Algemeene Vergadering

webstore.iisg.nl

Algemeene Vergadering

No. 565

Adres voor Redactie

en Administratie:

Schiefbaanstraat 15

Den Haag (Telefoon 117029)

INHOUD. Jaarvergadering 1940. — Officieële berichten. —

Jaarverslagen secretaris en penningmeester. — Personalia. —

Plaatselijke Vereenigingen. — Binnenland. — Buitenland. —

Algemeene Belangen. — Boekbespreking. — Advertentie.

Officiëele berichten.

Algemeene Vergadering

op Zaterdag 20 April 1940

te HAARLEM, des middags te 3 uur,

in Café-Restaurant Brinkmann,

Groote Markt,

zoo noodig des avonds voort te zetten.

Agenda:

1. Openingswoord van den voorzitter.

2. Notulen der Algemeene Vergadering van 16 December

1939.

3. Jaarverslag van den secretaris.

4. Jaarverslag van den penningmeester over 1939. (Zie

voor beide verslagen De Journalist van 1 Maart).

5. Begrooting voor 1940.

6. Vaststelling van de bedragen:

a. over 1940 te storten uit de Kringkas in de

Weerstandskas. Het Bestuur stelt voor het bedrag

te bepalen op 15%.

b. over 1940 te storten in de Kas van het Steunfonds

(weduwen en weezen). Het Bestuur stelt

voor het bedrag weder te bepalen op ƒ 100.

7. Benoeming eener Commissie voor het nazien der

Rekening en Verantwoording over 1940.

8. Verkiezing van bestuursleden wegens periodieke

aftreding van de heeren M. C. v. Vooren Sr. (Rotterdam),

Tj. N. Adema (Alkmaar) en C. Wildenberg

(den Haag).

9. Bespreking van het beleid der redactie van De

Redacteur:

G. POLAK DANIELS

1 Maart 1940

Abonnementsprijs f 3.- per jaar

Advertentieprijs 75 ets. per regel,

voor leden N.3.K. 40 ets. per regel

Journalist. Verkiezing van een redacteur van De

Journalist en van diens plaatsvervanger, inplaats

van de heeren G. Polak Daniels en F. A. J. Berding,

die herkiesbaar zijn.

10. Verkiezing van één lid der Commissie van Advies,

wegens periodiek aftreden van den heer C. J.

Schotel, die aan de beurt van aftreding, doch herkiesbaar

is.

11. Vaststelling van de Groepen-indeeling. (Art. 16

Statuten).

12. Rondvraag.

Na afloop der middagvergadering is er voor de bezoekers

der vergadering gelegenheid om zich te vereenigen

aan een eenvoudigen maaltijd.

De Penningmeester verzoekt hen, die hieraan willen

deelnemen, vóór 15 April ƒƒ.— over te schrijven op

giro No. 254336 van Penningmeester Nederlandsche

Journalistenkring. De hoogere kosten worden (behalve

de dranken) door de Kringkas gedragen.

Het Bestuur verzoekt de Plaatselijke en Gewestelijke

Vereenigingen dringend, vóór 27 Maart bij den Kringsecretaris,

Sleedoornstraat 4, den Haag, mededeeling te

willen doen van gestelde candidaten t;oor de bestuursvacatures

en van in te dienen voorstellen.

Waarom naar Haarlem?

De Haarlemsche Journalistenkring gaat jubileeren in

het zilver.

Onze collega's uit de bloemenstad stelden er grooten

prijs op te dezer gelegenheid den Kring in zijn Algemeene

Vergadering binnen hun veste te mogen ontvangen.

Ze hadden voor de aanwezigen iets aardiqs

m petto.

3

Voldoen aan dit verzoek was een verbreken van den

cyclus van vergaderplaatsen, welken we plegen te volgen.

Maar mochten we aan het jarige Haarlem zoo

vriendelijk en aanlokkelijk verzoek weigeren?

voldoÏn^ 11 WCrd aan Haarlems v erjaardagswensch te

Daarom gaan we naar Haarlem, dat, naar de Haarlemmers

verzekeren, vrijwel even centraal gelegen is

als een der andere groote steden van het bekende

kwartet.

Vertrouwd wordt, dat de bezoekers van de Algemeene

Vergadering zullen willen medewerken om de afhandeling

van de agenda in de middagbijeenkomst tot een

goed einde te brengen.


34 DE JOURNALIST

De avond blijft dan beschikbaar voor de verrassing,

die ons wacht.

Waarin deze zal bestaan?

We mogen en kunnen nog niet alles meedeelen. Daarover

dus in een volgende Journalist.

Maar Haarlem heeft ons verzekerd: het wordt een

zeer bijzondere filmvoorstelling in een van de groote

bioscooptheaters.

En als een jarige dat zegt, is er voor twijfel geen

plaats.

De avond zal Haarlem waardig zijn.

BESTUURSVERGADERING.

Het Kringbestuur vergaderde op 24 Februari in den

Haag.

De voorzitter was wegens ongesteldheid ook nu nog

afwezig, zoodat de vice-voorzitter, coll. Schraver, de

vergadering leidde.

Hij kon mededeelen, dat de voorzitter, hoewel zich

goed voelend, voor alle zekerheid zich onderworpen

heeft aan een medische observatie. Van harte wenschen

we hem een spoedig algeheel herstel toe.

Berichten van verhindering zijn voorts ontvangen van

de bestuursleden v. Overbeek en v. Vooren en van de

gedelegeerden Voskuil, v. d. Veen en Witsen Elias.

Candidaturen. — Eenige candidaten worden tot het

lidmaatschap toegelaten.

Ingekomen stukken. — Verschillende ingekomen stukken

komen in behandeling.

Een tweetal leden betuigt dank voor verleende

arbeidsbemiddeling en ontvangen steun.

Aan een ingekomen verzoek om steun meent het bestuur

niet te kunnen voldoen; een reeds eerder ingekomen

en in behandeling zijnd verzoek wordt toegestaan.

Een schrijven inzake een personeelsvereeniging wordt

besproken.

Hetzelfde geschiedt met een mededeeling betreffende

reportage bij aankomst van de bemanning van een getorpedeerd

schip. In dit zeer bijzondere geval meent

het bestuur unaniem aan dit schrijven geen verder gevolg

te moeten geven.

Besloten wordt een bespreking aan te vragen met het

bestuur van de N.D.P., zulks naar aanleiding van enkele

mobilisatie-aangelegenheden.

F. I. J. — Collega Holsboer stelde voor hem ontheffing

te verleenen van het secretariaat der internationale

commissie. Met dankbetuiging voor de in die kwaliteit

aan den Kring bewezen nuttige en belangrijke diensten

wordt aan dit verzoek voldaan. Een opvolger zal in de

e.v. bestuursvergadering worden aangewezen.

Persbal. — Het bestuur spreekt uit geen adhaesie te

kunnen betuigen aan een eventueel voornemen van de

Ned. Sportpers om een ,,persbal" te organiseeren en

er ook geen verantwoordelijkheid voor te kunnen dragen.

Jaarverslagen. — De verslagen van secretaris en penningmeester

over 1939 worden vastgesteld. Met aandachtige

zorg worden de Kringfinanciën behandeld bij

het vaststellen der begrooting voor 1940. De bijdrage

aan de Weerstandskas wordt op 15 pet. bepaald.

Groepsindeeling. — Het voorstel voor de indeeling

der groepen wordt vastgesteld.

Aanmelding lidmaatschap. — Een nieuw formulier

voor de aanmelding voor het lidmaatschap wordt vastgesteld.

Algemeene Vergadering. — Als datum voor de Algemeene

Vergadering wordt bepaald 20 April. Zij zal,

bij wijze van uitzondering, op verzoek van den jubilee-

renden Haarlemschen Journalistenkring, te Haarlem

worden gehouden.

Bestuursvergadering. —• De e.v. bestuursvergadering

zal op 30 Maart worden gehouden.

LEDENLIJST.

Aangenomen als gewoon lid:

A. v. d. Veen, Het Vaderland, Nieuwe Uitleg 30,

den Haag.

Mej. H. J. Jansen. Weekbl. Huis aan Huis, Deventerweg

62, Zutfen.

Voorgedragen als gewoon lid:

G. Stempher Jr., Handelsblad, Prinsengracht 192 III,

Amsterdam-C.

E. Katan, Het Volk, Keizersgracht 376, Amsterdam-C.

A. v. Sprang, Het Vaderland, Fred. Hendriklaan 265,

den Haag.

Bedankt als gewoon lid:

K. D. Koning, Oegstgeest.

B. B. L. Smid, Utrecht.

Overgeschreven naar buitengewoon lid:

Mej. A. Ruygrok, Keizersgracht 763, Amsterdam-C.

Jan Meyer, Mesdagstraat 68, den Haag.

Overleden:

C. J. Polak, den Haag.

Adresverandering:

S. Carmiggelt naar Muzenstraat 16, den Haag.

Jan Meyer (b.g. lid) naar Mesdagstraat 68, den Haag.

J. B. Bouwer, naar Ruysdaelstraat 90 III, Amsterdam

(tot 19 Maart), daarna a.b. Johan v. Oldenbarneveldt

en na 12 April p.a. Aneta-Batavia.

K. J. Douma, naar Beetbovenlaan 60, Arnhem,

A. C. v. Kampen naar Ruyghweg 13, den Helder.

W. A. Zeylstra, naar Torenlaan 3, Assen.

M. A. v. Huut, naar Laan van Meerdervoort 13, den

Haag.

Herm. H. Felderhof, naar Stadionkade 71 II, Amsterdam-Z.

M. de Groot, naar N. Binnenweg 345, Rotterdam.

Dr. Joh. Hartog naar Via Palermo 61, Rome.

J. C. Rugaart, naar Prins Mauritslaan 21, Apeldoorn.

C. Huisman, naar Nachtegaalstraat 77bis, Utrecht.

B. Hansen, naar Maliesingel 35, Utrecht.

H. J. Otto, naar W. de Zwijgerlaan 21, Oegstgeest.

A. J. Hendriks, naar v. Speykstraat 32a. den Haag.

GROEPENINDEELING

Overeenstemming verkregen.

Ter voorbereiding van de indeeling in „groepen" van

de leden van den N.J.K., welke groepsindeeling wordt

voorgeschreven door art. 16 van het nieuwe Kringstatuut,

heeft het Dagelijksch Bestuur op 17 Februari j.1.

vergaderd met de gedelegeerden der aangesloten vereenigingen.

Uitgangspunt der besprekingen vormde een door het

D.B. bereids ontworpen schema van indeeling. Elk der

zeven toekomstige groepen werd afzonderlijk besproken.

Hier en daar werd een enkele verschuiving aangebracht,

daarbij rekening houdende met locale_ wenschen.

Volledige overeenstemming werd verkregen over de

indeeling van de groepen Noord-Nederland, Oost-Nederland,

Noord-Holland, Rotterdam en den Haag. Alle

aanwezigen constateerden met blijdschap, dat de toekomstige

samenwerking van „Friesland" en „Groningen"

op geenerlei bezwaren stuitte en door de gehouden

vergadering het contact tusschen beide genoemde provinciale

ressorten en tusschen het Kringbestuur en het

verre Noord-Oosten op gelukkige wijze opnieuw werd

gelegd.


Tusschen Amsterdam en Utrecht bleek op een bescheiden

punt nog eenig verschil van gevoelen, n.1. omtrent

één plaats in het Gooi. Daarover werd de beslissing

overgelaten aan de op 24 Februari te houden

Kringbestuursvergadering. Moeilijkheden zal deze aangelegenheid

stellig niet geven, zoodat de mettertijd aan

de algemeene vergadering voor te leggen beslissing in

volkomen eensgezindheid tusschen de betrokken instanties

zal kunnen tot stand komen.

JAARVERSLAG VAN DEN SECRETARIS.

Een bewogen jaar in de geschiedenis der wereld ligt

achter ons. Een jaar vol onrust en ingrijpende gebeurtenissen.

Dat in onzen N.J.K., deel uitmakende van het

nationale cultureele leven, de weerslag van dit ,,aardsch

gedruisch" wel moest worden ondervonden, — wie is er,

die het anders kon hebben verwacht? Onze besprekingen

in bestuursvergaderingen en algemeene bijeenkomsten

en ons beleid ondergingen er den invloed van.

Glijdt zoo de schaduw, welke in het algemeen over de

wereld zich legde ook op onze organisatie over, wanneer

we meer in het bijzonder op het Kringleven onze

aandacht vestigen, dan denken we voor alles aan wat

daarop in 1939 als zware slagschaduw is gevallen, n.1.

het overlijden van onzen geëerden president Henri

Dekking.

Vol ijver en opgewektheid had hij in Maart 1937 zijn

eervolle functie in den Kring, als bekroning van een

hoogsteervollen staat van dienst onder ons, aanvaard.

Met activiteit leidde hij ons werk. Helaas moest hij in

het voorjaar van 1939 zich aan een ernstige operatie

onderwerpen. Wel zagen we hem in onze bestuursvergadering

van 16 September terugkeeren. Hij wilde weer

zoo gaarne het roer grijpen, maar reeds toen zagen

we het wel: het was de oude Dekking niet meer.

Toen het bestuur op 7 October zijn vergadering naar de

Maasstad had verlegd, juist om hem het bijwonen er

van te vergemakkelijken, bleken de berichten omtrent

zijn toestand zeer verontrustend: we stonden aan den

vooravond van zijn sterfdag. Op 12 October vergezelden

velen hem op zijn laatsten gang. We hadden een

goed president, een toegewijd Kringbestuurder, een bekwaam

collega en een nobel vriend verloren.

Met deze herinnering moge in dit Jaarverslag worden

volstaan. In ons Orgaan en-op onze laatste algemeene

vergadering is aan Dekkings nagedachtenis in onderscheiden

vorm rechtmatig hulde gebracht.

Over het Kringleven mogen we, ondanks alles wat

ons wedervoer, met zekere voldoening en opgewektheid

spreken.

Onze vergaderingen trokken een en andermaal een

groot aantal bezoekers.

Velen uitten hun meeleven nog in anderen, schriftelijken,

vorm, hetzij zij de aandacht vroegen voor journalistieke

belangen en beschouwingen, hetzij ze ons

allerlei wetenswaardigheden wisten mede te deelen.

Toenemende belangstelling mag voorts worden afgeleid

uit ons staag groeiend ledental. We bleven in de

opgaande lijn, ook al worden de deuren niet al te wijd

opengezet.

Nog te jong acht ik mij om aan voorspellingen te

doen. Maar constateeren moge ik met genoegen, dat het

jaar 1939 het cijfer van zijn voorganger voorbijstreefde.

We boekten een netto winst van 20 leden; dat is 5 minder

dan in 1938.

De rekening van het verslagjaar opende met een

getal van: 4 eereleden, 628 gewone en 76 buitengewone

leden. Tezamen 708.

Dat der eere-leden bleef gelijk. Maar tegenover 17

gewone leden, die bedankten, stond een aanwinst van

49 nieuwe; 7 overleden, 9 werden geroyeerd; van buitengewoon

naar gewoon werd 1 lid overgeschreven en

D E JOU R N A L I S T 35

j

van gewoon naar buitengewoon een drietal, terwijl 1

ex-lid kon worden gerehabiliteerd. Dus een nettowinst

van 15 leden.

De rij der buitengewone leden breidde zich uit met 8;

3 bedankten, 1 overleed, 1 werd geroyeerd, van gewoon

naar buitengewoon verhuisden er 3 en omgekeerd 1 lid.

Netto winst derhalve 5.

Het ledental beliep dus op 1 Januari 1940:

4 eereleden,

643 gewone en

81 buitengewone leden. T o t a a 1 728.

Dat journalisten aan verhuizen niet bepaald „een

broertje dood" hebben, bewijst het getal van 157 verhuizingen

of bijna 22 pet. van het ledental. Het record op

dit gebied laten we aan het jaar 1938, toen 161 mutaties

moesten worden genoteerd.

Sommigen verzuimen wel eens of meermalen van de

verandering van domicilie tijdig kennis te geven. Dat

dan ,,De Journalist" bij den redacteur terugkomt, mag

denzulken niet verwonderen. Op betering des levens van

dergelijke collega's willen redacteur, secretaris en administratie

nog steeds blijven hopen.

Bestuur.

De samenstelling van het bestuur onderging een tweetal

veranderingen. In April verliet de heer A. G. Biemond

het Kringbestuur, wijl zijn journalistieke loopbaan

met ingang van 1 Juli een eind zou nemen. Gedurende

een periode van 4 jaar (1909—1913) en een reeks van

22 jaren (1917—1939) had hij in het Kringbestuur zitting.

Deze voortreffelijke bestuurder en gewaardeerde

vriend werd opgevolgd door den heer F. J. A. Berding

te Zwolle.

De door Dekkings verscheiden opengevallen plaats

werd vervuld door den heer M. C. v. Vooren Sr. te

Rotterdam.

Tot voorzitter werd in Dekkings plaats gekozen de

heer G. Polak Daniels, onder-voorzitter en secretaris.

In laatstgenoemde functie werd aangewezen de heer

C. Wildenberg, terwijl het vice-voorzitterschap aan den

heer J. Schraver werd opgedragen.

Er werden 10 bestuursvergaderingen gehouden.

Algemeene vergaderingen

hadden plaats op 22 April te Utrecht en op 16 December

te Rotterdam. In de eerste brachten we onder leiding

van onzen huidigen voorzitter — toenmaals waarnemend

de moeilijke herziening van Statuten en Huishoudelijk

Reglement tot een goed einde. De Decembervergadering

was voornamelijk aan een bespreking van

de sociaal-economische positie der journalisten gewijd.

Het waren beide vergaderingen met middag- en

avondsamenkomst, terwijl tusschen die beide een gemeenschappelijke

maaltijd als „trait d'union", wil men

als verpoozing, dienst deed.

Statuten- en Reglementsherziening.

Na zorgvuldige voorbereiding was de herziening van

Statuten en Huishoudelijk Reglement gereed voor behandeling

in de voorjaarsvergadering. Deze heeft op

even vlotte als deugdelijke wijze de herziening afgehandeld.

We hebben ons veroorloofd er daarna nog eens

het scherpziend oog van een collega-jurist over te laten

gaan en vervolgens het statuut om Koninklijke sanctie

in zee gezonden. Op 1 December 1939 werd deze verleend.

De Staatscourant van 23 Januari 1940 bracht

onder No. 100 den tekst der goedgekeurde Statuten in

druk.

Verschooningsrecht.

In zijn vergaderingen van Mei en Juni besprak het

Kringbestuur het rapport over het Verschooningsrecht.

Algemeen was het Bestuur van meening, dat het vraagstuk

in het stadium, waarin het thans verkeert, nog niet


36 DE JOURNALIST

rijp is voor behandeling in de algemeene vergadering

van den N.J.K. Alvorens dit vraagstuk daar aan de orde

te stellen, werd het gewenscht geacht, dat het rapport

door de aangesloten vereenigingen in een harer wintervergaderingen

zou worden besproken. Gaarne zou het

Bestuur dan omtrent de meeningen der aangesloten vereenigingen

worden geïnformeerd, opdat te zijner tijd een

grondige behandeling van het vraagstuk in een algemeene

vergadering kan worden voorbereid.

Aan deze suggestie is, zij het niet algemeen, gevolg

gegeven. Utrecht plaatste het onderwerp op haar

agenda.

Persbreideling.

In de vergadering van 20 Mei werd een krachtig gestelde

conclusie aangenomen inzake de wetsontwerpen

van minister Goseling betreffende misdrijven tegen de

veiligheid van den Staat. Het daarin vervatte Verschijningsverbod

werd afgewezen. Het z.g. Landverraadwetje

werd aanvaard.

Kort geleden werd opnieuw aandacht aan deze

materie geschonken in verband met hetgeen ter zake is

gezegd bij de behandeling van de begrooting van Justitie

1940 in de Tweede Kamer. Met algemeene stemmen

heeft het bestuur zich vereenigd met bepaalde opvattingen,

welke, in volstrekte overeenstemming met onze

resolutie van Mei 1939, ter kennis van de betrokken

autoriteit zullen worden gebracht. In den kring dezer

beschouwingen zijn mede denkbeelden opgenomen,

waaraan ten aanzien van de persvrijheid in de laatste

weken uiting is gegeven in zeer algemeene bewoordingen

en waarin o.a. sprake was van discretionaire bevoegdheden.

Persmuseum.

Tot bestuurslid van het Ned. Persmuseum werd in de

plaats van wijlen collega J. H. Rogge collega A. Cohen

benoemd. Aan Rogge's arbeid moge hier een woord van

hulde worden gewijd.

Instituut studie dagbladwezen.

Enkele malen kwamen plannen ter sprake om te Amsterdam

een instituut in het leven te roepen voor studie

van het dagbladwezen, in welke plannen naar onze meening

ook het Persmuseum behoorde te worden betrokken.

Het zou een „studiecentrale" zijn.

Voorbereidende besprekingen werden onzerzijds bijwoond

door de heeren Schraver en v. Overbeek. Het

bestuur verklaarde zich in principe bereid tot een bijdrage

in eens in de kosten van oprichting en na oprichting

tot een jaarlijksche bijdrage. Dit standpunt werd

later door de algemeene vergadering van April gesanctioneerd.

Tot heden toe werd nog geen beroep gedaan

op onze financieele toezeggingen. De besprekingen rusten

in verband met het uitbreken van den oorlog.

F.I.J.

Het Congres van de Federation internationale des

Journalistes, dat aanvankelijk in Marokko zou worden

gehouden, werd in verband met de ontwikkeling der

wereldgebeurtenissen, uitgesteld en had op 23 Juni in

Bordeaux plaats. Collega Voorbeytel was er aanwezig.

Naar aanleiding van een verzoek van de F.IJ. om een

extra-bijdrage voor steunverleening aan collega's, die

om hun politieke overtuiging of ras, hun vaderland zijn

ontvlucht, werd besloten hiervoor ƒ 100.— beschikbaar

te stellen.

Een tweede verzoek om geldelijken steun ten behoeve

van gevluchte Poolsche journalisten werd beantwoord

met de zending van een bedrag van fr. 2000.

Uitstapje.

Door bemiddeling en met loffelijke medewerking van

de Haagsche Journalistenvereeniging werd op 17 en 18

Juni een uitstapje naar de Residentie gemaakt. Regeering

en Gemeentebestuur, ,,de Koninklijke", de Kamer

van Koophandel en de K.N.A.C. droegen er o.a. toe bij

om deze excursie voortreffelijk te doen slagen. De Ned.

Spoorwegen stelden in hun jubileumjaar de deelnemers

in de gelegenheid om op zeer billijke voorwaarden de

reis naar den Haag heen en terug te maken.

Spoorwegen.

Door de directie der Nederl. Spoorwegen werd aan

het Kringbestuur medegedeeld, dat Journalisten-Kringleden

uit Nederl. Indië, die ons land bezoeken, als buitenlandsche

collega's kunnen worden aangemerkt en

dat hun derhalve een legitimatiekaart kan worden afgegeven,

die hen in staat stelt voor de helft van den enkele-reisprijs

op de spoorwegen in ons land te reizen.

De legitimatiebewijzen worden uitsluitend door het

Kringbestuur uitgegeven.

Driemaal verleenden de Spoorwegen aan Kringleden

reductie en wel ter gelegenheid van het Kringuitstapje

en onze April- en Decembervergadering.

Door den abnormalen toestand werd het treffen van

regelen voor permanente vervoersfaciliteiten voor journalisten

tot later verschoven. We wachten af.

Noenmaal.

Voor het houden in 1939 van een noenmaal werden

voorbereidende besprekingen gehouden. De reeds meergenoemde

internationale gebeurtenissen leidden er toe,

dat de gemaakte plannen niet tot uitvoering konden

komen.

De Journalist.

Trouw en tijdig verschenen 11 nummers. De Augustusmaand

was vacantie, ook voor den redacteur.

De redactie van ons orgaan bleef tot aan zijn dood

berusten bij collega Dekking. Tijdens zijn ziekte en

daarna trad collega G. Polak Daniels als vervanger op.

In December werd hij tot redacteur benoemd. Collega

F. A. J. Berding werd als plaatsvervangend redacteur

aangewezen.

Er bleek bij voortduring veel belangstelling voor het

orgaan te bestaan.

Over medewerkers en den ijver van schrijvers van

,,Ingezonden stukken" had de redacteur zeker niet te

klagen. Tegen het laatst van het verslagjaar rees de

stroom meer en meer. Dit medeleven strekt tot voldoening.

Plaatselijke en gewestelijke vereenigingen.

Deze bleven ,,met z'n achten". Door het instituut der

gedelegeerden bleven ze georiënteerd omtrent hetgeen in

den Kring en in den kring van het bestuur omgaat en

omgekeerd was het bestuur in staat in ruime mate het

contact met „het land" te bewaren.

Collega v. Overbeek aanvaardde in Februari het

voorzitterschap van de Amsterdamsche Pers, als opvolger

van den heer D. Kouwenaar, die in deze kwaliteit

groote verdiensten heeft gehad.

Geboorte Prinses Irene.

De concentratie van de Pers in de laatste dagen van

Juli en het begin van Augustus had een kalmer en bevredigender

verloop dan in Januari 1938. De sfeer was ditmaal

zeer rustig. De Amsterdamsche Pers deed weer

goed werk door haar bemiddelend en regelend optreden.

In behandeling kwam een klacht over een in verscheidene

bladen verschenen foto, voorstellende de „bestorming

door journalisten" van de telefooncellen in hotel

Trier te Soestdijk op den dag der geboorte. Deze „stormtroepen"

bestonden echter niet uit journalisten, maar uit

filmoperateurs, die te laat gekomen waren, een „plaatje"


noodig hadden en dit maakten ten koste van den goeden

naam der journalisten.

Van de Ned. Illustratie Pers werd later een brief ontvangen,

waarin maatregelen werden toegezegd tegen

herhaling van vervalschte foto's. De brief kon het bestuur

ten volle bevredigen.

Bezoek Koningin aan Brussel.

Ter gelegenheid van het bezoek van H. M. de

Koningin aan Brussel werd telegrafisch een collegiale

groet gezonden aan de collega's van den Alg. Belgischen

Persbond. Deze warm-gestelde boodschap was mede te

beschouwen als een hernieuwde uiting van waardeering

voor de vriendelijke geste onzer Belgische confraters

tijdens het bezoek van Koning Leopold aan Nederland,

waarvan in het vorig jaarverslag melding werd gemaakt.

Een schrijven van dankbetuiging werd op dit

telegram ontvangen.

Commissie van Advies.

De Commissie van Advies, die vijf maal vergaderde,

was geroepen tot het behandelen van enkele belangrijke

aangelegenheden. Voor haar weloverwogen en nuttige

adviezen spreken we gaarne onze groote waardeering

uit.

Indische commissie.

Verzoeken uit Indië deden besluiten om de Indische

commissie te hooren omtrent de mogelijkheid om den

band met de collega's in Ned.-Indië nauwer aan te halen.

Oeconomische commissie.

De oeconomische commissie, samengesteld uit de vertegenwoordigers

van de Ned. Dagbladpers, de Ned.

R.K. Dagbladpers, den Nederlandschen Journalistenkring

en de Nederlandsche R.K. Journalistenvereniging

is op 6 Maart geïnstalleerd.

Leden van den Kring en besturen van plaatselijke

vereenigingen, die zich te beklagen hebben over- of op

de hoogte zijn van misstanden op het gebied van naleving

der salaris- en arbeidsregelingen, kunnen klachten

en opmerkingen via den secretaris van het Kringbestuur

tot de commissie richten.

Verzocht is onzerzijds om de commissie bijeen te

roepen ter bespreking van de positie van den journalist

in mobilisatietijd. De voorzitter der commissie meende

echter aan dit verzoek niet te kunnen voldoen omdat

dit een algemeen vraagstuk en niet een afzonderlijk

economisch geval betreft, weshalve dit z.i. het Bestuur

van de N.D.P. aangaat. Naar aanleiding van deze mededeeling

werd besloten een conferentie' ter zake aan te

vragen bij het Bestuur van de N.D.P. Deze conferentie

heeft op 13 November plaats gehad. De bespreking zal

eerlang worden hervat, nu nadere concrete gegevens te

onzer beschikking zijn gekomen.

Pers en buitengewone omstandigheden.

Ten einde in 's lands belang een zoo groot mogelijke

objectiviteit in de pers te bevorderen en anderdeels die

belangen der pers, welke met de huidige tijdsomstandigheden

samenhangen bij de overheid te behartigen,

heeft zich uit de persorganisaties hier te lande een commissie

gevormd. In deze commissie hebben zitting de

heeren J. W. Henny, voorzitter van de Vereeniging De

Nederlandsche Dagbladpers (voorzitter); Leo Arts

voorzitter van de Nederlandsche R.K. Dagbladpers!

G. Polak Daniels, voorzitter van den Nederlandschen

Journalistenkring en mr. H. F. A. Geise, voorzitter van

de Nederlandsche R.K. Journalistenvereniging (secretaris).

Bij besprekingen over de samenwerking van militaire

autoriteiten en de pers werd eenerzijds de nadruk gelegd

op de wenschelijkheid, dat de pers met nauwgezet­

DE JOURNALIST 37

heid al datgene zou vermijden wat stemming zou kunnen

wekken tegen een der oorlogvoerende mogendheden,

terwijl anderzijds aangedrongen werd op een berichtgeving

van de zijde der regeering en haar organen, die

met in achtneming van de noodige reserve t.a.v. de belangen

des lands, zoo ruim mogelijk voorziet in de voorlichting

van het volk.

We mogen in dit verband misschien herinneren aan

de aanvankelijk ontworpen, maar later teruggenomen

„richtlijnen". Over nieuwe „richtlijnen" duren de besprekingen

nog voort. Wij hebben de onze geformuleerd.

Vermoedelijk is er door het aftreden van den

vorigen opperbevelhebber eenige vertraging in de afwikkeling

dezer aangelegenheid ontstaan.

De buitengewone omstandigheden.

De buitengewone omstandigheden, die het gevolg zijn

van de mobilisatie en den oorlog, gaven in de Octobervergadering

het bestuur aanleiding tot een uitvoerige

bespreking van enkele sociale en economische verschijnselen,

die daarmede verband houden. Het Bestuur heeft

zijn houding daar tegenover vastgesteld en bepaalde

maatregelen in het belang onzer leden genomen; een

deel der Kringmiddelen is bij dezen eventueelen „steun

in oorlogstijd" betrokken.

Salarieering.

Omtrent de salarieering van journalisten hier en daar

kwamen verschillende klachten binnen. Soms verzochten

de klagers echter er geen verder gevolg aan te

geven. De klachten werden bestemd voor behandeling

met de Oeconomische commissie.

Eenige klachten omtrent de economische positie van

gemobiliseerde journalisten kwamen, gelijk gezegd, na

nader onderzoek, in aanmerking om met het bestuur der

N.D.P. te worden besproken.

Het groote punt van het salarisschema en het collectieve

contract werd herhaaldelijk besproken. Allerlei

ander werk drong zich echter voortdurend naar voren.

Toegezegd was het op de agenda voor het nieuwe jaar

te plaatsen. Inmiddels is de commissie-v. Overbeek ingesteld,

die dit punt binnen den kring harer bemoeiingen

vindt. We wenschen haar „.gelukkige vaart".

Overigens moge te dezer zake worden verwezen naar

de beschouwingen, welke in het vorige jaarverslag daaraan

zijn gewijd.

Incidenteele klachten over salarieering of over mobilisatievergoedingen

zullen echter op de gebruikelijke

wijze met de N.D.P. worden behandeld, dan wel op de

wijze als in het belang der betrokkenen het meest profijtelijk

wordt geacht.

Wat persoonlijke aangelegenheden betreft, wordt bij

besprekingen met de N.D.P. steeds de meeste welwillendheid

ondervonden. Er is ook bereidheid bij het bestuur

om mede te werken tot het tegengaan van afwijkingen

van het „schema" en in het bestrijden van verkeerde

verhoudingen in sociaal en economisch opzicht.

Alleen — den leden der N.D.P. kan door het bestuur

m vereenigings-technischen zin geen bindende beslissing

worden opgelegd, een beslissing dus waaraan moraliter

en de facto alle leden zich zouden hebben te onderwerpen.

Men kan hierover zijn eigen oordeel hebben, maar

het feit zelf verandert er niet door. Deze interne positie

stelt voor 't oogenblik een grens aan het kunnen bij alle

goed willen.

De vergelijking, die te dezer zake meermalen gemaakt

wordt en aan het drukkersbedrijf ontleend is —

een gesloten bedrijf met collectieve arbeidsovereenkomsten

— kan bezwaarlijk als argument worden aangevoerd

bij het bespreken van de verhouding N.J.K.—

N.D.P. En tot het standpunt van architecten en doctoren

b.v. zijn noch de journalisten, noch de dagbladuitgevers,

elk in eigen kring, gekomen.

Nu we toch over de twee bij het dagbladwezen be-


38 DE JOURNALIST

trokken partijen spreken, zij hier ten besluite medegedeeld,

dat het overleg met de N.D.P. zich ook uitstrekte

tot klachten omtrent „uitnoodigingen" — herhaaldelijk

waren deze in bestuursvergaderingen aan de orde —

in gevallen, waarin wij van meening zijn, dat daarbij

de bemoeiingen van de bekende commissie schade dreigen

te doen aan bestaande journalistieke relaties. Een

„advies" behoort zich o.i. niet uit te strekken tot de

uitnoodigende partij.

Arbeidsbemiddeling,

Het bestuur van de Nederl. Periodieke Pers (secretaris

Mr. H. J. C. Vrij, Joh. Vermeerstraat 29, Amsterdam Z.)

berichtte het Kringbestuur, dat het gaarne bereid is,

waar mogelijk, zijn medewerking te verleenen aan ons

instituut van Arbeidsbemiddeling, b.v. ook door het gratis

opnemen van advertenties van hen die een betrekking

zoeken, in het orgaan der vereeniging.

Het bestuur blijft bereid te helpen en te steunen, waar

het kan.

Personalia.

Door den dood hadden we het verlies te betreuren

van verschillende collega's. Nevens den heer Dekking

ontvielen ons J. H. Rogge, G. J. H. v. d. Vijver, Mevr.

Augusta de Wit, J. F. L. de Balbian Verster, B. Wessel

te Brussel, P. Teunissen en A. W. T. Schoevers,

waarbij we voorts willen vermelden de heeren Frank

v. d. Goes, G. P. Bon, eens voorzitter van onze R.K.

zusterorganisatie en }. Funke, oud-bestuurslid van den

Kring.

Een veertig jarig journalistschap mocht de heer H. W.

de Wal vieren.

Als chef-redacteur van De Nederlander herdacht de

heer Q. A. de Ridder zijn zilveren jubileum.

Mr. J. }. v. Bolhuis werd, hoewel hij zoo stilletjes 25

jaar president van de Haagsche Journalistenvereeniging

dacht te kunnen zijn, feestelijk in de bloemen en geschenken

gezet tijdens ons Kringuitstapje.

De heer Maurits Wagenvoort bereikte den 80-jarigen

leeftijd. Ter gelegenheid van zijn 70sten verjaardag werd

de heer P. E. Peaux bloemenrijk gehuldigd. De heer

B. C. van Berkum mocht eveneens dezen mijlpaal bereiken.

Nederlandsche onderscheidingen werden ontvangen

door de collega's A. C. Rochat en C. L. F. Sarlet de

Soiron (Ridder Oranje-Nassau). Laatstgenoemde

mocht in April 75 jaar worden. Het officierskruis der

Orde van Oranje-Nassau viel ten deel aan de heeren

D. J. Lambooy en Herbert Antcliffe, terwijl aan den

heer H. Asselin, oud-voorzitter der Buitenlandsche Persvereeniging,

bij bevordering, de hooge onderscheiding

van commandeur in de Orde van Oranje-Nassau werd

verleend.

Het nieuwe jaar zette in met de toekenning van het

officierskruis der Orde van Oranje Nassau aan den heer

J. }. de Roode, die voor 50 jaar in ons gilde zijn intrede

deed.

Met buitenlandsche onderscheidingen werden geëerd:

wijlen de heer Dekking (Commandeur der Orde van

Leopold II), de heeren D. Kouwenaar en Mr. J, }, v.

Bolhuis (groot-officier Kroonorde van België), A. J.

Lievegoed (groot-officier der Orde van Leopold II),

Mr. P. C. Swart (Commandeur der Orde van St. Sava

van Zuid-Slavië), S. S. Smeding (Ridder Kroonorde

van België) en K. D. Koning (Eikenkroon van Luxemburg).

De heer K. W. P. Klaassen promoveerde op 1 Maart

te Utrecht tot doctor in de rechtswetenschappen op een

proefschrift: Misdaad en pers en de heer H. E. Reeser

op 27 October tot doctor in de letteren en wijsbegeerte

op een proefschrift: De Klaviersonate met vioolbegelei­

ding in het Parijsche muziekleven ten tijde van Mozart.

De politieke arena werd betreden door enkele collega's.

De heer T. Dokter, voorzitter van de U.P., werd

gekozen tot lid der Prov. Staten van Utrecht; de heer

C. A. Crayé genoot de eer een der vroede vaderen van

onze Hofstad te mogen zijn.

Uit de journalistiek trad per 1 Juli de heer A. G. Biemond;

de mobilisatie deed hem echter tijdelijk op de

afgelegde levensbaan een stap terugtreden. Het was

geen misstap, maar een offer ten behoeve van zijn gemobiliseerden

opvolger, al kunnen we ons voorstellen,

dat hij na enkele maanden toch weer naar de rust begon

te verlangen.

De heer H. Kroon Jr. verliet als hoofdredacteur het

A.N.P. om chef van den Persdienst van „de Koninklijke"

te worden. Als b.g. lid mochten we hem behouden.

Van het Utrechtsch Dagblad scheidden na langdurigen

dienst de heeren A. C. Rochat en J. D. Eggink. De

heer H. D. F. Meiners deed dit om dezelfde reden bij de

Telegraaf en aan het Handelsblad legde de heer C. J.

J. Westerman zijn arbeid neer.

Collega J. J. Leeninga, hoofdredacteur van het Groninger

Dagblad te Groningen, werd met ingang van

1 April benoemd tot directeur van het gecombineerde

Bureau van de Stichting Centraal Initiatief Bureau te

Groningen en van de Prov. Vereeniging voor Vreemdelingenverkeer.

Hij was daardoor genoodzaakt de

journalistiek vaarwel te zeggen.

Het jaar 1940 zijn we onder donkere omstandigheden

ingegaan. Moeilijkheden zijn er allerwege en we kunnen

slechts hopen, dat bezinning niet te laat weerkeere in

de volkerenwereld.

Moge onze Kring aan de stormen van den tijd dapper

weerstand bieden en de betere toekomst, waarnaar we

allen uitzien, ons in eigen organisatie onverzwakt vinden.

Laat elk van ons daartoe doen hetgeen in zijn vermogen

is.

C. WILDENBERG,

Secretaris.

JAARVERSLAG VAN DEN PENNINGMEESTER

Het jaar 1939 is evenals 1938 voor den Kring een

jaar van levendigen arbeid geweest en derhalve ook een

jaar van aanzienlijke uitgaven. Doordat de inkomsten

uit contributies en achterstallige contributies de raming

met ruim 775 gulden overtroffen, was toch het voordeelig

saldo nog iets grooter dan de raming aangaf. Trekt men

dit bedrag van ƒ84.05 met de ƒ 155.50, welke boven de

raming aan de weerstandskas ten goede mochten komen,

af van de ƒ744.41, waarmee de uitgaven de raming

hebben overtroffen, dan blijkt, dat de eigenlijke kringkosten

ƒ 504.86 meer hebben bedragen dan de raming.

Hieronder is evenwel begrepen een som van ƒ 185.50,

geschonken aan de Federation Internationale des Journalistes

voor steun aan noodlijdende journalisten in het

buitenland, voornamelijk vluchtelingen uit Spanje, Tsjecho-Slowakije

en Polen. Voor hulp aan vreemde journalisten

was ƒ 10.— uitgetrokken. Wij mogen dus nog

ƒ 175.50 van het bedrag van ƒ504.86 aftrekken, dan

blijkt, dat de gewone begrootingsposten met ƒ 329.36 zijn

overschreden. Waren enkele posten niet beneden de

raming gebleven, dan zou dit bedrag nog aanzienlijk

hooger zijn.

De posten, welke de raming verre overschreden waren

die van druk- en verzendkosten van de Journalist, algemeene

vergaderingen, reis- en verblijfkosten van de

bestuursleden, uitstapjes en commissie tot bestudeering

van het verschooningsrecht.

Voor den redacteur van de Journalist geldt als ver-


zachtende omstandigheid, dat hij gedwongen was het

ontwerp-statuten en huishoudelijk reglement in het

orgaan op te nemen en dat ook het rijk geïllustreerde

verslag van het Kringuitstapje extra-uitgaven met zich

bracht. Het eerste was onvermijdelijk en het tweede

zouden de Kringleden vermoedelijk niet graag gemist

hebben. Ook dit uitstapje viel weer zoo in den smaak,

dat het aantal deelnemers verre de verwachting overtrof.

Den Haag maakte dan ook, evenals verleden jaar Amsterdam,

aanspraak op een extra-bijdrage van den Kring,

waarmee de overschrijding van den post uitstapje meteen

verklaard is.

Bij den post algemeene vergaderingen maken de maaltijden

het leeuwendeel uit. Om de geweldige eischen,

door deze toch zoo gezellige algemeene eetpartijen aan

de kas gesteld, eenigszins te beperken, besloot het bestuur

voor de laatste algemeene vergadering van de

leden een kleine bijdrage in de kosten van het maal

te vragen. Daar deze maatregel aan de animo van de

leden om aan te zitten geen afbreuk heeft gedaan, meen

ik, dat wij op dezen weg voort moeten gaan, weshalve

ik dezen post op de begrooting iets lager heb geraamd

dan dit jaar is uitgegeven.

De post reis- en verblijfkosten van bestuursleden is

aanzienlijk boven de raming gekomen. Dit is geen gevolg

van het houden van meer bestuursvergaderingen, doch

van extra-bijeenkomsten van het dagelijksch bestuur,

conferenties met het bestuur van de N.D.P., vertegenwoordiging

bij belangrijke gebeurtenissen enz., kortom

zaken, die niet te vermijden zijn. De kosten van de bestuursvergaderingen

bewegen zich al sinds jaren om

hetzelfde peil.

Dat de kosten der commissie inzake het verschooningsrecht

hooger werden dan geraamd was .is voornamelijk

een gevolg van den wensch der commissie, door het

bestuur gedeeld, dat het verslag er behoorlijk uit zou

zien en gratis zou worden toegezonden aan hen, die de

commissie ter wille waren geweest met het verschaffen

van inlichtingen.

De begrooting.

In het afgeloopen jaar hebben wij de helft van het

voordeelig saldo van 1938 opgesoupeerd. Willen wij dit

jaar niet voor een tekort komen te staan, dan zullen wij

de bijdrage aan de weerstandskas moeten verlagen tot

ten hoogste vijftien percent. Verleden jaar heb ik dezen

maatregel reeds in het vooruitzicht gesteld. Nu kom ik

met een voorstel dienaangaande. Mijn opmerking in het

vorig jaarverslag, dat een levendig en opgewekt kringbestaan

voorop moet staan, blijkt in wijden kring te

worden gedeeld. Daar komt bij, dat de inkomsten van de

weerstandskas ook dit jaar weer ruim genoeg waren om

de uitgaven te dekken.

Als de uitgaven zich op het peil der laatste jaren

blijven bewegen, laat het bedrag van ƒ 1012.50, d.w.z.

de 15 procent van de inkomsten van den Kring, met

de ruim ƒ1100.— uit de verplichte bijdrage derdeden,

nog een flink overschot. Alleen kunnen wij dan den

achteruitgang van de kas door de buitengewone tijdsomstandigheden

minder goed opvangen — doch dat is

ons het afgeloopen jaar met de 20 pet. ook niet gelukt.

Zelfs met de verlaging van de bijdrage aan de weerstandskas

kom ik nog niet aan een sluitende begrooting

voor 1940. Wij zullen, als wij ons aan de raming houden,

beginnen met een batig saldo van ƒ649.94 en eindigen

met ƒ 522.50 minder. Ik had dit bedrag vrijwel op kunnen

vangen door meer te ramen aan ontvangsten voor

contributie 1940 en vorige jaren. Ik heb dit nagelaten

om twee redenen. De contributieachterstand van vorige

jaren is ook dit jaar weer een heel eind ingehaald. De

geraamde ƒ 250.— zal voornamelijk bestaan uit achterstallige

contributie 1939. Mijn streven is n.1. voortaan

ieder, die bij het uitschrijven van de quitanties voor het

nieuwe boekjaar nog contributieschuld heeft van het

vorige jaar, voor royement voor te dragen. Zij die werkloos

of gemobiliseerd zijn, kunnen, als daar reden toe

DE JOURNALIST 39

bestaat, van betaling van contributie voor een jaar worden

vrijgesteld. Wie naar het oordeel van het bestuur

betalen kan, mag niet langer zijn plichten verwaarloozen.

Dit is de eerste reden; de tweede reden is, dat tengevolge

van de mobilisatie reeds een aantal leden vrijstelling

of verlaging van contributie heeft gekregen, zoodat

ik vrees, dat dit jaar het bedrag van 1939 niet bereikt

zal worden.

Ben ik dus bij de raming der inkomsten zuinig geweest,

bij die der uitgaven ging dat niet. De meeste

posten bleven op het peil der laatste jaren gehandhaafd

en zijn ook niet voor vermindering vatbaar; eenige andere

moest ik verhoogen.

Men zal de kosten voor administratieve hulp van den

penningmeester zien gebracht op ƒ420.—. Sinds hiervoor

ƒ300.— werd uitgetrokken (in 1926) is ons ledental

van 500 tot 700 gestegen, heeft de Kring zijn werkzaamheid

ook tot weduwen- en weezenpensioen uitgestrekt

en is ook door andere oorzaken het werk van den

penningmeester, doch vooral dat van zijn helper, aanzienlijk

vermeerderd. Zou dit alleen reeds een verhooging

dezer bijdrage wettigen, thans komt daar nog bij

de groepsindeeling, welke nog weer veel extra-werk met

zich brengen zal. De hiervoor voorgestelde verhooging

komt mij alleszins redelijk voor. Daar de werkzaamheden

van den administratieven helper zich ook voor een

belangrijk deel over de weerstandskas uitstrekken, leek

het mij juist deze kas voortaan in deze kosten te laten

bijdragen.

De verhooging van den post algemeene vergaderingen

behoeft geen nadere toelichting. Den post der delegaties

ter alg. vergadering bracht ik op ƒ 100.—; de uitgaven

dienaangaande waren het afgeloopen jaar wel heel laag.

Ook de maaltijden met belangrijke personen handhaafde

ik; slechts door de bijzondere omstandigheden bleef dit

jaar de maaltijd achterwege.

Den post hulp aan vreemde journalisten bracht ik

op ƒ200.—.Het is lang niet ondenkbaar, dat de F.I.J.

ook dit jaar weer een beroep op onzen steun zal doen

en ik achtte het beter daarop bij dezen post te rekenen

dan den post onvoorzien te verhoogen.

De post van de commissie voor het verschooningsrecht

is vervangen door een post voor de commissie

voor positieverbetering. Ik raamde hiervoor ƒ100.—,

in de hoop, dat deze commissie zuinig werkzaam; zal

zijn; in ieder geval zal zij wel geen kostbare rapporten

behoeven te laten drukken.

Zoo daalde dus het batig saldo tot ƒ 127.44, wat

eigenlijk een verlies van ƒ 522.50 beteekent. Ik heb getracht

mijn ramingen zooveel mogelijk aan de werkelijkheid

te houden, doch hoop niettemin, dat ook dit

jaar de uitslag mijn pessimisme zal beschamen.

Weerstandskas.

De lijst van bezittingen van de weerstandskas levert

dit jaar een heel ander beeld op dan dat van vorige

jaren. Toen de oorlog uitbrak, is het bestuur te rade

gegaan wat het te doen stond. Het overwoog, dat er

omstandigheden konden komen, waarin door vele leden

terecht een beroep op de weerstandskas zou worden

gedaan. Om te allen tijde over de noodige kasmiddelen

te kunnen beschikken, heeft het bestuur besloten een

gedeelte van het effectenbezit te verzilveren mede

in verband met onzekere beurstoestanden en de mogelijkheid,

dat op een zeker moment waardepapieren niet te

realiseeren zouden zijn.

Natuurlijk is op de verzilverde effecten verlies geleden.

Dat was onvermijdelijk. Ook het overgebleven

bezit is aanzienlijk lager gewaardeerd. Vandaar dat het

totaal bezit der kas in boekwaarde daalde van

ƒ59.728.95 tot ƒ 54.739.10. In hoeverre dit bezit zich na

den oorlog zal herstellen, durf ik niet voorspellen.

Aan vier leden werd werkloozensteun verstrekt

(tegen één het jaar tevoren), het bedrag aan voorschotten

was ƒ550.— tegen ƒ 1112.— het jaar tevoren. Aan


40 DE JOURNALIST

REKENING VAN DEN NEDERLANDSCHE JOURNALISTENKRING 1939.

ONTVANGSTEN:

Contributies vorige jaren

Contributies 1939

Depositorente

Advertenties De Journalist

Voordeelig saldo vorig jaar

Bijdrage weerstandskas in administratiekosten

UITGAVEN:

Totaal

Weerstandskas 20'% v. d. contributie . . .

Druk- en verzendkosten De Journalist . . .

Drukwerk

Adm. hulp v. d. penningmeester

Vergoeding secretaris

Vergoeding redacteur

Bureaukosten voorzitter . . . . . . .

Bureaukosten secretaris

Bureaukosten penningmeester

Telefoon voorzitter

Telefoon secretaris

Telefoon penningmeester

Persmuseum

Algemeene Vergaderingen

Delegaties Algemeene Vergaderingen . . .

Vergaderingen Dag. en Alg. Bestuur .

Reis- en Verblijfkosten bestuursleden . . .

Uitstapje

Kringraad

Hulde en Eereblijken

Maaltijden met belangrijke personen

Contrib. Intern. Persvereeniging

Bijwoning verg. Com, Exécutif v. d. Federation

Hulp vreemde journalisten

Zegelkosten enz

Provisie-, incasso-, retour- en chequekosten .

Onvoorziene uitgaven

Bijdrage aan het Steunfonds

Representatie-commissie

Commissie tot bestud. v. h. verschooningsrecht

Commissie voor positieverbetering . . . .

Voordeelig saldo

ONVOORZIENE UITGAVEN:

Totaal .

Commissie van advies . . . ƒ 14.15

Statutencommissie , 52.41

Federatie hulp vluchtelingen . ,, 185.50

Commissie positieverbetering . ,, 4.85

ƒ 256.91

Begrooting

1939

250—

6250—

SOlO—

1265.89

f 7805.89

Begrooting

1939

1300.-

1800—

300—

300—

300—

300-

100—

100—

100—

100—

100—

50—

125—

200—

150—

300—

350—

soso-

ISO—

150—

300—

150—

10—

60—

100—

100—

100—

15—

50—

565.89

f 7805.89

15 % van contributie.

Resultaat

1939

537.40

6740.12

6.89

1265.89

f 8550.30

Resultaat

1939

1455.50

2183.90

252.52

300-

300—

300—

6430

96.10

89.84

75—

100—

50—

125—

414.85

57.18

277—

440.03

100—

131.80

301.44

103.80

42.99

101.36

256.91

100—

180.84

649.94

f 8550.90

Begrooting

1940

250—

6500—

10—

10—

649.94

120—

f 7539.94

Begrooting

1940

1012.50*

1800.-

300—

420—

300—

300.-

100—

100—

100—

100—

100—

50—

125—

350-

100—

300—

350-

30—

50—

150—

150—

300—

150—

200—

60—

100—

100—

100—

15—

100—

127.44

/ 7539.94


Saldo 1938

Interest

Uitgelote, geconverteerde of verkochte

effecten

Terugbetaalde voorschotten

Contributie loopend jaar

20 % van de Kringcontribut

Aflossing hypotheek

Saldo vorig jaar

Contributies

Vrijwillige bijdragen . .

Bijdrage uit de Alg. Kas

Interest

Verkochte effecten

DE JOURNALIST 41

REKENING WEERSTANDSKAS 1939.

f 873.84

„ 1.835.61

17.717.65

10—

1.156—

1.455.50

85—

f 23.133.60

REKENING STEUNFONDS 1939.

140.19

291.50

225—

100—

34.30

875—

f 1.665.99

Safehuur en zegelkosten

Belasting in de doode hand . . . .

Verstrekte voorschotten en toelagen

Werkloozensteun

Saldo

Uitkeeringen

Saldo . .

BEZITTINGEN VAN DE WEERSTANDSKAS per 31 Dec. 1939.

(Koersen op 29 Dec. 1939)

f 1000.— Ned. Werkelijke Schuld 2 l /2 %

„ 4000.— Rotterdamsche Scheepshyp.bank 4 %

„ 2000.— Haarl. Hypotheek Bank 4 %

„ 500.— Haarl. Hyp.bank 4 %

„4000.— Nederland 1937 3 %

„ 200.— Nederland 1937 3 %

„ 3000.— Zuid Holl. Hyp. Bank 3]/2 %

„1000.— Utrechtsche Hyp.bank 3}4%

„ 3000.— Soerabaia '37 ?,y2 %

„ 1000.— Semarang '37 4 %

„ 500.— Gem. Utrecht '37 3 x /2 '%

„ 1000.— 's-Gravenhage '37III 3 %

„ 1000.— Haarlem '38 3 %

„ 1000.— Bank Ned. Gem. '38 3 %

„ 1000.— 's-Gravenhage 1889 3>f%

„ 1000— Zuid-Holland '38 3 %

„1000.— Rotterdam 1938 3—3^ .%

„ 500.— Westl. Hyp.bank 3]/2 % .

„ 1000.— Ned. Scheepshyp.bank 4 % .

„ 500.— Nederland '36 3 % .

„ 1000.— 's-Gravenhage 1936 3^1%

„ 1000.— Ned. Bankinst. 4 % .

Hypotheek ,

Kas.

Totaal bezit .

/o

61

82

92'/2

92'/2

77 15 /,6

82

82

84'/2

88

95 s /,

87

87>/2

77V2

85 3 /,

92>/2

79

8l'/2

83

82

91 1 /*

90>/2

54 s /s

tt

f

f

610—

3.280,-

1.850,-

462,50

3.117,50

164—

2.460,-

845—

2.640,-

957,50

435—

875,-

775.-

857.50

925—

790—

815,-

415,—

820—

456.25

905.-

546,25

25.001,50

8.245—

21.492,60

54.739,10

13—

118—

550—

960—

21.492.60

f 23.133.60

f 150—

„ 1.515.99

f 1.665.99


42 DE JOURNALIST

BEZITTINGEN VAN HET STEUNFONDS per 31 Dec. 1939.

Spaarbankboekje No. 592148 ƒ2096.87

Spaarbankboekje No. 657359 2099.55

Kas „ 1515.99

terugbetaling van voorschotten kwam ook dit jaar

slechts ƒ 10.— binnen.

Steunfonds.

Het bezit van het steunfonds steeg tot ƒ 5712.41. Een

bijzonder woord van dank komt ons bestuurslid Schutting

toe, die door zijn ijverige werving vrijwillige bijdragen

tot een bedrag van ƒ 225.— bijeen wist te brengen.

Moge zijn voorbeeld navolging vinden.

Het fonds behoefde dit jaar slechts ƒ 150.— uit te

keeren.

Pensioenverzekering.

Nog altijd geniet de pensioenverzekering van den

Kring bij de Nationale bij de jongeren niet de belangstelling,

welke zij verdient, al waren er dit jaar teekeken,

dat de belangstelling toeneemt, hoewel zulks in

het aantal boekjes niet tot uiting komt. Ook uit Indië

ontving de penningmeester teekenen van een (zeer gewaardeerde)

belangstelling.

Er zijn thans 162 boekjes in omloop (verleden jaar

167). Er werden vijf nieuwe boekjes verstrekt, drie

vervielen er, doordat de deelnemers recht op pensioen

kregen, een tengevolge van overlijden en een werd op

verzoek van den deelnemer geschrapt. Het aantal deelnemers

is thans 157; enkelen hebben twee boekjes.

Het bedrag der stortingen was dit jaar ƒ 39.679.—,

wat aanzienlijk minder is dan verleden jaar

(ƒ50.243.33), toen enkele leden een bijzonder hooge

storting hadden gedaan.

Ook dit jaar duurde de afwikkeling der boekjes weer

tot ver in Februari. Velen zonden hun boekje te laat

in, zoovelen zelfs, dat de Nationale zeer terecht moest

dreigen, dat zij genoodzaakt zal zijn een volgend jaar

rentevergoeding te eischen als het euvel dan niet aanmerkelijk

zal zijn verminderd.

Weduwen- en weezenfonds.

De belangstelling voor dit fonds, een verzekering bij

de Nationale Levensverzekering Bank op voordeelige

voorwaarden, waarmee vooral jonge, gehuwde kringleden

tegen een matige premie hun vrouw en kinderen

voor ellende bij een ontijdig overlijden van hun man

en vader kunnen behoeden, is nog steeds veel te gering.

Het bedrag, dat dit jaar aan premiën werd gestort, was

ƒ 7094.65, tegen ƒ 8403.42 verleden jaar.

De penningmeester, J. SCHRAVER.

PERSONALIA.

H. W. DE WAL VEERTIG JAAR JOURNALIST

Hoewel tusschen de verschijning van het verslag in

De Journalist van de viering van De Wal's jubileum en

hetgeen thans wordt verbeterd een maand — zij het dan

een van 29 dagen — ligt, moge toch een kleine verbetering

worden gegeven. In de eerste alinea waren nl.

twee regels weggevallen. De laatste zin van die alinea

behoorde als volgt te luiden: ,,Hier waren met degenen,

die er hun dagtaak plegen te volbrengen, een aantal

medewerkers van het A.N.P. en van het vroegere C.B.

onder aanvoering van directeur mr. Joh. J. Belinfante

en verder collega K. Voskuil als vertegenwoordiger van

Totaal bezit ƒ5712.41

den Kring met collega J. M. A. Kroes mede namens,

het bestuur van de Haagsche Journalisten Vereeniging

tezamen, toen de jubilaris met vrouw en dochters werd

binnengeleid om even in het zonnetje te worden gezet."

Verder is onze toen jubileerende collega „avondredacteur"

genoemd; hij is echter zoowel des middags als

des avonds, behalve wanneer hij in een van de Kamers

der Staten-Generaal voor het A.N.P. het verslag maakt,

als redacteur aan het Handelsblad werkzaam, afgezien

nog van diverse ochtenden, waarop hij zijn medewerking

aan dit blad pleegt te verleenen.

HULDE C. R. T. BARON KRAIJENHOFF

Nu oud-minister Dr. Deckers zich bereid heeft verklaard

het voorzitterschap van de Alg. Ned. Vereen,

voor Vreemdelingenverkeer te aanvaarden, is de eerevoorzitter,

Baron Kraijenhoff, uit de algemeene leiding

teruggetreden.

Ongetwijfeld zullen vele collega's, die Baron Kraijenhoff

ten allen tijde bereid vonden tot de grootst mogelijke

medewerking, behoefte gevoelen hem bij deze gelegenheid

van hun gevoelens te doen blijken.

Gedacht wordt aan de aanbieding van een huldeblijk

tijdens een eenvoudigen maaltijd, welke eventueel in

het kader der komende algemeene vergadering van de

A.N.V.V. zou kunnen plaats hebben.

Zij, die met het voornemen instemmen, worden verzocht

zoo spoedig mogelijk hun voorloopige bereidverklaring

te zenden aan: ]. }. F. v. d. Bergh, Overtoom

.79 1 , Amsterdam.

De heer J. C. Janssen, lid van de redactie van het

Utrechtsch Dagblad, is met ingang van 1 Maart 1940

verbonden aan de redactie binnenland van het dagblad

De Nederlander.

Uit de plaatselijke vereenigingen.

DE AMSTERDAMSCHE PERS

De Vereeniging ,,De Amsterdamsche Pers" heeft op

Woensdagavond 14 Februari haar jaarlijksche ledenvergadering

gehouden. Een goedbezochte bijeenkomst

met geanimeerde discussies.

Goedgekeurd werden de verslagen van secretaris en

penningmeester. Rekening en Verantwoording over

1939 sloten met een bedrag van ƒ 1264.94, het batig

saldo bedroeg ƒ 233.50. Bij acclamatie werden de aftredende

bestuursleden S. de Vries (secretaris), J. C.

Posch (penningmeester) en J. J. F. v. d. Bergh (vicevoorzitter)

herkozen. In een motie, welke ter kennis is

gebracht van de Ministers van Algemeene Zaken en van

Buitenlandsche Zaken en van het bestuur van den Kring,

sprak de vergadering haar leedwezen uit over de wijze,

waarop van Regeeringswege de pers belemmerd is in

haar werkzaamheden bij aankomst van gezagvoerder en

bemanning van de „Burgerdijk" te Amsterdam.

* * *

Hieronder volgt thans het jaarverslag der A.P. over

1939:

Voor ,.De Amsterdamsche P^rs" is 1939 een jaar ge-


weest van opgewekt vereenigingsleven. Vele belangrijke

aangelegenheden hebben de aandacht van bestuur en

leden opgeëischt, zoowel in de periode, die aan het uitbreken

van den Europeeschen oorlog vooraf ging, als

daarna.

Van groote beteekenis was al dadelijk voor onze organisatie

de verkiezing van een nieuwen voorzitter in de

jaarlijksche algemeene ledenvergadering op 1 Februari.

Coll. D. Kouwenaar had den wensch te kennen gegeven

niet meer als voorzitter te worden herkozen en wij hadden

dezen wensch te eerbiedigen. Maar de vereeniging

zal zijn voorname voorzitterskwaliteiten, gedurende plm.

20, zij het niet achtereenvolgende, jaren getoond, niet

licht vergeten. Coll. Van den Bergh heeft daarvan op

hartelijke wijze getuigd, toen hij Kouwenaar na zijn

aftreden als huldeblijk namens de vereeniging eenige

oude gravures van Amsterdam aanbood en de vergadering

bezegelde met enthousiasme het voorstel om Kouwenaar

tot eere-voorzitter te benoemen, Inplaats van

coll. Kouwenaar werd coll. G. P. J. van Overbeek tot

voorzitter gekozen en de samenwerking tusschen hem

en de andere bestuursleden en ook met de overige leden

is van den beginne af van den aangenaamsten aard

geweest.

Ook in 1939 is de A.P. weer herhaaldelijk ten dienste

van de hoofdstedelijke dagbladwereld representatief opgetreden.

Meer dan ooit is de A.P. het centrale punt

voor alle belangen, die de Amsterdamsche journalistiek

raken en voor alle personen van gezag, die, om welke

reden dan ook, met de te Amsterdam zetelende dagbladpers

in contact willen komen. Zoo loopen alle officieele

aanvragen voor persconferenties over ons bestuur en

vrijwel alle regelingen bij openbare gebeurtenissen. Naar

beide kanten onderhouden wij door onzen regelenden en

bemiddelenden arbeid een alleszins tot tevredenheid en

verheugenis stemmend contact, d.w.z. zoowel met de

redacties als met de autoriteiten. In totaal heeft het secretariaat

in 1939 tachtig convocaties voor persconferenties

en voor verschillende plechtigheden, bezichtigingen e.d.

uitgeschreven (in 1938 bedroeg dit aantal vijf en

tachtig).

Opnieuw droeg ons ook dit jaar het bestuur van den

N.J.K. de persregeling te Baarn-Soestdijk op bij gelegenheid

van de blijde gebeurtenis ten Hove begin

Augustus (geboorte van Prinses Irene). En wederom

mocht die regeling ten volle geslaagd heeten, mede dank

zij de door den dienst der P.T.T. en door het A.N.P.

welwillend verleende volle medewerking. Het journalistieke

hoofdkwartier vond men ditmaal in Hotel Trier

en een flink aantal binnen- en buitenlandsche kranten

maakte van de geboden diensten gebruik.

Verder dient nog gememoreerd te worden, dat de

Stoomvaart Mij. Nederland in den zomer op ons verzoek

veertig kaarten ter beschikking van onze leden

.stelde voor de bezichtiging van het nieuwe mailschip

..Oranje".

Bij vele gelegenheden (officieele plechtigheden, jubilea,

recepties, maaltijden, bezoeken van buitenlanders,

begrafenissen enz.) hebben bestuursleden de A.P. vertegenwoordigd,

het bestuur stelt er steeds prijs op den

plicht tot representatie van ons korps zoo nauwkeurig

mogelijk te vervullen. Bij zijn regelenden en bemiddelenden

arbeid werd altijd op de aangenaamste wijze met

de R.K. Journalistenvereeniging Kring Noord-Holland,

met de Buitenlandsche Persvereeniging en met de Amst.

Sportpers samengewerkt.

Voor de leden en hun dames organiseerde de A.P.

op Hemelsvaartsdag (18 Mei) een zeer geslaagd uitstapje

naar Volendam en Marken met het wederom

gaarne te onzer beschikking gestelde instructievaactuig

.'.Prins Hendrik" van het Onderwijsfonds voor de

Scheepvaart.

In eigen kring gaven we steeds blijk van medeleven

zoowel bij heugelijke als bij droeve gebeurtenissen in de

rijen van de collega's. Bij enkele jubilea geschiedde dit

DE JOURNALIST 43

o.a. en ook bij begrafenissen, waarbij wij in de eerste

plaats denken aan de crematie van den Kringvoorzitter

Henri Dekking, dien wij zoo noode van ons zagen heengaan.

Van onze leden ontviel ons tot ons oprecht leedwezen

het eerelid, de oud-penningmeester J. H. Rogge.

Hij overleed den 25sten Februari in den ouderdom van

66 jaar en aan zijn persoon en zijn werk behouden wij

de beste en dankbaarste gedachten. Voorts ontviel ons

den 26sten Juni, 78 jaar oud, onze bekwame collega J.

F, L. de Balbian Verster, een der vooraanstaande figuren

eener vorige journalistengeneratie.

Wij gewaagden hierboven van een opgewekt vereenigingsleven.

Dit bleek uit een bevredigend bezoek aan

onze ledenvergaderingen en vooral ook uit de animo om

daar over verschillende onze belangen nauw rakende

kwesties te discussieeren. Zoo zijn er niet minder dan

zes ledenvergaderingen (in 1938: 3) gehouden, waarvan

er één een bijzonder karakter droeg, nml. die van 2 Mei,

waar collega J. H. Ritman, hoofdredacteur van het 5alaviaasch

Nieuwsblad, sprak over de Indische Pers en

waar ook eenige gasten uit niet-journalistieken kring

aanwezig waren. Deze causerie gaf aanleiding tot een

belangwekkend debat.

In de vergadering van 7 Maart leidde de voorzitter

het onderwerp: „De positie van de pers in onzen tijd"

in en hij zag zijn moei'te door een uitvoerige discussie ten

volle beloond. Den 23sten Maart behandelden wij de

agenda voor de jaarvergadering van den Kring, die

als voornaamste punt de herziening der Kring-statuten

en het Reglement had, een onderwerp dat ons te Amsterdam

altijd nauw ter harte is gegaan. Op 29 September

en 6 October waren de vergaderingen gewijd aan

het actueele onderwerp: ,,De pers in oorlogstijd" en voor

deze besprekingen had ons bestuurslid dr. J. A. Leerink

een aantal stellingen als leidraad ontworpen, welke hij

uitvoerig toelichtte. De besprekingen bewezen duidelijk

hoezeer onze leden de beteekenis van talrijke voor ons

vak met den oorlogstoestand samenhangende vraagstukken

begrijpen en hoezeer wij allen ons best doen de

juiste synthese te vinden teneinde 's lands belang te

dienen en het journalistieke belang niet te verwaarloozen.

Ten slotte was de ledenvergadering van 27 November

aan de keuze van den nieuwen Kringvoorzitter gewijd

en van harte steunde de A.P. de candidatuur-G. Polak

Daniels, die dan ook op de Rotterdamsche Kringvergadering

tot voorzitter werd gekozen. Zoowel de eerste

als de laatste ledenvergadering van dit jaar werden besloten

met een algemeen zeer geapprecieerd gezellig

samenzijn der leden met spelen om prijzen.

* * *

Het bestuur heeft in het verslagjaar 14 maal vergaderd

(in 1938: 16 maal). De samenstelling van het bestuur

onderging in zooverre nog verandering dat wij

behalve een nieuwen voorzitter, ook een nieuwen penningmeester

zagen optreden. Coll. H. D. F. Meiners

legde die functie, welke hij op voortreffelijke wijze en

uiterst nauwgezet vervuld had, op 1 Februari neer en

zijn opvolger werd coll. J. O Posch. In dezelfde vergadering

werden de collega's Bakker en Leerink als

bestuursleden herkozen en als nieuw lid werd coll. R.

}. Raken gekozen, die zich de functie van 2den secretaris

zag toebedeeld. Voor zijn taak om de notulen samen te

stellen zou men zich moeilijk een betere keuze kunnen

voorstellen. Coll. J. J. F. v. d. Bergh bleef vice-voorzitter

der A.P. en gedelegeerde bij het Kringbestuur.

Het ledental der A.P. daalde van 91 tot 83 op 1

Januari 1940, waarbij dus rekening is gehouden met degenen,

die per : /1 moesten worden afgevoerd. Wij hebben

ons in 1939 onthouden van propaganda voor de toetreding

van nieuwe leden, daar toch in 1940 alle in het

ressort Amsterdam wonende Kringleden dank zij de

doorvoering der reeds Koninklijk goedgekeurde Kring-


44 DE JOURNALIST

reorganisatie, lid der A.P. zullen worden en ons ledental

dan derhalve een behoorlijke hoogte zal bereiken. Wel

dient ons streven er nadien op gericht te blijven Amsterdamsche

collega's, die nog geen Kringlid zijn, tot

den Kring te doen toetreden.

* *

Het aantal perspenningen bedroeg op het einde van

het verslagjaar 68 tegen 59 in 1938. De bladen werden

in totaal 43 maal gewaarschuwd voor gevallen, waarbij

de brandweer uitrukte (in 1938: 60 maal), en wel 22

maal voor brand (30) en verder voor verschillende ongelukken.

Het secretariaat der A.P. verzond en ontving in totaal

plm. 160 stukken (dit bedroeg het jaar tevoren 300).

Het jaar 1940 belooft voor onze vereeniging een belangrijk

jaar te worden, daar de A.P. in het najaar haar

40-jarig bestaan hoopt te vieren. Een hartewensch van

zeker al onze leden zou vervuld worden, indien die herdenking

buiten den druk der oorlogsomstandigheden

mocht kunnen geschieden. De reorganisatie van den

N.J.K. voorspelt bovendien voor de A.P. een uitgebreider

werkterrein. Op de totstandkoming eener bindend

te verklaren CA.O. en het verplichte lidmaatschap

van alle collega's (wier bona fides aan bepaalde nader

vast te stellen eischen dient te worden getoetst) van erkende

journalisten-organisaties, behoort ook in het nieuwe

jaar te worden aangestuurd, opdat onze beroepsstand

op hooger peil kan worden gebracht. Wat onze A.P.

in die richting kan doen, mede ter behartiging van de

economische positie onzer leden, zal zeker niet worden

nagelaten en aller medewerking zij daartoe verzekerd!

S. DE VRIES, Secretaris.

HAAGSCHE JOURNALISTEN VEREENIGING

Als gewoon lid van de Haagsche Journalistenvereeniging

heeft zich aangemeld collega M. A. van Huut,

Javabode en Wereldn., Laan van Meerdervoort 13,

Den Haag.

Als b.g.-lid hebben zich aangemeld A. Swaap,

Alg, Weekbl. v. d. Middenstand, Hazelaarstraat 83 en

P. C. P. Huysers, Inst. v. Efficiency en Documentatie,

v. d. Woertstraat 42, den Haag.

Bezwaren binnen een week aan de secretaresse, Mej.

E. J. Belinfante, Schuytstraat 172.

HAARLEM IN HET ZILVER

In Haarlem hebben vroeger verschillende vereenigingen

van journalisten bestaan. Het ligt niet op onzen

weg, om na te gaan, wanneer deze organisaties gesticht

zijn en welke werkzaamheden zij verricht hebben, doch

willen er alleen aan herinneren, dat er omstreeks het

begin van 1915 twee vereenigingen zijn ontbonden. De

leden dezer ontbonden vereenigingen waren uitgenoodigd

op 25 Februari 1915 in gebouw „De Nijverheid"

aan de Jansstraat een bijeenkomst bij te wonen, welke

toen geleid heeft tot de oprichting van den „Haarlemsche

Journalistenkring".

Het is dus op 25 Februari a.s. vijf en twintig jaar

geleden, dat de Kring werd opgericht en met vreugde

mag geconstateerd worden, dat er zich in den loop dezer

jaren geen feiten hebben voorgedaan, welke aanleiding

zijn geweest, nieuwe vereenigingen op te richten. Natuurlijk

hebben zich wrijvingen voorgedaan, doch die

komen in iedere vereeniging voor en meestal volgen

daaruit weer gezonde toestanden. Leest men de notulen

uit de vijf en twintig jaren, dan blijkt het, dat leden af

en toe zich niet met een voorstel of een besluit konden

vereenigen en booze gezichten werden ook wel eens

getrokken. Leest men echter weer verder, dan waren

de verschillen van inzichten weer uit den weg geruimd

en het vereenigingsleven ging opgewekt verder.

De eerste vergadering werd bijgewoond door de

heeren jhr. A. W. G. van Riemsdijk, J. C. Peereboom,

G. M. Nieuwenhuis, Jac. C. Meijerink Jr., C. J. van

Tilburg, P, C. Akkerman en P. C. van Dobben. Voorzitter

was de heer J. C. Peereboom en onder diens leiding

had de vergadering een vlot verloop. Het eerste bestuur

werd als volgt samengesteld: J. C. Peereboom, voorzitter,

P, C. Akkerman, secretaris, Jac. C. Meijerink Jr.,

penningmeester en F. X. M. Schiphorst. Er gaven zich

twaalf heeren als lid op en op deze vergadering zijn de

statuten en het huishoudelijk reglement, die de heeren

Akkerman en Meijerink hadden samengesteld, goedgekeurd.

Voorts werd besloten tot aansluiting bij den

Nederlandschen Journalistenkring.

In een der volgende vergaderingen kwam de Zondagsrust

ter sprake en het resultaat was, dat de hoofdredacteuren

der drie Haarlemsche bladen zich vereenigden

met een regeling, welke tot op heden, voor wat betreft

de bladen, waaraan leden verbonden zijn, gelukkig

nog van kracht is, hoewel er door de tijdsomstandigheden

regelingen getroffen moesten worden.

De talrijke acties en verbeteringen voor het vak en

de journalisten, welke in den loop der jaren onderwerpen

van besprekingen waren en tot succes hebben geleid,

zullen wij laten rusten, omdat het te ver zou voeren

daarover uit te weiden.

De voorzitters

Op de oprichtingsvergadering was besloten, dat de

functie van voorzitter bij toerbeurt zou worden vervuld

door de heeren J. C. Peereboom, Jhr. A. W. G. van

Riemsdijk en F. X. M. Schiphorst. Laatstgenoemde

moest in het begin van 1916 wegens uittreding uit de

journalistiek als lid van den Kring bedanken. Daarom

hebben beide eerstgenoemde heeren tot begin 1919 het

voorzitterschap om beurten waargenomen. Kort tevoren

was een wijziging in de statuten van den N.J.K. gekomen,

waardoor directeur-hoofdredacteuren geen lid van

den Kring konden zijn, zoodat beide heeren ook moesten

bedanken als lid van den H.J.K. In de vergadering van

24 Februari 1919 werd beiden dank gebracht voor hun

arbeid in de eerste jaren verricht en door hun het eerelidmaatschap

aan te bieden, bleven zij aan den H.J.K.

verbonden. Hun belangstelling toonden zij tot hun dood.

2 Mei 1930 overleed Jhr. van Riemsdijk en enkele weken

later op 29 Mei de heer Peereboom.

De derde voorzitter was de heer G. M. Nieuwenhuis,

die één jaar deze functie heeft waargenomen. Wegens

verandering van werkzaamheden nam hij op 8 Januari

1920 afscheid en werd tot eere-lid benoemd. Toen de

heer Nieuwenhuis eenige jaren later in Haarlem terugkeerde,

sloot hij zich weer bij den H.J.K. aan, maar trok

zich in 1932 uit het vereenigingsleven terug.

In 1920 nam de heer L. M. Weterings de leiding over

en deze heeft het langst de functie van voorzitter vervuld.

Onder zijn voorzitterschap breidde de Kring zich

uit en rustig werd er gewerkt. 28 Januari 1929 droeg hij

den voorzittershamer over aan den heer J. H. van

Oosten, die reeds van 11 Januari 1917 in het bestuur zitting

had als gedelegeerde bij het bestuur van den Nederlandschen

Journalistenkring.

De heer Van Oosten zag zich eind 1931 genoodzaakt

te bedanken als lid van den N.J.K. en moest daardoor

aftreden als voorzitter van den H.J.K. De reden was,

dat hij gehoor gaf aan den wensch van de bisschoppen,

dat katholieken den N.J.K. zouden verlaten. Bij zijn afscheid

zeide de heer Van Oosten, dat het hem speet den

Kring te moeten verlaten, want hij had altijd veel genoegen

beleefd in den Kring en daarom was het voor hem

een offer, weg te gaan. In den heer Van Oosten verloor

de H.J.K. een ijverig bestuurslid. Hij behartigde niet

alleen de belangen van de collega's in Haarlem, maar

ook elders door zijn lidmaatschap van het bestuur van


den N.J.K. De ledenvergadering besloot 10 October

1932 den heer Van Oosten te benoemen tot eere-lid,

waardoor de band bleef bestaan.

Onze tegenwoordige voorzitter is de heer F. Primo,

die den heer Van Oosten begin 1932 opvolgde. Bij zijn

aanvaarden van de functie was de kring kleiner geworden

door het uittreden van katholieke collega's, maar in

de volgende jaren traden weer leden toe, waardoor een

aantal is bereikt, dat vroeger nooit behaald is,

DE JOURNALIST

Vijf secretarissen

De H.J.K. heeft vijf secretarissen gehad en in het bijzonder

dient wijlen de heer P. C. Akkerman genoemd te

worden, die van de oprichting tot zijn dood in Januari

1928 op nauwgezette wijze het secretariaat heeft waargenomen.

Dertien jaar gaf hij zijn krachten aan den

Kring, na reeds vroeger in één der ontbonden vereenigingen

een bestuursfunctie te hebben vervuld. In den

heer Akkerman verloor de Kring een toegewijd secretaris,

aan wien het te danken is, dat een hecht fundament

gelegd is van den thans jubileerenden Kring. Zijn

nagedachtenis zal in hooge eere blijven.

Nadat de heer W. F. Loman eenige maanden het

secretariaat had waargenomen, volgde de heer F. Primo

hem, na diens vertrek uit Haarlem op. Laatstgenoemde

vervulde zijn taak met ijver, totdat hij in 1932 tot voorzitter

werd benoemd.

De ledenvergadering van 23 Februari 1932 koos den

heer J. H. D. Kammeijer tot bestuurslid, waarna hem

door het bestuur het secretariaat werd opgedragen.

Zeven en een half jaar was de heer Kammeijer een

voorbeeldige secretaris, voor wien niets te veel was, als

het ging om de belangen van den H.J.K. te behartigen.

Drukke werkzaamheden noopten hem in October van

het afgeloopen jaar het secretariaat neer te leggen,

-waarna de heer A. Overmeer zijn taak overnam.

Vier penningmeesters

Het aantal penningmeesters is vier geweest. Eerst

was de heer Jac. O Meijerink de beheerder der financiën

en deze heeft de moeilijke jaren meegemaakt. In

1921 overleed hij en de Kring verloor een accuraten

penningmeester.

De heer C. J. van Tilburg was van 23 Mei 1921 tot

23 Februari 1926 penningmeester en de heer J. O Evers

was zijn opvolger. Deze heeft een goed financieel beheer

gevoerd en hij zorgde er voor, dat de Kring ieder jaar

een batig saldo in kas had. In 1937 legde de heer Evers

zijn functie neer en de heer J. H. Voskuil volgde hem op.

Het vierde bestuurslid

De Kring heeft steeds vier bestuursleden gehad,

waarvan één gedelegeerde bij het kringbestuur was. De

functionarissen waren in de vijf en twintig jaren de

heeren F. X. M. Schiphorst, J. H. van Oosten, E. H.

Uylings, Ch. L. F. Sarlet, H. A. Lunshof, F. Seuter,

Th. B. F. Hoyer en M. J. G. J. van Leeuwen. Doordat

de heer Van Oosten tweede penningmeester van den

N.J.K. was, heeft hij ook tijdens zijn voorzitterschap de

functie van gedelegeerde waargenomen.

Verdienstelijke leden

Behalve de leden van het bestuur hebben ook vele

leden zich verdienstelijk gemaakt en dan denken wij

aan de heeren Ch. L. F. Sarlet en W. F. Beeremans.

Eerstgenoemde is het vorig jaar bij het bereiken van

zijn vijf en zeventigsten verjaardag het eere-lidmaatschap

aangeboden en een ieder heeft zich op 31 Augustus

j.1. verheugd, dat zijn verdiensten de aandacht van

de Regeering getrokken hadden en dat hij benoemd werd

tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau.

De heer Beeremans is van de oprichting den Kring

trouw gebleven. Met den H.J.K. jubileert dus de heer

Beeremans, die altijd veel ijver aan den dag heeft gelegd

als het de organisatie betrof. In 1935 bij de herdenking

van het feit, dat de heer Beeremans veertig

jaar in de journalistiek werkzaam was, heeft de H.J.K.

hem een herinneringspenning aangeboden.

De Kring telde op 1 Januari 1940 twee eere-leden en

twee en twintig leden en in totaal zijn zeventig dames

en heeren lid geweest. De Kring heeft verschillende

dooden te betreuren: in den loop der tijden overleden

de heeren J. W. Stuffers (1920), Jac. C. Meijerink

(1921), W. Overmeer (1925), P. C. Akkerman (1928),

E. de By, Jhr. A. W. G. van Riemsdijk en J. C. Peereboom

(allen 1930) en P. C. van Dobben (1932).

Het tegenwoordige bestuur bestaat uit de heeren

F. Primo, voorzitter, M. J. G. J. van Leeuwen, vicevoorzitter

en gedelegeerde, J. H. Voskuil, penningmeester

en A. Overmeer, secretaris.

Wij schreven hierboven slechts over het verleden,

maar door de huidige tijdsomstandigheden zal er in de

toekomst nog een belangrijke taak te vervullen zijn. Dat

werk zal dan niet door een Kring van ongeveer vijf en

twintig leden verricht behoeven te worden, want door

de reorganisatie van den N.J.K., welke vermoedelijk

met ingang van 1 Januari 1941 van kracht zal

zijn, zal het aantal leden zich aanzienlijk uitbreiden. De

in Haarlem en omgeving wonende leden van den N.J.K.

worden dan automatisch lid en daarbij voegen zich —

indien de algemeene vergadering in April daartoe besluit

— de leden uit Noord-Holland Noorderkwartier.

Hoewel de H.J.K. het op prijs zou stellen, indien het bestaande

rayon gehandhaafd bleef, meent hij toch om

organisatorische redenen te moeten meegaan met het

voornemen van het bestuur van den N.J.K., den H.J.K.

grooter te maken. Wat de uitbreiding en reorganisatie

voor vruchten zullen opleveren, moet de toekomst leeren,

doch het is te hopen, dat er in den grooteren kring

een even prettige en collegiale geest zal heerschen, als

op het oogenblik aan den vooravond van de viering van

het zilveren jubileum het geval is.

Het jubileum zal op Zaterdag 2 Maart gevierd worden

met een maaltijd voor leden en genoodigden en dan

bestaan er plannen, een bijeenkomst in April, mede ter

gelegenheid van de jaarvergadering van den N.J.K. in

Haarlem, te organiseeren.

A. OVERMEER,

Haarlem, 20 Februari 1940. Secretaris.

* *

*

De Haarlemsche Journalistenkring hield Maandag

19 Februari een ledenvergadering onder leiding van den

voorzitter, coll. F. Primo. Besloten werd tot toelating

van de coll. H. van Wijk en E. Winter.

Coll. Leenders bracht verslag uit van de besprekingen

op de Kringvergadering, welke 16 December in Rotterdam

is gehouden.

De voorzitter deed mededeelingen over de wijze,

waarop het zilveren jubileum van den H.J.K. op Zaterdag

2 Maart gevierd zal worden. Van een receptie is

afgezien en er zal een maaltijd worden gehouden, waarvoor

ook de leden van het Kringbestuur en de besturen

der plaatselijke en gewestelijke vereenigingen zijn uitgenoodigd.

Verder bestaan er plannen, eind April, mede

ter gelegenheid van de jaarvergadering van den N.J.K.,

een speciale filmvoorstelling te organiseeren.

Een bespreking werd gehouden over de aanstaande

voorstellen van het Kringbestuur inzake de groepsindeeling

van den N.J.K. na de reorganisatie op 1 Januari

1941. De leden waren het met het bestuur eens, dat

handhaving van het rayon Haarlem, dat waarschijnlijk

bij Hollandsch Noorderkwartier wordt gevoegd, te

waardeeren zou zijn, doch zij gingen met de voorstellen

toch mee, omdat er anders bezwaren zouden ontstaan.

Tenslotte bracht de heer Ch. L. F. Sarlet verslag uit

als gedelegeerde van den H.J.K. in het bestuur van het


46 DE JOURNALIST

Nederlandsen Pers-Museum te Amsterdam, van de vergaderingen,

welke in het afgeloopen jaar zijn gehouden.

JAARVERSLAG DE UTRECHTSCHE PERS 1939

Het eerste jaarverslag van de jongste bij den Kring

aangesloten vereeniging kan een optimistisch geluid

laten hooren. Alleen al het feit, dat in Utrecht, waar

de verdeeldheid hoogtij vierde, een organisatie mogelijk

is, waarin journalisten zitten van alle niet-R.K. bladen,

mag met blijdschap worden vermeld. Bovendien heeft

De Utrechtsche Pers de lentestormen vitaal doorstaan,

en heeft zij op meer dan één wijze van zich laten spreken.

Terwijl zich op de stichtingsvergadering van 22 Oct.

1938 zeventien leden, o.w. enkele buitengewone, aanmeldden,

telt thans de U.P., nadat een drietal om normale

redenenen had bedankt, 21 gewone plus vier buitengewone

leden.

Het is hier zeker de plaats nog een woord van dank

te laten hooren jegens het Kringbestuur, inzonderheid

de collega's Adema en v. d. Bergh, wier taktvol optreden

de obstakels bij de voorbereiding hielp overwinnen,

terwijl speciaal de laatste nog meer dan eens met

zijn adviezen de jonge vereeniging krachtdadig terzijde

heeft gestaan.

Bij de moeilijkheden, die de typisch Utrechtsche constellatie

nog heeft opgeleverd, en die de pièce de

resistance van meer dan één vergadering uitmaakten,

zullen wij niet in bizonderheden stilstaan. De strijdbijl is

begraven, hopen wij voorgoed, en de tijd is aangebroken

voor opbouwenden arbeid en vriendschappelijke samenwerking.

De Utr. Journalistenvereeniging trad volledig

van het terrein der representatie terug, en met de Groep

Midden-Nederland van de R. K. Journalistenvereeniging

is een accoord tot stand gekomen, waarbij samenwerking

is verkregen op voet van volkomen gelijkheid. In algemeene

trekken is hierbij de Amsterdamsche regeling tot

voorbeeld genomen; de principiëele afwijking, met name

de samenwerking op voet van algeheele gelijkheid, werd

geboden door de Utrechtsche verhoudingen, die gansch

anders zijn dan in de hoofdstad. Met de Utr. Sportpers

zal nog een regeling moeten worden getroffen.

Nadat de Kring de U.P. officieel had erkend, heeft

ons Bestuur brieven laten uitgaan naar alle officiëele

en officieuze instanties in stad en gewest, waarin het

van het optreden en het doel der Vereeniging kennis

gaf. Het bleek, dat in vele kringen deze verbetering in

den organisatorischen toestand der Utrechtsche journalistiek

met ingenomenheid werd begroet. De eerste

officiëele bemiddeling verleende de Utr. Pers bij de

Willibrord-herdenking. Bij verschillende andere gelegenheden

trad onze vereeniging representatief op.

Niet zonder opzet werd de belangrijke Kringvergadering,

waar de statutenwijziging aan de orde kwam, ditmaal

te Utrecht gehouden. Zooals uit de woorden, aan

de bestuurstafel en aan den maaltijd gesproken, bleek,

waren de collega's, over de ontvangst in Utrecht hoogelijk

tevreden.

De U.P. nam haar aandeel in de discussies en verdedigde

een voorstel, om in de Statuten de uitspraak,

dat de Kring zich op den grondslag der traditioneele

persvrijheid plaatst, in het artikel nopens de doelstelling

op te nemen. Dit voorstel werd na een betrekkelijk

kleine wijziging door de vergadering overgenomen.

In totaal werden in 1939 naast ettelijke bestuursvergaderingen

zes ledenvergaderingen gehouden. De laatste

nam een motie aan inzake de salariëering, en een doeltreffende

vakactie vanwege den Kring. Met een kleine

wijziging is deze motie door de Kringvergadering te

Rotterdam aanvaard, maar niet dan nadat hierover een

forsche strijd was gevoerd. Ingevolge deze motie heeft

het Kringbestuur een commissie ingesteld, waarin ons

bestuurslid W. A. Pohl, de auctor intellectualis van de

motie, zitting heeft.

Met betrekking tot de lokale omstandigheden releveeren

wij de stappen, ondernomen bij den Centralen

Raad van Beroep, den Wethouder voor de Financiën,

den Garnizoenscommandant, den Hoofdstationschef, de

Spoorwegen en den Krijgsraad, alle met het doel om den

journalistieken arbeid te vergemakkelijken en bepaalde

faciliteiten te verkrijgen. De meeste dezer besprekingen

hebben reeds een gunstig resultaat gehad.

Op de ledenvergaderingen zijn spreekbeurten vervuld

door den heer S. A. Reitsma, hoofdredacteur van Spooren

Tramwegen over den Balkan, en dr. mr. W. Klaassen

over Misdaad en Pers.

ALGEMEENE JAARLIJKSCHE VERGADERING

UTRECHTSCHE PERS

De Utrechtsche Pers heeft 19 Februari haar eerste

jaarlijksche algemeene vergadering gehouden, welker

bizonder geanimeerd karakter zeker voor een deel te

danken was aan de presentie van een viertal Kringleden

uit Amersfoort, die in afwachting van de nieuwe groepsformatie

de geboden gelegenheid hadden aangegrepen,

om met de U.P. kennis te maken.

De voorzitter, coll. T. Dokter heette hen in 't bizonder

welkom. Hij herdacht het overlijden van den goeden

collega A. C. van Hilst, redacteur van De Volkskrant.

Vervolgens releveerde hij den prettigen maaltijd, die

niet lang geleden collega's van uiteenloopende werkzaamheid

en organisatie samenbracht. De dischgenooten

hadden nog bloemen gezonden naar het ziekbed van

Van Hilst. De voorzitter liet de jongste bestuursdaden

de -revue passeeren, met name de stappen ondernomen

bij den Hoofdstationschef, den Garnizoenscommandant,

den perschef der Ned. Spoorwegen, waarbij bepaalde

desiderata naar voren zijn gebracht.

De secretaris las het jaarverslag (elders in dit nummer

opgenomen), dat in een optimistischen toonaard kon

worden gesteld, de penningmeester moest een minder

vreugdig geluid laten hooren. De Vereeniging heeft het

eerste jaar op een te grooten voet geleefd, evenwel: al

doende leert men! Na een korte discussie over een mogelijke

progressieve heffing van contributie werd, daar

het komend jaar toch een andere regeling intreedt, besloten

de contributie van ƒ 2.50 te handhaven, met dien

verstande, dat voor leden, wien dit bedrag te bezwaarlijk

is, een gemakkelijker regeling te treffen valt. Nadat een

kascommissie de bescheiden had nagegaan, werd den

penningmeester décharge verleend, terwijl aan secretaris

en penningmeester woorden van dank werden gesproken

voor de samenstelling van hun verslag. Het bestuursbeleid

gaf geen aanleiding tot vragen of kritiek.

De vergadering herkoos de beide aftredende bestuursleden

Van Deinse en Van Oostende. De laatste stelde

voor tot een systeem van verplichte aftreding te komen,

waarbij een bestuurslid na enkele jaren niet meer direct

herkiesbaar is. Het Bestuur zal, zoo was het besluit van

een minitieuze bespreking, een statutenwijziging in den

zin van het voorstel-Van Oostende ontworpen. De vergadering

blijft dan nog algeheel vrij in haar beslissing

omtrent het principe van deze zaak.

Collega Schilp gaf een uitvoerige uiteenzetting van

het concept van het Kringbestuur nopens de dislocatie

der leden bij de toekomstige groepsindeeling, terwijl hij

de pogingen schetste, door den Utrechtschen gedelegeerde

gedaan, om de Gooische leden opgenomen te

krijgen in de Utrechtsche groep, waar hun belangen

zeker veilig zijn. Na een geanimeerde gedachtenwisseling

besloot de vergadering het niet bij de tot nog toe

vergeefs gebleken pogingen te laten. Het is Utrecht

ernst om een zoo volwaardig mogelijke groep voor Midden-Nederland

te verkrijgen.

Bij de rondvraag kwamen nog verschillende interessante

aangelegenheden ter sprake, waarbij politie-rapport,

A.N.P. en enkele wonderlijke toestanden, die zich

in Amersfoort voordoen, de aandacht vroegen. Hopelijk

zal een zeker contact van de U.P. met de Amersfoortsche

autoriteiten in laakbare zaken verandering kunnen

brengen.


Toen ten slotte nog het voorgenomen Persbal vanwege

de Sportpers ter sprake was gekomen sloot de voorzitter

tegen middernacht de zeer geslaagde vergadering.

DE JOURNALIST 47

C. A. SCHILP. Secretaris.

*

Collega W. Wijga heeft zich aangemeld als lid van

de Utrechtsche Pers. Bezwaren eventueel bij den

Secretaris.

BINNENLAND.

BUITENLANDSCHE PERSVEREENIGING

In een te 's-Gravenhage gehouden vergadering van

de Buitenlandsche Persvereeniging is besloten, vanwege

de tijdsomstandigheden het bestuur uitsluitend samen

te stellen uit onderdanen van neutrale staten.

Het bestuur bestaat thans uit de heeren P. Derjeu,

voorzitter; P. van 't Veer, secretaris; F. Can té, penningmeester;

Balasz en Guasco.

STICHTING „HET NEDERLANDSCH

PERSMUSEUM"

Jaarvergadering

Onder leiding van • den heer A. Cohen heeft het

Bestuur van de Stichting „Het Nederlandsch Persmuseum"

in het Korenmetershuisje te Amsterdam zijn jaarvergadering

gehouden.

In deze vergadering hebben de secretaris, de heer

J. C. Posch, en de penningmeester, de heer H. van

Wijk, hun verslagen uitgebracht.

In het jaarverslag van den Secretaris werd de heer

J. H. Rogge, die jaren lang bestuurslid en Voorzitter

van de Stichting is geweest, en in het begin van het

vorige jaar is overleden, herdacht.

De verzamelingen van het Nederlandsch Persmuseum

konden gedurende het afgeloopen jaar door schenkingen

van uitgevers van periodieken en van particulieren

belangrijk worden uitgebreid.

Het aantal dossiers van verschillende periodieken

uit Nederland en Nederlandsch taalgebied is tot meer

dan 10.000 gestegen, bevattende in totaal ongeveer een

kwart millioen kranten, tijdschriften, enz.

Aankoopen konden echter door gebrek aan geldmiddelen

niet geschieden. Ook de bibliotheek kon hierdoor

geen uitbreiding ondergaan.

Het bezoek aan het museum was gedurende het afgeloopen

jaar ondanks het feit, dat het museum eenigen

tijd wegens reparaties aan het gebouw gesloten was,

bevredigend.

Uit het jaarverslag van den penningmeester bleek,

dat de financieele toestand van de Stichting veel te

wenschen overlaat, doordat als gevolg van de crisisomstandigheden

vele bijdragen van particulieren zijn

vervallen of verminderd.

Beide verslagen werden goedgekeurd.

Het Bestuur heeft vervolgens uitvoerig de maatregelen

besproken, welke noodig zijn om te trachten de

financiën van de Stichting te versterken. Reeds zijn

eenige groote instellingen bereid gevonden een jaarlijksche

bijdrage aan het museum te geven. Een belangrijke

versterking der financiën zal echter noodig zijn

om het museum, dat dit jaar 25 jaar als Stichting bestaat,

in stand te houden.

Het Bestuur besloot een beroep op belangstellende

organisaties en particulieren te doen.

ALGEMEEN NEDERLANDSCH PERSBUREAU

In de vacatures in den raad van beheer der stichting

Algemeen Nederlandsch Persbureau A.N.P., ontstaan

door het aftreden om gezondheidsredenen van den heer

H. Nijgh, directeur van de Nieuwe Rotterdarnsche Courant,

als lid en voorzitter en door het periodiek aftreden

van den heer R. W. P. Peereboom, directeur-hoofdredacteur

van „Haarlem's Dagblad", als lid (na het

aftreden van den heer Nijgh tevens voorzitter) is onlangs

voorzien.

De raad van beheer van het A.N.P. is thans samengesteld

als volgt: H. Kuijpers, directeur van De Maasbode,

voorzitter; L. Evers, directeur van het Rotterdamsch

Nieuwsblad, vice-voorzitter; Y. G. van der

Veen, algemeen directeur van den Arbeiderspers, secretaris;

H. Diemer, directeur-hoofdredacteur van de Rotterdammer;

C. M. Dosker, directeur van de Nieuwe

Koerier; F. H. H. Herold, directeur-generaal van de

Uitg.-Mij. „Neerlandia"; Th. M. Houwert, directeur

Twentsch dagblad Tubantia, leden.

Dit communiqué werd in zeker dagblad — hetzelfde

dat zulk een leugenachtig verslag van onze laatste algemeene

vergadering plaatste — opgenomen met het angstwekkende

opschrift, in koeien van letters: ,,Het A.N.P.

in Roomsch-Roode handen"!!

NED. CHR. PERSBUREAU

Het bestuur van het Ned. Chr. Persbureau, waarvan

Dr. H. W. v. d. Vaart Smit directeur is, dat reeds was

ingekrompen door het bedanken als bestuursleden van

de heeren Prof. Dr. F. W. Grosheide, Jhr. Mr. J. }.

M. v. Asch van Wijck, Ds. H. Janssen, Dr. L. D. Terlaak

Poot en Mr. A. v. d. Deure, heeft zich onlangs

ook de heeren H. A. van Bottenburg, D. A. v. Krevelen

en J. P. C. Poldervaart zien ontvallen. Van de negen

bestuursleden is nu nog alleen overgebleven de heer

J. P. van Mullem te Akersloot. Daar laatstgenoemde

zich bereid heeft verklaard als mede-directeur op te

treden, schijnt er heelemaal geen bestuur te zijn.

SCHEIDENDE JOURNALIST

IN GEMEENTERAAD GEHULDIGD

^ Geknipt uit het verslag in de N. Brielsche Cr. van de

Gemeenteraadsvergadering in Brielle:

„Aan het einde der vergadering richte de Voorzitter

het woord tot den heer Zeylstra, redacteur van de

Nieuwe Brielsche Courant. Deze is tot redacteur bij

de Prov. Drentsche en Asser Courant benoemd. Gedurende

enkele jaren heeft hij de vergaderingen van den

raad als verslaggever bijgewoond. Wij weten allen, dat

de pers zoowel ten goede als ten kwade kan werken.

Welnu, de heer Zeylstra wist in zijn verslagen steeds

den juisten toon te vatten. Nimmer heeft hij getracht

de besprekingen van den raad, ook al zou in enkele gevallen

hiertoe wellicht eenige aanleiding zijn geweest,

op sensationeele wijze weer te geven. Anderzijds verviel

hij niet in een dorren verhaaltrant. Voorts was hij steeds

volkomen onpartijdig. Het komt mij voor, dat hij de

belangen der gemeente op de juiste wijze heeft gediend.

Het contact, dat tusschen hem en mij persoonlijk bestond,

was steeds van aangenamen aard. zeide spr.

Mijne heeren, ik meen uit Uw naam te spreken, als

ik den heer Zeylstra dank zeg voor hetgeen hij heeft

verricht en hem een goede toekomst in Assen toewensch.

De heer Zeylstra dankt den Voorzitter voor de tot

hem gesproken woorden. Hij vindt den hem toegezwaaiden

lof toch wel een beetje onverdiend, want goed beschouwd

heeft hij toch niet meer gedaan dan wat hij

als zijn journalistieken plicht beschouwde. Hij dankt den

burgemeester en de wethouders en raadsleden voor de


48 DE JOURNALIST

langdurige aangename samenwerking. Aan de Brielsche

raadsvergaderingen zal hij steeds de prettigste herinneringen

behouden."

UTRECHTSCHE JOURNALISTEN

AAN DE GEDEKTE TAFEL

Zelden liep een uit particulier initiatief ontsproten

voorstel bij de Utrechtsche journalisten zóó veel goede

kansen, als dat van een der leden der „Utrechtsche

Pers", om een ,,wild-diner" te organiseeren, waarop

een door bedoeld lid geschonken hert het lijdend voorwerp

zou worden van de culinaire verlangens zijner

collega's.

Op den avond van den 3en van Sprokkelmaand heeft

een 25-tal journalisten, zoowel leden van de U.P. als

ook niet-leden en R.K. collega's, zich aan den wildmaaltijd

vereenigd, enkelen hierbij zelfs gewillig geassisteerd

door hun echtgenooten.

Naar echt Hollandsch gebruik werd, om van een beteekenisvol

succes verzekerd te zijn, een speciale commissie

gevormd, belast met de voorbereidende werkzaamheden.

In deze commissie hadden de volgende

heeren zitting: L. Bosshardt, F, J. Koster, J. van Oostende,

W. A. Pohl. C. A. Schilp en W. J. Schuitemaker,

laatstgenoemde als auctor intellectualis van dit ongewoon

festijn.

Naarmate de avond naderde kwam (om met Pascal

te spreken) het geheim gevoel dat hen dreef tot het

zoeken van verstrooiing en bezigheid „buitenshuis" meer

en meer tot openbaring, zoodat de belangstelling veelzijdig

was.

In den tweeden secretaris van de U.P. coll. van

Oostende kregen de deelnemers aan dezen disch een

zorgzaam tafelpresident die, zooals den president past,

..saevis tranquillus in undis" bleef.

Veel hartelijke woorden werden aan den hertenmaaltijd

gesproken. De pers-chef der Ned. Spoorwegen,

coll. Schiferli, bepaalde de collega's echter tot de werkelijkheid

van hun beroep en schreef een prijsvraag uit.

Inmiddels was het leeuwenaandeel van het hert verorberd,

weshalve de tafel werd opgeheven en men terugkeerde

tot de orde van den nacht,

Utrecht, Februari '40. V. d. B.

DE STAAT VAN BELEG

En het tegengaan van persexcessen

In het verslag der Tweede Kamer betreffende het

afdeelingsonderzoek van het wetsontwerp tot het doen

voortduren van den bij Koninklijke besluiten van 1 en

6 November 1939 afgekondigden staat van beleg, lezen

wij, dat sommige leden gaarne zouden vernemen of de

regeering bijzondere voorzieningen voorbereidt tot het

tegengaan van persexcessen in die gebieden, waar de

staat van beleg tot dusverre niet is afgekondigd.

Uitbreiding van de gebieden, waar de staat van beleg

geldt, alleen met het oog op het tegengaan van zulke

excessen, zouden zij niet wenschelijk achten. Toch

meenden zij, dat hiertegen krachtiger dan tot dusverre

opgetreden moet kunnen worden. Zij vroegen zich af

of het niet mogelijk ware met dit doel enkele artikelen

van de reeds aangehaalde ,,Oorlogswet" voor het geheele

land van toepassing te verklaren, terwijl dan de

toepassing van de wet in haar geheel tot de thans aangewezen

gebieden beperkt zou kunnen blijven.

Andere leden zouden voorshands deze remedie erger

achten dan de kwaal. Echter zouden ook zij gaarne vernemen,

of bij de regeering plannen tot krachtiger bestrijding

van met 's lands belang strijdige uitingen in de pers

bestaan en, zoo ja, of indiening van één of meer hierop

betrekking hebbende wetsontwerpen binnenkort kan

worden verwacht. Evenwel waarschuwden zij bij voorbaat

tegen aantasting van de vrijheid van drukpers.

PERSDELICTEN

De rechtbank te Middelburg heeft den 28-jarigen

journalist J. N., te Driebergen, overeenkomstig den eisch,

veroordeeld tot een maand gevangenisstraf. N. had zich

als hoofdredacteur-uitgever van De Misthoorn te verantwoorden

gehad voor eenvoudige beleediging ten gevolge

van het feit, dat in zijn blad een artikel met antisemietische

strekking opgenomen was.

De schrijver van een tweetal anti-semietische artikelen.

A. van der O., alsmede de journalist J. N., uitgever van

het blad De Misthoorn, waarin de artikelen zijn verschenen,

hebben zich wegens beleediging van de joodsche

volksgroep in Nederland, voor de Haagsche rechtbank

te verantwoorden gehad.

De officier van justitie, mr. W. P. Bakhoven, eischte

tegen beiden (verdachte N. was niet verschenen) voor

het eerste feit een voorwaardelijke gevangenisstraf van

één maand met drie jaar proeftijd plus een geldboete

van ƒ 100 subs. 50 dagen hechtenis, en voor het tweede

feit eveneens een voorwaardelijke hechtenis van één

maand met denzelfden proeftijd plus een geldboete van

ƒ 250 subs. 2 maanden hechtenis.

Conform dezen eisch heeft de rechtbank vonnis gewezen.

* * *

Het Gerechtshof te 's-Gravenhage heeft in hooger

beroep bevestigd het vonnis van de Rechtbank aldaar

waarbij mr. M. M. Rost van Tonningen, hoofdopsteller

van het Nationale Dagblad is veroordeeld tot een voorwaardelijke

gevangenisstraf van een maand met drie

jaar proeftijd en een geldboete van ƒ 200 subs. 100 dagen

hechtenis.

Deze veroordeeling geschiedde naar aanleiding van

een artikel in het Nationale Dagblad van 19 Juli 1939.

getiteld: ,,De onridderlijkheid van minister Van Dijk",

in welk artikel zinsneden voorkwamen, welke beleedigend

voor den toenmaligen minister van Defensie werden

geacht.

Het Hof heeft bij zijn arrest het beroep van verdachte

op noodweer verworpen; voorts werd overwogen, dat

het opleggen van een geldboee alleen geen voldoende

waarborgen biedt, om verdachte van noodelooze krenkingen

te weerhouden.

HANDHAVING VAN ONZE NEUTRALITEIT

Contöle op de overbrenging van nieuwsberichten

per telegraaf of telefoon naar het buitenland

Door den chef van den regeeringspersdienst werd de

volgende circulaire aan de correspondenten van buitenlandsche

bladen in ons land gezonden:

Ter voorkoming van stoornis of vertraging in de verzending

van nieuwsberichten per telegraaf of per telefoon

aan uwe redacties, heb ik de eer u, namens heihoofd

der controle van het militair gezag op het telegraaf-

en telefoonverkeer, hierbij mededeeling te doen

van de voornaamste richtlijnen, welke gevolgd worden

bij de uitoefening van de controle op genoemde berichten.

Onverminderd de bepalingen ten aanzien van de toegelaten

talen en van geheimschrift, zijn niet voor verzending

toegelaten: Mededeelingen, plannen, vermoedens,

geruchten enz. over de Nederlandsche defensie;

mededeelingen enz., welke gevaar kunnen opleveren

voor de handhaving van Nederlands onzijdigheid, dan

wel omtrent deze onzijdigheid twijfel kunnen opwekken;

mededeelingen enz. welke in het buitenland vijandige

gevoelens ten opzichte van Nederland kunnen opwekken;

mededeelingen enz,, welke beleedigend zijn voor een

met Nederland bevriende mogendheid;

mededeelingen over daden, maatregelen en plannen

van de Nederlandsche regeering dan wel van een an-


dere mogendheid jegens Nederland, wanneer deze niet

vanwege de Nederlandsche regeering officieel zijn bevestigd.

Hieruit blijkt, dat de correspondent, die nauwkeurig

rekening houdt met de belangen van Nederlands neutraliteit

en van Nederlands veiligheid, daarmede de ongestoorde

en onvertraagde verzending van zijn telegrafische

en telefonische berichten bevordert.

DE OPENBARE ORDE ONDER DE LOUPE

Commissie voor onderzoek der gemeentelijke

bepalingen

Uit overweging, dat het wenschelijk is, een onderzoek

in te stellen naar de vraag, of de bepalingen van

de gemeentewet en andere voorschriften met betrekking

tot de handhaving van de openbare orde voldoen aan

de eischen, welke te dien aanzien dienen te worden gesteld

en in het bijzonder ook, of zij wel, in het belang

van een juiste regeling van bevoegdheden en verhoudingen,

voldoende scherp tot uitdrukking brengen de

voor de bestuursorganen weggelegde taak, hebben de

minister van binnenlandsche zaken en van Justitie een

commissie benoemd, aan welke dit onderzoek wordt opgedragen,

met verzoek dienaangaande rapport uit te

brengen, onder bijvoeging zoo noodig van voorstellen

tot wijziging of aanvulling van de desbetreffende wettelijke

voorschriften.

In die commissie zijn benoemd: tot lid en voorzitter:

de minister van Staat, jhr mr dr H. A. van Karnebeek,

commissaris der Koningin in de provincie Zuid-Holland

en tot leden: mr J. R. M. van Angeren, secretaris-generaal

bij het departement van justitie; jhr. mr. dr. L. H. N.

Bosch Ridder van Rosenthal, commissaris der Koningin

in de provincie Utrecht; mr. dr. Donner, oud-minister

van Justitie, lid van den Hoogen Raad der Nederlanden;

mr. dr. K. J. Frederiks, secretaris-generaal bij het

departement van binnenlandsche zaken; mr. dr. W. G.

A. van Sonsbeek, commissaris der Koningin in de provincie

Limburg; mr. J. A. de Visser, oud-minister van

Justitie, procureur-generaal bij het gerechtshof te Arnhem;

en tot secretaris, onderscheidenlijk tot adjunctsecretaris

mr. J. Kan, hoofdcommies bij het departement

van binnenlandsche zaken en mej. A. Werker,

-werkzaam bij het departement van binnenlandsche

zaken.

BUITENLAND.

IN DE RICHTING VAN DE SENSATIE

De volgende mededeeling van den correspondent te

Londen van de bladen der s.d. Arbeiderspers zal ook

in den Kring van onze lezers belangstelling vinden:

De hoofdredacteur van de Daily Herald, Francis

Williams, heeft ontslag genomen. Deze beslissing, die

opzien zal baren in de kringen der Engelsche arbeidersbeweging,

is het gevolg van een meeningsverschil in den

raad van commissarissen van het blad.

Dit meeningsverschil liep over de vraag, welk karakter

de Daily Herald zou moeten aannemen om in de tegenwoordige

tijdsomstandigheden de zeer groote oplaag

van het blad op peil te houden. Hoewel er geen aanwijzing

is, dat de krant niet langer trouw zal zijn aan

de politiek van de Engelsche arbeidersbeweging, die zij

totdusver heeft verdedigd, schijnt de meerderheid van

den raad van commissarissen van oordeel te zijn geweest,

dat de krant met meer plaatjes en meer nieuws

van een sensationeel karakter aantrekkelijker diende te

worden gemaakt voor den zeer grooten lezerskring.

De vakbeweging bezit 49 procent der aandeelen van

•de Daily Herald en is dienovereenkomstig in den raad

van commissarissen vertegenwoordigd. Francis Wil­

DE JOURNALIST 49

liams was voorstander van een politiek, die zou aannemen,

dat de lezers van de Daily Herald behoorlijke

politieke voorlichting in socialistischen zin zouden ontvangen.

Het zag er aanvankelijk naar uit, dat hij de

meerderheid van den raad van commissarissen aan zijn

zijde zou krijgen, in het bijzonder toen de Daily Herald

aankondigde, een campagne voor de opstelling van een

nieuwe verklaring van de ,,rechten van den mensch

en burger" te zullen gaan voeren. Het pleit is nu echter

anders beslist.

Francis Williams was, voor hij tot hoofdredacteur

van de Daily Herald werd benoemd, financieel redacteur

van dat blad. Hij had een groote reputatie als een

kundig financieel journalist. Ook als hoofdredacteur

van de Daily Herald verwierf hij zich een uitstekenden

naam en vele vrienden. Hij was over het algemeen zeer

gewaardeerd in socialistische kringen.

PERS EN OPERA

De Italiaansche Journalistenkring zal ter gelegenheid

van den vijftigsten verjaardag van de Cavalleria Rusticana,

in Mei 1940 een bizondere uitgave verzorgen van

onuitgegeven brieven, die Pietro Mascagni heeft geschreven

aan zijn librettoschrijver Targioni-Tozzetti gedurende

de compositie van de opera. Het betreft een

aantal brieven, door cav. Torrini, een autografenverzamelaar,

ter beschikking van den Journalistenkring gesteld,

die het ontstaan van de Cavalleria Rusticana zullen

onthullen. Het werk zal in luxe- en gewone editie uitkomen

dank zij de vrijgevigheid van sen. Treccani.

DE PERSVRIJHEID IN ZWEDEN

(Het Vad.).

De Zweedsche regeering heeft den minister van

justitie vergunning gegeven vier deskundigen te benoemen

voor een onderzoek naar de mogelijkheid, maatregelen

te nemen binnen het kader der tegenwoordige wet

op de persvrijheid met het doel, misbruiken van deze

persvrijheid ten nadeele van de betrekkingen van Zweden

met het buitenland te verhinderen.

Eventueel zal het onderzoek ten doel hebben vast te

stellen, welke wijzigingen moeten worden aangebracht

in de wet op de pers met behoud der fundamenteele beginselen

ten aanzien van een vrije gedachtenwisseling

over de binnenlandsche toestanden in Zweden.

DE CONTROLE OP DE PERS

In den Zwitserschen Nationalen Raad is een debat

over de controle op de pers gehouden. Deze controle is

sedert het uitbreken van den oorlog toevertrouwd aan

een militaire autoriteit en verscheidene sprekers verdedigden

deze controle, terwijl anderen eischten, dat de

Zwitsersche pers het recht zou hebben haar verontwaardiging

uit te spreken, wanneer groote landen als Duitschland

of Rusland Polen of Finland aanvallen.

Namens de regeering verdedigde raadsheer Baumann

de censuur. Hij bevestigde, dat de Raad geheel vrij is

van iederen buitenlandschen invloed en deelde mede,

dat in de volgende zitting op deze zaak terug gekomen

zal worden.

Binnenkort zal de kwestie opnieuw aan de orde

komen.

••••••••••••••••••••••aaagiiunuuiiuuiiiiiiiHHUHiHm

Wanneer gij een domheid hebt begaan, laat u dan

dit tot troost strekken: niet elke lezer merkt het. Menigeen,

zelfs onder uw tegenstanders, zoekt zelfs achter uw

domheid een zeer bijzondere sluwheid en list.

(Julius Bachem, „Allerlei Gedanken über Journalistik", 1906).


50 DE JOURNALIST

DE VRIJHEID VAN DRUKPERS IN BELGIË

Geen militaire dictatuur

Het woord voerend voor de liberale journalisten, bij

gelegenheid van den 30sten verjaardag van het bestaan

hunner vereeniging, heeft mr. P. E, Janson, de Belgische

minister van justitie, verklaard, dat de vrijheid van drukpers

geëerbiedigd moet blijven. „Zoolang wij er zullen

zijn, zal de censuur niet worden ingevoerd", zeide hij.

Voorts zinspeelde hij op de geruchten volgens welke

een militaire dictatuur in België op komst zou zijn, ,,Ik

verzeker u ten stelligste, aldus de minister, dat, sinds

September jJL, nimmer aan een dwaasheid als de instelling

van om het even welke militaire dictatuur is gedacht.

En ik voeg er aan toe, dat wij ons hardnekkig

zouden verzetten tegen iedere poging welke er op gericht

zou zijn een politiek systeem naar voren te schuiven

dat de politieke vrijheid, welke in ons land bestaat,

zou aantasten".

Algemeene belangen.

NEDERLANDSCHE NAMEN VAN VREEMDE

PLAATSEN

Dat, gelijk hij stelt, de discussie over vreemde plaatsnamen

en hunne verhaspeling leerrijk geweest zou zijn,

is in tweederlei opzicht een vergissing van collega Henri

Polak; ten eerste was er nog heelemaal geen gedachtenwisseling

over dit onderwerp in De Journalist — ik

schreef slechts over een weigering van mijn droit de

réponse —• en ten tweede gaan we nu pas vroolijk beginnen

over deze zaak, zoodat, wat niet geweest is.

komen zal.

Waarbij men dan niet nalate te bedenken, dat ik geen

stokpaardje heb voor-gereden, doch dat mijn geachte

opponens den knuppel in het hoenderhok heeft geworpen.

* * *

Voorop stellende dat ik, als regel, de pennevruchten

van den warm-nationaal-Nederlandsch gevoelenden collega

H. P. met genoegen en vaak tot leeringe las, moet

ik over zijn stukje in De Journalist van 1 Februari toch

wel den staf breken. Een journalist, voor zijn lezers

schrijvende — a fortiori dus voor vakgenooten — moet

duidelijk maken, wat hij wil. Ik heb coll. H. P.'s stukje

drie malen gelezen, en wist toen nog niet, of hij, in dezen,

vóór of tégen mij was. Tot het laatste overhellende, werd

ik in die helling geschokt en dus wederom tot oprechten

— om hier niet te zeggen: recht-oppen — twijfel gebracht

door mijn ouden en deskundigen vriend Schreuder,

die zei: hij meent het best!

Toen brak mij de klomp.

* *

*

Een vierde lezing brengt mij uiteindelijk niettemin

toch tot de opvatting: collega Henri Polak is er, ditmaal,

naast. Als ik, ten vierden male lezende, hem niet schromelijk

misverstaan heb (zoude dat zoo zijn, dan is dat

zijn, niet mijn schuld) dan is zijn opvatting deze:

1. het is een hopelooze warboel, zoo hopeloos, dat

we het maar gelaten over ons moeten laten gaan, maar

2. heel eigenlijk behoorde het zoo te zijn, dat we alle

geografische zaken, als plaatsen, rivieren, landen, zeeën,

in Nederlandsche kranten en geschriften noemden, zoo

ats ze werkelijk heeten, d.w.d.z.: in de taal van het land,

waarin ze liggen, beter nog: van het volk, dat er leeft.

Heb ik. collega H. P.'s opvatting hiermede juist weergegeven,

dan zouden we althans op één punt toch al een

heel stuk verder gekomen zijn: voor het Nederlandsche

taalgebied in België waren we dan althans

eensgezind, en het ge-le-kok-suur-mèèr was dan in elk

geval uit.

Maar zelfs voor deze winst in de praktijk mogen we

de zaak verder niet maar blauw-blauw laten. Want zijn

kardinale fout zit-'m juist hierin, dat hij meent: de

plaatsen heeten toch eigenlijk alleen maar zoo, als ze

in de taal van hun land of hun volk heeten.

A. J. Schreuder schrijft daaromtrent in de heldere

inleiding tot zijn„Lijst van Nederlandsche Plaatsnamen

buiten de Landsgrenzen" o.m.: „Er is een zekere

neiging om aan uitheemsche namen boven de nederlandsche

de voorkeur te geven. Hiervoor zijn eenige uiteenloopende

oorzaken op te geven: onbekendheid met

de nederlandsche namen, , de onjuiste meening dat

de „eigenlijke" naam die van de taal van het land is,

een zeker verkeerd begrepen internationalisme, en eindelijk

het gewend en gehecht geraakt zijn aan de buitenlandsche

woord- en schriftbeelden door omgang en

lectuur"

Schreuder, die, integendeel, het naast elkaar blijven

voortbestaan van Fransche, Duitsche, Engelsche, Scandinavische.

Italiaansche en Spaansche en welke anderstalige

namen voor dezelfde geografische begrippen bepleit

„de rijke schakeering tusschen de moedertalen"

is een „kostbaar beschavingsbezit", dat dit zich

ook in de plaatsnamen handhaaft, en dient te blijven

handhaven.

Verderop in die inleiding stelt de heer Schreuder, die

meer van de Nederlandsche plaatsnaamkunde af weet

dan eenige andere landgenoot, naar ik vermoed, dit

„verkeerd begrepen internationalisme" duidelijk aan de

kaak. De nederlandsche namen zijn geen verbasteringen

van eigenlijk-alleen-oude inheemsche; het zijn nog minder

door taalzuiveraars bedachte vertalingen, o neen:

de in dat boekje (en mijn den collega's bekend cartonnetje)

vermelde namen zijn levende, aan de levende

spreek- of schrijftaal van nu en van het zeer nabije verleden

ontleende, nederlandsche namen. Dus b estaande

namen. Want het bewijs des bestaans wordt,

in dit geval althans, geleverd door het zien of het hooren,

„bestaan is waargenomen worden", esse est percipi.

* *

Laat ik, ter afwisseling en opluistering, hier nog eens

vertallen wat mij vorig jaar October overkwam. Wij

voeren met het s.s. „Oberon" in de Golf van Biscaje

en ik stond met den tweeden officier op de brug te praten,

over de reis, den oorlog, de mijnen, de torpedeeringskansen,

enzoovoorts. In den loop van dat gesprek

zeide hij „als we nou 10 mijl blijven loopen, dan

kunnen we vannacht om twaalf uur dwars van Heisant

zijn, en dan om zoo-en-zoo laat de Kiskassen passeeren"

Even later zeide hij, op half verontschuldigenden

toon: „Ik zèg maar Heisant, want dat zeggen we

allemaal, maar. het heet evenwel Ouessant, kijk

maar op de kaart."

Ik keek. Er stond Ushant, want het was een Engelsche

en geen Fransche kaart!

Deze recente kleine gebeurtenis op een Nederlandsen

schip spreekt voor mij boekdeelen: wat in het Fransch

Ouessant heet, heet in het Engelsch Ushant en

in het Nederlandsch Heisant.

Maar wij, met ons „verkeerd begrepen internationalisme",

gebruiken onzen eigen naam voor dat punt liever

niet. We schamen ons er wat voor

In die Nederlandsche plaatsnamenlijst wijst de schrijver

der inleiding en samensteller der lijst nog nadrukkelijk

op een zeer belangrijk punt. Ook hier, in deze

gedachtenwisseling in De Journalist, zeen belangrijk,

omdat wij, journalisten, voor alles realist willen zijn, met

de beenen op den beganen grond staande. Welnu: „Niet

wat behoort, wat is", was de stelregel, waarnaar Schreuder

te werk ging: „In de plaatsnaamkunde is geen sprake

van wat behoort, maar van feiten, van wat is."

En hij vervolgt: „Geen enkele naam in onze lijst is

bedenksel of vertaling of voorgeslagen verbetering, alle

zijn ze genomen uit het levende taalgebruik van nu en

van vroeger."

Evenwel: nu moge ik, van de wetenschappelijke verantwoording

des heeren Schreuders overstappende op

de journalistieke praktijk, zijn stelling omkeeren! Heeft


h ij er nauwgezet zorg voor gedragen, slechts te verzamelen

wat in het Nederlandsche taalgebruik bestond

en bestaat, naar den stelregel: niet wat behoort, maar

wat i s, dan rest, deze arbeid door hem verricht zijnde,

ons niet anders dan voortaan in de door ons geredigeerde

Nederlandsche dagbladen te zeggen: wat i s,

dat behoort.

M.a.w.: nu wij, in Schreuders plaatsnamenboekje,

onzen geografischen Van Dale hebben om er op na te

slaan, nu behoor en wij in onze bladen ook gebruik

te maken van wat, op Schreuders autoriteit (geruggesteund

door het gezag van prof. dr. G. G. Kloeke te

Leiden) goed Nederlandsen i s.

* *

Ten besluite dit. Als het op taalkundig gebied hier of

daar een janboel is, dan moeten wij, journalisten, deskundig

voorgelicht, orde op zaken stellen in hetgeen

wij schrijven. In geen goed geredigeerd blad kan wanorde

geduld worden.

Dubieus is de thans aan de orde zijnde zaak niet meer.

De Henri Polaksche theorie der „eigenlijke namen"

is niet vol te houden. Dan wordt het voortaan in onze

bladen: „De premier van Great Britain heeft met den

premier van La France beraadslaagd over de mogelijkheid

van hulpverleening via de North Sea (of: Mer du

Nord? Deutscher Ozean? Noordzee?), Norge en Sverige

aan Suomi, opdat de Suomineezen het op de Karelische

landengte (die op z'n Finsch óók wel anders zal heeten)

kunnen uithouden.

Dan moeten we in het Kanaal een taalgrens trekken

en zeggen: daar benoorden heet het The Channel, daar

bezuiden La Manche, en nergens meer Het Kanaal.

Dit is onzin. Dat kan niet. Dan zouden onze lezers

—. met recht! — in opstand komen.

Laat ons ons daarom houden aan wat deskundigen

in moeizamen, jarenlangen arbeid voor ons bijeengaarden,

laat ons, als trouwe schildknapen van onze moedertaal,

waken tegen het verder indringen van vreemdelingen,

laat ons, rustig, voorzichtig, stap voor stap,

de insluipsels verwijderen, en, voorzoover er goede Nederlandsche

namen bestaan, ze voortaan ook gebruiken.

The Downs beginnen — Tromp zaliger nagedachtenis

—• al te verbleeken, we schrijven nu Duins (liefst

zonder „de" ervoor) of ter reede van Duins.

Niemand neemt er aanstoot aan — men vindt het gewoon.

De hoogste lof, in dit geval.

Laat hier nu van Duins andermaal de victorie beginnen.

Gdr. 19-11-1940. S. S. SMEDING.

VREEMDE PLAATSNAMEN

Dr. Henri Polak schrijft ons:

In mijn stukje „Vreemde plaatsnamen" in het vorige

nummer van De Journalist zijn eenige ernstige fouten

blijven staan. Zij zijn:

Luttick (Lüttich); Fivenze (Firenze); Kjöbenhaon

(Kjöbenhavn); Irecht (Trecht); Mareland (Mouland).

KRANT EN RADIO

Collega Dinkelberg doet de dikke Zaansche molenlijven

oneer aan, door achter hun rug een tactiek te

bedrijven, die den vogel struis wordt toegeschreven.

Hij kan er maar niet toe besluiten eiken dag zijn lezers

mede te deelen, hoe laat de nieuwsberichten per radio

doorkomen. Dat regeltje gaat er bij hem in het radioprogramma

tusschen uit, zoo lang de radio niet genegen

is te willen aankondigen, hoe laat De Zaanlander

met zijn nieuws verschijnt

Daarmee begaat collega Dinkelberg een onrechtmatige

daad.

Allereerst wil hij zijn lezers onthouden datgene, waarvan

hij zelf profiteert, want hij weet zélf haarfijn, wan­

DE JOURNALIST 51

neer de nieuwsberichten worden omgeroepen en luistert

er blijkbaar ook naar, zij het met gram.

Maar bovendien schijnt collega Dinkelberg (ons

jongste Kringlid naar hij zegt), die precies weet te vertellen,

dat de omroepvereenigingen een halve ton per

jaar te weinig voor het A.N.P.-nieuws betalen (toe

maar!) niet te weten, dat hij met het wegschrappen van

dat regeltje uit het radio-programma in overtreding is.

Na langdurige onderhandelingen, waarbij van weerszijden

concessies zijn gedaan, is tusschen het Centraal

Bureau van Omroepvereenigingen en de Vereeniging

De Nederlandsche Dagbladpers een overeenkomst gesloten,

waarbij de dagbladen, aangesloten bij de N.D.P.

zich verplichten om het radio-programma, zooals het

door het Centraal Bureau wordt verstrekt, ongewijzigd

op te nemen.

Natuurlijk ware te overwegen, om bij een ev. vernieuwing

van de overeenkomst de bepaling op te nemen,

die collega Dinkelberg zoo wenschelijk acht, om eiken

dag vier maal om te roepen, hoe laat De Zaanlander

verschijnt. Wellicht zou men dan in Groningen vragen,

of het A.N.P. met molentjes liep, maar ook dan was

overeenkomst-overeenkomst en overeenkomsten zijn er

toch immers (spijts de moreele salaris-overeenkomst!)

om te worden nageleefd?

Maar nu alle gekheid ter zijde: het zal geen kip belang

inboezemen, of de Zaanlander de nieuwsberichten aankondigt

of niet, maar wel hebben wij allen belang bij

een goede verhouding tusschen krant en radio.

De radio is er nu eenmaal en het verspreiden van

nieuwsberichten door de radio is een internationaal verschijnsel.

In ons land is die verspreiding zóó geregeld, dat het

eenige Nederlandsche nieuwsbureau, dat nationaal èn

internationaal de pers bedient, tevens in uiterst beknopten

vorm radio-nieuwsberichten geeft.

Langen tijd — collega Dinkelberg herinnert er aan —

beperkte deze berichtgeving zich tot één uitzending per

dag. Evenwel: de oorlog kwam en het publiek, dat wij

allen dienen en voorlichten, nam er geen genoegen mee

het nieuws uit het buitenland te moeten hooren, omdat

de Nederlandsche zenders het niet geven.

Vooral in tijden van spanning, zooals wij thans nu

en dan hebben te doorleven, zou het funeste gevolgen

kunnen hebben, wanneer de Nederlandsche luisteraars

ook het nieuws over Nederland alleen over buitenlandsche

stations konden vernemen.

Er zijn nu eenmaal nog grootere volksbelangen dan

de vraag of de verschijningstijd van De Zaanlander wel

voldoende bekend is.

De radio heeft, men moge het betreuren of niet, krachtens

haar technische mogelijkheden, het privilege in één

oogenblik een geheel volk te kunnen bereiken, ook met

de voorlichting van het nieuws.

Nu bestaan er twee mogelijkheden: de eerste, dat dit

nieuws gegeven wordt in concurrentie met de dagbladen

en de tweede, dat de uitzending van de nieuwsberichten

geschiedt in samenwerking met de dagbladen.

Het lijkt mij een groot journalistiek belang, dat de

tweede weg wordt gevolgd, gelijk in ons land geschiedt.

Nu toch is het mogelijk om krant en radio elk hun

rechtmatig deel te geven, terwijl de verspreiding van

radio-nieuws in handen blijft van beroeps-journalisten.

Het nieuws zoekt, als stroomend water, steeds den

vlugsten weg om de zee der publieke belangstelling te

bereiken.

Voor wat betreft het korte, zakelijke bericht, is daartoe

in dezen tijd de radio het aangewezen hulpmiddel.

Maar wie dit constateert, moet aanstonds daaraan

toevoegen, dat het radiobericht de kiem in zich houdt,

belangstelling te wekken voor uitgebreider nieuwsverspreiding

door middel van de krant, sterker nog, dat het

aetherwoord zoo vluchtig is, dat de radio-luisteraar

veelal éérst hetzelfde bericht, dat hij hoorde, nog eens

in zijn krant wil lezen, maar dan aangevuld en toegelicht

door een aansluitend artikel.

Omgekeerd echter zal de luisteraar er voor passen om


52 DE JOURNALIST

uit zijn luidspreker nog eens te hooren het bericht, dat

hij al gedrukt voor zich heeft gezien.

Elke poging om het radio-nieuwsbericht den kop in te

drukken is tot mislukking gedoemd, omdat het publiek

de snelste nieuwsberichtgeving zoekt, zooals ook het

nieuws zoekt, en alle eeuwen door hééft gezocht, naar

het snelste verspreidingsmiddel.

Moeten wij daar nu als struisvogels de oogen voor

gaan sluiten (wat een journalistieke opvatting!), onzen

kop in het zand steken en zeggen: het nieuws hoort

alléén in de krant te staan of op ons bulletin-bord? Neen,

de tijd schrijft ons voor om de kansen te benutten, die

de radio-berichtgeving heeft geschapen en dat kan door

gebruik te maken van den nieuwshonger, die juist de

radio heeft gewekt.

Wanneer de Nederlandsche nieuwsbladen op dit

oogenblik een slechten tijd doormaken, dan is dat niet

een gevolg van het feit, dat de lezers er minder belang

in stellen, maar hiervan, dat de advertentiebronnen niet

voldoende vloeien. Een zoo geweldige stijging van het

aantal abonné's als men in de jaren 1914 1918 heeft

gekend, mocht in redelijkheid nu niet worden verwacht,

omdat nu percentsgewijze al een grooter abonnementental

was bereikt dan in 1914 toen de wereldoorlog begon.

De cijfers zouden te dien aanzien meer overtuigend

zijn dan de vaste overtuiging van collega Dinkelberg.

Men lette óók op de verschuivingen.

Bladen, die in kortzichtigheid denken, dat zij met de

gelijkgeschakelde telex-berichten kunnen volstaan, zullen

meer en meer ondervinden, dat dit hun ondergang beteekent.

Wanneer ik ook eens een vaste overtuiging mag uiten,

dan is het deze, dat de krant, die de waarde van goede

eigen berichtgeving erkent; die natuurlijk de keien van

primeurs niet aan het A.N.P. doorgeeft en het groote

wereldnieuws op scherpe wijze weet te ontleden en door

eigen reportages het speciale terrein, dat zij bestrijkt,

ook weet te beheerschen, versterkt uit de oorlogsperiode

te voorschijn zal komen.

Indien er bij de eerste ontwikkeling van de radio al

een oogenblik de vrees mocht hebben bestaan, of de

nieuwe techniek niet zou leiden tot overbodigheid van

de dagbladen, zoo kunnen we thans toch wel reeds

concludeeren, dat het. gedrukte woord, dat men kan

lezen en herlezen, nooit te vervangen zal zijn door het

gesproken woord, hoezeer dit ook, meer dan vroeger,

zijn eigen beteekenende plaats in ons leven heeft gekregen.

Maar wanneer dan ook thans, vooral in ons land, het

radio-bericht de gestalte heeft gekregen, welke het best

past bij het vluchtige karakter welke het heeft als radiobericht

(kort, zakelijk, zich beperkend tot de kern en

uitlokkend tot het vernemen van nader nieuws), nu erkenne

men het ook als de moderne opvolger van het

bulletin, dat toch ook niet anders wilde zijn dan de aankondiger

van het groote nieuws in de krant en dat evenzeer

als het radio-bericht trachtte te voldoen aan den

dwingenden eisch van het publiek om op de snelste

wijze het nieuws te vernemen.

Hilversum, Februari '40. G. H. HOEK.

Temperament moet ook de journalist hebben. Heeft

echter het temperament hem, dan begaat hij een menigte

domheden.

(Julius Bachem, „Allerlei Gedanken übec ]ournalisük", 1906).

Ik heb een krant gekend, welke tot grondslag had:

„vóór alles interessant!" Na eenigen tijd waren de lezers

zoodanig overvoerd door dat interessants, dat ze altijd

nog wat interessanters verlangden, zelfs al was er niets

gebeurd.

(Julius Bachem, „Allerlei Gedanken übev Jouvnalistik", 1906).

DE „KRUIDENIER-CORRESPONDENTEN"

Verschillende malen hebben er in De Journalist beschouwingen

gestaan over het correspondentenvraagstuk.

Het is mij daarbij opgevallen, dat tot nu toe de

zaak zeer eenzijdig belicht werd en wel van de zijde

der correspondenten.

Volgens collega Hamburger zouden wij ons, rondziende

in den kring der dagbladcorrespondenten moeten

schamen. Ik veronderstel, dat collega Hamburger zich

mede zal schamen.

Er moet echter bij de behandeling van dit vraagstuk

terdege onderscheid gemaakt worden tusschen „correspondenten"

en menschen die „voor de krant werken".

Het is zoo heel eenvoudig gezegd: wèg kruideniers,

wég sigarenwinkelier, ruim baan voor den journalist!

Doch het zal in de praktijk niet uit te voeren zijn. Kan

een blad er in elke plaats, ook in de kleine gehuchten,

een correspondent-journalist op na houden? Het blad

misschien wel, doch de journalist zou er met geen mogelijkheid

van kunnen bestaan.

Ik hoor collega Hamburger reeds het woord streekcorrespondent

noemen. Maar ook de streekcorrespondent

zal niet buiten zijn „kruideniers" kunnen. Hij zal

als een spin midden in het web zitten in het middelpunt

van de vertakkingen naar de kleinere plaatsen en gehuchten

in zijn rayon. En aan het einde van die vertakkingen

zitten dan weer de „kruideniers", de tipgevers.

Het komt mij voor dat vooral collega Hamburger teveel

in eigen omgeving heeft rondgezien. Natuurlijk, er

moet naar gestreefd worden, dat in plaatsen waar door

combinatie van correspondentschappen een bona fide

journalist een bestaan kan vinden, dit wordt bevorderd.

Doch er zijn nu eenmaal meer kleine dan qroote

plaatsen.

Ten slotte wat de verantwoordelijkheid van de kruideniers

betreft, dient collega Hamburger te bedenken

dat er tusschen den correspondent en de zetterij altijd

nog een zeef zit, namelijk de redactie.

Utrecht, Februari '40. H. W. TH. RUIJTERS.

BOEKBESPREKING.

PARLEMENTAIRE GESCHIEDENIS

Bij de NV. Paul Brand's Uitgevers-bedrijf te Hilversum

is verschenen „Parlementaire geschiedenis van

jaar tot jaar, 1938—1939", door collega Hans Hermans,

parlementair redacteur van De Tijd.

Oud-minister mr. P. J. Oud schreef er een inleidend

woord voor, waarin de objectiviteit van het werk geprezen

wordt. De schrijver hoopt telken jare zulk een

boek te kunnen samenstellen, waarin de belangstellende

kan vinden wat zich op het Binnenhof heeft afgespeeld.

Gaarne spreken wij onze groote waardeering uit voor

het uitnemende werk van dezen collega. Het voorziet in

een behoefte en zal door allen, die meeleven met het

Parlement, op hoogen prijs gesteld worden.

ADVERTENTIES.

„Amstevdamsche brieven".

3ong journalist, reeds vele jaren verbonden

aan de redactie van groot dagblad in de

hoofdstad, zoekt

medewerking

aan provinciaal dagblad of tijdschrift (cor­

respondentschap, wekelijksche brieven, e.d.)

Brieven no. 76 administratie „De Journalist".

More magazines by this user
Similar magazines