nederlanden.

resources4.kb.nl

nederlanden.

B I O G R A P H I S C H

WOORDENBOEK

DER

N E D E R L A N D E N .

AGTSTE DEEL.


B I O G R A P H I S C H

WOORDENBOEK

D E *

NEDERLANDEN,

Bevattende de Levenshefchij'vingen vmi voorname STJATSMylN-

NEN, KRTGSHELDEN, GELEERDEN in allerleije vakken

van Wetenfdiappm, DIGTERS, SCHILDERS e:t andere

KONSTEN.4REN:

EN VERDER,

Zodanige Peifonen, die door de ene of andere daad, zig beroemd,

ef aan den Vaderlande verdienjielijk hebben gemaakt; veelal ver-

zeld van hunne Karakterfchctzen, zeldzame Anekdoten die men

elders te vergeefs zal nafporen, onpartijdige beoirdeling

hunner Daden, optelling hunner Schriften, en aanwij­

zing der Schrijvers welke van hun gehandeld hebben.

OPGE MAAKT,

Uit Handfchriften, een groot aantal van de beste

Schrijvers in verfcheideneTalen over die onderwerpen

handelende, en medegedeelde Berigten.

VAN DE OUDSTE TIJDEN AF TOT HEDEN TOE,

DOOR

J. A. DE C H A L M O T.

Met Pourtraüen en Plaaten.

A G T S T E D E E L .

T E AMSTERDA MjSjgg^

J O H A N N E S AL Ipfgjï*-,

M D G C C. .


B I O G R A P H I S C H

WOORDENBOEK

D E R

NEDERLANDEN.

AGTSTE DEEL,

CoSTER (HENDRIK) , geboren te Brusfel omtrent 1

midden van de XVIde eeuw , omhelsde den geestelijken

ftaat, wierdt tot Priester gefchoren, en met de parochie van

Lokeren, een vlek in het land van Waes in 't bisdom van Gent

gelegen, befchonken. Ter zeiver tijd verkreeg hij mede den

rang van Apoftolifen Protonotaris. De jammervolle ellenden, die

het land van Waes in 1587 en het volgende jaar moest onder­

gaan, bewogen hem, een geruster verblijf te zoeken. Hij wierdt

Pastoor in een der parochiekerken te Antwerpen; en vervol­

gens wierdt hij Kanunnik van St. Gudula te Brusfel. Welk

misdrijf hij namaals beging, weet ik niet, maar zeker is het,

dat hij in 1630 in 't kasteel van Vilvoorden wierdt opgefloten,

daar hij na agt jaren te hebben gevangen gezeten, zig zei­

ven door uit te hongeren in 1638 het leven benam. FOPPENS

getuigt van hem, dat hij is geweest: Homo acri £? maligm

ingenio.

Daar is van dezen HENDR. COSTER in druk: 1. Modus oran*

di Demi. Antv. in 241K0. 2. ïfifïorie ban De ouötfjeyöt Dcg

% «Satljoïijfien «©fjclcofê. % ntb. 1591. m 121110. Dit werk­

je bevat een beknopt tijdrekenkundig verhaal van de Kerkelij-

VIII. DEEL. A ke


COSTER^CPISTER)

ke gcbeiïrtsnisfen zedert den dood van den Zaligmaker tot aan

'{Jaar isgt. De. Schrijver bemoeit zig inzonderheid, om de

invoering van het Christendom in de Nederlanden, de Kette­

rden m de zogenaamde wreedheden door de. Ketters gepleegd,

te ichetzen enz. Ook ontmoet m.en 'er een verhaal in, van

de rampen die het land vm Waes in 1387 en 1588 zo deerlijk

teisterden, en welke veroirzaakt wierden door wolven, rovers,

het oorlog, duurte, daar op gevolgden hongersnood en fterf,

te,.en eindelijk, zegt COSTER, door toverkollen en weerwol­

ven, 3. ï}ct (ebcn ban ten heiligen FKEDEGONDUS , &ieifa

baber. ?{ntto, 1503, in i?mo. 4. ïjet tebers ban bm ïjcilignt

GEORQ, ^arteïaar. Hptto, in ,12:11a Zonder COSTER ongelijk

aan te dóén, kan men met ruimte zeggen, dat zijne boeks-

keni geenzins de toets van gezond oirdeel.kunnen doorftaan;

dat hij ook niet Belkeriasns was, maar tot overdrevenheid

toe, geloof floeg aan fpaokzels, fchimmen, hekzen en wat

ai meer onder die ktasfe kan gerangfehikt worden. „

F, SWEERTII, Ath. Batav. p. 325. VAL, ANDR., Bibl. Belg.

P< 348 J. F. FOPPENS, SM. Belg. p. 440, 441. M. DIERCJC-

SENS , Antverpia Clixlfla nascens, Tom, IV. p. 86, 87.

390, 202. PAGTJOT , Mem, littcr. Tom. XI. p, 222-225,

CQSTER (LAURENS), zie KOSTER,

COSTER (PIETER), Konstfchilder, is geboren te Antwerpen

in het jaar 1614; hadt tot leérmeester zijnen oom ADAM COSTER ,

door zijne nagtftukken en kaarslichten beroemd. Vroegtijdig reisde

PIF.TER naar Italiën, hezogt Fenetiën, en wierdt in die ftad aan

kluisters gebonden, doordien hij op een fchoon meisje verlief­

de, en zig met haar in den egt begaf. Hij fchilderde "er on­

der anderen het plafond der kerk van St. Jnstina, Dees Kon.

ïlenaar ftierf ten Jare 1702, en wierdt in genoemde kerk be­

graven. Van z'yne zqne,n maakte zig ANGELUS door deszelvs

uitnemend fchone penfce'konst, te Rome beroemd, L. VOH-

STERMAN heeft een muzijk-gezelfebap, waar in vijf beelden

voorkomen, naar het originele fchilderij van ADAM COSTER, al­

lerheerlijkst in hét koper géfneden, —— OttANöï, Cedaiia


COSTER. (SAMUEL) 3

piporko. Bo'ogna 171-8. i» 4«- f(Ug. $un|Htï Sfficca. 3«rt


4 COSTER. (SAMUEL)

verwen afgemaald weidt. Men hadt dit treurfpel in 't fait

1617, voor H eerst vertoond, en fpeelde het nog, in 't jaar

IQ30, (oen de gefchillen tusfen de Wethouderfchap en eniga

loden van den Kerkenraad, op 't hevigst waren uitgeborften.

Da. Digier haalde zig, derhal ven, den haat van fommige Ker-'

kelijken ap den hals, TRIGUND en OTTQ BADIUS voeren,

. dikwits, van den predikftoel, uit tegens zijne Akademie,

waar op VONDEL, in enigen zijner Hekeldigten, met name in

den Otter- m 't Bolwerk en in Haan Kalkoen, het oog heeft.

Doch de Regering liet het fpelen zijnen gang gaan, en trok

z-i^ de vercirdelingen met aan. Doktor COSTER behieldt, tot

?ijnen dood toe, de achting van de aanzienUjkfte Burgers,

#n van vele leden der Regeringe.

Het zal niet ongefchikt zijn hier ten aanzien van COSTEF*

zijne inrigting bij te brengen, dat de Regenten van het

Bui ger-weeshuis, befpeurende hoe veel voor-deels het Qud&

Mannenhuis trok van het fpelen van de Oude Kamer, op den

feptember 1617 een verdrag met den Doktor floten, over

't- fpelen, op zijne Akademie-, die men ook genoemd vindt

Nederlands Oeffenfchaol, tot fligtinge en vermakelijkheid van e

iegelijk. Volgens dit verdrag, zou het Weesbuis al de kosten

dragen, en , in de eerfte zes jaren, een derde van 't voordeel

genieten, D? overige twee derden zouden voor COSTEB

gijn, Doch na verloop der eerfte zes jaren,'zou het voordeel

tusfen 't Weeshuis en COSTER, gelijkelijk gedeeld worden.

Op dqzs wijze, geraakte de Nederduitfe Akademie in bloeijenden

ftand, die, van hare oprigtinge af, een Bijenkorf met het

wpord YVER, tot haar blazoen voerde. Doch 't Icedt maar

tot het jaar 1612, toen het Weeshuis de Akademie, met a!

den tceftej-, tot het fpelen behorende, van Dr. COSTER over­

nam. Om '| verdrag, welk, deswege, op den oden augustus

das gemelden jaars, getroffen wetdt te fluiten, hadden, op

last van Burgemeesteren, gehandeld KORKELIS VAN CAXIFEN,

HENDRIE JAKOESZ. en KORNELIS DANKERTSZ. Voor 't erf, den

opftai en toeftel tot het fpelen, werden aan COSTER, 68SO

guldens goedgedaan, behalven ? dat het Weeshuis ene kusting

van


CGSTÉR. (WYÜÖLD DE) s

Van 3200 guldens, téft behoèvÊ van LAMBERT LAMBERTSZ.,

ten zijnen laste nam-. De töeftël, die onder den koop be­

grepen was, wordt-, In 't oirfprongkelijk Koop-kontrakt, in

dezer voege befchreven: óUc fee fléfcDilfceroe bniDiaèijctibe

feoccïtèn op tyt toneel fijnDc-. 22 ïfêacpcnên ban ist böömaemiT2

Jtynfen op obatïen gcftfjiïöcrt- 9 ©iercatitc toaepciicti ban fee

tinije en fi\a" pnnfen töacpcncn öp Doccn. 2 «Öwotc fcljilöcii

feaae fee lampen acn Tjarigïn/ acn b'anbcr $i)üe fjcfctiilacirC /

met Ijatï Moejc ehöé eooiöen. ïjet öaeiraDc fjefttêftwtrfi ineï fijn

ïtaepfïangen / hooien tnöè bïotfê. 3 Cotffetsi Die |Jft plein

öinreijcltcti met hart fchïagen enöc taticheii. jiïótïj cm sninött

tacffrf met 2 fcfiiagen. 3 jmm» öacr tiet toneel met* bcföJoöt

tooit. e triümpbtoagen. 't ©retrcantc ontaertocit. öcmicii bmt

tecnctoertH/ op üeti foïfaer lerjgcnör. Het Weeshuis bteef dtis

de Akademie alieen behouden, tct op het jaar I8§5, toen

het zelve 'er een derde van aan het Oudé-Mannenhuis ver>

fcogt»

Behaiven de Tone/elftukkbri door Dr. SAM. COSTER vervaar­

digd, is 'er nog van hem in drukt ©ertljooiiitigc gïbatn bij tté

bet Jücba-fcuitfttje 3ttabcmi/ tooi bebri ban Öe 42*;. ^ee'nti bc*

pt f&eBc Stirtfier&am/ tot ontfjaal ban fijne fermmglijne 8$tafi*

jieijt ban ÏSogfetrtêrt/ fa 't jaat 1621 öen 6 |tim> 3ïmfc iëit,

in 4t0. Van zijne Treur-, Blij- en Khigtfpeici vindt mén en'e

opielling in het Register der Nederhndje TtmeePDijgdfin^ tdelft

1743» bl. 26, 27. TULP,


6 COSTER Ü3. (BERNARD)

van die orden, in genoemde ftad. Hij wieidt in 1C66 blind,

en ilierf den 2 april 1674, in den ouderdom van 79 jaien.

Daar is van hem _in druk: TtaBatus Euchmfikus, hoe eft,

de Euchariflice Sacramento £? Sacrijlcio .&c. Colon. JÓ46. m

I21B9. — — IIERTZHEIM, Bill. p. 363. PAQUOT, Menu litier.

Tom. VUL p, 309, 310.

COSTERUS (BERNARD), geboren te Woerden den 17

junij 1645, uit een zeer eerlijk en binnen die ftad zedert

een aaneenschakeling van jaren in aanzien gedaan hebbend

geflagt. Zijn vader was ALBERTUS COSTERUS, .meermalen

Burgemeester en tefi'ens Secretaiis van 't groot Waterfchap

van Woerden, die door zijn goede dienden in beide deze

ambten bewezen, nog in onze dagen zijn roem onder de

inwoonders dier ftad heeft behouden, en door een goed ge­

tal nakomelingen aldaar, en ook elders door ons land ver-

fpreid, zijn geflagt heeft, yotj:tgeplant. Zijn moeder was

ELIZABETH 'T 'WILD, en zijn vaderftad de kweekfchool,

waar in hij de eerfte beginzelen der wetenfehappen heeft

bekomen; vervolgens wierdt hij naar Gouda gezonden, om

onder opzigt van den Rector WOERDANÜS, grondig onderligt

te bekomen, in het grieks en latijn, benevens de voorberei­

dende wetenfehappen, zo nodig om met vrugt van de akade-

mife lesfen gebruik te kunnen maken. Zijn vlijt en naaiftig-

heid beantwoordden ook volkomen aan de zorg die zijn Mees­

ter aan zijn onderwijs befteedde, en hij ftreefde binnen

kort alle zijne medeleerlingen voorbij. De fcholen dus met

groten lof doorlopen zijnde , wierdt hij te gelijk met zijn 'broe­

der JOHANNES, die namaals Predikant te Delft geweest, en

aldaar geftorven is, naar het Hogefchool van Lcijden gezon­

den, alwaar hij onder de beroemdfte Mannen van dien tijd

zijne ftudien voortzette. Over de talen, gefchiedenis en oud­

heden, hoorde hij den kundigen JOH. FRED. GRCNOVIUS, en

ADRIAAN BEEKERS VAN THIENEN was zijn leermeester in ce

regten; met grote naarftigheid bezield,' vorderde hij onge­

meen , en wierdt den 28 fèptetaber 1668, tot Doktor in bei­

de


COSTERUS. (BERNARD)

de de regten bevorderd, onder verdediging van een dispuit:-

De vulgari rjf pupillari Subftitutione. De Akademie verlatende,

begaf hij zig naar 's Hage, om voor de beide hcge Gerigts-

hoven, uitnemende leerfcholea voor jonge Advokaten, de

praktijk te oeffenen; hier niet zeer lang verbeid hebbende,

keerde hij naar zijn Vaderftad te rug, en wierdt op den 29

maart 1670, door Dijkgraav en Heemraden van 't groot

Waterfchap van Woerden, tot hunnen Advokaat aaDgefteïd» en

tien 2den meij daar aan volgende, wierdt hem het Seaetari*

aat Van.de ftad Woerden opgedragen* Hier was hij cp zijn

regte post, en Woerden, toen in een bloeijenden ftaat wezênde,

en haar onderhorige geregten meerder bezigheden veuehaffen-

de, dan na bet jaar 167+, toen aldaar alles bedorven en Ver­

vallen was, heeft hij die egter te midden van aile hare rampen-

zodanig bedient, dat zijn roemen lor'groot was in die land*

ftreek. Ten aanzien van zijne Secretarie, archieven en

fchriften, nam hij zodanige nette.orde in acht, dat mennet

iemant te vergeefs naar enige Rukken hoe oud ook, behoefde

te vragen. Toen de Franfe wapenen Neerlanis bodem zo

deerlijk teisterden, was ABRAHAM OIIMEA , Heer van 's Ora~-

venfioot en Bateftem, van zijn landgoed naat Woerden gevlugt,

en door de familie van onzen COSTERUS, met veel gulheiden:

dienstbetoon onthaald, waar door 'er tusfen dien Heer en

onzen BER^ARD een warme vriendfehap en gemeenzame ver­

kering ontftond. De Heer ÜRMEA was rijk en welgéfteld,.

doch met een zwaar 'huisgezin voorzien, en leed ongemeen»

gelijk meest , alle de ingezetenen van die landftreek, in .zijne

goederen; dit veroirzaakte hem veel beflommeritig-eu werk's,.

tot welker hulp hij dikwerf van COSTERUS zijnen raad en

arbeidzame werkzaamheid gebruik maakte. Hier .door beves­

tigde hij zig niet alleen in des vaders gunst, maar drong ook

in die van zijn dogter LUCF.ETÏA ÜRMEA, en won grotelijks

hare genegenheid; 't welk van die uitwerking was, dat hij.

met uitbundig genoegen van den ouden Heer, den 20 feptem*

bar ió;8 met baar huwde, hebbende iiegts ene dogter bij-

haar verwekt, ELIZABBTU geheten, die den t juHniêys) ter

•A 4 WH»


'5 COSTERUS. (BERNARD)

wereld kwam, en reeds den 4 feptembcr daar na overleed.

Op den 31 oktober 1684, wierdt bij verkoren tot Burge­

meester van Woerden, het welk hij voor den korten tijd dat

hij die waardigheid bekleedde, tot groot nut van de burgerije

heeft waargenomen; doch toen 'er een gefchil tusfen de Rege­

ring van Woerden pi deszeivs Bailjuw, zijnde de Heer van

Werkendam, voorviel, waarbij hij dezer ftad regten met de daad

befnoeide en zig meer gezag aanmatigde dan hem toekwam,

verzette zig COSTERUS daar met alle kragt tegen, maar te ver­

geefs, doordien de Heer van Werkendam, door anderen die

insgelijks belang fielden om de kleine fteedjes te onderdrukken

en van hare voorregten te beroven, geiugfieund, zijn zin er­

langde, 't welk COSTERUS , zig aan geene overhering kunnende

onderwerpen, tot grote fmert der burgerije het befluit deedt

nemen, om zig eerst in november 1084 van zijn Secretaris­

ambt te ontdoen, en daar na den 1 meij 1085 cok als Bur­

gemeester te bedanken, en zig voorts met 'er woon te begeven

naar de provintie Utrecht, alwaar zijne vrouws goederen voor

een groot gedeelte gelegen waren; wonende 's winters in de

ftad en des zomers op den huize Batenftein, alwaar hij zijn

tijd ongemeen genoeglijk doorbragt, en zijne meeste uren

fleet met lezen, en het geven van regtkundige advijzen aan

veriegene menfen, die van vele oorden naar hem toevloei­

den, en zulks deedt hij zo belangeloos, dat hij meestal de

heden, met raad , daad en fchriftelijk berigt ten dienfte

Rondt, zonder iets voor zijnen arbeid te vorderen. Ook

leefde hij hier ongemeen afgezonderd, ziende behalven zijne

famRie en zeer weinige gemeenzame vrienden, geen gezelfchap

hoe genaamd. Op groot aanftaan van fommige zijner oude

kennisfen die te Gouda woonden, haalden zij hem met veel

moeite over, en onder verzekering van hem een goed ambt te

zullen bezorgen, zijn verblijf in die ftad te nemen; doch dit

duurde flegts een jaar, want toen keerde hij naar zijn geliefd

Batenftein te rug, met voornemen om 'er het overige van zijn

levenstijd te flijten; dit zoude hij ook volvoerd hebben, ware

het niet geweest, dat door den dcod van zijnen broeder GYS--,

EERT


COSTERUS. (BERNARD) 9

JIIT CCSTERUS , die den 27 julij 1701 overleed , en Se­

cretaris van 't groot Waterfchap van Woerden was, hij om

dit Secretariaat in de familie te behouden, gewillig den last

op zig hadt genomen, om het waar te nemen, tot dat zijn

broederszoon WILLEM COSTERUS mondig geworden zoude

zijn, ten wiens behoeve hij 'er ook ten jare 1715 afftand:

•van deed. Ter zeiver tijd wierdt hij weder gewoon Advo­

caat van dat kollegie , H welk hem noodzaakte zig eenmaal

ter week naar Woerden te begeven.

Zijne ruste en vermakelijke eenzaamheid wierdt niet weinig'

vervrolijkt, en verkwikt, door de verkering van zijne lieve en

verftandige huisvrouw LUCRETIA ORMEA, die een fieraad was

van het vrouwelijk geflagt in haren tijd; zij muntte uit in

godsvrugt, en weldadigheid, bezit bij een edele ziel een on­

gemeen fijn oirdeel, en was daarbij een fchrandere huishoud»

fter; doch deze voortreffelijke Vrouwe, die aangenaame ge-

zellinne zijnes levens, ontviel hem den 1 rnaart 1714; welk

hitter verlies hem zodanig trof, dat hij 'er bijna moedeloos van

wierdt, en geen wonder, hij hadt zig nimmer met huishou-

dings zaken onledig gehouden, en die last Rond nu geheel

op zijne fchouders te drukken; doch zijne vrouws nigt en

voedfterlinge JACOMINA CLOTTERBOKE, benevens hare zuster

EVA gehuwd aan den Profesfor PIETER BUKMAN den ouden,

befloot, alle de genotene weldaden en hartelijke vriendfehap

van deze twee egtgenoten aan haar en de haren bewezen,

aan den ouden Heer, met dankbaarheid te vergelden; zij fcogt

Bateftein, dat openbaar geveild werdt, en verzogt den ou­

den man bij haar te willen inwonen , in welken voorilag hij

met het grootfte genoegen bewilligde; en na te famen het

winterfaifoen in zijn huis te Utrecht doorgebragt te hebben,

be"aven zij zig des zomers weder naar Bateftein, daar zij ir.

ftilte en de volmaaktfte overeenkomst in wille en genegen,

heid tot in 't jaar 1733 doorbragten, wanneer zijne nigt

CLOTTERBOKE , door ene kortftondig durende beroerte van

hem wierdt afgerukt, en hij zig dus in zijn ouden dag be­

loofd zag van alle gezelfcbap, 't doo gaande lot *an menfen

A 5

t 0 £


ip CGSTERÜ3. (BERNARD)

tot z-ilk een hrgea ouderdom ge.leigeri; a s taea be3oo: hj

voortaaa het gaat-c jaar ts Ukngjl '.e biljoen, tot zrze

buisocwdfter ene o\Je vrouwe van beproefde camee ne-

menie, die te voren xei 25 jiren bii heai 1*^: gcaisa-i. Ia

dezer. tosSacd wagae hj rust-g dea bij G-.-D hnpnliVri Lji .zg.

aer octbiadiEge af, doch die hen egter ia zija vaierirad Wtct-

ie* was voorbefchikt, want rog a-ia: scs zester vaa elf kin-,

deren die zg geweekt waren over hebbende, nane&fc Jlau

COSTER-JS, die te Gtatii getrouw d was geseest met WILLE*

VAX Noarr, er. eesn kiaasrea ia Ie.£3 had:, beiioot dezs bg"

haie vrienden ie H mdiJi te gaAa iEïrjnen. Op aaairag van

deze z-s:er, 'ocZooc de grl^d- CoiiEairs zar.e ijjiiho^iiag.

te U:r::ht op te breken, ea insgelijks naar IVitrien te verhui.

aea; hg deeit zalks, doch was hier aauweiijks eea rmnj

geweest, of hg fiieif, wordende '=ra~rgers via den 5 oktober'

1735 dood in zgn beide gevo-uen, na dat hg dea oudc.-.j

van 90 jaren en bijna 4 m -anrWi hadt bereikt.

BïxsAia COSTEACS was eea man vaa eea ongemene lig-:

hair2i::e:.-::e, ': sri.i irz.r;-cr:.e i :ar. zl_- = rr.ru :a het

nuttigen van fpgs en drank moet wo«Jen toegeicire.er, wa.:t

hij at aiaaner tot voikonsea verzadiging tte, ea aioak zeld­

zaam meer daa vier of «jf kelkjes wgn, zelvs op de Waar-

grsavs raaaiLdea, ciz: z.j-e :e-er.swoo: i.'c-.eid tl; he: üaitea

der rekeningen vereist wiedt, en «eeitgis tot Matheid

toe de beker werdt geiigt, was nieaaEt • Raat orn hem van

znn aargeromea ie.ensregel te doea afzien; ook heeft

hg mecigmalea op zijne geaonibcid geroemd, en aan zgee

gemeenzame vrieaden betuigd, dat hg naraaer enige ziekte

van belaag, en ongemak van püi ia 't hoofd, ocgefcide

ipaag, benauwde borst, graveel, jjg of andere kwalen, die

den o_:e-::- c:c:r:;-s v_.-zs er., heu> ge.ce'u, za Jat hj

Ut die h~og:e vaa jaren is geklommen mcr een gezoad üg-

haan en kvecdigen geest, en tot zLn einie toe een onbegrg.

?e.r : goed geheugen. Voorts was zijn karakter uitnemend»

h? tedere-godsvrugt, voegde hij goedaard :

gheid, meiedeel-

zzaraae;^, p as aanffBaaa ia g-zsucoap, ea eea war ai vr

6^5


C03TERUS. (BERNARD) li

geen opwellende hartstogten ontroerden zijne ziel, en hij was

zodanig meester van zijne driften, dat, wat hem ook is ge­

beurd , genoegzaam nimmer een vlaag van toorn of opftaivirig,

hem heeft vervoerd; zijn enige aandoening was, wanneer zij­

nen vrienden of caastbeftainden, die hij hartelijk beminde, iets

noodlottigs ontmoette. Een ijverig voorftanier was hij d^r

vrijheid en van des volks voorregten, en bejammerde harteiijk

de lampen die zijn vaderiar.d inzonderheid troffen in het tijdvak

waar van hij ons in zijn werk het tafereel fchetst. Met lede

ogen ten jare 1672 de verheffing van WILLEM DE lil. aan­

ziende, kost hij niet anders dan met veifocijing de middelen

befchouwen, die fommigen van deszelvs aanhangers en afhan-

.gelingen te werk fielden o;n hem tot die grootheid te verhef­

fen, waar toe hij is geklommen; middelen ook, waar van do

meesten zo verfoeijelijk, gewelddadig, ja godtergend zijn ge­

weest, dat die uit de geichiedenisfen op te halen, een z.-vart

register van de fnoodfte boosheden zoude opleveren. Dan hoe

nauw COSTER'JS ook verbonden was aan de ftaatkundige be-

ginzeis die hij beaamde, en hoe vurig hij die ook in gemeen­

zame gefprekken veidedigde, heeft hij zig nimmer in en ge

jaadfiagen gemengd, of zelvs deel willen hebben aan gefchrif-

ten, die den als toen heerfenden (iaat van zaken zouden heb­

ben kunnen gehaat maken.

De tijtel van COSTERUS zijn werk dat zo veel gerugf ge­

maakt heeft, is deze: ïJifhrnsch Dcrrjaai/ ofte ctme ^Durtie

ban ;aahcïi / raahraöc het tancrni ten Dc ïkpuMim'c ban

.Holland cu Westfriesland, bc beranbcnnge in öc Öcgcvmrjey

inet Drn gtboigc ban öicn / tcUer: oen jarc 1572. t:Dcn Wour-

den cu Oadewater, toaarbij Dc .éch?i>btrd ban Dtcn tijö fcw

tol tococrlegt. Mlt$ berbat m ticec Stieten 0002 JBg, BES-

KARD COSTZP.US, in ben jaare 1672 getoetst ;iuiDc .ficrrcte^S

bcr ^teöc Wourden. «De ttoeebc jeer bermerrbrrt

ioo? ben *ltit5cur, 3£cj#m »73* ''"> UK In het etrfti-Qeéttl-


22 O0STERÜ& (FLORENTlUS*)

re van dit werk, 't welk geenzins in enen uitlokkenden Rij?

& gefchreven, en 't welk tot walgens toe opgevuld is met

, aanhalingen uitallerleijeSchrijvers, die geftadig den vloeijenden

loop der lezing Horende, de aandagt vermoeijen; zoekt de

Schrijver te betogen, het regt van Woerden en Oudewater om

ter dagvaart in Hollands Staatsvergadering te verfchijnen. Het

tweede Gedeelte, behelst zijn Hiftorisch Verhaal van de treffende

rampen die inzonderheid Woerden in de jaren 1672 en 1673

hebben getroffen, welke hij voornamentlijk toefchrijft, aan

de grove fauten die de Prins VAN ORANJE in den veldtogt

Van 1672 beging, en met het verlaten door hem van den

Tsfel, tegen een uitgedrukte refolutie der Staten van Holland

aan, waar door Woerden door den Prins fchandelijk verlaten

tot wanhoop gebragt, en gedwongen wierdt, het befluit te ne-

inen om zig aan de Franfen over te geven. Voorts wederlegt

hij zodanige plaatzen uit VALKENIERS Verward Europa , en

SYLVIÜS of eigentlijk VAN DEN BOSCH zijn Vervolg op AITZEMA,

Zaken van Staat en Oorlog, waarin geheiutenisfen die door hun

op ene verdraijde wijze verhaald, aldaar in een licht voor­

komen, dat geenzins de toets der waarheid kan doorftaan.

Inzonderheid heeft hij het geladen op JAC. BASNAGE zijne

Annales des Provinces Unies cjfc. die hij „ een Huurling noemt,

„ van vetfeheidene grote Heren in deze Republijk gebruikt

} i tot onze Hiftorien te befchrijven, daar hij niets van wist als

„ dat men hem opgaf enz." Zeker is het dat BASNAGE fom>

inige omflandigheden van gebeurtenisfen verhaalt, inzonder*

heid die betrekking tot het Stadhouderfchap Van WILLEM

DEN III, en het voorgevallene te Woerden, hebben, Welke

COSTEKUS klaarblijkelijk toont, dat om met de waarheid over­

een te komen, in een ander daglicht hadden moeten geplaatst

worden. P. BURMANRUS, ad Syllogen Epift. Tom. IV 4

p. 201. C. SAxi, Onomaft. Pars VI. p. 113, 114. PAQUOT,

Mem. litter. Tom. X. p. 213-218. Aanmerkingen over GUND-

%NG, bl. 253. De Foorrede en het Werk zelve van COSTEKUS.

COSTERUS (FLORENTItTS)j Was ten jare 1674 Piedi.

k*hi


CQSTERUS. (FRANS) *3

kant te Hoorn. Voor de zesdemaal wierdt van hem in gemek

de ftad gedrukt: üeöcrlanbt^ ©loeft en Etsen en üc&clfê Re-

unie / bermeerbrrt mtt een nieutoen ©loeft en Segen / en anbc*

tp SSiböaghiïoffen; niit&abcrs? ene 23ebe§tit;in3 en ttoee J>ijno-

Öale f JCÖihanen fc. loe?n 1740. in 8bo. Dit werkje 't welk

uit XII Predikatiën beftaat, behelst een verkorte gefchiede-

nis der voornaamfte gebeurtenisfen van ons vaderland. Zijn

verhaal van de wonderen en weldaden Gons aan de Kerk be­

wezen , begint met de Xllde eeuw, en eindigt met de Natio­

nale Sijnode van Dordrecht, in de jaren 1618 en 1619 gehouden,

't Verhaal der wonderen en weldaden GODS aan ons vaderland

gedaan, begint roet de Spaanfe tijden, aanvankelijk met 't jaar

156Ö, en eindigt met 1674. Dit werkje kan grotelijks van

nut zijn tot onderrigting voor de genen welke flegts een op­

pervlakkig denkbeeld van Nederlands gebeurteftisfen in de ge­

melde tijdvakken verlangen,

COSTERUS (FRANS), Jefuit, geboren te Meclteten ten

jare 1530, reisde in 1552 "aar Rome, van waar IGNATIUS DU

LOJOLA hem in 1556 naar Keulen zondt, om aldaar het nieuw

opgerigt kollegie, de Drie Kronen genaamd, tot een kweek-

fchool voor zijne orden in bezit te nemen, en daar in Iesfen

te houden, Hij bereikte dit doelwit, en trok door zijne wel-

fprekendheid en ongemene bekwaamheden een menigte toe­

hoorders die zijne lesfen kwamen bijwonen. Vervolgens is

bij tweemalen als Provintiaal zijner orden naar de Nederlanden

gezonden, en eens aan den Rhijnkant; ook woonde hij tot

driemalen' toe de algemene vergadering der Jefoiten te Rms

hij. Hij ftierf den 9 november 1619 te Brusfel in den hogen,

ouderdom van 88 jaren, grotelijks door de zijnen betreurd,

doordien hij een warm ijveraar voor de belangen der Sociëteit

was cn een vinnig tegenftrever van de Protestanten, *t welk

ook zijne door den druk gemeen gemaakte fchriften getuigen,

welke zijn:

1. Enchiridim Controyerjiarum prxcipuarum in Religlone. Colat.

jóoo. in 8w. naderharfd meermalen herdrukt. 2. Jpohgeticm


CÖSTERÜS. (JAN)

mm pro Énrhiridio, adverfus FRANCISCUM GOMARTJM, Calvinia.

num. lif. 1604. in 8w. 3> Epistolam ad FR. GOMARÜM Anti-

Costerum. Ib. 1600. 8 va. 4. Epistolam ad GASP. GREVINCHO-

VIUM, Calviniani verbi apud Rotterodamenfis Prcedicantem. Ib. 1600.

in 8vo. 5- Demonftrationem veteris Ortlmdoxa fidei. Col. 1607.

gvo. 6. Responfonem ad fententiam Senatits Leydenfis, contri

PETRUM PAN, Leyda: intentatam. Antv. livo. 7. Responjionem ai

Asfertionem analyticam ANDERS: CALLEE Calvinistce, contra SS.

Eucharistiam. Colon. 1586: in ïzmo. 8. Responfionem ad Luca

ÖSIANDSI ftolidam Refntationem VIII Propojitionum Cathalicarum.

Colon. 1608. in &ro. p.' Anmtationes in Novum Teftamentiim,

ac in ea pracipile loca, qua rapi in contréverfiam ab h. reticis folent.

Antv. 1614. in folio. En vele andere.-, van den zelvden Item-

pel. J. F. FOPPENS, B'M. Belg. p. 189, 190.

COSTERUS (JAN), is geboren te Leuven, en geweest re-

guliere Kanunnik van St. Maartensdal in die Had, en vervol­

gens wierdt hij Prior daar van ten jare 1554. Aan het TIo-

gefcbool heeft hij tot Contubernaal gehacTt den beroemden

JUSTUS LIFSIUS, met wien hij in een nauwe vriendfchar vor-

kering leefde. Hijfli'erf (e Leuven den 9 maart 1559, in den 1

ouderdom van flegts 44 jaien; en zijn vriend JAKOB LATQ-

MUS, maakte ter zijner gedagtenis het volgende graffchrift;

COSTERUS jacet hic, fatis hoe monuisfe, vlator.

Nempe quis audito nomine plura roget?

Spoiite tibi hic fitbeant nivei £f fine erhnine mores %

Canaque cnm fumma Reiigione fides.

InviSlum peSus, nulli penetrabile cu'.pe,

Virtutis cupidum, nequititvque fugax.

Intentum. fludiis femper, fancioque labori:

Deniquf per cunflos vita probata modos.

Artibus in ccclum fi quis grasfetur eisdem [j'c.

"Daar is van hem in druk uitgegeven: 1. Vincentium Lirlnen-

firn contra Harefes: cui £5" Commentariolum adjecit. Lov. 1568.

in lïmo. 2. Sermones Guerrid, Abbatis Igniacenfis. Lov. 1559.

Ö 3


COSTERUS. (JOH.) (RUMOLD) COTEREAU. (JAN) 15

£f Antv. 1576. in lima. 3. Qmmentarius in Cantica Cantieo-

turn. Lov. 1558. Ook heeft hij ene uitgave bezorgd ten jat*

1555, der werken van den Kerkvader AMBRPSIUS, V Delen

in folio; ook zijn 'er verfcheidene Iatijnfe Oratien van hem in

druk, —— I« E. FOPPENS, Bibl. Belg. p. 620, 621. FR.

SWEERTII, Athen. Belg. p. 2ö8. C. SAXI, Onom. liter. Pars

JIJ. p. 227.

COSTERUS (JOHANNES), geboren te Aalst, wierdt ten

tare 1561 bevorderd tot Meester tn de vrije konden, vervol­

gens tot Licentiaat in de godgeleerdheid en Pastoor van de

Rad Oudenaarden iwFlaanderen; alwaar hij ook inden bloei van

zijn leven is geftovven den 10 jurs'y 1580, na dat door hem

was in 't licht gegeven: Injlitutionum de exitu Mgypti & fuga.

Babyitmis, hoe ejl, de exitu Catholicorum è civitatibus Hoereticorum.

Duaci 1580. in Svo, J- F. FOPPENS, Bibl. Belg. p. 621.

COSTERUS (RUMOLD), van Mechèlên geboortig, begaf

zig in het Minoriten klooster te Antwerpen, waar van hij

meermalen Prior is geweest; hij ftierf "er den 1 oktober 1679,

na in druk te hebben uitgegeven: ï. Manna abfeonditum, feu

Chriftum in SS. Èucïïarijtié Sacramenium. Antv. 1673» in 8vo.

2. Scalam candiaam Cceli , five Deiparam Vir'ginem &c. Gand,

1679. in Svo. SAKDERÏ, Brabant ia illuflr. Tom. III. p.'

223. J. f' FOPPENS, Bibl. Belg. p. io8


1(5 COTEREAU. (MAXIMILIAAN) COUDEMBERö.

zindheid te verzagten , en haar voor de vervolgingen der gru­

welijke Iaquifitié en het bloeddorftende Geregtshof door A L V A

ingefteld, te befchermen. Dees vervolgzieke Keiklijke heeft

een agttal Leerredenen uitgegeven, die eerst afzonderlijk, en

naderhand ten jare 1586 bijeen gedrukt zijn. In deze Leer­

redenen, waar in veel verftand doch bittere partijzugt re­

gens andere gezindheden doorftraalt, en die men verzekert

vindt, dat hij met ene bevallige welfprekendheid uitfprak,

verraadt hij enen vervolgzieken geest, die zijner gedagte-

His oneere aandoet. Du VERDIER, Biblioth, p. 683,

684- F. SWÜERTII, Ath. Belg. p. 414. VAL. ANDR. Bibl. Belg.

p. 487- J. F. FOPPENS, Bibl. Belg. p. 621. SANDERI, Flandri»

illuflr. p. 451. J. COUSIN, Hifi. de Toumay. Tom. IV. p. 234,

235. PAQUOT, Mem. litter. Tom. VII. p. 417-421.

COTEREAU (MAXIMILIAAN), Heer van Ghbeek, was

een der verbonden Edelen, en behoorde tot een Ade'ijk ge-

flagt in Braband, zijnde de zoon van T H I R A U T , Raadsheer ts

Brusfel, en van A D R H N A TEMPSICH; hadt in huwelijk LOUISE

D'ITTRE, en liet verfcheiden kinderen na; waar onder FILIPS,

getrouwd met A N N A V A N R Y F F L A A R D ; en ene dogter die tea

Hianne hadt den Ridder BROYART.

Het geflagt van COTEREAU of COUTEREAU, dat nederdaalde

uit dat van D A M M A R T I N I , werdt in 't jaar 1663, tot den Mark-

graavlijken ftand verheven ; en was gedurende de XVIde

eeuwe, met vele eerfte Huizen in Nederland vereenigd. Zie

CHRISTIN., Jurispr. Her. p. 292, 293- 419. Le vrai Supple­

ment au Nobiliaire des Pays-bas, p. 5. COUTEREAU wordt de

naam gefchreven in Nobiliaire des Pays-bas. Tom. I. p. 187.

229. Tom. II. p. 419-421. Doch, in 't Supplément p. 6. Raat

COTERAU. De verbintenisfen met WASSENAER , B E R C H E M

RENESSK enz., blijken uit de Stamlijsten van deze Geflagten.

•' J. W T E W A T E R , Hifi. van 't Verb. der Edelen. II. D.

bl. 326, 327.

COUDEMBERG (PIETER), is Apotheker geweest, dj»

ia


COUHOVEN. COULSTER. (VAN DER) 17

jn ï 568 te Antwerpen woonde. Hij heeft in 't licht gegeven:

VALERII CORDI , Dispenfatoriwn Plmrmacorum omnium qua in uju

potisfimum funt, ex optimis Autloribus, tam recentibus quam

Veteribus, collectum, ac fcholiis utilibus illuftratum , in quibus

imprimis Simplicia diligenter explicantur. Adjetlo novo ejusdem

Libello. Antv. 1568. in 121110.. Dit werk was voor de eerfte-

maal ten jare 1535 te Neuremberg gedrukt; zedert die tijd is

het dikwerf met veranderingen en verbeteringen in het licht

gegeven. COUDEMBERO , heeft het ook in 't frans vertaald uit­

gegeven, onder den tijtel van: Le Guidon des Apotiquaires,

t'efi d dire, la forme & maniere de Compofer les Mèdicamens, pré-

mierement traittée par VALERé CORDE , traduiüe du latin en

franpis, tj? enrichies dAnnotations. Lyon. 1575» »'» I2ms. VA-

LERIUS CORDUS was een Hes van geboorte, voor de tijd

waar in hij leefde zeer kundig in het vak der Planten. Hij

was fbgts 29 jaren oud, toen hij op den 2 5.feptember 1544.

te Rome ftieif. VAL. ANDR., Bibl. Belg. p. 732. J-F.

FOPPENS, Bibl. Belg.p. 968. PAQUOT, Mem. litter. Tom. XIV.

p. 248, 249.

COUHOVEN, een der verbonden Edelen, was misfcbien

uit het geflagt van COUDEHOVE, 't geen in de XVIde eeuw

groot aanzien hadt; zie Nobiliaire des Pays-bas, Tom. I. p.

65, 66, &? Ie vrai Supplément, pag. 17. 38, 39< LE CAR-

PENTIER , Hifi. Genéal. Part. III. p. 954.; of wel, uit dat van

COUWENIIOVEN, omtrent dien tijd in Holland wel bekend.

. J. W. TE WATER, Hifi. van 't Verbond der Edelen.

II. D. bl. 327-

COULSTER (VAN DER), is de naam van een oud en zeer

aanzienlijk Hollands geflagt, 't welk een kasteel of adelijk huis

van die zelvde naam nabij Alkmaar gelegen, heeft bezeten,

doch dat ten jare 1517 door de Geldéifen wieidt verbrand en

vernielt. Het oudfle mannelijk oir, 't welk wij van dit geflagt

vermeld vinden, is WILLEM VAN DER COÜLSTER, die Kance­

lier is geweest van Hertog ALBREGT VAN BEYEREN , Graav van

'VIII. DEEL. P> HOU


2S COULSTER. (VAK DER)

IlaUand, en wierdt gekoien tot Domproost van UtrecJit i$

1392, hij ftierf in 1399.

YSBRAND VAN DER COULSTER , zeer waarfchijnlijk een broe­

der van WILLEM, leefde ten jare 1390, is gehuwd geweest

aan MARIA VAN WANGEWYNS, en heeft bij haar verwekt, drie

zoons en ene dogter, namentlijk WILLEM VAN DER COUL­

STER, die de hofftede van den zelvden naam bij Alkmaar in

eigendom bezat, en ten jare 1422 van Hertog WILLEM VABT

BEÏESEN, de Ambagts-heerüjkheid van Oestdom en Heilo ver­

kreeg; hij liet na vier dogters, waar van de oudfte MARIA VAN

DES COULSTER, vrouwe van Heilo, was, dat zij met COULSTER

ten huwelijk bragt aan haren man PIETER VAN RUWEN, zoon

van KLAAS, VAN RUYVEN, en van JUDITH A'ALBOUTS. Zij ftierf

in een zeer hogen ouderdom, nalatende ene dogter JOSINA

VAN RUWEN. YSBRAND VAN DER COULSTER, tweede zoon

van YSBRAND, hier haven en van MARIA WANGEWYNE, ftierf

in *t jaar 1422, en leir in de grote kerk te Dordrecht begra­

ven , nalatende een zoon.

WILLEM VAN DER COULSTER, zoon van YSBRAND, is ge­

veest in 1425 Rentmeester Generaal van Zuidholland en

Kastelein van Schonhoven, hij ftierf in 1448. Zijn eerfte

vrouw was de zuster van ABEL PIETERSZ. , Burgemeester van

Dordrecht, welke een 2oon was van PIETER ABELSZ. en ADRI-

ANA VAN DER TYMPEL , JANS dogter, genaamd SLINGELAND ;

daar na huwde hij met zijn nigte ADRIANA VAN DER COULSTER ,

zij leefde nog in het jaar 1484. WILLEM verwekte bij zijn

eerfte vrouw: ï, YSBRAND VAN DER COULSTER, die volgt. II,

FLORIS VAN DER COULSTER , die kinderloos overleden is. III

GKRBRAND VAN DER COULSTER, is Schepen geweest te Dordr

recht. Hij huwde in 1497 met BEATRIX VAN BROUICHOVEN,

en ftierf ia 1519, nalatende twee zoons en drie dogters. De

zoon YSBRAND VAN DES COULSTER , is ten jare 1520 geweest

Kastelein op Louvejlein, hij fneuvelde in den oorlog tegcns da

Gelderfm voor TUI, in het jaar iS3r, zonder kinders. De

tweede zoon van GERBRAND, was WILLEM VAN DER COUL*

STEP., deze ftierf in 1502, nalatende twee dogters,

Ys*


COULSTER. (VAN DER) if

YSBRAND VAN DER COULSTER, zoon van WILLEM en van

PIETER ABELS dogter, was ten jare 1477 Thefaurier van Dord­

recht en ftierf in 1483. Hij hadt ten vrouwe MACIITELD VAN

ALKEMADE, dogter van FLORIS VAN ALKEMADE, en leefde nog

in 1513; hij heeft bq zijn vrouw verwekt drie zoons en drie

dogters: L WILLEM VAK DER COULSTER , die volgt. II. FLO-

Ms VAN DER COULSTER, is geweest Burgemeester te Dordrecht,

alwaar hij ten jare 1534 ftierf, zijnde getrouwd geweest met

SUETE VAN SLINGELAND , zij ftierf 80 jaren oud zijnde in 1564.

FLORIS heeft bij deze vrouwe verwekt 20 kinderen, alle jong

geitorven, behalven: 1. FLORIS VAN DER COULSTER, ftierf

ongetrouwd. 2. ABEL VAN DER COULSTER, Schepen te Dord.

recht, hadt het ongeluk om ten jare 1557, op een avond na­

bij het ftadshuis te verdrinken; hij was getrouwd met HEDWIG

VAN BREGT, des Schouts dogter vaa 's Hertogenbosch, heeft

geer.e kinderen bij haar verwekt, en was het laatfte mannelijk

oir van dit geflagt. 3- OTTO VAN DER COULSTER, ftierf jong­

man. 4. SARIS VAN DER COULSTER , was Priester. 5. YSBRAND

VAN DER COULSTER, was mede Priester. 6. JAN VAN DER

COULSTER, is Kanunnik geweest te Dordrecht; hij Week ten

jare 1572 naar Keulen, alwaar hij is geitorven. 7. GERBRAND

VAN DER COULSTER, wierdt Priester zijnde, zinneloos, en

ftierf in 1557 te Duren in Gulikerland. 8. ELIZABETH VAN

DER COULSTER , is getrouwd geweest met LAURENS VAN BRONK-

HORST, zoon van ANDRIES VAN BRONKHORST, en van MARIA

SONKE te Delft, is kinderloos overleden, 9. AGNES VAN DER

COULSTER, was ten jare 1559 Nonne te Loosduijnen. III.

ABEL VAN DER COULSTER , Ridder en Raad in 's Hage ten jare

1582. Hij was een geleerd man, aan wien ERASMUS, vcr-

fcheidene brieven heeft gefchreven, die in zijne werken ge­

drukt zijn; zo wel als zijn beide gemelde broeders was hij te

Dordrecht geboren, en ftierf 72 jaren oud zijnde in 1540, na­

latende drie dogters, bij zijne huisvrouwe MARIA LONGYÜÏ

verwekt: 1. MARIA VAN DER COULSTER, heeft ten manne ge.

hadt ANTHONY CATS, uit Zeeland, die Raad is geweert in den

Hove van Hollmd, en ten jare 1573 in 's Ha-go is geftorven,

B 2 knw


%st COULSTER. (VAN PEE)

kinderen nalatende, 2. MAGTELD VAN DER COULSTER , is ge»

huwd aan AKENT DE JEUDE, Heer van Hardinxveld.. Hij

wierdt in 1570 op Louveftein daar hij Kastelein van was, door de

Geuzen doodgsfchoten. 3, ADKIANA VAN DER COULSTER, heeft

drie mannen geh?dt, zonder kinderen gebaard te hebben, de

eerfte was JAN VAN DQMSELAAR, na wiens dode zij met JAN;

ERUYTIER huwde, en laatftelijk met N. Bastaard van DUIVEN-,

VOORDE. ABEL heeft nog een bastaard dogter gehsdt, SYBIL.

LA VAN DER COULSTER, die hij voor zijn huwelijk gewonnen

hadt; deze. is gehuwd geweest met Mr. JAN VAN DAM, eerst

Griffier van den Hove van Holland, en daarna lid van de Re­

kenkamer in 'f Hage; hij ftierf ten jare 1568 zonder kinde­

ren. IV. ELIZABETH VAN DER COULSTER, trouwde in 't jaar

1512, met AUGUSTYN VAN DEN EYNDE, Schout van Bergenop*

zoom en Woudmeester van Braband. Zij ftierf in rs33 na te

famen twee zoons en ene dagter verwekt te hebben. V,

MARGRIET VAN DER COULSTER, trouwde in 't jaar 1510, met.

GYSKERT DE BYE, op Gageldonk bij Breda, en liet na KATRY^

NA DE BYE, die gehuwd is geweest aan JAN VAN DER STSAI

TEN , en baarde hem een zoon YSBRAND VAN DER STRATEN ,

getrouwd geweest aan JENNE SUYS, des Prefidents dogter van

Haihni, bij dewelke hij naliet JAN VAN DER STRATEN, die

Gouverneur is geweest van Hoogjlraten, en geen oir heeft na*

gelaten, VI- WILLEMINA VAN DER COULSTER, is in 1506 ge.

huwd aan FREDERIK: VAN VOORN, en is zonder kinderen ge.

ftorven.

Mr, WILLEM VAN DER COULSTER , Ridder, zoon vaq

YSBRAND VAN DER COULSTER en MAGTELD VAN ALKEMADE,

erfde ten jare 1551 de goederen van Alkemade, na dode van

zijnen vrouwelijken oom FLORIS VAN ALKEMADE- , onder fpecia.

la conditie dat hij en zijne nakomelingen de toenaam en wape.

nen van Alkemade moest aannemen, Men vindt hem ten jare

1497 Meester genoe.nd, en hij was in 1512 Schout van Lsij-.

dm; hij ftierf in een hogen ouderdom, na getrouwd te zijn

geweest met JOSWA VAN SWIETEN, Vrouwe van Opmeer, de

IffT, Seinhuizen, Scgwzart, en Rihfaterweude, zijnde ene dogi

ter


COULSTER. (VAt; ÏJER) irl

ter van ADR'ÏAAN VAN SWIETEN, ten jare 148^ te PordrecU

tot Ridder geflagen, en van OTTELYNÈ VAN EGMOND ,

WILLEMS dogter, dfe hem de drie volgende kinderen baar­

de : I. FLORIS VAN EER COULSTER VAN ALKEMADE , ftierf ten

jare 1530 in de fleur Van zijn leven, zonder kinderen ra te

laten. ïS OTTELYNÈ VAN DER COULSTER VAN ALKÏLMADE

heeft ten manne gehadt FLORrs VAN WYNGAARD'EN, Ridder»,

zoon van JAKOB VAN WYNGAARDEN, Ridder •, Ba'iljuw van

-Zuidholland, en van MARIA VAN . DUIVENVOORDE > Heer

ARENTS dogter'; zij ftierf voor haar vader, zondèf kinderen,

na te laten. III. AGATHA VAN DER COULSTER 'VAN ALKEMA*

ï)E> Vrouwe van Opmeer, Rijnfaterwoude, Soeterwotcde, Seveft'

huif en, Segwaart en de Lier, door haar bij geftcrf aangeërft,

doordien zij haar vader en moeije overleefde. Ten jare i 563

huwde zij aan JAN VAN CULEMBÜRG, Ridder, Schout van Ut>

recht, die vier dogters bij haar verwekte: ï\ MA'RGARETA VAN

CULEMBURG, welke een gedeelte der goederen Van Rijnfater*

'tvoude, de Liet, Soiitereen en Alkemade verkreeg. £ij was ge­

huwd met FiLtPs, Heer van Ëamale-en Rfcnchcdux in 't land

van Luik, die ftierf 'in 1557, zij in 160$, (fefüfe teVttetÜP,

öa te zamen drie kinderen te hebben geteeld, als a. KAREI»

VAN HAMALE, Heet van Rijnfaterwcude, die ten jars isSz

Voor Lochem ongehuwd, fneuvelde. 6. ANNA VAN HAMALE,

hadt-ten ma'nné, GERARD VAN BERGEN, Heer van Stabroek.

Zij ftierf weduWe in "s Hage in 1617, den cuderdom van Ö3

jaren bereikt hebbende, t. WILLEM VAN HAMALE, Heer Van.

Moncheaux en Alkemade, overleden in het jaar 1562, zijnde

getrouwd geweest aan KOENELIA VAN LALAIN , zuster van dén.

Gaaav van HOOGSTRATEN en vat; RENNENBERG, zij ftierf in

Iftio, nalatende twee zoons, WILLEM VAN HAMALK, Heer

van Moncheaux en Alkemade, die gehuwd was aan sTIérên dögter

VAN TRASIGNÏSS in Henegouwen, en FiLïis VAN HAMALE,

Heer van Rijnfatcr.voude. 2i JOHANNA VAN OULEMBÜRS ,

deelde de goederen van Sevenhuijèn en Segwitart, en hadt ten

manne KASEL VAN BOURGONJI Heeï van Scmttélsd^ki zij

(Hfetvcfi bdiue in zuüt, miatende twee ionen,, als HiMtttt

B 3 iv»


22 COULSTER. (VAN DER)

VAN BOURGONJE, Graav, van Falaix, Heer van St. Anndland

en van Sommelsdijk, welk laatfte goed hij ten jare 1613 ver-

kogt aan FRANCOIS VAN AARSSEN , Gezant der Verenigde Neder­

landen aan het Hof van Frankrijk. HERMAN was getrouwd mes

JOL ANTE VAN LONGUEVAL, des Graven dogter van Busqtioi in

Artoir, en JAN VAN BOURGONJE, Heer van Froidmmt, Seven-

Jiuifen en Segwaart, die tot zijn eerfte vrouw heeft gehadt,

KATRYNA VAN OYENBRUGGE, Vrouwe van Duras, weduwe

van den Heer VAN BRIGDAM zijnen reve; zij ftierf in 1605,

nalatende kinderen; vervolgens hertrouwde hij op 't huis te

Dorp bij Delft, JOHANNA VAN GENT, weduwe van FKEDERIK

VAN RENESSE, Heer van Dorp, 't welk hij aan zijn-weduwe in

lijftugt verfproken hadt. 3. MARIA-VAN CULEMBURG, deelde

de Ambagtsheerlijkheid van Soeterwoude, en hadt ten manne

YSBRAND VAN MERODE, zoon van JAN VAN MERODE, Heer

van Duffel en van KATRYNA VAN DER COULSTER, bij wie hij

negen kinderen verwekte; als: a. YSBRAND VAN MERODE,

die teri wijve hadt GEERTRUID VAN AASWYN, dogter van den

Here VAN BRAKEL, zij was Kanonikes van St. Marie te Ut­

recht, b. JAN VAN MERODE, Kanunnik te Utrecht, ftierf onge­

huwd, c. GASPAR VAN MERODE, insgelijks, fc. FLORIS VAN

MERODE, Heer van Duffel, trouwde MARIA VAN MERODE,

Vrouw van Oirfchot, zij ftierf in 1604, zonder kinders na te

Jaten, makende haar man univerfele erfgenaam, t. GERRITVAN

MERODE, Kanunnik ten Dom te Utrecht, f. AGNES VAN ME-

RODE, trouwde met KAREL VAN BERLO, Heer van IVoestwfel.

g. MARGARETA VAN MERODE, wierdt de egtgenote van JAN

VAN WAKE, Heer van Baijonville in Luikerland. h. KATRYNA.

VAN MERODE , trouwde EVERARD VAN WAKE , Heer van Vex-

mond, broeder van JAN. i. BEATRIX VAN MERODE, hadde

ten manne FREDERIK VAN EYNATTEN, Heer van Gordingen.

4. FLORENTIA VAN CULEMBURG, deelde Opmeer, zij is ge­

trouwd met JOHAN VAN MATENESSE, Heer van Matenesfe en

Riviere bij Schiedam, zoon van ADRIAAN VAN MATTENESSE,

Ridder, en van ADRIANA VAN DUIVENVOORDE , GYSBERTS

dogter, hij overleed ten jare 1002. zij in een zeer hoge ou­

derdom in 1618, kinderen nalatende. Uit


COULTÜRE. (GILLIS EÈ IA) k$

Uit het bovenftaande heeft men kunnen zien, -dat dit oude

Geflagt aan zeer aanzienlijke familien door huwelijken ïs verjnasgdfchapt

geworden. Zeer waarfchijnelijk zijn "er nog aflammelingen

van in wezen, doch gebrek «Mi berigt verbiedt

©ns om 'er iets verder van te kurtnen zeggen-, dan alleen, 'dat

men bij WAGENAAR, Vod. Hift. D- XVIII. bl. 200, vindt, dat

ten jare 1719, de algemene Staten, terftond na het tekenen

van het viervoudig verbond, door den Keizer, Frankrijk «n

Groot-Britanje, een befluit namen tot het afvaardigen van «en

Ambasfadeur naar Spanje, waar toe enen Heer VAN DER "COUL­

STER benoemd werdt. J. LE CARPENTIER, Hifi. Geoeol.

des Bats-Bas. Tom. II. j>. 470. 791. S. VAN LEËÜWEN, Bmv.

illujlr. bl. 922-924.

COULTÜRE (GILLIS DE LA) , geboren te Rijsfil in

Flaandemi, wierdt door het lezen van enige gereformeerde

boeken, en de vei kering met enige aanhangers der lere van

CALVYN, die omtrent t jaar 15157 zig naai die ftad begeven

hadden, -zodanig overtuigd, dat hij insgelijks 'die leer

'omhelsde; doch.zulks rugtbaar geworden zijnde, en das niet

langer veilig in zijn vaderland kunnende verblijven, verliet

hij het den 19 december 1579, Rak de zee over, en ging

te Caiitorberij wonen, alwaar zig enige Franje en Walje familien

van die zelvde geloofsbelijdenis gevestigd hadden. Intusfen

•Itwain hij in 1585 te Rijsfel te rug, en wierdt "er nog het

zelvde jaar vast gezet, doch enigen tijd daarna geflaakt; in

1584 geraakte hij op nieuw in hegtenis, en "ten einde de

verveling van zijne gevangenis te lenigen, las hij verfcheidene

werken der Protestanten, doch de nieuwsgierigheid hem oak

bekropen hebbende om 'er enigen van de Roomsgezïnden te

lezen, en inzenderheid de Verhandeling van SANDERUS, 4e

vijibili Mmwrchi&EccUfice, raakte hij aan't waggelen, wordende

sijn zogenaamde bekering voltooid door den Jefeit OLIVIES

MANART. Hij zwoer opentlijk de Protestantfe leer af den 29

maart 1585 te Hesdin in 'handen van JAKGB ZE CROCQUES,

Licentiaat in de Godgeleerdheid, Pastoer en Deken van dia


H COUPER. (JÜHAN) COUPLET. (FILIP)

ftad. Hier op fchreef hij een menigte van brieven naar Enge­

land, om ware het mooglijk fommige van zijne oude kennisfen

tot zijne nieuw aangenomene gevoelens over te halen ; dezen

lieten hem een geruimen tijd zonder antwoord, doch eindelijk

was 'er een van hun, met name ANTOMY L'ESCAILLET, die

door een gefchrift zijne brieven te keer ging, het welk door

COULTURE , gevoegd is in het werk, 't welk hij onder dezen

tijtel heeft in 't licht gegeven: Refcriptions faitles entte Mr.

GILLIS DE LA COULTURE , Lillois, depuis Son retour du Calvinis­

me au giron de l'Eglife Remaine, &? Mr. ANTOINE L'ESCAILLET,

encore Menifte Wallen en la ville de Cantorberij, pays d'Angle-

terre, touchant principalement la continuelle perpetuité £f vifibilité

de l'Eglife de J. C jusqües d la fin du monde. Anvers 158a, m

Bvo. . PAQUOT, Mem. littet. Tom. II. p. 268, 269.

COUPER CJOHAN), Konstfchilder, was een Londenaar

van geboorte, en kwam zig te Amfieldam nederzetten, alwaar

hij enigen tijd verbleef, doch na den dood van DAVID BECK,

geraakte hij aan 't Hof van tweeden, en voorts in dienst van

Koningin KRISTINA. Hij werdt in zijn tijd gehouden voor den

hesten Pourtraitfchilder in waterverf, hebbende de konst ge­

leerd bij een OLIVIER, een Engelsman, die voor JAKOB en

KAREL STUART , 'veel grote Hiftorien in waterverf gefchilderd

heeft, welke in .een gallerij geplaatst, langen tijd, hun ftand

gehouden hebben. A. HOUERAKEN, Schouwburg, II. D.

bl. 87. %Ugcm. SuufUct Ecriccn. 3mi$ 1779. f. 181.

COUPLET (FILIP), Jefuit, geboren te Mechelen, ging

ten jare i6S9 als Zendeling naar China-, en kwam in 1680

van daar te rug. Zig reeds ingefcheept hebbende om een

tweede togt naar dat land te doen, ftierf hij onder weg in

1693. Hij heeft enige werken in de Chinefe taal gefchreven,

ook verfcheidene in 't Latijn; als onder anderen: 1. Tabula'

chronologica Monarchie Simt, Paris 1686. in folio. 2. CONFU-

CIUS, Sinarum Pliilofophits, five Sciensa Sinenfis latine expofita

Paris 1687, in folio. Dit werk is belangrijk en vrij zeldzaam.

——— Nouv. Diü. Hifi. Tom. II. p. 374.

COURT


COURT. (JAKOB DE LE) J 5

COURT (JAKOB DE LA), is een aanzienlijk en rijk be­

middeld man te Leijden geweest, der Staatsgezinde partij toe-'

gedaan; geen wonder dus, dat bij, wiens gantfe geflagt even­

eens dagt, na de fchielijk voorgevallen dood van WILLEM

PEN II, in het jaar 1650, waar op de grote Staatsvergadering

volgde, door welk middel de eendragt bewaard, en de Stad­

houderloze Regering, voordien tijd op enen vasten voet gefield

wierdt, met die gebeurtenisfen ongemeen in zijn fchik was.

Zulks blijkt ook niet alleen uit de fchriften, namaals door

een zijner kleinzonen in 't licht gegeven, maar ook uit enen

Gedenkpenning, welke door hem, aan zijnen kleinzoon, ter

gedagtenis van het houden dier grote vergadering is vereerd.

geworden, en waar van wij hier de befchrijving cm derzelver

zeldzaamheid laten volgen.

Op de ene zijde is de algemene Staatsvergadering verbeeld,

gelijk ze op de grote zaal van 't Hof in 's Hage is gehouden,

zijnde ter wederzijden na 't opnemen der koopwinkelen , •

hoogopgaande geftoelten, naai- de wijze ener fchouwplaatze,

opgeflagen, en in het midden opengelatene pad ene langwer­

pige vierkantige tafel gezet, aan welker einde de Voorzitter -

der vergaderinge , en naast hem aan zijne flinkerhand de

Griffier zit. Voor deze tafel, die, gelijk alle de banken en

muren, met groen laken bekleed was, leest men op den

voorgrond dezes Pennings: STANT FOEDEEE JUNCTI. STij fraart.

liaet 000? 't ©erbonö bcreeninb. .Dees begiftigde kleinzoon

mede JAKOB genaamd, welke namaals, den n december

1675, aan het Hogefchool te Leijden, met de kap Meester-

in de 'béide regten verklaard wierdt, heeft tot broeder ge­

hadt PIETER DE LA CÖURT, weike volgt, en die door zijne

in 't licht gegevene fchriften voor de Staatfe Regering,

eren onflerfelijk.en naam verworven heeft. Het randfehrift

dezer zijde luid aldus: JACOBUS DE LA CCURT, NEPOTI E "

FILIO , MONUMENTUM HOC FIRMATI FOEDERIS , ANNO KATI-

VITATIS 1651, DONO DEDIT. JAKOB DE LA COURT, fceeft bic

«aSebenftteïicn bes? bcbeéttflben ©erbonb^/ aan ;jjn 50011^0011/

fn 't jaar jijrtcr geboorte 1651 tot een Oefeljenn oeneben.

' , :

' B 5 On-


26 COURT. (PIETER DE LA)

Onder Prins WILLEM DE II. van Oranje, die op de andere

zijde dood ter aarde ligt, leest men dit Franfe bijfchrift: VIVE

IA LiBERTé! %cehc be ©Jjfteib! Voorts ziet men zeven Vo­

gels, het zinnebeeld der Zeven Verenigde Gewesten, die, van

onder het net, dat hen te voren was over het hoofd getrok­

ken , met eendragt opvliegende zig veriosfen, waar rondom is

den rand te leien ftaat: ILLECEBRIS IRRETITI ET VI orrREssi,

DEI CLKMENTIA LIBERATI , CONCORDES RESURGUNT. %0ÏU

aas' bcrfirikt / boo? 't


COURT. (PIETER EE LA) 27

KORNELIS HOVEN, en BAREUTH in zijne Hijiorie van het Stad-

Jwuderfchap, flaat nog erger den bal mis, bem voor EMANUEL

VAN DER HOEVEN nemende, die een geheel ander man ge­

weest is, fchoon hij in den zelvden trant, zijn 3£louDc ïfol*

lanbfcfje ©jijfjeiö gefchreven heeft, als DE LA COURT zijne fchriften

pleeg te behandelen. Wijlen de eerfte Preildent der Ba-

tavife Nationale vergadering, den wercldbcroemden Citoijen

PIETER PAULUS, wil, dat onze LA COURT niet verdient, on­

der de reije der Schrijvers over 't Nederlandfe Staatsregt ge­

plaatst te worden; maar veel eer onder de klasfe der LAN-

CUETTEN, HOTOMANNEN, MlLTONS , SlDNEYS, MARIANAAS

en anderen, dat is, onder de genen gerangfchikt te worden,

die geftadig het harnas aanfchieten, tegens alles wat naar

Eenhoofdigheid zweemt. Schoon men wel niet kan ontkennen,

dat 'er berispenswaardige en te ver gedrevene denkbeelden in

de werkjes van LA COURT gevonden worden , is het nogthans

zeker, dat men 'er ook vele fchone dingen en natuurlijke fchil-

deringen in ontmoet.

Met regt zal de Lezer nu nog de optelling der zo veel

gerugt gemaakt hebbende werkjes van dezen Schrijver , ver­

langen. Wij zullen ons van deze taak kwijten, 'er tellens

iets over den inhoud bijvoegende. In de eerfte plaats komt

dan voor: de JMitijfcc 31t>ecgfcbaal. 1660. in Sbo.; zijnde dit

iiet zelvde werkje, dat naderhand is uitgegeven onder den

tijtel van: Confibcraticii ban „Staat/ omtrent bc fonbameiiteii

ban alferleije ïiegeeringen / beo? V. II. sDeöjuht te SCmftcIbam

hij JAKOBSZ. DOMMEKRAGT. Dit boekje handelt overeenkom,

ftig den tijtel, over allerleij regeringsvormen, betogende de

Loodzaaklijkheiu ener Staatswijze Regering, en doemende alles

wat fmaakt naar ene Regering, die van een Eminent Hoofd

voorzien is. Van den zelvden itempel is zijn boekje, Poïitrjs

nue Ketterden fjanöeïcnbe in VI 2öccl;cn/ ban SLanben/

ben/ legeringen/ «©ojlogen/ lierhcn en Scben ; op den tijtel

vindt men de letters D. L., zijnde het gedrukt te Amftcldam

in 8vo. Agter 't zelve is geplaatst:


COURT. (PIETER DE LA)

AYTA, en hu tm in 't licht geuwgr boo? V. H. Hoe^ dat

VIGLIUS de Schrijver van dit ftukje niet is, leert HOYNCK VAN

PAPENDRECHT , Prttf. ad Analeü. Belg, T-m. I J. u. Zo

arderen willen, door JOACHIM HOPPERUS: fchrijft GEP

BRANDT, in de ?ïantajunge bet ongctotiïite j&c&afen/ agter

zijn ©erftaal ban bc ïïcfcumptie. Straft. 1063. m 8bo. Hier op

volgt zijne HJiaorie bcr «Öjaahlij&e Keuring ban Ï^ÏIanb /

2onder naam of jaartal. Dit werksken, beftaat grotendeels

uit het Groot Privilegie van Vrouwe MARIA, als ook uit ene befchrijving

van den ft. iat des Lands in 1587; verders uit het

Flakaat der Afzwering £fc. zijnde doormengd met ene korte

Staatkundige levensbejchrijving der bude Graven; doch dit laatfte

Ruk, kan geenzins de toets van nauwkeurighed doorftaan,

maar is opgevuld met misgrepen, dis aanftotelijk zijn. Kort

Jiier op volgde 't SfntrqSt ban ÜoBmtó / of ponten ban

üoiïanb.e'cFj roelbaren. Smfi. in 8bo. Sommigen vooral buitenlanders,

bij voorbeeld GUNDLING «Dcc ten frftp» ^uftanO

&ct guro». floot. I. SöciC / §. X L . / f. 848. GOEBELIUS, in

Not. ad Tom. IV. Oper. CONRINGII, p. 244. OTTO, Notit. Re-

rumpublic. p. 406. en anderen, hebben den Raadpenfionaris

JOH. DE WITT voor Schrijver gehouden; doch ook te onregt:

zie de Voorreden van den druk van 't jaar 1669. in 4to. en 1671

in 8vo, bij P. HAKKENS, te Leijden en Rotterdam, enFAVORITUS

ISORICUS, in Obfervat. addiscurfus Gundlingianos, p. 107, 108.

£? in Appendice Obferv. p. I 0 > ix. Met dit al heeft genoemde

Staatsman 'er enigzins deel aan gehadt, en de Vde en

Vide Hoofdftukken van het lilde Boek zijn van hem, als mede

bl. 29 en 30, zo van de eerfte als volgende drukken.

Doch het was enkel bij toeval dat hij 'er de hand toe leende,

en zie hier wat 'er gelegenheid toe gaf. De Raadpenfionaris

bij DE LA COURT te Leijden een bezoek afleggende, vondt hem

niet te huis, doch een gemeenzaam vriend van hem zijnde,

wierdt hij binnen gelaten, en LA COURT die bij aijn zwager

ELLEMAN was, van dat bezoek door een dienstbode verwit­

tigd, kwam daar op terftond te huis; de Penfionaris vondt in

dien tusfentijd een boekje op tafel liggen, door DE LA COURT

ge-


COURT. (PIETER DE LA) ig

gefchreven, Waar aan hij den tijtel:

fce ficgering üi Holland en Westf.iesland; voorts ene ©er"

antmocubing ban ben onbienet bet ^tabfjcubcrhjlte ïlcgcring/

als mede de utöc Sfecenbe ber Jitabbmiuci?". Ook kwamen

nog in 't jaar 1663 van hem, de II eerde delen uit van het

^public d3cbcbt ofte «Tonfioerattcn regent [jet nominatim bibbeu

in be pubi. ïierfcen boe? particuliere perfo-ren / cu fpccioïpcn

bpoj ben tcgentooojbirteu pmtt VAN O R ANCIEN ÖOO? D. H,

?Imft. bij CYPR. V*N DER GRACHT. Herdrukt in 't jaar 1707.

in 8vo. bij ENGELBR. BOUCQUET. Het I. Hoofdft. betoogd het

regt der hoge Overheid om 't bidden in de opei bare kei>

ke: te regelen. Het II. toont in 't bijzonder aan, wie, bij

ons, de hoge Overheid, wie mindere Magiftraten zijn. Het,

II. deel bevat zeer vele voorname gronden van dezen ftaat,"

met name in de beide eerfte Hoofdftukken; de twee volgenden

gaan over het bewaien van het regt van voorrang, met opzigt

tot


3ö COURT. (PIETER BE LA)

tot de Overheden in en buiten haar gebied: daar na ovfif

het regt, dat de Staten van de bijzondere landfchappen zig

Kunnen toeëigenen, tegen de vergadering der algemene Staten.

Het overige dient alleen ter verdediging van het gedrag

der Staten van Holland, in het maken van een voorfchrift,

naar welk men in de Kerken bidden zoude. Het derde Deel t

dat, in 'c volgende jaar, 't licht zag, wederlegt, eerst,

•*T geen tegen de andere delen is aangevoerd, en handelt, vervolgens,

van de Unie van Utrecht, tot welkers verftand heê

öok met nut kan gebruikt worden. Eindelijk volgde fjct begin

en booggang bcr cm£t f of

bcbeiifcingen op bc fcfjaöehjïtc fcfj^ïftrn / nenaamt

nering en %xm$t ban Sfolianb/ boo? J. C. Eenden 1662. in

8bo. 2. (Coetje op het Ha^tcrfcfjnft/ 't onrrgt genaamt „Stab*

ftcuöerfijïtc Regering ban ï?o»anb ni ïBcs'tfjicsjïanb / booj

D. P. E. in 8bo. 3- ©e fjceflclöe pnii$ tot Jrtabrjoubcr cnbe

iiapitcin

jen/ 3£u.s'thoben en pantagicn/ tnct Paren / eerst te Leijden

gedrukt in gr. 4to., en naderhand met vermeerderingen door

den zo bekenden Hortulanus JOHAN HERMAN KNOOP, fchoon

zijn naam niet op den tijtel wordt vermeld, te Amjleldam in

1763


COURTEVILLE. fJOOST DE)

1763 in groot 4». herdrukt, moet hij verre in dat vak ge­

vorderd zijn geweest, en grote kunde bezeten heoben om­

trent de cjkuur van uitheemfe Pian gewa. fen. - VIN­

CENT. PI.ACCIUS , Tlieatrum A lonymtm Pjeu ionf urn, Cap.

XII. de Scriptoribus Belgicis n. 1003. a. ü- y ï. pag. 504,

505. C SAXI, Oam. hter. Part. Vil. p. 359. Holl. Merku-

rius, K.69. bl. 59. Gnot Plakaatb. III Deel, bl. 52.2. G.

V LOON, Nederiamdfe Hijioriep., IÏ. D. bl. 364, 365. PIE­

TER PAULUS, Verklaring van de Unie van Utrecht, 2de druk, I,

D. bl. 233-248. LETENITS, Theodice, §. 375. bl. 649.

COURTEVILLE (JOOST DE), een aanzienlijk Edelman

Uit Flaanderen, wiens .eflagt door huwelijken verbonden was

aan de eerfte Familien van Braband en Flaanderen, wierdt be­

nevens PAULUS PHINTZING ten jare 1559 aangefteld tot Ge-

heimfchrijver van 's Konings Raad in Spanje, wegens de za­

ken der Nederlanden, en deed met FILIFS, benevens KAREI,

DE TISNACQ, Prefident van genoemden Raad, in het zelvde

jaar de reize uit de Nederlandse provintién naar Spanje. De Ko­

ning te Vlisfwgen aan boord gegaan zijnde, verzeld van een

pragtigen hofftoet, werdt begeleid, door omtrent • o fchepen ,

en landde binnen veeuien dagen te Laredo in Biskaaijé, na '£

doo: liaan van een zware ftorm voor de haven, die de vloot

deerlijk teisterde en de meeste fchepen welke hem verzelden,

benevens zijn kostelijkfte huisraad joor de woedend bruislen-

de golven deedt verzwelgen en te gronde gaan. Men wil,

dat dezen bloeddorstigen Tijran, aan land gekomen zijnde,

de godslasterlijke betuiging zou hebben gedaan, dat hij ge­

loofde; dcor de Voorzienigheid, gefpaard te zijn, om zijne

magt, voortaan, te bededen, tot het uitroeijen der ketterije.

Ook gaf hij blijken van zijne ontmenste wreedheid, terftond

naar zijne aankomst, want hij deedt, een groot aantal men-

fen, te Seville en Valladolid, om 't geloof, ten vure doemen.

Wij ontmoeten COURTEVILLE wederom tef:enswoordig ten jare

156Ó bij alle raadplegingen, die door FILIPS zo te Madrid

als in 't bosch van Segovia wierden gehouden, om middelen

te


32 COURTONNE. (JACQUES ANDRE)

te beramen tot demping - van de beroerten in de Nederlan­

den. COURTEVILLE moet reeds in 't jaar 1569 in de Nederlan­

den zijn te rug gekeerd, want men vindt aangetekend, dat

AL VA in gemelden jaar geen kans ziende, om den tienden

penning met vrugt te doen heffen, eindelijk, in'oktober, op

laad van onzen Geheimfchrijver, befloot, in de plaats van

denzelven , zig te vreden te Rellen met twee millioenen

's jaars van alle de Nederlanden, voor den*tijd van zeven ja-

jren; waarbij hij nog een ioofte penning wilde gevoegd heb­

ben , om tegen een' onverwagten nood te worden opgelegd.

Rainpfpoedig was het einde van JOOST DE COURTEVILLE,

want ten jare 1572 Hoog-Bailjuw van Oudenaarde zijnde, in

den tijd dat die ftad door 's Prinfen volk wierdt verrast en

ingenomen , vlugtte hij ijlings op 't kasteel, maar dit ook

overrompeld zijnde, werdt hij, door vele wonden afgemaakt,

en ten ven der uit in den ftroom gefmakt. . j. L E CABPEN-

TIER, Hifi. Geneal. des. Païs-Bas. Tom. II. pag. 149. 239. 381.

474- 620. 709- 740- 845- 1000. P. C. HOOFT, Nederl. Hifior.

I. D. bl. 273. WAG., Vod. Hifi. VI. D. bl. 56. 169. 303.

COURTONNE (JACQUES ANDRE) , Predikant in de

walfe gemeente te Leeuwarden, is geboren in 's Hage den 16

december 1711, zijnde gefproten uit ene deftige familie. Zijn

vader PIETER COURTONKE, die weinig tijds na de herroeping

van het Edikt van Nantes, ten einde de godsdienstvervolging

te ontwijken, zijn vaderland verliet, zette zig opgenoemde

plaats neder , alwaar hij voorname koophandel heeft gedre­

ven; zijne moeder was ene adelijke franfe Juffer, BROSSARD

DE ST. CLAIR genaamd. JACQUES hun zoon, reeds vroegtijdig

buitengewoon verftand en vernuft van geest hebbende doen

blijken, heitoren zijne ouders hem aan de ftudien toe te wij-

den, en hij wierdt ten dien einde door bijzondere Meesters

in de griiekfe en latijnfe talen en andere voorbereidende weten­

fehappen onderwezen, en vervolgens naar het Hogefchool te

Legden gezonden, alwaar hij zig op de kennis der Oosterfe

talen, de gefchiedenisfen, de wijsgeerte, het natutir-regt,

en


COURTONNE. (JACQUES ANDRE>

en inzonderheid op de godgeleerdheid toeleide; in alle welke

wetenfehappen hij ook zodanige fnelle voortgangen maakte,

dat hij pas 20 jaren oud zijnde, na een loffelijk examen te

hebben ondergaan, in het jaar 1732 onder het getal der Fran-

fe Proponenten wierdt opgenomen, en 't jaar daar aan vol­

gende tot tweden Predikant in de walfe gemeente te Voorburg,

een zeer vermaaklijk dorp nabij 's Hage gelegen, beroepen,

weinige jaren na het opbouwen van de tegenswoordige walfe

kerk aldaar, waar toe zijn vader welke in die buurt een bui­

tenplaats bezat, veel hadt bijgedragen. In 1735 wierdt COUR­

TONNE naar Heusden beroepen, en na alhier tien jaren met

nut en ftigting, het Leraarambt te hebben uitgeoeffend, ver-

wisfelde hij deze Randplaats met die van de walfe gemeente

te Leeuwarden, opengevallen door het overlijden van JEAN

LEONARD RENAUD , vader van den tegenswoordigen Leeuwarder

walfen Predikant SAMUEL RENAUD , die na 't overlijden van

onzen COURTONNE, aldaar zijn plaats is komen vervullen.

In deze laatstgenoemde gemeente heeft hij zijnen loop volein­

digd, na aldaar gedurende het tijdvak van 28 jaren het Herder­

en Leraarambt met enen onvermoeiden ijver te hebben be­

diend, niettegenftaande een groot verval van kragten en den

zwakken toeiland, waar mede hij in de laattte jaren van zij­

nen leeftijd hadt te worftelen. Een borstwaterzugt, het

gevolg van zijnen fukkelenden toeftand, greep hem aan, die

in weinig dagen zodanig verergerde, dat hij 'er op den 2 au­

gustus 1773, in den ouderdom van 62 jaren en ruim 7 maan­

den door in 't graf wierdt gerukt, wordende algemeen om

zijne goede hoedanigheden betreurd. Hij is gehuwd geweest

aan S. M . DE DESCLAUX, eert ongemeen fchone en bevallige

vrouwe, die inzonderheid wel wist te fpreken, en de konst

bezat, om door haar lieffelijk kouten een gezelfchap te ver­

vrolijken , daarbij door haare geestigheid de zamenfpreking

levendig te houden. Bij dit juweel is COURTONNE vader ge­

worden van vijf kinderen, waar van de enigfte zoon PAULUS

PIETER COURTONNE, ongehuwd den 26 februarij 1800, in

den ouderdom van 49 jaren te Anfteldam is overleden, laten.

VIII. DEEL. C de


3| COURTONNE. (JACQUES ANDRE)

ie zrjng ouds moeder in de bitterfte rouwe gedompeld.

COUKTOKNE, was fchraal van postuur, doch rijzig van geftaf-

ïe; zijne ogen waren vol vuur en tekenden vernuft en leven­

digheid; voorts bezat hij een ongemeen werkzamen geest, en

halt zig, door het lezen van de beste werken, in vele weten­

fehappen zodanig grondig geoeffend, datze hem alle als eigen

geworden waren. Een groot aantal. Leerredenen en andere

gefchriften over allerleij onderwerpen, die hij heeft nagela'-

ten, ftrejiken tot getuigen van 's Mans kunde en geleerdheid;

ook was hij ongemeen ervaren in de letterkundige gefchiede-

«Ü der beide laatfte eeuwen, zijnde 'er ook geene Bibliothé-

qiies en andere tijd fchriften, of hij hadt die gelezen, en daar

van veelvuldig gebruik gemaakt tot zijne Adverfaria, Zijne

gedagten medctedelen, en die in orde op het papier te Rellen,

was een van zijne geliefdfte bezigheden; ook was zijne vaar­

digheid in die konst zo groot, dat hij zijne Leerredenen met

%-m vlugtige pen opflelde en fchreef, en niettegenftaande dit,

was hij *er ver af van den gemenen trant te volgen, maar

zijn vindingrijke geest ftraalde door in ene predikwijze die aan

hem bijzonder eigen was, en die de aandagt van zijne hoor­

ders opwekte en gaande hieldt. Ook verhandelde hij dtkwils

nieuwe ftoffen, en wist de zodanigen die meer gemeen zijn,

uit gezigtpunten te befchouwen, welke het gros der Predikers

ontglippen. Voorts was hij een zeer nuttig lid van het walfe

Sijnodé, want doordien hij nimmer verzuimde als het iets

doenlijk was, om dis Kerkelijke vergaderinge tweemaal 's jaars

bij te wonen, was hij beter ih Raat dan iemand der overige

leden, om aan voorgevallene zaken licht bij te zetten; ook

is hij verfcheidene malen Voorzitter van het Sijnode geweest,

en bekleedde 'er doorgaans ene kommisfi'e. Voorts was hij

van een zagte, gemakkelijke en aangename verkering; wist

over alles met verftand en gezond oirdeel te fpreken, en ver­

maakte niet weinig een gezelfchap door zijne grappige en

geestige invallen; verders hadt hij door de goede hoedanighe­

den van zijn karakter, de algemene toegenegenheid tot zig

gctrc!;!-:cn. v

Slegts


•COURVOISiER. (JAN JAKOB) COUSIN. (JOAN.) 35

Slegts twee of drie losfe Lerredenen in de Franfe taal zijn

tan COURTONNE met zijn naam door den druk gemeen ge­

maakt ; maar zeer vele geestige brochures zien van hem naam­

loos het licht. Onder anderen heeft hij uit het Engels ver­

taald, het uitmuntend werkje van WIIXIAM WOTTON, 55eben«

hingen ober bc begte ban m bc ï|~ obgeIecrbheiö tc fft>'

beeren. 3£eeum. 1765- in gr. 8bo. De aantekeningen die hij

'er in menigte heeft bijgevoegd, zijn alleroirdeelkundigst, en

zo wel als het werkje zelv ?

ingerigt, om den Student in de

godgeleerdheid, vele bijwegen te doen vermijden, en hem

langs het lijnregte fpoor tot zijn doelwit te geleiden; teffens

met aanwijzing van de beste boeken die hij met nut kan ge­

bruiken. _ — Boekz., 1773. b. bl. Ó43--646. Medeged. Be-

rig'.en.

COURVOISIER (JAN JAKOB), van Burgundie geboortig,

heeft behoord tot de geestelijke orden der Minderbroeders;

was eerst Lezer in de godgeleerdheid van het klooster S. Fran-

eiscus de Paula, vervolgens Provintiaal in de Nederlanden, en

namaals Hofprediker bij den Prins Kardinaal FERDINAND en

LEOPOLD, Aartshertogen. Hij ftierf in het klooster van zijne

orden te Anderlech nabij Brusfel, in april 1652. Onder veel

andere werken van den zelvden ftempel, heeft hij uitgegeven:

1. La Sainte Autriche, ou l'Idée d'itn vrai Prélat Brux.

1638- in 4to. 2. Le Pedagogue angelique, ou introdutïïon a la

dévotion de VAnge Gardien. Brux. 1636. in iimo. 3. l'Obelisque

fepidcral, dresfé a Renay, fur l'heureux trepas de JEAN Cmnte DE

NASSAU. Brux. 1639. in \to. 4. La vie £? le tripas de FERDI­

NAND, Prince Cardinal, ou le Prince immortel. Brux. 1642. fji

4 f 0 > £f c.

J. F. FOPPENS, Bibl.. Belg. p. 666, 667.

COUSIN (JOANNES), te Doornik geboren, is geweest

Licentiaat in de godgeleerdheid en Kanunnik van de Hoofd­

kerk zijner vaderftad. Hij heeft gerchreven : r. De Fundamen-^

tis Religionis, hoe eft, de Natwali Dei cognitione, de immortali^

tate Animee, [§ de Juftitia Dei. Duaci 1507. m Svo. 2. De

prosperitate £? exitio Salomonis. Duaci 1599, in Sro. 3. De rebus

C 2 Tom


ft COUTEREELS. (JOHANNES) COUVILLON, (JAN)

Tomaeenfim, Lib*- ÏV- Ib. xGig, in 4to. • . J, f, Foi^

PEN,S , Ml, Belg- P' 619,

COUTEREELS (JO.HANNES), een Antwerpenaar van ge-"

boorte, is geweest School- en Rekenmeester te Middelburg in

Ztèav4 % en heeft in 't licht gegeven: ©rrhanbclmg ober be

«CjjfFcrftm.ijï, IHStbbelb. 16,60. in. i2mo. Zijnde, mede in '£

frans gedrukt, —-— J. F. FOPPENS, Bibl. Belg. p. 621,

COUVILLON (JAN), gefproten uit een zeer oud en ade»

lijk geflagt te Rijs/el, in welke Rad hij ten jare 1520 het eer-

Itq levenslicht ?ag ; volvoerde merendeels zijne ftudien te

L.eyvm, en begaf zig aldaar in *t jaar 1544 in het genoot»,

fchap der Jefuiten. COWILLON bezat toen reeds vele kundige

heden, en was inzonderheid bedreven in de griekfe taal. Eni-.

ge. tijd daar na reisde hij naar Portugal, alwaar hij de wijsbegeerte

in het kollegie. van Conimbre leraarde; zedert deedt hij

jsuiks te Rome, alwaar hij vervolgens ook onderwijs in de

godgeleerdheid gaf, zo. wel als tq Lijons en te Ingolflad, Het

was inzonderheid in deze. laatfte Rad dat hij blijken van zijne

kundigheid gaf, en wel voorn amen tl ijk door de kortheid en

nauwkeurigheid die hij ten aanzien van de fcbooltwisten in.

voerde- Zijne verdienden en de aanbeveling van den Legaat

ZACHAMAS DELEINI, werkten uit, dat hij door ALBERT, Hertog

van Beijeren, ten jare 1552, naar de Kerkvergadering van

Trente wierdt gezonden, bekleed met de waardigheid van zijnen

Redenaar en Godgeleerde. Uit Duitsland te rug gekeerd,

voorzag hem de Kardinaal OTTO TRUITSES met de bediening

van Onderrektor aan het nieuw geftigte Uogefchool van Dilingen,

nemende aldaar tcffens de post van latijns Prediker waar,

Zedert keerde hij naar Rome, en wierdt Biegtvader in de kerk

van hot Fatüawi, Hij ftierf in dgze ftad den 17 augustus

1581, in den ouderdom van ruim 60 jaren. Men vindt van

dezen Jefuit getuigd, dat hij geleerd was, en onvermoeid in

het botragten der pligten, die zijne verfchillende bezigheden

van hem vorderden. Daar is van hem in druk; Asfertationes,

feu Qinclujlsnss', (ferf.'


COUVREÜ& CO U WERDEN. GÖÜWERVSN. $7

Romte 1554- " T

" " R-ADERÏ, Vita CANisn, tdit. Menack

3623. p. ÏI0-I22. SOTUEIAJ-, SiU, p. 434» J. F. FOPPENS,

Bibl. Belg. p. 62 Ï. PAQUOT, Mem.iitter. Tom» XII. p. 275..

COUVREUR (ANDRÏES)* Van 'Oudenaarde geboortig > is

geweest Monnik van de Franciskaner orden, daarbij Hoogte»

laar en 'beroemd Prediker. Hij ftierf ten Jare 11525, en beeft

in 't licht gegeven': 1. Divini Amor'is, five SS. Êucharijliée Fa*

culam. Duaci -1619. in Svo. 2. Pliilofophia Soera,.five Meditath-

nes mortis-. ïb. 1619. in 8w. —— J, F» FOPPENS, Bibk Belg^

p. 50.

COUVRÊÜR (MARTÏNUS)-, insgelijks te'OiieViatlrds 'ge*'

boren-, begaf zig Vroegtijdig ónder het ge'neottchap der Je-

ïuiten. Hij is Rekcor geweest van het kclleg'ie te Douai^

ftierf in november I-648 , ën heeft in 't licht 'gegeven i 1. Di

fe[item fignis Pra>deftinrfiittnis. Leodïi r6$6- '8t'«. 2. Injcruffiim'ïm

pro Cathechizandis md-ibus. Audom. IÖ39. tl Svo. ^Jpe» > •"• J.

F. FOPPENS, Bibl. Belg. p. •8521

COÜWERDEN (DIRK VAN), van poch in Kïiefsland ge»

boortig, wierdt ten jare 1649 in plaats van GEORG COLVENE-

Rius, gewoon Hoogleraar in de godgeleerdheid -aan bet Hoge*

fchool 'te Douai. Hij ftierf in genoemde ftad ten jare 1S58,

was een vinnig' tegen-fchrijver van JANSENFJS, en benevens

VALENTYN RANDOUR de fteller van : Protestaiio Doiïotum S»

Theel. Academia Duacenfis ad LFOPOLDUM Archiditcem >, sdverfut

CoRNELii JANSENII doElrinam : pre ftsa erga jedem Apoftolic&m &f

Builam Ürbani VIII, obfervantia. Duaci 1648. * v

?ENS, Bibl. Belg. p. 1129.

•• j» F» Fof'

COÜWERVEN (NORBERï) , ïs te Aritutrpen gèberêa

cm'trcnt 't laa'tfte der XVlde feéuw, zijnde een z'ooh Van ËVER-

HARD COUWSRVEN, die als Ad'vokaat de praktijk 'aldaar oeffti:;*

de, eri den 5 december 1624 in den 'ouderdom Vaft 77 jaio'a

ftierf. Toeh de jonge GOUWERVEN 20 verre ^evoïderd was

om naar het kolregit te kunnen gaan', genoot hij hst vereiste

onderwijs Ih dat der Jpfuiten van zijne vadeiüad, «n b£f*sf

C § '4-%


38

COVYN. (ISRAËL)

zig nog zee: jong zijnde in hunne orden. Enigen tijd hier tiz

zondt men hem naar Leuven, om zig grondig in de wijsbe­

geerte en godgeleerdheid te qeffenen; na hier het tijdvak van

ruim drie jaren mede doorgebragt te hebben, wierdt hij in zijn

klooster te Antwerpen te rug geroepen, ten einde die weten-

fchap aldaar te onderwijzen. En, doordien hij tot het Pries­

terdom was opgeleid, lei hij zig bijzonder toe om een goed

Prediker te worden; 't welk hem ook tot gewoon Leraar van

St. Middel deedt aanftellen, en hij predikte gedurende 25 ja­

ren in verfcheidene kerken te Antwerpen met zeer veel opgang,

hebbende altoos een grote toevloed van menfen onder zijn

gehoor. In 1652 wierdt hij door FILIPS DEN IV. tot Abt be­

noemd, welke waardigheid hem egter niet belette om even

als voorheen de predikdienst waar te nemen. Hij ftierf jn

zijne Abtdije van St. Michiel den 9 feptember Ioctetent fïeftt: gcpjebicfct in be hcrhc ban

fjet p.'ofc.s'fie-hnij^ tct Stnttocrpcn cp ben 31 julij 1656/ fcefï»

irngïj ban ben ;elbcn ty. IGNATIUS , cnöc coch ben berbalbagfj

ban het honberfïe jaar ban fijne falighc boobt. 2£ntn». 1656. in

Br. 4tO. F. SVVEERTII, Ann. Belg. p. 586. SANDERI,

Chorogr. Sacr. Brabantice. Tom. I. p. 109. 131-134. Aiïa Sane

torum, Tom. I. Junii, p. 958. £pe. LE ROI, Marchion S. Im~

perii, p. 53. Huoo, Annal. Brcemonftr. Tom. II. p. 269, 270.

Grand Thèatre facré du Brabant. Tom. II. p. 99. 102. PAQUOT,

Mem. litter. Tom. XII. p. 198-204.

COVYN (ISRAËL), Konstfchilder, die geleefd heeft

de XVilde eeuw, was een Brabander van geboorte, en in zijn

beste tijd een goed Pourtraitfchilder, doch haderhand begaf

hij zig tot 't fchilderen van Hiflorieftukken, waar van de on­

derwerpen meestendeels beftonden uit het gefchiedverhaal van

het Spaans Heidinnetje, zo verwonderlijk naïf door vader CATS

ia


COVYN. (REINIER) COXIE» (HIEROMMÜS) 3* '

in rijm gebragt. ARN. HOUBRAKEN, die hem gemeenzaam,

kende, zegt, dat hij reeds ten jare 1647 lid was van St.

Lukas broederfchap te Dordrecht, en dat hij hem verfcheidene

jaren agter een als oudften broeder van dat geïrootfchap op deft

feestdag van dien Heilig aan tafel heeft zien zitten, het hoofd

bekranst met wijngaardsranken en bladeren *, welke gev/oonte "

•nog hedendaags wordt -onderhouden bij de Dordrecht/s Eorist>

fchilders. —— A. HÖUBRAKEN, Schouwb. der Ned.- SeiïitöerSi

lil. D. bl. 216. J. C. WEYERMAN, Leven der Schilders,, ÏIL

D. bl. 54. fitsen». Smtfïfac Seyicon. 1779. f» ï 8 t>

COVYN (REINIER) , Komtfcbilder, een broeder vSfï

ïsRAëL, fchilderde gemeenlijk een tafel met allerhande foöttea

van aardvrugten, als kool, peen, knollen, artisjokken enz.*

en daar hij op de voorgrond een dienstmeisje met een eïjer-

korfje, of een koperen emmer met geplukte vogels aan den

arm, of ook wel een juffer die zat te naijen of te fpeldewer»

ken bij voesde» A. HOUBRAKÉN, Schouwb., III» D. bl»

216. J. C. WEYERMAN, Leven der Schilders, 1IL D. bh 54,

COXIE (ANTHONY), een Laftdfchapfchilder, welke tt

Antwerpen in het jaar 1680 bloeide-, fchilderde ongemeen

'fraai.j, en zijne ordonnantiën waren bekoorlijk. Veel heeft

hij te Ostende gewerkt, en. aldaar een gedeelte zijnes levens;

in de gevangenis om fchulden doorgebragt : want op Vrije

voeten zijnde, wilde hij niet werken, en maakte zo lang

fchulden, tot dat hij geplakt v/ierdt; en dan arbeidde hij

met zeer veel ijver» — — HAGEDOÏIN,. SScmdjJadac

fcie SOMfcictu L 2& (. t*& «Hap*» ftrajö* tflCMt» tlffc

f. lBs*l

COXIE (HIEROMlMUS)ï Kcnstfchilder en P'r.amijds:,,

te Antwerpen geboren-, heeft ten jare 1558 e£n heerlijk Plaat»

werk ïn't koper gefneden, dat thans zeer zeldzaam is, voerend»?

tot tijtel ! Thema DIOCLETIANÏ, linp. qtalts hodie eiisnuiur,; r:»

Wtt SitoQtibus 0? &rde,.ti erga Venerxukam antiqititaiem ":.ici-

C i -Ax-


4« COYE. (PAULUS)

ANTONII SBRFENOTI, Episcopi Atrebatenjis in ïucem eduttee, in

dujïrüt autem £f incredibili labore SEBASTIAHI AB OYA, CAROL

V, Imp. Arclnteüi, tanti Herois impulfu, quam exaüisfme ad

vivum a fundo usque descriptce, ab ulteriori prorfus interitu

eatte, & ab HIERONYMO COCCIO , Antverpiano, &c. in ces incifce

Antv. 1558. m folio. J. F. FOPPENS, Bibl. Belg. p. 481,

COXIE, zie ook COIXIE.

COYE (PAULUS) , Dominikaner Monnik , geboren te

Oudenaarde omtrent *t jaar 1515. Hij deedt zijne geloften te

Cent in 1534, volvoerde zijne ftudien te Leuven, en gaf les-

fen in de wijsbegeerte en godgeleerdheid aan de jonge geeste­

lijken van zijne orden. In 1554 kwam hij in het klooster te

Brugge, alwaar hij voortvoer met onderwijs te geven; en hij

was 'er den 20 junij 1564 Prior van, toen hem de muts als

Doktor wierdt opgezet aan het Hogefchool te Leuven. Zedert

wierdt hij Prior te Brusfel, en den 7 meij 1571, in een ge­

houden kapittel te Haarlem tot Provintiaal van de Nederlandfe

provintien verkoren; welke bediening hij gedurende het tijd­

vak van 13 jaren heeft uitgeoeffend, doch als toen door de

verandering die 'er in de Nederlandfe zaken voorvielen, ge-

nooddrongen wierdt, zijn heil door de vlugt te zoeken. Hij

begaf zig naar &•. Omer; ftierf in die ftad den 7 december

1583, en wierdt aldaar in de klooster-kerk van zijne orden

begraven, met het volgende graffchrift op de zark die hem

bedekt gebeiteld; Adm. R. P. F. PAULO COYANO, S. Theol.

Profesfori, conventus Sui Brugenfis bis, Bruxellenfis vero fe

Priori vigilantisfimo, ac tandem poft Provincialatus munus fam

Dominicanes per inferioris Germanice Provinciam per 13 annos

dabiliter perfunüo, in hoe conventu morte abfumpto, Fr. ANDRE

HEYNSIUS, ejusdem Ordinis & provincies Prior Provineialis, g

titudinis ergo maftus pofidt. Obiit 7 Calendas decembris 1583

VAN COYE, heeft onder anderen gefchreven: Compendium

f>ecretorum Capitulorum provincialiumab anno 1515, quo er

Provincia inferioris Germanice ad fua usque tempora, &C.

VAL. ANDR., Fafii Acad. p. 117. DE JONGIII, Belgium Dmï-

nic.


CRABBE. (FRANS) (PIETER) 41

itie., p. I?9, 180. QUETIF &? ECHARD, Bibl. Tom. II. p. :

aö?, 268. PAQUOT, Mem. litter.Tom. XVIII. p. 439-441.

CRABBE (FRANS), Konstfchilder, geboren te Mechelen

in de XVde eeuw, fchilderde uitnemend wel. Door hem is

het ftuk vervaardigd, 't welk men pleeg te zien in de Min­

derbroeders-kerk, boven het hoge autaar in zijn geboorte-

Rad, en dat in waterverf allerkeurigst was gepenceelt. Het

binnenftuk verbeeldde de Zaligmaker aan het kruis, en op

de deuren, in verfcheiden' vakken verdeeld, zag men vele

fraije tronien in de manier van QUINTEN MATIIYS. Hij was

een rijk man, en is omtrent het jaar 1548 overleden. Zijne

werken waren meest in den ftijl van LUKAS VAN LEYDEN.

. K. v. MANDER, Leven der Schilders, I. D. bl. 158.

CRABBE (PIETER), geboren te Mechelen omtrent't jaar

1471, begaf zig in de orden der Franciskaner Obfervanten van

die ftad, en deedt *er zijne klooster geloften. Vervolgens was

hij Gardiaan van verfcheidene kloosters, en in 't bijzonder

van dat van Mechelen, alwaar hij den 30 augustus 1554

ftierf, in den ouderdom van 83 jaren- SURIUS die hem in

perfoon kan gekend hebben , noemt hem een geleerd en

godvrugtig man. CRABBE heeft in 't licht gegeven:

Concilia omnia, tamgener., quampartic, ab Apoflolorum tempo*

'tjbus in bmc usque diem, d fanüisfimis Patribus celcbrata, quo­

tum atla literis mandata, ex vetuft. diverfarum regionum Bibliothecis

Inberi potuere , Ms duobus Tomis. Tomusl. ea recenfet Conjilia, qucB

0 beato PETRO Jpoftolo usque ad JOHANNEM hujus nominis Papam

fecundumfervata invenimus. Colon. 1538, menfe feptembri, PETRUS

QUENTEL excudebat. In folio. Conciliorum omnium, tam genera-

Hum quam particularium, & tempcribus AGAPETI Papce usque ad Ey-

CENIUM Papam IV, ex vetuftisfimis Bibliothecis collettorum. Tom.

II. Ibid Idem, 1538, menfe feptembri. In folio. Men ontmoet

aan 't hoofcf van het I. deel twee opdragten van CRABBE, de

ene aan Keizer KAREL DEN V, de andere aan LAMBERTUS DE

KRIAI.DE, Prefident van den Raad te Mechelen, zijnde alle

b:.-' !e gedagtekend uit die ftad "'en 2 jamwij 1538. Hij is de

C 5 twee-


42 CRABBEELS. (CLEMENS) CRABETK. (ADRIAAN)

tweede uitgever van dc Conciliën; de eerfte was JAKOB MER-

IIN, Doktor in de Godgeleerdheid en groot Penitencier te Pa­

rijs. Men vindt gemeld, dat CRABBE meer als 500 Boekverza­

melingen heeft doorfnuffeld, om zijn uitgave te bevorderen»

Dit werk is egter zeer onvolkomen; dat van SURIUS welke in

1567 in 't licht kwam, bevat bijna de helft meer; dat van

BINIUS, is nog veel uitgebreider, en maakt egter nog geen

derde gedeelte uit van dat van LABBASUS , daar ook nog veel

valt bijtevoegen. Behalven dat beftaat -het voornaamfte ge­

brek van deze eerfte uitgaven niet, dat 'er ftukken aan man­

gelen , die 'er hadden moeten bijgevoegd worden, noch om

dat die onnauwkeurig zijn, maar om dat zij veele vervalste

ftukken bevatten , die de fchranderheid der Critici van de

XVIIde eeuwe van de egten heeft weten te onderfcheiden.

Daar wordt tijd, geld, en noeste vlijt gevorderd, om wer­

ken van dezen aart, tot een zekeren trap van volkomenheid te

brengen. SURIUS, Tom. I. Concilior. fuorwn, in Dedic.

ad PHILIP. II. SWEERTIUS, Athen. Belg. p. 610. VAL. ANDR.,

Bibl. Belg. p. 732, 733- J. F- ForpENS, Bibl. Belg. p. 968.

PAQUOT, Mem. litter. Tom. IV. p. 258-260.,' N. DiÜ. Hifi»

Tom. II. p. 385-

CRABBEELS (CLEMENS), wierdt op ',t einde van 't jaar

1584, door FiLirs, Koning van Spanje, tot Bisfchop van 'sHer-

togenbosch aangefteid, en nam daar van bezit op den 5 april

J5S6; op den 12 meij en den volgenden d'ag, werdt hij door

de Regering deftig ter maaltijd onthaald. Hifi. Episcop.

Sylva Dac. p. 96, 97.' J. II. VAN HEURN, Hifi. van 's Hertogenb.

II. D. bl. 261.

CRABETII (ADRIAAN PIETERSZ.), Konstfchilder, zeer

waarfchijnlijk de oudfte bioeder van DIRK en WOUTER CRA-

BETH, hadt tot vader PIETER CEABETH, doorgaan?. KREUPELE

PIER genaamd; hij leerde de konst bij den Groninger Schilder

JAN SWART, en was zo ijverig en vlug, dat fchoon nog zeer

jong toen hij zijnen Meester ver!jet, hij hem egter reeds vrij

- ver


CRABETÜ. (DIRK en WOUTER) 4:]

ver in' de kons,t voorbij fireefde. Zijn fortuin in Frankrijk

willende beproeven, reisde hij derwaarts, met voornemen om

daar na Italië te bezoeken, doch overleed 'er na een kort,,

Rondig verblijf binnen de ftad Autun. Deez' Konftenaar zou

het waarfchijnlijk zeer verre gebragt hebben, was zijne ontij­

dige dood niet tusfen beiden gekomen, doordien hij reeds in

het prilfte van zijnen levensloop, zulke treffende blijken van

zijn konstvermogen hadt aan den. dag gelegd. Hij heeft in het

laatfte tijdvak der XVIde eeuw geleefd. DESCAMPS,

Vies des Peintres, Tom. I. p. 208. K. v. MANDER, Leven der

Schilders, I. D. bl. 154- A. HOUBRAKEN, Schouwb. I, D. bl.

182. flllacmcin. Siu»(H« Ecpicon. 1779. f. 182.

CRABETH (DIRK en WOUTER), twee broeders, de

beroemdfte en konftigfte GlasfchUders die 'er immer zijn ge­

weest, hebben te Gouda tehuis behoord, en die overheerlij­

ke Glazen in de Groote of St. Jans-kerk gefchilderd, welke

met regt nog ten huidigen dage met zulk een opgetogene be-

wondering door de Konstminnaars befchouwd worden, en zo

veel vreemdelingen naar die ftad lokken , om hunne o^en

met het gezigt van die pronkjuwelen te mogen verlustigen,

en te kunnen zeggen: Wij hebben de Kerkglazen vm Goud?

gezien!

Van WOUTER vindt men verhaald, dat hij Italien, Frankrijk

en meer andere gewesten heeft bezogt, en tot een volftundige

'gewoonte hadt, dat op elke plaats van enig belang die hij

doorreisde, hij een door hem gefchilderd glas ten ftaal van

zijne konst agter liet. Deze is bij alle Konstkenneren boven

zijn broeder geoirdecid uittemunten, inzonderheid in nette fier-

lijkheid van tekening, ook ftak het voortbrengzel van zijn

penfeel uit in heldeiheid; dan .de arbeid van DIRK ten aan­

dien van den gloed der kleuren, ftak verre weg in kragt bo­

ven dien van WOUTER uit; zo dat men pleeg te zeggen: 'c geen

DIRK doet Jour zjjn diepzels, werkt WOUTER uit door zijn hoog-

zeis. Met dit al waren zij beide uitmuntende Meesters, die

net of ten minften fpaarzaam huns gelijken in het Glasfchilde-


U CRAÈËTH. (DIRK en WOUTER)

deren gehadt hebben, en zij werkten beide met'zulk éne

'vaardigheid, dat het fehier niet te geloven is, en 't welk

• egter uit de jaarmerken waar mede hunne werken getekend

fcjn, ten vollen blijkt; want in den tijd van zes jaren, vervaardigde

WOUTER vier groote glasramen, en DIRK die nog

vaardiger was in 't werken, maakte in drie jaren zes glazen

af, die immers zo uitgeftrekt waren, want zij waren alle van

de grcotfie maat.

In 'C geheel zijn 'er een getal van 3r zulke pragtige glas­

ramen in de genoemde Kerk te Gouda, welke Kerk tweema-

•len door het vuur is verteerd, namelijk op den 21 augustus

1438 , waarna zij veel pragtiger wierdt herbouwd; want

eerlang telde men 'er een groot getal van Kapellen in, en

wel 72, of volgens anderen, 52 altaren. Doch op den 18

januarij des jaars 1552, floeg de blixem in den toren, den-

zelven, nevens de kerk, binnen korten tijd, grotendeels aaU

kolen leggende. Terftond befloot men tot het herbouwen

waar toe de penningen, voor een groot gedeelte, onder dé

Ingezetenen verzameld werden. De kerk werdt toen omtrent

in dien Raat gefield , waar in men die nog tegenwoordig

ziet. Men ontmoet 'er, bezuiden 't koor, de Kapel, van

ouds de Tzeren Rapa genoemd, en door JAN, bastaard van

ELOIS, Heer van Treslong en den lande van Stem, ten jare

1417 geftigt, doch verfiiekt thans tot een grafilede, van deri

beroemden Ambasfadeur HIER. VAN BEVERING en diens fami.

lie.

De gebroeders CRABETH, hebben met hun beiden 11 Ra­

men van deze g/azen in de kerk van Gouda gefchilderd, de

overigen zijn door anderen ook brave Meesters vervaardigd,

als onder anderen, door ADRIAAN DE VRYE, WILLEMTHIDAUT»

•LAMBÉRTUS VAN NOORD, DIRK VAK ZYL enz. Onze taak

vordert alleen, dat wij die welke door de konstrijke handel»

van de CRABETHS zijn vervaardigd, kortetijk befchrijven.

ï. Het eerfte door DIRK CRABETH gefchilderd, is aan de kerk

vereerd door GEORG VAN ECMOND, Bisfchop van Utrecht, en

Vertoond JOHANNES den Zaligmaker dopende. Ö ? den voorgrond

ziet


CRABETH (DIRK en WOUTER)

ziet men den Bisfchop, met een St. Maarten agter hem, dia

aan een bedelaar een aalmoes geeft, zijnde de bedelaar en

hond uitnemend konftig getekend, en onvergelijkelijk fraaij'

gekleurd. Men vindt zelvs verhaalt, dat zeker Venetiaans E-

delman het hoofd van den bedelaar voor zo veel gouds, als'

'er nodig was om het te dekken, aanbood te kopen, 2. Naast

dit Glas, ten zuiden, Raat 'er een van den zelvden Meester,

verbeeldende JESUS onder zijne Discipelen, omtrent den Jerdaan;

het werdt gefchonken door KORNELIS VAN MIEROF. Proost

en Aartsdiaken van Utrecht, voor wiens af beeldzei een MARIA

beeld zit, welker purpqre rok en rode mantel, om de kleur

en konst, boven al wat in de kerk is, geprezen wordt. 3.Het'

derde Glas door DIRK vervaardigd, verbeeld JOHANNES in de

gevangenis, en vervolgens die Boetgezant aan den Jordaan pre­

dikende; het is gefchonken door de toenmaüge Bisfchop van

Luik, Abt van Bergen, 4. Het vierde Glas waar mede deze

kerk van genoemden Meester pronkt, is gefchonken door Fl­

uts, Koning van Spanje, en vertoond van boven de inwijing

van Salomons Tempel, en beneden het Avondmaal des Heren.

5. Hier naast ftaat van hem een Glas befchilderd, verbeel­

dende den Diaken FILIPPUS binnen Samaria, De gevqr daar van,

FILIPS, Prins van Ligne en Heer van Wasjenaar, ftaat onder

de Kreupelen afgebeeld, waar over hij, 't ftuk voor 't eerst

Ziende, zeer misnoegd op den Schilder was, 6. Van hem is

ook nog het Glas door WILLEM DEN I. Prins van Oranje ge­

fchonken ten jare 1567, waar in de uitdrijving der Kopers en

Verkopers uit den tempel allerfchoonst is gefchilderd. 7. Ein­

delijk verbeeld het laatfte Glas door dezen Meester ten jare

1571 vervaardigd, Bethulie ontzet door de onthalzing van HQLO-

PJIERNES; gefchonken door JOIIAN VAN BADEN , Hertog van

Acirjcht, en zijne gemalin KATRYNA , Gravinne van der Mark.

De Glasramen die men van WOUTER CRABETH in deze kerk

ontmoet', zijn: 1. De Koninginne van Sceba, een bezoek afleggen­

de bij SALOMON om s'jne wijsheid te aanhoren, en kostbare ge-

Jchenken te brengen; gefchonken door GAERIÜLE VAN BQETZE-

LAAR , Abtdislc van Rhijnsburg ; wier beeld onder de ge-

fchie-


AS CRABETH. (DIRK en WOUTER)

fchiedenis ftaat, en agter haar den Engel GABRISL, haren be-

fchermer. 2. Den Kerkrover HELIODORUS van de Engelen gejlrafi;

gegeven door EBIK, Hertog van Brimswijk, wiens beeld op

de voorgrond ftaat, agter hem ST. LAURENS, houdende in zijn

regterhand een rooster en een veder. 3. Het bovenperk van

dit Glasraam beeld af, de geboorte ven den Zaligmaker te Betli-

lehem; het beeld van den Ezel, zijnen kop rekkende om voe­

der te nemen, wordt in dit ftuk werks, boven' al geprezen;

bet onderperk bevat CHRISTUS zittende in 't midden der Kanun­

niken; gefchonken ten jare 1564 door het kollegie der Kanun­

niken van Si. Salvator te Utrecht. 4. De offerhande van ELIAS,

die doof vuur van den hemel verteerd wordt, tegens de valfe P

ten; daar onder, de voetwasfinge der Apostelen; gefchonken door

MARGAREET , Hertoginne van Parma en Landvoogdesfe der

Nederlanden; op den voorgrond haar beeld knielende, en ag­

ter haar ST. MARGAREET met een Draak onder hare voeten,

tot Patronesfe.

De Kerk was, in den tijd van ene halve eeuw, van alle

hare uitmuntend befchilderde Glazen voorzien , die egter

federt, door de lucht, hagel en onweer merkelijk befchadigd

Zijn, en vrij wat van den eerften luister verloren hebben.

Men heeft nóg een groot deel der Tekeningen van deze Kerk­

glazen; die op een afgefloten zoldering in Kerkmeesters-ka­

mer, bewaard worden. Ook zijn de patronen der Glazen, in

en na 't jaar 1673, door KRISTÓFFEL PIERSON, AREND LEPE­

LAAR en JULIUS GESAR BOETIUS ieder op een blad pergament,

in *t klein getekend.

Doch keren wij tot de gebroeders CRABETH te rug. WIL­

LEM THOMBERG zegt, dat oude lieden van hun getuigen, dat

zij kosten noch moeite ontzagen, om, wanneer zij enige pan­

den gemaakt en ingezet hadden, en enig gebrek 'er aan be-

vonden, die daar uit te nemen, en te hermaken tot hun vol-

komen genoegen.

Schoon zij broeders waren, waren zij egter zo konstnaij-

verende, en hielden zig daaromtrent zo bedekt voor elkan­

der, dat wanneer de" een dienaangaande iets vraagde, "de an­

der


CRABETH. (DIRK en WOUTER) 4 ?

der hem tot antwoord gaf: Ik hei het door vlijt gezogt, doe

oak zo. Dit ging zelvs zo ver, dat wanneer zij bij geval op

elkanders winkel kwamen, dat niet dikwils gebeurde, het

•fcerk dat zij onder handen hadden, voor dien tijd overdekt

wierdt, ovérzulks wanneer zij eikanderen iets te zeggen had-

den , lieten zij het over en weer fchriftelijk weten. Ook

wordt getuigd, dat zij voor het Kerkwerk geen groten loon

bedongen hadden, waarom zij ook daar benevens het glaze-

maken aan de hand hielden, zo lang zij leefden.

DIRK bleef ongetrouwd en woonde op de westzijde van dé

Goutvè, over de turf brugge, daar nu het Amfteldamfe veer is»

en leefde nog in 't jaar 1600. WOUTER woonde agter de vis-

markt, op de noordzijde, en trouwde een vrouw uit het oud

geflagt van PROVEN, en liet een zoon na PIETER genaamd*

die naderhand Burgemeester is geweest. Hij wierdt in zijn

ouderdom beroerd, maar het jaar waar in hij geftorven is,

wordt niet gemeld. De Plaatfnijder REINIER VAN PARZYN*

met WOUTER zoons dogter getrouwd, liet hunne afbeeldzels in

print uitgaan, daar de vermaarde Digter JOOST VAN DEN VON«

PEL, dit volgende gedigt onder fchfeef;

Offert WOUTER met ELIAS,

Doove verf fchijnt hemels vier,

Eet hij 't Paasiam met Mesfias,

Zijn penceel, vol aart en zwier,"

Draaft te moediger en ftouter,

Stel het beeld op 't Schilders outer.

DIEDRIKS uurglas is verloopen:

Noch volhard hij met ST. JAN

'T volk te leeren en te doopen,

Daar het grimmelt op dien man,

Zo vol ijver als boetvaardich,

Is die helt geen konstkroon waardich?

W. THOMBERG wil, dat met deze twee grote Meesters tefr

fens de konst begraven zij, daar egter de geleerde'ALMELO-

VEEN


45 CRABETH. (WOUTER)

VEEN beweert, dat in de boekzaal van JOACHIM FELLER, eea

of twee boeken gevonden wierden, daar deze konst in on­

derwezen wieidt; hoe het hier ook mede gelegen mag zijn,

zeker is het, dat men van de uitwerkzelen van dat gefchrift

Biet meer gehoord heeft. THOMBERG geeft wel enige onder-

ligting betrekkelijk de Roten, die zij daar toe te werk gefield!

liebben, maar belijdt tefFens zijne onkunde ten aanzien van

de wijze, op welk zij die ftoffe, tot zulk een gebruik gebragt

hebben, en beknort de zulken die beweren, dat men ten hui.

digen dage, zulke fchone verwen niet heeft, als oulings in

het fchilderen van glazen gebruikt zijn ; met dit alles, erkent

hij egter, dat de hödendaagfe grondkleuren bij het oud ge­

kleurd glas niet te vergelijken zijn, en dat nog nimmer de

ftoffe wedergevonden is, waar van het zwart van de tabbaard

der Abtdisfe van Rhijnsburg, in het glas van den Koning SA-

J.OMON, gemaakt is, als ook van den Geestelijken agter den

Bisfchop van Luik ftaande. • TH. ALMELOVEEN, Amom.

Theo!. Philol. p. 100, 101. C. SAXT, Onomaft. liter. Part. JU.

p. 400. 650. DESCAMPS, Vie des Peintres, Tom. I. p. 124.

178. J. WALVIS, Befchrijv. van Gouda, I. D. bl. 326-329. II.

D. bl. 65-90. K. v. MANDER, Leven der Schilders, II. D. bl.

53. A. HOUBRAKEN, Schouwburg, I. D. bl. 26-30. Uitlegging

van de Kerkglazen te Gouda, 1742. in Svo. Levens van Nederl.

Mannen, &c. ï. D. 2. druk, bl. 321-327. Tegenswoord. Jlaat

der Vereenigde Nederlanden, V. D. bl. 198-202. giffl. ^unjHcr

StïiCOn. 1779- 182.

CRABETH (WOUTER), Konstfchilder, kleinzoon van

den beroemden WOUTER PIETERSZ. CRABETH, heeft tot zijnen

voornamen leermeester KORNELIS KETEL gehadt. Hij bezogt

Frankrijk, Italiën, en de vermaarde Schilderfchool te Rome,

van waar hij na een dertienjarige reize te rug keerde naar zij­

ne geboorteftad Gouda, en daar in 't jaar 1628 trouwde met

ADRIANA VRIESEN. Onder zijn beste werken wordt geteld een

JWARIAS Hemelvaart; en zijn laatfte groot ftuk, dat hij gefchil­

derd heeft, was de toenmaals regerende Krijg.rraad tot Gouda.

4

't geen


.CR ACHT. CRAESBEECK. CRAESBEKE. 49

't geen op de zaal van St. Joris doele hangt. ——. A. Hou-

BRAKEN, Schouwburg, I. D. bl. 178, 179.

CRACHT (FRANS VAN LIMBORCH VAN nek), waS teil

jare 1773 Kapitein ter zee onder hei Admiraliteits-koliegie van

Amfleldam. Hij heeft gefchreven: ©erftanbcfing aangaanbe be

^jtefnijbing ener regtlijtüfche ^oeft. Verhandeling van

de Hollandje Maatfchappij, XVI. D. 2de St. bl. 71--84.

CRAESBEECK (JOHANNES VAN), van Aarfchot in Bra*

iand geboortig, is geweest Monnik in de Abtdije van St. Ber-

mard in zijn vaderftad, en ftierf 'er als Prior van, ten jare

1610. Hij heeft gefchreven, en is na zijn dood door de Ber-

nardiner Monniken in 't licht gegeven: Commentarium in Re-

gulam S. BENEDICTI. , Duaci 1624. in 8va. —— J. F. For-

ÏENS, Bibl. Belg. p. 622.

CRAESBEKE (JOSEF VAN), te Brusfel geboren, was aas-

vangelijk een Hpedemakersgezei, doch met ADRIAAN BROUWER

kennis gemaakt hebbende, en zo als men zegt vogelen van

enerlei veren zijnde, die gaarne met de neus in den beker za­

ten, en daarbij in alle opzigten een flordig leven leiden,

wierden zij wel dra onfcheidbare vrienden. CRAESBEKE kreeg

.zin in de konst van BROUWER, en wierdt wel dra zijnen leer­

ling in het fchilderen; ook beijverde hij zig met zodanige*

vlijt, dat hij zijn leermeester binnen kort in bekwaamheid

zeer nabij kwam. Hij koos doorgaans tot voorwerpen zijner

fchilderftukken, de veragtelijkfte bedrijven van den menfelij-

ken levensftand. Zuipende en vegtende boeren, dobbelaars,

en plunderende foldaten, waren inesstal de modellen die hij

tot zijne onderwerpen nam; en ten einde daar wel in te Ha­

gen, doorliep hij alle de kitten en bierkroegen, zo wel buiten

als binnen de ftad, veeltijds de helft van zijn gezigt met een

zwarte pleister bedekkende, en in een fobere plunje uitgedost.

BASAN en BEAUVERLET hebben vele van zijne fchilderftukjes in

het koper gefneden, Hij ftierf in het jaar 1641. —— DES-

VIII. DEEL. D CA»PS,


| T CRAEYER^ (GASPAR DE). CRAEYESTEJN<

CAMPS, Vies des Pemtres*. Tom, II. p. 138. fflfgcm. &m|,f«f

CRAEYER (GASPAR DE), Konstfchilder, is geboren te

Antwerpen ten jare 1582, en hadt tpt leermeester MICHIEL.

C01X.ÏE, bij wie hij zulke fnelle voortgangen maakte, dat hij

hem verlatende in vele opzigten in het fchilderen overtrof.

H;ij beftudeerde vervolgens de. beste ftukken welke op de publieke

plaatzen te Brusfel gevonden worden, vervolgens beoef».

fende bij dè natuur, en van deze beide nuttige hulpmiddelen

voorzien, heeft hij de fchone ftukken gefchildert, welke van

£jjn penceel voortgeyloeit zijn, CRAEYER heeft meer als 10a

Autaarftukken vervaardigd, waar van'er alleen te Gent i\ van

Voor handen geweest zijn. Men plaatst hem onder de reije

der beste Flaamfe- Schilders, en fchoon hij minder vuur bezat

dan den voortreffelijken RUBEENS, wil men dat zijne tekeningveel

regelmatiger was. Zijne famenftellingen zijn vernuftig,

en beftaan uit weinige beelden, doch die allerkeurigst afgewerkt

zijn. Hij wist zijne figuren in een bekoorlijk licht tq

brengen, en plaatfte hen in de bevalligtte Handen, Inzonderheid

muntte zijne kleding uit, en de ploijen daar van evenaarden

de natuur, Het koloriet wist hij meesterlijk te treffen »

en de fmelting der kleuren zodanig zagt in een te doen vïoeijen,

dat het een verrukkend gezigt opleverde; ook was zijn

bruin en licht voortreffelijk, en men kan hem te regt met den

konftenaar BANDYT gelijk ftellen. Hij ftierf te Gent ten jare

1669, in het 87fte jaar zijnes ouderdoms, en wierdt aldaar in

de kapgUe van St, Rofa in de Dominikaner-kerk begraven.

DESCAMPS, Vies des Peintres, Tom, I, pag, 35-0*

ftlfscm. $u.flfïf« £ejctco». 1779- f- 183,

CRAEYESTEIN (GERRIT GERRITSZ. VAN) , wierdt

door de Luiden van Rekeningen in Holland voor de eerftemaa'

ten jare IS74 aangefteld tot Bailjuw van Q.udewater en

Dijkgraav der drie gehugten, Lange Linfelioten, Snelrewaarde

en Heexkwdorp, palende aan genoemde ftad; en voor de twee-

" ' de-


GRALYESTEIN. (GERUIT GERRITSZ. VAN) 51

demaal in dat ambt bevestigd, in het jaar 1583. Toen op

"den 6 augustus des jaars 1575 Oudewater, door het Spaanfe

Legerhoofd HIERÜES ftormenderhand wierdt veroverd, ver­

moorden de woedende krijgsknegten bijna al wat leven hadt,

zonder kunne of jaren te ontzien; ook geraakte de ftad in

brand, waar door genoegzaam alle de huizen vernield wier-

•den; de K«rk en 't Klooster egter bleven ftaan. In dezen

benarden toeftand, gelukte het den Bailjuw CRAEYESTEIN,

om, met enige dekens omwonden, en dus in fchijn of hij

een der plunderaren was, eerst zeer behendig uit die ftad,

doch eerlang weer in groot doodsgevaar te geraken ; want

zijnde bij de Goverweller-Sluis gekomen , die met Hoogduitfe

krijgsknegten door den Spanjaart bezet was, wierdt hij door

enen dier bezettelingen aangerand; welke hem zeide: „ dat

„ hij uit Oudewater kwam;" doch de Bailjuw betuigde.

„ van neen, als te Utrecht woonagtig;" de Soldaat egter

wilde , dat de gevlugte zoude in de fchans komen. Daa

CKAEYESTEIN hier toe onwillig, wierp aanftonds zijne dus

ver mede gevoerde dekens van het lijf, greep het-gevest

van des krijgsknegts onder den arm gedragen houwer, en

rukkende dien uit de fchede, drong vervolgens den hem te

lastig vallende Duitfer zelv naar de fchans te wijken; alwaar

deze door 't maken van een onbezuisd getier alle de overi­

gen t'zijnen onderftand in 't geweer bragt. Dus ftelde het

de ontfnapte Bailjuw op een rekken, nagezet door wel 30 be­

zettelingen; doch alle welken hij nogtbans, mits de doodangst

hem thans tot een prikkel diende, en als der bijwegen kundig,

ontliep, en zig het overige van dien dag in ene griend heb­

bende verfcholen gehouden, in den volgenden nagt het naar

Gouda wendde, alwaar hij eindelijk behouden, hoewel half

naakt aankwam, als hebbende zijn broek door 't ingetrokken

water t'overzwaar, in den modder moeten laten fteken.

Ongehoord waren de wreedheden die de ontmenste Span­

jaarden in het ongelukkig Oudewater aanrigtten; want 20 burgers

ter berging des roofs bij de algemene moordkreet in 't leven

gefpaaid zijnde, en zedert op hoger randfoen gjfteld, dan zij

D 2 i«ag-


5js 6RAEYWINKEL. (JAN LUDOLF VAK)

tfiagtig waren bijeen te brengen, wierden voor een gedeelte

jn, koelen bloede doorftoken, en de overigen bij drieën of

vieren, aan den anderen gebonden in 't water ggfmakt en

van 't leven beroofd. De Nederduitfe Predikant JAH JANS-

ZOON GERLACIUS , fchoon voor soo guldens gerantzoend,

wierdt buiten de ftad apgeknoopt, na dat men den zoon voor

zijn vaders eigen ogen pp een wrede wijze hadt vermoord.

Aanmerkelijk is het, dat des Leraars lighaam, ?a 16 maan­

den gehangen te hebben, nog zo vol en blank gevonden

werdt, zeivs de ogen zo ongekwetst en het aangezigt zo wei­

nig ingevallen, als of hij ilcgts vier dagen dood geweest waa;

H, welk door GERARD KEGELAAR , Burgemeester te Gouda, dip

'ér nevens verfcheiden anderen , poggetuigen van was ge­

weest, naderhand ter dagvaart van Holland, verhaald, en in

?t Register der Staten befluiten aangetekend werdt. —-——

Refol. der St. vcm Holland van 16 julij 1582. bl. 344. P. BO

Nederl. Hifi. druk van 1679. J. D. bl. 644. HOOFT, Neder!.

Hifi. bl. 424. BEAUFORT, Leven van WILLEM DEN I., II. D.

bi. 584 G. R. VAN KINSCHOT, Befclirijving van Oudewater

bl. 78. 257-261. WAGEN , Vad. Hifi. VII. D. bl. 62-64.

CRAEYWINKEL (JAN LUDOLF VAN), geboren te Li-

te, behorende tot het Marquifaat van Antwerpen, den 28 au­

gustus 1609, begaf zig na zijne eerfte letteroefeningen vol­

voerd te hebben, onder de reguliere Kanunniken van Ton-

gerloo, behorende tot de orden der Prémonjlratenfen, en deedt

?

er op den 8 feptember 1631 zijne geloften; vervolgens wierdt

hij in 1641 Vikaris van de pastorije te Duffel nabij Lirt, en

verhuisde nog het zelvde jaar naar Lilien-daal, een Nonnen­

klooster van zijne orden te Mechelen, waar van hij tot onder-

Provoost wierdt aangefteld. Deze bediening het ruime tijdvak

Van 16 jaren uitgeoefend hebbende, wierdt bij den 10 julij

1S67, tot Pastoor van Oelighen, twee uren van Lire gelegen,

benoemd; hier fleet hij zijne overige dagen tot op zijn dood,

wejke voprviel den 11 december 1679 in het 7ifte jaar zijnes

puderdoms. Hij heeft de volgende werken in druk nagelaten,

ï, 3?e tritmiphecreitöc ^Hijberhdjbt: M Xebcn/ martclse


CRAMER. (A. F.) (JAN FREDERLË)

entte JUSiraP.eïeri ban öe JiUaaght enöe ^iKattelare^f*

BYMPN-A, Dochter ban ben Couinch ban Sfrfauöt/ ©atronegfé

ban be töijtbcrmaarbe b?iihevjbt ban Ohecr. alteéèftefen 1652.

fa 4tö. It. i&meben bnin/ berhetert/ entte btrineèrbett niet

fcecle curieufe hifionen / enbè ïebenjS ban be ^ebei-Iahörfc&e

«ffëaégfibeften^ / gcmengelt met beef gce&elijïic onöeifoijfmgeh,

féer p?of,jteI;jch booj nik ©ocfjter£ tube Iiefïjeb&et# ban 'be

^mrjberherjbt. Sf&- 1658. in 8bo. 2. 3Ln(ïïjof ter gob&jueh*

tigfje H&ebttatrcn op allen 5e ^onbagfjen tn ïfeijtighttagften bet

facren. II ©rien/ Slntto. 1661. in 8ba. It. (Stoeben ÖJÜCB/

foerbetert/ eiHie bermcerbett. II 3Men/ 2£ntto. 1714'' in 8ba*

3. Stegenbe bcr Icbetrê cnbe gebenthtocerbige batten ban be faooi*

naamite cijlige / jèau'gc / cnbe loftueerbige perfoonen / fon

J©an^ afcj ©joitteen/ bie in be tuitte tspte ban flen ïf. NOR-

ÏERTUS/ in ijetjligftcrjbt / gobbjitchtigheijbt / beugfjoen / entte

tntraKcfcn/ wijfgefeftcnen hebben. II 3Men/ iBethelefl Ï664tn

4to. 4. 9£it|rhoff bcr gobbjucljtige ^IBebitatien op öe ï%-»

«£ottnnnme/ Iijben moe boobt JESU CHRISTI , gemetirieli niet

öe tooeffjeöen ban be ï-J. «naoebcr (£>oot$ MARIA. Hutto.

tn 8bO. *—— J- F. FOPPENS, -Bibl. Belg. p. 679. PAC-UOT,,

iMem. litter. Tom. VII. p. 47--50.

CRAMER (A. F.), is gèweest Lt. Koltorièl in dienst vaa

den Staat der Verenigde Nederlanden. Hij was een doorkundig

man In het beroep *t welk hij hadt omhelst; waar van onder

sandèreii 'tot blijk veiRrekken de beidé vólgende werkjes door

hem in 't licht gegeven: 1. aianrncrhirigen bb'et be te boërÉè

ibienjien iri een belegerbe ©enting. Itc'ijb. 1757. in SbB. 2»

^Slgeniene maatregelen en uire'cticn 'om alle foojten bmï ©ïi?

ra^fïngen in ben


54

CRAMER. (NIKLAAS,)

togdom van Maagdenburg, en Leermeester van den Kroonprins

van Pruis/en. Naderhand heeft hij langen tijd te Amfteldam

gewoond, in de hoedanigheid als Refident van Koning FREDE-

RIK DEN I.; dan de dood van die Vorst, voorgevallen dea

25 februari] 1713, was een treffende flag voor den Refident,

die zig daar op eensklaps van zijne jaarwedde verftoken zag,

s

t welk hem tot de noodzaak bragt, om fchulden te moeten

maken, die hij niet in ftaat was te betalen; dit veroirzaakte

hem zulk een hartgrievend leed, dat hij 'er krank van wierdt,

welke ongefteldheid een geweldige bloedbraking ten gevolge

hadt, die hem den 17 maart 1715, in 's Hage zijnde, van

het leven beroofde. CRAMER was kundig in het vak der Ge­

denkpenningen , en hij hadt-zig op zijne reizen verfcheidene

Geleerden in Duitsland en Frankrijk tot vrienden gemaakt. Hij

heeft in 't licht .gegeven:

li SAM. PÜFENDORFII, IntroduElio sd Hiftoriam precipuorum

regnorum &? fiatuum modernorum in Europa. Franco/. 1688

i2mo. £jf 1704. in ïzmo. It. Traj. ad RJien. 1692. in 121110

2. Vindicie nominis Gennanici contra quosdam obtreüatores Ga

Berol. 1694. ' n

f°l !

-°' It- Amft. 1694. Dit werkje briefswijzo

gerigt aan BENED. CARPZOV, behelst ene bondige wederleg­

ging van den vader BOUHOURS, die in zijne Entretiens d'Arifte

& d'Eugéne, tot een vraag hadt gefteld: Of een Didtfer een

fraije Geest konde zijn ? CRAMER verdedigd hier in mannelijk

ter zei ver tijd de Duitfers en Nederlanders, tegens deze honen­

de twijffeling. . Misceilanea Lipfenfia. Tom. I. p. 381,

382. PAQUOT, Mem. litter. Tom. IV. p. 230, 231. Vita JAC.

BURCKHARI), p. 53. DISPONTIN. Pref. ad PHEDR. p. 182. 216.

SAXI, Onom. Pars V. p. 368.

CRAMER (NIKLAAS), Konstfchilder, geboren te Leijden

in 't jaar 167a, heeft tot leermeester gehadt WILLEM VAN

MIERIS, en na hem KAREL DE MOOR; wiens manier in 't

fchilderen van pourtraitten en moderne gezelfchapftukjes, hij

gevolgt heeft, en met wien hij tot zijnen fterfdag, altijd in

goede verftandhouding en vriendfchap geleefd heeft. Hij is in

het jaar 1710, aan ent teringziekte geftorven, na dat hij pas

40


CRANE. (JOHAN DE) CRANEVELDT. {FRANS) 5$

40 jaren bereikt hadt. • J. V. GOÓL, Nieuwe Schouwburg,

l. D. bi. 341, 342» flïfgetB. Kuft)ï[cï Scyiccn» 1779- f- i&3.

CRANE (JOHAN DE), is geboren den 23 februanj �cT>

cn van der jeugd af aan tot het H. dienstwerk voorbefchikt

üijnde, wierdt hij na behoorlijk fcbool- eh akademie-onderwijs,

den 13 maart 1696 onder het getal der Proponenten opgeno­

men, voorts den 7 april 1697 als Predikant te Nisje op het

eiland Tergoes bevestigd, en vervolgens den 22 december

3703 te Oostkappelle op 't eiland Walcheren, alwaar hij de

pligten waar toe hij door zijn ambt verbonden was, met

alle kloekheid, warme ijver en getrouwheid heeft waargeno­

men, tot den 3 april 1727, toen hem na dat reeds een geruï*

men tijd allerdeerlijkst door het voet- en handeuvel was ge»

folterd geworden, door de Klasfis van Walcheren wierdt gegund ,

het overige van zijn leeftijd, falvo honore in rust door re bren­

gen. Naderhand heeft hij egter nog veelmalen den kanfel zó

te Middelburg als te Oostkappelle beklommen; kunnende men

als iets zonderlings aanmerken, dat hij zes opvolgers van hem

fn deze gemeente, zijn laatfte ftandplaats, heeft bevestigd: als

1. Den 12 oktober 1727, MATTHEÜS DE CRANÉ, 2. Den 30

november 1732, DANIËL SECURIUS. 3. Den 18 janüarij ï?39>

GODEWARDUS VROLYKHERT. 4. Den 5 maart 1741» LAMBËR*

ÏUS KOLF. 5. Den 25 oktober 1744, EWALDUS HOLLEBEEK;,

6. Den i meij 1746, JOHAN SATING. Alle welke Bevesti­

ging Leerredenen, dóór hem bij deze gelegenheid uitgefpro-

hen, afzonderlijk door den druk lijnde gemeen gemaakt, tot

bewijs van 's mans geleerdheid en bekwaamheid in 1 opfleï-

len van preken, kunnen verftrekken, CRANÉ ftierf te Middel-

iurg, de woonplaats die hij zedért zijne rusttijd uftgekc-ren

hadt, den laatften dag van 't jaar 1746, in den ouderdom van

70 jaren en ruim 3 maanden, ——— Medeged. Eerigtem,

CRANEVELDT (FRANS)* geboren te Nijmegen uit een

©ud en treffelijk geflagt; wierdt in zijne jeugd naar het Gijm-

nafium te Rijsfel gezonden, alwaar hij door het onderwijs van

JOH. DESPAÜTERIÜS , zo ongemeen vorderde, dat hij in 1505

0 4 tol


56 CRANIUS. (PAUSTIN)

tot Primarius van het fchool in de wetenfehappen wierdt ver--

klaart, en ten jare 1510 te Leuven tot Doktor in beide de

regten wierdt bevordert. Kort hier op wierdt hij tot Penfio-

naris van Brugge aangefteld, en ten jare 1552 tot Raadsheer

in dert Hogen Raad van Mechelen verheven.

Den ouderdom van 60 jaren bereikt hebbende, leide hij

zig met ongemenen ijver toé" tot de beoeffening der griekfe

tale, en Plaagde daar in zo gunftig, dat hij de volgende wer­

ken uit die fpraak in het latijn heeft vertaald: I.'PROCOPII

Libr. VI. de JEdificüs JUSTINIANI Imp., cum THEODORICI ADA-

MBi Annotationibus. Paris 1577. in ifio. 2. BASILII Magnü

Homilias tres. I. De utilitate capienda ex gentilium auBorum

II. De Invidia. III. Attende tibi ipji. Lovan. 1534. £s Svo. 3.

Is 'er van hem ene voorrede geplaatst aan het hoofd des werks

van CHRIST. JOH. VIVES, de Veritate Fidei Chriftiance. Met

dezen Geleerden zo wel als met DES. ERASMUS , THOMAS MO

sus, PETRUS NANNIUS, ADRIAAN BAARLANO en meer anderen,

heeft hij in vriendfehap verkeerd en briefwisfeling gehouden.

Hij is ten jare 1564 te Mechelen in een hogen ouderdom

geftorven, een zoon nalatende, JODOCUS genaamd, die Raads­

heer in het Hof van Gelderland is geweest. ALB. MI-

KJEUS , in Elog. Belg. MELCH. ADAMI , Vit. furisconf. Germ.

J. F. FOPPENS, Bibl. Belg. pag. 290, 291. VIGLIUS Epijl. ai

HOPPER. 29. p. 413. in HOYNCK v. PAPENDRECHT Anal. Belg.

Vol. I. C. SAXI, Omm. liter. P. III. p. 174.

CRANIUS (FAUSTIN), Kapucijner Monnik, is gebore»

te Diest; en heeft in 't licht gegeven: 1. Alter ALEXIUS, na.

.tione Scotus, Capucimts, fub nemine Fr. Archangeli cjff. Co

ï62o. in 121110. 2. Converfio £f converfatio P. ARCHANG

Regio fanguine clari, in ordine Capucinorum beata morte de

Leodii 1632. in i2mo. Zijnde meermalen herdrukt; ook in

't nederduits vertaald, ten jare 1704, en te Brugge in 8vo. uit-

gegeven. Deze Monnik is Guardiaan van het Kapucijner kloos­

ter te Dendermonde geweest, en is aldaar 36 jaren oud zijnde,

in 1606 geitorven. J. F. FOPPENS, Libl. Belg. p. 275.

CRA-


CRATEPOLIUS. (PIETER) CRATHORNÉ. (WlLL.) 57

CRANIUS (GUMMARUS) , geboren te Wateren nabij

Mechelen, is geweest Pastoor te Zidficke, insgelijks in het bis­

dom van die ftad gelegen; hij was een verheven, zoetvloei-

jend en teffens grappig Dichter. Het volgende werkje van

dien aart, heeft hij in 't licht gegeven, dat wel verdient ge­

lezen te worden: JEconomia moralis Clericorum, duobus Tratïati-

lus Carmine leonino breviter ac lepide defcripta: qualiter domi cunt

domejlicis, prafertim ancilla; in confortio cum laïcis, praferthtf

feminis; in officio cum fubditis, prafertim rufiicis vivendum. Lo-

van. 1653. in Svo. It. Antverp. 1720. in Svo. —» J. F. FOP­

PENS, Bibl. Belg. p. 426.

CRATEPOLIUS (PIETER), \kn Gutik geboortig, Mon­

nik van de orden der Minoriten, een godgeleerde en gefchied-

kundige, heeft te Keulen gewoond, en is aldaar ten jare 1603

geftorven, den roem nalatende, van een ongemeen arbeid­

zaam en belezen man te zijn geweest. Hij heeft in druk

uitgegeven: 1. Catalogum Archiepiscoporum Colonienfium ac Tre-

virenjium. Item, Episcoporum Leodienjiwn, Ultraje&inorum, Mo-

najlerienfïum, Osnabrugenfium, cjf Mindenfium. Colon. 1578. iti

8vo. 2. De SS. Germania Epifcopis, £ïf orthodoxis Dothribus cjfe.

ib. 1592. in Svo. 3. Catalogum Academiarum Örbis Chrifliani.

Ib. 1593. in Svo. 4. Compendium Catechismi Catholici. Ib. 1592.

tn iimo. £fc. • J. F. FOPPENS, Bibl. Belg. p. 968, 969.

CRATHORNÉ (WILLEM), een Engelsman van geboorte,

wierdt van zijn tedere jeugd af aan in het kweekfchool van

zijne natie te Douai opgevoed. Zijnen letterkundigen loop

voleindigd hebbende, beftierde hij de wijsgerige lesfen in dat

huis, gedurende enigen tijd, en wierdt vervolgens geroepen

omtrent 't begin van de XVIIIde eeuw, tot de zending naat

Engeland. Hij is in een gevorderden ouderdom te Hamerfmith

nabij Londen gelegen, geftorven, den 11 maart 1740, na in

't Engels vertaald, te hebben uitgegeven: La vie de St. FRAN-

cpis DE SALES, Evéque X £f Prince de Genève, par JACQUES.

MARSOLLIER, 3 Tom. in Svo. • — TAQVOT, Mem. lifter.

Tom. X. p. 308.

D 5 CRE-


52 CREMER. (BERNARD SEBASTIAAN)

CREMER (BERNARD SEBASTIAAN), geboren te Zut­

fen, in bet jaar 1683, zoon van BEREND CREMER, Secretaris

te Zutfen, en van GERHARDA CATHARINA CRUSIUS; heeft geit u.

deerd te Franeker, onder LAMBEÏTUS BOS , ANDALA, VITRINGA

den vader, RoëLL, en RHENFERD; te Utrecht, onder den­

zei vden RoëLL s en te Dort, onder Jon. D'OUTREYN: is te

Don Proponent geworden den 4 november 1705; twee jaar

daar na, Predikant te Stavenisfe in Zeeland: daar hij vier jaren

gedaan heeft: toen, te Asperen, zes jaren: zijnde tot Profes-

for in de godgeleerdheid beroepen te Harderwijk, den 11 okto.

ber 1717, alwaar hij zijne Inwijings-rede gehouden heeft,

den 13 april 1718, de JESÜ Nazarceo, ex MATTH. II. vs. 23!

Hij is getrouwd geweest met HELENA COGLS , dogter van

FRANS-COOLS, Drost van Asperen, den 12 augustus 1712,

welke vrouw hem is afgeftorven den 18 augustus 1728, na

hem agt kinderen, drie zonen, en vijf dogteren, gebaard te

hebben: van welke laatften fiegts twee haren vader hebben

overleefd. De zoons zijn geweest:

1. FRANS LODEWYK, eerst Predikant te Rosfem) toen, te

Hattem, daar na, te Maastricht: vervolgens Hoogleraar in de

godgeleerdheid; eerst te Harderwijk, en, naderhand, te Gro-

ningen, alwaar hij geftorven is,, nalatende enen zoon, die

thans Predikant is te Vianen. 2. BEREND HENDRIK, tweede

Mouiboir des Hofs van Gelderland: en 3- JOOST BEREND, Ad<

Vokaat te Zutfen.

De Hoogleraar B. S. CREMER heeft vele boeken, verhande­

lingen, en redevoeringen in druk nagelaten, betreklijk de

Natuurlijke en Geopenbaarde godgeleerdheid, Joodfche oud­

heden, Prophetiën, Voorbeelden en Zinnebeelden der Heilige

Schrift: ook Twistschriften, tegen NIKLAAS HARTMAN, Pre­

dikant te Zwol: tegen de Profesforen WESSELÏÜS en DRIESSEN*

en tegen den Predikant WILHELM : ook, tegen PONTIAAK

VAN HATTEM, DEURHOF, CASEL BOUMAN, en THOMAS BUR-

NET. Hij werdt Hoogleraar in de Prophetifche godgeleerd­

heid, den 20 junij 1724; e n in de Heilige oudheden, den

10 juni) 1733. Hij was Rerk en kloek van lighaarn; vrien-

de-


CREMERS. (MATTHYS) CRENIUS. (THOMAS) $0

delijk en gul; bedaard en voorzigtig. Hij ftierf zeer fchielijk,

aan ene benauwdheid, des morgens opftaande, den 14 fep-

tember 1750, na dat hij kort te voren van ene reis naar

Maastricht wedergekeerd was, alwaar hij ene zware ziekte

had doorgeftcan. Den 30 feptember daaraanvolgende heeft de

Hoogleraar in de regten, GERHARD SCHRODER, ene lijkrede

over hem gehouden, welke gedrukt is, en uit welke boven-

ftaande bijzonderheden zijn ontleend. Onder zijne voornaam-

fte werken zijn de Prodromus lypicus, en de Nazimus, beide

gedrukt te Amjïeldam, 1727. in 4to. • GERH. SCHRODER,

Oratio fun. in obitum D. B. S. CKEMERI. C5>CUtfc6e §tcta ©cisbito»

ïum. CXXXV. SJtil/ f. I7S--I97- en CXXXIX. 2$cu7 f.

492-51».

CREMERS (MATTHYS), geboren te Aken, omtrent het

jaar 1480, volbragt het hoofdzaaklijke zijner ftudien te Keulen,

en wierdt aldaar Meester der vrije konften. Men verkoos hem

tot Rektor van het Hogefchool den 28 junij 1533, en in

1542 wierdt hij met een Kanunnikaat in St. Andrieskerk begif­

tigd, vervolgens beftierde hij als Regent het kollegie te Mon-

in d e n

tanum, en ftierf den 12 maart iS57.

72 jaren.

ouderdom van

CREMERS heeft in -druk uitgegeven : r. CT^ifïiid) SScridjt/

ïeaauff ju gtuntfcjligen ter ffantyefftifl wilt bUlim in 5>cm ufftcdj.

tigen Giuifittt-Otauecn; mit focbcrlepng Hit pjirtcipaCfïct atticutea

6CÏ gerfettiflten (e&r SDtatinl SSuccrs / im Gudj Ju SSofrt ausgegartgen

ttc. Sein i 542. in 4t0. 2. Chrijiiana ac pia, de Catholics jidei

Regida, Asfertio, cum dilucida pernicioforum, prcecipue hujus ca-

lamitofisfimi facidi, dogmatum confutatione &c. Colon. 1556. in

' J 2 » J B . . • VAL. ANDR., Bibl. Belg. p. 657. HARTZHEIM,

Bibl. p. 241. PAQUOT, Mem. litter. Tom. XII. p. 270, 271.

CRENIUS (THOMAS), wiens ware naam, volgens den

Hoogleraar SAXE is THOMAS THEODORUS CRUSIUS , uit de Bran­

denburg markt geboortig, is eerst geweest Rektor hier of

daar in Hongarijen; vervolgens kwam hij in Holland, zette zig

te Rotterdam neder, alwaar hij zig geneerde met proeven voor

de


6© CRÈPU. (N.)

de Boekverkopers te corrigeren. Zijne woonplaats naar Lei]»

den verplaatzende, heeft hij zig met de uitoefening van dien

zelvden arbeid bezig gehouden, teffens ook gefchriften vaö

zijn eigen maakzei opiteliende en in 't licht gevende. Lang

heeft hij in laatstgenoemde ftad gewoond, en is ook aldaar

geitorven ten jare 1728, in den ouderdom van 80 jaren.

De door hem in druk uitgegevene werken, zijn : i. Fascicu-

lus Disf rtationum Hiftorico-Critico-PMlologicorum, X Tom. Roté-

rod. ICQ1--1700. th Svo. 2. Ccnfiiia £f Methodes aurias ftudia-

rum 'optime injlituendorum. Rott. 1692. in ^to: 3. 'TraBat. de

Phi olvgia, Jludiis liberaiis dobïrince informatione £f educatiotie

lit.:raria. Lugdbat. 1696. in $te. 4. Animadvèrfiones philologicas

£? hiftoricas. XIX panibus. Ib. 1607-1720. in Svo. 5. Fafcem

Exetcitatiemim Philologico-Hifioricarum, V panibus. Lugdbat.

J697--1700. in Svo. 6. Q. ASCONII Pediani, Commentationes in

CICERONIS Orationes, cum notis integris virorum doBorum. Ib.

1698. in \2mo. 7. JOH-, SAUBERTI, de Sacrifxiis veterum eollee-

tanea. Lugdbat. 1699- in Svo. 8. Tractatum de Emditione cmn-

paranda in hummxioribus. Ib, 1699. in 4ta. 9. AnaleBa Philolo-

gico-Critice-Hiftorka. Amft. 1699- in Svo. 10. Mufeum Philolo-

gicurn £jf Hiftaricum. Ib. 1699- in Svo. 11. Syntagma primum

'£? fecundUm Disfertationum Philologicarum. Roterod. 1699, 17001.

in Svo. 12. Thefaurum Librorum Phüologicorum Hiftoricorum,

Lugdbat. 1700. in Svo. 13. De libris Scriptorum optimis uti-

lisjimis Exercitationes III. Ib. 1704. in Svo. 14. De fingulari-

ius Scriptorum Disfertationem Epiftolicam. Ibid. 1705. in Svo.

15. De furibus librariis Disfertationem Epiftolicam. Lugdb. 1716.

in Svo. AB. Erud. 169Ï. p. 335. 1692. p. 343. 1700*

p. 396. jo. FABRICII, Hifi. Bibl. Part. IV. p. 286, 287. Part.

V. p. 430-438. HEUMANNI, Via ad Hifi. Liter. p. 389.

38. Catal. Bibl. PUNAV. Tom. I. Vol. II. p. 11S3. Vól. Ut.

p. 1157. C. SAXI, Onoin. liter. Pars V. p. 404, 405^ Nouv.

DiB. Hifi. Tom. II. p. 396. Levensbefchrijving van beroemde

Mannen, (Amft, 1730. Svo.) II. Stuk, N°. X. bl. 647-657»

CREPU (N.), KönsticliÜdérj een Waal van geboorte, heeft

vaö


CREPU. (N.) ' 6i

van zijne jeugd af aan den oorlog gevolgd; diende onder de

Spanjaarden als Luitenant, en heeft in 't veld al menig aardig

Rukje gefchildert. Na den oorlog afgedankt zijnde, ging hij

te Antwerpen wonen , en zette zig aan 't Bloemfchilderert,

daar hij zonder enig onderwijs een groot Meester in is ge­

worden; want zijn Bloemen zijn zo dun gefchilderd als water,

en overheerlijk getekend, wel gekleurt, meesterlijk getoetst,

en daar heerst een bevallige zwier en fchikking in zijne fchil-

derftukken. Doorgaans fchilderde hij een vaas of porceleinen

. pot met bloemen, konstrijk en geestig geordonneert, en waar

op inzonderheid de rode en witte rozen zo lieftallig waren

behandelt, dat 'er van rijpheid de bladen fchenen af te vallen,

zo wel als de heulbloemen , anemonen, renonkels en tulpen,

die verwonderlijk fchoon waren. Op den voorgrond fchilderde

hij veelal een beekje of ander (bomend watertje, geftoffeerd

met verfcheidene fchelpen, hoornen, zeegewasfen, kikvorfen,

rivierkreeftjes enz.; doordien nu CREFU altoos kaal en be,

rooid was, gaf hij zodanig fcbilderftukje dat hij overeenkom-

ftig hadt bewerkt, aan een Bakker in betaling, voor 36 gul­

dens vereeten brood, die 'er naderhand 100 dukatons voor

'koste kopen.

Groot 40 jaren oud zijnde, trouwde hij met de dogter van

den Miniatuurfchilder PAULT, een knappe deern, pas 16 jaren

gud, doch die niets in de melk te brokken hebbende, dns de

verdubbeling der armoede, tot een bruidfehat bragt onder het

dak des Bloemfchifdeis. Hij bewoonde een tamelijk groot

huis met een ruime tuin daar agter , die hij met allerleije

foort van Bloemen en Kruiden bezaaide, maar in ilede van

naarftelijk daar na te fcbJlderen, verlanterfante hij zijn tijd in

het toeftellen van vogeltjes-knippen of in het vangen van wit­

jes of veelkleurige vlindertjes, zo dat de armoede hoe langer

jioe meer hare wortels fchoot in deze bedroefde huishouding.

Hij was een geflagen vijand van de Antwerpfe Konstkopers,

pn niet zonder reden, want hij altijd om geld verlegen, hiel­

den dezen hem den voet op den nek, en gaven hem niet

meer voor zijne uitmuntende Bloemftukken dan zij kwijt, wil­

den


6% CRETEN. (KAREL) CREUTZNACH. (L, S. DE)

den wezen, en 'er vereist wierdt om hem en de zijnen effen

aan 't brood te helpen.

Hij kreeg het ten laatften zo benauwd binnen Antwerpen,

dat hij befloot met de Rille trom te vertrekken, ten diea

einde nam hij den nagt te bate, om met zijn wijfje naar Brusfel

te vertrekken, zonder zijne fchuldeisfers te waarfchouwen,

die omtrent zo een inventaris vsnden in het huis van CRI-

?u, als 'er opgetekend wordt in het blijfpel van BREDEROOS

Spaanfclien Brabander. In deze hoofdftad daar hij in den be­

ginne vlijtig werkte, maakte hij goeden opgang, doch in flegS

gezelfchap geraakt zijnde, verviel hij op nieuw tot een aller-

flordigst gedrag,-vgaf zig inzonderheid aan den drank over, e»

zoop zig genoegzaam dood. Dees Konftenaar bloeide in de»

aanvang van de XVIIIde eeuw. . J. C. WEYERMAN,

Lwea der Schilden, HL D. bl. 239 -245. S!. f

SCtB. ^ttitfifa

1779. f. J84.

CRETEN (KAREL), Konstfchilder, was een tijdgenoot

Van den vermaarden WILLEM BOUWER, die zo fraij en gees­

tig in waterverf fchilderde; zij hebben te zamen lang in Ito-

liè'n gewoont. CRETEN fchilderde Pourtraitten, en was in de

Roomfe Bent bekend, met den naam Slagzwaard. ——. A.

HOUBRAKEN, Schouwburg der Schilders, 11. D. bl. 144.

CREUTZNACH .(L. S. DE) , is Generaal van de Artille-

.rije, in dienst van de Bataaffe Republijk geweest, en bijzon­

der ervaren in het beroep waar toe hij zig van zijne vroegdc

jeugd hadt toegewijdt. Ten jare 1753 wierdt hij aangefteld

tot lid van de Hollandfe Maatfchappije de» F/etenfchappen te Haar.

lm, en was daar van een ijverig en werkzaam lid, getuige

hier van de ftukken die ia derzelver uitgegevene werken van

hem zijn geplaatst. Dezen zijn: j. ÜDcrfjanöeh'ng ober be

ïiallt/ waar in hij na de bereiding van de verfchillende foor-

ten van Kalk en de onderfcheidene doffen waar uit die worden

gebrand, te hebben aangewezen; inzonderheid zoekt te beto­

gen: „ dat ten aanzien van zware en importante gemene

„ landswerken en gebouwen, als Kompagni.es- en Admirali-

„ feits-


CREUTZNACH. (L. S- DE) 63

teits-huizen, bruggen en watergebouwen, Huizen en fortifi-

f, catie-werken, arfenalen en kruit-magazijnen enz.; die men

„ gemeenlijk wel een jaar vooraf weet en befiuit te maken;

„ daar toe zoude aanraden, datze nimmer met Schulpkalk.

„ maar altoos met Steenkalk mogten gebouwd worden, en dat

„ de Aannemers vooraf wel wierden onderzogt, ofze kennis

„ hadden, van 't bereiden en bewerken van Steenkalk, om

„ goed en zeer duurzaam werk te maken; zo maar de metzel-

„ werken niet te haastig worden opgebouwd, noch ten eer-

„ ften met te zwaren last gedrukt worden, ten einde de fon-

„ damenten niet te doen berften." 2. ©oojfcönft cm aUerlcsjc

«©aten tn g;crc ©laten/ pijpen/ ÏSuijcn/ of 5eib£ gefachen

gsermerh tocber bas"t aan ccn te boegen / ;o b;st beel eet fret

J3jcr op cene anbeue plaat;c in flahhen ;aï hunnen gebjoïten of

gtflagen toojben / ban ter plaatje baat het r.etapt i& iöecr*

fïaanbe bit JiReng;el bc toepfttng ban buur / mater / hotibc en

toarmte. 3. tcenen

jeïbc / 't $ij in helberg'/ fonteinen of geboumen cnDcr toa«

ter/of boben gronbj*/ jobanig bigt en hap't aan maïhanberen te

lijmen en te floppen/ bat het tcgcn£ mater/ ïugt/ en toarmtc

altoo.é bigt blijft en nooit ;al üarftcn, 4. ©oojfcfKjft ban een

Stemlijn om be ©oegen tu?fc&en ^arbjïecneri / "t jij onber of

boben gronbjS/ toateröigt te maafcen/ al?" mebe i$ere bouten en

fïaabcn in ben (tem/ m fiebe ban met loob/ ba,e"t te jetten/

beftanb tegen mater/ utgt en toarmtc/ en niet uar|ïenbe. 5,

ïfet Geheim om alle ^>naphaancn en ©tétcolcn 5a te bewftcii/

bat men 'er ;eer berre mebe fchieten nan.

Ook was de Generaal CREUTZNACH grotelijks ervaren fa

het vervaardigen en bellieren van Konst-vuurwerken: hier

van gaf hij een treffend blijk bij het affteken van het pragtig

Konst-vuurwerk op den 13 junij 1749 ter gelegenheid van dem

geHotenen vredeteken, onderzijn direftie vervaardigd en af-

geltoken. Ook liep alles naar ifens en genoegen af. De

voornoemde Generaal, voor *t affleken van het Vuurwerk,

door Hare Koningl. Hoogheid de Prinfes VAN ORANJE gevraagd

'zijnde, „ hoe lang het zelve wel duren zoude,'' hadt geant­

woord :


64 CRIEP. (WILLEM)

woord: „ dat, 20 alles naar zijn genoegen uitgevoerd wierdt,

„ het niet veel langer dan een uur moest aanlopen;" de uit­

komst beantwoordde ook volkomen die belofte, want die

Vorftin op het horologie gezien hebbende toen de eerfte en

laatfte koker met pijlen opging, zeide: „ de Generaal heef»

„ zijn woord wel gehouden, want het Vuurwerk heeft niet'

„ langer dan een uur en vier minuten geduurd." Wanneer

men nu in aanmerking neemt, dat 'er in dien kortftondigen

tijd, behalven de 18 kokers ieder met bijna 600 vuurpijlen ge-

vuld, nog 18000 enkelde vuurpijlen naar de lucht fnorden,

behalven een menigte Iuchtkogelen, luchtballen, ftinkpotten,

moordflagen , raderen , vuurfonteinen , cascaden , in een

woord al wat de konst in dat vak kan opleveren, afgeftoken

wierden, kan men zig niet genoeg-verwonderen over de.goe­

de orde en vaardigheid in het opvolgen der bevelen van den

Generaal waargenomen. Ook hadt CREUTZNACH het.genoe­

gen dat hij door een eigenhandig biljet van den Stadhouder,

aan den disch genodigd wierdt, daar behalven hunne Hoog

Mog. de Stadhouder en zijne gemalinne, verfcheidene andere

aanzienlijke perzonaadjen aan een tafel van 24 couverts

vergast wierden, wordende bij bij zijne kemst, door hunne

Hoogheden en alle de aanwezenden, over de gelukkige uit­

voering van zijn Konstontwerp, op het minnelijkfte gefelici­

teerd. Dees bekwame Artillerist ftierf na een hogen ouder­

dom bereikt te hebben in 'sHage, op den 19 februarij 1773.

Nederl. Jaarboeken, 1749. bh 591-593. Verhand, van

de Holl. Maatfchappij te Haarlem, V. D. bl. 1-35. VI. D.

I. St. bl. 358-366. XIV. D, bl. vi. Voorb.

CRIEP (WILLEM), te Delft geboren in het jaar 1536,

was Raad in den Hove van Holland te Utrecht ten jare

JS73> en 's jaais daar aan werdt hij Raad in den groten

Raad te Mechelen; van daar beriep men hem tot Kance­

lier van den Hove van Gelderland te Roennonde, alwaar hij

den 25 januarij in 1610, in den ouderdom van ruim 74 ja­

ren is gefterven. Hij was geleerd, zeer weifprekend, en

eea


CRIEP. (WILLEM) CROCKAERT. (PIETER) 6$

een-zoetvloéijend doch fchalkig Digter, zo als blijkt door zijne

uitgegevene Epigrammata, en zijne voorreden geplaatst aan

't hoofd van MICH. MARULLI & JOH. SECUNDI Poëmata, in

1561, in 't licht gegeven; ook is 'er nog een uitm.ntend

>verkje van hem in wezen, getij telt: De Confolatione Ccecorum.

——— J. F. FOPPENS, Bibl. Belg. p. 397. D. v. BLEYSWYCK,

Befchrijv. van Delft, bl. 791.

CRIEP (WILLEM), een zoon van den vorigen,"een GeU

dersman van geboorte, heeft uitgegeven :JVita S. GERLACI ab

Anonymo circa annum 1230 confcripta, in epitamen redatta Colon.

1607. Ook hadt hij onder handen : Libellus de Pmeminentia

Regis Catholici Hifpaniarum, toen de dood hem overrompelde.

• J. F. FOPPENS , Bibl. Belg. p. 397.

CROCKAERT (PIETER), geboren te Brufel omtrent het

jaar 1465, wierdt na de gronden der latijnfe taal geleerd te

hebben, naar Parijs gezonden, om in de wijsgeerte onderwezen

te worden, en hij ftudeerde onder den beroemden Schot JAN

MaiRE of MAJOR , welke als toen die wetenfehap in het kolle-

gie van Montaigue leraarde; na den trap van Meester beklom­

men te zijn, onderwees CROCKAERT zelv die wetenfehap met

zeer veel roem, te Parijs; vervolgens wierdt hij ten jare 1504

Monnik in het Flaamfe Dominikaner klooster binnen die itad.

In 1514 begaf hij zig naar Rijsfel, alwaar hij gedurende de

vasten met zeer veel toejuiching predikte; en hij ftierf nog in

het zelvde jaar. Daar is van hem in druk:

1. Summularum Artis Dialectica: utilis admodum interpretatie,

fnpcr textum Magiftri PETRI HisrANi, Ord Predic., ima cum

fruüuofis quibusdam Qiwdlibetis. Paris. 1508. in folio. 2. Acu-

tisfmne Ouxftiones, quidem perutiles in jingulos ARISTOTELIS

Logicales libros &c. Ib. 1514. in folio. 3. Argiitisfimce, fubti-

les, ac foecundce Quceftiones Phyficoram, et in III libros, de Ani­

ma , ARISTOTELIS. Paris. 1510. Ib. 1521. in folio. 4. Secunda

fecundce fummm S. THOM/E, a F. PETRO DE BRUXELLIS recognita

et accurata. Paris. 1512. in /[to. DE JOXCIIE , Belg. Domin.

• VIII. DEEL. E ' p.


s? m CRQOQUEÏ. (ANDRIES) CROCUS, (KORNELIS)

V* 344- QUETIF & ECHARD,, EibL Tom. II. p. 20 , 30. 6?*

J8-8--Ï3Q.. PACHJOT» MJ». /itter. Tom. IX. p. 353-357.

CROCQUET (ANDRIES), van Douai geboortig, is ge«

weest Prior van het Monniken klooster van St. Wijnoxbergen in

Halegonwn i hij ftierf te Valenciemies, aan ene befmettelijk©

siekte. Zijne erfgenamen hebben van hem in 't licht gege­

ven; i. Catechefes Chyijlianas, potisfiitium ex Homiliis Catecheticis

MAXTHJEI GAVERI, & T. D., praceptoris fui. Duaci 1575. in

4t«» %. Commsnt. in Epiftolam PAULI ad Romanos. Ib. 1577. in

gva. 3. Comment. in Epift. PAULI «i Hebraos. Ib. 1578. m 8vo,

4. Paraphrafin x five- Conciones 30 in YII Pfalmos panitentialesi

— fêï 1579, m 8v* - — - J, F. FOPPENS, 5^ p. 51.

CRQCUS (KOPvNELIS), een Jmfleldammer van geboorte,

leefde in de XVIde eeuw, was Priester en Reftor in de latijn-

fe fchalen van genoemde ftad, en een gemeenzaam vriend

heide van ALARDUS en CANNIUS , waar van hier voor gefpro-

ken is; doch was bitter en vol ijvervuur tegensdeLutherfen in­

genomen. Hij bediende zig-in "t begin des jaars 1531, aan

den Officiaal des Bisfchops van Utrecht fchrijvende, van deze

woorden; „ Ik fmeek u op 't ernftigfte, dat het mij geoirloofd

j, zij, de gebeden, die ik verpligt ben te lezen, om dat ik

tot de mindere orden ben ingewijd, Ilegts voor éne maand,

„ na te laten. Ik ben begerig, om mij, in dien tijd, met

„ heilig werk bezig te houden, en iet te fchrijven, waar door

„ de gemoeden van enigen van de Lutherfe en Oecolompadife

H ketterij afgetrokken, of tegen dezelve gewapend konnen

„ worden, op dat de opregten nog voor 't bederf mogen be-

,, waard blijven. En daar is haast bij 't werk; want ik meen,

„ dat ik het heil van enigen , die ten dele mijne magen,

„ ten dele mijne goede bekenden zijn, ten dele, voorheen,

„ mijne leerlingen waren, in dit opzigt, zal konnen bevorde-

„ len; en 't is nodig dat ik zulks ten fpoedigfte onderneme,

„ om dat enigen hunner, in de aanftaande maand, te fchepe

,, naar Oostland ftaan te vertrekken, gelijk hier te Amfleldam

de gewoonte is."

JAN


S

CROCUS. (KORNELIS) 67

JAN DE III, Koning van Portugal, verzogt hem, doch tever­

geefs , om het Hoogleraarsambt in de Akademie van Coimbra

te komen bekleden. Hij meende meer nuts te kunnen doen,

met de Amfteldamje jeugd te wapenen tegen 't geene hij voor

ketterij hieldt. Op 't laatst van zijn leven , en na dode

zijner moeder, die hij, tot. in zijnen hogen ouderdom onder­

houden hadt, deedt hij ene reis te voet naar Rome, daar hij,

door IGNATIUS LOYOLA zelve, in de orden der Jefuiten, aange­

nomen werdt. Hij heeft enige vaarzen gefteld onder 't afbeeld-

zel van ERASMUS door HANS HOLBZIN gefchilderd, welk, uit

Duitsland, herwaarts gebragt was, door QUIRYN TALESIUS,

Burgemeester van Haarlem, in wiens huis in de damftraat, de

Amfteldammer PIETER OPMEER, het dikwils met verwondering

berchouwd hadt. Onder de leerlingen van CROCUS, is ook

MATTIIIAS BOSSENIUS, Amfteldammer, geweest, die, nader-

hand, Hoogleraar in de Akademie te Douai geworden, en,

in 't jaar 1599 overleden is. CROCUS heeft fchrifte'ijk ge­

twist met JOHANNES SARTORIUS of SNYDERS, insgelijks,, een

Amfteldammer, Leermeester in de latijnfe fchole. De twist liep

over 't geloof en de werken. SARTORIUS beweerde, even als

LUTHER, dat de mensch alleenlijk door 't geloof geregtvaar-

digd wordt; 't welk CROCUS tegenfprak. Zo ver ging de he­

vigheid, dat CROCUS, voor altoos, SARTORIUS de vriendfchap

opzeide. Ik vindt aangetekend, dat hij ten jare 1550 is over­

leden.

CROCUS heeft de volgende werkjes gefchreven, en door den

druk gemeen gemaakt: 1. Colloquiorum puerilium formulas. Antv.

1536. in Svo. £? alibi. 2. Limam Barbariei, Jive Farraginem

Jordid;rum verborum. Colon. 1520. in Svo. et alibi. 3. Silvulam

Vocabulorum, puerilis leüionis 'exercitationi accomodatam. Saling.

1539. in Svo. 4. JOSEPHUM, Comoediam Sacram. Antv. 1548.

in Svo. 5. Paraclejis ad capesfendam fententiam Jnfephi cajli

evemplo. Ib. Svo. 6. Hypomnenation in X prcecepta Decalogi. Ib.

Svo. 7. De Vera Ecclefia. Colon. 1548. m Svo. 8. Disputatie-

Hem contra Anabaptistas. Antv. 1535. in. Svo. 9. Epiftolam de

Fid? et Opcxikts, adverjus JOANNEM SARTOSIUM. tb. I53I- *« 8vo.,

E 2 10*


m, CROESE. (GEHARD)

10. Meditatie-nes in Pasfwncm Dominicam. Colon. 1535, in $vt>l

11. Qrationem in JESU CHEISTI laudem. Antv. 1548. in 8vo. Na­

derhand zijn de meesten dezer werkjes, in enen bondel ten

jare 1612 te Antwerpen herdrukt. •—. J. F. FOPPENS,

Bibl.'Belg. p. 197; 198. OPMEER, Cathol. Martelaarsb. II. D.

bl, 177. WAGEN., Bejchrijv. van Amjl. II, St. bl. 8, 9. XI. St.

bl. 197, 198,

CROESE (GERARD), geboren te Amfteldam den 26 april

1642, was een zoon van HENDRIK HERMANSZ. CROESE, en

ANNA REINIERS, beide onder de ktasfe van fatzoenlijke en wel­

gegoede burgers forterende. Zijne ouders vroom van leven en

deugdzaam van wandel, befchikten hunnen zoon tot de ftudie

der godgeleerdheid , daar de jongeling gretig in toeftemde;

en zig eerst drie jaren in zijne geboortefiad aan het door­

luchtige fchool, onder den Profesfor ARNOLD SUENGERD, in

de voorbereidende wetenfehappen met allen ijver oefTende, en

zig vervolgens naar het Hogefchool van Leijden begaf, alwaar

hij het onderwijs genoot van de beroemde Mannen,.JOH.

FRED. GRONOVIÜS , en GEORG HORNIUS , in de fraije letteren;

benevens JOH. COCCEJUS en JOH. HOORNBEEK, in de godge­

leerdheid ; na hier vier jaren mede verbeid , en dezen tijdkring

met de zorgvuldigfte naarftigheid doorgelopen te hebben,

wierdt hij tot Proponent aangefteld; en koit hier na, deedt hij

een reis als Predikant naar Smima, onder het beleid en met

het oorlogfchip daar ENGEL DE RUITER, zoon van den zig aan

den vaderlande zo verdienftig gemaakt hebbende Admiraal

MICIIIEL DE RUITER , het bevel over voerde.

CROESE uit de Levant te rug kerende, hieldt een kortftondig

verblijf in Engeland, en predikte te Norwich, daar hij zo veel

genoegen gaf, dat men hem aldaar het Leraarsambt aan­

bood; doch hij weigerde zulks, verkiezende liever zijn vader­

land te dienen. Kort hier op heeft hij de Staatfe bezetting

te Tperen enen tijd lang als Predikant bediend; doch toeval­

lig door Alblas, een dorp nabij Dordrecht gelegen, reizende,

n*.ct inzlgt om een togtje naar de provintie van Overijsfel te

doen,


CROESE. (GERARD) «|

doen > wierdt hij verzegt aldaar zijne gaven te doen horen, en

hij gaf 'er zulk een groot genoegen, dat men befloot hem aldaar

te beroepen als Predikant: hij nam het aan en wierdt 'er be­

vestigd den 10 julij 167S. Ouden zwak geworden zijnde,

gunde men hem in 1707 om Emeritus te worden, en hij

wierdt in 1710 te Dordrecht, ai waar bij zijne woonplaats hadt

gevestigd, door ene beroerte aangetast, die hem, sa ene wor-

fteling van negen dagen, op den 10 meij van genoemde jaar,

Sn het graf rukte. Hij was in 't jaar 1681 in den egt getreden

met ELIZABETH DE CERFF, gefproten uit een oud adelijk

Flaams geflagt, bij welke vrouwe hij zeven kinderen heeft ver­

wekt, zijnde vier daar van jong geftorven, en enkel hebbea

ene dogter en twee zoons hem overleefd»

CROESE was geleerd, verftond het latijn, gr'.eks en hebreeuws,

fchreef ook tamelijk wel in eerstgenoemde taal, doch wist zij­

ne denkbeelden op geen bevallige wijze aan een te fchakelen,

ook mangelde het hem dikwils aan gezond eirdeel, om naaf

behoren het ware van het verdigtc te ondgrfcheidcn: Daar is

van hem in druk :

i. Hifloria Qudkeriam-, Jive de vtdeé diScis Qtukcris-, ab orttt

illorum usque ad recens natum Schisma, libr. III,5 in q/uibus pr


o CROESE. (GERARD)

leerftellingen der Quakers heeft in 't licht gegeven; doch zij

dolen daaromtrent beide; doordien ROBBERT BARCLAI , welke

tot dien aanhang behoorde, dezelve volledig heeft befchreven,

in het zonderling werk, dat tot tijtel voert: Theologie verce

Chiftiante apologia. Amft. 1676. in $to., dat ook in verfchei­

dene talen vertolkt, is gedrukt.

2. OMHPor fcBTAloS , Jive Hiftoria Hebrceorum ab Ho-

MERO hebraicis nominibus ac fementiis conferipta in Odysfea &

de, expojita iliuflrataque, ftudio et opera G. CROESII. Tom. I

Dordr. 1704. in Svo. Tot op de uitgave van dit werk , is men

in de vaste verbeelding geweest, dat de Ilias, welk bewon­

derd digtftuk, volgens de aanmerking van LONGINUS en ande­

ren, voor de Odysféa gefchreven is, de ziedende gramfchap

van ACHILLES , zo noodlottig voor de Grieken, verhandelde,

en in de gevallen van dien held een treffend bewijs verleende

Van die waarheid in het IX. boek daar van uitgedrukt: dat

namelijk een ieder, die door ene bijzondere begunftiging des

Hemels werkzaam is, alleen van meerder waaide moet wor­

den, dan een gants leger, en altoos de overwinning op zijns

zijde heeft. Men dagt geen minder gegronde reden te heb.

ben, om de Odysfea te befchouwen, als een verhaal der lot­

gevallen van ULYSSES na het beleg van Troijen, welke in den

perfoon van dien beroemden Griek, aantoonde, dat fchrander-

heid en buigzaamheid van geest, gemakkelijker grote onderne­

mingen tot een gelukkig eindperk geleiden, en op een veiliger

wijze voor gevaren behoeden, dan opentlijk geweld in ftaat

zoude zijn te doen. Maar hoe deerlijk doeg men hier, in ge­

volge het denkbeeld van CROESE, den bal mis; want hij is in

de waan, de belangrijke ontdekking gedaan te hebben, dat

beide deze digtfhikken enkel een verhaal bevatten van de ge­

wijde Gefchiedenis. De Odysfea, die hij wil dat de Iliade

vooraf gegaan is, behelst het geen 't tijdvak waar in MOSES

leefde, is voorafgegaan. De Ilias is de inneming van Je-

riclio en de verovering van het beloofde Land. In de inlei­

ding, welke bijna het derde gedeelte van 't boek uitmaakt,

•wenst de Schrijver zig zeiven geluk van de nevelen- te heb­

ben


CROESE. (GERARD)

ben dQen verdwijnen, die HOMERUS aan ons gezïgt beroof­

den, en dien Digter uit de duisternis te hebben getrokken

waar in bij zulk een geruimen tijd hadt bedolven 'geregen,

ïn het werk zelve, leert hij ons, bh 243, -dat Ithaka niets

anders is dan MefopotmnU'n. De medgezellen van U-LYSSSS

in de zilte wateren der zee verzwolgen, na dat ju?rtïR

hun fchip door zijne blixesifchigten ve.brijzeld hadt, terwijl

ÜLYSSES aan het gevaar «ntfnapt, is de gefclïiedenis der in­

woners van Sodom en die van LOTH; ULVSSES in de grot bfl

de Nijmf CALYPSO, en door haar tovergezang bedwelmd, ïs

die zelvde LOTH toet zijne beide dogters. Dé veïfchijning

van het Opperwezen aan ABRAHAM , en de Godinne MïNÈR-

VA , die onder de gedaante van MENTOR uit den hemel daalt

•om de opvoeding van TELEMACKUS te bellieren, is een 'en de-

zelvde gebeurtenis. TELEMACHUS bij NESTOR landende, en

dien Vorst door zijne kinderen en onderdanen omringd aan

den oever der zee ontmoetende, bezig zijnde om ere offeran­

de aan NEPTUIN te doen; wie ontwaart hier niet ten duidelijk-

Hen in, de gefchiedenis van MELCHISEDEK, die ABRAÏÏAM t©

gemoet treedt met vervêrfingen en offeranden? De Torgeft

der bij 'die gelegenheid geflagte dieren, in den avondftond

aan Rukken gemeden, en met befprosijingen van wijn ge»

plengd, ten einde tot een foort van vernieuwde offerande

te verffaekken, zijn niet anders dan de offerande van ABRA­

HAM. En wie kan hier aan twijffclen? het Griel-Je woord

Glosfa, dat ene Tong be ekent, en Ge:és dat Lachgen aanduidt;

fchoon verfchillende van geflagt en uitgang, hebben egter eni­

ge overeenkomst in het geluid der uit.praak; daar hu I2AS In

het hebreeuws betekent, hij zal lachgen; drukken dus eigen»

aartig de woerden, die HOMERUS aan MINEKVA doet zeggen;

Offert tongen, het bevel uit, dat ASSAÏIAM vaii het Opperwe­

zen ontving, om zijn zoon op den berg Morija te offeren;

Deze ftalen zullen voldoen, om een denkbeeld van liet werk

te'geven: ex ungue leone:i. Jammer is het intüsièn voor de

liefhebbers van vergezo?te leenfpieukige zfofusllngen , fot

E 4 m


CROESELS. (CYPRIANUS)

het II. deel dezes werks, door de ontijdige dood van CROESE

niet is in 't licht gekomen.

3. ©erftaal ban 't bjonbcrlijche en 't fclbjame ïcbcn cnbe

mirakelen ban bc alfergeluMigfic ïtaüfe ban $anta «aria/

ban be cubje bcr ©;rchhccren/ schacht uit spasmen/ ge*

trotitoeltjch tirjt bic tale obergefet/ enbe untgcgcbcn bocu GE-

RARDOS CROESE, met een ©002- en jSaar-rcbcn am alle

tyoome 3fngc5eteneti ban Speren. Simfï. 1677. in 4to. Dit

werk heb ik nimmer gezien, en ben dus niet in ftaat, om-

den Lezer iets van deszelvs inhoud of bedoeling mede te-de-

len ; zeer waarfchijnlijk is het ingerigt, om de verregaande

buitenfporigheden van het bijgeloof te gispen en ten toon te

Rellen. G. STOLLII , Adnotationes ad HEUMANNI

ConfpeSum, p. 594. PERIZOKIUS, Orig. Babylonic. C IX. p.

207. Catal.Bibl. BUJJAV. T. L V. II. p. 1184. C SAXI, Qnom.

liter. Pars V. p. 459. Bibl. Bremenf. Cl. II. fafc. II. p. 285.

&c. Joum. des Savans, 1706. Edit. d'Amfi. p. 101-110.

NtCERoN, Mem. des Hommes illuftr. Tom. VI. p. 247.-251.

Tom. X. p 200. PAQUOT, Mem. litter. Tom. V. p. 283-288.

SEWEL, Hifi. der Quakers. Voorred. SOERMAKS, Kerk. Register.

bl. 22. WAC, Befchrijv. van Amfi. XI. St. bl. 328 , 329.

CROESELS (CYPRIANUS), te Antwerpen in het jaar

1569 geboren, begaf zig na het waarnemen van zijne eerfte

letteroeffeningen, in de orden der Kapucijnen, en zijne be.

kwaamheid deed hem tot de aanzienlijkfte ambten van dat

genootfehap opklimmen. Hij was Provintiaal van de Flaamfe

en Walfe gewesten en Kommisfaris Generaal van dat des rijn-

ftrooms. In 1637 van Rome te rug kerende, alwaar hij een

algemeen kapittel zijner orden hadt bijgewoond, ftierf hij te

Genua in het klooster van de Onbevlekte Ontvangenis. GELE-

mus noemt hem : Omni Scientiarum genere infignis. CROESELS

heeft uitgegeven: Letliones parceneticce ad Regulam ST. FRAN-

CISCI, iri-quibus non vulgaria ad formandos mores Religioforum,

Qliarumve Spritualium perfonarum documenta fuggeriiutur. Colon.

1625. tn 4«o. • GELEKIUS, de admir. magtv.t. Cokmce,

F-


CROESER. (HENDRIK JAKOB) 7.5

p. 526. AI.B. MnuEl, Scriptam Scec. XW. uk: e.d. p. 325.

333. VAL. ANDR., Bibl. Belg. p. 168. PAQUOT, Mem. litter.

Tom. VIII. p. 93.

CROESER (HENDRIK JAKOB), Hoogleraar in de Ge­

nees-, Ontleed- en Kruidkunde te Groningen benevens Archia.

ter van de provintie Stad en Lande, is geboren den 21 feptem-

ber 1691 in de Graav. Zijn vader was JAKOB CROESER, be­

roemd Heelmeester aldaar, en zijn moeder AI.LEGONDA OOME-

LING. Na dat HENDRIK JAKOB het eerfte jeugdig onderwijs

doorgeworfteld, en vrij wel in de gronden der latijnfe taal

was onderwezen, wierdt hij door zijne ouders te Amfteldam

bij een Chirurgijn befteld, om in de Heelkunde onderwezen

te worden. Na enigen tijd hier verbeid te hebben, keerde hij

te rug naar zijne vadcrftad, en bragt aldaar een halfjaar

in ene apotheek door ; na verloop van welken tijd hij zig

naar het Hogefchool van Leijden begaf, en aldaar het onder­

wijs genoot in de Genees-, Heel-, Ontleed- en Kruidkunde,

van de zig daar als toen bevindende beroemde Profesforen,

J. DEKKER, B. S. ALBINUS, RAVIUS en voornaamelijk van den

vermaarden HERM. BOERHAVE, die ene bijzondere genegen­

heid voor den jongeling hadt opgevat, uit hoofde van des­

zelvs ijver en betoonde vlijt in het horen van zijne lesfen.

Vier jaren bleef hij te Leijden, alwaar hij op den 10 decem­

ber 1716 tot Doktor wierdt bevorderd, en als toen naar huis

keerde, alwaar hij een tijd lang de praktijk uitoeffende, ver­

volgens zig te Amfteldam nederzette, daar hij zig verder in de

Chirurgie oeffende, en tot een der ftads Doktoren wierdt aan-

gefteld, levende aldaar in ene gemeenzame vriendfchapsveike­

ring, met de beroemde Hr. Ruisen, BRONCKHORST, SEULI.YN

en VERPOCRT. Kort hier na huwde hij met MARIA I.AFONTAINE,

Weduwe van PIETER HEYBLOM, Predikaat te Loosdrecht. Het

ging hem te Amjleidam ongemeen wel, hij genoot 'er ruime

achting en vriendfehap, ha't veel praktijk, en men ftond in

bedenking om hem den af, eleefden FR. Ruisen in zijne profes-

ÜS van de ontleed- en kruidkunde, toe te voegen, toen hij

E s . op


74 CROESER. (HENDRIK JAKOB)

op 't onverwagtst door Curateuren van 's lands Hogefchool te

Groningen, aldaar tot Profesfor in de Genees-, Hee!-, Ontleed:-

en Kruidkunde wierdt beroepen ; dit viel voor ten jare 1724'

en in de plaats van den overledenen MUYKENS; hij maakte

den ioden oktober van dat zelvde jaar een aanvang met zijne

lesfen, na het doen van ene plegtige redevoering: De Hominis

primo mth In het volgende jaar wierdt bij door de Staten der

provintie, tot Archiater pf 's Landfchaps Medicus aangeileld.

Viermalen heeft hij het Rektoraat der Hogefchool bekleed,

namelijk in de jaren 1727, 1734, 1741 en 1748; en ieder-

maal het zelve ingevolge gewoonte, met ene plegtige redevoe­

ring over belangrijke onderwerpen neder gelegd; namentlijkï

De mutiio Mentis cum Corpore comntercio; de vario Senjuum

cbjeüerum diverfitate affetlu pas/ivo; de Mort: inevitabili ex Hum

non motu prqfluente; de organo Vijus; voorts heef: hij nog bij

zekere andere gelegenheid ene redevoering gedaan: de m ;

ra

Sanguinis in Corpore humano matei ia. Hij ftierf den 13 januai

1753 In

d e n

ouderdom van 62 jaren, en wierdt den 18 daar

aan volgende in de Akademie-kerk begraven; ingevolge het

getuigenis van den Hoogleraar DAN. GESDES, wierdt bij om

zijne deugden, trouwhartigheid, konst, en vriendelijke ver­

kering, door een ieder die hem gekend hadt, betreurd.

Schoon zijn ruim uitgeftrekte praktijk hem niet toeliet veel

hoeken te fchrijven, is 'er egter van hem in 't licht ene latijn-

fe Verhandeling: De Thoracis vulncribus. 1716. in \to., als me­

de zijne Intree - redevoering: de Hominis primo ortu; ook eoo

Twistfchrift dat hij met den met iedereen twistenden Hoogleraar

ANT. DRIESSEN, ten jare 1748 genoodzaakt wierdt in druk uit

tc geven; voorts heeft hij ene Verhandeling in het Nederduits

gefchreven ober het öjijhen en jinfien het 3£ong / in etr^t;cLoï

rene ïlinöcren / ingerigt tegens een gefchrift over dat onder­

werp van J. ROUKEMA , Chirurgijn te Leeuwarden. Ooit heeft

hij de JDcrftanDcïmg ban het


CR.OESER. (HERMAN) 75

CROESER (HERMAN) of KROESER, die men ook met

den latiji fen naam CRUSERIUS geboekftaafd vindt, geboren te

Kampen in het laatfte gedeelte van de XVde of het begin

der XVlde eeuw, is niet onwaarfchijnlijk een zoon geweest

van HENDRIK CROESER, weike Kerkmeester was van de St.

Niklaas of Boven-Kerk te Kampen, in het jaar 1499, en als

zodanig gemeld wordt bij LINDEBORN, Hifi. Episc. Daventr. p.

267; en, in de Kerkelijke Oudheden van Deventer, II. D. bl.

4. Ook is hij ten jare 1522 lid der Regering van genoemde

ftad geweest.

Zeer denkelijk ook was HERMAN , de vader of wel de

oom van den volgenden. Hij was lid der Regering in het

jaar 1552 en is geftorven den 23. februari) 1560; ingevolge

het Regerings-Boek der ftad Kampen, op de Secretarije van het

Raadhuis als nog in wezen; waar in agter zijn naam gefchre­

ven ftaat: Expiravit hoe Ao. pofiera die Petri ad Cathedram. Con-

ful pro tempore.

CROESER was een goed Regtsgeleerde, en ijverig werkzaam

in het nafporen der oude wetten van zijne vaderftad; ook

heeft hij zig daar aan ongemeen verdienftig gemaakt, door

ene Verzameling daar van uit de oude gefchrevene boeken ter

Sscretarije berustende, zamen te ftellen en in een lighaam te

brengen, waar van het oirfpronkelijke nog ten gemelden

Raadhuize voor handen is. Dit ftuk wierdt ook door de Re­

gering zo belangrijk gefchat, dat zij ingevolge Refolutie van

den 20 feptember 1567, befloten : „ Dat men eerstdaags dat

„ Nieuwe Stadboek der Stadrechten bij den Raads-Here Doktor

„ HERMAN KRUSEP. ontworpen , voor de hand' fal neemen,

„ om 't fe'.ve te vifiteeren, op dage en ftonden, fo well des

„ namiddags als voormiddags, wanneer de Burgemeester in

-., de tijd den Raad daar toe verboden fal hebben; en die

„ Raadsperfoonen foo daar over tegenwoordig fitten werden,

en die Secietarius, zullen telken reijfe dat fij bij een ko-

men, een mengelen wijns genieten, die bij de Secietarius

„ aangetekend fal worden; dan die abfenten zwllen niet heb-

ii be;]."

Het


7


CROESER. (HERMAN)

"Hij Was ervaren in de regtsgeleerdheid, geneeskunde,

griekfe taal enz. Hij is eerst Raad geweest van KAREL VAN ,

EGMOND, Hertog van Gelder; daar na van WILLEM, Hertog,

van Kleve en Gulik, ook Hertog van Gelder. Hij heeft der,-

geleerde wereld groten dienst gedaan, door verfcheidene voor-

treflijke overzettingen van vele werken van GALENUS en van,

FLUTARCIIUS, door bevoegde Konstregters ver den voorrang

gegeven boven die van XYLANDER, ZO ten opzigt der nauw­

keurigheid en getrouwheid, als der fierlijkheid.

Meermalen is CROESER,. door den Hertog van Kleef, als Af­

gezant aan den Koning van Frankrijk gezonden. Hij is ge-

Rorven en begraven te Koningsberg in Pruisfen, in het laatst

des jaars 1573, zijnde derwaart gereisd in gezelfchap der

Princes MARIA ELEONORA van Kleef, welke trouwde met

ALEERT FREDERIK van Brandenburg, Hertog van Pruisfen..

CROESER heeft ene dogter gehadt, welke, ongelukkig, door.

een razenden is omgcbragf. Zijn dood wierdt door verfchei­

dene Digters van zijne vrienden in hunne zangen betreurd;

een derzelver drukte dus zijne fmerte in dit volgende punt-:

digt uit, hem teffens den welverdienden lof toezwaijende.

Ergo Borusflacis CRUSERIUS hospes in arvis

Extremo claufit triftia fata die?

Qtii,fi quisquam alius, mortali lege crcatus,

Vivere dignus erat; vivere dignus erat.

Attica mutaret melius qui verba Latinis,

Haud fcio num tulerint fecula noflra virum.

X>onavit latio non paucula fcripti Galeni,

Hippocrati veram tradidit atque facem.

Et qua; Charoneus monumenta reliquerat autlor,

Parte fui numeris reddidit Aufoniis.

O utinam vitte durasfent ftamina, donec

Lima foret fcriptis addita fumma bonis!

Multa etenim pasfim, media vix parte parata,

Nullius ingenio perficienda jacent.

Eff gies Veneris fic imperfecla remanft,

Ouam mird Cous tinxerut arte fcnex.

• Dat


78 CROESER. (HERMAN')

Dat CROESER een geleerd man is geweest, die een alge­

mene kundigheid bezat, blijkt door het hier boven aangevoer-

de, als mede door de weiken die hij heeft in 't licht gege-

ven, waar van wij hier de lijst laten volgen.

1. CLAUDII GALENI, de Puljïbus libellus ad Tyrones, HER-

ÏÏANNO CRUSERIO, Campenfi, interprete. De Pul/mm dijferem

tiis, libri IV. De dignojcendis Puljïbus, libri IV. De caujis

Puljuum , libri IV. De Prcejagitione ex Puljibus, libri IV.

Paris. 1532. in folio. Ir. in de uitgave van GALENUS te Ba­

zel bij FROSEN in 156!. in folio; en inde volgenden te Venstien

bij de gebroeders GuiNTés gedrukt, in 1563-16:5 in VIII delen

in folio. It. iö den fratjen druk der werken van HIPPOCRATES en

GALENUS, uitgegeven door RENATUS CHARTIER enz. in XIII

delen in folio. Ook dient men te weten, dat de uitgaven van

CROESER, uitgezonderd den eerften druk, verbeterd zijn door

A. GADALDINI, Geneesheer te Modena.

2. PLUTARCHI, Vitce ac Moralia. Baf 1584. in folio. It.

Ibid. 1573. in folio. It. Lugduru 1563. III. Vol. in ïimo., al­

le dezen bevatten flegts de latijnfe overzetting van CROE­

SER, zonder den griekfen text. In 't grieks en latijn. Fran-

tof. 1599. II. Vol. in folio; waar van het Ifte Deel, de Levens

van PLUTARCHUS bevat, door CROESER vertaald; benévens zijne

eigen aantekeningen, die van XYLANDER, en die van HENDRIK

STEPHANUS; in het llde Deel wordt niets van CROESER gevon­

den. Sommigen verkiezen zijne overzettingen boven die van

XYLANDER; anderen willen, dat CROESER niet nauwkeurig

zijne Schrijvers gevolgd heeft, en dat hij geene voldoende

kunde in de griekfe taal bezat. Men vindt 'er ook, die hem

laken, van zonder noodzaak ene verfchikking in de plaatzing-

orde der levens van PLUTARCHUS gemaakt te hebben.

3. Cammsntarius ia HirrocRATis, lib. I. £? III. de Morbis

vulgaribils: item in lib. de falubri Diata. Bafil. 1570. in i2mo.

4. Orationss politica Dinarchi, LesbonaEtis, Lycurgi, Herodis,

Demadis, Gracè ÉP Latine: interpretibus GUILIELMO CANTERO,

M. B. ISCHANO, JOANNE LONICERO , & HERM. CRUSERIO ; e-

ditte. cura Jo. GRUTERI, Hanovie, typis WECHELIANIS , 1619.

in


CROESINK. 75

i n gvfl. i THUANI, /fi/ï. Lib. LIX. p. ÏOQ. A. MIRJEI,

£/cg. £e/g. p. 119, 120. M . ADAMI, Fit. Med. p. 87. VAL,

AKER., Bibl. Belg. p. 379, 380. ]. F. FOPPENS, RiR fie/g. p.

472, 473. FREHERI , Theatr. p. 1286. MERKLINI, Linden,

p. 408. HUET, Ciar. Interpr. p. 231. PONTAN. ad SENEC #Vr,

Fur. vs. 248. BROS., kj?ia/. Cliv. Tom. III. p. 53. C. SAXI,

Onow. /iief, Pars III. pag. 306. BAILLET, Jug. des Scavans,

Tom. II. P. III. p- 402. PAQUOT, Mem. litter, Tom. VII. p.

352» 353- SLIGTENHORST, Gelderf. Gefchied. bl. 530. Oudh.

van Deventer. IL D. bl. 35- 5°. S5i6(ietfl«f *« fcyöntrt 2Bif)«

fmfd). LX. 85


ÓO CROESINK.

aan LODF.WYK QuA'RRë, Ridder te Mechelen-, die bij haar ver­

wekte MAXIMILIAAN QuARRé, welke huwde aan MARIA 'T

SERRAARTS uit welk huwelijk ene dogter voortkwam, MAR-

GARETA genaamd, die eerst trouwde met FRANS VANOYÈNBRUG-

GE te Mechelen, na diens dode met JOHAN MOSAART , en voor

de derdemaal met JANPIPENPOY, -Ridder te Brusfel, en einde-

lijk na deze zijne aflijvigheid, met KAREL SrcoiGNE; bij deij

eerften man hadt zij onder anderen gewonnen ENGELBERT

VAN OYENBRÜGGE, eertijds Kommis van de finantien te Brusfel,

doch die om de troubies naar Holland week, en. ten jare i5ir

in den ouderdom.van 77 jaren ftierf, na getrouwd te zijn ge­

weest met ANNA VAN DER DORPE, en vervolgens met MA-

RIA VAN CATS , uit Zeeland. 5. URSULA CROESINK trouwde aan

HENDRIK SCHAAF, Ridder te Brusfel, doch is niet lang daar

na nog voor haar vader, ten jare 1491 overleden.

- KORNELIS CROESINK, zoon van JAKOB CROESINK en van

MARIA VAN DER DOES, wierdt ten jare 1480 te Dordrecht door

Kening MAXIMILIAAN, tot Ridder geflagen. Hij was Heer van

Benthuijfen', Ambagtshcer van Zoetemeer en Lt. Houtvester van

Holland, ingevolge kommisfie daar van voor handen zijnde

van den 21 feptember 1477. Zijn eerfte vrouwe was MARIA

VAN MONTFOORT , dogter van PAULUS VAN MONTFOORT te'

Leijden, weduwe van PIETER VAN S WIETEN; voor de tweede­

maal trad hij in den egt met HILLEGONDA VAN ALKEMADE, ge-

zeit VAN DEN WOUDE, dogter van JAN VAN DEN WOUDE en

van ELIZABETH UYTTENHAGE ; hij wierdt • begraven bij de

Predikheren in 's Hage , in ene kapeLIe door hem zeiven

geftigt. Bij de eerfte vrouwe hadt hij verwekt JAKOB CROE-

SINK die volgt; en bij de tweede, 1. FRANS CROESINK, die

ten jare 1527 Bailjuw van Poortvliet was en ongehuwd is

geftorven; 2. ELIZABETH CROESINK, gehuwd geweest aan

ROELOF VAN DAALEM, of anders VAN DONGEN, Ridder; is

Zonder kinderen geftorven.

JAKOB CROESINK, Heer van Benthuijfen en Zoetemeer, een

zoon van KORNELIS CROESIKK en MARIA VAN MONTFOORT,

heeft ten vrouwe gehadt SANDRINA VAN CRUININCEN, Bas­

taard


CROISSANT. (JAN) 81

taard dogter van JOHAN Heer van Cruiningen en van Heen.

vliet, bij wie hij twee kinderen heeft geteeld, i. HENDRIK

CROESINK die volgt. 2. AGNES CROESINK, die ten jare 1548

huwde met OTTO VAN EGMOND, Heer van Kehenburg, zoon

van ADRIAAN VAN EGMOND van Mereftein, en van HENRICA

HEERMAN van Oestgeest. Hij was door Koning FILIPS ren

Xare 1555 tot Ridder geflagen, vervolgens wierdt hij Re-

gistermeester van Holland, en ftierf in het jaar 1585, ver­

fcheidene kinderen nalatende.

HENDRIK CROESINK , Heer van Benthuifen en Zoetemeer,

zoon van JAKOB CROESINK en van SANDRINA VAN CRUININ­

GEN, was ten jare 1570 lid der Staten vei gadering van Hol­

land, en is getrouwd geweest met ANNA BOURBONNOIS, dog­

ter van FILIP BOURBONNOIS, van Mechelen en van JAKOBA

VAN TEILINGEN, bij wie hij twee kinderen heeft verwekt;

namentlijk : I. JAKOB CROESINK die volgt. 2. SANDRINA

CROESINK, vrouw van Benthuifen en Zoetermeer, na dode van

haar broeder; zij was getrouwd aan GERRIT VAN WYNGAAR-

DEN, Prefident van den Hove van Holland, zoon van HEN­

DRIK OEM VAN WYNGAARDEN , en van ERMGARD SPRUYT VAN

KRIEKENBEEK ; zij hebben te zamen een zoon en drie dogters

geteeld; zij ftierf ten jare 1594) en hij in 1598.

JAKOB CROESINK, Heer van Benthuifen en Zoetermeer, zoon

van HENDRIK CROESINK en van ANNA BOURBONNOIS, ftierf on­

gehuwd , en was het laatfte mannelijk oir van dit geflagt.

Omtrent dezen tijd, namelijk in 1572, leefde nog ene N .

CROESINK, Nonne in het klooster ter Lee, die vervolgens haren

geestelijken ftand verliet, en gehuwd is geweest aan JAN B.

VAN DUIVENVOORDE. ••• •• S. v. LEEUWEN, Batavia itiuflr.

bl. 925-928.

CROISSANT (JAN), geboren te Brusfel, wierdt Domini-

kaner Monnik in het klooster van genoemde ftad. Zedert

was hij Lezer in de godgeleerdheid in dat zelvde huis, en

hij ftierf 'er den 13 november 1651. Men heeft van hein

in druk: Abregè de la Vie £ƒ «V Miracles des Bil. AMEROISE

VIII. D E Z L. F DE


82 CROIX. (ADRIAAN DE LA) CROIX. (FRANS DE LA)

DE Snöfis, 6? JACQUËS DE VEKISE, de fordrt- des FF. Precheurs.

Brv.x. 1623. in lïmo. DE JONGHE, Belgium Dmninican.

!* I4K EölURD» Scriptores Ord. Prcedic, Tom. II. p. 566. PAc-r,

Mem. litter, Tom. VII. p. 72.

CROIX (ADRIAAN DE LA), geboren te Saim-Pol in ^

lw, beeft te LCMWZ in de wijsgeer te en godgeleerdheid gëfhi-

deerd, wierdt Monnik in het Jakobijnen klooster te Arras, ea

wijdde" zig ten euemalen toe tot den predikdienst, dien met

vee! ijver hebbende waargenomen tot aan zijn dood toe, wel­

ke voorviel den 21 januarij 1634. Daar is niets anders van

hem té *t licht; dan : Oratio panegyrka in laudem S. THOMJE DE

Aomrjo. Arras 1614. in j^to. • ECHARD, Scriptor. Ord.

P/me. Tom. II. p. 478. 'PAQUOT, Mem. Utiir. Tom. XVI,

> 28?..

CROIX (FRANS DS LA), geboren te Valenclermts in het

jaar 1582, begaf zig tot het genootfchap der Jefuiten, en

wierdt in die orden gewijdt in 1600- Gedurende zes jaren

gaf hij onderwijs in de beneden klasfen van het kcllegie;

vervolgens bragt hij drie jaren door met Iesfen te geven te

Douai in de wijsgesrte; gaf zig vervolgens aan den predik­

dienst over, en klom op tot verfcheidene bedieningen * r

die

hij gedurende het tijdvak van 28 jaren met allen ijver waar­

nam. Langen tijd was hij Opperfte van de Proevelingen te

Doornik, vervolgens Rektor te Vaïenciennes, toen te Douai en

eindelijk Provintiaal van zijne orden. Ene beroerte rukte

hem den ir augustus 1644 te Doornik uit het leven, in den

oudérdom van 62 jaren. Hij heeft in druk uitgegeven: Hortu-

lus Marianus, five Praxes varia colendi beatisfimam Virginem

MAS TAM. Doüai 1622. in 121110. naderhand veelmalen her­

drukt, en mede in 't Spaans, Italiaans, Fran.-ch en andere

talen meer, overgezet. 2. Relation de la Cochinchine, traduite

de ïltalien du P. CHRISTGF-HE BORRÏ de la Compagnie de JESUS.

Lil'e 1631. in 12512». J. F. FOITENS, Bibl. Belg. p. 291.

PAQuof, Étem. litter. Tom. IX. p. 315-317.

CR OM-


CROMB&ep. CROMBEEK. CROMME. 8a

CROMBACH (HERMAN), is geboren te Keulen ten jare

1598 ; en begaf zig 17 .jaren oud zijnde onJjr hst ge- •

jrootfchap der Jefuiten ; oeiTende zig voorts in verfcheidene

wetenfehappen, en wierdt met allen roem tot Doktor inde

theologie bevorderd. Niet alleen-wierdt hij voor ervaren ge­

houden in de kennis der godgeleerdheid, maar was daar te

boven ook een kundig Gefchiedfchrijver, en grondig onder­

legd in de oudheden van zijn vaderland. Hij ftierf omftrceks

'het jaar 1676, en heeft in 't licht gegeven : 1. Primitice Gen-

iium, five Hiftoria SS. trium Regum Magorum Luangelicor. 11.

II. Vol. Col. 1654. infilio. 2. S. UKSII.A Vindicata, Jeu v.'.a.

ï§ Martyrium SS. Urfulce èf fociaruin XL.'mille Virginum. TL.

Vel. Colon. 5647. in folio, cui acce.fit additie 1669.'3. Idea veri

pM Sacerdotis, five vita JACOBI MKRLOHORSTII, Pasiojris B. M-.

V. in pasculo , in o'inione fanüitatis diftmOi, Co'01:. 1661. in

%zmo. 4. Vita S. GERARDI, Ib. 1652. in i-2mo. —— J. F.

FOPPENS, Bibl. Belg. p. 473.

CROMBEEK (JAN VAN), is ten jare 1563 te. Dou.v. gebo­

ren, en volbragt i:i die ftad zijne letteroefrcningsn; waar na

hij in 1582 zig in het genootfehap der Jefuiten begaf, en zig

in 1399. ten nauwften ctoqr het doen der vier !golofR>n-aan die

orden verbondt. Hij heeft- verfcheidene posten bckicji , ook

gedurende enigen tijd het piedikambt waargenomen. Hij

ftierf te St. Omer den 2 oktober 1626, na 'er gedurende elf

jaren het koliegie der Jefuiten a's Rekt-u ts hebben beftierd.

Men heeft van CROMREEK in druk: De fiudio Perfed.iov.is, lii.

II. Amfi. 1613. in 4(0. 2. Afcerfus MOYSIS inmoitem, lm eji,

traBatw de Oratione, tribus viis dist'nJus, purgativaj iUuminuii-

ya £? unitiva. Audom. 1618. in i2mo. FE. SW-ERTU,

Athen. Belg. p. 415, 416, VAL. ANDR., Bibl. Belg. p. 488.

PAQUOT, Mem. litter. Tom. XIV. p. 349—351*

CROMHOUT, zie KROMHOUT.

CROMME (EILARD), die men ook CROENE en KROENER

vindt genoemt, Burgemeester te Kampen; ftigtte ten jare

F 2 1518.


CROMMIUS. (ADRIAAN)

3538» uit zijne eigene beurs, binnen genoemde Rad op den

Belt, een nieuw Pesthuis ter ére van den bergKalvariën, waar

van het de naam van den Belt ontleende, en begiftigde het

ielve tevens met zo vele inkomften, als tot onderhouding

daar van werden vereist. WEYME VAN DER STRAATEN wedu­

we van JAKOB VAN DES STRAATEN, ene zuster van EILARD.

CRÖMME, benevens hare dogter GEERTKUID VAN DER STRAA­

TEN hsfpraken op den den 3 februarij 1550 nog aan dit huis.

20 halve Goudguldens jaarüjkfo renten, gaande uit zekere ou-'

de Panden in het kerfpel van Blankenham gelegen, waar van

de trigir.ele giftbiief nog wordt gevonden in het Recognitie-

boek W. ter Secietarije van de ftad Kampen berustende. Dit

huis is zedert korte jaren geheel vertimmerd, en tot eea

Ziekenhuis aangelegd; ook worden in eender vertrekken daar

Van door den Lector Clrir. £? Anat. lesfen in de ontleed-, heet-

en vroedkunde gegeven ten diende van de Chiruïgijrs-gezellen

en Vroedvrouwen. De tuin daar aan palende, Riekt ten ge*

bruike van den Leiïor Botanices tot een Artzenij-kruidhof.

Teg. Staat van Qverijsfel. III. D. bl. 333, 334. enz.

Medeg. Berigtett.

CROMMIUS (ADRIAAN) , omtrent het jaar 1590 te

Oirfchot een aanzienlijk dorp, drie uien van 's Hertogenbosch

gelegen, geboren. Hij volvoerde zijne eerfte letterceffeningen

in het koltegie der Jefuiten te Antwerpen, en zijnen wijsgeri-

gen loop bij de broeders van het zelvde genootfehap in het

kollegie van AncHn te Douai; waar na hij ten jare 1609 een

lid van hunne orden wierdt. Drie jaren onderwijs in de wijs-

geerte gegeven hebbende, wierdt hij ten jare 1619 tot Profes-

for in de godgeleerdheid te Leuven aangefteld, in de plaats

van KORN. d LAPIDE , die zig door zijne fchriften een naam

heeft verworven; teffens gaf hij lesfen in de hebreeuwfe taal,

die hij meesterlijk verftond. Ene onverwagte beroerte, rukte

hem den n meij 1651 uit dit leven in den ouderdom van

ruim 60 jaren, den roem nalatende, van een deugdzaam en

Rigtelijk leven te hebben geleid, en ervaren geweest te zijn

in


CRONENBURG. Zs

in het uitleggen der Bijbelboeken-; 't welk ook zijne ititgege-

ven fchriften getuigen, welke zijn: i» CL Pfalmi Davidici,

compendiofa Paraphrafi ad litterce feriem expofai, £? fenfit myjti-

co üluflrati &c. Lovan. 1628. in 4». 2. Titefes facrse in Qt-

tief. Ib. 1629. in 4ts. 3. The/es facra; in Exodum, Levitkum,

JiTumeros , Deuteronomium, Jive de Republica fudaica. Lovan.

1630. in 4*0. 4» Thefes facra: in Jofue, Judfces, Ruth, li*

Iros quatuor Regim , duos Paralipomenon. Loran. 1631. in

4fo.. 5. Thefes facrx in Jobi hifiorhm, £P Wrat* Tobiie, Ju-

dith, Efter, Esdrce, & Nehemie. Lovan. 1Ö32. in 4W. 6.

•San&isfima IV Euangdia, hijlorico ordine, ComordUe in modum

digefta. Loran. 1633. in 4*». 7. Traité politiqus de la Primau-

té de Si. PIERSE ou des prerogatives du St. fiege, Anvers-, 1634.

Dit werkje tegens JAKOB TRIGLAND, Profesfor te Leijden in-

gerigt, kwam uit onder den verdigtcn naam van CAÉIMJB,

DOORMAN, en is ten zei ren jare ook in t nederduits gedrukt.

»-i PAOUOT, Menu litter. Tom. X. p. 441--'244.

CRONENBURG, Is dc naam dien oudtijds een zeer aan­

zienlijk geflagt in Holland en het ftigt van ÜMcht voerde, en

't welk een begin nam ten tijde' van WILLEM DEN IV. Grav$

van Holland-, welke ten jare 1345 in den öag bij Stavoren door

de Friefen wierdt doodgeflagen •; zijnde de eerfie Heer VAtï

CRONLNUURG , mede WILLEM genaamd, geweest een natuurfij»

ke zoon van genoemden Grave, die hem met de beerlijkhsitl

Cronenburg befchonk, alzo dezelve wegens den begane!}

moord van Graav FLORIS DEN V. verbeurd verklaard was»

Het flot om dien moord ten gronde toe daor de Utrechtenaars

verwoest zijnde, uit haat tegen GESARB VAN VELZES^ d«ed$

WILLEM VAN CRONENBURG aldaar een nieuw huis bouwen >

rondsom met dikke muren en flerke 60rent voorzisn; doch

piet op dc zelvde plaats, maar enige vekten wegs daar vsflt

daan, dus dit zijn huis als een nieuw Crmnbvrg moet wor»

den aangemerkt, waar van zijne nakomeiingfehap den naam

gevoerd hebben; hij is getrouwd geweest aan ene degter va»

Heer JAN VAN POIANEN van der Lekke, die nog ten jare 1374

r 3 tosf-


:

86 CRONENBURG. (ADRIAAN VAN)

leefde. De vermaarde Gefchiedfchrijver FROISSARD getuigt ïrj

zijn laatfte Beek Kap, 76 eti 77 van dezen WILLEM, dat hij,

benevens DANIËL VAN DER MERWEDE, de voornaamfte aanra­

der was, die Hertog ALSREGT VAN BEYEREN deedt belluiten,

de Friejen te beoorlogen, 't welk ook ten jare 1396 gefehied-


CRONENBURG. (ANNA, VAN) (BERNARD) 3/

CRONENBURG (ANNA VAN), éne dogter van JAKOB

VAN CRONENBURG die volgt, en BAUK VAN ADELEN , werdt

geboren op het huis Nieuw Cronenburg in Friesland ten jare

1552. Haar eerfte man was JAN CRAAN , van Keiden her-

komftig, die zonder kinderen bij haar verwekt te hebben is

overleden; voor de tweedemaal tradt zij in den egt, met

JELLE SYBES VAN WYTHAMA , een deugdzaam , verftandig

man en opregt vaderlander, die in de gevaarlijks beroer­

ten , voor godsdienst en vrijheid , zijn goed en bloed veil

hadde. In 1579 was hij Burgemeester van Leeuwarden, en

Gedeputeerde Staat; en wierdt benevens Dr. BAERTE ID-

ZAERDA , en mede Gedeputeerde Staat, naar Utreclit gecom­

mitteerd , om de ratificatie der gellotene nadere Unie wegens

Fiiesland te bevestigen. In 1582 werdt hij, met zijn neef

DouWE SIXMA , gecommitteerd van wegens het kwartter der

Steden, om met die der Landen maatregelen te beramen

tot onderlinge befcherming, en het innemen der Kastelen en

Blokhuizen in Friesland, 't welk OQk. gelukkig volvoer4

wierdt. — — FERWERDA, ut fupra,

CRONENBURG (BERNARD DESSENIUS VAN) , ïs ge.

boren te Amfteldam in bet jaar 1510. Na de fraije lettere»

met ongemene vlijt beoeffend te hebben, bezogt hij ver­

fcheidene Hogefcholen, en hoorde 'er de lesfen genoegzaam

over alle de wetenfehappen. Zig vervolgens tot de ge-

neeskonst bepaald hebbende, trok hij naar Leuven om in dg

beginzelen daar van door KAREL GOOSSENS en JAN HEEMS

JD'ARMENTIERES onderwezen te worden. Jn 1538 reisde hij.

paar Italie'n, alwaar hij zijne ftudien te Mogae voortzette,

onder opzigt van MATTHEUS CURTHJS , en inzondeïheid vaia

HALIDJEUS VAN PADUA , wiens gezag. zodanigen indiuk ©p

hem maakte, dat hij zedert altoos de leerwijze van dezen

Hoogleraar volgde. Ook ging hij Rome bezoeken ,• en maak­

te 'er kennis met den geleerden GVSBERT HORSTKJS, I In de

Nederlanden te rug gekeerd mgt de waardigheid van ©cktsrr.

GciTcnde hij op dtze en gene. plaats in HoUsnd dc praktijk,

t 4 ^"tk


88 CRONENBURG. (BERNARD DESSENIUS VAN)

doch werdt kort hier na te Groningen beroepen , om 'er

opentlijk de geneeskunde te leraren , *t welk hij met lof ge.'

durende agt of negen jaren volvoerde ; toen JAN ECIITILS

Profesfor te Keulen hem naar die ftad wist te lokken, daar

CRONENBURG zo gelukkig in zijne eerfte genezingen flaagde,

dat hij v/el dra in het Collegium Mtdicum als lid weidt aangeno­

men , en de Regering hem een ordentelijke jaarwedde toeleide.

Hij hadt het geluk dat zijne praktijk voorfpoedig bleef voort­

duren , en dat zijn roem en achting door de fchriften die hij in

't licht gaf aangroeide. Hij ftierf in deze ftad in 1574, grote-

Ixjks betreurd, in den ouderdom van 63 jaren en wierdt in de

Laurentius-kerk begraven. CRONENBURG was een rondelijk,

opregt man, een vijand van de Hoven daar hij gelegenheid

heeft gehadt om vcorde'ig geplaatst te worden; ook was bij

gehard tegens de nukken van bet fortuin. Voorts was hij on­

gemeen werkzaam , en ftudeerde naarftig zelvs tot in zijn

klimmende jaren, betuigende met SOCRATES: „ dat het beter

„ is laat te leren, dan in 't geheel niet." MATTHIOLUS in

zijne Epiftolce Medicinales roemt grotelijks zijne geleerdheid.

Hij maakte ene bijzondere ftudie van de Kruid- en Artsenijkun­

de. Men heeft van hem in 't licht:

I. De compofitione Medicamentorum, hodierno xvo, apud P

macopolas pasfim exjlantium : fcf ««" artificio eadem retlé po

qitema; cum Siwplicium atque Aromatum, quibus conjïflunt, Exp

fitionibus, ac plerorumque omnium dele3.it, Libri X. Non Med

£f Pliarmacopceis tantum, fed omnibus infuper rerum cogno

rum jludiojis utilisfmi, pariter ac necefarii, ubi Jingula ad ipfis-

fimam veritatem expenduntur, plurimi errores aperiuntur, & c

troverfue frequentes conciliantur. Franco/. 1555. in /olio. I

Lugd. 1556. Opgedragen aan ADOLF VAN SCHOUWENBURG,

Keurvorst van Keulen. CRONENBURG, getrouw aan de leer-

Hellingen van GALENUS, maakte altoos gebruik in zijne prak­

tijk van de eenvoudigfte geneesmiddelen, en wilde die onbe-

fchadigd en versch hebben, overtuigd dat de middelen die

verouderd zijn, veel van hare kragt hebben verloren. Hij

begeerde dat de Geneesheer fojntijds tegenswoordig moest zijn

bij


CRONENBURG. (JAKOB VAN) 89

bij derzelver bereiding, en zig door zijn eigen ogen onder-

rigten. De Drogist moest bij hem geen enkel aanlchouwer*

zijn , maar een handelaar die kundig was, en in ftaa f

om

over de deugd van de waren te oirdelen, die hij vérkogt.

„ Daar zijn," zeide hij, „ een menigte ingrediënten, die

„ men niet alleen moet befchouwen, maar daar te boven

„ ruiken en proeven; die welke de geneesmiddelen niet an-

„ ders dan door de boeken kent, loopt gevaar om veelvul-

„ dige flaters te maken."

2. DePefie, Commentarius veré aweus; in qua caufce, figna %

prefagia, cum univerjalia, turn particularia, Peflilentis contagii

dilucidé explicantur; deinde ejusdem pwefervatio ac curatio fummn

fide ita docentur, ut a nemine haüenus fimili ratione & methoda

tradita habeantur. Colon. 1564. in ito.

3. Epiflola ad PETRUM AKDREAM MATTHIOLUM, in de Epijïê-

lee Medicinale: van dezen Hoogleraar. Lugd. 1564. in i2mo.

pag. 236.

4. Defenfo Medicina veteris £? rationali: adverfus GEORGIUM

OPH.EDRONEM, É? unherjas feüas Paracelficas. Item Purgantium

medicamentorum fcf Pilularum in minori pondere particulari: divifit*

Colon. 1573- in 4».

5. Ook is bij deelgenoot geweest, in het famenftelïen der

Pharmacopceia, feu Dispenfatorium Colonienfe. Colon. 1G27. in folio.

, MELCH. ADAM, Vita Cerman. Medicor., edit. 1706. p.

07, 98. PAQUOT, Mem. litter. Tom. XIII. p. 122--120.

CRONENBURG (JAKOB VAN) , zoon van GERRIT VA»

CRONENBURG en AAF VAN TEYLINGEN, hadt in zijn jeugd de

medicijnen beoefFend en was daar zeer ervaren in geworden.

Om zijn fortuin te verbeteren hadt hij zig van Schagen alwaar

zijn vader woonde naar Friesland begeven, alwaar hij op den

6 april 1544 voor de eer-ftemaal huwde met ANNA VAN WY-

THEMA, die zonder kinderen ftierf; den 13 november 1546

hertrouwde hij met BAUK VAN ADELEN, nigt van de overle­

dene. Te Pietersbierum, een dorp niet verre van Haringen»

liet hij een fehoon en fterk huis timmeren, dat hij Nieuw Cra>

F S wn-


po CRONENBURG. (JAKOB VAN ADELEN VAN)

tienburg in Friesland noemde, en dat heden nog dien naam

draagt. Men vindt van hem getuigd, dat hij een man was van

t&l zeer vroomen endeugdzamen levenswandel, van een ieder

bemind die met hem verkeerde, en zelvs bij de voornaamften

van den Lande in groot aanzien. Onder anderen Rondt hi^

in hoge achting bij GASPAR DE ROBLES Heer van BUI ij, Stad-

hou Ier van Friesland, als mede bij den Abt van Lidlum. Ai-

kn-ampfpoedigbt was zijn einde, want hem trof het ongeluk

cp den 15 jumj 1572, dat hij op een wagen zittende tusfen

Anm en Harlingen, door losbandige Walfe Soldaten wierdt

doodgefchoten. ROBLES met wien hij nog den zelvden dag ge-

fpijsd hadt, wierdt woedende van gramfchap op het horen van

deze treurige tijding; hij fteeg terffond met de zijnen te paard

om den moordenaar te agterhaicn en te vangen, het welk hem

ook gelukte, brengende den booswigt we! gekneveld te Har­

lingen, die kort daarop voorden kop werdt gefchoten, enCüo.

KENBÜRG met ongemenen ftoet te Harlingen in de grote kerk

begraven. Zijne weduwe bij wie hij 12 kinderen hadt ver­

wekt, ftierf den 26 april 1603, na 74 jaren bereikt te heb.

ben. FERWERDA, Stam-, Geflagt- en Wapent. II. Deei.

• CRONENBURG (JAKOB VAN ADELEN VAN), een klein-

zoon van den vorigen JAKOB, en zoon van KLAAS VAN Cp.o-

MEKBLRG en MARIA VAN WYTIJAMA, werdt geboren den 20

maart 1392 op het huis te Adelen, waarop hij zijn leven lang

gedurende gewoond heeft. Ten jare 1634 was hij tegenwoor-

dig, wegens de Grietenije vap Barradeel, op de gewone Land,

dagsvergadering. Toen ten tijde was 'er grote onenigheid in

Friesland tusfen de Regeringsleden ontftaan, en de partijfchap.

pen liepen zo hoog, dat fommige Grietslieden en andere Re-

geringsperfonen, met geweld zogten zig in de grootfte ambten

te dringen. Om in hun voornemen des te beter te flagen,

maakten zij gebruik van het heilloze middel, 't weik door»

gaans in tijden van beroerte en geweld te werk gefield wordt,

van namelijk hunne partijen die het grootfte gezag voerden,

ais icrnfrken af te fchilderen, en door verzonnene lasteringen

bij


CRONENüURG. (MALTÜIAS VAN) 91

bij het gemene volk in haat te brengen, voorgevende 5 dat

zij de fchamele gemeente ondragelijke- lasten opleiden : dit

fnood bedrijf hadt de gewone uitwerking ; het aüngeftookte

kanailje .fchoolde bijeen en beging door drank verhit de groot-

fte buitenfporigheden, plunderende en rovende de huizen en

goederen van brave Regenten, die men hun hadt ingeblazen,

dat de voornaamfte uitvoerders van het opleggen dier lasten

v/aren. JAKOB VAN ADELEN VAN CRONENBLT.G , werdt door­

zijn bitterften vijand DOUWE VAN HOTTINGA, door dusdanige

godloze befchuldigingen op ene gelijke wijze verdagt gemaakt,

waar van het gevolg was,.dat hoe onfchuldig ook, op zondag

den 8' junij, 's morgens om 8 uren, door een famengefchool-

de bende uit enige honderden mannen en vrouwlieden be-

ftaande, zijn huis met de grootfte woede werdt aangevallen,

ide poort met geweld opengelopen, en voorts geplunderd al

wat men vondt, ja het huis gedeeltelijk vernield; waarfchijn-

lijk zou dit treurfpsl met het vermoeden van den eigenaar

een einde hebben genomen, waren niet enigen der ^palfl&V

ceerdfte Huislieden ter zijner hulp toegefchoten, en fommigen

daar van naar den Grietman HOTTINGA gefniJd en hem met

gevouwen handen hadden gebeden, dat hij toch door zijn

gezag, de razende menigte wilde tot bedaren brengen. HCT-

TINGA fchaamteshalven zulks niet durvende weigeren, girg

derwaarts, en fuste tegens zijn wille en dank den wecsten

hoop, met dat gevolg, dat-den bedreigden CRONENBURG het

nakend gevaar ontkwam, en 'er heel huids afraakte. Dan

deze zig zeiven onfchuldig kennende, fprak den Grietman , als

bewerker van het onheil dat hem wedervaren was, in regten

aan; met dat gevolg, dat deze door het Hof wierdt veroir-

deeld tot de betaling en bcete van de injluie, kosten, fcha-

den enz. Op den 3 januarij 1643, op een donkeren avond,

hadt CRONENBURG het ongeluk, te Leeuwarden in 't water te

Vallen en te verdrinken. FEKWERDA, utfupra.

CRONENBURG (MATTHIAS VAN) , een Geldersman van

geboorte , is geweest Monnik van der Rekolletten orden.

Hij


92 CRONENDAAL. (PAULUS VAN)

Hij ftierf ten jare 1584 te Ruurmonde, na dat hij door den

druk hadt uitgegeven: 1. Vita vera fororis AGNETIS HUYN, qua

Venlona in Monafterio Annunciatamm fmi&é obiit anno 'i6\\

2. ivDoop't in Den noot en in ücn boot. 2ïmff. 1682. 3. ttoeê

8ecs?tehjcHe Coiomncn ban be fccrcfce/ te toeten be ï|^.

Sacramenten oz$ 3utaar£ en ban bc SSicchtc. amfï. 1682.

4 £h#teIrjK onbertoy.é/ om enen ;ah'tjen ftaat te berden.'

•&pm 1672. 5- i£?oo.5teIrjc& onbeitoijss'/ tegen?; ben boom*

iscbtigcn tocg bcr bekoringen. %a. 1684. J. F. ForrENs,

£M. Belg. p. 872, 873.

CRONENDAAL (PAULUS VAN) , Heer van Flkringht

in Henegouwen, te Antwerpen geboren, was de zoon van JAJ*

VAN CRONENDAAL, Schildknaap en Kapitein van 300 man te

voet, onder het regiment van den Graav VAN BUREN, en va»

KATRYNA DE NYS, te famen ten jare 1540 in den egt ver­

bonden. PAULUS begaf zig in zijn jeugd in den krijgsdienst,

en was tegenswoordig bij den veldflag van Heiligerlee in

Groningerland , alwaar de Graav VAN ARENBERG fneuvelde,

en zijn gantfe leger door ADOLF VAN NASSAU wierdt geflagen;

de flegte uitkomst van dien dag deedt hem zodanigen tegen'

zin in den dienst krijgen, dat hij befloot den .degen voor den

tabbaard te verwisfelen, en enigen tijd daar na, Griffier

wierdt; vervolgens in 1004, den rang bekwam van Raad der

domeinen en finantien te Ërusfel. Hij ftierf in 1621, nabij

zijne huisvrouwe KATRYNA GIEI.IS , die ten jare 1597 was

overleden , een' zoon nagelaten te hebben , HENDRIK ge-

naamd, die Griffier der domeinen en finantien van de Ne.

derlanden is geweest. MARIA ERNESTINA AUSTREBERTA, Mark-

gravinne van Vlieringhe en van Breethout, weduwe van een

Groot-Baiijuw te Doornik, was de laatfte van dit geflagt, en

is geftorven den 1*7 meij 1749.

CRONENDAAL heeft in fchrift nagelaten: l'Hifioire des Comtes

de Namur, waar van GRAMMAYE het oirfpronkelijke bij hem

heeft gezien. PAULUS zijn kleinzoon bewaarde het nog in

1642. Afc?UI Mm® hadt in 1640. Extmplar HJioria ComU

turn


CRONSTROM. (IZAAK Baton VAN) 93

Vim Namurcenfium per PHILIPPUM CRONENDALIUM , Scribam Fi-

nanvarum, Hat waarfchijnlijk het zelvde werk was. .

GRAMMVYE, Namurcum, uit. edit p. 28. FR. SWEERTII, Atlien.

Belg. p. VAL. ANDR., Bibl. Belg. p. 714. J- F- FOPPENS.

Bibl. Belg. 941. CHRISTYN, Jurisprud. heroica, p. 196. Nobi*

liaire des Pays-Bas, p. 181. 273- 286. 3IS»

CRONSTROM (IZAAK Baron VAN) , wierdt door den

Prinfe Stadhouder WILLEM DEN IV, ten jare 1747, fchoo»

een man van zeer hoge jaren het Opperbevel toevertrouwd

over het krijgsvolk en de plaatzen tusfen de Maas en da

StMde gelegen , fchoon die Gujsaart zig met aandrang op zij­

ne hoge jaien , zwakheid en doofheid beriep om van deze

zwaarwigtige post verfchoond te blijven, dan het mogt niet

he'pen , ds Stadhouder wilde het. Hij kwam dan den 14

julij, op welken dag hij juist in zijn &?fte jaar tradt, binnen

Bergenopzoom, daai hij z*g zedert onthield'. Hst bijzonder be­

wind -over de Vesting bleef in handen van den Prins VAN

HESSEN-PHILIPSTAL,. en dat over de Linie, bij de» Prinfe VAN

SAXEN-HILSURGHAUSEN; welke Genera ds nogthans door den

Baron VAN CRQNSTROM , met raad en hulp onderfteund wer­

den.

Toen Bergenopzoom in den vroegen morgenftond van den

16 feptember 1747, om zo te fpreken , bij verra>fing

wierdt ingenomen , vernam de Baron VAN CROKSTROM de

overrompeling der ftad niet voor dat het dag werdt; toen

kleedde hij zig terftond, tradt ter deure uit, en deedt door

zijne Adjudanten , die 't volk wakkerlijk aanmoedigden , de

Franfen van voor zijne woning terug drijven ; waar na hij

ziende dat het verlies der ftad onvermijdelijk was, zig op een

paard deedt tillen, en ter ftad uit reedt, naar de Linie, om

orde te ftellen op de verzekering van Zeeland. Voor zijn ver­

trek , hadt hij den Prinfe VAN HESSEN-PHILU>STAL belast., de

trom te doen roeren, om daar door het verder doodflaan te

voorkomen , 't welk egter niet fchijnt gefchied te zijn.

De Generaal CRONSTKOM is naderhand bij velen in verdenking


94 CRONSTROM. (IZAAK Baren VAN)

kïng geraakt, dat hij zig in 't verdedigen der ftad, niet wel

van -zijnen pligt gekweten hadt. Zeivs is hij, in de. lente des

jaars 1748, °P last van zijne Hoogheid die den Grijsaart gelijk

wij gezien hebben j tegens wil en dank tot die belangrijke post

hadt aangefteid, door den Fiskaal der Generaliteit, op enige

punten, fchriftelijk, ondervraagd, en omtrent een jaar later,

voor den Hogen Krijgsraad befchreven, en op meer dan hon­

derd punten gehoord: alle weike hij, mondeling en fchrifte-

lijk, beantwoord heeft. In een aangehaald affchrift van zij­

ne ondervraging, betuigt de Gefchiedfchrijver WAGENAAR ge­

zien te hebben: „ dat men meest vreemd fcheen te vinden,

„ dat hij de MMtfng der ftad niet voorzien, en door 't zen-

„ den van meer volks op de gevaarlijkfte posten, en vooral

„ 00't door het brengen van water in de droge graften, voor-

„ komen hadt." Doch hij wees aan: „ dat hem berjgtwas,

„ dat de bres noch niet groot genoeg was, om den vijand'.

„ door te laten; dat, op deze onderftelling, het brengen van.

„ water in de gratten nog moest worden uitgéfteld, alzo, na

„ dit gefchied was, de belegerden alle gemeenfehap met de

„ buitenwerkenSftfti afgeiheden geweest zijn; dat het fte,ker

„ bezetten der gevaarlijke posten behoorde tot het bijzonder

„ bewind van den Bevelhebber der vestingen, wien bij dit,

„ met kenni^van zijne Hoogheid , hadrlaten behouden ,.en

„ dat hij vertrouwde, dat de posten 'fterk genoeg zouden be-

„ zet geweest zijn, om in geval van overrompeling bij tijds

>» gwugt te maken , zo de wagt -anders wakker en op zijn

„ hoede geweest was; waaraan hij meende, dat het enigen

„ zou gehaperd hebben. Dat hij, eindelijk, niet uit de ftad ge- •

„ treden wa-, dan toen 'er geheel geene hoop meer was om

„ dezelve te behouden; en toen zijne tegenwoordigheid nood-

„ zaaklijk vtrei» weidt in de Linie, alwaar ook de Prins

„ van HESSÉN-rnïupstHAL, kort na hem, aangekomen was,

m e t h £ t

»>

overfchot der bezettinge." De Hoge Krijgsraad

heeft geene uitfpraak gedaan over deze verdenking van den

Baron VAN GRONSTROM , fchoon hij 'er fterk op aangehouden

heeft; en dc zaak is met zijnen dood, die kort daarna voor­

viel ,


CROOCK. (JAN DE) CROON. (PIETER) 95

Viel, blijven Reken. — Netel Jaarboeken, 1747. bl. 526.

593. 719- WAGEN., Vad. Hifi. XX. D. bl. 109. 113-115. '

CROOCK (JAN DE) , wierdt te Gent geboren in 't jaar

I479, en ging na zijn eerde letteroefFeningen verrigt te heb­

ben , naar Parijs ftuderen, alwaar ingevolge gebruik eerst vijf

jaren doorbragt om de miferabele wijsbegeerte van dien tijd te

beoeffenen, waarna hij tot Meester in die wetenfch :p weidt

bevorderd, en vervolgens naar Gent terug keerde, alwaar hij

den geestelijken ftaat aanvaardde en men hem met de bedie­

ning van Kapellaan van 't Tempel-Hof begiftigde; deze bedie­

ning tot op zijn 32fte jaar waargenomen hebbende, wierdt hij

in 1513 Monnik in het Dominikaner klooster van die ftad;

vervolgens ftudeerde hij nog verfcheidene jaren te Parijs, en

daarna naar Gent tot zijn klooster te rug gekeerd zijnde,

ftelde men hem in 1536 in zijn klooster tot Voorlezer in de

godgeleerdheid aan. Twee jaren later wierdt hij tot Jnquifi-

teur van het bisdom Terouanne verkoren, doch geen fmaak in

deze bediening vindende, verliet hij die na verloop van vier w

jaren; wierdt vervolgens Prior van liet klooster te St. Wijnox.

tergen, en "keerde ten laatften naar Gent te rug om zijne ove­

rige dagen aldaar in rust door te brengen; hij fiierf den 13

oktober 1569 in den hooggevorderden ouderdom van 91 jaren.

Daar is van hem in druk: Summa S. THOM/E AQUINATIS, multo

tempcre conecla , ab Amanuenfuim aut Typograbhorum vitiis

vkdicata. Paris 1520. in 8>'&. SANDERUS, de Gandaven-

'films, p. 68. DE JONGHE, Belgium Dominic. p. 74, 75. PA-

QUOT, Mem. litter. Tom. XV. p. 3*9 > 320.

CROON (PIETER),. van Mechelen geboortig, is reguliere

Kanunnik van ST. MARTYN te Leuven geweest; in 1677 was

hij Prior, en ftierf ten jare 1683, ria in 't licht te hebben

gegeven: 1. De ojfïcio (ƒ culina boni Coci. Brugis 1663. in

nmo. 2. De apparatu menfes boni Coci. Antv. 16Ö0. in izmo.

3. Hiflor. B. M. V. Hanswycanee Mechlinics. Mechl. 1670. in

x 21120. J. F. ForFEA'S, Bibl. Belg. p. £ö"9-

CROU-


96 CROUSERS. (CYPRIANUS) CROY. (ROBBERT v.)

CROUSERS (CYPRIANUS), een Antwerper van gehoor-

te, is geweest Monnik van de Kapucijner orden, en heeft ge-

fchreven : Leüiones paramitkas ad Regulam S. FRANCISCI in

quibus plurima non vulgaria adformandos mores Religiojorum

rwnve Jpiritualium perfonarum documenta fuggeruntur. Colon

in 4to. J. F. FOPPENS, Bibl.. Belg. p. 223.

CROY, is de naam van een voornaam geflagt in de Neder­

landen, waar uit vele voorname Mannen zijn voortgefprcten,

doch dat reeds voor lange is uitgetbrven, was afkomftig uit den

koninglijken Ram van Hongarijen; zijnde de Stamvader van

de Heren en Hertogen van CROY, STEPHANUS zoon van Ko­

ning BELA den Blinden, die, in den jare n73, door zijns

broeders zoon overwonnen, en uit Hongarijen gedreven werdt;

begevende de vlugtende Vorst zig toen naar Frankrijk. De

zoon van STE'PHANOS , MARCUS genaamd , zig mede naar

Frankrijk begeven hebbende, trouwde aldaar door bewerking

van den Koning, met KATRYNA, erfdogter van HUES, Heer

van Araines en Croy.

KAEEL, Heer van Croy, Hertog van Aarfclwt, zoon van Fr-

tips, en van JOIIANNA HALEWYN en COMMINES, die in 1612,

zonder erfgenamen bij zijne twee vrouwen verwekt te heb­

ben , is overleden. Hij liet een natuurlijken zoon na, FRAN-

COIS VAN CROY genaamd. Met zijnen dood, gingen de goede­

ren van CROY over in bet geflagt van AREMBEEG. Zeer om-

ftandig wordt van dit geflagt gehandeld bij JEAN LE CARPEN-

TIER ,. Hifi. Genealogique des Païs-Bas, pag. 193. 298-300.

328-3 30 &c.

CROY (ROBBERT VAN), zoon van HENDRIK, Heer vaa

Croy, Aarjchot, Renty enz., en van CHARLOTTE DE CHATEAU-

' BRIANT , Vrouwe van Loignij-au-Perche , oudile dogter van

RENé , Heer van Loignij, en van HELENA D'ESTOUTEVILLE ,

werdt geboren omtrent 'tjaar 1500. In't jaar 1517 wierdt

hij door afftand van zijn broeder WILLEM, die tot Kardinaal

werdt verheven, en het rijke Aartsbisdom van Toledo verkreeg,

tot Bisf.'hop van Kamerik benoemd, en hij deedt zijne intrede

bin-


CROY. (ROBBERT VAN) 9?

binnen die ftad met zeer vee! pragt en ongemene» luister.

Tien jaren later zig in ftaat bevindende om zijn Bisdom te

beftieren, wierdt bij geordend, en bediende de eerfte Mis

den 5 augustus 1520, de zelvde dag op welke de vrede

nabij die ftad wierdt gefloten. Deze vrede wierdt in 't jaar

154.3 geftoord , toen een Frans leger in het Kameriks ge­

bied doordrong; KAREL DE V. vrezende dat dit leger zig

meester van Kamer ik zoude maken, noodzaakte de Burgers

van die ftad, om krijgsbezetting in te nemen: ,, niet om

„ hunne vrijheid te onderdrukken, maar tot hunne befcher-

„ ming en zekerheid, en ten einde hun onder *t beftier

„ van hunnen Vorst en Bisfchop te bewaren onder befcher-

„ ming van het H. Rijk." Dusdanig was het dat KAREI, DE V.

zig uitdrukte, en tot meerder verzekering liet hij aan de wal­

len te Kumerik een kasteel ftigten, 't welk vele lieden be-

fchouwden als ene vooifpelling van den aanftaanden val der

tijdelijke magt die .de Bisfchoppen van deze ftad uitoefTenden.

In 1546 begaf zig ROBBERT naar het Concilie van Trente,

maar geen Schrijver berigt ons wat hij 'er uitvoerde. In ok­

tober van het jaar 1550 hietdt die Prelaat een Sijnode, al­

waar hij het Interim, waar van JULIUS FFL UG , Bisfchop van

Naumlmrg, MICHIEL HILDING, Suffragant van Mentz, en

JAN AORICOLA VAN EISLEBEN, de infteilers waren, en twee

jaren te voren op den rijksdag te Augslurg ingevolge bevel

van den Keizer vervaardigt was, liet afkondigen. ROBBERT VAN

CROY ftierf den 31 augustus 1556, en wierdt begraven in ds

Hoofdkerk, alwaar een pragtige graftombe van wit marmer

voor hem wierdt opgerigt. Dces Bisfchop bezat ingevolge

het getuigenis van GAZET, ene aangeborene goedaartigheid,

waar van niet zeldzaam misbruik wierdt gemaakt. Door zij­

ne bezorging is in 't licht gegeven: AUa £? Decreta Synadi

Diacefar.te Cameracenfts, pnefidente Reverendisfimo in CHRISTO , ac

Illuftrisjimo Principe Domino, D. ROBURTO DE CROY,. Epifeope

£f Duce Cmeracmji, facri Imperii Principe, Comité Cameracejii,

£fc. eekbmee anno Redemptoris naftri JESU CIIRISTI MDL. menfe

ottobri. Item aritiqua Statuta Synodalia Cameracenfis Ditccejis,

VIL 7

. DE EI.. G ab


93: CRUCIUS. (ADIAAN) (JAKOB) (JAN)

ab eadem Synode- reeognita, adjeUisque moderationibus, cme&ienU

bus, ö 1

additionibus reformata. His adjuntla ejl Formula Refof

tmionit, per Casfaream Majefiatem, flatibus Ecclefiaflicis in Ct-

mitiis Auguftanis, ad deliberandum pxopofita, £P ai eisdem recepta

& probata. Paris 1551. en naderhand meermaalen herdrukt.

• " VAL. ANDR., Bibl. Belg. p. 795. Gallia Clirifl. Tom.

III. p. 52. GAZET, Hifi. Ecclef. des Pays-Bas , p. 44, 45.

PAOJJOT» Mem. litter. Tom. IX. p. 237-243.

CRUCIUS (ADRIAAN), geboren te Gent ten jare 1578}

begaf zig in 1596 te Doornik in het genootfehap der Jefuiten.

Hij onderwees gedurende verfcheidene jaren de fraije letteren

zo in liet grieks ais latijn, en was een geruimen tijd Repetitor

van de jonge Jefuiten tot de'uitoeffening van die wetenfehap­

pen voorbefebikt. Hij ftierf te Antmrpen den 23 oktober

1629 aan ene befmettelijke ziekte, die hij hadt gekregen door

het bezoeken van lieden die'er door aangetast waien. Hij

heeftin 't latijn de volgende befebrijvingen vertaald, en in

druk uitgegeven: 1. Rerum memorabilium in Regno Since gefta-

tum Litterat minna Societatis Jeju; ad Reverendim admodum in

Clirifio Patrem P. MUTIUM VITELLESCHI , Prcepofitum generalem

tjusdm Societatis. Antv. 1625. in izmo, 2. Rerum memorabilium

in Regno Japonice geftarum an. M.DC IX. XX. XXI. XXII.

Societatis Jefu ad Rev. tfc. Patrem P. MUTIUM VITELLESCHI ,

Prapofitum generalem ejusdem Societatis. Antv. 1625, in i2mo,

*" M

•• PAQUOT, Mem. litter. p. 342-344.

CRUCIUS (JAKOB), een Delvenaar van geboorte, heeft

gefchreven: 1. Mercurium Batavum, feu Epiftolarum libros. Del-

phis 163,5. in Svo. Amft. 1664. in Svo. 2. Suadam Delphicam,

five Orationes LXIX. varii argumenti, ad ufum ftudiofce juventu-

tis. in izmo. Verfcheidene malen te Amfieldam, en elders ge­

drukt. J. F. FOPPENS, Bibl. Bdg. p. 511.

CRUCIUS (JAN) , geboren te Aalst, was Priester en

Rooms Pastoor te Stabroek. Hij heeft in 't licht gegeven:

Carmen in horum temporum calamitates. Antv. 1604. in Svo. >

T. F, FOPPENS, Bib!. Belg. p. 623.

CRU-


CRUCIUS, (JOHANNES) (LEVINU3; (PIETER) 09

CRUCIUS (JOHANNES), is geboren te Rijsjil ten jare

1560, en geweest Predikant te Haarlem, ook lid van het na­

tionaal Sijnode te Dordrecht in irJiS en 1619- Hjj ftierf te

Haarlem den 7 febiuarij 1625. Onder zijn Afbeeldzel 't welk

in 't koper uitgaat, leest men dit vierregelig vers:

En CRLTIUM, cum jam Chip fox luflra Satelles

Dulciloquo facrum pafceret ore gregem.

Exhibet ora quidem fculptor tibi, cetera verb

Arfficis poterit reddere nulla manus.

CRL-CIUS heeft in 't licht gegeven: 1. Uit het Frans in 't

Nederduits vertaal J: JAN TAFFIN, vSactuaaröigfjciu öc£ 3Tr*

btn.fi. 2. Van 't Nederduits in 't Frans: ANT. WALRUS, ï|ct

«mat örr ïlcrhcnöknaari «$ 3- Van *t Latijn in "t Frans:

üonmfilu&e mcg en;. 4. Onpcrtijöisc ïicthtcr/ beide in het

Nederduits en Frans. 5. Uit het Nederduits in 't Frans:

FRED. DE VRY, tSSesin en boo?tcang her SttrMijfce utroerrenfi

in ^cllanD. SAM. AMPZING, Refchr. van Haarlem, b!.

ï38, 139-

CRUCIUS (LEVINUS), geboren te Oudenaarden,' is ge-

weest Rooms Pas.oor te Boschveld in Wester Flaanderen. Hij

was in zijn vak gants niet onkundig, en heeft gedurende 34

jaren, de jeugd niet een onbedenkelijken ijver onderwezen,

Hij is te Gent geftorven ten jare 1590, ra in 't licht te heb­

ben gegeven : 1. ViridaTium Florum. Antv. 1548. in ivo. 2.

Scholia in Diflicha Citonis. Gandavi 1541. in Svo. 3. Threnodiam

in temeraria quorundam judicia, ad FRANC. CRANEVELDIVM. Ib.

8ra. 4. Parxnejïn ad Potentatus Chiflianos, ut p'èrcusfo inter

fe fadere arma in Tttrcam ac Luthsrum convenant, ver/u Elc-

giaco. Gandav. 1543. in 8ro. J. F. FOPPENS, Bibl. Belg.

J>. 791-

CRUCIUS (PIETER), geboren te Arras in Artois in het

jaar 1542, begaf zig 20 jaren oud zijnde onder de orden der

Dominikanen in het klooster te Si. Omer; voorts ocffende hij

zig met ijver in de godgeleerdheid en het prediken, zo dat

G 2 hij


f00 CRüESEN. (NIKLAAS)

bij ongemeen bekwaam wierdt en tot luister van zijne orden

verftrekte.. Omtrent het jaar 1584, wierdt hij tot Inquifiteur

van do Nederlanden aangefteld, ten einde inzonderheid tegens

de ketterijen der zogenaamde Geufn te waken; ook voerde

hij dezen Jast met de onverbiddelijkfte geftrengbeid uit, ea

heeft een, menigte van die ongslukkigen ten vure en gajg doen

doemen* Verder ,i.s hij 18 jaren Prior van zijn klooster ge­

weest en ftierf den 27 april 1614, in den ouderdom, van 72

jaren; na in 't licht te hebben gegeven: Discours de l'ufage %

vertil fjj? mracles du figne de la Croix. Arras 1604 cjf 1617. in

gy 0.

J. F. FOPPENS , Bibl. Belg. p. psgu enz.

CRUESEN (NIKLAAS), h omtrent het jaar 1570 te Mas»

trich geboren, zijnde gefproten uit fatzoendeüjke ouders. Zijn

jeugJige letteroeffeningen volvoerd hebbende; wierdt hij Mon 1

nik in het klooster der Augustijnen van die ftad; voorts werdt

hij door zijne Opperften naar Italiè'n gezonden, alwaar hij te

Puvia de dttktorale muts verkreeg. In 1602 wierdt hij tot

Apostolifen Onderzoeker in Flaanderen aangefteld. Tien jaren

lat,e£ was hij op bevel van den Paus.,. Voorzitter van bet ka­

pittel der reguliere Kanunniken van de Premonftratenfer or­

den te Tongeren^, en in het zelvde jaar 1612, reisde hij hoger

op in Duitsland, en volvoerde verfcheidene commisfien bij de

Roomsgezinde Keurvörften; ook was bij tegenswoordig bij het

houden van den Rijksdag te Frankfort. In I6J6 werdt hij aange­

fteld tot. Prior van bet klooster zijner orden te Brusfel, ver­

volgens te. Antwerpen en nog later te Mastricht. Ten jare.

1620. woonde hij het algemene kapittel bij, dat. van zijne orden

te Rome werdt gehouden, In Duitsland te rug gekeerd, wierdt

hij in 162.6" benoemd tot Kommisfatis der kloosters, tot wier

orden hij behoorde, in Bohemen, Oostenrijk, Karintiè'n en Stij*

tien, hij volbragt deze werkzame taak tot volkomen genoe­

gen van zijnen Generaal, en verwierf daar te boven de gunst

van den devcten Keizer FEKDINAND DEN II, die hem met da

tijfels van zijnen Gefchiedfchrijver en Kerkdijken Raad vereer­

de. Ten laatften werdt hij in 1624 tot Provintiaal van Bohemen

ver-


CRUININGEN. {JOOST VAN) zot

verkoren, en hij ftierf afgemat door zijne vermoedende bezig­

heden, den 9 november 1629.

CRUESEN was welgemaakt van lijf en leden, daarbij van

een rijzige geftalte, bezat ene aangeborene welfprekendheid,

was Hatelijk in zijn voorkomen, en voorzien van grote be-

gaaftheden in het behandelen van zaken. Daar is van hem

in druk >• 1. Monafticen Augufthnanum, in -quo mmium Ordvnnm

Jub Regula S. AUGUSTINI militantiiim, prcecipue 'tarnen Eremtarum,

Canonicorv.m regularium Pramionflratenfium, Dommcanm-um, Ser-

vorum B. Maria, Hieronymianorum, Ambrofianorum, Crucigero-

rum, Guillelmitamm , Triiitariorum, Brigittinarwm,, aliorumque

ferè L., origines atque incmnenta tribus partibus cx.plicantur-. Ma-

nachii 1623. in folio, cum figur. 2. Ccnfiituiknes Qrciims Ere-

mitarum S. P. Augufiini, cum netis. Ib. 1620. • SANDERJ>

Chorogr. Brab. ulu ei. Tom. II. p. 194. Fs. SWSÏRTH., Atketu

Belg. p. 575. VAL. ANDR., Bibl. Belg. p.'683» J.F. FOPPENS,

Mbl. Belg. p. $05. Ei.ssu, Encom. Auguftinian. p. 504, TOM-

«EUR, Chronol. Auguftin. p. 30. JO. 73- PAOÜOT, Mem,

Otter. Tom. IV. p. 182-185»

CRUININGEN (JOOST VAN)> »* een der aaaziénfijkftê

adelijke Geflagten van Zeeland gefproten, door SOXHOBN verkeerdelijk

JAKOB genoemd, was de zoon van JCCST VAN Caur-

•NINGEN, lieer tot Cruiningen, Heenvlkt, Siecnkerken enz, en

KATRYNA VAN WASSENAAR. Hy is geweest een der moedig-

fte, voerzigtigfte en gelukkigfte Krijgsoverflea Va» Keizer

KAREI DEN V, in den Duitfen oorlog, die dees Vorst omtrent

ft midden van de XVIde eeuw tot in ftsndhouding van 2§P

gezag verpligt wierdt te voeren. De Keizer eortdt VAN CROI-

NINGEN met 800 Soldaïen en 500 Ruiters naar de Sax.ife zee-

fteden , die tegens hem waren opgedaan. Hij kwam biet

mede tot Esfen een ftadje in Westfaien, alwaar hij *ijn velk

gemonfterd hebbende, tegens CONRAAD Graav vasa Tekletiurg

optrok, en het flot van dien naam zeven mijlen van I.ietihh

hazen gelegen, vete erde-; tten Graav verder ïJöoiizakende,

«ie ftad, het ftot en t land van liïngtn aan hem over ïe g*-

C I ve».


is?. CRUININGEN» (JOOST VAN)

ven, en genade bij den Keizer te verzoeken. Die van Osna-

Irugge bier door geleerd en voor de verwoesting van hunne

bezittingen vrezende, floten een verdrag met dien gedugien

Krijgsoverfte. Van hier trok hij naar 't graavfchap Rietberg,

alwaar hij de Gravin weduwe overhaalde, om zig aan 's Kei­

zers wil te onderwerpen, en 300 man tot bezetting in te ne­

men ; vervolgens ging hij met zijn leger naar het graavfchap

van der Li[>pe, veroverde de ftad Ujfelen, en noodzaakte den

Graav oin zig aan den Keizer te onderwerpen. Dit verrigt

zijnde, toog hij voort naar de fterke ftad Minden, waar'van

de inwoonders al zodanig door fchrik waren bevangen, dat

zij hem de poorten openden, en hij die vesting zonder flag

of ftoot innam; ja zijn naam was zodanig gevreesd, dat de

Graven van SCHAUWENEURG en HAY, neffens de jonge Her­

togen van LUNENBURG, en meer andere Vorften zig bij hem

voegden, ten einde met den Keizer te verzoenen,- en den eed

van trouwe en hulde aan denzelven in zijne handen af te

leggen. Eindelijk belegerde hij de ftad Bremen, welke togt

noodlottig voor hem was , want de belegerden een uitval

doende, en hij zig in het heetfte van 't vuur bevindende,

•werdt door een kogel zodanig getroffen, dat hij naar het flot

van Verden, aan den Bisfchop van Bremen behorende, gebragt

zijnde, binnen vijf dagen aan zijne bekomene wonde over-

leedt, en in liet koor der kerke wierdt begraven.

Men vindt nog gewaagd van enen MAXIMILIAAN VAN CRUI­

NINGEN, die een der Bevelhebberen was van de fcheepsvloot,

welke ten jare 1573 onder het oppergezag des Graven VAN

Bossu, als Admiraal wegens ALVA, tegens de JNoordhoilanders

ftreedt, doch door dezelven geflagen werdt, wanneer hij,

benevens Bossu, gevangen geraakte, blijvende niettemin de

Spaanje partije aankleven tot in het jaar 1577. Hij is geftor­

ven zonder enig mannelijk oir uit een voltrokken huwelijk

te hebben nagelaten. P. BOR , Ned. Hifi. druk van

J670, I. D. bl. 457. 783- M. Z. VANBOXHORN, Kronijk van

Zeeland, II. D. bl. 352. 486. SMALLEGANGE, Kronyk van Zee-

land, l D, bl. 715. p. DE LA RvEj Heldhaftig Zeeland, bl.

•fa

*44,


CRUX, (N.) CRUQUIUS. (JAKOB) 103

144, 145. J. W. TE WATER, Hifi. van y

t Vurbend der Edelen,

I. D. bl. 193- 207.

CRUISKERKEN, zie KRUISKERKEN»

CRUL (N.), Schout-bij-Nagt, in dienst van de Republijk

tier Verenigde Nederlanden, kwam deerlijk ten jare 1781 nabij

St. Euftatius te pas; want den Engelfen Admiraal RODNEV dit

«ijland veroverd en 'deszeivs inwoonders cp een ongehoorde

wijze mishandeld hebbende, vaardigde twee Liniefchepen en

een Fregat af, met last om' ware 't mooglijk den Holiandfen

Zeevoogd, die met zijn fchip Mars van 60 Rukken 23 rijkge-

ladene Koopvaarders naar Europa geleidde, en van genoemde

eijland een etmaal geleden vertrokken was, tot op de boogt»

Van de Bermudcs-eij\a.nden te vervolgen , indien hij 't zelve

liet eerder aantrof, "s Anderendaags haalde deze het Convoi

'in op de hoogte van Antigua. De vlaggen werden van weder,

zijds opgebeesfen, de Engelfen naderden en omringden den

Schout-bij-Nagt, en riepen hem toe: Strijkje vlag en draai bijï

CRUX , die van geen ooglogsverklaring wist, antwoordde;

„ zulks niet te x kunnen doen, en de reden daar toe niet ïe

„ weten;" waarop het grootfte oorlogfchip onmiddeÜjk de

laag gaf, 't geen terflond beantwoord en van een gevegt ge­

volgd werdt, waarin de wakkere Schout bij-Nagt, bij den aan­

vang dodelijk gewond, de eerfte was, die in dezen oorlog

zijn bloed voor 't vaderland ftortte. Hij hadt, zo men Wil,

het vaderland verlatende, dezen togt, hoe onverfchrokkeri

anders, niet zonder fchroom aangevangen, en bij het affebeki

1 1

van zijn gezin, een kommerlijk voorgevoel betuigd. •

Vad. Hifi. XXVII. D. bl. 243, 244.

CRUQUIUS (JAKOB), een Letterminnaar van de XVÏda

eeuw, is geboren te Mesfine, een klein ftadje in Flaanderen,

niet verre ten zuiden van tperen gelegen. Na dat hij dc ïage

klasfen was doorgelopen, begaf hij zig naar Leuven, alwaat

hij in de wijsbegeerte en redeneerkunde , doch inzonderheid

,in de rechtsgeleerdheid ftudeerde, Ondeï opzigt van Mtemstt.

Q 4 PiKKUj:

»


104 CRUQUIUS. (JAKOB)

DRIEUX of DRIUTIUS , Stigter van het kollegie dat zijn naam

draagt. CRUQUIUS bepaalde zig niet tot het beoeffenen van

deze wetenfehappen alleen, hij leide zig inzonderheid ook toe

op de fiaije letteren en de Romeinfe oudheden: en met dit

inzigt volgde hij de lesfen van CONRAAD GOCLENIUS, Hoog­

leraar in de latijnfe taal, en vervolgens die van PIETER NAN-

SIUS, -die in 1539 de opvolger van GOCLENIUS was. Hij ver­

liet de Nederlanden omtrent "t jaar 1542, zeer waarfchijnlijk

om zijne kundigheden aan een buitenlandfe Hogefchool te ver­

meerderen. Van die reis te rug gekeerd, hield hij zig nog

enigen tijd te Leuven op: en hij tekent zelve aan, dat DRIUTIUS

hem op zekeren tijd op een gezelfchap van geleerde lieden

ter maaitijd genodigd hebbende, alwaar zig VULMAR BERNAR-

TIUS en NAKNIUS mede bevonden , men aan een jongeling,

die gemeenzaam met DRIUTIUS verkeerde, de vraag voorftel-

de: „ Wie het nuttigfle voor den Staat is, een man die wel

„ in 't openbaar fpreekt, een fchrander Schrijver, ofwel een

„ man die een voorbeeldige levenswijze leidt?" DRIUTIUS

vervaardigde over dat onderwerp een welbefpraakte redevoe­

ring, waar van onze Schrijver den hoofdzaaklijken inhoud,

in zijne verhandeling over de Hekeldigten van HORATIUS ge­

plaatst heeft. In 1544 wierdt CRUQUIUS naar Brugge als Hoog­

leraar beroepen, in de griekfe en latijnfe talen , in plaats van

den beroemden GEORG CASSANDER, en hij bekleedde die waar­

digheid nog in 1573, en waarfchijnlijk nog in 1582. Hij is

ten jare 1621 overleden. Daar is van hem in druk:

1. Ene Waarfclmewing aan het hoofd van den Tribonianus,

of eerder den Anti-Tribonianus van JAKOB R^VARDUS geplaatst,

en deze Regtsgeleerde heeft aan hem zijnen Commentarius ai

Legem Scriboniam in het jaar 1560 opgedragen.

2. Q. HORATII FLACCI , Carm'mum liber quartus, ex antiquis

Jimis manufertptis codicibus; cum Commentariis fdlfè adhuc P

PIIYRIONI £f ACRONI adjeriptis; opera JACOBI CRUQUH, Mesjam

editus. Ejusdem in eundem Annotationes. Brugis 1505. in Svo

It. met no. 3 en 4, onder dezen tijtel: FIORATIUS, cum Com­

mentariis & Enamtionibus Commentatoris veteris £f JACOSÏ C

Quir.


CRüQUiUS. (JAKOB) 105

i

QUII. AcccS.it JANI DOUSAÏ Commentariolus , fjfc. Lugd. Bat.,

RapMingius, 1611 & 1620. in 4». De meeste der Aante­

keningen van CRUQUIUS over HORATIUS, zijn in de uitgave

van dien Digter door SCHRËVELIUS bezorgd, ingelijfd. De

Verbeteringen en Aanmerkingen van CRUQUIUS worden ia

achting gehouden. En fchoon het wel waar is, dat er nodige

dingen aan ontbreken, en dat men 'er in ontmoet die onnut

zijn; kan men hem egter het regt -niet weigeren, van te er­

kennen, dat hij dienltige hulpmiddelen heeft verfchaft aan die­

genen welke na hem komen.

3. Q. HORATII FLACCI, Epodon litsr, ex antiquisfimis Cvdici*

bus manufcriptis cum Commentariis antiquïs, èmendatus £? editus,

opera JACOBI CRUQUII, Mesjinii, apud Brugenfcis polïtioris Litte-

raturx Prefesforis pubiici. Ejusdem in eosdem Commentarii. Antv.

CIIRISTOPH. PLANTINUS, 1567. in Svo.

4. Q. HORATII FLACCI, Satyrarum, f.u pkiüs Eclogarvm,

libri II.; ex antiquisfimis undecim Codicibm manufcriptis cum anti-

qu'.s Commentariis, poft omneis, q'ui hattenus editifunt, infinitis

locis purgati, clarius explicsü; opera JACOBI CRUQUII, Mes.

finii, apud Brugenfeis politioris Litterama- Profesforis pubiici.

Ejusdem in eosdem Commentarii. CiiRisToni. PLANTINUS, 1573.

in Svo.

• 5. M . TULLII CICERONIS, Oratio pro Milone, cum Enarra-

tione JACOBT CRUQUII. Accedit brevis Orationis Parmnefis ejusdem

CRUQUII. Antv. CHRIST. PLANTINUS, 1582. in $to.

Bij WALVIS vindt ik nog van enen JAKOS CRUQUIUS ge­

waagd, van Gouda geboortig, die Onderprior van het eertijds

aanzienlijk klooster van Regulieren, St. Michielsberg, Oude

Hem genaamd, westwaards onder Schoonhoven gelegen, geweest

is, en op bevel van den wreden LUMEY, benevens den Prior

van het zelvde klooster KOENELIS SYMONSZ., aan een noten­

boom bij de flenen brugge voor 't raadhuis te Schoonhoven ten

jare 1573, werdt opgehangen. SANDERUS, de Bmgenfib.

p. 40, 41. FR. SWEERTII, Athen. Belg. p. 360. VAL. ANDR.,

Bibl. Belg. p. 407. J. F. Forr-ENS, Bibl. Belg. p. 511. F. G.

FREYTAG, Adparatus Litterarins, Tom. UI. p. 628-632- CRE-

G 5 »fi


306 CRUQUIUS. CRUSIUS. CRYTERS.

M I , Animadv. PMUlog. Part. VIL p. 233, 234. Q. SAXI,

Onom. liter., Pars III. p. 388, 380. BAILLET, Jugem. des Sca-

vans, Tom. II. p. 217. PAQUOT, Mem. litter. Tom. XVIII.

P- 373-379- J- WALVIS, Bejchr. der Jiad Gouda, II. D. bl.

192, 193-

CRUQUIUS (NIKLAAS SAMUEL), geboren den 2 december

1678, is geweest Kandidaat in de medicijnen, Toeaiender

van Rhijnlaml, Schout van Sparendam, Examinateur

der Oostindife Kompagnies Stuurlieden te Delft, Lid van de

Koninglijke Sociëteit der wetenfehappen te Londen en van die

der Hollandje Maatfchappije te Haarlem. Hij ftierf te Sparendam

den 5 februarij 1754, in J e n ouderdom van ruim 75 jaren.

CRUQUIUS heeft zig beroemd gemaakt, door zijne kundigheid

in de gefteitenis des Lands, en deszelvs Rivieren, en inzon­

derheid ook door de uitgave zijner konftige grote Kaart van

Delfland enz. Nederl. Jaarboeken, 1754. L St. bl. 118

J19. *

" CRUSERIUS, zïe CROESER (HERMAN).

CRUSIUS (GEORG KOENRAAD), geboren te Zutfen %

zoon van BAREND CRUSIUS, Predikant aldaar, werdt Hoog.

leraar in de regten te Leijden, en is aldaar, nog jong zijnde,

geftorven, den 28 april 1676. Hij hadt gefclueven: Diatriben

ad.l. 40. D. de Hered. injïü.; en, Düfert. ex ULPIANI Libr. If.

cd Ediüum, beide herdrukt in OTTONIS Thefaur. Jur. Civ.

Tom. L col. 661-672. Hij was een groot vijand van de

zogenaamde Compendia. J O H. FRID. BOCKELMANNI, O-

rat.funebris. ULR. HUBER^ Dialogus de ratione docendi fc? diften.

dï Juris, agter zijne Digresfiones Juflinianea:. LOMEYER, Diet

Genial. Vol. II. p. 4 2. OTTO, Prcef. ad MUYDENI Comp. Infc

p. 14. G. SCHRODER, Orat.fun. in B. S. CHEMER, p. 15.

CRUSIUS, zie CRENIUS.

CRYTERS (JAN), geboren te Biest in het begin van d«

XVIIde


CUCHLINUS. (JOHANNES) 107

XVIIde eeuw, begaf zig in het jaar 1614 in het klooster der

Augustijnen van die ftad, en verenigde zig inet hunne orden

door de gewone plegtige geloften. Naderhand werdt hij Prior

van dat huis, en zedeit opvolgelijk van de kloosters te Keu­

len, te Aken en dat van Bedburg. CRYTERS verkreeg den ttjtel

van Doktor in de godgeleerdheid, en nam vervolgens nog

verfcheidene kerkelijke bedieningen waar, tot dat zijne jaren

vrij hoog geklommen zijnde, hij zig ter ruste naar zijne ge­

i s

boorteplaats begaf, alwaar hij den 30 jtinij 1675 geftorven.

Hij predikte met veel ijver doch luttel oirdeel, weinig fmaak

en nog minder welfprekendheid, maakte gebruik van triviale

• uitdrukkingen en vergelijkingen die gants niet op den predik-

ftoel te pas kwamen. Daar is van hem in druk: S. AUGUSTI-

Kus prcedicans; five Concknes, prester facras Litteras, ex folo ferè

S. AUGUSTINO concinnata, ftudlo Kev. &c. JOANNIS CRYTERII,

S. Th. DoStoris, Tred. ad Mof om, 1713- 2'« izww. J. F.

FOPPENS, Bibl. Belg. p. 623. PAQUOT, Mem. litter. Tom. XII.

p. 36S-370.

CUCHLINUS (JOHANNES), geboren te Wetterau in Hes-

fen, ten jare 1546, was eerst in fchooidienst te Nkuwenhui-

zen, en vervolgens in kerkendienst te Tacheim in den Ptdtz;

doch hij werdt genoodzaakt benevens een aantal andeten,

dezen dienst te verlaten, ter oirzake, dat LODEWYK, Keur­

vorst van den Faltz, minder verdraagzaam dan zijn god-

vrugtige vader FREDERIK DE III, den Gereformeerden godsdienst

in zijne landen affchafte, en den Lutherfen in deszelvs plaatze

invoerde, zonder te dulden dat de eerstgemelde gezindheid

in 't openbaar haren dienst verrigtte. Hierop week CUCHLI-

NUS naar Embden, de algemene fchuilplaals der vervolgde Ge-

reformeerden; alwaar hij ook gedurende enigen tijd den fchool-

en kerkendienst beide waarnam. Te Amfteldam het gerugt

van zijne bekwaamheid en gaven doorgedrongen zijnde, werdt

bij ten jare 1578 in die ftad tot Predikant beroepen, en door

PIETER DATHEEN aldaar in den dienst bevestigd. Op den

7den november van het volgende jaar, bood men hem een

Hoog-


ioS CÜD3EMIÜS. (PIETER)

•HoogleTaarsftoel in de godgeleerdheid aan het Hogefchool ie

Leijden aan; doch in aanmerking nemende, dat het getal der

Predikanten te Amfteldam zeer gering was, liet hij zig ligtelijk

bewegen om daar te blijven, en hij bedankte voor het Profes-

foraat. Door de Staten van Holland, in het Jaar 1591 het

Theologisch kollegie of kweekfchool, naderhand en tot heden

toe nog bekend onder de benaming van Staten-Kollegie, opge-

rigt zijnde, werdt CUCHLINUS tot Regent daar van verkoren;

veel moeite hadt men , om hem tot de aanvaarding van dezen

post te bewegen, hij liet zig egter door den Reiken aandrang

dien men hem deedt daar toe overhalen, en wierdt door ene

plegtige inwijding, op den 16 oktober 1592, in die waardig­

heid bevestigd, doende hij bij die gelegenheid, ene latijnfe

Redevoering, welke, het tijdvak in aanmerking genomen,

waarin die werdt uitgefproken, voor geleerd en fchoon moet

worden gehouden; deze is in het Nederduits vertaald in des-

zelvs geheel bij BOE geboekt, benevens de Ordonnantie van

de Staten van Heiland op de directie van dat Kollegie, en de

lijst der namen van de eerfte Studenten, die als Burfalen daar

in zijn aangenomen, 't Jaar hier aan volgende, vertrok hij

op nieuw met verlof van Beftierders der Hogefchool, naar

Amfteldam, om 'er den predikdienst waar te nemen, daar hij

dien bleef uitoeffenen tot in 1596, wanneer hij weder naar

Leijden vertrok, en als Regent van voornoemde Kollegie bleef

dienen, tot op den 3 junij 160Ö, wanneer hij in het 6ofte

jaar zijnes ouderdoms als een wel bemoedigd Christen over-

leedt. Zijn Afbeeldzel gaat meer dan eens in 't koper ge-

fneden in prent uit, zijnde het laatfte vervaardigd door Hou*

ÏRAKEN. Twee zoons, JAKOB en HENDRIK, waren de vrug-

ten van zijn huwelijk, die ook beide Predikanten zijn geweest.

——• CROESE, Naamregister. P. BOB., NederL Hifi. druk va»

IÓ79. HL D. bl. 647-657.

CUDSEMIÜS (PIETER), van T me,ilurg in Kleefslani

geboortig, was de zoon van WILLEM CUDSEMIUS, Muflkant

en Componist, eerst van Keizer KAREL DEN V, en naderhand

vat}


CUILE. (Dr. LAMBERT TEN)

van zijn zoon FILIPS DEN II. PIETER te Wezel in den Lutherfen

godsdienst opgevoed, verzaakte zijn geloof, wierdt Rooms­

gezind , en deedt openlijke afzwering van zijn vorige gevoe­

lens in de St. Pieterskerk te Avignon in handen van den Aarts-

bisfchop, en was, gelijk het doorgaans de Renegaten zijn, bit--

serer vervolger van de Lutheranen en Gereformeerden dan de

'Ihrken zelve tegens de Christenen woeden.

Naar Rome gereisd zijnde, wierdt hij door den Kardinaal

BELLARMIN, die grote genegenheid voor hem opvatte, met

den naam van Geloofsheld getijteld; vervolgens werdt hij hier

tot Priester geordend, en vertrok naar Keulen, alwaar hij zijne

woonplaats vestigde, en veelal zig bezig hieldt om de Protes-

tantfe gevoelens op een vuilaartige wijze te wederleggen. De

fchriften hier toe irgerigt, zijn de volgenden: i. Traiïatum

irevem, de defperata Calvini caufa, in quo Setla Calvinijlicce non

tam picla effigies, qiiam vivum corpus cuivis ad ocutum exhibetur.

Col. ióro. Ib. 1612. in Svo. 2. Hyperaspiften, pro TraBatu de

defperata CALVINI caufa Apologeticum, five quadripartiti Calvmis*

tici examinis &c. Col. 1612. in Svo. 3. Vivum fpeculum, in qua

v.era et Apoftolica Chrijli Ecclefia claré apparet, Pontificiorum %

Lutheranorum et Calvinifiarum trino calculo approbatum. Ib. 1610.

in Svo. 4. Synodum Provinciale;» Diacefis UltrajeBlna celebratam

a DD. Statibus ejusdem Provincis 24 Augufli 1612. UltrajeBi, é

belgico idiotnaie in latinum verfam, Notis curiofis illuflravit. Ha-

giopoli (Colonice), 1614. in Svo. 5. Apologiam pro Saxonia Cd-

tholica. Colon. 1622. in Svo. —>— J. F. FOPPENS, Bibl. Belg.

969, 91°-

enz

»

CUILE (Dr. LAMBERT TEN), is geweest Burgemeester

Van Zwolle, en werdt ton jare 1502 in de maand augustus,

door de Staten van Overijsfel aan de Staten Generaal afgevaar­

digd , met blieven van credentie en inltruclie, om het recht,

geregtigheden en privilegiën te vertonen, die gemelde Staten

pretendeerden te hebben op het vlek en kasteel van Koever,

den; verzoekende dat, indien het zelve door de Staatfe Troe-

pes mogte veroverd worden , men in dien gevalle , hare

pro-


HO CULLENBURG. (FRANS VAN)

provintie zoude handhaven in derzelver privilegiën en gereg-

tigheden, en dat de bezettinge en bewaringe van dien zoude

gedaan worden door zijn Excellentie MAURITS VAN ORANJE,

als zijnde hunlieder Stadhouder, met het krijgsvolk op hun

repartitie ftaande; doch fchoon kort hier op die Forteres bi)

verdrag aan der Staten zijde overging, Haagde egter CUILE niet

naar genoegen in de aan hem opgedragene kommisiie; door­

dien Graav WILLEM LODEWYK VAN NASSAU, Stadhouder van

Friesland, daar niet in wilde bewilligen, maar eiste, dat 'er

Friesch guarnifoen in zoude geplaatst worden, met aanbod

om akte te pasferen, dat hij het voor de Generaliteit bewa­

ren, en derzelver bevelen gehoorzamen zoude, zonder prae-

judicie van het regt dat Overijsfel mogte competeren enz.

——— P. BOR, Ned. Hijlor. druk van 1679, III. D. bl. 641,

£42.

CUILENBURG, is de naam van een zeer oud en alleraan-

zienlijkst geflagt, oiifprongelijk in bet Stigt van Utrecht te

huis borende ; waar van SMALLEGANGE in zijne Wapenkaart

fchrijft, dat het uit Graavlijk bloed afdaalde. Hij bedeelt de

Graven van Teisterbant, uit welke die van CUILENBURG, of

CULEMBURG, berkomflig zijn. Zie JUNIUS, Batav. pag. 558.

HEUTERUS, Rerum Burgund. lib. VI. p. 203, 204; en vooral

SUEDERI DE CULENIIURCH, Origines Culenburgice, in MATTRKI

Analeiïis, Tom. III. p. 589-656- Een tak van dit Huis,

heeft den Stamnaam verlaten, en dien van RYSENEURG aan­

genomen; volgens Connoisfance de la Noblesfe-d'Utrecht, p. 18

56. J. W. TE WATER, Hifi. van 't Verb. der Ed. II. D.

bl. 329. (*>

CUILENBURG (FRANS VAN), een der verbonden Ede­

len, Ridder, Heer van Mandcrik, zoon van ZWEDER en OR-

TELINE VAN HEEMSKERKEN, behoorde tot het hier voorgenoemd

geflagt. Hij is geweest Ambtman van Maas en Waal, bene­

vens lid der Ridderfchap van Nijmegen, federt 1592 tot zijn

fterfjaar 1597. Hij verwekte, bij HENDRIKA VAN KEPPEL,

zijbe huisvrouwe, één' zoon, ZWEDER, die, mede fn 't jaar

1597.


CULLENBURG. (MELCHIOR VAN) m

1597?

e n c e n e i n e

^

v a n d e z e n t a k m a a k t e

- J-

W. TE WATER, Hifi. van 't Verb, der Edelen, II. D. bl. 3.29.

IV. D. bl. 434-

CUILENBURG (MELCHIOR VAN), zoon van HUBERT,

Tras, ten jare I55S, Stadhouder der Lenen van 't Graavfchap

Culemburg. Uit ELIZABETH BRONKHORST, dogter van LAURENS

«n van MARGARETHA MOL, liet hij vier dogters na, welke

aan voorname Heren in egt gegeven zijn. Bij VOET VAN

OUDHEUSDEN vindt-men gemeld, dat hij niet alleen Stadhouder

der Lenen, maar ook Drost van Culemburg geweest zij; en

verder, dat hij getrouwd was met HELENA VAN LALAIKG, bas­

taard-dogter van ANTHÖNY LALAING, Grave van Hoogfiraten;

of nu deze dan wel ELIZABETH BRONKHORST , zijne tweede

huisvrouwe geweest zij, kan ik bij, mangel van voldoende

berigten niet bepalen. Zijne verbintenis met de Edelen was

eirzaak, dat ALVA hem bande, en zijne goederen verbeurd

verklaarde. Wijders wordt hij befehuldigd, dat hij, als Ka­

pitein, onder BREDERODE ged.end hadde; vijandelijkheden ge»

ceffend; bij trommelflag doen verkopen verfcheHen roerende

goederen, door de Soldaten geftoien, zo elders, als uit het

klooster te Hoorn, en zig bevonden voor Am'iddam, om die

ftad, bij verrasfinge, en door 't maken van een loos alarm,

intenemen. De Heer TE WATER betuigt niet te durven be­

vestigen 't geen hij veider ten zijien aanziene aangetekend

vindt x dat hij namentlijk Raad en Geheimfchrijver van den

Graav VAN EGMOND ZOU zijn geweest, en op den zelvden tijd

met dien rampfpoedigen Graav, gevangen zoude geraakt en

onthoofd zijn. In de naamlijst der genen, die, in 't midden

des jaars 1568 naar Antwerpen gedagvaard zijn, wordt MEL-

CHIOR genoemd de bastaard van CULENBORCH en de zoon van

Mr. GERRIT VAN CULENBORCH, wezende ook een bastaard van

CULENBORCH. J. W. TE WATRR, Hifi. van 't Verb. der

i V

Edelen, II. D. bl. 329, 33°. -. D

- b

'- 434- G. v. HASSELT,

Stukken voor de Vaderl. Hifi. I. D. bl. 208. A. W. K. VOET

VAN OUDHEUSDEN, Hifi. bejchr. van Culenburg, I. D. bl. 102.

CUI.


H2 CUILENBURG. (ZWEDER VA«)

CUILENBURG (ZWEDER VAN) , die in 'X laatfie ge.

deelte van de XiVde eeuw ter wereld kwam, is volgens HEDA

en anderen de LIIRe Bisfchop van Utrecht geweest, fchoon

hij nimmer met rust dien zetel beheerst heeft. Toen na den

dood van den Kerkvoogd FREDERIK VAN BLANKENHEIM, hec

Kapittel in november 1423 bijeengeroepen was om enen nieu­

wen Bisfchop te verkiezen, was ZWEDER VAN CUILENBURG,

D rh'proost te Utrecht, een der mededingers tot die waardig­

heid; doch de meeste Remmen ten voordele van RUDOLF VAM

DIEPHOLT . gevallen zijnde, wierdt de goedkeuring van Paus

MARTYN DEN V. hier op verzogt, die dezelve weigerde, en

op eigen gezag, zonder het Kapittel te kennen, zekeren

RABANÜS, Bisfchop van Spiers, tot Opperkerkvoogd van Ut-

recht aanftetde; doch dezes Gezanten het gantfe Stigt,

door beroerten en partijfchappen deerlijk geteisterd vin­

dende, befloot hij zonder veel moeite, om zijn verkregen

regt op het Bisdom aan ZWEDER VAN CUILENBURG af te ftaan ,

die hem tot ene vergelding zijne Domproostdije opdroeg. ZWE-

DER, die, ingevolge het getuigenis van BARLANDUS , een geteerd

man was, verwierf in ï vervolg, door gefchenken, ene Bulle

van Paus MARTYN, bij welke hij in 't Bisdom bevestigd wierdt.

Hier op volgde een ruimfchootfe fcheüring in het Stigt; want

fchoon die van de Geestelijke ordens der ftad Utrech zig aan

's Paufen welbehagen onderwierpen, en ZWEDER door de bur­

gerij aldaar, met de gewone toejuichinge tot Bisfchop werdt

gehuldigd, bleef 't overig gedeelte van 't Stigt RUDOLF VAN

DIEPHOLT aanhangen. Inzonderheid betoonden Deventer, Kam­

pen en Zwolle, de drie hoofdfteden van Overijsfel hem bovenal

genegen te zijn, ook toefden zij niet langer dan het volgende

jaar om hem voor Landsheer te erkennen; en het voorbeeld*

Van de Steden werdt eerlang door de Ridderfchap gevolgd,

doordien, in augustus des Jaars 1425, op enen Landdag te De­

venter bepaald wierdt, dat men zoude voortvaren RUDOLF VAN

DIEPHOLT voor 'sLands Ruwaart te houden, en ZWEDER VAN

CUILENBURG nimmer in de waardigheid van Utrechtfen Bis­

fchop te erkennen. Hij Rierf te Bafel in het jaar 1433. .

BEKA


CUILENBURG. CULENSS

ÏEKA ö* HEDA , Hifi. Ultraj. cum mis BUCHELII, in HEDAM.

p. 2S4--28S. A. MATTHJEI, Analeü. Vet. cevi, Tom. V. p.

421. edit.in J[to. B. J. v. HATTEM, Befchr. van Zwolle, L D.

bl. 342 enz. MELCH. WINHOF, Landr. van Auerijsf. druk van

CHALMOT, 1783. bl. 114-120. (97.) Zie ook DIEPHOLT.

CUILENBURG (ZWEDER VAN), van het ze'vde geflagt

als de voorgaanden, waarfchijnlijk te Culemburg geboren,

leefde omtrent 't einde van de XVde eeuw. Hij was een

zoon van HUBERT VAN CUILENBURG , en der enigfte dogter

van JAN VAN ROSSEM. Hij huwde met OTTONIA VAN HEEMS­

KERK, waar bij hij twee zoons verwekte: 1. FRANS, die met

HENRIETTE VAN KEPPEL trouwde , welke hem een zoon

baarde, ook ZWEDER VAN CUILENBURG genaamd, benevens

meer andere kinderen die in derzelver jeugd zijn overleden.

2. HUJERT VAN CUILENBURG, die zonder nakroost ftierf. ID,A

VAN HONSELAAR , nigt van OTTONIA, overleed in 1574.

MARIA DE LA TORRE, kleindogter van ZWEDER den tweeden,

ftierf den 25 feptember 1667. Ik tekene dit alleen aan, op

dat men zig niet vergisfe, met dezen laatften voor Schrijver

te houden van het volgende werk: SWEDERI DE CULENBURCH ,

ex Dynafiis de Cuïemburch, Origines Culemburgice, ab exordia

Dominii usque ad arm. cio.cccc.xciv. in 't Nederduits , geplaatst

in Je Analetta van den Hoogleraar ANT. MATTHTEUS, druk ia

4to. Tom. III. p. 589-656. Deze Kronijk begint met het

jaar 1015. ——— PAOUOT, Memair. litter. Tom. V. p. 218,

219.

CULENS (HENDRIK), geboren omtrent 't jaar 1567 te

Cortenberg, een dorp halver wegen tusfen Brusfel en Leuven

gelegen, ftudeerde in laatstgenoemde ftad, eerst in de wijs­

begeerte en vervolgens in de godgeleerdheid ; waarna men

hem met de pastorije van Grammant in Flaanderen begiftigde;

hij maakte zig ongemeen verdienftelijk door de zorge die hij

droeg om die talrijke gemeente in goede orde te houden en

'er deugd en goede zeden in voort te planten; dan zijn in­

komen zeer fchraal zijnde, wierdt de Regering van de- ftad

VJil. DEEL. H ge-


ï%% CüLTRIFICIS. (ENGELEERT)

gemoodzaakt hem bij te fpringen, en hij ontving ook ene jaar-

wedde, van de. ftad Aalst. CULENS werdt vervolgens bevor­

derd tot Aardspriester des dekenfchaps van Grammont, 't welk

hij gedurende het ruime tijdvak van 45 jaren met enen on-

voorheeidigen ijver waarnam, en hij ftierf tot hoog gevorder­

de jaren geklommen zijnde, omtrent het midden der XVlIde

eeuw.

Hij heeft in druk] uitgegeven: ü Judiciorum, Jtmiarum, &

Jacramm concionum mar.ipulus Antv. 1Ö13. in Svo. 2. Ju

bilee; veteris Hebrttorum, £? novi Clsrijlianorum Colle&io:

que privikgia;hujus pree Ulo exce!lentia& pmjianüa. Atitv.if

in 8va. 3. Document a Catliolka et Cateehijlisa XV. ie Lege D

Jeu Decalogo generatim, prout ea è Juggejlu populo-Gerardim

ete-, Antv. 161%. m Svo. 4. TJieJawus locorum communim

§itk nova. et vetera proferuntu? in grat'am Pajtohim et concio

Antv. J6iï. in 8vs. FR. SWEERTII, Atlien. Belg. p. 326.

VAL. ANDR., Bibl. Belg. p. 348. j. F. FOPPENS, Bibl. Belg.

p. 441. PAQUOT, Mem. litter. Tom. IX. p. 171, 172.

CüLTRIFICIS (ENGELBERT), Monnik van de orden

tïer Dominikanen in het klooster te Nijmegen, bloeide omtrent

*t midden der XVde eeuw. Hij was een leerling van ANDRIES

COMES, en verkreeg de doktorale waardigheid waarfchijnelijk

aan het Hogefchool te Keiden. In 1465 wierdt hij gebruikt

om de godgeleerdheid te Zutphen te onderwijzen, en in dat

zelvde jaar ondernam hij de oprigting van een klooster te

Zwolle, waar van hij de eerfte Prior was. Hij ftierf op het

langst in 1492, na in 't licht te hebben gegeven: 1. Epijlola

ieelamtotia Privilegiomm Fratrum Mendkatorum contra cu

Parachiales; et Epiftola de Simonia vitandd in receptione No

tum. Apud ANDR. BOULE, 1479. in iito-. Naderhand ver­

fcheidene malen herdrukt. 2. Carmen de moribus Mei jee. 3. Car-

men de Pane, in modum DiaUgi, biterlocutoribus Pijlore et ux

Met het vorige gedrukt agter het werkje van PETRUS DERIVO,

S. T. D. Lovanienjïs, Elegia, quomedo, emnia in meliorem par

fint imerpretanda. Lugd. Bat. in 4(9. 4. Mmuak Confesjnm

•ms-


BI

CUiNRETORF. (JAKOB) CUN-fcUS. (PIETER) 115

tnetricum, una cum Defenforio Privilegii quatuor Ordinum MendU

cantium faper audientia confesfionum. Colon. 1497- —

, VAL. ANDR., Bibl. Belg. p. 294. J- F. FOPPENS, Bibl.

Belg. p. 262, DE JONGIIE, Defolata Batavia Dominicana, p.

96, 97. Scriptores Ord. Proedic. Tom. L p. 875* HARTZHEIM,

Prodr. Hifi. Unmrfit. Colon. p. II.. PAQUOT, Mem. litter. Tom.

V. p. 92-95-

CUINRETORF of RUIMETURF (JAKOB), was in

1578 Kanunnik, en wierdt in december van genoemden jare

benevens HENDRIK VAN MEDENBLIK, enen Regtsgeleerden,

wegens het opftellen en verfpreiden van zeker fchimpfchrift,

testen de Unie, op last van den Raad der ftad Utrecht in heg­

ten is gefield. —— N. BONDT, Hifi. van de Unie van Utrecht,

I. D. bl. 19.

CUNA1US (PIETER), Hoogleraar in de Staatkunde en

Regtsgeleerdheid te Leiden, was de zoon van een koopman

te Vlisfingen, in welke ftad hij ten jare 1586 geboren is. Zijn

vader vertrok met hem toen hij nog geen drie maanden oud

was naar Middelburg, daar hij nog 16 jaren den koophandel

geoeffend hebbende, in 't jaar 1602 ftierf.

PIETER wierdt met de grootfte zorgvuldigheid opgevoed,

en 12 jaren oud zijnde, aan het beftuur van den Predikant

HUGO FLAVOLIUS toevertrouwd, die hem de grondbeginzelen

van de latijnfe taal leerde. Na verloop van enige maanden,

werdt de jonge CUN/EUS naar Haarlem gezonden, en-bij JAN

MATTIIYSZ., Predikant ter dier ftede, geplaatst, alwaar bij

zig verder in het latijn en andere beginzelen der letterkunde

oeffende, en zulks met zodanig warmen ijver, dat hij 14 ja­

ren oud zijnde rijp voor het Hogefchool wierdt geoirdeeld, en

naar Leiden vertrok, alwaar hij onder geleide van een jonge­

ling zijner bloedverwanten , AMBROSIUS REGEMORTER ge­

naamd, die in zijn vroege jeugd reeds fnelle voortgangen in

het vak der talen en fraije letteren hadt gemaakt, de griekfe

en hebreeuwfe talen grondig leerde. In 1603 deedt hij met

dezen ene reize naai- Engeland, en hij befteedde al den tijd

II 2 wel-


\tl CÜNiETJS. (PIETER)

welke hij in dit rijk doorbragt met vlijtig te ftuderen r hij voï«

voerde 'er in enen zomer de lezing van HOMERUS en der mees­

te andere griekfe Digters; door welk middel hij wei dra ene

grondige kennis van die taal verkreeg , in zo verre dat hij

zefvs goede griekfe vaerfen maakte, het welk hem met Izas

CASAUBOHÜS in kennis bragt, wiens vriendfchap hij verder ver­

kreeg, door het aan hem-zenden van zijne aantekeningen over

«b Diomfiaca van NONSUS. Na een tamelijk lang verblijf in

Engeland, alwaar hij zijn neef REGEMORTER agter liet, die

intusfen tot Predikant in de nederduitfe gemeente te Londen

was beroepen , kwam hij tot Leiden te rug, alwaar hij zig

beurtelings, in de theologie en in de regtsgeleerdheid oeffen-

de, zonder zig fiellig tot een dezer beide wetenfehappen te

bepalen; maar aanhoudend zig vlijtig toeleide op het grondig

leren van de griekfe en hebreeuwfe talen, waar toe hij ook

onophoudelijk, door zijn oom PIETER REGEMORTER, Ridder,

en een fchrander Staatsman , wierdt aangemaand , en daar

hem, behalven dat, nog ten fferken prikkel toe dienden de

voorbeelden van verfcheiden' geleerde Mannen, daar hij ge­

meenzaam mede verkeerde, als JOSEF SCALIGER, HUIG DE

GROOT, DOMÏNIKUS BAÜDIUS, IS. CASAUBONUS, DANIËL HEIN-

MUS en BONAVENTURA VULCANIUS. Bij den laatstgenoemden heeft

hij drie jaren gehuisvest, na- alvorens gedurende een gelijk

tijdvak bij twee andere Geleerden gewoond te hebben; name»

lijk, het eerst bij KAREL CLUSIUS en vervolgens bij SYLVESTEK

VAN CAMPEN, voormaals Penflonaris van Goes in Zeeland, en

namaals lid van den Hogen Raad in V Hage, die zig met 'er

woon nr.ar Leiden hadt begeven, om de verkering met ge.

leerde Mannen te genieten, waarvan hij het orakel uitmaakte.

Intusfen toog CUNSSUS , die de hebreeuwfe taal nog niet naar zijn

genoegen grondig genoeg verftond, naar Franeker, alwaar hij

enige maanden het onderwijs daarin van JAN DRUSIUS genoot.

D:es fchrandere Hoogleraar onderwees hem teffens in de leer-

ltellingen der Rabbijnen, benevens de chaldeeuwfe en fijrife

fpraken; hij gaf hem ook afzonderlijke lesfen met zijn eigen

zoon, met wien Cutiius zig door een naauwe vriendfchap

ver-


CUNiEUS. (PIETER) 41?

verbond, en wiens vroegtijdige dood hem ongemeen fraertelijk

viel; zedert dien tijd heeft hij altoos briefwisfeling met

den va"3er gehouden. Zig in de beoeffening der geleerde talen

volledig geoeffend hebbende, waar toe SOALIGER hem ©nop*,

houdelijk aanmoedigde, wilde hij, alvorens Franéker te veria»

ten, nog grondiger onderwijs in de regtsgeleerdheii genieten,

en ten dien einde boorde hij enigen tijd de lesfen van MAS-

Kus LYKLAMA en die van TIM^US FABER. Toen hij in

a r e n

den ouderdom van 25 i bereikt hadt, ging 'er ïeeds zulk

een loffelijke roem van hem uit, dat de Bezorgers van Leidais

Hogefchool hem tot hun lokten, met aan hem een Pro»

fesforaat in de latijnfe taal op te dragen, en weinig tijd daar

ra fchonken zij hem een leerdoel om de Staatkunde te onderwijzen;

hij vervulde deze beide posten met lof, en verklaar­

de TACITUS, JÜVENAAL, SENEKA den Wijsgeer, SUETONIOS,

HORATLUS en enige andere Schrijvers. Zijne zugt tot de be-'

oefening der regtsgeleerdheid intusfen al langs hoe meer aanwakkerende,

befteedde hij zijne ledige uren aan,die ftudie»

en hij verkreeg de waardigheid als Doktor in dat vak uit

handen van den Rektor KORNELIS SWANENAURGH. Vervolgens

verzogt hij verlof om enigen tijd de pleitzaal te bezoeken,

en de beroemdfte Advokaten ia 's Hoge te gaan horen,

op welke plaats hij zijn intrek nam bij den Raadsheer Aï>Qi»

LOKRIS SCHQTTE. Na verloop van omtrent agt maanden keerde

hij naar Leiden te rug, alwaar men bij zijne profesfie ia

de ftaatkunde die der regten voegde, 't welk hem in de ver»

pligting bragt om de Pandehsn te verklaren. Hij kweet 'er

zig gedurende 15 jaren met roem van, als wanneer hij SWA-

KENBURGH in de verklaring van het Codex opvolgde, 't welk

hij tot aan zijn dood toe heeft vervuld. En, fchoon hij zig

beklaagde van door geftadige raadvragingen afgetrokken te

worden, wist hij egter nog tijd af te zonderen tot bet waarne­

men van andere letteroefeningen, inzonderheid die welke de

Gewijde en Joodfe oudheden ten onderwerpe hebben. In den.

avondftond zijnes levens, leiden hem de Staten van Holland

een aanzienlijke jaarwedde toe, onder voorwaaïde dat afijn*

H 3 P** 0


"r*I*8 CUN^LUS. (PIETER)

pen en raad voor hun moest dienstbaar zijn, in zaken die

den koophandel en zeevaart betroffen. Toen ook ten jare

1636 ha wijdlopig gefcbrift van JoHANNES SELDENUS, getijteld

Mare claitfum, in 't licht kwam, ingerigt tegens het werk van

HUIG DE GROOT, Mare liberum , waarin SELDENUS ftaandè

houdt, dat den Koningen van Groot-Brittanje de eigendom der

omliggende zeeën ondeelbaar met alle naburige en aangren­

zende landen alleen toekomt, fielden de Staten van Holland

zuiks in handen van CUNSUS, die daar tegens zijne beden­

kingen inleverde. Ook fielden de Staten van Zeeland hem ni.

dode van JAKOB EYNDIUS, tot hunnen Gefchiedfcbrijver aan*

dan toen hij gereed ftond om bezit van die waardigheid te

nemen, wierdt hij op reis zijnde door een hardnekkige koorts

aangetast, die met enige tusfenpozing verzeld ging, en aan

hem de vrijheid gunde om naar Leiden terug te keren; doch

korten tijd daarna wierdt hij 'er op een feller wijze door aan­

getast, en na gedurende een vrij langen tijd 'er deerlijk door

gekweld te zijn geworden, rukte die hem ten laatften in 't

graf op het uiteinde des jaars 1638, na 52 jaren geleefd te

hebben. ADOLF VORSTIUS heeft den 6 december daar aan

volgende, ene lijkrede over hem gedaan, die benevens enen

bundel latijnfe lijkdigten op hem door de beroemdfte Poëten

van dien tijd, te zamen ten jare 1603 te Leipzig in 8vo.

gedrukt zijn, en de beroemde GROTIUS maakte dit vierrege­

lig vaars op zijn overlijden:

Me tribus linguis toto celeberrimus orbe

Occidit heul Legum regula, Juris honos,

Succesjor qucerendus erit. Jam mitte, Batave,

Mitte per & terras, mitte. per £ƒ maria.

CM&üs heeft het eerfte Jubelfeest der Leidfe Akademie

met ene oratie op den 8 februarij 1(524 gevierd, toen hij voor

de tweedemaal Rektor magnificus wierdt, naderhand heeft hij

nog tweemalen die erepost bekleed. Hij was in 1616 ge­

trouwd met MARIA, ene dogter van NIKLAAS VAN ZEIST,

Penftor.aris der ftad Leijden, en kleindogter van JAN VAN GAN'

CfïEM .


CüNJEUS. (PIETER)

•HEM, Prefident van den Hogen Raad in St Hoge en Curator

van het Hogefchool te Leijden, bij wie hij verfcheidene kinderen

heeft verwekt, waar van de aframmelingen, sslvs nog

in onze dagen, de geftoelten der ere te Leijden met veel lof

fcebben bekleed.

CUNXUS bezat een droog geitel-, en was van een zwaïtgaï»

lig temperament, oplopend, en veeltijds droefgeestig enïïeer-

Jlagtig; hij zag weinig gezelfchap, was altoos ernftig, fprak

weinig, en kost geen boerten verdragen. Men vindt opgetekend,

dat terwijl hij aan zijn jongde ziekte met de koorts

lag te worftelen, die hem korte dagen daama ten gi'-ave 'fteepte,

hij wist uit te werken, dat zijne zuster die hem ïn 'S

Jsrankbed oppastte, nevens de verdere buisgenoten, naar de

kerk gingen, zo dat bij alleen met een oude dienstmeid te

buis bleef; aan deze beval een goed vuur aan le 5eggeu,

«nder voorwendzel dat hij koud Was. Dit volvoerd zijnde,

^af bij haar de fieutel van zijn ftudeerkamer, en beduidde haat

waar zij een mande met papieren zoude vinden, die hg haat

belaste af te halen en in zijn kamer te brengen. Zij 4oet «dit»

en na haar onder enig voorwendzel uit de kamer t& hebbsa

doen gam, kroop hij uit «tja bed, nam de fchriften wit 'de

mand, en verbrandde die alle, naderhand voor reden Van

dit bedrijf gevende, dat hij die te onvolkomen oir deel de, 'ars

ïia zijnen dood in 't licht gegeven te worden, zoals hij weesde

dat men zoude doen, *t Jammerfte was dat zig onder deze

fchriften zijne wel uitgewerkte aantekeningen over ELAVKJS

JOSEPHCS bevonden, tot het vervaardigen waar van, hy een

groot gedeelte van zijnen leeftijd gefpild hadt, '

Dat dees geleerde Man in het ïtuk van godsdienst -aan «3e

«ijde der Remonltranten overhelde, blijkt ten vollen 'uit aijns

fchriften, ook bleef hij niet ongemoeid in -de kerkelijke «wisten,

die in zijn tijd gants Nederland zo deerlijk beroerden,

inzonderheid haalde hij zig den haat van de heethoofdige


120- CUN2EUS. (PIETER)

verdedigt. Men nam zijn boeksken Sardi venales, 't Welfe'

inderdaad een fcherp hekelfchrift was, te baat, om hem bij

het Sijnode nationaal te Dordrecht aan te klagen ; het liep

evenwel zagter met hem af, dan men wel in den beginne

verwagt hadt. Want toen het Sijnode was aangediend dat hij

op de aanfpraak van den Asfesfor FESTUS HOMMIUS, vergezeld

van den Predikant IZAAK JUNIUS en een Ouderling van Lei-

den, ten verzoeke van de Gedeputeerden der Sijnode aar*,

hem gedaan, hadt geantwoord: „ Dat hij over de fauten in.

„ zijn gedrukte boeken, bij hem gefchreven toen hij nog jong

„ was, en geene profesfie der religie dede, met een publijlc

„ fchrift, eerstdaags uittegeven , de Sijnode en de kerken

„ zoude voldoennamen de Dordfe Vaderen hier genoegen

in, en vonden verder goed, dat de Predikanten van Leiden

CUNSEUS zouden vermanen, om zodanig een goed voornemen

en belofte in 't werk te ftellen; doch het blijkt mij niet dat

iets van dien aart immer door onzen Hoogleraar is in 't licht

gegeven, ook liet men hem zedert dien tijd ongemoeid.

Veelvuldig zijn de loftuitingen door een aantal Geleerden

aan CUN^US gegeven, wij zullen ons enkel vergenoegen dat

bij te brengen, 't welk men geplaatst vindt in de opdragt van

den geleerden P. BUKMAN voor de latijnfe Brieven van hem, >

en door genoemden Hoogleraar ten jare 1725 in 't licht ge­

geven ; zie hier zijne woorden: „ Ik prijze hem als een der

„ welfprekendfte Mannen en ervarenfte Regtsgeleerden, die

„ zo grotelijks als iemant met de luisterrijkfte voordelen en

„ eertijtelen van de Akademie is begiftigd geworden; die bo«

„ ven velen uitmuntte in groot aantal van leerlingen, die

„ uit alle gewesten van Europa naar hem toevloeiden; die,

„ in zijne honigzoete fchriften, de bevalligheden van CICERO

„ met het zout van ATTICA vermengende, bij ieder in ftaat

„ gerekend wierdt, om, bij uitftek boven anderen, fchrale

„ wetenfehappen met puik van welfprekendheid en rijkdom

„ van vernuft te verhoren; die in allen opzigte naar 't ge-

„ meen gevoelen der Geleerden, met de vermaardfte Rede-

„ naren gelijk te ftellen was, en die eindelijk den lof, door

„ de


CUNiEUS. (PIETER) 121

S).de kragten van zijnen edelen Geest vergaderd, welke zo

„ lang de geleerdheid haren verdienden prijs behoudt, onfter

5 ) felijk duren zal, aan zijn nakomelingfchap, als wettig erf-

„ goed , tot enen vorilelijken luister en grootachtbaarheid

„ heeft nagelaten."

Het Afbeeldzel van hem in 't koper gefneden en in prent

gebragt, treft men bij onderfcheidene Schrijvers aan, als on­

der anderen in FREHERI Theatrum , en in de Alma Academ.

leiden/., onder het welke deze beide regels geplaatst zijn :

Mutos CuNffii vultus hcec monjlrat imago:

Reddit eam comitans ora dijerta liber.

Zijne in druk uitgegevene fchriften , bepalen zig tot de

volgenden:

1. Animadverfiomm liber in NONNI Dionyfiaca. Acces/ere DA-

JJIELIS HEINSII disfertatio de- NONNI Dionyfiacis , ejusdem

Paraphrafi ; Jos. SCALIGERI conjeüanea ad editionem PLANTINT.

£f WECHELI. Lugd. Bat. ap. ELZEVIR. 1610. in Svo. CUNJEUS

toont in zijne aantekeningen de gemaakte fauten van den

Schrijver aan.

2. Sardi vernies, Satyra Menippea in hujus fieculi homines ple~

tosque inejté eruditos, PETRUS CUN^US fcripfit. In fine Jeorhm

addita efl, ex ejusdem interpretatione, D. JULIANI hap. Satyra in

Principes Romanos. Lugd. Bat. ap. RAPIIELENG. 1612. in \6mo.

It. vijfde druk, in de Verzameling, getijteld: Guatuor clarisf.

Virorum Satira. Nic. RIGALTII Funus parafitkum. JUSTI LTPSII Satyra

menippaa. Somnium P. CÜNJEI, Sardi venales, JULIANI Imp. Cafli­

res a P. CUN.ZEO tranfiati. Lugd. Bat. 1620. %\ma. It. in de

Tres Satyra menippea: nempe L. ANNSI SENECJE 'ArexeXcxéf-

inTii, JUSTI LIPSII, Somnium, P. CUNJEI, Sardi venales,

recenfitee £5? notis perpetuis illuftrata. Lip/ia 1720. in I2me>

De uitgever en de fcholiast, is GOTTL. KORTE, geboren te

Beesko in de Neder-Laufitz, die naderhand Profesfor in de

regten te Leipzig is geweest. It. vertaald in 't nederduits

onder den tijtel:


122

CUNiEUS. (PIETER)

geestig en in een lugtigen aangenamen ftiji gefchreven. Hij

britst 'er vrij gevoelig de valfe Geleerden, en de onwetende

Profesforen , die zig een fpel maken van de ligtgelovigheid

hunner verwonderaars en leerlingen; inzonderheid gispt hij

ook de Nederlandfe Godgeleerden, en beweert, dat die in

twist zijn geraakt over zaken, daar de beide partijen even

weinig doorzigt in hebben, en hij lagt hartelijk over de han*

del wijze van zodanige Predikanten, die, terwijl zij hunne

hoorders tot. het betragten van liefde en eensgezindheid aan­

manen, zig onderling door de allervuilfte lasteringen als ra­

zende wolven verfcheuren. Men zegt, dat CUNMVS die dit

Ruk in zijn jeugd heeft vervaardigd, in rijpere jaren 'er enige

al te bijtende zetten van afkeurde.

3. De Repuhlica Hebraorum, libri tres. Hebraa £? Graces

tmnia verbo tenus reddita latiné funt. Lugd. Bat. ap. L. ELZEVIER

1.617. Zedert dien tijd zijn 'er van dit werkje een menigte

drukken in 't licht gekomen, waar van voor den besten wordt

gehouden: variis adnotationibus illufirati a JOIIANNE NICOLAI.

Lugd. Bat. 1703. in 4fo. Ook is het in 't engels, frans

en hoogduits vertaald, gedrukt; mede in het nederduits ver­

taald door HUIG WILLEM GOEREE, onder dezen tijtel;


CUNJEUS. (PIETER) E*3

j2mo. It., met een Voorrede van AUGUSTYN BUCHNER. Wit-

•teb. 1643. in \imo. Deze BÜCHNER is Hoogleraar in de digt-

-konst en welfprekendheid geweest te Wittenberg, en is de

Schrijver ener inleiding tot de Hoogduitfe Digtkunde, en gebo«

*en 'te Bresden in 1591, en geftorven te Wittenberg in 1661.

Daar zijn nog vele andere drukken van dit geachte werkje,

swaar van wij flegts nog zullen opnoemen dien , welke dezen

tijtel voert: Orationes fcfc. ejusdem alia opuscula: Satyra mo-

•mppea, JULIANI Cafares, Refponfum in caufa poftliminii, cum

qitibusdam ejusdem Epiflolis nuncupatoriis. CHRISTOPH. CELL/RTUS

notas obfervationes addidit. Lipf. 1693. in iimo. Ib. 1723.

in iimo. Enige van deze Redevoeringen waren afzonderlijk

gedrukt, toen JAN CUNJEUS, zoon van den Schrijver, 'er de

verzameling in zijn geheel van heeft uitgegeven. Zij zijn wel

gefchreven, en kunnen tot modellen dienen voor Akadernife

Redevoeringen; de duidelijkheid en netheid gaat 'er in gepaard

met de fchoonheid en zuiverheid van ftijl. Zie 'er hier de

iijst van: I. In natalem Acadeinne Leydenfis. 2. De necesfitatt

Éf prejlantia Litterarum. 3. Ad Autlient. liabita. C. nè filius

pro patre. 4. De-annis Climatcericis, eorum vi in rerumpublic.

£? civitatum converfione. Hierin gispt hij op enen geestigen trant

de zogenaamde voorzeggingen van de Astrologisten of Sterre-

kijkers. 5. Exercitationum Oratoriarum, qace auüoritate publica

in Academia Leydenfi inftituta funt, inauguratie; habita 10 110-

vemb. 1620. 6. Cum Jurisprudentiam esfet prceleüurus. 9. In

SURTONII Galbam. 10. Cum ordiretur cxplicationem libri XIII.

Annaliiim TACITI. gx. Cum HORATIUM publicè prxküurus esfet.

12. Cum JUVENALIS explicationem ordiretur. 13. tn exequiis Cïsr.

EVERARDI VORSTII, Med. Prof. 14. In Exequiis Clar. EVER».

BRONCHORSTII ,' Jurisp. Profesfaris. 15. In Exej. Clar. CORN.

SWANENBURGII , Jurirpr. Prof. 16. In fitnere FRANCONIS BUR-

CERSDICII, Philof. Prof. 18. Super caufa judkiaria Senatus A-

cademici 2 febr. 1632. Hier na volgt het Refponfum in caufa

poftliminii, 't welk reeds in 1631 was in 't licht gegeven, en

dat tot onderwerp hadt: „ Drie Genusfe fchepen, hadden een

„ rijkgeladen 2'urks vaartuig bemagtigd, en dit vaartuig was

goe-


124 CUNERUS PETRÏ.

„ goede prijs, doordien de Gemiefen in duurzamen oörlog met

„ de Turken waren; maar het onftuimig weder hadt hun ge-

„ noodzaakt, een haven van Kandia welke aan de Fenetianen

„ behoorde in te lopen. De Fenetianen nu in vrede met de

„ Turken zijnde, is de vraag, hadden dezen het regt om hun

„ vaartuig te rug te eisfen ? CUMSUS beweert van neen, en

„ verdedigt de zaak der Genuefen." De verzameling waar van,

wij fpreken wordt bepaald door de Lijkrede op CuNiEus.

5. PETRI CÜN^I Epiftolce, Oratio in obitum Claris/. Bo*

NWENTUÜJE VULCANII, edente PETRO BURMANNO. Lugd. Bat.

J725. in 8vo.

CUN^US hadt nog voor het jaar 1632 gefchreven: De catijls

Juris £ƒ Faüi, earumque differentiis, doch deze Verhandeling

heeft nimmer het licht gezien, zo min als de Aantekeningen

over FLAVIUS JOSEPHUS, waar mede hij ver gevorderd was,

doch die wij gezien hebben, dat hij benevens andere belang­

rijke fchriften in zijn jongfte Ievensflond, aan het vuur heeft

opgeofferd. ——— ADOLP. VORSTII , Orat, /un. in obit. Clar.

CUN/EI. FR. SWEERTII, Athen. Batav. p. 286-289. SCALIGER,

in Scaligeranis /ecundis.. Voc. THEOD. EBERTI., Eulogia JCtorim

£? Politicorum ö 5

*. p. 100, 101. TOB. MAGIRI, Eponymolog.

in voc. TH. POPE BLOUNT, Cen/ura celebr. Auilwrum, p. 938-

940. MORH., Polyh. Lhter. Tom. I. p. 977. Polyh. Pratlic.

Tom. II. p. 562. CRENII, Animadv. Philolog. Part. V. p. 155—

161. Part. XI1L p. 167. Jo. FABRICII, Hift. Bibl. Part. I. p.

331, 33 2

- J- E. FOPPENS, Bibl. Belg. p. 970. P. FREHERI,

Theatrum, Part. II. p. 600. Catal. Bibl. BUNAV. Tom. I. Vol.

II. p. 1187. C. SAXI, Onom. liter. Pars IV. p. 184, 185.

582. BATLLET, Jug. des Scavans. Tom. JI. p. 414. PAQUOT,

Mem. litter. Tom. IV. p. 240-250. G. BRANDT , Hift. der Rt>

form. II. D. bi. 203. 243. IV. D. bl. 523. P. DE LA RUE,

Gelett. Zeeland, bl. 116-120. G. v. LOON, Nêderl. Hiftoriep.

II. D. bl. 233.

CUNERUS PETRI, Bisfchop te Leeuwarden, wierdt ge-'

boren van fchamele en behoeftige ouders te Duivendijk, een

dorp


CUNERUS PETRÏ. 125

\

tlorp op het eiland Schouwen in Zeeland, omtrent het Jaar

1550. Hij bragt zijne kindsheid te Brouwershaven döor, en

wierdt aldaar in de eerfte beginzelen der letteroeffeningen

onderwezen, waarna hij Leuven bezogt, om was het moogüjk

middelen te vinden tot zijn beftaan ten einde aldaar zijne ftu-

dien voort te zetten. ELIAS VAN SCHORE, een edelman van

die ftad, neiging en bekwaamheden voor de wetenfehappen

in hem befpeurende, plaatile hem onder 't getal zijner dienst­

boden , en gunde hem den tijd de fcholen te bezoeken. Na

zijnen wijsgerigen loop in 1^50 te hebben afgedaan, ftudeer-

de hij in de theologie, en volgde de lesfen der Hoogleraren

RUARD TAPPER en JOCHBM RAVESTEIN. Ten jare 1559 wierdt

hij tot Plebaan van St. Pieter te Leuven aangefteld, en in 1560

tot Doktor in de theologie. Met de aanftelling der nieuwe

Bisfchoppen, werdt hij met liet Bisdom van Leeuwarden be­

giftigd, en deedt aldaar zijne plegtige intrede den 1 februarij

1570. Zijn eerfte vei blijf was op het Blokhuis, bij ZEGER

VAN GROESBEEK , die 't opperbevel voerde bij afwezigheid van

den Graav VAN MEGEN; van hier wierdt hij dooreen gantfen

ftoet verzeld naar de kerk van St. Vitus tot Oldenhove gebragt,

alwaar hij met den mijter op 't hoofd en den zilveren flaf in

de hand, der aanwezende gemeente den zegen gaf, vertrek­

kende na het voleindigen van den avondzang, naar het kloos­

ter van de grauwe Bagijnen, daar hij bleef tot den 6den maart,

wanneer hij ging wonen in 5

t Monnikenhuis van Bergum,

\ welk naderhand tot de vergaderplaats der Staten is gebe­

zigd. Des anderen daags gaf de Bisfchop een heerlijk gast­

maal aan de voornaamften van den Adel en Geestelijkheid,

daar alles wat lekker is en de tong kan ftrelen, wierdt voor-

gediend, pogende door een vrolijken maaltijd, zegt GABBEMA,

den haat van zijn nieuw en lang afgeweerd ambt te vernieti­

gen en aan den Fries te betonen, dat hij zo vreemd niet was

van een gullen dronk, en ruim aangediste tafel.

Den eden der zelvde maand , wierdt een regtsgeding,

betrekkelijk ene trouwbelofte, in 't klooster van St. Anna,

voor hem bepleit, en den ioden voldongen. ALEF VAN AYLVA

in


126 CUNERUS PETRÏ.

in liefde ontftoken voor ANNA VAN DEKAMA, fprak haar aan,

om hare geloften van trouw, zo hij zeide aan hem gedaan,

geftand te doen; doch zij ontkende de belofte; 's Lands Ad.

vokaat daagde hen beiden voor 's Bisfchops ftoel, die de zaak

befliste met hun een eeuwig ftilzwijgen op te leggen. Daar

nu de huwelijkszaken altoos ter judicature van het Hoge Ge.

regtshof hadden geilaan, haalde deze zaak den Bisfchop in

den aanvang van zijne bedieninge, 's volks haat op den hal.

ze, die, bij voortgang van tijd, tot ruimer verwijderingen

uitborst.

Den 26 februar'ij wijdde CUNEEUS de Altaren in de St. Fittts

kerk, en maakte die tot een Dom- en Hoofdkerk. Tot deza

plegtigheid waren hem wegens het Hof, drie Adfesforen toe­

gevoegd, namelijk" ANTHONY DEL VAILLE, PIETER FRITEMA,

Raadsheren, benevens 's Lands Advokaat JAN CHARLES, die

teffens op Koninglijk bevel in last hadden', om hem in de

bedieninge zijnes ambts, en in 't bezit der aangewezene goe­

deren, te bevestigen. DEL VAILLE deedt bij die gelegenheid

een lange redevoering, tot lof des Bisfchops, ten flotte daar

bij voegende, dat het Hof aan den Bisfchop befcherming ver­

leende , en een ieder aangemaand wierdt, om aan hem de

verfchuldigde gehoorzaamheid te bewijzen; ingevolge bier van,

beloofde hem ook 's Lands Advokaat 's Hofs befcherming, in

alles- wat niet ftreedt tegens het regtsgebied en de vrijdom­

men van den Landsheer.

Door deze gunftige toezeggingen gerugfteund, aanvaardde

CUNERUS den 3 maart 1570, het bezit van 't klooster te Bei-'

gum, en zulks in weerwil van den Prior, daar hij zig egter

weinig aan kreunde, fchoon deze reeds op den brief van AL-

VA en de verklaring van den Raad, hadt geantwoord: „ Dat

„ hij niet vermogt het klooster aan den Bisfchop over te la-

„ ten. Zij waren het kapittel van Windesheijm, dat hen voor

„ een lid erkende, onderworpen, en hadden ingevolge daar

van vele vrijdommen, zo van de Conciliën als van Keizer

„ KAREL zeiven verworven; die het Trentife namaals bekrag-

tigde. Wat den eed betrof, dien ftaafden zij aan het hoofd

„ hun-


CUNERUS PEÏRL K7

-„ hunner orden, die. duldde in 't geheel niet de vervreen>

„ dinge van hem noch zijne medebroederen. Ook bleek

het, dat zij, door een overoude verbintenisfe, verknogt

», waren aan de Staten van den Lande van Friesland; derwij-

„ ze, dat zij niet vermogten, in die vernietiging naar eigen

„ zinnelijkheid te bewilligen. Zij waren altijd Dienaars ge-

„ weest van den Koning, zijne Stadhouders en derzelver on-

„ derhorigen; dervoegen, 't onbillijk fcheen , dit klooster

„ uit te roeijen. Dat daar te boven nog, in die magere

„ landftreek, velen huisgezinnen, als mede den reizigers naar

„ Groningen, tot hulp verftrekte. Hun inkomfte bleef, door

„ de dagelijkfe liefdegaven, zeer befnoeid, en konde, ter

„ naauwer nood, 2000 gulden 's jaarlijks halen. Zij leefden

„ zeer zuinig, en waren van een onberispelijken wandel,

„ nemende alleenlijk den godsdienst waar, ten einde, om

„ anderen, die elders niet te ftigtelijk leefden, ten goeden

„ voorbedde te verftrekken; daarbij was hun gewiste opregt,

„ en zij kenden zig aan geene ondaad fchuldig. Om kort

te gaan , hun regt aan den Bisfchop over te leveren , duldde

„ noch de regel hunner orden, noch des Pausfen conciliën

„ en magtbrieven." Ook gaf de Prior verzoekfehriften aan

het Hof in; en PAULUS COSTERUS , Prior van St. Salvator in

Thabor, van de orden der geregelde Kanunniken des Kapittels

van Windesheijm, deedt mede protest wegens het voorfebre-

ven Kapittel. Dan dit alles kon niets baten; de Bisfchop

ftoorde zig aan geene dezer wederftrevingen, en hij eigende

zig het klooster met den aankleve van dien toe; ja hij ver-

kogt bij openbare veilinge, de roerende goederen, koeijen,

paarden en al wat 'er maar te vinden was. Des de Prior

genooddrongen zijnde voor het geweld te bukken, zig liet

paaijen met 100 guldens jaars, en nog 100 boven dien, voor

eens, met de betalinge zijner fchulden, welke nog geen 50

guldens beliepen ; voorts een kamer in St. Anna's klooster

te Leeuwarden, met twee bedden, en 't, geen 'er toe behoor­

de, benevens vier fchuiten turfs; dit alles te vinden uit de

goederen van Barra-kloostcr. De Monniken verkregen door

voor-


123 CUNERUS PETRÏ.

voorfpraak van DEL VAILLE , FRITEMA en 's Lands Advokaat

CHARLES, elks 100 guldens, met een bedde, gedurende hun

jèven. Op de zelvde wijze handelde de Bisfchop met de

Pioostdije van 't Zand, te Bolswaard gelegen, en op den sden

der maand met Mariengaarde.

Den i2den van de zelvde maand, wijdde CUNERUS de kerk

te Nijenhove, die hij door het prediken der Onroomfen ont­

heiligd verklaarde. Zijn eeriie kerkelijke vergaderinge hieldt

hij den zsften meij in het Predikheren klooster, daar het me­

rendeel der Geestelijkheid 1 an den lande verfcheen, deze ein­

digde na drie dagen zittens. PIETER FRITEMA en FOKKO ROM-

MARTS, Raadsheren, Ronden, door last van 't Hof, hem bij.

't Doel hieldt meest op 't aannemen van het Concilie van

Trente, dat zij vastflelden. Vervolgens ging hij den i3den

julij, met die beide Raden en den Aartsdiaken DOUWE BEN-

DIKXT op reis, om zig insgelijks in de andere Reden voor

Disfc'iop te doen erkennen. Dit verrigt zijnde, bezogt hij ten

zeiven einde de kerken van Oost- en Westergo benevens die

der Zevenwouden, zoekende hem daar door aangenaam te ma­

ken en zijn flcel te bevestigen; 't welk ook voor een wijl ge­

lukte, ten tijd toe namelijk, dat hij tot alle oveidaad, onge-

bondene wellust, geidfchraperijen en dwaasheden'van aller-

Jeije foort verviel, die hem niet alleen belachgelijk, maar ook

bij een ieder veragt maakten.

Het vernietigen van de kloosters Mariengaarde, Bergum en

de proostdije van Bolswaard, 't verkopen van den Reen , en

de kerkhoven te maken tot weijland, daar de graven der FHt-

Jei^ voorzaten van de beesten, wierden opgedolven, de ligha-

men én de doden ontdekt, ftak velen van dit vrijheidmin­

nende volk in den krop. Hij trok ook alle geestelijk regtsge-

bied tot zig , fchattende de Priesters op de helft en derde

part in hun inkomen, verders nam hij ook onbetamelijke boe­

ten van de Mennoniten en anderen. GABBEMA zegt, een

brief van den Prefident VIGLIUS te bezitten, waarin bij hem

onder anderen fchrijft: „ Dat het werk van enen goeden

Herder is, zijne fchapen te fcheren , en niet te villen."

Uit


CUNERUS PETRI. I i 9

Uit een zijner Boekskens, handelende: Van 't ambt eens Chris.

ten Prinfes, kan men geredelijk opmaken , door welk een

i geest hij gedreven wierdt; zie 'er hier een ilaaltjen van:

[ Hij beweert aldaar onder anderen, „ dat 'er geen dwaling

, „ noch bijgeloof in de Roomfe kerk plaats vindt; maar be-

„ ftempelt alle leringe en gebruik van anderen, die buiten

• , „ dees kerk zijn, met de naam van vervloekte Ketterije, die

i , „ door de Vorften behoort geftraft en uitgeroeit te worden."

• i Ingevolge zijn voorgeven: „ welt de Ketterije voort uit het

„ fchorsfen der bloedplakaten en het ftaken van de voormaals

»» gepleegde wreedheid. Want Holland, luidden zijn woor-

„ den, Zeeland, Friesland, Flaanderen en Braband, hadden

! }, zeer luttel ketters, die hier en daar in't heimelijk verftrooit

„ waren, toen 's Kodngs plakaten naar geftrergheid wierden

„ uitgevoerd; doordien de Ketterije, als toen doer de toom

f „ van de Roomsgezinde Overigheid, dermate was gebreideld,

1 „ beangst en te onder gebragt, datze ter nauwerncod in ho-

! „ len en hoeken kikkende wierdt vernomen." Tot een Voor-

!• 3 beeld, „ voert hij hier Italiè'n, Siciliën, Portugal en andere.

!• „ landen aan, daar het ftraffen van Ketters de overhand heb-

„ bende, befiierd door de naarftige waakzaamheid der Ove-

:• „ righeid, oneindig minder met dat euvel befmet zijn. E-

'i ; » doch, toen onze Opzienders begonden te fluimeren, en de

, „ vreze voor hun uit den weg was geruimd, zo is deze

! £ „ rook, met welke de lucht zo zeer verduistert en befmet is,

j „ e\en als uit een opene put des afgroncis, in zulk een me-

!• „ nigte als van een groten oven, opgefteigert, en de Ketters

„ zin even gelijk fprinkhanen en boos kruid, vermenigvuldigt

:• | „ tot grmtfe hopen." Verders, „ wil hij niet dat zijne Rooms-

(• „ gezinden er.ige handel of verkering mogen aangaan met

s ' „ iemant van ene andere geloofsbelijdenisfe, maar alle de

!• „ zodai.igen wil hij voor heidenen en tollenaars gehouden

a „ hebben;" begerende op dusdanige zaamverbondene Rooms-

Ü gezinden toegepast te hebben, de woorden van PAULUS : "En

» « wilt het juk met den ongelovigen niet trekken: tvant wat deelag.

.' i tingmaklnge is 'er met de geregtigheid en ongeregtigheid? enz.

I. DEEL. I - Al-


CUNERUS PETRJ.

AHeo dr© den Roomfen godsdienst niet belijdenzijn hem de

dood» helle, logen, bet Beest, Openb. XIII.. befchreven;

voorts wolven, dieven,, moordenaars, melaatfen, met de pesi

beöaetfejft * BelialsJtinderen. Integendeel zijn de Roomsge­

zinder voor hem : : levqn , hemel, waarheid , lammeren i

ïegtvaardigen , ja CHRISTUS zeiven, enz. Het was dus in

geene» deel© te. verwonderen, dat de ingezetenen van den

landebij zijne aankomst reeds enen verregaahden afkeer voor

he.m. gevoelden, daar zij bij voorraad, wisten, welk een heil­

loze, imborst' hem. bezielde, en welk een. vervolgzieke aar»

fel, zijnen boezem zwoegde..

Qp den ï augustus van dit zelvde jaar, liet CUNERUS de.

Jflaien. verkondigen, en Relde tot Biegtvaders aan,. Heren

ANNE, Ofïkiaa! zijn's Hofs, en Pastoor tejorwert; Ivo,. Dêi

ken en Pastoor in de Hoofdkerk , benevens DOUWE B-ENE-

iprxT-, Kanunnik en Pastoor, den Prior der Predikheren, en dé

Gardianen der Minderbroeders te Leeuwarden; JELLE , verkoren

Pastoor t§Sneek; ENGEL. JAKOBSZ., Vikaris te Dokkum, met de

beide Pastoren in Bolsward. Zeker onbekende, die zig ver-

fchool onder den verbloemden naam van THEOPHILUS GELASIUS ,,

maakte een werkje, door den druk gemeen, waar bij hij deze

handelingen van den Bisfchop op ene geleerde, geestige, en

teffens boertige wijze hekelde en het ongerijmde daar van

aantoonde; het voerde geen anderen tijtel, dan flegts deze

woorden: In breve Pontificis, t veniq dignantis Jefim, Invebli

facra-, jive Ironica redargutio. '»

Na dat GASEAR ROBLES, Heer van Billif, in melj 1576,

BARTHOLD. ENTES uit Friesland verjaagd hadt, kwam JAN

KNYF, Bisfchop van Groningen, te Leeuwarden, om hem daar

over geluk te wenfenbij deze gelegenheid predikte de. Gro­

ninger Bisfchop, in de Hoofdkerk; en, na voleinden van den

dienst in grote pragt-, fpoedigde men diswaarts, eerst ten

huize van den Pi.efident 's Hofs van Friesland, vervolgers bij

ROÜLRS, en ten laatften bij den Bisfchop vaa Leeuwarden,

daar ene der tijd- en, tafelgenoten van dat gezelfchap van ge-

tuigt: is het ons geoirlocfc, de uitgelezenRg wijnen bij

,. Nee •


CUNERUS PETRI. t 3 I

NeSttr, en de kostelijkfte en verfcheiden foorten van fpijzen

„ bg Ambrojijn te vergelijken , daar zo veel Kerkvoogden,

„ Krijgshelden, en Raadsheren om zaten, waarlijk gij zoudt

„ geuit hebben, dit is het regte flempmaal der Goden; in

„ welke noch APOLLO'S minlijk zanggekweel, noch ORFEUS

„ lier ontbraken, aangevuurt door de uitftekendfte maatzan-

„ gers, tot blijk van een dankbaar harte over de verworvene

„ zege."

Toen in het jaar 1578 de hekken in Friesland waren ver­

hangen , en de Staatfe partij meester was geworden, liet de

Graav VAN RENNENBERG , die 'er het opperbevel voerde, CU­

NERUS PETRI vatten, eensdeels om zijn ftordig levensgedrag,

doch wel voornamentlijk om zijnen ijver voor de Spaanfe Re-

geringe; eerst wierdt hij op het blokhuis te Harlingen gezet,

doch kort daarop naar 't klooster te Eergum gevoerd, daar

hem 8oo guldens tot zijn onderhoud werdt toegelegd; doch

de Bisfchop, dien dit leven verveelde, ontvloodt het eerlang;

anderen zeggen, dat hij gebannen wierdt; zeker is het, dat

hij zig in 't eerst naar Munfter begaf, en aldaar enigen tijd

den dienst als Wijbisfchop waarnam; vervolgens zijn verblijf

te Keulen vestigde, alwaar hij zijn tijd fleet met fermoenen te

doen en onderwijs in de godgeleerdheid te geven. Hij ftierf

in genoemde ftad den 15 februarij 1580 in den ouderdom van

ruim 48 jaren, en wierdt begraven in den Dom, bij het al­

taar der drie Koningen; zijnde naderhand dit graffchrift ter

zijner gedagtenis vervaardigd:

P I E T A T I S A C R U M .

Qcciduae Frijice CUNERUS Epifcopus {Hospes)

Primus £ƒ extorris dormit in hoe tttmulo.

Devixit Arno Saint, CIDJO.LXXX.

xv. Febr. eetat. XLIX.

pojitum è

GAUCONE GAuKEMA, FRISIO

Canonico Mariano, AquisgranenJL

Mtlo annl VnDeCIMI.

R. I. P.

I 2 Men


sfc CUNERUS PETRf.

Men ziet door de werken, d'e deze rrotfe Kerkvoogd heeft

in 't licht gegeven, dat zijn voornaamfte ftudie beftond in dg

wederleggende Godgeleerdheid; doch *wel verre van zijne partij

door luagt van gegronde bewijsredenen te zoeken te overtuigen;

nam hij laster en fchelden te baat; aiomme ft'raalt in zijne

fchriften de helfe geest van onverdraagzaamheid door; en de

middelen van overtuiging die hij te werk wil gefield hebben

om de dwalenden op het regte fpoor, dat is tot dé Roomfe

kerk te mg te brengen, zijn, om die, na gedane vermaning,

door middel van gafg en rad te overtuigen-; daar te bo­

ven firsatt 'er nog ene onvergeeflijke toegevendheid in door,

ten aanzien van zodanige Geestelijken van de Roomfe geloofs­

belijdenis, die zig aan de fnoodfte misdrijven, vrouwefchen-

tfing, diefftal en moord zelvs niet uitgefloten, hebben fcbul-

dig gemaakt, quanfuis berouw tonen en boete doen. Met

dit al, heeft JOH. THOMAS DE ROCABERTI, Aartsbisfchop en

Onderkoning van Valence, de fchriften van CUNERUS PETRI

waardig gekeurd, om ene plaats te vullen in de Bibliutheca

maxima Pontificia, in XX foliant-delen ten jare 1698 te Ro­

me gedrukt, in zig bevattende, zo als de Verzamelaar zig

uitdrukt, bijna alle de beste. Schrijvers, die den Roomfen

Stoel met hunne pennen verdedigd hebben. Zie hier ene

lijst van zijne uitgegevene werken; zo in het nederduits als

latijn.

r.


CUP. (WILLEM)

.4, Ftatuta Synodi diteeefasue Ixovardlce A Rev. OUNERO PETRI

anno M.D.EXX. die 25, 26 £? 27 apn'/ff celebratce. Lovan.

J570. «n 8MJ.

5. De Misfe Saerificio, tra&atus. Eodem authorc, de Merite-

rum Chrifti £ƒ SanStonm ccnfenfu. Item. Quaftknes Paflemks.

Et de celibam Sacerdotum, sênumMo. Lovan. 1572. in lïme.

•6. De Clfriftiani Principis officie, £f quce fecundtm confcien.

tiam ex facris literis ci debetur obedkmia. Col. 1588. in izme.

7. Tiaiïa'us aliquet kfignkres de gravisjïmis Theolog :

ee Cfois*

tiana Co •traverfiis, opus novum, doüum & ekboraVim, in que,

qua; .de Peccato wigvnali, Gratia, libero arbitrio, vkmtate, jiifli-

jicatione^ aliisque, boe temport dispvtantur, turn adprivatas perku-

hfasque qihrundam opiniones convellendas , eleganter Éf fubtilifer

excutmntur. Colon. 1583. W izme.

•8. De Cura Coiporis humani, pro Geneis ulïisqne pik honini'

lus, é Sacra Scriptlira & Patribus, Cokn. 1587. in tzmo.

9. Curfus B. MARUE Virginis, in ufum Religkjorih'a Ordiidt

5. Benedicli cultus emendatus. Ingoijl. 15 87,

10. ï?ct ambt ener «ThjifSeri i&iaff#& StfwfeÖ 15-6$. ia

121110. L. GUICCIARDIN, Defcript, Belg. p. 214. FR.

SWEERTII, Aihen. Belg. p. 167. & Faft. Acai., 44. ïrö, 117,

J. F. FOKSENJ, Belg. p. 222. VAN HECSSEM, Hift.Epïfc,

Leovard. p. 40--43. CASTILLION, Satra CIiremL p. 489,

490. GAZET, jffi/fc £f«fjf.


134 CUP. (WILLEM)

WËLY , wegens de Ridderfchap ter Staatsvergadering van

Gelderland verfchreven.

Na dat WILLEM de latijnfe fcholen in zijn vaderftad hadt

doorlopen, wierdt hij tot meerder vordering in het eerfte vak

der letteroeffeningen, aan het opzigt van JAKOB LETTE of LET-

TINGIUS, Rektor der triviale fcholen te Leiden, toevertrouwd.

Hier enigen tijd, met veel vordering het onderwijs van dezen

kundigen Schoolvoogd genoten hebbende, wierdt CUP Akade-

mie-burger, en hoorde in de philofophie de Hoogleraren GIL-

BERTUS JACREUS en FRANCO BURGERSDYK; in de fraije letteren

hadt hij tot Leermeesters een paar mannen, welke gedurende

de gantfe eeuw, waar in zij leefden, onder de beroemdften der

wereld, in genoemde wetenfehappen, moeten gerangfehikt

worden, namelijk DAN. HEINSIUS en GERII. JOH. VOSSIUS.

Doordien nu CLP de regtsgeleerdheid tot zijne hoofdftudïe

hadt gekozen, lei hij zig ook inzonderheid op het beoeffenen

van die wetenfehap toe, en hadt daar in tot Onderwijzers,

de beroemde Mannen EVERH. BRONKHORST, KORNELIS S WA­

GENBURG, JOHAN LINDERSHUISEN, NIKLAAS DEDELIUS en PIE­

TER CUNJEUS, onder het.beftier van welken laatstgenoemden hij

ook met de waardigheid van Doktor op den 15 januarij 1627

wierdt bekleed, na openlijk ene verhandeling de Privatif

delitlis, verdedigd te hebben.

Vervolgens bleef hij te Leiden wonen, en gaf aan de ftude-

rende jeugd private lesfen in de regtsgeleerdheid; met welke

nuttige tijdkorting hij aanhield tot op het jaar 1634, wanneer

hij tot gewoon Hoogleraar in de regten aan het Gijmnafium

te Harderwijk wierdt beroepen, vervangende den leerïïoel van »

ANT. MATTHiEUS, die in de zelvde hoedanigheid naar Ucreclit

was vertrokken. Gedurende het tijdvak van 12 jaren nam hij

aan dit Illustre fchool de aan hem opgelegde taak met ijver

waar, en vormde menig jongeling tot den dienst van THEMIS;

ten tijd toe, dat door den dood van MARTINUS WYBINGA, de

profesiie in de regten te Franeker zijnde opengevallen, Cura-

teuren van Frieslands Hogefchool, ten einde deze breuke te

bwteren, hem in deszelvs plaats ten jare 1646 beriepen, wel­

ke


CUP. (WILLEM) Ui

fee waardigheid hij ook den i$ maart van het Zelvde jaar mtt

de gewone plegtigheid aanvaardde.

Toen hij eerst te Franeker kwam, Wierdt hij door een ge*

Weldige alledaagfe 'koorts aangetast, die wel haast in een

hardnekkige vierdendaagfe ontaarde, en hem gedurende dertig

Volle maanden aan enen ziekelijke'n en lustelozen toeftand kïuis»

terde. Hiervan herftelde hij nogthans gelukkig, egter 'niet zon*

der veel van zijnen voormaligen fleur en kragten verloten ïit

hebben, inzonderheid hadt zijn geheugen veel geleden. Ö*

jougfte ziekte welke hem ten grave floepte, greep hem «at*

In het begin Van het jaar 1667, en maakte een einde Va»

zijn leven op den 15 januarij. Zijn üjkoratie Wierdt ukge£pro*

ken door zijn ambtgenoot, den geleerden ULRIK HVSÉS., zijn»

de die eerst afzonderlijk gedrukt, en naderhand gevoegd bij

•de Aufpkia Domeftica van genoemden Ho*glersar. Ongemeen

is de lof, die hem hier in, zo ten aanzien van zijn zedelijk

karakter, als geleerdheid wordt toegemeten-. Zie U. HUBEK/Ï»

Aufpkia Dmnefb. p. 412, 4*3- 437- Hij begraven ÏSi èl

Martini-kerk te Franeker, zijnde op den fteeft» die zijne tü$£«

plaats bedekt, het volgende graffchrift gebeiteldï

•Hoe Saxo coiitinêntur ' osp

Viri Clarisjimi

S ü l L I E L M I C U P , J. U. ö.

£jusdemque Facültdiis, dum viverct

Profesforis apud Frifks primariii

Nati Bommdie,

iDenali Franekerce XVÏ. Jan. i667e

•Mtat. 63. beatam refurrstlionem

Cum fideübtis expetcantis.

in charisfimi Pairis.fui

Memoriam

Moeftus 'pofuit Films

WIWAWDUS CUP, J. Üo B.

'tweemalen heeft ohze Hoogleraar de aanzienlijke WftSr$jj'

heid van Rektor magnificus bek'eed» ïiameljjfc in "M

i 4 t«$t»


136" CUP. (WILLEM)

1658. Nog te Leijden zijnde, huwde hij aan GEERTRUID GOR«

BON, gefproten uit een zeer oude en deftige familie in Schop-

land, ene dogter van JOHANNES GORDON, Kapitein in het lijf-

xegiment van den Prins VAN ORANJE. HUBER getuigt, dat

zij ene uitmuntende vrouwe was, die tot fieraad van hare

kunne verftrekte, godvrugtig, zedig, deugdzaam, deftig, haar

man hoogachtende en beminnende, daaibij een zorgvuldige

huismoeder. Zij ftierf den 5 janüarij 1653, na hem zeve*

kinderen gebaard te hebben, waar van vier, drie zoons name­

lijk en ene dogter, onzen Profesfor hebben overleefd, j. JO­

HANNES, is Advokaat geweest voor den Hove van Friesland.

2. ALEXANDER, geboren den 6 november 1635; wierdt Dok­

tor in beide de regten, den 16 junij 1659, na alvorens ene

Verhandeling de Qjiajlioiiibus, openiijk onder voorzitting van

den Hoogleraar JOH. JAK. WISSENBACÏI verdedigd te hebben;.

Bij 't Hof van Friesland wierdt hij ten jare -iCóo als Advokaat

toegelaten, en den 8 december 1680 tot Penfionaris van Leeu­

warden aangefteld. Hij ftierf den 19 janüarij 1690, na bij

zijne huisvrouwe ELSJE VAN MARSSUM , 4 dogters en 2 zoons

verwekt te hebben. Zijn kleinzoon, mede ALEXANDER CU?

genaamd, heb ik van nabij gekend, hij was een kundig Tim­

merman en Architékt, te Leeuwarden; en hadt den algemenen

roem, van een eerlijk en braaf man te zijn; onder meer kin-

deren, verwekte hij bij zijne huisvrouw N. VERTOMME, ene

dogter, AMELIA genaamd , een lieve en verftandige meid.

3. WYNANDUS , wierdt insgelijks Doktor in de regten en Ad­

vokaat voor den Hove van Friesland. 4. De dogter, ELIZABETH

genaamd, huwde aan JOHANNES BUNINO, Advokaat te Enk­

huizen.

Ten tweedenmale begaf zig WILLEM CUP in huwelijk met

KATRYNA RENEMAN , ene dogter van JOHANNES RENEMAN,

die eerst is geweest Adfesfor van het Krijgsgeregt te Groningen

en vervolgens. Raad en Advokaat-Fiskaal van de Admiraliteit

te Harlingen. Deze KATRYNA wordt door HUBER niet alleen

als ene gedienftige huisvrouwe, maar teffens ook als ene bra­

ve en zagtzinnige fteemoedergeprezen. Profesfor Cup ver­

wek-


CUPERS. (HERMAN DIEDERLK) 137

wekte bij haar een zoon en twee dogters, waar van GEER­

TRUID en JOHANNES EGSERT vroegtijdig zijn geftorven, doch

de jongde ALBERTINA, heeft geleefd tot in 1737, hebbende

tot haar einde toe te Franeker gewoond.

De uitgegevene fchriften van onzen Hoogleraar beftaan in

de volgenden: 1. Disputationes ad Inftitutiones Lnperiales. Har-

derv. 1634. in iimo. Franeq. 1650. in Svo. 2. De Succesftoni-

lus disputationes XXVI. Franeq. 1651. in /Lto. 3. D.isp. de Lege

Falcidia. Ib. 1649. in $to. 4. De Obligationibus, DLputatio-

nes XXXVIII. Ib. 1654. in 4(0. 5. Nota ad Inftitutiones Ju­

ris. Ibid. in 4to. 6. Fascicubts Disfertationum Juriiiicarum. Ib.

1644 in Svo. U. HUBER, Orat. in obittm Clar. Viri ÖV.

J. F.:'FOPPENS , Bibl. Belg. p. 397. E. L. VRIEMOET, Athen.

Frijic. p. 387-394-

CUPERS (HERMAN DIEDERIK) , Konstfchilder, ge­

boren in 's Hage den 29 december 1707, heeft de eerfte be­

ginzelen der konst geleerd bij PIETER VAN KUIK, maar' door­

dien deze Meester de fchilderkonst vaarwel zeide en de ets-

naaide voor het penceel verwisfelde, deedt hem zijn vader

onder het opzigt van den Hiftóriefchilder MATTHEUS TERWES­

TEN, met wien hij vele jaren in ondeilinge vriendfchap was

bekend geweest.

Na dat'CuPERS zig omtrent drie jaren bij dezen meester

zo in de teken- als fchilderkonst geoeffend hadt, verliet hij

hem, zettende met naarftigheid de konst bij zig zelv' voort,

zo naar goede voorbeelden, als het tekenen op het Akademie

en het fchilderen naar 't leven, om dus op alle wijzen zijne

ftudie te bevorderen; genietende ondertusfen nog al veeltijds

goede onderrigting van fommige meesters, die genegen en

goedwillig waren om jonge Schilders dienst te doen en voort

te helpen.

Zijne genegenheid bepaalde zig meestal, tot het fchilderen

van hiftorien, pourtraitten en moderne ka'oinetftukjes, daar

VAN GOOI> getuigenis van geeft dat lof verdienen; ook bevlij-

tigde hij zig in 't fchilderen van basreheven, en wel met dien

I I 5, goe-


ï38 CÜPERS. (LAURENTIUS)

goeden uitflag, dat zij de achting van kundige liefhebbers naar

zig trok. Ten huize van den fleer SCHIMMELPENNING Here van

Meerkerk, heeft hij drie ftukken welke ongemeen fraij zijn,

gefchilderd. Het eene verheelt de Faam,, die de aanfteiling

van Prins WILLEM DEN IV. tot Stadhouder afkondigt, toet

enige kindertjes en ander bijwerk. Het tweede, den Gods­

dienst en de Vrijheid, rustende onder de fchaduwe van een

Oranjeboom. Het derde vertoont de vorftelijke Familie, den

Hemel dankofferende voor het gefchenk van den jonggeboren

Prins. Ook heeft hem zijn konst-ijver aangefpoord tot het

tekenen van welgelijkende Pourtraitten met kraïon, die fraij

van kleur en behandeling zijn. Vele van zijne kabinetftuk-

jes zijn zo in de Verzamelingen der liefhebbers in 's Ha-

ge, als elders te zien. De tijd van het overlijden dezes

konstrijken Schilders is mij niet gebleken. Jon. VA»

GOOL, N. Schmmb. der Ned. KonstJchilders &c. II. D. bl. 327b

330. §([(8tmctit. £un|ïï« £crlco8, 1779. f. iSS.

CUPERS (LAURENTIUS), is geweest Karmeliter Mon­

nik, Provintiaal van de kloosters zijner orden in de Neder­

landen, Doktor in de theologie, een geleerd Prediker en on­

gemeen ervaren in de gefchiedenis van zijn vaderland. Hij

ftierf te Brusfel den 29 maart 1594, in den ouderdom van

.66 jaren, en is in genoemde ftad in de hoofdkerk begraven,

met dit. graffchrift i

Hic pofid Frater LAUSÉNTIUS osfa CUPERUS.

Die requiem leBor manibus ergo meis.

Ut dum finis erit mundi dcfunüaque furgent

Corpora, perpetuum mittar in Elyfium.

CUPESS heeft de -volgende Werken in *t latijn door den

druk gemeen gemaakt: ï, Theatrum Mundi minoris, five hu*

m&nce Calamitatis Oceanum* Adjocit lïbellum de Dignitate H

nis. Antv. 1576 £f 1607. in ïzma. 2. B. Aams Genealo-

giam & Vitam ex vétuflisjimis Ecclcfice DL\ cmicinnavit. Ib»

Ï5Ö2. in i6mc% $, 'A>$p*!xt» ÈV^*T«e, Quaïuor Imninis m-


CUPERS. (PIETER) 139

tisjima Concknibus XXIV explicavit. Cum Paracleji ad fludium

Jpiritualis milities. Colon. 1583. in Svo. —— J. F. FOPPENS,

Bibl. Belg. p. 806.

CUPERS (PIETER), te Mechelen geboren , is geweest

Dokter in de regten en Advokaat voor den Hogen Raad

aldaar, hij wierdt tot een lid van dat Geregtshof aangefteld,

maar de dood belette hem die post te aanvaarden. Hij

ftierf ten jare 1689 , en ligt begraven in de kerk van St.

JRumold, te Mechelen, alwaar men dit graffchrift van hem

ieest:

D. O. M.

Nobili Domino PETRO CUPERS

In ƒuprema Regis Curia confüiario,

defunBo 26 Maii 1669.

£t Dominee MARLE VAN DER HOPSTAT,

ejus Uxori,

defunBce 6 Augufii 1685.

FUlee D. ANTONII VAN DER HOFSTAT

Toparchee de Muyfehvyck,

qui obiit 19 Augufii 1670.

Ut Domicel. ANNE LAURIN ejus conjugis,

mortua 12 augufti 1675.

Oui mnnes hoe Tumulo clauduntur;

•X,

Quem pojuit, £ƒ eodem quoque clauditur mcefius hceres f

et pmdiBi PETRI Filius

Nobilis Dominus

DANIËL FRANCISCUS CUPERS.

Hij heeft gefchreven: TraBatus de evittione ABionis hyp*i

thecariee, fécundum Confuetudines Mechlinienfes etc. Zijnde na­

maals door zijn broeder WILLEM CUPERS, die Sijndicus en

Penfionaris der ftad Mechelen is geweest, voltooid, vermeer­

derd , en door den druk gemeen gemaakt, te Mechelen ten ja­

re 1679, in 4to. J. F. FOPPENS, Bibl. Belg. p. 971.

CU- .


.T4-0 CUPUS. (PIETER)

CR7PTJS (PIETER), is geweest RemonJlranU Predikant te

Woerden, en wierdt, na dat 'er veel oneulgheden tusfen zij­

nen aannang en die der Contra-Remonjlranten waren voorgeval­

len, in zijnen dienst gefchorst. De Magiftraat aldaar kost

namelijk goedvinden, om op den 30 november 1618,

terwijl hij uit de ftad was, een briefje aan zijn huis te zen­

den, waarbij hem verboden wierdt, om voortaan binnen de

kerk of eideis in de ftad te prediken, ter tijd toe, dat de

Gecommitteerden van de Staten, en de Gedeputeerden van

het Delfje Sijnode aldaar zouden gekomen zijn, aan wien men

de reden van de fchorfing in zijnen dienst zoude open leggen r

latende egter den Predikant PIETER EEICQUINGNY , die insge­

lijks tot de Remonjiranten behoorde, vrijheid

o n i

den kanfel te

beklimmen. CUPUS bevondt zig toen ts'Dordrecht ten einde

de gedaagde Remonjiranten, met raad en hulp' ten dienst te

ftaan, en hij behoorde onder het getal van die genen, welke

HUIG MUIS VAN HOLY, aangezien hem, zo wei als de ge­

daagde Remonjiranten, bevolen was binnen Dordrecht te blij­

ven, om voldoening hunner daggelden aanmaanden, doch

van hem een fchamper antwoord ontvingen; waarop Cu­

pus aan Muis VAN HOLY toevoegde: „ zijt gij hier Mijn-

„ heer om ons te helpen veroirdelen, dan zijn wij er kwa-

„ lijk aan. Zijn ons de Heren moede, men wijze ons

„ flegts een plaats aan, daar zij willen dat wij gaan zul-

„ len."

Op' den 1 janüarij 1619, kwamen de Gecommitteerden

Van de Delfje Sijnode te Woerden, ook waren drie dagen te

voren reeds de beschuldigingen van de Contra-Remonjlranten

der Klasils, tegens de Remonjiranten, en met name tegens Cu-

ptjs aan hun bezorgd, die^ook aan denzelven, met verlof

uit Dordrecht te Woerden gekomen, werden ter hand * gefield,

CUPUS zijne befchuldigingen gezien hebbende, zeide; „ wel

„ te voorzien wat 'er volgen zoude," en deedt, op den ge-

melden iften janüarij, na dat BKICQUINGNY gepredikt hadt,

een aanfpraak tot het volk, waarbij hij het vermaande tot

ftandvastigheid, in het geen hij hun geleerd hadt. Op den 5

junij


CUPUS. (PIETER) 14*

jrmij werdt de onderhandeling aangevangen, de vergadering

waar voor hij verfcheen, beftond uit viei Kommsfarisfen van

de Staten benevens vier Piedikanten. Gelijk men ligt kan

vermoeden, wierdt CUFUS in het ongelijk gefteld, zijne ver­

antwoording voor onvoldoende gehouden; en hoe konde

zulks cok anders uitvallen ? doordien zijne Regters zijne par­

tijen waren!

Gedurende de onderhandelingen, verzogten de Ouderlingen

en Diakenen der kerke van Woerden, gerugtieund door het

grootfte gedeelte der Gemeente, aan de afgezondene Kommis-

' farisfen zo politijk als kerkelijk bij request, dat zij de dienst-

fchorting van hunnen Herder Crus door de Magiftraai, ge­

daan, door hun gezag wilden vernietigen. Men begrijpt ligt

dat dit afgeflagen wierdt; hierop deden zij een ander verzoek,

namelijk, dat CUPUS in geval van ziekte of dood van BR:C-


i-J.2

CUPUS. (PIETER)

jaren als fukkelende, toeftand, een behoorlijk onderhoud te

vergunnen.

CUPUS begaf zig vervolgens op bevel der Staten, naar

Dordrecht, verbleef aldaar met de gedaagde en gearreiïeerde

Remonjiranten, tot dat het Sijnode een einde hadt genomen j

en bevondt zig onder bet getal der afgezette Hollandje Pre-

dikanten, die in de maand junij dezes zelvden jaars, een Ver­

toog aan hun Hoog Mogenden inleverden, met verzoek om

ontflag; waar over bij en VAN BORRE, enige dagen later,

een gefprek met den Griffier AARSSENS hadden, die hen met

goede en kwade woorden afzette.

CUPUS vervolgens in 's Hage, voor de vergadering der

Staten van Holland gehoord zijnde en van geene misflagen

kunnende overtuigd worden, wierdt hem ook geen verder

leed aangedaan. In julij 1610 bevondt hij zig weder te

Woerden, en waagde het, fchoon ftrijdende met het aan hem

'gedane verbod, in enige huizen te prediken; dit nam de Wet'

houderfchap te regte zeer euvel op, want hij gedroeg zig

ten dezen opzigte als een ongehoorzaam burger. Hier

kwam nog bij, dat *er buiten zijn weten, zegt men, een

gefchrift werdt opgefteld, in hetwelk hij betuigde, dat hij die

vermaningen of predikatiën deedt op fterken aandrang en ver­

zoek van de Remonjlrantje gemeente dier ftad; welk gefchrift,

volgens getuigenis van den Gefchiedfchrijver BRANDT, door

meer dan 200 mansperfonen, en 168 vrouwen getekend was.

Deze daad verbitterde de Magiftraat nog meerder, en zij ga­

ven'van het een en'ander kennis aan Gecommitteerde Raden;

h welk van dat gevolg was, dat CUPUS in 's Hage werdt

ontboden, en hem dat gefchrift afgevorderd, 't welk hij ter-

ftond gewillig overgaf; hier op werdt hij door Gecommitteer­

de Raden zeef ernftig beftraft, zo over zijne ongehoorzaam­

heid van tegens gedaan verbod te hebben gepredikt, als over

de ondertekening van het gemelde gefchrift, 't welk men als

oproerig aanmerkte, waaromtrent hij zig, even als de oude

EHICQUINGNY, die mede in 's Hage was ontboden, en van op­

roer gekoesterd te hebben befchtildigd werdt, verantwoordde.

Hier


CUPUS. (PIETER) HS

Hier op volgde, dat den nden junij, aan CUPUS op ene boete

van 600 guldens, en aan zijnen ambtgenoot op verbeurte

van deszelvs wedde, werdt verboden, binnen Woerden of den

Klasfikalen ring daar van, te prediken. Cupus werdt vervolgeus

over het bijwonen van ene Remonftrantfe vergadering te

Rotterdam, en het ondertekenen van de befoignes aldaar, ten

lande uit gebannen. Hij deze verbanning overtredende,

wierdt te Amfteldam benevens BARNHEEUS VEZEKIUS en AR-

ÏTOLDUS GEESTERANUS gevat, naar de gijzeling gebragt, en

alle drié onder Akte van nonprejudicie naar 's Hage gevoerd,

en van daar op 't huis te Loeveftein gevangen gezet.

Uit dezen kerker ontfnapt zijnde, begaf hij zig naar

Antwerpen, en vertrok van daar met ErïscoMus en GREVINK-

•HOVKN naar Keulen, daar zij met groot gevaar, wegens d'onveiligheid

der wegen, den 18 meij 1621 aankwamen. Doch

bier niet kunnende banken, doordien hun op last der Regeïing

wierdt aangezegt de ftad te moeten ruimen, begaven

zij zig weder-naar Brabmd, en kwamen den 7den julij behouden

te Antwerpen terug, van waar CUPUS benevens EPIS-

COPIUS en UITENROGAART, naar Rouaan reisde en aldaar den

3iften augustus aankwam; hier enigen tijd getoefd hebbende,

bedoot hij Parijs te gaan zien om een bezoek bij HUIG DE

GROOT afteleggen, in wiens huis bij den óden november

1622 predikte. Waarfchijnlijk is hij- kort hier op in deze

ftad geftorven; zeker is het, dat men na dit tijdvak niets

meer van hem vindt vermeid. Men ontmoet verfcheidene

afbeeldzels van CUPUS in prent gebragt ; het hier bijgevoegde

is door R. VINKELES, in 't koper gefneden. —'

G. BRANDT, Hift. der Reformatie, II. Deel, bl. 885. 959.

IV. D. bl. 489. 493. 826. WAGEN., Befchr. van Amft. IV.

Stuk, bl. 340. En verders UITENBOGAART en TRIGLAND,

Kerkelijke Hiftorien, en andere Gefchiedfchrijvers van dit

tijdvak.

CUQJJIUS, zie KUIK.

CUR-


144 CURC'ELLJSUS. (STEVEN)

CURCELLiEUS (STEVEN), Profesfor onder de Remos-

ftranten te-Amfteldam, is geboren te Geneve, ten jare 1586

hoe .vel zijn vader te Amiens ene ftad in Pikardièn te huis

hoorde, welke plaats hij om de Godsdienst-vervolging verla­

ten hadt, kort na den zo ijsfelijken St. Panels nagt. Na

dat dit bloedig fchouwfpel voorbij was, weet men, dat 'er

allengskens meerder verdraagzaamheid ten aanzien van da

Gereformeerden in Frankrijk wierdt in acht genomen ; dit

deedt STEVEN befluiten om zijn vaderftad te gaan bezoe-

ken, alwaar hij kort na zijne komst tot Predikant onder de

Hervormden werdt aangefteld ; doch zig voor de Re-

monftranten verklaard hebbende, wierdt hij in zijn dienst

gefchorst, met dat gevolg egter, dat hij heifteid wierdt zo

dra hij het gevoelen van ARMINIUS hadt verworpen. Dan

zig in het jaar r6?.i ais lid in de vergadering van het pro-

vintiale Sijnode te Charenton bevindende, wierdt aldaar door

fommïgen gedreven, dat men ingevolge liet befluit van 't Sij­

node het jaar te voren te Alez gehouden, de Bordje Canons

ondertekenen en bezweren moest; doch dit vondt hier vele

tegenftanders, waar van de voornaamften waren CURCEL-

IJEUS, DAVTD BLONDEL, toen ter tijd Predikant te Haudan

en namaals Proiesfor der Kerkelijke Hiftorien te Amfteldam,

'en verfcheidene andeie Predikanten. Vele leden van die

Vergaderinge waren van oirdeel, dat het formulier' van dien

eed zo nieuw en ongehoord was, dat men 'er ilegts weini­

gen vondt, die van denzelven geen afkeer hadden, inzonder­

heid om dat het oirdeel der Derdrectyfe Sijnode daar gefield

wierdt als een Regel des Geloofs, van welken men niet

mogt afwijken. Dierhalven wierdt bij deze Sijnode met ge­

mene toeftemming befloten, 'de beraadslagingen over dit on­

derwerp tot dc naaste provintiaie Sijnode van 't volgende

jaar uit te ftellen, in welken tijd de Predikanten alles rij­

pelijk zouden overwegen ,~ en op enig ander formulier

van toeftemming mogen denken; dan in het volgend Süno-

de te Die in Dauphiné, wierdt bepaald, dat alle de Predi-

kan-


CURCELLJEUS. (STEVEN) i,)S

kanten zonder uitzondering die ondertekening en eed zou­

den moeten doen, en CURCELLSUS zulks volftandig bleef

weigeren, wierdt hij afgezet.

In Frankrijk dus van zijn beftaanmiddel verftoken, begaf hij

zig naar Amfteldam, alwaar hij zig enigen tijd geneerde met

het corrigeeren van proeven,'in de beroemde drukkerij van

TOAN BLAAUW, en zulks ter tijd toe, dat hij SIMON EPISCO-

J?IUS, als Hoogleraar der Remonftranten te Amfteldam, op­

volgde, waar door hij gelegenheid kreeg zijne grote geleerd­

heid openlijk te doen blijken. Het kost niet misfen of de

gevoelens die CURCELL/EUS zo bij monde als in gefchrift leraar­

de , moesten hem tegenftrevers verwekken; aan 't hoofd hier

van bevondt zig de twistzieke MARESIÜS, Hoogleraar te Cronin-

gen die men weet dat gewoon was een ieder aanteklampen

welke niet met zijne gevoelens ftrookte. Ter gelegenheid

van het gefchil dat 'er tusfen MOLIIUEUS en AMYRAUT ont-

ftond, over het leerftuk der Preedestinatie, tragtte CURCELUEUS

als middelaar ten jare 1638 tusfen beiden te komen, met het

fchrijven van een werkje, onder den tijtel van: Advis d'un

Perfonnage desinterresfé fipc; doch dit bragt geen andere dan

de hatelijke uitwerking voort, dat zij beide zijne vijanden

wierden. MARESIUS gewoon te fchelden, nam zijne gebrui­

kelijke wapens te baat, en beltempelde hem met den hatellj-

ken naam van Sociniaan; waar toe inzonderheid aanleiding

gaf de uitgave van CURCELUEUS zijne Quaternio Disfertationum

Theologicarum, merendeels tegens de gevoelens van MARESIUS

ingerigt; waar van de eerfte handelde over de woorden,

Trinitas, Hypoftafis, Perfata enz.; de tweede, de Pcccato ori~

ginis; de derde, de Necesfitate cognitionis CHRISTI ad falutem;

de vierde , de Hominis per Fidem & Opera Juftificatione; in

het eerfte tragtte hij te bewijzen, dat het gefchil met de An. >

titrinitarii, of beftrijders der Drieëenheid, enkel en alleen de

woorden Trinitas, Hypoftafis, Perfona enz. betrof; dit was nu

een brok die MARESIUS onmooglijk koste verzwelgen; hier

kwam nog bij, dat CURCELTJEUS na dode van BLONDEL, de5-

zelvs Diatribe de JOHAKNA Papisfa in druk gaf, waar in deze

VIII. DEEL. K wen-


146

CURCELL7EUS. (STEVEN)

wonderbaarlijke gefchiedenis als een fabel werdt uitgekreten;

dit öntflak de ijvervolie gtófnfchap van den Groninger Hoog­

leraar des te Vuriger, doordien hij het verhaal van die zoge­

naamde Pausfin voor er.e bewezene waarheid hieldt.

CURCELLJÊUS ftierf den 22 meij 1659, in den ouderdom van

73 jaren, en zijn opvolger in 't Hoogleraarambt ARNOLDUS

-POELENBURG, heeft zijn leven befchreven, *t welk geplaatst

ifvoor des Hoogleraars werken, ten jare 1675 door FILIP

VAN LIMBOKG in één deel in folio in 't licht gegeven, die

naderhand in't nederduits vertaald, gedrukt zijn, onder den

tijtel van : Cïjcoiogtfftjc cn Scöcïijlic ©erken. II Welen/

Xcijö. 1678. hl 4t0. Voorts heeft CURCELUEUS, behalven de

reeds genoemden, nog verfcheidene andere werken door den

druk gemeen gemaakt; inzonderheid een fraije uitgaav van

het Nieuwe Testament in 't grieks, met verfcheidene lezingen

en ene geleerde voorrede, het welk 't eerst te Amfteldam in

I658, en naderhand meermalen herdrukt is, in twee delen

in gr. i2mo. Ook heeft hij veel toegebragt tot de uitgave der

werken van zijnen voorganger SIMON EFISCOPIUS. Onder zij­

ne overige fchriften, zijn inzonderheid vermaard: Inftitutiones

Religimis Chriftiance, libri VII. hoewel hij het genoegen niet

beeft gefmaakt, om dat werk volledig af te doen. Nog: Dia-

tribe de u/u Sanguinis inter Chriftianos; Vindicia, quibus fent

ARMINII de jure Dei in creaturas inneeentes contra MOSEM AM

RALDUM defenditur, in het nederduits vertaald gedrukt, onder

dezen tijtel: ©nbetmcfc ban het 251ceöectcn. 2Cm|ï. 1681. in

42mo. Het welke benevens enige andere ftukken door hem

gefchreven, in zijne Theologife werken niet gevonden wordt.

SANDII, Riblioth, Antitrinit. pag. log. WITTE, Diar.

Biogr. voce. PAUL. FREHERI, Theatrum, p. 604-607. KÖNI-

oit, Bibl. Vet. Nov. voc. T. CRENII , Animadverf. Philolog.

Part. II. p. 129, 130. Part. XIII. p. 108-112. Jo. FABRI-

Cit, Hiftor. Bibl. Part. II. p. 51-53- et Part. VI. p. 372-

374. KRANTZIUS ad CONRINGIUM, Stee. XVII. p. 191. Catal.

Bibl. BUNAV. Tom. I. Vol. II. p. n 88. C. SAXI, Onom. liter.

Pars IV. p. 536. BENTIIEM, Kerk- en Schoolftaat, II. D. bl.

362.


CURIUS. CURRIFICIS. CÜRTENBOSCH. 147

362. G. BRANDT, Hifi. der Reformatie, IV. D. bl. 662.

CURIUS (PIETER) , geboren te St. Winoxbergen, is in

zijn vaderilad Rektor der latijnfe fcholen geweest, en heeft

uitgegeven : 1. Grammatica Gracce et Latina. Antv. 1530.-

2. Diblienarium Gracé, Latinè et Teutonicé, ad inftar Pappa

Puerorum JOHANNIS MURMELLII. Ib. 1530. J- F- Fop.

TENS, Bibl. Belg. p. 970.

CURRIFICIS (JOHANNES) , is eerst geweest Regulier

Kanunnik in het Cistercienfer klooster te Villers, vervolgens

Biegtvader van het klooster de Marcbe-des-Dames te Namen.

Hij heeft gefchreven: Traiïat. de Vitio proprietatis, cum aliis

fmilis argumenti libellis, hoe initio: Sicut modicum fermentum totam

mafam etc. Het aan enken van de heiligheid en geleerdheid

van dezen Monnik, wordt breed uitgemeten, door HEN-

JUQUEZ, in Menologio Ciftercienfi, ad diem X Mali, alwaar hij

hem onder de Heiligen van zijne orden rangfehikt. :

J. F. ForrENS, Biblioth. Belg. p. 623.

CÜRTENBOSCH (JAN VAN).

i s

geboren te Gent uit een

fatzoenlijk burger-geflapt, in het begin van de XVIde eeuw.

Hij deedt fnelle vorderingen in de letteroefFeningen , en

maakte zig bekwaam niet alleen in de latijnfe, griekfe en

hebreeuwfe talen, maar nog in verfcheidene andere weten­

fehappen. Ook wilde hij door 't middel van reizen zijne

kundigheden vermeerderen; ten dien einde doorliep hij Frank-

rijk, Spanjen en Italiën, en maakte zig alle voorkomende ge­

legenheden ten nutte tot vermeerdering zijner kundigheden.

Omtrent het einde van 't jaar 1545, begaf hij zig naar het

Concilie van Trente, alwaar hij de agt eerfte famenkomften

van die berugte kerkvergadering bijwoonde. Zedert dien tijd

weet men niet anders van hem, dan dat hij zijne dagen te

Rome eindigde, en begraven ligt in Ome L. Vroumn-kerk dell

Anima. Du PIN bepaalt den dag van zijn dood op den 18 no­

vember IS5°-

Men heeft van CURTENEOSCH : Atta Concilii THdentim,

K 2 I cri

P'


14» CÜRTENIUS. (PIETER)

feriptA ab ANCELO MASSARËXI.O, ConctB Secretarto, et JOHANNS.

CU&TENBOSCH Anglo, qui Concilio. interfuii. Ex duobus- Mfs.,

üm BibUothects Regice, altera illuftr. Domitii JOLII DE. FLEUR

fummi Regis Pmcuratoris, In de Colleiiia amplispma van MAR

TéNg ea DÜRAND, Toni. VIII. col. 1022--1218. Men las aan

't flof van 't eerstgenoemde handfchrift: Hunc librum fcripfit

Domkus JOHANNES DE CURTENBOSCH, qui Concilio. Tridentino in-

terfuit omnibus aSibus. Homo erat dotlisjtmus, hebraicarum

gracarum titterarum peritujimus et Jacrarum: imo omnem di

nair! ita callnit, ac totam a-tatem in ea iranfiit. Ingenio erat

tisjima: Gallias, Hijpanias, et Italiam perlvjlravit. Natus erat

Gandavi, gente Curtenbofche. Tandem obiit Roma, et fepult

fait in Ecclefia Germanorum. LEVINUS VAN DER PRET hunc

tibrum dedit Domino LEVIKO TORRENTIO Gandavenji, Archidia

Ho partium Brabantix, Ramos die 18 novembris 1560. De Uit

vers hebben zonder enige rangfchikking in acht te nemen,

dé Handelingen door MASSARELLI verzameld, en die van CUR­

TENBOSCH verwardelijk onder een geplaatst, zig voldaan hou­

dende , met van tijd tot tijd aan de kanten der bladzijden den

naam te melden van die verzameling welke zij uitfchrij-

ven. Egter is men hun dank fchuldig van deze ftukken te

hebben wereldkundig gemaakt, doordien zij veel licht ver-

fpreiden, betrekkelijk de eerfte zittingen van de Trentje Kerk­

vergadering. DUHN heeft in zijne Bibliotheque ene verkor­

ting van CURTENBOSCH zijn verhaal medegedeeld. MAR.

TéNE & DÜRAND, ubi fup. DÜPIN, Bibliotheque des Autheurt

Ecclejiafliques, edit. (TAmft. Tom. XIV. p. I7~3r. PAQUOT,

Mem. litter. Tom. VIII. p. 341-343.

CURTENIUS (PIETER), Hoogleraar in de Godgeleerd­

heid en Predikant te Amfteldam, is in die ftad geboren op

den 7 december 1716, zijnde afkomftïg uit een zeer oud ge­

flagt, 't welk men bijna vier eeuwen herwaards berekenen

kan. Hij ftamde af uit PIETER CURTENIUS, welke in *t jaar

1490 geboren werdt, en gewoond heeft op zijn eigen land­

goed, in een aangenaam oord, Curten genaamd, digt bij de

ftad


CURTENIUS. (PIETER) 144

ftad Elberveld gelegen. Dit oud geflagt was ook eerwaardig,

in zo verre hetzelve, van de tijden der hervorming aan, ver­

fcheidene zeer waardige Euangeliedienaars heeft opgele­

verd.

De Man, wiens tevensbijzonderheden wij hier fchetzen,

werdt geboren uit PIETER TIIEOBALD CURTENIUS, Chirurgijn

te Amfteldam en Overman van zijn gilde. Zijn grootva­

der was PIETER CURTENIUS, Predikant op't Herenveen, een

zeer aanzienlijk vlek in het voormalig gewest Friesland, over­

leden in den jare 1709. Zijn overgrootvader was ENGELBERT

CURTENIUS, die eerst in het dorp Heus/en, vervolgens 'te

Keenve, en eindelijk te Steemvijk het Euangeliurn verkondigd

hebbende, in den jare 1702 is geftorven. Zijn grootvaders

overgrootvader, JOHANNES THEOBALD, was Rektor der latijn­

fe fcholen, eerst te Arnhem, daarna te Harderwijk; en hij

overleed in den jare 1686. Zijn derde overgrootvader einde­

lijk was PIETER CURTENIUS, Predikant te Elberfeld, en is ten

jare 1619 overleden.

Onze CURTENIUS gaf van zijne eerfte jeugd af, reeds zeld­

zame blijken van een fchrander vernuft. Nauwlijks £gt jaren

bereikt hebbende, begaf hij zig, ten einde de latijnfe en griek­

fe talen kundig te worden, op het Gijmnafiiam. En hoe teder

hij ook nog mogt zijn, niets was 'er daar hij meer naar ftreef-

de, dan om onder zijne medeleerlingen uit te munten, en de*

zer edeie drift heeft het ook geenzins aan enen gelukkigen

uitflag ontbroken. Immers beijverde hy zig zodanig, dat hij,

13 jaren oud zijnde, na het houden ener redevoering; aver

ie Liefde Gods, die hij zelv hadt opgefteld, de lagere fcho«

Jen verliet, en tot de hogere overging.

In zijne vaderftad vondt hij Leermeesters, die door husm^

grote kunde zig zeer beroemd gemaakt hadden \ waar onder

JAKOB FII.IP D'ORVILLE, die te dier tijd tot een luister en>

fieraad van het Amfteldam Atheneum verftrekte. Wanneer hij

zig nu drie jaren onder het geleide van zo groot een man

op de wetenfehappen hadt toegelegd, begaf hij zig naar het

fJc^efchool te Leijden, ten einde zig aldaar als Akademie-

K 3 bur»


x 5o CURTENIUS. (HETER)

burger tot het grote doel bekwaam te maken waar toe hij was

voorbefchikt.

Geen gedeelte der wetenfehappen, welken enen waren

Godgeleerden verfieren en uitmaken, liet CURTENIUS onaan­

geroerd of onbeproefd, maar alles fnuffelde hij door met een

nauwkeurig onderzoek. In de Oosterfe en Westerfe ta'en

hoorde hij den groten ALB. SCHULTENS, en den beroemden

SIGEB. HAVERKAMP; in de Gefchiedenisfen, PIETER BURMAN

den Ouden; en in de Wijsbegeerte, den fchranderen JAKOB

WITTICHIUS. Het perk der talen en wijsbegeerte gelukkig

doorworfteld hebbende, gaf hij zig geheel aan de godgeleerd­

heid over. In dit voorname vak zijner bedoeling hadt hij

tot Leermeesters, FRANS FABRICIUS en JOH. WESSELIUS , bene­

vens de wijdberoemde VAN DEN HONERTS , zo vader als zoon,

van welker opgenoemden , aller uitgebreide geleerdheid zo

velen, als hun onderwijs genoten hebben , met lof getuigen.

Zes volle jaren op Leijdens Hogefchool zig der geleerdheid

bevlijtigd hebbende, keerde hij naar Amfteldam te rug, en

wierdt door de Klasfis aldaar op den 6 april 1739 onder

het getal der Proponenten opgenomen, en tot den openbaren

predikdienst, met algemene toejuiching, en enen meer dan ge­

wonen lof, toegelaten. Ook duurde het niet langer dan tot

op den 26 julij van het zelvde jaar, dat hij met eenparigheid

van-Remmen te Burgerdam tot Predikant wierdt beroepen;

en hier hadt hij nauwelijks twee jaren, zijne nog jeugdige

kragten in 's Heren werk hefteed, of hij vertrok naar Beven,

ter, in welke bloeijende gemeente, nauwlijks 25 jaren oud

zijnde, aan hem ten jare 1741 het beroep wierdt opgedragen.

Vijf jaren lang nam hij aldaar het werk, hem opgelegd, niet

zonder zegen, waar; toen Gouda van zijne uitmuntende preek-

talenten en andere loffelijke hoedanigheden onderrigt, hem

in 1746 beriep. Hij volgde deze roepftem op, en zij die hem

gekend en naar verdienflen gefchat hebben , willen nog gaarne

erkennen den groten ijver, waar mede hij, gedurende agt ja­

ren , aldaar de gemeente van CHRISTUS heeft opgebouwd.

Door den dood van SYBRAKD yAN LEEUWEN, dèHooglejaars

ftcol.


CURTENIUS. (PIETER) 151

ftoel in de godgeleerdheid te Amfteldam opengevallen zijnde,

wierdt onze CURTENIUS door Burgemeesters en Beftuurers van

het doorlugtig fchool, aldaar aangefteld om die plaats te ver­

vullen, waar van hij ook op den % oktober 1754 bezit nam,

met het doen van ene plegtige Redevoering over het Woord

wn God, als de enigfte Bron der ware Wijsheid, Teffens was

hij ook tot Predikant beroepen, dan om zig des te beter tot

het zo gewigtig Hoogleraars-werk te kunnen verledigen, al­

leenlijk verpligt voor een half gedeelte den predikdienst waas

te nemen.

Deze dubbele bediening heeft CURTENIUS verfcheiden ja«

yen, met enen ©nvermoeiden arbeid, gewenste vrugt, en Pt

aller braven blijdfchap, gelukkig volvoerd. Hij genoot door»

gaans ene beftendige gezondheid, en was zelden -ziek, behal*

ven dat hij dikwils dooi- flapeloosheid werdt afgemat, eiï W

en dan aan pijnelijke voetjigt onderhevig was. Evenwel fee-

gon zijn lighaam, gedurende de zes laatfte jaren, s?eer

kragten te verminderen; en zo komen wij allengskens ïot dat

noodlottig ogenblik, waarin hij het aardfe leven met het eeu­

wige heeft verwisfeld. Door welke ziekten hij langzamer­

hand gefloept en verteerd is, en welk foert van kwalen hem

eindelijk geheel hebben doen bezwijken, heeft de beroemde

Geneesheer OOSTERDYK, een Man die meei dan ene gemene

geleerdheid en letterkunde bezit, in deze volgende woorden

fchilderagtig befcbreven;

„ De zeer beroemde PETRUS CURTENIUS, een Man v&rt.

s, zeer veel vernuft, (dien ik niet dan bij 'u klimmen zijner

„ jaren, en in enen drukkenden ouderdom als Geneesheer

5, heb bezogt, maar van 't jaar 1755, onder mijne gemeen-

j, zame vrienden, *t geen ik met genoegen herdenk, gers-

5, kend heb,) had In den bloei zijner jaren een vrij welgs-

„ ftcld iighaam, merendeels galagtig, doch zeer aandoenlijk

„ van zenuwen.

„ Daar hij nu van zijne eerfte jeugd af aan »ig op ver-

„ fcheidene konften en wetenfehappen, die een braaf Hienscj)

„ waardig zijn, vooral op de godgeleerdheid «iet vlijt hadt

K 4 roe-


i 52 CURTENIUS. (PIETER)

„ toegelegd, en bij 't toenemen des ouderdoms, in dezen zij-

„ nen ijver en naarftigheid nooit vertraagde; hebben deze

„ zo menigvuldige, ja bijna onophoudelijke oeffeningen des

„ verftands, gelijk zij voor zijnen geest nuttig waren, zo ook

„ de gezondheid van zijn Iighaam zeer benadeeld.

„ Van daar immers, ten minden voor het grootfte gedeel-

„ te, zijn, onzes bedunkens, ontftaan die zo hardnekkige

„ fiaapeloosheden, die hem, door zijnen arbeid van den dag

„ vermoeid, de3 nagts de rust van enen verfrisfenden flaap

„ onthielden.

• ,, Wanneer hij nu, om deze te gemoet te komen, hetgebruik

„ van heulfap te baat genomen, en door deszeivs bedriege-

„ lijke verlichtenis aangelokt, zig daar van vervolgens meer

„ bediend hadt, hadt hij eindelijk dit flaapmiddel zo nodig,

„ dat bijaldien hij, zig ter rust begevende, niet enige, of-

„ fchoon weinige, greinen daar van innam, hij den ganfen

„ nagt, geheel en al flaap- en rusteloos, op een zeer moeije-

j, lijke wijs, moest doorbrengen.

„ Ja uit die zelvde bron zijn misfchien het allereerst ont-

„ ftaan, die zeldzame bewegingen en fchuddingen van het

„ hoofd, de handen en de benen, die hem in ledigheid en

„ bezigheid, in den flaap zelvs, zelvs als hij voor het ove-

„ rige gezond was, zeer dikwerf overvielen, nu en dan wel

„ eens wat heviger, doorgaans egter zonder veel ongemak,

„ zo dat hij, in enige ftudie of redenering bezig zijnde, door

„ derzelver aankomst zelvs niet verhinderd werd, het be-

„ gonnen werk op enen en denzelvden trant te volvoeren.

„ Ook zijn zijne gezondheid niet minder nadelig geweest,

„ verfcheidene wederwaardigheden en tegenfpoeden, welke

„ een gemoed, waar in geen Stoïfe ongevoeligheid huisvestte,

„ maar dat door de ondermaanfe dingen, fchoon wel getrof-

„ fen, niet overheerd werd, op verfcheidenerleije wijze aan-

„ deden', doch een Iighaam, dat aan een gevoelig zenuwge-

„ ftel onderhevig was, nog veel geweldiger beroerden.

„ Hier bij kwam nog daarenboven,. dat hij niet zelden met

„ zinkingpjjnen, jigt en podegia gekweld wierd, 't geen hem

„ des


CURTENIUS. (PIETER) 153

3, des te meer benadeelde, om dat hij zig docr de pijnelijk-

„ heden, zo die niet al te hevig waren, bijna nooit van

„ 't werk zijner dubbele bediening liet te rug houden, meer

„ achtgevende op het algemene belang, dan op dat van zijn

„ eigen gezondheid.

„ Dit zijn derhalven de voornaamfte oirzaken, waar door

„ zijne lighaamskragten verminderden, in 't eerst wel lang-

„ zaam, doch naderhand fchielijker, na dat hij op enen avond

„ bij donker weêr door een of ander dief en booswigt was

„ aangerand, en met zulk enen zwaren fiag ter nedergewor-

pen, dat hij, van wegens den zwaren val, geweldig in

„ de dije beledigd zijnde, verfcheidene weken aan zijn leger-

„ Rede gebonden, en, van alle lighaamsbeweging geheel en

„ al beroofd werdt.

„ Want offchoon hij, hier van weder opkomende, enïger-

„ mate fcheen welvarende te zijn, zo dat hij zig wederom op

„ nieuws begaf tot het onderwijs der Leerlingen ten zijnen.

„ huize, en vervolgens meer dan eens gepredikt heeft, heb-

„ ben egter binnen kort zo vele braven en weimenenden,

„ als hem altoos leergierig en bij aanhoudendheid in 't opeu-

„ baar gehoord, en zo vele jongelingen, der kerkelijke be­

diening toegewijd, als hem tot hunnen zeer bedrevenen

„ leidsman gehad, en gelijk een Vader behoorlijk geëerd heb­

ben; tot hunne innige droefheid moeten ervaren, dat zijn

„ lust groter was, dan zijne kragten toelieten, en de blijde

„ hoop, w ar mede zij zig gekoesterd hadden, ijdel en te

„ vergeefs geweest was.

„ Van wegen deze oirzaken derhalven , die ik zo aan-

„ Ronds noemde, en van wegens den klimmenden ouderdom,

„ daar reeds de vaste delen des lighaams begosten te kwijnen,

„ en de vogten te verflijmen, zijn de werktuigen, waar door

„ op den wil van onze ziel de bewegingen naar buiten wor-

„ den ten uitvoer gebragt, van dag tot dag al meer ver-

„ zwakt, (behoudens egter het gebruik der uit- en inwendige

„ zintuigen) en eindelijk zodanig werkeloos geworden, dat

„ die brave n an, die te voren voor niemand in vlugheid cn

K 5 » r

- a s r

*


f54

CURTENIUS. (PIETER)

„ naarftigheid behoefde te wijken, nu kragtcloos, en niet

„ willens, maar uit nood traag geworden, zig van de ene

„ plaats naar de andere niet begeven kon, zonder van ande-

„ ren geholpen en onderfteund te worden, ja zelvs uit zijn'

armftoel, waarin hij met een voorovergebogen hoofd en

„ ingebogen Iighaam zat of hing, zig zei ven geenzins kon

oprichten.

„ Hoe groot was toen mijn medelijden met hem! hoe ge-

„ broken, hoe zwak de uitfpraak van dezen te voren zo wel

„ befpraakten Redenaar, wanneer hij iets wilde uitbrengen!

„ hoe zagt zijn Rem, daar dezelve nauwelijks van de genen t

„ die digt bij hem zaten, konde gehoord worden.

. „ En bij dit alles bleef het niet, maar ook wat het ove-

„ rige betrof, verflimmerde zijn toettand. Immers beving

„ een gelijke kwaal ook de andere delen zijnes lighaams,

„ en die wetkingen, welke de Geneeskundigen natuurlijke

„ heten, werden insgelijks beledigd , bijzonder die , waar

„ door anders, wanneer het Iighaam in goeden (land is, vol-

„ gens ene heilzame inftclling der natuur, het overtollige en

„ fchadelijke van het nuttige en behoudenswaardige pleegt

„ gefcheiden, en langs veifcheidene wegen uit het Iighaam

verdreven te worden.

„ Ondertusfen fchenen dikwils de weinige kragten, welke

„ onze lijder nog overig hadt, fchielijk en op het onver-

„ wagtst geheel te verdwijnen; doorgaans waren de polsfla-

„ gen zagt en niet zelden waggelende, en hier bij kwamen

andere dergelijke toevallen, welke te kennen gaven, dat

„ ook de delen tot het leven behorende, bouwvallig wier»

„ den, en voorfpelden dat de dood niet verre af zou zijn.

„ Op deze wijs nu, heeft hij met een allerzwakst Iighaam,

„ egter met een volkomen gebruik van zijne zielsvermogens

„ en zinnen, den gantfen tijd van 6 jaren, langer waarlijk

„ dan het iemand had kunnen hopen, doorgebragt, tot dat

„ hij eindelijk op zijne buitenplaats (daar hij des zomers om

„ min of meer fr'sfer lucht te ademen, werd overgebragt,)

„ aan ene ziekte van ouderdom , door geen konst meer te

ver-


CURTENIUS. (PIETER)

,, verligten, ontflapen is, door een zagten dood, welke hem

,, tot het gelukzaligst leven den toegang opende.

155

„ En dus is dat licht van Amft els Kerk en School als ver-

„ teerd, en van zelvs uitgegaan. Dus ftierf de wijdberoemde

„ PETRUS CURTENIUS, wiens naam te noemen mij nog genoe-

',, gen geeft, en fteeds genoegen geven zal; want nooit zal

to de gedagtenis van dezen zeer geleerden en bij mij boogge-

s, fchatten man uit mijn geheugenis, zo lang ik hetzelve oni,

gekrenkt genieten mag, worden uitgewist."

Zo ftierf die grote Man op zijn buitengoed te Loenen aan

de Vegt, den 3 augustus 1789, in den ouderdom van 73 ja­

ren. Zijn lijk werdt naar Amfteldam gevoerd, zijnde aldaar

in de Oude kerk, naast zijn gewezen Ambtgenoot WILLEM

COOLHAAS begraven, en zijn nagedagtenis gevierd door ene

latijnfe Lijk-oratie, den 16 november 1789 openlijk uitgefpro-

ken in de grote gehoorzaal van het Athenceum illuftrs van ge­

melde ftad, door zijnen ambtgenoot den geleerden J. VAN

NUYS KLINKENBERG, Hoogleraar in de godgeleerdheid en

kerkelijke gefchiedenisfen.

Toen CURTENIUS nog Predikant te Durgerdam was, huwde

hij met KATRYNA CLOPPENBURG, dogter van GERARD CLOPPEN-

BURG , in leven Predikant te Sasfenheim, ene uitmuntende

jónge vrouw, fchoon van gedaante, en van een goede iig-

haamsgeftalte, maar met dat al geenzins tot de aanminnige

vrouwen behorende , die SALOMO ons fchetst, als verre ds

•svaardije der Robijnen overtreffende, en die haren man goed doet

ende geen kwaad alle de dagen hares levens; maar veel eerder

moest gerangfchikt worden, onder het getal waar van die

zelvde Wijze getuigd: ene fchone Vrouwe, die van reden afwijkt;

is een gouden bagge in een verkens fnuijte. En fchoon zij wel

niet als XANTIPPE baren man den griekfen Wijsgeer, deedt,

de waterpot op zijn hoofd uitftortte, was zij egter een boos

wijf, en maakte het ten laatften zp grof, door haar wreve­

lig humeur en kwellend karakter, dat CURTENIUS zijn leven

'er volkomen door vergald wierdt, en hij eindelijk in de

noodzaak wierdt gebragt, haar, tot voorkoming van verder


15< CURTENIUS. (PIETER)

verdriet, met voorkennis van de AmJMdamjè Regering, ene

verzekerde doch egter fatzoenlijke huisvesting te bezorgen.

Bij deze vrouwe nu, met welke hij bijna 50 jaren door den

band des huwelijks is verenigd geweest, heeft hij vijf kinde­

ren verwekt. Twee zonen , beiden PIETER THEOBALD ge­

naamd, welker dood de ouderen al vroeg hebben moeten be«

treuren; en drie dogters, waar van 'er twee nog overig zijn,

MARIA namelijk en PETRONELLA ABIGAIL; terwijl KATRYNA»

die de jongfte was, voor 16 jaren, ongehuwd geftorven is»

MARIA is getrouwd met JAN FRANS BENTINK, toen ter tijd

eerfte Kommis ter Thcfaurie , Kerkmeester en Regent van

het gasthuis; uit welk ongemeen vrtigtbaar huwelijk tien kin­

deren zijn voortgekomen; terwijl PETRONELLA ABIGAIL, wel­

ke JAN HERMAN HAAKMAN, Meester der beide regten, zig

ter vrouwe genomen hadt, weduwe is gebleven zonder kin­

deren.

De lofredenaar van onzen CURTENIUS , de Hoog Eerw.

NUYS KLINKENBERG, beeld hem ons af, als een waarlijk god»

vrugtig Godgeleerde, die waarheid en deugd beminde, zig

zuiver en onbevlekt bewaarde, die GOD met zijn gantfe hart

beminde; die, met ter zijdeftelling van alle geveinsdheid,

dikwerf de ijdelheid der ondermaanfe dingen, het toekomende

'leven, en 't verbeteren van 's menfchen zeden, niet flegts

bij zig zelvs overwoog, maar die ook met oirdeelkundige

Mannen, en vooral met zijne toehorers beredende; die met

zijne gebeden dikwils bij GOD intradt, en om zijne genade

aanhieldt, die, naar't voorbeeld van den Goddelijken Zalig­

maker JESUS, ZO veel het hier op aarde mogelijk is, alle zijna

ondernemingen en daden zogt in te rigten; die niets onbe­

proefd liet het welk ftrekken konde, om zijne Leerlingen niet

flegts geleerder, maar ook beter te maken; die J

er zig op

toelcide, cm, zo veel in hem was, de wortels van verkeerd­

heid , die in hem waren, uit te rukken, en 't gewe'd zijner

onftuimige driften zogt te verbreken ; en eindelijk die eer»

onwankelbare boop hadt op ene zalige onfterflijkheid. Toen

eok, wanneer hem velerteije ziekten en ongemakken hadden

ter


CURTENIUS. (PIETER) 157

ter neergeworpen en aan zijn bedde gekluisterd, wagtte hij

met lijdzaamheid het uur zijner ontbinding af, onderwierp

zig geduldig der menigvuldige ellenden, en beval eindelijk,

met Rervende lippen, zijne teerbeminde dogter, welke bij

zijn doodbed ftond, nog eens met hem te bidden. Zig verlatende

op de onfeilbare beloften van GOD, vestigde hij geheel

en al zijn hoop op de zoenofterhande van onzen Goddelijken

Verlosfer; en dikwils betuigde hij zijn hijgend verlangen,

om indien het dus ook de wille GODS was, waarin bij

wenste te berusten, uit dit ellendig leven verlost te worden.

Zo leefde en zo ftierf de wijdberoemde CURTENIUS, niet alleen

der dagen en der genoegens van dit leven, maar ook der

moeilijkheid zat.

De Nederduitfe Vertaler van de latijnfe oratie des Heren

VAN NUYS KLINKENBERG, MARTEN JONGENEEL, zeg: in zijne

Voorreden : „ De Amfieldamfe Hoogleraar PETRUS CURTENIUS ,

„ getuigen allen die zijn Hoog Eerw. gekend, allen die hem

„ gehoord hebben getuigen ook zijne doorwrogte fchnf-

„ ten, Hoogleraar CURTENIUS zeg ik, was een Man aller

„ eer en achting waardig, een Man die zig in Kerk en

„ School enen groten roem verworven heeft."

Heeft CURTENIUS door mondeling onderwijs zeer veel goeds

Uitgewerkt en een aantal Jongelingen tot het predikambt opgeleid,

niet minder is hij met de pen werkzaam geweest, om

nog zelvs na zijn dood van nut te zijn en te ftigten; getuige

hier van de onderftaande wciken van hem door den druk gemeen

gemaakt: 1. ifêoje^ Wtfbmeat en Iticö/ jegen/ öooi?

en begraaffem'g of ©EïHÏaring ober Peirteronomhim XXXI-

XXXiV. %m% 1755--1762. II Pelen in 4to. 2. Sfntree- ctt

2ïffdjetb?rcDc te ciiDa. nsS- >" 4to. 3. Sfntreereöe te

3tm!ïerbam. 3f&. 1755. ia 4to. 4. Ober öe sraa&rtfc ulaat$cn

Uit De ïS.'iebcn ban PAULUS , II ?tef aan oe Cphefercn. ?Cmfr. 1770. in

8bo. 6.


CURTIUS. (PIETER)

is uitgegeven zijne Verklaring van den Heidelbergfchen Cate­

chismus , met ene voorrede van wijlen den Hoog'eraar B.

BROES. J. VAN NUYS KLINKENBERG, Oratio in obitum

£fc. Medeged. Berigten.

CURTIUS (JAKOB), zie CORTE.

CURTIUS (PIETER), geboren te Brugge in 1491, wierdt

ten jare 1513 tot Meester in de wetenfehappen bevorderd,

en in 1529 tot Hoogleraar in de welfprekendheid aan het

Gijmnafium te Rijsfel aangefteld, ais .mede tot Doktor in de

godgeleerdheid. In het jaar 1546 wierdt hij benevens RUARD

TArrER docr Keizer KAREL DEN V. gemagtigd, om de Bijbels

zo in het latijn als frans en nederduits, bij BARTH. GRAVIUS

te Leuven gedrukt, te onderzoeken en goed te keuren; zo:a«

nig blijkt uit het Keizerlijk Diploma voor die Bijbels ge­

plaatst.

Koning FILIPS DE II, maakte gebruik van hem in het op-

rigten van de XIV nieuwe Bisdommen in de Nederlanden, als

mede ten aanzien van de daar toe te benoemene Kerkvoogden;

en bij Relde hem aan tot eeiften Bisfchop van Brugge, waar

van de" inzegening gefchiedde in 1561, toen hij reeds den

ouderdom van 70 jaren hadt bereikt. Zes jaren hadt hij ge­

not van deze waardigheid, want hij Rierf den 16 november

1567, en werdt in het koor van de Hoofdkerk begraven,

met dit graffchrift op den Reen gehouwen, welke hem dekte.

Rever. Dno. D. PETRO CURTIO,

Brugenfi,

•Primo hujus civitatis inftituto

Epifcopo

Perpetuo Flandrice Cancellario

Quondam apud Lovanienjes S. Theol.

Profesfori ordinario

Hoe Monumentum extremx voluntatis

Defiderio poltum est.

Sedit in Epifcopatu

Anno; v. Menf. vin. Dies ix.

rixit


1

CUSA. (NIKLAAS DE)

Vixlt minos LXXVI.

Obiit xvi. Kal. Novemb.

M.D.LXVII.

CURTIUS heeft vervaardigd: Commentarium in Pfalmos incipien-

*5S

tts ii Cl. in folk. Het Handfchrift daar van wordt bewaard

in de bibliotheek van het Kollegie der Jefuiten te Brugge,

——— J. F. FOPPENS, Bibl. Belg. p. 971.

CUSA (NIKLAAS DE\ de zoon vaneen armen Visfer, is

geboren in het begin der X Wie eeuw in het bisdom van Trkr,

en fchijnt in zijn jeugd gelegenheid gehadt te hebhen, om in

de talen en wetenfehappen onderwijs te genieten, doordien

hij in vervo'g van tijd tot de aanzienlijkfte kerkelijke waar­

digheden wierdt verheven , en daarbij vermaard is geweest

wegens zijne taalkunde, geleerdheid en welfprekendheid. Hij

wierdt omtrent het jubeljaar 1450 door Paus NIKLAAS DE V.

naar Hoog- en Nederduitsland gezonden; eensdeels om de Af­

laten te prediken; en ten anderen om den geestelijken ftaat

te verbeteren, die inden diepften wellusten ongebondenheden

verzonken lag. Men ontving hem hier te lande als een. Ge­

zant van den Stoel te Rome met veel eerbied; Wereldlijken

en Geestelijken haalden hem in, met vanen, met kruisfen,

met het luiden van klokken. Men zong: „ Gij zijt welkom,

„ gij dien wij nu al lang verwagt hebben in onze duisternis.'»

Ten tijde van het Concilie te Bazel, dat zig zelv' boven den

Paus (lelde, kantte hij zig tegens het Pausdom, en verdedigde

nevens JULI AAN den Kardinaal van St. Engel en -ENJEAS SYL-

vius die namaals nog Paus wierdt, dat Concilie tegens Eu-

GEEN DEN V.; ja hij ried zelvs den Keizer, dat hij 't Room­

fe hof zou reformeren, en den fchandelijken koophandel der

Kerkelijke bedieningen verhinderen. Tog eens tot een ho­

ger ftaat geklommen zijnde, en wel inzonderheid toen hij

tot den verheven trap van Kardinaal was opgeklommen, ver­

anderde hij van toon, en (prak als 't ware uit een anderen

| mond. Evenwel boog hij nimmer zijn hals ten vollen onder

't pausfelijk juk; want hij ftondt, in 't verrigten van zijn last

hier


ï


CUSA. (NIKLAAS DE) L 6 Z

draaglijken last, en gaf voor dat men dien weer af kon nemen

door den Aflaat, maar die moest geld kosten; ook wieiden daar

door velen van 't gemene volk de ogen geopend, die ten dui-

delijkften de befpottelijke nietigheid en vuil bedrijf van deze

handelaars bemerkten; 't welk ook wel eens tot zonderlinge

voorvallen aanleiding gaf, waar van ons S. VAN LEEUWEN het

volgende, als waarlijk gebeurd, verhaalt.

Een doortrapte, en tellens ruwe en Route knaap nam daar

van een zeer potfige proef aan zijnen Biegtvader, van wien

hij Aflaatbrieven, ook voor de zonden, die hij in 't toekomen­

de zoude begaan, hadt bekomen, w?ar voor hij hem rijkelijk

betaald hadt. Deze brieven hielden in: „ dat hij ook van

alle toekomende misdaden, hoe groot en tegen wie, en

„ op wat plaats en tijden bij die mo„;t begaan, vrij en gezui-

,, verd wierdt." Wat doet de fnaak? hij neemt zijn Biegt­

vader waar, toen deze van hem afgegaan was, en langs den

weg kwam rijden, het ontvangene geld van hem en van an­

dere boetelingen bij zig hebbende; pakt hem voorts aan, en

ontneemt hem met geweld al het geld dat hij bij zig hadt.

Zo als men kan begrijpen, wierdt de Biegtvader hier over

zeer verftoord, en fchold niet alleen den Rover voor al wat

lelijk was, maar vervloekte hem daar te boven, en doemde

hem met een razend gemoed ter helle. Doch onze knaap

ftoorde zig hier luttel aan, en beet hem toe: „ Hoe Heer-

„ oom? waar toe dient tog dit fchelden, razen en ter helle

„ verdoemen? wij zijn immers verdragen, en uw Aflaatbrief

„ brengt het duidelijk mede, dat alle de zonden, die ik in

„ 't toekomende mogt hebben te begaan, mij vergeven zijn,

„ zonder enig onderfcheid, hoe groot en zwaar die ook mog-

„ ten wezen. Is dit nu in der daad waar, zo gaat mij uw

,, vloeken en fchelden geheel niet aan, en is niet op mij

„ toepasselijk; doch is het vals, dat ik veel liever gelove,

zo zijt gij immers een Godslasteiiijk Bedrieger, en du g

„ neem ik mijn geld met goed regt te rug; vaart gij voorts

„ wel met de rest daar gij behoort."

In 't bezoeken der kloosters onderzogt hij hun middelen,

VLLI. DEEL. L ge-


liSa CUSA. (NIKLAAS m)

getal ,, bancel en wandel} hij vondt gezalfchappen van zes of

zeven perfcnen, die zo veel inkomen hadden, dat 'er wel

50 of Co van leven konden. Zeker Abt onder anderen, be­

zat zo veel morgen lands als'er dagen in 't jaar waren, en

Ijöl het derd$ deel van zijn jaarlijks inkomen aan buik en tafel

te kost. Des vernieuwd? Op dees Kardinaals aanmaning Her­

tog FILIPS VAN, BOURGONJE, in 't jaar 1452, de keure, die

den Kerkelijken verboodt erf te beuren of landen te kopen,

buiten den vege! die hun gefield was.

Voort? vinden, wij van CUSA getuigd: „ dat hij was een

ik, Man al rijp van jaren en verftand, ftatig en zeer aanzien-

n

lijk van wezen, lligtelijk en wonder ingetogen van ]ew>«

„ bijster welsprekende, in de Goddelijke fphriften zeer w„..

a, reu, onderleid van kennisfe in drie talen, de hebreeuwfe,

griekfe en lardjnfe, en, 't geen in 't uitvoeren van zijnen

j, last hoognodig was, onvermoeijelijk in den arbeid, gewoon

„ op zijn nagtbedde zig niet langer dan vier uren rust te ge-

„ ven, loos en dapper, behendig om uit te vinden verho-

„ Ion, en met een geestelijk momaangezigt bedekte, en met

a s een monnikskap voor de ogen wel opgetoijde fouten, we-

tonde wat onderfcbeid daar was tusfen geloof en bijgeloof,

tusfen den uiterlijken en innerlijken godsdienst, geenen

haat ontziende voor de liefde der waarheid, geen aanzien-

„ der der perfonen, dapper en kragtig in 't ftraffen, en

„ wonderlijk vrijmoedig." Een verfchil met Hertog FILIPS

noodzaakte hem de Nederlanden te verlaten; hij keerde naar

Italiën te rug, daar hij in 't jaar 1464 overleedt. W.

HEDA, Hift. Ultr., cdit. BUCIIELII, p. 287. M . A. DE DOM.,

de Republ. Epcleftaft. p. 66. 114, 115. D. ERASMI, Epiftolce,

Jib, XIV, p. 673. PONTANI, Hift. Amft. p. 22. 28. VIGNIER,

Bibl p. 586. 589- DUPIN, Bibl. Ecclefaftiqiie, Tom. XIII.

ScuooeK, de Canmiicis UltrajeSUni;, p. 4"!3. MORNEI, Myfter.

Iniq'. p, 518,. GERDES, Eloril. Libr. Rar. p, 104-105. P. FRE-

HERI, Thcatr. Vir. Erud. p, 19. WALLIS, 0[p. Tom. III. p.

676. STOLL. ad HEUMANNI, Ctmfp. Reip. Lit. p. 202. WAS-

SENHERG, Orat. de Urbs Daventr. p. 19. 29. SA:XI, Onom. liter

P.


CUSTIS. (KA.IEL FRANS) 163

P. II. p. 415. Z. v. BOXHORN, Ned. Hifi. bl. 94. 194. ï95-

Oude Chronijk van Holland, Divif. 29. fol. 291. GOUTHOEVEN,

Kronijk, bl. 466. S. v. LEEUWEN, Batav. illufir. bl. 606. 609.

D. v. BLIÏYSWYCK , Befchr. van Delft, bi. 396-398- BASELIUS,

Nederl. Sulpic. bl. 255.- G. ERANDT, Zft/L «fer Reform. I. D.

bl. 39, 40. WAGEN., Fbd /iï/?. IV. D. bl. 33. ECCARD,

£D,onatft. lïuöjug/ 170a. 3ufit/ f. REIMMANN., .^ifL

£itt. i« 2>eut«cf}. II 2$. f. 262. Hl, 2f> f. 500.

CUSTIS (KAREL FRANS), wierdt den 18 meij 1704

te Brugge geboren; zijn vader EDMOND CUSTIS, oirfpronke-

lijk van een Engels geflagt, doch in Holland geboren, hadt

zig nog jong zijnde, in deze ftad gevestigd, alwaar hij, in

•gevolge het voorbeeld zijner ouders, zig op den koophandel hadt

toegelegd; hij huwde in die ftad voorde eerftemazl met IZA-

BELLA CARRÉ, wedu ve van MAXIMILIAAN SPRONCHOLF, waar­

bij hij geen kinders heeft verwekt; doch met MARIA NORBER-

TINA ARENTS hertrouwd zijnde, baarde deze hem een enigen

zoon , die het onderwerp van dit artijkel uitmaakt.

De jonge CUSTIS volbragt den loop van zijne eerfte Ietter-

oefFeningen in zijn geboorteftad bij de Jefuiten, daar hij 11

jaren oud zijnde een aanvang mede maakte, en zo wel in

Haagde, dat aan hem gedurende de vijf jaren die hij 'er door-

bragt, de eerfte prijzen wierden toegewezen. Tn 1721 werdt

hij de paasweek voorbij zijnde, naar Rijsfel gezonden, al­

waar hij zig gedurende den tijd van twee jaren in de redeneer­

kunde en wijsbegeerte oeffende, en in de maand feptembèr

1723 een aanvang maakte met het beoeftenen der regtsge­

leerdheid, welke wetenfehap hij voor zijne hoofdftudie ver­

koos, en ook aan het zelvde Hogefchool op den 6 februari]

1725, daar in tot Licentiaat werdt bevorderd. Van hier ver­

trok hij naar Gent, alwaar-hij zig den 15 april van het zelv­

de jaar, als Advokaat bij den Raad van Flaanderen liet opteke­

nen. Twee jaren toefde hij in deze ftad, ten einde zig in de

praktijk te bekwamen; zijnde eerst gehuisvest bij een Proku-

reur LA MOTTE genaamd, en vervolgens bij den Advokaat

L 2 VELT-


CUSTIS. (KAREL, FRANS)

VELTOANCK:. Intusfen door de Magiflraat van Brugge, 2ija

vaderfrad, den 7 juni] 172Ö meerderjarig verklaard zijnde;,

begaf hij zfg in de zelvde maand van het volgende jaar, daar

heen ter inwoning, en verkreeg 'er zitting in de Magiflraat

tren ig april 1731 ; bij de vernieuwing van de Regering, wel­

ke dén 6 oktober 1735 voorviel, wierdt hij tot Schepen ver­

koren. Hij was nog in de uitoefFening van die bediening,

toen hij in meij 1751 tot Kommis van de vestingwerken te

Brugge werdt aangefteld. Namaals heeft hij ook nog de be­

diening als Rigter van *s Konings Domeinen uitgeöeffend, als

mede die over de inkomende en uitgaande regten te Brugge

en dessefvs Vrije. Dan een kortftondrg genot heeft bij van '

aüe deze verfchiliende ambtbezigheden gehadt; want ene fle­

rende ziekte, zijne krakten uitgeput hebbende, ftierf hij dea j

26 1

februari] 1752 in het 48fie jaar zijnes ouderdoms, en wierdt \

Jtt Ö. L. Vrouwenkerk begraven.

Den 27 janüarij 1728 trouwde CUSTIS met TiiERéW ANCE-

LIKA DE CRITS, behorende tot een adelijk geflagt te Brugge,

zij ftierf zeer fchieüjk, want den 24 april 1757, van enige

iraipen rollende, was zij plotzeling dood. Zij was ene dog­

ter van IGNATIUS DE CRITS, geflorven den 3 oktober 1724 en

van KATRYNA CECILIA WOUTEF.S, mede uit een adelijk ge­

flagt, overleden den 26 meij 1752. CUSTIS heeft 12 'kinde­

ren bij zijne huisvrouwe verwekt, waar van in *t jaar 1753

nóg vier zoons leefden, als: 1. KAREL FRANS CUSTIS, Sche.

pen te Aalst, en voormaals Raad en Auditeur der rekeningen

van de ftad 'Brugge, zijnde gehuwd aan MARIA PETRONELLA

VAN D'AMME, dogter van JOSEF FRANS VAN DAMME. 2. FRANS

JOSEF CUSTIS, begaf zig in den krijgsdienst, en nam ter

vrouwe ANNA JACQUELINA VAN CHELDERE, dogter van KA­

PEL VAN CHELDERE, Raadpenfionaris van het Vrije van Brug-

ge. % DOMINIKUS FRANS CUSTIS, getrouwd aan REINELDA

VAN ZUYLEN. 4. JAN FERDINAND KAREL CUSTIS, in genoein-

de jaar nog op de ftudie.

Onze CUSTIS heeft het volgende werk in *t licht gegeven

waar van het gefchiëdkurldig verhaal tot aan het jaar 1700

loopt,


CUSTOS. (DOMINIKÜ3) CUVELiER. (MICHiELj jêj

,ÏJ loopt, en voor belangrijk, nauwkeurig en nuttig worde ge-

je, houden; zijnde daar veel moeite aan beneed, en heeft on-

.,' i betwistbaar aan den Schrijver een vermoe-ijenden arbeid ge-

.,, I kost: zie hier den tijtel: 3jacr-33ocKe« bcr : aö Stugge/

$ i. nehelfeitbe De f« scfivcyciint SSejfttle

;

' !

' 1 tangen aus Kt Q>tfdjM&te Kt ^tidjsflavt ïutflSbufa/ Viltct 23$i{f>

3

. ftflgcmcirt, $traf.lct Scricon» 177?. f. »8f,

3 CUSTOS (JOHANNES), geboren te Breclt èer) Brafantt

s: dorp, was een beroemd Taalkundige, ,h'tj is eerst Rektoj?

• der latijnfe fcholen te Groningen geweest, en-vervolgens t$

>;• Antwerpen. Hij ftierf in het jaar 152(5, en heeft gefphr§-

ji ven: Grammatica Latina; veelmalen 'gedrukt in {ivo,

J. F. FOPPENS, Bibl. Belg. p. 623»

CUVELIER (MICHIEL), geboren ïn Ljèmgowvsn, begaf

1 gig ten jare i


166 CUYL. CUYPERS. ^DANIËL FRANS)

len; en gaf in het nederduits onderwijs in de mathefis, ze-

deieer en in de wijsbegeerte. Hij ftierf te Keulen den 10

december i66y, in den ouderdom van 51 jaren, en heeft

gefchreven: 1. Annonem Spiritualem, feu Meditatie-nes fuccin

per anni curfum. Antv. 1666. 2. Ideam viri Apofiolici Avilce.

Ion. 1650. J. F. FOPPENS, Bibl. Belg. p. 891.

CUYK, zie KUIK.

CUYL, is de naam van een voornaam Hollands geflagt,

zijnde het flot of buis daar van, het welk buiten Wanen

heeft gelegen, thans ten enemalen vernietigd; in 1540 kost

men 'er nog de fondamenten van zien. Dit gefhgt is van

een zeer oude herkomst, want men vindt reeds ten jare

1256 van enen FLORIS VAN CUYL vermeld, die Ambagts-

heer van Kijfhoek was, en gehuwd is~ geweest aan MARIA

WITS. Nog ontmoet men in de XVde eeuw FLORIS VAN

CUYL, Ambagtsheer van Kijfhoek en Cort en Molen-ambagt

Dijkgraav van Swijndregt, Waradijn van 's Keizers Munte

binnen Dordrecht; hij huwde eerst met MARIA VAN BUYTEN,

en naderhand met JOSINA VAN CROMMENIE. In de XVIde eeuw,

HERBREGT VAN CUYL, welke ten wijve hadt QUIRINA JANS

dogter, bij dewelke hij verwekte FLORIS VAN CUYL, die ge-

tiouwd is geweest aan KORNELIA VAN DEN BOOM, nalatende

een zoon, FLORIS genaamd, die in den egt is verbonden ge­

weest met MARGARÜTA BOUDEWYNS VAN DER VOREN. JAN VAN

DER CUYL, geboren te Gorincliem in 1544, is geweest Kanun­

nik en Pastoor van de Kollegiaie kerk van onze Lieve Vrou­

we op 't hof in V Hage. Hij ftierf in het jaar 1570. .

S. VAN LEEUWEN, Batav. illuflr. bl. 929. J. DE RIEMER,

Befchrijv. van 's Gravenhage, I. D. bl. 260.

» CUYPERS (DANIËL FRANS), een neef van WILLEM

en zoon van PIETER , die beide volgen, en van MARIA VAN

DER HOFFSTADT, wierdt te Mechelen geboren den 22 novem­

ber 1653. Tien jaren oud zijnde, befteede men hem in

't kollegie der Jefuiten van die ftad, ten einde in de talen en


'CUYPERS. (DANIËL FRANS) ïo?

beginzelen der letterkunde ondervezen ïe worden. ïn 1673

zijn wijsgerigèn loop ten einde gemeld zijnde, ftudeerde hij aan

het zelvde Hogefchool in de regten y en toog vervolgens aan

het reizen; doorkruiste Frankrijk, Piemoiit-, Toskanen-, en kwam

ten laatftên te Romen, alwaar hij enigén tijd toefdê, en d.efl

19 augustus 1677 de Doktoraie waardigheid in beide de '/eg-

ten verkreeg. In zijn vaderland teruggekeerd, wierdt hij ten

jare 1681 tot Schepen van Mechelen verkoren ; e*,i in I^QÖI

ftelde men hem aan tot hoofd van de Rhetorijk-kameri de

Pioen gebijnaamd, ook verkreeg hij in 1724 de bevestiging der

Voorregten eermaals aan dat gezelfchap verleend. Tot den

'ouderdom van 71 jaren geklommen zijnde, ftierf hij 'tè -Mtchs.

len den 4 maart 1725. Zijn lijk voerde men naar de Parochie*

kerk van zijne heerlijkheid Rijmenam, en werd bijgezet in de

familie grafkelder, overdekt meteen blauwe za-rk, vmt ojs

Eien deze infcriptie leest: .

v

ÖJihi.m mommenti

Prcerwb. Famiiiee CUYFERV»

ToparcJice de Rymcn&m, 'Opjlallê^

Muyfehvyck, Zittingen Éfcv

IDANIEÏ, .FRANS CUYPERS , was een Ongemeen vlijtig 'eft 'af»

beidzaam Man, en een ijverig waarnemer der pligtên VW

gijnen godsdienst. Hij leide 21'g inzondciheid les op de be»

©effening dér g^fchiedenis van zijn vaderland, der geflagt»

•registers en van hst blafoen. Zijn huis beftond uit een wa-

}e fchatkamer van zeldzaamheden : oude en ïiedendftagfe

taedailjês, kruipende dieren, Lfekten, fchuipen-, mineralen,

Vreemde werktuigen, alles in een woerd behoorde tot zijni

liefhebberij; hij ftrekte die zelvs uit tot de planten en blos»

inen; en was misfehien dé kundigfte Bloemist van zijnen tijd,

Hy behoorde ook geenzins tót die klasfe van liefhebbers die

alles voor zig zei ven houden, en, die dingen van waarde me«

geen ander oogmerk hebben verzameld, dan om den ijdelen

roem te genieten van 'er alleen bezitters van te zijn! ver*

ie van daar, hij zógt de verkering van fttfftft&fl en lledsn

L * vsn


168 CUYPERS (DANIËL FRANS)

Van fmaak, en deelde hun gaarne zijne ontdekkingen mede.

Zijn Bibliotheek was met uitgelezene boeken vervuld, en

met zeldzame handfcbriften, inzonderheid over de gefchiede-

nis der Nederlanden; en deze ftondt, zo wel als zijn Kabinet

van zeldzaamheden, geredelijk ten dienfte van een ieder die

'er een nuttig gebruik van wist te maken. Hij was in een

nauwe vriendfcbapsverkering verbonden met den geleerden Je.

fuit DU SOLLIER, dien hij behulpzaam was in het verzamelen

ier Akten van ST. ROMBOUT; met GER. VAN LOON, die hem

dikwerf raadpleegde over zijne Hiflorie der Nederlandfche

Penningen; met HENDRIK DE WEERE, Regtsgeleerde te Rot.

terdani, die ten jare i 7i5 z i j„ en raad innam, betrekkelijk de

geicluedenis van de Mechlfe Bisfchoppen, die hij bezig was

famen te Rellen. FILIPS FRANS VAN MERODE, Graav van

Montfoort, en door huwelijksverbintenis Prins van Rübemprè

geworden zijnde, een begunrtiger-der fraije konRen en we,

tenfchappen, vereerde hem met zijne bijzondere hoogachting

CUYPERS hadt verfcheidene kinderen bij zijne huisvrouw

JOHANNA MARIA HAMERS verwekt, die na zijn dood hertrouwde

met MARKUS ANTHONY VAN DER VEKENE, Heer van Waesmonde

enz. Zij ftierf den 2 oktober 1734, enkel een zoon nalatende,

genaamd JAN FRANS DANIËL JOSEF CUYPERS, geboren te M'-

chelen den 24, janüarij i 7 o o , Licentiaat in de regten gewor­

den te Leuven, den 17 augustus 1723; tot Lieutenant van

bet Leenhof van Mechelen en deszelvs regtsgebied bevor­

derd den 2 meij 1749, geftorven den 8 julij 1762, na van

zjjne Keiz. Majeffeit den tijtel van Graav voor hem en

zijn drie zonen verkregen te hebben, die hij bij zijn eerfte

vrouw KLARA JOHANNA GIELIS HUJOEL, hadt verwekt, die

geftorven is den 25 julij 1737. Ten tweedenmale was hij ge-

trouwt met LOUISA THERESIA VAN DER MEERE, Vrouwe van

Ter-Elft in 1763 nog in leven. D. F. CUYPERS heeft verfchei­

dene opftellen van werken door hem vervaardigd in gefchrift

nagelaten, die bij zijne afftammelingen bewaard worden, en

meestal de gefchiedenis, oudheden, voorregten enz. der ftad

Mechelen ten ocderwerpe hebben SANDERI, Choro-

1

grol h.


CUYPERS. (PIETER) i6p

graph. S. Bral. uit. edit. Tom. HL p. 192. J. F. FOPPENS,

•Bibl. Belg. p. 971. v. GESTEL, .Hift. Archiopifc. Mechl. Tom.

I. p. 117. LE ROUX, Receuil de la Nobl. de Bourgogne, p.

367, 368. BUTKENS , Trophées facrês du Braband, Tom. I. p.

44. Supplem. Tom. H. p. 351, 352. Geneal. de la Fam. de

COLOMA, p. 236. 269. 274. Nobiliaire des Pais-Bas. Part. IL

p. 593, 594. Dittion. Geneal. Herald. &c. Supplem. ou Tom.

IV. p. 533. PAQUOT, Mem. litter. Tom. VI. p. 397--404.

J. B. JOFFKOY, Hift. van Mech. bl. 58. 69. 9*.

CUYPERS (PIETER), vader van den vorigen, was de

zoon van DANIËL CUYPERS en van KORNELIA NIEUWENHUYSEN.

Hij was afkomllig van een oud en ade'ijk geflagt, en hij

wierdt geboren den 12 augustus 1620 te Rofendaal, een aan­

zienlijk dorp, twee uren van Bergenopzoom ge'egen, daar zijn

vader een verblijfplaats hadt gezogt, gedurende de woe>

dende beroerten die het vaderland teisterden. Toen hij

13 jaren oud was, zondt men hem naar het kollegie der

Jefuiten te Antwerpen; van daar ging hij naar Douai Ruderen

in de wijsbegeerte; en zig vervolgens tot het beoeffenen der

regtsgeleerdheid bepaald hebbende, trok hij naar Leuven, al­

waar hij den 30 feptember 1642 den graad van Licentiaat in bei­

de de regten verkreeg. Zig met 'er woon te Mechelen geves­

tigd hebbende, volhardde hij in het beoeffenen der regtsgeleerd­

heid, en wierdt wel dra zo beroemd in dat vak van ftudie,

dat hij over de neteligfte zaken geraadpleegd wierdt, en met

een menigte aanzienlijke lieden zo door hunne geboorte als

kunde, in vriendfchapsvcrkering geraakte. Den 23 meij 1669

wierdt hij tot Raadsheer benoemd in den Groten Raad té

Mechelen; doch hij ftierf daags daar aan volgende in het 49de

jaar zijnes ouderdoms. Zijn zittend leven, en zijne geftadige

werkzaamheid, hadden zijn leven verkort; hij wierdt van een

ieder grotelijks betreurd, doordien hij zig in vele opzigten

hadt nuttig gemaakt. Zijn zinfpreuk was: Jure, non vi. Hij

hadt een gelukkig voorkomen, was vriendelijk en van een

aargenaame verkeering. Hij is gehuwd geweest aan MARIA

I. 5 , VAN


m CUYPERS. (WILLEM)

VAN DÉR 'HOFFSTAD Etfvrouwe van Muyfrfwyck , bij wie hij

vier kinderen heeft geteeld. Verfcheidene handfchriften over

regtsgeleercte onderwerpen van hem, worden in zijne familie

bewaard, alleen heeft men van hem in druk: Cractaat bat!


CUYT. (FRANS VAN) CYGNE. (MARTlNUS DU) 171

het confent/ ban eenen ©afal gcbjaeght/ om $rjn üeen te nio*

gen alienerenï Mechelen/ in i2tnc 2. «©bcrecr.csminge

ban cenige Cofniijrncn ban omliggenbe ^teben cnbe ïjoofb*

banchen.in materie ban utiftt« Scrtccn. 1779- f- 189.

CYGNE (MARTlNUS DU), wierdt ten jare 1619 te St.

Omer geboren , en begaf zig in 't jaar 1639 onder het genoot-

fchap der Jefuiten. Na vijf jaren lang de latijnfe fcholen als

Rektor beftierd te hebben, onderwees hij vervolgens geduren.

de vier andere jaren de rederijkkonst met uitbundigen lof;

hierna hervatte hij zijn beroep weder als Rektor der latijnfe

fcholen, in welke loopbaan hij is voortgedaan tot aan zijn

dood toe, welke voorviel den 29 maart 1669. toen hij 50

jaren bereikt hadt. Du CYGNE wordt voor den besten Rederij­

ker van zijn tijd gehouden; ook draalt 'er in alle zijne wer­

ken een uitnemend gezGnd oirdeel en vernuft door. Zij be-

I , ftaan in de volgenden:

1.


i 72 CyTftïflNÜS, (ABRAHAM;

I. Explamüo Rhetorkce, fiudiofae Juventuti aceommodata,

Leed. 1659. »« 12-0- Verfcheidenemalen zedert herdrukt,

en wel voor de laatfte keer te Luik in 1736. 2. Analyfis om­

nium M. T. Ciceronis Orationum. Duaci iöfli. in i2i;za. Meer­

malen herdrukt. 3. Ars Metrica, five ars condendorum eleganter

verfuum. Leod. 1664. in izmo. Colon. 1705. in izmo. Veneu

1716. in 12wo. 4. Ars Poëtica, varia Poëmatum prcecepta com-

pleiïens. Leod. 166%. De laatftemaal herdrukt te Leuven in

1755. in I2M0. 5. Ars Iliftorica. Audamaropoli 1669. in i2mo*

Dit werkje vindt men ais zeer nuttig aangeprezen. 6. Fens

Eloqnentice, five M. T. CICSRONIS Oratienes, pofi PAULI MA*

KUTII aliorumque doElisfimorum Virorum cerreBiones, etiam cum

proba'isnmis exemplaribus di'.igenter collatx £f emendatie: numeris

ivfuper analjticis, £j? Jcholiis artificium indicaniibus difiinüa, £5*

illvftrate; una cum leSicnum varictate ad marginem appofita. IV

Vol. Leodii 1675. in izmo. 7. Comcsd'ne KIL, phrafi cum Plaw

tinei, turn Terentiand concinnatee.- Opus postkumum. II Vol. Leodii

1679. Voor de laatftemaal te Praag in 1760 herdrukt in H

Delen in i2mo. — - — SOTUELLUS, Bibl. p. 585. PAOUQTJ

Mem. Itter. Tom. XV. p. 73-96,

CYPRIANUS (ABRAHAM), zoon van ALLART CYPRIA-

KUS, Chirurgijn te Amfteldam, wierdt den 20 november 1680

aan het Hogefchool te Utretht tot medicijne Doktor bevor»

derd, na het verdedigen van ene verhandeling, de carie Os/is,

Hier op ging hij naar Amfteldam de praktijk der genees- en

heelkonst uitoeffenen, en wierdt na een twaalfjarig verbiijf

aldaar, den 6 meij 1693 door Curateuren van Frieslands Hoge­

fchool tot Hoogleraar in de heel- en ontleedkonst te Franeker

beroepen, welke leerftoel door den dood van FILIPS MAT-

TKffius de Jonge was opengevallen, en hij aanvaarde de oeffs,

ning van dit beroep den 22 junij van het zelvde jaar. Zijn

verblijf was egter niet lang in die post, want na verloop

van ruim twee jaren, in welken tusfentijd hij voor een beroep

in de zelve profesfte te Leijden op ens jaarlijkfe wedde vaij

2oco guldens hadt bedankt, verliet hij Franeker in het najaar

van


CYPRIANUS. (ABRAHAM)

m

Van 1695, en men denkt dat hij naar Engeland overftak, en

dat hij vervolgens hier niet naar zijn genoegen flaagde, weder­

om Amfteldam opzogt, en op nieuw ataaar praktifeerde; wat

van hem in 't vervolg geworden is, of welke lotgevallen

hem verder zijn bejegend, en ten aanzien van zijnen fterf-

fcjd, blijkt mij niets met zekerheid.

CYPRIANUS muntte inzonderheid uit in de bewerking van

het Steenfnijden, die men aangetekend vindt, dat hij met

ten goeden uitflag aan 1400 menfehen, zo jong als oud,

heeft uitgeoeffend; cok heeft hij zig grotelijks beroemd ge­

blaakt en een groten naam verworven, door de operatie die

hij aan een vrouwsperfoon verrigtte, welke 21 maanden na

de bevrugting het kind hadt bij zig gedragen, en door de

Keizerlijke Snede (Operatic- Ccefarea) gelukkig van hein ver­

lost wierdt, met het gevolg dat zij volkomen herftelde; op

een andere plaats, verloste hij een vrouwsperfoon van twee­

lingen, door fnijding, die in de Tuba Falkpiana gefchoten wa­

ren. Hij is getrouwd geweest aan HILI.EQONDA SARA AER.-

JNOUDS.

Van dezen Hoogleraar is niets anders in druk, dan r. Ora-

t :

a inauguralis in Chirurgiam Encomiaftica. Franeq. 1C93. in

fulio. %. Epiflola hifloriam exhibens Foetus hiimani poft xxi men­

fes ex uteri tuba, Matre falva ac fuperftite, èxcifi, ad THOMAM

MILLIKGRON , Zquitem auratum, Mèdicum regium ordinariwn, e?

Collegii Medicorum fondinenfium Prcefidem, cum Fig. Lugd. Bat.

1700. ï*7i Svo. CAR. LiNNffil, Amosn. Acad. Tom. II. p.

171. E. L. VRIEMOET, Athen. Frif p. 699-701. PAQUO?,

Mem, litter. Tom. II. p. 351, 3S 2

«

r».


174- D AALMANS. DAAM. DAAMEN.

D.

DAALMANS (HANS),. Konstfchilder, te Antwerpen geboren,

heeft geleefd in de XVilde eeuw; dit is 't al dat wij

van hem opgetekend vinden. — . K. v. MANDER, Leven

der Schilders, I. D. bl. 232.

DAAM (N. N.), was Hopman van een der fchepen van

de vloot uit 24 kielen beiiaande, waar over WILLEM VAN

LUMEI Graav van der Mark het bevel voerde, en die onder

den naam van Watergeuzen cp den 1 april 1572 den Briel ver­

overden, en door deze koene daad den grond der Nederlandfe

vrijheid leiden. Deze DAAM , benevens MARINUS BRANDT,

waren de eerden, die, met hunne fchepen voor het hoofd van

den Briel naderden en binnen kwamen. BOR , Ned.

Hifi. druk van 1678. I. D. bl. 365. P. C. HOOFTS, Nederl.

Hift, VI. B. bl. 228. K. v. ALKEMADE, Befchr. van den Briel,

bl. 123. en Bijvoegz. bl. 374. WAGEN., Vod. Hifi. VI. D. bl.

342- 345-

DAAMEN (ADAM) , omtrent het midden der XVIIde

eeuw te Amfteldam geboren , alwaar zijne ouders onder de

klasfe van gegoede Burgers forteerden; wierdt tot vordering

zijner ftudien eerst op de fcholen geplaatst, en vervolgens

naar het Hogefchool te Keulen gezonden. Hier met allen lof

zijnen onderrigtenden loop voleindigd hebbende, werdt hij

tot Priester gefcboren, tot Licentiaat in de beide regten be­

vorderd, en tot Domheer te Keulen aangefteld; vervolgens

tot Priester-Kanunnik, als mede tot Deken van de kerk te

En-

\


EMMliN. (ADAM) X75

Emmerik verkoren. In het Jaar 1707 werdt hij, op bevel van

Paus EXEMEHS DEN XI, tot algemenen Paüsfelijken Vikaris der

Nederlanden aangefteld, en op 't einde van 't zelvde jaar tot

Bisfchop van Adrianopolis te Keulen gewijd. Van hier zakta

DAAMEN te fcheep den Rhijn af, kwam te Emmerik, en liet

zig in die ftad onder het gebrom der klokken en 't zingen

van het Te Dewn, plegtig met de grootfte ftaarfie inhalen.

Van daar in Holland zijnde gekomen, wierdt hij van alle kan­

ten met gejuich en gelukwenfingen ontvangen, en aanvaardde

zijne bediening; dan daar hij, door trots en verwaandheid, ver­

waarloosd hadt de Staten van zijne aanftelling kennis te ge­

ven, en verluf tot de uitoeffening te verzoeken, wierdt aan

hem op den 26 april 1709, bij openlijke afkondiging, de

uitoeffening van z'ijn ambt verboden, bij verbeurte van zwaar­

der ftraf, in geval van contiaventie. DAAMEN , zijnen mïsflag

te laat vermerkende, zogt dien wel te beteren door onderwer­

ping; ten dien einde z ;

g bij Gecommitteerde Raden vervoe­

gende , en verfcheidene redenen tot zijne verfchoning bij­

brengende, om, ware het mogelijk, voorzeide Plakaat te doen

intrekken; doch alle zijne pogingen hier toe waren vrugte-

loos, en de Staten volhardden bij bun gcnomïïn befluit. Ten

zei ven tijd werden de Hoofden van de Roomsgezinde Geeste­

lijkheid voor hun Ed. Gr. Mog. Gecommitteerden geroepen,

en hun op den 12 november van 't zelvde jaar en nader op

den 2iften van genoemde maand, ten ernftig.len bevolen,

de zending van alle Wereldsheien en geordende Piiesters,

die na den dood van GERARDUS POTKAMP 5 voorganger van

ADAM DAAMEN, waren ingekomen, te onderzxken, en de

onderhouding van het daarop gemaakte Plakaat in acht tc ne­

men, en vooral dat zij, inzonderheid in zaken, die betrek­

king tot de Kerk hadden, geene geme^.fchap hoegenaamd

met ADAM DAAMEN zouden hebben te hou.'en. Zeker Gees-

teüjke te Leijden en nog een in Geoijland, tegens dit verbod

gezondigd hebbende, werden ten lande uitgebannen. Dit

zelvde lot trof DAAMEN ook, en hij verzogt hierop bij den

Paus ontflag van zijne waardigheid als Vikaris, 't welk hem

bij


t 7 6 DAAMS. DAATSELAAR.

bij aanhoudendheid geweigerd weidt. Dus bij het Hof van

Romen zo min als bij de Staten enige gunst kunnende verwer-

ven, en hier door buiten bediening zijnde, fchoon een ruim

inkomen hebbende, leefde hij in grote gastvrijheid, die hij in-

• zonderheid ten aanzien van zijne landgenoten uitoefende •

ook ftigtte hij de Abtdij Leeurik aan den Rhijn, en overleedt

te Keulen eten 3 december 1717, alwaar hij in de Domkerk

begraven is, Batav. Sacra, III. D. bl. 524. Utrechtfs

Oüdh., III. D. bl. 291. Hijtor. Verhaal van de Kerk van Utr.

I. D. bl. 103,

DAAMS (PIETERS, geboren te Antwerpen in de XVIde

eeuw, is geweest Kaïthuizer Monnik te Lier; en heeft in

heldendigt gefchreven en door de.-n druk gemeen gemaakt:

Encomiajlicum Jolitndinis Carthnjiance. Antv. 1623. in tfa. D

Rukje veiicheen wel naamloos, doch bleek van hem te zijn,

doordien zijn gewone zinfpreuk : SPES ME DURAT, op den tijtel

daar van wordt gevonden. J. F. FOPPENS, Bibl. Belg.

P. 97i-

DAATSELAAR (ABRAHAM), was ten jare 1621 Koop-

man in garen en lint te Gorinchem, en gehuwd aan JOHANNA

VAN ERP, ene zuster van THOMAS ERPENIUS, Hoogleraar der

Oosterfe talen te Lijden , en boezemvriend van Huio DE

GROOT. Deze DAATSELAAR of bovenal zijne huisvrouw was

het middel waar door deze ongelukkige Staatsman, na dat hij

uit zijnen ketker te Louvejlein ontfnapt was, in veiligheid ge­

raakte; want de kist waarin hij befioten was, door bezorging

van deszeivs getrouwe dienstmaagd ELSJE VAN HOUWENING,

na een gelukkigen overtogt, aan hethuis van genoemden DAAT­

SELAAR gebragt zijnde, werdt die terftond geopend, daar DB

GROOT omtrent twee uren in gelegen hadt, en flegts wat

flauw en verzet weder uitkwam. De vrouw wist in korten

tijd, door middel van haren zwager, KORNELIS JAKOBSZ. VAM

DER VEEN, aan DÉ GROOT een metfelaars kleed te bezorgen.

Hier mede vermomd, tradt hij, verzeld van JAN LAMBERT-

ZOON, Meester Metfelaar, met een' maatftok in de hand,

over


PACH. (JAN) DACHS. (J.) m

över ene volle markt, alzo 't juist kermis was, naar het veer.

Overgevaren zijnde, werdt DE GROOT, van den Metfelaar,

te voet naar Waalwijk gebragt, daar hij met het vallen van

den avond aankwam, en zig voorts tot volkomene veiligheid

naar Antwerpen begaf. ——— G. VAN LOON, Nederl. Gedenkp.,

II. D. bl. 134. WAGEN., Vod. Hift. X. D. bl. 415, 416. '

DACH (JAN), Konstfchilder, te Keulen geboren in 1535,

is een leerling geweest van den beroemden BARTEL SFRAN-

GER, bij wie hij onderwijs in de konst kreeg ten jare 1556,

en zig vervolgens naar Italiè'n begaf, ten einde zig aldaar

naar de beste modellen te oeffenen, hij werkte hier pok on­

der opzigt van KAsr-ïR REMS , en ALEXANDER BONVICINO ge­

naamd MORETTO. Uit Italiè'n vertrok "hij naar Duitsland,

alwaar hij bekend wierdt bij Keizer RUDOLF DEN II, een

vriend van bekwaamheid en konst, en deze zond hem te rug

naar Italiën, ten einde aldaar voor hem de beroemdfte an-

tijke Beelden der Grieken en Romeinen af te tekenen. Hij

volbragt zulks naar genoegen van den Keizer, keerde weder

naar Duitsland, en fchilderde voor dien Vorst vele roemwaar­

dige fchilderftukken, van een uitnemend fchonen fmaak. DACH

ftierf te midden dezer loopbane aan het Keizerlijke Hof te

Praag in het jaar 1600, overladen van eer en goederen, en

algemeen betreurd wegens het loffelijk gebruik, dat hij van

zijn Meesters vertrouwen maakte, om een ieder, zo veel in

zijn vermogen was geweest, wel te doen. SADELER, J. MUL­

LER, J. SAENREDAM, en L. KILIAN, hebben in 44 bladen,

vele van zijne voornaamfte tekeningen in het koper gesne­

den, Nouv. Dm. Hift. in 8vo. T. II. p. 431- A. Hou-

BRAKEN, Schouwi. der Ned. Schilders, I. D. bl. 34, 35. WEI-

JERMAN, Leven der Konstfchilders. I. D. bl. 214. SANDRART,

SSoitfcfje Sfat». ter 2kn«/ 05:16'/ tmï SDtorjlre-Suttfl. 9ïurn&.

Ï675. in folio. 2#. I. f. 276. $Wg«n. $»nfUtt Sericca. 1779,.

f. 10. up ACKEN.

DACHS (J.), is geweest Chirurgijn-Majór van het tweede

Batailjon Oranje-Gtldtrland, dien wij niet anders kennen, dan

.VUL Pïït. U ifcsaï


i 79 DACHS. (NIKLAAS)

door een Berigt aan de Hollandfe Maatfchappij der Weten­

fehappen te Haarlem gezonden, betrekkelijk ene oude Dame,

welke in haar 86fte jaar drie nieuwe Tanden heeft gekregen,

welk getal zedert vier jaren tot 24 is aangegroeid. Van dit

buitengewoon geval, 't welk, zo niet zonder voorbeeld, ten

minden tot de bijzonderfte zeldzaamheden moet gerangfehikt

worden, aan onze Lezers een verflag te geven, dagten wij

«iet ongevoeglijk. Zie hier het verhaal, 't welk de Heer

DACÏIS daar van geeft.

Een oude adelijke Dame, woonagtig in het fieedje Ter Borgt,

in het graavfchap Zutphen, hebbende in het jaar 1774 .den

ouderdom van ruim 90 jaren bereikt, wierdt, in haar 86fte

jaar getreden zijnde, in het najaar, van ene zware koortfe

overvallen; dewelke met zeer hevige pijnen in den mond ver-

ae'fd ging: dit enige dagen geduurd'hebbende, was men niet weinig

verwonderd, deze toevallen te moeten houden, als een gevolg

van iets, 't welk men immers bij iemand van die jaren, welke

alle hare Tanden reeds voorlang verloren had, nimmer had kun-.

»en verwagten; en egter ontdekte men drie nieuwe Tanden,

welke gedurende dien tijd waren doorgebroken. Maar 't geen

deze bijzonderheid ten hoogden top doet fteigeren, is, dat

deze negentigjarige Dame, welke in dat hoogeefteigerde tijd­

vak van haar levensloop, een volkomen goede gezondheid ge­

noot, met 24 nieuwe volkomen gezonde Tanden fprak, de­

welke van tijd tot tijd, federt de ccotsieking van de eerstge-

melden, in dien tusfentijd van ruim vier jaren, onder de voor­

noemde zware toevallen, zijn te voorfchijn gekomen. Zijn­

de het hoogstwaarfchijnlijk, dat, als deze zonderlinge werking

der Natuur niet door den dood wierd afgebroken, deze Dame

de grootfte kans hadt, om alle hare Tanden en Kiezen we­

der op nieuw te kunnen tonen, die haar de ouderdom te

voren hadt ontrukt. ••—— Verhand, van ds Holland/. Maat/ch.

der Weten/., XVI. D. 2. St. bl. 317-324.

DACHS (NIKLAAS), Predikant te Vlisfmgen, is geboïen


DACHS. (NIKLAAS) 17*

KORNELIS DACHS , geboren te Sluijs in Flaanderen , die do

praktijk der medicijnen te Vlisfmgen uitoeffende, alwaa- hij

zig in den egt begaf met JANNETJE BLEEKER van Middelburg,

welke onze NIKLAAS zijne moeder was. ,

Slegts een jaar oud zijnde, ontviel hem zijn vader door den

dood; hij verkreeg het eerfte onderwijs in de letterkundige

wetenfehappen te Vlisfmgen; en ging vervolgens met zijne

moeder naar Utrecht wonen, om zig in de Akademife weten­

fehappen , en wel inzonderheid in de theologie te oeffenen.

Hier verbeidde hij tot in julij 1664, wanneer hij met zijne

mosder naar Vlisfmgen te rug keerde, en kort daarop tot Pro­

ponent bij 't Klasfis van Walcheren wierdt aangenomen. Zijn

eerfte ftandplaats' was te Filippine , daar hem in 1660 het

Leraarsambt werdt aangeboden; van daar werdt hij in 1677

naar Koudekerk op 't eiland Walcheren beroepen, en vervolgens

op den 2februarij 1687 te Vlisfmgen, daar hij ook zijn graf

heeft gevonden.

Driemaal is DACHS getrouwd geweest, en evenwel, 't geen

vreemd luidt, Bruidegom geftorven. Voor de eerftemaal huw­

de hij te Vlisf.ngen in T

feptember 1672, met KATRYNA BOS-

SCHAERT, ene dogter van KORNELIS BossenAERT, toen ter tijd

Predikant tsLillo, en KATRYNA VAN DER PUTTE, die voormaals

weduwe was van HENDRIK ZUERIUS BOXHORN, Predikant op

de Kruisfchans. Deze vrouwe ontviel hem door den dood in

het jaar 1680; en na zeven jaren weduwnaar geweest te zijn,

trouwde hij ten tweedenmale, met ANNA PYL, weduwe van

zijnen voorzaat JOHANNES HOORNBEEK, in wiens plaatze hij te

Vlisfmgen was beroepen; welke vrouw in het volgende jaar

overleed; waarop hij zig voor de derdemaal in den egt begaf

met ALETTA KOOTMANS, weduwe van G. LAMMISS te Amft el-

dam; ook deze ontviel hem in 1693 ; waarop hij ten vierden*

male in ondertrouw geraakte met PETRONELLA DE LA PALMA,

te Vlisfingen. Doch dit huwelijk hadt geen voortgang, door­

dien onder de geboden tusfen Bruidegom en Bruid, over het

tijdelijk goed, grote onenigheid ontftond; zo dat zij 'er uit­

scheidde. Hier ever geraakte zij onder kerkelijke cenfuur, en

M x ver-


tto DACQÜET. DAELE. DAELEN.

verkoos hare woonplaats te IVestzouburg, daar men haar wtf?

derom' tot het Avondmaal toeliet.

DACHS overleed te Vtisfingen den 30 april 1705, in den

ouderdom van 6$ jaren. Hij was lang en mager van lighaams-

geirel; en hadt maar één oog, zijnde hem het ander nog een

kind wezende, op ftraat door een man die onvoorzigtig een

geweer loste, uicgefchoten. Van imborst was hij zeer zagt-

moedig en vieedzaam; en zijne predikwijze was ongemeen

kort, maar bondig. HUNKIUS, Zeeuvfe Buijze, bl. 325.

G. VKOLYKHERT, Vlisfingfe Kerkhemel, bl. 183-186.

DACQUET (PIETER), geboortig van Feurne, is geweest

een beroemd Artz, die teffens zeer ervaren was in de griekfe.

en latijnfe talen. Hij heeft gefchreven: Commentarius in COR-

XEL. CfxsuM. 1 ••• J. F. FOPPENS, Bibl. Belg. pag. 971.

DAELE (JAN VAN), Rektor van de kerk te Hamal, leef­

de in 1436; en was geboren te Beringen een Reedje in Luiks-

Kempeland gelegen. Hij heeft ene verzameling van korte en

zedelijke Gefchiedverhalen nagelaten, die hij in een alphabe-

tife orde heeft gerangfchikt, waarfchijnlijk om 'er in het on­

derwijs dat hij aan de jeugd gaf, gebruik van te maken. Deze

gefchreven verzameling wordt bij de reguliere Kanunniken te

Tongeren bewaard, onder den tijtel van Alphabetum narratorium.

Ook liet hij bij uiterften wille aan deze Geestelijken na een

aanzienlijk getal Handfchriften ; die een voornaam gedeelte

van hunne Boekerij uitmaken. VAL. ANDR., Bibl. Belg.

P a

S- 573- PAQUOT, Mem. litter. Tom. VII. p. 71, 72.

DAELE (JOHAN VAN), een Nederlands Konstfchilder; was

bijzonder ervaren in het wel treffen en fierlijk fchilderen van

IsnJfchappen en veldgezigten. Men ontmoet van hem een

fchoon Altaarftuk in de kapel van de Kapucijnen-kerk te

Antwerpen. Hij leefde in 1560. DESCAMPS, Vies des

Peintres Flam tfc. Tom. I. p. 148. Stlfficnt. ^UBjifes ScjCitoa.

3? 79- f- I9C.

DAELEN (KORNELIS VAN), vader en zoon, uit Brabant

af-


DAELHEM. (MELCHIOR VAN) i8r

afkomftig, zijn beide konftige Plaatfnijders geveest» Inzon­

derheid muntte de zoon uit in fmaak, vernuft en zindelijk­

heid; vele voortbrengzelen van zijne konftige etsnaald ont­

moet men in 't Kabinet door REINST in 't licht gegeven; on­

der anderen de fchone beeldtenisfen van BOCATIUS en ARETIÏT,

welke fomtijds, doch te onregte, aan KOSN. VISSCHER worden

toegefchreven. Daar zijn ook Platen van zijnen voortieflelij-

ken arbeid voor handen, naar RUBBENS, VAN DYK, FMNCK

en meer Meesters van dien waardigen (tempel. Zijn ftijl

komt fomtijds met dien van KORN. VISSCHER, en veeltijds ook

met dien van ABRAH. ELOEMAART overeen. Hij bloeide op bet

tierigst ten jare 1650, te Londen. • BASAN, Dittion. des

Graveurs. Paris 176.7. 3 Tom. in ivo. gt(fe«m. $U»(U« £ciicPJU

3779. f. 190.

DAELEN en DAELENS, zie DALEN enz.

DAELHEM (MELCHIOR VAN), wierdt in 1580 gebotéti

te Hasfelt, een ftad in bet prinsdom van Luik, in het graav­

fchap Lozi alwaar hij, 16 jaren oud geworden, zig onder dö

orden der Heremieten van St. Augustijn begaf, en daar van

het Monnikenkleed aantoog. Enigen tijd daar na werdt hij

door zijn Opperften eeist naar Brusfel gezonden , ten einda

aldaar de letterkunde aan de jeugd te onderween, en vervol­

gens naar Leuven, daar hij, gedurende het tijdvak van bijna

12 jaren, de zelvde post waarnam. MELCHIOR kweet zig van

die taak zo loffelijk, dat hij vervolgens tot Prior van het

klooster te Tperen, en opvo'gelijk van dat zijner geboorte­

plaats Hasfelt wierdt aangefteld. In het laatstgenoemde ftierf

hij den 13 februarij 1636, ruim 55 jaren oud zijnde, na een

kortftondigen tijd de bediening van Provintiaal te hebben uio

geoeffend. Dees Monnik verftond het grieks, en hadt den

roem van een goed Schrijver in profa te zijn, en vrij zoet­

vloeiende latijnfe vaarfen te vervaardigen, VALERIUS AK-

BREAS zegt van hem: pangebat non infeliciter, amsr.um, &

vend facili; nee prorfd oratione inamttnus erat aut diffkilis. SwEfift»

Ttus eerde hein met dit tweeregelig vaars;

M 3 Uk


132 DAELHEM. (MELCHIOR VAÏÏ)

Hic novus efi vates veteris DAELHEMIUS cevi,

Sed pius ingenio; fic novus fc? vetus ejï.

PAQUOT verzekert, dat VAN' DAELEEM grondig de latijnfe

•taal bezat, en 'er de minst in gebruik zijnde uitdrukkingen

van verftond: maar dat hij door zijn ver-gezogten fchrijfftijl en

gebruikmaking van buitengewone woorden en zinnen, al 't

gene hij gefchreven heeft, heeft bedorven. Daar is van hem

door den druk gemeen gemaakt:

ï. Panegyris duplex, prior pro Gymnajïo Bruxellenfi ad Senatum

Bruxellenfem, altera ad Cl. Virum FOLCARDUM VAN ACHELEN,

Concilii fantïioris Asfesforem.

2. JACOBI ARMINII cum Batavis, fuper prrefenti rerum in Hol'

landid ftatu, mutuis disfidiis g> homicidiis, Expojlulatio poflhu-

ma. Lugd. Bat.fubfigno Libertatis, 1621. PAQUOT merkt gants

niet onoirdeelkundig aan, dat VAN DAELHEM gelijk hadt, met

de Vrijheid aan 't hoofd Van deze klagt te plaatzen ; door­

dien de Protestanten in Holland, die (met grote reden) zo

luid gefchreeuwd hadden tegens de tijrannie vair den Paus en

van den Koning van Spanjen, 'er thans'ene zeer wezentüjke

en alleronregtvaardigfte uitoeffenden, over de gewetens, o-

ver de goederen en over het leven zelve der Remonftranten,

hunne medeburgers.

3. Epicedium in obitum MARMJ DECKHERÜE., Cl. Viri JOAN-

Nis VAN PEDE, in Brabantia: Senatu Conjiliarii, ex filio neptis.

Lovan. 1624. in 410. De vaarfen van dees Monnik, zijn be­

ter, zegt PAQUOT, dan zijn onrijm, fchoon die in allen dele

ook niet van gemaaktheid zijn vrij te pleiten.

4. Arca honoraria Chrifli £? Sanüorum, ertum au&umqüe Zo-

mgereJudalitatis S. P. Augustini continent, a P. F. MELCHIORE

DAKLHEMIO, Augustmiano, è Gallico in Lathum ver/a. Antv.

I628. in lïmo.

•Verfcheidene latijnfe blij- en treurfpellen, welke hij door

zijn fcholieren had: doen vertonen, worden gefchreven in het

klooster van Hasfelt bewaard; als mede een bundal van dicht­

hulken ia de zelvde fpraak. Ook bewaart men in dit huis -

mee;


DAENS. (JAN) DAIN. (OLIVIER trt) tS$

meet dan 50 Blieven van ERYCIUS PUTEANUS aan hem gefchre*

ven , welke nimmer zijn gedrukt. FE. SWEESTIIJ

Athen. Belg. p. 564. VAL. ANDR., p. 669, 670. J. F. For-

PENS, Bibl. Belg. p. 886. J. MANTELII, Hasfeletum, p. ioa»

113, 114. PAQUOT, Mem. litter. Tom. IX. p. 221-225.

DAENS (JAN), een zeer rijk Koopman, die in de XVIdés

eeuw te Antwerpen zwaren handel dreef, heeft zig beroemd ge­

maakt dooi -

een trek van edelmoedigheid, of laat ik liever

het kindje bij zijn regten naam noemen, een betoon van trots,

heid en hoogmoed, waar van men weinig voorbeelden vindt;

Keizer KAREL DE V. het verzoek van dezen DAENS hebben­

de ingewilligd, om bij hem het middagmaal te houden, wierjji

deze Koopman op het einde der maaltijd, een fchuldbrief van

twee miilioenen, welke hij aan die Vorst geleend hadt, in het

Vuur, teflëns zeggende: „ Ik ben ruim betaald door dé eetj

„ die uwe Majefleit mij heeft aangedaan." • Diolieiti

Bistor. 1779. m Svo. Tom. II. p. 434.

DAIN (OLIVIER LE), heeft tot eeh merkwaardig voor­

beeld van de wisfelvalligheid des geluks verftrekt, en aart

Frankrijk een nieuwe blijk gegeven van het gevaar dier in topi

fteigerende fortuinmakingen , om welke te beklimmen zeld*

zaam de Deugd tot ene leidsvrouw zig aanbiedt, en waar v*m

de bekiimmer door de misdaad veeltijds van de hoogte in een

poel van jammeren wordt gefmakt. Deze DAIN zag het eerfte

levenslicht te Thiel in Flaanderen, en was de zoon van eea

boer niet verre van Gent wonende. Door welk toeval hij

Baardfcheerder van LODEWYK DEN XI. wierdt, vindt men niel

verhaald, maar wei dat hij door zijn vernuften fnedigheid zig

zo diep in de gunst van zijnen Meester wist te dringen, dat

hij trapswijze tot de hoogfte ambten en waardigheden wierdt

bevorderd , en eindelijk tot Staatsminister Vafl dien VorsS

Verheven. Doch in hem wierdt het fpreekwoord van vader'

CATS : het zijn fterke beenen die de weelde kunnen dtdgcn, ters

vollen bevestigd; want een verregaande trots- en laatdunkend*

heii teftierd* zijoe daden, h'y' pleegde de fcbi*esjwendfte on*

M 4 it8*


184 CAINEPFEi

regtvaardigheden, en wierdt door zijne wandaden de affchilt*

van het volk. Zo lang LODEWYK DE XI. leefde, bleef hij

egter in gunst; doch in den aanvang van het regeringsbeftier

van KAREL DEN VIII, werdt zijn geding opgemaakt, en hij

om verfcheiden' euveldaden; als onder anderen, dat hij een

vrouw misbruikt, en daar toe verleid hadt door de belofte van

haar mans leven te behouden, die hij egter zijne lust ge­

boet hebbende, de wreede onmenfchelijkheid hadt om te doen

worgen, ter galg gedoemd en in 1484 opgehangen. Zijn eer­

fte naam was OLIVIER DEN DUIVEL of den Kwaden; welke

door LODEWYK DEN XI. in dien van DAIN werdt verwisfeld, die

hem teffens tot den adelftand verhief. JAN DOYAC, een man

. insgelijks uit den laagften ftand voortgefproten, en mede door

Koning LODEWYK tot de aanzienlijkfte bedieningen des rijks

verheven, deelde als lotgenoot in de regtvaardige ftraf, die

DAIN onderging; hij boette wel niet zijne gepleegde fchelm-

ftukken met den dood, maar hadt dien misfchien liever verko­

zen dan de duurzaamheid en infamie van de hem opgelegde

ftraf; want hij werdt veroirdeeld om op de hoeken der ftra-

ten van Parijs gegeesfeld te worden, een oor afgefneden, en

zijn tong met een gloeijend ijzer doorboord; van daar wierdt

hij naar Auvergne gevoerd, van welke provintie bij Gouver­

neur was geweest, en aldaar in de ftad Montferrant, zijne ge-

booiteplaats, op nieuw gegeesfeld, en zijn ander oor afgefne­

den. G. DANIËL, Hist. de France. Edit. de Amft. 1720.

in 4fo. Tom. IV. p. 420, 421. DiEt. Hift. in 8vs. Tom. II.

p. 43S, 436.

DAINEFFE, geboren te Luik in de XVIde eeuw, is ge­

weest Monnik van de Eremijten-orden van St. Augustijn in do

Abtdij van St. Hubert, en heeft gedurende een volgreeks van

jaren, het Hoogleraars-ambt uitgeoeffend. Hij heeft door den

druk gemeen gemaakt: 1. Epitomen Hhtoriarum Vita wmasticcs

ST. AUGUSTINI , una cum injtitutione & Antiquhate Families ejus­

dem &c. Antv. 1612. 2. Commentarius de triplici Mundo, Divi-

mo, Angelice, & Humano £fc. Leodii J639. —— J. F. Fop.

Bibl. Belg. p. 380.-

DAf


DALAVA. (FRANCiSKO) tl*

ÜALAVA (FRANCISKÖ) , een Spanjaard, was ten jse

1566 Gezant van FILIFS bF.s II. aan het Hof van Frankrijk,

Prins WILLEM DE I, boven mate fchrander in het uitvorfen

der geheimen zijner vijanden, hadt de affchriften van twes

Brieven dezes Staatsministers aan de Landvoogdesfe MARGA­

REET gefchreven in handen weten te krijgen, meldende:

„ dat de Koning nu fchone gelegenheid hadt, om, door

„ 't lozen van enigen, en 't bedwingen van anderen, te

„ geraken tot ene onbepaalde heerfchappije over de A^ifcr-

„ landen, waar naar zijne voorzaten, en hij, zo lang geitaara

„ hadden. Dat men, om bier toe te komen, drie Heren-,

„ naamlijk ORANJE , EGMOND en HOORNE fiegts fchoon ge-

laat tonen moest, tot dat het tijdftip geboren zou zijn,

,', om hun, die met regt gehouden werden, voor de ilokers

der beroerten, loon naar werken te verfchaffen. Dat

MONTIGNI en BERGEN, met gelijke list, in Spanje, om den

" tuin werden geleid, alwaar men hen, en den Raadsheer

" RENARD, dagt op te houden. Dat de voorflag der Land-

voogdesfe, om zig, door heimelijk verftand, te verzeke-

" ren van enige fterke plaatzen, ten Hove aangenaam ge-

" weest was." Met meer andere dingen van verre uitzigt»

die de Gezant onvoorzigtig genoeg aan het papier hadt durven

toevertrouwen. Men ontmoet bij den Gefchiedfcbrijver BOR,

volledige affchriften dezer Brieven. De Spaanfe Schrijvers heb­

ben bedenkelijk gefield, dat deze Rukken verzierd waren,

en men heeft de Bondgenoten verdagt gehouden van zulk ene

konftenarij; doch Prins WILLEM heeft zig altoos zo vrijmoe-

diglijk beroepen op derzelver egtheid, dat 'er weinig reden

over blijft, om hier aan te twijffelen. Hij en HOORNE ontbo­

den dan den Graav VAN EGMOND te Dendermonde, werwaards)

zij, van Grave LODEWYK VAN NASSAU en HOOGSTRATEN ver-

zel'd, zig begeven hadden, tegen den derden oktober is


x8$ DALAVA. (FRANCISKO)

Ook heeft de Prins VAN ORANJE, hier, of anders, wat latei 1

te IVillebroek, EGMOND en andere Vliesridders en Raden van

State getragt te bewegen, om, de Spanjaards, die men nu te

gemoet zag, uit het land te houden, Nogthans komen hij,

EGMOND, HOORNE en HOOGSTRATEN, in hunne verantwoor­

dingen overeen, dat 'er, te Dendermonde, geen befluit altoos,

tot het aanvaarden der wapenen, is genomen. EGMOND ver­

klaart, dat de voorflag van Gravé LODEWYK verworpen werdt.

En in de verantwoording des Graven VAN HOORNE , daar 'd

verhandelde te Dendermonde, omftandigst verhaald wordt, vindt

men, dat het befluit, daar genomen, na 't lezen der Brieven

van MONTIGNI en DALAVA, alleenlijk op deze vier punten

uitliep: „ i. Dat men, of ene vergadering der Algemene Sta-

„ ten, of de overkomst des Konings zou tragten te wege tö

„ brengen, tot ftillinge der beroerten, waar over de Koning

„ te onvrede was. 2. Dat men, onaangezien 's Konings mis-

„ trouwen, waar van DALAVA gewag maakte, in zijnen

„ pligt, jegens zijne Majefleit en de Landen, volharden zou.

„ 3. Dat HOORNE, in't bijzonder, die, ziende hoe veel on-

danks zijn gedrag, te Doornik hem op den hals gehaald

„ hadt, befloten hadt, de ftad en zijne ambten te verlaten*

„ zulks, met allen ernst zou ontraden worden. 4. En dat

„ ORANJE, die zedert enigen tijd, geboden was, in Hel.

land, Zeeland en Utrecht te komen, de Landvoogdes zou

„ verzoeken , om HOORNE , die 't nogthans affloeg, of Hooe-

„ STRATEN, tot zijnen Stedehouder over Antwerpen, aan te'

„ ftellen." Meer niet, zou 'er te Dendermonde, befloten zijn.

Alleenlijk, werden de Brieven van DALAVA, zedert, der Land­

voogdes^ door EGMOND, die wederom naar Brusfel keerde,-

vertoond; doch zij flcegze in den wind, of gaf 'er ene an­

dere uitlegging aan. F. STRADA , de Bell. Belg. Dec.

I. Libr. V. p. 26?.. BÜRGUND., Hift. Libr. III. p. 289.

HorrERUS, Liv. IV. Ch. VI. p. 112. E. v. METEREN, Ned.

Hift. II. B. f. 53. verf. Proces van EGMOND, bl. 649. P„-

BOR, Ned. Hift. druk van 1678. I. D. bl. 105. Auth. Stukken*

JL D. W. 67, 68. WAG., Fad. Hifi. Vh D. bl. 195-198. ,

PA-


DALE. (ANTHONY VAN)

• ' DALE (ANTHONY VAN), wierdt geboren te Haarlem den

1

s

j 8 november 1638, uit Doopsgezinde ouders. Van der jeugd

af aan liet hij een warme drift voor het beoeffenen der ge~

' leerde talen en fraije letteren blijken; doch zijne ouders, die

' ; andere inzigten met hem hadden, leidden hem tot den koop-

• ; 'handel op, dien zij zeiven ook uitoeffenden, en hier mede

' ; hieldt hij zig ook een geruimen tijd bezig. Met zijn 30de

i :. jaar egter, kreeg de drift tot het beoeffenen der letteroeffe-

'! ningen zodanig de overhand bij hem, dat hij van levensfland

i veranderde, den koophandel vaarwel zei, en zig enkel met ftu-

3 i .deren bezig hieldt. Hij lei zig op de geneeskunde toe, en

3

i wierdt Doktor in die wetenfehap. Onderwijlen verwaarloos-

!

' 1 ' de hij ook geenzins de griekfe en latijnfe talen en oudheden,

• 1 maar maakte daar ongemene vorderingen in. Hij zette zig

3 1 voorts in zijne geboorteftad neder, alwaar hij de geneeskun-

de, zo in 't algemeen onder de burgeiij, ais ook, van flads

l i wege, in het gasthuis oeffende, en zulks met geen geringen

i' lof, doordien hem de zorg voor de behoeftigen ongemeen ter

:

' harte ging. Intusfen bekleedde hij ook het Leraarambt bij

i een der Doopsgezinde gemeenten te Haarlem, doch deedt eer-

; s lang afftand van die post, vermits hij daar toe niet gefchikt

'l fcheen en zijne predikatiën met al te veel griekfe en romein-

•< :

fe geleerdheid gefloffeerd waren , waar door hij aan zijne

J i hoorders weinig genoegen gaf. VAN DALE was een ongemeen

> t werkzaam man, die met veel aandagt las, meteen doordrïn-

i i gend vernuft was begaafd, en uit zijne lectuur veel nut wist

'•. : te (rekken, waar van zijne uitgecevene werken tot waarborg

!• verftrekken. De Heer JAN LE CLF.RCQ , wiens tijdgenoot hij

, 1 was, en die gemeenzaam met hem heeft verkeerd, getuigt van

:* :: hem, dat hij niet alleen een man van grote geleerdheid was,

:. i maar ook zeer aangenaam en onderhoudend in den omgang,

l. I het gezelfchap doorgaans met zijne gefprekken vervrolijkends,

I, 1 die hij met allerleij aartige en geestige vertellingen, waar

;

. ! toe zijn fterk geheugen hem overvloed van ftoffe opleverde,

:, vermengde. Een geflagen vijand van bijgeloof en huichelarij,

j /potte bij 'cr openlijk mede. Hij everleed ts Haailim, zonder


zat DALE. (ANTHONY VAN)

enige voorafgaande ziekte, enkel aan een langzaam verval

van kragten, op den 28 november 1708, in den ouderdom

van ruim 70 jaren; door velen, en inzonderheid door de armen,

die hij als Geneesheer bediende , ongemeen betreurd. De

werken door hem in 't Jieht gegeven, zijn de volgenden:

1. De Oracuiis Ethnicorum Disfeitationes duce, quarum prior

de ipforum duratione ac defeltu; pofterior de eorumdem autloribus.

Accedit Schediasma de confecrationibus Etlmkis. Amft. 1683. in

8vo. Men vindt het uittrekzel van dit wérk in de Nouvelles

de la Republique des Lettres de Mr. P. BAYLE. Mars 1684. Art.

X. en bij W. SEWEL, Boekz. Jan. en Febr. 1696. bl. 47-63.

252-261. FONTENELLE, dit werk gelezen,' en naar zijn fmaak

gevonden hebbende, maakte gebruik van de materialen die 'er

enigzins verward door malkanderen in geplaatst zijn, om 'er

zijn Hifloire des Oracles uit famen te ftellen. Deze kwam in

J687 in i2ino. voor de eerftemaal in 't licht, en is nader­

hand veelmalen herdrukt. MOEEIUS , Deken der Hoogleraars

in de godgeleerdheid te Leipzig, die reeds ene latijnfe verhan­

deling hadt uitgegeven over den oirfpror.g, de voortgangen en de

duurzaamheid der Orakels, gaf'er, in 1685, een derden druk van

in 't licht, waarbij hij vermeerderingen voegde, die ter verde­

diging verftrekten van de zwarigheden, die VAN DALE^tegens

fommige plaatzen van zijn werk hadtgeopperd. Onze Geneesheer,

in enige opzigten niet we! te vreden over het werk van FON­

TENELLE , gaf een Brief over dat onderwerp uit, waarin hij

teffens Mremus beantwoordde. Deze Brief, getijteld: Lettre de

Mr. VAN DALE , a un de fes Amis, au fujet du Livre des Oracles

des Païens, compofé par l'Autlieur des Dialogues des Morts, is met

de kieste befchaafdheid gefchreven, maar de Schrijver wil,

dat FONTENELLE „ belangrijke zaken heeft overgeilagen, die

„ befiisfender kosten zijn, en minder vervelende, dan wel an-

„ deren, waar van hij in zijn werk gebruik maakt: misfchien

„ is het ongelukkig voor de zaak, die hij met mij bepleit, dat

„ hij in geen land van vrijheid woont: want ik kan aan niets

„ anders het ililzwijgen toefchrijven, 't welk hij in acht

„ neemt, en de vermommende voorzorgen die zijne pen fchij-

M net?


DALE. (ANTHONY vjisT tl§

nen beftuurd te hebben, ten aanzien van belangrijke za-

„ ken." MCEBIUS inzonderheid ontmoet hier een hevigen te-

genkamper in VAN DALE, betrekkelijk zijne Hellingen over

de Toverij, die hij aan den Domen (Duivel) toefchtijfr; en hij

behandelt dit onderwerp met enen warmen ijveren vee i geleerd­

heid, om alle medewerking van den Duivel daaromtrent uit

te fluiten. In 1707 veiTcheen 'er op nieuw een Tegenftre-

ver, die FONTENELLE en VAN DALE beide aanrandde, egter

ten aanzien van den eerften meerder toegevendheid gebruiken­

de, als wel voorden tweeden; ongetwijffeld, om dat de laatfte,

een Ketter zijnde, niet verdiende, dat een Jefuit enige heus­

heid ten zijnen aanziene in acht name; want men weet, dat

dit werkje door den Jefuit BALTUS van Straatsburg gefchreven

is; het voert tot tijtel: Reponfe a l'Hijioire des Oracles de Mr.

DE FONTENELLE , de l'Academie Franpife. Dans laquelle on réfute

ie Syjleme de Mr. VAN DALE , fur les Auteurs des Oracles du Pa­

ganisme, fur la caufe £f le tems de leur Jilence; ou l'on etablit

te fentiment des Pêres de l'Eglife fur le mime fitjet. Strasbourg

1707. in Svo. Dit werk is in drie delen verdeeld: de Schrij­

ver wederlegt 't geen hij valfe redenen noemt, aan de Kerkva­

ders en oude Christenen toegefchreven; en hij brengt de ware

oirzaken bij, die hem overtuigd hebben, dat de Heidenfe ora­

kels door de Demons wierden uitgefproken. In de tweede,

beantwoordt hij de gezagaanvoeringen , en deredenen door den

Heer FONTENELLE bijgebragt, om regtftreeks te bewijzen, dat

de orakels in het heidendom niet door de Dctmons zijn uitge­

fproken. En in de derde, tragt hij te" bewijzen, dat de Hei­

denfe orakels niet juist op het zelvde tjjdflip van de geboor­

te des Heilands opgehouden zijn, maar naar mate zijne gods­

dienst zig langs hoe meer in de wereld uitbreidde; dat het zijn

kruis is en de aanroeping van zijr.en naam, welke tot oir­

zaken van die ophouding vei (trekt hebben; en dat de rede­

nen , door FONTENELLE bijgebragt, om het tegendeel te beto­

gen, op geen vaste gronden berusten. Men vindt het uit-

trekzel van dit werkje in de Nouv. de la Repub. des Lettres

Juin 1707. Art. 2. Een naamloos Schrijver kwam voorts

op-


t 99

DALE. (ANTHONY VAN)

opdagen, ten einde zig als middelaar tusfen belden te ftellen.'

LE CLERCQ plaatfte de gedagten van dien Schrijver in zijne

Ribliotheque Choifie, Tom. XIII, Art, 3. onder den tijtel van

Remarques fur le dcmelé, qui eft entte Mr. DE FONTENELLE

Autheur de l'Hiftoire des Oracles &c. É5 3

l'Autheur de la re

ponfe a l'Hiftoire des Oracles £ff. Dit Huk bevat een aantal

van belangrijke en wel gegronde aanmerkingen. De Schrij­

ver houdt een juist midden tusfen VAN DALE en FONTENELLE

aan den enen kant, en den Jefuit BALTUS, aan de andere zijde.

Ik geloof, zegt hij, dat 'er Orakels hebben kunnen zijn,

„ die in waarheid door Dcemons zijn uitgefproken geworden,

„ of wel door wezens, die boven de menfelijke Natuur verhe-

ven zijn : fchoon ik, aan den anderen kant, ook niet twijfte-

„ Ie, of menfen zijn veeltijds de werktuigen der antwoorden

„ geweest, welke men aan die verhevener wezens toefchreef.

„ Ik geloof ter zeiver tijd, dat het ons niet mooglijk is, om

thans te kunnen onderkennen die Orakels, welke door de

Dcemons zijn beantwoord, van de zodaningen, waarin men-

felijk bedrog in plaats gevonden heeft; het zij om reden,

„ dat dc gefchiedenisfen, welke men 'er ons van verhaalt ,

„ geene gegronde zekerheid hebben; het zij dat die niet

„ met voldoende omftandigheden gepaard gaan , om met

„ grond te kunnen befiisfen, of'er bedrog onder gelopen heeft,

., dan niet ore." De Jefuit BALTUS, hier niet door overtuigd,

zag men in 1708 te voorfchijn komen: Suite de la Reponfe ct

i'Hifloii e des Oracles, dans laquelle on refute le; Obje&ions inf

dans le XIII. Tmne a'e/sBibliotheque Choifie , ^dansl'ArticlelI.

de la Republique des Lettres du mcis de Juin 1707, £f ou Von

établii fur de nouvelle; preuves le feniiment des SS. Péres toucha

les Oracles du Paganhme. Amft. 1708. in 8vo. De Meer LE

CLEECQ getuigt van dit werkje, in zijne Biblioth. Choifie, Tom.

XVII. p. 309., dat het met meerder geloof als overtuigings-

kragt gefchreven is, magis credulé, quam pcrfuadeilter. De Je

fuit MQUROUES heeft ook iets over dit onderwerp bijgedragen:

aan het flot van zijn Plan Tkologlque du Pythagorism, Thou-

kuji 1112, U, Foi, in 8vo., vindt ineri ene Lettre Apologetique,

pour


DALE. (ANTHONY VAN) Wl

1

fmr jujïifier le Jmüment des Péres de l'Eglife Jur lts Oracles da

' Paganisme, contre deux Disfertations de Mr. VAN DALE, Doleur

a

tn Medecine. De Schrijver hier van fchijnt noch het werS

l

van BALTUS, noch de Aanmerkingen van den öfigèn'oem3en

' !

' Autheur gezien te hebben, maar hij voedt gunftiger denkbeeli

tien voor het fteizel van den laatften, dan voor de gevoelens

van den eerstgenoemden. Alvorens van deze gefchiedkundige

l

uitweiding over het gefchil der Orakels af te flappen, dient

aangemerkt, dat de Heer VAN DALE een tweeden druk van zijn

werk uitgaf, onder dezen tijtel: ANTONII VAN DALE, Poliatri

'•< Harlemenfis, de Oraculis veterum Ethnicorum Disfertdtiontes dua,

;

' quarum nunc prior agit de eerum origine atque auüoritate, fecunda,

•' de ipforum duratkne £? interim. Editio Jecunda, plurimwn ai.

;1

; auiïa, cui de novo accedunt Dlsfertatiunculce. I. De Jlaiua SIMONI

i l Mago, ut prcetenditur, ereïïa, qua occafione agitur de Chrefto

;

' 1 SUETONII. II. De Actis PILATI disferitur, illdq :e occafione, air

• I AUGUSTUS GESAR Dominus appellari renuerit. EI. Schediasma

"• de Coifecrationibus, plusquam dunidid potte autiius. Amft'. 1700.

'1 i in 4*0. „ De Hr. VAN DALE ," zegt LE CLERCQ in Bibl. Choifie,

de la ie edit. Tom. III. p. 110., „ heeft zig in dezen

• „ tweeden druk, vee! van den fmaak van het Publijk tc nutte

5 „ gemaakt, ten aanzien van het leerftelzel 't welk men in

:, „ zijn werk verlangde. Behalven dat , heeft hij fommige

i, i dingen uit het Iighaam van 't werk zelve genomen, diö hij

1 , in het Aanhangzel onder verfcheidene tijtels geplaatst heeft,

>' , , alwaar men die vermeerderd en verbeterd vindt. Ook

l , „ heeft hij 'er een Hoofdftuk bijgevoegd, weike een lijst be-

;

, vat van bijna 300 Orakels, welke niet opgehouden hebben

te antwoorden, dan na de komst van 's werelds Heiland."

Schoon het werk van VAN DALE zonder tegenfpraak vele

• • uitnemende en wetenswaardige zaken en daarbij belangrijke

- • nafporingen bevat; zo zal men egter het gefchil daar over

:

' ontftaan, onbevooroirdeeld ter toets nemende, moeten inflsm-

: j men, dat bij zijne gevoelens wat tc driftig heeft doen voort-

{hellen; en dat om het ene uiterfte tu ontwijken, hij in het

legengeftelde is verfttikt. Hij heeft zelvs fommige bijzondere

Se.


S$t DALE. (ANTHONY VA»)

gebeurtenisfen beftreden, die hij in hun geheel hadt kunne*

laten, zonder aan zijn Ieerftelzel enig nadeel toe te brengen,

2. ©crïjanocu'rtg ober bc ottbe Oroftelm oer ï?eiötnm.

amfï. i6B7. «l 8bo. Schoon men in dit werk verfcheidene'

gedagten en de voornaamfte daadzaken van.het hier boven

vermelde latijnfe werk ontmoet, is egter de behandeling

leerwijze en orde daar van zeer verfchillende. Het voornaam'

fte doel van VAN DALE ftraalt door, enkel daarin te beftaan,

om de oude Orakels of zogenaamde Godfpraken der Heide-

nen in verdenking te brengen, e.n te betogen, dat die enkel

en alleen aan de bedriegerijen van hunne Priesters moeten

worden loegefchieven.

3. Disfertationes de Origine £f progresfu Idokktrice Super/li.

thwm, de vera ac falfa Propte* K uti & de Divinationibus Ido~

hhtrkts Judceorum. Amft. 1696. in 4.to. In dit werk onderzoekt

VAN DALE een menigte van belangrijke onderwerpen Bij

voorbeeld, in de eerfte verhandeling, welke de oiifprong en

voortgangen van de Afgoderije ten onderwerpe heeft, tragt

bij te bewijzen, dat niemant dan de ware GOD alleen won­

derwerken kan verrigten, en dat de valfe Goden daar toe

geene magt hebben. Hij Iaat den eerrten oirfprong van de Af­

goderije verre v 0or den tijd des zondvloeds opklimmen'; en

doet zien , dat de Israëlieten voor de Babijknife gevangen-s

weinig werks maakten, om zig in de Wet te onderrigten

dat zij die zelvs niet eens in het openbaar lazen, zodanig

door GOD was bevolen. In de tweede verhandeling, over de

ware en valfe Prophetiën, beweert de Schrijver, dat, wan­

neer 'er m 't Oude Testament van vaife Profeten gewaagd

wordt, daar bij niet wordt gezegd dat het de Duivel was die

hun bedroog; maar dat hunne valfe Prophetiën aan de be­

driegerijen der menfen worden toegeftbreven. Men moet be-

Jijden, dat zulks waar is ten aanzien van de meeste plaatzen

maar egter kan men uit dat oogpunt befchouwd, niet uitlegen

't geen 1 KON. XXIL w. 21 &c. van een .Leugengeest, die'alle

de Profetes van ACHAB bedroe-, vermeld wordt. Ook vindt

mon


DALE. (ANTHONY Vis) ift

oen flog in deze verhandeling een bijzonder hoofdftuk over

SIMON den Toveraar, waarin de Heer VAN DALE onderzoekt

wat de Oudheid van hem gezegd heeft. Ter gelegenheid van

verfcheidene verdigte Boeken , welke in de eerfte eeuwen

van het Christendom te voorfchijn kwamen, maakt hij ver-

fchejidene oirdeelkundige aanmerkingen, betrekkelijk den Ca-

non der Boeken van het Nieuwe Testament. In de derde

verhandeling, ftelt de Schrijver zig voor, om, de gewijde

en ongewijde Oudheid doorlopende, de wijze van voorzeg­

gen en het uitleggen van raadzelen die in het Oude Testament

verboden worden, te verklaren en op te helderen: men ont­

moet hier zo wel als in 't overige van bet ftuk, e,ne grote

geleerdheid, en verfcheidene onderwerpen der Oudheid wor­

den 'er op ene oirdeelkundige wijze onderzogt en behandeld.

In *t algemeen befpeurt men, dat de Hr. VAN DALE in geenen

deele bijgelovig was, en dat zijn voornaamfte doel en loffelijk

oogmerk beftond, om de menfen van vooroirdelen te gene­

zen, waar mede zij, niettegenftaande het Euangelie-licht nog

beklagenswaardig befmet waren. Aan het flot van dit werk

zijn enige Brieven geplaatst zo van hem zei ven als van den

Heer MORUS, Hoogleraar in de Oosterfe talen aan het Doorl.

School te Amfteldam. De inhoud daar van loopt inzonder­

heid over den tijd dat de Samaritanen den Pentateuchus bekomen

hebben, en de wijze op welke die tot ons is afgedaald; te

weten, of EZRA die uit de fchriften van MOSES heeft famen-

gefte'.d, dan niet. De laatfte Brief welke van VAN DALE is,

houdt aan den geleerden TH. ALMELOVEEN. Hij onderzoekt

'er ene plaats van PROCOPIUS in, welke zegt, dat 'er in zijn

tijd ftenen in Tingitaans Mauritaniè'n wierden gevonden, waar­

op in Phenifisch fchrift deze woorden waren gebeiteld: Wij

Stijn de Cananieten die door den rover JOSUA verjaagd zijn gewor*

den. PROCOPIUS wil, dat het enige der Cananieten waren,

die uit Palestina vlugtten , teen JOSUA zig meester van dat land

maakte, welke men voor de ftellers van deze inferiptien moet

houden. Dan VAN DALE beweert, dat PROCOPIUS, die voor geen

snauwkeurig Gefchiedfchrijver te boek ftaat, geen geloof ver-

VJIL DEEJ» N dient,


DALE. (NIKLAAS VAN)

dient, in een zaak, die al het vertoon van een verdigtzel heeftj

4. Disjertationes IX. Antiquitatibus, quin Marmoribus cum

Romanis, turn potisfimum Gratis illuftrandis infendentes. Amft.

1702. in 4S0. In dit gantfe werk draalt mede ene verhevene

geleerdheid door, en het bevat oudheidkundige n^fporingen die

allerbelangrijkst zjn. Het voorname doeleinde daar van is,

even zo als van het voorgaande, namelijk om het bijgeloof in

deszeivs verbergende fchuilhoeken op te fporen , en het

fchadclijke van dat wangedrogt ten aanzien van het ontdekken

der waarheid, in een helder daglicht te plaatzen.

5. Diifertatio fuper Ariftea de LXX. Interpretibus; cui ipjius

pratenfi Ai'istece textus Jubjungitur. Additur Historici Baptismo-

rum , turn Judaïcorum, cum potisfimum' priorum Christianorum,

turn denique £f Rituum nonmdlorum. Accedit fjf Disfertatio fit'

per Sanchuniatone. Amft. 1705. in 4(0. De Schrijver, over den

Doop handelende, weidt in 't brede uit, om het gevoelen der

Mennoniten ten aanzien van dit onderwerp, te regtvaardigen.

6. JPc outrtjcia ban 't alken ^ujecncn in Dc «Öcmccnte bet*

btöicjö. 'Smit. 1670. 4to.

Alle de latijnfe werken van de*en uitmuntenden Mens, zijn

naderhand te zamen in IV Delen in 4to. herdrukt. MOR-

ïionus, Polyhift. litt. T. I. p. 933. §. 6. Catal. Bib!. BUNAV.

Tom. I. Vol. II. p. 1191. JI92. C. Sis, Onom. liter. Pars

V. p. 312. Eloge de Mr. VAN DALE dans la Biblioth. Choifie de

J, LE CLERCQ. Tom XVII. p. 309 & fuiv. BEEN. DE MONT-

ÏAUCON, dans la Preface des Antiquit. expliq. Tom. I. p. 7. Ni-

CERON, Mem. des Hommes illuftr. Tom. XXXVI. p. 5-9. J. G.

»E CHAUKFPIE, DiBionaire, Tom. II. let. D. p. 6-9. JÖCHER,

Q5ctetrtcn Ecricort. II. S^eil/ f. 9-

DALE (NIKLAAS VAN) , wordt onder de reije der Utrecht*

Je Geleerden geplaatst door VAN HEUSSEN in Hifttr. Ecclefiafl.

Tom. II. p. 141. Hij is afkomdig uit een edel Italiaans geöagt,

't welk zig in Braband vestigde, doch door de wrede

handelingen van den Landvoogd ALVA genoodzaakt wierdt die

Jlandsiïüsk te verlaten, en gedeeltelijk naar de Nederlanden en


DALE. (NIKLAAS VAW) xtf

gedeeltelijk naar Saxen vlood. Dat onze NIKLAAS te Utrecht

geboren is, blijkt uit een Album van JANUS DOUSA , eertijds

bewaard in de Bibliotheek van den uitmuntenden Hoogleraar

JOAN. ALEX. RoëL, waarin met de eigen hand van NIKL. VAN

DALE gefchreven ftaat:

G R A T I I S S A C R .

JANI. DOUSAE. CL. V. OPTUMO. POETAE. OB. CIV. SER. PATB.

KARISS. PUBLICORUM. STUDIORUM. IN. BATAVIS. CUR. AD. HUMA-

NITATEM. EJUSQUE. STUDIA. PROMOVENDA. NATO. NlC. DA-

Ï.IUS. EJUSDEM. ET. MAGNI. JUSTI. LlPSI. AUSPICIIS. HON.

AUC.' ET. IN. CONLEGIUM. DOCTORUM. ACADEMIAE. LUGDU-

NENSIS. ADOPTATUS. PATRONO. CLIENS. HOC. ADF. SUI. MO-

HUMENTUM. L. M. P. EX. A. D. III. KAL. SEPT. ClOIOLXXX.

Quamquam haec inter nos nuper notitia admodum eji.

Inde adeo ex quo liber fum & juris mei,

Antiqua 'ft tarnen, amica digna fymbola;

Sed volt tabellis Phoebus abftineam manum.

Si contra faxim, Marfyae memor ut ftem,

Neglexi, fenfi mi/er Medici haut medicas mams.

Frons ipfa testis, id mi DUSA relliquum 'ft,

Ni farre averfum fjf mica molliris Deum,

Ut igni, aut unde perdat me, aut cute exuat.

Nic. DALIUS Ultr.

Uit een brief van LIPSIUS, in december 1580 gefchreven,

en geplaatst in de Sylloge Epist. van PETR. BURMAN, Tom. I.

p. 28., blijkt het, dat VAN DALE als Hoogleraar in de regten

te Leijden, om aan de ftaderende jeugd de Inftituttn te 'onder­

wijzen, is opgevolgd aan KORN. NEOSTADIUS, wordende daar

ïn oriifcbreven, als: rarae fpei Adolejcens, fed ut morbus mina*

tur, non vitalis. Ook coniteert uit de Akten van de Curateu-

ren der Leijdfe Hogefchool, gedagtekend den 11 april 1583,

in fchrift aan den Heer CASP. BURMAN, door den uitmunten,

den Hoogleraar DAVID VAN ROOYEN toegezonden, dat Ni-

ÜSLXAS VAH DAIE Profesfor in de regten te Lejden is geweest,

Na «ia


ïflö DALEM. (LEONARD VAN) DALEN. (DIRK VAN)

en aldaar geftorven is den g janüarij 1581. In een anderen

Brief van LIPSIUS aan den geleerden CANTER ingerigt, drukt

hij zig dus uit: „ Is onze VAN DALE dan aldus vertrokken,

„ zonder dat hij ons ooit weder zal zien, of van ons gezien

„ zal worden? Ik ben 'er waarlijk bedroefd over geweest,

„ te meer, om dat het een fchielijk verlies is, daar wij gee-

„ ne gedagten toe hadden." AIATTH. , Epifiol. Syll.

XVI. H. VON SEELEN, Athen. Luheccnf. Part li. p. 8. C. BtoR-

MAN, Traj. erud. p. 85-87.

DALEM (LEONARD VAN), geboren ïn het taatfte ge­

deelte van de XVde eeuw, hadt waarfchijnlijk zijn naain van

zijne geboorteplaats ontleend, zijnde een kleine ftad in het

hertogdom van Limburg gelegen. Na zijne eerfte letteroeffe-

ningen volvoerd te hebben, wierdt hij Dominikaner Monnik

in het klooster van die orden te Zwolle. Zeer denkelijk vol­

voerde hij zijne theologife loopbaan te Leuven, in welke

ftad hij zig in 153.3 bevondt. Hij is in 1553, 1556 en, 1561,

algemene Prediker en Vikaris van zijne orden in Friesland ge­

weest. Vooraf oeffende hij de waardigheid van Prior te

Zwolle uit-, van het jaar 1553 af tot in 1568., als wanneer hij

ontflag daar van bekwam, en kort daar na overleed. Men

heeft van dezen Monnik in fchrift: Enchiridion locorumcommw

tiiwn contra Lutheranos, aliosque fid avi hxreticos. II. Vol. in,

j2mo. DE JONGHE, Defolata Batav. Dominic. p. 189-191»

PAQUOT, Mem, litter. Tour. X.. p. 271, 272,

DALEN (DIRK VAN) , van Venlo geboortig, is gewees?

Monnik van der Kruisdragers orden; en beeft in 't licht ge­

geven ; Clavis Cxli.five Disfertat. de laudibys, privilegiis atque

excellentia ejusdem Jacri Ordinis. Cel. 1628. in Svo. J. F.

FOPPENS, Bibl, Belg. p. 1122.

DALEN (KORNELIS VAN) , Konstfchilder, muntte uit

in het afoeelden van rotzen, en wierdt ten jare 1556 in het

Schilde) s-gild te Antwerpen aangenomen. —— v. MAN-

•£>z%, Leven der Schilders, L D. bl. 42, 43.

D&


ÖALENS» (DIM) 19f

DALENS (DIRK), Konstfchilder, geboren té Amfcldam

ten jare 1659, heeft de konst van jongs op aan geoeffend en

begaf zig reeds vroegtijdig in de oeffenfchool van zijn vader

WIU-SM DALENS , die een Landfchapfchilder was, en die hij

verre in de konst heeft voorbij geftreeft, want hij was een

beroemd Schilder en Tekenaar van landfchappen, zo ffiec wa­

terverf als mét de' pen. Hij ftierf in 1688, nog fiégts den

ouderdom van 29 jaren bereikt hebbende, tot groot verlies

Van alle Konstminnaars, vermits hij tot wat groots geboren

fcheen; gelijk aan de overblijfzels van zijn rijk vernuft, vief»

end penfeel en zwierige tekenpen-, bij de liefhebbers van pa*.

pierkonst te zien is. •*. A. HOUBRAKÉN , Sciiouwburg, HL

D. bl. 385, 386. WAG., Befchr. van Amft-., XI. St. bl. 43a.

atifltm. ^anfïfes Scriccn. ifyg. f. 190.

DALENS (DIRK), Konstfchiider, 'éert zóón van dèn veoh

'gaandén, wierdt te Amfteldam op den 3 februarij 168B, weinig

dagen na zijn vaders dóód geboren-, en was naüwlijks dért

kindertabbèrt öntwasfen , of men 'ontdekte zijn overgeërfde

konstdrift. Des beftelde hém zijne modder bij DIRK VAN PEE ,

bet geen juist dü géliikkigfte keuze niet was voor den jonge*

ling; waarom hij, dié zulks dra merkte, 'maar weinig 'tijds,

en nog met wederzin , bij dezen Meester bleef, en een befluit

nam, 0111 met verzakinge der féhildermanier die hem VAN PER

geleerd hadt, zijns vaders voetfpoor te volgen; het geen hem

zo wel gelukt is, dat hij in het fchilderen van landfchappen»

gelloffeerd met beelden , beesten en ruïnen , een wakker

Meester geworden is; hebbende vele kamers en zalen in "f.

rond gefchilderd, zo te Amfteldam, als te Leijden en 's Hage,

pronkende onder anderen in laatstgenoemde plaats het prag-

iig huis eertijds tot een logement voor de Gedeputeerden ter

Staatsvergadering wegens Amfteldam, met een zaai, overheer­

lijk door hem gefchilderd. Ook vervaardigde hij fiaije teke-

ningen met waterverf, en hadt het doorgaans zeer drok met

aanbefteld werk; zo dat hij zig onder de klasfe dér voorfpoe-

dige Konstoeffenaars kost rangfchikkenj ook was by een bij-

H 2


t§8 DAM. (ANTHONY VAN) (DANIËL)

zonder naarftig en vriendelijk man. Hij is in 1753 geftor­

ven, in het 6sfte jaar zijnes ouderdoms. DESCAMPS,

Fis des Peintres Flamands ejc. T. III. p. 397- J< v

*N GOOL,

Nieuwe Schouwb. II. D. bl. 134-136. UNfjcttt. £un(Htt Scriccn.

1779. f. 190, 191-

DAM (ANTHONY VAN), Konstfchilder, geboren te Mid­

delburg in het jaar 1681 of 1682, werdt onder het opzigt

van goede Meesters en door ongemenen vlijt en eigen oeffe-

hing, een bekwaam Schilder, inzonderheid van zeeflagen;

ook tekende hij meesterlijk. De afbeeldingen van de Dom-

lurgfe oudheden zijn door hem beter dan ooit voorheen naar

de originelen afgemaald en naderhand in het koper gebragt.

In het jaar 1740 gaf hij de door hem bijéénvergaderde,

Wapenkaart der Burgemeesteren van Middelburg, van 1498

tot 1740 ingefloten, in druk uit, met een opdragt aan de

toenmalige regerende Burgemeesteren; waar voor hij tot er­

kentenis, met enig zilverwerk befchonken wierdt. Behalven

deze kaart, heeft hij enige Geflagttafels, met bijgevoegde

wapenen van enige Vorstelijke huizen, opgemaakt, onder

anderen die van NASSAU, van OTTO VAN NASSAU, in 670

af, tot op WILLEM DEN IV, in 1741 ingefloten. Med. Berigü.

DAM (DANIËL VAN), geboren teWitmarfum in Friesland

in 1594, alwaar zijn vader TIDO VAN DAM zedert twee ja­

ren Piedikant was, na enigen tijd te voren die bediening te

Midwoud in Noordholland te hebben waargenomen; in 159S

beriep men hem te Sexbierum, en in ï6oo te Bafloo en Rasquert

in de Groninger-Ommelanden, alwaar hij zijn graf vondt, en

in 1617 ftierf.

DANIËL liet zig den 15 meij 1613 als Akademieburger te

Franeker infchrijven, ftudeerde *er in de philofophie en god­

geleerdheid , en beklom 'er den trap van Meester in de fraije

konften den 20 augustus 1621, toen hij reeds Doktor in de

regten was, zonder dat men weet waar hij die waardigheid heeft

bekomen, of zig in die wetenfehap geoeffent. In het begin

van december 1625 door de Klasfis van Franeker tot Propo­

nent


DAM". (JAN VAK DE») Qp

flenfc aangefteld zijnde, wierdt hij dén iöden van die maand

ais Predikant tsWitmarfnm bevestigd, van waar hij drie jaren

later naar Nieinvland een naburig dorp wierdt beroepen; daar

hij het woord des Heren verkondigde tot in het jaar i63t,

wanneer hem op den i julij de waardigheid van Hoogleraar?

in de Logica, aan de Akademie te Franeker wierdt aangebo*

den, zijnde opengevallen door den dood van JAN HACHTIN»

GIUS. Hij nam 'er in augustus bezit van, en oefrende 'er met

aanhoudende vlijt de werkzaamheden van uit, tot in het

jaar 1639, wanneer hij op den 18 februartj tot Onder-Regent

Van het Staten-Kollegie te Leijden Wierdt aangefteld. Tweë

jaren later voegden Curateuren bij deze waardigheid die van

Hoogleraar in de philofophie.; daar hij egter geen genot van

hadt, doordien hij reeds met zijne doodziekte worftelde 4

waaraan hij den 12 junij 1641 overleed, nauwlijks den ou*

derdom van 37 jaren bereikt hebbende.

DANIËL is getrouwd geweest, en liet onder anderé kinderen

een zoon na, TIBO VAN DAM genaamt, die ten jare 163!

Predikant ts Heukelum was, en 20 jaien later te Strijen, al*

waar hij in 1689 zijn jongden fnik gaf. Van onzen Hoog­

leraar is doör den druk gemeen gemaakt: Disewfuum Logicc

mm Disputationes viginti. Franeq. 1634, 1635. in Svo. • ~

E. L. VRIEMOET, Atlién. Frif. p. 257-259. PAQUOT, Mem.-,

litt. Tom. VIII. p. 72 , 73. SOERMAISS, Academ. Reg. van

Leijden, bl. 123. En, Kerk. Reg. der Predik, van Zuidholland t

bl. 20. 93. JÖCHER, CScIcf/ïten Scxiccn. II. 2$. f. 11.

D A M (JAN VAN DEN), is een van die vernuftige Gees.

ten geweest, die even als enen JAN VAN DER BILD , WYTSSS

FOPPES DONJEMA enz*, door eigen viijt en deuken, zonder

behulp van leerdellig onderwijs, het zoverre heeft gebragt,

dat hij een aanzienlijke plaats onder de reije van de verhe«

Vends Wiskonftenaars verdient.

JAN VAN DF.N DAM, een man wiens opleg tot een der

gemeende handwerken, niet deedt vermoeden dat 'er Zuil.

gen geest in fchuild», maakte door overheerffliidffn zugt, tof

N 4 WiJS

i


aoo DAM. (NIKLAAS VA») of DAMMIUS.'

Wis- en Werktuigkunde, daar in zulke voorfpcedige vordc->

ringen, dat hij te Amfteldam openbare lesfen in de Natuur- era

Sterrekunde gaf. Een Konstftuk, door hem, met den naam

van Sphcera perfecta betijteld, beftond uit een Spheer, op een

voetftuk, waarin een uurwerk was geplaatst, dit bragt alle

de Hemelfe lighamen, als ook onzen Aardkloot in beweging,

zo dat men daar, met enen opflag van het oog, alles kon

waarnemen wat aan het uitfpanzel voorviel; ook kon het

uurwerk afgezet, en alles met de hand in beweging gebragt

worden. Het (lelde iemant in ftaat, om, binnen ene maand,

van de Sterrekunde een uitgeftrekter en duidelijker begrip te

krijgen, dan naar de gewone wijze van onderwijs, door veel

tijds daar aan te hefteden. Beknoptheid, fraijheid en maak.

zei gaven aan dit werktuig, den voorrang boven alle Plane­

tariums tot dien tijd uitgevonden, en konden de liefhebbers

bet zelve bij den Uitvinder en Maker bekomen, van onder-

fcheiden grootte, en met meer of minder bijzonderheden naar

ieders verkiezing. Hij maakte het zelve voor 't eerst in het

jaar 1738, en heeft het van tijd tot tijd aanzienlijk verbeterd.

Zin werktuigkundig vernuft vervaardigde vele andere Konst-

ftukken, die de bewonderende goedkeuring der liefhebbers

wegdroegen.

Daar it van hem in druk : 1. Jïicutoe ïjuomfche $ttaffi&<

mee of ftonjSt Der Schaart. Stmfï. 1727- hi 8bo. 2. iDh>

fconftige rekening cm De b-ceDte ban Den StarDhloot te binöeu.

3fmfï. in 4to. ïtcDenboerinn ober ecnige ©oojtocrprn / SXwt*

ttgljcDeii en Jl©!DDeIen Der 4üatiuirhimDe/ lutgcfp-olicn Den 11

ban ï?crfërmaanD 1743.


DAMBARINUS. DAMES. DAMHOUDER, sot


«tt DAMHOUDER. (JOOST of JÖDÖCUS)

fteigerde waar dóór hij inzonderheid in het vak van regres?

heeft uitgemunt; oök was hij een groot lieveling van voor­

noemden Profesfor HEEMS, bij wiè hij was gehuisvest. Hij

was te Qrkans in Frankrijk tot Doktor in beide de regten ge­

promoveerd, en wierdt van die Hogefchool te rug gekomen,

door de Regering van Brugge tot haren Penfiönaris aangefteld;

hebbende als toen ook verfcheidene Gezantfchappen, ten be­

hoeve van Keizer KABEL DEN V, met zonderlingen lof vol­

voerd, welke Vorst hem uit dankbaarheid ook niet alleen

tot den adelijken ftand verhief, maar hem teffens ten jare

1551 met het ambt van Kommisfaris van den Raad der Vor-

Relijke geldmiddelen begiftigde, in welke bediening hij na­

maals door Koning FILIPS werdt bevestigd, die hem daar té

boven in 1559 tot Raadsheer benoemde, en Welke ambten

hij gedurende het tijdvak van 30 jaren, en tot zijnen dood

toe met allen lof én ijver heeft waargenomen. Hij is gehuwd

geweest met'T.ourzE CHANTRAINE een'adelijk meisje uit Artois,

bij wie hij een zoon heeft verwekt LODEWYK genaamd, die

Raadsheer in den Hogenraad van Flaanderen is geweest. Onze

DAMHOUDER ftierf den 11 februarij 1581, in den ouderdom

van 74 jaren, na dat zijne egtgenote hem zes jaren eerder

was voorafgegaan. Beider lijken zijn naar Brugge zijne ga-

boorteftad gevoerd, en in de Mariè'-kerk, die hij met verfchei­

dene inkomften hadt begiftigd, onder een pragtige zark bg-

graven, waar op dit graffchrift ftaat te lezen:

Memorice pofteritatis Sacr.

Hospes fepuicrum vides

Viri a fe & majoribus claris/.

D. . JODOCI DAMHOUDERI,

Equitis aurati

Qvi per arm. XXX. in Belgis

Conjiliari'ts fu :

t

Imp. CAROLI. V. &f PHILIPH II. Regls

Cujus cura res fisci credita

Ct'f Jidt adminijirata eft.

Qui


DAMHOUDER. (JOOST of JODOCUS) »j

fhii juflitia fummm cuhor,

Scelerum lindex acer,

Etiam Prafecluram gcsfit

Littoris Flandrici

Exercendis viverris

Nee folus ille hic jacet,

D. LUDOVICA DE CH ARTRAINES,

Alio nemine BROUCSAULX,

Artefia Domo,

Omni laude qua in mulierem cadit',

Cumulata.

Obiit Vir xr. Kal. Febr. M.D.LXXXI.

, Vxor autem. xn. Kal. Julii. M.D.LXXV-

A mribus augujlum in diës Jïngtdos

Sacrificium

Pie hic confiitutum eft, ,

Et anniverjariwn SS. cum Prabendis IX.

Compofitis 'fit quies Secura.

Ook is 'er een Gedenkpenning ter vereeuwiging van de.

zen geleerden man geflagen; waar van de éne zijde zijn

Borstbeeld bevat, hebbende het,.hoofd met ene meesterlijke

muts gedekt, en het lijf met den tabbaard bekleed, binnen

het randfehrift deze woorden, in 't latijn : JOOST DAMHOUDER,

GULDRIDDER. 15Ö6. Op de andere zijde ftaat zijn gehelmd

wapenfehild, zijnde een dambord; nevens de volgende fpreuk,

die zo wel als het wapen op zijnen naam zinfpeelt: SONDER

VALLEN STAAT DAMHOUDERE. Zijn ifbeeldzel wordt op verfcheidene

wijze in prent gevonden; waar onder dat door den

KpnftenaarVINKELES hier bijgevoegd, ge:n van de minften

k. De fchriften door DAMHOUDER in druk uitgegeven, zijn:

1. Patrocinium Fupilicnm, Minorum Prodigorum. Brugis,

1544. in folio. Verfcheidenemalcn, en ook in 't frans ver­

taald, gedrukt.

2. Subhaftationum Exegefis compendiofa. Lovanii, 1558. in

Ata. Mede in 't trans vertaald, gedrukt,

ft


öe* DAMISSEN. (LUKAS) DAMIUS. (MATTtöAS)

3. Enclnridium Rerum Criminalium. Antv. 1544. tri 4to. Zeet

dikwils naderhand herdrukt, ook in het frans, hoog- en ne­

derduits overgezet.

4. Praxin Rerum Civilium, cum Notis ptaUicis N. TULDENI.

Antv. 1617. in 4.0. Hier van zijn mede verfcheidene druk­

ken; ook met bijvoeging van het Enclnridium Rerum Crimina­

lium, ten jare 1646 te Antwerpen in folio gedrukt. Insgelijki

tc zamen in het nederduits vertaald, te Rotterdam 1649. in

4to.

5. Similia Paria Juris utriusque, cum Notis TULDENI.

Antv. 1601. in 4W.

6. Paramefes Chriftianas, feu Locos communes ad Religionem et

Pietatem Clirijlianam pertinéntes, ex utroque Teftamento. AntVi

i n 8 w

1571. Venet. 1572- '

7. De magnificentia Politite civitatis Brugorüm, naderhand oni

der dezen tijtel met vermeerdering: Chronicon generale Comitum

Flandrise et Brabantiee Ducum, ima cum vita omnium Foreftario-

rum; cura N. INGELBRËCHT Mei. Doüoris: Amft. 1688. in i,to.

Ook in het rederduits gedrukt, onder de tijtels van: 25efchn>

feing ban 2??nggc. Stuff. 1684- >n 4to. En, tfhjontjft ban

©[aanbeten enj. °;Sntggc 1699- in 4».

8. Orationem panegyricam in laudem Hifp'anorum Negotiatorum.

Lovan. 1558. in $to. FR. SWEERTII, Athen. Belg. p. 492,

493. SAKDERI, Status Aulic. fol. 16. J. F; FOPPENS, Bibl. Belg.

p. 766, 767. HOOFTS, Ned. Hift. bl. 21. GUICCIARDIN, Bé-

Jchrijv. der Nederl. bl. 89. G. v. LOON, Ned. Historiep. I. D.

bl. 41, 42. JÖCHER, (3t(tJ»t«n Stftcott. H. S£j>. f. 14.

DAMISSEN (LUK AS), Konstfchilder, was een zoon van

de enigfte dogter van LUKAS VAN LEYDEN , geboren te Leijden

ten jare 1533; hij zette zig te Utrecht met 'er woon ter ne-

, der, alwaar hij veel heeft gefchilderd, en ook in 't jaar 1604

is overleden. — K. v. MANDER, Leven der Schilders, I.

D. bl. 85.

DAMIUS (MATTHIAS), een Paltzer van geboorte, waar-

fchijnlijk door BRANDT verkeerd HANS geheten, doordien

AMP-


D A M M A N . ae?

AMFZJNG, die zijn ftad- en tijdgenoot was, hem MATTIITAS

noemt, is Medicijne Doktor te Haarlem geweest, en teffens

Raad en Vroedfchap van die ftad; zijnde ten jare 1619 een

der drie Politijke Gecommitteerden door de Staten van Holland

aangefteld, om de onafgedane zaken bij het Sijnode van Noord*

holland ten aanzien van de Remonftranten te verrigten; doch

toen deze Heren met de Kerkelijke Gedeputeerden , en het

Alkmaarder Contraremonftrantfe Klasfis in Alkmair in de Sa-

cristij of Kerkenkamer, waren vergaderd, geraakte enig grauw

of gemeen volk, den Remonftranten toegedaan, den 8 of 9

maart van genoemde jaar op de been. Men hadt de buur-

wagten tot bewaring van de kerk, nevens enige rotten Schut­

teren op 't ftadhuis geplaatst, doch egter wierdt de kerk

overweldigd, de facristij of kerkenkamer opgelopen, deKlasfis

kast opengebroken, het Klasfisboek en andere papieren daar

uit genomen en gefcheurd, voorts met ftenen geworpen. Doch

DAMIUS en de verdere leden van die vergadering, ontweek

het grauw door een onbekende deur, en het oproer wierdt

door de goede voorzorg der Regering wel dra geftuit en hadc

geen verder gevolg.

DAMIUS was een groot begunftiger der Contraremonftranten,

zelvs tot ijverens toe. Hij heeft gefchreven: 1. Anti-Barlceum,

in 4(0. 2. Animadverjiones Apologetica; in GROTII Pietatem, in

4t». 3. Antidotum, ofte ijertlMiinrje renen?; ïjet fchaöcIijK re*

teut ban JOHANNES WTENBOGAART , in 4to. 4- Hfèijfïcrl'en

be£ jfttctusen ïjarminiaenfehen ö?ebc I3aen?7 in 4to. En

meer anderen van gelijkfoortigen ftempel, welke tot waarbor­

gen verftrekken, dat hij een bitter vijand van de Remonftran­

ten is geweest. BOR, Nederl. Hist. III. D. bl. 557. druk

san 1678. G. BRANDT, Hist. der Reform. III. D. bl. 357, 358.

S. AMPZINO, Befchr. van Haarlem, bl. 133. JÖCHER, Qktcftteri

gejticon/ II. 2$. f. 16.

DAMMAN, Is de naam van een aanzienlijk geflagt uit

Gent herkomftig, waar van een goed aantal afftammelingen,

de Nederlandfe kerken, me: woord en penne hebben onder-

we-


*o


DAMMAN. (ADRIAAN) i 6?

,i, van waarheid, doordien de Overigheid van Gent hem, ten

.„ jare 1580 niet zou hebben aangefteld tot Hoogleraar der

„ Doorlugtige School aldaar, zo hij niet reeds op dien tijd

„ belijdenis van den Gereformeerden godsdienst hadt gedaan."

Die vermelde omftandigheid doet den Fleer TE WATER gelo­

ven, dat de Gentfe Hoogleraar ADRIAAN DAMMAN dezelve zij,

die onder de gewone of buitengewone Hoogleraren der wel-

fprekendheid te Leijden , werwaarts hij zig na het overgaan

van Gent ten jare 1584 kan begeven hebben, wordt opgeteld,

en die naderhand, in 't jaar 1597 is geweest Agent der Alge­

mene Staten bij Koning JAKOB DEN I. van Schotland, wiens

twee franfe Brieven aan de Staten zijne Meesters, door de

Remonftranten zijn in 't licht gegeven, in Epist. Freest. Vir. p.

49-52. en welke een verhaal van het oproer ten jare 1596 te

Edenburg voorgevallen, behelzen. Zulks bekoomt nog groter

waarfchijnlijkheid, doordien VALERIUS ANDREAS meldt, dat

ADRIAAN DAMMAN het franfe werk van BARTAS, zijnde VII

Boeken over de fcheppinge der Werelt, onder den tijtel van la

Semeine, in Heldendigten gebragt heeft, 't welk aan den Agent

ADRIAAN DAMMAN wordt toegefchreven. Voorts wordt onder

zijne latijnfe vaarfen een fcbimp- en hekeldigtje gevonden op

den roemrugtigen Brugfen Drukker ITURERT GOLTZIUS , die

gehuwd was met de weduwe van MARTINUS SMETIUS, enen

beroemden oudheidkenner, dienende tot verwijt dat GOLTZIUS

de oude penningen, door SMETIUS verzameld, en door des-

zelvs weduwe aan hem gekomen, op zijn eigen naam en voor

£ijn eigen werk hadt uitgegeven. Zij zijn van de/.en inhoud:

Sed neque te, GOLTZI! decuit, qua SMETIUS olim

Prlva reliqnisfet vidua • tua'dkere, cnnüis

Vendereque: os hominis! poflliminione putasfes

Vindicias peterent manes poflhuma proles.

DAMMAN heeft in 't licht gegeven: Carmen grntulatorium

FRANCISCO, Andium Duei, ad capkndum Flandrice Comitatum

accerfito. Antv. 1582- in 4-to. Lun. MOLI EI, Coroll.

ad Partenefim ad JEdificatoies inperii in imperia. Lor.d. 1657.

p.


«t>3 DAMMAN. (GUNTHIER ALDEGONDE) (JOH.)

f. 119. 125- MEURSII, Athen. Bat. p. 351. LoMEtèar,

Vier. Genial. p. 24. J. F. FOPPENS, Bibl. Belg. p. 12. 487.

G. BRANDT, i/z/?. rfer Reform. I. D. bl. 803-805. W. TE

WATER, Hift. der Herv. Kerke te Gent. bl. 135-137. J. W

TE WATER, Aanlsangzel fefc. bl. 31.

DAMMAN (GUNTHIER ALDEGONDE), is eerst Pre­

dikant te Goes geweest, van daar wierdt hij beroepen den

14 oktober 1586 naar het dorp Cloetingen, en van daar in

1587 naar Serooskerken, alwaar bij in het jaar 1608 is over­

leden. Deze zeldzame verplaatzing uit een ftad naar een

dorp moet vreemd voorkomen; men gist dat bij in enige

tweefpalt moet geraakt zijn met de Regeringe, of met zijnen

kerkenraad of gemeente, en dat dit vuur van onenigheid al

in 't vorige jaar 1585 aan het glimmen was, waarom men

hem buiten de ftad liet prediken, en te Kapelle wilde plaat-

zen, wanneer de Raad te Baarland zoude beroepen worden,

waar omtrent de handelingen der Klasfis van Zuid-Beveland,

in dien tijd, berigt geven. Toen ten jare 1603 in de Klasfis

van Waldmen, in navolging van het Zuidhollandfe Sijnode,

de voorfiag wierdt gedaan, om van alle de Klasfen de namen

van de Predikanten te verzoeken, die ooit in de Nederlandfe

kerken hadden gediend; met aantekeningen van hunne gelegen­

heid, wat en wie zij geweest waren, eer zij tot den kerken­

dienst kwamen; en hoe zij zig daarin gedragen hadden; werdt

DAMMAN benevens Jon. MIGGRODE, Predikant te Vere, JOH.

SEU te Middelburg en KORNELIS DE HONT, als zijnde de vief

uudlle leden der Klasfis, gelast de lijsten daar van op te ma­

ken. J. W. TE WATIR, Reform, van Zeeland, bl. 204,

205. 277, 278. 310. A. 's GRAVEZANDE, de Unie van Utrec/4

lerdagt, bl. 127. aant. (x.)

DAMMAN (JOHANNES), was Predikant te Dirkslaxd,

lleliszavd en Herkinge in 1598; te Zmdert in 1615, te Rijs*

èergen in i6t6, te Made en Drummeier in 1616, te Kapel ea

Vrijhoeven in ICÏQ, ea wierdt afgezet in 1625. — SOES-


D A M M A N . (KORNELIS)

MANS, KerhRegister, Boekz. 1730. a. bl. 406. J. W. TE WA«

TER, Reform, van Zeeland, bl. 199. aant. (3.)

DAMMAN (KORNELIS), is in 1596 geweest Predikant

te Hekelinge in 't Hulfter-Ambagt, en wierdt van daar beroe­

pen naar Oudorp in 1600, vervolgens naar Oostvoorn in 1619,

,daar hij in 1619 geftorven is. Hij was een ijverig Contra-Re-

monftrant, doch daar hij vreedzaam van aart was, wist bij ook

zijne Gemeente in die onftuimige tijden zonder de minfte op-

fchudding te bewaren. Ook zou zijn naam ongenoemd ge­

bleven zijn, ware hij ten jare 1618 niet ingewikkeld gewor­

den in de hevige beroerten, ontftaan te Goeree, en aldaar ver-

oirzaakt door het beroep van enen ADRIAAN ROMANUS, wiens

vader Chirurgijn te Rotterdam was; deze bekend zijnde tot de

Remonftranten te behoren, hadt het veel moeite eer de Klas­

fis van Voome hem als lid harer vergadering wilde erkennen.

Doordien hij nu ook alles te werk ftelde wat de Contra-Re-

inonftranten in ftaat was te verbitteren, wilden dezen niet

langer bij hem te kerk gaan, maar gingen tot dien einde als

mede om het avondmaal te houden, naar Oudorp bij DAMMAN.

Ook kwam dikwils GOSUINUS BUITENDYK, Predikant te Dirh*

land, met goedvinden van de Klasfis ene leerrede aan het huis

van den Ouderling GERRIT JANSZ. doen, doch de plaats al­

daar niet ruim genoeg zijnde, verzogt de Kerkenraad aan den

Magiftraat tot dat einde des dingsdags gebruik van de kerk te

mogen maken, 't welk wierdt afgeflagen. Hier op gebeurde

het den 9 janüarij 1618, dat etlijkc Contra-Remonftranten de

kerk met geweld innamen, zig beroepende op zekere akte van

confent, hun bij enige Schepenen buiten kennis der andere

Wethouderen gegeven, en zij lieten KORNELIS DAMMAN C-

penlijk prediken. Deze handelwijze bragt tewege, dat de ande­

re burgers meest Remonftrantsgezinden op de been raakten ,

en zig niet lieten ftillen, voor dat men denContra-Remonftran»

ten het prediken verbood. Bij deze gelegenheid wierdt, inge­

volge het verhaat van TRICI.AND,. DAMMAN deerlijk mlshau-

deld, en ontkwam het niet dan met levensgevaar; zig vervol-

VIII. DEEL, D §«m


ïio D A M M A N . (SEBASTIAAN) DAMMIS.

geus met de onlusten te Geéree niet verder moeije'nde, Welke-

nog tot in 't laatst van maart aanhielden, en geen einde na-

men, voor dat ROMANUS van zijnen kerkelijken dienst ont-

flagen was. —— G. BRANDT, Hifi. der Reformatie, II. D.

bl. 608, 699. TRIGLAND, Kérkel. Gèfchled. bl. 1082 enz.

J. W. TE WATER, Verhaal der Reform, van Zeeland, bl. 199.

Aant. 4.

DAMMAN (SEBASTIAAN), werdt in 1604 Predikant te

Zutphen, hij is lid geweest van 't Sijnode Nationaal te Dord­

recht ten jare 1618 en 1619 gehouden, daar hij tot Scriba ver­

koren werdt, en tot overziener van de vertalinge des Nieu­

wen Testaments. Hij is een vinnig ijveraar tegens de Remon-

flranten geweest, en men vindt hem zelvs van ontrouw be-

fchuldigd, als of hij het jaar te voren in de Akte der Provin-

tiale Geiderfe Sijnode, verfcheiden kennelijke verdraijïngen en

vervalfchingen hadt gepleegd. Ook heeft hij met een pen in

gal gedoopt tegens genoemde Kerkgemeente gefchreven,

fchoon hij "te voren een aanhanger van ARMINIUS zoude ge­

weest zün en met deszeivs zwager JAKOB BRCKO , Predikant

te Arnhem, broederlijk hadt geleefd, ook aan anderen het ge­

voelen der Remonftranten aangeprezen. LOMEYER, Ge-

tiial. Dierum. Dscad. II. p. Z4--27. BAUDART, Memor. VIII.

È. bl. 21. die hem fterk verdedigt. G. BRANDT, Hist. der

Reform. III. D. bl. 17. 53- 233. 6pi. 653. 6óo. 796.

DAMMIUS, zie DAM (NIKLAAS VAN).

DAMMIS, is geboren in het graavfchap Flaanderen, en

begaf zig vroegtijdig in der Cistércienfer orden, doende zijne

geloften in het klooster Dunes n'abij Brugge gelegen. Zijne

Opperden zonden hem naar Parijs om te ftuderen. Na tot

Baccalaureus van de Sorhmne bevorderd te zijn, kwam hij in

zijn klooster te rug, en ftierf 'er in 1463, verfcheidene zede-

kundige fchriften nalatende. J. F. FOPPENS, Bibl. Belg,

p, 29. PAQUOT, Mem. litter. Tom. II. p. 206. JÖCHER,

Otr&ttit £t7icon. HL a;$tU/ f. 16.

DA-


DANJEUS. (LAMBERTUS) ar#

D A R & U S (LAMBERTUS), is geboren te Orleans om­

trent het jaar 1530. Zig tot het beoeffenen der regtsgeleerd­

heid bepaald hebbende, beftudeerde hij vier jaren lang die

wetenfehap in zijne geboorteflad, onder ANNE DU BOURG, die

dezelve met veel roem onderwees, en die den 19 oktober

1557 tot Raadsheer in 't Parlement van Parijs aangefteld zijn­

de, den 21 december 1559 levende wierdt verbrand, omdat

hij de gevoelens van CALVÏN aankleefde.

De ftandvastigheid waar mede deze Christenheld dien pijn­

lijken marteldood onderging, trof het hart van DAN^US, die,

ook veel neiging tot het omhelzen van de Gereformeerde leer

gevoelende, zig in 1560 naar Geneve begaf. Hier ftaakta

hij de beoeffening der regtsgeleerdheid, en lei zig met de

volle borst op die der godgeleerdheid toe, waarin hij ook

zo wel flaagde, dat hij den roem heeft verworven een der bes­

te Theologanten van zijn leeftijd geweest te zijn.

Na zijne ftudien met veel roem volvoerd te hebben, maakte

men hem Predikant en Hoogleraar in de Godgeleerdheid te. Ge.

neve, vervolgens wierdt bij in 1581 tot Profesfor in de theolo­

gie te Leijden beroepen, doch zig hier niet met den Predikant

COOLHAAS kunnende verdragen, dien door de Magiftraat van

Leijden de hand boven het hoofd wierdt gehouden, bleef hij

'er flegts één jaar, en toog naar Gent, alwaar hij korten tijd

onderwijs gaf, daarin verhinderd wordende door de vervolgin­

gen en onenigheden die het land beroerden.

Hij keerde dan naar Frankrijk te rug, en ging te Orthês in

Bearn wonen; van daar wierdt hij in 1594 naar Castres beroepen,

en vervulde 'er met veel ijver de pligten van het predikambt,

tot in 1596, wanneer hij in den ouderdom van 66 jaren ftierf.

Zeer veel heeft hij gefchreven; van zijne gedrukte werken, die

zo groot 3ls klein 51 in getal zijn, vindt men de optelling bij

NICERON. MEURSII , Jihen, Bat. M. ADAMI , Vitte

Theo), exter. Prcejlantium aliquot Theohgorum F.iogia per J. VER-

ÏIEYDEK. P. BURMANNI, Syüoge Epift. Tom. L p. 31. 88. NICE-

?.ON, Mem. des Hom. ittuftr. Tom. XXVII. p. M-36. TE

WATER, Hifi. van de Hen: Kerk te Gent, bl. 133. J. W. TE

O 2 WA-


tit DANCKERTS. (BARTEL)

WATER , Aanhangsel op dezelve, bl. 30. JÖCHER, (Stfdfïfeti

itftik, ni 2». f. is.

DANCKERTS (BARTEL), was een man die zig in ds

Vaderlandfe Gefchiedenis berugt gemaakt heeft, door zijne

handelingen als Burgemeester van Coes in Zeeland. In deze

zo wel als in de andere Provintien, waren ten jare 1655,

merkelijke beioerten, over het aanftellen der Regering ónt-

ftaan; ook waren zedert het jaar 1653 te Goes enige lieden

ïn de Regering gekomen die het Huis van Oranje waren toe­

gedaan, en daar door geraakten 'er, in het volgende jaar

wederom enigen op het kusfen, die na dode van WILLEM

EEN Ö. geweerd waren. DAKCKERTS, die mede tot dezen be­

hoorde en regerend Burgemeester was, in 1655 mede tot

Jlailjuw zijnde aangefteld, ontftonden 'er op nieuw merke­

lijke bewegingen, die door de Gemagtigden der Staten, ge-

ftild werden. Op het het einde van 1656, rees *er verfbhij,

over het verkiezen van twee Rentmeesters, waar van de be­

noeming van de jaarlijkfe Wethouderfchap die in den volgen­

den zomer gefchieden moest, grotendeels afhing. De ftem-

men flaken, tusfen de Prinsgezinden en de anderen. De

Burgers kozen partij en waakten met dubbele wagt om niet

overvallen te worden, en om het krijgsvolk buiten te houden.

Doch bij gelegenheid dat twee ronden van' de verfchillende

partijen, bij nagt eikanderen tegen kwamen, raakte men hand­

gemeen. GILLIS VAN DEP. NISSE, Kapitein der Burgerije,

werdt doorfchoten: twee Burgers werden gewond, waarvan

een, JAKOB CORSTEN genaamd, her bedierf; het huis van den

Oud-fchepen BENJAMIN VAN DEN STEENE, daar de partij der

Prinsgezinden in geweken was, werdt geplunderd. De Bail­

juw DAKCKERTS die 't met dezen hieldt, op 't einde des jaars

lóss. door Burgemeesteren en Schepenen, ontfehutterd, en

federt aangetast zijnde door de Burgerije, was genoodzaakt

geweest, zijn ambt neder te leggen. Zijn aanhang hadt der­

halven deze moeijelijkheid veroirzaakt om hem te herftellen.

DARCKERTS egter, uit Coes geweken zijnde, nam, in meij

des


DANCKERTS. (HENDRIK) aijf

des jaars 1658, op eenen vroegen morgen, zijn flag waar;

kwam, met enigen van zijnen aanhang, in de ftad, maakte zig

meester van het ftadhuis, en zetteda zig op zijne oude plaatze,

voorgevende aldaar te willen leven en fterven. Doch alzo

hem bijna geene Burgers toevielen, en de fchutterij, onder­

wijl, in de wapenen kwam, tot voorftand der tegenwoordige

Regcringc, moest hij het_ftadhuis en de ftad haast wederom

verlaten. Sedert, werdt hij in ene geldboete van 500 ponden

vlaams verwezen, en uit Goes en Zuidbeveland gebannen.

• Manifest der Burg. van Goes, gedrukt Middelb. IÖJ7.

WAGEN., Vak Hifi. XII. D. bl. 398. enz. .

DANCKERTS (HENDRIK), Konstfchilder, geboren itt

's Hage , alwaar hij in den beginne de konst uitoeflënde.

Vervolgens reisde hij naar Italiè'n, daar hij, gedurende enigs

jaren, naar de ftukken der beste Meesters, en de verrukkende

gezigten die aldaar in zulk een menigte gevonden worden,

werkte. Na zijne terugkomst, bediende zig KAREL DE II. van.

zijn penfeel in het verbeelden van alle de zeehavens in Enge­

land en in Wales, als van 's gelijken in het contrefeiten van

's Konings voornaamfte paleizen en lusthoven. Ook fchilder­

de hij vele landfchappen voor den voofnaamfren Adel in Enge-;

land, bij wien hij wierdt geëerd en ruim beloond.

Zijn fchildertrant was vrij en teffenS zeer net, zijn luchten

los en vermakelijk; de gebouwen wel verftaan agtervolgens

de regels der bouwkunde ; de fiammen der boomen uitne­

mend getekend, en de bladen konftig gewrogt. In eer»

woord, hij is een groot Konftenaar geweest, en Rondt be-

rugt voor een der zuiverfte Landfchapfehilders van zijn eeuw.

• HENDRIK heeft een broeder gehadt, JAN genaamd, welke

een goed Hisforiefchilder was. Beiden zijn zij te Amfteldam

overleden. PILKINGTON, the Gentlemans and Connois-

feurs DiQiorutr) cf Peintres. I.ond. 1770. in 4:0. WEYERMAN,

Leven der Schilders, IV. D. bl. 2co, 201. %{l&(m> ^UtlfHof

Scjkcn/ 1779- f. ipi-

O 3 P4NC-


aï* DANCKERTS. (JAN) (KORNELIS) (PIETER)

DANCKERTS (JAN), voorheen Notaris in f

s Hage en ia

1618 te Amfteldam, alwaar hij zig zeer berugt maakte, we­

gens het fchrijven van fchotfchriften tegens 's lands Advo­

kaat JOH. VAN BARNEVELT , daar hij zelvs niet fchroomde

zijn naam onder te plaatzen. Hij werdt, op den eisch van

't Hof te Amfteldam gevat, en in gijzeling gezet; doch men

weigerde, ingevolge de privilegiën der ftad om hem over te

geven. In een dezer Iasterfchriften werdt de Advokaat ge­

dreigd, met een crimineel regtsgeding; voorts las men 'er

in: „ dat meri hem voet bij ftuk zetten, en bewijzen zou,

„ dat hij 120,000 dukaatjes ontvangen hadt. UITENBOGAARD,

Rondt 'er in „ hadt 8o,cco gulden in gouden Albertinen ge-

„ trokken, 't welk men hem, in zijn bakhuis, hadt aange»

„ zeid." DAKCKERTS zat in de gijzeling, tot dat de Advo­

kaat gevat was, waar na men hem losliet, en, eindelijk nog

beloonde, voor 't geen hij gedaan of geleden hadt, zonder

dat men den Advokaat immer iets van 't gene hem, door

dezen mensch, aangewreven was, geregtelijk te last gelegd

heeft. UITENBOG. , Leven en Verantw. Cap. X. bl. 171.

Hiftor. bl. 938. enz. WAÜ., Vad. Hift. X. D. bl. 201--203.

DANCKERTS (KORNELIS), is geweest een Konftenaar

en Schrijver van de XVIIde eeuw; is geboren te Amfteldam,

en fcbijnt zijn gantfen leeftijd in die ftad gefleten te hebben;

alwaar hij het beroep van Architekt uitoeftende, voorts van

Plaatfnijder, en daar benevens handel dreef in Prenten en

Landkaarten. Hij heeft verfcheidene werken over de Bouw-

konst, als mede de Gefchiedenisfen van Zwitzerland door

MERIAN, in 't nederduits vertaald, in 't licht gegsven.

PAQUOT, Mem. litter. Tom. XI. p. 405, 406. ÏUtgcin. ^an(ï.

Strrceit. 1779- f- 191.

DANCKERTS (PIETER), toegenaamd de Rij, Konsfeil-

der, is te Amfteldam in 1605 geboren. Hij muntte inzon­

derheid uit in het'fchilderen van Pourtraitten en Gefchiede­

nisfen daar veel beeldwerk in te pas kwam. Zijn roem

,was zo groot, dat UI,ADISI.A8 »B IV, Koning van Pelen,

hem


DANKS. DANSER. DAPPER. 215

hem tot zijnen Hoffchüder benoemde. P. JODE, H. HOHDIUS

en J.'FALK hebben vtele van zijne fchiiderftukken in het ko­

per gemeden. DGSCAMPS, Vit des Peintres, Tom. II. p.

79. IWscm. Sunftkï Stflfott, 1779- f- ifli.

DANKS (FRANS), Konstfchilder, was een Amfteldammer

van geboorte, cn heeft in zijn jeugd naar Italiè'n gereisd, ools

Rome bezogt, alwaar hij den Bendnaam van Schildpad bekwam.

Hij fchilderde Hiftorien in 't kiein; en dat hij ook pourtrait-

ten gefchilderd heeft, blijkt uit een lofdigt, op de beeldtenia

van KAT. QUESTIEES, door J. KOENESDING vervaardigd. Hij

leefde in de XVIIde eeuw, en heeft inzonderheid omtrent 'C

midden daar van gebloeid. ——• A. HOUERAKEN, Schouwburg,

III. D. bl. 319.

DANSER (SIMON DE) , een Dordrechtenaar van geboorte„'

was een der vermaardile Zeerovers, welke in het begin der

XVIIde eeuw leefden. Hij hadt zig in 't jaar 1609, met vier

fchepen, welke hij bemagtigd hadt, naar Matfeille begeven.

Hij wist zig, federt, de befcherming des Konings Van Frank­

rijk te verkrijgen, en geneerde zig, enigen tijd, met het ka­

pen. Men meent, dat hij, in s

t volgende jaar, door de

Turken, omtrent Tunis, gevat, en in den kerker, aan zijn

einde geraakt is. WAC, Vad. Hift. X. D. bl. 51.

DAPPER (OLFERT), is geweest Med. Dr., die zig in#

Zonderheid door het uitgeven van verfcheidene werken be­

roemd gemaakt heeft. In 't jaar 1664 gaf hij uit, zijne Hifli-

rifthe Befchrijving der flad Amfterdum, in folio, 't Werk is in

V boeken verdeeld, In 't eerfle wordt Oud-Holland en Oud-

Amjlelland, met de Ambagtsheerüjkheden in 't zelve, befchre-

ven. Het tweede handelt van' de Gelegenheid, Vergrotingen

en Gefchiedenisfen der flad, tot op de overdragt der Landen

aan I'rt.irs DEN II, Koning van Spanje. Het derde vervolgt

de Gethiedenisfen, tot op bet jaar 1652, en is 1

doorgaans,

uit de fchriften van HOOIT en AITZEMA, famengefteld. In

het vierde, worden de oude en nieuwe Gebouwen, en hes

O 4 Stad,


215 DASSA. (JAKOB en JOH.) DATHEEN. (PIETER)

Stadhuis zeer uitvoerig befchreven. Het vijfde en Iaatfte han­

delt van de Regcringe, Schutterijen, Poorters, Soldaten er»

geleerde en vermaarde Mannen. Op 't einde, vindt men

ene korte befchrijving der eilanden Urk en Emmeloort. Dezs

befchrijving, welke buiten die van DOMPSELAAR, COMMELYN

en WAGENAAR, voor de beste en volledigfte wordt gehouden,

is met een menigte fraije Platen verciert.

Behalven dit, heeft DAPPER nog in *t licht gegeven: Be­

fchrijving van Sijrië en Palestina, 1677; Morea, 1688; Afri­

ka, 1676; China, 1670; de Eilanden van den Archipel, 1688;

Afia, 1672; en Arabiën, 1662; alle in folio. Nouv.

Ditt. Hift. in Svo. Tom. II. p. 451. WAG. , Befchr. van Amft.

j. D. Voorr. XXIV. JÖCHES, QSeltftftn gcrfcoit. HL 2$. f. 33-

DASSA (JAKOB en JOHAN), twee broeders, zonen van

ÏERDINAND DASSA en BARBE VAN ROCKOX, behoorden beide

onder de verbonden Edelen; en een van hun werdt ten jare

1567, gevonnisd, als fchuldig aan gekwetfte Oppermogènd-

beid. JAKO3 was in de jaren 1596-1614, Burgemeester van

Antwerpen, werdt door Aartshertog ALSERT, den 22 december

1597, Ridder gemaakt; en ftierf ten jare 1615, in hogen ou­

derdom; zonder kinderen, uit zijn huwelijk met ELIZABETH

VAN DEÜP.STEN, natelaten.

JOHAN DASSA, was Ridder der orde van Christus. Hij hadt

in huwelijk JAKOBA VAN CLOERINGE; ftorf in 't jaar 1603;

.ligt te Antwerpen begraven, en liet kinderen na. » JVobil.

des Pays-bas. Tom I. p. 119. Supplém. p. 41, £f le vrat Supp.

p., 66. E. v. METEREN, Ned. Hifi. IJL B. bl. 54. TE WATER,

Verbond der Ed. II. D. bl. 231, 232. III. D. bl. 509.

DATHEEN (PIETER), is geboren te Yperen in Flaande­

ren, en Karmeliter Monnik gewéést te Pöpperingen, dcch der

lere van CALVYN toegedaan zijnde, verliet hij zijn klooster,

en toog met meer andere Mannen die der waarheid hulde

deden naar Engeland, alwaar hij zig met de drukkonst ge­

neerde , ten tijd toe dat hij door Koning EDÜARD DEN VI. tot

den kerkdienst geroepen werdt, ais wanneer hij dat beroep

liet


DATHEEN. (PIETER)

liet varen. In Engeland fchijnt hg vertoefd te hebben tot

aan het jaar 1554; in 15SS, werdt hij tS'Wmkfm a's Predikant

beroepen; en weinig tijds daarna werdt hij befchuidigd

van verkeerde gevoelens omtrent den Kinderdoop te voeden ,

waar tegen hij zig in 1559, verdedigd heeft, getuigende C.

VAN GREVINKHOVFN, dat hij, op de regte wijze, de Wederdopers

bedreden hadt. Vooits hieldt hij zig enigen tijd in

den Paltz onder de Gereformeerden op. Maar toen de vrijheid

van den gezuiverden godsdienst in Nederland begon op

te dagen, door het gefloten Verbond der Edelen, kwam hij

ten jare 1560 te Popperingcn te rug, en predikte aldaar en op

andere plaatzen van Westjlaanderen meer. Het was ook omtrent

dezen tijd, dat hij DAVIDS Pjalmen, naar de franfe digt-

en zangmaten van CLEM.-NT MAROT en TIIEOBORUS BEZA in

1 nederduits hebbende berijmd in 't licht heeft gereven; hij

droeg die op met een voorreden den 23 maart istfö gedagtekend

, aan alle. de Nederhndfe Gemeenten en Kerkendienaren,

zugtende onder 't kruis, cn zij wierden alomme daar de

predikatiën doorbraken, openlijk gezongen. Dit werk, hoewel

daarin, door zijn onervarenheid in de hebreeuwfe taaie

yerfcheide misflagen waren begaan, en gelijk bij naderhand

zelv toeflemde, hem tc haastig als ene ontijdige geboorte

was afgedrongen, wierdt evenwel te dien tijd, toen de ncderduitfe

rijmkomst nog t'enemaal onbefchaafd Was, bij velen

hoog geprezen en maakte hem geen kleine gunst; en niettegenstaande

het fterhe fmelen, dat 'er van tijd tot tijd tegens

deze berijminge is gefchied, is die evenwei gedurende het lange

tijdvak van ruim twee eeuwen in gebruik geweest, zijnde

de nieuwe Pfaimberijming niet voor het jaar 1773 ingevoerd.

DATIIEENS grote .welfprekendheid, door lange oeffening ver­

kregen, trok veel meer aanhangs agter zig, dan andere Leraars,

en kreeg, verhaalt men, in 't kort wel 15000 menfen

tot het gehoor zijner predikatiën. Doch hij bleef niet lang

ten platten lande, maar wierdt in julij 156Ó te Gent verzogt,

alwaar hij den 29 feptember voor de eerftemaal predikte.

v a n

Pc dienstwaarnerniug

TV'" 2 2

^» t s C m t B 1 K ; 5 I ;

oorzaak*

o 5 m


«8 DATHEEN. (PIETER}

lijk een einde nemen, toen eerst het Hof te Brusfel, nader»

hand de Graav VAN EGMOND , en eindelijk het Hof van Flaan­

deren en de Magiftraat te Gent, het Verbond, met de Edelen

gemaakt, krenkten, knibbelarijen zogten, de kerk der Gere­

formeerden lieten Hopen, en hunne godsdienstoeifening ten

fcherpfte verboden. DATHEEN nam tijdelijk de vlugt, en

ontkwam het gevaar ter goeder ure, want het Hof te Brusfel

was zo vinnig op hem verbitterd, dat de Landvoogdcsfe hem,

henevens HEKMAN MODET, bande, en een aanzienlijke pre­

mie beloofde, zo iemant hem levende haar in handen konde

leveren. Met de komst van den Hertog VAN ALVA was 'er

geen vrijheid, zelvs geen duiding meer voor de Gereformeer­

den in geheel Nederland te hopen; dus zogt DATHEEN zijn

oude fchuilplaats in de Paliz weder op, en werdt voor de

tweedemaal Predikant te Frankendaal, van waar hij eerlang

naar Heidelberg vertrok, al voor 1570; en in 't jaar 1568,

hadt hij de Sijnode der Nederlandfe kerken te Wezel bijgewoond.

Waarfchijnlijk is hij in 1578 te Gent terug gekomen, want

hij wierdt wegens de keik aldaar naar de Nationale Sijnode

van den 2 tot den 18 junij te Dordrecht gehouden, gezonden,

waar van hij ook tot Picefes of Voorzitter werdt gekoren.

Tot dus verre hebben wij DATHEEN-in achting bij Leraars,

Gemeenten en Kerkvergaderingen, bij Prinfen en Vorften zelve

ontmoet; de daden door hem vervolgens gepleegd, hebben

die achting niet alleen uitgedoofd, maar zelvs zijn kwaadaar-

lig, nors, onverdraagzaam en vervolgziek karakter in het hel-

derst daglicht geftjld. Toen nameiijk de Religions vrede

op den 22 julij 1578 door den Aartshertog MATTIIIAS, den

Prins VAN ORANJE en den Raad van State was uitgegeven,

werdt die door de Gentenaars verworpen, Prins WILLEM DE

I. drong fterk aan door brieven en gezantfehappen, dat men

dien vrede moest aannemen, dien hij als het enigfte middel be-

fchouwde om de rust in de Nederlanden te bewaren , de Span­

jaarden te wederllaan, en den Gereformeerden godsdienst in

Hand en bloei te houden: dan alle de pogingen van dezen

weimenenden Vorst waien niet beftand tegens den dollen

ijver


DATHEEN. (PIETER) 119

ajver van Jr. JAN VAN IMBTZE , dis met) zijnen aanhang de

baas (pelende, alle redelijke aanbiedingen verwierpen, en on­

der de Predikanten hadden DATHEEN en MODET, het ongeluk

van naar zijne boze raadflageri te luisteren. De eerstge­

noemde vierde zelvs zijn losbandigen teugel zo verre, dat bij

zig niet ontzag, om van den predikftoel in het openbaar te

leraren: „ dat het artijkel van de Gentfe Pacificatie, om.

,, de Roomfe Religie toe te laten, goddeloos was, en dat de

„ Prins VAN ORANJE, die zo fterk op 't zelve aandrong, de

„ Religie achtte, en zo gemakkelijk veranderde als een aan-

„ hangzel van een kleed ; dat hij noch om GOD , noch om

„ Religie gaf, maar van Staat en nut, zijnen afgod maakte,

„ zo dat indien hij wiste, ofte dagte, dat zijn hembde iet vaa

„ Religie wiste, ofte rieken zoude, dat hij hetzelve zoude

„ uittrekken, en in 't vuur werpen." Voorts verfpreidde hij

onder de Gemeente te Gent: „ dat hij goed credict badde,

„ dat de artijkel van de Gentfe Pacificatie, ten aanzien van

„ de handhavinge der Roomfe Religie, goddeloos was, en

„ dat de Prins VAN ORANJE (willende den zeiven artijkel

„ ftaande houden, en zeggende dat men te ontijde, en met

„ onordening niets en behoorde te veranderen, en dat men

„ bezworene verbonden meest houden , en dat GOD een

vijand van meinëdigen was), noch GOD noch Religie faad-

„ de." DATHEEN fnoerde door deze oproerige konstgrepen

veel volks aan zijne koorde, met name-zulken, die, over

het vangen van AAESCHOT en anderen, nog voor hunne vei­

ligheid bekommerd waren. IUBIZE was, zo als wij reeds ge­

meld hebben, de voornaamfte dezer roervinken; tot Voor-

fchepen, dat is, Hoofd der. Wethouderen, gekoren zijnde,

meende men, dat het tijd was, om zig, door 't omkeren van

den godsdienst,, van 's volks gunst en van eigen veiligheid te

verzekeren. Men verjaagt de Geestelijken, men flaat de Ker­

kelijke goederen aan, en men verzekert zig, door krijgsvolk,

van ïperen, gelijk men te voren, van Brugge gedaan hadt,

enz. Dan de Prins VAN ORANJE, het laatfte middel willende

beproeven, om, ware hst Bwögüjfc» Land en Kerk te behou­

den,


23


XJAVÏD JORIS 1

.' «r


DAVID JORIS.

èig behalven" de Duitfe, maar volgens de ge tuigen ïsfen vati

THÜANUS en PONTANUS, zeer eigenwijs, doch loos, en ge­

veinsd. Men vindt hoe hij in den doop JAN werdt genaamd,

doch dat hij met zijn vader JORIS reizende, in 't vertonen der

zinnefpelen, gemeenlijk den perfoon van DAVID verbeeldde,,

en dat bij daar van dien naam behieldt. Tot Delft hadt hij eni­

gen tijd voor den zwaren brand die in 1536" voorviel, dea

Priesteren die 't Sacrament des Altaars in een. ommegang langs,

ftraat dioegen, op den gemenen weg berispt, en van afgoderij

befchuldigd; daar over in de gevangenis geraakt zijnde, wierdt

bij gefehavotteerd, en door beais handen met een priem door

de tong geileken en gebannen. Hij woonde zedert enigen

tijd in den Ihag. Het.glasfchilderen den zak gegeven heb­

bende, wil men dat hij zig al vroeg van den godsdienst als

van een fpel en een koophandel zoude bediend hebben. De

Munflerfe Herdopers' hielden hem.in hoge achting, zeggende,

dat 'er , federt CHRISTUS tijd, vier Profeten waren opgeftaan,

twee waarachtigen, JAN VAN LEIDEN en DAVID VAN DELFT ,

en twee vallen , de Paus van Rome en MARTEN LUTHER. Het.

Wederdopers rijk te Mv.nf.er ten einde zijnde, meent men dat

bij te vergeefs getragt zoude hebben de gefcheurde delen der

Doopsgezinden bij een te brengen; ook fcheidde hij zig metter

tijd van d'anderen af, verwekte doch zeer bedektelijk een ei­

gen Sekte, die hem aanhing, en daar hij veel gelds van, trok.

Om niet ontdekt te worden, vertrok hij vervolgens naar Ba-

scl, floeg zig daar als een verdrevene pm den godsdienst, ter

ieder ; wierdt tot burger aangenomen, deedt naar het gebruik

der ftad zijnen cedt, en liet zig JAN VAN BRUGGEN noemen,

saar zijn vaders geboorteüad. Ook geliet hij.zig in 't iluk van

Religie, der gezindheid der Zwinglianen die te Basel boven dreef,

ïn ailes tce te Hemmen, bij hen ging hij neerftiglijk ter preke

en ten avondmaal; den Wethoudercn was hij onderdanig,

den armen milddadig, den .nooddruftigen behulpzaam. Dit,

maakte' dat niemand ligteiijk iets kwaads van hem konde ver­

moeden; maar dat hij van velen gehouden werdt, voor zoda­

nig en zo groot als bij wiidc fchijner. te zijn, en d.ar hem de

zij-'


DAVID JORIS. 22?

2ijnen voor hielden. Ook was hij te aanzienlijker door zijn

heerlijke geftalte, deftig wezen en eerlijk opzigt, van gelijke

door 'de grote rijkdommen en kostelijke kleinodiën die hij ten

dele met zig hadt gebragt, en hem ten dele dagelijks uit de

Nederlander, wierden gezonden. Zijn huishouding was Uittel

min dan vorftelijk, doch ordentelijk. Met dit al befchuldi-

gen zijne partijen hem, van heimlijke ongebondenheid, waar­

uit een oud Delfs fpreekwoord gefproten zou zijn, volgens

welk iemant, die los en wellustig leeft, gezeid werdt een

David JorLzccn leventje te leiden. Vooral wierdt ook bij hem

verhoedt, dat niemant tot Bazel en in 't eedgenootfchap van

Zwitserland tot zijne Sekte wierdt aangelokt, maar onderwij­

le heeft hij zijne lere door brieven, boeken en boden in Ne*

derland voortgezaait en voedzel gegeven. Dus vermomt heeft

hij ruim elf jaren gerust te Bazel gekeft, tot dat NIKLAAS

MEYNERTS VAN BLEESDYK, zijn liefften leerling, dien hij zijn

dogter ten huwelijk hadt gegeven, zijn lere in twijffel trok,

en tegens hem opftondt. Ook kwam 'er ten dien tijde iemant

uit de Nederlanden, die hem en zijn. geheel gezin den burgeren

zo klaar befchieef, dat hij door 't overdenken van 't gevaar,

't welk hij liep om Ontdekt té worden, tot wanhope, en door

die wanhope met zijn huisvrouw in zware krankheid verviel,

die haar eerst wegnam, en hem korts daar na, namelijk den

23 augustus 1556." Dusdanig was het eind des genen van wiens

gevoelen getuigd werdt, dat het CHRISTUS fmaadheid aan-

deedt, nadien hij zig voor goddelijker, groter, en alzo on-

fterfelijk als CHRISTUS hieldt. Voorts noemde hij zig: „ den

„ zevenden Engel des Heeren, den geest van Gon, verko

"„ ren om de aarde te vernieuwen, te zuiveren en het oordeel

" te houden; een Propheet, wiens gelijken nooit geweest

„ was, noch na hem niet komen zou ; den geestelijken DAVID

", van de menfen, door den regten en waren geest opgewekt,

om een licht der Heiligen te zijn; wiens fchriften men ont-

" vangen moest, niet als van menfen handen, door geleerden

*\ van de wereld, maar gekomen uit de fchole van den Geest,

*' vau een jonger Discipel, geboortig van den 'Hemel, die

" „ het


tH DECKËR. (JERËMIAS DE)

„ het euwig leven, het morgenlicht des euwigen dage* geziefi.

„ hadt; daarom moest men het kostelijk achten, en boven

„ alle wereldfs fc.ba.tten houden; zijnde CHRISTUS zijn voor-

„ loper gewe«st: MOZES was in den Voorhof, CHRISTUS in

„ 't Heilige, hij in 't Allerheiligfte,•' en meer andere fchandelijke

uitdrukkingen. Drie jaren na zijn dood toen zijne gruwelen

openbaar werden, liet de Magifiraat van Bazel zijne

beenderen opgraven, en te gader zijne boeken en beeldtenis

door beuls handen, op de gewoonlijke ftrafplaatze verbranden;

waar over zijne aanhangers niet weinig verfchrikt waren;

zij hadden hem voor onfterfelijk gehouden, en hoopten

als nog, volgens zijne beloften, op zijne wedcropftanding, en

de vervulling zijner valfe voorzeggingen.

Twee Gedenkpenningen zijn 'er geflagen ter bewaring van

zijne gedagtenis, die niet minder fchandelijk zijn dan zijne

leer; men vindt die beide afgebeeld en befchreven bij F. VAN

MIERIS, Hijltrie der Nederfandfe Votflen, II. D. bl. 474, 475.

Zijn Afbeeldzel is door VAN SICHEM, onder het getal der

floofdketteren, in prent gebragt. Verfcheidene werken zijn

van hem in druk uitgegeven, die niet alleen alle zeer ongelijmd

zijn, maar zelvs'veelvuldige godslastering behelzen;

bet voornaamfie hier van is dat gene 't welk hij onder den

tijte! van WONDERBOEK , teaadn / Dat ban Ut Wcvlt aan ber«

floten/ rjenpcubaart té; eerst ten jare 1542, in folio, in,

'c nederduits heeft in 't licht gegeven , en naderhand met

verbeteringen, en fraijc houtfneden verfierd ten jare 1550

heeft doen herdrukken. THUAN., Hift. Lib. XXII. p.

1092. PONT., Amft. p. 53. HORTENS,, Hift. Anabap. p. 38.

PLACCII, Theatr. Ammym. p. 488-499- C. G. ZEIDLER, Hifi.-

'Dar. Gcorgii, Lipf. 1701. 4. GERDES , Hift. Reform. T. III. p.

116. fqq. C. SAXI, Onom. P. III. p. 248. 631. CLEMENT, BU

llioth. cm: T. IX. p. 122. fuiv. G. BRANDT, Hift. der Reform.

I. D. bl. 132-138. 692., 603, WAG., Vad. Hift. V. D. bl.

151. D. v. BLEISWYCK, Befchr. van Delft, bl. 404. 761-767.

DECKER (JEREMIAS DE), is te Dordrecht geboren in het

jaar 1C09 0: 1610. £e beroemde VONDEL noemt-hem een


DECKER. (JEREMIAS M) I S F

Zsigtcr van eene cierlijke netheid. Zijne moeder MARIA TAI»

BEEMDEN, was met zijn vader ABRAHAM DE DECKER, den

3 april 1607 in den egt getreden; en in zijne jeugd hadt dezs

den krijgsdienst uitgeoeffend, en was ais Faandrik, tegenwoor­

dig geweest binnen Oostende, toen die ftad door den Aarts­

hertog ALBERT belegerd was. Vervolgens verliet hij den

dienst na *c overgaan der ftad, huwde en zette zig te Dord­

recht neder; doch begaf zig, eerlang, naar Amfteldam, daar

hij zig eerst met den koophandel fchijnt gencerd te hebben;

doch, daarin, naar alle vermoeden ongelukkig geflaagd zijnde,

zig naderhand, aan 't makelen begaf, uit den winst van welk

beroep, hij zijne vrouw en verfcheidene kinderen onderhieldt.

JEREMIAS, nog een kind, te Amfteldam gekomen, fchijnt.

ouder geworden, zijn vader in 't makelen behulpzaam te zijn

geweest. Hij maakt ook, in verfcheiden Gedigten, gewag van

zijns vaders ijver en bekwaamheid, om hem, in zijne vroege

jeugd, in de talen, in den godsdienst, en in 's lands gefchie­

denisfen te onderwijzen.

Ook oeffende de jonge DECKER zig zo wel, dat hij der Ia*

tijnfe, franfe, italiaanfe en engelfe talen meester werdt. Ten

jare 1661, gaf hij eene overzetting uit het frans van MAT-

THIEU, Hiftoire de AE'LIÜS SE JAN, in 't licht, en, enige ja­

ren later, zijns vaders vertaling van FLCRUS en EUTROPIUS,

uit ene overzetting in dezelvde fprake. Ook leide hij zig

naarïtelijk toe, op de verbetering der Nederduitfe taie, en

ontwierp, ten dien einde, eene Spraakkonst tot eigen ge­

bruik. Doch de Digtkonst was zijne geliefdfle oeffening. Hij

bragt het Treurfpel Baptistes of Dooper over, uit BUCHANAN»

latyn, en gaf het in 't jaar 1652, in 't licht. Zijn uitvoe­

rig Hekeldigt, Lof der Geldzucht, is eerst na zijnen dood uit­

gekomen. Voorts zijn 'er in den Iaatften druk zijner Rijm»

ceiTeningen, die in *t jaar 1726 door MATTH. BROUERIUS VA»

NIDEK, in II Delen in Ato. bezorgd is, ook velerlei ander»

foorten van Gedigten te lezen, en onder dezen, ene verzame­

ling van Puntdigtcn; in welke foort van rijm, DE DECKER de

beste Nederduitfe Dichters evenaarde, of prerupf, Hjj over-v

yuit D **** ? LEECI

«


HS DECKER. DEDEL. DEDEM. DEELEN.

leedt nog geene 60 jaren oud in december 1666. — — Le­

ven van DE DECKER voor de laatfte uitgave zijner Rijmoeff. M. BA-

XEN, Befchr. van Dordr. bl. 223; J. VAN VONDELS, Leven,

fel. 80. WAC, Befchr. van Amft. XI. Stuk, bl. 376, 377.

DEKKER (KAREL DE), geboren te Bergen in Henegouwen,

ten jare 1645; is na verfcheidene lagere kerkelijke bedienin­

gen bekleed.te hebben, laatftelijk geweest Deken van de Ka.

jiunnikken van onze L. V. te Aken. Bij ftierf den 14 okto-

l»er 1723 aan ene-beroerte, in den ouderdom van 79 jaren.

Hij heeft verfcheidene werkjes gefchreven en door dsn druk

gemeen gemaakt; waar van dc meesten tegens de wijsgeerte

van CARTESIUS, en de leerftukken van JANSENIUS zijn inge-

ligt; van welk laatstgenoemde hij inzonderheid een vinnig te-

genftrever is geweest. — — PAQ_UOT, Mem. litt. Tom. XII.

p. 157-1Ó7.

DEDEL, is de naam van een aanzienlijk geflagt, reeds

Veele jaren, zo in 's Gravenhage als te Amfteldam bekend, en

waar van nog verfcheidene in we^en zijn, die zo in ftaats- als

ftadsbeftuur, en in krijgsdienst, den lande aanmerkelijke dien.

tien hebben bewezen.

DEDEM; een oud adelijk geflagt, oirfprongelijk uit het

graavfchap Benthem, reeds aldaar bekend zedert het jaar 1369,

en naderhand, met het begin der XVIIde eeuwe in het voor­

malig gewest Gelderland, het kwartier van de Veluwe, en in

Overijsfel, op de Land- en Kwartier-dagen, onder de Ridder-

fchap befchreven.

DEELEN (DIRK), Konstfchilder, is geboren te Heusdnt,-

en leerde de konst bij den beroemden FRANS HALS, wiens

manier hij verliet; en zig begaf tot het fchilderen van Tem­

pels , Gebouwen en Doorzigten, in welken ftijl hij een ver-

dienftig Konstfchilder is geworden. Hij begaf zig met 'er

Woon naar Arnemuiden, alwaar hij Burgemeester wierdt en

ook geftorven is. De behandeling van VAN DEELEN zijn pen-

feel was uitnemend, rijk in vinding, en 'er ftraalt een onge-

frieea vernuft in door. Ook zijn zijne ftuiken ongemeen ge­

wild;


DELFT. (JEGIDIUS VAN) DELFT. (JAKOB WILL.) 22?

wild; op de verkoping van den Heer BRAAWCAMI* waren 'er,

verfcheidene van dezen Meester, onder anderen twee die Ker­

ken verbeelden, welke verkogt zijn voor 910 guldens. ——

MECHEL, Catal. des Tableaux ds la Gal. Imper. ds Vieme. p.

212. A. HOUBRAKEN, Schewvb. der Ned. Schilders, III. D. bi.

309. WEYERMAN, Leven der Schilders, III. D. bl. 309. G.

BRAAMCAMP, Kabinet van Schilder., bL 9. gttgtm. $twft(«

SgkCtW f- 195-

DELFT (JEGIDIUS VAN) , in de ftad van dien naam ge­

boren , is een ongemeen geleerd man geweest en heeft veel

roem verworven als Hoogleraar in de Godgeleerdheid;, daar bij

was hij voor het tijdvak waarin hij leefde een gosd latijns

Dichter, en maakte vloeijende vaerfen. De beroemde ERAS­

MUS, leefde in gemeenzame vriendfchap met hem, en zegt,

dat hij genoegzaam alle de Bijbelboeken in digtraaat heeft ge­

bragt. ÏEGIDIUS bloeide in 't laatst van de XVde eeuwe, eiï

bij heeft verfcheidene Godgeleerde verhandelingen gefchreven,

die na zijn dood door den druk zijn gemeen gemaakt; als me­

de: Comment. in OVÏD. de Remedie Amoris, excnfus efl Paris.

1495, in 4f». BOXHORNII, Tiieatr. p. 166. F. SWEER-

TII, Athin. Belg. p. 106". FABRICII, Bibl. Med. Inf. Lat. T.

I. p. 56. D. v. BLEYSWYCK, Befchr. van Delft, bl. 755. JÖCHER,

©elcfert Seyicon / III. SpeiL f. 71-

DELFT (JAKOB WILLEMSZEN), gehore» te Delft,

was een keurig Pourtraitfchildcr. In jaar 't 1592, fchilderde

bij een rot Schutters, dat in zijn geboorteftad op den Doeic

nog te zien is. Zig zeiven met zijne huisvrouw en drie zoons

heeft hij in een ftuk levensgrootte verbeeld. Hij overleed te

Delft, in een hogen ouderdom ten jare 1601, nalatende drio

zoons die hij alle in de konst heeft onderwezen. De otidfte

was KORNÏLIS JAKOBZ. DELFT, die ook een zoon naliet, ge­

naamd NIKLAAS KORNELISZ. DELFT, een beroemd Glasfchilder.

De tweede zoon van JAKOB was Rocaus JAKOBSZ: DELFT, een

braaf Pourtraitfchiider. De derde «oon heette WILLEM JA-

KOBSZ. DELFT, den 19 november 15S0 in zijn vaderftad gebo>

jen; dese trouwde met ene dogtsr van den beroemden Mi-

P a CHIEfe


J28 DELFT. (PIETER TAN) DELMONT. (DEODATUS)

CHIEL JANSZEN MIEREVELD, en heeft de mseste Pourtraitten

van zijn fchoon vader in 't koper gebragt, zijnde hij een

zeer konftig Flaatfnijder, die insgelijks te Delfe op den n

april 1638 in den ouderdom van 58 jaren is overleden, -na­

latende een' zoon, even a!s zijn grootvader JAKOB WILLEMS-

ZEM DELFT genaamd, die op. den 24 janüarij 1610 in zijn

vaderftad het eerfte licht aanfchouwde. Deze werdt mede

een konftig Pourtraitfchilder; en vervaardigde onder andere

Hukken voor den Krijgsraad te Delft de Opper- en Onder­

officiers van een rot Schutters, 't welk in den Doelen ge­

plaatst werdt. Hij was Veertigraad en Havenmeester te

Delft, en ftierf aldaar op den 12 junij 1661, hebbende

Hegts den ouderdom van 42 jaren bereikt. Hij is gehuwt

geweest aan ANNA VAN HOGENEOUCK, welke ter zijner ge-

dagtenis door den beroemden Beeldhouwer PIETER RYCHS,

een fraij Grafteken heeft doen vervaardigen, beftaande in

een cierlijk uitgehouwen fleenwerk geplaatst boven zijn jong-

fte legerftede op 't koor van de Oudekerk. ——. p. VAM

BLEYSWYCK, Befchr. van Delft, bl. 845- 856. K. v. MAN­

DE», Leven der Schilders, II. D. bl. 109. (*)

DELFT (PIETER VAN), Konstfchilder, insgelijks te Delft

geboren, hadt ANTHONY MONTFOORT, tot leermeester, en

zoude hem zeer waarfcbijnelijk, in bekwaamheid overtroffen

hebben, ware het niet geweest, dat deze veel belovende

jongeling in de lente zijner leeftijd door den fikkei des doods

was afgemaaid. SANDRART, ^cutfdje flfao. ocrSSatt-/

SStfW mt& 9)ï#e»-£»ttfl. Sïutnu. 1672. 2#. I. f. 207.

Sunflfcï i&m. f. 196.

DELMONT (DEODATUS), Konstfchilder, was behal­

ven dat ervaren in de Meetkonst, Sterrekunde, en meer an­

dere loffelijke wetenfehappen; hij was niet alleen een ge­

liefd leerling van P. P. RUBBENS, maar zelvs zijnen boezem-

Vriend; deze verzelde hem ook in alle zijne reizen door de

fteden van Italièn. Zeer vele konstftukken heeft hij gefchil­

derd, inzonderheid uitmuntende Altaarftukfcen, bovenal een

ia


DELOISY. (PIETER) DELRIO. (MART. ANTfï.) »»*

tn de Jéfuiten-kèrk tc Antwerpen, verbeeldende een Kruis­

draging, 't welk zo heerlijk is gepenfeeld, dat het zijnen

roem zo lang dit ftak in wezen is, zijnen naam or.ftervelijfc ~

,1. zal maken, en met regt deze woorden van den latijnfen

I Dichter op hem kunnen toegepast worden:

Fruflra Jit per plura quod per pauciara fieri potefl.

Hij ftierf den. 25 november ,1625 te Antwerpen, en 'e?

• *vordt van hem getuigd, dat hij door zijne bedrevenheid in

I de Sterrekunde, vele toekomende zaken wist te voorfpellen.

| . A. HOUBRAKEW, Schouwb. der Ned. Schilders, I. D.

I bl. 96, 97.

DELOISY (PIETER), een Plaatfnijder uit Frans-Flaandt)

j «11 geboortig, heeft verfcheide ftukken van beroemde Mees­

ters overheerlijk in koper gegraveerd, als onder anderen da

dogter van HERODIAS, houdende het hoofd van JOHANNES den

Dc-oper op eene fchotel om aan hare moeder te brengen, ge­

volgd naar het uitmuntend fchilderij van P. P. RUBBENSJ

enz. • GANDELLINI , Notizie ijiorkhe deg Plntagliatori, Sis*

I na 1771. III. Vol. in Svo. UUgemdri. fttUtflfCt Scjicon. f.-i9fJ.'

DELRIO (MARTEN ANTHONY), een' zoon van AA*

1 TONY DELRIO, Spaans Edelman, die twee fchone Landgoede-'

J ren in de nabuurfchap van Antwerpen bezat, en van LEONO-

1 RA LorEz DE VILLENEUVE, wierdt in genoemde ftad gebo-

I ren den 17 meij 1551, deedt zijn eerfte letteroeffenïngen fa

I Lier, en reisde vervolgens naar Parijs om die te voltrekken,

I alwaar hij onder den beroemden MALDONAT, in da wijsbe-

I geerte ftudeerde.

In de Nd-ilanden te rug gekeerd, bcoeffende hij eerst tn

I Douai en vervolgens te Leuven de regtsgeleerdheid; hij hervat-

I te zijne letterkundige oeffeningen op laatstgenoemde Hoge-

I fchool, met zulk een gewensten uitflag, dat hij nog geen twin-

I tig jaren oud zijnde, reeds aanmerkingen over de Treurfpe-

J -len van SENEKA in ;

t licht gaf, waar in hij meer dan elf hon«'

| derd Schrijvers aanhaalt.

in 1574 wierdt hij tot Doktor in dï regten te SaJamanH

1 P 3 $M


*3 DELRIO. (MARTEN ANTHONY)

bevorderd, en een jaar later tot Raadsheer in den Hogêö

Raad aangefteld, waar bij men in 1577 de waardigheid van

Auditeur Generaal van de Armée voegde, en in 1578, die

van Vice-Kancelier van Braband en Prokureur-Generaal.

Hij kweet zig met de nauwgezetfte trouw- en voorzichtig,

fceid, van die onderfcheidene ambtsbezigheden; maar de be­

roerten die de Nederlanden toen ter tijd zo deerlijk teisterden,

en die hij wel voorzag dat zo fpoedig geen einde zouden te.

men, boezemden hem afkeer voor de wereld in; dus hij be-

floot na bekomen verlof van den Hertog VAN PARMA, ene reize

naar Spanje te doen, daar hij niet zo dra was aangeland of hij

ontdeedt zig van alle zijne bedieningen, en begaf zig 29 jaar

oud zijnde, te VaUadolid, op den 9 meij 1580, onder het ge-

nootfehap der Jefuiten.

Zijn pioeftijd verftreken zijnde, ftudeerde hij eerst te Lea-

i>en en vervolgens te Mentz, in de godgeleerdheid; waarna

hij in 1589, wierdt gekozen om de wijsbegeerte te Douai te

onderwijzen, en vervolgens de zedelerende godgeleerdheid tc

Luik. Na een vierjarig verblijf in deze laatfte ftad, ging bij

naar Leuven, om'er insgelijks den leerftoel in de godgeleerd­

heid te beklimmen.

In 1600 deedt hij zijne vier geloften aan de Broederfchap,

en wierdt kort hier op naar Cratz in het Stiermarifi gezonden,

alwaar hij de muts van Boktor in de godgeleerdheid ontving.

Na gedurende het tijdvak van drie jaren aldaar lesfen over dc

H. Schrift gegeven te hebben, reisde hij naar Salamanka in

Spanje, om 'er het zelvde beroep uit te oeffenen.

Op nieuw naar de Nederlanden gezonden zijnde, kwam hij

te Leuven, 'ongemeen vermoeid van de reize en daarbij ge-

kwelt door graveelfmerten. Zijn kwaal verergerde in een

kortfïondigen tijd zodanig, dat die wel dra dodelijk werdt, en

hij ftierf drie dagen na zijne aankomst te Leuven, op den 19

Oktober 1608 , in den ouderdom van 57 jaren.

DELRIO was geleerd en hadt ongemeen veel gelezen; maar

hij was flaafs bijgelovig, en aan ongerimde vooroiidelen ge.

feluisterd. Zijne veelvuldigs fchriften, welke bij NICERON,

Mtm*


DELVAUX. (LOt'WRËNS) m

jMein. pour finir & 1'Iïift. des Hommes UI. Tuin* XXIL p. 380-»

384, worden opgeteld, dragen daar van getuigenis, daarbij

zijn die ruw en in een onbefchaafden fttjl gefchreven; oofc

befchüidigt men hem van ötfbèfchaamde letterdieverij. Zijna

Visquiftiones Magicce, of Onderzoek van Toverij', heeft wel 'fl

meeste géragt gemaakt; het is voor 't eerst te Leuven ten jare

3599 in ito. gedrukt, en vervolgens te Mehtz en Lijons iit

drie Delen in 8vo. herdrukt. Doordien nu veie menfen gre«

tig zijn in 't nafporen van ongemene en wondervolle gebeur"

tenisfen, maakte dit Bock groten opgang en hadt veel vertier;

dan met dit al is het van weinig waarde, doordien beS

opgevuld is met gefchiedverhalen en gebeürtenisfen die dert

toets van waai beid, gezond oirdeel en ondersoek, niet konnen,

doorftaan , en waaraan hij egter volkomen geloof fchijnt gefla«

551. POPE BLOOTST, p. 885. J. MOLLERI, Homonymoscop. p»

666. J. A. FABRicn, Cent. Plagiariorum, p. 52. Jo. FABKICII»

Hift. Bibl. P. III. p. 340. FOPPENS , Bibl. Belg. p. 847- SCALI-»

CER, in Scaligeranis fecundis. Catal. Bibl. BUNAV. Tom. I. p«

llï$. P. BURMANNUS, Secundus, in Prafat. ad Claudianum, p«

in. C. SAXI, Owm. liter. P. III. p. 470. BAILLET, Jugemeni

des Sfav. Tom. II. p, 199.

DELVAUX (LOUWREKS) , een Nederlands BeeldhötH

Wer, die inzonderheid te Londen en te Brusfel heeft gewerkt,»'

'en in laatstgemelde ftad het levensgrote ftandbeeld van Prin*

KAKEL VAN LOTTHARINGEN, Gouverneur-Generaal der Oosten*

rijkfe Nederlanden, overheerlijk uit marmer heeft gebeiteld,

waar voor hij ene ruime beloning ontving. Ook is hij de maker

van de pragtige predikftoel (taande in dc St. Bavo's-kerk

tc Gent, waar van dc beelden en basreliëfs ongemeen fraij uit

marmer zijn vervaardigd. Van dit konstltuk vindt men ene

.afbeelding in DESCAWS, Voyage Pittoresque des principale* Villes

P 4 **


*3s DEMAKEÏt. DENEYN. DENNER;

ie Fkndre £p du Brdband, p. 224. gflg, jfyttfU. itfictti

f. 196.

DEMAKER (ABEL). Konstfchilder, waar van men een,

fchoon Schilderftuk ontmoet op de Regentenkamer van het

Pesthuis te Leijden, verbeeldende de toenmalige Beftierdera

van dat huis, bezig zijnde met een kleine Jonge te examineren.

Dit fttik is in 't jaar 1667 vervaardigd. UFFENSACH,

SÜtaffv. Steurt tuïcy Sïic6cr@aïra/ £ot[


DENNER. (BALTHASAR) a 3 J

Hamburg den 15 november 1685, van JAKOB DJÏNNBK ea

KATRYNA WIEBR. Zijn vader is ruim öo jaren verdienftelijk"

Leraar onder de Mennoniten te Altoua geweest; heeft die Ge­

meente met leer en leven geftigt, en door zijne braafheid,

godvrugt en vredelievendheid, zijne nagedagtenis onfterfeiijlt

gemaakt.

BALTIIAJAR, trof op zijn agtfte jaar het ongeluk van een

zware val te doen; waar door hij aan een 2lttend leven ge­

kluisterd werdt, endaar van een gebrekkelijken gang gehou­

den heeft. Dit gaf hem aanleiding tot het natekenen van

Printjes, 't geen hij zo geestig ter uitvoer bragY, dat zijn va­

der belloot om hem tot de Schilderkonst op te kweken, ten

dien einde beitelde hij hem bij N. AMMAMA, daar hij gedu­

rende enige maanden onderwijs in het tekenen en de behan­

deling der waterverwen genoot, waarna hij enigen tusfentijd

de konst weder op zig zelv' oeffende, en ten jare 1698 zig

andermaal van zijne lesfen bediende; doch kort daar na bij

een Schilder te Danïzig geraakte, die hem het fchilderen met

olieverf leerde.

In 't jaar 1701 werdt hij enigzins in zijnen konstijver ge­

fluit, doordien zijne ouders van befluit veranderden, en hem

in den handel wilden optrekken, hem ten dien einde bij