klik hier voor de samenvatting oratie - Belvedere

belvedere.nu

klik hier voor de samenvatting oratie - Belvedere

HET HISTORISCH WEEFSEL

Over de vormgeving van de regio en de omgang met het verleden

in de 21 ste eeuw.

In de afgelopen kwart eeuw is de omgang met het cultureel

erfgoed van stad en land, niet alleen in Nederland maar ook

elders in Europa, ingrijpend veranderd. Lange tijd werd dat

erfgoed beschouwd als de materiële getuigenis van een ‘lost

world’, een verzameling kwetsbare monumenten die op

miraculeuze wijze waren ontsnapt aan de veranderdrift van de

moderne samenleving. Monumentenzorgers richtten zich dan ook

vooral op conservering van de authentieke sporen die in het

landschap en de stad nog resteerden. Inmiddels heeft het

‘conserveringsparadigma’ echter plaatsgemaakt voor een

‘transformatieparadigma’. Het erfgoed heeft zijn statische en

kwestbare imago afgeschud. Het speelt een actieve rol in

culturele en ruimtelijke transformaties van uiteenlopende

aard, van pogingen tot hervorming van de multiculturele

samenleving tot de ontwikkeling van toeristisch-creatieve

netwerken en de vormgeving van stedelijke regio’s.

In dat proces heeft het begrip ‘erfgoed’ een bredere

invulling gekregen. Het erfgoed gedraagt zich als een weefsel

waarin voortdurend nieuwe plekken, objecten en herinneringen

worden ingeweven en oude worden getransformeerd. Historici en

cultuurkritici volgen deze ontwikkeling op afstand en met

enige argwaan. Dat is in veel opzichten terecht, maar de

nieuwe omgang met het erfgoed vraagt ook om een constructief

antwoord. Tegelijkertijd moet worden geconstateerd dat

historici, maar ook de vormgevers van onze toekomstige

leefruimte, daarvoor de concepten en instrumenten grotendeels

ontberen.

In zijn oratie doet Kolen daarom voorstellen voor een

inhoudelijke agenda die daarbij behulpzaam kan zijn. Om

verschillende redenen is het raadzaam om zo’n agenda te

formuleren voor de regio. Zo hebben velen er de afgelopen

jaren op gewezen dat de regio, anders dan aanvankelijk werd

gedacht, niet ten onder is gegaan in het geweld van de

mondialisering. Integendeel: regio’s zoeken naar nieuwe

manieren om zich binnen internationale netwerken te

profileren, en bijna altijd worden daarbij het verleden en het

erfgoed benut als economische bron en ‘symbolisch kapitaal’.

Het historisch weefsel van de regio geeft voeding aan

spectaculaire belevenissen voor bezoekers en toeristen, aan

architectuurvormen en ruimtelijke plannen, ideeën voor de

creatieve stad en de constructie van nieuwe identiteiten.

De historische wetenschappen hoeven zich geenszins

dienstbaar op te stellen, maar kunnen zich evenmin afzijdig

houden. Omdat het economische gebruik van erfgoed nogal eens

leidt tot een versmalling van de historische beeldvorming tot

één of enkele historische ‘iconen’ (denk aan de Rembrandt-


manie in steden als Leiden en Amsterdam), ligt er voor

historici de taak om de dialoog over de ruimte te verrijken

met diepere gelaagdheden, alternatieve verhalen en soms ook

minder gewenste geschiedenissen. De vormgevers van regio’s

kunnen gebaat zijn bij reflectie op ruimtelijke transformaties

in het verleden. Vaak hadden deze op de langere termijn

onvoorziene en ongewenste effecten, een onbeheersbaarheid die

besloten lag in het complexe samenspel tussen de voortdurende

herinrichting van stad en land, bestuurlijke veranderingen en

niet te vergeten de wereld van collectieve ideeën en

mentaliteiten. Op al deze terreinen kunnen archeologen,

geografen, historici en ontwerpers een bijdrage leveren aan

het denken over regio’s. Het is niet uitgesloten dat het ‘oude

erfgoed’ daarbij veel waardevoller blijkt te zijn dan het

nieuwe erfgoedparadigma wil doen geloven. Want ondanks het

feit dat veel regio’s worstelen met hun post-rurale en postindustriële

identiteit, blijkt juist dat rurale en industriële

verleden een bijdrage te leveren aan de hedendaagse beleving

van en waardering voor de regio. Bovendien heeft dat verleden

een onontkoombare fysieke nalatenschap: een enorme voorraad

aan gebouwen, havens, industriecomplexen, stadswijken en

landschappen die gezamenlijk wel eens één van de grootste

ruimtelijke opgaven van onze tijd kunnen vormen.

Wat Kolen voor ogen staat is een geschiedenis die haar

afstandelijke houding laat varen en zich verdiept in processen

van culturele verandering en ruimtelijke transformatie, om van

daaruit te participeren aan de ruimtelijke cultuur van de 21 ste

eeuw.

Jan Kolen, Het historisch weefsel: over de vormgeving van de

regio en de omgang met het verleden in de 21 ste eeuw, vrijdag 2

juni, 15.45 uur, in de aula van de Vrije Universiteit te

Amsterdam (hoofdgebouw).

More magazines by this user
Similar magazines