Leefmilieu Brussel - BIM - IBGE

ibgebim.be

Leefmilieu Brussel - BIM - IBGE

SAMEN VOOR

Validatie van het ontwerp van inventaris

van verontreinigde of potentieel

verontreinigde bodems in Brussel


iS uw tERREiN

VERONtREiNigd?

Is het vermoeden dat uw terreIn

verontreInIgd Is gerechtvaardIgd?

help ons dat te bepalen.

Leefmilieu Brussel-BIM heeft gedurende ver-

scheidene jaren de gebeurtenissen en risico-

activiteiten* geïnventariseerd die bodem-

verontreiniging kunnen veroorzaken in het

Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Het instituut

heeft dat gedaan om uit te zoeken welke ter-

reinen verontreinigd kunnen zijn en bijgevolg

schade kunnen toebrengen aan de gezondheid

van de bewoners, maar ook aan het milieu.

BOdEMVERVuiliNg

Bij dat onderzoek legde Leefmilieu Brussel-BIM

zich vooral toe op de documenten en de instellingen

die de historiek van de terreinen konden

helpen reconstrueren. Zo zijn onder meer de volgende

zaken geraadpleegd:

> de milieuvergunningen en de oude ARAB-vergun-

ningen (Algemeen Reglement voor de Arbeids-

bescherming);

> het handelsregister, de Kamer voor Handel en

Nijverheid van Brussel, het Verbond van Onder-

nemingen te Brussel;

> de gemeentearchieven;

> de gegevens van de NMBS, van de Haven van

Brussel en van de GOMB (Gewestelijke Ontwikke-

lingsmaatschappij voor het Brussels Hoofdstedelijk

Gewest);

> de gegevens van het kadaster.

Vervolgens bracht Leefmilieu Brussel-BIM de verza-

melde gegevens bijeen in een ontwerp van inven-

taris van verontreinigde of potentieel verontreinigde

terreinen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

In die inventaris werden in totaal 9.200 percelen

ingeschreven. Voor het merendeel van die percelen,

waaronder het perceel dat u als eigenaar of exploi-

tant aanbelangt, is die informatie niet 100 % zeker.

Het onderzoek is dan wel zorgvuldig verricht, maar

toch kan het zijn dat de gegevens die Leefmilieu

Brussel-BIM verzamelde onvolledig of niet helemaal

correct zijn.

* Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering

van 9 december 2004 tot vaststelling van de lijst

met risicoactiviteiten.


Er is overigens enkel sprake van een vermoeden van

verontreiniging. Dus zelfs wanneer dat vermoeden

bevestigd wordt, kan alleen een bodemonderzoek

bepalen of de bodem daadwerkelijk verontreinigd

is. Er blijkt voor het terrein dat u aanbelangt geen

enkel onderzoek uitgevoerd te zijn na de gebeur-

tenis of de activiteit die de aanwezigheid van een

bodemverontreiniging doet vermoeden; Leefmilieu

Brussel-BIM is daar in elk geval niet over ingelicht.

De inventaris van de verontreinigde of mogelijk ver-

ontreinigde bodems bevindt zich momenteel in de

ontwerpfase en de vermelding van uw terrein in die

inventaris is voorlopig. Of uw terrein formeel in de

inventaris komt of niet, hangt af van elementen die

u in uw bezit hebt en van het feit of die elementen

worden meegedeeld aan Leefmilieu Brussel-BIM.

De in deze brochure beschreven procedure legt uit

welke stappen u moet zetten om de correctie van

de gegevens over uw terrein aan te vragen. Dank-

zij uw medewerking zullen wij de verontreinigde of

potentieel verontreinigde bodems in Brussel ook

nauwkeurig in kaart kunnen brengen.

?

WIE IS BETROKKEN ?

dit zijn de mensen aan wie gevraagd

wordt de gegevens van het ontwerp

van inventaris te valideren:

• de eigenaars van terreinen waarvoor

een vermoeden van verontreiniging

bestaat;

• de exploitanten van risicoactiviteiten

op die terreinen.

BOdEMVERVuiliNg


wAt zijN dE BRONNEN

VAN titElBOdEM­

VERONtREiNigiNg?

U vraagt zich misschien af waarom uw terrein

in het ontwerp van inventaris van Leefmilieu

Brussel-BIM opgenomen is. In feite kan om

het even wie onder ons – particulier of bedrijf

– bodemverontreiniging veroorzaken, zonder

zich daar altijd bewust van te zijn.

In het geval van particulieren gaat het meestal om

verontreiniging afkomstig van een stookolietank maar

ook door het gebruik van onderhoudsproducten,

gevaarlijke producten of andere chemische stoffen.

In het geval van bedrijven gaat het om verontreiniging

door bijvoorbeeld:

> ongevallen met, het overlopen van of corroderen

van (boven- of ondergrondse) tanks of leidingen die

gevaarlijke producten bevatten of transporteren;

> de onvoldoende afgedichte opslag van producten

waardoor de regen verontreinigende stoffen kan

meevoeren naar de bodem of het grondwater;

> productieinstallaties waarbij verontreinigende stoffen

worden afgevoerd via een onverharde ondergrond

(bodem zonder beton- of asfaltbedekking);

> het hanteren van onderdelen (demontage, schoon-

maak, enz.) die schadelijke stoffen bevatten;

BOdEMVERVuiliNg

> de afvoer van giftige stoffen via septische putten of

beschadigde riolen;

> de aanvoer van verontreinigde grond.

!

BlOOTSTEllINgSgEvaaR

IN hET dagElIjKSE lEvEN

de mogelijkheden om rechtstreeks of

onrechtstreeks in contact te komen

met een verontreinigde bodem zijn

talrijk. Enkele voorbeelden:

• het inademen van uitwasemingen;

• het eten van groenten die er geteeld

zijn;

• het drinken van water dat door die

bodem is gelopen (insijpeling van

verontreinigende stoffen in waterleidingen,

opgepompt grondwater);

• het inslikken van deeltjes verontreinigde

grond (bijvoorbeeld kleine

kinderen die buiten met gras of

aarde spelen).


dE VAlidAtiEpROcEduRE

stap 1: ontvangst

van de bevestIgIngsbrIeF

> U krijgt post van Leefmilieu Brussel-BIM, aangete-

kend verstuurd met bericht van ontvangst en per

gewone post verstuurd.

> Vanaf de datum van ontvangst van die post hebt u

drie of zes maanden de tijd om eventueel een cor-

rectie van de gegevens aan te vragen (zie stap 2).

WaT mOET u dOEN alS u aKKOORd gaaT

mET hET TEchNISch RappORT?

Het technisch rapport bevat de gegevens van het ont-

werp van inventaris over uw terrein. Om een beter be-

grip van dat rapport te krijgen, nodigen wij u uit om de

verklarende bijlage van de bijgevoegde brief te lezen.

Als u akkoord gaat met de inhoud van het technisch

rapport, hoeft u niets speciaals te doen. Gewoon het

feit dat u niet op die brief antwoordt, houdt in dat u

die gegevens bevestigt. Als u niet reageert binnen drie

maanden na de ontvangst van deze post zal uw terrein

worden opgenomen in de inventaris op basis van de

gegevens zoals beschreven in het technisch rapport.

WaT mOET u dOEN alS u NIET aKKOORd

gaaT mET hET TEchNISch RappORT?

Als u niet akkoord gaat met wat in het rapport staat

of als u van oordeel bent dat er bepaalde fouten in

het rapport staan, kunt u het rapport betwisten en

kunt u vragen dat gegevens die in het rapport staan

gecorrigeerd zouden worden. U kunt bijvoorbeeld

laten weten dat de risicoactiviteit die in het rapport

vermeld staat nooit heeft plaatsgehad op uw terrein.

Of u kunt bijvoorbeeld laten weten dat u al op de

hoogte was van een bodemverontreinigingspro-

bleem en dat er al met de sanering gestart is. Het

kan ook zijn dat andere gegevens onjuist zijn (het

type van activiteit, de identificatie van het terrein,

enz.) en bijgewerkt moeten worden. In dat geval

moet u als volgt te werk gaan (stap 2).

stap 2: eventuele correctIe

van gegevens

U kunt het vermoeden van verontreiniging op drie

verschillende manieren aanvechten:

1. ofwel door een verkennend bodemonderzoek

(VBO) uit te voeren;

2. ofwel door de gegevens te versturen die u bezit

omtrent de bodemverontreiniging en waar Leefmilieu

Brussel-BIM niet van op de hoogte is;

3. ofwel door bewijzen mee te delen voor de correc-

tie van de gegevens van het ontwerp van inventaris.

1. EEN vERKENNENd BOdEmONdERzOEK

(vBO) uITvOEREN

Dit verkennend bodemonderzoek is een bodemstudie

van uw terrein.

> Aan de hand van dit onderzoek kan worden be-

paald of de bodem of het grondwater op uw terrein

al dan niet verontreinigd is en wat de omvang en

verspreiding van een eventuele verontreiniging is.

> Dit onderzoek levert nauwkeuriger informatie op

over de noodzaak om grondiger onderzoeken te

laten uitvoeren en, in voorkomend geval, om de

verontreiniging aan te pakken.

> Dit onderzoek moet verplicht door een expert uit-

gevoerd worden, die erkend is op het vlak van

bodemverontreiniging. U vindt een lijst van deze

experts op www.leefmilieubrussel.be > Professionelen

> De erkenningen

let op: alvorens met het eigenlijke onderzoek van

start te kunnen gaan, hebt u eerst de goedkeuring door

Leefmilieu Brussel-BIM nodig van het voorstel van VBO.

BOdEMVERVuiliNg


Binnen welke termijnen?

> Binnen drie maanden na de ontvangst van de va-

lidatiebrief (zie stap 1) bezorgt u het voorstel van

VBO aangetekend aan Leefmilieu Brussel-BIM.

> Leefmilieu Brussel-BIM heeft 30 dagen de tijd om

een advies te formuleren over dit voorstel van VBO.

Zodra het voorstel is goedgekeurd, kan het VBO van

start gaan. Als u binnen 30 dagen geen antwoord

krijgt, mag u het voorstel als aanvaard beschouwen.

> Binnen zes maanden na de ontvangst van de va-

lidatiebrief (zie stap 1) moet u het VBO uitgevoerd

hebben en de resultaten ervan meedelen aan

Leefmilieu Brussel-BIM.

let op: Als u merkt dat het VBO vertraging gaat

oplopen, kunt u een termijnverlenging aanvragen. Leef-

milieu Brussel-BIM heeft zeven dagen de tijd om zich

daarover uit te spreken. Als u geen antwoord krijgt, wil

dat zeggen dat u de termijnverlenging toegekend krijgt.

> Zodra Leefmilieu Brussel-BIM de resultaten van

het VBO ontvangen heeft, heeft het instituut op-

nieuw een termijn van 30 dagen om zich uit te

spreken over die resultaten. Als u binnen die ter-

mijn geen antwoord krijgt, wil dat zeggen dat het

VBO goedgekeurd is en dat u zich moet schik-

ken naar de conclusies ervan.

2. dE gEgEvENS OvER dE

BOdEmvERONTREINIgINg vERSTuREN

De volgende bijzondere gegevens over de verontreiniging

van het terrein dat u aanbelangt en die

Leefmilieu Brussel-BIM nog niet kent, moeten worden

meegedeeld aan Leefmilieu Brussel-BIM:

BOdEMVERVuiliNg

> de bodemonderzoeken van vóór 20 januari 2005,

datum waarop de ordonnantie 13 mei 2004 van

kracht werd.

> U moet weten dat Leefmilieu Brussel-BIM in dat

geval de mogelijkheden zal bestuderen om die

onderzoeken gelijk te stellen met verkennende

bodemonderzoeken (VBO, zie hoger);

> de rapporten van de voortgang van de saneringswerken,

waarin de volgende elementen

moeten staan:

> > een beschrijving van de daadwerkelijk uitgevoerde

werken,

> > de plannen van de zones waar die werken

plaatsvonden,

> > de concentraties verontreinigende stoffen nà de

sanering,

> > de analyses van de controlestalen,

> > de attesten van afvoer van verontreinigde grond

naar een verwerkingscentrum of naar een gecontroleerde

stortplaats.

Binnen welke termijnen?

> U moet die gegevens binnen drie maanden na

de ontvangst van de bevestigingsbrief (zie stap 1)

per aangetekende brief versturen.

> Zodra Leefmilieu Brussel-BIM die gegevens ontvangen

heeft, beschikt het instituut over twee

maanden om die te analyseren.

let op: Wacht niet tot op het laatste nippertje om die

gegevens te versturen. Het is immers mogelijk dat ze

onvolledig zijn en dan loopt u de kans dat Leefmilieu Brussel-BIM

u vraagt om bijkomende gegevens te verstrekken.

Deze nieuwe elementen moeten eveneens binnen

diezelfde termijn van drie maanden verstuurd worden.

3. BEWIjzEN vERSTuREN

Tijdens zijn onderzoek heeft Leefmilieu Brussel-BIM

niet noodzakelijkerwijze tot alle informatiebronnen

toegang gehad. Dat verklaart waarom de gegevens

die u bezorgd krijgt soms onnauwkeurig zijn. Daarom

beschikt u – en dat is logisch – over een recht

van antwoord. U kunt gebruik maken van dat recht

door Leefmilieu Brussel-BIM bepaalde elementen te

bezorgen, bijvoorbeeld:


de documenten waaruit blijkt dat de risicoactiviteit

die in het technisch rapport vermeld staat nooit

heeft plaatsgehad op het terrein: (huidige of vroe-

gere) milieuvergunningen, documenten die zijn

uitgereikt door gemeentebesturen of gewestelijke

besturen, uittreksels uit het Belgisch Staatsblad

indien die nauwkeurige informatie geven over de

maatschappelijke zetel en de exploitatiezetel van

een bedrijf, enz.;

> de documenten waaruit blijkt dat het terrein niet

verontreinigd is of dat het terrein gesaneerd is:

eerdere bodemonderzoeken die niet gelijkgesteld

kunnen worden met een VBO, stedenbouwkun-

dige vergunningen en attesten van de afvoer van

verontreinigde grond, attesten van bedrijven die

gespecialiseerd zijn in de controle van koolwater-

stoffenreservoirs of van bedrijven die erkend zijn

voor de ophaling van gevaarlijk afval ;

> de eigendomsakten (of enige andere, door een no-

taris opgestelde akte) waarin inlichtingen staan over

het vroegere en huidige gebruik van het terrein;

> de vonnissen van gerechtshoven en rechtbanken;

> de archiefdocumenten die zijn gepubliceerd door

universiteiten, besturen, verenigingen die actief

zijn op het vlak van industriële archeologie.

let op: Het is niet omdat die bewijzen verzonden

worden dat Leefmilieu Brussel-BIM die bewijzen

ook automatisch zal aanvaarden. De bewijzen zul-

len bijvoorbeeld niet gelden wanneer Leefmilieu

Brussel-BIM al over een erkend bodemonderzoek

voor uw terrein beschikt. U moet ook weten dat

verklaringen van natuurlijke personen niet als

bewijs kunnen gelden.

Binnen welke termijnen?

> U moet die gegevens binnen drie maanden na

de ontvangst van de validatiebrief (zie stap 1) per

aangetekende brief versturen.

> Zodra Leefmilieu Brussel-BIM die gegevens ont-

vangen heeft, beschikt het instituut over twee

maanden de tijd om die te analyseren.

let op: Wacht niet tot op het laatste nippertje om

die gegevens te versturen. Het is immers mogelijk

dat ze onvolledig zijn en dan loopt u de kans dat

Leefmilieu Brussel-BIM u vraagt om bijkomende

gegevens te verstrekken. Deze nieuwe elementen

moeten eveneens binnen diezelfde termijn van drie

maanden verstuurd worden.

stap 3: beslIssIng van

leeFmIlIeu brussel-bIm

zONdER BETWISTINg vaN uWENTWEgE

Als u binnen drie maanden na de ontvangst van deze

brief (zie stap 1) niet reageert, zal uw terrein binnen tien

dagen na het verstrijken van die termijn ingeschreven

worden in de inventaris; dat zal gebeuren op basis van

informatie waarover Leefmilieu Brussel-BIM beschikt.

Na EEN vBO

Wanneer uw verkennend bodemonderzoek aan-

vaard wordt, laat Leefmilieu Brussel-BIM u dat via

een aangetekende brief weten. Afhankelijk van de re-

sultaten van dat onderzoek zal uw terrein al dan niet

ingeschreven worden in de inventaris, en dit binnen

tien dagen na die kennisgeving.

Na dE vERzENdINg vaN cORRIgERENdE

ElEmENTEN (gEgEvENS OvER dE

BOdEmvERONTREINIgINg EN BEWIjzEN)

Leefmilieu Brussel-BIM stuurt via een aangetekende

brief zijn beslissing: ofwel hebben uw elementen het

vermoeden van verontreiniging kunnen opheffen en

wordt uw terrein niet opgenomen in de inventaris, ofwel

blijft het vermoeden van verontreiniging bestaan

en wordt uw terrein in de inventaris opgenomen.

Die beslissing:

> wordt met redenen omkleed;

> vermeldt de categorie waarin het terrein ingeschre-

ven wordt: verontreinigd of potentieel verontreinigd;

> vermeldt de precieze gevolgen voor het gebruik

van uw terrein.

Leefmilieu Brussel-BIM heeft tien dagen de tijd om

de nieuwe gegevens in de inventaris in te voeren.

BOdEMVERVuiliNg


dE pROcEduRE iN hEt kORt

u gaaT aKKOORd mET hET TEchNISch RappORT

OF u WENST NIET TE REagEREN

> uw terrein zal worden opgenomen in de inventaris van de verontreinigde of mogelijk ver-

ontreinigde bodems;

> u moet een verkennend bodemonderzoek (VBO) laten uitvoeren alvorens u verder be-

paalde zaken met uw terrein kunt ondernemen, zoals het terrein verkopen of er werken

op laten uitvoeren.

u gaaT NIET aKKOORd mET hET TEchNISch RappORT

OF u WENST TE REagEREN

1. Ofwel laat u een verkennend bodemonderzoek (VBO) uitvoeren.

Op basis van de conclusies van dat onderzoek:

> indien uw terrein niet verontreinigd blijkt te zijn, zal het niet in de inventaris worden

opgenomen;

> indien uw terrein wél verontreinigd blijkt te zijn :

> zal het in de inventaris worden opgenomen;

> zal er een risicostudie uitgevoerd moeten worden om te helpen bepalen:

> dat u geen maatregelen moet treffen (aanvaardbare risico’s)

> dat er maatregelen getroffen moeten worden om het risico te beheren (onaanvaard-

bare risico’s)

> dat het terrein gesaneerd moet worden (identificeerbare nieuwe verontreiniging)

2. Ofwel bezorgt u gegevens over de bodemverontreiniging.

Na analyse door Leefmilieu Brussel-BIM :

> indien het vermoeden van verontreiniging opgeheven wordt, zal het terrein niet in de

inventaris opgenomen worden

> indien het vermoeden van verontreiniging blijft bestaan:

> zal het terrein in de inventaris opgenomen worden

> zult u een VBO moeten laten uitvoeren alvorens u verder bepaalde zaken met het

terrein kunt ondernemen, zoals het terrein verkopen of er werken op laten uitvoeren

3. Ofwel verstuurt u bewijzen die de gegevens van het ontwerp van inventaris corrigeren.

Na analyse door Leefmilieu Brussel-BIM:

> indien het vermoeden van verontreiniging opgeheven wordt, zal het terrein niet in de

inventaris opgenomen worden

> indien het vermoeden van verontreiniging blijft bestaan:

> zal het terrein in de inventaris opgenomen worden

> zult u een VBO moeten laten uitvoeren alvorens u verder bepaalde zaken met het ter-

rein kunt ondernemen, zoals het terrein verkopen of er werken op laten uitvoeren

BOdEMVERVuiliNg


dE gEVOlgEN

VAN EEN OpNAME

iN dE iNVENtARiS

De valideringsprocedure stelt Leefmilieu Brussel-BIM

in staat om het terrein dat u aanbelangt

al dan niet op te nemen in de inventaris van de

verontreinigde of mogelijk verontreinigde bodems.

Wat zijn nu de gevolgen als uw terrein

wordt opgenomen in de inventaris ?

uW TERREIN WORdT gEKlaSSEERd IN dE

caTEgORIE “pOTENTIEEl vERONTREINIgd”

U zult een verkennend bodemonderzoek (VBO)

moeten laten uitvoeren alvorens er bepaalde zaken

met uw terrein kunnen gebeuren: de verkoop van het

terrein, of de uitvoering van werken, of de inplanting

van een activiteit die de behandeling van de eventuele

verontreiniging in het gedrang kan brengen of

die de blootstelling van mensen aan het verontreinigingsrisico

kan vergroten*. Dat VBO zal bepalen of

de bodem van het terrein al dan niet verontreinigd is.

Afhankelijk van de conclusies van dat onderzoek zal

het terrein uit de inventaris geschrapt worden of in de

categorie “verontreinigd” opgenomen worden.

uW TERREIN WORdT gEKlaSSEERd

IN dE caTEgORIE “vERONTREINIgd”

U zult een risicostudie moeten laten uitvoeren, hetgeen

moet worden toevertrouwd aan een expert

die erkend is op het vlak van bodemverontreiniging.

Deze studie zal de verontreiniging uiterst nauwkeurig

afbakenen en zal het mogelijk maken heel

precies te beoordelen in welke mate er risico voor

de gezondheid en het milieu bestaat. Aan de hand

van die elementen zal ook bepaald kunnen worden

of het al dan niet nodig is de site te saneren. Ze

zullen bovendien mee helpen bepalen of die sanering

dringend is dan wel of andere maatregelen om

het risico te beheren volstaan en aanvaardbaar zijn.

Wanneer de verontreiniging echter rechtstreeks en

volledig toe te schrijven is aan een huidige exploitant

zal er altijd een sanering vereist worden.

De inschrijving van een terrein in de categorie “verontreinigd”

volgt op een VBO of een bodemonderzoek

van vóór de ordonnantie van 13 mei 2004 dat op een

overschrijding van de interventienormen wijst**.

* De volledige lijst van deze gebeurtenissen is te vinden in artikel

10 van de ordonnantie van 13 mei 2004 betreffende het beheer

van verontreinigde bodems.

** Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 9 december

2004 tot vaststelling van de bodem- en waterverontreinigingsnormen

bij overschrijding waarvan een risicostudie moet

worden uitgevoerd.

BOdEMVERVuiliNg


Redactie : Fade In

Layout : Wim Didelez

Herlezingcomité: Sofie Buckens, Saïd El Fadili, Hélène Dekker, Rik De Laet

Coördinatie: Pascale Alaime, Xavier Van Roy

Wettelijk gedeponeerd: D/5762/2007/11

Verantwoordelijke Uitgevers : J.P. Hannequart & E. Schamp – Gulledelle 100 – 1200 Brussel

Gedrukt met plantaardige inkt op gerecycleerd papier

Fotokredieten (©) : Otmar Smit

Sarah Spencer

Dario Principe

Pavel Losevsky

Jérôme Berquez

Wim Didelez

BIM

© Leefmilieu Brussel-BIM • Augustus 2007

More magazines by this user
Similar magazines