28.07.2013 Views

In memoriam Jan Jongepier - Stichting Organum Frisicum

In memoriam Jan Jongepier - Stichting Organum Frisicum

In memoriam Jan Jongepier - Stichting Organum Frisicum

SHOW MORE
SHOW LESS

Transform your PDFs into Flipbooks and boost your revenue!

Leverage SEO-optimized Flipbooks, powerful backlinks, and multimedia content to professionally showcase your products and significantly increase your reach.

Het gerestaureerde Hinszorgel (1776) in de Grote Kerk van Harlingen. Foto: Peter van der Zwaag, Groningen.<br />

<strong>In</strong> <strong>memoriam</strong> <strong>Jan</strong> <strong>Jongepier</strong><br />

Per 1 januari 1981 kwam <strong>Jan</strong> <strong>Jongepier</strong> als organist naar<br />

Leeuwarden. <strong>In</strong> december 1979 was Piet Post, titulair<br />

cantor-organist van de Grote of Jacobijnerkerk, plotseling<br />

overleden. Voortvarend werd Jos van der Kooy tot zijn opvolger<br />

benoemd, maar al gauw wilde deze naar Amsterdam<br />

(Westerkerk) in plaats van Leeuwarden. Zonder de<br />

hele benoemingsprocedure over te doen, is daarop <strong>Jan</strong><br />

<strong>Jongepier</strong>, afkomstig uit Purmerend, gevraagd organist<br />

van de Grote of Jacobijnerkerk te worden.<br />

De komst van <strong>Jongepier</strong> bleek een zegen voor Leeuwarden<br />

en Friesland te zijn. Hij heeft in verschillende opzichten<br />

de orgelcultuur in Friesland een geweldige push<br />

gegeven: qua concerten, orgelrestauraties, excursies en<br />

publicaties is door zijn werk het Friese orgellandschap op<br />

de kaart gezet.<br />

<strong>In</strong> tal van artikelen in diverse dagbladen en tijdschriften<br />

is een levensbeschrijving van <strong>Jan</strong> <strong>Jongepier</strong> gegeven.<br />

We gaan niet al zijn prestaties en verdiensten herhalen.<br />

We houden het hier beknopt. <strong>Jan</strong> <strong>Jongepier</strong> werd op 26<br />

februari 1941 te Zaandam geboren. <strong>In</strong> 1957 werd hij benoemd<br />

tot organist van de Grote Kerk in Purmerend. Tot<br />

1971 bespeelde <strong>Jan</strong> er het imposante Garrelsorgel (uit<br />

1742). Overigens is hier sprake van wat <strong>Jan</strong> <strong>Jongepier</strong><br />

een ‘groeiorgel’ noemde: het bevat ouder materiaal en in<br />

de 19 e en 20 e eeuw onderging het enkele wijzigingen. De<br />

Grote Kerk werd in 1854 op dezelfde plaats van een vorige<br />

kerk gebouwd. Hierin kreeg het Garrelsorgel opnieuw<br />

een plaats. <strong>In</strong> 1971 verliet de hervormde gemeente de<br />

Grote Kerk en in 1976 werd het Garrelsorgel gedemonteerd<br />

en bij orgelbouwer Flentrop (Zaandam) opgeslagen.<br />

<strong>In</strong> 2000 is een CD uitgebracht met opnamen uit die tijd<br />

van <strong>Jan</strong> op het Garrelsorgel (VLS SRGP01). <strong>In</strong> 1998-1999<br />

werd de kerk, overgegaan in rooms-katholieke handen,<br />

grondig gerestaureerd.<br />

<strong>In</strong> 1996 is de <strong>Stichting</strong> Restauratie Garrelsorgel Purmerend<br />

opgericht. <strong>Jan</strong> <strong>Jongepier</strong> wordt daarbij als adviseur<br />

aangetrokken. <strong>In</strong> 2003 kan een grote restauratie van het<br />

orgel door Flentrop Orgelbouw worden afgerond. Van het<br />

gerestaureerde en teruggeplaatste orgel, weer bespeeld<br />

door <strong>Jan</strong> <strong>Jongepier</strong>, is in 2006 de CD ‘Bach in Purmerend’<br />

uitgebracht (door de <strong>Stichting</strong> Garrelsorgel Purmerend).<br />

Vanwege de situatie in Purmerend en het feit dat hij inmiddels<br />

aan het Leeuwarder conservatorium werkte, maakte<br />

<strong>Jan</strong> <strong>Jongepier</strong> in 1981 de overstap naar de Grote of Jacobijnerkerk<br />

in Leeuwarden. Toen in 1994 de <strong>Stichting</strong> <strong>Organum</strong><br />

<strong>Frisicum</strong> werd opgericht werd hij naast Theo Jellema<br />

gevraagd adviseur en excursieleider te worden. Daarmee<br />

had de stichting een ‘gouden duo’ binnengehaald. Theo<br />

Jellema leidde de eerste orgelexcursie van <strong>Organum</strong> <strong>Frisicum</strong><br />

in het voorjaar van 1995 te Mantgum en omgeving.<br />

<strong>In</strong> het najaar van dat jaar leidde <strong>Jan</strong> <strong>Jongepier</strong> de<br />

orgelexcursie in Metslawier en omgeving. Van zijn rol als<br />

excursieleider herinneren we ons allemaal niet alleen zijn<br />

orgelspel en dan met name zijn improvisaties, maar vooral<br />

zijn ‘smeuïge’ inleidingen waarbij hij met groot gemak en<br />

in begrijpelijke taal putte uit zijn encyclopedische kennis<br />

van orgels, zowel in als buiten Fryslân.<br />

Dankzij die kennis kon hij in 2004 ook het jubileumboek<br />

van de stichting ‘Vijf eeuwen Friese Orgelbouw’ schrijven.<br />

<strong>In</strong> 2006 stopte <strong>Jan</strong> <strong>Jongepier</strong> wegens het bereiken<br />

van de 65-jarige leeftijd als organist in Leeuwarden. Theo<br />

Jellema, tot dan toe als organist werkzaam in Franeker,<br />

werd tot zijn opvolger benoemd. Geleidelijk wilde <strong>Jan</strong><br />

<strong>Jongepier</strong> een aantal van zijn werkzaamheden afbouwen<br />

om zich vooral op zijn publicitaire werk te kunnen concentreren.<br />

<strong>In</strong> verband daarmee raadde hij het bestuur van<br />

de <strong>Stichting</strong> <strong>Organum</strong> <strong>Frisicum</strong> aan Broer de Witte aan te<br />

trekken als nieuwe excursieleider. <strong>In</strong> 2008 leidde <strong>Jan</strong> <strong>Jongepier</strong><br />

voor het laatst een orgelexcursie van de <strong>Stichting</strong><br />

<strong>Organum</strong> <strong>Frisicum</strong>.<br />

Daarna liet zijn gezondheid dat helaas niet meer toe. <strong>In</strong><br />

de zomer van 2010 voelde hij zich weer fitter en bood aan<br />

de inleidingen in Jistrum en Burgum tijdens de orgelexcursie<br />

in Tytsjerksteradiel (2011) te verzorgen. Het heeft<br />

niet zo mogen zijn. Enige tijd later verslechterde zijn gezondheidstoestand<br />

opnieuw en vervolgens werd de fatale<br />

ziekte van Kahler, een vorm van beenmergkanker, bij<br />

hem geconstateerd. Op zondag 31 juli 2011 overleed hij,<br />

nog voordat de orgelexcursie naar Tytsjerksteradiel had<br />

plaatsgevonden.<br />

JSJ<br />

<strong>Jan</strong> <strong>Jongepier</strong> aan de klavieren van het Müllerorgel (1727) van<br />

de Grote of Jacobijnerkerk in Leeuwarden.<br />

Foto: Ad Fahner, Leeuwarden.


pagina 2<br />

Voorjaarsexcursie <strong>Organum</strong> <strong>Frisicum</strong> eind maart 2012<br />

Orgels van Van Dam en Hinsz in de Friese Noordwesthoek<br />

De voorjaarsexcursie 2012 van de <strong>Stichting</strong> <strong>Organum</strong> <strong>Frisicum</strong> vindt op zaterdag 31 maart plaats in twee gemeenten (Franekeradeel<br />

en Harlingen) gelegen in Noordwest - Fryslân, de zogenaamde “Kleihoek”. ’s Ochtends worden de twee grootste<br />

dorpen van de gemeente Franekeradeel bezocht: Tzummarum (Sint-Martinuskerk) en Sexbierum (de Sint-Sixtuskerk),<br />

’s Middags worden Wijnaldum (Sint-Andreaskerk) en Harlingen (Grote Kerk) behorend tot de gemeente Harlingen aangedaan.<br />

<strong>In</strong> Harlingen wordt de excursiedag afgesloten met een bezoek aan de Grote Kerk waar A.A. Hinsz in 1776 een groot monumentaal<br />

orgel bouwde met twee manualen, een vrij pedaal en in totaal 34 stemmen. Dit orgel werd na een ingrijpende reconstructie<br />

in de jaren 2010 – 2011 vorig najaar weer in gebruik genomen. Al met al een bijzonder interessante excursie waarbij<br />

de orgelbouwers Hinsz en Van Dam de toon zetten, maar ook oudere en eigentijdse orgelbouwers een inbreng hebben.<br />

Van Damorgel (1877-78) met de door H.R. Stoet ontworpen kas in de Sint-Martinuskerk van Tzummarum.<br />

Foto: Johan Sjoukema, Leeuwarden.<br />

Tzummarum<br />

Op de kwelderwal tussen Sexbierum en<br />

Minnertsga vestigden zich de eerste bewoners<br />

vanaf ongeveer 200 na Christus. Zij wierpen er terpen<br />

op om droge voeten te houden. De hoogste<br />

terp op deze kwelderwal is die van Tzummarum<br />

(4,20 meter boven N.A.P.). Rond 800 ontstond hier<br />

permanente bewoning. De invloedrijke Fries Tjedmar<br />

vestigt zich er. Zijn woonstede werd Tjedmarhiem<br />

genoemd: het huis en erf van Tjedmar. Hiervan<br />

is Tzummarum afgeleid.<br />

<strong>In</strong> de middeleeuwen werd in Tzummarum een tufstenen,<br />

romaanse kerk gebouwd. <strong>In</strong> de jaren 1875-<br />

1878 was deze kerk zó vervallen, dat ze werd afgebroken<br />

en vervangen door de huidige neogotische<br />

kerk naar een ontwerp van de bekende Leeuwarder<br />

architect H.R. Stoett. De bouw heeft heel veel<br />

geld gekost. Pas in 1911 zijn de laatste schulden<br />

door de kerkelijke gemeente afgelost. Bij de sloop<br />

van de middeleeuwse kerk zijn veel kostbare gebeeldhouwde<br />

banken verloren gegaan. Oude familiewapens<br />

en grafzerken zijn gelukkig bewaard<br />

gebleven en liggen nu in de toren. De laatgotische<br />

toren is ouder dan de kerk en dateert uit het begin<br />

van de 16e eeuw. De imposante toren - volgens<br />

kenners één van de mooiste in Friesland – heeft<br />

vier geledingen met spits- en korfboognissen en<br />

een ingesnoerde spits. Deze spits verving in 1876<br />

het zadeldak. De toren herbergt een schitterende<br />

klok uit 1531 van de bekende gieters Gerard van<br />

Wou en Johan ter Stege. De klok werd 16 jaar na<br />

een verwoestende tocht in 1515 van troepen van<br />

de Hertog van Saksen, bekend als de Zwarte<br />

Hoop, gegoten en ingewijd door de abt van Lidlum,<br />

Johannes Keppel. Een gedicht op de klok<br />

herinnert aan deze plundertocht.<br />

<strong>In</strong> 1951 werd het kerkinterieur – na wijzigingen<br />

door een plaatselijke timmerman – er niet mooier<br />

op. Zo werd het tongewelf verborgen achter een<br />

verlaagd plafond. Enkele elementen uit de bouwtijd<br />

van de kerk verdwenen. Het orgel, oorspronkelijk<br />

boven de kansel, werd toen door Bakker &<br />

Timmenga verplaatst naar de torenzijde. Voor dat<br />

doel werd een wand aangebracht die de kerkruimte<br />

kleiner maakte. De relatie tussen orgel<br />

en kansel werd daardoor helaas verbroken en in<br />

1978 bij de orgelrestauratie door Jos Vermeulen<br />

niet hersteld. Gelukkig bleven in 1951 de kansel,<br />

kerkenraadbanken, psalmborden in neogotische<br />

stijl, deuren en een wandbetimmering met neorenaissancedetaillering<br />

voor het interieur behouden,<br />

zodat de inrichting nog voor een groot deel uit de<br />

bouwtijd stamde. Bij de restauratie van 2005-2009<br />

is het interieur opnieuw veranderd. Tijdens deze<br />

restauratie van de hervormde kerk – voortaan protestantse<br />

Sint-Martinuskerk – werd gekerkt in de<br />

gereformeerde kerk uit 1924. <strong>In</strong> het kader van het<br />

PKN-fusieproces werd dat kerkgebouw vervolgens<br />

te koop aangeboden. Na de restauratie van<br />

het dak werd het interieur van de hervormde kerk<br />

‘aangepakt’. Met de doorgevoerde wijzigingen<br />

ging het interieur van 1875-1878 verloren. De oude<br />

preekstoel is er nog wel, maar wordt niet vaak<br />

meer gebruikt. De kosten van de recente restauratie<br />

bedroegen 650.000 euro. Het vernieuwen van<br />

het dak kostte drie ton, de rest is aan de verandering<br />

van het interieur besteed. Met acties werd<br />

70.000 euro opgehaald. Fondsen droegen 46.000<br />

euro bij. Dit was nodig omdat de Sint-Martinuskerk<br />

geen rijksmonument is. De rest werd betaald uit de<br />

verkoop van de gereformeerde kerk en uit de kas<br />

van de kerk zelf.<br />

Van Damorgel<br />

Al vroeg - dat wil zeggen vóór 1580 - is er sprake<br />

van een orgel in Tzummarum. Kerkrekeningen<br />

melden kosten voor de ‘puijstertreder’. Hij bewoog<br />

de balgen van een orgel dat in 1674-’75 werd gebouwd<br />

en later vernieuwd door de bekende Harmen<br />

<strong>Jan</strong>s en <strong>Jan</strong> Harmens Kamp uit Berlikum (zie<br />

ook Wijnaldum). <strong>In</strong> 1821 plaatsten L.J. en J. van<br />

Dam een nieuw orgel met (volgens Broekhuyzen)<br />

twee manualen, een aangehangen pedaal en 14<br />

stemmen in de hervormde kerk van Tzummarum.<br />

Dit orgel werd in 1877 door Van Dam ingenomen<br />

en verkocht aan de gereformeerde kerk in Goes.<br />

<strong>In</strong> 1931 plaatste A.S.J. Dekker dit Van Damorgel<br />

in de hervormde kerk van het Friese Wierum, waar<br />

het zich nog steeds bevindt. Voor de dispositie van<br />

dit orgel uit 1821 raadplege men de encyclopedie<br />

‘Het historische orgel in Nederland’, uitgegeven<br />

door de <strong>Stichting</strong> NivO, het deel 1819-1840.<br />

Het huidige orgel van L. van Dam & Zonen dateert<br />

van 1877-1878. De kas is evenals de kerk neo-<br />

gotisch en werd net als het kerkinterieur door de<br />

rooms-katholieke architect Stoett ontworpen. Enkele<br />

andere orgels van Van Dam met een neogotische<br />

kas staan in het Noord-Hollandse Hoogkarspel<br />

(1866), in Nes op Ameland (met een front uit<br />

1868), én in het Friese Wytgaard (1882). Neogotiek<br />

was in die tijd nog niet erg gebruikelijk in Friesland.<br />

Het werd als rooms-katholiek bestempeld en was<br />

daarom eigenlijk taboe voor de protestantse eredienst.<br />

De laatste wijziging aan het orgel in Tzummarum<br />

dateert van 2009 toen het kerkinterieur opnieuw<br />

werd gewijzigd. Flentrop plaatste in dat jaar<br />

een Dulciaan in Van Damfactuur op de lege sleep<br />

met de naam muette. Het orgel heeft nu 17 stemmen<br />

verdeeld over Hoofdwerk en Bovenwerk. Het<br />

pedaal is aangehangen.<br />

Sexbierum<br />

Er wordt aangenomen dat Sexbierum zijn naam<br />

ontleent aan de heilige Sixtus II, een paus van<br />

Griekse afkomst. Sixtus Il was paus van 257 - 258<br />

na Christus. <strong>In</strong> de geschiedenis komt Sexbierum<br />

onder benamingen voor als: Sixtebeeren (1322),<br />

Sixtiberum (1324), Sexberum (1371) en Zesberim<br />

(1398). De woorden “berum” of “berim” zijn mogelijk<br />

afgeleid van het oudfriese zelfstandige naamwoord<br />

“bere”, dat als betekenis huis of schuur had.<br />

De naam Sexbierum kan dus herleid worden tot<br />

“huizen van Sixtus’.<br />

Sexbierum is een terpdorp, volgens oude kronieken<br />

rond 743 ontstaan op een kwelderwal. Na het ontstaan<br />

in de 9e eeuw van de Middelzee en de Marne<br />

brak voor het terpengebied een periode van grote<br />

welvaart aan. De Friezen waren in de Karolingische<br />

tijd een voornaam handelsvolk in Noord-Europa. De<br />

handelscontacten strekten zich uit tot Scandinavië,<br />

Engeland, Frankrijk en de Rijnstreek. Het terpengebied<br />

exporteerde vooral wollen stoffen.<br />

Vanwege een stijgende zeespiegel werd omstreeks<br />

1200 vermoedelijk de eerste zeedijk aangelegd. <strong>In</strong><br />

het begin zal er sprake geweest zijn van simpele<br />

waterkeringen, maar in de loop der eeuwen werden<br />

de dijken verhoogd en verbeterd. Nu werd<br />

het ook mogelijk buiten de oude kwelderwallen te<br />

wonen. Achter de zeedijk ontstond door aanslibbing<br />

nieuw kwelderland. Dit land bleek de moeite<br />

waard te zijn en al gauw werd er een nieuwe (de<br />

tegenwoordige) zeedijk aangelegd. .<br />

De plaats waar nu de Sint-Sixtuskerk staat, is het<br />

oudste gedeelte van Sexbierum. Het was de hoogste<br />

plaats van de kwelderwal en in verband met<br />

eventuele overstromingen was het niet raadzaam<br />

om op lager gelegen plaatsen te wonen. Sexbierum<br />

zal in die tijd niet meer dan een gehucht zijn<br />

geweest, bestaande uit enkele boerderijtjes waarin<br />

mensen en vee nog in één ruimte leefden en die<br />

om een klein – waarschijnlijk van hout opgetrokken<br />

– kerkje stonden. Sinds de 11e eeuw zullen de<br />

boeren zich geleidelijk hebben gevestigd op het<br />

nieuwe land (aan de noord- en noordwestzijde) en<br />

nog later ook op de kwelders (in het zuiden en aan<br />

de oostkant). Zo verdween met de meeste boerderijen<br />

de akkerbouw uit de dorpskom en kwamen<br />

er andere huizen, waarbij toen ook de eerste ambachtslieden<br />

zich in Sexbierum gevestigd hebben.<br />

<strong>In</strong> de 17e en 18e eeuw lieten rijke heren uit het naburige<br />

Harlingen imposante states in de buurt van<br />

Sexbierum verrijzen. Nog slechts een paar resteren<br />

daarvan.<br />

Kerk en hoofdorgel<br />

De Sint-Sixtuskerk dateert van de 13e eeuw. Toren<br />

en kerk kwamen kort na elkaar tot stand. De<br />

toren valt in het weidse landschap op vanwege<br />

zijn ingesnoerde spits. <strong>In</strong> de toren, die in 1904/05<br />

werd beklampt, hangt een door Geert van Wou en<br />

Johan Schonenborch gegoten klok (1513). De kerk<br />

onderging in de loop der eeuwen diverse veranderingen.<br />

<strong>In</strong> 1866 werd het kerkinterieur gestuct,<br />

waardoor veel oude bouwkundige elementen<br />

Friese orgelkrant<br />

aan het oog werden onttrokken. Buiten zijn in de<br />

noordgevel nog wel de oorspronkelijke 13e-eeuwse<br />

rondboogvensters te zien.<br />

Het interieur van de Sint-Sixtuskerk is niettemin<br />

bijzonder fraai. Dat is vooral te danken aan de Harlinger<br />

houtsnijder–timmerman Johannes George<br />

Hempel. Hij maakte de kansel, het bijbehorende<br />

doophek, de doopbekkenhouder en de tekstborden<br />

in een sierlijke rococostijl. Kuip en klankbord<br />

van de kansel lijken in takken die uit een boomstam<br />

voortkomen, te rusten. Op de preekstoel zijn<br />

bijbelse taferelen herkenbaar. Op het deurtje van<br />

de kansel is de evangelist Johannes te zien. Hij<br />

wijst naar het Lam Gods op een zuil. Predikanten<br />

die de kansel bestijgen, wordt Johannes 17:17 als<br />

richtsnoer voorgehouden. Wie meer over deze<br />

zeer bijzondere preekstoel wil weten, kan bijvoorbeeld<br />

‘Friese preekstoelen’ van Sytse ten Hoeve<br />

raadplegen. Daarin wordt ook de kansel in de kerk<br />

van Wijnaldum uitvoerig besproken.<br />

Het uitbundige meubilair is nog origineel. De lambrisering<br />

zorgt voor een eenheid met de eind 17eeeuwse<br />

herenbanken. Ook de drie beelden op het<br />

hoofdorgel werden door Hempel ontworpen.<br />

De Sint-Sixtuskerk in Sexbierum bezit twee orgels:<br />

ten eerste, een koororgel gebouwd door Pels en<br />

Zn in 1967 met zes stemmen verdeeld over één<br />

manuaal en een vrij pedaal. Het instrument, afkomstig<br />

uit de Christelijke Gereformeerde Ichthuskerk<br />

te Harlingen, verving in oktober 2010 een kleiner<br />

koororgel van Verschueren. Ten tweede, een<br />

hoofdorgel waarvan we een korte geschiedenis<br />

geven.<br />

<strong>In</strong> 1766-1767 bouwde A.A. Hinsz voor de Sint-<br />

Sixtuskerk een orgel met twintig stemmen, twee<br />

manualen en een aangehangen pedaal. Johannes<br />

George Hempel tekende voor de ornamentiek. <strong>In</strong><br />

de 19e eeuw bleef het instrument redelijk goed bewaard.<br />

Het belangrijkste was een verandering van<br />

drie stemmen naar de toen heersende smaak door<br />

Van Dam. <strong>In</strong> 1922-23 kreeg orgelmakerij Bakker &<br />

Timmenga (B&T) de opdracht de originele orgelkas<br />

van een nieuw orgel te voorzien. De windladen<br />

voor het Hoofd- en Zwelwerk, de magazijnbalg<br />

en de mechanieken voor het Hoofd- en Zwelwerk<br />

werden door B&T zelf gemaakt, enige oude materialen<br />

werden hergebruikt en de rest werd nieuw<br />

ingekocht. Het resultaat was niet in alle opzichten<br />

Toren van de Tzummarumer Sint-Martinuskerk.<br />

Foto: Johan Sjoukema, Leeuwarden.


Friese orgelkrant<br />

Het gerestaureerde Bakker & Timmenga-orgel (1922-23) met Hinszkas (uit 1766-67) in de Sint-Sixtuskerk te<br />

Sexbierum. Foto: Johan Sjoukema, Leeuwarden.<br />

bevredigend en in 1949 werden door de firma Pannekoek<br />

en Van der Meulen herstelwerkzaamheden<br />

verricht, waarbij tevens enkele veranderingen<br />

plaats vonden. Dit kwam het orgel echter niet ten<br />

goede. Tot 1995 heeft het orgel zo dienst gedaan.<br />

Daarna moest de kerk behandeld worden tegen<br />

de bonte knaagkever, wat het orgel onbespeelbaar<br />

maakte. Door <strong>Jan</strong> <strong>Jongepier</strong> waren enige jaren<br />

eerder plannen ontwikkeld voor een reconstructie<br />

van het orgel naar de situatie van 1766-1767.<br />

Vijftig procent van het originele pijpwerk werd achterhaald,<br />

de rest zou nieuw naar voorbeelden van<br />

andere Hinszorgels nagemaakt moeten worden.<br />

Deze plannen werden, evenals een compromisvoorstel,<br />

uiteindelijk door de kerkelijke gemeente<br />

afgewezen. Er werd een elektronisch Allanorgel<br />

voor de begeleiding van de gemeentezang tijdens<br />

de erediensten aangeschaft. Men leze hierover de<br />

Friese Orgelkrant 2001 onder ‘Terugblik en vooruitzicht’.<br />

Een voor adviseur <strong>Jongepier</strong> uiterst teleurstellende<br />

gang van zaken.<br />

<strong>In</strong> 2006 nam de zaak een nieuwe wending met<br />

de oprichting van de <strong>Stichting</strong> Behoud Kerkorgel<br />

Sixtuskerk Sexbierum. Als adviseur werd Hans<br />

Fidom aangesteld en in 2009 werd met restauratiewerkzaamheden<br />

een aanvang gemaakt. Deze<br />

orgelrestauratie werd uitgevoerd door Mense Ruiter<br />

Orgelmakers BV uit Zuidwolde (Gr.) en door<br />

Kirchner Orgelbau uit Stapelmoor in Duitsland. Het<br />

ging grotendeels om een conserverende restauratie.<br />

Er vonden bescheiden dispositiewijzigingen<br />

plaats: oorspronkelijk had het Hoofdwerk een viervoets<br />

Gemshoorn, in 1949 werd dit register opgeschoven<br />

naar 2⅔ voet en nu is het een achtvoets<br />

register geworden. De andere wijzigingen vonden<br />

op het pedaal plaats. Dit werd uitgebreid van twee<br />

naar vijf registers. Een Contrabas 16 vt, een Fluitbas<br />

8 vt en een Bazuin 16 vt werden toegevoegd.<br />

De mensuren van deze stemmen werden genomen<br />

naar dezelfde stemmen van Sauerorgels.<br />

De nieuwe pedaalstemmen werden achter het<br />

orgel geplaatst bovenop de balgenkas tegen een<br />

nieuwe achterwand. De zwelkast werd opnieuw<br />

geïsoleerd, zodat deze nu beter werkt. Tenslotte<br />

werd de winddruk van het gehele orgel 92 mm<br />

waterdruk. De officiële heringebruikname vond<br />

plaats in maart 2011. Vergeleken met de dispositiebeschrijving<br />

in ‘Vijf eeuwen Friese Orgelbouw’<br />

is het volgende veranderd: de Gemshoorn op het<br />

Hoofdwerk is een achtvoets register geworden<br />

(dus Gh8 in plaats van Gh4), de tremulant werkt<br />

op het Zwelwerk, niet op het pedaal en nieuw zijn<br />

de pedaalregisters Contrabas 16 vt, Fluitbas 8 vt<br />

en Bazuin 16 vt.<br />

Wijnaldum<br />

Wijnaldum, een dorp met ruim 500 inwoners, bestond<br />

al in de 7e eeuw. <strong>In</strong> de omgeving van Wijnaldum<br />

is archeologisch onderzoek gedaan. <strong>In</strong> dit<br />

gebied bevinden zich de oudste dijken van ons<br />

land. Bij opgravingen hebben archeologen dijken<br />

van vóór het begin van onze jaartelling gevonden.<br />

Het betrof lage dijkjes, die aangelegd waren om<br />

een boerderij of enkele akkers tegen het zoute<br />

zeewater te beschermen. <strong>In</strong> de tiende eeuw werden<br />

grotere gebieden door ringdijken omsloten. Zo<br />

ontstonden de oudste polders van ons land. Na de<br />

bedijking kon de gehele polder in gebruik genomen<br />

worden voor landbouw.<br />

De vorige eeuw kwam het dorp in het nieuws toen<br />

bij een terpafgraving een koninklijke mantelspeld<br />

werd gevonden. Dat hier in de vroege middeleeuwen<br />

een nederzetting geweest is die mogelijk de<br />

residentie van het Friese koninkrijk geweest zou<br />

zijn, veroorzaakte grote opwinding in de archeologische<br />

wereld. Of Wijnaldum (Friese naam: Wynaam)<br />

ook echt een koninklijke ingezetene heeft<br />

gekend, is en blijft de vraag. Dat de speld van een<br />

edelsmid is geweest is, vormt een reële mogelijkheid.<br />

Naast deze speld, de ‘fibula van Wijnaldum’,<br />

is een Arabische zilveren munt (een dirhem) gevonden,<br />

hetgeen duidt op mogelijke handelsactiviteiten<br />

van en met de Vikingen. Andere archeologische<br />

vondsten tonen aan dat Wijnaldum vroeger<br />

een centrum van ambachtelijke activiteiten moet<br />

zijn geweest. De oorspronkelijke kerk uit de 15e<br />

eeuw was gebouwd in laatgotische stijl en gewijd<br />

aan Sint-Andreas. <strong>In</strong> 1864 stortte de toren in waarna<br />

deze werd herbouwd. Vervolgens vond in 1904<br />

opnieuw herbouw van de toren plaats. Het westelijke<br />

deel van de kerk werd toen eveneens herbouwd<br />

en met nieuw materiaal in neogotische stijl<br />

opgetrokken volgens ontwerp van Jurjen Bruns.<br />

<strong>In</strong> 1931 is de kerk onder leiding van de bekende<br />

architect Hendrik Kramer (1850 – 1934) ingrijpend<br />

gerestaureerd, ontpleisterd en opnieuw met oud<br />

bouwmateriaal bekleed. Eén en ander kwam ei-<br />

genlijk op volledige nieuwbouw van de kerk neer.<br />

Het koor is van het schip afgescheiden en voor<br />

nevenruimten ingericht.<br />

Eerder - in de 18e eeuw - werd het kerkinterieur<br />

opgeknapt en verfraaid. Eén van de mooiste interieurstukken<br />

uit die tijd is de preekstoel, uit 1726 of<br />

1728. De panelen zijn fraai gesneden met bijbelse<br />

taferelen. Eén daarvan stelt Christus’ geboorte<br />

voor. Daarbij heeft de stal de vorm van een Friese<br />

boerenschuur gekregen. Het prachtige houtsnijwerk<br />

is van Arjen Lous. Bijzonder aan de preekstoel<br />

is verder een ‘overloop’ zonder hekwerk maar<br />

met een deurpaneel van de kuip ervoor. Deze kanselkuip<br />

heeft gewrongen en omrankte korinthische<br />

hoekzuiltjes. De kansel zorgt samen met de lambrisering,<br />

het doophek met gesneden deur, de 18eeeuwse<br />

heren- en vrouwenbanken (met in sierlijke<br />

Lodewijk XIV-stijl gesneden wangstukken) voor<br />

een indrukwekkend en rijk kerkinterieur. De lichtkronen<br />

in een art déco-achtige stijl zijn vermoedelijk<br />

in 1931 door Hendrik Kramer ontworpen.<br />

Het orgel<br />

Bij de verfraaiing van het interieur in de twintiger<br />

jaren van de 18e eeuw werd de kerk van Wijnaldum<br />

ook verrijkt met een een orgel (1720) van <strong>Jan</strong><br />

Harmens, schoolmeester-organist en orgelmaker<br />

te Berlikum. Van 1725 tot 1747 onderhield <strong>Jan</strong><br />

Franssen (Formstra) uit Zweins het orgel in Wijnaldum.<br />

Daarna deed zijn zoon Johan <strong>Jan</strong>s het onderhoud.<br />

Tot het eind van de 18e eeuw was het<br />

onderhoud vervolgens in handen van verschillende<br />

personen. Rond 1800 kreeg Spoorman het orgel<br />

in onderhoud, tevens verrichtte hij enkele herstelwerkzaamheden.<br />

Uit de beschrijving van Knock<br />

(1788) blijkt dat de dispositie van het orgel sinds<br />

1720 onveranderd bleef. <strong>In</strong> 1836-1837 vond een<br />

ombouw door Willem van Gruisen uit Leeuwarden<br />

plaats. Het orgel kreeg tien stemmen (één meer<br />

dan voorheen), waarbij zes registers van Harmens<br />

opnieuw werden gebruikt. Van Gruisen maakte<br />

vier nieuwe registers, te weten een Fluit Travers<br />

8 vt discant, Fluit d’ Amour 4 vt, een Mixtuur 3-4<br />

sterk en een Trompet 8 vt. Er kwamen bovendien<br />

een aangehangen pedaal en een tremulant. Het<br />

is zo goed als zeker dat de bestaande orgelkast<br />

werd gehandhaafd. <strong>In</strong> 1869 maakte L. van Dam &<br />

Zn uit Leeuwarden het huidige orgel in een slanke<br />

nieuwe kast voor de kerk in Wijnaldum. Uit het<br />

pagina 3<br />

oude orgel werden de windlade uit 1836/37 met<br />

daarop de oude registers uit 1720 en 1836/37 in<br />

aangepaste vorm overgenomen. De Fluit Travers<br />

8 vt discant werd vervangen door een Bourdon 16<br />

vt. Naast het hoofdwerk kreeg het orgel een geheel<br />

nieuw dwarswerk met vier registers en één reservering.<br />

Alle overige onderdelen, zoals de windvoorziening,<br />

de tremulant, het regeerwerk en de<br />

claviatuur, waren nieuw. Het bestaande pijpwerk<br />

werd grotendeels een halve toon opgeschoven<br />

en voor een deel van expressions voorzien. Ook<br />

de trompetbekers werden opgeschoven en wel 2<br />

tonen. Het hoogste octaaf kreeg geheel nieuwe<br />

bekers. Het onderhoud van het nieuwe orgel was<br />

aanvankelijk in handen van de firma Van Dam,<br />

later van Vaas & Bron, eveneens te Leeuwarden.<br />

Voorafgaand aan de grondige kerkrestauratie van<br />

1931 werd omtrent het orgel advies ingewonnen<br />

bij J. Paardekoper, organist van de Grote of Jacobijnerkerk<br />

in Leeuwarden. Hij adviseerde het orgel<br />

te behouden. Daarop werd het orgel door A. Pannekoek,<br />

waarschijnlijk in samenwerking met de<br />

firma Vaas & Bron (opvolger van de firma Van Dam)<br />

gedemonteerd en na de kerkrestauratie weer op<br />

dezelfde plaats als voorheen opgebouwd. Er vond<br />

enig schoonmaakwerk en herstel plaats en het<br />

orgel werd opnieuw geschilderd. Na 1945 kwam<br />

het orgel in onderhoud bij de orgelmakerij Bakker<br />

& Timmenga. Met een korte onderbreking is dat tot<br />

op heden zo gebleven. Onlangs is het orgel onder<br />

advies van Stef Tuinstra gerestaureerd. De restauratie<br />

vond plaats door Bakker & Timmenga uit<br />

Leeuwarden. Op 19 november 2010 werd het orgel<br />

feestelijk weer in gebruik genomen. Het pijpwerk<br />

van het hoofdwerk staat - compact - nog steeds<br />

op de windlade uit 1836/37, die ooit ingepast is geweest<br />

in de kleine orgelkast van 1720. Het metalen<br />

pijpwerk van Harmens is bijna geheel van lood, dat<br />

van Van Gruisen en Van Dam is van een legering<br />

die voor 2/3 deel uit lood en voor 1/3 deel uit tin<br />

bestaat. Vergeleken met de in ‘Vijf eeuwen Friese<br />

Orgelbouw’ is de dispositie van het Hoofdwerk onveranderd<br />

gebleven. Het Dwarswerk heeft in plaats<br />

van een Gemshoon 2 vt een Woudfluit 2 vt (dus<br />

Wf2 in plaats van Gh2). Aan het Dwarswerk werd<br />

op een gereserveerde plaats één nieuw register<br />

toegevoegd, namelijk de Quintfluit 3 vt. Omvang<br />

manualen: C-f3 en omvang van het aangehangen<br />

pedaal: C – d1. Het ging in 2009-2010 dus grotendeels<br />

om een conserverende restauratie. Het<br />

Bord met informatie over de kerk- en orgelrestauratie in Sexbierum. Foto: Johan Sjoukema, Leeuwarden.


pagina 4<br />

Friese orgelkrant<br />

CorpAdv A4 st FC 300dpi_lc.indd 1 24-12-2010 11:08:45<br />

Steun de <strong>Stichting</strong> Alde Fryske Tsjerken<br />

STA STERK VOOR DE FRIESE DORPSKERK<br />

Word donateur van de <strong>Stichting</strong> Alde Fryske Tsjerken<br />

Veel monumentale dorpskerken in Friesland hebben het<br />

moeilijker dan ooit. Tien tallen eeuwenoude kerken dreigen<br />

de komende jaren overbodig te worden. En dan… stilletjes<br />

verval, de slopershamer? Niet als het aan <strong>Stichting</strong> Alde Fryske<br />

Tsjerken ligt. Wij hebben de zorg voor 39 Friese kerken en<br />

twee klokken stoelen op ons genomen. En we hopen dat<br />

vele kerken volgen. Hierbij is uw steun hard nodig. Word<br />

daarom donateur en draag bij aan het behoud van de<br />

Friese dorpskerk.<br />

Kijk voor meer informatie op<br />

www.aldefrysketsjerken.nl<br />

BESTEL<br />

NU!<br />

Martinikerk Bolsward<br />

Orgelconcert door Franse grootmeester<br />

Daniel Roth<br />

(Saint Sulpice, Parijs)<br />

Dinsdag 31 juli, 20.00 uur<br />

Vul deze bon in en word<br />

vriend van de <strong>Stichting</strong><br />

Alde Fryske Tsjerken!<br />

o Ja, ik wil graag een gratis exemplaar ont vang en<br />

van het magazine Alde Fryske Tsjerken.<br />

o Ja, ik word donateur en steun de <strong>Stichting</strong> Alde<br />

Fryske Tsjerken voor minimaal € 17,50 per jaar<br />

en ontvang als welkomst geschenk de DVD<br />

‘Alde Fryske Tsjerken’ (vierdelige tv-documentaire).<br />

Dhr/mevr.: ...............................................................................<br />

Straat: .......................................................................................<br />

Postcode:........................... Plaats: ......................................<br />

Datum: .....................................................................................<br />

Handtekening: ......................................................................<br />

Knip deze bon uit en stuur die in een<br />

gesloten envelop naar:<br />

<strong>Stichting</strong> Alde Fryske Tsjerken<br />

Antwoordnummer 76<br />

8900 WC Leeuwarden<br />

Een postzegel is niet nodig


Friese orgelkrant pagina 5<br />

Het gerestaureerde Van Damorgel (1869) met ouder materiaal in de Sint-Andreaskerk te<br />

Wijnaldum. Foto: Johan Sjoukema, Leeuwarden.<br />

pedaal kreeg voorts een veermechaniek (waardoor<br />

het lichter en zonder ‘bijgeluiden’ speelt). ‘Met haar<br />

ingetogen zingende klank geeft het orgel weer acte<br />

de présence van het grote vakmanschap en de artisticiteit<br />

van de oorspronkelijke makers’, aldus adviseur<br />

Stef Tuinstra.<br />

Het Hinszorgel Grote Kerk van Harlingen<br />

<strong>In</strong> de Friese Orgelkrant van 2007 vindt u een korte<br />

schets van de Harlinger kerkgeschiedenis. Hier beperken<br />

we ons tot de geschiedenis van het orgel in<br />

de Grote Kerk in Harlingen.<br />

We mogen aannemen dat Albertus Anthoni Hinsz<br />

over de plaats en de vormgeving van het orgel met<br />

de architect heeft overlegd. Een vrij unieke situatie,<br />

waardoor Hinsz een perfect in de ruimte passend<br />

instrument kon bouwen. Dat men in Harlingen voor<br />

Hinsz (1704 – 1785) koos is niet zo vreemd: in de<br />

omgeving had hij reeds een aantal goede instrumenten<br />

gebouwd, in Tzum (1764) en in Sexbierum<br />

(1767). Al in 1773 werd een eerste betaling aan<br />

Hinsz gedaan, zodat hij al vroeg met de voorbereidingen<br />

van de eigenlijke bouw kon beginnen.<br />

De bouw verliep voorspoedig en op 11 september<br />

1775 werd op feestelijke wijze de eerste pijp<br />

in het Rugwerk geplaatst door freule Agatha van<br />

Plettenberg. Ruim een half jaar later was het orgel<br />

gereed en op dinsdag 30 april 1776 werd het officieel<br />

in gebruik genomen met zang en instrumenten.<br />

Hinsz kreeg zijn laatste termijn. Ook de Harlinger<br />

houtsnijder-timmerman Johannes George Hempel,<br />

die eveneens de preekstoel zou maken, kreeg<br />

zijn deel. Het orgel had ongeveer 6500 gulden gekost.<br />

De orgeldeskundige Nicolaas Arnoldi Knock<br />

is lovend over het nieuwe instrument en vermeldt<br />

in zijn boekwerk met disposities de details en ook<br />

dat het orgel in kamertoon gestemd is (415 hertz<br />

voor a1).<br />

Andere orgelbouwers<br />

Nadat Hinsz in 1785 overleden was kreeg Albertus<br />

van Gruisen (1741 – 1824) uit Leeuwarden het<br />

onderhoud en vanaf 1811 orgelmakerij L. van Dam<br />

eveneens gevestigd te Leeuwarden. Misschien<br />

had de bouw door Van Dam van het orgel te Midlum<br />

(eveneens 1811) hier iets mee te maken. Maar<br />

in 1815 was Van Gruisen weer aan de beurt. Hij<br />

voerde de eerste herstelwerkzaamheden aan het<br />

orgel uit, waarbij hij onder andere de toonhoogte<br />

op a = 430 bracht door de kapot gestemde bovenranden<br />

af te snijden. Zowel Van Dam als Van<br />

Gruisen bleven in die tijd actief bij het orgel betrokken.<br />

Nadat in de jaren 1840 – 1841 de Harlinger<br />

orgelmaker Melchior Schrage aan het orgel werkte,<br />

kwam vanaf 1842 het onderhoud weer bij Van Dam<br />

terecht. Na een conflict over een te betalen rekening<br />

raakte Van Dam echter het onderhoud kwijt<br />

en constateren we dat de Leeuwarder orgelmaker<br />

Willem Hardorff (1815 – 1899) vanaf 1853 aan het<br />

orgel werkte. Zo werkten na de Duitse Groninger<br />

Hinsz drie bekende Friese orgelbouwers aan het<br />

Harlinger orgel.<br />

Rond 1860 kreeg Petrus van Oeckelen (1792<br />

– 1878) de zorg voor het orgel in de Nieuwe of<br />

Grote Kerk. <strong>In</strong> de latere jaren vijftig en zestig van<br />

de negentiende eeuw bracht van Oeckelen vele<br />

veranderingen aan. Bijvoorbeeld: alle tongwerken<br />

werden vervangen, de toonhoogte ging naar a =<br />

435, Scherp en Sexquialter verdwenen, de Mixtuur<br />

werd afgezwakt, de winddruk werd verhoogd en in<br />

het Rugwerk kwam een aantal “strijkers”. Kortom:<br />

het orgel werd aangepast aan de verlangens van<br />

die tijd. Tot in het begin van de twintigste eeuw<br />

bleef het orgel in onderhoud bij de firma Van Oeckelen.<br />

Vanaf 1910 komt echter de firma Van Dam weer in<br />

beeld en bekend is dat Pieter van Dam uitgebreide<br />

werkzaamheden aan het orgel verrichtte, waarbij<br />

de manualen hoger gelegd werden, het pedaal<br />

vernieuwd werd en een paar registers veranderd<br />

werden. <strong>In</strong> het Rugwerk werd een Voix Célèste geplaatst.<br />

Toen ongeveer twintig jaar later het orgel opnieuw<br />

aan groot onderhoud toe was, werd dit toevertrouwd<br />

aan de firma Johan de Koff (1863 – 1950)<br />

en Johan de Koff junior (1891 – 1976). Opnieuw<br />

werd het pedaal vervangen. Tevens werden mechanieken<br />

en windladen hersteld. Ook vonden<br />

veranderingen in de dispositie plaats, waarbij sommige<br />

registers werden vervangen, andere opgeschoven.<br />

Zeven van de acht tongwerken werden<br />

door nieuwe (waarschijnlijk gemaakt door de Duitse<br />

firma Carl Giesecke uit Göttingen) vervangen.<br />

Alleen de Calcodion op het Rugwerk (een register<br />

van Van Oeckelen) bleef.<br />

Periode na de Tweede Wereldoorlog<br />

Eind jaren vijftig van de vorige eeuw werd de kerk<br />

gerestaureerd. <strong>In</strong>terieur en orgelkas werden toen<br />

groen geschilderd. Het nieuwe verwarmings-<br />

systeem had een slechte invloed op het orgel,<br />

dat daardoor hard achteruit ging. Tussen 1970 en<br />

1981 werden de windladen van het Hoofdwerk en<br />

het Rugwerk gerestaureerd, waarna in 2000 met<br />

een restauratie in twee fasen, zoals door adviseur<br />

<strong>Jan</strong> <strong>Jongepier</strong> was bepleit, werd gestart. <strong>In</strong><br />

de zogenaamde eerste fase vond algeheel technisch<br />

herstel plaats. Flentrop Orgelbouw uit Zaandam,<br />

die inmiddels het onderhoud van het orgel<br />

had gekregen, voerde de herstelwerkzaamheden<br />

uit. Het orgel werd daarvoor (op kas en pijpen na)<br />

gedemonteerd en naar de werkplaats in Zaandam<br />

vervoerd, alwaar mechanisch herstel plaats vond.<br />

Verder werden enige nieuwe pijpen gemaakt en<br />

enkele technische wijzigingen uit de 19e eeuw<br />

weer ongedaan gemaakt. De orgelkas is in deze<br />

fase op sommige punten hersteld en de claviatuur<br />

weer op de oorspronkelijke, lagere plaats teruggebracht<br />

waardoor de lessenaar weer kon worden<br />

gecompleteerd. Het pijpwerk werd opgeslagen op<br />

de orgelzolder van de kerk, alwaar orgeladviseur<br />

<strong>Jan</strong> <strong>Jongepier</strong> het aan een minutieus onderzoek<br />

onderwierp. Dit heeft geresulteerd in een lijvige<br />

beschrijving en inventarisatie van het aanwezige<br />

pijpwerk. Uit deze inventarisatie bleek, dat van de<br />

oorspronkelijke 34 Hinszregisters er nog 22 geheel<br />

of nagenoeg geheel in het orgel aanwezig waren.<br />

De overige 12 registers waren in de loop der tijd<br />

vervangen en niet meer aanwezig. Tijdens deze<br />

eerste fase van de restauratie is aan de dispositie<br />

niets gewijzigd. Dat betekent, dat het orgel na dit<br />

herstel zijn “gemengde karakter” behield.<br />

Met het oog op de tweede restauratiefase diende<br />

voor een klankreconstructie naar 1776 (Hinsz),<br />

1864 (Van Oekelen) of 1938 (De Koff) te worden gekozen.<br />

Op basis van <strong>Jongepier</strong>s bevindingen werd<br />

besloten tot ‘een reconstructie terug naar Hinsz’.<br />

De tweede fase van de orgelrestauratie vond pas<br />

De Sint-Andreaskerk in Wijnaldum. Foto: Johan Sjoukema, Leeuwarden.<br />

in 2010-2011, tien jaar na de eerste fase, plaats.<br />

Bij deze reconstructie, eveneens door Flentrop Orgelbouw<br />

uitgevoerd, werden alle acht tongwerken<br />

door nieuwe vervangen, kwamen er nieuwe klavieren<br />

en een nieuw pedaal in de stijl van Hinsz. De<br />

vijf spaanbalgen werden winddicht gemaakt en er<br />

kwam een nieuwe windmotor. Ook vond wijziging<br />

van de dispositie plaats, waarbij de terugkomst<br />

van de Scherp en de Sexquialter op het Rugwerk<br />

wel het belangrijkste was. <strong>In</strong> feite kwam de dispositie<br />

van 34 stemmen uit 1776 terug. Anders dan<br />

in Sexbierum klinkt het orgel in Harlingen dus nu<br />

weer zoals men denkt dat het ten tijde van Hinsz<br />

geklonken zal hebben. Op 1 oktober 2011 werd<br />

het geheel gereconstrueerde Hinszorgel weer officieel<br />

in gebruik genomen. Helaas heeft <strong>Jan</strong> <strong>Jongepier</strong><br />

die feestelijke gebeurtenis niet meer mogen<br />

meemaken.<br />

De dispositie is nu als volgt:<br />

Hoofdwerk: Prestant 8 voet, Gedakt 16 voet, Baarpijp<br />

8 voet, Holpijp 8 voet, Spitsfluit 4 voet, Cornet<br />

D 3 sterk, Octaaf 4 voet, Quint 3 voet, Woudfluit 2<br />

voet, Mixtuur B/D 4,5,6 sterk, Octaaf 2 voet, Trompet<br />

B/D 16 voet, Trompet 8 voet, Voxhumana 8 voet.<br />

Rugwerk: Prestant 4 voet, Holpijp 8 voet, Quintadeen<br />

8 voet, Nassat 3 voet, Fluit 4 voet, Speelfluit 2<br />

voet, Sesquialter 2 - 4 sterk, Octaaf 2 voet, Scherp<br />

3 – 4 sterk, Dulciaan 8 voet.<br />

Pedaal: Prestant 8 voet, Bourdon 16 voet, Gedakt<br />

8 voet, Quint 6 voet, Octaaf 4 voet, Nachthoorn 2<br />

voet, Bazuin 16 voet, Trompet 8 voet, Schalmey 4<br />

voet, Cornet 2 voet. Omvang manualen : C – f 3,<br />

omvang pedaal : C – d1.<br />

Koppels: Hoofdwerk – Rugwerk (schuifkoppel) en<br />

Hoofdwerk – Pedaal. Afsluiters voor Hoofdwerk,<br />

Rugwerk en Pedaal. Tremulanten op Hoofdwerk<br />

en Rugwerk. Calcantenklok. Toonhoogte : a1= 415<br />

hertz.<br />

Winddruk: 70 millimeter voor het hele orgel. Stemming<br />

volgens Neidhardt.<br />

Wie tot in detail geïnformeerd wil worden over de<br />

orgelrestauratie in Harlingen, die raadplege ‘Reconstructie;<br />

twee eeuwen Hinsz-orgel in de Grote<br />

Kerk van Harlingen’, door Cees van der Poel (orgeladviseur).<br />

Het boek is uitgegeven door de<br />

kerkrentmeesters van de Hervormde Gemeente<br />

Harlingen-Midlum en gedrukt bij Flevodruk Harlingen,<br />

september 2011.<br />

Siebe Reiding & Otto Roelofsen<br />

[met dank aan derden voor door hen verstrekte<br />

informatie]


pagina 6<br />

Friese orgelkrant<br />

Overige activiteiten van <strong>Organum</strong> <strong>Frisicum</strong> in 2012<br />

Eerst even iets anders: sinds 2003 vindt jaarlijks een orgelconcours in de Koepelkerk van Leeuwarden plaats. Meestal in maart<br />

en dat is voor de Friese Orgelkrant een lastige periode. Soms is de uitslag nog niet bekend op het moment dat de kopij bij de<br />

drukker ingeleverd moet worden en over het concours van een volgend jaar valt nog niks te melden. Dit jaar vond het Orgelconcours<br />

Koepelkerk Leeuwarden, zoals het officieel heet, op zaterdag 10 maart plaats. De deelnemers moesten verplicht de<br />

‘Ciaconna e fuga’ van <strong>Jan</strong> Nieland (1903 – 1963) spelen. Het was de tiende en tevens laatste keer dat het gehouden is, reden om<br />

er hier even aandacht aan te schenken. Jochem Schuurman, secretaris van de <strong>Stichting</strong> <strong>Organum</strong> <strong>Frisicum</strong>, won het concours<br />

voor derde achtereenvolgende keer. Een prachtige prestatie. De Koepelkerk wordt door de protestantse gemeente afgestoten.<br />

<strong>In</strong> de zomer gaat de kerk dicht en in de verkoop. Over de vraag hoe het daarna met kerk en orgel zal komen, bestaat alleen<br />

maar onzekerheid. Dit is reden voor de <strong>Stichting</strong> Concerten Koepelkerk geweest het besluit te nemen haar activiteiten te beeindigen.<br />

Daarmee komt niet alleen een eind aan het orgelconcours in de Koepelkerk maar ook aan de orgelconcerten die er<br />

sinds 2002 plaats vonden. Het laatste Koepelkerkconcert vindt plaats op zaterdagavond 7 juli a.s. om 20.00 uur. Daarna is het<br />

helaas Schluss.<br />

Het Wenthinorgel (1785) in de Reginakerk te Zweins.<br />

Foto: Johan Sjoukema, Leeuwarden.<br />

Bij dergelijke ontwikkelingen is het des te meer nodig<br />

dat anderen hun werkzaamheid op orgelgebied<br />

voortzetten. De <strong>Stichting</strong> <strong>Organum</strong> <strong>Frisicum</strong> hoopt<br />

haar activiteiten te continueren, in 2012 en nog<br />

geruime tijd daarna. Om met de voorjaarsexcursie<br />

te beginnen: deze zal dit jaar plaats op zaterdag<br />

31 maart plaats vinden. Tzummarum, Sexbierum,<br />

Wijnaldum en Harlingen worden bezocht. Allemaal<br />

plaatsen waar kerk en/of orgel onlangs zijn gerestaureerd.<br />

Een uitgebreide beschrijving van deze voorjaarsexcursie<br />

vindt u in deze krant vanaf bladzijde 2.<br />

Het donateursconcert vindt plaats op vrijdag 29 juni<br />

– tussen halve finales van het EK voetbal op 27 en<br />

28 juni en de finale op zondag 1 juli – in de Reginakerk<br />

te Zweins. Het orgel wordt bespeeld door<br />

Broer de Witte. Hij kent het orgel goed. Hij is niet<br />

alleen cantor-organist van de protestantse gemeente<br />

in Goutum (bij Leeuwarden), maar ook van<br />

PKN-gemeente Ried e.o. Deze gemeente bezit nog<br />

vier kerkgebouwen (in Ried, Dongjum, Schingen en<br />

Slappeterp), terwijl ze vier andere heeft overgedragen<br />

aan de <strong>Stichting</strong> Oude Friese Kerken (Zweins,<br />

Peins, Schalsum en Boer). Tot enige jaren geleden<br />

begeleidde Broer de Witte daarom regelmatig de<br />

zondagse gemeentezang in Zweins.<br />

Het wordt een bijzonder concert, omdat het niet alleen<br />

maar om een orgelconcert gaat. Aan het donateursconcert<br />

wordt namelijk medewerking verleend<br />

door Hannah de Witte, dochter van Broer. Zij is fluitiste<br />

en speelt dwarsfluit en traverso. De deuren van<br />

de Reginakerk in Zweins gaan om 19.15 uur open.<br />

Van 19.15 tot 19.45 uur is de ‘inloop’ waarbij in de<br />

Het Bakker & Timmenga-orgel (1915) in de Protestantse<br />

Kerk van Nieuwehorne. Foto: Riemer G. van<br />

der Veen, Fenderlee Imaging Leeuwarden.<br />

kerk gratis een kopje koffie of thee verkrijgbaar is.<br />

Om 19.45 uur houdt Broer de Witte een inleiding,<br />

waarbij hij over de geschiedenis van de Reginakerk<br />

en het Wenthinorgel uit 1785 én over het te spelen<br />

programma zal vertellen. Vervolgens kan er voor eigen<br />

rekening nog een kopje koffie of thee worden<br />

gedronken, waarna om 20.30 uur het eigenlijk concert<br />

van Broer en Hannah de Witte begint. Na afloop<br />

van het concert om ongeveer 21.30 uur is er in de<br />

kerk nog een nazit waarbij onder het genot van een<br />

drankje met de concertgevers en toehoorders over<br />

het concert kan worden nagepraat.<br />

Net als in 2011 wordt dit jaar in samenwerking tussen<br />

Tsjerkepaad en <strong>Organum</strong> <strong>Frisicum</strong> weer een<br />

‘orgeltoertocht’ georganiseerd. Deze vindt plaats op<br />

zaterdag 28 juli. Door Jochem Schuurman (orgel) en<br />

Het Van Damorgel (1919) met ouder materiaal in de<br />

Scheuerkas (1858) in de Bonifatiuskerk van Oldeberkoop.<br />

Foto: Johan Sjoukema, Leeuwarden.<br />

Alina Rozeboom (sopraan) wordt in drie kerken in<br />

Zuidoost Friesland een concert van een half uur gegeven.<br />

Het eerste concert vangt om 13.30 uur aan<br />

in de protestantse kerk van Nieuwehorne. Hier zal<br />

tevens een fietsroutebeschrijving worden verstrekt,<br />

zodat de bezoekers zich desgewenst per fiets van<br />

de ene naar de andere concertlocatie kunnen verplaatsen.<br />

Daarna wordt om 15.00 uur geconcerteerd<br />

in de Bonifatiuskerk te Oldeberkoop en het<br />

slotconcert van die middag begint om 16.30 uur<br />

in de protestantse kerk van Noordwolde. Nadere<br />

mededelingen volgen onder andere op de websites<br />

van <strong>Organum</strong> <strong>Frisicum</strong> en van Tsjerkepaad.<br />

De nationale orgeldag vindt, zoals te doen gebruikelijk,<br />

plaats op de tweede zaterdag in september, dat<br />

is in 2012 op 8 september. Net als vorig jaar kunnen<br />

belangstellende organisten zich met behulp van de<br />

computer aanmelden en zich via de website van<br />

<strong>Organum</strong> <strong>Frisicum</strong> zelf inroosteren. Voor donateurs<br />

van <strong>Organum</strong> <strong>Frisicum</strong> kan dit vanaf maandag<br />

14 mei en voor niet-donateurs vanaf maandag 11<br />

juni 2012. Vooraf dient dan wel het bedrag van €<br />

15,00 voor de deelname overgemaakt te zijn naar<br />

banknummer 2377793 van de <strong>Stichting</strong> <strong>Organum</strong><br />

<strong>Frisicum</strong> onder vermelding van postcode en huisnummer.<br />

Pas dan kan men zich via de website aanmelden<br />

omdat die gegevens in een database opgenomen<br />

moeten worden. Bij de inroostering op de<br />

site kan de deelnemende organist zien wanneer in<br />

een kerk gespeeld kan worden. Tot en met zondag 1<br />

juli kan iemand zijn eigen rooster nog aanpassen. Als<br />

er ergens nog een interessant ‘roostergaatje’ blijkt te<br />

zijn, kan men dat dus benutten. Met deze procedure<br />

beogen we een voor ieder optimaal speelrooster.<br />

Op één orgel kan maximaal 30 minuten per persoon<br />

gespeeld worden (dus niet een dubbel blok of<br />

later op de dag nog eens). <strong>In</strong> de tweede helft van<br />

augustus krijgen de deelnemende kerken de ingevulde<br />

roosters toegestuurd. Kerken die niet alleen<br />

aan de nationale orgeldag maar ook aan Tsjerkepaad<br />

meedoen, zijn duidelijk op bladzijde 7 aangegeven.<br />

Belangstellende organisten die zich liever<br />

telefonisch dan digitaal willen aanmelden kunnen<br />

zich op dinsdag 22 mei (donateurs) en dinsdagavond<br />

19 juni (niet-donateurs) van 19.30 tot 21.30<br />

uur via telefoonnummer 058-2153988 opgeven<br />

voor de nationale orgeldag in Fryslân en daarbij<br />

hun voorkeuren voor kerken en orgels aangeven.<br />

Voorlopig is het streven van de <strong>Stichting</strong> <strong>Organum</strong><br />

<strong>Frisicum</strong> het aantal aan de orgeldag deelnemende<br />

kerken zoveel mogelijk te combineren<br />

met aan Tsjerkepaad deelnemende kerken.<br />

Zo doet in 2012 de Sint-Piterkerk te Grou voor het<br />

eerst aan de nationale orgeldag in Fryslân mee. Het<br />

Van Damorgel uit 1853 in deze kerk is pas gerestaureerd.<br />

Daarom zijn kerk en orgel in Grou tevens<br />

opgenomen in de najaarsexcursie van <strong>Organum</strong> <strong>Frisicum</strong>.<br />

Ook de pas gerestaureerde orgels in Sexbierum<br />

en Wijnaldum zijn tijdens de nationale orgeldag<br />

te bespelen.<br />

De najaarsexcursie zal plaats vinden op zaterdag 29<br />

september en zal gaan langs de orgels van Âldeboarn,<br />

Akkrum, Jirnsum en Grou. De orgels zullen<br />

in de aangegeven volgorde worden bezocht. <strong>In</strong> de<br />

Doelhofkerk van Âldeboarn bevindt zich het oudste<br />

Van Damorgel (1779). Het is het eerste orgel dat<br />

door de zelfstandige orgelmakerij Van Dam, die vier<br />

generaties lang – tot 1926 – in Leeuwarden was gevestigd.<br />

De orgels van Akkrum (Van Oeckelen, 1856)<br />

en Grou (Van Dam, 1853) zijn recentelijk gerestaureerd.<br />

Het orgel in Grou is één van de weinige Van<br />

Damogels met een vrij pedaal (zie ook het artikel op<br />

bladzijde 8 van Folkert Binnema over het orgel in de<br />

Haghakerk te Heeg).<br />

De situatie van de derde kerk, de Doopsgezinde<br />

Kerk in Jirnsum, is eveneens interessant. Het gebouw<br />

is net als de vermaningen van de nabij gelegen<br />

dorpen Poppenwier (Poppingawier), Terherne<br />

(Terhorne) en Wergea (Warga) niet meer als kerk in<br />

gebruik en is sinds 2006 particulier bezit. Nog maar<br />

één keer per jaar vindt er een kerkdienst plaats, op<br />

de eerste zondag in september. Tegenwoordig is het<br />

een ‘ontmoetingscentrum’ waar naast curiosa historische<br />

en culturele boeken verkocht worden. Voorts<br />

worden er exposities georganiseerd en soms vindt<br />

er ook een concert plaats. Daarnaast is het een locatie<br />

voor rouw- en trouwdiensten. Aan het eind van<br />

de vorige eeuw is het Bakker & Timmenga-orgel uit<br />

1882 door Nijsse & Zoon gerestaureerd. Deze orgelmakerij<br />

uit Zeeland heeft het orgel ook in onderhoud.<br />

Eigenaresse Alice Jongbloed beoogt met dit gebruik<br />

van het kerkgebouw een passende herbestemming<br />

te realiseren. Het is aan de excursiedeelnemer om te<br />

beoordelen of zij daarin geslaagd is.<br />

Een nieuwe ontwikkeling is de participatie van de<br />

<strong>Stichting</strong> <strong>Organum</strong> <strong>Frisicum</strong> in de organisatie van<br />

het Leeuwarder Orgelfestival. Dit orgelfestival vindt<br />

sinds 2007 in Leeuwarden plaats. De organisatie is<br />

primair in handen van de <strong>Stichting</strong> Orgelconcerten<br />

Grote Kerk Leeuwarden. Theo Jellema is festivalleider.<br />

Elk jaar staat een componist centraal. Dit jaar<br />

is dat de vermaarde (Noord-)Nederlandse componist<br />

<strong>Jan</strong> Pieterszoon Sweelinck. De voorbereidingen<br />

zijn in volle gang. De festivalevenementen worden<br />

dit jaar gespreid en verplaatst. <strong>In</strong> mei en juni geeft<br />

Theo Jellema drie orgelconcerten met werken<br />

van Sweelinck en tijdgenoten. Op zaterdag 8 september<br />

wordt er afgesloten met het slotconcert<br />

van de nationale orgeldag. Dit concert zal worden<br />

verzorgd door Age Freark Bokma uit Berlijn, oorspronkelijk<br />

afkomstig uit Fryslân en oud-leerling<br />

van Theo Jellema. Het programma van het slotconcert<br />

zal ruim tevoren bekend worden gemaakt,<br />

onder andere op de websites www.orgelleeuw.nl en<br />

www.organumfrisicum.nl.<br />

Na het overlijden van <strong>Jongepier</strong> drong zich de vraag<br />

aan het stichtingsbestuur op: ‘Hoe nu verder?’<br />

Het vanzelfsprekende antwoord is, dat de meeste<br />

werkzaamheden die <strong>Jan</strong> <strong>Jongepier</strong> voor de <strong>Stichting</strong><br />

<strong>Organum</strong> <strong>Frisicum</strong> verrichtte, zullen worden<br />

overgenomen door Theo Jellema. De laatste jaren<br />

verzorgde deze in de Friese orgelkrant al de rubriek<br />

‘Veranderend orgellandschap in Fryslân’. Nu wordt<br />

hij ook – zo is besloten – de eerste excursieleider,<br />

dat wil zeggen dat hij alle inleidingen tijdens de orgelexcursies<br />

voor zijn rekening neemt en dat hij bij<br />

elke orgelexcursie tenminste 50% van de orgelbespelingen<br />

zal verzorgen. Jochem Schuurman, Broer<br />

de Witte en Peter van der Zwaag zullen beurtelings<br />

Het Schwartzburgorgel (1740) in de Waalse Kerk te<br />

Leeuwarden. Foto: Ad Fahner, Leeuwarden.<br />

voor het resterende deel van de orgelbespelingen<br />

tekenen.<br />

De fenomenale orgelkennis van <strong>Jan</strong> <strong>Jongepier</strong> was<br />

voor een belangrijk deel gebaseerd op zijn jarenlange<br />

werkzaamheid als orgeladviseur.<br />

Die kennis deelde hij met orgelliefhebbers tijdens<br />

excursies maar vooral via zijn vele publicaties over<br />

orgels. Zijn veelzijdigheid bleek daarnaast ook uit de<br />

vele concerten die hij heeft verzorgd. Al deze facetten<br />

van zijn arbeidzame leven bieden aanknopingspunten<br />

om de herinnering aan zijn persoon door bijvoorbeeld<br />

een boekenprijs of subsidiefonds levend<br />

te houden. Het stichtingsbestuur van <strong>Organum</strong> <strong>Frisicum</strong><br />

gaat de mogelijkheden daartoe onderzoeken.<br />

Het was de wens van <strong>Jan</strong> <strong>Jongepier</strong> (onder andere<br />

kenbaar gemaakt aan onze oud-secretaris<br />

Ad Fahner) dat zijn archief in Friesland zou blijven<br />

en de aanzet zou vormen tot een Fries Orgelarchief.<br />

<strong>In</strong> maart is zijn archief overgebracht naar Tresoar<br />

waar onder meer het provinciale archief is ondergebracht.<br />

Het zal in de komende maanden worden<br />

geïnventariseerd en in het najaar met enig ceremonieel<br />

officieel worden overgedragen. Tresoar, voortgekomen<br />

uit de voormalige Provinciale Bibliotheek<br />

Friesland, het Rijksarchief en het Fries Letterkundig<br />

Museum en Documentatiecentrum is gevestigd in<br />

Rugwerk van het Müllerorgel (1727) in de Grote of<br />

Jacobijnerkerk te Leeuwarden. Foto: Johan Sjoukema,<br />

Leeuwarden.<br />

Leeuwarden, Boterhoek 1 (aan de voet van de oude<br />

Oldehove). <strong>In</strong> <strong>Jongepier</strong>s archief waren ook de archieven<br />

van A.P. Oosterhof, van Boeijenga uit Sneek<br />

en van Pennning (het laatste archief via Sytse ten<br />

Hoeve in zijn bezit gekomen) opgenomen. Samen<br />

met het archiefmateriaal over de Friese orgelcultuur<br />

dat al bij Tresoar aanwezig is, zoals het archief van<br />

L.J de Jong uit Heerenveen en het archief van de<br />

Koninklijke Orgelmakerij Bakker & Timmenga, dat<br />

zich in het naastgelegen Historisch Centrum Leeuwarden<br />

bevindt, moet dit leiden tot een uitgebreid<br />

Fries Orgelarchief. Een dergelijk orgelarchief past<br />

bij de rijkdom van de Friese orgelcultuur. Door de<br />

overdracht aan Tresoar is een goede toegankelijkheid<br />

verzekerd.<br />

JSJ


Friese orgelkrant pagina 7<br />

Deelnemende kerken aan Tsjerkepaad en Orgeldag<br />

* Wijzigingen voorbehouden<br />

Overzicht van kerken die meedoen aan<br />

de nationale orgeldag in Fryslân op zaterdag<br />

8 september 2012 én aan Tsjerkepaad:<br />

[zie www.organumfrisicum.nl en<br />

www.tsjerkepaad.nl]<br />

• Achlum, Gertrudiskerk<br />

Van Dam, 1854<br />

• Akkrum, Terptsjerke<br />

Van Oeckelen, 1856<br />

• Âldeboarn, Doelhôftsjerke<br />

Van Dam, 1779<br />

• Aldtsjerk (Oudkerk), Pauluskerk<br />

Bakker & Timmenga, 1883<br />

• Anjum, Michaëlkerk (HK)<br />

Van Dam, 1875<br />

• Bakhuizen, Sint-Odolphusparochie<br />

Gebr. Adema, 1923<br />

• Balk, It Breahûs (HK)<br />

Lohman, 1843<br />

• Balk, Sint-Ludgeruskerk (RK)<br />

Gebr. Adema, 1906<br />

• Bears, Mariakerk<br />

Van Dam, 1880<br />

• Bitgum (Beetgum), Martinuskerk<br />

Van Oeckelen, 1861<br />

• Beetsterzwaag, Dorpskerk<br />

Van Dam, 1856<br />

• Berltsum (Berlikum), Koepelkerk<br />

Mittenreither, 1780<br />

• Blije (Blija), Sint-Nicolaaskerk (HK)<br />

Van Dam, 1870<br />

• Bolsward, Doopsgezinde kerk<br />

H.H. Freytag, 1810<br />

• Bolsward, Martinikerk<br />

Hinsz/Van Dam, 1781/1861<br />

• Broek, Broekster Tsjerke<br />

Mart Vermeulen, 1907<br />

• Buitenpost, Mariakerk (HK)<br />

Van Dam, 1877<br />

• Burgum (Bergum), Kruiskerk<br />

Van Dam, 1788<br />

• Burgwerd, Johanneskerk<br />

Schwartzburg, 1735<br />

• De Knipe, Nij Brongergea Tsjerke<br />

Bakker & Timmenga, 1919<br />

• Dokkum, Grote of Sint-Martinuskerk<br />

Flentrop, 1979<br />

• Dokkum, Bonifatiuskerk (RK)<br />

Van Dam, 1883<br />

• Donkerbroek, Laurenskerk (HK)<br />

Verhofstadt, ca 1721<br />

• Drachten, Doopsgezinde kerk<br />

Van Dam, 1857<br />

• Drachten, Grote Kerk<br />

Hillebrand, 1820<br />

• Dronrijp, Salviuskerk<br />

Gebr. Bader, 1657<br />

• Easterein (Oosterend), Martinikerk<br />

Hardorff, 1870<br />

• Easterlittens, St. Margarethakerk<br />

Hardorff, 1867<br />

• Ferwert (Ferwerd), Sint-Martinustsjerke<br />

Adema, 1873 / Verschueren, 1983<br />

• Franeker, Martinikerk<br />

Van Dam, 1842<br />

• Goutum, Agneskerk<br />

Van Dam, 1864<br />

• Grou, Sint-Piterkerk<br />

Van Dam, 1853<br />

• Harlingen, Sint-Michaëlkerk (RK)<br />

Adema, 1898<br />

• Hichtum, Hichtumerkerk<br />

Van Gruisen, 1795<br />

• Hindeloopen, Grote Kerk<br />

Van Dam, 1813/68<br />

• Hitzum, Prot. Kerk (HK)<br />

Van Dam, 1855<br />

• Holwerd, Doopsgezinde kerk<br />

Bakker & Timmenga, 1906<br />

• Holwerd, Sint-Willibrorduskerk<br />

Scheuer, 1852<br />

• Hommerts, Johannes de Doperkerk<br />

Van Dam, 1869<br />

• It Heidenskip, Heidenskipsterkerk<br />

Bakker & Timmenga, 1909<br />

• Joure, Doopsgezinde kerk<br />

Van Dam, 1858<br />

• Joure, Hobbe van Baerdt Tsjerke (HK)<br />

Ahrend, 1978<br />

• Kollum, Oosterkerk (GK)<br />

Fonteyn-Gaal, 1969<br />

• Kollum, Maartenskerk (HK)<br />

Van Gruisen, 1841<br />

• Langweer, Prot. Kerk (HK)<br />

Van Dam, 1784<br />

• Leeuwarden, Waalse kerk<br />

Schwartzburg, 1740<br />

• Leeuwarden, Evangelisch-Lutherse Kerk<br />

Van Dam, 1869<br />

• Leeuwarden, Grote of Jacobijnerkerk<br />

Chr. Müller, 1727<br />

• Leeuwarden, Sint-Bonifatiuskerk<br />

Cavaillé-Coll, 1887<br />

• Leeuwarden, Doopsgezinde kerk<br />

Strumphler, 1786 / Van Dam, 1858<br />

• Longerhouw, Prot. Kerk (HK)<br />

Van Dam, 1868<br />

• Lytsewierrum (Lutkewierum),<br />

Gertrudiskerk Van Dam, 1870<br />

• Makkum, Van Doniakerk<br />

Naber, 1848<br />

• Mantgum, Mariakerk<br />

Van Dam, 1879<br />

• Marssum, Sint-Pontianuskerk (HK)<br />

Van Gruisen, 1804<br />

• Menaam (Menaldum), Prot. Kerk<br />

Hardorff, 1861<br />

• Minnertsga, Meinardskerk<br />

Robustelly, 1785<br />

• Molkwerum, Lebuinuskerk<br />

2e helft 17e eeuw / Van Dam, 1873<br />

• Nijega, Herv. Kerk<br />

Bakker & Timmenga, 1894<br />

• Nijeholtpade, Nicolaaskerk<br />

J.F. Kruse / W. Hardorff en Zoon, 1883<br />

• Nijland, Sint-Nicolaaskerk<br />

Van Gruisen, 1840<br />

• Noordwolde, Prot. Kerk<br />

Van Dam, 1876<br />

• Oldeberkoop, Bonifatiuskerk<br />

Scheuer, 1858 / Van Dam, 1919<br />

• Oosterbierum, Sint-Joriskerk<br />

Van Dam, 1868<br />

• Oosterwolde, Dorpskerk<br />

Noorman, 1866<br />

• (Oost-)Vlieland, Nicolaaskerk<br />

Onbekend, ca 1780<br />

• Opeinde, Herv. Kerk<br />

Bakker & Timmenga, 1909<br />

• Oud-Duurswoude<br />

(Wijnjewoude), Herv. Kerk<br />

F.C. Schnitger, ca 1723<br />

• Oude Bildtzijl, Julianakerk<br />

Bakker & Timmenga, 1896<br />

• Oudega (Sm.), Sint-Agathe kerk<br />

Van Dam, 1875<br />

• Oudemirdum, De Fontein<br />

Bakker & Timmenga, 1900<br />

• Oudeschoot, Skoattertsjerke<br />

Hardorff, 1871<br />

• Ouwsterhaule, Prot. Kerk<br />

Van Dam, 1880<br />

• Paesens, Sint-Antoniuskerk<br />

Gilmann, 1758<br />

• Raerd (Rauwerd), Laurentiuskerk,<br />

Hillebrand, 1816<br />

• Reduzum (Roordahuizum), Vincentiuskerk<br />

Van Gruisen, 1785<br />

• Rinsumageest, Alexanderkerk (HK)<br />

Bakker & Timmenga, 1892<br />

• Scherpenzeel, Prot. Kerk<br />

Van Dam, 1881<br />

• Schettens, Prot. Kerk (HK)<br />

Van Oeckelen & Zonen, 1891<br />

• Schraard, Prot. Kerk (HK)<br />

Vermeulen, 1911<br />

• Sexbierum, Sixtuskerk<br />

Bakker & Timmenga, 1924<br />

• Sint-Jacobiparochie, de Groate Kerk<br />

Van Dam, 1845<br />

• Sint-Nicolaasga, Parochiekerk H. Nicolaas<br />

L. Ypma, 1871<br />

• Sloten, Grutte Tsjerke<br />

Van Gruisen, 1786<br />

• Sneek, Doopsgezinde kerk<br />

Scheuer, 1847<br />

• Sneek, Grote of Martinikerk<br />

Schnitger, 1711 / Van Dam, 1898 / B&T, 1988<br />

• Sneek, Sint-Martinuskerk<br />

Maarschalkerweerd, 1891<br />

• Stavoren, Nicolaaskerk<br />

Wiebe Meijes en Meije Wiebes, 1786<br />

• Steggerda, Prot. Kerk (HK)<br />

Flentrop 1977<br />

• Stiens, Sint-Vituskerk<br />

Van Dam, 1830<br />

• Ternaard, Grutte Tsjerke<br />

Van Dam, 1864<br />

• Tirns, Tirnserkerk (HK)<br />

Bakker & Timmenga, 1909<br />

• Tzum, Johanneskerk<br />

Hinsz, 1764<br />

• Tzummarum, Sint-Martinustsjerke<br />

Van Dam, 1878<br />

• Warns, Johannes de Doperkerk<br />

Dekker, 1917<br />

• Warns, Doopsgezinde kerk<br />

Bakker & Timmenga, 1896<br />

• Westernijtsjerk, v.m. Herv. Kerk<br />

Bakker & Timmenga, 1880<br />

• Wijnaldum, Andreaskerk<br />

Van Dam, 1869<br />

• Wirdum, Sint-Martinuskerk<br />

Van Dam, 1790 / Hardorff, 1873<br />

• Witmarsum, Koepelkerk<br />

Van Dam, 1855<br />

• Wommels, Jacobikerk<br />

Radersma, 1847<br />

• Wons, Prot. Kerk (HK)<br />

Bakker & Timmenga, 1891<br />

• Workum, Sint-Gertrudiskerk<br />

<strong>Jan</strong> Harmens 1697 en Johannes<br />

P. Künckel 1784<br />

• Workum, Sint-Werenfriduskerk<br />

P.J. Adema & Zonen, 1885<br />

• Woudsend, Karmel<br />

cheuer, 1829 / Bakker & Timmenga, 1938<br />

• Woudsend, Sint-Michaëlkerk<br />

Van Gruisen, 1811<br />

• Wyckel, Vaste Burchtkerk<br />

Bakker & Timmenga, 1900<br />

• Ysbrechtum, Sint-Martinuskerk<br />

Hardorff, 1866<br />

Kerken die alleen meedoen aan<br />

de Nationale orgeldag in Fryslân<br />

(en niet aan Tsjerkepaad):<br />

Zie www.organumfrisicum.nl<br />

• Brantgum, Herv. Kerk<br />

Hardorff, 1878<br />

• Damwoude (Dantumawoude),<br />

Benedictuskerk, Hinsz, 1777<br />

• Donkerbroek, Geref. Kerk<br />

Bakker & Timmenga, 1920<br />

• Drachten, De Oase<br />

Van Dam, 1845<br />

• Driesum, Herv. Kerk<br />

Hinsz, 1781/1782<br />

• Garyp, Petruskerk (HK)<br />

Bakker & Timmenga, 1886<br />

• Harlingen, Geref.kerk vrijgemaakt<br />

De Haven Reil / Van Vulpen 1951/2006<br />

• Haskerhorne, Prot. Kerk (HK)<br />

Van Dam, 1873<br />

• Heerenveen, Heilige Geest kerk<br />

Gebr. Adema, 1867<br />

• Hiaure, Prot. Kerk<br />

Flaes, 1886/87<br />

• Jistrum, Dorpskerk<br />

Hoornbeeck (?), ca 1715<br />

• Kubaard, Prot. Kerk (HK)<br />

Hardorff, 1856<br />

• Lollum, Geref. Kerk<br />

Adema, 1890<br />

• Metslawier, Herv. Kerk<br />

Radersma / van Dam, 1819<br />

• Oosternijkerk, Sint-Ceciliakerk<br />

Hillebrand, 1813 / van Gruisen, 1831<br />

• Oosthem, Johanneskerk<br />

Van Gruisen, 1838<br />

• Opeinde, Geref. Kerk<br />

Steendam, 1989<br />

• Oudwoude, Herv. Kerk<br />

Van Dam, 1856<br />

• Scharsterbrug, Hervormde kerk<br />

Van Dam, 1918<br />

• Sondel, De Haven<br />

Bakker & Timmenga, 1897<br />

• Spannum, Prot. Kerk (HK)<br />

Bakker & Timmenga, 1911<br />

• Sumar (Suameer), Dorpskerk (HK)<br />

Bakker & Timmenga, 1906<br />

• Terband, Rotondekerk<br />

Van Dam, 1887<br />

• Twijzel, Petruskerk<br />

Bakker & Timmenga, 1904<br />

• Waaxens (D), Thomaskerk<br />

Bakker & Timmenga, 1925<br />

• Warstiens, Herv. Kerk<br />

Bakker & Timmenga, 1884<br />

• Warten, Herv. Kerk<br />

Van Dam, 1874<br />

• Westergeest, Prot. Kerk (HK)<br />

Bakker & Timmenga, 1891<br />

• Wierum, v.m. Geref.kerk,<br />

Museumkerk Eben Haëzer<br />

Ypma, ca 1840<br />

• Wolvega, Kerk op de Hoogte (HK)<br />

Schwartzburg, 1733<br />

Bakker & Timmenga-orgel (1908) in de Protestantse Kerk te Folsgare. Oorspronkelijk gebouwd voor de Gereformeerde<br />

Kerk in Marrum, in 1961 overgeplaatst naar Folsgare. Foto: Johan Sjoukema, Leeuwarden


pagina 8 Friese orgelkrant<br />

Steven W. Velds als orgeladviseur<br />

Het orgel in de Hervormde kerk van Heeg<br />

<strong>In</strong> 1858 besluiten de kerkvoogden van de Hervormde<br />

kerk te Heeg (tegenwoordig Haghakerk<br />

genoemd) een nieuw orgel te laten bouwen. De in<br />

1788 uitgegeven dispositieverzameling van Knock<br />

vermeldt over het oude orgel: ‘Het orgel alhier met<br />

1 Hand-Clavier en Vrij Pedaal heeft de volgende 9<br />

stemmen: Manuaal: Praestant 8 voet, Holpijp 8<br />

voet, Octaaf 4 voet, Quint 3 voet, Octaaf 2 voet,<br />

Mixtuur en Sesquialter. Pedaal: Trompet 8 voet en<br />

Holpijp 8 voet. Verders 4 Blaasbalgen, en heeft<br />

onder kort Octaaf. Op 13 maart stuurt Van Dam<br />

een volledig bestek en een tweetal tekeningen<br />

naar de kerkvoogdij te Heeg. <strong>In</strong> een begeleidend<br />

schrijven wordt gerefereerd aan een gesprek in de<br />

kerk. Na dat gesprek brengt Van Dam nog enige<br />

wijzingen in het bestek aan. Zijn vraagprijs is 6140<br />

gulden. Voor het oude orgel biedt hij 200 gulden.<br />

Dit bestek wordt door de kerkvoogdij gebruikt om<br />

offertes bij verschillende orgelmakers te vragen.<br />

Enige correspondentie over de financiering tussen<br />

de kerkvoogdij en de floreenplichtigen, benevens<br />

een “Verbaal van het Provinciaal Collegie<br />

van toezigt over de Kerkelijke Administratie bij de<br />

Hervormden in Frieslande” betreffende die financiering<br />

levert geen informatie over het orgel op.<br />

We laten die zaken dan ook buiten beschouwing.<br />

Op 15 juli verschijnt Steven Wijnands Velds ten tonele.<br />

Deze organist ontving zijn opleiding bij Daniël<br />

Brachthuyzer. Van 1823-1861 was hij verbonden<br />

aan de Martinikerk te Sneek. Hij trad regelmatig op<br />

als orgeladviseur. Daarbij ging hij zeer gedetailleerd<br />

te werk. Zo stelde hij zelf zeer nauwkeurige bestekken<br />

op. Hij propageerde het aanbrengen van een<br />

zelfstandig pedaal. Daarvan enige voorbeelden:<br />

• 1839 Hervormde kerk Woudsend, Scheuer<br />

(Hoofdwerk: 9 stemmen, Positief: 5 stemmen, Pedaal:<br />

Subbas 16 voet, Violon 8 voet, Octaaf 4 voet,<br />

Bazuin 16 voet). Dit orgel is in 1938 vervangen door<br />

een orgel van Bakker en Timmenga, waarbij het<br />

front van Scheuer gehandhaafd bleef.<br />

• 1847 Doopsgezinde kerk Sneek, Scheuer<br />

(Hoofdwerk: 12 stemmen, Onderpositief: 8 stemmen,<br />

Pedaal: Subbas 16 voet, Open fluit 8 voet,<br />

Octaaf 4 voet, Basson 16 voet, Trompet 8 voet).<br />

• 1852 Hervormde kerk Holwerd, Scheuer (Hoofdwerk<br />

9 stemmen, Onderpositief: 6 stemmen, Pedaal:<br />

Subbas 16 voet, Prestant 8 voet, Open fluit 8,<br />

Octaaf 4 voet, Trompet 8 voet).<br />

• 1853 Hervormde kerk Grou, Van Dam (Hoofdwerk:<br />

11 stemmen, Bovenwerk: 7 stemmen, Pedaal:<br />

Subbas 16 voet, Prestant 8 voet, Quintadena<br />

8 voet,Octaaf 4 voet, Trombone 8 voet). Geen van<br />

deze vier orgels had een pedaalkoppel. <strong>In</strong> Grou<br />

werd die in 1858 door Van Dam aangebracht, in<br />

Sneek in 1870 door Van Dam en in Holwerd in<br />

1907 door Bakker en Timmenga.<br />

Velds en de vakman Van Dam<br />

Op die 15 e juli schrijft Velds een brief aan de kerkvoogdij<br />

van de hervormde kerk (Velds spreekt nog<br />

van de gereformeerde kerk) te Heeg. Hij verontschuldigt<br />

zich voor de vrijpostigheid waarmee hij<br />

ongevraagd een brief stuurt, maar omdat hij bij<br />

geruchte heeft vernomen dat de kerkvoogdij een<br />

nieuw orgel wil laten maken en hij op grond van<br />

zijn “veeljarige ondervinding” weet dat er dan vaak<br />

dingen verkeerd gaan, is hij toch maar zo vrij zich<br />

te melden. Vaak gaat een kerkvoogdij, die niet ter<br />

zake kundig is, in op een ontvangen tekening en<br />

bijbehorende offerte of wordt de opdracht gegeven<br />

aan een orgelbouwer waarvan men toevallig<br />

de naam kent. <strong>In</strong> dergelijke gevallen ontbreekt<br />

gewoonlijk het noodzakelijke deskundig toezicht.<br />

Velds wijst er op dat er allereerst een volledig bestek<br />

moet zijn. <strong>In</strong> dat bestek dienen de volgende<br />

punten te worden vastgelegd: de constructie en<br />

de aanleg van de mechaniek, de dispositie (welke<br />

registers, de voethoogte van die registers, welke<br />

labialen open en welke gedekt zijn, welke van de<br />

eventuele tongwerken opslaand en welke doorslaand<br />

zijn), de te gebruiken materialen (houtsoorten<br />

en metalen, waaronder het materiaal voor het<br />

pijpwerk). Men dient zich tot de meest ervaren<br />

en beroemdste orgelbouwer te wenden, niet tot<br />

brekebenen of knechten die te vroeg hun meester<br />

hebben verlaten. Velds noemt geen namen,<br />

maar deze laatste opmerking slaat duidelijk op<br />

J.A. Hillebrand, die nadat hij als werknemer van<br />

Van Gruisen in 1811 het orgel in Hallum had opgebouwd,<br />

zich zelfstandig in Leeuwarden vestigde.<br />

De opdrachtgever moet een begroting vragen en<br />

verder is er een bekwaam opziener nodig, evenals<br />

een bekwaam examinator na de oplevering. Velds<br />

heeft vernomen dat voor Heeg wel een bestek is<br />

gemaakt, maar dat het volgens getuigenis van de<br />

opsteller zelf ongeschikt is. Van de vier orgelmakers<br />

waarmee al contact is geweest, is er één bekwaam,<br />

één bouwt alleen huisorgeltjes, een derde<br />

is in het geheel niet bekend en de vierde heeft<br />

slechts een klein werkje in Kubaard gebouwd (W.<br />

Hardorff leverde hier in 1856 een orgel met twee<br />

manualen en een aangehangen pedaal; FB). Eén<br />

van de vier is bovendien rooms-katholiek (te weten<br />

Adema; FB). Velds wijst er op dat in Akkrum,<br />

Rauwerd, Oosternijkerk en Niawier nieuwe orgels<br />

zijn gebouwd (door Hillebrand; FB), waar korte tijd<br />

na oplevering een andere orgelbouwer nodig was<br />

om het instrument in orde te maken. Ondanks de<br />

waarschuwing van Velds heeft men ook in Lemmer<br />

slechte ervaringen (daar bouwde Ypma in 1842<br />

een nieuw orgel met 22 registers verdeeld over<br />

twee manualen en een vrij pedaal. <strong>In</strong> 1861 vond<br />

ombouw ervan door Van Dam plaats; FB). Tenslotte<br />

waarschuwt hij nog maar eens voor ondoelmatig<br />

handelen en biedt hij zijn diensten aan. Op<br />

17 juli schrijft Van Dam nog een keer aan de kerkvoogdij.<br />

Nadat men in Heeg een tekening heeft<br />

gekozen, heeft de firma Van Dam nog eens goed<br />

gerekend en de prijs verlaagt tot 5680 gulden. Het<br />

oude orgel is nog steeds 200 gulden waard, maar<br />

de kerkvoogdij mag het ook publiekelijk verkopen.<br />

De bouwtijd zal 12 maanden bedragen, gedurende<br />

die tijd stelt Van Dam een hulporgel ter beschikking.<br />

Op 23 juli legt Van Dam in een nieuwe brief uit<br />

dat de Subbas 16 voet een gedekt register is, een<br />

open 16 voet zou door zijn lengte boven de zijtorens<br />

uitsteken. Op enig moment heeft Velds deze<br />

brief gelezen, zijn handtekening staat in de kantlijn.<br />

Aangezien Velds en Van Dam al meer hadden samengewerkt,<br />

valt aan te nemen dat Velds niet bij<br />

toeval gehoord heeft dat er in Heeg een nieuw orgel<br />

zal worden gebouwd, maar dat Van Dam hem<br />

heeft ingelicht. Enigszins merkwaardig is dan wel<br />

de opmerking van Velds dat de opsteller van het<br />

bestek zelf gezegd heeft, dat het niet geschikt zou<br />

zijn. Toch moet uit de context geconcludeerd worden,<br />

dat volgens Velds de enige bekwame orgelbouwer<br />

van de vier inschrijvers Van Dam is.<br />

Velds wordt adviseur<br />

Zijn brief maakt indruk op de kerkvoogdij, hij wordt<br />

als adviseur aangetrokken. Dit blijkt uit Velds’ brief<br />

van 27 juli. Hij voelt zich vereerd door het in hem<br />

gestelde vertrouwen, maar alvorens hij het adviseurschap<br />

op zich neemt, wil hij het bestek inzien<br />

en weten welke orgelmaker de opdracht krijgt. Hij<br />

wijst nog eens op Lemmer, waar de orgelbouwer<br />

niet over de vereiste bekwaamheid beschikte.<br />

Velds blijkt al te weten dat het contract in Heeg<br />

op vrijdag 30 juli getekend zal worden. Hij schrijft<br />

namelijk dat het vrijdagmorgen te laat is om nog<br />

veranderingen in het bestek aan te brengen. Op<br />

28 juli schrijft Velds nog eens een brief. Hij heeft<br />

het bestek dan al gelezen, hij feliciteert de kerkvoogdij<br />

met het wijze besluit de opdracht aan Van<br />

Dam te geven en neemt de hem aangeboden taak<br />

graag aan. Hij wijst er nog wel op, dat het pedaal<br />

te weinig zelfstandig is door het ontbreken van een<br />

Trompet 8 voet.<br />

Het orgel in Heeg wordt dus gebouwd door Van<br />

Dam. Alvorens het nieuwe orgel te bespreken zullen<br />

we aandacht besteden aan de correspondentie<br />

Tekening van Scheuer voor een mogelijke uitbreiding met een vierde manuaal - bovenwerk - van het Schnitgerorgel<br />

in de Martinikerk te Sneek (onvervulde wens van Velds). Bron: archief van de gemeente Zuidwest<br />

Friesland te Sneek.<br />

met de andere orgelmakers die benaderd zijn; wat<br />

daarbij te denken van de prijsverschillen? Hardorff<br />

en Knipscheer sturen beide een briefje van één zin,<br />

waarin ze zich bereid verklaren een orgel te bouwen<br />

volgens het opgegeven bestek en de daarbij<br />

horende tekening. Hardorff (brief van 20 juli 1858)<br />

vraagt daarvoor 4500 gulden, Knipscheer (22 juli)<br />

6800 gulden. <strong>In</strong>teressant is de eveneens op 22 juli<br />

geschreven reactie van Adema. Hiermee beantwoordt<br />

Adema een brief van de kerkvoogdij van<br />

5 juli. Ongetwijfeld zijn de beide concurrenten op<br />

dezelfde dag aangeschreven. Adema is weliswaar<br />

niet geroepen het bestek te “examineren of te criticeren”,<br />

maar heeft wel een aantal op- en aanmerkingen:<br />

1. Adema wil een nieuw soort blaasbalg<br />

gebruiken, een reservoir (tegenwoordig noemen<br />

we dat een magazijnbalg). 2. Volgens het bestek<br />

heeft het bovenklavier geen doorlopende open 8<br />

voet, dus verdient het aanbeveling de 7 grootste<br />

pijpen van de Salicionaal 8 voet open in plaats van<br />

gedekt te maken of de Viola 8 voet niet met klein<br />

c, maar met groot C te laten beginnen. 3. Adema<br />

vindt het noodzakelijk dat alle beweegbare deeltjes<br />

met laken of andere zachte stof worden ingevoerd.<br />

Dit is niet in het bestek opgenomen. 4. De prijs van<br />

Adema is 4890 gulden.<br />

Op 30 juli wordt in Heeg door L. van Dam en drie<br />

kerkvoogden een belangrijk document ondertekend:<br />

‘Bestek en Conditiën van een Nieuw Orgel<br />

in de Nederduitsche Hervormde Kerk te Heeg’. Als<br />

vijfde persoon tekent S. W. Velds, die daaraan toevoegt<br />

“in tegenwoordigheid van”. Hij sluit formeel<br />

geen contract, maar ziet er wel op toe dat alle procedures<br />

correct verlopen.<br />

<strong>In</strong> het bestek wordt uitvoerig over de windvoorziening<br />

geschreven. Net als Adema beschrijft Van<br />

Dam een magazijnbalg. Door het vaak orkestrale<br />

orgelspel werden in de 19e eeuw hogere eisen<br />

aan de windvoorziening gesteld dan voorheen.<br />

Nadat Juergen Marcussen rond 1819 de zogenoemde<br />

kastbalg ontwikkelde, ontstond verderop<br />

in de 19e eeuw de magazijnbalg, waardoor als<br />

nooit tevoren een gelijkmatige winddruk mogelijk<br />

was. <strong>In</strong> de archieven bevindt zich nog een verhandeling<br />

van Velds over de windvoorziening.<br />

Het resultaat<br />

Een uitvoerige beschrijving van het front en de inwendige<br />

opbouw is te vinden in het bekende boek<br />

‘Vijf eeuwen Friese Orgelbouw’ van <strong>Jan</strong> <strong>Jongepier</strong><br />

op bladzijde 90 en 91. Hier vermelden we alleen de<br />

originele dispositie:<br />

Onderklavier (C-g3): Prestant 8 voet, Violon 16<br />

voet discant, Bourdon 16 voet, Holpijp 8 voet, Octaaf<br />

4 voet, Roerfluit 4 voet, Prestant Quint 3 voet,<br />

Superoctaaf 2 voet, Tertiaan 1-2 sterk (op C 1⅓<br />

voet en vanaf c 2 voet – 1⅓ voet), Cornet 3-sterk<br />

en Trompet 8 voet bas en discant.<br />

Bovenklavier (C-g3): Salicionaal 8 voet (C-B in<br />

het front), Viool di Gamba (C-B in Roerfluit 8 voet),<br />

Roerfluit 8 voet, Salicet 4 voet, Fluit Travers 4 voet,<br />

Woudfluit 2 voet, Clarinette 8 voet (doorslaand<br />

tongwerk) en Quintfluit 3 voet.<br />

Pedaal (C-d1): Subbas 16 voet, Violon 8 voet,<br />

Open Fluit 4 voet en Bazuin 16 voet (doorslaand<br />

tongwerk).<br />

Tenslotte 3 afsluiters, een tremulant met lichte zweving<br />

op het bovenklavier, een klavierkoppeling, een<br />

pedaalkoppeling en een ventiel.<br />

De Tertiaan en de Quintfluit worden niet in het bestek<br />

genoemd, maar zijn wel origineel. Evenmin<br />

spreekt het bestek over de lege plaats in het pedaal<br />

(sleep en registertrekker “Muet” – waarschijnlijk<br />

bedoeld voor de Trompet 8 voet, die Velds eigenlijk<br />

nodig vindt voor een vrij pedaal – zijn aanwezig)<br />

en over de merkwaardige aanleg van de pedaalkoppeling<br />

(die werkt slechts van C-d, dus over de<br />

onderste 15 van de 27 pedaaltoetsen). De Cornet<br />

is een 16-voets Cornet met de samenstelling 5⅓<br />

voet, 4 voet, 3⅕ voet). De Cornet moet dus altijd<br />

samen met de Bourdon en/of de Violon gebruikt<br />

worden. Teneinde de cantus firmus bij de gemeentezang<br />

zeer duidelijk te doen uitkomen, verdient<br />

het dan wel aanbeveling de melodie met de rechterhand<br />

in octaven te spelen. Dit is een ideale registratie<br />

voor onbekende liederen, maar bij de beweeglijke<br />

ritmiek met veel achtste noten van veel<br />

nieuwe liederen uit het voor 2013 geplande nieuwe<br />

liedboek technisch nauwelijks uitvoerbaar. De Cornet<br />

is dus niet bruibaar voor de bekende Engelse<br />

Voluntaries, maar de combinatie 8-4-3-Tertiaan<br />

kan dienst doen als Cornet op 8 voetsbasis.<br />

De toonhoogte van het orgel was tijdens mijn bezoek<br />

a1 = 427 hertz bij 8 graden C. Bij een graad<br />

of 15 is het dan 435 hertz, de normale hoogte voor<br />

de bouwtijd.<br />

Tenslotte<br />

Velds staat bekend als pleitbezorger van een vrij<br />

pedaal. Helaas hebben we niet gevonden waarom<br />

hij dat zo belangrijk vond. Hij hield in elk geval van<br />

grote orgels. <strong>In</strong> het archief van de PKN te Sneek<br />

bevindt zich een tekening van Scheuer van het


Friese orgelkrant pagina 9<br />

orgel in de Martinikerk. Op deze tekening is het<br />

Schnitgerorgel uitgebreid met een bovenwerk.<br />

Velds en Scheuer hadden wel behoefte aan een<br />

meer romantisch Bovenwerk, maar wilden het<br />

Borstwerk handhaven. Er moest dan maar een orgel<br />

met 4 manualen komen. Helaas ging die wens<br />

niet in vervulling.<br />

Toen Scheuer het orgel in de Doopsgezinde kerk te<br />

Sneek bouwde, gebruikte hij het daar aanwezige<br />

orgel van Van Gruisen (1786, 1 manuaal, aangehangen<br />

Pedaal) voor het Hoofdwerk.<br />

Het nieuwe orgel kreeg de toonhooge van Van<br />

Gruisen (415 hertz.). <strong>In</strong> 1923 werd de toonhoogte<br />

440 hertz. Na de restauratie in 1975 functioneerde<br />

de Basson 16 voet slecht. Reil kopieerde een aantal<br />

pedaalrgisters uit Sneek ten behoeve van een<br />

EEN LOFLIED OP DE ORGELMAKERS LEICHEL<br />

<strong>In</strong> de Friese Orgelkrant van het afgelopen jaar stond een uitgebreid en interessant artikel van Jaap Brouwer over de orgelmakers<br />

Leichel en hun werk in Friesland. Een van de instrumenten die zij bouwden in deze provincie, is het nog steeds<br />

aanwezige orgel in de hervormde kerk te Arum. Uit de aan dat instrument gewijde tekst van Jaap Brouwer bleek, dat men<br />

met het op 29 november 1885 in gebruik genomen orgel ook na enige jaren nog uitermate tevreden was. Dat werd gedemonstreerd<br />

door de zeer royale aanbevelingsadvertentie die men in januari 1889 plaatste in de Leeuwarder Courant en die<br />

Brouwer bij zijn artikel afdrukte. Natuurlijk was dat geweldige reclame voor de orgelmakers, die er overigens nagenoeg<br />

geen nieuw werk in Friesland door verkregen.<br />

Nogmaals het orgel in Arum<br />

Over het orgel in Arum valt nog iets meer te<br />

melden, dankzij twee krantenartikelen naar<br />

aanleiding van de restauratie van het orgel in<br />

1940. Beide artikelen verschenen op 21 juni<br />

van dat jaar, de dag na de ingebruikneming.<br />

Het meest uitgebreide was van de bekende<br />

orgelvorsers A.P. Oosterhof en E.J. Penning<br />

in het Leeuwarder Nieuwsblad. Zij deden volledigheidshalve<br />

(en uitgebreid geannoteerd!)<br />

ook de hele orgelgeschiedenis van deze kerk<br />

uit de doeken, inclusief een lijstje van de (toen<br />

bekende) organisten van de kerk sinds 1667.<br />

Daarnaast plaatsten zij de tekst van het verslag<br />

van de ingebruikneming op 28 november<br />

en 3 december 1885 in de Leeuwarder Courant.<br />

Daaruit bleek dat organist H. Posthumus<br />

uit Wommels het orgel inspeelde, nadat het<br />

was gekeurd door <strong>Jan</strong> Worp, de bekende organist<br />

van de Groninger Der Aa-Kerk en Martinikerk<br />

(en componist van een bekend liedje<br />

als: “Op de grote stille heide…”). Ook konden<br />

beide auteurs putten uit een nog ter plaatse<br />

bewaard gebleven bundel “Feestliederen voor<br />

de Feestelijke Bijeenkomst op Zondag 29 November<br />

1885 des avonds 7 ure, ter gelegenheid<br />

van de inwijding van het nieuwe Kerkorgel<br />

te Arum.” Deze liederen, geschreven door de<br />

heren B.S. Bos en J. Gijlstra, konden worden<br />

gezongen op toen bekende melodieën.<br />

Eén van deze liederen nemen we hier graag<br />

over, omdat dit lied betrekking heeft op de orgelmakers<br />

Leichel<br />

Het kon worden gezongen op de melodie van<br />

‘Wacht am Rhein’ :<br />

nieuw te maken vrij pedaal voor het Scheuerorgel<br />

in Hardenberg. <strong>In</strong> Hardenberg voldeed de Basson<br />

evenmin. Nadat Reil met verbluffend resultaat de<br />

schalbekers een halve toon had opgeschoven,<br />

heeft op aandrang van schrijver dezes Flentrop dat<br />

ook in Sneek gedaan.<br />

Sindsdien functioneert de Sneeker Basson uitstekend,<br />

hij blijft ook veel beter op stemming. Geen<br />

wonder, de bekers hebben nu de lengte die bij de<br />

oorspronkelijke toonhoogte behoort.<br />

De merkwaardige pedaalkoppeling in Heeg doet<br />

denken aan het door Velds bekritiseerde Ypmaorgel<br />

in Lemmer. <strong>In</strong> de hervormde kerk aldaar is<br />

de pedaalomvang slechts C-b (24 toetsen) en net<br />

als in Heeg werkt de pedaalkoppeling slechts over<br />

de eerste 15 toetsen (C-d). Op 10 december 2011<br />

Portret van Ehrenfried Leichel, één van de "stamvaders" van de orgelmakerij Leichel.<br />

Foto uit archief van Jaap Brouwer.<br />

Komt, laten wij in warme taal<br />

Een drietal mannen in deez’ zaal<br />

Gedenken in een hartig lied,<br />

Opdat hun alle recht geschied’<br />

Voor ’t meesterstuk van hunnen hand (bis)<br />

Door hen in Arum’s kerk gebracht tot<br />

stand (bis)<br />

Hun arbeid worde lof bereid,<br />

Hun kunstzin, hun gemoed’lijkheid;<br />

Hun Duitsche trouw zij onverbloemd<br />

Door ons als Friezen hoog geroemd;<br />

Hun, zonen van het Hermansland,<br />

Wij, Friezen, reiken hun de broederhand.<br />

Ja, heeren Leichel, neemt haar aan,<br />

We erkennen het, we zijn voldaan,<br />

Uw hand verrijkte Arum’s kerk<br />

Met een bewond’renswaardig werk,<br />

Ontvangt daarvoor in deeze stond<br />

Den welverdienden lof uit onze mond.<br />

Daarmee zullen Friedrich Leichel en zijn beide<br />

zonen Herman en Heinrich ongetwijfeld tevreden<br />

huiswaarts zijn gegaan. Of zij ook nog iets<br />

hebben ’meegekregen’ van het handgemeen<br />

waarvan Brouwer verhaalt en dat ontstond tijdens<br />

het schoolfeest na de ingebruikneming<br />

van het orgel, is helaas niet bekend.<br />

De restauratie in 1940, een detail<br />

<strong>In</strong> 1939/1940 werd het instrument gerestaureerd<br />

door de firma H. Spanjaard uit Amsterdam,<br />

onder andere omdat het regeerwerk<br />

‘zeer vermolmd’ was. Over de uitgevoerde<br />

werkzaamheden vinden we, naast informatie<br />

werd het gerestaureerde orgel van Grou in gebruik<br />

genomen. Adviseur Theo Jellema vertelde over<br />

de uitvoerige correspondentie die in het archief<br />

gevonden is. Velds noemt 3 volgens hem “wel<br />

aardige orgels” in de directe omgeving (Jorwerd,<br />

Roordahuizum en Wirdum, alle drie met Hoofdwerk<br />

en Rugpositief met aangehangen Pedaal),<br />

maar noemt vervolgens twee orgels van Hinsz in<br />

Leens (Hoofdwerk 10, Rugpositief 9 en Pedaal 8<br />

stemmen) en Midwolda (Hoofdwerk 13, Rugpositief<br />

10 en Pedaal 10 stemmen).<br />

Een belangrijke plaats als Grou verdient volgens<br />

hem dan ook beslist een vrij pedaal. Met mij zullen<br />

vele lezers zich uitvoeringen van het Wohltemperierte<br />

Klavier door <strong>Jan</strong> <strong>Jongepier</strong> en Broer Witte<br />

in het eerder genoemde artikel van Oosterhof<br />

en Penning ook informatie in een artikel in de<br />

Leeuwarder Courant. Het instrument werd gerestaureerd<br />

en tegelijk gewijzigd: vermoedelijk<br />

werd het toen onder meer voorzien van een<br />

verhoogde opbouw (men vond dat het orgel<br />

in een ‘te kleine ruimte’ was opgesteld). Verder<br />

werd de achterwand vernieuwd en de dispositie<br />

op drie plaatsen gewijzigd. Ook kwamen<br />

er nieuwe handklavieren en een nieuw pedaalklavier,<br />

tevens werd het regeerwerk hersteld.<br />

Tenslotte werd het hele orgel geherintoneerd<br />

op een lagere winddruk. De werkzaamheden<br />

werden uitgevoerd onder toezicht en adviezen<br />

van het Noord-Nederlandsch <strong>In</strong>stituut<br />

voor Orgelbouwkunde te Leeuwarden (waarvan<br />

de heren A.P. Oosterhof, George Stam<br />

en Willem Zonderland directeuren waren). De<br />

ingebruikneming van het herstelde orgel vond<br />

plaats op 20 juni 1940 met medewerking van<br />

organist Willem Zonderland, een soliste en<br />

herinneren, waarbij bleek hoe prachtig deze “wel<br />

aardige orgels” kunnen klinken en wat er allemaal<br />

mogelijk is! Overigens werkte oorspronkelijk ook<br />

in Grou de pedaalkoppel maar over de eerste 15<br />

toetsen (C-d). Dit is in 1910 veranderd in een normale<br />

koppeling over het hele pedaal.<br />

Folkert Binnema<br />

(met dank aan Sytse ten Hoeve – hij bezorgde mij<br />

afschriften uit het archief van Heeg, waardoor het<br />

idee ontstond dit artikel te schrijven – en aan organist<br />

Fekke Bijlsma voor de gastvrije ontvangst in<br />

de Haghakerk te Heeg).<br />

het locale Vrijzinnig Kerkkoor. Aardig detail<br />

in de Leeuwarder Courant was, dat niet zoals<br />

gebruikelijk alleen de orgelmaker lof werd<br />

toegezwaaid, maar in dit geval ook diens bij<br />

name genoemde medewerkers. Het betrof<br />

de heren G.. van Dijk, P. Keller, S. Visser en<br />

J. Reil. Hoewel laatstgenoemde (naamgever<br />

en oprichter van de nog steeds bestaande en<br />

befaamde orgelmakerij in Heerde) al sinds enkele<br />

jaren zelfstandig opereerde als orgelbouwer,<br />

‘kluste’ hij in dit geval blijkbaar even bij,<br />

gezien de situatie in ons land op dat moment<br />

waarschijnlijk uit economische noodzaak.<br />

Victor Timmer<br />

Bronnen:<br />

* Jaap Brouwer, ‘De orgelmakers Leichel<br />

en hun werk in Friesland’, Friese Orgelkrant<br />

2011, 21 -23.<br />

* A.P. Oosterhof & E.J. Penning,<br />

‘Het orgel der Ned. Herv. Kerk te Arum’,<br />

Leeuwarder Nieuwsblad d.d. 21 juni 1940.<br />

* [z.a.,] ‘<strong>In</strong>wijding gerestaureerd<br />

orgel in de Ned. Herv. Kerk te Arum’,<br />

Leeuwarder Courant d.d. 21 juni 1940.<br />

* Hans Fidom (eindred.), Het Historische<br />

orgel in Nederland 1878 – 1886,<br />

Amsterdam 2006, 336 – 338.<br />

Het Leichelorgel (1885) in de Protestantse Lambertuskerk van Arum. Foto: Johan Sjoukema, Leeuwarden


pagina 10<br />

Friese orgelkrant<br />

Dom Bautzen Dom Dresden<br />

Dom Freiberg Dom Görlitz Dom Magdeburg Dom Merseburg<br />

Het rond 1855 door W. Hill & Sons gebouwde orgel in de hervormde kerk (het ‘Roodkerkje’) van Roodkerk,<br />

aldaar geplaatst in 1996. Foto: Johan Sjoukema, Leeuwarden<br />

Tsjerkepaad in 2012<br />

Het Reilorgel (1959) in de voormalige gereformeerde Kruiskerk te Heerenveen. Het orgel wordt overgeplaatst<br />

naar een nieuw kerkgebouw in Heerenveen, de Trinitaskerk (de verbouwde voormalige Europalaankerk). Foto:<br />

Johan Sjoukema, Leeuwarden<br />

Het Friese landschap wordt gekenmerkt door vele<br />

- meestal monumentale - kerken en kerkjes. Ze zijn<br />

als bakens aan de horizon en behoren tot het historische<br />

en culturele erfgoed van Fryslân. Soms hangt<br />

er een bordje: "de sleutel is af te halen bij……",<br />

maar steeds vaker is de deur gewoon op slot. Dit<br />

is erg jammer want dikwijls is het kerkinterieur de<br />

moeite van het bekijken waard of is er een juweeltje<br />

van een orgel. Op initiatief van de Raad van Kerken<br />

in Friesland is in 2004 gestart met het openstellen<br />

van een 25 tal kerken in de Zuidwesthoek van<br />

Fryslân in de zomermaanden op de zaterdagmiddag.<br />

Zo is Tsjerkepaad begonnen. <strong>In</strong> 2011 was het<br />

uitgegroeid tot een zelfstandige stichting met een<br />

eigen website plus webmaster en met de openstelling<br />

van ruim 250 kerken in heel Fryslân, inclusief de<br />

Waddeneilanden, tijdens de zomermaanden. Ook<br />

in 2012 hebben vele kerken weer aangegeven mee<br />

te willen doen aan Tsjerkepaad. De meeste kerken<br />

zijn in de zomermaanden wekelijks op de zaterdagmiddag<br />

geopend, anderen slechts enkele keren, kijk<br />

hiervoor op onze website. Vrijwilligers staan voor u<br />

klaar om als gastheer of gastvrouw iets over de geschiedenis<br />

van de kerk te vertellen en soms staat er<br />

zelfs koffie of thee voor u klaar. Als extra worden er<br />

vaak nevenactiviteiten georganiseerd bijvoorbeeld<br />

exposities, concerten of speciale fietsroutes. Maar<br />

de kerken of kerkjes kunnen u ook uitnodigen tot<br />

rust en bezinning. De vele plattelandskerkjes liggen<br />

vaak op verstilde kerkhoven met hun zeer eigen<br />

groene natuur. Met behulp van de fietsknooppuntenkaart<br />

kunt u zelf een mooie fietsroute langs de<br />

kerken uitstippelen. De deelnemende kerken herkent<br />

u aan de speciale Tsjerkepaadvlag die tijdens<br />

de openstelling vrolijk hangt te wapperen. Bij de<br />

VVV’s en de deelnemende kerken zijn speciale gidsen<br />

verkrijgbaar met daarin een korte beschrijving<br />

van de deelnemende kerken. Actuele informatie<br />

over eventuele gewijzigde openingstijden en/of extra<br />

activiteiten van de deelnemende kerken kunt u<br />

vinden op onze website www.tsjerkepaad.nl of op<br />

www.openkerkenroute.nl.<br />

Tsjerkepaad is in 2012 van 7 juli tot en met 8 september<br />

(open monumenten weekend) op de zaterdagmiddag<br />

van 13.30 uur tot 17.00 uur. Op 30<br />

juni wordt het Tsjerkepaadseizoen geopend. Op 28<br />

juli organiseert Tsjerkepaad samen met <strong>Organum</strong><br />

<strong>Frisicum</strong> een ‘orgeltoertocht’ in Zuidoost Fryslân<br />

(openingsconcert om 13.30 uur in Nieuwehorne;<br />

‘tussenstop’ in Oldeberkoop en slotconcert om<br />

16.30 uur in Noordwolde). Op 15 september wordt<br />

Tsjerkepaad feestelijk afgesloten. Voor meer informatie<br />

over deze evenementen kunt u elders deze<br />

krant en eveneens de bovengenoemde websites<br />

raadplegen.


Friese orgelkrant pagina 11<br />

Najaarsexcursie <strong>Organum</strong> <strong>Frisicum</strong><br />

Op zaterdag 29 september 2012 vindt de najaarsexcursie van de <strong>Stichting</strong> <strong>Organum</strong> <strong>Frisicum</strong> plaats in de gemeente Boarnsterhim. Een<br />

gemeente die haar naam ontleent aan het riviertje de Boorn (in het Fries Boarn) en die in 1984 is ontstaan door samenvoeging van de<br />

gemeenten Idaarderadeel, Rauwerderhem en Utingeradeel. Een lang leven is deze gemeente niet gegund, want in 2014 komt er een<br />

einde aan haar bestaan en worden de 18 dorpen verdeeld over de gemeenten Heerenveen, Leeuwarden, Súd-West Fryslân en de nieuw<br />

te vormen fusie gemeente van Gaasterlân-Sleat, Lemsterland en Skarsterlân.<br />

Debuut van Lambertus van Dam<br />

Het eerste orgel dat zal worden bezocht staat in<br />

de Doelhôftsjerke van Âldeboarn. Âldeboarn is<br />

ontstaan aan de oevers van de Boarn en wordt<br />

voor het eerst genoemd in het jaar 1230. Het was<br />

lange tijd de bestuurlijke hoofdplaats en in de Middeleeuwen<br />

het middelpunt van een groot kerkelijk<br />

gebied. <strong>In</strong> de Middeleeuwen werd ook de eerste<br />

kerk gebouwd. Dat was een driedelige tufstenen<br />

kerk met een toren. De kerk was gewijd aan de<br />

heilige Pancratius. <strong>In</strong> 1723 werd de toren door de<br />

bliksem getroffen en in de jaren 1736/1737 werd er<br />

een nieuwe toren gebouwd. Deze moest volgens<br />

een bekend volksverhaal hoger worden dan de toren<br />

in Tzum. Dat mislukte echter doordat de Tzummers<br />

de Âldeboarnsters te slim af waren (zie Friese<br />

Orgelkrant 2005). De middeleeuwse kerk werd in<br />

1753 vervangen door de huidige Doelhôftsjerke. Uit<br />

hetzelfde jaar dateert ook de preekstoel die door de<br />

plaatselijke timmerman <strong>Jan</strong> Binnes is vervaardigd.<br />

De zogenaamde Lycklamabank die tegenover de<br />

preekstoel staat is afkomstig uit de Sint-Pancraskerk.<br />

Boven het wapen van de familie Lycklama<br />

staat het jaartal 1655.<br />

Bij de restauratie van de kerk in 1967 kwam het rijkelijk<br />

beschilderde houten tongewelf tevoorschijn.<br />

Zoals blijkt uit een nota in de kerkboeken is het in<br />

1755 voor fl. 112,90 aangebracht door de Duitse<br />

kunstenaar Johannes Bekker. Het stelt een hemel<br />

met sterren (328 stuks!), planeten en engelen voor.<br />

<strong>In</strong> het koor zijn twee gebrandschilderde ramen<br />

aangebracht. Het rechterraam is vervaardigd door<br />

Johan Groenestein en aangebracht ter nagedachtenis<br />

van burgemeester Baerdt van Sminia die in de<br />

tweede wereldoorlog in Duitsland is omgebracht.<br />

Het raam aan de linkerkant is gemaakt door de<br />

in 1919 geboren en nog altijd actieve Friese kunstenaar<br />

<strong>Jan</strong> Murk de Vries. Het is op 11 november<br />

2003 geplaatst ter gelegenheid van het 250 jarig<br />

bestaan van de kerk.<br />

Van Damorgel (1779) in de Doelhôftsjerke te Âldeboarn.<br />

Foto: Johan Sjoukema, Leeuwarden.<br />

<strong>In</strong> 1779, ruim 25 jaar na het gereedkomen van de<br />

kerk, werd er een orgel geplaatst. Dat orgel werd<br />

gebouwd door de Leeuwarder orgelmaker Lambertus<br />

van Dam in opdracht van de grietman van<br />

de gemeente Utingeradeel, Jhr. Augustinus Lycklama<br />

à Nijeholt. Lambertus van Dam was in de leer<br />

geweest bij de beroemde orgelmaker Albertus Antony<br />

Hinsz en het orgel in Âldeboarn is het eerste<br />

dat hij als zelfstandig ondernemer heeft gemaakt.<br />

Van Dam, die zich in 1777 in Leeuwarden vestigde,<br />

ging aanvankelijk verder in de voetsporen van<br />

Hinsz. <strong>Jan</strong> <strong>Jongepier</strong> schrijft in de catalogus bij de<br />

tentoonstelling Achter het Friese Orgelfront, die in<br />

1981 in het Fries Museum werd gehouden, over de<br />

eerste orgels van Van Dam: “Al dit werk ademt nog<br />

in de Hinsz-traditie. De instrumenten bestaan uit<br />

Manuaal en Rugpositief en de vorm van de nieuwgemaakte<br />

kassen sluit direct aan bij het door Hinsz<br />

gehanteerde schema. Ook de dispositie volgt<br />

Hinsz’ werkwijze uit diens laatste periode, waarbij<br />

het Rugpositief sterk solistisch is gedacht, zonder<br />

een uitgebouwd prestantenkoor. <strong>In</strong> de samenstelling<br />

van de vulstemmen volgt Van Dam de werkwijze<br />

van Hinsz eveneens door het opnemen van een<br />

tertskoor in de Mixtuur (3⅕’), evenals in de Cornet.”<br />

<strong>In</strong> de loop van de jaren is er aan het orgel gewerkt<br />

waarbij veranderingen werden aangebracht. Voor<br />

het eerst in 1806/07 door Albert van Gruisen en in<br />

1859 voerde orgelmaker Van Dam een restauratie<br />

uit. De oude spaanbalgen werden toen vervangen<br />

door een magazijnbalg. Aan het begin van de 20e<br />

eeuw werd het orgel voorzien van een pneumatisch<br />

pedaal met vier stemmen en vonden er wijzigingen<br />

in de dispositie plaats: op het rugpositief werd de<br />

Sexquialter vervangen door een Roerfluit 4 voet.<br />

Deze Roerfluit werd op het manuaal geplaatst wat<br />

ten koste ging van de Spitsfluit 4 voet. De op het<br />

manuaal aanwezige Quint 3 voet werd vervangen<br />

door een strijker. <strong>In</strong> 1967 vond een restauratie<br />

plaats door de orgelmakers Yedema en Dam (B&T)<br />

waarbij het orgel in oude staat werd hersteld. De<br />

kas, die eerder zwart werd geschilderd, kreeg weer<br />

de originele ossenbloedkleur.<br />

Voor een weergave van de huidige dispositie verwijzen<br />

we naar bladzijde 176 in “Vijf eeuwen Friese<br />

Orgelbouw’ van <strong>Jan</strong> <strong>Jongepier</strong>. Op het hoofdwerk<br />

van het orgel staan drie houten beelden die geloof,<br />

hoop en liefde voorstellen. De musicerende engelenfiguren<br />

stammen uit 1806/1807 en zij bespelen<br />

de fluit en hoorn, triangel, ramshoorn, tamboerijn<br />

en fluit en harp.<br />

Van Oeckelen in Akkrum<br />

Evenals Âldeboarn ligt ook Akkrum aan de Boarn<br />

en is in de Middeleeuwen als terpdorp ontstaan. De<br />

Boarn was een belangrijke verkeersader waardoor<br />

het dorp snel groeide. <strong>In</strong> het eerste kwart van de<br />

19e eeuw werd de Overijsselsestraatweg aangelegd<br />

die een belangrijke verbinding vormde tussen<br />

Leeuwarden en Heerenveen en de rest van het land.<br />

<strong>In</strong> 1868 werd de spoorlijn aangelegd en daardoor<br />

was Akkrum voor alle verkeer goed bereikbaar.<br />

Door deze goede verbindingen kwam Akkrum gunstiger<br />

te liggen dan Âldeboarn en werd daardoor de<br />

hoofdplaats van de gemeente Utingeradeel.<br />

<strong>In</strong> 1759 is de huidige kerk gebouwd ter vervanging<br />

van een middeleeuwse kerk. De kerk is gebouwd<br />

op een terp en de naam Terptsjerke ligt daardoor<br />

voor de hand. De gebrandschilderde ramen zijn<br />

gemaakt door de gebroeders Gonggrijp uit Sneek.<br />

De preekstoel is uit de bouwtijd van de kerk en de<br />

herenbank is 17e-eeuws.<br />

De Terptsjerke in Akkrum. Foto: Johan Sjoukema,<br />

Leeuwarden.<br />

Het eerste orgel werd gebouwd tussen 1819 en<br />

1821 door de orgelmaker Hillebrand. Het had één<br />

klavier met negen stemmen op het hoofdwerk, een<br />

loos rugwerk en een aangehangen pedaal. <strong>In</strong> 1852<br />

zijn er plannen om het orgel te verbeteren of te vervangen<br />

door een nieuw instrument. Er wordt tot<br />

nieuwbouw besloten en de kerkenraad benoemt<br />

Jhr. Mr. Samuel Wolter Trip uit Groningen als adviseur.<br />

Er werden twee orgelbouwers uitgenodigd<br />

om een offerte te maken: P. van Oeckelen uit Harenermolen<br />

en L. van Dam & Zonen uit Leeuwarden.<br />

Van Dam was de goedkoopste en de adviseur<br />

was van mening dat men hem gerust de opdracht<br />

kon gunnen, maar zijn voorkeur ging uit naar Van<br />

Oeckelen omdat “… het werk van den Hr. Van Oeckelen<br />

het wel wint in soliditeit, met andere woorden,<br />

dat het vaster en steviger is.” De firma Van Dam<br />

bedankte toen voor de opdracht, waarschijnlijk<br />

vanwege de sterke voorkeur van de adviseur voor<br />

Van Oeckelen. Deze kreeg dan ook de opdracht en<br />

het contract daarvoor werd op 6 september 1853<br />

ondertekend. Van Oeckelen nam het oude orgel in<br />

voor fl. 800,- en plaatste dat in de hervormde kerk<br />

(Koepelkerk) van de strafinrichting te Veenhuizen,<br />

waar het rugwerk bij de restauratie van 2004/2005<br />

van een binnenwerk werd voorzien en een Bourdon<br />

16 voet op het pedaal werd geplaatst. (Twee jaar<br />

geleden eindigde de najaarsexcursie van <strong>Organum</strong><br />

<strong>Frisicum</strong> in deze kerk te Veenhuizen). Het nieuwe<br />

door Van Oeckelen te bouwen orgel in Akkrum<br />

kreeg twee klavieren met in totaal zestien stemmen<br />

en een aangehangen pedaal. Naar voorbeeld<br />

(?) van Hillebrand werd ook dit instrument voorzien<br />

van een loos rugwerk. <strong>In</strong> 1931 werd een elektrische<br />

windvoorziening aangelegd en in 1955 een<br />

Mechels pedaal. Ook werd toen het tertskoor van<br />

de cornet vernieuwd. Het orgel werd in meerdere<br />

fasen gerestaureerd door Mense Ruiter Orgelbouw<br />

uit Zuidwolde. Dat gebeurde in 1977, 1983-1984 en<br />

1991. De jongste restauratie is van 2010. Daarbij<br />

werden het regeerwerk en de claviatuur volledig<br />

gerestaureerd. Hetzelfde geldt voor het pijpwerk<br />

van het hoofdwerk en het bovenwerk. De werkzaamheden<br />

werden opnieuw door de firma Mense<br />

Ruiter uitgevoerd waarbij Stef Tuinstra als adviseur<br />

optrad. Wat de dispositie betreft, is sprake geweest<br />

van een conserverende restauratie.<br />

Het Van Oeckelenorgel (1856) in de Terptsjerke te Akkrum.<br />

Foto: Johan Sjoukema, Leeuwarden.<br />

adviseur Stef Tuinstra schrijft in het programmaboekje<br />

bij de officiële ingebruikname op 12 november<br />

2010: ‘De oude klank van dit vrijwel geheel<br />

origineel gebleven instrument is nooit sterk geretoucheerd<br />

geweest. De pijpen zijn weer op goede<br />

aanspraak gebracht. Er is afgezien van vergaande<br />

egalisatie. Het was te zien en te horen dat dit ook<br />

nooit de bedoeling van Van Oeckelen is geweest.<br />

De opvallend hoge toonhoogte voor Van Oeckelen<br />

moet tamelijk origineel zijn; aan de stemranden en<br />

de tongwerkbekers is niet geknipt. Een en ander is<br />

daarom gehandhaafd. Ook de later aangebrachte<br />

baarden (kundig orgelmakerswerk) zijn gehandhaafd,<br />

omdat ze vrij kort na de bouw moeten zijn<br />

aangebracht, waarschijnlijk door de fa. Van Oeckelen<br />

zelf in 1875’. Hij sluit af met: ‘Het resultaat is<br />

een fraai en voornaam klinkend instrument met een<br />

oudere klank dan het bouwjaar doet vermoeden en<br />

met een licht ademende wind. Zo is dit ook architectonisch<br />

bijzondere dorpsorgel herboren en geeft<br />

het met haar robuuste en zingende klank opnieuw<br />

acte de présence van het grote vakmanschap en<br />

de artisticiteit van de oorspronkelijk makers en niet<br />

in de laatste plaats van de vergelijkbare kundigheden<br />

van de restaurateurs’.<br />

De dispositie van het orgel is te vinden in ‘Vijf eeuwen<br />

Friese Orgelbouw’ van <strong>Jan</strong> <strong>Jongepier</strong> op bladzijde<br />

176. Enkele aanvullingen: de Vox Humana 8 vt<br />

van het bovenwerk is doorslaand. Het instrument<br />

heeft een tremulant op het bovenwerk en een kla-<br />

vierkoppel bas en discant. De toonhoogte is a1 =<br />

450 hertz bij 18º C en de stemming is gelijkzwevend.<br />

De vermaning van Jirnsum<br />

<strong>In</strong> het gebied dat nu nog de gemeente Boarnsterhim<br />

vormt, is de doopsgezinde kerk altijd goed<br />

vertegenwoordigd geweest. <strong>In</strong> zes van de achttien<br />

dorpen was een doopsgezinde kerk. De meeste<br />

van deze kerken zijn aan de eredienst onttrokken.<br />

De kerken vormen nu samen de Doopsgezinde Gemeente<br />

Mid-Fryslân en komen samen in de Vermaning<br />

van Grou. Eén van de doopsgezinde kerken<br />

die niet meer voor erediensten wordt gebruikt is die<br />

van Jirnsum.<br />

Het dorp Jirnsum (ook gelegen aan de Boarn) lag<br />

vroeger aan de scheepvaartroute Amsterdam-<br />

Groningen, wat sinds de aanleg van het Prinses<br />

Margrietkanaal (1951) niet meer het geval is. Tegenwoordig<br />

is er veel met het toerisme verbonden<br />

bedrijvigheid: Jirnsum is een dorp met jachthavens,<br />

botenverhuurbedrijven, een camping en jachtbouw.<br />

Het doopsgezinde kerkje (nu particulier eigendom)<br />

werd in 1684 gebouwd. Het heeft een eenvoudige<br />

rechthoekige vorm en was oorspronkelijk nog soberder<br />

van opzet: de enige ‘versiering’ bestond uit<br />

een paar gebrandschilderde raampjes met een gedicht<br />

en de namen van “Jacob Jentjes tot Yrnsum<br />

ende Hijlck Jurjens syn huisvrouw”. Deze namen<br />

werden vermeld vanwege de (vrijwel zeker aanzienlijke)<br />

financiële bijdrage die ze leverden aan de<br />

totstandkoming van de kerk.<br />

Al vóór de bouw van het kerkje was er een zelfstandige<br />

“Mennonieten Gemeente”. Ze kwam bijeen<br />

in de woningen van de leden. De doopsgezinde<br />

principes, zoals eenvoud en afwijzen van wereldse<br />

pracht en praal, uitten zich zeker in het eerste kerkgebouw.<br />

Zo werd er lange tijd zonder orgel gezongen;<br />

het instrument kwam er pas in 1882.<br />

Voordat (geleidelijk steeds meer) omringende bebouwing<br />

gesloopt werd, kon het kerkje alleen via<br />

een nauwe steeg worden bereikt. <strong>In</strong> 1870 schreef<br />

ds. Izaäk Molenaar daarover het volgende: ‘Een<br />

steeg van nauwelijks drie voet wijdte was zonder<br />

tegenspraak een zeer nauwe weg. Wanneer men<br />

de steeg ten einde was, had men terstond links het<br />

kerkgebouw. Langwerpig vierkant, met de lange zijden<br />

naar ’t noorden en zuiden, de smallere naar ’t<br />

oosten en ’t westen, geleek het veel op een schuur<br />

met hooge muren. Aan den noordermuur toch was<br />

geen enkel raam, aan de west- en oostzijde waren<br />

eenige kleine smalle raampjes, terwijl de zuidzijde,<br />

juist waar het meeste licht inviel, niet zoo op’t gezigt<br />

lag. Slechts door een smalle strook gronds van<br />

een naastgelegen tuin gescheiden, had de kerk een<br />

zeer goed licht.’<br />

Met het aantreden van genoemde predikant in<br />

1837, wilden de doopsgezinden van Jirnsum eigenlijk<br />

een nieuwe kerk. De gemeente, die weinig fondsen<br />

bezat, had ruim bijgedragen, maar toch waren<br />

de financiële middelen ontoereikend. Er kwam wel<br />

een pastorie. Later, in 1848, bleek het wél mogelijk<br />

het oude kerkgebouw te vernieuwen en anders in<br />

te richten. Dat gebeurde: de preekstoel ging van de<br />

zuidzijde naar de huidige plek, aan de westzijde.<br />

Aan de buitenkant kwam een nieuw voorportaal<br />

van hout. De kosten van deze ingreep kwamen gedeeltelijk<br />

voor rekening van de leden van de kerk<br />

(drie à vierduizend gulden) en er waren bijdragen<br />

van de Algemene Doopsgezinde Sociëteit. Ook<br />

wordt een “broerderlijke medewerking van een<br />

belangstellend lid eener naburige gemeente, onder<br />

ons woonachtig” vermeld. De kerkgevel werd<br />

voorzien van de, nu nog aanwezige, classicistische<br />

ingangspartij. De gebrandschilderde ramen werden<br />

verplaatst naar de vernieuwde gevel. Aan weerszijden<br />

daarvan zijn gedenkstenen ingemetseld, één<br />

met een bijbeltekst en de andere met het opschrift:<br />

“Dit kerkgebouw der Doopsgezinde Gemeente is<br />

gesticht in 1684, inwendig vernieuwd in 1848 en<br />

opnieuw hersteld en van ruimer toegang voorzien<br />

in 1866”.<br />

Het éénklaviersorgel uit 1882 werd gebouwd door<br />

de firma Bakker en Timmenga te Leeuwarden,<br />

die vaak orgels plaatste in doopsgezinde kerken.<br />

Firmant Bakker was zelf doopsgezind. Het<br />

orgel is opgesteld boven de, in het huidige interieur<br />

gehandhaafde, preekstoel van 1848, en kreeg<br />

opknapbeurten in 1916 (nieuwe windlade en mechanieken),<br />

1937 (w.o. wijziging dispositie) en 1997.<br />

Voor de huidige dispositie zij verwezen naar bladzijde<br />

193 van ‘Vijf Eeuwen Friese Orgelbouw’.


pagina 12<br />

Friese orgelkrant<br />

Het Bakker & Timmenga-orgel (1882) in de voormalige Doopsgezinde Kerk van Jirnsum.<br />

Foto: Johan Sjoukema, Leeuwarden.<br />

De Sint-Piterkerk in Grou<br />

De orgelexcursie eindigt in Grou, watersportdorp bij<br />

uitstek, gelegen aan de zuidwestkant van het Pikmeer.<br />

De plaats is een vroegmiddeleeuws terpdorp<br />

in wat het ‘Lage Midden’ wordt genoemd. Rondom<br />

het dorp is het één en al water. Wie Grou zegt, zegt<br />

Sint-Piter. Zo is Sint-Piter in Grou belangrijker dan<br />

Sint-Nicolaas. De intocht is aan eerstgenoemde<br />

voorbehouden en wel in februari, enige dagen voor<br />

de pakjesavond op de 21e.<br />

De Sint-Piterkerk dateert van de eerste helft van<br />

de 12e eeuw. De eerste kerk was van tufsteen gebouwd,<br />

in Romaanse stijl. Delen zijn nog terug te<br />

vinden aan de noord- en oostzijde van het koor en<br />

aan de noordkant van het schip: hier laat zich de<br />

bouwgeschiedenis van de kerk uitzonderlijk goed<br />

aflezen. Aan de noordzijde bevinden zich in het<br />

tufstenen muurwerk rondbogige spaarvelden tot<br />

op de grond. Het uiteinde van het koor toont een<br />

klimmend boogfries met daaronder een nog net<br />

waarneembaar spoor van een klein rondboogvenster,<br />

erboven een afsluitend horizontaal boogfries.<br />

De kerk is meerdere malen vergroot, het eerst in<br />

de 13e eeuw toen het schip werd verhoogd in een<br />

combinatie van tuf- en (voornamelijk) baksteen.<br />

Fraai is de horizontale afsluiting met opnieuw een<br />

boogfries.<br />

KERKORGELS<br />

• nieuwbouw<br />

• restauratie<br />

• onderhoud<br />

• stemmen<br />

Vraag vrijblijvend inlichtingen<br />

Vreeweg 49<br />

8071 SJ<br />

Tel. 0341 25 24 84<br />

www.hendriksen-reitsma.nl<br />

<strong>In</strong> de 15e eeuw is het schip naar het westen<br />

verlengd en voor de tweede keer verhoogd. De<br />

toren is waarschijnlijk rondom een oudere versie<br />

opgebouwd. De kappen van het schip werden<br />

vernieuwd in 1520. Aan de zuidkant werden grote<br />

spitsbogige vensters in gotische stijl ingemetseld.<br />

Rechts daarvan is in 1642 een zonnewijzer geplaatst.<br />

Boven de toreningang, op een eveneens<br />

spitsbogige timpaan, vermeldt een gedenksteen<br />

met wapen dat er in 1672 voor het kerkhof drie eiken<br />

geschonken zijn door de toenmalige grietman<br />

van Idaarderadeel, jonkheer Burmania, samen<br />

met zijn vrouw.<br />

Het koor is na de hervorming van het schip gescheiden.<br />

Het was vanaf de 2e helft van de 17e<br />

eeuw tot aan 1832 recht- en raadhuis, daarna lange<br />

tijd kosterswoning, vandaar de raampartijen.<br />

Nu is het de consistorie.<br />

Het huidige interieur wordt overkapt door een,<br />

waarschijnlijk 17e-eeuws, houten tongewelf.<br />

Bij de restauratie in 1992 zijn delen van de 17eeeuwse<br />

preekstoel in de oostelijke afsluiting, waar<br />

de kansel zich sinds 1902 bevond, verwerkt. De<br />

Sint Piter kreeg toen de preekstoel uit de hervormde<br />

kerk van Gorredijk, die in 1985 afgebroken<br />

werd. Hij dateert van 1683 en is versierd met<br />

toogpanelen en heeft op de hoeken van de kuip<br />

Orgel Herv. Kerk s'Gravenzande. Bakker en<br />

Timmenga 1899, Restauratie Hendriksen &<br />

Reitsma 1970 Renovatie 2008.<br />

gewrongen pilasters. De preekstoel staat nu (weer)<br />

aan de zuidzijde. Het interieur bevat een viertal herenbanken,<br />

twee 17e-eeuwse aan de noordkant en<br />

twee 18e-eeuwse aan de westzijde, de laatste met<br />

wangstukken in Lodewijk XIV-stijl. <strong>In</strong> 1992 is ook de<br />

houten vloer uit de kerk verwijderd en kwamen de<br />

grafzerken van adellijke families weer te voorschijn.<br />

Van de koperen kronen zijn de drie kaarsenkronen<br />

laat 17e-eeuws, twee zijn uit het restauratiejaar.<br />

Boven de galerij aan de westzijde bevindt zich<br />

een, in 1654 door de grietman Carel van Roorda<br />

geschonken, tekstbord. We lezen daarop o.a. ‘Lex<br />

speculum maledictionis’ (de wet is de spiegel van<br />

het kwaadspreken) en ‘Fidès anchora salutis’ (het<br />

geloof is het anker van het heil).<br />

De Sint Piterkerk had al voor de Reformatie een<br />

orgel. <strong>In</strong> 1572 werd dat opgeknapt, zo blijkt uit de<br />

archieven. <strong>In</strong> 1654 bouwde orgelmaker Willem<br />

Meynderts een nieuw instrument, waarbij het oude<br />

orgel een functie als rugpositief kreeg. Het nieuwe<br />

orgel had drie klavieren en telde zestien stemmen.<br />

Het orgel werd geplaatst op de westelijke galerij,<br />

boven de ingang. <strong>In</strong> 1852/1853 kwam er een geheel<br />

nieuw orgel in de kerk, gemaakt door de firma<br />

L. van Dam & Zonen. Het werd nu gebouwd op<br />

een galerij aan de oostzijde, tegen de scheidingswand<br />

tussen koor en schip. De vroegere galerij<br />

werd een ‘kraak’ met nieuwe zitplaatsen.<br />

Het orgel heeft twee klavieren en een vrij pedaal. <strong>In</strong><br />

1858 voegde Van Dam een pedaalkoppel toe die in<br />

1929 werd vernieuwd. Vanaf dit moment koppelde<br />

het pedaal door aan het Bovenwerk bij gebruik van<br />

manuaalkoppel en pedaalkoppel. Bij de jongste<br />

restauratie is deze koppel weer in originele staat<br />

hersteld, zoals van Dam deze in 1858 had aangebracht.<br />

<strong>In</strong> 1886 en 1890 onderging het orgel enkele<br />

dispositiewijzigingen. <strong>In</strong> de loop van de tijd onderging<br />

het orgel enkele wijzigingen. Bij de kerkrestau-<br />

Het gerestaureerde Van Damorgel (1853) in de Sint-Piterkerk te Grou.<br />

Foto: Peter van der Zwaag, Groningen.<br />

ratie van 1908 werd de kas zwart geschilderd. <strong>In</strong><br />

1974 is het orgel gerestaureerd door de firma Bakker<br />

& Timmenga uit Leeuwarden. Het Bovenwerk<br />

kreeg de oorspronkelijke dispositie terug. De kas<br />

kreeg in 1992 weer de oude mahoniehouten kleur.<br />

De restauratie van 2011 was allereerst noodzakelijk<br />

om de orgelkas weer recht te zetten. Deze was<br />

zes centimeter verzakt als gevolg van verzakking<br />

van de kerk. De kas moest derhalve ongeveer zes<br />

centimeter worden opgetild. Hiervoor werd al het<br />

pijpwerk uit de orgelkas verwijderd. Dat bood orgelmakerij<br />

Bakker en Timmenga de gelegenheid ook<br />

de mechanieken na te kijken en waar nodig te herstellen.<br />

De uitvoering van de werkzaamheden vond<br />

plaats onder advies van Theo Jellema, die deze<br />

taak overnam van <strong>Jan</strong> <strong>Jongepier</strong>. De restauratie,<br />

die officieel op 11 december 2011 werd afgesloten<br />

toen het orgel weer in gebruik werd genomen,<br />

wordt elders in deze Friese Orgelkrant door Theo<br />

Jellema beschreven.<br />

De dispositie:<br />

Hoofdwerk: Prestant 16 voet, Octaaf 8 voet, Quintadeen<br />

8 voet discant, Portunaal 8 voet discant,<br />

Octaaf 4 voet, Roerfluit 4 voet, Woudfluit 2 voet,<br />

Mixtuur 2-4 sterk, Cornet 3 sterk discant, Trompet<br />

8 voet.<br />

Bovenwerk: Roerfluit 8 voet, Salicionaal 8 voet, Viola<br />

da Gamba 8 voet, Salicet 4 voet, Fluit Travers 4<br />

voet, Gemshoorn 2 voet, Dulciaan 8 voet.<br />

Pedaal: Subbas 16 voet, Prestant 8 voet, Quintadeen<br />

8 voet, Octaaf 4 voet, Trombone 8 voet.<br />

Het orgel heeft een manuaalkoppel, een pedaalkoppel,<br />

afsluitingen voor HW / BW / P, een tremulant<br />

en een Windloser. De manuaalomvang is C-g3<br />

en de pedaalomvang C-d1.<br />

Geert van der Heide & Keimpe van der Wal<br />

Mense Ruiter<br />

Orgelmakers BV<br />

info@menseruiter.nl<br />

Foto: Orgel te Sexbierum, Sixtuskerk, restauratie 2011


Friese orgelkrant pagina 13<br />

De orgelrestauratie in de Sint-Margaretakerk van Boksum<br />

De Sint-Margaretakerk in Boksum.<br />

Foto: Aart van Beek (orgeladviseur), Balkbrug.<br />

Beknopt historisch overzicht<br />

Het instrument dateert in eerste aanleg uit 1675-<br />

1676. Harmen <strong>Jan</strong>s uit Berlikum maakte een orgel<br />

met één klavier, het verving een ouder orgel. <strong>Jan</strong><br />

Franssen uit Zweins voegde in 1728 een rugwerk<br />

toe. <strong>In</strong> 1768 voerde F. <strong>Jan</strong>s Reidsma voor fl. 274,--<br />

een reparatie uit, een volgende, omvangrijker, reparatie<br />

verrichtte Auke Campen in 1783 voor fl. 366,--.<br />

<strong>In</strong> het verlengde van omvangrijke werkzaamheden<br />

aan kerk en toren in 1798-1799 werd het orgel<br />

vernieuwd. Auke Arjens ontving fl. 474,-- voor het<br />

timmeren aan en het “verbrengen” van het orgel.<br />

Lambertus van Dam vernieuwde het instrument<br />

voor fl. 1210,--. Dit bedrag werd in 1799 aan hem<br />

uitbetaald. <strong>In</strong> 1810 maakte Wytse Douwes de houten<br />

draperieën (“een kleeds verbeelding”) voor het<br />

orgel. <strong>In</strong> 1813 voegde <strong>Jan</strong> Reinders Radersma een<br />

voetklavier toe.<br />

Bij de instorting van de toren in 1842 bleef het orgel<br />

gespaard, maar er was wel schade, de windvoorziening<br />

ging verloren. <strong>In</strong> 1843 werd de huidige toren<br />

gebouwd. De orgelkassen werden in dat jaar geschilderd<br />

door J.Kijlstra en de orgelmakers Hardorff<br />

en Van der Meer voerden herstellingen uit. Hardorff<br />

plaatste drie nieuwe spaanbalgen. De betalingen in<br />

de periode 1844-1846 voor de door Van der Meer<br />

en Hardorff uitgevoerde werkzaamheden aan het<br />

orgel bedroegen totaal in fl. 519,41. <strong>In</strong> 1864 volgde<br />

een niet gespecificeerde, aanzienlijke verbetering<br />

en herstelling voor fl. 193,--, opnieuw door Hardorff<br />

Het orgelfront vóór demontage.<br />

Foto: Johan Sjoukema, Leeuwarden<br />

uitgevoerd. Vervolgens werd in 1868 door hem de<br />

Trompet vernieuwd en de wind “geëgaliseerd”. <strong>In</strong><br />

1869 maakte K.P. Kuperus een beschot achter het<br />

orgel en een zinken bekleding op de daken van<br />

de kassen. <strong>In</strong> 1881 plaatste Hardorff een Viool de<br />

Gambe en bracht hij tinfolie op de frontpijpen aan.<br />

Het onderhoud bleef tot 1891 bij Hardorff en werd<br />

vervolgens tot 1907 door J.F. Kruse voortgezet.<br />

Vanaf 1909 werd het onderhoud verzorgd door orgelmakerij<br />

Bakker & Timmenga. Deze orgelmakerij<br />

voerde in 1918 een omvangrijke verbouwing uit,<br />

betreffende een totale vernieuwing van windvoorziening,<br />

windladen, claviatuur, regeerwerk en een<br />

wijziging van de dispositie en toonhoogte. De toen<br />

gerealiseerde structuur is tot heden aanwezig.<br />

Het uitgangspunt van de restauratie 2011-2012<br />

<strong>Jan</strong> <strong>Jongepier</strong> formuleerde in 2005 een drietal opties<br />

voor een restauratie van het orgel. Er werd vervolgens<br />

door de opdrachtgever de <strong>Stichting</strong> Âlde<br />

Fryske Tsjerken besloten om de eerste optie, een<br />

conserverende restauratie, uit te voeren. Het werk<br />

werd opgedragen aan orgelmakerij Pels & Van<br />

Leeuwen te ’s-Hertogenbosch. <strong>In</strong> januari 2011 namen<br />

de werkzaamheden een aanvang.<br />

Onderzoek naar bouwsporen<br />

Over de disposities ontbreken archivalische gegevens.<br />

De dispositieverzameling van Broekhuyzen<br />

is onbetrouwbaar vanwege de verwarring tussen<br />

Boxum en Bozum. Een bruikbaar gegeven is een<br />

bericht uit 1858 dat de schoolmeester-organist van<br />

Boksum opstelde voor het Fries Genootschap. Hij<br />

noemt daarin onder andere een aantal van 16 registers,<br />

een kort octaaf en stelt dat het orgel door<br />

Lambertus van Dam “geheel vernieuwd en in de tegenwoordigen<br />

kasten gebragt” werd. <strong>In</strong> 1798 kreeg<br />

het rugwerk, zoals blijkt uit de registergaten, zeven<br />

registers en bevatte het hoofdwerk kennelijk negen<br />

stemmen.<br />

Het orgel is voorlopig het enige ‘document’ dat<br />

nadere informatie kan verschaffen. Na de demontage<br />

is door mij een uitgebreid onderzoek van de<br />

onderdelen gestart, waarin orgelmaker Rochus van<br />

Rumpt een substantieel aandeel heeft. Dit onderzoek<br />

was bij het opstellen van dit artikel nog niet<br />

voltooid en er kunnen dan ook geen definitieve<br />

conclusies worden getrokken. Over de periode van<br />

1676 tot 1798 is en blijft er veel onduidelijkheid.<br />

Er resten de kassen die in 1798 zijn verplaatst en<br />

aangepast en vervolgens nog een aantal malen zijn<br />

vertimmerd.<br />

Het huidige snijwerk dateert (grotendeels) uit 1798.<br />

Aan de hand van het pijpwerk is zonder twijfel duidelijk<br />

dat de klavieromvang bestond uit 45 tonen<br />

(C, D, E, F, G, A tot en met c 3 ). De toonhoogte was<br />

koortoon of althans circa een halve toon boven a 1<br />

= 435 Hz. <strong>In</strong> het rugwerk is pijpwerk van voor 1798<br />

in vier registers verwerkt. Het betreft de binnenpijpen<br />

van de Prestant 4 vt, een belangrijk deel van de<br />

Holpijp 8 vt, Fluit 4 vt en Woudfluit 2 vt. Dit pijpwerk<br />

is hoofdzakelijk van de hand van <strong>Jan</strong> Franssen, er<br />

is mogelijk ook enig restmateriaal van Harmen <strong>Jan</strong>s<br />

in aanwezig.<br />

Lambertus van Dam handhaafde de oude klavieromvang<br />

en toonhoogte. Het pijpwerk van het<br />

hoofdwerk werd vrijwel geheel nieuw gemaakt. Het<br />

betreft aanwijsbaar de registers Praestant 8 vt (de<br />

binnenpijpen), Octaaf 4 vt, Quint 3 vt, Octaaf 2 vt,<br />

Mixtuur, Holpijp 8 vt, Fluit 4 vt en Trompet 8 vt. De<br />

Mixtuur bevatte een tertskoor en had in de bas vier<br />

koren. Ook in de toestand van 1798 was geen voetklavier<br />

aanwezig.<br />

De diverse werkzaamheden van Hardorff zijn summier<br />

omschreven maar zijn – gegeven de kosten<br />

– omvangrijk geweest. De verbetering van de<br />

Trompet 8 vt betrof vervanging van diverse kelen<br />

en tongen en het passend maken van de koppen in<br />

de stevels. De in 1881 geplaatste Viool de Gamba<br />

(vanaf g 0 ) zal zeker in de plaats van een ander register<br />

zijn gekomen, welk is nog onduidelijk. Van het<br />

door Hardorff aangebrachte tinfolie op de frontpijpen<br />

zijn op drie pijpen resten gevonden.<br />

De toestand 1918 tot heden.<br />

<strong>In</strong> 1918 voerde orgelmakerij Bakker & Timmenga<br />

omvangrijke werkzaamheden uit. De technische<br />

structuur werd geheel vernieuwd. De orgelkassen<br />

werden vrijwel geheel in de toen bestaande vorm<br />

gehandhaafd. De ornamentiek en de beschildering<br />

bleven ongewijzigd. Voor de bredere claviatuur<br />

(manuaalomvang 54 tonen), werden de stijlen en<br />

een deel van de panelen aan weerszijden van de<br />

oude claviatuur weggezaagd.<br />

De oude registergaten werden, van zowel de hoofd-<br />

als rugwerkkas, afgedekt met kussentableautjes.<br />

De nieuwe registerknoppen, met porseleinen<br />

naamplaatjes, werden dichter bij de plaats van<br />

de bespeler aangebracht. De fronttorens werden<br />

voorzien van zinken pijpen. De ondervelden van de<br />

hoofdkas kregen sprekend pijpwerk, gemaakt uit<br />

metaal van versneden Van Dampijpen. De bovenvelden<br />

werden gevuld met onversneden binnenpijpen,<br />

waarvan de voeten werden verlengd en de<br />

oude ronde labia naar een spitsvorm werden “bijgewreven”.<br />

<strong>In</strong> de velden van het rugwerk werden<br />

loze houten pijpjes aangebracht. Alle frontpijpwerk<br />

werd met aluminiumverf bijgekleurd. Een nieuwe<br />

magazijnbalg, met enkele vouw en met twee<br />

schepbalgen werd in de torenruimte geplaatst. De<br />

windladen en kanalisatie werden nieuw gemaakt.<br />

Na demontage van de hoofdwerklade bleek dat<br />

voor enkele scheien hout werd gebruikt van diverse<br />

oudere onderdelen, ook elders zijn resten van oude<br />

houten delen gevonden.<br />

Een groot deel van het oude pijpwerk werd opnieuw<br />

gebruikt, aangepast aan de lagere toonhoogte<br />

en de verandering van het mensuurbeeld.<br />

Het grotere prestantpijpwerk werd voorzien van expressions<br />

of stemkrullen in de bovenranden, kleiner<br />

pijpwerk werd afgesneden. De Trompet werd een<br />

toets hoger geplaatst en aangevuld. De Holpijp 8 vt<br />

en de bas van de Fluit 4 vt werden niet verplaatst,<br />

maar omgestemd.<br />

De Fluit 4 vt discant bestaat uit conisch pijpwerk<br />

dat van een ander register afkomstig is. <strong>In</strong> het rugwerk<br />

werden de vier oude registers gewijzigd door<br />

verschuiving en aanvulling, zo werd de Octaaf 2 vt<br />

Detail van het register Fluit 4 vt in het Rugwerk.<br />

Foto: Aart van Beek (orgeladviseur), Balkbrug.<br />

Orgelmaker Henrik Spehr restaureert de schepbalgen.<br />

Foto: Aart van Beek (orgeladviseur), Balkbrug.<br />

vermaakt tot een Woudfluit 2 vt. De Viool de Gambe<br />

van Hardorff werd zwevend gestemd en Vox<br />

Céleste genoemd. Bakker & Timmenga maakte<br />

een nieuwe Bourdon 16 vt, Viola 8 vt, Aeoline 8 vt<br />

en nieuwe houten pijpen voor het groot octaaf van<br />

beide gedekte 8-voets registers. Ook de incidentele<br />

aanvullingen in de diverse registers en, vrijwel<br />

zeker, het zinken pijpwerk werden in de eigen pijpenmakerij<br />

vervaardigd. Opvallend aan het oude<br />

pijpwerk is dat Bakker & Timmenga zo veel mogelijk<br />

het aanbrengen van kernsteken achterwege<br />

heeft gelaten. Bij een behoorlijk aantal pijpen is de<br />

oorspronkelijke klank daarom nog te achterhalen.<br />

De in 1918 gevolgde aanpak lijkt mede beïnvloed<br />

door materiaalschaarste als gevolg van de nog in<br />

gang zijnde eerste wereldoorlog.<br />

De huidige dispositie:<br />

Hoofdwerk: Praestant 8 vt – Bourdon 16 vt (C-h 0<br />

hout) – Viola 8 vt (C-H gecombineerd met de Holpijp)<br />

– Holpijp 8 vt (C-H hout) – Octaaf 4 vt – Fluit 4 vt – Octaaf<br />

2 vt – Mixtuur II-IV – Trompet 8’ (houten koppen<br />

en stevels).<br />

Rugwerk: Praestant 4 vt – Holpijp 8 vt (C-H hout)<br />

– Aeoline 8 vt (C-H gecombineerd met de Holpijp) –<br />

Vox Celeste 8 vt (vanaf c 0 ) – Fluit 4 vt – Woudfluit 2 vt.<br />

Manuaalk oppel.<br />

Pedaal: aangehangen (C tot en met d 1 ).<br />

Samenstelling Mixtuur:<br />

• C 1⅓’ + 1’<br />

• G 2’+ 1⅓’ + 1’<br />

• g 0 2 ⅔ + 2’+ 1⅓’ + 1’<br />

• g 1 4’ + 2 ⅔ + 2’+ 1⅓’<br />

• g 2 5⅓’ + 4’ + 2 ⅔ + 2’<br />

De grote diversiteit van de onderdelen in ouderdom<br />

en makelij geeft aanleiding om in analogie daarmee<br />

het instrument te typeren als het “Harm-Frans Dammengaorgel”<br />

van Boksum, een uniek instrument zowel<br />

uiterlijk als in klank!<br />

© Aart van Beek, januari 2012<br />

Aart van Beek begon zijn activiteiten als orgeladviseur<br />

in 1974. <strong>In</strong> de periode van 1979 t/m 2003<br />

was hij gecommitteerde voor orgelzaken van de<br />

voormalige Orgelcommissie der Nederlandse Hervormde<br />

Kerk.


pagina 14<br />

Friese orgelkrant<br />

Het Rohlfingorgel in de Sint-Vituskerk te Blauwhuis<br />

De voorganger van de huidige Sint-Vituskerk in Blauwhuis kwam in 1804 in het bezit van een pijporgel dat in 1871 - vier<br />

jaar nadat de neogotische schepping van dr. P.J.H. Cuypers in het dorp was verrezen - door E. Ypma werd geplaatst in het<br />

nieuwe kerkgebouw. Het werd kort na 1890 afgebroken en verdween spoorloos. Er kwam een harmonium dat op zijn beurt<br />

in 1924 het veld moest ruimen voor het huidige orgel. Dit instrument werd geleverd door de Duitse Firma Gebrüder Rohlfing<br />

te Osnabrück op aanraden van de priester J.A.S. van Schaik die hiervoor te rade was gegaan bij zijn collega-priestermusicus<br />

prof. dr. H. Vroom. Laatstgenoemde kende het Rohlfingorgel in de voormalige Heilige Hartkerk aan de Moesstraat te<br />

Groningen en roemde dit instrument. Het orgel in Blauwhuis werd geleverd via de Firma Holtman & Leemhuis te Zuidbroek<br />

die als vertegenwoordiger voor Rohlfing fungeerde. De prijs was ƒ 7.800,-. Op 16 december 1924 om 14.00 uur werd het<br />

orgel in gebruik genomen met een bespeling door Jony Ponten uit Groningen. Hij voerde werken uit van Johann Sebastian<br />

Bach, Alexandre Guilmant, Josef Schildknecht en Jacques Lemmens.<br />

De periode waarin dit instrument tot stand kwam<br />

wordt door sommigen nog steeds beschouwd<br />

als een dieptepunt in de orgelbouw. <strong>In</strong> die opvatting<br />

is de laatste jaren enige nuancering gekomen.<br />

Hoewel de kwaliteit van de gebruikte<br />

materialen soms ernstig leed onder de economische<br />

crisis en de felle concurrentie tussen de orgelbouwers,<br />

bleken vele constructies toch doelmatig<br />

en is de klank van sommige instrumenten<br />

zeer fraai, zeker binnen de voorstelling die men<br />

zich daar indertijd van maakte. Het orgel in<br />

Blauwhuis is in vele opzichten een kenmerkend<br />

voorbeeld van de Duitse orgelbouw uit het eerste<br />

kwart van de 20ste eeuw. Dergelijke instrumenten<br />

werden vaak als “valuta-orgels” aangeduid<br />

vanwege het lage bedrag dat ze kostten<br />

dankzij de sterk gedevalueerde Reichsmark. Bij<br />

het orgel in Blauwhuis uit zich dit aspect in het<br />

relatief grote aantal zinken pijpen en het gebruik<br />

van voornamelijk naaldhout.<br />

De door P.J.H. Cuypers ontworpen Sint-Vituskerk<br />

(1867) in Blauwhuis. Foto: Johan Sjoukema (zomer<br />

2010), Leeuwarden.<br />

<strong>In</strong> 1952 wijzigde Vermeulen te Alkmaar de dispositie<br />

van het instrument waarbij hij de Viola di<br />

Gamba van het Hoofdmauaal verving door een<br />

Kwint 2⅔ voet en de Salicionaal 8 voet van het<br />

Zwelwerk door een Sesquialter 1 à 2 sterk. Ook<br />

de samenstelling van de Mixtuur werd toen licht<br />

gewijzigd.<br />

Deze wijzigingen in neobarokke zin zijn in het<br />

midden van de jaren negentig van de vorige<br />

eeuw door Adema-Schreurs Kerkorgelbouw ongedaan<br />

gemaakt. Antoine Schreurs kon daarvoor<br />

pijpwerk uit voorraad gebruiken dat stamde uit<br />

dezelfde periode als het orgel en dat qua materiaal,<br />

mensuur en factuur overeenkwam met het<br />

oorspronkelijke pijpwerk. Tegelijkertijd bracht hij<br />

het instrument weer in speelbare staat en maakte<br />

hij het schoon waarbij hij veel hulp ontving van<br />

vrijwilligers uit de parochie. Dankzij de weer functionerende<br />

toestand van het instrument kon de<br />

klank worden beoordeeld door de orgeldeskundigen<br />

van de toen zo geheten Rijksdienst voor<br />

de Monumentenzorg (thans Rijksdienst voor het<br />

Cultureel Erfgoed). Dat leidde ertoe dat het orgel<br />

kon worden bijgeschreven op de redengevende<br />

omschrijving van het kerkgebouw.<br />

Bij de huidige restauratie is het gehele orgel<br />

schoongemaakt en grondig hersteld. Daarbij<br />

is ook de oorspronkelijke samenstelling van de<br />

Mixtuur gereconstrueerd door de in 1952 geplaatste<br />

pijpen te vervangen door kopieën van<br />

de oorspronkelijke exemplaren die qua factuur<br />

en mensuur veel beter in het geheel passen.<br />

Een korte beschrijving volgt hieronder.<br />

Het orgel is opgesteld in drie delen: in twee eenvoudige<br />

kassen ter weerszijden van de tribune<br />

en in een door een houten schot afgescheiden<br />

ruimte achter de speeltafel bij de westgevel van<br />

de kerk. Op die wijze blijft het rozetvenster in de<br />

westmuur grotendeels vrij. De kassen bestaan<br />

uit massief eiken lijst- en regelwerk en eiken<br />

gefineerde triplex panelen. De opstelling van de<br />

windladen in de kassen is als volgt:<br />

• in de twee voorste kassen bevindt zich het<br />

Hoofdmanuaal. De laden liggen loodrecht op het<br />

voorfront met de grootste pijpen achteraan, in de<br />

linker kas de C-kant en in de rechter de Cis-kant;<br />

• Zwelwerk en Pedaal bevinden zich in de ruimte<br />

achter de speeltafel. Het Zwelwerk tegen de<br />

westmuur in piramidale opstelling en het Pedaal,<br />

eveneens piramidaal, tegen de rechter torenwand.<br />

De windvoorziening bestaat uit een “schwimmerbalg”.<br />

Bij de laatste restauratie is de stelling<br />

waarop deze staat, verhoogd, zodat de in<br />

het midden van de jaren negentig van de 20e<br />

eeuw vernieuwde windmachine daaronder een<br />

plaats heeft kunnen vinden. De balg is opnieuw<br />

beleerd.<br />

De laden zijn van het type “Hängeventillade”,<br />

waarbij de zogenoemde keilvormige “Witzig”balgjes<br />

verticaal geplaatst zijn. Het systeem<br />

werkt met één winddruk. <strong>In</strong> de registercancel<br />

bevindt zich onder elke pijp een met darmleder<br />

bekleed balgje met op het vrije blad een cirkelvormig<br />

afsluitventieltje. Wanneer de toets niet<br />

wordt aangeslagen, is dit balgje gevuld met lucht<br />

waardoor het ventieltje de toegang tot het kanaal<br />

naar de pijp afsluit. Zodra de toets wordt aangeslagen<br />

ontsnapt de wind uit het balgje, zodat het<br />

ventieltje de weg vrijmaakt voor de wind vanuit<br />

de registercancel naar de pijp. De ladelichamen<br />

zijn van naaldhout. Dit hoeft bij Duitse orgels niet<br />

als een negatief aspect te worden aangemerkt.<br />

<strong>In</strong> Thüringen vervaardigden ook de beste orgelmakers<br />

in de 18de eeuw de meeste (sleep)laden<br />

van naaldhout.<br />

Het orgel is voorzien van buizenpneumatiek die<br />

opmerkelijk ver is doorgevoerd. Zelfs de zwelkast<br />

wordt pneumatisch bediend terwijl dit op simpele<br />

wijze mechanisch had kunnen gebeuren.<br />

Vanuit de speeltafel gaan loden conducten in<br />

Het Rohlfingorgel (1924) in de Sint-Vituskerk te Blauwhuis een jaar vóór de start van de orgelrestauratie door<br />

Adema’s Kerkorgelbouw eind 2010. Foto: Johan Sjoukema, Leeuwarden.<br />

bundels naar de pneumatische stations onder<br />

de windladen.<br />

De keilbalgjes in de windladen zijn, na meer dan<br />

80 jaar trouwe dienst, alle vervangen.<br />

De vrijstaande speeltafel bevindt zich midden<br />

achteraan op de tribune vóór de afgeschotte<br />

ruimte met het Zwelwerk en Pedaal. Vanuit die<br />

positie kan de organist zowel naar de dirigent als<br />

naar het hoofdaltaar kijken. De speeltafel bezit<br />

twee handklavieren waarvan de ondertoetsen<br />

zijn belegd met kunststof.<br />

De registerwippers bevinden zich in een horizontale<br />

rij boven de klavieren en voor diverse functies<br />

zijn er als stiften uitgevoerde drukknopjes in<br />

de onderlijst van Manuaal I aangebracht.<br />

Het zwelpedaal is uitgevoerd als balanstrede<br />

en het registercrescendo wordt naar Duitse gewoonte<br />

bediend door een rolzweller met een<br />

klokvormige indicator in de lijst boven de handklavieren.<br />

De dispositie is als volgt:<br />

Hoofdmanuaal (Manuaal I, C-g³, 56 tonen):<br />

Bourdon 16 v t, Prestant 8 vt, Fluit Harmonique<br />

8 vt, Viola di Gamba 8 vt, Trompet harmonique 8<br />

vt, Octaaf 4 vt, Octaaf 2 vt’, Mixtuur 3 sterk (samenstelling<br />

Mixtuur: C 1⅓-1, fº 2-1⅓-1, f¹ 2⅔-2-<br />

1⅓, f² 4-2⅔-2).<br />

Zwelwerk (Manuaal II, C-g³, 56 tonen): Vioolprestant<br />

8 vt, Holpijp 8 vt, Salicionaal 8 vt, Voix<br />

Nog een Rohlfingorgel in Fryslân: het orgel (1920) in<br />

de Gereformeerde Kerk van Munnekezijl.<br />

Foto: Riemer G. van der Veen, Fenderlee Imaging<br />

Leeuwarden.<br />

celeste 8 vt, Flute octaviant 4 vt, Piccolo 2 vt,<br />

Basson-Hobo 8 vt.<br />

Pedaal (C-d¹, 27 tonen): Subbas 16 vt, Octaafbas<br />

8 vt.<br />

Koppels en speelhulpen: II-I, I-P, II-P, II-II 4’, II-I 4’,<br />

II-I 16’, Rolzweller, Balanstrede voor de zwelkast<br />

van Manuaal II, Drukknopjes als stiften in de onderlijst:<br />

Tremolo Holpijp en nulsteller; Pedaalomschakelaar<br />

en nulsteller; Generaal Crescendo en<br />

nulsteller; Piano, Mezzo-Forte, Forte, Tutti met<br />

nulsteller<br />

(Van de registers Viola di Gamba 8 vt en de Salicionaal<br />

8 vt zijn de pijpen in het midden van de<br />

jaren negentig van de vorige eeuw geplaatste<br />

kopieën van de originele exemplaren uit voorraad<br />

van de orgelmaker).<br />

Ton van Eck<br />

Nawoord van de redactie:<br />

Op zondag 13 mei zal het gerestaureerde orgel<br />

van Blauwhuis weer in gebruik worden genomen.<br />

Van de Blauwhuister orgelrestauratie zal<br />

een boekje verschijnen, zoals dat ook gebeurd<br />

is met de orgelrestauratie in de Michaëlkerk te<br />

Woudsend. Het boekje over deze laatstgenoemde<br />

restauratie, waaraan de Friese Orgelkrant vorig<br />

jaar aandacht besteedde, is van de hand van<br />

Ton van Eck en Victor Timmer. De titel is ‘Over<br />

Albertus van Gruisen en zijn orgel in Woudsend’.<br />

<strong>In</strong> 50 pagina’s behandelen de auteurs eerst het<br />

rooms-katholieke leven in Friesland vóór en na<br />

1853 (het jaar waarin de bisschoppelijke hiërarchie<br />

in ons land werd hersteld) alsmede het<br />

werk van orgelbouwer Albertus van Gruisen, algemeen<br />

én toegespitst op Friese staties. Vervolgens<br />

wordt in hoofdstuk 4 de geschiedenis van<br />

het Van Gruisenorgel in Woudsend beschreven.<br />

Daarbij komt uiteraard de orgelrestauratie van<br />

2009-2011 uitgebreid aan bod. Het hoofdstuk<br />

eindigt met een beschrijving van zowel het inwendige<br />

als uitwendige van het orgel na de restauratie.<br />

Hoofdstuk 5 gaat over het gebruik van<br />

het orgel in rooms-katholieke in de plaatselijke<br />

liturgische context. Het boekje eindigt met een<br />

evaluerend ‘Besluit’ van Ton van Eck, die tevens<br />

de adviseur bij de orgelrestauratie in Woudsend<br />

was. Tot slot is een verklarende lijst van vaktermen<br />

opgenomen. Verder bevat het boekje ondersteunende<br />

illustraties en het nodige fotomateriaal,<br />

op de omslag in kleur. Het boekje is voor<br />

vijf euro te bestellen bij mevrouw Carla Schraa<br />

van het kerkbestuur (telefoon 0514 – 591776).


MAART<br />

Friese orgelkrant pagina 15<br />

**ORGELEXCURSIE**<br />

Zaterdag 31 maart: voorjaarsexcursie van<br />

de <strong>Stichting</strong> <strong>Organum</strong> <strong>Frisicum</strong> naar de Sint-<br />

Martinuskerk in Tzummarum, de Sixtuskerk in<br />

Sexbierum, de Andreaskerk in Wijnaldum en de<br />

Grote Kerk in Harlingen. Excursieleiders: Theo<br />

Jellema en Peter van der Zwaag.<br />

Aanvang: 10.30 uur in Tzummarum. Ontvangst<br />

in Tzummarum vanaf 09.45 uur.<br />

Zaterdag 31, Berltsum (Berlikum), Kruiskerk,<br />

20.00 uur: Alef Wiersma, orgel; Siebe Westra,<br />

saxofoon en Jaap Akkerman, trompet<br />

APRIL<br />

Zondag 1, Drachten, Grote Kerk, 16.00 uur:<br />

Klaas van Marrum, orgel (concert annex zangdienst<br />

ten bate van de restauratie van de Grote<br />

Kerk)<br />

Maandag 9 (Tweede Paasdag), Bolsward, Martinikerk,<br />

15.30 uur: Martin Mans,orgel<br />

Zaterdag 14, Oosterwolde, Dorpskerk, 20.00<br />

uur Jubileumconcert met Voce Umana, het<br />

Trombonekwartet BoneBrass en Arian van der<br />

Mark, orgel (20 jaar organist)<br />

Woensdag 18, Opeinde, Geref. Kerk, 20.00<br />

uur: Bernard Kuiper, Bert van Cimmenaede en<br />

Riemke Dijkstra, orgel<br />

Zaterdag 21, Drachten, De Fonteinkerk, 20.00<br />

uur: Jos van der Kooy, orgel ('s middags een<br />

workshop voor Kerkorganisten, zie www.ckfdrachten.nl)<br />

Zaterdag 21, Damwoude, Chr. Geref. Kerk,<br />

20.00 uur: Harry Hamer (40 jaar organist), orgel<br />

Dinsdag 24, Drachten, Grote Kerk, 20.00 uur:<br />

Martin Mans, orgel<br />

Vrijdag 27, Bears, Mariakerk (Herv. Kerk),<br />

11.00 uur: mini-orgeltocht (orgelfietsroute) o.l.v.<br />

Joop Swieringa<br />

MEI<br />

Dinsdag 1, Ferwert, Sint-Martinustsjerke,<br />

20.00 uur: Martin Mans, orgel (Koninginnedag-<br />

Bervijdingsdagconcert)<br />

Het Van Damorgel (1844) in de Bordinekerk van Vrouwenparochie.<br />

Foto: Riemer Gerard van der Veen, Fenderlee Digital Imaging Leeuwarden.<br />

Zaterdag 5, Leeuwarden, Koepelkerk, 20.00<br />

uur: bevrijdingsconcert door Sebastiaan Schippers,<br />

orgel; Jelte de Jong, fluit en Miriam Stoffelsma,<br />

saxofoon.<br />

Dinsdag 8, Kollumerzwaag, Herv. Kerk, 20.00<br />

uur: Martin Mans, orgel<br />

vrijdag 11, Burgwerd, Johanneskerk, 20.00<br />

uur: ingebruiknameconcert door Theo Jellema,<br />

orgel en solistische medewerking.<br />

Zaterdag 12, Gytsjerk (Giekerk), Sint-Martinuskerk,<br />

14.00 uur; Oentsjerk (Oenkerk), Mariakerk,<br />

15.00 uur en Âldtsjerk (Oudkerk), Pauluskerk,<br />

16.00 uur; orgeltocht onder leiding van Sander<br />

van Marion, orgel<br />

Zaterdag 12, Zaandam e.o. en Monnickendam,<br />

dagexcursie KVOK-afdeling Fryslân naar<br />

Flentrop Orgelbouw en Monnickendam (Gerstenhauer<br />

1780). Meer info en aanmelden:<br />

j.rollema@planet.nl<br />

Zaterdag 12, Leeuwarden, Waalse Kerk, 20.00<br />

uur: Menno van Delft, klavecimbel en Theo Jellema,<br />

orgel. Eerste concert in de serie ‘Sweelinck<br />

en tijdgenoten’.<br />

Zondag 13, Leeuwarden, Doopsgezinde Kerk,<br />

15.00 uur: Sweelinckcantorij o.l.v. Take Beukema<br />

m.m.v. Broer de Witte, orgel en klavecimbel<br />

(Sweelinckproject)<br />

Maandag 14, Sneek, Sint-Martinuskerk-aande-Singel,<br />

20.00 uur: Aart de Kort, orgel<br />

Donderdag 17 (Hemelvaartsdag), Bolsward,<br />

Martinikerk, 15.00 uur: Harm Hoeve, orgel<br />

Vrijdag 25, Drachten, Grote Kerk, 20.00 uur:<br />

Sander van Marion, orgel<br />

Zaterdag 26, Leeuwarden, Waalse Kerk, 20.00<br />

uur: Theo Jellema, orgel. Tweede concert in de<br />

serie ‘Sweelinck en tijdgenoten’.<br />

Zaterdag 26, Drogeham, Chr. Geref. Kerk,<br />

20.00 uur: Wim Magré, orgel.<br />

JUNI<br />

Vrijdag 1, Harlingen, Grote Kerk, 20.00 uur:<br />

Eeuwe Zijlstra, orgel<br />

Zaterdag 2, Raerd (Boarnsterhim). Laurentiuskerk,<br />

16.00 uur: ingebruikname van het gerestaureerde<br />

Hillebrandorgel. <strong>In</strong>leiding en orgel- bespeling door Stef Tuinstra, orgeladviseur en<br />

organist<br />

Vrijdag 8, Donkerbroek en Wijnjewoude (Oud-<br />

Duurswoude), Hervormde Kerken: dubbelconcert<br />

door Arian van der Mark, orgel. Start om<br />

20.00 uur in Donkerbroek, vervolg om 21.15 uur<br />

in Wijnjewoude (Oud-Duurswoude)<br />

Zaterdag 9, Leeuwarden, Koepelkerk, 20.00<br />

uur: Sebastiaan Schippers, orgel m.m.v. de Fanfare<br />

uit Schraard<br />

Zaterdag 9, Tzum, Johanneskerk, 20.00 uur:<br />

Martin Mans, orgel.<br />

Maandag 11, Sneek, Sint-Martinuskerk-aande-Singel,<br />

20.00 uur: Paul van der Woude, orgel<br />

Dinsdag 12, Bolsward, Martinikerk, 20.00 uur:<br />

Christiaan <strong>In</strong>gelse, orgel<br />

Vrijdag 15, Harlingen, Grote Kerk, 20.00 uur:<br />

Ab Weegenaar, orgel<br />

Zaterdag 16, Leeuwarden, Waalse Kerk, 20.00<br />

uur: Theo Jellema, orgel en Hans Scholing, bas.<br />

Derde en laatste concert in de serie ‘Sweelinck<br />

en tijdgenoten’.<br />

Maandag 18, Sneek, Martinikerk, 20.00 uur:<br />

Dirk S. Donker, orgel<br />

Dinsdag 19, Bolsward, Martinikerk, 20.00 uur:<br />

Wim Magré, orgel<br />

Vrijdag 22, Dokkum, Grote of Martinuskerk,<br />

20.00 uur: Auke de Boer, orgel (Sweelinck en<br />

tijdgenoten)<br />

Vrijdag 22, Haskerhorne, Dorpskerk, 20.00<br />

uur: Henk de Vries met een concert op het<br />

(oude) orgel en op het nieuwe bijbelregaal van<br />

Wim Dijkstra<br />

Zaterdag 23, Minnertsga, Meinardskerk, 20.00<br />

uur: Martin Mans, orgel<br />

Zondag 24, Burgum (Bergum), Kruiskerk,<br />

16.00 uur: Johan Beeftink, orgel<br />

Maandag 25, Sneek, Martinikerk, 20.00 uur:<br />

Petra Veenswijk, orgel<br />

Dinsdag 26, Bolsward, Martinikerk, 2 0 . 0 0<br />

uur: Sander van Marion, orgel<br />

Vrijdag 29, Dokkum, Grote of Martinuskerk,<br />

Adema-Verschuerenorgel (1873/1983/2001) in de Sint-Martinuskerk van Ferwert.<br />

Foto: Riemer Gerard van der Veen, Fenderlee Digital Imaging Leeuwarden.<br />

20.00 uur: Sola Gratia o.l.v. Ties Molenhuis<br />

m.m.v. Auke de Boer, orgel<br />

Vrijdag 29, Harlingen, Grote Kerk, 20.00 uur:<br />

<strong>Jan</strong> Luth, orgel<br />

**DONATEURSCONCERT**<br />

Vrijdag 29 juni, Donateursconcert van de<br />

<strong>Stichting</strong> <strong>Organum</strong> <strong>Frisicum</strong> in Zweins, Reginakerk,<br />

19.30 uur: ontvangst met koffie of<br />

thee. Toelichting om 20.00 uur door Broer de<br />

Witte.<br />

Aansluitend concerteren Broer de Witte (orgel)<br />

en Hannah de Witte (traverso en fluit).<br />

Zaterdag 30, Franeker, Martinikerk, 20.00 uur:<br />

Leonore Lub, orgel<br />

JULI<br />

Zondag 1, Terband, Rotondekerk, 10.45 uur:<br />

orgelbespeling door Klaas Zijlstra<br />

Maandag 2, Sneek, Martinikerk, 20.00 uur: Dirk<br />

S. Donker, orgel<br />

Dinsdag 3, Bolsward, Martinikerk, 20.00 uur:<br />

Harm Hoeve, orgel<br />

Donderdag 5, Easterein (Oosterend), Martinikerk,<br />

20.00 uur: Christiaan <strong>In</strong>gelse, orgel<br />

Zaterdag 7, Leeuwarden, Koepelkerk, 20.00<br />

uur: Theo Jellema, orgel; hoogstwaarschijnlijk<br />

het allerlaatste orgelconcert in de Leeuwarder<br />

Koepelkerk in verband met sluiting en beoogde<br />

verkoop van de Kerk.<br />

Zaterdag 7, Workum, Grote of Sint-Gertrudiskerk,<br />

20.00 uur: Sander van Marion, orgel<br />

Maandag 9, Hoorn (Terschelling), Sint-<strong>Jan</strong>skerk,<br />

20.00 uur: Sebastiaan van Delft, orgel en<br />

Pieter de Mast, saxofoon<br />

Maandag 9, Sneek, Martinikerk, 20.00 uur: Dirk<br />

S. Donker, orgel<br />

Dinsdag 10, Bolsward, Martinikerk, 20.00 uur:<br />

Herman van Vliet, orgel (in <strong>memoriam</strong> Feike


pagina 16<br />

Friese orgelkrant<br />

Het Van Damorgel (1870) in de Sint-Nicolaaskerk van Blije.<br />

Foto: Riemer Gerard van der Veen, Fenderlee Digital Imaging Leeuwarden.<br />

Asma)<br />

Woensdag 11, Langweer, Herv. Kerk, 20.00<br />

uur: Toon Hagen, orgel<br />

Woensdag 11, Leeuwarden, Grote of Jacobijnerkerk,<br />

20.00 uur: Theo Jellema, orgel<br />

Donderdag 12, Easterein (Oosterend), Martinikerk,<br />

20.00 uur: Sander van Marion, orgel<br />

Donderdag 12, Hollum (Am.), Hervormde<br />

Kerk, 20.30 uur: Carel van Aurich, orgel en John<br />

de Beer, klarinet<br />

Vrijdag 13, Dokkum, Grote of Martinuskerk,<br />

20.00 uur: Carl Visser, orgel (Sweelinck en tijdgenoten)<br />

Zondag 15, Noordwolde, Protestantse Kerk,<br />

14.30 uur: concert door organist en hoboïst<br />

Maandag 16, Sneek, Martinikerk, 20.00 uur:<br />

Leonore Lub, orgel<br />

Dinsdag 17, Bolsward, Martinikerk, 20.00 uur:<br />

Jos van der Kooy, orgel (in <strong>memoriam</strong> Piet van<br />

Egmond)<br />

Woensdag 18, Grou (Grouw), Sint-Piterkerk,<br />

20.00 uur: Jelle Rollema, orgel en klavecimbel<br />

Woensdag 18, Leeuwarden, Grote of Jacobijnerkerk,<br />

20.00 uur: Hiroko <strong>In</strong>oue (RU), orgel<br />

Woensdag 18, Workum, Sint-Gertrudiskerk,<br />

19.30 uur: inloopconcert door Klaske Deinum,<br />

orgel<br />

Donderdag 19, Easterein (Oosterend), Martinikerk,<br />

20.00 uur: Martin Mans, orgel<br />

Donderdag 19, Hollum (Am.), Hervormde<br />

Kerk, 20.30 uur: concertgever(s) nog onbekend<br />

Vrijdag 20, Dokkum, Grote of Martinuskerk,<br />

20.00 uur: <strong>Jan</strong>no den Engelsman, orgel (Sweelinck<br />

en tijdgenoten)<br />

Vrijdag 20, Harlingen, Grote Kerk, 20.00 uur:<br />

Bernard Winsemius, orgel<br />

Vrijdag 20, Leeuwarden, Grote of Jacobijnerkerk,<br />

12.30 uur: Frans Tersteeg, orgel; lunchpauzeconcert<br />

Zaterdag 21. Franeker, Martinikerk, 20.00 uur:<br />

Christiaan de Vries, orgel en Gerda Postma,<br />

trompet<br />

Zaterdag 21, Leeuwarden, Doopsgezinde<br />

Kerk, 14.30: inloopconcert door Gerben Bergstra,<br />

orgel<br />

Maandag 23, Sneek, Martinikerk, 20.00 uur:<br />

Zsuzsa Elekes (HU), orgel<br />

Dinsdag 24, Bolsward, Martinikerk, 20.00 uur:<br />

Kees Nottrot, orgel<br />

Woensdag 25, Grou (Grouw), Sint-Piterkerk,<br />

20.00 uur: Carl Visser, orgel<br />

Woensdag 25, Langweer, Herv. Kerk, 20.00<br />

uur: Gerry Meijers, orgel<br />

Woensdag 25, Leeuwarden, Grote of Jacobijnerkerk,<br />

20.00 uur: Kees van Eersel, orgel<br />

Donderdag 26, Easterein (Oosterend), Martini-<br />

kerk, 20.00 uur: Harry Hamer, orgel<br />

Vrijdag 27, Harlingen, Grote Kerk, 20.00 uur:<br />

David Dunnett (UK), orgel<br />

Zaterdag 28, Earnewâld (Eernewoude), Geref.<br />

Kerk, 20.00 uur Gerwin van der Plaats, orgel<br />

m.m.v. het Urker Mannen Kwartet.<br />

Zaterdag 28 juli, Leeuwarden Doopsgezinde<br />

Kerk, 14.30: inloopconcert door Peter van der<br />

Zwaag, orgel<br />

Zaterdag 28, Leeuwarden, Grote of Jacobijnerkerk,<br />

22.00 uur: Theo Jellema, orgel (Bachnachtconcert)<br />

**ORGELTOCHT**<br />

Zaterdag 28 juli: orgeltoertocht (per eigen vervoermiddel).<br />

Start om 13.30 uur in de Protestantse<br />

Kerk van Nieuwehorne, vervolg om 14.30<br />

uur in de Bonifatiuskerk te Oldeberkoop en het<br />

slot om 16.30 uur in de Protestantse Kerk te<br />

Noordwolde. <strong>In</strong> elke kerk wordt een concert van<br />

ongeveer een half uur gegeven door Jochem<br />

Schuurman, orgel en Alina Rozeboom, sopraan.<br />

<strong>In</strong> Nieuwehorne (en daarna ook in Oldeberkoop)<br />

wordt het programma en een fietsroute uitgereikt.<br />

Zondag 29, Burgum, Kruiskerk, 16.00 uur:<br />

Lukas <strong>Jan</strong> Schoonbeek, orgel<br />

Maandag 30, Buitenpost, Mariakerk, 20.00<br />

uur: Martin Mans, orgel<br />

Maandag 30, Sneek, Martinikerk, 20.00 uur:<br />

John Scott (US), orgel<br />

Dinsdag 31, Bolsward, Martinikerk, 20.00 uur:<br />

Daniel Roth (FR), orgel<br />

AUGUSTUS<br />

Woensdag 1, Grou (Grouw), Sint-Piterkerk,<br />

20.00 uur: Kees van Eersel, orgel<br />

Woensdag 1, Leeuwarden, Grote of Jacobijnerkerk,<br />

20.00 uur: Anja Hendrikx, orgel<br />

Donderdag 2, Easterein (Oosterend), Martinikerk,<br />

20.00 uur: Balt R. de Vries, orgel<br />

Donderdag 2, Hollum (Am.), Hervormde Kerk,<br />

20.30 uur: concertgever(s) nog onbekend<br />

Zaterdag 4, Leeuwarden, Doopsgezinde Kerk,<br />

14.30: inloopconcert door Sander van den Houten,<br />

orgel<br />

Zaterdag 4, Workum, Sint-Gertrudiskerk,<br />

20.00 uur: Theo Jellema, orgel<br />

Maandag 6, Sneek, Sint-Martinuskerk-aan-de-<br />

Singel, 20.00 uur: Peter van der Weide en Frits<br />

Haaze, orgel met medewerking van het zangkwartet<br />

Voix Célèstes<br />

Dinsdag 7, Bolsward, Martinikerk, 20.00 uur:<br />

Martin Mans, orgel<br />

Woensdag 8, Grou (Grouw), Sint-Piterkerk,<br />

20.00 uur: Sietze de Vries, orgel<br />

Woensdag 8, Langweer, Herv. Kerk, 20.00 uur:<br />

Liuwe Tamminga (IT), orgel<br />

Woensdag 8, Leeuwarden, Grote of Jacobijnerkerk,<br />

20.00 uur: Cor Ardesch, orgel<br />

Donderdag 9, Easterein (Oosterend), Martinikerk,<br />

20.00 uur: Jaap Zwart, orgel<br />

Donderdag 9, Hollum (Am.), Hervormde Kerk,<br />

20.30 uur: concertgever(s) nog onbekend<br />

Donderdag 9, Hoorn (Terschelling), Sint-<strong>Jan</strong>skerk,<br />

20.00 uur: Jochem Schuurman, orgel<br />

Vrijdag 10, Dokkum, Grote of Martinuskerk,<br />

20.00 uur: <strong>Jan</strong> van Bezuijen, orgel (Sweelinck en<br />

tijdgenoten)<br />

Vrijdag 10, Harlingen, Grote Kerk, 20.00 uur:<br />

Eeuwe Zijlstra, orgel<br />

Vrijdag 10, Leeuwarden, Grote of Jacobijnerkerk,<br />

12.30 uur: Theo Jellema, orgel; lunchpauzeconcert<br />

Zaterdag 11, Franeker, Martinikerk, 20.00 uur:<br />

Jochem Schuurman, orgel<br />

Zaterdag 11, Leeuwarden, Doopsgezinde<br />

Kerk, 14.30: inloopconcert door Jochem<br />

Schuurman, orgel<br />

Maandag 13, Sneek, Martinikerk, 20.00 uur:<br />

Dirk S. Donker, orgel<br />

Dinsdag 14, Bolsward, Martinikerk, 20.00 uur:<br />

Herman van Vliet, orgel<br />

Woensdag 15, Grou (Grouw), Sint-Piterkerk,<br />

20.00 uur: Wietse Meinardi, orgel<br />

Woensdag 15, Leeuwarden, Grote of Jacobijnerkerk,<br />

20.00 uur: Wolfgang Zerer (DE), orgel<br />

Donderdag 16, Hollum (Am.), Hervormde<br />

Kerk, 20.30 uur: concertgever(s) nog onbekend<br />

Vrijdag 17, Balk, It Breahûs (v.m. Herv.Kerk),<br />

20.30 uur: Eeuwe Zijlstra, orgel en <strong>Jan</strong> Vermaning,<br />

trompet. Concert in het kader van ‘Muziek<br />

aan de Luts’.<br />

Vrijdag 17, Dokkum, Grote of Martinuskerk,<br />

20.00 uur: Henk Verhoef, orgel (Sweelinck en<br />

tijdgenoten)<br />

Zaterdag 18, Leeuwarden, Doopsgezinde<br />

Kerk, 14.30: inloopconcert door Vincent Hensen,<br />

orgel<br />

Maandag 20, Sneek, Martinikerk, 20.00 uur:<br />

<strong>Jan</strong> Hage, orgel<br />

Dinsdag 21, Bolsward, Martinikerk, 20.00 uur:<br />

Everhard Zwart, orgel<br />

Woensdag 22, Grou (Grouw), Sint-Piterkerk,<br />

20.00 uur: Henk de Vries, orgel<br />

Woensdag 22, Langweer, Hervormde Kerk,<br />

20.00 uur: Jochem Schuurman, orgel<br />

Woensdag 22, Leeuwarden, Grote of Jacobijnerkerk,<br />

20.00 uur: Bert den Hertog, orgel<br />

Woensdag 22, Workum, Sint-Gertrudiskerk, 19.30<br />

uur: inloopconcert door Balt R. de Vries, orgel<br />

Donderdag 23, Hollum (Am.), Hervormde<br />

Kerk, 20.30 uur: Henk de Vries, orgel en Theo<br />

Halming, cornet<br />

Vrijdag 24, Dokkum, Grote of Martinuskerk,<br />

20.00 uur: Gerda Peters, orgel (Sweelinck en<br />

tijdgenoten)<br />

Vrijdag 24, Harlingen, Grote Kerk, 20.00 uur:<br />

Daniël Zaretsky (RU), orgel<br />

Vrijdag 24, Leeuwarden, Grote of Jacobijner-<br />

Het Hardorfforgel (1877) in de Petruskerk van Wânswert.<br />

Foto: Riemer Gerard van der Veen, Fenderlee Digital Imaging Leeuwarden.<br />

Het Hardorfforgel (1861) in de Johanneskerk te Britsum.<br />

Foto: Riemer Gerard van der Veen, Fenderlee Digital<br />

Imaging Leeuwarden.<br />

kerk, 12.30 uur: Broer de Witte, orgel; lunchpauzeconcert<br />

Zaterdag 25, Burgum, Kruiskerk, 20.00 uur:<br />

Dennis van der Wijk, orgel<br />

Zaterdag 25, Leeuwarden, Doopsgezinde<br />

Kerk, 14.30: inloopconcert door Gerben Bergstra,<br />

orgel<br />

** Zaterdag 25 aug., Westhem (Bartholomeuskerk),<br />

Uitwellingerga (Nederlands Hervormde<br />

kerk) en Burgwerd (Johanneskerk): orgel- en<br />

Kerkenexcursie van de <strong>Stichting</strong> Âlde Fryske<br />

Tsjerken onder leiding van organist Theo Jellema.<br />

Aanvang: 13.30 uur in Westhem; vervolg<br />

om 14.30 uur in Uitwellingerga en 16.00 uur in<br />

Burgwerd.<br />

Aanmelden tot 22 augustus via: impresariaat@<br />

aldefrysketsjerken.nl of 06 - 34001636.<br />

Entree: € 20,- inclusief koffie/thee en gebak. Donateurs<br />

van de <strong>Stichting</strong> Alde Fryske Tsjerken €<br />

2,50 korting. Vervoer: per auto op eigen gelegenheid.<br />

Maximaal 50 deelnemers.<br />

Maandag 27, Sneek, Martinikerk, 20.00 uur:<br />

Dirk S. Donker, orgel<br />

Dinsdag 28, Bolsward, Martinikerk, 20.00 uur:<br />

Leo van Doeselaar, orgel<br />

Woensdag 29, Leeuwarden, Grote of Jacobijnerkerk,<br />

20.00 uur: Theo Jellema, orgel (verzoekprogramma)<br />

SEPTEMBER<br />

Zaterdag 1, Franeker, Martinikerk, 20.00 uur:<br />

<strong>Jan</strong> van Beijeren Bergen en Henegouwen, orgel<br />

Zaterdag 1, Heerenveen, Trinitaskerk, 20.00<br />

uur: <strong>Jan</strong> Hage, orgel (eerste concert op het overgeplaatste<br />

en gerestaureerde Reilorgel)<br />

Maandag 3, Sneek, Martinikerk, 20.00 uur: Dirk<br />

S. Donker, orgel (met een Bachprogramma)<br />

Dinsdag 4, Bolsward, Martinikerk, 20.00 uur:<br />

Martin Mans, orgel<br />

Woensdag 5, Workum, Sint-Gertrudiskerk,


Friese orgelkrant pagina 17<br />

Het Adema-orgel (1867) in de Tsjerke op ‘e Terp te Burdaard.<br />

Foto: Riemer Gerard van der Veen, Fenderlee Digital Imaging Leeuwarden.<br />

19.30 uur: inloopconcert door Aalt Landman,<br />

orgel<br />

Vrijdag 7, Dokkum, Grote of Martinuskerk,<br />

20.00 uur: Auke de Boer, orgel (Sweelinck en<br />

tijdgenoten)<br />

Zaterdag 8, Oosterwolde, Dorpskerk, 16.00<br />

uur: concert ter afsluiting van de open monumentendag<br />

annex nationale orgeldag<br />

Dinsdag 4 t/m zaterdag 8 sept: Leeuwarder<br />

Orgelfestival-Sweelinckfestival met o.a. Age<br />

Freerk Bokma en Theo Jellema, orgel en Erik<br />

Bosgraaf, blokfluit.<br />

** MONUMENTENDAG EN ORGELDAG**<br />

Zaterdag 8: nationale orgeldag in Fryslân; in<br />

zo’n 130 kerken bestaat de mogelijkheid het orgel<br />

te bespelen. Voor aanmelding en meer informatie<br />

zie elders in deze krant<br />

Zaterdag 8, Leeuwarden, Grote of Jacobijnerkerk,<br />

16.00 uur: Age Freerk Bokma, orgel. Afsluitend<br />

concert van de nationale orgeldag en van<br />

het Leeuwarder Orgelfestival<br />

Zaterdag 8: open monumentendag; veel kerken<br />

en kerkorgels in Fryslân zijn te bezichtigen.<br />

Zaterdag 8, Tzummarum, Sint-Martinustsjerke,<br />

19.30 uur: Gerwin van der Plaats, orgel<br />

m.m.v. het Urker Mannen Kwartet.<br />

Maandag 10, Sneek, Sint-Martinuskerk-aande-Singel,<br />

20.00 uur: Bernard Bartelink, orgel<br />

Dinsdag 11, Drachten, Grote Kerk, 20.00 uur:<br />

Jochem Schuurman, orgel<br />

Woensdag 12, Opeinde, Geref. Kerk, 20.00<br />

uur: Martin Mans, orgel<br />

Zaterdag 22, Berltsum (Berlikum), Koepelkerk,<br />

20.00 uur: Frank Kaman, orgel<br />

Zaterdag 22, Minnertsga, Meinardskerk, 20.00<br />

uur: Wim Magré, orgel<br />

Zondag 23, Burgum, Kruiskerk, 16.00 uur:<br />

Henk de Vries, orgel<br />

Zondag 23, Sint-Jacobiparochie, De Groate<br />

Kerk, 15.30 uur: Simon Bouma orgel, vleugel en<br />

Gellius Sijpesteijn, trompet<br />

Zaterdag 29, Hoorn (Terschelling), Sint-<strong>Jan</strong>skerk,<br />

20.00 uur: Christiaan de Vries, orgel en<br />

Gerda Postma, trompet. **<br />

**ORGELEXCURSIE**<br />

Zaterdag 29 sept.: Najaarsexcursie van de<br />

<strong>Stichting</strong> <strong>Organum</strong> <strong>Frisicum</strong> naar de Doelhofkerk<br />

in Âldeboarn (Oldeboorn), Akkrum, Jirnsum<br />

(Irnsum) Doopsgezinde Kerk en de Sint-Piterkerk<br />

in Grou (Grouw). Excursieleiders: Theo Jellema<br />

en Peter van der Zwaag. Aanvang: 10.30<br />

uur. Ontvangst in Âldeboarn vanaf 09.45 uur.<br />

OKTOBER<br />

Dinsdag 2, Drachten, Grote Kerk, 20.00 uur:<br />

Marco den Toom, orgel<br />

Zaterdag 6, Drogeham, Chr. Geref. Kerk, 20.00<br />

uur: Martin Zonnenberg, orgel<br />

Zondag 7, Heerenveen, Doopsgezinde Kerk,<br />

15.30 uur: Gerrie Meijers, orgel en Wieke Ubels,<br />

sopraan<br />

Vrijdag 12, Workum, Sint-Gertrudiskerk, 20.00<br />

uur: Martin Mans, orgel<br />

Zaterdag 13, Boazum en Raerd, 13.30 uur:<br />

Boazum (Knol 1791) en 14.45 uur: Raerd (Hillebrand<br />

1816/Van Dam 1863). Is excursie KVOKafdeling<br />

Fryslân. Meer info: j.rollema@planet.nl<br />

Zaterdag 13, Drachten, De Fonteinkerk, 20.00<br />

uur: Jochem Schuurman, orgel (Bachconcert)<br />

Zondag 14, Sint-Jacobiparochie, De Groate<br />

Kerk, 15.00 uur: Sweelinckcantorij o.l.v. Take<br />

Beukema m.m.v. Broer de Witte, orgel en klavecimbel<br />

(Sweelinckproject)<br />

Woensdag 24, Damwoude, Benedictuskerk,<br />

20.00 uur: Jaap Zwart (herdenkingsconcert<br />

Feike Asma)<br />

Vrijdag 26, Drachten, Grote Kerk, 20.00 uur:<br />

Martin Mans, orgel<br />

NOVEMBER<br />

Zaterdag 3, Drogeham, Chr. Geref. Kerk, 20.00<br />

uur: Martin Mans, orgel<br />

Zaterdag 10, Haulerwijk, Kruiskerk, 20.00 uur:<br />

Vocaal Ensemble m.m.v. Arian van der Mark,<br />

orgel<br />

Vrijdag 16, Drachten, Grote Kerk, 20.00 uur:<br />

Martin Zonnenberg, orgel<br />

Zondag 18, Mantgum, Mariakerk, 15.00 uur:<br />

talentenconcert door orgel- en vioolleerlingen<br />

van Take Beukema en Irene de Boer<br />

Zaterdag 24, Berltsum (Berlikum), Kruiskerk,<br />

20.00 uur: Jorrit Woudt, orgel<br />

DECEMBER<br />

Zondag 2, Heerenveen, Trinitaskerk, 15.30<br />

uur: Frans Tersteeg, orgel (met een adventsprogramma)<br />

Zaterdag 15, Ferwert, Sint-Martinustsjerke,<br />

20.00 uur: Christiaan de Vries, orgel (kerstconcert)<br />

Zondag 16, Drachten, Grote Kerk, 16.00 uur: Harm<br />

Hoeve, orgel (concert en zangdienst, opbrengst ten<br />

bate van de restauratie van de Grote Kerk)<br />

Zondag 16, Heerenveen, RK Heilige Geest Parochiekerk,<br />

16.00 uur: cantorij van de Grote of<br />

Sint-Nicolaaskerk te Edam o.l.v. Ank de Blaay<br />

m.m.v. Fedde Tuinstra, orgel<br />

Vrijdag 21, Katlijk, Thomastsjerke, 20.00 uur:<br />

Peter van der Weide, orgel en <strong>Jan</strong> Hooghiemstra,<br />

tenor (kerstliederenrecital)<br />

Woensdag 26 (Tweede Kerstdag), Bolsward,<br />

Martinikerk, 15.00 uur: Martin Mans, orgel<br />

Woensdag 26 (Tweede Kerstdag), Leeuwarden,<br />

Grote of Jacobijnerkerk, 15.00 uur: Theo<br />

Jellema, orgel<br />

CONCERTEN IN 2013:<br />

FEBRUARI<br />

Zaterdag 2, Ferwert (Ferwerd), Sint-Martinustsjerke,<br />

20.00 uur: Piet de Jong, orgel m.m.v. een<br />

ensemble o.l.v. Joop de Jong<br />

MAART<br />

Zaterdag 23, Ferwert, (Ferwerd), Sint-Martinustsjerke,<br />

20.00 uur: Martin Mans, orgel<br />

Net over de Friese grens nog de volgende<br />

concerten in Drenthe:<br />

Woensdag, 4 juli, Smilde, Koepelkerk, 20.00<br />

uur: Gonny van der Maten, orgel<br />

Vrijdag, 6 juli, Roden, Catharinakerk, 20.00<br />

uur: Bernard Winsemius, orgel<br />

Woensdag, 11 juli, Smilde, Koepelkerk, 20.00<br />

uur: Erwin Wiersinga, orgel<br />

Woensdag, 18 juli, Smilde, Koepelkerk, 20.00<br />

uur: Leonore Lub, orgel<br />

Vrijdag, 20 juli, Roden, Catharinakerk, 20.00<br />

uur: Henk de Vries, orgel<br />

Woensdag, 25 juli, Smilde, Koepelkerk, 20.00<br />

uur: Jaap Zwart jr., orgel<br />

Woensdag, 1 aug., Smilde, Koepelkerk, 20.00<br />

uur: Gerrie Meijers, orgel<br />

Vrijdag, 3 aug., Roden, Catharinakerk, 20.00<br />

uur: Cor Ardesch, orgel<br />

Woensdag, 8 aug., Smilde, Koepelkerk, 20.00<br />

uur: Harm Hoeve, orgel<br />

Woensdag, 15 aug., Smilde, Koepelkerk,<br />

20.00 uur: Christine Kamp, orgel<br />

Vrijdag, 24 aug., Roden, Catharinakerk, 20.00<br />

uur: Erwin Wiersinga, orgel<br />

Woensdag, 22 aug., Smilde, Koepelkerk,<br />

20.00 uur: André Knevel, orgel<br />

Woensdag, 29 aug., Smilde, Koepelkerk,<br />

20.00 uur: Petra Veenswijk, orgel<br />

Beiaardconcerten<br />

Vrijdag 15 juni, Dokkum, 19.00 uur: Auke de<br />

Boer m.m.v. Big Band Opus 3 o.l.v. Gerard Viet<br />

Woensdag 27 juni, Sneek, 20.00 uur: Dirk S.<br />

Donker<br />

Woensdag 4 juli, Sneek, 20.00 uur: Arie Abbenes<br />

Woensdag 11 juli, Sneek, 20.00 uur: Bernard<br />

Winsemius<br />

Woensdag 18 juli, Sneek, 20.00 uur: Henk G.<br />

van Putten<br />

Vrijdag 20 juli, Dokkum, 19.00 uur: <strong>Jan</strong>no den<br />

Engelsman<br />

Woensdag 25 juli, Sneek, 20.00 uur: Dirk S.<br />

Donker<br />

Het koororgel van Fonteijn & Gaal (1975) dat sinds<br />

2000 in de Godeharduskerk te Marrum staat. Foto:<br />

Riemer Gerard van der Veen, Fenderlee Digital Imaging<br />

Leeuwarden.<br />

Vrijdag 27 juli, Dokkum, 19.00 uur: John Widmann<br />

(US)<br />

Vrijdag 10 aug., Dokkum, 19.00 uur: <strong>Jan</strong> van<br />

Bezuijen<br />

Woensdag 15 aug., Sneek, 20.00 uur: Boudewijn<br />

Zwart<br />

Vrijdag 17 aug., Dokkum, 19.00 uur: Henk Verhoef<br />

Woensdag 22 aug., Sneek, 20.00 uur: Koen<br />

Van Assche (BE)<br />

Vrijdag 24 aug., Dokkum, 19.00 uur: Gerda<br />

Peters<br />

Vrijdag 7 sept., Dokkum, 19.00 uur: Auke de<br />

Boer (verzoekprogramma)<br />

Beiaardconcerten Dokkum zomer 2012<br />

(‘s vrijdags om 19.00 uur). Wekelijks wordt de beiaard<br />

op het stadhuis van Dokkum bespeeld door<br />

de stadsbeiaardier, Auke de Boer, en wel ‘live’ op<br />

vrijdagavond tijdens de koopavond van 19.00 tot<br />

20.00 uur. Daarnaast worden er in de zomerperiode<br />

gastbeiaardiers uit binnen- en buitenland<br />

uitgenodigd. Een aantal van hen is zowel beiaardier<br />

als organist en verzorgt aansluitend ook het<br />

orgelconcert in de Grote- of Martinuskerk aan de<br />

Markt. Voor en rond het stadhuis aan de Zijl zijn<br />

voldoende rustige luisterplaatsen om het recital<br />

te beluisteren. Na afloop kunt u dan rustig via de<br />

Hoogstraat naar de Grote Kerk wandelen voor het<br />

aansluitende orgel-inloopconcert.<br />

Sneek<br />

Bovendien elke dinsdag en vrijdag in Sneek van<br />

12.00 – 12.30 uur: beiaardbespeling door stadsbeiaardier<br />

Dirk S. Donker<br />

Het Bakker & Timmenga-orgel (1896) in de Julianakerk (annex Cultuurtoeristisch <strong>In</strong>formatiecentrum) van<br />

Oudebildtzijl. Foto: Riemer Gerard van der Veen, Fenderlee Digital Imaging Leeuwarden.


pagina 18<br />

Friese orgelkrant<br />

De Friese Orgelkrant en de Friese Orgelagenda worden<br />

jaarlijks uitgegeven door de STICHTING ORGA-<br />

NUM FRISICUM, die in 1994 is opgericht. <strong>In</strong> 2012<br />

komt de Friese Orgelkrant voor de 15e keer uit. Alle<br />

orgelconcerten in Friesland van Pasen tot en met<br />

Kerst staan in de Friese Orgelagenda. Volgens haar<br />

statuten heeft de stichting <strong>Organum</strong> <strong>Frisicum</strong> ten<br />

doel: ‘. . . . het instandhouden en bevorderen van orgelconcerten<br />

in Friesland en voorts hetgeen met één<br />

en ander rechtstreeks of zijdelings verband houdt of<br />

daartoe bevorderlijk kan zijn, alles in de ruimste zin<br />

des woords.<br />

De stichting tracht haar doel onder meer te verwezenlijken<br />

door publicitaire middelen, het bieden van<br />

een platform voor coördinatie en het jaarlijks uitbrengen<br />

van een Friese orgelagenda voor een heel seizoen’.<br />

De Friese Orgelkrant verschijnt éénmaal per<br />

jaar en is opgemaakt door Flevodruk bv te Harlingen.<br />

De redactie van de Friese Orgelkrant bestaat uit<br />

Keimpe van de Wal (KW), Theo Jellema (TJ) en de<br />

eindredacteuren Peter van der Zwaag (PCZ) en Johan<br />

Sjoukema (JSJ). Vaste medewerkers zijn Folkert<br />

Binnema (FB) en Victor Timmer (VT). Ook externe<br />

medewerkers leveren veelal een bijdrage. De foto’s<br />

in de Friese Orgelkrant worden meestal door diverse<br />

amateur-fotografen gemaakt. De namen van de fotografen<br />

zijn zoveel mogelijk bij de foto’s vermeld.<br />

Sinds oktober 2000 beschikt de <strong>Stichting</strong> <strong>Organum</strong><br />

De <strong>Stichting</strong> Âlde Fryske Tsjerken heeft in haar<br />

41-jarige bestaan 39 monumentale kerkgebouwen<br />

en twee klokkenstoelen in eigendom overgenomen.<br />

<strong>In</strong> veel van die kerken bevindt zich<br />

een orgel of kerkharmonium. Vijf orgels konden<br />

in de afgelopen decennia worden gerestaureerd:<br />

Sint-Jacobiparochie 1983; Blessum 1996; Terband<br />

2003; Hegebeintum 2004; Zweins 2004.<br />

Het orgel van Boksum wordt op dit moment<br />

gerestaureerd; elders in deze Orgelkrant kunt u<br />

daar meer over lezen.<br />

Het doel van de <strong>Stichting</strong> <strong>Organum</strong> <strong>Frisicum</strong> is<br />

om orgels meer bekendheid te geven, zodat er<br />

meer waardering voor komt. Het doel van de<br />

<strong>Stichting</strong> Âlde Fryske Tsjerken is in de eerste<br />

De Friese Orgelkrant en Orgelagenda 2012<br />

<strong>Frisicum</strong> over een eigen website: www.organumfrisicum.nl.<br />

Deze is opgezet door de gebroeders<br />

Foppe en Luuk Duursma. Deelnemers aan de<br />

nationale orgeldag wordt in het bijzonder aangeraden<br />

de website te bezoeken. Aanmelding voor<br />

de orgeldag op 8 september van dit jaar gaat zoveel<br />

mogelijk via de website van de stichting (zie<br />

mededelingen elders in deze krant). De website<br />

kan ook worden gebruikt om met het stichtingsbestuur<br />

en de webmasters te communiceren.<br />

Met vragen of opmerkingen naar aanleiding van<br />

de Friese Orgelkrant kunt u ook terecht bij mw. J.<br />

de Vries in Veenwouden.<br />

De <strong>Stichting</strong> <strong>Organum</strong> <strong>Frisicum</strong> organiseert elk<br />

jaar diverse orgelactiviteiten, waarvan in deze<br />

krant mededeling wordt gedaan. <strong>In</strong> samenwerking<br />

met de Friese Pers Boekerij heeft zij het boek<br />

‘Vijf eeuwen Friese orgelbouw’ dat een overzicht<br />

van het Friese orgelbezit biedt, uitgegeven. Auteur<br />

is <strong>Jan</strong> <strong>Jongepier</strong>. Voor meer informatie over<br />

deze activiteiten kunt u onze website bezoeken<br />

of bellen met onze administratrice, mevrouw J.<br />

de Vries, Pluimzegge 6, 9269 MA Veenwouden;<br />

telefoon: 0511 – 476042.<br />

Ik meld mij aan als donateur van de STICHTING ORGANUM FRISICUM:<br />

Dhr. / Mw.<br />

Adres<br />

Postcode Woonplaats<br />

Voor een bedrag van tenminste € 12,50 per jaar bent u donateur van de <strong>Stichting</strong><br />

<strong>Organum</strong> <strong>Frisicum</strong>. U geniet dan korting bij deelname aan haar activiteiten. U kunt<br />

een bedrag van € 12,50 of meer overmaken naar ING-nummer 2377793 ten name<br />

van de <strong>Stichting</strong> <strong>Organum</strong> <strong>Frisicum</strong>, Pluimzegge 6 te Veenwouden (onder<br />

vermelding ‘donatie’).<br />

Samenwerking met de <strong>Stichting</strong> Âlde Fryske Tsjerken<br />

De <strong>Stichting</strong> <strong>Organum</strong> <strong>Frisicum</strong> en de <strong>Stichting</strong> Âlde Fryske Tsjerken hebben besloten<br />

te gaan samenwerken, met name op het gebied van publiciteit en het bekend<br />

maken van elkaars activiteiten. Deze samenwerking ligt voor de hand omdat<br />

alle orgels in Fryslân in kerken staan, en omdat er in de meeste kerken van de<br />

<strong>Stichting</strong> Âlde Fryske Tsjerken ook een orgel of harmonium staat. Vanwege deze<br />

samenwerking willen we ons graag aan u voorstellen.<br />

Voormalige Hervormde Kerk in Boer, eigendom van de <strong>Stichting</strong> Âlde Fryske Tsjerken.<br />

Foto: Johan Sjoukema, Leeuwarden.<br />

plaats de instandhouding van de overgenomen<br />

kerkgebouwen en in de tweede plaats het wekken<br />

van publieke belangstelling voor kerken in<br />

het algemeen.<br />

Voor de instandhouding van onze kerkgebouwen<br />

alleen al is veel geld nodig, heel veel geld.<br />

Gelukkig kan onze stichting rekenen op rijkssubsidie.<br />

Maar om het hele onderhoudsplan<br />

voor de periode 2012-2017 uit te kunnen voeren,<br />

is er nog altijd een eigen bijdrage van ruim<br />

€ 1 miljoen nodig. Dit bedrag dient in dezelfde<br />

periode bijeengebracht te worden. Hierbij gaat<br />

het om sober en doelmatig onderhoud aan onze<br />

39 kerken, inclusief het reguliere onderhoud aan<br />

de orgels. Het onderhoudsplan voorziet dus niet<br />

in de restauratie van orgels. Als een kerk nog<br />

maar beperkt gebruikt wordt, is daar ook geen<br />

directe aanleiding voor. <strong>In</strong> de praktijk blijkt het<br />

namelijk bijzonder lastig om de benodigde middelen<br />

bijeen te brengen als een orgel nauwelijks<br />

bespeeld wordt. Voor drie orgelconcerten per<br />

jaar komen cultuurfondsen bij wijze van spreken<br />

niet meer over de brug. Gelukkig zijn er steeds<br />

weer Plaatselijke Commissies bereid om met<br />

acties de benodigde middelen bijeen te brengen.<br />

Op dit moment is onze Plaatselijke Commissie<br />

in Jorwert bijvoorbeeld aan het sparen<br />

voor de restauratie van hun orgel. Wellicht dat<br />

het daar in de komende jaren van kan komen?<br />

Met het oog op onze tweede doelstelling, het<br />

wekken van publieke belangstelling voor kerken<br />

in het algemeen, organiseert onze stichting<br />

twee keer per jaar een excursie langs drie kerken<br />

in Fryslân. Daarbij zijn ook niet-donateurs<br />

van harte welkom. De voorjaarsexcursie was<br />

dit jaar op 17 maart (Wolvega, Nijeholtpade en<br />

Kortezwaag), de najaarsexcursie is op 6 oktober<br />

(Raerd/B, Wiuwert, Blessum). Verschillende<br />

Plaatselijke Commissies van de <strong>Stichting</strong> Âlde<br />

Fryske Tsjerken werken bovendien mee aan de<br />

Voormalige Hervormde Kerk van Westhem (met een<br />

harmonium van de firma Muhleisen uit Straatsburg).<br />

Kerkgebouw is eigendom van de <strong>Stichting</strong> Âlde Fryske<br />

Tsjerken. Foto: Johan Sjoukema, Leeuwarden.<br />

Voormalige Hervormde Kerk in Jouswier, gewijd aan<br />

Sint-Petrus en eigendom van de <strong>Stichting</strong> Âlde Fryske<br />

Tsjerken. Foto: Johan Sjoukema, Leeuwarden.<br />

‘Open orgeldag’, die samenvalt met de ‘open<br />

monumentendag’, dit jaar op zaterdag 8 september.<br />

Zo nu en dan organiseert onze stichting<br />

zelf ook een orgelexcursie, zoals in het jubileumjaar<br />

2010 langs een vijftal van onze eigen<br />

kerken, onder leiding van Theo Jellema. Vanwege<br />

de grote belangstelling willen we daarmee<br />

doorgaan, een en ander uiteraard in overleg met<br />

<strong>Organum</strong> <strong>Frisicum</strong>. Hou hiervoor onze website<br />

in de gaten. Tenslotte willen we van de gelegenheid<br />

gebruik maken om u te wijzen op het donateurconcert<br />

dat <strong>Organum</strong> <strong>Frisicum</strong> op vrijdag<br />

29 juni organiseert in onze kerk in Zweins. Broer<br />

de Witte zal het orgel bespelen, en zijn dochter<br />

Hannah de dwarsfluit en/of traverso. Donateurs<br />

van de <strong>Stichting</strong> Âlde Fryske Tsjerken hebben<br />

gratis toegang (het magazine ‘Âlde Fryske Tsjerken’<br />

geldt als toegangsbewijs). Vanzelfsprekend<br />

hebben de donateurs van <strong>Organum</strong> <strong>Frisicum</strong><br />

ook gratis toegang. Overigens organiseren onze<br />

Plaatselijke Commissies allerlei culturele activiteiten<br />

in onze kerken. De meeste zaterdagen<br />

en zondagen is er wel iets te doen, waar ook in<br />

Fryslân. Voor een overzicht verwijs ik u naar de<br />

‘Uitagenda’ op onze website. Graag tot ziens in<br />

één van onze kerken!<br />

Gerhard Bakker, directeur<br />

www.aldefrysketsjerken.nl


Friese orgelkrant pagina 19<br />

HENK VERMEULEN VERRASSEND ORGELCOMPONIST<br />

Henk Vermeulen (Rotterdam, 1959) won de gedeelde eerste prijs op het Hinsz Compositieconcours<br />

2011 in Kampen. Hij is regelmatig in Fryslân om orgelconcerten en orgelexcursies<br />

te bezoeken. Zoon of dochter komen vaak mee. Bij hen wordt het fundament<br />

voor de orgelliefde al vroeg gelegd. Het gezin Vermeulen komt al zo’n vijftien jaar<br />

naar Fryslân op vakantie. Hoewel veel orgelliefhebbers Henk regelmatig tijdens Friese<br />

orgelevenementen ontmoeten, weten zij weinig over hem. Hij luistert liever dan dat hij<br />

over zichzelf praat. Het was voor velen dan ook een verrassing te ontdekken, dat Henk<br />

composities voor orgel schrijft en de verrassing werd nog groter toen hij in Kampen zowel<br />

een gedeelde eerste prijs als de publieksprijs in de wacht sleepte. Omdat daarnaast<br />

zijn compositie ‘DROEG-GEORD(end)’ uitgegeven gaat worden bij Boeijenga Music te<br />

Leeuwarden, was er alle aanleiding om Henk uit te nodigen voor een interview in de<br />

Friese Orgelkrant. Gelukkig nam hij onze uitnodiging daartoe aan en daarmee heeft de<br />

Friese Orgelkrant een primeur. Het interview vond in december 2011 in Leeuwarden<br />

plaats, voor het grootste deel in de winkel van Boeijenga aan het Zuidvliet. Henk vond<br />

het geen probleem naar de Friese hoofdstad af te reizen. Daardoor werden we in de<br />

gelegenheid gesteld meer over hem aan de weet te komen en hem te leren kennen, niet<br />

alleen als componist maar ook als een enthousiast orgelliefhebber die de orgelcultuur in<br />

het algemeen en de Friese orgelcultuur in het bijzonder een warm hart toedraagt.<br />

Componist Henk Vermeulen in de Muziek- en Boekhandel Boeijenga te Leeuwarden.<br />

Foto: Johan Sjoukema, Leeuwarden december 2011.<br />

Wie of wat is Henk Vermeulen?<br />

Henk is zijn geboortestad altijd trouw gebleven.<br />

Hij woont nu met zijn vrouw Sandra, zoon Martijn<br />

en dochter Mirjam in Schiebroek, aan de noordrand<br />

van Rotterdam. Hij heeft op verschillende<br />

adressen in onze nationale havenstad gewoond,<br />

maar is geleidelijk steeds meer naar het Noorden<br />

– in de richting van Fryslân, zoals Henk zelf zegt<br />

– opgeschoven.<br />

Hoewel hij zich geen organist wenst te noemen,<br />

begeleidt hij af en toe een dienst in de Oranjekerk<br />

en de Goede Herderkerk.<br />

Sinds 1996 komt hij met zijn gezin regelmatig op<br />

vakantie in Fryslân. De voedingsbodem van de<br />

liefde voor Fryslân is voor een deel gelegd door<br />

de boeken over de Kameleon.<br />

Orgels in Fryslân spelen een belangrijke rol in de<br />

ontwikkeling van Henks muzikale leven, zoals<br />

we hierna zullen zien.<br />

Hoe is je liefde voor het orgel ontstaan?<br />

Thuis hadden we een harmonium waarop mijn<br />

moeder speelde. Zij speelde vooral psalmen.<br />

Op cijferakkoorden. Dat vond ik interessant en ik<br />

ben zelf ook op het harmonium gaan spelen. <strong>In</strong><br />

die tijd improviseerde ik meestal maar wat. Ook<br />

mijn vader heeft de liefde voor het orgel gevoed.<br />

Hij nam mij vaak mee naar orgelconcerten, in<br />

eerste instantie natuurlijk in mijn geboorteplaats<br />

Rotterdam, maar ook gingen we wel eens met<br />

de trein naar bijvoorbeeld Haarlem. Zo ben ik<br />

opgegroeid met het instrument. Maar ik was al in<br />

de twintig voordat ik echt orgelles nam! Daarom<br />

noem ik mezelf dan ook niet echt een organist,<br />

ook al speel ik af en toe tijdens diensten in Rotterdam.<br />

Ik volg momenteel improvisatielessen bij<br />

Hayo Boerema, de organist van de Laurenskerk.<br />

Waar komt de liefde voor Fryslân vandaan?<br />

Ik heb altijd al een voorliefde gehad voor de<br />

Friese provincie en ik houd ook erg van de vele<br />

mooie orgels die deze provincie huisvest. Dat<br />

is allemaal begonnen met de boeken over de<br />

vrienden van de Kameleon. Deze kinderboeken<br />

spelen zich af in Fryslân en spraken erg tot mijn<br />

verbeelding. Het is natuurlijk ook een provincie<br />

met een prachtig landschap!<br />

En er is in bijna elk dorpje wel een mooi orgel te<br />

vinden. Ik kom dan ook zoveel mogelijk op de<br />

excursies die de <strong>Stichting</strong> <strong>Organum</strong> <strong>Frisicum</strong> organiseert<br />

en doe elk jaar mee met de Nationale<br />

Orgeldag in Fryslân. Ik heb een vast vakantieadres<br />

in Minnertsga. <strong>In</strong> 2006 vierde ik met mijn<br />

gezin dat ik voor het tiende jaar in Fryslân op<br />

vakantie was. Dat hebben we toen samen met<br />

wat vrienden gevierd in de Meinardskerk in Minnertsga.<br />

Mijn Rotterdamse vriend, de organist<br />

Bert den Hertog, heeft toen een concert gegeven<br />

op het Robustellyorgel in die kerk.<br />

Het Robustelly-orgel (1785) in de Meinardskerk te<br />

Minnertsga. Foto: Johan Sjoukema, Leeuwarden.<br />

Zou je kunnen zeggen dat Fryslân ook veel voor<br />

jouw muzikale ontwikkeling heeft betekend?<br />

Jazeker! Eigenlijk heel veel. Datzelfde jaar bezocht<br />

ik ook een concert in de Grote Kerk van<br />

Harlingen. Na afloop mocht ik zelf even op het<br />

Hinszorgel spelen. De vaste organist van de<br />

kerk, Eeuwe Zijlstra, was naar eigen zeggen<br />

behoorlijk onder de indruk van de improvisatie<br />

die ik toen speelde. Hij heeft mij aangeraden improvisatielessen<br />

te gaan nemen. Ook speelde ik<br />

eens op het Müllerorgel in de Jacobijnerkerk in<br />

Leeuwarden tijdens de Nationale Orgeldag. De<br />

vaste organist, Theo Jellema, was toen ook lovend<br />

over mijn improvisaties. Dat heeft mij toen<br />

zeker er toe gezet om het talent, dat ik kennelijk<br />

heb, verder te ontwikkelen door daadwerkelijk<br />

les te nemen bij Hayo Boerema.<br />

Wanneer ben je begonnen als componist?<br />

Ik schreef altijd al wel kleine dingetjes op, maar<br />

nadat ik met lessen was begonnen bij Hayo<br />

schreef ik pas mijn eerste echte orgelwerk<br />

‘Hommage à Messiaen’. Het was een hommage<br />

aan Messiaen, omdat de harmonieën gebaseerd<br />

waren op het werk van Messiaen. Hayo<br />

was meteen enthousiast en heeft het ook tijdens<br />

een concert in de Laurens gespeeld. Mijn compositie<br />

nam 9 minuten in beslag. Ik was echt<br />

heel trots dat mijn naam op het programma<br />

stond tussen grote namen als Bach en Widor.<br />

Dat doet echt wat met je. Het is natuurlijk ook<br />

fantastisch om je eigen muziek te horen in zo’n<br />

prachtige grote kerk. Bert den Hertog speelde<br />

het werk tijdens een concert ter gelegenheid<br />

van mijn 50e verjaardag en bij hem duurde het<br />

12 minuten. Toen Theo Jellema oktober 2011<br />

het werk tijdens de internationale orgelexcursie<br />

op het Callinetorgel in de Sainte Madeleine in<br />

Besançon (F) speelde, deed hij er 15 minuten<br />

over. Fascinerend dat verschil in benadering<br />

Mijn tweede werk, dat ‘Tolve’ (twaalf in het Fries,<br />

red.) heet, werd tijdens dat verjaardagconcert<br />

gespeeld door <strong>Jan</strong> Hoegee.<br />

Hinszorgel (1776) in de Grote Kerk van Harlingen<br />

vóór de reconstructie van 2010-2011.<br />

Foto: Ad Fahner, Leeuwarden.<br />

En toen kwam het compositieconcours in<br />

Kampen op jouw pad!<br />

<strong>In</strong>derdaad. Ik wist al wel van het bestaan van<br />

het concours, maar er aan meedoen leek me<br />

nog niet haalbaar. Voor het concours in 2011<br />

heb ik de stoute schoenen aangetrokken en<br />

toch een stuk gecomponeerd en ingestuurd.<br />

Het concoursthema was ‘Orde van de canon,<br />

kunst van de vlucht’. Het gedicht ‘Hoe ongehoord’<br />

van Hans Bouma diende ter inspiratie<br />

van de componisten. Het gedicht eindigt met<br />

de zinsnede “droeg en droeg en droeg”. Dit was<br />

voor mij reden om een Passacaglia te schrijven.<br />

Een Passacaglia is een stuk met een baslijn<br />

die steeds herhaald wordt. Met deze baslijn<br />

heb je meteen een soort vorm waarin je de rest<br />

van het stuk kunt gieten. De titel van het stuk<br />

is ‘DROEG-GEORD(end)’. Mijn opus 3. De ritmiek<br />

van de bekende canon ‘Vader Jacob’ zit<br />

erin verwerkt. Op zondagavond was ik nog druk<br />

aan het componeren, omdat ik het werk nog<br />

moest posten voor de brievenbus om 18.00<br />

uur gelicht werd. Dat is gelukt zodat het de volgende<br />

dag nog net op tijd ingeleverd was. Die<br />

zelfde maandagavond had ik les van Hayo en<br />

heb hem het stuk dat ik dus net daarvoor had<br />

opgestuurd laten zien. Hayo zei meteen dat dit<br />

wel eens een nominatie zou kunnen worden! Ik<br />

was heel verbaasd, want ik had het lang niet zo<br />

hoog ingeschat. Ik was eigenlijk zelf helemaal<br />

niet zo tevreden over het stuk. Het was mij nog<br />

niet helemaal eigen geworden. Maar hoe langer<br />

ik het stuk doorspeelde, hoe beter ik het leerde<br />

kennen en hoe meer het tot mijzelf doordrong.<br />

Uiteindelijk vond ik het zelf ook steeds mooier<br />

worden. Zo blijkt dat je ook zelf in zo’n stuk moet<br />

groeien, voordat je het jezelf helemaal eigen<br />

hebt gemaakt.<br />

En het werk werd dus inderdaad genomineerd<br />

voor de finale.<br />

Ja, tot mijn eigen verbazing! Deze nominatie<br />

was voor mij op zich al de hoofdprijs. Ik had zelf<br />

niet door dat ik als componist al zover was. Bert<br />

den Hertog was direct bereid om mijn stuk uit<br />

te voeren op het concours. Het is belangrijk dat<br />

de organist die de compositie uitvoert zich kan<br />

vinden in het werk. Ik vroeg me eerst wel af of<br />

het stuk wel goed bij Bert zou passen. Maar dat<br />

bleek uiteindelijk geen enkel probleem te zijn!<br />

Het werk paste eigenlijk heel goed bij Bert. Hij<br />

heeft het geweldig uitgevoerd. Toen we uiteindelijk<br />

de eerste prijs wonnen, dacht ik dan ook:<br />

eigenlijk hebben wij de prijs samen gewonnen.<br />

We hebben ook samen de registraties uitgezocht.<br />

Bijzonder indrukwekkend was het slot<br />

van het stuk, waarbij Bert alleen de Salicionaal<br />

gebruikte: dat een eenstemmig einde van een<br />

werk met slechts een Salicionaal zoveel zeggingskracht<br />

kan hebben. Het is voor mij nog<br />

steeds een beetje onwerkelijk. Ben ik nou werkelijk<br />

een echte componist?<br />

Je won niet alleen de eerste prijs, maar<br />

ook de publieksprijs. Dat moet een mooie<br />

opsteker voor je zijn geweest.<br />

De publieksprijs was een prachtig schilderij. Eigenlijk<br />

vind ik zo’n tastbare prijs nog mooier dan<br />

het geldbedrag dat aan de eerste prijs verbonden<br />

was. Ik heb het een prominent plekje gegeven,<br />

zodat ik er vaak aan terug kan denken.<br />

Daarnaast vond ik het natuurlijk leuk om te vernemen<br />

dat het publiek mijn compositie dus ook<br />

kon waarderen.<br />

Door welke componisten laat je je inspireren<br />

bij het componeren?<br />

Ik houd vooral veel van de laatromantische of<br />

vroegmoderne componisten uit Frankrijk. Bijvoorbeeld<br />

Dupré, Langlais, Messiaen en Alain.<br />

Ik houd echt heel veel van de Franse muziek en<br />

de Franse cultuur. Parijs vind ik ook een fantastische<br />

stad, dat is voor mij echt ‘the place to be’.<br />

Muzikaal gesproken, ben ik een francofiel.<br />

Ben je van plan om in de toekomst nog<br />

een componistenopleiding te volgen?<br />

Ik heb nooit echt een opleiding tot componist<br />

gehad. Ik ben dus niet zo bekend met de theorie<br />

en de termen die in de muziekleer gebruikt worden.<br />

Ik heb mijn eigen woorden bedacht waarmee<br />

ik een naam geef aan de verschillende manieren<br />

die ik gebruik om te componeren. Soms<br />

spiegel ik bijvoorbeeld bepaalde noten. Het thema<br />

van de Passacaglia in DROEG-GEORD(end)<br />

is ook door spiegeling ontstaan, evenals de titel.<br />

En ik gebruik soms de techniek ‘zwart tegen<br />

wit’, waarbij ik met de linkerhand bijvoorbeeld<br />

iets op zwarte toetsen doe en met de rechter<br />

op de witte. Maar het meeste componeer ik<br />

gewoon op gevoel. Ik denk veel in sferen en in<br />

klanken. Daarom vind ik het ook niet prettig om<br />

met een deadline te werken. Soms kan het namelijk<br />

goed zijn een stuk twee maanden te laten<br />

liggen, dan weer verder te gaan en het uiteindelijk<br />

op een gegeven moment af te maken. Soms


pagina 20<br />

Friese orgelkrant<br />

Het Hinszorgel (1743) in de Bovenkerk van Kampen.<br />

Foto: Johan Sjoukema, Leeuwarden<br />

denk ik dat een opleiding misschien toch wel<br />

goed zou kunnen zijn, omdat ritmiek en solfège<br />

niet echt mijn sterkste punten zijn. En die dingen<br />

zijn toch wel belangrijk, want soms weet ik niet<br />

goed hoe ik iets wat ik in mijn hoofd heb zitten<br />

op papier moet zetten.<br />

Wat voor andere werkzaamheden doe je<br />

in het dagelijks leven, naast componeren?<br />

Ik heb verscheidene jaren in de zorg gewerkt. <strong>In</strong><br />

2010 nam ik de beslissing om mijn baan op te<br />

zeggen en mijn leven te wijden aan de muziek.<br />

Dat was dus nog voor het compositieconcours<br />

in Kampen. Best spannend deze ‘ommezwaai’,<br />

maar ik volg mijn hart. De prijzen die ik in Kampen<br />

behaalde, waren een belangrijke bevestiging<br />

van mijn keuze. Ik kon mijn baan opzeggen<br />

omdat ik vertrouw op de bijbel. <strong>In</strong> de bijbel<br />

staat dat je je geen zorgen hoeft te maken over<br />

de dag van morgen als je op God vertrouwt. Ik<br />

organiseer nu ook festivals. Het Frans Orgelfestival<br />

onlangs in de Goede Herderkerk van<br />

Rotterdam-Schiebroek (29 oktober 2011, red.)<br />

beschouw ik als een soort stage. Ik heb er veel<br />

van geleerd. Als festivalorganisator heb je veel<br />

Rococo in Raerd<br />

Restauratie Laurentiuskerk afgerond<br />

Na bijna drie jaar is dit voorjaar de restauratie van de Laurentiuskerk te Raerd (Boarnsterhim)<br />

afgerond. Het is een project geworden, waarbij niets is overgeslagen: wanden, rouwborden,<br />

vloeren, dak, buitenmuren, ramen, toren, orgel. Kortom, alles is grondig aangepakt. Waar nodig,<br />

zijn onderdelen vernieuwd en hersteld. <strong>In</strong> een aantal gevallen vonden Rijksdienst, architect<br />

en opdrachtgever het zelfs verantwoord om tot reconstructie over te gaan. Al met al heeft<br />

het hele project ruim 1,3 miljoen euro gekost, een veelvoud van de kosten van de oorspronkelijke<br />

plannen. Door de restauratie heeft de kerk de 19e-eeuwse uitstraling teruggekregen, die<br />

in 1909 door een herinrichting was verdwenen.<br />

Lange adem<br />

Al met al heeft het hele proces meer dan twintig<br />

jaar geduurd. Begin jaren negentig ontstond bij<br />

de kerkvoogden de wens om hun uit 1815 daterende<br />

kerk te restaureren. De pleister viel van de<br />

muren en ook het dak begon zwakke plekken te<br />

vertonen. De plannen waren toen bescheiden:<br />

het zou bij een opknapbeurt van het schip blijven.<br />

Tot de uitvoering ervan is het echter nooit<br />

gekomen. Er werden wel aanvragen voor subsidie<br />

ingediend, maar iedere keer viel Raerd<br />

buiten de prijzen. Monumentenzorg (tegenwoordig<br />

Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed)<br />

werkte met een puntensysteem en het schijnt<br />

dat Raerd op een bepaald moment precies één<br />

punt tekort kwam om voor restauratiesubsidie in<br />

aanmerking te komen.<br />

Zo’n jaar of tien geleden werd er een nieuwe<br />

poging gedaan, nu met (iets) meer succes. De<br />

plannen waren inmiddels grondig gewijzigd. Het<br />

idee was namelijk ontstaan om de inrichting van<br />

de kerk terug te brengen naar de situatie van<br />

vóór 1909. <strong>In</strong> dat jaar had een grondige renovatie<br />

plaatsgevonden onder leiding van architect<br />

Hendrik Kramer uit Leeuwarden. De preekstoel<br />

werd bij die gelegenheid verplaatst van de zuid-<br />

naar de oostmuur en de hele inrichting werd<br />

daarop aangepast. Al het geschilderde eiken<br />

meubilair werd geloogd en het in 1871 wit geschilderde<br />

orgel werd voorzien van een eiken<br />

creativiteit nodig en gelukkig heb ik die! Ik wil<br />

er echt iets bijzonders van maken. Je moet dan<br />

natuurlijk letten op de belangrijke dingen, maar<br />

ook de kleine details moeten goed in de gaten<br />

gehouden worden. Bij het Franse Festival bijvoorbeeld<br />

heb ik ervoor gezorgd dat er ook eten<br />

en drinken beschikbaar was voor de bezoekers.<br />

Ik heb geprobeerd er echt een Franse sfeer in te<br />

brengen. Zo heb ik ook uitnodigingen verstuurd<br />

naar Franse mensen. Dat soort dingen maakt<br />

het af. Zekerheidshalve doe ik nog wat parttime<br />

werk bij de post erbij, maar dit jaar wil ik mezelf<br />

inschrijven bij de Kamer van Koophandel.<br />

Wat zijn je drijfveren bij het werk dat je doet?<br />

Ik ben altijd op zoek naar nieuwe klanken op<br />

de vele prachtige Nederlandse orgels. Ik ben<br />

nieuwsgierig naar nieuwe geluiden. En ik vind<br />

het heel belangrijk dat er gecomponeerd blijft<br />

worden voor orgel. Daarom juich ik initiatieven<br />

zoals het compositieconcours in Kampen van<br />

harte toe! Het uiteindelijke doel dat ik met mijn<br />

werk heb is het promoten van het orgel. Het orgel<br />

moet gezien worden als volwaardig instrument,<br />

net als alle andere muziekinstrumenten.<br />

Op concerten zouden ook mensen moeten komen<br />

die normaal gesproken tot bijvoorbeeld het<br />

concertgebouwpubliek gerekend worden. Daarom<br />

vind ik het Orgelpark in Amsterdam ook een<br />

fantastisch initiatief. Ik ben van mening dat je<br />

met al deze dingen bij de kinderen moet beginnen.<br />

Ik neem bijvoorbeeld ook altijd mijn eigen<br />

kinderen mee naar de orgelexcursies van de<br />

<strong>Stichting</strong> <strong>Organum</strong> <strong>Frisicum</strong>. Er worden tegen-<br />

woordig wel steeds meer projecten gedaan met<br />

orgel en kinderen, maar vaak is er geen vervolg.<br />

Het blijft bij een eenmalig gebeuren. Volgens mij<br />

moet dat anders.<br />

Hoe zie je je toekomst voor je?<br />

Wat zijn je plannen?<br />

Ik wil eigenlijk in de toekomst nog wat doen met<br />

improvisatie. Op dit moment vind ik mijn improvisaties<br />

nog niet goed genoeg. Soms lukt het,<br />

maar soms ook niet. Maar misschien komt er<br />

binnenkort een CD uit met allerlei improvisaties<br />

die goed gelukt zijn. Verder ben ik bezig met<br />

een nieuwe compositie: ‘Hommage à Langlais’.<br />

Daar ben ik mee begonnen in 2011 omdat het<br />

toen Cavaillé-Colljaar was. En natuurlijk krijgt<br />

het Franse Orgelfestival een vervolg. Kortom, er<br />

is genoeg te doen en te beleven!<br />

Op het woensdagavondconcert van 22 augustus<br />

in de Grote of Jacobijnerkerk te Leeuwarden<br />

is Bert den Hertog de concerterend organist.<br />

Hij zal dan werk van Henk Vermeulen ten<br />

gehore brengen. Die avond is het oeuvre van<br />

Henk ook in druk te bewonderen. Binnenkort<br />

verschijnt DROEG-GEORD(end) namelijk in<br />

druk bij Boeijenga Music Publications te Leeuwarden.<br />

Daarmee wordt de rol van Fryslân in<br />

Henks muziekleven nog eens onderstreept.<br />

Henk Vermeulen op het Müllerorgel (1727) van de Grote of Jacobijnerkerk te Leeuwarden.<br />

Foto: Johan Sjoukema, Leeuwarden<br />

imitatiekleur. De grootste grafzerken kregen een<br />

plek tegen de muren in het schip en in de hal.<br />

De kerkelijke gemeente ervoer deze indeling<br />

in toenemende mate als onpraktisch en onpersoonlijk.<br />

De afstand tussen kerkgangers en<br />

predikant was groot en een door Kramer in het<br />

midden geplaatst bankenblok bleek een enorme<br />

sta-in-de-weg bij begrafenissen, trouwdiensten<br />

en andere bijzondere activiteiten. Er werd<br />

besloten de restauratieplannen aan te passen<br />

op grond van een drietal foto’s die net voor de<br />

herinrichting van 1909 waren gemaakt. De eiken<br />

kleur van het meubilair kon daarbij wel worden<br />

gehandhaafd en het orgel zou dus ook eiken geschilderd<br />

blijven.<br />

Los van al deze ideeën was inmiddels duidelijk<br />

geworden dat ook de toren aan een opknapbeurt<br />

toe was. Daarvoor werd dan ook een afzonderlijke<br />

aanvraag ingediend. Eerst echter<br />

zou het schip aan de beurt zijn. <strong>In</strong> 2006 werd<br />

daarvoor eindelijk subsidie beschikbaar gesteld.<br />

Maar dit was een ‘dode mus’: de bodem van<br />

de subsidiepot bij de gemeente Boarnsterhim<br />

kwam in zicht en al gauw bleek, dat er wel subsidie<br />

was, maar dat het beschikbare bedrag veel<br />

te laag was voor de uitvoering van de inmiddels<br />

goedgekeurde plannen. Het bestuur van de in<br />

2006 opgerichte <strong>Stichting</strong> Restauratie Laurentiuskerk<br />

Raerd stelde echter vast dat het beschikbare<br />

bedrag wel toereikend zou zijn om de<br />

Jochem Schuurman &<br />

Johan Sjoukema<br />

toren te restaureren. Rijksdienst en gemeente<br />

gingen vervolgens akkoord met het voorstel<br />

om de gelden over te hevelen naar de toren en<br />

die eerst maar aan te pakken. <strong>In</strong> mei 2006 werd<br />

daarbij nog besloten om, als de zaak toch helemaal<br />

over de kop zou gaan, het monumentale<br />

Hillebrand-van Damorgel ook direct maar in de<br />

plannen mee te nemen.<br />

De laatste knopen konden in 2008-2009 doorgehakt<br />

worden. Vlak voor de kredietcrisis besloot<br />

het toenmalige kabinet (CDA, PvdA en<br />

Christen Unie) om een financiële meevaller van<br />

150 miljoen te besteden aan projecten die de<br />

drie regeringspartijen zelf konden aandragen.<br />

Het CDA stelde voor om zijn 50 miljoen toe te<br />

kennen aan totaal 24 monumenten, die dringend<br />

aan restauratie toe waren maar door uiteenlopende<br />

oorzaken telkens weer buiten de<br />

boot waren gevallen. <strong>In</strong> Fryslân vielen Workum<br />

en Raerd in de prijzen. Onmiddellijk startte de<br />

fondsenwerving en in september 2009 begon<br />

bouwbedrijf Agricola Bouw ’75 met de omvangrijke<br />

klus.<br />

Twee klokken<br />

De buitenkant van het gebouw was het eerst<br />

aan de beurt. Zwakke plekken in het dak werden<br />

vernieuwd en tussen hout en pannen is een<br />

extra laag folie aangebracht, waardoor er geen<br />

risico op lekkage meer is. Pannen die meer dan<br />

25% glazuur misten, zijn vervangen. De goten


Friese orgelkrant pagina 21<br />

Foto uit 2008 van de Raerder Laurentiuskerk. Op het bord staan de belangrijkste historische interieurelementen<br />

vermeld. Foto: Johan Sjoukema, Leeuwarden.<br />

zijn vernieuwd en dat geldt ook voor het aangetaste<br />

voegwerk. Uiteraard is al het houtwerk<br />

geschilderd. Tien zonneblinden, die al jaren opgeslagen<br />

lagen in de toren, zijn opnieuw geschilderd<br />

en teruggehangen aan de zuidmuur.<br />

Ook in de toren is een deel van het houtwerk<br />

vernieuwd. Hier was het vooral de in het verleden<br />

al uitgeroeide bonte knaagkever, die voor<br />

verzwakking van de constructie had gezorgd.<br />

Alle oude leien zijn vervangen en uiteraard is ook<br />

hier alles geschilderd. Beneden is de vloer vrij<br />

gemaakt en zijn een consistorie, een keukentje<br />

en een berghok gecreëerd. De torenconstructie<br />

van Raerd is overigens bijzonder: de klokkenstoel<br />

is niet op een zolder maar op de begane<br />

grond geplaatst en staat daardoor los van de<br />

toren. Deze stoel biedt plaats aan twee klokken.<br />

Sinds jaar en dag hing er echter maar één:<br />

in 1943 waren beide klokken door de bezetter<br />

geroofd en na de oorlog keerde alleen de grote<br />

klok uit 1763 terug. De kleine klok bleef spoorloos.<br />

Daardoor ontstond het idee eens te gaan<br />

kijken of er weer een tweede klok aangeschaft<br />

kon worden. Er bleek een exemplaar uit een<br />

rooms-katholieke kerk in Rijswijk beschikbaar<br />

te zijn, gegoten in de jaren zestig van de vorige<br />

eeuw. Dat werd gekocht en ook werd in de toren<br />

een nieuwe luidinstallatie geplaatst. Daarbij<br />

werden de krukassen vervangen door rechte<br />

assen, waardoor de klokken nu een veel ‘rondere’<br />

klank hebben gekregen. Behalve bij kerkdiensten<br />

worden de klokken tegenwoordig ook<br />

bij geboorte en overlijden geluid.<br />

Friese kerkinrichting<br />

Van binnen is de kerk onherkenbaar veranderd.<br />

Zoals gezegd, doel was de inrichting zoals die<br />

nog op de drie foto’s uit 1909 te zien is. Al gauw<br />

bleek dat het bereiken van dat doel een utopie<br />

was. Het betreft zwart-witfoto’s, dus over de<br />

kleuren viel al bitter weinig te zeggen. Daarnaast<br />

was het meubilair in 1909 zodanig vertimmerd,<br />

dat soms maar met moeite de oorspronkelijke<br />

vormgeving vastgesteld kon worden. Desalniettemin<br />

zijn architect Jelle de Jong, Rijksdienst en<br />

de opdrachtgevers erin geslaagd het kerkinterieur<br />

de uitstraling te geven die het een eeuw geleden<br />

ook gehad moet hebben.<br />

Het meest opvallend is uiteraard de terugplaatsing<br />

van de kansel met het doophek tegen de<br />

zuidmuur. Die herplaatsing had meteen twee gevolgen:<br />

de fraaie grafzerken van de familie Van<br />

Eysinga, die daar in 1909 tegen de muur waren<br />

gezet, moesten verdwijnen en voor de balans in<br />

het interieur was het heel wenselijk als de herenbank<br />

tegenover de preekstoel gereconstrueerd<br />

kon worden. Wat het eerste betreft was het een<br />

kwestie van knopen doorhakken. Probleem met<br />

de grafzerken in Raerd is namelijk het enorme<br />

reliëf. De 17 e - en 18 e -eeuwse beeldhouwers<br />

hebben flink diep in de stenen gehakt, waardoor<br />

er hoogteverschillen zijn ontstaan, die voor<br />

sommigen de vloer bijna onbegaanbaar maken.<br />

Toch is er besloten om de zerken terug te leggen<br />

op hun oorspronkelijke plek in het middenpad.<br />

Naast de zerken werd een vlakke strook gelegd<br />

van ongeveer een meter breed, waardoor ook<br />

het koor van de kerk goed bereikbaar blijft.<br />

Het tweede probleem was de herenbank met de<br />

dubbele overhuiving (over zowel de achterste<br />

als de voorste bank). <strong>In</strong> 1909 had Hendrik Kramer<br />

deze bank laten verwijderen. Hij handhaafde<br />

het ‘dak’ wel: het werd aangepast en links<br />

onder het orgel tegen de achterwand (peiwand)<br />

geplaatst. Voor de rechterkant werd een zelfde<br />

Foto uit 1908 van het interieur van de Raerder Laurentiuskerk. Foto is in oostelijk richting genomen. Mede op<br />

basis deze foto zijn de restauratieplannen van 2010-2011 opgesteld.<br />

Foto uit archief van Willem Hansma, Tersoal.<br />

overhuiving gemaakt, zodat er links en rechts<br />

onder het orgel twee identieke banken ontstonden.<br />

Bij de recente restauratie is het linkerdak<br />

weer boven de herenbank bevestigd. Voor de<br />

ontbrekende onderdelen zijn elementen van de<br />

rechter overhuiving uit 1909 gebruikt.<br />

De herenbank heeft inmiddels ook een kuif.<br />

Sytze ten Hoeve, voormalig directeur van<br />

het Scheepvaartmuseum in Sneek, had de<br />

kerkrentmeesters er al eens op gewezen, dat<br />

zich in het depot van het Fries Museum een kuif<br />

moest bevinden, die oorspronkelijk deel uitgemaakt<br />

zou hebben van een herenbank in Raerd.<br />

Overleg met het museum heeft er uiteindelijk<br />

toe geleid, dat er een bruikleenovereenkomst<br />

is gesloten en de kuif terug is in de kerk. <strong>In</strong> de<br />

Franse tijd is het object waarschijnlijk uit de kerk<br />

verwijderd geweest, omdat het familiewapen<br />

nu nog intact is. Alle familiewapens in openbare<br />

ruimten werden toen weggehakt en dat is hier<br />

niet gebeurd. <strong>In</strong> 1880 bood de toenmalige eigenaar<br />

van Jongemastate* de kuif met nog enkele<br />

andere stukken aan aan het Fries Museum en<br />

daar kwam hij enkele tientallen jaren geleden in<br />

het depot terecht.<br />

Foto uit 2009 van het interieur van de Raerder Laurentiuskerk. Foto is voor de start van de kerkrestauratie in<br />

2010-2011 genomen, eveneens in oostelijk richting. Foto: Willem Hansma, Tersoal.<br />

* Jongema State was een stins (stenen<br />

landhuis) uit de 15e eeuw aan de noordkant<br />

van Raerd. De state werd in 1912 afgebroken.<br />

Er bevindt zich nu een boomrijk<br />

park met stinsplanten. Het poortgebouw<br />

uit 1603 bleef bewaard.<br />

Ook de rest van de banken is teruggeplaatst in<br />

zijn oorspronkelijke opstelling. Voor de mannenbanken<br />

aan de noordkant was dat een kwestie<br />

van vertimmeren, waarbij gebruik gemaakt kon<br />

worden van bestaand materiaal. Aanvankelijk<br />

wilde men de zuidzijde laten zoals die was. <strong>In</strong><br />

1909 had Kramer de open rugleuningen van de<br />

hier geplaatste vrouwenbanken laten verwijderen<br />

en de banken vervangen door exemplaren,<br />

die identiek aan de mannenbanken waren. Deze<br />

nieuwe banken konden ook na de recente restauratie<br />

blijven bestaan. Toen echter in het koor<br />

links en rechts onder de vloer resten van de oorspronkelijke<br />

rugleuningen werden teruggevonden,<br />

is in overleg met de Rijksdienst besloten<br />

om met behulp van deze restanten en de foto’s<br />

uit 1909 de vrouwenbanken te reconstrueren.<br />

Vandaar dat deze nu weer het uiterlijk van rond<br />

1900 hebben. Overigens zijn zowel de mannen-<br />

als de vrouwenbanken iets achterover geplaatst,<br />

waardoor het zitcomfort sterk verbeterd is.<br />

Pronkstuk van de kerk is het fraaie rococo<br />

doophek. Samen met de kansel vormt het een<br />

ensemble dat uniek is voor Fryslân. <strong>In</strong> 1909 was<br />

het hek verwijderd en – naar later bleek – sterk<br />

ingekort in de volle breedte voor de kansel geplaatst.<br />

Uiteraard is dit hek gereconstrueerd en<br />

teruggeplaatst tegen de zuidmuur. Het beroemde<br />

Raerder snijwerk moet van de hand van de<br />

18e-eeuwse beeldhouwer Dirk Embderveld zijn.<br />

Het is vervaardigd tussen 1763 en 1779. Omdat<br />

het rekeningboek van de kerkvoogdij uit juist<br />

deze periode ontbreekt, is er geen direct bewijs<br />

voor, maar de stijl verraadt hier de hand van<br />

deze meester.<br />

Het interieur wordt ook sterk bepaald door de<br />

verlichtingsarmaturen uit 1900. De drie kroonluchters,<br />

de veertien wandlampen en de twee<br />

staande armaturen zijn gerestaureerd. Voor de<br />

wandarmaturen moesten elf exemplaren bijgemaakt<br />

worden. Uitgangspunt waren ook hier<br />

de foto’s uit 1909. De lampen zijn in de loop der<br />

jaren regelmatig gewijzigd, maar nu hebben ze<br />

weer het uiterlijk dat ze voor 1913 hadden (in<br />

dat jaar werd er elektrische verlichting aangelegd).<br />

Uiteraard zijn de olielampen nu elektrisch.<br />

Omdat de verlichting geen onroerend goed is,<br />

waren de restauratie en reconstructie ervan niet<br />

subsidiabel.<br />

21 grafzerken<br />

<strong>In</strong> 1909 besloten architect en kerkvoogden om<br />

alleen de fraaiste zerken een plaats tegen de<br />

muur te geven. Dat resulteerde in een selectie<br />

van zes adellijke grafstenen, die de afgelopen<br />

honderd jaar de wanden van de kerk en de hal<br />

gesierd hebben. De restauratieplannen hielden<br />

in, dat deze weer een plaats in de vloer van het<br />

middenpad zouden krijgen. Voor het aanleggen<br />

van vloerverwarming bleek het noodzakelijk om<br />

deze vloer een halve meter uit te graven. Tot<br />

grote vreugde van de kerkrentmeesters bood<br />

de Rijksdienst aan om de kosten hiervan geheel<br />

voor haar rekening te nemen. Dat had alles<br />

te maken met het veronderstelde belang van<br />

deze tegelijk ook archeologische opgraving. De<br />

vondst van onder andere een middeleeuwse<br />

stenen olielamp, een pelgrimsinsigne uit de 15e<br />

eeuw en een onderdeel van een 8e-eeuwse<br />

gesp waarop een Christuskop staat afgebeeld,<br />

lijkt deze investering meer dan te rechtvaardigen.<br />

Deze en andere vondsten bevinden zich nu<br />

in een vitrine in de hal van de kerk.<br />

De bodem had echter meer verrassingen in petto.<br />

Onder de houten vloer was in 1909 een laag<br />

sintels aangebracht vanwege vochtproblemen.<br />

Deze laag moest verwijderd worden en bij het<br />

uitgraven ervan in december 2009 zijn grafkelders<br />

ontdekt. Nader onderzoek bracht aan het<br />

licht dat in 1909 de overtollige grafzerken simpelweg<br />

kapotgeslagen waren en de brokstukken<br />

in deze grafkelders waren gedumpt. Het<br />

lukte een paar hobbyisten uit het dorp om van<br />

deze resten zes complete 16e-, 18e- en 19eeeuwse<br />

zerken in elkaar te puzzelen. Verankerd<br />

en gelijmd zijn ze nu teruggeplaatst in de vloer.<br />

Daarnaast werden in het koor nog twee 16eeeuwse<br />

priesterzerken aangetroffen, evenals<br />

een klein zerkje van een predikantsvrouw. En<br />

ook in de toren lagen twee stenen: een van een<br />

vicaris uit het begin van de 16e eeuw en een<br />

17e-eeuwse predikantszerk. Verder diende buiten<br />

voor de torendeur nog een zerk als stoep<br />

en gaf gedeputeerde <strong>Jan</strong>newietske de Vries, inwoonster<br />

van Raerd, toestemming om een grafsteen<br />

die ooit bij haar in de achtertuin verzeild


pagina 22<br />

Friese orgelkrant<br />

Foto uit 2010 als de restauratiewerkzaamheden aan de Raerder Laurentiuskerk in volle gang zijn. Foto: Willem<br />

Hansma, Tersoal.<br />

was geraakt en de laatste jaren als picknicktafel<br />

diende, terug te leggen in de kerk.<br />

De vloer telt in totaal nu 21 zerken. Behalve dat<br />

het een fraai gezicht is, komt een stenen vloer<br />

ook de akoestiek van de kerk ten goede, waardoor<br />

de klank van het orgel aanmerkelijk beter<br />

tot zijn recht komt.<br />

Bronsverf of bladgoud?<br />

De Laurentiuskerk bezit drie rouwborden, alle<br />

voor leden van de familie Van Eysinga. Het<br />

oudste dateert uit 1700 en werd gemaakt voor<br />

Cecilia van Humalda. De twee andere zijn echte<br />

rococo borden en behoren toe aan Tjalling Ado<br />

Johan van Esyinga en zijn vrouw Cecilia van<br />

Sminia. Ze kwamen net als de kuif van de herenbank<br />

in 1880 in het Fries Museum terecht,<br />

maar keerden in 1938 al terug in de kerk.<br />

Het grootste probleem van deze wapenborden<br />

was de aantasting door houtworm. Daarom zijn<br />

ze alle drie door de restaurator gedemonteerd,<br />

de ornamenten zijn verwijderd en vervolgens is<br />

alles behandeld tegen houtworm. Verpulverde<br />

delen zijn uitgehold en met een kunsthars opnieuw<br />

gevuld. Van de rococo borden is het oorspronkelijke<br />

fluweel bekleed met een nieuwe<br />

laag: de oude laag uit de 18e eeuw is daaronder<br />

bewaard gebleven.<br />

Met de Rijksdienst is over de borden nogal wat<br />

discussie geweest. De kerkrentmeesters wilden<br />

hier namelijk de waarschijnlijk in de 20e eeuw<br />

opgebrachte bronsverf vervangen door bladgoud,<br />

het oorspronkelijk gebruikte materiaal.<br />

Om de originele kleuren van vooral de familiewapens<br />

weer in volle glorie zichtbaar te maken<br />

zou voorts het bord uit 1700 van zijn vernislaag<br />

moeten worden ontdaan. Deze ingrepen gingen<br />

de Rijksdienst echter te ver. Uiteindelijk zijn de<br />

borden dus terughoudend gerestaureerd en<br />

hebben ze niet de glans teruggekregen, die ze in<br />

de 18e eeuw gehad hebben. Anderzijds hebben<br />

ze hun ‘antieke’ uitstraling geheel behouden.<br />

En achteraf moet vastgesteld worden, vooral in<br />

vergelijking met zwaar gerestaureerde borden<br />

elders, dat het advies van de deskundigen toch<br />

nog zo gek niet was.<br />

Verrassing<br />

Juist toen het hele project zich in de afrondende<br />

fase bevond, werd er nog een verrassende<br />

ontdekking gedaan. Boven het orgel bleek zich<br />

onder de verflaag uit 1909 een geschilderde<br />

draperie te bevinden. De foto’s uit 1909 wekten<br />

de indruk dat het hier een beschilderd, aan het<br />

gewelf bevestigd paneel betrof. <strong>In</strong> werkelijkheid<br />

ging het dus om een op het gewelf aangebrachte<br />

schildering. En deze schildering is er<br />

de reden van dat behalve het orgel nu ook de<br />

rest van het interieur geschilderd is in een kleurenschema,<br />

zoals dat er voor 1909 uitgezien zal<br />

hebben. ‘Zal hebben’, omdat zelfs het meest<br />

grondige onderzoek geen uitsluitsel heeft gegeven<br />

over de exacte kleurstelling. Resten van<br />

de oorspronkelijke kleuren werden aangetroffen<br />

op de teruggevonden rugleuningen van de vrouwenbanken,<br />

panelen van de lambrisering en de<br />

onderrand van de kuip van de kansel. Uiteraard<br />

kreeg het orgel zijn laat 19 e -eeuwse witte kleur<br />

terug, met groene en bladgoudaccenten. Voor<br />

deze actie heeft de Rijksdienst medio 2011 nog<br />

eens ruim 60.000 subsidie beschikbaar gesteld.<br />

Museum?<br />

Nu het uiteindelijke resultaat zichtbaar is, zou<br />

uit het voorgaande de conclusie getrokken kunnen<br />

worden, dat er eerder sprake is van een<br />

museum dan van een functioneel kerkgebouw.<br />

Uiteraard delen de kerkrentmeesters deze visie<br />

allerminst. Die hebben altijd voor ogen gehad<br />

een multifunctioneel gebouw mét uitstraling te<br />

creëren, dat zich in de eerste plaats moet lenen<br />

voor het houden van zondagse erediensten en<br />

daarnaast ook mogelijkheden biedt voor andere<br />

activiteiten. En daarin lijkt men aardig geslaagd.<br />

Het open koor, de traditionele opstelling van de<br />

banken en het brede middenpad zorgen ervoor<br />

“De ronde, zuivere volle toon,<br />

wierd hier bovenmate gehoord”<br />

De orgelgeschiedenis van gereformeerd Bolsward tot de ‘samensmelting’ in één gebouw<br />

<strong>In</strong>leiding<br />

De gereformeerde kerken in Nederland hebben<br />

plaatselijk vaak een roerige start gehad,<br />

zowel ten tijde van de Afscheiding in de jaren<br />

dertig van de 19e eeuw als zo’n vijftig jaar later<br />

bij de Doleantie. Men leze daarover de diverse<br />

herdenkingsboeken die in de loop der jaren verschenen<br />

zijn bij het jubileum van de afzonderlijke<br />

gemeenten. Ook de samenvoeging van beide<br />

richtingen tot de ‘Gereformeerde Kerken in<br />

Nederland’, formeel in 1892 tot stand gekomen,<br />

liep lang niet overal op rolletjes. Verschillen in geschiedenis,<br />

mentaliteit en dergelijke zorgden er<br />

voor dat in veel plaatsen nog lang de nakomelingen<br />

van de Afgescheidenen in de zogenaamde<br />

A-kerken samenkwamen en de kinderen van de<br />

Doleantie in de B-kerken, waarbij elke ‘denominatie’<br />

zorgvuldig predikanten koos die bij de<br />

eigen richting pasten (zij die waren opgeleid te<br />

Kampen, dan wel te Amsterdam). Daar kwam<br />

dan nog vaak de vraag bij waar men ’in eenheid’<br />

samen zou moeten gaan kerken en, als men besloot<br />

een geheel nieuwe kerk te bouwen, waar<br />

die dan zou moeten staan. Het duurde soms<br />

wel 20 jaar voor men écht samen verder ging,<br />

zoals bijvoorbeeld in Kootstertille-Stroobos. Een<br />

dergelijke situatie deed zich ook voor in Bolsward,<br />

waar de echte plaatselijke ´ineensmelting´<br />

pas plaats vond in 1924, het samen gebruiken<br />

van één kerkgebouw nog eens 5 jaar later. Het<br />

gevolg was dat de orgelgeschiedenis van veel<br />

lokale gereformeerde kerken aanvankelijk dan<br />

ook in veel gevallen een tweesporige beginperiode<br />

kende. Dat de eerste decennia van de<br />

Friese gereformeerde orgelgeschiedenis een<br />

periode vormden van bescheidenheid, waarin<br />

(daardoor) vaak eenvoudige nieuwe orgels van<br />

niet al te hoge kwaliteit werden aangeschaft en<br />

dat de kerk zich leent voor vieringen van uiteenlopend<br />

karakter. Zo zijn er de afgelopen drie jaar<br />

traditionele kerkdiensten in het schip, agapèvieringen<br />

in het koor en een huwelijksdienst op<br />

het middenpad gehouden. Voor andere activiteiten<br />

kan in het koor een podium opgebouwd<br />

worden, is er een akoestiek die allerlei soorten<br />

muziek volledig tot hun recht doet komen en<br />

beschikt de kerk – ook pas sinds de restauratie!<br />

– over stromend water en dus een keuken<br />

en een toilet.<br />

Wie met eigen ogen de ‘Raerder rococo’ wil<br />

aanschouwen, is gedurende de maanden juli en<br />

augustus en in de eerste twee weekeinden van<br />

september van harte welkom als de kerk op zaterdagmiddag<br />

open is in het kader van Tsjerkepaad.<br />

Uiteraard is er ook gelegenheid (bijvoorbeeld<br />

tijdens de Nationale Orgeldag) om het<br />

Hillebrandorgel te bespelen. Wilt u op een ander<br />

moment de kerk bekijken of het orgel bespelen,<br />

dan kunt u mailen naar laurentiuskerk@planet.<br />

nl. <strong>In</strong> de Orgelkrant van 2013 zal nog uitgebreid<br />

aandacht worden besteed aan de orgelrestauratie.<br />

Willem Hansma,<br />

Kerkrentmeester Prot. Gemeente <strong>In</strong>gwert<br />

Foto van het gerestaureerde doophek in rococostijl. Foto genomen op 1 maart 2012 door Johan Sjoukema,<br />

Leeuwarden.<br />

veelvuldig ook gebruikte orgels (met een soms<br />

nog verassend hoge kwaliteit, al werd dat toentertijd<br />

doorgaans niet voldoende onderkend),<br />

hebben we al in eerdere afleveringen van de Orgelkrant<br />

kunnen lezen, zoals in artikelen over de<br />

orgelmakers T.P. Klimstra, E.S. Ypma, J. Proper<br />

en Van der Molen. Als sprekend voorbeeld van<br />

het voorgaande geven we in dit artikel een beeld<br />

van de oudere orgelgeschiedenis van gereformeerd<br />

Bolsward.<br />

De kerk van de Afgescheidenen<br />

(de latere A-Kerk):<br />

De oorsprong van deze Christelijke Afgescheiden<br />

Gemeente gaat terug tot 1835, toen deze<br />

door ds. Hendrik de Cock zelf werd gesticht.<br />

Van 1839 – 1849 kwam men samen in een lokaal<br />

(officieel ingewijd in 1841) aan het Hengstepad<br />

(tegenwoordig Broereplein). <strong>In</strong> 1849 werd<br />

een nieuw kerkje gebouwd aan de Witherenstraat.<br />

Een groeiende gemeente maakte spoedig<br />

de bouw van een nieuwe, grotere kerk in<br />

1866 noodzakelijk. De kwaliteit van dit gebouw<br />

liet al spoedig zodanig te wensen over, dat men<br />

(vergeefs) trachtte de hervormde Broerekerk te<br />

kopen. Na vele jaren aanmodderen besloot men<br />

over te gaan tot nieuwbouw op de plaats van de<br />

oude kerk. De ingebruikneming vond plaats op<br />

18 juli 1909.<br />

De oudste orgels<br />

De eerste gegevens over een orgel stammen uit<br />

1867, toen de predikant voor fl. 10,- reiskosten<br />

had gemaakt in verband met het orgel dat<br />

er toen kennelijk kwam of al was (een harmonium?).<br />

Het jaar daarop betaalde men fl. 6,40 aan<br />

de plaatselijke orgelmaker E.S. Ypma, mogelijk<br />

voor een kleine reparatie. <strong>In</strong> 1869 sprak men<br />

nogmaals met Ypma over een (ander) orgel.<br />

Men ging vervolgens met een deskundige een<br />

orgel bekijken in Alkmaar, vermoedelijk zonder<br />

resultaat. <strong>In</strong> elk geval betaalde men in oktober<br />

1869 fl. 104,- aan L. van Dam, kennelijk voor<br />

een door hem geleverd gebruikt orgel (herkomst<br />

onbekend). Blijkbaar had men met E.S. Ypma<br />

afgesproken dat deze het orgel vervolgens<br />

speelklaar mocht maken en eventueel aanpassen<br />

aan de nieuwe standplaats. <strong>In</strong> elk geval<br />

werd hem in totaal fl. 400.- betaald voor dat<br />

werk. De kosten werden bestreden uit een inte-


Friese orgelkrant pagina 23<br />

De in de eerste helft van de 20 e eeuw bekende orgelmaker A.S.J. Dekker uit Goes.<br />

kenlijst voor vrijwillige gaven en een toezegging<br />

voor een bijdrage door het Gasthuis (fl. 150,-),<br />

zodat de kosten (deels) niet ten laste kwamen<br />

van de reguliere kerkkas. Vervolgens had Ypma<br />

dit (op grond van latere gegevens) vermoedelijk<br />

4-voets instrument geregeld in onderhoud tot<br />

1887, daarna tot 1894 zijn stiefzoon en opvolger<br />

W.J. Postma. Alleen in 1884 was er een ‘tussendoortje’<br />

van Van Dam, die fl. 16,- kreeg voor<br />

een reparatie. Vanaf 1893 hield organist Nawijn<br />

het instrument bespeelbaar. De bouw van een<br />

nieuwe kerk in 1909 was ook een goede reden<br />

een nieuw orgel aan te schaffen. Dat werd uiteindelijk<br />

geleverd door de firma A.S.J. Dekker te<br />

Goes. Dit bedrijf werd door Anton Samuel <strong>Jan</strong><br />

Dekker (1869 - 1918) in 1892 opgericht in Goes<br />

en werd na zijn dood voortgezet door twee zonen.<br />

Na een korte eerste periode met hoofdzakelijk<br />

reparaties, groeide het bedrijf snel uit tot<br />

een bloeiende orgelfabriek die in een hoog tempo<br />

tegen een lage prijs een groot aantal orgels<br />

bouwde, waaronder ook veel in gereformeerde<br />

kerken. Het overgrote deel daarvan heeft de tijd<br />

niet doorstaan, voor een niet onbelangrijk deel<br />

als gevolg van een gebrek aan bouwtechnische<br />

en artistieke kwaliteiten, uitzonderingen daargelaten.<br />

Het bedrijf heeft bestaan tot circa 1947.<br />

Bouwde men aanvankelijk nog mechanische<br />

orgels, al vrij vroeg werd overgestapt op pneumatiek<br />

en andere systemen. Ook in Friesland<br />

vonden diverse Dekkerorgels onderdak, zie bijvoorbeeld<br />

het artikel over de orgels in Warns in<br />

de Friese orgelkrant 2010.<br />

Een nieuwe standplaats voor het oude orgel<br />

Alvorens nader in te gaan op de geschiedenis<br />

van het nieuwe Dekkerorgel in Bolsward kijken<br />

we eerst nog even naar de verdere geschiedenis<br />

van het oude orgel, dat door Dekker werd<br />

ingenomen voor fl. 140,- en - zoals bij Dekker<br />

vaker het geval was – als gewijzigde ‘aanbieding’<br />

verkocht werd aan een gemeente met<br />

weinig geld, waar men toch een pijporgel wilde<br />

hebben. Dat blijkt in dit geval de gereformeerde<br />

kerk te Murmerwoude te zijn geweest. Dekker<br />

offreerde daar (volgens zijn opdrachtcahier) een<br />

gebruikt orgel dat in juli 1910 afgeleverd moest<br />

zijn. Het was “gedeeltelijk van Bolsward afkomstig,<br />

te weten: blaasbalg, deel voorfront en pijpwerk”.<br />

Wat met ‘deel voorfront’ wordt bedoeld,<br />

is niet duidelijk. Had het orgel voorheen een onderbouw<br />

of werden alleen aanwezige zijvleugels<br />

en/of andere ornamenten verwijderd? Nieuw<br />

was in elk geval de ‘achterkast’. Als nieuwe dispositie<br />

werd voorgesteld:<br />

Prestant 4 vt, Prestant 8 vt discant (nieuwe pijpen<br />

van Dekker), Holpijp 8 vt, Gamba 8 vt discant,<br />

Fluit 4 vt, Quintfluit 3 vt, Octaaf 2 vt, Fluit 2<br />

vt (?), Mixtuur 3-4 sterk bas/discant.<br />

De (kennelijk nog oude) frontpijpen zouden worden<br />

voorzien van aluminiumverf. Deze dispositie<br />

geeft vermoedelijk nog een zekere afspiegeling<br />

van die van het Bolswarder orgel. Er was zelfs<br />

nog een flinke Mixtuur overgebleven. Het instrument,<br />

waarover vooralsnog verder niets bekend<br />

is, werd te Murmerwoude in 1936 vervangen<br />

door een nieuw orgel van Valckx & van Kouteren.<br />

Over het Dekkerorgel voor Bolsward<br />

Over de totstandkoming van dit instrument is<br />

het nodige bekend, dankzij bewaard gebleven<br />

stukken van de daartoe ingestelde orgelcommissie<br />

(waarvan ook organist Nawijn deel uitmaakte),<br />

welke na gedane voorbereidingen op<br />

19 oktober 1908 verslag uitbracht. Men had besloten<br />

niet te gaan voor een ander gebruikt orgel,<br />

maar voor nieuwbouw. Dit zou dan circa fl.<br />

2000,- moeten kosten, `met deze bepaling van<br />

orgels met 2 klavieren en aangehangen pedaal´.<br />

De aan te schrijven firma´s, te weten Van Dam<br />

(Leeuwarden), Van der Molen (Steenwijk), Dekker<br />

(Goes), Bakker & Timmenga (Leeuwarden)<br />

en Doornbos (Groningen) zouden ook het oude<br />

orgel moeten overnemen. Beide laatstgenoemde<br />

bedrijven reageerden niet. Van de andere bedrijven<br />

wilden Van der Molen en Dekker graag<br />

hun plannen komen toelichten. Van Dam zou later<br />

reageren (hij kon niet aanwezig zijn). Op een<br />

bijeenkomst op 2 oktober 1908 vertelde eerst<br />

Dekker (die ook de nodige schriftelijke aanbevelingen<br />

had meegenomen) over de door hem<br />

gebruikte systemen, waaronder pneumatiek.<br />

Het hier toepassen van de voordelen van dit systeem<br />

had hij samengevoegd met die van het<br />

mechanisch systeem. Mechanische systemen<br />

hadden problemen door de invloed van de wisselende<br />

vochtigheidgraad op houten onderdelen.<br />

Daarom had hij een eigen systeem bedacht,<br />

dat al was toegepast in de gereformeerde kerk<br />

van Grootegast, waar elk register ‘een eigen<br />

windlade’ had. Het was als het ware een variant<br />

op een mechanische kegellade, met kleine<br />

ventielen in plaats van kegels. Dat orgel moest<br />

men zeker gaan zien en beluisteren. Hij kwam<br />

met een voorstel ten bedrage van fl. 2480,-, met<br />

inname van het oude orgel voor fl. 140,-.<br />

De heer Van der Molen onderzocht eveneens<br />

het oude orgel en liet daarna tekeningen zien<br />

van een vrijwel gereed orgel voor de gereformeerde<br />

kerk te Enschede. De klank moest men<br />

maar gaan beoordelen bij zijn nog vrijwel nieuwe<br />

orgel in de B-kerk te Steenwijk. Een dergelijk<br />

mechanisch orgel achtte hij zeer geschikt voor<br />

Bolsward. Ook hij raadde pneumatiek af. Zijn offerte<br />

bedroeg fl. 2250,-, met overname van het<br />

oude orgel voor f. 150,-. Daarnaast waren er<br />

nog tekeningen gebracht door Doornbos, maar<br />

deze leverde uitsluitend pneumatisch werk en<br />

hij viel definitief af, ook door zijn duurdere offerte.<br />

Daarna werd een brief van Van Dam behandeld:<br />

die vond de richtprijs ´eigenaardig´ en<br />

meende dat men maar eens op basis van zijn<br />

orgel in Exmorra en andere instrumenten van<br />

zijn hand moest bekijken wat voor een orgel zoals<br />

in Bolsward minimaal nodig was; hij raadde<br />

echter een sterker orgel aan dan dat in Exmorra.<br />

Een kleine orgelreis<br />

Op 8 oktober van hetzelfde jaar begaf de commissie<br />

zich naar Exmorra om het eenklaviers<br />

Van Damorgel uit 1893 te bekijken en te beluisteren.<br />

Men vond het “solied werk, met eene<br />

uitnemende blaasbalg. Wat geluid betreft wel<br />

mooi, doch over ´t geheel wierden alle registers<br />

te scherp[!] bevonden, de ronde, volle toon<br />

wierd in dit orgel gemist.” Voor Bolsward zouden<br />

enkele registers extra nodig zijn voor voldoende<br />

klanksterkte, daarmee zou het wel veel<br />

duurder worden. Voor het overige was men vol<br />

lof over dit orgel.<br />

Op dinsdag 19 oktober bezocht men het Dekkerorgel<br />

in Grootegast. Weliswaar was dat een<br />

eenklaviers instrument, maar volgens het nieuwe<br />

systeem van Dekker en met behulp van twee<br />

treden kon men zonder problemen van zacht<br />

spel naar forte overgaan. Men was ingenomen<br />

met het binnenwerk, met name over het geluid:<br />

“(…) dat is voorwaar éénig. De ronde, zuivere<br />

volle toon, wierd hier bovenmate gehoord,<br />

boven de mechanische, en vooral het register<br />

Gamba was enig, ja elk register zoowel de een<br />

als de ander, was ene zuivere, ronde, volle toon.<br />

Ook de aanbrenging der registers zoowel voor<br />

hand als voor voet, waren precies zoo aangebracht<br />

als opgegeven was, en waren eene zeer<br />

gemakkelijke, vlugge, en degelijke registrering.”<br />

Dit instrument had fl. 2000,- gekost.<br />

Op 20 oktober bezocht men de B-kerk te Steenwijk,<br />

waar Teke van der Molen, zoon van de<br />

orgelmaker, en twee leden van de commissie<br />

(Nawijn en Hempenius) het orgel bespeelden.<br />

Enkele indrukken: uiterlijk netjes, maar de klank<br />

viel erg tegen; het instrument was slechts met<br />

inzet van veel spierkracht bespeelbaar, de pedaaltoetsen<br />

moesten zelfs worden ´ingetrapt´.<br />

De mechaniek van het bovenklavier maakte<br />

bovendien enorm veel lawaai en het orgel klonk<br />

zeer onzuiver, met name de Trompet was niet<br />

om aan te horen! Kortom: een geweldige tegenvaller<br />

en dat voor een pas één jaar oud orgel.<br />

Hier maakte Van der Molen duidelijk antireclame<br />

voor zichzelf!<br />

De keuze was dus niet moeilijk: men verkoos<br />

duidelijk het klankbeeld van Dekker boven het<br />

laat-klassieke geluid van Van Dam en viel aanvankelijk<br />

voor een orgel, volgens systeem-D<br />

[dat Dekker zo had gepropageerd] gemaakt. De<br />

tweeklaviers versie zou fl. 2480,- kosten, met<br />

weglating van het bovenklavier (niet de registers<br />

zelf!) zou dat f. 2160,- worden. Gezien het<br />

bedrag (fl. 2300,-) waarvoor het tegen brandschade<br />

werd verzekerd, heeft men voor deze<br />

eenklaviers versie gekozen, maar dan pneumatisch.<br />

Dit komt overeen met de opgave in het<br />

dispositiecahier, waar bovendien ´systeem D´ is<br />

doorgekrast en vervangen door ´pneumatisch´,<br />

alsmede met notities van de firma Van Dam in<br />

1928. De dispositie was aldus, afgaande op het<br />

bestek (definitief vastgesteld op 28 juni 1909) en<br />

opdrachtcahiers (Dekker, respectievelijk Van Dam):<br />

Het vroegere Dekkerorgel in Grootegast, dat zoveel indruk maakte op de orgelcommissie uit Bolsward


pagina 24<br />

Friese orgelkrant<br />

Het Dekkerorgel in de nieuwe kerk, zoals het zich toonde in de periode 1929 – 1931<br />

Prestant 8 vt, Bourdon 16 vt, Holpijp 8 vt, “Quintadeen<br />

8 voet of Gemshoorn 8 voet”, Salicional<br />

8 vt, Prestant 4 vt, “Roerfluit 4 voet of Flute<br />

Dolce 4 voet”, Mixtuur , Octaaf 2 vt, Trompet 8 vt<br />

en nog ´Plaatsruimte voor een register´.<br />

Verder zouden een ventiel, vier drukknoppen<br />

en een octaafkoppel worden aangebracht. Klavieromvang:<br />

C – f2. Het aangehangen pedaal<br />

zou 27 toetsen krijgen (C – d1). Windbediening<br />

met een handpomp. Over de kas werd opgemerkt,<br />

dat deze van vurenhout zou worden gemaakt,<br />

zonder ´topstukken´ (ornamenten op de<br />

torens?). De oplevering zou plaatsvinden op 1<br />

juli 1910.<br />

Het instrument is daarna vermoedelijk sporadisch<br />

onderhouden door organist Nawijn, in elk<br />

geval werd begin 1920 Dekker gevraagd enig<br />

herstelwerk uit te voeren.<br />

De kerk van de Dolerenden (de latere B-Kerk):<br />

Deze gemeente werd gesticht in 1888. Na aanvankelijk<br />

gebruik te hebben gemaakt van een<br />

schoollokaal, werd een jaar later een eigen kerk<br />

betrokken aan de Wipstraat – Kleine Dijlakker<br />

(inwijding op 10 november 1889).<br />

<strong>In</strong> 1890 was in deze kerk al een orgel aanwezig<br />

(of kwam er toen), mogelijk een harmonium.<br />

Men betaalde toen D. van Renen fl. 4,- als onkosten<br />

voor het orgel. <strong>In</strong> juni 1891 werd fl. 15,-<br />

betaald voor een reparatie, verder is over dit<br />

instrument niets bekend.<br />

<strong>In</strong> 1898 bleek de orgelcommissie een pijporgel<br />

gekocht te hebben, dat was betaald uit vrijwillige<br />

bijdragen, en er werd toestemming verleend dit<br />

kosteloos (voor de kerkkas) in de kerk te plaatsen.<br />

Het blijkt te gaan om een gebruikt orgel,<br />

afkomstig uit de rooms-katholieke parochiekerk<br />

te Uithoorn (onder Amsterdam). Dit instrument<br />

was volgens de verzameling van Broekhuyzen<br />

in 1826 gebouwd door de Amsterdamse orgelmaker<br />

L. van den Brink & Zonen en had ruim 25<br />

jaar later de volgende dispositie:<br />

Manuaal: Prestant 8 vt, Bourdon 16 vt discant,<br />

Holpijp 8 vt, Octaaf 4 vt, Fluit 4 vt, Quint 3 vt,<br />

Octaaf 2 vt, Mixtuur 2,3,4-sterk en Sesquialter<br />

2-sterk discant.<br />

Positief: Viola di Gamba 8 vt discant, Holpijp 8<br />

vt, Fluit 4 vt en Gemshoorn 2 vt.<br />

De manuaalomvang bedroeg 4½ octaaf (C – f3),<br />

het aangehangen pedaal 1½ octaaf, er waren<br />

drie blaasbalgen en verder een Koppeling, Afsluiting,<br />

Tremulant en Ventiel.<br />

Het instrument was te Uithoorn gebouwd in een<br />

uit 1782 daterende statie of schuilkerk, welke<br />

in 1868 werd vervangen door een veel grotere<br />

kerk. Op 18 juli 1868 kwam men overeen met<br />

Gebroeders Adema (orgelmakers te Leeuwarden<br />

en Amsterdam) het orgel naar dit nieuwe<br />

gebouw over te plaatsen en wat aan te passen<br />

aan de nieuwe standplaats. Het was de eerste<br />

klus van enige omvang voor het twee maanden<br />

tevoren in Amsterdam gestichte filiaal van de<br />

ons bekende (in 1855 te Leeuwarden gestichte)<br />

‘orgelfabriek’ van de broers Carolus Borremeus<br />

en Petrus Josephus Adema. Laatstgenoemde<br />

ging dit filiaal leiden en was daartoe ook naar<br />

Amsterdam verhuisd. Voor 350 gulden namen<br />

ze aan het instrument schoon te maken,<br />

te herstellen en te plaatsen in de nieuwe kerk.<br />

Tevens werd afgesproken “de registers op zijde<br />

te plaatsen”, dat wil zeggen de claviatuur, voorheen<br />

aan de voor- of achterzijde, in de zijwand<br />

van de orgelkas aan te brengen. Vier jaar later<br />

werd het instrument nogmaals gerepareerd<br />

door Adema. De daaropvolgende periode tot<br />

de eeuwwisseling bracht grote veranderingen<br />

in de liturgie (en daarmee in de gebruikseisen<br />

van het orgel) binnen de rooms-katholieke kerk.<br />

Mede daardoor werd het Van den Brinkorgel als<br />

ouderwets en steeds minder bruikbaar ervaren<br />

en besloot men over te gaan tot aanschaf van<br />

een ‘modern’ instrument. <strong>In</strong> 1897 sloot men met<br />

de firma Maarschalkerweerd een overeenkomst<br />

voor de bouw van een nieuw orgel, dat een jaar<br />

later werd opgeleverd.<br />

Het oude orgel werd te koop aangeboden. De<br />

Leeuwarder orgelmakers Bakker & Timmenga<br />

plaatsten het een jaar later (met een eenvoudig<br />

uiterlijk en zonder opsmuk, aldus een krantenbericht)<br />

in de kerk te Bolsward, na het te hebben<br />

voorzien van een nieuwe blaasbalg. Het<br />

werd op 27 juli 1898 ingespeeld door B. de<br />

Vries, organist van de (hervormde) Grote Kerk.<br />

Samen in één kerkgebouw<br />

Na de samenvoeging van beide kerkgemeentes<br />

in 1924 werd besloten een nieuwe kerk te<br />

bouwen, de bestaande A-kerk aan de Witherenstraat<br />

en de B-kerk aan de Dijlakker werden<br />

verkocht. De nieuwe gemeenschappelijke kerk<br />

verrees aan de Gasthuissingel en werd op 24<br />

juli 1929 in gebruik genomen. Het orgel uit de<br />

B-kerk (dat men kennelijk te ouderwets vond)<br />

werd voor fl. 760.- verkocht aan orgelmaker Van<br />

der Molen te Steenwijk en niet, zoals wel eens is<br />

gesuggereerd, aan de Hervormde kerk te Oldemarkt.<br />

Dit was ook niet erg waarschijnlijk, aangezien<br />

daar in die jaren, noch in de hervormde<br />

noch in de gereformeerde kerk of rooms-katholieke<br />

kerk, een ander orgel werd geplaatst. Wat<br />

Van der Molen heeft gedaan met het vroegere<br />

orgel uit Bolsward is onbekend.<br />

<strong>In</strong> de nieuwe kerk werd het Dekkerorgel geplaatst<br />

uit de A-kerk. Het werk werd uitgevoerd<br />

voor een bedrag van fl. 1557,- (betaald in april<br />

1929) door de firma Van Dam uit Leeuwarden<br />

(twee jaar tevoren overgenomen door de firma<br />

Dekker). <strong>In</strong> februari 1928 was al afgesproken dat<br />

het instrument (qua klank) zou worden versterkt.<br />

Op 10 november van dat jaar noemde organist<br />

Nawijn nog eens de noodzaak van een andere<br />

Trompet en Mixtuur, terwijl ook membranen<br />

moesten worden vervangen. De definitieve opdracht<br />

werd op 28 november verstrekt.<br />

De totale kosten waren aldus vastgesteld op<br />

f. 1450,-. De uiteindelijke kosten waren nog iets<br />

hoger (zie boven). Het lijkt erop dat het front van<br />

het orgel is aangepast aan de architectuur van<br />

de kerkzaal. De werkzaamheden door de firma<br />

Van Dam begonnen op 15 mei. Een ijverig gemeentelid,<br />

de heer Van der Wal, zorgde ervoor<br />

dat de beelden en de (front?)pijpen mooi werden<br />

´opgesierd´. De jaarrekening van de kerk<br />

Het huidige, pas gerestaureerde Fonteijn & Gaalorgel (1954)<br />

vermeldt een jaar later een bedrag van f. 1650,-.<br />

Mogelijk heeft het verhelpen van de trage aanspraak<br />

nog geleid tot wat extra kosten.<br />

Een kleine beeldenstorm<br />

Na de plaatsing in de nieuwe kerk werd het orgel<br />

aanvankelijk nog bekroond met de drie al<br />

genoemde beelden: op de middentoren Koning<br />

David met de harp (door Bakker & Timmenga<br />

in 1898 geplaatst op het orgel van de B-kerk?),<br />

op de beide zijtorens een bevallige engel, met in<br />

de ene hand een lauwertak en in de andere een<br />

trompet (beide beelden mogelijk ook afkomstig<br />

van het Van den Brinkorgel). <strong>In</strong> 1931 vond nog<br />

een soort verlate beeldenstorm plaats. Op ‘bijbelse’<br />

gronden (zondag 35 van de Heidelberger<br />

Catechismus!) werden de beelden van het orgel<br />

(en uit de kerk) verwijderd, waarbij overigens<br />

alleen werd gerept over de ‘engelengestalten’.<br />

Betekent dit dat ‘Koning David’ deze ‘tempelreiniging’<br />

nog wel heeft doorstaan? De plaatsing<br />

van een nieuw orgel in 1953 door Fonteijn &<br />

Gaal (II/P/24) heeft hij in elk geval niet overleefd,<br />

Bericht uit de Leeuwarder Courant (1898)<br />

want dat – nog steeds in de kerk aanwezige –<br />

instrument werd voorzien van een ‘tandenborstelfront’,<br />

dat qua stijl zeker zo goed harmonieert<br />

met het kerkinterieur als het front van het<br />

voormalige Dekkerorgel.<br />

Victor Timmer<br />

Geraadpleegde bronnen:<br />

• Archief firma Bakker & Timmenga<br />

(Leeuwarden, HCL)<br />

• Archief Gereformeerde kerk Bolsward<br />

(Bolsward, gemeentearchief).<br />

• Archief r.-k. parochie St.-<strong>Jan</strong>, Uithoorn.<br />

• G.H. Broekhuyzen Sr., Orgelbeschrijvingen,<br />

Amsterdam 1986.<br />

• K. Jongsma, Dankbaar gedenken,<br />

Bolsward 1985.<br />

• P.J.J.M. van Wees, 200 Jaar parochie<br />

St. <strong>Jan</strong> Uithoorn 1782 – 1982, Uithoorn 1992


Friese orgelkrant pagina 25<br />

De orgelmakers Van Dam<br />

en hun laatste rustplaatsen<br />

Lambertus van Dam (1744-1820) was afkomstig uit de provincie Groningen en vestigde zich in<br />

1779 in de stad Leeuwarden waar hij een huis kocht op de Grachtswal, letter L nummer 8 (thans<br />

Zuidergrachtswal 19). Het grote pand werd in tweeën bewoond met de huisnummers 8 en 8A. Tot<br />

1917 is de orgelmakerij op dit adres gevestigd geweest waarna een verhuizing naar Eewal 69 heeft<br />

plaatsgevonden. Toen in 1803 Hillegien van der Werf, de echtgenote van Lambertus, stierf werd<br />

zij begraven op één van de twee begraafplaatsen die de stad Leeuwarden rijk was, namelijk het<br />

Oldehoofsterkerkhof. De andere begraafplaats lag ten westen en zuiden van de Jacobijnerkerk. Op<br />

23 januari 1820 overleed Lambertus ‘na een toenemende bezetting op de borst’. Hij werd bij zijn<br />

echtgenote op het Oldehoofsterkerkhof begraven. Deze begraafplaats is in 1833 gesloten nadat<br />

het stadsbestuur vlak buiten de stad een nieuwe begraafplaats had laten aanleggen, te weten de<br />

Algemene Begraafplaats aan de Spanjaardslaan. <strong>In</strong> 1933, precies honderd jaar na de sluiting, werd<br />

het Oldehoofsterkerkhof met keien bevloerd en veranderd in een bodeterrein en toen in 2006 op<br />

deze plaats een ondergrondse parkeergarage geopend werd herinnerde niet veel meer aan de<br />

oude bestemming. Het is niet bekend waar op het Oldehoofsterkerkhof de graven van Lambertus<br />

en Hillegien zich bevonden.<br />

<strong>In</strong>gang van de oude Algemene Begraafplaats aan de Spanjaardslaan te Leeuwarden. Foto: Johan Sjoukema, Leeuwarden<br />

De orgelmakerij werd voortgezet door<br />

de broers Luitjen Jacob (1783-1846)<br />

en Jacob (1787-1839). <strong>In</strong> april 1839<br />

overleed Jacob in het orgelmakershuis<br />

te Leeuwarden. Hij was even<br />

thuis van zijn werk in Rotterdam. Hier<br />

hadden de Gebroeders Van Dam een<br />

werkplaats ingericht voor de bouw<br />

van de orgels in de rooms-katholieke<br />

Sint-Laurentiuskerk en Sint-Dominicuskerk.<br />

Jacob van Dam had hier<br />

de leiding. Hij werd begraven op de<br />

nieuwe Algemene Begraafplaats; op<br />

afdeling 4, regel 13, nummer 21. Zijn<br />

weduwe Maria Uiterdijk stierf in 1860<br />

in het Popta Gasthuis te Marssum en<br />

werd daar begraven. <strong>In</strong> 1860 werd<br />

zijn zuster Catharina Schiere - van<br />

Dam bij haar broer bijgezet. <strong>In</strong> 1873<br />

werd schoonzoon Dirk Bouma Nieuwenhuis<br />

ook in dit graf begraven; zijn<br />

naam staat nu op de grafsteen.<br />

Luitjen Jacob van Dam leidde het<br />

bedrijf verder onder de naam “L. van<br />

Dam & Zonen”. Die zonen waren<br />

Lambertus II, Pieter en Jacob II. Tijdens<br />

het intonatiewerk aan het orgel<br />

van de Westerkerk (nu Poppodium<br />

Romein zonder orgel) in Leeuwarden<br />

stierf Luitjen Jacob. Onder leiding<br />

van Lambertus II werd het fraaie instrument<br />

afgebouwd. Luitjen Jacob<br />

is begraven naast zijn broer Jacob<br />

op afdeling 4, regel 13, nummer 20.<br />

Vermoedelijk zijn beide graven al gekocht<br />

in 1839. <strong>In</strong> 1888 vond Juliana<br />

Frank, echtgenote van L.J. van Dam,<br />

hier ook haar laatste rustplaats. Het<br />

graf is nog herkenbaar aanwezig.<br />

De derde generatie orgelmakers Van<br />

Dam bestond dus uit de broers: Lambertus<br />

II (1823-1904), Pieter (1824-<br />

1889) en Jacob II (1828-1907). <strong>In</strong> de<br />

loop van de tijd verlieten Pieter en<br />

Jacob II de orgelmakerij. Eerstgenoemde<br />

bleef wel in het orgelmakershuis<br />

wonen, maar ging zich meer<br />

toeleggen op de handel in piano’s en<br />

harmoniums. Jacob II werd boer in<br />

Suawoude, een dorp circa 10 kilometer<br />

ten zuidoosten van Leeuwarden.<br />

Hier stierf hij ook. Als beroep wordt<br />

in de overlijdensakte koemelker op-<br />

gegeven. Pieter sr. en Jacob II waren<br />

beide ongehuwd. Beide broers zijn<br />

begraven op de Algemene Begraafplaats<br />

aan de Spanjaardslaan. Jacob<br />

II op afdeling 4, regel 23, nummer 42<br />

en Pieter senior op de duurdere afdeling<br />

3, regel 24, nummer 23. Beide<br />

graven zijn helaas niet meer voorzien<br />

van een steen. Lambertus II hield de<br />

Grafsteen van Lambertus II van Dam (1823 – 1904) en van zijn echtgenote Elizabeth Peters<br />

op de oude Algemene Begraafplaats van Leeuwarden. Foto: Ad Fahner, Leeuwarden<br />

leiding van het bedrijf waarin zijn drie<br />

zonen Luitjen Jacob II (1850-1931),<br />

Haije (1853-1927) en Pieter jr. (1856-<br />

1927) meewerkten. Langzamerhand<br />

nam de jongste zoon Pieter jr. de<br />

leiding over. Als Lambertus II in 1894<br />

een bezwaarschrift indient tegen een<br />

belastingaanslag over de winst van<br />

het bedrijf, brengt hij dat aldus onder<br />

woorden: ‘En dat de vermoedelijke<br />

winst wordt gedeeld door requestrant<br />

en zijne drie gehuwde zoons’ (archief<br />

secretarie belasting in het Historisch<br />

Centrum Leeuwarden). Lambertus<br />

II stierf op 20 april 1904 te Leeuwarden<br />

en werd ook op de Algemene<br />

Begraafplaats begraven. Hij en zijn in<br />

1909 overleden echtgenote Elizabeth<br />

Peters rusten op de derde afdeling,<br />

regel 21, nummer 26. De grafsteen,<br />

hoewel gebroken, is nog aanwezig.<br />

Luitjen Jacob II zou eerst predikant<br />

worden, maar koos toch voor het<br />

orgelmakersvak. Hij was maatschappelijk<br />

zeer actief. Hij schreef brochures,<br />

gedichten en dergelijke, maar<br />

trad ook op als tolk Duits en Engels.<br />

Hij bezocht de Verenigde Staten van<br />

Amerika en Duitsland. Volgens de<br />

verhalen had hij het met al deze bezigheden<br />

erg druk en maakte hij tussen<br />

de bedrijven door thuis op zolder<br />

pijpwerk voor het familiebedrijf. <strong>In</strong><br />

1917 werd het oude orgelmakershuis<br />

aan de Zuidergrachtswal verkocht<br />

Grafsteen van ‘kerkorgelfabrikant’ Pieter van Dam (1856 – 1927) op de oude Algemene<br />

Begraafplaats van Leeuwarden. Foto: Ad Fahner, Leeuwarden<br />

aan de familie Schootstra die daar,<br />

na een rigoureuze verbouwing, rijwielen<br />

van het merk Phoenix (‘de sterke<br />

vogel’) ging fabriceren. Omdat er<br />

geen opvolger was (alleen Luitjen Jacob<br />

II had een zoon Lambertus Julianus,<br />

die in 1899 op negentienjarige<br />

leeftijd naar de VS vertrok) werd de<br />

zaak omgezet in een Naamloze Vennootschap<br />

en deze verhuisde naar<br />

het adres Eewal 69 in het hartje van<br />

de oude binnenstad. Firmanten waren<br />

P. van Dam, B.F. Bergmeyer en J.<br />

Vaas. Pieter jr. verhuisde met vrouw<br />

en dochter naar een nieuwe woning<br />

aan de Emmastraat 1, maar kwam<br />

dagelijks op de Eewal. <strong>In</strong> 1926 traden<br />

Van Dam en Bergmeyer uit de N.V. die<br />

onder leiding van J. Vaas verder ging.<br />

<strong>In</strong> 1927 stierven de broers Pieter jr. en<br />

Haije. Eerstgenoemde op 24 januari<br />

en de ander op 17 oktober. De dood<br />

van Pieter jr. maakte veel indruk! <strong>In</strong> de<br />

Leeuwarder Courant verschenen herdenkingsartikelen<br />

en de begrafenis<br />

werd door veel mensen bijgewoond.<br />

Pieter werd begraven op het kerkhof<br />

van de Dorpskerk te Huizum. Nog<br />

geen 20 meter verwijderd van het<br />

orgel dat door zijn vader en ooms in<br />

1849 was geleverd. Dochter Elizabeth<br />

Aaltje stierf in 1933 en werd bij haar<br />

vader begraven. Echtgenote Catharina<br />

Christina ter Maat vertrok een jaar<br />

later naar Apeldoorn en stierf in Renkum<br />

(1943). Haije en zijn echtgenote<br />

Dieuwke Stapert werden begraven<br />

op de Algemene Begraafplaats op<br />

afdeling 2, regel 10, nummer 21. Dit<br />

graf was tot vorig jaar zeer vervallen<br />

maar is nu gedeeltelijk hersteld in het<br />

kader van de grote opknapbeurt die<br />

de gemeente Leeuwarden heeft laten<br />

uitvoeren. Helaas betrof deze restauratie<br />

alleen de afdelingen 1 en 2. Luitjen<br />

Jacob II tenslotte stierf als laatste<br />

op 13 oktober 1931 en werd eveneens<br />

begraven bij de kerk van Huizum.<br />

Ook zijn dood kreeg veel aandacht<br />

in de plaatselijke pers. Hij heeft<br />

niet meer hoeven meemaken dat het<br />

gezamenlijke personeel per 16 januari<br />

1932 ontslag nam bij de N.V. Orgelfabriek<br />

P. van Dam en onder leiding van<br />

de voormalige directeur Joh. Vaas en<br />

de chef werkplaats T. Bron gingen<br />

werken bij de nieuw opgerichte firma<br />

Vaas en Bron. De orgelfabriek P. van<br />

Dam N.V. ging verder onder leiding<br />

van directeur-eigenaar J.D. van der<br />

Bliek op het adres Achter de Hoven<br />

12 en later op Emmakade 46.<br />

Ad Fahner


pagina 26<br />

Friese orgelkrant<br />

De Amsterdamse Orpheus<br />

Het is inmiddels gebruikelijk om elk jaar in de Friese Orgelkrant<br />

aandacht te schenken aan een ‘jubilerende’ componist. Waar in<br />

de afgelopen jaren (veelal) onderbelichte componisten beschreven<br />

werden, maken wij dit jaar een uitzondering voor de grootste<br />

Nederlandse componist aller tijden. Wij spreken (uiteraard) van<br />

<strong>Jan</strong> Pieterszoon Sweelinck.<br />

450 jaar geleden op een onbekende<br />

dag in april of mei werd Sweelinck<br />

geboren in de Hanzestad Deventer.<br />

Sweelinck was de oudste van drie<br />

kinderen van Pieter Swibbertszoon<br />

en Elsgen Sweling, dochter van de<br />

Deventer stadschirurgijn Johan Zwelick.<br />

De kinderen namen de achternaam<br />

van hun moeder over vanwege<br />

de vooraanstaande positie van haar<br />

familie in de stad. Sweelincks vader<br />

was de organist van de Grote of<br />

Sint Lebuïnuskerk te Deventer. Hij<br />

was daar de opvolger van zijn vader,<br />

Swibbert van Keyzersweerd, die in<br />

de vroege 16 e eeuw, vanuit Neder-<br />

Rijnland, naar Deventer was verhuisd.<br />

<strong>In</strong> 1564 verhuisde het gezin naar Amsterdam<br />

waar Sweelincks vader aangesteld<br />

was als organist van de Oude<br />

of Sint Nicolaaskerk. Helaas zijn noch<br />

van de grootvader, noch van de vader<br />

van Sweelinck composities overgeleverd.<br />

Bericht dat het overlijden van ‘meester’<br />

<strong>Jan</strong> Pieterszoon Sweelinck op 16 oktober<br />

1621 vermeldt. Afbeelding: internet<br />

Sweelinck ontving zijn eerste muzikale<br />

onderricht zeer waarschijnlijk van<br />

zijn vader. Omdat zijn vader overleed<br />

in 1573 kan worden aangenomen dat<br />

zijn opvolger, Cornelis Boskoop, de<br />

muzikale vorming voortzette. Deze<br />

overleed echter al in oktober van<br />

hetzelfde jaar en kan Sweelinck dus<br />

slechts kort les hebben gegeven. Het<br />

is niet bekend wie er na Boskoop organist<br />

van de Oude Kerk is geweest.<br />

Er is weinig bekend over de verdere<br />

muzikale scholing van Sweelinck na<br />

de dood van zijn vader. Vermoedelijk<br />

heeft hij les gehad van <strong>Jan</strong> Willemszoon<br />

Lossy (ca. 1545-1629),<br />

countertenor en schalmeispeler te<br />

Haarlem (voor Lossy was de muziek<br />

een nevenberoep, hij was evenals<br />

meerdere familieleden ook bierbrouwer).<br />

Sweelinck is daar dan mogelijk<br />

Laat Swelincx beeltenis aentrecken uwe ogen,<br />

De oiren heeft hij self, noch levende, getogen:<br />

En weett’, hoewel hij leefd’ en stierf tot Amsterdam,<br />

Van Deventer nochtans dien groten sanger quam.<br />

ook beïnvloed door Claas Albrechtszoon<br />

van Wieringen en Floris van<br />

Adrichem, beiden organist van de<br />

Grote of Sint-Bavokerk die daar dagelijks<br />

improviseerden. Deze laatste<br />

– destijds een zeer bekend organist<br />

– zou ook heel goed de leraar van<br />

Sweelinck geweest kunnen zijn.<br />

Volgens de 18 e -eeuwse musicoloog<br />

Johann Mattheson (1681-1764) heeft<br />

Sweelinck gestudeerd bij Gioseffo<br />

Zarlino (1517-1590) in Venetië, maar<br />

dat is nooit bewezen. Mogelijk kan<br />

enige verwarring zijn ontstaan, omdat<br />

zijn broer, de schilder Gerrit Pieterszoon<br />

Sweelinck, wél in Venetië is<br />

geweest.<br />

Naast zijn muzikale opleiding ontving<br />

Sweelinck een algemene educatie<br />

van Jacob Buyck, de pastoor van de<br />

Oude Kerk. Deze lessen stopten in<br />

1578 met de Alteratie van Amsterdam<br />

(waarmee de stad definitief koos voor<br />

de Prins van Oranje en calvinistisch<br />

werd). De katholiek Buyck koos eieren<br />

voor zijn geld en besloot de stad<br />

te verlaten.<br />

Volgens Cornelis Plemp, een leerling<br />

en vriend van Sweelinck, werd Sweelinck<br />

in 1577 op 15-jarige leeftijd aangesteld<br />

als organist van de Oude Kerk.<br />

Dit is echter niet geheel zeker omdat<br />

de jaren 1577-1580 ontbreken in het<br />

kerkarchief. Zeker is wel dat Sweelinck<br />

in 1580 reeds organist was. Hij zou<br />

deze post nog 41 jaar lang behouden,<br />

tot het eind van zijn leven.<br />

<strong>In</strong> 1585 stierf ook Sweelincks moeder<br />

en liet hem achter met de verantwoordelijkheid<br />

over zijn jongere broer en<br />

zus. Zijn salaris werd het daaropvolgende<br />

jaar verdubbeld, waarschijnlijk<br />

om zijn financiële positie enigszins te<br />

verstevigen. Mocht hij gaan trouwen,<br />

dan zou zijn salaris nog eens met<br />

100 gulden worden verhoogd; dit gebeurde<br />

in 1590 toen hij trouwde met<br />

Claesgen Dircxdochter Puyner uit<br />

Medemblik. Daarnaast werd hem de<br />

keuze gegeven tussen een extra 100<br />

gulden of gratis huisvesting (in de Koestraat);<br />

hij koos voor het laatste. Het<br />

geven van vrij wonen aan personen<br />

die min of meer in stadsdienst waren<br />

kwam destijds veelvuldig voor. Te Amsterdam<br />

was dit des te gemakkelijker,<br />

omdat er vanwege de Alteratie veel<br />

kloosterbezittingen vrij kwamen.<br />

Orgels<br />

Sweelinck had in de Oude Kerk de<br />

beschikking over twee orgels. Het<br />

hoofdorgel was tussen 1539 en 1545<br />

gebouwd door Hans van Keulen,<br />

Hendrik en Hermann Niehoff en Jasper<br />

<strong>Jan</strong>szoon en had de volgende<br />

dispositie:<br />

Jacobus Revius<br />

Rugwerk (Man. I, FGA-g2a2): Prestant<br />

8 vt, Octaaf 4 vt, Mixtuur, Scherp,<br />

Quintadena 8 vt, Holpijp 4 vt, Sifflet<br />

1⅓ vt, Regaal 8 vt, Baarpijp 8 vt,<br />

Schalmij 4 vt<br />

Hoofdwerk (Man. II, F1G1A1-g2a2):<br />

Prestant 16 vt, Octaaf 8+4 vt, Mixtuur,<br />

Scherp<br />

Bovenwerk (Man. III, FGA-g2a2):<br />

Prestant 8 vt, Holpijp 8 vt, Open fluit<br />

4 vt, Nasard 2⅔ vt, Sifflet 1 vt, Cimbel,<br />

Trompet 8 vt, Zink 8 vt (discant)<br />

Pedaal (FGA-c1, aangehangen aan<br />

F1G1A1-c0 van het HW): Nachthoorn<br />

2 vt, Trompet 8 vt<br />

Koppel Rugwerk-Bovenwerk, Tremulant<br />

Het koororgel, gebouwd door Hendrik<br />

Niehoff en Jasper <strong>Jan</strong>szoon in 1544-<br />

1545, had de volgende dispositie:<br />

Hoofdwerk (FGA-g2a2): Holpijp 8<br />

vt, Prestant 4 vt, Octaaf 2 vt, Mixtuur,<br />

Scherp, Quintadeen 8 vt, Gemshoorn<br />

2 vt, Sifflet 1⅓ vt, Schalmei 4 vt<br />

Borstwerk (FGA-g2a2): Holpijp 4 vt,<br />

Kromhoorn 8 vt, Regaal 8 vt<br />

Pedaal (FGA-c1, aangehangen aan<br />

het HW): Trompet 8 vt<br />

Koppel Hoofdwerk-Borstwerk, Tremulant<br />

Het is niet bekend welke stemming<br />

de beide orgels hadden. Volgens Cor<br />

Edskes hadden de orgels een stemming<br />

tussen Pythagoreïsch en (¼<br />

komma) middentoon, waarbij een<br />

aantal van de elf reine kwinten van de<br />

Pythagoreïsche stemming sneuvelde<br />

ten faveure van betere tertsen. Maar<br />

waarschijnlijk hadden de orgels de<br />

toen reeds gebruikelijke (¼ komma)<br />

middentoonstemming; alle werken<br />

van Sweelinck klinken dan ook perfect<br />

in die stemming.<br />

<strong>In</strong> 1619 is er uitgebreid gewerkt aan<br />

het grote orgel. Niet uitgesloten is te<br />

achten dat er toen – wellicht alleen op<br />

het Rugwerk – dubbele boventoetsen<br />

es/dis zijn aangebracht. De dis komt<br />

voor in twee fantasia’s (waaronder de<br />

bekende chromatische) en in 'Allein<br />

zu dir Herr Jesu Christ' (SwWV 309).<br />

Deze koraalbewerking wordt overigens<br />

ook wel aan Johann Praetorius<br />

toegeschreven, en stamt dus uit een<br />

tijd waarin de middentoonstemming<br />

al enigszins gemodificeerd werd om<br />

de es als dis te kunnen gebruiken.<br />

Sweelincks werkgever, het stadsbestuur,<br />

zal hem een taakomschrijving<br />

hebben gegeven zoals die gebruikelijk<br />

was in de Republiek. Dit zou er op<br />

neerkomen dat Sweelinck elke dag<br />

tweemaal het orgel een uur lang diende<br />

te bespelen. Was er een kerkdienst<br />

dan diende hij een uur voor en/of na<br />

de dienst te spelen. Verder was hij verantwoordelijk<br />

voor de staat waarin de<br />

beide orgels verkeerden. Sweelinck<br />

was zeer beroemd om zijn improvisaties<br />

op orgel en klavecimbel.<br />

Pentekening van het interieur van de Oude Kerk door <strong>Jan</strong> Goeree (1670-1731).<br />

Afbeelding: internet<br />

Omdat we niet precies weten wanneer<br />

Sweelinck in de Oude Kerk organist<br />

is geworden, weten we niet<br />

of hij nog in de katholieke liturgie<br />

gefunctioneerd heeft. Na de Alteratie<br />

was hij in elk geval enkel in dienst van<br />

de stad en niet (meer) in dienst van de<br />

Oude Kerk als kerkmusicus en organist.<br />

<strong>In</strong> de nu protestantse Oude Kerk<br />

moesten het gregoriaans en de polyfonie<br />

wijken voor éénstemmig psalmgezang,<br />

en het orgel – een wereldlijk<br />

instrument – diende te zwijgen. De<br />

Synode van Dordrecht oordeelde in<br />

1574 dat het orgelspel 'gansch behoort<br />

afgheset te wesen, volgens de<br />

leere Pauli, I Cor. XIV, 19'. De Nationale<br />

Synode van 1578 deed daar een<br />

schepje bovenop en besloot dat de<br />

orgels uit de kerken verwijderd dienden<br />

te worden. Daar is het nooit van<br />

gekomen, omdat de orgels in eigendom<br />

waren van de stad en de meeste<br />

stadsbesturen geen gehoor aan deze<br />

oproep gaven.<br />

Sweelinck heeft zeer waarschijnlijk<br />

zijn gehele leven in Amsterdam doorgebracht,<br />

hij verliet de stad enkel zo<br />

nu en dan voor professionele werkzaamheden.<br />

Zo bezocht hij voor keuringen<br />

of adviezen Enkhuizen, Haarlem<br />

(1594), Deventer (1595, 1616),<br />

Middelburg (1603), Nijmegen (1605),<br />

Harderwijk (1608), Rotterdam (1610),<br />

Delft, Dordrecht (1610) en Rhenen<br />

(1616). Zijn langste reis was naar Antwerpen<br />

in 1604 om een Ruckers-klavecimbel<br />

voor de stad aan te schaffen.<br />

Sweelinck is, ondanks nauwe<br />

banden, nooit in Engeland geweest.<br />

Pedagoog<br />

De faam van Sweelinck nam gedurende<br />

zijn gehele leven toe, wat hem<br />

de bijnaam 'de Orpheus van Amsterdam'<br />

opleverde. Geregeld nam het<br />

stadsbestuur belangrijke gasten mee<br />

naar de Oude Kerk om hun Sweelinck<br />

te laten horen. Hij was niet alleen beroemd<br />

als componist, maar zeker ook<br />

als pedagoog: samen met Froberger,<br />

Liszt en Bach is Sweelinck één van de<br />

weinige klavierspelers die zowel als<br />

speler als docent hun stempel op de<br />

muziekgeschiedenis hebben gedrukt.<br />

Dit leidde er toe dat veel (jonge) organisten<br />

– vooral uit Noord-Duitsland<br />

– tijdens het Twaalfjarige Bestand<br />

(1609-1621) naar Amsterdam togen<br />

om bij Sweelinck in de leer te gaan.<br />

Zo valt in de "Grundlage einer Ehrenpforte"<br />

(1740) van Johann Mattheson<br />

te lezen: “Toen hij (Jacob Praetorius<br />

II, pcz) vernam dat in Amsterdam een<br />

voortreffelijke organist was, verlangde<br />

hij om daar naartoe te reizen en door<br />

hem te worden onderwezen. De kerkenraad<br />

van de Sankt Jacobikirche<br />

(in Hamburg) moedigde hem daartoe<br />

aan en beloofde de helft van de kosten<br />

te zullen dragen. Het was de beroemde<br />

<strong>Jan</strong> Pieterszoon Sweelinck bij<br />

wie hij in de leer ging en die hem onder<br />

andere een geheel eigen manier<br />

van vingerzettingen leerde die toen<br />

heel ongebruikelijk was maar zeer<br />

goed. (Jacob) nam Sweelincks gebruiken<br />

en houding over die bijzonder<br />

aangenaam en achtenswaardig wa-


Friese orgelkrant pagina 27<br />

Het interieur van de Oude Kerk in 1661 door Emanuel de Witte (1617-1692). Afbeelding: internet<br />

ren. Zo speelde hij zonder het lichaam<br />

veel te bewegen waardoor het leek<br />

alsof het moeiteloos gebeurde. Zijn<br />

natuurlijke wezen - ernstig, ordentelijk<br />

en bescheiden - was hem daarbij zeer<br />

behulpzaam. Het was niet alleen een<br />

lust om hem te horen, maar ook om<br />

hem te zien wanneer hij aan het orgel<br />

zat. Hans Scheidemann, de wakkere<br />

organist van de Sankt Catharinenkirche<br />

(in Hamburg), stuurde in dezelfde<br />

tijd zijn zoon Heinrich naar Holland.<br />

Zo kwamen de twee jonge, ambitieuze<br />

Hamburgers samen in Sweelincks<br />

school. Zij studeerden om het hardst,<br />

wat de meester zeer verheugde.”<br />

Noemenswaardige leerlingen waren<br />

onder meer zijn oudste zoon Dirck,<br />

die op zijn beurt weer leraar was van<br />

Anthonie van Noordt. Daarnaast de<br />

Deventer organist Lucas van Lenninck,<br />

die de eerste leraar was van<br />

(de eveneens in Deventer geboren)<br />

Johann Adam Reincken. En natuurlijk<br />

de schare leerlingen uit (Noord-)Duitsland:<br />

Andreas Düben, Samuel en<br />

Gottfried Scheidt, Melchior Schildt,<br />

Paul Siefert en Ulrich Cernitz, Jacob<br />

Praetorius II, Johannus Praetorius en<br />

Heinrich Scheidemann. Deze laatste<br />

vier bezetten de belangrijkste organistenposten<br />

in Hamburg, vandaar<br />

Sweelincks bijnaam de 'hamburgischen<br />

Organistenmacher'. Met deze<br />

Duitse leerlingen staat Sweelinck aan<br />

de wieg van de Noord-Duitse orgelschool.<br />

Reincken (en wellicht ook<br />

Buxtehude) heeft bij Scheidemann<br />

gestudeerd, die op zijn beurt Johann<br />

Sebastian Bach geïnspireerd heeft.<br />

Sweelinck heeft voorwaar een grote<br />

invloed gehad.<br />

Composities<br />

Sweelincks eerste gepubliceerde<br />

werken zijn drie banden met chansons,<br />

gepubliceerd in 1592-1594.<br />

Alleen het laatste deel is bewaard gebleven;<br />

op de titelpagina valt voor het<br />

eerst de naam 'Sweelinck' te lezen.<br />

Vervolgens werden er in 1604, 1613,<br />

1614 en 1621 vier lijvige banden met<br />

(vocale) psalmzettingen gepubliceerd.<br />

De laatste band werd postuum, en<br />

vermoedelijk onvoltooid, gepubliceerd.<br />

Deze psalmzettingen kunnen<br />

als zijn levenswerk beschouwd worden.<br />

De teksten waren afkomstig uit<br />

het Franstalige metrische psalter van<br />

Clément Marot en Théodore de Bèze.<br />

Uit de keuze voor de Franse teksten<br />

(en niet de gebruikelijke vertaling van<br />

Petrus Datheen) blijkt dat Sweelinck<br />

zijn psalmen niet voor gebruik in de<br />

eredienst bedoeld had, maar voor<br />

een uitvoering door gezelschap-<br />

pen uit de gegoede burgerij. Het is<br />

overigens opvallend dat Sweelinck<br />

geen enkele (vocale) compositie in<br />

het Nederlands heeft geschreven.<br />

De grote tegenhanger van de psalmzettingen<br />

– zowel in muzikaal als in<br />

kerkelijk opzicht – is een bundel met<br />

zevenendertig motetten op teksten<br />

uit de rooms-katholieke liturgie, de<br />

Cantiones Sacrae. Deze vijfstemmige<br />

werken worden niet gekenmerkt door<br />

een complexe polyfonie, maar door<br />

een contrapunt dat gestuurd wordt<br />

door de harmonie met veel chromatische<br />

melodieën. <strong>In</strong> 1612 werden de<br />

Rimes françaises et itallienes gedrukt;<br />

twee- en driestemminge liederen op<br />

wereldlijke teksten.<br />

Sweelincks instrumentale muziek<br />

bestaat vrijwel geheel uit composities<br />

voor klavierinstrumenten. <strong>In</strong> deze<br />

werken toont Sweelinck een diepgaande<br />

kennis van alle belangrijke<br />

Europese tradities, met name de Engelse<br />

en de Venetiaanse. Sweelinck<br />

was niet zozeer een innovator, maar<br />

meer iemand die het beste van alle<br />

stijlen samenvoegde. <strong>In</strong> Nederland<br />

zelf is vrijwel geen handschrift met<br />

klaviercomposities van Sweelinck (als<br />

autograaf of in kopie) bewaard gebleven<br />

en het is dan ook aan zijn leerlingen<br />

te danken dat een belangrijk<br />

deel van Sweelincks klaviercomposities<br />

– die in de kern als compositie-<br />

en improvisatievoorbeelden bedoeld<br />

waren – bewaard bleef: door middel<br />

van handgeschreven kopieën die zij<br />

van compositie-originelen van hun<br />

leraar zelf, respectievelijk van afschriften<br />

daarvan uit diens leerlingenkring<br />

vervaardigden.<br />

Sweelinck heeft ongeveer 70 instrumentale<br />

werken geschreven, maar<br />

het precieze aantal is niet bekend.<br />

Uitgevers en musicologen spreken<br />

elkaar soms tegen over de vraag of<br />

een werk al of niet door Sweelinck is<br />

geschreven. Zijn instrumentale oeuvre<br />

bestaat uit fantasia’s, toccata’s<br />

en variatiewerken. <strong>In</strong> het belangrijke<br />

boek The keyboard music of <strong>Jan</strong> Pieterszoon<br />

Sweelinck van Pieter Dirksen<br />

is een mooi overzicht te vinden<br />

van werken die zeker van Sweelinck<br />

zijn, die aan hem toegeschreven worden<br />

en waarvan het twijfelachtig is.<br />

Zo is het bijvoorbeeld twijfelachtig<br />

of het bekende 'Ballo del Granduco'<br />

(SwWV 319) van Sweelinck is, waarschijnlijk<br />

is het door Samuel Scheidt<br />

gecomponeerd. Van enkele werken<br />

zijn meerdere versies bekend. Een<br />

voorbeeld: Psalm 140 (SwWV 314)<br />

telt vijf variaties, maar de alternatieve<br />

versie 'Die 10 Gebot Gottes' (SwWV<br />

314a) slechts vier, met weglating van<br />

de 4e variatie van Psalm 140.<br />

<strong>In</strong> zijn fantasia's en toccata's verbindt<br />

Sweelinck de stijlen van Italië<br />

(Andrea Gabrieli, Merulo), Spanje<br />

(Cabezón, Milán), Portugal (Coelho)<br />

en Engeland (Bull, Philips). Het passagewerk<br />

is (wellicht) minder virtuoos<br />

dan de Italiaanse, maar het is meer<br />

gestructureerd. Zijn Fantasia's zijn<br />

geconstrueerd rond één thema en<br />

hebben vaak een fugatisch karakter,<br />

waarbij het thema ook in de omkering<br />

en in de vergroting/verkleining<br />

gebruikt wordt. Met deze fantasia's<br />

legt Sweelinck de basis voor de latere<br />

ontwikkeling van de (monothematische)<br />

fuga. Vijf fantasia’s zijn een<br />

zogenoemde echofantasia. Een apart<br />

genre, waarvan Sweelinck de uitvinder<br />

zou kunnen zijn. Soms worden de<br />

echo’s gemaakt door klavierwisseling<br />

(sterk-zacht), op andere plaatsen<br />

bestaat de echo uit het een octaaf<br />

verplaatsen van hetzelfde motief –<br />

mogelijk zonder klavierwisseling. De<br />

echo-secties worden ingeleid en afgewisseld<br />

met imitatorische en toccata-achtige<br />

gedeelten. Verder zijn<br />

er de vele variatiereeksen over kerkelijke<br />

en wereldlijke melodieën, waarin<br />

duidelijk de stijl van de Engelse virginalisten<br />

te ontdekken valt. De variatiereeksen<br />

zijn niet een willekeurige<br />

verzameling van individuele variaties,<br />

<strong>Jan</strong> Pieterszoon Sweelinck afgebeeld op een biljet van vijfentwintig gulden.<br />

maar gecomponeerd als één geheel.<br />

De variaties over wereldlijke thema's<br />

worden gekenmerkt door de ontwikkeling<br />

in elke variatie van een nieuw<br />

muzikaal idee afgeleid van het thema.<br />

De koraalvariaties gaan uit van een<br />

ander principe, namelijk een verschillend<br />

aantal stemmen in elke variatie.<br />

Daardoor is de cantus firmus telkens<br />

in een andere stem en komt de variatie<br />

uit een afwisselende behandeling<br />

van het contrapunt.<br />

Religie<br />

Sweelincks geloofsovertuiging is tot<br />

op de dag van vandaag een levendig<br />

discussiepunt onder musicologen.<br />

Sweelinck is katholiek opgevoed; zijn<br />

vader stond als organist en kerkmusicus<br />

geheel in de rooms-katholieke<br />

traditie. Volgens Sweelincks belangrijkste<br />

biograaf Van den Sigtenhorst<br />

Meyer werd Sweelinck protestants,<br />

maar er zijn ook goede argumenten<br />

aan te voeren dat hij katholiek is gebleven.<br />

Dat Sweelinck na de Alteratie<br />

aan kon blijven als organist in de Oude<br />

Kerk betekent niet vanzelfsprekend<br />

dat hij zich bekeerd heeft tot het protestantisme.<br />

Zo konden bijvoorbeeld<br />

de rooms-katholieke organisten Cornelis<br />

Schuyt in Leiden en Pieter de<br />

Vois in Den Haag aanblijven als organist.<br />

Sweelinck heeft altijd roomskatholieke<br />

vrienden gehouden (zoals<br />

Cornelis Plemp en Joost van den<br />

Vondel), maar hij had ook zeer goede<br />

contacten met gereformeerden. Ook<br />

Sweelincks oeuvre geeft geen uitsluitsel<br />

over zijn kerkelijke gezindheid. Aan<br />

de ene kant is daar de monumentale<br />

toonzetting van het calvinistische<br />

psalter, maar aan de andere kant zijn<br />

er de katholieke Cantiones sacrae.<br />

Vooral het Maria-motet Regina coeli<br />

zou bezwaarlijk kunnen zijn voor een<br />

rechtzinnige calvinist. Ook zijn klavier-<br />

De Oudezijds Voorburgwal met de Oude Kerk door <strong>Jan</strong> van der Heyden (1637-1712).<br />

Afbeelding: internet<br />

werken zijn ambivalent. Voor zijn variaties<br />

over geestelijke liederen gebruikt<br />

Sweelinck melodieën van verschillende<br />

signatuur. Drie van Sweelincks kinderen<br />

zijn gedoopt in de (gereformeerde)<br />

Oude Kerk, maar daaruit kan niet<br />

worden geconcludeerd dat hij ook lid<br />

was van de gereformeerde kerk. <strong>In</strong> de<br />

eerste decennia na de Alteratie was er<br />

in Amsterdam een zogenoemde 'wijde<br />

kerk', voor iedereen toegankelijk. Vele<br />

gelovigen waren 'liefhebbers': ze kerkten<br />

en doopten bij de gereformeerden,<br />

maar waren geen lid. Men zou concluderend<br />

kunnen zeggen dat Sweelinck<br />

een tolerante geest had. Sweelinck<br />

stierf op 16 oktober 1621 (aan onbekende<br />

oorzaken) en werd begraven in<br />

de Oude Kerk. Hij liet zijn vrouw en vijf<br />

van hun zes kinderen achter. De oudste,<br />

Dirck <strong>Jan</strong>szoon, volgde zijn vader<br />

op als organist van de Oude Kerk.<br />

Het moge reeds duidelijk zijn dat<br />

Sweelincks invloed zeer groot geweest<br />

is. Veelzeggend is dat Sweelinck<br />

in het omvangrijke Fitzwilliam<br />

Virginal Book met vier composities<br />

vertegenwoordigd is. Afgezien van<br />

een toccata van Giovanni Picchi zijn<br />

dit de enige niet-Engelse werken in<br />

de verzameling. John Bull (ca. 1562-<br />

1628) eerde Sweelinck na zijn dood<br />

met een fantasie op één van diens<br />

thema's. Joost van den Vondel eerde<br />

hem met het volgende epitaaf:<br />

Dits Sweelinck's sterfelyk deel,<br />

ten troost ons nagebleven<br />

't Ontsterfelyk hout de maet by<br />

Godt in 't eeuwig leven<br />

Daer streckt hy, meer dan hier<br />

omvatten ons gehoor<br />

Een goddlycke galm in aller<br />

Enghlen oor.<br />

PCZ


pagina 28<br />

Friese orgelkrant<br />

Veranderend Fries Orgellandschap<br />

De orgelbouwactiviteiten die het afgelopen jaar zijn afgerond of gestart, vertonen een heel divers<br />

beeld. Dat betekent dat alle varianten die men zich op dat gebied kan voorstellen aan de orde zijn:<br />

zorgvuldige restauratie van een ongewijzigd orgel, reconstructie (geheel of gedeeltelijk) van een<br />

verloren gegane oorspronkelijke toestand, restauratie van een gegroeide situatie, verplaatsing van<br />

een orgel en nieuwbouw. We laten hier de activiteiten volgen in een volgorde die wordt gedicteerd<br />

door de bouwjaren van de orgels.<br />

BOKSUM, Sint-Margaretakerk<br />

De oudste delen van het orgel in deze<br />

kerk dateren van 1675. De ‘auteur’<br />

ervan is <strong>Jan</strong> Harmensz. Maar liefst<br />

11 activiteiten van orgelbouwers zijn<br />

sinds dat moment gedocumenteerd;<br />

de laatste in 1913 toen Bakker & Timmenga<br />

het instrument nogal grondig<br />

herzag. Het orgel was al heel lang<br />

ernstig in verval, restauratie werd allengs<br />

onontkoombaar. Enige tijd geleden<br />

werd aan de restauratiewerkzaamheden<br />

begonnen door Pels &<br />

Van Leeuwen onder advies van Aart<br />

van Beek. De gegroeide situatie zal in<br />

grote trekken blijven bestaan.<br />

Front van het in 2010-2011 gereconstrueerde Schwartzburgorgel (1735) in Burgwerd.<br />

Foto: Broer Feenstra, Burgwerd<br />

BURGWERD, Johanneskerk<br />

De reconstruerende restauratie van<br />

het Schwartzburgorgel van Burgwerd<br />

door Flentrop Orgelbouw onder<br />

advies van Theo Jellema werd in<br />

juni 2011 afgerond. <strong>In</strong> de afgelopen<br />

winter werd door A. Bloemhof Schilderwerken<br />

na een zorgvuldig kleurenonderzoek<br />

door B. Jonker (Zwolle)<br />

en adviezen van S. ten Hoeve (Nijlân)<br />

met betrekking tot de wapens op het<br />

rugstuk de oorspronkelijke kleur weer<br />

aangebracht. Het heeft geleid tot een<br />

heel feestelijk resultaat.<br />

BOAZUM, Sint-Martinuskerk<br />

Het orgel van Boazum (Bozum) is<br />

volstrekt uniek. Gottlieb Heineman,<br />

iemand van wie we weinig weten,<br />

begon aan de bouw in 1783. De uit<br />

Oost-Friesland afkomstige Rudolf<br />

Knol zette de werkzaamheden voort<br />

en bracht ze in 1791 tot een goed<br />

einde. Daarna is veel gebeurd (onder<br />

meer werkzaamheden van Radersma,<br />

Van Dam, Vaas & Bron en<br />

Bakker & Timmenga). Al jaren brengt<br />

de klank van het orgel niemand in verrukking.<br />

Te verwachten valt dat de tweede<br />

fase van de restauratie, die in 2011<br />

werd begonnen en in 2012 zal worden<br />

voltooid, daar verandering in zal<br />

brengen. Zij wordt uitgevoerd door<br />

Bakker & Timmenga naar plannen<br />

van wijlen <strong>Jan</strong> <strong>Jongepier</strong>. Theo Jellema<br />

begeleidt de werkzaamheden.<br />

HARLINGEN, Grote Kerk<br />

Tot de grootse prestaties in Fryslân<br />

van de Groninger orgelbouwer Abertus<br />

Anthoni Hinsz hoort het monumentale<br />

orgel dat hij in 1776 voltooide<br />

in de Grote Kerk te Harlingen. Aan dat<br />

orgel is in de 19e en 20e eeuw heel<br />

vaak gewerkt. Van grote betekenis<br />

waren werkzaamheden door Petrus<br />

van Oeckelen in 1864, die het klankbeeld<br />

sterk ombogen in romantische<br />

richting. <strong>In</strong> 1938 woei de orgelwind<br />

weer uit een heel andere hoek en<br />

werd in het kader van een restauratie<br />

door J. de Koff de oorspronkelijke<br />

dispositie op het hoofdwerk enigszins<br />

hersteld. Doordat oriëntatie op<br />

de bouwwijze van Hinsz in het geheel<br />

niet had plaatsgehad, bleef de reconstructie<br />

een papieren zaak en deed<br />

de totaalklank van het orgel maar heel<br />

weinig aan Hinsz denken.<br />

<strong>In</strong> 2010 en 2011 is de Hinsz-situatie<br />

geheel gereconstrueerd door Flentrop<br />

Orgelbouw. Het rapport dat aan<br />

de reconstructie ten grondslag lag,<br />

werd geschreven door <strong>Jan</strong> <strong>Jongepier</strong>.<br />

Cees v.d. Poel begeleidde de werkzaamheden.<br />

Vier 19 e -eeuwse Van Damorgels<br />

Vier Van Damorgels (Jelsum, Grou,<br />

Hilaard en Terwispel) waren in het afgelopen<br />

jaar in onze provincie voorwerp<br />

van zorg. De orgels van Jelsum,<br />

Terwispel en Hilaard waren er al jaren<br />

slecht aan toe. Zij zijn na restauraties<br />

door Bakker & Timmenga nu alle drie<br />

weer luisterrijk klinkende monumenten.<br />

Elk ervan – en dat geldt voor<br />

alle Van Damorgels – heeft zijn eigen<br />

charme; steeds blijkt dat de Van Damorgels<br />

familie van elkaar zijn, maar<br />

óók allemaal een eigen persoonlijkheid<br />

bezitten.<br />

Het Jelsumer orgel kreeg al aandacht<br />

in de Orgelkrant van 2011. Voorjaar<br />

2011 was de restauratie voltooid, de<br />

‘inspeling’ vond plaats op 2 mei 2011.<br />

Anders dan het Jelsumer orgel met<br />

zijn gecompliceerde (en nog steeds<br />

niet écht ontraadselde) bouwgeschiedenis<br />

zijn de instrumenten van<br />

Hilaard en Terwispel volbloed Van Damorgels.<br />

Het orgel van Hilaard onderging<br />

wijzigingen in het kader van een<br />

restauratie door Eppinga in 1967. De<br />

recente restauratie heeft de Eppingasporen<br />

weer kunnen uitwissen. Op<br />

de plaats van de in 1967 verdwenen<br />

Violon 8 vt kon een historische strijker<br />

worden geplaatst.<br />

De werkzaamheden in Grou bestonden<br />

in de eerste plaats uit het<br />

rechtzetten van het zeer verzakte orgelmeubel.<br />

Daarnaast zijn de mechanieken<br />

onder handen genomen en is<br />

de klank licht gecorrigeerd op punten<br />

waar duidelijk was dat Van Dam wat<br />

uit beeld geraakt was. De pedaalkoppel<br />

(in de jaren '20 of '30 van de vorige<br />

eeuw minder handig aangelegd)<br />

is gereconstrueerd naar Van Damvoorbeeld.<br />

Daardoor kon de lelijke<br />

scheve stand van het knieschot ook<br />

gecorrigeerd worden.<br />

Het gerestaureerde Van Damorgel (1878) in de Protestantse Kerk van Terwispel.<br />

Foto: Johan Sjoukema, Leeuwarden<br />

Twee 20 e -eeuwse orgels<br />

De pure ongereptheid van een nooit<br />

gewijzigd orgel maakt een voorbije tijd<br />

bijna tastbaar. Die ervaring ontroert in<br />

Terwispel, maar ook bij een bezoek<br />

aan het ruim 30 jaar later door Bakker<br />

& Timmenga gebouwde orgel van<br />

It Heidenskip. De vraag hoe in een<br />

kerk met zo weinig hoogte een orgel<br />

met drie 8-voets registers een plaats<br />

moest vinden en hoe een front tóch<br />

goed kon worden geproportioneerd,<br />

zal Arjen Timmenga wel een paar slapeloze<br />

nachten gekost hebben.<br />

Jelsum - het gerestaureerde Van Damorgel (1834) in vroeg 18 e -eeuwse kas.<br />

Foto: Johan Sjoukema, Leeuwarden<br />

Het bereikte resultaat is uiterst charmant.<br />

Bakker & Timmenga herstelde<br />

begin dit jaar de gebruiks- en uitdrogingsschade<br />

die het instrument<br />

gedurende een eeuw trouwe dienst<br />

opliep. Tot de ‘bijwerkingen’ van het<br />

samengaan van hervormden en gereformeerden<br />

en van de kerkverlating<br />

behoren de kerksluitingen en daarmee<br />

het verdwijnen van orgels. Het<br />

is verheugend dat het Reilorgel (1959)<br />

dat in Heerenveen in de Gereformeerde<br />

Kruiskerk stond, de afbraak van<br />

de kerk overleeft en voor Heerenveen<br />

behouden blijft. Het instrument getuigt<br />

tamelijk compromisloos van de<br />

orgelbouwidealen van de neobarok.<br />

Kenmerkend in die zin zijn onder meer<br />

de opzet hoofdwerk, rugwerk, vrij pedaal<br />

in twee vrij geplaatste pedaaltorens<br />

en de hoofdwerkdispositie op<br />

basis van een Quintadeen 16 vt. We<br />

mogen veronderstellen dat de over-<br />

name van een aantal registers uit het<br />

‘voorganger-orgel’ (van Rohlfing uit<br />

Osnabrück) destijds als een compromis<br />

gevoeld werd. Nú wordt het orgel<br />

er historisch alleen maar belangwekkender<br />

door. De overplaatsing wordt<br />

verricht door de Orgelmakerij Reil bv,<br />

die daarmee de toekomst zeker stelt<br />

van een instrument waar de stamvader<br />

van het bedrijf uitermate trots<br />

op was. Het orgel wordt geheel nagezien,<br />

technisch verbeterd en krijgt<br />

een tinnen front ter vervanging van de<br />

oorspronkelijke zinken frontpijpen.<br />

JOURE, Mattheuskerk<br />

De bouw van een nieuw orgel is helaas<br />

zo langzamerhand opzienbarend<br />

nieuws geworden. Nadat in Joure in<br />

1978 en 1997 fraaie nieuwe orgels<br />

tot stand kwamen (respectievelijk in<br />

de Hobbe van Baerdtkerk een instrument<br />

van Ahrend en in de Oerdracht<br />

een instrument van Reil) is nu ook de<br />

rooms-katholieke kerk van een nieuw<br />

orgel voorzien. Het werd gebouwd<br />

door de Firma Van Vulpen en is opgesteld<br />

op de begane grond. De dispositie<br />

telt 13 stemmen, verdeeld over<br />

twee klavieren en pedaal. Het erg<br />

onbevredigende orgel op de koorzolder<br />

kan zijn laatste dagen nu in rust<br />

slijten. Dispositie:<br />

Hoofdwerk, C-f3: Prestant 8 vt, Holpijp<br />

8 vt, Octaaf 4 vt, Quintfluit 3 vt,<br />

Octaaf 2 vt, Sesquialter II, Mixtuur II-III<br />

en Dulciaan 8 vt.<br />

Borstwerk, C-f3: Gedekt 8 vt, Spitsfluit<br />

4 vt, Woudfluit 2 vt en Cornet III<br />

– vanaf g.<br />

Pedaal, C-d1: Subbas 16 vt.<br />

Werktuiglijke registers: Tremulant<br />

Hoofdwerk, Tremulant Borstwerk,<br />

Schuifkoppel Hoofdwerk-Borstwerk,<br />

Koppel Pedaal – Hoofdwerk, Koppel<br />

Pedaal-Borstwerk, Calcant.<br />

Toonhoogte: a1 = 440 hertz. Stemming:<br />

evenredig zwevend. Winddruk:<br />

61 mm wk.


Friese orgelkrant pagina 29<br />

Het Van Damorgel (1869) in de voormalige hervormde Mauritiuskerk van Jirnsum. Het<br />

orgel is verkocht aan de protestantse gemeente van Zoeterwoude en zal als monument<br />

herplaatst worden in de Laurentiuskerk aldaar. Foto: Johan Sjoukema, Leeuwarden<br />

De muziek laat zich niet gemakkelijk in woorden<br />

vangen (welke muziek eigenlijk wel?). De oudere<br />

werken kenmerken zich door scherpe dissonanten<br />

en bewegen zich voornamelijk in een<br />

atonale klankwereld.<br />

De latere werken zijn harmonisch veel milder<br />

en laten vooral zaken als heletoonsreeksen<br />

en Messiaen-achtige modi horen. Twee kenmerken<br />

blijven typisch voor Koers: een grote<br />

contrastwerking en een duidelijke ritmiek. Zo<br />

verliest hij zich nooit in zeer gecompliceerde<br />

ritmes, waardoor de structuur van de diverse<br />

SNEEK, Martinikerk<br />

<strong>In</strong> 1711 voltooide Arp Schnitger in de<br />

Martinikerk in Sneek een heel belangwekkend<br />

orgel, een instrument dat<br />

met zijn drie klavieren en vrij pedaal<br />

een volstrekt nieuw element aan het<br />

Friese orgellandschap toevoegde. <strong>In</strong><br />

de drie eeuwen van zijn bestaan is het<br />

orgel niet ongewijzigd gebleven. De<br />

belangrijkste momenten in zijn historie<br />

zijn de grote verbouwing van 1898<br />

(het borstwerk en rugwerk verdwenen,<br />

er kwam een bovenwerk voor in<br />

de plaats; het oorspronkelijke drieklaviers<br />

orgel met 36 registers werd een<br />

tweeklaviers orgel met 29 registers)<br />

en de restauratie in 1988 door Bakker<br />

& Timmenga (het weer toevoegen van<br />

een rugwerk met zeven registers). Het<br />

overtuigend 18e-eeuwse klankbeeld<br />

van het rugwerk stelde het hoofdwerk<br />

sindsdien een beetje in de schaduw.<br />

<strong>In</strong> het voorjaar van 2011 is in het<br />

hoofdwerk een aantal Schnitgerpijpen<br />

dat Van Dam in 1898 buiten gebruik<br />

had gesteld, weer aangesloten<br />

en tot klinken gebracht. De hoofdwerkklank<br />

heeft hierdoor enorm aan<br />

kwaliteit gewonnen en de totaalklank<br />

heeft een nieuw en veel overtuigender<br />

evenwicht gevonden.<br />

JIRNSUM, Mauritiuskerk<br />

Het Van Damorgel (1869) in de voormalige<br />

Hervormde kerk van Jirnsum<br />

is verkocht aan de protestantse gemeente<br />

van Zoeterwoude. Het instrument<br />

krijgt aldaar een plaats in de laat<br />

15 e -eeuwse Laurentiuskerk.<br />

Eind oktober 2011 besloot de kerkenraad<br />

van de protestantse gemeente<br />

<strong>In</strong>gwert om zowel het Jirnsumer kerkgebouw<br />

als het orgel te koop aan te<br />

bieden. Er bestond ruime belangstel-<br />

Johan G. Koers’ orgelwerken verschenen op CD<br />

Dirk S. Donker & David de Jong bespelen het orgel in de Martinikerk te Sneek<br />

Johan Koers is een opvallende verschijning binnen de Friese orgelcultuur. Je<br />

kunt hem regelmatig bij orgelconcerten in de provincie tegenkomen, waarbij het<br />

opvalt dat hij kennis van zaken combineert met een heldere mening, die hij niet<br />

onder stoelen of banken steekt. Eenzelfde combinatie van kennis en duidelijkheid<br />

kenmerkt hem als componist. Sinds de jaren zeventig van de vorige eeuw<br />

heeft hij het orgelrepertoire verrijkt met bijzondere werken. Eind 2008 verschenen<br />

die in druk en nu zijn ze ook – terecht – op cd verschenen. De composities<br />

zijn niet zelden van een behoorlijke moeilijkheidsgraad en het feit dat enkele van<br />

zijn leerlingen zijn repertoire regelmatig op concerten laten horen, zegt dan ook<br />

het nodige over de kwaliteiten van Johan Koers als docent. Eén van zijn studenten,<br />

David de Jong, predikant en musicus te Den Ham (Ov.), is al jaren een warm<br />

pleitbezorger voor de composities van Koers. Hij vond Dirk Donker bereid om samen<br />

met hem een geluidsdrager te maken waarop een fraai overzicht van Koers’<br />

composities te horen is.<br />

Achterzijde van de CD met werken van Johan G. Koers<br />

composities altijd gemakkelijk te volgen is. Bovendien<br />

is de thematiek lyrisch van karakter en<br />

vaak verbonden aan het kerklied (Gregoriaans<br />

en Lutherse / Geneefse melodieën), waardoor er<br />

al snel herkenning ontstaat. De grote contrasten<br />

in dynamiek en tempi zorgen voor een afwisselend<br />

geheel, zodat de muziek geen moment verveelt.<br />

Het aardige is dat de muziek voortdurend<br />

associaties oproept met componisten als Alain<br />

en Messiaen, maar uiteindelijk toch typisch een<br />

‘eigen Koers vaart’.<br />

De beide organisten zijn meer dan capabel om<br />

Het Schnitger-van Damorgel (1711 / 1898) in de Martinikerk te Sneek.<br />

Foto: Johan Sjoukema, Leeuwarden<br />

deze muziek overtuigend uit te voeren. Dirk<br />

Donker valt met name op door zijn prachtige<br />

orgelgebruik. Hij kent het instrument van Sneek<br />

natuurlijk als geen ander en weet door subtiele<br />

kleurschakeringen en prachtig zwelkastgebruik<br />

tot hogere poëzie te geraken.<br />

De ‘Nocturne’ is daarvan een prachtig voorbeeld:<br />

de combinatie van muziek en speler laten<br />

het Snitser instrument, dat toch niet onomstreden<br />

is, wonderschoon klinken. De grote onderhoudsbeurt<br />

die het orgel in 2011 ten deel viel,<br />

heeft de klank van met name het Hoofdwerkplenum<br />

nog wat ‘opgefrist’ en dat komt deze<br />

muziek alleen maar ten goede.<br />

David de Jong tekent voor gepassioneerd orgelspel,<br />

waarbij de vonken er soms vanaf spatten.<br />

Wat hier muzikaal en technisch wordt neergezet<br />

door beide spelers is van grote klasse.<br />

De vormgeving van de productie is fraai en de<br />

tekst van het boekje is kort en duidelijk. Helaas<br />

ling voor het instrument omdat het<br />

eigenlijk een monument zou moeten<br />

zijn, maar dat ‘keurmerk’ niet kreeg<br />

vanwege het feit dat aan het Jirnsumer<br />

kerkgebouw de monumentenstatus<br />

nooit werd toegekend. Slechts<br />

bij uitzondering worden vergelijkbare<br />

instrumenten te koop aangeboden.<br />

Het orgel verkeert nog in originele<br />

staat. Doorslaggevend bij de verkoop<br />

van het instrument aan Zoeterwoude<br />

was voor de kerkrentmeesters de<br />

toezegging van de Rijksdienst voor<br />

het Cultureel Erfgoed, dat het orgel<br />

onmiddellijk na plaatsing in Zoeterwoude<br />

een monumentenstatus zou<br />

krijgen. Daarmee is de toekomst van<br />

het fraaie instrument – ook al verdwijnt<br />

het jammer genoeg uit Fryslân<br />

– veilig gesteld. Wat er met het kerkgebouw<br />

zal gebeuren, is nog onzeker.<br />

TJ<br />

is de Engelse vertaling wat onder de maat: om<br />

de juiste terminologie rond orgels en composities<br />

te hanteren moet je daar eigenlijk een musicus<br />

op zetten die tevens ‘native speaker’ is.<br />

Het enige minpunt is mijns inziens de kwaliteit<br />

van de opname en de montage. Het orgel klinkt<br />

wat direct en ‘plat’ en zowel in de hoogste als in<br />

de laagste klankregionen mist er het nodige. De<br />

knippen zijn hier en daar hoorbaar en de pauzes<br />

tussen de diverse tracks zijn soms wel erg kort.<br />

Dit neemt niet weg dat ik deze cd van harte wil<br />

aanbevelen: niet alledaags repertoire, met passie<br />

gespeeld op een orgel dat zeer overtuigend<br />

klinkt. De cd bevat een extra compositie welke<br />

niet in druk verschenen is.<br />

De cd en de bladmuziek zijn uitgegeven bij Boeijenga<br />

in Leeuwarden.<br />

Sietze de Vries


LHOEWEL WE DE HELE DAG BEZIG ZIJN<br />

ET HIFI-GELUID EN VIDEO-BEWEGING<br />

HEERST ER BIJ ONS GROTE RUST<br />

pagina 30<br />

Friese orgelkrant<br />

ZOMERSERIES<br />

te om te luisteren<br />

om te kijken<br />

t om te praten<br />

GROTE KERK LEEUWARDEN 2012<br />

ga Geluid is geen zaak waar audio-<br />

Cor Ardesch<br />

ks staan te dreunen en waar een<br />

ur van beeldschermen u tegemoet<br />

kert. Bij ons vindt u - naast de<br />

kelruimte - diverse geluidskamers<br />

historische en gerestaureerde kerk.<br />

Toegang vrij<br />

ar u (niet gestoord door klanten)<br />

soonlijk en in volle vrijheid een<br />

van 16 juni t/m 8 september<br />

lvoud van apparatuur kunt van 15.00 bedienen<br />

uur tot 16.00 uur<br />

ORGELBESPELING<br />

u het geluid of beeld van op uw het beroemde Baderorgel<br />

in de kerk van DRONRIJP<br />

ze heeft gevonden. Demonstratie<br />

( d'<br />

AldeWite) door eigen<br />

organisten en gastorganisten<br />

informatie geven wij met gelijke 8<br />

dacht, voor zowel de veeleisende<br />

byist als degenen die op zoek zijn<br />

r ‘betaalbaar, maar Fantastisch<br />

wel goed’.<br />

De kerk is geopend van 13.00 uur tot 17.00 uur<br />

voor bezichtiging en informatie over deze<br />

ELKE ZATERDAG<br />

Nationale Orgeldag september 2012<br />

om te wonen<br />

hifi -componenten (tuners, versters,<br />

luidsprekers, cd/dvd-spelers) en<br />

e weergever van beeld kennen wij<br />

beter van binnen dan van de mooie<br />

ms bedrieglijke) buitenkant. <strong>In</strong> onze<br />

tig gelegen zaak is er alle tijd om<br />

rover te praten.<br />

erkt dan opeens, dat geluid echt<br />

ziek wordt en beweging zuiver beeld.<br />

ZOMERAVONDCONCERTEN<br />

woensdag 11 juli 20.00 uur:<br />

Theo Jellema<br />

woensdag 18 juli 20.00 uur:<br />

Hiroko <strong>In</strong>oue (RU)<br />

woensdag 25 juli 20.00 uur:<br />

Kees van Eersel<br />

zaterdag 28 juli 22.00 uur:<br />

Theo Jellema (Bach-nachtconcert)<br />

woensdag 1 aug 20.00 uur:<br />

Anja Hendrikx<br />

woensdag 8 aug 20.00 uur:<br />

woensdag 15 aug 20.00 uur:<br />

Wolfgang Zerer (DE)<br />

Leeuwarden Oostergrachtswal 125a<br />

(winkel+td) 058 213 87 www.eringa.eu 87<br />

Groningen (AV Electronics)<br />

Wismarweg 11 (td) 050 541 42 07<br />

www.eringa.eu<br />

De concerten vinden plaats op vrijdagavond,<br />

aanvang 20.00 uur. Koffie, thee of een glaasje wijn na afloop<br />

van het concert waarbij er gelegenheid is de concertgever te<br />

ontmoeten. Entree : € 8.<br />

Zie voor programma en toelichting onze website<br />

NNO_90x120_FC-2.indd 1<br />

www.orgelharlingen.nl<br />

25-10-2010 19:50:1<br />

Harlingerweg 18, 8801 PA Franeker • telefoon: (0517) 380 380 • fax: (0517) 380 388<br />

internet: www.franekeradeel.nl • e-mail: info@franekeradeel.nl<br />

STICHT ING ORGELCONCER TEN GROTE KERK<br />

LEEUW ARDEN www.orgelleeuw.nl<br />

Stilte om te luisteren<br />

Tijd om te kijken<br />

Rust om te praten<br />

woensdag 22 aug 20.00 uur:<br />

Bert den Hertog<br />

woensdag 29 aug 20.00 uur:<br />

Theo Jellema (verzoekprogramma)<br />

dinsdag 4 sept t/m zaterdag 8 sept:<br />

Leeuwarder Orgelfestival (Sweelinckfestival)<br />

met o.a. Age Freerk Bokma en Theo Jellema, orgel<br />

en Erik Bosgraaf, Stilte blokfluit om te luisteren<br />

Tijd om te kijken<br />

LUNCHPAUZECONCERTEN Rust om te praten (12.30-13.00 uur)<br />

Eringa Geluid is geen zaak waar audio-<br />

20 juli<br />

racks<br />

Frans<br />

staan<br />

Tersteeg<br />

te dreunen en waar een<br />

10 aug muur Theo van Jellema beeldschermen u tegemoet<br />

24 aug<br />

fl ikkert. Broer Bij de ons Witte vindt u - naast de<br />

winkelruimte - diverse geluidskamers<br />

waar u (niet gestoord door klanten)<br />

persoonlijk en in volle vrijheid een<br />

veelvoud van apparatuur kunt bedienen<br />

tot u het geluid of beeld van uw<br />

keuze heeft gevonden. Demonstratie<br />

en informatie geven wij met gelijke<br />

aandacht, voor zowel de veeleisende<br />

hobbyist als degenen die op zoek zijn<br />

naar ‘betaalbaar, maar wel goed’.<br />

Stilte om te luisteren<br />

ALHOEWEL WE WE Tijd DE om DE te kijken HELE DAG BEZIG BEZIG ZIJN ZIJN<br />

Rust om te praten<br />

MET HIFI-GELUID EN VIDEO-BEWEGING<br />

MET HIFI-GELUID Eringa Geluid<br />

HEERST ER BIJ EN is geen zaak<br />

ONS VIDEO-BEWEGING<br />

waar audioracks<br />

staan te dreunen en waar GROTE een RUST<br />

muur van beeldschermen u tegemoet<br />

HEERST Stilte om om te te luisteren luisteren ER fl ikkert. BIJ Bij ons ONS vindt u - naast Alle GROTE de hifi -componenten RUST (tuners, verster-<br />

Tijd om om te te kijken kijken winkelruimte - diverse geluidskamers kers, luidsprekers, cd/dvd-spelers) en<br />

Rust om om te te praten praten<br />

waar u (niet gestoord door klanten) elke weergever van beeld kennen wij<br />

persoonlijk en in volle vrijheid<br />

nog<br />

een<br />

beter van binnen dan van de mooie<br />

veelvoud van apparatuur kunt bedienen<br />

Eringa Geluid is geen zaak<br />

tot<br />

waar<br />

u het geluid<br />

audio-<br />

of beeld van<br />

(soms<br />

uw<br />

bedrieglijke) buitenkant. <strong>In</strong> onze<br />

racks staan te dreunen en keuze waar heeft een gevonden. Demonstratie rustig gelegen zaak is er alle tijd om<br />

muur van beeldschermen en u informatie tegemoet geven wij met daarover gelijke te praten.<br />

fl ikkert. Bij ons vindt u - naast aandacht, de voor zowel de veeleisende<br />

winkelruimte - diverse geluidskamers<br />

hobbyist als degenen die op U zoek merkt zijn dan opeens, dat geluid echt<br />

naar ‘betaalbaar, maar wel goed’. muziek wordt en beweging zuiver beeld.<br />

waar u (niet gestoord door klanten)<br />

Eringa Geluid is geen zaak waar audio-<br />

persoonlijk en in volle vrijheid Alle hifi een -componenten (tuners, versterracks<br />

staan veelvoud te dreunen van apparatuur en waar kers, kunt een luidsprekers, bedienen cd/dvd-spelers) en<br />

tot u het geluid of beeld van elke uw weergever van beeld kennen wij<br />

muur van beeldschermen keuze heeft gevonden. u tegemoet Demonstratie<br />

nog beter van EK-0008_Adv_NNO_90x120_FC-2.indd binnen dan van de mooie<br />

1<br />

fl ikkert. Bij ons en informatie vindt u geven - naast wij met<br />

(soms<br />

de gelijke<br />

bedrieglijke) buitenkant. <strong>In</strong> onze<br />

rustig gelegen zaak is er alle tijd om Leeuwarden Oostergrachtswal 125a<br />

aandacht, voor zowel de<br />

daarover<br />

veeleisende<br />

te praten.<br />

(winkel+td) 058 213 87 87<br />

winkelruimte hobbyist - diverse als degenen geluidskamers<br />

die op zoek zijn<br />

Groningen (AV Electronics)<br />

naar ‘betaalbaar, maar wel U merkt goed’. dan opeens, dat geluid echt Wismarweg 11 (td) 050 541 42 07<br />

waar u (niet gestoord door klanten) muziek wordt en beweging zuiver beeld.<br />

www.eringa.eu<br />

persoonlijk Alle en in hifi -componenten volle vrijheid (tuners, een versterkers,<br />

luidsprekers, cd/dvd-spelers) en<br />

veelvoud van elke apparatuur weergever van kunt beeld bedienen kennen wij<br />

nog beter van binnen dan van de mooie<br />

tot u het geluid of beeld van uw<br />

(soms bedrieglijke) buitenkant. <strong>In</strong> onze<br />

keuze heeft rustig gevonden. gelegen zaak Demonstratie<br />

is er alle tijd om Leeuwarden Oostergrachtswal 125a<br />

daarover te praten.<br />

(winkel+td) 058 213 87 87<br />

en informatie geven wij met gelijke<br />

Groningen (AV Electronics)<br />

U merkt aandacht, voor zowel in dan opeens, de dat de veeleisende grote geluid echt kerk Wismarweg 11 Harlingen<br />

(td) 050 541 42 07<br />

muziek wordt en beweging zuiver beeld.<br />

www.eringa.eu<br />

Bijzonder om te ontdekken hobbyist als Na degenen een bijna die op twee zoek zijn jaar durende omvangrijke restauratie/<br />

naar ‘betaalbaar, reconstructie maar wel van goed’. het imponerende Hinsz-orgel kunnen er<br />

EK-0008_Adv_NNO_90x120_FC-2.indd 1 25-10-2010 19:50:10<br />

in 2012 weer concerten op dit fraaie instrument worden<br />

Alle hifi -componenten (tuners, verster-<br />

gehouden. Organisten uit binnen- en buitenland willen het<br />

kers, luidsprekers, cd/dvd-spelers) en<br />

instrument graag aan U presenteren. De serie voor 2012:<br />

elke weergever van beeld kennen wij<br />

nog beter van binnen dan van de mooie<br />

(soms bedrieglijke) buitenkant. <strong>In</strong> onze<br />

rustig gelegen zaak is er alle tijd om<br />

daarover te praten.<br />

U merkt dan opeens, dat geluid echt<br />

muziek wordt en beweging zuiver beeld.<br />

ALHOEWEL WE DE HELE DAG<br />

MET HIFI-GELUID EN VIDEO<br />

HEERST ER BIJ ONS GRO<br />

ALHOEWEL WE DE HELE DAG BEZIG ZIJN<br />

MET HIFI-GELUID EN VIDEO-BEWEGING<br />

HEERST ER BIJ ONS GROTE RUST<br />

EK-0008_Adv_NNO_90x120_FC-2.indd 1 25-10-2010 19:50:10<br />

Leeuwarden Oostergrachtswal 125a<br />

(winkel+td) 058 213 87 87<br />

Groningen (AV Electronics)<br />

Wismarweg 11 (td) 050 541 42 07<br />

Leeuwarde<br />

(winke<br />

Gronin<br />

Wismarwe<br />

w<br />

EK-0008_Adv_NNO_90x120_FC-2.indd 1 25-10-2010 19:50:1


Friese orgelkrant pagina 31<br />

Rheinbergersonates op Van Damorgels<br />

Atze Veldhuis neemt initiatief in CD-project<br />

Van Damorgels lopen als een rode<br />

draad door zijn leven. Als veertienjarige<br />

jongen speelde Atze Veldhuis<br />

(1945) zijn eerste dienst op het Van<br />

Damorgel van de Nederlandse Hervormde<br />

kerk te Tzummarum. Hij had<br />

toen al een paar jaar les van Wim Eppinga<br />

en ontving die lessen – toevallig<br />

of niet – op het Van Damorgel van<br />

de dorpskerk te Britswerd. De hechte<br />

samenwerking tussen leraar en leerling<br />

zou duren tot aan het plotselinge<br />

overlijden van Eppinga in 1974. Tien<br />

jaar eerder was Veldhuis benoemd tot<br />

opvolger van Gerben Bergstra aan de<br />

hervormde Agneskerk van Goutum,<br />

waarin eveneens een fraai instrument<br />

staat, dat gebouwd werd door het<br />

vermaarde Leeuwarder orgelmakersgeslacht.<br />

En toen de organist in 2005<br />

verhuisde naar Zuid-Scharwoude,<br />

volgde in de regio al snel een benoeming<br />

tot organist van een drietal<br />

instrumenten van dezelfde firma. De<br />

orgels van Berkhout, Nieuwe Niedorp<br />

en Twisk kennen in hem sedertdien<br />

hun vaste bespeler. Atze Veldhuis<br />

nam in 2006 tijdens een feestelijke afscheidsdienst<br />

afscheid van Goutum<br />

waar hem toen een gouden draaginsigne<br />

werd uitgereikt. <strong>In</strong> de loop van<br />

de jaren kreeg Atze Veldhuis steeds<br />

meer belangstelling voor de orgelsonates<br />

van Gabriel Joseph Rheinberger.<br />

Zijn contacten met Wim Verburg<br />

– tot aan zijn vroegtijdige overlijden in<br />

2010 organist van de Grote of Sint-<br />

Andrieskerk te Amerongen – met wie<br />

hij regelmatig orgeltochten ondernam,<br />

droegen daaraan het nodige<br />

bij. Verburg speelde veel Rheinberger<br />

en vond daarvoor bij Veldhuis een<br />

gretig oor. Tijdens een concert in de<br />

eeuwenoude Agneskerk te Goutum,<br />

ter gelegenheid van zijn vijftigjarig organistenjubileum<br />

in 2009, klonk ook<br />

Rheinberger. <strong>Jan</strong> Kobus – naast Jelle<br />

Visser, Balt de Vries en Wim Verburg<br />

één van de executanten – speelde het<br />

eerste deel uit Rheinberger’s vijfde<br />

sonate. En toen ontstond het idee,<br />

om de liefde voor het Van Damorgel<br />

en de belangstelling voor Rheinberger<br />

te combineren in een prachtig CDproject,<br />

waarbij diens twintig sonates<br />

door twintig organisten zouden worden<br />

vastgelegd op Van Damorgels.<br />

Van Damorgel (1881) in de Kooger Kerk te Zuid-Scharwoude.<br />

Foto: <strong>Jan</strong> <strong>Jongepier</strong>, Leeuwarden<br />

<strong>In</strong>ternationaal vermaard contrapuntist<br />

Gabriel Joseph Rheinberger werd<br />

op 17 maart 1839 geboren in Vaduz<br />

(Liechtenstein), als zoon van<br />

Johann Peter Rheinberger en diens<br />

tweede vrouw Maria Elizabeth Carigiet.<br />

Reeds in 1844 ontdekte de<br />

muziekonderwijzer Sebastian Pohly<br />

zijn muzikale begaafdheid. Die werd<br />

onderstreept door zijn benoeming tot<br />

organist van de Parochiekerk te Sankt<br />

Florian op negenjarige leeftijd. <strong>In</strong> 1854<br />

vertrok Rheinberger naar München<br />

om daar aan het conservatorium bij<br />

Franz Lachner te gaan studeren. Aan<br />

datzelfde conservatorium werd hij in<br />

1859 benoemd tot pianoleraar. Hij<br />

verwierf grote bekendheid als pedagoog.<br />

Daarnaast was hij koordirigent<br />

en organist. Rheinberger liet een omvangrijk<br />

oeuvre na van bijna tweehonderd<br />

composities: een symfo-<br />

Het Van Damorgel (1875) in de Protestantse (v.m. Hervormde) Michaëlkerk te Anjum<br />

Foto: Johan Sjoukema, Leeuwarden<br />

nie, een celloconcert, kamermuziek,<br />

koorwerken en liederen maken deel<br />

uit van zijn oeuvre. Daarvan genieten<br />

voornamelijk nog de orgelwerken<br />

bekendheid en daaruit blijkt ook zijn<br />

internationale vermaardheid op het<br />

gebied van de contrapuntiek. De eerste<br />

orgelsonate ontstond in 1868, de<br />

laatste in 1901, het laatste levensjaar<br />

van de componist. Rheinberger heeft<br />

zijn project van vierentwintig sonates<br />

voor alle toonaarden naar voorbeeld<br />

van Bach’s ‘Das wohltemperierte Klavier’<br />

niet kunnen voltooien.<br />

CD-project<br />

<strong>In</strong>middels heeft Atze Veldhuis twee<br />

CD’s van zijn omvangrijke Rheinbergerproject<br />

kunnen realiseren: in het<br />

voorjaar van 2011 werd de eerste<br />

CD gepresenteerd. Daarop zijn de<br />

organisten Bert Wisgerhof (Sonate<br />

nummer 4 in a), Dirk S.Donker (Sonate<br />

nummer 7 in f) en David de Jong<br />

(Sonate nummer 17 in B) te horen. Zij<br />

bespelen de orgels van respectievelijk<br />

Anjum (1875), Zuid-Scharwoude<br />

(1881) en Gramsbergen (1898). Als<br />

hommage aan Wim Verburg werd<br />

als bonustrack een <strong>In</strong>termezzo van<br />

Rheinberger toegevoegd. Het is een<br />

geluidsregistratie, door organist Verburg<br />

zelf opgenomen tijdens een orgeltocht<br />

met de initiatiefnemer. En zo<br />

zijn er nog vier delen uit verscheidene<br />

Rheinbergersonates die aan de serie<br />

zullen worden toegevoegd.<br />

De tweede CD werd in het afgelopen<br />

najaar op de markt gebracht. Deze<br />

is gevuld door Balt de Vries (Sonate<br />

nummer 3 in G), Gijs Boelen (Sonate<br />

nummer 6 in es) en Dick Sanderman<br />

(Fantasie-Sonate nummer 14 in C).<br />

Dit drietal legde zijn aandeel vast op<br />

de instrumenten van respectievelijk<br />

Nunspeet (1872), Mantgum (1879) en<br />

Enschede (1892). Een boeiend geheel,<br />

waarbij de interpretaties soms<br />

Eerste van de serie CD’s met de sonates van Joseph Rheinberger.<br />

Het Van Damorgel (1879) in de Mariakerk te Mantgum.<br />

Foto: Johan Sjoukema, Leeuwarden<br />

prachtig tegenover elkaar staan: zo<br />

kan er gewezen worden op de heldere,<br />

labiale voorkeur die Bert Wisgerhof<br />

op het Anjumer orgel aan de dag<br />

legt. Een groter contrast met David de<br />

Jong op het orgel te Gramsbergen,<br />

die zijn interpretatie sterk kleurt vanuit<br />

een warmbloedig tongwerkenpalet, is<br />

nauwelijks denkbaar.<br />

Contrastrijk is ook de keuze van de<br />

instrumenten: de tamelijk bescheiden<br />

dispositie van de ruim 20 stemmen<br />

van het orgel te Mantgum versus de<br />

41 registers van het monumentale<br />

opus magnum van Van Dam in de<br />

Grote kerk te Enschede, waar Dick<br />

Sanderman het orgel met haar rijke<br />

coloriet in alle schoonheid weet te<br />

ontvouwen. Afgezien van wat ‘kinderziekten’<br />

in onder andere een enkel<br />

opnamefragment een uitstekende<br />

start van een opmerkelijk project. De<br />

CD’s zijn te bestellen bij Atze Veldhuis<br />

via zijn email-adres: veldhuis232@<br />

hotmail.com<br />

Johan Koers


pagina 32<br />

Friese orgelkrant<br />

Bakker<br />

Timmenga<br />

Jelsum Hervormde kerk<br />

L.J. en J. van Dam 1834<br />

Restauratie 2011<br />

Kleine Kerkstraat 25 - 8911 DL Leeuwarden<br />

Tel.: 058-2129687<br />

www.bakker-timmenga.nl<br />

Zuidvliet 8 | 8921 BL Leeuwarden | Tel. +31 58 2894876 | info@boeijengamusic.com<br />

<strong>In</strong>spiratie gekregen om zelf weer te spelen?<br />

www.boeijengamusic.com<br />

uw adres voor orgelmuziek én muziek voor<br />

piano en andere toetsinstrumenten<br />

0000 Adv145x100, <strong>Jan</strong> Kuipers 24-02-2005 14:45 Pagina 1<br />

❖ Onafhankelijke adviezen op basis van veel praktijk ervaring.<br />

❖ Maken en beoordelen van restauratie of herstel plannen.<br />

❖ Restauratie adviezen voor ernstig beschadigde monumentale klokken.<br />

❖ Veel ervaring met het lassen van monumentale luidklokken.<br />

❖ Advies betreffende verantwoord herstel of restauratie van monumentale torenuurwerken.<br />

❖ Beoordelen van de luidklokken en uurwerk installatie op veiligheid.<br />

Schaepmanstraat 1 8331 AW Steenwijk Tel / Fax (0521) 52 36 51<br />

Bakker & Timmenga-orgel (1908)<br />

in de Hervormde Kerk van Oudega<br />

(vroegere gemeente Gaasterlân-Sleat,<br />

Zuidwest Friesland).<br />

Foto: Riemer Gerard van der<br />

Veen, Fenderlee Digital Imaging<br />

Leeuwarden<br />

Properorgel (1907) in de<br />

Gereformeerde Kerk te<br />

Earnewâld.<br />

Foto: Johan Sjoukema,<br />

Leeuwarden<br />

F.J. Cirk<br />

Belastingadviseur-Administrateur<br />

Lid Register Belastingadviseurs<br />

Persoonlijke thuisservice door heel Nederland<br />

Postbus 86<br />

1780 AB Den Helder<br />

Tel. 0223-637689<br />

b.g.g. 61 85 33<br />

Res. de Garst 28<br />

1785 RK Den Helder

Hooray! Your file is uploaded and ready to be published.

Saved successfully!

Ooh no, something went wrong!