SPECIALE EERSTEJAARSEDITIE - girugten

girugten.nl

SPECIALE EERSTEJAARSEDITIE - girugten

faculteitsblad ruimtelijke wetenschappen jaargang 42 / nummer 0 / september 2010

girugten

SPECIALE

EERSTEJAARSEDITIE

bouwprojecten in GroninGen | alles over de ub | docentenoverzicht

| facultaire orGanisaties | de beste

artikelen van de voriGe jaarGanG!


girugten

jaargang 42, nummer 0, september 2010

colofon

Girugten is het onafhankelijke faculteitsblad

van de faculteit ruimtelijke

wetenschappen, rijksuniversiteit

Groningen. Girugten functioneert als

een zelfstandige redactie onder faculteitsvereniging

ibn battuta.

eindredactie

wietske wilts (hoofdredactrice)

bart booij (vormgeving)

redactie

robin Groenewold

debbie lager

floris van der lingen

Guido roegholt

Mark veenstra

inge de vries

druk

drukkerij sikkema, warffum

oplage

230 stuks

e-mail

info@girugten.nl

website

www.girugten.nl

postadres

postbus 800

9700 av Groningen

de eindredactie behoudt zich het

recht voor zonder opgaaf van redenen

artikelen in te korten, dan wel te

weigeren.

2 · girugten september 2010

beste eerstejaarsstudent,

redactioneel

voor je ligt het speciale eerstejaarsnummer van Girugten. in dit nummer

stelt de redactie zich aan je voor en kom je van alles te weten over je

nieuwe docenten! natuurlijk word je wegwijs gemaakt op de faculteit, aan

de hand van informatie en foto’s. om een beeld te krijgen van de inhoud

van Girugten hebben we de beste artikelen van de afgelopen jaargang nog

eens geplaatst. in het artikel over de ub vertelt oud-redactielid claire wat

je allemaal (niet) wilt weten over de universiteitsbibliotheek. ook worden

de studentenorganisaties aan de faculteit aan je voorgesteld, evenals de

nieuwe studieadviseur niels rambags. en omdat je als nieuwe Groninger

geograaf of planoloog op de hoogte moet zijn van bouwprojecten in je

nieuwe studiestad, hebben robin en floris alle gebouwen in wording

besproken en gefotografeerd.

de redactie van Girugten is op zoek naar een verse lading schrijvers. dus:

ben je na het lezen van dit nummer enthousiast geworden, stuur dan ons

dan een mailtje. en wie weet staat er dan binnenkort een artikel van jouw

hand in Girugten!

veel leesplezier!

wietske wilts

girugten zoekt:

nieuwe vormgever

ben jij creatief en heb je lay-outtalent? wil jij elke twee maanden dit

prachtige blad vormgeven? stuur dan nu een mailtje naar info@girugten.

nl!

4

6

10

12

14

15

18

20

22

25

26

28

girugten

de redactie

wegwijs op de faculteit ruimtelijke wetenschappen

Guido roegholt

de wetenschapper: Yi-Fu Tuan

inge de vries (uit: ruimte voor energie, januari 2010)

de open wond van Berlijn

wietske wilts (uit: grenzen, juni 2010)

sightseeing Hoogezand-Sappemeer

wietske wilts (uit: openbaar vervoer, december 2009)

rondje stad: paramaribo

bart booij (uit: suriname, oktober 2009)

bouwput: bouwprojecten in Groningen

robin Groenewold & floris van der lingen

de ub

claire vernède

docentenoverzicht

kennismaking met Niels Rambags

wietske wilts

facultaire organisaties

pro Geo, Geo promotion, ibn battuta & de student-lid fb

uit het buitenland: Lund, Zweden

nienke boneschansker

inhoud

uitgelicht

8. de open wond van

berlijn

14. bouwput: Groningen

16. de ub

eerstejaarseditie


eerstejaarseditie

even voorstellen: de redactie

Girugten is het faculteitsblad van de faculteit Ruimtelijke Wetenschappen. Alle studenten van de faculteit krijgen Girugten vijf keer

per jaar thuisgestuurd. In Girugten lees je allerlei geografische en planologische artikelen, iedere keer met een ander thema. De redactie

bestaat uit studenten en vergadert eens in de twee á drie weken. Kun JIJ schrijven en wil je de redactie komen versterken? Stuur

dan een mailtje naar info@girugten.nl!

Bart Booij

vormgeving

Culturele Geografie

Debbie Lager

Research Master

Guido Roegholt

Technische Planologie

Inge de Vries

Research Master

Robin Groenewold

Sociale Geografie & Planologie

Floris van der Lingen

Planologie

Mark Veenstra

Sociale Geografie & Planologie

Wietske Wilts

Hoofdredactrice

Culturele Geografie

4 · girugten september 2010 eerstejaarseditie · 5


- door Guido roegholt -

eerstejaarseditie

wegwijs op de faculteit

ruimtelijke wetenschappen

Het beginnen aan een nieuwe studie, de stap van de

middelbare school naar de universiteit. Waar de middelbare

school nog klein en overzichtelijk was kan

een universiteit erg groot lijken. Gelukkig is de Faculteit

Ruimtelijke Wetenschappen een van de kleinere

van de universiteit, maar toch blijft het allemaal

nieuw. Waar moet ik zijn voor tentamenuitslagen?

Waar kan ik welke docenten vinden? Een greep uit de

vragen waar een eerstejaarsstudent mee kan zitten.

Dit artikel is daarom bedoeld om je alvast een klein

beetje wegwijs te maken op onze faculteit.

Daar waar de collegezalen in het Kapteynborg en aan de

noordkant van het WSN-gebouw (Duisenbergpavilioen)

te vinden zijn, zitten de medewerkers van de faculteit helemaal

aan de andere kant van dit hoge (flat)gebouw. Als je

de lange gang over de begane grond vanaf de collegezalen,

met een knik naar rechts en daarna weer links, helemaal

uitgelopen bent kom je vanzelf in het gebouw van de Faculteit

Ruimtelijk Wetenschappen.

De begane grond van het gebouw van de faculteit is ook direct

de verdieping waar je als student het vaakst zal komen. Als eerste

zal je aan je rechterhand de receptie zien, hier zit altijd een portier

maar daar heeft een gemiddelde student weinig mee te maken.

Direct na de ontvangst zit aan diezelfde kant wel een belangrijke

kamer, de syllabiverkoop. Voor sommige vakken zal je losse

readers moeten aanschaffen. Dat kan bij deze kamer, elke dag

tussen tien uur en half twaalf. Als we daarna linksaf gaan komen

we wederom bij kamers waar je ongetwijfeld een keer binnen

zal lopen, hier zitten namelijk de mensen van de Studenten Service

Desk. Bij hen kan je onder andere terecht voor het bekijken

van tentamenuitslagen, het inkijken van je gemaakte tentamen en

vragen over je collegerooster. Inschrijven voor je tentamens kan

hier niet, dat moet je via een aparte website doen. Je mentor kan

je hier alles over vertellen. Direct hiernaast zit de studieadviseur,

zoals de naam al doet vermoeden kan je bij hem terecht voor al

je vragen over je studieprogramma. Mocht je er ook maar een

beetje aan twijfelen of je je jaar wel gaat halen of als je wel-

licht toch over wilt stappen naar een andere studie, ga naar hem

toe. Elke dinsdag en donderdag is er een open inloopspreekuur,

daarbuiten kan je altijd een afspraak maken. Direct tegenover de

studieadviseur zit de kamer degene waar je moet zijn als je in

het buitenland wil gaan studeren. In de loop van je studie zal je

meer te horen krijgen wat de mogelijkheden in het buitenland

zijn en hoe je dat moet aanpakken. De begane grond wordt afgesloten

met twee soorten computerruimtes. Een ‘gewone’ zaal

(aan de rechterzijde) met een twintigtal werkplekken, hier kan

elke student van de RUG met studentnummer en wachtwoord

inloggen. Aan de andere kant van de gang zit de GIS-zaal. GIS

staat voor Geografische Informatie Systemen. De computers in

deze zaal zijn uitgerust met extra software voor deze toepassing,

in je studieprogramma krijg je hier vanzelf een keer

mee te maken.

Als je weer iets terugloopt en je loopt de trap op

naar de eerste verdieping zal je direct iets opvallen:

elke verdieping heeft een eigen kleur. Waarom

dit ooit bedacht is voor velen tot op de dag van

vandaag onduidelijk, maar het is wel makkelijk

onthouden waar een bepaalde docent zit. Zoals je

misschien al gehoord hebt is de faculteit opgedeeld

in een aantal basiseenheden, dit zijn een soort subafdelingen

binnen de faculteit. Elke docent hoort

bij zo’n basiseenheid, en dan natuurlijk altijd bij de

eenheid welke het dichtst bij zijn of haar specialisme

past. Over het algemeen zitten op elke verdieping

de medewerkers van een bepaalde basiseenheid

bij elkaar. Op de eerste verdieping (verdieping

‘groen’) zit de basiseenheid Demografie. Mocht

je dus bijvoorbeeld op zoek zijn naar een docent

van het vak Population and Development dan is de

kans vrij groot dat je deze op de eerste verdieping

moet zoeken. Verder zitten op deze etage geen be-

langrijke kamers waar je snel op zoek naar zal zijn.

Als je vervolgens de trap omhoog neemt kom je op de tweede

verdieping, de overheersende kleur hier is oranje. De twee basiseenheden

Economische Geografie en Culturele Geografie zitten

hier bij elkaar. Enkele docenten die je in je eerste jaar van deze

twee basiseenheden voor de collegezaal ziet staan zijn onder andere

Diederiks, Meester en Strijker. Behalve een aantal docenten

en medewerkers zitten ook op deze verdieping verder geen noemenswaardige

zaken.

Op de bovenste en derde verdieping is paars de kleur die je direct

op zal vallen. Voornamelijk de eerstejaarsstudenten die Techni-

6 · girugten september 2010 eerstejaarseditie · 7


eerstejaarseditie

sche Planologie gaan studeren zullen veel met mensen van deze

verdieping te maken krijgen. Onder andere de onderwijsdirecteur

van beide bachelors, dhr. Ike, heeft hier zijn kamer. Op deze

verdieping zitten namelijk de medewerkers en docenten die bij

de basiseenheid Planologie horen. Net als op de eerste en tweede

verdieping tref je hier geen speciale kamers aan waar je als student

vaak zal moeten aankloppen. Alleen als je een docent persoonlijk

iets wilt vragen kan je hier natuurlijk wel terecht.

Het klinkt misschien niet helemaal logisch dat je zomaar bij een

docent kan aankloppen. Bij de grotere faculteiten in de stad moet

je daarvoor vaak ver van tevoren een afspraak maken, als het

even tegen zit ook nog eens op een tijd die jou niet uitkomt.

8 · girugten september 2010

Gelukkig is het op onze faculteit net iets anders. Zoals al eerder

gezegd kan je altijd even langs lopen bij een docent. Afspraken

maken is bijna nooit nodig, tenzij je iets uitgebreids wilt bespreken

of wanneer hiervoor nog iets uitgezocht moet worden. Docenten

vinden het over het algemeen juist fijn als de student met

vragen direct bij hem of haar komt, dan weet de docent ook waar

mogelijke onduidelijkheden in de colleges zitten. De laagdrempeligheid

is dan ook een van de positieve punten van de faculteit.

Ook door het kleine aantal docenten zullen ze jou, als je een paar

keer bij ze langs bent geweest, ook gaan kennen en weten wie je

bent. Schroom je dus niet, maar loop gewoon langs als je daar

behoefte aan hebt. Hoe dichter de docent bij de student staat,

hoe beter hij of zij onderwijs kan geven!

wil jij meehelpen aan

Girugten is op zoek naar nieuwe redactieleden

voor het volgende collegejaar!

wil jij je schrijf- en organisatietalenten

botvieren in de redactie? vind je het

leuk om te werken aan de vormgeving

van ons faculteitsblad?

ben je geïntresseerd en wil je meer informatie?

sneup eens rond op www.girugten.nl,

stuur een mailtje naar info@girugten.nl

of spreek eens een redactielid aan in de

koffiekamer van Ibn Battuta!

Girugten?


- door inge de vries -

eerstejaarseditie

Yi-fu tuan (1930)

- the most influential scholar you’ve never heard of -

Dit keer verkennen we het

werk en leven van een wetenschapper

die waarschijnlijk

bij velen van jullie onbekend

is. Toch heeft Yi-Fu Tuan een

enorme bijdrage geleverd aan

de manier waarop we tegenwoordig

over belangrijke concepten

in de geografie denken.

Niet gek dus dat een van

zijn collega’s hem ‘the most

influential scholar you’ve never

heard of ’ noemde. Tijd

om te kijken wat Tuan ons

zonder dat we er bewust van

zijn heeft bijgebracht.

stompjes van jezelf

Tuan begon in 1948 zijn studie geografie in Oxford. Na het halen

van zijn master ging hij naar de Universiteit van Berkeley, in California.

Hij hield zich toen voornamelijk bezig met fysische geografie,

maar sloeg in de jaren zestig een geheel andere richting in.

Hij schreef namelijk een artikel over het berglandschap van de

San Pedro Valley, waarbij hij niet inging op de geomorfologische

aspecten, maar op de manier waarop we de dramatische eigenschappen

van het landschap benaderen. Zo beschreef hij bergen

als ruïnes, geveld door erosie. Het zijn de kale stompjes van hun

eigen voormalige, grootse ‘ik’, en hoe langer ze ‘doorleven’, hoe

meer ze naar beneden zullen afronden. Tuan herkende de mens

in de bergen. Volgens hem werd er daarom zo vaak over bergen

geschreven in gedichten. Deze filosofische gedachten waren de

eerste voorzichtige stappen van Tuan in de richting van nog veel

grootsere ideeën. Ze zetten hem op koers om een van de meest

invloedrijke, maar ook eigenaardige, geografen van de twintigste

eeuw te worden. Zijn bijdragen aan de humanistische geografie,

een tak van de geografie die plaatsen en omgeving bestudeert als

menselijke ervaringen, maakten hem een vooraanstaand wetenschapper.

Tuan werd meer en meer gegrepen door de filosofische en psychologische

aspecten van de relaties tussen mensen en landschap.

uit: ruimte voor energie

januari 2010

Tijdens een van zijn studiereisjes vond

hij een plek die als onuitputtelijke bron

voor zijn revolutionaire ideeën gold.

Gek genoeg was dit een van de meest dorre, levenloze plekken

op aarde: de woestijn. Tuan raakte zo gefascineerd door deze

plek dat hij er vaak in z’n eentje in zijn auto kampeerde. Vooral

als hij ontwaakte en de eerste zonnestralen als een paars en gouden

schimmenspel tegen de bergen schenen raakte hij betoverd

door de woestijn. Deze betovering gaf Tuan ideeën over hoe

mensen de wereld vormen. Niet alleen met hun lichaam, maar

vooral met hun emoties. Hij vond er inspiratie voor zijn opvattingen

over de menselijke reactie op landschappen, bijvoorbeeld

over de angst die bij ons opwelt bij het opdoemen van een groot

donker bos of een grote open vlakte. Deze weken in de woestijn

waren voor Tuan de meest plezierige van zijn leven. Hij ontwikkelde

er zijn eigen visie op geografie door haar met filosofie,

kunst, psychologie, religie en andere disciplines te vermengen.

topophilia

Mensen spreken van ‘liefde op het eerste gezicht’. Tuan werd

verliefd op een plaats: de woestijn. Hij raakte vele mensen met

zijn ideeën over het liefhebben van plaatsen. Zijn ervaringen met

deze gevoelens verwoordde Tuan in het baanbrekende boek Topophilia

(1974). Het boek betekende een radicaal andere benadering

van concepten als plaats, landschap en omgeving. Topophilia,

dat al eens eerder in een gedicht gebruikt was door Gaston

Bachelard, definieerde Tuan als ‘the affective bond between people

and place’. Hij stelde dat mensen een emotionele behoefte

hebben om zichzelf met bepaalde plaatsen te identificeren. Ze

‘construeren’ daarom als het ware zelf een plaats, door de herhaalde

ervaringen die ze er hebben en door er telkens hetzelfde

gedrag te vertonen. Denk maar aan het meertje waar je als er ijs

ligt vaak gaat schaatsen. Doordat je altijd alleen maar schaatst op

dat meer krijgt het een bepaalde betekenis voor je. Hoe vaker je

op het meertje schaatst, hoe meer je een band met de plek krijgt.

Een band die je niet met andere meren hebt. Zo creëer je een

‘sense of place’ met het meer. Ook in je latere leven blijft die

band bestaan en zal je de plek herinneren als ‘het meer waar ik

altijd schaatste’.

Tijdens het schrijven van Topophilia ontdekte Tuan dat er ook

een keerzijde van het begrip was: ‘topophobia’. In de daaropvolgende

vijf jaar werkte hij de ideeën daarover uit, en zo verscheen

in 1979 Landscapes of Fear. Dit boek beschrijft de negatieve belevingen

van plaatsen. Ervaringen van angst worden vaak geassocieerd

met bepaalde plaatsen. Plaatsen waar je eerder nare dingen

hebt meegemaakt wekken later ook weer angst op. Wanneer je

bijvoorbeeld beroofd bent in het Noorderplantsoen zul je daarna

meer moeite hebben om er weer doorheen te fietsen, omdat je

herinnerd wordt aan je nare ervaringen op die plek. Ook wekken

bepaalde landschappen meer angst op dan andere. Een dicht,

donker bos is bijvoorbeeld bedreigender dan een open parkje

met groen gras en een paar bomen. Achter elke boom in het

donkere bos kunnen zich enge wezens verschuilen. In het parkje

heb je overzicht en daardoor voel je je meer op je gemak. Ten-

slotte constateert Tuan dat er landschappen zijn die ontworpen

zijn om gevreesd te worden. Denk maar aan gevangenissen en

psychiatrische inrichtingen.

pauze in de tijd

Tuans gedachten over plaatsen hervormden alle ideeën die daarvoor

over plaats en ruimte bestonden. In 1977 werkte hij zijn definities

van plaats en ruimte verder uit in Space and place: the perspective

of experience. Volgens Tuan zijn plekken niet vanzelfsprekend,

maar is in beginsel alles ruimte. Zodra er een betekenis aan deze

ruimte toegekend wordt, dus zodra er bepaalde gevoelens met

de plek gepaard gaan, wordt deze ruimte omgevormd tot een

plaats. Tuan maakte hiermee voor het eerst onderscheid tussen

de abstracte ruimte en de persoonlijk ervaren plaats. Daarbij besteedde

hij ook aandacht aan de temporele aspecten van ruimte

en plaats. Hij zag plaatsen soms als een pauze in de tijd. Want als

plaatsen een proces waren die constant aan verandering onderhevig

zouden zijn, dan zouden wij mensen geen betekenis aan

plaatsen kunnen toekennen. Daarom moet een plaats dingen bevatten

die daar voor langere tijd zijn. Denk maar aan gebouwen

en straten, die veranderen immers ook niet constant. Daardoor

ziet Tuan plaatsen soms ook als een visuele expressie van tijd:

oude pleinen en gebouwen zijn een herinnering aan het verleden.

Tuan verraste ook veel van zijn collega’s met zijn kijk op de natuur.

Voorheen werd verondersteld dat de mens de natuur uit

economische redenen verandert (bijvoorbeeld het hakken van

bomen voor hout). Maar Tuan stelde dat mensen de natuurlijke

wereld vaak op subtiele manieren naar hun eigen smaak proberen

om te vormen. Zo snoeien ze heggen in de vorm van zwanen,

dwingen ze water te dansen in fonteinen en houden ze dieren

als huisdieren. Deze ‘petification’ brengt de mens helemaal niet,

zoals veel mensen veronderstellen, dichter bij de natuur. Het is

juist een creatieve manier van macht uitoefenen op de natuur.

Tuan liet daarmee ons verlangen om dieren te domineren en tegelijkertijd

lief te hebben zien.

‘the hero is geography’

Tot zijn 38 e woonde Tuan nooit langer dan vijf jaar in een plaats.

Hij leefde, zoals hij zelf zegt, een ‘ongeworteld’ leven. Hij werd

geboren in 1930 in Tianjin, China. Zijn vader was een diplomaat

en daardoor verhuisde het gezin bijna voortdurend van plaats

naar plaats, binnen en buiten de Chinese grenzen. Tuan heeft

veel plaatsen zijn thuis moeten noemen: Tianjin, Nanjing, Shanghai,

Kunming, Chongqing, Canberra, Sydney, Manila, Londen,

Oxford, Parijs, Berkeley, Bloominton, Chicago, Albuquerque en

Toronto. Daarna woonde hij veertien jaar in Minneapolis en nu

woont hij al meer dan twintig jaar in Madison. Deze twee laatste

plaatsen zijn volgens Tuan de enige twee plaatsen waarmee hij

enige verbondenheid voelt. Maar, hij is naar eigen zeggen ‘rootless

in more than one sense’. Ook sociaal vindt hij zichzelf namelijk

een drijvend vlot. De enige verplaatsbare bodem die een

mens natuurlijke ondergrond geeft – familie – is niet beschikbaar

voor hem. Want zo luid hij spreekt over liefde voor plaatsen, zo

stil blijft hij over liefde voor mensen.

Geografie geeft hem een context voor deze gevoelens. De woestijn

antwoordde hem door lange, eindeloze uitzichten te geven.

Ze suste zijn angsten en voedde zijn trek naar filosofische vragen.

Hij noemt de woestijn zelfs ‘my geographical double’. Want

de ene kant van zijn leven was vol met grootse ideeën, de andere

kant was leeg en sober. Meerdere mensen die Tuan goed kennen

spreken van zijn ‘twee kanten’. De ene kant is die van de

briljante en revolutionaire professor. De andere is de verlegen,

eenzame man. Beide persoonlijkheden vonden hun expressie in

de woestijn: in de overzichtelijke schoonheid en open ruimte,

en tegelijkertijd in de dorheid. Ondanks dat de woestijn bij zijn

kluizenaarsleven paste, verliet hij haar bijna dertig jaar geleden.

Hij keerde er nooit meer terug.

Hij is, zoals hij zelf zegt, gered door de geografie. Geografie

maakte zijn wereld beter begrijpbaar – maar vooral ook een betere

plek. Zonder zijn genoegen in het denken over mensen en

plekken zou zijn leven armzalig en zelfs onleefbaar zijn. Geografie

is voor Tuan dan ook niet meer puur wetenschap. Het is voor

hem een manier van leven. Hij gebruikt de geografie om diep in

het verstand te graven en haalt er zijn levensvreugde en levenslessen

uit. Het gaat voor Tuan om een paar morele vragen: wie zijn

we, hoe moeten we leven, hoe moeten we verbonden zijn met de

natuurlijke wereld en met onszelf, en wat vormt een ‘goed leven’.

Dit maakt zijn schrijven niet alleen voor academici interessant

en plezierig om te lezen, ook het grote publiek kan heel wat van

zijn werk leren.

‘i want them to

consume me’

Zijn studenten waren

dol op de colleges

van Tuan, en hij

was dol op hen. Niemand

had het lef om

te laat te komen, en

niemand verliet voor

tijd de zaal. Niemand

behalve Tuan zei een

woord tijdens de colleges. Hij had absolute aandacht van de studenten.

Ook buiten de collegezalen ging Tuan veel met zijn studenten

om. Hij had zelfs een hele fotocollectie van al zijn studenten

mét hun kinderen. Alsof hij ze geadopteerd had. Nu nog, na

zijn pensioen, spendeert hij veel van zijn tijd aan zijn studenten.

Hij neemt ze vaak mee uit eten, en kijkt dan graag hoe ze eten, en

hoe hun wereld groeit terwijl ze voedsel, goede boeken en ideeën

consumeren. In het bijzijn van jonge mensen voelt de verlegen,

eenzame Tuan zich zelfverzekerd, en kan hij tenminste eindelijk

eens zijn eigen wil aan mensen opleggen, maar tegelijkertijd ook

zijn eigen onzekerheden openbaren: ‘I want them to consume

me’. Dat lukt Tuan toch aardig: miljoenen mensen lezen met veel

genoegen zijn inspirerende boeken.

Bronnen:

- Geographer Yi-Fu Tuan, geography.about.com, laatst bezocht op 04-01-

2010.

- Holloway, L., P. Hubbard (2001), People and place, Harlow: Pearson

Education Limited.

- Johnson, M. (2007), Geographer maps terrain of the soul, www.jsonline.

com, laatst bezocht op 28-12-2009.

- Yi Fu Tuan Biography, social.jrank.org, laatst bezocht op 28-12-2009.

- Tuan, Y (1999), Who am I? An autobiography of emotion, mind and

spirit, Madison: The University of Wisconson Press.

- Starrs, P.F. (2000), “You are Yi-Fu!”, Geographical Review, 90 (3),

451-456.

10 · girugten september 2010 eerstejaarseditie · 11


- door wietske wilts -

eerstejaarseditie

Vorig jaar woonde ik een paar maanden in Berlijn en daar

had ik een gammel lichtroze fietsje. Daarmee suisde ik

tijdens de schemering door de groene Berliner alleeën,

waarbij de stad zich ontrolde als een bijzonder behaaglijk

paradijs. Ik ontmoette daar een bijzondere plek. (Kun je

plaatsen ontmoeten?) Op één van mijn zomeravondfietstochten

vanuit Prenzlauer Berg in noordwestelijke richting

kwam ik na een tocht door het woeste woud der huizenblokken

bij een open plek. (Voor de geïnteresseerden:

Behmstraβe, vlak ten noorden van de S-Bahn Ring 41-42.)

De weg ligt er verhoogd; hij overbrugt een wirwar aan trein-

en S-Bahnsporen. De zon was juist bezig onder te gaan, het

was windstil en vanuit het asfalt voelde ik de warmte die het

had opgespaard tijdens een hete dag in juni. Ik genoot van

het uitzicht vanaf een stenen uitbouw aan de weg, een heus

stadsbalkon. Alsof deze plek voor dit moment gemaakt

was! Het bijzondere van deze plek is ook dat je er binnen

één blikveld bijna alle vormen van transport kunt zien:

wandelaars, fietsers, S-Bahnen, ICE’s, goederentreinen,

bussen, trams en zelfs laagvliegende vliegtuigen. Een klein

euforisch moment doemde in me op toen een S-Bahntrein

met knarsende wielen uit een tunnel opkwam, toen ik de

roze-oranje gekleurde luchten aanstaarde en de grootstedelijke

idylle besefte. Tijd voor een halveliterfles bier van de

dichtstbijzijnde Spätkauf…

Op andere dagen ontmoette ik deze plek weer, op de afgesproken

tijd van de ondergaande zon. Op de terugreis volgde ik dan

een fietspad dat naar beneden liep. Dat fietspad is onderdeel van

de Berliner Mauerweg, die - de naam zegt het al - de lijn markeert

“ probeert het toeristische oog de berlijnse

open wond schoon te likken? ”

waar de Berlijnse Muur heeft gestaan. De Berliner Mauerweg is

160 kilometer lang en volgt de gehele Muur die om het ‘eiland’

West-Berlijn heen stond, als grens met Oost-Duitsland. Onderweg

zijn talloze monumenten, musea en andere elementen die

aan de Muur herinneren te vinden. Hierdoor krijg je een interessante

indruk van de invulling die wordt gegeven aan de ‘open

plekken’ die de val van de Berlijnse Muur in 1989 heeft achtergelaten.

Ik zeg hier bewust geen ‘lege plekken’, omdat een plek

die tientallen jaren gescheidenheid, tegenstellingen en verschrikkingen

heeft meegemaakt allerminst ‘leeg’ genoemd kan worden.

De open plekken zijn een wond en een kans tegelijk. Waar voor

Oost-Berlijners eerst de in beton gegoten ruimtelijke en culturele

begrenzing van hun mogelijkheden lag, kwam in 1989 een open

grens, gevolgd door open plekken, met nieuwe mogelijkheden.

Dat tekent Berlijn tot op de dag van vandaag: het litteken van de

Muur is overal voelbaar.

uit: Grenzen

juni 2010

de open wond van Berlijn

of waarom Berlijn het centrum van de wereld is

figuur 1: Het wereldse uitzicht vanaf

het zogenaamde ‘stadsbalkon’

In de Bernauer Straβe bijvoorbeeld. Waar eerst de Berlijnse muur

liep, staat tegenwoordig het Mauermuseum, met informatie en

foto’s over de Muur. Het museum bevat ook een toren met een

platform dat uitkijkt op een gereconstrueerd stuk grensgebied:

een dubbele Muur met kale ruimte ertussen. Het museum is zó

populair geworden dat er in de komende jaren nog meer bijgebouwd

wordt. Zo ontstaat op deze plek een compleet herinneringsoord,

ter waarde van 37,5 miljoen euro. Hiertoe wordt onder

andere een originele DDR-wachttoren naar het terrein versleept.

Het frappante is dat even verderop nog een wachttoren staat die

nooit is afgebroken. En dat Berlijn er geen rooie cent voor over

heeft om deze te onderhouden. Wil men de Berlijnse Muur in

een zo origineel mogelijke staat herdenken? Of biedt de afbraak

ervan pas de afstand die nodig is om herdenken mogelijk te

maken? Is de wil van de ‘consument’ (toerist) machtiger dan de

objectieve historische ervaring? Probeert het toeristische oog de

Berlijnse open wond schoon te likken?

Het feit dat er midden door Berlijn een landsgrens heeft gelopen

heeft vandaag de dag ook minder gecompliceerde voordelen.

Natuurlijk leveren het ‘Baustellentourismus’ (in de jaren negentig)

en het muurtoerisme Berlijn extra bezoekers op. Maar ook

levert het ruimte op om in het centrum nieuwbouwprojecten uit

te voeren die afgestemd zijn op de hedendaagse wensen. Neem

bijvoorbeeld de Potsdamer Platz. Wat ooit het drukste verkeersplein

van Europa was, jawel, met het eerste stoplicht ter wereld,

was na de val van de Muur een immens grote zandvlakte. In de

jaren negentig herrees de Potsdamer Platz door investeringen

van grote ondernemingen. Zo bezitten hier tegenwoordig onder

andere de Deutsche Bahn en Daimler Chrysler een prominent

kantoorgebouw. Ook was er ruimte voor 2711 betonblokken om

de vermoorde joden in Europa te herdenken. In welke andere

Europese metropool tref je in het stadscentrum (heeft Berlijn

een centrum?) zó veel ruimte aan voor dergelijke ruimtevretende

bouwprojecten?

De meest open ‘open plek’ langs de Berliner Mauerweg is zonder

twijfel het Mauerpark. En dat komt niet alleen door de gemoedelijkheid

van muziek, stemmen, bier, sigaretten en boeken, maar

ook door de ongedwongenheid die het park uitstraalt. Het park

bestaat uit een grote grasweide met basketbalveldje, een klein stenen

amfitheater en een met kasseien bestraat fietspad (Berliner

Mauerweg) doorkruist het park. Tegen een helling liggen mensen

te zonnen of te lezen. En aan de top van de helling kun je

schommelend op de grote schommels genieten van het uitzicht

over de stad (je raadt het al, in de schemering, met die prachtige

oranje luchten!). De mogelijkheden zijn eindeloos. Elke dag

de berlijnse Muur werd gebouwd op 13

augustus 1961. 106 kilometer beton, 66

kilometer prikkeldraad, 302 wachttorens

en massa’s grenswachters zorgden dat de

oost-berlijners niet naar het westen konden

vluchten, of, naar oost-duitse bronnen,

beschermd werden tegen de kapitalistische

vijand uit het westen. in de beginjaren

wisten nog heel wat oost-duitsers te

vluchten via ondergrondse gangen en

dergelijke, maar naarmate de decennia

verstreken werd de grens steeds strenger

bewaakt. vluchten was vrijwel onmogelijk

en gebeurde dan ook nauwelijks meer.

in de avond van 9 november 1989 viel de

berlijnse Muur als gevolg van onder andere

grote demonstraties in oost-duitsland.

Massaal trok het oost-berlijnse volk over de

grens om de vrijheid te ervaren. Met de val

van de Muur ging tevens het ijzeren Gordijn

open en kwam er een einde aan de koude

oorlog.

figuur 2: Het Mauerpark met in het midden de Berliner Mauerweg.

wordt opnieuw door steeds andere mensen invulling gegeven aan

een plek die voor 1989 überhaupt niet te bezoeken was (tenzij je

DDR-grenswachter was). In die zin staat de huidige functie van

het gebied lijnrecht tegenover de grensfunctie ten tijde van de

Berlijnse Muur. Doordat de ruimte zo open is nodigt het Mauerpark

uit om er je eigen invulling aan te geven. Deze open plek is

“ Al fietsend over de Berliner Mauerweg lijm

je de stad en de wereld aan elkaar ”

van niemand en tegelijk van iedereen samen. Juist dát geeft naar

mijn idee de identiteit van de open plekken in Berlijn het beste

weer.

De open plek waarmee ik dit artikel opende, de Berliner Mauerweg

waarmee ik het vervolgde en het Mauerpark waarmee ik

eindigde staan alle symbool voor de vrijheid die de val van de

Muur teweeg heeft gebracht. In vrijheid door Berlijn fietsen is

misschien wel in het klein wat een wereldreis in het groot is. De

grens tussen het Oost- en West-Berlijn staat symbool voor de

grens tussen Oost- en West-Duitsland, tussen Oost- en West-

Europa en misschien wel tussen Oost- en West-Wereld (en daarmee

bedoel ik de wereld van Amerika tot aan Rusland). Sinds

de val van de Muur is er iets in die wereld gaan schuiven. Een

globaliserende maalstroom van verbindingen vindt plaats over

de hele wereld. Al fietsend over de Berliner Mauerweg lijm je de

stad en de wereld aan elkaar. En als je dan die euforische open

plek bereikt, dan besef je dat in de kolkende wereld waar treinen

razen, fietsers suizen en S-Bahnen knarsen het scharnierpunt

steeds Berlijn is.

12 · girugten september 2010 eerstejaarseditie · 13


- door wietske wilts -

eerstejaarseditie

Als ik slim ben en de juiste trein uit Groningen neem, staat

de felgekleurde servicebus me al op te wachten bij station

Hoogezand-Sappemeer, om me naar de plek van bestemming

te brengen. En om me de ‘achterbuurten’ van Sappemeer

te laten zien. Hoewel lopen sneller is (de route is nogal

lusvormig), val ik toch iedere keer weer voor de charme

van deze servicebus waarmee de crème de la crème van de

lokale bevolking zich door het dorp beweegt…

De servicebus is een initiatief van het OV-bureau Groningen-

Drenthe. Er wordt samengewerkt met de gemeenten (Assen,

Delfzijl, De Wolden, Hoogezand-Sappemeer en Veendam) waar

de bussen ingezet worden. Het doel is om minder mobiele mensen

de mogelijkheid te bieden vanuit hun woonwijk naar de belangrijkste

voorzieningen te reizen. Zo verbindt de servicebus in

Hoogezand-Sappemeer twee stations en diverse winkelgebieden

met woonwijken. De route is bepaald in overleg met een klantenpanel,

dat sinds de komst van de bus vier keer per jaar bij

elkaar komt om de route en de gang van zaken te evalueren en

waar nodig aan te passen. De haltes in de woonwijken bevinden

zich veelal bij de uitgang van een seniorenflat. Er kan met een

euro(kaartje) of met een strippenkaart betaald worden en Wmopashouders

(een Wmo-pas is een vervoerspas die iemand krijgt

op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning) kunnen

gratis mee. De bus rijdt eens per uur en er wordt per dag ongeveer

zestig keer gebruik gemaakt van het vervoermiddel. De

komst van de servicebus biedt ook een nieuwe baan aan enkele

lokale werkloze chauffeurs en draagt op die manier bij aan de

lokale werkgelegenheid.

Terug naar het station waar ik zojuist uit de trein ben gestapt.

De servicebuschauffeur zit al klaar voor vertrek. De chauffeur

die, zoals de website van het OV-bureau Groningen-Drenthe belooft,

de mindervalide passagiers “graag een handje helpt bij het

instappen”. Bij deze chauffeur zit dat er helaas niet in, hij heeft

uit: openbaar vervoer

december 2009

SightSeeing

hoogezand-Sappemeer

Over het wel en wee in de servicebus

zelf namelijk al de grootste moeite om zijn bestuurdersstoel te

bestijgen (wellicht speelt zijn niet-geringe omvang hier een rol

bij). Gelukkig kan ík zelf instappen. Ik ben de enige passagier.

Als we de hoofdstraat opdraaien begint een heuse ‘sightseeingtour’.

Aan weerszijden doemen winkels en andere voorzieningen

op. Jammer genoeg worden de bezienswaardigheden niet omgeroepen,

die denk ik er daarom zelf bij. Irma Adema Textiel,

een leegstaande bouwval met opdruk ‘Sappemeer’, de studio van

Radio Compagnie en drie supermarkten waarvan één nog in aanbouw.

Genoeg te zien dus. Ook wanneer we wat dieper in de

bloemenbuurt verstrikt raken, deze jaren vijftigwijk is momenteel

aan een ingrijpende herstructurering onderhevig. We luisteren

Radio Noord. Willekeurig wordt de muziek harder en zachter

gezet. Na een spannende omzwerving levert de chauffeur me af

op de plaats van bestemming.

Een ander tripje met dit fascinerende vervoermiddel laat ik beginnen

bij het winkelcentrum. De reis die ik maak wordt gekenmerkt

door een gelijkmatige verdeling van passagiers bij de haltes.

Met als gevolg dat de zalige rit nóg langer duurt. Met een

vrolijk ‘goedemiddag’ stap ik in. Passagiersaantal: drie oma’s en

een kleinkind. Bij de volgende halte wacht een breed uitgevallen

(jonge)dame met rollator. Ik help haar instappen. Uit een mand

op de rollator steken drie pakken hopjesvla. Door de amicale

omgang met de chauffeur wekt ze de indruk vaste klant in deze

bus te zijn. Om de hoek is weer een halte met weer een rollator

met een wachtende oude vrouw. Zij krijgt haar rollator zelf

in de bus. Ik verlaat mijn klapstoeltje voorin om haar een rollatorstandplaats

te bieden. Het traject dat we berijden wordt gekenmerkt

door straffe hobbels. De wankele vrouwen veren op

en neer op hun rollators. Balend dat ik dit prachtige gezelschap

moet verlaten, maar voldaan door alweer een mooie rit stap ik uit

bij de volgende halte.

Al met al is de servicebus een groot succes. Binnenkort worden

zelfs enkele drempels aangepast zodat het reizen comfortabeler

wordt, aldus een bericht in de Regiokrant. Dat is een goed teken.

Opdat de servicebus nog lang mag rijden. Voor de oudjes om

hun boodschappen te doen, voor mij om nog een paar gezellige,

lokale reisjes te maken!

Bronnen:

- www.arriva.nl

- www.ovbgd.nl

- www.hoogezand-sappemeer.nl

Laten we ons eens voorstellen dat

we gisteravond op vliegveld Zanderij

(tegenwoordig J.A. Pengel International

geheten) zijn aangekomen.

Vandaag staan we, nog niet bekomen van de vlucht en over

de vochtige hitte nog niet te spreken, op om Paramaribo te

verkennen. Wat doe je dan? Je loopt naar, of laat je door de

taxi afzetten bij, Fort Zeelandia.

Fort Zeelandia (figuur 1)

Figuur 1: Fort Zeelandia

uit: suriname

oktober 2009

Rondje stad: PaRamaRibo

Dit fort is in de zeventiende eeuw ontstaan. Het is, voor ons

getrainde Nederlandse oog, duidelijk een Nederlands fort. Het

is relatief klein, van baksteen en er staat een standbeeld van koningin

Wilhelmina voor de deur, naast een rode postbus met het

wapen van Nederland erop. Het fortje is sinds 1712, toen het

grotere fort Nieuw-Amsterdam de defensieve rol van Zeelandia

overnam in gebruik geweest als kazerne, in 1872 werd het een

gevangenis. In de nacht van 8 op 9 december 1982 vonden er

de beruchte ‘Decembermoorden’ plaats. Tegenwoordig is in het

fort een museum gevestigd dat de geschiedenis van Suriname

laat zien. Ook komen de verschillende bevolkingsgroepen aan

bod en de kogelgaten van de Decembermoorden zijn nog steeds

te bezichtigen.

Figuur 3: de Nationale Assemblee Figuur 4: Presidentieel Paleis

onafhankelijkheidsplein

(figuur 2)

Van Fort Zeelandia lopen

we in vijf minuten richting

het Onafhankelijkheids-

‘plein’ dit plein is eigenlijk

een groot grasveld waaraan

onder andere de Nationale

Assemblee (het Surinaamse

parlement, figuur 3), het

Ministerie van Financiën en

het Presidentieel Paleis te

vinden zijn. Je ziet in Paramaribo

geen man een hond

uit laten, deze beesten zijn

Figuur 2: Onafhankelijkheidsplein

immers waakhonden en zijn geen huisdier, je ziet daarentegen

veel mannen hun vogeltje uitlaten. Met een kooitje in de hand

lopen de heren een blokje om met hun huisdiertje. Op het onafhankelijkheidsplein

vinden elke zondagochtend zangwedstrijden

tussen deze vogeltjes plaats. Eén-tegen-één moeten ze zo veel

mogelijk melodietjes fluiten, deze worden afgestreept op een

krijtbordje. Goede vogeltjes kunnen al heel gauw veel geld opbrengen.

Het is erg mooi om deze nationale passie mee te maken,

ook al moet je er op zondag vroeg voor uit bed.

Ministerie van Financiën (gebouw op figuur 2)

Dit prachtige voorbeeld van 19e eeuwse Nederlandse architectuur

was ooit bedoelt als stadhuis, maar heeft sinds de voltooiing

in 1841 altijd met de financiële administratie van het land te

maken gehad. Voor het gebouw staat het standbeeld van Johan

Adolf ‘Jopie’ Pengel, deze politicus van de jaren zestig zou elk

jaar uit Den Haag terugkomen met een cheque in de handen: ‘Ik

heb het geld weer gekregen.’

Presidentieel Paleis (figuur 4)

Het Paleis is de voormalige woning van de gouverneur van Suriname.

Ook weer een koloniaal gebouw zoals er zoveel zijn in

de omgeving van het Onafhankelijkheidsplein. Het gebouw is

ter gelegenheid van de twintigjarige onafhankelijkheid van Suri-

14 · girugten september 2010 eerstejaarseditie · 15

- door bart booij -


eerstejaarseditie

Figuur 5: Centrale Markt Figuur 7: Domineestraat

name op kosten van Nederland gerenoveerd en doet nu dienst

als Paleis van de President. De president, R.R. Venetiaan op dit

moment, woont er dan wel niet, maar hij ontvangt er onder andere

zijn buitenlandse gasten.

Centrale Markt (figuur 5)

Via de Waterkant (een straat langs… je raadt het al, de oever

van de Surinamerivier) lopen we naar de Centrale Markt. In dit

gebouwtje bieden verschillende kooplieden hun waren aan. Er

zijn stukken markt voor groenten en fruit, voor vlees en voor vis.

Alles natuurlijk dagvers: mango’s, bananen, ananas en alle andere

fruitsoorten die je in een land dat voor 90% uit jungle bestaat

mag verwachten.

De Brug (figuur 6)

Vanaf de Waterkant heb je een prachtig uitzicht over de rivier.

Ook kan je het hoogste punt van Paramaribo zien: de J.A. Wijdenboschbrug

over de Surinamerivier. Deze brug is zo hoog,

omdat grote schepen ‘s lands belangrijkste exportproduct

(bauxiet, grondstof voor aluminium) verder landinwaarts op

moeten halen.)

Domineestraat (figuur 7)

Vanaf de markt lopen we in noordelijke richting, over de Jodenbreestraat

naar de Domineestraat. De Domineestraat is zo

ongeveer de Heerenstraat van Paramaribo. In deze straat zijn allerlei

geïmporteerde goederen te vinden. Van goedkope kleding

tot namaakzonnebrillen en gekopieerde Cd’s en Dvd’s van Surinaamse

artiesten en anderen (het lijkt erop dat geen platenmaatschappij

‘echte’ Cd’s drukt). Als je het binnenland van Suriname

wilt ontdekken moet je in deze straat zijn, er zijn veel reisbureaus

te vinden die je graag meenemen naar de jungle en graag je Nederlandse

euro’s aannemen. Van bijzondere gebouwen en bijzondere

architectuur is in deze straat echter geen sprake.

hoogduitse synagoge en Grote Moskee

Na het bezoek aan de Domineestraat keren we terug naar de

Jodenbreestraat, om die helemaal in noordelijke richting uit te

lopen. Dan komen we aan bij een Hoogduitse synagoge, gebroederlijk

naast de Grote Moskee van de Surinaams-Islamitische

Vereniging. Dit bijzondere aangezicht is typisch Surinaams: het

bestaan van verschillende culturen naast elkaar zonder grote conflicten

(zie ook de masterthesis van Mariët Veen in deze uitgave

van Girugten).

hervormde kerk

We keren hier naar rechts om zo de over Keizerstraat richting

de rivier te lopen. We laten het straatje met de naam ‘Knuffelsgracht’

rechts liggen en slaan links af de Korte Kerkstraat in. In

het midden van deze straat vinden we een prachtig klein kerkje

zonder toren. De vloer van deze kerk is gemaakt van grafstenen

van het voormalige kerkhof. Eén van de stenen is de grafsteen

van Suzanna Duplessis, zij stond in de 18e eeuw bekend om haar

brute omgang met slaven. Toen de bliksem op het oude kerkhof

insloeg, werd slechts één steen geraakt, de hare.

Petrus-en-Pauluskathedraal (figuur 8)

We vervolgen onze weg door

de Heerenstraat te kruisen en

de Noorderkerkstraat in te lopen,

aan het einde van deze

straat zien we het grootste

houten gebouw van Zuid-

Amerika staan: de Petrusen-Pauluskathedraal.

Deze

44 meter hoge kathedraal

werd tussen 1883 en 1901

gebouwd. Het gebouw werd

over de kerk die er al stond

heen gebouwd. De onderste

deed dan dienst als steun tijdens

de werkzaamheden.

Figuur 8:

Petrus-en-Pauluskathedraal

Nederlandse Ambasade (figuur 9)

Vanaf de kathedraal kunnen we een ommetje via de Nederlandse

Ambassade nemen, dit postmodernistische gebouw is een van

de modernste gebouwen van Paramaribo, een mooi visitekaartje

voor Nederland dus. Om weer bij het Onafhankelijkheidsplein

te komen lopen we langs de Palmentuin. Deze tuin bevindt zich

achter het Paleis en pas een paar jaar opengesteld voor het publiek.

Er worden nu veel feesten georganiseerd (zie figuur X),

maar het is ’s avonds een onveilige plek om te zijn.

En we zijn weer terug op het Onafhankelijkheidsplein. Hopelijk

heeft deze rondleiding in Paramaribo je er enigszins toe bewogen

het prachtige land Suriname eens te bezoeken. Natuurlijk heeft

Suriname veel en veel meer te bieden, het land bestaat immers

voor 75% uit ongerepte natuur.

Bronnen:

- Dalhuisen, L. (red) (2007) De geschiedenis van Suriname. Walburg Pers,

Zutphen.

- Bodegraven, J. van (2008) Suriname. Uitgeverij J.H. Gottmer/ H.J.W.

Brecht, Haarlem.

Figuur 6: J.A. Wijdenboschbrug Figuur 12: Het rondje Paramaribo

Figuur 9: Nederlandse Ambassade Figuur 10: ‘Dag der Inheemsen’ (nationale feestdag) in de Palmentuin

Figuur 11: J.A. Pengel kijkt uit over het Onafhankelijkheidsplein.

16 · girugten september 2010 eerstejaarseditie · 17


- door robin Groenewold & floris van der lingen -

eerstejaarseditie

la liberté, zernikecomplex,

Groninger forum,

wielewaaltoren, europapark

Groen, prestigeprojecten en sociale woningbouw, Groningen heeft het!

Als geograaf of planoloog in opleiding is het altijd leuk

om te weten wat er aan nieuwbouwprojecten in onze eigen

achtertuin – Groningen – plaatsvinden. Daarom deze keer

een korte rondleiding langs de meest besproken locaties in

de stad die momenteel zijn veranderd in een bouwput of

inmiddels eruit aan het herrijzen zijn.

la liberté

Momenteel wordt

er hard gewerkt aan

het bouwen van een

nieuwe woontoren

tegenover het alom

bekende Gasuniegebouw

– de apenrots

– langs de snelweg

richting Drachten.

La Liberté zal 70

meter hoog worden.

In tegenstelling

tot bijvoorbeeld de

Tasmantoren, die

voor mensen met

een hoog inkomen is gebouwd, zullen alle woningen vallen onder

de sociale woningbouw. De futuristisch ogende blokkendoos

is ontworpen door de welbekende Franse architect Dominique

Perrault, bekend van de Bibliothèque Nationale de France in Parijs.

Naast het gebouw zelf zal om de toren heen een stadstuin

aangelegd worden die de omgeving een groene en leefbare sfeer

moet bieden, niet onverstandig gezien de locatie zo vlak naast

de snelweg. Je begrijpt, het gebouw is een interessante toevoeging

aan de skyline van Groningen, echter zal de locatie vast wel

klachten gaan oproepen over geluidshinder van het voorbijgaande

verkeer.

zernikecomplex

Hoewel het geen bouwput meer is, verdient dit zeker nog wel

een plekje in deze rubriek. Zoals ouderejaars uit eigen ervaring

weten, heeft het Zernikecomplex de afgelopen jaren al grote

veranderingen ondergaan. Recentelijk is de verbouwing van het

hernoemde Duisenberggebouw (waar ook je hoorcolleges van

Ruimtelijke Wetenschappen plaatsvinden) voltooid. Ook heeft

onze eigen studievereniging een nieuw onderkomen gekregen

binnen het gebouw. Daarnaast is afgelopen jaar de bibliotheek

verhuisd naar de tweede verdieping die bij de start van je studie

ook uitgerust zal zijn met extra ruimte voor boeken en zelfstudie.

Aan de voorkant oogt het als een vrolijke rood/gele gevangenis.

Naast deze verbouwing worden op het moment van schrijven

ook twee nieuwe loopbruggen aangelegd die de afstand naar de

bushaltes moeten verkleinen. Hopelijk rijden de bussen straks

minder vaak voor je neus weg dan in het verleden het geval is

geweest!

Een paar honderd meter verderop is inmiddels het nieuwe gebouw

van Levenswetenschappen verrezen. Dit gebouw is een

van de gebouwen op Zernike dat overduidelijk duurzaamheid als

uitgangspunt heeft voor het ontwerp. Hiermee is het Zernikecomplex

echter nog lang niet voltooid. De komende jaren zal

het gebouw, dat direct te vinden is aan de rechterkant wanneer

je onder het viaduct door fietst, verbouwd gaan worden. Zo zal

ook de Faculteit Wiskunde en Natuurwetenschappen blijven be-

schikken over gebouwen die voldoen aan de eisen van deze tijd.

Hiermee kan de RUG de concurrentie met andere universiteiten

blijven aangaan. En alsof dat nog niet genoeg zal ook het Zernike

Science Park, een bedrijventerrein voor bedrijven die zich

bezighouden met wetenschappelijk onderzoek, gaan uitbreiden

op het Zernikecomplex.

Groninger forum

Hoewel de bouw nog moet beginnen, willen we jullie het laatste

nieuws over het Groninger Forum natuurlijk niet onthouden.

Vooral voor de nu startende planologen onder jullie zal dit project

zeker interessant worden en hopelijk kunnen jullie het straks

letterlijk vanuit de grond zien verrijzen vlak achter de Grote

Markt. Voor degenen die niet bekend zijn met dit prestigeproject,

even een beknopte samenvatting; het Groninger Forum is bedoeld

als cultureel centrum en toekomstige toeristentrekker van

een formaat vergelijkbaar met dat van het Groninger Museum.

Naast het te bouwen forum zal er een nieuw stadsplein gebouwd

worden; de Nieuwe Markt. Om dit nieuwe stadsplein te kunnen

realiseren moet de oostwand van de Grote Markt verplaatst worden

,waardoor de Grote Markt weer de oppervlakte krijgt die

het had voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Voor

de leden van studentenverenging Vindicat komt dit project heel

dichtbij, de sociëteit zal namelijk verhuizen naar een locatie vlak

naast de Martinitoren waarna hun oude paleisje wordt platgewalst

voor dit ambitieuze project. De sloop van de oostwand

staat gepland voor 2011, de complete oplevering wordt echter

nog niet aangegeven met een definitieve datum. Niet vreemd,

gezien de vertragingen waarmee dit soort projecten vrijwel altijd

geteisterd worden.

wielewaaltoren

Ondanks de economische

crisis is er nu een begin

gemaakt aan de Wielewaaltoren.

Het slechte

nieuws is dat deze toren

wellicht door de crisis

voorlopig de hekkensluiter

is van de bloeiperiode

van hoogbouw die Gro-

bouwput

ningen de laatste jaren heeft gehad. Deze toren zal een nieuwe

landmark worden voor de Oosterparkwijk. De toren is extra interessant

voor studenten omdat de 151 appartementen volledig

bedoeld zijn voor deze doelgroep en starters.

europapark

Tot slot werpen we nog even een blik op het Europapark. Dit

gebied bestaat uit een woonwijk genaamd De Linie, die bijna voltooid

is en vooral bestaat uit postmoderne laagbouw gericht op

starters. Het zijn echter de twee witte krijtblokken bij het stadion

van FC Groningen die onmiddellijk de aandacht trekken. Hier

blijft het echter bij lange na niet bij. Eigenlijk is het gehele gebied

nog volledig in aanbouw, met 2017 als opleveringsjaar. In 2011

zal een begin worden gemaakt met het bouwen van het definitieve

treinstation Europapark, dat ook voorzien zal worden van

twee fietsertunnels. Eén daarvan is dit jaar geopend als verbinding

met de wijk Oosterpoort en een andere tunnel zal in 2012

ontsluiting bieden naar Helpman, aan de andere kant van het

spoor. Daarnaast zullen er volgend jaar verschillende kantoorpanden

verrijzen voor zowel het bedrijfsleven als de gemeente.

Verder zal er langs het spoor aan de kant van Helpman ook een

extra park verrijzen dat de grens tussen beide stadsdelen moet

verminderen en de mogelijkheid tot recreatie vergroot. Zo klinkt

het als een grote dynamische wijk, helaas is daar momenteel nog

weinig sprake van. Wanneer je nu Europapark binnenfietst zit je

al snel in de open vlakte en geeft het allemaal nog een verlaten

gevoel.

Eén ding is zeker: er valt voorlopig meer dan genoeg te bekijken

in Groningen voor ons geografen en planologen.

18 · girugten september 2010 eerstejaarseditie · 19


- door claire vernède -

eerstejaarseditie

De zes jaar die ik als student heb doorgebracht, had ik niet

kunnen voltooien zonder een uniek gebouw. Een vrij lelijk,

maar wel functioneel gebouw met vier verdiepingen,

waarbij de ogen enkel op zijn overbuurman (het Academiegebouw)

gericht zijn: de UB. De veelgenoemde afkorting

van ‘Universiteitsbibliotheek’ waar menig student vele uren

spendeert om tentamens te leren, papers te schrijven en de

puntjes op de i te zetten van zijn of haar scriptie. Wanneer

je nog niet bekend met dit gebouw bent, zal ik je meenemen

naar alle noemenswaardigheden, feitjes en geheimen

rondom de UB, waarbij ik waarschijnlijk nog de helft vergeet

te vertellen.

Om te beginnen de binnenkomst. Wanneer je je fiets netjes in

een fietsenrek hebt geparkeerd voor het Academiegebouw, loop

je richting de UB. Door een (vrij smalle) draaideur kom je het gebouw

binnen. Vervolgens loop je langs de portiers naar de kluisjes.

Het meenemen van je jas of tas is namelijk niet toegestaan.

Vroeger haalde je je boeken, een blocnote en een pen uit je tas en

stopte je de rest van je spullen in een kluisje. Het kon dus voorkomen

dat je met ongeveer tien boeken op je armen vervaarlijk

naar boven liep in de hoop dat je niks zou laten vallen. Gelukkig

hebben ze later de mandjes ingevoerd. Denk hierbij aan de supermarkt,

waarbij je een mandje pakt om je boodschappen in te

gooien. In de UB zijn deze donkergroene mandjes bedoeld voor

je boeken, laptop en wat je nog maar meer mee wilt nemen naar

boven, behalve je jas en je tas dus. Altijd aan het eind van de dag

waren deze mandjes niet meer netjes opgestapeld in rijen langs

de kluisjes, maar stonden zij kriskras door elkaar en moest je ze

als ware obstakels zien te omzeilen. Totdat in de lente van 2010

het volgende systeem werd bedacht: elk kluisje heeft zijn eigen

mandje met een rode sticker op de voorkant en het bijbehorende

kluisnummer erop. Op deze manier heb je ten eerste geen last

meer van rondslingerende mandjes en ten tweede hoef je nooit

meer je kluisnummer te vergeten (tenzij je je mandje onverhoopt

kwijtraakt)! Mocht je je kluisnummer toch vergeten, dan moet je

naar de receptie toe, die een speciale sleutel heeft om alle kluisjes

open te maken. Echter moet je eerst een zeer uitgebreide beschrijving

geven van je jas, tas en andere spullen die in je kluisje

liggen. Dit om diefstal te verkomen.

de ub

Goed, eindelijk heb je je mandje volgestouwd met spullen die

je wilt meenemen voor een lange dag studeren en dan komt het

tweede spektakel in de UB: het zoeken van een goede werkplek.

Bij de trap van de begane grond hangt een groot tv-scherm met

een plattegrond van de computers op de eerste en tweede verdieping.

Wanneer de computers vrij zijn, worden deze met een

groene kleur aangegeven, wanneer ze bezet zijn is de kleur van

de computers rood. Vooral in tentamentijd is het zoeken van

een computer een echte uitdaging. De UB gaat doordeweeks om

half negen ‘s ochtends open en als je pas om half tien komt

aankakken, zijn de meeste computers al vergeven. De beste computers

bevinden zich op de tweede verdieping aan de raamkant.

Dit vanwege de goede lichtinval. Op de eerste verdieping is er

beduidend minder licht en een hele dag in tl-licht werken achter

de computer is niet heel bevorderlijk voor jezelf en je eventuele

studieresultaten. Zelf heb ik sinds enige maanden nog een andere

heel lichtvolle én rustige plek gevonden: de computerlokalen

op de eerste verdieping. Deze kunnen echter gereserveerd zijn

voor colleges of door andere studenten (dus mocht je, vooral in

tentamentijd, echt een computer nodig hebben, reserveren die

handel!). De computers in deze lokalen zijn wel iets langzamer in

het opstarten dan andere computers, maar hebben wel een eigen

koptelefoon om ter ontspanning muziekjes te luisteren. Ook is er

een RSI-programma geïnstalleerd waardoor je na twee uur typen

een verzoek krijgt om door te gaan of niet. En anders sluit de

computer automatisch af. Wanneer je meer dan een half uur weg

bent geweest logt de computer ook uit, net zoals bij alle computers

in de UB. Ik kan mij nog herinneren dat sommige studenten

de hele middag gingen pauzeren en een schrift of boek op het

toetsenbord hadden gelegd, zodat de computer toch bleef werken.

Met dit systeem is daar een einde aan gekomen en is de kans

dat wanneer je net iets meer dan een half uur weg bent geweest

om pauze te houden, iemand anders achter jouw computer zit.

Wel zo rechtvaardig! Het is handiger als je je laptop meeneemt.

Beneden bij de receptie kun je een code vragen, waardoor je in

het hele gebouw wireless kunt internetten. Op elke verdieping

zijn speciale laptopplekken gemaakt met extra stopcontacten.

Ook bestaan er speciale laptopkluisjes, zodat je, wanneer je even

pauze gaat houden, niet je laptop hoeft mee te slepen naar de

kantine.

Als je wilt leren en je hebt geen computer nodig, zijn er volop

werkplekken, over het gehele gebouw verspreid. Als echte geograaf

zat ik altijd op de derde verdieping, in de buurt van de

boeken van sociale geografie. Mijn uitzicht echter bestond altijd

uit de rode kaften van Norusis, beter bekend als de SPSS-statistiekboeken.

Altijd dacht ik ‘hoe groot is de kans dat ik hier de

komende maanden/jaren nog zit’. Ik zat weliswaar op de derde

verdieping, op de ‘geografenafdeling’ , maar in de wandelgangen

staat de derde verdieping beter bekend als de ‘Albertusafdeling’.

Als echte Vindi zou ik eigenlijk op de tweede moeten zitten, aangezien

de ongeschreven regels zeggen dat dit de Vindicatafdeling

is. Maar ik vond de derde wel prettig, omdat je hier juist niemand

kent en echt kan leren in plaats van paraderen op de gang en heel

belangrijk doen. Ondanks de bordjes ‘Híer praten stoort ons!’,

‘Híer graag stilte’ of ‘Graag doorlopen’ wordt er namelijk heel

wat afgebeld en gesocialized op de gangen. In de UB is het dan

ook voor een groot deel zien en gezien worden. Verder kent de

derde verdieping ook het Aquarium. Als je binnenkomt op de

derde en vervolgens naar rechts gaat en weer naar rechts kom

je in een aparte zaal omringd door ramen. Ik denk dat hier de

term ‘aquarium’ vandaan komt. In het Aquarium zitten echter

vooral veel mensen van Aegir. Aquarium, water, roeien, de link

is snel gelegd. Kom je nog een verdieping hoger, dan bevind je

je op de vierde. Hier zitten veel Dizkartianen of studenten die

écht hard moeten blokken en geen tijd meer hebben om te zien

en gezien te worden. Een nadeel van deze verdieping is dat het

zomers onder de schuine daken bloedheet wordt. Ondanks deze

verschillende verdiepingen met verschillende studenten afkomstig

van bepaalde verenigingen, ben ik er door de jaren heen achter

gekomen dat elke verdieping schilderijen kent met een letter

van het alfabet erop. Deze beginnen onderaan met de letter A

en eindigen op de vierde verdieping met de letter Z (hoe verrassend!).

Zo kent de tweede verdieping bij de ‘relaxte’ computers

aan de raamkant een schilderij met in het wit erop de letter I

erop. Deze is echter nauwelijks zichtbaar door het witte doek. De

derde verdieping waar ik altijd hard zat te leren bood mij uitzicht

op de letter R. Naar mijn idee kennen weinig studenten dit lettersysteem.

In plaats van te zeggen ‘ik zit op de derde en dan tussen

de boekenkast door bij de lange tafels aan het raam’ zou je dus

gewoon kunnen zeggen ‘ik zit bij de letter R’.

Naast deze openbare ruimtes kun je ook een studiehok (maximaal

een week van tevoren) reserveren. Vervolgens haal je de

sleutel op bij de portiers beneden in ruil voor je studentenkaart

(deze krijg je later terug). In het studiehok is aan de muur een

lange tafel vastgemaakt en er staan twee stoelen. Hier kun je in

alle rust leren of met z’n tweeën de stof nog eens goed doornemen

zonder anderen lastig te vallen door je gepraat.

Na zo anderhalf uur hard leren ben je wel toe aan pauze. Je gaat

dus naar boven, naar de kantine. Vroeger kende de kantine lelijke

stoeltjes, aftandse tafels en een veel te groot rokershok. Nu

rook ik niet, maar heb ik één keer de fout gemaakt om me vijf

minuten in dat hok te begeven. De hele dag heb ik zo’n vieze

rooklucht om mij heen gehad. Sinds de verbouwing van 2007

is dit rookhok verdwenen en kan er alleen nog gerookt worden

op het dakterras. Verder zijn er overal witte tafels en stoelen en

barkrukken aan hoge tafels neergezet. Ook kent de kantine aan

de zijkant paarse banken en is er veel gebruik gemaakt van houttinten.

Het voelt nu echt aan als een plek om even tot rust te

komen, gezellig pauze te houden met vrienden of even de UK

of SK te lezen. Zomers is het heerlijk vertoeven op het dakterras,

hoewel sommige studenten hier zo rood als een kreeft weer

vandaan komen. Insmeren dus! Verder kun je in de kantine ook

pinnen, dus mocht je geen veertig cent bij je hebben voor de koffie,

kun je toch gewoon afrekenen. Ideaal! Vaak vul ik nog even

m’n flesje aan met water bij de wc’s. Op de derde verdieping heb

ik gemerkt dat het water het koudst is.

Over de wc’s gesproken, ik ben erachter gekomen dat op elke

verdieping wel op minstens één deur van het damestoilet ‘I love

Niels Bakker’ staat gekrast. Nu ken ik deze beste man en wanneer

ik aan zijn donkere lokken en reebruine ogen denk, ben ik

het hier zeker wel mee eens! Overigens weet ik uit betrouwbare

bron dat bij de mannen wc’bs vooral vrouwennamen staan. Verder

schijnen (heb ik via via via gehoord) vooral de gehandicaptenwc’s

ook voor andere doeleinden gebruikt te worden. Maar

let op: na vijftien minuten gaan deze wc’s automatisch open…

Gelukkig worden de waterclosets grondig schoongemaakt en

hangen de schoonmakers dan ook een bordje op de deur dat

ze aan het schoonmaken zijn. Je kan trouwens de wc’s niet eens

bereiken als ze aan het schoonmaken zijn, want ze stallen hun

schoonmaakwagen pal voor de ingang.

Goed, genoeg gekkigheid op de welbekende stok. In de UB kun

je natuurlijk ook boeken lenen. Het heet tenslotte niet voor niets

universiteitsbibliotheek. Doordeweeks kun je via de catalogus van

de RUG of op speciale computers die op elke verdieping staan,

boeken reserveren. Als je dit voor vijf uur ‘s middags doet, kun

je deze boeken (vaak nog) tot half zes dezelfde dag ophalen. Op

zaterdag is de uitleenbalie open tot half één en hier geldt dat

je tot twaalf uur boeken kunt reserveren en deze tot half één

kunt ophalen. Naast de uitleenbalie bestaat ook speciale uitleenautomaten

waarbij je zelf de boeken kunt lenen. Ook wanneer

je boeken gereserveerd hebt terwijl ze nog uitgeleend zijn, kun

je de boeken ophalen in de UB (als ze hier ook behoren te liggen).

Thuis krijg je automatisch op een wit velletje of per e-mail

bericht dat het betreffende boek is af te halen. Ook wanneer de

boeken weer ingeleverd moeten worden, krijg je hier bericht van.

Je hoeft overigens de boeken niet per se in de UB in te leveren.

Dit mag ook in andere bibliotheken van de RUG. Normaal gesproken

is het maximum aantal boeken dat je mag lenen 30, maar

wanneer je bijvoorbeeld bezig bent met je scriptie wordt dit aantal

verhoogd naar 50. Let wel op dat je je boeken op tijd verlengt

of inlevert, want een boete bestaat eerst uit vijftig cent, maar dit

loopt snel op. Wanneer je vijftig boeken te laat hebt ingeleverd

kost dit je tenminste 25 euro. Zonde van je geld.

De UB is overigens elke werkdag open vanaf half negen ‘s ochtends

tot tien uur ‘s avonds. In het weekend vanaf tien uur ‘s

ochtends tot vijf uur ‘s middags, behalve in tentamenperiodes.

Dan hangen grote spandoeken in de gang bij binnenkomst, die

melden dat de UB in het weekend geopend is van tien uur ’s

ochtends tot tien uur ‘s avonds. Na een dag hard ploeteren hoor

je altijd tien minuten voordat de UB sluit het volgende door de

speakers: ‘Over tien minuten gaat de UB haar poorten sluiten.

Houd hier alstublieft rekening mee’. Voordat deze boodschap

echter medegedeeld wordt, is eerst de bekende mededelingentoon

te horen. Helaas kan ik deze toon niet goed beschrijven,

behalve dat deze voor de rest van de dag door je hoofd blijft

galmen…

Tot slot wil ik nog een kleine anekdote kwijt. Op een dag heb

ik een heuse brandoefening meegemaakt. Via de speakers werd

vermeld dat je je spullen achter moest laten en dat je je zo snel

mogelijk naar de dichtstbijzijnde nooduitgang moest begeven.

Op deze manier kom je op plaatsen waar je in je eerdere UBjaren

nog nooit was geweest. Binnen een kwartier stond de hele

massa buiten. Deze brandoefening gaf toch zeker wel een gouden

randje aan mijn UB-carrière!

20 · girugten september 2010 eerstejaarseditie · 21


eerstejaarseditie

docentenoverzicht

De docenten van onze faculteit; een aantal zul je er vast al

zijn tegen gekomen tijdens de introductiedagen, tijdens het

college, of op het Zerniketerrein. Is een docent een rasechte

Groninger en is hij al jaren aan de faculteit verbonden,

of is een docent pas net nieuw in de stad, het Noorden, of

in het vak , op deze pagina’s worden alle docenten die colleges

geven in het eerste jaar aan je voorgesteld. Je vindt

hier de belangrijkste informatie over hun vakken, functies,

projecten en onderzoeken, maar ook over hun (vroegere)

carrière en hun afkomst. Doe er je voordeel mee, en verwerk

(stiekem) deze persoonlijke informatie in één van je

werkstukken. Wie weet maak je dan een goede beurt, want

het zal een beetje geograaf niet koud laten als hij zijn geboorteplaats

of iets dergelijks voorbij ziet komen.

Dr. J.R. Beaumont

Vak(ken): Ruimtelijke planning: the urban challenge (SGP & TP, 1b.

Justin Beaumont (1973) was born in Welwyn Garden City, in

the United Kingdom. He is currently Assistant Professor in the

Planning Department of our faculty. From November 2009 he

will give the new first year course, Ruimtelijke Planning: the urban

challenge that introduces a range of urban topcis via a variety of

media. His has expertise in the following topics: urban geographies;

urban governance and politics; socio-spatial (in)justice in cities;

postsecular cities/ urbanism; and faith-based organizations

in Europe. He is currently developing new research on; (1) cities

with success in Europe; and (2) postsecular spaces in the city in

the UK and The Netherlands.

Dr. A.E. Brouwer

Vak(ken): Economische geografie 1 (SGP & TP, 1a).

Aleid Brouwer is universitair docent bij de basiseenheid Economische

Geografie. Zij zal in het eerste jaar Economische Geografie:

Grote theorieën en actuele thema’s verzorgen, samen met

dhr. Sijtsma. Daarnaast is zij in het eerste jaar betrokken bij Inleiding

Wetenschappelijk Onderzoek. in latere jaren kun je haar

krijgen voor . Economische Geografie: Ruimtelijke Innovatie en

Evolutie en Demografie van Bedrijven. Natuurlijk kun je ook

bij haar afstuderen voor je Bachelor- of Masterthesis. Het onderzoek

van Brouwer richt zich onder andere op FDI (Foreign

Direct Investment), internationale (re)locatie, bedrijfsheterogeniteit

en gedragseconomie. Brouwer is in 2005 gepromoveerd

in de Ruimtelijke Wetenschappen op een bedrijfsdemografische

onderwerp en aansluitend werkte zij als universitair docent bij de

vakgroep International Economics & Business, ook bij de RuG.

In haar vrije tijd bemoeit zij zich met provinciale politiek en wijkontwikkeling.

Drs. M. de Bakker

Vak(ken): Ruimtelijke informatiekunde: data en cartografie (SGP & en

TP, 2a).

Marien de Bakker werd in 1958 geboren in Wageningen. Na zijn

studie fysische geografie aan de Vrije Universiteit Amsterdam

heeft hij zich verdiept in het gebruik van geografische informatie

systemen. Vooral de educatieve aspecten, toepassingen van de

ruimtelijke informatiekunde (GIS en cartografie) en het management

van geoinformatie hebben zijn interesse. Hij is de coördinator

van het Centrum voor Ruimtelijke Informatiekunde CRIG

van de faculteit.

Henk Oosterhoff en Marien de Bakker verzorgen samen het

eerstejaarsvak Ruimtelijke Informatiekunde: Data & Cartografie

Drs. H.C. Diederiks

Vak(ken): Algemene sociale geografie (SGP, 1a); Inleiding wetenschappelijk

onderzoek en wetenschappelijk presenteren (SGP & TP, 1b); Geografie en

planologie van Nederland (SGP, 2b); Regio in kwestie: China (SGP, 2b).

Chris Diederiks heeft na zijn middelbare school in Emmeloord

net als jullie gekozen voor een studie aan de Faculteit Ruimtelijke

Wetenschappen. Na zijn afstuderen (zijn scriptie ging over de

effecten van de vergrijzing op de toeristische sector) heeft hij

de Lerarenopleiding Aardrijkskunde gedaan. Vervolgens heeft

hij een aantal jaren op verschillende middelbare scholen gewerkt

totdat hij de kans kreeg om aan de slag te gaan als docent in de

bacheloropleiding SG&P. Diederiks houdt erg van Groningen,

en heeft dan ook al in veel delen van de stad gewoond. Zijn vrije

tijd besteedt hij graag aan reizen en wielrennen. Veel SG&P’ers

zullen al met hem te maken hebben gehad bij Algemene Sociale

Geografie en tijdens de busrit naar Appelscha. Alle eerstejaars

FRW zullen hem in het eerste jaar ook tegenkomen bij Inleiding

Wetenschappelijk Onderzoek. Daarnaast geeft hij het SG&P-vak

Regio in kwestie: China.

Dr. ir. T. van Dijk

Vak(ken): Ruimtelijk ontwerpen: regionale strategieën (TP, 1a); Ruimtelijk

ontwerpen: practicum (TP, 2b).

Terry van Dijk (1975) verzorgt twee vakken (regionale strategieen

en practicum; beide in je eerste jaar) in de nieuwe ontwerplijn

van Technische Planologie. Hij heeft bij zijn aanstelling vorig

jaar de bijzondere opdracht meegekregen om het belang van het

ontwerp binnen de planologie te benadrukken in het onderwijs.

Hij studeerde in Wageningen, promoveerde in Delft, deed een

NWO-PostDoc onderzoek in Wageningen en is nu dus universitair

docent bij ons. Heeft veel in het buitenland onderzoek

gedaan, met name naar ingrepen in agrarische structuur en bescherming

van open ruimte tussen grote steden - daarover heeft

hij veel gepubliceerd. Van Dijk onderzoekt nu vooral de verleidingskracht

van regionale ontwerpen: wat doet een ontwerp met

mensen, hoe ze kijken naar hun regio, hoe beïnvloedt een ontwerp

hun beslissingen?

Prof. dr. J. van Dijk

Vak(ken): Economie (SGP & TP, 2b).

Jouke van Dijk (1956) is hoogleraar Regionale Arbeidsmarktanalyse

en verschijnt om die reden vaak in het Dagblad van het

Noorden. Hij is in 1981 afgestudeerd aan de economische faculteit

en richtte zich in zijn proefschrift op ‘Migratie en Arbeidsmarkt’.

Als onderzoeker houdt hij zich (volgens zijn website)

bezig met ‘… arbeidsmarktvraagstukken als werkloosheid, werkgelegenheid,

migratie en arbeidsmarktbeleid…’. In het eerste jaar

komen jullie hem samen met prof. dr. Strijker tegen bij economie.

Dit vak is van belang om micro- en macro-economische

processen op geografische vraagstukken te kunnen toepassen in

de rest van de bachelor.

Dr. P.D. Groote

Vak(ken): Culturele geografie (SGP, 1a).

Peter Groote werd in 1962 geboren in het Friese Oosterwolde,

maar groeide op in Stadskanaal, in de Groninger veenkoloniën.

Hij studeerde in 1988 aan onze eigen faculteit af in de regionale

geografie op een afstudeeronderzoek naar de stedelijke planning

in Lahore, Pakistan. Na zijn afstuderen verhuisde hij binnen het

WSN-gebouw naar de Economische Faculteit, waar hij in 1995

zijn dissertatie over investeringen in infrastructuur in de negentiende

eeuw verdedigde. Vanaf 1996 is hij weer terug op het oude

nest, waar hij vooral cursussen culturele en politieke geografie

verzorgt. Toch kruipt het bloed nog steeds waar het niet gaan

kan, zodat hij nog steeds graag bijklust in de cultuurhistorie en

de economische geschiedenis. In het eerste jaar heeft hij samen

met prof. dr. Huigen het vak Culturele Geografie.

Dr. T. Haartsen

Vak(ken): Geografie en planologie van Nederland (SGP, 2b).

Net als Chris Diederiks en Annemieke Logtmeijer is ook Tialda

Haartsen geboren en getogen in de Noordoostpolder. Na haar

studie Regionale Geografie (nu Culturele Geografie) aan onze

Faculteit is zij, via wat omzwervingen richting onder andere het

Arctisch gebied, als promovendus bij de FRW terecht gekomen.

Haar promotieonderzoek ging over veranderingen in gebruik,

eigendom en beelden van het platteland. Sinds eind 2002 werkt

ze als universitair docent bij Culturele Geografie. In het eerste

jaar verzorgt ze samen met Chris Diederiks en Annemieke Logtmeijer

het vak Geografie en Planologie van Nederland, inclusief

excursie. Onderdeel daarvan is natuurlijk een bezoek aan het

wonderschone Flevoland!

Prof. dr. P.P.P. Huigen

Vak(ken): Culturele geografie (SGP, 1a).

Paulus Petrus Philippus Huigen is hoogleraar Algemene Sociale

Geografie, in het bijzonder de Regionale Geografie. Hij geeft jullie

het vak Culturele Geografie, samen met dr. Groote. Huigen

is geboren en getogen in het midden van het land, en behaalde

in 1979 zijn doctoraalbul Sociale Geografie in Utrecht. Hier promoveerde

hij in 1986 op onderzoek naar bereikbaarheid in Zuidwest

Friesland. Hij werkte als docent aan de Faculteit Ruimtelijke

Wetenschappen te Utrecht tot 1995. Toen nam hij het besluit

om het in Groninger te proberen, aangezien Noord-Nederland

al geruime tijd trok. De specialiteit van Huigen was plattelandsgeografie,

inmiddels heeft hij zich op het terrein van de Culturele

Geografie begeven.

Prof. dr. I. Hutter

Vak(ken): Population and development (SGP & TP, 1b).

Inge Hutter werd in 1959 geboren in het Drentse Oosterhesselen.

In 1988 studeerde ze af in Niet-westerse Demografie aan

de RUG en in de Culturele Antropologie aan de Universiteit van

Utrecht. Ze verrichtte veldwerk in Kameroen. Haar proefschrift

verdedigde ze in 1994, met onderzoek naar de gezondheid van

moeder en kind in India. Begin negentiger jaren verrichtte ze

daartoe veldwerk van twee jaar in Dharwad, een kleine stad in de

staat Karnataka. Tijdens de daaropvolgende jaren was ze werkzaam

als postdoc onderzoeker en universitair hoofddocent bij de

Basiseenheid Demografie. India werd (en wordt) nog vele malen

aangedaan: voor onderzoek, colleges en het vertalen van een

onderzoek naar een voorlichtingscampagne. Naast India werden

ook Bangladesh en Zuid-Afrika regelmatig bezocht. Deze

internationale oriëntatie vindt zij terug bij de Basiseenheid Demografie,

door de aanwezigheid van vele buitenlandse masterstudenten,

promovendi en postdoc onderzoekers. In het eerste

jaar verzorgt zij het vak Population and development samen met

Marieke van der Pers.

Prof. dr. ir. P. Ike

Vak(ken): Ruimtelijk ontwerpen: bouwen (TP, 1b); Ruimtelijk ontwerpen:

practicum (TP, 2b).

Paul Ike werd in 1949 in Groningen geboren. Na het behalen

van het HBS-B diploma aan het Heymans-lyceum in Groningen,

ging hij Weg- en Waterbouwkunde studeren aan de HTS, eveneens

in zijn geboortestad. Na zijn dienstplicht is hij naar Delft

vertrokken om Civiele Techniek te gaan studeren aan de Technische

Universiteit aldaar. Hij studeerde af in de richting Civiele

Planologie, Verkeerskunde en Verkeersbouwkunde. Na zijn afstuderen

heeft hij drie jaar als onderzoeker aan de Universiteit in

Delft gewerkt. Vervolgens is hij als docent en onderzoeker bij de

faculteit komen werken, aanvankelijk op het gebied van de milieuplanning.

Later heeft hij zich meer gericht op de planning van

infrastructuur en ontgrondingen. Hij promoveerde op het onderwerp

‘de planning van ontgrondingen’. Hij is thans bijzonder

hoogleraar in de Technische Planologie. In het eerste jaar zullen

jullie hem tegenkomen bij de TP-vakken Ruimtelijk Ontwerpen:

Bouwen en het vak Ruimtelijk Ontwerpen: Practicum. Hij is de

opleidingsdirecteur voor de bachelor SG&P en de bachelor TP

en tevens secretaris van de examencommissie van de bachelor

Technische Planologie.

Dr. W.J. Meester

Vak(ken): Statistiek 1 (SGP & TP, 2a).

Wim Meester werd in 1953 in Heerenveen geboren en groeide

op in Akkrum. Hij studeerde aan onze eigen faculteit, toen nog

Geografisch Instituut geheten, en werkt er sinds 1983. Vanaf het

begin heeft hij zich hier bezig gehouden met onderzoek, in het

bijzonder naar imago’s van vestigingsplaatsen. Later is het onderwijs

er als taak bijgekomen. Jullie zullen hem tegenkomen bij het

vak Statistiek 1.

Dr. L.B. Meijering

Vak(ken): Inleiding wetenschappelijk onderzoek en wetenschappelijk presenteren

(SGP & TP, 1b).

Louise Meijering studeerde regionale geografie aan de RUG. Na

haar promotie heeft ze onder andere aan de Universiteit van Uppsala

gewerkt. Binnen de bachelor geeft ze vooral vakken op het

gebied van methodologie. Daarom zal ze in de propedeuse het

vak Inleiding wetenschappelijk onderzoek en wetenschappelijk

presenteren verzorgen.

22 · girugten september 2010 eerstejaarseditie · 23


eerstejaarseditie

Dr. ir. E.W. Meijles

Vak(ken): Fysische geografie van de wereld (SGP & TP, 2a).

Erik Meijles is geboren en getogen in West-Friesland (Noord-

Holland) en heeft, na zijn middelbare school, Bodem, Water en

Atmosfeer gestudeerd in Wageningen. Hij studeerde af op een

geomorfologische kartering in Costa Rica en op de invloed van

het landbouwbedrijf op de bodemopbouw in Zeeland. Daarna

heeft hij een promotieonderzoek afgerond in Plymouth (UK)

over de gevolgen van begrazing en heidebranden op bodem en

hydrologie van Dartmoor. Vervolgens heeft Erik onderwijservaring

opgedaan bij Milieukunde aan het HBO Van Hall Larenstein

(Groningen/Leeuwarden). Ook heeft hij zich in deze periode gericht

op toepassingen van Geografische Informatiesystemen in

omgevingswetenschappen. Sinds 2007 is Erik werkzaam aan de

faculteit en terug bij zijn favoriete vakgebied: geografie van de

natuurlijke omgeving, alhoewel hij GIS bij tijd en wijlen niet laten

kan. In het eerste jaar verzorgt hij het (vernieuwde) vak Fysische

Geografie van de Wereld.

Drs. H.A. Oosterhoff

Vak(ken): Ruimtelijke informatiekunde: data en cartografie (SGP & TP,

2a).

Henk Oosterhoff is al sinds jaar en dag de GIS-goeroe van de faculteit.

Hij zal in de bachelor haarfijn kunnen uitleggen wat GIS

is en wat je ermee kunt (een uitleg hier is dus overbodig). In het

eerste jaar zal hij studenten enkele cartografische grondbeginselen

en ‘do’s en don’ts’ op het gebied van kaartjes maken leren.

M. van der Pers MSc

Vak(ken): Population and development (SGP & TP, 1b).

Marieke van der Pers studeerde in 2007 af aan onze faculteit. Zij

heeft de Research Master Regional Studies gedaan waarbinnen zij

zich gespecialiseerd heeft in de demografie. Haar scriptie schreef

ze op het NIDI en ging over het gebruik van gezondheidsdiensten

omtrent de zwangerschap en bevalling van zowel ontheemde

als niet ontheemde vrouwen in Sri Lanka. Sinds januari 2008

is zij promovendus aan de afdeling demografie. Met haar promotieonderzoek

wil zij inzicht krijgen in de functie van reproductief

gedrag in het omgaan met het langdurig ontheemd zijn. Je komt

Marieke van der Pers tegen bij het eerstejaarsvak Population and

Development, dat zij samen met prof. dr. Hutter verzorgt.

W. Rauws MSc

Vak(ken): Ruimtelijk ontwerpen: regionale strategieën (TP, 1a); Ruimtelijk

ontwerpen: practicum (TP, 2b).

Ward Rauws, geboren in Lelystad, studeerde in 2009 af op een

onderzoek naar de ontwikkeling van stad-land relaties in Montpellier,

Frankrijk. Sindsdien is hij in dienst bij de faculteit als onderzoeker

en docent bij de basiseenheid Planologie. Hij is betrokken

bij onderzoeken naar peri-urbane gebieden, ruimtelijke

conceptvorming en complexiteit & planning binnen Nederland

en op Europees niveau. In het eerste studiejaar geeft hij college

aan de TP-studenten. Hij is docent bij de vakken Ruimtelijk Ontwerpen:

Regionale Strategieën (1a) en Ruimtelijk Ontwerpen:

Practicum (2b). Daarnaast is hij medeoprichter van het Groninger

Dispuut der Planologen Ekistics.

Prof. dr. G. de Roo

Vak(ken): Ruimtelijke planning: inleiding (TP, 1a).

Gert de Roo (1963) is hooglerar in de planologie en hoofd van de

Basiseenheid Planologie. Hij is verantwoordelijk voor de ontwikkeling

van planologisch onderzoek en onderwijs aan de faculteit.

Veel van zijn onderzoek is gericht op de gevolgen van decentralisatie-,

integratie- en transitieprocessen. Een belangrijk deel van

dat onderzoek betreft de ontwikkeling en de onderbouwing van

beslissingsmodellen, die keuzes kunnen ondersteunen ten aanzien

van ingrepen in de fysieke leefomgeving.

Dr. F.J. Sijtsma

Vak(ken): Economische geografie 1 (SGP & TP, 1a).

Frans Sijtsma (1964) is docent economische geografie bij onze

faculteit. Daarnaast doet hij ook veel werk voor de Faculteit Bedrijfskunde

en Economie.

Prof. dr. D. Strijker

Vak(ken) Economie (SGP & TP, 2b).

Dirk Strijker (1953) is hooglerar Culturele geografie en is verantwoordelijk

voor de Mansholtleerstoel voor Plattelandsontwikkeling.

Hij bekleed veel functies binnen de faculteit: zo is hij voorzitter

van de Basiseenheid Culturele Geografie en voorzitter van

de Faculteitsraad. Zijn interesse ligt vooral op het gebied van het

platteland en kan elke student verbaast doen staan over zijn grote

kennis van namen van kleine gehuchtjes in de Veenkoloniën (zoals

daar is: Gasselterboerveenschemond). Samen met prof. dr.

van Dijk geeft hij het vak Economie in blok 2b.

Niels Rambags is de studieadviseur van de Faculteit Ruimtelijke

Wetenschappen (FRW). Hij volgde in juni 2010 mevrouw

Muntinga op, die met pensioen ging. Tijd voor een

nadere kennismaking!

Wie is Niels Rambags?

Formeel ben ik de studieadviseur van deze faculteit, maar dat

wist je al. En verder kennen collega’s mij als de man met die zuidelijke

tongval die met luid volume door de gangen loopt… en

dan is het wel bekend!

Wat heb je hiervoor gedaan qua studie en werk? En hoe ben je bij de FRW

terechtgekomen?

Toen ik nog op de middelbare school zat, wilde ik al Sociale Geografie

gaan doen in Groningen. Toch maar geen Scandinavische

Talen, want dan heb je weinig kans op werk. Maar Groningen

was wel ver weg voor als ik in het weekend naar mijn ouders

in Brabant wilde. Dus toen ben ik Sociale Geografie in Utrecht

gaan studeren. Maar uiteindelijk ging ik nooit naar mijn ouders,

dus ik had net zo goed hier kunnen studeren! Ik heb veel gedaan

om mijn studie te rekken; zo heb ik gestudeerd in IJsland en

Denemarken, ik heb in het bestuur gezeten van de studievereniging

en in diverse onderwijscommissies gezeten. En toen moest

ik toch maar eens gaan werken. Ik ging aan de slag bij Bureau

Buitenland van de Universiteit Utrecht. Daar organiseerde ik uitwisselingen

voor studenten. Daarna werd ik studieadviseur aan

de Vrije Universiteit, bij Sociale Wetenschappen. Ik vond het heel

leuk om studenten te begeleiden. Ik heb toen ook nog mijn propedeuse

Scandinavische Talen gehaald (Deens). Vervolgens ging

ik samenwonen in Groningen. Dat was wel een grote stap, want

je bent minder mobiel wat het aannemen van een nieuwe baan

betreft dan in de Randstad. Ik kreeg een baan als beleidsmedewerker,

maar daar werd ik erg ongelukkig van. Ik ben gestopt en

gaan werken bij de Lerarenopleiding Talen aan de Noordelijke

Hogeschool Leeuwarden en daarna als studieadviseur bij Biologie

en Farmacie aan de RUG. Toen de vacature voorbij kwam

als studieadviseur bij Ruimtelijke Wetenschappen, was dat voor

mij een unieke kans! Een baan van vier dagen in de week, zodat

ik ook mijn studie Scandinavische Talen nog kan afmaken. En

voorlichting geven vind ik gewoon heel erg leuk!

Zo is het uiteindelijk toch Groningen en Sociale Geografie geworden…

Ja! Ik ben heel erg blij met deze baan. Het is een goede mix van

geografie en activiteiten. Het werken met mensen geeft mij het

meeste energie. Vergeleken met Amsterdam zijn de studenten

hier heel keurig, het is een erg prettige populatie. In Amsterdam

zijn de studenten wat gehaaider. Hier in Groningen zijn ook de

docenten veel toegankelijker, dat maakt het werken voor mij ook

makkelijker.

een kennismaking met:

niels rambags

studieadviseur

Ik hoef eigenlijk al niet meer te vragen waarom je juist voor dit werk

kiest…?

Het is een goede combinatie van denken en doen. Je hebt veel

contact met mensen. Het is goed dat mijn eigen studie niet vlekkeloos

is verlopen, dan kan ik me de problemen van de studenten

beter voorstellen. Je bent hier een spin in het web, je mag alles

doen en je begeleidt studenten vanaf hun zestiende tot aan de

arbeidsmarkt. Ja, je draait hier echt je eigen toko!

Wat doe je graag in je vrije tijd?

Ik studeer dus nog, voor m’n lol. Ik wandel veel langeafstandswandelingen,

ik volleybal, ik zit in het bestuur van de Scandinavische

Vereniging Groningen en geef Deense les aan volwassenen.

Ik heb veel vrienden in Utrecht, dus in de weekenden ben ik op

pad. Ik wil heel veel. Dat typeert me. Daar gedij ik het beste bij.

Ik heb een gunstig mechanisme: ik ben nooit ziek, dus áls ik ziek

word weet ik dat ik even rustig aan moet doen.

Een nieuwe studieadviseur betekent een nieuwe manier van werken. Welke

Niels-dingen kunnen we verwachten?

Ik wil graag een-op-een weten hoe het met studenten gaat, maar

ook hoe het met de hele groep gaat. Ik ga rondvragen hoe het

zit met het nieuwe bachelorprogramma. Een student moet een

duidelijk overzicht kunnen krijgen van wat hij nog moet doen.

Collega’s moeten vast wennen aan mijn rol, want ik wil heel veel

op me nemen. Er zijn gelukkig een aantal studenten die helpen

met voorlichting geven, maar zelf doe ik dat ook heel graag. En

ik wil heel laagdrempelig zijn, zodat studenten makkelijk binnen

kunnen komen.

Met wie zou je graag eens een kopje koffie drinken?

Hmm, dat is een moeilijke vraag. Heb je die zelf bedacht? Ik weet

het niet. Misschien met iedereen wel! Ieder persoon heeft iets

heel boeiends. Nee, ik kan zo niet één iemand bedenken. En als

ik dat zou willen, zou ik er gewoon werk van maken!

Wat wil je verder nog kwijt aan de nieuwe eerstejaars?

Oei, dan moet ik goed nadenken want er komt een BSA aan

(Bindend Studie Advies, red.). Ik zou zeggen, haal het optimale

uit je studietijd! Volgens mij is deze studie prima te doen en kun

je daarnaast genieten van sport en cultuur.

24 · girugten september 2010 eerstejaarseditie · 25

- door wietske wilts -


facultaire organisaties

Beste eerstejaarsstudent,

Als je voor het eerst gaat studeren zul je merken dat er veel

verschillen zijn tussen de middelbare school en de universiteit. Er

komt een heleboel op je af. Een belangrijk verschil is de grote

mate van zelfstandigheid die je hebt op de Faculteit Ruimtelijke

Wetenschappen (FRW). Maar die zelfstandigheid wordt óók van

jou verwacht: veel dingen moet je zelf regelen, zoals boeken kopen,

inschrijven voor vakken en naar college gaan.

Het is echter niet mogelijk om alles binnen de FRW zelf te regelen:

en daarvoor bestaat Pro Geo. Deze stichting wordt bestuurd

door vijf studenten en probeert de belangen van alle studenten

aan de faculteit zo goed mogelijk te behartigen. Omdat dit misschien

nogal vaag klinkt een paar voorbeelden van wat Pro Geo

(dus ook voor jou!) doet:

- Pro Geo probeert klachten van studenten over de FRW op te

lossen. Bijvoorbeeld als een docent niet komt opdagen, een collegezaal

overvol is, een tentamen de stof niet dekt of een docent

zijn afspraken niet nakomt, dan kun je met deze klacht naar Pro

Geo stappen. Hierover nemen wij dan contact op met de docent

of met de Opleidingscommissie (zie onder). Zo kun je bovendien

anoniem blijven als je dat wilt. Op www.progeo.nl/klachten

of via de e-mail kun je ons bereiken.

- Ook kan Pro Geo vragen beantwoorden met betrekking tot

je opleiding. Voor advies en voorlichting kun je dus ook bij ons

terecht. Omdat we net als jij student zijn, zijn we vaak goed op

de hoogte van wat er speelt bij vakken.

- Pro Geo controleert de kwaliteit van het onderwijs aan de FRW.

Dit gebeurt onder andere in de Faculteitsraad (F-raad), die zeggenschap

heeft over de onderwijsprogramma’s. De vijf bestuursleden

van Pro Geo zitten samen met vijf personeelsleden in de

F-raad. Ongeveer vijf keer per jaar vergadert dit orgaan over belangrijke

zaken binnen de FRW. Via verkiezingen in mei wordt de

F-raad ieder jaar samengesteld.

- Daarnaast stuurt Pro Geo de Onderwijscommissies (OC’s) aan:

elke opleiding heeft er een. In een OC evalueren enkele studenten

en docenten de vakken van een vorige periode. Ook voor

komend jaar zijn we weer op zoek naar een eerstejaarsstudent

SG&P en eerstejaarsstudent TP. Begin september kun je je hiervoor

inschrijven.

- Pro Geo organiseert samen met Ibn Battuta de boekenverkoop

voor studenten in september en een Carrièredag waarop ouderejaarsstudenten

kunnen kennismaken met de arbeidsmarkt.

- Jaarlijks organiseert Pro Geo de FRW Onderwijsprijs voor de

beste docent aan de faculteit. Met deze prijs proberen we docenten

te inspireren om interessante colleges te geven.

Dit zijn slechts enkele voorbeelden van waar Pro Geo zich mee

bezig houdt Meer informatie kun je vinden op de website of via

een mailtje. Natuurlijk kun je ook een praatje maken met één van

de bestuursleden van Pro Geo.

Website: www.progeo.nl

E-mail: info@progeo.nl

Bestuur Pro Geo 2010-2011:

pro Geo ibn battuta

vlnr: Nienke Boneschansker (penningmeester), Pieter Meijer (secretaris),

Melanie Bakema (voorzitter), Gwenda van der Vaart (commissaris OC’s)

en Laura Been (vice-voorzitter).

Beste eerstejaars,

Geo promotion

Op het moment dat je dit nummer leest, heb je ongetwijfeld een

hoop nieuwe indrukken opgedaan. Na alle examenfeesten, reizen,

introductie dagen en een hoop praatjes zie je waarschijnlijk

door de bomen het bos niet meer. Toch wil ik jullie voorstellen

aan Stichting Geo Promotion.

Geo Promotion is een stichting die bij de Faculteit Ruimtelijke

Wetenschappen hoort en jaarlijks een inhoudelijk congres organiseert.

Dit congres gaat over een actueel thema. Op het congres

zijn de laatste jaren tussen de 150 en de 200 mensen afgekomen.

Dit zijn zowel studenten als mensen uit het bedrijfsleven, het

onderwijs en het overheidswezen. Deze combinatie, samen met

prominente sprekers uit diverse vakgebieden, maakt het congres

zeer interessant. Zowel experts als ‘groentjes’ in het thema kunnen

op het congres interessante dingen leren en boeiende mensen

spreken.

De organisatie van het congres ligt in handen van het stichtingsbestuur.

Dit bestuur bestaat doorgaans uit vier tot zes studenten

van de Faculteit Ruimtelijke Wetenschappen. Dit jaar hebben de

volgende personen zitting in het stichtingsbestuur:

Kristan Margry - Voorzitter

Bas van der Swaluw - Vice-voorzitter

Peter van der Ven - Secretaris & Commiss. Interne Betrekkingen

Jeroen Bakker - Penningmeester

Herman Nienhuis - Commissaris Externe Betrekkingen

Lijkt dit congres je wat? Houd dan de website www.geopromotion.nl

in de gaten voor meer informatie. Het congres zal plaatsvinden

op vrijdag 13 mei 2011. Houd deze datum dus vrij in je

agenda!

Mis het niet, Geo Promotion Congres 13 mei 2011!!!

Actueel, veelzijdig en hip!

Beste eerstejaars,

Inmiddels zijn jullie al een tijdje bezig met studeren aan de Faculteit

Ruimtelijke Wetenschappen. Een mooie faculteit die veel

te bieden heeft voor elke student. Deze faculteit heeft ook een

faculteitsvereniging; namelijk Ibn Battuta. Niet I.B.N. maar Ibn,

wat ‘zoon van’ betekent. Ibn Battuta betekent dus “de zoon van

Battuta”. Het is de naam van een Marokkaanse ontdekkingsreiziger,

die in de veertiende eeuw op zijn kameel 120.000 kilometer

heeft afgelegd. Hij is één van de grondleggers van de geografie.

Maar wat doet de vereniging Ibn Battuta eigenlijk? De vereniging

organiseert leuke, studiegerelateerde en gezellige activiteiten. Zo

beginnen we elk studiejaar met een introductiekamp, maar we

doen nog veel meer. Hiervoor hebben we een bestuur en verschillende

commissies en werkgroepen die voor alle leden van

Ibn Battuta verscheidende activiteiten organiseren. Afgelopen

jaar is er bijvoorbeeld een lezing geweest over duurzame ontwikkeling

en was voor een andere lezing dhr. Hans van der Vlist, de

secretaris generaal van VROM, te gast. Er zijn daarnaast ook veel

dagexcursies waarmee je interessante projecten of plekken binnen

en buiten Groningen bezoekt. Vorig jaar hebben we onder

andere een bezoek gebracht aan het provinciehuis in Groningen

en zijn we in Amsterdam geweest om de bouwwerkzaamheden

aan de Noord/Zuidlijn te bezichtigen. Naast dagexcursies hebben

we ook meerdaagse excursies. De buitenlandse excursie ging

dit jaar naar Kroatië en Bosnië-Herzegovina en de korte buitenlandse

excursie bracht ons in Hamburg. De wintersport en de

liftwedstrijd zullen je ook een gezellig tijd bezorgen. EGEA organiseert

daarnaast nog uitwisselingen met geografiestudenten in

andere steden in Europa. Naast de vele studiegerelateerde activiteiten

zijn er ook veel sociale activiteiten, zoals sporttoernooien,

activiteiten voor eerstejaars, barbecues, en natuurlijk de borrels

en feesten. Elke drie weken is er op dinsdagavond een borrel

in café ’t Pleidooi. Het is er altijd erg gezellig en drinken kan er

tegen een gereduceerd tarief.

Naast vele jaarlijkse activiteiten vindt er dit jaar een heel speciaal

evenement plaats, namelijk het 10e lustrum van de vereniging.

Dit betekent dat Ibn Battuta in 2011 al 50 jaar bestaat. Omdat

een halve eeuw een hele tijd is, vieren we van 6 tot en met 15

mei het lustrum. Deze 10 dagen zullen in het teken staan van het

thema ‘ongeëvenaard’. Het beloven prachtige dagen te worden

met allerlei uiteenlopende activiteiten.

Ibn Battuta heeft ook zijn eigen huiskamer in het Duisenberggebouw,

hier kun je elke dag een lekkere bak koffie of thee halen en

tussen 10 en 14 uur is er altijd iemand van het bestuur aanwezig.

Dus heb je een vraag, of gewoon zin in een gezellig praatje en

een bak koffie, kom eens langs!

Lijkt het je leuk om mee te gaan met activiteiten van Ibn Battuta,

schrijf je dan in via de site of het mededelingenbord bij de huiskamer.

Wil je naast je studie ook actief worden in één van de

commissies of werkgroepen van Ibn Battuta, kijk dan eens op de

site of vraag een bestuurslid.

Website: www.ibnbattuta.nl

E-mail: bestuur@ibnbattuta.nl

student-lid fb

Pro Geo

Van links naar rechts:

Thomas Kokshoorn Commissaris Externe Betrekkingen

Reinhilde Schmit Secretaris

Christianne Wouters Vice-voorzitter

Luuk Huttenhuis Voorzitter

Moniek Daggenvoorde Penningmeester

Tim van Huis Commissaris Interne Betrekkingen

Mijn naam is Luuk Stelder en ik ben komend

jaar het student-lid van het faculteitsbestuur

(FB). Als studentlid van het

faculteitsbestuur heb ik een adviserende

functie tegenover het bestuur en praat

mee over allerlei zaken die er spelen op

de faculteit, variërend van onderwijsprogramma’s

tot huisvestinging. Hierin is in

de eerste plaats mijn visie vanuit de studenten

van belang. Hoe ver sommige beslissingen ook van de

studenten af lijken te staan, uiteindelijk zullen ze bijna altijd een

gevolg hebben voor jullie. Mijn taak is vooral om na te denken

wat voor, misschien onbedoelde, gevolgen beslissingen voor jullie

kunnen hebben en hoe we hier beter mee om kunnen gaan.

Verder onderhoud ik veel contact met de studentenfractie in de

faculteitsraad, maar ook met andere studentenorganisaties die

binnen onze faculteit actief zijn, zodat deze optimaal kunnen

functioneren binnen onze faculteit.

Mocht je ideeën hebben over de verbetering van onderwijs aan

de faculteit of vragen over facultaire zaken kun je mij altijd een

mailtje sturen. In ieder geval kan ik je dan vertellen waar je in de

faculteit met je plannen het meest bereiken kunt.

L.stelder@student.rug.nl

26 · girugten september 2010 eerstejaarseditie · 27


uit het buitenland - lund, zweden

Van januari tot juni 2010 heb ik in Lund gestudeerd en vakken gevolgd voor mijn bachelor SG&P. Lund?! Ja, Lund, een klein

universiteitsstadje met 90.000 inwoners in het zuiden van Zweden. Zowaar een echte fietsstad, maar dan met fietsen van mindere

kwaliteit dan in Groningen en een iets heuvelachtigere omgeving. Lund ligt op een interessante locatie; dertien minuten met de

trein verwijderd van Malmö, de derde stad van Zweden en in een uurtje ben je met dezelfde trein in Kopenhagen dat via de zestien

kilometer lange Sontbrug inmiddels al tien jaar rechtstreeks met Zweden verbonden is. Indirect al veel langer. Lund ligt in Skåne,

een gebied in het meest zuidelijke puntje van Zweden. Het gebied is in het verleden lange tijd door de Denen veroverd geweest

en daar zie je in het landschap nog het een en ander van terug. Zo is de kleine heuvel op het universiteitsterrein in Lund de stille

getuige van wat eens een Deens fort is geweest.

Bij ons in Nederland is Skåne ook wel bekend als het land van Nils Holgersson, vanwege de gelijknamige kinderserie die in onze

jeugd (jaren negentig) werd uitgezonden. Deze serie is geïnspireerd op een boek dat Selma Lagerlöf in 1906 over de jongen schreef

en dat oorspronkelijk was bedoeld om de Zweedse jeugd op een speelse manier de aardrijkskunde van het land te leren. In Zweden

kom je Nils nu nog dagelijks tegen op zijn gans op het twintig kronen briefje (ca. 2 euro).

De grootste stad in Skåne is Malmö. Het is een mooie stad, maar zelf vond ik Kopenhagen interessanter. Bijzonder opvallend is

het gebied Christiania in de stad. Eigenlijk is het een semi-onafhankelijke enclave die in de jaren zeventig is ontstaan na de kraak

van een oude militaire kazerne door hippies. Tegenwoordig kan je er makkelijk een jointje kopen, maar enkele malen per maand

valt de politie binnen om de softdrugs te verwijderen. Verder wordt het gekraakte gebied gedoogd en vooralsnog met rust gelaten.

Hoe de inwoners van Christiania zelf over hun ‘thuisland’ denken, wordt duidelijk als je het gebied weer verlaat. Op de achterkant

van de ingangspoort staat de boodschap: “You are now entering the EU”. Vanaf de kerktoren vlakbij Christiania heb je een goed

overzicht op de ommuurde enclave die zich bevindt op een hele centrale plek in de stad. Als geograaf/planoloog lik je bijna je

vingers af bij de gedachte van wat je allemaal met het gebied zou kunnen doen mocht het ooit leeggehaald worden en klaar zijn

voor stedelijke herinrichting. We wachten af.

Terug naar Zweden. Het mooie aan een Erasmuservaring in het buitenland is dat je naast je studiewerkzaamheden genoeg tijd

hebt/kunt nemen om rond te reizen en het land van verblijf te leren kennen. In Zweden is veel te zien, maar je moet wel goed

rekening houden met de grote afstanden die je soms moet afleggen. Zo had ik zelf de afstand Lund-Stockholm zwaar onderschat

en bleek het ongeveer even ver van elkaar af te liggen als Groningen en Berlijn. Dit was echter nog niets vergeleken met de reis die

ik naar Kiruna heb gemaakt in het noorden van Zweden. Hemelsbreed is dit stadje in Lapland 1400 kilometer van Lund verwijderd

(iets verder dan Groningen – Barcelona).

Kiruna is een mijnstadje waar sinds 1900 ijzererts wordt gewonnen. Doordat er steeds dieper geboord moet worden en de mijnschacht

schuin onder de stad ligt, heeft men er nu last van verzakking. De Zweedse oplossing voor dit probleem: in de komende

dertig jaar wordt Kiruna volledig verplaatst inclusief de 18.000 inwoners, kerk, station en ziekenhuis. Ik stond er zelf wel even van

te kijken, maar dit is dus mogelijk in een land waar men ruimte genoeg heeft en blijkbaar ook genoeg geld voor zo’n grote operatie.

Naast de functie als mijnstad is Kiruna steeds meer in trek bij toeristen. Vlakbij Kiruna ligt het ijshotel, een van Laplands grootste

trekpleisters dat elke winter wordt opgebouwd uit het ijs van het nabijgelegen meer en vervolgens in de zomer weer smelt. Je kan

er slapen, trouwen of een drankje doen in de ‘icebar’ waar je je alcoholische versnapering drinkt uit een ijsglas, dat ook afkomstig

is uit het meer.. Daarnaast kunnen toeristen in de omgeving op sneeuwscooters rijden, ijswanden beklimmen en in een hondenslee

afreizen naar voor auto’s onbegaanbare plekken zoals een traditioneel dorpje van de Saami, zoals de Lappen zichzelf liever noemen.

Je kan hier zelfs overnachten, al moet wel je eigen hout hakken en zorgen dat het vuur in de hut ’s nachts niet uitgaat, maar

dan is het prima vertoeven.

Inmiddels slaap ik weer in mijn eigen bed in Groningen, maar in gedachten reis ik soms nog af naar Zweden en bezoek ik allemaal

bijzondere plekken. Net zoals Nils Holgersson, maar dan zonder gans. Al zou dat best mooi zijn zo vanuit de lucht, dat had die

jongen toch best goed bekeken.

Nienke Boneschansker

Vierdejaars Sociale Geografie & Planologie

More magazines by this user
Similar magazines