Open Monumentendag brochure 07 - UiT in regio Kortrijk

uitinregiokortrijk.be

Open Monumentendag brochure 07 - UiT in regio Kortrijk

open MonuMentendag 07

zondag 9 septeMber

wonen

www.uitinregiokortrijk.be

Met onder andere Van tuinwijk tot hoogbouw, woonwijken in waregeM // beeldend kunstenaar herVé Martijn woont in een MonuMent //

beluiken, Mee eVolueren in de 21ste eeuw of Verdwijnen // dakloos in teXas // frederik Mahieu, behoeder Van bescherMd patriMoniuM //

Vijf Voor twaalf MonuMenten // focus Van uit in regio kortrijk // het Volledige prograMMa in de kortrijkse regio


open MonuMentendag 2007 / 2

inhoudstafel

03 · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · VOORWOORD

04-05 · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · ALFRED DE TAEyE

06-07 · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · VAn TUInWIjK TOT HOOGBOUW

08-09 · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · WOnEn In EEn ROTERIj

10-11 · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · WOnEn In EEn (LEEG) WATERRESERVOIR

12-16 · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · WOnEn In EEn ABDIj

17 · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · MIjn HUIS IS WAAR MIjn STILLE STAAT

18-21 · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · BEELDEnD KUnSTEnAAR HERVé MARTIjn

22-25 · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · BELUIKEn

26-27 · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · FOTOSPECIAL OVER WOnEn

28-31 · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · DAKLOOS In TEXAS

32-33 · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · FREDERIK MAHIEU

34-35 · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · MILITAIR HOSPITAAL/TABAKSFABRIEK

36-39 · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · VIjF VOOR TWAALF

40-42 · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · FOCUS VAn UIT In REGIO KORTRIjK

43-50 · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · AGEnDA: OPEn MOnUMEnTEnDAG In REGIO KORTRIjK

colofon

UIT in Regio Kortrijk / Open Monumentendag 07 is een uitgave van de

gemeentebesturen van Anzegem, Avelgem, Deerlijk, Harelbeke, Kortrijk, Kuurne,

Lendelede, Menen, Spiere-Helkijn, Waregem, Wervik, Wevelgem en Zwevegem

Overleg Cultuur Regio Kortrijk

p.a. Directie Cultuur Kortrijk, Grote Markt 54, 8500 Kortrijk

T. 056-27.74.30 – F. 056-27.74.09

secretariaat@uitinregiokortrijk.be

www.uitinregiokortrijk.be

Hoofdredactie Kris Vanhee

Secretariaat Marnix Theys en Wim D’haeyer

Redactie

Tom Christiaens, Christophe Maertens, Kris Vanhee, Lieven Vanmarcke,

Greet Verschatse, Hannes Dedeurwaarder, Ellen Declercq, Bernard Vancraeynest

en de 13 gemeentebesturen

Elke medewerker is verantwoordelijk voor zijn/haar bijdrage[n]

Verspreiding

De gemeentebesturen van Anzegem, Avelgem, Deerlijk, Harelbeke, Kortrijk, Kuurne,

Lendelede, Menen, Spiere-Helkijn, Waregem, Wervik, Wevelgem en Zwevegem

Fotografie Patrick Holderbeke, Sanne Debrabandere, Gerald Van Raefelghem,

Karl Bono, gemeentebestuur Avelgem, toerisme Harelbeke, stadsbestuur

Kortrijk, stadsbestuur Menen, stadsarchief Waregem, gemeentebestuur Kuurne,

gemeentebestuur Zwevegem, Tabaksmuseum Wervik, Stedelijke musea Kortrijk

Vormgeving www.watf.be

Frontcover campagnebeeld Open Monumentendag

Backcover Bousse

Verantwoordelijke uitgever Christine Depuydt, André Devaerelaan 62,

8500 Kortrijk

Met dank aan

De Vlaamse Gemeenschap, het provinciebestuur West-Vlaanderen en

de locale comités

woord Vooraf

Beste lezer,

Wonen is een essentieel recht van ieder mens. Daar ga ik toch vanuit. Het thema van deze jongste Open Monumentendag

moet dan ook veel mensen kunnen boeien. Huizen kijken is een prettige bezigheid, het heeft ook iets voyeuristisch.

Wie ziet niet graag hoe iemand leeft, woont en werkt? Er is een spreekwoord dat zegt: zeg me hoe je woont en ik zal

zeggen wie je bent. Dat gaat wellicht niet helemààl op, maar toch kan je iemand beter beoordelen als je ziet waar hij

woont.

Als er één iemand grote verdienste heeft op het vlak van de woningbouw, dan is het voormalig minister De Taeye. Dat

lees je uitvoerig in deze brochure. Waregem focust ook uitgebreid op zijn wet, die heel wat sociale woningbouw voor

gevolg had en mensen onderdak verschafte.

We hebben in deze brochure echter niet alleen aandacht voor de manier waarop mensen door de eeuwen heen

woonden. We gaan ook bij enkele enthousiaste bewoners anno 2007 aan huis. Mensen die eigen ideeën realiseerden,

zelf de handen uit de mouwen staken.

We hebben ook een bijdrage over daklozen. Deze maatschappij slaagt er nog altijd niet in om ieder mens een fatsoenlijk

dak boven het hoofd te bieden. Bepaalde mensen vallen flink door de mazen van het net, soms door eigen schuld, vaak

door het rigide van ons opvangsysteem.

In onze uitgebreide agenda zul je tot slot heel wat ideetjes vinden om je eigen Open Monumentendag door te komen.

Om het je iets makkelijker te maken hebben we in de rubriek ‘FOCUS’ zelf enkele leuke dingen samengebracht. Wil je

ons ook volgen na de Open Monumentendag? Dan kan dat op uitinregiokortrijk.be. Succes!

Kris Vanhee

Hoofdredacteur

kris@uitinregiokortrijk.be


open MonuMentendag 2007 / 4

alfred de taeye

de Man die zijn Volk leerde wonen

wie bouwt of verbouwt hoeft maar te surfen naar sites als www.bouwenenwonen.be, www.premiezoeker.be

of www.energiesparen.be om te vernemen welke premies de overheid toekent. er zijn er bij de vleet. zowel de

Vlaamse en de federale overheid als provincie en gemeenten voorzien een aantal financiële extraatjes. Vaak

zitten er zoveel voorwaarden aan vast dat je maar beter eerst de kleine lettertjes leest om er zeker van te zijn

dat je ervoor in aanmerking komt. Veelal moet je ook eerst zelf de hele factuur betalen vooraleer je er iets voor

in de plaats krijgt. in de zuid-west-Vlaamse regio zal alfred de taeye blijvend herinnnerd worden aan zijn

werk inzake de sociale huisvesting.

In het collectief geheugen van meerdere generaties

blijft de naam De Taeye hangen als de man

die voor de christelijke arbeidersbeweging een

inspirerend voorbeeld was.

Alfred De Taeye zou maar 53 jaar worden. Voldoende

om het van kajotter tot minister te bren-

gen. De erfenis die hij in alle dorpen en steden

van het land naliet was de naar hem genoemde

wet die de zwaksten uit deze maatschappij

moest toelaten een eigen woning te verwerven

met een minimum aan elementair comfort.

Volgend jaar, precies vijftig jaar na zijn overlijden

en zestig jaar na de Wet De Taeye, willen

Op 7 maart 1954 hanteerde Alfred De Taeye in Waregem

het truweel voor het inmetselen van de eerste steen van de

100.000-ste sociale woning. Hij deed dat in aanwezigheid

van minister Dries Dequae, gouverneur Pierre Van Outryve

d’Ydewalle, Palmer Rosseel en secretaris van het ACW-

Kortrijk Piet Monballyu.

we deze merkwaardige Kortrijkse figuur even

in herinnering te brengen. Meer dan wie ook

was hij de man die zijn volk leerde wonen.

Aan de toog van menig Gildecafé nam Alfred De

Taeye (1905-1958) ruimschoots de tijd om te

luisteren naar de beslommeringen van de gewone

man die daar zijn pint kwam drinken. Huisvesting

was voor deze politicus een essentieel onderdeel

van de sociale vooruitgang. Gekneed en gevormd

in de Centrale Hogeschool voor Christelijke

Arbeiders in Heverlee, zou hij eerst alle echelons

van de politieke verantwoordelijkheid doorlopen

vooraleer hij in mei 1947 als kamerlid het wetsvoorstel

indiende tot aanmoediging van het privaat

initiatief bij het oprichten van goedkope woningen

en het kopen van kleine landeigendommen.

nood aan goede woningen

Die wet kwam niet zomaar uit de lucht vallen.

Een jaar lang al had parlementslid De Taeye er

in de Kamer op gehamerd dat de maatregelen

tot herstel van de oorlogsschade ontoereikend

waren. Hij kon er zich vreselijk over opwinden

dat men te weinig rekening hield met het

werkelijke probleem: het schrijnende gebrek

aan kwalitatief goede woningen. Arbeiders en

bedienden met bescheiden inkomens beschikten

niet over de nodige financiële draagkracht om

zelf eigenaar van een huis te worden. Daarom

voorzag het wetsvoorstel De Taeye enerzijds

in een aanmoediging van het privé-initiatief

via premies die werden verhoogd per kind ten

laste. Daarnaast werden ook premies toegekend

aan de nationale Maatschappij voor Goedkope

Woningen en andere maatschappijen die deze

woningen zouden bouwen. Door die premies van

de verkoopprijs van de woningen af te trekken

moest de verkoop worden gestimuleerd. Het

toekennen van die premies was niet afhankelijk

van het inkomen maar van voorschriften over de

bewoonde oppervlakte. Zo mochten de woningen

geen garage hebben – dat werd toen nog door de

wetgever aanzien als een overbodige luxe – maar

de wet voorzag wel dat de overheid borg mocht

staan voor de terugbetaling van een deel van de

hypothecaire lening. na lange debatten, herzieningen

en amendementen werd het voorstel op

26 febuari 1948 met 98 stemmen voor en 80

tegen in het parlement goedgekeurd.

Merkwaardig genoeg kwam veel tegenkanting

van socialistische mandatarissen. Elementen

De grootste erfenis

Die AlfreD De tAeye

nAliet is De wet Die

Zijn nAAm DrAAgt

die ze er tegenin brachten waren de kostprijs,

het gebrek aan standaardisering en een tekort

aan materialen en werkkrachten. Die kritiek

werd tijdens de debatten door De Taeye

zelf weerlegd maar hij zag ook wel in dat zijn

wetsvoorstel, zoals elke medaille, een keerzijde

had. Zo vreesde hij een gebrek aan spaarzaamheid,

een stijging van de levensduurte, een té

hoge kostprijs om te bouwen en de angst bij de

arbeidersbevolking om zo’n zware financiële last

op zich te nemen. De langverwachte wet werd

van kracht op 29 mei 1948, ruim één jaar na het

indienen van zijn voorstel.

50.000 nieuwe woningen

Eenmaal De Taeye op 8 juni 1950 in het homogene

CVP-kabinet Duvieusart minister van Volksgezondheid

en Gezin was, bevond hij zich in de

ideale positie om gedurende vier jaar zijn Wet De

Taeye toe te passen en te verfijnen. Om wie nog

geen eigen woning bezat spoedig tot handelen

aan te manen, werd de wet aanvankelijk beperkt

tot 5 jaar, of tot er 50.000 woningen zouden

worden gebouwd. Die beperking in de tijd veroorzaakte

echter een rush naar bouwaanvragen, wat

leidde tot een overbezetting van de bouwmarkt

en een stijging van de bouwprijzen. Bij latere

wetaanpassingen werd meer rekening gehouden

met de capaciteit van de bouwsector. In 1951

werd de wet verlengd om in 1964 definitief haar

tijdelijke karakter te verliezen. In 1952 werden

de premies verhoogd. Twee jaar later kwamen

er maatregelen, genomen door de socialistische

regering Van Acker, om te verhinderen dat door

meer welstellende gezinnen misbruik werd

gemaakt van het premiestelsel. In 1958 zou de

150.000ste premie worden gevierd, maar toen

was de socialistische minister Edmond Leburton

al vier jaar verantwoordelijk voor Volksgezondheid

en Gezin.

Bernard Vancraeynest

De strijD aanbinDen tegen

krotwoningen

Toen hij minister was bracht Alfred De

Taeye, die in Kortrijk een straatnaam kreeg,

veel aandacht op voor een ander element

van de woningnood: het probleem van

de krotwoningen. Begeleid door priester

Froidure die zich inzette voor de armsten

in de Brusselse samenleving, bezocht De

Taeye op 19 december 1952 samen met

koning Boudewijn incognito de Marollenwijk

in Brussel. Zijn zorg voor het saneren van

krotwoningen zou leiden tot de wet van

7 december 1953. Die wet machtigde de

nationale Maatschappij voor Goedkope

Woningen en de nationale Maatschappij

voor de Kleine Landeigendom om hun

activiteiten uit te breiden. Tijdens zijn laatste

publieke optreden op maandag 14 oktober

1957 ontving De Taeye in Kortrijk Abbé

Pierre, de Franse apostel van de daklozen.

Die kwam in Kortrijk een voordracht houden.

Oud-minister De Taeye stierf op 11 april

1958 in Leuven.

Een portret van de Kortrijkse politicus Alfred De Taeye,

geschilderd door Jan Van der Loo (collectie Stedelijke

Musea Kortrijk).


open MonuMentendag 2007 / 6

Van tuinwijk tot hoogbouw

woonwijken in waregeM, 1922-1977

een eigen woning was net na de tweede wereldoorlog voor een groot deel van de bevolking eerder droom

dan werkelijkheid. een moderne woning met voldoende lucht en licht, voorzien van modern comfort zoals

stromend water en elektriciteit, stond dikwijls veraf van de harde realiteit.

Waregem wijk Torenhof

Tijdens het interbellum werden op nationale

schaal maatregelen getroffen om de woon- en

leefomstandigheden van de gewone man te

verbeteren. Zo werd in 1919 een wet op de

arbeidershuisvesting goedgekeurd en werd

in datzelfde jaar de nationale Maatschappij

voor Goedkope Woningen en Woonvertrekken

(nMGWW) opgericht. In 1935 volgde de stichting

van de nationale Maatschappij voor Kleine Landeigendom

(nMKL), als landelijke tegenhanger van

de nMGWW.

Ten gevolge van de Tweede Wereldoorlog had de

bestaande woningnood nog grotere proporties

aangenomen. Drie belangrijke wetten zouden

de basis vormen van het naoorlogse huisvestingsbeleid.

In 1948 werd de ‘Wet houdende

bijzondere bepalingen tot aanmoediging van het

privé-initiatief bij het oprichten van goedkope

woningen en het kopen van kleine landeigendommen’

van kracht. De wet kreeg algemene

bekendheid als de Wet De Taeye, genoemd naar

Alfred De Taeye, kamerlid en later minister van

volksgezondheid en gezin, die het wetsvoorstel

indiende. De wet, die de individuele woningbouw

aanmoedigde door het uitreiken van staatspre-

mies, was een waar succes en werd herhaaldelijk

verlengd en aangepast. Ook in Waregem kon

de staatsbouwpremie rekenen op heel wat bijval.

nauwelijks drie jaar na de goedkeuring van de

wet waren er in Waregem honderd tweeëntwintig

nationale bouwpremies uitbetaald voor een

totaal bedrag van 3 586 000 frank (omgerekend

88 895 euro). Toevallig werd ook de honderdduizendste

De Taeye-premie in Waregem

uitgereikt, wat met de nodige luister gevierd

werd. In 1973 waren er in het hele land 411 000

zogenaamde ‘premiewoningen’ gebouwd. naast

de gegeerde bouwpremie voorzag de wet ook

in een staatswaarborg, waardoor verhoogde

leningen mogelijk werden, en in een aankooppremie

die gold op woningen gebouwd door een

sociale woningbouwmaatschappij. De katholieke

De Taeye-wet kreeg in 1949 een socialistische

tegenhanger: de Wet Brunfaut. Waar de wet De

Taeye de private woningbouw en het wonen op

het platteland stimuleerde, was de wet Brunfaut

gericht op de bouw van collectieve woningprojecten.

Deze wet werd ingeschakeld voor de

financiering van de inrichtings-, uitrustings- en

saneringswerken van de wegen in talrijke sociale

woonwijken.

nadat, onder meer dankzij deze twee wetten, het

woningtekort grotendeels opgelost was, werd

eind 1953 de wet inzake krotopruiming, de zogenaamde

tweede wet De Taeye, goedgekeurd.

Om tegemoet te komen aan het heersende

woningtekort leverden ook gemeentebesturen

diverse inspanningen. Bovenop de bouwsubsidie

van de staat en van sommige provincies, reikten

heel wat gemeenten een eigen lokale bouwpremie

uit. Ze trachtten zo de bouwactiviteit op hun

grondgebied te stimuleren en bovendien extra

inwoners – potentiële belastingbetalers – aan te

trekken. De gemeenten Beveren-Leie, Desselgem,

Sint-Eloois-Vijve en Waregem hadden anno

1949 elk een gemeentelijke bouwpremie. Waregem

had zelfs al in 1928 een krediet voorzien

voor het oprichten van ‘werkmanshuizen’.

naast het toekennen van gemeentelijke bouwpremies

en het ondernemen van acties om de

ongezonde krotwoningen uit het straatbeeld te

verwijderen, stimuleerden de gemeentebesturen

de verschillende huisvestingsmaatschappijen in

hun activiteiten.

In Waregem was in 1922 de Samenwerkende

Maatschappij voor het bouwen van Goedkope

Woningen ‘Helpt Elkander’ opgericht en erkend

Waregem wijk Villapark

Waregem wijk Gaverke

door de nMGWW. Het initiatief hiervoor werd

genomen door een aantal privépersonen die

bekommerd waren om de woningnood in

Waregem. Het gemeentebestuur ondersteunde

dit initiatief door met honderdvijftig van de zeshonderd

aandelen de grootste aandeelhouder te

worden. De vergunning voor de eerste ‘tuinwijk’

van Helpt Elkander, de zogenaamde Veertig

Huizen, werd afgeleverd in september 1922.

Vele bouwprojecten zouden volgen, met het

Torenhof als grootste en meest vooruitstrevende

realisatie. na de Tweede Wereldoorlog trad ook

Waregem wijk Gaverke

het gemeentebestuur van Sint-Eloois-Vijve toe

tot Helpt Elkander, waardoor het werkterrein

van de maatschappij niet langer beperkt bleef

tot het grondgebied Waregem. Vandaag is Helpt

Elkander, met een sterk uitgebreid werkingsgebied,

nog steeds actief als sociale huisvestingsmaatschappij.

In Beveren-Leie en Desselgem was het niet Helpt

Elkander, maar de Samenwerkende Maatschappij

voor Goedkope Woningen ‘Mijn Huis’, die er vanaf

1950 een groot aantal groepsbouwprojecten zou

realiseren. ‘Mijn Huis’ werd tijdens het interbellum

in Harelbeke opgericht en erkend door de

nMGWW. Ten slotte zorgde ook de nationale

Maatschappij voor Kleine Landeigendom voor

de realisatie van een aantal woonwijken in

Waregem, waarbij de nadruk lag op het creëren

van een landelijke en rustige woonomgeving,

met huizen – dikwijls wit geschilderd – in een

typische, eigen stijl.

De bouwactiviteiten van de verschillende huisvestingsmaatschappijen

zijn, samen met het

succes van de De Taeyepremie en de gemeentelijke

premies voor individuele woningbouw,

erg bepalend geweest voor het uitzicht van het

huidige Waregem. naar aanleiding van Open

Monumentendag wordt dit stukje recente Waregemse

woongeschiedenis in de kijker geplaatst.

De publicatie ‘Van tuinwijk tot hoogbouw.

Woonwijken in Waregem, 1922-1977’ brengt

een overzicht van de initiatieven die door de gemeentebesturen

van Beveren-Leie, Desselgem,

Sint-Eloois-Vijve en Waregem genomen werden

om kansen te creëren op betere woon- en

leefomstandigheden voor hun inwoners. Ook de

talrijke realisaties van de verschillende huisvestingsmaatschappijen,

met andere woorden

de woonomgevingen van vele Waregemnaars,

worden in het boek getoond.

Op Open Monumentendag organiseert het

stadsbestuur van Waregem de De Taeye / Taaie

Tour. Deze fietszoektocht doet de deelnemers

halt houden bij tien geselecteerde Waregemse

woonwijken, met een aantal wedstrijdvragen.

De wijken die speciaal in de kijker staan zijn

Torenhof, Villapark, Veertig Huizen, de wijk te

nieuwenhove, de Tomberg in Beveren-Leie, Rodenbach-

en Kasteelwijk in Desselgem, Rozenhof

in Sint-Eloois-Vijve, Bilkhage en Gaverke.

Ellen Declercq

Extra

Van tuinwijk tot hoogbouw.

woonwijken in waregem,

1922-1977

Een uitgave van stadsbestuur Waregem, beschikbaar

vanaf 8 september, € 10 (tijdens

Open Monumentendag € 7).

De taeYe / taaie tour

Fietszoektocht van 32 km. routefolder

en wedstrijdformulier te verkrijgen in het

stadhuis van Waregem.


open MonuMentendag 2007 / 8

wonen in

een roterij Met zicht op reigers

het verbouwen van industriële gebouwencomplexen tot lofts is ook in onze regio erg in trek. Vooral in kortrijk

zijn projectontwikkelaars duchtig aan de slag gegaan. langs de leie en langs het kanaal kortrijk-bossuit

worden voormalige fabriekspanden getransformeerd tot eigentijdse residentiële complexen. in harelbeke

inspireerden de in 1998 als monument geklasseerde banmolens de gentse Lofting Group.

‘Ik was meteen verliefd op het schitterende

uitzicht over de oude Leiearm. Maar je moet je

de site van toen heel anders voorstellen. Toen we

hier 8 jaar geleden toekwamen was dit een vuile,

verloederde hoek. De werken aan de Banmolens

waren nog niet begonnen en niemand wou de

roterij kopen,’ vertelt Mady. Samen met haar

partner Guido waagden ze de gok. nu wonen

ze in een prachtige loft die zij met afbraak- en

recuperatiemateriaal omgetoverd hebben tot een

gezellige, originele woning. Het romantische zicht

op de oude Leiearm en de reigers kregen ze er

gratis bij.

oude leiearM

Een paar jaar vooraleer de Banmolens aangepakt

werden, kochten Mady en Guido de roterij

naast de molens. Ze deden dit toen de prijs van

de roterij en de aanpalende schuur tot zowat de

helft gedaald was omdat er gewoon niemand

geïnteresseerd was. ‘Alles lag er hier zeer vuil

bij, maar wij zagen de mogelijkheden van de

oude roterij meteen. Mady was op zoek naar een

grote ruimte om stockkledij te verkopen en de

schuur, die eigenlijk bij de Banmolens hoorde,

was daarvoor geschikt. Die hebben we dus eerst

aangepakt. Tegelijkertijd hebben we een studio

van 25 m 2 ingericht omdat we meteen al op de

site wilden wonen. We zijn uiteindelijk 3 jaar in

de studio blijven wonen tot de verbouwingswerken

aan de eigenlijke roterij opgeschoten waren.

De schuur, die ook uitkijkt op de oude Leiearm,

verhuren we nu voor evenementen.’

De roterij dateert uit 1938, ze werd gebouwd

door het vlasbedrijf Vandewoestijne toen de vlasproductie

in de regio op haar hoogtepunt was.

Guido: ‘We hebben de constructie van de roterij

volledig gerespecteerd. Enkel een klein stukje dat

achteraf bijgebouwd was, hebben we gesloopt. Ik

ben zelfs op zoek gegaan naar authentieke ijzeren

roterijpoorten, want de oorspronkelijke waren

hier verdwenen. De creatie van de loft is eigenlijk

een verhaal van op zoek gaan naar materialen.

We hadden geen echt plan. Op de bovenverdieping

hadden we een mooie ruimte van 210 m 2 en

die hebben we beetje bij beetje ingevuld.’

art deco

Het resultaat is een groot open volume met veel

lichtinval en een uniek zicht op de oude Leiearm.

En, met een hoogst origineel interieur. Zo is

de enige afgesloten ruimte in de loft verstopt

achter een art-decogeveltje. ‘Die gevel dateert

van rond 1900. Hij hoorde bij de Harelbeekse

fotowinkel Fotolinde. Ik reed er voorbij toen ze de

gevel aan het afbreken waren en ik vroeg wat ze

ermee wilden doen. Wil je hem hebben? was het

antwoord en dat moesten ze mij geen twee keer

vragen. We hebben de gevel gebruikt om er de

logeerkamer mee af te schermen. We vonden dat

logés toch een beetje privacy verdienen.’

Voorts is het een en al transparantie in de loft.

De slaap- en de badkamer zijn afgesloten door

glasramen. Die ramen zijn afkomstig van een

appartement uit Parijs en van een huis waar

ze nieuwe ramen aan het steken waren. ‘Ik

reed er voorbij en ik vroeg of ik de oude ramen

mocht meenemen. Eigenlijk is de loft vooral uit

recuperatiemateriaal samengesteld. Materiaal

dat voor andere mensen zijn waarde verloren

had, als afval bekeken werd. Wij geven die oude

materialen een nieuwe bestemming. Om ze

te vinden moet je natuurlijk veel rondrijden en

rondkijken waar anderen niet kijken. je moet

naar afbraakwerken, en je moet af en toe wat

geluk hebben.’

kaasplanken

Enkele voorbeelden? De plankenvloer komt uit de

Rodenbachbrouwerij van Roeselare. De douche

bestaat uit een verbouwde, rechtop geplaatste

mazouttank. De verwarmingselementen zijn

industriële verwarmingsbuizen – Guido noemt

ze ‘elitebuizen’ – uit een oude Bekaertfabriek in

Vichte. Als verlichting worden koplampen gebruikt

die aan een beursstand zijn opgehangen.

De vloer in de slaapruimte bestaat uit planken

waarop vroeger kaas lag te rijpen.

Mady: ‘Aan alles hangt wel een verhaal. Zo is

ons kookeiland de oude winkeltoonbank van

de ouders van Guido. Ik zie het niet altijd zitten

als Guido met iets komt aandraven. Onze

keukenkasten bestaan uit een verzameling

transportbakken voor farmaceutische producten.

Toen Guido die bakken toonde kon ik er mij geen

keukenkasten bij voorstellen, eigenlijk wou ik een

cleane keuken. Maar achteraf ben ik zeer tevreden

met het resultaat. Het is een beetje wennen.

Als ik zeg dat ik bloembakken nodig heb, gaat

Guido niet naar een winkel. Hij fabriceert gewoon

iets, het is altijd een verrassing.’

Die bloembakken zijn de afgezaagde onderstellen

met voetjes van kleine opslagtanks.

Ze staan op het ruime terras dat uitkijkt op de

Leiearm. In een grote treurwilg op de oever zit

een reiger rustig over het water te turen. Mady:

‘We hebben hier twee reigers als vaste bezoekers.

Er zitten trouwens heel veel kikkers die af

en toe een fors concert geven. Sinds een tijdje

groeien er ook waterlelies, maar die horen hier

eigenlijk niet thuis. Blijkbaar wordt er van alles

in het water gedumpt. Wat de mensen thuis niet

meer kunnen beheersen wordt hier geloosd. Er

zitten ook exotische vissen en waterschildpadden.

De Dienst Waterwegen is daar niet mee

opgezet. Vroeger was de oude Leiearm een stuk

groter, maar bij de afbraak van een brug is alles

hier gedumpt. Hiernaast stond trouwens ook

een heel mooi oud gebouw, maar in de jaren ’70

en ’80 had men daar blijkbaar geen oog voor.

Met de gerenoveerde Banmolens, onze roterij

en de Leiearm die bijna volledig door bomen

ingesloten wordt, krijgt de site het cachet dat

ze verdient.’

Lieven Vanmarcke


open MonuMentendag 2007 / 10

wonen in

een (leeg) waterreserVoir

Mensen gaan op zoek naar de gekste dingen om in te wonen. neem nu jan raes en Micheline decuypere. op

een zondagse namiddag fietsen ze op de hellingen in het zuiden van kortrijk. en passant zien ze op sint-anna

een chateau d’eau (waterreservoir) te koop staan. ze waren al een tijdje op zoek naar een oud gebouw dat ze

tot woning konden verbouwen, maar dit waterreservoir zou het worden. jan en Micheline wonen nu in een

zeer originele woning die als het ware opgehangen is in een waterreservoir. een verbouwing met respect voor

het oorspronkelijke gebouw.

Het waterreservoir op de hoogte van Sint-Anna,

dichtbij het Don Boscocollege in Marke, dateert uit

1952. Omdat het reservoir al op een hoogte ligt, is

er geen toren nodig. Het reservoir ligt in een woonbuurt

en daarom is het ingekapseld in een sober,

vrij imposant gebouw. Dergelijke waterreservoirs

werken op het principe van de zwaartekracht.

Als er in Marke water tekort was, draaide men

gewoon de kraan op Sint-Anna open. Inmiddels

gebeurt de watervoorziening meer gecentraliseerd

via elektronisch gestuurde pompsystemen waardoor

de chateaus d’eau grotendeels overbodig

worden. In 2002 verkocht De Vlaamse Maatschappij

voor Watervoorziening (VMW) drie dergelijke

waterreservoirs in de regio. Enkel rond die op

Sint-Anna is een gebouw geconstrueerd.

casco

‘Als leerling was ik al geïntrigeerd door dit

watergebouw. Ik was toen intern in Don Bosco

en met de paters gingen we vaak wandelen op

Sint-Anna. Zo passeerden we het gebouw meer

dan eens. Ik was dan ook aangenaam verrast

dat we een bordje ‘te koop’ opmerkten. Daarvoor

waren we al geïnteresseerd in een oud schooltje,

een oud cinemagebouw en een roterij. Die aan-

kopen gingen om diverse redenen niet door. Het

is altijd onze bedoeling geweest om een groot

volume aan te kopen dat we dan volledig zelf

konden invullen. Bij projectontwikkelaars koop

je casco, dit wil zeggen dat de gemene delen

(rioleringswerken, technieken, gevels, ramen en

dakdichting, brandweervoorzieningen, gangen,

liften, ...) volledig worden afgewerkt, maar zonder

interieurafwerking. Maar voor die casco-lofts

betaal je wel heel veel geld. En dan moet je nog

aan de afwerking beginnen! Met dit gebouw

kochten we een holle ruimte die betaalbaar was.

We moeten wel nuanceren: een ruimte waarin

een grote betonnen waterkuip van 330 m 3 staat.

Er stond trouwens nog water in de kuip toen we

het gebouw kochten,’ vertelt jan.

Micheline: ‘We hebben verbouwd met respect

voor het oorspronkelijke – ik zeg soms lelijke

– gebouw. Het is een zeer stevig gebouw

en aan het volume hebben we niets gewijzigd.

Ook aan de 20 ramen en de gevels hebben we

bewust zo weinig mogelijk veranderd. En de waterkuip

hebben we ook behouden. Vrienden van

ons zagen het waterreservoir al in een zwembad

veranderd, anderen vonden dat we het meteen

maar moesten buitengooien. We kochten het gebouw

in 2002 en we hebben dat via een krantenartikel

bekend gemaakt in de hoop architecten te

prikkelen die de uitdaging wilden aangaan. We

kregen veel respons. We gingen met de Groep

Planning uit Brugge (ondertussen veranderd in

SUM) in zee. Die mensen gaan wel vaker aan

het werk voor watergerelateerde projecten. (Ze

ontwierpen ook de nieuwe Groeningebrug over

de Leie in Kortrijk, nvdr). Brent Turchak, een Canadees,

is onze architect geworden. Het concept

hebben we zelf bedacht, maar het project is uit

een goede samenwerking gegroeid.’

introVerte architectuur

Waaruit bestaat het concept? jan: ‘We kiezen

voor een vorm van introverte architectuur. We

behouden de strakke, typische jaren ’50 gevel,

maar die gevel geeft niets prijs van wat je binnen

te zien krijgt. Van buitenaf mag je nog niet zien

hoe het van binnen is. Dat is een verrassing voor

de bezoeker. Teveel mensen bouwen een huis

voor anderen, voor het zicht vanop straat.

Wij hebben de grote waterkuip binnen het

gebouw bijna intact behouden. Op het gelijkvloers

loop je in de kuip en dan zie je boven jou

het woongedeelte. Dat woonvolume ‘hangt’ als

het ware op de eerste verdieping in de kuip die

daardoor doorsneden wordt. De kuip is een soort

cocon voor onze woning.’

Die woonunit met een ruime living en keuken,

bestaat aan de zijkanten helemaal uit glas waar-

door je in de oude, verweerde waterkuip kijkt.

‘Die oude kuip is voor ons een binnenterras. We

gebruiken het oude gebouw waar het mogelijk is.

Het woonvolume steunt op een pijler, maar hangt

ook aan zeer stevige dragende betonbalken van

het gebouw. We zijn niet van plan veel tierlantijntjes

toe te voegen. Het mooie lijnenspel en

de symmetrie in het gebouw, aangevuld en ondersteund

door belichting, moeten volstaan. We

gaan voor soberheid en eenvoud en daarnaast

willen we met een aantal meubelstukken en een

paar kunstwerken (eigen beeldhouwwerken van

jan Raes, nvdr) wat accenten leggen. Tegelijk

willen we blijven refereren naar de oorspronkelijke

functie van het gebouw.’

De vloer naast de waterkuip is op een plaats

open gelaten waardoor je kijkt op de originele

toevoer- en afvoerkranen en waterleidingen.

‘Die doorkijk moet nog afgewerkt worden met

glas. Er zijn nog wel meer dingen die wachten

op afwerking. Het is een project dat nog niet

helemaal af is, een hobby die een mens jong

houdt. De slaapkamers, badkamer en het

bureau, het gedeelte op de derde verdieping dat

je vanuit de kuip niet kan zien, is trouwens zo

goed als af. Ons project nadert dus de afwerkingfase,’

besluit jan.

Lieven Vanmarcke


open MonuMentendag 2007 / 12

wonen in

een abdij achter slot en grendel

op de dag van het heilig kruis, zondag 13 september 1953, vierden de bewoners van de haantjeshoek in heule

een groot feest. de straten waren versierd met duizenden papieren bloemen. die dag installeerden 18 zusters

passionistinnen zich in een nagelnieuw slotklooster om er te bidden voor onze-lieve-Vrouw van fatima. de

bisschop van brugge begeleidde de plechtigheid. Meer dan duizend mensen woonden een openluchtmis bij.

op het einde van de dag namen de zusters afscheid van hun ontroerde families. ze trokken zich terug in hun

cellen om er in vrijwillige opsluiting te leven. de eerste open dag vond 25 jaar later plaats, in 1978. in het

slotklooster leefden en woonden de zusters volledig afgesloten van de buitenwereld.

Hoe mensen vroeger woonden in een klooster,

is iets wat velen zich vandaag nog nauwelijks

kunnen voorstellen. Toch hebben talrijke kloosterlingen

in onze streek ooit tientallen abdijen

bewoond. Wij werpen een blik in hun kloosters in

verschillende periodes uit het verleden.

periode 1950-2000

Het klooster van de passionistinnen in Heule

is één van de twee in zijn soort in België. Het

hoofddoel is het behartigen van gebed en

beschouwing, in verbondenheid met de Kerk.

De zusters dragen op hun donkerbruine kleed

de passietekens van Christus: een hart met een

kruis erboven, drie nagels en de tekst: jESU XPI

PASSIO (= de passie van jezus Christus). Zo

voelen ze zich voortdurend verbonden met de

gekruisigde en de lijdende Christus.

Hun dag begint vroeg. Om 5.45 uur luidt de klok

om naar de kapel te gaan voor het morgengebed.

Om 7 uur is er eucharistieviering. ’s Middags

volgt nog een reeks gebeden en in de namiddag

wonen de zusters een lezingendienst bij. Het

avondgebed hoort bij het avondeten en op het

einde van de dag, omstreeks 20.30 uur, vindt de

dagsluiting met de rozenkrans plaats. Tussendoor

hebben de zusters tijd om brood te bakken, in

de tuin te werken, kleren te maken en te wassen

en te koken. Hun inkomsten? Ze leven van wat

de natuur hen biedt en van de giften van milde

schenkers. Zoekende en lijdende mensen kunnen

bij hen terecht voor een troostend woord en mogen

op hun gebeden rekenen. Tegenwoordig zijn

alle zusters in het Heulse klooster bejaard. De

gebedsdiensten zijn iets minder strak voor hen

die moeilijk te been zijn. Wat de toekomst brengt,

ligt in Gods handen, aldus de kloosteroverste

zuster josepha.

periode 1900-1950

Van 6 tot 8 december 1908 vierden de paters

karmelieten van Kortrijk in een schitterend

driedaags feest de inwijding van hun nieuwe

Sint-Jozefskerk van de paters Karmelieten

kerk in de Aalbeeksesteenweg. Het was een

kanjer: 56 m lang, 20 m breed en 24 m hoog.

Zeven gewelfbogen op stevige zuilen verdeelden

de ruimte in drie beuken. Vooraan in de

middenbeuk stond het sanctuarium, vierkant

en overdekt met een bevallig koepelgewelf. De

kloosterlingen hadden hun plaats achter het

altaar, in de abscis van de kerk.

Al sinds de zeventiende eeuw verbleven er enkele

paters ongeschoeide karmelieten in Kortrijk,

maar ze mochten enkel het klooster van de karmelietessen

aan de Grote Kring helpen bedienen

als biechtvader en priester. Dat veranderde toen

paus Leo XIII in 1889 aan Mgr. Steyaert opdroeg


open MonuMentendag 2007 / 14

Recreatiezaal juvenisten

om in West-Vlaanderen een apostolische school

op te richten. De keuze viel op Kortrijk en dat

leidde tot de bouw van een nieuwe kerk, een

school voor de opleiding van jonge geestelijken

(= een juvenaat) en een klooster als verblijfplaats

voor de paters en de studenten. De paters

karmelieten waren theologisch en filosofisch

hooggeschoolde geleerden. In het omliggende

selecteerden ze jongeren die voor een geestelijke

roeping in aanmerking kwamen en ze

lieten die in het juvenaat een opleiding volgen.

Aanvankelijk was slechts plaats voor 12 leerlingen,

later voor een 50-tal. Hun dagtaak was erg

streng, de studies moeilijk. Wie zich niet aan de

discipline kon aanpassen, diende te vertrekken.

De paters verzorgden de lessen in het juvenaat.

Hun verblijfplaats, rechts van de kerk, bevatte

op de gelijkvloerse verdieping enkele spreekplaatsen,

een sacristie, een ziekenboeg en een

eetzaal met keuken. Op de eerste verdieping

bevonden zich de slaapcellen, de bibliotheek,

een recreatiezaal en een koor, dat uitzag op de

kerk.

De school, links van de kerk, was schitterend

ingericht. Een refter, een gemeenschappelijke

slaapzaal, een recreatiezaal (met biljart!) en verschillende

klassen stonden ter beschikking van

de studenten. In één van de lokalen bestudeerden

ze opgezette krokodillen en andere dieren,

ter voorbereiding van een eventuele zending

naar de missies.

Dit gebouwencomplex aan de Aalbeeksesteenweg

verdween volledig tijdens de bombardementen

van de Tweede Wereldoorlog. De school

werd niet meer heropgebouwd. Er kwam wel een

nieuwe kerk met klooster, waaruit de laatste paters

karmelieten in 1996 vertrokken. nu worden

er kerkdiensten georganiseerd door de Zalige

Damiaanparochie.

periode 1850-1900

Sommige kloosterlingen wijdden hun leven

uitsluitend aan gebed aan meditatie, anderen

lieten zich in met onderwijs en nog anderen

beoefenden van oudsher de ziekenzorg. Dat

laatste was het geval met de zusters augustinessen

van het Onze-Lieve-Vrouwehospitaal

in Kortrijk. De priorin die op deze instelling

gedurende de tweede helft van de negentiende

eeuw een forse stempel drukte, was Pauline

Vuylsteke. Zij werd geboren in 1811 in Menen

en trad op vierentwintigjarige leeftijd toe tot

de kloostergemeenschap van het hospitaal. In

1842 verkozen de zusters haar tot priorin en

dat zou ze 51 jaar blijven, tot aan haar dood

in 1893. Bij haar aanstelling telde het klooster

zeven zusters. Samen met het inwonende

personeel – vier knechten en vier meiden – en

de hospitaalkapelaan E.H. julien Vermander

stonden zij in voor de ziekenzorg.

Hoe waren de ziekenzalen ingericht? Volgens de

officiële richtlijnen uit 1851 moest de bezetting

beperkt blijven tot één bed per 18 à 20 m 2 .

Elke zaal moest minstens 4 m hoog zijn, met

voldoende mogelijkheden tot verluchting en

verwarming. De planken vloer diende ingestreken

te worden met een bepaald product tegen opdringend

vocht. De muren moesten naakt blijven

of met kalk bepleisterd zijn.

Het ziekenhuis beschikte over een mannenzaal,

een vrouwenzaal, een soldatenzaal en de zgn.

Testaertzaal, waar mensen met besmettelijke

ziekten of geslachtsziekten terecht kwamen.

Verder was er een keuken, een apotheek, een

stovekamer voor warmwaterbaden en een bakkerij

waar een bakker uit de stad werkte, geholpen

door een weesjongen. Het kloosterslot met

kapel vormde de verblijfplaats voor de zusters.

In de loop van 1847 verzorgde het hospitaal 443

mannen en 300 vrouwen. Een ander rampjaar

was 1866. Toen brak een afgrijselijke choleraplaag

uit. De Testaertzaal was veel te klein

om alle zieken op te nemen en de vrouwenzaal

verschafte bijkomend onderdak aan 454 zieken,

waarvan er 244 stierven.

Op de ziekenbedden lag een stromat, gevuld

met zeegras, een matras, twee lakens, een

hoofdkussen en naargelang het seizoen twee

of drie dekens. De zieken kregen driemaal per

dag eten. De maaltijden bestonden uit brood,

melk, soep, groenten en vleesnat of gekookt

vlees, aangevuld met eieren, vis, confituur, bier

of fruit(moes). De behandelende geneesheer kon

eventueel wijn voorschrijven maar dan maximaal

25 cl per dag. Wie gestuurd was door de

armendokter of door de stad, verbleef kosteloos

in het ziekenhuis. Ook bij spoedgevallen was de

opname gratis. Chronische zieken, zwangere

vrouwen, ongeneeslijk geachte zieken, schurftlijders

en geesteszieken konden niet terecht in

het hospitaal.

periode 1800-1850

Onze-Lieve-Vrouwehospitaal te Kortrijk Klooster Heulestraat Heule

De Heulse notaris Franciscus Constantinus

Lagae en zijn vrouw Barbara Verhaeghe, die een

winkeltje open hield aan de Krakeelhoek (nu

Peperstraat), hadden een erg godvruchtige oudste

dochter, Agatha. Ze was geboren in 1799 en

begaan met het lot van de arme kinderen in het

dorp. Die moesten al op zeer jonge leeftijd thuis

leren weven in donkere, vochtige achterkamertjes.

Agatha kende en bezocht alle dorpelingen

en meermaals nam ze kleine kinderen mee bij

haar thuis om ze eens flink te laten eten bij de

warme haard van moeder Barbara. Het huisje

werd te klein voor de liefdadige activiteiten van

Agatha en ze betrok een tweede huis dat haar

ouders bezaten in het begin van de Mellestraat.

Ze vroeg aan haar neef Louis Lagae uit Steenbeke

om daar enkele weefgetouwen te komen

installeren, zodat de kinderen hier konden leren

weven in veel betere omstandigheden. Op het

huis bevond zich een klokje en wanneer dat ’s

middags het Angelus luidde, vertrok de koetsier

van de Krakeelhoek naar de Mellestraat met

warm eten voor de kinderen van ‘moeder’

Agatha.

Op zekere dag in 1833 zaten Agatha, haar zus

Amelie en enkele vriendinnen samen rond de

tafel ten huize Lagae. Ze besloten dat ze zichzelf

als bezielers van de armen- en zondagsschool

het statuut van een kloostergemeenschap

wilden geven. Zo gezegd zo gedaan. Ze stelden

samen een reglement op voor hun nieuwe stichting

en deze regel kreeg in 1836 de goedkeuring

van Mgr. Boussen, de bisschop van Brugge.

Het doel van de stichting was de volmaaktheid

van de zusters te bevorderen en arme kinderen

te onderwijzen in de christelijke lering, lezen,

schrijven en handwerk. Het H. Hart van jezus,

de H. Maria en in het bijzonder de H. Vincentius

a Paolo zouden bescherming bieden. De

bisschop en een door hem aangestelde priester

oefenden supervisie uit.

De zusters of ‘dochters’ stonden onder de verantwoordelijkheid

van een overste of ‘moeder’.

Ze noemden zichzelf Zusters van Liefde.

Hoe verliep hun dag? Ze stonden op om 4.30

uur in de zomer, om 5 uur in de winter. Daarna

baden ze samen het Onze Vader, het Weesgegroet,

de Twaalf Artikelen van het Geloof, de Tien

Geboden, de Vijf Geboden van de H. Kerk en de

Akten van Geloof, Hoop, Liefde en Berouw. Deze

gebedendienst sloten ze af met minstens een

kwartier individuele meditatie. na het morgengebed

volgde de eucharistieviering. na deze

uitgebreide ochtendgebeden togen de zusters

aan het werk in de school, die om 8 uur aanving

en na de middagpauze duurde tot 18 uur (in de

winter tot 16 uur). nadien baden de zusters het

avondgebed en spraken ze geen woord meer,

tot de volgende dag weer aanbrak. Eén keer

per week kwamen ze samen en kon er gepraat

worden. Daar uitten ze in het bijzijn van alle zusters,

‘beschuldigingen’ of anders gezegd werden

bepaalde misdragingen en overtredingen

besproken, waarvoor de betrokkenen eventueel

gestraft werden.

Buiten het klooster iets eten was verboden. Alle

ingebrachte goederen werden onder alle zusters

verdeeld. Tijdens de hongerjaren 1845-1847

steeg de armoede ten top. Iedereen had het

moeilijk. De zusters stelden zich tevreden met

maaltijden van gort (gepelde granen) of brui (een

brij van water, meel en een klein beetje suiker

of boter).

In 1853 kreeg het klooster een eerste bijhuis in

Otegem, en daarna groeide de gemeenschap

flink aan. Tussen 1838 en 1914 waren de Heulse

Zusters van Liefde met 510 intreden de snelst

toenemende religieuze gemeenschap in het

bisdom Brugge. Het Spes nostra Instituut is nu

nog de verre nazaat van het klein schooltje voor

arme kinderen in de Mellestraat in Heule.

periode 1750-1800

Wat betekende het voor religieuzen als ze hun

vaste verblijfplaats onder dwang moesten verlaten?

Wat als hun vertrouwde omgeving

– de muren waartussen elke kloosterdag zich

afspeelde – werden vernield? De oneerbiedige

bejegening en vooral de ontheiliging van hun

bidplaatsen konden ze moeilijk verwerken. Het

overkwam bijna alle kloosters in onze regio tijdens

de periode van de Franse Revolutie.

Cisterciënzerin Victoire Gillon werd in 1788 met

de nodige luister aangesteld tot 31ste abdis van

Groeninge. Het feest duurde drie dagen. De abdij

was versierd met slingers, bloemen en spandoeken.

Op het feestelijk banket konden de zusters

(toen een 20-tal) genieten van kreeft, oesters, krab

en hertenvlees, gevolgd door een dessert van taart,

koeken en andere gebakjes. Het klooster bood

een receptie aan de buren van de Houtmarkt, de

Groeningestraat en de Kleine Leiestraat. De nieuwe

abdis liet verfraaiingen uitvoeren aan de kerk. niets

liet toen nog vermoeden dat nauwelijks één jaar

later in Parijs een volksoproer zou uitbreken, die

heel Europa op zijn grondvesten deed daveren.


open MonuMentendag 2007 / 16

Bij de inval van de Franse troepen in 1791 gingen

de herbergen Het Kruikske en De Blaasbalg,

buiteneigendommen van de Groeningeabdij, in

de vlammen op en een jaar later verklaarde de

Franse generaal Dumouriez alle banden tussen

Wenen en de nederlanden verbroken. Kortrijk

was nu overgeleverd aan de republikeinen. Voor

de kloosterorden betekende dat weinig goeds. De

zusters van Groeninge brachten hun kostbaarheden

en relieken in veiligheid. Ze borgen één en

ander op in een houten koffer. In 1794 vernam

de abdis dat het klooster 10.000 pond oorlogsschade

diende te betalen. Ze bracht twee zilveren

lampen naar het stadhuis. Dat was volstrekt

onvoldoende en dus besloot ze om enkele

onroerende goederen van de hand te doen. Maar

ook daarvan bleef de opbrengst ondermaats. De

druk op de kloosters werd alsmaar groter. Het

decreet van 15 fructidor van het jaar IV (1 september

1796) van de Franse Republiek kondigde

de afschaffing aan van alle slotkloosters in de

geannexeerde gebieden, waaronder Vlaanderen.

De Fransen beschouwden deze zaak als een

‘bevrijding’ van de tot dan toe ‘levend begraven

slachtoffers’, in hun kloosters veroordeeld tot een

‘langzame dood’. De republikeinen hadden zich

voorgenomen om die ‘onschuldige slachtoffers’

te ‘beschermen tegen de Kerk’.

Fatima klooster Heule

Op 15 februari 1797 om 9 uur trad op de Grote

Markt van Kortrijk een detachement gewapende

soldaten aan. Ze lieten de aanpalende straten

afzetten en trokken naar de Groeningeabdij.

Daar woonden toen nog 29 vrouwen: de abdis,

20 koorzusters en 8 lekezusters. De soldaten

voerden de bevelen uit en zetten iedereen met

geweld op straat, te beginnen met de abdis. Zij

zag nog de kans om een motie van protest te

overhandigen aan de commissaris, maar het

Guldenbergabdij Wevelgem

mocht niet baten. Sommige zusters trokken

in bij familieleden, andere vonden een tijdlang

onderdak in het armenhuis aan de Kasteelstraat.

De abdijgoederen werden openbaar verkocht,

relieken of andere kostbaarheden raakten

verspreid. De laatste Kortrijkse cisterciënzerin

stierf in 1847.

1700-1750

In 1728 kregen de 30 koorzusters van de Guldenbergabdij

van Wevelgem een nieuwe abdis.

De keuze viel op Augustina Peuterman, geboren

in Kortrijk. Maar, bij de verkiezing hadden

niet minder dan drie Franstalige zusters méér

stemmen behaald dan de Vlaamse Peuterman.

Dat was niet te verwonderen, want er waren

slechts 8 van de toenmalige zusters afkomstig

uit de Oostenrijkse nederlanden. Toch kozen de

aangestelde commissarissen ervoor om de kandidate

die slechts vierde op de ranglijst stond

voor te dragen als nieuwe abdis. Diegene die de

benoeming moest bekrachtigen, de Oostenrijkse

landvoogdes en aartshertogin Maria Elisabeth,

volgde het voorgestelde advies. De nieuwe

abdis werd plechtig geïnstalleerd in de Guldenbergabdij

van Wevelgem op 3 januari 1728.

Tot dan toe was Augustina Peuterman in het

klooster als boursière of econome verantwoordelijk

geweest voor de boekhouding en het

toezicht op de inning van pachten, tienden en

renten. Daardoor wist zij maar al te goed waar

de financiële tekortkomingen zich voordeden.

Ze voerde een sanering door en tegelijkertijd

kreeg het klooster een aantal bemiddelde

nieuwkomers binnen, die een aanzienlijke

uitzet met zich meebrachten. Het wooncomfort

van de zusters verbeterde. Abdis Peuterman

liet een nieuwe slaapzaal bouwen en er kwam

een nieuwe keuken, refter en werkzaal. De

monumentale westelijke toegangspoort van

de Guldenbergabdij, nu nog te zien via de Kloosterstraat,

dateert ook uit haar ambtsperiode.

De Oostenrijkse Successieoorlog (1740-1748)

betekende een vervelend oponthoud, maar nadien

ging de abdis onverdroten verder om haar

ambitieuze plannen uit te voeren. Aan de abdij

werden nog twee poorten, een nieuwe portierswoning,

een smidse en een woning voor de

smid toegevoegd. De zusters konden genieten

van nieuw kerkmeubilair, een marmeren vloer in

de kerk en in de kloostervertrekken, marmeren

schoorstenen, houten lambriseringen, nieuwe

brandglasramen en een nieuw kerkorgel. De

abdis slaagde er zelfs in de heerlijkheid van

Wevelgem te kopen, waardoor ze Vrouwe van

Wevelghem werd en dus niet alleen kerkelijk

maar ook wereldlijk gezag ging dragen. De abdij

beleefde de grootste bloeiperiode uit heel haar

bestaan. Abdis Peuterman stierf in 1769 op 85jarige

leeftijd. Ze had gedurende bijna 42 jaar

de Guldenberg bestuurd, een record.

Greet Verschatse

Mijn huis is waar Men stille staat

Ik dacht, laat ik eens een boompje opzetten over huisje en tuintje. Want

zoals iedere lezer onderhand wel weet, Open Monumentendag is weer

daar, als een verre vriend die je gedurende één dag in het jaar graag

terugziet en je maar wat graag hoort vertellen over vroeger en haar

helden; ditmaal draaien zijn verhalen en anekdotes geheel en al over

wonen. Iets waar je natuurlijk alle kanten mee uit kan, maar dan toch

bij voorkeur in de richting van een kasteel waar mos aan kleeft, of een

spierwit huisje dat nog ruikt naar onder vroomheid gebukt gaande

begijntjes. Niettemin, wat moet je je daar bij voorstellen, bij ‘wonen’

en ‘vroeger’ en de combinatie van de twee? We waren er per slot van

rekening niet bij. Daarom, het zegt alles en niets, en als het al iets zegt,

dan toch wellicht het verkeerde. Laat ons dat als volbloed historici even

trachten uit te leggen.

Toen de buurman nog beleefd was

Mensen, en daarop zijn wij dus geen uitzondering, maken nogal gauw de fout

om te denken en te beweren dat vroeger alles beter was. Dat de lucht toen

nog aaibaar was, de velden onvermoeibaar groen en de buurman beleefd

en zelfs behulpzaam zonder er iets voor terug te willen. Geen schuttingen

tussen de tuintjes, o nee. Het verleden was niet gewoon anders, welnee, het

was ronduit beter. Zorgelozer. Stressbestendiger. Warmer, als je je daar iets

kan bij voorstellen.

En ergens of helemaal gaan gemeenten en steden en zelfs heelder landen

met dat idee mee. “Kijk eens wat een mooie folterkelder wij zes eeuwen

geleden hadden om snoodaards te ontmannen of de laatste druppel bloed

uit kruidenvrouwtjes te wringen”. Of: “Lemen hutjes waar ze met zestien in

woonden, dat waren nog eens tijden, nietwaar? Ah, toen was er tenminste

nog sprake van saamhorigheid en echte gezinnen.” Of nog: “De graaf zat

des winters peinzend voor zich uit te staren in deze, intussen prachtig gerestaureerde,

ridderzaal, met een pelsje over zijn schouders en een haardvuur

waarvan de vlammetjes in zijn ogen dansten. Knus, mensen, zoals een heer

het wel verdiende.” We zien het zo voor ons, terwijl de werkelijkheid, aalglad

als ze is, uiteraard helemaal anders verliep. Maar dat zien we niet graag, en

ook: jaren later lijken de dingen zoveel mooier – neem nu mezelf, die in een

ander leven maanden moest werken in een warenhuis en daar nu op terugblikt

als zijnde ‘een mooie tijd’, terwijl ik donders goed weet dat ik me toen

door de dagen heen sleepte. Het is de neiging van de mens om van alles het

beste over te houden, misschien moeten we daar maar blij om wezen. Anders

geen Open Monumentendag, durf ik wedden. Geschiedenis is wat mensen

zich herinneren, niet wat gebeurd is.

Tcha-Tching!

Daarom: is het niet fijn om te denken dat leven in een molen op de heuvel

de hemel was? Omgeven door gras dat voor één keer niet groener was aan

de andere kant van de heuvel, terwijl het knarsen van de tandwielen je oren

kietelde? Of dat je je haast kon wassen in de stilte van een veertiende-eeuws

begijnhof, waar Maria steeds net om de hoek verdween als jij eraan kwam?

Ah, of het waakzaam postvatten in één van beide Broeltorens, en vervolgens

turen in de verte, waar over de kim van de Gouden Rivier een schip aankwam,

beladen met tolgeld. Tcha-tching!

Proberen we hier sarcastisch een splinter te duwen in het oog van de liefhebbers

van het verleden? Geenszins, we wilden daarentegen dat we ook nog zo

onbevangen konden aankijken tegen de tijd van toen. Maar het is ook even

belangrijk dat alles in het juiste perspectief wordt geplaatst, dat er ondanks

alles toch een les wordt geleerd – brrr, ik weet het, maar het zal niet lang duren.

We klagen met z’n allen luider en meer synchroon dan vroeger, toen dat

nog geen nationale sport was. Denk even, terwijl je staat te kijken naar die

oude woonhuizen – in welke vorm dan ook, als letterlijke tanden des tijds, dat

je straks terug keert naar een huis waar je wél ramen hebt, en wél Electrabel,

en wél een microgolf en een kachel en een afwasmachine en weldoorvoede

konijnen en tandenborstels en stopcontacten waar je dolle avonturen mee

beleven kan. En een auto, en de Kinepolis, en een dvd-recorder als je FC De

Kampioenen zou missen.

Geen ziekteverzekering toen, geen rookverbod (ok, hierover kunnen we discussiëren),

geen gsm – stel je voor dat Gezelle zijn gedichtjes per sms naar

zijn rozerode studentjes had gestuurd, hij had kunnen fluiten naar zijn standbeeld

in Brugge.

Wel stront die door de straten spoelde. En flink veel wind die zich doorheen

de kieren van de deur of het papier in de ramen wurmde. En regen die als

koude vonken tegen je kop petste, wanneer het strooien dakje boven je zich

weer eens rottig voelde. Er zal heus wel gelachen geweest zijn in die lichtgrijze

en donkere eeuwen, maar allicht toch iets wranger dan nu.

nee, hoewel we het nu wat zwart-wit stellen, was het vroeger heus niet beter,

misschien alleen iets minder ingewikkeld. Het doel van Open Monumentendag

is nobel en zelfs logisch, want niemand minder dan de grote Goethe

heeft eens gezegd dat het beste dat de geschiedenis ons nalaat, het enthousiasme

is, dat zij veroorzaakt. En wat is zo’n dag anders dan een loepzuivere

uiting van enthousiasme?

lichTroze

Daarom, ondanks het feit dat grootschalige evenementen als deze graag het

verleden lichtroze mogen kleuren, zijn ze a-okay. Want wie zijn geschiedenis

niet kent, is als een kind dat zijn ouders niet graag ziet – zelfs al mankt het

een beetje. En sowieso leren we uit zo’n dag: dat het al bij al nog zo slecht

nog niet is op dit eigenste moment. We voelen ons als een oude sok bij het

schrijven van die laatste zin, maar dat zal ons worst wezen. Vroeger was het

anders. niet beter. Want alles kan altijd beter. Iets dat ze binnen tweeduizend

jaar vast en zeker ook nog zullen zeggen, zelfs al zal het dan ook misschien

weer beter zijn dan nu.

Weet je, geschiedenis is eigenlijk het tegenovergestelde van een vers gebakken

brood: het wordt warmer en lekkerder naarmate je ’t langer laat staan.

En wat is daar mis mee? niets, zolang je tijdens het verteren maar even

nadenkt en besluit: waarover klaag ik eigenlijk?

Hannes Dedeurwaarder


open MonuMentendag 2007 / 18

beeldend kunstenaar herVé Martijn

woont in een MonuMent

hoewel het fraai gerestaureerde landhuis van beeldend kunstenaar hervé Martijn (46) gelegen is in de kom

van de scheldegemeente avelgem, aan de oudenaardsesteenweg, is de woning nauwelijks van op de straat te

zien. een hoog opgeschoten haag sluit de voortuin af en laat geen inkijk toe. de volledige woning wordt sinds

enkele jaren gebruikt als schildersatelier. naar aanleiding van open Monumentendag 2007 gidste de schilder

mij door het huis dat door hem zo wordt gekoesterd.

In dit huis vertoeft hij niet om er te wonen. Wel

om er te schilderen, te schrijven, na te denken

over zijn werk en om er zijn galeriehouders te

ontvangen. Martijn werkt met vijf kunstgalerieën:

Knokke, Hasselt, Groningen, Maastricht en Parijs.

Het huis behoort tot de vroege werken van de

internationaal erkende architect Huib Hoste

(1881-1957). Hoste die dit jaar extra belangstelling

krijgt omdat hij een halve eeuw is overleden,

was onbetwistbaar één van de pioniers van het

modernisme in Vlaanderen. Velen zien in hem

één van de markantste figuren van de Belgische

avant-garde uit het interbellum. In West-Vlaanderen

realiseerde hij woningen in Brugge, Wervik

(’t Isermael), Knokke (Het zwarte huis), Rumbeke

(Het eksternest) en zelfs de kerk O.-L.-Vrouw in

Zonnebeke. In Avelgem staat maar één woning

van zijn hand. Deze van de familie Martijn. Ze

staat geboekstaafd als de Moderne Landsche

woning uit 1919.

hoe kwam hoste eigenlijk voor een opdracht

in avelgem terecht?

moet Hoste hebben verteld dat zijn familie uit

Avelgem nog een architect zocht. Van het ene

kwam het ander.’

de avelgemse goegemeente spaarde haar

commentaar niet toen het huis er stond en

hoste er de principes van het modernisme op

een persoonlijke wijze interpreteerde?

hervé martijn: ‘In het schilderwerk zat toen

veel rood, blauw en geel. Welke poppenkast zijn

jullie daar aan het bouwen zegden ze tegen de

opdrachtgever-bouwheer Octaaf Vandemeulebroecke.

Ook Streuvels zelf zou in 1923 in Land

en leven in Vlaanderen op blz 113 schrijven over

‘de landsche woning van Avelgem’.’

hoe kwam je te weten dat de woning te koop

stond?

hervé martijn: ‘Het was de dochter van de familie

Vandemeulebroecke zelf die ons voorstelde

om het huis te kopen, uit schrik dat het na haar

dood met de grond zou worden gelijk gemaakt

een woning beZitten Die

geklAsseerD is Als monument

geeft je een goeD

gevoel, mAAr het legt je

ook een AAntAl verAntwoorDelijkheDen

op en

beperkingen inZAke elementAir

wooncomfort

en dat er op die plek appartementen zouden

worden gebouwd. na haar overlijden hebben

wij het huis rechtstreeks van de erfgenamen

kunnen aankopen. De woning was toen nog niet

geklasseerd. Pas later kregen we te horen dat

het Vlaams Gewest had beslist dat alle woningen

die Hoste in ons land had ontworpen, zouden

worden geklasseerd. Zo werden we eigenaar van

een stuk cultureel erfgoed!’

Dit fraaie landhuis in Avelgem is een vroeg werk van de

hervé martijn: ‘Leuk voor de anekdote is dat

Stijn Streuvels daarin een bepalende rol zou spelen.

De schrijver had in Avelgem familie wonen

die bouwplannen had. Hoofdonderwijzer-landmeter

Octaaf Vandemeulebroecke en zijn vrouw

Marie Staelens waren de opdrachtgevers voor

het bouwen van dit landhuis. Marie Staelens was

de zus van Alida, de vrouw van Stijn Streuvels.

Streuvels had Hoste die tijdens de Eerste Wereldoorlog

in nederland woonde, leren kennen. Van

1916 af was hem de redactie toevertrouwd van

de architectuurkritiek in De Telegraaf. Langs die

weg kwam Hoste in contact met alle grote kunstenaars

en architecten van de Stijlbeweging die

in het oorlogsvrije nederland samentroepten: Rob

van ‘t Hoff, Theo Van Doesburg, Vilmos Huszar,

jan Wils, Gerrit Rietveld. net als Mondriaan ging

hij artikels schrijven over het modernisme. Hoste

internationaal erkende architect Huib Hoste. Een heel aantal

schreef ook bijdragen in het tijdschrift De Stijl en

specifieke stijlelementen van de architect vind je er in terug. werkte later samen met Le Corbusier. Streuvels Hervé Martijn heeft zijn atelier in de voorkamer van het huis dat langs achter uitkijkt op een ruime tuin.


open MonuMentendag 2007 / 20

waren de vroegere bewoners zich wel bewust

van architectonische waarde van hun huis?

hervé martijn: ‘Van de dochter vernamen

we dat peter Streuvels er regelmatig op bezoek

kwam en dat er toen zwaar werd over gediscussieerd

door haar moeder. Streuvels nam het

niet dat ze de woning met van alles en nog wat

decoreerden. ‘Wat zijn jullie aan het doen? De

originaliteit gaat er helemaal door verloren’,

sakkerde hij. Door het aanbrengen van allerlei

ornamenten als een plafondrosas en sierlijsten in

pleister, door het decoratieve koperen deurbeslag

en het gebloemd behangpapier ging het minimalisme

van Hoste verloren.’

de naam landhuis klinkt wel vreemd voor een

woning die zich midden de gemeentekern

bevindt?

hervé martijn: ‘Het landhuis lag oorspronkelijk

in een één hectare grote boomgaard van

het college Sint-jan Berchmans en toen nog

buiten de dorpskern. Sindsdien zijn de gronden

“De kleurenkeuZe vAn

huib hoste beïnvloeDt

mijn werk”

errond verkaveld en is ook het zicht verdwenen

dat je vanuit de woonkamer had op Tiegem, de

Kwaremont, de Kluisberg en de Mont Saint-

Aubert. De straat lag ook een stuk lager dan nu.

Typisch is één standaardraam dat twintig keer

wordt herhaald. Eigen aan de bouwstijl van Hoste

is dat hij werkt met een grote centrale inkomhall.

Hier stond de woning in functie van de vrouw des

huizes die in een rolstoel zat. Ze moest makkelijk

kunnen functioneren van de gang naar de living.

Omdat het gezin later nog drie kinderen kreeg,

werd de woning in een tweede fase door Hoste

verruimd met vier slaapkamers op de bovenverdieping.’

wat zijn de voor- en nadelen om eigenaar te

zijn van een huis dat behoort tot het Vlaamse

erfgoed?

hervé martijn: ‘Alles moet in dezelfde

authentieke staat behouden blijven. Een

ambtenaar kijkt daar op toe. Dit geeft een heel

aantal beperkingen, vooral omdat hier zowel

de binnen- als de buitenzijde van de woning

hervé mArtijn: “weinig

bekenD is DAt ook stijn

streuvels een beslissen-

De rol Zou spelen in Dit

bouwverhAAl.”

geklasseerd zijn. Denk bijvoorbeeld maar aan

een keuken met een gemetselde kachel en een

arduinen pompsteen. Die moeten behouden

blijven en ze maken daardoor de keuken niet

functioneel. Bij een correcte renovatie kan men

echter wel tot 40 procent subsidies ontvangen.

Hiervoor moet dan eerst een onderzoek naar

de authenticiteit gebeuren, een gedocumenteerd

aanvraagdossier worden samengesteld

en een prijsofferte van vier aannemers kunnen

worden voorgelegd. In ons geval hadden wij

echter al negentig procent van de renovaties

uitgevoerd vooraleer het huis geklasseerd werd,

en er wordt niet met terugwerkende kracht

gewerkt. Ik wil hierbij graag opmerken dat deze

klassering noch door ons, noch door de vorige

eigenaars werd aangevraagd maar wel door de

architectuurcel van de VUB en de RUG.’

en hoe staan uw twee zoons er tegenover?

hervé martijn: ‘Beiden zijn gelukkig dat we

het hebben. Ze zijn ook allebei in een artistieke

richting bezig: de ene studeert toegepaste grafische

kunsten, de tweede industrieel ingenieur

productontwerpen. je weet maar nooit of één

van hen die ruimte ooit zal kunnen gebruiken.’

slotvraagje: heeft het huis uw werk als beeldend

kunstenaar beïnvloed?

hervé martijn: ‘Zeker. Ik werkte vroeger met

veel kleinere formaten. Mijn atelier was de zolder

van mijn eigen woning die naast het huis Hoste

ligt. nu kan ik mijn werken openstellen en er

veel zwieriger en experimenteler tegenaan gaan.

Door de jaren heen heb ik een eigen schriftuur

ontwikkeld en daarop had de ruimte waarin mijn

werken tot stand kwamen zeker haar invloed.

Vooral het kleurgebruik in mijn schilderijen werd

sterk beïnvloed door deze locatie. Ik maak van

het huis gebruik om er te lezen, te schrijven, te

mijmeren, catalogi samen te stellen, maar ook

De unieke eiken steektrap in de hall, het juweeltje van de

woning, verwijst naar Bauhaus (1919-1932).

om vrienden te ontvangen, het is een gezellige

woning om in te vertoeven.’

En nog een handigheid: het laat de kunstenaar

ook toe om op de bovenverdieping uit elke

periode één werk te stockeren en zo als ’t ware

een retrospectieve van zijn eigen oeuvre samen

te stellen!

Bernard Vancraeynest

EXTRA

eXPo kleurstuDies van

ann verDonck

naar aanleiding van haar doctoraat aan

de VUB voerde Prof Ann Verdonck een

kleuronderzoek uit in deze woning. Aan

de hand van zwartwitfoto’s die digitaal

worden bijgekleurd zie je de woning zoals

ze aanvankelijk in kleur stond met haar vele

rood, grijs en blauw. Op initiatief van het

Centrum van Vlaamse Architectuurarchieven

verscheen van haar hand de publicatie

Huib Hoste 1881-1957.

Tijdens Open Monumentendag is er een

tentoonstelling over de kleurenanalyse van

de woning.


open MonuMentendag 2007 / 22

beluiken, Mee eVolueren in de 21ste

eeuw of Verdwijnen?

het aantal beluiken, partjes en koertjes is in onze regio met de jaren sterk verminderd. de vaak armoedige,

soms verkrotte huisjes moe(s)ten wijken voor eigentijdse woonprojecten of al dan niet grootschalige

urbanisatieplannen. nochtans zijn beluiken of citeetjes getuigenissen uit de 19de eeuw. kortrijk telt er nog

een aantal die het vanuit historisch oogpunt meer dan waard zijn bewaard te worden. beluiken kunnen ook

esthetische waarde hebben en in een periode dat de steden een tekort hebben aan betaalbare woningen,

liggen ook daar opportuniteiten.

De meeste beluiken dateren uit de 19de eeuw

toen de Industriële Revolutie ook Vlaanderen

veroverde. Vooral Gent kende een enorme industriële

expansie met een kleine volksverhuizing als

gevolg. Maar ook in Zuid-West-Vlaanderen kwamen

nogal wat arbeiders van het platteland naar

de stad, Kortrijk in dit geval. Ze wilden zo dicht

mogelijk bij de fabriek wonen. Vaak waren het

de eigenaars van die fabrieken die de beluiken

bouwden voor hun arbeiders.

De benaming beluik komt van beloken, besloten,

afgesloten met een luik. Een beluik bestaat uit

een aantal arbeidershuisjes gegroepeerd rond

een pleintje of koertje. Een smalle gang zorgt

voor de verbinding met de straat. De arbeiders

die van het platteland naar de stad kwamen,

hadden geen financiële middelen en dus kwa-

Sint-Anna

men ze in de meest verpauperde buurten aan de

rand van de stad terecht. De fabrieken werden

ook in die buurten gebouwd. De eerste Kortrijkse

fabriek, gebouwd door jacques Goethals-

Vercruysse dateert uit 1828.

88 beluiken

1860 is een heel belangrijk jaar voor Kortrijk. De

betaling van stedelijke octrooirechten werd afgeschaft

wat de handel zeer positief stimuleerde.

Daardoor werden de vesten rond de stad en de

stadspoorten overbodig. In hetzelfde jaar werd

met de afbraakwerken gestart, maar het zou tot

1894 duren voor alle grachten gedempt waren.

De beluiken die gebouwd werden voor 1860

bevonden zich allemaal in de oude binnenstad,

daarna werden ze aan de toenmalige rand van de

stad gebouwd (vooral op Overleie, rond de Veemarkt

en net ten zuiden van de spoorlijn). In De

geschiedenis van de Kortrijkse beluiken komen

de auteurs uit op niet minder dan 88 beluiken. De

meeste daarvan zijn intussen onder de sloophamer

verdwenen.

niet alle beluiken werden door fabriekseigenaars

gebouwd. Ook handelaars, renteniers en brouwers

zagen brood in het bouwen en verhuren

van werkmanshuisjes. De eigenaars, en zeker de

brouwers, openden bovendien ook nog een café

bij het beluik zodat de winst dubbel was.

De Kortrijkse burgemeester Auguste Reynaert

(burgemeester van 1884 tot 1915) deed grote

openbare werken. Hij legde de kleine ring aan,

liet rioleringswerken en Leiewerken uitvoeren.

Maar burgemeester Reynaert voerde ook een saneringspolitiek

ten opzichte van de krotwoningen.

Hij liet heel wat ongezonde beluiken slopen, maar

tegelijk lag hij in 1892 ook aan de basis van de

oprichting van de eerste ‘Maatschappij voor het

bouwen van goedkope woningen’.

Een tweede slopingsfase kwam er ongewild toen

tijdens de Tweede Wereldoorlog 7 beluiken door

bombardementen werden vernield. Toen men de

oorlog te bovengekomen was, kreeg de urbanisatie

opnieuw aandacht. In de jaren ’50 en ‘60 van

de vorige eeuw startte in Kortrijk een opknapbeurt

van de oudste stadsbuurten en daarbij

sneuvelden opnieuw enkele beluiken. Zo werd

de volkse buurt tussen de Sint-janslaan en de

Doornikstraat grondig aangepakt waarvoor onder

andere het beluik Zypteland verdween.

Door urbanisatieprojecten werden de laatste jaren

opnieuw enkele beluiken, straatjes en ‘reken’

gesloopt. Denken we maar aan de aanleg van de

fietsroute langs de spoorweg waardoor het Vuylstekebeluik

in de Sint-Antoniusstraat gehalveerd


open MonuMentendag 2007 / 24

Sint-Janshof

werd en aan het woonproject Pradopark waarvoor

onder andere Barbesreke en Klakkaardsreke

moesten wijken. Door de werken voor de komst

van het megawinkelcentrum van Foruminvest in

de binnenstad is de Koeiekop, die al volgebouwd

was met garages, dit jaar definitief naar het

archief verwezen.

aMsterdaMpoortje

hoe moet het nu verder met de kortrijkse

beluiken?

We vroegen het aan Palmer Frickelo, al ruim

20 jaar toeristengids in Kortrijk, en kenner van

beluiken. ‘In het Pradopark hebben ze een poging

gedaan om de huisjes in een beluikstijl te bouwen.

Vergelijk dat maar eens met de geveltjes

in het Sint-janshof! De keuze is dan toch gauw

gemaakt. Maar bovenal heeft het behoud van

beluiken historische waarde. Het zijn getuigen

van een stuk sociale geschiedenis. Ik kies er voor

om de gevels te behouden en de huisjes op een

eigentijdse manier binnenin te renoveren.

natuurlijk zijn de woon- en leefomstandigheden

in beluiken en partjes niet optimaal. Maar

ze komen van heel ver. nu heeft elk huisje het

noodzakelijke minimale comfort, maar vroeger

was dat helemaal niet zo. Er waren geen riolen

en beluiken met 20 huizen moesten het stellen

met 3 toiletten op de koer en 1 waterpomp. je

kan je voorstellen welke gevolgen dat had voor

de hygiëne en de vatbaarheid voor epidemieën.

je moet dan ook nog weten dat ze in die kleine

huisjes, in de meeste beluiken beschikken ze

over niet meer dan 20 m 2 per huis, vaak met

grote gezinnen leefden. De mensen leefden er

in erbarmelijke omstandigheden. Omdat ze zo

klein behuisd waren, trokken de mensen echt

de straat op. Ze leefden op de binnenkoer. Of ze

gingen op café. Het alcoholisme was groot in de

beluiken, maar de samenhorigheid ook. In het

partje regelde men alles zelf, buitenstaanders

had men niet nodig.’

Het leven in een beluikje levert stof voor volkstoneel.

Op Overleie maken De Spatjes sinds 1932

elk jaar met zeer veel succes een volkse komedie

over het leven in het partje.’

welk kortrijks beluik vind je het meest

waardevolle?

Palmer Frickelo: ‘je kan die vraag niet eenduidig

beantwoorden. Het Sint-janshof in de Slachthuisstraat

is het mooiste, zeker na de aanleg van

de bloementuin aan de toegang. Het Sint-Annabeluik

in de Kapelstraat op Overleie is het meest

authentieke beluik en het Amsterdampoortje

aan het einde van de Overleiestraat is het meest

curieuze. De twee beluiken langs de Veemarkt

stralen nog het best de 19de eeuwse sfeer uit.’

renoVatie

De laatste jaren levert de stad Kortrijk inspanningen

om de nog resterende waardevolle beluiken

in stand te houden. Via allerlei sociale projecten

poogt de stad de beluiken op te knappen.

Gevels worden herschilderd, rioleringswerken

worden uitgevoerd en binnenkoeren worden heraangelegd.

Het Kortrijkse OCMW is een actieve

partner in het renoveren van huisjes in beluiken.

Enerzijds worden er via De Poort huisjes aangekocht

die dan door de sociale werkplaatsen van

het OCMW grondig gerenoveerd en soms zelfs

gerestaureerd worden. Zo zijn momenteel een

10-tal huisjes opgeknapt, waarvan 5 in het Sintjanshof.

Maar De Poort huurt zelf ook huisjes

die dan een zachte renovatie krijgen. Achteraf

worden al de opgeknapte huisjes door De Poort

opnieuw verhuurd.

De bewoners van het Sint-janshof, door Palmer

Frickelo als het mooiste Kortrijkse beluik bestempeld,

zijn heel lovend over de stad Kortrijk. ‘niet

alle bewoners gaan akkoord, maar wij vinden het

een bijzonder goede maatregel om het beluik autovrij

te maken. Dat zorgt voor ruimte en rust. Het

afbreken van de toegangspoort en het vervangen

door een bloementuin en de heraanleg van het

binnenplein zijn allemaal positieve veranderingen,

zeggen drie dames op de binnenkoer.

Sint-Janshof

pink floyd

Gloria Carlier die al ruim 30 jaar in het Sint-janshof

woont, doet haar verhaal. ‘Ik ben hier in 1975

toegekomen als student en ik betaalde toen 800

Belgische frank huur. Dat was goedkoop. Maar

ik kwam in een oud huisje terecht. Er was geen

douche, maar op dat moment had geen enkel

huisje hier een douche. Toen woonden er nog veel

oudere mensen, mensen die vaak geboren waren

in het Sint-janshof. Daarnaast waren er ook veel

studenten. En dat klikte. De oudere madams waren

nogal frivole dames die vaak op café gingen

in de buurt en wij studenten deden dat natuurlijk

ook. Dus vonden we elkaar wel. De buurt rond de

Veemarkt en de Slachthuisstraat telde toen nog

veel cafés. Begin de jaren ’80 is het hier beginnen

veranderen. Af en toe stierf er iemand van de

oudere bewoners, de studenten trokken weg en er

kwamen nieuwe mensen. Tot die tijd woonden hier

weinig eigenaars, maar dat begon te veranderen.

Uiteindelijk heb ik in 1995 ook een huisje gekocht

voor 280.000 frank. Dat was voor een huisje dat

niet gerenoveerd was. Gelukkig heb ik niet langer

gewacht, want toen het plein gerenoveerd werd,

stegen de prijzen. Heel de buurt rond de Veemarkt

werd stilaan opgewaardeerd en de prijzen volgen

dan, ook voor citéhuisjes. Ik heb gehoord dat hier

onlangs bijna € 60.000,00 betaald is voor een gerenoveerd

huisje. Meestal schommelen de prijzen

rond de € 45.000. Er staan trouwens nog altijd

een paar niet gerenoveerde huisjes leeg.

na de renovaties ziet het beluik er idyllisch uit en

het is centraal gelegen in het centrum. Bovendien

is het hier zeer rustig. Allemaal troeven. Door die

prijsstijgingen is er wel een verschuiving bij de

bewoners. We hebben hier al alles de revue zien

passeren: een travestiet, een waarzegster, een

prostituee die hier een praktijk had, Congolezen,

drugsdealers. Er was altijd wel iets te beleven. nu

heeft het Sint-janshof twee gezichten: een heel

rustige idyllische kant, maar onderhuids leven er

spanningen tussen de eigenaars en de mensen

die lang huren enerzijds en de nieuwkomers die

vaak in huisjes van het OCMW komen wonen

anderzijds. Het is een stadje in het klein. Er leven

enkele bejaarden, er wonen kleine gezinnetjes en

alleenstaanden, en er duiken opnieuw studenten

op. Sympathieke studenten met lang haar, die

luisteren naar Pink Floyd! Voor mij is de cirkel

rond.’

Lieven Vanmarcke

EXTRA

Op Open monumentendag gidst Palmer

Frickelo langs de al dan niet verdwenen

beluiken rond de Veemarkt en ten zuiden

van de spoorweg.


open MonuMentendag 2007 / 28

dakloos in teXas

‘ieder heeft het recht een menswaardig leven te leiden. dit recht omvat het recht op een behoorlijke huisvesting.’

zo staat het in de belgische grondwet, want wonen is een basisbehoefte. en toch heeft niet iedereen een dak

boven zijn hoofd. zelfs niet in het rijke texas van Vlaanderen.

Jakob Devloo, één van de twee straathoekwerkers in Kortrijk

Een zomerdag in Kortrijk. De zon heeft geen zin

vandaag. Tegen de afspraken in haalt het kwik

amper dertien graden. Al wie me voorbij wandelt,

laat een lusteloze indruk na. Tot ik jaak Vanrunxt

(58) ontmoet. “Kijk maar eens goed rond hoe

mooi dit parkje wel is!” jaak waakt over park Het

Plein als een hond over zijn puppy’s. Driemaal

per dag wandelt hij door het park om zwerfvuil

op te ruimen. niet omdat hij dat moet, maar

omdat hij dat wil. “Vroeger lag het park er vuil

bij. Dat trok mensen met slechte bedoelingen

aan. Daardoor bleven de mensen hier liever weg.

Dankzij mijn kuiswerk komen ze weer wandelen,

genieten van het groen en kunnen ze met een

gerust hart op een bankje zitten.” jaaks blik verraadt

eerlijke trots.

Met zijn afgedragen kleren, wilde haren, onverzorgde

baard en sigarettenpeukje verankerd in

de mond beantwoordt jaak aan het stereotiepe

beeld van de dakloze als landloper. De straat

is al jaren zijn thuis. jaak is afkomstig uit

Roeselare, waar hij als oudste opgroeide in

een gezin van zeven kinderen. In de vakschool

leerde hij ‘voor metaal’, maar hij mocht niet

voortstuderen van zijn ouders. Later heeft hij

zichzelf bijgeschoold, leerde hij metselen en

vloeren leggen. Hij heeft 18 jaar in de bouw

gewerkt en was een tijdje klusjesman. Contact

met zijn familie heeft jaak niet meer, sinds hij

door zijn broer uit het huis werd gezet en op

straat terechtkwam.

Hij dwaalt nu al zeven jaar door Kortrijk. “Ik vraag

al jaren een goedkope woning, maar krijg er

geen.” jaak brengt de nacht door in een oude

verlaten boekbinderij, zonder sanitair, verwarming

en elektriciteit. “Ik heb dat allemaal niet

nodig. Als het vriest, leg ik extra dekens op. En

als ik mij moet wassen kan ik terecht bij mensen

in de buurt. Die geven me nu en dan eens wat

spullen en eten.”

Weer of geen weer, je vindt jaak overdag

bijna altijd op de bank aan het kaarterhuisje

op Het Plein, al dan niet in het gezelschap van

lotgenoten. Samen geven ze commentaar op

de wereld, hún wereld. “Ze hebben een jaar

geleden het kaarterhuisje gesloten na vandalenstreken.

Waar moeten wij nu naar het toilet?”

jaak verzamelde 450 handtekeningen om het

kaarterhuisje weer open te krijgen. Een maat

voor niets.

jaak kent iedereen en iedereen kent jaak. Ook

de politie. “Als zij passeren, steek ik mijn hand

op, dan weten ze dat alles in orde is. Doe ik dat

niet, dan komen ze vragen wat er scheelt. Ik heb

een goede relatie met de politie. Weet je dat veel

wandelaars mij hun problemen komen vertellen.

Ze komen op mijn schouder uithuilen. En dat zijn

vaak mensen die het thuis financieel wél goed

hebben. Wat moet ik daarmee? Dat is echt wel

de wereld op zijn kop!”

jaak is er 58 nu, anderhalf jaar geleden stopte

hij met werken. “Ze moeten de jongeren maar

laten werken. Er zijn er genoeg!” Hij is nooit

getrouwd en is niet van plan ooit nog een vrouw

te zoeken. “Ben je gek? Ik ben liever alleen.”

jaak kan zich geen ander leven voorstellen.

“Laat mij maar leven zoals ik nu leef. Ik sta op

mijn vrijheid. Ik ga waar en wanneer ik wil.”

Hij kijkt naar boven, naar de hemel: “Ik ben

een gelukkig mens. Ik hoop alleen maar dat ik

gezond kan blijven. Zolang ik in de buitenlucht

leef, word ik niet ziek.”

plaatsgebrek

“jakob, kan je een bestelwagen versieren voor

deze namiddag?” jakob krabt even in zijn haar,

maar begint meteen te bellen. jean* (36) is blij

met de vlugge reactie. Hij heeft een bestelwagen

nodig om een koepel te vervoeren naar zijn

nieuwe thuis. na jaren dakloos te zijn geweest,

mag jean nu gratis in een huis wonen, op voorwaarde

dat hij het helpt renoveren.

“Dat was een gouden deal”, glundert jakob

Devloo (24) vanachter zijn bureautafel in buurtcentrum

Achturenhuis. jakob is één van de twee

straathoekwerkers in Kortrijk. Zijn werkgever is

het OCMW, zijn werkterrein de wijk Veemarkt.

Al drie jaar schuimt hij straten en pleinen af op

zoek naar mensen die om diverse redenen door

de mazen van het sociale vangnet vallen. Dan

kom je al gauw terecht bij daklozen en thuislozen.

Hij komt ze tegen op café, in parken, onder

bruggen, aan de warenhuizen achter het station.

“We schatten dat er in de regio Kortrijk 115

dak- en thuislozen aanwezig zijn. En er komen

er steeds meer bij, want de kans dat je in onze

maatschappij uit de boot valt, wordt almaar

groter. Zo swingen de huurprijzen tegenwoordig

de pan uit, waardoor veel mensen niet langer een

dak boven hun hoofd kunnen betalen. Zij kloppen

dan bij het OCMW aan. Maar er is een zeer groot

probleem: plaatsgebrek. De sociale diensten kunnen

de vraag naar opvang niet meer bijhouden.

De opvangcentra, logementhuizen en kamers

voor crisisopvang in Kortrijk zitten overvol en

de wachtlijsten zijn lang. Wie niet bij vrienden

of familie terecht kan, wordt zo gedwongen op

straat te leven.”

jakob heeft met elke dakloze een aparte relatie,

want elke persoon heeft zijn eigen geschiedenis.

“De meeste daklozen hebben een problematische

jeugd achter de rug. Vaak ligt daar de oorzaak

van heel wat drama. Omdat hun ouders niet

naar ze omkijken, raken ze op het verkeerde pad,

ze krijgen slechte vrienden, grijpen naar drugs

en drank of plegen strafbare feiten. Maar vaak

kan ook een echtscheiding of een job verliezen

leiden tot dakloosheid. De ellende begint vaak

als iemand zijn werkloosheidsuitkering verliest.

Velen worden geschrapt omdat ze geen domicilie

meer hebben. Maar dakloosheid herleiden tot een

louter financieel probleem zou kortzichtig zijn.

Daklozen hebben vaak ook mentale zorgen en

een of andere verslaving. De sociale dienst van

het OCMW moet zich door tijdsgebrek wegens

te veel dossiers noodgedwongen beperken tot

het oplossen van financiële problemen. Maar als

straathoekwerker moet je wel het hele plaatje

bekijken en aanpakken. Aan ons om deze gasten

via een begeleidingstraject door te verwijzen naar

specifieke diensten.”

jean zat van zijn derde tot zijn 21ste in een

instelling. Toen zijn vader overleed en zijn

vriendin er met een ander vandoor ging, liep

het verkeerd. jean zocht zijn toevlucht in drugs.

Door omstandigheden belandde hij tweemaal

in de gevangenis. Toen hij weer vrij kwam,

stond hij letterlijk en figuurlijk op straat. jean

kon wel naar zijn moeder, maar hun relatie was

te vertroebeld. Hij leefde dan maar op straat,

doolde van de ene stad naar de ander. Hij deed

wat interimjobs om in leven te blijven. Vandaag

is jean werkloos, maar zijn situatie is niet

hopeloos. Hij is naar eigen zeggen afgekickt,

clean, en vastberaden om zijn leven een nieuwe

wending te geven. Dat hij nu met de hulp van

straathoekwerker jakob een huis heeft gevonden,

helpt hem daarbij. “Morgen ga ik naar de

Werkwinkel. Ik zie het helemaal zitten. Ik wil

mijn leven weer oppikken. Ik hoop alleen maar

dat ik van de drugs kan afblijven.”

krakers

We rijden door enkele buurten in Kortrijk. jakob

toont me leegstaande, vervallen huizen. “Veel

van die panden worden door daklozen gekraakt,

vaak junkies.” jakob loodst me naar plaatsen

waar overdag niets erop wijst dat hier bij

valavond drugs verhandeld worden. We houden

halt aan een verlaten huisje langs het kanaal

Bossuit-Kortrijk. Het wordt gekraakt door Piet*,

28 jaar, dakloos en verslaafd aan heroïne. We

kloppen aan, maar het blijft stil aan de andere

kant. Door het kapotte raam zie ik een matras op

de grond, ernaast liggen enkele blikjes goedkoop

bier en gebruikte spuitnaalden. Beelden van een

troosteloos bestaan.

jakob: “Het is bijzonder moeilijk om verslaafde

daklozen van drank en drugs af te helpen. Wie


open MonuMentendag 2007 / 30

dakloos is, zoekt lotgenoten op, waardoor ze

vaak in een onfris milieu terechtkomen. je moet

over heel wat wilskracht beschikken om je verslaving

af te zweren en dus dat milieu vaarwel te

zeggen. Want voor veel daklozen is de omgeving

waarin ze vertoeven de enige vriendenkring die

ze hebben.”

jakobs woorden worden onderbroken door

gerinkel. Het zoveelste telefoontje die dag. De

daklozen weten hun straathoekwerker te vinden.

Hij is hun vertrouwenspersoon, hun gids naar een

beter bestaan. “Ik probeer hen te benaderen als

volwaardige mensen, niet als uitschot. Ze weten

dat ik altijd naar hun problemen zal luisteren.

Daarom probeer ik ook zoveel mogelijk zichtbaar

te zijn op plaatsen waar ze samenkomen.

niemand is gebaat met een straathoekwerker die

te veel aan zijn computer zit. je moet zelf naar

de mensen stappen, want de meesten kunnen of

durven niet naar jou gaan.”

eenzaaMheid

De gemiddelde dakloze in Kortrijk is een man

tussen dertig en veertig jaar. Vrouwen in nood

blijken vaker bij een man terecht te kunnen. En

er zitten opvallend weinig allochtonen bij. “Die

worden meestal door de eigen gemeenschap

opgevangen”, aldus jakob. “En vergis je niet.

je ziet het niet altijd aan iemand dat hij of zij

dakloos is. De daklozen die er sjofel bijlopen,

springen het meest in het oog, maar ze zijn wel

in de minderheid.”

jakobs woorden zijn nog niet koud of het levende

bewijs stapt buurtcentrum Achturenhuis binnen.

Piet* (30) ziet er met zijn gekamde haren, nette

jeans en trui bijzonder keurig uit. Hij groeide op

in Sint-niklaas, maar strandde via een lange

omweg in Kortrijk. Hij leefde van zijn achttiende

op straat. Ook hij komt uit een probleemgezin.

“Ik zat tijdens de week op internaat, maar

verbleef in het weekend bij een vriend, want

thuis was het niet langer houdbaar. Altijd weer

die problemen tussen mijn ouders. Ik kon dat

niet meer aan. Bij mijn vriend voelde ik me op

mijn gemak. jammergenoeg bracht hij me wel

in contact met drugs. En zo is mijn lijdensweg

begonnen. Ik raakte verslaafd en moest stelen

om te overleven. Op dagen dat ik geen eten vond,

overleefde ik door suikerwater te drinken. Ik heb

nooit gebedeld. Dat deed ik niet. niemand moest

weten dat ik dakloos was. Daarvoor had ik een te

groot eergevoel.”

Vandaag probeert Piet geen drugs meer aan te

raken. Hij beseft dat hij zijn eigen lot in handen

heeft. “Weet je, ik vraag me soms af hoe het

geweest zou zijn, mocht ik ouders hebben gehad

die wel naar me omkeken. jammer dat een kind

zijn ouders niet kan kiezen.” Piet woont vandaag

naast jean. Ze helpen elkaar bij het renoveren

van het huis. jean: “Ik ben heel blij dat ik Piet

heb leren kennen, want het allerergste aan dakloos

zijn is die verdomde eenzaamheid.”

jean en Piet schrijven voortaan hun eigen verhaal

dat ze hopen te kunnen afsluiten met ‘eind

goed al goed’. Maar niet elke dakloze vindt een

verlossende uitweg – ondanks alle inspanningen

van de sociale diensten. jakob geeft toe dat hij al

daklozen over de vloer kreeg die later zelfmoord

pleegden of overleden aan een overdosis. jakob:

“Ondanks die drama’s word ik er niet moedeloos

van. Het zijn eigenlijk wel toffe gasten om mee

samen te werken. Ze hebben veel humor en

zelfspot. Het geeft me nog elke dag voldoening

te zien dat je een groot deel van die mensen

daadwerkelijk kunt helpen. Ik ben vooral trots op

het feit dat veel ex-daklozen hun verhalen willen

vertellen aan anderen. Zo helpen ze andere

daklozen. Mond-aan-mondreclame werkt in onze

sector.

Uiteindelijk komt het hierop neer: samen met

heel wat anderen geef ik daklozen een sleutel om

nieuwe deuren te openen. Mijn job is geslaagd

als ik zie dat ze met die sleutel concrete stappen

durven nemen om hun eigen leven op de rails te

krijgen. Gelukkig beseffen de meeste daklozen

dat ze zelf de handen uit de mouwen moeten

steken, willen ze ooit een betere toekomst hebben.

niemand kiest er vrijwillig voor dakloos te

blijven.”

Eén dag later om vijf uur ’s morgens. De deuren

van het station zijn pas geopend. Een scoutsgroep

komt joelend de inkomhal binnen, klaar om

op kamp te vertrekken. Op het perron verzamelt

een dakloos koppel alle sigarettenpeukjes die

ze op de grond vinden. De conducteur bekijkt

het tafereel met argwaan. Hij schudt het hoofd,

springt met de jeugdbeweging op de trein en fluit

voor vertrek naar god-weet-waar.

* fictieve naam

Tom Christiaens

‘op straat ga je

nooit Vooruit’

‘ik ken nogal wat daklozen. de meesten warmen zich in het station

en zwermen uit als ze er buiten gegooid worden. ik voel me goed,

na één jaar zwerven. Maar toch prefereer ik een domicilie. en daar

wringt voor daklozen vaak het schoentje.’

Geert Loose (47) heeft niet veel te verliezen. Hij heeft trouwens maar

een rugzak bij. Op een bepaalde plek verstopt hij wat ander gerief.

Loose is taalvaardig, ziet er niet onmiddellijk uit als een dakloze, maar

leeft desondanks op straat. Dat hij dat voor een groot deel aan zichzelf

te danken heeft, geeft hij ootmoedig toe. Zijn levenswandel – of wat hij

ervan wil vertellen – was niet altijd even onberispelijk. Er waren ook

wel de nodige tegenslagen, de vlucht naar het buitenland. Loose: ‘Ik wil

op termijn uit deze uitzichtloze situatie weg want ik voel dat het bergaf

gaat. Het straatleven vreet aan je. De tweede reden is het toenemende

aantal daklozen. Ik tel er genoeg, bekenden en onbekenden. En dat in

het rijke Kortrijk. Vochtigheid en onderkoeling zijn voor ons de ergste

weersomstandigheden.

Ik slaap meestal in een portiek. Ik kan niet zeggen waar omdat ik mijn

bezittingen daar leg. De stad weet dat we ons in de toiletten wassen.

Soms krijgen we broodjes, resten van recepties. Of we zitten in de bib

om ons warm te houden. Ik lees er alle kranten, wil mentaal bijblijven.

Anderen zijn al niet zo sterk meer. Belanden soms in de prostitutie, raken

verslaafd. Ik ken ze allemaal maar wil niet worden zoals zij. De politie

vroeg me eens: jij als man van de straat zou ons kunnen helpen. je weet

toch waar plannen worden beraamd om bijvoorbeeld in te breken? Tja.’

doMicilie

‘Ik heb vroeger gewerkt, onder meer bij de stad Brugge, ik heb dus recht

op een uitkering’, vervolgt Loose. ‘Maar ik krijg geen cent leefloon of dop

omdat ik geen domicilie heb. Als je je huishuur en waarborg niet kan betalen

gaat het vlug bergaf. Waarom zou de stad ons domicilie niet opnemen,

ons niet inschrijven? Dan kunnen we in het stadhuis post ontvangen, in

orde zijn met de ziekteverzekering en dergelijke. Dan kunnen wij in ruil ons

laten begeleiden. En zo kunnen we sparen voor een dak boven ons hoofd.

Een opvangtehuis is niets voor ons, voor mij althans niet. In het ocmw ben

je een cliënt. Dat kan misschien ook niet anders. Maar onze vrijheid geef

je niet zomaar op. Ik ben niet te beroerd om de handen uit de mouwen te

steken. Zes maanden poetste ik in een Kortrijks rust- en verzorgingstehuis.

Werken doe ik nu hier en daar. Dan krijg ik mijn dag rond wat eten en

drinken betreft. Dakloos ben je voor de rest van je leven, zeker na verloop

van tijd. Ik wil verder niet in bepaalde gelegenheden gaan zitten waar je je

ocmw-geld eerst moet afgeven en waar je betaald wordt in pinten. Deze

uitbuiting bestaat. Dit is onzinnig. Weet je, ik zou als ervaringsdeskundige

kunnen optreden voor de stad. Ik heb dan ook iets om handen.’

wekker

Om zes uur ’s morgens komt de vuilnisophaaldienst. ‘Onze wekker is

daar’, zeggen we dan. ‘Dan begint hetzelfde scenario: hoe raak ik aan

mijn eerste pint? Ze drinken allemaal meneer. Hoe raak ik aan mijn tabak?

Ze roken allemaal meneer. Hoe raak ik aan mijn eten vandaag? Tot

slot: waar slaap ik vanavond. Ik kom op dit moment rond. Ik heb geen

schulden, ik pas nog wel ergens in deze maatschappij ondanks alles. In

de Vaartstraat 31 betaalde ik 325 euro. Geef me een eigen stek terug

en ik wil proberen te bewijzen dat het weer kan zoals vroeger. Als ik me

bij iemand anders laat inschrijven wordt die zijn leefloon gehalveerd.

Dat gaat dus niet. Er moet een oplossing bestaan voor mensen zoals ik,

zoals wij. Administratief vereenvoudigd, vandaar dat ik met de Kortrijkse

Q wil spreken. Op de straat ga je immers nooit vooruit.’

PS: Loose heeft ondertussen wellicht uitzicht op een domicilie en een beter leven. Nu wil hij

vechten voor andere daklozen.

Kris Vanhee


open MonuMentendag 2007 / 32

frederik Mahieu: het zuiden is rijk

aan historische pareltjes

architect frederik Mahieu uit heule werkt bij de dienst onroerend erfgoed in brugge, in de volksmond beter

gekend onder de vroegere naam Monumenten en landschappen. hij is één van de vier consulenten die in de

kustprovincie de contacten onderhoudt met de eigenaars van beschermd erfgoed. zijn werkgebied ligt in het

zuiden van de provincie.

Bewaarde arbeiderswoningen aan de Koffiestraat in Heule. ‘Zelfs Streuvels schreef er over in zijn werk’, weet Frederik Mahieu.

Frederik Mahieu is architect van opleiding. In

1996 studeerde hij af aan het instituut Sint-Lucas

in Gent en volgde nadien een specialisatie aan

het International Centre of Conservation Raymond

Lemaire van de KU Leuven. nadien werkte hij zijn

stage verder af als architect bij Barbara Van Der

Wee in Brussel, gekend van de restauraties van

de Horta-panden. na nog te hebben gewerkt in

het architectenbureau Berteloot in Gent, trad hij

als consulent in dienst van Onroerend Erfgoed

(Agentschap R-O Vlaanderen) in Brugge.

als architect kijk je toe op het beheer van

het beschermd erfgoed. wat houdt je taak

precies in?

frederik mahieu: ‘Ik moet alle contacten

onderhouden met de eigenaars en bewoners

van beschermde waardevolle panden. Daarnaast

pleeg ik overleg met de gemeentebesturen en

met stedenbouwkundige ambtenaren over zowel

het beschermd als niet-beschermd bouwkundig

erfgoed, adviseer ik bij bouwaanvragen en geef

ook technisch advies bij de opmaak van onderhoud-

en restauratiedossiers.’

Moet je dan in de hele provincie aan de slag?

frederik mahieu: ‘neen, de provincie wordt

opgedeeld in vier sectoren. Ik neem Zuid-West-

Vlaanderen voor mijn rekening. Sommige van mijn

collega’s prospecteren en inventariseren het bouwkundig

erfgoed gemeente per gemeente en publiceren

daar dan naslagwerken over met de bedoeling

dat er in de ruimtelijke ordening rekening mee wordt

gehouden. Anderen stellen beschermingsdossiers

samen. Het beleid wordt gevoerd door de huidige

minister van Onroerend Erfgoed Dirk Van Mechelen.

Zelf doe ik geen inventarisatie of bescherming.

Eigenlijk begint mijn werk pas op het moment dat

de bescherming van het gebouw er al is.’

ga je daarbij streng tewerk?

frederik mahieu: ‘We stellen ons soepel op in

het herbestemmen van beschermde monumenten

en het streven naar herbewoning. Het is nooit goed

dat een woonhuis te lang leeg staat. Zo zet je de

eerste stap naar verval. Denk aan De Heerlijkheid

in Heule die leeg stond maar gelukkig een

zorgboerderij is geworden.’

wat mogen eigenaars van beschermde

monumenten al dan niet aan hun eigendom

veranderen?

frederik mahieu: ‘De enige verplichting die

we hen opleggen is dat ze oog hebben voor de

erfgoedwaarde van het pand en het in de best

mogelijke staat bewonen. Gewone onderhoudswerken

zoals het verven van vensterramen

moeten vooraf niet worden besproken. Zodra

ze werken laten uitvoeren die het uitzicht van

het monument wijzigen, moeten ze ons kennen.

Wonen in een beschermd pand levert een aantal

beperkingen op maar biedt ook het voordeel

dat ze voor veel werken die met onderhoud

hebben te maken voor 40 procent premies kunnen

krijgen. En er zit ook een fiscaal voordeel

aan vast. Er bestaan zowel onderhouds- als

restauratiepremies. De eerste zijn bedoeld

voor kleine werken en er is een limiet van

30.000 euro per jaar. Die onderhoudsformule

wordt vaak gehanteerd omdat ze toelaat om

gefaseerd een aantal werken te laten uitvoeren.

Daarnaast is er de restauratiepremie voor

meer ingrijpende werken. Voor de particuliere

eigenaar bedraagt die 40 procent. Openbare

besturen krijgen 80 procent.’

is een eigenaar er voldoende van op de

hoogte dat zijn woning beschermd is?

frederik mahieu: ‘Zeker. Dat staat altijd

vermeld in de koopakte. Als er een huis op de

markt komt dat beschermd is, hebben we liefst

dat potentiële kopers contact met ons opnemen

vooraleer ze het aankopen. Op die manier

kunnen we de kopers onmiddellijk op de hoogte

brengen van de te behouden erfgoedwaarden en

komen ze nadien niet voor verrassingen te staan.

niet wij beslissen over een al dan niet beschermen.

Wij kunnen de minister enkel voorstellen

formuleren. Hij beslist op basis van het decreet

van 3 maart 1976 inzake bescherming van

monumenten en stads- en dorpsgezichten.

Daarin wordt gedefinieerd wat een monument

is: het gebouw moet het particuliere belang

overstijgen en geacht worden van algemeen

belang te zijn. Concreet betekent dit dat in het

gebouw een aantal waarden worden herkend,

zoals historische, industrieel archeologische,

volkskundige, wetenschappelijke… De esthetische

waarde hoort er niet bij.’

kan ook eigentijdse architectuur als een

beschermd monument worden aangezien?

frederik mahieu: ‘ja. Een van de meest

recente monumenten in West-Vlaanderen is de

sobere kerk op de Wijnberg in Wevelgem, ontworpen

door de nederlandse benedictijnermonnik

Dom Hans van der Laan. Ze dateert van de

Kerk op de Wijnberg te Wevelgem

jaren zeventig en is beschermd sinds juni 2005.’

hoe wordt opgetreden tegen wie het goed niet

behoorlijk in stand houdt?

frederik mahieu: ‘Zoiets komt zelden voor

want een eigenaar is veelal trots dat zijn woning

beschermd is. Van hem wordt enkel verwacht het

pand goed in stand te houden. Er is geen verplichting

om het gebouw te restaureren. Hij mag

het goed niet beschadigen, ontsieren of vernielen.

Indien nodig is er een handhavingprocedure

voorzien. Maar we proberen altijd eerst een minnelijke

schikking te vinden. Voor wie hardleers

is kan het Agentschap Inspectie van Onroerend

Erfgoed een pv opstellen en zelfs zover gaan om

klacht in te dienen bij de procureur.’

wat boeit je in dit beroep?

frederik mahieu: ‘Als consulent zit ik

voortdurend op het snijvlak tussen architectuur,

cultuur en geschiedenis. Ook de grote diversiteit

van het werk spreekt mij aan. Elke werkdag is

compleet anders. Of om het met een huizenhoog

cliché te zeggen: mijn hobby is mijn werk!’

Bernard Vancraeynest

nUTTIGE PUBLICATIES

inventaris bouwkunDig

erfgoeD: bouwen Door De

eeuwen heen in vlaanDeren,

inventaris Per gemeente.

Reeds verschenen: Kortrijk, Zwevegem,

Wevelgem, Menen, Spiere-Helkijn, Avelgem,

Anzegem, Wervik en Lendelede.

In opmaak: Kuurne, Deerlijk, Harelbeke

nog te starten: Waregem

Info: Werkhuisstraat 9 in Brugge,

050-44 28 11

Ook verkrijgbaar op cd-rom

kortrijk resiDentieel

erfgoeD.

Samenstelling Philippe Van Bellinghen,

Andre Goethals en Bernard d’Heygere.

Uitgegeven door de Lions serviceclub.

monumentaal

west-vlaanDeren

Auteur jeroen Cornilly

Uitgeverij Van De Wiele, Brugge


open MonuMentendag 2007 / 34

Militair hospitaal/tabaksfabriek wordt

oMgeVorMd tot stijlVolle woningen

in het heetst van de monumentenstrijd kreeg het beschermde monument de tabaksfabriek d’heygere ruim

1600 nieuwsgierigen over de vloer, maar het project werd niet genomineerd voor de finaleronde. ‘dat hoefde

ook niet echt, want met de publiek private samenwerking (pps) tussen projectontwikkelaar Vanhaerents en

het Meense woonbedrijf zaten we al op het goede spoor. we wachten enkel op de definitieve bouwvergunning

om de tabaksfabriek om te bouwen tot 15 woningen. we gaan ervan uit dat we nog deze zomer aan de slag

kunnen’, vertelt ivan Vandekerkhove, directeur van het Meense woonbedrijf.

De oude tabaksfabriek D’Heygere is een mooi

vierkant gebouwencomplex gelegen rond een

binnenkoer. De oudste delen van het complex in

de Ieperstraat dateren uit 1684.

In 1678 kwam Menen onder Frans bewind en

Lodewijk XIV liet de stad door Vauban ombouwen

tot een belangrijke militaire vesting. De zonnekoning

vond dat het garnizoen van Menen nood had

aan een militair hospitaal onder de leiding van

geestelijken. Het classicistische gebouwencomplex

omvatte dan ook een priorij die bewoond

werd door zusters van de orde van Sint-Augustinus

(de zogenaamde Bleuetten) die afkomstig

waren van een klooster in Rijsel. Het militaire

hospitaal werd in 1684 in gebruik genomen.

Dankzij de gunsten van de koning werd het een

welvarend hospitaal. Door de beschieting van de

stad in 1706 raakte het hospitaal zwaar beschadigd

en dat gebeurde nogmaals toen Lodewijk XV

in 1744 Menen herinnam. De vestingen werden

voor een groot stuk ontmanteld en het hospitaal

verloor haar militair karakter. De zusters legden

zich toe op het onderwijs.

Onder de Oostenrijkse keizer jozef II waaide

een hervormende wind over onze gewesten.

De keizer wou het klooster omvormen tot een

burgerlijk hospitaal, maar de zuster weigerden en

wilden verhuizen naar Oudenaarde. De stadmagistraat

verhinderde dat. De Franse Revolutie gaf

de kloosterorde uiteindelijk de doodsteek. Bij de

wet van 1 september 1796 werd het koninklijk

militair hospitaal afgeschaft.

spinnerij

De gebouwen werden verkocht aan joseph

Augustin Vandermersch (zijn oom jean André

Vandermersch was generaal in het patriottenleger),

die het klooster ombouwde tot een be-

langrijke spinnerij. na de continentale blokkade

die door napoleon werd uitgevaardigd, bezat

Vandermersch immers het alleenrecht voor het

vervaardigen van Engelse stoffen. Het gebouwencomplex

had een herbestemming als nijverheidsgebouw

gevonden. na de spinnerij kwam

er ook een weverij en in 1830 kocht jacques

Plaideau de gebouwen om er een tabaksfabriek

in te vestigen. In 1836 verbouwde hij het complex

door de oude gebouwen te verbinden zodat

een gesloten binnenkoer ontstond. Het huidige

uitzicht gaat evenwel bijna volledig terug op een

coherente, doordachte verbouwing uit 1890.

In 1911 volgde nog een verbouwing die vooral

bestond uit het terugdringen van de woonfunctie

ten voordele van fabrieksruimte. Daardoor werd

een 45,68 m lange gevel gecreëerd. Die gevel

langs de Ieperstraat werd in 1919 bepleisterd.

Manufacture de tabacs

232 Menin

In 1932 kocht nestor D’Heygere de gebouwen.

Onder de naam Manufacture de tabacs 232

Menin kende het tabaksbedrijf een grote bloei.

Die naam prijkt nog altijd prominent op de

toegangspoort aan de kant van de binnenkoer.

De familie D’Heygere leidde de tabaksfabriek tot

in 1991. In datzelfde jaar kwam het gebouwencomplex

op de lijst van beschermde gebouwen.

In 1995 kocht de stad Menen de oude tabaksfabriek

voor 8,5 miljoen Belgische frank.

Ivan Vandekerkhove: ‘In 2003 wou de stad het

complex verkopen, maar geen enkele promotor

bleek geïnteresseerd. We zijn uiteindelijk met

een publiekprivate samenwerking voor de dag

gekomen. Een samenwerking tussen het Meense

Woonbedrijf en projectontwikkelaar Vanhaerents

uit Torhout. De projectontwikkelaar pakt ook de militaire

hospitalen van Antwerpen en Oostende aan.

Daarbij vergeleken is ons project klein bier, maar

het geeft ons natuurlijk vertrouwen in de firma.

We willen van de site een kwalitatief wooncomplex

maken, een idee dat kadert in de visie om

opnieuw meer mensen in de binnenstad te laten

wonen. Bij het project blijft de stad eigenaar van

de straatkant aan de Ieperstraat. Daar zou een

stijlvolle brasserie komen op de eerste verdieping

waarbij we het plafond willen openbreken zodat

de oude dakgewelven zichtbaar worden. Zoals

we met succes in het stadhuis gedaan hebben.’

eerste lofts in Menen

‘Daarnaast worden er 15 woningen gecreëerd.

Dat worden uiteenlopende woningtypes voor

gezinnen met en zonder kinderen. Alle woningen

zullen voorzien zijn van een tuin of terras.

Daarvoor moeten we enkele historisch onbelangrijke

constructies slopen aan de achterkant

en de zijkant van het complex. De binnenkoer

wordt een rustpunt binnen het complex. De koer

krijgt een semi-publiek karakter, wat betekent

dat bezoekers overdag kunnen binnenwandelen,

maar dat de poort ’s avonds gesloten wordt.

Om de rust van de binnenkoer te garanderen,

mogen er geen auto’s parkeren. De bewoners

zullen via een aparte inrit een parkeerzaal

bereiken.

Omdat de fabriek vooral uit stapelruimtes bestaat

hebben we natuurlijk de mogelijkheid om een

aantal lofts uit te werken. Bij mijn weten zijn

dat de eerste lofts in de stad Menen. Daarvoor

is er dus zeker belangstelling. naast deze lofts

komen er ook appartementen, duplexwoningen

en de oude priorij uit 1684 met zijn monumentale

trap blijft als één woonhuis behouden. De

woningen worden verkocht tegen prijzen die

tussen 140.000 en 260.000 euro liggen. Het is

de bedoeling dat het complex in de tweede helft

van 2009 klaar is.’

Lieven Vanmarcke


open MonuMentendag 2007 / 36

Vijf Voor twaalf

in de rubriek Vijf voor Twaalf volgen we al jaren wat er zich allemaal afspeelt met monumenten en gebouwen

die leeg komen te staan of in verval raken. we kunnen niet ontkennen dat er de laatste jaren heel wat

inspanningen werden gedaan om grote complexen – al of niet beschermd – van een nieuwe (woon)bestemming

te voorzien. ook positieve voorbeelden – gebouwen die gered worden of zijn van de sloop – vind je hierna. iets

wat we alleen maar toejuichen. toch is het werk nog niet af en zal het wellicht ook nooit af zijn. steeds komen

er nieuwe gevallen van bouwwerken bij die een grote historische waarde hebben, maar omwille van allerlei

redenen niet meer kunnen of willen worden gebruikt.

openluchtzweMbad

spiere

Vlaams minister van Monumenten en Landschappen

Dirk Van Mechelen liet in mei van dit jaar

het openluchtzwembad van Spiere voorlopig

beschermen. Eind 2008 neemt de minister een

beslissing over de definitieve bescherming van de

site. De faciliteitengemeente Spiere-Helkijn hoopt

op termijn de plaats, waar nu enkel nog een ruïne

staat, om te toveren tot een onthaalruimte voor

toeristen. Het bouwwerk was aanvankelijk opgericht

als proefstation voor het zuiveren van water.

De zwaar vervuilde Zwarte Spierebeek zorgde

toen voor grote vervuiling. De oorzaak was de lozing

van afvalproducten door Franse scheikundige

fabrieken. Koning Leopold III kwam in 1937 het

complex officieel openen. In de jaren vijftig van de

vorige eeuw werd hier een laatste keer gezwommen

door de bewoners van Spiere en omringende

gemeenten. In 2003 was de site nog eigendom

van Lenoir-Samain. De gemeente Spiere-Helkijn

huurde de grond voor een symbolische euro

en werd daarna rechtmatige bezitter. Toch ging

het sinds de laatste zwembeurt bergaf met de

waardevolle site. Enkel de niet vergankelijke

delen zijn bewaard. Wie er een kijkje gaat nemen,

ziet aan de stijlkenmerken dat het gebouw uit

het interbellum stamt. Dat is op te maken uit de

materialen, zoals metalen schrijnwerk, beton en

metalen buitentrappen. Het openluchtzwembad

is één van de weinige overgebleven bouwwerken

uit die periode. De gemeente wil het complex

laten restaureren en er een onthaalruimte voor

toeristen te maken. Er passeren hier wandel- en

fietsroutes. Ook denkt het gemeentebestuur aan

een permanente tentoonstelling in het zwembad.

sint-aMelbergakerk

bossuit

Tijdens een zware voorjaarsstorm vielen er

brokstukken van de Sint-Amelbergakerk in Bossuit

naar beneden. De kerk is al een tijdje aan

restauratie toe, maar daar blijkt geen geld voor te

zijn. Bisschop Roger Vangheluwe besloot na het

lezen van het herstellingsdossier om de kerk niet

meer te gebruiken voor de eredienst. De Sint-

Amelbergakerk werd ingewijd in 1866. Ze kreeg

in 1924 een laatste renovatiebeurt. De toestand

van het gebouw is meer dan zorgwekkend. De

kerk is eigendom van de gemeente. Die liet uitrekenen

dat de factuur van de herstellingen bijna

280 000 euro zou bedragen. Wat er nu met het

gebouw zal gebeuren is nog niet echt duidelijk.

Wel is zeker dat het kerkhof niet verdwijnt.

postgebouw grote Markt

kortrijk

Het postgebouw op de Grote Markt in Kortrijk krijgt

een nieuwe bestemming. De vennootschap nV Belgian

Post Kortrijk kocht het complex en de kopers

denken aan een mix van wonen en ontspannen.

Sint-Amelbergakerk Bossuit

Houtzagerij, jacques Castelein van Isocab uit

Bavikhove en joseph Valcke, een Kortrijkse

projectontwikkelaar, verenigd in de nV Belgian

Post Kortrijk. De vraagprijs was 3,25 miljoen

euro, maar de aankoopprijs lag wellicht een

stuk hoger. Momenteel overleggen de kopers

met het stadsbestuur wat er met het grote

postmonument allemaal mogelijk is. Maar het

blijkt niet de bedoeling om er alleen maar een

winkelruimte of een appartementscomplex van

te maken. Er wordt gedacht aan een combinatie

Openluchtzwembad Spiere

Het grote post- en telefoongebouw werd officieel

geopend in 1906. Tijdens de Tweede

Wereldoorlog kreeg het zware klappen. Het

bombardement van 21 juli 1944 legde het plat,

maar daarna werd het weer opgebouwd. Omdat

de onderhoudskosten maar bleven oplopen en

omdat het gebouw niet aangepast is aan de

moderne noden, besloot de directie van De

Post het pand van de hand te doen. Aanvankelijk

waren er zeventien kandidaten. Uiteindelijk

waren het drie industriëlen die het haalden,

namelijk Philip Vlieghe van de Harelbeekse

Postgebouw Grote Markt Kortrijk

van cafés, restaurants, winkels en woon- en/

of werkgelegenheden. Of de site in zijn huidige

vorm blijft staan, is nog niet geweten. De werken

zouden nog dit najaar van start gaan.

fabriek de stoop kortrijk

Aan de Spinnerijkaai langs het kanaal Bossuit-

Kortrijk ligt Stoopsfabriek. Deze fabriek werd kort

na 1900 opgericht als Tissage et Filature Camile

De Stoop. Wat zoveel wou zeggen als de weverij

en de spinnerij van textielbaron Camiel De Stoop.

In het interbellum vervingen de eigenaars de

spinnerijactiviteiten door een textielververij en de

naam veranderde in Tissage et Teinture le Canal.

Sinds de laatste gebruiker, Belkon Fibers in 1996

de boeken neerlegde, was de fabriek aan het

verkommeren. Tot enkele investeerders brood

zagen in de renovatie. Ze verenigden zich in de

nv Manchester.

Het rechthoekige gebouw (100 bij 30 meter) is

een voorbeeld van de industriële imitatiestijl van

Fabriek De Stoop Kortrijk

rond de eeuwwisseling. Het is de bedoeling dat

de Engelse architectuur behouden blijft bij de

vernieuwing. Dat kan ook niet anders want het

gebouw is beschermd en Monumenten en Landschappen

laat daarom maar bepaalde veranderingen

toe. In de ruimte komen een veertigtal

lofts en drie kantoren. Zowel op de eerste als op

de tweede verdieping komen er 19 woonruimtes,

elk met een gemiddelde oppervlakte van 130 m 2 .

Om geen tekort aan licht te hebben, maakt men

het dak open. Ook krijgt elke loft een balkon.


open MonuMentendag 2007 / 38

In een eerste fase werden de gevels schoon

gemaakt en het metselwerk van de 50 cm dikke

buitenmuren opnieuw gevoegd. Voor de fabriek

stonden nog enkele bijgebouwtjes, maar die zijn

met de grond gelijk gemaakt om plaats te maken

voor een groene zone.

toren sint-aMandscollege

kortrijk

De collegetoren, die sinds jaar en dag één van

de vaste punten aan de skyline van Kortrijk is,

verdwijnt in zijn huidige vorm. Een bouwpromotor

wil de toren inkorten tot vier bouwlagen en op de

zone van het priesterkwartier een bouwwerk met

48 flats laten oprijzen.

Een grondige aanpak van dit met zijn 58 meter

hoogste gebouw van de stad dringt zich immers

al een tijdje op. De terugval van het aantal

internen en de strenge brandweervoorschriften

zorgden ervoor dat vier vijfden van de toren leeg

staat. Zelfs Wim Opbrouck kreeg – toen hij er zijn

intrek nam om aan het boek ‘Kortrijk in zeven

dagen’ te werken – geen toelating om in één van

de bovenliggende etages te overnachten.

De toren werd eind de jaren zestig opgericht en

Toren Sint-Amandscollege Kortrijk

is eigendom van de vzw Sint-Amandscollege.

Hij was oorspronkelijk bedoeld om een 300-tal

scholieren te slapen te leggen. Het bouwsel telt

18 verdiepingen en is gelegen aan de oevers

van de Leie. Het niet vinden van een herbestemming

voor het oude internaatgebouw leek ons in

strijd met de bouwdynamiek die de laatste jaren

door de Groeningestad straalt. Omdat de vzw

niet met het uitvoeren en het betalen van instandhoudingwerken

bezig wilde blijven, vroeg

ze in 2004 aan de intercommunale Leiedal om

samen met de stad na te denken over wat er

met de toren aan te vangen viel. Uit de studie

kwam de denkpiste om een aantal duplexappartementen

op de verdiepingen te bouwen.

Medio 2005 sloten de vzw Sint-Amandscollege

en het Stadsontwikkelingsbedrijf Kortrijk (SOK)

een overeenkomst met als doel het selecteren

van een promotor voor de herbestemming van

het torengebouw. Wel werd één voorwaarde

weerhouden, namelijk dat de ontwikkelaar

rekening hield met de schoolse activiteiten van

het college. Leuk voor het dossier was dat de

Vlaamse Overheid ondertussen een procedure,

onder impuls van minister van Onderwijs Frank

Vandenbroucke, lanceerde voor een alternatieve

financiering van schoolgebouwen. Iets waar het

Sint-Amandscollege in aanmerking voor komt.

De initiatiefnemers lanceerden in oktober 2005

het dossier bij investeerders en ontwikkelaars.

36 vroegen het technisch dossier op. Zes

voorstellen werden ingediend, waarna aan drie

groepen gevraagd werd een meer gedetailleerd

voorstel uit te werken. Een jury, met daarin

naast vertegenwoordigers van onder andere de

Stad Kortrijk en Vlaams bouwmeester Marcel

Smets, kozen het voorstel van de groep rond

aannemer Van Roey uit Rijkevorsel. De ontwerpers,

waarbij ook de architecten A&J Demeyere

uit Kortrijk en Monument Vandekerckhove uit

Ingelmunster, houden maximaal rekening met

de vraag van de school om op haar eigen campus

verder uit te breiden. Daarnaast zou tevens

het gezicht van de school aan de Leieoevers behouden

blijven. Tijdens de voorstelling van het

project opperde de Vlaamse bouwmeester om

in het nieuwe wooncomplex plaats te voorzien

voor kunstenaars. Bij de voorstelling van het

project rees even de vraag of men in Wevelgem

niet moeilijk zou doen. De toren ligt immers nog

dichter bij de luchthaven dan het destijds door

het architectenbureau Degezelle geopperde

bouwwerk aan het station van Kortrijk. Dat

bleek niet te kunnen omdat de torenflat in de

aanvliegroute van het vliegveld zou liggen.

Presentatiebeelden van de nieuwe collegetoren.

Project: Philippe SAMYN and PARTNERS

Tekening: POLYGON graphics cvba

banMolens harelbeke

De banmolens van Harelbeke kunnen niet ontbreken

in deze brochure over wonen. In dit prachtige

pand, gelegen in de Watermolenstraat tussen de

oude en de nieuwe Leie, werd drie jaar gewerkt.

In het gebouw zijn er nu negen authentieke

appartementen van 118m² tot 250 m². In plaats

van de molenaarswoning kwam een nieuwbouw

met garages. In het bouwwerk werden heel wat

authentieke elementen verwerkt. Een vroegste

vermelding van de molens stamt uit 1128. In een

oorkonde die stamt uit die tijd staat te lezen dat

Clémence, de gravin van Vlaanderen, jaarlijks een

hoeveelheid graan afkomstig van de molens van

Harelbeke aan de proosdij Sint-Amand in Kortrijk

schenkt. Wie de molens liet optrekken is niet echt

duidelijk. Wel is zeker dat er al in de 12de eeuw

daar heel wat activiteit was. Uit geschriften blijkt

dat de molens toen al bekend stonden als de

Banmolens. Het was de graaf die rond de plek een

ban had gelegd, wat wil zeggen dat hij het gezag

over dat gebied droeg. Er wordt aangenomen

dat de ban vijf kilometer bedroeg (= de banmijl).

Al de granen die zich in die omtrek bevonden

moesten door de banmolen gemalen worden. Wie

zijn graan elders bracht, liep het risico op zware

lijfstraffen. Ook mout voor brouwerijen, olie en

schors, mochten alleen door de watermolens

worden afgeleverd. Deze verplichtingen bezorgden

de graaf een rijk inkomen. De molens werkten

lange tijd optimaal, maar in 1770 al bleek het

metselwerk er beroerd aan toe. Het houtwerk

Banmolens Harelbeke

Woonproject Menen

was aan het rotten en het ijzerwerk roestte. Door

de toenemende scheepvaart, het vlasroten en

de blekerij van linnen kwamen er steeds meer

conflicten met de molenaars, die het water al te

dikwijls moesten ophouden om de raderen te laten

draaien. Tijdens de Franse Revolutie werden de

banmolens aangeslagen als nationaal goed en

viel de uitbating quasi stil. Een jaar na de Franse

overheersing werden de molens verkocht. Daarna

werd niet meer gesproken van banmolens, maar

van vrije banmolens. Blijkbaar was de verplichte

ban weggevallen, wellicht onder meer door het

ontstaan van de windmolens. na 1836 werden de

nieuwe gebouwen van een stoomkamer om een

stoommachine te plaatsen. na de WO II werden de

gebouwen ingenomen door de civiele bescherming

tot de eens zo trotse banmolens veranderden in

een troosteloze vervallen ruïne. De Lofting Groep

uit Gent schreef het jongste woonverhaal.

woonproject Menen

In de Stationsstraat in Menen werden twee oude

en vervallen rijhuizen omgebouwd tot twee

ultramoderne gezinswoningen. Het project is één

van de vele woon- en verfraaiingprojecten die

in Menen op stapel staan. De initiatiefnemer is

het Meense woonbedrijf. Het woonbedrijf is een

autonoom gemeentebedrijf dat werd opgericht

met de bedoeling de binnenstad aantrekkelijker te

maken. Dat moet gebeuren door het aanpakken

van leegstaande en verkrotte panden en door het

geven van een nieuwe bestemming aan onaange-

paste kleine woningen. Tot nu werden al tientallen

dergelijke panden met de grond gelijk gemaakt.

Door die aanpak kwamen er al een honderdtal

nieuwe inwoners bij in Menen. Dat is opmerkelijk

want in de twintig jaar daarvoor daalde het aantal

inwoners keer op keer.

De twee huisjes in de Stationsstraat zijn een

voorbeeld van de vernieuwende aanpak. De

panden ontsierden het straatbeeld en het

woonbedrijf besloot in te grijpen. Dankzij een

geslaagde publiekprivate samenwerking staat

er nu een architecturaal hoogstandje. Beide

woningen hebben een garage, iets wat in Menen

verplicht is. In de woningen is er een kruipkelder

en een verhoogd terras met een trap naar een

lager gelegen ommuurd stadstuintje. Binnenin

koos de ontwerper voor zwevende niveaus. Ook

werden er grote ramen aangebracht. Opdat het in

de zomer niet te warm zou worden, bracht men

een langs de straatzijde moderne zonnewering

aan. De twee huizen werden volledig afgewerkt

te koop aangeboden. Aannemer Koen Devolder

uit Ardooie bracht het ene aan de man, terwijl het

andere door het woonbedrijf via een inschrijvingsprocedure

werd verhandeld. Geïnteresseerden

konden op 10 maart van dit jaar een kijkje

nemen. Het bouwbedrijf wil ook in de Moeskroenstraat

een gelijkaardig project op poten

zetten. Daar zou het om appartementen gaan.

Christophe Maertens


open MonuMentendag 2007 / 40

focus Van uit in regio kortrijk

de rubriek focus is een eigenzinnige selectie van de redactie uit het programma van open Monumentendag

Middeleeuwse crypte

De stad Kortrijk heeft vier middeleeuwse kelders.

Op de hoek van de Grote Markt ligt een crypte

onder het appartementsgebouw waar vroeger

de Grand Bazar stond. De kelder werd al in

1983 beschermd. De crypte, bijna 100 m 2 groot,

kan je zien via een glazen koepel (kant Grote

Markt). De eigenlijk ingang ligt pal tegenover de

dienstingang van het Kortrijkse postgebouw in de

Doornikstraat.

“Middeleeuwse kelders zijn historisch belangrijk

omdat ze restanten zijn van stenen huizen”, zegt

Vincent Debonne, die een studie maakte van de

middeleeuwse kelders in Kortrijk. Eén van de

vier tot op heden bekende kelders is deze onder

de vroegere Grand Bazar. Bij de vondst ervan in

1955 en de bouw van de GB in 60, is geprobeerd

de kelder een andere look te geven. De GB

gebruikte de kelder als groenten- en fruitafdeling.

je kon er met de roltrap naartoe. Vermoedelijk

was hij vroeger ook een opslagplaats van

goederen. Boven de kelder stond een huis. “Die

koopman moet heel rijk geweest zijn”, zegt

Debonne. Bij de bouw van het huidige appartementsgebouw

eiste Monumenten en Landschappen

dat de kelder toegankelijk zou blijven. Maar

de bouwheer stoorde zich daar niet aan. nadien

is onderhandeld met de eigenaar (het pensioenfonds

van de KBC) en is de crypte op aanvraag

én met gids open voor het publiek. De stad

betaalt daarvoor symbolisch één euro per jaar.

Kortrijk telt nog drie andere middeleeuwse kelders.

Deze onder het stadhuis is geen voorbeeld

van goede restauratie, ondanks de bescherming.

De andere ligt onder de Patria (nu Acerta) op de

Grote Markt. De vierde vind je onder de gebouwen

van de Federale Verzekering in de Leiestraat

en is evenmin toegankelijk.

" de crypte is op open Monumentendag

toegankelijk van 10 tot 12 uur en van

14 tot 18 uur. gratis toegang.

wonen in de rokerskroeg of de tabagie

In de 17de eeuw was de gebruikte tabak ongegiste

tabak en kleine deeltjes bleven in de mond en

moesten uitgespuugd worden. Dit was soms een

vuile bedoening. Anderzijds was vuur maken om

de pijp te roken in de houten huisjes ook niet altijd

mogelijk en bepaalde gemeentebesturen verboden

te roken op straat om eventueel brandgevaar

te voorkomen. De vrouw stuurde de mannelijke

rokers dan maar naar de kroeg op de hoek.

Die kroegen, ook rokerskroegen of tabagies

genoemd, waren verzamelplaatsen waar bier

drinken, een pijpje paffen en vrouwelijk schoon

altijd samen gingen. De rookhoek was aangeduid

door het zand dat op de grond lag en ’s avonds

gekeerd werd. Hier waren ook gemeenschappelijke

raspen aanwezig om de tabak te snijden en

het pijpje te stoppen. De resten van de o zo broze

kleipijpjes lagen op de grond. En de koppelaarster

zorgde ervoor dat de mannen in contact

bleven met het vrouwelijk schoon.

Die samenkomsten in de tabagies vind je ook

illustratief terug op de doeken van onze genreschilders

uit de 17de eeuw. Van Teniers de jongere

over Steen tot en met Brouwer. Eenvoudig

ingerichte zaaltjes met primitief meubilair, weinig

of geen vensters, met een aantal bierkelders en

zeer weinig daglicht.

In het museum wordt op Open Monumentendag

aandacht geschonken aan deze oorden van

verderf, die echter een belangrijke rol speelden

in het dorpsleven. Aan de hand van schilderijen

en accessoires wordt die vorm van historische

wooncultuur geïllustreerd.

In de 19de eeuw, ten tijde van de romantiek,

grepen kunstenaars ook terug naar die rokerskroegenperiode

door rookattributen en andere

kleinood te illustreren met tabagietaferelen. Ook

wel actueel, waar rokers nu ook ‘geleid’ worden

naar bepaalde plaatsen in de kroeg of ’t café…

" het nationaal tabaksmuseum is op

9 september toegankelijk van 10 tot

18 uur. gratis toegang.

fietszoektocht: de taeye/taaie tour

Een fietszoektocht van 32 km met routefolder en

wedstrijdformulier brengt je langs tien Waregemse

woonwijken die gerealiseerd werden door

huisvestingsmaatschappijen als Helpt Elkander,

Mijn Huis en de Nationale Maatschappij voor

Kleine Landeigendom. Er zijn prijzen te winnen!

Randanimatie (14 tot 18 uur) en info aan het

stadhuis.

de tien woonwijken

Villapark – Ruitersdreef

Het eerste groepsbouwproject van de nationale

Maatschappij voor Kleine Landeigendom werd in

Waregem aangevat in 1955. Met de aanleg van

de tuinwijk het Villapark werd voor 56 gezinnen

de mogelijkheid gecreëerd om een eigen woning

te kopen: een bescheiden witte villa, in landelijke

stijl, gelegen in een rustige en groene omgeving.

Torenhof – Torenlaan

Het Torenhof is de grootste verwezenlijking van

de Waregemse lokale huisvestingsmaatschappij

Helpt Elkander. Dit collectieve woningproject

werd tussen 1965 en 1977 in verschillende

bouwfasen gerealiseerd. naast moderne rijwoningen,

deden diverse voor Waregem nieuwe

bouwtypes, zoals de duplexwoning, de patiowoning

en de hoogbouw, hun intrede in het

Torenhof.

Veertig Huizen en nieuwhuizen

jozef Duthoystraat

Deze wijk, in de volksmond bekend als de Veertig

Huizen, was het eerste project van collectieve

woningbouw van Helpt Elkander. Deze bouwmaatschappij

werd in 1922 opgericht om

een oplossing te bieden voor het heersende

woningtekort. De woningen kregen een traditionele

vormgeving met een expliciet gebruik van

rondbogen. Een centrale rondboog geeft toegang

tot een achterliggend deel van de wijk.

Wijk nieuwenhove – Sint-Margrietstraat

De wijk nieuwenhove werd gerealiseerd door de

huisvestingsmaatschappij Helpt Elkander tijdens

de jaren ‘50 en ‘60. De vier bouwfasen zijn van

elkaar te onderscheiden door hun verschillende

stijlen en typologie, gaande van rijwoningen en

kleine huisjes voor ‘ouden-van-dagen’ in traditionele

vormgeving, tot moderne, tijdsgebonden

bel-etagewoningen met platte daken.

Tomberg

na een aantal kleinere bouwprojecten in

Beveren-Leie te hebben gerealiseerd, startte de

huisvestingsmaatschappij Mijn Huis in 1961 met

de bouw van 25 woonhuizen aan het begin van

de Tomberg. In de jaren ‘70 volgde, eveneens

door Mijn Huis, een uitbreiding in twee fasen

waardoor de Tomberg de grootste woonwijk van

deze deelgemeente werd.

Rodenbachwijk

De 34 woningen van de Rodenbachwijk werden

gerealiseerd door Mijn Huis, een Samenwerkende

Maatschappij voor Goedkope Woningen

waarbij de gemeente Desselgem zich in 1949

aansloot. De negen huizengroepen staan ingeplant

rond twee groene pleintjes, waardoor eind

jaren ‘50 een rustige woonwijk gecreëerd werd.

Eerder had Mijn Huis reeds de huizenrijen aan de

Leopold III- en Boudewijn I-laan gebouwd.

De nieuwe Wijk – De Taeyelaan

Midden jaren ‘60 werden de werken aangevat

voor de grootste realisatie van de huisvestingsmaatschappij

Mijn Huis in Desselgem. naast

gezinswoningen werden er ook drie appartementsblokken

en enkele bejaardenhuisjes

opgericht. In deze wijk ligt ook de De Taeyelaan,

genoemd naar de minister die zorgde voor de

succesrijke staatsbouwpremie. Hoewel intussen

reeds heel wat nieuwe wijken gerealiseerd

werden, blijft men in de volksmond spreken van

de nieuwe Wijk.

Rozenhof

De woonwijk Rozenhof is een project van de

huisvestingsmaatschappij Helpt Elkander uit de

jaren ‘60. Een deel van de woningen werd gebouwd

met ‘belofte van aankoop’, een methode

waarbij iedereen, door belegging van de eigen

spaarcentjes, en met behulp van de bouwpremies

van staat, provincie en gemeente, eigenaar

kon worden van een eigen woning, uitgerust met

modern comfort als een badkamer.


open MonuMentendag 2007 / 42

Bilkhage – Bilkhagelaan

De nationale Maatschappij voor Kleine Landeigendom

kocht in 1961 grond aan op de wijk Bilkhage

voor de oprichting van een project van 43

woningen, die in twee fasen gebouwd werden.

De witgeschilderde alleenstaande en gekoppelde

huizen passen in de traditie en stijl van de

nMKL, die het wonen in een landelijke, groene en

rustige omgeving trachtte te stimuleren.

Gaverke – Tjollensstraat

Op de wijk het Gaverke werden, verspreid over

verschillende bouwfasen, ruim 125 woningen

opgericht op initiatief van de huisvestingsmaatschappij

Helpt Elkander. Een aantal van deze

woningen zijn kleine, witgeschilderde bejaardenhuisjes

in traditionele stijl.

" fietszoektocht van 32 km. routefolder

en wedstrijdformulier te verkrijgen in

het stadhuis van waregem.

Van art deco tot art nouVeau

In Groot-Menen gaat alle aandacht naar het

bouwkundig erfgoed. De bezoeker krijgt de kans

om kennis te maken met een aantal opmerkelijke

woningen, in het bijzonder gevels. Heel specifiek

willen de organisatoren de invloeden van art

deco en art nouveau in de kijker zetten.

De selectie van de woningen, gevels gebeurde op

basis van de publicatie Bouwen door de eeuwen

heen in Vlaanderen’.

In opdracht van het Ministerie van de Vlaamse

Gemeenschap stelde de Afdeling Monumenten

en Landschappen van het Vlaams Instituut voor

Onroerend Erfgoed een inventaris op van het

bouwkundig erfgoed van de stad Menen en de

deelgemeenten Lauwe en Rekkem.

Alle straten van de stad werden geprospecteerd.

De samenstellers fotografeerden het erfgoed

en beschreven het aan de hand van fiches. Alle

gegevens zijn gebundeld in een dikke publicatie,

met 680 items en 129 straatinleidingen.

Het opzet van deze inventarisatie is viervoudig.

Vooreerst vormt hij het uitgangspunt voor de

lijsten van de te beschermen monumenten,

stads- en dorpsgezichten. Vervolgens wil hij een

hulpmiddel zijn voor het uitstippelen van het gemeentelijke

beleid betreffende het architecturaal

patrimonium. De publicatie bevat ook een schat

aan informatie voor de betrokken diensten voor

de opmaak van bpa’s en bouwvergunningen. Ook

voor het culturele domein is deze inventaris van

groot belang, onder meer voor de werking van

de stadsgidsen en de heemkring. Ten slotte is de

gids een uitgangspunt voor verder wetenschappelijk

onderzoek.

Deze inventaris kan je bestellen bij het Vlaams

Instituut voor het Onroerend Erfgoed, Koning

Albert II-laan 19, 1000 Brussel, 02-553.16.50.

De gegevens uit de databank van de Inventaris

Bouwkundig Erfgoed zijn ook beschikbaar op de

website van de Afdeling Monumenten en Landschappen:

www.monument.vlaanderen.be.

Het Schippershof

Centraal informatiepunt is het Schippershof.

Het Schippershof (18de eeuw) was vroeger een

herberg voor schippers en een rustplaats voor

de paarden die de barges op de Leie trokken.

Vandaag herbergt dit historisch pand het stadsmuseum

met diverse tentoonstellingsruimtes, de

toeristische dienst van Menen en een café.

geleide wandelingen vertrekken om 10,

" 14 en 16 uur aan ‘t schippershof.

Voor de franstalige bezoekers start

de wandeling om 14 uur.

de geleide fietstocht vertrekt om

" 14.30 uur aan ’t schippershof.

" in de academie voor beeldende

kunsten, bruggestraat Menen en in

het cultuurcentrum, wevelgemstraat

in lauwe lopen van 10 tot 18 uur

exposities van bouwplannen uit het

stedelijk archief en foto’s rond het

thema wonen.

agenda

open MonuMentendag 07

in regio kortrijk

zondag 9 septeMber

CEnTRAAL InFORMATIEPUnT

FOCUS VAn UIT In REGIO KORTRIjK

TOEGAnKELIjK VOOR ROLSTOELGEBRUIKERS

Rolstoelgebruikers kunnen ook kijken op www.toegankelijkvlaanderen.be voor meer info

Alle gebouwen zijn toegankelijk van 10 tot 18 uur, tenzij anders vermeld. Dit programma bevat de gegevens zoals die door

de locale comités werden overgemaakt. Het secretariaat is niet verantwoordelijk voor eventuele onnauwkeurigheden.

Er kan niet gegarandeerd worden dat de opengestelde gebouwen of sites met het symbool ‘rolstoelgebruikers

toegankelijk’ in hun geheel toegankelijk zijn. Voor meer duidelijkheid wend je je best tot het centrale informatiepunt

van de gemeente in kwestie.


open MonuMentendag 2007 / 44

aVelgeM

stadhuis aVelgeM: prinsenhof

KORTRIjKSTRAAT 8, AVELGEM

Activiteit

" Fototentoonstelling Wonen in Avelgem, vroeger en nu

" Start fotozoektocht per fiets. In deze zoektocht worden alle opengestelde

monumenten opgenomen en wordt er aandacht besteed aan de

verschillende woonvormen in Avelgem.

Villa huib hoste ZIE OOK PAGInA 18

OUDEnAARDESESTEEnWEG 80

Dit landhuis is een vroeg werk van de internationaal erkende architect Huib

Hoste. Hij slaagde erin de principes van het modernisme, in het bijzonder de

Stijlbeweging op een persoonlijke manier te interpreteren. Het huis bestaat

uit eenvoudige repetitieve vormen en prachtige kleurenpatronen. Vooral de

trapconstructie spreekt tot de verbeelding.

Activiteit

Doorlopend rondleidingen en een tentoonstelling over de kleuren-

" analyse van de villa

regionaal archeologisch MuseuM

RIjTSTRAAT 4, WAARMAARDE

Het museum geeft een overzicht van de bewonersgeschiedenis van het

Paleolithicum tot en met de Merovingische tijden. De nabijgelegen site

biedt visualisaties van plattegronden uit de 1ste en 3de eeuw.

Activiteit

" Rondleidingen (10 / 12 / 14 / 16 uur) en tentoonstelling Wonen in de

Scheldevallei door de eeuwen heen

" Geleide bezoeken aan de archeologische site (11 / 13 / 15 / 17 uur)

poMpstation bossuit

DOORnIKSESTEEnWEG 402, BOSSUIT

Het station (1860) pompte water op uit de Schelde om het kanaal te voeden.

naast de bestaande beddingen kwam er in de jaren ’70 een nieuw traject

en een nieuw pompgebouw. Sinds 1999 is in het gerenoveerde oude gebouw

(de oude pompen zijn nog te zien) de VVV West-Vlaanderen gevestigd.

toMbeelMolen

MOLEnSTRAAT 41B, OUTRIjVE

Deze als monument beschermde bergmolen uit 1923 is het enige bewaarde

exemplaar in de Scheldevallei. Als jongste molen van Vlaanderen maakt hij

ook de brug tussen de eeuwenlange houten molentraditie en het gebruik van

moderne materialen, zoals ijzer (in het kruiwerk en de stalen koningsas).

Activiteit

Doorlopend rondleidingen en presentatie van de dvd over de verbou-

" wingswerken aan de molen

VoldersVeld kerckhoVe

KRUISSTRAAT 14, KERKHOVE

Imposant historisch hoevecomplex van een middeleeuwse heerlijkheid met

woonhuis met gotische schoorsteen, ingangspoort en walgracht. De hoeve

is sinds 1985 als monument en dorpszicht beschermd.

Activiteit

"

Doorlopend rondleidingen en tentoonstelling

deerlijk

MuseuM rené de clercq

REné DE CLERQSTRAAT 8, DEERLIjK

Het museum is het geboortehuis van de dichter René De Clercq

(1877 – 1932). Het gebouw dateert uit 1790 en is beschermd.

Activiteit

"

Doorlopend rondleidingen en demonstratie van de klederdracht van toen

harelbeke

stedelijk MuseuM Voor pijp en tabak

MARKTSTRAAT 100, HARELBEKE

Het Pijp- en Tabaksmuseum is gehuisvest in een oud herenhuis uit 1771. De

gevel is redelijk strak en heel symmetrisch. Maar het sierlijke balkon met

raam verraadt al een beetje de rijke interieurs die je er binnenin vindt. De

centrale inkomhal is in marmer, er is een prachtig rococosalon en helemaal

boven is er een volledig houten zolder.

Activiteit

Doorlopend rondleidingen

" Start geleide wandeling

" over de verschillende

woonvormen (10u30 /

14u30 / 16u30)

Fotozoektocht over de

" verschillende woonvormen

vroeger en nu

met aandacht voor de

verschillende architectuurstijlen

(voor gezinnen

met kinderen)

woonboot sacré coeur

VRIjDOMKAAI 30, HARELBEKE

Op zoek naar alternatieve woonvormen kom je in Harelbeke langs de Leie

het schip de Sacré Coeur tegen. Dit Hollands Diep uit de jaren ’30 bouwde

Kurt Mestdagh om tot een woonboot met alle comfort. Zijn bedrijf Perfect

Day heeft een ganse expertise in het ombouwen van oude schepen. Zie ook

www.woonboot.be

Activiteit

"

doorlopend rondleidingen

peter benoitMuseuM

MARKTSTRAAT 55, HARELBEKE

Het geboortehuisje van Peter Benoit neemt je terug naar het begin van de

19e eeuw. Het is een arbeidershuisje met huisraad uit die tijd. je vindt er

ook het Peter Benoitmuseum.

Activiteit

"

Doorlopend rondleidingen


open MonuMentendag 2007 / 46

kortrijk

Middeleeuwse huiskelder

HOEK GROTE MARKT En DOORnIKSESTRAAT, KORTRIjK

Deze middeleeuwse kelder werd ontdekt bij de bouw van de Grand Bazar

in 1955. Deze ruimte meet 12,25 op 7,44 m en is overspannen door een

kruisgewelf. Het dominante bouwmateriaal is Doornikse kalksteen.

Activiteit

"

Doorlopend rondleidingen tussen 10 en 12 uur en van 14 tot 18 uur

baggaertshof

SInT-jAnSSTRAAT 37, KORTRIjK

jossine Baggaert, dochter van een welstellende koopman, liet in 1638 de

13 huisjes inrichten als woningen voor arme vrouwen. In de 19de eeuw

kwam het complex onder het bestuur van de Burgelijke Godshuizen. Er

bevindt zich een uitgebreide kruidentuin en een kapel uit de 17e eeuw.

Activiteit

"

Doorlopend rondleidingen tussen 10 en 12 uur en van 14 tot 18 uur

berg Van barMhartigheid & woonhuis superintendant

OnZE-LIEVE-VROUWESTRAAT 45, KORTRIjK

Van 1630 tot 1920 deed de berg dienst als pandjeshuis. Momenteel is de

erfgoedcel van Kortrijk er gehuisvest.

Activiteit

Doorlopend rondleidingen tussen 10 en 12 uur en van 14 tot 18 uur

" Tentoonstelling met werk van Debrabandere

" Vito-ontbijt met vertellingen en educatief spel voor kinderen

" vanaf 6 jaar ( 9 uur – € 3).

kortrijk 1302 / streekbezoekerscentruM

BEGIjnHOFPARK, KORTRIjK

In dit museum gelegen in de Groeningeabdij maak je kennis met de verblijfplaatsen

van Filips de Schone, het buitenverblijf van paus Bonifatius VIII, de

burchten van Gwijde van Dampierre, Brugge in 1302, …

Activiteit

" Kortrijk in beeld.

Evolutie van het stadsbeeld en de bewoning

vanaf de 16e eeuw tot heden. Aan de ingang wordt de slaapkamer

van een zuster Arme Klare gereconstrueerd.

" Ieder half uur start de geleide wandeling Wonen in historisch

Kortrijk met aandacht voor de stadsgrenzen, verschillende

woonvormen, de woning van Guido Gezelle …

" Via de vrije wandeling Stappen langs 13 monumenten krijg je een

zicht op enkele prachtige gebouwen en monumenten met elk hun

eigen verhaal. De gebouwen zijn te bezoeken tussen 10 en 12 uur

en van 14 tot 18 uur.

" De vrije fietstocht Trappen langs gevels brengt u langs typische

woonstraten en -wijken van de stad. Aan de hand van een praktische

brochure met stadskaart passeer je enkele prachtige beschermde

monumenten waarbij je er enkele (o.m. de Stoopfabriek) kunt

bezoeken.

Start geleide beluikenwandeling (10 en 14 uur)

"

broelMuseuM

BROELKAAI 6, KORTRIjK

In het Broelmuseum, gehuisvest in een imposant gerestaureerd patriciërshuis,

vind je werk van Kortrijkse kunstenaars, een mooie collectie meubelen

uit de 18de eeuw en een ruime hoeveelheid keramiek.

Activiteit

"

Doorlopend rondleidingen tussen 10 en 12 uur en van 14 tot 18 uur

nationaal Vlas-, kant- en linnenMuseuM

ETIEnnE SABBELAAn 4, KORTRIjK

Het museum is ondergebracht in een prachtig gerestaureerde 19de eeuwse

vlasserhoeve met een typisch binnenerf, weiden en een boomgaard.

Activiteit

Tentoonstelling over huisnijverheid en linnen in het huishouden door

" de eeuwen heen.

Molen- en bakkerijMuseuM / Vannestes Molen

ABDIjMOLEnWEG, KORTRIjK MARKE

Deze stenen molen dateert uit 1842. Het binnenwerk is bijna volledig in

hout. Het is een stellingmolen, voorzien van een gemetselde gaanderij van

waarop gekruid wordt. De molen is uitgerust met jalouziekleppers.

Activiteit

"

Doorlopend rondleidingen tussen 10 en 12 en van 14 tot 18 uur

kuurne

hoeVe Vandewalle

BOOMGAARDSTRAAT 168, KUURnE

In 1405 was hier het leengoed Ten Driessche, ook wel het Coppenols goed

genoemd. De naam Vandewalle verwijst naar de laatste bewoners. De

gemeente Kuurne kocht dit goed in 1956 en liet het volledig restaureren. De

schuur en de stallingen zijn nu een ontmoetingscentrum.

Menen

stadsMuseuM schippershof

RIjSELSESTRAAT 77, MEnEn

Het Schippershof dateert uit de 18de eeuw en was vroeger een herberg

voor schippers en een rustplaats voor de paarden die de barges op de

Leie trokken. Vandaag herbergt dit historisch pand het Stadsmuseum met

diverse tentoonstellingsruimtes, de dienst Toerisme en een gezellig café.

Activiteit

" Start van de geleide wandeling art deco gevels in Menen en Lauwe

(10 / 14 / 16 uur)

" Start fietstocht met speciale aandacht voor de vele art deco gevels die

Menen en Lauwe telt (14u30)


open MonuMentendag 2007 / 48

acadeMie Voor beeldende kunsten

BRUGGESTRAAT 43, MEnEn

Activiteit

Tentoonstelling met bouwplannen en foto’s van interessante woningen

" uit het stedelijk archief

Molen de goede hoop

KORTRIjKSTRAAT 8, MEnEn

Deze stellingmolen (1778) is één van de oudste stenen molens van

West-Vlaanderen. De korenmolen, oorspronkelijk gebruikt als olieslagerij,

heeft een gaanderij in ijzeren traliewerk. Hij werd in 1994-1995 volledig

gerestaureerd en opnieuw maalvaardig gemaakt. (tussen 10 en 12 uur en

van 14 tot 18 uur)

cultureel centruM lauwe

WEVELGEMSTRAAT 20, LAUWE

Dit burgerhuis in eclectisch stijl uit het begin van de 20ste eeuw fungeert

momenteel als cultuurcentrum. Het betreft een samenstel van twee

dubbelhuizen, lijstgevels van witte baksteen verfraaid met roodgekleurd

voegwerk en gele baksteen voor muurbanden en ontlastingsbogen. Er zijn

twee boogvormige poorten met gedeeld bovenlicht en shampstenen. In de

middenplaats treffen we restanten van het culturele erfgoed van de meubelfabriek

De Coene uit Kortrijk.

Activiteit

Tentoonstelling met bouwplannen en foto’s van interessante woningen

" uit het stedelijk archief

waregeM

raadzaal stadhuis waregeM ZIE OOK PAGInA 6

GEMEEnTEPLEIn 2, WAREGEM

Activiteit

" na Antwerpen en Leuven is de tentoonstelling Wonen in welvaart.

Woningbouw en wooncultuur in Vlaanderen, 1948-1973 van het

Centrum Vlaamse Architectuurarchieven (CVAa) en het Vlaams

Architectuurinstituut (VAi) tot 30 september te zien in Waregem.

" De publicatie Van tuinwijk tot hoogbouw. Woonwijken in Waregem,

1922-1977 kun je op Open

Monumentendag voor € 7

kopen (normale prijs € 10).

" De Fietszoektocht De Taeye /

Taaie Tour van 32 km met routefolder

en wedstrijdformulier

brengt je langs tien Waregemse

woonwijken. Tussen 14 en

18 uur is er randanimatie. Info

aan het stadhuis.

werVik

nationaal tabaksMuseuM

KOESTRAAT 63, WERVIK

Activiteit

Aan de hand van schilderijen en accessoires wordt een beeld ge-

" schetst van de rokerskroegen uit de 17e eeuw, de tabagies.

zweVegeM

transfo

PAUL FERRARDSTRAAT 15, ZWEVEGEM

De elektriciteitscentrale van Zwevegem anno 1911 langs het kanaal

Bossuit-Kortrijk is als monument beschermd met een unieke collectie

waardevolle ketels en generatoren. Momenteel denkt de gemeente na over

een mogelijke herbestemming van het complex.

Activiteit

" Tentoonstelling Industrieel erfgoed in Vlaanderen

" Onder begeleiding van gidsen is het mogelijk om het gebouw te

bestijgen, een ideale gelegenheid om Zwevegem en omgeving te

overschouwen.

Mortiers Molen

TWEE MOLEnSTRAAT, ZWEVEGEM

Het bouwjaar van Mortiers Molen is niet bekend, maar hoogstwaarschijnlijk

is hij de oudste van de drie nog bestaande windmolens van de

gemeente Zwevegem. Hij is een standaardmolen op vier teerlingen, in een

later bijgemetseld teerlinghok. Hij is één van de weinige driezoldermolens

in West-Vlaanderen en de allerlaatste houten molen met volledig verdekkerde

wieken.

Activiteit

Om 11uur worden 3 infoborden met historische duiding onthuld over

" de Priesterrage, de Stenen Molen en de Mortiers Molen.

de stenen Molen

AVELGEMSTRAAT 60, ZWEVEGEM

De Stenen Molen, ook soms Klockemolen

genaamd, is gebouwd in 1798. Het was

aanvankelijk een grondzeiler, maar hij

werd later verhoogd en kreeg beneden

een cirkelvormige omgang. Het gevlucht

haalt 24 meter en bezit vier zolders.

De nog bestaande zetelkapconstructie

dateert van 1890. Hij bleef als windmolen

in bedrijf tot 1949.

priesterage

DEERLIjKSTRAAT 123, ZWEVEGEM

De Priesterage is de gewezen pastorie van Zwevegem. Het huidige gebouw

dateert van het midden van de 18de eeuw en is eigendom van de gemeente

Zwevegem. Het werd vroeger bewoond door de geestelijken van het kapittel

van Harelbeke die in de kerk van Zwevegem de erediensten verzorgden.

Het deed ook korte tijd dienst als weeshuis. In 1991 werd het gebouw

gerestaureerd.

Activiteit

" Tentoonstelling Praemonstratenzer abdijen. je vindt er ook boeken

uit de 16de, 17de en 18de eeuw, gravures uit de 17de en 18de eeuw

en een blad uit laat-gotische missaal midden 15de eeuw. Van 14 tot

18 uur.


contactpersonen MonuMentenzorg

anzegem

Günther Vanmaercke

Culturele dienst

T: 056-68 82 50

cultuur@anzegem.be

avelgem

Sofie nuyttens

Dienst Cultuur

T: 056-65 30 30

cultuur@avelgem.be

deerlijk

Magda Ver Gucht

Toeristische dienst

T: 056-69 47 39

archief@deerlijk.be

harelbeke

Frederik Bossuyt

Toeristische dienst

T: 056-73 34 70

toerisme@harelbeke.be

kortrijk

Bernard pauwels

Erfgoedcel

T: 056-27 74 24

bernard.pauwels@kortrijk.be

kuurne

Wendy Rogge

Dienst Cultuur

T: 056-73 71 12

wendy.rogge@kuurne.be

lendelede

Wim Dierick

Cultuurdienst

T: 0477-42 09 50

cultuurdienst@lendelede.be

Menen

Eddy Demeyere

Dienst Cultuur

T: 056-52 92 03

eddy.demeyere@menen.be

spiere-helkijn

Anne De Meester

Cultuurdienst

T: 056-45 55 57

sport.cultuur@spiere-helkijn.be

waregem

Sandrin Coorevits

archief

T: 056-62 12 18

archief@waregem.be

wervik

Vincent Verbrugge

Dienst Toerisme

T: 056-31 49 29

tabaksmuseum.wervik@skynet.be

wevelgem

joke Vasseur

Cultuurdienst

T: 056-43 39 15

joke.vasseur@wevelgem.be

zwevegem

Paulette Loosveldt

Cultuurdienst

T: 056-76 55 70

paulette.loosveldt@zwevegem.be

Kom je

huis uit!

Dagelijks je uittips op www.uitinregiokortrijk.be

Wekelijks je uittips in de UIT mail

(inschrijven op www.uitinregiokortrijk.be)

Maandelijks je uittips in de gedrukte UIT kalender

Meer info: bel 056-27 74 30 of

mail naar secretariaat@uitinregiokortrijk.be

More magazines by this user
Similar magazines