afscheidsrede - Titus Brandsma Instituut

titusbrandsmainstituut.nl

afscheidsrede - Titus Brandsma Instituut

30 prof. dr. kees waaijman spiritualiteit als theologie

31

dit punt veel gebeurd. 193 Van belang zijn met name de godsvraag (metafysica), het

deugdenleven (ethiek), de menselijkheid van de mens (antropologie) en de natuurwetenschappen

(kosmologie) 194 Ook de relatie tussen spiritualiteit en de literair-historische

wetenschappen heeft een grote staat van dienst. 195 In de Bijbelse spiritualiteit worden

in toenemende mate de velden Bijbel, letteren en geschiedenis systematisch op

elkaar betrokken, bijvoorbeeld in termen van receptie, intertextualiteit en cross-culturele

studies. Een interessant gebied waar deze velden elkaar vanzelfsprekend doordringen,

is de patristische spiritualiteit. Het meest ingewikkeld is de interdisciplinariteit

vanuit de praktische spiritualiteit. Hier is de uitdaging het grootst, omdat de menswetenschappen

(sociologie, psychologie, culturele antropologie, beleidswetenschappen,

pedagogie en medicijnen) zich massaal op de spiritualiteit hebben geworpen, maar, zoals

we zagen, versnipperd en verkokerd. Toch lijken er aanknopingspunten te zijn. 196

Een kritische doordenking van de notie ‘zingeving’ lijkt geboden. Daarmee zijn we bij de

volgende stap gekomen.

Stap 3. Wanneer we vanuit de geschetste driehoek naar binnen kijken, zien we het

theologische midden van de spiritualiteitstudie, waar de Bijbelse, de fundamentele en

de praktische spiritualiteit op elkaar inwerken onder het oogpunt van theologie: spiritualiteit

als theologie.

Hoe zou zo’n interdisciplinair weefwerk eruit kunnen zien? In plaats van een abstracte

beschrijving te geven, noem ik liever enkele namen die zich binnen de geschetste

driehoek intradisciplinair met de kern van spiritualiteit hebben beziggehouden.

Binnen de joodse traditie denk ik aan Martin Buber, die zijn werken indeelde naar

drie kanten: Schriften zum Philosophie, Schriften zum Bibel en Schriften zum Chassidismus.

Eenzelfde drieledigheid kenmerkt het werk van Emmanuel Levinas: zijn filosofie van

het Oneindige is onverbrekelijk verbonden met zijn analyse van de onmiddellijke aanspraak

van het gelaat en zijn talmoedische commentaren. 198 Michael Fishbane volgt de

primordialiteit van de praxis-ervaring in de richting van de Tora en haar receptie, en

omgekeerd: van de Tora naar het concrete leven nu. 199 Hijzelf zegt hiervan: ‘Ik probeer

de manieren waarop iemand een tekst leest en de manieren waarop iemand de wereld

leest wederkerig op elkaar te betrekken.’ 200

Binnen de Nijmeegse context denk ik aan Piet Schoonenberg, die in zijn proefschrift,

dat eindelijk na zestig jaar het daglicht zag, de theologia speculativa en de traditie

(met name de Schrift, maar ook de geloofstraditie) zo naar elkaar toedacht, dat ze elkaar

wederzijds doordringen, een benadering die al zijn latere werken zou bepalen. 201

Voor Karl Rahner is ‘de ervaring, waar Ignatius van Loyola door de Oefeningen naar toe

wil leiden en waarin hij binnen wil voeren’, 202 een ‘echte, oorspronkelijke ervaring van

God’. 203 Deze ervaring levert de grondstof die hij vanuit zijn filosofische theologie – een

vertaling van de ignatiaanse onderscheidingswegen 204 – mystagogisch verheldert. 205

De systematische theoloog Bernard McGinn schreef een standaardwerk over de geschiedenis

van de christelijke mystiek 206 en houdt zich tegelijk intensief bezig met de

receptie van de Schrift. 207 Michel de Certeau paarde een voortreffelijke kennis van de

geschiedenis van de mystiek aan oorspronkelijke filosofische inzichten en een constante

aandacht voor de alledaagse praxis. 208

Dit zijn slechts enkele spiritualiteitswetenschappers die zich uitdrukkelijk bewogen

binnen de geschetste driehoek: kennis van de Bijbel en de traditie, filosofisch-theologisch

inzicht en betrokkenheid op praxis en ervaring. Bij allen stond de godsvraag

centraal. Het zijn er slechts een paar. De lijst kan moeiteloos worden uitgebreid: Chenu,

Congar, Lonergan, Schillebeeckx, Tracy, Schneiders, Sheldrake enzovoort. Zij allen concentreerden

zich op de kern van de spiritualiteitswetenschap en hielden tegelijk het oog

gericht op de volle breedte van de geleefde spiritualiteit. Spiritualiteit als theologie

‘houdt de verschillende elementen bij elkaar en voorkomt dat de theologische onderneming

uit elkaar valt in een verzameling semi-autonome disciplines: de Bijbelse, de historische,

de systematische of de praktische discipline’. 209

Stap 4. Wezenlijk voor de beoogde interdisciplinariteit is de dynamiek tussen wat

er binnen en buiten de geschetste driehoek gebeurt. Deze dynamiek dient een tweerichtingsverkeer

op gang te brengen en te houden. Daarbij hangt alles af van de intradisciplinaire

driehoek: hebben zij – de Bijbelse, de fundamentele en de praktische spiritualiteit

– het vermogen te bemiddelen tussen de disciplines bínnen de driehoek en de

spiritualiteit zoals die in de niet-theologische disciplines wordt beoefend buíten de

driehoek? Kan er tussen deze twee velden op gang komen wat Alphonse De Waelhens

indertijd voor de filosofie beschreef als het diachrone gesprek tussen de philosophia perennis

en de buitenfilosofische invloeden, die deze continuïteit doorbraken, maar daarbij

zelf op hun beurt niet onbewogen bleven voor de filosofische rede waarmee ze in

More magazines by this user
Similar magazines