20 - Denkraam Digitaal

denkraam.info

20 - Denkraam Digitaal

Denkraam

www.denkraam.info

Geestelijke Gezondheidszorg Maatschappelijke Opvang Verslavingszorg

gratis magazine voor en door cliënten in de regio Rijnmond nummer 20 - mei 2006

[1]


Colofon

Redactie: Jose Bonouvrier, Liesbeth Vollemans,

Koos Bijlholt, Michiel van Gog, Yvonne Barning,

Carla Berkhof, Susan Leijnsen, Erwin Tukker,

Loyce van den Berg en Cees Ouwerling.

Eindredactie: Ernest Smit, Jan B. Burger,

Ton Hensing, Martin Luycx en Bas van Bellen.

Correspondenten: Jaap Meeuwsen, werkgroep

Herstel, Bas van Bellen, Erwin Tukker, Carla Berkhof,

Sharon Janssen Andeweg, mr Helen, Henri Sunant,

Lidie, Talitha Vermaas, Pamela van der Burg, Virginia,

Liesbeth Vollemans, Ernest Smit, Michiel van Gog,

Niki Schipper, Rijminstructeur, McGregor.

Fotografie: Erwin Tukker, Michiel van Gog,

Jan B Burger, Jaap Meeuwsen.

Voorkant: Ben vd Wetering 'live' in Nighttown.

Jan B. Plasman.

Achterkant: Steve van Nelle. Erwin de Teller.

Strip: Ferry van Wing

Vormgeving en druk: Argus, Rotterdam

Verzendklaar maken: Datawerk, Rotterdam

Distributie: Postdienst Vredehof, Rotterdam

Verspreidingsgebied: Regio Rijnmond,

de Hoekse Waard, Voorne-Putten en

de Zuid Hollandse Eilanden.

Oplage: 2700 exemplaren.

Redactieadres: (ook voor een gratis abonnement):

Postbus 21078

3001 AB Rotterdam

tel: 010-7502123 / 010-4665962

E-mail: redactie@denkraam.info

Website: www.denkraam.info

Projectondersteuning:

Teus van Wijk, Basisberaad Rijnmond

(hoofdredacteur)

Tel: 010 – 7502123 / 010 – 4665962

e-mail: t.vanwijk@denkraam.info

Denkraam’ is een onafhankelijk magazine. Het is

een product van de gezamenlijke cliëntenraden uit

de GGZ, Maatschappelijke Opvang en Verslavingszorg

uit regio Rijnmond in samenwerking

met Basisberaad Rijnmond.

Aan de totstandkoming van deze uitgave is de uiterste

zorg besteed. Voor informatie die desondanks

onvolledig of onjuist is opgenomen aanvaardt de

redactie geen aansprakelijkheid.

Alle in deze uitgave opgenomen artikelen

mogen niet worden overgenomen zonder

toestemming van de opsteller.

De redactie kan besluiten ingezonden bijdragen

zonder opgave van reden niet te plaatsen,

in te korten en/of taalkundig te bewerken.

[2]

Deadline nummer 21: 22 mei 2006

Verschijning: vanaf 19 juni 2006

Publiceren onder pseudoniem mag, mits

naam en adres bij de redactie bekend zijn.

[Denkraam]

Inhoud mei 2006

6. Bewoners Spijkenisse praten over toekomst

van de zorg

Door Jan Alblas. 'Een samenleving voor iedereen'.

Onder deze title heeft de jubilerende Maaskring

groep een vijftal politieke discussies georganiseerd,

in aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen.

8. Vijfentwintig jaar bouwen

Door Jaap Meeuwsen. Basisberaad Rijnmond

bestaat dit jaar 25 jaar. Directeur Jaap Meeuwsen

kijkt terug op vijfentwintig jaar cliëntenparticipatie

in Rijnmond.

10. Week van de Psychiatrie 2006: doorbreek

het isolement

Van 27 maart t/m 2 april is de Week van de Psychiatrie

gehouden met als thema: 'Doorbreek het isolement'.

Op verschillende locaties werden diverse

activiteiten gehouden. Denkraam was er uiteraard

bij. Twaalf pagina's verslag van deze week in woord

en beeld.

23 De meerwaarde van lotgenotencontact

Door de werkgroep Herstel. Lotgenoten kunnen

een grote rol spelen in het proces van herstel van

psychisch lijden.

27 De Ontmoeting

Door Bas van Bellen en Erwin Tukker. Een interview

met Maarten Tanis, hoofd van het dienstencentrum

De Ontmoeting. Over drijfveren en christenlijke

naastenliefde, maar ook over de harde realiteit in

de opvang van dak- en thuislozen.

En verder:

4 BW Filantropia: Camping 'De Vrijheid' - Carla Berkhof

5 Radio Champagne - column door Henri Sunant

7 Outside Out

22 Moeilijk doen - column door Sharon Janssen Andeweg

26 mr Helens visie over cultuurverschillen -

column door mr Helen

30 Henkie Denkie (strip) - Ferry van Wing

31 Recept - Salade van transparante mie

31 Zijn stem verloren (gedicht) - door Lidie


Van de redactie

nummer 20

nummer 20

foto’s arriveren op kantoor. Er moeten er natuurlijk een aantal

uitgezocht worden die bij het stuk geplaatst gaan worden. We

gaan aan de slag. Er worden een aantal foto’s uitgezocht waar-

We hebben in alle drukte van de Week van de Psychiatrie weer van één foto van een voetballer die klaar is met zijn training.

een gemêleerd nummer in elkaar weten te zetten. Naast de Maar we hebben een dilemma. Wie is die man? Twijfel ont-

vaste rubrieken een aantal langere artikelen. De werkgroep staat. Is het Ron Vlaar of die gozer die naar Engeland is vertrok-

Herstel blinkt uit met haar artikel. Toen het artikel binnen ken. Hij lijkt er verdacht veel op. De fotograaf in kwestie krijgt

kwam moest de redactie twee dagen herstellen over de

het benauwd en komt met het geniale idee om even naar de

omvang van het artikel. Het herstel proces is goed verlopen en Kuip te bellen om te vragen wie het is. Het werd hem afgera-

we staan weer met de beentjes op de grond. Dit was wel nodig den. Ik vertelde hem dat je naar aanleiding van een genomen

ook want het was een drukke tijd voor ons. De Week van de foto ze in de kuip ook echt niet weten wie het is. Komt hij met

Psychiatrie stond voor de deur, met dit jaar het thema ‘Door- het geniale idee om maar even langs de kuip te gaan. Wordt

breek het isolement’. We besteden, zoals elk jaar, uitgebreid hem ook afgeraden. We besluiten om maar even te gaan Goo-

aandacht aan activiteiten in de regio Rijnmond tijdens de gelen. Edoch, we worden niets wijzer. We doen nog even een

Week. Voor ons is het dan een strijd tegen de klok. Wie gaat rondje kantoor, maar we blijven in twijfel zitten. We besluiten

waar naar toe, schrijft of fotografeert? Zijn wij bestand tegen om het maar te laten voor wat het is. Een tijdje later zit de foto-

de stress? Ligt het blad op tijd bij de drukgraaf

aan de telefoon, heeft hij toch naar

ker? Raken wij geïsoleerd of doorbreken Openbare redactie-

de kuip gebeld. Waar ik hem voor gewaar-

wij het isolement? Op al deze vragen kan vergadering Denkraam

schuwd had gebeurde ook natuurlijk. Hila-

ik gelukkig positief antwoorden geven.

riteit alom dus.

Ook wij hebben het isolement doorbroken. Datum: vrijdag 12 mei 2006

Tot slot nog deze fotograaf dan. Na de

“Hoe?”, zult u zich afvragen. De enige

Tijd: 10.00 – 12.00 uur

Breinheindag, traditioneel de afsluiting

remedie die werkt is lachen. En dat doen Lokatie: Basisberaad Rijnmond,

van de Week van de Psychiatrie, besluiten

wij vaak hier. In deze tijd van stress gebeu-

Zomerhofstraat 80-86

een aantal mensen om nog even een

ren hier vreemde dingen. Enkele anekdo-

(2e etage), Rotterdam

afzakkertje te halen in een kroeg. Het gele

tes van de laatste weken wil ik u dan ook

Tel: 010 7502123

vocht vloeit rijkelijk. Op het laatste

niet onthouden. Hier zijn er een paar.

e-mail: redactie@denkraam.info moment besluit hij alsnog, licht bezonken,

Je stuurt een fotograaf met een correspondent

op pad voor een interview. Het interview

verloopt uitstekend en de fotograaf

klik er driftig op los. Hij bemerkt dat tij-

De redactie nodigt de lezers van Denkraam

van harte uit om deze vergadering

bij te wonen.

met het laatste openbaar vervoer naar

huis te gaan. Gelukkig gaat er nog iemand

mee die wat helderder van geest is. De

heren worden lastig gevallen door een

dens het fotograferen de klikker soepel Thema van de bijeenkomst is het magazi- paar opgeschoten jongelui en willen de

klikt. Appeltje, eitje dus. Het werk zit erop. ne Denkraam zelf. Wat vind ú van Denk- camera van de fotograaf confisqueren. De

Thuis gekomen bemerkt de fotograaf in raam? Kom langs op vrijdag 12 mei!! politie is snel aanwezig en de zaak wordt

kwestie dat hij is vergeten een rolletje in

opgelost. Onze heren mogen de reis voort-

zijn camera te doen. Dus de volgende dag maar weer een beetje zetten. Maar onze grote vriend heeft hoge nood en besluit met

gaan klikken. Moraal van dit verhaal? Toch maar overstappen een luidruchtige mededeling, in bijzijn van de agenten, dat hij

op digitale camera. Hilariteit alom dus hier op de redactie. De gaat plassen. De agenten geven hem nog een waarschuwing

volgende opdracht voor de fotograaf in kwestie is het redigeren dat hij dat beter niet kan doen anders krijgt hij een bekeuring.

van een artikel. Ik vroeg hem of hij een artikel wilde redigeren “Doe niet zo moeilijk, joh! Dat moet toch kunnen”, was het ant-

en de woorden te tellen. Nog eens appeltje, eitje denk je dan. woord waarmee de wijze raad wordt afgeslagen en een lan-

De heer in kwestie vertrekt naar het rookhok (jaha, ook wij!!!). taarnpaal de pineut is. Gevolg is dat hij een bekeuring en een

Na enige tijd ga ik ook even een paffertje halen. Ik zie onze gratis overnachting krijgt aangeboden in het politie hotel.

vriend met een rood hoofd en potlood driftig bezig. Ik ben een Moraal van deze verhalen: “Wij weten isolementen te doorbre-

tevreden man. Na enige tijd komt hij de redactieruimte binnen ken.” Gelukkig was het verblijf in het politiehotel kort en

met de hoopvolle boodschap: “Ik heb het artikel nagekeken en kwam de betreffende fotograaf maandag de foto’s van de

alle woorden geteld”. Hilariteit alom hier en we liggen met tra- Breingeindag digitaal(!) afleveren. De redactie wilde graag

nen van het lachen plat. Hoezo digitaal!!!!

weten wat er het weekend was gebeurd, waarop er beteuterd

Nog eentje dan. We hebben vanaf begin maart last van het werd beantwoord: “ik heb een plasverbod.”

‘Vlaar-virus’. “Vlaar virus?” zult u zich afvragen. Welnu, het vol- Maar ik vraag me wel af of die gasten niets anders te doen

gende. Tijdens de Week van de Psychiatrie wordt er door de hebben. Of zitten ze de hele dag met hun zelfontspannertje te

Patiëntenraad van Delta PC een Feyenoord-tour georganiseerd.

Je stuurt een mannetje mee om foto’s te nemen. Geen pro-

spelen??? Maar goed. Ik wens u veel leesplezier.

bleem, het is er een die goed met de knopjes overweg kan. De Namens de redactie, Teus van Wijk, hoofdredacteur

[3]


CAMPING "DE VRIJHEID"

Het schrijven van Filantropia

en omstreken is niet altijd

even makkelijk. Ik beschrijf

het leven in een beschermde

woonvorm en dat is soms

niet leuk. Maar ik kan toch

met iets positiefs beginnen.

Half Nederland zat naar het slot van de

olympische spelen te kijken maar een

aantal bewoners en ik vonden het leuker

om een spelletje te doen. Het was voor

het eerst dat de huiskamer van de begane

grond vol zat met mensen die aan het

klaverjassen waren en het groepje waar

ik in zat was Uno aan het spelen. Het is

eigenlijk een kinderspel maar we beleven

er zoveel lol aan dat we het regelmatig

spelen. En voor het eerst in twee jaar

was het gezellig zonder dat er wat te

eten en te drinken was. Meestal als er

iets gedaan wordt, dan is er chips en

limonade. Dat gaat er wel in maar zodra

het op is verdwijnen de meeste mensen

als sneeuw onder de zon. Maar de "diehards"

blijven doorgaan. Dus het was

een soort unicum dat er zoveel mensen

waren en het was gezellig.

[4]

Ik was aan het piekeren over hoe ik dit

verhaal moest beginnen en dankzij deze

avond kon ik opgelucht adem halen dat

ik met iets positiefs kon beginnen. Nu

begint het dan toch met bittere ellende.

Heel ironisch is de titel: camping "de

vrijheid". Ik heb zo'n kleine kamer dat

mijn vriend en ik altijd net doen alsof

we in een camper wonen en iedere

avond kiezen we een andere

plek om te gaan staan. Dat kan

echt van alles zijn. Meestal wel

een romantische plek. Op deze

manier kunnen we een beetje

omgaan met de kleine ruimte die

we hebben. Onder het genot van

een blowtje zaten we een beetje

te bedenken wat ik zou gaan

schrijven. Er zijn een paar nare

dingen gebeurd die ik toch wil

vertellen. Al een paar weken nu

moet wegens inbraak, de schuifpui

op slot zijn. Dat is voor mij de

enige ingang die ik kan gebruiken

omdat ik in een scootmobiel

rijd. Dan sta je voor het voldongen

feit dat je opgesloten bent en

niet meer gaan en staan kunt

waar, en belangrijker nog, wanneer

je wilt. Het gebeurt namelijk

met enige regelmaat dat ik

behoorlijk lang moet wachten

voordat de begeleiding de deur

open komt maken. Dat is voor mij

een ramp. Ik kan niet tegen opgesloten

zijn. Dan raak ik in paniek

en als er dan niet snel iemand

komt om de deur open te doen

dan word ik zonder dat ik er iets

aan kan doen ontzettend boos.

Terwijl er een regeling was dat ik

zodra ik naar buiten wilde, ik dat

ook gelijk in staat was te doen.

Maar niet iedere begeleider is zo

attent. Die denken naar mijn idee

alleen maar aan zichzelf en ze

begrijpen dan niet dat als het te

lang duurt, ik in paniek raak. Het

zegt ze niets. Maar het is absoluut

niet goed voor mijn gezondheid.

Ik heb met "de kolonel" gespro-

BW FILANTROPIA EN OMSTREKEN

ken en die vond ook dat ik er gewoon in

en uit moest kunnen en daar niet zolang

op hoefde te wachten. Ik moest het zelfs

tegen mijn sociaal psychisch verpleegkundige

vertellen want, mijn gezondheid

ging rap achteruit. Uiteindelijk

heeft mijn persoonlijk begeleider de

neuzen allemaal een kant op kunnen

sturen en wordt er nu wel sneller

open gedaan. Vandaar de

titel: camping "de vrijheid".

Was dit nu maar het enige.

'Helaas', er gebeuren nog

steeds veel te veel nare dingen.

Zo ga je bijvoorbeeld je medicatie

halen. Je klopt. Er wordt

niets geroepen zoals "moment"

of zo. Een beetje bevreemd klop

ik weer en weer niets. Ik hoorde

een hoop gelach maar niet

dat er een cliënt binnen is. Ik

voel me ontzettend klein worden

maar ook boos. Ze negeren

je gewoon en i.p.v. te werken

zitten ze gewoon lol te maken

terwijl jij zit te wachten. Nu,

dat vind ik asociaal. Soms

vraag ik me af of ze wel beseffen

dat ze met mensen werken

en niet met dingen. Uitzonderingen

daar gelaten. Ik ga weer

medicatie halen. Het is ongeveer

twaalf uur in de middag.

Om half één heeft de begeleiding

pauze. Wat schetst mijn

verbazing, ze zijn al aan het

eten. Ze kunnen zichzelf niet

bedwingen zeggen ze. Ok. Maar

als ik dan een minuut over half

een door wil geven dat het

warme water het weer eens

niet doet, roepen ze dood

gemoedereerd: "pauze". Daar

zakt echt mijn broek van af. Ik

krijg echt het idee dat ze hier

meer voor zichzelf zijn als dagbesteding

dan dat ze daadwerkelijk

iets voor je doen. Nu

komt het meest belachelijke.

Aangezien er voor mij geen

rookruimte is mag ik bij uit-


zondering van de brandweer en de staf,

op mijn kamer roken. Nu zijn de regels

inmiddels weer veranderd. Ik mag nog

steeds op mijn kamer roken maar mijn

bezoek mag dit niet. Dat is dus of niet

roken, of dan toch naar buiten wat weer

niet goed is voor mijn gezondheid. Het is

toch van de zotte. Het wordt me allemaal

zo moeilijk gemaakt dat ik er spijt van

heb, hier ooit te zijn gaan wonen. Aan de

andere kant heb ik nu veel sociale contacten

en een band met mijn persoonlijke

begeleiders en dat verzacht de

omstandigheden een beetje. Gelukkig

kan ik het verhaal positief afsluiten. Ik

moet al zolang ik hier woon, naar de 1e

etage om mijn was te doen. Dat is ontzettend

zwaar. Al die trappen lopen.

Maar "de kolonel" heeft het voor elkaar

gekregen dat er op de begane grond een

wasmachine en een droger komt. Ik

moet zeggen dat ik daar helemaal van

ondersteboven was. Het duurt nog wel

even voor het wordt aangesloten, zo snel

is de technische dienst niet. Het kan

soms maanden duren voordat er iets

gemaakt wordt.

Een vriendin van mij zit al een jaar te

wachten op een radiatorknop. Tuinmeubels

zitten we al vanaf het begin op te

wachten en het is er nog niet. Ik heb

acht maanden op mijn wc bril moeten

wachten. Het is echt te gek voor woorden.

Vervoer op maat kan ons vaak niet

vinden omdat er geen nummerbordje

aan de straatkant staat. Ik snap niet

waarom dat allemaal zolang moet

duren. Er is zelfs een gevaarlijke situatie.

De opritten naar de schuifpui zijn zo

glad dat je iedere keer kunt uitglijden,

nog maar één oprit gemaakt. Nee, in de

zorgsector zitten is alles behalve een

pretje.

Heeft u ook wat te vertellen over uw

woonsituatie, dan kan dat.

U kunt e-mailen naar

c.berkhof@denkraam.info.

Carla A.M. Berkhof

[column]

Radio Champagne

Bijwerkingen zijn altijd vervelend, als ze

veel ongemak geven. Er zijn ook bijwerkingen

die plezierig zijn.

Ongeveer 8 jaar geleden kreeg ik een

antidepressiva voorgeschreven. De bijwerkingen

waren in het begin ver-schrikkelijk

en dat sla ik meteen over. Ik wil

meteen beginnen met de uitschieters. Na

ongeveer twee maanden begon het, de

flits, het visioen, de geniale gedachten

gang. 's Morgens begon het en 's avonds

hield het pas op.

Een tijd ervoor had ik een gesprek met

een kennis over zijn winkeltje, het liep

niet meer zo goed en vroeg zich af of hij

het over een andere boeg moest gooien.

Dat was het moment, toen begon het

echt. Op eens schoot mij de Champagne

Bar te binnen. Tapas en een glas champagne

voor een lage prijs. Waar? In het

centrum van Rotter-dam. In de etalage

een fontein van champagne glazen, in het

midden een omhoog spuitende schuimende

vloei-stof die de glazen deed overstromen.

Iedereen moest blijven staan

voor mijn etalage. Niet alleen champagne

zou te krijgen zijn maar ook, sekt en overige

mousserende wijnen. Daarbij tapas,

gevarieerd.

Bovendien had ik op mijn werk in korte

tijd de volautomatische fax met verkorte

Kiesnummers geprogram-meerd. Ongelofelijk!

Op een dinsdagmiddag moest ik voor

controle terug naar de dokter. De medicijnen,

Seroxat, waren niet goed voor mijn

gezondheid en noodgedwongen moest ik

over op een ander medicijn. Dag, Champagne

Bar, geen tapas en weer een realistische

blik (of wel een kater). Nooit

meer aan gedacht.

Enige weken geleden zie ik een andere

bekende en vraag hem; "hoe is het met je

radiostation?" Hij had eens verteld, met

een versterker onder zijn arm, dat hij een

radiostation ging beginnen. "Ja, dat was

een foutje"; zei hij. Hij vertelde me dat hij

overal was geweest om zijn idee van de

grond te krijgen. Door Seroxat die hij gebruikte

werden deze ideeën gelanceerd.

Inmiddels gebruikt hij ook andere medicijnen.

Jammer, het had zo mooi kunnen

zijn.

Merkwaardig genoeg zijn er nog nooit

zoveel nieuwe speciale tapasbarren bij

gekomen en ook radiostations. Natuurlijk

zijn er nog veel meer nieuwe ideeën ontstaan

kijk bijvoorbeeld naar de vernieuwende

tv-zender Talpa en Leefbaar Rotterdam

met een plan om iedereen op

straat Nederlands te laten praten.

Ook het gevolg van Seroxat?

Ben ik nog vergeten te vragen aan de

andere bekende of hij al een locatie in

gedachte had voor zijn radiostudio. Ik had

nog ruimte boven mijn zaak immers.

Radio Champagne een cliëntgestuurd project

gefinancierd door de fabrikant van

Seroxat.

Henri Sunant

[5]


Bewoners van Spijkenisse praten over de toekomst van de zorg

Een samenleving voor iedereen. Met dit thema organiseert de

jubilerende Maaskringgroep in de aanloop naar de komende

gemeenteraadsverkiezingen, vijf politieke discussies in de

regio Rotterdam. Mensen met een verstandelijke of psychiatrische

beperking hebben volgens de Maaskringgroep recht

op een leven als ieder ander.

Maar wat is hun situatie

in de praktijk? Hoe gaat

de samenleving om met

deze medemensen en

hoe zet de politiek zich

na de invoering van de

Wet Maatschappelijke

Ondersteuning (WMO)

in voor haar burgers die

nèt even wat meer zorg

nodig hebben dan een

ander? Op maanddag 27

februari debatteerden

politici, wijkbewoners,

cliënten en begeleiders

uit Spijkenisse over de toekomst van

deze zorg.

Volgens Jan Alblas, directeur van de

PameijerKeerkring en RIBW Rijnmond, is

er veel veranderd in de zorg voor mensen

met een beperking. Vroeger werden

mensen 'opgeborgen' zodat niemand er

last van had, en bij de begeleiding lag de

focus vooral op wat iemand allemaal

niet kon. Dat is nu gelukkig anders. Er

wordt juist gekeken naar de talenten die

iemand wel heeft en deze worden uitvergroot.

Daarnaast zijn alle manieren

van opvang en begeleiding erop gericht

mensen met een beperking zoveel morgelijk

deel te laten uitmaken van de

samenleving.

Ook in Spijkenisse zijn tal van voorzieningen

die ondersteuning bieden bij

wonen, werken en dagbesteding. Wat

dat betreft is Spijkenisse een inhaalslag

aan het maken. Aalco van Klaveren, regiomanager

van de Maaskringgroep, ziet

een duidelijke trend in het aanbod van

de voorzieningen. Voorzieningen die

[6]

eerst alleen in Rotterdam

beschikbaar

waren, worden nu

ook in de randgemeenten

opgezet en

ook de ambulante

hulp zit in de lift.

Een van deze instellingen

is het DAC

Spijkenisse (dagactiviteiten

centrum).

Mensen met een psychiatrischebeperking

kunnen hier

terecht voor allerlei

activiteiten. Gewoon een gezellig kopje

koffie drinken, knutselen, een spelletje

kaarten, maar een computercursus als

onderdeel van de voorbereiding op een

begeleide, betaalde baan. Het centrum

wordt gerund door vaste medewerkers

en vele vrijwilligers, onder wie diverse

buurtbewoners.

Buurvrouw Ria had nog nooit van het

DAC gehoord, laat staan dat ze er last

van had, maar nu is ze er regelmatig te

vinden als vrijwilliger. "Ik ben alleenstaand,

het is hier hartstikke gezellig en

het is leuk om zo iets voor een ander te

kunnen doen".

Maar waarom is het DAC nu zo bijzonder?

Waarom kunnen deze activiteiten

niet via een gewoon wijkgebouw aangeboden

worden? Bij het DAC is er speciale

aandacht voor de situatie van iedere

bezoeker. Een bezoeker vindt hier respect,

begrip, veiligheid en bescherming,

en de dingen die hij of zij wil doen, worden

aangepast aan zijn of haar eigen

tempo. Alfred, een bezoeker.: "Ik word

hier geaccepteerd ondanks mijn 'rugzakje'

dat ik bij mij draag. Hierdoor voel ik

me op mijn gemak en ik ben nu zover

dat ik op zoek durf en kan gaan naar

begeleid werk. Alleen of ergens anders

was me dat nooit gelukt." En wat is er

mis met een speciale plek voor mensen

met een beperking? Het is juist fijn om

in een omgeving te zijn die speciaal voor

jou is ingericht, waar het laagdrempelig

is en waar niemand zich ongemakkelijk

voelt omdat je misschien een beetje

anders bent.

WMO: kans of achteruitgang?

Hoe zit het straks met de zorgverlening

als de WMO is ingevoerd? Krijgt het individu

nog wel die zorg die hij of zij nodig

heeft, of is het zo dat degene met de

grootste mond het meeste voor elkaar

krijgt? Wordt de kwaliteit van de zorg

afhankelijk van het gebied waar je

woont omdat daar toevallig de vriendelijkste

ambtenaren werken? Volgens

wethouder Peter de Jong biedt de WMO

veel nieuwe kansen. De grondgedachte

van de wet is goed want het vraagt van

de samenleving om weer meer voor

elkaar te gaan zorgen. Maar hier is moed

en tijd voor nodig, want de samenleving

heeft het afgeleerd om voor elkaar te

zorgen. Mensen zijn individualistisch

geworden en ze zijn vooral druk met hun

eigen leven. Wat dat betreft is het de uitdaging

van de politiek om deze trend om

te draaien, om de gedachte om te zorgen

weer voorop te zetten.

Er is veel angst dat het geld dat voor de

WMO bestemd is, straks voor andere

gemeentezaken gebruikt gaat worden en


dat grote groepen, minder mondige

mensen zoals de dak- en thuislozen en

de mensen die afhankelijk zijn van

ambulante hulp, te weinig zorg zullen

krijgen. D'66 ziet dit niet zo somber in.

De lobby van de cliëntenraden is bijzonder

sterk en er is veel overleg tussen de

gemeenteraad en de diverse zorginstellingen

in de regio. Volgens GroenLinks

zal er ook veel van de aanstaande verkiezingen

afhangen: wanneer er een

anders gekleurde Raad komt dan de huidige,

zullen er misschien andere keuzes

gemaakt worden bij de toekenning van

budgetten. De gemeente heeft wel een

minimale zorgplicht, maar extra geld

voor de zorg zal afhangen van het college

dat straks gaat regeren. De PvdA

benadrukt dat er al anderhalf jaar

gewerkt wordt aan de invoering van de

WMO, en dat deze voorbereidingen niet

zomaar overboord gezet zullen worden

na de verkiezingen. Het belangrijkste is

echter dat de samenleving weer gaat

leren om voor elkaar te zorgen.

De Maaskringgroep - PameijerKeerkring,

RIBW Rijnmond en Maasstad- vindt dat

mensen met een beperking zoveel mogelijk

deel moeten kunnen nemen aan de

samenleving, waarbij ze zoveel mogelijk

de regie over hun eigen leven moeten

kunnen voeren. Hierbij zoekt de organisatie

nadrukkelijke de dialoog met

medeburgers en beleidsmakers.

Jan Alblas

Fotografie: Michiel v Gog

Muziek, poëzie, sprookjes…

Elke vrijdagavond "vroege vrijdagavond salon" in galerie outside>out met o.a. muziek en

poëzie. Adem de sfeer van cultuur bij een gratis kopje koffie of thee. Van 18.00 tot 21.00

uur.

Op ons letterpodium:

Vrijdag 28 april: Liesbeth Vollemans, poëzie i.s.m. Dichters dichtbij

Vrijdag 5 mei gesloten

Vrijdag 12 mei Erwin Tukker, poëzie i.s.m. Dichters dichtbij

Vrijdag 19 mei Fransisca Clasquin, Poëzie

Er wordt in april en mei ook live muziek geprogrammeerd, programma volgt.

Galerie open op woensdag en donderdag van 13.00 tot 17.00 en vrijdag van 13.00 tot

21.00 uur.

Oudedijk 62 (hoek Voorschoterlaan) - metro tram 7 Voorschoterlaan - 010 4112765

Wat is het Basisberaad?

Het Basisberaad is een belangenbehartiger in Rijnmond van en voor cliënten in de

geestelijke gezondheidszorg, verslavingszorg en maatschappelijke opvang.

Het Basisberaad:

- versterkt de maatschappelijke positie van cliënten, met onderzoek en cursussen vanuit

cliëntenperspectief;

- laat hun stem horen in de Rijnmond via publicaties, werkgroepen, plenaire vergadering

en panels;

- ondersteunt hen bij het vinden van hun weg in zorg en samenleving, met consulenten

en het cliënten informatiepunt (Clip);

- ontwikkelt en ondersteunt projecten in zelfbeheer, zoals het magazine Denkraam

en de website van GGzplaza.

Het Basisberaad is een stichting. In het bestuur bestaat uit zeven leden, zowel ervaren

bestuurders als cliënten. Twee zijn voorgedragen door de achterban en een door de medewerkers.

Bij het Basisberaad werken 25 mensen, waarvan de meeste ervaringsdeskundig zijn, dat

wil zeggen dat ze cliënt zijn of zijn geweest van een zorginstelling. Daarnaast zijn er nog tientallen

cliënten, deelnemers en vrijwilligers actief binnen het Basisberaad.

Het Basisberaad bestaat dit jaar 25 jaar en is hiermee de oudste en de grootste regionale cliëntenorganisatie

in de maatschappelijke opvang, verslavingszorg en geestelijke gezondheidszorg.

Het Basisberaad stimuleert de oprichting en ontwikkeling van regionale cliëntenorganisaties,

zowel in de Rijnmond als in andere regio's en wisselt hiermee succesvolle werkwijzen

uit. Het Basisberaad ondersteunt en stimuleert landelijke samenwerking tussen regionale cliëntenorganisaties.

In Rijnmond wordt ook nog samengewerkt zorgaanbieders, zorgkantoren en gemeentes, waarvan

de gemeente Rotterdam de oudste en belangrijkste partner is. Daarnaast werkt het Basisberaad

samen met de provinciale de landelijke overheid, met name het Ministerie van VWS.

[7]


Vijfentwintig jaar bouwen

Ik houd van het bouwen van torens. Van kinds af aan bouw

ik torens, met duplo, lego, houten blokken, stenen, noem

maar op. Als ik tijd heb en er is iets in mijn omgeving waarmee

ik kan bouwen, dan ga ik aan de gang. Zo wilde ik vorige

zomer een toren van stoelen bouwen. Ik startte op een

voor de hand liggende manier: ik zette vier stoelen netjes

symmetrisch in een vierkant en zette daar mooi loodrecht

weer een paar stoelen bovenop. Zo wilde ik een op en mooie

brede basis een strakke toren maken.

Maar ja, stoelen zijn niet gemaakt om

een toren van te maken. Bovendien had

ik niet alleen stoelen in één maat, maar

in allerlei modellen. Ik probeerde deze

verschillen te compenseren door dezelfde

stoelen bij elkaar in een verdieping te

zetten, zodat een evenwichtig geheel ontstond.

Het zag er prachtig uit. Het leek

een beetje op de Eiffeltoren, vond ik. Ik

kwam al tot de vierde verdieping en had

een trap nodig om de vijfde verdieping te

bouwen. Maar het bouwwerk bleek te

wankel. Ergens in het midden schoof een

poot van een stoel af, net toe ik bovenaan

de mooiste stoel, als spits, wilde neerzetten.

De toren stortte met flink geraas in

elkaar.

Wat overbleef was een hoop verwrongen

rotzooi. In een keer was alle symmetrie

en abstracte schoonheid weg. Ik was

gefrustreerd dat de zwaartekracht en de

meubelfabrikanten geen rekening hadden

gehouden met mijn kunstzinnige

aspiraties. Ik wilde opnieuw beginnen en

begon de kluwen van stoelen uit elkaar te

halen. Maar dat was niet zo eenvoudig.

De ineenstorting had er voor gezorgd dat

de stoelen in elkaar vast waren komen te

zitten. Het zat allemaal vrij stevig in

elkaar.

Ik kreeg een idee. In plaats van de stoelen

uiteen te halen, ging ik op de stapel staan

en stampte het geheel flink aan. Vervolgens

stak in de stoelen die nog over

waren ook stevig in de stapel. De chaos

van stoelen zag er niet meer uit, maar het

[8]

zat stevig in elkaar en ik kon er op verder

bouwen. Met gemak kwam ik hoger dan

de eerste keer en ik moet zeggen, de warrige

hoop stoelen kreeg zijn eigen

schoonheid.

Met mensen en organisaties is het ook zo.

Proberen om mensen die op elkaar lijken

in de dezelfde groepen te laten samenwerken

in een strakke, gelijkvormige

organisatie, geeft geen stevig geheel. Er is

in zo'n organisatie niet veel nodig om de

boel in te laten storten. Orde en structuur

geeft lang niet altijd de beste resultaten.

Een mens is mens in relatie tot iemand

anders. Verschillen leiden tot verassende

verbanden en vormen. Een organisatie

kan er chaotisch en vormloos uitzien,

maar desondanks zeer stevig zijn. Een

ook de chaos heeft zijn schoonheid.

Het is voor mij onvermijdelijk om hierbij

aan het Basisberaad te denken. In vijfentwintig

jaar hebben verschillende mensen

geprobeerd het Basisberaad vorm te

geven. Het heeft niet geleid tot een overzichtelijke

structuur. Integendeel. Het

Basisberaad is in de praktijk gevormd

door vele mensen met vele ideeën. En er

komen nog steeds weer nieuwe mensen

die invloed uitoefenen op de vorm en de

inhoud van het Basisberaad. Al die mensen:

cliënten, vrijwilligers, deelnemers,

medewerkers, bestuursleden, subsidiegevers,

zorgaanbieders, ambtenaren en niet

te vergeten directeuren, zijn de stoelen

die niet goed op elkaar passen, maar toch

een geheel vormen.

Het bestaansrecht van het Basisberaad

kon 25 jaar geleden nog makkelijk en

eenduidig gedefinieerd worden. Kritische

hulpverleners, weggelopen patiënten en

mensen uit hun omgeving die hen steunden,

konden de reden voor hun bijeenkomsten

nog makkelijk benoemen: Het

waren kinderen van de revolutie van de

zestiger jaren, het tijdperk waarin de

individu ontdekt werd. Ontwikkelingen

in de samenleving ijlde destijds altijd een

beetje na in de psychiatrie, wat nog een

gesloten bolwerk was. Er was actie nodig

om de misstanden in de instellingspsychiatrie

aan de kaak te stellen. Dwang,

rechteloosheid, slechte woonomstandigheden,

geen geld, niets te doen. Eenmaal

opgenomen in Delta "voor eigen bestwil"

kwam je er in de meeste gevallen niet

meer uit.

Vooruitstrevend en modern als de

gemeente Rotterdam in die tijd was,

gecombineerd met de connecties van de

deelnemers van het eerste uur, ontstond

in het begin van de negentiger jaren de

bereidheid de bijeenkomsten van wat het

Basisberaad was gaan heten te subsidiëren.

In die tijd bestond het Basisberaad

eigenlijk vooral uit een plenaire vergadering,

waar gediscussieerd werd over het

cliëntenperspectief en hoe dit perspectief

van invloed kon zijn op verandering in de

zorg.

Het besef dat je geen patiënt was, overgeleverd

aan de goede luimen van de dokter,

maar cliënt, klant dus eigenlijk, in de

zin van de "klant is koning" - was een

enorme ommezwaai. Een klant met een

stem, ook letterlijk, want patiënten in

psychiatrische ziekenhuizen bleken bijvoorbeeld

plotseling ook te mogen stemmen.

Voorheen was het normaal dat je

niet stemde als je opgenomen was.

Het besef dat het hier om burgers ging

betekende niet direct een eigen plekje en

erkenning. Het Basisberaad ontwikkelde

zich steeds meer als stem van een emancipatiebeweging

en droeg actief bij aan


de vernieuwing van de geestelijke

gezondheidszorg met projecten als de

cursus Clienten Trainen Hulpverleners en

de Crisiskaart. Zo ontstond brede erkenning

voor de kracht en de kennis die

mensen met psychiatrische achtergrond

konden ontwikkelen. Er kwam aandacht

voor wat cliënten zelf konden doen aan

hun herstel en de verbetering van hun

positie. Eindelijk werd het verstandig

geacht om aan cliënten te vragen welke

veranderingen zij graag zouden zien in de

zorg en welke zorg zij positief beoordeelden.

In een tijd van zorgvernieuwing in

het midden van de negentiger jaren,

kwam er zo steeds meer differentiatie in

soorten zorg: begeleid zelfstandig wonen,

dagbesteding, casemanagement, sociale

psychiatrie.

Met het volwassen worden als derde partij,

naast zorgaanbieders en overheid, ontstonden

in de geestelijke gezondheidszorg

steeds groter wordende landelijke

cliëntenorganisaties en nieuwe regionale

organisaties. Door fusies kwamen er

steeds meer grote psychiatrische ondernemingen

en vervolgens centrale cliëntenraden

met eigen ondersteuners. De

beweging stolde en cliëntenorganisaties

werden instituten; onderdeel van een

systeem.

De rechtspositie van patiënten werd aanzienlijk

verstevigd. De Krankzinnigenwet,

die honderd jaar oud was, werd vervangen

door de wet Bijzondere Opnemingen

Psychiatrische Ziekenhuizen. Kenmerkend

voor het verschil in denken over

psychiatrische patiënten is dat het

"bestwilcriterium" werd losgelaten en

alleen acuut gevaar nog een reden was

om iemand gedwongen op te nemen. Het

blijkt een laatste stuiptrekking te zijn

geweest van de mensvriendelijke zestiger

jaren.

Want met het institutionaliseren van de

cliëntenbeweging, komt er in de Nederlandse

samenleving een proces van marginalisering

op gang, dat zijn weerga in

de vaderlandse geschiedenis niet kent. De

maatschappelijk positie van vooral de

vaste cliënten van de geestelijke gezondheidszorg

dendert achteruit, net als de

positie van jongeren, ouderen, migranten,

chronisch zieken, verslaafden en werklozen.

Het aantal daklozen neemt met

sprongen toe. Steeds meer mensen houden

zich niet staande in Nederland, dat

steeds meer op de Verenigde Staten gaat

lijken. De kloof tussen arm en rijk wordt

groter. Voor veel mensen valt steun en

hulp weg. Oorlog en economische crisis,

of vooral de angst daarvoor, brengen een

nare sfeer. Het inspelen door politici op

onderbuikgevoelens van de Nederlanders

brengt verscherping van het politieke

debat en groeiende intolerantie van alles

dat anders is. Vooral mensen met een kluwen

van problemen als schulden, dakloosheid,

psychiatrie en verslaving, dreigen,

net als de psychiatrische patiënten

van weleer, hun rechten en hun maatschappelijke

positie kwijt te raken.

Dwang neemt almaar toe. De wereld lijkt

in vijfentwintig jaar enorm veranderd.

Toch is het niet moeilijk om te zien dat de

mensen die vroeger buitenspel stonden,

dat nu eigenlijk ook weer staan: de zwakken,

de armen, de zieken.

De gemeenteraadsverkiezingen van 2006

laten zien dat de meeste Nederlanders

eindelijk genoeg lijken te hebben van de

uitsluiting van zwakke groepen burgers.

Het moet anders. Misschien is een postpim

tijdperk aangebroken. Een tijdperk

dat vraagt om nieuwe werkwijzen en

nieuwe invalshoeken. Om een netwerkorganisatie,

die bouwt aan nieuwe verassende

samenwerkingsverbanden, gebaseerd

op vriendelijke interesse voor de

ander, die anders is. Ik weet zeker dat

juist nu het gedachtegoed van cliëntenorganisaties

als het Basisberaad bruikbaar

is voor de samenleving als geheel. Wij

hebben geleerd om te gaan met verschil.

Wij hebben geleerd om te gaan met vooroordelen,

tegenstellingen en discriminatie

en hebben, tegen de heersende cultuur

in, onze eigen identiteit en cultuur

ontdekt.

Gelijkvormigheid en symmetrie leidt niet

tot de beste resultaten. Het is de diversiteit

die ons samenhang en kracht geeft.

Test en fotografie: Jaap Meeuwsen,

Directeur Basisberaad Rijnmond.

[9]


Week van de psychiatrie - maandag

jij bent mij

WAT is een vraag

een vraag

zonder antwoord

bang, machteloos, kwaad

ik ben bang,

je bent er niet, maar ook weer wel

je zegt niets, maar je praat

je bestaat niet, maar je bent er toch

ik denk er niet aan, er wordt altijd aan gedacht

onbegonnen werk, maar toch ben ik er al aan begonnen

van jij, krijg ik het nooit gewonnen

ik streef naar de kracht..

maar ik kan niet uit

boven jou macht

er moet toch iets zijn

ik heb nu wel lang genoeg gewacht

hoe vaak heb ik aan al die dingen gedacht

ik doe het nu nog steeds, elke dag

het is een strijd,

die ik elke keer niet winnen mag

ik weet niet eens wie die jij is

maar ik weet wel

dat de woorden altijd onuitgesproken zullen blijven

de woorden van nu zijn vaag

alles zou duidelijker worden..

op de antwoord van mijn vraag

wie is die jij..

wat is dat, hetgeen dat zit in mij

Pamela van der Burg

[gedicht]

[10]

27 maart tot

Verwendag

Op de eerste dag van de Week

van de Psychiatrie zijn Miny en

ik 'op de koffie' geweest bij het

Rehabilitatiecentrum in Hoogvliet. Hier verblijven tijdelijk 24

cliënten. Zij worden begeleid naar een woonwens van eigen

keuze. Dit kan een eigen woning zijn, maar ook een verzorgingshuis,

beschermd wonen, begeleid wonen een verpleeghuis

etc. De medewerkers verwachten ons al en we zijn van

harte welkom. We stellen ons kort voor aan de bewoners die al

in de huiskamer zitten. Al snel is alles in beweging. Er wordt

koffie gezet, naar bordjes en vorkjes gezocht. En alle cliënten

die willen, worden van hun kamer gehaald. Kortom, in korte

tijd zit de ruime en lichte woonkamer vol met mensen.

Miny en ik leggen uit waarom we komen. Het is de Week van

de Psychiatrie en het thema is: "doorbreek het isolement". We

hebben deze week verschillende activiteiten georganiseerd,

maar daar moet je wel naartoe kunnen komen. Omdat dat niet

voor iedereen even makkelijk is komen we vandaag hier.

Al snel ontspinnen zich gesprekjes. De meeste mensen die hier

verblijven zijn wat ouder. Veel van hun vrienden en familieleden

zijn ook al aardig op leeftijd en die komen niet vaak op

visite. Bovendien is het met het openbaar vervoer toch nog wel

een reis om hier te komen. Je moet vanaf metrostation Hoogvliet

nog een aantal haltes met de bus.

Voor sommige bewoners is een bezoek aan het winkelcentrum

in de buurt al een heel verzetje. Zeker als je fysiek gezien niet

zo mobiel bent, is het best een wandeling naar de winkels. Het

park hier in de buurt is wel mooi en prettig als je even rust

zoek. Hier in de directe omgeving is niet zo veel te beleven.

Sommige bewoners zijn op zoek naar een maatje, om iets te

ondernemen. Dat hoeft niet in de buurt te zijn, want ze verblijven

hier tijdelijk. Zo vertelt een dame dat ze hiervoor in Zevenkamp

zat en hierna in Capelle aan de IJssel zou willen wonen.

Ze gaat hier in de buurt niet op zoek naar nieuwe contacten,

want straks zit ze aan de andere kant van de stad.

Een ander dame vertelt dat ze nu twee keer naar dagactiviteitencentrum

Soeda is geweest. Ze is daar naartoe gegaan met de

verwachting andere mensen te treffen. Maar helaas de creatieve

middagen heeft ze daar alleen door gebracht. Tja, dan kan ze

net zo goed hier op haar kamer knutselen. Na een uurtje is de

koffie en taart op en vertrekken we weer met de bus naar de

metro. We hebben een goed gevoel over deze ochtend. Het

gebouw is mooi, de medewerkers vriendelijk, het is een prettige

plek.

Eigenlijk hopen we, allebei, dat we hier niet (tijdelijk) hoeven

te verblijven als we ouder worden en onze vrienden- en familiekring

kleiner wordt. Zo aan de grens van Rotterdam, met een

park en winkelcentrum in de buurt en vertier ver weg is.

Niki Schipper


2 april 2006

'Draad doorbreekt'

Een speelse middag met toneel in 'Bijna Alles'

Tijdens de Week van de Psychiatrie wordt in dagactiviteitencentrum

Bijna Alles een 'speelse middag met toneel' georganiseerd.

Theaterdraad, de toneelgroep die, die middag

optreedt, legt het als volgt uit: "Afhankelijk van het soort

verhaal wordt uit verschillende vormen gekozen, de ene keer

meer beeldend, de andere keer meer verbaal of muzikaal."

Het is gezellig druk toen ik binnenkwam

in Bijna Alles. Voor mij is het de eerste

keer dat ik daar ben. Het is een gezellige

ruimte met een bar. Er wordt druk

gepraat. Sommige mensen die er zijn,

komen zeker niet voor de eerste keer. Dat

zou later blijken. Het belooft een leuke,

interactieve middag te worden met veel

interactie dus tussen de spelers en

publiek. Interactie is de rode draad kunnen

zijn die middag, maar ook improvisatie.

Een andere rode draad die middag is het

thema van de Week van de Psychiatrie:

'doorbreek het isolement!' De voorstelling

van Theaterdraad begint met elkaar

voorstellen: Wim en Jacky, met muzikale

begeleiding door Ifor. De muziek

wordt ook geïmproviseerd, op een soort

trommel of percussie. Ifor maakt

prachtige ritmische geluiden om het verhaal

te begeleiden en op te vrolijken.

Er zouden verhalen uit het publiek werden

nagespeeld, maar eerst begint Wim

samen met Jacky te zingen. Een Spaans

lied met als thema: "dat je niet alleen

bent!" Wim vraagt het publiek: "Ik vraag

mij af, wat doe je graag?" "Met mensen

omgaan" reageert iemand. Spelletjes!

Boeken lezen, en verhalen en gedichten

schrijven, zo wordt er gezegd.

Dan is het tijd voor improvisatie. Wim

en Jacky gebruiken alles om zichzelf uit

te drukken. Al pratend, heel hard soms,

maar ook heel zacht. Of door zingen,

hard en indringend, maar ook zacht en

gevoelig. Er word gedanst, emoties wor-

Week van de psychiatrie - dinsdag

den uitgebeeld, maar met gevoel van

humor. Echt theater, met overdreven

gebaren en expressieve gezichten. Het

publiek vindt het prachtig, er wordt

steeds wat geroepen, zodat Theaterdraad

daar weer op in kan gaan.

Dan zegt iemand: " Ik ben vaak de weg

kwijt, soms durf ik die ook niet te vragen."

Het wordt komisch nagespeeld en

luid om gelachen. Dan vraagt Wim weer:

"Wie komt hier vaak?" Iemand verteld

dat hij er al 12 jaar komt, eigenlijk vanaf

het begin. Dit is ook de oudste dagactiviteitencentrum

van Nederland. De leukste

activiteiten vind hij zingen en bloemschikken.

Wim gaat weer verder. Nu met

iemand die er ook al lang en veel komt.

Hij zegt:"jij komt hier ook veel, hé?".

"Elke week", antwoordt de trouwe bezoeker.

"Wat mis je nog?", vraagt Wim.

"Feesten", is het antwoord. Er wordt nog

wat verder gepraat over feesten.

Even later komt het gesprek bij een jongen

die uit Somalie komt. Er wordt

gevraagd of hij naar voren wil komen."Ik

voel mij vaak onzeker", zegt hij in het

gesprek, "soms doe ik alsof ik vrolijk ben.

Ik maak graag muziek, maar piano spelen

doe ik als ik alleen thuis ben. Soms

verveel ik me wel eens, maar dan ga ik

muziek spelen". Hij vertelt dat hij graag

met muziek verder zou willen gaan in de

toekomst. Hier wordt meteen op ingespeeld

met een prachtig lied, dat heet:

"Mijn droom komt steeds dichterbij".

Eigenlijk wordt er uitgebeeld dat je je

angst kunt overwinnen.

Met de angst die je kan overwinnen

wordt verder gegaan. Een vrouw vertelt

dat zij op zwemmen zit, juist omdat ze

bang was om te zwemmen. Jacky en

Wim spelen hier op in. Ze springen in

een denkbeeldig zwembad en we zien ze

kopje onder gaan met denkbeeldige bubbeltjes

en alles erbij! Echt humor!

Wim vraagt: "Wie komt hier voor het

eerst?" Een man met een snor antwoordt

dat hij voor het eerst hier is. Hij kwam

eerst altijd ergens anders, maar daar is

hij geschorst vanwege discriminatie. Hij

had er ruzie gekregen, mensen gingen

op hem schelden. Nu komt hij er niet

meer. Hij vertelt zijn naam en dat hij al

27 jaar in Nederland woont. "Ik wil dat

wij elkaar accepteren en helpen." Jacky

zingt hier op in: "Make the world a better

place, for you and for me and the

whole human race." Het gaat over liefde,

respect, aandacht, ruimte, vrijheid, maar

vooral over liefde!

Na de pauze is het minder druk. Het

gesprek komt op een gegeven moment

op het onderwerp pillen. Voor- en nadelen

worden opgenoemd. Iemand zegt:

"Als ik ze niet slik, ga ik malen". Een

nadeel is dat ik suf word. Dan begint de

muziek te spelen. Wim begint te trillen

met zijn handen. Zijn hand doet iets wat

hij niet wil. Zijn gezicht vertrekt, een

zenuwtrek, droge mond. "De wereld staat

stil. als ik de pillen niet meer neem!" Ook

Jacky speelt mee. Op het eind houden zij

elkaar vast. Ze zijn niet meer alleen. "Het

is maar goed dat wij elkaar nog hebben",

wordt er gezegd. "En die pillen!", zegt

iemand uit het publiek gevat. Iedereen

lacht.

Bijna is het afgelopen. Er wordt nog één

lied gezongen. Er is applaus. Een toegift

volgt. Nog één liedje dan, maar dan met

z'n allen. Tjonge zeg, wat kunnen die lui

goed improviseren! Ik heb echt genoten!

En ik niet alleen , dat zag ik wel aan de

reacties van de mensen. Het was een

leuke en geslaagde middag!

Liesbeth Vollemans

[11]


Ben je gek als je gebruikt?

Als je dat aan een gebruiker vraagt,

En hem diep in de poppetjes van zijn ogen kijkt,

Heeft hij geen spijt,

Dat hij aan een chronische ziekte leidt,

Drugs is topsport,

En de gebruikers haar atleten,

Hier een boekje open over de fabels en feiten,

Van cliënten of patiënten,

Verslaving zit vast gerot in de hersenen,

Mensen gaan der aan kapot,

Het zit vast in de genen,

En wordt van generatie op generatie doorgegeven,

Is het wel genetisch bepaald,

Dat je vatbaar voor verslavingen bent,

Ben je chemisch gemanipuleerd,

Als je de verleiding niet meer weerstaat,

Omdat je niet sterk in je schoenen staat,

Of is het gewoon je eigen schuld,

Dat je letterlijk je neus ophaalt,

Om de rush in je hoofd,

In goede banen te leiden,

Toch leidt het voornamelijk,

Tot totale vervreemding en ontworteling van de normale buitenwereld,

Wat helpt?

Net als Freud,

Een junk te behandelen als een hond,

Keihard af te straffen als ie der niet vanaf komt,

Of te belonen,

Dat ie droomt,

Van het moment dat ie geen crack meer rookt,

Weer in de vaart der volkeren functioneert,

En zijn oude levensstijl de rug toekeert,

Ben je gek als je gebruikt,

Spuit, Slikt, Zuipt, Rookt, Gokt, Tript, Wipt,

Ben je getikt of gewoon zwaar gestrest,

De meningen zijn daarover verdeeld,

De Visie op verslaving ondervindt een verschuiving,

Cliënten worden prompt verloren gebombardeerd tot patiënten,

De discussie laait hoog op,

Ik ben toch niet gek,

Ik heb alleen last van slecht gedrag,

Het is weliswaar een structureel probleem,

Van tijdelijke aard,

Dat iedereen me nastaart,

Me niet vertrouwd,

En met een boog om me heen loopt,

Omdat iedereen bang is dat ie door me wordt beroofd,

Misschien leid ik toch wel aan een ziekte,

Net als een insulinepatiënt,

Die je zijn medicijn verbiedt,

En geen alternatief biedt,

Gegarandeerd dat ie hetzelfde gedrag vertoont,

Als iemand die zwaar aan de speed zit,

En diep in de put zit,

Dan helpen we hem der toch ook uit,

Dus zetten we een andere bril op,

Om over verslaving te informeren,

Zwengelen we de discussie aan,

Hoe pakken we dit probleem volgens jou aan?

rijminstructeur©2006

[12]

[gedicht]


Ben je gek als je gebruikt?

Is verslaving een hersenziekte

en moet het als zodanig

behandeld worden? Wat zijn

de consequenties daarvan

voor de behandeling van verslaving?

Een symposium over

verslaving in de week van de

psychiatrie.

Nighttown. Een smalle gang met kale

muren leidt naar een kubus zonder daglicht.

In plaats daarvan felle spots aan

rails aan het plafond. Een hangplek voor

nachtbrakers, en een vreemde plaats om

te verblijven op deze woensdagmiddag.

Er staat een koffiezetapparaat met 4

kannen waarvan twee op warmhoudplaatjes.

Keuze voor koffie die nog doorloopt

of koffie van onbekende ouderdom.

Ik kies voor thee, en tap een bekertje

warm water. De dansvloer is voor de

gelegenheid gevuld met klapstoeltjes,

die tijdens het symposium de pest voor

je rug zullen blijken te zijn. Ach, het

houdt je wakker, zullen we maar denken.

De start laat wat op zich wachten. Techniekproblemen

(Psychiatrie en weigerende

elektronica, is daar wel eens

onderzoek naar gedaan?). Coen van der

Spek, alias rijminstructeur opent het

symposium met 'twee raps. het kakelverse

'Ben je gek als je gebruikt?' en 'Claustrofobische

kluizenaar', met de mooie

aanhef 'ik ben een man van de wereld

/maar ik durf mijn huis niet meer uit.'

Paul van Daalen, voorzitter van de cliëntenraad

van Bouman GGZ, verzorgt het

welkomstwoord. "Zijn we gek? Ik dacht

het niet", stelt hij. Doel van het symposium

is antwoord krijgen op de vragen:

hoe werkt verslaving? Wat is de relatie

met psychiatrie? Verslaafden worden

nog vaak gezien als overlastgevers, dat is

niet zo. De grootste groep horen en zien

we niet. De maatschappij ziet ze als

Week van de psychiatrie 2006- woensdag

'losers', ze kwijnen weg en raken in een

isolement. Doel vanmiddag is ook dat

beeld te doorbreken. Niemand kiest voor

verslaving en de bijbehorende problemen

-schulden, dakloosheid -, iedereen

wil huisje, boompje, beestje. Vervolgens

is het woord aan de dagvoorzitter,Yvonne

Nesselaar, presentatrice bij Radio

Rijnmond., die de sprekers introduceert

en de discussie zal leiden. De zaal is goed

gevuld, constateert ze, en ze ziet veel

bekenden uit de regio.

De lezingen van Ben van de Wetering en

Dike van de Mheen zal ik, vanwege een

met zevenmijlslaarzen naderende deadline

slechts summier beschrijven. (De

organisatoren werken aan een publicatie

over dit symposium, die de geïnteresseerde

lezer t.z.t. kan opvragen. Nadere

informatie hierover in een volgend nummer)

Eerste spreker is Ben van de Wetering,

psychiater en directeur Zorg Bouman

GGz.

'Verslaving is een ziekte' is de titel van

zijn lezing-met-lichtbeelden. Drugs doen

wat met je hersenen, waardoor je beleving

van de werkelijkheid verandert.

Niet iedere gebruiker raakt verslaafd,

dus je bent niet gek als je gebruikt. De

een raakt sneller verslaafd dan de ander,

en de een raakt er van af, de ander niet.

Hoe verklaar je de verschillen? Met hersenscans

kan men tegenwoordig de her-

senactiviteit in beeld brengen. Op hersenscans

van steeds een druggebruiker

(cocaïne, nicotine en amfetamine) en

een niet-gebruiker is te zien dat bij de

druggebruiker andere gebieden in de

hersenen actief zijn dan bij de nietgebruiker.

Langdurig druggebruik verandert

de werking van de hersenen. Er volgen

mooie tekeningen van zenuwcellen

en een klein college over de hersenen. De

elektrische signalen tussen de zenuwcellen

worden gereguleerd door lichaamseigen

chemische stoffen: neurotransmitters,

bijvoorbeeld dopamine. De werkzame

stoffen in drugs lijken op deze stoffen

en kunnen deze vervangen,

waardoor de waarneming van de gebruiker

verandert. Daarnaast beschikt het

lichaam over een natuurlijk beloningssysteem

in de hersenen dat o.a. actief

wordt bij langdurige inspanning. De stof

die dan aangemaakt wordt, endorfine,

vermindert pijn en zorgt voor een aangenaam

gevoel. Opiaten (morfine, heroïne)

lijken op endorfine en zijn daardoor uitstekende

pijnstillers, maar ook roesopwekkend

en zeer verslavend. Bij langdurig

gebruik van drugs treden veranderingen

op in de hersenen. Hierdoor krijgt de

gebruiker trek(trek / craving). De hersenen

registreren een gemis dat alleen

door opnieuw te gebruiken kan worden

opgeheven. De gebruiker is verslaafd. De

gevoeligheid verschilt van persoon tot

persoon. De mate waarin de gebruikte

drug verslavend is, genetische (erfelijke)

aanleg en omgevingsfactoren (stress)

maken dat iemand al of niet verslaafd

raakt. Verslaving gaat vaak samen met

een psychische ziekte. Alcohol en depressie,

cocaïne en psychose, ADHD en stimulantia,

schizofrenie en meervoudig

drugsgebruik. De psychisch zieke voelt

zich rot, en zoekt in drugs verlichting

van zijn kwaal. Ook leidt verslaving vaak

tot lichamelijke ziekten. Niet alleen de

ziekte moet behandeld worden, maar

[13]


ook de patiënt.Die moet hulp krijgen bij

het weer opbouwen van zijn leven en

het omgaan met zijn risico factoren.

middel en de erfelijke aanleg bepalen

hoe veel gebruikers van een middel verslaafd

raken. Je bent verslaafd als je aan

5 criteria voldoet: 1. Controleverlies

net gehoord. Maar eerst bezweert Yvonne

Nesselaar ons de discussie niet in de

pauze met een kop koffie en een sigaret

te voeren, maar te bewaren voor het

[verslag]

De tweede spreker, Dike van de Mheen, (geen controle meer op de mate van debat in het tweede deel.

directeur onderzoek en onderwijs van gebruik), 2. sterk verlangen (trek/cra- Dat tweede deel begint opnieuw met

het Instituut voor VerslavingsOnderzoek ving'), 3. het gebruik staat centraal

rap. Rijminstructeur en een tweede rap-

(IVO), sluit zich aan bij het betoog van (obsessie) 4. tolerantie (steeds meer per, Mc.Gregor

Ben en vult het aan, want er is meer dan nodig om aan de behoefte te voldoen), 5. Declameren om beurten een gedicht.

alleen het ziektebeeld. Met een power- onthoudingsverschijnselen bij het stop- Hun teksten geven een mooi beeld van

point presentatie vol grafieken die je, pen van gebruik van het middel. Of de wat de gebruiker, verslaafd of niet, zoal

volgens mij, beter op je gemak thuis kan verslaving problemen geeft is ook afhan- bezig houdt. (meer weten? Teksten van

bekijken (met een goed glas wijn erbij?) - kelijk van sociale factoren. Nicotine is rijminstructeur zijn te vinden op

nu heb je de concentratie van een

zeer verslavend, maar deze drug is geac- www.dichttalent.nl, en Mc.Gregor is te

gevechtspiloot nodig om alle informatie cepteerd, dus er is niemand voor in vinden op www.grilig.nl)

op te kunnen nemen - .

behandeling. Alcohol telt zeer veel

belicht ze diverse andere aspecten van gebruikers, en veel verslaafden, maar in Debat

verslaving. Ze begint met een historisch percentage gerekend is het aantal ver- Dan is het tijd voor het debat. De discus-

overzicht van hoe de maatschappij tegen slaafden op het aantal gebruikers laag. sie is levendig, soms ongenuanceerd, en

verslaving aankijkt, en hoe de verslaafde Er zijn ook regionale verschillen: zwaar daardoor juist interessant.Yvonne geeft

behandeld wordt, vanaf 1850. het oudste alcoholgebruik onder jongeren is

de aftrap voor het debat. "Het ziekte

model, het morele model (de gebruiker gelijk in Limburg en Utrecht, maar

model alleen is te beperkt Na de pil-

is slecht), met gevangenis en heropvoe- in Limburg leidt het tot minder

ding als 'remedie'is volgens mij nog problemen omdat het gedrag meer

steeds dominant in de publieke opinie sociaal geaccepteerd is. Heroïne,

en bij veel politieke bestuurders. De zeer verslavend, niet geaccepteerd,

gebruiker wordt afwisselend gezien als telt een kleine groep gebruikers,

'bad, sad or mad'(slecht, zielig of gek). Uit grotendeels verslaafd, en groten-

onderzoek is gebleken dat verslavingsgedeels in behandeling. Voor de toevoeligheid

voor 40 tot 60 % erfelijk komst zijn betere behandeling,

is.Elke verslaving begint met een eerste meer preventie en beleidsmaatre-

gebruik, en niet iedereen raakt verslaafd. gelen nodig.

het rijtje loopt via contact, experimente- Dan is het hoog tijd voor de noodren,

geïntegreerd gebruik en problemazakelijke pauze. Nicotine is de

tisch gebruik naar verslaving. Het

meest verslavende stof, hebben we

[14]

len volgt de tweede fase: Wat moet

er verder gebeuren. Ik heb met Carrie

gewerkt aan 'koninginnen van de

nacht', en de dames vertelden mij:

"we willen dat etiketje 'gek' niet op

ons hoofd." Psychiatrisch patiënt

heeft nog steeds een negatieve

lading."

Cliënten uit de zaal reageren: "Ik heb

perioden met zelfmedicatie gehad: ik

gebruikte heroïne tegen depressie.

Dat ging niet altijd goed. Ik ben

gestopt met behulp van methadon"


en "Ik heb een leuk leven, met alcohol.

Ontneem dat niet van mij." "Het medische

model is een verarming voor de

hulpverlening, het haalt de creativiteit

weg. Ik heb goede ervaring in met accupunctuur

en een Pieterpad loop met de

groep, dat is nu wegbezuinigd."zegt een

derde. Ben reageert: "De maatschappij

eist van ons economisch werken. Alles

moet efficiënter. Onze behandelwijzenmoeten

bewezen effectief zijn."

"De Bouman werkt veel te veel met

medicijnen. Als ik niet kan slapen op de

kliniek krijg ik remeron, een antidepressivum."

"Bij het overzicht van behandelmodellen

mis ik het politiek-historische

model, de psychiatrie is begonnen met

monniken en nonnen. En het is ook een

golfbeweging. Door de nieuwe technieken

heeft het medisch model de wind in

de zeilen." Weer reageert Ben:"Het oude

behandelmodel, abstinentie, werkte niet.

Als iemand twintig keer in behandeling

gaat, clean is, maar steeds weer terug

valt, kan je niet volhouden dat de cliënt

niet gemotiveerd is. Dan klopt je aanname

niet."

"Het kabbelt maar door, maar het wordt

niet beter. Waar willen jullie naar toe

met de behandeling?" vraagt een man

geërgerd. Ben antwoordt:"we willen

hoge prioriteit geven aan ondersteuning

bij het weer opbouwen van je leven na

de medische fase." De dagvoorzitter

vindt het tijd om in te grijpen. "Dit symposium

gaat niet over het functioneren

van de Bouman."

Ton de Vries, voorzitter van de landelijke

vereniging voor thuislozen maakt zich

zorgen over de kosten ("jullie krijgen het

geld, wij moeten er voor betalen") en de

implicaties ("de predestinatieleer is net

weg, en nu krijgen we hem via de arts

weer terug") van het medisch model.

Orhan Kaya, gemeenteraadslid en fractievoorzitter

van Groen Links Rotterdam

krijgt de forumleden en de zaal tegen

zich als hij waarschuwt voor mogelijk

misbruik van dit model door de politiek,

als argument om drugsverslaafden op te

sluiten. Hier werd de boodschapper

bestraft voor de boodschap, en wellicht

ook voor het feit dat hij, net als Jaap

Meeuwsen (Directeur Basisberaad Rijnmond)

de indruk wekte niet op de hoogte

te zijn van het standpunt van Bouman

GGz in het verslavingsdebat in de regio:

Bouman GGz werkt niet mee aan plannen

voor het opsluiten van verslaafden

in longstay voorzieningen buiten de

stad, benadrukte Ben van de Wetering.

Het probleem van de nazorg wordt aangekaart.

De nazorg -huisvesting, werk,

sociale contacten -komt niet van de

grond. "Jullie schuiven het voor je uit"

meent iemand. Ben maakt bezwaar

tegen deze beeldvorming. "Het kost

moeite om arbeidsplaatsen te vinden

voor ex-verslaafden. Hier is een taak

voor de politiek." Bert, ex-gebruiker, 10

jaar clean, zegt: De maatschappij heeft je

een stempel gegeven. En een baan in de

hulpverlening als ex-gebruiker? Dat is

bijna niet mogelijk, zeker niet als je een

justitiële achtergrond hebt." Ben's reactie'ex-verslaafden

houden het gevoel

'iedereen kan het aan me zien.' Ze blijven

betrokken bij de wereld van de verslaafden,

daarom is het beter een loopbaan

buiten de verslavingszorg op te

bouwen." Berletta, zelf werkzaam als

ervaringsdeskundige reageert: "Dit is

aanmatigend, ik wil zelf bepalen waar ik

werk" . Bert: "Daar (in de maatschappij)

voel ik me niet thuis." Ben vraagt zich af

of ze dat werkelijk willen, of omdat het

de enige wereld is die ze kennen. "Voor

mij houdt het een risico in, het risico van

terugval in gebruik." Jaap Meeuwsen

zegt:"Neem het risico, anders lukt het

nooit." Een deelnemer plaatst tegen het

slot een filosofische noot: "Addiction..

verslaving.. slavernij.., welk mens is, op

de keper beschouwd, werkelijk vrij?"

Na afloop van het debat wordt in Nighttown

Café nog geruime tijd geanimeerd

nagepraat. Een grote groep blijft zelfs tot

sluitingstijd, twee uur later. Een goede

indicatie voor een geslaagd symposium,

lijkt me.

Ernest Smit

Fotografie: Jan B Burger

[15]


[gedicht]

McGregor

Gek ben je al of niet

Ben je gek als je gebruikt?

Niet echt gek en vaak niet slim

Niet iedereen wordt slimmer van dat ene ding

En doet het zelfs met tegenzin

Verliezen eigen mening

Doen uit verveling is toch levensverspilling

Word je gek door het gebruik, ga je altijd door het lint?

Dan vraag ik me wel af, wat heeft dat nou voor zin

Maakt het je echt geen donder uit, al raak je in de min?

Dan maak je het besluit dat men zelf niet verder klimt of

men zelf niet verder wil

Is er eigenlijk verschil tussen één dagelijks aan die pil

Of arts die weer die troep uitdeelt

Eentje daardoor rooft en steelt, ander deed het niet teveel

Eén wordt veroordeeld, en de ander steeds beter bedeeld

Want ook veel medicijnen zorgen dat mensen verdwijnen

Ik zie patiënten ijlen en ook dat vind ik zo schrijnend

Meerdere artsen moeten weten dat chemicaliën juist

zorgen voor het verder wegglijden

Kijk naar beide partijen, want zo weet dit mes te snijden

Het zijn pijnlijke feiten in tegenstrijdige tijden

Hoe kan een opgeleide zonder enige spijt voorschrijven

Recepten verdovende middelen waar zij niet meer van af kunnen

blijven

O ja, bij de weg

Gezinnen worden het meest uitgemoord door vaders of mannen

die niet aan de drugs zitten

Je bent al gek of je bent 't niet

mcgregorius@gmail.com

www.grillig.nl

[16]


De Badkuip

Het is donderdag 30 maart, ik zit in de

metro en ben onderweg naar mijn

opstapplaats "Het Plein."

Dit is de naam van het plein dat rondom

de Brasserie van het Delta Psychiatrisch

Centrum in Poortugaal ligt. Deze week

staat in het teken van de week van de

Psychiatrie, dit houdt in dat er

voor de cliënten diverse uitstapjes en

activiteiten worden georganiseerd. Vandaag

staat er de Feyenoord tour op het

programma. Ik moet toegeven dat ik

geen voetballiefhebber ben. Toch ben ik

nieuwsgierig wat ons te wachten staat.

Een uur te vroeg wandel ik de brasserie

binnen en bestel koffie. Rond tien uur

vertrekt de touringcar richting "De Kuip."

De sfeer in de bus is relaxed.

Daar aangekomen zien we dat er een

training gaande is. Helaas; fotograferen

gaat niet. Het trainingsveld is rondom

afgezet met hekwerk en de deur die toegang

verschaft tot het veld is en blijft

dicht. We lopen door naar de eerste

etage van De kuip. We komen nu terecht

in een ruimte waar de prijzen staan uit-

Week van de psychiatrie 2006- donderdag

gestald die Feyenoord heeft gewonnen.

Hier wordt ons een korte film voorgeschoteld

die ons vertelt over de geschiedenis

van Feyenoord en de nieuwbouw

van het Stadion: "De Kuip." Na deze film

worden we in twee groepen gesplitst, ik

zit in de groep, die wordt rondgeleid

door Henk Wijnstekers. de vader van de

beruchte Ben Wijnstekers. We krijgen

eerst de kleedkamers van het elftal en

scheidsrechters te zien. Hierna, zeg maar,

de grote badkuip waar de spelers van

Feyenoord in duiken wanneer ze de

winst binnen hebben gehaald. Tijdens

de rondleiding werd er verteld over

beveiligingswerkzaamheden om supportersgroepen

uit elkaar te houden en over

een nieuw te bouwen stadion. Het stadion

is steeds aangepast om te kunnen

voldoen aan de wens van diverse popgroepen.

Het laatste deel van de rondleiding

bestond uit het bezichtigen van de

vele tribunes en het supportershome en

de persruimte. Na afloop, lukte het een

paar mensen, waaronder ik, toch nog

een foto te maken te maken van een speler.

Tekst en fotografie: Michiel van Gog

[17]


Anders dan anders gesprek Week van de psychi

Donderdagmorgen 30 maart.Er waait

een stevige westenwind over de maasboulevard,

dus wat bezweet door het

fietsen tegen de wind in parkeer ik mijn

fiets op de Korte Hoogstraat. De deur

waar 'de Karavaan' boven staat is gesloten.

Van binnen gebaart Jan dat ik om

moet lopen, maar er komt ook al iemand

aanlopen om de deur open te doen, dus

ik wacht maar even. Aan de bar, een

smalle pijpenla, krijg ik een kopje koffie.

Ik begroet enkele oude bekenden en zie

ook een paar nieuwe gezichten. Het is

geen groot gezelschap - een man of 15 -

maar voor deze bijeenkomst zal het een

ideale groepsgrootte blijken. Voor het

gesprek nemen we plaats in een sfeervol

ingerichte achterkamer op een allegaartje

van comfortabele tweedehands fauteuils

en tweezits bankjes. Wat is een

Anders dan Anders gesprek? Een 'samenspraak

' over psychisch lijden waarbij het

(levens) verhaal centraal staat, aldus de

flyer van de Week van de Psychiatrie. Dat

klinkt zwaarder dan de praktijk is. In een

Anders dan Anders gesprek spreken de

deelnemers met elkaar op basis van

gelijkwaardigheid, rond een vooraf

bepaald thema. Vandaag over isolement

en hoe je het kan doorbreken. Over de

inhoud van het gesprek zal ik niets zeggen.

De belangrijkste spelregel is namelijk

dat hetgeen er besproken wordt niet

naar buiten gebracht wordt, zodat iedere

deelnemer zich veilig voelt om zijn of

haar verhaal te vertellen. Je beperken tot

je eigen verhaal kan wel eens moeilijk

zijn. Cliënten vinden vaak geen gehoor

voor hun verhalen en als ze dan wel een

gehoor vinden is er veel wat ze willen

vertellen. Hulpverleners, zo vertelde

Koos van Lith na afloop, hebben soms

moeite de hulpverlenersrol af te leggen.

Het bewaken van de spelregels en het

evenwicht in de samenspraak is de taak

van de gespreksleider, en dat ging Koos

van Lith vanmiddag goed af. De sfeer

van het gesprek was uitstekend. Zelf heb

ik, na enige aanmoediging van Jan ('ver-

[18]

tel ook eens iets') in de pauze,ook een

deel van mijn verhaal verteld. Dat was

lang geleden. Ik ging tevreden naar huis

terug.

Ernest Smit

Nog even de afdeling promotie:

Meer weten ? Neem contact op met de organisatoren:

Koos van Lith tel. 010-4453 497 e-mail

koos.van.lith@riagg-rnw.nl

of José Warmerdam tel. 010-4453 426

Doorbreek het

isolement?!

Breingeindag

31 maart 2006

Dit jaar wordt de jaarlijkse

Breingeindag gehouden in

het Bibliotheek Theater in

hartje Rotterdam. De opening

van de dag wordt

gedaan door Jaap Meeuwsen

van het Basisberaad. "Mijn

rol van vandaag is het door

de war schoppen van het

programma" opent hij de

dag circa een half uur te

laat.

De ochtend: onderzoekspresentatie en

debat

"Mijn rol is om er een flamboyante dag

van te maken, en onverwachte invalshoeken

te presenteren", aldus Steven

Makkink (onderzoeker bij Kwadraad), die

de presentatie van het ochtendgedeelte

voor zijn rekening neemt.

Eerst de resultaten van twee onderzoeken

op het gebied van sociale netwerken

van (ex-)cliënten van de Geestelijke

Gezondheidszorg worden gepresenteerd.

Het lijkt er op dat de geïnterviewden

redelijk tevreden zijn met het opgebouwde

sociale netwerk. "Sommige

mensen zijn trots op het netwerk en wat

ze hebben opgebouwd", volgens de studentes

van InHolland hogeschool, die

hun afstudeeronderzoek presenteren.

Alles koek en ei, denk je dan. Toch niet

helemaal. "Mensen willen hun netwerk

uitbreiden, een goede vriend of vriendin

wordt gemist", aldus het Tympaan Insti-


atrie 2006- vrijdag

tuut. "Contacten met de vriendenkring

gaan vaak verloren wanneer iemand het

stempel psychiatrie krijgt opgelegd", volgens

InHolland. Uit het onderzoek van

Tympaan blijkt dat mensen vaak hun

netwerk wel wíllen uitbreiden, maar dat

vaak het geld ontbreekt om activiteiten

te ontplooien. Sommige aanwezigen in

de zaal hebben hun reactie al klaar:

"Geef mensen geld of een pc cadeau voor

hun inzet, bijvoorbeeld bij een onderzoek

zoals dit". Ook de rol van de hulpverlening

wordt onder de loep genomen. Met

betere voorlichting en informatie over

onder andere vriendendiensten en

maatjesprojecten worden mensen geholpen

hun contacten uit te breiden. Ook

met de komst van de WMO in 2007 ziet

men kansen. Gemeenten worden dan

verplicht activiteiten voor maatschappelijke

ondersteuning te ontwikkelen. Toch

geldt hier: "eerst zien, dan geloven".

In het debat spreken mensen over hun

eigen ervaringen met herstel en het

opnieuw opbouwen van een sociaal netwerk.

Veelal ziet men bij het verkrijgen

van een diagnose alleen nog maar de

beperkingen, niet meer de sterke punten.

"Ik dacht: ik kan niks meer", aldus

Paula Buren na haar diagnose. De ervaring

is dat men zijn sterke punten weer

moet leren kennen. Lotgenotencontact

en ervaringsverhalen spelen hierbij een

belangrijke rol, zo onderschrijven de

meeste deelnemers. "Het is leuk dat de

ggz iets aanbiedt, maar de kracht zit in

het lotgenotencontact", aldus Bert Aben,

"Het gaat om gelijkwaardig contact, iets

wat niet mogelijk is met de hulpverlener".

Het isolement komt vaak aan het aan

het begin van het proces voor. Wim vertrouwde

tijdens zijn psychose niemand

meer en heeft daardoor veel vrienden

verloren. "Ik vertrouwde muziek, dat kon

mij tenminste niks aandoen", aldus

Wim. Het is belangrijk om de eigen

kracht weer terug te vinden, alhoewel

dat een lang proces kan zijn. "Zo lang-

zaam, dat ik daar weer bijna depressief

van werd", aldus Paula. Oude vrienden

blijven soms weg: "zij wilden een biertje

drinken in het café, ik wilde gaan slapen",

aldus Wim. "Probeer vooral niet in

je oude leven te blijven hangen", aldus

Wim, "Vroeger was ik advocaat, nu ben

ik vrijwilliger."

Ook de hulpverlening komt aan het

woord. In het algemeen wordt acceptatie

van de diagnose, de eigen beleving van

de cliënt en de eigen kracht belangrijk

geacht: dit zou de basis moeten zijn van

de behandeling. 'Doe weer normaal

tegen cliënten', zo is het beleid in Delta

Psychiatrisch Centrum. Delta PC is in

ieder geval voornemens cliëntenvertegenwoordigers

te gaan betalen en in

2007 twee ervaringsdeskundigen in

dienst te nemen. Bij de ACT-teams

(Assertive Community Treatment) is er

per team een ervaringsdeskundige in

dienst. Veel wordt er gedaan aan praktische

zaken. Er is bijvoorbeeld geld voor

koffie en shag voor cliënten om aan te

schaffen. "Je leert de mensen beter kennen

als je hun eigen leefwereld ingaat,"

aldus de medewerker," je bent hulpverlener

en buddy tegelijk."

De middag: open podium en afsluiting

In de middag is er een luchtig gedeelte

met een open podium. Meerdere muzikale

bijdragen van Wim Warman en de

act 'De vrolijke noten'. Gedichten zijn er

van de hand van Miny Warman en het

onlangs opgerichte Dichters Dichtbij. De

steungroep Butterfly geeft een optreden

waarover de Rotterdamse binnenstad

nog zeker lang zal napraten. (de redactie

van denkraam ook -red.)

Afsluitend is er de mogelijkheid tot een

hapje en drankje. Oude contacten worden

aangehaald en nieuwe gelegd.

Oprecht: doorbreek het isolement!

Bas van Bellen.

Fotografie: Michiel van Gog en Jan B Burger

[19]


Beton of Gras?

In mij zijn de tegenstellingen verenigd

als een kruising van de Wet van Murphy

en een perpetuum mobile, Maagd en Hoer,

een dolle Mona. Gracieus lomp met een tic.

Een Zen Meesteres op speed, geniaal dom maar dan

als een flexibel stuk graniet. Een gevoelige heks,

onweerstaanbaar en toch afstotend.

Euforie en de gitzwarte ruimte leven met mij mee

berijden mij, een paard in de nacht, man of vrouw,

wat doet het ertoe. Het resultaat is vermoeiend

met een spanningsboog zichtbaar voor iedereen

(het is een regenboog ;-)

Ik bespeur een relativerend ondertoontje,

houd vol, ongelovige, uiteindelijk zult ook U breken

en is Uw verlossing nabij....

Wie is dat nu weer?

Vage scherptediepte, onvoorstelbaar oppervlakkig

en toch peilloos,

opstijgend onder mijn eigen gewicht

kom ik dan maar tot één conclusie:

ik ben een paradox, besta derhalve niet.

Mijn leven is een droom en wanneer

ik ontwaak zal ik sterven

wat eigenlijk niets meer zegt dan,

komt tijd, komt nog meer tijd.

Dat geeft niet want uiteindelijk telt alleen het moment,

nu dus,

een verzameling prikkels waarin ik opga.

Integraal gevaporiseerd,

maar ik blijf lachen, ik heb tenslotte

een beerput vol tranen

en wetend dat zijn niets meer is

dan de nu's die herinnerd worden

moet leven uiteindelijk een keus worden,

zeg maar, niet te vermijden.

(dansorkest)

Omdat ik wil én kan loslaten

Omdat ik vecht én wil sterven

Opdat ik lief kan hebben, zelfs dat wat ik haat

Een ander en mijzelf.

Dit is dus geen optimisme.

Zodat ik zaai maar dit keer geen mijnen

want er valt nog zoveel te bloeien en te oogsten,

want er moet verwelkt en gekannibaliseerd worden.

Waarom?

Waarom niet....

Zin is gegeven

Ik hoef het niet te maken.

Virginia

[20]

[gedicht]


Week van de psychiatrie 2006 - zondag

Voorlichtingsmiddag Anoiksis

Dit jaar vond de 32e Week van de Psychiatrie plaats. In het

Rotterdamse waren tal van activiteiten (onder andere de

Breingeindag) georganiseerd. Zondag was het de beurt aan

Anoiksis om hun visitekaartje af te geven. Er was flink wat

publiciteit gemaakt rond deze dag en dat loonde zich. Het

was gezellig druk en er waren een hoop nieuwe gezichten.

Thema van de week van de psychiatrie

was het doorbreken van het isolement

Veel mensen met schizofrenie leven in

isolement. Dit kan zowel fysiek als psychisch

zijn. Een aantal mensen komen de

deur gewoon niet uit. Ze zijn misschien

een maal per 2 weken een SPV-er (Sociaal

Psychiatrisch Verpleegkundige) en

verder niemand. Andere mensen gaan

wel op pad maar kunnen hun verhaal

niet kwijt. Daar is lotgenotencontact

voor. Een psychose is een zeer indrukwekkende

gebeurtenis en het is logisch

daar over te willen praten. Ook over

zaken als medicijn gebruik, wonen etcetera

kan men dan met geestverwanten

bespreken. Dit lost een stukje ervaren

eenzaamheid op.Op deze middag hadden

we vijf sprekers. Tussen de bedrijven

door speelde een muzikant, die te gekke

gitaarmuziek ten gehore bracht. Elke

lezing duurde 20 tot 30 minuten, met

een kwartier pauze daartussen.

Eerste spreker van de dag is Gerard van

der Woude. Gerard is SPV-er en oprichter

van steungroepen. Gerard, die zelf een

dochter met het Down-syndroom heeft

is ook ervaringsdeskundige op het

gebied van lotgenotencontact. Hij werkt

vanuit een sociologisch model, waar

empirisch onderzoek mee gedaan is. Uit

de onderzoeken blijkt dat lotgenotencontact

een genezende werking uitgaat. Bijwerkingen

zijn er nauwelijks, al leek het

hem niet zo productief je lotgenotencontact

bij het Leger des Heils te halen. Een

interessante discussie was hoe om te

gaan met de negatieve symptomen van

schizofrenie. Waar sommige psychiaters

heel ver gaan om ze te behandelen, kiest

Gerard voor een andere weg: aanvaarding.

Hij spreekt dan ook letterlijk

van “niet kunnen”. Dit maakt, dat mensen

veel minder “onder druk komen te

staan” en daardoor een prettiger leven

hebben.

Tweede spreker is Mette (landelijk

bestuurslid Anoiksis) en ondersteunster

van lotgenoten groepen in Amsterdam.

Ze vertelde over wat Anoiksis is en doet.

Speciale aandacht vroeg ze voor ouderen

met schizofrenie. Deze groep dreigt tussen

het wal en het schip te vallen. Op dat

gebied is er dus voor de hulpverlening en

Anoiksis een hoop te doen! Tijdens haar

presentatie was er nog een felle discussie.

Een van bezoekers stoorde zich aan

de term schizofrenie. Men moest spreken

over een “Open Geest”. Een andere

bezoeker ging daar fel tegen in. Zijn

mening was, dat als schizofrenie ontkent

wordt, behandeling ook niet goed mogelijk

is. En dan is gezin en kind werkelijk

in de aap gelogeerd. Probleem met het

concept Anoiksis is, dat een open geest

suggereert dat men op een positieve

manier openstaat voor de omgeving, Bij

een psychose staat men echter zo open,

dat men overprikkeld raakt en daar echt

onder te lijden heeft. Het blijft een discussie….

Derde spreker was Jet, een van onze

actieve leden. Zij vertelde over de activiteiten

die in onze regio maandelijks

plaatsvinden. Anoiksis is, naast een lotgenotenvereniging,

ook een gezelligheidsvereniging,

wat doorklinkt in het

programma. Zo zijn er uitjes zoals een

wandeling aan het strand of een etentje

bij de Griek.

Vierde spreker was Tycho Heamers.

Tycho is natuurkundige en lid van het

eerste uur. Hijvertelt over zijn psychose

en de periode daarna. Ook hij zat in een

isolement en vertelt, dat hij door Anoiksis

uit zijn isolement was geraakt. Hij is

nu zover, dat hij ook andere verenigingen

bezoekt. En hij is redelijk happy!

Vijfde en laatste spreker is mevrouw van

der Horst, belangenbehartigster voor

Ypsilon in Delft. Zij vertelt over het werk

van Ypsilon, onder andere op het gebied

van wonen. Ze hebben een stichting, de

stichting ‘Huisjes’, opgericht om chronische

patiënten in hofjes op het terrein

van de grote ziekenhuizen te laten

wonen, in plaats van in een beschermde

woonvorm in een drukke stad, waar ze

toch niet meer kunnen aarden. Voor

praktische en juridische vragen heeft

Ypsilon een eigen sociaal juridisch consulent.

Mevrouw van der Horst benadrukte

als laatste, dat Ypsilon ook een

club is voor de geïnteresseerde leek.

Tot zover het verslag van een leuke en

informatieve middag. Niet iedereen

hield het vol.

Naarmate de middag vorderde, bleven

steeds meer mensen in de koffiehoek

hangen. Ze bleven wel, dus blijkbaar

hadden ze het toch naar hun zin! Een

cadeautje voor de organisatie: zeven

nieuwe leden. Yes!!

Aadt Klijn

[21]


Moeilijk doen

Ik ben erg slecht in kiezen, net als velen met mij waarschijnlijk.

Het frustreert me, want ik zie aan iedere keuze veel en grote

consequenties hangen. Wanneer de keuze gemaakt is blijken al

die zogenaamde consequenties vaak peanuts, maar dat kon ik

niet voorzien. Toch geeft me dat niet voldoende vertrouwen om

de daarop volgende keuze met meer gemak te maken. En dat

gaat al jaren zo, keuzes zorgen bij mij altijd voor een hoop

gedoe. Ik heb bijvoorbeeld lang getwijfeld of ik op een binnenvaart

cruiseschip zou gaan werken. Zal ik wel of zal ik niet gaan;

een lastige keuze. Waarom ik twijfelde? De zekerheid van een

kamer en mijn werk in een hotel vind ik erg fijn. Wanneer ik op

een cruiseschip ga werken wil ik ook van mijn kamer af en zal ik

ontslag moeten nemen bij het hotel. Voor de zoveelste keer in

mijn leven duik ik dan weer in een 'alles nieuw-situatie' zoals ik

dat dan noem. Allemaal nieuwe mensen om me heen; het cruiseschip

zal ik waarschijnlijk ervaren als het leven in een dorp. De

werkzaamheden zullen totaal anders zijn dan ik nu gewend ben,

ik zal dus een hoop moeten leren. Ook zal ik op veel verschillende

plaatsen in Europa komen, die voor mij totaal onbekend zijn.

Bovenstaande redenen om het niet te doen, zijn ook redenen om

het juist wel te doen. Zoals ik eerder in een column heb beschreven,

ben ik niet echt blij met mijn kamer. Het is altijd beter dan

dakloos van Leger Des Heils naar Leger Des Heils zwerven, maar

een prettig verblijf vind ik het ook niet. Mijn werkzaamheden in

het hotel bevatten inmiddels weinig uitdagingen. Het bedrijf is

vertrouwd, ik weet bijna alles blindelings te vinden en ik weet

wat er van mij verwacht wordt. Wat dus betekent dat ik veel

behoefte heb aan nieuwe uitdagingen en nieuwe collega's. In

het hotel waar ik momenteel werk is het een komen en gaan

van personeel, er zijn nu nog 2 collega's die er langer werken

dan ik. De rest, ongeveer 12 denk ik, werken er nog geen jaar en

ik inmiddels 2,5 jaar. Zeldzaam kom ik in het buitenland, maar

niet omdat ik daar geen behoefte aan heb. Ik ga nooit op vakantie,

maar ik wil wel graag andere landen zien en ontdekken. Dat

zou ver van huis kunnen zijn, maar waarom niet dicht bij huis

beginnen? Ik zal een contract krijgen tot 31 december, daarna

zou ik dan weer in Rotterdam willen gaan wonen. Met hopelijk

een mooie en goede ervaring op zak wil ik me dan gaan inschrijven

voor de School voor Journalistiek, waar ik dan in april 2007

een toelatingsexamen voor moet doen. Maar is dit echt wat ik

wil, ga ik dat wat ik de afgelopen 3 jaar hier heb opgebouwd dan

niet heel erg missen? Dat ga ik zeker, maar we leven in een tijd-

[22]

[column]

perk van sms'en, bellen en mailen. De kans bestaat dat de contacten

toch verwateren en heb ik dat er dan voor over? Absoluut,

want met de mensen die echt belangrijk voor me zijn hou

ik toch wel contact. Eigenlijk heb ik dus niets te vrezen en is het

een kwestie van doen. Geen redenen meer om te twijfelen dus,

ik weet wat ik wil en daar gaat het toch altijd om?

Helaas werkt het bij mij niet zo simpel, want ik heb van april

2005 tot januari 2006 getwijfeld. Er kan natuurlijk van alles

gebeuren en dat belemmert me te kiezen. Dus ga ik hulptroepen

in schakelen, iedereen moet en zal weten dat ik aan het twijfelen

ben. Het maakt me niet uit of het de buurvrouw, een vriendin

of een collega is: alle meningen zijn welkom. Weinig mensen

hebben het me afgeraden, dan zou ik het toch gewoon moeten

doen? Toch kan ik dat niet, ik wil mijn twijfel steeds weer met

anderen delen. En dus blijf ik twijfelen, ga ik wel of ga ik niet? Ik

wil mensen geen pijn doen en niet teleurstellen, dat speelt ook

altijd mee met het maken van keuzes. Ik doe dingen graag voor

een ander, ik zet mezelf liever op de tweede plaats. Dat maakt

kiezen meestal wat eenvoudiger, dan ga ik af op de voorkeur van

de ander. Sommigen gaven aan me te gaan missen en bang te

zijn dat het contact verwatert. Waardoor ik het idee krijg er verstandiger

aan te doen om vooral vast te roesten in Rotterdam.

Dan weet ik zogenaamd zeker dat het contact niet verwatert en

hoef ik geen afscheid te nemen, al is het voor enkele maanden.

Ook hoef ik dan niet bang te zijn om in een groot gat te vallen

als ik terug kom, dat niemand meer weet wie ik ben.

Ik maak mezelf ook vaak wijs dat mensen dingen van me verwachten

en ik wil graag aan die verwachtingen voldoen. Als ik

bijvoorbeeld van iemand weet dat hij/zij liever rechts van me

loopt, zal ik daar rekening mee houden en links lopen. Dan zie ik

het als een verwachting waar ik aan wil voldoen. Ook dat kan

keuzes makkelijker maken, want verwachtingen zijn er op die

manier in allerlei soorten en maten. Door een verwachting voel

ik me dan gedwongen een bepaalde keuze te maken, omdat ik

aan de verwachting wil voldoen. Na bijna een jaar twijfelen verwachten

weinig mensen dat ik nog ga, wil ik aan die verwachting

voldoen? Uiteindelijk is de keus toch gemaakt, in januari

ben ik gaan solliciteren en 24 februari had ik dan eindelijk een

sollicitatiegesprek. Heel blij was ik toen ik te horen kreeg dat ik

was aangenomen, ineens was alle twijfel weg. Ik wil dit, ik vind

dit leuk, dit zijn uitdagingen, allemaal nieuwe dingen en hier heb

ik heel erg veel zin in! Eind april zal ik vertrekken, in mijn volgende

column beschrijf ik graag hoe het me vergaat...

Sharon Janssen Andeweg


Herstel: de meerwaarde van lotgenotencontact

In het vorige nummer van Denkraam werd een reeks artikelen

over herstel van psychisch lijden aangekondigd door de

Werkgroep Herstel Basisberaad Rijnmond. Deze keer willen

wij het hebben over het herstellend vermogen dat van contact

met lotgenoten kan uitgaan.

Lotgenoten, mensen die net als u in aanraking

zijn of zijn geweest met de

Geestelijke Gezondheidszorg, Maatschappelijke

opvang of Verslavingszorg,

kunnen een grote rol spelen in het proces

van herstel van psychisch lijden. Het

belangrijkste hierbij is misschien wel dat

je COMPLEET jezelf kunt zijn bij lotgenoten.

Velen van ons weten maar al te

goed dat het in veel situaties niet verstandig,

niet effectief is om je al te

kwetsbaar op te stellen. Het deel van

jezelf waarvan je vermoedt dat de ander

er niet goed mee om weet te gaan, stop

je dus weg. Natuurlijk kun je in de hulpverlening

die kant kwijt maar dan is er

helaas geen sprake van gelijkwaardigheid

en voor je het weet, staan je kwetsbaarheden

zo op de voorgrond dat je je

sterke kanten nog zou vergeten. In lotgenotencontact

is die gelijkwaardigheid er

gelukkig wel. En naast je kwetsbaarheden

laat je ook je kracht zien om je eigen

oplossingen te vinden om jezelf te herstellen.

Belangrijke kanttekening bij lotgenotencontact

is dat het heel zwaar kan zijn om

de problematiek van anderen aan te

horen of mee te maken dat iemand een

terugval krijgt. Je zult jezelf moeten

leren om van het leed van een ander niet

het jouwe te maken. Goed je grenzen

bewaken dus en in je achterhoofd houden

dat je alleen maar iets voor een

ander kunt (blijven) betekenen als je zelf

overeind blijft. Overigens kun je er soms

ook enorm van opknappen om bij te dragen

aan het herstel van een lotgenoot

door een luisterend oor te bieden of je

eigen ervaring in te brengen. Zaak is

echter wel dat je er goed over nadenkt

wat je over jezelf kwijt wilt en de ander

jouw oplossingen niet oplegt.

Wat kan lotgenotencontact zoal inhouden?

◗ Leren je eigen verhaal goed voor het

voetlicht te brengen en je eigen

acceptatieproces te beschrijven

◗ Bewustwording van je eigen herstel

◗ Helder krijgen wat herstelbevorderende

momenten zijn

◗ Doorbreken van je isolement

◗ Erkenning van wie je bent in al je

facetten

◗ Herkenning bij elkaar, troost dat je

niet de enige bent

◗ Elkaar moed inspreken; zo kan soms

een terugval al voorkomen worden

◗ Uitwisseling van tips en trucs om je

stabiliteit te bevorderen en verder te

groeien

En “last but not least”: de hoop die er

van uitgaat als je iemand met soortgelijke

klachten spreekt die al verder is in

zijn of haar herstelproces.

Zelfs als je niet zo’n grote prater bent,

kun je je ook door lotgenotencontact

beter voelen vanuit het principe van

solidariteit. Het kan - zoals al aangestipt

- terugval voorkomen, je meer grip geven

op je problemen en je sociaal en maatschappelijk

functioneren verbeteren. De

vraag naar lotgenotencontact overtreft

helaas wel het aanbod. Deels komt dit

doordat de groepen niet altijd naar buiten

treden. Een andere oorzaak is onwil

en/of onkunde bij de professionele hulpverlening

om mensen naar lotgenotengroepen

te verwijzen. De infrastructuur

in lotgenotenland is met andere woorden

net als die in de hulpverlening

gebrekkig. Toch willen we enkele voorbeelden

noemen zonder in het minst te

pretenderen dat dit een complete lijst is.

Waar kun je nou zoal lotgenoten ontmoeten?

◗ Dagactiviteitencentra. Kijk voor het

dichtsbijzijnde DAC in uw buurt op de

website van Basisberaad Rijnmond

(www.basisberaad.nl/dagids/dag/index.html)

of

bel 010-4665962.

◗ Zoek of vind lotgenoten in de regio op

het forum van het Basisberaad Rijnmond

(www.basisberaad.nl).

◗ Zoek of vind lotgenoten op het forum

van GGzplaza (www.ggzplaza.nl).

◗ Steunpunt Butterfly - een plek voor

ontmoeting en onderlinge steun voor

en door cliënten van de geestelijke

gezondheidszorg, een veelbelovend

project in wording!

(www.denkraam.info\butterfly).

◗ ADHD-café Rotterdam-Rijnmond voor

‘lot- en lolgenotencontact’. (Iedere

tweede woensdagavond van de

maand vanaf 19.30u. in Brasserie

‘Chef’, Oudedijk 217b in Rotterdam-

Kralingen. Meer weten of een wegwijzer

nodig? Kijk op www.abc-coaching.nl

of mail naar

j.kinkelder1@chello.nl).

◗ AA - Anonieme Alcoholist

(www.aa-nederland.nl, o.a. Bergweg

307/a 010-4673815).

◗ Alzheimercafé - Riagg Rijnmond

Noord West (Dillenburgsingel 5

Vlaardingen, 010-4759595).

◗ Via een online cursus kunnen jongeren

tussen de 16 en 25 jaar samen

met andere jongeren grip op je dip

leren te krijgen, in een gesloten chatbox

onder begeleiding van een deskundige

(www.gripopjedip.nl).

[23]


Mijn ervaring met lotgenotencontact door Susan M.L. Leijnse

Het toeval of het lot bepaalde dat ik een cursus ging doen op basis waarvan je je eigen ervaring

kunt gaan inzetten om anderen te helpen. Geen moment had ik erbij stil gestaan dat ik

me onder louter lotgenoten zou begeven - de cursus werd gegeven door ervaringsdeskundigen.

Nou waren mij de ogen al enigszins geopend door DGT (Dialectische Gedragstherapie*)

en was ik zonder het zo te noemen al een aardig stukje met mijn herstel op weg. Tot mijn

stomme verbazing raakte mijn herstel door de cursus echter in een stroomversnelling! Ik

kwam er gaandeweg achter dat schaamte- en schuldgevoelens rondom mijn psychische

kwetsbaarheid mij er altijd toe hebben gebracht om zo min mogelijk van mijn minder stoere

kanten te laten zien. Het was dan ook behoorlijk pittig voor me om met name in het eerste

blok van de cursus over mijn psychische lijdensweg te ‘moeten’ vertellen. Als je dan echter

merkt dat mensen vol interesse en met begrip reageren, wordt het gaandeweg gemakkelijker.

Ik ging me anders opstellen in mijn privéleven. Waar ik voorheen niet zo goed een middenweg

wist te vinden tussen ‘alles’ of ‘niets’ vertellen over hoe het nou werkelijk met me was, ging ik

voorzichtig experimenteren om opener te worden. Zo maakte ik bij mijn oppas mijn terugkerende

depressiviteit bespreekbaar. Ik zei tegen haar dat ze het vast al lang had gemerkt maar

dat ik er nu maar voor uit wilde komen dat ik last kan hebben van stemmingswisselingen.

Zonder dat we er verder over hebben uitgeweid, voelde ik me al heel erg opgelucht dat het

hoge woord eruit was. Voortaan wist ze gewoon dat een keurig opgeruimd huis staat voor een

Susan waarmee het prima gaat en rondslingerend speelgoed enz. voor een Susan die zich

maar net staande weet te houden maar er niet aan toe wil geven.

De laatste cursusbijeenkomst zou met een borrel afgesloten worden en daar verheugde ik me

al weken op. Edoch, ik had het die dag zo moeilijk dat ik de oppas afbelde maar... dan wel zonder

smoes. Haar reactie was: “Wat kunnen wij daaraan doen want jij krijgt hartstikke spijt als

je die laatste keer mist.” Ja inderdaad, daar had ze gelijk in. Wat belemmerde mij nou om naar

de cursus te gaan, wilde ze weten. Nou, dat mijn huis niet beantwoordde aan mijn standaarden

en dat ik inmiddels geen tijd meer had om voor eten te zorgen voor de kinderen en

haar. Ach, die rommel interesseerde haar niks en ze zou op weg naar mij toe wel magnetronmaaltijden

halen. En zo waren de beren opeens van mijn weg, genoot ik met volle teugen van

de laatste cursussessie en de borrel en is die goede stemming sindsdien eigenlijk nog aangebleven

ook!

* DGT = door M. Linehan ontwikkelde cognitieve gedragsbehandeling voor mensen die moeite

hebben met het reguleren van hun emoties

◗ Gek van je werk?! - een werkstresstraining

(www.ggzgroepeuropoort.nl

/index.php?id=379 / 010-4933555).

◗ Chatbox voor mensen met een fobie

of burnout (www.fobiechat.nl).

◗ Landelijke Stichting Borderline

(www.stichtingborderline.nl / 030-

2767072 ma. en do. 10.30-14.30 uur).

◗ Landelijke Stichting Zelfbeschadiging

(www.zelfbeschadiging.nl /

030 - 2311473).

◗ Landelijke Stichting Rouwbegeleiding

(www.verliesverwerken.nl / 030h2761500

ma. t/m vr. 9.00-12.00 uur).


Zonnige zijden en schaduwkanten van lotgenotencontact

Bert Spaans - initiatiefnemer Steunpunt Butterfly, opgetekend en bewerkt door Susan M.L.

Leijnse

Voor mij is lotgenotencontact heel belangrijk omdat het je herstel bevordert, vooral door

erkenning. En door die erkenning voel je, je ook niet zo alleen staan. Mijn ervaring is dat veel

lotgenoten in een sociaal isolement verkeren. Contact met lotgenoten werkt drempelverlagend

want samen durf je meer dan alleen, al gaat het maar bijvoorbeeld om naar de bioscoop

gaan. Lotgenotencontact is ook leerzaam omdat je trucs opdoet om het leven beter aan te

kunnen. Het bevordert je zelfredzaamheid; je wordt minder afhankelijk van instanties. Je

breidt je netwerk uit.

Voor mij was de cursus “Werken met eigen ervaring” (Basisberaad Rijnmond) de eerste echte

stap naar lotgenotencontact. Voor ik de cursus ging doen, had ik al het idee om het zogenaamde

Steunpunt Butterfly op te gaan zetten, een project voor en door lotgenoten met een psychiatrische

achtergrond. De cursus hielp mij om het aan te durven ook daadwerkelijk gestalte

te gaan geven aan Butterfly en zo ging het balletje rollen! Het belangrijkste doel van Butterfly

is om psychisch kwetsbare mensen te verlossen uit hun sociale isolement, om hun eenzaamheid

te doorbreken, om hen begrip en erkenning te bieden. De cursus reikte mij wat technieken

aan om mensen met andere problematiek beter te kunnen begeleiden. Je krijgt ook meer

begrip voor ze. Een cursusgenoot van mij had die ervaring ook. Ze was eigenlijk op zoek naar

mensen met dezelfde psychiatrische achtergrond maar kwam erachter dat het toch interessant

en leuk is om mensen van diverse pluimage te ontmoeten. Je ontdekt gewoon dat er

ondanks de verschillen veel overeenkomsten zijn. Een andere cursusgenoot zei dat hij zich

voor het eerst een compleet mens voelde omdat hij zijn (verslavings-)achtergrond niet onder

stoelen of banken hoefde te steken. Overigens wil Butterfly uitdrukkelijk geen treur- en zeurgroep

zijn maar een plek waar je jezelf kunt zijn en waar je actief met je kwaliteiten aan de

slag kunt. Dat geldt trouwens net zo goed voor mijzelf.

Voor ik met Butterfly aan de slag ging, ben ik vertegenwoordiger geweest van de cliëntenraad

BAVO-RNO. Vanuit die hoedanigheid vind ik dat je niet echt kunt spreken van lotgenotencontact

want je hebt veelal te maken met mensen in crisis en aldus is er geen sprake van een

gelijkwaardig contact. Bij veel cliënten zag je dat er sprake was van een sociaal isolement, van

eenzaamheid. Zelf heb ik altijd wel vrienden gehad maar geen lotgenoten. Ik vond het een verademing

om tijdens de cursus te merken dat ik niet de enige ben en om helemaal mezelf te

kunnen laten zien: je hoeft je psychiatrische verleden niet te verbergen. Onder lotgenoten is

het ook niet zo’n probleem als je afzegt vanwege terugval, dan wel niet eens de kracht hebt

om af te zeggen. Je begrijpt elkaar! Ik voel me dan ook prettig in mijn samenwerking met het

Basisberaad Rijnmond waar ook voornamelijk ervaringsdeskundigen werken. Het Butterflyproject

past goed onder hun paraplu want ze werken met (ex-)cliënten en hun betrokkenen

aan vernieuwing van de GGZ, maatschappelijke opvang en verslavingszorg en verbetering van

participatie van cliënten in zorg, opvang en samenleving.

Tot slot wil ik benadrukken dat lotgenotencontact ook schaduwkanten heeft. Lotgenoten kunnen

flinke problematiek hebben, je kan het mee naar huis nemen. Bij stabiele mensen mis je

weliswaar de erkenning maar bij lotgenoten moet je echt oppassen dat je je niet mee laat zuigen

in andermans ellende. Je moet elkaar niet naar beneden trekken! Verder is het belangrijk

om elkaar niet te claimen, om zeker bij gezelligheidsafspraken een slag om de arm te kunnen

houden. Lotgenoten zijn nou eenmaal minder betrouwbaar in afspraken en daar moet je rekening

mee houden. Het kan bijvoorbeeld handig zijn als een afspraak ver vooruit gemaakt is om

vlak van tevoren nog even te checken of de afspraak nog door kan gaan. Je moet elkaar een

beetje vrij laten. Als het even kan, moet je afzeggen en gewoon uitleggen dat het je op dat

moment te veel is. Lukt het je niet om af te zeggen, bel dan in elk geval nog even achteraf. Op

die manier kun je vaak voorkomen dat je met moeite opgebouwde contacten zomaar weer

verliest.

h

Herkent u zichzelf in dit artikel of heeft

u vragen? Dan stellen wij het enorm op

prijs om van u een reactie / eigen ervaring

te mogen ontvangen. Ook worden

we graag op de hoogte gesteld van interessante

websites over herstel, lotgenotengroepen

enz. U kunt gebruik maken

van het telefonisch spreekuur van Foekje

Bok elke dinsdag tussen 12.00 en 14.00

uur. Als u meldt dat u reageert op ons

artikel in Denkraam, belt zij u terug in

verband met de kosten. Bel 06 48319736

of mail naar werkgroep.herstel@denkraam.info.

Ons postadres is tenslotte:

Denkraam t.a.v. Werkgroep Herstel, Postbus

21078 3001 AB Rotterdam.

In het volgende nummer van Denkraam

kunt u van ons een bijdrage verwachten

waarin wij (aanhakend bij het thema

van de Week van de Psychiatrie maart

2006) ingaan op het isolement dat vaak

gepaard gaat met de eerste fase van herstel.

Dit is de fase van volkomen

beheerst worden door de stoornis c.q.

verslaving.

Werkgroep Herstel Basisberaad Rijnmond

Ondersteuner: Foekje Bok

Auteur: Susan M.L. Leijnse

[25]


[ Mr Helen’s

Recht Hoekje ]

Een behoorlijk deel van de wereld is in

rep en roer: de Deense spotprenten

waarin Arabisch uitziende figuren in

verband met het terrorisme worden

gebracht. Onmiddellijk schijnt men daarin

de profeet Mohammed (m.i. in religieus

opzicht vergelijkbaar met de figuur

Jezus van Nazareth) daarin te moeten

herkennen.

Eerlijk gezegd: ik zag het er niet in, waarschijnlijk

mede door het feit dat er geen

portretten van Mohammed (noch van

Jezus overigens…) bestaan: immers in

beide religies was het afbeelden van personen

niet toegestaan.

Hebben we hier dan niet te maken met

het fenomeen dat onze waarnemingen

en zintuigen zich makkelijk laten bedriegen

door onze gedachten? Anders geformuleerd:

stel ik voel hartkloppingen

(omdat ik de trap op gerend ben) en ik

koppel daaraan vast dat ik denk een

hartaanval te krijgen. Cocktail voor een

spurt naar de gezondheidszorg, waar een

therapeut aan de hand van cognitieve

therapie (bijvoorbeeld Rationele Emotatieve

Therapie, ook wel: RET genoemd) mij

duidelijk maakt dat ik lijd aan een denkstoornis,

te weten een verkeerde interpretatie

van een waarneming. Aldus wijzer

kan ik daarna blij weer huiswaarts

keren.

Voor degenen die dit onderwerp interesseert:

lees eens de boeken van René Diekstra

of Jan Verhulst (“RET jezelf” vind ik

persoonlijk makkelijk behapbaar en in

begrijpelijk taalgebruik)

OK, makkelijk zat. Maar wat nu als meerderen

zich op deze wijze vergalopperen?

In de psychiatrie bestaat de term ‘folie à

deux’ ( = ‘gekte die 2 mensen delen), maar

[26]

Mr. Helen’s visie over Cultuurverschillen…

ik vrees dat we nu dat getal van twee

wel mogen vermenigvuldigen gelijk

Onze Lieve Heer in de bijbel die broden

en vissen (5 en 2 meen ik nog van mijn

tijd bij de nonnen te herinneren…) wist te

vermenigvuldigen. In de sociologie

(wetenschap die groepen en daarbij

horende processen bestudeerd) en sociale

psychologie is dit fenomeen ook bekend:

mensen die tot een groep behoren conformeren

(=doen overeenstemmen) hun

mening aan die van een groep, ook al

denken ze wellicht nog dat er iets niet

klopt, ze zijn geneigd te switchen naar

de groepsmening.

Wat me brengt op het feit dat een lezeres

van de column mij aansprak op het feit

dat ze meent dat ik een autoriteitsprobleem

zou hebben… als reactie hierop

benadruk ik dat ieder individu op

zijn/haar eigen kompas dient te varen,

omdat het anders steeds uitdraaitop

afwentelen van aansprakelijkheid en verantwoordelijkheid

op een nader als het

misgaat. U weet wellicht wel: ‘befehl ist

befehl’ heet het dan achteraf en dáár ben

ik fel op tegen.

De onderzoeken van de psycholoog Asch

zijn de bekendste, onder de groepsdruk

blijkt dat maar liefst 75 % geneigd is met

de groepsmening mee te gaan, ook al is

dat oordeel pertinent onjuist. Degene die

niet meeloopt? Ach, de stakker loopt het

risico van uitsluiting of zelfs uit de groep

gestoten te worden (In vroegere tijden

heette dat ‘in de ban gedaan’, zoals Maarten

Luther door de Paus het recht werd

ontzegd nog in de RK-kerk iets te betekenen…)

Terugkomende op de discussie van de

spotprenten: ik heb nog nimmer zo’n

hoeveelheid van diverse cultuurclashes

in één keer meegemaakt:

1. verschil in religieuze beleving (hoewel…

zouden ze in onze ‘zwarte kousen’

gemeenten grapjes over Sint

Petrus en de engel Gabriel wel

waarderen? Het niet laten inenten

van kinderen onder verwijzing naar

Gods wil acht ik eveneens behorend

tot het fundalisme…)

2. verschil in humor: er zijn serieus

onderzoeken gedaan (door psychologen)

waaruit blijkt dat humor weliswaar

universeel is, maar de aard van

de beleving van humor verschilt

3. verdeeldheid in de mening over het

begrip ‘vrijheid van meningsuiting’

De mening van ‘onze’ Jan Peter (CDA) is

dat het richting afbakening moet, zijn

politieke (VVD) collega Ayaan Hirschi

Ali verschilt van mening in haar toespraak

in Berlijn (9 februari 2006) waarin

zij Jan Peter gebrek aan moed verwijt.

Meer een cultureel dan politiek verschil

meen ik op te mogen merken.

Van oudsher staat Nederland al bekend

om het tamelijk (éénzijdige?) compromisbeleid

(lees: schipperend).

Zoals Joop den Uyl zaliger placht te zeggen:

‘enerzijds… anderzijds…’ en wat nu

precies het beleid was moest dan nog

blijken. Ach, ik meen dat Eduard Douwes

Dekker (het ‘enfant terrible’ Multatuli

ten tijde van koning Willem III) al zoiets

opmerkte in ‘Max Havelaar’, immers de

Nederlanders waren de Batavus Droogstoppels.

Ayaan Hirschi Ali (is dit voor

–en achternaam? Ik weet dat nog steeds

niet) komt uit de Afrikaanse cultuur. Het

is gevaarlijk om de handelwijze van 1

persoon te verheffen tot een algemene

uitspraak over een cultuur, maar ik acht

het niet uitgesloten dat in Afrika stukken

directer gecommuniceerd wordt dan

in de Nederlandse.

Wat m.i. toe te juichen valt: in therapieland

propageren we duidelijke, heldere,

directe, concrete communicatie. Helaas:

is onze maatschappij daar ook aan toe?

(als ik dit schrijf doet het me denken aan

de uitzendingen van “Idols” waarin de

presentatoren dat bij de kandidaten zich

afvragen .Een schitterend muziekspektakel

‘als voer voor psychologen’ om met

WF Hermans te spreken)


Terug naar de vrijheid van meningsuiting:

- als psychosociaal counsellor juich ik

die toe zijnde een uiting van het

eigen ‘ik’ van een persoon die zich

ontworstelt aan de door anderen

opgelegde beperkingen

- als jurist meen ik dat elke vrijheid

zijn beperking kent zodra een ander

grondrecht in het geding komt c.q.

waarin een ander schade lijdt.

- vanuit politiek oogpunt (ik acht mijzelf

een anarchist in de originele

betekenis van het woord: ik meen dat

een overheid zéér terughoudend aan

regelgeving zou moeten doen) denk

ik dat onze grondwet voldoende leidraad

is.

Heeft de lezer het inmiddels door?

Uit deze discussie komen we niet met

een absoluut gelijk, want immers het is

een kwestie vanuit welk perspectief je

naar de zaak kijkt en bovendien: met

welke emoties dat gepaard gaat.

Elke discussie waarin men niet met respect

naar de ander luistert, is een verloren

kans op een vreedzaam samenleven

(‘coëxistentie’ in de Koude Oorlogsjaren…).

Wellicht zou een spoedcursus RET voor

alle betogers die hun mening kracht bijzetten

door materiele schade te veroorzaken

aan andermans eigendommen

een aardige zet zijn. Dat zou ook onze

geestelijke gezondheid weer werk verschaffen,

hoewel die niets te vrezen hebben

van het openstellen van onze grenzen

voor werkwilligen over de nationale

grenzen. Hoe het U ook vergaat: gaat in

vrede, een uitspraak die ik zowel in de

Bijbel als in de Koran tegenkwam, toch

aardig als de verschillen lijken te

berusten op overeenkomsten.

Als we ons dat realiseren dan komt het

misschien nog wel goed.

Wilt u reageren? Mr. Helen@gawab.com

De Ontmoeting

“De Ontmoeting biedt, op basis van christelijke naastenliefde,

professionele hulp aan dak- en thuislozen, uitgaande van

de behoeften en mogelijkheden van de cliënt”, zo vermeldt

de website. Over het dienstencentrum van de Ontmoeting,

gevestigd aan de ‘s Gravendijkwal in Rotterdam, horen we

enthousiaste verhalen van mensen die van De Ontmoeting

gebruik hebben gemaakt. Hoog tijd voor Denkraam om er

eens een kijkje te gaan nemen.

Het interview

In het kantoor, drie deuren verderop,

worden we ontvangen door

Maarten Tanis, hoofd van het dienstencentrum.

“In 1988 is de Ontmoeting

officieel gestart, op initiatief

van twee dominees”, aldus

Maarten. Er was veel ellende in de

stad, en vanuit de reformatorische

kerk wilden de dominees wat aan

deze ellende doen. Er zijn veel

gesprekken gevoerd door het hele

land, wat heeft geleid tot de oprich-

[interview]

ting van ‘De Ontmoeting’ in 1988.

Destijds bestond De Ontmoeting uit

twee werknemers en een aantal vrijwilligers.

Beleidsplannen waren er

niet. Het werk bestond voornamelijk

uit straatwerk, het opzoeken van

mensen. Het heeft ongeveer twee jaar

geduurd om iets op te bouwen. In

1990 wilde De Ontmoeting een pand

betrekken aan de Oude Dijk in Kralingen

(Rotterdam), maar stuitte op veel

protest uit de buurt. Dit protest ging

zo ver dat het pand in de fik is gezet.

[27]


Na goed zoeken en overleg met de deelgemeente

is het pand op de ‘s Gravendijkwal

betrokken.Protest van de buurtbewoners

hier kwam er toen er plannen

kwamen voor een gebruikersbus. Door

deze ervaring, en omdat de Ontmoeting

wil werken vanuit de anonimiteit, worden

buurtbewoners nu pas zo laat mogelijk

geïnformeerd. Er wordt echter wel

volledige openheid gegeven als er om

gevraagd wordt.

De Ontmoeting heeft haar wortels in de

reformatorische kerk. Een derde van het

budget bestaat uit donaties van de

achterban. Ook voor het pand is destijds

door de achterban een flinke enveloppe

gegeven. De achterban is vrij groot: de

nieuwsbrief wordt in een oplage van

25.000 stuks verspreid. Het project is

vanuit idealisme gestart en wordt met

een warm hart gedragen. “Toch krijg je

in de dagelijkse praktijk te maken met

de harde realiteit”, aldus Maarten, “Ik

zelf blijf echter aan de idealistische

kant.”

Erkenning vanuit de (gemeente-)politiek

is hard nodig, maar zeker niet altijd vanzelfsprekend

geweest. De gemeente Rotterdam

wilde oorspronkelijk niet doen

aan erkenning van De Ontmoeting, er

waren immers al organisaties voor

opvang van dak- en thuislozen. Er waren

zelfs rechtszaken nodig om erkenning

van de gemeente af te dwingen. “Waarom

krijgen organisaties als het Leger des

Heils en het Centrum voor Dienstverlening

wel geld, en De Ontmoeting niet? Er

zou toch sprake moeten zijn van gelijkwaardigheid.”

De financiering is niet altijd even makkelijk

geweest. Toch is De Ontmoeting

mensen blijven aannemen, zelfs toen op

een dag de directeur kwam vertellen dat

het die maand lastig werd om de salarissen

te betalen. Dat was in de jaren 1998

2000, een moeilijke tijd voor de Ontmoeting.

Er is veel geïnvesteerd in netwerken

en contacten met de gemeente.

De Ontmoeting wilde uitbreiden met de

opvang van 8 naar 12 dagdelen, iets

waar de gemeente niet aan wilde. Dit

heeft er toe geleid dat de SPG en de

Christen Unie in 2000 een motie hebben

[28]

ingediend tot subsidie. Deze is met

slechts één tegenstem aangenomen, hetgeen

een doorbraak betekende voor de

erkenning van De Ontmoeting.

Dit betekende onder andere de lancering

van het eerste digitale trapveld voor daklozen.

Het was de tijd van ‘e-zones’

(internetcafé’s) in de stad, en uit een

enquête onder de doelgroep bleek dat

mensen wat wilden met internet. De

Ontmoeting heeft de stoute schoenen

aangetrokken en een aanvraag ingediend.

De eerste e-zone voor daklozen

was een feit, kranten kopten in met

‘Thuislozen met Homepage’. “Het blijkt

maar weer dat mensen daklozen voornamelijk

kennen als ‘zwervers’, niet als

websitebouwers” verzucht Maarten.

In de pionierstijd werd er veel op straat

gewerkt, mensen benaderd. Na deze tijd

heeft De Ontmoeting zich naar binnen

gekeerd, met vragen als ‘hoe organiseren

we onszelf?’ Sinds zo’n jaar of vijf werkt

weer ‘outreachend’ (naar buiten gericht).

Het dienstencentrum biedt opvang aan

30 tot 40 bezoekers. Mensen kunnen er

eten, telefoneren, koffie en thee drinken,

douchen én internetten. Er kan goedkoop

een kluisje worden gehuurd. Mensen

krijgen bij binnenkomst een gesprek

met een maatschappelijk werker. Op

vrijdagochtend kan er gebruik worden

gemaakt van het spreekuur van de

straatdokter. Er wordt gedaan aan sociale

activering. Bezoekers kunnen er tekenen,

schilderen, houtbewerken etcetera.

Maar ook kunnen mensen er internetten,

e-mailen en websites bouwen.

Tevens is er ambulante woonbegelei-

ding. Er worden 40 kamers verhuurd,

mensen krijgen begeleiding. Er staan

nog vijftig mensen op de wachtlijst.

Daarom wil De Ontmoeting dit jaar flink

uitbreiden met 25 kamers. Het blijft echter

lastig om geschikte ruimtes te vinden.

Ook wil De Ontmoeting beginnen

met een kleinschalige 24-uurs voorziening

voor thuislozen. “Er zit een wereld

van verschil tussen dak- en thuislozen”,

zegt Maarten, “Dakloosheid kan snel

opgelost worden, als er maar genoeg

ruimtes zijn. Mensen die thuisloos zijn

hebben te maken met een sociaal isolement,

verstoting, er is geen netwerk.

Soms krijg je met een anonieme begrafenis:

er komen twee hulpverleners,

iemand van de sociale dienst, maar geen

familie. Het is voorgekomen dat we het

bericht kregen dat iemand dood op

straat is gevonden. Voor iedereen een

onbekende, maar het was een bezoeker

van De Ontmoeting. We zijn met het

hele team en een aantal bezoekers van

het dienstencentrum naar de begrafenis

geweest. Helaas was er helemaal niemand

van de familie.”

“Je zou er bijna moedeloos van worden,”

zegt Maarten. “Ik heb hier dertig collega-

’s, en er werken hier ook zo’n dertig vrijwilligers.

We hebben veel te doen. Al kan

je iemand maar vijf minuten de tijd

geven, geef hem dan warmte. Dit doet

veel bij iemand”. De bezieling van Maarten

komt boven: “We werken hier vanuit

christelijke achtergrond. Het is een andere

drijfveer, maar het zelfde werk. Ik

vind mijn inspiratie in Jezus Christus.

Als herder van honderd schapen liet hij

99 schapen achter om het ene afgedwaalde

schaap te redden. Zo gaat het

ook in mijn werk.”

In het werkveld kom je veel eenzaamheid

tegen, veel sociale uitsluiting. Er is

sprake van repressie in de stad. “Er is

geen hart in de politiek”, aldus Maarten.

“Londen is de stad van de repressie,

Parijs de stad van de clochards. Toch

worden Algerijnen en verslaafden daar

uitgekotst. Beleidsmakers kiezen hier

voor de aanpak zoals in Londen. Je moet

mensen niet wegjagen, je moet ze de

opvang in krijgen. Er moeten juist meer


edden en kamers komen voor daklozen.

Er moet echter wel een harde aanpak

van criminaliteit zijn”. “In Parijs is er

weinig beleid en weinig compassie voor

de Algerijnen. Het clochard-bestaan lijkt

romantisch, maar niemand kiest er toch

voor om in de struiken te slapen? Laatst

vond een collega iemand slapend vlakbij

de Brienenoordbrug. Midden in de

regen. Hij had ook mijn vader of broer

kunnen zijn”.

In het werk probeert Maarten contact te

leggen met de mensen en het vertrouwen

op te bouwen. “Vertrouwen is

belangrijk, zonder vertrouwen kan je

niks doen. Ook binnen de hulpverlening

is vertrouwen belangrijk. Dit vertrouwen

moet je echter opbouwen. Daklozen zijn

vaak wantrouwig, gedesillusioneerd. Er

moet acceptatie zijn voordat je wat kan

doen. Hierdoor kom je uit op

‘onvoorwaardelijkheid’. Het betekent

géven, ook als dit ten koste gaat van je

zelf. Hier is echter goddelijke kracht voor

nodig. Je kan je afvragen of onvoorwaardelijkheid

wel bestaat, het vergt

namelijk ook niet oordelen. Je moet los

kunnen werken van je eigen negatieve

ervaringen, zoals afwijzing. Angst is een

grote tegenstander. Ook hier kom je dan

weer op die onvoorwaardelijkheid. Mensen

zijn angstig voor daklozen. Dit geldt

ook voor andere groepen, zoals verslaafden

en allochtonen. Zelf ben ik

beschermd opgevoed, maar toch hang ik

naar het onbekende. Het is een drive.

Hou interactie met anderen, blijf praten.....”

Rondleiding in het dienstencentrum

We gaan weer drie deuren terug, naar ‘s

Gravendijkwal 95. Wat al snel opvalt in

het Dienstencentrum is de kleinschaligheid,

en hoe netjes en opgeruimd het er

is. Dit zie je niet vaak, zeker niet op televisie.

De koffieruimte en keuken is op de

derde etage. Het is een gezellige, lichte

ruimte. We worden er hartelijk ontvangen

door de groep bezoekers die er die

dag aanwezig is. We drinken een bakkie

mee met de bezoekers en raken al snel

aan de praat. Als we uitleggen dat we

van Denkraam zijn, ontstaat er al snel

een discussie over het ingewikkelde taal-

[interview]

gebruik in Denkraam. Toch begint een

persoon weer te twijfelen: “of was het

nou de Psy die ik gelezen heb?” We beloven

een aantal Denkraams toe te sturen

voor op de leestafel.

Het gesprek gaat al snel over hoe de

bezoeker hier terecht is gekomen. Een

leven met opnames in verschillende psychiatrische

instellingen en een verslavingsachtergrond.

“Ik kom hier vrijwel

dagelijks”, aldus de bezoeker, “het is hier

veel gezelliger dan bij de grootschalige

instellingen zoals het Leger des Heils,

alhoewel ik daar naar toe bemiddeld

ben”. Dat het niet altijd koek en ei is

binnen De Ontmoeting, blijkt als het

meegenomen fototoestel in bewaking

wordt gegeven. “Goed op je spullen let-

ten, hoor. Van alles wordt er gejat, zelfs

mijn laatste beetje tandpasta en mijn

ondergoed is gejat. Het is asociaal dat

mensen van elkaar jatten, als dakloze

heb je al niks.”

Er wordt in deze ruimte niet gerookt, dat

mag op de tweede etage bij de daarvoor

bestemde rook-kappen. Iets wat en

masse gedaan wordt, nadat de koffie is

opgedronken. “Roken brengt toch de

nodige problemen met zich mee”, aldus

Maarten, “Onlangs kreeg een collega het

advies van de dokter om onmiddellijk te

stoppen met roken, terwijl hij zijn leven

lang nog nooit gerookt heeft.” De rondleiding

wordt voorgezet, nadat de verslaggevers

onder de rookkappen vandaan

komen. Op de tweede etage is de

creatieve ruimte.

Op de werkbanken wordt er getimmerd

en gekleid, terwijl een tafel verder een

groepje mensen onverstoord een spelletje

Rummicup speelt. “Wordt hier nou

nooit gevloekt? En hoe wordt er dan mee

omgegaan?” vragen we aan Maarten.

“Natuurlijk komt dat wel eens voor”, zegt

Maarten, “en het doet me pijn als het

gebeurt. Ook hier komt dan de onvoorwaardelijkheid

naar voren. Enerzijds wil

je mensen de ruimte geven zichzelf te

zijn. Anderzijds willen we mensen een

veilige, beschermde plek bieden. Mensen

worden aangesproken als ze vloeken. Ik

probeer dan ook uit te leggen wat het

vloeken voor mij betekent en wat het

met me doet.”

Nu is er een ontspannen sfeer in het

gebouw. Een beschermde, veilige plek

waar mensen zichzelf kunnen zijn is het

zeker. Helaas is dit niet altijd het geval.

De harde wereld komt soms wel eens

binnen. “Zo is er iemand een keer met

een mes bewerkt, vlak bij de hartstreek”,

zegt Maarten, “Dan wordt de persoon

uiteraard direct geschorst.” Het is gelukkig

maar een incident, maar je moet er

wel mee om kunnen gaan. “Op basis van

vertrouwen in de mens, én op basis van

onvoorwaardelijkheid, laten we de persoon

weer toe. We willen niemand in de

kou laten staan”.

“Het is wel eens lastig, maar als je kijkt

naar de schrijnende situaties die we

meemaken, dan realiseren we des te

meer dat het broodnodig is wat we doen.

Dan denk je wel eens na over de maatschappij.

We gaan dan niet bij de pakken

neer zitten. Nee, het motiveert ons weer

om dat stapje extra te zetten en een

stukje thuis terug te geven aan de mensen

die aan de rand van de samenleving

verkeren”. Al met al is het een mooie

ruimte, te midden tussen het drukke

stadsverkeer en de uiterst gevarieerde

horeca-aangelegenheden die Rotterdam

rijk is. Het lijkt zo onopvallend, dat je er

bijna voorbij loopt. “Hoe komen mensen

hier terecht?”, vragen we nog. “De

meeste mensen die hier komen, worden

meegenomen door andere mensen”,

aldus Maarten, “mond op mond reclame

dus”.

Bas van Bellen en Erwin Tukker.

Fotografie: Erwin Tukker

[29]


[henkie

denkie]


[gedicht]

Zijn stem verloren

betraande oogjes

kijken

je wanhopig aan

mijn gevoel

is me ontnomen

diep in mijn hartje

weet ik dat ik van je hou

maar mijn gevoel

is zijn stem verloren

een waterval

van tranen

druppelt

in de leegte van een grot

van mijn gedachten

zachtjes

raken mijn zoute lippen

de jouwe

jou warme armen

houden mijn kille

lusteloze lichaam

dicht tegen je aan

je fluistert me toe

ssst kook van jou

Lidie

De lente staat voor de deur en de goede

voornemens die we hebben genomen

zijn bijna al weer verdwenen. De sombere

winterdagen hebben plaatsgemaakt

voor lentefeesten, terwijl het lentezonnetje

de laatste goede voornemens voor

2006 laat verbleken. Voor de volhouders

en de beginnende slanke lijn-ers hier

weer een heerlijk receptje.

SALADE VAN

TRANSPARANTE MIE

(voor vier personen)

Ingrediënten:

100 gram transparante mie

6 gedroogde Chinese paddestoelen ( shii

take )

2 eieren

1 winterwortel

¼ komkommer

1 groene paprika

1 rode paprika

1 ui

verse koriander blaadjes

2 eetl. geroosterde sesamzaadjes

2 eetl. olie

Voor de dressing:

4 teentjes fijngehakte knoflook

6 eetl. limoensap

2 eetl. rijstazijn

1 eetl. sesamolie

3 theel. suiker

1 eetl. sojasaus

2 eetl. dunne vissaus

1 eetl. hoisinsaus

[recept]

Breng water aan de kook en laat hierin

de mie ongeveer 7 minuten wellen.

In een zeef afgieten en afspoelen met

koud water.

Laat de mie goed uitlekken.

Wel de paddestoelen in wat heet water

in ongeveer 20 minuten.

Spoel ze daarna af en snijd ze in repen.

Klop een ei los met een eetlepel water en

bak hiervan in beetje olie een dunne

omelet.

De omelet niet bruin laten worden.

Klop opnieuw een ei los met water en

bak opnieuw een omelet.

Iets laten afkoelen en dan de omeletten

strak oprollen en daarna in dunne ringen

snijden.

Maak de wortel schoon en snijd er heel

dunne slierten van.

De komkommer schillen, in de lengte

doormidden snijden, zaadlijsten verwijderen

en daarna in dunne plakjes snijden.

De paprika’s schoonmaken en in dunne

reepjes snijden.

De ui in de lengte doorsnijden en ook in

dunne repen snijden.

In een grote schaal de mie, paddestoelen,

wortel, komkommer, paprika’s, ui en

flink wat korianderblaadjes door elkaar

scheppen.

Maak de dressing door alle ingrediënten

goed met elkaar te vermengen.

Schep dit goed door de mie en strooi er

als laatste de omeletrolletjes en de

sesamzaadjes overheen.

[31]


De Ontmoeting

We schreven er al over deze

Denkraam. Dit is één van de

bezoekers. Hij is dakloos, en

maakt gebruik van de diensten

van De Ontmoeting,

onder andere als postadres.

More magazines by this user
Similar magazines