sluiten verzekeraars ex-gedetineerden uit? - Verenigde ...

verenigdeassurantiebedrijven.nl

sluiten verzekeraars ex-gedetineerden uit? - Verenigde ...

SLUITEN VERZEKERAARS EX-GEDETINEERDEN UIT?

EEN ONDERZOEK NAAR DE WEIGERING VAN EX-GEDETINEERDEN DOOR

VERZEKERAARS IN NEDERLAND

Lucrecia F.M.V. Paulina

Masterscriptie Criminologie

Begeleider: Marc B. Schuilenburg

Vrije Universiteit Amsterdam

31 mei 2011


Sluiten verzekeraars ex-gedetineerden uit? Lucrecia Paulina

IN HET KADER VAN HET MASTER AFSTUDEERPROJECT CRIMINOLOGIE:

Auteur:

Lucrecia F.M.V. Paulina

Studentnummer:

1366610

Scriptiebegeleider:

STRAFRECHTELIJKE HANDHAVING IN DE PRAKTIJK.

De heer mr. drs. M.B. Schuilenburg

Tweede beoordelaar:

De heer dr. J.D.A. de Jong

Amsterdam: Vrije Universiteit, mei 2011

2


Sluiten verzekeraars ex-gedetineerden uit? Lucrecia Paulina

….Los ganadores nunca abandonan, pero

los que abandonan nunca ganan….

3


Sluiten verzekeraars ex-gedetineerden uit? Lucrecia Paulina

Index

Voorwoord……...………………….…………………………...……………………….…….6

I Inleiding………………………………………….………..........……..…………..…..……....7

I.1 Aanleiding tot het onderzoek.…………………….….………..…….…………..….………….8

I.2 Probleemstelling en deelvragen…………………….………..…………….…..….…..……….9

I.3 Begrippenlijst………………….……………….……………….…………………………......10

I.4 Methode…………………….…………………………….…………………….……….…….10

I.4.1 Deelname aan het onderzoek………………….…….……………………………..………….11

I.4.2 Respondenten…………………………………………………………….…….…….………..12

I.4.2.1 Verzekeraars………………………………………………….……………………………….12

I.4.2.2 Ex-gedetineerden………………………………...……………………………………………13

I.4.3 Data-analyse..………………………………………………………………………………….13

I.4.3.1 Validiteit en betrouwbaarheid………………………………………………………………....14

1.5 Leeswijzer…………...….……………………..……………………….……………………...15

II Verzekeringen sluiten…….........................................…….…...……………………..…..….17

II.1 Particuliere verzekering……………………….……………………………………………....17

II.2 Polisvoorwaarden en moreel risico…………………..…………………………………….….19

II.3 Weigering……………...…………………………………………………………….……..….21

II.3.1 Technische acceptatie…………………………………………………………………………22

II.3.2 Dwaling...............…………………………………………….……………….….….………...22

II.3.3 Fraude………………………………………………………………………………………....24

II.4 Registratie……………………….……...……………………………………………………..25

II.5 Premieopslag…………………………………………………………………………………..28

II.6 Samenvatting...…………………...…………………………….………………………….…..29

III Risico´s elimineren…………………………………………………………………….…......30

III.1 Risicosamenleving…...…………………………...…………………………………………...30

III.2 Actuariële technieken………………………………………………………………………….32

III.3 Verzekeraars de nieuwe bestuurders van sociale controle?……………….……………...…...33

III.4 Samenvatting………...…………………………………………………..…………………….36

IV Verzekeraars………………………………………………………….……………………...38

4


Sluiten verzekeraars ex-gedetineerden uit? Lucrecia Paulina

IV.1 Polisvoorwaarden en moreel risico…………………………….……….…..............................38

IV.2 Weigering……………………………………………………………………………………...39

IV.3 Registratie…..……………………………………………………………………………........43

IV.4 Premieopslag..………………….…………………………….………………………………..45

IV.5 Samenvatting………...…………………………………………………………………….…..47

V Ex-gedetineerden…………………………………………………………………….……….48

V.1 Polisvoorwaarden en moreel risico…………………………..………………………………..48

V.2 Weigering……………………………...…………………….………………………………...49

V.3 Registratie………...……………………………………………………………………….…..51

V.4 Premieopslag………………….…………………………….…………………………………52

V.5 Samenvatting………...…………………………………………………………………….…..53

VI Vergelijkend perspectief…………………………………….……………………………….54

VI.1 Redlining…………………………………………………………………………..…………..54

VI.2 Samenvatting………………………………………………………………………….……….56

VII Conclusie……………….……….…...……...…………...………………...…….……………57

VIII Discussie ……………………………………………………………………...……..…...…...60

VIII.1 Maatschappelijke relevantie………………………………………………………………..….60

VIII.2 Beperkingen………………………………………………………………….………………..61

VIII.3 Aanbevelingen………………………………………………………………………………...62

Literatuurlijst…………………………………….…………………………………………..63

Internetbronnen…………………………………………………………...….……….65

Overige bronnen……………………………………………………………….……...66

Bijlagen…………………………………………………………………………………….....67

Bijlage I Itemlijst verzekeraar………………………………………...….....................67

Bijlage II Voorbeeld uitgewerkte vragenlijst verzekeraar……………………………...68

Bijlage III Itemlijst ex-gedetineerde...………………………….……….……………….71

Bijlage IV Voorbeeld uitgewerkte vragenlijst ex-gedetineerde………………………….72

5


Sluiten verzekeraars ex-gedetineerden uit? Lucrecia Paulina

Voorwoord

Het was een lang en vermoeiend, maar vooral uitdagend en lonend avontuur om dit onderzoek

en deze scriptie tot een goed einde te brengen. Het heeft vele vakantiedagen opgesloten in mijn

studeerkamer, vele nachten wakker en vele uren van frustratie achter de computer gekost. Maar het ligt

er dan eindelijk, mijn scriptie, helemaal af. Ik kijk terug met een diepe zucht van opluchting en een

brede glimlach van voldoening. Ik kijk ook terug met ontzettend veel dank en waardering voor mijn

scriptiebegeleider Marc Schuilenburg.

Ik wist dat hij niet snel tevreden is en kwaliteit hoog heeft staan en in het begin had ik wel

momenten dat ik me afvroeg waarom ik het mezelf zo moeilijk maakte, maar ik had veel bewondering

voor zijn werk en ik wist dat ik bij hem, aan het eind niet alleen een scriptie zou inleveren, maar ook

als een veel betere schrijfster zou weglopen. Bovendien heeft hij zonder dat hij het zelf weet, mij

dusdanig weten te prikkelen met zijn vak: ‘Preventie en Bestraffing’, dat ik naar alle colleges ben

gegaan en voor de verandering het hele studieboek doorlas voor het tentamen. Het volgend studiejaar

volgde ik zijn vak: ‘Risicosamenleving’ en besloot toen dat mijn afstudeerproject hierover zou gaan.

In het begin was ik nog wel wat verlegen, ik kon de druk van prestatie voelen in zijn kantoor.

Kon ik wel leveren wat hij verwachtte? Maar hij wist zijn kritiek op zo een manier over te brengen, dat

ik zelf ook zoiets had van: ‘Ja, zo zou het inderdaad veel beter zijn’ en voor ik het wist wilde ook ik

niets anders dan kwaliteit inleveren. Ik heb veel gehad aan al zijn feedback en paste ze niet alleen in

mijn scriptie toe, maar ook in mijn periodieke adviesverslagen op mijn werk. Langzaamaan kreeg ik

wat meer zelfvertrouwen en merkte dat hij ook heel aardig is. Ik was nog wel wat naïef. Zo dacht ik bij

mijn eerste planning dat ik wel genoeg zou hebben aan zes maanden voor het afronden van mijn

scriptie. Het werden er vier keer zoveel…

Ik ben Marc vooral dankbaar dat hij me in al die tijd bleef steunen en van opbouwend kritiek

bleef voorzien, maar het meest ben ik hem wel dankbaar voor zijn eeuwige geduld. Ik waardeer het

zeer dat hij me de tijd gunde om mijn scriptie zonder al teveel stress af te kunnen maken. Niet dat er

geen stress was, allesbehalve zelfs. Ik wil ook mijn tweede beoordelaar Jan-Dirk de Jong bedanken

voor zijn kritische blik op mijn eindwerk.

Er is nog iemand die me al die tijd heeft gesteund, op zijn eigen onorthodoxe manier, mijn

broer Maikel Paulina. Nee, geduldig zou ik hem niet noemen, maar dankbaar ben ik hem wel voor zijn

betrokkenheid. Ook mijn vrienden, collega’s en familie, in het bijzonder mijn vader, wil ik bedanken

voor hun vertrouwen in me en voor hun begrip als ik weer eens een vrije dag nam om aan de scriptie te

besteden. Ten slotte, ben ik natuurlijk ook alle personen die ik heb mogen interviewen en zonder wie

deze scriptie nooit tot stand zou zijn gekomen, zeer dankbaar voor hun tijd en aandacht.

Lucrecia

6


Sluiten verzekeraars ex-gedetineerden uit? Lucrecia Paulina

I Inleiding

“De wijk waarin u woont, is aangemerkt als een wijk met verhoogd risico op schade. Voor de

verzekering van uw woning zijn daarom andere premies en voorwaarden nodig om dit

verhoogde risico af te dekken. Bij de ING is dit niet mogelijk: de premies worden niet

individueel verhoogd. Daarom kunnen wij u helaas niet verzekeren”. (…) Een verzekeraar is

vrij, alleen risico's te accepteren die binnen de acceptatienormen vallen zolang er maar geen

sprake is van discriminatie. (…) ING bevestigt postcodelijsten te hanteren, op basis waarvan

wijken of straten 'met een verhoogd schaderisico' worden uitgesloten, vooral in de grote

steden. De bank doet dat om premies laag te houden (…) (en) staat (…) vrij potentiële klanten

te weigeren. Als iemand bij de 'reguliere' maatschappijen geen polis kan afsluiten, is er de

mogelijkheid bij een verzekeraar aan te kloppen die gespecialiseerd is in risicovolle

verzekeringen (AD, 29 mei 2009).

Bovenstaand krantenartikel toont dat verzekeraars potentiële klanten kunnen weigeren,

wanneer ze van mening zijn dat deze klanten mogelijk een verhoogd schaderisico met zich

meebrengen. Verzekeraars hanteren hiertoe voorwaarden, aan de hand van welke ze nieuwe aanvragen

voor een verzekering accepteren of weigeren. In het artikel betreft het de weigering van

woonverzekeringen, aan bewoners van risicowijken in Rotterdam West. De verzekeraar in kwestie

stelt dat er in deze wijken een verhoogd risico is op schade en dat er daarom in deze wijken andere

premies en voorwaarden gelden om deze risico’s te kunnen dekken. Premies en voorwaarden die bij de

verzekeraar niet aan de orde zijn (AD, 29 mei 2009).

In het artikel wordt gesproken van ‘andere premies en voorwaarden’. Daarmee doelt de

verzekeraar op het feit dat nieuwe bewoners in een risicowijk, een hogere premie zullen moeten

betalen die minstens even hoog is als het bedrag dat de verzekeraar verwacht te zullen moeten betalen

aan in te dienen schadenota’s. Omdat mensen liever naar een verzekeraar gaan met lage premies, zal

een verzekeraar om geen klanten te verliezen zijn premies laag moeten houden. Echter, als een

verzekeraar een lage premie berekent aan iemand met een hoog schaderisico, loopt hij kans op

kapitaalverlies. Dit is omdat een verzekeraar verwacht dat iemand met een verhoogd schaderisico, veel

schade en hoge schadekosten zal declareren. Het teveel aan betaalde schadekosten verhaalt de

verzekeraar weer op de verzekerde, door hem een hogere premie in rekening te brengen.

Om zowel klantenbehoud als winst te garanderen, accepteren verzekeraars daarom mensen

met een laag schaderisico. Hiertoe zal een verzekeraar eerst moeten voorspellen wie

hoogstwaarschijnlijk een hoog risico met zich draagt en wie niet. De verzekeraar in het artikel doet dit

door risicowijken te selecteren. Dit gebeurt op basis van postcodes. Op die manier kan de verzekeraar

7


Sluiten verzekeraars ex-gedetineerden uit? Lucrecia Paulina

risicowijken in kaart brengen om vervolgens de bewoners daarvan vroegtijdig te kunnen uitsluiten van

een woonverzekering. Dit betekent voor de mensen die in deze wijken wonen, dat ze geen

woonverzekering kunnen afsluiten.

De werkwijze van de verzekeraar om risicowijken te selecteren en vervolgens preventief uit te

sluiten voor een woonverzekering, is vergelijkbaar met de systematiek van ‘redlining’. De term

redlining doelt op het feit dat verzekeraars woongebieden die zij als te risicovol beschouwen

preventief uitsluiten van een verzekering. Het gevolg is dat burgers die in deze gebieden wonen geen

hypotheek of woonverzekering kunnen afsluiten.

Verzekeraars hanteren dus redlining voor de uitsluiting van specifieke woongebieden. Een

vraag hierbij is of verzekeraars redlining ook hanteren voor de uitsluiting van specifieke personen.

Verzekeraars bepalen namelijk zelf wie te accepteren en wie te weigeren voor een verzekering.

Mensen die een verzekering willen sluiten dienen dan ook te voldoen aan de voorwaarden van de

verzekeraar. Wie niet aan de voorwaarden voldoet, kan door de verzekeraar worden geweigerd.

In het scala aan verzekeringen is in Nederland de basiszorgverzekering de enige verzekering

waarvoor een acceptatieplicht geldt tussen verzekeraars en verzekerden. Dit houdt in dat iedere burger

verplicht is een aanvraag te doen voor een basiszorgverzekering en dat iedere zorgverzekeraar

verplicht is elke aanvrager te accepteren (Groot e.a., 2002, p. 18; Saase & Pruijssers, 2006, p. 18).

Deze verplichting is wettelijk geregeld en geldt sinds 1 januari 2006 in Nederland. Voor andere

soorten verzekering niet zijnde de zorgverzekering, geldt geen acceptatieplicht en beslist de

verzekeraar zelf of hij een aanvraag accepteert of weigert. Voorheen kon iemand afhankelijk van zijn

arbeidsverleden, inkomen, burgerlijke staat of status van gezondheid, worden verzekerd voor een

particuliere verzekering of voor het ziekenfonds (Saase & Pruijssers, 2006). Onder de nieuwe regeling

ingevolge artikel 3 Zorgverzekeringswet, dient echter iedereen in Nederland onder gelijke

voorwaarden te worden verzekerd.

I.1 Aanleiding tot het onderzoek

Artikel 3 Zorgverzekeringswet noemt misleiding door de verzekeringnemer, een voorwaarde

voor weigering door de verzekeraar. Echter, in de media (Vlasblom, 1999; AD, 2008, 2009) wordt

steeds meer melding gemaakt van een andere voorwaarde, namelijk het hebben van een

detentieverleden. Hierdoor ontstaat het idee dat behalve risicowijken, ook ‘risicovolle personen’

vroegtijdig kunnen worden uitgesloten van een verzekering. Deze personen hoeven dus niet te wonen

in risicowijken. Wat wel nodig is, is het hebben van een detentieverleden.

8


Sluiten verzekeraars ex-gedetineerden uit? Lucrecia Paulina

Uit nieuwsbrieven van BONJO (2007, 2008, 2009), een niet justitiegebonden

belangenorganisatie, blijkt dat ex-gedetineerden door verzekeraars als risicovolle personen worden

aangemerkt en om die reden geweigerd kunnen worden wanneer ze een aanvraag indienen voor een

verzekering. Enkele auteurs, onder wie Cohen & Rivkin (1971), Brok (1999), Groot e.a. (2002) en

Allison (2004), delen deze stelling. Groot e.a. (2002) leggen tevens uit dat ex-gedetineerden in de

ogen van verzekeraars risicovolle personen zijn, omdat het hebben van een detentieverleden maakt dat

een ex-gedetineerde een verhoogd schaderisico met zich draagt.

Ondanks de overeenstemming tussen deze auteurs, dat weigering van ex-gedetineerden door

verzekeraars voorkomt, blijkt er in de literatuur geen overeenkomsten te zijn over de wijze waarop

deze weigering ook concreet plaatsvindt. Zo bieden de auteurs geen verklaring voor de wijze waarop

deze weigering optreedt en verschillen ze in mening als het gaat om de vraag welke verzekeraars voor

welke verzekeringen, ex-gedetineerden weigeren. Het ontbreken van concrete en overeenstemmende

verklaringen voor de weigering van ex-gedetineerden door verzekeraars in de literatuur, is aanleiding

geweest voor het onderwerp en probleemstelling van dit onderzoek.

I.2 Probleemstelling en deelvragen

Het doel van dit onderzoek is enerzijds, het onderzoeken of verzekeraars in Nederland ex-

gedetineerden uitsluiten van een verzekering en anderzijds, het verklaren hoe deze weigering past in

het beeld van de risicosamenleving. De probleemstelling die hieruit voortvloeit luidt:

Sluiten verzekeraars in Nederland ex-gedetineerden uit van verzekeringen en, zo ja,

wat zijn de beweegredenen daarvoor?

Voor de beantwoording van de probleemstelling, is het onderzoek opgedeeld in hoofdstukken

waarin de volgende deelvragen worden beantwoord:

1. Welke polisvoorwaarden leiden tot weigering van een aanvraag voor een

verzekering?

2. Hoe past de weigering van ex-gedetineerden in de uitgangspunten van een

risicosamenleving?

3. In hoeverre is het weigeren van ex-gedetineerden een vorm van redlining?

9


Sluiten verzekeraars ex-gedetineerden uit? Lucrecia Paulina

I.3 Begrippenlijst

Hieronder volgt een omschrijving voor de in dit onderzoek gehanteerde begrippen. Hiernaast

geldt dat daar waar in het onderzoek met ‘hij’ en ‘hem’ wordt verwezen, tevens ‘zij’ en ‘haar’ wordt

bedoeld.

Met ex-gedetineerden wordt bedoeld, alle inwoners van Nederland die in ieder geval

maar niet uitzonderlijk, tot maximaal acht jaar voorafgaand aan het onderzoek een

gevangenisstraf hebben uitgezeten. Het soort delict en de duur van detentie zijn hierbij

buiten beschouwing gelaten.

Met verzekeraars wordt bedoeld, alle in Nederland gevestigde

verzekeringsmaatschappijen, tussenpersonen die namens een

verzekeringsmaatschappij optreden en overig personeel van een

verzekeringsmaatschappij.

Met levensverzekeraars wordt naast verzekeraars van lijfrente, ook verzekeraars van

een arbeidsongeschiktheidsverzekering, werkloosheidsuitkering, jong

gehandicaptenverzekering, pensioenverzekering, hypotheek en, of uitvaartverzekering

bedoeld.

Met aanvragers of verzekeringnemers wordt bedoeld, iedereen die een verzekering

heeft aangevraagd, maar nog niet door de verzekeraar is geaccepteerd of geweigerd.

Met verzekerden wordt bedoeld, iedereen die al een verzekering heeft lopen bij een

verzekeraar.

Met verzekering, polis of verzekeringsovereenkomst, wordt bedoeld een particuliere

verzekering.

Met zorgverzekering wordt tevens een ziektekostenverzekering bedoeld.

Met risico wordt bedoeld, een onzekere gebeurtenis die schade kan veroorzaken.

Met schaderisico wordt bedoeld, de kans dat iemand schade zal oplopen en deze

schade bij een verzekeraar zal declareren.

1.4 Methode

Voor het onderzoeken of verzekeraars in Nederland weigeren verzekeringen te sluiten met ex-

gedetineerden, is literatuuronderzoek en empirisch onderzoek verricht. Het literatuuronderzoek betreft

Criminologische theorieën over een risicosamenleving en theorieën over de verzekeringswereld. Het

empirisch onderzoek betreft twee doelgerichte steekproeven, die niet ‘niet-random’ (Bijleveld, 2006,

p. 155-160) zijn getrokken onder 15 verzekeraars en 36 ex-gedetineerden (N=51).

10


Sluiten verzekeraars ex-gedetineerden uit? Lucrecia Paulina

De data is primair verkregen via interviews en op schrift vastgelegd, waarbij de gegevens van

de respondenten anoniem zijn verwerkt. De nadruk bij de onderzoeksvragen ligt daarbij op

schadeverzekeringen. De reden hiervoor is dat bij levensverzekeringen, zo blijkt uit een onderzoek van

Groot e.a. (2002, p. 27-43), weigering door verzekeraars veelal gebaseerd is op medische gronden,

terwijl in dit onderzoek gekeken wordt naar de aanwezigheid van andere, niet-medische gronden, voor

weigering.

I.4.1 Deelname aan het onderzoek

De respondenten hebben persoonlijk, telefonisch en schriftelijk deelgenomen aan het

onderzoek. Op welke wijze het onderzoek is afgenomen is door iedere respondent zelf bepaald. De

duur van elk interview ligt tussen de 30 en de 60 minuten. Ondanks de uniformiteit van de

vragenlijsten en de itemlijst, bleek in de praktijk dat de opbouw van de vragen per interview verschilt.

Er is dan ook per interview, daar waar vanuit de antwoorden van de respondenten aanleiding toe was,

extra vragen gesteld of zijn de vragen in een ander volgorde gesteld. Op de uitgewerkte vragenlijsten

zijn deze extra vragen tussen haakjes aangegeven. Voorbeelden van de gebruikte vragenlijsten,

itemlijsten en enkele uitwerkingen van de afgenomen interviews, zijn toegevoegd als bijlage aan het

eind van de scriptie.

Deelname geschiedde vrijwillig en de privacy van de respondenten is gewaarborgd doordat

naamgegevens van respondenten niet worden vermeld. Daarnaast zijn de verkregen antwoorden

uitsluitend voor dit onderzoek gebruikt. Voorts is tijdens het onderzoek met de nodige zorgvuldigheid

en professionaliteit omgegaan met ethische aspecten zoals de naam van verzekeringsmaatschappijen

en de informatieverstrekking door ex-gedetineerden over de duur en het soort detentie. Over het

waarborgen van hun anonimiteit, de verwerking van de onderzoeksgegevens en het doel van het

onderzoek, zijn respondenten mondeling en via een introductiebrief bericht. Aspecten met betrekking

tot de veiligheid van respondenten zijn in dit onderzoek niet aan de orde geweest. Kosten die zijn

gemaakt tijdens het onderzoek betreffen reiskosten, telefoonkosten, printkosten, kopieerkosten en

kosten voor het aanschaffen van aanvullende literatuur.

De interviews zijn op verschillende dagdelen afgenomen en voor de persoonlijke interviews,

geldt dat het interview in een neutrale ruimte is afgenomen, waar alleen de respondent en onderzoeker

aanwezig waren. Het eerste contact met elke respondent verliep telefonisch of via e-mail. Tijdens dit

contact werd met de respondent afgesproken wanneer er gelegenheid kon zijn voor deelname aan het

onderzoek. Afspraken over de locatie en tijdstip van afname van het onderzoek zijn per respondent

gemaakt. Voor 29 respondenten geldt dat deze afspraken niet met de respondent zelf zijn gemaakt,

maar met een medewerker binnen de instantie waar de respondent ten tijde van het onderzoek

11


Sluiten verzekeraars ex-gedetineerden uit? Lucrecia Paulina

verbleef. Deze respondenten betreffen acht ex-gedetineerden die ten tijde van het onderzoek in een

Exodus huis verbleven en 21 ex-gedetineerden die ten tijde van het onderzoek gedetineerd zaten in een

penitentiaire inrichting (PI).

I.4.2 Respondenten

Van de 51 respondenten is bij 27 respondenten, onder wie een verzekeraar en 26 ex-

gedetineerden, een ‘face-to-face’ interview met open vragen afgenomen. Bij 11 respondenten, onder

wie tien verzekeraars en een ex-gedetineerde, is een telefonisch interview met open vragen

afgenomen. Verder is bij negen respondenten, onder wie een verzekeraar en acht ex-gedetineerden,

een schriftelijke vragenlijst met gesloten vragen afgenomen. De vragenlijsten zijn nadien door de

respondenten via de post of e-mail opgestuurd of door onderzoeker zelf opgehaald. Daarnaast hebben

een verzekeraar en een ex-gedetineerde gebruik gemaakt van schriftelijke afname in de aanwezigheid

van de onderzoeker. Verder hebben twee verzekeraars deels telefonisch en deels schriftelijk

deelgenomen aan het onderzoek.

I.4.2.1 Verzekeraars

Van de vijftien geïnterviewde verzekeraars zijn er drie zorgverzekeraars, tien

schadeverzekeraars en twee levensverzekeraars. De verzekeringspakketten die deze verzekeraars

aanbieden variëren van rechtsbijstandverzekering, basis ziektekostenverzekering, aanvullende

ziektekostenverzekering, autoverzekering, woonverzekering, inboedelverzekering, opstalverzekering,

motorrijtuigverzekering, aansprakelijkheidsverzekering, lijfrente, pensioenverzekering,

hypotheekverzekering, arbeidsongeschiktheidsverzekering, werkloosheidsuitkering, jong

gehandicaptenverzekering en uitvaartverzekering.

Alle vijftien verzekeraars zijn werkzaam bij een in Nederland gevestigde

verzekeringsmaatschappij. Afgaande op de functies die deze verzekeraars ten tijde van het onderzoek

bekleedden, kan worden gesteld dat alle verzekeraars over voldoende kennis beschikken met

betrekking tot de procedure rond de selectie van nieuwe aanvragen voor een verzekering binnen hun

maatschappij. De verzekeraars zijn onder andere gevraagd: welke verzekeringen ze bieden, wie,

standaard wordt geweigerd, of ze ex-gedetineerden weigeren, hoe ze te weten kunnen komen of

iemand ex-gedetineerde is, of ze ex-gedetineerden vragen naar inzage in hun strafdossier, in welke

situaties ze premieopslag geven en wanneer ze iemand laten registreren.

12


Sluiten verzekeraars ex-gedetineerden uit? Lucrecia Paulina

I.4.2.2 Ex-gedetineerden

Van de 36 geïnterviewde ex-gedetineerden, zijn er 21 ten tijde van het onderzoek in een

penitentiaire inrichting (PI) gedetineerd. Omdat de onderzoeksvragen betrekking hebben op de periode

buiten detentie voorafgaand aan een eventuele huidige detentie, worden ook deze 21 respondenten in

dit onderzoek aangeduid met ex-gedetineerden. Voor acht ex-gedetineerden geldt dat ze ten tijde van

het onderzoek in een Exodushuis woonachtig waren. Voor zeven ex-gedetineerden geldt dat ze ten

tijde van het onderzoek zelfstandig wonen en via een medewerker van een instelling als Humanitas,

Reclassering Nederland, BONJO of Delinkwentie en Samenleving (D&S), zijn benaderd.

De ex-gedetineerden zijn onder andere gevraagd: hoe lang ze al vrij zijn, of ze verzekerd zijn

en zo ja, voor welke verzekeringen, of ze voorafgaand aan detentie ook verzekerd waren, of de

verzekeringen doorliepen tijdens detentie en zo niet, door wie ze waren opgezegd, of, en zo ja, hoe

vaak ze voor een verzekering zijn geweigerd, wat de reden van weigering was, of, en zo ja, hoe vaak

ze premieopslag hebben gekregen en of ze bekend zijn met registratie.

I.4.3 Data-analyse

Het onderzoek is zowel kwantitatief als kwalitatief verricht. Voor het onderzoek zijn er

namelijk op twee manieren interviews afgenomen. Enerzijds zijn er open interviews afgenomen aan de

hand van een itemlijst, waarbij er sprake was van ongestructureerde bevraging (Bijleveld, 2006, p.

200). Anderzijds is er per doelgroep een uniforme vragenlijst opgesteld met gesloten vragen, waarbij

er sprake was van volledig gestructureerde bevraging (Bijleveld, 2006, p. 200-201).

Het kwantitatieve deel van het onderzoek volgt uit de gestructureerde bevraging van de

vooropgestelde vragenlijsten. Hierbij ligt het doel van de gesloten vragen, in het registreren en

beschrijven van het vóórkomen van weigering van ex-gedetineerden door verzekeraars. Het

kwalitatieve deel van het onderzoek, volgt uit de ongestructureerde bevraging van de open interviews.

Hierbij ligt het doel van de open vragen in het duiden van de ervaringen die respondenten aangeven te

hebben rond de weigering van ex-gedetineerden.

Hoewel het onderzoek kwantitatief en kwalitatief is verricht, geldt dat het merendeel van de

gehanteerde onderzoeksmethoden op kwalitatieve schaal ligt. De resultaten zijn aan de hand van

codeerschema’s (Bijleveld 2006, p. 251) en op basis van Atlas.ti geanalyseerd. Atlas.ti is een

computerprogramma dat gebruikt kan worden voor het analyseren van data verkregen op basis van

kwalitatief onderzoek. Het programma maakt het onder andere mogelijk teksten naar onderwerp te

coderen en als zodanig te analyseren (Bijleveld, 2006, p. 251).

13


Sluiten verzekeraars ex-gedetineerden uit? Lucrecia Paulina

Omdat elke groep (verzekeraars of ex-gedetineerden) volgens een andere vragenlijst is

geïnterviewd zijn de resultaten per groep geanalyseerd. Hiertoe zijn de antwoorden van verzekeraars

en van ex-gedetineerden per groep en per onderwerp gecategoriseerd en gecodeerd. De categorieën

zijn per groep geclusterd in vier hoofdonderwerpen die ook in het literatuuronderzoek (hoofdstukken

II en III) worden besproken. Aan de hand hiervan kunnen de antwoorden van elke groep met elkaar

worden vergeleken en aan de resultaten uit het literatuuronderzoek worden getoetst. De vier

hoofdonderwerpen zijn: polisvoorwaarden en moreel risico, weigering, registratie en premieopslag.

Naast de verdeling in vier categorieën, zijn alle antwoorden ook per vraag waarop ze antwoord

geven, gecodeerd in zes verschillende codes. Niet alle vragen die op de vragenlijst van elke groep

voorkomen zijn hierin meegenomen. Om redenen van relevantie en overzichtelijkheid, zijn per groep

de subvragen (zoals: Zo ja, bij wie?) samengevoegd met een bijbehorende hoofdvraag (zoals: Bent u

weleens geweigerd?). Elke codenaam refereert naar de vraag waarop de gecodeerde data antwoord

geeft. Zo refereert bijvoorbeeld de code ‘aanbod verzekeringen’ naar de vraag ‘Welke verzekeringen

biedt uw maatschappij?‟. Aan deze code zijn gekoppeld: alle antwoorden van de verzekeraars

betreffende de verzekeringen die zij aanbieden.

Andere codes die voor de groep van verzekeraars zijn gehanteerd betreffen: afwijzende

polisvoorwaarden’, ‘weigering’, ‘detentieverleden’, ‘strafdossier’, ‘registratie’ en ‘premieopslag’.

Voor de groep van ex-gedetineerden zijn de volgende codes gehanteerd: ‘detentievrij’,

‘verzekeringen’, ‘weigering’, ‘detentieverleden’, ‘registratie’, en ‘premieopslag’.

I.4.3.1 Validiteit en betrouwbaarheid

Voor een valide en betrouwbaar onderzoek is het noodzakelijk dat de gehanteerde

onderzoeksmethoden meten wat ze beogen te meten en dat de metingen nauwkeurig zijn uitgevoerd

(Bijleveld, 2006, p. 39 e.v.). Dat wil zeggen, in het geval van het huidig onderzoek dienen de

gehanteerde onderzoeksvragen erop gericht te zijn antwoord te geven op de probleemstelling en de

deelvragen van het onderzoek.

In dit onderzoek is gestreefd de validiteit van de gebruikte onderzoeksmethoden te waarborgen

door voorafgaand aan het onderzoek, literatuuronderzoek te doen naar theoretische perspectieven over

onder meer verzekeringen, polisvoorwaarden, redlining en actuariële risicovoorspelling. Aan de hand

hiervan is er kennis opgedaan over hoe, en met welke onderzoeksvragen het fenomeen van weigering

door verzekeraars, zo concreet mogelijk onderzocht kan worden. Door het stellen van open vragen en

controle vragen zijn sociaal wenselijke antwoorden herkend en ondervangen. De externe validiteit is

14


Sluiten verzekeraars ex-gedetineerden uit? Lucrecia Paulina

echter gezien de aard van het onderzoek (steekproef is niet-random getrokken) en de kleine

respondentengroep (N=51), niet helemaal gewaarborgd.

Voor een betrouwbaar onderzoek is het tevens noodzakelijk dat de resultaten niet op toeval

berusten. In dit onderzoek is gestreefd naar het waarborgen van de betrouwbaarheid van de

onderzoeksresultaten, door een zo divers mogelijke respondentenpopulatie te nemen bij elk van de

getrokken steekproeven. Echter, de beperkte toegang tot de verschillende populaties en de

afhankelijkheid hierin van het soort populatie zoals toegewezen door betrokken instanties, maakt dat

het toevalsexponent hierin toch aanwezig blijft. Ook is zoveel mogelijk standaardisatie van de

gehanteerde vragenlijsten nagestreefd, door een per steekproefgroep vooraf opgestelde itemlijst als

leidraad te hanteren tijdens de interviews. Dit betekent dat iedere respondent horende binnen een groep

van verzekeraars of ex-gedetineerden, dezelfde vragen is gesteld. Echter, ook hier kan de

toevalsexponent niet worden uitgesloten aangezien in de praktijk elk interview en daarmee dus elke

vragenlijst, is afgestemd op de reacties van iedere respondent.

I.5 Leeswijzer

De scriptie bestaat uit acht hoofdstukken. Elk hoofdstuk, met uitzondering van de inleiding,

conclusie en discussie, eindigen met een korte samenvatting waarin de deelvraag die in dat hoofdstuk

centraal staat, wordt beantwoord.

In hoofdstukken II en III wordt het literatuuronderzoek besproken. In hoofdstuk II wordt

ingegaan op de polisvoorwaarden die verzekeraars hanteren bij de selectie tot acceptatie of weigering

van een aanvraag voor een verzekering. Hierin staat de deelvraag: ‘Welke polisvoorwaarden leiden tot

weigering van een aanvraag voor een verzekering?’ centraal.

In hoofdstuk III wordt aan de hand van actuariële technieken uitgelegd hoe de weigering van

ex-gedetineerden past in het beeld van een risicosamenleving. Hierin staat de deelvraag: ‘Hoe past de

weigering van ex-gedetineerden in de uitgangspunten van een risicosamenleving?’ centraal.

In hoofdstukken IV en V worden de resultaten van het empirisch onderzoek besproken.

Hoofdstuk IV omvat de resultaten van de geïnterviewde verzekeraars, terwijl hoofdstuk V de

resultaten van de geïnterviewde ex-gedetineerden omvat.

In hoofdstuk VI worden de onderzoeksresultaten getoetst aan Criminologische theorieën over

redlining. Hierin staat de deelvraag: ‘In hoeverre is het weigeren van ex-gedetineerden een vorm van

redlining?’ centraal.

15


Sluiten verzekeraars ex-gedetineerden uit? Lucrecia Paulina

Hoofdstuk VII is de conclusie van het onderzoek. Hierin wordt een antwoord gegeven op de

probleemstelling en de deelvragen van het onderzoek.

Hoofdstuk VIII betreft de discussie, waarin een beschouwing wordt gegeven over de

maatschappelijke relevantie van het onderzoek. Hierin wordt tevens besproken welke ethische

bezwaren er kunnen zijn tegen de weigering van ex-gedetineerden. Ook wordt er ingegaan op de

ondervonden beperkingen van dit onderzoek en worden er aanbevelingen gedaan voor toekomstig

onderzoek.

De scriptie eindigt met een literatuurlijst en diverse bijlagen. De bijlagen betreffen

voorbeelden van de voor het onderzoek gehanteerde vragenlijsten en itemlijsten.

16


Sluiten verzekeraars ex-gedetineerden uit? Lucrecia Paulina

II Verzekeringen sluiten

In dit hoofdstuk staat de deelvraag: ‘Welke polisvoorwaarden leiden tot weigering van een

aanvraag voor een verzekering?’ centraal. Er wordt ingegaan op de verschillende polisvoorwaarden

die er gelden bij het sluiten van een verzekering. Drie voorwaarden worden besproken die voor

verzekeraars van belang zijn bij de selectie tot acceptatie of weigering van nieuwe aanvragen, te

weten: technische acceptatie, dwaling en fraude. Ook worden begrippen als moreel risico,

premieopslag en registratie in online databanken besproken.

II.1 Particuliere verzekering

Verzekeringen bieden burgers de garantie dat ze in tijden van verlies, gedekt zullen zijn voor

de kosten die uit een zich voorgedane schade kunnen voortvloeien. Iedereen kan een aanvraag voor

een verzekering indienen bij een verzekeraar. Wanneer de hoofdkostwinner van een gezin door ziekte

zijn functie niet meer naar behoren kan uitvoeren, een gezinslid komt te overlijden, het woonhuis

afbrandt of een auto-ongeluk zich voordoet, krijgt het gezin met financiële zorgen te maken. Omdat

men weet dat het risico bestaat dat deze gevallen zich kunnen voordoen, sluiten burgers verzekeringen

af om zich in te dekken tegen de risico’s die ze niet zelf willen of kunnen dragen (Groot e.a., 2002,

p.13).

De gesloten verzekering is een overeenkomst, ook wel polis genoemd (Korteling, 1988, p. 12-

13; Groot e.a., 2002, p. 33), die een verbintenis (Brok, 1999, p. 67; Fluit, 2001, p. 19) schept tussen

een verzekeraar en een verzekerde. Bruinsma (1996) en Fluit (2001) spreken in dit geval van een

wilsovereenkomst gericht op risico-overdracht. Ze doelen hierbij op de plicht tot premiebetaling door

de verzekerde, in ruil voor de prestatie tot schadevergoeding door de verzekeraar. Ericson, Doyle en

Barry (2003, p. 4, 49), Bruinsma (1996, p. 317) en Fluit (2001, p. 19) verklaren dat hiermee de

overeengekomen verzekering in wezen een financiële garantstelling is geworden, waardoor mensen

zich veiliger voelen het risico op schade aan te durven gaan. Met andere woorden, door het sluiten van

een verzekering geeft een verzekeraar de verzekerde de garantie dat mocht schade zich voordoen, hij

de schadekosten vergoedt, in ruil voor periodieke premiebetaling door de verzekerde.

Er wordt onderscheid gemaakt tussen sociale en particuliere verzekeringen. Sociale

verzekeringen zijn volgens Korteling (1988, p. 317) en Fluit (2001, p. 22-23) gebaseerd op solidariteit

en overeengekomen tussen een verzekeraar en een burger in loondienst. Voor de sociale verzekering

geldt dat iedereen die behoort tot een bepaalde groep (bijvoorbeeld gepensioneerden) verplicht

verzekerd is bij een publieke verzekeraar. De sociale verzekering heeft als zodanig een collectief

karakter en de premie wordt door alle verzekerden gezamenlijk betaald (Fluit, 2001, p. 18-19). Sociale

17


Sluiten verzekeraars ex-gedetineerden uit? Lucrecia Paulina

verzekeringen kunnen worden onderverdeeld in volksverzekeringen en werknemersverzekeringen.

Voorbeelden van volksverzekeringen zijn de algemene wet bijzondere ziektekosten (AWBZ), de

algemene ouderdomswet (AOW) en de algemene nabestaandenwet (Anw). Voorbeelden van

werknemersverzekeringen zijn de werkloosheidswet (WW), de ziektewet (ZW), de wet werk en

inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) en de wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO).

De sociale verzekering dient niet te worden verward met de sociale voorziening. Net als bij de

sociale verzekering heeft de sociale voorziening een collectief karakter, maar volgens Fluit (2001, p.

19-21) hoeft bij de sociale voorziening geen premie te worden betaald. Vergoeding vloeit voort uit

algemene overheidsmiddelen, waaraan alle belastingbetalers meebetalen. Dit in tegenstelling tot de

sociale verzekering, waar verzekerden wel premie betalen en schade door de verzekeraar en niet de

overheid wordt vergoed, aldus Fluit (2001, p. 19-21).

Tegenover de sociale verzekeringen staan de particuliere verzekeringen. Particuliere

verzekeringen zijn gebaseerd op de kans dat schade zich zal voordoen en worden op vrijwillige basis

gesloten bij een private verzekeraar (Korteling, 1988; Fluit, 2001). De premie wordt door iedere

verzekerde afzonderlijk betaald en de particuliere verzekering heeft als zodanig een individueel

karakter. Particuliere verzekeringen kunnen worden onderverdeeld in schadeverzekeringen en

levensverzekeringen. In het geval van levensverzekeringen heeft schade volgens Bruinsma (1996, p.

317) en Brok (1999, p. 68) betrekking op een verandering in de levenssituatie van een verzekerde.

Mogelijke veranderingen zijn het verliezen van de eigen baan door het oplopen van een ernstige

ziekte, met pensioen gaan of het komen te overlijden. Voorbeelden van levensverzekeringen zijn de

arbeidsongeschiktheidsverzekering, de aanvullende ziektekostenverzekering, de uitvaartverzekering,

de nabestaandenverzekering, de ongevallenverzekering en de pensioenverzekering. In het geval van

schadeverzekeringen dient schade volgens Korteling (1988, p. 16-17) en Brok (1999, p. 17) het directe

gevolg te zijn van een zich voorgedane onzekere schadegebeurtenis. Voorbeelden van

schadeverzekeringen zijn de inboedelverzekering, de opstalverzekering, de goederenverzekering, de

reisverzekering, de brandverzekering en de aansprakelijkheidsverzekering.

Bij particuliere verzekeringen geldt dat de hoogte van de premie afhangt van de hoogte van het

risico dat een verzekerde schade zal lijden. Bij sociale verzekeringen echter, geldt dat de hoogte van

de premie afhankelijk is van de hoogte van het inkomen van een verzekerde (Bruinsma, 1996, p. 317).

Dit houdt in dat verzekerden met een hoog salaris bij een sociale verzekering meer premie betalen dan

verzekerden met een laag salaris. Dit is het tegendeel van verzekerden bij een particuliere verzekering,

waar geldt dat verzekerden met een verhoogd schaderisico meer premie betalen dan verzekerden met

een laag schaderisico. Wat een verzekeraar als verhoogd schaderisico beschouwt, verschilt weer per

aanvrager en per soort verzekering die een aanvrager wil sluiten. In het vervolg wordt met

verzekering, enkel een particuliere verzekering bedoeld.

18


Sluiten verzekeraars ex-gedetineerden uit? Lucrecia Paulina

II.2 Polisvoorwaarden en moreel risico

Wanneer, welke en hoeveel schadekosten een verzekeraar bij schade vergoedt, staat vermeld

in de polisvoorwaarden van een overeengekomen verzekering. Polisvoorwaarden zijn

standaardvoorwaarden die bij het sluiten van een verzekering voor de verzekerde en de verzekeraar

gelden (Bruinsma, 1996, p. 317; Fluit, 2001, p. 22-23). Het betreffen voorwaarden met betrekking tot

de wijze van premiebetaling door de verzekerde en de wijze van uitkering van schadevergoeding door

de verzekeraar. De gesloten verzekering vormt hierbij het uitgangspunt voor de geldende

polisvoorwaarden. Zo geldt volgens Korteling (1988, p. 33-34) in het geval van brand, inbraak en

diefstal, dat afhankelijk van waarvoor men zich heeft verzekerd, niet alleen de geleden schade, maar

ook de aanschaf van nieuwe spullen door de verzekeraar wordt vergoed. Bij autodiefstal kan

bijvoorbeeld gedacht worden aan de levering van een nieuwe auto. In het geval van overlijden kan een

verzekerde ervoor kiezen niet alleen de uitvaart door een verzekeraar te laten uitvoeren, maar

daarnaast een geldbedrag periodiek of in één keer te laten uitkeren aan de nabestaanden (Korteling,

1988, p. 16).

Polisvoorwaarden worden door de verzekeraar bepaald en kunnen per verzekering verschillen.

Verzekeraars gebruiken hun polisvoorwaarden ook om bij nieuwe aanvragen te kiezen tot acceptatie of

weigering. Voldoet een aanvrager niet aan de polisvoorwaarden die gelden voor de aangevraagde

verzekering, dan kan hij voor die verzekering worden geweigerd. Of een aanvrager aan de

polisvoorwaarden voldoet, bepaalt een verzekeraar op basis van risicovoorspelling. Zo voorspelt een

verzekeraar hoe groot hoe groot het risico is dat een bepaalde aanvrager schade zal lijden, hoe vaak hij

verwacht dat de aanvrager schade zal declareren, hoe eerlijk hij verwacht dat de aanvrager zal zijn bij

het declareren van schade en hoe hoog hij schat dat het bedrag aan te declareren schadekosten zal zijn.

Hierbij geldt dat hoe hoger een verzekeraar de kans op schade, fraude, veel en hoge schadekosten

schat, hoe groter de kans is dat hij een aanvrager zal weigeren of een hogere premie in rekening zal

brengen.

Bij hun risicovoorspelling, maken verzekeraars onderscheid tussen het materieel risico en het

moreel risico. Bij het materieel risico is het te voorspellen risico gebaseerd op het soort materiaal dat

een aanvrager wil verzekeren (Groot e.a., 2002). Het gaat dan om feitelijke situatiekenmerken die

betrekking hebben op een aanvrager en als zodanig van invloed zijn op de hoogte van zijn verwachte

schaderisico. Zo heeft iemand die in een woning met een rietendak woont en een woonverzekering wil

afsluiten, een hoger materieel risico dan iemand die een zelfde woonverzekering wil afsluiten, maar in

een woning met een pannendak woont.

Bij het moreel risico is het te voorspellen risico echter, zo stellen Brok (1999), Groot e.a.

(2002) en Ericson e.a. (2003, p. 51-77), gebaseerd op de betrouwbaarheid van een aanvrager. Omdat

het hier geen feitelijke situatiekenmerken betreffen, maar meer abstracte aspecten zoals geografische

19


Sluiten verzekeraars ex-gedetineerden uit? Lucrecia Paulina

kenmerken en persoonskenmerken van een aanvrager, dient een verzekeraar erop te kunnen

vertrouwen dat een aanvrager eenmaal geaccepteerd, naar eerlijkheid zijn geleden schade zal

declareren. Met geografische kenmerken wordt hier onder meer bedoeld de woonomgeving van een

aanvrager. Met persoonskenmerken wordt hier onder andere bedoeld de leeftijd en beroep van een

aanvrager, maar ook het declaratiegedrag in het verleden en het hebben van een detentieverleden. In

het vervolg wordt met schaderisico, enkel het moreel risico bedoeld.

De geografische kenmerken en persoonskenmerken bepalen de hoogte van het moreel risico

dat een aanvrager met zich draagt. Of iemand een verhoogd moreel risico heeft en als gevolg hiervan

wordt geweigerd, hangt vervolgens samen met hoe hoog een verzekeraar de kans schat, dat iemand

veelvuldig of volgens valse opgave van gegevens en feiten, schade zal declareren. Dat wil zeggen,

mensen met een hoog moreel risico zijn in feite mensen van wie een verzekeraar verwacht dat de kans

bestaat dat ze vaak schade zullen declareren of vaak valse declaraties zullen indienen. De kans hiertoe

voorspelt een verzekeraar op basis van de bij hem bekende persoonsgegevens van een aanvrager.

Hierbij geldt dat voor een verzekeraar die een risicovoorspelling doet, het niet noodzakelijk is dat hij

met feiten kan aantonen dat een aanvrager inderdaad een groter risico heeft schade te zullen

ondervinden en declareren. Volstaan kan worden met het feit dat een verzekeraar de

persoonskenmerken van een aanvrager als risicovol ziet, zo verklaren Ericson e.a. (2003, p. 225).

Bruinsma (1996) verklaart dat verzekeraars ook de premiehoogte op basis van

risicovoorspelling bepalen. Het bedrag aan te betalen premies door alle verzekerden, moet namelijk

hoog genoeg zijn om de kosten aan verwachte ingediende nota’s te kunnen dekken. Een verzekeraar

zal daarom een aanvrager bij wie hij een verhoogd schaderisico verwacht, een hogere premie in

rekening brengen (Groot e.a., 2002). Per verzekering wordt daarom een dekkingsgraad vastgesteld. De

dekkingsgraad is de maatstaf die een verzekeraar hanteert en waaraan elke verzekerde kan zien voor

welk bedrag aan uitkeringsgeld hij verzekerd is bij een bepaalde premiehoogte. De dekkingsgraad

staat in de polisvoorwaarden vermeld en verschilt zowel per verzekerde als per verzekering.

Een lagere kans op schade leidt tot minder schadekosten en dus ook tot een lagere premie. Dit

correlerend verband tussen risico en premie wordt door Fluit (2001, p. 26-39) en Groot e.a. (2002, p.

8, 40) informatieasymmetrie genoemd. Informatieasymmetrie houdt volgens Fluit (2001, p. 26-27) en

Groot e.a. (2002, p. 13-15) in, dat een gebrek aan informatie over de persoonskenmerken van een

aanvrager, tot een onjuiste risicovoorspelling en premiebepaling kan leiden. Voor een juiste

premiebepaling is het daarom nodig dat een verzekeraar op de hoogte is van de persoonskenmerken

van een aanvrager. Volgens Fluit (2001, p. 26) is het dan ook voor verzekeraars van belang om te

weten of een aanvrager een ex-gedetineerde is of niet. Een detentieverleden verhoogt namelijk het

moreel risico van een aanvrager, temeer als het detentieverleden te maken heeft gehad met fraude. Bij

moreel risico draait het immers om het vertrouwen dat een verzekeraar heeft in het feit dat een

20


Sluiten verzekeraars ex-gedetineerden uit? Lucrecia Paulina

aanvrager naar eerlijkheid zijn geleden schade zal declareren en ex-gedetineerden genieten doorgaans

weinig vertrouwen in de samenleving. Aanvragers worden daarom verzocht de slotvragen op het

aanvraagformulier naar waarheid in te vullen.

Iedereen die in Nederland een verzekering wil sluiten, of het nu persoonlijk in een

verzekeringskantoor is of thuis via internet, krijgt aan het einde van de vragenlijst de zogenoemde

slotvragen gesteld. Deze vragen richten zich op de voorgeschiedenis van een aanvrager met betrekking

tot eerdere aanvragen, eerdere ingediende declaraties en eerdere feiten die relevant kunnen zijn voor

een juiste risicovoorspelling en premieberekening. Hieronder volgt een verkorte weergave van de

slotvragen, zoals geformuleerd op de internetsite van twee schadeverzekeraars

(www.Centraalbeheer.nl; www.Unive.nl):

Bent u of een andere belanghebbende bij deze verzekering in de laatste acht jaar

veroordeeld voor, of als verdachte in aanraking geweest met politie of justitie in

verband met (een poging tot): diefstal, verduistering, heling, bedrog, oplichting,

valsheid in geschrifte, vernieling, beschadiging, mishandeling, opzettelijke

brandstichting, afpersing, verboden drugshandel, verboden wapenbezit, misdrijven

tegen de Wet op de Economische delicten, milieumisdrijven, verkeersmisdrijven,

fraude, witwassen, terrorisme, deelname aan een criminele organisatie, misdrijven

gericht tegen de vrijheid of leven van een persoon?

Werd u of een andere belanghebbende bij deze verzekering, ooit een verzekering

door enige maatschappij geweigerd, opgezegd, of onder bijzondere voorwaarden

voorgelegd?

Hebt u of een andere belanghebbende bij deze verzekering in de afgelopen vijf jaar

schade geleden als gevolg van een risico, waartegen de aangevraagde verzekering

dekking biedt?

Op basis van het antwoord op de slotvragen, bepaalt een verzekeraar welke risico’s

verzekerbaar zijn en welke niet (Ericson e.a., 2003, p. 225) en volgend daarop, of hij een ex-

gedetineerde als klant accepteert of weigert.

II.3 Weigering

Wanneer en waarom een aanvraag voor een verzekering wordt geweigerd kan per verzekering

en per verzekeraar verschillen. De Zorgverzekeringswet biedt verzekeraars een aantal

rechtvaardigingsgronden voor het weigeren van nieuwe aanvragen. Dit betekent dat wanneer deze

21


Sluiten verzekeraars ex-gedetineerden uit? Lucrecia Paulina

gronden zich voordoen, een verzekeraar gerechtigd is een aanvraag te weigeren. Deze

rechtvaardigingsgronden zijn opgenomen in de polisvoorwaarden van elke verzekering en treden op

als er sprake is van technische acceptatie, dwaling of fraude.

II.3.1 Technische acceptatie

Voor het kunnen voorspellen van het risico op schade, dient een verzekeraar op de hoogte te

zijn van de persoonskenmerken van een aanvrager. Er worden medische en niet-medische

persoonskenmerken onderscheiden. Medische persoonskenmerken treden op bij levensverzekeringen,

terwijl niet-medische persoonskenmerken bij schadeverzekeringen optreden (Groot e.a., 2002, p. 17,

29-44).

De niet-medische persoonskenmerken hebben betrekking op de sociale status van een

aanvrager. De polisvoorwaarden die op grond van niet-medische persoonskenmerken ertoe kunnen

leiden dat een aanvraag wordt afgewezen betreffen onder meer: mensen met een laag inkomen, dak-

en thuislozen, etnische minderheden, vluchtelingen, asielzoekers, prostituees, zigeuners en ex-

gedetineerden. De medische persoonskenmerken hebben echter betrekking op de gezondheid van een

aanvrager. De polisvoorwaarden die op grond van medische persoonskenmerken ertoe kunnen leiden

dat een aanvraag voor een verzekering wordt afgewezen betreffen onder meer: het hebben of gehad

hebben van een chronische aandoening, van een psychiatrisch verleden en, of van een handicap of

ernstige gezondheidsklachten.

Wanneer een verzekeraar zijn beslissing tot weigering of acceptatie van een aanvrager baseert

op niet-medische persoonskenmerken van de aanvrager, spreekt men van technische acceptatie (Groot

e.a., 2002, p. 27). Daartegenover staat de medische acceptatie, waarbij geldt dat een verzekeraar zijn

beslissing baseert op de medische persoonskenmerken van een aanvrager. In tegenstelling tot

medische acceptatie die persoonsgebonden is, is technische acceptatie groepsgericht. Groot e.a. (2002,

p. 27) verklaren dat bij weigering op basis van technische acceptatie er sprake kan zijn van bewuste

uitsluiting door een verzekeraar. Aansluitend hierop stelt Brok (1999, p. 68) dat weigering op basis

van het hebben van een detentieverleden, hoofdzakelijk bij schadeverzekeringen plaatsvindt.

Detentieverleden is immers een niet-medisch persoonskenmerk.

II.3.2 Dwaling

In het geval van schadeverzekeringen kan verzwijging van informatie door een aanvrager,

reden zijn tot weigering van een aanvraag. Brok (1999, p. 15-87) stelt dat een verzekeraar erop moet

22


Sluiten verzekeraars ex-gedetineerden uit? Lucrecia Paulina

kunnen vertrouwen dat een aanvrager de gevraagde gegevens naar waarheid invult. Een verzekerde

met een detentieverleden heeft volgens Brok (1999) een verhoogd schaderisico omdat verzekeraars er

veelal van uitgaan dat er een hoger risico bestaat dat een ex-gedetineerde op oneerlijke wijze schade

zal declareren dan dat een niet ex-gedetineerde dit zal doen.

Als een ex-gedetineerde opzettelijk verzwijgt een detentieverleden te hebben maakt hij zich

schuldig aan dwaling, zoals benoemd in artikel 251 Wetboek van Koophandel. Ingevolge dit artikel

geldt bij dwaling dat de overeengekomen polis vernietigbaar is (Brok, 1999). Dit betekent dat een

verzekeraar de polis kan opzeggen en niet meer verplicht is tot uitkering van schadevergoeding. Een

voorwaarde hierbij is wel dat de verzekeraar niet wist en ook niet had kunnen weten van de verzwegen

informatie. Deze voorwaarde wordt aangeduid met: het kennisvereiste (Brok, 1999, p. 51).

Naast het kennisvereiste zijn er nog: het relevantievereiste, het kenbaarheidvereiste en het

vereiste van de verschoonbare dwaling. Al deze vereisten gelden als voorwaardelijke elementen van

verzwijging gelden en dienen aanwezig te zijn alvorens een verzekeraar over kan gaan tot vernietiging

van een polis op grond van dwaling (Brok, 1999, p. 72-78). Het relevantievereiste houdt in dat een

verzekeraar aannemelijk moet maken dat had hij wel de juiste en volledige informatie ontvangen bij de

aanvraag, hij niet zou zijn overgegaan tot acceptatie van de aanvraag (Brok, 1999, p. 72-73). Het

kenbaarheidvereiste richt zich op de aanvrager en stelt dat het hem bij de aanvraag bekend moet zijn

geweest welke persoonsgegevens voor een verzekeraar belangrijk zijn om vooraf te weten, zodat de

verzekeraar tot acceptatie of weigering van de aanvraag kan besluiten (Brok, 1999, p. 73-76). Ten

slotte wordt met het vereiste van verschoonbare dwaling bedoeld, dat een verzekeraar geacht wordt

voldoende maatregelen te hebben genomen om dwaling te voorkomen door zich op de hoogte te

hebben gesteld van alle beschikbare informatie over een aanvrager (Brok, 1999, p. 76-78).

Brok (1999, p. 82) geeft aan dat een verzekerde die ten tijde van de aanvraag niet op de hoogte

was van de informatie die door de verzekeraar is gevraagd, achteraf deze informatie alsnog aan de

verzekeraar kan verstrekken en daarmee voorkomen dat de polis wordt opgezegd. Ook als een

verzekerde pas na te zijn verzekerd, in aanraking komt met justitie, dient hij dit tijdig door te geven bij

de eigen verzekeraar. Anders loopt een verzekerde de kans dat wanneer een verzekeraar achter deze

informatie komt, de verzekeraar ingediende schadedeclaraties niet als legitiem zal erkennen en ook

niet zal vergoeden (Brok, 1999; ARAG, 2009; BONJO, 2009).

BONJO (2009) verklaart echter dat ook als een verzekerde tijdig bij een verzekeraar aangeeft

dat hij in aanraking is geweest met justitie, zijn polis wordt opgezegd, omdat hij voor de verzekeraar

niet meer voldoet aan de geldende polisvoorwaarden. Desondanks, zo stelt Brok (1999, p. 84), raden

verzekeraars aanvragers aan eerlijk te zijn bij de beantwoording van de vraag of er sprake is van een

detentieverleden. Dit is volgens Brok (1999) omdat het hebben van een detentieverleden, in

tegenstelling tot wat BONJO (2008) stelt, niet automatisch leidt tot weigering van een aanvraag,

23


Sluiten verzekeraars ex-gedetineerden uit? Lucrecia Paulina

terwijl het betrapt worden op de opzettelijke verzwijging hiervan, wel nagenoeg altijd leidt tot

vernietiging van de polis.

II.3.3 Fraude

Behalve door informatieverzwijging kunnen verzekerden ook verzekeraars misleiden door het

opgeven van valse gegevens op het declaratieformulier. Valse opgave van gegevens kan liggen in het

fingeren van schade, het overdrijven van schadekosten, of het bewust veroorzaken van schade

(Bruinsma, 1996, p. 320). Ericson e.a. (2003, p. 311-313) verklaren dat wanneer een verzekerde

bewust feiten of persoonsgegevens vervalst op het declaratieformulier met als doel de verzekeraar te

misleiden, er gesproken wordt van fraude. Bruinsma (1996, p. 320) definieert fraude door verzekerden

als volgt:

“Het verrichten van een handeling bij de totstandkoming en/of bij de uitvoering van een

verzekeringsovereenkomst, die erop is gericht een uitkering te verwerven waarop geen recht

bestaat, of zich een verzekeringsdekking te verschaffen onder vals voorwendsel”.

Volgens Bruinsma (1996, p. 326) en Ericson e.a. (2003, p. 311-317) gaan verzekeraars ervan

uit dat verzekerden de omvang en de kosten rond het geleden schade overdrijven om op die manier

meer schadevergoeding te ontvangen. Frauderen is volgens Bruinsma (1996, p. 321) echter meer dan

een beetje overdrijven, het is het ronduit vervalsen van gegevens en feiten en het is moeilijk vast te

stellen waar ‘een beetje overdrijven’ ophoudt en ‘echt frauderen’ begint. Bruinsma (1996, p. 315, 323)

geeft als uitleg voor het plegen van fraude, dat het grote kapitaal dat verzekeraars opbouwen aan

ingehouden premies, een aantrekkelijk doelwit vormt voor tot fraude geneigde verzekerden.

Verzekerden trachten dat kapitaal binnen te halen door valse declaraties in te dienen bij verzekeraars.

Bruinsma (1996, p. 323) noemt als voorbeeld autoverzekeringsfraude, waarbij een verzekerde diefstal

van zijn auto fingeert en vervolgens valse schadekosten declareert bij een verzekeraar.

Ericson e.a. (2003, p. 312-313) verklaren dat er bij fraude ook sprake is van een groot aantal

‘dark numbers’, welke het voor verzekeraars moeilijk maakt zich een voorstelling te maken van de

werkelijke omvang van fraude gepleegd door verzekerden. Dark numbers staan voor het aantal

fraudezaken, dat nooit aan het licht komt. Zo stelt Bruinsma (1996, p. 325-326) dat fraude vaker

voorkomt onder verzekerden van motorrijtuigenverzekeringen en minder vaak onder verzekerden van

levensverzekeringen, maar verklaart erbij dat er geen feitelijke cijfers bestaan die deze stelling

bevestigen.

24


Sluiten verzekeraars ex-gedetineerden uit? Lucrecia Paulina

Wanneer een verzekeraar fraude vermoedt, kan hij een onderzoeksbureau inschakelen, die

onderzoekt wat de werkelijke toedracht is geweest van de gedeclareerde schade, hoe hoog de

schadekosten kunnen zijn geweest en in hoeverre de verzekerde zelf aansprakelijk is voor de zich

voorgedane schade. Bruinsma (1996, p. 321-322) en Ericson e.a. (2003, p. 312-313, 345-346)

verklaren dat ondanks de mogelijkheid tot het inschakelen van onderzoeksbureaus, bijna alle van

fraude verdachte declaraties intern worden afgehandeld zonder strafrechtelijke interventie. Dit is

volgens Bruinsma (1996, p. 322), omdat het onderzoeken of een verzekerde op zijn declaraties heeft

gefraudeerd, de verzekeraar meer geld kost dan het vergoeden van de ingediende schadenota’s. Het is

om die reden dat verzekeraars ook als ze een verzekerde verdenken van fraude, toch overgaan tot

uitkering van de door hem ingediende schadekosten.

De kostenbesparing is ook één van de vier redenen die Ericson e.a. (2003, p. 340) noemen bij

hun verklaring voor het feit dat verzekeraars niet altijd optreden tegen het vermoeden van fraude. Een

tweede reden betreft het feit dat verzekeraars fraude moeilijk kunnen bewijzen. Voor het kunnen

bewijzen van fraude gepleegd door een verzekerde, is het volgens Bruinsma (1996, p. 321) dan ook

noodzakelijk dat een verzekeraar voldoende op de hoogte is van alle persoonskenmerken van een

verzekerde. Als derde reden voor het feit dat verzekeraars toch overgaan tot het uitkeren van

schadevergoeding ondanks het vermoeden van fraude, vermelden Bruinsma (1996, p. 322) en Ericson

e.a. (2003, p. 342-343), dat verzekeraars de opgebouwde vertrouwensrelatie met hun klanten niet

willen schaden, omdat ze daarmee, mocht het vermoeden van fraude onterecht blijken te zijn,

klantenverlies riskeren. De vierde reden heeft betrekking op de sociale en economische relatie die er

tussen verzekeraars en verzekerden bestaat. Deze relatie kan volgens Ericson e.a. (2003, p. 343-344),

door teveel controle vanuit verzekeraars, minder soepel worden.

Volgens Ericson e.a. (2003, p. 313) schakelen verzekeraars daarom een onderzoeksbureau pas

in als er sprake is van de volgende drie voorwaarden. Ten eerste dient een verzekeraar vast te stellen

dat de verzekerde erop uit was hem te misleiden met als doel persoonlijk voordeel uit de

schadevergoeding te halen. Ten tweede dienen de gedeclareerde schadekosten hoog genoeg te zijn om

het onderzoeken ervan rendabel te maken. Ten derde dient het onderzoeken van de gedeclareerde

schade en schadekosten, zowel haalbaar als efficiënt te zijn voor de verzekeraar.

II.4 Registratie

Bij de berekening van de kans op fraude door een verzekerde of aanvrager, maken

verzekeraars en de in opdracht van hen opererende onderzoeksbureaus, gebruik van aangiftecijfers

betreffende de aard en frequentie van verzekeringsfraude. Volgens Ericson e.a. (2003, p. 335-340)

oefenen de aangewezen onderzoeksbureaus behalve door het verzamelen van aangiftecijfers, ook

25


Sluiten verzekeraars ex-gedetineerden uit? Lucrecia Paulina

controle uit door middel van computersystemen die registreren wie al een keer eerder verdacht is

geweest van fraude, of geweigerd is bij een andere verzekeraar.

Wanneer een verzekeraar dan in het vervolg de gegevens van een verzekerde of aanvrager

invoert in het systeem, geeft het systeem een signaal af indien deze persoon al eerder verdacht is

geweest van fraude. Ericson e.a. (2003, p. 336) geven verder aan dat de zoekactie naar mogelijke

signalering in het systeem, al kan starten op het moment dat iemand telefonisch een declaratie voor

schadevergoeding indient. Via geografische informatievergelijking in het computersysteem, kunnen

medewerkers van de klantenservice in een oogopslag zien of een beller verzekerd is, welke polis hij

heeft, welke eerdere declaraties hij heeft ingediend, of meerdere verzekerden dezelfde declaratie

hebben ingediend en of een intensievere beoordeling van de ingediende declaratie gewenst is (Ericson

e.a., 2003, p. 336). Beoordeling van deze vragen en van de reden waarvoor iemand geregistreerd staat,

kan volgens Ericson e.a. (2003) voor een verzekeraar reden zijn de aanvraag te weigeren.

Het registratiesysteem van geografische informatievergelijking, is vergelijkbaar met het

Nederlandse registratiesysteem via de online databank: Fraude en Informatiesysteem Holland (FISH).

Dit wordt beheerd door de stichting Centraal Informatie Systeem (CIS). Een verzekeraar die vermoedt

dat een ingediende declaratie het resultaat is van een frauduleuze verzekerde of verzekeringnemer, kan

de persoonsgegevens van een aanvrager invoeren in databank FISH en als zodanig in het

registratiesysteem controleren of deze aanvrager al eerder bij een verzekeraar is geweigerd op

bijvoorbeeld verdenking van fraude. Evenals het systeem van geografische informatievergelijking,

geeft ook het registratiesysteem van FISH, een signaal af als de ingevoerde gegevens corresponderen

met geregistreerde gegevens van verdachte verzekerden of aanvragers.

Op de internetsite van Stichting CIS (www.Stichtingcis.nl) staat vermeld welke gegevens van

verzekerden en aanvragers in databank FISH worden opgeslagen. Het gaat om de schademeldingen die

zijn ingediend bij verzekeraars in Nederland. Hierbij maakt het volgens Stichting CIS niet uit wie er

schuld heeft gehad aan de schade of dat de schade wel of niet gedekt is volgens de geldende

polisvoorwaarden, omdat een verzekeraar van iedere schademelding, alleen de feitelijke

schadegegevens en de persoonsgegevens van de bij de polis horende verzekerden in de databank

opslaat. Verder staat er op de internetsite van Stichting CIS dat er bij een aanrijding waarbij een

onverzekerd motorvoertuig betrokken is geweest, de gegevens van de kentekenhouder, bezitter en, of

bestuurder van het voertuig worden geregistreerd. Tevens worden de persoonsgegevens van

verzekerden bij wie een verzekeraar de polis heeft opgezegd en de reden van opzegging geregistreerd

(www.Stichtingcis.nl). Ook rijontzeggingen worden in databank FISH van Stichting CIS geregistreerd.

Stichting CIS vermeldt dat het Ministerie van Verkeer en Waterstaat goedkeuring heeft verleend voor

de registratie van rijontzeggingen en dat gegevens over rijontzeggingen door de overheid in databank

FISH worden geregistreerd.

26


Sluiten verzekeraars ex-gedetineerden uit? Lucrecia Paulina

Naast schademeldingen en meldingen over rijontzeggingen, noemt Stichting CIS op haar

internetsite, ook speciale meldingen. Speciale meldingen hebben betrekking op de registratie van

gegevens van verzekerden of andere personen en bedrijven, die opzettelijk een strafbaar feit hebben

gepleegd ten opzichte van een verzekeraar. Hiermee worden mensen bedoeld die zich schuldig hebben

gemaakt aan fraude door bijvoorbeeld bij de aanvraag, valse persoonsgegevens te hebben genoteerd,

of die zich schuldig hebben gemaakt aan dwaling door bijvoorbeeld bij de aanvraag te hebben

verzwegen ex-gedetineerde te zijn. Speciale meldingen worden door verzekeraars die te maken hebben

gehad met de fraude of dwaling, aangedragen bij het Verbond van Verzekeraars, die het weer

aandraagt bij Stichting CIS (Bruinsma, 1996, p. 138; www.Verbondvanverzekeraars.nl).

Het Verbond van Verzekeraars is een particuliere belangenvereniging van Nederlandse

particuliere verzekeraars en behartigt en coördineert de algemene en specifieke belangen van

levensverzekeraars en schadeverzekeraars in relatie tot nationale en internationale overheden

(Bruinsma, 1996, p. 318; www.Verbondvanverzekeraars.nl). Daarnaast zet het Verbond zich in voor

de bevordering en instandhouding van de goede naam van verzekeraars in Nederland en werkt daarbij

op centraal niveau, samen met Stichting CIS om instrumenten en indicatoren te ontwikkelen waarmee

verzekeringsfraude kan worden herkend en voorkomen (Bruinsma, 1996, p. 318;

www.Verbondvanverzekeraars.nl). In het bestuur van Stichting CIS zitten vertegenwoordigers van

diverse Nederlandse verzekeringsmaatschappijen en het Verbond van Verzekeraars draagt zorg voor

het secretariaat van dit bestuur (www.Stichtingcis.nl).

Stichting CIS vermeldt op haar internetsite dat schademeldingen en meldingen over

rijontzeggingen uiterlijk vijf jaar geregistreerd blijven. Voor rijontzeggingen geldt hierbij dat de

termijn van vijf jaar vanaf de einddatum van de ontzegging gerekend wordt. Speciale meldingen

blijven maximaal acht jaar geregistreerd in databank FISH. De stichting vermeldt ook dat na het

verstrijken van de periode van vijf à acht jaar, de geregistreerde gegevens automatisch worden

verwijderd. Verwijdering vóór afloop van de maximale periode kan echter alleen gedaan worden door

de instantie die de gegevens ook in eerste instantie heeft geregistreerd (www.Stichtingcis.nl).

Omdat verzekeraars ook bij weigering van een aanvraag de gegevens van de geweigerde

aanvrager registreren evenals de reden van weigering, kan worden geconcludeerd dat zolang

meldingen zichtbaar zijn in het registratiesysteem, een geregistreerde aanvrager kans loopt bij elke

nieuwe aanvraag voor een verzekering, weer geweigerd te worden bij een verzekeraar in Nederland.

BONJO (2007, 2008, 2009) gaat zelfs een stap verder en stelt dat een eerder geregistreerde aanvrager

automatisch bij elke volgende verzekeraar wordt geweigerd, ongeacht de reden van registratie en

ongeacht hoe lang geleden de registratie heeft plaatsgevonden. Groot e.a. (2002) en Ericson e.a. (2003)

zijn hier echter minder stellig in en verklaren dat verzekeraars registratiegegevens laten meewegen bij

27


Sluiten verzekeraars ex-gedetineerden uit? Lucrecia Paulina

hun keuze tot weigering of acceptatie van een aanvraag, maar dat verzekeraars bij bepaalde aanvragen,

in plaats van weigering ook kiezen voor acceptatie tegen premieopslag.

II.5 Premieopslag

Het kan ook voorkomen dat een verzekeraar een verzekerde met een hoog risico niet weigert,

maar in plaats daarvan tegen betaling van een hogere premie accepteert. Dit heet een premieopslag

(Groot e.a., 2002, p. 15). Volgens Ericson e.a. (2003, p. 229-265) kan een verzekeraar een

premieopslag geven bij aanvragen voor een autoverzekering of woonverzekering. Volgens Groot e.a.

(2002, p. 37-43) kan premieopslag ook worden gegeven bij een aanvraag voor een

arbeidsongeschiktheidsverzekering, reisverzekering of uitvaartverzekering. In het geval van een

arbeidsongeschiktheidsverzekering, zijn het dan zelfstandige ondernemers die een premieopslag

voorgelegd krijgen (Groot e.a., 2002, p. 37-41).

Bij autoverzekeringen geldt een premieopslag voor mensen die korter dan vijf jaar hun

rijbewijs bezitten. Deze ‘jonge’ rijders dragen een hoger schaderisico met zich mee, omdat ze nog

onervaren zijn en de mate van de kans op schade nog onduidelijk is voor een verzekeraar, aldus Groot

e.a. (2002, p. 15). De verzekeraar heeft te weinig informatie om een reële schatting van de hoogte van

het eventueel schaderisico te kunnen maken en als hij ervoor kiest de klant te accepteren, zal hij om

zich te kunnen indekken tegen het intreden van onzekere risico’s, deze risico’s als zijnde hoog

schatten. Deze hogere schatting vertaalt zich weer in een hogere premieberekening voor de klant,

ofwel de klant krijgt een premieopslag opgelegd.

Behalve voor jongeren, geldt volgens Groot e.a. (2003) berekening van een premieopslag ook

voor ouderen boven de leeftijd van 70 jaar die een autoverzekering, ongevallenverzekering of

reisverzekering willen afsluiten. De hoogte van de premieopslag wordt berekend op basis van de

leeftijd van de aanvrager. Groot e.a. (2002, p. 43) stelt dat in het geval van senioren, de motivering

voor het opleggen van een premieopslag niet moet worden gezocht in de onervarenheid van autorijden,

maar in de veronderstelling van verzekeraars dat senioren last kunnen hebben van ouderdomsklachten

die de kwaliteit van hun rijden negatief kunnen beïnvloeden.

Ook bij uitvaartverzekeringen betalen senioren en ook mensen die dragers zijn van een

erfelijke ziekte, doorgaans meer premie aangezien verzekeraars ervan uitgaan dat ze een hoger

overlijdensrisico hebben. In het geval van een reisverzekering houdt de premieopslag in, zo stellen

Groot e.a. (2002, p. 43), dat een verzekerde wel de normale premie betaalt maar bij uitkering van de

schadevergoeding een lager dan het gedeclareerde bedrag van de verzekeraar ontvangt. Groot e.a.

28


Sluiten verzekeraars ex-gedetineerden uit? Lucrecia Paulina

(2002, p. 43) verklaren verder dat behalve leeftijd, ook woonwijk en postcodegebied een reden kunnen

zijn voor acceptatie tegen premieopslag.

Groot e.a. (2002) benadrukken echter dat ondanks de mogelijkheid tot premieopslag, er nog

altijd groepen mensen zijn die door verzekeraars worden geweigerd, omdat verzekeraars de kans op

schadekosten bij deze mensen hoog schatten. Als voorbeeld noemen Groot e.a. (2002, p. 56) mensen

met een besmettelijke en, of dodelijke ziekte zoals HIV, maar wellicht dat weigering ook geldt voor de

groep van ex-gedetineerden. Dit omdat gesteld kan worden dat een verzekeraar het risico op veel

schadenota’s probeert te voorkomen door, evenals het geval is bij risicovolle wijken, risicovolle

personen vroegtijdig te weigeren.

II.6 Samenvatting

In dit hoofdstuk is de vraag gesteld welke polisvoorwaarden tot de weigering van een

aanvraag voor een verzekering leiden. In antwoord hierop kan worden gesteld dat polisvoorwaarden

tot weigering van een aanvraag kunnen leiden als er bij de aanvraag sprake is van technische

acceptatie, dwaling of fraude.

Of een aanvrager door een verzekeraar wordt geaccepteerd of geweigerd, hangt ook af van de

hoogte van zijn moreel schaderisico. Op basis van voorspelling van het moreel risico bepalen

verzekeraars het schaderisico van een aanvrager en de premiehoogte. Verzekeraars zijn hierbij

afhankelijk van persoonsgegevens van de aanvrager. Deze gegevens kunnen verzekeraars onder

andere vinden in online registratiesystemen, of aan de hand van de antwoorden die een aanvrager geeft

op de slotvragen op het aanvraagformulier.

Indien een aanvrager bij een verzekeraar is geweigerd, wordt hij door de verzekeraar intern

geregistreerd. Hierbij wordt ook de reden van weigering genoteerd. De reden achter de registratie kan

voor een volgende verzekeraar reden zijn ook de aanvrager te weigeren. Behalve weigering kan een

verzekeraar er ook voor kiezen een aanvrager tegen premieopslag te accepteren. Dit is bijvoorbeeld het

geval als er te weinig informatie over een aanvrager bij de verzekeraar bekend is.

Ondanks de mogelijkheid tot premieopslag, blijken er nog altijd bepaalde groepen mensen te

zijn die door verzekeraars worden geweigerd. Het betreffen mensen bij wie verzekeraars een verhoogd

schaderisico verwachten. Hierdoor zullen verzekeraars om winstverlies en klantenverlies te

voorkomen, weigeren met dezen mensen een verzekering te sluiten. Dit roept de vraag op in hoeverre

deze mogelijkheid tot weigering van bepaalde groepen mensen kan worden uitgelegd vanuit een

maatschappelijk oogpunt. Past deze weigering in het huidige tijdsbesef en zo ja, welke technieken

gaan daarmee gepaard?

29


Sluiten verzekeraars ex-gedetineerden uit? Lucrecia Paulina

III Risico’s elimineren

In dit hoofdstuk wordt de deelvraag: ‘Hoe past de weigering van ex-gedetineerden in de

uitgangspunten van een risicosamenleving?’ beantwoord. Er wordt ingegaan op de actuariële

technieken die worden gebruikt voor het vroegtijdig anticiperen en elimineren van risico’s. Tevens

worden begrippen als risicosamenleving, veiligheidsbesturing en sociale controle besproken.

III.1 Risicosamenleving

Volgens verschillende auteurs (Beck, 1992; Ericson e.a., 2003; Johnston & Shearing, 2003;

Wood & Dupont, 2006) leven we momenteel in een samenleving, die op allerlei manieren risico’s

onder controle wil houden en elimineren. Young (1999, p. 2-7) noemt dit een risicosamenleving. In

een risicosamenleving denken mensen in risico’s en treffen preventieve maatregelen om deze risico’s

te weren. Volgens Young (1999) kenmerkt de overgang van de jaren zestig en zeventig naar de jaren

tachtig het einde van de moderne samenleving en het begin van de risicosamenleving. Hij spreekt

hierbij van het einde van het ‘Gouden Eeuw’. Young (1999) verklaart dat er met de komst van een

risicosamenleving, een sterk gevoel van individualisme is ontstaan als gevolg van veranderingen in de

industriële economie. Deze veranderingen leiden tot een groter gevoel van onveiligheid in de

samenleving.

Beck (1992) stelt dat er in een risicosamenleving, onderscheid is tussen gevaar en risico. Dit

onderscheid vloeit volgens Beck (1992, p. 98)) voort uit het feit dat gevaar van buitenaf afkomstig is

en buiten menselijke beslissingen om ontstaat, terwijl risico aan de hand van menselijke interpretaties

en van wat mensen als risicovol anticiperen ontstaat. De geanticipeerde risico’s trachten mensen

vervolgens vroegtijdig te weren door het inzetten van preventieve maatregelen. Volgens Crawford

(1999), Miles & Thränhardt (1995) en Young (1999) verdwijnt met de komst van een

risicosamenleving, de assimilatie van risicovolle groepen personen. Hiermee ontstaat een proces van

risicobesturing en veiligheidsbesturing.

Veiligheidsbesturing is het treffen van preventieve maatregelen om risico’s, waarvan men het

vermoeden heeft dat die het gevoel van veiligheid kunnen aantasten, vroegtijdig te weren. De

preventieve maatregelen hebben als doel risicovolle personen op een efficiënte en beheersmatige

manier tegen te houden en zo het gevoel van veiligheid binnen de samenleving te behouden (Johnston

& Shearing, 2003; Wood & Dupont, 2006). In de literatuur (Bayley & Shearing, 2001; Jones &

Newburn, 2002; Johnston & Shearing, 2003) wordt veiligheidsbesturing aangeduid met ‘policing’.

Wanneer private partijen, alsook verzekeraars, zelfstandig veiligheidsbesturing uitvoeren en daartoe

30


Sluiten verzekeraars ex-gedetineerden uit? Lucrecia Paulina

eigen preventieve maatregelen inzetten, spreekt men in de literatuur (Bayley & Shearing, 2001; Jones

& Newburn, 2002; Johnston & Shearing, 2003; Ericson e.a. (2003) van private policing.

Voorheen werd de politie gezien als de enige verantwoordelijke voor het uitvoeren van

veiligheidsbesturing, maar in de risicosamenleving zijn steeds meer private partijen zich gaan

bemoeien met de uitoefening van deze taak (Bayley & Shearing, 2001, p. 1-10, 21; Jones & Newburn,

2002, p. 130). Volgens auteurs Sarre & Prenzler (2000) en Ekberg (2007) is deze bemoeienis het

gevolg geweest van een verandering in de manier waarop de samenleving kijkt naar het optreden van

politie en justitie ten opzichte van criminaliteit. De samenleving ervaart dit optreden niet meer als

adequaat. Hierdoor wenden publieke partijen zich op steeds grotere schaal tot private partijen als het

gaat om de uitvoering van veiligheidsbesturing (Johnston & Shearing, 2003, p. 10-11; Van Steden &

Sarre, 2007, p. 230). Dit heeft geleid tot een toename in private partijen die veiligheidsbesturing

uitvoeren, een toename dus in private policing.

Private policing geschiedt aan de hand van een door een private partij vooraf ontworpen

veiligheidsprogramma (Johnston & Shearing, 2003, p. 7; Ericson e.a., 2003, p. 33 e.v.), dat bestaat uit

maatregelen die bedoeld zijn het gevoel van veiligheid binnen een samenleving te behouden door op

dreigend gevaar te anticiperen en preventief te reageren. In de regel omvat een veiligheidsprogramma

zes elementen (Johnston & Shearing, 2003, p. 7-8, 19; Wood & Dupont, 2006, p. 3, 34). Het eerste

element is een sociaal/juridisch contract van regels die aan burgers voorschrijven welk gedrag

wenselijk is. Het tweede element maakt kenbaar wie de autoriteiten of bestuurders zijn die

verantwoordelijk zijn voor de veiligheidsbesturing. Het derde element geeft de te gebruiken

technieken weer voor de veiligheidsbesturing en de vierde, vijfde en zesde element omvatten

respectievelijk, de aan de veiligheidsprogramma onderliggende mentaliteit, het geheel aan te

handhaven instrumenten, en de opzet voor de uitvoering van de veiligheidsbesturing.

Binnen een risicosamenleving maken publieke en private partijen gebruik van technieken voor

het uitvoeren van veiligheidsbesturing. Deze technieken doorkruisen de hele samenleving. Hoewel de

komst van een risicosamenleving in de literatuur wordt aangeduid met de overgang van de jaren

zestig, dateren risicogeoriënteerde technieken van veiligheidsbesturing vanaf het acttiende eeuw

(Rigakos & Hadden, 2001, p. 63 e.v.). In Criminologische theorieën wordt veelvuldig gesproken over

deze technieken van veiligheidsbesturing en wordt de relatie gelegd tussen technieken uit de

verzekeringswereld voor risicovoorspelling en actuariële technieken.

31


Sluiten verzekeraars ex-gedetineerden uit? Lucrecia Paulina

III.2 Actuariële technieken

Verzekeraars maken gebruik van technieken voor het kunnen voorspellen van het moreel

risico dat een aanvrager mogelijk met zich draagt. De technieken vormen de grondslag voor de

polisvoorwaarden die gelden bij een aangevraagde verzekering. Aan de hand deze technieken kunnen

verzekeraars schatten hoe groot de kans is dat schade zich zal voordoen bij een specifieke aanvrager.

Feeley & Simon (1992, 1995) en Ericson e.a. (2003, p. 10-11) noemen deze technieken: actuariële

technieken. Actuariële technieken komen tot stand aan de hand van de kennis die een verzekeraar

heeft over de persoonsgegevens van een aanvrager en aan de hand van de capaciteit binnen zijn

verzekeringsmaatschappij om deze technieken te kunnen toepassen.

Feeley & Simon (1992, 1995) hebben met hun term ‘new penology’, de basis gelegd voor de

verklaring van het toepassen van actuariële technieken bij risicovoorspellingen. Feeley & Simon

(1992, 1995) verklaren namelijk dat met de toepassing van actuariële technieken, mensen op meer

berekende manier zijn gaan handelen, waarbij de nadruk ligt op risicovoorspelling en op

veiligheidsbesturing. Met de benaming ‘new penology’ doelen de auteurs op de ‘nieuwe’ manier van

straffen in de risicosamenleving, waarbij het preventief reageren op risico’s in de plaats is gekomen

voor het voorheen reactief bestraffen van crimineel gedrag.

Een actuariële techniek is in de definitie van McLaughlin & Muncie (2001, p. 5-6) en Smith

(2006, p. 93), een risicoberekenende benadering, gericht op de preventie en controle van een criminele

daad. Met andere woorden, bij de preventie en controle van criminaliteit, wordt niet gekeken naar de

motieven achter het plegen van een criminele daad, maar naar de technieken die kunnen worden

toegepast om de risico’s volgend op de risicovolle gebeurtenis te kunnen minimaliseren.

Simon (1988) verklaart dat actuariële technieken kunnen worden gebruikt voor het voorspellen

en elimineren van de risico’s op het intreden van schade. Verzekeraars gebruiken actuariële technieken

om te berekenen hoe hoog het moreel risico van elke aanvrager is. Door te voorspellen hoe groot de

kans op schade is bij een specifieke aanvrager, kunnen verzekeraars vervolgens de juiste

polisvoorwaarden voor een specifieke verzekering formuleren. Polisvoorwaarden die op basis van

actuariële risicovoorspelling zijn geformuleerd, heten risicogeoriënteerde polisvoorwaarden (Ericson

e.a., 2003). Verzekeraars kunnen aanvragers bij wie ze een hoog moreel risico voorspellen, op basis

van de risicogeoriënteerde polisvoorwaarden weigeren of tegen premieopslag accepteren.

In Criminologische theorieën wordt verondersteld dat de praktijk van risicovoorspelling door

verzekeraars niet beperkt blijft tot het voorspellen van het moreel risico van een aanvrager, maar zich

uitbreidt tot het preventief uitsluiten van alle risicovolle personen. Zo verklaren Feeley & Simon

(1994) dat actuariële technieken worden gebruikt om risicovolle groepen preventief uit te sluiten. De

auteurs spreken hierbij van ‘actuarial justice’ (risicojustitie), waarmee ze bedoelen dat bestraffing van

32


Sluiten verzekeraars ex-gedetineerden uit? Lucrecia Paulina

risicovolle personen niet meer gericht is op resocialisatie, maar op het tenietdoen van het gedrag dat

risico met zich meebrengt en dat een bedreiging vormt voor de sociale orde en het veiligheidsgevoel.

De bestrijding van de voorspelde risico’s is dan in een veel vroeger stadium begonnen en

doorgedrongen tot een veelheid aan praktijken en milieus, als een vervlechting van staat en

maatschappij (Schuilenburg, 2009).

Voorspelling op basis van actuariële technieken is niet zonder beperkingen (Ericson e.a., 2003,

p. 8-13, 104; Smith, 2006, p. 101-102). Zo zijn actuariële technieken voor een juiste

risicovoorspelling, afhankelijk van informatie die beschikbaar is bij andere instellingen (Ericson e.a.,

2003, p. 8). Dit betekent dat voor een nauwkeurige voorspelling van het moreel risico, verzekeraars

afhankelijk zijn van andere informatiebronnen, zoals bij de politie bekende aangiftecijfers van fraude

door verzekerden, statistische gegevens over verkeersmisdrijven onder jonge autorijders,

misdaadcijfers in risicowijken, feiten rond het hebben van een detentieverleden en, of

registratiegegevens in online databanken (Groot e.a., 2002, p. 15; Ericson e.a., 2003, p. 8-9).

Naast de afhankelijkheid voor aanvullende informatie, noemen Ericson e.a. (2003, p. 8-9) als

een andere beperking aan de nauwkeurigheid van actuariële technieken, de ingewikkeldheid van het

actuariële proces dat voorafgaat aan de premiebepaling. Dit betekent dat de premie wordt vastgesteld

aan de hand van een ingewikkeld proces van winstbepaling, waarbij de premiehoogte wordt berekend

in evenredigheid tot het voorspelde bedrag aan schadevergoedingen (Ericson e.a., 2003, p. 12, 106-

110).

Ondanks deze beperkingen vormen actuariële technieken het uitgangspunt van

risicovoorspelling door verzekeraars (Feeley & Simon, 1992, 1994, 1995; Ericson e.a., 2003).

Hiermee is volgens Ericson e.a. (2003, p. 33, 44) risicovoorspelling door verzekeraars op basis van

actuariële technieken, gelijk aan veiligheidsbesturing door de staat. Het uitvoeren van

veiligheidsbesturing door de verzekeraars is erop gericht risicovolle aanvragers preventief uit te sluiten

voor een verzekering. De risicogeoriënteerde polisvoorwaarden vormen hierbij de technieken van

veiligheidsbesturing, terwijl de verzekering het instrument vormt tot veiligheidsbesturing (Ericson e.a.,

2003, p. 33, 44).

III.3 Verzekeraars de nieuwe bestuurders van sociale controle?

Ericson e.a. (2003, p. 5-6, 33) noemen negen punten die aantonen hoe verzekeraars bij de

selectie voor nieuwe aanvragen, de aangevraagde verzekering als instrument inzetten voor bij de

uitvoering van veiligheidsbesturing:

33


Sluiten verzekeraars ex-gedetineerden uit? Lucrecia Paulina

Ten eerste maken verzekeraars bij hun risicovoorspelling, onderscheid tussen het materieel

risico en het moreel risico.

Ten tweede hanteren verzekeraars risicovoorspelling via actuariële technieken voor bepaling

van hun polisvoorwaarden.

Ten derde kiezen verzekeraars aan de hand van de geldende polisvoorwaarden, tot acceptatie,

weigering of premieopslag.

Ten vierde beogen verzekeraars kapitaalverlies te voorkomen en berekenen daarom de

premiehoogte in evenredigheid met de te verwachten kosten aan schadevergoeding.

Ten vijfde checken verzekeraars in online registratiesystemen of aanvragers een

detentieverleden of een hoog schadeverleden hebben, of vragen hiernaar in de slotvragen op

het aanvraagformulier.

Ten zesde beroepen verzekeraars zich bij de vaststelling van het bedrag aan schadevergoeding,

op de in de verzekering opgenomen bepalingen over aansprakelijkheid bij geleden schade, die

voor verzekerden gelden.

Ten zevende bieden verzekeraars met hun verzekeringspakket, financiële garantstelling aan

verzekerden en creëren hiermee onder verzekerden, een cultuur van economische zekerheid en

van morele verantwoordelijkheid.

Ten achtste streven verzekeraars ernaar om met behulp sociale technologie de individuele

verantwoordelijkheid gelijk te stellen aan de sociale verantwoordelijkheid, door hoge

schadekosten van een verzekerde door te berekenen in de premie van alle andere verzekerden.

Ten negende voeren verzekeraars als argument voor het uitvoeren van veiligheidsbesturing

aan, dat de aangevraagde verzekering een verzekerde tevens welzijn, financiële zekerheid en

garantie van veiligheid levert.

Bovenstaande negen punten tonen volgens Ericson e.a. (2003) aan, dat verzekeraars bij het

doen van een risicovoorspelling, niet alleen het elimineren van risico’s op schade, maar ook de

handhaving van het gevoel van veiligheid beogen. Met andere woorden, verzekeraars beogen met hun

risicovoorspelling hetzelfde doel als dat de staat beoogt met de uitvoering van veiligheidsbesturing.

Een vraag die hierbij rijst, is of verzekeraars met hun risicovoorspelling tevens sociale controle tot

doel hebben. Ericson e.a. (2003, p. 44) beantwoorden deze vraag bevestigend en geven als argument

dat verzekeraars met hun risicovoorspelling op basis van actuariële technieken, de plaats van de staat

hebben ingenomen met betrekking tot het uitvoeren van veiligheidsbesturing. Verzekeraars kunnen

daarom volgens Ericson e.a. (2003) worden gezien als de ‘nieuwe’ bestuurders van

veiligheidsbesturing. Met andere woorden, verzekeraars hebben evenals de staat, als doel de

uitoefening van sociale controle tegen risicovolle aanvragers.

34


Sluiten verzekeraars ex-gedetineerden uit? Lucrecia Paulina

Een kritiekpunt hierop is dat Ericson e.a. (2003) met deze stelling afdoen aan de legitimiteit

van de staat als uivoerder van veiligheidsbesturing. Van Calster, Schuilenburg & Guitjens (2010, p.

62) verklaren dat de staat voor het uitvoeren van veiligheidsbesturing, haar legitimiteit grotendeels

ontleent aan de symbolische macht en culturele autoriteit van de overheid. Deze symbolische macht en

culturele autoriteit hebben verzekeraars niet. Het is dan ook de vraag hoe legitiem veiligheidsbesturing

door verzekeraars is. Meer praktisch is de vraag of verzekeraars ook zonder deze legitimiteit als de

nieuwe bestuurders van veiligheidsbesturing kunnen worden gezien. Ericson e.a. (2003, p. 139) stellen

van wel en noemen vier punten die aantonen dat verzekeraars elk element van hun verzekeringen

kunnen inzetten als zelfstandig besturingsinstrument bij de uitoefening van sociale controle:

Ten eerste kunnen polisvoorwaarden als zelfstandig besturingsinstrument worden ingezet,

omdat verzekeraars op basis van de geldende polisvoorwaarden beslissen welke risico’s te

verzekeren en welke niet. Hierdoor kunnen polisvoorwaarden ertoe leiden dat verzekerden

morele verantwoordelijkheid nemen tot schademinimaliserend gedrag, opdat ze geen hogere

premie hoeven te betalen.

Ten tweede kan een verzekeringsovereenkomst als zelfstandig besturingsinstrument worden

ingezet, omdat er voor elke verzekeringsovereenkomst andere polisvoorwaarden zijn

opgesteld. Hierdoor kunnen verzekeraars bij de informatieverstrekking over en het aanbod van

een bepaalde verzekering, zich selectief richten tot een specifieke groep mensen.

Ten derde kunnen actuariële technieken als zelfstandig besturingsinstrument worden ingezet,

omdat actuariële technieken risico’s berekenbaar en interpreteerbaar maken. Hierdoor kunnen

verzekeraars actuariële technieken gebruiken om de premiehoogte bepalen in evenredigheid

met de voorspelde kans op kapitaalwinst bij een aanvrager of verzekerde.

Ten vierde kan de aangevraagde of overeengekomen verzekering als zelfstandig

besturingsinstrument worden ingezet, omdat verzekeraars zelf hun verzekeringspakket

samenstellen. Hierdoor kunnen verzekeraars de samenstelling van een verzekeringspakket

laten afhangen van de groep mensen aan wie ze het verzekeringspakket willen bieden.

Dat verzekeraars sociale controle tot doel hebben, blijkt volgens Ericson e.a. (2003, p. 29-33)

uit het feit dat de hierboven genoemde vier punten, vergelijkbaar zijn met de zes elementen die ten

grondslag liggen aan een veiligheidsprogramma (zie ook paragraaf III.1). Zo kan niet alleen de

aangevraagde verzekering worden vergeleken met het instrument tot veiligheidsbesturing, maar

kunnen ook de polisvoorwaarden worden vergeleken met de technieken van veiligheidsbesturing, kan

de verzekeringsovereenkomst worden vergeleken met het sociaal/juridisch contract van regels, kan de

afstemming van de premiehoogte op de kans tot kapitaalwinst worden vergeleken met de mentaliteit

35


Sluiten verzekeraars ex-gedetineerden uit? Lucrecia Paulina

achter veiligheidsbesturing, en kan het uiteindelijke verzekeringspakket worden vergeleken met de

uiteindelijke opzet van het veiligheidsprogramma voor veiligheidsbesturing.

Dat verzekeraars sociale controle toepassen blijkt wellicht ook uit een verklaring van

Bruinsma (1996, p. 318-319), waarin hij stelt dat ondanks het sinds twee decennia ruimere aanbod in

verzekeringsproducten, verzekeraars beperkingen lijken te willen leggen op de beschikbaarheid,

betaalbaarheid en verkrijgbaarheid van verzekeringen. Beperking in de beschikbaarheid uit zich

bijvoorbeeld in het feit dat verzekeraars bij hun informatieverstrekking of verzekeringsaanbod, zich

selectief richten tot een bepaalde groep personen. Beperking in de betaalbaarheid uit zich bijvoorbeeld

in het feit dat verzekeringen met een hogere premiebepaling, niet voor iedereen betaalbaar zijn.

Beperking in de verkrijgbaarheid uit zich bijvoorbeeld in het feit dat verzekeraars sommige

verzekeringsnemers weigeren of alleen onder bepaalde voorwaarden accepteren. Deze beperkingen in

toegang tot verzekeringsproducten komen overeen met de verklaring van Schuilenburg (2008b),

waarin hij stelt dat in een risicosamenleving, risicovolle personen de toegang tot collectieve goederen,

zoals ook verzekeringen, worden ontzegd.

Hoewel Bruinsma (1996) zelf geen uitspraak doet over veiligheidszorg door verzekeraars, kan

worden gesteld, dat indien verzekeraars bewust beperkingen opleggen in de toegang tot verzekeringen,

verzekeraars hiermee invloed uitoefenen op de sociale controle. Zonder aanvullend onderzoek kan hier

echter geen concrete uitspraak over worden gedaan.

III.4 Samenvatting

In dit hoofdstuk is de vraag gesteld hoe de weigering van ex-gedetineerden past in de

uitgangspunten van een risicosamenleving. In antwoord hierop kan worden gesteld dat verzekeraars

veiligheidsbesturing uitoefenen door op basis van actuariële technieken het moreel risico van een

aanvrager te voorspellen en aan de hand hiervan de premiehoogte voor de aanvrager te bepalen. Dit

past in de uitgangspunten van een risicosamenleving.

Risicovoorspelling door verzekeraars is vergelijkbaar met het treffen van een preventieve

maatregel om geanticipeerde risico’s vroegtijdig te elimineren. Zo zal een verzekeraar die op basis van

actuariële technieken voorspelt dat een ex-gedetineerde aanvrager een hoog moreel risico met zich

draagt, de ex-gedetineerde aanvrager zeer waarschijnlijk preventief weigeren.

Verzekeraars kunnen hun verzekering inzetten als instrument voor veiligheidsbesturing en de

geldende polisvoorwaarden hanteren als technieken van veiligheidsbesturing. Hierbij geldt dat elk

element van een verzekering als een zelfbesturend instrument kan worden ingezet. Deze elementen

zijn vergelijkbaar met de elementen die ten grondslag liggen aan een veiligheidsprogramma voor

36


Sluiten verzekeraars ex-gedetineerden uit? Lucrecia Paulina

veiligheidsbesturing. Dit roept de vraag op of verzekeraars de nieuwe bestuurders zijn van

veiligheidsbesturing en net als de staat sociale controle tot doel hebben.

Of verzekeraars in Nederland ex-gedetineerden weigeren op basis van het hebben van een

detentieverleden, wordt onderzocht in de volgende hoofdstukken.

37


Sluiten verzekeraars ex-gedetineerden uit? Lucrecia Paulina

IV Verzekeraars

In dit hoofdstuk worden de antwoorden van tien schadeverzekeraars, drie zorgverzekeraars en

twee levensverzekeraars op de aan hen gestelde onderzoeksvragen weergegeven. De antwoorden zijn

geclusterd in de vier hoofdonderwerpen: polisvoorwaarden en moreel risico, weigering, registratie en

premieopslag.

IV.1 Polisvoorwaarden en moreel risico

Van de vijftien verzekeraars verklaren tien schadeverzekeraars bij acceptatie van een aanvraag

voor een verzekering, uit te gaan van het moreel risico. Het moreel risico bepaalt de verzekeraar aan

de hand van de antwoorden die aanvrager geeft op de slotvragen (zie ook paragraaf II.2). Voor deze

vragen geldt volgens de schadeverzekeraars een mededelingsplicht. De verzekeraars verklaren dat een

aanvrager verplicht is deze vragen naar waarheid in te vullen, anders maakt hij zich schuldig aan

fraude en kan hij alsnog op basis daarvan geweigerd worden. Enkele verzekeraars geven verder aan,

een aanvrager die op de slotvragen antwoordt ex-gedetineerde te zijn, tevens te vragen naar inzage in

zijn strafdossier. In de woorden van één van deze schadeverzekeraars:

“Er is een wettelijke toelichting dat wij als verzekeraars die vragen mogen stellen om de mate

van betrouwbaarheid bij de klant te mogen vaststellen. Bij het vergoeden van ingediende

schadenota‟s betaalt een verzekeraar op basis van vertrouwen, dus mag hij ook eisen stellen

ter berekening van het risico.”

Drie zorgverzekeraars, een levensverzekeraar en zes schadeverzekeraars, waaronder ook

verzekeraar R, verklaren ex-gedetineerde niet te vragen naar hun detentieverleden. Tussen deze zes

schadeverzekeraars bevindt zich ook de schadeverzekeraar van wie in vorige paragraaf is aangetoond

dat hij per definitie ex-gedetineerden weigert. Twee andere schadeverzekeraars geven eveneens aan

niet te vragen naar inzage in het strafdossier, omdat dit volgens hen wettelijk niet mag.

“Het heeft te maken met een stukje privacy. We verwachten dat de klant het zelf vertelt en

hierin eerlijk is.”

“Dat mogen we niet. Maar als de aanvrager geen informatie verstrekt kunnen we het moreel

risico niet beoordelen en kunnen we hem ook niet accepteren.”

38


Sluiten verzekeraars ex-gedetineerden uit? Lucrecia Paulina

Uit bovenstaande uitspraken blijkt dat ondanks dat de twee schadeverzekeraars aangeven niet

te vragen naar inzage in het strafdossier, zij wel verwachten dat een ex-gedetineerde uit eigen initiatief

inzage tot de inhoud van zijn strafdossier verleent aan de betreffende verzekeraar. Deze verwachting

blijkt ook uit de informatie zoals weergegeven op de internetsites van de twee schadeverzekeraars. Op

deze internetsites volgt na de slotvragen, de mededeling dat een ex-gedetineerde desgewenst de

informatie met betrekking tot zijn strafdossier naar de afdeling Veiligheidszaken van de verzekeraar

kan opsturen. Met het woord ‘desgewenst’ laten de verzekeraars de keuze aan de ex-gedetineerde of

hij verdere informatie over zijn strafdossier opstuurt of niet. Dat deze keuze niet vrijblijvend is, blijkt

uit de tweede uitspraak hierboven. Hierin stelt de verzekeraar dat zonder verdere informatie over het

delict, het moreel risico niet kan worden berekend en de aanvraag dus ook niet kan worden

geaccepteerd. Dit betekent dat een ex-gedetineerde die bij deze schadeverzekeraar een aanvraag doet

voor een verzekering, toch min of meer wordt gedwongen inzage in zijn strafdossier toe te staan als hij

niet wil worden geweigerd.

Twee andere schadeverzekeraars verklaren ex-gedetineerden wel te vragen naar inzage in het

strafdossier. Dit doen ze naar eigen zeggen om te beslissen of het soort detentie en de periode uit

detentie bepalend zijn voor de hoogte van het moreel risico. Een andere schadeverzekeraar verklaart

dat verzekeraars alle informatie die openlijk is in databanken zelf kunnen en mogen opzoeken, maar

dat een verzekeraar niet mag doorvragen bij een aanvrager.

“We hebben wel liever dat mensen het zelf openlijk vertellen. Soms willen ze niet over het

verleden praten. Dat we de informatie in databanken opzoeken is a) prettiger en b) om de

aanvraag beter te kunnen beoordelen. Ook om te voorkomen dat mensen iets kunnen

verzwijgen, want het kan ook zijn dat mensen de feiten rond hun detentieverleden vergeten

zijn.”

Deze schadeverzekeraar verklaart dat het kunnen opzoeken van persoonsgegevens van de

aanvrager in online databanken, maakt dat verzekeraars bij de keuze tot weigering dan wel acceptatie,

niet meer enkel toegewezen zijn op de eerlijkheid van aanvragers. Tegenwoordig kunnen verzekeraars

ook zelf achterhalen of iemand bij een eerdere verzekeraar is geweigerd.

IV.2 Weigering

Van de vijftien verzekeraars verklaren twee zorgverzekeraars, een levensverzekeraar en een

schadeverzekeraar ex-gedetineerden standaard te accepteren. Volgens deze vier verzekeraars, in het

39


Sluiten verzekeraars ex-gedetineerden uit? Lucrecia Paulina

vervolg te noemen accepterende verzekeraars, speelt detentieverleden geen rol als het gaat om de

toetsing van een aanvraag. Twee accepterende zorgverzekeraars verklaren dat ex-gedetineerden ook

voor de aanvullende zorgverzekering standaard worden geaccepteerd, omdat: “er geen onderscheid

wordt gemaakt in het soort klant (en) iedereen wordt geaccepteerd.” Aansluitend hierop verklaart de

accepterende levensverzekeraar dat er bij de selectie van nieuwe aanvragen niet op detentieverleden

wordt geselecteerd, maar op basis van: “medische beoordeling of beoordeling beroepsrisico of

financiële herbeoordeling.”

De accepterende schadeverzekeraar betreft een verzekeringsmaatschappij die door

gezamenlijke aandeelhouders van andere verzekeraars is opgericht in Nederland in 1966. De

maatschappij is opgericht voor groepen mensen die zich bij reguliere verzekeringsmaatschappijen niet

kunnen verzekeren en, of voor risico´s die te groot zijn voor een individuele verzekeraar. Deze

schadeverzekeraar, die in het vervolg zal worden aangeduid met ‘verzekeraar R’, accepteert dus

mensen met een hoog moreel risico die bij andere verzekeraars worden geweigerd.

Anders dan de vier accepterende verzekeraars, verklaren een zorgverzekeraar, een

levensverzekeraar en negen schadeverzekeraars, ex-gedetineerden niet standaard te accepteren, maar

ook niet per definitie te weigeren. Deze verzekeraars worden in het vervolg weigerende verzekeraars

genoemd. In tegenstelling tot de zorgverzekeraars verklaren de schadeverzekeraars dat ze niet

gebonden zijn aan een acceptatieplicht en dus wettelijk niet verplicht zijn iedereen die een aanvraag

indient voor een verzekering, te accepteren.

Hoe dit recht wordt toegepast, wisselt per verzekeraar, per verzekering en per aanvrager. Zo

stelt de weigerende zorgverzekeraar ex-gedetineerden te weigeren indien ze nog openstaande schulden

hebben staan. De weigering geldt dan alleen voor het aanvullende deel van de zorgverzekering.

Daarnaast verklaart de weigerende levensverzekeraar ex-gedetineerden afhankelijk van hun sociaal

inkomen te weigeren en, of wanneer een ex-gedetineerde langer dan zes maanden in detentie heeft

gezeten. Voor deze weigerende levensverzekeraar geldt dus dat detentieverleden reden voor weigering

is, indien detentie langer dan zes maanden heeft geduurd.

De negen weigerende schadeverzekeraars verklaren bij de keuze tot acceptatie of weigerig,

onderscheid te maken tussen iemand die is veroordeeld en iemand die alleen verdacht is geweest van

een strafbaar feit. In het laatste geval bestaat er een grotere kans om geaccepteerd te worden.

“Wordt iemand veroordeeld, dan heeft hij geen recht op verzekering. (…) Uitzondering hierop

zijn zaken als dood door schuld. Bij dood door schuld in het verkeer gaat het om het onder

invloed rijden. Deze zaak is zo ingrijpend dat je zo iemand liever niet als klant wil hebben.”

40


Sluiten verzekeraars ex-gedetineerden uit? Lucrecia Paulina

Geen van de negen weigerende schadeverzekeraars geeft toe standaard polisvoorwaarden te

hanteren die ertoe leiden dat ex-gedetineerden bij voorbaat worden geweigerd. Het wel of niet

accepteren van een aanvraag ingediend door een ex-gedetineerde, wordt volgens deze

schadeverzekeraars dan ook van geval tot geval bekeken.

“Acceptatie of weigering volgt na toelichting van de klant over het strafverleden.”

“Niemand wordt bij voorbaat geweigerd dus ook ex-gedetineerden niet (…), maar er gelden

enkele criteria. (…). Er moet wel een link zijn tot het delict. Het gaat erom in hoeverre wij als

verzekeringsmaatschappij een risico lopen. Er speelt ook een stukje eerlijkheid, het hangt er

vanaf of diegene uit zichzelf eerlijk toegeeft wat hij heeft gedaan of dat de maatschappij er zelf

achter komt. Liegen of de waarheid vertellen, maakt verschil. Het gaat ons om de vraag: „Zou

je als je de waarheid wist, dezelfde voorwaarden hebben ingesloten bij het sluiten van de

verzekering?‟(…) Liegen is in deze situatie hetzelfde als misleiding.”

“Het staat niet zwart op wit dat en zo ja, wanneer een ex-gedetineerde bij voorbaat wordt

geweigerd. Het hangt af van hoe lang geleden iemand gedetineerd is geweest en de reden

waarvoor. Hoe lang geleden en de reden waarvoor vormen het moreel risico waarop kan

worden besloten geen verzekering met iemand te sluiten.”

“Niet bij voorbaat, acceptatie is afhankelijk van het antwoord op de slotvragen. Wij vragen

naar het wat en waarom van het strafrechtelijk verleden. Deze gegevens worden gebruikt om

het risico te beoordelen. Strafrechtelijke feiten ouder dan 8 jaar hoeft de aanvrager niet te

melden.”

“Het hangt af van wat de persoon heeft gedaan en hoe wij als verzekeringsmaatschappij

daaronder schade kunnen lijden. Weigering volgt als iemand bekend is met alcoholgebruik en

een autoverzekering wil sluiten of wanneer iemand veroordeeld is voor brandstichting en een

brandverzekering wil sluiten. Een inboedelverzekering is bij zo iemand geen probleem.”

“Hangt van de situatie af. Acceptatie of weigering volgt na toelichting van de klant over het

detentieverleden.”

“Soms, afhankelijk van de aard van het strafverleden, de historie en de persoonlijke

omstandigheden van de aanvrager. (…) Niemand wordt standaard geweigerd. (…) Het gaat

om vertrouwen en een stuk maatschappelijk normbesef. De verzekeraar vraagt zich af hoe en

wat iemand doet om aan zijn geld te komen. Iemand die voor winkeldiefstal heeft gezeten zal

bijvoorbeeld eerder worden geweigerd dan iemand die voor mishandeling heeft gezeten, hoe

41


Sluiten verzekeraars ex-gedetineerden uit? Lucrecia Paulina

raar dat ook klinkt. Dit omdat het de verzekeraar gaat om de mate van vertrouwensrelatie die

hij kan aangaan met de aanvrager. Ik zou eerder aan iemand die voor mishandeling heeft

vastgezeten mijn portemonnee durven geven om vast te houden dan aan iemand die voor

winkeldiefstal heeft gezeten. Hetzelfde geldt voor iemand die een maatschappelijk ernstig feit

heeft begaan. Ik zou met diegene geen verzekering sluiten want ik wil niet dat in de krant komt

te staan dat ik met zo iemand zaken doe.”

“Het ligt eraan hoe lang geleden het delict is gepleegd en om wat voor delict het ging.”

Uit bovenstaande uitspraken blijkt dat de weigerende schadeverzekeraars geen aanvragers

weigeren puur op basis van het hebben van een detentieverleden, tenzij er een duidelijk verband is

tussen het gepleegde delict en de aangevraagde verzekering, of tenzij de verzekeraar erachter komt dat

de ex-gedetineerde op het aanvraagformulier heeft gelogen over zijn detentieverleden (fraude), of

informatie hierover heeft verzwegen (dwaling). Voorbeeld van een duidelijk verband tussen het

gepleegde delict en de aangevraagde verzekering is het geval als een ex-gedetineerde die veroordeeld

is geweest voor brandstichting een aanvraag indient voor een brandverzekering.

Na doorvragen blijkt echter dat de weigerende schadeverzekeraars wel degelijk

omstandigheden kunnen noemen die voor hen doorslaggevend zijn voor weigering van een aanvraag.

Een omstandigheid die bijna unaniem door de weigerende schadeverzekeraars wordt genoemd is

oplichting: “Oplichting leidt vrijwel altijd tot een nee”.

Naast oplichting noemen de verzekeraars ook verkeersdelicten als een reden voor weigering

en in iets mindere mate, ook brandstichting. Met verkeersdelicten bedoelen de weigerende

schadeverzekeraars het met alcohol achter het stuur rijden, dood door schuld in het verkeer, of

rijontzeggingen. Indien een aanvrager bekend blijkt te zijn met alcoholgebruik achter het stuur, kan dat

vooral een reden voor weigering zijn bij de aanvraag voor een autoverzekering. Daarnaast verklaren de

weigerende schadeverzekeraars dat aanvragers die geregistreerd staan met een rijontzegging omdat ze

bijvoorbeeld onder invloed in het verkeer hebben gereden, bij autoverzekeraars vrijwel standaard

worden geweigerd. Brandstichting en dan in het bijzonder als het moord tot gevolg heeft gehad, kan

vooral een reden voor weigering zijn bij de aanvraag voor een woonverzekering. De drie weigerende

zorgverzekeraars en de twee weigerende levensverzekeraars noemen medische keuring als mogelijke

reden voor weigering.

Hoewel de negen weigerende schadeverzekeraars verklaren ex-gedetineerden niet standaard te

weigeren, blijkt na controlevragen uit verdere antwoorden van in ieder geval drie weigerende

schadeverzekeraars, dat er wel kan worden gesteld dat ex-gedetineerden bij hen standaard worden

geweigerd. Deze stelling kan worden gedaan, op basis van de volgende antwoorden:

42


Sluiten verzekeraars ex-gedetineerden uit? Lucrecia Paulina

“Wij vragen naar een strafrechtelijk verleden over een periode van acht jaar. Als de

aanvrager aangeeft dat hier sprake van is dan wijzen wij de aanvraag direct af. Een

toelichting is dus niet noodzakelijk. Vragen wij om een toelichting en wordt dit geweigerd dan

blijft de afwijzing staan. Volgt er een toelichting waaruit blijkt dat de feiten niet heel zwaar

wegen dan kan alsnog tot acceptatie worden overgegaan.”

“Wat betreft schadeverzekeringen geldt geen acceptatieplicht en mensen met een

detentieverleden komen dan ook niet door. Ook na acht jaar vaak niet. Detentieverleden komt

sowieso niet door. Er is geen acceptatiebeleid met betrekking tot ex-gedetineerden (…).”

“Het hebben van een detentieverleden van korter dan acht jaar is al genoeg reden voor

registratie. Dat heet het moreel risico. De registratie verloopt op een gegeven moment, maar

tot die tijd zal de ex-gedetineerde zich nergens kunnen verzekeren behalve bij verzekeraar R.”

Afgaande op bovenstaande uitspraken kan worden geconcludeerd dat alle drie weigerende

schadeverzekeraars detentieverleden als reden hanteren voor de weigering van een aanvraag voor een

verzekering. Voor één van deze twee weigerende schadeverzekeraars geldt dat weigering op basis van

het hebben van een detentieverleden ook na acht jaar uit detentie volgt.

IV.3 Registratie

Het online registratiesysteem van persoonsgegevens en feiten, wordt beheerd door het

Verbond van Verzekeraars en is volgens de verzekeraars, bedoeld voor verzekeraars die op deze

manier kunnen nagaan wie geweigerd is bij een eerdere verzekeraar, van wie de polis bij een eerdere

verzekeraar is opgezegd, wie in het verleden veelvuldig schade heeft gedeclareerd, of wie in detentie

heeft gezeten. In de volksmond wordt dit registratiesysteem aangeduid met de ‘zwarte lijst’. Tijdens

het onderzoek wordt duidelijk dat menig verzekeraars deze benaming afkeuren. De verzekeraars

spreken liever van de signaleringslijst.

Volgens de geïnterviewde verzekeraars worden verzekeraars in Nederland door het Verbond

van Verzekeraars geacht, maar niet verplicht, bij weigering of opzegging van een polis de

persoonsgegevens van de geweigerde aanvrager te registreren. Ook dienen verzekeraars bij registratie,

de reden van weigering of opzegging te noteren. Bij weigering betreft het nieuwe aanvragen voor een

verzekering en bij opzegging van de polis betreft het iemand die al klant is bij de verzekeraar.

43


Sluiten verzekeraars ex-gedetineerden uit? Lucrecia Paulina

De verzekeraars noemen Stichting CIS en online databank FISH, als voorbeelden van online

databanken met een intern registratiesysteem in Nederland.

“Bij de aanvraag worden automatisch naam, geboortedatum en adres gecheckt in bestanden

van FISH. Speciale gevallen voor straatraces komen in de Staatscourant te staan. In de

slotvragen geeft men zijn akkoord voor het opzoeken van de informatie in deze bestanden. De

aanvrager heeft hierin geen keus, maar kan wel weigeren erover te praten of antwoord te

geven op vragen van de verzekeraar. Alle verzekeraars hebben toegang tot dezelfde

databanken. De polis wordt dan geaccepteerd of geweigerd op basis van het risico dat wij

vinden in de databank. De persoon kan de gevonden informatie extra toelichten maar de

beslissing is vaak dan al genomen.”

Volgens verzekeraar R wordt in de databank van Stichting CIS gegevens opgeslagen met

betrekking tot schademeldingen, onverzekerd rijden, rijontzeggingen, opzeggingen van polissen,

fraude en binnenkort ook wanbetaling van voornamelijk autoverzekerden. Volgens een andere

schadeverzekeraar staat tevens in de online databank van Stichting CIS vermeld of iemand al langer

dan 8 jaar uit detentie is. In dat geval mag diegene niet worden geweigerd. Deze verklaring wordt

echter tegengesproken door verzekeraar R, die stelt dat in de databank van Stichting CIS, geen

gegevens zijn opgeslagen met betrekking tot een eventueel detentieverleden van een aanvrager. In de

verklaring van verzekeraar R:

“In het datasysteem van Stichting CIS liggen geen gegevens vast met betrekking tot een

eventueel strafrechtelijk verleden van een aanvrager. Er kan in dit systeem dus niet

achterhaald worden of iemand een ex-gedetineerde is. Je wordt in het informatiesysteem

opgenomen als je schade meldt, een rijontzegging hebt gekregen, onverzekerd hebt gereden,

verzekeringsfraude hebt gepleegd en of je verzekering voorheen door een verzekeraar is

opgezegd. De gevolgen van opname in de databank zijn voor een ex-gedetineerde dus gelijk

aan die van overige personen, aangezien in het informatiesysteem geen gegevens vastliggen

met betrekking tot het strafrechtelijk verleden van een persoon.”

Volgens verzekeraar R kan niet via de online databank achterhaald worden of iemand ex-

gedetineerde is. Deze tegenstrijdigheid in de verklaring is opmerkelijk, omdat de verklaring van

verzekeraar R ook in strijd is met de informatie op de internetsite van Stichting CIS. Op de internetsite

van stichting CIS staat namelijk, zoals ook in paragraaf II.4 is beschreven, dat tevens speciale

meldingen in de databank FISH worden geregistreerd. Onder deze speciale meldingen vallen ook

aanvragers die het hebben van een detentieverleden hebben verzwegen.

44


Sluiten verzekeraars ex-gedetineerden uit? Lucrecia Paulina

De negen weigerende schadeverzekeraars verklaren een aanvrager die geregistreerd staat in

FISH, afhankelijk van de reden voor registratie, zelf ook zullen weigeren. Zo verklaart een weigerende

schadeverzekeraar: “Het hebben van een detentieverleden van korter dan acht jaar is al genoeg reden

voor registratie. Dat heet het moreel risico”. Of een verzekeraar een geregistreerde persoon weigert

hangt van af van iedere verzekeraar en iedere verzekeraar hanteert daartoe zijn eigen argumenten. Ook

het vervolgens registreren van de geweigerde aanvrager, hangt per verzekeraar af. Zo verklaart een

weigerende schadeverzekeraar een aanvrager te registreren, wanneer die persoon veelvuldige

schadenota’s heeft ingediend in het verleden. Een andere weigerende schadeverzekeraar verklaart alle

geweigerde aanvragers te registreren. Hij doet dit om een eventueel volgende aanvraag juist te kunnen

beoordelen.

Bij fraude zijn verzekeraars zelfs verplicht de feiten rond de gepleegde fraude en de

persoonsgegevens van de frauderende klant te registreren. Volgens een weigerende schadeverzekeraar

is deze verplichting noodzakelijk, zodat iedere verzekeraar bij een nieuwe aanvraag kan achterhalen of

iemand fraude heeft gepleegd in het verleden en op basis van die informatie kan kiezen tot weigering

of acceptatie van de aanvraag. Op die manier wordt voorkomen dat personen die zich in het verleden

schuldig hebben gemaakt aan fraude, opnieuw fraude kunnen plegen bij een andere verzekeraar.

De twee accepterende zorgverzekeraars, beide levensverzekeraars en een weigerende

schadeverzekeraar, verklaren dat ze niet doen aan registratie in interne registratiesystemen. De

zorgverzekeraars en de levensverzekeraar verklaren hierover dat ze bij een aanvraag geen controle

uitvoeren op de persoonsgegevens van de aanvrager en zonder controle is registratie ook niet van

toepassing. De weigerende schadeverzekeraar verklaart niet te doen aan registratie, omdat wanneer

iemand bij hem geweigerd wordt, diegene uit het interne systeem wordt gehaald. De weigerende

zorgverzekeraar, verzekeraar R en acht weigerende schadeverzekeraars, verklaren daarentegen dat ze

bij weigering van een aanvraag, wel overgaan tot registratie van de persoonsgegevens en feiten rond

de weigering. Verzekeraar R verklaart bij de beoordeling van een aanvraag voor een autoverzekering,

gebruik te maken van de informatie beschikbaar in databank FISH, maar geeft tegelijkertijd aan dat

het voor hem qua acceptatie van een aanvraag niet uitmaakt of een aanvrager geregistreerd staat of

niet. Wel heeft registratie invloed op de premiebepaling.

IV.4 Premieopslag

De drie zorgverzekeraars, de accepterende levensverzekeraar en zes weigerende

schadeverzekeraars, verklaren geen premieopslag op te leggen.

45


Sluiten verzekeraars ex-gedetineerden uit? Lucrecia Paulina

“We leggen helemaal geen premieopslag op. Wat dat betreft zijn we heel zwart wit, of er volgt

acceptatie of er volgt weigering.”

“Het is wel of niet accepteren. Premie is daarbij niet van belang. Premie maakt het risico niet

beter, het gaat om vertrouwen. Of iemand meer kan betalen of niet, maakt mij niet uit (…).”

Ook de weigerende levensverzekeraar verklaart geen premieopslag te hanteren, maar geeft wel

aan in sommige situaties het uitkeringsbedrag in te korten, of de aanvrager een boete te geven indien

hij zich schuldig maakt aan dwaling of fraude. Omdat ook het opleggen van boetes en het inkorten van

het uit te keren bedrag onder voorwaarden voor acceptatie vallen, wordt ook deze levensverzekeraar in

dit onderzoek gerekend tot de verzekeraars die premieopslag opleggen. Behalve deze

levensverzekeraar, geven ook vier weigerende schadeverzekeraars en verzekeraar R aan, wel

premieopslag te hanteren als alternatief voor weigering.

In welke situaties de verzekeraars kiezen voor premieopslag verschilt per aangevraagd

verzekeringspakket. Een weigerende schadeverzekeraar verklaart dat de premiehoogte wordt berekend

op basis van onder andere geografische kenmerken, zoals de woonsituatie van de aanvrager. Een

andere weigerende schadeverzekeraar stelt dat premieopslag bij aanvragen voor een

inboedelverzekering of een aansprakelijkheidsverzekering wordt geboden. Bij aanvragen voor een

autoverzekering is dit volgens de schadeverzekeraar niet het geval, tenzij de aanvrager in het verleden

is veroordeeld met dronken achter het stuur rijden. Verzekeraar R verklaart niet uitsluitend aan ex-

gedetineerden, maar aan alle aanvragers die een hoog schaderisico met zich dragen premieopslag te

bieden.

“Op de door ons gevoerde premies worden geen opslagen toegepast uitsluitend op het

gegeven dat een aanvrager een ex-gedetineerde betreft. Echter, als de aanvrager van een

autoverzekering toevallig ook een ex-gedetineerde is en in de afgelopen drie jaar negen keer

schade heeft veroorzaakt, houden wij bij de premieberekening wel rekening met een hoger

risico is, waarvoor wij dan ook meer premie in rekening zullen brengen. Niet omdat het een

ex-gedetineerde betreft, maar vanwege het schadeverloop in de afgelopen jaren. Bij de premie

voor de individuele producten wordt over het algemeen uitgegaan van de “wet van de grote

getallen”, met andere woorden: premies worden bepaald door te kijken naar de premie van de

gehele groep verzekerden, de totale schadelast en onze kosten. (…). Als een individueel risico

afwijkt van het „gemiddelde‟ risico dan kunnen opslagen berekend worden (…), maar nimmer

omdat een aanvrager of verzekerde een ex-gedetineerde betreft.”

46


Sluiten verzekeraars ex-gedetineerden uit? Lucrecia Paulina

IV.5 Samenvatting

In dit hoofdstuk zijn de antwoorden van de verzekeraars besproken. Van de vijftien

verzekeraars zijn er vier accepterende verzekeraars, onder wie twee zorgverzekeraars, een

levensverzekeraar en een schadeverzekeraar, die verzekeringen sluiten met ex-gedetineerden.

Vier weigerende verzekeraars, onder wie een levensverzekeraar en drie schadeverzekeraars,

sluiten geen verzekeringen met ex-gedetineerden die korter dan acht jaar uit detentie zijn. Voor de

weigerende levensverzekeraar geldt dat de detentie langer dan zes maanden moet hebben geduurd.

Voor één van de twee weigerende schadeverzekeraars geldt dat ex-gedetineerden ook na het

verstrijken van acht jaar, bij hem worden geweigerd voor een verzekering.

Zeven verzekeraars, onder wie een zorgverzekeraar en zes schadeverzekeraars, weigeren ex-

gedetineerden niet per definitie, maar sluiten ook niet standaard een verzekering met ex-gedetineerden.

Acceptatie van ex-gedetineerden is afhankelijk van het soort delict en de duur van de periode uit

detentie en indien de slotvragen op het aanvraagformulier naar waarheid zijn ingevuld.

De drie zorgverzekeraars, de accepterende levensverzekeraar en zes weigerende

schadeverzekeraars, verklaren geen premieopslag op te leggen. De weigerende levensverzekeraar, vier

weigerende schadeverzekeraars en verzekeraar R hanteren wel premieopslag als alternatief voor

weigering. Verzekeraar R is een accepterende schadeverzekeraar die verzekeringen sluit met mensen

die een verhoogd schaderisico hebben en hierdoor bij reguliere verzekeraars worden geweigerd.

Verzekeraar R rekent wel premieopslag. De hoogte van de op te leggen premieopslag, zo verklaren de

verzekeraars, verschilt per verzekeringspakket.

Wordt iemand geweigerd, dan wordt die persoon ook door de verzekeraar geregistreerd in

online registratiesystemen, zoals databank FISH. Doorgaans vormen oplichting en fraude een reden

voor registratie. Bij fraude zijn verzekeraars bij wet verplicht de frauderende klant te registreren zodat

deze informatie beschikbaar is voor andere verzekeraars. Verzekeraars registreren iemand indien er

sprake is geweest van opzegging van de polis. Reden van opzegging kan zijn dat een verzekerde

openstaande betalingen heeft en dus als wanbetaler wordt aangemerkt, of dat een verzekerde

structureel veel en hoge schadedeclaraties indient.

Of een geregistreerde aanvrager ook bij een andere verzekeraar wordt geweigerd, staat niet

vast, omdat iedere verzekeraar daar zelf toe beslist. Personen die geregistreerd staan met een

rijontzegging, omdat ze bijvoorbeeld onder invloed in het verkeer hebben gereden, worden bij

autoverzekeraars vrijwel standaard geweigerd.

47


Sluiten verzekeraars ex-gedetineerden uit? Lucrecia Paulina

V Ex-gedetineerden

In dit hoofdstuk worden de antwoorden van 36 ex- gedetineerden op de aan hen gestelde

onderzoeksvragen weergegeven. De antwoorden zijn geclusterd in de vier hoofdonderwerpen:

polisvoorwaarden en moreel risico, weigering, registratie en premieopslag.

V.1 Polisvoorwaarden en moreel risico

Vier ex-gedetineerden verklaren dat ze langer dan acht jaar uit detentie zijn. Daarnaast

verklaren achttien ex-gedetineerden dat hun laatste detentie tevens hun enige detentie is geweest.

Alle 36 ex-gedetineerden geven aan dat ze voorafgaand aan hun detentie één of meerdere

verzekeringen hadden. Elf ex-gedetineerden geven aan dat hun verzekeringen doorliepen tijdens

detentie. Volgens hen is dit, omdat ze de verzekeringen op naam van iemand anders lieten overzetten.

Daartegenover verklaren 24 ex-gedetineerden dat hun verzekeringen tijdens detentie zijn stopgezet.

Van deze 24 ex-gedetineerden geldt dat achttien ex-gedetineerden zelf hun verzekeringen hebben

opgezegd tijdens hun detentie en voor zes ex-gedetineerden geldt dat de verzekeraar de verzekeringen

tijdens detentie heeft opgezegd. In beide gevallen is de reden van opzegging geweest, dat de

verzekerde ex-gedetineerde de premie niet meer kon betalen. Een ex-gedetineerde weet niet meer wie

zijn verzekeringen tijdens zijn detentie heeft opgezegd.

Voor alle 36 ex-gedetineerden geldt dat ze in elk geval voor de basiszorgverzekering zijn

verzekerd. Veertien ex-gedetineerden verklaren dat ze naast de basis zorgverzekering geen andere

verzekering hebben. Daartegenover verklaren 22 ex-gedetineerden dat ze naast de basis

zorgverzekering, ook andere verzekeringen hebben. Deze andere verzekeringen betreffen voor dertien

ex-gedetineerden een aanvullende zorgverzekering, voor twaalf ex-gedetineerden een

inboedelverzekering, voor tien ex-gedetineerden een autoverzekering, voor acht ex-gedetineerden een

aansprakelijkheidsverzekering, voor vier ex-gedetineerden een brandverzekering, voor vier ex-

gedetineerden een uitvaartverzekering, voor drie ex-gedetineerden een pensioenverzekering, voor twee

ex-gedetineerden een rechtsbijstandverzekering en voor twee ex-gedetineerden een levensverzekering

in de vorm van een gezinsuitkering.

“Wanneer je online een verzekering probeert te sluiten, kom je de volgende vraag tegen: Bent

u in de laatste acht jaar verdacht van een strafbaar feit? Antwoord je daarop met „ja‟, dan

word je geweigerd als klant. Het gaat hierbij om (…) inboedelverzekeringen,

brandverzekeringen en aansprakelijkheidsverzekeringen. Met andere woorden verzekeringen

die een verband kunnen hebben met strafzaken. (…) Kijk, dat je een veroordeelde pyromaan

48


Sluiten verzekeraars ex-gedetineerden uit? Lucrecia Paulina

geen brandverzekering wilt laten sluiten snap ik, maar waarom kan zo iemand geen

autoverzekering afsluiten?”

V.2 Weigering

Van de 36 ex-gedetineerden, geven 28 ex-gedetineerden aan nooit te zijn geweigerd voor een

verzekering. Een kanttekening hierbij is dat van deze 28 ex-gedetineerden er veertien zijn die

aangeven na hun detentie ook niet te hebben geprobeerd een verzekering, anders dan de verplichte

basis zorgverzekering, te sluiten. Er kan daarom worden geconcludeerd dat voor deze veertien ex-

gedetineerden, niet gesproken kan worden van geen weigering in de ruimste zin van het woord, omdat

er ook geen sprake is geweest van een aanvraag. Voor de rest van het onderzoek zal er dan ook van

worden uitgegaan dat veertien ex-gedetineerden nooit voor een verzekering zijn geweigerd en dat voor

veertien ex-gedetineerden hier geen uitspraak over kan worden gedaan.

Zeven van de veertien ex-gedetineerden die nooit voor een verzekering zijn geweigerd, in het

vervolg aangeduid met niet geweigerde ex-gedetineerden, geven aan wel andere ex-gedetineerden te

kennen die voor een verzekering zijn geweigerd. De andere niet geweigerde ex-gedetineerden,

verklaren ook geen andere ex-gedetineerden te kennen die voor een verzekering zijn geweigerd.

Anders dan de veertien niet geweigerde ex-gedetineerden, verklaren acht ex-gedetineerden wel

te zijn geweigerd voor een verzekering. Van deze acht ex-gedetineerden, in het vervolg aangeduid met

geweigerde ex-gedetineerden, verklaren vijf ex-gedetineerden eenmaal te zijn geweigerd, terwijl twee

ex-gedetineerden verklaren drie keer te zijn geweigerd en één ex-gedetineerde verklaart minstens tien

keer te zijn geweigerd.

Alle acht geweigerde ex-gedetineerden zijn van mening dat ze zijn geweigerd omdat ze een

detentieverleden hebben. Hierover verklaart een geweigerde ex-gedetineerde ervan uit te gaan dat zijn

detentieverleden de reden van weigering is geweest, omdat hij van andere geweigerde ex-

gedetineerden heeft gehoord dat zij detentieverleden als reden van weigering hebben gekregen. Een

andere geweigerde ex-gedetineerde verklaart dat uit de manier waarop de verzekeraar sprak, voor hem

duidelijk was dat hij omwille van zijn detentieverleden is geweigerd. De andere zes geweigerde ex-

gedetineerden geven aan, er zeker van te zijn dat ze vanwege hun detentieverleden zijn geweigerd,

omdat de verzekeraar dit zelf had toegegeven. Volgens deze zes geweigerde ex-gedetineerden heeft de

verzekeraar tegen hen verklaard dat ze door hun detentieverleden een te hoog risico hebben en daarom

niet kunnen worden geaccepteerd.

Op de vraag hoe de verzekeraar erachter kwam dat ze een detentieverleden hadden,

antwoorden zes geweigerde ex-gedetineerden dat de verzekeraar hierachter kwam nadat ze ‘ja’ hadden

49


Sluiten verzekeraars ex-gedetineerden uit? Lucrecia Paulina

geantwoord op de slotvraag over detentieverleden. Twee andere geweigerde ex-gedetineerden geven

aan dat de verzekeraar erachter kwam na het invoeren van hun persoonsgegevens in interne

databestanden.

“Het gesprek ging heel erg goed totdat op gegeven moment de vraag kwam: Bent u ex-

gedetineerde of bent u ooit in contact gekomen met justitie? Toen zei ik, ja, dat klopt, want ja

als je erover liegt dan heb je kans dat uiteindelijk als er iets gebeurt, dat ze je niet uitbetalen,

dus ben ik daar open en eerlijk in geweest. Toen zeiden ze: Nou, dan kunnen we u helaas niet

verzekeren. Ik zeg, mag ik dan wel een reden weten? Daar werd heel moeilijk op gereageerd.

(…) Ze wilden het liefst gelijk de hoorn erop gooien. Ik heb direct gezegd dat ik dat

behoorlijke discriminatie vind. (…) Je hoort er nooit meer wat van.”

“Het ging allemaal goed totdat ze me de vraag hadden gesteld of ik een detentieverleden heb.

Toen had de persoon aan de telefoon doorgevraagd naar de reden van detentie. Daarna was

het ineens over. Diegene heeft toen ergens naartoe doorgebeld en ik kreeg „sorry‟ te horen en

dat de verzekering niet doorging. Toen ik langs ging zeiden ze het risico niet te durven nemen,

omdat ik een detentieverleden heb.”

“De verzekeraar vroeg of ik in detentie heb gezeten. Ik zei nee. Toen zei hij dat het zal worden

nagetrokken. Ik hing toen op. Daarna heb ik me gelijk op naam van iemand anders laten

verzekeren.”

Een niet geweigerde ex-gedetineerde verklaart dat hij tot acht jaar na zijn detentie heeft

gewacht om een verzekering aan te vragen. Bij zijn aanvraag heeft hij dan ook ‘nee’ geantwoord op de

slotvraag: ‘Bent u de afgelopen acht jaar in aanraking geweest met politie?’. Of zijn persoonsgegevens

door de verzekeraar in databestanden is ingevoerd is hem niet bekend. Hij is in ieder geval niet

geweigerd.

Op de onderzoeksvraag: ‘Voor welke verzekeringen bent u geweigerd?’ antwoorden vijf van

de acht geweigerde ex-gedetineerden, dat ze voor een autoverzekering zijn geweigerd. Twee andere

geweigerde ex-gedetineerden verklaren dat ze behalve voor een autoverzekering, ook voor een

brandverzekering, een inboedelverzekering en een aansprakelijkheidsverzekering zijn geweigerd. De

andere geweigerde ex-gedetineerde verklaart dat hij behalve voor een autoverzekering en een

aansprakelijkheidsverzekering, ook voor een arbeidsongeschiktheidsverzekering en voor het

aanvullende deel van een zorgverzekering is geweigerd.

50


Sluiten verzekeraars ex-gedetineerden uit? Lucrecia Paulina

Dat een ex-gedetineerde voor een aanvullende zorgverzekering is geweigerd, benadrukt dat de

acceptatieplicht van zorgverzekeraars enkel voor de basis zorgverzekering geldt en niet voor de

aanvullende zorgverzekering.

V.3 Registratie

Geen enkele van de 36 ex-gedetineerden weet of hij geregistreerd staat of niet. Wel geven

dertien ex-gedetineerden aan dat ze van deze databestanden hebben gehoord. Zo weet een ex-

gedetineerde te vertellen dat hij iemand kent die geregistreerd staat. De andere 23 ex-

gedetineerden geven aan dat ze niet eerder van deze databestanden hebben gehoord, of van het feit dat

verzekeraars persoonsgegevens van aanvragers kunnen registreren en invoeren ter controle.

“Volgens mij staan er op die zwarte lijst alleen maar mensen die in het verleden een

verzekering is geweigerd en die zwarte lijst die is echt levenslang, want dan kom je nooit meer

aan een normale verzekering. (…) Ik heb een collega, die staat erop en ja dat geeft allerlei

beperkingen. Je kunt bijvoorbeeld ook geen eigen woning aanschaffen want die kun je niet

verzekeren. (…). Ik ken ook heel veel ex-gedetineerden die gewoon hun auto op naam van

anderen hebben staan. (…). Ze kunnen niet zien waarvoor je veroordeeld bent, maar ze

kunnen wel zien dat je veroordeeld bent, wanneer, en voor hoe lang. [De computersystemen

die het Verbond voor Verzekeraars gebruikt om persoonsgegevens in te voeren, is dat iets

anders dan de zwarte lijst?] Ja, dat is iets anders dan de zwarte lijst. De zwarte lijst is puur

een lijst die bij verzekeraars onderling circuleert. (…) Daar doen de

verzekeringsmaatschappijen zelf ook heel vaag over. (…) Zij beseffen natuurlijk ook wel dat ze

dingen doen die volgens de wet gewoon niet mogen. (…). Je kunt je er wel tegenop geven,

maar dan geef je jezelf tegen een betonnen muur op. Er zijn ex-gedetineerden die er daarom

voor kiezen een verzekering af te sluiten in het buitenland (…).”

“Alle instanties hebben hun eigen zwarte lijst. Je hebt twee lijsten en een bepaalde code (…)

dus je kunt aan de voorwaarden voldoen zoals ze op papier worden gesteld, maar de praktijk

is vaak heel anders. Neem de autoverzekering. (…) Voor een autoverzekeraar moet je vier

polissen betalen om verzekerd te zijn indien je in het verleden een verzekeraar hebt opgelicht

en op de zwarte lijst staat. Die klantenbestanden en gegevens, die worden gewoon gekocht.

Alle mensen die tussen de 500 en de 2000 euro per week extra te besteden hebben, kun je

gewoon opvragen. (…)Men kan gewoon aan jouw internetgebruik aflezen wie jij bent. (…).Zo

werken verzekeringen dus ook.”

51


Sluiten verzekeraars ex-gedetineerden uit? Lucrecia Paulina

V.4 Premieopslag

Acht ex-gedetineerden geven aan dat ze minstens een keer premieopslag hebben gekregen bij

een verzekeraar. Volgens vier van deze acht ex-gedetineerden bedraagt de premieopslag tussen de drie

en zes procent hoger dan de normale premie. Elf ex-gedetineerden geven aan dat ze zelf nooit

premieopslag hebben gekregen, maar dat ze wel van andere ex-gedetineerden hebben gehoord dat zij

tegen premieopslag zijn geaccepteerd. Drie ex-gedetineerden hebben nooit gehoord over

premieopslag. Voor veertien ex-gedetineerden kan hier geen uitspraak over worden gedaan, omdat ze

na hun detentie geen verzekering, anders dan de basiszorgverzekering, hebben aangevraagd.

“Je wordt bij elke verzekeringsmaatschappij geweigerd, omdat je ex-gedetineerde bent en de

enige verzekeringsmaatschappij waarbij je dan wel terecht kan, die rekent woekerprijzen.”

“Een autoverzekering kost normaal per kwartaal € 100 en bij verzekeraar R betaal je gewoon

bijna € 400 voor hetzelfde kwartaal en dat zoveel jaar lang. Het eerste acht jaar hoef je niet

bij een gewone verzekeringsmaatschappij aan te komen. (…) In het verzekeringsbedrag van de

eerste twee termijnen zit een borg voor bijna € 350. (…) Voor de rest hebben ze een aantal

bepalingen, maar daar heb ik niet eens de moeite voor genomen om die allemaal te gaan

zitten doorlezen. Je moet gewoon borg betalen voor de verzekering en dat doen ze dan weer

met het idee van: als jij straks niet betaalt dan hebben zij in ieder geval het geld nog en

daarna kunnen ze je eruit schoppen. (…). De borg ben je gewoon kwijt. Die zit in de premie

berekend (…) en de premie die erna komt is minimaal € 175. Het wordt daarna dus iets

goedkoper, maar het blijft vooralsnog te duur”.

“Verzekeraar R rekent een drievoudige premie, dus driemaal hoger dan een normale premie.

De premie geldt voor alle verzekeringen (…), behalve voor de wettelijke

aansprakelijkheidsverzekering (WA). Je moet gedurende zes jaar de verzekering houden want

ze vinden dat je behoort tot een (…) risicogroep (…).”

“Als je als gedetineerde hebt gezeten voor oplichting, of voor fraude dan kan ik het me

voorstellen. Maar als je gedetineerd hebt gezeten voor winkeldiefstallen, wat heeft dat te

maken met het verzekeren van je inboedel? Of met een brandverzekering, of een

aansprakelijkheidsverzekering? Als je bijvoorbeeld wel de autoverzekeringsbranche hebt

kunnen oplichten door schade te rijden of door een aanrijding te veroorzaken, dan kan ik me

goed voorstellen dat men zegt: (…) „Het is nog te kort, maar neem acht jaar en als die

afgelopen is dan kunnen we wel bijvoorbeeld praten.‟ (…) Sommige dingen vallen onder privé

52


Sluiten verzekeraars ex-gedetineerden uit? Lucrecia Paulina

gegevens, daar hebben verzekeraars niets mee te maken. Nou ja, als het gerelateerd is aan de

strafzaak waarvoor je gezeten hebt, kan ik me er iets bij voorstellen, maar ik denk dat als je de

statistieken erbij pakt dat er bij ex-gedetineerden niet vaker een brand uitbreekt dan bij niet

ex-gedetineerden. (…) Het is natuurlijk ook wel gemakkelijk als je een bepaalde doelgroep

meer laat betalen (…) want iemand moet toch verzekerd zijn.”

V.5 Samenvatting

In dit hoofdstuk zijn de antwoorden van ex-gedetineerden besproken. Van de 36 ex-

gedetineerden zijn er acht minstens een keer geweigerd voor een verzekering. Vijf ex-gedetineerden

zijn eenmaal geweigerd, twee ex-gedetineerden zijn drie keer geweigerd en één ex-gedetineerde is tot

tien keer toe geweigerd. Alle acht geweigerde ex-gedetineerden zijn van mening dat ze zijn geweigerd

omdat ze een detentieverleden hebben. De verzekeraar kwam erachter dat ze een detentieverleden

hadden, nadat ze ‘ja’ hadden geantwoord op de slotvragen, of nadat de verzekeraar hun

persoonsgegevens invoerde in een online registratiesysteem.

Vijf ex-gedetineerden zijn voor een autoverzekering geweigerd. Twee ex-gedetineerden zijn

behalve voor een autoverzekering, ook voor een brandverzekering, een inboedelverzekering en een

aansprakelijkheidsverzekering geweigerd. Één ex-gedetineerde is behalve voor een autoverzekering en

een aansprakelijkheidsverzekering, ook voor een arbeidsongeschiktheidsverzekering en een

aanvullende ziektekostenverzekering geweigerd.

Veertien ex-gedetineerden zijn nooit voor een verzekering geweigerd en veertien ex-

gedetineerden hebben na hun detentie nooit een verzekering, anders dan de basiszorgverzekering,

aangevraagd. Zeven van de veertien ex-gedetineerden kennen wel andere ex-gedetineerden die door

een verzekeraar zijn geweigerd. Elf ex-gedetineerden hebben nooit gehoord van verzekeraars die ex-

gedetineerden weigeren.

Geen van de 36 ex-gedetineerden weet of hij geregistreerd staat in een online databestand.

Dertien ex-gedetineerden hebben wel gehoord van deze databestanden. De andere 23 ex-gedetineerden

hebben nooit eerder van deze databestanden gehoord.

Acht ex-gedetineerden zijn minstens een keer tegen premieopslag geaccepteerd. Volgens vier

ex-gedetineerden bedraagt de premieopslag zes procent of hoger dan de normale premie is. Elf ex-

gedetineerden hebben zelf geen ervaring met premieopslag, maar kennen wel andere ex-gedetineerden

die tegen premieopslag zijn geaccepteerd. Drie ex-gedetineerden hebben nooit gehoord van

premieopslag.

53


Sluiten verzekeraars ex-gedetineerden uit? Lucrecia Paulina

VI Vergelijkend perspectief

In dit hoofdstuk staat de deelvraag: ‘In hoeverre is het weigeren van ex-gedetineerden een

vorm van redlining?’ centraal. Hierbij worden criminologische theorieën over redlining en uitsluiting

uitgebreid besproken.

VI.1 Redlining

In hoofdstuk I is een krantenartikel aangehaald, waarin wordt gesproken over de uitsluiting

van risicowijken door een schadeverzekeraar in Nederland. Deze schadeverzekeraar bevestigt

postcodelijsten te hanteren, aan de hand waarvan hij wijken met een voorspeld hoog schaderisico

selecteert en vervolgens preventief uitsluit van de mogelijkheid tot het sluiten van een verzekering. De

werkwijze van deze schadeverzekeraar is vergelijkbaar met de systematiek van ‘redlining’.

De term redlining vindt zijn oorsprong in de Verenigde Staten en wordt in de literatuur

(Benston, Horsky & Weingartner, 1978; Aalbers, 2003) uitgelegd als een systematiek die door

verzekeraars wordt toegepast bij het uitsluiten van hele wijken. De naam doelt op de werkwijze,

waarbij een verzekeraar op stadskaarten een rode lijn trekt rond de postcodegebieden waar hij

verwacht dat er sprake is van een verhoogd schaderisico. Vervolgens sluit de verzekeraar de

gemarkeerde woongebieden uit van een verzekering. Het gevolg is dat burgers die in de gemarkeerde

risicowijken wonen geen verzekering kunnen sluiten.

Benston (1998) verklaart dat de werkwijze van redlining aanvankelijk door verzekeraars van

hypotheken werd toegepast, bij de selectie tot acceptatie of afwijzing van een aanvraag voor een

hypotheekverzekering. Tegenwoordig wordt redlining breder toegepast. Diverse auteurs (Benston,

Horsky & Weingartner, 1978; Aalbers, 2003, p. 35-39) verklaren dat behalve op de huizenmarkt, nu

ook schadeverzekeraars redlining toepassen bij hun selectie tot acceptatie of weigering van een

aanvraag voor een woonverzekering. Dit betekent dat burgers die in de als risicowijken gemarkeerde

postcodegebieden wonen, geen woonverzekering kunnen sluiten. Met woonverzekering wordt hier

bedoeld, een verzekeringspakket waar onder meer een inboedelverzekering, een brandverzekering en,

of een aansprakelijkheidsverzekering deel van uitmaken.

Hoewel verzekeraars redlining uitleggen als een risicoberedenerende handeling met

kostenbesparing als doel, zien sommige auteurs (Aalbers, 2003, p. 27-28; Ericson e.a., 2003, p. 64,

229) redlining als discriminatie van specifieke groepen mensen die in een bepaalde wijk wonen. Het

betreft hier wat Aalbers (2003, p. 27-28), statistische discriminatie noemt. Van statistische

discriminatie is sprake wanneer minderheden die tot een bepaalde groep horen als gehele groep

worden gediscrimineerd, als reactie op het gedrag van een paar individuen binnen die groep. Zo noemt

54


Sluiten verzekeraars ex-gedetineerden uit? Lucrecia Paulina

Aalbers (2003, p. 12-13) redlining, een vorm van sociale uitsluiting. Hij doelt hierbij op de situatie

waarbij mensen die een huis willen kopen, maar in een wijk wonen die bij hypotheekverstrekkers

bekend staat als een risicowijk, omdat veel klanten uit die wijk wanbetalers zijn. Deze mensen zullen

hierdoor geen hypotheek kunnen krijgen, of alleen tegen bezwarende voorwaarden.

Uit het literatuuronderzoek komt naar voren dat redlining inmiddels een maatschappelijk

bredere lading heeft gekregen. Redlining is niet meer alleen gericht op de uisluiting van bepaalde

wijken, maar ook op de uitsluiting van bepaalde groepen personen. Bijvoorbeeld in het geval dat

verzekeraars, na een paar keer te zijn opgelicht door één of meer ex-gedetineerden, besluiten geen

verzekeringen meer te sluiten met ex-gedetineerden. Redlining komt hiermee overeen met de

weigering van ex-gedetineerden bij het willen sluiten van een verzekering. Ook ex-gedetineerden

vormen een specifieke groep en ook zij kunnen niet, moeilijk, of alleen tegen de voorwaarde van

premieopslag een verzekering sluiten.

Deze overeenkomst tussen redlining en weigering van ex-gedetineerden, maakt duidelijk dat

verzekeraars tegenwoordig niet alleen bij aanvragen voor een woonverzekering redlining toepassen,

maar ook bij aanvragen voor andere soorten verzekeringen. Dit blijkt ook uit de resultaten van het

empirisch onderzoek en het literatuuronderzoek, waarin naar voren komt dat het vooral

schadeverzekeraars zijn die ex-gedetineerden uitsluiten van een verzekering. Dat redlining in plaats

van op risicovolle wijken nu ook op risicovolle personen wordt toegepast, blijkt uit het feit dat

verzekeraars ex-gedetineerden op basis van hun antwoorden op de slotvragen en hun eventueel

geregistreerde persoonskenmerken, preventief selecteren en uitsluiten.

In de literatuur (Young, 1999; Aalbers, 2003) wordt de weigering van bepaalde groepen

personen op grond van geanticipeerde risico’s die deze personen met zich mee kunnen dragen,

aangeduid met uitsluiting. Omdat uit de onderzoeksresultaten blijkt dat verzekeraars ex-gedetineerden

weigeren wanneer ze anticiperen dat een ex-gedetineerde een hoog moreel risico met zich mee kan

dragen, kan er in plaats van weigering van ex-gedetineerden door verzekeraars ook gesproken worden

van uitsluiting van ex-gedetineerden door verzekeraars.

Uitsluiting roept allerlei vragen op onder diverse auteurs. Zo stellen Beyens (2000, p. 9) en

Ashworth (2002, p. 1080) de vraag in hoeverre geanticipeerde risico’s ook gegrond en dus

gerechtvaardigd zijn. Daarnaast stelt Crawford (1999, p. 509) de vraag op welke wijze wordt bepaald

wie beschermd dient te worden tegen risicovolle personen. Volgens Crawford (1999) hangt het

antwoord op de vraag wie beveiligd dient te worden tegen risicovolle personen, samen met de mate

van sociale status die iemand geniet, dat wil zeggen, de mate van sociaal aanzien die iemand geniet.

Hiermee rijst tevens de vraag of risicovolle personen als risicovol worden gezien, omdat ze laag op de

maatschappelijke ladder staan en dus worden uitgesloten uit angst dat ze een bedreiging kunnen

vormen voor het maatschappelijk aanzien van de samenleving. Dit zou betekenen dat verzekeraars

55


Sluiten verzekeraars ex-gedetineerden uit? Lucrecia Paulina

wanneer ze ex-gedetineerden uitsluiten van een verzekering in de vorm van redlining, niet alleen

kapitaalverlies willen voorkomen, maar ook willen voorkomen dat hun verzekeringsmaatschappij

geassocieerd wordt met ex-gedetineerden, wat het sociaal aanzien van hun maatschappij kan aantasten.

De praktijk van redlining levert dan ook een moreel dilemma op, omdat het hanteren van

redlining zowel als een risicoberedenerende handeling kan worden uitgelegd, als dat het als een vorm

van discriminatie kan worden gezien. Dit roept de normatieve vraag op: Verzekeraars, met

uitzondering van zorgverzekeraars, zijn vrij in het bepalen welke risico’s te verzekeren en welke niet,

maar maakt dit de uitsluiting van ex-gedetineerden ook moreel toelaatbaar?

VI.2 Samenvatting

In dit hoofdstuk is de vraag gesteld in hoeverre het weigeren van ex-gedetineerden een vorm

van redlining is. In antwoord hierop kan worden gesteld dat het weigeren van ex-gedetineerden een

vorm van redlining is, omdat verzekeraars ex-gedetineerden als risicovolle personen zien die door hun

detentieverleden een mogelijk te hoog schaderisico met zich dragen.

Redlining komt hiermee overeen met de weigering van ex-gedetineerden door verzekeraars.

Ex-gedetineerden worden door verzekeraars als risicovolle personen worden gezien, omdat ze door

hun detentieverleden een mogelijk verhoogd schaderisico met zich dragen. Dat redlining in plaats van

op risicovolle wijken nu ook op risicovolle personen wordt toegepast, blijkt uit de praktijk van

verzekeraars om ex-gedetineerden op basis van hun antwoorden op de slotvragen en hun eventueel

geregistreerde persoonskenmerken, preventief te selecteren en uit te sluiten.

De overeenkomst tussen redlining en weigering van ex-gedetineerden, laat zien dat

verzekeraars niet meer alleen bij aanvragen voor een woonverzekering redlining toepassen, maar ook

bij aanvragen voor andere soorten verzekeringen. Het zijn vooral schadeverzekeraars die ex-

gedetineerden uitsluiten voor een woonverzekering. Uitsluiting heeft betrekking op de weigering van

een specifieke groep personen, op grond van geanticipeerde risico’s die deze personen met zich

kunnen dragen. In plaats van weigering van ex-gedetineerden door verzekeraars, kan daarom ook

worden gesproken van uitsluiting van ex-gedetineerden door verzekeraars.

Redlining is een vorm van sociale uitsluiting en kan dus ook worden gezien als discriminatie

van specifieke groepen. De weigering van ex-gedetineerden door verzekeraars vormt hierdoor een

moreel dilemma, omdat het uitgelegd kan worden als zowel een risicoberedenerende handeling, als dat

het kan worden gezien als een vorm van discriminatie. Een normatieve vraag hierbij is in hoeverre de

weigering van ex-gedetineerden in de vorm van redlining, ook moreel toelaatbaar is.

56


Sluiten verzekeraars ex-gedetineerden uit? Lucrecia Paulina

onderzoek.

VII Conclusie

In dit hoofdstuk wordt antwoord gegeven op de probleemstelling en de deelvragen van dit

Het onderwerp van dit onderzoek is de uitsluiting van ex-gedetineerden voor een verzekering

door verzekeraars in Nederland. Hiertoe is een literatuuronderzoek en een empirisch onderzoek

verricht. Voor het literatuuronderzoek zijn Criminologische theorieën over polisvoorwaarden, moreel

risico, actuariële technieken, veiligheidsbesturing en redlining bestudeerd. Voor het empirisch

onderzoek zijn er open interviews en vragenlijsten afgenomen onder 15 verzekeraars en 36 ex-

gedetineerden in Nederland. Voor beantwoording van de probleemstelling zijn er drie deelvragen

beantwoord:

Welke polisvoorwaarden leiden tot weigering van een aanvraag voor een verzekering?

Polisvoorwaarden zijn de uitgangspunten van een verzekering. In de polisvoorwaarden zijn de

bepalingen opgenomen met betrekking tot het recht op schadevergoeding in ruil voor de plicht tot

premiebepaling. Verzekeraars hanteren de geldende polisvoorwaarden om te beslissen tot acceptatie of

weigering van een aanvraag voor een verzekering. Uit het literatuuronderzoek blijkt dat

polisvoorwaarden tot weigering van een aanvraag voor een verzekering kunnen leiden als er bij de

aanvraag sprake is van technische acceptatie, dwaling of fraude.

Van technische acceptatie is sprake als niet-medische persoonskenmerken van een aanvrager

maken dat een verzekeraar een hoger risico op schade bij hem voorspelt. Dit is bijvoorbeeld het geval

bij een aanvrager die veel schade heeft gedeclareerd in het verleden. Van dwaling is sprake als een

aanvrager informatie verzwijgt voor de verzekeraar, bij het beantwoorden van de slotvragen op het

aanvraagformulier. Bijvoorbeeld als een ex-gedetineerde verzwijgt dat hij heeft vastgezeten. Van

fraude is sprake als een aanvrager bewust valse informatie doorgeeft aan een verzekeraar.

Bijvoorbeeld als een ex-gedetineerde liegt over hoe lang hij uit detentie is.

Hoe past de weigering van ex-gedetineerden in de uitgangspunten van een risicosamenleving?

Hoe hoog het moreel risico van een aanvrager is, voorspelt een verzekeraar op basis van

actuariële technieken. Het moreel risico heeft betrekking op het vertrouwen dat een verzekeraar heeft,

dat een aanvrager niet veel schade en geen hoge schadekosten zal declareren. De actuariële technieken

maken het voor een verzekeraar mogelijk het risico op schade bij een aanvrager te berekenen en zo

nauwkeurig mogelijk te voorspellen. Op basis van de risicovoorspelling bepalen verzekeraars

vervolgens de polisvoorwaarden en de premiehoogte die voor een verzekering gelden.

57


Sluiten verzekeraars ex-gedetineerden uit? Lucrecia Paulina

De risicovoorspelling van verzekeraars past hiermee in de uitgangspunten van een

risicosamenleving, op dezelfde manier dat veiligheidsbesturing past in het perspectief van een

risicosamenleving. In een risicosamenleving anticipeert men op risico’s en treft men op basis van een

vooraf ontworpen veiligheidsprogramma, preventieve maatregelen om geanticipeerde risico’s en

risicovolle personen vroegtijdig te weren. Dit proces heet veiligheidsbesturing. Verzekeraars kunnen

worden gezien als private bestuurders van veiligheidsbesturing. Overeenstemmend met het proces van

veiligheidsbesturing, past de weigering van ex-gedetineerden door verzekeraars, in de uitgangspunten

van een risicosamenleving, omdat deze weigering kan worden uitgelegd als het preventief uitsluiten

van risicovolle personen voor een verzekering, op basis van vooraf opgestelde risicogeoriënteerde

polisvoorwaarden.

In hoeverre is het weigeren van ex-gedetineerden een vorm van redlining?

De term redlining doelt op het feit dat verzekeraars woongebieden die zij als te risicovol

beschouwen omdat ze verwachten dat de mensen die er wonen een hoog schaderisico met zich hebben,

met een rode lijn markeren op stadskaarten. De gemarkeerde risicogebieden sluiten de verzekeraars

vervolgens uit van een verzekering. Het gevolg is dat mensen die in deze gebieden wonen geen

hypotheek of woonverzekering kunnen sluiten. Redlining komt hiermee overeen met de weigering van

ex-gedetineerden door verzekeraars. Het weigeren van ex-gedetineerden is een vorm van redlining,

omdat verzekeraars ex-gedetineerden als risicovolle personen zien die door hun detentieverleden een

mogelijk te hoog schaderisico met zich dragen.

Dat redlining in plaats van op risicovolle wijken nu ook op risicovolle personen wordt

toegepast, blijkt uit het feit dat sommige verzekeraars ex-gedetineerden op basis van hun ingevulde

antwoorden en hun eventueel geregistreerde persoonskenmerken, preventief selecteren en uitsluiten

van een verzekering. Omdat redlining een vorm van sociale uitsluiting is, kan redlining ook gezien

worden als discriminatie van specifieke groepen. In dit geval is dat de groep van ex-gedetineerden. De

weigering van ex-gedetineerden door verzekeraars vormt hierdoor een moreel dilemma, omdat het

uitgelegd kan worden als zowel een risicoberedenerende handeling, als dat het kan worden gezien als

een vorm van discriminatie. Een normatieve vraag is in hoeverre de weigering van ex-gedetineerden in

de vorm van redlining, ook moreel toelaatbaar is.

beantwoord:

Aan de hand van de antwoorden op de deelvragen kan de probleemstelling: als volgt worden

Sluiten verzekeraars in Nederland ex-gedetineerden uit van verzekeringen en, zo ja, wat zijn

de beweegredenen daarvoor?

58


Sluiten verzekeraars ex-gedetineerden uit? Lucrecia Paulina

Van de vijftien verzekeraars zijn er vier accepterende verzekeraars (twee zorgverzekeraars,

een levensverzekeraar en een schadeverzekeraar) en vier weigerende verzekeraars (een

levensverzekeraar en drie schadeverzekeraars). Voor de weigerende levensverzekeraar geldt dat de

detentie langer dan zes maanden moet hebben geduurd. Voor één van de twee weigerende

schadeverzekeraars geldt dat ex-gedetineerden ook na het verstrijken van acht jaar, bij hem worden

geweigerd voor een verzekering. Zeven verzekeraars (een zorgverzekeraar en zes schadeverzekeraars)

weigeren ex-gedetineerden niet per definitie, maar accepteren ex-gedetineerden ook niet standaard als

klant. Acceptatie van ex-gedetineerden is afhankelijk van het soort delict en de duur van de periode uit

detentie en indien de slotvragen op het aanvraagformulier naar waarheid zijn ingevuld. Of een

geregistreerde aanvrager ook bij een volgende verzekeraar wordt geweigerd staat niet vast, omdat

iedere verzekeraar daar zelf toe beslist. Personen die geregistreerd staan met een rijontzegging doordat

ze bijvoorbeeld onder invloed in het verkeer reden, worden bij autoverzekeraars vrijwel standaard

geweigerd.

Acht ex-gedetineerden zijn minstens een keer geweigerd voor een verzekering. Vijf ex-

gedetineerden zijn eenmaal geweigerd, twee ex-gedetineerden zijn drie keer geweigerd en één ex-

gedetineerde is tot tien keer toe geweigerd. Alle acht geweigerde ex-gedetineerden vinden dat ze zijn

geweigerd omdat ze een detentieverleden hebben. De verzekeraar kwam erachter dat ze een

detentieverleden hadden, omdat ze ‘ja’ antwoordden op de slotvragen, of nadat de verzekeraar hun

persoonsgegevens invoerde in een online registratiesysteem. Vijf ex-gedetineerden zijn voor een

autoverzekering geweigerd. Twee ex-gedetineerden zijn behalve voor een autoverzekering, ook voor

een brandverzekering, een inboedelverzekering en een aansprakelijkheidsverzekering geweigerd. Één

ex-gedetineerde is behalve voor een autoverzekering en een aansprakelijkheidsverzekering, ook voor

een arbeidsongeschiktheidsverzekering en een aanvullende ziektekostenverzekering geweigerd.

Concluderend kan worden gesteld dat uitsluiting van ex-gedetineerden voor een verzekering,

door minder dan de helft van de verzekeraars wordt toegepast en bij minder dan de helft van de ex-

gedetineerden voorkomt. De conclusie die uit het verrichtte literatuuronderzoek en empirisch

onderzoek volgt, is dan ook dat verzekeraars in Nederland wel ex-gedetineerden weigeren, maar dat

dit niet op grote schaal gebeurt. Daarnaast geldt bij weigering, dat verzekeraars rekening houden met

eventuele nadere toelichting van een ex-gedetineerde over het soort delict, de duur van het delict en, of

de periode die hij al uit detentie is. Deze laatste voorwaarde heeft betrekking op de periode van

minimaal acht jaar uit detentie, zoals geformuleerd in de slotvragen op het antwoordformulier van

schadeverzekeraars in Nederland. Wanneer verzekeraars wel overgaan tot weigering, gebeurt dit

doorgaans bij de aanvraag voor schadeverzekeringen.

59


Sluiten verzekeraars ex-gedetineerden uit? Lucrecia Paulina

VIII Discussie

In dit hoofdstuk worden de maatschappelijke relevantie van het verrichte onderzoek en de

ondervonden beperkingen tijdens het verrichten van het onderzoek besproken. Ook worden er

aanbevelingen gedaan voor toekomstig soortgelijk onderzoek.

VIII.1 Maatschappelijke relevantie

In de literatuur wordt veel gesproken over de risicomentaliteit en de preventieve bestrijding

van geanticipeerde risico’s. Verzekeraars vormen bij uitstek het voorbeeld voor een branche waar

risicomentaliteit voorop staat. Een burger die een verzekering sluit, verzekert zich immers tegen het

risico op een onvoorziene gebeurtenis die schade kan veroorzaken. Het is dan ook niet opmerkelijk dat

verzekeraars risicovoorspelling bij een aanvraag hanteren. Opmerkelijk is wel de motivatie bij de

risicovoorspelling. De vraag is namelijk in hoeverre verzekeraars bij hun risicovoorspelling de

werkelijke risico’s op schade in overweging nemen, of dat ze hun risicovoorspelling aanwenden om

specifieke groepen in de samenleving bij voorbaat uit te sluiten van verzekeren.

Hoewel menig auteurs zich al hebben gebogen over de kenmerken van een risicosamenleving,

is over de rol die verzekeraars spelen in het proces van private policing, nog weinig onderzoek

verricht. Er is dan ook behoefte aan meer onderzoek op dit gebied om de werkwijze, mentaliteit en

doelstelling van verzekeraars duidelijker naar voren te brengen. Ook over de groep van ex-

gedetineerden is meer duidelijkheid nodig. Door het gebrek aan duidelijkheid, lijkt er op dit moment

sprake te zijn van een vicieuze cirkel. Enerzijds anticipeert de verzekeraar dat de ex-gedetineerde zal

frauderen en kiest ervoor hem te weigeren. Anderzijds denkt de ex-gedetineerde dat hij zal worden

afgewezen als hij eerlijk toegeeft in detentie te hebben gezeten en dus pleegt hij fraude door over zijn

detentieverleden te liegen op het aanvraagformulier. Ironisch is dat beide partijen op basis van

voorspelling en schatting handelen.

Meer onderzoek is ook nodig om de verklaringen die voortvloeien uit het literatuuronderzoek,

met empirische cijfers te kunnen staven. Zo zijn er geen cijfers te vinden in wetenschappelijke

literatuur die aantonen in welke mate en vorm, de weigering van ex-gedetineerden door verzekeraars

plaatsvindt. Een verklaring voor het ontbreken van dergelijke cijfers kan liggen in het feit dat

onderzoekers uit de geraadpleegde literatuur, niet exclusief naar de weigering en acceptatie van ex-

gedetineerden door verzekeraars hebben gekeken. Veelal is dit een bijkomend onderwerp geweest,

ondergeschikt aan een andere onderzoeksvraag die in ruimere zin is onderzocht.

Daarnaast is meer onderzoek op dit onderwerp nodig om een duidelijker beeld te krijgen van

de mogelijke gevolgen die weigering met zich mee kan brengen voor een geweigerde ex-gedetineerde.

60


Sluiten verzekeraars ex-gedetineerden uit? Lucrecia Paulina

Zo noemen Cohen & Rivkin (1971) de uitsluiting van ex-gedetineerden door verzekeraars, een vorm

van ‘civiele handicap’. De auteurs bedoelen hiermee dat wanneer een verzekeraar een aanvrager

weigert, de verzekeraar daarbij geen, of te weinig rekening houdt met de mogelijke gevolgen voor een

geweigerde ex-gedetineerde. Mogelijke gevolgen kunnen zijn dat de ex-gedetineerde ook bij andere

verzekeraars wordt geweigerd en daardoor onverzekerd blijft, hierdoor schulden opbouwt omdat hij

bijvoorbeeld zelf alle geleden schade moet betalen, of ervoor kiest onder valse gegevens een

verzekering te sluiten. Hier komt nog bij dat bij het willen sluiten van een hypotheek, de aanvrager

wordt verzocht zijn verzekeringspapieren te tonen. Dit betekent dat een ex-gedetineerde die voor een

verzekering is geweigerd, ook geen hypotheek zal kunnen afsluiten.

In Nederland bestaat de mogelijkheid dat een geweigerde aanvrager met een hoog moreel

risico, doorverwezen wordt naar verzekeraar R. Verzekeraar R biedt schadeverzekeringen aan mensen

die ergens anders niet aan een verzekering kunnen komen. Bijvoorbeeld aan ex-gedetineerden, of aan

jonge eigenaren van dure auto’s. Het doel van oprichting van verzekeraar R was zodat er altijd de

mogelijkheid zou bestaan voor verzekeraars om klanten die zij zelf niet kunnen verzekeren vanwege

het moreel risico, te kunnen doorverwijzen naar verzekeraar R, waar deze klanten een grotere kans

lopen toch een verzekering te kunnen sluiten. Omdat verzekeraar R geen schatting maakt van het

moreel risico, kent verzekeraar R ook geen voorwaarden voor weigering van een bepaalde doelgroep.

Wel worden duurdere premies in rekening gebracht.

VIII.2 Beperkingen

Een beperking die bij het verrichten van dit onderzoek is ondervonden, is dat veel van de

geïnterviewde ex-gedetineerden nog wonen bij een instelling zoals een Exodushuis. Hierdoor is het

zelfstandig aanvragen van verzekeringen bij deze groep nog niet aan de orde. Deze beperking kan de

verklaring zijn voor het lage aantal in resultaten van ex-gedetineerden die bekend zijn met weigering

door een verzekeraar. Voor deze ex-gedetineerden geldt namelijk dat de instelling waar ze wonen,

zorg draagt voor het sluiten van een collectieve basiszorgverzekering en

aansprakelijkheidsverzekering. Bovendien is ten tijde van het onderzoek gebleken dat ex-

gedetineerden die in een veiligheidshuis wonen, zoals een Exodushuis, geen auto mogen aanschaffen

in de periode dat ze nog daar wonen. De reden hiervoor is omdat veel ex-gedetineerden ook schulden

hebben. Door de aanschaf van een auto te verbieden hoopt de instantie de ex-gedetineerden te

beschermen tegen nog meer schulden.

Gezien uit de onderzoeksresultaten naar voren komt dat het vooral schadeverzekeraars van

autoverzekeringen, inboedelverzekeringen en aansprakelijkheidsverzekeringen zijn die ex-

gedetineerden weigeren, is het mogelijk aan te nemen dat indien meer van de onderzochte ex-

61


Sluiten verzekeraars ex-gedetineerden uit? Lucrecia Paulina

gedetineerden een eigen auto en, of een eigen woning had ten tijde van het onderzoek, de resultaten

onder de groep van ex-gedetineerden mogelijk anders zouden zijn geweest. Niet alleen voor het aantal

geweigerde ex-gedetineerden, maar ook voor het aantal geaccepteerde ex-gedetineerden. Zolang een

ex-gedetineerde geen verzekering heeft aangevraagd, kan hij namelijk ook niet weten of hij op basis

van zijn detentieverleden wordt geweigerd of geaccepteerd door verzekeraars.

Een andere beperking van het onderzoek is dat gezien de kleine respondentengroep en de

kwalitatieve aard van het onderzoek, de externe validiteit van de onderzoeksresultaten niet volledig is

gewaarborgd. Het feit dat de onderzoeksvragen, gericht waren op de persoonlijke beleving, ervaring,

afweging, mening en handeling van respondenten, sluit dan ook niet uit dat een volgend onderzoek

met een andere respondentengroep, andere resultaten zal hebben.

VIII.3 Aanbevelingen

Een aanbeveling voor toekomstig onderzoek op dit gebied, is om bij de samenstelling van de

groep ex-gedetineerden, ex-gedetineerden te benaderen die langer dan vijf jaar uit detentie zijn. Na vijf

jaar is het namelijk aannemelijk dat ex-gedetineerden niet meer in veiligheidshuizen wonen, maar

mogelijk al over een eigen woonruimte en misschien ook eigen auto beschikken. Hierdoor is de kans

groter dat deze groep ex-gedetineerden meerdere keren, bij meerdere verzekeraars en voor meerdere

verzekeringen heeft geprobeerd een verzekering te sluiten. In dat geval zal deze groep ex-

gedetineerden wellicht ook een ruimer beeld kunnen geven van de beleving en ervaring van ex-

gedetineerden in Nederland, met betrekking tot zowel weigering als acceptatie op basis van

detentieverleden. Hierdoor wordt tevens de beperking zoals ondervonden tijdens dit onderzoek,

namelijk dat ex-gedetineerden die nooit voor een verzekering zijn geweigerd ook nooit een

verzekering hebben aangevraagd, vermeden.

Een tweede aanbeveling is om bij het onderzoeken van de groep verzekeraars, het afnemen

open interviews te combineren met documentenonderzoek, bijvoorbeeld beleidsschriften van

verzekeraars. Hierdoor zou meer zicht kunnen worden verkregen in de cijfermatige weergave van het

risicobeleid van verzekeraars. Meer zicht hierin helpt ook discrepanties in de antwoorden van

verzekeraars en sociaal wenselijke antwoorden nog beter te ondervangen.

62


Sluiten verzekeraars ex-gedetineerden uit? Lucrecia Paulina

Literatuurlijst

Aalbers, M. (2003). Oorzaken en gevolgen van uitsluiting op de hypotheekmarkt. Amsterdam: Aksant.

AD (Het Algemeen Dagblad) (29 mei 2009). ‘Verzekeraar sluit risicowijken uit’.

AD (Het Algemeen Dagblad) (29 mei 2009). ‘Fout postcodegebied: geen verzekering’.

ARAG (2009). Voorwaarden ARAG ProRechtCombinatie zakelijke markt. Voor complete

rechtszekerheid in zaken. Leusden: Polisvoorwaarden ARAG Rechtsbijstandverzekeringen.

Ashworth, A. (2002). Sentencing. In M. Maguire, R. Morgan & R. Reiner (eds.), The Oxford

Handbook of Criminology (3 rd edition) (pp. 1076-1112). New York: Oxford University Press.

Beck, U. (1992). From industrial society to the risk society. Questions of survival, social structure and

ecological enlightenment. Theory, culture and society, 9, 97-123.

Benston, G.J., Horsky, D. & Weingartner, H.M. (1978). An empricial study of mortgage redlining.

New York: New York University.

Benston, G.J., Horsky, D. (1998). The relationship between the demand and supply of home financing

and neighborhood characteristics. An empirical study of mortgage redlining.

Beyens, K. (2000). Straffen tussen rede en gevoel. Straffen als sociale praktijk. Een penologisch

onderzoek naar straftoemeting, 461-480. Brussel: VUB Press.

Bijleveld, C.C.J.H. (2006). Methoden en technieken van onderzoek in de criminologie. Den Haag:

Boom Juridische uitgevers.

BONJO (2007). Zorgverzekeraar eist inzage dossiers. Univé weert ex-gedetineerden. BONJO

Bajesbulletin, 18(1), 2.

BONJO (2008). Veel belemmeringen voor ex-gedetineerden. Verzekeraar gezocht. BONJO

Bajesbulletin, 19(2), 2.

BONJO (2009). Nieuws van het verzekeringsfront. BONJO Bajesbulletin, 20(1), 2.

Brok, H. (1999). Gevangen in het verleden. Een juridisch onderzoek naar de gevolgen van een

detentieverleden bij het aangaan van arbeidsovereenkomsten en verzekeringsovereenkomsten in het

licht van de voorgestelde wetswijzigingen. Utrecht: Wetenschapswinkel Rechten. Universiteit Utrecht.

Bruinsma, G. (1996). De verzekeringsbranche. In TK (Tweede Kamer), vergaderjaar 1995-1996, 24

072, nr. 18. Enquête Opsporingsmethoden Deelonderzoek II Branches (pp. 311-329). Den Haag: SDU

Uitgevers.

63


Sluiten verzekeraars ex-gedetineerden uit? Lucrecia Paulina

Calster van, P., Schuilenburg, M.B. & Guitjens, R. (2010). Bedrijfsverbetergebieden. Een verkennend

onderzoek naar de veiligheidszorg in winkelcentrum Alexandrium. Justitiële verkenningen, (5), 61-79.

Cohen, N.P. & Rivkin, D.H. (1971). Civil disabilities. The forgotten punishment. Federal probation. A

journal of correctional philosophy and practice, 35(1), 1-92.

Crawford, A. (1999). Questioning appeals to community within crime prevention and control.

European journal on criminal policy and research, 7(4), 509-530.

Ekberg, M. (2007). The parameters of the risk society. A review and exploration. Current Sociology,

55(3), 343-366.

Ericson, R.V., Doyle, A. & Barry, D. (2003). Insurance as governance. Toronto: University of

Toronto.

Feeley, M.M. & Simon, J. (1992). The new penology. Notes on the emerging strategy of corrections

and its implications. Criminology, 30(4), 449-474.

Feely, M. & Simon, J. (1994). Actuarial justice. The emerging new criminal law. In D. Nelken (red.)

The futures of criminology, (173-201. London: Sage.

Feeley, M.M. & Simon, J. (1995). The form and limits of the new penology. In Th.G. Blomberg & S.

Cohen (eds.), Punishment and social control (2 nd edition) (pp. 75-116). New York: Walter de Gruyter,

Inc.

Fluit, P.S. (2001). Verzekeringen van solidariteit. Monografieën sociaal recht, 24. Deventer: Kluwer.

Groot, I., Kok, L., Kok, M-L. & Seters van, J. (2002, mei). Toegang van consumenten tot financiële

diensten. Onderzoek in opdracht van het Ministerie van Financiën, Amsterdam.

Harrington, S.E. & Niehaus, G. (1998). Race, redlining and automobile insurance prices. Journal of

business, 71(3), 439-469.

Johnston, L. & Shearing, C. (2003). Governing security. Explorations in policing and justice. London:

Routledge. Taylor & Francis Group.

Jones, T. & Newburn, T. (2002). The transformation of policing? Understanding current trends in

policing systems. The British Journal of Criminology, 42, 129-146.

Korteling, H. (1988). Een nieuwe start. Risico‟s verzekeren. Een wegwijzer voor ondernemende

mensen. Brielle: Uitgeverij Prins.

McLaughlin, E. & Muncie, J. (2001). The sage dictionary of Criminology. London: Sage Publications.

64


Sluiten verzekeraars ex-gedetineerden uit? Lucrecia Paulina

Miles, R. & Thränhardt, D. (1995). Migration and European integration. The dynamics of inclusion

and exclusion. London: Pinter Publishers.

Rigakos, G.S. & Hadden, R.W. (2001). Crime, capitalism and the risk society. Towards the same olde

modernity? Theoretical Criminology, 5(1), 61-84.

Saase van, L. & Pruijssers, N. (2006). De nieuwe zorgverzekeringswet. Handleiding voor de praktijk.

Alphen aan den Rijn: Kluwer.

Sarre, R. & Prenzler, T. (2000). The privatization between police and private security. Models and

future decisions. The International Journal of Comparitive and Applied Criminal Justice, 24(1), 1-7.

Schuilenburg, M.B. (2008). Een politiek van versplintering. Over eilandjes, denizens en margizens. In

H. Boutellier & R. van Steden (red.), Veiligheid en burgerschap in een netwerksamenleving (pp. 31-

53). Den Haag: Boom Juridische Uitgevers.

Schuilenburg, M.B. (2009). De securisering van de samenleving. Over de relatie tussen

veiligheidszorg, bestuur en quasirecht. Krisis. Tijdschrift voor actuele filosofie, (3), 6-22.

Simon, J. (1988). The ideological effects of actuarial practices. Law & Society Review, 22(4), 771-800.

Smith, R. (2006). Actuarialism and early intervention in contemporary youth justice. In. B. Goldson &

J. Muncie (eds.), Youth, crime and justice. (pp. 92-109). London: Sage Publications.

Steden van, R. & Sarre, R. (2007). The growth of private Security. Trends in the European Union.

Security Journal, (20), 222-235.

Wood, J. & Dupont, B. (2006). Democracy, society and the governance of security. New York:

Cambridge.

Young, J. (1999). The exclusive society .Social exclusion, crime and difference in late modernity.

London: Sage Publications.

Internetbronnen

Allison, E. (2004). ‘Insurance companies deny cover to ex-prisoners’. The Guardian, 1 June 2004.

Consulted on 29 September 2009 at


Bayley, D.H. & Shearing, C.D. (2001). The new structure of policing. Description, conceptualization

and research agenda. National Institute of Justice. Research report. Washington D.C.: U.S.

65


Sluiten verzekeraars ex-gedetineerden uit? Lucrecia Paulina

Centraal Beheer Achmea (2009). Geraadpleegd op 14 november 2009 via


Stichting CIS (Centraal Informatie Systeem). Geraadpleegd op 16 januari 2011 via


Univé Verzekeringen. Geraadpleegd op 13 november 2010 via

Verbond van Verzekeraars. Over het verbond. Geraadpleegd op 16 januari 2011


Vlasblom, J. (1999). Werkgever werkt ex-gedetineerden tegen. Geraadpleegd op 4 juni 2009 via


Overige bronnen

Alle verzekeraars. Vergelijken én direct afsluiten. Geraadpleegd op 5 juni 2010 via


College aantekeningen: Preventie en Bestraffing. Gegeven door Marc Schuilenburg op 30 oktober

2006. Amsterdam: Vrije Universiteit Amsterdam.

College aantekeningen: Risicosamenleving. Gegeven door Marc Schuilenburg en Klaas Rozemond op

4 september 2008. Amsterdam: Vrije Universiteit Amsterdam.

ED (Eindhovens Dagblad) (18 september 2008). ‘Hulp bij ‘nieuw leven’ na de cel’. Illustratie door

Mat Rijnders. Geraadpleegd op 7 juni 2009 via


66


Sluiten verzekeraars ex-gedetineerden uit? Lucrecia Paulina

Bijlagen

Bijlage I Itemlijst verzekeraars

1. Welke verzekeringen biedt uw maatschappij?

2. Weigert uw maatschappij ex-gedetineerden? Waarom is dit?

3. Op welke manier kan uw maatschappij erachter komen of iemand ex-gedetineerde is?

4. Vraagt uw maatschappij ex-gedetineerden naar inzage in hun strafdossier?

5. In welke gevallen kiest uw maatschappij voor acceptatie tegen premieopslag?

6. Wanneer laat uw maatschappij iemand registreren op de zogenoemde zwarte lijst?

7. Wat denkt u zelf dat de gevolgen kunnen zijn voor een ex-gedetineerde wanneer deze geen

verzekering kan afsluiten?

8. Dit is het einde van de vragenlijst. Heeft uzelf nog andere vragen en of opmerkingen?

67


Sluiten verzekeraars ex-gedetineerden uit? Lucrecia Paulina

Bijlage II Voorbeeld uitgewerkte vragenlijst verzekeraar

Beste respondent, voor u ligt de vragenlijst voor mijn onderzoek naar de weigering van ex-

gedetineerden door verzekeraars in Nederland. Het onderzoek bestaat uit 12 open vragen en het

beantwoorden ervan neemt ruim 15min in beslag.

Voor het onderzoek zijn uw naamgegevens niet relevant en zullen ook niet vermeld worden. De naam

van uw verzekeringsmaatschappij kan wel worden genoemd in de scriptie. Als u dit niet wil, kunt u dit

aangeven en zal ik dit respecteren.

Mocht u naar aanleiding van de vragenlijst zelf vragen hebben, dan kunt u mij daarover mailen of

bellen. Ik dank u alvast voor de tijd en moeite die u hebt genomen voor het beantwoorden van mijn

vragen.

1. Welke verzekeringen biedt uw maatschappij?

Alle levens- zorg- schade- en risicoverzekeringen voor particulieren en bedrijven.

2. Welke voorwaarden kent uw maatschappij voor weigering van een verzekeringsovereenkomst?

Geen.

2a. Wie worden er (standaard) geweigerd?

Niemand.

2b. Snappen aanvragers waarom ze zijn geweigerd?

Bij weigering doen we dat altijd gemotiveerd.

2c. Waarom denkt u dat?

Want we krijgen weinig of geen nadere vragen van aanvragers.

3. Weigert uw maatschappij ex-gedetineerden?

Soms, afhankelijk van de aard van het strafverleden, de historie en de persoonlijke omstandigheden

van de aanvrager.

3a. Op welke voorwaarden is deze weigering op gebaseerd?

In de precontractuele fase is er geen sprake van voorwaarden, maar wel van het eigen

acceptatiebeleid.

4. Kent u verzekeraars die ook/wel ex-gedetineerden weigeren?

Nee, niet die standaard weigeren.

5. Op welke manier kan uw maatschappij erachter komen of iemand ex-gedetineerde is?

Dat vragen we bij het aangaan van een verzekering, op het aanvraagformulier.

68


Sluiten verzekeraars ex-gedetineerden uit? Lucrecia Paulina

5a. Heeft uw maatschappij bij uw weten op dit moment ex-gedetineerden als klant?

Ja.

6. Vraagt uw maatschappij ex-gedetineerden naar inzage in hun strafdossier?

Nee, dat mogen we niet.

6a. Als een ex-gedetineerde een dergelijke inzage weigert, heeft dit gevolgen voor de acceptatie van

zijn/haar aanvraag?

N.v.t., maar als een ex-gedetineerde geen informatie verstrekt, kunnen we het morele risico niet

beoordelen en kunnen we dan ook niet accepteren.

6b. Wat voor gevolgen zijn dit?

Zie antwoord bij vraag 6a.

6c. Kent u verzekeraars die ook/wel inzage in het strafdossier eisen?

Nee, die ken ik niet.

7. Hoe zit het met iemand die al klant is bij uw maatschappij en daarna pas in aanraking komt met

justitie. Heeft dat gevolgen voor de polis van diegene als hij/zij het zelf aangeeft?

Dat is afhankelijk van de aard van het strafverleden

7a. Om welke gevolgen gaat het in dat geval?

Afhankelijk van het verleden, kan het een reden zijn tot weigering van de klant, ook als diegene het zelf

aangeeft.

7b. Wat zijn de gevolgen als iemand niet zelf de informatie vrijgeeft en de verzekeraar er pas later

achter komt?

Zie antwoord bij vraag 7a.

7c. Hoe vaak is dit laatste voorgekomen in uw maatschappij?

Bij 13.500.000 schadedeclaraties per jaar.

8. Is uw maatschappij weleens slachtoffer geweest van fraude?

Ongeveer 10.000 keer per jaar.

8a. Op welke wijze werd de fraude gepleegd?

Variërend van het schrijven van extra schade, tot het knoeien op het schadeformulier over de geleden

schade.

8b. Welke maatregelen worden er door uw maatschappij getroffen als reactie daarop?

De verzekering wordt opgezegd, de verzekerde wordt op de signaleringslijst geregistreerd als iemand

die ooit heeft gefraudeerd en er wordt aangifte gedaan bij de politie.

69


Sluiten verzekeraars ex-gedetineerden uit? Lucrecia Paulina

9. Wanneer laat uw maatschappij iemand registreren op de zogenoemde zwarte lijst?

De zwarte lijst bestaat niet. Het is een signaleringslijst, zie ons fraudebeleid. Registratie op deze lijst

weegt zwaarder dan aangifte bij de politie, want de politie doet er niets aan. Bij iemand die is

geregistreerd, gaat er een rood lampje branden bij een volgende verzekeraar, waar diegene een

verzekering wil afsluiten.

9a. Wat betekent registratie op de zwarte lijst volgens u voor de klant of aanvrager?

Registratie mag niet leiden tot weigering, maar tot een kritischer berekening van het moreel risico.

Anders leidt registratie per definitie tot uitsluiting en dat mag niet. Je mag wel je collega extra

waarschuwen.

9c. Hoe vaak heeft uw maatschappij een aanvrager geweigerd omdat hij/zij geregistreerd stond?

Zwarte lijst bestaat niet. Het voorkomen op een lijst sec mag geen reden zijn tot weigering.

10. In welke gevallen kiest uw maatschappij voor acceptatie tegen een premieopslag?

Het is wel of niet accepteren. Premie is daarbij niet van belang, want premie maakt het risico niet

beter. Het gaat om vertrouwen. Of iemand meer kan betalen of niet, maakt mij niet uit.

10a. Hoe hoog wordt de premieopslag?

Niet van toepassing.

11. Wat denkt u zelf dat de gevolgen kunnen zijn voor een ex-gedetineerde die geen verzekering kan

afsluiten?

Iemand die zich niet kan verzekeren, heeft een maatschappelijk probleem.

12. Dit is het einde van de vragenlijst. Heeft uzelf nog andere vragen en/of opmerkingen?

U mag met mij een afspraak maken voor verdere beantwoording van de vragen.

70


Sluiten verzekeraars ex-gedetineerden uit? Lucrecia Paulina

Bijlage III Itemlijst ex-gedetineerden

1. Hoe lang bent u al ex-gedetineerde? Was uw laatste detentie ook uw enige?

2. Bent u op dit moment verzekerd? Waarvoor? Bij welke verzekeraar? Hoelang al?

3. Was u vóór uw detentie ook verzekerd? Waarvoor?

4. Liepen deze verzekering(en) door tijdens uw detentie? Zo nee, heeft u of de verzekeraar ze

laten stopzetten?

5. Bent u na uw vrijlating weleens geweigerd door een verzekeraar? Hoe vaak? Voor welke

verzekeringen? Bij welke verzekeraar?

6. Wat voor reden gaf de verzekeraar u voor het weigeren van uw aanvraag?

7. Indien deze weigering gevolgen voor u had, wat voor gevolgen waren deze?

8. Kent u andere ex-gedetineerden die door een verzekeraar zijn geweigerd? Wat was bij hun de

reden van weigering?

9. Waarom denkt u dat verzekeraars ex-gedetineerden soms weigeren? Wat vindt u zelf daarvan?

10. Kent u verzekeraars die ex-gedetineerden wel accepteren? Heeft u geprobeerd bij die

verzekeraars een verzekering te sluiten? Waarom wel/niet?

11. Bent u bekend met premieopslag? Bent u weleens tegen premieopslag geaccepteerd? Hoeveel

procent hoger bedroeg de premieopslag ten opzichte van de normale premie voor dezelfde

verzekering?

12. Wat vindt u zelf van de optie van premieopslag als alternatief voor weigering?

13. Heeft u weleens gehoord van de zogenaamde zwarte lijst van verzekeraars? Op welke manier

bent u bekend met deze lijst? Wat vindt u van het bestaan van deze lijst?

14. Wat denkt u dat de gevolgen kunnen zijn voor een ex-gedetineerde die geweigerd wordt bij

een verzekeraar? Heeft u deze gevolgen ook zelf ervaren? Heeft u deze gevolgen zien

optreden bij andere geweigerde ex-gedetineerden?

15. Dit waren al mijn vragen. Heeft u zelf nog vragen?

71


Sluiten verzekeraars ex-gedetineerden uit? Lucrecia Paulina

Bijlage IV Voorbeeld uitgewerkte vragenlijst ex-gedetineerde

Beste respondent, voor u ligt de vragenlijst voor mijn onderzoek naar de weigering van ex-

gedetineerden door verzekeraars in Nederland. De vragenlijst bestaat uit 15 vragen en neemt ruim 30

minuten in beslag. De antwoordmogelijkheden zijn per vraag aangegeven en u kunt daartussen het

antwoord kiezen dat het beste uw situatie beschrijft.

Uw naamgegevens zijn niet relevant voor het onderzoek en u hoeft die dan ook niet te vermelden. Juist

omdat de vragenlijst anoniem wordt ingevuld, wil ik u verzoeken om de tijd te nemen en een rustige

plek te zoeken voor het beantwoorden van de vragen zodat u deze zo correct mogelijk en naar juistheid

kunt invullen.

Ik stel uw medewerking zeer op prijs en bedank u alvast voor de genomen tijd en moeite mijn vragen

in te vullen.

1. Hoe lang bent u al ex-gedetineerde?

Minder dan 6 jaar

o Tussen de 6 en de 8 jaar

o 8 jaar of meer

2. Was uw laatste detentie ook uw enige detentie?

Ja, laatste keer dat ik vast zat was mijn eerste en enige keer

o Nee, ik heb vaker vastgezeten (de volgende vragen, hebben betrekking op uw laatste detentie)

3. Bent u op dit moment verzekerd?

Ja

o Nee, ik ben niet verzekerd (Ga verder met vraag 4)

3a. Hoe lang bent u al verzekerd?

Sinds ik vrij ben

o Al voor mijn (laatste) detentie

o Ik weet het niet meer

3b. Waarvoor bent u allemaal verzekerd? (Meerdere antwoorden mogelijk)

72


Sluiten verzekeraars ex-gedetineerden uit? Lucrecia Paulina

□ Woonverzekering

Inboedelverzekering

□ Reisverzekering

□ Uitvaartverzekering

□ Arbeidsongeschiktheidsverzekering

□ Brandverzekering

□ Autoverzekering

□ Motorfietsverzekering

Ziektekostenverzekering (basiszorg)

□ Aanvullende ziektekostenverzekering

□ Rechtsbijstand

□ Annuleringsverzekering

□ Ongevallenverzekering

Aansprakelijkheidsverzekering

□ Pensioen

□ Nabestaandenverzekering

□ (andere vormen van) Levensverzekering

□ Anders, namelijk voor: …………………………

4. Wat is de reden dat u niet bent verzekerd? (Overslaan, indien nee ingevuld bij vraag 3)

o Ik vind het niet belangrijk om verzekerd te zijn

o Ik vind de premies van verzekeringen te duur

o Ik vind het teveel moeite om een verzekering te sluiten

o Ik ben bang dat ik geweigerd word omdat ik ex-gedetineerde ben

o Ik ben geweigerd voor 1 of meer verzekeringen

o Ik weet niet welke verzekering ik moet nemen

o Ik weet niet hoe ik een verzekering moet sluiten

o Andere reden namelijk: ……………………………………………….

5. Was u voor uw detentie wel/ook verzekerd?

o Ja, de verzekering(en) liep(en) door tijdens mijn detentie

Ja, maar de verzekering(en) zijn stop gezet tijdens mijn detentie

o Nee, ik ben pas sinds mijn vrijlating verzekerd

73


Sluiten verzekeraars ex-gedetineerden uit? Lucrecia Paulina

6. Indien uw verzekering(en) tijdens uw detentie zijn stopgezet, wat was hiervoor de reden?

Ik kon de premie niet meer betalen

o De verzekeraar vond dat ik niet meer voldeed aan de polisvoorwaarden

o Ik heb ze zelf stopgezet omdat ik er niets aan had tijdens mijn detentie

o Anders, namelijk omdat…………………………………………………...

7. Bent u weleens geweigerd voor een verzekering? (Indien al aangekruist bij vraag 4, bij deze vraag

invullen hoe vaak u bent geweigerd)

Ja, ik ben 1 keer geweigerd

o Ja, ik ben meerdere keren geweigerd, namelijk …. (geef het aantal keren aan dat u voor een

verzekering bent geweigerd)

o Nee, ik ben nooit geweigerd voor een verzekering (Ga verder met vraag 12)

7a. Voor welke verzekeringen bent u geweigerd?

□ Inboedelverzekering

□ Reisverzekering

□ Uitvaartverzekering

□ Arbeidsongeschiktheidsverzekering

□ Brandverzekering

□ Autoverzekering

□ Motorfietsverzekering

□ Ziektekostenverzekering (basiszorg)

□ Aanvullende ziektekostenverzekering

□ Rechtsbijstand

□ Annuleringsverzekering

□ Ongevallenverzekering

Aansprakelijkheidsverzekering

□ Pensioen

□ Nabestaandenverzekering

7b. Bij welke verzekeraar bent u geweigerd? (Meerdere antwoorden mogelijk)

Schadeverzekeringen

74


Sluiten verzekeraars ex-gedetineerden uit? Lucrecia Paulina

ABN

□ Aegon

□ Univé

□ ING

□ Reaal

□ Ditzo

□ De Amersfoortse

□ Delta Lloyd

□ De Goudse

□ Interpolis

□ Nationale Nederlanden

□ Centraal Beheer Achmea

□ Ohra

□ FBTO

□ Generali Verzekeringsgroep

□ London

□ RVS

□ ANWB

□ Zwitserleven

□ Leidsche Verzekeringen

□ Orion Direct

□ AllSecur

□ ASR

□ Euro Lloyd

□ ZLM

□ Verzekeruzelf.nl

□ Klaverblad

□ Unigarant

□ Zevenwouden

□ DVZ

□ Allianz

□ EAG

□ Hema

□ VVS

□ DBV

□ Budgio

□ Nassau Verzekeringen

75


Sluiten verzekeraars ex-gedetineerden uit? Lucrecia Paulina

□ Bruns ten Brink

□ Anders, ……………………

Zorgverzekeringen

□ Agis

□ Zorg en Zekerheid

□ Legal & General

□ De Friesland Zorgverzekeraar

□ SIZ

□ Anders, …………………….

Levensverzekeringen

□ PGGM

□ Ardanta

□ Monuta

□ Overlijdensrisicoverzekering.com

□ Dela

□ TAF

□ Avéro Achmea

□ Facultatieve Verzekeringen

□ Anders, …………………………

Rechtsbijstand

□ Das

□ Anker Rechtsbijstand

□ ARAG

□ Anders ………………………….

8. Wat gaf de verzekeraar als reden van weigering?

Ik had een detentieverleden

o Ik kon de premie niet betalen

o Ik had een te hoog risico

o Ik stond geregistreerd als wanbetaler

o Ik had geen vaste woon- of postadres

o Ik had geen baan

76


Sluiten verzekeraars ex-gedetineerden uit? Lucrecia Paulina

o Ik woonde in een risicowijk

o Er werd geen reden gegeven

o Andere reden: ………………………

o Ik weet niet meer wat de reden was

8a. Was u het eens met de weigering?

o Ja, de verzekeraar had gelijk

o Het maakt niet uit wat ik vind want de verzekeraar beslist

o Nee, ik begrijp niet waarom ik ben geweigerd

Nee, ik vond het niet terecht, omdat:

Misschien zien ze risico‟s, maar er zijn zoveel andere factoren die gelden bij de detentie. Ik

vind het ergens een beetje krom want ze verdienen geld eraan, tenzij je ze hebt opgelicht.

8b. Als u denkt te zijn geweigerd omdat u ex-gedetineerde bent, hoe zeker bent u daarvan?

Heel zeker, de verzekeraar gaf het zelf toe als reden van weigering

o Zeker, waarom anders ben ik geweigerd

o Niet heel zeker, maar andere ex-gedetineerden zeggen ook dat ze voor die reden zijn

geweigerd

o Niet zeker, maar de verzekeraar zei eerst dat ik voldeed aan de polisvoorwaarden en toen

ineens niet meer

9. Hoe is de verzekeraar te weten gekomen dat u ex-gedetineerde bent?

Ik heb ja geantwoord op de vraag of ik in aanraking ben gekomen justitie

o De verzekeraar heeft mijn strafdossier opgevraagd en ingezien

o De verzekeraar had mijn gegevens gecheckt en gezien dat ik geregistreerd stond

o Anders, omdat……………………………………………………

o Ik zou niet weten hoe de verzekeraar erachter is gekomen

10. Wat voor gevolgen heeft de weigering voor u gehad?

Ik word bij elke andere verzekeraar geweigerd (Het was wel een beetje een domper want je

wordt constant weer ermee geconfronteerd en met je neus op de feiten gedrukt)

o Ik durf niet meer een verzekering aan te vragen

77


Sluiten verzekeraars ex-gedetineerden uit? Lucrecia Paulina

o Ik lieg over mijn detentieverleden en zeg dat ik die niet heb

o Anders, namelijk: …………………………………………….

o Ik heb geen gevolgen ondervonden aan de weigering

11. Heeft u na de weigering geprobeerd bij andere verzekeraars een verzekering te sluiten?

o Ja, ben nu wel geaccepteerd bij een andere verzekeraar

Ja, maar die hebben me ook geweigerd

o Nee, heeft geen zin dan wordt ik ook geweigerd

o Nee, maar ben wel van plan het te gaan proberen

12. Premieopslag is als de verzekeraar u meer premie berekent omdat u een te hoog risico heeft. Hebt

u weleens premieopslag opgelegd gekregen?

Ja, ik betaal nu premieopslag voor een of meer verzekering(en) (namelijk,

aansprakelijkheidsverzekering en inboedelverzekering)

o Ja, ik heb vóór mijn detentie premieopslag opgelegd gekregen

o Ja, ik heb na mijn detentie premieopslag opgelegd gekregen

o Ja, maar ik wilde/kon het niet betalen en ik werd daarom geweigerd

o Nee, ik ken de term premieopslag niet (Ga verder met vraag 13)

12a. Hoe hoog is/was de premieopslag?

o Tussen 1% en de 3% hoger dan de normale premie

Tussen de 3% en de 6% hoger dan de normale premie

o Meer dan 6% hoger dan de normale premie

o Ik weet het niet meer

12b. Kreeg u de premieopslag van de verzekeraar bij wie u de verzekering wilde sluiten of bent u

doorverwezen naar een andere verzekeraar?

o Ik kreeg de premieopslag van de verzekeraar bij wie ik de verzekering eerst wilde sluiten

o Ik werd door de verzekeraar doorverwezen naar een andere verzekeraar voor premieopslag

Ik vroeg zelf een offerte aan bij een andere verzekeraar

78


Sluiten verzekeraars ex-gedetineerden uit? Lucrecia Paulina

12c. Wat vindt u ervan dat de verzekeraar ook een premieopslag kan opleggen in plaats van de

verzekering te weigeren?

o Goede optie, ik betaal liever meer premie dan dat ik word geweigerd

Geen goede optie, iedereen heeft evenveel recht op een normale premie (Ik vind het een beetje

soort van woekerwinst, zolang mensen de premie betalen klopt dat niet)

o Geen goede optie want wie niet kan betalen wordt alsnog geweigerd

13. Bent u bekend met verzekeraars die wel ex-gedetineerden als klant accepteren?

o Ja, ik ben ermee bekend maar heb er geen ervaring mee

o Ja, ik heb ervan gehoord maar ik geloof er niets van

Ja, ik heb al 1 of meer verzekeringen bij ze lopen

o Nee, ik heb nooit van die verzekeraars gehoord

13a. Als u niet eerder klant bent geweest bij deze verzekeraars, overweegt u in de toekomst een

verzekering bij ze af te sluiten? (Overslaan indien ‘ja’ ingevuld bij vraag 13)

o Ja, ik zal zeker proberen een verzekering bij één van ze af te sluiten

o Ja, ik wil het wel maar de premie is veel te hoog voor mij

o Nee, ik heb het al eens geprobeerd maar ook bij ………… ben ik geweigerd

Algemene gegevens

14. Kies wat voor u van toepassing is en vul uw leeftijd in.

Ik ben een man van 58 jaar

o Ik ben een vrouw van …. jaar

15. Dit is het einde van de vragenlijst. Heeft u zelf nog vragen of opmerkingen?

Nee, ik heb geen vragen of opmerkingen

o Ja, anders ……………………………………………………........

79

More magazines by this user
Similar magazines