we zijn geen machines - Schone Kleren

schonekleren.be

we zijn geen machines - Schone Kleren

De recente vermindering van het overwerk heeft

de nieuwe loonsverhoging verder teniet gedaan.

Zoals in het vorige hoofdstuk vermeld, zijn de

arbeiders afhankelijk van het inkomen voor overwerk

om in hun basisbehoeften te voorzien en

wat spaargeld over te houden. In juli 2001

meldde een ongehuwde arbeidster die in een

gratis verblijfplaats van de fabriek woonde dat ze

met haar premie voor overwerk sommige maanden

tot Rp. 100.000 (US$ 9,70) kon sparen. In

januari 2001 reageerden zes deelnemers aan

een groepsinterview van de dezelfde fabriek op

de vraag hoeveel ze konden sparen, met ironisch

gelach. In plaats daarvan vertelden ze dat ze nu

tegen het eind van de maand, voordat hun maandelijks

loon uitbetaald werd, geld moesten lenen.

De situatie is het ergst voor arbeiders met

kinderen. De ontoereikendheid van hun loon maakt

het voor hen uitermate moeilijk om hun gezin te

onderhouden. In sommige fabrieken kunnen ongehuwde

arbeiders die bereid zijn om met acht op

één kamer te leven, hun voordeel doen met het

gratis logement op de fabriek. Die keuze is er niet

voor arbeiders met een gezin. Achtentwintig per

cent van de voor het Global Alliance rapport geïnterviewde

arbeiders waren ouders. Dat rapport

bevatte de volgende paragraaf:

Wanneer in de groepsinterviews aan de arbeiders

werd gevraagd waarom sommigen

ongelukkig waren, meldden enkele jonge ouders

dat ze niet samenleven met hun kleine

kinderen. Die arbeiders verklaarden dat ze

wegens het gebrek aan goedkope kinderopvang

en de hoge kosten voor onderwijs in de

wijde omtrek van Jakarta, verplicht waren hun

kinderen achter te laten bij de familie in hun

geboortedorp. (Center for Societal Development

Studies 2001, p.20).

Eén van de doelen van dit onderzoek was een

idee te krijgen van welk percentage Nike en

Adidas arbeiders gescheiden van hun kinderen

moeten leven en op welke manier dat een impact

heeft op hen en hun gezinnen. Ongeveer 28%

van de arbeiders in Nike onderaannemers in

Indonesië zijn ouders (Center for Societal

Development Studies 2OO1, p. 20). Aan de 35

arbeiders die ofwel werden geïnterviewd of die

deelnamen aan groepsinterviews, werd gevraagd

het percentage ouders in hun fabrieken te schatten

die zich verplicht zagen hun kinderen bij familieleden

te plaatsen in hun geboortedorp. Dertig

schatten dat meer dan de helft hun kinderen

achterlieten in hun dorp. Van de rest schatte er

één de helft, een ander 40% en de andere drie

vonden het moeilijk een schatting te maken, maar

zeiden dat het er “heel veel” waren 8 .

De meeste arbeidsters in deze situatie kunnen

zich slechts veroorloven om hun kinderen om de

één tot zes maanden te bezoeken, afhankelijk

van de afstand tussen de fabriek en het dorp. De

meeste arbeiders van andere eilanden dan Java

zien hun kinderen eens om de paar jaar. Een

arbeider had een dochtertje van drie jaar, en hij

en z’n vrouw konden haar slechts eenmaal per

maand zien. Natuurlijk vonden ze de scheiding

uitermate pijnlijk. Alle arbeiders zeiden dat indien

hun loon voldoende zou zijn om in de basisbehoeften

van een gezin te voorzien of indien de

fabriek voor kinderopvang zou zorgen, de

meeste arbeiders ervoor zouden kiezen hun

kinderen bij zich te houden.

Tegenwoordig nemen arbeiders die hun kinderen

bij zich houden, een enorme financiële last op

zich. Een arbeider had een zoon van een jaar en

vertelde dat hij een lening moest aangaan om

het levensonderhoud van zijn vrouw te bekostigen

die voor de baby zorgde. Tussen de maandelijkse

betaaldagen moeten ze dikwijls voedsel

kopen op krediet. Een andere arbeider die in juli

2001 werd geïnterviewd, had een zuster die ook

op de fabriek werkte en een zoontje had van drie

jaar. Ze bevond zich in een zeer moeilijke financiële

situatie. Ze moest een buurvrouw Rp.

60.000 per maand betalen om voor haar zoon te

zorgen en moest besparen op basisvoedsel om

melk te kunnen kopen voor het kind. Eén van de

ongehuwde arbeiders verklaarde dat de

armoede van zijn collega arbeiders met een

gezin een té gevoelig probleem was om direct

met hen te kunnen bespreken. Maar uit wat hij

zag hoe ze leefden en hoe weinig ze aten, kon hij

afleiden hoe moeilijk ze het hadden.

6 Het Global Alliance rapport wees erop dat de uurlonen in de 9 fabrieken, die toen varieerden tussen US$ 0,32 en US$

0,42 veel hoger waren dan het gemiddelde uurloon voor Indonesische productiearbeiders in 1999 (US$ 0,17) (Center for

Societal Development Studies 2001, p. 23). Bij het maken van deze vergelijking vergat het te vermelden dat de meeste

Nike fabrieken zich in dicht bevolkte industriële zones bevinden waar de levensduurte en het minimumloon allebei beduidend

hoger zijn dan in de meeste streken van Indonesië.

7 Naar de auteurs beste weten zijn er nog geen officiële cijfers omtrent de recente inflatie van de prijzen voor basisvoedsel

op West-Java.

8 Dit is natuurlijk geen precies cijfer, maar het geeft een algemeen beeld van hoeveel Nike en Adidas sportschoenenarbeiders

zich in Indonesië in die situatie bevinden. Er is meer onderzoek nodig, vooral naar de impact op deze kinderen van het

feit dat ze gescheiden van hun ouders moeten leven.

19

More magazines by this user
Similar magazines