurde.

En sedert dien is het doodvonnis van

iedereen, die den nacht op het kasteel

doorbrengt, geteekend als de bloeddrop

valt." , "

Von 1 Sternfeld lachte, ofschoon het

lugubere verhaal van den ouden Lutz

meer indruk op hem had gemaakt dan

hij wilde laten merken. Maar wat moest

hij doen —— een stijfkop als hij, kon

zich toch niet door een malle spook-

geschiedenis op de vlucht laten jagen!

Met veertig man gingen ze naar het

kasteel terug. Weldra hadden ze een

ükïm

„SPRINGTIME"

THE KING'S own cigarette,

now obtainable in Holland

at 3 cent.

groot vuur aangelegd en overal langs

de wanden van de groote hall bran-

dende kaarsen neergezet. Allemaal had-

den ze zich met stevige stokken ge-

wapend; bovendien had von Sttrnfeld

zijn pistool. Hij had ook het beheer

over den cognac op zich genomen;

dat leek hem het veiligstel Hij gaf ze

allemaal echter een flinken teug, om ze

op te monteren en aan het praten te

krijgen! Als dergelijke bijgeloovige

kerels in zwijgen vervielen in zoo'n om-

geving, dacht hij, begonnen ze zich

van alles in te beelden dan zagen

en hoorden ze de spoken gauw genoeg.

De voordeur bleef open; dezen raad

van Lutz op te volgen, kon in elk geval

geen kwaad. Het was een windstille

avond, dus er was geen enkel bezwaar

tegen. De kaarsen flikkerden niet en

de eerste drie uren van hun wacht

heerschte er een opgewekte stemming.

Mijn vriend had nog een paar flesschen

opengemaakt en een der mannen werd

zoo overmoedig, dat hij uitriep, dat het

spook nu eindelijk maar eens moest

verschijnen! En op hetzelfde moment

gebeurde er iets onverklaarbaars; de

zware eiken voordeur werd, alsof een

geheimzinnige hand het deed, in be-

weging gebracht en viel met een ge-

weldigen smak in 't slot...

Von Sternfeld staarde als betooverd

naar de deur; een huivering ging door

hem heen. Toen keek hij naar zijn

metgezellen. Sommigen staarden met

oogen vol ontzetting naar de dichtge-

slagen deur, maar de meesten hadden

door het levendige discours niets van

het incident gemerkt en zwetsten lustig

door. Von Sternfeld omklemde zijn re-

volver en het volgende oogenblik hief

de groote mastiff een vervaarlijk geblaf

aan. Nu kreeg het heele gezelschap in

de N gaten, dat er iets gaande was. De

hall vormde een langwerpig vierkant.

De voordeur lag in de Westzijde; de

Zuidelijke kant bestond grootendeels uit

vensters, maar in de Noordelijke en

Oostelijke wanden waren verscheidene

deuren, die toegang gaven tot het in-

wendige van het kasteel. Deze deuren

waren allemaal gesloten en het was voor

een van deze — aan de Noordzijde ge-

legen—dat de hond stond te blaffen;

hij scheen echter niet al te dichtbij te

durven komen.

Eensklaps ging die deur langzaam

open en werd een zwart gat zichtbaar.

De hond liep met een doordringend

gejank naar de mannen terug en meer

dan een minuut heerschte er een diepe,

tastbare stilte. ,

Toen verwijderde von Sternfeld zich

enkele passen van de anderen en richtte

zijn pistool op de deuropening.

„Wie daar ook mag ?ijn, kom te

voorschijn, of ik schiet!" waarschuwde

hij; maar er gebeurde niets en hij

vuurde het schot af in het donkere gat.

En alsof de knal een alarmsignaal was

geweest, gingen nu alle deuren aan de

Noord- en Oostzijde van de hall open

en mijn vriend en de dorpelingen staar-

den verbijsterd in de langwerpige vlak-

ken van de inktzwarte duisternis.

Von Sternfeld hield zijn revolver nog

steeds gericht en riep den hond. Maar

het beest kroop weg en de onmisken-

bare angst van den mastiff vervulde

mijn vriend met grooter ontzetting dan

iets anders.

Toen deed zich een nieuw verontrus-

tend verschijnsel voor.

Drie van de kaarsen in den hoek van

de hall gingen uit, en geen tien secon-

den later een half dozijn op verschil-

lende andere plaatsen. Andere kaarsen

volgden en enkele minuten daarna was

het in de hoeken heelemaal donker.

De mannen waren allen opgestaan,

hun knuppels in de hand. Niemand

sprak. Von Stemfeld verklaarde mij

naderhand, dat hij zich wee had ge-

voeld van angst, een angst, zooals al-

leen het onbekende, geheimzinnige een

mensch op het lijf kan jagen. Toen

spatte er plotseling iets op den rug van

zijn linkerhand. Hij hief de hand op en

keek er naar in het licht van een nabije,

nog brandende kaars. Hij zag een

groote, roode vlek en voelde iets nats

tusschen zijn vingers druipen. Een oude

boer, die dichtbij hem stond, zag het

ook en stotterde met schorre stem: „De

bloeddrop!" De anderen drongen om

hem heen en keken... heesche angst-

kreten stegen op: „De bloeddrop! De

bloeddrop!"

Maar er was nog geen einde aan het

sinistere mysterie. Op hetzelfde oogen-

blik — als door één hand uitgebluscht —

gingen de nog brandende kaarsen uit!

Het haardvuur wierp zijn gloed door de

hall —— maar was het verbeelding, dat

ook dit schijnsel snel verminderde?

Neen, het was gèèn verbeelding

na 'n minuut of wat was ook het haard-

vuur door de onzichtbare kracht, die in

dit vreeselijke huis scheen te wonen,

gedoofd. De hond liet een gehuil hoo-

ren, dat de mannen door merg en been

ging; toen was het stil, gruwelijk, adem-

benemend stil. Ze stonden als versteend.

Maar opeens brak de spanning en alsof

duizend duivels hen op de hielen zaten,

vlogen ze allemaal naar de deur. Een

paar boeren rukten met vereende

krachten de zware voordeur open. De

laatste der mannen was nauwelijks bui-

ten, of de deur werd met een bons

dichtgegooid — —, voor ook de hond

er uit had gekund. Von Sternfeld hoorde

het dier hartverscheurend huilen, ter-

wijl ze door de oprijlaan vluchtten zoo

snel hun beenen hen dragen konden.

Niemand had echter den moed om het

dier te hulp te komen, hetgeen in de

gegeven omstandigheden niet te ver-

wonderen was...

II.

Den volgenden morgen verzocht von

Stèrnfeld mij telegrafisch om over te

komen. Ik had nog een paar dringende

bezigheden en kon pas met den nacht-

trein naar Wiesbaden. Daar nam ik

een auto en in den vroegen ochtend trof

ik mijn vriend in de dorpsherberg, waar

hij mij aan een gemeenschappelijk ont-

bijt zijn schokkend avontuur vertelde.

Zoodra we gegeten hadden, onder-

namen wij direct den tocht naar „Burg

Waldstein", die schuil gaat in een halve

woestenij. Wat mij bij den eersten aan-

blik direct opviel, was de massa dichte

berkenboschjes, die het huis omgaven

en waaruit de gr ijs verweerde, sombere

muren van het kasteel schenen omhoog

te rijzen.

Het maakte een sinisteren indruk,

zelfs bij daglicht. De hall was ruim en,

nu de zonneschijn door de vensters naar

binnen viel, goed verlicht. Het eerste,

wat we zagen, was het lijk van den

grooten mastiff, die met gebroken nek

op den tegelvloer lag. Dat vormde in

elk geval een bewijs, dat er in het

kasteel krachten aan het werk waren.

WaODstce Boerv 'm älem lh ui Os® il Ij] Dee n terllinisi.

De beroemde M. G. M.-ster met zijn vrouw en dochtertje tijdens het theeuurtje.

■ -:■ ^.^^.^


waarmee rekening gehouden moest

worden.

Terwijl von Sternfeld de wacht hield

met de revolver in de Tiand, stelde ik

in de hall een onderzoek in. De fles-

schen en de glazen, waaruit de boeren

hadden gedronken, lagen nog overal

in het rond verspreid en de kaarsen

stonden op de plaats, waar zij waren

uitgegaan. Ik ontdekte echter niets bij-

zonders bij deze voorloopige inspectie

en besloot ieder hoekje van het kasteel

aan een nauwkeurig onderzoek te onder-

werpen. Daarmee waren drie, stomver-

velende dagen gemoeid, die niet het

minste resultaat opleverden. Ik trof

niets verdachts aan, hoewel ik alle ver-

trekken op de bovenverdiepingen en de

gewelven onder de hall letterlijk steen

voor steen onderzocht. Voortdurend was

ik bedacht- op de mogelijkheid van het

bestaan van een geheime kamer, maar

ofschoon ik alle muren en trappen be-

klopte, vond ik niets van dien aard.

Von Sternfeld begeleidde mij steeds

met zijn revolver in de hand en we waren

er op bedacht om voor het begin van

de schemering in de herberg terug

te zijn.

Toen al mijn speuren en snuffelen

vruchteloos bleef, vatte ik, in de hoop,

daarmee meer succes te hebben, ten

slotte het plan op, om een nacht in

de groote hall door te brengen, onder

voldoende bescherming, zooals vanzelf-

spreekt. Ik deelde het aan von Stern-

feld mee, maar de ervaringen, die hij

in dit opzicht had opgedaan, hadden

hem zoo van streek gemaakt, dat hij

mij smeekte om mijn voornemen op te

geven. Maar ik liet mij door zijn zenuw-

achtigheid niet beïnvloeden en het lukte

mij tenslotte zelfs met veel moeite hem

te overreden ook van de partij te zijn.

Ik bracht een bezoek aan den com-

missaris van politie in Wiesbaden, ver-

telde hem wat zich op het kasteel had

afgespeeld en na eenige aarzeling stel-

de hij mij zes „Schupo's" met revolvers

en karabijnen gewapend, ter beschik-

king; politiemannen, die zich uit eigen

beweging voor de „spokenjacht" aan-

meldden, toen hun chef hun meedeelde

wat er op „Burg Waldstein" gaande

was.

Tegen halfnegen arriveerde de

patrouille aan de herberg en even later

gingen wij met ons achten op marsch.

Wij hadden vier ezels bij ons, met zak-

ken kolen en" proviand beladen; verder

twee groote waakhonden, die door een

agent aan den ketting werden ge-

houden. Toen we op het kasteel aan-

kwamen, liet ik de manschappen eerst

de ezels afladen, terwijl Melchior en ik

inmiddels de deuren — behalve de

voordeur — verzegelden met strooken

papier en.Tak. Als de deuren in de

hall inderdaad opengingen, wilde ik

dat feit met absolute zekerheid vast-

stellen; ik wenschte geen slachtoffer

te worden van gezichtsbedrog, zooals

intense zenuwspanning, of suggestie door

den angst van anderen, dat kan veroor-

zaken.

Toen we klaar waren, kwamen ook

de „Schupo's" met de bagage de hall

binnen. Nieuwsgierig keken ze rond.

Twee üet ik een funk vuur aanmaken;

zelf ging ik met een van de honden

naar het verste einde van de hall

en sloeg een kram tusschen de stee-

nen van den vloer, waaraan ik het dier

met een stuk touw vastlegde. Den

anderen hond maakte ik op dezelfde

wijze in den tegenovergestelden hoek

vast. Vervolgens ging ik terug naar

de voordeur, deed die open en zette

haar met een baak, dien ik voor dat

doel had meegebracht en nu aan het

kozijn bevestigde, vast. Die haak moest

dus eerst uit het oog gewipt worden,

eer de deur zou kunnen worden dicht-

gegooid.

Daarop plaatste ik voor elk der ge-

sloten en verzegelde deuren en in

lederen hoek brandende kaarsen. Toen

het vuur funk brandde en de kaarsen

waren aangestoken, was het goed licht

in de hall.

KLAAR . . . OIPNAME ... I

Charles Chase tijdens de opname van een scène voor de nieuwe Hal Roach-Comedy.

{Foto M.G.M.)

.

BEZOEKT HEX

LUXOR

PALAST

TE ROTTERDAM

In het midden van de hall trok ik

met krijt een grooten cirkel, langs welks

omtrek ik een kring van vlak bij elkaar

staande brandende kaarsen plaatste.

Juist toen ik daarmee gereed wasvoor-

de ik buiten een monotoon druppelen.

Ik concludeerde daaruit, dat er een

zachte, gestadige regen neerviel. Wind

was er echter heelemaal niet; geen

enkele kaars walmde.

Ik luisterde een poosje naar het een-

tonig geluid van den regen. Opeens

raakte een van de „Schupo's" zachtjes

mijn arm aan en vroeg mij op flui-

sterenden toon, wat zij moesten doen.

Ik kon duidelijk aan zijn stem hooren,

dat de eigenaardige omgeving niet na-

het indruk op hem te maken. Ik ver-

moedde dat dit ,met de anderen ook

wel het geval zou zijn. Ik zei den

agenten binnen den krijtcirkel op den

grond te gaan zitten met de ruggen

naar elkaar toe, zoodat de geheele hall

in het oog werd gehouden. Ik zelf hep

daarop de ruimte nog eens rond en

constateerde, dat de beide waakhonden

rustig lagen; de neus tusschen hun

pooten. Het haardvuur verspreidde een

helderen 'gloed; de kaarsen voor'de

deuren brandden rustig, die in de hoe-

ken eveneens. Ik verzekerde den politie-

mannen dat ze, wat er ook gebeuren

mocht, niet bang behoefden te zijn;

het was immers uitgesloten dat er

bovennatuurlijke krachten aan het werk

waren! Verder waarschuwde ik hen

vooral niet eerder te schieten, dan op

een teeken van mij. Toen nam ik ook

mijn plaats in den kring in, tusschen

een „Schupo" en von Sternfeld. Mijn

camera en bliksemlicht-apparaat hield

ik gereed, evenals mijn revolver.

Von Sternfeld zat links van mij. Ik

vroeg hem fluisterend, hoe het met hem

gesteld was, en hij bekende, eveneens

op gedempten toon, dat hij niet vrij

van zenuwachtigheid was, na zijn erva-

ringen van den vorigen keer, maarj

dat hij zou volhouden tot het bittere

einde, zooals hij ook verwachtte dat

ik zou doen. Hij had nu een stel flinke

kerels bij zich, voegde hij er aan toe,

en geen bijgeloovige boerenkinkels ...

Voorloopig hadden we niets anders

te doen dan af te wachten. Er werd

vrijwel geen woord gesproken; alleen

de agenten fluisterden nu en dan even

met elkaar. Verder was er geen geluid

als het mischen van den regen buiten

en het zachte snorren van het kolen-

vuur.

Het was een zonderlinge groep, die

daar in een soort stervorm, d« beenen

uitgestrekt binnen den rand van den

cirkel bijeenzat. Van het midden van

de hall uit gezien, leek. de rest van de

ruimte eenigszins schemerig, behalve de

(Vervolg op pa&na 22)

Een man, die had gepoogd met zijn duim

het water tegen te houden, dat uit een gat

in de waterleiding spoot, viel flauw, toen

de loodgieter kwam, om de zaak te repa-

reeren. — De oorzaak was, dat de man

doodelijk vermoeid was en niet het feit,

dat de loodgieter kwam, zoodra men hem

had geroepen.

Op een tentoonstelling van apparaten

voor huishoudelijk gebruik was onder meer

een enorm toestel te zien, dat een vrouw

met haar pink in werking kon stellen. —

Een mechanische echtgenoot dusl

Een lid van het Engelsche parlement

heeft verklaard, dat het feit dat hij zich aan

de politiek heeft gewijd, te danken is aan

een voorval in zijn jeugd. — Hij bedoelt

waarschijnlijk, dat het kindermeisje hem op

zijn hoofd heeft laten vallen.

Een vriendelijke huisvrouw, die juist op

het punt stond, een landlooper wat eten

en kleeren te geven, werd door haar dienst-

bode gewaarschuwd, dat zij denzelfden man

reeds eenige dagen te voren had geholpen.

— Natuurlijk had de arme kerel niet ge-

dacht, dat een dienstbode zoo lang in de-

zelfde betrekking bleef!

„Wat bezielt iemand toch," vraagt een

automobilist, „om plotseling midden in een

drukke straat, waar het verkeer met moeite

door politie-dienaren in bedwang wordt ge-

houden en geleid, zich op levensgevaarlijke

wijze tusschen de trams en auto's te stor-

ten en te pogen de overzijde te bereiken?"

— Het gezicht van zijn kleermaker, die or

hem afkomt!

Een zeer populair schrijver, die er voor

bekend staat, dat hij in zijn boeken aller-

lei zelfgemaakte woordcombinaties ge-

bruikt, heeft medegedeeld, dat hij onlangs

een aantal woorden had gehoord, die ab-

soluut nieuw voor hem waren. — Een vol-

gende maal zal hij er wel beter om den-

ken, den taxi-chauffeur een fooi te geven!

REMBRANDT

THEATER

AMSTERDAM

BRENGT STEEDS

, DE BESTE

P R OG R A M M A'S

VKJLUrrüCTZ

vf^fh

geïüustreerden humor uit de

bultenlandsche tydschriften.

Patiënt: „Wat zegt U?I Tien gulden om effe met dat penseeltje langs

strijken! 't Is een schandaal! Ik heb m'n heele kippenhok laten verven voor

TfEft^ JKjfié^ 4 ^-

11

m'n keel te

vijf gulden!"

i? 0 ;ZZl£: t "f" De koe: „Neé hoor, ik zie veel liever de treinen voor-

gebrijikte. bijgaan. Dat is lang zoo vermoeiend met.

Mevrouw „Maar Korel, wat zeg je(

De wafjen niet in orde? Wat is dat nu

vervelend I Ik moet een allernoodzake-

lijkst bezoek brengen. Wat moet ik nu

doen?'

Chauffeur: „Nou mevrouw, U zou mis-

schien achter op mijn motorfiets kun-

nen, als U wiltl"

„Kan ik den directeur te spreken

krijgen?"

„Dat zal moeilijk gaan.'

„Wanneer denk ■ nkt U, dat ■ ik hem kan

spreken?"

„Zoodra hjj vrijkomt 1"

„En wanneer is dat ?"

„Over vier jaar I"

-9-

Kolonel (tot reeruut, die veel langer is uitgebleven, dan zHn

verlof toestond): „Wat hebjetot ie verdediging aan te voerenï

De reeruut „Dat kwam zoo, kolonel. Ik ging naar het station

en ik wou juist het portier van een coupé opendoen, toen ze

plotseling ergens 't Wilhelmus begonnen te blazen. Ik blee! m

de houding staan tot 't uit was en toen ik mij omdraaide was

de trein verdwenen!"

„Hendrik, pas toch op! Je hebt een van de pakjes

laten vallen!' „,,,.1.1

„Ja, ik weet 't best hoor! Ik heb t den heelen

weg al voortgeschopt."


I-

d Ve

Conv»

,ReUV^

Syr Personen: UFA

Mertog Friedrich Wilhelm van .

Braunschweig . . Bernhard Goetzkc.

Ritmeester Hansgeorg von Hochberg

Conrad Veidt.

Luitenant Aribert von Blome

Wolf Albach-Retty.

Marie. Louise Mady Christians.

Brigitte Ursula Grabley.

Gouverneur Darmont . . Otto Wallburg.

Kapitein Fachon, zijn adjudant

Günther Hadank.

Vorst Potovski Grigori Chmara.

De korporaal Fritz Greiner.

De spion Franz Stein.

Verder spelen mede:

Lutz Altschul, Ernst Behmer, Rudolf

Biebrach, Gerhard Dammann. Karl

Hannemann, Hubert von Meyerink,

Ernst Pröckl, Berthold Reissig.

Regie: Gerhard Lamprecht.

schrijft 1812. Napoleon heerscht

over Pruisen, maar in het volk

loeit de vonk van den opstand

De huzaren van den hertog van Brunswijk

de gevreesde zwarte huzaren, maken het

den Franschen bezettingstrocpen heel lastig.

Overal duiken zij op. Zij zijn niet te vangen,

want elk patriot helpt hen....

In de kamer van een herberg babbelen

twee vrouwen, de blonde, slanke Marie

Louise en de kleine, dappere Brigitte, de

dochter van den waard. Plotseling wordt er

hevig op de deur geklopt. Verschrikt doen

de "Vrouwen de deur open. Fransche kuras-

,siers roepen hun barsch toe, dat zij een

kzwarten huzaar hebben verstopt. De vrou-

wen verzekeren, dat zij geen huzaar gezien

hebben, maar het baat hun niet, het heele

huis wordt doorzocht. Marie Louise begeeft

zich naar boven, opent een deur. . . . voor

haar staat een zwarte huzaar. Bliksemsnel

onderdrukt zij haar verwondering. Hoe kan

zij hem redden? Het huis is omsingeld en

reeds hoort zij zware stappen op de trap,

Als de kurassiers boven komen, vinden z

niets. Het gevaar is geweken, ritmeester

Hansgeorg von Hochberg der „Zwarte

Huzaten" kan uit zijn schuilhoek komen en

zyn schoone redster danken. Hij heeft hier

met een kameraad afgesproken, met luite-

nant Aribert von Blome, den jongsten en

brutaalsten luitenant van het regiment, die

door zijn wapenbroeders Bubi wordt ge

noemd. Het losloopende paard van Hoch

berg wijst Blome den weg en spoedig kan

hij den doodgewaanden vriend begroeten.

Dat de kleine Brigitte alleraardigst is, heeft

Bubi dra kunnen constatecren.

De beide huzaren moeten een bevel van

den hertog uitvoeren, die nog in Engeland

vertoeft. Napoleon wil namelijk de bruid

van den hertog, een prinses van Baden, om

politieke redenen aan den Poolschen vorst

Potovski uithuwelijken. Darmont, de Fran-

sche gouverneur van Erfurt, moet de prin-

ses, die volgens het gerucht naar een klein

jachtslot gevlucht is, naar Erfurt brengen,

desnoods met geweld. De beide officieren

moeten dit plan verijdelen en de prinses ont-

voeren. Een lastige opdracht, want het land

wemelt van spionnen.... En het leven is

zoo mooi, als een vrouw zoo bekoorlijk is

als de blonde Marie Louise, wier kopje zoo

teeder tegen Hochberg's attila leunt. . . .

Lang duurt de idylle niet. Een spion heeft

de huzaren ontdekt — zy moeten ijlings

weg. Dat de spion nog veel meer te weten

is gekomen, vermoedt Marie Louise niet.

De beide huzaren komen tot de ontdek-

king, dat het jachtslot leeg is en concludee-

ren daaruit, dat de prinses reeds door *de

Franschen naar Erfurt is ontvoerd. Hoch-

berg besluit desondanks zijri opdracht uit te

voeren. Erfurt zelf is nu doel van zijn tocht

geworden. Inmiddels hebben Darmonts

spionnen vastgesteld, dat Marie Louise de

prinses van Baden is. Samen met Brigitte

wordt zij naar Erfurt gebracht.

Hochberg en Blome ontmoeten onderweg

vorst Potovski, die zich eveneens naar den

gouverneur spoedt. Zij overmeesteren hem

en zijn gevolg, eigenen zich hun kleeren toe,

trekken deze aan en melden zich als Vorst

Potovski en zgn lakei bij den gouverneur.

De prinses van Baden weigert met den

Poolschen vorst te soupeeren, maar tenslotte

stemt zij er, op aandringen van den gouver-

neur, in toe. Als zij tegenover hem staat, is

zij sprakeloos van verbazing, want voor

haar staat Hochberg en ook hij kan ternau-

wernood zijn verwondering onderdrukken,

want de prinses is niemand anders dan zijn

Marie Louise. Als zij alleen zijn, wil

Marie Louise in Hochbergs armen vluchten,

maar deze denkt aan zijn vriend, den hertog,

en blijft hem trouw. Hij wil de bruid van

den hertog naar Engeland brengen en zelf

van Marie Louise afstand doen. De tijd

dringt. Elk oogenblik kan de echte Poioyski

COnrad Veid,

arriveeren. Hochberg neemt een list te baat:

woedend verlangt hij van den gouverneur

een passeerbewijs, omdat de prinses niets van

hem wil weten. Hij wil onmiddellijk ver-

trekken. Hochberg weet Marie Louise te

overtuigen, dat zij de kleeren van Potovski

moet aantrekken om in die vermomming

Erfurt te verlaten met Blome als koerier. De

adjudant van den gouverneur weigert den

wagen den postenketen te laten passeeren,

maar Hochberg dwingt Darmont zulks met

het pistool op de borst af. Daarna gelukt

hem een gewaagde vlucht uit Erfurt. Kort

daarop meldt een koerier van Napoleon, dat

de Groote in Rusland verslagen is. De storm-

klokken beieren in Pruisen, het volk wapent

zich om het gehate juk der Franschen af te

werpen. De hertog van Brunswijk keert

terug en draagt het bevel over zijn regiment

aan zijn trouwen paladijn Hansgeorg von

Hochberg over. En als de hertog met zijn

bruid Marie Louise gesproken heeft, doet hij

grootmoedig afstand van haar ten gunste van

7iin trouwen vriend.

Otto Wallburg- en Conrad Veidt.

_

ene onra dve/


DE FRÄNSCHE TÄNQO

DOOR COR KLINKERT

Van den oorspronkelijken Tango,

een twee-personen-dans, die in

1913 zijn opkomst had, blijft er

de laatste jaren niet veel meer over.

Vooral onder invloed van de Engelsche

danstechniek zijn de Tango-passen ge-

leidelijk veranderd, in zooverre, dat de

personen, die tien of twintig jaar ge-

leden dezen dans leerden kennen, niet

wegwijs zouden geraken als ze een

Tango zien, gedanst volgens Engel-

schen stijl.

Doch aan die veranderingen zit een

nadeel vast: De Tango is een dans, die

vooral mooi is, als hij beoefend wordt

met een tikje van het Zuidelijk tem-

perament, waarvan hij het geesteskind

is. De Engelsche Tango moge „ge-

schoolder" en „vloeiender" zijn — men

mist er echter veel in, van wat den

oorspronkelijken Argentijnschen dans

karakteriseerde. Tal van die karakteris-

tiekeq zijn echter nog wel behouden

gebleven in den Franschen Tango-stijl,

in zooverre zelfs, dat men den Fran-

schen Tango mag beschouwen als een

afzonderlijken dans. Reden dus om er

hier een 'beschrijving van te geven.

Men herinnert zich, dat in den En-

geischen Tango de volgende figuren

voorkomen: de voorwaartsche zijpassen,

de Argentijnsche promenade, de draai,

de open promenade, de open terugdraai,

de back corté en de habanera.

Neemt men daarentegen den Fran-

schen Tango, dan krijgt men geheel

andere figuren. Weliswaar komen enkele

neer op eenzelfde principe, maar de

manier van dansen, de volgorde, en

bovendien kleine onderdeden van de

dansbeweging zijn toch anders.

De Franschen hebben een veel groo-

tere keus, want blijkens de laatste be-

schrijvingen, die in Frankrijk het licht

hebben gezien, worden minstens een

twaalftal figuren beoefend. Ziehier

overigens de voornaamste:

1. De carré pas (dans in het vier-

kant). '

2. De Spaansche pas.

3. De Zig-Zag.

4. De Peret-dansfiguur (een mooie

nieuwe Fransche variatie).

5. De gekruiste pas.

6. De vertraagde danspas.

7. De dans ter plaatse.

8. De Astora-pas.

9. Zijpassen.

10. Kampioenspas (variatie).

11. Pas Charles (dit seizoen geïn-

troduceerd door den Parijschen dans-

leeraar D. Charles).

12. De draaiende danspas.

13. Vooruitschrijdende danspas.

' Deze figuren gelden overigens naast

de bekende grondpassen.

Het is natuurlijk doelloos een ver-

gelijking te maken tusschen de figuren

van den Franschen en Engelschen

Tango, want dit wordt uiteraard on-

DANSSILHOUET.

mogelijk, daar die twee dansen een

geheel verschillenden grondslag hebben.

De eerste is een kwestie van meeslee-

pend gevoel, de tweede een kwestie van

technische zelfbeheersching. Toch moet

men niet denken, dat de fraaiheid der

danstechniek aan den Franschen Tango

vreemd is.

Ten bewijze van het tegendeel geven

wij hieronder reeds de omschrijving

van een drietal der voornoemde dans-

figuren, zoodat men zelf de passen

kan maken en beoordeelen. In een vol-

gend artikel zullen wij ook de beschrij-

ving van andere danspassen geven.

Eerste figuur: Carré.

Beginnen met het gelaat gekeerd in

de dansrichting, 1 tel.

Linkervoet zijwaarts naar links, % tel.

Rechtervoet vóór linkervoet kruisen,

Vï tel.

Linkervoet opnieuw aansluiten, 1/2 tel.

Rechtervoet zijwaarts naar rechts,

y? tei -

Linkervoet aansluiten, 1/2 tel.

Rechtervoet vooruit, 1/2 tel.

Linkervoet aansluiten, 1/2 tel.

Rechtervoet achteruit, 1/2 tel.

Linkervoet zijwaarts naar links, 1/2 tel.

Rechtervoet vóór linkervoet kruisen,

1/2 tel.

Linkervoet aansluiten, 1/2 tel. '

Vervolgens opnieuw met rechtervoet

beginnen.

Tweede figuur: De Spaansche pas.

Beginnen met gelaat terzijde van de

dansrichting afgekeerd.

- 12 -

Linkervoet zijwaarts naar links, 1 tel.

. Rechtervoet vóór linkervoet kruisen,

% tel.

Linkervoet achteruit. Kwart draai

naar rechts. Dame komt terzijde, 1/2 tel.

Rechtervoet achteruit, dwars achter

linkervoet, 1/2 tel.

Linkervoet achteruit. Kwart draai

naar rechts, 1/2 tel.

Kleine pas met rechtervoet naar

rechts, 1/2 t^l.

Op teenen van rechtervoet halven

draai naar rechts maken en dan tevens

linkervoet achteruit, 1/2 tel.

Rechtervoet achter linkervoet kruisen.

Va tel.

Linkervoet achter rechtervoet kruisen,

V« tel.

Rechtervoet nog even meer naar links

plaatsen, haaks vóór den linkervoet

als voorgaand, i^ tel.

Ongeveer completen draai maken

naar links, op teenen. De dame danst

om haar partner heen, 11/2 tel.

Rechtervoet vooruit. Dame plaatst

linkervoet achteruit, de partners staan

thans naast elkaar, rechterschouder

tegen rechterschouder, 1 tel.

HerhaUng van de vier laatste tellen

(beginnen met rechtervoet achter lin-

kervoet te kruisen, enz.), 4 tellen.

Om te eindigen de dame op rechter-

voet 'laten ronddraaien tot ze in de-

zelfde richting kijkt als haar partner,

waarna ze linkervoet neerplaatst, 1/2 tel.

Heer sluit linkervoet aan bij rechter-

voet en laat zijn dame opnieuw op den

linkervoet ronddraaien, tot ze opnieuw

in de gewone danshouding tegenover

hem staat, wanneer zij haar rechtervoet

bij linkervoet aansluit, V2 tel.

Vervolgens opnieuw beginnen met

rechtervoet (dame met linkervoet).

Derde figuur: De Zig-Zag.

Rechtervoet vooruit, 1 "tel.

Linkervoet vooruit, 1/2 tel.

Rechtervoet bij linkervoet aansluiten,

V2 tel.

Linkervoet zijwaarts naar links, 1 tel.

Rechtervoet vóór linkervoet kruisen,

1 tel.

Linkervoet dwars voor rechtervoet

kruisen met aansluiting van de teenen

van beide voeten. Schouders bevinden

zich naar de dame gekeerd, dus blijven

vóór haar, 1/2 tel.

Rechtervoet opnieuw bij linkervoet

aansluiten en aldus opnieuw tegenover

de dame komen te staan, 1/2 tel.

Herhaling van de drie laatste tijden

(dus beginnen met het verplaatsen van

den linkervoet zijwaarts naar links),

3 tellen.

Eindigen met een Argentijnschen nro-

menade-pas.

Ü

ALS OUDERS SLAPEN....

DOOR ANTHONY KIMMIN5

OPGEVOERD BIJ HET ROTTERDAMSCH HOFSTAD TOONEEL

V.l.n.r.: Annie van Duyn, Piet Rinks, doeki Broedelet, A. van Hees, Helene Sistermans-

Vink, Eduard Verkade.

H'

' et programma noemt deze comedie na heb genoemd, voeg ik er aan toe, dat

„een spel voor ouders en volwas- Tony van den Berg het onbeduidende rolsen

kinderen." Het bad ook kun- letje van het kamermeisje vervulde en. . . .

nen zü'n voor onnoozele ouders en vroeg- er allersnoezigst uitzag.

rijpe kinderen. Want by alle respect, welke Als ik Jerry was geweest (op mijn leefik

heb voor de charmante wijze, waarop de tijd mag ik het wel bekennen) dan was ik

schrgver van een niksje-niemendalletje, een liever met haar uitgegaan dan met „Bubtooneelspel

weet te maken, waarover harte- bles". Waarom heeft Annie van Duyn, met

lijk gelachen wordt, hij vertrouwt toch wel wie hij wel meeging, ons zyn voorkeur niet

een beetje te veel op de wereld-on wijsheid wat begrijpelijker gemaakt?

van Colonel Hammond (voortreffelijk ge- En nu een vraag, een zwaartillige vraag

speeld door Eduard Verkade, die ook de van een „hollanclschen" recensent. Deed het

regie had) en zijn vrouw (Helene Sister- R. H. T. goed om dit stuk in den altijd

mans-Vink).

toch nog min of meer deftigen. Koninklijken

's Nachts, als de ouders slapen, komen de Schouwburg te vertoonen?

twee volwassen, vroegrijpe zoons thuis van Ja... . en neen.

de vermakelijkheidsgelegenheid, waar ze met Ja, omdat het amusante in onze donkere

hun dames heengetrokken waren.

tijden een gelukkige afwisseling geeft, ook al

De oudste zoon, Neville, begeleidde Lady bestaat dit amusement uit een moraliseerend

Cattering, de jonge, over-levenslustige tooneelwerk, waarin een aantrekkelijke jonge

vrouw van zijn aanstaanden chef, naar het vrouw haar japon uittrekt en met een-jongen

theater. Lady Cattering probeert mét weinig man op een canapé gaat zitten zoenen.

scrupuleuze middelen den aanstaanden adju- Neen.... Omdat zes achtste, op z'n gundant

te verleiden. Joeki Broedelet speelt dat stigst gezegd vijf achtste van de medespelendeel

van haar rol (een zeker niet on- den noch de verve, noch de gaven heeft om

dankbaar scènetje) met verdienste. Neville dit genre stukken met de noodige lichtheid

Hammond (Adriaan van Hees) kan zich te spelen. Verkade was heel goed, Rienks

niet gemakkelijk vrij maken van het respect goed. Joeki half goed en mevr.Heymans ook.

voor de „vrouw van zijn a.s. supérieur." Zy Maakt drie van de acht.

worden gestoord door zijn jongeren broeder Maar de overigen....

Jerry (den „marinier", die met een kennisje Laat ons er over zwijgen.

van een paar dagen uit was geweest). Hij en

„Bubbles", zijn vriendinnetje, snappen de

Lady en haar vriend in een niet gewone

situatie. Zij en dcmi-negligé en hij heel

intiem met haar op de sofa.

Jerry (Piet Rienks) speelt voortreffelijk

en hij lanceert verschillende heel rake gezegden.

De andere morgen (the day after the

night before) brengt de ontknooping. Het

gaat er voor de Lady onaangenaam uitzien,

want Bubbles Thompson (Annie van

Duyn) wenscht zich te wreken over de

hooghartige wijze, waarop ze is behandeld.

Als redster der situatie acteert Nanny, de

oude, tactvolle, liefhebbende juf, die voor

d'r „kinderen" waakt en Her Ladyship sauveert,

doch niet eerder, dan na dat zij van

haar" de belofte heeft gekregen, dat Neville

door haar met rust zal worden gelaten.

Mevr. Heymans-Snijders speelt deze rol

met opgewektheid.

Omdat ik alle spelers en speelsters, op één

JOEKI BROEDELET EN A. v. HEES.

- 13 -

HOE FILMSTERREN

GEKLEED GAAN

1. Kathleen ORegnn, die een lersche is, houdt dol

veel van paardrijden. Toen de opnamen in Egypte

voor haar filiu CFires of Fate" werden «emuakt,

had zü geleuenheid om naar hartelust van deze

sport te genieten. Wij zien haar hierboven in het(

rijcosluum, dat zü voor haar ritten in het land van,

den Nijl had aangeschaft: stevige laaizen, een

nauw om de beenen sluitende pantalon, een een-

voudige zijden sportblouse en een tropenhelm.

(Foto B.l.P.)

Foto no. 2 geeft een door de Paramount Studio's

ontworpen rijcostuum, dat meer den traditioneelen

trant der „amazones" volgt.

(Foto Paramount)


ALS HIT LEVEN EEN TRIOMF WORDT

m

VINCENZ PRIESSNITZ. - EEN OOSTENRIJKSCHE BOER ALS DOKTER.

waad rukt de jonge boerenzoon

aan de leidsels... „Vort, bonk!"

-— Wat scheelt het oude, trouwe

dier vandaag toch? Is de duivel dan

in hem gevaren? De zweep spreekt

duidelijker taal dan de aansporingen

met den mond; het paard geeft een

ruk aan den wagen, valt en trekt zijn

baas mee... Deze blijft langen tijd op

den grond liggen, want een zware

wagen, geladen met tien zakken meel,

zijn een tè groote last voor de borst

van den zeventienjarige..."

„Ernstig, zéér ernstig... In het gun-

stigste geval een kreupele," heeft

Priessnitz den dokter uit Freiwaldau

tegen zijn moeder hooren fluisteren.

Nu ligt hij alleen te peinzen: zijn

vader blind, -zijn oudste broer dood —

wie moet er dan werken voor het ge-

zin ? Zou hij beter worden ? Het warme

omslag met de kruiden, door den dok-

ter voorgeschreven, helpt niet. Hij rukt

het af, wil zichzelf helpen, op een

andere, natuurlijker manier. Reeds als

kind, toen hij de koeien hoedde, heeft

hij gezien, hoe de dieren des velds, wan-

neer zij gewond zijn, in de koele beek

springen. En toen hij eenigen tijd ge-

leden zijn vinger ernstig had gewond,

was deze óók spoedig genezen door een

koud omslag...

Zijn besluit staat vast. Hij wikkelt

zich een ijskouden, natten doek om de

borst en slaapt weldra in, hoewel de

pijnen hem vóór dien tijd belet hadden

zijn oogen te sluiten! Na een paar

dagen lijkt er een wonder gebeurt: hij

kan weer arbeid verrichten en na een

jaar lang natte, koude omslagen te

hebben gedragen, voelt de jonge Vin-

cenz Priessnitz zich weer volkomen her-

steld !

Van dat oogenblik af is hij een warm

voorstander van de geneeswijze door

koud water. Hij gaat na, wat de uitwer-

king der koud water-omslagen bij hem-

zelf is geweest, wat het koude water

doet voor gewonde dieren. Hij bemerkt,

dat koud water verwarmt, warm water

echter verslapt. Tevens komt hij tot de

ontdekking, dat lichaam en koud water

de eigenschap hebben, wanneer zij met

elkaar in aanraking komen, hun tem-

peratuur in onderlinge overeenstemming

te brengen, waarbij opwekkende prik-

kels worden teweeggebracht. Hij ziet,

welk een geweldige heelkracht er in

het dierlijk lichaam schuilt, en trekt

de conclusie, dat er geen geneesmid-

delen bestaan, maar slechts hulpmid-

delen, om die geneeskracht te bevor-

deren. Met koudwater-wasschingen en

-baden, -omslagen en -drinken begint

hij uiterlijke kwetsuren bij mensch en

dier uit zijn omgeving in het" kleine

dorpje Gräfenberg bij Freiwaldau te be-

handelen. Weldra verkrijgt hij echter

ook opmerkelijke resultaten door zijn

„kuur" bij jicht en rheumatiek, bij

maag- en leverkwalen, zenuwzwakte en

..^..»^.^ .».«..,■

verlamming. Reeds een jaar later roe-

pen de zieken uit wij deren omtrek om

den negentienjarigen „waterdokter". Zij

komen nu van verre, laten zich niet

afwijzen, vestigen zich in zijn omgeving.

De jonge Priessnitz laat hen bij het

bewerken van zijn akker helpen, zet

hen aan den bouw van zijn nieuwe,

steenen huis, waarin hij een groot bas-

sin laat aanbrengen, waarin steeds koud

water stroomt uit de bron, die zich in

de nabijheid bevindt. En zóó heeft hij,

ruim een eeuw geleden, reeds het eerste

„hydrotherapeutische instituut" ge-

sticht. s

Zijn „praktijk" breidt zich steeds uit,

en met toenemende jaloezie zien som-

mige menschen in zijn dorp hoe zijn

faam stijgt, hoe hij van boer „dokter" is

geworden. Men kan hem niet laten

vervolgen, want hij doet niets wat straf-

baar is, maar waar men kan, maakt

men hem het leven zuur. Zelfs van af

den kansel wordt er tegen zijn „afgo-

derij" gepredikt. Hij is een „verderfelijk

profeet, die de menschheid tot bijge-

loof voert". Wie hun stem tegen hem

verheffen, zien zich echter .dikwijls na

korten tijd genoodzaakt zijn hulp in te

roepen. De dankbaarheid van hen, die

door hem van hun kwalen werden afge-

holpen, is werkelijk soms roerend: zelfs

biedt men hem aan, een academische

studie voor hem te betalen. Maar

Priessnitz dankt voor de eer: „hij wil

maar liever niet verder lezen, want

dat brengt iemand maar op dwaal-

wegen".

Reeds is zijn naam tot het hof door-

gedrongen, en de lijfarts van aartsher-

tog Anton ontbiedt hem naar Weenen

en vraagt hem, wat hij allemaal ge-

nezen kan. Priessnitz zegt het: jicht,

podagra, haemorrhoïden, nierziekten..;"

— „Als je dat allemaal genezen kunt,"

antwoordt de eerlijke lijfarts, „ga dan

je gang, man, want dat kunnen wij

niet!" -

Intusschen heeft Priessnitz tijdens de

behandeling van een koe de weldadige

werking van transpireeren opgemerkt,

en het kunstmatige zweeten in zijn 'be-

handelingsmethode opgenomen. Zijn

instituut" is uitgebreid: hij kan nu

twaalf patiënten logeeren en beschikt

over twee badkuipen. Onder een van

zijn patiënten bevindt zich in het jaar

1829 een leeraar uit Weenen. Van

dezen man leert Priessnitz schrijven,

iets wat hij tot dan toe niet kende. En

hij zou weldra veel te schrijven hebben...

Zijn vijanden hebben echter ook niet

stilgezeten; zij hebben een strafvervol-

ging tegen hem uitgelokt, „omdat hij

met zijn medemenschen een gevaarlijk

spel drijft". De justitie weet niet goed

wat zij doen moet; reeds eenige jaren

geleden heeft zij Priessnitz verboden

zijn „tooverspons" te gebruiken, waar-

op Priessnitz geantwoord had: „Zoo-

— 14 —

tiÉaÉiÊki

veel te beter, dan wasch ik de men-

schen met mijn handen!" Toch meent

de rechtbank hem dit keer te moeten ver-

oordeelen tot vier dagen arrest, „ver-

scherpt door vasten", omdat hij de

wet had overtreden en het leven van

zijn patiënten in gevaar bracht.

Toen Priessnitz veroordeeld werd,

had hij zijn ervaringen wat de aan-

wending van koud water betreft, reeds

tot een koen, zij het ook niet geheel en

al compleet' en feilloos systeem van een

natuurlijke koudwaterbehandeling uitge-

werkt.

Voor de menschen van zijn dagen —

men vergete bij het bovenstaande niet,

dat de medische wetenschap toen bij

lange na nog niet zoo ver was als

tegenwoordig! — beteekende Priessnitz

een interessante sensatie. Er ging een

groote suggestieve kracht van hem uit;

de menschen, die hij genas, verkondig-

den zijn lof, terwijl zij, die niet genezen

werden óf stierven ót in het vergeet-

boek raakten. Hij verbood den mannen

het dragen van wollen onderkleeding,

den vrouwen het corset, omdat het de

inwendige organen doet verschrompe-

len. Hij beteekent een revolutie voor de

gemoedelijke burgers van zijn tijd, wien

hij leert, welke groote, .belangrijke

functie de huid heeft te vervullen, en

hoè zij die kan vervullen: door ze

onder striemende waterstralen 'te

plaatsen!

Als „honorarium" voor een succes-

yolle behandeling heeft Priessnitz de

dochter van den burgemeester van

Böhmisch-Dorf tot vrouw gekregen, die

hem ontheft van het administratief be-

heer over zijn snel-groeiende onder-

neming. Weldra toch bereikte het aan-

tal „kuurgasten" meer dan zeventien-

honderd !

In Januari 1847 valt Priessnitz in

de gang van zijn instituut plotseling

bewusteloos neer. Na eenige uren komt

hij tot bewustzijn, en geeft dan zélf aan,

hoe hij behandeld wil worden. Hij her-

stelt dit keer nog snel, maar blijft

ziekelijk en sterft vier jaar later (1851),

nadat hij drie keer met groote beslist-

heid geweigerd heeft, een dokter bij

zich toe te laten. Als men echter, vol-

gens zijn laatsten wil, overgaat tot een

sectie, ontdekt men, dat zijn lever aan-

gedaan is, waarvan de oorzaak te zoe-

ken is in den val, dien de zeventien-

jarige Priessnitz heeft gedaan toen zijn

paard schrok van den zweepslag. De

ribben, die toen gekneusd werden,

waren nimmer geheel genezen! En het

mocht volgens de dokters een wonder

heeten, dat Priessnitz met een dergelijke

kwaal nog zóó lang heeft kunnen

leven, en nog zóó veel heeft kunnen

presteeren, want hij heeft niet minder

dan veertigduizend patiënten persoonlijk

behandeld en meer dan dertigduizend

een schriftelijk advies gegeven!

Rotverdeeling:

Emma Marie Drossle

Ronnie Richard Cromwel

Meneer Smith Jean Hcrshol

Isabella Myma Lo 1

De ambtenaar O.M John Milja)

Haskins .':. Purneil B. Prat

Mathilda Leila Bennet

Gypsy Barbara Ken

Sue . . . *. ....... Kathryn Ctawfor

Bill George Meeke

Het dienstmeisje Dale Mk

Drake . .,. Wilfred No

Graaf Pierre ......... Andre Chero

Emma is huishoudster bij met

Smith, wiens vrouw bü de gebo(

van haar jongsten zoon Ron

overleden is, Met ijzeren band regeert zij

groote huishouden, maar voor de kindei

vooral voor den jongsten. is xii de eet

moeder, die zij Soit gekend hebben. Zij

al hun kleine moeilijkheden op en is dikv


:-\../.

hun' voorspraak - bij hun vader, die zich

weinig met hen bemoeit en zich alleen voor

zijn werk interesseert. Vooral Ronnie is

bijzonder aan Emma gehecht.

Na vele jaren zal Emma voor het eerst in'

haar leven een maand vacantie nemen. Men

kan zich haast niet voorstellen, hoe alles

goed kan gaan, als zij er niet is. Ook meneer

Smith wordt uit zijn afzondering opge-

schrikt, en nu pas dringt het tot hem door,

. dat in -al die jaren de hulp van Emma onont-

beerlijk voor hcmt is geworden. Als zij op

het punt staat haar vacantie-reisje te begin-

nen, vraagt hij haar ten huwelijk en in haar

. vacantie maken zij hun huwelijksreis.

Gedurende hun reis sterft Smith aan een

hartkwaal en laat in zijn testament alles aan

Emma na.

Het bericht van het huwelijk is door de

kinderen met grootc verwondering ontvan-

gen. Het idee, dat hun vader met de huis-

_houdster getrouwd is, vinden zij toch al te

erg. Alleen Ronnie is blij, voor hem maakt

het geen verschil, want hij heeft Emriiie altijd

als zijn moeder beschouwd.

Als de dood van Smith bekend wordt en

het testament geopend is, stijgt de veront-

waardiging ten top. De kinderen beschuldi-

gen Emma van moord op hun vader. Ron-

nie, die een vliegtochtje is gaan maken, komt

direct terug om Emma terzijde te staan.

Gedurende het proces denkt Emma hoofd-

zakelijk aan de kinderen. Voor haarzelf

schijnt alles van geen belang te zijn. Als de

advocaat onvriendelijk over de aanklagers

spreekt, verdedigt zij „haar" kinderen. Zij

wordt vrijgesproken, doch op dat moment

ontvangt zij bericht, dat Ronnie met zijn

vliegtuig verongelukt is. Aan de baar van

Ronnie vragen de andere kinderen haar om

vergiffenis, maar zij kan haar oude plaats

in het huishouden niet meer innemen en

neemt een betrekking aan in een jong huis-

gezin, waar kleine kinderen haar zorg noo-

dig hebben.

1. Emma's ideaal. 2. Mary Dressler (Emma).

3. Richard Cromwell (Ronnie), Mary Dressler

en Jean Hersholt (Mijnheer Smith). 4.

Richard Cromwell.

WIJ BRENGEN IN No. 466 EEN GROOTE M.G.M.-PRIJSVRAAG

EENÉ RAYMOND.

(FOTO PARAMOUNT)


len roman „Gilgi, eine von uns"

van Irmgard Keun.

Regie: Johannes Meyer.

Muziek: Franz Grothe.

Een film der T.K. productie der Hisa

Film G.m.b.H..

Uitgebracht door Paramount.

In de Hoofdrolten:

Gilgi Brigitte Helm.

Martin Gustav Diessl.

Olga Jessie Vihrog.

Peter Ernst Busch.

Stefan Günther Vogdt.

De Heer Krön .' . Paul Biensfeld.

Mevrouw Krön .... Helene Fehdmer.

Adrienne Brcnnert . . Hermine Sterler.

De Dokter Julius Brandt.

De Chef Erwin Kaiser.

De Gigolo Carl Walther Meyer.

Trudi Lydia Alexandra.

Lore Gudrun Ady.

De typistes

Jutta Jul, Anita Mey, Wera Liessem.

De heer in de tram .... Karl Greppert.

Hanns Hellmuth Gauer.

Fritz Otto Reinwald.

De Tuinman Carl Platen.

De Politie-agent ... Gerhard Demann.

In deze film zien wij het noodlot van

een jong meisje voor ons afrollen, een

jonge vrouw, wier leven uit duizend

kleine, alledaagsche voorvallen bestaat. Hier

wordt ons een leven geteekend, dat zoo

levenswaar, zoo echt is, dat zich in de per-

soon van Gilgi het lot van tallooze, moderne

vrouwen schijnt te weerspiegelen.

Gisela Krön, in het dagelijksch leven Gil-

gi genoemd, is een meisje van twintig jaar,

gezond, intelligent en eerzuchtig. Haar

ouders, die vlak tegenover den Dom te Keu-

len, een klein winkeltje van reis-souvenirs

drijven, zijn eigenlijk niet weinig trotsch op

hun kind, hoewel zij haar in het geheel niet

begrijpen en niet in het minst medeleven met

het innerlijk leven van het meisje, dat zoo

gesloten en zakelijk is, en aan niets anders

schijnt te denken dan aan werk en aan voor-

uitkomen in de wereld.

Gilgi's leven speelt zich binnen enge

grenzen af: daar is haar kantoor, waar ook

Olga, haar beste vriendin, werkt, haar bur-

gerlijk huis, waar zij slechts eet en slaapt;

haar kennissen zijn een paar studenten, die

dapper werken om aan den kost en aan

studiegeld te komen.

^S

%m

=-J.

fei

■1 '

In deze kleine wereld is voor liefde geen

plaats — Gilgi's toekomst ligt kant en klaar

voor haar uitgestippeld: werk, werk en nog

eens werk. Dan komt de dag waarop zij een

en twintig jaar wordt, en tot haar groote

verrassing ontvangt zij van de Bank een

aanzienlijke som geld,, die door een haar

volkomen onbekende dame twintig jaar

geleden voor haar daar gedeponeerd is. Van

haar ouders verneemt zij nu, daar er toch niets

meer te verzwijgen is, dat haar moeder, een

dame uit goedgesitueerden kring, indertijd

de kinderloosheid van het echtpaar Kron als

welkome oplossing voor een misstap heeft

aangegrepen, en Gilgi als pasgeboren baby

bij hen achterliet.

Noch het geld, noch de wetenschap dat

Frau Kron slechts haar pleegmoeder is, bren-

gen verandering in Gilgi's denk- en handel-

wijze. De groote verandering in haar-leven

komt eerst als zij Martin leert kennen —

een. vroolijken, levenslustigen en charmanten

jongen, een reizend verslaggever en auteur:

vandaag rijk, morgen arm, vandaag hier,

morgen daar — een wereldburger zonder

vaste woonplaats, zonder vaderland. En

Gilgi, de, kleine, onsentimenteele Gilgi heeft

haar groote avontuur, dat alles omverwerpt,

wat zij zoo ijverig heeft opgebouwd. Haar

geheele mooie levensplan, dat zoo klaar en

duidelijk voor haar stond, dat als een rots-

vaste toekomst scheen, valt ineen. Om Mar-

tin te kunnen volgen, verlaat zij haar pleeg-

ouders, neemt ontslag van haar kantoor, en

offert alles op voor hem, die eigenlijk haar

in het geheel niet begrijpt omdat hun karak-

ters zoo volkomen verschillen.

Met de kortzichtigheid van de verliefde

vrouw houdt zij voor „eeuwige liefde" wat

voor hem slechts een avontuur beteekent.

Weldra voelt zij dan ook, dat zijn genegen-

heid voor haar dood is. De oude, kleine Gilgi

keert daarom terug en neemt haar kleine

leven vast in de hand. Uit eigen beweging

verlaat zij Martin, en trekt weg uit Keulen,

om ergens anders voor zich en haar kind

te arbeiden. In haar kind zal zich haar lot

niet herhalen.

Eerst als Gilgi weg is verneemt Martin

van Olga de waarheid. En eerst nu ontwaakt

in hem een besef van zijn plicht als niensch

en kameraad. In hem komt voor het eerst

een echte liefde boven voor deze prachtige

vrouw, voor wie hij meer wil zijn dan een

herinnering. . . .

1. Gustav Diessl (Martin) en Brigitte Helm (Gilgi). 2.

Brigitte Helm en Helene Fehdmer 3. Hermine Sterler

(Adnenne Brennert). 4. Ernst Busch (Peter). 5. Jes-

sie Vihrog (Olga) en Gustav Diessl.

FILM-ENTHOUSI ASTEN

P. a. H. ée '».GRAVENHAGE. He£

adres van Willy Friésch is Bitfersfrasse

8—12, Berlijn—Dahlem,

C. N. £e BILTHOVEN. Dat is Inder-

daad zijn ware naam, gewoonlijk laat men

de vele voornamen weg, dan blijft Ramon

Samaniego over. ,

H. SCH. te AMSTERDAM. Hierbij de

gevraagde adressen. Lilian Harvey, Ahorn

Allee 16, Berlijn. Jackie Coogan, 5451

Marathon Street, Hollywood. Käthe von

Nagy. Kranrallee 8, Berlijn. Indien u deze

sterren schrijft, niet vergeten antwoord-

coupon in te sluiten.

S. C. te ENSCHEDE. De gevraagde

foto's zijn verzonden. -U moet Willy Fritsch

drie antwoord-coupons sturen.

A. SP. te RIJSWIJK. Op dergelijke

vragen kunhen wij alleen in deze rubriek,

dus niet per brief, antwoorden. Het adres

van Adele Sandrock is Leibnitzstrasse 60,

, Berlijn.

J. P. W. te AMSTERDAM. Iedere

abonné kan desgewenscht twee groote

filmfoto's gratis ontvangen.

M. v. d. B. te BOXTEL. Aan het post-

kantoor te Boxtel zijn ook antwoord-

coupons verkrijgbaar. Greta Garbo geeft

voorloopig geen antwoord roeer op de

haar door film-enthousiasten toegezonden

brieven, Marlene Dietrich beantwoordt de

brieven binnen een half jaar. Indien u

een foto van de sterren wenscht te ont-

vangen, moet u drie antwoord-coupons

inzenden.

F. M. te 's-GRAVENHAGE. We zullen

gaarne de bedoelde foto ontvangen.

H. W. te ROTTERDAM. De gevraagde

foto's zult u intusschen wel ontvangen

*~ZM-

LIONEL BARRYMORE

zooals hij er In een nieuwe M.G.M.-flIm zal uitzien.

—-^

,. ..„\

Nivea is dag- en nachicreme Iegelijk. Ze

bezorgt U dat jeugdige, (rissche en gezonde

uiterlijk, wat wij allen zoo gaarne bezitten.

HJLM-t N i nwuaiAa i tw

hebben. Het adres van GretI Theimer is

Grunewaldallee 22, Berlijn—Zehlendorf.

Charles Farrell kunt u schrijven Fox

Studios, 1401 Western Avenue Los Angelos.

L. V. te BU5SUM. Op brieven, die niet

met naam en adres zijn onderfeekend, kun-

nen wij geen antwoord geven. .

E. W. te HOOFDDORP. Indien u de

onkosten vergoedt, zal zoowel Polygoon

als Orion-Profilti gaarne deze film op-

nemen. U kunt zich ook wenden tot den

heer Loet C. Barnsteyn, Hoef kade 9,

's-Gravenhage.

A. C. te AMSTERDAM. Lilian Harvey

kunt u in het Duitsch, Fransch of Engelsch

schrijven. Het staat nog niet vast, wanneer

ze naar Hollywood vertrekt, daar ze eerst

nog in Duitschland een film moet spelen.

Misschien brengt ze dan voor haar vertrek

naar Amerika nog een bezoek aan ons land.

C. v. W. te BUSSUM. De antwoorden

op uw vragen hebben we reeds eerder

geplaatst. Hansi Burg is tooneelspeelster.

Hans Albers speelt vaak tooneel, Willy

Fritsch de laatste jaren niet.

L. L. te ROTTERDAM. Het staat nog

niet vast, wanneer er weer een film met

bedoelde actrice in de hoofdrol, in Rot-

terdam vertoond zal Worden. We raden u

aan geregeld de rubriek „Nieuws uit de

Studios" te lezen. We zonden U een foto

van Greta Garbo en van Ramon Novarro.

D. B. te NIJMEGEN. Het adres van

Johnny Weissmüller is Metro-Goldwyn-

Mayer Studios. Culver-City, Californië.

Maureen OSullivan hetzelfde adres. Her-

mann Thimig woont Nestorstrasse 45,

Berlijn.

R. P. F. te 's-GRAVENHAGE. Greta

Garbo zal weer naar Hollywood terug-

keeren. Zij is werkelijk niet getrouwd.

tut 5ü>& mló4-

of koud en voditig is, bescherm

dan Uw huid met Nivea. Wrijf

eiken avond vóór net naar bed

gaan gezichl en handen flink mef

NIVEA

in. Hef weefsel wordf veerkradifig, de huid

gezond en slerlc. Weer en wind zullen

U niet meer deren.

Maar ook overdag, alvorens naar builen Ie

gaan, kunl U zich mei Nivea inwrijven;

ze dringl geheel in de huid

loor en laai geen g ans achter chl€

in *uÄm35cii55ct^Ä

l i HIVE**

n.tt

IVEA — de eenige huidcreme, die Eucerit bevat


^i Nj JL^JUJESS. v JL.rujf^. ^j^^Jar^ 1

Zang 1

Pia no

it I J h II Jl Jl p f^^

Mod. tc^assai

M J p m

1LJ Jl UW mULlKK VAN

DAAN NIEUWÉNHUIJZEN

M

On - der vier oo - gen is al heel wat gc - beurd. Waar-

^

rr

I i [ ' ' PI I M S' ' ' i ' n i'' '' ii i r i f i' i' i

om werd ge-lachen, waar - om werd getreurd Veel wordt gezegd, maar veel meer wordt verzwe - gen

^^ i É

j ^cV'jJ J^J 'iü'iJüCJii a 11

j pffp p f mm ve - len heb - ben ook een har - de les ge - kre ^^

1 } M J| T

Onder vier oogen kwam ook heel wat tot stand.

En voell men elkander geducht aan den tand;

Onder vier oogen durft men dingen vragen.

Waaraan men zich in gezelschap niet zou wagen.

En hoeveel menschen zijn er in 't leven vaak bedrogen

Onder vier oog-en?

a ^

^ i

gen — De ( ee-ne spreekt de waar - heid — De

I

Onder vier oogen voelt hij zich sterk genoeg

En dunkt in zich zelve: „Als ik haar nu vroeg..."

Fluist'rend zegt hij dan tot haar: „Ach, mijn popje

Nu kan ik 't je zeggen, 'k ben al lang dol op je...."

En beiden zijn gelukkig, van vreugde opgetogen

Onder vier oogen.

■^AISOINI ODIOT 7 PLACE DE LA MADELEINE. PARIJS

Fabriek van

Artistiek /

Zilverwerk

Gevestigd

tn

1690

Specialiteit

voor

geschenken

in zilver

en verzilverd

metaal

GROOTE KEUZE IN KUNSTVOORWERPEN UITGEVOERD NAAR ONTWERPEN UIT ELKE STULPBRIODE

MIJN NEEF JANSSEN

was, zooals wel eens meer gebeurt, in

heftig debat gewikkeld over de eigen-

schappen van het zwakke geslacht.

„En ik geloof," zei zijn vriend, „dat

er geen enkele vrouw is, die een ge-

heim bewaren kan."

„Toch wel," antwoordde mijn neef.

„Mijn vrouw kan het. Nu zijn we al

zóó lang getrouwd, en ze heeft me nog

nooit, verteld, waarom ze altijd zooveel

geld noodig heeft!"

Op de groote Indië-boot werden

sportwedstrijden gegeven. Voor het voet-

bal-elftal van getrouwde beeren was er

echter een tekort. Men zocht daarom

een plaatsvervanger en meende dien te

vinden in een zielig en in elkaar ge-

doken mannetje, dat bij de reeling zat

en mistroostig over de zee uitzag.

Toen hem aan 't verstand werd ge-

bracht, wat er van hem werd verlangd,

zei hij angstig: „Ik ben heelemaal met

getrouwd. Ik ben alleen maar zeeziek!"

Twee vrienden, waarvan de een ge-

trouwd was en de ander niet, zaten in

den schouwburg en bewonderden het

spel van een zeer populairen acteur.

„'t Is schitterend!" vond de ge-

trouwde. „Zoo écht als hij zijn liefde

voor de eerste actrice speelt, hè?"

Ta _ heel goed," antwoordde de vrij-

gezel. „Maar hij is met haar getrouwd,

hoor! Al achttien jaar!"

„Wat? Getrouwd?! Allemachtig,wat

'n talent moet die man hebben!"

Echtgenoot: „Wat denk je van een

flinke wandeling ? Ik heb behoefte aan

een opfrissching!"

Vrouw: „Daar hoef je niet voor te

gaan wandelen, lieve. Hier is de reke-

ning van mijn naaister."

„De menschen zijn toch tegenwoor-

dig lang niet zoo formeel en vormelijk

meer als vroeger!"

„Juist," antwoordde de dame, die

pas had leeren chauffeeren, „dat is

inderdaad zool lederen keer, dat ik

in den wagen uitga, tref ik politie-

agenten aan, aan wie ik heelemaal niet

ben voorgesteld en die mij maar bru-

taalweg aanspreken!"

ONZE WEKELIJKSCHE

PRIJSVRAAG

Vraag twee honderd en twee*

Wie is de stichter van de coöpera-

tieve verbruikersvercenigingen ?

"Onder degenen, die vóór 28 Decem-

ber (abonné's in overzeesche gewesten

vóór 28 Februari) aan ons adres]:

Redactie „Het Weekblad", Galgewater

22, Leiden, goede oplossingen inzenden,

verdeden wij een hoofdprijs van f2.50

en vijf aardige troostprijzen. Op envelop

of briefkaart vermelde men a.u.b. dui-

delijk: Vraag 202.

yati

De schipbreukeling (tot medeslacht-

offer, dat op zijn vlot klimt): „Kerel,

ik wil je tevoren even waarschuwen,

dat ik een leelijke verkoudheid te pak-

ken heb!"

De jongeman was vertegenwoordiger

en het was zijn werk * vleesch-snijma-

chines aan den man te brengen. Zijn

eerste klant was een dikke, ronde vrouw

van middelbaren leeftijd, die genoeglijk

glimlachend achter haar toonbank

troonde.

„Mevrouw," zei de reiziger, „er ont-

breekt iets in dezen winkel. Het werk is

te zwaar voor u. Vertelt u mij eens,

verlangt u nooit eens naar iemand,

die u helpt?"

De vrouw begon te lachen en de ver-

tegenwoordiger glimlachte ook.

j,Een vrouw zooals u," vervolgde hij,

„moest niet zulk zwaar werk als snij-

den doen. Alle zorg en moeite kunnen

u bespaard worden als u mij toestaat..."

Toen kwam er een geluid als van

een donderbui, er viel iets boven op

hem en alles was voorbij.

Toen hij bijkwam 4ag hij in zijn

bed en om hem heen stonden belang-

stellende vrienden.

„Wij hebben ons allebei vergist,'

meende de getroffene.' „Ik wist niet,

dat zij mijn woorden als een liefdesver-

klaring beschouwde en zij wist niet,

dat haar man in de zijkamer was!"

„Toen de directeur mij vroeg, hoe

oud ik was, kon ik 'mij absoluut niet

herinneren of ik twintig was of een

eil twintig!"

„En wat heb je toen opgegeven?"

„Ik heb het verschil gedeeld ien

negentien gezegd."

Er was een dame aangereden door

een auto en zij lag bewusteloos op

straat. De omstanders deden hun best,

de getroffene bij kennis te brengen en

een der hulpvaardigen zei:

„Telefoneer dadelijk om een zieken-

auto; dan kan de oude dame naar het

ziekenhuis worden gebracht!"

„Wat oude dame?!" voer de over-

redene verontwaardigd uit, terwijl zij

haar oogen opsloeg. „Ik ben pas vijf

en veertig!"

„Waarom huil je, broertje?"

„Mijn vader zegt, tiat moeder een

waggelende gans is."

„Nu?"

„En moeder noemt vader een stom-

mgn idioot."

„Maar moet jij daar dan om huilen?

„Ja, natuurlijk! Want wat ben ik

nou ?"

-21 -

Onderwijzer: „Jan, wat is het meer-

voud van hippopotamus?"

Jan: „Het meervoud van hippopo-

tamus is h-i-p-p-o-p-o-t-a — och mijn-

heer, wie wil er nu meer dan één zoo'n

beest hebben?"

De goochelaar haalde twaalf eieren

uit zijn hoogen hoed en toonde die aan

't publiek. Toen wendde hij zich tot

kleine Jantje op de voorste rij.

„Jouw moeder kan niet aan ^eieren

komen zonder kippen, nietwaar!"

„O, ja!" antwoordde Jantje.

„Hoe dan?"

„Zij houdt eenden!"

De belasting-ambtenaar vroeg de

dame, hoe oud zij was, waarop zij

antwoordde:

„Weet u, hoe oud de meisjes Berg

zijn, die naast mij wonen?"

„Natuurlijk."

„Nu, ik ben even oud."

Toen schreef de belasting-ambtenaar

op: „Zoo oud als de bergen."

Bobby was de slechtste speler van

de heele golfclub. Hoe Bobby ook

sloeg, hij was er altijd naast! Op een

dag echter bemerkten de leden, dat

Bobby al een paar maal achter elkaar

den bal had getroffen en zij vroegen

hem daarom, waarom hij zoo goed

speelde.

„Dat komt zoo," vertelde Bobby ge-

lukkig. „Ik heb op den bal het portret

van mijn bureau-chef geteekend en nu

gaat het voortreffelijk!"

„Maar Mina!"' zei mevrouw ontzet

tegen de werkvrouw. „Hoe kom je aan

dat blauwe oog ?"

„Dat is uw schuld, mevrouw!"

„Mijn schuld?!" •

„Ja. u zei, dat je als vrouw je man

moet gehoorzamen en hem nooit tegen-

spreken. Nou, gisteren zegt-ie tegen me:

„Denk je, dat ik g'ek ben?" zegt-ie.

„Ja," zeg ik en... zoo kom ik aan

dat blauwe oog! Nou weet u't!"

DE OPLOSSING

Vraag honderd acht en negentig.

Door een letterkundig genootschap in

Zuid-Frankrijk (gesticht door trouba-

dours in 1323) worden ieder jaar dich-

terlijke wedstrijden gehouden, waarbij

als prijzen gouden en zilveren bloemen

toegekend werden. Vandaar den naam

bloemenspelen.

De hoofdprijs van f 2.50 kenden wij

deze week toe aan den heer D. van

Agteren te Schiedam.

Een troostprijs viel ten deel aan den

heer J. Vintges, Amsterdam;mejuffrouw

E. J. Spaans, Alkmaar; den heer Chr.

L. Grcshof, 's-Gravenhage; den heer

K. Jiittner, Scheveningen; den heer G.

F. Reijkersz, Rotterdam.


[Vervolg van pagina 6)

plaatsen, waar de kaarsen brandden.

Kunnen jtdlie je verplaatsen in de

mysterieuze gewaarwording, die zich van

ons meester maakte ?

Dit nogal ontzenuwend afwachten

duurde ongeveer een uur; toen werd

de atmosfeer zóó gespannen, geladen

met electriciteit, dat ik overtuigd was,

dat er weldra iets ging gebeuren.

Opeens klonk uit den Oostelijken

hoek van de hall een zacht geluid; de

ruggen der „Schupo's" spanden zich.

„Kalm aan, mannen; houd je be-

daard," fluisterde ik scherp, en dat

hielp. Ik keek de hall rond; de hon-

den waren overeind gekomen en staar-

den met angstige oogen in de richting

van de voordeur. Ik keek den zelfden

kant uit en op hetzelfde moment hieven

zij een woest geblaf aan; al maar loe-

rend naar de deur.

Even plotseling als ze begonnen

waren, hielden ze zich eensklaps stil;

den kop luisterend omhoog. Op het-

zelfde oogenblik hoorde ik aan mijn

linkerkant een zacht, metaalachtig ge-

klik en als geboeid rustten mijn oogen

op den haak, waarmee ik de voordeur

had vastgezet. Een onzichtbaar „iets"

had den haak aangeraakt en morrelde

er aan.

Jullie weten, dat ik geen lafbek ben,

maar een rilling liep mij over den rug

bij deze lugubere geheimzinnigheid; ik

kreeg een ellendig, misselijk gevoel,

alsof iemand me een slag tegen de

maag had gegeven en ondanks mijn

verbijstering zag ik, dat ook de anderen

stijf van ontzetting waren. Er hing een

beklemmende looden stilte in de hall.

Toen nam ik waar, dat de haak lang-

zaam uit het oog werd getrokken, maar

niemand of niets raakte hem aan. Tege-

lijkertijd kwam met een schok het be-

wustzijn, dat ik handelen moest. Ik

greep mijn camera en richtte de lens

op de deur. De geweldige magnesium-

vlam van het bliksemlichtapparaat

flitste fel op en de doodelijk-verschrikte

honden lieten gelijktijdig een doordrin-

gend gehuil hooren.

Als reactie op het verblindende licht

van de ontploffing leek de hall een

moment pikdonker en in dat oogenblik

hoorde ik in de richting van de deur

een gerinkel, dat mij mijn oogen tot het

uiterste deed inspannen. De uitwerking

van de schelle vlam van het bliksem-

• licht was echter spoedig voorbij en ik

kon weer alles om mij heen onderschei-

den. De zware voordeur werd lang-

zaam gesloten! Met een lichten bons

viel ze in het slot toen werd het

weer doodstil; alleen het gejank van

de honden vormde een eiland van ge-

luid in die naargeestige stilte.

Ik keerde mij snel om en keek naar

von Sternfeld. Hij knikte mij toe

hij zag er ontdaan uit.

De „Schupo's" waren tamelijk rus-

tig, maar ik was overtuigd, dat deze

betrekkelijke kalmte moest toegeschre-

ven worden aan een overstelpende ver-

bijstering; het kon niet anders of ze

moesten nog veel zenuwachtiger zijn

dan von Sternfeld, die iets dergelijks

al had meegemaakt. Maar denk vooral

met, dat ik me erg op mijn gemak

voelde, dit was volstrekt niet het

geval! Maar ik heb zooveel hui-

veringwekkende gebeurtenissen meege-

maakt, dat mijn zenuwen in dit opzicht

taaier zijn dan van de meeste andere

menschen.

Ik richtte mij tot de politiemannen

en waarschuwde ze fluisterend zich niet

te verroeren — wat er ook mocht ge-

beuren — voor ik het sein daartoe gaf.

Overijling had immers het resultaat van

onze wacht in het kasteel geheel kunnen

bederven.

Anderhalf uur kroop voorbij zonder

dat er iets bijzonders voorviel; alleen

hieven de honden zoo nu en dan een

gehuil aan, dat je door merg en been

ging. Op een gegeven moment zag ik

echter, dat ze hun neus op een vreemde

OE IHIOLILAND8CIHIE VB88CIHIER8,

een sextet, dat in een even origineel ais romantisch costuum optreedt.

- 22 —

^sémMiasm _. ^_ ^_^ _ ;

BEZOEKT HET

EF Mm-

TE BEN HAAG

manier hisschen hun pooten duwden

en over hun geheele lichaam begonnen

te trillen.

Toen ging in den hoek, die het verst

van de voordeur verwijderd was, de

daar geplaatste kaars uit! Het volgende

oogenblik trok von Sternfeld mij aan

den arm; een kaars voor een der ver-

zegelde deuren doofde! Ik hield mijn

camera gereed. Vervolgens gingen alle

kaarsen, de een na de andere uit, be-

halve die in den cirkel, waarin wij

zaten, waren geplaatst. Het geschiedde

zoo snel en zoo ongelijk, dat ik geen

enkelen keer op het juiste moment dat

een kaars doofde, een foto kon nemen.

Zoodra echter de kaarsen uit waren,

maakte ik een nieuwe bliksemlicht-

opname.

Even was ik half verblind en schold

mezelf voor ezel, dat ik vergeten had,

een donkere bril mee te nemem Ik

hoorde de „Schupo's" bü het plotselinge

opflitsen van de magnesiumvlam over-

eind springen en op luiden toon riep ik

ze toe, rustig te blijven zitten.

Na zoowat een halve minuut kon ik

weer zien en met een gespannen blik

keek ik de hall rond, maar ik nam niets

bijzonders waar, alleen was het nu, zoo-

als jullie begrijpt, donker in de hoeken.

Eensklaps drong het tot me door, dat

het vuur in den haard verminderde,

de gloed werd minder, stierf weg, ter-

wijl ik keek. De manier. Waarop dit

gebeurde, zou ik jullie het best kunnen

omschrijven door te zeggen, dat een

monsterachtige, ondefinieerbare macht

het leven uit het vuur wegzoog. Het was

griezelig-fascineerend om aan te zien.

.Eindelijk was zelfs het laatste glim-

mende vonkje verdwenen en de kring

van kaarsen, waarin we met ons achten

gezeten waren, vormde het eenig-over-

gebleven licht in de hall.

De gruwelijk, tergende kalmte, de

weloverwogen rust, waarmee dit alles

in nuchter-systematische opeenvolging

geschiedde, was in één woord om koud

van te worden ... en dat werd ik dari

ook inderdaad!

Achter mij hoorde ik de „Schupo's"

onrustig bewegen. Ik kon me levendig

voorstellen dat die dappere kerels

danig van streek waren. Een karweitje

als dit was ook waarlijk hun gewone

werk niet. Ik keerde mij half om en

deed mijn best hen te kalmeeren. Maar

het succes was twijfelachtig.

Opnieuw verliep een uur, een uur

van benauwde stilte, waarin niets ver-

meldenswaards plaats had. Ik voelde

mijn zenuwen trekken en tintelen tot

ia mijn vingertoppen alles in

en aan mij was tot het uiterste gespan-

nen, mijn adem ging zwaar ik

had de afgrijselijke gewaarwording of

een onzichtbaar monster uit een on-

stoffelijke wereld ons beloerde in de

halve schemering van de hall. Ik zeg

nog eens, jullie weet dat ik niet laf ben,

maar je moet de sensatie als deze zelf

hebben beleefd, om het paroxysme van

namelooze verschrikkingen te begrijpen,

waarin je dan zoo zoetjesaari geraakt!

Ik boog mij naar von Sternfeld.en

fluisterde ,hem toe, of hij ook het

gevoel had, dat er iets in de hall

tegenwoordig was. De moedige ruiter-

officier was doodsbleek; zijn oogen

schitterden als in koorts. Hij zag me

aan en knikte; toen dwaalde zijn blik

weer onrustig naar de hall.

Een nieuwe schakel in de keten der

lugubere gebeurtenisssen — de kaarsen

rond den omtrek van den cirkel floep-

ten uit en er heerschte een duisternis,

die in het eerste moment absoluut en

ondoordringbaar leek. Na eenigen tijd

echter teekenden de vensters in den

Zuidelijken wand zich als ietwat lichtere

plekken af. Maar de lucht was be-

trokken en in het vage schijnsel, dat

door de vensters viel, kon ik alleen

maar met de grootste moeite iets van

de silhouetten der gestalten van mijn

metgezellen onderscheiden.

Het eerste oogenblik had ik ■ een

gevoel alsof een korst ijs zich om mijn

hersens had vastgezet en of al mijn

levensfuncties van dit centrale punt uit

verstarden. Alleen mijn gehoororgaan

leek abnormaal scherp geworden, be-

- grijpelijk gevolg van de duisternis. Ik

kon mijn eigen hart hooren kloppen —

onnatuurlijk luid.

Met inspanning van al mijn geest-

kracht dwong ik mij tot kalmte en

ik slaagde er in mijzelf in zooverre

meester te worden dat ik in staat was

mijn camera en bliksemlicht-apparaat,

die onder het bereik van mijn hand

lagen, op te nemen.

Toen wachtte ik weer. Mijn handen

waren klam van 't zweet, merkte ik.

Een zwak geluid sloop door de stilte,

van twee kanten kwam het. Ik wist

oogenbbkkelijk wat het was; de zegels

werden verbroken — de verzegelde deu-

ren gingen open! Ik hief het fototoestel

en het bliksemlicht omhoog en met een

wonderlijke mengeling van benauwenis

en moed der wanhoop, drukte ik af.

Toen het schelle licht door de hall

scheurde, sprongen alle mannen op.

Daarop was er weer diepe duis-

ternis, die zich als een verstikkend

scherm om ons legde. Maar in het korte

oogenblik, dat de hall verlicht was ge-

weest, had ik gezien, dat de verzegelde

deuren allemaal geopend waren! Nu

weer een andere verschrikking: „drip-

drip-drip", op de tegels van de groow

hall. Het druppelen van het bloed was

begonnen: een paar eindelooze, onbe-

schrijvelijk-huiveringwekkende minuten

hield het aan het was, alsof het

regende...

Het tot een angstpsychose opzwee-

pende geluid van den „drop" werd

eensklaps overstemd door een ander,

dat uit den versten hoek kwam, een

doordringende jammerkreet van een der

honden, die je het bloed in de aderen

deed verstijven, gevolgd door een ge-

kraak, alsof er iets brak— ijselijk was

dat gekraak het deed physieke pijn.

Toen werd het doodstil. Het was zoo

door en door afschuwelijk, dat mijn

activiteit er een paar seconden door

Uw huid mag niet moe, onrein of

zijn. U gevoelt U dan ook zelf moe,

en onzeker. ScherkFaceLotion reiriigtdehuä

tot diep in de poriën, verwijd^'ra»»ët»r»,

prikkelt bloedsomloop en uitademing von

de huid. — En paar druppel» op een

watte druppelen, het gezicht iw

per dog, speciaal 's morgens en '»ó'

licht masseerend afwrijven en Uw Ituid

wordt zienderoogen jeugdiger en mooier.

Wie een 15 et. postzegel rtuiir» oon de

Firma S.BIindeman&Co.,v.BaerlestraatW,

Amsterdam, ontvangt een proef. Verzoeke

echter nauwkeurige opgave van adres.

Scherk Face Lotion is slechts echt in

origineele flacons met opschrift Scherk.

Mystikum poeder, de beroemde

Scherk poeder.

SCWERK

Per flacon fl. 0.75, 1.20, 2.10, 4.50

verlamd was en ik in dat lugubere

moment eenvoudig niet aan mijn camera

en bliksemlicht dacht. Zooals je ziet, is

Kurt van Holdau ook maar 'n mensch,"

voegde hij er met een lachje van zelf-

ironie aan toe. Daarop ging hij voort:

„En het volgende oogenblik geschiedde,

wat ik in stilte al veel eerder had ver-

wacht: Een van de mannen achter mij

slaakte een angstkreet en rende naar

de voordeur. Hij tastte in de duisternis

rond, maar tóch had hij in een oog-

wenk de zware deur open. Ik schreeuw-

de den anderen toe, te blijven, maar

dat had ik net zoo goed kunnen laten:

het werd een sauve-qui-pcut; ik hoorde

ze tegen elkaar opbotsen en dringend,

als door een panischen schrik bezeten,

naar den uitgang ijlen. De atmosfeer

had zóó iets spookachtigs, zóó iets be-

klemmends, dat ik het ik moet het

tot mijn schande bekennen — ook maar

opgaf en door de wijdopen deur naar

buiten slipte. Dat zal jullie misschien

van mij verwonderen, maar je moet iets

dergelijks hebben meegemaakt, de name-

looze verschrikking aan den lijve heb-

ben gevoeld, om mijn gemoedstoestand

te begrijpen. Trouwens, von Sternfeld,

warempel toch ook geen kind, reageerde

er net zoo op! De anderen liepen voor

mij uit en holden, door een angst, die

haast niets menschelijks meer had, be-

zeten. Het had veel van een psychische

infectie, en ik rende ook zoo hard als

ik kon. Een paar maal wierp ik een

snellen, schuwen blik achter mij. Die

ellendige berken ritselden alsof een on-

zichtbare vervolger zich aan mijn schre-

den had gehecht het was buitenge-

meen sinister! Het regende nu niet

meer en de wind kreunde en zuchtte

door de bladeren, als een levend wezen,

dat ondraaglijke pijnen leed.

Ik haalde von Sternfeld en de

„Schupo's" bij de groote toegangspoort

in. Wij verminderden onze vaart nu,

maar we liepen allesbehalve langzaam

op onzen terugweg naar het dorp.

- 23-

De oude Lutz, de waard van „Zum

weissen Hirsch" was nog op, en vrijwel

de heele mannelijke bevolking van het

dorp hield hem gezelschap. De boeren

waren absoluut niet verbaasd, dat wij

het hazenpad hadden gekozen en Lutz

verklaarde, dat we van geluk mochten

spreken, dat wij het er allen levend

hadden afgebracht!

Gelukkig had ik bij den weinig-glo-

rieuzen aftocht mijn fototoestel meege-

nomen, dat aan een riem over mijn

schouder hing; als ik dien voorzorgs-

maatregel niet genomen had, zou ik het

misschien in de algemecne verwarring

nog hebben achtergelaten. Maar ik was

nog te zeer van streek om mijn op-

namen direct te gaan ontwikkelen, en

bleef nog een poos in de gelagkamer

met de anderen napraten over wat we

beleefd hadden.

III.

Toen ik eindelijk mijn kamer opzocht,

had ik mijn zenuwen weer heelemaal

onder appèl en begon onmiddellijk de

foto's, die ik genomen had, te ontwik-

kelen.

Op een van de platen — mijn eerste

opname in de hall van „Burg Wald-

stcin", deed ik een verbijsterende ont-

dekking. Ik bestudeerde de plaat door

een vergrootglas, vervolgens deed ik

haar in een bad en trok een paar

overschoenen aan! Het negatief- toonde

mij iets verbazingwekkends en direct

besloot ik een onderzoek in te stellen

naai de waarheid, van wat ik meende

ontdekt te hebben. Ik had geen lust

iets tegen von' Sternfcld of den politie-

mannen te zeggen, vóór ik zekerheid

had. En gesteld, dat dit niet het geval

was geweest — — ik betwijfel sterk

of ik voof den tweeden keer iemand

had meegekregen, naar dat lieflijke

spookslot!

Ik nam mijn revolver en zonder dat

iemand mij hoorde, ging ik naar buiten.

Het was weer begonnen te regenen.

ife^K^ MM^^ .^süi, . .-.—^


i -

VETWORMPJES VERDWENEN.

„Sedert grennmen tijd doe ik regelmatig

Kadox m mijn waschwater. Ik zou Radox

niet meer kunnen missen, want als ik het

twee of drie keer niet grebruikt heb, komen

die akelig-e vetwormpjes weer te voor-

schijn.' Mevr. N. v. L. te Middelburg-.

Ue actieve, waardevolle bestanddeelen,

waaronder zuurstof, die in Radox besloten

zijn, komen in water vrij en maken aldus

van Uw waschwater een stimuleerende en

zuiverende vloeistof voor Uw huid. De zui-

verende, verfrisschende zuurstof drinjrt

door de opperhuid naar de kliertjes, waar-

vap de toestand van Uw huid afhangt.

Ue2e kliertjes worden nu gevoed en tot

nieuw-leven gebracht en als natuurlijk ge-

volg daarvan herleeft Uw geheele huid.

Ue ponen zijn gereinigd en geopend; puist-

jes, vlekken, etc. verdwijnen al spoedig.

Binnen enkele dagen reeds zult U van dele

eenvoudige, natuurlijke Radox-methode de

schitterende resultaten kunnen consta-

teeren. Uw teint wordt jeugdig, frisch en

zacht als nooit te voren.

Radox is heerlijk geparfumeerd en ver-

krijgbaar bij alle apothekers en drogisten,

een pak is toereikend voor verscheidene

RADOX

NU 70 CT

per pak

Imp.: N.V. Rowntree Handels Maatschappij

Heerengracht 209 - Amsterdam (C)

Jantje, 't eenige zoontje van onze buren,

is een aardig ventje. Een heel aardig

ventje. Z'n moeder had hem gelrtrd,

dat hij in een volle tram altijd op moest staan

voor dames en haar z'n plaats moest aanbieden,

want, zei z'n moeder, dat doen beeren altijd.

Vorige week, 't was een dag met stortregen,

reden moeder en zoon met de tram. 't Werd

vol. Jantje stond op en bood gracicuselijk zijn

plaats aan. De dame zei boe-nog-ba.

Ergerlijk iets van vrouwen, vooral tegen

kinderen.

Of 't door die onvriendelijke dame kwam of

door de steeds minder wordende galantcrigheid

onzer medemannen, ik weet het niet, maar geen

enkel ander manspersoon maakte aanstalten om

zijn plaats aan de staande dames aan te bieden.

Plots klonk Jantjes hooge kinderstem door

de heele tram.

Moeder, moe! D'r schijnt behalve ik gècn

andere mijnheer in de tram te zijn, want ze

blijven allemaal zitten. . . .

Tableau.

Acht mannen ergerden zich.

En. . . . onze buurvrouw lachte, ofschoon

ze wel een beetje 't land had.

PETRUS PRUTTELAAR.

maar daar trok ik mij .niets van aan en

liep met snellen pa# naar het kasteel.

Toen ik bij de groote poort kwam,

bleef ik met een schok staan. Ik kreeg

plotseling een ingeving: het was beter

niet langs dezen weg binnen te gaan,

maar mijn weg te nemen over den muur

van het park. Het was een ingeving,

zooals ik zei, maar intuïtie, een soort

zesde zintuig, is in ons vak nu een-

maal een onmisbare eigenschap. Ik hield

me zoover mogelijk van de oprijlaan

verwijderd en naderde het kasteel door

de druipende berkenboschjes.

Ik begaf mij naar de achterzijde en

ging naar binnen door een klein ven-

ster, dat ik bij mijn vorige onderzoe-'

kingstochten ontdekt had; ik kende het

gebouw van het dak tot aan de kel-

ders. Behoedzaam liep ik de keukentrap

op, trillend van gespannen verwach-

ting. Toen ik boven was, sloeg ik links

af en bereikte een langen corridor, die

door middel van een van de deuren,

die we 's avonds verzegeld hadden, uit-

kwam in de groote hall. Aan het eind

zag ik een zwak lichtschijnsel, en mijn

revolver omklemd houdend, sloop ik

voorzichtig voorwaarts. Dichtbij de nu

geopende deur gekomen, hoorde ik

mannenstemmen en een bulderend ge-

lach. Ik liep voort, tot ik een blik kon

werpen in de hall. Er was daar een

groep mannen bijeen, allemaal goed in

de kleeren en van één zag ik, dat hij

gewapend was. Daar hadden we dan

het spook van „Burg Waldstein"! Ik

schaamde me wel een beetje...

Oogenblikkelijk begreep ik, dat deze

mannen het onbewoonde kasteel al

jarenlang voor hun eigen obscure doel-

einden moesten hebben gebruikt en nu

ze wisten, dat von Sternfeld van plan

was het te restaureeren en er ai en

toe te vertoeven, hadden zij waarschijn-

lijk, door nieuw voedsel te geven aan

de griezelverhalen, die over het oude

huis de ronde deden, getracht den nieu-

wen eigenaar van zijn voornemen af te

brengen. Blijkbaar voelden ze er niets

voor, zoo'n prachtig hoofdkwartier prijs

te geven. Maar wat het voor kerels

waren — valsche munters, dieven, een

geheim politiek genootschap — dat kon

ik natuurlijk niet vaststellen!

Ze stonden in een kring om den

overgebleven waakhond — de andere

was reeds om hals gebracht, zooals

jullie wel uit mijn mededeelingen be-

grepen zult hebben. Het dier lag zoo

onnatuurlijk rustig, dat ik concludeerde,

dat ze met een verdoovingsmiddel aan

het werk moesten zijn geweest. Ze

schenen te delibereeren of het beest

in leven zou blijven of niet, maar ten-

slotte luidde het vonnis, dat het ook

maar moest worden afgemaakt. Ik zag

een dun stuk touw te voorschijn komen,

een stevigen wandelstok — en begrij-

pend, wat er gebeuren ging, wendde ik

het hoofd af. Even later een akelige

gü toen weer dat afgrijselijke, kra-

kende geluid, dat we straks hadden

gehoord, toen de andere hond gedood

was daarop stilte.

De mannen verlieten de hall; den

hond lieten ze liggen — onbeweeglijk!

Ik dacht bij mezelf, dat een mensch,

die in handen van deze ellendelingen

viel, er niet veel beter aan toe zou zijn.

Een oogenblik daarna riep een van

i

-24-

ONTVANGEN BOEKEN

Applaus, Nederlandsch Cabaret-

boek, samengesteld door Wou-

ter Loeb. Uitgegeven door de

N.V. Zuidh. Boek- en Handels-

drukkerij, Den Haag.

Een kranige onderneming, een die

succes verdient. Deze bundel geeft den

lezer (of is het niet beter om te zeg-

gen: den lezer, den voordrager, den

begeleider en... den toehoorder) een

keur van voortreffelijke cabaretliedjes

en voordrachten, één-acters, zelfs

goochelstukjes, met daarbij portretten

en artikelen van de eerste krachten

op het gebied van ons „klein-tooneel".

Wouter Loeb heeft zijn taak op

voortreffelijke wijze vervuld. Elk artist

wordt met een paar passende zinnen

ingeleid. Net zooals de conferencier dit

doet bij de werkelijke cabaretvoor-

stelling.

We mogen vertrouwen, dat een flinke

verkoop van het boek het welverdiende

applaus" zal vormen.

O. F. Heinrich, Charlie Chaplin

op de inbrekersjacht. Uitgegeven

bij G. B. van Goor Zonen's

U.M., Den Haag.

Een jongensboek, waarvan het ver-

haal begint in Beverdam en eindigt...

in een vliegmachine. Een vertelling,

waarin de echte Charlié Chaplin een

rol speelt. Waarbij opnieuw een jongen,

een gewone jongen, maar ditmaal een

Beverdamsche, een kans krijgt om „film-

held" te worden.

Zooiets moet wel trekken, vooral

wanneer zoo'n boek op aantrekkelijke

wijze is geïllustreerd.

En toch... het is gevaarlijk om

de verbeelding van jongens te prik-

kelen met verhalen over filmhelden.

In Hollywood is ook niet alles botertje

tot aan den boom!

E. (TOliveira. Goethe en wij.

Uitgegeven bij A. J. G. Streng-

holt, Amsterdam.

Een interessante, heel aparte studie

over Goethe. Voor hen, die deze bij-

zondere figuur willen leeren kennen,

zonder de overdreven bewierooking,

welke de „officieele" Goethe-hulde voor

velen onaantrekkelijk maakt, is dit boek

een goede handleiding. Over den hier

en daar wat „zure" toon van den schrij-

ver, stapt men gemakkelijk heen.

Carla Simons. Snip, Snap en

Snavelmond, geïll. door Netty

Heyligers. Uitgegeven bij A. j.

G. Strengholt, Amsterdam.

Het „sprookje" met de meest zon-

derlinge, fantastische voorstellingen is

nog niet dood. Kinderen zijn zeer groote

fantasten. Men kan er over strijden,

of het paedagogisch is om deze eigen-

schap in hen te versterken. Carla

Simons gelooft blijkbaar, dat opvoeders

verstandig doen niet al te principieel

te werk te gaan. Zij geeft in haar bun-

del een combinatie van/het sprookjes-

type en het alledaagsche verhaaltje.

Dat maakt het hier besproken boek

bijzonder aantrekkelijk. Het is geschikt

om gelezen en voorgelezen te worden.

L. E. 'K.

k 4 -^

r^y

:

wm SÊm0'/

'^^:'

DEMASQU&. (P*OM.G.M.)

Joan Crawford poseert hier met het eigen masker, dat Richard Cromwellvan haar maakte.

de mannen den anderen toe, dat ze „de

draden zouden losmaken". Een van de

bende kwam de gang in, waarin ik

stond en ik gleed snel — en dank zij

mijn overschoenen geruischloos — naar

een donkeren hoek.

Bij het flauwe licht, dat uit de hall

in de gang naar binnen viel, zag ik, dat

de man omhoog reikte en iets boven

van de deur afnam; tegelijk hoorde ik

het zachte rinkelen van een metalen

draad.

« Toen de man weg w^s, liep ik voor-

zichtig, maar snel, weer naar voren en

zag, dat de heele troep, de een na den

ander, verdween door een opening in

de trap, die gemaakt werd door het op-

lichten van een der marmeren treden.

Toen de laatste van het stel het gat

was binnengegaan, werd de openge-

klapte trede weer dichtgetrokken en

niets verried, dat daar een geheime toe-

gin bLoatmTPAun

1

UUAMH

"fl'.'-

gang was. Het was de zevende trede

van boven af, telde ik, en het mecha-

nisme was zóó schitterend aangebracht,

dat die trede zelfs niet hol klonk,

wanneer men er met een ijzeren hamer

op sloeg. Dat had ik bij mijn vooraf-

gaand onderzoek geconstateerd.

Zoo snel als mijn vermoeide beenen

het toelieten, liep ik naar de herberg

terug. Zoodra de „Schupo's" hoorden,

dat de „spoken" menschen van vleesch

en bloed waren, gingen ze zonder aar-

zeling weer mee naar „Burg Wald-

stein". Voor mènschen is een „Schupo"

niet bang! We gingen langs denzelfden

weg naar binnen als dien ik straks had

genomen. Maar ondanks al onze in-

spanning, slaagde we er niet in de

traptrede op te lichten, — die bleek

van onderen gegrendeld — en we moes-

ten het marmer stuk slaan. Het lawaai,

dat we daarbij maakten, scheen een

waarschuwing te zijn geweest voor de

„spoken", want toen wij afgedaald

waren in de ruimte, waarvan de beweeg-

bare trede den ingang vormde naar een

geheime kamer, aan "het eind van een

lange, nauwe gang gelegen, en gevormd

door een groote nis in de meters-

dikke muren van het oudste gedeelte

van het kasteel, bleken de vogels ge-

vlogen.

Voor de politie was dit een met

geringe teleurstelling, want mijn

- 25 -

„Schupo's" waren overtuigd eindelijk

de schuilplaats te hebben gevonden van

een bendedesperado's", die jarenlang

de omgeving onveilig hadden gemaakt

door inbraken en beroovingen, waarbij

zij zelfs voor moord niet terugdeinsden.

Tot Mainz en Frankfort toe hadden ze

hun brutale strooptochten uitgestrekt

èn altijd waren de schavuiten den auto-

riteiten te slim af geweest.

Mij persoonlijk liet, deze tegenvaller

in zeker opzicht koud — ik verzoek

jullie te bedenken, dat mij in dat ge-

val de taak was opgedragen het „spook"

te ontmaskeren, niet om dieven te van-

gen en in mijn functie als „geestenbe-

zweerder" was ik geslaagd, al had ik

dan, onder den indruk van de cumulatie

van griezeligheden, die hier vertoond

was, mijn gewone koelbloedigheid ver-

loren.

Wij liepen al de geheime gangen,

die zich onder het kasteel uitstrekten,

door en deden de ontdekking, dat zich

aan het eind van een lange tunnel een

uitgang bevond, die een heel eind van

het huis uit kwam in den wand van

[ NIEUWS UIT DE STUDIOS |

M

ack Sennet beeft de Olympiade

zwemkampioene Helen Madison

voor een film geëngageerd.

Clara Bow is van Amerika naar Engeland

onderweg.

Paul Hörbiger is als partner van Magda

Schneider voor de film „Liebelei" geëngageerd.

Metro-Goldwyn-Mayer heeft de rechten

aangekocht voor het verfilmen als talkie

van het tooneelstuk „Excess Baggage", dat

reeds vroeger als stommefilm met William

Haines in de hoofdrol werd uitgebracht.

De echtgenoote van den beroemden componist

Friedrich Holländer, de actrice Hedi

Schoop, speelt in een nieuwe cabaret-film

der Ufa.

Regisseur Carl Bocse zal de Atalanta-film

„Eindel wie du" in scène zetten.

Lee Parry, Leo Slezak, Johannes Riemann,

Oskar Karlweiss en Jessie Vihrog

speien de hoofdrollen in de T.K. film der

National „De beeren van Maxim".

Onder regie van Dr. Willy Wolf zal een

film getiteld „Manolescu" opgenomen worden.

De buitenopnamen worden in Londen,

Parijs, New York, Boedapest, Napels, Rome

en St. Moritz gedraaid.

Regisseur Emo zal de Itala-film „Das

Mädchen mit den blauen Fleck" in scène

zetten.

Columbia draait in Hollywood een film,

getiteld „De vergeten Man" met Jack Holt

in de hoofdrol.

Paul Hartmann speelt een rol in de Carl

Froehlich-film „Der Choral von Leuthen".

Clemens Schmalstich componeert de muziek

voor de Ufa-toonfilm „Champagnerkrieg"

waarin Lien Deyers en Heinz

Rühmann de hoofdrollen spelen.

Ellen Schwannecke zal onder regie van

Kurt Gerron in eenige cabaret-films der Ufa

optreden.

Marlene Dietrich zal bij de Paramount de

hoofdrol spelen in „Das Hohe Lied", cen

film vervaardigd naar den gelijknamigen

roman van Hermann Sudermann. Joseph

von Sternberg zal o ve r ^ eze ^ m 8 een re 8i e

voeren.


GEHEELE FAMILIE LEBÖ AAN

INDIGESTIE.

„Nu weer pleizier van ons eten"

Een moeder van vier kinderen schrijft ons:

„Ik zelf en mijn vier kinderen hadden alle

voortdurend last van rugpijn, maagzuur en

andere gevolgen van een slechte spijsver-

tering. Wat ik ook at, ik kreeg steeds

maagpijn. Maar sinds we nu Kruschen

Salts gebruiken (de afgeloopen drie maan-

den) kunnen wij alles eten en hebben alle

veel meer pleizier van ons voedsel. We

hebben nu geen van alle een spoor van

maagzuur of pijn meer. Ik vind het een

schitterend middel, zonder eenige hinder-

lijke uitwerking. Wat we ook zouden moe-

ten missen, we zouden nooit meer buiten

Kruschen willen." (Mevr.) M. K.

Kruschen Salts neutraliseert spoedig het

maagzuur, ontneemt het alle kwellende

eigenschappen en verwijdert het zachtjes

en volkomen uit het lichaam. De dagelijk-

sche kleine dosis Kruschen is een zachte,

natuurlijke aansporing voor maag, lever,

nieren en ingewanden om weer naar be-

hooren te functionneeren, en voorkomt

daardoor, dat het schadelijke maagzuur

zich ooit weer kan ophoopen. Dan zult U

geen last meer hebben na Uw maaltijden.

Kruschen Salts maakt en houdt U inwen-

dig rein. Verfrischt en versterkt bloed, van

alle onzuiverheden bevrijd, stroomt naar

elk deel van Uw lichaam. Er zullen geen

klachten meer zijn, geen pijnen meer.

Maagzuur behoort dan tot het verleden en

is slechts geworden tot een onaangename

herinnering. U zult zich wonderlijk ener-

giek en flink voelen; zoo gezond en opge-

wekt als U zich bij mogelijkheid maar

voelen kunt.

Kruschen Salts is uitsluitend verkrijgbaar

bij alle apothekers en drogisten & ƒ0.90

en ƒ 1.60 per flacon.

STRALENDE GEZONDHEID VOOR EEN

CENT PER DAG.

fasaataatos^a^^^

FOTOSTUODE.

een waterput in het park. Boven het

plafond van de' ■hall l^g een holle

en moeizaam onderzoek van drie dagen,

niets van al die looze ruimten, geheime

ruimte, bereikbaar langs een smalle,

trappen en beweegbare treden heb gegeheime

trap, die was ingebouwd aan

merkt. Dat komt doordat die treden,

den binnenkant van de breede hoofddie

toegang tot die ruimte geven, zoo

trap en daarmede verbonden door een

prachtig waren geconstrueerd, dat ze bij

tweede beweegbare trede; ook deze was

zóó kunstig aangebracht, dat men bij

het kloppen geen enkel verdacht gehet

bekloppen van de trap niets van

luid gaven en ik heb geklopt, dat kan

ik jullie verzekeren! En dat de uitgang

het bestaan er van merkte. De „bloedver

van het kasteel verwijderd was.

drop" was gewoon roodgekleurd water,

dat door de vele, kleine openingen in

Ongetwijfeld dateeren die „verborgenheden"

uit den tijd, dat politieke

het gebeeldhouwde plafond naar beneden

druppelde. Hoe de kaarsen en

vluchtelingen en vervolgden om der

wille van het geloof in „Burg Waldhet

vuur werden gedoofd, heb ik niet

met zekerheid kunnen uitmaken — —

stein" een schuilplaats zochten; je hebt

deze „demonstraties" behoorden trouze

tin de meeste kasteelen uit die

periode. Die bende moet daar een verwens

niet tot de traditie van het spook.

moeden van hebben gehad en ze heb-

Ze vormden een nieuwe „attractie" tot

vermeerdering van het effect. Misschien

ben de aanwezige mogelijkheden schitdeden

de bandieten, die hun vak gronterend

geëxploiteerd. Jullie begrijpt natuurlijk,

dat er een bel was, die hen

dig verstonden, het met koolzuurgas of waarschuwde, wanneer iemand door de

een ander chemisch apparaat, dat ze groote poort kwam. Als ik niet over

door reten en gaten in het plafond den muur was geklommen en op die

op verschillende punten in de hall wijze het alarmsignaal had vermeden,

konden richten. Maar de toestellen, die zou ik de beeren den tweeden keer

ze daarvoor noodig hadden, moeten ze ook niet gesnapt hebben."

dan , bij hun vlucht hebben meege- „En wat zag je op bet negatief?"

nomen."

vroeg ik nieuwsgierig, toen er weer

Kurt von Holdau pauzeerde even, als een stilte viel. —

verwachtte hij, dat een van ons een

vraag zou doen. Maar niemand sprak,

„Een heel dunnen draad, waarmee

we waren alle vier te zeer onder den

ze den haak oplichtten, dien ik had

indruk van het spookachtige, fantasaangebracht

om de open voordeur vast

te zetten. Dat deden ze door een van

tische verhaal, dat bovendien op een

de openingen van bet plafond.

onvergelijkelijk suggestieve manier verteld

werd — — ook al een specialiteit

De draad was in het min of meer

van onzen begaafden vriend.

vage licht van de kaarsen onzichtbaar,

Hijzelf was het, die na enkele oogenmaar

het scherpe bUksemlicbt bracht

blikken de stilte verbrak.

hem op de fotografische plaat.

„Jullie moeten je wel afvragen, hoe Het openen van de deuren in de hall

het kwam, dat ik, na een nauwkeurig gebeurde ook met metaaldraden, die

na gebruik werden afgenomen, anders

zou ik ze bij mijn inspectietochten moeten

ontdekt hebben. Maar ik heb het

verwijderen van de draden met mijn

eigen oogen gezien, zooals ik zei. De

hond werd door een paar van de mannen

geworgd, toen de lichten en het

vuur waren gedoofd. Als ik op het.

oogenblik, waarop dat gebeurde, een

bliksemücht foto had kunnen maken,

zou die het „spook" direct bij het ontwikkelen

ontmaskerd hebben. Maar zooals

ik jullie vertelde, was ik op dat

moment stijf van ontzetting."

„En die landloopers ?" vroeg ik weer.

„Die twee, die dood in het kasteel

zijn gevonden ? Misschien zijn ze, omdat

ze iets gemerkt hadden, door de bende

uit vrees voor ontdekking, met een be-*

dwelmend middel gedood, zoodat er

geen uiterlijke teekenen van geweldpleging

waren. Misscluen zijn z.e ook

hun natuurlijken dood gestorven

een landlooper moet immers ergens

sterven! Geloof maar, dat er in den

loop der tijden heel wat landloopers

m den verlaten „Burg Waldstein" een

onderkomen voor den nacht hebben

gezocht "

Enkele weken later, toen ik met mijn

vriend von Holdau in een der groote

Berlijnsche restaurants dineerde, werd

ik aan Melchior von Sternfeld voorge-

steld. Vol trots vertelde hij, dat een

■iwerm ambachtslieden op „BurgWald-

stdn" was neergestreken, om deze

halve ruïne weer in haar oude glorie

te herstellen!

Er ligt een groote afstand tusschen de

vorstelijke wieg en het practische

leven. Doch dit laatste is soms ook

bard, voor wie onder den weerglans van een

kroon geboren wordt. Menige draagster van

«en doorlucbtigen naam komt soms in een

toestand te verkeeren, waarin noch verloren

rijkdom, noch hoogstaande relaties tot steun

zijn. Het komt er dan op aan, zichzelf door

de moeilijkheden heen te slaan. Aldus de

honderden prinsen en prinsessen, hertogen

en hertoginnen, die vroeger de élite uit-

maakten van den Russischen adel en die

thans te Parijs of in Amerika in hun eigen

onderhoud trachten te voorzien in respec-

tabele, en ook wel eens in minder respec-

tabele, baantjes.

Voor zooverre dergelijke personages pho-

togeniek zijn en iets kunnen presteeren,

hebben film-maatschappijen bun een afwis-

selende kans geboden. Hun kennis van ge-

dragingen in hofkringen of hun geroutineer-

de houding in mondaine filmscènes maken

ze tot gewilde figuranten voor opnamen in

dit genre. Een enkelen keer werden films

gedraaid, waarvan de hoofdpersonen vertolkt

werden door menschen, die de uit te beelden

personen van nabij gekend hadden..

Doch niet alleen uit dwingende nood-

zakelijkheid betreden aldus de vroegere

grootheden der aarde de filmstudies. Er zijn

er, die de_ filmcarrière gekozen heboen ge-

dreven door kunstneiging of door een

werkelijk aanwezig talent.

Doch wie zal uiteindelijk kunnen beoor-

deelen, welke de motieven zijn, waardoor

filmstars gedreven worden? Lees tientallen

filminterviews — en telkens zal u hooren

dat de betrokkene reeds in haar kinderstoeltje

aan filmneigingen leed. Elkeen meent een

ingeboren talent te hebben. De werkelijkheid

is soms geheel anders: een paar jaar vóór

sommige filmstars voor de camera mochten

optreden, waren ze nog gewone winkel- of

kantoormeisjes. Sommige, dansten naamloos

in een of ander ballet. Uitsluitend het toeval

deed hen den deus-ex-machina ontmoeten,

in den persoon van een machtig regisseur,

die toevallig hun type noodig had op dit

moment. Van voorbeschikking is dus door-

gaans geen sprake — en zoo zal het ook wel

zijn in het geval van den film-adel.

Neem bijvoorbeeld de charmante prinses

Mustafa Medjidje, de gescheiden vrouw van

den voormaligen Turkschen troonopvolger:

Niemand in haar omgeving — zijzelf aller-

minst — heeft wel ooit gedroomd, dat ze

eens het onderhoud voor zich en haar beide

kinderen zou moeten verdienen door het

schrijven van romans en het spelen van film-

rollen. Talent? Ik weet het niet, maar

vermoed toch, dat de sluier van geheimzin-

nigheid, die rondom zooveel vroegere prin-

sessen hing. er toe bijgedragen heeft dit talent

wat gauwer te ontdekken dan men bij ge-

wone stervelingen pleegt te doen!

Een geheimzinnige sfeer omringt ook de

Indische danseres, prinses Njotka Yimog.

Onwillekeurig vraagt men zich af, wat zich

afspeelde in haar oorspronkelijke omgeving,

ginds onder de zachtwiegende palmen, te

midden van bedwelmenden bloemengeur en

onder toezicht der argwanende wachters.

Niet minder geheimzinnig is het leven van

de Perzische prinses Bederkhan, die niet

alleen door haar wondere costuums, maar

wel degelijk door echt talent op het Parijsche

tooneel triomfen vierde. Zij brengt met zich

FILMPRIN5E33EN

DE INDIAANSCHE PRINSES HET WITTE HERT.

de impressie van de „Duizend en één Nacht"

— met dit verschil, dat zij sinds lang niet

meer gelooft aan de rechtvaardigheid van de

bescheiden rol, die in die sprookjes aan de^

vrouw toegekend wordt. Misschien is het

juist, omdat in haar land nog geen recht

tot spreken of tot dóen aan de vrouw toege-

kend wordt, dat zij die ouderwetsche om-

geving verlaten heeft om zich te schenken

aan dit andere uiterste, dat Parijs heet?

Och ja. — wanneer vorstelijke personen,

vooral als zij uit het Oosten komen, naar

een filmcarrière verlangen, zou het dan niet

vooral de tegenstelling zijn tusschen twee

geheel verschillende wereldbeschouwingen,

waardoor ze hun leven veranderden? Juist

omdat ze vroeger zoozeer onder dwang

stonden, snakten zij naar de Westersche vrij-

heid. Nadat zij deze eenmaal geproefd heb-

ben valt het hun natuurlijk niet meer in. tot

hun verleden terug te keeren. Dit verleden

behoudt voor hen steeds dcnzelfden vorm.

Misschien beseffen zij niet altijd, dat ook de

sfeer van bet Oosten aan 't veranderen is

en wel zoodanig dat. als ze er nu in leefden,

die drang naar vrijheid ongetwijfeld minder

intens zou zijn. omdat hij minder verzet zou

ontmoeten. Als voornoemde Mustafa Mad-

jidje kennis maakte met het tegenwoordig

Turkije, dan zou het haar zeker verbazen,

dat andere Turksche vrouwen er, evenals

zij zelf deed. den sluier achterwege laten, dat

zij vrij langs de straten wandelen, met

vreemden mogen spreken en... . ja. dat vele

dezer vrouwen hun vorstelijke landgenoote

op de film aankijken als een gelijke. Doch in

haar eigen oogen is deze vroegere. Turksche

prinses nog steeds iemand, dat anders is dan

anderen. Doch ook deze anderen hebben

eenzelfde evolutie ondergaan.

Hoeveel veranderingen zou ook Djavidan

Hanoum niet kunnen constateeren — de

—27 -

gescheiden vrouw van (Jen Khedive van

Egypte — wanneer zij naar haar land terug-

keerde? Zij filmt thans te Berlijn en de toe-

gang tot het land van den Nijl is haar ont-

zegd. Het zou haar echter verheugen, als zij

er soldaten zag rondloopen in Europeesche

uniformen; hotels kon bewonen met modern

comfort; er zelfs kon. . . '■ filmen, hoewel

zij destijds meende, dat men dit alléén te

Berlijn deed! Van de Oostersche witte been-

bekleedingen, van de omhullende sluiers en

van alles wat zweemt naar oude romantiek

treft men meer onder de Jupiterlampen van

de filmstudios te Neubabelsberg als aan de-

oevers van den heiligen Nijl. Want in deze

laatste omgeving geldt dit alles als iets, dat

men dient te vermijden als ouderwetsch. In

Berlijn keert men er juist naar terug, omdat

er nog wat mysterieuze sensatie in zit —

net wat blasé-menschen uit onze wereld

noodig hebben als afwisseling tusschen het

alledaagsche bestaan.

Nog andere film-prinsessen? Opzettelijk

laten wij den naam onvermeld der bekende

filmstars, die dezen titel kregen door er 'n

huwelijks-akte voor te onderteekenen. Een

Russische titel is niet moeilijk te krijgen, als

men tot de beroemdheden van Hollywood

behoort, want er loopen evenveel Russische

prinsen en grootvorsten te Hollywood rond

als vrouwelijke dito's.

Overigens hebben zulke confectie-titels

zelfs in Amerika een belangrijk geringere

waarde dan 'n origineel adellijk geboorte-

bewijs. Om wille van dit laatste kijkt de

Amerikaan zelfs oude vooroordeelen over het

hoofd, zooals blijkt uit het geval van prinses

Het Witte Hert — de laatste der Mohikaan-

schen!

Indiaansche van geboorte — maar des-

niettemin een ras-echte prinses, speelt Het

Witte Hert aan de zijde van haar eveneens

koninklijken vader, in een bekend New-

Yorksch revue-theater en is geëngageerd

door een film-maatschappij. Dagelijks wordt

ze toegejuicht en bewonderd — maar uit

haar oogen verdwijnt nooit die wondere

smachtende weemoed, die ons doet vermoe-

den, dat zij terugverlangt naar de grootsche

prairieën en wijde vlakten. Misschien is deze

de eenige prinses, die met vreugde haar

vroegere leven zou opvatten. Maar. . dit

kan niet. Want men kan geen koning zijn

zonder volk — en geen prinses zonder

koninklijken vader. Deze laatste weet zeer

goed, dat 't voor hem nog beter is te blijven

spelen vóór New-Yorksche voetlichten, dan

terug te keeren tot het eenvoudige leven van

den Indiaanschen woudlooper. Vooral in dit

ééne geval moeten we de kwestie beschou-

wen zooals ze is: waarom zou men de film-

glorie opofferen, die toch zooveel gelijkenis

toont met echte vorstelijke glorie, vooral

als die vorstelijke glorie niet meer be-

staat? Het is mogelijk, dat film-roem niet

zoo echt is als de andere, maar hij loont

tenminstet Menige filmstar heeft een inko-

men, dat de inkomens der vroegere prinsen

en grootvorsten overschrijdt. Voor deze

laatsun, die aan de film zijn gekomen, is

het echter slechts jammer, dat die salarissen

niet aan hèn betaald worcen, maar aan de

uitzonderingen, die hun roem niet danken

aan een adellijken naam. maar uitsluitend

aan hun spel. Doch men kan ook niet alles

hebben: een vorstelijken naam en een vorste-

lijk inkomen.' Wat zoudt u kiezen, lezer,

als er keus was?


Vervolgens richtte hi] zich weer tot

Mary met een abrupte vraag. „Geloof jij,

dat Malloy Revis gedood heeft?"

„Neen," antwoordde ze beslist, „daar is

geen sprake van."

„Toch zou ik een einde maken aan den

omgang met hem."

„Waarom?"

„Omdat hij een gebrandmerkte is. Als

je hem toestaat net als vroeger hier te ko-

men, zal dat aanleiding tot praatjes geven;

de menschen zullen je sympathie, vriend-

schap, voor hem toeschrijven. En dat zal

je met even fatale zekerheid in de kranten

brengen als je aanwezigheid in dat onge-

lukshuis zou hebben gedaan, wanneer Dar-

den er geen stokje voor gestoken had."

„Ik ben er van overtuigd, dat Tom niets

. zou doen, wat mij onaangenaamheden kon

bezorgen."

„Meen je dat heusch?" De vraag klonk

sarcastisch.

„Dat zie je toch zelf. Grimes. Hij is van-

daag nog niet hier geweest — hij heeft

niet eens opgebeld."

„Heb je hem gisteren verteld, dat we

verloofd zijn?"

„Ja.

„Dan geloof ik ook niet, dat hij je ver-

der lastig zal vallen." -

„Neen, dat geloof ik ook niet." Mary

deed een mislukte poging om te glimlachen.

„Dan is de zaak gezondï Maar ik zal er

in ieder geval op aandringen, dat mijn

moeder je zoo gauw mogelijk komt op-

zoeken. — Je moet zorgen, dat je er dan

op je best uitziet. Kon je niet wat rust

vinden en slapen? Je ziet werkelijk spook-

achtig bleek."

„Ja, ik moet slapen."

Maar toen ze alleen was, kwam er niets

van rust of slaap; opnieuw was ze aan de

wanhoop ten prooi. De verontwaardiging,

het grimmig verwijt, waarmede hij haar

vraag: „Zou je tegen mij óók zoon haat

toonen, als ik hem gekend had?" had be-

antwoord, had aan de mogelijkheid van

een volledige bekentenis voorgoed een ein-

de gemaakt. En Tom had gezegd, dat hij

het hem zou vertellen, wanneer zij het niet

deed Maar Tom zou aan zijn eigen

zorgen genoeg hebben, hoopte ze vaag, en

zijn dreigement daarom niet uitvoeren.

Haar oog viel op den gouden hand-

schoenenknoopenhaak, die op tafel was

blijven liggen. Met een huivering zag ze

in haar verbeelding den anderen, haar

eigendom, dien Darden aan den anderen

kant van Revis' bed had gevonden. En toch

had Grimes een verklaring gegeven, waar-

om hij een tweede exemplaar gekocht hadf

Hij zou ongetwijfeld met die verklaring óók

voor den dag zijn gekomen, als zij zich

niet zoo stom-verbaasd had getoond. Daar-

van was ze overtuigd

Zachte, voorzichtige voetstappen op het

portaal stoorden haar in haar sombere

overpeinzingen.

Het volgende oogenblik stond Tom Mal-

loy glimlachend in de deuropening

XIII. DE BESLISSENDE FACTOR.

Met behoedzamen, bijna steelschen tred

kwam hij op haar toe. Zijn adem ging

gejaagd.

„Ga zitten, Tom," verzocht ze op ver-

moeiden toon, toen hij op een ige passen

afstand van haar bleef staan.

„Ik heb niet veel tijd, Mary."

Vrouwen, die succes hebben

zeggen: meer kleur!

Zij weten heel goed hoeveel er van een frisch, gezond uiter-

lijk in 't leven afhangt. De vrouwen hebben de kunst geleerd

zich in eenige minuten mooier te maken en "op te frisschen".

"Khasana Superb-Rouge en -Lippenstift'- geven het gezicht in

een oogwenk een bloeiend, jeugdig uiterlijk, de voorwaarde

tot succes in 't leven en in gezelschap. Want het oranjegele

"Khasana Superb-Rouge" past zich in eenige seconden aan

de kleur der huid aan. Ook de "Khasana Superb-Lippenslift"

verandert individueel verschillend, kleurt de lippen zacht, duur-

zaam, onopvallend en aantrekkelijk. "Khasana Superb" is

tegen weer en water bestand en kissproof, geeft niet af, is niet

alleen onschadelijk, doch uitstekend voor verzorging der huid

en lippen. Niemand bespeurt het gebruik.

KHASANA-

Klein« varpakkingen:

lippenstift f. ..35

•n rouge f. -.35

Overal verkrijgbaar!

Generaalvertegenwoordiging , J. Winkel Jitl.,

D«n Haag, Merwedestraat 47, Tal. 772595 f.1.

DR. M. ALBERSHEIM, FRANKFURT A. D. M., PARIS EN LONDON

-28 — GERDA MAURUS.

(FOTO UFA)




Hij zette zich op de leuning- van een

armstoel en keek schuw naar haar.

Toen ontmoetten hun oogen elkander —

en hielden elkaar een paar seconden vast

in een gemeenschappelijken angst. Hun blik

was als een wederzijdsche bede om niet te

veel te zeggen. Een poosje bleef het stil

in de kamer.

„Je kwam zoo zachtjes binnen," merkte

Mary eindelijk op.

„Het zou niet goed zijn, als men

zag, dat ik je opzocht. Ik ben op borg-

stelling vrijgelaten — de geringste wending

in den toestand kan ten gevolge hebben,

dat jouw naam in de couranten met den'

mijnen in verband wordt gebracht. En dat

zou allesbehalve aangenaam voor jou zijn.

Ik ben langs de trappen gekomen — ik heb

'n moment afgewacht, dat de lift juist naar

boven ging. En bij de telefooncellen heb

ik ook extra goed opgelet. Ik weet zeker,

dat niemand me hierheen heeft zien gaan.

En nu Mary — wat heb je gedaan? Wat

heb je tegen Darden en de anderen ee-

zegd?"

„Niets," klonk het toonloos. „Absoluut

niets; geen woord."

„Prachtig Mary; schitterend! De eenige

reden, waarom ik hier ben gekomen, is, om

je dat op 't hart te drukken. Zeg tegen nie-

mand iets, tegen geen sterveling — welke

pressie ze ook probeeren op je uit te

oefenen. Zoo lang je blijft zwijgen, zijn we

— is alles volkomen in orfle."

Hij stond op en in zenuwachtigen haast

sprak hij verder:

„Ik ga direct weer weg, maar ik moest

je even spreken; ik had geen rust als ik

niet precies wist hoe de zaken stonden.

Dus vergeet vooral niet: Jij hebt mij gis-

teravond te voren niet gezien en ik jou

evenmin, niet eerder dan toen Darden er

bij was. Verder weet je niets - heb je niets

gezien en niets gehoord." Hij keek haar

strak aan, als wilde hij haar met zijn blik

dwingen. „Kan ik me daarop verlaten

Mary?"

„Het is precies de gedragslijn, die ik ge-

volgd heb. Er waren wel oogenblikken, dat

ik het niet met mezelf eens was, of ik er

wel verstandig aan deed, maar in ieder

geval was deze houding me het liefst. En

nu jij me aanraadt die vol te houden, zal

ik er geen duimbreed van afwijken, geen

millimeter."

Hij slaakte een zucht van verlichting.

„Dat is dus afgesproken! En als er iets

onverwachts mocht gebeuren en je me noo-

dig hebt, dan weet je waar ik te vinden

ben. Nu ga ik."

„Wacht nog even!" Ze legde haar hand

op zijn arm. „Je bent vrij, Tom; maar ben

je ook veilig-?"

Piepa,

zou U

dat nu

V4.VCJ/ '^^iJt^

iAiite

een tenor

of een

bariton

noemen ?

„Ik ben zoo veilig als jij, Mary." Lang-

zaam verwijderde hij haar hand. „En nu

adieu, Mary — tot ziens."

„Wacht nog even, Tom!" smeekte ze

nogmaals.

Ze lag achterover geleund in haar stoel;

haar gesloten oogleden trilden, haar vin-

gers trokken krampachtig.

„Wat is er, Mary?"

Even aarzelde ze — toen kwam het, in

hartstochtelijk gefluister:

„Niemand, die de omstandigheden kent,

zou zijn dood een misdaad noemen."

Met opeengeklemde tanden stiet hij zijn

bondig antwoord uit:

„Neen."

Er volgde een lange pauze.

„Hij verpestte de heele omgeving, waarin

hij leefde, hij was als een gevaarlijk, gru-

welijk kankergezwel "

„Hij was door en door slecht, hij had een

intens vuile ziel," bevestigde Tom Malloy.

Ze leunde naar voren; een wilde gloed

brandde in haar oogen. „Het spijt me niet,

dat het is gebeurd — dat hij dood is."

Hij wierp haar een snellen, waarschu-

wenden blik toe. „Houd op, Mary." Er was

een strenge, gebiedende klank in zijn stem.

„Zeg dat nooit weer." Hij keek schichtig

achter zich, in de richting van de deur,

alsof hij vreesde dat onbescheiden ooren

haar onvoorzichtisren hartekreet konden

hebben gehoord. „Nooit "

„Ik zou het toch niet tegen iemand an-

ders dan jou zeggen!"

„Zelfs niet tesren mij! In de allerlaatste

plaats tegen mij!"

Haar vage glimlach scheen te kennen te

geven, dat ze zich naar zijn wensch zou

schikken, hoewel ze dien niet begreep. Hij

deed een paar passen naar de deur; toen

wendde hij zich echter weer naar haar toe.

„Over die belofte van gisteren, dat je

Buckner — die geschiedenis zou vertellen,

zou ik me verder maar niet het hoofd

breken, Mary. Vertel het hem te gelegener

tijd. Kies het oogenblik üit, dat je het ge-

schiktste lijkt. Wat mij betreft hoef je je

geen zorgen te maken; ik zal niets ?eggen."

In plaats van hierop te antwoorden kwam

ze met een vraag voor den dag — een

angstige, gesmoorde vraag.

„Tom, waarom ben je in het huis terug

gegaan?"

Hij stampvoette ongeduldig.

„Dat heb ik niet gedaan, Mary! En jij

evenmin!" Zijn plotselinge opwelling van

geprikkeldheid week; hij zag haar smee-

kend aan. „Dat zul je toch niet vergeten,

wel; wat er ook gebeurt?"

„Dat heb ik je immers al gezegd. Ik zei

toch, dat ik niemand iets zou vertellen, be-

halve aan jou."

„Zelfs mij niet," herhaalde hij. Hij staar-

de een oogenblik nadenkend voor zich uit

en zei toen: „Ban iedere verdenking uit je

geest, zooals ik iedere verdenking uit den

mijnen heb gebannen. Op die manier ont-

komen we aan het gevaar om iets te zeg-

gen, wat het ook zijn mag."

„Dat heb ik zelf ook als het verstandigste

beschouwd —' voor ons beiden."

„Voor ons beiden!" Er klonk vprbazing

en afkeuring in zijn stem. „Met mij is alles

absoluut in orde; ik ben veilig."

Hij was inmiddels bij de deur gekomen.

„Waarom maak je zoo'n haast?" Ze

poogde hem terug te houden. „Waar ga je

heen?"

„Naar het gerechtelijk onderzoek over de

doodsoorzaak — maar ik zal bij den coro-

ner ook niets zeggen."

Hij had den knop van de deur al in de

hand, maar poosde. Het was hem alsof een

bovenmenschelijke kracht hem aan deze

kamer bond, alsof niets ter wereld hem zou

kunnen bewegen Mary té verlaten. Het was

hem onuitsprekelijk droef te moede bij het

plotselinge besef, dat, als zij hem nooit

weerzag, dit slechts een oppervlakkig ver-

driet van voorbijgaanden aard voor haar

zou zijn. Een andere man was onmisbaar

voor haar — hij niet. Als datgene, wat hen

in de huidige moeilijkheden verbond, voor-

bij was, zou hij ophouden een deel van

haar leven te zijn.

Toen rukte hij zich met geweld uit zijn

overdenkingen los en ging.

Toms herhaalde waarschuwing, dringend

en smeekend, om in haar politiek van ab-

soluut stilzwijgen te volharden, vormde de

beslissende factor, overlegde Mary, toen ze

alleen was. Hij had de zaak voor haar be-

slist! Ze hoefde niet langer te vechten, als

hij veilig was, gelijk hij haar zoo stellig ver-

zekerd had. Toen hij binnenkwam, had zij

zich hevige verwijten gemaakt, dat ze

bij haar besluit om te zwijgen alleen maar

aan de gevaren voor haarzelf had gedacht

en te weinig aandacht had geschonken aan

zijn veiligheid. Maar nu wist ze, dat hij

haar houding niet alleen goedkeurde, maar

die ook in zijn eigen belang achtte en haar

intuïtie zei haar, dat de politie hem onder

geen voorwaarde den moord ten laste zou

kunnen leggen. Een gevoel van rust, van

bevrijding, kwam over haar. Klaar en dui-

delijk zag zij den weg, dien zij te gaan had;

ze was nu zelfs niet meer bang voor

George Darden.

(Wordt Vervolgd).

-30- jg^gzS

G L GRAAUW, Boekhandelaar, Keizersgracht 168, Amsterdam C.

Telefoon 44505 -* Postgirorekening 48605 ~» Gem. -Giro G 2021

ACHT NIEUWE MEESTERWERKEN

van FRIEDE B I RKNE R-C O U RTH S en MARGARETE ELZER-C O URTH S

de dochters van de wereldbekende HEDWIG GOURTHS-MAHLER

Thans is het oogenblik gekomen, waarin wij U in ^nis kunnen br^

MARGARETE ELZER-COURTHS, de beide dochters van de b ^ a f ^e "ED^ ekend succe3 J zuiien

die op juiste wijze sentiment en verstand samenvoegt in haar spannende liefdesverhalen.

«. O L 1 gebonden in geheel linnen prachtbanden met frissche omslagen

UeZe O DOeKeil, in fotomontage, uitgevoerd in zwart en rood, zijn ± 250 pag.

groot, gedrukt met duidelijke letter op prima geheel houtv ij papier, en

kOSteil SlOChtS f 16«40t betaalbaar in maandelijksche termijnen van slechts f 1.50.

Elk boek van deze onberispelijk uitgevoerde serie vormt een geheel op zichzelf steanden roman.

Alle deelen zijn ook afzonderlijk verkrijgbaar op gemakkelijke betahngscondities.

Mevr. A. VUERHARD-BERKHOUT, Jhr. R. H. J. NAHUYS en Mr. J. B. VAN LANT-

SCHOT zorgden voor uitstekende vertalingen. Wij brengen :

FRIEDE BIRKNER-COURTHS

iüa


Eén ding mag hier

niet ontbreken!

Wanneer een nieuwe wereld-

burger zijn intrede doet, is

dubbele helderheid geboden.

Moeder en kind hebben dan

veel schoon, frisch en gedesin-

fecteerd waschgoed noodig, op-

dat hun gezondheid niet geschaad

wordt. Hier is Persll op z'n plaats.

Persil wascht grondig, voOr-

deelig en het goed wordt hagel-

wit. En wat ook een voorname

factor is, het goed wordt tege-

lijkertijd gedesinfecteerd. Het

waschgoed van kraamvrouwen,

behandeld met Persil, is evenals

baby- en ziekenwasch, bijzonder

zacht en aangenaam — een wel-

daad voor de gevoelige huid.

Als d* ooievaar is aangeland,

Siaat Persil bij de luiermand.

More magazines by this user
Similar magazines