we zijn geen machines - Schone Kleren

schonekleren.be

we zijn geen machines - Schone Kleren

wilden lid worden van een vrije vakbond,

besloten hadden dit niet te doen uit vrees hun

werk te verliezen.

Eén van de in juli 2001 geïnterviewde arbeiders

was al 4 maand met gedwongen verlof van

onbepaalde duur. Begin maart 2001 was hem en

63 andere arbeiders verteld dat er voor hen geen

werk meer was omdat de bestellingen waren

verminderd. Alhoewel er op dat moment slechts

een kleine minderheid van de arbeiders van de

fabriek lid was van een onafhankelijke vakbond

waren 45 van de 63 arbeiders die werkloos werden,

lid van een onafhankelijke vakbond en 4

waren bestuursleden van de vakbond. Op het

einde van de maand werden die arbeiders

ontslagen. Met uitzondering van twee aanvaardden

allen een ontslagpremie. De geïnterviewde

arbeider was één van de twee die tegen hun

ontslag protesteerden en daarom verlof van

onbepaalde duur kregen met een verminderd

loon in afwachting van een oplossing van de

zaak. Hij was ervan overtuigd dat de fabriek

probeerde om de invloed van de onafhankelijke

vakbond te verminderen door een disproportioneel

groot aantal van de leden ervan te ontslaan.

De arbeider legde zijn geval voor aan het

Indonesische Ministerie van Arbeid, maar dat

nam een beslissing in het voordeel van de fabriek.

Jammer genoeg kan men er niet op vertrouwen

dat de Indonesische administratie en het gerecht

in dit soort zaken zonder vooroordelen optreden.

Tijdens de dictatuur van Soeharto spanden

rechters en ambtenaren dikwijls samen met

werkgevers om de vakbondsrechten te onderdrukken,

met de motivering dat het wenselijk is

een investeringsklimaat te behouden dat de fabrieksproductie

ertoe aanzet om in Indonesië te

blijven. Alhoewel er een proces van democratische

hervorming op gang is gekomen, blijft de

gehechtheid aan de regels van de rechtsstaat

zwak. Het Jaarlijks Rapport van 2001 van

Amnesty International noteert dat in Indonesië

“de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht

nog altijd ondermijnd wordt door corruptie en

inmenging vanwege de regering. 5 .

Terwijl de arbeider protesteerde tegen zijn

afdanking wegens een “activiteitsdaling” wierf

de fabriek meer dan 30 nieuwe arbeiders aan,

maar weigerde die arbeider werk. In januari 2002

rapporteerden vakbondsmilitanten van de fabriek

dat hij zijn strijd uiteindelijk had opgegeven en

een ontslagpremie had aanvaard omdat “de weg

te lang was” en hij niet langer in staat was de

beslissing aan te vechten.

Een andere, in juli 2001 geïnterviewde, arbeidster

van dezelfde fabriek was ook met gedwongen

verlof van onbepaalde duur, in dit geval als

gevolg van een incident in april 2001. Volgens

haar maakten zij en een vriendin zich zorgen over

het feit dat een lijnopzichter die de reputatie had

brutaal en agressief te zijn tegenover de arbeiders,

aangesteld werd op hun afdeling. Ze beslisten

een formele klacht in te dienen tegen zijn

aanstelling.

Maar vooraf begon al een gerucht te circuleren

dat ze van plan waren de arbeiders aan te zetten

om de productie te vertragen uit protest tegen

de aanstelling. De arbeidster ontkende dat ze

ooit die bedoeling had gehad. Ze werd ondervraagd

door de bedrijfsleiding en ervan

beschuldigd de arbeiders ertoe aan te zetten

zo’n slecht werk af te leveren dat op een dag

80% van de productie afgekeurd had moeten

worden. Volgens de arbeidsters was dit een

valse beschuldiging. Ze stelde dat er op die dag

slechts 13 van in totaal 300 geproduceerde

stukken afgekeurd werden. De arbeidster is

ervan overtuigd dat zij en de andere bij het incident

betrokken arbeidsters het mikpunt werden

omdat zij de reputatie hadden op te komen voor

de rechten van de arbeiders. Zij en haar vakbond

legden haar zaak voor aan het Centrale Comité

voor Regeling van Arbeidsgeschillen (P4P) bij het

Indonesische Ministerie voor Arbeid. Het comité

nam een beslissing in het nadeel van de arbeidster

en ze werd ontslagen.

Met de toelating van die arbeidster schreef de

auteur tussen juli en november 2001 een aantal

keren een brief naar Nike waarin hij de onderneming

vroeg om toestemming te geven voor een

onafhankelijk onderzoek van deze zaak, om er

zeker van te zijn dat ze niet onterecht ontslagen

was. Nike ging niet in op het verzoek om een

onafhankelijk onderzoek. Het verklaarde in de

plaats dat Nike stafleden de zaak zouden onderzoeken.

De onderneming heeft een aantal

verdere vragen van de auteur om informatie te

bekomen over dit intern onderzoek, genegeerd.

Indien Nike het ernstig meent met de waarborg

dat arbeiders die opkomen voor hun rechten,

niet zullen worden gediscrimineerd, dan had de

onderneming logischerwijs een onafhankelijk

onderzoek door een geloofwaardige controle-

5 Het Jaarlijks Rapport van Amnesty International 2000 beschreef de rechterlijke macht in Indonesië als “zwak en corrupt”.

13

More magazines by this user
Similar magazines