30.07.2013 Views

2011 [TECHNIEKENBOEKJE] - Scouts Permeke - Jabbeke

2011 [TECHNIEKENBOEKJE] - Scouts Permeke - Jabbeke

2011 [TECHNIEKENBOEKJE] - Scouts Permeke - Jabbeke

SHOW MORE
SHOW LESS

Transform your PDFs into Flipbooks and boost your revenue!

Leverage SEO-optimized Flipbooks, powerful backlinks, and multimedia content to professionally showcase your products and significantly increase your reach.

<strong>2011</strong> [<strong>TECHNIEKENBOEKJE</strong>]<br />

<strong>Scouts</strong> en gidsen leren zich stap voor stap wapenen met<br />

weetjes en vaardigheden. Die helpen hen om problemen op<br />

te lossen, hun plan te trekken en dromen te realiseren. Kaart<br />

en kompas, sjorren, hout hakken en vuur maken zijn<br />

technieken die scouts en gidsen graag gebruiken om hun<br />

activiteiten mee op te bouwen. De kapoenen ontdekken op<br />

geurtocht niet alleen de schat, maar ook het leuke van zelf je<br />

weg vinden. Gidsen en verkenners ontdekken naast kaart en<br />

kompas ook de GPS om de weg in de stad te vinden.<br />

De technieken evolueren mee met de mogelijkheden van het<br />

kind. Kapoenen leren telefoneren, jins surfen op internet.<br />

Kabouters leggen een platte knoop, jonggidsen sjorren hun<br />

eigen eethoek.<br />

Veiligheid is van levensbelang. Gaandeweg worden<br />

technieken aangeleerd, aangewend en uitgebouwd. Zo blijft<br />

het veilig en spannend.<br />

Technieken hoeven niet op zich te staan. Geïntegreerd in een<br />

leuk spel of een uitdagend weekend zijn ze eens zo leuk. Ze<br />

bewijzen hun nut op kamp of op tocht, maar niet zelden ook<br />

buiten scouting. Heel wat architecten bedachten hun eerste<br />

constructie bij de scouts en gidsen. Menig kapitein zwom zijn<br />

eerste schoolslag bij zeescouting. Die brede waaier van<br />

technieken biedt voor elk talent wat wils.<br />

<strong>Scouts</strong> <strong>Permeke</strong> <strong>Jabbeke</strong> 1


Inhoud<br />

<strong>2011</strong> [<strong>TECHNIEKENBOEKJE</strong>]<br />

Sjorren .............................................................................................. 3<br />

1. De platte knoop ............................................................................................................................... 3<br />

2. De timmermanssteek ....................................................................................................................... 3<br />

3. De mastworp ................................................................................................................................... 3<br />

4. De Kruissjorring. .............................................................................................................................. 4<br />

5. Diagonaalsjorring ............................................................................................................................. 5<br />

6. De achtknoop .................................................................................................................................. 5<br />

7. De achtsjorring (driepikkel) ............................................................................................................... 6<br />

8. De Steigersjorring ............................................................................................................................ 7<br />

Vuur .................................................................................................. 8<br />

1. Theorie ........................................................................................................................................... 8<br />

2. De praktijk ...................................................................................................................................... 9<br />

3. Soorten vuren .................................................................................................................................. 9<br />

4. Woudloperskeuken ......................................................................................................................... 11<br />

Oriëntatie ......................................................................................... 12<br />

1. Kompas......................................................................................................................................... 12<br />

2. De Kaart ....................................................................................................................................... 13<br />

3. GPS .............................................................................................................................................. 13<br />

Andere Technieken ........................................................................... 14<br />

1. Opzetten van een patrouilletent. ..................................................................................................... 14<br />

2. Basiskennis over mes, bijl en zaag ................................................................................................... 14<br />

3. Rugzak inladen .............................................................................................................................. 15<br />

4. Kleding ......................................................................................................................................... 16<br />

<strong>Scouts</strong> <strong>Permeke</strong> <strong>Jabbeke</strong> 2


<strong>2011</strong> [<strong>TECHNIEKENBOEKJE</strong>]<br />

1. De platte knoop<br />

Sjorren<br />

De platte knoop is een verbindingsknoop die dient om twee touwen van gelijke dikte aan elkaar te knopen. We<br />

gebruiken hem dagelijks in onze schoenveters (zij het dan met twee lussen) en regelmatig om bij EHBO<br />

verbanden aan elkaar te binden.<br />

2. De timmermanssteek<br />

De timmermanssteek (of timmersteek) is een meerknoop (touw om hout) die gebruikt wordt om snel een touw<br />

om aan paal vast te maken. Deze steek is geschikt om een sjorring te beginnen, maar ook om takkenbossen te<br />

vervoeren omdat hij om allerlei vormen blijft vastzitten.<br />

Sla het touw om de paal heen, keer nu om het lange eind terug en sluit af door het korte eind enkele malen om<br />

zichzelf heen te draaien.<br />

3. De mastworp<br />

De mastworp is een meerknoop, hij wordt dus ook gebruikt om een touw aan een paal vast te maken. De<br />

mastworp bestaat eigenlijk uit twee halve steken naast elkaar. Terwijl men deze legt kan men de spanning op het<br />

touw behouden. Hierdoor is de mastworp perfect om een sjorring af te sluiten. Hij kan ook gebruikt worden om<br />

een sjorring te beginnen maar de timmermanssteek blijft handiger.<br />

Een nadeel van de mastworp is wel dat hij enkel goed blijft zitten bij rond sjorhout...<br />

<strong>Scouts</strong> <strong>Permeke</strong> <strong>Jabbeke</strong> 3


<strong>2011</strong> [<strong>TECHNIEKENBOEKJE</strong>]<br />

4. De Kruissjorring.<br />

Deze sjorring dient om twee palen aan elkaar te sjorren die ongeveer een rechte hoek vormen.<br />

De kruissjorring begin je met een timmermanssteek op de vaste paal. Het oog van de timmermanssteek bevindt<br />

zich dan aan de rechterkant. Je vertrekt met je touw recht uit het oog.<br />

Je slaat het touw drie keer om de palen heen, zoals in de tekening is aangegeven. Elke winding leg je netjes<br />

naast de vorige en trek je stevig aan. Men werkt steeds “binnen-buiten”.<br />

Daarna ga je woelen. Je slaat het touw tussen de palen door om de winding heen. Elke woeling trek je weer strak<br />

aan. De drie woelingen leg je naast elkaar. Je werkt van de vaste paal naar de losse paal toe.<br />

Tot slot werk je de sjorring af met een mastworp, gevormd door twee halve steken op de losse paal, en dit vlak<br />

na het woelen.<br />

Als de mastworp veiliger op een andere plaats ligt dan deze plaats is het noodzakelijk dat je van deze<br />

standaardplaats afwijkt!<br />

<strong>Scouts</strong> <strong>Permeke</strong> <strong>Jabbeke</strong> 4


<strong>2011</strong> [<strong>TECHNIEKENBOEKJE</strong>]<br />

5. Diagonaalsjorring<br />

Deze sjorring gebruik je enkel om twee balken die elkaar kruisen maar niet raken te verbinden en zo tegen elkaar<br />

te trekken. De sterkte van deze sjorring haal je niet uit de ‘windingen’ van het sjortouw, maar uit de wrijving van<br />

de balken op de plaats van de sjorring. Deze hout-op-houtwrijving geeft je constructie de nodige stabiliteit. Een<br />

typische toepassing van een diagonaalsjorring is de verbinding van de diagonalen in een toren.<br />

Leg een timmermanssteek om beide balken heen. Trek de timmermanssteek aan tot de twee balken elkaar<br />

raken of tot de afstand tussen de twee balken zo klein mogelijk is.<br />

Verlaat het oog van de timmermanssteek onder een hoek van 30° en sla het touw drie maal om de balken<br />

heen. Zorg ervoor dat de windingen naast elkaar liggen.<br />

Herhaal dit nog eens in de andere richting zodat je een kruis krijgt.<br />

Begin daarna te woelen. Leg ook hier de woelingen naast elkaar en leg na de derde woeling een mastworp,<br />

gevormd door twee halve steken. Het overschot van het eventuele touwwerk kan je oprollen of rond één<br />

van de balken leggen door middel van halve steken.<br />

6. De achtknoop<br />

Eén knoop, veel toepassingen.<br />

Een achtknoop is in de eerste plaats een stoppersknoop: een knoop die je gebruikt om touw niet<br />

volledig door een katrol of oog te laten schieten, zodat je het niet elke keer opnieuw moet<br />

inrijgen. Deze knoop is veel beter geschikt als stoppersknoop dan een halve knoop. De<br />

achtknoop geeft namelijk meer verdikking en is gemakkelijker los te maken.<br />

Dubbele achtknoop<br />

De dubbele achtknoop is een veelzijdig alternatief voor de paalsteek en de dubbele paalsteek, al is ze na zware<br />

belasting moeilijker los te krijgen. De dubbele achtknoop kan je op twee verschillende manieren leggen:<br />

Leg een gewone achtknoop in het touw en volg deze knoop met het touweinde.<br />

Je kan deze knoop gebruiken om twee touwen aan elkaar te zetten, als verbindingsknoop<br />

dus. Een dubbele achtknoop die zo wordt gelegd, wordt ook wel watersteek of Vlaamse<br />

verbindingssteek genoemd.<br />

Je kan deze knoop ook gebruiken als je een vaste lus over een paal wil leggen of als je een<br />

spantouw aan een oog van een shelter wil bevestigen. In het laatste geval wordt hij ook<br />

geregen achtlus genoemd<br />

Neem het stuk touw dubbel en leg daarmee de gewone achtknoop. Je kan deze dubbele<br />

achtknoop eveneens gebruiken als je een vaste lus over een paal wil leggen.<br />

<strong>Scouts</strong> <strong>Permeke</strong> <strong>Jabbeke</strong> 5


<strong>2011</strong> [<strong>TECHNIEKENBOEKJE</strong>]<br />

7. De achtsjorring (driepikkel)<br />

De achtsjorring wordt gebruikt om drie sjorbalken zo aan elkaar vast te maken dat ze later een driepikkel kunnen<br />

vormen. De sjorring dankt zijn naam aan zijn uiterlijk, je vormt “achten” bij het leggen van de sjorring. Het<br />

voordeel van een driepikkel is dat je geen sjorbalken in de grond hoeft te slaan. Je kan je constructie dus gewoon<br />

op de grond zetten en eventueel verplaatsen.<br />

Bij de normale opstelling van een driepikkel liggen de balken met de onderkant gelijk.<br />

Leg de balken naast elkaar. Als je een hulppaaltje onder de balken legt, krijg je meer ruimte om de sjorring te<br />

maken. Begin met een timmermanssteek om één van de buitenste palen te leggen. Let er hierbij op dat je touw<br />

recht uit het oog vertrekt.<br />

Sla vervolgens het touw afwisselend over en onder de balken heen en werk ‘naar boven toe’. Dat is het<br />

gemakkelijkst, omdat je het touw dan tussen de balken kunt leggen. Als je naar onder toe werkt, moet je telkens<br />

het hele touw tussen de balken door trekken. Leg om iedere balk drie slagen, de timmermanssteek niet<br />

meegeteld.<br />

Begin daarna te woelen en leg de slagen mooi naast elkaar tot er tussen de balken geen plaats meer is om nog<br />

een woeling bij te leggen. Er is dus geen vast aantal woelingen bij deze sjorring. Doe dit tweemaal tussen de<br />

palen, eindig de sjorring met een mastworp op een buitenste paal en vermijd daarbij de paal waarop je bent<br />

begonnen.<br />

Als je bij het rechtzetten van de driepikkel merkt dat de sjorring te los is, wat er niet noodzakelijk op wijst dat de<br />

sjorring slecht is, sjor er dan drie horizontale verstevigingbalkjes tussen. Daardoor krijg je vier driehoeken, wat de<br />

driepikkel ongelofelijk stevig maakt.<br />

<strong>Scouts</strong> <strong>Permeke</strong> <strong>Jabbeke</strong> 6


<strong>2011</strong> [<strong>TECHNIEKENBOEKJE</strong>]<br />

8. De Steigersjorring<br />

De steigersjorring wordt gebruikt om twee balken die in elkaars verlengde liggen met elkaar te verbinden door er<br />

een derde balk als spalk aan vast te maken. Dat betekent dat bij deze sjorring de constructie gedragen wordt<br />

door de balken en niet door het sjortouw. Het touw houdt de balken enkel bij elkaar. Voor deze sjorring moet je<br />

dus geen overdreven dik touw gebruiken én als je de sjorring horizontaal wil gebruiken, moet de spalk aan de<br />

onderzijde liggen.<br />

Maak bij elk uiteinde van een balk een sjorring. Voor een verbinding van twee balken met een derde balk<br />

moet je dus vier steigersjorringen maken.<br />

Gebruik een spalk met de juiste lengte: ideaal is een verhouding van 1 op 3 tegenover de te verbinden<br />

balken. Als je dus een lengte van 6 meter wil bekomen door twee balken van 3 meter te verbinden, moet je<br />

een spalk van 2 meter gebruiken.<br />

De sjorring: leg het midden van het touw om de twee balken heen en sla beide uiteinden van het touw<br />

tegengesteld om de balken heen. Aan beide kanten kruisen de einden elkaar tussen de balken, aan de<br />

zijkant liggen ze netjes naast elkaar. Verbind de uiteinden van de touwen met een platte knoop.<br />

Als de vier sjorringen zijn gelegd, sla dan per sjorring twee wiggen tussen de balken en het touwwerk, aan<br />

elke kant van de sjorring één. De wiggen moeten wel de juiste vorm hebben, ze moeten namelijk alle<br />

slagen aantrekken, niet alleen de eerste of de laatste slag! Omdat de wiggen de plaats van de woeling<br />

innemen, moeten ze ook stevig vastzitten en blijven vastzitten. Sla daarom de wiggen van boven naar<br />

onder zodat ze er niet uit kunnen vallen of uit getrapt kunnen worden.<br />

<strong>Scouts</strong> <strong>Permeke</strong> <strong>Jabbeke</strong> 7


<strong>2011</strong> [<strong>TECHNIEKENBOEKJE</strong>]<br />

1. Theorie<br />

Vuur<br />

Vuur ontstaat enkel als deze drie elementen verbonden zijn. Om te blussen, haal je één van de drie weg (bv.<br />

door een deken over het vuur te gooien haal je het element "zuurstof" uit de verbinding, enz...). Om vuur te<br />

maken moet je dus juist zorgen dat je de drie bij elkaar krijgt en houdt.<br />

Brandbare stof , de "brandstof" dus<br />

Alle energie die bij verbranding vrijkomt, is afkomstig van de zon (hout, turf, steenkool, gas, olie...). Hoe meer<br />

zonne-energie de brandstof bevat, hoe meer warmte er bij verbranding vrijkomt. Daarom geldt: hoe harder het<br />

hout, hoe langer het heeft moeten groeien, hoe meer zonnewarmte het heeft opgevangen, hoe meer warmte het<br />

geeft bij verbranding. Daaruit volgt dat licht en harshoudend hout, meestal afkomstig van snelgroeiende<br />

boomsoorten snel vuur vat, veel vlammen geeft, vlug opbrandt en weinig as geeft. Gebruik daarom licht en<br />

harshoudend hout (berk, populier, spar, lork en den) om het vuur aan te steken en hard en zwaar hout (olm, eik,<br />

kastanje) om het vuur te onderhouden.<br />

Zuurstof<br />

Droge lucht bevat in normale omstandigheden ongeveer 21 % zuurstof (O2) die zich tijdens de verbranding<br />

verbindt met de brandstof (CH-) tot water (H2O) en CO2 (of het gevaarlijke CO bij onvolledige verbranding).<br />

Voldoende luchttoevoer is dus van levensbelang en extra lucht door wind of blazen zal de vlammen aanwakkeren.<br />

Warmte, de "ontstekingsbron"<br />

Om de reactie "vuur" op gang te brengen, heb je warmte(ontsteking) nodig. Eens het vuur brandt, wordt warmte<br />

een gevolg van het proces. De ontstekingswarmte kun je halen uit lucifers, een aansteker, een vergrootglas<br />

(waarmee je zonnewarmte bundelt), vuurstenen, wrijvingswarmte (bv vuurboog)...<br />

<strong>Scouts</strong> <strong>Permeke</strong> <strong>Jabbeke</strong> 8


<strong>2011</strong> [<strong>TECHNIEKENBOEKJE</strong>]<br />

2. De praktijk<br />

Zoek, voor je begint, voldoende aanmaakhout, iets dikker en dik, hard hout. Verwijder al het brandbaar materiaal<br />

(mos, ondergrondse wortels...) op de plek waar je vuur wil maken. Als je stenen gebruikt om de vuurplaats af te<br />

bakenen, gebruik dan droge stenen (geen leisteen of stenen uit een rivier of beek, die kunnen bij verhitting<br />

ontploffen door ingesloten water dat opwarmt tot stoom!).<br />

Zet een stokje rechtop in de grond, stapel daar rond zeer dun, droog en zacht hout, eventueel bast van berk en<br />

een paar droge dennenappels. Blaas heel voorzichtig vanaf het moment dat je het begin van een vlam ziet. Leg<br />

aan de buitenkant iets dikker hout bij maar zorg ervoor dat er nog genoeg zuurstof bij de vlammen kan. Eindig<br />

met harder hout als het vuur éénmaal brandt.<br />

3. Soorten vuren<br />

Vuren bestaan in drie hoofdgroepen: boven, op en in de grond. Beslis eerst waarvoor je het vuur wil gebruiken<br />

(als kampvuur, om een omelet te maken,…) en kies daarna het soort vuur in functie daarvan.<br />

Vuren boven de grond<br />

Isolatievuur: Platform van stammetjes op de grond met daartussen een vlechtwerk, vervolgens een laag zand,<br />

pas daarop het vuur.<br />

Tafelvuur: Vuur op een geconstrueerde tafel, de lucht zorgt voor de gewenste isolatie.<br />

<strong>Scouts</strong> <strong>Permeke</strong> <strong>Jabbeke</strong> 9


<strong>2011</strong> [<strong>TECHNIEKENBOEKJE</strong>]<br />

Vuren op de grond<br />

De simpelste vorm van vuur maar vaak onveilig (brandbare ondergrond zoals turf of met wortels doortrokken<br />

grond) en vaak zelfs verboden.<br />

Teepeevuur: Typisch aanmaakvuur.<br />

Stervuur: Hout in stervorm, vuur in het centrum. Blijft lang branden maar je moet het hout telkens<br />

opschuiven. De warmte is regelbaar en het vuur is geschikt om één pot op te koken.<br />

Jagersvuur: Twee stammen of stenen in de lengterichting van de wind. Zeer geschikt om op te koken,<br />

eenvoudig en snel.<br />

Reflectorvuur: Vuur met aan de achterkant een muurtje van bv. balken. De warmte wordt gereflecteerd<br />

en maakt dit vuur zeer geschikt voor braden of grillen.<br />

Sleutelgatvuur: Grote keien in de vorm van een sleutelgat. Vuur in het ronde deel, as in het lange.<br />

Stabiele warmte op de as maakt dit vuur zeer geschikt om op te koken.<br />

Waakvuur: Om ‘s nachts te laten branden. Twee stevige balken zorgen er voor dat de brandende takken<br />

niet wegrollen. Indien je het hout dicht op elkaar stapelt en hard hout gebruikt, blijft dit vuur zeer lang<br />

branden.<br />

Piramidevuur: Volle piramide van ingekeepte stammetjes. Brandt zeer lang.<br />

Pagode- of blokhutvuur: Typisch "kampvuur". Hout gestapeld als blokhut met in het midden een<br />

teepeevuurtje. Geeft veel warmte en licht maar brandt vrij snel.<br />

Vuren in de grond<br />

Bij deze vuren wordt de grond zelf gebruikt als isolatie. De warmte van het vuur wordt gericht naar de plaats<br />

waar die het best tot haar recht komt<br />

Greppelvuur: Greppel of goot in de grond, windrichting in de lengterichting. Kan recht of in kruisvorm. Geschikt<br />

om op te koken. Als de greppel in een T-vorm wordt gegraven spreken van een T-vuur<br />

.<br />

Dakotavuur: Tunnel in de grond (dit kan enkel als de grond voldoende stevig is). De lucht gaat er langs de ene<br />

pijp in, het vuur langs de andere kant. Zeer "zuinig" vuur, warmte wordt optimaal gebruikt. Let op voldoende<br />

luchtdoorvoer, anders stikt je vuur. Als je nog een schoorsteen op de vuurpijp zet, heb je een Yukonkachel.<br />

Bermvuur: Met een berm als natuurlijk reflectie-effect.<br />

<strong>Scouts</strong> <strong>Permeke</strong> <strong>Jabbeke</strong> 10


<strong>2011</strong> [<strong>TECHNIEKENBOEKJE</strong>]<br />

4. Woudloperskeuken<br />

Ei in sinaasappel<br />

Om een ei te koken heb je helemaal geen water nodig. Neem een sinaasappel en snij het topje eraf (diameter 5 à<br />

6 centimeter). Hol vervolgens de sinaasappel volledig uit. Breek het ei en giet het eiwit en de dooier in de holle<br />

sinaasappel. leg daarna het dekseltje opnieuw op de sinaasappel en steek het vast met twee dunne twijgjes.<br />

Plaats het ei nu voorzichtig in de hete as, niet in het vuur. De ervaring zal je wel leren hoe lang je moet wachten<br />

maar reken minimaal 7 minuten. Je kan de sinaasappel gerust uit de as halen, even kijken en indien nog niet<br />

naar wens terug zetten. Als het ei klaar is, kan je het uitlepelen. Geloof me vrij: het heeft een apart smaakje en<br />

weinig kans op mislukken. Wil je het diner starten met een aperitief, dan kan je ook daarvoor de sinaasappel<br />

gebruiken. Succes gegarandeerd!<br />

Ei in aardappel<br />

Mensen die de Vlaamse keuken prefereren boven al dat exotische gedoe raad ik aan om hun ei eens een keer te<br />

koken in een aardappel. De bereidingswijze is net dezelfde. Neem een grote aardappel (een frietpatat), snij het<br />

topje eraf, hol de aardappel uit (let op dat je hem niet perforeert) en giet het ei in de aardappel. Ook hier het<br />

bovenste stuk met twee twijgjes vastzetten. In tegenstelling tot de truc met de sinaasappel krijg je hierbij een<br />

meer alledaagse smaak.<br />

Koken zonder pot<br />

Iedereen weet wellicht dat je aardappelen in de schil in as kan klaarmaken, maar als je een brikverpakking (bv.<br />

van fruitsap) bij de hand hebt, kan je die ook gebruiken om aardappelen in te koken. Scheur daarvoor het brik<br />

verder open, vul het met aardappelen (geschild en in stukken), doe er voldoende water bij (tot de aardappelen<br />

"onderstaan") en zet alles in de as. Laat rustig koken. Je kan water ook koken in een papieren zak. Vul bv. een<br />

broodzak met water en zet hem in de as. De zak kan enkel opbranden waar er geen water is. Dit trucje lukt<br />

jammer genoeg niet met elke papieren zak (afhankelijk van de lijm waarmee de naden dichtgeplakt werden).<br />

Bakken en braden<br />

Diegenen die het zichzelf graag gemakkelijk maken, kunnen natuurlijk ook gewoon een stuk spek of worst op een<br />

stok prikken en braden. Let er daarbij wel op dat je het stuk vlees goed vastmaakt op een takje. Je kan een stuk<br />

vlees of groenten ook samen met wat boter in zilverpapier inpakken en langzaam laten gaar worden in de as.<br />

Twist(ing) by the fire<br />

Je kan de ergste honger ook stillen met wat water, bloem en een snufje suiker. Meng deze ingrediënten door<br />

elkaar (op een plastic zak bv.) tot je een bol deeg hebt. Kneed deze bol tot een lange worst. Zoek een<br />

vingerdikke twijg, ontschors hem en draai de worst deeg spiraalsgewijs rond de twijg. Laat de twijg met twist<br />

langzaam bakken boven de hete as. Hierbij zal je geduld aardig op de proef worden gesteld.<br />

Croque monsieur<br />

Weet je, kippengaas is de ideale rooster om "croque monsieurs" op te bakken. Leg het gaas boven de hete as, de<br />

croque erop en op tijd en stond eens omdraaien.<br />

T I P<br />

Als je niet van afwassen houdt, kan je de potten insmeren met bruine zeep. De potten worden<br />

nog wel zwart maar je spoelt het er gemakkelijker af.<br />

Let op: de bruine zeep moet aan de buitenkant en niet aan de binnenkant.<br />

<strong>Scouts</strong> <strong>Permeke</strong> <strong>Jabbeke</strong> 11


<strong>2011</strong> [<strong>TECHNIEKENBOEKJE</strong>]<br />

1. Kompas<br />

oriëntatie<br />

Het kompas is een handig hulpmiddel om te bepalen in welke richting je moet blijven lopen. Hier wordt nog eens<br />

samengevat hoe je dit instrument juist moet gebruiken aan de hand van een voorbeeld. Stel dat je in de richting<br />

moet wandelen die overeenstemt met 40°. We moeten dus ‘schieten’ met het kompas.<br />

Stel het roterende deel in, zodat het streepje van 40° in de richting van de viziergroef ligt.<br />

Hou het kompas horizontaal op je handpalm zodat de naald vrij kan bewegen.<br />

Draai het gehele kompas en jezelf zodat de gekleurde naald (meestal rood) naar het noorden gericht is.<br />

Hou het kompas ver van je oog en nu kijk je met 1 oog in de richting van de vizier. Deze laatste stap<br />

noemt men ‘schieten’.<br />

T I P<br />

Hou geen ijzeren of magnetische voorwerpen in de buurt van het kompas. Deze verstoren de<br />

werking van de naald.<br />

<strong>Scouts</strong> <strong>Permeke</strong> <strong>Jabbeke</strong> 12


<strong>2011</strong> [<strong>TECHNIEKENBOEKJE</strong>]<br />

2. De kaart<br />

Als het allemaal niet goed lukt met het kompas, dan kan je nog altijd de kaart raadplegen. Maar dan moet je die<br />

wel op zak hebben <br />

In de scouts maken wij soms ook gebruik van “stafkaarten”, of in het mooi Nederlands topografische kaarten. Dit<br />

zijn effectief de grote kaarten die je moet uitplooien met bijvoorbeeld een schaal van 1/20 000. Hierop kun je<br />

min of meer afleiden hoe de streek er ongeveer zou moeten uitzien. De bossen zijn bijvoorbeeld mooi aangeduid<br />

maar ook staan bijna alle wandelpaden en waterlopen er op. Wat ook extreem handig is dat alle hoogtelijnen<br />

vermeld worden op een kaart. Wanneer je op de kaart een circel hebt met rond rond die circel nog allemaal<br />

kringen met getalletjes bij dan is dit een berg. Als de hoogtelijnen aan één kant dichter bij elkaar liggen rond een<br />

berg dan wil dit zeggen dat dit de steilste kant is van de berg.<br />

3. GPS<br />

Via satelliettechnologie is GPS (Global Positioning System) tot stand gekomen. Dit systeem bepaalt jouw positie<br />

aan de hand van zo’n 24 satellieten die rond onze aarde zweven.<br />

Een wandel-GPS is echter een ander apparaat dan de TOM-TOM die je wel eens in auto’s aantreft. Een wandel-<br />

GPS zal je bijvoorbeeld niet vertellen dat je achter de derde boom naar rechts moet maar zal eerder een richting<br />

aanduiden, je wandelsnelheid en de nog af te leggen afstand tonen.<br />

Wij geloven stelselmatig dat aliens je wel eens verkeerd durven laten lopen, daarom maken wij hier geen gebruik<br />

van in de scouts. (en ook wel een klein beetje omdat dit heel dure apparaten zijn)<br />

<strong>Scouts</strong> <strong>Permeke</strong> <strong>Jabbeke</strong> 13


<strong>2011</strong> [<strong>TECHNIEKENBOEKJE</strong>]<br />

Andere Technieken<br />

1. Opzetten van een patrouilletent.<br />

Vermijd spanlijnen die schots en scheef uitstaan, ze kunnen “hinderlijk” zijn (hoewel je dit wellicht anders noemt<br />

als je ’s avonds met je frisgewassen tandjes kennismaakt met de volgende piket). Je kan de stormlijnen ook naar<br />

binnen spannen.<br />

Zet alle piketten op één rechte lijn. Dat zorgt ervoor dat het zeil gelijkmatig gespannen wordt, maar ook dat er<br />

een logische afscheiding tussen piketten en loopruimte is. Sla op een houten piket enkel met een houten hamer<br />

en op een metalen piket met een metalen hamer. Gebruik geen piketten van plastic.<br />

T I P<br />

Als je niet genoeg piketten hebt, kan je alle spanners aan één sjorbalk vastmaken en die<br />

opspannen op twee (hoek-) piketten.<br />

Graaf eventueel een greppel rond de tent zeker op matig hellend terrein, zo wordt het water naar beneden<br />

afgevoerd. Let er dan wel op dat het water op het laagste punt ook weer snel uit de greppel kan, anders krijg je<br />

toch nog overstroming als de greppel opeens vol is.<br />

Ontspan ‘s avonds je spanlijnen als je ’s nachts regen of forse dauw verwacht (want dan krimpt het zeil). Doe dit<br />

niet als er veel wind verwacht wordt. Span ‘s morgens de lijnen weer op, de warmte zal het zeil snel doen rekken.<br />

2. Basiskennis over mes, bijl en zaag<br />

Laat nooit materiaal rondslingeren. Zo voorkom je dat je het kwijt speelt en/of dat iemand zich er lelijk<br />

aan verwondt.<br />

Controleer je materiaal voor je het gebruikt.<br />

Zorg voor een opgeruimde en stabiele ondergrond.<br />

Bewaar een veilige afstand tot de omstanders.<br />

Werk rustig en regelmatig. Als je vermoeid bent, verlies je snel de controle over je materiaal.<br />

Gebruik de bijl op de juiste manier, hak een balk of stam altijd in een V-vorm door.<br />

<strong>Scouts</strong> <strong>Permeke</strong> <strong>Jabbeke</strong> 14


<strong>2011</strong> [<strong>TECHNIEKENBOEKJE</strong>]<br />

3. Rugzak inladen<br />

Of je nu op tocht of trekkamp vertrekt, voor een weekend of veertien dagen, een grote trekrugzak komt er<br />

meestal wel aan te pas. En omdat het niet altijd even aangenaam is om bij plots opkomende zondvloed je rugzak<br />

helemaal te moeten uitladen om je regenjas te vinden, geven we je hierbij enkele tips.<br />

Steek alles wat bereikbaar moet zijn tijdens de tocht (regenkledij, trui, kaart, kompas, wc-papier, zakmes,<br />

lunchpakket,… ) op gemakkelijk bereikbare plaatsen zoals de zijzakjes of het bovenste deel van je rugzak.<br />

Steek al wat je gebruikt om te slapen (tent, slaapzak, matje, …) onderaan.<br />

Steek zware stukken liefst op schouderhoogte en zo dicht mogelijk tegen je lichaam, zo komt het<br />

zwaartepunt van je rugzak zoveel mogelijk overeen met je eigen zwaartepunt. Als je zware stukken hoger<br />

steekt, verlies je je evenwicht. Als je ze lager steekt, belast je je heupen teveel en hindert de rugzak je bij<br />

het stappen. Let wel: als je gaat skiën of klimmen met een rugzak, dan ligt je zwaartepunt lager en moet de<br />

zware last dus zo laag mogelijk zitten. Test je evenwicht altijd even uit voor je aan acrobatische toeren<br />

begint.<br />

Zwaartepunt lichaam en rugzak in één vlak<br />

Hang zo weinig mogelijk aan de buitenkant van je rugzak. Anders word je te vaak uit evenwicht gebracht<br />

en belast je je rug- en beenspieren meer dan nodig. Vermijd ook loshangende voorwerpen. Ze kunnen jou<br />

en anderen verwonden en ervoor zorgen dat je ergens aan blijft haken. Daardoor raak je bijvoorbeeld niet<br />

op tijd uit de trein. Je slaapmatje en de tentstokken kan je eventueel wel met de daarvoor voorziene<br />

riempjes aan de buitenkant van de rugzak vastmaken. Maar opbergen in de rugzak blijft het beste.<br />

Gewichtsverdeling rugzak inwendig frame<br />

Vermijd scherpe of harde voorwerpen aan de rugzijde of tegen de rugzakwand.<br />

Stop alles wat kan lekken of droog moet blijven in waterdichte zakjes.<br />

Laat de verschillende zaken in je rugzak nauw aansluiten zodat er geen holtes ontstaan. Elke holte is<br />

namelijk verloren plaats en kan je evenwicht verstoren.<br />

<strong>Scouts</strong> <strong>Permeke</strong> <strong>Jabbeke</strong> 15


<strong>2011</strong> [<strong>TECHNIEKENBOEKJE</strong>]<br />

4. Kleding<br />

Kleding heeft ongetwijfeld meerdere functies, maar het is vooral bedoeld:<br />

als bescherming tegen verwondingen (stevige schoenen tegen scherpe takken, een stevige uniformbroek<br />

tegen brandnetels en braamstruiken …);<br />

en om de lichaamstemperatuur op peil te houden (warmte bij kou, koelte bij hitte).<br />

Het gevoel van warmte of kou is subjectief. Het wordt niet enkel bepaald door de omgevingstemperatuur, maar<br />

ook door het energieverbruik binnen je lichaam. Zo heeft iemand die hardloopt het warmer als iemand die stilzit.<br />

Koude is ook relatief, de windsnelheid kan het koudegevoel (in het engels “the wind-chill factor”) versterken. Tien<br />

graden Celsius voelt bij windstilte aan als tien graden Celsius. Maar met een windsnelheid van ruim 40 km per<br />

uur, voelt het aan als min twee graden Celsius. Zo kan min zeven aanvoelen als min dertig, als de wind met een<br />

snelheid van 56 km per uur waait.<br />

Bij koud weer is er één gouden regel: werk in lagen. Liever verschillende dunne lagen boven elkaar, dan<br />

één hele dikke jas over je T-shirt. Krijg je het door fysieke inspanning te warm, dan kan je een laagje<br />

uitschieten.<br />

Uiteraard zorg je voor een waterafstotende bovenlaag, want regen hoort altijd tot de mogelijkheden. Een<br />

goed idee is een poncho om over jezelf én je rugzak te hangen.<br />

Koude, natte voeten doen je bijzonder snel en onaangenaam afkoelen. Zorg dus ook voor waterafstotende<br />

en ademende schoenen. Vermijd rubberen laarzen. Ze zijn waterdicht, waardoor je er behoorlijk in kunt<br />

beginnen zweten.<br />

Ook een muts of kap is absoluut noodzakelijk bij grote koude, want je hoofd is goed voor 1/7 van je totale<br />

lichaamsoppervlakte.<br />

Als je tijdens een pauze gaat zitten, zorg dan voor isolatie tussen jezelf en de koude grond (een matje is al<br />

een goed begin).<br />

Ook voeding speelt een belangrijke rol bij lichaamstemperatuur. Soms zal een boterham je meer deugd<br />

doen dan een extra trui.<br />

Onthoud dus dit:<br />

Liever veel dunne lagen dan één dikke.<br />

Warm blijven is eenvoudiger dan terug moeten opwarmen.<br />

Droog blijven is dikwijls gelijk aan warm blijven.<br />

<strong>Scouts</strong> <strong>Permeke</strong> <strong>Jabbeke</strong> 16

Hooray! Your file is uploaded and ready to be published.

Saved successfully!

Ooh no, something went wrong!