B-magazine mei 2013 - Babylon

kringbabylon.be

B-magazine mei 2013 - Babylon

B-magazine

mei 2013


B-magazine is een uitgave van

Babylon VZW

Babylon VZW

Blijde Inkomststraat 21

3000 Leuven

http://kringbabylon.be

kringblad@kringbabylon.be

REDACTIE

Morien Raeymakers

Alexander Swerts

Anke Van Roy

WERKTEN MEE

Arnaud Aerts

Brent Bertels

Mathieu Bokestael

Lierin Dedeyne

Wouter Demuynck

Melanie Hacke

Sophie Huys

Jolien Janssis

Laura Muylle

Loes Rom

Tine Van Calster

Lisa Van der Auwera

Wout Van Praet

Jasper Vanhaelemeesch

2 B-Magazine 2012-2013 nr:5

Babylon Bedenkt

Voorwoord

Lieve lezers klein en groot,

voor deze laatste B-magazine van het (academie)jaar hebben we het

onderste uit de kan gehaald. De reden daarvoor is tweevoudig: het

is de laatste editie, dus als we het nu niet doen, wanneer dan wel?

Daarnaast, beste Babyloniërs, gaan we jullie ook gewoon missen,

dus willen we afscheid nemen met een B die de moeite waard is (en

die voor eeuwig in jullie herinnering zal nazinderen). Alle meligheid

even terzijde gelaten (cf. infra voor meer), in het beste geval zorgt

dit extra dikke kringblad voor wat welverdiende afleiding tijdens de

blok.

We hebben jullie dan ook weer heel wat te bieden. Herinneren jullie

jullie Babylons Literaire Prijs? Mooi. Want we publiceren de winnende

teksten. Daarnaast hebben we een terugblik op toneel (Babylon

en Spaans), interviews met Elvis Peeters en de bassist van Rhinos

Are People Too, een verslag van Babylons bezoek aan De Munt en

een verlichtende blik op black out-poëzie. We trekken de wereld in

(in casu, naar Belfast), en komen vanuit die wijde wereld weer terug

naar Leuven. De preses praat, Onderwijs praat, wij praten over dode

auteurs (en hun vreemde levenseindes), alle Leuvense studenten

praten in hun eigen dialect en dat levert (geen) spraakverwarring

op. Babylonische spraakverwarring, welteverstaan. Mannen haten

vrouwenboeken, iedereen houdt van Dragon Ball, sommige mensen

houden van Tik Tak. We lezen over literatuur en mode, en vragen

ons af waar je in Leuven het best om koffie gaat (“een goed boek,

dat vraagt om goede koffie”, zei Noam Chomsky). Tot slot hebben

we nog spelletjes, en het Gat. Dat is wel genoeg, lijkt ons.

En dat brengt ons aan het einde van dit laatste editoriaal van het

academiejaar. Wij vonden het fijn, en hopen dat jullie dat ook hebben

gevonden. B-magazine staat er weer voor jullie vanaf volgende

september – en wie wil meewerken, mag dat natuurlijk nog altijd.

Dan rest er ons niets, dan jullie veel succes met de blok en met de

examens te wensen. Doe da goe e manne.

Groetjes,

Anke, Morien en Lex – jullie B-magaziniers van het afgelopen jaar

Mei

23 Morien is jarig (felicitaties via kringblad@kringbabylon.be)

27 Begin blok

Juni

10 Begin examens

27 Preproclamatie-TD 22u @Albatros

Juli

20 Anke is jarig

Augustus

19 Begin herexamens


Babylon Bedankt

Presespraat

Liefste Babyloniërs,

Het academiejaar loopt weer stilaan op zijn einde; een tragisch

voorkomen voor menig student en zo ook voor menig studentenvertegenwoordiger.

De tijd van Fakavonden en feestjes ligt weer

achter ons en die gehate deadlines komen dichterbij, vaak met

een minachtende schaterlach, alsof ze weten dat ze nog onmogelijk

te halen zijn. Desalniettemin blijven we optimistisch en denken

we vooral terug aan wat een fantastisch jaar dit was.

Babylon stond er dit jaar weer met enkele vaste tradities en enkele

vernieuwingen, zoals het hoort. Ik ben dan ook, als preses,

ongelofelijk trots op het bijna vijftigkoppige team dat voor jou

alles deed dit jaar; van briljante kringbladen (wat zij zegt, nvdr.),

tot de überfijne cultuurreis, tot alle marginaal leuke feestjes, tot

het masterpiece dat Toneel neerzette, tot de vlotlopende cursusdienst,

tot alle digitale vernieuwingen, tot het succes van de Literaire

Prijs, tot de duidelijke stem op elke onderwijsvergadering

en nog zoveel meer. Ik kan niets beters bedenken dan die fantastische

groep mensen en hun inzet als vrijwilligers voor jou, de

taal- en letterkundestudent.

Onlangs werd mijn opvolging verzekerd en dus zal Babylon volgend

jaar in de meer dan capabele handen van Kathleen Lewyllie

vallen. Ik kan met andere woorden met een gerust hart op emeritaat vertrekken, maar dat zal uiteraard gepaard

gaan met een dubbel gevoel. Dit jaar was misschien wel vermoeiend op veel vlakken, maar ook overweldigend fijn,

verbazingwekkend gevarieerd en nooit saai. Al is Taal- en Letterkunde een heel boeiende studie en zal ik nooit aan die

studiekeuze twijfelen, toch denk ik dat de ervaringen die het presidium mij heeft opgeleverd, de grootste leerschool

zijn geweest van mijn jongvolwassenheid. Drie jaar lang heb ik me ingezet voor deze kring en voor onze studenten.

Drie jaar lang heb ik samen met mijn vrienden, oude en nieuwe, het plezier mogen beleven een heel gevarieerde

waaier aan activiteiten te organiseren, naast ook de stem van bijna tweeduizend studenten te verdedigen. In die drie

jaar heb ik verschrikkelijk veel bijgeleerd; over verantwoordelijkheid, over de leiding nemen van een team, maar ook

over mezelf. Babylon zal altijd mijn kring blijven en wanneer ik oud en wijs ben, zal ik met trots en heimwee kunnen

terugkijken op deze laatste paar jaren.

Ik ga geen uitvoerige redevoering neerpennen over al mijn ervaringen en verzuchtingen, maar ik wil jou, beste Babyloniër,

toch nog even bedanken dat ik deze kans van jou heb gekregen. Bedankt voor alle herinneringen, voor alle fijne

tijden, voor alle steun. Bedankt voor alles.

Tot volgend jaar in de Fak en veel succes met de examens!

Kusjes, Tine

Index

3 Presepraat

4 Onderwijspraat

5 - 7 Interview Elvis Peeters + Literaire feitjes

8 Column: boek in maag?

9 Operaverslag + Black out-poëzie

10 - 11 Interview Rhinos Are People Too

12 - 13 Mannen die vrouwenboeken haten

13 Over Freud en Tik Tak enzo

15 - 21 Literaire prijswinnaars

22 - 23 Terugblik Babylontoneel

24 - 25 Belfast

25 Babylonische spraakverwarring

26 - 27 Boys meet world

28 -29 In bad met Marat

29 Dragon Ball

30 - 31 Boon voor koffie

32 Spaans toneel

33 Literatuur en mode

34 Gat van de B-reld

nr:5 2012-2013 B-Magazine

3


Babylon Bespreekt

Onderwijspraat

Hallo beste studenten!

Het einde van het semester nadert helaas met rasse schreden. Voor je het weet zit je weer achter je boeken van ’s morgens

tot ’s avonds zonder enig zonlicht op te vangen. Joepie! Maar voor het zover is willen we jullie nog even up-to-date

maken wat onderwijs betreft. Voor de laatste keer dit jaar zullen we enkele Hot Topics op onderwijsgebied bespreken.

Wie wordt rector?

Zoals jullie waarschijnlijk wel al weten zijn het binnenkort

rectorsverkiezingen. Wij, als onderwijsverantwoordelijken,

hebben samen met nog zes andere stemgerechtigden van

Babylon de eer om een stem uit te brengen op een van de

kandidaten. Er zijn vier kandidaten: Rik Torfs, Karen Maex,

Tine Baelmans en Bart de Moor. Wanneer deze B-magazine

uitkomt is de nieuwe rector misschien al verkozen en zijn

we minder up-to-date dan we hoopten. Maar om optimistisch

te blijven, hier zijn een deel van de puntjes waarin

wij specifiek geïnteresseerd zijn. Hoe ziet de kandidaat het

hele dossier van de tweejarige master? Wat zou de kandidaat

als mogelijke oplossing zien voor het geldtekort bij de

bibliotheek Letteren en de overbezetting ervan? Nultolerantie:

ja of nee? Hoe zou de kandidaat kunnen zorgen dat

wij nog duidelijk geprofileerd blijven volgend jaar, wanneer

Toegepaste Taalkunde onder de koepel KU Leuven valt?

We leggen al deze vragen – en nog veel meer – voor aan de

kandidaten, en zullen zo kijken wie daar als beste uitkomt.

Als je meer over de kandidaten wilt weten, en je hebt wat

tijd teveel, kan je altijd hun beleidsplannen lezen. Je kan

ook gewoon even surfen naar de site van LOKO of een mailtje

sturen naar je onderwijsverantwoordelijken, die je met

plezier meer zullen informeren!

Meningen gezocht!

Over bepaalde onderwerpen is het belangrijk zo veel mogelijk

informatie te vergaren. Een studentenverantwoordelijke

weet – raar maar waar – niet alles. Wij hebben niet

met elke taal of elke master ervaring. Momenteel gaat er

veel aandacht uit naar de taal- en tekstvakken. Die zitten

bij sommige talen namelijk beter in elkaar dan bij andere.

Misschien heb jij daar persoonlijk ook wel ervaring mee. Zo

kan het gebeuren dat je presentaties moet geven, terwijl je

eigenlijk nooit hebt geleerd hoe dat moet. Als dat zo is, laat

dat dan zeker aan ons weten. Ook de inhoud van het vak

Heuristiek gaat worden herbeken. Wanneer wij gaan vergaderen

over de inhoud van die vakken, is het altijd beter om

zo veel mogelijk meningen te kunnen voorleggen, in plaats

van enkel de onze. Houd je dus niet in, laat je gerust eens

gaan, en mail ons!

4 B-Magazine 2012-2013 nr:5

We want you … for cc!

Ook al gaan jullie dit in de vakantie allemaal vergeten zijn,

toch gaan we al even wat reclame maken voor onze eigen

functie, met het oog op volgend jaar. Elk jaar hebben wij

mensen nodig voor in onze cc’s, oftewel curriculumcommisies.

Dat zijn vergaderingen specifiek per taal. Je kan er

alle problemen die jij ervaart in desbetreffende taal aankaarten.

Het lijkt misschien eng om minder dan twee meter

van je proffen verwijderd te zijn, maar eigenlijk is dat alleen

maar leuk. Je leert je proffen wat beter kennen, en de sfeer

in zulke vergaderingen is vrij luchtig. Ook wordt er maar

maximum twee keer vergaderd per jaar, en duren zo’n

vergaderingen meestal niet langer dan een uurtje. Iets om

over te reflecteren terwijl je in je tuinstoel met een cocktail

in de hand ligt te zonnen dus.

Rik Torfs werd verkozen tot rector met 772 stemmen. Karen Maex verloor

nipt met 732 stemmen. Torfs zal vier jaar rector van de KU Leuven

zijn, met ingang van 1 augustus 2013

Examens

Tenslotte nog even over de examens. We hopen natuurlijk

dat alles goed gaat, maar meestal sluipt er hier en daar

nog wel een foutje in het systeem. Als je examen plots verplaatst

werd, de prof niet kwam opdagen op je mondelinge

examen, het lokaal verkeerd was aangegeven of iets dergelijks,

meldt dat dan zeker aan ons. Wij kunnen niet beloven

alles te kunnen oplossen, maar we zijn in elk geval een

doorgeefluik om de problemen hogerop aan te kaarten, en

zullen steeds proberen je zo goed mogelijk te helpen. Je

kan ons altijd bereiken op onderwijs@kringbabylon.be. Wij

wensen jullie al heel veel succes!

Loes Rom


Babylon Bevraagt

Auteurs die in de prijzen vallen

Geweldloze actie en burgerlijke ongehoorzaamheid

Na Koen Peeters en Marnix Peeters hebben

we een interview kunnen fiksen met

Elvis Peeters. Het moet wel gezegd worden

dat laatstgenoemde valsspeelt, aangezien

er twee mensen achter zitten die noch Elvis,

noch Peeters heten. Jos Verlooy geeft

interviews die tellen voor twee, aangezien

hij fungeert als bliksemafleider voor de

aandacht waar zijn levensgezellin niet voor

staat te springen.

Het derde boek dat werd uitgebracht onder

dat pseudoniem was Dinsdag. Het werd genomineerd

voor zowel de Libris als voor de

AKO Literatuurprijs. De saga van Elvis Peeters

begon in de muziek, in ‘82 stond Aroma

di Amore in de finale van Humo’s Rock Rally.

Sindsdien vloeit er van alles uit zijn pen, van

monologen tot literaire filmconcerten, van

poëzie tot kinderboeken. Een mens zou voor

minder willen weten wie er achter het pseudoniem schuilgaat!

B-magazine: Vergeef ons onze nieuwsgierigheid, maar wat heb je zelf gestudeerd?

Peeters: «Zelf heb ik een opleiding tot sociaal assistent gevolgd. Ik heb toen geen unief

gedaan omdat ik acht jaar over mijn humaniora heb gedaan. Sociale school was wel

interessant omdat het zo’n brede studie was, maar het beroep heb ik uiteindelijk nooit

gedaan.»

B-magazine: Als je opnieuw zou mogen kiezen om te studeren, wat zou je dan gaan

doen?

Peeters: «Ik zou voor Letteren en Wijsbegeerte kiezen. Nu lees ik graag filosofische werken,

onlangs Zijn en Tijd van Heidegger, wat Slavoj Zizek. Ook filosofische romans zoals

De Toverberg van Thomas Mann.»

“We hopen dat we niet louter ontspanningsliteratuur

schrijven”

B-magazine: Ben je dan aan de slag gegaan als sociaal assistent?

Peeters: «Neen. Ik ben eerst met een rockgroep begonnen en heb een tijd gestempeld.

«Wel heb ik een eindje als gewetensbezwaarde in een buurthuis en in een opvangcentrum

voor ex-gevangenen gewerkt. Daarna heb ik een kringloopcentrum mee opgestart

en nog bij de VRT als losse medewerker gezeten, in de audiotheek.»

«Toen ik op het humaniora zat heb ik wel nog een fanzine (een tijdschrift uitgegeven

door liefhebbers, red.) opgestart, DUS, een punkblaadje. We deden toen nog interviews

met The Clash en The Sex Pistols. Dat begon als een stenciltje, later is het gezet geweest,

maar na dertien nummers hebben we het ter ziele laten gaan.»

Literaire faits

divers

Vrijdag 3 mei is in Antwerpen

de reeks Amoras officieel

voorgesteld, een voor

een volwassen publiek bedoelde

spin-off van de populaire

stripreeks Suske en

Wiske. Scenarist Marc Legendre

en tekenaar Charel

Cambré vormen het duo

achter Amoras. Het eerste

deel lag vanaf woensdag 8

mei in de winkel, een vervolg

is gepland op 6 november.

De Gouden Boekenuil is dit

jaar naar de Nederlandse

schrijver Oek de Jong gegaan

voor zijn roman Pier

en oceaan. Tommy Wieringa

won de prijs van de lezersjury

voor zijn roman Dit

zijn de namen. Daarmee

won hij eveneens de Libris

Literatuur Prijs. Wieringa

had beloofd in de Amstel

te springen als hij won, en

is zijn belofte ook effectief

nagekomen.

Voor alles bestaat tegenwoordig

een iPhone-app.

Zo ook voor het schrijven

van een verhaal. Met de

app Friend Fiction kan je

met maximaal vier vrienden

tegelijkertijd aan een

verhaal schrijven. Iedere

speler schrijft om de beurt

een specifiek aantal woorden

aan het verhaal. Je krijg

steeds een korte inleiding

waar je dan zelf op moet

voortbouwen. Per beurt

kan je de bijdragen van je

vrienden beoordelen met

een aantal punten. De winnaar

is diegene die aan het

einde van het verhaal de

meeste punten heeft gescoord.

nr:5 2012-2013 B-Magazine

5


Babylon Bevraagt

Auteurs die in de prijzen vallen

PRITT

B-magazine: Je schrijft niet alleen.

Peeters: «Inderdaad, ik schrijf samen met Nicole van Bael. We zijn een stel samen. Dat

marcheert goed, samen schrijven.»

«De songteksten van Aroma di Amore schreef ik helemaal zelf. Marc Wijns, onze lichtman,

die studeerde af aan het Rits als regisseur en hij wou een muziektheaterstuk op

scène zetten. Maar daarvoor bestaat er weinig repertoire en hij vroeg dan ook aan mij

of ik geen toneelstuk met songs kon schrijven. Ik had dat aan Nicole gezegd en we zijn

daar dan ook samen aan begonnen.»

B-magazine: Muziektheater, wat moet ik me daar dan bij voorstellen? Gaat dat dan

richting musicals, of eerder wat Hans Teeuwen doet?

Peeters: «Het is toch nog iets anders hoor. Het zijn theaterstukken die onderbroken

worden door liedjes die iets te maken hebben met het stuk, vaak zingen personages dan

ook een deel van hun rol. ’t Is moeilijk om ergens mee te vergelijken. Liedjes en goeie

theatertekst. Meestal is het ook grappig omdat je geen liedjes middenin actie verwacht.

De boodschap is, kom er naar kijken.»

B-magazine: Het lijkt me toch ook niet evident om altijd alles samen te doen.

Peeters: «We maken soms ook wel wat ruzie hoor.»

6 B-Magazine 2012-2013 nr:5

“We zijn geen armoedzaaiers”

B-magazine: Vertaalt zich dat in dramatische wendingen in het boek?

Peeters: «Nee. (lacht) We schrijven ieder apart en mailen onze stukken naar elkaar toe.

Ik zit boven in mijn bureau en zij zit beneden te werken. Maar we werken niet altijd tegelijk

hoor. We bewerken alles van zodra we het lezen, zodat we niet van elkaar weten

waar onze stukken eindigen.»

B-magazine: Het is hybride van begin tot eind.

Peeters: «Ja. We vinden van onszelf dat we één stijl hebben, geen stuk dat meer van

Nicole of meer van mij is. Vroeger, op de tikmachine, was dat natuurlijk wat makkelijker

om te zien. Pritt, nieuw papier, iets nieuw tikken en ertussen plakken. Dat was ambacht.

Maar dat was vooral het werk van Nicole, zij kan heel goed structureren.»

RAKETTENBASIS

B-magazine: Het artiestenbestaan is een onzeker bestaan. Jullie zetten toch nogal veel

op het spel door met twee te schrijven, of is dat een berekende gok?

Peeters: «We staan met veel vertrouwen in het leven. Als je een boek schrijft, werk je

een paar jaar en krijg je pas een hele tijd later een loon of een gage of zoiets en dat dan

nog meestal op het einde van het jaar. Dan heb je al een jaar op een andere manier

moeten rondkomen. Dan sparen we dat bedrag meestal, omdat we dan toch al zover

zijn. Met dat geld kun je dan wel iets anders doen, iets groters doen. Ik heb zo onlangs

nog zonnepanelen gelegd.

Maar we zijn met twee en we hebben geen last van een writer’s block want er is altijd

iemand die verder kan. We proberen ook goeie boeken te schrijven waar de uitgever

geen verlies aan doet en waar toch wat respons op komt. Ik ken weinig mensen die het

zouden durven, maar we vertrouwen daarop. We zijn geen armoedzaaiers.»

De Filter Vertaalprijs werd

dit jaar toegekend aan Aai

Prins voor haar levendige

en rijke vertaling uit het

Russisch van de verhalen

en novellen van Gogol.

Uit een onderzoek van

het tijdschrift Opzij blijkt

dat bijna driekwart van de

gerecenseerde literatuur

geschreven is door mannen.

Aangezien er tegenwoordig

door beide seksen

evenveel wordt geschreven

en gepubliceerd, zeggen

de verhoudingen iets

over de mentaliteit van

critici. Vrouwen worden

niet alleen minder gerecenseerd,

er zijn ook nog

steeds een heleboel vooroordelen.

De verzameling typemachines

(160) van Willem Frederik

Hermans is te koop.

Men is bezig om voor de

enorme collectie een

nieuw tehuis te vinden.

Slechts €7500 is nodig.

Auke Hulst heeft de Langs

de Leeuw Literatuurprijs

gewonnen voor zijn roman

Kinderen van het

Ruige Land.

Van de twee Vlamingen

die op de longlist voor De

Gouden Strop 2013 stonden

– de prijs voor het

beste Nederlandstalige

spannende boek – blijft

enkel Jo Claes nog over

op de shortlist. Pieter

Aspe wist de selectie niet

te overleven. Claes is genomineerd

voor zijn boek

Getekend vonnis.

Vierentwintig jaar na zijn

dood krijgt de Vlaamse

schrijver Gerard Walschap,

bekend van de


Babylon Bevraagt

Auteurs die in de prijzen vallen

B-magazine: Je klinkt heel maatschappelijk begaan.

Peeters: «Ik heb nooit op een lijst gestaan of zo, maar ik heb indertijd wel mee tegen de

kernraketten die naar België zouden komen betoogd. We hebben toen met een hoop

mensen een huis gekocht recht tegenover de rakettenbasis en daar acties gedaan in de

jaren 80. Toen was daar een brede antikernrakettenbeweging. We hebben dat goed

aangepakt.»

«Daarna hebben nog verbrandingsovens bezet, de elektriciteit ervan afgezet en zo. Dat

was typisch jaren 90. Dat was het idee van geweldloze actie, burgerlijke ongehoorzaamheid.

Je haalt daar voldoening uit omdat je ergens wel ingrijpt.»

B-magazine: Maar zit dat niet ergens in je boeken? In Dinsdag gaat het om een persoon

die van alles doet en daar eigenlijk nooit wordt voor afgestraft. Als metafoor kan

dat toch tellen?

Peeters: «Ja, dat kan wel. We proberen boeken te schrijven die iets zeggen over deze

tijd en ergens een blik werpen op de mens, zijn manier van handelen, hoe hij zich gedraagt.

We hopen dat we niet louter

ontspanningsliteratuur schrijven.»

B-magazine: Stel dat Peter Mertens

aan u zou vragen om voor hem iets te

schrijven?

Peeters: «Wel, we hebben al eens

een voorwoord geschreven voor een

nieuwe uitgave van het Communistisch

Manifest, wat vorig jaar of twee

jaar geleden is verschenen. Dat is nog

een grappig en poëtisch voorwoord

geworden.»

B-magazine: Waar haal je je inspiratie

vandaan? Heb je nog tips voor beginnende

schrijvers?

Peeters: «Inspiratie kun je overal opdoen

door je zintuigen open te houden.

Het boek Wij is voor negentig

procent gebaseerd op wat in de media

is verschenen. Als je een idee hebt en

je kijkt wat rond, dan kun je je voeden

uit je omgeving.»

«Als het gaat over tips om te schrijven,

dan moet je, zeker als het moeilijk gaat, durven om drastische dingen te doen. Het geslacht

van een personage veranderen en alles eens vanuit dat nieuwe perspectief lezen.

Je krijgt een nieuwe visie op je personage. Als je in een zwart gat dreigt te komen, dan

kan zoiets soms helpen om dingen vanuit een andere hoek te bekijken. Maar je moet

dat wel durven doen. Het is iets wat behoorlijk wat werk kost. Je moet geloof hebben

dat het goed kan aflopen. Als je schrijft, beslis je zelf wat je doet.»

B-magazine: We’ll keep it in mind!

Sophie Huys

romans Houtekiet en

Een mens van goede wil,

een biografie. Jos Borré,

voorzitter van het Gerard

Walschap Genootschap,

werkte zes jaar aan het levensverhaal.

De uitdrukking ‘t Zwien

deur de bjèten joagen, dialect

voor uit de bol gaan,

is verkozen tot de populairste

West-Vlaamse uitdrukking.

Vorig jaar werd

zurkeltrutte (belachelijke,

naiëve vrouw of kwezel)

gekozen als het populairste

West-Vlaamse woord.

Nederlandse Taalkundige

P.C. Paardekooper is op

93-jarige leeftijd overleden.

Paardekooper is

zestien jaar lang gewoon

hoogleraar Nederlandse

Taalkunde aan de KU Leuven

geweest.

Schrijfster en illustratrice

Joke van Leeuwen heeft

voor haar hele oeuvre de

Duitse James Krüss Preis

voor internationale kinder-

en jeugdliteratuur

gekregen. Eerder won ze

al onder meer het Gouden

Penseel en de Zilveren

Griffel.

Dimitri Verhulst noemt

zijn vorige roman De intrede

van Christus in Brussel

een complete mislukking.

Volgens Verhulst is

het onvoldoende uitgediept,

was hij te lui en niet

moedig genoeg. Hij raadt

lezers die het nog niet gekocht

hebben aan dat ook

niet te doen. Ondanks zijn

eigen onverbiddelijke oordeel,

kreeg het boek lovende

kritieken in onder

andere Frankrijk.

Anke Van Roy

nr:5 2012-2013 B-Magazine

7


Babylon Beleest

Heeft de Vlaming ook een boek in zijn maag?

Hoera voor de lezende Vlaming! De boekenverkoop in Vlaanderen is namelijk in het eerste kwartaal van dit jaar met

7,4 procent gestegen ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. En dat terwijl de omzet van de boekenindustrie in

Nederland nu al voor het vijfde jaar op rij lichtjes achteruit gaat. Boek.be is opgetogen: “We zijn oprecht blij dat de

Vlaming in volle crisisperiode toch teruggrijpt naar het vertrouwde boek als belangrijkste bron van ontspanning en informatie”.

Goed nieuws dus! Weg met het pessimisme dat het einde van het boekentijdperk inluidt. Of is dat te vroeg

gejuicht?

De grote vraag is namelijk: “Wat leest de Vlaming dan?”

De Vlaamse lezer is blijkbaar nog steeds sterk verknocht

aan kinderboeken en literaire fictie. Vooral de verkoop van

erotische literatuur is de voorbije maanden sterk de lucht

in gegaan. De Vlaamse huisvrouw wil duidelijk meer dan

brave inspecteur Van Inn die de zoveelste moord oplost in

Brugge. Spanning moet tegenwoordig uit een andere hoek

komen voor de vrouwelijke helft van onze bevolking. Binnen

het non-fictie genre zijn het dan weer de zogenaamde

hobbyboeken die ontzettend populair zijn. Kookboeken zijn

passé, brei- en naaldboeken zijn nu de nieuwe hype. Jeroen

en zijn keuken hebben plaats moeten ruimen voor naald

en draad.

“Al maar minder mensen lijken

het aan te durven een

bekroond literair werk te lezen”

Maar waar zijn onze bekroonde Nederlandstalige auteurs

in dat hele verhaal? Neem nu bijvoorbeeld Oek de Jong,

Peter Terrin, Arnon Grunberg en Marja Vuijsje: allemaal genomineerd

voor de Gouden Boekenuil 2013, maar de kans

is groot dat de doordeweekse Vlaming nog nooit van hen

heeft gehoord. Is optimisme dan wel op zijn plaats? Al maar

minder mensen lijken het aan te durven een bekroond literair

werk te lezen. De Vlaamse lezer is bovendien steeds

minder vertrouwd met de grote canonieke werken uit de

wereldliteratuur. Vlamingen houden zich in hun vrije tijd

bezig met koken, naaien en gezonder eten, niet met het

verslinden van de nieuwste roman van Grunberg of Terrin.

Hoe komt dat toch?

De verklaring hiervoor is vrij eenvoudig: het overgrote deel

van onze Nederlandstalige literaire canon wordt vaak als “te

moeilijk” of “te saai” bestempeld. Een AKO Literatuurprijs

schrikt de doorsnee Vlaming af in plaats van hem nieuwsgierig

te maken. Werken van zulke auteurs zijn moeilijke

lectuur die enkel verstaanbaar is voor een select clubje van

elitaire lezers. Een vooroordeel dat velen maar niet uit hun

hoofd krijgen. “Daarom moeten we op zoek naar een brug

tussen ons en onze “grote” Nederlandstalige literatuur”,

klinkt het altijd veelbelovend. Gemakkelijker gezegd dan

gedaan, denk ik dan.

8 B-Magazine 2012-2013 nr:5

Toch helpt het niet om met de vermanende vinger te staan

zwaaien, zoals vele “kenners” uit de literaire wereld dat

maar al te graag doen. Blijven klagen over het feit dat je

buurman niet weet wie Gerard Reve is, helpt de zaken niet

vooruit. Met een positieve houding kom je veel verder,

hebben ze mij altijd geleerd. De Vlaming grijpt nog steeds

enthousiast naar het boek en dat leesplezier blijven stimuleren,

is het belangrijkste. De drempel naar onze bekroonde

en canonieke Nederlandstalige

literatuur verlagen, is enkel

de kers op de taart. Lezen

betekent voor iedereen iets

anders: voor de ene is het de

perfecte manier om weg te

duiken in een andere wereld,

voor de ander is het dan weer

de ideale manier om zich te

verdiepen in een schat aan informatie.

Elke lezer is anders,

maar dat maakt hem daarom

niet slechter.

Tot slot moeten we er rekening mee houden dat de liefde

voor literatuur nu eenmaal niet voor iedereen is weggelegd.

Sommige mensen hebben eenvoudigweg niets met

boeken, net zoals ik helemaal niets met wetenschap heb.

Filmkenners zouden mij dan weer vervloeken om mijn gebrek

aan kennis over talloze filmklassiekers. Ieder zijn vakgebied,

ieder zijn ding.

“Elke lezer is anders, maar dat

maakt hem daarom niet slechter”

Is onze literaire canon nu in gevaar en moeten we die vermanende

vinger toch ergens in het achterhoofd houden?

Helemaal niet. Zolang prof. De Geest nog voor een volle

aula eerstejaarsstudenten Nederlands enthousiast kan blijven

vertellen over De Grote Vijf, is de toekomst verzekerd.

Wij als studenten Taal- en Letterkunde zijn er om de leesmicrobe

door te geven. Als wij het al niet zouden doen, wie

dan wel? Boeken zijn iets heel aparts en wij weten waarom!

Heidi Van Rompuy


Babylon Bezoekt

Met Babylon naar de opera

Het cultuurteam van Babylon stond een heel academiejaar klaar met een rijk gevuld palet van activiteiten.

Na een cultuurreis naar Istanbul, de wekelijkse film en meer van dat, stond er op 18

april een bezoek aan de opera op het programma. Samen trokken we naar Brussel om in

de Munt een voorstelling van Pelléas en Mélissande van Debussy bij te wonen. Voor mij

was het de eerste keer dat ik naar de opera ging, dus ik was zeer benieuwd naar wat me

te wachten stond. Eerste hoogtepunt van de avond was het prachtige operagebouw. Het

gebouw was zowel binnen als buiten een pareltje. De schouwburg is een belangrijk deel van

onze Belgische geschiedenis en die grandeur straalde het gebouw ook uit.

Voor we konden genieten van de composities van Debussy stond er eerst een Nederlandstalige

uiteenzetting op het programma. Debussy baseerde zich voor zijn enige opera op een theaterstuk

van Maeterlinck, de enige Belgische winnaar van de Nobelprijs voor Literatuur. Debussy nam

de tekst van Maeterlinck zelfs zo goed als volledig over in zijn libretto. Tijdens de uiteenzetting

vernamen we ook dat de actrice die Mélissande zou spelen, zich geblesseerd had en ze wel zou

zingen, maar dat haar understudy wel de rol zou acteren.

Met hooggespannen verwachtingen zochten we onze plaatsen in de top van de schouwburg op.

Gedurende bijna drie uur konden we genieten van (of in sommige gevallen in slaap vallen door) de

muziek van Debussy. De opera was zeker geen stereotiepe opera met meeslepende aria’s. Vooral

het feit dat het proza van Maeterlinck letterlijk gezongen werd, voelde vreemd aan. Het dramatische

verhaal over de verboden liefde van Mélissande en haar schoonbroer Pelléas werd ondersteund door

de prachtige composities van Debussy.

Dankzij deze fijne organisatie van Babylon Cultuur ben ik opnieuw een ervaring rijker. Een wereld

waarin men nadat men neergestoken is, begint te zingen in plaats van te bloeden en waarin de hoofdrolspeelster zingt

over haar haren maar eigenlijk geen haren heeft, kon mij in elk geval bekoren.

Babylon Bespreekt

Black out-poëzie

Stiftgedichten zijn geen nieuw gegeven. Reeds in de achttiende

eeuw werd er druk geëxperimenteerd met poëzievormen

gebaseerd op associaties en collages. Tweehonderd

jaar later, in de jaren twintig, gebruikte Tristan Tzara

krantenknipsels om gedichten samen te stellen. Ook andere

avant-garde artiesten verklaarden zich fan. Maar die experimentele

vorm van poëzie herleefde pas toen de Amerikaanse

schrijver Austin Kleon er in 2010 een boek over

uitbracht, getiteld Newspaper Blackout. Dimitri Antonnissen

bracht de vorm dan weer naar België met zijn Schrap

me (2010), tevens de eerste Vlaamse collectie black outgedichten.

Het principe is dan ook simpel:

Neem een krant of een magazine en duid enkele opvallende

woorden aan in een artikel naar keuze. Kies enkele

functionele verbindingsstukken en zorg voor een zekere

continuïteit in de associatie tussen je kernwoorden. Alle

ongebruikte woorden uit het artikel worden doorhaald met

een zwarte markeerstift. Wat overblijft is je zelfgemaakte

gedicht. Als je helemaal de dadaïstische kant op wil schrap

je gewoon alles buiten de woorden die je leuk vindt en binnen

de kortste keren heb je een gedicht.

Jolien Janssis

Poëzie hoeft niet altijd hermetisch en moeilijk te zijn. Vijf

studenten uit de master Culturele Studies ontwikkelden

een black out-platform dat poëzie toegankelijk wil maken

voor een breed publiek. Je stimuleert niet enkel je innerlijke

genie met deze simpele techniek, maar toont ook dat

je begaan bent met het milieu door krantenpapier te recycleren

tot gedichten. Inspireer en heers, zo willen zij de

mensen dichter bij elkaar brengen. En het blijkt nog hip te

zijn ook.

Meer informatie over de geschiedenis van Black out-poëzie

en de huidige werking van het poëzieplatform kan je vinden

op www.blackoutpoetry.tk.

Jasper Vanhaelemeesch

nr:5 2012-2013 B-Magazine

9


Babylon Bezingt

Muzikanten in ons midden (2): over neushoorns

en muziek

In onze vorige editie toonden we reeds aan dat muzikaal talent binnen Letteren niet noodzakelijk uit Musicologica

moet komen. We doorbroken dat cliché door twee talentvolle bands van studenten uit onze eigen kring te interviewen,

namelijk Audience in the Street en Booster Club. Die eerste werd winnaar van de Faculty Stars en de tweede wist eervol

tweedes te eindigen op de Interfacultaire Rockrally. En dat is dan nog maar de kers op hun taart van roem, want ze

wisten al veel meer te bereiken. Dat taal- en letterkundigen muziek kunnen maken, staat ondertussen wel vast. En dat

het na die twee toppers niet ophoudt, bewijst nu ook Ewout Decraene, bassist van Rhinos Are People Too. Ja hoor – ook

taal- en letterkundige!

Wie? Loes (vocals), Pieter-Jan (gitaar,

tekst), Tim (gitaar), Ewout (bass, vocals),

Pieter (drums), Hendrik (neushoorn)

Genre? Indie/post-something

Reeds bereikt? Winnaar van De Nieuwe

Lichting 2013

Grote voorbeeld? The Joy Formidable

Favoriete eigen nummer? Until They

Don’t

Volgende optreden? STUK Eindfeest, 30

mei in het STUK

Meer info? Op hun Facebookpagina of

vi.be!

Ewout geeft meteen toe dat het een moeilijke combinatie is, student enerzijds en succesvolle muzikant anderzijds. Hij

heeft zijn studies dan ook een beetje verwaarloosd de laatste tijd, met alle drukte rond De Nieuwe Lichting. Maar met onze

schamele twintig uur les per week – is het al zoveel? – heeft hij nog steeds minder te klagen dan enkele andere bandleden,

die het fulltime rockstar-leven moeten combineren met hun studies vroedvrouw, rechten of ingenieurswetenschappen.

Toch heeft Ewout Taal- en Letterkunde niet gekozen in functie van de muziek, maar echt uit interesse. Hij gebruikt zijn

studie ook niet om bijvoorbeeld teksten te schrijven of te verbeteren, zoals wel het geval was bij Audience in the Street

en Booster Club. Het tekstenschrijven laat hij over aan zijn broer, Pieter-Jan, gitarist van de band. “Ikzelf schrijf soms ook

wel een tekst, maar mijn broer kan het beter”, aldus Ewout. Hij heeft niet voor een muzikale studie gekozen omdat hij

weet dat de toekomst daarbij onzeker is. Zijn toekomst met Taal- en Letterkunde daarentegen ligt al vast: Ewout wordt

leerkracht. “Leerkracht zijn valt volgens mij perfect te combineren met muziek maken.”

“We hadden de overwinning niet zien

aankomen”

Dat de combinatie muziek en studies zo moeilijk is, valt vooral te

wijten aan de overwinning van de Nieuwe Lichting. Ewout zegt zelf

dat die overwinning heel erg onverwacht kwam. De bandleden hadden

al niet gedacht door de eerste selectie te raken, laat staan dat

ze als uiteindelijke winnaars uit de bus zouden komen. “We deden

gewoon mee voor wat naambekendheid, maar zonder al te hoge

verwachtingen.” Die naambekendheid hebben ze ondertussen wel

gekregen, met als bonus een hele hoop nieuwe boekingen en aanvragen.

Het is al bij al een wonder dat de bassist nog tijd wist vrij

te maken voor een interview met B-magazine – weliswaar na eerst

enkele malen te moeten excuseren met de woorden “sorry, dan kan ik niet want dan moet ik optreden …”

Over die naambekendheid valt wel wat meer te zeggen: Rhinos Are People Too is een naam die in ieder geval blijft hangen,

net omdat hij zo origineel is. Toch zit er blijkbaar geen dieperliggende betekenis achter. Dat beweren ze zelf althans, maar

van Roland Barthes hebben we allemaal geleerd dat de auteursintentie geen zier uitmaakt – de auteur is dood, weet je

wel. Dus interpreteer er maar op los, wie weet heeft de naam voor jou wél een diepe psychologische betekenis.

10 B-Magazine 2012-2013 nr:5

Rhinos Are People Too

Rhinos Are People Too, doet het een belletje rinkelen? Dat kan! Want

deze jonge helden wisten zopas de zege van De Nieuwe Lichting van Studio

Brussel op hun palmares te schrijven! Daarbij moesten ze het opnemen

tegen meer dan zevenhonderd andere bands. We gingen praten met

Ewout Decraene, eerstejaars Taal- en Letterkunde Nederlands-Engels en

daarnaast ook nog eens bassist van Rhinos Are People Too. Vrije tijd is

toch overrated …

“De toekomst met een muzikale studie is

onzeker”


Babylon Bezingt

Helemaal in het plaatje van hun creatieve naam passen ook hun songteksten en –titels. Zo is er een lied dat gaat over een

prostituee, en betekent “Pelkuri” “lafaard” in het Fins. (Pelkuri is de single waarmee ze deelnamen aan De Nieuwe Lichting,

red.) De quote op hun vi.be luidt “We’ll sneak up on you like a giraf [sic] in dark glasses trying to get in a polar-bear

only golf club” – een quote uit Blackadder, zo blijkt. Op de koop toe hebben ze tijdens hun optredens steeds mascotte

Hendrik bij, je raadt het goed: een neushoorn. En die wordt ook door het publiek opgemerkt. “Vaak vragen mensen of ze

op de foto mogen. Niet met ons, maar met Hendrik.”

“Op Pukkelpop mogen spelen is een droom die uitkomt”

Het winnen van de Nieuwe Lichting heeft veel teweeg gebracht. Niet alleen krijgt de band nu meer aanbiedingen, ook een

vaste fanbase begint vorm te krijgen. Een optreden in de AB zat eveneens bij de overwinning inbegrepen, en dat was naar

eigen zeggen het leukste optreden tot nu toe. Maar het meest tot de verbeelding van elke muzikant sprekende gevolg, is

toch het feit dat de band deze zomer op Pukkelpop mag spelen. “Al ben ik nog maar één keer zelf op Pukkelpop geweest,

het blijft natuurlijk een droom die uitkomt.” Dat is dan ook waar Ewout binnen vijf jaar

wil staan met Rhinos Are People Too: “Opnieuw op Pukkelpop, maar dan deftig. Nu

mogen we maar vier nummers spelen.” Maar ook dat is al bijzonder, want het blijft Pukkelpop

natuurlijk. Al een chance dat Ewout geen last heeft van plankenkoorts.

Niet iedereen heeft echter dat geluk, want de eerste zangeres van Rhinos Are People

Too is uit de band gestapt omdat ze niet met de stress om kon. Ze heeft daarbij plaats

gemaakt voor haar eigen zus, Loes, die nu nog steeds de dame achter de micro is. Loes

is dus de zus van de voormalige zangeres en Ewout (bassist) is de broer van Pieter-Jan

(gitarist). Maar dat zijn niet de enige connecties binnen de band; Loes en Pieter-Jan

delen niet enkel hun passie voor muziek, maar ook voor elkaar. Als we Ewout vragen of

hij vreest wat er zou gebeuren bij een breuk tussen het liefdeskoppel, is hij overtuigd

dat de band het zou overleven. “Het is namelijk al eens gebeurd. Loes en Pieter-Jan zijn

een tijdje uit elkaar geweest, maar toen bleven we gewoon verder repeteren. Al was de

sfeer toen wel anders.”

Hoewel Rhinos Are People Too al anderhalf jaar bestaat en het ene optreden

het andere ondertussen in sneltempo opvolgt, heeft de band nog geen album

uit. Hun eerste EP lag klaar, maar er is besloten om dat toch niet uit te geven.

Ze willen eerst nog wat meer liedjes schrijven in de stijl van Pelkuri vooraleer ze

effectief iets uitbrengen.

Het is overduidelijk dat Ewout muziek in zijn bloed heeft: niet alleen heeft hij

drie jaar notenleer gevolgd en twee jaar klarinet, hij speelt ook blokfluit, gitaar

en last but not least piano, zijn favoriete instrument. Wie deze taal- en letterkundige

muzikant eens aan het werk wil zien, kan terecht op het STUK eindfeest, 30

mei in het STUK (Leuven). En de trouwe festivalgangers onder ons kunnen hem

natuurlijk toejuichen vanop de eerste rij op Pukkelpop. Ik zal er zijn, jij toch ook?

Lierin Dedeyne en Anke Van Roy

Wist je dat …

… Rhinos Are People Too door

de eerste selectie van De

Nieuwe Lichting raakte dankzij

radiopresentatrice Ayco Duyster,

die zelf ooit Germaanse

studeerde?

… de extra stem in het nummer

Pelkuri gezongen is door

Roel, die nog leerkracht wiskunde

van de bandleden is geweest?

… Ewout zelf fan was van Hear,

hear! (a cheer), een van de andere

finalisten van De Nieuwe

Lichting?

… de band gecontacteerd

werd door het platenlabel van

onder andere Editors?

… Ewout de zanger van Foals

tegen het lijf hoopt te lopen in

de backstage van Pukkelpop?

… er zowel zwarte als witte

neushoorns bestaan, maar

dat beide soorten eigenlijk gewoon

grijs zijn?

nr:5 2012-2013 B-Magazine

11


Babylon Bekritiseert

Mannen die vrouwenboeken haten

Chick lit. De term alleen ontlokt een van-oor-tot-oorsmile aan meer dan één trotse drager van de X-chromosomen. Als

goede literatuurwetenschapsters weten we echter dat een mening gestaafd hoort te worden. Deze vrouw neemt het

daarom op zich negatieve recensies te verdedigen met tekstmateriaal. Omdat het nodig is.

Waarom we chicklits liefhebben

De rubriek “Mannen die vrouwenboeken haten” haalde het

voorbije jaar verschillende boeken aan, die ons als vrouwen

in vervoering (zouden) brengen. Dat een vrouw van vrouwenboeken

houdt, lijkt logisch, maar dat is jammer genoeg

niet altijd het geval. Daartegen moet toch wat weerwerk

geboden worden. Ziehier de lessen die te leren zijn uit

vrouwenliteratuur.

“Voor je het weet is de softe literatuurwetenschap

zowaar een harde

wetenschap geworden”

Tiny of Bridget Jones’s Diary passeerden reeds de revue in

vorige B-magazines. Die literaire parels hebben jonge meisjes

al ontelbaar veel bijgeleerd. Weet je dat in Tiny speelt

moedertje een

recept voor pannenkoeken

staat?

Hoe cool is dat?

Bridget Jones’s

Diary heeft ons

bijgeleerd dat liefdesverhalen

altijd

een gelukkig einde

hebben. Dat is

gewoon de vaste

verhaallijn, en een

beetje voorspelbaarheid

in onzekere

economische

tijden is daarom

ook erg welgekomen.

Als taal- en

letterkundigen is dat een interessant gegeven aangezien de

zekerheid uit chicklits in een ware wetenschap zou kunnen

gegoten worden. Voor je het weet is de softe literatuurwetenschap

zowaar een harde wetenschap geworden. Zekerheden

in literatuur: stel je voor. Alhoewel. Je kunt je wel

inbeelden dat ik erg teleurgesteld was na het lezen van een

zekere chicklit waarin de protagoniste haar vriendje dumpt

op het einde van het verhaal. De chicklit-wetenschap is zowaar

aan ovidische metamorfosen bezig; er komen alsmaar

meer kenmerken van het harde realisme in voor.

En wat een leuke uitvinding zijn chickflicks toch! Etymologisch

gezien zijn dat films, maar laat ik het even over se-

12 B-Magazine 2012-2013 nr:5

ries hebben. Gossip Girl, Sex and the City, en The Carrie

Diaries: een voor een “typische vrouwenseries” gebaseerd

op gelijknamige boeken en die ook door een redelijk aantal

mannen gesmaakt kunnen worden. Ach, wat wil je? Wij

vrouwen zien graag mooie kleren, willen wegdromen bij

romantische taferelen en queen B haar opmerkingsgaven

evenaren. Hoeveel inspiratie en levenslessen vallen ook

niet te halen uit Gossip Girl? Om het niet over de woordspelingen

als motherchucker, Chuck Bass-tard of basshole

te hebben, een geniale inspiratiebron voor een Taal- en

Letterkunde-lover.

Kortom, meisjesboeken zijn educatief, vrouwenseries zijn

rijk aan woordgrapjes en chicklits leren ons de harde realiteit.

Dat gezegd zijnde ga ik nog wat verder lezen in Shopaholic,

hét boek dat

ons aanspoort om

zo veel mogelijk

goede koopjes te

doen. Aaah, waar

is mijn vrouwenboek?

ze een huishoudster is.

Als educatief extraatje:

een fragment

uit Aanpakken

van Sophie

Kinsella (p. 125),

over een vrouw

die een strijkplank

openklapt en haar

bazin Trish heeft

wijsgemaakt dat

Ik reik nonchalant naar de strijkplank, alsof het de gewoonste

zaak van de wereld voor me is. Ik geef een

ruk aan een van de metalen poten, maar er komt geen

beweging in. Ik trek aan een andere poot, tevergeefs.

Ik wrik steeds harder, tot ik het er warm van krijg, maar

het kreng geeft geen krimp. Hoe krijg ik die poten los?

‘Er zit een schuif op,’ zegt Trish, die me verbaasd gadeslaat.

‘Aan de onderkant.’

‘O, natuurlijk!’ Ik glimlach stralend naar haar en tast

dan wanhopig porrend en drukkend rond tot er zon-


Babylon Bekritiseert

der enige waarschuwing een driehoek van poten naar buiten schuift. Het ding

glijdt uit mijn handen, zakt in elkaar en klikt vast op een meter hoogte.

‘Zo!’ Ik lach zenuwachtig. ‘Dan, eh, zet ik hem even goed.’

Ik til de plank op en probeer de poten mee omhoog te laten komen, maar ze

blijven staan. Met gloeiende wangen worstel ik met de plank, wrikkend en

draaiend. Hoe werkt dat kloteding?

‘Bij nader inzien,’ zeg ik langs mijn neus weg, ‘hou ik wel van een lage strijkplank.

Ik laat hem zo.’

‘Zo kun je toch niet strijken?’ zegt Trish met een verbijsterd lachje. ‘Gewoon

dat hefboompje overhalen! Je moet er een ruk aan geven … Ik zal het voordoen.’

Ze neemt de plank van me over en zet de poten met twee bewegingen op

precies de juiste hoogte. ‘Je bent zeker een ander model gewend?’ zegt ze

slim terwijl ze de poten vergrendelt. ‘Ze hebben allemaal hun eigen trucjes.’

‘Ja!’ grijp ik het excuus opgelucht aan. ‘Natuurlijk! Ik ben gewend met de … de

… Nimbus 2000 te werken.’

Trish kijkt me verbaasd aan. ‘Is dat niet de bezemsteel van Harry Potter?’

Shit.

Ik wist dat ik het ergens had gehoord.

Babylon Bekijkt

Lierin Dedeyne

OVER FREUD EN TIK TAK ENZO

Ik baande me driftig een weg naar perron 7 aangezien ik nog maar twee minuten de tijd had. In mijn hoofd had ik alle blonde

kassiersters van de Panos reeds duizend-en-een pijnlijke doden toegewenst. De haast zat als een aapje op mijn rug. “Ik ben

de storm en alle bomen moeten voor mij buigen”, dacht ik. “Zeker diegenen die blond zijn, Vanessa heten en mij in plaats

van een appelflap een kriekenflap geven.” Ik haat kriekenflappen. Er was geen scenario mogelijk waarin ik mijn trein zou

missen, want dan zou ik bijgevolg ook de seizoensfinale van Tik Tak aan mijn neus voorbij zien gaan. Ja, u leest het goed, Tik

Tak.

En dat allemaal terwijl ik die ochtend nog op mijn allerdoodste gemak door gemaaid gras liep. De grasmaaier stond nog buiten, vader

was nergens te bespeuren. Wat was hij toch productief en ik infantiel. Ik liet een scheetje en moest erom lachen. Ik hief mijn banaan

naar de zon, riep “gezondheid, oude reus!” en toonde Tantalus dat fruit eten helemaal niet zo moeilijk is. Ik zat blijkbaar al de hele

ochtend in Griekse sferen. Daarom had ik ook besloten geen broek aan te doen. “Fris die wind, hij trekt ons de kleren van het lijf. Heft

uw liederen en ontwortelt uw baarden, vandaag verkrachten we Noord-Afrika”, zei ik in een taal die ik niet verstond. Was dat Duits?

Ondertussen zat ik al op de trein. In ontkenning. Tik Tak was in dit universum al vier minuten bezig. Maar ach; tijd is relatief. Wie weet

lag er tussen Aarschot en Diest wel een wormgat en zou ik nog tien minuten vóór de zendtijd in de zetel liggen. Ik vroeg mij af waarom

elke conducteur blank is en plots begon mijn alter ego Sigmund Schlomo Freud: “Tik Tak zit vast in zijn anale fase,” zei hij, “er worden

de hele tijd de juiste blokjes voor de juiste gaatjes gezocht.” “Dat klopt, Schlomo, dat klopt”, zong ik zacht. “Kleurrijke torens worden

gebouwd”, vervolgde hij, “en buigen pas als er mee gespeeld is. En wie kan er naast die fallussymboliek de suggestieve rasterbeelden

vergeten?” Ik gaf toe dat het meer dan genieten is als ik vrouwenhondje Peggy pixel voor pixel verschijnen zie. Wat een hete teef is

die Peggy toch.

Tegenover mij at iemand een kriekenflap. Waarschijnlijk had hij om een appelflap gevraagd en niet gekregen wat hij wou. Ik haat

kriekenflappen. En ik haat Bumba ook. Tik Tak is het enige kinderprogramma voor mij. Zo ook voor Freud: “Bumba heeft misschien

wel zijn vader vermoord en zijn moeder verleid, maar kom nu, die bonuspunten voor een verdoken oedipuscomplex vervagen bij de

zwakzinnigheid van zijn special effects”, scandeerde hij. “Okee, de ideeën zijn leuk, maar de uitwerking nihil. Tik Tak is minimalistische

Geniezeit. Voortreffelijke wisselwerkingen tussen kleur, ritme en surreële klankeffecten in een stop-motionjasje, wat de klederdracht

bij uitstek is voor ware kunstliefhebbers. Ik word nergens zo geil van als naar Tik Tak te kijken.”

Jules Jordens

nr:5 2012-2013 B-Magazine 13


14 B-Magazine 2012-2013 nr:5


Babylon Beloont: proza

Winnaars Literaire Prijs 2012-2013

Elk jaar organiseert Babylon haar interuniversitaire Literaire Prijs. Hieronder lezen jullie exclusief de tekst en de gedichten

die dit jaar jury en publiek wisten te bekoren.

1. Maanlanding

Eli Elise Hoopman aka Isabelle

‘Mama, wat is er met dat meisje aan de hand?’ vraagt het

kind op krukken met hoge stem. Anthony werpt een steelse

blik over het dek, geen andere toehoorders, hij wrijft

met zijn wijsvinger over zijn linkerooglid en doet alsof hij

het niet heeft gehoord. De moeder veegt het kwijl van de

mondhoek van het kind. Anthony wil een lied schrijven dat

de wereld zal veranderen. Hij wil een gitaar. Hij wil dat iedereen

erkent dat hij een mooie stem heeft, een stem die

mensen raakt in hun ziel. Iedereen, eender welke muzikale

voorkeur, eender welk tijdperk. Hij wil een stem hebben.

Hij wil ook een grotere piemel. Hij wil dat het hem niets uitmaakt

als mensen denken dat hij een vrouw is. Het maakt

hem nu ook niet zoveel uit. Het maakt hem speciaal, maar

hij wil dat speciaal zijn geen rauw randje meer heeft maar

een glimmend, zacht, misschien zelfs lichtgevend randje.

Anthony kijkt naar de golven en de meeuwen. Hij

stelt zich voor dat er een albatros verschijnt aan de horizon

of beter nog een pelikaan, een zwerm pelikanen. Hoe groot

zouden die zijn? Spanwijdte zes meter. Zware zwangere

buiken onder hun zacht paarse snavels. Anthony wordt

gevuld door een licht, het goddelijke licht. En hij vindt zijn

stem. Hij zucht, naast hem ligt zijn vacuüm verpakte kleding

klaar: Een geruite blouse en zijn nieuwe broek, een spijkerbroek

met wijd uitlopende pijpen. Hij zal naar pijnbomen

ruiken als hij de veerboot verlaat.

“Een maanlandschap vol kraters

en bergen, onontdekt leven”

Zusje weet niet zeker of ze moe is. Ze ligt in bed, ze is moe.

Ze is al zo lang moe dat ze misschien niet meer het onderscheid

kan maken tussen normaal zijn en moe zijn. Ze is

heel lang en heel dun. Ze glijdt met haar vingers langs haar

ribben en stelt zich voor dat ze enkel een skelet is, zo voelt

ze zich vaak: Een skelet met strak gespannen huid eromheen,

geen organen en vooral geen sappen. Zij bestaat niet

voor tachtig procent of hoeveel het ook is, uit water. Zij is

volkomen uitgedroogd. Een mummie met een ziel en een

geur, een geur die doordringender is dan zwavel of zelfs

elgdrikke. De geur van verval vindt ze. Het dringt door de

poriën van haar vel, wasemt door al haar miljarden kleine

gaatjes. Haar vel is helemaal glad, geen haartje, geen pukkeltje,

geen enkele oneffenheid, alleen maar vel om broze

botten. Ze staart naar het plafond. Een maanlandschap vol

kraters en bergen, onontdekt leven, leven zo fijn dat nie-

mand het kan waarnemen behalve zij. Zij is afgesteld op het

leven op de maan. Haar ziel is een maanziel. Zij is een buitenaards

wezen, daarom hoort ze hier niet, daarom kan ze

niets. Zouden haar ouders het weten of zou het al voor haar

geboorte zijn gebeurd? Anthony weet het.

“Hij zal haar scalp masseren

en de geur van de dood

uit haar haren wassen”

‘Mama, ik wil hier blijven.’ snauwt het kind op krukken. De

moeder laat de achterkant van de nek van het kind los. Als

Anthony aankomt op het vaste land zal hij naar het plein

lopen, langs de viskramen, langs mevrouw Ultieme Rimpel

haar raam. Hij zal niet wuiven. Hij zal langs de bloemenwinkel

lopen en niet naar binnen kijken, naar Dis.

Vroeger, voor de dag op de Kaltbrann, was de bloemenwinkel

van Dis altijd de laatste stop op het vaste land

voor ze weer de boot op gingen. Zijn vader kocht bloemen

en zijn moeder wachtte buiten, dan kon hij haar verrassen.

Toen ze nog uitstapjes maakten, om kleren te kopen of voor

een andere boodschap of een dienst of gewoon een wandeling.

Toen Anthony nog niet wist dat hij een buitensporig

kleine piemel had en ook nog niet wist dat eenvoud en

stilte plaats zouden maken voor een brandend verlangen

naar een stem. Toen dacht hij dat hij de stem al had, dat

hij al iemand was, dat hij daar niets voor hoefde te doen,

dat zijn ouders van hem hielden. Hij hield zich toen voor de

eerste keer bezig met het maken van een set vleugels voor

Zusje, zodat ook zij eenvoud en stilte zou kennen, zodat

ze terug zou kunnen vliegen naar waar ze vandaan kwam.

Toen dacht hij nog dat hij dat kon. Toen kende hij het verhaal

nog niet van Icarus en het smeltende kaarsvet of van

de puberteit en pijnlijke groeistuipen en de pyramide der

populariteit of van zijn moeder en elgdrikke of van zijn vader

en de dominee.

Hij veegt zijn haar uit zijn gezicht. Hij heeft gehoord

dat ze nu op het vaste land vloeibare shampoo verkopen.

Hij wil dat graag halen voor Zusje. Hij zal haar scalp masseren

en de geur van de dood uit haar haren wassen.

Zusje sluit haar ogen en de andere kant van het maanlandschap

wordt zichtbaar. De kleuren onder de kraters. Het

leven wordt zichtbaar. Eerst is het een puntje. Alleen gedefinieerd

doordat daar niets is. Doordat dat kleine puntje

geen rotsachtige, kartelige kraterrand is en ook geen vlakte

die op een meer lijkt. Die punt is niets, daar is niets, geen

kleur, niets. Het is een zaadje. Haar zaadje want zij kan niets

zien. Het zuigt haar naar zich toe. Cirkels dijen uit het niets,

nr:5 2012-2013 B-Magazine 15


Babylon Beloont: proza

paars, grijs, groen, rood, steeds groter en steeds meer. Ze

bewegen, komen op haar af. Het is een poort, een toegangspoort.

Op dit moment is het echter alleen nog de deur

waar ze niet door kan. Ze voelt de energie, ze ziet de kleuren

en als ze erg haar best doet ruikt ze ook even de maan

en geen zurig verval, maar het blijft een droom. Ze zou het

bed van zich af willen schudden en verdwijnen in de cirkels.

Toegang krijgen tot het leven onder het maanoppervlak,

zich losmaken van haar lijf van droge takken die knisperend

liggen te wachten om aangestoken te worden. Oplossen in

het niets, in het eeuwige geluid, de eeuwigdurende toon

van het niets. Oneindig lang geleden is er op de gong geslagen,

oneindig lang echoot de slag na. Die eeuwige toon

roept haar, dat cirkelvormige zaadje. Ze hoopt dat Anthony

drugs voor haar zal meenemen. Ze heeft het al zo vaak gevraagd.

Met drugs kan ze vast en zeker leven op de maan.

“Hij is een wonder, opgestegen

uit de geisers van een

exotisch eiland”

‘Mama, wil je een liedje voor me zingen?’ vraagt het kind

op krukken zeurderig. Anthony wilde dat het kind het tegen

hem had. De moeder haalt een kammetje uit haar

borstzakje en trekt een scheiding door de dunne vettige

haren. Anthony wil zingen. Hij kucht, hij kucht nog eens.

Hij prikt met zijn rechterwijsvinger in zijn navel, zijn buik

omsluit zijn bovenste twee kootjes. Hij schraapt zijn keel

en kijkt ernstig, authentiek, charmant, angstig, oppermachtig,

arrogant, speels, mysterieus, zinderend, rebels,

ondoorgrondelijk en ludiek naar zijn prachtige publiek.

‘Niet ludiek, schrap ludiek.’ Zijn prachtige publiek schrapt

ludiek. Dat woord hebben ze nooit gedacht, wel alle voorgaande

woorden. Hij heeft het heilige vuur, het brandt achter

zijn borsten, zijn witte doorzichtige kleed verraadt zijn

goddelijke of toch op zijn minst engelenafkomst, engelen

hebben microscopische geslachtsdelen. Niemand van het

prachtige publiek kent hem. Smør is ver weg. Een romantisch

eiland dat spreekt tot de verbeelding in plaats van zijn

alles overheersende snikhete werkelijkheid. De Kaltbrann

een vruchtbare vulkaan in plaats van de dreigende, stompe

doorn verankerd in zijn geboortegrond. Niemand kent het

doordringende geluid van de trekkspill en de smaak van

Smørkake. Iedereen eet boter uit de winkel en denkt er

geen seconde over na waar die vandaan komt, of misschien

twee seconden maar dan denken ze gewoon aan een koe

en niet aan de eindeloze lessen op school over karnen. In

ieder geval kent niemand liedjes over het proces van het

maken van boter. Niemand weet dat de mensen van Smør

stinken omdat de dampen van de walmende hvalen geysir

in hun wapperende was trekt. Niemand kent danscafé the

Moonlight. En zijn moeder zit al helemaal niet op de eerste

rij van zijn prachtige publiek, breedlachend, een glaasje

elgdrikke in haar opgeheven hand, toostend op haar zoon,

16 B-Magazine 2012-2013 nr:5

in haar nieuwste aanwinst van Olga, afgezet met paarse

veertjes. Hij is een wonder, opgestegen uit de geisers van

een exotisch eiland. Magisch. Groter dan de Beatles. Dat

vooral, groter dan de Beatles. Als hij maar één regel kon

bedenken. Een regel muziek, woorden, melodie, hij weet

niet eens waar te beginnen.

Zusje weet niet meer wanneer precies, het was niet eens

zo heel lang geleden. Anthony zit aan haar bed en vertelt

over de donkere man die is gearriveerd op Smør. Niet alleen

zijn haar maar ook zijn huid is donker, alles aan hem is

bruin van kleur. Anders dan het zongebruinde vel van haar

vroegere vriendinnetje Rane met wie ze buiten speelde of

Ivar de vossenboer. Het heeft niets van veel buitenlucht en

blakende gezondheid, het is geliger, donkerder en vuiler.

In the Moonlight heeft Anthony Maren en Kjellfrid over de

man horen praten. Overdag hing hij rond de haven en nu is

hij gesignaleerd op het marktplein. Niemand wil hem een

hand geven. Ze zijn bang dat hij afgeeft. Zusje knikt, ten teken

dat Anthony verder moet vertellen en staart naar het

plafond. Van Hugh en de gang, oftewel Hugleiker, Asbjorn

en Nils heeft hij opgevangen dat de man een drugsdealer

is. ‘Hij is een hippie, een echte hippie. Hij verkoopt zegels

waar je van gaat hallucineren: Lsd.’ voegt hij er zachtjes aan

toe. Een soort postzegels die je toegang verschaffen tot de

‘strawberry fields’. Tot de maan, weet zij, tot het niets, tot

de cirkels en de eeuwige toon. Ze knikt heviger en luistert.

Anthony, aangewakkerd door haar aandacht vertelt dat hij

denkt dat het hem inspiratie zal geven voor zijn lied. Dat dit

de connecties zal maken in zijn brein die nu nog ontbreken.

Hij zal eindelijk het vuur kunnen doorgeven. Hij vergelijkt

zichzelf met de fakkeldrager van de Olympische spelen, hij

rent en rent maar hij raakt uitgeput en hij is verdwaald.

Waar zijn de spelen? Waar is het publiek? Hij is een eenzame

fakkeldrager en hij heeft hulp nodig om het vuur naar

zijn bestemming te brengen. Zij knikt en vraagt of hij verder

wil vertellen over de avond in The Moonlight. Wat zei Kjellfrid

precies? Wat had ze aan? Wat voor muziek was er? Ze

wil alles weten. Hij is verrast door haar plotselinge interesse.

Hij vertelt alles, welke blikken elkaar gekruist hebben,

hoeveel er gedronken is en wie er met wie gedanst heeft.

Zij sluit haar ogen en zucht. Hij vraagt of ze nog eens meekomt,

dan kunnen ze dansen.

“De hippies komen rond hen staan.

Ze kijken naar het kind.”

‘Mama, mag ik naar dat meisje?’ zucht het kind op krukken.

De moeder leunt ver over de reling. Anthony stelt zich voor

dat als ze aankomen op het vasteland, hij het kind meeneemt

naar het plein. Er zijn daar hippies die muziek maken,

mensen van zijn leeftijd maar ze lijken altijd net iets

ouder, net iets mooier en net iets groter. Ze spelen gitaar

en ze roken wiet. Hij loopt niet in een grote boog om ze


Babylon Beloont: proza

heen maar vlak langs de plein-hippies, goed in het zicht,

doelbewust, langzaam, naast hem het kind op krukken. Anthony

maakt zich geen zorgen over zijn geur. Iedereen mag

ruiken dat hij van Smør komt. Ze gaan zitten op het muurtje

voor de kerk. Hij haalt zijn zakje pinda’s tevoorschijn. Hij

voert het kind pinda’s. De hippies komen rond hen staan.

Ze kijken naar het kind. Ze komen met hen praten. Het kind

praat vlot en kwijlt niet. Ze pakken hun gitaren en zingen en

lachen. Anthony zwijgt en luistert, hij vertelt geen onzin en

denkt niet na over zijn stem of zijn vuur. Hij is stil, zoals hij

stil kon zijn voordat Zusje in bed ging liggen en er niet meer

uitkwam. Ze lag altijd al veel in bed maar sinds de dag op de

Kaltbrann is ze er niet meer uitgekomen. Dat is toch anders.

Zusje wil een lsd postzegel. Ze wil dat Anthony zo’n postzegel

voor haar haalt. Ook zij heeft een vuur, een knetterend,

onprettig vuurtje weliswaar dat zij zo snel mogelijk wil doven.

Soms droomt ze over donkere mannen en lsd in plaats

van de maan.

“‘Een Falabella?’

‘Een gespikkelde Falabella.’

verzekert hij haar.”

‘Mama, wat is er nou met dat meisje?’ Het kind op krukken

fluistert nu. Anthony kan niet zien of de moeder reageert.

Hij is gaan zitten op de houten bank. Het is nu twee jaar

geleden, de dag op de Kaltbrann.

Anthony neemt zijn zusje mee voor een wandeling.

Zij gaat mee, ze houdt van wandelen. ‘Even een frisse neus

halen op de Kaltbrann,’ imiteert hij hun vader. Ze moeten

lachen. Zij lacht zacht hinnikend, haar neusje rimpelt. Hij

geeft haar een suikerklontje omdat ze zo op een paardje

lijkt. ‘Een Falabella?’ ‘Een gespikkelde Falabella.’ verzekert

hij haar. Hij heeft een verrassing voor haar. Zij vraagt niets.

Ze lopen langs een bejaard stel, Amerikaanse toeristen die

naar het bordje met uitleg bij de Giganteske Bregne staan

te turen. Ze praten luid maar hij kan ze niet verstaan door

hun zware accent. Hij herhaalt hun nasale, langgerekte, enthousiaste

klanken. Zusje giechelt en trekt hem mee langs

het restant van de oervaren.

Ze staan op de top van de Kaltbrann. Alleen de televisiemast

torent boven hen uit. De hemel is strakblauw,

behalve langgerekte witte strepen boven zee. Ze kijken uit

over het dorp.

‘Lief Falabella paardje’ zegt hij ernstig. ‘Ik heb vleugels

voor je gemaakt, zoals in mijn verhalen. Ivar heeft mij

geholpen om het echt te doen. We hebben ze samen in zijn

schuur gemaakt, met vliegdoek en dunne houten latjes en

zelfs een kleine propeller. Ze liggen in een juten zak bij de

varme kilder grotten. De laatste voor het bos, die smalle,

die moet je hebben. Daar liggen ze. Ga vannacht naar die

grot, neem ze, ze zijn voor jou.’

Het is een pact. Ze spugen in elkaars hand en leg-

gen die op elkaars borst. Die van haar hard en warm, die

van hem zacht. Ze glimlacht, ze zou niet weten wat ze zonder

haar grote broer moest.

Zusje ligt met gesloten ogen in bed en wandelt over het

maanoppervlak. Ze huppelt bijna. Als Anthony lsd meebrengt

zal ze hier moeiteloos verdwijnen. Ze voelt zich licht,

zoals toen Anthony de vleugels af had en ze op de berg

afscheid namen. Alleen toen was ze er nog niet helemaal

klaar voor geweest. Ze had het nog spannend gevonden

toen ze zwijgend terug naar huis liepen.

Na het avondeten die dag was ze het bos in gelopen

en had alles uitgekotst. Ze hoopte dat er misschien een

vosje van Ivar langs zou komen om aan haar braaksel te

snuffelen, vispotje van haar moeder. Ze had gehurkt in een

stel struiken gewacht tot het donker was. Haar ouders zouden

zeker nog niet ongerust zijn, die waren niet snel ongerust.

‘Heel Smør is je huis liefje, Smør is je bed, Smør zijn je

knuffels, Smør is papa en mama en Anthony.’ Ze fluistert

het voor zich uit. Dat zei haar moeder als ze slecht had gedroomd.

Ze was naar de grot gegaan. Het was heel anders

in het donker, al scheen de maan best fel. Ze had de vleugels

gevonden.

‘Mama, mag ik een kusje?’ vraagt het kind op krukken liefjes.

De moeder stift haar lippen oudroze, ze geeft geen kus.

Sinds de dag op de Kaltbrann vertelt Anthony Zusje over

buiten en hij vertelt soms, zachtjes, buiten over Zusje. Hij

is de enige die de werkelijke wereld en Zusje verbindt. Zelfs

zijn ouders praten niet over haar.

Na die eerste keer heeft hij nog vaak vleugels voor

haar gemaakt, lichte vleugels. Maar Ivar kan hem niet meer

helpen, die heeft zichzelf opgeknoopt. Zijn zoon runt nu

de vossenboerderij en Anthony is bang voor de zoon van

Ivar. Anthony heeft zelfs een prachtige haarband gemaakt

van twee duivenvleugels die hij gevonden had. Hij heeft de

haarband begraven omdat hij bang was.

Ze wil vleugels voor haar geest zei ze tegen hem,

lsd. Ze heeft haar lichaam niet meer nodig om te vliegen.

Hij wil haar niet meer laten vliegen sinds die ene dag. Hij

wil wel kleine vleugels voor haar maken maar hij wil dat ze

blijft. Hij wil zijn stem. Zodat hij haar kan roepen, in haar

oor kan roepen, haar voor eens en voor altijd laten weten

dat ze gewoon een meisje is. Ze zal weten dat ze een meisje

is. Een echt mensenmeisje, geen maankind, geen kind van

een andere wereld. Ze horen hier allebei, bij elkaar. Ze kunnen

samen weglopen of blijven.

‘Meisje, wil jij een liedje voor mij zingen?’ Het

kind op krukken trekt aan zijn mouw. Ze zijn gearriveerd

in Trondheim. De moeder glimlacht verontschuldigend, hij

herkent haar nu, het is Dis, de vrouw van de bloemenwinkel.

Hij verslikt zich en gaat proestend aan land. Pas op het

plein beseft hij dat hij zijn vacuüm verpakte kleding op de

boot heeft laten liggen.

nr:5 2012-2013 B-Magazine

17


Babylon Beloont: proza

2. Als versteend (fragment)

Tijl Nuyts aka Bebek Vermie

Gefilterd licht dwarrelt als houtkrullen om haar heen, op

het parket, over het bed. Diep beneden glijdt een auto over

het asfalt, onhoorbaar. Ze staat bij het raam en kijkt toe hoe

de avond valt, haar linkerhand op de vensterbank; koud,

glad – net als zijzelf. Ze kijkt naar buiten, door het gordijn,

dat haar als een dun vlies scheidt van de werkelijkheid.

Zijn auto zweeft licht over het straatoppervlak. Hij draagt

zijn grijze pak, heeft hoofdpijn. Net een vernissage met horden

kakelende kunstkenners en tinkelende glazen vol bubbels

achter de rug. Toen iedereen naar huis vertrokken was

en hij eindelijk in zijn auto zat, had hij de jas van handjes

schudden en contracten tekenen afgelegd en dacht hij enkel

nog maar aan haar. Nu staat hij voor het rood. De motor

beeft ongeduldig. Het begint zachtjes te regenen. Hij denkt

aan de eerste, haastig neergekrabbelde potloodschetsen,

het ontwerp, het eindresultaat. Het licht springt op groen.

Ze wacht op hem, maar hij belooft zichzelf dat hij niet zal

gaan kijken voor het ochtend is. De auto gromt zich wakker,

springt vooruit. Morgenochtend. Nu is hij te moe, te verstrooid.

Hij mag haar nu niet zien, mag geen fouten maken.

De garagedeur schuift zoemend open. Hij rijdt de auto binnen,

stapt uit. Zijn hoofd voelt zwaar wanneer hij de gang

inloopt en zijn vest over de kapstok keilt. Hij opent de deur,

voelt dat hij lichtjes zweet. Koorts walmt door zijn kop. Hij

staat in de donkere keuken en kijkt uit over de tuin met de

wiegelende bomen terwijl de regen zacht kusjes kwijlt op

de ruiten. De pijnstiller bruist op in zijn glas. Bedwing jezelf.

Ga morgen kijken. Het is te laat nu en je voelt je niet goed.

Hij loopt de trap op, opent de kamerdeur. Het bed gaapt

hem aan, groot en leeg.

“Vuur laait op, rook waait

over de heuvels en de

vrouwen dansen in

zijn barstende hoofd”

Onder de verstikkende dekens droomt hij. Boven hem

zindert een hemel die gebukt gaat onder het gewicht van

dieprode vlammen, tongen van koorts en verhitte wolken;

gehard, als gebakken in een oven. In een wei staat een

jonge stier. Hij snuift, dampt, spieren rollen hard onder zijn

strakke huid. Hij staat roerloos in het gras wanneer de vrouwen

verschijnen. Ze komen aangelopen over de heuvels in

een witte mantel van zingende stemmen. Staal blikkert in

hun handen terwijl ze om hem heen dansen. Belletjes om

hun enkels als dauwdruppels in het gras. De stier staat stil,

verlamd. De vrouwen houden zijn blik vast. Waterig bruine

koeienogen. Geen medelijden. Ze heffen hun messen, hakken

op hem in. De lemmeten glijden door zijn sneeuwwitte

huid als door boter. Klaprozen van bloed springen open,

hete wijn spuit uit zijn hals. Vuur laait op, rook waait over

de heuvels en de vrouwen dansen in zijn barstende hoofd.

18 B-Magazine 2012-2013 nr:5

De zon fluistert over het parket. Hij wordt wakker en ziet

hoe de ochtend over de daken sluipt, hoe de hemel ontwaakt

in kleurenkabaal. Eén moment is zijn hoofd leeg en

is alles een grenzeloos niet-weten. Dan komt de realiteit.

De sculptuur. Hij werpt de dekens van zich af en voelt zich

haast misselijk van verwachting. De hoofdpijn is weggeebd;

gereduceerd tot een bloesem van lichte pijn ergens

achterin zijn schedel. Aan de wastafel plenst hij ongeduldig

water in zijn gezicht. Hij beslist het ontbijt over te slaan,

daalt ongeschoren de trap af. Er ligt een bundel brieven op

de mat. Uitnodigingen, contracten. Negeer ze. Nu is er alleen

nog zij.

“Het lijkt alsof haar nagemaakte

lichaam smelt onder zijn vingers,

week wordt als was”

Hij staat stil in zijn atelier. Jong zonlicht stroomt door de

ramen. Zijn werken staan als een rommelige erehaag verspreid

opgesteld. Ze knielen, strekken hun armen, bezingen

de gekte. Hij loopt tussen zijn gebeeldhouwde kinderen

en rekken met schelpen en opgespelde, geknakte vlinders

door naar waar hij haar gisteren achtergelaten heeft.

Daar staat ze in het tedere ochtendlicht.

Ze is mooi, naakt, wit. Als vrouw is ze lang niet perfect;

haar blik is leeg, haar neus misschien een tikje scheef. Ze

past niet in zijn oeuvre; ze is te realistisch, te afgewerkt.

De waanzin ontbreekt, ze is te volledig, te mens. Lippen,

benen, marmer. Het beeld zwijgt. Ze kijkt naar de rommel

aan haar voeten, naar de brokken steen, het stof, de werktuigen.

Ze lijkt bevroren in een moment van verbazing, de

lippen een tikje uiteen, ademloos.

Hij gaat dichter staan, volgt haar vormen met zijn ogen.

Nog een stapje dichter. Hij kan niet aan haar weerstaan en

raakt haar aan, overal. Zijn grote handen glijden over het

gladde oppervlak. Ze is koud. Glad. Perfect. Hij wil haar voelen,

omvatten, pijn doen desnoods. Hij omhelst het koude

marmer en kust haar lippen, proeft steen.

Het lijkt alsof haar nagemaakte lichaam smelt onder zijn

vingers, week wordt als was. Hij drukt zijn mond hongerig

op de hare, klemt haar vast en houdt zich voor dat hij voelt

hoe haar rug zich kromt, hoe ze meegaat in zijn omhelzing.

Hij sluit zijn ogen. Haar lippen bloemen open.

Niets dan donkerte en dan het verschroeiende moment

van adem, van ruwe lippen op de hare, van zijn alomtegenwoordige

lichaam. Bloed raast door haar gezwollen aderen,

ze duizelt en dan opeens scheurt het duister open, weken

haar stenen oogleden los en is het eerste dat ze ziet een

naakt, blozend meisje in de spiegelende glazen van zijn bril.

Hij drukt haar dichter tegen zich aan. Haar stamelende

schoonheid bonzend in zijn scheppende armen. Onder haar

marmeren huid beginnen bleekblauwe aderen te kloppen,

als een wazig netwerk van zich vertakkende riviertjes. Een

wasemend rood snelt over haar naakte lichaam. Leven. Hij

opent zijn ogen, trekt zich los, kijkt haar aan.


Babylon Beloont: proza

3. ‘Gent, Gent’ (fragment)

Maarten Luyten aka Wouter Cooman

‘Erik, blijf eens hier!’

‘En hij liep mij gewoon straal voorbij, alsof ik niet bestond!’

‘Bart! Is hij dat niet? Bart!’

‘Neen man, laat het gewoon vallen, dat is de moeite niet.’

‘Erik! Erik, stop eens even. Blijf bij mama, schat.’

‘Hoe ging Frans?’

Hij voelde aan de korsten op zijn bovenlip, zijn lippen

waren uitgedroogd en de zon brandde, maar nergens was

er een plek schaduw te vinden. Hij had dorst maar wou niet

verder wandelen, dus zette hij zich naast Bram op de bank en

ademde met zijn mond wijd open gesperd.

‘Kerel, ik zeg het je, daar is niks van waar.’

‘Sowieso dat ze me gaat buizen, wat ik ook doe.’

‘Vlakbij het station, gewoon aan de overkant linksaf.‘

‘Neen, neen, vijftien!’

‘Ga jij anders al naar de winkel, dan vind ik je daar wel, goed?’

“Willem herinnerde zich hoe Bram

hem ooit haast verblind had door

met een bus Ajax in zijn ogen te

spuiten”

Het was een drukke lentedag, de Korenmarkt werd overspoeld

door jonge gezinnen, bureaucraten, mannen met

baarden en luidruchtige pubers die net de school hadden

verlaten. Terwijl hij delen van andermans gesprekken opving,

tuurde Willem naar de kasseien en pulkte wat aan de

korsten op zijn lip. Het zweet droop van zijn voorhoofd. Hij

was buiten adem, al hadden ze amper gelopen, het was te

warm om in Gent rond te wandelen. Hij hief zijn hoofd op en

liet een grijns ontsnappen terwijl hij hijgend het volk bekeek

dat hun voorbijliep. Naast hem keek Bram zwijgzaam voor

zich uit, naar het niets, in zijn gedachten verzonken.

Toen hij negen jaar oud was en hun moeder laat

thuiskwam en vluchtig een maaltijd in elkaar flanste met enkele

blikken ravioli uit de Colruyt, klaagde Bram dat hij geen

zin had in ravioli – ‘dat heeft geen smaak, ik wil frietjes!’

Daarop barstte hun moeder uit in tranen en schreeuwde dat

ze verdomme overuren had moeten doen omdat Bea niet

was komen opdagen en alles nog eens in het honderd was

gelopen en ze niet eens had kunnen middageten en zich dan

naar huis moest haasten om daar wat eten op tafel te kunnen

zetten en dat ze verdorie ook eens mochten helpen in

huis en als het hun niet zond, dan aten ze maar niets – terwijl

ze hysterisch de borden bijeen raapte en in de vuilbak

leeg kiepte. Daarna bleef Bram aan tafel zitten en staarde

zwijgzaam en verdwaasd voor zich uit, alsof hij het niet begreep

en vergeefs poogde te vatten; alsof hij de wereld niet

begreep. Zo keek hij ook nu. Hij was die ochtend naar Gent

gekomen, ze hadden elkaar al lang niet meer gesproken.

Bram was enkele jaren ouder dan zijn broer en werkte al. Hij

huurde sinds twee jaar een appartement in Strombeek, dicht

bij hun ouders.

(Een moeder nam haar kind stevig bij de hand en leidde hem

langs de tramsporen over het plein terwijl het kind huilde en

met zijn vrije hand in zijn oog wreef. Willem herinnerde zich

zulke scènes en glimlachte.)

‘Waarom lach je?’ vroeg Bram. Nog steeds met open mond

grijnzend keerde Willem zich naar zijn broer en knikte hijgend

het hoofd van links naar rechts. Hij deed zijn trui uit

en leunde languit achterover op de bank en tuurde naar de

toren van de Sint-Niklaaskerk terwijl hij diep inademde en de

zon op zijn oogleden voelde prikken, waardoor hij zijn ogen

haast moest dichtknijpen.

Willem herinnerde zich hoe Bram hem ooit haast verblind

had door met een bus Ajax in zijn ogen te spuiten. Daarop

was hij huilend, met zijn beide handen voor zijn oog de trap

afgehold naar de woonkamer. Toen hij kermend van de pijn

binnenstormde nam zijn moeder hem meteen in haar armen

en leidde hem haastig naar de keuken waar ze met water zijn

oog besprenkelde en probeerde te reinigen. Intussen bleef

zijn vader ongestoord naar de televisie kijken en stamelde

Bram in tranen dat hij dacht dat de bus gesloten was. Soms

kon hij werkelijk verbaasd zijn om zijn eigen daden, alsof hij

nooit besefte wat hij deed, of nooit over iets nadacht, maar

gewoon ‘deed.’

Bram keek weer voor zich uit, wachtte op een antwoord en

luisterde naar een jong koppel dat enkele meters verder gedempt

zat te bekvechten.

‘Ik heb het je nog zo gezegd – ‘

‘Ja, maar – ‘

‘Schat, je gaat me niet vertellen dat je dat al vergeten was.’

‘Ik weet het wel, maar –‘

‘Wel dan! Hoe vaak moet ik je nog vertellen dat ik daar echt

niet van hou.’

“verloren in het labyrint van

zijn gedachten – zoals altijd,

in een wereld waarin hij alle mogelijke

reacties en uitspraken aftastte

en daaruit de beste koos”

Fluisterend kibbelden ze verder, hopend dat niemand hen

hoorde. Bram keek weer naar Willem en pookte hem schuchter

lachend in zijn zij en wees naar het koppel. Willem keek

mee, luisterde even en knikte, maar het schouwspel leek niet

tot hem door te dringen. Toen hij zich weer naar de kerktoren

keerde, stopte Bram met lachen en bedacht wat te zeggen.

(Een peuter holde enkele duiven achterna en zijn moeder

riep dat hij niet mocht weglopen, ze waren reeds laat.)

‘Wist je dat Anne-Marie gaat trouwen? Het lijkt wel

een eeuwigheid geleden.’

Willem reageerde niet en stak met peinzende blik

een sigaret op, verloren in het labyrint van zijn gedachten –

zoals altijd, in een wereld waarin hij alle mogelijke reacties

en uitspraken aftastte en daaruit de beste koos, alsof hij geen

eigen gevoelens had om hem te leiden, geen natuurlijke impulsen

maar slechts een arsenaal van mogelijke emotionele

reacties die op elk moment in gelijke verhouding stonden.

nr:5 2012-2013 B-Magazine

19


Babylon Beloont: poëzie

1. Lukas Meekers aka Klaus Kreemers

Recept voor een gedicht

De wereld nemen en ontbenen. Onderdelen

volgens ritme, smaak en klank sorteren.

Vermengen met de as van voorouders en

stof van ongeboren sterren. Intussen

tranen laten koken. Geheel bestuderen

met blik van kind dat naar de hemel kijkt.

Leeggevreten botten oppoetsen. Strottenhoofd

en staartbeen vijzelen en samenvoegen.

Kokend traanvocht de gekozen componenten

laten drenken. Mengsel in een kom doen.

Eventueel op smaak brengen met druppel bloed.

Een nacht laten trekken in open lucht, liefst

bij stormweer. Vervolgens uren bijvijlen.

Naakt aan de deur zetten. Weggooien en herbeginnen.

En dan te bedenken

En dan te bedenken dat je weg bent,

soms. Niet echt weg, nee, maar even, ja,

alsof je vijf minuten uit mijn hoofd

om sigaretten gaat.

20 B-Magazine 2012-2013 nr:5

Perennitas

Als Plato

op de toren van de Notre Dame

met hologrammen zit te spelen -

Als Aretino

in een discotheek

de bacchanalen viert -

Als Brel

in Mytilene

het lied van Roeland zingt -

dan ga ik met mijn handen door je haar.


Babylon Beloont: poëzie

2. Mathijs Debaere aka Mat Zeevaert

De leukste namen voor jouw baby

Met jouw af te stemmen exemplaar

Van de meest verkochte smartphone

Ter wereld

Een talloos te filteren foto uploaden

Naar de meest bezochte website

Ter wereld

Van jouw kop zelf gecompileerde koffie, afkomstig

Van de grootste keten koffiehuizen

Ter wereld

En als de barista op die beker dan

Jouw naam onachtzaam heeft gekrabbeld

Voel je je

even uniek

3. Tijl Nuyts aka Bebek Vermie

Nana

Je stuurt me brieven

met droge bladeren

van je sinaasappelboom

Ik ruik

het stof, de wind, de zomer

in de enveloppe

Dartelt je hand nog,

je gom en je potlood

vliegen elkaar in de donkere haren

Je land spiegelt

als een roestige munt in het water

Het schorre gefluister van

je sinaasappelboom

vertakt zich voor mijn ogen

Je hangt de zinnen in de withete zon

te drogen

kleurige wasknijpers klemmen

flarden wereld aaneen.

nr:5 2012-2013 B-Magazine

21


Babylon Blikt terug

De Spaanse Hoer

Terugblik op een jaar Babylontoneel

Als zichzelf respecterende Letterenkring neemt Babylon jaarlijks deel aan het IFTF, oftewel het Interfacultaire Theaterfestival.

Bloed, zweet, tranen – en prijzen. De regisseuse blikt terug op een bewogen jaar.

Begin augustus, putje zomer. Het werd stilaan tijd om voor

dat eerste herexamen aan de slag te gaan. Mijn perfecte

routine van studeren en 5 km lopen werd echter ruw doorbroken

door een bericht van onze kersverse preses Tine.

Bleek dat de oorspronkelijke toneelverantwoordelijke die

functie niet meer op kon nemen en dat ze dus dringend iemand

ter vervanging nodig had. Ik moet bekennen dat ik in

het begin grote twijfels had: toneelverantwoordelijken van

vorige jaren hadden me verteld dat het een hoop werk was,

om nog maar te zwijgen van de bijkomende stress. Bovendien

was mijn deelname aan het Babylontoneel van vorig

jaar ook maar mijn eerste echte toneelervaring, en wist ik

bitter weinig van regisseren af. Maar toch, er moest een

verantwoordelijke zijn of anders zou het toneel niet kunnen

doorgaan. Ik antwoordde Tine dus dat ik deze job wel

zag zitten op één voorwaarde: dat er tegen september een

tweede persoon gevonden zou worden met wie ik de verantwoordelijkheden

en het werk zou kunnen delen.

6 september. Laatste herexamen juist achter de rug en

op weg naar het zonnige Cannes voor een langverwacht

moment van rust. Zoals de aandachtige lezer van dit artikel

waarschijnlijk al weet, was er uiteindelijk geen partner

voor mij gevonden. Toch, eens het creatieve brein begint

te werken, is er meestal geen stoppen meer aan. Ik kon het

niet meer loslaten en de gedachte alleen al dat ik de kans

en de (geld)middelen kreeg om een geheel eigen werk op

poten te zetten, bleef mij aantrekken. Ik besloot dus om de

functie alleen op te nemen. Gelukkig was er nog een vaste

groep van actrices uit de vorige jaren op wiens steun ik altijd

kon rekenen.

Oktober. Het academiejaar was pas van start gegaan en ik

zat al met de eerste vergaderingen; er werd in een ruk een

22 B-Magazine 2012-2013 nr:5

samenkomst met alle actrices van vorig jaar gepland in de

D’Entreprise. Die avond stelde men mij meteen een stuk

voor, namelijk De Spaanse Hoer van Hugo Claus. Hoewel ikzelf

ook nog een paar andere titels in gedachten had, liet ik

mij toch een kopie bezorgen. Onderweg naar Leuven – voor

een keer bleek die anderhalf uur durende treinrit van pas

te komen – had ik ruim de tijd om het stuk eens ongestoord

te lezen. Al meteen de ideeën binnen. Het duurde niet lang

of ik had twee beslissingen genomen: Babylon zou dit jaar

haar hoerigste kant naar boven halen en het moest en zou

gebeuren in een kapel.

Dat gezegd zijnde was het die week ook tijd voor de eerste

toneelvergadering. Ik was verrast door de nogal grote

en toch wel enthousiaste opkomst. Spijtig genoeg was het

aantal “nieuwe kandidaten” op de audities eerder klein. Dat

werd het begin van een – hoe zal ik het zeggen – nogal wispelturig

jaar op het gebied van acteurswisselingen. Na een

(korte) auditie waren de rollen verdeeld. Eén oningevulde

vrouwelijke rol besloot ikzelf op te nemen. Zo konden we

eindelijk beginnen aan de repetities: in het eerste semester

elke woensdag, in het tweede elke dinsdag en woensdag.

Ik maak nu meteen een sprong naar het tweede semester,

een paar weken voor de paasvakantie. Het noodlot

had toegeslagen en maar liefst drie acteurs waren gestopt.

Twee bijrollen konden gelukkig meteen opgevuld worden

door vrienden. De sfeer zat geweldig maar er was één groot

probleem dat mij dit jaar veel onrustige nachten heeft bezorgd:

het wegvallen van een van onze hoofdacteurs. Het

gevaar dat we het gehele stuk moesten aflassen, werd

steeds reëler. Een kleine troost was echter wel dat Medica

niet meer mee zou doen aan het Interfacultair Theaterfestival,

waardoor de Zwartzusterkapel de gehele week voor de

eigenlijke opvoering voor ons ter beschikking werd gesteld

om te repeteren. Na deze euforie kwam er een tweede

geschenk uit de hemel vallen: een vriend van mijn hoofdrolspeelster

had besloten naar de openingsavond van het

IFTF te gaan kijken, waar alle kringen een soort teaser opvoeren.

Op die manier wordt iedereen warm gemaakt om

naar je stuk te komen kijken. Heel warm, zo zou blijken.

Deels dankzij onze geweldige teaser, maar vooral dankzij

de overtuigingskracht van de hoofdrolspeelster, besloot de

dappere jongen om in een sneltempo de berg tekst vanbuiten

te leren en dus de rol van Sempronio op zich te nemen

(waarvoor nogmaals alle dank).


Babylon Blikt terug

Vanaf dan liep alles vrij vlotjes. We versterkten onze band

als toneelgezelschap niet alleen door samen naar de andere

stukken te gaan kijken, maar ook door op een heus

toneelweekend te gaan. Over dat laatste ga ik wegens zelfcensuur

echter niet in dit artikel uitweiden (flauw, nvdr.).

Toen was het eindelijk paasvakantie. Door velen wordt deze

periode als een soort van pre-blokperiode bestempeld. Die

term was echter voor ons niet van toepassing. Drie volle

dagen hebben wij gerepeteerd, (in mijn geval) genaaid, en

een bepaalde jurk gezamenlijk in brand gestoken. Direct na

deze lange en vermoeiende dagen van hard werken, vertrok

ikzelf voor een week naar New York. Studeren zat er

dus voor lange tijd nog niet in.

De paasvakantie was gedaan en onder de negatieve invloed

van een jetlag begon ik samen met mijn acteurs aan

de cakeverkoop. Het was spijtig genoeg ook kiesweek van

Eoos, waardoor het MSI soms te klein leek. Maar wij bleven

enthousiast verder bakken en verkopen. Na een week van

repeteren en andere stukken bekijken, kreeg ik eindelijk

de sleutel van de Zwartzusterkapel in mijn bezit. Het eerste

weekend betekende maar één ding: klimop, klimop en

nog eens klimop. Onder het toeziend oog van de Youtubeschijvenmix

begonnen wij met volle overgave de lege kapel

te transformeren tot een heus betoverend bos. Ik keek en

zag dat het goed was.

Na een week elke avond repeteren, was het moment waar

we een heel jaar naartoe hadden gewerkt eindelijk aangebroken:

de dag van de première. Alles verliep zoals het

hoorde. De mensen kwamen nieuwsgierig binnen en met

een glimlach terug buiten. We spitsten onze oortjes voor

de eerste impressies van de jury en wat we hoorden waren

overwegend positieve reacties.

Na de week van de opvoeringen was het nerveus wachten

op de nieuwe editie van de studentenkrant Veto, waarin

een recensie over ons stuk zou verschijnen. Na ’s avonds de

internetpagina tevergeefs kapot te refreshen, besloot ik het

bedje in te kruipen en te wachten tot de volgende ochtend.

Ik was juist aan het wegzakken naar dromenland toen ik

plots een sms kreeg van een van de actrices. Daarin stond

één enkel woord: “Proficiat”. Meteen zette ik mijn laptop

terug op, en ik was de gelukkige vinder van een toch wel

zeer lovende recensie.

Een week later werden de nominaties bekendgemaakt. Spijtig

genoeg gebeurde dat niet op één tijdstip, maar werd de

bekendmaking van de verschillende categorieën verspreid

over het verlengd weekend. Wreedheid kreeg voor mij een

nieuwe invulling gedurende die paar dagen. Het wachten

werd weliswaar uitgebreid beloond: met zeven van de tien

nominaties stond Babylon voorlopig prompt op de eerste

plaats.

En dan brak uiteindelijk de dag van de uitreiking aan. Na

een uitgebreid en (misschien wel decadent) etentje vol

met speeches, traantjes en cadeaus, vertrokken we in onze

avondkledij naar het STUK voor de slotavond. Eindbalans

voor Babylon: de prijs voor beste vrouwelijke hoofdrol

(proficiat Ariane Devogelaer), beste omkadering, beste

vormgeving en (tromgeroffel) beste regie. Met deze vier

“houten planken” was Babylontoneel de trotse bezitter van

de meeste prijzen.

Achteraf volgde er natuurlijk nog een gratis receptie. Dat

de avond uiteindelijk zeer fijn was, vertelt de langzaam uitdovende

kater mij terwijl ik de laatste regels van dit artikel

neerschrijf. Het was op zijn minst gezegd een druk, stresserend

en slapeloos jaar. Dat was het echter allemaal waard

voor de band die ik nu heb met het toneelgezelschap, het

resultaat dat ik heb mogen aanschouwen en de gratis cava

op de receptie. Redenen genoeg dus om volgend jaar opnieuw

de regisseursstoel in te gaan.

Hierbij zeg ik alvast: tot de volgende opvoering!

Lisa Van der Auwera

23

nr:5 2012-2013 B-Magazine


Babylon Bezoekt

Erasmus in Belfast, een verfilming

Wie mij kent, weet dat ik een hopeloos geval ben. Hopeloos in alles wat ik doe, een geval voor de heilige Rita. Hopeloos

ben ik dus ook in mijn romantische idealisering. Altijd creëer ik voor mezelf onhaalbare verwachtingen die me ontgoocheld

en gefrustreerd achterlaten. Het is alsof mijn verwachtingen een geweldige roman zijn en de realiteit een verwaterde

verfilming ervan. Maar deze keer niet!

Erasmus werd een Oscarwinnende film. De mensen die ik

er ontmoette, kregen de Oscar voor “Best Actor”. De “Best

Supporting Actor”-award ging naar het Noord-Ierse volk,

het sociaalste van de wereld; “Best Original Score”, naar

de traditionele folk in de Ierse pubs, en “Best Costume Design”

dan weer naar de Céilí Dancers. De film won ook “Best

Cinematography”, een ode aan het prachtige Noord-Ierse

landschap. De Academy Award voor “Best Sound Editing”

ging naar het lokale taaltje dat voor Engels moet doorgaan.

De molotovcocktails in de riots wonnen welverdiend de

award voor “Best Visual Effects”. Belfast won ook de prijzen

voor “Best Writing – Original Screenplay” en “Best Writing

– Adapted Screenplay”, voor respectievelijk haar woelige

maar zeer interessante geschiedenis en mijn seminarie

in “Post-War British Poetry”, de beste les die ik ooit heb

gehad. Kortom, Erasmus won zonder twijfel de Oscar voor

“Best Picture”.

Nu vraagt u zich waarschijnlijk af wat voor een film die

Erasmus wel moet zijn om met zoveel prijzen aan de haal

te gaan en Michael R. Roskam jaloers te maken. Misschien

denkt u wel dat het een Tarantino-film was, vol actie, seks

en geweld, en dat was het deels ook, maar een meer accurate

vergelijking zou een goede Woody Allen zijn. Wat zegt

u? Dat zijn trage, pseudo-intellectuele en vooral vervelende

films over een neurotische nerd en een relatie die op de

klippen loopt? Dat is waar, maar daar draait de metafoor

helemaal niet om. Wat ik wil zeggen is niet dat mijn Erasmus

saai of droevig was (want dat was het helemaal niet)

maar dat het niet de hedonistische en decadente Erasmusfeestjes

zijn die mijn Erasmus zo geslaagd hebben gemaakt.

Geloof me, die avonden waren soms legendarisch, maar

wat mij het meest bij blijft zijn de mensen die ik er heb ontmoet.

Als ik dus aan mijn Erasmus denk, dan heb ik niet

24 B-Magazine 2012-2013 nr:5

Vincent Vega en Mia Wallace die de twist dansen voor de

ogen, maar wel Woody Allens muzen, Mia Farrow of Diane

Keaton.

Misschien lijkt mijn Erasmus nog het meest op Annie Hall,

een film over “the nature of love” (Dank u, Wikipedia) waar

het hoofdpersonage, Alvy, een catharsis ondergaat en met

andere woorden iets bijleert over zichzelf, zijn medemens,

de maatschappij en de liefde. In zekere zin is mijn Erasmus

dus net als de film een “coming-of-age story”, een bildungsverhaal

voor de hopeloze Alvy in mij. Het bracht me dichter

tot (wat de maatschappij beschouwt als) emotionele en intellectuele

maturiteit dankzij de nieuwe en andere mensen

die ik er ontmoette en de andersheid van het academische

systeem.

De filmkenner onder u weet ook dat Annie Hall geen happy

end heeft, aangezien de wegen van de twee protagonisten

zich scheiden op het einde van het verhaal. Zo eindigde

mijn Erasmus ook. Op twintig januari verliet ik Belfast, mijn

hartendief, en stapte ik op het vliegtuig richting het moederland.

Drie maanden en twee dagen zijn er verstreken

sinds de première van mijn Erasmus-film tot haar einde

kwam. Sindsdien staat de film eindeloos op repeat in mijn

hoofd en vult hij mijn gedachten en mijn dromen. Het cliché

luidt wel eens dat Erasmus de “tijd van je leven” is. Wel, dat

is een understatement. De beste tijd van je leven hebben,

is een semesterlang orgasme, maar Erasmus slaagt erin dat

te overtreffen.

Het is een mystieke ervaring, de “orewoet” in Hadewijchs

verbinding met God en wat mij nu dus overblijft is de mystieke

nacht: het verlangen naar een nieuwe eenwording

met het goddelijke, een nostalgie en melancholie naar de

dagen van toen. De Hadewijch-kenner weet ook dat de

razernij die gepaard gaat met de eenwording onuitspreek-


Babylon Bezoekt Babylon Brost

baar en onbeschrijfbaar is. Zo ook schieten mij de woorden

tekort bij het schrijven van dit artikel en doe ik mijn semester

in Belfast oneer aan. Toch moet ik dit artikel besluiten

en dat doe ik met een waarschuwing aan alle uitgaande studenten:

pas op, want Erasmus is de verboden vrucht!

Belfast slang

Mathieu Bokestael

Word - Usage - Meaning

Peelers - I was firin’ stones at the peelers. - Police/PSNI

Bake - Shut your Bake! - Face

Boke - I had too much buckie and had to boke. - Vomit

Poke - Ma, gimme money so I can get a poke. - Ice-cream

Melter - She’s a melter. - Annoying woman

Munter - She’s a munter. - Ugly woman

Millie - She’s a big millie! - Vicky Pollard-lookalike

Banjaxed - That car is banjaxed! - Broken

Guddies - Look at my new guddies! - Sneakers

Dander - Let’s go for a dander! - A walk

Kex - I keeked my kex. - Pants

Spuds - We’re having spuds for dinner. - Potatoes

Baltic - It is baltic today. - Cold

Hallian - He’s a dirty hallian. - Unmannered person.

Idioms - Meaning

Alright, mate! - Good Morning!

What about ye? - How are you?

What’s the craic? - How are you?

It is good craic! - It’s good fun!

I’ll do you. - I will murder you.

Dead On! - Ok/alright!

Fuck up! - Shut up!

Way on?! - Are you kidding?

Fuck have you! - No, you haven’t!

Catch yourself on! - You should’ve known better!

Wise up! - Don’t be silly!

Getting your hole. - To have sexual intercourse.

You think I came up the Lagan in a bubble? - You think I

was born yesterday?

Are you getting? - Are you being helped/served?

You’re getting on my wick! - You are annoying me!

To be barred from somewhere. - To be banned from

somewhere.

I’m pregnant. - I think we should get married soon.

Stall the ball. - Wait a minute.

Personal favourite

They’re the type of people that keep a shovel full of shite

on the table to keep the flies off the butter. - They’re

very unhygienic people.

Babylonische

spraakverwarring

Uit welk boerengat je op zondagavond ook naar Leuven

reist, het maakt niets meer uit wanneer je een paar uur later

aan de toog van jouw favoriete fakbar hangt (goedkoop bier

op zondag, jihaa!). Want iedere Leuvense student communiceert

er door middel van dezelfde taal. Onverstaanbare

tongvallen, boerse dialecten? Niets van! Wij slagen erin het

taal- en letterkundige fort helemaal tot bij God te krijgen!

Voor onze Babylonische bouwvakkers was het niet altijd

even leuk om op de Spouw-verdieping te staan hameren en

timmeren, maar aan de verdieping Muilen of Zuipen beleefden

ze des te meer pret. Deze maand krijgt onze toren haar

laatste likje verf. De wolken waarop de engelen een tukje

liggen te doen, zijn in zicht. Babylon schrijft geschiedenis!

Eat that, Historia!

Je kent het wel: de wekker gaat oorverdovend af, maar het lijkt

wel of je oogleden met superlijm aan elkaar vasthangen en bovendien

is dat bed zo warm en zacht … Of je ligt net lekker in

het zonnige park te doezelen wanneer je plots de klok twee uur

hoort slaan. En dan ga je natuurlijk niet naar de les. Voor wie liever

niet wil dat zijn gespijbel aan het licht komt, hebben we een

aantal handige uitdrukkingen klaarliggen. Met verzuimen, mankeren,

omitteren of wegblijven lijkt het tenminste alsof je het

niet met opzet hebt gedaan. Een andere optie is een eufemisme

als achter de haag lopen, wat in het Bonheidens dialect (rekken

die klanken!) haagschool doen wordt. In West-Vlaanderen kan je

al eens dit zinnetje horen vallen: J’ è gie meer geblauwd of in ’t

schoole gezeeten! Naast blauwen zijn ze daar ook van busschen

kappen of busschen maken niet vies. Brusselaars noemen het

de baard trekken, Gentenaars pluimen steken. Heb je nog niet

genoeg inspiratie om een etiket te plakken op je grensoverschrijdend

gedrag? Fatsen, flansen, schouwen, schrikkelen, platlopen,

verkruipen, planken.

Een onbedwingbare taalkundige impuls verplicht mij om het in

deze context even over luxespijbelen te hebben. Dit neologisme

betekent zoveel als “de kinderen van school houden om goedkoper

op (vlieg-)vakantie te kunnen gaan”. Foei!

Maar wat zegt men nu in Leuven, het walhalla van schoolverzuim?

BROSSEN natuurlijk! Van het Franse brosser, wat “buiten

de paden door het bos lopen” zou betekenen, leidden wij ons

alom bekende woord af. In Leuven wordt gebrost! En zo, dankzij

de rijke woordenschat van het Algemeen Leuvens Students, kunnen

wij elkaar wederom perfect verstaan!

Melanie Hacke

nr:5 2012-2013 B-Magazine 25


Babylon Beleeft

BOYS MEET W RLD

Wanneer de zon reeds haar laatste adem heeft uitgeblazen,

zitten we al lang op het openbaar vervoer. Zwaar

geladen beschouwen we het raam van onze rammelende

reismobiel als een gelijkgestemde vriend die onze interne

monoloog aanhoort. Het is weer zondagavond, de wegen

bruisen. Figuranten van ons levensverhaal uit verschillende

oorden verzamelen zich op één punt. Vanaf morgen

zijn we weer gezamenlijke zuipers en eten we weer rotzooi.

Vanaf morgen moeten we als notoire Kempenaars

onze taal weer polijsten, om keurige en verstaanbare antwoorden

te geven in de hoop dat we niet schejef bekeke

worre.

In dit boerengat, Zoersel genaamd, ben ik opgegroeid. Hier

is nog minder te beleven dan in de Fak op zaterdagavond.

Zoersel is zo bebost dat men de wegen met al die bossen

kan plaveien, en dat zou niet eens zo’n slecht idee zijn, gezien

de armtierige staat van de Vlaamse wegen. Ik zou nu

een lange metafoor kunnen schrijven over hoeveel weiland

er hier eigenlijk is, maar geloof me: ik zwaans ni. Het uitgaansleven

staat hier even stil als de Fyra-treinen en om

de dichtstbijzijnde nachtwinkel te bereiken, moet men een

pelgrimstocht van twee dagen ondernemen. Gelukkig bood

er zich na achttien lange jaren een geweldige opportuniteit

aan: Leuven.

Brent Bertels

Al sinds ons eerste levensjaar kennen wij bossen, kortzichtige

mensen en op een latere leeftijd ook luidruchtig vertier

en het vurig uitstoten van maagsappen. Dat gebeurt tevens

26 B-Magazine 2012-2013 nr:5

Club Reflex

… naast een bos. Vrouwen zijn stropkes, mannen zijn Barry’s.

Hoererij bekoop je met de brandstapel, dissidentie verklaart

je vogelvrij. Westerlo wordt niet voor niets de parel

van de Kempen genoemd. Zijn o zo geweldige, uitermate

beleefde cultuur reflecteert zich ook op onze school. In ons

laatste jaar humaniora moesten wij lijdzaam toekijken hoe

veertienjarigen veranderden in achttienjarigen, hoe W817

veranderde in Jersey Shore en hoe Flexen1 de maatstaaf

voor populariteit werd. De mythe van het geweldige Leuven

waar wij als Zuiderkempenaars ooit onze thuisplek van

zouden maken, zagen wij als een waar utopia. We zouden

dan ook niet alleen onze Kempische tongval, maar ook een

groot deel van de Westelse bevolking met ons meesleuren.

Arnaud Aerts en Wouter Demuynck

“Het vervangen van ons eigen dialect

door een universele omgangstaal is

als infanticide plegen”

Van Brent wordt wel eens gezegd dat hij uit Antwerpenstad

komt. Met zijn gast en bangelijk is hij meestal het buitenbeentje

van de groep en het mikpunt van spot. Dat is

echter niets vergeleken met onze noorderbuur Adriaan, die

graag tientjes legt en soms helemaal waus ² is, maar laat ons

daar niet over uitweiden. Wij Zuiderkempenaars dragen

eveneens de vloek van een vreemd accent. Onlangs werd

ons nog de gênante vraag gesteld of wij niet uit Limburg

kwamen. Toch is dat positief: opeens lijkt Limburgs niet zo

1 Discotheek Reflex opende zijn deuren begin jaren 90, ten tijde van pure xtc-import en waar Jambers elk moment zou hebben kunnen opduiken om je te ondervragen over het leven als

lid van de onderkant van de maatschappij. Anno 2013 wordt het werkwoord “flexen” pejoratief gebruikt voor het zestienjarige gespuis dat tot diep in de nacht escapeert en veinst dat het

kapitaalkrachtiger is dan hun idolen op MTV.

2 Helemaal van de kaart


Babylon Beleeft

traag, opeens kan je dat accent van Antwerpen wel smaken

en opeens lijkt West-Vlaams niet zo erg op een taal uit het

verre Scandinavië.

“Hoe meer wij deze hutsepot van

dialecten beginnen te pruimen, hoe

meer de strenge universiteit ons als

een dictator oplegt een verstaanbare

taal te spreken”

Toch is er hier een paradox: hoe meer wij deze hutsepot van

dialecten beginnen te pruimen, hoe meer de strenge universiteit

ons als een dictator oplegt een verstaanbare taal

te spreken, of dat nu Duits, Engels, Nederlands of Japans is.

Dat is vergelijkbaar met ons veranderend voedingspatroon.

Hoe hoog onze verwachtingen ook waren om elke dag Mc-

Donald’s te eten, om elke dag onze pens te laten toenemen

in volume en meer vet te bevatten dan onze eenzame suikertante

Hedwige ³ , die alleen woont met haar cognacflessen,

chocoladebonbons en acht katten, hoe meer wij snakken

naar peestoemp me wöst van het moederschip. Zo gaat

het ook met onze taal. Het vervangen van ons eigen dialect

door een universele omgangstaal is als infanticide plegen.

De week loopt ten einde. Onze vuile was begint zich op te

stapelen, het gemis naar de moederkloek begint groter te

worden (lees: bij Brent) en de heimwee naar ons zachte

donzige bed des huizes bereikt mijlhoge punten. Nu nog

een rit op het openbaar vervoer, waar evenveel volk zit als

in Doc’s Bar in een parallel universum. We komen aan in

het Kempische paradijs. Geen drommende drukte, geen

net Nederlands, nauwelijks nachtwinkels en bedrijvige boeren.

(Nowet in men leive haddek gedoecht zowen schrijfsel

ut men polle te sloage.) Uiteindelijk lijkt onze verdomde

streek niet zo slecht. Een weekend vol boswandelingen,

afkickend van onze toenemende alcoholverslaving, da doe

Zoersel-Centrum

oek al is goe. Een marginale tentfuif van de Chiro, waar

je om de haverklap door talrijke kennissen wordt aangeklampt,

is een nostalgische variant op een doordeweekse

uitgaansnacht in Leuven, waar we in een duister kluwen

van mensen tasten. Onze nachtelijke escapades naar de

plaatselijke kebabzaak nemen dan wel meer tijd in beslag,

maar da’s gen eireg.

Het drukke marktleven in Westerlo

Na deze ondervindingen kunnen we stellen dat ook onze

thuishaven niet te onderschatten charmes heeft. In Leive

on de stoase es er veil ammesoase, maar de verwachtingen

kunnen je ook een pees op oe bakkes geive.

Hoe kunnen we dit samenvatten? Als twee studenten uit

Taal- en Letterkunde en een uit Geschiedenis (de verrader!)

hebben wij nog absoluut geen verstand van lange thesissen

en veelzeggende besluiten. We kunnen enkel zeggen dat

we nog in een overgangsfase zijn in onze taal, in ons omgaan

en in het verstaan van onze leerstof, die dadelijk weer

voor onze neus ligt. Met nostalgie kijken we terug naar de

tijden waar onze bedden werden opgemaakt door onze ouders

en waar openingszinnen nog werden beperkt tot “Wilt

gij het met mij aan?”. Maar verandering is een element van

de werkelijkheid. We zijn geen jongens meer, we worden

mannen met baarden, die te kaap’ren varen, al heten we

niet allemaal Jan, Piet, Tjores of Korneel. Zoals we al zeiden:

dit is een overgangsperiode. We kunnen genieten van

wat jong zijn ons nog te bieden heeft, maar tegelijk beginnen

we formulieren te tekenen en onze eigen bedden op te

maken en ons af te vragen of we met onze geliefden naast

liefhebben ook zouden kunnen samenleven. We zijn geen

kinderen, we zijn geen volwassenen, we zijn studenten!

Studenten die het echte leven voor zich zien staan, studenten

aan het begin van de reis. De reis genaamd het leven. 4

Brent Bertels,

Arnaud Aerts en

Wouter Demuynck

3 Dit is fictie. Alle overeenkomsten met werkelijke tantes Hedwige zijn louter toeval.

4 Deze meligheid was intentioneel. Het was warm, er stond een raam open, de nacht was al gevallen en op de achtergrond speelde ontroerende filmmuziek. Lap, nu doen we het weer.

nr:5 2012-2013 B-Magazine

27


Babylon Beschrijft

In bad met Marat

Omdat hij aan een of andere enge huidziekte leed, schreef Jean-Paul Marat altijd in bad. Maar toen hij op een goede

dag zo zat (of liever: lag) te werken, werd hij door de girondijnen (een gematigd linkse, politieke groepering tijdens de

eerste fase van de Franse Revolutie, red.) neergestoken. Popsterren als Jim Morrison, Elvis Presley en Claude François

volgden zijn voorbeeld. So last year dus, sterven in je bad. Daarom zette B-magazine speciaal voor jullie de interessantste

en origineelste laatste uren van bekende auteurs op een rijtje.

In het lijstje met de meest raadselachtige sterfgevallen aller

tijden staat de dichter Shelley met stip op één. Zoals veel

romantici verhuisde hij naar Italië, hoogstwaarschijnlijk omdat

het daar minder vaak stortregende dan op het Engelse

platteland – maar daarin had de stumperd zich toch flink

vergist. Tijdens een van zijn boottochtjes deed een hevige

rukwind het schip kapseizen. Niet iedereen is het echter met

deze hypothese eens, want sindsdien doen talloze broodjeaapverhalen

de ronde. Shelley zou niet door de storm zijn

omgekomen, maar zou zelfmoord hebben gepleegd. Prometheus

Unbound-fans met een iets perverser inbeeldingsvermogen

beweren dat hij werd omgebracht door piraten

die hem voor die andere grote Engelse dichter, Lord Byron,

hielden. De volgende zinnen zijn niet geschikt voor gevoelige

lezers, maar des te meer voor wie van lugubere weetjes

houdt: het lijk spoelde pas tien dagen na de schipbreuk aan,

zo verminkt dat de identificatie op basis van de kledij moest

gebeuren. Wegens hygiënische redenen (verrotting, bacteriën,

enge ziektes enzovoorts enzoverder) werd er meteen

een brandstapel op het strand gebouwd om het stoffelijk

overschot te verbranden. Alleen Shelley’s hart bleek niet zo

fantastisch goed te branden, dus werd het aan zijn weduwe

Mary Shelley (schrijfster van het horrorverhaal Frankenstein)

cadeau gedaan. Ze was er vast heel blij mee.

28 B-Magazine 2012-2013 nr:5

De Franse classicistische toneelschrijver Molière stierf tijdens

de opvoering van zijn eigen stuk, Le Malade Imaginaire,

waarin hij zelf de hoofdrol voor zijn rekening nam. Hij

kroop er in de huid van Argan, een ziekelijk mannetje dat

bij het minste kwaaltje dacht ongeneeslijk ziek te zijn en

dat beweerde aan allerhande verzonnen aandoeningen te

lijden. Molière, die al jaren aan tuberculose leed, werd midden

in een scène overvallen door een hoestbui en overleed

nog diezelfde avond. Boontje komt om zijn loontje …

“Mark Twain voorspelde zijn eigen

sterfdag”

De beroemde literatuurwetenschapper Roland Barthes, die

we vooral van zijn Mort de l’auteur kennen, stierf op een

wel héél ongelukkige manier: de arme stakker kwam onder

een bestelwagentje terecht. De weinigen onder ons die

de klankwetten van Grimm en Verner boven Rolands literatuurtheorieën

verkiezen, zullen er allerminst rouwig om

zijn. Barthes keerde na een lunch in de stad terug naar zijn

eenzame Parijse zolderkamertje toen hij ergens de straat

moest oversteken. Hoewel de brave man volgens getuigen

plichtsbewust naar links en rechts keek voor hij de straat

overstak, had hij niet door dat er een busje aan kwam rijden.

Het camionnetje (voor wie van details houdt: van een

wasserij) slaagde er niet meer in de argeloze voetganger te

vermijden en reed zo recht op Barthes in. Auwtsch! Barthes

werd echter niet meteen hemelwaarts gestuurd om zijn riz

au lait daar met een gouden lepeltje te gaan opsmikkelen.

Hij spendeerde nog een volle maand in het ziekenhuis voor

hij uiteindelijk aan zijn verwondingen overleed.

Hoogstwaarschijnlijk is op dit eigenste moment ergens een

forensisch specialist bezig met het afborstelen van Pablo

Neruda’s beenderen. Liever hij dan ik; het lijk ligt al sinds

1973 onder de zoden! Begin april werd het stoffelijk overschot

van de Chileense dichter opnieuw opgegraven, nadat

zijn chauffeur-secretaris beweerde dat zijn patron niet aan

prostaatkanker was gestorven, maar door Pinochet vergiftigd

was. Salvador Allende, de Chileense president die

generaal Pinochet met een militaire coup van zijn plaats

stootte, was namelijk een goede vriend van Neruda en Pinochet

vreesde dat de invloedrijke Nobelprijswinnaar het

nieuwe boegbeeld van Allende’s volgelingen zou worden.

Daar stak die sluwe Pinochet dus snel een stokje voor …


Babylon Beschrijft

Onze laatste schrijver stierf dan misschien aan een doodgewone

hartaanval, toch heeft hij zijn plaatsje op deze bladzijde

dubbel en dik verdiend. Mark Twain, de geestelijke vader

van de legendarische kwajongens Tom Sawyer en Huckleberry

Finn, voorspelde zijn eigen sterfdag. Zijn geboortedag

in 1835 was een van de weinige dagen waarop de komeet

Halley aan het hemelfirmament kon gespot worden; Halley

is slechts één keer om de 75 jaar te zien. Twain stond er dan

ook op dat hij zijn laatste adem zou uitblazen op de dag dat

Halley langs de aarde raasde:

Babylon Bejubelt

Dragon Ball

Als jonge tiener (of als kind, voor sommigen onder jullie - ik word al wat ouder) leek het haast de normaalste zaak

van de wereld: mij naar huis haasten na schooltijd, om me op de zetel te zetten en Dragonball Z te kijken (ja, ik was

zo iemand). Later volgden de spelletjes, de boekjes en, ja, een poster. De personages leidden hun eigen levens in mijn

hoofd, maar bij de auteur achter de verhalen stond ik geen enkele keer stil – onterecht, zo bleek.

Afgelopen winter kreeg Japans manga-tekenaar Akira Toriyama in Angoulême, op het International Comics Festival, een

speciale Grand Prix als erkenning van zijn veertigjarige carrière. Toriyama, bekend van Dr. Slump en, in het bijzonder, de

Dragonball reeks, wordt op die manier bekroond voor verwezenlijkingen in een genre dat, hoewel minder niche dan pakweg

twintig jaar geleden, nog steeds allesbehalve mainstream is.

Manga (en anime) heeft echter een lange geschiedenis: het Japanse beeldverhaal kent zijn oorsprong in de twaalfde

eeuw, als we sommige bronnen mogen geloven – al dateert de “moderne” vorm van iets na de Tweede Wereldoorlog. Het

naoorlogse Japan bleef bezet door de Amerikaanse troepen, die “hun” cultuur, waaronder stripverhalen, meebrachten en

verspreidden. Er ontstond op die manier een rijke wisselwerking tussen het traditionele en het vreemde, met een enorme

boom als gevolg. Kunstenaars als Osama Tezuka legden met reeksen als Astro Boy de grondslag voor wat we vandaag

onder manga verstaan (fun fact: een van de belangrijkste prijzen binnen het genre ontleent zijn naam aan den Osama).

Er onstonden subgenres, subgenres binnen die subgenres, en zo verder – van schoolgaande jongens tot eenzame huismoeders

en geobsedeerde mannen van middelbare leeftijd, elke doelgroep vindt op die manier tegenwoordig zijn gading.

Fast forward een veertigtal jaar, en Toriyama

publiceert zijn eerste succesvolle bundel: Dr.

Slump, over de belevenissen van uitvinder

Senbei Norimaki en Arale, zijn (meisjes)robot;

maak daarvan wat je wilt. Vier jaar later zou

Toriyama beginnen aan Dragonball, en zich

op die manier in het collectieve geheugen van

de jaren tachtig en negentig schrijven. Ka-meha-me-haaaaa,

it’s over nine thousand, en de

talloze pogingen van master Roshi om (soms

letterlijk) in Bulma’s slipje te geraken – we

danken het allemaal aan hem. De reeks kende

een enorme internationale verspreiding, werd

vertaald en hertaald naar het grote doek, videospelletjes,

enzovoort. En met de reeks,

ging ook zijn auteur internationaal.

Alexander Swerts

“It will be the greatest disappointment of my life if I don’t go

out with Halley’s Comet. The Almighty has said, no doubt:

‘Now here are these two unaccountable freaks; they came

in together, they must go out together.’”

Zo gezegd, zo gedaan: op 21 april 1910, de dag nadat de

komeet voorbij de aarde was gekomen, stierf Mark Twain

aan een hartaanval.

Melanie Hacke

nr:5 2012-2013 B-Magazine

29


Babylon Beproeft

Een boon voor koffie

De dagen worden langer, de zon begint te stralen, dikke wollen sjaals worden vervangen door zonnebrillen en shorts.

De zomer is weer in het land ... Hah, you wish! Het monotone België kent maar één seizoen en dat heet winter. Het

is algemeen geweten dat kille klimaten doen teruggrijpen naar gemoedsopliftende dranken, waarvan de exuberante

wodkaconsumptie in Siberië getuige is. Rusland zijn Schmirnoff, Leuven zijn Stella, zou je denken, maar neen ... wanneer

het barre winterweer onze wallen van het studeren nog meer aftekent en de gure wind ons die extra slag in het

gezicht geeft, hebben wij iets sterkers nodig ... koffie. En voor een keer heeft de Stad Leuven oren naar de wensen van

haar studenten, want de cafeïnebehoevende blokker kan zo goed als op elke straathoek aan zijn dagelijkse dosis geraken.

Het overaanbod aan koffiebars wordt bijna een luxeprobleem: waar in godsnaam kan je tegenwoordig terecht

voor de beste koffie van Leuven? Laat dat nu net de queeste van dit artikel zijn.

30 B-Magazine 2012-2013 nr:5

Punto

Onze verwachtingen van Punto, een vaste waarde in de Leuvense coffee scene,

waren hooggespannen. Helaas bleven we op onze metaforische honger zitten

met het minieme espressootje en de flauwe Nutty Latte, wiens smaak het

moest hebben van de grabbel studentenhaver die in de beker dreef. De porties

vallen klein uit, tenzij je de soepkom koffie bestelt en er serieus wat euro’s

voor neertelt. De blend van koffie zelf had te weinig zing om de ochtend door

te komen en hoewel het uitzicht op de Essentiel voor fashionista’s misschien

interessant is, was er van gezelligheid weinig te bespeuren op de bovenverdieping.

Punto verdient dus maar één pietluttig koffieboontje.

Noir

Een naam als deze vraagt om pure zwarte koffie. Maar moeilijke mensen moeten

altijd speciaal doen, dus gaan wij voor een Einstein Latte en een Gingerino met gember. De ietwat bijzondere ervaring

van een pikante gembercappucino maakt het ochtendgloren meteen wat frisser en de wallen onder onze vermoeide

ogen zichtbaar kleiner. Combineer die sensatie met de zachtheid van een heel assortiment aan lattes (met onder andere

smarties voor de zoetebekjes) en met de gezellige sfeer die de mikmak aan zeteltjes creëert (inclusief tijdschriften en een

krijtbord om je uit te leven), en je bent zoet voor een ganse namiddag. Approved!

Coffee College

Een Amerikaanse sfeer, daar gaan ze hier duidelijk voor. De typische college font en lattes zoals “the cheerleader” en “the

jockey” begroeten je aan de deur. Verleid door subtiele verkooptechnieken, waagden we ons aan een latte’ke. Peanut

butter? Hallelujah! Helaas vonden we die smaak meer terug op de kaart dan in onze koffietas. Toch is de blend van koffie

zeker te smaken en als je into Amerika bent, kom hier dan maar eens langs! Ideaal voor een meeneemkoffie onderweg

naar de les, maar laat je niet vangen door alle smaken die ze je beloven. Wat we je hier kunnen aanraden? Twintig meter

verderstappen naar Mont Café.

Koffie Onan

Geluk in een koffietas, dat vonden we in Onan café. Het kleine huis lijkt je

bijna te knuffelen als je binnenwandelt, met een heerlijke muur vol koffieblends

en heerlijke thees. Als je subtiel je rug wendt naar de iets minder

geslaagde muurschildering, kan je volop genieten van hun perfecte

blend of de latte van de dag. Zowel de koffiekenner als de cafeïneleek

kan hier wel wat lekkers bespeuren. Een gratis chocolaatje en wat people

watching later, lijken die gevreesde deadlines nog maar een puntje

aan de horizon. Een half koffieboontje minder dan perfect, want perfectie

verwachten we nooit, al komt dit zeer dichtbij.


Babylon Beproeft

Mok

Wie zich in het achterste deel van de Diestsestraat waagt en over goede ogen beschikt, heeft misschien wel het geluk op

de gezellige koffiebar, Mok, te stuiten. Met enthousiasme zet de barista zijn zak koffiebonen opzij wanneer we hem om

suggesties vragen. “Alles is lekker.” Twee latte macchiato’s dan maar, met een scheutje speculoossiroop om speciaal te

doen. De prijs is goed, de koffie nog beter, de gezelligheid verdient een superlatief. “De latte smaakt het best als je niet

roert.” De barista is duidelijk trots op de kopjes latte art die hij ons mag voorschotelen en die passie proef je. Een aanrader.

De Dry Coppen

Een koffiebar die tevens een boekenhandel is: wij zijn fan! Ook al herbergt

het oude pand voornamelijk Nederlandstalige boeken – ikzelf

heul consequent met Penguin Classics of Libres de poche –, koffiedrinken

in dit hipsterige interieur is zowat een guilty pleasure van ons

geworden. Dat komt vooral door het concept en de sfeer van de zaak,

dan wel door de koffie die weliswaar goed is maar niet beter dan een

Koffie Onan of een Mok ... deels te verklaren door mijn bloedhekel

aan slagroom op koffie. De prijs is dezelfde als elders, maar dat heb

je ervoor over om eens lekker de literaire (intellectuele?) snob uit te

hangen. Wij zijn in onze nopjes.

Coffee Cup

Als een aap in de zoo, zo drink je koffie in de Coffee Cup. Het interieur

is weinig gezellig; de bediening staart wanneer je de tijd neemt om je

keuze te maken. De Crême Brûlée Latte smaakt in eerste instantie als een van de betere lattes tot dusver, maar de zoetheid

van de koffie wordt overweldigend naar het einde toe. Zijn €3,80 had iets minder mogen zijn, de vriendelijkheid iets

meer. Ben je in de buurt van de Punto, kom dan hier voor je afhaalkoffie ... maar spaar je geld nog liever voor iets anders.

Mont Café

De beste plek in Leuven voor een lekkere afhaalkoffie is Mont Café. Zijn populariteit bij de Letterenstudent is verdiend,

want niet alleen is de keuze voldoende gevarieerd, de prijs die je betaalt zal ook meteen bij de laagste van alle koffiebars

zijn. Dat vertaalt zich in de kwaliteit? Absoluut niet. De Happy Italian Latté is een geslaagde koffie met een zachte nasmaak

van tiramisu en zeker zijn €3,30 waard. “I drew a smiley face on it” liet de barista me weten en toegegeven, het cacaopoederige

ventje op mijn melkschuim vertrok eerder in een grimas, maar weten dat een uitgelaten glimlach hier gratis bij de

koffie komt, gaf mij alvast een voldaan gevoel.

UP /

Het voelt oneerlijk het UP te betrekken in de vergelijking: de koffie is gewoon, maar gratis. De IKEA-tafeltjes en het bureau

in de hoek roepen een gezellige kotsfeer op. Gemoedelijk, eerlijk en verwelkomend. Het is voor die sfeer dat je naar het

UP komt. Het voelt bijna onwennig om zo te profiteren van de vrijwilligers, die met plezier opveren om je te bedienen.

Laat je gêne je zeker niet tegenhouden en stap gerust eens binnen, want had ik al gezegd dat het gratis is? De ideale blokpauze

op wandelafstand van het Erasmushuis.

Erasmushuis

Ook ons geliefde Erasmushuis, waar de beminde boeken en purperen plompe plaatsen menig Letterenstudent bekoren,

beschikt over een vorm van koffie. Voor enkele luttele eurocenten krijg je een bekertje vol warme goodness. Goed genoeg

om wakker te blijven in lessen, in ieder geval, and that’s all we need. De ideale noodoplossing; cheap and effective! We

geven u één boontje, Erasmushuis, even veel als er in uw bekertjes koffie zitten.

Tine Van Calster en Wout Van Praet

nr:5 2012-2013 B-Magazine 31


Babylon Beoordeelt

Spaans toneel: La casa de Bernarda Alba

Zing vecht huil bid lach werk en bewonder

ZING

Maar het bloedvergieten moest even wachten. Eerst was

er live-muziek, flamenco, opgefleurd (bloem in het haar inclusief)

door een danseres. Zeer mooi. We vergaten even

dat we ons in Kessel-Lo bevonden en niet in het zwoele

Andalusië. De toon was gezet, en meteen daarna namen

drie jonge viriele mannen het podium in voor wat poëtische

inslag. Beeldt u Antonio Banderas in, maal drie, en u weet

dat een hoop testosteron op het podium vuur moet opleveren.

En de hommage aan Lorca die ze brachten, stond bol

van die passionele bewondering. Maar het gedicht was niet

meteen zeer bekend en hier en daar net iets minder goed

verstaanbaar. Het was aangewezen geweest om de tekst

te projecteren of in het programmaboekje te verwerken,

waardoor ook de inhoud van het gedicht beter tot zijn recht

zou zijn gekomen. Niettegenstaande een knappe prestatie,

want het waren lange verzen vol “andalucismen”.

VECHT

Bernarda, zeer overtuigend gespeeld overigens, is niet vies

van de occasionele opvoedende afranseling en deinst er

niet voor terug haar wandelstok te gebruiken om hardhandig

haar dochters’ vlees te kneden. Om de bronstige Pepe

weg te jagen, haalde ze zelfs de grove middelen uit de kast.

Een geweerschot later liep de minnaar dan ook voor zijn leven,

broek op de enkels. Adela werd valselijk overtuigd van

zijn overlijden, waarop ze zich afzonderde en zich radeloos

op een dolk wierp, deze keer wel met de dood tot gevolg.

Geweld is een thema dat Lorca gebruikte om de sociale realiteit

van twintigste-eeuws Spanje te schetsen.

HUIL

Tranen hebben we gezien, om overledenen, om vermeende

minnaars, om verloren minnaars en in het algemeen om

onder de tirannie van de strenge matriarch Bernarda uit te

komen. Tevergeefs, de teugels zaten strak en huilen was

niet toegelaten in het bijzijn van anderen.

32 B-Magazine 2012-2013 nr:5

Een in rouw gehuld huishouden in het zwoele Andalusië herbergt de weduwe Bernarda

Alba, haar vijf dochters en enkele huismeiden. Binnen die verstikkende muren zwaait

Bernarda de scepter met harde en streng katholieke hand. Sommige romantische zielen

kunnen echter niet aan (rouw)banden gelegd worden en ontvluchten de morele beklemming,

recht in de armen van een prins op het Andalusisch paard, Pepe el Romano

in dit geval. Allemaal goed en wel, maar deze Spaanse stud Pepe de Romein was beloofd

aan de rijke Angustias, zus van passioneel woelwater Adela. En de tragedie volgt

onvermijdelijk. De Spaanse toneelgroep nam de handschoen op om dit meesterwerk

van Lorca op de planken te brengen.

BID

De paternosters vlogen ons spreekwoordelijk om de oren.

Extreem katholiek Spanje was terug te vinden in het oubollige

sobere decor vol portretten, crucifixen, en personages

in zwarte rouwkleding. Kruistekens werden veelvuldig geslagen,

Onze Vaders werden in koor opgezegd, maar dat

weerhield de situatie er niet van te escaleren.

LACH

La Poncia, de huismeid die door lange jaren dienst als enige

vrouw in het huis durft op te komen tegen Bernarda, werd

prachtig vertolkt en bracht met haar komische toetsen het

publiek geregeld aan het lachen. De al even sublieme seniele

oma die op haar oude dag wel een groen blaadje zou lusten,

maar uit gebrek daaraan een lammetje adopteert om

daarmee over het podium te flaneren, werkte ook enorm

op onze lachspieren. Aan het einde van het stuk is zij nog

steeds op zoek naar een prins om haar weg te voeren naar

de oevers van de zee, iets wat ze herhaaldelijk zeer expressief

door de zaal riep. Opmerkelijk was wel dat de diepst

ongelukkige momenten uit de tragedie vaak ook diegene

waren die door het publiek onthaald werden op gegniffel,

mede door hun overdadig tragische karakter. Overacting,

much? Aartsmoeilijk als het is die cruciale spannende passages

weer te geven, nam niemand daar aanstoot aan.


Babylon Beoordeelt

WERK EN BEWONDER

We nemen graag onze sombrero af voor de prestatie van

regie en acteurs. De beste productie in jaren is twee opeenvolgende

avonden zeer passend ten berde gebracht.

Het van nature donkere stuk kwam goed uit de verf door

de, al dan niet gewilde, onderbelichting van het podium

waardoor de personages in duisternis gehuld werden.

Dat was toepasselijk met betrekking tot hun emoties en

ook tot de setting en het isolerende effect van de ondoordringbare

gesloten ramen en deuren. Met beperkte

Babylon Bestudeert

Literatuur en mode (2)

Galabals zijn mijn ding. Van megalomane zalen verlicht door schimmige beats tot sullig voetgeschuifel op schoolfeestjes,

‘k heb het allemaal gehad. Niet dat ik nee zou zeggen tegen de charme van een gezellig pintje in een wannabe bruin

café of op een zonovergoten terrasje, integendeel. Voor een galabal offer ik echter met plezier mijn avondje tooghangen

op. Voor vrouwen een gelegenheid om een extra kilo schmink aan te rekenen en voor mannen om hun wijdetshirtmetshort-kostuum

in de kast te verbergen en zich strak in het pak te hijsen. En natuurlijk wordt een extraatje aan

de wekelijkse financiële sponsoring van ouderstwege ten zeerste geapprecieerd door galabalkleedjeswinkelsuitbaters.

Dit jaar liet ik mij voor de eerste keer verleiden tot een galabal in het zwembad. Geen pinten verzetten in zwemtenue

(been there, done that: vuile boel), maar een deftige get-together in de bar van het sport- en spelcomplex. Toegegeven,

’t was nie mis. Schone zaal, goei muziek en een waardevolle bijdrage aan mijn eeuwige

galabalhobby: kleedjes kijken.

Nog nooit heb ik een galabal geweten waar uniciteit zo hoog in het vaandel wordt gedragen.

Van boeren tot koninginnen: diversiteit troef. Zelf opteer ik het liefst voor een

LBD (never lets me down). Met mijn safe yet classy outfit kon ik de genodigden van op

een veilige afstand goed- en afkeuren. Terwijl de meeste bals blijk geven van een soort

onderlinge kledingsovereenkomst onder de genodigde feestgangers, leken deze galaballiefhebbers

hun uniciteit te willen vertalen in hun tenue. Hoera, iedereen is uniek!

Enkele flamboyante gewaden trokken mijn aandacht en mijn enthousiasme voor het

modegevoel van de Letterenstudent koelde af. De discussie om het vermeende “kijk

mij-gehalte” van onze generatie, een topic waar de Standaard – een serieuze krant –

enkele weken geleden haar pagina’s mee opvulde, laait weer op.

middelen, enkele stoelen en tafels, werd het huiselijke

leven geschetst met Bernarda als dictator vaak centraal

op het podium. Het verst van haar stond de jonge rebel

Adela en Martirio week als volgzame en brave dochter

niet van haar moeders zijde. Of het zo uitgekiend werd is

niet geweten, maar het plaatje klopte wel.

Als u er niet bij was dit jaar, of geen Spaans kan, sla dan

maar een cursus open deze zomer en maak dat u volgend

jaar wel aanwezig bent. Topeditie.

Jasper Vanhaelemeesch

Indien u de afgelopen maanden bij boeddhisten in Nepal geleefd zou hebben: de Belgische

modewereld stond in rep en roer. De serieuze kranten vertaalden de catfight

fronsend voor hun lezers. Inderdaad, meer personages bevolken het Belgische fashion

theater dan alleen Raf Simons. Voor de “ik volg die shit niet”-hipsters onder jullie geef

ik een korte recapitulatie: een columniste van de ELLE (een boekske met kleren) noemde een Belgische blogster “een

principeloos blond wicht zonder stijl, met een ziekelijke portie aan narcisme”. (Om alle discussies uit de weg te gaan:

dit is een eigen – tikkeltje dramatische – hertaling van haar woorden. Zo klinkt het gewoon leuker.) Elke dag een tiental

foto’s van jezelf trippelend in een nieuwe outfit met de wereld delen, getuigt toch van een zekere graad van eigenliefde,

non? “Kijk mij – kijk mij”, het zet mij aan het denken. Evolueren wij met onze generatie mee naar een zwak afkooksel

van Ovidius’ tragische geesteskind? Neen, wij willen liever een hete nimf dan verdrinken in een plas water! Kledij is een

belangrijk hulpmiddel om u uit de grijzemuizengemeenschap te wringen. Waan u echter alstublieft niet de koningin van

Sheba als u het aandurft in uw onesie met koeienvlekken een brik melk te gaan kopen in Delhaize. En deel het al zeker niet

via Twitter. World no care, darling!

Laura Muylle

nr:5 2012-2013 B-Magazine

33


34 B-Magazine 2012-2013 nr:5


Babylon Brost

De literaire spelletjes

Met de examens voor de deur leven wij, taal- en letterkundigen, met nog meer kronkels in ons hoofd dan ooit. Het is tijd

om onze weg te zoeken door het doolhof der examens. Hoe te werk gaan?

1. Suit up!

2. Find your center.

3. Embrace your inner penguin!

VEEL SUCCES MET DE EXAMENS,

xoxo jullie B-magaziniers editie 2012-2013!

nr:5 2012-2013 B-Magazine

35

More magazines by this user
Similar magazines