Download - Marius Broos
Download - Marius Broos
Download - Marius Broos
Transform your PDFs into Flipbooks and boost your revenue!
Leverage SEO-optimized Flipbooks, powerful backlinks, and multimedia content to professionally showcase your products and significantly increase your reach.
De familie Gihoul-Matthieu<br />
Louis Jean Baptist Julien Gihoul was van oorsprong afkomstig uit Lille en was gehuwd met Emerance Dominique<br />
Matthieu, een bankiersdochter uit Brussel. In 1841 had hij van de erven Dochez in Essen het landgoed<br />
Hemelrijk aangekocht. Vermoedelijk gebruikte Gihoul dit alleen als zomerverblijf. Zijn woonplaats was en bleef<br />
Brussel. In de loop der jaren verwierf hij nog heel wat meer woeste gronden in de gemeenten Essen, Kalmthout,<br />
Huijbergen, Wouw en Roosendaal en Nispen. Uiteraard had hij zakelijke belangen in Antwerpse handelskringen,<br />
maar voor veel invloed was wel geld nodig en dat had hij via zijn vrouw Emerance.<br />
De Raad van Commissarissen van de in november 1852 opgerichte ‘Société Anonyme des chemins de fer<br />
d’Anvers à Rotterdam’ (AR) telde elf namen, waaronder die van bankier J.P. Matthieu, dus de schoonvader van<br />
Louis Gihoul. Overigens kwam het geld (500.000 pond) en de kennis voor de aanleg van de spoorweg uit Engeland.<br />
Nadat Louis Gihoul in 1852 de concessie had verworven en overgedragen aan de AR (hij was immers<br />
alleen concessiejager), mocht hij 8000 pond in zijn zak steken.<br />
Al kwam het geografisch allemaal niet slecht uit, toch wist hij het daarheen te leiden dat de spoorweg vlak voor<br />
de poort van zijn landgoed Hemelrijk kwam te liggen, zodat hij niet alleen een station voor zijn deur had, maar<br />
ook de waarde van zijn onroerend goed in de omgeving zag stijgen. Het in 1854 tot stand gekomen tracé<br />
illustreert goed de bedoelingen van Gihoul. Bij Wildert buigt de lijn iets westwaarts om vervolgens bij Nispen<br />
weer wat oostwaarts te gaan, zodat het station Essen juist ten oosten van het landgoed van Gihoul kwam.<br />
Louis Gihoul kon de opening op 26 juni 1854 van het eerste stuk van ‘zijn’ spoorweg tussen Antwerpen en<br />
Roosendaal niet meer meemaken. Op 30 september 1854 overleed hij op 49-jarige leeftijd in Brussel aan leverkanker.<br />
Na zijn dood kwam het landgoed Hemelrijk op naam te staan van de weduwe Emerance Gihoul-<br />
Matthieu en de kinderen. Pas na haar overlijden werd in 1870 tot een scheiding en deling van de boedel overgegaan<br />
en ging het landgoed Hemelrijk over in handen van zoon George Gihoul. Weer later werden de families<br />
Carlier en Calmeyn eigenaar van het landgoed.<br />
Kaart 1 op bladzijde 5: Overzicht ligging spoor-, tram en straatwegen tussen Antwerpen en Roosendaal,<br />
1850-1900. Tekening <strong>Marius</strong> <strong>Broos</strong>.<br />
Kaart 2 op bladzijde 7: Overzicht ligging station Essen in gemeente, 1950. Tekening <strong>Marius</strong> <strong>Broos</strong>.<br />
In Essen gaf Brosus aansluiting op de dienst van<br />
de wagenvoerders Joris en Voet uit Antwerpen,<br />
die in november 1839 vergunning hadden gekregen<br />
en eveneens driemaal per week reden. Een<br />
rit tussen de beide plaatsen kostte 4,25 frank per<br />
persoon en duurde vijf uur.<br />
Tien jaar later startte Jean Francois de Vos, gehuwd<br />
met Rebecca Brosus en wonend aan de<br />
Nieuwstraat te Essen, een wagendienst met ‘service<br />
de messageries’ op Antwerpen. Tweemaal<br />
per week vertrok hij om vijf uur ‘s morgens uit<br />
Essen. Zijn tarief bedroeg slechts 3 frank per persoon<br />
en 2 frank per 100 kilogram goederen. Ook<br />
de tijdsduur van de reis was concurrerend: ‘s zomers<br />
deed De Vos er drie en een halfuur uur over<br />
en in de winter vier uur. Maar hij gebruikte wel<br />
twee paarden als trekkracht. In 1852 werd de<br />
dienst samen met Adrianus Smeijers vanuit Roosendaal<br />
verzorgd, maar deze was toch onvoldoende<br />
levensvatbaar.<br />
Weldra zouden echter alle diensten in het vervoer<br />
van reizigers worden gestaakt. De vrachtkarren<br />
en -wagens bleven nog tot na 1950 vanuit<br />
Essen en Kalmthout op Antwerpen rijden.<br />
Een vierwielige wagen, getrokken door twee<br />
paarden, had een nuttig laadvermogen van 3 à<br />
3,5 ton en was voorzien van een huif. Onderaan<br />
de wagen waren aan kettingen twee bakken<br />
opgehangen. Hierin werden stukgoederen,<br />
gereedschappen of het voer voor de paarden<br />
6<br />
(in een ‘kopzak’) opgeborgen. De Antwerpse<br />
Paardenmarkt was het centrale punt van samenkomst<br />
voor de voerlui. Hier lagen de goederen<br />
opgestapeld, klaar om door de voerman<br />
te worden geladen.<br />
Louis Gihoul en de spoorwegen<br />
Na veel geharrewar kwam in België in 1835 een<br />
spoorwegverbinding van Brussel naar Mechelen<br />
tot stand. In Nederland reed de eerste trein in<br />
1839 van Amsterdam naar Haarlem. Vrij snel ontstond<br />
er in België een samenhangend net van<br />
spoorwegen met uitlopers naar het buitenland. Zo<br />
kwam er op 1 mei 1855 een lijn van Antwerpen<br />
over Roosendaal naar Moerdijk met een zijtak<br />
van Roosendaal naar Breda gereed. Daarmee<br />
was Roosendaal het allereerste spoorwegknooppunt<br />
in Nederland.<br />
Het eerste stuk Antwerpen - Roosendaal werd<br />
al op 26 juni 1854 met veel feestvertoon geopend.<br />
In tegenstelling tot de discussies rond de<br />
latere ‘Hoge Snelheids Trein’ duurde de besluitvorming<br />
voor het tracé slechts twee jaar.<br />
Nog in 1851 had de Nederlandse regering haar<br />
voorkeur uitgesproken voor een lijn over Breda.<br />
Maar zij zwichtte echter voor de financiële zekerheid<br />
van Louis Gihoul uit Essen. In 1852<br />
droeg hij de concessie over aan de ‘Société<br />
Anonyme des chemins de fer d’Anvers à<br />
Rotterdam’ (AR).