In memoriam Jan Jongepier - Stichting Organum Frisicum
In memoriam Jan Jongepier - Stichting Organum Frisicum
In memoriam Jan Jongepier - Stichting Organum Frisicum
Transform your PDFs into Flipbooks and boost your revenue!
Leverage SEO-optimized Flipbooks, powerful backlinks, and multimedia content to professionally showcase your products and significantly increase your reach.
Het gerestaureerde Hinszorgel (1776) in de Grote Kerk van Harlingen. Foto: Peter van der Zwaag, Groningen.<br />
<strong>In</strong> <strong>memoriam</strong> <strong>Jan</strong> <strong>Jongepier</strong><br />
Per 1 januari 1981 kwam <strong>Jan</strong> <strong>Jongepier</strong> als organist naar<br />
Leeuwarden. <strong>In</strong> december 1979 was Piet Post, titulair<br />
cantor-organist van de Grote of Jacobijnerkerk, plotseling<br />
overleden. Voortvarend werd Jos van der Kooy tot zijn opvolger<br />
benoemd, maar al gauw wilde deze naar Amsterdam<br />
(Westerkerk) in plaats van Leeuwarden. Zonder de<br />
hele benoemingsprocedure over te doen, is daarop <strong>Jan</strong><br />
<strong>Jongepier</strong>, afkomstig uit Purmerend, gevraagd organist<br />
van de Grote of Jacobijnerkerk te worden.<br />
De komst van <strong>Jongepier</strong> bleek een zegen voor Leeuwarden<br />
en Friesland te zijn. Hij heeft in verschillende opzichten<br />
de orgelcultuur in Friesland een geweldige push<br />
gegeven: qua concerten, orgelrestauraties, excursies en<br />
publicaties is door zijn werk het Friese orgellandschap op<br />
de kaart gezet.<br />
<strong>In</strong> tal van artikelen in diverse dagbladen en tijdschriften<br />
is een levensbeschrijving van <strong>Jan</strong> <strong>Jongepier</strong> gegeven.<br />
We gaan niet al zijn prestaties en verdiensten herhalen.<br />
We houden het hier beknopt. <strong>Jan</strong> <strong>Jongepier</strong> werd op 26<br />
februari 1941 te Zaandam geboren. <strong>In</strong> 1957 werd hij benoemd<br />
tot organist van de Grote Kerk in Purmerend. Tot<br />
1971 bespeelde <strong>Jan</strong> er het imposante Garrelsorgel (uit<br />
1742). Overigens is hier sprake van wat <strong>Jan</strong> <strong>Jongepier</strong><br />
een ‘groeiorgel’ noemde: het bevat ouder materiaal en in<br />
de 19 e en 20 e eeuw onderging het enkele wijzigingen. De<br />
Grote Kerk werd in 1854 op dezelfde plaats van een vorige<br />
kerk gebouwd. Hierin kreeg het Garrelsorgel opnieuw<br />
een plaats. <strong>In</strong> 1971 verliet de hervormde gemeente de<br />
Grote Kerk en in 1976 werd het Garrelsorgel gedemonteerd<br />
en bij orgelbouwer Flentrop (Zaandam) opgeslagen.<br />
<strong>In</strong> 2000 is een CD uitgebracht met opnamen uit die tijd<br />
van <strong>Jan</strong> op het Garrelsorgel (VLS SRGP01). <strong>In</strong> 1998-1999<br />
werd de kerk, overgegaan in rooms-katholieke handen,<br />
grondig gerestaureerd.<br />
<strong>In</strong> 1996 is de <strong>Stichting</strong> Restauratie Garrelsorgel Purmerend<br />
opgericht. <strong>Jan</strong> <strong>Jongepier</strong> wordt daarbij als adviseur<br />
aangetrokken. <strong>In</strong> 2003 kan een grote restauratie van het<br />
orgel door Flentrop Orgelbouw worden afgerond. Van het<br />
gerestaureerde en teruggeplaatste orgel, weer bespeeld<br />
door <strong>Jan</strong> <strong>Jongepier</strong>, is in 2006 de CD ‘Bach in Purmerend’<br />
uitgebracht (door de <strong>Stichting</strong> Garrelsorgel Purmerend).<br />
Vanwege de situatie in Purmerend en het feit dat hij inmiddels<br />
aan het Leeuwarder conservatorium werkte, maakte<br />
<strong>Jan</strong> <strong>Jongepier</strong> in 1981 de overstap naar de Grote of Jacobijnerkerk<br />
in Leeuwarden. Toen in 1994 de <strong>Stichting</strong> <strong>Organum</strong><br />
<strong>Frisicum</strong> werd opgericht werd hij naast Theo Jellema<br />
gevraagd adviseur en excursieleider te worden. Daarmee<br />
had de stichting een ‘gouden duo’ binnengehaald. Theo<br />
Jellema leidde de eerste orgelexcursie van <strong>Organum</strong> <strong>Frisicum</strong><br />
in het voorjaar van 1995 te Mantgum en omgeving.<br />
<strong>In</strong> het najaar van dat jaar leidde <strong>Jan</strong> <strong>Jongepier</strong> de<br />
orgelexcursie in Metslawier en omgeving. Van zijn rol als<br />
excursieleider herinneren we ons allemaal niet alleen zijn<br />
orgelspel en dan met name zijn improvisaties, maar vooral<br />
zijn ‘smeuïge’ inleidingen waarbij hij met groot gemak en<br />
in begrijpelijke taal putte uit zijn encyclopedische kennis<br />
van orgels, zowel in als buiten Fryslân.<br />
Dankzij die kennis kon hij in 2004 ook het jubileumboek<br />
van de stichting ‘Vijf eeuwen Friese Orgelbouw’ schrijven.<br />
<strong>In</strong> 2006 stopte <strong>Jan</strong> <strong>Jongepier</strong> wegens het bereiken<br />
van de 65-jarige leeftijd als organist in Leeuwarden. Theo<br />
Jellema, tot dan toe als organist werkzaam in Franeker,<br />
werd tot zijn opvolger benoemd. Geleidelijk wilde <strong>Jan</strong><br />
<strong>Jongepier</strong> een aantal van zijn werkzaamheden afbouwen<br />
om zich vooral op zijn publicitaire werk te kunnen concentreren.<br />
<strong>In</strong> verband daarmee raadde hij het bestuur van<br />
de <strong>Stichting</strong> <strong>Organum</strong> <strong>Frisicum</strong> aan Broer de Witte aan te<br />
trekken als nieuwe excursieleider. <strong>In</strong> 2008 leidde <strong>Jan</strong> <strong>Jongepier</strong><br />
voor het laatst een orgelexcursie van de <strong>Stichting</strong><br />
<strong>Organum</strong> <strong>Frisicum</strong>.<br />
Daarna liet zijn gezondheid dat helaas niet meer toe. <strong>In</strong><br />
de zomer van 2010 voelde hij zich weer fitter en bood aan<br />
de inleidingen in Jistrum en Burgum tijdens de orgelexcursie<br />
in Tytsjerksteradiel (2011) te verzorgen. Het heeft<br />
niet zo mogen zijn. Enige tijd later verslechterde zijn gezondheidstoestand<br />
opnieuw en vervolgens werd de fatale<br />
ziekte van Kahler, een vorm van beenmergkanker, bij<br />
hem geconstateerd. Op zondag 31 juli 2011 overleed hij,<br />
nog voordat de orgelexcursie naar Tytsjerksteradiel had<br />
plaatsgevonden.<br />
JSJ<br />
<strong>Jan</strong> <strong>Jongepier</strong> aan de klavieren van het Müllerorgel (1727) van<br />
de Grote of Jacobijnerkerk in Leeuwarden.<br />
Foto: Ad Fahner, Leeuwarden.
pagina 2<br />
Voorjaarsexcursie <strong>Organum</strong> <strong>Frisicum</strong> eind maart 2012<br />
Orgels van Van Dam en Hinsz in de Friese Noordwesthoek<br />
De voorjaarsexcursie 2012 van de <strong>Stichting</strong> <strong>Organum</strong> <strong>Frisicum</strong> vindt op zaterdag 31 maart plaats in twee gemeenten (Franekeradeel<br />
en Harlingen) gelegen in Noordwest - Fryslân, de zogenaamde “Kleihoek”. ’s Ochtends worden de twee grootste<br />
dorpen van de gemeente Franekeradeel bezocht: Tzummarum (Sint-Martinuskerk) en Sexbierum (de Sint-Sixtuskerk),<br />
’s Middags worden Wijnaldum (Sint-Andreaskerk) en Harlingen (Grote Kerk) behorend tot de gemeente Harlingen aangedaan.<br />
<strong>In</strong> Harlingen wordt de excursiedag afgesloten met een bezoek aan de Grote Kerk waar A.A. Hinsz in 1776 een groot monumentaal<br />
orgel bouwde met twee manualen, een vrij pedaal en in totaal 34 stemmen. Dit orgel werd na een ingrijpende reconstructie<br />
in de jaren 2010 – 2011 vorig najaar weer in gebruik genomen. Al met al een bijzonder interessante excursie waarbij<br />
de orgelbouwers Hinsz en Van Dam de toon zetten, maar ook oudere en eigentijdse orgelbouwers een inbreng hebben.<br />
Van Damorgel (1877-78) met de door H.R. Stoet ontworpen kas in de Sint-Martinuskerk van Tzummarum.<br />
Foto: Johan Sjoukema, Leeuwarden.<br />
Tzummarum<br />
Op de kwelderwal tussen Sexbierum en<br />
Minnertsga vestigden zich de eerste bewoners<br />
vanaf ongeveer 200 na Christus. Zij wierpen er terpen<br />
op om droge voeten te houden. De hoogste<br />
terp op deze kwelderwal is die van Tzummarum<br />
(4,20 meter boven N.A.P.). Rond 800 ontstond hier<br />
permanente bewoning. De invloedrijke Fries Tjedmar<br />
vestigt zich er. Zijn woonstede werd Tjedmarhiem<br />
genoemd: het huis en erf van Tjedmar. Hiervan<br />
is Tzummarum afgeleid.<br />
<strong>In</strong> de middeleeuwen werd in Tzummarum een tufstenen,<br />
romaanse kerk gebouwd. <strong>In</strong> de jaren 1875-<br />
1878 was deze kerk zó vervallen, dat ze werd afgebroken<br />
en vervangen door de huidige neogotische<br />
kerk naar een ontwerp van de bekende Leeuwarder<br />
architect H.R. Stoett. De bouw heeft heel veel<br />
geld gekost. Pas in 1911 zijn de laatste schulden<br />
door de kerkelijke gemeente afgelost. Bij de sloop<br />
van de middeleeuwse kerk zijn veel kostbare gebeeldhouwde<br />
banken verloren gegaan. Oude familiewapens<br />
en grafzerken zijn gelukkig bewaard<br />
gebleven en liggen nu in de toren. De laatgotische<br />
toren is ouder dan de kerk en dateert uit het begin<br />
van de 16e eeuw. De imposante toren - volgens<br />
kenners één van de mooiste in Friesland – heeft<br />
vier geledingen met spits- en korfboognissen en<br />
een ingesnoerde spits. Deze spits verving in 1876<br />
het zadeldak. De toren herbergt een schitterende<br />
klok uit 1531 van de bekende gieters Gerard van<br />
Wou en Johan ter Stege. De klok werd 16 jaar na<br />
een verwoestende tocht in 1515 van troepen van<br />
de Hertog van Saksen, bekend als de Zwarte<br />
Hoop, gegoten en ingewijd door de abt van Lidlum,<br />
Johannes Keppel. Een gedicht op de klok<br />
herinnert aan deze plundertocht.<br />
<strong>In</strong> 1951 werd het kerkinterieur – na wijzigingen<br />
door een plaatselijke timmerman – er niet mooier<br />
op. Zo werd het tongewelf verborgen achter een<br />
verlaagd plafond. Enkele elementen uit de bouwtijd<br />
van de kerk verdwenen. Het orgel, oorspronkelijk<br />
boven de kansel, werd toen door Bakker &<br />
Timmenga verplaatst naar de torenzijde. Voor dat<br />
doel werd een wand aangebracht die de kerkruimte<br />
kleiner maakte. De relatie tussen orgel<br />
en kansel werd daardoor helaas verbroken en in<br />
1978 bij de orgelrestauratie door Jos Vermeulen<br />
niet hersteld. Gelukkig bleven in 1951 de kansel,<br />
kerkenraadbanken, psalmborden in neogotische<br />
stijl, deuren en een wandbetimmering met neorenaissancedetaillering<br />
voor het interieur behouden,<br />
zodat de inrichting nog voor een groot deel uit de<br />
bouwtijd stamde. Bij de restauratie van 2005-2009<br />
is het interieur opnieuw veranderd. Tijdens deze<br />
restauratie van de hervormde kerk – voortaan protestantse<br />
Sint-Martinuskerk – werd gekerkt in de<br />
gereformeerde kerk uit 1924. <strong>In</strong> het kader van het<br />
PKN-fusieproces werd dat kerkgebouw vervolgens<br />
te koop aangeboden. Na de restauratie van<br />
het dak werd het interieur van de hervormde kerk<br />
‘aangepakt’. Met de doorgevoerde wijzigingen<br />
ging het interieur van 1875-1878 verloren. De oude<br />
preekstoel is er nog wel, maar wordt niet vaak<br />
meer gebruikt. De kosten van de recente restauratie<br />
bedroegen 650.000 euro. Het vernieuwen van<br />
het dak kostte drie ton, de rest is aan de verandering<br />
van het interieur besteed. Met acties werd<br />
70.000 euro opgehaald. Fondsen droegen 46.000<br />
euro bij. Dit was nodig omdat de Sint-Martinuskerk<br />
geen rijksmonument is. De rest werd betaald uit de<br />
verkoop van de gereformeerde kerk en uit de kas<br />
van de kerk zelf.<br />
Van Damorgel<br />
Al vroeg - dat wil zeggen vóór 1580 - is er sprake<br />
van een orgel in Tzummarum. Kerkrekeningen<br />
melden kosten voor de ‘puijstertreder’. Hij bewoog<br />
de balgen van een orgel dat in 1674-’75 werd gebouwd<br />
en later vernieuwd door de bekende Harmen<br />
<strong>Jan</strong>s en <strong>Jan</strong> Harmens Kamp uit Berlikum (zie<br />
ook Wijnaldum). <strong>In</strong> 1821 plaatsten L.J. en J. van<br />
Dam een nieuw orgel met (volgens Broekhuyzen)<br />
twee manualen, een aangehangen pedaal en 14<br />
stemmen in de hervormde kerk van Tzummarum.<br />
Dit orgel werd in 1877 door Van Dam ingenomen<br />
en verkocht aan de gereformeerde kerk in Goes.<br />
<strong>In</strong> 1931 plaatste A.S.J. Dekker dit Van Damorgel<br />
in de hervormde kerk van het Friese Wierum, waar<br />
het zich nog steeds bevindt. Voor de dispositie van<br />
dit orgel uit 1821 raadplege men de encyclopedie<br />
‘Het historische orgel in Nederland’, uitgegeven<br />
door de <strong>Stichting</strong> NivO, het deel 1819-1840.<br />
Het huidige orgel van L. van Dam & Zonen dateert<br />
van 1877-1878. De kas is evenals de kerk neo-<br />
gotisch en werd net als het kerkinterieur door de<br />
rooms-katholieke architect Stoett ontworpen. Enkele<br />
andere orgels van Van Dam met een neogotische<br />
kas staan in het Noord-Hollandse Hoogkarspel<br />
(1866), in Nes op Ameland (met een front uit<br />
1868), én in het Friese Wytgaard (1882). Neogotiek<br />
was in die tijd nog niet erg gebruikelijk in Friesland.<br />
Het werd als rooms-katholiek bestempeld en was<br />
daarom eigenlijk taboe voor de protestantse eredienst.<br />
De laatste wijziging aan het orgel in Tzummarum<br />
dateert van 2009 toen het kerkinterieur opnieuw<br />
werd gewijzigd. Flentrop plaatste in dat jaar<br />
een Dulciaan in Van Damfactuur op de lege sleep<br />
met de naam muette. Het orgel heeft nu 17 stemmen<br />
verdeeld over Hoofdwerk en Bovenwerk. Het<br />
pedaal is aangehangen.<br />
Sexbierum<br />
Er wordt aangenomen dat Sexbierum zijn naam<br />
ontleent aan de heilige Sixtus II, een paus van<br />
Griekse afkomst. Sixtus Il was paus van 257 - 258<br />
na Christus. <strong>In</strong> de geschiedenis komt Sexbierum<br />
onder benamingen voor als: Sixtebeeren (1322),<br />
Sixtiberum (1324), Sexberum (1371) en Zesberim<br />
(1398). De woorden “berum” of “berim” zijn mogelijk<br />
afgeleid van het oudfriese zelfstandige naamwoord<br />
“bere”, dat als betekenis huis of schuur had.<br />
De naam Sexbierum kan dus herleid worden tot<br />
“huizen van Sixtus’.<br />
Sexbierum is een terpdorp, volgens oude kronieken<br />
rond 743 ontstaan op een kwelderwal. Na het ontstaan<br />
in de 9e eeuw van de Middelzee en de Marne<br />
brak voor het terpengebied een periode van grote<br />
welvaart aan. De Friezen waren in de Karolingische<br />
tijd een voornaam handelsvolk in Noord-Europa. De<br />
handelscontacten strekten zich uit tot Scandinavië,<br />
Engeland, Frankrijk en de Rijnstreek. Het terpengebied<br />
exporteerde vooral wollen stoffen.<br />
Vanwege een stijgende zeespiegel werd omstreeks<br />
1200 vermoedelijk de eerste zeedijk aangelegd. <strong>In</strong><br />
het begin zal er sprake geweest zijn van simpele<br />
waterkeringen, maar in de loop der eeuwen werden<br />
de dijken verhoogd en verbeterd. Nu werd<br />
het ook mogelijk buiten de oude kwelderwallen te<br />
wonen. Achter de zeedijk ontstond door aanslibbing<br />
nieuw kwelderland. Dit land bleek de moeite<br />
waard te zijn en al gauw werd er een nieuwe (de<br />
tegenwoordige) zeedijk aangelegd. .<br />
De plaats waar nu de Sint-Sixtuskerk staat, is het<br />
oudste gedeelte van Sexbierum. Het was de hoogste<br />
plaats van de kwelderwal en in verband met<br />
eventuele overstromingen was het niet raadzaam<br />
om op lager gelegen plaatsen te wonen. Sexbierum<br />
zal in die tijd niet meer dan een gehucht zijn<br />
geweest, bestaande uit enkele boerderijtjes waarin<br />
mensen en vee nog in één ruimte leefden en die<br />
om een klein – waarschijnlijk van hout opgetrokken<br />
– kerkje stonden. Sinds de 11e eeuw zullen de<br />
boeren zich geleidelijk hebben gevestigd op het<br />
nieuwe land (aan de noord- en noordwestzijde) en<br />
nog later ook op de kwelders (in het zuiden en aan<br />
de oostkant). Zo verdween met de meeste boerderijen<br />
de akkerbouw uit de dorpskom en kwamen<br />
er andere huizen, waarbij toen ook de eerste ambachtslieden<br />
zich in Sexbierum gevestigd hebben.<br />
<strong>In</strong> de 17e en 18e eeuw lieten rijke heren uit het naburige<br />
Harlingen imposante states in de buurt van<br />
Sexbierum verrijzen. Nog slechts een paar resteren<br />
daarvan.<br />
Kerk en hoofdorgel<br />
De Sint-Sixtuskerk dateert van de 13e eeuw. Toren<br />
en kerk kwamen kort na elkaar tot stand. De<br />
toren valt in het weidse landschap op vanwege<br />
zijn ingesnoerde spits. <strong>In</strong> de toren, die in 1904/05<br />
werd beklampt, hangt een door Geert van Wou en<br />
Johan Schonenborch gegoten klok (1513). De kerk<br />
onderging in de loop der eeuwen diverse veranderingen.<br />
<strong>In</strong> 1866 werd het kerkinterieur gestuct,<br />
waardoor veel oude bouwkundige elementen<br />
Friese orgelkrant<br />
aan het oog werden onttrokken. Buiten zijn in de<br />
noordgevel nog wel de oorspronkelijke 13e-eeuwse<br />
rondboogvensters te zien.<br />
Het interieur van de Sint-Sixtuskerk is niettemin<br />
bijzonder fraai. Dat is vooral te danken aan de Harlinger<br />
houtsnijder–timmerman Johannes George<br />
Hempel. Hij maakte de kansel, het bijbehorende<br />
doophek, de doopbekkenhouder en de tekstborden<br />
in een sierlijke rococostijl. Kuip en klankbord<br />
van de kansel lijken in takken die uit een boomstam<br />
voortkomen, te rusten. Op de preekstoel zijn<br />
bijbelse taferelen herkenbaar. Op het deurtje van<br />
de kansel is de evangelist Johannes te zien. Hij<br />
wijst naar het Lam Gods op een zuil. Predikanten<br />
die de kansel bestijgen, wordt Johannes 17:17 als<br />
richtsnoer voorgehouden. Wie meer over deze<br />
zeer bijzondere preekstoel wil weten, kan bijvoorbeeld<br />
‘Friese preekstoelen’ van Sytse ten Hoeve<br />
raadplegen. Daarin wordt ook de kansel in de kerk<br />
van Wijnaldum uitvoerig besproken.<br />
Het uitbundige meubilair is nog origineel. De lambrisering<br />
zorgt voor een eenheid met de eind 17eeeuwse<br />
herenbanken. Ook de drie beelden op het<br />
hoofdorgel werden door Hempel ontworpen.<br />
De Sint-Sixtuskerk in Sexbierum bezit twee orgels:<br />
ten eerste, een koororgel gebouwd door Pels en<br />
Zn in 1967 met zes stemmen verdeeld over één<br />
manuaal en een vrij pedaal. Het instrument, afkomstig<br />
uit de Christelijke Gereformeerde Ichthuskerk<br />
te Harlingen, verving in oktober 2010 een kleiner<br />
koororgel van Verschueren. Ten tweede, een<br />
hoofdorgel waarvan we een korte geschiedenis<br />
geven.<br />
<strong>In</strong> 1766-1767 bouwde A.A. Hinsz voor de Sint-<br />
Sixtuskerk een orgel met twintig stemmen, twee<br />
manualen en een aangehangen pedaal. Johannes<br />
George Hempel tekende voor de ornamentiek. <strong>In</strong><br />
de 19e eeuw bleef het instrument redelijk goed bewaard.<br />
Het belangrijkste was een verandering van<br />
drie stemmen naar de toen heersende smaak door<br />
Van Dam. <strong>In</strong> 1922-23 kreeg orgelmakerij Bakker &<br />
Timmenga (B&T) de opdracht de originele orgelkas<br />
van een nieuw orgel te voorzien. De windladen<br />
voor het Hoofd- en Zwelwerk, de magazijnbalg<br />
en de mechanieken voor het Hoofd- en Zwelwerk<br />
werden door B&T zelf gemaakt, enige oude materialen<br />
werden hergebruikt en de rest werd nieuw<br />
ingekocht. Het resultaat was niet in alle opzichten<br />
Toren van de Tzummarumer Sint-Martinuskerk.<br />
Foto: Johan Sjoukema, Leeuwarden.
Friese orgelkrant<br />
Het gerestaureerde Bakker & Timmenga-orgel (1922-23) met Hinszkas (uit 1766-67) in de Sint-Sixtuskerk te<br />
Sexbierum. Foto: Johan Sjoukema, Leeuwarden.<br />
bevredigend en in 1949 werden door de firma Pannekoek<br />
en Van der Meulen herstelwerkzaamheden<br />
verricht, waarbij tevens enkele veranderingen<br />
plaats vonden. Dit kwam het orgel echter niet ten<br />
goede. Tot 1995 heeft het orgel zo dienst gedaan.<br />
Daarna moest de kerk behandeld worden tegen<br />
de bonte knaagkever, wat het orgel onbespeelbaar<br />
maakte. Door <strong>Jan</strong> <strong>Jongepier</strong> waren enige jaren<br />
eerder plannen ontwikkeld voor een reconstructie<br />
van het orgel naar de situatie van 1766-1767.<br />
Vijftig procent van het originele pijpwerk werd achterhaald,<br />
de rest zou nieuw naar voorbeelden van<br />
andere Hinszorgels nagemaakt moeten worden.<br />
Deze plannen werden, evenals een compromisvoorstel,<br />
uiteindelijk door de kerkelijke gemeente<br />
afgewezen. Er werd een elektronisch Allanorgel<br />
voor de begeleiding van de gemeentezang tijdens<br />
de erediensten aangeschaft. Men leze hierover de<br />
Friese Orgelkrant 2001 onder ‘Terugblik en vooruitzicht’.<br />
Een voor adviseur <strong>Jongepier</strong> uiterst teleurstellende<br />
gang van zaken.<br />
<strong>In</strong> 2006 nam de zaak een nieuwe wending met<br />
de oprichting van de <strong>Stichting</strong> Behoud Kerkorgel<br />
Sixtuskerk Sexbierum. Als adviseur werd Hans<br />
Fidom aangesteld en in 2009 werd met restauratiewerkzaamheden<br />
een aanvang gemaakt. Deze<br />
orgelrestauratie werd uitgevoerd door Mense Ruiter<br />
Orgelmakers BV uit Zuidwolde (Gr.) en door<br />
Kirchner Orgelbau uit Stapelmoor in Duitsland. Het<br />
ging grotendeels om een conserverende restauratie.<br />
Er vonden bescheiden dispositiewijzigingen<br />
plaats: oorspronkelijk had het Hoofdwerk een viervoets<br />
Gemshoorn, in 1949 werd dit register opgeschoven<br />
naar 2⅔ voet en nu is het een achtvoets<br />
register geworden. De andere wijzigingen vonden<br />
op het pedaal plaats. Dit werd uitgebreid van twee<br />
naar vijf registers. Een Contrabas 16 vt, een Fluitbas<br />
8 vt en een Bazuin 16 vt werden toegevoegd.<br />
De mensuren van deze stemmen werden genomen<br />
naar dezelfde stemmen van Sauerorgels.<br />
De nieuwe pedaalstemmen werden achter het<br />
orgel geplaatst bovenop de balgenkas tegen een<br />
nieuwe achterwand. De zwelkast werd opnieuw<br />
geïsoleerd, zodat deze nu beter werkt. Tenslotte<br />
werd de winddruk van het gehele orgel 92 mm<br />
waterdruk. De officiële heringebruikname vond<br />
plaats in maart 2011. Vergeleken met de dispositiebeschrijving<br />
in ‘Vijf eeuwen Friese Orgelbouw’<br />
is het volgende veranderd: de Gemshoorn op het<br />
Hoofdwerk is een achtvoets register geworden<br />
(dus Gh8 in plaats van Gh4), de tremulant werkt<br />
op het Zwelwerk, niet op het pedaal en nieuw zijn<br />
de pedaalregisters Contrabas 16 vt, Fluitbas 8 vt<br />
en Bazuin 16 vt.<br />
Wijnaldum<br />
Wijnaldum, een dorp met ruim 500 inwoners, bestond<br />
al in de 7e eeuw. <strong>In</strong> de omgeving van Wijnaldum<br />
is archeologisch onderzoek gedaan. <strong>In</strong> dit<br />
gebied bevinden zich de oudste dijken van ons<br />
land. Bij opgravingen hebben archeologen dijken<br />
van vóór het begin van onze jaartelling gevonden.<br />
Het betrof lage dijkjes, die aangelegd waren om<br />
een boerderij of enkele akkers tegen het zoute<br />
zeewater te beschermen. <strong>In</strong> de tiende eeuw werden<br />
grotere gebieden door ringdijken omsloten. Zo<br />
ontstonden de oudste polders van ons land. Na de<br />
bedijking kon de gehele polder in gebruik genomen<br />
worden voor landbouw.<br />
De vorige eeuw kwam het dorp in het nieuws toen<br />
bij een terpafgraving een koninklijke mantelspeld<br />
werd gevonden. Dat hier in de vroege middeleeuwen<br />
een nederzetting geweest is die mogelijk de<br />
residentie van het Friese koninkrijk geweest zou<br />
zijn, veroorzaakte grote opwinding in de archeologische<br />
wereld. Of Wijnaldum (Friese naam: Wynaam)<br />
ook echt een koninklijke ingezetene heeft<br />
gekend, is en blijft de vraag. Dat de speld van een<br />
edelsmid is geweest is, vormt een reële mogelijkheid.<br />
Naast deze speld, de ‘fibula van Wijnaldum’,<br />
is een Arabische zilveren munt (een dirhem) gevonden,<br />
hetgeen duidt op mogelijke handelsactiviteiten<br />
van en met de Vikingen. Andere archeologische<br />
vondsten tonen aan dat Wijnaldum vroeger<br />
een centrum van ambachtelijke activiteiten moet<br />
zijn geweest. De oorspronkelijke kerk uit de 15e<br />
eeuw was gebouwd in laatgotische stijl en gewijd<br />
aan Sint-Andreas. <strong>In</strong> 1864 stortte de toren in waarna<br />
deze werd herbouwd. Vervolgens vond in 1904<br />
opnieuw herbouw van de toren plaats. Het westelijke<br />
deel van de kerk werd toen eveneens herbouwd<br />
en met nieuw materiaal in neogotische stijl<br />
opgetrokken volgens ontwerp van Jurjen Bruns.<br />
<strong>In</strong> 1931 is de kerk onder leiding van de bekende<br />
architect Hendrik Kramer (1850 – 1934) ingrijpend<br />
gerestaureerd, ontpleisterd en opnieuw met oud<br />
bouwmateriaal bekleed. Eén en ander kwam ei-<br />
genlijk op volledige nieuwbouw van de kerk neer.<br />
Het koor is van het schip afgescheiden en voor<br />
nevenruimten ingericht.<br />
Eerder - in de 18e eeuw - werd het kerkinterieur<br />
opgeknapt en verfraaid. Eén van de mooiste interieurstukken<br />
uit die tijd is de preekstoel, uit 1726 of<br />
1728. De panelen zijn fraai gesneden met bijbelse<br />
taferelen. Eén daarvan stelt Christus’ geboorte<br />
voor. Daarbij heeft de stal de vorm van een Friese<br />
boerenschuur gekregen. Het prachtige houtsnijwerk<br />
is van Arjen Lous. Bijzonder aan de preekstoel<br />
is verder een ‘overloop’ zonder hekwerk maar<br />
met een deurpaneel van de kuip ervoor. Deze kanselkuip<br />
heeft gewrongen en omrankte korinthische<br />
hoekzuiltjes. De kansel zorgt samen met de lambrisering,<br />
het doophek met gesneden deur, de 18eeeuwse<br />
heren- en vrouwenbanken (met in sierlijke<br />
Lodewijk XIV-stijl gesneden wangstukken) voor<br />
een indrukwekkend en rijk kerkinterieur. De lichtkronen<br />
in een art déco-achtige stijl zijn vermoedelijk<br />
in 1931 door Hendrik Kramer ontworpen.<br />
Het orgel<br />
Bij de verfraaiing van het interieur in de twintiger<br />
jaren van de 18e eeuw werd de kerk van Wijnaldum<br />
ook verrijkt met een een orgel (1720) van <strong>Jan</strong><br />
Harmens, schoolmeester-organist en orgelmaker<br />
te Berlikum. Van 1725 tot 1747 onderhield <strong>Jan</strong><br />
Franssen (Formstra) uit Zweins het orgel in Wijnaldum.<br />
Daarna deed zijn zoon Johan <strong>Jan</strong>s het onderhoud.<br />
Tot het eind van de 18e eeuw was het<br />
onderhoud vervolgens in handen van verschillende<br />
personen. Rond 1800 kreeg Spoorman het orgel<br />
in onderhoud, tevens verrichtte hij enkele herstelwerkzaamheden.<br />
Uit de beschrijving van Knock<br />
(1788) blijkt dat de dispositie van het orgel sinds<br />
1720 onveranderd bleef. <strong>In</strong> 1836-1837 vond een<br />
ombouw door Willem van Gruisen uit Leeuwarden<br />
plaats. Het orgel kreeg tien stemmen (één meer<br />
dan voorheen), waarbij zes registers van Harmens<br />
opnieuw werden gebruikt. Van Gruisen maakte<br />
vier nieuwe registers, te weten een Fluit Travers<br />
8 vt discant, Fluit d’ Amour 4 vt, een Mixtuur 3-4<br />
sterk en een Trompet 8 vt. Er kwamen bovendien<br />
een aangehangen pedaal en een tremulant. Het<br />
is zo goed als zeker dat de bestaande orgelkast<br />
werd gehandhaafd. <strong>In</strong> 1869 maakte L. van Dam &<br />
Zn uit Leeuwarden het huidige orgel in een slanke<br />
nieuwe kast voor de kerk in Wijnaldum. Uit het<br />
pagina 3<br />
oude orgel werden de windlade uit 1836/37 met<br />
daarop de oude registers uit 1720 en 1836/37 in<br />
aangepaste vorm overgenomen. De Fluit Travers<br />
8 vt discant werd vervangen door een Bourdon 16<br />
vt. Naast het hoofdwerk kreeg het orgel een geheel<br />
nieuw dwarswerk met vier registers en één reservering.<br />
Alle overige onderdelen, zoals de windvoorziening,<br />
de tremulant, het regeerwerk en de<br />
claviatuur, waren nieuw. Het bestaande pijpwerk<br />
werd grotendeels een halve toon opgeschoven<br />
en voor een deel van expressions voorzien. Ook<br />
de trompetbekers werden opgeschoven en wel 2<br />
tonen. Het hoogste octaaf kreeg geheel nieuwe<br />
bekers. Het onderhoud van het nieuwe orgel was<br />
aanvankelijk in handen van de firma Van Dam,<br />
later van Vaas & Bron, eveneens te Leeuwarden.<br />
Voorafgaand aan de grondige kerkrestauratie van<br />
1931 werd omtrent het orgel advies ingewonnen<br />
bij J. Paardekoper, organist van de Grote of Jacobijnerkerk<br />
in Leeuwarden. Hij adviseerde het orgel<br />
te behouden. Daarop werd het orgel door A. Pannekoek,<br />
waarschijnlijk in samenwerking met de<br />
firma Vaas & Bron (opvolger van de firma Van Dam)<br />
gedemonteerd en na de kerkrestauratie weer op<br />
dezelfde plaats als voorheen opgebouwd. Er vond<br />
enig schoonmaakwerk en herstel plaats en het<br />
orgel werd opnieuw geschilderd. Na 1945 kwam<br />
het orgel in onderhoud bij de orgelmakerij Bakker<br />
& Timmenga. Met een korte onderbreking is dat tot<br />
op heden zo gebleven. Onlangs is het orgel onder<br />
advies van Stef Tuinstra gerestaureerd. De restauratie<br />
vond plaats door Bakker & Timmenga uit<br />
Leeuwarden. Op 19 november 2010 werd het orgel<br />
feestelijk weer in gebruik genomen. Het pijpwerk<br />
van het hoofdwerk staat - compact - nog steeds<br />
op de windlade uit 1836/37, die ooit ingepast is geweest<br />
in de kleine orgelkast van 1720. Het metalen<br />
pijpwerk van Harmens is bijna geheel van lood, dat<br />
van Van Gruisen en Van Dam is van een legering<br />
die voor 2/3 deel uit lood en voor 1/3 deel uit tin<br />
bestaat. Vergeleken met de in ‘Vijf eeuwen Friese<br />
Orgelbouw’ is de dispositie van het Hoofdwerk onveranderd<br />
gebleven. Het Dwarswerk heeft in plaats<br />
van een Gemshoon 2 vt een Woudfluit 2 vt (dus<br />
Wf2 in plaats van Gh2). Aan het Dwarswerk werd<br />
op een gereserveerde plaats één nieuw register<br />
toegevoegd, namelijk de Quintfluit 3 vt. Omvang<br />
manualen: C-f3 en omvang van het aangehangen<br />
pedaal: C – d1. Het ging in 2009-2010 dus grotendeels<br />
om een conserverende restauratie. Het<br />
Bord met informatie over de kerk- en orgelrestauratie in Sexbierum. Foto: Johan Sjoukema, Leeuwarden.
pagina 4<br />
Friese orgelkrant<br />
CorpAdv A4 st FC 300dpi_lc.indd 1 24-12-2010 11:08:45<br />
Steun de <strong>Stichting</strong> Alde Fryske Tsjerken<br />
STA STERK VOOR DE FRIESE DORPSKERK<br />
Word donateur van de <strong>Stichting</strong> Alde Fryske Tsjerken<br />
Veel monumentale dorpskerken in Friesland hebben het<br />
moeilijker dan ooit. Tien tallen eeuwenoude kerken dreigen<br />
de komende jaren overbodig te worden. En dan… stilletjes<br />
verval, de slopershamer? Niet als het aan <strong>Stichting</strong> Alde Fryske<br />
Tsjerken ligt. Wij hebben de zorg voor 39 Friese kerken en<br />
twee klokken stoelen op ons genomen. En we hopen dat<br />
vele kerken volgen. Hierbij is uw steun hard nodig. Word<br />
daarom donateur en draag bij aan het behoud van de<br />
Friese dorpskerk.<br />
Kijk voor meer informatie op<br />
www.aldefrysketsjerken.nl<br />
BESTEL<br />
NU!<br />
Martinikerk Bolsward<br />
Orgelconcert door Franse grootmeester<br />
Daniel Roth<br />
(Saint Sulpice, Parijs)<br />
Dinsdag 31 juli, 20.00 uur<br />
Vul deze bon in en word<br />
vriend van de <strong>Stichting</strong><br />
Alde Fryske Tsjerken!<br />
o Ja, ik wil graag een gratis exemplaar ont vang en<br />
van het magazine Alde Fryske Tsjerken.<br />
o Ja, ik word donateur en steun de <strong>Stichting</strong> Alde<br />
Fryske Tsjerken voor minimaal € 17,50 per jaar<br />
en ontvang als welkomst geschenk de DVD<br />
‘Alde Fryske Tsjerken’ (vierdelige tv-documentaire).<br />
Dhr/mevr.: ...............................................................................<br />
Straat: .......................................................................................<br />
Postcode:........................... Plaats: ......................................<br />
Datum: .....................................................................................<br />
Handtekening: ......................................................................<br />
Knip deze bon uit en stuur die in een<br />
gesloten envelop naar:<br />
<strong>Stichting</strong> Alde Fryske Tsjerken<br />
Antwoordnummer 76<br />
8900 WC Leeuwarden<br />
Een postzegel is niet nodig
Friese orgelkrant pagina 5<br />
Het gerestaureerde Van Damorgel (1869) met ouder materiaal in de Sint-Andreaskerk te<br />
Wijnaldum. Foto: Johan Sjoukema, Leeuwarden.<br />
pedaal kreeg voorts een veermechaniek (waardoor<br />
het lichter en zonder ‘bijgeluiden’ speelt). ‘Met haar<br />
ingetogen zingende klank geeft het orgel weer acte<br />
de présence van het grote vakmanschap en de artisticiteit<br />
van de oorspronkelijke makers’, aldus adviseur<br />
Stef Tuinstra.<br />
Het Hinszorgel Grote Kerk van Harlingen<br />
<strong>In</strong> de Friese Orgelkrant van 2007 vindt u een korte<br />
schets van de Harlinger kerkgeschiedenis. Hier beperken<br />
we ons tot de geschiedenis van het orgel in<br />
de Grote Kerk in Harlingen.<br />
We mogen aannemen dat Albertus Anthoni Hinsz<br />
over de plaats en de vormgeving van het orgel met<br />
de architect heeft overlegd. Een vrij unieke situatie,<br />
waardoor Hinsz een perfect in de ruimte passend<br />
instrument kon bouwen. Dat men in Harlingen voor<br />
Hinsz (1704 – 1785) koos is niet zo vreemd: in de<br />
omgeving had hij reeds een aantal goede instrumenten<br />
gebouwd, in Tzum (1764) en in Sexbierum<br />
(1767). Al in 1773 werd een eerste betaling aan<br />
Hinsz gedaan, zodat hij al vroeg met de voorbereidingen<br />
van de eigenlijke bouw kon beginnen.<br />
De bouw verliep voorspoedig en op 11 september<br />
1775 werd op feestelijke wijze de eerste pijp<br />
in het Rugwerk geplaatst door freule Agatha van<br />
Plettenberg. Ruim een half jaar later was het orgel<br />
gereed en op dinsdag 30 april 1776 werd het officieel<br />
in gebruik genomen met zang en instrumenten.<br />
Hinsz kreeg zijn laatste termijn. Ook de Harlinger<br />
houtsnijder-timmerman Johannes George Hempel,<br />
die eveneens de preekstoel zou maken, kreeg<br />
zijn deel. Het orgel had ongeveer 6500 gulden gekost.<br />
De orgeldeskundige Nicolaas Arnoldi Knock<br />
is lovend over het nieuwe instrument en vermeldt<br />
in zijn boekwerk met disposities de details en ook<br />
dat het orgel in kamertoon gestemd is (415 hertz<br />
voor a1).<br />
Andere orgelbouwers<br />
Nadat Hinsz in 1785 overleden was kreeg Albertus<br />
van Gruisen (1741 – 1824) uit Leeuwarden het<br />
onderhoud en vanaf 1811 orgelmakerij L. van Dam<br />
eveneens gevestigd te Leeuwarden. Misschien<br />
had de bouw door Van Dam van het orgel te Midlum<br />
(eveneens 1811) hier iets mee te maken. Maar<br />
in 1815 was Van Gruisen weer aan de beurt. Hij<br />
voerde de eerste herstelwerkzaamheden aan het<br />
orgel uit, waarbij hij onder andere de toonhoogte<br />
op a = 430 bracht door de kapot gestemde bovenranden<br />
af te snijden. Zowel Van Dam als Van<br />
Gruisen bleven in die tijd actief bij het orgel betrokken.<br />
Nadat in de jaren 1840 – 1841 de Harlinger<br />
orgelmaker Melchior Schrage aan het orgel werkte,<br />
kwam vanaf 1842 het onderhoud weer bij Van Dam<br />
terecht. Na een conflict over een te betalen rekening<br />
raakte Van Dam echter het onderhoud kwijt<br />
en constateren we dat de Leeuwarder orgelmaker<br />
Willem Hardorff (1815 – 1899) vanaf 1853 aan het<br />
orgel werkte. Zo werkten na de Duitse Groninger<br />
Hinsz drie bekende Friese orgelbouwers aan het<br />
Harlinger orgel.<br />
Rond 1860 kreeg Petrus van Oeckelen (1792<br />
– 1878) de zorg voor het orgel in de Nieuwe of<br />
Grote Kerk. <strong>In</strong> de latere jaren vijftig en zestig van<br />
de negentiende eeuw bracht van Oeckelen vele<br />
veranderingen aan. Bijvoorbeeld: alle tongwerken<br />
werden vervangen, de toonhoogte ging naar a =<br />
435, Scherp en Sexquialter verdwenen, de Mixtuur<br />
werd afgezwakt, de winddruk werd verhoogd en in<br />
het Rugwerk kwam een aantal “strijkers”. Kortom:<br />
het orgel werd aangepast aan de verlangens van<br />
die tijd. Tot in het begin van de twintigste eeuw<br />
bleef het orgel in onderhoud bij de firma Van Oeckelen.<br />
Vanaf 1910 komt echter de firma Van Dam weer in<br />
beeld en bekend is dat Pieter van Dam uitgebreide<br />
werkzaamheden aan het orgel verrichtte, waarbij<br />
de manualen hoger gelegd werden, het pedaal<br />
vernieuwd werd en een paar registers veranderd<br />
werden. <strong>In</strong> het Rugwerk werd een Voix Célèste geplaatst.<br />
Toen ongeveer twintig jaar later het orgel opnieuw<br />
aan groot onderhoud toe was, werd dit toevertrouwd<br />
aan de firma Johan de Koff (1863 – 1950)<br />
en Johan de Koff junior (1891 – 1976). Opnieuw<br />
werd het pedaal vervangen. Tevens werden mechanieken<br />
en windladen hersteld. Ook vonden<br />
veranderingen in de dispositie plaats, waarbij sommige<br />
registers werden vervangen, andere opgeschoven.<br />
Zeven van de acht tongwerken werden<br />
door nieuwe (waarschijnlijk gemaakt door de Duitse<br />
firma Carl Giesecke uit Göttingen) vervangen.<br />
Alleen de Calcodion op het Rugwerk (een register<br />
van Van Oeckelen) bleef.<br />
Periode na de Tweede Wereldoorlog<br />
Eind jaren vijftig van de vorige eeuw werd de kerk<br />
gerestaureerd. <strong>In</strong>terieur en orgelkas werden toen<br />
groen geschilderd. Het nieuwe verwarmings-<br />
systeem had een slechte invloed op het orgel,<br />
dat daardoor hard achteruit ging. Tussen 1970 en<br />
1981 werden de windladen van het Hoofdwerk en<br />
het Rugwerk gerestaureerd, waarna in 2000 met<br />
een restauratie in twee fasen, zoals door adviseur<br />
<strong>Jan</strong> <strong>Jongepier</strong> was bepleit, werd gestart. <strong>In</strong><br />
de zogenaamde eerste fase vond algeheel technisch<br />
herstel plaats. Flentrop Orgelbouw uit Zaandam,<br />
die inmiddels het onderhoud van het orgel<br />
had gekregen, voerde de herstelwerkzaamheden<br />
uit. Het orgel werd daarvoor (op kas en pijpen na)<br />
gedemonteerd en naar de werkplaats in Zaandam<br />
vervoerd, alwaar mechanisch herstel plaats vond.<br />
Verder werden enige nieuwe pijpen gemaakt en<br />
enkele technische wijzigingen uit de 19e eeuw<br />
weer ongedaan gemaakt. De orgelkas is in deze<br />
fase op sommige punten hersteld en de claviatuur<br />
weer op de oorspronkelijke, lagere plaats teruggebracht<br />
waardoor de lessenaar weer kon worden<br />
gecompleteerd. Het pijpwerk werd opgeslagen op<br />
de orgelzolder van de kerk, alwaar orgeladviseur<br />
<strong>Jan</strong> <strong>Jongepier</strong> het aan een minutieus onderzoek<br />
onderwierp. Dit heeft geresulteerd in een lijvige<br />
beschrijving en inventarisatie van het aanwezige<br />
pijpwerk. Uit deze inventarisatie bleek, dat van de<br />
oorspronkelijke 34 Hinszregisters er nog 22 geheel<br />
of nagenoeg geheel in het orgel aanwezig waren.<br />
De overige 12 registers waren in de loop der tijd<br />
vervangen en niet meer aanwezig. Tijdens deze<br />
eerste fase van de restauratie is aan de dispositie<br />
niets gewijzigd. Dat betekent, dat het orgel na dit<br />
herstel zijn “gemengde karakter” behield.<br />
Met het oog op de tweede restauratiefase diende<br />
voor een klankreconstructie naar 1776 (Hinsz),<br />
1864 (Van Oekelen) of 1938 (De Koff) te worden gekozen.<br />
Op basis van <strong>Jongepier</strong>s bevindingen werd<br />
besloten tot ‘een reconstructie terug naar Hinsz’.<br />
De tweede fase van de orgelrestauratie vond pas<br />
De Sint-Andreaskerk in Wijnaldum. Foto: Johan Sjoukema, Leeuwarden.<br />
in 2010-2011, tien jaar na de eerste fase, plaats.<br />
Bij deze reconstructie, eveneens door Flentrop Orgelbouw<br />
uitgevoerd, werden alle acht tongwerken<br />
door nieuwe vervangen, kwamen er nieuwe klavieren<br />
en een nieuw pedaal in de stijl van Hinsz. De<br />
vijf spaanbalgen werden winddicht gemaakt en er<br />
kwam een nieuwe windmotor. Ook vond wijziging<br />
van de dispositie plaats, waarbij de terugkomst<br />
van de Scherp en de Sexquialter op het Rugwerk<br />
wel het belangrijkste was. <strong>In</strong> feite kwam de dispositie<br />
van 34 stemmen uit 1776 terug. Anders dan<br />
in Sexbierum klinkt het orgel in Harlingen dus nu<br />
weer zoals men denkt dat het ten tijde van Hinsz<br />
geklonken zal hebben. Op 1 oktober 2011 werd<br />
het geheel gereconstrueerde Hinszorgel weer officieel<br />
in gebruik genomen. Helaas heeft <strong>Jan</strong> <strong>Jongepier</strong><br />
die feestelijke gebeurtenis niet meer mogen<br />
meemaken.<br />
De dispositie is nu als volgt:<br />
Hoofdwerk: Prestant 8 voet, Gedakt 16 voet, Baarpijp<br />
8 voet, Holpijp 8 voet, Spitsfluit 4 voet, Cornet<br />
D 3 sterk, Octaaf 4 voet, Quint 3 voet, Woudfluit 2<br />
voet, Mixtuur B/D 4,5,6 sterk, Octaaf 2 voet, Trompet<br />
B/D 16 voet, Trompet 8 voet, Voxhumana 8 voet.<br />
Rugwerk: Prestant 4 voet, Holpijp 8 voet, Quintadeen<br />
8 voet, Nassat 3 voet, Fluit 4 voet, Speelfluit 2<br />
voet, Sesquialter 2 - 4 sterk, Octaaf 2 voet, Scherp<br />
3 – 4 sterk, Dulciaan 8 voet.<br />
Pedaal: Prestant 8 voet, Bourdon 16 voet, Gedakt<br />
8 voet, Quint 6 voet, Octaaf 4 voet, Nachthoorn 2<br />
voet, Bazuin 16 voet, Trompet 8 voet, Schalmey 4<br />
voet, Cornet 2 voet. Omvang manualen : C – f 3,<br />
omvang pedaal : C – d1.<br />
Koppels: Hoofdwerk – Rugwerk (schuifkoppel) en<br />
Hoofdwerk – Pedaal. Afsluiters voor Hoofdwerk,<br />
Rugwerk en Pedaal. Tremulanten op Hoofdwerk<br />
en Rugwerk. Calcantenklok. Toonhoogte : a1= 415<br />
hertz.<br />
Winddruk: 70 millimeter voor het hele orgel. Stemming<br />
volgens Neidhardt.<br />
Wie tot in detail geïnformeerd wil worden over de<br />
orgelrestauratie in Harlingen, die raadplege ‘Reconstructie;<br />
twee eeuwen Hinsz-orgel in de Grote<br />
Kerk van Harlingen’, door Cees van der Poel (orgeladviseur).<br />
Het boek is uitgegeven door de<br />
kerkrentmeesters van de Hervormde Gemeente<br />
Harlingen-Midlum en gedrukt bij Flevodruk Harlingen,<br />
september 2011.<br />
Siebe Reiding & Otto Roelofsen<br />
[met dank aan derden voor door hen verstrekte<br />
informatie]
pagina 6<br />
Friese orgelkrant<br />
Overige activiteiten van <strong>Organum</strong> <strong>Frisicum</strong> in 2012<br />
Eerst even iets anders: sinds 2003 vindt jaarlijks een orgelconcours in de Koepelkerk van Leeuwarden plaats. Meestal in maart<br />
en dat is voor de Friese Orgelkrant een lastige periode. Soms is de uitslag nog niet bekend op het moment dat de kopij bij de<br />
drukker ingeleverd moet worden en over het concours van een volgend jaar valt nog niks te melden. Dit jaar vond het Orgelconcours<br />
Koepelkerk Leeuwarden, zoals het officieel heet, op zaterdag 10 maart plaats. De deelnemers moesten verplicht de<br />
‘Ciaconna e fuga’ van <strong>Jan</strong> Nieland (1903 – 1963) spelen. Het was de tiende en tevens laatste keer dat het gehouden is, reden om<br />
er hier even aandacht aan te schenken. Jochem Schuurman, secretaris van de <strong>Stichting</strong> <strong>Organum</strong> <strong>Frisicum</strong>, won het concours<br />
voor derde achtereenvolgende keer. Een prachtige prestatie. De Koepelkerk wordt door de protestantse gemeente afgestoten.<br />
<strong>In</strong> de zomer gaat de kerk dicht en in de verkoop. Over de vraag hoe het daarna met kerk en orgel zal komen, bestaat alleen<br />
maar onzekerheid. Dit is reden voor de <strong>Stichting</strong> Concerten Koepelkerk geweest het besluit te nemen haar activiteiten te beeindigen.<br />
Daarmee komt niet alleen een eind aan het orgelconcours in de Koepelkerk maar ook aan de orgelconcerten die er<br />
sinds 2002 plaats vonden. Het laatste Koepelkerkconcert vindt plaats op zaterdagavond 7 juli a.s. om 20.00 uur. Daarna is het<br />
helaas Schluss.<br />
Het Wenthinorgel (1785) in de Reginakerk te Zweins.<br />
Foto: Johan Sjoukema, Leeuwarden.<br />
Bij dergelijke ontwikkelingen is het des te meer nodig<br />
dat anderen hun werkzaamheid op orgelgebied<br />
voortzetten. De <strong>Stichting</strong> <strong>Organum</strong> <strong>Frisicum</strong> hoopt<br />
haar activiteiten te continueren, in 2012 en nog<br />
geruime tijd daarna. Om met de voorjaarsexcursie<br />
te beginnen: deze zal dit jaar plaats op zaterdag<br />
31 maart plaats vinden. Tzummarum, Sexbierum,<br />
Wijnaldum en Harlingen worden bezocht. Allemaal<br />
plaatsen waar kerk en/of orgel onlangs zijn gerestaureerd.<br />
Een uitgebreide beschrijving van deze voorjaarsexcursie<br />
vindt u in deze krant vanaf bladzijde 2.<br />
Het donateursconcert vindt plaats op vrijdag 29 juni<br />
– tussen halve finales van het EK voetbal op 27 en<br />
28 juni en de finale op zondag 1 juli – in de Reginakerk<br />
te Zweins. Het orgel wordt bespeeld door<br />
Broer de Witte. Hij kent het orgel goed. Hij is niet<br />
alleen cantor-organist van de protestantse gemeente<br />
in Goutum (bij Leeuwarden), maar ook van<br />
PKN-gemeente Ried e.o. Deze gemeente bezit nog<br />
vier kerkgebouwen (in Ried, Dongjum, Schingen en<br />
Slappeterp), terwijl ze vier andere heeft overgedragen<br />
aan de <strong>Stichting</strong> Oude Friese Kerken (Zweins,<br />
Peins, Schalsum en Boer). Tot enige jaren geleden<br />
begeleidde Broer de Witte daarom regelmatig de<br />
zondagse gemeentezang in Zweins.<br />
Het wordt een bijzonder concert, omdat het niet alleen<br />
maar om een orgelconcert gaat. Aan het donateursconcert<br />
wordt namelijk medewerking verleend<br />
door Hannah de Witte, dochter van Broer. Zij is fluitiste<br />
en speelt dwarsfluit en traverso. De deuren van<br />
de Reginakerk in Zweins gaan om 19.15 uur open.<br />
Van 19.15 tot 19.45 uur is de ‘inloop’ waarbij in de<br />
Het Bakker & Timmenga-orgel (1915) in de Protestantse<br />
Kerk van Nieuwehorne. Foto: Riemer G. van<br />
der Veen, Fenderlee Imaging Leeuwarden.<br />
kerk gratis een kopje koffie of thee verkrijgbaar is.<br />
Om 19.45 uur houdt Broer de Witte een inleiding,<br />
waarbij hij over de geschiedenis van de Reginakerk<br />
en het Wenthinorgel uit 1785 én over het te spelen<br />
programma zal vertellen. Vervolgens kan er voor eigen<br />
rekening nog een kopje koffie of thee worden<br />
gedronken, waarna om 20.30 uur het eigenlijk concert<br />
van Broer en Hannah de Witte begint. Na afloop<br />
van het concert om ongeveer 21.30 uur is er in de<br />
kerk nog een nazit waarbij onder het genot van een<br />
drankje met de concertgevers en toehoorders over<br />
het concert kan worden nagepraat.<br />
Net als in 2011 wordt dit jaar in samenwerking tussen<br />
Tsjerkepaad en <strong>Organum</strong> <strong>Frisicum</strong> weer een<br />
‘orgeltoertocht’ georganiseerd. Deze vindt plaats op<br />
zaterdag 28 juli. Door Jochem Schuurman (orgel) en<br />
Het Van Damorgel (1919) met ouder materiaal in de<br />
Scheuerkas (1858) in de Bonifatiuskerk van Oldeberkoop.<br />
Foto: Johan Sjoukema, Leeuwarden.<br />
Alina Rozeboom (sopraan) wordt in drie kerken in<br />
Zuidoost Friesland een concert van een half uur gegeven.<br />
Het eerste concert vangt om 13.30 uur aan<br />
in de protestantse kerk van Nieuwehorne. Hier zal<br />
tevens een fietsroutebeschrijving worden verstrekt,<br />
zodat de bezoekers zich desgewenst per fiets van<br />
de ene naar de andere concertlocatie kunnen verplaatsen.<br />
Daarna wordt om 15.00 uur geconcerteerd<br />
in de Bonifatiuskerk te Oldeberkoop en het<br />
slotconcert van die middag begint om 16.30 uur<br />
in de protestantse kerk van Noordwolde. Nadere<br />
mededelingen volgen onder andere op de websites<br />
van <strong>Organum</strong> <strong>Frisicum</strong> en van Tsjerkepaad.<br />
De nationale orgeldag vindt, zoals te doen gebruikelijk,<br />
plaats op de tweede zaterdag in september, dat<br />
is in 2012 op 8 september. Net als vorig jaar kunnen<br />
belangstellende organisten zich met behulp van de<br />
computer aanmelden en zich via de website van<br />
<strong>Organum</strong> <strong>Frisicum</strong> zelf inroosteren. Voor donateurs<br />
van <strong>Organum</strong> <strong>Frisicum</strong> kan dit vanaf maandag<br />
14 mei en voor niet-donateurs vanaf maandag 11<br />
juni 2012. Vooraf dient dan wel het bedrag van €<br />
15,00 voor de deelname overgemaakt te zijn naar<br />
banknummer 2377793 van de <strong>Stichting</strong> <strong>Organum</strong><br />
<strong>Frisicum</strong> onder vermelding van postcode en huisnummer.<br />
Pas dan kan men zich via de website aanmelden<br />
omdat die gegevens in een database opgenomen<br />
moeten worden. Bij de inroostering op de<br />
site kan de deelnemende organist zien wanneer in<br />
een kerk gespeeld kan worden. Tot en met zondag 1<br />
juli kan iemand zijn eigen rooster nog aanpassen. Als<br />
er ergens nog een interessant ‘roostergaatje’ blijkt te<br />
zijn, kan men dat dus benutten. Met deze procedure<br />
beogen we een voor ieder optimaal speelrooster.<br />
Op één orgel kan maximaal 30 minuten per persoon<br />
gespeeld worden (dus niet een dubbel blok of<br />
later op de dag nog eens). <strong>In</strong> de tweede helft van<br />
augustus krijgen de deelnemende kerken de ingevulde<br />
roosters toegestuurd. Kerken die niet alleen<br />
aan de nationale orgeldag maar ook aan Tsjerkepaad<br />
meedoen, zijn duidelijk op bladzijde 7 aangegeven.<br />
Belangstellende organisten die zich liever<br />
telefonisch dan digitaal willen aanmelden kunnen<br />
zich op dinsdag 22 mei (donateurs) en dinsdagavond<br />
19 juni (niet-donateurs) van 19.30 tot 21.30<br />
uur via telefoonnummer 058-2153988 opgeven<br />
voor de nationale orgeldag in Fryslân en daarbij<br />
hun voorkeuren voor kerken en orgels aangeven.<br />
Voorlopig is het streven van de <strong>Stichting</strong> <strong>Organum</strong><br />
<strong>Frisicum</strong> het aantal aan de orgeldag deelnemende<br />
kerken zoveel mogelijk te combineren<br />
met aan Tsjerkepaad deelnemende kerken.<br />
Zo doet in 2012 de Sint-Piterkerk te Grou voor het<br />
eerst aan de nationale orgeldag in Fryslân mee. Het<br />
Van Damorgel uit 1853 in deze kerk is pas gerestaureerd.<br />
Daarom zijn kerk en orgel in Grou tevens<br />
opgenomen in de najaarsexcursie van <strong>Organum</strong> <strong>Frisicum</strong>.<br />
Ook de pas gerestaureerde orgels in Sexbierum<br />
en Wijnaldum zijn tijdens de nationale orgeldag<br />
te bespelen.<br />
De najaarsexcursie zal plaats vinden op zaterdag 29<br />
september en zal gaan langs de orgels van Âldeboarn,<br />
Akkrum, Jirnsum en Grou. De orgels zullen<br />
in de aangegeven volgorde worden bezocht. <strong>In</strong> de<br />
Doelhofkerk van Âldeboarn bevindt zich het oudste<br />
Van Damorgel (1779). Het is het eerste orgel dat<br />
door de zelfstandige orgelmakerij Van Dam, die vier<br />
generaties lang – tot 1926 – in Leeuwarden was gevestigd.<br />
De orgels van Akkrum (Van Oeckelen, 1856)<br />
en Grou (Van Dam, 1853) zijn recentelijk gerestaureerd.<br />
Het orgel in Grou is één van de weinige Van<br />
Damogels met een vrij pedaal (zie ook het artikel op<br />
bladzijde 8 van Folkert Binnema over het orgel in de<br />
Haghakerk te Heeg).<br />
De situatie van de derde kerk, de Doopsgezinde<br />
Kerk in Jirnsum, is eveneens interessant. Het gebouw<br />
is net als de vermaningen van de nabij gelegen<br />
dorpen Poppenwier (Poppingawier), Terherne<br />
(Terhorne) en Wergea (Warga) niet meer als kerk in<br />
gebruik en is sinds 2006 particulier bezit. Nog maar<br />
één keer per jaar vindt er een kerkdienst plaats, op<br />
de eerste zondag in september. Tegenwoordig is het<br />
een ‘ontmoetingscentrum’ waar naast curiosa historische<br />
en culturele boeken verkocht worden. Voorts<br />
worden er exposities georganiseerd en soms vindt<br />
er ook een concert plaats. Daarnaast is het een locatie<br />
voor rouw- en trouwdiensten. Aan het eind van<br />
de vorige eeuw is het Bakker & Timmenga-orgel uit<br />
1882 door Nijsse & Zoon gerestaureerd. Deze orgelmakerij<br />
uit Zeeland heeft het orgel ook in onderhoud.<br />
Eigenaresse Alice Jongbloed beoogt met dit gebruik<br />
van het kerkgebouw een passende herbestemming<br />
te realiseren. Het is aan de excursiedeelnemer om te<br />
beoordelen of zij daarin geslaagd is.<br />
Een nieuwe ontwikkeling is de participatie van de<br />
<strong>Stichting</strong> <strong>Organum</strong> <strong>Frisicum</strong> in de organisatie van<br />
het Leeuwarder Orgelfestival. Dit orgelfestival vindt<br />
sinds 2007 in Leeuwarden plaats. De organisatie is<br />
primair in handen van de <strong>Stichting</strong> Orgelconcerten<br />
Grote Kerk Leeuwarden. Theo Jellema is festivalleider.<br />
Elk jaar staat een componist centraal. Dit jaar<br />
is dat de vermaarde (Noord-)Nederlandse componist<br />
<strong>Jan</strong> Pieterszoon Sweelinck. De voorbereidingen<br />
zijn in volle gang. De festivalevenementen worden<br />
dit jaar gespreid en verplaatst. <strong>In</strong> mei en juni geeft<br />
Theo Jellema drie orgelconcerten met werken<br />
van Sweelinck en tijdgenoten. Op zaterdag 8 september<br />
wordt er afgesloten met het slotconcert<br />
van de nationale orgeldag. Dit concert zal worden<br />
verzorgd door Age Freark Bokma uit Berlijn, oorspronkelijk<br />
afkomstig uit Fryslân en oud-leerling<br />
van Theo Jellema. Het programma van het slotconcert<br />
zal ruim tevoren bekend worden gemaakt,<br />
onder andere op de websites www.orgelleeuw.nl en<br />
www.organumfrisicum.nl.<br />
Na het overlijden van <strong>Jongepier</strong> drong zich de vraag<br />
aan het stichtingsbestuur op: ‘Hoe nu verder?’<br />
Het vanzelfsprekende antwoord is, dat de meeste<br />
werkzaamheden die <strong>Jan</strong> <strong>Jongepier</strong> voor de <strong>Stichting</strong><br />
<strong>Organum</strong> <strong>Frisicum</strong> verrichtte, zullen worden<br />
overgenomen door Theo Jellema. De laatste jaren<br />
verzorgde deze in de Friese orgelkrant al de rubriek<br />
‘Veranderend orgellandschap in Fryslân’. Nu wordt<br />
hij ook – zo is besloten – de eerste excursieleider,<br />
dat wil zeggen dat hij alle inleidingen tijdens de orgelexcursies<br />
voor zijn rekening neemt en dat hij bij<br />
elke orgelexcursie tenminste 50% van de orgelbespelingen<br />
zal verzorgen. Jochem Schuurman, Broer<br />
de Witte en Peter van der Zwaag zullen beurtelings<br />
Het Schwartzburgorgel (1740) in de Waalse Kerk te<br />
Leeuwarden. Foto: Ad Fahner, Leeuwarden.<br />
voor het resterende deel van de orgelbespelingen<br />
tekenen.<br />
De fenomenale orgelkennis van <strong>Jan</strong> <strong>Jongepier</strong> was<br />
voor een belangrijk deel gebaseerd op zijn jarenlange<br />
werkzaamheid als orgeladviseur.<br />
Die kennis deelde hij met orgelliefhebbers tijdens<br />
excursies maar vooral via zijn vele publicaties over<br />
orgels. Zijn veelzijdigheid bleek daarnaast ook uit de<br />
vele concerten die hij heeft verzorgd. Al deze facetten<br />
van zijn arbeidzame leven bieden aanknopingspunten<br />
om de herinnering aan zijn persoon door bijvoorbeeld<br />
een boekenprijs of subsidiefonds levend<br />
te houden. Het stichtingsbestuur van <strong>Organum</strong> <strong>Frisicum</strong><br />
gaat de mogelijkheden daartoe onderzoeken.<br />
Het was de wens van <strong>Jan</strong> <strong>Jongepier</strong> (onder andere<br />
kenbaar gemaakt aan onze oud-secretaris<br />
Ad Fahner) dat zijn archief in Friesland zou blijven<br />
en de aanzet zou vormen tot een Fries Orgelarchief.<br />
<strong>In</strong> maart is zijn archief overgebracht naar Tresoar<br />
waar onder meer het provinciale archief is ondergebracht.<br />
Het zal in de komende maanden worden<br />
geïnventariseerd en in het najaar met enig ceremonieel<br />
officieel worden overgedragen. Tresoar, voortgekomen<br />
uit de voormalige Provinciale Bibliotheek<br />
Friesland, het Rijksarchief en het Fries Letterkundig<br />
Museum en Documentatiecentrum is gevestigd in<br />
Rugwerk van het Müllerorgel (1727) in de Grote of<br />
Jacobijnerkerk te Leeuwarden. Foto: Johan Sjoukema,<br />
Leeuwarden.<br />
Leeuwarden, Boterhoek 1 (aan de voet van de oude<br />
Oldehove). <strong>In</strong> <strong>Jongepier</strong>s archief waren ook de archieven<br />
van A.P. Oosterhof, van Boeijenga uit Sneek<br />
en van Pennning (het laatste archief via Sytse ten<br />
Hoeve in zijn bezit gekomen) opgenomen. Samen<br />
met het archiefmateriaal over de Friese orgelcultuur<br />
dat al bij Tresoar aanwezig is, zoals het archief van<br />
L.J de Jong uit Heerenveen en het archief van de<br />
Koninklijke Orgelmakerij Bakker & Timmenga, dat<br />
zich in het naastgelegen Historisch Centrum Leeuwarden<br />
bevindt, moet dit leiden tot een uitgebreid<br />
Fries Orgelarchief. Een dergelijk orgelarchief past<br />
bij de rijkdom van de Friese orgelcultuur. Door de<br />
overdracht aan Tresoar is een goede toegankelijkheid<br />
verzekerd.<br />
JSJ
Friese orgelkrant pagina 7<br />
Deelnemende kerken aan Tsjerkepaad en Orgeldag<br />
* Wijzigingen voorbehouden<br />
Overzicht van kerken die meedoen aan<br />
de nationale orgeldag in Fryslân op zaterdag<br />
8 september 2012 én aan Tsjerkepaad:<br />
[zie www.organumfrisicum.nl en<br />
www.tsjerkepaad.nl]<br />
• Achlum, Gertrudiskerk<br />
Van Dam, 1854<br />
• Akkrum, Terptsjerke<br />
Van Oeckelen, 1856<br />
• Âldeboarn, Doelhôftsjerke<br />
Van Dam, 1779<br />
• Aldtsjerk (Oudkerk), Pauluskerk<br />
Bakker & Timmenga, 1883<br />
• Anjum, Michaëlkerk (HK)<br />
Van Dam, 1875<br />
• Bakhuizen, Sint-Odolphusparochie<br />
Gebr. Adema, 1923<br />
• Balk, It Breahûs (HK)<br />
Lohman, 1843<br />
• Balk, Sint-Ludgeruskerk (RK)<br />
Gebr. Adema, 1906<br />
• Bears, Mariakerk<br />
Van Dam, 1880<br />
• Bitgum (Beetgum), Martinuskerk<br />
Van Oeckelen, 1861<br />
• Beetsterzwaag, Dorpskerk<br />
Van Dam, 1856<br />
• Berltsum (Berlikum), Koepelkerk<br />
Mittenreither, 1780<br />
• Blije (Blija), Sint-Nicolaaskerk (HK)<br />
Van Dam, 1870<br />
• Bolsward, Doopsgezinde kerk<br />
H.H. Freytag, 1810<br />
• Bolsward, Martinikerk<br />
Hinsz/Van Dam, 1781/1861<br />
• Broek, Broekster Tsjerke<br />
Mart Vermeulen, 1907<br />
• Buitenpost, Mariakerk (HK)<br />
Van Dam, 1877<br />
• Burgum (Bergum), Kruiskerk<br />
Van Dam, 1788<br />
• Burgwerd, Johanneskerk<br />
Schwartzburg, 1735<br />
• De Knipe, Nij Brongergea Tsjerke<br />
Bakker & Timmenga, 1919<br />
• Dokkum, Grote of Sint-Martinuskerk<br />
Flentrop, 1979<br />
• Dokkum, Bonifatiuskerk (RK)<br />
Van Dam, 1883<br />
• Donkerbroek, Laurenskerk (HK)<br />
Verhofstadt, ca 1721<br />
• Drachten, Doopsgezinde kerk<br />
Van Dam, 1857<br />
• Drachten, Grote Kerk<br />
Hillebrand, 1820<br />
• Dronrijp, Salviuskerk<br />
Gebr. Bader, 1657<br />
• Easterein (Oosterend), Martinikerk<br />
Hardorff, 1870<br />
• Easterlittens, St. Margarethakerk<br />
Hardorff, 1867<br />
• Ferwert (Ferwerd), Sint-Martinustsjerke<br />
Adema, 1873 / Verschueren, 1983<br />
• Franeker, Martinikerk<br />
Van Dam, 1842<br />
• Goutum, Agneskerk<br />
Van Dam, 1864<br />
• Grou, Sint-Piterkerk<br />
Van Dam, 1853<br />
• Harlingen, Sint-Michaëlkerk (RK)<br />
Adema, 1898<br />
• Hichtum, Hichtumerkerk<br />
Van Gruisen, 1795<br />
• Hindeloopen, Grote Kerk<br />
Van Dam, 1813/68<br />
• Hitzum, Prot. Kerk (HK)<br />
Van Dam, 1855<br />
• Holwerd, Doopsgezinde kerk<br />
Bakker & Timmenga, 1906<br />
• Holwerd, Sint-Willibrorduskerk<br />
Scheuer, 1852<br />
• Hommerts, Johannes de Doperkerk<br />
Van Dam, 1869<br />
• It Heidenskip, Heidenskipsterkerk<br />
Bakker & Timmenga, 1909<br />
• Joure, Doopsgezinde kerk<br />
Van Dam, 1858<br />
• Joure, Hobbe van Baerdt Tsjerke (HK)<br />
Ahrend, 1978<br />
• Kollum, Oosterkerk (GK)<br />
Fonteyn-Gaal, 1969<br />
• Kollum, Maartenskerk (HK)<br />
Van Gruisen, 1841<br />
• Langweer, Prot. Kerk (HK)<br />
Van Dam, 1784<br />
• Leeuwarden, Waalse kerk<br />
Schwartzburg, 1740<br />
• Leeuwarden, Evangelisch-Lutherse Kerk<br />
Van Dam, 1869<br />
• Leeuwarden, Grote of Jacobijnerkerk<br />
Chr. Müller, 1727<br />
• Leeuwarden, Sint-Bonifatiuskerk<br />
Cavaillé-Coll, 1887<br />
• Leeuwarden, Doopsgezinde kerk<br />
Strumphler, 1786 / Van Dam, 1858<br />
• Longerhouw, Prot. Kerk (HK)<br />
Van Dam, 1868<br />
• Lytsewierrum (Lutkewierum),<br />
Gertrudiskerk Van Dam, 1870<br />
• Makkum, Van Doniakerk<br />
Naber, 1848<br />
• Mantgum, Mariakerk<br />
Van Dam, 1879<br />
• Marssum, Sint-Pontianuskerk (HK)<br />
Van Gruisen, 1804<br />
• Menaam (Menaldum), Prot. Kerk<br />
Hardorff, 1861<br />
• Minnertsga, Meinardskerk<br />
Robustelly, 1785<br />
• Molkwerum, Lebuinuskerk<br />
2e helft 17e eeuw / Van Dam, 1873<br />
• Nijega, Herv. Kerk<br />
Bakker & Timmenga, 1894<br />
• Nijeholtpade, Nicolaaskerk<br />
J.F. Kruse / W. Hardorff en Zoon, 1883<br />
• Nijland, Sint-Nicolaaskerk<br />
Van Gruisen, 1840<br />
• Noordwolde, Prot. Kerk<br />
Van Dam, 1876<br />
• Oldeberkoop, Bonifatiuskerk<br />
Scheuer, 1858 / Van Dam, 1919<br />
• Oosterbierum, Sint-Joriskerk<br />
Van Dam, 1868<br />
• Oosterwolde, Dorpskerk<br />
Noorman, 1866<br />
• (Oost-)Vlieland, Nicolaaskerk<br />
Onbekend, ca 1780<br />
• Opeinde, Herv. Kerk<br />
Bakker & Timmenga, 1909<br />
• Oud-Duurswoude<br />
(Wijnjewoude), Herv. Kerk<br />
F.C. Schnitger, ca 1723<br />
• Oude Bildtzijl, Julianakerk<br />
Bakker & Timmenga, 1896<br />
• Oudega (Sm.), Sint-Agathe kerk<br />
Van Dam, 1875<br />
• Oudemirdum, De Fontein<br />
Bakker & Timmenga, 1900<br />
• Oudeschoot, Skoattertsjerke<br />
Hardorff, 1871<br />
• Ouwsterhaule, Prot. Kerk<br />
Van Dam, 1880<br />
• Paesens, Sint-Antoniuskerk<br />
Gilmann, 1758<br />
• Raerd (Rauwerd), Laurentiuskerk,<br />
Hillebrand, 1816<br />
• Reduzum (Roordahuizum), Vincentiuskerk<br />
Van Gruisen, 1785<br />
• Rinsumageest, Alexanderkerk (HK)<br />
Bakker & Timmenga, 1892<br />
• Scherpenzeel, Prot. Kerk<br />
Van Dam, 1881<br />
• Schettens, Prot. Kerk (HK)<br />
Van Oeckelen & Zonen, 1891<br />
• Schraard, Prot. Kerk (HK)<br />
Vermeulen, 1911<br />
• Sexbierum, Sixtuskerk<br />
Bakker & Timmenga, 1924<br />
• Sint-Jacobiparochie, de Groate Kerk<br />
Van Dam, 1845<br />
• Sint-Nicolaasga, Parochiekerk H. Nicolaas<br />
L. Ypma, 1871<br />
• Sloten, Grutte Tsjerke<br />
Van Gruisen, 1786<br />
• Sneek, Doopsgezinde kerk<br />
Scheuer, 1847<br />
• Sneek, Grote of Martinikerk<br />
Schnitger, 1711 / Van Dam, 1898 / B&T, 1988<br />
• Sneek, Sint-Martinuskerk<br />
Maarschalkerweerd, 1891<br />
• Stavoren, Nicolaaskerk<br />
Wiebe Meijes en Meije Wiebes, 1786<br />
• Steggerda, Prot. Kerk (HK)<br />
Flentrop 1977<br />
• Stiens, Sint-Vituskerk<br />
Van Dam, 1830<br />
• Ternaard, Grutte Tsjerke<br />
Van Dam, 1864<br />
• Tirns, Tirnserkerk (HK)<br />
Bakker & Timmenga, 1909<br />
• Tzum, Johanneskerk<br />
Hinsz, 1764<br />
• Tzummarum, Sint-Martinustsjerke<br />
Van Dam, 1878<br />
• Warns, Johannes de Doperkerk<br />
Dekker, 1917<br />
• Warns, Doopsgezinde kerk<br />
Bakker & Timmenga, 1896<br />
• Westernijtsjerk, v.m. Herv. Kerk<br />
Bakker & Timmenga, 1880<br />
• Wijnaldum, Andreaskerk<br />
Van Dam, 1869<br />
• Wirdum, Sint-Martinuskerk<br />
Van Dam, 1790 / Hardorff, 1873<br />
• Witmarsum, Koepelkerk<br />
Van Dam, 1855<br />
• Wommels, Jacobikerk<br />
Radersma, 1847<br />
• Wons, Prot. Kerk (HK)<br />
Bakker & Timmenga, 1891<br />
• Workum, Sint-Gertrudiskerk<br />
<strong>Jan</strong> Harmens 1697 en Johannes<br />
P. Künckel 1784<br />
• Workum, Sint-Werenfriduskerk<br />
P.J. Adema & Zonen, 1885<br />
• Woudsend, Karmel<br />
cheuer, 1829 / Bakker & Timmenga, 1938<br />
• Woudsend, Sint-Michaëlkerk<br />
Van Gruisen, 1811<br />
• Wyckel, Vaste Burchtkerk<br />
Bakker & Timmenga, 1900<br />
• Ysbrechtum, Sint-Martinuskerk<br />
Hardorff, 1866<br />
Kerken die alleen meedoen aan<br />
de Nationale orgeldag in Fryslân<br />
(en niet aan Tsjerkepaad):<br />
Zie www.organumfrisicum.nl<br />
• Brantgum, Herv. Kerk<br />
Hardorff, 1878<br />
• Damwoude (Dantumawoude),<br />
Benedictuskerk, Hinsz, 1777<br />
• Donkerbroek, Geref. Kerk<br />
Bakker & Timmenga, 1920<br />
• Drachten, De Oase<br />
Van Dam, 1845<br />
• Driesum, Herv. Kerk<br />
Hinsz, 1781/1782<br />
• Garyp, Petruskerk (HK)<br />
Bakker & Timmenga, 1886<br />
• Harlingen, Geref.kerk vrijgemaakt<br />
De Haven Reil / Van Vulpen 1951/2006<br />
• Haskerhorne, Prot. Kerk (HK)<br />
Van Dam, 1873<br />
• Heerenveen, Heilige Geest kerk<br />
Gebr. Adema, 1867<br />
• Hiaure, Prot. Kerk<br />
Flaes, 1886/87<br />
• Jistrum, Dorpskerk<br />
Hoornbeeck (?), ca 1715<br />
• Kubaard, Prot. Kerk (HK)<br />
Hardorff, 1856<br />
• Lollum, Geref. Kerk<br />
Adema, 1890<br />
• Metslawier, Herv. Kerk<br />
Radersma / van Dam, 1819<br />
• Oosternijkerk, Sint-Ceciliakerk<br />
Hillebrand, 1813 / van Gruisen, 1831<br />
• Oosthem, Johanneskerk<br />
Van Gruisen, 1838<br />
• Opeinde, Geref. Kerk<br />
Steendam, 1989<br />
• Oudwoude, Herv. Kerk<br />
Van Dam, 1856<br />
• Scharsterbrug, Hervormde kerk<br />
Van Dam, 1918<br />
• Sondel, De Haven<br />
Bakker & Timmenga, 1897<br />
• Spannum, Prot. Kerk (HK)<br />
Bakker & Timmenga, 1911<br />
• Sumar (Suameer), Dorpskerk (HK)<br />
Bakker & Timmenga, 1906<br />
• Terband, Rotondekerk<br />
Van Dam, 1887<br />
• Twijzel, Petruskerk<br />
Bakker & Timmenga, 1904<br />
• Waaxens (D), Thomaskerk<br />
Bakker & Timmenga, 1925<br />
• Warstiens, Herv. Kerk<br />
Bakker & Timmenga, 1884<br />
• Warten, Herv. Kerk<br />
Van Dam, 1874<br />
• Westergeest, Prot. Kerk (HK)<br />
Bakker & Timmenga, 1891<br />
• Wierum, v.m. Geref.kerk,<br />
Museumkerk Eben Haëzer<br />
Ypma, ca 1840<br />
• Wolvega, Kerk op de Hoogte (HK)<br />
Schwartzburg, 1733<br />
Bakker & Timmenga-orgel (1908) in de Protestantse Kerk te Folsgare. Oorspronkelijk gebouwd voor de Gereformeerde<br />
Kerk in Marrum, in 1961 overgeplaatst naar Folsgare. Foto: Johan Sjoukema, Leeuwarden
pagina 8 Friese orgelkrant<br />
Steven W. Velds als orgeladviseur<br />
Het orgel in de Hervormde kerk van Heeg<br />
<strong>In</strong> 1858 besluiten de kerkvoogden van de Hervormde<br />
kerk te Heeg (tegenwoordig Haghakerk<br />
genoemd) een nieuw orgel te laten bouwen. De in<br />
1788 uitgegeven dispositieverzameling van Knock<br />
vermeldt over het oude orgel: ‘Het orgel alhier met<br />
1 Hand-Clavier en Vrij Pedaal heeft de volgende 9<br />
stemmen: Manuaal: Praestant 8 voet, Holpijp 8<br />
voet, Octaaf 4 voet, Quint 3 voet, Octaaf 2 voet,<br />
Mixtuur en Sesquialter. Pedaal: Trompet 8 voet en<br />
Holpijp 8 voet. Verders 4 Blaasbalgen, en heeft<br />
onder kort Octaaf. Op 13 maart stuurt Van Dam<br />
een volledig bestek en een tweetal tekeningen<br />
naar de kerkvoogdij te Heeg. <strong>In</strong> een begeleidend<br />
schrijven wordt gerefereerd aan een gesprek in de<br />
kerk. Na dat gesprek brengt Van Dam nog enige<br />
wijzingen in het bestek aan. Zijn vraagprijs is 6140<br />
gulden. Voor het oude orgel biedt hij 200 gulden.<br />
Dit bestek wordt door de kerkvoogdij gebruikt om<br />
offertes bij verschillende orgelmakers te vragen.<br />
Enige correspondentie over de financiering tussen<br />
de kerkvoogdij en de floreenplichtigen, benevens<br />
een “Verbaal van het Provinciaal Collegie<br />
van toezigt over de Kerkelijke Administratie bij de<br />
Hervormden in Frieslande” betreffende die financiering<br />
levert geen informatie over het orgel op.<br />
We laten die zaken dan ook buiten beschouwing.<br />
Op 15 juli verschijnt Steven Wijnands Velds ten tonele.<br />
Deze organist ontving zijn opleiding bij Daniël<br />
Brachthuyzer. Van 1823-1861 was hij verbonden<br />
aan de Martinikerk te Sneek. Hij trad regelmatig op<br />
als orgeladviseur. Daarbij ging hij zeer gedetailleerd<br />
te werk. Zo stelde hij zelf zeer nauwkeurige bestekken<br />
op. Hij propageerde het aanbrengen van een<br />
zelfstandig pedaal. Daarvan enige voorbeelden:<br />
• 1839 Hervormde kerk Woudsend, Scheuer<br />
(Hoofdwerk: 9 stemmen, Positief: 5 stemmen, Pedaal:<br />
Subbas 16 voet, Violon 8 voet, Octaaf 4 voet,<br />
Bazuin 16 voet). Dit orgel is in 1938 vervangen door<br />
een orgel van Bakker en Timmenga, waarbij het<br />
front van Scheuer gehandhaafd bleef.<br />
• 1847 Doopsgezinde kerk Sneek, Scheuer<br />
(Hoofdwerk: 12 stemmen, Onderpositief: 8 stemmen,<br />
Pedaal: Subbas 16 voet, Open fluit 8 voet,<br />
Octaaf 4 voet, Basson 16 voet, Trompet 8 voet).<br />
• 1852 Hervormde kerk Holwerd, Scheuer (Hoofdwerk<br />
9 stemmen, Onderpositief: 6 stemmen, Pedaal:<br />
Subbas 16 voet, Prestant 8 voet, Open fluit 8,<br />
Octaaf 4 voet, Trompet 8 voet).<br />
• 1853 Hervormde kerk Grou, Van Dam (Hoofdwerk:<br />
11 stemmen, Bovenwerk: 7 stemmen, Pedaal:<br />
Subbas 16 voet, Prestant 8 voet, Quintadena<br />
8 voet,Octaaf 4 voet, Trombone 8 voet). Geen van<br />
deze vier orgels had een pedaalkoppel. <strong>In</strong> Grou<br />
werd die in 1858 door Van Dam aangebracht, in<br />
Sneek in 1870 door Van Dam en in Holwerd in<br />
1907 door Bakker en Timmenga.<br />
Velds en de vakman Van Dam<br />
Op die 15 e juli schrijft Velds een brief aan de kerkvoogdij<br />
van de hervormde kerk (Velds spreekt nog<br />
van de gereformeerde kerk) te Heeg. Hij verontschuldigt<br />
zich voor de vrijpostigheid waarmee hij<br />
ongevraagd een brief stuurt, maar omdat hij bij<br />
geruchte heeft vernomen dat de kerkvoogdij een<br />
nieuw orgel wil laten maken en hij op grond van<br />
zijn “veeljarige ondervinding” weet dat er dan vaak<br />
dingen verkeerd gaan, is hij toch maar zo vrij zich<br />
te melden. Vaak gaat een kerkvoogdij, die niet ter<br />
zake kundig is, in op een ontvangen tekening en<br />
bijbehorende offerte of wordt de opdracht gegeven<br />
aan een orgelbouwer waarvan men toevallig<br />
de naam kent. <strong>In</strong> dergelijke gevallen ontbreekt<br />
gewoonlijk het noodzakelijke deskundig toezicht.<br />
Velds wijst er op dat er allereerst een volledig bestek<br />
moet zijn. <strong>In</strong> dat bestek dienen de volgende<br />
punten te worden vastgelegd: de constructie en<br />
de aanleg van de mechaniek, de dispositie (welke<br />
registers, de voethoogte van die registers, welke<br />
labialen open en welke gedekt zijn, welke van de<br />
eventuele tongwerken opslaand en welke doorslaand<br />
zijn), de te gebruiken materialen (houtsoorten<br />
en metalen, waaronder het materiaal voor het<br />
pijpwerk). Men dient zich tot de meest ervaren<br />
en beroemdste orgelbouwer te wenden, niet tot<br />
brekebenen of knechten die te vroeg hun meester<br />
hebben verlaten. Velds noemt geen namen,<br />
maar deze laatste opmerking slaat duidelijk op<br />
J.A. Hillebrand, die nadat hij als werknemer van<br />
Van Gruisen in 1811 het orgel in Hallum had opgebouwd,<br />
zich zelfstandig in Leeuwarden vestigde.<br />
De opdrachtgever moet een begroting vragen en<br />
verder is er een bekwaam opziener nodig, evenals<br />
een bekwaam examinator na de oplevering. Velds<br />
heeft vernomen dat voor Heeg wel een bestek is<br />
gemaakt, maar dat het volgens getuigenis van de<br />
opsteller zelf ongeschikt is. Van de vier orgelmakers<br />
waarmee al contact is geweest, is er één bekwaam,<br />
één bouwt alleen huisorgeltjes, een derde<br />
is in het geheel niet bekend en de vierde heeft<br />
slechts een klein werkje in Kubaard gebouwd (W.<br />
Hardorff leverde hier in 1856 een orgel met twee<br />
manualen en een aangehangen pedaal; FB). Eén<br />
van de vier is bovendien rooms-katholiek (te weten<br />
Adema; FB). Velds wijst er op dat in Akkrum,<br />
Rauwerd, Oosternijkerk en Niawier nieuwe orgels<br />
zijn gebouwd (door Hillebrand; FB), waar korte tijd<br />
na oplevering een andere orgelbouwer nodig was<br />
om het instrument in orde te maken. Ondanks de<br />
waarschuwing van Velds heeft men ook in Lemmer<br />
slechte ervaringen (daar bouwde Ypma in 1842<br />
een nieuw orgel met 22 registers verdeeld over<br />
twee manualen en een vrij pedaal. <strong>In</strong> 1861 vond<br />
ombouw ervan door Van Dam plaats; FB). Tenslotte<br />
waarschuwt hij nog maar eens voor ondoelmatig<br />
handelen en biedt hij zijn diensten aan. Op<br />
17 juli schrijft Van Dam nog een keer aan de kerkvoogdij.<br />
Nadat men in Heeg een tekening heeft<br />
gekozen, heeft de firma Van Dam nog eens goed<br />
gerekend en de prijs verlaagt tot 5680 gulden. Het<br />
oude orgel is nog steeds 200 gulden waard, maar<br />
de kerkvoogdij mag het ook publiekelijk verkopen.<br />
De bouwtijd zal 12 maanden bedragen, gedurende<br />
die tijd stelt Van Dam een hulporgel ter beschikking.<br />
Op 23 juli legt Van Dam in een nieuwe brief uit<br />
dat de Subbas 16 voet een gedekt register is, een<br />
open 16 voet zou door zijn lengte boven de zijtorens<br />
uitsteken. Op enig moment heeft Velds deze<br />
brief gelezen, zijn handtekening staat in de kantlijn.<br />
Aangezien Velds en Van Dam al meer hadden samengewerkt,<br />
valt aan te nemen dat Velds niet bij<br />
toeval gehoord heeft dat er in Heeg een nieuw orgel<br />
zal worden gebouwd, maar dat Van Dam hem<br />
heeft ingelicht. Enigszins merkwaardig is dan wel<br />
de opmerking van Velds dat de opsteller van het<br />
bestek zelf gezegd heeft, dat het niet geschikt zou<br />
zijn. Toch moet uit de context geconcludeerd worden,<br />
dat volgens Velds de enige bekwame orgelbouwer<br />
van de vier inschrijvers Van Dam is.<br />
Velds wordt adviseur<br />
Zijn brief maakt indruk op de kerkvoogdij, hij wordt<br />
als adviseur aangetrokken. Dit blijkt uit Velds’ brief<br />
van 27 juli. Hij voelt zich vereerd door het in hem<br />
gestelde vertrouwen, maar alvorens hij het adviseurschap<br />
op zich neemt, wil hij het bestek inzien<br />
en weten welke orgelmaker de opdracht krijgt. Hij<br />
wijst nog eens op Lemmer, waar de orgelbouwer<br />
niet over de vereiste bekwaamheid beschikte.<br />
Velds blijkt al te weten dat het contract in Heeg<br />
op vrijdag 30 juli getekend zal worden. Hij schrijft<br />
namelijk dat het vrijdagmorgen te laat is om nog<br />
veranderingen in het bestek aan te brengen. Op<br />
28 juli schrijft Velds nog eens een brief. Hij heeft<br />
het bestek dan al gelezen, hij feliciteert de kerkvoogdij<br />
met het wijze besluit de opdracht aan Van<br />
Dam te geven en neemt de hem aangeboden taak<br />
graag aan. Hij wijst er nog wel op, dat het pedaal<br />
te weinig zelfstandig is door het ontbreken van een<br />
Trompet 8 voet.<br />
Het orgel in Heeg wordt dus gebouwd door Van<br />
Dam. Alvorens het nieuwe orgel te bespreken zullen<br />
we aandacht besteden aan de correspondentie<br />
Tekening van Scheuer voor een mogelijke uitbreiding met een vierde manuaal - bovenwerk - van het Schnitgerorgel<br />
in de Martinikerk te Sneek (onvervulde wens van Velds). Bron: archief van de gemeente Zuidwest<br />
Friesland te Sneek.<br />
met de andere orgelmakers die benaderd zijn; wat<br />
daarbij te denken van de prijsverschillen? Hardorff<br />
en Knipscheer sturen beide een briefje van één zin,<br />
waarin ze zich bereid verklaren een orgel te bouwen<br />
volgens het opgegeven bestek en de daarbij<br />
horende tekening. Hardorff (brief van 20 juli 1858)<br />
vraagt daarvoor 4500 gulden, Knipscheer (22 juli)<br />
6800 gulden. <strong>In</strong>teressant is de eveneens op 22 juli<br />
geschreven reactie van Adema. Hiermee beantwoordt<br />
Adema een brief van de kerkvoogdij van<br />
5 juli. Ongetwijfeld zijn de beide concurrenten op<br />
dezelfde dag aangeschreven. Adema is weliswaar<br />
niet geroepen het bestek te “examineren of te criticeren”,<br />
maar heeft wel een aantal op- en aanmerkingen:<br />
1. Adema wil een nieuw soort blaasbalg<br />
gebruiken, een reservoir (tegenwoordig noemen<br />
we dat een magazijnbalg). 2. Volgens het bestek<br />
heeft het bovenklavier geen doorlopende open 8<br />
voet, dus verdient het aanbeveling de 7 grootste<br />
pijpen van de Salicionaal 8 voet open in plaats van<br />
gedekt te maken of de Viola 8 voet niet met klein<br />
c, maar met groot C te laten beginnen. 3. Adema<br />
vindt het noodzakelijk dat alle beweegbare deeltjes<br />
met laken of andere zachte stof worden ingevoerd.<br />
Dit is niet in het bestek opgenomen. 4. De prijs van<br />
Adema is 4890 gulden.<br />
Op 30 juli wordt in Heeg door L. van Dam en drie<br />
kerkvoogden een belangrijk document ondertekend:<br />
‘Bestek en Conditiën van een Nieuw Orgel<br />
in de Nederduitsche Hervormde Kerk te Heeg’. Als<br />
vijfde persoon tekent S. W. Velds, die daaraan toevoegt<br />
“in tegenwoordigheid van”. Hij sluit formeel<br />
geen contract, maar ziet er wel op toe dat alle procedures<br />
correct verlopen.<br />
<strong>In</strong> het bestek wordt uitvoerig over de windvoorziening<br />
geschreven. Net als Adema beschrijft Van<br />
Dam een magazijnbalg. Door het vaak orkestrale<br />
orgelspel werden in de 19e eeuw hogere eisen<br />
aan de windvoorziening gesteld dan voorheen.<br />
Nadat Juergen Marcussen rond 1819 de zogenoemde<br />
kastbalg ontwikkelde, ontstond verderop<br />
in de 19e eeuw de magazijnbalg, waardoor als<br />
nooit tevoren een gelijkmatige winddruk mogelijk<br />
was. <strong>In</strong> de archieven bevindt zich nog een verhandeling<br />
van Velds over de windvoorziening.<br />
Het resultaat<br />
Een uitvoerige beschrijving van het front en de inwendige<br />
opbouw is te vinden in het bekende boek<br />
‘Vijf eeuwen Friese Orgelbouw’ van <strong>Jan</strong> <strong>Jongepier</strong><br />
op bladzijde 90 en 91. Hier vermelden we alleen de<br />
originele dispositie:<br />
Onderklavier (C-g3): Prestant 8 voet, Violon 16<br />
voet discant, Bourdon 16 voet, Holpijp 8 voet, Octaaf<br />
4 voet, Roerfluit 4 voet, Prestant Quint 3 voet,<br />
Superoctaaf 2 voet, Tertiaan 1-2 sterk (op C 1⅓<br />
voet en vanaf c 2 voet – 1⅓ voet), Cornet 3-sterk<br />
en Trompet 8 voet bas en discant.<br />
Bovenklavier (C-g3): Salicionaal 8 voet (C-B in<br />
het front), Viool di Gamba (C-B in Roerfluit 8 voet),<br />
Roerfluit 8 voet, Salicet 4 voet, Fluit Travers 4 voet,<br />
Woudfluit 2 voet, Clarinette 8 voet (doorslaand<br />
tongwerk) en Quintfluit 3 voet.<br />
Pedaal (C-d1): Subbas 16 voet, Violon 8 voet,<br />
Open Fluit 4 voet en Bazuin 16 voet (doorslaand<br />
tongwerk).<br />
Tenslotte 3 afsluiters, een tremulant met lichte zweving<br />
op het bovenklavier, een klavierkoppeling, een<br />
pedaalkoppeling en een ventiel.<br />
De Tertiaan en de Quintfluit worden niet in het bestek<br />
genoemd, maar zijn wel origineel. Evenmin<br />
spreekt het bestek over de lege plaats in het pedaal<br />
(sleep en registertrekker “Muet” – waarschijnlijk<br />
bedoeld voor de Trompet 8 voet, die Velds eigenlijk<br />
nodig vindt voor een vrij pedaal – zijn aanwezig)<br />
en over de merkwaardige aanleg van de pedaalkoppeling<br />
(die werkt slechts van C-d, dus over de<br />
onderste 15 van de 27 pedaaltoetsen). De Cornet<br />
is een 16-voets Cornet met de samenstelling 5⅓<br />
voet, 4 voet, 3⅕ voet). De Cornet moet dus altijd<br />
samen met de Bourdon en/of de Violon gebruikt<br />
worden. Teneinde de cantus firmus bij de gemeentezang<br />
zeer duidelijk te doen uitkomen, verdient<br />
het dan wel aanbeveling de melodie met de rechterhand<br />
in octaven te spelen. Dit is een ideale registratie<br />
voor onbekende liederen, maar bij de beweeglijke<br />
ritmiek met veel achtste noten van veel<br />
nieuwe liederen uit het voor 2013 geplande nieuwe<br />
liedboek technisch nauwelijks uitvoerbaar. De Cornet<br />
is dus niet bruibaar voor de bekende Engelse<br />
Voluntaries, maar de combinatie 8-4-3-Tertiaan<br />
kan dienst doen als Cornet op 8 voetsbasis.<br />
De toonhoogte van het orgel was tijdens mijn bezoek<br />
a1 = 427 hertz bij 8 graden C. Bij een graad<br />
of 15 is het dan 435 hertz, de normale hoogte voor<br />
de bouwtijd.<br />
Tenslotte<br />
Velds staat bekend als pleitbezorger van een vrij<br />
pedaal. Helaas hebben we niet gevonden waarom<br />
hij dat zo belangrijk vond. Hij hield in elk geval van<br />
grote orgels. <strong>In</strong> het archief van de PKN te Sneek<br />
bevindt zich een tekening van Scheuer van het
Friese orgelkrant pagina 9<br />
orgel in de Martinikerk. Op deze tekening is het<br />
Schnitgerorgel uitgebreid met een bovenwerk.<br />
Velds en Scheuer hadden wel behoefte aan een<br />
meer romantisch Bovenwerk, maar wilden het<br />
Borstwerk handhaven. Er moest dan maar een orgel<br />
met 4 manualen komen. Helaas ging die wens<br />
niet in vervulling.<br />
Toen Scheuer het orgel in de Doopsgezinde kerk te<br />
Sneek bouwde, gebruikte hij het daar aanwezige<br />
orgel van Van Gruisen (1786, 1 manuaal, aangehangen<br />
Pedaal) voor het Hoofdwerk.<br />
Het nieuwe orgel kreeg de toonhooge van Van<br />
Gruisen (415 hertz.). <strong>In</strong> 1923 werd de toonhoogte<br />
440 hertz. Na de restauratie in 1975 functioneerde<br />
de Basson 16 voet slecht. Reil kopieerde een aantal<br />
pedaalrgisters uit Sneek ten behoeve van een<br />
EEN LOFLIED OP DE ORGELMAKERS LEICHEL<br />
<strong>In</strong> de Friese Orgelkrant van het afgelopen jaar stond een uitgebreid en interessant artikel van Jaap Brouwer over de orgelmakers<br />
Leichel en hun werk in Friesland. Een van de instrumenten die zij bouwden in deze provincie, is het nog steeds<br />
aanwezige orgel in de hervormde kerk te Arum. Uit de aan dat instrument gewijde tekst van Jaap Brouwer bleek, dat men<br />
met het op 29 november 1885 in gebruik genomen orgel ook na enige jaren nog uitermate tevreden was. Dat werd gedemonstreerd<br />
door de zeer royale aanbevelingsadvertentie die men in januari 1889 plaatste in de Leeuwarder Courant en die<br />
Brouwer bij zijn artikel afdrukte. Natuurlijk was dat geweldige reclame voor de orgelmakers, die er overigens nagenoeg<br />
geen nieuw werk in Friesland door verkregen.<br />
Nogmaals het orgel in Arum<br />
Over het orgel in Arum valt nog iets meer te<br />
melden, dankzij twee krantenartikelen naar<br />
aanleiding van de restauratie van het orgel in<br />
1940. Beide artikelen verschenen op 21 juni<br />
van dat jaar, de dag na de ingebruikneming.<br />
Het meest uitgebreide was van de bekende<br />
orgelvorsers A.P. Oosterhof en E.J. Penning<br />
in het Leeuwarder Nieuwsblad. Zij deden volledigheidshalve<br />
(en uitgebreid geannoteerd!)<br />
ook de hele orgelgeschiedenis van deze kerk<br />
uit de doeken, inclusief een lijstje van de (toen<br />
bekende) organisten van de kerk sinds 1667.<br />
Daarnaast plaatsten zij de tekst van het verslag<br />
van de ingebruikneming op 28 november<br />
en 3 december 1885 in de Leeuwarder Courant.<br />
Daaruit bleek dat organist H. Posthumus<br />
uit Wommels het orgel inspeelde, nadat het<br />
was gekeurd door <strong>Jan</strong> Worp, de bekende organist<br />
van de Groninger Der Aa-Kerk en Martinikerk<br />
(en componist van een bekend liedje<br />
als: “Op de grote stille heide…”). Ook konden<br />
beide auteurs putten uit een nog ter plaatse<br />
bewaard gebleven bundel “Feestliederen voor<br />
de Feestelijke Bijeenkomst op Zondag 29 November<br />
1885 des avonds 7 ure, ter gelegenheid<br />
van de inwijding van het nieuwe Kerkorgel<br />
te Arum.” Deze liederen, geschreven door de<br />
heren B.S. Bos en J. Gijlstra, konden worden<br />
gezongen op toen bekende melodieën.<br />
Eén van deze liederen nemen we hier graag<br />
over, omdat dit lied betrekking heeft op de orgelmakers<br />
Leichel<br />
Het kon worden gezongen op de melodie van<br />
‘Wacht am Rhein’ :<br />
nieuw te maken vrij pedaal voor het Scheuerorgel<br />
in Hardenberg. <strong>In</strong> Hardenberg voldeed de Basson<br />
evenmin. Nadat Reil met verbluffend resultaat de<br />
schalbekers een halve toon had opgeschoven,<br />
heeft op aandrang van schrijver dezes Flentrop dat<br />
ook in Sneek gedaan.<br />
Sindsdien functioneert de Sneeker Basson uitstekend,<br />
hij blijft ook veel beter op stemming. Geen<br />
wonder, de bekers hebben nu de lengte die bij de<br />
oorspronkelijke toonhoogte behoort.<br />
De merkwaardige pedaalkoppeling in Heeg doet<br />
denken aan het door Velds bekritiseerde Ypmaorgel<br />
in Lemmer. <strong>In</strong> de hervormde kerk aldaar is<br />
de pedaalomvang slechts C-b (24 toetsen) en net<br />
als in Heeg werkt de pedaalkoppeling slechts over<br />
de eerste 15 toetsen (C-d). Op 10 december 2011<br />
Portret van Ehrenfried Leichel, één van de "stamvaders" van de orgelmakerij Leichel.<br />
Foto uit archief van Jaap Brouwer.<br />
Komt, laten wij in warme taal<br />
Een drietal mannen in deez’ zaal<br />
Gedenken in een hartig lied,<br />
Opdat hun alle recht geschied’<br />
Voor ’t meesterstuk van hunnen hand (bis)<br />
Door hen in Arum’s kerk gebracht tot<br />
stand (bis)<br />
Hun arbeid worde lof bereid,<br />
Hun kunstzin, hun gemoed’lijkheid;<br />
Hun Duitsche trouw zij onverbloemd<br />
Door ons als Friezen hoog geroemd;<br />
Hun, zonen van het Hermansland,<br />
Wij, Friezen, reiken hun de broederhand.<br />
Ja, heeren Leichel, neemt haar aan,<br />
We erkennen het, we zijn voldaan,<br />
Uw hand verrijkte Arum’s kerk<br />
Met een bewond’renswaardig werk,<br />
Ontvangt daarvoor in deeze stond<br />
Den welverdienden lof uit onze mond.<br />
Daarmee zullen Friedrich Leichel en zijn beide<br />
zonen Herman en Heinrich ongetwijfeld tevreden<br />
huiswaarts zijn gegaan. Of zij ook nog iets<br />
hebben ’meegekregen’ van het handgemeen<br />
waarvan Brouwer verhaalt en dat ontstond tijdens<br />
het schoolfeest na de ingebruikneming<br />
van het orgel, is helaas niet bekend.<br />
De restauratie in 1940, een detail<br />
<strong>In</strong> 1939/1940 werd het instrument gerestaureerd<br />
door de firma H. Spanjaard uit Amsterdam,<br />
onder andere omdat het regeerwerk<br />
‘zeer vermolmd’ was. Over de uitgevoerde<br />
werkzaamheden vinden we, naast informatie<br />
werd het gerestaureerde orgel van Grou in gebruik<br />
genomen. Adviseur Theo Jellema vertelde over<br />
de uitvoerige correspondentie die in het archief<br />
gevonden is. Velds noemt 3 volgens hem “wel<br />
aardige orgels” in de directe omgeving (Jorwerd,<br />
Roordahuizum en Wirdum, alle drie met Hoofdwerk<br />
en Rugpositief met aangehangen Pedaal),<br />
maar noemt vervolgens twee orgels van Hinsz in<br />
Leens (Hoofdwerk 10, Rugpositief 9 en Pedaal 8<br />
stemmen) en Midwolda (Hoofdwerk 13, Rugpositief<br />
10 en Pedaal 10 stemmen).<br />
Een belangrijke plaats als Grou verdient volgens<br />
hem dan ook beslist een vrij pedaal. Met mij zullen<br />
vele lezers zich uitvoeringen van het Wohltemperierte<br />
Klavier door <strong>Jan</strong> <strong>Jongepier</strong> en Broer Witte<br />
in het eerder genoemde artikel van Oosterhof<br />
en Penning ook informatie in een artikel in de<br />
Leeuwarder Courant. Het instrument werd gerestaureerd<br />
en tegelijk gewijzigd: vermoedelijk<br />
werd het toen onder meer voorzien van een<br />
verhoogde opbouw (men vond dat het orgel<br />
in een ‘te kleine ruimte’ was opgesteld). Verder<br />
werd de achterwand vernieuwd en de dispositie<br />
op drie plaatsen gewijzigd. Ook kwamen<br />
er nieuwe handklavieren en een nieuw pedaalklavier,<br />
tevens werd het regeerwerk hersteld.<br />
Tenslotte werd het hele orgel geherintoneerd<br />
op een lagere winddruk. De werkzaamheden<br />
werden uitgevoerd onder toezicht en adviezen<br />
van het Noord-Nederlandsch <strong>In</strong>stituut<br />
voor Orgelbouwkunde te Leeuwarden (waarvan<br />
de heren A.P. Oosterhof, George Stam<br />
en Willem Zonderland directeuren waren). De<br />
ingebruikneming van het herstelde orgel vond<br />
plaats op 20 juni 1940 met medewerking van<br />
organist Willem Zonderland, een soliste en<br />
herinneren, waarbij bleek hoe prachtig deze “wel<br />
aardige orgels” kunnen klinken en wat er allemaal<br />
mogelijk is! Overigens werkte oorspronkelijk ook<br />
in Grou de pedaalkoppel maar over de eerste 15<br />
toetsen (C-d). Dit is in 1910 veranderd in een normale<br />
koppeling over het hele pedaal.<br />
Folkert Binnema<br />
(met dank aan Sytse ten Hoeve – hij bezorgde mij<br />
afschriften uit het archief van Heeg, waardoor het<br />
idee ontstond dit artikel te schrijven – en aan organist<br />
Fekke Bijlsma voor de gastvrije ontvangst in<br />
de Haghakerk te Heeg).<br />
het locale Vrijzinnig Kerkkoor. Aardig detail<br />
in de Leeuwarder Courant was, dat niet zoals<br />
gebruikelijk alleen de orgelmaker lof werd<br />
toegezwaaid, maar in dit geval ook diens bij<br />
name genoemde medewerkers. Het betrof<br />
de heren G.. van Dijk, P. Keller, S. Visser en<br />
J. Reil. Hoewel laatstgenoemde (naamgever<br />
en oprichter van de nog steeds bestaande en<br />
befaamde orgelmakerij in Heerde) al sinds enkele<br />
jaren zelfstandig opereerde als orgelbouwer,<br />
‘kluste’ hij in dit geval blijkbaar even bij,<br />
gezien de situatie in ons land op dat moment<br />
waarschijnlijk uit economische noodzaak.<br />
Victor Timmer<br />
Bronnen:<br />
* Jaap Brouwer, ‘De orgelmakers Leichel<br />
en hun werk in Friesland’, Friese Orgelkrant<br />
2011, 21 -23.<br />
* A.P. Oosterhof & E.J. Penning,<br />
‘Het orgel der Ned. Herv. Kerk te Arum’,<br />
Leeuwarder Nieuwsblad d.d. 21 juni 1940.<br />
* [z.a.,] ‘<strong>In</strong>wijding gerestaureerd<br />
orgel in de Ned. Herv. Kerk te Arum’,<br />
Leeuwarder Courant d.d. 21 juni 1940.<br />
* Hans Fidom (eindred.), Het Historische<br />
orgel in Nederland 1878 – 1886,<br />
Amsterdam 2006, 336 – 338.<br />
Het Leichelorgel (1885) in de Protestantse Lambertuskerk van Arum. Foto: Johan Sjoukema, Leeuwarden
pagina 10<br />
Friese orgelkrant<br />
Dom Bautzen Dom Dresden<br />
Dom Freiberg Dom Görlitz Dom Magdeburg Dom Merseburg<br />
Het rond 1855 door W. Hill & Sons gebouwde orgel in de hervormde kerk (het ‘Roodkerkje’) van Roodkerk,<br />
aldaar geplaatst in 1996. Foto: Johan Sjoukema, Leeuwarden<br />
Tsjerkepaad in 2012<br />
Het Reilorgel (1959) in de voormalige gereformeerde Kruiskerk te Heerenveen. Het orgel wordt overgeplaatst<br />
naar een nieuw kerkgebouw in Heerenveen, de Trinitaskerk (de verbouwde voormalige Europalaankerk). Foto:<br />
Johan Sjoukema, Leeuwarden<br />
Het Friese landschap wordt gekenmerkt door vele<br />
- meestal monumentale - kerken en kerkjes. Ze zijn<br />
als bakens aan de horizon en behoren tot het historische<br />
en culturele erfgoed van Fryslân. Soms hangt<br />
er een bordje: "de sleutel is af te halen bij……",<br />
maar steeds vaker is de deur gewoon op slot. Dit<br />
is erg jammer want dikwijls is het kerkinterieur de<br />
moeite van het bekijken waard of is er een juweeltje<br />
van een orgel. Op initiatief van de Raad van Kerken<br />
in Friesland is in 2004 gestart met het openstellen<br />
van een 25 tal kerken in de Zuidwesthoek van<br />
Fryslân in de zomermaanden op de zaterdagmiddag.<br />
Zo is Tsjerkepaad begonnen. <strong>In</strong> 2011 was het<br />
uitgegroeid tot een zelfstandige stichting met een<br />
eigen website plus webmaster en met de openstelling<br />
van ruim 250 kerken in heel Fryslân, inclusief de<br />
Waddeneilanden, tijdens de zomermaanden. Ook<br />
in 2012 hebben vele kerken weer aangegeven mee<br />
te willen doen aan Tsjerkepaad. De meeste kerken<br />
zijn in de zomermaanden wekelijks op de zaterdagmiddag<br />
geopend, anderen slechts enkele keren, kijk<br />
hiervoor op onze website. Vrijwilligers staan voor u<br />
klaar om als gastheer of gastvrouw iets over de geschiedenis<br />
van de kerk te vertellen en soms staat er<br />
zelfs koffie of thee voor u klaar. Als extra worden er<br />
vaak nevenactiviteiten georganiseerd bijvoorbeeld<br />
exposities, concerten of speciale fietsroutes. Maar<br />
de kerken of kerkjes kunnen u ook uitnodigen tot<br />
rust en bezinning. De vele plattelandskerkjes liggen<br />
vaak op verstilde kerkhoven met hun zeer eigen<br />
groene natuur. Met behulp van de fietsknooppuntenkaart<br />
kunt u zelf een mooie fietsroute langs de<br />
kerken uitstippelen. De deelnemende kerken herkent<br />
u aan de speciale Tsjerkepaadvlag die tijdens<br />
de openstelling vrolijk hangt te wapperen. Bij de<br />
VVV’s en de deelnemende kerken zijn speciale gidsen<br />
verkrijgbaar met daarin een korte beschrijving<br />
van de deelnemende kerken. Actuele informatie<br />
over eventuele gewijzigde openingstijden en/of extra<br />
activiteiten van de deelnemende kerken kunt u<br />
vinden op onze website www.tsjerkepaad.nl of op<br />
www.openkerkenroute.nl.<br />
Tsjerkepaad is in 2012 van 7 juli tot en met 8 september<br />
(open monumenten weekend) op de zaterdagmiddag<br />
van 13.30 uur tot 17.00 uur. Op 30<br />
juni wordt het Tsjerkepaadseizoen geopend. Op 28<br />
juli organiseert Tsjerkepaad samen met <strong>Organum</strong><br />
<strong>Frisicum</strong> een ‘orgeltoertocht’ in Zuidoost Fryslân<br />
(openingsconcert om 13.30 uur in Nieuwehorne;<br />
‘tussenstop’ in Oldeberkoop en slotconcert om<br />
16.30 uur in Noordwolde). Op 15 september wordt<br />
Tsjerkepaad feestelijk afgesloten. Voor meer informatie<br />
over deze evenementen kunt u elders deze<br />
krant en eveneens de bovengenoemde websites<br />
raadplegen.
Friese orgelkrant pagina 11<br />
Najaarsexcursie <strong>Organum</strong> <strong>Frisicum</strong><br />
Op zaterdag 29 september 2012 vindt de najaarsexcursie van de <strong>Stichting</strong> <strong>Organum</strong> <strong>Frisicum</strong> plaats in de gemeente Boarnsterhim. Een<br />
gemeente die haar naam ontleent aan het riviertje de Boorn (in het Fries Boarn) en die in 1984 is ontstaan door samenvoeging van de<br />
gemeenten Idaarderadeel, Rauwerderhem en Utingeradeel. Een lang leven is deze gemeente niet gegund, want in 2014 komt er een<br />
einde aan haar bestaan en worden de 18 dorpen verdeeld over de gemeenten Heerenveen, Leeuwarden, Súd-West Fryslân en de nieuw<br />
te vormen fusie gemeente van Gaasterlân-Sleat, Lemsterland en Skarsterlân.<br />
Debuut van Lambertus van Dam<br />
Het eerste orgel dat zal worden bezocht staat in<br />
de Doelhôftsjerke van Âldeboarn. Âldeboarn is<br />
ontstaan aan de oevers van de Boarn en wordt<br />
voor het eerst genoemd in het jaar 1230. Het was<br />
lange tijd de bestuurlijke hoofdplaats en in de Middeleeuwen<br />
het middelpunt van een groot kerkelijk<br />
gebied. <strong>In</strong> de Middeleeuwen werd ook de eerste<br />
kerk gebouwd. Dat was een driedelige tufstenen<br />
kerk met een toren. De kerk was gewijd aan de<br />
heilige Pancratius. <strong>In</strong> 1723 werd de toren door de<br />
bliksem getroffen en in de jaren 1736/1737 werd er<br />
een nieuwe toren gebouwd. Deze moest volgens<br />
een bekend volksverhaal hoger worden dan de toren<br />
in Tzum. Dat mislukte echter doordat de Tzummers<br />
de Âldeboarnsters te slim af waren (zie Friese<br />
Orgelkrant 2005). De middeleeuwse kerk werd in<br />
1753 vervangen door de huidige Doelhôftsjerke. Uit<br />
hetzelfde jaar dateert ook de preekstoel die door de<br />
plaatselijke timmerman <strong>Jan</strong> Binnes is vervaardigd.<br />
De zogenaamde Lycklamabank die tegenover de<br />
preekstoel staat is afkomstig uit de Sint-Pancraskerk.<br />
Boven het wapen van de familie Lycklama<br />
staat het jaartal 1655.<br />
Bij de restauratie van de kerk in 1967 kwam het rijkelijk<br />
beschilderde houten tongewelf tevoorschijn.<br />
Zoals blijkt uit een nota in de kerkboeken is het in<br />
1755 voor fl. 112,90 aangebracht door de Duitse<br />
kunstenaar Johannes Bekker. Het stelt een hemel<br />
met sterren (328 stuks!), planeten en engelen voor.<br />
<strong>In</strong> het koor zijn twee gebrandschilderde ramen<br />
aangebracht. Het rechterraam is vervaardigd door<br />
Johan Groenestein en aangebracht ter nagedachtenis<br />
van burgemeester Baerdt van Sminia die in de<br />
tweede wereldoorlog in Duitsland is omgebracht.<br />
Het raam aan de linkerkant is gemaakt door de<br />
in 1919 geboren en nog altijd actieve Friese kunstenaar<br />
<strong>Jan</strong> Murk de Vries. Het is op 11 november<br />
2003 geplaatst ter gelegenheid van het 250 jarig<br />
bestaan van de kerk.<br />
Van Damorgel (1779) in de Doelhôftsjerke te Âldeboarn.<br />
Foto: Johan Sjoukema, Leeuwarden.<br />
<strong>In</strong> 1779, ruim 25 jaar na het gereedkomen van de<br />
kerk, werd er een orgel geplaatst. Dat orgel werd<br />
gebouwd door de Leeuwarder orgelmaker Lambertus<br />
van Dam in opdracht van de grietman van<br />
de gemeente Utingeradeel, Jhr. Augustinus Lycklama<br />
à Nijeholt. Lambertus van Dam was in de leer<br />
geweest bij de beroemde orgelmaker Albertus Antony<br />
Hinsz en het orgel in Âldeboarn is het eerste<br />
dat hij als zelfstandig ondernemer heeft gemaakt.<br />
Van Dam, die zich in 1777 in Leeuwarden vestigde,<br />
ging aanvankelijk verder in de voetsporen van<br />
Hinsz. <strong>Jan</strong> <strong>Jongepier</strong> schrijft in de catalogus bij de<br />
tentoonstelling Achter het Friese Orgelfront, die in<br />
1981 in het Fries Museum werd gehouden, over de<br />
eerste orgels van Van Dam: “Al dit werk ademt nog<br />
in de Hinsz-traditie. De instrumenten bestaan uit<br />
Manuaal en Rugpositief en de vorm van de nieuwgemaakte<br />
kassen sluit direct aan bij het door Hinsz<br />
gehanteerde schema. Ook de dispositie volgt<br />
Hinsz’ werkwijze uit diens laatste periode, waarbij<br />
het Rugpositief sterk solistisch is gedacht, zonder<br />
een uitgebouwd prestantenkoor. <strong>In</strong> de samenstelling<br />
van de vulstemmen volgt Van Dam de werkwijze<br />
van Hinsz eveneens door het opnemen van een<br />
tertskoor in de Mixtuur (3⅕’), evenals in de Cornet.”<br />
<strong>In</strong> de loop van de jaren is er aan het orgel gewerkt<br />
waarbij veranderingen werden aangebracht. Voor<br />
het eerst in 1806/07 door Albert van Gruisen en in<br />
1859 voerde orgelmaker Van Dam een restauratie<br />
uit. De oude spaanbalgen werden toen vervangen<br />
door een magazijnbalg. Aan het begin van de 20e<br />
eeuw werd het orgel voorzien van een pneumatisch<br />
pedaal met vier stemmen en vonden er wijzigingen<br />
in de dispositie plaats: op het rugpositief werd de<br />
Sexquialter vervangen door een Roerfluit 4 voet.<br />
Deze Roerfluit werd op het manuaal geplaatst wat<br />
ten koste ging van de Spitsfluit 4 voet. De op het<br />
manuaal aanwezige Quint 3 voet werd vervangen<br />
door een strijker. <strong>In</strong> 1967 vond een restauratie<br />
plaats door de orgelmakers Yedema en Dam (B&T)<br />
waarbij het orgel in oude staat werd hersteld. De<br />
kas, die eerder zwart werd geschilderd, kreeg weer<br />
de originele ossenbloedkleur.<br />
Voor een weergave van de huidige dispositie verwijzen<br />
we naar bladzijde 176 in “Vijf eeuwen Friese<br />
Orgelbouw’ van <strong>Jan</strong> <strong>Jongepier</strong>. Op het hoofdwerk<br />
van het orgel staan drie houten beelden die geloof,<br />
hoop en liefde voorstellen. De musicerende engelenfiguren<br />
stammen uit 1806/1807 en zij bespelen<br />
de fluit en hoorn, triangel, ramshoorn, tamboerijn<br />
en fluit en harp.<br />
Van Oeckelen in Akkrum<br />
Evenals Âldeboarn ligt ook Akkrum aan de Boarn<br />
en is in de Middeleeuwen als terpdorp ontstaan. De<br />
Boarn was een belangrijke verkeersader waardoor<br />
het dorp snel groeide. <strong>In</strong> het eerste kwart van de<br />
19e eeuw werd de Overijsselsestraatweg aangelegd<br />
die een belangrijke verbinding vormde tussen<br />
Leeuwarden en Heerenveen en de rest van het land.<br />
<strong>In</strong> 1868 werd de spoorlijn aangelegd en daardoor<br />
was Akkrum voor alle verkeer goed bereikbaar.<br />
Door deze goede verbindingen kwam Akkrum gunstiger<br />
te liggen dan Âldeboarn en werd daardoor de<br />
hoofdplaats van de gemeente Utingeradeel.<br />
<strong>In</strong> 1759 is de huidige kerk gebouwd ter vervanging<br />
van een middeleeuwse kerk. De kerk is gebouwd<br />
op een terp en de naam Terptsjerke ligt daardoor<br />
voor de hand. De gebrandschilderde ramen zijn<br />
gemaakt door de gebroeders Gonggrijp uit Sneek.<br />
De preekstoel is uit de bouwtijd van de kerk en de<br />
herenbank is 17e-eeuws.<br />
De Terptsjerke in Akkrum. Foto: Johan Sjoukema,<br />
Leeuwarden.<br />
Het eerste orgel werd gebouwd tussen 1819 en<br />
1821 door de orgelmaker Hillebrand. Het had één<br />
klavier met negen stemmen op het hoofdwerk, een<br />
loos rugwerk en een aangehangen pedaal. <strong>In</strong> 1852<br />
zijn er plannen om het orgel te verbeteren of te vervangen<br />
door een nieuw instrument. Er wordt tot<br />
nieuwbouw besloten en de kerkenraad benoemt<br />
Jhr. Mr. Samuel Wolter Trip uit Groningen als adviseur.<br />
Er werden twee orgelbouwers uitgenodigd<br />
om een offerte te maken: P. van Oeckelen uit Harenermolen<br />
en L. van Dam & Zonen uit Leeuwarden.<br />
Van Dam was de goedkoopste en de adviseur<br />
was van mening dat men hem gerust de opdracht<br />
kon gunnen, maar zijn voorkeur ging uit naar Van<br />
Oeckelen omdat “… het werk van den Hr. Van Oeckelen<br />
het wel wint in soliditeit, met andere woorden,<br />
dat het vaster en steviger is.” De firma Van Dam<br />
bedankte toen voor de opdracht, waarschijnlijk<br />
vanwege de sterke voorkeur van de adviseur voor<br />
Van Oeckelen. Deze kreeg dan ook de opdracht en<br />
het contract daarvoor werd op 6 september 1853<br />
ondertekend. Van Oeckelen nam het oude orgel in<br />
voor fl. 800,- en plaatste dat in de hervormde kerk<br />
(Koepelkerk) van de strafinrichting te Veenhuizen,<br />
waar het rugwerk bij de restauratie van 2004/2005<br />
van een binnenwerk werd voorzien en een Bourdon<br />
16 voet op het pedaal werd geplaatst. (Twee jaar<br />
geleden eindigde de najaarsexcursie van <strong>Organum</strong><br />
<strong>Frisicum</strong> in deze kerk te Veenhuizen). Het nieuwe<br />
door Van Oeckelen te bouwen orgel in Akkrum<br />
kreeg twee klavieren met in totaal zestien stemmen<br />
en een aangehangen pedaal. Naar voorbeeld<br />
(?) van Hillebrand werd ook dit instrument voorzien<br />
van een loos rugwerk. <strong>In</strong> 1931 werd een elektrische<br />
windvoorziening aangelegd en in 1955 een<br />
Mechels pedaal. Ook werd toen het tertskoor van<br />
de cornet vernieuwd. Het orgel werd in meerdere<br />
fasen gerestaureerd door Mense Ruiter Orgelbouw<br />
uit Zuidwolde. Dat gebeurde in 1977, 1983-1984 en<br />
1991. De jongste restauratie is van 2010. Daarbij<br />
werden het regeerwerk en de claviatuur volledig<br />
gerestaureerd. Hetzelfde geldt voor het pijpwerk<br />
van het hoofdwerk en het bovenwerk. De werkzaamheden<br />
werden opnieuw door de firma Mense<br />
Ruiter uitgevoerd waarbij Stef Tuinstra als adviseur<br />
optrad. Wat de dispositie betreft, is sprake geweest<br />
van een conserverende restauratie.<br />
Het Van Oeckelenorgel (1856) in de Terptsjerke te Akkrum.<br />
Foto: Johan Sjoukema, Leeuwarden.<br />
adviseur Stef Tuinstra schrijft in het programmaboekje<br />
bij de officiële ingebruikname op 12 november<br />
2010: ‘De oude klank van dit vrijwel geheel<br />
origineel gebleven instrument is nooit sterk geretoucheerd<br />
geweest. De pijpen zijn weer op goede<br />
aanspraak gebracht. Er is afgezien van vergaande<br />
egalisatie. Het was te zien en te horen dat dit ook<br />
nooit de bedoeling van Van Oeckelen is geweest.<br />
De opvallend hoge toonhoogte voor Van Oeckelen<br />
moet tamelijk origineel zijn; aan de stemranden en<br />
de tongwerkbekers is niet geknipt. Een en ander is<br />
daarom gehandhaafd. Ook de later aangebrachte<br />
baarden (kundig orgelmakerswerk) zijn gehandhaafd,<br />
omdat ze vrij kort na de bouw moeten zijn<br />
aangebracht, waarschijnlijk door de fa. Van Oeckelen<br />
zelf in 1875’. Hij sluit af met: ‘Het resultaat is<br />
een fraai en voornaam klinkend instrument met een<br />
oudere klank dan het bouwjaar doet vermoeden en<br />
met een licht ademende wind. Zo is dit ook architectonisch<br />
bijzondere dorpsorgel herboren en geeft<br />
het met haar robuuste en zingende klank opnieuw<br />
acte de présence van het grote vakmanschap en<br />
de artisticiteit van de oorspronkelijk makers en niet<br />
in de laatste plaats van de vergelijkbare kundigheden<br />
van de restaurateurs’.<br />
De dispositie van het orgel is te vinden in ‘Vijf eeuwen<br />
Friese Orgelbouw’ van <strong>Jan</strong> <strong>Jongepier</strong> op bladzijde<br />
176. Enkele aanvullingen: de Vox Humana 8 vt<br />
van het bovenwerk is doorslaand. Het instrument<br />
heeft een tremulant op het bovenwerk en een kla-<br />
vierkoppel bas en discant. De toonhoogte is a1 =<br />
450 hertz bij 18º C en de stemming is gelijkzwevend.<br />
De vermaning van Jirnsum<br />
<strong>In</strong> het gebied dat nu nog de gemeente Boarnsterhim<br />
vormt, is de doopsgezinde kerk altijd goed<br />
vertegenwoordigd geweest. <strong>In</strong> zes van de achttien<br />
dorpen was een doopsgezinde kerk. De meeste<br />
van deze kerken zijn aan de eredienst onttrokken.<br />
De kerken vormen nu samen de Doopsgezinde Gemeente<br />
Mid-Fryslân en komen samen in de Vermaning<br />
van Grou. Eén van de doopsgezinde kerken<br />
die niet meer voor erediensten wordt gebruikt is die<br />
van Jirnsum.<br />
Het dorp Jirnsum (ook gelegen aan de Boarn) lag<br />
vroeger aan de scheepvaartroute Amsterdam-<br />
Groningen, wat sinds de aanleg van het Prinses<br />
Margrietkanaal (1951) niet meer het geval is. Tegenwoordig<br />
is er veel met het toerisme verbonden<br />
bedrijvigheid: Jirnsum is een dorp met jachthavens,<br />
botenverhuurbedrijven, een camping en jachtbouw.<br />
Het doopsgezinde kerkje (nu particulier eigendom)<br />
werd in 1684 gebouwd. Het heeft een eenvoudige<br />
rechthoekige vorm en was oorspronkelijk nog soberder<br />
van opzet: de enige ‘versiering’ bestond uit<br />
een paar gebrandschilderde raampjes met een gedicht<br />
en de namen van “Jacob Jentjes tot Yrnsum<br />
ende Hijlck Jurjens syn huisvrouw”. Deze namen<br />
werden vermeld vanwege de (vrijwel zeker aanzienlijke)<br />
financiële bijdrage die ze leverden aan de<br />
totstandkoming van de kerk.<br />
Al vóór de bouw van het kerkje was er een zelfstandige<br />
“Mennonieten Gemeente”. Ze kwam bijeen<br />
in de woningen van de leden. De doopsgezinde<br />
principes, zoals eenvoud en afwijzen van wereldse<br />
pracht en praal, uitten zich zeker in het eerste kerkgebouw.<br />
Zo werd er lange tijd zonder orgel gezongen;<br />
het instrument kwam er pas in 1882.<br />
Voordat (geleidelijk steeds meer) omringende bebouwing<br />
gesloopt werd, kon het kerkje alleen via<br />
een nauwe steeg worden bereikt. <strong>In</strong> 1870 schreef<br />
ds. Izaäk Molenaar daarover het volgende: ‘Een<br />
steeg van nauwelijks drie voet wijdte was zonder<br />
tegenspraak een zeer nauwe weg. Wanneer men<br />
de steeg ten einde was, had men terstond links het<br />
kerkgebouw. Langwerpig vierkant, met de lange zijden<br />
naar ’t noorden en zuiden, de smallere naar ’t<br />
oosten en ’t westen, geleek het veel op een schuur<br />
met hooge muren. Aan den noordermuur toch was<br />
geen enkel raam, aan de west- en oostzijde waren<br />
eenige kleine smalle raampjes, terwijl de zuidzijde,<br />
juist waar het meeste licht inviel, niet zoo op’t gezigt<br />
lag. Slechts door een smalle strook gronds van<br />
een naastgelegen tuin gescheiden, had de kerk een<br />
zeer goed licht.’<br />
Met het aantreden van genoemde predikant in<br />
1837, wilden de doopsgezinden van Jirnsum eigenlijk<br />
een nieuwe kerk. De gemeente, die weinig fondsen<br />
bezat, had ruim bijgedragen, maar toch waren<br />
de financiële middelen ontoereikend. Er kwam wel<br />
een pastorie. Later, in 1848, bleek het wél mogelijk<br />
het oude kerkgebouw te vernieuwen en anders in<br />
te richten. Dat gebeurde: de preekstoel ging van de<br />
zuidzijde naar de huidige plek, aan de westzijde.<br />
Aan de buitenkant kwam een nieuw voorportaal<br />
van hout. De kosten van deze ingreep kwamen gedeeltelijk<br />
voor rekening van de leden van de kerk<br />
(drie à vierduizend gulden) en er waren bijdragen<br />
van de Algemene Doopsgezinde Sociëteit. Ook<br />
wordt een “broerderlijke medewerking van een<br />
belangstellend lid eener naburige gemeente, onder<br />
ons woonachtig” vermeld. De kerkgevel werd<br />
voorzien van de, nu nog aanwezige, classicistische<br />
ingangspartij. De gebrandschilderde ramen werden<br />
verplaatst naar de vernieuwde gevel. Aan weerszijden<br />
daarvan zijn gedenkstenen ingemetseld, één<br />
met een bijbeltekst en de andere met het opschrift:<br />
“Dit kerkgebouw der Doopsgezinde Gemeente is<br />
gesticht in 1684, inwendig vernieuwd in 1848 en<br />
opnieuw hersteld en van ruimer toegang voorzien<br />
in 1866”.<br />
Het éénklaviersorgel uit 1882 werd gebouwd door<br />
de firma Bakker en Timmenga te Leeuwarden,<br />
die vaak orgels plaatste in doopsgezinde kerken.<br />
Firmant Bakker was zelf doopsgezind. Het<br />
orgel is opgesteld boven de, in het huidige interieur<br />
gehandhaafde, preekstoel van 1848, en kreeg<br />
opknapbeurten in 1916 (nieuwe windlade en mechanieken),<br />
1937 (w.o. wijziging dispositie) en 1997.<br />
Voor de huidige dispositie zij verwezen naar bladzijde<br />
193 van ‘Vijf Eeuwen Friese Orgelbouw’.
pagina 12<br />
Friese orgelkrant<br />
Het Bakker & Timmenga-orgel (1882) in de voormalige Doopsgezinde Kerk van Jirnsum.<br />
Foto: Johan Sjoukema, Leeuwarden.<br />
De Sint-Piterkerk in Grou<br />
De orgelexcursie eindigt in Grou, watersportdorp bij<br />
uitstek, gelegen aan de zuidwestkant van het Pikmeer.<br />
De plaats is een vroegmiddeleeuws terpdorp<br />
in wat het ‘Lage Midden’ wordt genoemd. Rondom<br />
het dorp is het één en al water. Wie Grou zegt, zegt<br />
Sint-Piter. Zo is Sint-Piter in Grou belangrijker dan<br />
Sint-Nicolaas. De intocht is aan eerstgenoemde<br />
voorbehouden en wel in februari, enige dagen voor<br />
de pakjesavond op de 21e.<br />
De Sint-Piterkerk dateert van de eerste helft van<br />
de 12e eeuw. De eerste kerk was van tufsteen gebouwd,<br />
in Romaanse stijl. Delen zijn nog terug te<br />
vinden aan de noord- en oostzijde van het koor en<br />
aan de noordkant van het schip: hier laat zich de<br />
bouwgeschiedenis van de kerk uitzonderlijk goed<br />
aflezen. Aan de noordzijde bevinden zich in het<br />
tufstenen muurwerk rondbogige spaarvelden tot<br />
op de grond. Het uiteinde van het koor toont een<br />
klimmend boogfries met daaronder een nog net<br />
waarneembaar spoor van een klein rondboogvenster,<br />
erboven een afsluitend horizontaal boogfries.<br />
De kerk is meerdere malen vergroot, het eerst in<br />
de 13e eeuw toen het schip werd verhoogd in een<br />
combinatie van tuf- en (voornamelijk) baksteen.<br />
Fraai is de horizontale afsluiting met opnieuw een<br />
boogfries.<br />
KERKORGELS<br />
• nieuwbouw<br />
• restauratie<br />
• onderhoud<br />
• stemmen<br />
Vraag vrijblijvend inlichtingen<br />
Vreeweg 49<br />
8071 SJ<br />
Tel. 0341 25 24 84<br />
www.hendriksen-reitsma.nl<br />
<strong>In</strong> de 15e eeuw is het schip naar het westen<br />
verlengd en voor de tweede keer verhoogd. De<br />
toren is waarschijnlijk rondom een oudere versie<br />
opgebouwd. De kappen van het schip werden<br />
vernieuwd in 1520. Aan de zuidkant werden grote<br />
spitsbogige vensters in gotische stijl ingemetseld.<br />
Rechts daarvan is in 1642 een zonnewijzer geplaatst.<br />
Boven de toreningang, op een eveneens<br />
spitsbogige timpaan, vermeldt een gedenksteen<br />
met wapen dat er in 1672 voor het kerkhof drie eiken<br />
geschonken zijn door de toenmalige grietman<br />
van Idaarderadeel, jonkheer Burmania, samen<br />
met zijn vrouw.<br />
Het koor is na de hervorming van het schip gescheiden.<br />
Het was vanaf de 2e helft van de 17e<br />
eeuw tot aan 1832 recht- en raadhuis, daarna lange<br />
tijd kosterswoning, vandaar de raampartijen.<br />
Nu is het de consistorie.<br />
Het huidige interieur wordt overkapt door een,<br />
waarschijnlijk 17e-eeuws, houten tongewelf.<br />
Bij de restauratie in 1992 zijn delen van de 17eeeuwse<br />
preekstoel in de oostelijke afsluiting, waar<br />
de kansel zich sinds 1902 bevond, verwerkt. De<br />
Sint Piter kreeg toen de preekstoel uit de hervormde<br />
kerk van Gorredijk, die in 1985 afgebroken<br />
werd. Hij dateert van 1683 en is versierd met<br />
toogpanelen en heeft op de hoeken van de kuip<br />
Orgel Herv. Kerk s'Gravenzande. Bakker en<br />
Timmenga 1899, Restauratie Hendriksen &<br />
Reitsma 1970 Renovatie 2008.<br />
gewrongen pilasters. De preekstoel staat nu (weer)<br />
aan de zuidzijde. Het interieur bevat een viertal herenbanken,<br />
twee 17e-eeuwse aan de noordkant en<br />
twee 18e-eeuwse aan de westzijde, de laatste met<br />
wangstukken in Lodewijk XIV-stijl. <strong>In</strong> 1992 is ook de<br />
houten vloer uit de kerk verwijderd en kwamen de<br />
grafzerken van adellijke families weer te voorschijn.<br />
Van de koperen kronen zijn de drie kaarsenkronen<br />
laat 17e-eeuws, twee zijn uit het restauratiejaar.<br />
Boven de galerij aan de westzijde bevindt zich<br />
een, in 1654 door de grietman Carel van Roorda<br />
geschonken, tekstbord. We lezen daarop o.a. ‘Lex<br />
speculum maledictionis’ (de wet is de spiegel van<br />
het kwaadspreken) en ‘Fidès anchora salutis’ (het<br />
geloof is het anker van het heil).<br />
De Sint Piterkerk had al voor de Reformatie een<br />
orgel. <strong>In</strong> 1572 werd dat opgeknapt, zo blijkt uit de<br />
archieven. <strong>In</strong> 1654 bouwde orgelmaker Willem<br />
Meynderts een nieuw instrument, waarbij het oude<br />
orgel een functie als rugpositief kreeg. Het nieuwe<br />
orgel had drie klavieren en telde zestien stemmen.<br />
Het orgel werd geplaatst op de westelijke galerij,<br />
boven de ingang. <strong>In</strong> 1852/1853 kwam er een geheel<br />
nieuw orgel in de kerk, gemaakt door de firma<br />
L. van Dam & Zonen. Het werd nu gebouwd op<br />
een galerij aan de oostzijde, tegen de scheidingswand<br />
tussen koor en schip. De vroegere galerij<br />
werd een ‘kraak’ met nieuwe zitplaatsen.<br />
Het orgel heeft twee klavieren en een vrij pedaal. <strong>In</strong><br />
1858 voegde Van Dam een pedaalkoppel toe die in<br />
1929 werd vernieuwd. Vanaf dit moment koppelde<br />
het pedaal door aan het Bovenwerk bij gebruik van<br />
manuaalkoppel en pedaalkoppel. Bij de jongste<br />
restauratie is deze koppel weer in originele staat<br />
hersteld, zoals van Dam deze in 1858 had aangebracht.<br />
<strong>In</strong> 1886 en 1890 onderging het orgel enkele<br />
dispositiewijzigingen. <strong>In</strong> de loop van de tijd onderging<br />
het orgel enkele wijzigingen. Bij de kerkrestau-<br />
Het gerestaureerde Van Damorgel (1853) in de Sint-Piterkerk te Grou.<br />
Foto: Peter van der Zwaag, Groningen.<br />
ratie van 1908 werd de kas zwart geschilderd. <strong>In</strong><br />
1974 is het orgel gerestaureerd door de firma Bakker<br />
& Timmenga uit Leeuwarden. Het Bovenwerk<br />
kreeg de oorspronkelijke dispositie terug. De kas<br />
kreeg in 1992 weer de oude mahoniehouten kleur.<br />
De restauratie van 2011 was allereerst noodzakelijk<br />
om de orgelkas weer recht te zetten. Deze was<br />
zes centimeter verzakt als gevolg van verzakking<br />
van de kerk. De kas moest derhalve ongeveer zes<br />
centimeter worden opgetild. Hiervoor werd al het<br />
pijpwerk uit de orgelkas verwijderd. Dat bood orgelmakerij<br />
Bakker en Timmenga de gelegenheid ook<br />
de mechanieken na te kijken en waar nodig te herstellen.<br />
De uitvoering van de werkzaamheden vond<br />
plaats onder advies van Theo Jellema, die deze<br />
taak overnam van <strong>Jan</strong> <strong>Jongepier</strong>. De restauratie,<br />
die officieel op 11 december 2011 werd afgesloten<br />
toen het orgel weer in gebruik werd genomen,<br />
wordt elders in deze Friese Orgelkrant door Theo<br />
Jellema beschreven.<br />
De dispositie:<br />
Hoofdwerk: Prestant 16 voet, Octaaf 8 voet, Quintadeen<br />
8 voet discant, Portunaal 8 voet discant,<br />
Octaaf 4 voet, Roerfluit 4 voet, Woudfluit 2 voet,<br />
Mixtuur 2-4 sterk, Cornet 3 sterk discant, Trompet<br />
8 voet.<br />
Bovenwerk: Roerfluit 8 voet, Salicionaal 8 voet, Viola<br />
da Gamba 8 voet, Salicet 4 voet, Fluit Travers 4<br />
voet, Gemshoorn 2 voet, Dulciaan 8 voet.<br />
Pedaal: Subbas 16 voet, Prestant 8 voet, Quintadeen<br />
8 voet, Octaaf 4 voet, Trombone 8 voet.<br />
Het orgel heeft een manuaalkoppel, een pedaalkoppel,<br />
afsluitingen voor HW / BW / P, een tremulant<br />
en een Windloser. De manuaalomvang is C-g3<br />
en de pedaalomvang C-d1.<br />
Geert van der Heide & Keimpe van der Wal<br />
Mense Ruiter<br />
Orgelmakers BV<br />
info@menseruiter.nl<br />
Foto: Orgel te Sexbierum, Sixtuskerk, restauratie 2011
Friese orgelkrant pagina 13<br />
De orgelrestauratie in de Sint-Margaretakerk van Boksum<br />
De Sint-Margaretakerk in Boksum.<br />
Foto: Aart van Beek (orgeladviseur), Balkbrug.<br />
Beknopt historisch overzicht<br />
Het instrument dateert in eerste aanleg uit 1675-<br />
1676. Harmen <strong>Jan</strong>s uit Berlikum maakte een orgel<br />
met één klavier, het verving een ouder orgel. <strong>Jan</strong><br />
Franssen uit Zweins voegde in 1728 een rugwerk<br />
toe. <strong>In</strong> 1768 voerde F. <strong>Jan</strong>s Reidsma voor fl. 274,--<br />
een reparatie uit, een volgende, omvangrijker, reparatie<br />
verrichtte Auke Campen in 1783 voor fl. 366,--.<br />
<strong>In</strong> het verlengde van omvangrijke werkzaamheden<br />
aan kerk en toren in 1798-1799 werd het orgel<br />
vernieuwd. Auke Arjens ontving fl. 474,-- voor het<br />
timmeren aan en het “verbrengen” van het orgel.<br />
Lambertus van Dam vernieuwde het instrument<br />
voor fl. 1210,--. Dit bedrag werd in 1799 aan hem<br />
uitbetaald. <strong>In</strong> 1810 maakte Wytse Douwes de houten<br />
draperieën (“een kleeds verbeelding”) voor het<br />
orgel. <strong>In</strong> 1813 voegde <strong>Jan</strong> Reinders Radersma een<br />
voetklavier toe.<br />
Bij de instorting van de toren in 1842 bleef het orgel<br />
gespaard, maar er was wel schade, de windvoorziening<br />
ging verloren. <strong>In</strong> 1843 werd de huidige toren<br />
gebouwd. De orgelkassen werden in dat jaar geschilderd<br />
door J.Kijlstra en de orgelmakers Hardorff<br />
en Van der Meer voerden herstellingen uit. Hardorff<br />
plaatste drie nieuwe spaanbalgen. De betalingen in<br />
de periode 1844-1846 voor de door Van der Meer<br />
en Hardorff uitgevoerde werkzaamheden aan het<br />
orgel bedroegen totaal in fl. 519,41. <strong>In</strong> 1864 volgde<br />
een niet gespecificeerde, aanzienlijke verbetering<br />
en herstelling voor fl. 193,--, opnieuw door Hardorff<br />
Het orgelfront vóór demontage.<br />
Foto: Johan Sjoukema, Leeuwarden<br />
uitgevoerd. Vervolgens werd in 1868 door hem de<br />
Trompet vernieuwd en de wind “geëgaliseerd”. <strong>In</strong><br />
1869 maakte K.P. Kuperus een beschot achter het<br />
orgel en een zinken bekleding op de daken van<br />
de kassen. <strong>In</strong> 1881 plaatste Hardorff een Viool de<br />
Gambe en bracht hij tinfolie op de frontpijpen aan.<br />
Het onderhoud bleef tot 1891 bij Hardorff en werd<br />
vervolgens tot 1907 door J.F. Kruse voortgezet.<br />
Vanaf 1909 werd het onderhoud verzorgd door orgelmakerij<br />
Bakker & Timmenga. Deze orgelmakerij<br />
voerde in 1918 een omvangrijke verbouwing uit,<br />
betreffende een totale vernieuwing van windvoorziening,<br />
windladen, claviatuur, regeerwerk en een<br />
wijziging van de dispositie en toonhoogte. De toen<br />
gerealiseerde structuur is tot heden aanwezig.<br />
Het uitgangspunt van de restauratie 2011-2012<br />
<strong>Jan</strong> <strong>Jongepier</strong> formuleerde in 2005 een drietal opties<br />
voor een restauratie van het orgel. Er werd vervolgens<br />
door de opdrachtgever de <strong>Stichting</strong> Âlde<br />
Fryske Tsjerken besloten om de eerste optie, een<br />
conserverende restauratie, uit te voeren. Het werk<br />
werd opgedragen aan orgelmakerij Pels & Van<br />
Leeuwen te ’s-Hertogenbosch. <strong>In</strong> januari 2011 namen<br />
de werkzaamheden een aanvang.<br />
Onderzoek naar bouwsporen<br />
Over de disposities ontbreken archivalische gegevens.<br />
De dispositieverzameling van Broekhuyzen<br />
is onbetrouwbaar vanwege de verwarring tussen<br />
Boxum en Bozum. Een bruikbaar gegeven is een<br />
bericht uit 1858 dat de schoolmeester-organist van<br />
Boksum opstelde voor het Fries Genootschap. Hij<br />
noemt daarin onder andere een aantal van 16 registers,<br />
een kort octaaf en stelt dat het orgel door<br />
Lambertus van Dam “geheel vernieuwd en in de tegenwoordigen<br />
kasten gebragt” werd. <strong>In</strong> 1798 kreeg<br />
het rugwerk, zoals blijkt uit de registergaten, zeven<br />
registers en bevatte het hoofdwerk kennelijk negen<br />
stemmen.<br />
Het orgel is voorlopig het enige ‘document’ dat<br />
nadere informatie kan verschaffen. Na de demontage<br />
is door mij een uitgebreid onderzoek van de<br />
onderdelen gestart, waarin orgelmaker Rochus van<br />
Rumpt een substantieel aandeel heeft. Dit onderzoek<br />
was bij het opstellen van dit artikel nog niet<br />
voltooid en er kunnen dan ook geen definitieve<br />
conclusies worden getrokken. Over de periode van<br />
1676 tot 1798 is en blijft er veel onduidelijkheid.<br />
Er resten de kassen die in 1798 zijn verplaatst en<br />
aangepast en vervolgens nog een aantal malen zijn<br />
vertimmerd.<br />
Het huidige snijwerk dateert (grotendeels) uit 1798.<br />
Aan de hand van het pijpwerk is zonder twijfel duidelijk<br />
dat de klavieromvang bestond uit 45 tonen<br />
(C, D, E, F, G, A tot en met c 3 ). De toonhoogte was<br />
koortoon of althans circa een halve toon boven a 1<br />
= 435 Hz. <strong>In</strong> het rugwerk is pijpwerk van voor 1798<br />
in vier registers verwerkt. Het betreft de binnenpijpen<br />
van de Prestant 4 vt, een belangrijk deel van de<br />
Holpijp 8 vt, Fluit 4 vt en Woudfluit 2 vt. Dit pijpwerk<br />
is hoofdzakelijk van de hand van <strong>Jan</strong> Franssen, er<br />
is mogelijk ook enig restmateriaal van Harmen <strong>Jan</strong>s<br />
in aanwezig.<br />
Lambertus van Dam handhaafde de oude klavieromvang<br />
en toonhoogte. Het pijpwerk van het<br />
hoofdwerk werd vrijwel geheel nieuw gemaakt. Het<br />
betreft aanwijsbaar de registers Praestant 8 vt (de<br />
binnenpijpen), Octaaf 4 vt, Quint 3 vt, Octaaf 2 vt,<br />
Mixtuur, Holpijp 8 vt, Fluit 4 vt en Trompet 8 vt. De<br />
Mixtuur bevatte een tertskoor en had in de bas vier<br />
koren. Ook in de toestand van 1798 was geen voetklavier<br />
aanwezig.<br />
De diverse werkzaamheden van Hardorff zijn summier<br />
omschreven maar zijn – gegeven de kosten<br />
– omvangrijk geweest. De verbetering van de<br />
Trompet 8 vt betrof vervanging van diverse kelen<br />
en tongen en het passend maken van de koppen in<br />
de stevels. De in 1881 geplaatste Viool de Gamba<br />
(vanaf g 0 ) zal zeker in de plaats van een ander register<br />
zijn gekomen, welk is nog onduidelijk. Van het<br />
door Hardorff aangebrachte tinfolie op de frontpijpen<br />
zijn op drie pijpen resten gevonden.<br />
De toestand 1918 tot heden.<br />
<strong>In</strong> 1918 voerde orgelmakerij Bakker & Timmenga<br />
omvangrijke werkzaamheden uit. De technische<br />
structuur werd geheel vernieuwd. De orgelkassen<br />
werden vrijwel geheel in de toen bestaande vorm<br />
gehandhaafd. De ornamentiek en de beschildering<br />
bleven ongewijzigd. Voor de bredere claviatuur<br />
(manuaalomvang 54 tonen), werden de stijlen en<br />
een deel van de panelen aan weerszijden van de<br />
oude claviatuur weggezaagd.<br />
De oude registergaten werden, van zowel de hoofd-<br />
als rugwerkkas, afgedekt met kussentableautjes.<br />
De nieuwe registerknoppen, met porseleinen<br />
naamplaatjes, werden dichter bij de plaats van<br />
de bespeler aangebracht. De fronttorens werden<br />
voorzien van zinken pijpen. De ondervelden van de<br />
hoofdkas kregen sprekend pijpwerk, gemaakt uit<br />
metaal van versneden Van Dampijpen. De bovenvelden<br />
werden gevuld met onversneden binnenpijpen,<br />
waarvan de voeten werden verlengd en de<br />
oude ronde labia naar een spitsvorm werden “bijgewreven”.<br />
<strong>In</strong> de velden van het rugwerk werden<br />
loze houten pijpjes aangebracht. Alle frontpijpwerk<br />
werd met aluminiumverf bijgekleurd. Een nieuwe<br />
magazijnbalg, met enkele vouw en met twee<br />
schepbalgen werd in de torenruimte geplaatst. De<br />
windladen en kanalisatie werden nieuw gemaakt.<br />
Na demontage van de hoofdwerklade bleek dat<br />
voor enkele scheien hout werd gebruikt van diverse<br />
oudere onderdelen, ook elders zijn resten van oude<br />
houten delen gevonden.<br />
Een groot deel van het oude pijpwerk werd opnieuw<br />
gebruikt, aangepast aan de lagere toonhoogte<br />
en de verandering van het mensuurbeeld.<br />
Het grotere prestantpijpwerk werd voorzien van expressions<br />
of stemkrullen in de bovenranden, kleiner<br />
pijpwerk werd afgesneden. De Trompet werd een<br />
toets hoger geplaatst en aangevuld. De Holpijp 8 vt<br />
en de bas van de Fluit 4 vt werden niet verplaatst,<br />
maar omgestemd.<br />
De Fluit 4 vt discant bestaat uit conisch pijpwerk<br />
dat van een ander register afkomstig is. <strong>In</strong> het rugwerk<br />
werden de vier oude registers gewijzigd door<br />
verschuiving en aanvulling, zo werd de Octaaf 2 vt<br />
Detail van het register Fluit 4 vt in het Rugwerk.<br />
Foto: Aart van Beek (orgeladviseur), Balkbrug.<br />
Orgelmaker Henrik Spehr restaureert de schepbalgen.<br />
Foto: Aart van Beek (orgeladviseur), Balkbrug.<br />
vermaakt tot een Woudfluit 2 vt. De Viool de Gambe<br />
van Hardorff werd zwevend gestemd en Vox<br />
Céleste genoemd. Bakker & Timmenga maakte<br />
een nieuwe Bourdon 16 vt, Viola 8 vt, Aeoline 8 vt<br />
en nieuwe houten pijpen voor het groot octaaf van<br />
beide gedekte 8-voets registers. Ook de incidentele<br />
aanvullingen in de diverse registers en, vrijwel<br />
zeker, het zinken pijpwerk werden in de eigen pijpenmakerij<br />
vervaardigd. Opvallend aan het oude<br />
pijpwerk is dat Bakker & Timmenga zo veel mogelijk<br />
het aanbrengen van kernsteken achterwege<br />
heeft gelaten. Bij een behoorlijk aantal pijpen is de<br />
oorspronkelijke klank daarom nog te achterhalen.<br />
De in 1918 gevolgde aanpak lijkt mede beïnvloed<br />
door materiaalschaarste als gevolg van de nog in<br />
gang zijnde eerste wereldoorlog.<br />
De huidige dispositie:<br />
Hoofdwerk: Praestant 8 vt – Bourdon 16 vt (C-h 0<br />
hout) – Viola 8 vt (C-H gecombineerd met de Holpijp)<br />
– Holpijp 8 vt (C-H hout) – Octaaf 4 vt – Fluit 4 vt – Octaaf<br />
2 vt – Mixtuur II-IV – Trompet 8’ (houten koppen<br />
en stevels).<br />
Rugwerk: Praestant 4 vt – Holpijp 8 vt (C-H hout)<br />
– Aeoline 8 vt (C-H gecombineerd met de Holpijp) –<br />
Vox Celeste 8 vt (vanaf c 0 ) – Fluit 4 vt – Woudfluit 2 vt.<br />
Manuaalk oppel.<br />
Pedaal: aangehangen (C tot en met d 1 ).<br />
Samenstelling Mixtuur:<br />
• C 1⅓’ + 1’<br />
• G 2’+ 1⅓’ + 1’<br />
• g 0 2 ⅔ + 2’+ 1⅓’ + 1’<br />
• g 1 4’ + 2 ⅔ + 2’+ 1⅓’<br />
• g 2 5⅓’ + 4’ + 2 ⅔ + 2’<br />
De grote diversiteit van de onderdelen in ouderdom<br />
en makelij geeft aanleiding om in analogie daarmee<br />
het instrument te typeren als het “Harm-Frans Dammengaorgel”<br />
van Boksum, een uniek instrument zowel<br />
uiterlijk als in klank!<br />
© Aart van Beek, januari 2012<br />
Aart van Beek begon zijn activiteiten als orgeladviseur<br />
in 1974. <strong>In</strong> de periode van 1979 t/m 2003<br />
was hij gecommitteerde voor orgelzaken van de<br />
voormalige Orgelcommissie der Nederlandse Hervormde<br />
Kerk.
pagina 14<br />
Friese orgelkrant<br />
Het Rohlfingorgel in de Sint-Vituskerk te Blauwhuis<br />
De voorganger van de huidige Sint-Vituskerk in Blauwhuis kwam in 1804 in het bezit van een pijporgel dat in 1871 - vier<br />
jaar nadat de neogotische schepping van dr. P.J.H. Cuypers in het dorp was verrezen - door E. Ypma werd geplaatst in het<br />
nieuwe kerkgebouw. Het werd kort na 1890 afgebroken en verdween spoorloos. Er kwam een harmonium dat op zijn beurt<br />
in 1924 het veld moest ruimen voor het huidige orgel. Dit instrument werd geleverd door de Duitse Firma Gebrüder Rohlfing<br />
te Osnabrück op aanraden van de priester J.A.S. van Schaik die hiervoor te rade was gegaan bij zijn collega-priestermusicus<br />
prof. dr. H. Vroom. Laatstgenoemde kende het Rohlfingorgel in de voormalige Heilige Hartkerk aan de Moesstraat te<br />
Groningen en roemde dit instrument. Het orgel in Blauwhuis werd geleverd via de Firma Holtman & Leemhuis te Zuidbroek<br />
die als vertegenwoordiger voor Rohlfing fungeerde. De prijs was ƒ 7.800,-. Op 16 december 1924 om 14.00 uur werd het<br />
orgel in gebruik genomen met een bespeling door Jony Ponten uit Groningen. Hij voerde werken uit van Johann Sebastian<br />
Bach, Alexandre Guilmant, Josef Schildknecht en Jacques Lemmens.<br />
De periode waarin dit instrument tot stand kwam<br />
wordt door sommigen nog steeds beschouwd<br />
als een dieptepunt in de orgelbouw. <strong>In</strong> die opvatting<br />
is de laatste jaren enige nuancering gekomen.<br />
Hoewel de kwaliteit van de gebruikte<br />
materialen soms ernstig leed onder de economische<br />
crisis en de felle concurrentie tussen de orgelbouwers,<br />
bleken vele constructies toch doelmatig<br />
en is de klank van sommige instrumenten<br />
zeer fraai, zeker binnen de voorstelling die men<br />
zich daar indertijd van maakte. Het orgel in<br />
Blauwhuis is in vele opzichten een kenmerkend<br />
voorbeeld van de Duitse orgelbouw uit het eerste<br />
kwart van de 20ste eeuw. Dergelijke instrumenten<br />
werden vaak als “valuta-orgels” aangeduid<br />
vanwege het lage bedrag dat ze kostten<br />
dankzij de sterk gedevalueerde Reichsmark. Bij<br />
het orgel in Blauwhuis uit zich dit aspect in het<br />
relatief grote aantal zinken pijpen en het gebruik<br />
van voornamelijk naaldhout.<br />
De door P.J.H. Cuypers ontworpen Sint-Vituskerk<br />
(1867) in Blauwhuis. Foto: Johan Sjoukema (zomer<br />
2010), Leeuwarden.<br />
<strong>In</strong> 1952 wijzigde Vermeulen te Alkmaar de dispositie<br />
van het instrument waarbij hij de Viola di<br />
Gamba van het Hoofdmauaal verving door een<br />
Kwint 2⅔ voet en de Salicionaal 8 voet van het<br />
Zwelwerk door een Sesquialter 1 à 2 sterk. Ook<br />
de samenstelling van de Mixtuur werd toen licht<br />
gewijzigd.<br />
Deze wijzigingen in neobarokke zin zijn in het<br />
midden van de jaren negentig van de vorige<br />
eeuw door Adema-Schreurs Kerkorgelbouw ongedaan<br />
gemaakt. Antoine Schreurs kon daarvoor<br />
pijpwerk uit voorraad gebruiken dat stamde uit<br />
dezelfde periode als het orgel en dat qua materiaal,<br />
mensuur en factuur overeenkwam met het<br />
oorspronkelijke pijpwerk. Tegelijkertijd bracht hij<br />
het instrument weer in speelbare staat en maakte<br />
hij het schoon waarbij hij veel hulp ontving van<br />
vrijwilligers uit de parochie. Dankzij de weer functionerende<br />
toestand van het instrument kon de<br />
klank worden beoordeeld door de orgeldeskundigen<br />
van de toen zo geheten Rijksdienst voor<br />
de Monumentenzorg (thans Rijksdienst voor het<br />
Cultureel Erfgoed). Dat leidde ertoe dat het orgel<br />
kon worden bijgeschreven op de redengevende<br />
omschrijving van het kerkgebouw.<br />
Bij de huidige restauratie is het gehele orgel<br />
schoongemaakt en grondig hersteld. Daarbij<br />
is ook de oorspronkelijke samenstelling van de<br />
Mixtuur gereconstrueerd door de in 1952 geplaatste<br />
pijpen te vervangen door kopieën van<br />
de oorspronkelijke exemplaren die qua factuur<br />
en mensuur veel beter in het geheel passen.<br />
Een korte beschrijving volgt hieronder.<br />
Het orgel is opgesteld in drie delen: in twee eenvoudige<br />
kassen ter weerszijden van de tribune<br />
en in een door een houten schot afgescheiden<br />
ruimte achter de speeltafel bij de westgevel van<br />
de kerk. Op die wijze blijft het rozetvenster in de<br />
westmuur grotendeels vrij. De kassen bestaan<br />
uit massief eiken lijst- en regelwerk en eiken<br />
gefineerde triplex panelen. De opstelling van de<br />
windladen in de kassen is als volgt:<br />
• in de twee voorste kassen bevindt zich het<br />
Hoofdmanuaal. De laden liggen loodrecht op het<br />
voorfront met de grootste pijpen achteraan, in de<br />
linker kas de C-kant en in de rechter de Cis-kant;<br />
• Zwelwerk en Pedaal bevinden zich in de ruimte<br />
achter de speeltafel. Het Zwelwerk tegen de<br />
westmuur in piramidale opstelling en het Pedaal,<br />
eveneens piramidaal, tegen de rechter torenwand.<br />
De windvoorziening bestaat uit een “schwimmerbalg”.<br />
Bij de laatste restauratie is de stelling<br />
waarop deze staat, verhoogd, zodat de in<br />
het midden van de jaren negentig van de 20e<br />
eeuw vernieuwde windmachine daaronder een<br />
plaats heeft kunnen vinden. De balg is opnieuw<br />
beleerd.<br />
De laden zijn van het type “Hängeventillade”,<br />
waarbij de zogenoemde keilvormige “Witzig”balgjes<br />
verticaal geplaatst zijn. Het systeem<br />
werkt met één winddruk. <strong>In</strong> de registercancel<br />
bevindt zich onder elke pijp een met darmleder<br />
bekleed balgje met op het vrije blad een cirkelvormig<br />
afsluitventieltje. Wanneer de toets niet<br />
wordt aangeslagen, is dit balgje gevuld met lucht<br />
waardoor het ventieltje de toegang tot het kanaal<br />
naar de pijp afsluit. Zodra de toets wordt aangeslagen<br />
ontsnapt de wind uit het balgje, zodat het<br />
ventieltje de weg vrijmaakt voor de wind vanuit<br />
de registercancel naar de pijp. De ladelichamen<br />
zijn van naaldhout. Dit hoeft bij Duitse orgels niet<br />
als een negatief aspect te worden aangemerkt.<br />
<strong>In</strong> Thüringen vervaardigden ook de beste orgelmakers<br />
in de 18de eeuw de meeste (sleep)laden<br />
van naaldhout.<br />
Het orgel is voorzien van buizenpneumatiek die<br />
opmerkelijk ver is doorgevoerd. Zelfs de zwelkast<br />
wordt pneumatisch bediend terwijl dit op simpele<br />
wijze mechanisch had kunnen gebeuren.<br />
Vanuit de speeltafel gaan loden conducten in<br />
Het Rohlfingorgel (1924) in de Sint-Vituskerk te Blauwhuis een jaar vóór de start van de orgelrestauratie door<br />
Adema’s Kerkorgelbouw eind 2010. Foto: Johan Sjoukema, Leeuwarden.<br />
bundels naar de pneumatische stations onder<br />
de windladen.<br />
De keilbalgjes in de windladen zijn, na meer dan<br />
80 jaar trouwe dienst, alle vervangen.<br />
De vrijstaande speeltafel bevindt zich midden<br />
achteraan op de tribune vóór de afgeschotte<br />
ruimte met het Zwelwerk en Pedaal. Vanuit die<br />
positie kan de organist zowel naar de dirigent als<br />
naar het hoofdaltaar kijken. De speeltafel bezit<br />
twee handklavieren waarvan de ondertoetsen<br />
zijn belegd met kunststof.<br />
De registerwippers bevinden zich in een horizontale<br />
rij boven de klavieren en voor diverse functies<br />
zijn er als stiften uitgevoerde drukknopjes in<br />
de onderlijst van Manuaal I aangebracht.<br />
Het zwelpedaal is uitgevoerd als balanstrede<br />
en het registercrescendo wordt naar Duitse gewoonte<br />
bediend door een rolzweller met een<br />
klokvormige indicator in de lijst boven de handklavieren.<br />
De dispositie is als volgt:<br />
Hoofdmanuaal (Manuaal I, C-g³, 56 tonen):<br />
Bourdon 16 v t, Prestant 8 vt, Fluit Harmonique<br />
8 vt, Viola di Gamba 8 vt, Trompet harmonique 8<br />
vt, Octaaf 4 vt, Octaaf 2 vt’, Mixtuur 3 sterk (samenstelling<br />
Mixtuur: C 1⅓-1, fº 2-1⅓-1, f¹ 2⅔-2-<br />
1⅓, f² 4-2⅔-2).<br />
Zwelwerk (Manuaal II, C-g³, 56 tonen): Vioolprestant<br />
8 vt, Holpijp 8 vt, Salicionaal 8 vt, Voix<br />
Nog een Rohlfingorgel in Fryslân: het orgel (1920) in<br />
de Gereformeerde Kerk van Munnekezijl.<br />
Foto: Riemer G. van der Veen, Fenderlee Imaging<br />
Leeuwarden.<br />
celeste 8 vt, Flute octaviant 4 vt, Piccolo 2 vt,<br />
Basson-Hobo 8 vt.<br />
Pedaal (C-d¹, 27 tonen): Subbas 16 vt, Octaafbas<br />
8 vt.<br />
Koppels en speelhulpen: II-I, I-P, II-P, II-II 4’, II-I 4’,<br />
II-I 16’, Rolzweller, Balanstrede voor de zwelkast<br />
van Manuaal II, Drukknopjes als stiften in de onderlijst:<br />
Tremolo Holpijp en nulsteller; Pedaalomschakelaar<br />
en nulsteller; Generaal Crescendo en<br />
nulsteller; Piano, Mezzo-Forte, Forte, Tutti met<br />
nulsteller<br />
(Van de registers Viola di Gamba 8 vt en de Salicionaal<br />
8 vt zijn de pijpen in het midden van de<br />
jaren negentig van de vorige eeuw geplaatste<br />
kopieën van de originele exemplaren uit voorraad<br />
van de orgelmaker).<br />
Ton van Eck<br />
Nawoord van de redactie:<br />
Op zondag 13 mei zal het gerestaureerde orgel<br />
van Blauwhuis weer in gebruik worden genomen.<br />
Van de Blauwhuister orgelrestauratie zal<br />
een boekje verschijnen, zoals dat ook gebeurd<br />
is met de orgelrestauratie in de Michaëlkerk te<br />
Woudsend. Het boekje over deze laatstgenoemde<br />
restauratie, waaraan de Friese Orgelkrant vorig<br />
jaar aandacht besteedde, is van de hand van<br />
Ton van Eck en Victor Timmer. De titel is ‘Over<br />
Albertus van Gruisen en zijn orgel in Woudsend’.<br />
<strong>In</strong> 50 pagina’s behandelen de auteurs eerst het<br />
rooms-katholieke leven in Friesland vóór en na<br />
1853 (het jaar waarin de bisschoppelijke hiërarchie<br />
in ons land werd hersteld) alsmede het<br />
werk van orgelbouwer Albertus van Gruisen, algemeen<br />
én toegespitst op Friese staties. Vervolgens<br />
wordt in hoofdstuk 4 de geschiedenis van<br />
het Van Gruisenorgel in Woudsend beschreven.<br />
Daarbij komt uiteraard de orgelrestauratie van<br />
2009-2011 uitgebreid aan bod. Het hoofdstuk<br />
eindigt met een beschrijving van zowel het inwendige<br />
als uitwendige van het orgel na de restauratie.<br />
Hoofdstuk 5 gaat over het gebruik van<br />
het orgel in rooms-katholieke in de plaatselijke<br />
liturgische context. Het boekje eindigt met een<br />
evaluerend ‘Besluit’ van Ton van Eck, die tevens<br />
de adviseur bij de orgelrestauratie in Woudsend<br />
was. Tot slot is een verklarende lijst van vaktermen<br />
opgenomen. Verder bevat het boekje ondersteunende<br />
illustraties en het nodige fotomateriaal,<br />
op de omslag in kleur. Het boekje is voor<br />
vijf euro te bestellen bij mevrouw Carla Schraa<br />
van het kerkbestuur (telefoon 0514 – 591776).
MAART<br />
Friese orgelkrant pagina 15<br />
**ORGELEXCURSIE**<br />
Zaterdag 31 maart: voorjaarsexcursie van<br />
de <strong>Stichting</strong> <strong>Organum</strong> <strong>Frisicum</strong> naar de Sint-<br />
Martinuskerk in Tzummarum, de Sixtuskerk in<br />
Sexbierum, de Andreaskerk in Wijnaldum en de<br />
Grote Kerk in Harlingen. Excursieleiders: Theo<br />
Jellema en Peter van der Zwaag.<br />
Aanvang: 10.30 uur in Tzummarum. Ontvangst<br />
in Tzummarum vanaf 09.45 uur.<br />
Zaterdag 31, Berltsum (Berlikum), Kruiskerk,<br />
20.00 uur: Alef Wiersma, orgel; Siebe Westra,<br />
saxofoon en Jaap Akkerman, trompet<br />
APRIL<br />
Zondag 1, Drachten, Grote Kerk, 16.00 uur:<br />
Klaas van Marrum, orgel (concert annex zangdienst<br />
ten bate van de restauratie van de Grote<br />
Kerk)<br />
Maandag 9 (Tweede Paasdag), Bolsward, Martinikerk,<br />
15.30 uur: Martin Mans,orgel<br />
Zaterdag 14, Oosterwolde, Dorpskerk, 20.00<br />
uur Jubileumconcert met Voce Umana, het<br />
Trombonekwartet BoneBrass en Arian van der<br />
Mark, orgel (20 jaar organist)<br />
Woensdag 18, Opeinde, Geref. Kerk, 20.00<br />
uur: Bernard Kuiper, Bert van Cimmenaede en<br />
Riemke Dijkstra, orgel<br />
Zaterdag 21, Drachten, De Fonteinkerk, 20.00<br />
uur: Jos van der Kooy, orgel ('s middags een<br />
workshop voor Kerkorganisten, zie www.ckfdrachten.nl)<br />
Zaterdag 21, Damwoude, Chr. Geref. Kerk,<br />
20.00 uur: Harry Hamer (40 jaar organist), orgel<br />
Dinsdag 24, Drachten, Grote Kerk, 20.00 uur:<br />
Martin Mans, orgel<br />
Vrijdag 27, Bears, Mariakerk (Herv. Kerk),<br />
11.00 uur: mini-orgeltocht (orgelfietsroute) o.l.v.<br />
Joop Swieringa<br />
MEI<br />
Dinsdag 1, Ferwert, Sint-Martinustsjerke,<br />
20.00 uur: Martin Mans, orgel (Koninginnedag-<br />
Bervijdingsdagconcert)<br />
Het Van Damorgel (1844) in de Bordinekerk van Vrouwenparochie.<br />
Foto: Riemer Gerard van der Veen, Fenderlee Digital Imaging Leeuwarden.<br />
Zaterdag 5, Leeuwarden, Koepelkerk, 20.00<br />
uur: bevrijdingsconcert door Sebastiaan Schippers,<br />
orgel; Jelte de Jong, fluit en Miriam Stoffelsma,<br />
saxofoon.<br />
Dinsdag 8, Kollumerzwaag, Herv. Kerk, 20.00<br />
uur: Martin Mans, orgel<br />
vrijdag 11, Burgwerd, Johanneskerk, 20.00<br />
uur: ingebruiknameconcert door Theo Jellema,<br />
orgel en solistische medewerking.<br />
Zaterdag 12, Gytsjerk (Giekerk), Sint-Martinuskerk,<br />
14.00 uur; Oentsjerk (Oenkerk), Mariakerk,<br />
15.00 uur en Âldtsjerk (Oudkerk), Pauluskerk,<br />
16.00 uur; orgeltocht onder leiding van Sander<br />
van Marion, orgel<br />
Zaterdag 12, Zaandam e.o. en Monnickendam,<br />
dagexcursie KVOK-afdeling Fryslân naar<br />
Flentrop Orgelbouw en Monnickendam (Gerstenhauer<br />
1780). Meer info en aanmelden:<br />
j.rollema@planet.nl<br />
Zaterdag 12, Leeuwarden, Waalse Kerk, 20.00<br />
uur: Menno van Delft, klavecimbel en Theo Jellema,<br />
orgel. Eerste concert in de serie ‘Sweelinck<br />
en tijdgenoten’.<br />
Zondag 13, Leeuwarden, Doopsgezinde Kerk,<br />
15.00 uur: Sweelinckcantorij o.l.v. Take Beukema<br />
m.m.v. Broer de Witte, orgel en klavecimbel<br />
(Sweelinckproject)<br />
Maandag 14, Sneek, Sint-Martinuskerk-aande-Singel,<br />
20.00 uur: Aart de Kort, orgel<br />
Donderdag 17 (Hemelvaartsdag), Bolsward,<br />
Martinikerk, 15.00 uur: Harm Hoeve, orgel<br />
Vrijdag 25, Drachten, Grote Kerk, 20.00 uur:<br />
Sander van Marion, orgel<br />
Zaterdag 26, Leeuwarden, Waalse Kerk, 20.00<br />
uur: Theo Jellema, orgel. Tweede concert in de<br />
serie ‘Sweelinck en tijdgenoten’.<br />
Zaterdag 26, Drogeham, Chr. Geref. Kerk,<br />
20.00 uur: Wim Magré, orgel.<br />
JUNI<br />
Vrijdag 1, Harlingen, Grote Kerk, 20.00 uur:<br />
Eeuwe Zijlstra, orgel<br />
Zaterdag 2, Raerd (Boarnsterhim). Laurentiuskerk,<br />
16.00 uur: ingebruikname van het gerestaureerde<br />
Hillebrandorgel. <strong>In</strong>leiding en orgel- bespeling door Stef Tuinstra, orgeladviseur en<br />
organist<br />
Vrijdag 8, Donkerbroek en Wijnjewoude (Oud-<br />
Duurswoude), Hervormde Kerken: dubbelconcert<br />
door Arian van der Mark, orgel. Start om<br />
20.00 uur in Donkerbroek, vervolg om 21.15 uur<br />
in Wijnjewoude (Oud-Duurswoude)<br />
Zaterdag 9, Leeuwarden, Koepelkerk, 20.00<br />
uur: Sebastiaan Schippers, orgel m.m.v. de Fanfare<br />
uit Schraard<br />
Zaterdag 9, Tzum, Johanneskerk, 20.00 uur:<br />
Martin Mans, orgel.<br />
Maandag 11, Sneek, Sint-Martinuskerk-aande-Singel,<br />
20.00 uur: Paul van der Woude, orgel<br />
Dinsdag 12, Bolsward, Martinikerk, 20.00 uur:<br />
Christiaan <strong>In</strong>gelse, orgel<br />
Vrijdag 15, Harlingen, Grote Kerk, 20.00 uur:<br />
Ab Weegenaar, orgel<br />
Zaterdag 16, Leeuwarden, Waalse Kerk, 20.00<br />
uur: Theo Jellema, orgel en Hans Scholing, bas.<br />
Derde en laatste concert in de serie ‘Sweelinck<br />
en tijdgenoten’.<br />
Maandag 18, Sneek, Martinikerk, 20.00 uur:<br />
Dirk S. Donker, orgel<br />
Dinsdag 19, Bolsward, Martinikerk, 20.00 uur:<br />
Wim Magré, orgel<br />
Vrijdag 22, Dokkum, Grote of Martinuskerk,<br />
20.00 uur: Auke de Boer, orgel (Sweelinck en<br />
tijdgenoten)<br />
Vrijdag 22, Haskerhorne, Dorpskerk, 20.00<br />
uur: Henk de Vries met een concert op het<br />
(oude) orgel en op het nieuwe bijbelregaal van<br />
Wim Dijkstra<br />
Zaterdag 23, Minnertsga, Meinardskerk, 20.00<br />
uur: Martin Mans, orgel<br />
Zondag 24, Burgum (Bergum), Kruiskerk,<br />
16.00 uur: Johan Beeftink, orgel<br />
Maandag 25, Sneek, Martinikerk, 20.00 uur:<br />
Petra Veenswijk, orgel<br />
Dinsdag 26, Bolsward, Martinikerk, 2 0 . 0 0<br />
uur: Sander van Marion, orgel<br />
Vrijdag 29, Dokkum, Grote of Martinuskerk,<br />
Adema-Verschuerenorgel (1873/1983/2001) in de Sint-Martinuskerk van Ferwert.<br />
Foto: Riemer Gerard van der Veen, Fenderlee Digital Imaging Leeuwarden.<br />
20.00 uur: Sola Gratia o.l.v. Ties Molenhuis<br />
m.m.v. Auke de Boer, orgel<br />
Vrijdag 29, Harlingen, Grote Kerk, 20.00 uur:<br />
<strong>Jan</strong> Luth, orgel<br />
**DONATEURSCONCERT**<br />
Vrijdag 29 juni, Donateursconcert van de<br />
<strong>Stichting</strong> <strong>Organum</strong> <strong>Frisicum</strong> in Zweins, Reginakerk,<br />
19.30 uur: ontvangst met koffie of<br />
thee. Toelichting om 20.00 uur door Broer de<br />
Witte.<br />
Aansluitend concerteren Broer de Witte (orgel)<br />
en Hannah de Witte (traverso en fluit).<br />
Zaterdag 30, Franeker, Martinikerk, 20.00 uur:<br />
Leonore Lub, orgel<br />
JULI<br />
Zondag 1, Terband, Rotondekerk, 10.45 uur:<br />
orgelbespeling door Klaas Zijlstra<br />
Maandag 2, Sneek, Martinikerk, 20.00 uur: Dirk<br />
S. Donker, orgel<br />
Dinsdag 3, Bolsward, Martinikerk, 20.00 uur:<br />
Harm Hoeve, orgel<br />
Donderdag 5, Easterein (Oosterend), Martinikerk,<br />
20.00 uur: Christiaan <strong>In</strong>gelse, orgel<br />
Zaterdag 7, Leeuwarden, Koepelkerk, 20.00<br />
uur: Theo Jellema, orgel; hoogstwaarschijnlijk<br />
het allerlaatste orgelconcert in de Leeuwarder<br />
Koepelkerk in verband met sluiting en beoogde<br />
verkoop van de Kerk.<br />
Zaterdag 7, Workum, Grote of Sint-Gertrudiskerk,<br />
20.00 uur: Sander van Marion, orgel<br />
Maandag 9, Hoorn (Terschelling), Sint-<strong>Jan</strong>skerk,<br />
20.00 uur: Sebastiaan van Delft, orgel en<br />
Pieter de Mast, saxofoon<br />
Maandag 9, Sneek, Martinikerk, 20.00 uur: Dirk<br />
S. Donker, orgel<br />
Dinsdag 10, Bolsward, Martinikerk, 20.00 uur:<br />
Herman van Vliet, orgel (in <strong>memoriam</strong> Feike
pagina 16<br />
Friese orgelkrant<br />
Het Van Damorgel (1870) in de Sint-Nicolaaskerk van Blije.<br />
Foto: Riemer Gerard van der Veen, Fenderlee Digital Imaging Leeuwarden.<br />
Asma)<br />
Woensdag 11, Langweer, Herv. Kerk, 20.00<br />
uur: Toon Hagen, orgel<br />
Woensdag 11, Leeuwarden, Grote of Jacobijnerkerk,<br />
20.00 uur: Theo Jellema, orgel<br />
Donderdag 12, Easterein (Oosterend), Martinikerk,<br />
20.00 uur: Sander van Marion, orgel<br />
Donderdag 12, Hollum (Am.), Hervormde<br />
Kerk, 20.30 uur: Carel van Aurich, orgel en John<br />
de Beer, klarinet<br />
Vrijdag 13, Dokkum, Grote of Martinuskerk,<br />
20.00 uur: Carl Visser, orgel (Sweelinck en tijdgenoten)<br />
Zondag 15, Noordwolde, Protestantse Kerk,<br />
14.30 uur: concert door organist en hoboïst<br />
Maandag 16, Sneek, Martinikerk, 20.00 uur:<br />
Leonore Lub, orgel<br />
Dinsdag 17, Bolsward, Martinikerk, 20.00 uur:<br />
Jos van der Kooy, orgel (in <strong>memoriam</strong> Piet van<br />
Egmond)<br />
Woensdag 18, Grou (Grouw), Sint-Piterkerk,<br />
20.00 uur: Jelle Rollema, orgel en klavecimbel<br />
Woensdag 18, Leeuwarden, Grote of Jacobijnerkerk,<br />
20.00 uur: Hiroko <strong>In</strong>oue (RU), orgel<br />
Woensdag 18, Workum, Sint-Gertrudiskerk,<br />
19.30 uur: inloopconcert door Klaske Deinum,<br />
orgel<br />
Donderdag 19, Easterein (Oosterend), Martinikerk,<br />
20.00 uur: Martin Mans, orgel<br />
Donderdag 19, Hollum (Am.), Hervormde<br />
Kerk, 20.30 uur: concertgever(s) nog onbekend<br />
Vrijdag 20, Dokkum, Grote of Martinuskerk,<br />
20.00 uur: <strong>Jan</strong>no den Engelsman, orgel (Sweelinck<br />
en tijdgenoten)<br />
Vrijdag 20, Harlingen, Grote Kerk, 20.00 uur:<br />
Bernard Winsemius, orgel<br />
Vrijdag 20, Leeuwarden, Grote of Jacobijnerkerk,<br />
12.30 uur: Frans Tersteeg, orgel; lunchpauzeconcert<br />
Zaterdag 21. Franeker, Martinikerk, 20.00 uur:<br />
Christiaan de Vries, orgel en Gerda Postma,<br />
trompet<br />
Zaterdag 21, Leeuwarden, Doopsgezinde<br />
Kerk, 14.30: inloopconcert door Gerben Bergstra,<br />
orgel<br />
Maandag 23, Sneek, Martinikerk, 20.00 uur:<br />
Zsuzsa Elekes (HU), orgel<br />
Dinsdag 24, Bolsward, Martinikerk, 20.00 uur:<br />
Kees Nottrot, orgel<br />
Woensdag 25, Grou (Grouw), Sint-Piterkerk,<br />
20.00 uur: Carl Visser, orgel<br />
Woensdag 25, Langweer, Herv. Kerk, 20.00<br />
uur: Gerry Meijers, orgel<br />
Woensdag 25, Leeuwarden, Grote of Jacobijnerkerk,<br />
20.00 uur: Kees van Eersel, orgel<br />
Donderdag 26, Easterein (Oosterend), Martini-<br />
kerk, 20.00 uur: Harry Hamer, orgel<br />
Vrijdag 27, Harlingen, Grote Kerk, 20.00 uur:<br />
David Dunnett (UK), orgel<br />
Zaterdag 28, Earnewâld (Eernewoude), Geref.<br />
Kerk, 20.00 uur Gerwin van der Plaats, orgel<br />
m.m.v. het Urker Mannen Kwartet.<br />
Zaterdag 28 juli, Leeuwarden Doopsgezinde<br />
Kerk, 14.30: inloopconcert door Peter van der<br />
Zwaag, orgel<br />
Zaterdag 28, Leeuwarden, Grote of Jacobijnerkerk,<br />
22.00 uur: Theo Jellema, orgel (Bachnachtconcert)<br />
**ORGELTOCHT**<br />
Zaterdag 28 juli: orgeltoertocht (per eigen vervoermiddel).<br />
Start om 13.30 uur in de Protestantse<br />
Kerk van Nieuwehorne, vervolg om 14.30<br />
uur in de Bonifatiuskerk te Oldeberkoop en het<br />
slot om 16.30 uur in de Protestantse Kerk te<br />
Noordwolde. <strong>In</strong> elke kerk wordt een concert van<br />
ongeveer een half uur gegeven door Jochem<br />
Schuurman, orgel en Alina Rozeboom, sopraan.<br />
<strong>In</strong> Nieuwehorne (en daarna ook in Oldeberkoop)<br />
wordt het programma en een fietsroute uitgereikt.<br />
Zondag 29, Burgum, Kruiskerk, 16.00 uur:<br />
Lukas <strong>Jan</strong> Schoonbeek, orgel<br />
Maandag 30, Buitenpost, Mariakerk, 20.00<br />
uur: Martin Mans, orgel<br />
Maandag 30, Sneek, Martinikerk, 20.00 uur:<br />
John Scott (US), orgel<br />
Dinsdag 31, Bolsward, Martinikerk, 20.00 uur:<br />
Daniel Roth (FR), orgel<br />
AUGUSTUS<br />
Woensdag 1, Grou (Grouw), Sint-Piterkerk,<br />
20.00 uur: Kees van Eersel, orgel<br />
Woensdag 1, Leeuwarden, Grote of Jacobijnerkerk,<br />
20.00 uur: Anja Hendrikx, orgel<br />
Donderdag 2, Easterein (Oosterend), Martinikerk,<br />
20.00 uur: Balt R. de Vries, orgel<br />
Donderdag 2, Hollum (Am.), Hervormde Kerk,<br />
20.30 uur: concertgever(s) nog onbekend<br />
Zaterdag 4, Leeuwarden, Doopsgezinde Kerk,<br />
14.30: inloopconcert door Sander van den Houten,<br />
orgel<br />
Zaterdag 4, Workum, Sint-Gertrudiskerk,<br />
20.00 uur: Theo Jellema, orgel<br />
Maandag 6, Sneek, Sint-Martinuskerk-aan-de-<br />
Singel, 20.00 uur: Peter van der Weide en Frits<br />
Haaze, orgel met medewerking van het zangkwartet<br />
Voix Célèstes<br />
Dinsdag 7, Bolsward, Martinikerk, 20.00 uur:<br />
Martin Mans, orgel<br />
Woensdag 8, Grou (Grouw), Sint-Piterkerk,<br />
20.00 uur: Sietze de Vries, orgel<br />
Woensdag 8, Langweer, Herv. Kerk, 20.00 uur:<br />
Liuwe Tamminga (IT), orgel<br />
Woensdag 8, Leeuwarden, Grote of Jacobijnerkerk,<br />
20.00 uur: Cor Ardesch, orgel<br />
Donderdag 9, Easterein (Oosterend), Martinikerk,<br />
20.00 uur: Jaap Zwart, orgel<br />
Donderdag 9, Hollum (Am.), Hervormde Kerk,<br />
20.30 uur: concertgever(s) nog onbekend<br />
Donderdag 9, Hoorn (Terschelling), Sint-<strong>Jan</strong>skerk,<br />
20.00 uur: Jochem Schuurman, orgel<br />
Vrijdag 10, Dokkum, Grote of Martinuskerk,<br />
20.00 uur: <strong>Jan</strong> van Bezuijen, orgel (Sweelinck en<br />
tijdgenoten)<br />
Vrijdag 10, Harlingen, Grote Kerk, 20.00 uur:<br />
Eeuwe Zijlstra, orgel<br />
Vrijdag 10, Leeuwarden, Grote of Jacobijnerkerk,<br />
12.30 uur: Theo Jellema, orgel; lunchpauzeconcert<br />
Zaterdag 11, Franeker, Martinikerk, 20.00 uur:<br />
Jochem Schuurman, orgel<br />
Zaterdag 11, Leeuwarden, Doopsgezinde<br />
Kerk, 14.30: inloopconcert door Jochem<br />
Schuurman, orgel<br />
Maandag 13, Sneek, Martinikerk, 20.00 uur:<br />
Dirk S. Donker, orgel<br />
Dinsdag 14, Bolsward, Martinikerk, 20.00 uur:<br />
Herman van Vliet, orgel<br />
Woensdag 15, Grou (Grouw), Sint-Piterkerk,<br />
20.00 uur: Wietse Meinardi, orgel<br />
Woensdag 15, Leeuwarden, Grote of Jacobijnerkerk,<br />
20.00 uur: Wolfgang Zerer (DE), orgel<br />
Donderdag 16, Hollum (Am.), Hervormde<br />
Kerk, 20.30 uur: concertgever(s) nog onbekend<br />
Vrijdag 17, Balk, It Breahûs (v.m. Herv.Kerk),<br />
20.30 uur: Eeuwe Zijlstra, orgel en <strong>Jan</strong> Vermaning,<br />
trompet. Concert in het kader van ‘Muziek<br />
aan de Luts’.<br />
Vrijdag 17, Dokkum, Grote of Martinuskerk,<br />
20.00 uur: Henk Verhoef, orgel (Sweelinck en<br />
tijdgenoten)<br />
Zaterdag 18, Leeuwarden, Doopsgezinde<br />
Kerk, 14.30: inloopconcert door Vincent Hensen,<br />
orgel<br />
Maandag 20, Sneek, Martinikerk, 20.00 uur:<br />
<strong>Jan</strong> Hage, orgel<br />
Dinsdag 21, Bolsward, Martinikerk, 20.00 uur:<br />
Everhard Zwart, orgel<br />
Woensdag 22, Grou (Grouw), Sint-Piterkerk,<br />
20.00 uur: Henk de Vries, orgel<br />
Woensdag 22, Langweer, Hervormde Kerk,<br />
20.00 uur: Jochem Schuurman, orgel<br />
Woensdag 22, Leeuwarden, Grote of Jacobijnerkerk,<br />
20.00 uur: Bert den Hertog, orgel<br />
Woensdag 22, Workum, Sint-Gertrudiskerk, 19.30<br />
uur: inloopconcert door Balt R. de Vries, orgel<br />
Donderdag 23, Hollum (Am.), Hervormde<br />
Kerk, 20.30 uur: Henk de Vries, orgel en Theo<br />
Halming, cornet<br />
Vrijdag 24, Dokkum, Grote of Martinuskerk,<br />
20.00 uur: Gerda Peters, orgel (Sweelinck en<br />
tijdgenoten)<br />
Vrijdag 24, Harlingen, Grote Kerk, 20.00 uur:<br />
Daniël Zaretsky (RU), orgel<br />
Vrijdag 24, Leeuwarden, Grote of Jacobijner-<br />
Het Hardorfforgel (1877) in de Petruskerk van Wânswert.<br />
Foto: Riemer Gerard van der Veen, Fenderlee Digital Imaging Leeuwarden.<br />
Het Hardorfforgel (1861) in de Johanneskerk te Britsum.<br />
Foto: Riemer Gerard van der Veen, Fenderlee Digital<br />
Imaging Leeuwarden.<br />
kerk, 12.30 uur: Broer de Witte, orgel; lunchpauzeconcert<br />
Zaterdag 25, Burgum, Kruiskerk, 20.00 uur:<br />
Dennis van der Wijk, orgel<br />
Zaterdag 25, Leeuwarden, Doopsgezinde<br />
Kerk, 14.30: inloopconcert door Gerben Bergstra,<br />
orgel<br />
** Zaterdag 25 aug., Westhem (Bartholomeuskerk),<br />
Uitwellingerga (Nederlands Hervormde<br />
kerk) en Burgwerd (Johanneskerk): orgel- en<br />
Kerkenexcursie van de <strong>Stichting</strong> Âlde Fryske<br />
Tsjerken onder leiding van organist Theo Jellema.<br />
Aanvang: 13.30 uur in Westhem; vervolg<br />
om 14.30 uur in Uitwellingerga en 16.00 uur in<br />
Burgwerd.<br />
Aanmelden tot 22 augustus via: impresariaat@<br />
aldefrysketsjerken.nl of 06 - 34001636.<br />
Entree: € 20,- inclusief koffie/thee en gebak. Donateurs<br />
van de <strong>Stichting</strong> Alde Fryske Tsjerken €<br />
2,50 korting. Vervoer: per auto op eigen gelegenheid.<br />
Maximaal 50 deelnemers.<br />
Maandag 27, Sneek, Martinikerk, 20.00 uur:<br />
Dirk S. Donker, orgel<br />
Dinsdag 28, Bolsward, Martinikerk, 20.00 uur:<br />
Leo van Doeselaar, orgel<br />
Woensdag 29, Leeuwarden, Grote of Jacobijnerkerk,<br />
20.00 uur: Theo Jellema, orgel (verzoekprogramma)<br />
SEPTEMBER<br />
Zaterdag 1, Franeker, Martinikerk, 20.00 uur:<br />
<strong>Jan</strong> van Beijeren Bergen en Henegouwen, orgel<br />
Zaterdag 1, Heerenveen, Trinitaskerk, 20.00<br />
uur: <strong>Jan</strong> Hage, orgel (eerste concert op het overgeplaatste<br />
en gerestaureerde Reilorgel)<br />
Maandag 3, Sneek, Martinikerk, 20.00 uur: Dirk<br />
S. Donker, orgel (met een Bachprogramma)<br />
Dinsdag 4, Bolsward, Martinikerk, 20.00 uur:<br />
Martin Mans, orgel<br />
Woensdag 5, Workum, Sint-Gertrudiskerk,
Friese orgelkrant pagina 17<br />
Het Adema-orgel (1867) in de Tsjerke op ‘e Terp te Burdaard.<br />
Foto: Riemer Gerard van der Veen, Fenderlee Digital Imaging Leeuwarden.<br />
19.30 uur: inloopconcert door Aalt Landman,<br />
orgel<br />
Vrijdag 7, Dokkum, Grote of Martinuskerk,<br />
20.00 uur: Auke de Boer, orgel (Sweelinck en<br />
tijdgenoten)<br />
Zaterdag 8, Oosterwolde, Dorpskerk, 16.00<br />
uur: concert ter afsluiting van de open monumentendag<br />
annex nationale orgeldag<br />
Dinsdag 4 t/m zaterdag 8 sept: Leeuwarder<br />
Orgelfestival-Sweelinckfestival met o.a. Age<br />
Freerk Bokma en Theo Jellema, orgel en Erik<br />
Bosgraaf, blokfluit.<br />
** MONUMENTENDAG EN ORGELDAG**<br />
Zaterdag 8: nationale orgeldag in Fryslân; in<br />
zo’n 130 kerken bestaat de mogelijkheid het orgel<br />
te bespelen. Voor aanmelding en meer informatie<br />
zie elders in deze krant<br />
Zaterdag 8, Leeuwarden, Grote of Jacobijnerkerk,<br />
16.00 uur: Age Freerk Bokma, orgel. Afsluitend<br />
concert van de nationale orgeldag en van<br />
het Leeuwarder Orgelfestival<br />
Zaterdag 8: open monumentendag; veel kerken<br />
en kerkorgels in Fryslân zijn te bezichtigen.<br />
Zaterdag 8, Tzummarum, Sint-Martinustsjerke,<br />
19.30 uur: Gerwin van der Plaats, orgel<br />
m.m.v. het Urker Mannen Kwartet.<br />
Maandag 10, Sneek, Sint-Martinuskerk-aande-Singel,<br />
20.00 uur: Bernard Bartelink, orgel<br />
Dinsdag 11, Drachten, Grote Kerk, 20.00 uur:<br />
Jochem Schuurman, orgel<br />
Woensdag 12, Opeinde, Geref. Kerk, 20.00<br />
uur: Martin Mans, orgel<br />
Zaterdag 22, Berltsum (Berlikum), Koepelkerk,<br />
20.00 uur: Frank Kaman, orgel<br />
Zaterdag 22, Minnertsga, Meinardskerk, 20.00<br />
uur: Wim Magré, orgel<br />
Zondag 23, Burgum, Kruiskerk, 16.00 uur:<br />
Henk de Vries, orgel<br />
Zondag 23, Sint-Jacobiparochie, De Groate<br />
Kerk, 15.30 uur: Simon Bouma orgel, vleugel en<br />
Gellius Sijpesteijn, trompet<br />
Zaterdag 29, Hoorn (Terschelling), Sint-<strong>Jan</strong>skerk,<br />
20.00 uur: Christiaan de Vries, orgel en<br />
Gerda Postma, trompet. **<br />
**ORGELEXCURSIE**<br />
Zaterdag 29 sept.: Najaarsexcursie van de<br />
<strong>Stichting</strong> <strong>Organum</strong> <strong>Frisicum</strong> naar de Doelhofkerk<br />
in Âldeboarn (Oldeboorn), Akkrum, Jirnsum<br />
(Irnsum) Doopsgezinde Kerk en de Sint-Piterkerk<br />
in Grou (Grouw). Excursieleiders: Theo Jellema<br />
en Peter van der Zwaag. Aanvang: 10.30<br />
uur. Ontvangst in Âldeboarn vanaf 09.45 uur.<br />
OKTOBER<br />
Dinsdag 2, Drachten, Grote Kerk, 20.00 uur:<br />
Marco den Toom, orgel<br />
Zaterdag 6, Drogeham, Chr. Geref. Kerk, 20.00<br />
uur: Martin Zonnenberg, orgel<br />
Zondag 7, Heerenveen, Doopsgezinde Kerk,<br />
15.30 uur: Gerrie Meijers, orgel en Wieke Ubels,<br />
sopraan<br />
Vrijdag 12, Workum, Sint-Gertrudiskerk, 20.00<br />
uur: Martin Mans, orgel<br />
Zaterdag 13, Boazum en Raerd, 13.30 uur:<br />
Boazum (Knol 1791) en 14.45 uur: Raerd (Hillebrand<br />
1816/Van Dam 1863). Is excursie KVOKafdeling<br />
Fryslân. Meer info: j.rollema@planet.nl<br />
Zaterdag 13, Drachten, De Fonteinkerk, 20.00<br />
uur: Jochem Schuurman, orgel (Bachconcert)<br />
Zondag 14, Sint-Jacobiparochie, De Groate<br />
Kerk, 15.00 uur: Sweelinckcantorij o.l.v. Take<br />
Beukema m.m.v. Broer de Witte, orgel en klavecimbel<br />
(Sweelinckproject)<br />
Woensdag 24, Damwoude, Benedictuskerk,<br />
20.00 uur: Jaap Zwart (herdenkingsconcert<br />
Feike Asma)<br />
Vrijdag 26, Drachten, Grote Kerk, 20.00 uur:<br />
Martin Mans, orgel<br />
NOVEMBER<br />
Zaterdag 3, Drogeham, Chr. Geref. Kerk, 20.00<br />
uur: Martin Mans, orgel<br />
Zaterdag 10, Haulerwijk, Kruiskerk, 20.00 uur:<br />
Vocaal Ensemble m.m.v. Arian van der Mark,<br />
orgel<br />
Vrijdag 16, Drachten, Grote Kerk, 20.00 uur:<br />
Martin Zonnenberg, orgel<br />
Zondag 18, Mantgum, Mariakerk, 15.00 uur:<br />
talentenconcert door orgel- en vioolleerlingen<br />
van Take Beukema en Irene de Boer<br />
Zaterdag 24, Berltsum (Berlikum), Kruiskerk,<br />
20.00 uur: Jorrit Woudt, orgel<br />
DECEMBER<br />
Zondag 2, Heerenveen, Trinitaskerk, 15.30<br />
uur: Frans Tersteeg, orgel (met een adventsprogramma)<br />
Zaterdag 15, Ferwert, Sint-Martinustsjerke,<br />
20.00 uur: Christiaan de Vries, orgel (kerstconcert)<br />
Zondag 16, Drachten, Grote Kerk, 16.00 uur: Harm<br />
Hoeve, orgel (concert en zangdienst, opbrengst ten<br />
bate van de restauratie van de Grote Kerk)<br />
Zondag 16, Heerenveen, RK Heilige Geest Parochiekerk,<br />
16.00 uur: cantorij van de Grote of<br />
Sint-Nicolaaskerk te Edam o.l.v. Ank de Blaay<br />
m.m.v. Fedde Tuinstra, orgel<br />
Vrijdag 21, Katlijk, Thomastsjerke, 20.00 uur:<br />
Peter van der Weide, orgel en <strong>Jan</strong> Hooghiemstra,<br />
tenor (kerstliederenrecital)<br />
Woensdag 26 (Tweede Kerstdag), Bolsward,<br />
Martinikerk, 15.00 uur: Martin Mans, orgel<br />
Woensdag 26 (Tweede Kerstdag), Leeuwarden,<br />
Grote of Jacobijnerkerk, 15.00 uur: Theo<br />
Jellema, orgel<br />
CONCERTEN IN 2013:<br />
FEBRUARI<br />
Zaterdag 2, Ferwert (Ferwerd), Sint-Martinustsjerke,<br />
20.00 uur: Piet de Jong, orgel m.m.v. een<br />
ensemble o.l.v. Joop de Jong<br />
MAART<br />
Zaterdag 23, Ferwert, (Ferwerd), Sint-Martinustsjerke,<br />
20.00 uur: Martin Mans, orgel<br />
Net over de Friese grens nog de volgende<br />
concerten in Drenthe:<br />
Woensdag, 4 juli, Smilde, Koepelkerk, 20.00<br />
uur: Gonny van der Maten, orgel<br />
Vrijdag, 6 juli, Roden, Catharinakerk, 20.00<br />
uur: Bernard Winsemius, orgel<br />
Woensdag, 11 juli, Smilde, Koepelkerk, 20.00<br />
uur: Erwin Wiersinga, orgel<br />
Woensdag, 18 juli, Smilde, Koepelkerk, 20.00<br />
uur: Leonore Lub, orgel<br />
Vrijdag, 20 juli, Roden, Catharinakerk, 20.00<br />
uur: Henk de Vries, orgel<br />
Woensdag, 25 juli, Smilde, Koepelkerk, 20.00<br />
uur: Jaap Zwart jr., orgel<br />
Woensdag, 1 aug., Smilde, Koepelkerk, 20.00<br />
uur: Gerrie Meijers, orgel<br />
Vrijdag, 3 aug., Roden, Catharinakerk, 20.00<br />
uur: Cor Ardesch, orgel<br />
Woensdag, 8 aug., Smilde, Koepelkerk, 20.00<br />
uur: Harm Hoeve, orgel<br />
Woensdag, 15 aug., Smilde, Koepelkerk,<br />
20.00 uur: Christine Kamp, orgel<br />
Vrijdag, 24 aug., Roden, Catharinakerk, 20.00<br />
uur: Erwin Wiersinga, orgel<br />
Woensdag, 22 aug., Smilde, Koepelkerk,<br />
20.00 uur: André Knevel, orgel<br />
Woensdag, 29 aug., Smilde, Koepelkerk,<br />
20.00 uur: Petra Veenswijk, orgel<br />
Beiaardconcerten<br />
Vrijdag 15 juni, Dokkum, 19.00 uur: Auke de<br />
Boer m.m.v. Big Band Opus 3 o.l.v. Gerard Viet<br />
Woensdag 27 juni, Sneek, 20.00 uur: Dirk S.<br />
Donker<br />
Woensdag 4 juli, Sneek, 20.00 uur: Arie Abbenes<br />
Woensdag 11 juli, Sneek, 20.00 uur: Bernard<br />
Winsemius<br />
Woensdag 18 juli, Sneek, 20.00 uur: Henk G.<br />
van Putten<br />
Vrijdag 20 juli, Dokkum, 19.00 uur: <strong>Jan</strong>no den<br />
Engelsman<br />
Woensdag 25 juli, Sneek, 20.00 uur: Dirk S.<br />
Donker<br />
Het koororgel van Fonteijn & Gaal (1975) dat sinds<br />
2000 in de Godeharduskerk te Marrum staat. Foto:<br />
Riemer Gerard van der Veen, Fenderlee Digital Imaging<br />
Leeuwarden.<br />
Vrijdag 27 juli, Dokkum, 19.00 uur: John Widmann<br />
(US)<br />
Vrijdag 10 aug., Dokkum, 19.00 uur: <strong>Jan</strong> van<br />
Bezuijen<br />
Woensdag 15 aug., Sneek, 20.00 uur: Boudewijn<br />
Zwart<br />
Vrijdag 17 aug., Dokkum, 19.00 uur: Henk Verhoef<br />
Woensdag 22 aug., Sneek, 20.00 uur: Koen<br />
Van Assche (BE)<br />
Vrijdag 24 aug., Dokkum, 19.00 uur: Gerda<br />
Peters<br />
Vrijdag 7 sept., Dokkum, 19.00 uur: Auke de<br />
Boer (verzoekprogramma)<br />
Beiaardconcerten Dokkum zomer 2012<br />
(‘s vrijdags om 19.00 uur). Wekelijks wordt de beiaard<br />
op het stadhuis van Dokkum bespeeld door<br />
de stadsbeiaardier, Auke de Boer, en wel ‘live’ op<br />
vrijdagavond tijdens de koopavond van 19.00 tot<br />
20.00 uur. Daarnaast worden er in de zomerperiode<br />
gastbeiaardiers uit binnen- en buitenland<br />
uitgenodigd. Een aantal van hen is zowel beiaardier<br />
als organist en verzorgt aansluitend ook het<br />
orgelconcert in de Grote- of Martinuskerk aan de<br />
Markt. Voor en rond het stadhuis aan de Zijl zijn<br />
voldoende rustige luisterplaatsen om het recital<br />
te beluisteren. Na afloop kunt u dan rustig via de<br />
Hoogstraat naar de Grote Kerk wandelen voor het<br />
aansluitende orgel-inloopconcert.<br />
Sneek<br />
Bovendien elke dinsdag en vrijdag in Sneek van<br />
12.00 – 12.30 uur: beiaardbespeling door stadsbeiaardier<br />
Dirk S. Donker<br />
Het Bakker & Timmenga-orgel (1896) in de Julianakerk (annex Cultuurtoeristisch <strong>In</strong>formatiecentrum) van<br />
Oudebildtzijl. Foto: Riemer Gerard van der Veen, Fenderlee Digital Imaging Leeuwarden.
pagina 18<br />
Friese orgelkrant<br />
De Friese Orgelkrant en de Friese Orgelagenda worden<br />
jaarlijks uitgegeven door de STICHTING ORGA-<br />
NUM FRISICUM, die in 1994 is opgericht. <strong>In</strong> 2012<br />
komt de Friese Orgelkrant voor de 15e keer uit. Alle<br />
orgelconcerten in Friesland van Pasen tot en met<br />
Kerst staan in de Friese Orgelagenda. Volgens haar<br />
statuten heeft de stichting <strong>Organum</strong> <strong>Frisicum</strong> ten<br />
doel: ‘. . . . het instandhouden en bevorderen van orgelconcerten<br />
in Friesland en voorts hetgeen met één<br />
en ander rechtstreeks of zijdelings verband houdt of<br />
daartoe bevorderlijk kan zijn, alles in de ruimste zin<br />
des woords.<br />
De stichting tracht haar doel onder meer te verwezenlijken<br />
door publicitaire middelen, het bieden van<br />
een platform voor coördinatie en het jaarlijks uitbrengen<br />
van een Friese orgelagenda voor een heel seizoen’.<br />
De Friese Orgelkrant verschijnt éénmaal per<br />
jaar en is opgemaakt door Flevodruk bv te Harlingen.<br />
De redactie van de Friese Orgelkrant bestaat uit<br />
Keimpe van de Wal (KW), Theo Jellema (TJ) en de<br />
eindredacteuren Peter van der Zwaag (PCZ) en Johan<br />
Sjoukema (JSJ). Vaste medewerkers zijn Folkert<br />
Binnema (FB) en Victor Timmer (VT). Ook externe<br />
medewerkers leveren veelal een bijdrage. De foto’s<br />
in de Friese Orgelkrant worden meestal door diverse<br />
amateur-fotografen gemaakt. De namen van de fotografen<br />
zijn zoveel mogelijk bij de foto’s vermeld.<br />
Sinds oktober 2000 beschikt de <strong>Stichting</strong> <strong>Organum</strong><br />
De <strong>Stichting</strong> Âlde Fryske Tsjerken heeft in haar<br />
41-jarige bestaan 39 monumentale kerkgebouwen<br />
en twee klokkenstoelen in eigendom overgenomen.<br />
<strong>In</strong> veel van die kerken bevindt zich<br />
een orgel of kerkharmonium. Vijf orgels konden<br />
in de afgelopen decennia worden gerestaureerd:<br />
Sint-Jacobiparochie 1983; Blessum 1996; Terband<br />
2003; Hegebeintum 2004; Zweins 2004.<br />
Het orgel van Boksum wordt op dit moment<br />
gerestaureerd; elders in deze Orgelkrant kunt u<br />
daar meer over lezen.<br />
Het doel van de <strong>Stichting</strong> <strong>Organum</strong> <strong>Frisicum</strong> is<br />
om orgels meer bekendheid te geven, zodat er<br />
meer waardering voor komt. Het doel van de<br />
<strong>Stichting</strong> Âlde Fryske Tsjerken is in de eerste<br />
De Friese Orgelkrant en Orgelagenda 2012<br />
<strong>Frisicum</strong> over een eigen website: www.organumfrisicum.nl.<br />
Deze is opgezet door de gebroeders<br />
Foppe en Luuk Duursma. Deelnemers aan de<br />
nationale orgeldag wordt in het bijzonder aangeraden<br />
de website te bezoeken. Aanmelding voor<br />
de orgeldag op 8 september van dit jaar gaat zoveel<br />
mogelijk via de website van de stichting (zie<br />
mededelingen elders in deze krant). De website<br />
kan ook worden gebruikt om met het stichtingsbestuur<br />
en de webmasters te communiceren.<br />
Met vragen of opmerkingen naar aanleiding van<br />
de Friese Orgelkrant kunt u ook terecht bij mw. J.<br />
de Vries in Veenwouden.<br />
De <strong>Stichting</strong> <strong>Organum</strong> <strong>Frisicum</strong> organiseert elk<br />
jaar diverse orgelactiviteiten, waarvan in deze<br />
krant mededeling wordt gedaan. <strong>In</strong> samenwerking<br />
met de Friese Pers Boekerij heeft zij het boek<br />
‘Vijf eeuwen Friese orgelbouw’ dat een overzicht<br />
van het Friese orgelbezit biedt, uitgegeven. Auteur<br />
is <strong>Jan</strong> <strong>Jongepier</strong>. Voor meer informatie over<br />
deze activiteiten kunt u onze website bezoeken<br />
of bellen met onze administratrice, mevrouw J.<br />
de Vries, Pluimzegge 6, 9269 MA Veenwouden;<br />
telefoon: 0511 – 476042.<br />
Ik meld mij aan als donateur van de STICHTING ORGANUM FRISICUM:<br />
Dhr. / Mw.<br />
Adres<br />
Postcode Woonplaats<br />
Voor een bedrag van tenminste € 12,50 per jaar bent u donateur van de <strong>Stichting</strong><br />
<strong>Organum</strong> <strong>Frisicum</strong>. U geniet dan korting bij deelname aan haar activiteiten. U kunt<br />
een bedrag van € 12,50 of meer overmaken naar ING-nummer 2377793 ten name<br />
van de <strong>Stichting</strong> <strong>Organum</strong> <strong>Frisicum</strong>, Pluimzegge 6 te Veenwouden (onder<br />
vermelding ‘donatie’).<br />
Samenwerking met de <strong>Stichting</strong> Âlde Fryske Tsjerken<br />
De <strong>Stichting</strong> <strong>Organum</strong> <strong>Frisicum</strong> en de <strong>Stichting</strong> Âlde Fryske Tsjerken hebben besloten<br />
te gaan samenwerken, met name op het gebied van publiciteit en het bekend<br />
maken van elkaars activiteiten. Deze samenwerking ligt voor de hand omdat<br />
alle orgels in Fryslân in kerken staan, en omdat er in de meeste kerken van de<br />
<strong>Stichting</strong> Âlde Fryske Tsjerken ook een orgel of harmonium staat. Vanwege deze<br />
samenwerking willen we ons graag aan u voorstellen.<br />
Voormalige Hervormde Kerk in Boer, eigendom van de <strong>Stichting</strong> Âlde Fryske Tsjerken.<br />
Foto: Johan Sjoukema, Leeuwarden.<br />
plaats de instandhouding van de overgenomen<br />
kerkgebouwen en in de tweede plaats het wekken<br />
van publieke belangstelling voor kerken in<br />
het algemeen.<br />
Voor de instandhouding van onze kerkgebouwen<br />
alleen al is veel geld nodig, heel veel geld.<br />
Gelukkig kan onze stichting rekenen op rijkssubsidie.<br />
Maar om het hele onderhoudsplan<br />
voor de periode 2012-2017 uit te kunnen voeren,<br />
is er nog altijd een eigen bijdrage van ruim<br />
€ 1 miljoen nodig. Dit bedrag dient in dezelfde<br />
periode bijeengebracht te worden. Hierbij gaat<br />
het om sober en doelmatig onderhoud aan onze<br />
39 kerken, inclusief het reguliere onderhoud aan<br />
de orgels. Het onderhoudsplan voorziet dus niet<br />
in de restauratie van orgels. Als een kerk nog<br />
maar beperkt gebruikt wordt, is daar ook geen<br />
directe aanleiding voor. <strong>In</strong> de praktijk blijkt het<br />
namelijk bijzonder lastig om de benodigde middelen<br />
bijeen te brengen als een orgel nauwelijks<br />
bespeeld wordt. Voor drie orgelconcerten per<br />
jaar komen cultuurfondsen bij wijze van spreken<br />
niet meer over de brug. Gelukkig zijn er steeds<br />
weer Plaatselijke Commissies bereid om met<br />
acties de benodigde middelen bijeen te brengen.<br />
Op dit moment is onze Plaatselijke Commissie<br />
in Jorwert bijvoorbeeld aan het sparen<br />
voor de restauratie van hun orgel. Wellicht dat<br />
het daar in de komende jaren van kan komen?<br />
Met het oog op onze tweede doelstelling, het<br />
wekken van publieke belangstelling voor kerken<br />
in het algemeen, organiseert onze stichting<br />
twee keer per jaar een excursie langs drie kerken<br />
in Fryslân. Daarbij zijn ook niet-donateurs<br />
van harte welkom. De voorjaarsexcursie was<br />
dit jaar op 17 maart (Wolvega, Nijeholtpade en<br />
Kortezwaag), de najaarsexcursie is op 6 oktober<br />
(Raerd/B, Wiuwert, Blessum). Verschillende<br />
Plaatselijke Commissies van de <strong>Stichting</strong> Âlde<br />
Fryske Tsjerken werken bovendien mee aan de<br />
Voormalige Hervormde Kerk van Westhem (met een<br />
harmonium van de firma Muhleisen uit Straatsburg).<br />
Kerkgebouw is eigendom van de <strong>Stichting</strong> Âlde Fryske<br />
Tsjerken. Foto: Johan Sjoukema, Leeuwarden.<br />
Voormalige Hervormde Kerk in Jouswier, gewijd aan<br />
Sint-Petrus en eigendom van de <strong>Stichting</strong> Âlde Fryske<br />
Tsjerken. Foto: Johan Sjoukema, Leeuwarden.<br />
‘Open orgeldag’, die samenvalt met de ‘open<br />
monumentendag’, dit jaar op zaterdag 8 september.<br />
Zo nu en dan organiseert onze stichting<br />
zelf ook een orgelexcursie, zoals in het jubileumjaar<br />
2010 langs een vijftal van onze eigen<br />
kerken, onder leiding van Theo Jellema. Vanwege<br />
de grote belangstelling willen we daarmee<br />
doorgaan, een en ander uiteraard in overleg met<br />
<strong>Organum</strong> <strong>Frisicum</strong>. Hou hiervoor onze website<br />
in de gaten. Tenslotte willen we van de gelegenheid<br />
gebruik maken om u te wijzen op het donateurconcert<br />
dat <strong>Organum</strong> <strong>Frisicum</strong> op vrijdag<br />
29 juni organiseert in onze kerk in Zweins. Broer<br />
de Witte zal het orgel bespelen, en zijn dochter<br />
Hannah de dwarsfluit en/of traverso. Donateurs<br />
van de <strong>Stichting</strong> Âlde Fryske Tsjerken hebben<br />
gratis toegang (het magazine ‘Âlde Fryske Tsjerken’<br />
geldt als toegangsbewijs). Vanzelfsprekend<br />
hebben de donateurs van <strong>Organum</strong> <strong>Frisicum</strong><br />
ook gratis toegang. Overigens organiseren onze<br />
Plaatselijke Commissies allerlei culturele activiteiten<br />
in onze kerken. De meeste zaterdagen<br />
en zondagen is er wel iets te doen, waar ook in<br />
Fryslân. Voor een overzicht verwijs ik u naar de<br />
‘Uitagenda’ op onze website. Graag tot ziens in<br />
één van onze kerken!<br />
Gerhard Bakker, directeur<br />
www.aldefrysketsjerken.nl
Friese orgelkrant pagina 19<br />
HENK VERMEULEN VERRASSEND ORGELCOMPONIST<br />
Henk Vermeulen (Rotterdam, 1959) won de gedeelde eerste prijs op het Hinsz Compositieconcours<br />
2011 in Kampen. Hij is regelmatig in Fryslân om orgelconcerten en orgelexcursies<br />
te bezoeken. Zoon of dochter komen vaak mee. Bij hen wordt het fundament<br />
voor de orgelliefde al vroeg gelegd. Het gezin Vermeulen komt al zo’n vijftien jaar<br />
naar Fryslân op vakantie. Hoewel veel orgelliefhebbers Henk regelmatig tijdens Friese<br />
orgelevenementen ontmoeten, weten zij weinig over hem. Hij luistert liever dan dat hij<br />
over zichzelf praat. Het was voor velen dan ook een verrassing te ontdekken, dat Henk<br />
composities voor orgel schrijft en de verrassing werd nog groter toen hij in Kampen zowel<br />
een gedeelde eerste prijs als de publieksprijs in de wacht sleepte. Omdat daarnaast<br />
zijn compositie ‘DROEG-GEORD(end)’ uitgegeven gaat worden bij Boeijenga Music te<br />
Leeuwarden, was er alle aanleiding om Henk uit te nodigen voor een interview in de<br />
Friese Orgelkrant. Gelukkig nam hij onze uitnodiging daartoe aan en daarmee heeft de<br />
Friese Orgelkrant een primeur. Het interview vond in december 2011 in Leeuwarden<br />
plaats, voor het grootste deel in de winkel van Boeijenga aan het Zuidvliet. Henk vond<br />
het geen probleem naar de Friese hoofdstad af te reizen. Daardoor werden we in de<br />
gelegenheid gesteld meer over hem aan de weet te komen en hem te leren kennen, niet<br />
alleen als componist maar ook als een enthousiast orgelliefhebber die de orgelcultuur in<br />
het algemeen en de Friese orgelcultuur in het bijzonder een warm hart toedraagt.<br />
Componist Henk Vermeulen in de Muziek- en Boekhandel Boeijenga te Leeuwarden.<br />
Foto: Johan Sjoukema, Leeuwarden december 2011.<br />
Wie of wat is Henk Vermeulen?<br />
Henk is zijn geboortestad altijd trouw gebleven.<br />
Hij woont nu met zijn vrouw Sandra, zoon Martijn<br />
en dochter Mirjam in Schiebroek, aan de noordrand<br />
van Rotterdam. Hij heeft op verschillende<br />
adressen in onze nationale havenstad gewoond,<br />
maar is geleidelijk steeds meer naar het Noorden<br />
– in de richting van Fryslân, zoals Henk zelf zegt<br />
– opgeschoven.<br />
Hoewel hij zich geen organist wenst te noemen,<br />
begeleidt hij af en toe een dienst in de Oranjekerk<br />
en de Goede Herderkerk.<br />
Sinds 1996 komt hij met zijn gezin regelmatig op<br />
vakantie in Fryslân. De voedingsbodem van de<br />
liefde voor Fryslân is voor een deel gelegd door<br />
de boeken over de Kameleon.<br />
Orgels in Fryslân spelen een belangrijke rol in de<br />
ontwikkeling van Henks muzikale leven, zoals<br />
we hierna zullen zien.<br />
Hoe is je liefde voor het orgel ontstaan?<br />
Thuis hadden we een harmonium waarop mijn<br />
moeder speelde. Zij speelde vooral psalmen.<br />
Op cijferakkoorden. Dat vond ik interessant en ik<br />
ben zelf ook op het harmonium gaan spelen. <strong>In</strong><br />
die tijd improviseerde ik meestal maar wat. Ook<br />
mijn vader heeft de liefde voor het orgel gevoed.<br />
Hij nam mij vaak mee naar orgelconcerten, in<br />
eerste instantie natuurlijk in mijn geboorteplaats<br />
Rotterdam, maar ook gingen we wel eens met<br />
de trein naar bijvoorbeeld Haarlem. Zo ben ik<br />
opgegroeid met het instrument. Maar ik was al in<br />
de twintig voordat ik echt orgelles nam! Daarom<br />
noem ik mezelf dan ook niet echt een organist,<br />
ook al speel ik af en toe tijdens diensten in Rotterdam.<br />
Ik volg momenteel improvisatielessen bij<br />
Hayo Boerema, de organist van de Laurenskerk.<br />
Waar komt de liefde voor Fryslân vandaan?<br />
Ik heb altijd al een voorliefde gehad voor de<br />
Friese provincie en ik houd ook erg van de vele<br />
mooie orgels die deze provincie huisvest. Dat<br />
is allemaal begonnen met de boeken over de<br />
vrienden van de Kameleon. Deze kinderboeken<br />
spelen zich af in Fryslân en spraken erg tot mijn<br />
verbeelding. Het is natuurlijk ook een provincie<br />
met een prachtig landschap!<br />
En er is in bijna elk dorpje wel een mooi orgel te<br />
vinden. Ik kom dan ook zoveel mogelijk op de<br />
excursies die de <strong>Stichting</strong> <strong>Organum</strong> <strong>Frisicum</strong> organiseert<br />
en doe elk jaar mee met de Nationale<br />
Orgeldag in Fryslân. Ik heb een vast vakantieadres<br />
in Minnertsga. <strong>In</strong> 2006 vierde ik met mijn<br />
gezin dat ik voor het tiende jaar in Fryslân op<br />
vakantie was. Dat hebben we toen samen met<br />
wat vrienden gevierd in de Meinardskerk in Minnertsga.<br />
Mijn Rotterdamse vriend, de organist<br />
Bert den Hertog, heeft toen een concert gegeven<br />
op het Robustellyorgel in die kerk.<br />
Het Robustelly-orgel (1785) in de Meinardskerk te<br />
Minnertsga. Foto: Johan Sjoukema, Leeuwarden.<br />
Zou je kunnen zeggen dat Fryslân ook veel voor<br />
jouw muzikale ontwikkeling heeft betekend?<br />
Jazeker! Eigenlijk heel veel. Datzelfde jaar bezocht<br />
ik ook een concert in de Grote Kerk van<br />
Harlingen. Na afloop mocht ik zelf even op het<br />
Hinszorgel spelen. De vaste organist van de<br />
kerk, Eeuwe Zijlstra, was naar eigen zeggen<br />
behoorlijk onder de indruk van de improvisatie<br />
die ik toen speelde. Hij heeft mij aangeraden improvisatielessen<br />
te gaan nemen. Ook speelde ik<br />
eens op het Müllerorgel in de Jacobijnerkerk in<br />
Leeuwarden tijdens de Nationale Orgeldag. De<br />
vaste organist, Theo Jellema, was toen ook lovend<br />
over mijn improvisaties. Dat heeft mij toen<br />
zeker er toe gezet om het talent, dat ik kennelijk<br />
heb, verder te ontwikkelen door daadwerkelijk<br />
les te nemen bij Hayo Boerema.<br />
Wanneer ben je begonnen als componist?<br />
Ik schreef altijd al wel kleine dingetjes op, maar<br />
nadat ik met lessen was begonnen bij Hayo<br />
schreef ik pas mijn eerste echte orgelwerk<br />
‘Hommage à Messiaen’. Het was een hommage<br />
aan Messiaen, omdat de harmonieën gebaseerd<br />
waren op het werk van Messiaen. Hayo<br />
was meteen enthousiast en heeft het ook tijdens<br />
een concert in de Laurens gespeeld. Mijn compositie<br />
nam 9 minuten in beslag. Ik was echt<br />
heel trots dat mijn naam op het programma<br />
stond tussen grote namen als Bach en Widor.<br />
Dat doet echt wat met je. Het is natuurlijk ook<br />
fantastisch om je eigen muziek te horen in zo’n<br />
prachtige grote kerk. Bert den Hertog speelde<br />
het werk tijdens een concert ter gelegenheid<br />
van mijn 50e verjaardag en bij hem duurde het<br />
12 minuten. Toen Theo Jellema oktober 2011<br />
het werk tijdens de internationale orgelexcursie<br />
op het Callinetorgel in de Sainte Madeleine in<br />
Besançon (F) speelde, deed hij er 15 minuten<br />
over. Fascinerend dat verschil in benadering<br />
Mijn tweede werk, dat ‘Tolve’ (twaalf in het Fries,<br />
red.) heet, werd tijdens dat verjaardagconcert<br />
gespeeld door <strong>Jan</strong> Hoegee.<br />
Hinszorgel (1776) in de Grote Kerk van Harlingen<br />
vóór de reconstructie van 2010-2011.<br />
Foto: Ad Fahner, Leeuwarden.<br />
En toen kwam het compositieconcours in<br />
Kampen op jouw pad!<br />
<strong>In</strong>derdaad. Ik wist al wel van het bestaan van<br />
het concours, maar er aan meedoen leek me<br />
nog niet haalbaar. Voor het concours in 2011<br />
heb ik de stoute schoenen aangetrokken en<br />
toch een stuk gecomponeerd en ingestuurd.<br />
Het concoursthema was ‘Orde van de canon,<br />
kunst van de vlucht’. Het gedicht ‘Hoe ongehoord’<br />
van Hans Bouma diende ter inspiratie<br />
van de componisten. Het gedicht eindigt met<br />
de zinsnede “droeg en droeg en droeg”. Dit was<br />
voor mij reden om een Passacaglia te schrijven.<br />
Een Passacaglia is een stuk met een baslijn<br />
die steeds herhaald wordt. Met deze baslijn<br />
heb je meteen een soort vorm waarin je de rest<br />
van het stuk kunt gieten. De titel van het stuk<br />
is ‘DROEG-GEORD(end)’. Mijn opus 3. De ritmiek<br />
van de bekende canon ‘Vader Jacob’ zit<br />
erin verwerkt. Op zondagavond was ik nog druk<br />
aan het componeren, omdat ik het werk nog<br />
moest posten voor de brievenbus om 18.00<br />
uur gelicht werd. Dat is gelukt zodat het de volgende<br />
dag nog net op tijd ingeleverd was. Die<br />
zelfde maandagavond had ik les van Hayo en<br />
heb hem het stuk dat ik dus net daarvoor had<br />
opgestuurd laten zien. Hayo zei meteen dat dit<br />
wel eens een nominatie zou kunnen worden! Ik<br />
was heel verbaasd, want ik had het lang niet zo<br />
hoog ingeschat. Ik was eigenlijk zelf helemaal<br />
niet zo tevreden over het stuk. Het was mij nog<br />
niet helemaal eigen geworden. Maar hoe langer<br />
ik het stuk doorspeelde, hoe beter ik het leerde<br />
kennen en hoe meer het tot mijzelf doordrong.<br />
Uiteindelijk vond ik het zelf ook steeds mooier<br />
worden. Zo blijkt dat je ook zelf in zo’n stuk moet<br />
groeien, voordat je het jezelf helemaal eigen<br />
hebt gemaakt.<br />
En het werk werd dus inderdaad genomineerd<br />
voor de finale.<br />
Ja, tot mijn eigen verbazing! Deze nominatie<br />
was voor mij op zich al de hoofdprijs. Ik had zelf<br />
niet door dat ik als componist al zover was. Bert<br />
den Hertog was direct bereid om mijn stuk uit<br />
te voeren op het concours. Het is belangrijk dat<br />
de organist die de compositie uitvoert zich kan<br />
vinden in het werk. Ik vroeg me eerst wel af of<br />
het stuk wel goed bij Bert zou passen. Maar dat<br />
bleek uiteindelijk geen enkel probleem te zijn!<br />
Het werk paste eigenlijk heel goed bij Bert. Hij<br />
heeft het geweldig uitgevoerd. Toen we uiteindelijk<br />
de eerste prijs wonnen, dacht ik dan ook:<br />
eigenlijk hebben wij de prijs samen gewonnen.<br />
We hebben ook samen de registraties uitgezocht.<br />
Bijzonder indrukwekkend was het slot<br />
van het stuk, waarbij Bert alleen de Salicionaal<br />
gebruikte: dat een eenstemmig einde van een<br />
werk met slechts een Salicionaal zoveel zeggingskracht<br />
kan hebben. Het is voor mij nog<br />
steeds een beetje onwerkelijk. Ben ik nou werkelijk<br />
een echte componist?<br />
Je won niet alleen de eerste prijs, maar<br />
ook de publieksprijs. Dat moet een mooie<br />
opsteker voor je zijn geweest.<br />
De publieksprijs was een prachtig schilderij. Eigenlijk<br />
vind ik zo’n tastbare prijs nog mooier dan<br />
het geldbedrag dat aan de eerste prijs verbonden<br />
was. Ik heb het een prominent plekje gegeven,<br />
zodat ik er vaak aan terug kan denken.<br />
Daarnaast vond ik het natuurlijk leuk om te vernemen<br />
dat het publiek mijn compositie dus ook<br />
kon waarderen.<br />
Door welke componisten laat je je inspireren<br />
bij het componeren?<br />
Ik houd vooral veel van de laatromantische of<br />
vroegmoderne componisten uit Frankrijk. Bijvoorbeeld<br />
Dupré, Langlais, Messiaen en Alain.<br />
Ik houd echt heel veel van de Franse muziek en<br />
de Franse cultuur. Parijs vind ik ook een fantastische<br />
stad, dat is voor mij echt ‘the place to be’.<br />
Muzikaal gesproken, ben ik een francofiel.<br />
Ben je van plan om in de toekomst nog<br />
een componistenopleiding te volgen?<br />
Ik heb nooit echt een opleiding tot componist<br />
gehad. Ik ben dus niet zo bekend met de theorie<br />
en de termen die in de muziekleer gebruikt worden.<br />
Ik heb mijn eigen woorden bedacht waarmee<br />
ik een naam geef aan de verschillende manieren<br />
die ik gebruik om te componeren. Soms<br />
spiegel ik bijvoorbeeld bepaalde noten. Het thema<br />
van de Passacaglia in DROEG-GEORD(end)<br />
is ook door spiegeling ontstaan, evenals de titel.<br />
En ik gebruik soms de techniek ‘zwart tegen<br />
wit’, waarbij ik met de linkerhand bijvoorbeeld<br />
iets op zwarte toetsen doe en met de rechter<br />
op de witte. Maar het meeste componeer ik<br />
gewoon op gevoel. Ik denk veel in sferen en in<br />
klanken. Daarom vind ik het ook niet prettig om<br />
met een deadline te werken. Soms kan het namelijk<br />
goed zijn een stuk twee maanden te laten<br />
liggen, dan weer verder te gaan en het uiteindelijk<br />
op een gegeven moment af te maken. Soms
pagina 20<br />
Friese orgelkrant<br />
Het Hinszorgel (1743) in de Bovenkerk van Kampen.<br />
Foto: Johan Sjoukema, Leeuwarden<br />
denk ik dat een opleiding misschien toch wel<br />
goed zou kunnen zijn, omdat ritmiek en solfège<br />
niet echt mijn sterkste punten zijn. En die dingen<br />
zijn toch wel belangrijk, want soms weet ik niet<br />
goed hoe ik iets wat ik in mijn hoofd heb zitten<br />
op papier moet zetten.<br />
Wat voor andere werkzaamheden doe je<br />
in het dagelijks leven, naast componeren?<br />
Ik heb verscheidene jaren in de zorg gewerkt. <strong>In</strong><br />
2010 nam ik de beslissing om mijn baan op te<br />
zeggen en mijn leven te wijden aan de muziek.<br />
Dat was dus nog voor het compositieconcours<br />
in Kampen. Best spannend deze ‘ommezwaai’,<br />
maar ik volg mijn hart. De prijzen die ik in Kampen<br />
behaalde, waren een belangrijke bevestiging<br />
van mijn keuze. Ik kon mijn baan opzeggen<br />
omdat ik vertrouw op de bijbel. <strong>In</strong> de bijbel<br />
staat dat je je geen zorgen hoeft te maken over<br />
de dag van morgen als je op God vertrouwt. Ik<br />
organiseer nu ook festivals. Het Frans Orgelfestival<br />
onlangs in de Goede Herderkerk van<br />
Rotterdam-Schiebroek (29 oktober 2011, red.)<br />
beschouw ik als een soort stage. Ik heb er veel<br />
van geleerd. Als festivalorganisator heb je veel<br />
Rococo in Raerd<br />
Restauratie Laurentiuskerk afgerond<br />
Na bijna drie jaar is dit voorjaar de restauratie van de Laurentiuskerk te Raerd (Boarnsterhim)<br />
afgerond. Het is een project geworden, waarbij niets is overgeslagen: wanden, rouwborden,<br />
vloeren, dak, buitenmuren, ramen, toren, orgel. Kortom, alles is grondig aangepakt. Waar nodig,<br />
zijn onderdelen vernieuwd en hersteld. <strong>In</strong> een aantal gevallen vonden Rijksdienst, architect<br />
en opdrachtgever het zelfs verantwoord om tot reconstructie over te gaan. Al met al heeft<br />
het hele project ruim 1,3 miljoen euro gekost, een veelvoud van de kosten van de oorspronkelijke<br />
plannen. Door de restauratie heeft de kerk de 19e-eeuwse uitstraling teruggekregen, die<br />
in 1909 door een herinrichting was verdwenen.<br />
Lange adem<br />
Al met al heeft het hele proces meer dan twintig<br />
jaar geduurd. Begin jaren negentig ontstond bij<br />
de kerkvoogden de wens om hun uit 1815 daterende<br />
kerk te restaureren. De pleister viel van de<br />
muren en ook het dak begon zwakke plekken te<br />
vertonen. De plannen waren toen bescheiden:<br />
het zou bij een opknapbeurt van het schip blijven.<br />
Tot de uitvoering ervan is het echter nooit<br />
gekomen. Er werden wel aanvragen voor subsidie<br />
ingediend, maar iedere keer viel Raerd<br />
buiten de prijzen. Monumentenzorg (tegenwoordig<br />
Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed)<br />
werkte met een puntensysteem en het schijnt<br />
dat Raerd op een bepaald moment precies één<br />
punt tekort kwam om voor restauratiesubsidie in<br />
aanmerking te komen.<br />
Zo’n jaar of tien geleden werd er een nieuwe<br />
poging gedaan, nu met (iets) meer succes. De<br />
plannen waren inmiddels grondig gewijzigd. Het<br />
idee was namelijk ontstaan om de inrichting van<br />
de kerk terug te brengen naar de situatie van<br />
vóór 1909. <strong>In</strong> dat jaar had een grondige renovatie<br />
plaatsgevonden onder leiding van architect<br />
Hendrik Kramer uit Leeuwarden. De preekstoel<br />
werd bij die gelegenheid verplaatst van de zuid-<br />
naar de oostmuur en de hele inrichting werd<br />
daarop aangepast. Al het geschilderde eiken<br />
meubilair werd geloogd en het in 1871 wit geschilderde<br />
orgel werd voorzien van een eiken<br />
creativiteit nodig en gelukkig heb ik die! Ik wil<br />
er echt iets bijzonders van maken. Je moet dan<br />
natuurlijk letten op de belangrijke dingen, maar<br />
ook de kleine details moeten goed in de gaten<br />
gehouden worden. Bij het Franse Festival bijvoorbeeld<br />
heb ik ervoor gezorgd dat er ook eten<br />
en drinken beschikbaar was voor de bezoekers.<br />
Ik heb geprobeerd er echt een Franse sfeer in te<br />
brengen. Zo heb ik ook uitnodigingen verstuurd<br />
naar Franse mensen. Dat soort dingen maakt<br />
het af. Zekerheidshalve doe ik nog wat parttime<br />
werk bij de post erbij, maar dit jaar wil ik mezelf<br />
inschrijven bij de Kamer van Koophandel.<br />
Wat zijn je drijfveren bij het werk dat je doet?<br />
Ik ben altijd op zoek naar nieuwe klanken op<br />
de vele prachtige Nederlandse orgels. Ik ben<br />
nieuwsgierig naar nieuwe geluiden. En ik vind<br />
het heel belangrijk dat er gecomponeerd blijft<br />
worden voor orgel. Daarom juich ik initiatieven<br />
zoals het compositieconcours in Kampen van<br />
harte toe! Het uiteindelijke doel dat ik met mijn<br />
werk heb is het promoten van het orgel. Het orgel<br />
moet gezien worden als volwaardig instrument,<br />
net als alle andere muziekinstrumenten.<br />
Op concerten zouden ook mensen moeten komen<br />
die normaal gesproken tot bijvoorbeeld het<br />
concertgebouwpubliek gerekend worden. Daarom<br />
vind ik het Orgelpark in Amsterdam ook een<br />
fantastisch initiatief. Ik ben van mening dat je<br />
met al deze dingen bij de kinderen moet beginnen.<br />
Ik neem bijvoorbeeld ook altijd mijn eigen<br />
kinderen mee naar de orgelexcursies van de<br />
<strong>Stichting</strong> <strong>Organum</strong> <strong>Frisicum</strong>. Er worden tegen-<br />
woordig wel steeds meer projecten gedaan met<br />
orgel en kinderen, maar vaak is er geen vervolg.<br />
Het blijft bij een eenmalig gebeuren. Volgens mij<br />
moet dat anders.<br />
Hoe zie je je toekomst voor je?<br />
Wat zijn je plannen?<br />
Ik wil eigenlijk in de toekomst nog wat doen met<br />
improvisatie. Op dit moment vind ik mijn improvisaties<br />
nog niet goed genoeg. Soms lukt het,<br />
maar soms ook niet. Maar misschien komt er<br />
binnenkort een CD uit met allerlei improvisaties<br />
die goed gelukt zijn. Verder ben ik bezig met<br />
een nieuwe compositie: ‘Hommage à Langlais’.<br />
Daar ben ik mee begonnen in 2011 omdat het<br />
toen Cavaillé-Colljaar was. En natuurlijk krijgt<br />
het Franse Orgelfestival een vervolg. Kortom, er<br />
is genoeg te doen en te beleven!<br />
Op het woensdagavondconcert van 22 augustus<br />
in de Grote of Jacobijnerkerk te Leeuwarden<br />
is Bert den Hertog de concerterend organist.<br />
Hij zal dan werk van Henk Vermeulen ten<br />
gehore brengen. Die avond is het oeuvre van<br />
Henk ook in druk te bewonderen. Binnenkort<br />
verschijnt DROEG-GEORD(end) namelijk in<br />
druk bij Boeijenga Music Publications te Leeuwarden.<br />
Daarmee wordt de rol van Fryslân in<br />
Henks muziekleven nog eens onderstreept.<br />
Henk Vermeulen op het Müllerorgel (1727) van de Grote of Jacobijnerkerk te Leeuwarden.<br />
Foto: Johan Sjoukema, Leeuwarden<br />
imitatiekleur. De grootste grafzerken kregen een<br />
plek tegen de muren in het schip en in de hal.<br />
De kerkelijke gemeente ervoer deze indeling<br />
in toenemende mate als onpraktisch en onpersoonlijk.<br />
De afstand tussen kerkgangers en<br />
predikant was groot en een door Kramer in het<br />
midden geplaatst bankenblok bleek een enorme<br />
sta-in-de-weg bij begrafenissen, trouwdiensten<br />
en andere bijzondere activiteiten. Er werd<br />
besloten de restauratieplannen aan te passen<br />
op grond van een drietal foto’s die net voor de<br />
herinrichting van 1909 waren gemaakt. De eiken<br />
kleur van het meubilair kon daarbij wel worden<br />
gehandhaafd en het orgel zou dus ook eiken geschilderd<br />
blijven.<br />
Los van al deze ideeën was inmiddels duidelijk<br />
geworden dat ook de toren aan een opknapbeurt<br />
toe was. Daarvoor werd dan ook een afzonderlijke<br />
aanvraag ingediend. Eerst echter<br />
zou het schip aan de beurt zijn. <strong>In</strong> 2006 werd<br />
daarvoor eindelijk subsidie beschikbaar gesteld.<br />
Maar dit was een ‘dode mus’: de bodem van<br />
de subsidiepot bij de gemeente Boarnsterhim<br />
kwam in zicht en al gauw bleek, dat er wel subsidie<br />
was, maar dat het beschikbare bedrag veel<br />
te laag was voor de uitvoering van de inmiddels<br />
goedgekeurde plannen. Het bestuur van de in<br />
2006 opgerichte <strong>Stichting</strong> Restauratie Laurentiuskerk<br />
Raerd stelde echter vast dat het beschikbare<br />
bedrag wel toereikend zou zijn om de<br />
Jochem Schuurman &<br />
Johan Sjoukema<br />
toren te restaureren. Rijksdienst en gemeente<br />
gingen vervolgens akkoord met het voorstel<br />
om de gelden over te hevelen naar de toren en<br />
die eerst maar aan te pakken. <strong>In</strong> mei 2006 werd<br />
daarbij nog besloten om, als de zaak toch helemaal<br />
over de kop zou gaan, het monumentale<br />
Hillebrand-van Damorgel ook direct maar in de<br />
plannen mee te nemen.<br />
De laatste knopen konden in 2008-2009 doorgehakt<br />
worden. Vlak voor de kredietcrisis besloot<br />
het toenmalige kabinet (CDA, PvdA en<br />
Christen Unie) om een financiële meevaller van<br />
150 miljoen te besteden aan projecten die de<br />
drie regeringspartijen zelf konden aandragen.<br />
Het CDA stelde voor om zijn 50 miljoen toe te<br />
kennen aan totaal 24 monumenten, die dringend<br />
aan restauratie toe waren maar door uiteenlopende<br />
oorzaken telkens weer buiten de<br />
boot waren gevallen. <strong>In</strong> Fryslân vielen Workum<br />
en Raerd in de prijzen. Onmiddellijk startte de<br />
fondsenwerving en in september 2009 begon<br />
bouwbedrijf Agricola Bouw ’75 met de omvangrijke<br />
klus.<br />
Twee klokken<br />
De buitenkant van het gebouw was het eerst<br />
aan de beurt. Zwakke plekken in het dak werden<br />
vernieuwd en tussen hout en pannen is een<br />
extra laag folie aangebracht, waardoor er geen<br />
risico op lekkage meer is. Pannen die meer dan<br />
25% glazuur misten, zijn vervangen. De goten
Friese orgelkrant pagina 21<br />
Foto uit 2008 van de Raerder Laurentiuskerk. Op het bord staan de belangrijkste historische interieurelementen<br />
vermeld. Foto: Johan Sjoukema, Leeuwarden.<br />
zijn vernieuwd en dat geldt ook voor het aangetaste<br />
voegwerk. Uiteraard is al het houtwerk<br />
geschilderd. Tien zonneblinden, die al jaren opgeslagen<br />
lagen in de toren, zijn opnieuw geschilderd<br />
en teruggehangen aan de zuidmuur.<br />
Ook in de toren is een deel van het houtwerk<br />
vernieuwd. Hier was het vooral de in het verleden<br />
al uitgeroeide bonte knaagkever, die voor<br />
verzwakking van de constructie had gezorgd.<br />
Alle oude leien zijn vervangen en uiteraard is ook<br />
hier alles geschilderd. Beneden is de vloer vrij<br />
gemaakt en zijn een consistorie, een keukentje<br />
en een berghok gecreëerd. De torenconstructie<br />
van Raerd is overigens bijzonder: de klokkenstoel<br />
is niet op een zolder maar op de begane<br />
grond geplaatst en staat daardoor los van de<br />
toren. Deze stoel biedt plaats aan twee klokken.<br />
Sinds jaar en dag hing er echter maar één:<br />
in 1943 waren beide klokken door de bezetter<br />
geroofd en na de oorlog keerde alleen de grote<br />
klok uit 1763 terug. De kleine klok bleef spoorloos.<br />
Daardoor ontstond het idee eens te gaan<br />
kijken of er weer een tweede klok aangeschaft<br />
kon worden. Er bleek een exemplaar uit een<br />
rooms-katholieke kerk in Rijswijk beschikbaar<br />
te zijn, gegoten in de jaren zestig van de vorige<br />
eeuw. Dat werd gekocht en ook werd in de toren<br />
een nieuwe luidinstallatie geplaatst. Daarbij<br />
werden de krukassen vervangen door rechte<br />
assen, waardoor de klokken nu een veel ‘rondere’<br />
klank hebben gekregen. Behalve bij kerkdiensten<br />
worden de klokken tegenwoordig ook<br />
bij geboorte en overlijden geluid.<br />
Friese kerkinrichting<br />
Van binnen is de kerk onherkenbaar veranderd.<br />
Zoals gezegd, doel was de inrichting zoals die<br />
nog op de drie foto’s uit 1909 te zien is. Al gauw<br />
bleek dat het bereiken van dat doel een utopie<br />
was. Het betreft zwart-witfoto’s, dus over de<br />
kleuren viel al bitter weinig te zeggen. Daarnaast<br />
was het meubilair in 1909 zodanig vertimmerd,<br />
dat soms maar met moeite de oorspronkelijke<br />
vormgeving vastgesteld kon worden. Desalniettemin<br />
zijn architect Jelle de Jong, Rijksdienst en<br />
de opdrachtgevers erin geslaagd het kerkinterieur<br />
de uitstraling te geven die het een eeuw geleden<br />
ook gehad moet hebben.<br />
Het meest opvallend is uiteraard de terugplaatsing<br />
van de kansel met het doophek tegen de<br />
zuidmuur. Die herplaatsing had meteen twee gevolgen:<br />
de fraaie grafzerken van de familie Van<br />
Eysinga, die daar in 1909 tegen de muur waren<br />
gezet, moesten verdwijnen en voor de balans in<br />
het interieur was het heel wenselijk als de herenbank<br />
tegenover de preekstoel gereconstrueerd<br />
kon worden. Wat het eerste betreft was het een<br />
kwestie van knopen doorhakken. Probleem met<br />
de grafzerken in Raerd is namelijk het enorme<br />
reliëf. De 17 e - en 18 e -eeuwse beeldhouwers<br />
hebben flink diep in de stenen gehakt, waardoor<br />
er hoogteverschillen zijn ontstaan, die voor<br />
sommigen de vloer bijna onbegaanbaar maken.<br />
Toch is er besloten om de zerken terug te leggen<br />
op hun oorspronkelijke plek in het middenpad.<br />
Naast de zerken werd een vlakke strook gelegd<br />
van ongeveer een meter breed, waardoor ook<br />
het koor van de kerk goed bereikbaar blijft.<br />
Het tweede probleem was de herenbank met de<br />
dubbele overhuiving (over zowel de achterste<br />
als de voorste bank). <strong>In</strong> 1909 had Hendrik Kramer<br />
deze bank laten verwijderen. Hij handhaafde<br />
het ‘dak’ wel: het werd aangepast en links<br />
onder het orgel tegen de achterwand (peiwand)<br />
geplaatst. Voor de rechterkant werd een zelfde<br />
Foto uit 1908 van het interieur van de Raerder Laurentiuskerk. Foto is in oostelijk richting genomen. Mede op<br />
basis deze foto zijn de restauratieplannen van 2010-2011 opgesteld.<br />
Foto uit archief van Willem Hansma, Tersoal.<br />
overhuiving gemaakt, zodat er links en rechts<br />
onder het orgel twee identieke banken ontstonden.<br />
Bij de recente restauratie is het linkerdak<br />
weer boven de herenbank bevestigd. Voor de<br />
ontbrekende onderdelen zijn elementen van de<br />
rechter overhuiving uit 1909 gebruikt.<br />
De herenbank heeft inmiddels ook een kuif.<br />
Sytze ten Hoeve, voormalig directeur van<br />
het Scheepvaartmuseum in Sneek, had de<br />
kerkrentmeesters er al eens op gewezen, dat<br />
zich in het depot van het Fries Museum een kuif<br />
moest bevinden, die oorspronkelijk deel uitgemaakt<br />
zou hebben van een herenbank in Raerd.<br />
Overleg met het museum heeft er uiteindelijk<br />
toe geleid, dat er een bruikleenovereenkomst<br />
is gesloten en de kuif terug is in de kerk. <strong>In</strong> de<br />
Franse tijd is het object waarschijnlijk uit de kerk<br />
verwijderd geweest, omdat het familiewapen<br />
nu nog intact is. Alle familiewapens in openbare<br />
ruimten werden toen weggehakt en dat is hier<br />
niet gebeurd. <strong>In</strong> 1880 bood de toenmalige eigenaar<br />
van Jongemastate* de kuif met nog enkele<br />
andere stukken aan aan het Fries Museum en<br />
daar kwam hij enkele tientallen jaren geleden in<br />
het depot terecht.<br />
Foto uit 2009 van het interieur van de Raerder Laurentiuskerk. Foto is voor de start van de kerkrestauratie in<br />
2010-2011 genomen, eveneens in oostelijk richting. Foto: Willem Hansma, Tersoal.<br />
* Jongema State was een stins (stenen<br />
landhuis) uit de 15e eeuw aan de noordkant<br />
van Raerd. De state werd in 1912 afgebroken.<br />
Er bevindt zich nu een boomrijk<br />
park met stinsplanten. Het poortgebouw<br />
uit 1603 bleef bewaard.<br />
Ook de rest van de banken is teruggeplaatst in<br />
zijn oorspronkelijke opstelling. Voor de mannenbanken<br />
aan de noordkant was dat een kwestie<br />
van vertimmeren, waarbij gebruik gemaakt kon<br />
worden van bestaand materiaal. Aanvankelijk<br />
wilde men de zuidzijde laten zoals die was. <strong>In</strong><br />
1909 had Kramer de open rugleuningen van de<br />
hier geplaatste vrouwenbanken laten verwijderen<br />
en de banken vervangen door exemplaren,<br />
die identiek aan de mannenbanken waren. Deze<br />
nieuwe banken konden ook na de recente restauratie<br />
blijven bestaan. Toen echter in het koor<br />
links en rechts onder de vloer resten van de oorspronkelijke<br />
rugleuningen werden teruggevonden,<br />
is in overleg met de Rijksdienst besloten<br />
om met behulp van deze restanten en de foto’s<br />
uit 1909 de vrouwenbanken te reconstrueren.<br />
Vandaar dat deze nu weer het uiterlijk van rond<br />
1900 hebben. Overigens zijn zowel de mannen-<br />
als de vrouwenbanken iets achterover geplaatst,<br />
waardoor het zitcomfort sterk verbeterd is.<br />
Pronkstuk van de kerk is het fraaie rococo<br />
doophek. Samen met de kansel vormt het een<br />
ensemble dat uniek is voor Fryslân. <strong>In</strong> 1909 was<br />
het hek verwijderd en – naar later bleek – sterk<br />
ingekort in de volle breedte voor de kansel geplaatst.<br />
Uiteraard is dit hek gereconstrueerd en<br />
teruggeplaatst tegen de zuidmuur. Het beroemde<br />
Raerder snijwerk moet van de hand van de<br />
18e-eeuwse beeldhouwer Dirk Embderveld zijn.<br />
Het is vervaardigd tussen 1763 en 1779. Omdat<br />
het rekeningboek van de kerkvoogdij uit juist<br />
deze periode ontbreekt, is er geen direct bewijs<br />
voor, maar de stijl verraadt hier de hand van<br />
deze meester.<br />
Het interieur wordt ook sterk bepaald door de<br />
verlichtingsarmaturen uit 1900. De drie kroonluchters,<br />
de veertien wandlampen en de twee<br />
staande armaturen zijn gerestaureerd. Voor de<br />
wandarmaturen moesten elf exemplaren bijgemaakt<br />
worden. Uitgangspunt waren ook hier<br />
de foto’s uit 1909. De lampen zijn in de loop der<br />
jaren regelmatig gewijzigd, maar nu hebben ze<br />
weer het uiterlijk dat ze voor 1913 hadden (in<br />
dat jaar werd er elektrische verlichting aangelegd).<br />
Uiteraard zijn de olielampen nu elektrisch.<br />
Omdat de verlichting geen onroerend goed is,<br />
waren de restauratie en reconstructie ervan niet<br />
subsidiabel.<br />
21 grafzerken<br />
<strong>In</strong> 1909 besloten architect en kerkvoogden om<br />
alleen de fraaiste zerken een plaats tegen de<br />
muur te geven. Dat resulteerde in een selectie<br />
van zes adellijke grafstenen, die de afgelopen<br />
honderd jaar de wanden van de kerk en de hal<br />
gesierd hebben. De restauratieplannen hielden<br />
in, dat deze weer een plaats in de vloer van het<br />
middenpad zouden krijgen. Voor het aanleggen<br />
van vloerverwarming bleek het noodzakelijk om<br />
deze vloer een halve meter uit te graven. Tot<br />
grote vreugde van de kerkrentmeesters bood<br />
de Rijksdienst aan om de kosten hiervan geheel<br />
voor haar rekening te nemen. Dat had alles<br />
te maken met het veronderstelde belang van<br />
deze tegelijk ook archeologische opgraving. De<br />
vondst van onder andere een middeleeuwse<br />
stenen olielamp, een pelgrimsinsigne uit de 15e<br />
eeuw en een onderdeel van een 8e-eeuwse<br />
gesp waarop een Christuskop staat afgebeeld,<br />
lijkt deze investering meer dan te rechtvaardigen.<br />
Deze en andere vondsten bevinden zich nu<br />
in een vitrine in de hal van de kerk.<br />
De bodem had echter meer verrassingen in petto.<br />
Onder de houten vloer was in 1909 een laag<br />
sintels aangebracht vanwege vochtproblemen.<br />
Deze laag moest verwijderd worden en bij het<br />
uitgraven ervan in december 2009 zijn grafkelders<br />
ontdekt. Nader onderzoek bracht aan het<br />
licht dat in 1909 de overtollige grafzerken simpelweg<br />
kapotgeslagen waren en de brokstukken<br />
in deze grafkelders waren gedumpt. Het<br />
lukte een paar hobbyisten uit het dorp om van<br />
deze resten zes complete 16e-, 18e- en 19eeeuwse<br />
zerken in elkaar te puzzelen. Verankerd<br />
en gelijmd zijn ze nu teruggeplaatst in de vloer.<br />
Daarnaast werden in het koor nog twee 16eeeuwse<br />
priesterzerken aangetroffen, evenals<br />
een klein zerkje van een predikantsvrouw. En<br />
ook in de toren lagen twee stenen: een van een<br />
vicaris uit het begin van de 16e eeuw en een<br />
17e-eeuwse predikantszerk. Verder diende buiten<br />
voor de torendeur nog een zerk als stoep<br />
en gaf gedeputeerde <strong>Jan</strong>newietske de Vries, inwoonster<br />
van Raerd, toestemming om een grafsteen<br />
die ooit bij haar in de achtertuin verzeild
pagina 22<br />
Friese orgelkrant<br />
Foto uit 2010 als de restauratiewerkzaamheden aan de Raerder Laurentiuskerk in volle gang zijn. Foto: Willem<br />
Hansma, Tersoal.<br />
was geraakt en de laatste jaren als picknicktafel<br />
diende, terug te leggen in de kerk.<br />
De vloer telt in totaal nu 21 zerken. Behalve dat<br />
het een fraai gezicht is, komt een stenen vloer<br />
ook de akoestiek van de kerk ten goede, waardoor<br />
de klank van het orgel aanmerkelijk beter<br />
tot zijn recht komt.<br />
Bronsverf of bladgoud?<br />
De Laurentiuskerk bezit drie rouwborden, alle<br />
voor leden van de familie Van Eysinga. Het<br />
oudste dateert uit 1700 en werd gemaakt voor<br />
Cecilia van Humalda. De twee andere zijn echte<br />
rococo borden en behoren toe aan Tjalling Ado<br />
Johan van Esyinga en zijn vrouw Cecilia van<br />
Sminia. Ze kwamen net als de kuif van de herenbank<br />
in 1880 in het Fries Museum terecht,<br />
maar keerden in 1938 al terug in de kerk.<br />
Het grootste probleem van deze wapenborden<br />
was de aantasting door houtworm. Daarom zijn<br />
ze alle drie door de restaurator gedemonteerd,<br />
de ornamenten zijn verwijderd en vervolgens is<br />
alles behandeld tegen houtworm. Verpulverde<br />
delen zijn uitgehold en met een kunsthars opnieuw<br />
gevuld. Van de rococo borden is het oorspronkelijke<br />
fluweel bekleed met een nieuwe<br />
laag: de oude laag uit de 18e eeuw is daaronder<br />
bewaard gebleven.<br />
Met de Rijksdienst is over de borden nogal wat<br />
discussie geweest. De kerkrentmeesters wilden<br />
hier namelijk de waarschijnlijk in de 20e eeuw<br />
opgebrachte bronsverf vervangen door bladgoud,<br />
het oorspronkelijk gebruikte materiaal.<br />
Om de originele kleuren van vooral de familiewapens<br />
weer in volle glorie zichtbaar te maken<br />
zou voorts het bord uit 1700 van zijn vernislaag<br />
moeten worden ontdaan. Deze ingrepen gingen<br />
de Rijksdienst echter te ver. Uiteindelijk zijn de<br />
borden dus terughoudend gerestaureerd en<br />
hebben ze niet de glans teruggekregen, die ze in<br />
de 18e eeuw gehad hebben. Anderzijds hebben<br />
ze hun ‘antieke’ uitstraling geheel behouden.<br />
En achteraf moet vastgesteld worden, vooral in<br />
vergelijking met zwaar gerestaureerde borden<br />
elders, dat het advies van de deskundigen toch<br />
nog zo gek niet was.<br />
Verrassing<br />
Juist toen het hele project zich in de afrondende<br />
fase bevond, werd er nog een verrassende<br />
ontdekking gedaan. Boven het orgel bleek zich<br />
onder de verflaag uit 1909 een geschilderde<br />
draperie te bevinden. De foto’s uit 1909 wekten<br />
de indruk dat het hier een beschilderd, aan het<br />
gewelf bevestigd paneel betrof. <strong>In</strong> werkelijkheid<br />
ging het dus om een op het gewelf aangebrachte<br />
schildering. En deze schildering is er<br />
de reden van dat behalve het orgel nu ook de<br />
rest van het interieur geschilderd is in een kleurenschema,<br />
zoals dat er voor 1909 uitgezien zal<br />
hebben. ‘Zal hebben’, omdat zelfs het meest<br />
grondige onderzoek geen uitsluitsel heeft gegeven<br />
over de exacte kleurstelling. Resten van<br />
de oorspronkelijke kleuren werden aangetroffen<br />
op de teruggevonden rugleuningen van de vrouwenbanken,<br />
panelen van de lambrisering en de<br />
onderrand van de kuip van de kansel. Uiteraard<br />
kreeg het orgel zijn laat 19 e -eeuwse witte kleur<br />
terug, met groene en bladgoudaccenten. Voor<br />
deze actie heeft de Rijksdienst medio 2011 nog<br />
eens ruim 60.000 subsidie beschikbaar gesteld.<br />
Museum?<br />
Nu het uiteindelijke resultaat zichtbaar is, zou<br />
uit het voorgaande de conclusie getrokken kunnen<br />
worden, dat er eerder sprake is van een<br />
museum dan van een functioneel kerkgebouw.<br />
Uiteraard delen de kerkrentmeesters deze visie<br />
allerminst. Die hebben altijd voor ogen gehad<br />
een multifunctioneel gebouw mét uitstraling te<br />
creëren, dat zich in de eerste plaats moet lenen<br />
voor het houden van zondagse erediensten en<br />
daarnaast ook mogelijkheden biedt voor andere<br />
activiteiten. En daarin lijkt men aardig geslaagd.<br />
Het open koor, de traditionele opstelling van de<br />
banken en het brede middenpad zorgen ervoor<br />
“De ronde, zuivere volle toon,<br />
wierd hier bovenmate gehoord”<br />
De orgelgeschiedenis van gereformeerd Bolsward tot de ‘samensmelting’ in één gebouw<br />
<strong>In</strong>leiding<br />
De gereformeerde kerken in Nederland hebben<br />
plaatselijk vaak een roerige start gehad,<br />
zowel ten tijde van de Afscheiding in de jaren<br />
dertig van de 19e eeuw als zo’n vijftig jaar later<br />
bij de Doleantie. Men leze daarover de diverse<br />
herdenkingsboeken die in de loop der jaren verschenen<br />
zijn bij het jubileum van de afzonderlijke<br />
gemeenten. Ook de samenvoeging van beide<br />
richtingen tot de ‘Gereformeerde Kerken in<br />
Nederland’, formeel in 1892 tot stand gekomen,<br />
liep lang niet overal op rolletjes. Verschillen in geschiedenis,<br />
mentaliteit en dergelijke zorgden er<br />
voor dat in veel plaatsen nog lang de nakomelingen<br />
van de Afgescheidenen in de zogenaamde<br />
A-kerken samenkwamen en de kinderen van de<br />
Doleantie in de B-kerken, waarbij elke ‘denominatie’<br />
zorgvuldig predikanten koos die bij de<br />
eigen richting pasten (zij die waren opgeleid te<br />
Kampen, dan wel te Amsterdam). Daar kwam<br />
dan nog vaak de vraag bij waar men ’in eenheid’<br />
samen zou moeten gaan kerken en, als men besloot<br />
een geheel nieuwe kerk te bouwen, waar<br />
die dan zou moeten staan. Het duurde soms<br />
wel 20 jaar voor men écht samen verder ging,<br />
zoals bijvoorbeeld in Kootstertille-Stroobos. Een<br />
dergelijke situatie deed zich ook voor in Bolsward,<br />
waar de echte plaatselijke ´ineensmelting´<br />
pas plaats vond in 1924, het samen gebruiken<br />
van één kerkgebouw nog eens 5 jaar later. Het<br />
gevolg was dat de orgelgeschiedenis van veel<br />
lokale gereformeerde kerken aanvankelijk dan<br />
ook in veel gevallen een tweesporige beginperiode<br />
kende. Dat de eerste decennia van de<br />
Friese gereformeerde orgelgeschiedenis een<br />
periode vormden van bescheidenheid, waarin<br />
(daardoor) vaak eenvoudige nieuwe orgels van<br />
niet al te hoge kwaliteit werden aangeschaft en<br />
dat de kerk zich leent voor vieringen van uiteenlopend<br />
karakter. Zo zijn er de afgelopen drie jaar<br />
traditionele kerkdiensten in het schip, agapèvieringen<br />
in het koor en een huwelijksdienst op<br />
het middenpad gehouden. Voor andere activiteiten<br />
kan in het koor een podium opgebouwd<br />
worden, is er een akoestiek die allerlei soorten<br />
muziek volledig tot hun recht doet komen en<br />
beschikt de kerk – ook pas sinds de restauratie!<br />
– over stromend water en dus een keuken<br />
en een toilet.<br />
Wie met eigen ogen de ‘Raerder rococo’ wil<br />
aanschouwen, is gedurende de maanden juli en<br />
augustus en in de eerste twee weekeinden van<br />
september van harte welkom als de kerk op zaterdagmiddag<br />
open is in het kader van Tsjerkepaad.<br />
Uiteraard is er ook gelegenheid (bijvoorbeeld<br />
tijdens de Nationale Orgeldag) om het<br />
Hillebrandorgel te bespelen. Wilt u op een ander<br />
moment de kerk bekijken of het orgel bespelen,<br />
dan kunt u mailen naar laurentiuskerk@planet.<br />
nl. <strong>In</strong> de Orgelkrant van 2013 zal nog uitgebreid<br />
aandacht worden besteed aan de orgelrestauratie.<br />
Willem Hansma,<br />
Kerkrentmeester Prot. Gemeente <strong>In</strong>gwert<br />
Foto van het gerestaureerde doophek in rococostijl. Foto genomen op 1 maart 2012 door Johan Sjoukema,<br />
Leeuwarden.<br />
veelvuldig ook gebruikte orgels (met een soms<br />
nog verassend hoge kwaliteit, al werd dat toentertijd<br />
doorgaans niet voldoende onderkend),<br />
hebben we al in eerdere afleveringen van de Orgelkrant<br />
kunnen lezen, zoals in artikelen over de<br />
orgelmakers T.P. Klimstra, E.S. Ypma, J. Proper<br />
en Van der Molen. Als sprekend voorbeeld van<br />
het voorgaande geven we in dit artikel een beeld<br />
van de oudere orgelgeschiedenis van gereformeerd<br />
Bolsward.<br />
De kerk van de Afgescheidenen<br />
(de latere A-Kerk):<br />
De oorsprong van deze Christelijke Afgescheiden<br />
Gemeente gaat terug tot 1835, toen deze<br />
door ds. Hendrik de Cock zelf werd gesticht.<br />
Van 1839 – 1849 kwam men samen in een lokaal<br />
(officieel ingewijd in 1841) aan het Hengstepad<br />
(tegenwoordig Broereplein). <strong>In</strong> 1849 werd<br />
een nieuw kerkje gebouwd aan de Witherenstraat.<br />
Een groeiende gemeente maakte spoedig<br />
de bouw van een nieuwe, grotere kerk in<br />
1866 noodzakelijk. De kwaliteit van dit gebouw<br />
liet al spoedig zodanig te wensen over, dat men<br />
(vergeefs) trachtte de hervormde Broerekerk te<br />
kopen. Na vele jaren aanmodderen besloot men<br />
over te gaan tot nieuwbouw op de plaats van de<br />
oude kerk. De ingebruikneming vond plaats op<br />
18 juli 1909.<br />
De oudste orgels<br />
De eerste gegevens over een orgel stammen uit<br />
1867, toen de predikant voor fl. 10,- reiskosten<br />
had gemaakt in verband met het orgel dat<br />
er toen kennelijk kwam of al was (een harmonium?).<br />
Het jaar daarop betaalde men fl. 6,40 aan<br />
de plaatselijke orgelmaker E.S. Ypma, mogelijk<br />
voor een kleine reparatie. <strong>In</strong> 1869 sprak men<br />
nogmaals met Ypma over een (ander) orgel.<br />
Men ging vervolgens met een deskundige een<br />
orgel bekijken in Alkmaar, vermoedelijk zonder<br />
resultaat. <strong>In</strong> elk geval betaalde men in oktober<br />
1869 fl. 104,- aan L. van Dam, kennelijk voor<br />
een door hem geleverd gebruikt orgel (herkomst<br />
onbekend). Blijkbaar had men met E.S. Ypma<br />
afgesproken dat deze het orgel vervolgens<br />
speelklaar mocht maken en eventueel aanpassen<br />
aan de nieuwe standplaats. <strong>In</strong> elk geval<br />
werd hem in totaal fl. 400.- betaald voor dat<br />
werk. De kosten werden bestreden uit een inte-
Friese orgelkrant pagina 23<br />
De in de eerste helft van de 20 e eeuw bekende orgelmaker A.S.J. Dekker uit Goes.<br />
kenlijst voor vrijwillige gaven en een toezegging<br />
voor een bijdrage door het Gasthuis (fl. 150,-),<br />
zodat de kosten (deels) niet ten laste kwamen<br />
van de reguliere kerkkas. Vervolgens had Ypma<br />
dit (op grond van latere gegevens) vermoedelijk<br />
4-voets instrument geregeld in onderhoud tot<br />
1887, daarna tot 1894 zijn stiefzoon en opvolger<br />
W.J. Postma. Alleen in 1884 was er een ‘tussendoortje’<br />
van Van Dam, die fl. 16,- kreeg voor<br />
een reparatie. Vanaf 1893 hield organist Nawijn<br />
het instrument bespeelbaar. De bouw van een<br />
nieuwe kerk in 1909 was ook een goede reden<br />
een nieuw orgel aan te schaffen. Dat werd uiteindelijk<br />
geleverd door de firma A.S.J. Dekker te<br />
Goes. Dit bedrijf werd door Anton Samuel <strong>Jan</strong><br />
Dekker (1869 - 1918) in 1892 opgericht in Goes<br />
en werd na zijn dood voortgezet door twee zonen.<br />
Na een korte eerste periode met hoofdzakelijk<br />
reparaties, groeide het bedrijf snel uit tot<br />
een bloeiende orgelfabriek die in een hoog tempo<br />
tegen een lage prijs een groot aantal orgels<br />
bouwde, waaronder ook veel in gereformeerde<br />
kerken. Het overgrote deel daarvan heeft de tijd<br />
niet doorstaan, voor een niet onbelangrijk deel<br />
als gevolg van een gebrek aan bouwtechnische<br />
en artistieke kwaliteiten, uitzonderingen daargelaten.<br />
Het bedrijf heeft bestaan tot circa 1947.<br />
Bouwde men aanvankelijk nog mechanische<br />
orgels, al vrij vroeg werd overgestapt op pneumatiek<br />
en andere systemen. Ook in Friesland<br />
vonden diverse Dekkerorgels onderdak, zie bijvoorbeeld<br />
het artikel over de orgels in Warns in<br />
de Friese orgelkrant 2010.<br />
Een nieuwe standplaats voor het oude orgel<br />
Alvorens nader in te gaan op de geschiedenis<br />
van het nieuwe Dekkerorgel in Bolsward kijken<br />
we eerst nog even naar de verdere geschiedenis<br />
van het oude orgel, dat door Dekker werd<br />
ingenomen voor fl. 140,- en - zoals bij Dekker<br />
vaker het geval was – als gewijzigde ‘aanbieding’<br />
verkocht werd aan een gemeente met<br />
weinig geld, waar men toch een pijporgel wilde<br />
hebben. Dat blijkt in dit geval de gereformeerde<br />
kerk te Murmerwoude te zijn geweest. Dekker<br />
offreerde daar (volgens zijn opdrachtcahier) een<br />
gebruikt orgel dat in juli 1910 afgeleverd moest<br />
zijn. Het was “gedeeltelijk van Bolsward afkomstig,<br />
te weten: blaasbalg, deel voorfront en pijpwerk”.<br />
Wat met ‘deel voorfront’ wordt bedoeld,<br />
is niet duidelijk. Had het orgel voorheen een onderbouw<br />
of werden alleen aanwezige zijvleugels<br />
en/of andere ornamenten verwijderd? Nieuw<br />
was in elk geval de ‘achterkast’. Als nieuwe dispositie<br />
werd voorgesteld:<br />
Prestant 4 vt, Prestant 8 vt discant (nieuwe pijpen<br />
van Dekker), Holpijp 8 vt, Gamba 8 vt discant,<br />
Fluit 4 vt, Quintfluit 3 vt, Octaaf 2 vt, Fluit 2<br />
vt (?), Mixtuur 3-4 sterk bas/discant.<br />
De (kennelijk nog oude) frontpijpen zouden worden<br />
voorzien van aluminiumverf. Deze dispositie<br />
geeft vermoedelijk nog een zekere afspiegeling<br />
van die van het Bolswarder orgel. Er was zelfs<br />
nog een flinke Mixtuur overgebleven. Het instrument,<br />
waarover vooralsnog verder niets bekend<br />
is, werd te Murmerwoude in 1936 vervangen<br />
door een nieuw orgel van Valckx & van Kouteren.<br />
Over het Dekkerorgel voor Bolsward<br />
Over de totstandkoming van dit instrument is<br />
het nodige bekend, dankzij bewaard gebleven<br />
stukken van de daartoe ingestelde orgelcommissie<br />
(waarvan ook organist Nawijn deel uitmaakte),<br />
welke na gedane voorbereidingen op<br />
19 oktober 1908 verslag uitbracht. Men had besloten<br />
niet te gaan voor een ander gebruikt orgel,<br />
maar voor nieuwbouw. Dit zou dan circa fl.<br />
2000,- moeten kosten, `met deze bepaling van<br />
orgels met 2 klavieren en aangehangen pedaal´.<br />
De aan te schrijven firma´s, te weten Van Dam<br />
(Leeuwarden), Van der Molen (Steenwijk), Dekker<br />
(Goes), Bakker & Timmenga (Leeuwarden)<br />
en Doornbos (Groningen) zouden ook het oude<br />
orgel moeten overnemen. Beide laatstgenoemde<br />
bedrijven reageerden niet. Van de andere bedrijven<br />
wilden Van der Molen en Dekker graag<br />
hun plannen komen toelichten. Van Dam zou later<br />
reageren (hij kon niet aanwezig zijn). Op een<br />
bijeenkomst op 2 oktober 1908 vertelde eerst<br />
Dekker (die ook de nodige schriftelijke aanbevelingen<br />
had meegenomen) over de door hem<br />
gebruikte systemen, waaronder pneumatiek.<br />
Het hier toepassen van de voordelen van dit systeem<br />
had hij samengevoegd met die van het<br />
mechanisch systeem. Mechanische systemen<br />
hadden problemen door de invloed van de wisselende<br />
vochtigheidgraad op houten onderdelen.<br />
Daarom had hij een eigen systeem bedacht,<br />
dat al was toegepast in de gereformeerde kerk<br />
van Grootegast, waar elk register ‘een eigen<br />
windlade’ had. Het was als het ware een variant<br />
op een mechanische kegellade, met kleine<br />
ventielen in plaats van kegels. Dat orgel moest<br />
men zeker gaan zien en beluisteren. Hij kwam<br />
met een voorstel ten bedrage van fl. 2480,-, met<br />
inname van het oude orgel voor fl. 140,-.<br />
De heer Van der Molen onderzocht eveneens<br />
het oude orgel en liet daarna tekeningen zien<br />
van een vrijwel gereed orgel voor de gereformeerde<br />
kerk te Enschede. De klank moest men<br />
maar gaan beoordelen bij zijn nog vrijwel nieuwe<br />
orgel in de B-kerk te Steenwijk. Een dergelijk<br />
mechanisch orgel achtte hij zeer geschikt voor<br />
Bolsward. Ook hij raadde pneumatiek af. Zijn offerte<br />
bedroeg fl. 2250,-, met overname van het<br />
oude orgel voor f. 150,-. Daarnaast waren er<br />
nog tekeningen gebracht door Doornbos, maar<br />
deze leverde uitsluitend pneumatisch werk en<br />
hij viel definitief af, ook door zijn duurdere offerte.<br />
Daarna werd een brief van Van Dam behandeld:<br />
die vond de richtprijs ´eigenaardig´ en<br />
meende dat men maar eens op basis van zijn<br />
orgel in Exmorra en andere instrumenten van<br />
zijn hand moest bekijken wat voor een orgel zoals<br />
in Bolsward minimaal nodig was; hij raadde<br />
echter een sterker orgel aan dan dat in Exmorra.<br />
Een kleine orgelreis<br />
Op 8 oktober van hetzelfde jaar begaf de commissie<br />
zich naar Exmorra om het eenklaviers<br />
Van Damorgel uit 1893 te bekijken en te beluisteren.<br />
Men vond het “solied werk, met eene<br />
uitnemende blaasbalg. Wat geluid betreft wel<br />
mooi, doch over ´t geheel wierden alle registers<br />
te scherp[!] bevonden, de ronde, volle toon<br />
wierd in dit orgel gemist.” Voor Bolsward zouden<br />
enkele registers extra nodig zijn voor voldoende<br />
klanksterkte, daarmee zou het wel veel<br />
duurder worden. Voor het overige was men vol<br />
lof over dit orgel.<br />
Op dinsdag 19 oktober bezocht men het Dekkerorgel<br />
in Grootegast. Weliswaar was dat een<br />
eenklaviers instrument, maar volgens het nieuwe<br />
systeem van Dekker en met behulp van twee<br />
treden kon men zonder problemen van zacht<br />
spel naar forte overgaan. Men was ingenomen<br />
met het binnenwerk, met name over het geluid:<br />
“(…) dat is voorwaar éénig. De ronde, zuivere<br />
volle toon, wierd hier bovenmate gehoord,<br />
boven de mechanische, en vooral het register<br />
Gamba was enig, ja elk register zoowel de een<br />
als de ander, was ene zuivere, ronde, volle toon.<br />
Ook de aanbrenging der registers zoowel voor<br />
hand als voor voet, waren precies zoo aangebracht<br />
als opgegeven was, en waren eene zeer<br />
gemakkelijke, vlugge, en degelijke registrering.”<br />
Dit instrument had fl. 2000,- gekost.<br />
Op 20 oktober bezocht men de B-kerk te Steenwijk,<br />
waar Teke van der Molen, zoon van de<br />
orgelmaker, en twee leden van de commissie<br />
(Nawijn en Hempenius) het orgel bespeelden.<br />
Enkele indrukken: uiterlijk netjes, maar de klank<br />
viel erg tegen; het instrument was slechts met<br />
inzet van veel spierkracht bespeelbaar, de pedaaltoetsen<br />
moesten zelfs worden ´ingetrapt´.<br />
De mechaniek van het bovenklavier maakte<br />
bovendien enorm veel lawaai en het orgel klonk<br />
zeer onzuiver, met name de Trompet was niet<br />
om aan te horen! Kortom: een geweldige tegenvaller<br />
en dat voor een pas één jaar oud orgel.<br />
Hier maakte Van der Molen duidelijk antireclame<br />
voor zichzelf!<br />
De keuze was dus niet moeilijk: men verkoos<br />
duidelijk het klankbeeld van Dekker boven het<br />
laat-klassieke geluid van Van Dam en viel aanvankelijk<br />
voor een orgel, volgens systeem-D<br />
[dat Dekker zo had gepropageerd] gemaakt. De<br />
tweeklaviers versie zou fl. 2480,- kosten, met<br />
weglating van het bovenklavier (niet de registers<br />
zelf!) zou dat f. 2160,- worden. Gezien het<br />
bedrag (fl. 2300,-) waarvoor het tegen brandschade<br />
werd verzekerd, heeft men voor deze<br />
eenklaviers versie gekozen, maar dan pneumatisch.<br />
Dit komt overeen met de opgave in het<br />
dispositiecahier, waar bovendien ´systeem D´ is<br />
doorgekrast en vervangen door ´pneumatisch´,<br />
alsmede met notities van de firma Van Dam in<br />
1928. De dispositie was aldus, afgaande op het<br />
bestek (definitief vastgesteld op 28 juni 1909) en<br />
opdrachtcahiers (Dekker, respectievelijk Van Dam):<br />
Het vroegere Dekkerorgel in Grootegast, dat zoveel indruk maakte op de orgelcommissie uit Bolsward
pagina 24<br />
Friese orgelkrant<br />
Het Dekkerorgel in de nieuwe kerk, zoals het zich toonde in de periode 1929 – 1931<br />
Prestant 8 vt, Bourdon 16 vt, Holpijp 8 vt, “Quintadeen<br />
8 voet of Gemshoorn 8 voet”, Salicional<br />
8 vt, Prestant 4 vt, “Roerfluit 4 voet of Flute<br />
Dolce 4 voet”, Mixtuur , Octaaf 2 vt, Trompet 8 vt<br />
en nog ´Plaatsruimte voor een register´.<br />
Verder zouden een ventiel, vier drukknoppen<br />
en een octaafkoppel worden aangebracht. Klavieromvang:<br />
C – f2. Het aangehangen pedaal<br />
zou 27 toetsen krijgen (C – d1). Windbediening<br />
met een handpomp. Over de kas werd opgemerkt,<br />
dat deze van vurenhout zou worden gemaakt,<br />
zonder ´topstukken´ (ornamenten op de<br />
torens?). De oplevering zou plaatsvinden op 1<br />
juli 1910.<br />
Het instrument is daarna vermoedelijk sporadisch<br />
onderhouden door organist Nawijn, in elk<br />
geval werd begin 1920 Dekker gevraagd enig<br />
herstelwerk uit te voeren.<br />
De kerk van de Dolerenden (de latere B-Kerk):<br />
Deze gemeente werd gesticht in 1888. Na aanvankelijk<br />
gebruik te hebben gemaakt van een<br />
schoollokaal, werd een jaar later een eigen kerk<br />
betrokken aan de Wipstraat – Kleine Dijlakker<br />
(inwijding op 10 november 1889).<br />
<strong>In</strong> 1890 was in deze kerk al een orgel aanwezig<br />
(of kwam er toen), mogelijk een harmonium.<br />
Men betaalde toen D. van Renen fl. 4,- als onkosten<br />
voor het orgel. <strong>In</strong> juni 1891 werd fl. 15,-<br />
betaald voor een reparatie, verder is over dit<br />
instrument niets bekend.<br />
<strong>In</strong> 1898 bleek de orgelcommissie een pijporgel<br />
gekocht te hebben, dat was betaald uit vrijwillige<br />
bijdragen, en er werd toestemming verleend dit<br />
kosteloos (voor de kerkkas) in de kerk te plaatsen.<br />
Het blijkt te gaan om een gebruikt orgel,<br />
afkomstig uit de rooms-katholieke parochiekerk<br />
te Uithoorn (onder Amsterdam). Dit instrument<br />
was volgens de verzameling van Broekhuyzen<br />
in 1826 gebouwd door de Amsterdamse orgelmaker<br />
L. van den Brink & Zonen en had ruim 25<br />
jaar later de volgende dispositie:<br />
Manuaal: Prestant 8 vt, Bourdon 16 vt discant,<br />
Holpijp 8 vt, Octaaf 4 vt, Fluit 4 vt, Quint 3 vt,<br />
Octaaf 2 vt, Mixtuur 2,3,4-sterk en Sesquialter<br />
2-sterk discant.<br />
Positief: Viola di Gamba 8 vt discant, Holpijp 8<br />
vt, Fluit 4 vt en Gemshoorn 2 vt.<br />
De manuaalomvang bedroeg 4½ octaaf (C – f3),<br />
het aangehangen pedaal 1½ octaaf, er waren<br />
drie blaasbalgen en verder een Koppeling, Afsluiting,<br />
Tremulant en Ventiel.<br />
Het instrument was te Uithoorn gebouwd in een<br />
uit 1782 daterende statie of schuilkerk, welke<br />
in 1868 werd vervangen door een veel grotere<br />
kerk. Op 18 juli 1868 kwam men overeen met<br />
Gebroeders Adema (orgelmakers te Leeuwarden<br />
en Amsterdam) het orgel naar dit nieuwe<br />
gebouw over te plaatsen en wat aan te passen<br />
aan de nieuwe standplaats. Het was de eerste<br />
klus van enige omvang voor het twee maanden<br />
tevoren in Amsterdam gestichte filiaal van de<br />
ons bekende (in 1855 te Leeuwarden gestichte)<br />
‘orgelfabriek’ van de broers Carolus Borremeus<br />
en Petrus Josephus Adema. Laatstgenoemde<br />
ging dit filiaal leiden en was daartoe ook naar<br />
Amsterdam verhuisd. Voor 350 gulden namen<br />
ze aan het instrument schoon te maken,<br />
te herstellen en te plaatsen in de nieuwe kerk.<br />
Tevens werd afgesproken “de registers op zijde<br />
te plaatsen”, dat wil zeggen de claviatuur, voorheen<br />
aan de voor- of achterzijde, in de zijwand<br />
van de orgelkas aan te brengen. Vier jaar later<br />
werd het instrument nogmaals gerepareerd<br />
door Adema. De daaropvolgende periode tot<br />
de eeuwwisseling bracht grote veranderingen<br />
in de liturgie (en daarmee in de gebruikseisen<br />
van het orgel) binnen de rooms-katholieke kerk.<br />
Mede daardoor werd het Van den Brinkorgel als<br />
ouderwets en steeds minder bruikbaar ervaren<br />
en besloot men over te gaan tot aanschaf van<br />
een ‘modern’ instrument. <strong>In</strong> 1897 sloot men met<br />
de firma Maarschalkerweerd een overeenkomst<br />
voor de bouw van een nieuw orgel, dat een jaar<br />
later werd opgeleverd.<br />
Het oude orgel werd te koop aangeboden. De<br />
Leeuwarder orgelmakers Bakker & Timmenga<br />
plaatsten het een jaar later (met een eenvoudig<br />
uiterlijk en zonder opsmuk, aldus een krantenbericht)<br />
in de kerk te Bolsward, na het te hebben<br />
voorzien van een nieuwe blaasbalg. Het<br />
werd op 27 juli 1898 ingespeeld door B. de<br />
Vries, organist van de (hervormde) Grote Kerk.<br />
Samen in één kerkgebouw<br />
Na de samenvoeging van beide kerkgemeentes<br />
in 1924 werd besloten een nieuwe kerk te<br />
bouwen, de bestaande A-kerk aan de Witherenstraat<br />
en de B-kerk aan de Dijlakker werden<br />
verkocht. De nieuwe gemeenschappelijke kerk<br />
verrees aan de Gasthuissingel en werd op 24<br />
juli 1929 in gebruik genomen. Het orgel uit de<br />
B-kerk (dat men kennelijk te ouderwets vond)<br />
werd voor fl. 760.- verkocht aan orgelmaker Van<br />
der Molen te Steenwijk en niet, zoals wel eens is<br />
gesuggereerd, aan de Hervormde kerk te Oldemarkt.<br />
Dit was ook niet erg waarschijnlijk, aangezien<br />
daar in die jaren, noch in de hervormde<br />
noch in de gereformeerde kerk of rooms-katholieke<br />
kerk, een ander orgel werd geplaatst. Wat<br />
Van der Molen heeft gedaan met het vroegere<br />
orgel uit Bolsward is onbekend.<br />
<strong>In</strong> de nieuwe kerk werd het Dekkerorgel geplaatst<br />
uit de A-kerk. Het werk werd uitgevoerd<br />
voor een bedrag van fl. 1557,- (betaald in april<br />
1929) door de firma Van Dam uit Leeuwarden<br />
(twee jaar tevoren overgenomen door de firma<br />
Dekker). <strong>In</strong> februari 1928 was al afgesproken dat<br />
het instrument (qua klank) zou worden versterkt.<br />
Op 10 november van dat jaar noemde organist<br />
Nawijn nog eens de noodzaak van een andere<br />
Trompet en Mixtuur, terwijl ook membranen<br />
moesten worden vervangen. De definitieve opdracht<br />
werd op 28 november verstrekt.<br />
De totale kosten waren aldus vastgesteld op<br />
f. 1450,-. De uiteindelijke kosten waren nog iets<br />
hoger (zie boven). Het lijkt erop dat het front van<br />
het orgel is aangepast aan de architectuur van<br />
de kerkzaal. De werkzaamheden door de firma<br />
Van Dam begonnen op 15 mei. Een ijverig gemeentelid,<br />
de heer Van der Wal, zorgde ervoor<br />
dat de beelden en de (front?)pijpen mooi werden<br />
´opgesierd´. De jaarrekening van de kerk<br />
Het huidige, pas gerestaureerde Fonteijn & Gaalorgel (1954)<br />
vermeldt een jaar later een bedrag van f. 1650,-.<br />
Mogelijk heeft het verhelpen van de trage aanspraak<br />
nog geleid tot wat extra kosten.<br />
Een kleine beeldenstorm<br />
Na de plaatsing in de nieuwe kerk werd het orgel<br />
aanvankelijk nog bekroond met de drie al<br />
genoemde beelden: op de middentoren Koning<br />
David met de harp (door Bakker & Timmenga<br />
in 1898 geplaatst op het orgel van de B-kerk?),<br />
op de beide zijtorens een bevallige engel, met in<br />
de ene hand een lauwertak en in de andere een<br />
trompet (beide beelden mogelijk ook afkomstig<br />
van het Van den Brinkorgel). <strong>In</strong> 1931 vond nog<br />
een soort verlate beeldenstorm plaats. Op ‘bijbelse’<br />
gronden (zondag 35 van de Heidelberger<br />
Catechismus!) werden de beelden van het orgel<br />
(en uit de kerk) verwijderd, waarbij overigens<br />
alleen werd gerept over de ‘engelengestalten’.<br />
Betekent dit dat ‘Koning David’ deze ‘tempelreiniging’<br />
nog wel heeft doorstaan? De plaatsing<br />
van een nieuw orgel in 1953 door Fonteijn &<br />
Gaal (II/P/24) heeft hij in elk geval niet overleefd,<br />
Bericht uit de Leeuwarder Courant (1898)<br />
want dat – nog steeds in de kerk aanwezige –<br />
instrument werd voorzien van een ‘tandenborstelfront’,<br />
dat qua stijl zeker zo goed harmonieert<br />
met het kerkinterieur als het front van het<br />
voormalige Dekkerorgel.<br />
Victor Timmer<br />
Geraadpleegde bronnen:<br />
• Archief firma Bakker & Timmenga<br />
(Leeuwarden, HCL)<br />
• Archief Gereformeerde kerk Bolsward<br />
(Bolsward, gemeentearchief).<br />
• Archief r.-k. parochie St.-<strong>Jan</strong>, Uithoorn.<br />
• G.H. Broekhuyzen Sr., Orgelbeschrijvingen,<br />
Amsterdam 1986.<br />
• K. Jongsma, Dankbaar gedenken,<br />
Bolsward 1985.<br />
• P.J.J.M. van Wees, 200 Jaar parochie<br />
St. <strong>Jan</strong> Uithoorn 1782 – 1982, Uithoorn 1992
Friese orgelkrant pagina 25<br />
De orgelmakers Van Dam<br />
en hun laatste rustplaatsen<br />
Lambertus van Dam (1744-1820) was afkomstig uit de provincie Groningen en vestigde zich in<br />
1779 in de stad Leeuwarden waar hij een huis kocht op de Grachtswal, letter L nummer 8 (thans<br />
Zuidergrachtswal 19). Het grote pand werd in tweeën bewoond met de huisnummers 8 en 8A. Tot<br />
1917 is de orgelmakerij op dit adres gevestigd geweest waarna een verhuizing naar Eewal 69 heeft<br />
plaatsgevonden. Toen in 1803 Hillegien van der Werf, de echtgenote van Lambertus, stierf werd<br />
zij begraven op één van de twee begraafplaatsen die de stad Leeuwarden rijk was, namelijk het<br />
Oldehoofsterkerkhof. De andere begraafplaats lag ten westen en zuiden van de Jacobijnerkerk. Op<br />
23 januari 1820 overleed Lambertus ‘na een toenemende bezetting op de borst’. Hij werd bij zijn<br />
echtgenote op het Oldehoofsterkerkhof begraven. Deze begraafplaats is in 1833 gesloten nadat<br />
het stadsbestuur vlak buiten de stad een nieuwe begraafplaats had laten aanleggen, te weten de<br />
Algemene Begraafplaats aan de Spanjaardslaan. <strong>In</strong> 1933, precies honderd jaar na de sluiting, werd<br />
het Oldehoofsterkerkhof met keien bevloerd en veranderd in een bodeterrein en toen in 2006 op<br />
deze plaats een ondergrondse parkeergarage geopend werd herinnerde niet veel meer aan de<br />
oude bestemming. Het is niet bekend waar op het Oldehoofsterkerkhof de graven van Lambertus<br />
en Hillegien zich bevonden.<br />
<strong>In</strong>gang van de oude Algemene Begraafplaats aan de Spanjaardslaan te Leeuwarden. Foto: Johan Sjoukema, Leeuwarden<br />
De orgelmakerij werd voortgezet door<br />
de broers Luitjen Jacob (1783-1846)<br />
en Jacob (1787-1839). <strong>In</strong> april 1839<br />
overleed Jacob in het orgelmakershuis<br />
te Leeuwarden. Hij was even<br />
thuis van zijn werk in Rotterdam. Hier<br />
hadden de Gebroeders Van Dam een<br />
werkplaats ingericht voor de bouw<br />
van de orgels in de rooms-katholieke<br />
Sint-Laurentiuskerk en Sint-Dominicuskerk.<br />
Jacob van Dam had hier<br />
de leiding. Hij werd begraven op de<br />
nieuwe Algemene Begraafplaats; op<br />
afdeling 4, regel 13, nummer 21. Zijn<br />
weduwe Maria Uiterdijk stierf in 1860<br />
in het Popta Gasthuis te Marssum en<br />
werd daar begraven. <strong>In</strong> 1860 werd<br />
zijn zuster Catharina Schiere - van<br />
Dam bij haar broer bijgezet. <strong>In</strong> 1873<br />
werd schoonzoon Dirk Bouma Nieuwenhuis<br />
ook in dit graf begraven; zijn<br />
naam staat nu op de grafsteen.<br />
Luitjen Jacob van Dam leidde het<br />
bedrijf verder onder de naam “L. van<br />
Dam & Zonen”. Die zonen waren<br />
Lambertus II, Pieter en Jacob II. Tijdens<br />
het intonatiewerk aan het orgel<br />
van de Westerkerk (nu Poppodium<br />
Romein zonder orgel) in Leeuwarden<br />
stierf Luitjen Jacob. Onder leiding<br />
van Lambertus II werd het fraaie instrument<br />
afgebouwd. Luitjen Jacob<br />
is begraven naast zijn broer Jacob<br />
op afdeling 4, regel 13, nummer 20.<br />
Vermoedelijk zijn beide graven al gekocht<br />
in 1839. <strong>In</strong> 1888 vond Juliana<br />
Frank, echtgenote van L.J. van Dam,<br />
hier ook haar laatste rustplaats. Het<br />
graf is nog herkenbaar aanwezig.<br />
De derde generatie orgelmakers Van<br />
Dam bestond dus uit de broers: Lambertus<br />
II (1823-1904), Pieter (1824-<br />
1889) en Jacob II (1828-1907). <strong>In</strong> de<br />
loop van de tijd verlieten Pieter en<br />
Jacob II de orgelmakerij. Eerstgenoemde<br />
bleef wel in het orgelmakershuis<br />
wonen, maar ging zich meer<br />
toeleggen op de handel in piano’s en<br />
harmoniums. Jacob II werd boer in<br />
Suawoude, een dorp circa 10 kilometer<br />
ten zuidoosten van Leeuwarden.<br />
Hier stierf hij ook. Als beroep wordt<br />
in de overlijdensakte koemelker op-<br />
gegeven. Pieter sr. en Jacob II waren<br />
beide ongehuwd. Beide broers zijn<br />
begraven op de Algemene Begraafplaats<br />
aan de Spanjaardslaan. Jacob<br />
II op afdeling 4, regel 23, nummer 42<br />
en Pieter senior op de duurdere afdeling<br />
3, regel 24, nummer 23. Beide<br />
graven zijn helaas niet meer voorzien<br />
van een steen. Lambertus II hield de<br />
Grafsteen van Lambertus II van Dam (1823 – 1904) en van zijn echtgenote Elizabeth Peters<br />
op de oude Algemene Begraafplaats van Leeuwarden. Foto: Ad Fahner, Leeuwarden<br />
leiding van het bedrijf waarin zijn drie<br />
zonen Luitjen Jacob II (1850-1931),<br />
Haije (1853-1927) en Pieter jr. (1856-<br />
1927) meewerkten. Langzamerhand<br />
nam de jongste zoon Pieter jr. de<br />
leiding over. Als Lambertus II in 1894<br />
een bezwaarschrift indient tegen een<br />
belastingaanslag over de winst van<br />
het bedrijf, brengt hij dat aldus onder<br />
woorden: ‘En dat de vermoedelijke<br />
winst wordt gedeeld door requestrant<br />
en zijne drie gehuwde zoons’ (archief<br />
secretarie belasting in het Historisch<br />
Centrum Leeuwarden). Lambertus<br />
II stierf op 20 april 1904 te Leeuwarden<br />
en werd ook op de Algemene<br />
Begraafplaats begraven. Hij en zijn in<br />
1909 overleden echtgenote Elizabeth<br />
Peters rusten op de derde afdeling,<br />
regel 21, nummer 26. De grafsteen,<br />
hoewel gebroken, is nog aanwezig.<br />
Luitjen Jacob II zou eerst predikant<br />
worden, maar koos toch voor het<br />
orgelmakersvak. Hij was maatschappelijk<br />
zeer actief. Hij schreef brochures,<br />
gedichten en dergelijke, maar<br />
trad ook op als tolk Duits en Engels.<br />
Hij bezocht de Verenigde Staten van<br />
Amerika en Duitsland. Volgens de<br />
verhalen had hij het met al deze bezigheden<br />
erg druk en maakte hij tussen<br />
de bedrijven door thuis op zolder<br />
pijpwerk voor het familiebedrijf. <strong>In</strong><br />
1917 werd het oude orgelmakershuis<br />
aan de Zuidergrachtswal verkocht<br />
Grafsteen van ‘kerkorgelfabrikant’ Pieter van Dam (1856 – 1927) op de oude Algemene<br />
Begraafplaats van Leeuwarden. Foto: Ad Fahner, Leeuwarden<br />
aan de familie Schootstra die daar,<br />
na een rigoureuze verbouwing, rijwielen<br />
van het merk Phoenix (‘de sterke<br />
vogel’) ging fabriceren. Omdat er<br />
geen opvolger was (alleen Luitjen Jacob<br />
II had een zoon Lambertus Julianus,<br />
die in 1899 op negentienjarige<br />
leeftijd naar de VS vertrok) werd de<br />
zaak omgezet in een Naamloze Vennootschap<br />
en deze verhuisde naar<br />
het adres Eewal 69 in het hartje van<br />
de oude binnenstad. Firmanten waren<br />
P. van Dam, B.F. Bergmeyer en J.<br />
Vaas. Pieter jr. verhuisde met vrouw<br />
en dochter naar een nieuwe woning<br />
aan de Emmastraat 1, maar kwam<br />
dagelijks op de Eewal. <strong>In</strong> 1926 traden<br />
Van Dam en Bergmeyer uit de N.V. die<br />
onder leiding van J. Vaas verder ging.<br />
<strong>In</strong> 1927 stierven de broers Pieter jr. en<br />
Haije. Eerstgenoemde op 24 januari<br />
en de ander op 17 oktober. De dood<br />
van Pieter jr. maakte veel indruk! <strong>In</strong> de<br />
Leeuwarder Courant verschenen herdenkingsartikelen<br />
en de begrafenis<br />
werd door veel mensen bijgewoond.<br />
Pieter werd begraven op het kerkhof<br />
van de Dorpskerk te Huizum. Nog<br />
geen 20 meter verwijderd van het<br />
orgel dat door zijn vader en ooms in<br />
1849 was geleverd. Dochter Elizabeth<br />
Aaltje stierf in 1933 en werd bij haar<br />
vader begraven. Echtgenote Catharina<br />
Christina ter Maat vertrok een jaar<br />
later naar Apeldoorn en stierf in Renkum<br />
(1943). Haije en zijn echtgenote<br />
Dieuwke Stapert werden begraven<br />
op de Algemene Begraafplaats op<br />
afdeling 2, regel 10, nummer 21. Dit<br />
graf was tot vorig jaar zeer vervallen<br />
maar is nu gedeeltelijk hersteld in het<br />
kader van de grote opknapbeurt die<br />
de gemeente Leeuwarden heeft laten<br />
uitvoeren. Helaas betrof deze restauratie<br />
alleen de afdelingen 1 en 2. Luitjen<br />
Jacob II tenslotte stierf als laatste<br />
op 13 oktober 1931 en werd eveneens<br />
begraven bij de kerk van Huizum.<br />
Ook zijn dood kreeg veel aandacht<br />
in de plaatselijke pers. Hij heeft<br />
niet meer hoeven meemaken dat het<br />
gezamenlijke personeel per 16 januari<br />
1932 ontslag nam bij de N.V. Orgelfabriek<br />
P. van Dam en onder leiding van<br />
de voormalige directeur Joh. Vaas en<br />
de chef werkplaats T. Bron gingen<br />
werken bij de nieuw opgerichte firma<br />
Vaas en Bron. De orgelfabriek P. van<br />
Dam N.V. ging verder onder leiding<br />
van directeur-eigenaar J.D. van der<br />
Bliek op het adres Achter de Hoven<br />
12 en later op Emmakade 46.<br />
Ad Fahner
pagina 26<br />
Friese orgelkrant<br />
De Amsterdamse Orpheus<br />
Het is inmiddels gebruikelijk om elk jaar in de Friese Orgelkrant<br />
aandacht te schenken aan een ‘jubilerende’ componist. Waar in<br />
de afgelopen jaren (veelal) onderbelichte componisten beschreven<br />
werden, maken wij dit jaar een uitzondering voor de grootste<br />
Nederlandse componist aller tijden. Wij spreken (uiteraard) van<br />
<strong>Jan</strong> Pieterszoon Sweelinck.<br />
450 jaar geleden op een onbekende<br />
dag in april of mei werd Sweelinck<br />
geboren in de Hanzestad Deventer.<br />
Sweelinck was de oudste van drie<br />
kinderen van Pieter Swibbertszoon<br />
en Elsgen Sweling, dochter van de<br />
Deventer stadschirurgijn Johan Zwelick.<br />
De kinderen namen de achternaam<br />
van hun moeder over vanwege<br />
de vooraanstaande positie van haar<br />
familie in de stad. Sweelincks vader<br />
was de organist van de Grote of<br />
Sint Lebuïnuskerk te Deventer. Hij<br />
was daar de opvolger van zijn vader,<br />
Swibbert van Keyzersweerd, die in<br />
de vroege 16 e eeuw, vanuit Neder-<br />
Rijnland, naar Deventer was verhuisd.<br />
<strong>In</strong> 1564 verhuisde het gezin naar Amsterdam<br />
waar Sweelincks vader aangesteld<br />
was als organist van de Oude<br />
of Sint Nicolaaskerk. Helaas zijn noch<br />
van de grootvader, noch van de vader<br />
van Sweelinck composities overgeleverd.<br />
Bericht dat het overlijden van ‘meester’<br />
<strong>Jan</strong> Pieterszoon Sweelinck op 16 oktober<br />
1621 vermeldt. Afbeelding: internet<br />
Sweelinck ontving zijn eerste muzikale<br />
onderricht zeer waarschijnlijk van<br />
zijn vader. Omdat zijn vader overleed<br />
in 1573 kan worden aangenomen dat<br />
zijn opvolger, Cornelis Boskoop, de<br />
muzikale vorming voortzette. Deze<br />
overleed echter al in oktober van<br />
hetzelfde jaar en kan Sweelinck dus<br />
slechts kort les hebben gegeven. Het<br />
is niet bekend wie er na Boskoop organist<br />
van de Oude Kerk is geweest.<br />
Er is weinig bekend over de verdere<br />
muzikale scholing van Sweelinck na<br />
de dood van zijn vader. Vermoedelijk<br />
heeft hij les gehad van <strong>Jan</strong> Willemszoon<br />
Lossy (ca. 1545-1629),<br />
countertenor en schalmeispeler te<br />
Haarlem (voor Lossy was de muziek<br />
een nevenberoep, hij was evenals<br />
meerdere familieleden ook bierbrouwer).<br />
Sweelinck is daar dan mogelijk<br />
Laat Swelincx beeltenis aentrecken uwe ogen,<br />
De oiren heeft hij self, noch levende, getogen:<br />
En weett’, hoewel hij leefd’ en stierf tot Amsterdam,<br />
Van Deventer nochtans dien groten sanger quam.<br />
ook beïnvloed door Claas Albrechtszoon<br />
van Wieringen en Floris van<br />
Adrichem, beiden organist van de<br />
Grote of Sint-Bavokerk die daar dagelijks<br />
improviseerden. Deze laatste<br />
– destijds een zeer bekend organist<br />
– zou ook heel goed de leraar van<br />
Sweelinck geweest kunnen zijn.<br />
Volgens de 18 e -eeuwse musicoloog<br />
Johann Mattheson (1681-1764) heeft<br />
Sweelinck gestudeerd bij Gioseffo<br />
Zarlino (1517-1590) in Venetië, maar<br />
dat is nooit bewezen. Mogelijk kan<br />
enige verwarring zijn ontstaan, omdat<br />
zijn broer, de schilder Gerrit Pieterszoon<br />
Sweelinck, wél in Venetië is<br />
geweest.<br />
Naast zijn muzikale opleiding ontving<br />
Sweelinck een algemene educatie<br />
van Jacob Buyck, de pastoor van de<br />
Oude Kerk. Deze lessen stopten in<br />
1578 met de Alteratie van Amsterdam<br />
(waarmee de stad definitief koos voor<br />
de Prins van Oranje en calvinistisch<br />
werd). De katholiek Buyck koos eieren<br />
voor zijn geld en besloot de stad<br />
te verlaten.<br />
Volgens Cornelis Plemp, een leerling<br />
en vriend van Sweelinck, werd Sweelinck<br />
in 1577 op 15-jarige leeftijd aangesteld<br />
als organist van de Oude Kerk.<br />
Dit is echter niet geheel zeker omdat<br />
de jaren 1577-1580 ontbreken in het<br />
kerkarchief. Zeker is wel dat Sweelinck<br />
in 1580 reeds organist was. Hij zou<br />
deze post nog 41 jaar lang behouden,<br />
tot het eind van zijn leven.<br />
<strong>In</strong> 1585 stierf ook Sweelincks moeder<br />
en liet hem achter met de verantwoordelijkheid<br />
over zijn jongere broer en<br />
zus. Zijn salaris werd het daaropvolgende<br />
jaar verdubbeld, waarschijnlijk<br />
om zijn financiële positie enigszins te<br />
verstevigen. Mocht hij gaan trouwen,<br />
dan zou zijn salaris nog eens met<br />
100 gulden worden verhoogd; dit gebeurde<br />
in 1590 toen hij trouwde met<br />
Claesgen Dircxdochter Puyner uit<br />
Medemblik. Daarnaast werd hem de<br />
keuze gegeven tussen een extra 100<br />
gulden of gratis huisvesting (in de Koestraat);<br />
hij koos voor het laatste. Het<br />
geven van vrij wonen aan personen<br />
die min of meer in stadsdienst waren<br />
kwam destijds veelvuldig voor. Te Amsterdam<br />
was dit des te gemakkelijker,<br />
omdat er vanwege de Alteratie veel<br />
kloosterbezittingen vrij kwamen.<br />
Orgels<br />
Sweelinck had in de Oude Kerk de<br />
beschikking over twee orgels. Het<br />
hoofdorgel was tussen 1539 en 1545<br />
gebouwd door Hans van Keulen,<br />
Hendrik en Hermann Niehoff en Jasper<br />
<strong>Jan</strong>szoon en had de volgende<br />
dispositie:<br />
Jacobus Revius<br />
Rugwerk (Man. I, FGA-g2a2): Prestant<br />
8 vt, Octaaf 4 vt, Mixtuur, Scherp,<br />
Quintadena 8 vt, Holpijp 4 vt, Sifflet<br />
1⅓ vt, Regaal 8 vt, Baarpijp 8 vt,<br />
Schalmij 4 vt<br />
Hoofdwerk (Man. II, F1G1A1-g2a2):<br />
Prestant 16 vt, Octaaf 8+4 vt, Mixtuur,<br />
Scherp<br />
Bovenwerk (Man. III, FGA-g2a2):<br />
Prestant 8 vt, Holpijp 8 vt, Open fluit<br />
4 vt, Nasard 2⅔ vt, Sifflet 1 vt, Cimbel,<br />
Trompet 8 vt, Zink 8 vt (discant)<br />
Pedaal (FGA-c1, aangehangen aan<br />
F1G1A1-c0 van het HW): Nachthoorn<br />
2 vt, Trompet 8 vt<br />
Koppel Rugwerk-Bovenwerk, Tremulant<br />
Het koororgel, gebouwd door Hendrik<br />
Niehoff en Jasper <strong>Jan</strong>szoon in 1544-<br />
1545, had de volgende dispositie:<br />
Hoofdwerk (FGA-g2a2): Holpijp 8<br />
vt, Prestant 4 vt, Octaaf 2 vt, Mixtuur,<br />
Scherp, Quintadeen 8 vt, Gemshoorn<br />
2 vt, Sifflet 1⅓ vt, Schalmei 4 vt<br />
Borstwerk (FGA-g2a2): Holpijp 4 vt,<br />
Kromhoorn 8 vt, Regaal 8 vt<br />
Pedaal (FGA-c1, aangehangen aan<br />
het HW): Trompet 8 vt<br />
Koppel Hoofdwerk-Borstwerk, Tremulant<br />
Het is niet bekend welke stemming<br />
de beide orgels hadden. Volgens Cor<br />
Edskes hadden de orgels een stemming<br />
tussen Pythagoreïsch en (¼<br />
komma) middentoon, waarbij een<br />
aantal van de elf reine kwinten van de<br />
Pythagoreïsche stemming sneuvelde<br />
ten faveure van betere tertsen. Maar<br />
waarschijnlijk hadden de orgels de<br />
toen reeds gebruikelijke (¼ komma)<br />
middentoonstemming; alle werken<br />
van Sweelinck klinken dan ook perfect<br />
in die stemming.<br />
<strong>In</strong> 1619 is er uitgebreid gewerkt aan<br />
het grote orgel. Niet uitgesloten is te<br />
achten dat er toen – wellicht alleen op<br />
het Rugwerk – dubbele boventoetsen<br />
es/dis zijn aangebracht. De dis komt<br />
voor in twee fantasia’s (waaronder de<br />
bekende chromatische) en in 'Allein<br />
zu dir Herr Jesu Christ' (SwWV 309).<br />
Deze koraalbewerking wordt overigens<br />
ook wel aan Johann Praetorius<br />
toegeschreven, en stamt dus uit een<br />
tijd waarin de middentoonstemming<br />
al enigszins gemodificeerd werd om<br />
de es als dis te kunnen gebruiken.<br />
Sweelincks werkgever, het stadsbestuur,<br />
zal hem een taakomschrijving<br />
hebben gegeven zoals die gebruikelijk<br />
was in de Republiek. Dit zou er op<br />
neerkomen dat Sweelinck elke dag<br />
tweemaal het orgel een uur lang diende<br />
te bespelen. Was er een kerkdienst<br />
dan diende hij een uur voor en/of na<br />
de dienst te spelen. Verder was hij verantwoordelijk<br />
voor de staat waarin de<br />
beide orgels verkeerden. Sweelinck<br />
was zeer beroemd om zijn improvisaties<br />
op orgel en klavecimbel.<br />
Pentekening van het interieur van de Oude Kerk door <strong>Jan</strong> Goeree (1670-1731).<br />
Afbeelding: internet<br />
Omdat we niet precies weten wanneer<br />
Sweelinck in de Oude Kerk organist<br />
is geworden, weten we niet<br />
of hij nog in de katholieke liturgie<br />
gefunctioneerd heeft. Na de Alteratie<br />
was hij in elk geval enkel in dienst van<br />
de stad en niet (meer) in dienst van de<br />
Oude Kerk als kerkmusicus en organist.<br />
<strong>In</strong> de nu protestantse Oude Kerk<br />
moesten het gregoriaans en de polyfonie<br />
wijken voor éénstemmig psalmgezang,<br />
en het orgel – een wereldlijk<br />
instrument – diende te zwijgen. De<br />
Synode van Dordrecht oordeelde in<br />
1574 dat het orgelspel 'gansch behoort<br />
afgheset te wesen, volgens de<br />
leere Pauli, I Cor. XIV, 19'. De Nationale<br />
Synode van 1578 deed daar een<br />
schepje bovenop en besloot dat de<br />
orgels uit de kerken verwijderd dienden<br />
te worden. Daar is het nooit van<br />
gekomen, omdat de orgels in eigendom<br />
waren van de stad en de meeste<br />
stadsbesturen geen gehoor aan deze<br />
oproep gaven.<br />
Sweelinck heeft zeer waarschijnlijk<br />
zijn gehele leven in Amsterdam doorgebracht,<br />
hij verliet de stad enkel zo<br />
nu en dan voor professionele werkzaamheden.<br />
Zo bezocht hij voor keuringen<br />
of adviezen Enkhuizen, Haarlem<br />
(1594), Deventer (1595, 1616),<br />
Middelburg (1603), Nijmegen (1605),<br />
Harderwijk (1608), Rotterdam (1610),<br />
Delft, Dordrecht (1610) en Rhenen<br />
(1616). Zijn langste reis was naar Antwerpen<br />
in 1604 om een Ruckers-klavecimbel<br />
voor de stad aan te schaffen.<br />
Sweelinck is, ondanks nauwe<br />
banden, nooit in Engeland geweest.<br />
Pedagoog<br />
De faam van Sweelinck nam gedurende<br />
zijn gehele leven toe, wat hem<br />
de bijnaam 'de Orpheus van Amsterdam'<br />
opleverde. Geregeld nam het<br />
stadsbestuur belangrijke gasten mee<br />
naar de Oude Kerk om hun Sweelinck<br />
te laten horen. Hij was niet alleen beroemd<br />
als componist, maar zeker ook<br />
als pedagoog: samen met Froberger,<br />
Liszt en Bach is Sweelinck één van de<br />
weinige klavierspelers die zowel als<br />
speler als docent hun stempel op de<br />
muziekgeschiedenis hebben gedrukt.<br />
Dit leidde er toe dat veel (jonge) organisten<br />
– vooral uit Noord-Duitsland<br />
– tijdens het Twaalfjarige Bestand<br />
(1609-1621) naar Amsterdam togen<br />
om bij Sweelinck in de leer te gaan.<br />
Zo valt in de "Grundlage einer Ehrenpforte"<br />
(1740) van Johann Mattheson<br />
te lezen: “Toen hij (Jacob Praetorius<br />
II, pcz) vernam dat in Amsterdam een<br />
voortreffelijke organist was, verlangde<br />
hij om daar naartoe te reizen en door<br />
hem te worden onderwezen. De kerkenraad<br />
van de Sankt Jacobikirche<br />
(in Hamburg) moedigde hem daartoe<br />
aan en beloofde de helft van de kosten<br />
te zullen dragen. Het was de beroemde<br />
<strong>Jan</strong> Pieterszoon Sweelinck bij<br />
wie hij in de leer ging en die hem onder<br />
andere een geheel eigen manier<br />
van vingerzettingen leerde die toen<br />
heel ongebruikelijk was maar zeer<br />
goed. (Jacob) nam Sweelincks gebruiken<br />
en houding over die bijzonder<br />
aangenaam en achtenswaardig wa-
Friese orgelkrant pagina 27<br />
Het interieur van de Oude Kerk in 1661 door Emanuel de Witte (1617-1692). Afbeelding: internet<br />
ren. Zo speelde hij zonder het lichaam<br />
veel te bewegen waardoor het leek<br />
alsof het moeiteloos gebeurde. Zijn<br />
natuurlijke wezen - ernstig, ordentelijk<br />
en bescheiden - was hem daarbij zeer<br />
behulpzaam. Het was niet alleen een<br />
lust om hem te horen, maar ook om<br />
hem te zien wanneer hij aan het orgel<br />
zat. Hans Scheidemann, de wakkere<br />
organist van de Sankt Catharinenkirche<br />
(in Hamburg), stuurde in dezelfde<br />
tijd zijn zoon Heinrich naar Holland.<br />
Zo kwamen de twee jonge, ambitieuze<br />
Hamburgers samen in Sweelincks<br />
school. Zij studeerden om het hardst,<br />
wat de meester zeer verheugde.”<br />
Noemenswaardige leerlingen waren<br />
onder meer zijn oudste zoon Dirck,<br />
die op zijn beurt weer leraar was van<br />
Anthonie van Noordt. Daarnaast de<br />
Deventer organist Lucas van Lenninck,<br />
die de eerste leraar was van<br />
(de eveneens in Deventer geboren)<br />
Johann Adam Reincken. En natuurlijk<br />
de schare leerlingen uit (Noord-)Duitsland:<br />
Andreas Düben, Samuel en<br />
Gottfried Scheidt, Melchior Schildt,<br />
Paul Siefert en Ulrich Cernitz, Jacob<br />
Praetorius II, Johannus Praetorius en<br />
Heinrich Scheidemann. Deze laatste<br />
vier bezetten de belangrijkste organistenposten<br />
in Hamburg, vandaar<br />
Sweelincks bijnaam de 'hamburgischen<br />
Organistenmacher'. Met deze<br />
Duitse leerlingen staat Sweelinck aan<br />
de wieg van de Noord-Duitse orgelschool.<br />
Reincken (en wellicht ook<br />
Buxtehude) heeft bij Scheidemann<br />
gestudeerd, die op zijn beurt Johann<br />
Sebastian Bach geïnspireerd heeft.<br />
Sweelinck heeft voorwaar een grote<br />
invloed gehad.<br />
Composities<br />
Sweelincks eerste gepubliceerde<br />
werken zijn drie banden met chansons,<br />
gepubliceerd in 1592-1594.<br />
Alleen het laatste deel is bewaard gebleven;<br />
op de titelpagina valt voor het<br />
eerst de naam 'Sweelinck' te lezen.<br />
Vervolgens werden er in 1604, 1613,<br />
1614 en 1621 vier lijvige banden met<br />
(vocale) psalmzettingen gepubliceerd.<br />
De laatste band werd postuum, en<br />
vermoedelijk onvoltooid, gepubliceerd.<br />
Deze psalmzettingen kunnen<br />
als zijn levenswerk beschouwd worden.<br />
De teksten waren afkomstig uit<br />
het Franstalige metrische psalter van<br />
Clément Marot en Théodore de Bèze.<br />
Uit de keuze voor de Franse teksten<br />
(en niet de gebruikelijke vertaling van<br />
Petrus Datheen) blijkt dat Sweelinck<br />
zijn psalmen niet voor gebruik in de<br />
eredienst bedoeld had, maar voor<br />
een uitvoering door gezelschap-<br />
pen uit de gegoede burgerij. Het is<br />
overigens opvallend dat Sweelinck<br />
geen enkele (vocale) compositie in<br />
het Nederlands heeft geschreven.<br />
De grote tegenhanger van de psalmzettingen<br />
– zowel in muzikaal als in<br />
kerkelijk opzicht – is een bundel met<br />
zevenendertig motetten op teksten<br />
uit de rooms-katholieke liturgie, de<br />
Cantiones Sacrae. Deze vijfstemmige<br />
werken worden niet gekenmerkt door<br />
een complexe polyfonie, maar door<br />
een contrapunt dat gestuurd wordt<br />
door de harmonie met veel chromatische<br />
melodieën. <strong>In</strong> 1612 werden de<br />
Rimes françaises et itallienes gedrukt;<br />
twee- en driestemminge liederen op<br />
wereldlijke teksten.<br />
Sweelincks instrumentale muziek<br />
bestaat vrijwel geheel uit composities<br />
voor klavierinstrumenten. <strong>In</strong> deze<br />
werken toont Sweelinck een diepgaande<br />
kennis van alle belangrijke<br />
Europese tradities, met name de Engelse<br />
en de Venetiaanse. Sweelinck<br />
was niet zozeer een innovator, maar<br />
meer iemand die het beste van alle<br />
stijlen samenvoegde. <strong>In</strong> Nederland<br />
zelf is vrijwel geen handschrift met<br />
klaviercomposities van Sweelinck (als<br />
autograaf of in kopie) bewaard gebleven<br />
en het is dan ook aan zijn leerlingen<br />
te danken dat een belangrijk<br />
deel van Sweelincks klaviercomposities<br />
– die in de kern als compositie-<br />
en improvisatievoorbeelden bedoeld<br />
waren – bewaard bleef: door middel<br />
van handgeschreven kopieën die zij<br />
van compositie-originelen van hun<br />
leraar zelf, respectievelijk van afschriften<br />
daarvan uit diens leerlingenkring<br />
vervaardigden.<br />
Sweelinck heeft ongeveer 70 instrumentale<br />
werken geschreven, maar<br />
het precieze aantal is niet bekend.<br />
Uitgevers en musicologen spreken<br />
elkaar soms tegen over de vraag of<br />
een werk al of niet door Sweelinck is<br />
geschreven. Zijn instrumentale oeuvre<br />
bestaat uit fantasia’s, toccata’s<br />
en variatiewerken. <strong>In</strong> het belangrijke<br />
boek The keyboard music of <strong>Jan</strong> Pieterszoon<br />
Sweelinck van Pieter Dirksen<br />
is een mooi overzicht te vinden<br />
van werken die zeker van Sweelinck<br />
zijn, die aan hem toegeschreven worden<br />
en waarvan het twijfelachtig is.<br />
Zo is het bijvoorbeeld twijfelachtig<br />
of het bekende 'Ballo del Granduco'<br />
(SwWV 319) van Sweelinck is, waarschijnlijk<br />
is het door Samuel Scheidt<br />
gecomponeerd. Van enkele werken<br />
zijn meerdere versies bekend. Een<br />
voorbeeld: Psalm 140 (SwWV 314)<br />
telt vijf variaties, maar de alternatieve<br />
versie 'Die 10 Gebot Gottes' (SwWV<br />
314a) slechts vier, met weglating van<br />
de 4e variatie van Psalm 140.<br />
<strong>In</strong> zijn fantasia's en toccata's verbindt<br />
Sweelinck de stijlen van Italië<br />
(Andrea Gabrieli, Merulo), Spanje<br />
(Cabezón, Milán), Portugal (Coelho)<br />
en Engeland (Bull, Philips). Het passagewerk<br />
is (wellicht) minder virtuoos<br />
dan de Italiaanse, maar het is meer<br />
gestructureerd. Zijn Fantasia's zijn<br />
geconstrueerd rond één thema en<br />
hebben vaak een fugatisch karakter,<br />
waarbij het thema ook in de omkering<br />
en in de vergroting/verkleining<br />
gebruikt wordt. Met deze fantasia's<br />
legt Sweelinck de basis voor de latere<br />
ontwikkeling van de (monothematische)<br />
fuga. Vijf fantasia’s zijn een<br />
zogenoemde echofantasia. Een apart<br />
genre, waarvan Sweelinck de uitvinder<br />
zou kunnen zijn. Soms worden de<br />
echo’s gemaakt door klavierwisseling<br />
(sterk-zacht), op andere plaatsen<br />
bestaat de echo uit het een octaaf<br />
verplaatsen van hetzelfde motief –<br />
mogelijk zonder klavierwisseling. De<br />
echo-secties worden ingeleid en afgewisseld<br />
met imitatorische en toccata-achtige<br />
gedeelten. Verder zijn<br />
er de vele variatiereeksen over kerkelijke<br />
en wereldlijke melodieën, waarin<br />
duidelijk de stijl van de Engelse virginalisten<br />
te ontdekken valt. De variatiereeksen<br />
zijn niet een willekeurige<br />
verzameling van individuele variaties,<br />
<strong>Jan</strong> Pieterszoon Sweelinck afgebeeld op een biljet van vijfentwintig gulden.<br />
maar gecomponeerd als één geheel.<br />
De variaties over wereldlijke thema's<br />
worden gekenmerkt door de ontwikkeling<br />
in elke variatie van een nieuw<br />
muzikaal idee afgeleid van het thema.<br />
De koraalvariaties gaan uit van een<br />
ander principe, namelijk een verschillend<br />
aantal stemmen in elke variatie.<br />
Daardoor is de cantus firmus telkens<br />
in een andere stem en komt de variatie<br />
uit een afwisselende behandeling<br />
van het contrapunt.<br />
Religie<br />
Sweelincks geloofsovertuiging is tot<br />
op de dag van vandaag een levendig<br />
discussiepunt onder musicologen.<br />
Sweelinck is katholiek opgevoed; zijn<br />
vader stond als organist en kerkmusicus<br />
geheel in de rooms-katholieke<br />
traditie. Volgens Sweelincks belangrijkste<br />
biograaf Van den Sigtenhorst<br />
Meyer werd Sweelinck protestants,<br />
maar er zijn ook goede argumenten<br />
aan te voeren dat hij katholiek is gebleven.<br />
Dat Sweelinck na de Alteratie<br />
aan kon blijven als organist in de Oude<br />
Kerk betekent niet vanzelfsprekend<br />
dat hij zich bekeerd heeft tot het protestantisme.<br />
Zo konden bijvoorbeeld<br />
de rooms-katholieke organisten Cornelis<br />
Schuyt in Leiden en Pieter de<br />
Vois in Den Haag aanblijven als organist.<br />
Sweelinck heeft altijd roomskatholieke<br />
vrienden gehouden (zoals<br />
Cornelis Plemp en Joost van den<br />
Vondel), maar hij had ook zeer goede<br />
contacten met gereformeerden. Ook<br />
Sweelincks oeuvre geeft geen uitsluitsel<br />
over zijn kerkelijke gezindheid. Aan<br />
de ene kant is daar de monumentale<br />
toonzetting van het calvinistische<br />
psalter, maar aan de andere kant zijn<br />
er de katholieke Cantiones sacrae.<br />
Vooral het Maria-motet Regina coeli<br />
zou bezwaarlijk kunnen zijn voor een<br />
rechtzinnige calvinist. Ook zijn klavier-<br />
De Oudezijds Voorburgwal met de Oude Kerk door <strong>Jan</strong> van der Heyden (1637-1712).<br />
Afbeelding: internet<br />
werken zijn ambivalent. Voor zijn variaties<br />
over geestelijke liederen gebruikt<br />
Sweelinck melodieën van verschillende<br />
signatuur. Drie van Sweelincks kinderen<br />
zijn gedoopt in de (gereformeerde)<br />
Oude Kerk, maar daaruit kan niet<br />
worden geconcludeerd dat hij ook lid<br />
was van de gereformeerde kerk. <strong>In</strong> de<br />
eerste decennia na de Alteratie was er<br />
in Amsterdam een zogenoemde 'wijde<br />
kerk', voor iedereen toegankelijk. Vele<br />
gelovigen waren 'liefhebbers': ze kerkten<br />
en doopten bij de gereformeerden,<br />
maar waren geen lid. Men zou concluderend<br />
kunnen zeggen dat Sweelinck<br />
een tolerante geest had. Sweelinck<br />
stierf op 16 oktober 1621 (aan onbekende<br />
oorzaken) en werd begraven in<br />
de Oude Kerk. Hij liet zijn vrouw en vijf<br />
van hun zes kinderen achter. De oudste,<br />
Dirck <strong>Jan</strong>szoon, volgde zijn vader<br />
op als organist van de Oude Kerk.<br />
Het moge reeds duidelijk zijn dat<br />
Sweelincks invloed zeer groot geweest<br />
is. Veelzeggend is dat Sweelinck<br />
in het omvangrijke Fitzwilliam<br />
Virginal Book met vier composities<br />
vertegenwoordigd is. Afgezien van<br />
een toccata van Giovanni Picchi zijn<br />
dit de enige niet-Engelse werken in<br />
de verzameling. John Bull (ca. 1562-<br />
1628) eerde Sweelinck na zijn dood<br />
met een fantasie op één van diens<br />
thema's. Joost van den Vondel eerde<br />
hem met het volgende epitaaf:<br />
Dits Sweelinck's sterfelyk deel,<br />
ten troost ons nagebleven<br />
't Ontsterfelyk hout de maet by<br />
Godt in 't eeuwig leven<br />
Daer streckt hy, meer dan hier<br />
omvatten ons gehoor<br />
Een goddlycke galm in aller<br />
Enghlen oor.<br />
PCZ
pagina 28<br />
Friese orgelkrant<br />
Veranderend Fries Orgellandschap<br />
De orgelbouwactiviteiten die het afgelopen jaar zijn afgerond of gestart, vertonen een heel divers<br />
beeld. Dat betekent dat alle varianten die men zich op dat gebied kan voorstellen aan de orde zijn:<br />
zorgvuldige restauratie van een ongewijzigd orgel, reconstructie (geheel of gedeeltelijk) van een<br />
verloren gegane oorspronkelijke toestand, restauratie van een gegroeide situatie, verplaatsing van<br />
een orgel en nieuwbouw. We laten hier de activiteiten volgen in een volgorde die wordt gedicteerd<br />
door de bouwjaren van de orgels.<br />
BOKSUM, Sint-Margaretakerk<br />
De oudste delen van het orgel in deze<br />
kerk dateren van 1675. De ‘auteur’<br />
ervan is <strong>Jan</strong> Harmensz. Maar liefst<br />
11 activiteiten van orgelbouwers zijn<br />
sinds dat moment gedocumenteerd;<br />
de laatste in 1913 toen Bakker & Timmenga<br />
het instrument nogal grondig<br />
herzag. Het orgel was al heel lang<br />
ernstig in verval, restauratie werd allengs<br />
onontkoombaar. Enige tijd geleden<br />
werd aan de restauratiewerkzaamheden<br />
begonnen door Pels &<br />
Van Leeuwen onder advies van Aart<br />
van Beek. De gegroeide situatie zal in<br />
grote trekken blijven bestaan.<br />
Front van het in 2010-2011 gereconstrueerde Schwartzburgorgel (1735) in Burgwerd.<br />
Foto: Broer Feenstra, Burgwerd<br />
BURGWERD, Johanneskerk<br />
De reconstruerende restauratie van<br />
het Schwartzburgorgel van Burgwerd<br />
door Flentrop Orgelbouw onder<br />
advies van Theo Jellema werd in<br />
juni 2011 afgerond. <strong>In</strong> de afgelopen<br />
winter werd door A. Bloemhof Schilderwerken<br />
na een zorgvuldig kleurenonderzoek<br />
door B. Jonker (Zwolle)<br />
en adviezen van S. ten Hoeve (Nijlân)<br />
met betrekking tot de wapens op het<br />
rugstuk de oorspronkelijke kleur weer<br />
aangebracht. Het heeft geleid tot een<br />
heel feestelijk resultaat.<br />
BOAZUM, Sint-Martinuskerk<br />
Het orgel van Boazum (Bozum) is<br />
volstrekt uniek. Gottlieb Heineman,<br />
iemand van wie we weinig weten,<br />
begon aan de bouw in 1783. De uit<br />
Oost-Friesland afkomstige Rudolf<br />
Knol zette de werkzaamheden voort<br />
en bracht ze in 1791 tot een goed<br />
einde. Daarna is veel gebeurd (onder<br />
meer werkzaamheden van Radersma,<br />
Van Dam, Vaas & Bron en<br />
Bakker & Timmenga). Al jaren brengt<br />
de klank van het orgel niemand in verrukking.<br />
Te verwachten valt dat de tweede<br />
fase van de restauratie, die in 2011<br />
werd begonnen en in 2012 zal worden<br />
voltooid, daar verandering in zal<br />
brengen. Zij wordt uitgevoerd door<br />
Bakker & Timmenga naar plannen<br />
van wijlen <strong>Jan</strong> <strong>Jongepier</strong>. Theo Jellema<br />
begeleidt de werkzaamheden.<br />
HARLINGEN, Grote Kerk<br />
Tot de grootse prestaties in Fryslân<br />
van de Groninger orgelbouwer Abertus<br />
Anthoni Hinsz hoort het monumentale<br />
orgel dat hij in 1776 voltooide<br />
in de Grote Kerk te Harlingen. Aan dat<br />
orgel is in de 19e en 20e eeuw heel<br />
vaak gewerkt. Van grote betekenis<br />
waren werkzaamheden door Petrus<br />
van Oeckelen in 1864, die het klankbeeld<br />
sterk ombogen in romantische<br />
richting. <strong>In</strong> 1938 woei de orgelwind<br />
weer uit een heel andere hoek en<br />
werd in het kader van een restauratie<br />
door J. de Koff de oorspronkelijke<br />
dispositie op het hoofdwerk enigszins<br />
hersteld. Doordat oriëntatie op<br />
de bouwwijze van Hinsz in het geheel<br />
niet had plaatsgehad, bleef de reconstructie<br />
een papieren zaak en deed<br />
de totaalklank van het orgel maar heel<br />
weinig aan Hinsz denken.<br />
<strong>In</strong> 2010 en 2011 is de Hinsz-situatie<br />
geheel gereconstrueerd door Flentrop<br />
Orgelbouw. Het rapport dat aan<br />
de reconstructie ten grondslag lag,<br />
werd geschreven door <strong>Jan</strong> <strong>Jongepier</strong>.<br />
Cees v.d. Poel begeleidde de werkzaamheden.<br />
Vier 19 e -eeuwse Van Damorgels<br />
Vier Van Damorgels (Jelsum, Grou,<br />
Hilaard en Terwispel) waren in het afgelopen<br />
jaar in onze provincie voorwerp<br />
van zorg. De orgels van Jelsum,<br />
Terwispel en Hilaard waren er al jaren<br />
slecht aan toe. Zij zijn na restauraties<br />
door Bakker & Timmenga nu alle drie<br />
weer luisterrijk klinkende monumenten.<br />
Elk ervan – en dat geldt voor<br />
alle Van Damorgels – heeft zijn eigen<br />
charme; steeds blijkt dat de Van Damorgels<br />
familie van elkaar zijn, maar<br />
óók allemaal een eigen persoonlijkheid<br />
bezitten.<br />
Het Jelsumer orgel kreeg al aandacht<br />
in de Orgelkrant van 2011. Voorjaar<br />
2011 was de restauratie voltooid, de<br />
‘inspeling’ vond plaats op 2 mei 2011.<br />
Anders dan het Jelsumer orgel met<br />
zijn gecompliceerde (en nog steeds<br />
niet écht ontraadselde) bouwgeschiedenis<br />
zijn de instrumenten van<br />
Hilaard en Terwispel volbloed Van Damorgels.<br />
Het orgel van Hilaard onderging<br />
wijzigingen in het kader van een<br />
restauratie door Eppinga in 1967. De<br />
recente restauratie heeft de Eppingasporen<br />
weer kunnen uitwissen. Op<br />
de plaats van de in 1967 verdwenen<br />
Violon 8 vt kon een historische strijker<br />
worden geplaatst.<br />
De werkzaamheden in Grou bestonden<br />
in de eerste plaats uit het<br />
rechtzetten van het zeer verzakte orgelmeubel.<br />
Daarnaast zijn de mechanieken<br />
onder handen genomen en is<br />
de klank licht gecorrigeerd op punten<br />
waar duidelijk was dat Van Dam wat<br />
uit beeld geraakt was. De pedaalkoppel<br />
(in de jaren '20 of '30 van de vorige<br />
eeuw minder handig aangelegd)<br />
is gereconstrueerd naar Van Damvoorbeeld.<br />
Daardoor kon de lelijke<br />
scheve stand van het knieschot ook<br />
gecorrigeerd worden.<br />
Het gerestaureerde Van Damorgel (1878) in de Protestantse Kerk van Terwispel.<br />
Foto: Johan Sjoukema, Leeuwarden<br />
Twee 20 e -eeuwse orgels<br />
De pure ongereptheid van een nooit<br />
gewijzigd orgel maakt een voorbije tijd<br />
bijna tastbaar. Die ervaring ontroert in<br />
Terwispel, maar ook bij een bezoek<br />
aan het ruim 30 jaar later door Bakker<br />
& Timmenga gebouwde orgel van<br />
It Heidenskip. De vraag hoe in een<br />
kerk met zo weinig hoogte een orgel<br />
met drie 8-voets registers een plaats<br />
moest vinden en hoe een front tóch<br />
goed kon worden geproportioneerd,<br />
zal Arjen Timmenga wel een paar slapeloze<br />
nachten gekost hebben.<br />
Jelsum - het gerestaureerde Van Damorgel (1834) in vroeg 18 e -eeuwse kas.<br />
Foto: Johan Sjoukema, Leeuwarden<br />
Het bereikte resultaat is uiterst charmant.<br />
Bakker & Timmenga herstelde<br />
begin dit jaar de gebruiks- en uitdrogingsschade<br />
die het instrument<br />
gedurende een eeuw trouwe dienst<br />
opliep. Tot de ‘bijwerkingen’ van het<br />
samengaan van hervormden en gereformeerden<br />
en van de kerkverlating<br />
behoren de kerksluitingen en daarmee<br />
het verdwijnen van orgels. Het<br />
is verheugend dat het Reilorgel (1959)<br />
dat in Heerenveen in de Gereformeerde<br />
Kruiskerk stond, de afbraak van<br />
de kerk overleeft en voor Heerenveen<br />
behouden blijft. Het instrument getuigt<br />
tamelijk compromisloos van de<br />
orgelbouwidealen van de neobarok.<br />
Kenmerkend in die zin zijn onder meer<br />
de opzet hoofdwerk, rugwerk, vrij pedaal<br />
in twee vrij geplaatste pedaaltorens<br />
en de hoofdwerkdispositie op<br />
basis van een Quintadeen 16 vt. We<br />
mogen veronderstellen dat de over-<br />
name van een aantal registers uit het<br />
‘voorganger-orgel’ (van Rohlfing uit<br />
Osnabrück) destijds als een compromis<br />
gevoeld werd. Nú wordt het orgel<br />
er historisch alleen maar belangwekkender<br />
door. De overplaatsing wordt<br />
verricht door de Orgelmakerij Reil bv,<br />
die daarmee de toekomst zeker stelt<br />
van een instrument waar de stamvader<br />
van het bedrijf uitermate trots<br />
op was. Het orgel wordt geheel nagezien,<br />
technisch verbeterd en krijgt<br />
een tinnen front ter vervanging van de<br />
oorspronkelijke zinken frontpijpen.<br />
JOURE, Mattheuskerk<br />
De bouw van een nieuw orgel is helaas<br />
zo langzamerhand opzienbarend<br />
nieuws geworden. Nadat in Joure in<br />
1978 en 1997 fraaie nieuwe orgels<br />
tot stand kwamen (respectievelijk in<br />
de Hobbe van Baerdtkerk een instrument<br />
van Ahrend en in de Oerdracht<br />
een instrument van Reil) is nu ook de<br />
rooms-katholieke kerk van een nieuw<br />
orgel voorzien. Het werd gebouwd<br />
door de Firma Van Vulpen en is opgesteld<br />
op de begane grond. De dispositie<br />
telt 13 stemmen, verdeeld over<br />
twee klavieren en pedaal. Het erg<br />
onbevredigende orgel op de koorzolder<br />
kan zijn laatste dagen nu in rust<br />
slijten. Dispositie:<br />
Hoofdwerk, C-f3: Prestant 8 vt, Holpijp<br />
8 vt, Octaaf 4 vt, Quintfluit 3 vt,<br />
Octaaf 2 vt, Sesquialter II, Mixtuur II-III<br />
en Dulciaan 8 vt.<br />
Borstwerk, C-f3: Gedekt 8 vt, Spitsfluit<br />
4 vt, Woudfluit 2 vt en Cornet III<br />
– vanaf g.<br />
Pedaal, C-d1: Subbas 16 vt.<br />
Werktuiglijke registers: Tremulant<br />
Hoofdwerk, Tremulant Borstwerk,<br />
Schuifkoppel Hoofdwerk-Borstwerk,<br />
Koppel Pedaal – Hoofdwerk, Koppel<br />
Pedaal-Borstwerk, Calcant.<br />
Toonhoogte: a1 = 440 hertz. Stemming:<br />
evenredig zwevend. Winddruk:<br />
61 mm wk.
Friese orgelkrant pagina 29<br />
Het Van Damorgel (1869) in de voormalige hervormde Mauritiuskerk van Jirnsum. Het<br />
orgel is verkocht aan de protestantse gemeente van Zoeterwoude en zal als monument<br />
herplaatst worden in de Laurentiuskerk aldaar. Foto: Johan Sjoukema, Leeuwarden<br />
De muziek laat zich niet gemakkelijk in woorden<br />
vangen (welke muziek eigenlijk wel?). De oudere<br />
werken kenmerken zich door scherpe dissonanten<br />
en bewegen zich voornamelijk in een<br />
atonale klankwereld.<br />
De latere werken zijn harmonisch veel milder<br />
en laten vooral zaken als heletoonsreeksen<br />
en Messiaen-achtige modi horen. Twee kenmerken<br />
blijven typisch voor Koers: een grote<br />
contrastwerking en een duidelijke ritmiek. Zo<br />
verliest hij zich nooit in zeer gecompliceerde<br />
ritmes, waardoor de structuur van de diverse<br />
SNEEK, Martinikerk<br />
<strong>In</strong> 1711 voltooide Arp Schnitger in de<br />
Martinikerk in Sneek een heel belangwekkend<br />
orgel, een instrument dat<br />
met zijn drie klavieren en vrij pedaal<br />
een volstrekt nieuw element aan het<br />
Friese orgellandschap toevoegde. <strong>In</strong><br />
de drie eeuwen van zijn bestaan is het<br />
orgel niet ongewijzigd gebleven. De<br />
belangrijkste momenten in zijn historie<br />
zijn de grote verbouwing van 1898<br />
(het borstwerk en rugwerk verdwenen,<br />
er kwam een bovenwerk voor in<br />
de plaats; het oorspronkelijke drieklaviers<br />
orgel met 36 registers werd een<br />
tweeklaviers orgel met 29 registers)<br />
en de restauratie in 1988 door Bakker<br />
& Timmenga (het weer toevoegen van<br />
een rugwerk met zeven registers). Het<br />
overtuigend 18e-eeuwse klankbeeld<br />
van het rugwerk stelde het hoofdwerk<br />
sindsdien een beetje in de schaduw.<br />
<strong>In</strong> het voorjaar van 2011 is in het<br />
hoofdwerk een aantal Schnitgerpijpen<br />
dat Van Dam in 1898 buiten gebruik<br />
had gesteld, weer aangesloten<br />
en tot klinken gebracht. De hoofdwerkklank<br />
heeft hierdoor enorm aan<br />
kwaliteit gewonnen en de totaalklank<br />
heeft een nieuw en veel overtuigender<br />
evenwicht gevonden.<br />
JIRNSUM, Mauritiuskerk<br />
Het Van Damorgel (1869) in de voormalige<br />
Hervormde kerk van Jirnsum<br />
is verkocht aan de protestantse gemeente<br />
van Zoeterwoude. Het instrument<br />
krijgt aldaar een plaats in de laat<br />
15 e -eeuwse Laurentiuskerk.<br />
Eind oktober 2011 besloot de kerkenraad<br />
van de protestantse gemeente<br />
<strong>In</strong>gwert om zowel het Jirnsumer kerkgebouw<br />
als het orgel te koop aan te<br />
bieden. Er bestond ruime belangstel-<br />
Johan G. Koers’ orgelwerken verschenen op CD<br />
Dirk S. Donker & David de Jong bespelen het orgel in de Martinikerk te Sneek<br />
Johan Koers is een opvallende verschijning binnen de Friese orgelcultuur. Je<br />
kunt hem regelmatig bij orgelconcerten in de provincie tegenkomen, waarbij het<br />
opvalt dat hij kennis van zaken combineert met een heldere mening, die hij niet<br />
onder stoelen of banken steekt. Eenzelfde combinatie van kennis en duidelijkheid<br />
kenmerkt hem als componist. Sinds de jaren zeventig van de vorige eeuw<br />
heeft hij het orgelrepertoire verrijkt met bijzondere werken. Eind 2008 verschenen<br />
die in druk en nu zijn ze ook – terecht – op cd verschenen. De composities<br />
zijn niet zelden van een behoorlijke moeilijkheidsgraad en het feit dat enkele van<br />
zijn leerlingen zijn repertoire regelmatig op concerten laten horen, zegt dan ook<br />
het nodige over de kwaliteiten van Johan Koers als docent. Eén van zijn studenten,<br />
David de Jong, predikant en musicus te Den Ham (Ov.), is al jaren een warm<br />
pleitbezorger voor de composities van Koers. Hij vond Dirk Donker bereid om samen<br />
met hem een geluidsdrager te maken waarop een fraai overzicht van Koers’<br />
composities te horen is.<br />
Achterzijde van de CD met werken van Johan G. Koers<br />
composities altijd gemakkelijk te volgen is. Bovendien<br />
is de thematiek lyrisch van karakter en<br />
vaak verbonden aan het kerklied (Gregoriaans<br />
en Lutherse / Geneefse melodieën), waardoor er<br />
al snel herkenning ontstaat. De grote contrasten<br />
in dynamiek en tempi zorgen voor een afwisselend<br />
geheel, zodat de muziek geen moment verveelt.<br />
Het aardige is dat de muziek voortdurend<br />
associaties oproept met componisten als Alain<br />
en Messiaen, maar uiteindelijk toch typisch een<br />
‘eigen Koers vaart’.<br />
De beide organisten zijn meer dan capabel om<br />
Het Schnitger-van Damorgel (1711 / 1898) in de Martinikerk te Sneek.<br />
Foto: Johan Sjoukema, Leeuwarden<br />
deze muziek overtuigend uit te voeren. Dirk<br />
Donker valt met name op door zijn prachtige<br />
orgelgebruik. Hij kent het instrument van Sneek<br />
natuurlijk als geen ander en weet door subtiele<br />
kleurschakeringen en prachtig zwelkastgebruik<br />
tot hogere poëzie te geraken.<br />
De ‘Nocturne’ is daarvan een prachtig voorbeeld:<br />
de combinatie van muziek en speler laten<br />
het Snitser instrument, dat toch niet onomstreden<br />
is, wonderschoon klinken. De grote onderhoudsbeurt<br />
die het orgel in 2011 ten deel viel,<br />
heeft de klank van met name het Hoofdwerkplenum<br />
nog wat ‘opgefrist’ en dat komt deze<br />
muziek alleen maar ten goede.<br />
David de Jong tekent voor gepassioneerd orgelspel,<br />
waarbij de vonken er soms vanaf spatten.<br />
Wat hier muzikaal en technisch wordt neergezet<br />
door beide spelers is van grote klasse.<br />
De vormgeving van de productie is fraai en de<br />
tekst van het boekje is kort en duidelijk. Helaas<br />
ling voor het instrument omdat het<br />
eigenlijk een monument zou moeten<br />
zijn, maar dat ‘keurmerk’ niet kreeg<br />
vanwege het feit dat aan het Jirnsumer<br />
kerkgebouw de monumentenstatus<br />
nooit werd toegekend. Slechts<br />
bij uitzondering worden vergelijkbare<br />
instrumenten te koop aangeboden.<br />
Het orgel verkeert nog in originele<br />
staat. Doorslaggevend bij de verkoop<br />
van het instrument aan Zoeterwoude<br />
was voor de kerkrentmeesters de<br />
toezegging van de Rijksdienst voor<br />
het Cultureel Erfgoed, dat het orgel<br />
onmiddellijk na plaatsing in Zoeterwoude<br />
een monumentenstatus zou<br />
krijgen. Daarmee is de toekomst van<br />
het fraaie instrument – ook al verdwijnt<br />
het jammer genoeg uit Fryslân<br />
– veilig gesteld. Wat er met het kerkgebouw<br />
zal gebeuren, is nog onzeker.<br />
TJ<br />
is de Engelse vertaling wat onder de maat: om<br />
de juiste terminologie rond orgels en composities<br />
te hanteren moet je daar eigenlijk een musicus<br />
op zetten die tevens ‘native speaker’ is.<br />
Het enige minpunt is mijns inziens de kwaliteit<br />
van de opname en de montage. Het orgel klinkt<br />
wat direct en ‘plat’ en zowel in de hoogste als in<br />
de laagste klankregionen mist er het nodige. De<br />
knippen zijn hier en daar hoorbaar en de pauzes<br />
tussen de diverse tracks zijn soms wel erg kort.<br />
Dit neemt niet weg dat ik deze cd van harte wil<br />
aanbevelen: niet alledaags repertoire, met passie<br />
gespeeld op een orgel dat zeer overtuigend<br />
klinkt. De cd bevat een extra compositie welke<br />
niet in druk verschenen is.<br />
De cd en de bladmuziek zijn uitgegeven bij Boeijenga<br />
in Leeuwarden.<br />
Sietze de Vries
LHOEWEL WE DE HELE DAG BEZIG ZIJN<br />
ET HIFI-GELUID EN VIDEO-BEWEGING<br />
HEERST ER BIJ ONS GROTE RUST<br />
pagina 30<br />
Friese orgelkrant<br />
ZOMERSERIES<br />
te om te luisteren<br />
om te kijken<br />
t om te praten<br />
GROTE KERK LEEUWARDEN 2012<br />
ga Geluid is geen zaak waar audio-<br />
Cor Ardesch<br />
ks staan te dreunen en waar een<br />
ur van beeldschermen u tegemoet<br />
kert. Bij ons vindt u - naast de<br />
kelruimte - diverse geluidskamers<br />
historische en gerestaureerde kerk.<br />
Toegang vrij<br />
ar u (niet gestoord door klanten)<br />
soonlijk en in volle vrijheid een<br />
van 16 juni t/m 8 september<br />
lvoud van apparatuur kunt van 15.00 bedienen<br />
uur tot 16.00 uur<br />
ORGELBESPELING<br />
u het geluid of beeld van op uw het beroemde Baderorgel<br />
in de kerk van DRONRIJP<br />
ze heeft gevonden. Demonstratie<br />
( d'<br />
AldeWite) door eigen<br />
organisten en gastorganisten<br />
informatie geven wij met gelijke 8<br />
dacht, voor zowel de veeleisende<br />
byist als degenen die op zoek zijn<br />
r ‘betaalbaar, maar Fantastisch<br />
wel goed’.<br />
De kerk is geopend van 13.00 uur tot 17.00 uur<br />
voor bezichtiging en informatie over deze<br />
ELKE ZATERDAG<br />
Nationale Orgeldag september 2012<br />
om te wonen<br />
hifi -componenten (tuners, versters,<br />
luidsprekers, cd/dvd-spelers) en<br />
e weergever van beeld kennen wij<br />
beter van binnen dan van de mooie<br />
ms bedrieglijke) buitenkant. <strong>In</strong> onze<br />
tig gelegen zaak is er alle tijd om<br />
rover te praten.<br />
erkt dan opeens, dat geluid echt<br />
ziek wordt en beweging zuiver beeld.<br />
ZOMERAVONDCONCERTEN<br />
woensdag 11 juli 20.00 uur:<br />
Theo Jellema<br />
woensdag 18 juli 20.00 uur:<br />
Hiroko <strong>In</strong>oue (RU)<br />
woensdag 25 juli 20.00 uur:<br />
Kees van Eersel<br />
zaterdag 28 juli 22.00 uur:<br />
Theo Jellema (Bach-nachtconcert)<br />
woensdag 1 aug 20.00 uur:<br />
Anja Hendrikx<br />
woensdag 8 aug 20.00 uur:<br />
woensdag 15 aug 20.00 uur:<br />
Wolfgang Zerer (DE)<br />
Leeuwarden Oostergrachtswal 125a<br />
(winkel+td) 058 213 87 www.eringa.eu 87<br />
Groningen (AV Electronics)<br />
Wismarweg 11 (td) 050 541 42 07<br />
www.eringa.eu<br />
De concerten vinden plaats op vrijdagavond,<br />
aanvang 20.00 uur. Koffie, thee of een glaasje wijn na afloop<br />
van het concert waarbij er gelegenheid is de concertgever te<br />
ontmoeten. Entree : € 8.<br />
Zie voor programma en toelichting onze website<br />
NNO_90x120_FC-2.indd 1<br />
www.orgelharlingen.nl<br />
25-10-2010 19:50:1<br />
Harlingerweg 18, 8801 PA Franeker • telefoon: (0517) 380 380 • fax: (0517) 380 388<br />
internet: www.franekeradeel.nl • e-mail: info@franekeradeel.nl<br />
STICHT ING ORGELCONCER TEN GROTE KERK<br />
LEEUW ARDEN www.orgelleeuw.nl<br />
Stilte om te luisteren<br />
Tijd om te kijken<br />
Rust om te praten<br />
woensdag 22 aug 20.00 uur:<br />
Bert den Hertog<br />
woensdag 29 aug 20.00 uur:<br />
Theo Jellema (verzoekprogramma)<br />
dinsdag 4 sept t/m zaterdag 8 sept:<br />
Leeuwarder Orgelfestival (Sweelinckfestival)<br />
met o.a. Age Freerk Bokma en Theo Jellema, orgel<br />
en Erik Bosgraaf, Stilte blokfluit om te luisteren<br />
Tijd om te kijken<br />
LUNCHPAUZECONCERTEN Rust om te praten (12.30-13.00 uur)<br />
Eringa Geluid is geen zaak waar audio-<br />
20 juli<br />
racks<br />
Frans<br />
staan<br />
Tersteeg<br />
te dreunen en waar een<br />
10 aug muur Theo van Jellema beeldschermen u tegemoet<br />
24 aug<br />
fl ikkert. Broer Bij de ons Witte vindt u - naast de<br />
winkelruimte - diverse geluidskamers<br />
waar u (niet gestoord door klanten)<br />
persoonlijk en in volle vrijheid een<br />
veelvoud van apparatuur kunt bedienen<br />
tot u het geluid of beeld van uw<br />
keuze heeft gevonden. Demonstratie<br />
en informatie geven wij met gelijke<br />
aandacht, voor zowel de veeleisende<br />
hobbyist als degenen die op zoek zijn<br />
naar ‘betaalbaar, maar wel goed’.<br />
Stilte om te luisteren<br />
ALHOEWEL WE WE Tijd DE om DE te kijken HELE DAG BEZIG BEZIG ZIJN ZIJN<br />
Rust om te praten<br />
MET HIFI-GELUID EN VIDEO-BEWEGING<br />
MET HIFI-GELUID Eringa Geluid<br />
HEERST ER BIJ EN is geen zaak<br />
ONS VIDEO-BEWEGING<br />
waar audioracks<br />
staan te dreunen en waar GROTE een RUST<br />
muur van beeldschermen u tegemoet<br />
HEERST Stilte om om te te luisteren luisteren ER fl ikkert. BIJ Bij ons ONS vindt u - naast Alle GROTE de hifi -componenten RUST (tuners, verster-<br />
Tijd om om te te kijken kijken winkelruimte - diverse geluidskamers kers, luidsprekers, cd/dvd-spelers) en<br />
Rust om om te te praten praten<br />
waar u (niet gestoord door klanten) elke weergever van beeld kennen wij<br />
persoonlijk en in volle vrijheid<br />
nog<br />
een<br />
beter van binnen dan van de mooie<br />
veelvoud van apparatuur kunt bedienen<br />
Eringa Geluid is geen zaak<br />
tot<br />
waar<br />
u het geluid<br />
audio-<br />
of beeld van<br />
(soms<br />
uw<br />
bedrieglijke) buitenkant. <strong>In</strong> onze<br />
racks staan te dreunen en keuze waar heeft een gevonden. Demonstratie rustig gelegen zaak is er alle tijd om<br />
muur van beeldschermen en u informatie tegemoet geven wij met daarover gelijke te praten.<br />
fl ikkert. Bij ons vindt u - naast aandacht, de voor zowel de veeleisende<br />
winkelruimte - diverse geluidskamers<br />
hobbyist als degenen die op U zoek merkt zijn dan opeens, dat geluid echt<br />
naar ‘betaalbaar, maar wel goed’. muziek wordt en beweging zuiver beeld.<br />
waar u (niet gestoord door klanten)<br />
Eringa Geluid is geen zaak waar audio-<br />
persoonlijk en in volle vrijheid Alle hifi een -componenten (tuners, versterracks<br />
staan veelvoud te dreunen van apparatuur en waar kers, kunt een luidsprekers, bedienen cd/dvd-spelers) en<br />
tot u het geluid of beeld van elke uw weergever van beeld kennen wij<br />
muur van beeldschermen keuze heeft gevonden. u tegemoet Demonstratie<br />
nog beter van EK-0008_Adv_NNO_90x120_FC-2.indd binnen dan van de mooie<br />
1<br />
fl ikkert. Bij ons en informatie vindt u geven - naast wij met<br />
(soms<br />
de gelijke<br />
bedrieglijke) buitenkant. <strong>In</strong> onze<br />
rustig gelegen zaak is er alle tijd om Leeuwarden Oostergrachtswal 125a<br />
aandacht, voor zowel de<br />
daarover<br />
veeleisende<br />
te praten.<br />
(winkel+td) 058 213 87 87<br />
winkelruimte hobbyist - diverse als degenen geluidskamers<br />
die op zoek zijn<br />
Groningen (AV Electronics)<br />
naar ‘betaalbaar, maar wel U merkt goed’. dan opeens, dat geluid echt Wismarweg 11 (td) 050 541 42 07<br />
waar u (niet gestoord door klanten) muziek wordt en beweging zuiver beeld.<br />
www.eringa.eu<br />
persoonlijk Alle en in hifi -componenten volle vrijheid (tuners, een versterkers,<br />
luidsprekers, cd/dvd-spelers) en<br />
veelvoud van elke apparatuur weergever van kunt beeld bedienen kennen wij<br />
nog beter van binnen dan van de mooie<br />
tot u het geluid of beeld van uw<br />
(soms bedrieglijke) buitenkant. <strong>In</strong> onze<br />
keuze heeft rustig gevonden. gelegen zaak Demonstratie<br />
is er alle tijd om Leeuwarden Oostergrachtswal 125a<br />
daarover te praten.<br />
(winkel+td) 058 213 87 87<br />
en informatie geven wij met gelijke<br />
Groningen (AV Electronics)<br />
U merkt aandacht, voor zowel in dan opeens, de dat de veeleisende grote geluid echt kerk Wismarweg 11 Harlingen<br />
(td) 050 541 42 07<br />
muziek wordt en beweging zuiver beeld.<br />
www.eringa.eu<br />
Bijzonder om te ontdekken hobbyist als Na degenen een bijna die op twee zoek zijn jaar durende omvangrijke restauratie/<br />
naar ‘betaalbaar, reconstructie maar wel van goed’. het imponerende Hinsz-orgel kunnen er<br />
EK-0008_Adv_NNO_90x120_FC-2.indd 1 25-10-2010 19:50:10<br />
in 2012 weer concerten op dit fraaie instrument worden<br />
Alle hifi -componenten (tuners, verster-<br />
gehouden. Organisten uit binnen- en buitenland willen het<br />
kers, luidsprekers, cd/dvd-spelers) en<br />
instrument graag aan U presenteren. De serie voor 2012:<br />
elke weergever van beeld kennen wij<br />
nog beter van binnen dan van de mooie<br />
(soms bedrieglijke) buitenkant. <strong>In</strong> onze<br />
rustig gelegen zaak is er alle tijd om<br />
daarover te praten.<br />
U merkt dan opeens, dat geluid echt<br />
muziek wordt en beweging zuiver beeld.<br />
ALHOEWEL WE DE HELE DAG<br />
MET HIFI-GELUID EN VIDEO<br />
HEERST ER BIJ ONS GRO<br />
ALHOEWEL WE DE HELE DAG BEZIG ZIJN<br />
MET HIFI-GELUID EN VIDEO-BEWEGING<br />
HEERST ER BIJ ONS GROTE RUST<br />
EK-0008_Adv_NNO_90x120_FC-2.indd 1 25-10-2010 19:50:10<br />
Leeuwarden Oostergrachtswal 125a<br />
(winkel+td) 058 213 87 87<br />
Groningen (AV Electronics)<br />
Wismarweg 11 (td) 050 541 42 07<br />
Leeuwarde<br />
(winke<br />
Gronin<br />
Wismarwe<br />
w<br />
EK-0008_Adv_NNO_90x120_FC-2.indd 1 25-10-2010 19:50:1
Friese orgelkrant pagina 31<br />
Rheinbergersonates op Van Damorgels<br />
Atze Veldhuis neemt initiatief in CD-project<br />
Van Damorgels lopen als een rode<br />
draad door zijn leven. Als veertienjarige<br />
jongen speelde Atze Veldhuis<br />
(1945) zijn eerste dienst op het Van<br />
Damorgel van de Nederlandse Hervormde<br />
kerk te Tzummarum. Hij had<br />
toen al een paar jaar les van Wim Eppinga<br />
en ontving die lessen – toevallig<br />
of niet – op het Van Damorgel van<br />
de dorpskerk te Britswerd. De hechte<br />
samenwerking tussen leraar en leerling<br />
zou duren tot aan het plotselinge<br />
overlijden van Eppinga in 1974. Tien<br />
jaar eerder was Veldhuis benoemd tot<br />
opvolger van Gerben Bergstra aan de<br />
hervormde Agneskerk van Goutum,<br />
waarin eveneens een fraai instrument<br />
staat, dat gebouwd werd door het<br />
vermaarde Leeuwarder orgelmakersgeslacht.<br />
En toen de organist in 2005<br />
verhuisde naar Zuid-Scharwoude,<br />
volgde in de regio al snel een benoeming<br />
tot organist van een drietal<br />
instrumenten van dezelfde firma. De<br />
orgels van Berkhout, Nieuwe Niedorp<br />
en Twisk kennen in hem sedertdien<br />
hun vaste bespeler. Atze Veldhuis<br />
nam in 2006 tijdens een feestelijke afscheidsdienst<br />
afscheid van Goutum<br />
waar hem toen een gouden draaginsigne<br />
werd uitgereikt. <strong>In</strong> de loop van<br />
de jaren kreeg Atze Veldhuis steeds<br />
meer belangstelling voor de orgelsonates<br />
van Gabriel Joseph Rheinberger.<br />
Zijn contacten met Wim Verburg<br />
– tot aan zijn vroegtijdige overlijden in<br />
2010 organist van de Grote of Sint-<br />
Andrieskerk te Amerongen – met wie<br />
hij regelmatig orgeltochten ondernam,<br />
droegen daaraan het nodige<br />
bij. Verburg speelde veel Rheinberger<br />
en vond daarvoor bij Veldhuis een<br />
gretig oor. Tijdens een concert in de<br />
eeuwenoude Agneskerk te Goutum,<br />
ter gelegenheid van zijn vijftigjarig organistenjubileum<br />
in 2009, klonk ook<br />
Rheinberger. <strong>Jan</strong> Kobus – naast Jelle<br />
Visser, Balt de Vries en Wim Verburg<br />
één van de executanten – speelde het<br />
eerste deel uit Rheinberger’s vijfde<br />
sonate. En toen ontstond het idee,<br />
om de liefde voor het Van Damorgel<br />
en de belangstelling voor Rheinberger<br />
te combineren in een prachtig CDproject,<br />
waarbij diens twintig sonates<br />
door twintig organisten zouden worden<br />
vastgelegd op Van Damorgels.<br />
Van Damorgel (1881) in de Kooger Kerk te Zuid-Scharwoude.<br />
Foto: <strong>Jan</strong> <strong>Jongepier</strong>, Leeuwarden<br />
<strong>In</strong>ternationaal vermaard contrapuntist<br />
Gabriel Joseph Rheinberger werd<br />
op 17 maart 1839 geboren in Vaduz<br />
(Liechtenstein), als zoon van<br />
Johann Peter Rheinberger en diens<br />
tweede vrouw Maria Elizabeth Carigiet.<br />
Reeds in 1844 ontdekte de<br />
muziekonderwijzer Sebastian Pohly<br />
zijn muzikale begaafdheid. Die werd<br />
onderstreept door zijn benoeming tot<br />
organist van de Parochiekerk te Sankt<br />
Florian op negenjarige leeftijd. <strong>In</strong> 1854<br />
vertrok Rheinberger naar München<br />
om daar aan het conservatorium bij<br />
Franz Lachner te gaan studeren. Aan<br />
datzelfde conservatorium werd hij in<br />
1859 benoemd tot pianoleraar. Hij<br />
verwierf grote bekendheid als pedagoog.<br />
Daarnaast was hij koordirigent<br />
en organist. Rheinberger liet een omvangrijk<br />
oeuvre na van bijna tweehonderd<br />
composities: een symfo-<br />
Het Van Damorgel (1875) in de Protestantse (v.m. Hervormde) Michaëlkerk te Anjum<br />
Foto: Johan Sjoukema, Leeuwarden<br />
nie, een celloconcert, kamermuziek,<br />
koorwerken en liederen maken deel<br />
uit van zijn oeuvre. Daarvan genieten<br />
voornamelijk nog de orgelwerken<br />
bekendheid en daaruit blijkt ook zijn<br />
internationale vermaardheid op het<br />
gebied van de contrapuntiek. De eerste<br />
orgelsonate ontstond in 1868, de<br />
laatste in 1901, het laatste levensjaar<br />
van de componist. Rheinberger heeft<br />
zijn project van vierentwintig sonates<br />
voor alle toonaarden naar voorbeeld<br />
van Bach’s ‘Das wohltemperierte Klavier’<br />
niet kunnen voltooien.<br />
CD-project<br />
<strong>In</strong>middels heeft Atze Veldhuis twee<br />
CD’s van zijn omvangrijke Rheinbergerproject<br />
kunnen realiseren: in het<br />
voorjaar van 2011 werd de eerste<br />
CD gepresenteerd. Daarop zijn de<br />
organisten Bert Wisgerhof (Sonate<br />
nummer 4 in a), Dirk S.Donker (Sonate<br />
nummer 7 in f) en David de Jong<br />
(Sonate nummer 17 in B) te horen. Zij<br />
bespelen de orgels van respectievelijk<br />
Anjum (1875), Zuid-Scharwoude<br />
(1881) en Gramsbergen (1898). Als<br />
hommage aan Wim Verburg werd<br />
als bonustrack een <strong>In</strong>termezzo van<br />
Rheinberger toegevoegd. Het is een<br />
geluidsregistratie, door organist Verburg<br />
zelf opgenomen tijdens een orgeltocht<br />
met de initiatiefnemer. En zo<br />
zijn er nog vier delen uit verscheidene<br />
Rheinbergersonates die aan de serie<br />
zullen worden toegevoegd.<br />
De tweede CD werd in het afgelopen<br />
najaar op de markt gebracht. Deze<br />
is gevuld door Balt de Vries (Sonate<br />
nummer 3 in G), Gijs Boelen (Sonate<br />
nummer 6 in es) en Dick Sanderman<br />
(Fantasie-Sonate nummer 14 in C).<br />
Dit drietal legde zijn aandeel vast op<br />
de instrumenten van respectievelijk<br />
Nunspeet (1872), Mantgum (1879) en<br />
Enschede (1892). Een boeiend geheel,<br />
waarbij de interpretaties soms<br />
Eerste van de serie CD’s met de sonates van Joseph Rheinberger.<br />
Het Van Damorgel (1879) in de Mariakerk te Mantgum.<br />
Foto: Johan Sjoukema, Leeuwarden<br />
prachtig tegenover elkaar staan: zo<br />
kan er gewezen worden op de heldere,<br />
labiale voorkeur die Bert Wisgerhof<br />
op het Anjumer orgel aan de dag<br />
legt. Een groter contrast met David de<br />
Jong op het orgel te Gramsbergen,<br />
die zijn interpretatie sterk kleurt vanuit<br />
een warmbloedig tongwerkenpalet, is<br />
nauwelijks denkbaar.<br />
Contrastrijk is ook de keuze van de<br />
instrumenten: de tamelijk bescheiden<br />
dispositie van de ruim 20 stemmen<br />
van het orgel te Mantgum versus de<br />
41 registers van het monumentale<br />
opus magnum van Van Dam in de<br />
Grote kerk te Enschede, waar Dick<br />
Sanderman het orgel met haar rijke<br />
coloriet in alle schoonheid weet te<br />
ontvouwen. Afgezien van wat ‘kinderziekten’<br />
in onder andere een enkel<br />
opnamefragment een uitstekende<br />
start van een opmerkelijk project. De<br />
CD’s zijn te bestellen bij Atze Veldhuis<br />
via zijn email-adres: veldhuis232@<br />
hotmail.com<br />
Johan Koers
pagina 32<br />
Friese orgelkrant<br />
Bakker<br />
Timmenga<br />
Jelsum Hervormde kerk<br />
L.J. en J. van Dam 1834<br />
Restauratie 2011<br />
Kleine Kerkstraat 25 - 8911 DL Leeuwarden<br />
Tel.: 058-2129687<br />
www.bakker-timmenga.nl<br />
Zuidvliet 8 | 8921 BL Leeuwarden | Tel. +31 58 2894876 | info@boeijengamusic.com<br />
<strong>In</strong>spiratie gekregen om zelf weer te spelen?<br />
www.boeijengamusic.com<br />
uw adres voor orgelmuziek én muziek voor<br />
piano en andere toetsinstrumenten<br />
0000 Adv145x100, <strong>Jan</strong> Kuipers 24-02-2005 14:45 Pagina 1<br />
❖ Onafhankelijke adviezen op basis van veel praktijk ervaring.<br />
❖ Maken en beoordelen van restauratie of herstel plannen.<br />
❖ Restauratie adviezen voor ernstig beschadigde monumentale klokken.<br />
❖ Veel ervaring met het lassen van monumentale luidklokken.<br />
❖ Advies betreffende verantwoord herstel of restauratie van monumentale torenuurwerken.<br />
❖ Beoordelen van de luidklokken en uurwerk installatie op veiligheid.<br />
Schaepmanstraat 1 8331 AW Steenwijk Tel / Fax (0521) 52 36 51<br />
Bakker & Timmenga-orgel (1908)<br />
in de Hervormde Kerk van Oudega<br />
(vroegere gemeente Gaasterlân-Sleat,<br />
Zuidwest Friesland).<br />
Foto: Riemer Gerard van der<br />
Veen, Fenderlee Digital Imaging<br />
Leeuwarden<br />
Properorgel (1907) in de<br />
Gereformeerde Kerk te<br />
Earnewâld.<br />
Foto: Johan Sjoukema,<br />
Leeuwarden<br />
F.J. Cirk<br />
Belastingadviseur-Administrateur<br />
Lid Register Belastingadviseurs<br />
Persoonlijke thuisservice door heel Nederland<br />
Postbus 86<br />
1780 AB Den Helder<br />
Tel. 0223-637689<br />
b.g.g. 61 85 33<br />
Res. de Garst 28<br />
1785 RK Den Helder